ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 221

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

66e jaargang
8 september 2023


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1702 van de Commissie van 1 september 2023 tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Milas Yağlı Zeytini (BOB))

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1703 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase, geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen), de verlening van een vergunning voor dat preparaat voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens) (vergunninghouder: Danisco (UK) Ltd onder de handelsnaam Danisco Animal Nutrition en vertegenwoordigd door Genencor International B.V.), en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 337/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997 ( 1 )

3

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1704 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012 ( 1 )

8

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1705 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van riboflavine (vitamine B2) geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1706 van de Commissie van 7 september 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 wat betreft de lijsten van planten waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa

14

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1707 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlening van een vergunning voor 2-acetylfuran en 2-pentylfuran als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

27

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1708 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlenging van de vergunning voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor herkauwers met een functionele pens en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012 ( 1 )

31

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1709 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

34

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1710 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlenging van een vergunning voor een preparaat van ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden, katten en alle herkauwers en een vergunning voor een preparaat van ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor zeugen (vergunninghouder: Latochema Co. Ltd), en tot intrekking van de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 832/2012 en (EU) 2016/1007 ( 1 )

37

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1711 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor melkkoeien en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 537/2007 (vergunninghouder: Biozyme Incorporated) ( 1 )

42

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1712 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlening van een vergunning voor zonnegeel FCF als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten, honden, siervissen, zaadetende siervogels en kleine knaagdieren ( 1 )

46

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1713 van de Commissie van 7 september 2023 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525, voor mestkippen, opfokleghennen en minder gangbare pluimveesoorten (vergunninghouder: Danisco (UK) Ltd, in de Unie vertegenwoordigd door Genencor international B.V.) ( 1 )

51

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

VN-Reglement nr. 92 — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen voor voertuigen van de categorieën L1, L2, L3, L4 en L5 wat geluidsemissie betreft [2023/1714]

55

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1702 VAN DE COMMISSIE

van 1 september 2023

tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Milas Yağlı Zeytini” (BOB))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Turkije ingediende aanvraag tot registratie van de naam “Milas Yağlı Zeytini” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam “Milas Yağlı Zeytini” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De naam “Milas Yağlı Zeytini” (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.6 (Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 september 2023.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Janusz WOJCIECHOWSKI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)   PB C 174 van 16.5.2023, blz. 30

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1703 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase, geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen), de verlening van een vergunning voor dat preparaat voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens) (vergunninghouder: Danisco (UK) Ltd onder de handelsnaam Danisco Animal Nutrition en vertegenwoordigd door Genencor International B.V.), en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 337/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Voor het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 (voorheen taxonomisch geïdentificeerd als ATCC PTA-5588) en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 (voorheen taxonomisch geïdentificeerd als ATCC SD-2106), is bij Verordening (EU) nr. 337/2011 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimvee, gespeende biggen en mestvarkens, en voor zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997 van de Commissie (3).

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen), waarbij is verzocht het toevoegingsmiddel in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars” in te delen. De aanvraag omvatte een voorstel tot wijziging van de voorwaarden van de oorspronkelijke vergunning, bestaande uit een verlaging van het aanbevolen minimumgehalte voor kalkoenen. De aanvraag omvatte ook een aanvraag overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 voor de verlening van een vergunning voor hetzelfde preparaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens). De krachtens artikel 14, lid 2, en artikel 7, lid 3, van die verordening vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 27 september 2022 (4) geconcludeerd dat het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 onder de momenteel toegestane gebruiksvoorwaarden veilig blijft voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen), de consument en het milieu. Zij heeft daaraan toegevoegd dat deze conclusies inzake veiligheid ook van toepassing zijn op het gebruik van dat preparaat voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens). Voorts heeft zij aangegeven dat het preparaat als potentieel irriterend voor de ogen en als inhalatieallergeen moet worden beschouwd, en dat er geen conclusies konden worden getrokken over de mogelijke irriterende werking voor de huid en het potentieel voor huidsensibilisatie van het preparaat. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een beoordeling van de werkzaamheid van het preparaat voor andere pluimveesoorten dan kalkoenen, voor gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen) en dat het preparaat als doeltreffend werd beschouwd bij kalkoenen, speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens) op het nieuw voorgestelde niveau van 610 activiteitseenheden endo-1,4-bèta-xylanase per kilogram volledig diervoeder en 76 activiteitseenheden endo-1,3(4)-bèta-glucanase per kilogram volledig diervoeder. De EFSA heeft echter ook benadrukt dat het werkelijke effectieve gehalte dat werd gebruikt in de studies ter ondersteuning van de conclusies over de werkzaamheid voor alle doelsoorten, met uitzondering van zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (zogende zeugen), ongeveer 50 % hoger lag dan het nieuw voorgestelde gehalte. Tenslotte heeft de EFSA geconcludeerd dat specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen niet nodig waren.

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 4, eerste alinea, punten a) en c), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (5) was het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de vorige beoordeling van 28 juni 2010 (6) geldig zijn en van toepassing zijn op de huidige aanvraag.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Daarom moet de vergunning voor dat preparaat worden verlengd voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen) en moet het gebruik van dat preparaat worden toegestaan voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens). Het is echter passend het minimumgehalte voor pluimveesoorten, speenvarkens, gespeende biggen, mestvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens, gespeende biggen en mestvarkens) 50 % hoger vast te stellen dan het beoogde gehalte om de doeltreffendheid van dat preparaat bij voedering aan die doelsoorten en -categorieën te waarborgen.

(7)

De Commissie is van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(8)

Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 als toevoegingsmiddel voor diervoeding, moeten Verordening (EU) nr. 337/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997 worden ingetrokken.

(9)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing vereisen van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143953 en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei CBS 143945 voor gebruik voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen en mestvarkens), moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen te voldoen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de vergunning

De vergunning voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens, zogende zeugen en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen, mestvarkens en zogende zeugen).

Artikel 2

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor speenvarkens en minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens) verleend.

Artikel 3

Intrekking

Verordening (EU) nr. 337/2011 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997 worden ingetrokken.

Artikel 4

Overgangsmaatregelen

1.   Het in de bijlage gespecificeerde preparaat en de voormengsels die dat preparaat bevatten, bestemd voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens en varkens van minder gangbare soorten (gespeende biggen en mestvarkens) en die vóór 28 maart 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die het in de bijlage gespecificeerde preparaat bevatten, bestemd voor pluimveesoorten, gespeende biggen, mestvarkens en minder gangbare varkenssoorten (gespeende biggen en mestvarkens) en die vóór 28 september 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Verordening (EU) nr. 337/2011 van de Commissie van 7 april 2011 tot verlening van een vergunning voor een enzympreparaat van endo-1,4-bèta-xylanase en endo-1,3(4)-bèta-glucanase als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor pluimvee, gespeende biggen en mestvarkens (vergunninghouder Danisco (UK) Ltd onder de handelsnaam Danisco Animal Nutrition en vertegenwoordigd door Genencor International B.V.) (PB L 94 van 8.4.2011, blz. 19).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/997 van de Commissie van 21 juni 2016 tot verlening van een vergunning voor endo-1,4-bèta-xylanase EC 3.2.1.8 geproduceerd door Trichoderma reesei (ATCC PTA 5588) en endo-1,3(4)-bèta-glucanase EC 3.2.1.6 geproduceerd door Trichoderma reesei (ATCC SD 2106) als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor zogende zeugen en kleine varkenssoorten (vergunninghouder Danisco (UK) Ltd onder de handelsnaam Danisco Animal Nutrition en vertegenwoordigd door Genencor International B.V.) (PB L 164 van 22.6.2016, blz. 4).

(4)   EFSA Journal 2022;20(11):7615.

(5)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(6)  Verslag van het referentielaboratorium van de Europese Unie, beschikbaar op https://joint-research-centre.ec.europa.eu/system/files/2013-02/FinRep-FAD-2010-0007.pdf


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars.

4a15

Danisco (UK) Ltd onder de handelsnaam Danisco Animal Nutrition en vertegenwoordigd door Genencor International B.V.

Endo-1,4-bèta-xylanase (EC 3.2.1.8)

Endo-1,3(4)-bèta-glucanase (EC 3.2.1.6)

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 143953) en endo-1,3(4)-bèta-glucanase geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 143945), met een minimale activiteit van:

12 200 U (1)/g endo-1,4-bèta-xylanase

1 520 U (2)/g endo-1,3(4)-bèta-glucanase

Vaste en vloeibare vorm

Karakterisering van de werkzame stof

Endo-1,4-bèta-xylanase (EC 3.2.1.8) geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 143953) en endo-1,3(4)-bèta-glucanase (EC 3.2.1.6) geproduceerd door Trichoderma reesei (CBS 143945)

Analysemethode  (3)

Voor de kwantificering van de werkzame stoffen in het toevoegingsmiddel, voormengsels en mengvoeders:

colorimetrische methode waarmee de in water oplosbare kleurstof wordt gemeten, die door inwerking van endo-1,4-bèta-xylanase wordt vrijgemaakt uit met azurine vernette tarwearabinoxylaansubstraten;

colorimetrische methode die de in water oplosbare kleurstof meet die door inwerking van endo-1,3(4)-bèta-glucanase wordt vrijgemaakt uit met azurine vernette gerstbètaglucaansubstraten.

Legkippen

Endo-1,4-bèta-xylanase 1 830  U

Endo-1,3(4)- bèta-glucanase 228 U

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel worden de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling vermeld.

2.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de huid en de ogen worden gebruikt.

28 september 2033

Zogende zeugen

Minder gangbare varkenssoorten (zogende zeugen)

Endo-1,4-bèta-xylanase 1 220  U

Endo-1,3(4)- bèta-glucanase 152 U

Ander pluimvee

Speenvarkens

Gespeende biggen

Mestvarkens

Minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens, gespeende biggen en mestvarkens)

Endo-1,4-bèta-xylanase 915 U

Endo-1,3(4)- bèta-glucanase 114 U


(1)  1 U endo-1,4-bèta-xylanase is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 4,2 en een temperatuur van 50 °C 0,48 μmol reducerende suikers (xylose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit tarwearabinoxylaan.

(2)  1 U endo-1,4-bèta-glucanase is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,0 en een temperatuur van 50 °C 2,4 μmol reducerende suikers (glucose-equivalent) per minuut vrijmaakt uit gerstglucaan.

(3)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1704 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 was bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor Pediococcus pentosaceus DSM 23376 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht om dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”. De krachtens artikel 14, lid 2, van die verordening vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 1 februari 2023 (3) geconcludeerd dat het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 onder de huidige gebruiksvoorwaarden veilig blijft voor alle diersoorten, de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel niet irriterend is voor de huid of de ogen, maar dat het vanwege zijn proteïneachtige aard als inhalatieallergeen moet worden beschouwd. Bij gebrek aan gegevens kon de EFSA geen conclusies trekken over het potentieel voor huidsensibilisatie van het toevoegingsmiddel. Zij heeft ook aangegeven dat het in het kader van de verlenging van de vergunning niet nodig is de werkzaamheid van het toevoegingsmiddel te beoordelen.

(5)

Het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de beoordeling van de analysemethode voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 als toevoegingsmiddel voor diervoeding die in het kader van de vorige vergunning waren uitgebracht, geldig en van toepassing zijn op de huidige aanvraag. Overeenkomstig artikel 5, lid 4, punt c), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (4) is een evaluatieverslag van het referentielaboratorium derhalve niet vereist.

(6)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. De vergunning voor het toevoegingsmiddel moet daarom worden verlengd. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(7)

Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor het preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 als toevoegingsmiddel voor diervoeding moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de vergunning

De vergunning voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012 wordt de vermelding 1k2105 betreffende “Pediococcus pentosaceus DSM 23376” geschrapt.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1119/2012 van de Commissie van 29 november 2012 tot verlening van een vergunning voor preparaten van Pediococcus acidilactici CNCM MA 18/5M DSM 11673, Pediococcus pentosaceus DSM 23376, NCIMB 12455 en NCIMB 30168, Lactobacillus plantarum DSM 3676 en DSM 3677 en Lactobacillus buchneri DSM 13573 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten (PB L 330 van 30.11.2012, blz. 14).

(3)  EFSA Journal 2023; 21(3):7872.

(4)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Kve/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen.

1k2105

Pediococcus pentosaceus DSM 23376

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Pediococcus pentosaceus DSM 23376 met ten minste 1 × 1011 kve/g toevoegingsmiddel

Vaste vorm

Alle diersoorten

-

 

-

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagvoorwaarden worden aangegeven.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddelen: 1 × 108 kve/kg vers materiaal.

3.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Pediococcus pentosaceus DSM 23376

Analysemethode  (1)

Telling in het toevoegingsmiddel voor diervoeding van Pediococcus pentosaceus DSM 23376:

spreidplaatmethode met gebruikmaking van MRS-agar (EN 15786)

Identificatie van Pediococcus pentosaceus DSM 23376:

pulsed-field-gelelektroforese (PFGE) of DNA-sequentiemethoden


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1705 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van riboflavine (vitamine B2) geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening een vergunning voor een preparaat van riboflavine (vitamine B2) geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

Die aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van riboflavine geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, in te delen in de categorie “nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 1 februari 2023 (2) geconcludeerd dat het preparaat van riboflavine geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor alle diersoorten, de consument en het milieu. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat riboflavine een bekende fotosensibiliserende stof is die fotoallergische reacties van de huid en de ogen kan veroorzaken en dat het preparaat van riboflavine geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 voor de gebruikers ervan een risico van blootstelling door inademing inhoudt en dat zij bij gebrek aan gegevens geen conclusies kan trekken over de vraag of het toevoegingsmiddel huid- en oogirritatie of huidsensibilisatie kan veroorzaken. De EFSA heeft geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel doeltreffend is om aan de voedingsbehoeften van het dier te voldoen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van riboflavine geproduceerd door Bacillus subtilis CGMCC 13326 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van die stof moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  EFSA Journal 2023;21(2):7874.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: nutritionele toevoegingsmiddelen. Functionele groep: vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking.

