European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

Serie L


2023/2481

14.11.2023

BESLUIT (EU) 2023/2481 VAN DE COMMISSIE

van 10 november 2023

tot vaststelling van indicatieve minima en maxima voor de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor het netwerk voor luchtverkeersbeheer voor de vierde referentieperiode (2025-2029)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim (“de kaderverordening”) (1), en met name artikel 11, lid 3, punt a),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 van de Commissie van 11 februari 2019 tot vaststelling van een prestatie- en heffingsregeling in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en tot intrekking van Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 (2), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 11, lid 3, punt a), van Verordening (EG) nr. 549/2004 is de Commissie verantwoordelijk voor het vaststellen, voor elke referentieperiode van de prestatie- en heffingsregeling voor luchtvaartnavigatiediensten en netwerkfuncties, van Uniewijde prestatiedoelstellingen op de prestatiekerngebieden veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie. Gedetailleerde regels voor de vaststelling van die Uniewijde prestatiedoelstellingen door de Commissie zijn vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317.

(2)

De Uniewijde prestatiedoelstellingen voor de vierde referentieperiode (“RP4”), die de kalenderjaren 2025 tot en met 2029 bestrijkt, moeten uiterlijk op 1 juni 2024 worden vastgesteld.

(3)

Ter voorbereiding van die Uniewijde prestatiedoelstellingen moet de Commissie op grond van artikel 9, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 voor elk prestatiekerngebied (“KPA”) indicatieve minimum- en maximumwaarden publiceren binnen dewelke de Commissie voornemens is de Uniewijde prestatiedoelstellingen vast te stellen. Die indicatieve minimum- en maximumwaarden moeten door de Commissie worden gebruikt om de in artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 549/2004 bedoelde belanghebbenden, andere relevante personen en organisaties en, wat veiligheidsaspecten betreft, het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) te raadplegen.

(4)

Het prestatiebeoordelingsorgaan (“PBO”) dat door de Commissie is aangewezen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 549/2004, heeft indicatieve Uniewijde minimum- en maximumwaarden voor RP4 voorgesteld in een verslag dat op 29 september 2023 bij de Commissie is ingediend.

(5)

In dat verslag heeft het PBO in detail de aannames, motivering en analyse gepresenteerd die ten grondslag liggen aan de voorgestelde indicatieve minimum- en maximumwaarden op de prestatiekerngebieden veiligheid, milieu, capaciteit en kostenefficiëntie. Wat de voor RP4 voorziene verkeersontwikkeling betreft, heeft het PBO gebruikgemaakt van de meest recente STATFOR-basisverkeersprognose van Eurocontrol, gepubliceerd op 31 maart 2023.

(6)

De in dit besluit vastgestelde indicatieve minimum- en maximumwaarden voor Uniewijde prestatiedoelstellingen moeten gebaseerd zijn op de waarden die het PBO heeft voorgesteld in zijn in de overwegingen 4 en 5 bedoelde verslag, en moeten worden onderbouwd door de robuuste methodologie, uitgebreide gegevens en uitgebreide kwantitatieve en kwalitatieve analyse die in dat verslag worden gepresenteerd.

(7)

Wat het prestatiekerngebied veiligheid betreft, moet aandacht worden besteed aan de verbeteringen in de doeltreffendheid van het veiligheidsbeheer die tijdens de derde referentieperiode (“RP3”) zijn bereikt en aan de verdere verbeteringen die nodig zijn in het licht van de meest recente ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en werking.

(8)

Voor de berekening van de indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden voor het prestatiekerngebied milieu moet rekening worden gehouden met de in het verleden behaalde prestaties op dat gebied, de geraamde voordelen van de maatregelen die zijn uiteengezet in het plan voor de verbetering van het Europese routenetwerk als bedoeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/123 (3) van de Commissie, in de versie die in juli 2023 is gepubliceerd (4), en de gevolgen van de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne voor de verkeersstromen in het luchtruim. Voorts moet bij de voorgestelde indicatieve Uniewijde minimum- en maximumwaarden op het prestatiekerngebied milieu rekening worden gehouden met de resultaten van een door het PBO uitgevoerde studie naar de onderlinge afhankelijkheid tussen de prestatiekerngebieden milieu en capaciteit, die is gebruikt om het effect van verwachte capaciteitsbeperkingen op het prestatiekerngebied milieu in RP4 te beoordelen.

(9)

Voor de berekening van de indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden voor het prestatiekerngebied capaciteit moet ten eerste rekening worden gehouden met de historische capaciteitsprestaties van verleners van luchtvaartnavigatiediensten (ANSP’s), met bijzondere aandacht voor vertragingen bij het beheer van de luchtverkeersstromen (ATFM) die te wijten zijn aan capaciteitsbeperkingen of personeelsproblemen bij de luchtverkeersleiding (ATC); ten tweede met het feit dat zich in het verleden verstoringen van de luchtvaartnavigatiediensten hebben voorgedaan om redenen die geen verband houden met luchtverkeersleiding, samen met het effect van ongunstige weersgerelateerde vertragingen op de capaciteitsvoorziening; ten derde met de capaciteitsverbeteringsplannen van ANSP’s die zijn opgenomen in het in artikel 9 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/123 bedoelde operationeel netwerkplan, in de bijlagen die in april 2023 zijn gepubliceerd (5). Met betrekking tot de operationele voordelen die in RP4 worden verwacht van de functionaliteiten voor luchtverkeersbeheer (ATM) van Gemeenschappelijk Project Eén van Sesar, zoals vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/116 (6) van de Commissie, moet voor de ontwikkeling van indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden voor RP4 rekening worden gehouden met de analyse die door de Sesar-uitrolbeheerder is opgesteld en bij het PBO-verslag is gevoegd.

