|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2023/2879 |
22.12.2023 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2023/2879 VAN DE COMMISSIE
van 15 december 2023
tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 281, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie moeten uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten en de opslag van die informatie met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken geschieden. Krachtens artikel 280 van Verordening (EU) nr. 952/2013 moet de Commissie een werkprogramma opstellen voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd). |
|
(2) |
Het eerste werkprogramma is door de Commissie vastgesteld bij Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU van de Commissie (2) en vervolgens geactualiseerd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie (3) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie (4). De bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 vastgestelde versie van het werkprogramma moet thans worden geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen in de planning van de elektronische systemen. |
|
(3) |
Het werkprogramma moet worden geactualiseerd met de lijst van de elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet, de desbetreffende artikelen die in deze systemen voorzien, en datums waarop deze naar verwachting operationeel worden. Het werkprogramma moet een onderscheid maken tussen de elektronische systemen die de lidstaten zelf moeten ontwikkelen (hierna “nationale systemen” genoemd) en de systemen die zij in samenwerking met de Commissie moeten ontwikkelen (hierna “trans-Europese systemen” genoemd). De in het werkprogramma genoemde elektronische systemen moeten worden beheerd, opgezet en ontwikkeld volgens de planning voor alle IT-gerelateerde douaneprojecten (5) (het strategische meerjarenplan voor de douane, hierna “MASP-C” genoemd), die is opgesteld overeenkomstig Beschikking nr. 70/2008/EG (6) van het Europees Parlement en de Raad, en met name artikel 4 en artikel 8, lid 2, daarvan. |
|
(4) |
In het werkprogramma worden de concrete uitroldatums voor elk van de elektronische systemen nader vastgelegd en wordt de einddatum van de uitrol bepaald overeenkomstig de in artikel 278 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 (7) van de Commissie vastgestelde overgangsperioden. |
|
(5) |
Wanneer de lidstaten volgens het werkprogramma kunnen kiezen om een trans-Europees of nationaal elektronisch systeem binnen een bepaalde termijn uit te rollen (de zogenaamde uitroltermijn), moet de bijlage bij dit besluit duidelijk maken dat de “begindatum van de uitrol” de vroegste datum is waarop lidstaten met de exploitatie van het nieuwe elektronische systeem kunnen beginnen, en dat de “einddatum van de uitrol” de laatste datum is waarop lidstaten en marktdeelnemers het nieuwe of geactualiseerde elektronische systeem moeten gaan gebruiken. Op de einddatum van de uitrol moet ook de periode eindigen waarin de overgangsmaatregelen voor dat elektronische systeem van toepassing zijn. Die datum moet daarom worden vastgesteld op basis van de uiterste termijnen in artikel 278, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Deze uitroltermijnen zijn noodzakelijk om de systemen op het niveau van de Unie te implementeren, rekening houdend met de behoeften van elk systeem. Er moeten andere regels betreffende uitroltermijnen gelden voor het douaneproject inzake veiligheidsvereisten vóór aankomst (ICS2). Bij dit project moeten de lidstaten elke release van het project kunnen uitrollen op de startdatum voor de release; de marktdeelnemers daarentegen moeten de mogelijkheid krijgen, mits de lidstaten daarmee instemmen, om een aansluiting te realiseren in de loop van de uitroltermijn. Als gevolg van aanzienlijke vertragingen bij de implementatie van release 2 van ICS2 in bepaalde lidstaten heeft de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/438 (8) vastgesteld waarbij overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 een afwijking wordt toegestaan voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en opslag van informatie voor release 2 van ICS2. Gelet op deze vertragingen uitten de lidstaten en de marktdeelnemers ook hun bezorgdheid over de haalbaarheid van het tijdschema van het project voor release 3 van ICS2. De Commissie moet daarom voor een geleidelijke implementatie in drie stappen kiezen, te beginnen met de aansluiting van de zeevervoerders op ICS2 vanaf 3 juni 2023, vervolgens de marktdeelnemers in de zeevaart die op houseniveau actief zijn vanaf 4 december 2024, en ten slotte de weg- en spoorvervoerders vanaf 1 april 2025. |