3a825V

“Riboflavine” of “vitamine B2

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

 

Preparaat met ≥ 80 % Riboflavine.

 

Maximaal 3 % water

 

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

 

Riboflavine

 

Chemische formule: C17H20N4O6

 

CAS-nummer: 83-88-5

 

Zuiverheid: minimaal 98 %

Geproduceerd door fermentatie met Bacillus subtilis CGMCC 13326

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van riboflavine in het preparaat van het toevoegingsmiddel voor diervoeding en in voormengsels:

hogeprestatievloeistofchromatografie met UV-detectie HPLC-UV (VDLUFA Bd. III, 13.9.1).

Voor de bepaling van riboflavine (als totaal vitamine B2) in mengvoeders:

hogeprestatievloeistofchromatografie met fluorescentiedetectie, HPLC-FLD (EN 14152).

Alle diersoorten

-

-

-

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

2.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1706 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 wat betreft de lijsten van planten waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 28, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 van de Commissie (2) bevatten een lijst van voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor een of meer ondersoorten, en voor specifieke ondersoorten, van Xylella fastidiosa (Wells et al.) (“het nader omschreven plaagorganisme”).

(2)

Sinds de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) haar databank van voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor het nader omschreven plaagorganisme, geactualiseerd door er Anthyllis barba-jovis L., Arbutus unedo L., Argyranthemum frutescens (L.) Sch.Bip., Berberis thunbergii DC., Calocephalus brownii (Cass.) F.Muell., Cortaderia selloana (Schult. & Schult.f.) Asch. & Graebn., Citrus limon (L.) Osbeck, Citrus paradisi Macfad., Citrus reticulata Blanco, Clematis vitalba L., Cortaderia selloana (Schult. & Schult.f.) Asch. & Graebn., Dittrichia viscosa (L.) Greuter, Elaeagnus angustifolia L., Elaeagnus x submacrophylla Servett., Erica cinerea L., Eriocephalus africanus L., Ficus carica L., Gazania rigens (L.) Gaertn., Genista hirsuta Vahl., Hypericum androsaemum L., Hypericum perforatum L., Jacobaea maritima (L.) Pelser & Meijden, Magnolia x soulangeana Soul.-Bod., Myoporum laetum G. Forst., Myrtus communis L., Olea europaea subsp. sylvestris (Mill.) Rouy, Pelargonium graveolens L’Hér., Phlomis italica L., Retama monosperma (L.) Boiss., Ruta graveolens L., Salvia apiana Jeps., Scabiosa atropurpurea var. maritima L., Strelitzia reginae Aiton, Syringa vulgaris L., Thymus vulgaris L., Ulex europaeus L., Viburnum tinus L. en Vitex agnus-castus L. in op te nemen als waardplanten van bepaalde ondersoorten van het nader omschreven plaagorganisme (3). Die actualisering moet daarom in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 worden weerspiegeld.

(3)

Wat het geslacht Phoenix betreft, is het passend de soorten Phoenix reclinata Jacquin en Phoenix roebelenii O’Brien op te nemen in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201, aangezien alleen van die twee soorten is gebleken dat zij vatbaar zijn voor het nader omschreven plaagorganisme, volgens de recentste actualisering door de EFSA van de databank van voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor het nader omschreven plaagorganisme.

(4)

Wat het geslacht Lonicera betreft, is het passend de soorten Lonicera implexa Soland. en Lonicera japonica Thunb. op te nemen in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201, aangezien alleen van die twee soorten is gebleken dat zij vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa, ondersoort multiplex, volgens de recentste actualisering door de EFSA van de databank van voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor het nader omschreven plaagorganisme.

(5)

Phillyrea latifolia L. moet van de lijst van nader omschreven planten die vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa, ondersoort multiplex, in bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 worden geschrapt, omdat die plant ten onrechte door de lidstaten als nader omschreven plant was gemeld.

(6)

Fortunella moet uit bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 worden geschrapt omdat die plant nooit door de lidstaten is gemeld en evenmin is opgenomen in de databank van de EFSA van voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor het nader omschreven plaagorganisme.

(7)

De namen van bepaalde planten in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de recentste ontwikkelingen in de internationale nomenclatuur. In dit verband moeten de benamingen van de soorten Osteospermum ecklonis DC./Osteospermum ecklonis DC. Norl. enOsteospermum fruticosum (L.) Norl., die zijn opgenomen in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201, worden vervangen door de benamingen Dimorphotheca ecklonis (DC.) Norl. en Dimorphotheca fruticosa (L.) Norl.

(8)

Omwille van de duidelijkheid en nauwkeurigheid moeten de auteurs, in voorkomend geval, worden toegevoegd aan de namen van bepaalde geslachten en soorten in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201.

(9)

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening.

2)

Bijlage II wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1201 van de Commissie van 14 augustus 2020 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Xylella fastidiosa (Wells et al.) te voorkomen (PB L 269 van 17.8.2020, blz. 2).

(3)  Update of the Xylella spp. host plant database — systematic literature search up to 30 June 2022, EFSA Journal 2023;21(1):7726.


BIJLAGE I

“BIJLAGE I

Lijst van planten waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor een of meer ondersoorten van het nader omschreven plaagorganisme (“waardplanten”)

Acacia Mill.

Acer L.

Adenocarpus lainzii (Castrov.) Castrov.

Albizia julibrissin Durazz.

Alnus rhombifolia Nutt.

Amaranthus retroflexus L.

Ambrosia L.

Ampelopsis arborea (L.) Koehne

Ampelopsis brevipedunculata (Maxim.) Trautv.

Ampelopsis cordata Michx.

Anthyllis barba-jovis L.

Anthyllis hermanniae L.

Arbutus unedo L.

Argyranthemum frutescens (L.) Sch.Bip.

Artemisia L.

Asparagus acutifolius L.

Athyrium filix-femina (L.) Roth

Baccharis L.

Berberis thunbergii DC.

Brassica L.

Calicotome spinosa (L.) Link

Calicotome villosa (Poir.) Link

Callicarpa americana L.

Callistemon citrinus (Curtis) Skeels

Calluna vulgaris (L.) Hull

Calocephalus brownii (Cass.) F.Muell.

Carya Nutt.

Catharanthus roseus (L.) G.Don

Celtis occidentalis L.

Cercis canadensis L.

Cercis occidentalis Torr.

Cercis siliquastrum L.

Chamaecrista fasciculata (Michx.) Greene

Chenopodium album L.

Chionanthus L.

x Chitalpa tashkentensis T. S. Elias & Wisura

Cistus L.

Citrus L.

Clematis cirrhosa L.

Clematis vitalba L.

Coelorachis cylindrica (Michx.) Nash

Coffea L.

Conium maculatum L.

Convolvulus cneorum L.

Coprosma repens A.Rich.

Coronilla L.

Cortaderia selloana (Schult. & Schult.f.) Asch. & Graebn.

Cyperus eragrostis Lam.

Cytisus Desf.

Digitaria Haller

Dimorphotheca ecklonis (DC.) Norl.

Dimorphotheca fruticosa (L.) Norl.

Diospyros kaki L.f.

Diplocyclos palmatus (L.) C.Jeffrey

Dittrichia viscosa (L.) Greuter

Dodonaea viscosa (L.) Jacq.

Echium plantagineum L.

Elaeagnus angustifolia L.

Elaeagnus x submacrophylla Servett.

Encelia farinosa A.Gray ex Torr.

Eremophila maculata (Ker Gawler) F. von Müller.

Erica cinerea L.

Erigeron L.

Eriocephalus africanus L.

Erodium moschatum (L.) L’Hérit.

Erysimum L.

Euphorbia chamaesyce L.

Euphorbia terracina L.

Euryops chrysanthemoides (DC.) B.Nord.

Euryops pectinatus (L.) Cass.

Fagus crenata Blume

Fallopia japonica (Houtt.) Ronse Decr.

Fatsia japonica (Thunb.) Decne. & Planch.

Ficus carica L.

Frangula alnus Mill.

Fraxinus L.

Gazania rigens (L.) Gaertn.

Genista L.

Ginkgo biloba L.

Gleditsia triacanthos L.

Grevillea juniperina Br.

Hebe Comm. ex Juss.

Helianthus L.

Helichrysum Mill.

Heliotropium europaeum L.

Hemerocallis L.

Hevea brasiliensis (Willd. ex A.Juss.) Müll.Arg.

Hibiscus L.

Humulus scandens (Lour.) Merr.

Hypericum androsaemum L.

Hypericum perforatum L.

Ilex aquifolium L.

Ilex vomitoria Sol. ex Aiton

Iva annua L.

Jacaranda mimosifolia D. Don

Jacobaea maritima (L.) Pelser & Meijden

Juglans L.

Juniperus ashei J. Buchholz

Koelreuteria bipinnata Franch.

Lagerstroemia L.

Laurus nobilis L.

Lavandula L.

Lavatera cretica L.

Ligustrum lucidum W.T.Aiton.

Liquidambar styraciflua L.

Lonicera implexa Soland.

Lonicera japonica Thunb.

Lupinus aridorum McFarlin ex Beckner

Lupinus villosus Willd.

Magnolia grandiflora L.

Magnolia x soulangeana Soul.-Bod.

Mallotus paniculatus (Lam.) Müll.Arg.

Medicago arborea L.

Medicago sativa L.

Metrosideros Banks ex Gaertn.

Mimosa L.

Modiola caroliniana (L.) G. Don

Morus L.

Myoporum insulare R.Br.

Myoporum laetum G. Forst.

Myrtus communis L.

Nandina domestica Murray

Neptunia lutea (Leavenw.) Benth.

Nerium oleander L.

Olea L.

Parthenocissus quinquefolia (L.) Planch.

Paspalum dilatatum Poir.

Pelargonium L’Hér. ex Aiton

Perovskia abrotanoides Kar.

Persea americana Mill.

Phagnalon saxatile (L.) Cass.

Phillyrea angustifolia L.

Phillyrea latifolia L.

Phlomis fruticosa L.

Phlomis italica L.

Phoenix reclinata Jacquin

Phoenix roebelenii O’Brien

Pinus taeda L.

Pistacia vera L.

Plantago lanceolata L.

Platanus L.

Pluchea odorata (L.) Cass.

Polygala grandiflora Wight

Polygala myrtifolia L.

Prunus L.

Psidium L.

Pteridium aquilinum (L.) Kuhn

Pyrus L.

Quercus L.

Ratibida columnifera (Nutt.) Wooton & Standl.

Retama monosperma (L.) Boiss.

Rhamnus L.

Rhus L.

Robinia pseudoacacia L.

Rosa L.

Rubus L.

Ruta chalepensis L.

Ruta graveolens L.

Salvia apiana Jeps.

Salvia mellífera Greene

Salvia officinalis L.

Salvia rosmarinus Spenn.

Sambucus L.

Santolina chamaecyparissus L.

Santolina magonica (O.Bolòs, Molin. & P.Monts.) Romo

Sapindus saponaria L.

Sassafras L. ex Nees

Scabiosa atropurpurea var. maritima L.

Setaria magna Griseb.

Solidago fistulosa Mill.

Solidago virgaurea L.

Sorghum halepense (L.) Pers.

Spartium L.

Stewartia pseudocamellia Maxim.

Strelitzia reginae Aiton

Streptocarpus Lindl.

Symphyotrichum divaricatum (Nutt.) G.L.Nesom

Syringa vulgaris L.

Teucrium capitatum L.

Thymus vulgaris L.

Trifolium repens L.

Ulex L.

Ulmus L.

Vaccinium L.

Viburnum tinus L.

Vinca L.

Vitex agnus-castus L.

Vitis L.

Westringia fruticosa (Willd.) Druce

Westringia glabra R.Br.

Xanthium strumarium L.


BIJLAGE II

“BIJLAGE II

Lijst van planten waarvan bekend is dat zij vatbaar zijn voor specifieke ondersoorten van het nader omschreven plaagorganisme (“nader omschreven planten”)

Nader omschreven planten die vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa, ondersoort fastidiosa

Acer L.

Ambrosia artemisiifolia L.

Calicotome spinosa (L.) Link

Cercis occidentalis Torr.

Cistus monspeliensis L.

Citrus limon (L.) Osbeck

Citrus paradisi Macfad.

Citrus reticulata Blanco

Citrus sinensis (L.) Osbeck

Coffea L.

Elaeagnus angustifolia L.

Erysimum L.

Ficus carica L.

Genista lucida L.

Juglans regia L.

Lupinus aridorum McFarlin ex Beckner

Magnolia grandiflora L.

Medicago sativa L.

Metrosideros Banks ex Gaertn.

Morus L.

Myrtus communis L.

Nerium oleander L.

Pelargonium graveolens L’Hér.

Pluchea odorata (L.) Cass.

Polygala myrtifolia L.

Prunus L.

Psidium L.

Rhamnus alaternus L.

Rubus rigidus Sm.

Rubus ursinus Cham. & Schldl.

Ruta chalepensis L.

Salvia rosmarinus Spenn.

Sambucus L.

Spartium junceum L.

Strelitzia reginae Aiton

Streptocarpus Lindl.

Teucrium capitatum L.

Ulex europaeus L.

Ulmus americana L.

Vaccinium corymbosum L.

Vinca L.

Vitis L.

Nader omschreven planten die vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa, ondersoort multiplex

Acacia Mill.

Acer griseum (Franch.) Pax

Acer pseudoplatanus L.

Acer rubrum L.

Adenocarpus lainzii (Castrov.) Castrov.

