European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2879

22.12.2023

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/2879 VAN DE COMMISSIE

van 15 december 2023

tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 281, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie moeten uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten en de opslag van die informatie met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken geschieden. Krachtens artikel 280 van Verordening (EU) nr. 952/2013 moet de Commissie een werkprogramma opstellen voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd).

(2)

Het eerste werkprogramma is door de Commissie vastgesteld bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU van de Commissie (2) en vervolgens geactualiseerd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie (3) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie (4). De bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 vastgestelde versie van het werkprogramma moet thans worden geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen in de planning van de elektronische systemen.

(3)

Het werkprogramma moet worden geactualiseerd met de lijst van de elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet, de desbetreffende artikelen die in deze systemen voorzien, en datums waarop deze naar verwachting operationeel worden. Het werkprogramma moet een onderscheid maken tussen de elektronische systemen die de lidstaten zelf moeten ontwikkelen (hierna “nationale systemen” genoemd) en de systemen die zij in samenwerking met de Commissie moeten ontwikkelen (hierna “trans-Europese systemen” genoemd). De in het werkprogramma genoemde elektronische systemen moeten worden beheerd, opgezet en ontwikkeld volgens de planning voor alle IT-gerelateerde douaneprojecten (5) (het strategische meerjarenplan voor de douane, hierna “MASP-C” genoemd), die is opgesteld overeenkomstig Beschikking nr. 70/2008/EG (6) van het Europees Parlement en de Raad, en met name artikel 4 en artikel 8, lid 2, daarvan.

(4)

In het werkprogramma worden de concrete uitroldatums voor elk van de elektronische systemen nader vastgelegd en wordt de einddatum van de uitrol bepaald overeenkomstig de in artikel 278 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 (7) van de Commissie vastgestelde overgangsperioden.

(5)

Wanneer de lidstaten volgens het werkprogramma kunnen kiezen om een trans-Europees of nationaal elektronisch systeem binnen een bepaalde termijn uit te rollen (de zogenaamde uitroltermijn), moet de bijlage bij dit besluit duidelijk maken dat de “begindatum van de uitrol” de vroegste datum is waarop lidstaten met de exploitatie van het nieuwe elektronische systeem kunnen beginnen, en dat de “einddatum van de uitrol” de laatste datum is waarop lidstaten en marktdeelnemers het nieuwe of geactualiseerde elektronische systeem moeten gaan gebruiken. Op de einddatum van de uitrol moet ook de periode eindigen waarin de overgangsmaatregelen voor dat elektronische systeem van toepassing zijn. Die datum moet daarom worden vastgesteld op basis van de uiterste termijnen in artikel 278, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Deze uitroltermijnen zijn noodzakelijk om de systemen op het niveau van de Unie te implementeren, rekening houdend met de behoeften van elk systeem. Er moeten andere regels betreffende uitroltermijnen gelden voor het douaneproject inzake veiligheidsvereisten vóór aankomst (ICS2). Bij dit project moeten de lidstaten elke release van het project kunnen uitrollen op de startdatum voor de release; de marktdeelnemers daarentegen moeten de mogelijkheid krijgen, mits de lidstaten daarmee instemmen, om een aansluiting te realiseren in de loop van de uitroltermijn. Als gevolg van aanzienlijke vertragingen bij de implementatie van release 2 van ICS2 in bepaalde lidstaten heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/438 (8) vastgesteld waarbij overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 een afwijking wordt toegestaan voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en opslag van informatie voor release 2 van ICS2. Gelet op deze vertragingen uitten de lidstaten en de marktdeelnemers ook hun bezorgdheid over de haalbaarheid van het tijdschema van het project voor release 3 van ICS2. De Commissie moet daarom voor een geleidelijke implementatie in drie stappen kiezen, te beginnen met de aansluiting van de zeevervoerders op ICS2 vanaf 3 juni 2023, vervolgens de marktdeelnemers in de zeevaart die op houseniveau actief zijn vanaf 4 december 2024, en ten slotte de weg- en spoorvervoerders vanaf 1 april 2025.

(6)

In de uitroltermijnen voor de migratie van nationale elektronische systemen moeten de nationale project- en migratieplannen van de lidstaten worden opgenomen en moet rekening worden gehouden met hun specifieke nationale IT-omgevingen en omstandigheden. De einddatums voor de uitrol van de nationale elektronische systemen moeten ook het einde betekenen van de overgangsmaatregelen voor die elektronische systemen. Die datums moeten daarom worden vastgesteld op basis van de uiterste termijnen in artikel 278, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Als gevolg van aanzienlijke vertragingen bij de implementatie van de nationale elektronische systemen in bepaalde lidstaten heeft de Commissie Uitvoeringsbesluiten (EU) 2023/234 (9), (EU) 2023/235 (10), (EU) 2023/236 (11) en (EU) 2023/237 (12) vastgesteld, waarbij afwijkingen zijn toegestaan overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Verwijzingen naar die afwijkingen moeten in de bijlage worden opgenomen.

(7)

De bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/237 verleende afwijkingen hebben gevolgen voor het CCI-project (gecentraliseerde inklaring), waardoor de projectaanpak moest worden herzien. Voor CCI-fase 1 is het tijdschema met 7 maanden verlengd en de lidstaten mogen het CCI-systeem in fase 1 alleen uitrollen met een standaard douaneaangifte, als een eerste stap in de volledige implementatie van het CCI-project. De lidstaten mogen CCI-fase 1 implementeren volgens de specificaties voor CCI-fase 2 (volledig toepassingsgebied), zodat een overgang van CCI-fase 1 naar CCI-fase 2 wordt vermeden. Dit komt ook ten goede van de marktdeelnemers, aangezien zij hun systemen flexibel kunnen aanpassen en zo een vlot gebruik van het CCI-systeem wordt gegarandeerd. Het CCI-project moet derhalve uiterlijk op 2 juni 2025 zijn uitgerold.

