|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/606 |
7.3.2024 |
AANBEVELING (EU) 2024/606 VAN DE COMMISSIE
van 18 december 2023
over het ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan van Estland voor de periode 2021-2030 en over de samenhang van de Estse maatregelen met de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit en het waarborgen van vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering
(Slechts de tekst in de Estse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,
Gezien Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 14, lid 6,
Gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (2), en met name artikel 7, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
Aanbevelingen over het ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan van Estland voor de periode 2021-2030
|
(1) |
Estland heeft op 15 augustus 2023 zijn ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan ingediend. |
|
(2) |
In artikel 3 van en bijlage I bij Verordening (EU) 2018/1999 (“de governanceverordening”) wordt geregeld welke elementen in de geactualiseerde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen moeten worden opgenomen. De Commissie heeft in december 2022 de richtsnoeren aan de lidstaten voor het proces en de reikwijdte van het opstellen van de ontwerp- en definitieve versie van de geactualiseerde nationale energie- en klimaatplannen (3) vastgesteld. In de richtsnoeren zijn goede praktijken aangewezen en zijn de gevolgen van recente beleidstechnische, juridische en geopolitieke ontwikkelingen in het energie- en klimaatbeleid geschetst. |
|
(3) |
In samenhang met het REPowerEU-plan (4), en als onderdeel van de cycli 2022 en 2023 van het Europees Semester, heeft de Commissie een grote nadruk gelegd op energie- en klimaatgerelateerde hervormings- en investeringsbehoeften van de lidstaten om de veiligheid en de betaalbaarheid van energie te vergroten door middel van een snellere groene en billijke transitie. Dit vindt zijn weerslag in de landverslagen voor Estland van 2022 en 2023 (5) en de aanbevelingen van de Raad aan Estland (6). De lidstaten moeten bij hun definitieve geactualiseerde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen de recentste landspecifieke aanbevelingen in aanmerking nemen. |
|
(4) |
De aanbevelingen van de Commissie ten aanzien van de verwezenlijking van de nationale streefcijfers overeenkomstig de verordening inzake de verdeling van de inspanningen (7) zijn gebaseerd op de waarschijnlijkheid dat de lidstaten de streefcijfers voor 2030 zullen verwezenlijken, met inachtneming van de regels voor het gebruik van flexibiliteit krachtens die verordening. |
|
(5) |
De aanbevelingen van de Commissie inzake koolstofafvang, -gebruik en -opslag hebben tot doel een overzicht te bieden van de beoogde inzet van die technologieën op nationaal niveau, inclusief informatie over de voorgenomen jaarlijkse volumes CO2-opslag tot 2030, per CO2-bron die wordt afgevangen van installaties in de zin van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) of van andere bronnen, zoals biogene bronnen of directe afvang uit de lucht; over de voorgenomen CO2-transportinfrastructuur; en over de potentiële nationale CO2-opslagcapaciteit en het geïnjecteerde volume CO2 dat volgens de planning in 2030 beschikbaar is. |
|
(6) |
De aanbevelingen van de Commissie over de prestaties overeenkomstig Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad (de verordening landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw — de “LULUCF-verordening”) (9) gaan in op de naleving door de lidstaten van de “geen debet”-toezegging voor de periode 2021-2025 (periode 1) en de nationale streefcijfers voor de periode 2026-2030 (periode 2), met inachtneming van de in die verordening opgenomen regels inzake het gebruik van flexibiliteit. De aanbevelingen van de Commissie houden er tevens rekening mee dat in periode 1 overtollige emissies krachtens de LULUCF-verordening automatisch aan de verordening inzake de verdeling van de inspanningen worden overgedragen. |
|
(7) |
Om de aanpassing aan de klimaatverandering de verwezenlijking van de energie- en klimaatmitigatiedoelstellingen naar behoren te laten ondersteunen, is het van essentieel belang de potentiële gevaren van de klimaatverandering in kaart te brengen en een onderzoek te doen naar de klimaatkwetsbaarheden en -risico’s die op de betrokken gebieden, bevolkingsgroepen en sectoren van invloed kunnen zijn. In de aanbevelingen over aanpassing aan de klimaatverandering van de Commissie wordt beschouwd in hoeverre Estland in zijn geactualiseerd nationaal energie- en klimaatplan aanpassingsdoelstellingen heeft geïntegreerd die rekening houden met de klimaatrisico’s die zouden kunnen verhinderen dat Estland zijn doelstellingen en streefcijfers van de energie-unie verwezenlijkt. Zonder specifieke geplande en uitgevoerde aanpassingsbeleidslijnen en -maatregelen loopt de verwezenlijking van de doelstellingen van de dimensies van de energie-unie gevaar. |
