European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2653

28.11.2023

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2653 VAN DE COMMISSIE

van 27 november 2023

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een “nieuwe exporteur” op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 11, lid 4,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 van de Commissie van 14 september 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (2),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen

(1)

Naar aanleiding van een onderzoek (“het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 457/2011 van de Raad (3) een definitief antidumpingrecht ingesteld op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”).

(2)

Naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het eerste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”) heeft de Commissie in juli 2017 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1171 (4) het definitieve antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de VRC opnieuw ingesteld.

(3)

Naar aanleiding van een tweede nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”) heeft de Commissie op 15 september 2023 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 het definitieve antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de VRC opnieuw ingesteld.

(4)

De thans geldende maatregelen hebben de vorm van een vast recht van 415 EUR/ton op alle invoer uit de VRC met uitzondering van drie meewerkende Chinese producenten-exporteurs waarvan de uitvoer onderworpen is aan een minimuminvoerprijs van 1 153 EUR/ton.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur

(5)

Op 26 april 2022 heeft de Commissie een verzoek ontvangen om op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur (“het verzoek”) te openen. Het verzoek werd ingediend door Xinjiang Xinlianxin Energy Chemical Co., Ltd (“de indiener van het verzoek” of “Xinjiang XLX”), een producent-exporteur van melamine in de VRC.

(6)

Het verzoek bevatte bewijsmateriaal waaruit naar voren kwam dat de indiener van het verzoek een nieuwe producent-exporteur was in de zin van artikel 11, lid 4, van de basisverordening: 1) de indiener van het verzoek heeft het onderzochte product tijdens het onderzoektijdvak waarop de antidumpingmaatregelen werden gebaseerd (van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009) (“het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek”) niet naar de Unie uitgevoerd; 2) hij is niet verbonden met een producent-exporteur van het onderzochte product die aan de geldende antidumpingrechten onderworpen is, en 3) de indiener van het verzoek is na afloop van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek begonnen met de uitvoer van het onderzochte product naar de Unie.

(7)

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat het verzoek voldoende bewijsmateriaal bevatte om een onderzoek te openen op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening teneinde voor de indiener van het verzoek een individuele dumpingmarge te kunnen vaststellen.

1.3.   Opening van het nieuwe onderzoek ten behoeve van de nieuwe exporteur

(8)

Op 1 maart 2023 heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/442 (5) het nieuwe onderzoek geopend teneinde voor de indiener van het verzoek een individuele dumpingmarge te kunnen vaststellen (“de openingsverordening”).

(9)

De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd aan het nieuwe onderzoek deel te nemen. Alle belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in de openingsverordening genoemde termijnen opmerkingen over de opening van het onderzoek in te dienen en om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures te vragen. De Commissie heeft geen opmerkingen of verzoeken om een hoorzitting ontvangen.

1.4.   Onderzocht product

(10)

Het onderzochte product is melamine, momenteel ingedeeld onder GN-code 2933 61 00, van oorsprong uit de VRC.

(11)

Melamine is een wit kristallijn poeder verkregen uit voornamelijk ureum. Het product wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de productie van laminaten, harsen, houtlijmen, perspoeder en behandelingsproducten voor papier en textiel.

1.5.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek

(12)

Het nieuwe onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022 (“tijdvak van het nieuwe onderzoek”). De Commissie heeft zich evenwel het recht voorbehouden om ook te onderzoeken of er mogelijk in een daaropvolgende periode transacties hebben plaatsgevonden, en het tijdvak van het nieuwe onderzoek waar nodig te wijzigen in het licht van de bevindingen van het onderzoek.

1.6.   Onderzoek

(13)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek verzocht een vragenlijst in te vullen om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig achtte. De indiener van het verzoek heeft de vragenlijst op 13 april 2023 beantwoord.

(14)

De Commissie heeft in juni 2023 bij de indiener van het verzoek een controle ter plaatse verricht. De Commissie heeft alle gegevens gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of de indiener van het verzoek voldeed aan de criteria voor een nieuwe exporteur en om een individuele dumpingmarge vast te stellen.

1.7.   Vervolg van de procedure

(15)

Op 18 augustus 2023 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was voor de indiener van het verzoek een individuele dumpingmarge vast te stellen. Alle partijen konden binnen een bepaalde termijn opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen indienen en verzoeken te worden gehoord.

(16)

Er werden opmerkingen van de indiener van het verzoek ontvangen. De Commissie heeft de opmerkingen overwogen en, indien passend, in aanmerking genomen. Geen van de partijen heeft verzocht om een hoorzitting.

(17)

Na de opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen heeft de Commissie op 7 oktober 2023 herziene bevindingen bekendgemaakt (“aanvullende mededeling van feiten en overwegingen”). De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over de aanvullende mededeling van feiten en overwegingen en te verzoeken te worden gehoord.

(18)

Er werden opmerkingen over de aanvullende mededeling van feiten en overwegingen ontvangen van de indiener van het verzoek. De Commissie heeft de opmerkingen overwogen en, indien passend, in aanmerking genomen. Geen van de partijen heeft verzocht om een hoorzitting.

2.   STATUS VAN “NIEUWE EXPORTEUR”

(19)

Xinjiang XLX werd in 2011 opgericht door Henan Xinlianxin Chemicals Group Co., Ltd (“Henan XLX”) (6). Het begon met de productie van melamine nadat het van het Italiaanse bedrijf Eurotecnica in respectievelijk 2016 en 2018 de nodige productietechnologie voor twee productielijnen had verworven (7). De Commissie concludeerde derhalve dat de indiener van het verzoek het onderzochte product tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek niet produceerde en/of naar de Unie uitvoerde.

(20)

Uit het onderzoek bleek dat een aanzienlijk aantal ondernemingen verbonden was met de indiener van het verzoek (8). De uiteindelijke eigenaar van de indiener van het verzoek is China XLX Fertiliser Ltd (“China XLX”). De China XLX-groep bestaat uit meer dan veertig ondernemingen. China XLX heeft een meerderheidsbelang (“controlling interest”) van meer dan 75 % in Henan Xinlianxin Chemical Group Co., Ltd (“Henan XLX”), de rechtstreekse moederonderneming van de indiener van het verzoek. De indiener van het verzoek is een volledige dochteronderneming van Henan XLX. Uit het onderzoek bleek dat behalve de indiener van het verzoek geen van de ondernemingen in de China XLX-groep melamine produceerde. De Commissie concludeerde bijgevolg dat de indiener van het verzoek niet verbonden was met een van de producenten-exporteurs van het onderzochte product waarop de geldende antidumpingrechten van toepassing zijn.