(8)

Om ervoor te zorgen dat goederen onder de regeling douanevervoer binnen/naar de Unie kunnen worden vervoerd of worden uitgevoerd zonder haperingen in de operationele keten, moet het tijdschema voor de implementatie van de trans-Europese projecten in verband met het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (NCTS) en het geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) worden aangepast waarbij 1 december 2023 als uiterste termijn voor de uitrol wordt vastgesteld. Hoewel de meeste lidstaten hun systeem al hebben uitgerold, heeft een beperkt aantal lidstaten aangekondigd dat hun nationale toepassing niet (volledig) klaar zal zijn om met de exploitatie in NCTS-fase 5 of AES te beginnen. Als in eerste instantie flexibel wordt ingezet op de realisatie van de kernfunctionaliteiten van de systemen, en vervolgens op die van de niet-kernfunctionaliteiten, zou het makkelijker moeten zijn om het project uiterlijk 2 december 2024 te voltooien. Daarnaast hebben ook marktdeelnemers met vertragingen te maken, met name in de lidstaten waar de projectplanning vertraging heeft opgelopen. Het blijft aan de lidstaten om de nationale overgangsstrategie voor hun marktdeelnemers vast te stellen. Vanaf 2 december 2024 zouden de lidstaten en marktdeelnemers de nieuwe systemen moeten gebruiken, hoewel sommige overgangsregels (om technische redenen) van toepassing zullen blijven tot 21 januari 2025 voor NCTS-fase 5 en tot 11 februari 2025 voor AES.

(9)

De lidstaten en de Commissie moeten er ook voor zorgen dat de marktdeelnemers tijdig de technische informatie ontvangen die zij nodig hebben om hun eigen elektronische systemen te actualiseren en te kunnen aansluiten op de nieuwe of geactualiseerde elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet. De lidstaten en de Commissie moeten de marktdeelnemers van de wijzigingen in kennis stellen tussen 12 en 24 maanden vóór de uitrol van een bepaald systeem, afhankelijk van het systeem en zo nodig rekening houdend met het toepassingsgebied en de aard van dat systeem. Als het gaat om kleine veranderingen, kan deze periode korter zijn.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het werkprogramma

Het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd), zoals uiteengezet in de bijlage, wordt hierbij aangenomen.

Artikel 2

Uitvoering

1.   De lidstaten en de Commissie werken samen bij de uitvoering van het werkprogramma.

2.   De lidstaten dragen zorg voor de ontwikkeling en de uitrol van de desbetreffende elektronische systemen binnen de datums van de desbetreffende uitroltermijnen zoals vastgelegd in het werkprogramma.

3.   De in het werkprogramma gespecificeerde projecten en de voorbereiding en implementatie van de desbetreffende elektronische systemen worden beheerd in overeenstemming met het werkprogramma en het strategische meerjarenplan voor de douane.

4.   De Commissie streeft naar een gemeenschappelijke visie en overeenstemming met de lidstaten over de reikwijdte van de projecten en het ontwerp, de vereisten en de architectuur van de elektronische systemen, wanneer de in het werkprogramma vastgestelde projecten van start gaan. In voorkomend geval raadpleegt de Commissie ook de marktdeelnemers en houdt zij rekening met hun standpunten.

Artikel 3

Actualiseringen

Het werkprogramma wordt op gezette tijden geactualiseerd om het af te stemmen op en aan te passen aan de ontwikkelingen bij de uitvoering van Verordening (EU) nr. 952/2013 en om rekening te houden met de vorderingen in de voorbereiding en de ontwikkeling van de elektronische systemen. Dit geldt met name voor de beschikbaarheid van gezamenlijk overeengekomen specificaties en de operationele lancering van de elektronische systemen.

Artikel 4

Communicatie en verslaglegging

1.   De lidstaten en de Commissie wisselen informatie uit over de planning en de voortgang bij de implementatie van elk systeem.

2.   De lidstaten dienen de nationale project- en migratieplannen en de tabel over hun vorderingen bij de ontwikkeling en uitrol van de elektronische systemen als bedoeld in artikel 278 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 uiterlijk op 31 januari en 30 juni van elk jaar in bij de Commissie. De plannen en de tabel bevatten de relevante informatie die nodig is voor het jaarlijkse verslag dat krachtens artikel 278 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 door de Commissie moet worden ingediend.

3.   De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van elke belangrijke actualisering van de nationale project- en migratieplannen.

4.   De lidstaten verstrekken de marktdeelnemers tijdig de technische specificaties met betrekking tot de externe communicatie van het nationale elektronische systeem.

Artikel 5

Intrekking

1.   Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 wordt ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 gelden als verwijzingen naar dit besluit.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 15 december 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj.

(2)  Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van het werkprogramma voor het douanewetboek van de Unie (PB L 134 van 7.5.2014, blz. 46, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2014/255/oj).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 99 van 15.4.2016, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/578/oj).

(4)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2019/2151/oj).

(5)  https://ec.europa.eu/taxation_customs/general-information-customs/electronic-customs_en#heading_2

(6)  Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (PB L 23 van 26.1.2008, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/70(1)/oj).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).

(8)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/438 van de Commissie van 24 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor release 2 van het invoercontrolesysteem 2 (PB L 63 van 28.2.2023, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/438/oj).

