ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 176

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

66e jaargang
11 juli 2023


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2023/1433 van de Raad van 10 juli 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1434 van de Commissie van 25 april 2023 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, wat betreft de toevoeging van noten aan deel 1, punt 1.1.3, van bijlage VI, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang ( 1 )

3

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1435 van de Commissie van 2 mei 2023 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels wat betreft de wijziging van de vermeldingen in deel 3 van bijlage VI bij die verordening voor 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan, boorzuur, diboortrioxide, tetraboordinatriumheptaoxide-hydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, het natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat ( 1 )

6

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1436 van de Commissie van 10 juli 2023 tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie ( 1 )

10

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2023/1437 van de Commissie van 4 mei 2023 tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, van bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende een vrijstelling voor kwik in smeltdrukomzetters voor capillaire rheometers onder bepaalde voorwaarden ( 1 )

14

 

*

Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2023/1438 van de Commissie van 10 juli 2023 tot wijziging van de Richtlijnen 2003/90/EG en 2003/91/EG wat betreft de protocollen voor het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen ( 1 )

17

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2023/1439 van de Raad van 10 juli 2023 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

26

 

*

Besluit (GBVB) 2023/1440 van de Raad van 10 juli 2023 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de Ghanese strijdkrachten

28

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/1


VERORDENING (EU) 2023/1433 VAN DE RAAD

van 10 juli 2023

tot wijziging van Verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN-Veiligheidsraad) heeft op 26 februari 2011 Resolutie 1970 (2011) vastgesteld, waarmee een wapenembargo tegen Libië werd ingesteld.

(2)

De VN-Veiligheidsraad heeft in Resolutie 2292 (2016) staten die op nationaal niveau of via regionale organisaties handelen, gemachtigd om op volle zee voor de kust van Libië vaartuigen te inspecteren waarvan zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat deze vaartuigen direct of indirect wapens of aanverwant materieel naar of vanuit Libië vervoeren, hetgeen in strijd is met het wapenembargo van de Verenigde Naties tegen Libië, en heeft besloten dat staten, wanneer zij tijdens dergelijke inspecties goederen die door het wapenembargo tegen Libië verboden zijn, ontdekken, deze voorwerpen in beslag moeten nemen en vernietigen.

(3)

Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad (2) bepaalt dat de kerntaak van de maritieme operatie EUNAVFOR MED IRINI van de Unie is bij te dragen tot de uitvoering van het wapenembargo van de Verenigde Naties tegen Libië.

(4)

Daartoe bepaalt artikel 2, lid 3, van Besluit (GBVB) 2020/472 dat, in overeenstemming met de relevante resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zoals Resolutie 1970 (2011) en Resolutie 2473 (2019), en met name Resolutie 2292 (2016), naargelang wat vereist is, EUNAVFOR MED IRINI, overeenkomstig de regelingen die zijn opgenomen in de planningsdocumenten, en binnen het overeengekomen inzetgebied in volle zee voor de kust van Libië inspecties kan uitvoeren van vaartuigen op weg naar of komende van Libië, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat die vaartuigen direct of indirect wapens of aanverwant materieel naar of vanuit Libië vervoeren en daarmee het wapenembargo tegen Libië schenden, en dat EUNAVFOR MED IRINI toepasselijke acties onderneemt om dergelijke goederen in beslag te nemen en op te ruimen.

(5)

Voorts is in artikel 2, lid 5, van Besluit (GBVB) 2020/472 bepaald dat EUNAVFOR MED IRINI, gezien de uitzonderlijke operationele vereisten en op uitnodiging van een lidstaat, schepen kan afleiden naar havens van die lidstaat en de in beslag genomen wapens en aanverwant materieel kan opruimen, onder meer door die op te slaan, te vernietigen of over te dragen aan een lidstaat of aan een derde partij. Het bepaalt ook dat een lidstaat assistentie kan verlenen bij de opruiming van in beslag genomen wapens en aanverwant materieel en daarbij de voor de opruiming van de in beslag genomen goederen benodigde procedures zo spoedig mogelijk afrondt, binnen het kader van zijn nationale wetgeving en procedures.

(6)

Bij Besluit (GBVB) 2023/1439 van de Raad (3) wordt een bepaling ingevoerd in Besluit (GBVB) 2015/1333 dat een dergelijke lidstaat de nodige maatregelen moet nemen om de verwijdering, namens EUNAVFOR MED IRINI, van door EUNAVFOR MED IRINI in volle zee in beslag genomen wapens en aanverwant materiaal overeenkomstig zijn mandaat te vergemakkelijken.

(7)

Om de eenvormige toepassing van deze bepaling in alle lidstaten te waarborgen, is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk.

(8)

Verordening (EU) 2016/44 van de Raad (4) geeft uitvoering aan Besluit (GBVB) 2015/1333. Verordening (EU) 2016/44 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het volgende artikel wordt ingevoegd in Verordening (EU) 2016/44:

“Artikel 22 bis

1.   Een lidstaat die EUNAVFOR MED IRINI overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad (*1) assistentie verleent, neemt de nodige maatregelen om namens EUNAVFOR MED IRINI te zorgen voor de opruiming van wapens of aanverwant materieel, met inbegrip van goederen en technologie die onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vallen, die op volle zee worden vervoerd in strijd met het in artikel 5 bis, lid 1, van Besluit (GBVB) 2015/1333 bedoelde verbod en die door EUNAVFOR MED IRINI op volle zee in beslag zijn genomen overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Besluit (GBVB) 2020/472.

2.   De in lid 1 bedoelde opruiming kan met name plaatsvinden door deze items te vernietigen of onbruikbaar te maken of door toe te staan dat zij, ook door derden, worden gebruikt en daarbij te voorkomen dat zij later worden overgedragen aan Libië of een ander derde land waaraan de overdracht van wapens of aanverwant materieel verboden is.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

P. NAVARRO RÍOS


(1)   PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34.

(2)  Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad van 31 maart 2020 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED IRINI) (PB L 101 van 1.4.2020, blz. 4).

(3)  Besluit (GBVB) 2023/1439 van de Raad van 10 juli 2023 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (zie bladzijde 26 van dit Publicatieblad).

(4)  Verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011 (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 1).


11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/3


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2023/1434 VAN DE COMMISSIE

van 25 april 2023

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, wat betreft de toevoeging van noten aan deel 1, punt 1.1.3, van bijlage VI, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (1), en met name artikel 53, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Deel 1, punt 1.1.3, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 bevat een lijst van noten die aan een of meer geharmoniseerde indelings- en etiketteringsvermeldingen kunnen worden toegekend en die betrekking hebben op de identificatie, indeling en etikettering van stoffen en op de indeling en etikettering van mengsels.

(2)

In zijn advies van 11 juni 2020 betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan (2) heeft het Comité risicobeoordeling (RAC) van het Europees Agentschap voor chemische stoffen aanbevolen een nieuwe noot toe te voegen aan deel 1, punt 1.1.3.1, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 om te verduidelijken dat de indeling van een groep stoffen onder dezelfde vermelding alleen is gebaseerd op de gevaarlijke eigenschappen van het deel van de stof dat alle stoffen in die vermelding gemeen hebben. Volgens het RAC moet voor de niet-gemeenschappelijke delen van een stof worden beoordeeld of vanwege hun gevaarlijke eigenschappen een strengere indeling (hogere categorie) of een bredere indeling (bijvoorbeeld aanvullende onderverdeling, doelorganen en/of gevarenaanduidingen) in dezelfde gevarenklasse gerechtvaardigd is. Daarom moet in deel 1, punt 1.1.3.1, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 een nieuwe noot X worden toegevoegd. Aangezien het waarschijnlijk is dat deze noot in de toekomst voor andere stoffen met dezelfde eigenschappen zal worden gebruikt, moet de noot zodanig worden verwoord dat deze niet beperkt is tot die specifieke vermelding.