Alnus rhombifolia Nutt.

Ambrosia L.

Ampelopsis cordata Michx.

Anthyllis barba-jovis L.

Anthyllis hermanniae L.

Arbutus unedo L.

Argyranthemum frutescens (L.) Sch.Bip.

Artemisia L.

Asparagus acutifolius L.

Athyrium filix-femina (L.) Roth

Baccharis halimifolia L.

Berberis thunbergii DC.

Calicotome spinosa (L.) Link

Calicotome villosa (Poir.) Link

Callistemon citrinus (Curtis) Skeels

Calluna vulgaris (L.) Hull

Calocephalus brownii (Cass.) F.Muell

Carya Nutt.

Celtis occidentalis L.

Cercis canadensis L.

Cercis occidentalis Torr.

Cercis siliquastrum L.

Chionanthus L.

Cistus L.

Clematis cirrhosa L.

Clematis vitalba L.

Convolvulus cneorum L.

Coprosma repens A.Rich.

Coronilla L.

Cytisus Desf.

Dimorphotheca ecklonis (DC.) Norl.

Dimorphotheca fruticosa (L.) Norl.

Dittrichia viscosa (L.) Greuter

Dodonaea viscosa (L.) Jacq.

Echium plantagineum L.

Elaeagnus angustifolia L.

Elaeagnus x submacrophylla Servett.

Encelia farinosa A.Gray ex Torr.

Erica cinerea L.

Erigeron L.

Eriocephalus africanus L.

Erodium moschatum (L.) L’Hérit.

Euryops chrysanthemoides (DC.) B.Nord.

Euryops pectinatus (L.) Cass.

Fallopia japonica (Houtt.) Ronse Decr.

Ficus carica L.

Frangula alnus Mill.

Fraxinus L.

Gazania rigens (L.) Gaertn.

Genista L.

Ginkgo biloba L.

Gleditsia triacanthos L.

Grevillea juniperina Br.

Hebe Comm. ex Juss.

Helianthus L.

Helichrysum Mill.

Hibiscus syriacus L.

Hypericum androsaemum L.

Hypericum perforatum L.

Ilex aquifolium L.

Iva annua L.

Jacobaea maritima (L.) Pelser & Meijden

Koelreuteria bipinnata Franch.

Lagerstroemia L.

Laurus nobilis L.

Lavandula L.

Lavatera cretica L.

Liquidambar styraciflua L.

Lonicera implexa Soland.

Lonicera japonica Thunb.

Lupinus aridorum McFarlin ex Beckner

Lupinus villosus Willd.

Magnolia grandiflora L.

Magnolia x soulangeana Soul.-Bod.

Medicago arborea L.

Medicago sativa L.

Metrosideros Banks ex Gaertn.

Myoporum laetum G.Forst.

Myrtus communis L.

Nerium oleander L.

Olea L.

Pelargonium L’Hér. ex Aiton

Perovskia abrotanoides Kar.

Phagnalon saxatile (L.) Cass.

Phillyrea angustifolia L.

Phlomis fruticosa L.

Phlomis italica L.

Pistacia vera L.

Plantago lanceolata L.

Platanus L.

Polygala grandiflora Wight

Polygala myrtifolia L.

Prunus L.

Pteridium aquilinum (L.) Kuhn

Quercus L.

Ratibida columnifera (Nutt.) Wooton & Standl.

Retama monosperma (L.) Boiss.

Rhamnus L.

Robinia pseudoacacia L.

Rosa L.

Rubus L.

Ruta graveolens L.

Salvia apiana Jeps.

Salvia mellífera Greene

Salvia officinalis L.

Salvia rosmarinus Spenn.

Sambucus L.

Santolina chamaecyparissus L.

Santolina magonica (O.Bolòs, Molin. & P.Monts.) Romo

Sapindus saponaria L.

Scabiosa atropurpurea var. maritima L.

Solidago virgaurea L.

Spartium L.

Strelitzia reginae Aiton

Syringa vulgaris L.

Ulex L.

Ulmus L.

Vaccinium L.

Viburnum tinus L.

Vinca L.

Vitex agnus-castus L.

Westringia fruticosa (Willd.) Druce

Xanthium strumarium L.

Nader omschreven planten die vatbaar zijn voor Xylella fastidiosa, ondersoort pauca

Acacia Mill.

Amaranthus retroflexus L.

Asparagus acutifolius L.

Catharanthus roseus (L.) G.Don

Chenopodium album L.

Cistus albidus L.

Cistus creticus L.

Citrus L.

Coffea L.

Dimorphotheca fruticosa (L.) Norl.

Dodonaea viscosa (L.) Jacq.

Elaeagnus angustifolia L.

Eremophila maculata (Ker Gawler) F. von Müller.

Erigeron L.

Euphorbia chamaesyce L.

Euphorbia terracina L.

Genista hirsuta Vahl.

Grevillea juniperina Br.

Hebe Comm. ex Juss.

Heliotropium europaeum L.

Hibiscus L.

Laurus nobilis L.

Lavandula L.

Myoporum insulare R.Br.

Myrtus communis L.

Nerium oleander L.

Olea europaea subsp. europaea L.

Olea europaea subsp. sylvestris (Mill.) Rouy

Pelargonium L’Hér. ex Aiton

Phillyrea latifolia L.

Pistacia vera L.

Polygala myrtifolia L.

Prunus L.

Rhamnus alaternus L.

Salvia rosmarinus Spenn.

Spartium junceum L.

Thymus vulgaris L.

Ulex parviflorus Pourr.

Vinca minor L.

Westringia fruticosa (Willd.) Druce

Westringia glabra R.Br.


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1707 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlening van een vergunning voor 2-acetylfuran en 2-pentylfuran als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor de stoffen 2-acetylfuran en 2-pentylfuran is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten. Overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 zijn die stoffen vervolgens in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding opgenomen als bestaande producten.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van 2-acetylfuran en 2-pentylfuran voor alle diersoorten. De aanvrager heeft verzocht om de toevoegingsmiddelen in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvragen gevoegd.

(4)

De aanvrager heeft ook verzocht om een vergunning te verlenen voor het gebruik van de toevoegingsmiddelen in drinkwater. Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet echter niet in de verlening van een vergunning voor het gebruik van “aromatische stoffen” in drinkwater. De aanvrager heeft daarom de aanvraag voor drinkwater ingetrokken voor alle betrokken stoffen.

(5)

Die aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor 2-acetylfuran en 2-pentylfuran als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”.

(6)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 1 februari 2023 (3) geconcludeerd dat 2-acetylfuran en 2-pentylfuran onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig zijn voor alle dieren, de consument en het milieu. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat 2-acetylfuran en 2-pentylfuran als irriterend voor de huid, de ogen en de luchtwegen en als huidallergeen moeten worden beschouwd. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat toevoegingsmiddelen doeltreffend zijn om smaak te geven aan voeder. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(7)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat 2-acetylfuran en 2-pentylfuran voldoen aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van die stoffen, zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van de toevoegingsmiddelen te voorkomen.

(8)

Om een betere controle mogelijk te maken, moeten bepaalde voorwaarden worden vastgesteld. Het is met name van belang dat er een aanbevolen gehalte op het etiket van het toevoegingsmiddel wordt vermeld. Indien dat gehalte wordt overschreden, moet bepaalde informatie op het etiket van voormengsels worden vermeld.

(9)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stoffen vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(10)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage gespecificeerde stoffen, die behoren tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, worden onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden vergunningen verleend voor gebruik als toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1.   De in de bijlage omschreven stoffen en de voormengsels die deze stoffen bevatten en die vóór 28 maart 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage gespecificeerde stoffen bevatten en die vóór 28 september 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.

3.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage gespecificeerde stoffen bevatten en die vóór 28 september 2025 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  EFSA Journal 2023;21(3):7868.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen.

2b13054

2-acetylfuran

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

 

2-acetylfuran

 

Vloeibare vorm

Karakterisering van de werkzame stof

 

2-acetylfuran

 

Geproduceerd door chemische synthese

 

Zuiverheid: ten minste 97 %

 

Chemische formule: C6H6O2

 

CAS-nummer: 1192-62-7

 

Flavis-nr.: 13.054

Analysemethode  (1)

Voor het identificeren van 2-acetylfuran in de toevoegingsmiddelen voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

-

-

-

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

3.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel moet het volgende worden vermeld:

“Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %: 0,5 mg.”.

4.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof moeten worden vermeld op het etiket van het voormengsel indien de op het etiket van het voormengsel vermelde gebruiksconcentraties zouden leiden tot een overschrijding van de in punt 3 vermelde concentratie.

5.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033


Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of-categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen.

2b13059

2-pentylfuran

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

 

2-pentylfuran

 

Vloeibare vorm

Karakterisering van de werkzame stof

 

2-pentylfuran

 

Geproduceerd door chemische synthese

 

Zuiverheid: ten minste 99 %

 

Chemische formule: C9H14O

 

CAS-nummer: 3777-69-3

 

Flavis-nr.: 13.059

Analysemethode  (2)

Voor het identificeren van 2-pentylfuran in de toevoegingsmiddelen voor diervoeding en in aromatische voormengsels:

gaschromatografie-massaspectrometrie met retentietijdvergrendeling (GC-MS-RTL).

Alle diersoorten

-

-

-

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

3.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel moet het volgende worden vermeld:

“Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %: 0,5 mg.”.

4.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof moeten worden vermeld op het etiket van het voormengsel indien de op het etiket van het voormengsel vermelde gebruiksconcentraties zouden leiden tot een overschrijding van de in punt 3 vermelde concentratie.

5.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en

(2)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/31


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1708 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlenging van de vergunning voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor herkauwers met een functionele pens en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Voor ureum is bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor herkauwers met een functionele pens.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor herkauwers met een functionele pens, waarbij is verzocht om dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “ureum en zijn derivaten”. De krachtens artikel 14, lid 2, van die verordening vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 11 januari 2023 (3) geconcludeerd dat de aanvrager bewijsmateriaal heeft verstrekt waaruit blijkt dat het toevoegingsmiddel onder de huidige vergunningsvoorwaarden veilig blijft voor de doelsoorten, de consument en het milieu. Bij gebrek aan nieuwe informatie waaruit blijkt dat het toevoegingsmiddel veilig is voor de gebruiker, kon de EFSA geen conclusies trekken over de veiligheid van de gebruikers. De EFSA heeft ook aangegeven dat de eerdere conclusie over de werkzaamheid nog steeds geldig is. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen achtte de EFSA niet nodig.

(5)

Het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de beoordeling van de analysemethode voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding die in het kader van de vorige vergunning zijn uitgebracht, geldig en van toepassing zijn op de huidige aanvraag. Overeenkomstig artikel 5, lid 4, punt c), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (4) is een evaluatieverslag van het referentielaboratorium derhalve niet vereist.

(6)

Gezien het voorgaande is de Commissie van oordeel dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. De vergunning voor het toevoegingsmiddel moet daarom worden verlengd. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(7)

Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding, moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012 worden ingetrokken.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de vergunning

De vergunning voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie “nutritionele toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “ureum en zijn derivaten”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 839/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot verlening van een vergunning voor ureum als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor herkauwers (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 11).

(3)   EFSA Journal 2023;21(2):7821.

(4)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: nutritionele toevoegingsmiddelen. Functionele groep: ureum en zijn derivaten.

3d1

Ureum

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Ureumgehalte: minimaal 97 %

Stikstofgehalte: 46 %

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

Diaminomethanon, CAS-nr.: 57-13-6, chemische formule: (NH2)2CO

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van het totale gehalte aan stikstof in het toevoegingsmiddel: titrimetrie (EN 15478).

Voor de bepaling van de biureetbijdrage aan het totale gehalte aan stikstof in het toevoegingsmiddel: spectrofotometrie (EN 15479).

Voor de bepaling van ureum in voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen: spectrofotometrie (bijlage III, punt D, bij Verordening (EG) nr. 152/2009).

Herkauwers met een functionele pens

 

 

8 800

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels die dat middel bevatten, moet het volgende worden vermeld:

“Ureum mag alleen worden vervoederd aan dieren met een functionele pens. Het vervoederen van ureum tot de dosis met het maximumgehalte moet geleidelijk geschieden. Diervoeding met het maximumgehalte aan ureum mag alleen worden vervoederd als onderdeel van een voeding die rijk is aan gemakkelijk verteerbare koolhydraten en arm aan oplosbare stikstof.

Maximaal 30 % van het totale gehalte aan stikstof in het dagrantsoen moet afkomstig zijn van ureum-N.”.

2.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de huid en de ogen worden gebruikt.

28 september 2033


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/34


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1709 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor een vergunning voor een preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 (voorheen taxonomisch aangeduid als Lactobacillus diolivorans DSM 33625). De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht om het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en in de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 17 januari 2023 (2) geconcludeerd dat het preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor de doelsoorten, de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat het preparaat niet irriterend is voor de huid of de ogen, dat bij gebrek aan gegevens geen conclusie kan worden getrokken over de vraag of het toevoegingsmiddel mogelijk huidsensibiliserend is en dat het, gezien de proteïneachtige aard van het werkzame agens, als inhalatieallergeen moet worden beschouwd. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 in een minimumconcentratie van 1 × 108 kve/kg voedergewassen de aerobe stabiliteit van kuilvoer dat is bereid uit gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen voedermateriaal met een drogestofgehalte van 32 tot 65 % kan vergroten. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat het preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003. Het gebruik van dat preparaat moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “technologische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “inkuiltoevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)   EFSA Journal 2023;21(2):7820.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Kve/kg vers materiaal

Categorie: technologische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: inkuiltoevoegingsmiddelen.

1k21901

Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625 met ten minste 2 × 1011 kve/g toevoegingsmiddel

Vaste vorm

Alle diersoorten

 

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagvoorwaarden worden aangegeven.