|
(8) |
De aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de ambitie op het gebied van hernieuwbare energie zijn gebaseerd op de formule in bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1999, op basis van objectieve criteria; en op de belangrijkste beleidslijnen en maatregelen die in het Estse ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan ontbreken voor de tijdige en kosteneffectieve verwezenlijking van de Estse nationale bijdrage aan het bindende streefcijfer van de Unie voor hernieuwbare energie voor 2030 van ten minste 42,5 %, met het streven dit collectief tot 45 % te verhogen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (10) ter bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen. De aanbevelingen van de Commissie zijn verder gebaseerd op de bijdrage van Estland aan de specifieke streefcijfers in de artikelen 15 bis, 22 bis, 23, 24 en 25 van die richtlijn en de bijbehorende beleidslijnen en maatregelen om die snel om te zetten en uit te voeren. De aanbevelingen laten tevens zien hoe belangrijk het is een alomvattende langetermijnplanning voor het gebruik van hernieuwbare energie, met name windenergie, te ontwikkelen om de Europese productie-industrie en netwerkexploitanten beter zichtbaar te maken, conform het pakket Europese windenergie (11). |
|
(9) |
De aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de nationale bijdrage aan energie-efficiëntie zijn gebaseerd op artikel 4 van Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad (12) betreffende energie-efficiëntie, en op de formule in bijlage I bij die richtlijn, en de bijbehorende beleidslijnen en maatregelen voor de uitvoering daarvan. |
|
(10) |
In de aanbevelingen van de Commissie wordt bijzondere aandacht besteed aan de streefcijfers, de doelstellingen en de bijdragen en de daarmee verband houdende beleidslijnen en maatregelen om het REPowerEU-plan te verwezenlijken, teneinde de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen snel af te bouwen. De aanbevelingen houden rekening met de lessen die zijn getrokken uit de uitvoering van het pakket “Gas besparen voor een veilige winter” (13). De aanbevelingen weerspiegelen de noodzaak om het energiesysteem veerkrachtiger te maken in het licht van de verplichtingen krachtens Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad (14) betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad (15) betreffende de veiligstelling van de gasleveringszekerheid, en conform de aanbeveling van de Commissie inzake energieopslag (16). |
|
(11) |
In de aanbevelingen van de Commissie wordt rekening gehouden met de noodzaak om de integratie van de interne energiemarkt te versnellen teneinde de rol van flexibiliteit te versterken en consumenten meer macht te geven en te beschermen. In de aanbevelingen van de Commissie wordt ook overwogen dat het van belang is om na te gaan hoeveel huishoudens met energiearmoede kampen overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) 2018/1999 en Aanbeveling (EU) 2023/2407 van de Commissie (17). |
|
(12) |
De aanbevelingen van de Commissie weerspiegelen het belang van voldoende investeringen in onderzoek en innovatie op het gebied van schone energie om hun ontwikkeling en de productiecapaciteit te stimuleren, met inbegrip van passende beleidslijnen en maatregelen voor energie-intensieve industrieën en andere ondernemingen, en de noodzaak om werknemers bij te scholen voor een nettonulindustrie teneinde een sterke, concurrerende en schone economie binnen de Unie te consolideren. |
|
(13) |
De aanbevelingen van de Commissie bouwen voort op de verbintenissen in het kader van de Overeenkomst van Parijs om het gebruik van fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen, en op het belang om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen. |
|
(14) |
