European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2024/645

20.2.2024

BESLUIT (GBVB) 2024/645 VAN DE RAAD

van 19 februari 2024

ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Raad heeft op 12 december 2003 de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen.

(2)

Op 21 maart 2022 heeft de Raad een document goedgekeurd, getiteld “Een strategisch kompas voor veiligheid en defensie”, waarin wordt verwezen naar de constante bedreiging die de proliferatie van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen vormt, en wordt de doelstelling van de Unie geformuleerd om concrete acties ter ondersteuning van ontwapenings-, non-proliferatie- en wapenbeheersingsdoelstellingen te versterken.

(3)

De Unie geeft momenteel actief uitvoering aan de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en aan de in hoofdstuk III daarvan genoemde maatregelen, met name de maatregelen in verband met het versterken, uitvoeren en universeel toepassen van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (Biological and Toxin Weapons Convention — BTWC), door middelen te verstrekken voor projecten in verband met technische bijstand en deskundigheid met betrekking tot een veelheid van non-proliferatiemaatregelen, en door de rol van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-veiligheidsraad) te bevorderen.

(4)

Op 28 april 2004 heeft de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1540 (2004) aangenomen, waarin dwingende verplichtingen voor alle staten zijn vastgelegd teneinde niet-statelijke actoren te verhinderen en af te schrikken om massavernietigingswapens en daarmee verband houdend materiaal te bemachtigen. De VN-Veiligheidsraad heeft ook besloten dat alle staten effectieve maatregelen moeten nemen en handhaven om nationale controles in te stellen ter voorkoming van de proliferatie van nucleaire, chemische of biologische wapens en hun overbrengingsmiddelen, onder meer door adequate controles op hiermee verband houdende materialen in te voeren. De doelstellingen van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad zijn bekrachtigd door Resolutie 2663 (2022) van de VN-Veiligheidsraad.

(5)

In 2017 en vervolgens in 2023 heeft de Raad besluiten aangenomen ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad, namelijk Besluiten (GBVB) 2017/809 (1) en (GBVB) 2023/654 (2). De technische uitvoering van de activiteiten uit hoofde van Besluit (GBVB) 2023/654 is toevertrouwd aan het VN-Bureau voor ontwapeningszaken (Unoda), in samenwerking met bevoegde regionale internationale organisaties, waaronder de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS).

(6)

De Unie ondersteunt ook de werkzaamheden en uitvoering van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens, door middel van gemeenschappelijke optredens 2006/184/GBVB van de Raad (3) en door middel van 2008/858/GBVB (4) en Besluiten 2012/421/GBVB (5), (GBVB) 2016/51 (6) en (GBVB) 2019/97 (7) van de Raad.

(7)

In het kader van de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, worden met Besluit (GBVB) 2019/2108 van de Raad (8) vastgesteld, de activiteiten van de OAS ondersteund ter aanscherping van de algemene biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad. De steun van de Unie moet worden voortgezet.

(8)

Het bestuur en het beheer van de uit hoofde van dit besluit uit te voeren projecten moet worden toevertrouwd aan het secretariaat van het Inter-Amerikaans Comité voor terrorismebestrijding (“CICTE”) van de OAS.

(9)

Het OAS/CICTE-secretariaat moet zorgen voor efficiënte samenwerking met bevoegde internationale organisaties en organen als de ondersteunende eenheid voor de uitvoering van BTWC, het krachtens Resolutie 1540 (2004) opgerichte Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE), en het wereldwijd partnerschap tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en -materialen. OAS/CICTE moet tevens zorgen voor de complementariteit en synergie op grond van dit besluit ondernomen projecten met eerdere en lopende desbetreffende projecten en activiteiten in Latijns-Amerika die steun krijgen van afzonderlijke lidstaten van de Unie en met andere door de Unie gefinancierde programma’s op dit gebied, waaronder het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede en de EU-kenniscentra op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire risicobestrijding,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Overeenkomstig de op 12 december 2003 aangenomen EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens verleent de Unie verder steun aan de activiteiten van OAS/CICTE door middel van een operationele actie ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika.

2.   De in lid 1 bedoelde actie beoogt in het algemeen:

a)

de bestaande nationale normatieve kaders met betrekking tot biologische veiligheid en beveiliging in de begunstigde staten te versterken;

b)

een betere naleving van internationale regelingen te bevorderen door onderlinge samenwerking tussen de deelnemende staten te stimuleren door middel van innovatieve oefeningen zoals “collegiale toetsing” en door de deelnemende staten te helpen bij hun opmerkingen en verklaringen met betrekking tot de relevante instrumenten inzake biologische wapens;

c)

de capaciteit te versterken van de openbare en particuliere sector om biologische wapens te beveiligen door middel van opleidingsactiviteiten;

d)

de oprichting van een regionale gemeenschap of een netwerk van actoren uit de openbare en particuliere sector die betrokken zijn bij biologische veiligheid en beveiliging.

3.   In de bijlage wordt de in lid 1 bedoelde actie gedetailleerd omschreven.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) is verantwoordelijk voor de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van de in artikel 1 bedoelde actie berust bij OAS/CICTE.

3.   OAS/CICTE voert de in lid 2 van dit artikel bedoelde taak uit onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. De hoge vertegenwoordiger treft daartoe de nodige regelingen met OAS/CICTE.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde actie bedraagt 2 686 427 EUR.

2.   De uitgaven die uit het in lid 1 vermelde referentiebedrag worden gefinancierd, worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures die op de algemene begroting van de Unie van toepassing zijn.

3.   De Commissie ziet erop toe dat de uitgaven die uit het in lid 1 bedoelde referentiebedrag worden gefinancierd correct worden beheerd. Zij sluit daartoe een subsidieovereenkomst met OAS/CICTE. In die subsidieovereenkomst wordt bepaald dat OAS/CICTE er zorg voor draagt dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die overeenstemt met de omvang ervan.

4.   De Commissie streeft ernaar om de in lid 3 bedoelde overeenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden die zich daarbij voordoen en van de datum van sluiting van de overeenkomst.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van geregelde verslagen van OAS/CICTE. Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de uitvoering van de in artikel 1 bedoelde actie.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

2.   Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde overeenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden na de datum van inwerkingtreding ervan indien er binnen die periode geen dergelijke overeenkomst is gesloten.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

J. BORRELL FONTELLES


(1)  Besluit (GBVB) 2017/809 van de Raad van 11 mei 2017 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 121 van 12.5.2017, blz. 39).