(3)

In het advies van het RAC van 20 september 2019 betreffende boorzuur, diboortrioxide, tetrabordinatriumheptaoxidehydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat (3), alsook in het advies van het RAC van 11 juni 2020 betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan, wordt wetenschappelijk bewijs beschreven dat erop duidt dat de voortplantingstoxiciteit van elk van deze stofgroepen te wijten is aan een moleculaire entiteit die alle leden van de respectieve groep gemeen hebben. Bij de behandeling van voorstellen voor een geharmoniseerde indeling van bepaalde boorverbindingen en van 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan, hebben de deskundigen van de lidstaten die in het kader van de Caracal-deskundigengroep (bevoegde instanties voor de Reach- en CLP-verordeningen) zijn geraadpleegd, verzocht nieuwe noten toe te voegen aan deel 1, punt 1.1.3.2, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008. Uit de besprekingen in de Caracal-deskundigengroep is naar voren gekomen dat deze noten nodig zijn om de gevaren van mengsels die bepaalde stoffen bevatten die onder dezelfde groepsvermelding vallen nauwkeuriger te kunnen identificeren. Het somprincipe moet van toepassing zijn op stoffen waarvan het gevaar het gevolg is van de aanwezigheid van een gemeenschappelijke moleculaire entiteit. Daarom moet rekening worden gehouden met de vraag in hoeverre die stoffen bijdragen tot het gehele gevaar van het mengsel in verhouding tot hun concentratie, door de toepasselijke algemene of specifieke concentratiegrens te vergelijken met de som van de concentraties van de aanwezige stoffen. Daarom moeten in deel 1, punt 1.1.3.2, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 twee nieuwe noten (noten 11 en 12) worden toegevoegd. Aangezien noot 11 moet worden gebruikt voor boorzuur en zouten daarvan, en voor andere boorverbindingen waaruit boorzuur/boraat vrijkomt, moet die noot gezien de specificiteit van de desbetreffende vermeldingen zodanig worden verwoord dat die specifiek is voor die vermeldingen. Aangezien het waarschijnlijk is dat noot 12 in de toekomst voor andere stoffen dan 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan zal worden gebruikt, moet de noot zodanig worden verwoord dat deze niet beperkt is tot die specifieke vermelding.

(4)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008

Bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 april 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

(2)  https://echa.europa.eu/documents/10162/8740de5b-368d-55a7-7955-094ef602d760

(3)  https://echa.europa.eu/documents/10162/584263da-199c-f86f-9b73-422a4f22f1c3


BIJLAGE

Deel 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 1.1.3.1 wordt de volgende noot X toegevoegd:

“Noot X

De indeling voor de gevarenklasse(n) in deze vermelding is uitsluitend gebaseerd op de gevaarlijke eigenschappen van het deel van de stof dat alle stoffen in de vermelding gemeen hebben. De gevaarlijke eigenschappen van stoffen in de vermelding hangen ook af van de eigenschappen van het deel van de stof dat niet in alle stoffen in de groep voorkomt. Dit laatste moet worden geëvalueerd om te beoordelen of voor de gevarenklasse(n) in de vermelding (een) strengere indeling(en) (d.w.z. een hogere categorie) of een bredere indeling (aanvullende onderverdeling, doelorganen en/of gevarenaanduidingen) gerechtvaardigd is.”.

2)

In punt 1.1.3.2 worden de volgende noten 11 en 12 toegevoegd:

“Noot 11:

Mengsels moeten als giftig voor de voortplanting worden ingedeeld als de som van de concentraties van afzonderlijke boorverbindingen die als giftig voor de voortplanting zijn ingedeeld in het in de handel gebrachte mengsel 0,3 % of meer bedraagt.

Noot 12:

Mengsels moeten als giftig voor de voortplanting worden ingedeeld als de som van de concentraties van de afzonderlijke stoffen die onder deze vermelding vallen in het in de handel gebrachte mengsel gelijk is aan of hoger is dan de toepasselijke algemene concentratiegrens voor de toegewezen categorie of een in deze vermelding genoemde specifieke concentratiegrens.”.


11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/6


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2023/1435 VAN DE COMMISSIE

van 2 mei 2023

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels wat betreft de wijziging van de vermeldingen in deel 3 van bijlage VI bij die verordening voor 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan, boorzuur, diboortrioxide, tetraboordinatriumheptaoxide-hydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, het natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (1), en met name artikel 37, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Deel 3, tabel 3, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 bevat een lijst van gevaarlijke stoffen met hun geharmoniseerde indeling en etikettering op basis van de criteria in de delen 2 tot en met 5 van bijlage I bij die verordening.

(2)

Op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 zijn bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) voorstellen ingediend om met betrekking tot bepaalde stoffen de geharmoniseerde indeling en etikettering op te nemen en met betrekking tot bepaalde andere stoffen de geharmoniseerde indeling en etikettering bij te werken of te schrappen. Het Comité risicobeoordeling van het ECHA (RAC) heeft adviezen over deze voorstellen uitgebracht, waarbij rekening is gehouden met de opmerkingen van de betrokken partijen.

(3)

In het advies van het RAC van 20 september 2019 betreffende boorzuur, diboortrioxide, tetraboordinatriumheptaoxide-hydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, het natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat (2), alsmede in het advies van het RAC van 11 juni 2020 betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan (3), worden wetenschappelijke gegevens beschreven waaruit blijkt dat de voortplantingstoxiciteit van elk van die groepen stoffen te wijten is aan een moleculaire entiteit die alle leden van een groep stoffen gemeen hebben. De deskundigen van de lidstaten die zijn geraadpleegd in de deskundigengroep Caracal van de Commissie (bevoegde autoriteiten voor registratie en beoordeling van en autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach) en voor indeling, etikettering en verpakking (CLP)) hebben daarom verzocht om de toevoeging van noten aan de vermeldingen met betrekking tot de groepen stoffen waarnaar in die adviezen van het RAC van 2019 en 2020 wordt verwezen, teneinde naar behoren om te gaan met situaties waarin verschillende stoffen die tot een van die groepen behoren samen in een mengsel aanwezig zijn, en om voor te schrijven dat de toepasselijke concentratiegrens voor de indeling van het mengsel wordt vergeleken met de som van de concentraties van die stoffen. Die noten zijn bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1434 van de Commissie van 25 april 2023 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, wat betreft de toevoeging van noten aan deel 1, punt 1.1.3, van bijlage VI, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang [C(2023) 2672] (4) als noot 11 en noot 12 toegevoegd aan deel 1, punt 1.1.3.2, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008. Het is daarom passend een verwijzing naar noot 11 toe te voegen aan de vermeldingen voor boorzuur, diboortrioxide, tetraboordinatriumheptaoxide-hydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, het natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat, evenals een verwijzing naar noot 12 aan de vermelding voor 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan.