De aanbeveling van de Commissie inzake investeringsbehoeften is in lijn met de beoordeling door de Commissie van de vraag of het ontwerp van geactualiseerd plan een algemeen overzicht biedt van de investeringsbehoeften om de doelstellingen, streefcijfers en bijdragen voor alle dimensies van de energie-unie te verwezenlijken; ze geeft de financieringsbronnen aan, met een onderscheid tussen particuliere en publieke bronnen; ze schetst investeringen in overeenstemming met het Estse herstel- en veerkrachtplan, het Estse territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie en de landspecifieke aanbevelingen voor 2022-2023 die in het kader van het Europees Semester zijn gedaan; en ze omvat een robuuste macro-economische beoordeling van de geplande beleidslijnen en maatregelen. Het geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan (NECP) moet de transparantie en de voorspelbaarheid van nationale beleidslijnen en maatregelen waarborgen, ter ondersteuning van de investeringszekerheid. |
|
(15) |
De aanbevelingen van de Commissie weerspiegelen het cruciale belang van een brede regionale raadpleging en vroegtijdige en inclusieve raadpleging over het plan, met effectieve inspraak van het publiek dat over voldoende informatie en tijd beschikt, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus (18). |
|
(16) |
De aanbevelingen van de Commissie over een rechtvaardige transitie weerspiegelen de beoordeling van de vraag of het Estse plan de toepasselijke sociale, werkgelegenheids- en vaardigheidseffecten van de klimaat- en energietransitie in voldoende mate in beeld brengt, en schetsen passende flankerende beleidslijnen en maatregelen om een rechtvaardige transitie te bevorderen en tot de bevordering van mensenrechten en gendergelijkheid bij te dragen. |
|
(17) |
De aanbevelingen van de Commissie aan Estland worden geschraagd door de beoordeling van het ontwerp van geactualiseerd geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan (19), dat tegelijk met deze aanbeveling wordt gepubliceerd. |
|
(18) |
Estland moet terdege rekening houden met deze aanbevelingen bij het opstellen van zijn definitieve geactualiseerde geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan, dat uiterlijk 30 juni 2024 moet worden ingediend. |
Aanbevelingen inzake de samenhang met de Uniedoelstelling inzake klimaatneutraliteit en met het waarborgen van vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering
|
(19) |
Krachtens Verordening (EU) 2021/1119 (“de Europese klimaatwet”) moet de Commissie beoordelen of de nationale maatregelen verenigbaar zijn met de doelstelling inzake klimaatneutraliteit en met het waarborgen van vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering. De Commissie heeft de verenigbaarheid van de Estse maatregelen met deze doelstellingen beoordeeld (20). De onderstaande aanbevelingen zijn op die beoordeling gebaseerd. Estland moet terdege rekening houden met deze aanbevelingen en daaraan gevolg geven overeenkomstig de Europese klimaatwet. |
|
(20) |
Hoewel de netto-uitstoot van broeikasgassen (met inbegrip van die uit landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw (LULUCF) en zonder die uit internationaal vervoer) over het algemeen een gestage dalende trend vertoont en in grote lijnen in overeenstemming is met het lineaire traject voor het behalen van de klimaatdoelstelling van de Unie voor 2030 van -55 % en de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit voor 2050, moet het tempo van de emissiereductie omhoog en is het essentieel dat de lidstaten actie ondernemen. De vorderingen verschillen van lidstaat tot lidstaat en er zijn verschillende sectorale uitdagingen en zwakke punten die onverwijld moeten worden aangepakt. Uit de beoordeling op basis van de beschikbare informatie blijkt dat de vooruitgang in de richting van de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit voor Estland ontoereikend lijkt. Betrouwbare langetermijnstrategieën zijn de hoeksteen voor de verwezenlijking van de economische transformatie die nodig is om de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit te verwezenlijken. |
|
(21) |
Een degelijke risicobeoordeling is een voorwaarde voor een strategisch en goed gekalibreerd aanpassingsbeleid. Deze moet voortbouwen op de meest recente klimaatwetenschap en de resultaten van stresstests, evenals regelmatig worden bijgewerkt om de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, infrastructuren en sectoren voor klimaatverandering in kaart te brengen. Er zijn krachtige aanpassingsstrategieën en -plannen nodig om de maatschappelijke, politieke en economische paraatheid gestaag te bevorderen in overeenstemming met de Europese klimaatwet en om de klimaateffecten het hoofd te bieden. Om de lidstaten bij te staan bij de actualisering en de uitvoering van omvattende aanpassingsstrategieën, -plannen en -beleidslijnen heeft de Commissie in juli 2023 richtsnoeren vastgesteld (21). Monitoring en evaluatie van aanpassingsinspanningen zijn noodzakelijk om de verantwoordingsplicht in stand te houden en het aanpassingsbeleid te verbeteren. |
