|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/623 |
7.3.2024 |
AANBEVELING (EU) 2024/623 VAN DE COMMISSIE
van 18 december 2023
over het ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan van Cyprus voor de periode 2021-2030 en over de samenhang van de Cypriotische maatregelen met de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit en het waarborgen van vooruitgang op het gebied van klimaatadaptatie
(Slechts de tekst in de Griekse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,
Gezien Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 14, lid 6,
Gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (2), en met name artikel 7, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Aanbevelingen over het ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan van Cyprus voor de periode 2021-2030
|
(1) |
Cyprus heeft op 27 juli 2023 zijn ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan ingediend. |
|
(2) |
Artikel 3 van en bijlage I bij Verordening (EU) 2018/1999 (“de governanceverordening”) regelen welke elementen in de geactualiseerde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen moeten worden opgenomen. De Commissie heeft in december 2022 de richtsnoeren aan de lidstaten voor het proces en de reikwijdte van het opstellen van de ontwerp- en definitieve versie van de geactualiseerde nationale energie- en klimaatplannen (3) vastgesteld. In de richtsnoeren zijn goede praktijken aangewezen en zijn de gevolgen van recente beleidstechnische, juridische en geopolitieke ontwikkelingen in het energie- en klimaatbeleid geschetst. |
|
(3) |
In samenhang met het REPowerEU-plan (4), en als onderdeel van de cycli 2022 en 2023 van het Europees Semester, heeft de Commissie een grote nadruk gelegd op de energie- en klimaatgerelateerde hervormingen en de investeringsbehoeften van de lidstaten om de veiligheid en de betaalbaarheid van energie te vergroten door middel van een snellere groene en billijke transitie. Dit vindt zijn weerslag in de landverslagen voor Cyprus van 2022 en 2023 (5) en de aanbevelingen van de Raad aan Cyprus (6). De lidstaten moeten bij hun definitieve geactualiseerde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen de recentste landspecifieke aanbevelingen in aanmerking nemen. |
|
(4) |
De aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van de verwezenlijking van de nationale streefcijfers overeenkomstig de verordening inzake de verdeling van de inspanningen (7) zijn gebaseerd op de waarschijnlijkheid dat de lidstaten de streefcijfers voor 2030 zullen verwezenlijken, met inachtneming van de regels voor het gebruik van flexibiliteit krachtens die verordening. |
|
(5) |
De aanbevelingen van de Commissie inzake koolstofafvang, -gebruik en -opslag hebben tot doel een overzicht te bieden van de beoogde inzet van die technologieën op nationaal niveau, inclusief informatie over de voorgenomen jaarlijkse volumes CO2-opslag tot 2030, per CO2-bron die wordt afgevangen van installaties in de zin van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) of van andere bronnen, zoals biogene bronnen of directe afvang uit de lucht; over de voorgenomen CO2-transportinfrastructuur, en over de potentiële nationale CO2-opslagcapaciteit en het geïnjecteerde volume CO2 dat volgens de planning in 2030 beschikbaar is. |
|
(6) |
De aanbevelingen van de Commissie over de prestaties overeenkomstig Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad (9) (landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (de “LULUCF-verordening”)) gaan in op de naleving door de lidstaten van de “geen debet”-toezegging voor de periode 2021-2025 (periode 1) en de nationale streefcijfers voor de periode 2026-2030 (periode 2), met inachtneming van de in die verordening opgenomen regels inzake het gebruik van flexibiliteit. De aanbevelingen van de Commissie houden er tevens rekening mee dat in periode 1 overtollige emissies krachtens de LULUCF-verordening automatisch aan de verordening inzake de verdeling van de inspanningen worden overgedragen. |
|
(7) |
Om de aanpassing aan de klimaatverandering de verwezenlijking van de energie- en klimaatmitigatiedoelstellingen naar behoren te laten ondersteunen, is het van essentieel belang de potentiële gevaren van de klimaatverandering in kaart te brengen en een onderzoek te doen naar de klimaatkwetsbaarheden en -risico’s die op de betrokken gebieden, bevolkingsgroepen en sectoren van invloed kunnen zijn. De aanbevelingen over aanpassing aan de klimaatverandering van de Commissie beschouwen in hoeverre Cyprus in zijn geactualiseerde nationale energie- en klimaatplannen aanpassingsdoelstellingen heeft geïntegreerd die rekening houden met de klimaatrisico’s die zouden kunnen verhinderen dat Cyprus zijn doelstellingen en streefcijfers van de energie-unie verwezenlijkt. Zonder specifieke geplande en uitgevoerde aanpassingsbeleidslijnen en -maatregelen loopt de verwezenlijking van de doelstellingen van de dimensies van de energie-unie gevaar. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar waterbeheer in wijzigende klimaatomstandigheden vanwege het risico op verstoringen van de levering van elektriciteit, doordat overstromingen, hitte en droogte de energieproductie kunnen treffen. |
