European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2024/325

22.1.2024

UITVOERINGSRICHTLIJN (EU) 2024/325 VAN DE COMMISSIE

van 19 januari 2024

tot wijziging van Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 wat betreft de minimale diepte van markeringen op vuurwapens en essentiële onderdelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (1), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 van de Commissie (2) bevat de minimale technische specificaties voor de markering van vuurwapens en essentiële onderdelen daarvan om de traceerbaarheid van vuurwapens en essentiële onderdelen ervan te verbeteren en het vrije verkeer ervan te vergemakkelijken.

(2)

Aangezien de titel van Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 een verwijzing bevat naar Richtlijn 91/477/EEG van de Raad (3), die is ingetrokken, moet die verwijzing worden vervangen.

(3)

De technische specificaties van Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 bevatten geen eis inzake de minimale diepte van markeringen. Er moet een minimale diepte op EU-niveau worden vastgesteld om een gelijk speelveld voor marktdeelnemers en gebruikers van vuurwapens te waarborgen en de handel op de interne markt van de EU te vergemakkelijken. Om zich aan te passen aan de normen van de belangrijkste markten voor de uitvoer van civiele vuurwapens (VS en Canada), is het bovendien noodzakelijk een technische specificatie vast te stellen voor een minimale diepte van 0,0762 mm voor de markering.

(4)

Een diepte van 0,0762 mm is technisch haalbaar en brengt de duurzaamheid van vuurwapens en de essentiële onderdelen niet in het gedrang.

(5)

Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Richtlijn (EU) 2021/555 zijn de maatregelen van artikel 1, punt 2, alleen van toepassing op vuurwapens en essentiële onderdelen daarvan, wanneer zij voor het eerst op de markt worden gebracht na de achttiende maand volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie, zoals bepaald in artikel 2, lid 1. De maatregelen zijn van toepassing op onderdelen die deel uitmaken van een vuurwapen of afzonderlijk op de markt worden gebracht.

(7)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (4) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht.

(8)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 20 van Richtlijn (EU) 2021/555 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de titel van Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 wordt de verwijzing naar “Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens” vervangen door een verwijzing naar “Richtlijn (EU) 2021/555 van het Europees Parlement en de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens”.

2)

In de bijlage wordt het volgende punt 1 bis ingevoegd:

“1bis

De door elke lidstaat voorgeschreven diepte van de markering moet ten minste 0,0762 mm bedragen.”.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 22 juli 2025 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 19 januari 2024.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 115 van 6.4.2021, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2019/68 van de Commissie van 16 januari 2019 tot vaststelling van technische specificaties voor de markering van vuurwapens en essentiële onderdelen daarvan uit hoofde van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 15 van 17.1.2019, blz. 18).

(3)  Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (PB L 256 van 13.9.1991, blz. 51).

(4)   PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dir_impl/2024/325/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)