|
(6) |
In de uitroltermijnen voor de migratie van nationale elektronische systemen moeten de nationale project- en migratieplannen van de lidstaten worden opgenomen en moet rekening worden gehouden met hun specifieke nationale IT-omgevingen en omstandigheden. De einddatums voor de uitrol van de nationale elektronische systemen moeten ook het einde betekenen van de overgangsmaatregelen voor die elektronische systemen. Die datums moeten daarom worden vastgesteld op basis van de uiterste termijnen in artikel 278, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Als gevolg van aanzienlijke vertragingen bij de implementatie van de nationale elektronische systemen in bepaalde lidstaten heeft de Commissie Uitvoeringsbesluiten (EU) 2023/234 (9), (EU) 2023/235 (10), (EU) 2023/236 (11) en (EU) 2023/237 (12) vastgesteld, waarbij afwijkingen zijn toegestaan overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Verwijzingen naar die afwijkingen moeten in de bijlage worden opgenomen. |
|
(7) |
De bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/237 verleende afwijkingen hebben gevolgen voor het CCI-project (gecentraliseerde inklaring), waardoor de projectaanpak moest worden herzien. Voor CCI-fase 1 is het tijdschema met 7 maanden verlengd en de lidstaten mogen het CCI-systeem in fase 1 alleen uitrollen met een standaard douaneaangifte, als een eerste stap in de volledige implementatie van het CCI-project. De lidstaten mogen CCI-fase 1 implementeren volgens de specificaties voor CCI-fase 2 (volledig toepassingsgebied), zodat een overgang van CCI-fase 1 naar CCI-fase 2 wordt vermeden. Dit komt ook ten goede van de marktdeelnemers, aangezien zij hun systemen flexibel kunnen aanpassen en zo een vlot gebruik van het CCI-systeem wordt gegarandeerd. Het CCI-project moet derhalve uiterlijk op 2 juni 2025 zijn uitgerold. |
|
(8) |
Om ervoor te zorgen dat goederen onder de regeling douanevervoer binnen/naar de Unie kunnen worden vervoerd of worden uitgevoerd zonder haperingen in de operationele keten, moet het tijdschema voor de implementatie van de trans-Europese projecten in verband met het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (NCTS) en het geautomatiseerd uitvoersysteem (AES) worden aangepast waarbij 1 december 2023 als uiterste termijn voor de uitrol wordt vastgesteld. Hoewel de meeste lidstaten hun systeem al hebben uitgerold, heeft een beperkt aantal lidstaten aangekondigd dat hun nationale toepassing niet (volledig) klaar zal zijn om met de exploitatie in NCTS-fase 5 of AES te beginnen. Als in eerste instantie flexibel wordt ingezet op de realisatie van de kernfunctionaliteiten van de systemen, en vervolgens op die van de niet-kernfunctionaliteiten, zou het makkelijker moeten zijn om het project uiterlijk 2 december 2024 te voltooien. Daarnaast hebben ook marktdeelnemers met vertragingen te maken, met name in de lidstaten waar de projectplanning vertraging heeft opgelopen. Het blijft aan de lidstaten om de nationale overgangsstrategie voor hun marktdeelnemers vast te stellen. Vanaf 2 december 2024 zouden de lidstaten en marktdeelnemers de nieuwe systemen moeten gebruiken, hoewel sommige overgangsregels (om technische redenen) van toepassing zullen blijven tot 21 januari 2025 voor NCTS-fase 5 en tot 11 februari 2025 voor AES. |
|
(9) |
De lidstaten en de Commissie moeten er ook voor zorgen dat de marktdeelnemers tijdig de technische informatie ontvangen die zij nodig hebben om hun eigen elektronische systemen te actualiseren en te kunnen aansluiten op de nieuwe of geactualiseerde elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet. De lidstaten en de Commissie moeten de marktdeelnemers van de wijzigingen in kennis stellen tussen 12 en 24 maanden vóór de uitrol van een bepaald systeem, afhankelijk van het systeem en zo nodig rekening houdend met het toepassingsgebied en de aard van dat systeem. Als het gaat om kleine veranderingen, kan deze periode korter zijn. |
|
(10) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het werkprogramma
Het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie voorziet (hierna “het werkprogramma” genoemd), zoals uiteengezet in de bijlage, wordt hierbij aangenomen.
Artikel 2
Uitvoering
1. De lidstaten en de Commissie werken samen bij de uitvoering van het werkprogramma.
2. De lidstaten dragen zorg voor de ontwikkeling en de uitrol van de desbetreffende elektronische systemen binnen de datums van de desbetreffende uitroltermijnen zoals vastgelegd in het werkprogramma.