|
(8) |
De aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de ambitie van Cyprus op het gebied van hernieuwbare energie zijn gebaseerd op de formule in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1999, op basis van objectieve criteria, en van de belangrijkste beleidslijnen en maatregelen die in het ontwerp van het geactualiseerde nationale energie- en klimaatplan van Cyprus ontbreken voor de tijdige en kosteneffectieve verwezenlijking van de nationale bijdrage van Cyprus aan het bindende streefcijfer van de Unie voor hernieuwbare energie voor 2030 van ten minste 42,5 %, met het streven dit collectief tot 45 % te verhogen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (10) ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. De aanbevelingen van de Commissie zijn verder gebaseerd op de bijdrage van Cyprus aan de specifieke streefcijfers in de artikelen 15 bis, 22 bis, 23, 24 en 25 van die richtlijn en de bijbehorende beleidslijnen en maatregelen om die snel om te zetten en uit te voeren. De aanbevelingen laten zien hoe belangrijk het is een alomvattende langetermijnplanning voor het gebruik van hernieuwbare energie, met name windenergie, te ontwikkelen om de Europese productie-industrie en netwerkexploitanten beter zichtbaar te maken, conform het Europees windenergiepakket (11). |
|
(9) |
De aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de nationale bijdrage aan energie-efficiëntie zijn gebaseerd op artikel 4 van Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad (12) betreffende energie-efficiëntie, en op de formule in bijlage I bij die richtlijn, en de bijbehorende beleidslijnen en maatregelen voor de uitvoering daarvan. |
|
(10) |
In de aanbevelingen van de Commissie wordt bijzondere aandacht besteed aan de streefcijfers, de doelstellingen en de bijdragen en de daarmee verband houdende beleidslijnen en maatregelen om het REPowerEU-plan te verwezenlijken, teneinde de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen snel af te bouwen. De aanbevelingen houden rekening met de lessen die zijn getrokken uit de uitvoering van het pakket “Gas besparen voor een veilige winter” (13). De aanbevelingen weerspiegelen de noodzaak om het energiesysteem veerkrachtiger te maken in het licht van de verplichtingen krachtens Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad (14) betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad (15) betreffende de veiligstelling van de gasleveringszekerheid, en conform de aanbeveling van de Commissie inzake energieopslag (16). |
|
(11) |
In de aanbevelingen van de Commissie wordt rekening gehouden met de noodzaak om de integratie van de interne energiemarkt te versnellen teneinde de rol van flexibiliteit te versterken en consumenten te empoweren en te beschermen. In de aanbevelingen van de Commissie wordt ook gewezen op het belang om na te gaan hoeveel huishoudens met energiearmoede kampen overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 2018/1999 en Aanbeveling (EU) 2023/2407 van de Commissie (17). |
|
(12) |
De aanbevelingen van de Commissie weerspiegelen het belang van voldoende investeringen in onderzoek en innovatie op het gebied van schone energie om de ontwikkeling ervan en de productiecapaciteit te stimuleren, met inbegrip van passende beleidslijnen en maatregelen voor energie-intensieve industrieën en andere ondernemingen, en de noodzaak om werknemers bij te scholen voor een nettonulindustrie teneinde een sterke, concurrerende en schone economie binnen de Unie te consolideren. |
|
(13) |
De aanbevelingen van de Commissie bouwen voort op de verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs om het gebruik van fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen, en op het belang om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen. |
|
(14) |