2.

Minimumdosis van het toevoegingsmiddel indien niet gecombineerd met andere micro-organismen als inkuiltoevoegingsmiddelen: 1 × 108 kve/kg gemakkelijk en middelmatig moeilijk in te kuilen vers materiaal (2).

3.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033

Karakterisering van de werkzame stof

Levensvatbare cellen van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625

Analysemethode  (1)

Telling in het toevoegingsmiddel voor diervoeding van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625:

spreidplaatmethode met gebruikmaking van MRS-agar (EN 15787).

Identificatie van Lentilactobacillus diolivorans DSM 33625:

pulsed-field-gelelektroforese (PFGE) of DNA-sequentiemethoden.


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en

(2)  Gemakkelijk in te kuilen voedergewassen: > 3 % oplosbare koolhydraten in het verse materiaal; middelmatig moeilijk in te kuilen voedergewassen: 1,5-3,0 % oplosbare koolhydraten in het verse materiaal overeenkomstig Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/37


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1710 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlenging van een vergunning voor een preparaat van ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden, katten en alle herkauwers en een vergunning voor een preparaat van ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor zeugen (vergunninghouder: Latochema Co. Ltd), en tot intrekking van de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 832/2012 en (EU) 2016/1007

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Voor een preparaat van ammoniumchloride is bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 832/2012 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestlammeren en bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1007 van de Commissie (3) voor honden, katten en andere herkauwers dan mestlammeren.

(3)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor het preparaat van ammoniumchloride voor honden, katten en alle herkauwers. Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een andere aanvraag ingediend voor een nieuw gebruik van dat preparaat voor zeugen. In die aanvragen werd verzocht om dat toevoegingsmiddel in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen” in te delen, en de aanvragen waren vergezeld van de krachtens artikel 7, lid 3, en artikel 14, lid 2, van die verordening vereiste gegevens en documenten.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 22 november 2022 (4) geconcludeerd dat het preparaat van ammoniumchloride onder de huidige gebruiksvoorwaarden veilig blijft voor mestlammeren, andere herkauwers dan mestlammeren, katten en honden, alsook voor de consument en het milieu. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat dit preparaat veilig is en doeltreffend is om de pH van de urine van zeugen te verlagen bij een gehalte van 5 000 mg/kg diervoeder vanaf de 9e tot en met de 11e week van de dracht en vanaf de 15e week van de dracht tot en met de 1e week van de lactatie, en dat het veilig is voor de consument en het milieu wanneer het wordt gebruikt als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor zeugen. De EFSA heeft voorts geconcludeerd dat het preparaat moet worden beschouwd als mogelijk inhalatieallergeen, maar niet als huidallergeen of irriterend voor de huid. Zij kon geen conclusies trekken over de vraag of het oogirritatie kan veroorzaken. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig.

(5)

Overeenkomstig artikel 5, lid 4, punten a) en c), van Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (5) was het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium van oordeel dat de conclusies en aanbevelingen van de vorige beoordeling met betrekking tot de methoden die worden gebruikt voor de controle van het preparaat van ammoniumchloride in diervoeders, geldig en van toepassing zijn voor de huidige aanvragen.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van ammoniumchloride blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Daarom moet de vergunning voor dat toevoegingsmiddel worden verlengd voor honden, katten en alle herkauwers, en moet een vergunning worden verleend voor het gebruik van dat toevoegingsmiddel bij zeugen. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(7)

Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor het preparaat van ammoniumchloride voor honden, katten en alle herkauwers als toevoegingsmiddel voor diervoeding, moeten de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 832/2012 en (EU) 2016/1007 worden ingetrokken.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de vergunning

De vergunning voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd voor honden, katten en herkauwers.

Artikel 2

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning verleend voor gebruik bij zeugen.

Artikel 3

Intrekking

De Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 832/2012 en (EU) 2016/1007 worden ingetrokken.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 832/2012 van de Commissie van 17 september 2012 tot verlening van een vergunning voor een preparaat van ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestlammeren (vergunninghouder Latochema Co Ltd) (PB L 251 van 18.9.2012, blz. 27).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1007 van de Commissie van 22 juni 2016 tot verlening van een vergunning voor ammoniumchloride als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden, katten en andere herkauwers dan mestlammeren (vergunninghouder Latochema Co Ltd) (PB L 165 van 23.6.2016, blz. 10).

(4)   EFSA Journal 2023;21(1):7696.

(5)  Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie van 4 maart 2005 tot vaststelling van gedetailleerde voorschriften voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de verplichtingen en taken van het communautaire referentielaboratorium betreffende vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verlaging pH in urine).

4d7

Latochema Co Ltd

Ammoniumchloride

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

 

Preparaat van ammoniumchloride ≥ 99,5 %

 

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

 

Ammoniumchloride ≥ 99,5 %

 

Chemische formule: NH4Cl

 

CAS-nr.: 12125-02-9

 

Natriumchloride ≤ 0,5 % geproduceerd door chemische synthese

Analysemethode  (1)

Kwantificering van ammoniumchloride in toevoegingsmiddel voor diervoeding: titratie met natriumhydroxide (Europese Farmacopee, monografie 0007) of titratie met zilvernitraat (Jecfa-monografie “ammoniumchloride”).

Mestlammeren

10 000

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

2.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

3.

Voor mestlammeren wordt het toevoegingsmiddel gebruikt voor een vervoederingsperiode van ten hoogste drie maanden.

4.

Voor andere herkauwers dan mestlammeren wordt het toevoegingsmiddel onder de volgende voorwaarden gebruikt:

een maximumgehalte van 5 000 mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder voor een vervoederingsperiode van meer dan drie maanden, of

een maximumgehalte van 10 000 mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder voor een vervoederingsperiode van niet meer dan drie maanden.

5.

Voor zeugen mag het toevoegingsmiddel alleen worden gebruikt van de 9e tot en met de 11e week van de dracht en van de 15e week van de dracht tot en met de 1e week van de lactatie.

6.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen en de ogen worden gebruikt.

7.

Bij het mengen van verschillende bronnen van ammoniumchloride mag het toegestane maximumgehalte in volledige diervoeders voor honden, katten, herkauwers met inbegrip van mestlammeren en zeugen niet worden overschreden.

28 september 2033

Andere herkauwers dan mestlammeren

5 000 /10 000

Katten en honden

5 000

Zeugen

5 000


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/42


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1711 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlenging van de vergunning voor een preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor melkkoeien en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 537/2007 (vergunninghouder: Biozyme Incorporated)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen en verlengen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Voor een preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 is bij Verordening (EG) nr. 537/2007 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor melkkoeien verleend.

(3)

Overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor dat preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor melkkoeien, in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars”. De krachtens artikel 14, lid 2, van die verordening vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 10 november 2021 (3) onder verwijzing naar haar advies van 28 januari 2020 (4) geconcludeerd dat de aanvrager bewijs had verstrekt dat het preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 onder de huidige gebruiksvoorwaarden veilig blijft voor de doelsoorten, de consument en het milieu. De EFSA heeft verklaard dat het preparaat moet worden beschouwd als een potentieel inhalatieallergeen en heeft aangegeven dat het in het kader van de verlenging van de vergunning niet nodig was de werkzaamheid ervan te beoordelen. De EFSA heeft ook het verslag over de voor de controle van de werkzame stoffen van het preparaat gebruikte analysemethoden geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend, met inbegrip van een gewijzigde methode voor de kwantificering van de endo-1,4-bèta-glucanaseactiviteit in het toevoegingsmiddel voor diervoeding. Het referentielaboratorium heeft aanbevolen de specificatie en beschrijving van het endo-1,4-bèta-glucanase-enzym dienovereenkomstig in de vergunningshandeling te wijzigen.

(5)

Uit de beoordeling van preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458, blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. De vergunning voor het preparaat moet daarom worden verlengd.

(6)

De Commissie is van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. Die beschermende maatregelen mogen geen afbreuk doen aan andere veiligheidsvoorschriften voor werknemers uit hoofde van het Unierecht.

(7)

Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor het preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 als toevoegingsmiddel voor diervoeding moet Verordening (EG) nr. 537/2007 worden ingetrokken.

(8)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor het betrokken preparaat vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de vergunning

De vergunning voor het preparaat van het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Intrekking van Verordening (EG) nr. 537/2007

Verordening (EG) nr. 537/2007 wordt ingetrokken.

Artikel 3

Overgangsmaatregelen

1.   Het in de bijlage gespecificeerde preparaat en de voormengsels die dat preparaat bevatten en die vóór 28 maart 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die het in de bijlage beschreven preparaat bevatten en die vóór 28 september 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Verordening (EG) nr. 537/2007 van de Commissie van 15 mei 2007 tot verlening van een vergunning voor het fermentatieproduct van Aspergillus oryzae NRRL 458 (Amaferm) als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding (PB L 128 van 16.5.2007, blz. 13).

(3)   EFSA Journal 2022;20(2):6983.

(4)   EFSA Journal 2020;18(2):6011.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars.

4a2i

Biozyme Incorporated

Fermentatieproduct van Aspergillus oriyzae NRRL 458

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van:

 

fermentatieproduct van Aspergillus oriyzae NRRL 458 4 tot 5 %

 

Tarwezemelen: 94 tot 95 %

 

Vast

Karakterisering van de werkzame stof

Endo-1,4-bèta-glucanase (EC 3.2.1.4) en alfa-amylase (EC 3.2.1.1) met een minimale activiteit van respectievelijk 14,5 mE (1)/g en 20 mIE (2)/g.

Analysemethode  (3)

Voor de kwantificering van endo-1,4-bèta-glucanase in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: colorimetrische methode gebaseerd op de enzymatische reactie van endo-1,4-bèta-glucanase op een CellG5-substraat.

Voor de kwantificering van alfa-amylase in het toevoegingsmiddel voor diervoeding: colorimetrische methode (DNS) gebaseerd op de enzymatische reactie van alfa-amylase op een aardappelzetmeelsubstraat.

Melkkoeien

-

85

300

1.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en het voormengsel moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

2.

Aanbevolen dosering: de hoeveelheid toevoegingsmiddel in het dagrantsoen moet 3-5 g/koe/dag bedragen.

3.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de ademhaling worden gebruikt.

28 september 2033


(1)  1 CellG5-eenheid (E) is de hoeveelheid enzym in aanwezigheid van een teveel aan thermostabiele bèta-glucosidase die nodig is om onder de gedefinieerde testomstandigheden in één minuut één micromol 4-nitrofenol uit CellG5 vrij te geven.

(2)  1 eenheid alfa-amylaseactiviteit (IE) is de hoeveelheid amylase die bij een pH van 6,9 en een temperatuur van 38 °C 1 micromol glucose per minuut vrijmaakt uit aardappelzetmeel.

(3)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/46


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1712 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlening van een vergunning voor zonnegeel FCF als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor katten, honden, siervissen, zaadetende siervogels en kleine knaagdieren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor zonnegeel FCF is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor siervissen dat in de rubriek “andere kleurstoffen” van de groep “kleurstoffen, met inbegrip van pigmenten” is ingedeeld en als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden en katten dat in de rubriek “andere kleurstoffen — kleurstoffen die voor de kleuring van levensmiddelen zijn toegestaan op grond van de communautaire voorschriften” is ingedeeld. Krachtens dezelfde richtlijn is voor zonnegeel FCF een vergunning zonder tijdsbeperking verleend voor alle diersoorten of -categorieën, met uitzondering van katten en honden, alleen in diervoeders in verwerkte producten van: i) afval van levensmiddelen, ii) andere grondstoffen, met uitzondering van granen en maniokmeel, die met deze stoffen zijn gedenatureerd of die met het oog op de tijdens de verwerking noodzakelijke identificatie bij de technische bereiding zijn gekleurd. Voor dit toevoegingsmiddel is ook een vergunning zonder tijdsbeperking verleend voor zaadetende siervogels en kleine knaagdieren bij Verordening (EG) nr. 358/2005 van de Commissie (3). Vervolgens is het toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van zonnegeel FCF als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor honden, katten, siervissen, zaadetende siervogels en kleine knaagdieren. De aanvrager heeft verzocht om het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “kleurstoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 23 maart 2022 (4) geconcludeerd dat zonnegeel FCF onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid heeft. Vanwege onvoldoende informatie kon zij echter geen conclusies trekken over het potentieel van het toevoegingsmiddel voor irritatie van de ogen en de huid, noch over het potentieel voor huidsensibilisatie. Gebruikers kunnen aan het toevoegingsmiddel worden blootgesteld door inademing. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie (5) is uit de fase I-milieurisicobeoordeling gebleken dat zonnegeel FCF, als toevoegingsmiddel voor niet-voedselproducerende dieren, van verdere beoordeling is vrijgesteld aangezien de EFSA in bovengenoemd advies geen met wetenschappelijk bewijs onderbouwde reden tot zorg heeft aangedragen en een aanzienlijk milieueffect derhalve onwaarschijnlijk is. De EFSA heeft geen conclusies kunnen bereiken over de werkzaamheid van zonnegeel FCF vanwege de grote verscheidenheid aan diervoeders die in volledige en aanvullende diervoeders voor de doelsoorten worden gebruikt, en de onzekerheid over welke concentratie van zonnegeel FCF tot een zichtbaar effect zou leiden. De EFSA heeft echter ook verklaard dat de werkzaamheid van dit toevoegingsmiddel, dat is toegestaan in levensmiddelen, niet meer hoeft te worden aangetoond wanneer de functie ervan in diervoeders dezelfde is als in levensmiddelen. De aanvrager heeft ook nadere informatie verstrekt en de Commissie was van oordeel dat er voldoende bewijs is voor de werkzaamheid van zonnegeel FCF. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van zonnegeel FCF blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat toevoegingsmiddel, zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening, moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor het toevoegingsmiddel vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor de in de bijlage beschreven stof, die behoort tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “kleurstoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1.   De in de bijlage gespecificeerde stof en voormengsels die deze stof bevatten, die vóór 28 maart 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   Mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage gespecificeerde stof bevatten, en die vóór 28 september 2025 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 28 september 2023 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 358/2005 van de Commissie van 2 maart 2005 tot verlening van een vergunning zonder tijdsbeperking voor bepaalde toevoegingsmiddelen en van een vergunning voor nieuwe toepassingen van al toegelaten toevoegingsmiddelen in diervoeding (PB L 57 van 3.3.2005, blz. 3).

