European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2599

23.11.2023

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2599 VAN DE COMMISSIE

van 22 november 2023

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het beheer van scheepvaartmaatschappijen door de administrerende autoriteiten ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 3 octies septies, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Richtlijn 2003/87/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad (2), is bepaald dat emissies van maritiem vervoer in het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie (“het EU-ETS”) worden opgenomen.

(2)

Om de administratieve lasten voor scheepvaartmaatschappijen te verlichten, is in Richtlijn 2003/87/EG bepaald dat één lidstaat verantwoordelijk is voor elke scheepvaartmaatschappij. Overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG wordt de lidstaat die verantwoordelijk is voor het beheer van een scheepvaartmaatschappij de “administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij” genoemd.

(3)

In het kader van het algemene zeerecht wordt met het begrip “scheepvaartmaatschappij” verwezen naar de entiteit die belast is met het beheer van het schip; dit begrip kan niet bij een bilaterale overeenkomst tussen de partijen worden gewijzigd. Deze algemene benadering is echter niet de meest geschikte in het kader van het EU-ETS, waarop deze handeling betrekking heeft. In deze specifieke context van het EU-ETS moeten de verplichtingen gelden voor de entiteit die geschikter is om in dit verband de nodige maatregelen te treffen. In tegenstelling tot wat in het algemene zeerecht het geval is, kan dit een andere entiteit zijn dan de entiteit die belast is met het feitelijke beheer van het schip. Daarom moet voor de toepassing van het EU-ETS worden afgeweken van de betekenis van het begrip “scheepvaartmaatschappij” in het algemene zeerecht, zodat de partijen onderling contractueel kunnen overeenkomen op welke entiteit de verplichtingen uit hoofde van het EU-ETS rusten.

(4)

Om ervoor te zorgen dat scheepvaartmaatschappijen gelijk worden behandeld, moeten de lidstaten geharmoniseerde regels volgen voor het beheer van scheepvaartmaatschappijen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Om ervoor te zorgen dat het EU-ETS naar behoren wordt gehandhaafd en dat rekening wordt gehouden met de verschillen tussen het EU-ETS en het algemene zeerecht, moeten de lidstaten waarborgen dat de organisatie of persoon die de verantwoordelijkheid voor het beheer van het schip van de scheepseigenaar heeft overgenomen en die bij het aangaan van die verantwoordelijkheid ermee heeft ingestemd alle taken en verantwoordelijkheden uit hoofde van de Internationale Veiligheidsmanagementcode voor het veilige gebruik van schepen en voor verontreinigingspreventie, als uiteengezet in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3), over te nemen, ook de verantwoordelijkheid voor de EU-ETS-verplichtingen heeft overgenomen en beschikt over een volmacht van de scheepseigenaar om de nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2003/87/EG, waaronder de verplichting uit hoofde van de artikelen 3 octies ter en 12 van die richtlijn om emissierechten in te leveren, na te komen. Voor zover dit vereiste afwijkt van de praktijk wat betreft de definitie van “scheepvaartmaatschappij” in het algemene zeerecht, is het beperkt tot de overname van verantwoordelijkheid in het kader van het EU-ETS.

(5)

Om de handhaving van het EU-ETS te vergemakkelijken, moet de organisatie of persoon die de verantwoordelijkheid voor de EU-ETS-verplichtingen op zich heeft genomen, zijn administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij informatie verstrekken over de schepen die onder haar verantwoordelijkheid vallen.

(6)

Het moet te allen tijde duidelijk zijn welke entiteiten als verantwoordelijke entiteiten voor de naleving van de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2003/87/EG zijn aangewezen. Om die reden en om te zorgen voor samenhang bij de administratie en de handhaving, is in Verordening (EU) 2015/757 bepaald dat dat dezelfde entiteit moet zijn.

(7)

Artikel 3 octies septies, leden 1 en 3, van Richtlijn 2003/87/EG bevat de bepalingen inzake de toewijzing van elke scheepvaartmaatschappij aan een administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij. Om ervoor te zorgen dat scheepvaartmaatschappijen gelijk worden behandeld, moet worden voorzien in geharmoniseerde gedetailleerde regels voor de toewijzing van scheepvaartmaatschappijen aan de lidstaten. De regels voor de toewijzing van een scheepvaartmaatschappij aan een lidstaat hebben ook betrekking op het land van registratie van de scheepvaartmaatschappij, wat gebaseerd moet zijn op informatie die is geregistreerd Thetis MRV, het specifieke informatiesysteem van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van Verordening (EU) 2015/757, dat is ontwikkeld door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) en door het EMSA wordt beheerd. De toewijzing van niet in een lidstaat geregistreerde scheepvaartmaatschappijen moet gebaseerd zijn op gegevens over havenaanlopen in het bij Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) ingevoerde systeem van de Unie voor de uitwisseling van maritieme informatie (SafeSeaNet). De gegevens over havenaanlopen kunnen in voorkomend geval worden aangevuld met informatie uit andere informatiesystemen.