(9)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/234 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de kennisgeving van aanbrengen in verband met goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht (PB L 32 van 28.2.2023, blz. 217, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/234/oj).

(10)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/235 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de kennisgeving van aankomst van een zeeschip of van een luchtvaartuig (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 220, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/235/oj).

(11)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/236 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de aangifte tot tijdelijke opslag van niet-Uniegoederen die bij de douane worden aangebracht (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 223, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/236/oj).

(12)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/237 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie in verband met de douaneaangifte voor goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, zoals vastgesteld in de artikelen 158, 162, 163, 166, 167, 170 tot en met 174, 201, 240, 250, 254 en 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 226, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/237/oj).


BIJLAGE

bij Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet

I.   INLEIDING

1.

Het werkprogramma is een instrument voor de toepassing van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 (1) en Verordening (EU) 2019/632 (2) die betrekking hebben op de ontwikkeling en de uitrol van de daarin genoemde elektronische systemen.

2.

In het werkprogramma worden ook de perioden vastgesteld gedurende welke de overgangsmaatregelen moeten gelden tot de uitrol van de nieuwe of geactualiseerde elektronische systemen als bedoeld in Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2015/2446 (3) en (EU) 2016/341 (4) van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (5) van de Commissie.

3.

Onder de “belangrijkste mijlpaal” van de technische specificaties moet worden verstaan de datum waarop een stabiele versie van de technische specificaties ter beschikking wordt gesteld. Voor de nationale systemen of componenten wordt deze datum meegedeeld in het kader van de bekendmaking van de nationale projectplanning.

4.

In het werkprogramma worden de volgende “uitroldatums” voor de trans-Europese en nationale systemen vastgesteld:

a)

de begindatum van de uitroltermijn voor de elektronische systemen, te begrijpen als de vroegste datum waarop het elektronische systeem operationeel wordt;

b)

de einddatum van de uitroltermijn voor de elektronische systemen, te begrijpen als:

(i)

de uiterste datum waarop de systemen in alle lidstaten operationeel moeten worden en door alle marktdeelnemers moeten worden gebruikt en

(ii)

de datum waarop de overgangsmaatregelen aflopen.

De datum voor de toepassing van punt b) is dezelfde datum als de begindatum wanneer er niet in een concrete termijn voor de migratie of de uitrol is voorzien.

5.

In het geval van louter nationale systemen of specifieke nationale componenten die deel uitmaken van een breder project van de Unie, kunnen de lidstaten de uitroldatums en begin- en einddatums van een uitroltermijn in hun nationale projectplanning vastleggen, mits zij de uiterste datums in acht nemen die zijn vastgesteld in dit werkprogramma en overeenkomstig artikel 278, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 voor de punten b) (SP IMP), c) en d), hieronder en overeenkomstig artikel 278, lid 3, van die verordening voor de punten a), b) (SP EXP) en e) hieronder.

De eerste alinea geldt voor de volgende nationale systemen of specifieke nationale componenten:

a)

DWU Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) component 2 (upgrade van de nationale uitvoersystemen) (punt 10 van deel II);

b)

DWU Bijzondere regelingen (SP IMP/SP EXP) (punt 12 van deel II);

c)

DWU Kennisgeving van aankomst, kennisgeving van aanbrengen en tijdelijke opslag (punt 13 van deel II);

d)

DWU Nationale invoersystemen - upgrade (punt 14 van deel II);

e)

DWU Beheer van de zekerheidstelling (GUM) — component 2 (punt 16 van deel II).

6.

In het geval van trans-Europese systemen die een uitroltermijn maar geen specifieke implementatiedatum hebben, kunnen de lidstaten in voorkomend geval op een passend tijdstip binnen deze termijn met de uitrol beginnen, mits zij de uiterste datums in acht nemen die zijn vastgesteld in dit werkprogramma en overeenkomstig artikel 278, lid 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

De eerste alinea geldt voor de volgende trans-Europese systemen:

a)

DWU NCTS - upgrade (punt 9 van deel II);

b)

DWU AES (component 1) (punt 10 van deel II);

c)

DWU CCI - upgrade (punt 15 van deel II).

Voor de upgrade van het trans-Europese DWU NCTS (component 1) (punt 9 van deel II) en DWU AES (component 1) (punt 10 van deel II) kunnen de lidstaten in voorkomend geval toestaan dat de marktdeelnemers de aansluiting stapsgewijs, maar uiterlijk 2 december 2024, realiseren. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de begin- en einddatums van de uitroltermijn en van de nationale overgangsstrategie voor hun marktdeelnemers. De lidstaten en de Commissie zullen zorgvuldig rekening moeten houden met de aspecten die betrekking hebben op het gemeenschappelijke domein en het externe domein, tijdens de overgangsperiode die voor DWU NCTS - upgrade (NCTS-fase 5) op 21 januari 2025 en voor AES (component 1) op 11 februari 2025 afloopt.

7.

Ook het trans-Europese DWU ICS2 (punt 17 van deel II) vereist een stapsgewijze implementatie en overgang. De aanpak is in dit geval echter anders omdat de lidstaten geacht worden bij de start van elke uitroltermijn op hetzelfde moment klaar te zijn voor elke release. Bovendien kunnen de lidstaten in voorkomend geval de marktdeelnemers toestaan om geleidelijk op het systeem aan te sluiten, maar uiterlijk tegen het einde van de uitroltermijn waarin in elk van de releases en, indien van toepassing, in elk van de stappen binnen een release is voorzien. De lidstaten zullen in samenwerking met de Commissie de uiterste datums en instructies voor de marktdeelnemers op hun website publiceren.