(2)  Besluit (GBVB) 2023/654 van de Raad van 20 maart 2023 ter ondersteuning van de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 81 van 21.3.2023, blz. 29).

(3)  Gemeenschappelijk Optreden 2006/184/GBVB van de Raad van 27 februari 2006 betreffende de ondersteuning van het BTWC in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 51).

(4)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/858/GBVB van de Raad van 10 november 2008 ter ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) in het kader van de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 302 van 13.11.2008, blz. 29).

(5)  Besluit 2012/421/GBVB van de Raad van 23 juli 2012 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 196 van 24.7.2012, blz. 61).

(6)  Besluit (GBVB) 2016/51van de Raad van 18 januari 2016 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC) in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 50).

(7)  Besluit (GBVB) 2019/97 van de Raad van 21 januari 2019 betreffende de ondersteuning van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 19 van 22.1.2019, blz. 11).

(8)  Besluit (GBVB) 2019/2108 van de Raad van 9 december 2019 ter ondersteuning van de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor (PB L 318 van 10.12.2019, blz. 123).


BIJLAGE

Steun van de Unie voor de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor

ACHTERGROND

Conform de strategie van de Europese Unie (EU) van 12 december 2003 tegen de proliferatie van massavernietigingswapens, die ten doel heeft de rol van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te bevorderen en zijn deskundigheid bij het aangaan van de uitdagingen inzake proliferatie te vergroten, heeft de Unie verder steun verleend voor de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad (“UNSCR 1540 (2004)”) en de daaropvolgende resoluties.

Het gemeenschappelijk optreden van de Raad ter ondersteuning van de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) is uitgevoerd door het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda), dat verantwoordelijk was voor de technische uitvoering van eerdere projecten, aangezien het Bureau als opdracht had om het Comité 1540 en zijn deskundigen inhoudelijke en logistieke steun te verlenen.

Samenvatting van het project

Dit project “Aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika” (het “project”) heeft tot doel de uitvoering van biologische veiligheids- en beveiligingsmaatregelen in elf landen van Latijns-Amerika (Argentinië, Chili, Colombia, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Mexico, Panama, Paraguay, Peru en Uruguay) aan te scherpen overeenkomstig Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad (hierna “UNSCR 1540”). Het project heeft ook tot doel de capaciteit van deze elf landen te vergroten om doeltreffend te anticiperen en te reageren op grootschalige incidenten met biologische agentia.

Door een combinatie van nationale en regionale activiteiten zal het project overheidsinstanties en belangrijke vertegenwoordigers van de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en de academische wereld samenbrengen om het bewustzijn te vergroten en een grotere capaciteit op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging op te bouwen in heel Amerika. Het project heeft in het bijzonder vier hoofddoelstellingen: 1) het versterken van de bestaande nationale normatieve kaders (met inbegrip van regelgeving en normen); 2) het verbeteren van de naleving van internationale regelingen door aanmoediging van het indienen van nationale verslagen waarom in het kader van die instrumenten wordt verzocht; 3) het ontwikkelen van opleidings- en voorlichtingsactiviteiten, en 4) het bevorderen van een regionale gemeenschap/netwerk van publieke en private belanghebbenden die betrokken zijn bij biologische veiligheid en beveiliging.

1.   Inleiding en doelstellingen

1.1.   Inleiding

De VN-Veiligheidsraad heeft in 2004 Resolutie 1540 (“UNSCR 1540”) aangenomen ter bestrijding van dreigingen die uitgaan van niet-overheidsactoren die toegang hebben tot nucleaire, chemische en biologische wapens, de daarmee verband houdende materialen en overbrengingsmiddelen. In UNSCR 1540 wordt onder meer bepaald dat staten effectieve maatregelen moeten nemen en handhaven om nationale controles in te stellen ter voorkoming van de proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor. Overeenkomstig punt 3, a) en b), van deze resolutie omvatten deze maatregelen het instellen van passende controles, en het ontwikkelen en handhaven van effectieve maatregelen ter verantwoording en beveiliging van dergelijke goederen bij productie, gebruik, opslag of vervoer ervan.

Een manier waarop staten aan hun verplichtingen met betrekking tot Resolutie 1540 kunnen voldoen, is door partij te worden bij en uitvoering te geven aan hun verplichtingen uit hoofde van belangrijke non-proliferatieovereenkomsten. Zo is het Verdrag inzake biologische wapens (“BWC”) in 1975 in werking getreden en door bijna alle OAS-lidstaten geratificeerd. In het BWC is bepaald dat elke staat die partij is, in overeenstemming met zijn grondwettelijke procedures, alle nodige maatregelen neemt om de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden, de verwerving of het vasthouden van agentia, toxines, wapens, uitrusting en overbrengingsmiddelen te verbieden of te voorkomen, met inbegrip van de uitvoering van in artikel IV bedoelde maatregelen op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging in laboratoria.

Hoewel de voorgestelde deelnemende staten aan dit project in veel gevallen partij zijn bij deze belangrijke internationale instrumenten, beschikken zij vaak niet over de nationale wet- en regelgevingskaders die nodig zijn om hun verplichtingen uit hoofde van het BWC en de bijbehorende uitvoeringsinstrumenten volledig na te komen. Voorts heeft het Comité 1540 met betrekking tot zijn meest recente alomvattende toetsing van de naleving door de staten van de verplichtingen uit hoofde van UNSCR 1540 een slotdocument uitgebracht waaruit bleek dat de naleving van de verplichtingen uit hoofde van Resolutie 1540 wereldwijd relatief gering is en op het Amerikaanse continent zelfs nog geringer.

Zo is er wereldwijd een slechts lichte verbetering te zien in het niveau van de uitvoering van maatregelen in verband met biologische wapens, terwijl het niveau van de uitvoering in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied daar nog onder blijft: slechts 19 % van de maatregelen in verband met biologische wapens is daadwerkelijk genomen.

De meest recente gegevens van de Global Health Security Index (1) wijzen eveneens op een vergelijkbaar laag niveau van naleving. Bijzonder zorgwekkend is dat er in de regio verschillende laboratoria zijn met bioveiligheidsniveau (BSL) 3 (2) en dierlaboratoria met BSL-4 (volgens de normen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid) die niet volledig effectieve bioveiligheidsmaatregelen hebben geïmplementeerd. En in de voor dit project voorgestelde staten zijn ten minste twee andere BSL-4-laboratoria in aanbouw.