(10)

Wat het prestatiekerngebied kostenefficiëntie betreft, moeten de voorlopige kosten- en verkeersgegevens voor RP4 die de lidstaten uiterlijk op 1 juni 2023 hebben ingediend, worden gebruikt als een van de inputs voor de berekening van indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden voor RP4. De indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden worden verder onderbouwd door de toekomstgerichte analyse van het PBO van de kostenbasis van RP4 en van het potentieel voor kostenefficiëntieverbeteringen tijdens RP4, rekening houdend met de onderlinge afhankelijkheid van andere KPA’s. Er moet ook rekening worden gehouden met een analyse van de geraamde kosteninefficiënties bij de verlening van en-routeluchtvaartnavigatiediensten binnen het toepassingsgebied van de prestatie- en heffingsregeling,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De indicatieve EU-wijde minimum- en maximumwaarden voor de vierde referentieperiode (“RP4”), bestaande uit de jaarlijkse minimum- en maximumwaarden binnen dewelke de Commissie voornemens is die Uniewijde prestatiedoelstellingen vast te stellen, zijn uiteengezet in de bijlage.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 november 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

(2)   PB L 56 van 25.2.2019, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/123 van de Commissie van 24 januari 2019 tot vaststelling van nadere regels voor de uitvoering van de netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 677/2011 van de Commissie (PB L 28 van 31.1.2019, blz. 1).

(4)  https://www.eurocontrol.int/publication/european-route-network-improvement-plan-ernip-part-2

(5)  https://www.eurocontrol.int/publication/european-network-operations-plan-2023-2027

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/116 van de Commissie van 1 februari 2021 inzake de vaststelling van Gemeenschappelijk Project Eén ter ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het bij Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde Europees masterplan inzake luchtverkeersbeheer, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 409/2013 van de Commissie en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 716/2014 van de Commissie (PB L 36 van 2.2.2021, blz. 10).


BIJLAGE

Indicatieve mimimum- en maximumwaarden voor de EU-wijde prestatiedoelstellingen voor de vierde referentieperiode (“RP4”)

PRESTATIEKERNGEBIED VEILIGHEID

Doeltreffendheid van het veiligheidsbeheer, variërend van EASA-niveau A tot en met D

Door verleners van luchtvaartnavigatiediensten te bereiken niveau van doeltreffendheid van het veiligheidsbeheer, uitgesplitst naar doelstelling van het veiligheidsbeheer

Ondergrens voor Uniewijde doelstellingen

(te bereiken tegen 2029)

Bovengrens voor Uniewijde doelstellingen

(te bereiken tegen 2029)

Veiligheidsbeleid en -doelstellingen

C

C

Beheer van veiligheidsrisico’s

D

D

Veiligheidsborging

C

C

Bevordering van de veiligheid

C

C

Veiligheidscultuur

C

C

PRESTATIEKERNGEBIED MILIEU

Gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject

Gemiddelde horizontale en-routevluchtefficiëntie van het werkelijke traject, uitgedrukt als percentage

2025

2026

2027

2028

2029

Bovengrens voor Uniewijde doelstellingen

2,71  %

2,70  %

2,69  %

2,67  %

2,66  %

Ondergrens voor Uniewijde doelstellingen

2,49  %

2,46  %

2,44  %

2,42  %

2,39  %

PRESTATIEKERNGEBIED CAPACITEIT

Gemiddelde en-route-ATFM-vertraging in minuten per vlucht

Gemiddelde en-route-ATFM-vertraging, uitgedrukt in minuten per vlucht

2025

2026

2027

2028

2029

Bovengrens voor Uniewijde doelstellingen

0,50

0,50

0,50

0,40

0,40

Ondergrens voor Uniewijde doelstellingen

0,41

0,38

0,35

0,33

0,31

PRESTATIEKERNGEBIED KOSTENEFFICIËNTIE

Jaarlijkse wijziging van de gemiddelde Uniewijde bepaalde en-route-eenheidskosten voor en-routeluchtvaartnavigatiediensten

Verandering op jaarbasis van de gemiddelde Uniewijde bepaalde en-route-eenheidskosten, uitgedrukt als percentage

2025

2026

2027

2028

2029

Bovengrens voor Uniewijde doelstellingen

–0,7  %

–0,7  %

–0,7  %

–0,7  %

–0,7  %

Ondergrens voor Uniewijde doelstellingen

–3,1  %

–3,1  %

–3,1  %

–3,1  %

–3,1  %


Basiswaarde voor de gemiddelde Uniewijde bepaalde en-route-eenheidskosten voor RP4, uitgedrukt in reële termen in EUR 2022

2024

Geraamde basiswaarde voor de Uniewijde minimum- en maximumwaarden inzake kostenefficiëntie voor RP4

55,61  EUR


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/2481/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)