|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/576 |
14.2.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/576 VAN DE RAAD
van 12 februari 2024
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2024/577 van de Raad van 12 februari 2024 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 31 juli 2014 stelde de Raad Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren vast (2). |
|
(2) |
Verordening (EU) nr. 833/2014 geeft uitvoering aan bepaalde bij Besluit 2014/512/GBVB van de Raad (3) vastgestelde maatregelen. |
|
(3) |
Op 12 februari 2024 stelde de Raad Besluit (GBVB) 2024/577 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB vast. |
|
(4) |
Op 24 februari 2022 kondigde de president van de Russische Federatie een militaire operatie in Oekraïne aan, en begonnen de Russische strijdkrachten een niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanval op Oekraïne. Die militaire agressie is een flagrante schending van de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne, alsook een schending van het verbod op het gebruik van geweld, als verankerd in artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties (“het VN-Handvest”), dat een dwingende regel van het internationaal recht is, en de andere beginselen van het VN-Handvest. |
|
(5) |
In haar op 2 maart 2022 aangenomen Resolutie ES-11/1 betreurde de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, die in strijd is met artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties, in de krachtigste bewoordingen. In haar op 12 oktober 2022 aangenomen Resolutie ES-11/4 nam de Algemene Vergadering van de VN akte van de verklaring van de VN-secretaris-generaal van 29 september 2022, waarin hij memoreerde dat elke annexatie van het grondgebied van een staat door een andere staat als gevolg van de dreiging met of het gebruik van geweld een schending van de beginselen van het Handvest en van het internationaal recht vormt, en hij zijn veroordeling uitsprak over de organisatie door de Russische Federatie van illegale zogenaamde referenda in regio’s binnen de internationaal erkende grenzen van Oekraïne, en over de poging, na die zogenaamde referenda, tot illegale annexatie van de Oekraïense regio’s Donetsk, Cherson, Loehansk en Zaporizja. |
|
(6) |
In haar resolutie A/RES/ES-11/5 van 15 november 2022 sprak de Algemene Vergadering van de VN haar ernstige bezorgdheid uit over het verlies van mensenlevens, de ontheemding van burgers, de vernietiging van infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen, het verlies van openbare en particuliere eigendom en de economische calamiteit als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, en erkende zij dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor schendingen van het internationaal recht in of tegen Oekraïne, met inbegrip van haar agressie in strijd met het VN-Handvest, alsook voor schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, en dat zij de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationaal onrechtmatige handelingen, met inbegrip van het vergoeden van de schade die door dergelijke handelingen is veroorzaakt. |
|
(7) |
In haar resolutie A/ES-11/L.7 van 23 februari 2023 riep de Algemene Vergadering van de VN ook op tot volledige naleving door de partijen bij het gewapende conflict van hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal humanitair recht en tot onmiddellijke stopzetting van de aanvallen op de kritieke infrastructuur van Oekraïne en elke opzettelijke aanval op burgerdoelwitten, waaronder woningen, scholen en ziekenhuizen. |
|
(8) |
Het Internationaal Gerechtshof (IGH) stelde in zijn bindende beschikking van 16 maart 2022 betreffende de vaststelling van voorlopige maatregelen in de zaak betreffende beschuldigingen van genocide uit hoofde van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (Oekraïne tegen Russische Federatie) vast (in punt 60 van die beschikking) “dat Oekraïne een aannemelijk recht heeft om niet aan militaire operaties door de Russische Federatie te worden onderworpen”, en (in punt 74 van die beschikking) dat inbreuk op dat recht “onherstelbare schade kan veroorzaken”. Het IGH voegde daaraan toe dat elke militaire operatie, met name een operatie van de omvang die door de Russische Federatie op het grondgebied van Oekraïne wordt uitgevoerd, onvermijdelijk leidt tot verlies van mensenlevens, geestelijk en lichamelijk letsel, en materiële en milieuschade (4). Het IGH heeft de Russische Federatie opgedragen de militaire operaties die zij op 24 februari 2022 op het grondgebied van Oekraïne is begonnen, te staken. |
|
(9) |