8.

Bij de uitvoering van het werkprogramma zullen de lidstaten en de Commissie een zorgvuldig evenwicht moeten vinden in het complexe samenspel van onderlinge afhankelijkheden, variabelen en veronderstellingen. De planning zal worden beheerd volgens de in het MASP-C vastgestelde beginselen.

De projecten zullen in verschillende fasen worden uitgerold, van de voorbereiding en de ontwikkeling tot de bouw, het testen, de migratie en de uiteindelijke inbedrijfstelling. De rol van de lidstaten en de Commissie in deze verschillende fasen zal afhangen van de aard en de architectuur van het systeem en de componenten of diensten ervan, zoals beschreven in de gedetailleerde projectfiches van het MASP-C. Waar passend zal de Commissie, in nauwe samenwerking met en na toetsing door de lidstaten, gemeenschappelijke technische specificaties vaststellen en deze 24 maanden vóór de beoogde uitroldatum van het elektronische systeem finaliseren.

De lidstaten en de Commissie moeten er ook voor zorgen dat de marktdeelnemers tijdig de technische informatie ontvangen die zij nodig hebben om hun eigen elektronische systemen te actualiseren en aan te sluiten op de nieuwe of bijgewerkte elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet. Eventuele veranderingen moeten 12 tot 24 maanden vóór de uitrol van een specifiek systeem aan de marktdeelnemers worden gemeld, al naargelang de reikwijdte en aard van de verandering, zodat de marktdeelnemers hun systemen en interfaces kunnen plannen en aanpassen. Als het gaat om kleine veranderingen, kan deze periode korter zijn.

De lidstaten en, waar passend, de Commissie zullen zorg dragen voor de ontwikkeling en de uitrol van de systemen in overeenstemming met de gedefinieerde systeemarchitectuur en -specificaties. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de in het werkprogramma vermelde mijlpalen en datums. De lidstaten en de Commissie zullen ook samenwerken met marktdeelnemers en andere belanghebbenden.

De marktdeelnemers zullen de nodige maatregelen moeten nemen om gebruik te kunnen maken van de systemen zodra deze zijn ingevoerd, en zullen dit moeten doen uiterlijk op de einddatums die in dit werkprogramma zijn bepaald of, in voorkomend geval, door de lidstaten in het kader van hun nationale plannen zijn vastgesteld.

II.   LIJST VAN PROJECTEN VOOR DE ONTWIKKELING EN DE UITROL VAN ELEKTRONISCHE SYSTEMEN

“DWU-projecten en daarmee samenhangende elektronische systemen”

Lijst van projecten voor de ontwikkeling en de uitrol van elektronische systemen die voor de toepassing van het wetboek noodzakelijk zijn

Rechtsgrondslag

Belangrijkste mijlpaal

Uitroldatums voor de elektronische systemen

 

 

 

Begindatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem (6)

Einddatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem (7) = einddatum van de overgangsperiode

1.

DWU Systeem van geregistreerde exporteurs (REX)

Het project heeft tot doel actuele informatie ter beschikking te stellen over geregistreerde exporteurs die in een land zijn gevestigd waarvoor het stelsel van algemene tariefpreferenties (SAP) geldt, en goederen naar de Unie uitvoeren. Het systeem is trans-Europees en bevat ook gegevens over EU-marktdeelnemers ter ondersteuning van de uitvoer naar SAP-landen. De vereiste gegevens zijn geleidelijk in het systeem ingevoerd tot 31 december 2017.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 64, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q1 2015

1.1.2017

1.1.2017

2.

DWU Bindende tariefinlichtingen (BTI)

Het project moet resulteren in een upgrade van het bestaande trans-Europese systeem EBTI-3, met name in de:

a)

aanpassing van het EBTI-3-systeem aan de vereisten van het DWU;

b)

uitbreiding van aangiftegegevens in verband met regelingen waarop toezicht moet worden uitgeoefend;

c)

monitoring van verplicht BTI-gebruik;

d)

monitoring en beheer van verlengd BTI-gebruik.

Het project is in twee fasen uitgevoerd.

De eerste fase (stap 1) voorziet in de functionaliteit om stapsgewijs de krachtens het DWU vereiste gegevensset voor de aangifte te ontvangen per 1 maart 2017, totdat de projecten in de punten 10 en 14 zijn geïmplementeerd. De volledige implementatie van dit project hangt af van de implementatie van de projecten in de punten 10 en 14. Met stap 2 wordt voldaan aan de verplichting om controle uit te oefenen op het BTI-gebruik, op basis van de nieuw vereiste gegevensset voor de aangifte en de afstemming op het proces van douanebeschikkingen.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27, 28, 33 en 34, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2016

(fase 1)

1.3.2017

(fase 1 — stap 1)

2.10.2017

(fase 1 — stap 2)

1.3.2017

(fase 1 — stap 1)

2.10.2017

(fase 1 — stap 2)

In de tweede fase wordt het elektronische formulier voor BTI-aanvragen en -beschikkingen geïmplementeerd en krijgen marktdeelnemers toegang tot een geharmoniseerde ondernemersinterface om langs elektronische weg BTI-aanvragen in te dienen en BTI-beschikkingen te ontvangen.

 

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2018

(fase 2)

1.10.2019

(fase 2)

1.10.2019

(fase 2)

3.