De aanbevelingen van de Commissie inzake investeringsbehoeften zijn in lijn met de beoordeling door de Commissie van de vraag of het ontwerp van geactualiseerd plan een algemeen overzicht biedt van de investeringsbehoeften om de doelstellingen, streefcijfers en bijdragen voor alle dimensies van de energie-unie te verwezenlijken; ze geven de financieringsbronnen aan, met een onderscheid tussen particuliere en publieke bronnen, en schetsen de investeringen die consistent zijn met de Cypriotische herstel- en veerkrachtplannen, het Cypriotische territoriale plan voor een rechtvaardige transitie en de landspecifieke aanbevelingen voor 2022-2023 die zijn uitgegeven in het kader van het Europees Semester, en zij omvatten een robuuste macro-economische beoordeling van de geplande beleidslijnen en maatregelen. Het geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan (NECP) moet de transparantie en de voorspelbaarheid van nationale beleidslijnen en maatregelen waarborgen, ter ondersteuning van de investeringszekerheid. |
|
(15) |
De aanbevelingen van de Commissie weerspiegelen het cruciale belang van een brede regionale raadpleging en vroegtijdige en inclusieve raadpleging over het plan, met effectieve inspraak van het publiek dat over voldoende informatie en tijd beschikt, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus (18). |
|
(16) |
De aanbevelingen van de Commissie over een rechtvaardige transitie weerspiegelen de beoordeling van de vraag of het Cypriotische plan de relevante sociale, werkgelegenheids- en vaardigheidseffecten van de klimaat- en energietransitie in voldoende mate in beeld brengt, en schetsen passende begeleidende beleidslijnen en maatregelen om een rechtvaardige transitie te bevorderen en tot de bevordering van mensenrechten en gendergelijkheid bij te dragen. |
|
(17) |
De aanbevelingen van de Commissie aan Cyprus worden geschraagd door de beoordeling van het ontwerp van het geactualiseerde nationale energie- en klimaatplan van Cyprus (19), dat tegelijk met deze aanbeveling wordt gepubliceerd. |
|
(18) |
Cyprus moet terdege rekening houden met deze aanbevelingen bij het opstellen van zijn definitieve geactualiseerde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan, dat uiterlijk 30 juni 2024 moet worden ingediend. |
Aanbevelingen inzake de samenhang met de Uniedoelstelling inzake klimaatneutraliteit en met het waarborgen van vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering
|
(19) |
Krachtens Verordening (EU) 2021/1119 (“de Europese klimaatwet”) moet de Commissie beoordelen of de nationale maatregelen verenigbaar zijn met de doelstelling inzake klimaatneutraliteit en met het waarborgen van vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering. De Commissie heeft de verenigbaarheid van de Cypriotische maatregelen met deze doelstellingen beoordeeld (20). De onderstaande aanbevelingen zijn op die beoordeling gebaseerd. Cyprus moet terdege rekening houden met deze aanbevelingen en daaraan gevolg geven overeenkomstig de Europese klimaatwet. |
|
(20) |
Hoewel de netto-uitstoot van broeikasgassen (met inbegrip van die uit landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (“LULUCF”) en zonder die uit internationaal vervoer) over het algemeen een dalende trend vertoont en in grote lijnen in overeenstemming is met het lineaire traject voor het behalen van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2030 van —55 % en de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit voor 2050, moet het tempo van de emissiereductie omhoog en is het essentieel dat de lidstaten actie ondernemen. De vorderingen verschillen van lidstaat tot lidstaat en er zijn verschillende sectorale uitdagingen en zwakke punten die onverwijld moeten worden aangepakt. Uit de beoordeling, gebaseerd op de beschikbare informatie, blijkt dat de vooruitgang die Cyprus maakt bij het bereiken van de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit onvoldoende lijkt. Betrouwbare langetermijnstrategieën zijn de hoeksteen voor de verwezenlijking van de economische transformatie die nodig is om de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit te verwezenlijken. |
|
(21) |
Met het oog op de doeltreffendheid van strategieën en plannen voor aanpassing aan de klimaatverandering is het van essentieel belang in kaart te brengen welke potentiële gevaren op een bepaald gebied of sector van invloed kunnen zijn. De eerste stap bij het versterken van de ambitie voor aanpassing aan de klimaatverandering moet het vaststellen van een passend juridisch kader voor het nationale klimaatbeleid zijn dat regelmatig geactualiseerde, bindende aanpassingsdoelen stelt aan de hand waarvan de algemene vooruitgang bij het opbouwen van veerkracht kan worden gemeten. Effectieve aanpassing op de noodzakelijke schaal en in alle kwetsbare sectoren vereist een duidelijk gemandateerde bestuurs- en coördinatiestructuur met politieke steun op hoog niveau. Deze structuur kan een interdepartementale taskforce of comité omvatten. Monitoring en evaluatie van aanpassingsinspanningen zijn noodzakelijk om de verantwoordingsplicht in stand te houden en het aanpassingsbeleid te verbeteren. Verschillende financieringsinstrumenten van de EU kunnen worden ingezet