|
(22) |
Het systemische vermogen om zich aan de klimaatverandering aan te passen is een belangrijk kenmerk om potentiële schade te voorkomen of te matigen, kansen te benutten en de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. De fysieke gevolgen van de klimaatverandering evolueren sneller dan verwacht. Vooruitgang op het gebied van aanpassingsvermogen is nodig op alle niveaus van de overheid, en in de publieke en de particuliere sector, en vereist een groter bewustzijn van kwetsbaarheden en risico’s. Het lokale niveau beschikt over bevoegdheden die meer in het algemeen van invloed kunnen zijn op de klimaatbestendigheid. De voorbereiding en uitvoering van subnationaal aanpassingsbeleid is van groot belang, |
BEVEELT ESTLAND HIERBIJ AAN ACTIE TE ONDERNEMEN OM:
BETREFFENDE HET ONTWERP VAN GEACTUALISEERD NATIONAAL ENERGIE- EN KLIMAATPLAN KRACHTENS VERORDENING (EU) 2018/1999
|
1. |
Kostenefficiënte aanvullende beleidslijnen en maatregelen vast te stellen, met name in de landbouwsector en voor niet-CO2-emissies, met inbegrip van methaan, N2O en F-gassen uit industriële processen en productgebruik, landbouw en afvalbeheer, ter overbrugging van de verwachte kloof van 12,6 procentpunten om de nationale broeikasgasdoelstelling van -24 % in 2030 ten opzichte van de niveaus van 2005 te behalen overeenkomstig de verordening inzake de verdeling van de inspanningen. Geactualiseerde prognoses te verstrekken om aan te tonen hoe de doelstelling door het bestaande en geplande beleid wordt behaald, en zo nodig uiteen te zetten hoe de in het kader van de verordening inzake de verdeling van de inspanningen beschikbare flexibiliteit wordt ingezet om naleving te waarborgen. Aanvullende informatie over de beleidslijnen en maatregelen te verstrekken, waarbij hun toepassingsgebied, tijdschema en, waar mogelijk, verwachte effect van de broeikasgasemissiereductie duidelijk wordt uiteengezet, ook voor maatregelen in het kader van financieringsprogramma’s van de Unie zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid. |
|
2. |
De hoeveelheid CO2-emissies in kaart te brengen die jaarlijks tot 2030 kunnen worden afgevangen, met inbegrip van de bron. Aanvullende details te verstrekken over de wijze waarop afgevangen CO2 zal worden vervoerd. De totale CO2-opslagcapaciteit en het beschikbare geïnjecteerde volume tegen 2030 te identificeren. |
|
3. |
Een concreet traject uit te stippelen met het oog op de verwezenlijking van de nationale LULUCF-doelstelling zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/841. Aanvullende maatregelen in de LULUCF-sector op te nemen, met name over de bevordering van duurzaam bosbeheer op aangetaste/niet-beheerde bosgrond en het herstel en de winning van veengebieden, waarin hun verwachte effecten worden gekwantificeerd om te verzekeren dat broeikasgasverwijderingen in deze sector effectief zijn afgestemd op de “geen debet”-toezegging voor 2025, het Europese streefcijfer voor nettoverwijdering tegen 2030 van -310 Mt CO2eq en het specifieke Estse streefcijfer voor verwijdering van -434 kt CO2eq zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/841. Duidelijke inlichtingen te verstrekken over de wijze waarop overheidsmiddelen (zowel Uniemiddelen, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, als staatssteun) en particuliere financiering via koolstoflandbouwregelingen consequent en doeltreffend worden gebruikt om het nationale streefcijfer voor nettoverwijdering te behalen. Inlichtingen te verstrekken over de stand van zaken en de te boeken vooruitgang bij het waarborgen van de verbeteringen tot hogere niveaus/specifieke geografische data voor toezicht, rapportage en controle (MRV), overeenkomstig deel 3 van bijlage V bij Verordening (EU) 2018/1999. |
|
4. |
Een nadere analyse te verstrekken van de relevante klimaatkwetsbaarheden en -risico’s met betrekking tot de verwezenlijking van nationale doelstellingen, streefcijfers en bijdragen, en de beleidslijnen en maatregelen binnen de verschillende dimensies van de energie-unie. Het verband met de specifieke doelstellingen en beleidsmaatregelen van de energie-unie die door de beleidslijnen en maatregelen voor de aanpassing moeten worden ondersteund, beter uiteen te zetten en te kwantificeren. Nadere aanpassingsbeleidslijnen en -maatregelen met een voldoende mate van detail vast te stellen om de verwezenlijking door Estland van de nationale doelstellingen, streefcijfers en bijdragen in het kader van de energie-unie te ondersteunen. |
|
5. |