DWU Douanebeschikkingen

Het project strekt tot harmonisatie van het aanvraag-, besluitvormings- en beheerproces voor douanebeschikkingen door middel van standaardisering en elektronisch beheer van de aanvraag- en de beschikking-/vergunningsgegevens voor de gehele Unie. Het project heeft betrekking op beschikkingen die door een of meer lidstaten krachtens het wetboek worden afgegeven; het omvat systeemcomponenten die centraal zijn ontwikkeld op het niveau van de Unie, en voorziet in de integratie met nationale componenten als de lidstaten daarvoor gekozen hebben. Dit trans-Europese systeem vergemakkelijkt het overleg tijdens het besluitvormingsproces en het beheer van de vergunningen.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27 en 28, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q4 2015

2.10.2017

2.10.2017

4.

Directe toegang voor ondernemers tot de Europese informatiesystemen (uniform gebruikersbeheer & digitale handtekening)

Dit project moet praktische oplossingen aanreiken voor een rechtstreekse en geharmoniseerde toegang voor ondernemers in de vorm van een dienst voor gebruiker-naar-systeeminterfaces, die moet worden geïntegreerd in de elektronische douanesystemen als omschreven in de specifieke DWU-projecten. Het uniforme gebruikersbeheer en de digitale handtekening zullen worden geïntegreerd in de portalen van de betrokken systemen en ondersteuning bieden voor identiteits-, toegangs- en gebruikersbeheer in overeenstemming met het vereiste veiligheidsbeleid. De eerste uitrol vond plaats samen met het DWU-systeem Douanebeschikkingen.

Artikel 6, lid 1, artikel 16 en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q4 2015

2.10.2017

2.10.2017

Deze oplossing voor technische authenticatie en gebruikersbeheer is vervolgens beschikbaar gesteld voor andere DWU-projecten zoals DWU Bindende tariefinlichtingen (BTI), DWU Geautoriseerde marktdeelnemers (AEO) — upgrade, DWU Bewijs van Uniestatus (PoUS), DWU Inlichtingenbladen (INF) voor bijzondere regelingen, en DWU Invoercontrolesysteem 2 (ICS2).

 

 

Voor de uitroldatums wordt naar de verschillende projecten verwezen.

Voor de uitroldatums wordt naar de verschillende projecten verwezen.

5.

DWU Geautoriseerde marktdeelnemers (AEO) — upgrade

Dit project strekt ertoe de bedrijfsprocessen met betrekking tot AEO-aanvragen en -vergunningen te verbeteren, rekening houdend met de wijzigingen in de wettelijke bepalingen van het DWU.

In de eerste fase wordt met het project beoogd de belangrijkste verbeteringen van het AEO-systeem te implementeren in het kader van de harmonisatie van het besluitvormingsproces bij de douane.

In de tweede fase wordt het elektronische formulier voor AEO-aanvragen en -beschikkingen geïmplementeerd en krijgen marktdeelnemers toegang tot een geharmoniseerde interface om langs elektronische weg AEO-aanvragen in te dienen en AEO-beschikkingen te ontvangen. Het bijgewerkte systeem wordt in twee releases uitgerold: deel 1 voor de indiening van de AEO-aanvraag en het besluitvormingsproces, en deel 2 voor de andere daaropvolgende processen.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27, 28, 38 en 39, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q1 2016

5.3.2018

(fase 1)

5.3.2018

(fase 1)

Streefdatum technische specificaties

= Q4 2018

1.10.2019

(fase 2 — deel 1 eerste processen)

16.12.2019

(fase 2 — deel 2 andere processen)

1.10.2019

(fase 2 — deel 1)

16.12.2019

(fase 2 — deel 2)

6.

DWU Systeem voor de registratie en identificatie van marktdeelnemers — upgrade (EORI 2)

Dit project moet resulteren in een beperkte upgrade van het bestaande trans-Europese EORI-systeem, dat de registratie en identificatie mogelijk maakt van marktdeelnemers uit de Unie en uit derde landen en van andere personen dan marktdeelnemers die op douanegebied actief zijn in de Unie.

Artikel 6, lid 1, artikel 9 en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2016

5.3.2018

5.3.2018

7.

DWU Surveillance 3

Dit project moet resulteren in een upgrade van Surveillance 2+ waarbij het systeem aan de vereisten van het DWU, zoals de standaarduitwisseling van informatie via elektronische gegevensverwerkingstechnieken, wordt aangepast en functionaliteiten worden ingevoerd om het geheel van door de lidstaten aangeleverde toezichtgegevens te kunnen verwerken en analyseren.

Er wordt daarom onder meer voorzien in verdere mogelijkheden voor datamining en rapportagefunctionaliteiten die door de lidstaten en de Commissie zullen kunnen worden gebruikt.

De volledige implementatie van dit project hangt af van de implementatie van de projecten in de punten 10 en 14. De uitroldatum van dit systeem wordt door de lidstaten vastgesteld als onderdeel van hun nationale plannen.

Artikel 6, lid 1, artikel 16, artikel 56, lid 5, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q3 2016

1.10.2018

1.10.2018

8.

DWU Bewijs van Uniestatus (PoUS)

Het project beoogt de oprichting van een nieuw trans-Europees systeem om de bewijzen van Uniestatus T2L/F en het douanemanifest (afgegeven door een niet-toegelaten afgever) op te slaan, te beheren en op te vragen.

Aangezien de implementatie van het douanemanifest aan het Europees maritiem éénloketsysteem gekoppeld moet worden, zal dit deel van het project in fase 2 vallen.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 153, artikel 278, lid 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q1 2022

1.3.2024

(fase 1)

1.3.2024

(fase 1)

15.8.2025

(fase 2)

15.8.2025

(fase 2)

9.