(21)

Tot slot bevestigde het onderzoek dat de indiener van het verzoek het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek naar [1-4] onafhankelijke afnemers in de Unie heeft uitgevoerd. Daarom concludeerde de Commissie dat de indiener van het verzoek het onderzochte product daadwerkelijk na het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek naar de Unie heeft uitgevoerd.

(22)

Bijgevolg concludeerde de Commissie dat de indiener van het verzoek voldeed aan de voorwaarden om als nieuwe exporteur in de zin van artikel 11, lid 4, van de basisverordening te worden beschouwd, aangezien 1) hij het onderzochte product niet in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek naar de Unie heeft uitgevoerd; 2) hij niet is verbonden met een producent-exporteur van het onderzochte product die aan de geldende antidumpingrechten onderworpen is, en 3) hij het onderzochte product na het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd.

3.   DUMPING

3.1.   Procedure voor het vaststellen van de normale waarde

(23)

In het kader van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis inzake de productie en de verkoop van melamine in de VRC. Het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en dit nieuwe onderzoek hadden betrekking op hetzelfde product en gedeeltelijk op hetzelfde tijdvak van nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (9). Daarom achtte de Commissie het passend om in het onderhavige nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur er bij de vaststelling van de normale waarde rekening mee te houden met de bevinding dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de VRC.

(24)

Om de nodige gegevens te verkrijgen voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, heeft de Commissie zich gebaseerd op de selectie van een passend representatief land die was gemaakt in het kader van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Turkije bleek te voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 6 bis, eerste streepje, van de basisverordening.

(25)

Op 17 juli 2023 heeft de Commissie een mededeling over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde (“mededeling over de bronnen”) bekendgemaakt die zij wilde gebruiken om de normale waarde voor de indiener van het verzoek vast te stellen.

(26)

In de mededeling over de bronnen liet de Commissie de belanghebbenden weten dat zij voornemens was de analyse van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te volgen en Turkije als representatief land te gebruiken. De mededeling vermeldde ook de relevante bronnen die de Commissie voornemens was te gebruiken voor de vaststelling van de normale waarde met Turkije als representatief land.

(27)

Voorts deelde zij de belanghebbenden mee dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten en de winst zou vaststellen op basis van openbaar beschikbare informatie voor Turkse producenten van producten in de ammoniakwaardeketen, waarvan melamine ook deel uitmaakt.

(28)

Tot slot heeft de Commissie bij de mededeling over de bronnen de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken over de bronnen en de geschiktheid van Turkije als representatief land en om andere landen voor te stellen, mits zij voldoende informatie inzake de relevante criteria zouden verstrekken.

(29)

De Commissie heeft van de indiener van het verzoek opmerkingen ontvangen over de benchmarks die de Commissie voornemens was te gebruiken. Die opmerkingen worden in punt 3.2.3 van deze verordening besproken.

3.2.   Normale waarde

(30)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.”

(31)

In artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening is echter het volgende bepaald: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en “omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (hierna wordt naar “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” verwezen met “VAA-kosten”).

(32)

Zoals in punt 3.2.1 hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in het kader van dit onderzoek geconcludeerd dat het passend was, artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

(33)

Bijgevolg werd de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening berekend op basis van de gecontroleerde lijst en de door de indiener van het verzoek verstrekte verbruikshoeveelheid van de inputs en de niet-verstoorde kosten en winst van een passend representatief land.

3.2.1.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(34)

Uit de analyse in punt 3.2.2.1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776, waarbij al het beschikbare bewijsmateriaal over het ingrijpen van de VRC in haar economie in het algemeen en in de sector van het onderzochte product is onderzocht, is gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen doordat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde factoren. Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in het kader van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen niet passend was om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Om de in overweging 23 vermelde redenen achtte de Commissie die conclusies ook relevant voor het onderhavige onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur.

(35)

Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land, in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt besproken in het volgende punt.

3.2.2.   Representatief land

(36)

In het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werd de keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gebruikt met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC (10);

productie van melamine in dat land (11);

beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land;

wanneer er sprake is van meer dan één mogelijk representatief land, moet, indien van toepassing, de voorkeur worden gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(37)

Zoals in overweging 25 is uiteengezet, heeft de Commissie in het kader van dit nieuwe onderzoek een mededeling over de bronnen bekendgemaakt waarin de feiten en het bewijsmateriaal zijn beschreven die aan de relevante criteria ten grondslag liggen. Bovendien heeft zij de belanghebbenden meegedeeld dat zij in dit geval, net als in het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (12), van plan was Turkije als passend representatief land te gebruiken.

(38)

Wat de productie van melamine betreft, werden in het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zeven landen (India, Iran, Japan, Qatar, Rusland, Trinidad en Tobago en de Verenigde Staten van Amerika) onderzocht waar melamine werd geproduceerd.

(39)

Wat het niveau van economische ontwikkeling betreft, werd alleen Rusland aangemerkt als een land met een ontwikkelingsniveau dat vergelijkbaar is met dat van de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Gezien evenwel het feit dat de belangrijkste grondstof voor melamine gas is, en dat voor gas in Rusland sprake is van een verstoring, in combinatie met de geldende sancties, en gezien het feit dat Rusland heeft besloten om vanaf april 2022 geen gedetailleerde invoer- en uitvoergegevens meer te publiceren, was de Commissie niet van oordeel dat Rusland een passend representatief land zou zijn.

(40)

In dit verband werd in het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen Turkije aangemerkt als een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC, met een productie in dezelfde algemene categorie producten, namelijk producten in de ammoniakwaardeketen, waarvan melamine ook deel uitmaakt.

(41)

Wat de beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land betreft, waren er met betrekking tot Turkije onmiddellijk gegevens over belangrijke productiefactoren beschikbaar. Bovendien waren voor dezelfde algemene categorie producten relevante gegevens over de VAA-kosten en de winst openbaar beschikbaar. In het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werden drie producenten in dezelfde algemene categorie producten geïdentificeerd, namelijk de ondernemingen Ege Gübre Sanayii A.Ș. (“Ege Gübre”), Tekfen Holding A.Ş. (“Tekfen”) en Bagfaș Bandirma Gübre Fabrikalari A.Ș. (“Bagfaş”). Alle drie de ondernemingen waren producenten van stikstofhoudende meststoffen (13).