Geraamde trajecten en een langetermijnplan te bieden voor de uitrol van hernieuwbare-energietechnologieën voor de komende tien jaar, met vooruitzichten voor 2040. Een indicatief streefcijfer voor innovatieve hernieuwbare-energietechnologieën tegen 2030 op te nemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd. Specifieke streefcijfers op te nemen om bij te dragen aan de indicatieve substreefcijfers voor gebouwen en de industrie voor 2030 en het bindende substreefcijfer voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO) in de industrie tegen 2030 in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd. Een indicatief streefcijfer voor stadsverwarming en -koeling voor de periode 2021-2030 op te nemen. Te specificeren welk streefcijfer Estland beoogt te behalen in de vervoerssector middels een verplichting voor brandstofleveranciers, onder meer via een substreefcijfer voor geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO), met de waarborg dat het minimumniveau voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in 2030 in stand blijft. |
|
6. |
Verder te werken aan de ontwikkeling van gedetailleerde en gekwantificeerde beleidslijnen en maatregelen zodat de nationale bijdrage van Estland aan het bindende streefcijfer van de EU voor hernieuwbare energie voor 2030 van ten minste 42,5 % tijdig en kosteneffectief kan worden verwezenlijkt, met het streven dit collectief tot 45 % te verhogen. Met name te beschrijven hoe het land ernaar streeft om de uitrol van hernieuwbare energieën te versnellen via aanvullende maatregelen inzake garanties van oorsprong en een faciliterend kader ter bevordering van het eigen verbruik en energiegemeenschappen. Nader toe te lichten hoe het land ernaar streeft een faciliterend kader te ontwikkelen voor een snellere integratie tussen het elektriciteits- en het verwarmings- en koelingsnetwerk. Te beschrijven hoe het land de opzet van de verplichting voor brandstofleveranciers in de vervoerssector en vergelijkbare maatregelen ter bevordering van waterstof in de industrie beoogt te bestrijken en de EU voor te bereiden op de handel in hernieuwbare waterstof. |
|
7. |
Een beoordeling op te nemen van de binnenlandse voorziening van bosbiomassa voor energiedoeleinden in de periode 2021-2030 overeenkomstig de aangescherpte duurzaamheidscriteria van artikel 29 van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd. Een beoordeling op te nemen van de verenigbaarheid van het geplande gebruik van bosbiomassa voor energieproductie met de verplichtingen van Estland krachtens de herziene LULUCF-verordening, zoals gewijzigd, met name voor de periode 2026-2030, samen met nationale maatregelen en beleidslijnen om die verenigbaarheid te waarborgen. Nadere maatregelen op te nemen ter bevordering van de duurzame productie van biomethaan in het licht van het potentieel voor en de productie van duurzaam biogas/biomethaan in Estland, het profiel van het aardgasverbruik en de bestaande infrastructuur, het gebruik van digestaat en biogene CO2-toepassingen. |
|
8. |
Voor zover mogelijk een tijdschema te verstrekken voor de stappen tot vaststelling van wetgevende en niet-wetgevende beleidslijnen en maatregelen tot omzetting en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd, met name voor de in de vorige punten genoemde maatregelen. |
|
9. |
Een nationale energie-efficiëntiebijdrage voor primair energieverbruik op te nemen in het indicatieve streefcijfer voor primair energieverbruik van de EU overeenkomstig artikel 4 van en bijlage I bij Richtlijn (EU) 2023/1791. Op te nemen hoeveel energie de overheidsinstanties minder moeten verbruiken, uitgesplitst per sector, en de hoeveelheid cumulatieve energiebesparingen die moeten worden gerealiseerd in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2030, alsmede, in voorkomend geval, een toelichting over de wijze waarop het jaarlijkse besparingspercentage en de berekeningsgrondslag zijn vastgesteld. |
|
10. |
Volledige beleidslijnen en maatregelen vast te stellen om de nationale bijdragen aan energie-efficiëntie te verwezenlijken en met name hoe het energie-efficiëntie-eerstbeginsel zal worden uitgevoerd. Maatregelen voor energiebesparing vast te stellen om ervoor te zorgen dat de vereiste hoeveelheid cumulatieve besparingen op het eindverbruik van energie tegen 2030 wordt bereikt. Robuuste financieringsprogramma’s voor energie-efficiëntie en financiële steunregelingen te specificeren die particuliere investeringen en aanvullende medefinanciering kunnen activeren. |
|
11. |