(4)  EFSA Journal 2022;20(5):7266.

(5)  Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1).


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig voeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: kleurstoffen. i) stoffen die aan een diervoeder kleur geven of daaraan kleur teruggeven

2a110

Zonnegeel FCF

Samenstelling van het toevoegingsmiddel:

Zonnegeel FCF

Vaste vorm (poeder of korrels)

Katten

-

-

165

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden worden vermeld.

2.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om de mogelijke risico’s van het gebruik ervan aan te pakken. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de ogen, de huid en de luchtwegen worden gebruikt.

28 september 2033

Honden

-

-

198

Karakterisering van de werkzame stof

Zonnegeel FCF, beschreven als het natriumzout, bestaat in hoofdzaak uit dinatrium-2-hydroxy-1-(4-sulfonatofenylazo)naftaleen-6-sulfonaaten secundaire kleurstoffen, met daarnaast natriumchloride

en/of natriumsulfaat als voornaamste kleurloze bestanddelen. Calcium- en kaliumzouten zijn ook toegestaan met dezelfde karakterisering als natriumzout.

Geproduceerd door chemische synthese

Zuiverheidscriteria: minimaal 90 % totaal aan kleurstoffen, berekend als het natriumzout (gehaltebepaling)

In water onoplosbaar materiaal: ≤ 0,2 %

Secundaire kleurstoffen: ≤ 5 %

1-(Fenylazo)-2-naftalenol (Soedan I): ≤ 0,5 mg/kg

Andere organische verbindingen dan kleurstoffen: ≤ 0,5 %

Niet-gesulfoneerde primaire aromatische aminen: ≤ 0,01 % (berekend als aniline)

Met ether extraheerbaar materiaal: ≤ 0,2 % uit een oplossing met een pH van 7

Chemische formule: C16H10N2Na2O7S2

CAS-nr.: 2783-94-0

Siervissen

-

-

733

Zaadetende siervogels

-

-

24

Kleine knaagdieren

-

-

750

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van het totaal aan kleurstoffen van zonnegeel FCF in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

spectrofotometrie bij 485 nm en titratie met titaniumchloride zoals gespecificeerd en beschreven in Verordening (EU) 2012/231 van de Commissie (2) met verwijzing naar het FAO JECFA Combined Compendium for Food Additive Specifications (Analytical methods vol. 4) en monografie nr. 11 (2011) “Sunset Yellow FCF”.

Voor de bepaling van zonnegeel FCF in mengvoeders:

hogedrukvloeistofchromatografie gekoppeld aan tandemmassaspectrometrie (LC-MS/MS)


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en

(2)  Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1).


8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/51


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1713 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2023

tot verlening van een vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525, voor mestkippen, opfokleghennen en minder gangbare pluimveesoorten (vergunninghouder: Danisco (UK) Ltd, in de Unie vertegenwoordigd door Genencor international B.V.)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor een preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease (ook bekend als “subtilisine”) geproduceerd door Bacillus subtilis ATCC SD-2107 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

Die aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis ATCC SD-2107 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525 als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor mestkippen, opfokleghennen, legkippen en minder gangbare pluimveesoorten, in te delen in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep: “verteringsbevorderaars”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 25 mei 2020 (2) geen conclusies kunnen trekken over de veiligheid van het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis ATCC SD-2107 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525, voor de doelsoorten, de consument, de gebruikers en het milieu. In haar daaropvolgend advies van 6 januari 2023 (3) heeft de EFSA echter aangegeven dat de aanvrager nieuwe informatie heeft ingediend om een aantal van de in het advies van 25 mei 2020 vastgestelde beperkingen aan te pakken en een verandering heeft aangekondigd in de productiestam van de protease, waarbij Bacillus subtilis ATCC SD-2107 door Bacillus subtilis CBS 148232 wordt vervangen, waarna de EFSA heeft geconcludeerd dat het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525 onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige gevolgen heeft voor de diergezondheid, de consumentenveiligheid of het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat dat preparaat als inhalatieallergeen wordt beschouwd en bij gebrek aan gegevens geen conclusies kon trekken over de mogelijke irriterende werking ervan voor de huid en de ogen, noch over de huidsensibiliserende eigenschappen ervan. In haar advies van 6 januari 2023 heeft de EFSA onder verwijzing naar haar advies van 25 mei 2020 ook geconcludeerd dat het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525 werkzaam is bij mestkippen, opfokleghennen en minder gangbare pluimveesoorten tot aan het eerste legsel, maar zij kon geen conclusies trekken over de werkzaamheid ervan voor legkippen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen achtte de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Op 14 april 2023 heeft de aanvrager de aanvraag voor de verlening van een vergunning voor het preparaat voor legkippen ingetrokken.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525 blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van dat preparaat moet daarom worden toegestaan. Daarnaast is de Commissie van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlening van een vergunning

Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)   EFSA Journal 2020;18(6):6165.

(3)   EFSA Journal 2023;21(2):7816.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Activiteitseenheden/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars

4a40

Danisco (UK) Ltd, in de Unie vertegenwoordigd door Genencor International B.V.

Endo-1,4-bèta-xylanase (EC 3.2.1.8), protease (EC 3.4.21.62) en alfa-amylase (EC 3.2.1.1)

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Preparaat van endo-1,4-bèta-xylanase geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC

PTA-5588, protease geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525 met een minimale activiteit van:

Endo-1,4-bèta-xylanase: 20 000 UX  (1)/g

Protease: 40 000 UP  (2)/g

Alfa-amylase: 2 000 UA  (3)/g

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

Endo-1,4-bèta-xylanase (EC 3.2.1.8) geproduceerd door Trichoderma reesei ATCC

PTA-5588, protease (EC 3.4.21.62, ook bekend als “subtilisine”) geproduceerd door Bacillus subtilis CBS 148232 en alfa-amylase (EC 3.2.1.1) geproduceerd door Bacillus licheniformis ATCC SD-6525

Analysemethode  (4)

Voor de kwantificering van endo-1,4-bèta-xylanase in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, in voormengsels en in mengvoeders: colorimetrische methode, gebaseerd op de enzymatische hydrolyse door xylanase van een met azurine vernet tarwearabinoxylaansubstraat bij een pH van 4,2 en een temperatuur van 50 °C.

Voor de kwantificering van protease in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, in voormengsels en mengvoeders: colorimetrische methode, gebaseerd op de enzymatische hydrolyse door protease van een gekleurd vernet caseïnesubstraat bij een pH van 10,0 en een temperatuur van 50 °C.

Voor de kwantificering van alfa-amylase in het toevoegingsmiddel voor diervoeding. in voormengsels en mengvoeders: colorimetrische methode, gebaseerd op de enzymatische hydrolyse door amylase van een met azurine vernet zetmeelpolymeersubstraat bij een pH van 8,0 en een temperatuur van 40 °C.

Mestkippen

Opfokleghennen

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mest- en legdoeleinden

Endo-1,4-bèta-xylanase 2 000 UX

Protease 4 000 UP

Alfa-amylase 200 UA

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel worden de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling vermeld.

2.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en de voormengsels om de mogelijke risico’s van het gebruik ervan aan te pakken. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de ogen en de huid worden gebruikt.

28 september 2033


(1)  1 eenheid endo-1,4-bèta-xylanaseactiviteit (UX) is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 4,2 en een temperatuur van 50 °C 0,48 micromol reducerende suikers per minuut vrijmaakt uit een tarwearabinoxylaansubstraat, uitgedrukt in xylose-equivalent.

(2)  1 eenheid proteaseactiviteit (UP) is gedefinieerd als de hoeveelheid enzym die bij een pH van 10,0 en een temperatuur van 50 °C 2,3 microgram fenolverbindingen per minuut vrijmaakt uit een caseïnesubstraat, uitgedrukt in tyrosine-equivalent.

(3)  1 eenheid alfa-amylaseactiviteit (UA) is de hoeveelheid enzym die nodig is om, in aanwezigheid van een teveel alfa-glucosidase, bij een pH van 8,0 en een temperatuur van 40 °C 0,20 micromol per minuut glucosidebindingen vrij te maken uit een maltoheptasoïdesubstraat, uitgedrukt in p-nitrofenolequivalenten.

(4)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

8.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 221/55


Voor het internationaal publiekrecht hebben alleen de originele VN/ECE-teksten rechtsgevolgen. Voor de status en de datum van inwerkingtreding van dit VN-reglement, zie de recentste versie van het VN/ECE-statusdocument TRANS/WP.29/343 op: https://unece.org/status-1958-agreement-and-annexed-regulations

VN-Reglement nr. 92 — Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen voor voertuigen van de categorieën L1, L2, L3, L4 en L5 wat geluidsemissie betreft [2023/1714]

Bevat de volledige geldige tekst tot en met:

Wijzigingenreeks 02 — Datum van inwerkingtreding: 15 oktober 2019

Dit document dient louter ter informatie. De authentieke en juridisch bindende tekst is: ECE/TRANS/WP.29/2019/7.

INHOUD

Reglement

1.

Toepassingsgebied

2.

Definities

3.

Goedkeuringsaanvraag

4.

Opschriften

5.

Goedkeuring

6.

Specificaties

7.

Wijziging en uitbreiding van de goedkeuring van niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen en uitbreiding van de goedkeuring

8.

Conformiteit van de productie

9.

Sancties bij non-conformiteit van de productie

10.

Definitieve stopzetting van de productie

11.

Naam en adres van de voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijke technische diensten en van de typegoedkeuringsinstanties

12.

Overgangsbepalingen

Bijlagen

1

Mededeling

2

Voorbeeld van de goedkeuringsmerken

3

Voorschriften voor in NORESS gebruikte geluiddempende vezelmaterialen

4

Verklaring van naleving van de aanvullende bepalingen inzake geluidsemissie

1.   Toepassingsgebied

Dit VN-reglement is van toepassing op niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen voor voertuigen van de categorieën L1, L2, L3, L4 en L5  (1).

2.   Definities

Voor de toepassing van dit VN-reglement wordt verstaan onder:

2.1.

niet-origineel vervangend uitlaatgeluiddempingssysteem of onderdelen van dit systeem”: een systeem van een ander type dan dat wat bij de goedkeuring of uitbreiding van de goedkeuring op het voertuig was gemonteerd. Het systeem mag alleen worden gebruikt als vervangingsuitlaat- of -geluiddempingssysteem.

De term niet-origineel vervangend uitlaatgeluiddempingssysteem wordt aangeduid met het acroniem NORESS (voor “non-original replacement exhaust silencing system”);

2.2.

onderdeel van een niet-origineel vervangend uitlaatgeluiddempingssysteem”: een van de verschillende onderdelen die samen het uitlaatgeluiddempingssysteem vormen (2);

2.3.

niet-originele uitlaatgeluiddempingssystemen van verschillende typen”: uitlaat- of geluiddempingssystemen die significant van elkaar verschillen op punten zoals:

a)

de handelsnaam of het handelsmerk van de onderdelen verschilt;

b)

de kenmerken van de materialen waar een onderdeel uit bestaat, verschillen, of de onderdelen hebben een verschillende vorm of afmeting; veranderingen van de coating (zinkcoating, aluminiumcoating enz.) wordt niet als verandering van type beschouwd;

c)

de werkingsprincipes van ten minste één onderdeel zijn verschillend;

d)

de onderdelen zijn op verschillende wijzen gecombineerd;

2.4.

niet-origineel vervangend uitlaatgeluiddempingssysteem (NORESS) of onderdeel daarvan”: elk voor gebruik op een voertuig bestemd deel van het in punt 2.1 gedefinieerde uitlaatgeluiddempingssysteem, behalve een deel van het type systeem dat op het voertuig was gemonteerd toen het voor typegoedkeuring krachtens VN-Reglement nr. 9, VN-Reglement nr. 41 of VN-Reglement nr. 63 ter beschikking werd gesteld;

2.5.

goedkeuring van een NORESS of onderdeel (onderdelen) daarvan”: de goedkeuring van een geluiddempingssysteem of deel daarvan dat aanpasbaar is aan verschillende specifieke onder het toepassingsgebied van dit VN-reglement vallende voertuigtypen, wat de begrenzing van het geluidsniveau betreft;

2.6.

“voertuigtype”: voertuigen die binnen het toepassingsgebied van dit VN-reglement vallen en die niet van elkaar verschillen op essentiële punten zoals:

a)

het motortype (twee- of viertakt met zuigermotor of draaizuigermotor; aantal en inhoud van de cilinders; aantal en type carburatoren of injectiesystemen; opstelling van de kleppen; nettomaximumvermogen en overeenkomstig motortoerental). Bij draaizuigermotoren wordt de cilinderinhoud geacht het dubbele van het volume van de kamer te bedragen;

b)

aandrijving, in het bijzonder het aantal en de overbrengingsverhoudingen van de versnellingen en de eindoverbrengingsverhouding;

c)

aantal, type en plaatsing van de uitlaat- of geluiddempingssystemen;

2.7.

nominaal motortoerental”: toerental waarbij de motor het door de fabrikant opgegeven maximale nominale nettovermogen levert (3).

Het symbool nrated geeft de numerieke waarde van het in toeren per minuut uitgedrukte nominale motortoerental aan.