3.2.3.   Niet-verstoorde kosten en benchmarks en bronnen aan de hand waarvan deze worden vastgesteld

(42)

Rekening houdend met alle gecontroleerde informatie die de indiener van het verzoek heeft verstrekt en na analyse van zijn opmerkingen over de mededeling over de bronnen, zijn voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren, hun bronnen en hun niet-verstoorde waarden in kaart gebracht:

Tabel 1

Productiefactoren voor melamine

Productiefactor

Goederencode in Turkije/GS Code (14)

Niet-verstoorde waarde (in CNY)

Meeteenheid

Informatiebron

Grondstoffen

Niet-metallurgische bitumineuze kool

2701 12 90

1 339,49

ton

Global Trade Atlas (“GTA”) (15)

Andere kool

2701 19

798,24

ton

GTA

Zuurstof

2804 40

1,21

m3

GTA

Energie/nutsvoorzieningen

Elektriciteit

n.v.t.

0,55

kWh

Internationale prijzen

Aardgas

n.v.t.

2,83

m3

Internationale prijzen

Water (ontzout)

n.v.t.

8,78

ton

Directoraat-generaal Water en Riolering van de stad Kocaeli

Water (onbehandeld)

n.v.t.

6,60

ton

Directoraat-generaal Water en Riolering van de stad Kocaeli

Arbeid

Arbeid

n.v.t.

37,03

uur

Turks Instituut voor Statistiek

3.2.3.1.   Grondstoffen

(43)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis gebruikgemaakt van de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten (16) en vervoerskosten werden opgeteld. Een invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en landen die geen lid zijn van de WTO (“niet-WTO-landen”), die zijn opgenomen (17) in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (18).

(44)

De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in punt 3.2.1 van deze verordening tot de conclusie is gekomen dat het niet passend was om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC en niet-WTO-landen in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief wat betreft niet-metallurgische bitumineuze kool.

(45)

De Commissie stelde niettemin vast dat Turkije in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vrij beperkte hoeveelheden “andere kool” en zuurstof invoerde. Daarom achtte de Commissie het passend om de niet-verstoorde kosten van die grondstoffen overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), tweede streepje, van de basisverordening te baseren op internationale prijzen of benchmarks.

(46)

Voor “andere kool” heeft de Commissie gebruikgemaakt van de gemiddelde uitvoerprijs van Indonesië naar alle landen, met uitzondering van de VRC en niet-WTO-landen, in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Indonesië was de grootste exporteur van “andere kool” in 2022, goed voor 92 % van de totale uitvoer in die periode. Voor zuurstof heeft de Commissie zich gebaseerd op de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van Zuid-Afrika, Servië en Turkije naar alle landen, met uitzondering van de VRC en niet-WTO-landen, in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Zuid-Afrika, Servië en Turkije waren belangrijke exporteurs van zuurstof in 2022, goed voor 35 % van de totale uitvoer in die periode. De Commissie heeft besloten om de uitvoer van de Unie en Zwitserland, andere grote exporteurs van zuurstof, niet als bron van niet-verstoorde kosten te gebruiken vanwege hun hogere niveau van economische ontwikkeling.

(47)

De Commissie heeft onderzocht of niet-metallurgische bitumineuze kool, waarvoor Turkse invoerstatistieken als bron van niet-verstoorde kosten werden gebruikt, in Turkije onderworpen was aan uitvoerbeperkingen die de binnenlandse prijzen en daarmee ook de invoerprijzen konden verstoren (19). De Commissie heeft vastgesteld dat Turkije in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen uitvoerbeperkingen op de uitvoer van niet-metallurgische bitumineuze kool heeft toegepast.

(48)

De Commissie heeft verder onderzocht of de invoerprijzen mogelijk verstoord waren door de invoer uit de VRC en niet-WTO-landen. De Commissie heeft vastgesteld dat minder dan 0,1 % van de invoer van niet-metallurgische bitumineuze kool in het tijdvak van het nieuwe onderzoek afkomstig was uit de VRC en niet-WTO-landen.

(49)

In zijn opmerkingen over de mededeling over de bronnen voerde de indiener van het verzoek aan dat de Commissie een van de benchmarks voor kool niet mocht gebruiken omdat deze niet overeenkwam met het soort kool dat de onderneming voor de productie van melamine gebruikte.

(50)

De Commissie was het daar niet mee eens. De indiener van het verzoek heeft informatie verstrekt over alle aankopen van kool in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, met inbegrip van de specificaties, met name de calorische waarde en het asgehalte, ervan. Deze informatie werd ter plaatse gecontroleerd en voldoende gestaafd door het door de indiener van het verzoek verstrekte bewijsmateriaal. De Commissie stelde vast dat de indiener van het verzoek, wat de calorische waarde betreft, inderdaad twee verschillende soorten kool gebruikte. Derhalve werd het argument van de indiener van het verzoek afgewezen.

(51)

Na de mededeling van feiten en overwegingen herhaalde de indiener van het verzoek dat de voor de melamineproductie gebruikte voederkool (“feed coal”) verschilde van kool die is ingedeeld onder GS-code 2701 12. De belanghebbende voerde aan dat kool, om onder die code te kunnen worden ingedeeld, aan beide criteria moet voldoen — een calorische waarde van ten minste 5 833 kcal/kg en een gehalte aan vluchtige stoffen (droog, mineraalvrij) van meer dan 14 %.

(52)

De Commissie heeft het argument afgewezen. Zoals uiteengezet in overweging 50, rapporteerde de indiener van het verzoek de calorische waarde en het asgehalte (maar niet het gehalte aan vluchtige bestanddelen) voor alle aankopen van kool in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Uit de laboratoriumresultaten die tijdens de controle ter plaatse als bewijsmateriaal werden verzameld, bleek echter dat aangekochte kool met een calorische waarde van meer dan 5 833 kcal/kg ook een gehalte aan vluchtige stoffen van meer dan 14 % had.

(53)

Daarnaast stelde de Commissie vast, naar aanleiding van een argument dat gevoelige, ondernemingsspecifieke informatie bevatte en daarom uitvoerig werd behandeld in een aanvullende specifieke mededeling van feiten en overwegingen, dat de onderneming gemengde kool met een variërende calorische waarde heeft gebruikt alvorens deze als voeder- of als brandstofkolen te gebruiken. Hoewel de gewogen gemiddelde calorische waarde van voederkolen meer dan 5 833 kcal/kg bedroeg en van brandstofkolen onder die drempel lag, heeft de Commissie de benchmark herberekend om rekening te houden met de vermenging van verschillende soorten kool in de niet-verstoorde waarde van voeder- en brandstofkolen. De Commissie heeft de toepasselijke niet-verstoorde kosten van niet-metallurgische bitumineuze kool of “andere kool” specifiek toegewezen aan elke aankooptransactie op basis van de individuele calorische waarde ervan.