Tegen deze achtergrond werd in het eindverslag van het alomvattende toetsingsproces van het Comité 1540 opgemerkt dat de volledige en doeltreffende uitvoering van UNSCR 1540 door de lidstaten een langetermijndoelstelling blijft, en werd voorts opgemerkt dat veel OAS-staten bijstand nodig hebben om dit doel te bereiken (3). Voorts kwam het comité tot de conclusie dat de staten dringend actie moeten ondernemen met het oog op de vaststelling van maatregelen ter verantwoording en beveiliging van materialen die verband houden met biologische wapens.

Het gebruik van vertrouwenwekkende BWC-maatregelen is een andere manier om de toepassing van bioveiligheids- en biobeveiligingsnormen te beoordelen. Deze maatregelen, die in 1986 door de BWC-staten zijn vastgesteld, zijn bedoeld om “dubbelzinnigheden, twijfels en vermoedens te voorkomen of te verminderen en de internationale samenwerking op het gebied van vreedzame biologische activiteiten te verbeteren”. In 2022 hebben echter slechts 10 van de 34 OAS-lidstaten hun vertrouwenwekkende maatregelen voorgelegd aan de eenheid voor implementatieondersteuning (Implementation Support Unit - ISU) van het BWC (4).

Het gebrek aan beleidsvoornemens van de regeringen van de regio op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging is het gevolg van een combinatie van factoren, waaronder onvoldoende bewustzijn bij beleidsmakers van de dreiging en de potentiële kosten van een grootschalig biologisch incident, veiligheidsgerelateerde prioriteiten die met elkaar wedijveren om de schaarse middelen die op nationaal niveau beschikbaar zijn, en de inherente uitdagingen van het ontwikkelen van een op nationaal niveau geïntegreerde paraatheid en responscapaciteit voor biologische incidenten.

Een incident waarbij een ziekteverwekkend agens opzettelijk wordt verspreid, hetzij door een actor die schade wil toebrengen aan een doelpopulatie, hetzij via natuurlijk voorkomende middelen, kan aanzienlijke sociale, economische en politieke gevolgen hebben. Een voorbeeld hiervan is het hoge en onevenredige sterftecijfer in Noord- en Zuid-Amerika van de wereldwijde uitbraak van H1N1 in 2009, waaruit de kwetsbaarheid van de regio blijkt. Op dezelfde manier zou er momenteel wereldwijd een grieppandemie met mogelijk hoge ziekte- en sterftecijfers kunnen ontstaan als het hoogpathogene aviaire influenzavirus (HPAI) van het subtype H5N1 effectief en aanhoudend van mens op mens zou kunnen worden overgedragen. Daarom blijft deze epizoötische ziekte een belangrijke bedreiging voor de volksgezondheid vormen, waarvoor preventiemaatregelen moeten worden bevorderd en de bestaande controles nog verder moeten worden verbeterd.

Deze uitdagingen maken duidelijk dat er in de OAS-regio behoefte is aan een gecoördineerde respons op een biologisch incident. Bij een dergelijke respons moeten verschillende actoren worden betrokken, waaronder ministeries (volksgezondheid, landbouw, veiligheid, justitie, defensie, inlichtingen, vervoer, buitenlandse zaken, internationale handel, economie, wetenschap en technologie, en andere), de rechtshandhavingsdiensten en andere eerstehulpverleners, particuliere entiteiten (met name het bedrijfsleven en de academische wereld) en het maatschappelijk middenveld.

1.2.   Doelstellingen

Dit driejarige project heeft tot doel de biologische veiligheids- en beveiligingspraktijken in elf landen van Latijns-Amerika te versterken, overeenkomstig Resolutie 1540 (2004), met inbegrip van de vaststelling en handhaving van doeltreffende maatregelen ter voorkoming van de proliferatie van biologische wapens.

De activiteiten, die in punt 5 worden beschreven, zullen gebaseerd zijn op de volgende vier hoofddoelstellingen:

—

het versterken van de bestaande nationale normatieve kaders met betrekking tot biologische veiligheid en beveiliging in de begunstigde staten;

—

het bevorderen van een betere naleving van internationale regelingen door samenwerking tussen de deelnemende staten te bevorderen via innovatieve oefeningen zoals collegiale toetsingen (“peer reviews”), en door de deelnemende landen te helpen bij hun indieningen en verklaringen met betrekking tot relevante biologische wapeninstrumenten;

—

het versterken van de capaciteit van de publieke en particuliere sector om biologische wapens te beveiligen door middel van opleidingsactiviteiten;

—

het opzetten van een regionale gemeenschap of een netwerk van actoren uit de particuliere en de publieke sector die zich bezighouden met biologische veiligheid en beveiliging.

2.   Keuze van het uitvoerend agentschap en coördinatie met andere financieringsinitiatieven

2.1.   Uitvoerend agentschap – de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS)

Het Inter-Amerikaans Comité tegen terrorisme van de Organisatie van Amerikaanse Staten (“OAS/CICTE”) ondersteunt sinds 2005 actief de non-proliferatie-inspanningen in Amerika. In 2010 kreeg OAS/CICTE een specifiek mandaat om de lidstaten ervan te helpen bij de uitvoering van UNSCR 1540. Sindsdien heeft OAS/CICTE de lidstaten op verschillende manieren bijgestaan, zoals bij het opstellen van nationale actieplannen voor UNSCR 1540, het versterken van de wet- en regelgevingskaders, het opbouwen van capaciteit ter voorkoming en bestrijding van de handel in en de smokkel van nucleaire, radiologische, biologische en chemische materialen, het bevorderen van de uitwisseling van doeltreffende praktijken via peer review, en het faciliteren van coördinatie op politiek niveau voor het aanwijzen van aandachtsgebieden voor regionale en subregionale samenwerking.

Zo heeft OAS/CICTE sinds 2009 verschillende nationale oefeningen voor crisisbeheer bij bio-incidenten geleid om het bewustzijn van dreigingen voor de biobeveiliging te vergroten, waarbij ambtenaren en vertegenwoordigers van agentschappen en organisaties werden samengebracht om te leren hoe ze hun reacties op een biologisch incident moeten coördineren. In reactie daarop hebben verschillende OAS-lidstaten CICTE specifiek verzocht om assistentie bij het opstellen of actualiseren van nationale responsplannen voor biologische noodsituaties.