3.   Goedkeuringsaanvraag

3.1.

De goedkeuringsaanvraag voor een NORESS of onderdelen daarvan moet door de voertuigfabrikant of door zijn daartoe gemachtigde vertegenwoordiger worden ingediend.

3.2.

De aanvraag moet vergezeld gaan van de hieronder genoemde documenten in drievoud en van de volgende nadere gegevens:

a)

een beschrijving van het (de) voertuigtype(n) waarop het NORESS of onderdelen ervan worden gemonteerd, met betrekking tot de in punt 2.6 vermelde kenmerken. De nummers en/of symbolen ter identificatie van het motor- en voertuigtype en het typegoedkeuringsnummer van het voertuig moeten eventueel worden gespecificeerd;

b)

een beschrijving van het volledige NORESS waarin de positie van alle onderdelen ten opzichte van elkaar wordt aangegeven, alsmede de assemblagevoorschriften;

c)

gedetailleerde tekeningen van elk NORESS-onderdeel zodat het gemakkelijk kan worden teruggevonden en geïdentificeerd, en een specificatie van het gebruikte materiaal. Op die tekeningen moet ook de plaats voor het verplichte goedkeuringsnummer worden aangegeven.

3.3.

Op verzoek van de technische dienst die de goedkeuringstests uitvoert, moet de fabrikant van het NORESS het volgende indienen:

a)

twee monsters van het NORESS of de onderdelen waarvoor goedkeuring wordt gevraagd;

b)

een monster van het originele uitlaatgeluiddempingssysteem waarmee het voertuig was uitgerust toen het voor typegoedkeuring ter beschikking werd gesteld;

c)

een testvoertuig dat representatief is voor het type waarop het NORESS wordt gemonteerd; bij metingen voor de geluidsemissies volgens de methoden van bijlage 3 (met inbegrip van alle desbetreffende wijzigingen) bij VN-Reglement nr. 9, VN-Reglement nr. 41 of VN-Reglement nr. 63, moet het testvoertuig voldoen aan de volgende voorwaarden:

i)

indien het voertuig van een type is waarvoor krachtens de voorschriften van de VN-Reglementen nrs. 9, 41 of 63 goedkeuring is verleend:

a)

het geluidsniveau tijdens de test van een rijdend voertuig mag de in het desbetreffende VN-reglement bepaalde grenswaarde niet met meer dan 1 dB(A) overschrijden;

b)

het geluidsniveau tijdens de test van een stilstaand voertuig mag het tijdens de goedkeuring bepaalde en op de plaat van de fabrikant vermeld niveau niet met meer dan 3 dB(A) overschrijden;

ii)

indien het voertuig niet van een type is waarvoor krachtens de voorschriften van het desbetreffende VN-reglement goedkeuring is verleend, mag het geluidsniveau de toepasselijke grenswaarde op het moment dat het voertuig voor de eerste maal in het verkeer werd gebracht niet met meer dan 1 db(A) overschrijden.

4.   Opschriften

4.1.

Op elk onderdeel van het NORESS, met uitzondering van pijpen en bevestigingsdelen, moeten de volgende opschriften zijn aangebracht:

a)

de handelsnaam of het handelsmerk van de fabrikant van het NORESS of de onderdelen ervan,

b)

de door de fabrikant gegeven handelsbenaming.

4.2.

Deze opschriften moeten duidelijk leesbaar en onuitwisbaar zijn en zichtbaar zijn in de stand waarin het NORESS is gemonteerd.

4.3.

Het NORESS moet door de fabrikant van een etiket worden voorzien; op dat etiket moet(en) het (de) voertuigtype(n) waarvoor goedkeuring is verleend, worden vermeld.

4.4.

Een onderdeel kan zijn voorzien van verschillende goedkeuringsnummers indien het is goedgekeurd als onderdeel van verschillende vervangingsuitlaatsystemen.

4.5.

Het vervangingsuitlaatsysteem wordt geleverd in een verpakking of is voorzien van een etiket die of dat de volgende informatie bevat:

a)

het fabrieks- of handelsmerk van de fabrikant van het vervangende geluiddempingssysteem en van de onderdelen;

b)

het adres van de fabrikant of zijn vertegenwoordiger;

c)

een lijst van voertuigmodellen waarvoor het vervangende geluidsdempingssysteem bestemd is.

4.6.

De fabrikant verstrekt:

a)

gedetailleerde instructies voor de correcte montage op het voertuig;

b)

instructies voor het gebruik van het geluiddempingssysteem;

c)

een lijst van onderdelen met de nummers van de overeenkomstige delen, met uitzondering van bevestigingsdelen;

4.7.

het goedkeuringsmerk.

5.   Goedkeuring

5.1.

Als het NORESS of onderdeel daarvan dat voor goedkeuring krachtens dit VN-reglement ter beschikking wordt gesteld, aan de voorschriften in punt 6 voldoet, wordt voor dat type goedkeuring verleend.

5.2.

Aan elk goedgekeurd type NORESS moet een goedkeuringsnummer worden toegekend. De eerste twee cijfers ervan (momenteel 01 voor wijzigingenreeks 01 van het VN-reglement) moeten de wijzigingenreeks aangeven met de recentste belangrijke technische wijzigingen van het VN-reglement op de datum van goedkeuring. Dezelfde overeenkomstsluitende partij mag hetzelfde nummer niet toekennen aan een ander type NORESS of onderdeel dat voor hetzelfde (dezelfde) voertuigtype(n) is ontworpen.

5.3.

Van de goedkeuring of de uitbreiding of weigering van de goedkeuring van een NORESS of onderdeel daarvan krachtens dit VN-reglement wordt aan de overeenkomstsluitende partijen die dit VN-reglement toepassen, mededeling gedaan door middel van een formulier volgens het model in bijlage 1.

5.4.

Op elk NORESS en onderdeel daarvan dat overeenstemt met een krachtens dit VN-reglement goedgekeurd type wordt een internationaal goedkeuringsmerk aangebracht dat bestaat uit:

a)

een cirkel met daarin de letter E, gevolgd door het nummer van het land dat de goedkeuring heeft verleend (4);

b)

het nummer van dit VN-reglement, gevolgd door de letter R, een liggend streepje en het goedkeuringsnummer, rechts van de in punt a) voorgeschreven cirkel;

c)

het goedkeuringsnummer en de voor de goedkeuringstests gebruikte methode moeten op het goedkeuringsformulier worden vermeld.

5.5.

Het goedkeuringsmerk moet onuitwisbaar zijn en goed leesbaar zijn wanneer het NORESS op het voertuig is gemonteerd.

5.6.

Indien een onderdeel is goedgekeurd als deel van meer dan één NORESS kan het worden voorzien van meer dan één goedkeuringsnummer; in dat geval hoeft de cirkel niet te worden herhaald. Bijlage 2 bij dit VN-reglement geeft een voorbeeld van het goedkeuringsmerk.

6.   Specificaties

6.1.

Algemene specificaties

De geluiddemper moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd en zodanig kunnen worden gemonteerd dat:

a)

het voertuig onder normale gebruiksomstandigheden en met name ongeacht de trillingen waaraan het kan worden blootgesteld, aan de bepalingen van dit VN-reglement voldoet;

b)

de geluiddemper, gelet op de normale gebruiksomstandigheden van het voertuig, redelijk bestand is tegen de corroderende invloeden waaraan het wordt blootgesteld;

c)

de door de oorspronkelijk gemonteerde geluiddemper geboden bodemvrijheid en de mogelijke zijdelingse helling van het voertuig niet worden beperkt;

d)

het oppervlak geen al te hoge temperaturen bereikt;

e)

de randen niet scherp of puntig zijn en er voldoende ruimte is voor schokdempers en veren;

f)

er voldoende bodemvrijheid wordt geboden voor verende onderdelen;

g)

er met het oog op de veiligheid voldoende bodemvrijheid wordt geboden voor de pijpen;

h)

de geluiddemper een manipulatiebestendigheid bezit die verenigbaar is met duidelijk omschreven voorschriften voor montage en onderhoud.

6.2.

Specificaties met betrekking tot de geluidsniveaus

De akoestische doelmatigheid van het NORESS of onderdelen ervan moeten worden gecontroleerd door de in de VN-Reglementen nrs. 9, 41 of 63 beschreven methoden. Voor de toepassing van dit punt moet met name worden gerefereerd aan de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 92 die van kracht was ten tijde van de typegoedkeuring van het nieuwe voertuig. Als het NORESS of onderdelen ervan is of zijn gemonteerd op het in punt 3.3, c), beschreven voertuig, moeten de door middel van de twee methoden (stilstaand en rijdend voertuig) verkregen waarden voor het geluidsniveau voldoen aan de volgende voorwaarde:

zij mogen de waarden die volgens de voorschriften van punt 3.3, c), tijdens de test met een rijdend voertuig en de test met een stilstaand voertuig zijn gemeten bij hetzelfde voertuig dat met het oorspronkelijke geluiddempingssysteem is uitgerust, niet overschrijden.

6.3.

Aanvullende voorschriften

6.3.1.

Bescherming tegen manipulatie

Het NORESS of de onderdelen ervan moet(en) zodanig zijn gebouwd dat geluidsabsorberende elementen, uitstroomconussen en andere integrerende delen van de geluiddempings-/expansiekamers niet kunnen worden verwijderd. Wanneer een dergelijk deel absoluut noodzakelijk is, moet het zodanig zijn bevestigd dat de verwijdering ervan niet wordt vergemakkelijkt (bv. met conventionele schroefdraadverbindingen) en dat verwijdering het geheel permanente/onherstelbare schade toebrengt.

6.3.2.

NORESS met verschillende modi

NORESS met verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi moeten in alle modi aan alle voorschriften voldoen. De gerapporteerde geluidsniveaus moeten die zijn van de modus met de hoogste geluidsniveaus.

6.3.3.

Verbod op manipulatievoorzieningen

Met als enig doel aan de geluidsemissievoorschriften van dit VN-reglement te voldoen, mag de fabrikant van het NORESS geen voorziening of procedure wijzigen, bijstellen of toevoegen die bij normaal gebruik op de weg niet zal functioneren.

6.3.4.

Aanvullende bepalingen inzake geluidsemissie (Additional Sound Emission Provisions — ASEP)

6.3.4.1.

Indien een NORESS is ontworpen voor gebruik op voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend krachtens een wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41, en die voertuigen voor typegoedkeuring aan de ASEP moesten voldoen, dan moet het NORESS eveneens aan de ASEP voldoen.

Indien de naleving van de ASEP via tests moet worden geverifieerd, moeten deze tests en de noodzakelijke voortests worden uitgevoerd overeenkomstig de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41 op basis waarvan de typegoedkeuring van het voertuig is verleend.

6.3.4.2.

Indien het NORESS is ontworpen voor gebruik op voertuigen waarvoor typegoedkeuring is verleend krachtens een wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41, en die voertuigen voor typegoedkeuring niet aan de ASEP moesten voldoen, dan moet het NORESS eveneens aan de ASEP van VN-Reglement nr. 41 voldoen indien het verschillende modi of een variabele geometrie heeft.

Deze ASEP-tests en de noodzakelijke voortests moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41 op basis waarvan de typegoedkeuring van het voertuig moet worden verleend.

De geluidsemissie van het met het NORESS uitgeruste voertuig onder normale rijomstandigheden op de weg, die verschillen van die waaronder de in de bijlagen 3 en 7 bij VN-Reglement nr. 41 beschreven typegoedkeuringstest was uitgevoerd, mag niet op significante wijze van het testresultaat afwijken.

6.3.4.3.

De in punt 6.3.4.2 bedoelde vergelijkende ASEP-tests moeten eerst worden uitgevoerd met een voertuig dat is uitgerust met de originele uitlaatgeluiddemper en vervolgens met een voertuig dat is uitgerust met het NORESS (opeenvolgende tests). De ASEP-tests van het voertuig dat met de originele uitlaatgeluiddemper is uitgerust, moeten worden uitgevoerd in de normale gebruiksmodus voor gebruik op de weg die ook is gebruikt bij de basisgeluidsemissiegoedkeuring van het voertuig. Deze testresultaten dienen slechts als basis voor de vergelijking van de resultaten van de ASEP-test van dit voertuig met die van het met het NORESS uitgeruste voertuig.

Tijdens elk van deze tests mag het geluidsdrukniveau van het NORESS voor elke testomstandigheid niet hoger zijn dan het geluidsdrukniveau dat werd gemeten bij de goedkeuring van het voertuig met de originele uitlaatgeluiddemper.

6.3.4.4.

Indien de in punt 6.3.4.1 of 6.3.4.2 bedoelde ASEP-tests moeten worden uitgevoerd voor NORESS zonder verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi of zonder variabele geometrie, moet het in punt 3.3, c), beschreven voertuig worden gebruikt.

6.3.4.5.

Indien de in punt 6.3.4.1 of 6.3.4.2 bedoelde ASEP-tests moeten worden uitgevoerd voor NORESS met verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi of met variabele geometrie, moet elk voertuigtype binnen het toepassingsgebied van de aanvraag om typegoedkeuring van het NORESS in elke selecteerbare modus van het voertuig en het NORESS worden getest.

6.3.4.6.

De in punt 6.3.4.4 bedoelde ASEP-tests kunnen door de fabrikant van het NORESS worden uitgevoerd.

De in punt 6.3.4.5 bedoelde ASEP-tests moeten door de technische dienst worden uitgevoerd. De testresultaten van de metingen van het oorspronkelijke voertuig en van het met het NORESS uitgeruste voertuig en alle relevante gegevens van die tests moeten in het testrapport van de technische dienst worden vermeld.

6.3.4.7.