In zijn conclusies van 14 en 15 december 2023 herhaalde de Europese Raad dat hij de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, die een onmiskenbare schending van het VN-Handvest vormt, met klem veroordeelt, en bevestigde hij de onverminderde steun van de Unie voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen, en voor het inherente recht van het land op zelfverdediging tegen de Russische agressie. |
|
(10) |
In overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid omvat deze steun ook bijstand aan bevolkingsgroepen, landen en regio’s die geconfronteerd worden met door de mens veroorzaakte rampen, zoals die waarmee Oekraïne en zijn bevolking hebben te kampen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog. |
|
(11) |
Gezien de ernst van de situatie en in reactie op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en zolang de illegale acties van de Russische Federatie een inbreuk blijven vormen op dwingende regels van het internationaal recht, waaronder met name het verbod op het gebruik van geweld dat is verankerd in artikel 2, lid 4, van het VN-Handvest, of van het internationaal humanitair recht, is het passend alle door de Unie opgelegde maatregelen te handhaven. Het is ook passend aanvullende uitzonderlijke maatregelen te nemen ter ondersteuning van Oekraïne en zijn herstel en wederopbouw, in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met name het consolideren en ondersteunen van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal humanitair recht, het bewaren van de vrede, het voorkomen van conflicten, het versterken van de internationale veiligheid en het beschermen van de burgerbevolking, en het verlenen van bijstand aan bevolkingsgroepen die geconfronteerd worden met door de mens veroorzaakte rampen. |
|
(12) |
De Raad stelde op 28 februari 2022 Besluit (GBVB) 2022/335 (5) tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB vast, dat voorziet in een verbod op transacties met betrekking tot het beheer van reserves en activa van de Russische Centrale Bank, met inbegrip van transacties met rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank. Op 9 maart 2022 stelde de Raad Besluit (GBVB) 2022/395 (6) vast om dat verbod op te nemen met betrekking tot het Russische Nationale Investeringsfonds. Het verbod is vastgesteld bij artikel 1 bis, lid 4, van Besluit 2014/512/GBVB en wordt ook weergegeven in artikel 5 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 833/2014. Als gevolg van dat verbod worden de betrokken activa die worden aangehouden bij financiële instellingen in de lidstaten “geblokkeerd”. |
|
(13) |
Zoals benadrukt in de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 26 en 27 oktober 2023, moet, in overleg met de partners, beslissende vooruitgang worden geboekt met de wijze waarop uitzonderlijke opbrengsten in handen van particuliere entiteiten die rechtstreeks voortkomen uit de geblokkeerde activa van Rusland kunnen worden bestemd voor het ondersteunen van Oekraïne en het herstel en de wederopbouw van het land, met inachtneming van de toepasselijke contractuele verplichtingen en overeenkomstig het Unie- en het internationaal recht. In zijn conclusies verzocht de Europese Raad de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) en de Commissie vaart te zetten achter de werkzaamheden ter zake, zodat er spoedig voorstellen kunnen worden ingediend. |
|
(14) |
Wat de coördinatie met de partners betreft, herhaalden de G-7-leiders in hun verklaring van 6 december 2023 dat beslissende vooruitgang nodig was om uitzonderlijke opbrengsten in handen van particuliere entiteiten die rechtstreeks voortkomen uit de geblokkeerde staatsactiva van Rusland te bestemmen voor het ondersteunen van Oekraïne, met inachtneming van de toepasselijke contractuele verplichtingen en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. |
|
(15) |
In dat verband heeft de Raad Besluit (GBVB) 2024/577 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB vastgesteld om bepaalde verduidelijkingen te verschaffen met betrekking tot het verbod op transacties in verband met het beheer van reserves en activa van de Russische Centrale Bank, alsook om verdere maatregelen in te voeren. |
|
(16) |
In Besluit (GBVB) 2024/577 wordt verduidelijkt dat transacties in het kader van het balansbeheer die verband houden met de activa en reserves van de Russische Centrale Bank, of die verband houden met de activa en reserves van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, niet vallen onder het transactieverbod dat sinds 28 februari 2022 van toepassing is. Transacties die in het kader van het balansbeheer nog mogen worden verricht, betreffen met name de herbelegging van kasmiddelen die ontstaan als gevolg van geblokkeerde coupon- of dividenduitkeringen en aflossingsbetalingen en aflopende deposito’s, in overeenstemming met een prudent investeringsbeleid en conform de toepasselijke wettelijke voorschriften. |