(4)

In zijn advies van 11 juni 2020 betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan heeft het RAC aanbevolen een noot aan deze vermelding toe te voegen om te voorzien in de mogelijkheid dat, hoewel de vermelding voor deze groep stoffen gebaseerd is op de toxische eigenschappen van een gemeenschappelijk deel van die stoffen, een ander, stofspecifiek deel van de stoffen indeling in een hogere categorie of een meer omvattende indeling, bv. met aanvullende onderverdeling, vermelding van doelorganen en/of gevarenaanduidingen, voor bepaalde onder de vermelding opgenomen stoffen kan rechtvaardigen. Een dergelijke noot is bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1434 als noot X toegevoegd aan deel 1, punt 1.1.3.1, van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008. Het is daarom passend een verwijzing naar noot X toe te voegen aan de vermelding betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan.

(5)

In de deskundigengroep Caracal geraadpleegde deskundigen uit de lidstaten stelden voor de huidige noot A toe te passen op 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan. Noot A schrijft voor dat voor stoffen die onder een vermelding met een algemene benaming, zoals “verbindingen” of “zouten”, vallen, de leverancier op het etiket de juiste naam moet vermelden. Aangezien voor de vermelding voor 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan een dergelijke algemene benaming wordt gebruikt, moet aan die vermelding een verwijzing naar noot A worden toegevoegd.

(6)

Aangezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1434 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, wat betreft de toevoeging van noten aan deel 1, punt 1.1.3, van bijlage VI, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang [C(2023) 2672] op 25 april 2023 is vastgesteld, konden de in die verordening opgenomen noten ten tijde van de vaststelling van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/849 van de Commissie (5) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/692 van de Commissie (6), waarbij de respectieve vermeldingen aan tabel 3 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 werden toegevoegd, niet in tabel 3 van bijlage VI bij die verordening worden opgenomen. Het is daarom nodig de vermeldingen betreffende boorzuur, diboortrioxide, tetraboordinatriumheptaoxide-hydraat, watervrij dinatriumtetraboraat, het natriumzout van orthoboorzuur, dinatriumtetraboraat-decahydraat en dinatriumtetraboraat-pentahydraat bij te werken door aan elk daarvan een verwijzing naar noot 11 toe te voegen. Ook is het nodig de vermelding betreffende 2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan bij te werken door middel van de toevoeging aan die vermelding van een verwijzing naar noot 12 en noot X.

(7)

Verordening (EG) nr. 1272/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Naleving van de herziene geharmoniseerde indelingen mag niet onmiddellijk verplicht worden gesteld, aangezien leveranciers enige tijd nodig hebben om de etikettering en verpakking van stoffen en mengsels aan te passen aan de herziene geharmoniseerde indelingen en om bestaande voorraden van stoffen en mengsels te verkopen. Een dergelijke periode zou leveranciers ook in de gelegenheid stellen de nodige maatregelen te nemen om de naleving van andere voorschriften van Verordening (EG) nr. 1272/2008, zoals gewijzigd bij deze verordening, te waarborgen. Leveranciers moeten echter de mogelijkheid hebben om de herziene geharmoniseerde indelingen toe te passen en de etikettering en verpakking dienovereenkomstig aan te passen, op vrijwillige basis met ingang van de datum van toepassing van deze verordening, teneinde een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen en leveranciers voldoende flexibiliteit te bieden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008

Bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1272/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 is van toepassing met ingang van 1 februari 2025.

Leveranciers mogen de in de bijlage bij deze verordening opgenomen stoffen en mengsels overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008, zoals gewijzigd bij deze verordening, indelen, etiketteren en verpakken met ingang van 31 juli 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

(2)  https://echa.europa.eu/documents/10162/584263da-199c-f86f-9b73-422a4f22f1c3

(3)  https://echa.europa.eu/documents/10162/8740de5b-368d-55a7-7955-094ef602d760

(4)  Zie blz. 3 van dit Publicatieblad.

(5)   PB L 188 van 28.5.2021, blz. 27.

(6)   PB L 129 van 3.5.2022, blz. 1.


BIJLAGE

In deel 3, tabel 3, van bijlage VI worden de vermeldingen voor de catalogusnummers 005-007-00-2, 005-008-00-8, 005-011-00-4 en 607-230-00-6 vervangen door respectievelijk de volgende vermeldingen:

Catalogusnummer

Chemische naam

EG-nr.

CAS-nr.

Indeling

Etikettering

Specifieke concentratiegrenzen, M-factoren en ATE’s

Opmerkingen

Gevarenklasse en -categorie

Gevarenaanduiding

Pictogram, signaalwoord

Gevarenaanduiding

Aanvullende gevarenaanduiding

“005-007-00-2

boorzuur; [1]

boorzuur [2]

233-139-2 [1]

234-343-4 [2]

10043-35-3 [1]

11113-50-1 [2]

Repr. 1B

H360FD

GHS08

Dgr

H360FD

 

 

11 ”;

“005-008-00-8

diboortrioxide

215-125-8

1303-86-2

Repr. 1B

H360FD

GHS08

Dgr

H360FD

 

 

11 ”;

“005-011-00-4

tetraboordinatriumheptaoxide, hydraat; [1]

dinatriumtetraboraat, watervrij; [2]

orthoboorzuur, natriumzout; [3]

dinatriumtetraboraat-decahydraat; [4]

dinatriumtetraboraat-pentahydraat [5]

235-541-3 [1]

215-540-4 [2]

237-560-2 [3]

215-540-4 [4]

215-540-4 [5]

12267-73-1 [1]

1330-43-4 [2]

13840-56-7 [3]

1303-96-4 [4]

12179-04-3 [5]

Repr. 1B

H360FD

GHS08

Dgr

H360FD

 

 

11 ”;

“607-230-00-6

2-ethylhexaanzuur en zouten daarvan, tenzij elders in deze bijlage vermeld

-

-

Repr. 1B

H360D

GHS08

Dgr

H360D

 

 

A, X, 12 ”


11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/1436 VAN DE COMMISSIE

van 10 juli 2023

tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1, en artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2006/75/EG van de Commissie (2) is dimoxystrobin in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3) opgenomen als werkzame stof.

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 overeenkomstig artikel 78, lid 3, van die verordening en zijn opgenomen in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin, zoals vermeld in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011, vervalt op 31 januari 2024.

(4)

Er is overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) bij Hongarije, de lidstaat-rapporteur, en Ierland, de lidstaat-corapporteur, binnen de in dat artikel vastgestelde termijn een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin ingediend.

(5)

De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend bij de lidstaat-rapporteur, de lidstaat-corapporteur, de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 1 september 2017 bij de EFSA en de Commissie ingediend. In het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging heeft de lidstaat-rapporteur voorgesteld de goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin te verlengen.

(7)

De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier toegankelijk gemaakt voor het publiek. De EFSA heeft het ontwerpbeoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen tevens aan de aanvrager en de lidstaten doorgestuurd en heeft een openbare raadpleging hierover gehouden. De EFSA heeft de ontvangen opmerkingen aan de Commissie doorgestuurd.

(8)

De EFSA heeft in januari en juni 2022 deskundigen geraadpleegd op het gebied van de toxicologie bij zoogdieren, de lotgevallen en het gedrag in het milieu en ecotoxicologie. Naar aanleiding van die raadplegingen heeft de EFSA vastgesteld dat er punten van zorg bestaan, met name met betrekking tot de verontreiniging van grondwater met toxicologisch relevante metabolieten van dimoxystrobin.