om aanpassing te financieren. Overwegingen inzake klimaatbestendigheid moeten voorop staan wanneer de lidstaten hun nationale plannen in het kader van de relevante EU-fondsen opstellen. Geen enkele uitgave mag de aanpassing schaden: dat wil zeggen de kwetsbaarheden voor de begunstigden of voor anderen vergroten. De investeringsbehoeften voor aanpassing aan de klimaatverandering nemen toe en zullen de komende decennia alleen maar sneller stijgen. Betere financiering moet gepaard gaan met voldoende capaciteit en deskundigheid die nodig zijn voor de administratie en de uitvoering om de kwaliteit van de uitgaven en de absorptiecapaciteit te waarborgen en slechte aanpassing te voorkomen. Naast publieke en particuliere financiering kunnen ook innovatieve financieringsinstrumenten worden verkend door middel van samenwerking met de particuliere sector en financiële instellingen. |
|
(22) |
De meest kwetsbare gemeenschappen zijn de gemeenschappen die een grotere kans hebben om de gevolgen van de klimaatverandering te ondervinden. De ongelijke blootstelling aan en kwetsbaarheid voor de klimaateffecten van verschillende regio’s en sociaal-economische groepen vergroot reeds bestaande ongelijkheden en kwetsbaarheden. Een rechtvaardige veerkracht moet de ongelijke last van klimaatrisico’s verminderen en garant staan voor een gelijke verdeling van de aanpassingsvoordelen. Belanghebbenden uit de particuliere sector bevorderen verandering door informatie, middelen, capaciteiten en financiering te verstrekken. Het lokale niveau beschikt over bevoegdheden die meer in het algemeen van invloed kunnen zijn op de klimaatbestendigheid. De voorbereiding en uitvoering van subnationaal aanpassingsbeleid is van groot belang. |
|
(23) |
Op de natuur gebaseerde oplossingen bieden efficiënte en kosteneffectieve aanpassings- en mitigatiemogelijkheden indien de uitrol ervan wordt gestimuleerd door middel van strategische kaders, beleidsmaatregelen en financiering. Zij kunnen onafhankelijk worden uitgevoerd of worden geïntegreerd in andere mitigatie- en aanpassingsmaatregelen, in combinatie met meer technologische of op infrastructuur gebaseerde oplossingen. Bij de uitvoering moet rekening worden gehouden met de complexiteit van ecosystemen en de verwachte gevolgen van de klimaatverandering, de lokale context, de daarmee verband houdende belangen en waarden, en de sociaal-economische omstandigheden. |
BEVEELT CYPRUS HIERBIJ AAN ACTIE TE ONDERNEMEN OM:
BETREFFENDE HET ONTWERP VAN GEACTUALISEERD NATIONAAL ENERGIE- EN KLIMAATPLAN KRACHTENS VERORDENING (EU) 2018/1999
|
1. |
Kostenefficiënte aanvullende beleidslijnen en maatregelen vast te stellen, met name in de sectoren vervoer en gebouwen en voor niet-CO2-emissies, met inbegrip van methaan, N2O en F-gassen uit industriële processen en productgebruik, landbouw en afvalbeheer, ter overbrugging van de verwachte kloof van 8,9 procentpunten om het nationale streefcijfer voor de reductie van broeikasemissies van —32 % in 2030 te behalen ten opzichte van de niveaus van 2005 overeenkomstig de verordening inzake de verdeling van de inspanningen. Geactualiseerde prognoses te verstrekken om aan te tonen hoe de doelstelling door het bestaande en geplande beleid wordt behaald, en zo nodig uiteen te zetten hoe de in het kader van de verordening inzake de verdeling van de inspanningen beschikbare flexibiliteit wordt ingezet om naleving te waarborgen. Aanvullende inlichtingen over de beleidslijnen en maatregelen te verstrekken, waarbij het toepassingsgebied, het tijdschema en, waar mogelijk, de verwachte gevolgen van de vermindering van de emissies van broeikasgassen worden verduidelijkt, ook ten aanzien van de maatregelen in het kader van de financieringsprogramma’s van de Unie, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid. |
|
2. |
De hoeveelheid CO2-emissies in kaart te brengen die jaarlijks tot 2030 kunnen worden afgevangen, met inbegrip van de bron. Aanvullende details te verstrekken over de wijze waarop afgevangen CO2 zal worden vervoerd. De totale CO2-opslagcapaciteit en het geïnjecteerde volume dat uiterlijk in 2030 beschikbaar is, in beeld te brengen. |
|
3. |