3. De in het werkprogramma gespecificeerde projecten en de voorbereiding en implementatie van de desbetreffende elektronische systemen worden beheerd in overeenstemming met het werkprogramma en het strategische meerjarenplan voor de douane.
4. De Commissie streeft naar een gemeenschappelijke visie en overeenstemming met de lidstaten over de reikwijdte van de projecten en het ontwerp, de vereisten en de architectuur van de elektronische systemen, wanneer de in het werkprogramma vastgestelde projecten van start gaan. In voorkomend geval raadpleegt de Commissie ook de marktdeelnemers en houdt zij rekening met hun standpunten.
Artikel 3
Actualiseringen
Het werkprogramma wordt op gezette tijden geactualiseerd om het af te stemmen op en aan te passen aan de ontwikkelingen bij de uitvoering van Verordening (EU) nr. 952/2013 en om rekening te houden met de vorderingen in de voorbereiding en de ontwikkeling van de elektronische systemen. Dit geldt met name voor de beschikbaarheid van gezamenlijk overeengekomen specificaties en de operationele lancering van de elektronische systemen.
Artikel 4
Communicatie en verslaglegging
1. De lidstaten en de Commissie wisselen informatie uit over de planning en de voortgang bij de implementatie van elk systeem.
2. De lidstaten dienen de nationale project- en migratieplannen en de tabel over hun vorderingen bij de ontwikkeling en uitrol van de elektronische systemen als bedoeld in artikel 278 bis, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 uiterlijk op 31 januari en 30 juni van elk jaar in bij de Commissie. De plannen en de tabel bevatten de relevante informatie die nodig is voor het jaarlijkse verslag dat krachtens artikel 278 bis, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 door de Commissie moet worden ingediend.
3. De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van elke belangrijke actualisering van de nationale project- en migratieplannen.
4. De lidstaten verstrekken de marktdeelnemers tijdig de technische specificaties met betrekking tot de externe communicatie van het nationale elektronische systeem.
Artikel 5
Intrekking
1. Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 wordt ingetrokken.
2. Verwijzingen naar Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 gelden als verwijzingen naar dit besluit.
Artikel 6
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 15 december 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj.
(2) Uitvoeringsbesluit 2014/255/EU van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van het werkprogramma voor het douanewetboek van de Unie (PB L 134 van 7.5.2014, blz. 46, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2014/255/oj).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 99 van 15.4.2016, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/578/oj).
(4) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2151 van de Commissie van 13 december 2019 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 325 van 16.12.2019, blz. 168, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2019/2151/oj).
(5) https://ec.europa.eu/taxation_customs/general-information-customs/electronic-customs_en#heading_2
(6) Beschikking nr. 70/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (PB L 23 van 26.1.2008, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/70(1)/oj).
(7) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).
(8) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/438 van de Commissie van 24 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor release 2 van het invoercontrolesysteem 2 (PB L 63 van 28.2.2023, blz. 56, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/438/oj).
(9) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/234 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de kennisgeving van aanbrengen in verband met goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht (PB L 32 van 28.2.2023, blz. 217, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/234/oj).
(10) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/235 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de kennisgeving van aankomst van een zeeschip of van een luchtvaartuig (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 220, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/235/oj).
(11) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/236 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie voor de aangifte tot tijdelijke opslag van niet-Uniegoederen die bij de douane worden aangebracht (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 223, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/236/oj).
(12) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/237 van de Commissie van 1 februari 2023 tot verlening van een door bepaalde lidstaten gevraagde afwijking voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie in verband met de douaneaangifte voor goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, zoals vastgesteld in de artikelen 158, 162, 163, 166, 167, 170 tot en met 174, 201, 240, 250, 254 en 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 32 van 3.2.2023, blz. 226, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/237/oj).