(9)

Op 12 augustus 2022 heeft de Commissie de EFSA, in het licht van het door de EFSA vastgestelde punt van zorg in verband met de verontreiniging van grondwater, verzocht om een verklaring met een samenvatting van haar belangrijkste bevindingen over de beoordeling van de lotgevallen en het gedrag in het milieu en de ecotoxicologie van de werkzame stof dimoxystrobin.

(10)

Op 11 oktober 2022 heeft de EFSA die verklaring aan de Commissie meegedeeld (6).

(11)

In haar verklaring heeft de EFSA bevestigd dat er sprake is van een kritiek punt van zorg ten aanzien van alle representatieve gebruiksdoeleinden van de werkzame stof, en dat er met name een grote kans bestaat op de verontreiniging van grondwater met toxicologisch relevante metabolieten van dimoxystrobin (505M08 en 505M09) onder alle geologische en klimatologische omstandigheden die in de grondwaterbeoordelingsscenario’s worden beschreven.

(12)

De Commissie heeft op 8 december 2022 een ontwerpverslag over de verlenging van de goedkeuring van dimoxystrobin en op 25 januari 2023 een ontwerp van deze verordening voorgelegd aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders.

(13)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht opmerkingen over de verklaring van de EFSA in te dienen. Overeenkomstig artikel 14, lid 1, derde alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 heeft de Commissie de aanvrager ook verzocht opmerkingen over het ontwerpverslag over de verlenging in te dienen. De aanvrager heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht.

(14)

Ondanks de argumenten van de aanvrager konden de punten van zorg in verband met de lotgevallen en het gedrag in het milieu en de ecotoxicologie van dimoxystrobin niet worden weggenomen.

(15)

Bijgevolg is niet aangetoond dat dimoxystrobin voldoet aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Het is derhalve passend de goedkeuring van die werkzame stof niet te verlengen.

(16)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(17)

Dimoxystrobin is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie (7) vermeld als stof die in aanmerking komt om te worden vervangen. Aangezien de goedkeuring van dimoxystrobin niet wordt verlengd, is die vermelding niet langer relevant. Bijgevolg moet dimoxystrobin uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 worden geschrapt.

(18)

De lidstaten moeten tijd krijgen om de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die dimoxystrobin bevatten, in te trekken.

(19)

Als de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 een respijtperiode toekennen voor gewasbeschermingsmiddelen die dimoxystrobin bevatten, moet die periode uiterlijk twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze verordening aflopen.

(20)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/115 van de Commissie (8) is de geldigheidsduur van de goedkeuring van dimoxystrobin verlengd tot en met 31 januari 2024, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van die goedkeuringsperiode zou kunnen worden voltooid. Aangezien er voor het verstrijken van die goedkeuringsperiode echter een besluit over de niet-verlenging van de goedkeuring is genomen, moet deze verordening al voor die datum in werking treden.

(21)

Deze verordening laat de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag voor de goedkeuring van dimoxystrobin in te dienen overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 onverlet.

(22)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof

De goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin wordt niet verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de vermelding voor dimoxystrobin in rij 128 geschrapt.

Artikel 3

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 wordt de vermelding voor dimoxystrobin geschrapt.

Artikel 4

Overgangsmaatregelen

De lidstaten trekken alle toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof dimoxystrobin bevatten, uiterlijk op 31 januari 2024 in.

Artikel 5

Respijtperiode

Een door de lidstaten overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 toegekende respijtperiode loopt uiterlijk op 31 juli 2024 af.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2006/75/EG van de Commissie van 11 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde dimoxystrobin op te nemen als werkzame stof (PB L 248 van 12.9.2006, blz. 3).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26). Deze verordening is vervangen door Verordening (EU) 2020/1740, maar blijft van toepassing op de procedure voor de verlenging van de goedkeuring van werkzame stoffen: 1) waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring voor 27 maart 2024 verstrijkt, of 2) waarvan de geldigheidsduur van de goedkeuring bij een op of na 27 maart 2021 overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde verordening wordt verlengd tot en met 27 maart 2024 of een latere datum.

(6)  EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid), 2022: Statement concerning the assessment of environmental fate and behaviour and ecotoxicology in the context of the pesticides peer review of the active substance dimoxystrobin. EFSA Journal 2022; 20(11): e07634 https://doi.org/10.2903/j.efsa.2022.7634

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen (PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/115 van de Commissie van 16 januari 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur van de goedkeuring van de werkzame stof dimoxystrobin (PB L 15 van 17.1.2023, blz. 13).


RICHTLIJNEN

11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/14


GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2023/1437 VAN DE COMMISSIE

van 4 mei 2023

tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, van bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende een vrijstelling voor kwik in smeltdrukomzetters voor capillaire rheometers onder bepaalde voorwaarden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (1), en met name artikel 5, lid 1, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2011/65/EU zijn de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat elektrische en elektronische apparatuur die in de handel wordt gebracht, geen van de in bijlage II bij die richtlijn opgenomen gevaarlijke stoffen bevat. Die beperking geldt niet voor bepaalde vrijgestelde toepassingen die zijn vermeld in bijlage IV bij die richtlijn.

(2)

De categorieën elektrische en elektronische apparatuur waarop Richtlijn 2011/65/EU van toepassing is, zijn opgenomen in de lijst in bijlage I bij die richtlijn.

(3)

Kwik is opgenomen in de lijst in bijlage II bij Richtlijn 2011/65/EU als stof waarvoor beperkingen gelden.

(4)

Op 26 april 2021 heeft de Commissie een overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Richtlijn 2011/65/EU ingediende aanvraag ontvangen voor een in bijlage IV bij die richtlijn op te nemen vrijstelling voor kwik in smeltdrukomzetters voor capillaire rheometers bij temperaturen boven 300 °C en een druk boven 1 000 bar (“de gevraagde vrijstelling”).

(5)

De gebruikte drukomzetter, ingebouwd in capillaire rheometers, bestaat uit elektrische onderdelen en is een elektrisch meettoestel dat binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2011/65/EU valt. De in de gevraagde vrijstelling beschreven capillaire rheometers vallen onder categorie 9 (“meet- en regelapparatuur met inbegrip van industriële meet- en regelapparatuur”) van bijlage I bij Richtlijn 2011/65/EU.

(6)

Bij de evaluatie van de vrijstellingsaanvraag, die een technische en wetenschappelijke beoordeling omvatte (2), is geconcludeerd dat de vervanging van kwik in smeltdrukomzetters voor capillaire rheometers bij temperaturen boven 300 °C en een druk boven 1 000 bar momenteel wetenschappelijk en technisch onhaalbaar is. Bij de beoordeling zijn belanghebbenden geraadpleegd overeenkomstig artikel 5, lid 7, van Richtlijn 2011/65/EU.

(7)

Aan een van de in artikel 5, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/65/EU genoemde relevante voorwaarden is voldaan, namelijk dat de eliminatie en vervanging wetenschappelijk en technisch onhaalbaar is.

(8)

Het is daarom passend de gevraagde vrijstelling te verlenen door de toepassingen waarop deze betrekking heeft, voor wat elektrische en elektronische apparatuur van categorie 9 betreft, op te nemen in bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU.

(9)

Om te voldoen aan toekomstige beperkingen op kwikhoudende producten uit hoofde van Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad (3), moet de geldigheidsduur van de vrijstelling worden beperkt tot 31 december 2025. De termijn wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Richtlijn 2011/65/EU.