Geactualiseerde ambities op te nemen om te zorgen voor een zeer energie-efficiënt en koolstofvrij nationaal gebouwenbestand en om bestaande gebouwen tegen 2050 om te vormen tot emissievrije gebouwen, met inbegrip van tussentijdse mijlpalen voor 2030 en 2040, en een vergelijking met de meest recente langetermijnrenovatiestrategie. Meer informatie op te nemen over beleidslijnen en maatregelen voor de uitvoering van een samenhangende langetermijnrenovatiestrategie waarbij specifiek grondige renovatie wordt aangepakt, met bijzondere aandacht voor de slechtst presterende gebouwen en kwetsbare consumenten, decarbonisatie van verwarming en installatie van hernieuwbare energieën in gebouwen, en hun verwachte impact op de energiebesparingen te verstrekken, samen met financiering en investeringen. |
|
12. |
Nader toe te lichten hoe Estland de energiezekerheidsdimensie aanzienlijk zal versterken, met name door concrete maatregelen vast te stellen voor het diversifiëren van energiebronnen en het verder stimuleren dat de vraag naar gas vermindert tegen 2030. De veerkracht van het energiesysteem te versterken, met name door een doelstelling voor de uitrol van energieopslag vast te stellen. Geplande beleidslijnen en maatregelen te specificeren in het licht van de mogelijke toekomstige rol van kernenergie in de Estse energiemix, daarbij ook rekening houdend met de diversificatie en langetermijnvoorziening van kernmateriaal, -brandstof, -reserveonderdelen en -diensten in geval van de bouw van nieuwe kerncentrales en het langetermijnbeheer van kernafval. Plannen te verduidelijken voor het vastleggen van het relevante nationale juridische, regelgevende en administratieve kader en het verbeteren van de capaciteit van de instantie voor nucleaire veiligheid om te voldoen aan de ambitie van een mogelijk kernenergieprogramma. Te analyseren of de olie-infrastructuur (olievoorraden) toereikend is in het licht van de verwachte daling van de vraag naar olie en de overgang naar alternatieven met een lagere koolstofuitstoot. |
|
13. |
Duidelijke doelstellingen en streefcijfers voor te stellen voor vraagrespons ter verbetering van de flexibiliteit van het energiesysteem, die worden geschraagd door een evaluatie van de flexibiliteitsbehoeften, en specifieke maatregelen te beschrijven om de integratie van het energiesysteem te vergemakkelijken in samenhang met artikel 20 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/2413. Meer concurrerende retailmarkten te ontwikkelen en de positie van de consument op de retailmarkt verder te versterken. |
|
14. |
De aanpak van energiearmoede verder te ontwikkelen door een specifieke meetbare reductiedoelstelling op te nemen zoals vereist krachtens Verordening (EU) 2018/1999 met inachtneming van Aanbeveling (EU) 2023/2407. Aanvullende details te verstrekken over bestaande en potentiële maatregelen om energiearmoede aan te pakken, en over de specifieke financiële middelen vanuit het oogpunt van sociaal beleid (betaalbaarheid) en structurele energiemaatregelen. Nader toe te lichten hoe energie-efficiëntiemaatregelen in het kader van de verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie ter vermindering van energiearmoede naar verwachting worden ingezet, zoals vereist krachtens Verordening (EU) 2018/1999. |
|
15. |
De nationale doelstellingen op het gebied van onderzoek, innovatie en concurrentievermogen voor de uitrol van schone technologieën nader te verduidelijken, waarbij een traject voor 2030 en 2050 wordt vastgesteld om de decarbonisatie van de industrie te ondersteunen en de transitie van ondernemingen naar een nettonul- en circulaire economie te bevorderen. Beleidslijnen en maatregelen voor te stellen ter bevordering van de ontwikkeling van nettonulprojecten, met inbegrip van projecten die van belang zijn voor energie-intensieve industrieën. Een voorspelbaar en vereenvoudigd regelgevingskader voor vergunningsprocedures voor te stellen, evenals de manier waarop de toegang tot nationale financiering waar nodig wordt vereenvoudigd. Nadere beleidslijnen en maatregelen te bieden voor de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van schone energie en voor het faciliteren van open handel voor veerkrachtige en duurzame toeleveringsketens van belangrijke nettonulcomponenten en -apparatuur. |
|
16. |