DWU Nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer (NCTS) — upgrade

Dit project strekt ertoe het bestaande trans-Europese NCTS in overeenstemming te brengen met het nieuwe DWU.

Component 1 – “NCTS-fase 5”: deze fase beoogt het NCTS in overeenstemming te brengen met de nieuwe DWU-vereisten, met uitzondering van de gegevenselementen voor veiligheid in douaneaangiften voor douanevervoer van goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht.

Hieronder valt de registratie van voorvallen tijdens het vervoer en de aanpassing van de informatie-uitwisseling aan de DWU-gegevensvereisten, alsook de upgrade en de ontwikkeling van interfaces met andere systemen.

Het project kan in twee stappen worden geïmplementeerd.

Stap 1: kernfunctionaliteiten voor NCTS-fase 5, die de bedrijfszekerheid van het systeem zullen waarborgen, zoals de standaardaangifte voor douanevervoer (hoofdstroom), vereenvoudigde procedure bij vertrek/op bestemming (toegelaten afzender/geadresseerde), wijziging/ongeldigmaking, uitwijking (bij kantoor van doorgang en bestemming), onderzoek/invordering en verzending van statistische gegevens over bedrijven. In deze stap kunnen ook de niet-kernfunctionaliteiten, die in stap 2 omschreven zijn, worden meegenomen.

Stap 2: deze stap omvat de resterende functionaliteiten, zoals de ontwikkeling van een geharmoniseerde interface met AES, aangiften die zijn ingediend vóór het aanbrengen van de goederen, aangiften met beperkte gegevensset, voorvallen tijdens het vervoer en formaliteiten bij het kantoor van uitgang voor douanevervoer.

Component 2 – “NCTS-fase 6”: deze fase beoogt de specifieke nieuwe vereisten te implementeren voor de gegevenselementen voor veiligheid in douaneaangiften voor douanevervoer van goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht als gevolg van project 17 (DWU ICS2). Hieronder valt de ontwikkeling van de interface met ICS2, ter vergemakkelijking van de indiening van een aangifte voor douanevervoer met de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen overeenkomstig artikel 130, lid 1, DWU.

Artikel 6, lid 1, de artikelen 16 en 226 tot en met 236, artikel 278, lid 3, punt e), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q4 2019

1.3.2021

(component 1)

Stap 1: 1.12.2023

Stap 2: 2.12.2024

Einde overgang: 21.1.2025

(component 1)

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2022

3.3.2025

(component 2)

1.9.2025

(component 2)

10.

DWU Geautomatiseerd uitvoersysteem (AES)

Dit project beoogt de implementatie van de DWU-vereisten voor uitvoer en uitgaan.

Component 1 - “Trans-Europees AES” Met dit project wordt beoogd het bestaande trans-Europese uitvoercontrolesysteem verder te ontwikkelen tot een alomvattend geautomatiseerd uitvoersysteem dat tegemoet komt aan de door het DWU gestelde bedrijfsvereisten inzake processen en gegevens. Component 1 kan in drie stappen worden geïmplementeerd.

Stap 1: kernfunctionaliteiten voor het AES, die de volledige automatisering van de uitvoerprocedures en uitgangsformaliteiten mogelijk zullen maken. Het AES omvat onderdelen die op centraal en nationaal niveau moeten worden ontwikkeld, waaronder de nationale componenten waarin de uitvoeraangifte wordt ingediend en verwerkt zodat de daarop aansluitende uitwisseling van informatie met het douanekantoor van uitgang via de gemeenschappelijke componenten van het AES kan plaatsvinden. Deze stap omvat ook de functionaliteiten voor de formaliteiten die bij uitgang moeten worden verricht om de goederen voor uitgang vrij te geven. In deze stap kunnen ook de functionaliteiten die in de stappen 2 en 3 zijn omschreven, worden meegenomen.

Stap 2: deze stap heeft betrekking op de ontwikkeling van een geharmoniseerde interface met het systeem voor het toezicht op het verkeer van accijnsgoederen (EMCS). In deze stap kunnen ook de functionaliteiten die in stap 3 zijn omschreven, worden meegenomen.

Stap 3: deze stap heeft betrekking op andere functionaliteiten, zoals vereenvoudigde en aanvullende aangiften, ontwikkeling van een geharmoniseerde interface met het NCTS, gecentraliseerde vrijmaking en aangiften die vóór het aanbrengen van de goederen zijn ingediend.

Component 2 – “Nationale uitvoersystemen - upgrade” Er moet voor afzonderlijke nationale systemen, die niet onder het AES vallen maar er nauw mee samenhangen, een upgrade worden verricht van de specifieke nationale elementen die betrekking hebben op uitvoer- en/of uitgangsformaliteiten. Voor zover deze elementen losstaan van het gemeenschappelijke domein voor het AES, kunnen zij onder deze component vallen.

Artikel 6, lid 1, de artikelen 16, 179 en 263 tot en met 276, artikel 278, lid 3, punten f) en d), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q4 2019

(component 1)

1.3.2021

(component 1)

Stap 1: 1.12.2023

Stap 2: 13.2.2024 (8)

Stap 3: 2.12.2024

Einde overgang: 11.2.2025

(component 1)

Streefdatum technische specificaties

= vast te stellen door de lidstaten

(component 2)

1.3.2021

(component 2)

2.12.2024

(component 2)

11.