De typegoedkeuringsinstantie kan aanvullende tests vereisen om te verifiëren dat het NORESS aan de voorschriften van de punten 6.3.4.1 tot en met 6.3.4.6 voldoet. Tijdens deze tests kan de typegoedkeuringsinstantie ook de software van de regeleenheden van het NORESS controleren, die zijn uitgerust met meerdere, elektronisch instelbare, door de bestuurder selecteerbare bedrijfsmodi of een variabele geometrie hebben.

6.3.4.8.

In aanvulling op het testrapport van de technische dienst moet de fabrikant een verklaring verstrekken, opgesteld volgens het model in bijlage 4 bij dit VN-reglement, dat het goed te keuren NORESS of onderdelen ervan voldoen aan de aanvullende voorschriften inzake geluidsemissie van de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41.

In geval van NORESS die zijn uitgerust met meerdere, handmatig of elektronisch instelbare, door de bestuurder selecteerbare bedrijfsmodi of die een variabele geometrie hebben, moet de fabrikant van het NORESS de goedkeuringsinstantie een aanvullend document toezenden met uitleg over de werkingsprincipes en de regeling van het NORESS overeenkomstig punt 6.3.4.9.

6.3.4.9.

Aanvullende documentatie voor NORESS die zijn uitgerust met verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi of die een variabele geometrie hebben

6.3.4.9.1.

Het op grond van punt 6.3.4.8 vereiste aanvullende documentatiepakket aan de hand waarvan de goedkeuringsinstantie de strategie of strategieën voor geluidsemissiebeperking kan beoordelen om de correcte werking van het NORESS te waarborgen.

Het documentatiepakket wordt beschikbaar gemaakt in de volgende twee delen:

a)

het “formele aanvullende documentatiepakket”, dat op verzoek aan belanghebbenden ter beschikking kan worden gesteld;

b)

het “uitgebreide aanvullende documentatiepakket”, dat strikt vertrouwelijk blijft.

6.3.4.9.2.

Het formele aanvullende documentatiepakket mag beknopt zijn, mits wordt aangetoond dat alle parameters voor de controle van het NORESS zijn geïdentificeerd. In de aanvullende documentatie moet de functionele werking van het NORESS worden beschreven. Dit materiaal wordt door de goedkeuringsinstantie bewaard.

6.3.4.9.3.

Het uitgebreide aanvullende documentatiepakket bevat informatie over de werking van alle aanvullende strategieën voor geluidsemissies (ASES) en de basisstrategie voor geluidsemissies (BSES), met inbegrip van een beschrijving van de parameters die door ASES worden gewijzigd en de grensomstandigheden waaronder de ASES werken, en een indicatie van welke ASES en BSES waarschijnlijk actief zullen zijn onder de testomstandigheden die zijn vastgesteld in het toepasselijke ASEP-voorschrift van VN-Reglement nr. 41. Het uitgebreide documentatiepakket moet een beschrijving van alle bedrijfsmodi omvatten.

Het uitgebreide documentatiepakket moet strikt vertrouwelijk blijven. Dit materiaal moet door de typegoedkeuringsinstantie worden bewaard.

6.4.

Meting van de prestaties van het voertuig

6.4.1.

Het NORESS of onderdelen ervan moet(en) kunnen waarborgen dat de prestaties van het voertuig vergelijkbaar zijn met de prestaties die met het originele uitlaatgeluiddempingssysteem of onderdelen daarvan werden verkregen.

6.4.2.

Het NORESS of, indien de fabrikant daarvoor kiest, de onderdelen daarvan moet(en) worden vergeleken met een origineel geluiddempingssysteem of onderdelen daarvan, ook in nieuwe toestand, dat (die) vervolgens op het in punt 3.3, c), bedoelde voertuig wordt (worden) gemonteerd.

6.4.3.

De controle moet worden verricht door de vermogenskromme te meten overeenkomstig punt 6.4.1 of 6.4.2. Het met het NORESS gemeten maximumvermogen en motortoerental bij het maximumvermogen mogen het onder onderstaande meetomstandigheden met het originele uitlaatsysteem gemeten nettovermogen en motortoerental niet met meer dan ± 5 % overschrijden.

6.4.4.

Testmethode

6.4.4.1.

Motortestmethode

De metingen worden verricht op een motor van het in punt 3.3, c), bedoelde voertuig, waarbij de motor op een rollenbank wordt geplaatst.

6.4.4.2.

Voertuigtestmethode

De metingen worden verricht op het in punt 3.3, c), bedoelde voertuig. De waarden die worden verkregen met het originele geluiddempingssysteem worden vergeleken met de waarden die zijn verkregen met het NORESS. De test moet op een rollenbank worden uitgevoerd.

6.5.

Aanvullende bepalingen inzake een met vezelmateriaal gevulde NORESS of onderdelen daarvan

Het gebruik van geluiddempend vezelmateriaal in de bouw van het NORESS wordt alleen toegestaan indien aan de voorschriften van bijlage 3 wordt voldaan.

6.6.

Beoordeling van de verontreinigende emissies van voertuigen die met een vervangingsgeluiddemper zijn uitgerust

Het in punt 3.3, c), bedoelde voertuig met het NORESS van het type waarvoor goedkeuring is aangevraagd, moet voldoen aan de verontreinigingsvoorschriften overeenkomstig de typegoedkeuring van het voertuig. Bewijs daarvan moet in het testrapport worden gedocumenteerd.

7.

Wijziging en uitbreiding van de goedkeuring van niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen en uitbreiding van de goedkeuring

7.1.

Elke wijziging van het type NORESS of onderdelen ervan moet worden meegedeeld aan de typegoedkeuringsinstantie die het type NORESS heeft goedgekeurd. Deze instantie kan dan:

a)

oordelen dat de wijzigingen waarschijnlijk geen noemenswaardig nadelig effect zullen hebben, of

b)

de voor de uitvoering van de tests verantwoordelijke technische dienst om een aanvullend testrapport verzoeken.

7.2.

De fabrikant van het NORESS of onderdelen daarvan of zijn daartoe gemachtigde vertegenwoordiger mag de typegoedkeuringsinstantie die het NORESS voor een of meer voertuigtypen heeft goedgekeurd, vragen de goedkeuring tot andere voertuigtypen uit te breiden. De procedure hiervoor is beschreven in punt 3.

7.3.

De bevestiging of weigering van de goedkeuring, met vermelding van de wijzigingen, moet volgens de procedure van punt 5.3 worden meegedeeld aan de overeenkomstsluitende partijen die dit VN-reglement toepassen.

7.4.

De bevoegde instantie die de goedkeuring uitbreidt, kent een volgnummer toe aan elk mededelingenformulier dat voor een dergelijke uitbreiding wordt opgesteld.

8.   Conformiteit van de productie

Voor de controle van de conformiteit van de productie gelden de procedures van aanhangsel 2 van de overeenkomst (E/ECE/324-E/ECE/TRANS/505/Rev.2), met inachtneming van de volgende bepalingen:

a)

een krachtens dit VN-reglement goedgekeurd NORESS moet zo zijn vervaardigd dat het conform is met het goedgekeurde type door te voldoen aan de voorschriften van punt 6;

b)

de houder van de goedkeuring draagt er zorg voor dat voor elk type NORESS ten minste de in punt 6 van dit VN-reglement voorgeschreven tests zijn verricht;

c)

de instantie die de typegoedkeuring heeft verleend, kan op elk tijdstip de in elke productiefaciliteit toegepaste methoden voor de controle van de conformiteit verifiëren. Deze inspecties vinden gewoonlijk om de twee jaar plaats;

d)

de productie wordt geacht conform de voorschriften van dit VN-reglement te zijn indien de bepalingen van de VN-Reglementen nrs. 9, 41 en 63 voor het overeenkomstige voertuigtype zijn nageleefd en indien het met de in de desbetreffende VN-reglementen beschreven methoden gemeten geluidsniveau tijdens de test met een rijdend voertuig het tijdens de typegoedkeuring gemeten geluidsniveau niet met meer dan 3 dB(A) overschrijdt en de in de VN-Reglementen nrs. 9, 41 en 63 voorgeschreven geluidsniveaus, naargelang het geval, niet met meer dan 1 dB(A) overschrijdt.

9.   Sancties bij non-conformiteit van de productie

9.1.

De krachtens dit VN-reglement verleende goedkeuring voor een type NORESS of onderdelen daarvan kan worden ingetrokken indien niet aan het voorschrift van punt 8 is voldaan of indien het NORESS of onderdelen ervan de in punt 8, b), voorgeschreven test niet hebben doorstaan.

9.2.

Als een partij die dit VN-reglement toepast een goedkeuring die zij eerder heeft verleend, intrekt, moet zij de andere partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit VN-reglement toepassen, hiervan onverwijld in kennis stellen door middel van een mededelingenformulier dat overeenkomt met het model van bijlage 1 bij dit VN-reglement.

10.   Definitieve stopzetting van de productie

Indien de houder van de goedkeuring de productie van een krachtens dit VN-reglement goedgekeurd type vervangend geluidsdempingssysteem of onderdelen daarvan definitief stopzet, stelt hij de typegoedkeuringsinstantie die de goedkeuring heeft verleend daarvan in kennis. Deze instantie stelt de andere overeenkomstsluitende partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit VN-reglement toepassen, daarvan in kennis door middel van een kopie van het mededelingenformulier volgens het model in bijlage 1 bij dit VN-reglement.

11.   Naam en adres van de voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijke technische diensten en van de typegoedkeuringsinstanties

De partijen bij de Overeenkomst van 1958 die dit VN-reglement toepassen, delen het secretariaat van de Verenigde Naties de naam en het adres mee van de technische diensten die voor de uitvoering van de goedkeuringstests verantwoordelijk zijn, en van de typegoedkeuringsinstanties die goedkeuring verlenen en waaraan de in andere landen afgegeven certificaten betreffende de goedkeuring, de uitbreiding, weigering of intrekking van de goedkeuring en de definitieve stopzetting van de productie moeten worden gezonden.

12.   Overgangsbepalingen

12.1.

Vanaf de officiële datum van inwerkingtreding van wijzigingenreeks 02 mag een overeenkomstsluitende partij die dit VN-reglement toepast, niet weigeren VN-typegoedkeuringen krachtens wijzigingenreeks 02 van dit VN-reglement te verlenen of te accepteren.

12.2.

Vanaf twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van wijzigingenreeks 02 verlenen de overeenkomstsluitende partijen die dit VN-reglement toepassen, alleen goedkeuringen als het goed te keuren type onderdeel of technische eenheid voldoet aan de voorschriften van wijzigingenreeks 02 van dit VN-reglement.

12.3.

Vanaf 24 maanden na de datum van inwerkingtreding verlenen de overeenkomstsluitende partijen die dit VN-reglement toepassen, alleen uitbreidingen van bestaande goedkeuringen als het goed te keuren type onderdeel of technische eenheid voldoet aan de voorschriften van wijzigingenreeks 02 van dit VN-reglement.

12.4.

Zelfs na de inwerkingtreding van wijzigingenreeks 02 van dit VN-reglement blijven goedkeuringen van de onderdelen en technische eenheden krachtens de vorige wijzigingenreeks van dit VN-reglement geldig en moeten de overeenkomstsluitende partijen die dit VN-reglement toepassen, deze blijven accepteren.

(1)  Zoals gedefinieerd in de Geconsolideerde resolutie betreffende de constructie van voertuigen (R.E.3) (document TRANS/WP.29/78/Rev. (ECE/TRANS/WP.29/78/Rev.6, para. 2).

(2)  Deze onderdelen zijn, met name, het uitlaatspruitstuk, de eigenlijke geluiddemper, het expansievat en de resonator.

(3)  Indien het maximale nominale nettovermogen bij meerdere motortoerentallen wordt bereikt, wordt het nominale motortoerental in dit VN-reglement gebruikt voor het hoogste motortoerental waarbij dat vermogen wordt bereikt.

(4)  De nummers van de partijen bij de Overeenkomst van 1958 zijn opgenomen in bijlage 3 bij de geconsolideerde resolutie betreffende de constructie van voertuigen (R.E.3) (ECE/TRANS/WP.29/78/Rev.6).


BIJLAGE 1

MEDEDELING

DEEL A.

NORESS voor voertuigtypen die krachtens VN-Reglement nr. 41, wijzigingenreeks 04, zijn goedgekeurd.

(Maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Image 1

 (1)

afgegeven door:

Naam van de instantie:


betreffende de (2):

goedkeuring

 

uitbreiding van de goedkeuring

 

weigering van de goedkeuring

 

intrekking van de goedkeuring

 

definitieve stopzetting van de productie

van een voertuigtype wat een type NORESS of onderdeel daarvan betreft, krachtens VN-Reglement nr. 92.

Goedkeuring nr. …

Uitbreiding nr.: …

1.

Handelsnaam of merk van het voertuig: …

2.

Voertuigtype: …

3.

Naam en adres van de fabrikant: …

4.

Eventueel naam en adres van de vertegenwoordiger van de fabrikant: …

5.

Motor

5.1.

Fabrikant: …

5.2.

Type: …

5.3.

Model: …

5.4.

Maximaal nominaal nettovermogen: … kW bij … min-1

5.5.

Soort motor (bv. elektrische ontsteking, compressieontsteking enz.) (3): …

5.6.

Cyclus: tweetakt/viertakt2

5.7.

Cilinderinhoud: … cm3

6.

Transmissie

6.1.

Type transmissie: niet-automatische versnellingsbak/automatische versnellingsbak: …

6.2.

Aantal versnellingen: …

7.

Uitrusting

7.1.

Uitlaatgeluiddemper

7.1.1.

Eventueel naam van de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger: …

7.1.2.

Model: …

7.1.3.

Type: … overeenkomstig tekening nr.: …

7.2.

Inlaatgeluiddemper

7.2.1.

Eventueel naam van de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger: …

7.2.2.

Model: …

7.2.3.

Type: … overeenkomstig tekening nr.: …

8.