(54)

Voor een aantal productiefactoren vertegenwoordigden de werkelijk door de indiener van het verzoek gemaakte kosten een verwaarloosbaar percentage van de totale grondstofkosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Aangezien de voor deze factoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie deze kosten bij de verbruiksgoederen op te nemen. De waarde van de verbruiksgoederen van de indiener van het verzoek werd uitgedrukt als een percentage van zijn werkelijke kosten van directe materialen. Om een niet-verstoorde waarde van verbruiksgoederen te bepalen, werd dat percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van directe materialen.

(55)

Na de mededeling van feiten en overwegingen herinnerde de indiener van het verzoek eraan dat hij zuurstof als een verbruiksgoed beschouwde en meldde hij dit in zijn antwoord op de vragenlijst. De indiener van het verzoek betoogde dat zuurstof als een verbruiksgoed moest worden behandeld, met name omdat de Commissie zijn verbruikshoeveelheid tijdens de controle ter plaatse niet specifiek had gecontroleerd en de onderneming evenmin had opgedragen zuurstof als grondstof te behandelen. De indiener van het verzoek herhaalde dit argument in zijn opmerkingen inzake de aanvullende mededeling van feiten en overwegingen.

(56)

De Commissie verduidelijkte dat de gerapporteerde waarde van verbruiksgoederen aanzienlijk was in termen van hun aandeel in de totale grondstofkosten. Daarom heeft de Commissie na de controle ter plaatse de verzamelde informatie verder geanalyseerd en besloten zuurstof als een afzonderlijke grondstof te behandelen. Hierdoor daalde de waarde van verbruiksgoederen tot een niet-significant aandeel in de totale grondstofkosten. Bovendien werd de verbruikshoeveelheid zuurstof opgenomen in de door de onderneming ingediende en ter plaatse gecontroleerde kostentabellen. Daarom achtte de Commissie de gerapporteerde verbruikshoeveelheid zuurstof voldoende betrouwbaar. Het argument werd derhalve afgewezen.

(57)

Met betrekking tot de in overweging 43 genoemde vervoerskosten, heeft de Commissie de vervoerskosten van de indiener van het verzoek voor de levering van grondstoffen uitgedrukt als een percentage van de werkelijke kosten van die grondstoffen, en heeft zij vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen, teneinde de niet-verstoorde vervoerskosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, in het kader van dit onderzoek, de ratio tussen de grondstoffen van de producent-exporteur en de gerapporteerde vervoerskosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde vervoerskosten van grondstoffen bij levering aan de fabriek van de onderneming.

3.2.3.2.   Watergehalte

(58)

In de mededeling over de bronnen heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij voornemens was gebruik te maken van de toepasselijke prijzen in Turkije die aan industriële gebruikers in rekening werden gebracht door het directoraat-generaal Water en Riolering van de stad Kocaeli (20), dat verantwoordelijk is voor de watervoorziening en de afvalwaterverzameling en -behandeling in de provincie Kocaeli. De toepasselijke prijzen waren openbaar toegankelijk op de website van die autoriteit.

(59)

De Turkse autoriteit maakte een onderscheid tussen twee soorten industriële gebruikers: 1) regelmatige industriële gebruikers, ten aanzien waarvan zij tarieven toepaste voor water en afvalwater, en 2) industriële gebruikers die gevestigd zijn in georganiseerde industriële districten met een gemeenschappelijke waterzuiveringsinstallatie. Industriële gebruikers in dergelijke districten hoefden geen afvalwatertarief te betalen.

(60)

Aangezien de indiener van het verzoek een productietechnologie gebruikte waarbij geen afvalwater werd geproduceerd, heeft de Commissie de tarieven die van toepassing zijn op de levering van water (met uitzondering van het tarief voor afvalwater) gebruikt als niet-verstoorde kosten van onbehandeld water. Om de niet-verstoorde kosten van ontzilt water te bepalen, dat de indiener van het verzoek zelf produceerde door onbehandeld water te verwerken, baseerde de Commissie zich op de verhouding tussen de kosten van onbehandeld en van ontzilt water zoals opgegeven door de indiener van het verzoek. De Commissie was van oordeel dat deze verhouding in het kader van dit onderzoek redelijkerwijs kon worden gebruikt als een indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde kosten van ontzout water.

3.2.3.3.   Elektriciteit en aardgas

(61)

In het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen stelde de Commissie vast dat de prijzen van elektriciteit en aardgas in Turkije in de eerste helft van 2022 sneller stegen dan de inflatie in het land (21). Bovendien heeft het Turkse Instituut voor Statistiek geen informatie gepubliceerd over de prijzen van elektriciteit en aardgas in de tweede helft van 2022. Gezien de gedeeltelijk verschillende tijdvakken van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en dit nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur en gezien het ontbreken van gegevens voor de tweede helft van 2022, heeft de Commissie de niet-verstoorde kosten van elektriciteit en aardgas gebaseerd op een aantal landen met een soortgelijk economisch ontwikkelingsniveau als de VRC, die gewoonlijk in andere onderzoeken als representatieve landen worden gebruikt en die ook producten in de ammoniakwaardeketen, met name stikstofhoudende meststoffen, vervaardigen.

(62)

Op basis van de statistieken van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (“FAO”) heeft de Commissie vastgesteld dat Brazilië en Maleisië de twee belangrijkste producenten van stikstofhoudende meststoffen zijn (22).

(63)

In Brazilië waren de elektriciteitsprijzen openbaar toegankelijk op de website van het elektriciteitsbedrijf CEMIG (23). De Commissie heeft tarieven gebruikt die van toepassing zijn op afnemers in de categorie “midden-/hoogspanning”. De uiteindelijke elektriciteitsprijs bestond uit een prijs voor stroom (kW) en een prijs voor verbruik (kWh). In Maleisië waren de elektriciteitsprijzen openbaar toegankelijk op de website van het elektriciteitsbedrijf TNB (24). De Commissie heeft tarieven gebruikt die van toepassing zijn op afnemers in de categorie “middenspanning”. De uiteindelijke elektriciteitsprijs bestond uit een prijs voor stroom (kW) en een prijs voor verbruik (kWh). De benchmark werd vastgesteld als een eenvoudig gemiddelde van de elektriciteitsprijzen in Brazilië en Maleisië.