DWU Inlichtingenbladen (INF) voor bijzondere regelingen

Met dit project wordt beoogd een nieuw trans-Europees systeem te ontwikkelen ter ondersteuning en stroomlijning van de beheerprocessen en de elektronische verwerking van INF-gegevens op het gebied van bijzondere regelingen.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 215 en 255 tot en met 262, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2018

1.6.2020

1.6.2020

12.

DWU Bijzondere regelingen

Met dit project wordt beoogd de afhandeling van bijzondere regelingen overal in de Unie te versnellen, te vergemakkelijken en te harmoniseren door te voorzien in gemeenschappelijke bedrijfsprocesmodellen. In de nationale systemen zullen alle wijzigingen ten aanzien van douane-entrepots, bijzondere bestemming, tijdelijke invoer, actieve en passieve veredeling die ingevolge het DWU zijn vereist, worden geïmplementeerd.

Dit project zal in twee delen worden geïmplementeerd.

Component 1: “Nationaal SP EXP” Deze component zal voorzien in de vereiste nationale elektronische oplossingen voor uitvoergerelateerde activiteiten in het kader van bijzondere regelingen.

Component 2 - “Nationaal SP IMP” Deze component zal voorzien in de vereiste nationale elektronische oplossingen voor invoergerelateerde activiteiten in het kader van bijzondere regelingen.

De implementatie van deze projecten zal plaatsvinden via de projecten in de punten 10 en 14.

Artikel 6, lid 1, de artikelen 16, 215, 237 tot en met 242 en 250 tot en met 262, artikel 278, lid 2, punt b), en artikel 278, lid 3, punt f), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= vast te stellen door de lidstaten (voor componenten 1 en 2)

1.3.2021

(component 1)

2.12.2024

(component 1)

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan

(component 2)

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (9)

(component 2)

13.

DWU Kennisgeving van aankomst, kennisgeving van aanbrengen en tijdelijke opslag

Met dit project wordt beoogd de in het DWU beschreven processen voor de kennisgeving van de aankomst van het vervoermiddel, het aanbrengen van de goederen (kennisgeving van aanbrengen) en de aangifte tot tijdelijke opslag te definiëren en de harmonisatie daarvan in alle lidstaten te ondersteunen wat betreft de uitwisseling van gegevens tussen bedrijven en douane.

Het project omvat de automatisering van processen op nationaal niveau.

Artikel 6, lid 1, de artikelen 16 en 133 tot en met 152, artikel 278, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= vast te stellen door de lidstaten en voor de kennisgeving van de aankomst in overeenstemming met de ICS2-planning.

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (10)

14.

DWU Nationale invoersystemen — upgrade

Met dit project wordt beoogd alle uit het DWU voortvloeiende processen en gegevensvereisten die verband houden met invoer (en niet onder een van de andere projecten van het werkprogramma vallen), te implementeren. Hieronder vallen hoofdzakelijk de wijzigingen in de regeling “in het vrije verkeer brengen” (standaardprocedure + vereenvoudigingen), maar ook de effecten die door andere systeemmigraties worden teweeggebracht. Dit project heeft betrekking op het nationale invoerdomein, dat de nationale systemen voor de verwerking van douaneaangiften omvat alsook andere systemen zoals nationale boekhoud- en betaalsystemen.

Artikel 6, lid 1, artikel 16, lid 1, en artikelen 53, 56, 77 tot en met 80, 83 tot en met 87, 101 tot en met 105, 108 tot en met 109, 158 tot en met 187 en 194 tot en met 195, en artikel 278, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= vast te stellen door de lidstaten

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (11)

15.

DWU Gecentraliseerde inklaring (CCI)

Dit project moet het mogelijk maken dat goederen via een gecentraliseerd systeem onder een douaneregeling kunnen worden geplaatst, zodat marktdeelnemers hun douaneactiviteiten kunnen centraliseren. De verwerking van de douaneaangifte en de fysieke vrijgave van de goederen moeten door de desbetreffende douanekantoren worden gecoördineerd. Dit is een trans-Europees systeem met centraal en nationaal ontwikkelde componenten.

Het project zal in twee fasen worden geïmplementeerd.

Fase 1: deze fase omvat de combinatie van gecentraliseerde vrijmaking met standaard douaneaangiften en kan betrekking hebben op de combinatie van gecentraliseerde vrijmaking met vereenvoudigde douaneaangiften en de respectieve normale of periodieke aanvullende aangiften (ter regularisatie van één vereenvoudigde douaneaangifte). Daarnaast omvat deze fase de plaatsing van goederen onder de volgende douaneregelingen: in het vrije verkeer brengen, douane-entrepot, actieve veredeling en bijzondere bestemming. Wat het soort goederen betreft, heeft deze fase betrekking op alle soorten goederen, met uitzondering van accijnsgoederen, EU-goederen in het kader van het handelsverkeer met gebieden met een bijzonder fiscaal regime, en goederen waarop de maatregelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van toepassing zijn.

Fase 2: in deze fase moeten alle functionaliteiten die onder het toepassingsgebied van CCI als geheel vallen, worden geïmplementeerd: vereenvoudigde en aanvullende aangiften (indien niet geïmplementeerd in fase 1), de douaneaangiften door middel van een inschrijving in de administratie van de aangever en de samenvattende aanvullende aangiften (ter regularisatie van meer dan één vereenvoudigde douaneaangifte of meer dan één inschrijving in de administratie van de aangever), de plaatsing van goederen onder de regeling tijdelijke invoer, accijnsgoederen, EU-goederen in het kader van het handelsverkeer met gebieden met een bijzonder fiscaal regime, en goederen die onderworpen zijn aan maatregelen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 179, artikel 278, lid 3, punt d), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q3 2020

1.3.2022

(Fase 1)

1.7.2024

(Fase 1)

Streefdatum technische specificaties

= Q2 2022

2.10.2023

(Fase 2)

2.6.2025

(Fase 2)

16.