De hervormingen en maatregelen te beschrijven om de particuliere investeringen te activeren die nodig zijn om de energie- en klimaatdoelstellingen te behalen. Een alomvattend en consistent overzicht te geven van de publieke en private investeringsbehoeften, in totaal en per sector. Een top-downbenadering voor de hele economie aan te vullen met een bottom-up projectspecifieke beoordeling. Een uitsplitsing van de totale investeringsbehoeften toe te voegen met aanvullende informatie over de nationale, regionale en EU-financieringsbronnen alsook particuliere financieringsbronnen die moeten worden geactiveerd. Een korte beschrijving toe te voegen van het soort financiële steunregelingen dat is geselecteerd voor de uitvoering van de beleidslijnen en maatregelen die uit de overheidsbegroting worden gefinancierd, en het gebruik van gemengde financiële instrumenten waarbij gebruik wordt gemaakt van subsidies, leningen, technische bijstand en overheidsgaranties, met inbegrip van de rol van nationale stimuleringsbanken in de respectieve regelingen en/of de wijze waarop particuliere financiering wordt geactiveerd. De kosteneffectieve overdracht aan andere lidstaten overeenkomstig de verordening inzake de verdeling van de inspanningen als financieringsbron in aanmerking te nemen. Een grondige beoordeling van de macro-economische gevolgen van de geplande beleidslijnen en maatregelen te verstrekken. |
|
17. |
Te schetsen hoe de beleidslijnen en maatregelen in het geactualiseerde plan overeenkomen met het nationale herstel- en veerkrachtplan van Estland, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk. |
|
18. |
Toe te lichten hoe en wanneer Estland voornemens is de subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te bouwen. In detail toe te lichten hoe Estland van plan is vaste fossiele brandstoffen voor elektriciteitsopwekking geleidelijk af te bouwen door de gerelateerde toezeggingen en maatregelen te verduidelijken. |
|
19. |
Gedetailleerde inlichtingen te verstrekken over de gevolgen op sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid en vaardigheden, of andere verdelingseffecten, van de klimaat- en energietransitie, en over de geplande doelstellingen, beleidslijnen en maatregelen ter ondersteuning van een rechtvaardige transitie. De vorm van de steun, het effect van de initiatieven, de doelgroepen en de toegewezen middelen te specificeren, met inachtneming van de aanbeveling van de Raad inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (22). Te zorgen voor afstemming tussen het tijdschema voor de uitfasering van olieschalie zoals uiteengezet in het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie en het definitieve geactualiseerde geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan. Voor zover mogelijk meer elementen op te nemen om een passende analytische basis te bieden voor de voorbereiding van een toekomstig sociaal klimaatplan, overeenkomstig Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad (23), met inbegrip van aanwijzingen over de wijze waarop de uitdagingen en de sociale gevolgen voor de meest kwetsbaren van het emissiehandelssysteem voor de verbranding van brandstoffen in gebouwen, het wegvervoer en andere sectoren moeten worden beoordeeld, en om potentiële begunstigden en een toepasselijk beleidskader in kaart te brengen. Toe te lichten hoe het in het geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan vastgestelde beleidskader zal bijdragen tot de voorbereiding van het sociaal klimaatplan van Estland en hoe de samenhang tussen de twee plannen wordt gewaarborgd. |
|
20. |
Een duidelijk en gedetailleerder overzicht te geven van de wijze waarop het raadplegingsproces de deelname van alle relevante autoriteiten, burgers en belanghebbenden, waaronder de sociale partners, aan de voorbereiding van zowel de ontwerp- als de definitieve versie van het geactualiseerde plan, met inbegrip van informatie over het tijdschema en de duur van de verschillende raadplegingen, mogelijk heeft gemaakt. Een samenvatting te geven van de standpunten van de verschillende partijen alsmede een samenvatting van de wijze waarop de tijdens de raadplegingen geuite standpunten in het plan zijn geïntegreerd. |
|
21. |
De betrokkenheid van Estland bij regionale energie, met name het interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied (BEMIP-groep op hoog niveau), te blijven versterken om de regionale samenwerking met de buurlanden op alle gebieden die onder de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen vallen, te stimuleren. |
BETREFFENDE DE SAMENHANG VAN NATIONALE MAATREGELEN MET DE DOELSTELLING INZAKE KLIMAATNEUTRALITEIT EN HET WAARBORGEN VAN VOORUITGANG OP HET GEBIED VAN AANPASSING AAN DE KLIMAATVERANDERING KRACHTENS VERORDENING (EU) 2021/1119
|
1. |
De inspanningen ter beperking van de klimaatverandering op te voeren door tastbare vooruitgang te boeken met de bestaande en geplande beleidslijnen en aanvullende, dringende maatregelen te overwegen om de verwachte broeikasgasemissiereducties en -prognoses af te stemmen op de doelstelling inzake klimaatneutraliteit. Met name moeten inspanningen worden geleverd om de recente trend in de LULUCF-sector om te buigen. |
|
2. |