(64)

In Brazilië waren de historische aardgasprijzen openbaar toegankelijk op de website van de aardgasdistributeur GASMIG (25). Alle prijsherzieningen in het tijdvak van het nieuwe onderzoek waren openbaar toegankelijk op het LegisWeb (26). De Commissie heeft aardgastarieven voor industriële gebruikers gebruikt en een verbruiksbandbreedte gekozen die overeenstemt met het aardgasverbruik van de indiener van het verzoek. In Maleisië was de historische aardgasprijs openbaar toegankelijk in de statistieken die werden gepubliceerd door de Energiecommissie (27). De meest recente beschikbare informatie had betrekking op het jaar 2019. Daarom heeft de Commissie de tarieven voor industriële afnemers geactualiseerd aan de hand van het inflatiepercentage van de energieprijzen (28). De benchmark werd vastgesteld als een eenvoudig gemiddelde van de aardgasprijzen in Brazilië en Maleisië.

3.2.3.4.   Arbeid

(65)

De Commissie heeft zich gebaseerd op de openbaar toegankelijke informatie van het Turkse Instituut voor Statistiek over de loonkosten in de desbetreffende industriële sector (29). De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente loonkosten (30) per uur die zijn opgenomen in afdeling 20 — Vervaardiging van chemische producten van de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE Rev. 2) (31). Aangezien de meest recente gegevens alleen betrekking hadden op het jaar 2020, heeft de Commissie de loonkosten gecorrigeerd aan de hand van de loonkostenindex voor de vervaardigingsindustrie in elk kwartaal van 2022 (32), zoals gepubliceerd door het Turkse Instituut voor Statistiek.

3.2.3.5.   Overhead-vervaardigingskosten, VAA-kosten en winst

(66)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-vervaardigingskosten worden vastgesteld om de kosten te dekken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen.

(67)

De overhead-vervaardigingskosten van de indiener van het verzoek werden uitgedrukt als een percentage van de werkelijke vervaardigingskosten van de onderneming. Dit percentage is toegepast op de niet-verstoorde productiekosten.

(68)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 37 en 41, waren er in Turkije geen producenten van melamine. Daarom werd de financiële informatie van drie Turkse producenten in dezelfde algemene productcategorie onderzocht om de niet-verstoorde VAA-kosten en de winst vast te stellen. Evenals in het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen gaat het hierbij om producenten van producten in de ammoniakwaardeketen, waarvan melamine ook deel uitmaakt, namelijk in het onderhavige onderzoek stikstofhoudende meststoffen.

(69)

De Commissie heeft de financiële informatie over het tijdvak van het nieuwe onderzoek onderzocht die door de ondernemingen Ege Gübre (33), Tekfen (34) en Bagfaș (35) op hun website of via een onlineplatform voor openbaarmaking is gepubliceerd. Voor zover beschikbaar heeft de Commissie zich gebaseerd op gegevens die zijn gerapporteerd voor een segment dat melamine het dichtst benadert. Opbrengsten en kosten uit hoofde van beleggingsactiviteiten werden buiten beschouwing gelaten.

(70)

Alle drie de ondernemingen beschikten over financiële informatie voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek en alle respectieve jaarrekeningen waren gecontroleerd. Tekfen en Bagfaş waren winstgevend in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (met inbegrip van het relevante segment, indien beschikbaar). Hoewel Ege Gübre winstgevend was op ondernemingsniveau, was het voor melamine relevante segment verliesgevend. Derhalve heeft de Commissie op basis van de financiële informatie van Tekfen en Bagfaş de gewogen gemiddelde VAA-kosten en winst berekend om de niet-verstoorde VAA-kosten en winst in het representatieve land te bepalen.

(71)

De toepasselijke gewogen gemiddelde VAA-kosten en winst werden als percentage van de kosten van verkochte goederen vastgesteld op respectievelijk 11,2 % en 12,7 %.

3.2.4.   Berekening van de normale waarde

(72)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening berekend in het stadium af fabriek.

(73)

Aangezien melamine een grondstof is zonder verdere productsoorten, werd de normale waarde slechts voor één product(soort) berekend.

(74)

De Commissie heeft de niet-verstoorde vervaardigingskosten vastgesteld. De Commissie heeft de niet-verstoorde kosten per eenheid toegepast op het werkelijke verbruik van de individuele productiefactoren van de indiener van het verzoek. Deze verbruikshoeveelheden werden geverifieerd tijdens de controle ter plaatse. De Commissie heeft de verbruikshoeveelheden vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in het representatieve land zijn waargenomen, zoals beschreven in punt 3.2.3. Aan de niet-verstoorde kosten van de individuele productiefactoren heeft de Commissie de verbruiksgoederen toegevoegd, zoals beschreven in overweging 54.

(75)

Vervolgens heeft de Commissie de overhead-vervaardigingskosten opgeteld bij de niet-verstoorde vervaardigingskosten om tot de niet-verstoorde productiekosten te komen, zoals uiteengezet in overweging 67.

(76)

Voorts heeft de Commissie de niet-verstoorde VAA-kosten en de winst van respectievelijk 11,2 % en 12,7 % opgeteld bij de niet-verstoorde productiekosten.

(77)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening berekend in het stadium af fabriek.

3.3.   Uitvoerprijs

(78)

De uitvoer naar de Unie van de indiener van het verzoek vond plaats hetzij rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie hetzij via een in de VRC gevestigde verbonden handelaar.

(79)

De uitvoerprijs was de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het onderzochte product dat met het oog op uitvoer naar de Unie werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.

3.4.   Vergelijking en dumpingmarges

(80)

Zoals hierboven vastgesteld, heeft de Commissie de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vergeleken met de uitvoerprijs van de indiener van het verzoek in het stadium af fabriek.

(81)

Waar dat voor een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. Er werden correcties toegepast voor vervoer, lading, overlading, lossing en aanverwante kosten overeenkomstig artikel 2, lid 10, punt e), van de basisverordening, verpakking overeenkomstig artikel 2, lid 10, punt f), van de basisverordening en bankkosten overeenkomstig artikel 2, lid 10, punt k), van de basisverordening.

