|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2023/2222 |
23.10.2023 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2023/2222 VAN DE COMMISSIE
van 14 juli 2023
tot verlenging van de in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde overgangsperiode voor benchmarks van derde landen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (1), en met name artikel 54, lid 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2016/1011 bevat de regels voor het gebruik van door benchmarkbeheerders van derde landen aangeboden benchmarks van derde landen door onder toezicht staande entiteiten in de Unie (“regeling voor derde landen”). Die verordening beperkt de mogelijkheid voor onder toezicht staande entiteiten in de Unie om benchmarks van derde landen te gebruiken. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 is het gebruik van een benchmark van een derde land door onder toezicht staande entiteiten in de Unie alleen toegestaan voor financiële instrumenten, financiële overeenkomsten en prestatiemetingen van een beleggingsfonds die reeds vóór 31 december 2023 aan die benchmark refereren of een referentie aan die benchmark toevoegen, tenzij de Commissie een gelijkwaardigheidsbesluit als bedoeld in artikel 30, leden 2 of 3, van die verordening heeft vastgesteld, een beheerder is erkend overeenkomstig artikel 32 van die verordening of een benchmark is bekrachtigd overeenkomstig artikel 33 van die verordening. |
|
(3) |
Om de situatie te evalueren en het op grond van artikel 54, lid 7, van Verordening (EU) 2016/1011 vereiste verslag op te stellen, heeft de Commissie na afloop van de in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 vastgestelde overgangsperiode, van 20 mei 2022 tot en met 12 augustus 2022 feedback gevraagd in een gerichte raadpleging over het gebruik van de regeling voor derde landen van Verordening (EU) 2016/1011. Volgens verklaringen van respondenten is een verlenging van de overgangsperiode van die regeling voor derde landen noodzakelijk, aangezien onder toezicht staande entiteiten in de Unie anders niet langer gebruik zouden kunnen maken van de meeste door beheerders van derde landen aangeboden benchmarks voor financiële instrumenten, financiële overeenkomsten en prestatiemetingen van een beleggingsfonds die nog niet aan deze benchmarks refereren. |
|
(4) |
Op 14 juli 2023 heeft de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag ingediend over het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2016/1011, met name wat betreft het voortgezette gebruik door onder toezicht staande entiteiten van benchmarks van derde landen, en over mogelijke tekortkomingen van het huidige kader. |
|
(5) |
Op basis van dat verslag concludeert de Commissie dat een meerderheid van benchmarkbeheerders uit derde landen niet de nodige stappen heeft ondernomen om zich op het einde van de overgangsperiode op 31 december 2023, zoals bepaald in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/2011, voor te bereiden en om ervoor te zorgen dat het gebruik van hun benchmarks na die datum in de Unie wordt voortgezet. Dit verzuim in de voorbereiding geeft aanleiding tot problemen voor onder toezicht staande entiteiten in de Unie die op bepaalde benchmarks van derde landen vertrouwen. Een abrupte verstoring van de toegang tot benchmarks van derde landen voor onder toezicht staande entiteiten in de Unie zou ook een bepaalde bedreiging voor de financiële stabiliteit kunnen meebrengen. Bovendien zou door de inwerkingtreding van het hoofdstuk over derde landen aan marktdeelnemers in de Unie de toegang tot de meeste benchmarks van de wereld worden ontzegd. Dit zou een aantal marktdeelnemers in de Unie aanzienlijk benadelen in de mondiale concurrentie. |
|
(6) |
Het is passend de in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 bedoelde overgangsperiode met twee jaar te verlengen tot en met 31 december 2025, om onder toezicht staande entiteiten in de Unie in staat te stellen benchmarks te gebruiken die door een in een derde land gevestigde beheerder worden aangeboden. Deze verlenging zal ondernemingen in de Unie in staat stellen hun bedrijfsactiviteiten voort te zetten. |
|
(7) |
Om ervoor te zorgen dat de bestaande overgangsperiode vóór het verstrijken ervan wordt verlengd, moet deze verordening met spoed in werking treden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 51, lid 5, van Verordening (EU) 2016/1011 bedoelde overgangsperiode wordt verlengd tot en met 31 december 2025.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 juli 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/2222/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)