Een concreet traject uit te stippelen met het oog op de verwezenlijking van de nationale LULUCF-doelstelling zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/841. Aanvullende maatregelen voor de LULUCF-sector op te nemen, waarbij het tijdpad en het toepassingsgebied gedetailleerd worden beschreven, en de verwachte gevolgen ervan worden gekwantificeerd om ervoor te zorgen dat de verwijdering van broeikasgassen effectief wordt afgestemd op het EU-streefcijfer voor netto verwijdering in 2030 van —310 Mt CO2-eq. en op het landspecifieke verwijderingsstreefcijfer van —63 kt CO2-eq., zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/841. Duidelijke inlichtingen te verstrekken over de wijze waarop overheidsmiddelen (zowel Uniemiddelen, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, als staatssteun) en particuliere financiering via koolstoflandbouwregelingen consequent en doeltreffend worden gebruikt om het nationale streefcijfer voor nettoverwijdering te behalen. Inlichtingen te verstrekken over de stand van zaken en de te boeken vooruitgang bij het verbeteren van gegevens op hogere niveaus/geografisch expliciete gegevens voor toezicht, rapportage en controle, overeenkomstig deel 3 van bijlage V bij Verordening (EU) 2018/1999. |
|
4. |
Een nadere analyse te verstrekken van de relevante klimaatkwetsbaarheden en -risico’s met betrekking tot de verwezenlijking van de nationale doelstellingen, streefcijfers en bijdragen en de beleidslijnen en maatregelen binnen de verschillende dimensies van de energie-unie. Het verband met de specifieke doelstellingen en beleidsmaatregelen van de energie-unie die door de beleidslijnen en maatregelen voor de aanpassing moeten worden ondersteund, beter uiteen te zetten en te kwantificeren. Nadere aanpassingsbeleidslijnen en -maatregelen met een voldoende mate van detail vast te stellen om de verwezenlijking door Cyprus van de nationale doelstellingen, streefcijfers en bijdragen in het kader van de energie-unie te ondersteunen. Bijzondere aandacht te besteden aan waterbeheer in wijzigende klimaatomstandigheden vanwege het risico op verstoringen van de levering van elektriciteit, doordat overstromingen, hitte en droogte de energieproductie kunnen treffen. |
|
5. |
De ambitie van het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen aanzienlijk te verhogen tot ten minste 33 % als bijdrage aan het bindende streefcijfer van de EU voor hernieuwbare energie voor 2030 overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd, op basis van de formule in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1999. Een indicatief traject voor het bereiken van de referentiepunten voor 2025 en 2027 bij te voegen overeenkomstig artikel 4, punt a), 2), van Verordening (EU) 2018/1999. |
|
6. |
Geraamde trajecten en een langetermijnplan te bieden voor de uitrol van hernieuwbare-energietechnologieën voor de komende tien jaar, met vooruitzichten voor 2040. Specifieke streefcijfers op te nemen om bij te dragen tot het indicatieve streefcijfer voor innovatieve hernieuwbare-energietechnologie. Een bindend substreefcijfer op te nemen voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie voor 2030. Een indicatief streefcijfer op het gebied van verwarming en koeling op te nemen om de aanvullingen van bijlage I bis bij Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd, te verwezenlijken, en een indicatief streefcijfer op het gebied van stadsverwarming en -koeling voor de periode 2021-2030. Te specificeren welk streefcijfer Cyprus beoogt te behalen in de vervoerssector middels een verplichting voor brandstofleveranciers, onder meer via een substreefcijfer voor geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, met de waarborg dat het minimumniveau voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in 2030 in stand blijft. |
|
7. |
Gedetailleerde en gekwantificeerde beleidslijnen en maatregelen zo op te nemen dat de nationale bijdrage aan het bindende streefcijfer van de EU voor hernieuwbare energie voor 2030 van ten minste 42,5 % tijdig en kosteneffectief kan worden verwezenlijkt, met het streven dit collectief tot 45 % te verhogen. In het bijzonder te beschrijven hoe Cyprus van plan is de vergunningverlening te bespoedigen en in detail aan te geven voor welke technologieën voor hernieuwbare energie het land van plan is “gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie” aan te wijzen, waarvoor snellere en eenvoudigere procedures gelden. Te beschrijven hoe Cyprus van plan is de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen via het gebruik van overeenkomsten voor de aankoop van hernieuwbare energie, garanties van oorsprong, en een faciliterend kader om zelfconsumptie en energiegemeenschappen te bevorderen. Te beschrijven hoe het ontwerp van de verplichting voor brandstofleveranciers in de vervoerssector zal worden ingevuld en vergelijkbare maatregelen op te nemen om waterstof in de industrie te bevorderen en de EU voor te bereiden op de handel in hernieuwbare waterstof. |
|
8. |
Voor zover mogelijk een verwacht tijdschema te verstrekken voor de stappen tot vaststelling van wetgevende en niet-wetgevende beleidslijnen en maatregelen tot omzetting en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd, met name voor de in de vorige punten genoemde maatregelen. |
|
9. |