Onlangs nog heeft CICTE een door de EU gefinancierd driejarig project uitgevoerd, getiteld “Steun voor de aanscherping van de biologische veiligheid en beveiliging in Latijns-Amerika in overeenstemming met de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor” (Besluit (GBVB) 2019/2108 van de Raad). Dit baanbrekende initiatief heeft bijgedragen tot de vaststelling van doeltreffende maatregelen ter voorkoming van de proliferatie van biologische wapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor in acht Latijns-Amerikaanse landen (Argentinië, Chili, Colombia, Dominicaanse Republiek, Mexico, Panama, Paraguay en Uruguay). CICTE heeft ook bijgedragen aan de recente goedkeuring van een decreet in Uruguay en ontwerpwetgeving in Paraguay en aan het wetgevingsproces in Argentinië en Colombia, en heeft advies uitgebracht over wetgevingsvoorstellen in de Dominicaanse Republiek en over een wet inzake strategische controle op gevoelige handelstransacties, die momenteel in Chili wordt herzien.

Daarnaast heeft OAS/CICTE, met steun van de Verenigde Staten, onlangs ook twee andere projecten op aanverwante gebieden uitgevoerd. Een eerste project, getiteld “Strengthening Strategic Control Regimes in Latin America and the Caribbean (2020-2021 Phase One)” (Versterking van de strategische controleregelingen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (2020-2021, eerste fase)), was gericht op strengere controles op de overdracht van gevoelige goederen, waaronder biologische en chemische agentia. Een tweede project getiteld “Countering Illicit Trade of CBRN (Chemical, Biological, Radiological and Nuclear) materials in Free Trade Zones of Latin America” (Bestrijding van de illegale handel in CBRN-materialen (chemische, biologische, radiologische en nucleaire) in vrijhandelszones van Latijns-Amerika) werd in 2022 uitgevoerd om de proliferatie van materialen en technologieën in verband met massavernietigingswapens in zes Latijns-Amerikaanse landen (Argentinië, Brazilië, Chili, Mexico, Panama en Paraguay) in vier vrijhandelszones te voorkomen en tegen te gaan door toeleveringsketens te beveiligen en te optimaliseren en de strategische handelscontroles aan te scherpen.

Deze en andere inspanningen om de paraatheid en responscapaciteit bij biologische incidenten te vergroten, hebben belangrijke resultaten opgeleverd. Zo heeft OAS/CICTE een netwerk ontwikkeld van meer dan 240 politieke en technische professionals (waaronder wetenschappers en laboratoriumpersoneel) uit de hele regio die momenteel virtuele of fysieke opleidingen volgen. Via dit nieuwe project zal OAS/CICTE voortbouwen op het bestaande netwerk en de toegang bevorderen tot een door OAS opgericht platform met onder meer contacten, publicaties, bibliotheken, activiteiten en evenementen van internationale organisaties, denktanks, niet-gouvernementele organisaties over onderwerpen op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging enz. (5) Deze soorten netwerken zijn van cruciaal belang gebleken voor het tijdig delen van informatie.

Het regionale kader van de OAS biedt een comparatief voordeel vanwege het transnationale karakter van de dreigingen, die noodzakelijkerwijs samenwerking tussen de buurlanden met zich meebrengen om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Het draagt ook bij tot efficiëntie en voorkomt dubbel werk. Als gevolg van een overeenkomst tussen OAS/CICTE en het Bureau van de Verenigde Naties voor ontwapeningszaken (Unoda) is sinds 2017 de 1540-coördinator voor Noord- en Zuid-Amerika ondergebracht bij OAS/CICTE. Deze cruciale leidersrol heeft OAS/CICTE in staat gesteld het voortouw te nemen bij het bevorderen van een beter regionaal begrip van het belang van de resolutie en bij de nationale en regionale uitvoering van de maatregelen ervan.

In dit opzicht bevindt de OAS – als de leidende regionale organisatie in Noord-, Zuid-, en Midden-Amerika – zich in een unieke positie op het Amerikaanse continent om haar doeltreffendheid aan te tonen dankzij haar bestaande netwerk van nationale contactpunten, haar uitgebreide aanwezigheid in de hele regio en haar vermogen om op dit gebied samen te werken met de voorgestelde begunstigde landen. Wat de beleidsontwikkeling betreft, zal OAS/CICTE blijven werken via belangrijke politieke organen binnen de OAS, zoals het Comité voor de veiligheid in de hemisfeer van de Permanente Raad van de OAS en via de regelmatige jaarlijkse vergaderingen van CICTE.

Het hieronder geschetste voorstel is bedoeld om voort te bouwen op de bovengenoemde inspanningen en het niveau van paraatheid en uitvoering van maatregelen op het gebied van biobeveiliging en bioveiligheid in de regio te blijven versterken.

2.2.   Coördinatie met andere relevante financieringsinitiatieven

OAS/CICTE coördineert in de regel zijn activiteiten met andere agentschappen en organisaties die financiering van zowel dezelfde als andere overheden en internationale organen ontvangen.

OAS/CICTE heeft reeds lang een strategisch partnerschap met het VN-Bureau voor ontwapeningszaken (Unoda) – met inbegrip van zijn regionaal bureau in Latijns-Amerikaans UN-LiREC – en de Groep deskundigen van het Comité 1540, om technische bijstand en capaciteitsopbouw in de regio rond UNSCR 1540 te stroomlijnen en te faciliteren.

OAS/CICTE werkt al nauw samen met organisaties die steun van de Europese Unie ontvangen voor werkzaamheden in verband met de in het kader van dit project voorgestelde activiteiten. Andere entiteiten dan de hierboven genoemde zijn onder meer de eenheid voor implementatieondersteuning van het Verdrag inzake biologische wapens (BWC-ISU), het Regionaal Centrum voor vrede, ontwapening en ontwikkeling in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (UN-LiREC) en de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH). De coördinatie met deze instanties zal in handen zijn van een in het hoofdkantoor van de OAS gevestigd managementteam, teneinde voor complementariteit te zorgen en dubbel werk te voorkomen, en om erop toe te zien dat de projectactiviteiten in overeenstemming zijn met de verplichtingen van UNSCR 1540 en het BWC.

De voorgestelde activiteiten zullen gericht zijn op beleidsmakers, wetgevers en biowetenschappers uit de publieke en particuliere sector die actief zijn op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging. De activiteiten omvatten fysieke opleidingscursussen voor begunstigde landen en een onlinecursus om nog meer begunstigden in de regio te bereiken. Voor zeer gespecialiseerde opleidingen en taken kan de OAS ter ondersteuning ook kortdurende contracten sluiten met onder meer deskundigen, opleiders en onderzoekers en zal zij samenwerken met haar partners op die gebieden (waaronder de BWC-ISU, het Unoda, de WOAH en de EU en de academische wereld) om ervoor te zorgen dat het personeel aan alle technische vereisten voldoet, waarbij waar mogelijk tevens wordt geput uit de door deze organisaties bijgehouden lijsten.