(10)

Richtlijn 2011/65/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten moeten uiterlijk op 31 januari 2024 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 februari 2024.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 4 mei 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88.

(2)  Study to assess requests for two (-2-) exemptions, for mercury in pressure transducer and DEHP in a PVC base material, in Annex IV of Directive 2011/65/EU (Pack 25).

(3)  Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende kwik, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1102/2008 (PB L 137 van 24.5.2017, blz. 1).


BIJLAGE

In bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU wordt de volgende vermelding 49 toegevoegd:

“49

Kwik in smeltdrukomzetters voor capillaire rheometers bij temperaturen boven 300 °C en een druk boven 1 000 bar

Geldt voor categorie 9 en vervalt op 31 december 2025.”


11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/17


UITVOERINGSRICHTLIJN (EU) 2023/1438 VAN DE COMMISSIE

van 10 juli 2023

tot wijziging van de Richtlijnen 2003/90/EG en 2003/91/EG wat betreft de protocollen voor het onderzoek van bepaalde rassen van landbouw- en groentegewassen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/53/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen (1), en met name artikel 7, lid 2, punten a) en b),

Gezien Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (2), en met name artikel 7, lid 2, punten a) en b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Richtlijnen 2003/90/EG (3) en 2003/91/EG (4) van de Commissie hebben tot doel ervoor te zorgen dat de rassen van landbouw- en groentegewassen die de lidstaten in hun nationale lijsten opnemen, aan de protocollen voldoen die door het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO) zijn vastgesteld. Deze richtlijnen beogen met name de naleving te waarborgen van de voorschriften betreffende de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen landbouw- en groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken en de minimumeisen voor dat onderzoek. Voor de gewassen die niet onder de protocollen van het CPVO vallen, moeten die richtlijnen de naleving waarborgen van de richtsnoeren van de Internationale Unie tot bescherming van kweekproducten (International Union for Protection of New Varieties of Plants — UPOV).

(2)

Het CPVO en de UPOV hebben de bestaande protocollen geactualiseerd, met name wat betreft hennep, knoflook, koolrabi, bladcichorei, watermeloen en meiraap/stoppelknol. Deze ontwikkelingen moeten tot uiting komen in het recht van de Unie.

(3)

Richtlijn 2003/90/EG en Richtlijn 2003/91/EG moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De lidstaten moeten de nieuwe regels met ingang van 1 januari 2024 toepassen. Om officiële onderzoeken niet te verstoren, moeten de volgende bepalingen van toepassing zijn. Voor rassen die nog niet in de gemeenschappelijke rassenlijsten voor landbouw- of groentegewassen zijn opgenomen, moeten de officiële onderzoeken die vóór 1 januari 2024 zijn gestart en nog niet zijn afgerond, worden voortgezet overeenkomstig Richtlijn 2003/90/EG of Richtlijn 2003/91/EG in de versie die gold vóór de wijziging bij deze richtlijn.

(5)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Richtlijn 2003/90/EG

De bijlagen I en II bij Richtlijn 2003/90/EG worden vervangen door de tekst in deel A van de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

Wijziging van Richtlijn 2003/91/EG

De bijlagen bij Richtlijn 2003/91/EG worden vervangen door de tekst in deel B van de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 3

Omzetting

1.   De lidstaten stellen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, en maken deze bepalingen uiterlijk op 31 december 2023 bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede. Zij passen deze bepalingen toe vanaf 1 januari 2024.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten doen de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen aan de Commissie toekomen.

Artikel 4

Overgangsmaatregelen

Op vóór 1 januari 2024 begonnen officiële onderzoeken van rassen die nog niet zijn afgerond, zijn de Richtlijnen 2003/90/EG en 2003/91/EG van toepassing in de versie die gold vóór de wijziging bij deze richtlijn.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 6

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 193 van 20.7.2002, blz. 1.

(2)   PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33.

(3)  Richtlijn 2003/90/EG van de Commissie van 6 oktober 2003 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 van Richtlijn 2002/53/EG van de Raad met betrekking tot de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van landbouwgewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (PB L 254 van 8.10.2003, blz. 7).

(4)  Richtlijn 2003/91/EG van de Commissie van 6 oktober 2003 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 7 van Richtlijn 2002/55/EG van de Raad wat betreft de kenmerken waartoe het onderzoek van bepaalde rassen van groentegewassen zich ten minste moet uitstrekken, en de minimumeisen voor dat onderzoek (PB L 254 van 8.10.2003, blz. 11).


BIJLAGE

Deel A

“BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde gewassen die moeten voldoen aan de technische protocollen van het CPVO  (*1)

Wetenschappelijke naam

Triviale naam

CPVO-protocol

Dactylis glomerata L.

Kropaar

TP 31/1 van 25.3.2021

Festuca arundinacea Schreb.

Rietzwenkgras

TP 39/1 van 1.10.2015

Festuca filiformis Pourr.

Fijnbladig schapengras

TP 67/1 van 23.6.2011

Festuca ovina L.

Schapengras

TP 67/1 van 23.6.2011

Festuca pratensis Huds.

Beemdlangbloem

TP 39/1 van 1.10.2015

Festuca rubra L.

Roodzwenkgras

TP 67/1 van 23.6.2011

Festuca trachyphylla (Hack.) Hack.

Hardzwenkgras

TP 67/1 van 23.6.2011

Lolium multiflorum Lam.

Italiaans raaigras

TP 4/2 van 19.3.2019

Lolium perenne L.

Engels raaigras

TP 4/2 van 19.3.2019

Lolium × hybridum Hausskn.

Gekruist raaigras

TP 4/2 van 19.3.2019

Medicago sativa L.

Luzerne

TP 6/1 corr. van 22.12.2021

Medicago × varia T. Martyn

Bonte luzerne

TP 6/1 corr. van 22.12.2021

Phleum nodosum L.

Klein timotheegras

TP 34/1 van 22.12.2021

Phleum pratense L.

Timotheegras

TP 34/1 van 22.12.2021

Pisum sativum L. (partim)

Voedererwt

TP 7/2 rev. 3 corr. van 6.3.2020

Poa pratensis L.

Veldbeemdgras

TP 33/1 van 15.3.2017

Trifolium pratense L.

Rode klaver

TP 5/1 van 22.12.2021

Vicia faba L.

Veldboon

TP 8/1 van 19.3.2019

Vicia sativa L.

Voederwikke

TP 32/1 van 19.4.2016

Brassica napus L. var. napobrassica (L.) Rchb.

Koolraap

TP 89/1 van 11.3.2015

Raphanus sativus L. var. oleiformis Pers.

Bladrammenas

TP 178/1 van 15.3.2017

Brassica napus L. (partim)

Koolzaad

TP 36/3 van 21.4.2020

Cannabis sativa L.

Hennep

TP 276/2 rev. van 30.12.2022

Glycine max (L.) Merr.

Sojabonen

TP 80/1 van 15.3.2017

Gossypium spp.

Katoen

TP 88/2 van 11.12.2020

Helianthus annuus L.

Zonnebloem

TP 81/1 van 31.10.2002

Linum usitatissimum L.

Vlas/lijnzaad

TP 57/2 van 19.3.2014

Sinapis alba L.

Gele mosterd

TP 179/1 van 15.3.2017

Avena nuda L.