(8)

Daarnaast moeten gedetailleerde toewijzingsregels worden vastgesteld voor scheepvaartmaatschappijen die niet in een lidstaat zijn geregistreerd, die in de voorgaande vier monitoringjaren geen reis hebben ondernomen die onder het in artikel 3 octies bis van Richtlijn 2003/87/EG beschreven toepassingsgebied valt en waarvan de eerste reis binnen het toepassingsgebied van die richtlijn een reis is tussen havens die onder de jurisdictie van twee lidstaten vallen, en voor scheepvaartmaatschappijen die niet in een lidstaat zijn geregistreerd en die het vaakst havens in twee of meer lidstaten hebben aangedaan. Om voor een soepele uitvoering van het EU-ETS te zorgen, moeten de lidstaten informatie uitwisselen in geval van wijziging van de administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij van een bepaalde scheepvaartmaatschappij.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Wanneer de organisatie of de persoon die de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip heeft overgenomen van de scheepseigenaar en die bij de overname van die verantwoordelijkheid ermee heeft ingestemd om alle taken en verantwoordelijkheden over te nemen die worden voorgeschreven door de Internationale Veiligheidsmanagementcode voor de veilige exploitatie van schepen en voor verontreinigingspreventie als vervat in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad, bijvoorbeeld de beheerder of de rompbevrachter, ook de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen voor de verplichting om te voldoen aan de nationale maatregelen tot omzetting van Richtlijn 2003/87/EG en aan de verplichting om uit hoofde van artikel 3 octies ter en artikel 12 van die richtlijn emissierechten in te leveren (“de ETS-verplichtingen”), zorgen de lidstaten ervoor dat die organisatie of persoon naar behoren door de scheepseigenaar is gemachtigd om aan de ETS-verplichtingen te voldoen.

2.   Voor de toepassing van lid 1 verstrekt die organisatie of persoon diens administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij een document waarop duidelijk is aangegeven dat de scheepseigenaar die autoriteit naar behoren heeft gemachtigd om aan de ETS-verplichtingen te voldoen.

Dat document wordt zowel door de scheepseigenaar als door die organisatie of persoon ondertekend.

Indien dat document niet in een officiële taal van de lidstaat of in het Engels is gesteld, wordt een Engelse vertaling verstrekt.

Als dat document een kopie is, wordt het door een notaris of een andere soortgelijke, door de administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij aangewezen persoon voor eensluidend gewaarmerkt. Als de gewaarmerkte kopie buiten de lidstaat van de administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij wordt afgegeven, wordt de kopie gelegaliseerd, tenzij de nationale wetgeving anderszins voorschrijft.

3.   Het in lid 2 bedoelde document bevat:

a)

de naam en het unieke identificatienummer van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) voor maatschappijen en geregistreerde eigenaars van de door de scheepseigenaar gemachtigde organisatie of persoon;

b)

het land van registratie van de door de scheepseigenaar gemachtigde organisatie of persoon, zoals geregistreerd in het kader van de regeling voor het unieke IMO-identificatienummer voor maatschappijen en geregistreerde eigenaars;

c)

de naam en het unieke IMO-identificatienummer voor maatschappijen en geregistreerde eigenaars van de scheepseigenaar;

d)

de volgende informatie over de contactpersoon van de scheepseigenaar:

i)

voornaam;

ii)

achternaam;

iii)

functie;

iv)

kantooradres;

v)

zakelijk telefoonnummer;

vi)

zakelijk e-mailadres;

e)

de toepassingsdatum van de machtiging door de scheepseigenaar op de organisatie of persoon;

f)

het IMO-scheepsidentificatienummer van elk schip dat onder de machtiging valt.

4.   Indien de in lid 1 bedoelde organisatie of persoon het in lid 2 bedoelde document niet aan diens administrerende autoriteit kan verstrekken, wordt de scheepseigenaar beschouwd als de entiteit die verantwoordelijk is voor de ETS-verplichtingen.

Artikel 2

1.   Indien de entiteit die de verantwoordelijkheid voor ETS-verplichtingen op zich heeft genomen de scheepseigenaar is, zorgt de administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij ervoor dat de scheepseigenaar die autoriteit een document verstrekt met een lijst van de schepen waarvoor de scheepseigenaar de ETS-verplichtingen op zich heeft genomen en waarvan de emissies onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2003/87/EG vallen, alsook de IMO-scheepsidentificatienummers daarvan.