(82)

De Commissie stelde vast dat de in overweging 78 genoemde verbonden handelaar functies verrichtte die vergelijkbaar waren met die van een op commissiebasis werkende agent en dat hij voor die functies een handelsmarge ontving. Om redenen van vertrouwelijkheid zijn de details van de analyse van de Commissie in een specifieke mededeling aan de indiener van het verzoek bekendgemaakt. De indiener van het verzoek heeft geen opmerkingen gemaakt.

(83)

Bijgevolg heeft de Commissie met betrekking tot de verkoop aan de Unie die via de verbonden handelaar plaatsvond, de uitvoerprijs ook gecorrigeerd voor de werkelijk door de verbonden handelaar gemaakte VAA-kosten en voor onafhankelijke winst overeenkomstig artikel 2, lid 10, punt i), van de basisverordening.

(84)

Wat de onafhankelijke winst betreft, was de Commissie van oordeel dat de winst van een onafhankelijke importeur in het kader van dit onderzoek redelijkerwijze kon worden gebruikt als een indicatie voor de schatting van de passende omvang van de correctie. Omdat geen enkele importeur aan dit onderzoek meewerkte, baseerde de Commissie de onafhankelijke winst op informatie uit eerdere onderzoeken. In het eerste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen behaalde een medewerkende importeur een winstmarge van [2-4] % (het exacte percentage kon om redenen van vertrouwelijkheid niet worden bekendgemaakt) (36). Bij het antidumpingonderzoek naar de invoer van ureumammoniumnitraat uit Rusland, Trinidad en Tobago en de Verenigde Staten werd vastgesteld dat een niet-verbonden importeur een winst van 4 % maakte (37). Gezien de informatie in de twee bovengenoemde onderzoeken achtte de Commissie het passend een correctie voor onafhankelijke winst van 4 % in mindering te brengen.

(85)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie de berekende gewogen gemiddelde normale waarde van het onderzochte product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van het onderzochte product.

(86)

Op basis daarvan bedroeg de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 12,0 %.

4.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(87)

Zoals vastgesteld in overweging 86, bedroeg de voor de indiener van het verzoek vastgestelde individuele dumpingmarge 12,0 %.

(88)

In het oorspronkelijke onderzoek waren de definitieve maatregelen die waren ingesteld op de invoer van de medewerkende producenten-exporteurs gebaseerd op hun individuele dumpingmarges, die lager waren dan de individuele schademarges voor alle drie de ondernemingen. De in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde individuele dumpingmarges varieerden van 44,9 % tot 49,0 % (38).

(89)

Anderzijds was het residuele recht voor alle andere ondernemingen gebaseerd op de residuele schademarge, die lager was dan de residuele dumpingmarge. De residuele schademarge werd vastgesteld op 65,2 % (39).

(90)

Aangezien de individuele dumpingmarge voor de indiener van het verzoek werd vastgesteld op een niveau dat lager is dan de residuele schademarge van het oorspronkelijke onderzoek, moet het individuele antidumpingrecht dat van toepassing is op het door de indiener van het verzoek geproduceerde onderzochte product worden gebaseerd op het niveau van zijn individuele dumpingmarge.

(91)

In het oorspronkelijke onderzoek hadden de individuele antidumpingmaatregelen die van toepassing waren op door de meewerkende producenten-exporteurs geproduceerde melamine de vorm van een minimuminvoerprijs (“MIP”) waarbij de vastgestelde dumping werd opgeheven. Die MIP was gebaseerd op de normale waarde, die werd verhoogd tot een cif-prijs, grens Unie (40).

(92)

In zijn opmerkingen over de mededeling van feiten en overwegingen wees de indiener van het verzoek erop dat volgens artikel 9.2 van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (“WTO-ADO”) “het antidumpingrecht per geval op niet-discriminerende basis wordt geheven op de invoer van dat product uit alle dumping- en schadeveroorzakende bronnen”. De indiener van het verzoek betoogde derhalve dat hij op dezelfde wijze moet worden behandeld als de drie producenten-exporteurs die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt, en dat voor hem zodoende dezelfde MIP moet gelden.

(93)

De indiener van het verzoek voerde aan dat de voor de indiener van het verzoek afzonderlijk berekende MIP niet het passende bedrag weerspiegelde, aangezien de Commissie in het oorspronkelijke onderzoek de normale waarde, de uitvoerprijs en de schademarge in aanmerking heeft genomen om de MIP voor de meewerkende ondernemingen vast te stellen, terwijl zij in dit nieuwe onderzoek alleen de normale waarde in aanmerking heeft genomen.

(94)

Voorts voerde de indiener van het verzoek aan dat de MIP niet op niet-discriminerende basis was vastgesteld. De indiener van het verzoek heeft een parallel getrokken met de behandeling van nieuwe exporteurs in gevallen waarin een steekproef van producenten-exporteurs werd samengesteld. In dergelijk geval is op de nieuwe exporteur het recht van toepassing dat van toepassing is op niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. De indiener van het verzoek voerde derhalve aan dat ook voor hem de MIP zou moeten gelden die van toepassing is op de drie producenten-exporteurs die aan het oorspronkelijke onderzoek hebben meegewerkt.

(95)

Tot slot voerde de indiener van het verzoek aan dat de instelling van een hogere MIP niet in het belang van de Unie zou zijn.

(96)

In zijn opmerkingen over de aanvullende mededeling van feiten en overwegingen herhaalde de indiener van het verzoek de in de overwegingen 92 tot en met 95 samengevatte argumenten.

(97)

De Commissie herinnerde eraan dat, net als in het oorspronkelijke onderzoek, de normale waarde, de uitvoerprijs en de schademarge alle in aanmerking zijn genomen voor de vaststelling van het antidumpingrecht dat van toepassing is op Xinjiang XLX. De normale waarde en de uitvoerprijs van de onderneming werden gebruikt om de dumpingmarge vast te stellen. De schademarge die bij het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld, werd in aanmerking genomen om te bepalen of het individuele antidumpingrecht voor de indiener van het verzoek moest worden gebaseerd op de dumping- of de schademarge volgens de zogenoemde regel van het laagste recht. Ten slotte werd de normale waarde gebruikt als basis voor de vaststelling van de hoogte van de MIP, zoals ook het geval was in het kader van het oorspronkelijke onderzoek.