DWU Beheer van de zekerheidstelling (GUM)

Met dit project wordt beoogd een effectief en efficiënt beheer van de verschillende soorten zekerheden te waarborgen.

Component 1 — “GUM”: de centrale component van het trans-Europese systeem zal zorgen voor het beheer van doorlopende zekerheden die in meer dan één lidstaat mogen worden gebruikt. Hij zal worden geïmplementeerd in het DWU-systeem Douanebeschikkingen en gekoppeld worden aan een nationale component (zie component 2) voor het toezicht op het referentiebedrag. Dit referentiebedrag kan betrekking hebben op elke douaneaangifte, aanvullende aangifte of andere passende verstrekking van gegevens die nodig zijn voor het toezicht op de referentiebedragen van de doorlopende zekerheden voor tijdelijke opslag en alle douaneregelingen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet, met uitzondering van douanevervoer, dat in het kader van het NCTS-project wordt afgewikkeld.

Component 2 —“Beheer nationale zekerheden”: deze component zal worden geïmplementeerd via een nationaal elektronisch systeem waarin doorlopende zekerheden die in meer dan één lidstaat geldig zijn, worden geregistreerd en beheerd en toezicht op de desbetreffende referentiebedragen wordt uitgeoefend. Hij zal ook worden gebruikt voor andere zekerheden.

De component zal een verbinding maken met de nationale douaneaangiftesystemen wanneer in de douaneaangifte een beroep wordt gedaan op een zekerheid en, in het geval van een doorlopende zekerheid, de relevante bedrijfsgegevens ophalen uit de desbetreffende vergunning doorlopende zekerheidstelling.

Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 89 tot en met 100, artikel 278, lid 3, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum technische specificaties

= Q3 2022

(component 1)

11.3.2024

(component 1)

11.3.2024

(component 1)

Streefdatum technische specificaties

= vast te stellen door de lidstaten

(component 2)

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan, met uitrol vanaf 11.3.2024 ten vroegste

(component 2)

Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 2.6.2025

(component 2)

17.

DWU Invoercontrolesysteem 2 (ICS2)

Met dit programma wordt beoogd de veiligheid vóór aankomst van goederen die de Unie binnenkomen te verbeteren door de nieuwe DWU-vereisten met betrekking tot de indiening en afhandeling van summiere aangiften bij binnenbrengen (ENS) te implementeren, namelijk de verstrekking van ENS-gegevens bij meer dan één indiening en/of door verschillende personen en de uitwisseling van die gegevens en de resultaten van risicoanalyses tussen de douaneautoriteiten onderling. ICS2 zal resulteren in een volledig nieuwe architectuur en een gefaseerde vervanging van het bestaande trans-Europese invoercontrolesysteem.

Het programma wordt in drie releases geïmplementeerd.

Release 1: deze release omvat de verplichting voor de desbetreffende marktdeelnemers (postaanbieders en koeriersdiensten in het vervoer door de lucht) om minimale gegevens te verstrekken, te weten een ENS-gegevensset vóór het laden.

Release 2: deze release omvat de implementatie van volledig nieuwe ENS-verplichtingen, gerelateerde bedrijfsprocessen en risicobeheerprocessen voor alle goederen in het vervoer door de lucht.

Release 3: deze release zal de implementatie omvatten van volledig nieuwe ENS-verplichtingen, gerelateerde bedrijfsprocessen en risicobeheerprocessen voor alle goederen in het vervoer over zee en de binnenwateren en in het weg- en spoorvervoer (inclusief goederen die in postzendingen via deze vervoermiddelen worden vervoerd). Release 3 zal als volgt worden uitgerold: eerst zullen de vervoerders in de zee- en de binnenvaart in het systeem worden opgenomen (stap 1), vervolgens de marktdeelnemers in de zee- en de binnenvaart die op houseniveau actief zijn (stap 2), en ten slotte de weg- en spoorvervoerders (stap 3).

Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 46, 47 en 127 tot en met 132, artikel 278, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013

Streefdatum voor de technische specificaties van alle drie de releases

= Q2 2018

15.3.2021

(Release 1)

1.10.2021

(Release 1)

1.3.2023 (12)

(Release 2)

2.10.2023

(Release 2)

3.6.2024 (13) (Release 3)

Stap 1: 3.6.2024

Stap 2: 4.12.2024

Stap 3: 1.4.2025

Zie stap 1-3

Stap 1: 4.12.2024 (uiterlijk)

Stap 2: 1.4.2025 (uiterlijk)

Stap 3: 1.9.2025 (uiterlijk)


(1)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).

(2)  Verordening (EU) 2019/632 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 54, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/632/oj.

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).

(6)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).

(7)  Verordening (EU) 2019/632 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 54, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/632/oj.

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj).

(9)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).

(11)  De begindatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem is de vroegste datum waarop een lidstaat met de exploitatie van het systeem kan beginnen.

(12)  De einddatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem is de laatste datum waarop het systeem volledig moet zijn uitgerold en de laatste datum waarop alle marktdeelnemers gemigreerd moeten zijn; in voorkomend geval wordt de datum vastgesteld door de lidstaten en komt deze datum overeen met de datum waarop de overgangsperiode afloopt.

(13)  Tegen deze datum moet de in artikel 55, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1070 van de Commissie vastgestelde verplichting in het nationale uitvoersysteem geïmplementeerd zijn.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/2879/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)