Een nationale energie-efficiëntiebijdrage tot het eindenergieverbruik op te nemen in het bindende streefcijfer voor finaal energieverbruik van de EU voor 2030 overeenkomstig artikel 4 van en bijlage I bij Richtlijn (EU) 2023/1791, of gelijk aan de gecorrigeerde indicatieve nationale bijdrage die de Commissie overeenkomstig artikel 4, lid 5, van die richtlijn uiterlijk 1 maart 2024 aan elke lidstaat zal zenden. Een nationale energie-efficiëntiebijdrage op het gebied van het primaire energieverbruik op te nemen in de indicatieve doelstelling van de Unie voor het primaire energieverbruik overeenkomstig artikel 4 van en bijlage I bij Richtlijn (EU) 2023/1791. |
|
10. |
Een geactualiseerd ambitieniveau op te nemen om te zorgen voor een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij nationaal gebouwenbestand en om bestaande gebouwen tegen 2050 te transformeren tot emissievrije gebouwen. Tussentijdse mijlpalen voor 2030 en 2040 op te nemen, en een vergelijking van deze mijlpalen met de meest recente langetermijnrenovatiestrategie. Meer informatie op te nemen over gerelateerde maatregelen voor gebouwen en het effect ervan op het gebied van energiebesparing. |
|
11. |
De veerkracht van het energiesysteem te versterken, met name door een doelstelling voor de uitrol van energieopslag vast te stellen en door beleidslijnen en maatregelen voor te stellen om de noodzaak van aanpassing aan de klimaatverandering in het energiesysteem te integreren. De verenigbaarheid van de toekomstige gasinfrastructuur met de doelstellingen voor het koolstofarm maken van de economie nader te beoordelen. Te analyseren of de olie-infrastructuur (met name de opslag van olie) toereikend is in het licht van de verwachte daling van de vraag naar olie en de transitie naar alternatieven met een lagere koolstofuitstoot. |
|
12. |
Duidelijke doelstellingen en streefcijfers voor te stellen voor de vraagrespons, om de flexibiliteit van het energiesysteem te verbeteren, in het licht van een beoordeling van de flexibiliteitsbehoeften, en specifieke maatregelen te beschrijven om de integratie van het energiesysteem te vergemakkelijken in verband met artikel 20 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd. Meer concurrerende detailhandelsmarkten te ontwikkelen en de positie van de consument op de retailmarkt verder te versterken. |
|
13. |
De aanpak van energiearmoede verder te ontwikkelen door een beoordeling van de situatie van de momenteel getroffen huishoudens op te nemen en een specifieke meetbare reductiedoelstelling aan te geven, zoals vereist bij Verordening (EU) 2018/1999, rekening houdend met Aanbeveling (EU) 2023/2407. Aanvullende details te verstrekken over bestaande en potentiële maatregelen om energiearmoede aan te pakken, en over de specifieke financiële middelen vanuit het oogpunt van sociaal beleid (betaalbaarheid) en structurele energiemaatregelen. Toe te lichten hoe energie-efficiëntiemaatregelen in het kader van de verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie ter vermindering van energiearmoede naar verwachting worden ingezet, zoals vereist krachtens Verordening (EU) 2018/1999. |
|
14. |
De nationale doelstellingen op het gebied van onderzoek, innovatie en concurrentievermogen voor de uitrol van schone technologieën nader te verduidelijken, waarbij een traject voor 2030 en 2050 wordt vastgesteld om de decarbonisatie van de industrie en de transitie van ondernemingen naar nettonul en een circulaire economie te ondersteunen. Beleidslijnen en maatregelen voor te stellen om de ontwikkeling van nettonulprojecten te bevorderen, met inbegrip van projecten die van belang zijn voor energie-intensieve industrieën. Een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader voor vergunningsprocedures voor te stellen, evenals de manier waarop de toegang tot nationale financiering waar nodig wordt vereenvoudigd. Nadere beleidslijnen en maatregelen te bieden voor de digitalisering van het energiesysteem, de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van schone energie, en voor het faciliteren van open handel voor veerkrachtige en duurzame toeleveringsketens van belangrijke nettonulcomponenten en -apparatuur. |
|
15. |