2.   Indien de in lid 1 bedoelde lijst wordt gewijzigd, stelt de scheepseigenaar diens administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij hiervan onverwijld in kennis en verstrekt de scheepseigenaar die autoriteit een bijgewerkt document, alsook de naam en het unieke IMO-identificatienummer voor maatschappijen en geregistreerde eigenaars van de nieuwe scheepvaartmaatschappij voor elk schip dat niet langer onder de verantwoordelijkheid van de scheepseigenaar valt.

Artikel 3

1.   Voor de toewijzing van een scheepvaartmaatschappij aan een administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij overeenkomstig artikel 3 octies septies van Richtlijn 2003/87/EG, is het in dat artikel bedoelde land van registratie van een scheepvaartmaatschappij het land dat is geregistreerd in Thetis MRV, het specifieke informatiesysteem van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van Verordening (EU) 2015/757.

2.   Voor de toewijzing van een niet in een lidstaat geregistreerde scheepvaartmaatschappij aan een administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij overeenkomstig artikel 3 octies septies, lid 1, van Richtlijn 2003/87/EG, worden de gegevens over havenaanlopen gebaseerd op de gegevens die zijn opgeslagen in het bij Richtlijn 2002/59/EG ingevoerde systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie (SafeSeaNet).

Indien de in SafeSeaNet geregistreerde gegevens ontoereikend zijn om een niet in een lidstaat geregistreerde scheepvaartmaatschappij toe te wijzen aan een administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij, kan de Commissie gebruikmaken van aanvullende gegevens, zoals de gegevens van het automatische identificatiesysteem, die in andere informatiesystemen zijn opgeslagen.

Artikel 4

Indien de eerste reis van een schip van een niet in een lidstaat geregistreerde scheepvaartmaatschappij als bedoeld in artikel 3 octies septies, lid 1, punt c), van Richtlijn 2003/87/EG een reis is die begon in een aanloophaven onder de jurisdictie van de ene lidstaat en eindigde in een aanloophaven onder de jurisdictie van een andere lidstaat, is de administrerende autoriteit ten aanzien van die scheepvaartmaatschappij de lidstaat waar die reis is begonnen.

Artikel 5

Indien een niet in een lidstaat geregistreerde scheepvaartmaatschappij het vaakst havens aandoet in twee of meer lidstaten, is de administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij de lidstaat waar de scheepvaartmaatschappij, bij een reis die begon of eindigde in die lidstaten met een gelijk aantal havenaanlopen, voor het eerst een haven heeft aangedaan tijdens de desbetreffende rapporteringsperioden.

De datum en tijd van vertrek of aankomst worden berekend volgens de Greenwich-tijd (GMT/UTC).

Artikel 6

1.   In geval van wijziging van administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij, heeft de nieuwe administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij toegang tot alle relevante informatie over die scheepvaartmaatschappij. Dit omvat ook toegang tot het monitoringplan van elk schip dat onder de verantwoordelijkheid van de scheepvaartmaatschappij valt, tot de vorige emissieverslagen op scheepsniveau en de verslagen op scheepsniveau die moeten worden ingediend bij wijziging van maatschappij van elk schip dat onder de verantwoordelijkheid van de scheepvaartmaatschappij valt, en tot de geaggregeerde emissiegegevens op maatschappijniveau van de voorgaande monitoringperioden.

2.   De administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij die vóór de in lid 1 bedoelde wijziging verantwoordelijk was, betracht de nodige zorgvuldigheid om de nieuwe administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij op dier verzoek alle andere relevante documenten of informatie over de desbetreffende scheepvaartmaatschappij te verstrekken.

3.   De administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij die vóór de in lid 1 bedoelde wijziging verantwoordelijk was, heeft in voorkomend geval toegang tot informatie over de periode waarin de scheepvaartmaatschappij onder haar verantwoordelijkheid viel, met name met het oog op de afhandeling van de sanctieprocedures voor inbreuken op uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde nationale bepalingen en van de in artikel 16, lid 3, van die richtlijn bedoelde sancties.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 november 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.

(2)  Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 134).

(3)  Verordening (EG) nr. 336/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 inzake de implementatie van de Internationale Veiligheidsmanagementcode in de Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3051/95 van de Raad (PB L 64 van 4.3.2006, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van broeikasgasemissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).

(5)  Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2599/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)