BIJLAGE
bij Uitvoeringsbesluit van de Commissie tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet
I. INLEIDING
|
1. |
Het werkprogramma is een instrument voor de toepassing van de bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 (1) en Verordening (EU) 2019/632 (2) die betrekking hebben op de ontwikkeling en de uitrol van de daarin genoemde elektronische systemen. |
|
2. |
In het werkprogramma worden ook de perioden vastgesteld gedurende welke de overgangsmaatregelen moeten gelden tot de uitrol van de nieuwe of geactualiseerde elektronische systemen als bedoeld in Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2015/2446 (3) en (EU) 2016/341 (4) van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 (5) van de Commissie. |
|
3. |
Onder de “belangrijkste mijlpaal” van de technische specificaties moet worden verstaan de datum waarop een stabiele versie van de technische specificaties ter beschikking wordt gesteld. Voor de nationale systemen of componenten wordt deze datum meegedeeld in het kader van de bekendmaking van de nationale projectplanning. |
|
4. |
In het werkprogramma worden de volgende “uitroldatums” voor de trans-Europese en nationale systemen vastgesteld:
|
|
5. |
In het geval van louter nationale systemen of specifieke nationale componenten die deel uitmaken van een breder project van de Unie, kunnen de lidstaten de uitroldatums en begin- en einddatums van een uitroltermijn in hun nationale projectplanning vastleggen, mits zij de uiterste datums in acht nemen die zijn vastgesteld in dit werkprogramma en overeenkomstig artikel 278, lid 2, van Verordening (EU) nr. 952/2013 voor de punten b) (SP IMP), c) en d), hieronder en overeenkomstig artikel 278, lid 3, van die verordening voor de punten a), b) (SP EXP) en e) hieronder.
De eerste alinea geldt voor de volgende nationale systemen of specifieke nationale componenten:
|
|
6. |
In het geval van trans-Europese systemen die een uitroltermijn maar geen specifieke implementatiedatum hebben, kunnen de lidstaten in voorkomend geval op een passend tijdstip binnen deze termijn met de uitrol beginnen, mits zij de uiterste datums in acht nemen die zijn vastgesteld in dit werkprogramma en overeenkomstig artikel 278, lid 3, van Verordening (EU) nr. 952/2013.
De eerste alinea geldt voor de volgende trans-Europese systemen:
Voor de upgrade van het trans-Europese DWU NCTS (component 1) (punt 9 van deel II) en DWU AES (component 1) (punt 10 van deel II) kunnen de lidstaten in voorkomend geval toestaan dat de marktdeelnemers de aansluiting stapsgewijs, maar uiterlijk 2 december 2024, realiseren. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de begin- en einddatums van de uitroltermijn en van de nationale overgangsstrategie voor hun marktdeelnemers. De lidstaten en de Commissie zullen zorgvuldig rekening moeten houden met de aspecten die betrekking hebben op het gemeenschappelijke domein en het externe domein, tijdens de overgangsperiode die voor DWU NCTS - upgrade (NCTS-fase 5) op 21 januari 2025 en voor AES (component 1) op 11 februari 2025 afloopt. |
|
7. |
Ook het trans-Europese DWU ICS2 (punt 17 van deel II) vereist een stapsgewijze implementatie en overgang. De aanpak is in dit geval echter anders omdat de lidstaten geacht worden bij de start van elke uitroltermijn op hetzelfde moment klaar te zijn voor elke release. Bovendien kunnen de lidstaten in voorkomend geval de marktdeelnemers toestaan om geleidelijk op het systeem aan te sluiten, maar uiterlijk tegen het einde van de uitroltermijn waarin in elk van de releases en, indien van toepassing, in elk van de stappen binnen een release is voorzien. De lidstaten zullen in samenwerking met de Commissie de uiterste datums en instructies voor de marktdeelnemers op hun website publiceren. |
|
8. |
Bij de uitvoering van het werkprogramma zullen de lidstaten en de Commissie een zorgvuldig evenwicht moeten vinden in het complexe samenspel van onderlinge afhankelijkheden, variabelen en veronderstellingen. De planning zal worden beheerd volgens de in het MASP-C vastgestelde beginselen.