De hervormingen en maatregelen te beschrijven om de particuliere investeringen te activeren die nodig zijn om de energie- en klimaatdoelstellingen te behalen. Een alomvattend en consistent overzicht te geven van de publieke en private investeringsbehoeften per sector en geaggregeerd om de analyse van investeringsbehoeften te verbeteren en aan te vullen. Een top-downbenadering voor de hele economie aan te vullen met een projectspecifieke beoordeling van onderop. Een uitsplitsing van de totale investeringsbehoeften toe te voegen met aanvullende informatie over de nationale, regionale en EU-financieringsbronnen en particuliere financieringsbronnen die moeten worden geactiveerd. Een korte beschrijving toe te voegen van de soort financiële steunregeling die is geselecteerd voor de uitvoering van de beleidslijnen en maatregelen die uit de overheidsbegroting worden gefinancierd, en het gebruik van gemengde financiële instrumenten waarbij gebruik wordt gemaakt van subsidies, leningen, technische bijstand en overheidsgaranties, met inbegrip van de rol van nationale stimuleringsbanken in de respectieve regelingen en/of de wijze waarop particuliere financiering wordt geactiveerd. Acht te slaan op het kosteneffectief genereren van overdrachten naar andere lidstaten met de verordening inzake de verdeling van de inspanningen als financieringsbron. Een grondige beoordeling van de macro-economische gevolgen van de geplande beleidslijnen en maatregelen te verstrekken. |
|
16. |
Nader toe te lichten hoe en wanneer Cyprus voornemens is de resterende subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen. |
|
17. |
Nadere inlichtingen te verstrekken over de gevolgen op sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid en vaardigheden, of andere verdelingseffecten, van de klimaat- en energietransitie, en over de geplande doelstellingen, beleidslijnen en maatregelen ter ondersteuning van een rechtvaardige transitie. De vorm van de steun, het effect van de initiatieven, de doelgroepen en de toegewezen middelen te specificeren, met inachtneming van de aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (21). Te zorgen voor afstemming tussen de tijdlijn voor de afbouw van fossiele brandstoffen, zoals uiteengezet in het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie, en het definitieve geactualiseerde nationale energie- en klimaatplan, met name met betrekking tot de centrale voor zware brandstoffen in Dhekelia. Voor zover mogelijk meer elementen op te nemen om een passende analytische basis te bieden voor de voorbereiding van een toekomstig sociaal klimaatplan, overeenkomstig Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad (22), met inbegrip van aanwijzingen over de wijze waarop de uitdagingen en de sociale gevolgen voor de kwetsbaarsten van het emissiehandelssysteem voor de verbranding van brandstoffen in gebouwen, het wegvervoer en andere sectoren moeten worden beoordeeld, en om potentiële begunstigden en een toepasselijk beleidskader in kaart te brengen. Toe te lichten hoe het in het nationale energie- en klimaatplan vastgestelde beleidskader zal bijdragen tot de voorbereiding van het sociale klimaatplan van Cyprus en hoe de samenhang tussen de twee plannen wordt gewaarborgd. |
|
18. |
Te zorgen voor inclusieve inspraak van het publiek binnen een redelijke termijn en voor brede participatie van lokale autoriteiten en het maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding van het plan. Een duidelijk overzicht te geven van de wijze waarop alle betrokken autoriteiten, burgers en belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners, middels het raadplegingsproces ruimschoots kunnen participeren bij de voorbereiding van zowel het ontwerp als het definitieve geactualiseerde plan. Een samenvatting te geven van de standpunten van de verschillende partijen alsmede een samenvatting van de wijze waarop de tijdens de raadplegingen geuite standpunten in het plan zijn geïntegreerd. |
|
19. |
De regionale samenwerking te versterken en te beschrijven, met name, hoe Cyprus voornemens is uiterlijk 2025 een kader voor samenwerking met andere lidstaten tot stand te brengen overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd. |
BETREFFENDE DE SAMENHANG VAN NATIONALE MAATREGELEN MET DE DOELSTELLING INZAKE KLIMAATNEUTRALITEIT EN HET WAARBORGEN VAN VOORUITGANG OP HET GEBIED VAN AANPASSING AAN DE KLIMAATVERANDERING KRACHTENS VERORDENING (EU) 2021/1119
|
1. |
De inspanningen op het gebied van de mitigatie van de klimaatverandering op te voeren door tastbare vooruitgang te boeken met de bestaande en geplande beleidslijnen en aanvullende, urgente maatregelen te overwegen om de verwachte reducties en prognoses van de broeikasgasemissies in lijn te brengen met de doelstelling van klimaatneutraliteit. |
|
2. |
De ambitie en kwaliteit van de nationale langetermijnstrategie te actualiseren en te vergroten, door de langetermijndoelstelling van klimaatneutraliteit van Cyprus te verduidelijken en door de Cypriotische emissiereducties en de verbetering van de verwijderingsstreefcijfers in individuele sectoren te onderbouwen met geloofwaardige beleidslijnen en maatregelen. |
|
3. |
