|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2023/2526 |
20.11.2023 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/2526 VAN DE COMMISSIE
van 17 november 2023
tot wijziging van de in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 vastgestelde technische uitvoeringsnormen wat betreft de inhoudsopgave van de informatie over individuele gegevens die door de bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (1), en met name artikel 57, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 van de Commissie (2) bevat templates voor de bekendmaking van de informatie die de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 57, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/2034 openbaar moeten maken. Die informatie heeft betrekking op de samenstelling van het eigen vermogen en de eigenvermogensvereisten per soort vereiste, maar is beperkt tot beleggingsondernemingen die niet als kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen worden aangemerkt. |
|
(2) |
Aangezien kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen in bepaalde lidstaten veelvuldig kunnen voorkomen, kan het ontbreken van openbaar beschikbare informatie over de samenstelling van het eigen vermogen en de eigenvermogensvereisten van die beleggingsondernemingen een zinvolle vergelijking van geaggregeerde vereisten per soort in verschillende lidstaten verstoren. Daarom moeten de templates in deel 1 van bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 ook verwijzen naar de gegevens over de samenstelling van het eigen vermogen en de eigenvermogensvereisten per soort vereiste voor beleggingsondernemingen die wel als klein en niet-verweven worden aangemerkt. |
|
(3) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit (EBA), na raadpleging van de Europese Autoriteit voor effecten en markten, aan de Commissie heeft voorgelegd. |
|
(5) |
De noodzakelijke wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 leiden niet tot aanzienlijke inhoudelijke wijzigingen, noch tot extra rapportagelast voor beleggingsondernemingen. Overeenkomstig artikel 15, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (3) heeft de Europese Bankautoriteit geen openbare raadplegingen gehouden, noch de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, aangezien dit zeer onevenredig zou zijn in verhouding tot het toepassingsgebied en het effect van de desbetreffende ontwerpen van technische uitvoeringsnormen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 november 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 van de Commissie van 8 maart 2022 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor de toepassing van Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft het format, de structuur, de inhoudsopgave en de jaarlijkse publicatiedatum van de informatie die door bevoegde autoriteiten openbaar moet worden gemaakt (PB L 79 van 9.3.2022, blz. 4)
(3) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12).
BIJLAGE
In bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/389 van de Commissie wordt deel 1 vervangen door:
“DEEL 1
Individuele gegevens per bevoegde autoriteit (jaar 20XX)
|
|
Verwijzing naar rapportage-template |
Gegevens |
|
||
|
|
Aantal en grootte van beleggingsondernemingen |
|
|
|
|
|
010 |
Aantal beleggingsondernemingen |
|
[Waarde] |
||
|
020 |
Totale activa van alle beleggingsondernemingen in de lidstaat (in miljoen EUR) (1) |
|
[Waarde] |
||
|
|
Aantal en grootte van beleggingsondernemingen uit derde landen (2) |
|
|
||
|
030 |
Uit derde landen |
Aantal bijkantoren (3) |
|
[Waarde] |
|
|
040 |
Aantal dochterondernemingen (4) |
|
[Waarde] |
||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Samenstelling eigen vermogen met betrekking tot eigenvermogensvereisten |
|
Gegevens, in miljoen EUR |
Gegevens, als percentage van de totale eigenvermogens-vereisten (6)% |
|
|
050 |
Totaal tier 1-kernkapitaal (5) |
I 01.00 rij 0030 en I 01.01 rij 0030 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
060 |
Totaal aanvullend-tier 1-kapitaal (5) |
I 01.00 rij 0300 en I 01.01 rij 0300 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
070 |
Totaal tier 2-kapitaal (5) |
I 01.00 rij 0420 en I 01.01 rij 0420 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
080 |
Totaal eigen vermogen (6) |
I 01.00 rij 0010 en I 01.01 rij 0010 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
|
Totale eigenvermogensvereiste per soort |
|
Gegevens, in miljoen EUR |
Gegevens, als percentage van de totale eigenvermogens-vereisten (6) % |
|
|
090 |
Gegevens over eigenvermogensvereisten |
Vastekostenvereiste (7) |
I 02.01 rij 0030 en I 02.03 rij 0030 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
100 |
Permanent minimumkapitaalvereiste (8) |
I 02.01 rij 0020 en I 02.03 rij 0020 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
110 |
K-factorvereiste (9) |
I 02.01 rij 0040 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
120 |
waarvan Risk-to-Client (RtC) (10) |
I 04.00 rij 0020 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
130 |
waarvan Risk-to-Market (RtM) (11) |
I 04.00 rij 0090 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
|
140 |
waarvan Risk-to-Firm (RtF) (12) |
I 04.00 rij 0120 |
[Waarde] |
[Waarde] |
|
(1) Het totale bedrag aan activa is de som van de waarde van de activa van alle beleggingsondernemingen in een lidstaat, berekend op basis van de toepasselijke standaarden, met uitzondering van activa onder beheer.
(2) EER-landen worden buiten beschouwing gelaten.
(3) Aantal bijkantoren als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 3), van Richtlijn (EU) 2019/2034. Alle bedrijfsvestigingen die in hetzelfde land zijn opgericht door een beleggingsonderneming met hoofdkantoor in een derde land, worden als één enkel bijkantoor beschouwd.
(4) Aantal dochterondernemingen als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 29), van Richtlijn (EU) 2019/2034. Elke dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochter van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat.
(5) Kapitaal als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2019/2033.
(6) Totaal eigenvermogensvereisten als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033.
(7) Vastekostenvereiste als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033.
(8) Permanent minimumkapitaalvereiste als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.
(9) K-factorvereiste als bedoeld in artikel 11, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033.
(10) Eigenvermogenvereisten verbonden aan Risk-to-Client als bedoeld in artikel 15, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2019/2033. Geef totale kapitaalratio in de kolom “Gegevens, als percentage van de totale eigenvermogensvereisten %”.
(11) Eigenvermogenvereisten verbonden aan Risk-to-Market als bedoeld in artikel 15, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2019/2033.
(12) Eigenvermogenvereisten verbonden aan Risk-to-Firm als bedoeld in artikel 15, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2019/2033.”.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2526/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)