De projecten zullen in verschillende fasen worden uitgerold, van de voorbereiding en de ontwikkeling tot de bouw, het testen, de migratie en de uiteindelijke inbedrijfstelling. De rol van de lidstaten en de Commissie in deze verschillende fasen zal afhangen van de aard en de architectuur van het systeem en de componenten of diensten ervan, zoals beschreven in de gedetailleerde projectfiches van het MASP-C. Waar passend zal de Commissie, in nauwe samenwerking met en na toetsing door de lidstaten, gemeenschappelijke technische specificaties vaststellen en deze 24 maanden vóór de beoogde uitroldatum van het elektronische systeem finaliseren. De lidstaten en de Commissie moeten er ook voor zorgen dat de marktdeelnemers tijdig de technische informatie ontvangen die zij nodig hebben om hun eigen elektronische systemen te actualiseren en aan te sluiten op de nieuwe of bijgewerkte elektronische systemen waarin Verordening (EU) nr. 952/2013 voorziet. Eventuele veranderingen moeten 12 tot 24 maanden vóór de uitrol van een specifiek systeem aan de marktdeelnemers worden gemeld, al naargelang de reikwijdte en aard van de verandering, zodat de marktdeelnemers hun systemen en interfaces kunnen plannen en aanpassen. Als het gaat om kleine veranderingen, kan deze periode korter zijn. De lidstaten en, waar passend, de Commissie zullen zorg dragen voor de ontwikkeling en de uitrol van de systemen in overeenstemming met de gedefinieerde systeemarchitectuur en -specificaties. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de in het werkprogramma vermelde mijlpalen en datums. De lidstaten en de Commissie zullen ook samenwerken met marktdeelnemers en andere belanghebbenden. De marktdeelnemers zullen de nodige maatregelen moeten nemen om gebruik te kunnen maken van de systemen zodra deze zijn ingevoerd, en zullen dit moeten doen uiterlijk op de einddatums die in dit werkprogramma zijn bepaald of, in voorkomend geval, door de lidstaten in het kader van hun nationale plannen zijn vastgesteld. |
II. LIJST VAN PROJECTEN VOOR DE ONTWIKKELING EN DE UITROL VAN ELEKTRONISCHE SYSTEMEN
|
“DWU-projecten en daarmee samenhangende elektronische systemen” Lijst van projecten voor de ontwikkeling en de uitrol van elektronische systemen die voor de toepassing van het wetboek noodzakelijk zijn |
Rechtsgrondslag |
Belangrijkste mijlpaal |
Uitroldatums voor de elektronische systemen |
|||||||||||
|
|
|
|
Begindatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem (6) |
Einddatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem (7) = einddatum van de overgangsperiode |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 64, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q1 2015 |
1.1.2017 |
1.1.2017 |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27, 28, 33 en 34, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q2 2016 (fase 1) |
1.3.2017 (fase 1 — stap 1) 2.10.2017 (fase 1 — stap 2) |
1.3.2017 (fase 1 — stap 1) 2.10.2017 (fase 1 — stap 2) |
||||||||||
|
In de tweede fase wordt het elektronische formulier voor BTI-aanvragen en -beschikkingen geïmplementeerd en krijgen marktdeelnemers toegang tot een geharmoniseerde ondernemersinterface om langs elektronische weg BTI-aanvragen in te dienen en BTI-beschikkingen te ontvangen. |
|
Streefdatum technische specificaties = Q2 2018 (fase 2) |
1.10.2019 (fase 2) |
1.10.2019 (fase 2) |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27 en 28, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q4 2015 |
2.10.2017 |
2.10.2017 |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikel 16 en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q4 2015 |
2.10.2017 |
2.10.2017 |
||||||||||
|
Deze oplossing voor technische authenticatie en gebruikersbeheer is vervolgens beschikbaar gesteld voor andere DWU-projecten zoals DWU Bindende tariefinlichtingen (BTI), DWU Geautoriseerde marktdeelnemers (AEO) — upgrade, DWU Bewijs van Uniestatus (PoUS), DWU Inlichtingenbladen (INF) voor bijzondere regelingen, en DWU Invoercontrolesysteem 2 (ICS2). |
|
|
Voor de uitroldatums wordt naar de verschillende projecten verwezen. |
Voor de uitroldatums wordt naar de verschillende projecten verwezen. |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 22, 23, 26, 27, 28, 38 en 39, en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q1 2016 |
5.3.2018 (fase 1) |
5.3.2018 (fase 1) |
||||||||||
|
Streefdatum technische specificaties = Q4 2018 |
1.10.2019 (fase 2 — deel 1 eerste processen) 16.12.2019 (fase 2 — deel 2 andere processen) |
1.10.2019 (fase 2 — deel 1) 16.12.2019 (fase 2 — deel 2) |
||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikel 9 en artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q2 2016 |
5.3.2018 |
5.3.2018 |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikel 16, artikel 56, lid 5, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q3 2016 |
1.10.2018 |
1.10.2018 |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 153, artikel 278, lid 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q1 2022 |
1.3.2024 (fase 1) |
1.3.2024 (fase 1) |
||||||||||
|
15.8.2025 (fase 2) |
15.8.2025 (fase 2) |
|||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, de artikelen 16 en 226 tot en met 236, artikel 278, lid 3, punt e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q4 2019 |