Naakte haver

TP 20/3 van 6.3.2020

Avena sativa L. (met inbegrip vanA. byzantina K. Koch)

Haver

TP 20/3 van 6.3.2020

Hordeum vulgare L.

Gerst

TP 19/5 van 19.3.2019

Oryza sativa L.

Rijst

TP 16/3 van 1.10.2015

Secale cereale L.

Rogge

TP 58/1 rev. corr. van 27.4.2022

Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. bicolor

Sorgho

TP 122/1 van 19.3.2019

Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. drummondii (Steud.) de Wet ex Davidse

Soedangras

TP 122/1 van 19.3.2019

Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. bicolor × Sorghum bicolor (L.) Moench subsp. drummondii (Steud.) de Wet ex Davidse

Hybriden die het product zijn van de kruising van Sorghum bicolor subsp. bicolor met Sorghum bicolor subsp. drummondii

TP 122/1 van 19.3.2019

×Triticosecale Wittm. ex A. Camus

Hybriden die het product zijn van de kruising van een soort van het geslacht Triticum met een soort van het geslacht Secale

TP 121/3 corr. van 27.4.2022

Triticum aestivum L. subsp. aestivum

Tarwe

TP 3/5 van 19.3.2019

Triticum turgidum L. subsp. durum (Desf.) van Slageren

Harde tarwe

TP 120/3 van 19.3.2014

Zea mays L. (partim)

Mais

TP 2/3 van 11.3.2010

Solanum tuberosum L.

Aardappel

TP 23/3 van 15.3.2017

BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 1, lid 2, punt b), bedoelde gewassen die moeten voldoen aan de UPOV-testrichtsnoeren  (*2)

Wetenschappelijke naam

Triviale naam

UPOV-richtsnoer

Beta vulgaris L.

Voederbiet

TG/150/3 van 4.11.1994

Agrostis canina L.

Kruipend struisgras/moerasstruisgras

TG/30/6 van 12.10.1990

Agrostis gigantea Roth

Hoog struisgras

TG/30/6 van 12.10.1990

Agrostis stolonifera L.

Wit struisgras

TG/30/6 van 12.10.1990

Agrostis capillaris L.

Gewoon struisgras

TG/30/6 van 12.10.1990

Bromus catharticus Vahl

Paardengras

TG/180/3 van 4.4.2001

Bromus sitchensis Trin.

Alaskadravik

TG/180/3 van 4.4.2001

×FestuloliumAsch. et Graebn.

Hybriden die het gevolg zijn van de kruising van een soort van het geslacht Festuca met een soort van het geslacht Lolium

TG/243/1 van 9.4.2008

Lotus corniculatus L.

Rolklaver

TG/193/1 van 9.4.2008

Lupinus albus L.

Witte lupine

TG/66/4 van 31.3.2004

Lupinus angustifolius L.

Blauwe lupine

TG/66/4 van 31.3.2004

Lupinus luteus L.

Gele lupine

TG/66/4 van 31.3.2004

Medicago doliata Carmign.

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago italica (Mill.) Fiori

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago littoralisRohde ex Loisel.

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago lupulina L.

Hopperupsklaver

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago murex Willd.

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago polymorpha L.

Ruige rupsklaver

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago rugosa Desr.

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago scutellata (L.) Mill.

Slakkenklaver

TG/228/1 van 5.4.2006

Medicago truncatula Gaertn.

(geen triviale naam in het NL)

TG/228/1 van 5.4.2006

Trifolium repens L.

Witte klaver

TG/38/7 van 9.4.2003

Trifolium subterraneum L.

Onderaardse klaver

TG/170/3 van 4.4.2001

Phacelia tanacetifolia Benth.

Phacelia

TG/319/1 van 5.4.2017

Arachis hypogaea L.

Grondnoot/pinda

TG/93/4 van 9.4.2014

Brassica juncea (L.) Czern

Sareptamosterd

TG/335/1 van 17.12.2020

Brassica rapa L. var. silvestris (Lam.) Briggs

Raapzaad

TG/185/3 van 17.4.2002

Carthamus tinctorius L.

Saffloer

TG/134/3 van 12.10.1990

Papaver somniferum L.

Blauwmaanzaad

TG/166/4 van 9.4.2014

Deel B

“BIJLAGE I

Lijst van de in artikel 1, lid 2, punt a), bedoelde gewassen die moeten voldoen aan de technische protocollen van het CPVO  (*3)

Wetenschappelijke naam

Triviale naam

CPVO-protocol

Allium cepa L. (Cepa-groep)

Ui en echalion

TP 46/2 van 1.4.2009

Allium cepa L. (Aggregatum-groep)

Sjalot

TP 46/2 van 1.4.2009

Allium fistulosum L.

Stengelui

TP 161/1 van 11.3.2010

Allium porrum L.

Prei

TP 85/2 van 1.4.2009

Allium sativum L.

Knoflook

TP 162/2 van 30.5.2023

Allium schoenoprasum L.

Bieslook

TP 198/2 van 11.3.2015

Apium graveolens L.

Selderij

TP 82/1 van 13.3.2008

Apium graveolens L.

Knolselderij

TP 74/1 van 13.3.2008

Asparagus officinalis L.

Asperge

TP 130/2 van 16.2.2011

Beta vulgaris L.

Rode biet, inclusief Cheltenham beet

TP 60/1 van 1.4.2009

Beta vulgaris L.

Snijbiet

TP 106/2 van 14.4.2021

Brassica oleracea L.

Boerenkool

TP 90/1 van 16.2.2011

Brassica oleracea L.

Bloemkool

TP 45/2 rev. 2 van 21.3.2018

Brassica oleracea L.

Broccoli

TP 151/2 rev. 2 van 21.4.2020

Brassica oleracea L.

Spruitjes

TP 54/2 rev. van 15.3.2017

Brassica oleracea L.

Koolrabi

TP 65/2 van 30.5.2023

Brassica oleracea L.

Savooiekool, wittekool en rodekool

TP 48/3 rev. 2 van 25.3.2021

Brassica rapa L.

Chinese kool

TP 105/1 van 13.3.2008

Capsicum annuum L.

Paprika of Spaanse peper

TP 76/2 rev. 2 corr. van 21.4.2020

Cichorium endivia L.

Krulandijvie en andijvie

TP 118/3 van 19.3.2014

Cichorium intybus L.

Cichorei voor de industrie

TP 172/2 van 1.12.2005

Cichorium intybus L.

Bladcichorei

TP 154/2 rev. van 31.3.2023

Cichorium intybus L.

Witlof

TP 173/2 van 21.3.2018

Citrullus lanatus (Thunb.) Matsum. et Nakai

Watermeloen

TP 142/2 rev. 2 van 31.3.2023

Cucumis melo L.

Meloen

TP 104/2 rev. 2 corr. van 25.3.2021

Cucumis sativus L.

Komkommer en augurk

TP 61/2 rev. 2 van 19.3.2019

Cucurbita maxima Duchesne

Pompoen

TP 155/1 van 11.3.2015

Cucurbita pepo L.

Courgette

TP 119/1 rev. van 19.3.2014

Cynara cardunculus L.

Artisjok en kardoen

TP 184/2 rev. van 6.3.2020

Daucus carota L.

Wortel en voederwortel

TP 49/3 corr. van 13.3.2008

Foeniculum vulgare Mill.

Venkel

TP 183/2 van 14.4.2021

Lactuca sativa L.