|
(17) |
Andere transacties, met name elke directe of indirecte overdracht aan of ten behoeve van de Russische Centrale Bank, met inbegrip van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, moeten verboden blijven. |
|
(18) |
Het verbod op dergelijke andere transacties leidt tot een uitzonderlijke en onverwachte accumulatie van kasmiddelen op de balans van centrale effectenbewaarinstellingen in de zin van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad (7), die een belangrijke positie innemen bij de afwikkeling en de centrale diensten voor het aanhouden van financiële instrumenten in de Unie. Die accumulatie is het gevolg van de blokkering van activa en reserves van de Russische Centrale Bank, of die van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, omdat betalingen van hoofdsom en rente, coupons, dividenden of andere inkomsten uit effecten aan de Russische Centrale Bank en die personen, entiteiten en lichamen verboden zijn. |
|
(19) |
Centrale effectenbewaarinstellingen bevinden zich in een specifieke situatie, die verschilt van die van andere financiële instellingen, omdat de kasmiddelen van of bij cliënten van centrale effectenbewaarinstellingen gewoonlijk vóór het einde van de dag uit de centrale effectenbewaarinstellingen worden overgedragen en geen vergoeding voor hun cliënten opleveren. Deze kasmiddelen die met betrekking tot de activa van de Russische Centrale Bank, of die van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, door centrale effectenbewaarinstellingen worden aangehouden en die als gevolg van beperkende maatregelen zijn ontstaan, moeten vervolgens prudent worden beheerd door de centrale effectenbewaarinstellingen. Dit leidt tot onverwachte en uitzonderlijke opbrengsten. |
|
(20) |
De onverwachte en uitzonderlijke opbrengsten die onder deze verordening vallen, hoeven volgens de toepasselijke regels zelfs na de stopzetting van het transactieverbod niet ter beschikking te worden gesteld van de Russische Centrale Bank. Zij vormen dus geen staatsactiva. De regels voor het beschermen van staatsactiva zijn derhalve niet van toepassing op deze opbrengsten. |
|
(21) |
Aangezien die onverwachte en uitzonderlijke opbrengsten noodzakelijkerwijs voortvloeien uit de uitvoering van de beperkende maatregelen, met name het verbod van artikel 1 bis, lid 4, van Besluit 2014/512/GBVB en artikel 5 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 833/2014, kunnen centrale effectenbewaarinstellingen bovendien niet verwachten daaruit een onrechtmatig en onbedoeld economisch voordeel te halen. Op basis van het legitieme oogmerk van het nastreven van de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, met name het consolideren en ondersteunen van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal humanitair recht, en het verlenen van bijstand aan bevolkingsgroepen die geconfronteerd worden met door de mens veroorzaakte rampen, is het derhalve passend en noodzakelijk ervoor te zorgen dat de onverwachte en uitzonderlijke winsten van centrale effectenbewaarinstellingen die ontstaan in de periode tussen de inwerkingtreding van deze verordening en het moment waarop de tijdelijke beperkende maatregelen betreffende activa en reserves van de Russische Centrale Bank worden stopgezet, ten goede komen aan Oekraïne. Daarnaast wordt met de maatregelen uit hoofde van deze verordening voorkomen dat de centrale effectenbewaarinstellingen buitensporig worden belast. De maatregelen zijn derhalve volledig in overeenstemming met de grondrechten en de fundamentele vrijheden die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten, met name in de artikelen 17 en 52, aangezien deze gerechtvaardigd zijn en in verhouding staan tot de nagestreefde doelstellingen. |
|
(22) |
Bij Besluit (GBVB) 2024/577 zijn derhalve aanvullende maatregelen met betrekking tot die onverwachte en uitzonderlijke opbrengsten en nettowinsten ingevoerd, met volledige inachtneming van het internationaal recht en het recht van de Unie. Die aanvullende maatregelen moeten in deze verordening worden opgenomen. Overeenkomstig het rechtszekerheidsbeginsel moeten die aanvullende maatregelen van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Het uiteindelijke doel van die aanvullende maatregelen moet zijn Oekraïne en zijn herstel en wederopbouw te ondersteunen, met name door middel van de door de Commissie voorgestelde toekomstige faciliteit voor Oekraïne (8), in overeenstemming met de doelstellingen van die faciliteit en Verordening (EU) nr. 833/2014, en conform het doel van de beperkende maatregelen en de doelstellingen van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, waaronder met name de doelstelling de vrede te bewaren, conflicten te voorkomen, de internationale veiligheid te versterken en de burgerbevolking te beschermen, en bijstand te verlenen aan bevolkingsgroepen, landen en regio’s die geconfronteerd worden met door de mens veroorzaakte rampen, zoals die waarmee Oekraïne en zijn bevolking te kampen hebben als gevolg van Ruslands aanvalsoorlog. |