Dit project is ook duidelijk in overeenstemming met het besluit van de Europese Raad van 2019 om de uitvoering van het BWC buiten de EU te ondersteunen door de dreiging van proliferatie van biologische wapens in de regio te helpen verminderen. Daartoe zou het project ertoe bijdragen dat de wet- en regelgevingskaders van regeringen toereikend zijn om rekening te houden met de snelle vooruitgang op het gebied van de biowetenschappen en dat zij voldoen aan de huidige internationale normen.

Aangezien in de alomvattende toetsing van 2022 duidelijk wordt gesteld dat het niveau en de reikwijdte van de maatregelen op het gebied van beveiliging en verantwoordingsplicht in de regio gering blijven, zijn extra inspanningen nodig om de biologische veiligheid en beveiliging in de hele regio te bevorderen. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt, met name dankzij de financiële bijdrage van de Europese Unie, maar er moet nog meer worden gedaan. Deze nieuwe programmafase zou helpen om voort te bouwen op de talrijke reeds behaalde resultaten, extra landen in de regio te bereiken en te zorgen voor een blijvend effect van de aanzienlijke financiële en technische investeringen die reeds zijn gedaan.

3.   Projectbeschrijving

3.1.   Beschrijving

Het project brengt nationale autoriteiten, vertegenwoordigers van de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld en internationale deskundigen uit maar liefst elf landen in Latijns-Amerika bijeen om na te gaan welke maatregelen er kunnen worden genomen om de biologische veiligheids- en beveiligingscapaciteiten op deze gebieden te versterken. In het project zal worden gepoogd voort te bouwen op de eerdere opgedane ervaringen van het secretariaat met deze vraagstukken in Noord-, Zuid- en Centraal-Amerika, en op het uitgebreide netwerk van contacten en partners, waaronder de professionals die hebben deelgenomen aan het in de periode 2019-2024 uitgevoerde project op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging.

Het project kent een tweeledige aanpak, met zowel nationale als subregionale activiteiten. Bij de activiteiten op nationaal niveau zal met individuele OAS-lidstaten met name gewerkt worden aan versterking van de nationale capaciteiten, het opstellen van wet- en regelgeving en het ontwerpen van landspecifieke actieplannen ter versterking van de operationele vermogens. Op regionaal niveau zullen de activiteiten voor capaciteitsopbouw vanuit een regionale aanpak gericht zijn op bevordering van de uitwisseling van informatie en goede praktijken, alsmede op definiëring van de structurele, materiële en functionele parameters.

Voorts zal met het project in het kader van de regionale aanpak ervan worden getracht voort te bouwen op het proces van collegiale toetsing dat de afgelopen jaren is ontwikkeld, op grond waarvan landen vrijwillig samenwerken ter beoordeling van hun wederzijdse sterke en zwakke punten bij de uitvoering van de verplichtingen in het kader van UNSCR 1540, en doeltreffende praktijken en aandachtsgebieden voor verdere bilaterale samenwerking in kaart brengen. Na de drie succesvolle collegiale toetsingen in het kader van Resolutie 1540 (tussen Chili en Colombia (2017), de Dominicaanse Republiek en Panama (2019) en Paraguay en Uruguay (2019)), de follow-upoefening tussen de Dominicaanse Republiek en Panama (2022) en de voor 2023 geplande activiteiten met Mexico, Brazilië en Chili (september/oktober 2023) en Uruguay en Chili (oktober 2023), zal in het kader van het project worden getracht nog meer collegiale toetsingen voor deze landen te starten. Sommige van deze extra collegiale toetsingen zouden specifieke onderwerpen betreffen (bijvoorbeeld strategische handelscontrole en/of biologische controle) voor landen die dergelijke oefeningen nog niet hebben uitgevoerd.

Tot slot heeft het project tot doel de voortdurende samenwerking tussen landen te bevorderen en te versterken, alsmede beste praktijken en de praktijk van het publiceren van technische documenten (naast de door de landen ingediende eindrapporten) te bevorderen om de vooruitgang die bij deze collegiale toetsingen is geboekt, in kaart te brengen.

3.2.   Methodiek

3.2.1.   Organisatiestructuur

Dit project zal worden uitgevoerd door OAS/CICTE, in coördinatie met ondersteunde OAS-lidstaten. Het projectteam van het OAS/CICTE zal bestaan uit drie medewerkers en een administratief/financieel assistent in het hoofdkantoor van de OAS in Washington, in coördinatie met externe contractanten op basis van specifieke uit te voeren activiteiten, en onder het algemene toezicht en de algemene leiding van de uitvoerend secretaris van het CICTE.

Zoals hierboven vermeld, zullen de externe contractanten onder meer bestaan uit een juridisch en een technisch specialist voor capaciteitsopbouw. Voor zeer gespecialiseerde opleidingen en taken kan de OAS ter ondersteuning ook kortlopende contracten sluiten met deskundigen, opleiders en onderzoekers uit de deskundigenlijsten van andere technische partnerorganisaties, zoals de BWC-ISU, het Unoda, de WOAH en de Europese Unie.

Het programmabeheerteam van OAS/CICTE zal in eerste instantie rechtstreeks coördineren met de nationale instanties van de lidstaten die eerder om steun in verband met UNSCR 1540 hebben verzocht. In een aantal gevallen heeft de OAS al samenwerkingsovereenkomsten voor bijstand aan lidstaten op het vlak van de uitvoering van UNSCR 1540 die de basis voor technische bijstand zullen vormen.

3.2.2.   Technische aanpak

Voor verzoeken om juridische en technische bijstand is een eerste beoordeling en analyse van de bestaande wet- en regelgeving nodig die moeten worden uitgevoerd door een juridisch deskundige in samenspraak met het projectteam en de bevoegde autoriteiten in de begunstigde landen via missies voor wetgevings- en technische bijstand, teneinde specifieke lacunes en landspecifieke prioriteiten te kunnen vaststellen. De bevindingen en lessen die zijn getrokken uit het vorige project inzake bioveiligheid en biobeveiliging zullen worden gebruikt als basis voor toekomstige opleidingen. Het regionale netwerk dat onder de deelnemers aan de activiteiten in het kader van de fysieke en de open onlinecursussen voor een groot publiek (MOOC) wordt opgezet, zal ook worden gebruikt voor de verspreiding van actuele technische informatie over bioveiligheid en biobeveiliging, met als doel een discussieforum voor deze onderwerpen op te zetten en de regionale samenwerking te versterken.