Relevante kwetsbaarheden en risico’s met betrekking tot de stijging van de zeespiegel, kusterosie en het binnendringen van zout water te beoordelen. Een passend rechtskader voor beleidslijnen en maatregelen inzake aanpassing aan de klimaatverandering op te stellen. Te zorgen voor een bestuursstructuur die een sterke planning, inzet van oplossingen, monitoring en evaluatie van de aanpassingen in alle sectoren, bevolkingsgroepen en bestuursniveaus kan ondersteunen. Overwegingen inzake klimaatbestendigheid meer op de voorgrond te plaatsen bij het gebruik van steun uit financieringsprogramma’s van de Unie, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid, financiële steun in het kader van het cohesiebeleid, en andere relevante fondsen van de Unie. De middelen moeten zo worden besteed dat ze de klimaatbestendigheid vergroten en de kwetsbaarheden niet vergroten (d.w.z. dat ze geen significante schade toebrengen aan de aanpassing). Ervoor te zorgen dat er publieke en private financieringsmechanismen voor aanpassingsmaatregelen voorhanden zijn en dat de begrotingsmiddelen in verhouding staan tot de investeringsbehoeften, met name in de prioritaire kwetsbare sectoren. |
|
4. |
Groepen belanghebbenden die bijzonder kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van het aanpassingsbeleid in Cyprus. Sociale partners en belanghebbenden uit de particuliere sector te betrekken bij het ontwerpen en uitvoeren van beleid en bij investeringen. De processen en resultaten van relevante raadplegingen te documenteren. Mechanismen op te zetten om ervoor te zorgen dat subnationaal beleid wordt voorbereid en dat dit regelmatig wordt herzien en bijgewerkt. |
|
5. |
Op de natuur gebaseerde oplossingen en op ecosystemen gebaseerde aanpassing te bevorderen in nationale strategieën, beleidsmaatregelen en plannen en te voorzien in investeringen voor de uitrol ervan. |
Gedaan te Brussel, 18 december 2023.
Voor de Commissie
Kadri SIMSON
Lid van de Commissie
(1) PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1.
(2) PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1.
(3) Mededeling van de Commissie betreffende richtsnoeren aan de lidstaten voor het actualiseren van de nationale energie- en klimaatplannen voor de periode 2021-2030 (PB C 495 van 29.12.2022, blz. 24).
(4) COM(2022) 230 final.
(5) SWD(2022) 604 final, SWD(2023) 613 final.
(6) COM(2022) 604 final, Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad; COM(2023) 613 final, Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad.
(7) Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/857 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/842 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en van Verordening (EU) 2018/1999 (PB L 111 van 26.4.2023, blz. 1).
(8) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
(9) Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/839 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/841 wat betreft het toepassingsgebied, vereenvoudiging van de rapportage- en nalevingsvoorschriften, en vaststelling van de streefcijfers voor de lidstaten voor 2030, en van Verordening (EU) 2018/1999 wat betreft verbetering van monitoring, rapportage, het volgen van de vooruitgang en beoordeling (PB L 107 van 21.4.2023, blz. 1).
(10) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82), zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj).
(11) Mededeling “Europees actieplan voor windenergie”, COM(2023) 669 final van 24.10.2023 en Mededeling “De ambities van de EU voor hernieuwbare offshore-energie waarmaken”, COM(2023) 668 final.
(12) Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking) (PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1).
(13) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Gas besparen voor een veilige winter”, (COM(2022) 360 final).
(14) Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 1).
(15) Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1).
(16) Aanbeveling van de Commissie van 14 maart 2023 inzake energieopslag — ter ondersteuning van een koolstofvrij en veilig energiesysteem in de EU (PB C 103 van 20.3.2023, blz. 1).
(17) Aanbeveling (EU) 2023/2407 van de Commissie van 20 oktober 2023 over energiearmoede, (PB L, 2023/2407, 23.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2023/2407/oj).
(18) Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van 25 juni 1998 (het “Verdrag van Aarhus”).
(19) SWD(2023) 910 final.
(20) Voortgangsverslag over klimaatactie in de EU 2023, COM(2023) 653 final, en het werkdocument van de diensten van de Commissie — beoordeling van de vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering in de afzonderlijke lidstaten overeenkomstig de Europese klimaatwet, SWD(2023) 932 final.
(21) Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35).
(22) Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060 (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2024/623/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)