(98)

Bovendien is in artikel 11, lid 4, van de basisverordeningen uitdrukkelijk bepaald dat voor nieuwe exporteurs een individuele dumpingmarge wordt vastgesteld. De Commissie was derhalve van oordeel dat de argumenten van de indiener van het verzoek met betrekking tot de behandeling van nieuwe exporteurs in onderzoeken waarbij een steekproef van producenten-exporteurs werd uitgevoerd, niet ter zake doen. Deze behandeling is niet gebaseerd op artikel 11, lid 4, van de basisverordening, maar op specifieke bepalingen in de desbetreffende verordeningen tot instelling van de rechten in kwestie. Dit zijn verschillende rechtsgrondslagen waarvoor verschillende regels gelden.

(99)

Ten slotte wordt het belang van de Unie in een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening niet afzonderlijk onderzocht. In het onderhavige geval werd dit in het oorspronkelijke onderzoek geanalyseerd en werden de resultaten van de analyse weerspiegeld in de keuze van de vorm van de maatregelen.

(100)

Bijgevolg werden de in de overwegingen 92 tot en met 95 beschreven argumenten van de indiener van het verzoek om de in de overwegingen 97, 98 en 99 uiteengezette redenen afgewezen.

(101)

Na de mededeling van feiten en overwegingen en tevens na de aanvullende mededeling van feiten en overwegingen voerde de indiener van het verzoek tevens aan dat met het oog op de vaststelling van de MIP de kosten van het zeevervoer zoals gebruikt om de normale waarde op cif-niveau, grens Unie, te corrigeren, moet enworden herzien. Volgens de indiener van het verzoek waren de kosten van zeevervoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek onredelijk hoog, te weten vier tot vijf keer hoger dan onder normale omstandigheden. In dit verband verwees de indiener van het verzoek naar het ICIS-rapport over melamine van 23 augustus 2023 (41) en de Chinese index voor vrachttarieven voor containervervoer ten uitvoer (42), gepubliceerd door het Ministerie van Vervoer van de Volksrepubliek China.

(102)

De Commissie heeft het argument afgewezen. Om de toepasselijke MIP vast te stellen, heeft de Commissie eerst de normale waarde voor de indiener van het verzoek vastgesteld op basis van de verbruikshoeveelheid van de door de onderneming gerapporteerde productiefactoren. Ten tweede was de correctie van de normale waarde om een cif-niveau, grens Unie, vast te stellen, volledig gebaseerd op de werkelijke vervoerskosten van de indiener van het verzoek, zoals vermeld in zijn antwoord op de vragenlijst en ter plaatse gecontroleerd. Bovendien was die correctie in het oorspronkelijke onderzoek ook gebaseerd op de werkelijke vervoerskosten die de onderzochte ondernemingen in het gehele onderzoektijdvak hadden opgegeven. Bijgevolg achtte de Commissie het passend om voor dit nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur dezelfde aanpak te volgen overeenkomstig artikel 11, lid 9, van de basisverordening.

(103)

In dit verband bedraagt de MIP die van toepassing is op het door de indiener van het verzoek geproduceerde onderzochte product, vastgesteld als de normale waarde, gecorrigeerd tot het cif-niveau, grens Unie, 1 346 EUR/ton nettoproductgewicht.

(104)

Bijgevolg dient Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(105)

Wanneer het door de indiener van het verzoek geproduceerde onderzochte product zou worden ingevoerd tegen een cif-prijs, grens Unie, die lager is dan de in overweging 103 vastgestelde MIP, moet het recht dat gelijk is aan het verschil tussen de MIP en de cif-prijs, grens Unie, worden geheven op de overeenkomstig artikel 3 van de openingsverordening geregistreerde invoer. De douaneautoriteiten moeten de registratie van de invoer van het door de indiener van het verzoek geproduceerde onderzochte product beëindigen.

(106)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was aan te bevelen dat ten aanzien van de indiener van het verzoek een individueel antidumpingrecht wordt toegepast. Tevens konden alle partijen hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken en verzoeken om door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures te worden gehoord. Er is naar behoren rekening gehouden met de opmerkingen.

(107)

Dit nieuwe onderzoek is overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening niet van invloed op de datum waarop de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 ingestelde maatregelen vervallen.

(108)

Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft een positief advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Lid 2 van artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 wordt vervangen door:

“2.   De definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:

Onderneming

Minimuminvoerprijs (EUR/ton nettoproductgewicht)

Recht (EUR/ton nettoproductgewicht)

Aanvullende Taric-code

Sichuan Golden-Elephant Sincerity Chemical Co., Ltd

1 153

 

A 986

Shandong Holitech Chemical Industry Co., Ltd

1 153

 

A 987

Henan Junhua Development Company Ltd

1 153

 

A 988

Xinjiang Xinlianxin Energy Chemical Co., Ltd

1 346

 

8 99B

Alle overige ondernemingen

415

A 999”

Artikel 2

1.   Het bij artikel 1 ingestelde recht op de invoer van melamine, momenteel ingedeeld onder GN-code 2933 61 00, van oorsprong uit de VRC en vervaardigd voor uitvoer naar de Unie door Xinjiang Xinlianxin Energy Chemical Co., Ltd, wordt geïnd op goederen waarvan de invoer werd geregistreerd overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/442. Het antidumpingrecht dat moet worden geïnd op geregistreerde invoer komt overeen met het verschil tussen de minimuminvoerprijs en de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, in alle gevallen waarin deze nettoprijs lager is dan de minimuminvoerprijs. Er wordt geen recht geïnd op die geregistreerde invoer wanneer de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, gelijk is aan of hoger is dan de overeenkomstige minimuminvoerprijs.

2.   Hierbij wordt de douaneautoriteiten opgedragen de registratie van de invoer die is ingesteld bij artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/442, die hierbij wordt ingetrokken, te beëindigen.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 november 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 228 van 15.9.2023, blz. 199.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 457/2011 van de Raad van 10 mei 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 124 van 13.5.2011, blz. 2).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1171 van de Commissie van 30 juni 2017 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 170 van 1.7.2017, blz. 62).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/442 van de Commissie van 28 februari 2023 tot opening van een nieuw onderzoek ten behoeve van een “nieuwe exporteur” ten aanzien van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1171 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China, voor één Chinese producent-exporteur, tot intrekking van het recht ten aanzien van die producent-exporteur en tot registratie van deze invoer (PB L 64 van 1.3.2023, blz. 12).

(6)  Beschikbaar op: https://www.xlxchemicals.com/index/company (laatst geraadpleegd op 25 juli 2023).