Voor de test van het rijdende voertuig gebruikte versnellingen: …

9.

Eindoverbrengingsverhouding(en): …

10.

ECE-typegoedkeuringsnummer van de band(en): …

Indien het niet beschikbaar is, moet de volgende informatie worden verstrekt:

10.1.

Bandenfabrikant: …

10.2.

Handelsbenaming(en) van het bandtype (per as), (bv. handelsnaam, snelheidsindex, belastingsindex): …

10.3.

Bandenmaat (per as): …

10.4.

Ander typegoedkeuringsnummer (indien beschikbaar): …

11.

Massa’s

11.1.

Maximaal toelaatbaar brutogewicht: … kg

11.2.

Testmassa: … kg

11.3.

Verhouding vermogen/massa (Power to mass ratio, PMR) …

12.

Lengte van het voertuig: … m

12.1.

Referentielengte lref: … m

13.

Snelheid van het voertuig bij de metingen in versnelling (i)

13.1.

Snelheid van het voertuig aan het begin van de acceleratieperiode (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

13.2.

Preacceleratielengte voor versnelling (i): … m

13.3.

Voertuigsnelheid v PP' (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

13.4.

Voertuigsnelheid v BB' (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

14.

Snelheid van het voertuig bij de metingen in versnelling (i+1) (indien van toepassing)

14.1.

Snelheid van het voertuig aan het begin van de acceleratieperiode (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i+1): … km/h

14.2.

Preacceleratielengte voor versnelling (i+1): … m

14.3.

Voertuigsnelheid v PP' (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i+1): … km/h

14.4.

Voertuigsnelheid v BB' (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i+1): … km/h

15.

De acceleraties worden berekend tussen de lijnen AA' en BB'/PP' en BB'

15.1.

Beschrijving van de functionele kenmerken van de voorzieningen die worden gebruikt om de acceleratie te stabiliseren (indien van toepassing): …

16.

Geluidsniveaus van het rijdende voertuig:

16.1.

Resultaat van de volgastest L wot: … db (A)

16.2.

Resultaten van de constantesnelheidstest L crs: … db (A)

16.3.

Partiële vermogensfactor k p: … db (A)

16.4.

Eindtestresultaat L urban: … db (A)

17.

Geluidsniveau van het stilstaande voertuig:

17.1.

Plaats en oriëntatie van de microfoon (overeenkomstig aanhangsel 2 van bijlage 3 bij VN-Reglement nr. 41, wijzigingenreeks 04): …

17.2.

Testresultaat bij stilstand: … dB (A) bij… min-1

18.

Aanvullende bepalingen inzake geluidsemissie:

Zie bijgevoegde conformiteitsverklaring van de fabrikant

19.

Referentiegegevens over de conformiteit tijdens het gebruik

19.1.

Versnelling (i) of, bij voertuigen die met onvergrendelde overbrengingsverhoudingen worden getest, de voor de test gekozen stand van de versnellingshendel: …

19.2.

Preacceleratielengte l PA: … m

19.3.

Snelheid van het voertuig aan het begin van de acceleratieperiode (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

19.4.

Geluidsdrukniveau L wot (i): … dB(A)

20.

Datum waarop het voertuig voor goedkeuring ter beschikking is gesteld: …

21.

Technische dienst die de goedkeuringstests verricht: …

22.

Datum van het door die dienst afgegeven rapport: …

23.

Nummer van het door die dienst afgegeven rapport: …

24.

Goedkeuring verleend/uitgebreid/geweigerd/ingetrokken2: …

25.

Plaats van het goedkeuringsmerk op het voertuig: …

26.

Plaats: …

27.

Datum: …

28.

Handtekening: …

29.

De volgende documenten, voorzien van bovengenoemd goedkeuringsnummer, worden als bijlage bij deze mededeling gevoegd:

tekeningen, diagrammen en plannen van de motor en het uitlaatgeluiddempingssysteem;

foto’s van de motor en van het uitlaat- of geluiddempingssysteem;

een lijst van de naar behoren geïdentificeerde onderdelen die het uitlaatgeluiddempingssysteem vormen.

DEEL B.

NORESS voor voertuigtypen die zijn goedgekeurd krachtens VN-Reglement nr. 9 of nr. 63

(Maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Image 2

 (4)

afgegeven door:

Naam van de instantie:


betreffende de (5):

goedkeuring

 

uitbreiding van de goedkeuring

 

weigering van de goedkeuring

 

intrekking van de goedkeuring

 

definitieve stopzetting van de productie

van een voertuigtype wat een type NORESS of onderdeel daarvan betreft, krachtens VN-Reglement nr. 92.

Goedkeuring nr. …

Uitbreiding nr.: …

1.

Handelsnaam of merk van het voertuig: …

2.

Voertuigtype: …

3.

Naam en adres van de fabrikant: …

4.

Eventueel naam en adres van de vertegenwoordiger van de fabrikant: …

5.

Motor

5.1.

Fabrikant: …

5.2.

Type: …

5.3.

Model: …

5.4.

Maximaal nominaal nettovermogen: … kW bij … min-1

5.5.

Soort motor (bv. elektrische ontsteking, compressieontsteking enz.) (6): …

5.6.

Cyclus: tweetakt/viertakt2

5.7.

Cilinderinhoud: … cm3

6.

Transmissie

6.1.

Type transmissie: niet-automatische versnellingsbak/automatische versnellingsbak: …

6.2.

Aantal versnellingen: …

7.

Uitrusting

7.1.

Uitlaatgeluiddemper

7.1.1.

Eventueel naam van de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger: …

7.1.2.

Model: …

7.1.3.

Type: … overeenkomstig tekening nr.: …

7.2.

Inlaatgeluiddemper

7.2.1.

Eventueel naam van de fabrikant of de gemachtigde vertegenwoordiger: …

7.2.2.

Model: …

7.2.3.

Type: … overeenkomstig tekening nr.: …

8.

Voor de test van het rijdende voertuig gebruikte versnellingen: …

9.

Eindoverbrengingsverhouding(en): …

10.

ECE-typegoedkeuringsnummer van de band(en): …

Indien het niet beschikbaar is, moet de volgende informatie worden verstrekt:

10.1.

Bandenfabrikant: …

10.2.

Handelsbenaming(en) van het bandtype (per as), (bv. handelsnaam, snelheidsindex, belastingsindex): …

10.3.

Bandenmaat (per as): …

10.4.

Ander typegoedkeuringsnummer (indien beschikbaar): …

11.

Massa’s

11.1.

Maximaal toelaatbaar brutogewicht: … kg

11.2.

Testmassa: … kg

11.3.

Verhouding vermogen/massa (Power to mass ratio, PMR) …

12.

Lengte van het voertuig: … m

13.

Geluidsniveau van het rijdende voertuig: … dB(A)

13.1.

Versnelling (i) voor de test van het rijdende voertuig…

13.2.

Snelheid van het voertuig aan het begin van de acceleratieperiode (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

14.

Geluidsniveau van het stilstaande voertuig: … dB(A)

14.1.

bij een motortoerental van … min-1

14.2.

Plaats en oriëntatie van de microfoon: …

15.

Referentiegegevens over de conformiteit tijdens het gebruik

15.1.

Versnelling (i) of, bij voertuigen die met onvergrendelde overbrengingsverhoudingen worden getest, de voor de test gekozen stand van de versnellingshendel: …

15.2.

Snelheid van het voertuig aan het begin van de acceleratieperiode (gemiddelde van 3 ritten) voor versnelling (i): … km/h

15.3.

Geluidsdrukniveau L (i): … dB(A)

16.

Datum waarop het voertuig voor goedkeuring ter beschikking is gesteld: …

17.

Technische dienst die de goedkeuringstests verricht: …

18.

Datum van het door die dienst afgegeven rapport: …

19.

Nummer van het door die dienst afgegeven rapport: …

20.

Goedkeuring verleend/uitgebreid/geweigerd/ingetrokken2: …

21.

Plaats van het goedkeuringsmerk op het voertuig: …

22.

Plaats: …

23.

Datum: …

24.

Handtekening: …

25.

De volgende documenten, voorzien van bovengenoemd goedkeuringsnummer, worden als bijlage bij deze mededeling gevoegd:

tekeningen, diagrammen en plannen van de motor en het uitlaatgeluiddempingssysteem;

foto’s van de motor en van het uitlaat- of geluiddempingssysteem;

een lijst van de naar behoren geïdentificeerde onderdelen die het uitlaatgeluiddempingssysteem vormen.


(1)  Nummer van het land dat de goedkeuring heeft verleend/uitgebreid/geweigerd/ingetrokken (zie de desbetreffende voorschriften van dit VN-reglement)

(2)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(3)  Indien een niet-conventionele motor wordt gebruikt, moet dit worden vermeld.

(4)  Nummer van het land dat de goedkeuring heeft verleend/uitgebreid/geweigerd/ingetrokken (zie de desbetreffende voorschriften van dit VN-reglement).

(5)  Doorhalen wat niet van toepassing is.

(6)  Indien een niet-conventionele motor wordt gebruikt, moet dit worden vermeld.


BIJLAGE 2

Voorbeeld van de goedkeuringsmerken

(zie punt 5.4 van dit VN-reglement)

Image 3

a = min. 8 mm

Bovenstaand goedkeuringsmerk, aangebracht op een onderdeel van een geluiddempingssysteem, geeft aan dat het type geluiddempingssysteem in kwestie in Nederland (E4) krachtens VN-Reglement nr. 92 is goedgekeurd onder nummer 022439. Het goedkeuringsnummer geeft aan dat de goedkeuring is verleend volgens de voorschriften van Reglement nr. 92 zoals gewijzigd bij wijzigingenreeks 02.


BIJLAGE 3

Voorschriften voor in NORESS gebruikte geluiddempende vezelmaterialen

(zie punt 6.5 van dit VN-reglement)

1.

Het geluiddempende vezelmateriaal moet asbestvrij zijn en mag bij de bouw van de geluiddempers alleen worden gebruikt als passende voorzieningen ervoor zorgen dat het vezelmateriaal op zijn plaats wordt gehouden zolang de dempers worden gebruikt, en als het uitlaat- of geluiddempingssysteem aan de voorschriften van een van de punten 2, 3, 4 of 5 voldoet, naar keuze van de fabrikant.

2.

Nadat het vezelmateriaal is verwijderd, moet het geluidsniveau voldoen aan de voorschriften van punt 6.2 van dit VN-reglement.

3.

Het geluiddempend vezelmateriaal mag niet worden aangebracht in de delen van de geluiddemper waardoor de uitlaatgassen stromen en moet voldoen aan de volgende voorschriften:

a)

het materiaal moet 4 uur lang in een oven op een temperatuur van 650 ± 5 °C worden gehouden zonder dat de gemiddelde lengte, diameter of dichtheid van de vezels afneemt;

b)

na een verblijf van 1 uur in een oven op een temperatuur van 650 ± 5 °C moet ten minste 98 % van het materiaal worden tegengehouden in een zeef met een nominale maaswijdte van 250 μm die voldoet aan ISO 3310/1 bij tests overeenkomstig ISO 2599;

c)

het gewichtsverlies van het materiaal mag niet meer bedragen dan 10,5 % nadat het 24 uur lang bij 90 ± 5 °C is ondergedompeld in een synthetisch condensaat van de volgende samenstelling:

i)

1 N broomwaterstofzuur (HBr): 10 ml

ii)

1 N zwavelzuur (H2SO4): 10 ml

iii)

gedestilleerd water tot 1 000 ml.

Opmerking:

Het materiaal moet vóór de weging worden gewassen met gedistilleerd water en één uur lang bij 105 °C worden gedroogd.

4.

Voordat het systeem wordt getest overeenkomstig punt 6.2 van dit VN-reglement moet het in een voor gebruik op de weg normale toestand worden gebracht met een van de conditioneringsmethoden zoals beschreven in bijlage 3, punt 5.1.4, van de VN-Reglementen nrs. 9 of 63 of in bijlage 5, punt 1.3, van VN-Reglement nr. 41, al naargelang het geval.

5.

De uitlaatgassen komen niet met vezelmateriaal in aanraking en het vezelmateriaal wordt niet beïnvloed door drukverschillen.

BIJLAGE 4

Verklaring van naleving van de aanvullende bepalingen inzake geluidsemissie

(Maximumformaat: A4 (210 × 297 mm))

Deze verklaring is vereist voor niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen (NORESS):

a)

met verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi of met variabele geometrie;

b)

zonder verschillende manueel of elektronisch instelbare en door de bestuurder selecteerbare gebruiksmodi of zonder variabele geometrie die gespecificeerd voor gebruik op voertuigen van categorie L3 waarvoor typegoedkeuring is verleend krachtens de wijzigingen van VN-Reglement nr. 41 en waarvoor de ASEP-voorschriften van de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41 gelden (1).

… (Naam van de fabrikant) verklaart dat de niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen van dit type … (type wat de geluidsemissie betreft krachtens wijzigingenreeks … (2) van VN-Reglement nr. 41) tijdens de typegoedkeuringsprocedure en de productie aan de toepasselijke ASEP-voorschriften van VN-Reglement nr. 41 voldoen.

… (Naam van de fabrikant) legt deze verklaring te goeder trouw af nadat hij de geluidsemissieprestaties van de niet-originele vervangende uitlaatgeluiddempingssystemen overeenkomstig de voorschriften van VN-Reglement nr. 92 tijdens de typegoedkeuringsprocedure en de productie naar behoren heeft geëvalueerd.

Datum: …

Naam van gemachtigde vertegenwoordiger: …

Handtekening van de gemachtigde vertegenwoordiger: …


(1)  Punt dat niet van toepassing is, schrappen.

(2)  Vul de wijzigingenreeks van VN-Reglement nr. 41 die op het NORESS van toepassing is.