De activiteiten ter bevordering en versterking van de nationale samenwerking behelzen onder meer:

—

het analyseren van de bestaande wet- en regelgeving in de begunstigde landen, om specifieke lacunes op te sporen;

—

het opstellen en vaststellen van controlelijsten van biologische agentia en toxines (op basis van bioveiligheids- of biobeveiligingscriteria afhankelijk van de risicoclassificaties voor pathogenen) en uitvoercontrolelijsten;

—

het ontwikkelen en goedkeuren van een nationaal actieplan voor de aanpak van biologische dreigingen;

—

het ontwikkelen van nationale richtsnoeren voor de bescherming van biologische agentia tegen accidentele of opzettelijke verspreiding, met inbegrip van passende doeltreffende maatregelen om deze goederen tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer te verantwoorden en te beveiligen en ze fysiek te beschermen;

—

het opstellen van richtsnoeren voor de registratie, samenstelling en indiening van de door de BWC-ISU gevraagde informatie in termen van CBM’s.

De activiteiten ter bevordering en versterking van de regionale samenwerking behelzen onder meer:

—

het ontwikkelen van vervolgcapaciteitsopbouw- en -samenwerkingsactiviteiten voor landen in de regio die collegiale toetsingen in verband met de uitvoering van UNSCR 1540 hebben verricht;

—

het opzetten van nieuwe collegiale toetsingen, met een sterke nadruk op de verplichtingen in het kader van UNSCR 1540 met betrekking tot biologische wapens;

—

het versterken van het regionale netwerk van professionals die zich bezighouden met biologische veiligheid en beveiliging;

—

het samenstellen en bekendmaken van technische documenten over activiteiten in verband met collegiale toetsingen.

OAS/CICTE zal in elk van de begunstigde landen opleidingen over biologische veiligheid en beveiliging organiseren ter ondersteuning van de technische en wetgevingsbijstand en de regionale samenwerkingsinspanningen in het kader van dit project. Deze opleidingen zullen voortbouwen op eerdere inspanningen, worden uitgevoerd door internationale deskundigen en gecoördineerd door het managementteam van OAS/CICTE. De cursussen zullen ook dienen om capaciteit op te bouwen en een groep opleiders en netwerken van professionals uit de verschillende wetenschappelijke instellingen van de begunstigde landen op te richten. Deze deskundigen kunnen kennis, beste laboratoriumpraktijken, technieken en methoden voor biorisicobeheer verder verspreiden in laboratoria en onderzoeksinstellingen.

OAS/CICTE zal samenwerken met wetenschappers en onderzoekers om een reeds bestaande onlinecursus voor laboratoriumpersoneel en beleidsmakers te onderhouden. Het onderhouden van die cursus zal bijdragen tot verbetering van de huidige middelen voor de verdere verspreiding van kennis en bewustzijn over bioveiligheid, biobeveiliging en bio-ethiek onder wetenschappers, docenten, studenten en onderzoekers in de biowetenschappen, en andere belanghebbenden. Daarnaast zal OAS/CICTE nieuwe MOOC-modules of cursussen ontwikkelen over verantwoorde wetenschap, onderzoek voor tweeërlei gebruik, zorgwekkend onderzoek voor tweeërlei gebruik (DURC) en toezichtsmechanismen.

Tot slot worden in het kader van de missies voor technische en wetgevingsbijstand en van de in het voorstel opgenomen regionale en subregionale activiteiten beleidsmakers, parlementsleden en het bedrijfsleven benaderd en voorgelicht over bioveiligheid, biobeveiliging, UNSCR 1540 en de uitvoering van het BWC.

3.2.3.   Genderperspectief

OAS/CICTE speelt via het 1540-programma een belangrijke rol bij het ondersteunen van de inspanningen van de lidstaten bij de opbouw van hun capaciteit voor de uitvoering van UNSCR 1540 en de bestrijding van proliferatie, alsook bij het bevorderen van gendergelijkheid. Dit alles draagt bij tot verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties en vormt een aanvulling op de inspanningen van de OAS-lidstaten tot invoering van relevante instrumenten ten behoeve van mondiale ontwapening en non-proliferatie.

OAS/CICTE zal streven naar een gelijke man-vrouwverhouding bij het aanwerven van de medewerkers die de begunstigde landen van het project zullen bijstaan en zal de begunstigde landen aanmoedigen om in alle stadia van het project vrouwen op belangrijke plaatsen in te zetten. Voorts wordt een bijzondere inspanning geleverd om een genderperspectief te integreren en vrouwen centraal te stellen in de behandelde onderwerpen.

Daarnaast bevordert OAS/CICTE inspanningen op het gebied van diversiteit, gelijkheid, inclusie en toegankelijkheid door middel van een “institutioneel beleid inzake gendergelijkheid, diversiteit en mensenrechten” en een communicatiegids die ervoor moet zorgen dat in beleidsmaatregelen, programma’s, projecten en werkwijzen verschillende groepen, waaronder kwetsbare groepen, in aanmerking worden genomen en visueel worden vertegenwoordigd. Elk project ondergaat een formeel interdepartementaal “goedkeuringsproces”, waarbij OAS-deskundigen feedback geven waar de uitvoerders rekening mee moeten houden.

OAS/CICTE laat zich ook leiden door institutioneel beleid tegen seksuele intimidatie. Alvorens met enige activiteit te beginnen, verspreidt OAS/CICTE een gedragscode voor alle deelnemers (met inbegrip van hooggeplaatste regeringsambtenaren) om in elk programma respect, waardigheid en inclusiviteit te waarborgen en het melden van vervelend gedrag aan te moedigen.

3.2.4.   Externe coördinatie

De OAS zal bij de uitvoering van het project niet alleen coördineren en samenwerken met nationale overheden in de regio, maar ook met andere instellingen en organisaties. Onderstaande entiteiten kunnen mogelijk ondersteuning voor specifieke kwesties bieden en helpen het initiatief in de regio bekendheid te geven:

—

het Comité van de Veiligheidsraad dat is ingesteld uit hoofde van UNSCR 1540 en de deskundigengroep daarvan;

—

het VN-bureau voor ontwapeningszaken (Unoda) en de ondersteunende eenheid voor de implementatie van het Verdrag inzake biologische wapens;

—

het Regionaal Centrum van de Verenigde Naties voor vrede, ontwapening en ontwikkeling in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (UN-LiREC);

—

de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), met inbegrip van de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO);

—

de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH);

—

organisaties van het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en de particuliere sector waarvan de doelstellingen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van dit voorstel, met inbegrip van Sandia National Laboratories, het James Martin Center for Nonproliferation-Studies – CNS, het Johns Hopkins Center for Health Security, de International Federation of Biosafety Associations (IFBA) en andere nationale verenigingen voor bioveiligheid en biobeveiliging in de begunstigde landen.