Sla

TP 13/6 rev. 3 van 27.4.2022

Solanum lycopersicum L.

Tomaat

TP 44/4 rev. 5 van 14.4.2021

Petroselinum crispum (Mill.) Nyman ex A. W. Hill

Peterselie

TP 136/1 corr. van 21.3.2007

Phaseolus coccineus L.

Pronkboon

TP 9/1 van 21.3.2007

Phaseolus vulgaris L.

Stamboon en stokboon

TP 12/4 van 27.2.2013

Pisum sativum L. (partim)

Kreukzadige doperwt, rondzadige doperwt en peul

TP 7/2 rev. 3 corr. van 6.3.2020

Raphanus sativus L.

Radijs, rammenas

TP 64/2 rev. corr. van 11.3.2015

Rheum rhabarbarum L.

Rabarber

TP 62/1 van 19.4.2016

Scorzonera hispanica L.

Schorseneer

TP 116/1 van 11.3.2015

Solanum melongena L.

Aubergine

TP 117/1 van 13.3.2008

Spinacia oleracea L.

Spinazie

TP 55/5 rev. 4 van 27.4.2022

Valerianella locusta (L.) Laterr.

Veldsla

TP 75/2 van 21.3.2007

Vicia faba L. (partim)

Tuinboon

TP 206/1 van 25.3.2004

Zea mays L. (partim)

Suikermais en pofmais

TP 2/3 van 11.3.2010

Solanum habrochaites S. Knapp & D.M. Spooner; Solanum lycopersicum L. × Solanum habrochaites S. Knapp & D.M. Spooner; Solanum lycopersicum L. × Solanum peruvianum (L.) Mill.; Solanum lycopersicum L. × Solanum cheesmaniae (L. Ridley) Fosberg; Solanum pimpinellifolium L. × Solanum habrochaites S. Knapp & D.M. Spooner

Tomaatwortelstokken

TP 294/1 rev. 5 van 14.4.2021

Cucurbita maxima Duchesne × Cucurbita moschata Duchesne

Interspecifieke hybriden van Cucurbita maxima Duchesne × Cucurbita moschata Duchesne voor gebruik als wortelstokken/onderstammen

TP 311/1 van 15.3.2017

BIJLAGE II

Lijst van de in artikel 1, lid 2, punt b), bedoelde gewassen die moeten voldoen aan de UPOV-testrichtsnoeren  (*4)

Wetenschappelijke naam

Triviale naam

UPOV-richtsnoer

Brassica rapa L.

Meiraap/stoppelknol

TG/37/11 van 23.9.2022


(*1)  De tekst van deze protocollen is te vinden op de website van het CPVO (www.cpvo.europa.eu).

(*2)  De tekst van deze richtsnoeren is te vinden op de website van de UPOV (www.upov.int).

(*3)  De tekst van deze protocollen is te vinden op de website van het CPVO (www.cpvo.europa.eu).

(*4)  De tekst van deze richtsnoeren is te vinden op de website van de UPOV (www.upov.int).


BESLUITEN

11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/26


BESLUIT (GBVB) 2023/1439 VAN DE RAAD

van 10 juli 2023

tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 31 juli 2015 Besluit (GBVB) 2015/1333 (1) betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië vastgesteld.

(2)

Bij Resolutie 2292 (2016) heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (“VN-Veiligheidsraad”) staten die op grond van een nationaal mandaat of via regionale organisaties optreden, gemachtigd om in volle zee voor de kust van Libië vaartuigen te inspecteren indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat die vaartuigen, direct of indirect, wapens of aanverwant materieel naar of vanuit Libië vervoeren en daarmee het wapenembargo van de Verenigde Naties tegen Libië schenden. Bij de resolutie is tevens besloten dat die staten, bij ontdekking tijdens de inspecties van goederen die krachtens het wapenembargo tegen Libië zijn verboden, deze goederen in beslag moeten nemen en opruimen.

(3)

Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad (2) bepaalt dat de kerntaak van de maritieme operatie EUNAVFOR MED IRINI van de Unie is bij te dragen tot de uitvoering van het wapenembargo van de Verenigde Naties tegen Libië.

(4)

Daartoe is in artikel 2, lid 3, van Besluit (GBVB) 2020/472 bepaald dat, in overeenstemming met de desbetreffende Resolutie van de VN-Veiligheidsraad, met name Resolutie 2292 (2016) en indien vereist, EUNAVFOR MED IRINI binnen het overeengekomen inzetgebied in volle zee voor de kust van Libië inspecties moet uitvoeren van vaartuigen op weg naar of komende van Libië indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat die vaartuigen direct of indirect wapens of aanverwant materieel naar of vanuit Libië vervoeren en daarmee het wapenembargo tegen Libië schenden, alsook dat EUNAVFOR MED IRINI toepasselijke acties moet ondernemen om dergelijke goederen in beslag te nemen en op te ruimen.

(5)

Voorts is in artikel 2, lid 5, van Besluit (GBVB) 2020/472 bepaald dat, gezien de uitzonderlijke operationele vereisten, en op uitnodiging van een lidstaat, EUNAVFOR MED IRINI schepen kan afleiden naar havens van die lidstaat en de in beslag genomen wapens en aanverwant materieel kan opruimen, onder andere door die op te slaan, te vernietigen of over te dragen aan een lidstaat of aan een derde partij. Krachtens het artikel kan de opruiming van in beslag genomen wapens en aanverwant materieel ook gebeuren met assistentie van een lidstaat die zich ertoe verbindt de voor de opruiming van de in beslag genomen goederen benodigde procedures zo spoedig mogelijk af te ronden binnen het kader van zijn nationale wetgeving en procedures.

(6)

Er moeten derhalve bepalingen worden opgenomen waarbij een dergelijke lidstaat wordt verplicht de nodige maatregelen te nemen om de opruiming, namens EUNAVFOR MED IRINI, van wapens en aanverwant materieel die EUNAFVOR MED IRINI overeenkomstig zijn mandaat in volle zee in beslag heeft genomen, te faciliteren.

(7)

Besluit (GBVB) 2015/1333 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het volgende artikel wordt ingevoegd in Besluit (GBVB) 2015/1333:

“Artikel 5 bis

1.   Overeenkomstig de relevante Resoluties van de VN-Veiligheidsraad betreffende Libië, met name Resolutie 1970(2011) en Resolutie 2292(2016), is het vaartuigen op weg naar of komende van Libië die de vlag van een derde land voeren verboden wapens of aanverwant materieel, met inbegrip van goederen en technologie die onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vallen, direct of indirect, naar of vanuit Libië te vervoeren in volle zee voor de kust van Libië in schending van het wapenembargo uit hoofde van Resolutie 1970(2011).

2.   Een lidstaat die overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad (*1) assistentie verleent aan EUNAVFOR MED IRINI, moet de nodige maatregelen nemen voor de opruiming, namens EUNAVFOR MED IRINI, van wapens en aanverwant materieel, met inbegrip van goederen en technologie die onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen vallen, die EUNAVFOR MED IRINI, overeenkomstig artikel 2, lid 3, van dat besluit, in volle zee in beslag heeft genomen.

3.   De in lid 2 bedoelde opruiming kan met name plaatsvinden door vernietiging of onbruikbaarmaking van de goederen, of door het gebruik ervan toe te staan, ook door derden, met dien verstande dat de latere overdracht aan Libië of een ander derde land waaraan het verboden is wapens of aanverwant materieel over te dragen, moet worden voorkomen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

P. NAVARRO RÍOS


(1)  Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34).