De doelstelling en de kwaliteit van de nationale langetermijnstrategie te actualiseren en te verhogen door de streefcijfers van Estland inzake emissiereductie en verbetering van de verwijderingen in afzonderlijke sectoren te onderbouwen met geloofwaardige beleidslijnen en maatregelen. |
|
3. |
Een alomvattende beoordeling van risico’s en kwetsbaarheden voor te bereiden. De nationale aanpassingsstrategie te actualiseren zodat overwegingen inzake aanpassing aan de klimaatverandering in belangrijke kwetsbare sectoren worden geïntegreerd en dat lacunes en belemmeringen voor aanpassing aan de klimaatverandering worden aangepakt. Ervoor te zorgen dat het aanpassingsbeleid systematisch en regelmatig wordt gemonitord en geëvalueerd, en dat de resultaten tot uiting komen in de daaruit voortvloeiende herziene opzet en uitvoering van het beleid. |
|
4. |
De coördinatie tussen de verschillende bestuursniveaus (nationaal/regionaal/lokaal) te verbeteren om planningsinstrumenten op elkaar af te stemmen en gecoördineerde interventies gericht op “systemische” transformatie te ondersteunen. Mechanismen in te stellen om ervoor te zorgen dat subnationale beleidslijnen worden voorbereid, en dat deze regelmatig worden herzien en geactualiseerd. |
Gedaan te Brussel, 18 december 2023.
Voor de Commissie
Kadri SIMSON
Lid van de Commissie
(1) PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1.
(2) PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1.
(3) Mededeling van de Commissie betreffende richtsnoeren aan de lidstaten voor het actualiseren van de nationale energie- en klimaatplannen voor de periode 2021-2030 (PB C 495 van 29.12.2022, blz. 24).
(4) COM(2022) 230 final.
(5) SWD(2022) 608 final, SWD(2023) 606 final.
(6) COM(2022) 608 final, Aanbeveling voor een Aanbeveling van de Raad; COM(2023) 606 final, Aanbeveling voor een Aanbeveling van de Raad.
(7) Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/857 van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/842 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en van Verordening (EU) 2018/1999 (PB L 111 van 26.4.2023, blz. 1).
(8) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).
(9) Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en -verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1), zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/839 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/841 wat betreft het toepassingsgebied, vereenvoudiging van de rapportage- en nalevingsvoorschriften, en vaststelling van de streefcijfers voor de lidstaten voor 2030, en van Verordening (EU) 2018/1999 wat betreft verbetering van monitoring, rapportage, het volgen van de vooruitgang en beoordeling (PB L 107 van 21.4.2023, blz. 1).
(10) Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82), zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj).
(11) Mededeling over het Actieplan voor Europese windenergie (COM(2023) 669 final van 24.10.2023) en Mededeling over het waarmaken van de ambitie van de EU voor hernieuwbare offshore-energie (COM(2023) 668 final).
(12) Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1).
(13) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, “Gas besparen voor een veilige winter” (COM(2022) 360 final).
(14) Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 1).
(15) Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010 (PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1).
(16) Aanbeveling van de Commissie van 14 maart 2023 inzake energieopslag — ter ondersteuning van een koolstofvrij en veilig energiesysteem in de EU (PB C 103 van 20.3.2023, blz. 1).
(17) Aanbeveling (EU) 2023/2407 van de Commissie van 20 oktober 2023 over energiearmoede (PB L 2023/2407, 23.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2023/2407/oj).
(18) Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van 25 juni 1998 (het “Verdrag van Aarhus”).
(19) SWD(2023) 912.
(20) Voortgangsverslag over klimaatactie in de EU 2023 (COM(2023) 653 final), en werkdocument van de diensten van de Commissie — beoordeling van de vooruitgang op het gebied van aanpassing aan de klimaatverandering in de afzonderlijke lidstaten overeenkomstig de Europese klimaatwet (SWD(2023) 932).
(21) Richtsnoeren voor de aanpassingsstrategieën en -plannen van de lidstaten (PB C 264 van 27.7.2023, blz. 1).
(22) Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35).
(23) Verordening (EU) 2023/955 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060 (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 1).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2024/606/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)