European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2024/202

9.1.2024

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2024/202 VAN DE COMMISSIE

van 8 januari 2024

tot wijziging van Richtlijn 2002/56/EG van de Raad wat betreft de in artikel 21, lid 3, vermelde datum tot wanneer de lidstaten de geldigheidsduur van besluiten betreffende de gelijkwaardigheid van pootaardappelen uit derde landen mogen verlengen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2024) 3)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (1), en met name artikel 21, lid 3, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Richtlijn 2002/56/EG is bepaald dat de lidstaten met ingang van bepaalde data niet meer zelf mogen vaststellen dat in derde landen geoogste pootaardappelen gelijkwaardig zijn aan pootaardappelen die in de Unie zijn geoogst en aan die richtlijn voldoen.

(2)

Aangezien de gelijkwaardigheid voor de Unie van pootaardappelen uit derde landen echter niet is vastgesteld, zijn de lidstaten op grond van Richtlijn 2002/56/EG gemachtigd om de geldigheidsduur van de gelijkwaardigheidsbesluiten die zij reeds hadden genomen voor pootaardappelen uit bepaalde derde landen, tot en met 31 maart 2024 te verlengen.

(3)

Aangezien de gelijkwaardigheid voor de Unie van pootaardappelen uit derde landen nog steeds niet is vastgesteld, moet de geldigheid van die besluiten verder worden verlengd om een verstoring van de handelspatronen te voorkomen. Die handelspatronen zijn met name relevant voor de gebieden waar het verbod op de invoer van pootaardappelen, zoals vastgesteld in punt 15 van bijlage VI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie (2), niet van toepassing is omdat zij niet onder artikel 1, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (3) vallen.

(4)

Daarom, en gezien de investeringen die nodig zijn voor de productie van pootaardappelen, is het passend om die periode met zeven jaar te verlengen.

(5)

Richtlijn 2002/56/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 21, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2002/56/EG wordt de datum “31 maart 2024” vervangen door “31 maart 2031”.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 januari 2024.

Voor de Commissie

Stella KYRIAKIDES

Lid van de Commissie


(1)   PB L 193 van 20.7.2002, blz. 60.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PB L 319 van 10.12.2019, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/202/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)