1.3.2021 (component 1) |
Stap 1: 1.12.2023 |
||||||||||
|
Stap 2: 2.12.2024 Einde overgang: 21.1.2025 (component 1) |
||||||||||||||
|
Streefdatum technische specificaties = Q2 2022 |
3.3.2025 (component 2) |
1.9.2025 (component 2) |
||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, de artikelen 16, 179 en 263 tot en met 276, artikel 278, lid 3, punten f) en d), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q4 2019 (component 1) |
1.3.2021 (component 1) |
Stap 1: 1.12.2023 |
||||||||||
|
Stap 2: 13.2.2024 (8) Stap 3: 2.12.2024 Einde overgang: 11.2.2025 (component 1) |
||||||||||||||
|
Streefdatum technische specificaties = vast te stellen door de lidstaten (component 2) |
1.3.2021 (component 2) |
2.12.2024 (component 2) |
||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 215 en 255 tot en met 262, artikel 278, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q2 2018 |
1.6.2020 |
1.6.2020 |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, de artikelen 16, 215, 237 tot en met 242 en 250 tot en met 262, artikel 278, lid 2, punt b), en artikel 278, lid 3, punt f), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = vast te stellen door de lidstaten (voor componenten 1 en 2) |
1.3.2021 (component 1) |
2.12.2024 (component 1) |
||||||||||
|
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan (component 2) |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (9) (component 2) |
|||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, de artikelen 16 en 133 tot en met 152, artikel 278, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = vast te stellen door de lidstaten en voor de kennisgeving van de aankomst in overeenstemming met de ICS2-planning. |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (10) |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikel 16, lid 1, en artikelen 53, 56, 77 tot en met 80, 83 tot en met 87, 101 tot en met 105, 108 tot en met 109, 158 tot en met 187 en 194 tot en met 195, en artikel 278, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = vast te stellen door de lidstaten |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 31.12.2022 (11) |
||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 179, artikel 278, lid 3, punt d), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q3 2020 |
1.3.2022 (Fase 1) |
1.7.2024 (Fase 1) |
||||||||||
|
Streefdatum technische specificaties = Q2 2022 |
2.10.2023 (Fase 2) |
2.6.2025 (Fase 2) |
||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16 en 89 tot en met 100, artikel 278, lid 3, punt a), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum technische specificaties = Q3 2022 (component 1) |
11.3.2024 (component 1) |
11.3.2024 (component 1) |
||||||||||
|
Streefdatum technische specificaties = vast te stellen door de lidstaten (component 2) |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan, met uitrol vanaf 11.3.2024 ten vroegste (component 2) |
Vast te stellen door de lidstaten als onderdeel van het nationale plan met een uitroltermijn tot en met 2.6.2025 (component 2) |
||||||||||||
|
Artikel 6, lid 1, artikelen 16, 46, 47 en 127 tot en met 132, artikel 278, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 |
Streefdatum voor de technische specificaties van alle drie de releases = Q2 2018 |
15.3.2021 (Release 1) |
1.10.2021 (Release 1) |
||||||||||
|
1.3.2023 (12) (Release 2) |
2.10.2023 (Release 2) |
|||||||||||||
|
3.6.2024 (13) (Release 3) Stap 1: 3.6.2024 Stap 2: 4.12.2024 Stap 3: 1.4.2025 |
Zie stap 1-3 Stap 1: 4.12.2024 (uiterlijk) Stap 2: 1.4.2025 (uiterlijk) Stap 3: 1.9.2025 (uiterlijk) |
|||||||||||||
(1) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).
(2) Verordening (EU) 2019/632 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 54, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/632/oj.
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).
(6) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj).
(7) Verordening (EU) 2019/632 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 houdende verlenging van het tijdelijke gebruik van andere middelen dan de elektronische gegevensverwerkingstechnieken waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 54, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/632/oj.
(8) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj).
(9) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/341/oj).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2015/2447/oj).
(11) De begindatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem is de vroegste datum waarop een lidstaat met de exploitatie van het systeem kan beginnen.
(12) De einddatum van de uitroltermijn voor het elektronische systeem is de laatste datum waarop het systeem volledig moet zijn uitgerold en de laatste datum waarop alle marktdeelnemers gemigreerd moeten zijn; in voorkomend geval wordt de datum vastgesteld door de lidstaten en komt deze datum overeen met de datum waarop de overgangsperiode afloopt.
(13) Tegen deze datum moet de in artikel 55, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1070 van de Commissie vastgestelde verplichting in het nationale uitvoersysteem geïmplementeerd zijn.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/2879/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)