3.3.   Projectdoelstellingen en -activiteiten

Doelstelling 1. Het versterken van de bestaande nationale normatieve kaders met betrekking tot biologische veiligheid en beveiliging in elk van de begunstigde staten van het project.

Ondersteunende activiteiten

—

Activiteit 1.1: Beoordelen van de bestaande wet- en regelgeving in elk begunstigd land om een beeld te krijgen van eventuele lacunes en prioriteiten.

—

Activiteit 1.2: Waar nodig wetgevingsbijstand verlenen, met inbegrip van het opstellen van wet- en regelgeving voor het actualiseren of opstellen van nationale plannen, controlelijsten, het actualiseren of opstellen van een nationaal respons- of noodplan voor biologische incidenten.

—

Activiteit 1.3: In elke begunstigde staat een technische beoordeling uitvoeren met de belangrijkste nationale belanghebbenden om de behoeften te beoordelen en lacunes in verband met de uitvoering van UNSCR 1540 en het BWC op te sporen, die deel zullen uitmaken van een beoordelingsverslag.

—

Activiteit 1.4: Op basis van behoeften en middelen en eerdere bevindingen van reeds uitgevoerde projecten, faciliteren van opleidingen op een of beide van de volgende gebieden: uitvoering van biologische veiligheids- en beveiligingsmaatregelen in het nationale plan om te reageren op biologische dreigingen en/of deze te voorkomen.

—

Activiteit 1.5: Bijdragen aan de ontwikkeling van nationale richtsnoeren voor de bescherming van biologische agentia tegen accidentele of opzettelijke verspreiding, en van nationale richtlijnen betreffende verantwoording voor en beveiliging van biologische agentia tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer en de fysieke bescherming ervan.

—

Activiteit 1.6: Ontwikkelen en verlenen van steun ter plaatse op een onlineplatform in het Spaans om staten te helpen bij de registratie van instellingen om het samenstellen van de informatie in de CBM’s die aan de BWC-ISU moet worden gemeld, te vergemakkelijken.

Verwachte resultaten

—

Beoordelingsverslag met aanbevelingen per land en per agentschap.

—

Ten minste één wetgevingsbijstandsmissie per land voor ondersteuning bij het opstellen van controlelijsten en/of nationale actieplannen en/of bij het opstellen van relevante wet- en regelgeving.

—

Lijst van pathogenen volgens een risico-classificatie en/of uitvoercontrolelijsten overeenkomstig de behoeften van de betrokken staat.

—

Nationale plannen per staat, rekening houdend met hun lacunes en prioriteiten.

—

Richtsnoeren met maatregelen betreffende verantwoording voor en beveiliging van biologische agentia tijdens de productie, het gebruik, de opslag of het vervoer en de fysieke bescherming ervan.

—

Ontwikkelen van onlineplatforms voor netwerken om capaciteitsopbouw op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging te faciliteren.

Doelstelling 2. Stimuleren van de naleving van internationale regelingen door samenwerking tussen begunstigde staten te bevorderen en hulp te verlenen in verband met indieningen en verklaringen met betrekking tot relevante instrumenten inzake biologische wapens.

Ondersteunende activiteiten

—

Activiteit 2.1: Faciliteren van maximaal drie collegiale toetsingen, met een sterke nadruk op onder meer uitvoeringsmaatregelen op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging, strategische handelscontroles en het vervoer van biologische agentia.

—

Activiteit 2.2: Houden van drie regionale workshops over collegiale toetsingen in verband met de uitvoering van UNSCR 1540.

—

Activiteit 2.3: Opstellen en bekendmaken van technische documenten over activiteiten in verband met collegiale toetsingen.

—

Activiteit 2.4: Ontwerpen en ontwikkelen van een opleidingsmodule, waarbij gebruik wordt gemaakt van een onlangs ontwikkeld platform voor open onlinecursussen voor een groot publiek (MOOC) om de nationale autoriteiten te begeleiden bij het verzamelen en samenstellen van relevante informatie voor CBM’s en deze in te dienen bij de BWC-ISU (ter aanvulling van de informatie die wordt verstrekt in de in 2015 door de BWC-ISU gepubliceerde “Guide to Participating in the BWC Confidence-Building Measures” (gids voor deelname aan de vertrouwenwekkende maatregelen in het kader van het BWC).

—

Activiteit 2.5: Ontwikkelen van een regionale/subregionale activiteit om meer bekendheid te geven aan het belang en de potentiële voordelen van indiening van CBM’s bij de BWC-ISU.

—

Activiteit 2.6: Organiseren van een regionale conferentie over bioveiligheid en biobeveiliging om onder meer de coördinatie van belangrijke nationale agentschappen te verbeteren en de uitwisseling van informatie met de academische sector, ngo’s en andere belanghebbenden te bevorderen.

—

Activiteit 2.7: Organiseren van een regionale conferentie over de stand van de uitvoering van UNSCR 1540 in Noord-, Zuid- en Centraal-Amerika om de naleving van de desbetreffende regelingen onder de aandacht te brengen.

Verwachte resultaten

—

Bewustmaking in de publieke en particuliere sector van de begunstigde staten van de internationale verplichtingen in verband met de naleving van UNSCR 1540 en het BWC.

—

Facilitering van collegiale toetsingen in zes begunstigde landen.

—

Meer coördinatie en samenwerking tussen agentschappen van de begunstigde staten inzake beste praktijken op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging.

—

Aanscherping van de beveiligingsmaatregelen in vrijhandelszones, met betrekking tot met biologische wapens verband houdende materialen.

—

Bewustmaking van de naleving van internationale verplichtingen met betrekking tot het BWC door de presentatie van relevante indieningen en verklaringen en door deelname van beleidsmakers aan conferenties van de deelnemende staten en andere internationale fora, naargelang het geval.

Doelstelling 3. Ontwikkelen van opleidingsactiviteiten over biologische veiligheid en beveiliging in begunstigde staten.