|
(23) |
Het zou niet gerechtvaardigd zijn dergelijke aanvullende maatregelen op te leggen aan centrale effectenbewaarinstellingen die zeer geringe bedragen aan activa en reserves van de Russische Centrale Bank aanhouden, of die van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds. Gezien de zeer geringe bedragen die zouden kunnen worden geïnd, zou dit resulteren in een onevenredige administratieve last voor die centrale effectenbewaarinstellingen. De aanvullende maatregelen dienen derhalve alleen van toepassing te zijn op centrale effectenbewaarinstellingen die dergelijke reserves en activa met een totale waarde van meer dan 1 miljoen EUR aanhouden. |
|
(24) |
In een eerste fase moeten die centrale effectenbewaarinstellingen dergelijke uitzonderlijke kasmiddelen, die ontstaan als gevolg van de blokkering van activa en reserves van de Russische Centrale Bank, afzonderlijk van hun andere activiteiten verantwoorden en beheren, en moeten zij ook de gegenereerde opbrengsten gescheiden houden. |
|
(25) |
Het moet centrale effectenbewaarinstellingen ook worden verboden om hun daaruit voortvloeiende nettowinsten, zoals vastgesteld overeenkomstig het nationale recht na aftrek van de vennootschapsbelasting volgens de algemene regeling van de betrokken lidstaat te vervreemden, hetzij door uitkering in de vorm van dividenden, hetzij in welke vorm dan ook, ten gunste van aandeelhouders of van derden. Tot aan het in overweging 26 bedoelde besluit van de Raad, kan elke centrale effectenbewaarinstelling, gezien de risico’s en kosten met betrekking tot het aanhouden van de activa en reserves van de Russische Centrale Bank, haar toezichthoudende autoriteit erom verzoeken toestemming te verlenen voor de vrijgave van een deel van die nettowinsten om aan de wettelijke kapitaal- en risicobeheervereisten te kunnen voldoen. |
|
(26) |
In een tweede fase moet de Raad kunnen besluiten hoe die nettowinsten moeten worden aangewend om Oekraïne en het herstel en de wederopbouw van het land te ondersteunen, in overeenstemming met de toepasselijke contractuele verplichtingen, conform het Unierecht en het internationaal recht, en in overleg met de partners. In dat verband dient de Raad ook over het bedrag van die nettowinsten te besluiten dat centrale effectenbewaarinstellingen voorlopig moeten kunnen inhouden met het oog op de naleving van de wettelijke kapitaal- en risicobeheervereisten en gezien de risico’s en kosten met betrekking tot het aanhouden van de activa en reserves van de Russische Centrale Bank. Daartoe moeten de hoge vertegenwoordiger en de Commissie tijdig een voorstel indienen, ter begeleiding van de maatregelen van de Unie ter ondersteuning van Oekraïne. Bij de voorbereiding van dat voorstel worden de hoge vertegenwoordiger en de Commissie geacht de belanghebbenden, met name de Europese Centrale Bank, te raadplegen. |
|
(27) |
De centrale effectenbewaarinstellingen moeten jaarlijks aan de Commissie en hun nationale bevoegde autoriteiten verslag uitbrengen over het bedrag van de kasmiddelen en de nettowinsten die zijn ontstaan als gevolg van de blokkering van activa en reserves van de Russische Centrale Bank, of die van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, en het totale bedrag van de opbrengsten dat daardoor is gegenereerd. |
|
(28) |
De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om bij uitvoeringshandelingen verordeningen vast te stellen met specifieke modaliteiten ten aanzien van de rapportage die aan de centrale effectenbewaarinstellingen worden opgelegd. De Commissie moet daartoe de nationale bevoegde autoriteiten raadplegen. |
|
(29) |
Deze maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Derhalve is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk voor de uitvoering ervan, met name om te garanderen dat zij in alle lidstaten uniform worden toegepast. |
|
(30) |
Verordening (EU) nr. 833/2014 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 5 bis van Verordening(EU) nr. 833/2014 worden de volgende leden toegevoegd:
“7. Lid 4 is niet van toepassing op transacties in het kader van het balansbeheer die verband houden met activa en reserves van de Russische Centrale Bank, of die verband houden met activa en reserves van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de Russische Centrale Bank, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, die op of na 28 februari 2022 zijn verricht.