(7)  Eurotecnica, referentielijst 2023, blz. 3. Beschikbaar op: https://www.eurotecnica.it/images/PDF/reflist.pdf (laatst geraadpleegd op 25 juli 2023).

(8)  China XLX Fertiliser Ltd, jaarverslag 2022, blz. 228-233. Beschikbaar op: https://www.hnxlx.com.cn/Uploads/PdfPic/2023-04-26/6449105b6c7b5.pdf (laatst geraadpleegd op 25 juli 2023).

(9)  Het tijdvak van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen besloeg de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 en dat van het nieuwe onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022.

(10)  World Bank Open Data — Upper Middle Income, beschikbaar op: https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income (laatst geraadpleegd op 3 juli 2023).

(11)  Als melamine in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als die van melamine in aanmerking worden genomen.

(12)  Zie punt 3.2.2.2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776 voor een volledige analyse van het representatieve land in het kader van het tweede nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen.

(13)  De uiteindelijke grondstoffen voor de productie van melamine en stikstofhoudende meststoffen zijn aardgas of kool. Aardgas of kool wordt gebruikt om ammoniak te maken. Ammoniak kan verder worden verwerkt tot ureum of salpeterzuur. Salpeterzuur wordt gebruikt voor de productie van ammoniumnitraat, een stikstofhoudende meststof. Het kan verder worden gemengd om andere soorten stikstofhoudende meststoffen te maken, zoals ureumammoniumnitraat (“UAN”; ammoniumnitraat gemengd met ureum) of calciumammoniumnitraat (“CAN”; ammoniumnitraat gemengd met calcium uit kalksteen). Ureum, met toevoeging van ammoniak, kan ook worden gebruikt voor de productie van melamine. Stikstofhoudende meststoffen, ureum en melamine worden vaak geproduceerd door dezelfde verticaal geïntegreerde ondernemingen.

(14)  Voor “andere kool” en zuurstof was de goederencode gebaseerd op de nomenclatuur die is vastgesteld in het kader van het Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen.

(15)  Beschikbaar op: https://connect.ihsmarkit.com/gta/home (laatst geraadpleegd op 27 juli 2023).

(16)  Internationaal Handelscentrum, Market Access Map, beschikbaar op: https://www.macmap.org/en/query/customs-duties (laatst geraadpleegd op 5 april 2023).

(17)  Azerbeidzjan, Belarus, Noord-Korea, Oezbekistan, Turkmenistan.

(18)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(19)  Global Trade Alert, beschikbaar op: https://www.globaltradealert.org/data_extraction (laatst geraadpleegd op 29 juni 2023).

(20)  Beschikbaar op: https://www.isu.gov.tr/sufiyatlari/ (laatst geraadpleegd op 30 januari 2023).

(21)  Zie overweging 171 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1776.

(22)  De Commissie heeft de geproduceerde hoeveelheid stikstofhoudende meststoffen in 2021, d.w.z. in de meest recente beschikbare periode, geanalyseerd. Rusland werd buiten beschouwing gelaten om redenen toegelicht in punt 3.2.2 van de onderhavige verordening, en Belarus omdat het een niet-WTO-land is. Beschikbaar op: https://www.fao.org/faostat/en/#data/RFN (laatst geraadpleegd op 14 juli 2023).

(23)  Beschikbaar op: https://www.cemig.com.br/atendimento/valores-de-tarifas-e-servicos/ (laatst geraadpleegd op 13 juli 2023).

(24)  Beschikbaar op: https://www.tnb.com.my/commercial-industrial/pricing-tariffs1 (laatst geraadpleegd op 13 juli 2023).

(25)  Beschikbaar op: https://gasmig.com.br/historico-de-tarifas/ (laatst geraadpleegd op 13 juli 2023).

(26)  Beschikbaar op: https://www.legisweb.com.br (laatst geraadpleegd op 13 juli 2023).

(27)  Beschikbaar op: https://www.st.gov.my/en/web/consumer/details/6/1 (laatst geraadpleegd op 13 juli 2023).

(28)  Beschikbaar op: https://www.worldbank.org/en/research/brief/inflation-database (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(29)  Beschikbaar op https://data.tuik.gov.tr/Kategori/GetKategori?p=istihdam-issizlik-ve-ucret-108&dil=2 (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(30)  Tabel Monthly average labour cost and components by economic activity, 2020 (Gemiddelde maandelijkse loonkosten en -componenten per economische activiteit 2020), beschikbaar op: https://data.tuik.gov.tr/Kategori/GetKategori?p=istihdam-issizlik-ve-ucret-108&dil=2 (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(31)  Statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Gemeenschap, beschikbaar op: https://ec.europa.eu/eurostat/documents/3859598/5902521/KS-RA-07-015-EN.PDF (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(32)  Tabel Labour COST Indices (2015 = 100) (Indexcijfers van de loonkosten (2015 = 100), beschikbaar op: https://data.tuik.gov.tr/Bulten/Index?p=Labour-Input-Indices-Quarter-I:-January-March,-2023-49451 (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(33)  Beschikbaar op: http://www.egegubre.com.tr/mali.html (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(34)  Beschikbaar op: https://www.tekfen.com.tr/en/financial-statements-4-22 (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(35)  Beschikbaar op: https://www.kap.org.tr/tr/Bildirim/1123000 (laatst geraadpleegd op 30 juni 2023).

(36)  Overweging 156 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1171.

(37)  Overweging 56 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1688 van de Commissie van 8 oktober 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op mengsels van ureum en ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland, Trinidad en Tobago en de Verenigde Staten van Amerika (PB L 258 van 9.10.2019, blz. 21).

(38)  Overweging 132 van Verordening (EU) nr. 1035/2010 van de Commissie van 15 november 2010 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op de invoer van melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 298 van 16.11.2010, blz. 10).

(39)  Idem.

(40)  Overwegingen 78 en 79 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 457/2011.

(41)  Het rapport is ingediend als bijlage 1 bij de opmerkingen van de indiener van het verzoek over de mededeling van feiten en overwegingen. Het rapport bevatte informatie over de vrachttarieven voor een droge vrachtcontainer van twintig voet op de route van Noord-China naar Noord-Europa in de periode januari 2020-augustus 2023, die door Xeneta was verstrekt. Beperkte historische informatie beschikbaar op https://xsi.xeneta.com/ (laatst geraadpleegd op 8 september 2023).

(42)  Beschikbaar op: https://www.mot.gov.cn/yunjiazhishu/ (laatst geraadpleegd op 8 september 2023).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2653/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)