Ondersteunende activiteiten

—

Activiteit 3.1: Organiseren en uitvoeren van maximaal acht opleidingssessies in de landen zelf over biologische veiligheid en beveiliging, waarbij het de bedoeling is opleiders op te leiden. Bij opleidingen op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging zal onder meer aandacht worden besteed aan de beveiliging van hoogrisicopathogenen (HCP’s) en hun synthetische biologische materialen (SBM’s) en de daarmee verband houdende biowetenschappelijke infrastructuur. De opleidingen op het gebied van zowel biologische veiligheid als biologische beveiliging zullen een belangrijke component risicobeheer omvatten en een veiligheids- en beveiligingscultuur bevorderen. Er zal ook aandacht worden besteed aan onderwerpen als onderzoek voor tweeërlei gebruik, zorgwekkend onderzoek voor tweeërlei gebruik en het opzetten van toezichtsmechanismen.

—

Activiteit 3.2: Opzetten van een netwerk van opleiders op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging in elk begunstigd land, en in andere begunstigde staten.

—

Activiteit 3.3: Ontwerpen en ontwikkelen van een opleidingsmodule, op basis van het reeds ontwikkelde MOOC-platform, met als doel het bewustzijn te vergroten betreffende onderzoek voor tweeërlei gebruik, zorgwekkend onderzoek voor tweeërlei gebruik, ethiek en biowetenschappen, gedragscodes en mogelijke toezichtsmechanismen, teneinde het risico op mogelijk misbruik van materialen, apparatuur, informatie, met inbegrip van impliciete kennis, tijdens het onderzoeksproces te beperken.

—

Activiteit 3.4: Organiseren en uitvoeren (dit kan gebeuren in de marge van de cursussen biologische veiligheid en beveiliging) van een simulatieoefening met behulp van een scenario waarin de biologische veiligheid en beveiliging moeten worden aangescherpt of toegepast. Tijdens de activiteit zal rekening worden gehouden met onderwerpen die verband houden met internationale normen, de controleketen, de scheiding van gevaarlijke materialen en het beheer van vervoersrisico’s.

Verwachte resultaten

—

Een netwerk van opleiders en deskundigen op het gebied van biobeveiliging en bioveiligheid in elk begunstigd land.

—

Creëren van open onlinecursussen en geven van acht daarvan.

—

Opleiden, in de begunstigde staten, van wetenschappers van agentschappen voor en biobeveiliging en bioveiligheid.

—

Aanmoedigen van certificeringen van de IFBA (International Federation of Biosafety Associations) onder de deelnemers aan de opleidingssessies en oprichten van verenigingen voor bioveiligheid/biobeveiliging/microbiologie.

Doelstelling 4. Consolideren van een regionale gemeenschap of een regionaal netwerk van belanghebbenden door binnen elk begunstigd land de actieve deelname te bevorderen van vertegenwoordigers uit de particuliere en de publieke sector aan relevante internationale fora op het gebied van biologische veiligheid en beveiliging.

Ondersteunende activiteiten

—

Activiteit 4.1: Met dit project wordt beoogd een onlangs opgericht netwerk van deskundigen op het gebied van de biowetenschappen uit te breiden. Daarnaast zal met het project ernaar worden gestreefd interacties tussen die professionals in de biowetenschappen te bevorderen door middel van onlineseminars om verschillende onderwerpen in verband met hun deskundigheid te bespreken en een ruimte te creëren om ervaringen en geleerde lessen uit te wisselen.

—

Activiteit 4.2: Bevorderen van de deelname van professionals, hooggeplaatste ambtenaren, technici in internationale, regionale en andere fora voor evenementen over biologische veiligheid en beveiliging, nevenevenementen daarvan en bijeenkomsten die de kennis en actieve deelname helpen te vergroten.

Verwachte resultaten

—

Een netwerk van opleiders en deskundigen op het gebied van biobeveiliging en bioveiligheid in de regio.

—

Een groter bewustzijn van autoriteiten op hoog niveau en hun technici die de ontwikkeling van regelgevingsmaatregelen bevorderen met het oog op een doeltreffende uitvoering van UNSCR 1540 en het BWC.

4.   Begunstigden

De directe begunstigden in de ontvangende staten zijn de nationale instellingen en autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van bioveiligheid en biobeveiliging in elf landen in Latijns-Amerika (Argentinië, Chili, Colombia, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Mexico, Panama, Paraguay, Peru en Uruguay).

5.   Zichtbaarheid van de Europese Unie

OAS/CICTE zal er zorg voor dragen dat bij alle projectactiviteiten de financiële steun van de Europese Unie op allerlei manieren duidelijk wordt gemaakt. In persberichten, sociale media en interviews met media naar aanleiding van evenementen met een hoge zichtbaarheid zal de aandacht worden gevestigd op de steun van de EU. Alle uitrusting, al het gedrukte materiaal en alle software die aan de begunstigde landen worden verstrekt, zullen worden geëtiketteerd met de vermelding dat dit alles door de Unie is gefinancierd. De hoofddeksels, overalls en werkkledij van de projectmedewerkers zullen voorzien zijn van het EU-logo en/of de EU-vlag, zodat de visuele identiteit van de Unie als financierder duidelijk tot uiting komt. Er zal ruime bekendheid worden gegeven aan de steun van de Unie, die duidelijk zichtbaar zal zijn op de OAS-websites en in de OAS-publicaties die betrekking hebben op het project en op de programma’s die worden ondersteund.

6.   Duur

Volgens de planning duurt het project 36 maanden.

7.   Algemene opzet

De technische uitvoering van het project is in handen van OAS/CICTE, en wel via het bestaande programma uit hoofde van UNSCR 1540.

8.   De partners

OAS/CICTE voert het project uit, in samenwerkingsverband met de nationale autoriteiten in de begunstigde landen en met strategische partners.

9.   Verslaglegging

Elk kwartaal zullen er een voortgangsverslag en een financieel overzicht worden gepresenteerd voor een adequate en tijdige monitoring en evaluatie. OAS/CICTE zal nauw contact onderhouden met de donor.


(1)  Global Health Security Index. Te raadplegen via: https://www.ghsindex.org/

(2)  Mapping Biosafety Level-3 Laboratories by Publications. Center for Security and Emerging Technology. Augustus 2022. Te raadplegen via: CSET Mapping BSL3 Labs

(3)  https://documents-dds-ny.un.org/doc/UNDOC/GEN/N22/725/80/PDF/N2272580.pdf?OpenElement

(4)  https://bwc-ecbm.unog.ch

(5)  Interactief prototype van het platform: https://xd.adobe.com/view/68f5f48c-1813-4dff-8840-b5113a7c9a22-3da6/?fullscreen&hints=off


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/645/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)