8. Met ingang van 15 februari 2024 en zolang de in lid 4 bedoelde beperkende maatregelen worden gehandhaafd, passen centrale effectenbewaarinstellingen in de zin van Verordening (EU) nr. 909/2014 die in lid 4 van dit artikel bedoelde activa en reserves met een totale waarde van meer dan 1 miljoen EUR aanhouden, de volgende regels toeten aanzien van accumulerende kasmiddelen die uitsluitend als gevolg van die beperkende maatregelen zijn ontstaan:
|
a) |
over die kasmiddelen wordt afzonderlijk gerapporteerd; |
|
b) |
opbrengsten die met ingang van 15 februari 2024voortvloeien uit of gegenereerd worden door de in punt a) bedoelde kasmiddelen, worden afzonderlijk geregistreerd in de financiële rekeningen van centrale effectenbewaarinstellingen; |
|
c) |
nettowinsten die met betrekking tot de in punt b) bedoelde opbrengsten worden bepaald overeenkomstig het nationale recht, onder meer door aftrek van alle kosten die verband houden met of voortvloeien uit het beheer van geblokkeerde activa en het beheer van risico’s in verband met geblokkeerde activa, en na aftrek van de vennootschapsbelasting volgens de algemene regeling van de betrokken lidstaat, mogen niet worden vervreemd door middel van uitkering in de vorm van dividenden of in welke vorm dan ook ten gunste van aandeelhouders of een derde partij totdat de Raad, op een op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie ingediend voorstel, een besluit neemt over een mogelijke invoering van een financiële bijdrage aan de begroting van de Unie die op die nettowinsten zal worden geïnd ter ondersteuning van Oekraïne en het herstel en de wederopbouw van het land, alsook over de gedetailleerde regelingen daarvoor, in overeenstemming met de toepasselijke contractuele verplichtingen en conform het Unierecht en het internationaal recht. In dat verband neemt de Raad tevens een besluit over het bedrag dat centrale effectenbewaarinstellingen voorlopig kunnen aanhouden, naast het bedrag dat nodig is om aan de wettelijke kapitaal- en risicobeheervereisten te kunnen voldoen, onverminderd de naleving door de betrokken centrale effectenbewaarinstellingen van de voorschriften die zijn vastgesteld in of uit hoofde van de Unierechtshandelingen die het toezicht op hen regelen; |
|
d) |
totdat het in punt c) bedoelde besluit van de Raad is vastgesteld, kan elke centrale effectenbewaarinstelling haar toezichthoudende autoriteit erom verzoeken toestemming te verlenen voor de vrijgave van een deel van de in punt c) bedoelde nettowinst om aan de wettelijke kapitaal- en risicobeheervereisten te kunnen voldoen. De betrokken lidstaten stellen de Commissie van elke toestemming vooraf in kennis. |
9. De betrokken centrale effectenbewaarinstellingen brengen uiterlijk op 30 juni van elk jaar aan de Commissie en aan hun nationale toezichthoudende autoriteiten verslag uit over het totale bedrag van de respectievelijk in lid 8, punten a) tot en met c), bedoelde kasmiddelen, opbrengsten en nettowinsten.
10. De Commissie is bevoegd om bij uitvoeringshandeling verordeningen vast te stellen met specifieke modaliteiten voor de rapportage met betrekking tot de in lid 8 bedoelde opbrengsten en winsten.
De Commissie raadpleegt daartoe de nationale bevoegde autoriteiten.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 februari 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
H. LAHBIB
(1) PB L, 2024/577, 14.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/577/oj.
(2) Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1).
(3) Besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 13).
(4) IGH, Beschikking van 16 maart 2022 in zaak betreffende beschuldigingen van genocide op grond van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (Oekraïne tegen Russische Federatie), punt 74.
(5) Besluit (GBVB) 2022/335 van de Raad van 28 februari 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 57 van 28.2.2022, blz. 4).
(6) Besluit (GBVB) 2022/395 van de Raad van 9 maart 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 81 van 9.3.2022, blz. 8).
(7) Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1).
(8) Wetgevingsprocedure 2023/0200/COD: Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne. Nadere bijzonderheden over de procedure zijn te vinden op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/HIS/?uri=CELEX:52023PC0338.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/576/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)