(2)  Besluit (GBVB) 2020/472 van de Raad van 31 maart 2020 inzake een militaire operatie van de Europese Unie in het Middellandse Zeegebied (EUNAVFOR MED IRINI) (PB L 101 van 1.4.2020, blz. 4).


11.7.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 176/28


BESLUIT (GBVB) 2023/1440 VAN DE RAAD

van 10 juli 2023

betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de Ghanese strijdkrachten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad (1) is de Europese Vredesfaciliteit (de “faciliteit”) opgericht voor de financiering door de lidstaten van acties van de Unie uit hoofde van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) die tot doel hebben de vrede te handhaven, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken, op grond van artikel 21, lid 2, punt c), van het Verdrag. De faciliteit kan in het bijzonder overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Besluit (GBVB) 2021/509 worden gebruikt voor de financiering van steunmaatregelen, zoals acties ter versterking van de capaciteiten op militair en defensiegebied van derde staten en van regionale en internationale organisaties.

(2)

De noordelijke regio’s van de kuststaten van de Golf van Guinea, namelijk Ghana, Ivoorkust, Benin en Togo, worden geconfronteerd met een verslechterende veiligheidssituatie ten gevolge van de crisis in de centrale Sahel.

(3)

In het licht van de verslechterende veiligheidssituatie is het belangrijk de defensie- en veiligheidstroepen te versterken om de stabilisatie-inspanningen in Ghana mogelijk te maken en te ondersteunen. In dit verband en ten volle rekening houdend met het feit dat de situatie een geïntegreerde respons vereist, zijn vrede en veiligheid op lange termijn in Ghana een belangrijke prioriteit voor de Unie.

(4)

Op 5 mei 2023 heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van Ghana een verzoek ontvangen om de Ghanese strijdkrachten bij te staan bij de aanschaf van essentiële uitrusting ter versterking van de operationele vermogens van de militaire eenheden die in het noordelijke deel van het land worden ingezet om gewapende groepen te bestrijden en hen onschadelijk te maken en de mogelijkheden voor die groepen om terroristische aanslagen te plegen te beperken.

(5)

Bij de uitvoering van steunmaatregelen moet rekening worden gehouden met de beginselen en vereisten van Besluit (GBVB) 2021/509, met name met inachtneming van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB (2) van de Raad, en in overeenstemming met de voorschriften voor de uitvoering van ontvangsten en uitgaven die uit hoofde van de faciliteit worden gefinancierd.

(6)

De Raad bevestigt vastbesloten te zijn de mensenrechten, de fundamentele vrijheden en de democratische beginselen te beschermen, te bevorderen en na te leven, en de rechtsstaat en goed bestuur te versterken in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het internationaal recht, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Instelling, doelstellingen, reikwijdte en duur

1.   Bij dit besluit wordt een steunmaatregel ten gunste van Ghana (de “begunstigde”) ingesteld, die wordt gefinancierd uit hoofde van de Europese Vredesfaciliteit (de “steunmaatregel”).

2.   Het doel van de steunmaatregel is de vermogens van de Ghanese strijdkrachten versterken om de territoriale integriteit en soevereiniteit van Ghana en zijn burgerbevolking te beschermen tegen interne en externe agressie en bij te dragen aan vrede en stabiliteit in de regio.

3.   Om het in lid 2 genoemde doel te bereiken worden met de steunmaatregel de volgende soorten niet-dodelijke uitrusting gefinancierd:

a)

inlichtingen- en bewakingsapparatuur;

b)

elektronische systemen voor oorlogsvoering;

c)

militaire technische uitrusting;

d)

rivieruitrusting;

e)

materiaal voor het verwijderen van explosieven.

4.   De steunmaatregel dient ter financiering van de overdracht aan Ghana van 105 gemilitariseerde voertuigen die op 18 juli 2022 in het kader van operatie EUNAVFOR MED IRINI aan boord van het koopvaardijschip MV Victory RoRo in beslag zijn genomen vanwege de schending door dat schip van het wapenembargo van de Verenigde Naties tegen Libië.

5.   De steunmaatregel heeft een looptijd van 30 maanden vanaf de datum van de vaststelling van dit besluit.

Artikel 2

Financiële regeling

1.   Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met de steunmaatregel bedraagt 8 250 000 EUR.

2.   De uitgaven worden beheerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en de voorschriften voor de uitvoering van de uit hoofde van de faciliteit gefinancierde ontvangsten en uitgaven.

3.   Uitgaven in verband met de uitvoering van de steunmaatregel komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum van vaststelling van dit besluit.

Artikel 3

Regelingen met de begunstigde

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) treft de nodige regelingen met de begunstigde om ervoor te zorgen dat die de bij dit besluit vastgestelde voorschriften en voorwaarden naleeft, als voorwaarde voor het verlenen van steun uit hoofde van de steunmaatregel.

2.   De in lid 1 bedoelde regelingen omvatten bepalingen die de begunstigde ertoe verplichten ervoor te zorgen dat:

a)

de Ghanese strijdkrachten het toepasselijk internationaal recht naleven, met name het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

b)

de uit hoofde van de steunmaatregel verstrekte activa goed en efficiënt worden ingezet voor de doeleinden waarvoor zij zijn verstrekt;

c)

de uit hoofde van de steunmaatregel verstrekte activa voldoende worden onderhouden zodat deze gedurende hun gehele levensduur bruikbaar en operationeel beschikbaar blijven;

d)

de uit hoofde van de steunmaatregel verstrekte activa aan het einde van hun levensduur niet verloren gaan of zonder toestemming van het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité van de faciliteit worden overgedragen aan andere personen of entiteiten dan die welke in die regelingen zijn vermeld.

3.   De in lid 1 bedoelde regelingen bevatten bepalingen inzake opschorting en beëindiging van de steun uit hoofde van de steunmaatregel indien blijkt dat de begunstigde de in lid 2 bedoelde verplichtingen niet nakomt.

Artikel 4

Uitvoering

1.   De hoge vertegenwoordiger is ervoor verantwoordelijk dat dit besluit wordt uitgevoerd overeenkomstig Besluit (GBVB) 2021/509 en de voorschriften voor de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven die uit hoofde van de faciliteit worden gefinancierd, op een wijze die strookt met het geïntegreerd methodisch kader voor de beoordeling en vaststelling van de vereiste maatregelen en controles voor steunmaatregelen uit hoofde van de faciliteit.

2.   De in artikel 1, lid 3, bedoelde activiteiten worden uitgevoerd door de beheerder voor steunmaatregelen, door middel van een administratieve regeling met het Economat des Armées overeenkomstig artikel 37 van Besluit (GBVB) 2021/509.

Artikel 5

Toezicht, controle en evaluatie

1.   De hoge vertegenwoordiger ziet toe op de naleving door de begunstigde van de in artikel 3 vastgestelde verplichtingen. Dit toezicht verschaft kennis over de context van en het risico op niet-nakoming van de overeenkomstig artikel 3 bepaalde verplichtingen, en draagt bij aan de voorkoming van zulke gevallen, onder meer van schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de Ghanese strijdkrachten.

2.   Na verzending worden de uitrusting en leveringen als volgt georganiseerd:

a)

leveringsverificatie, waarbij EPF-leveringscertificaten door de eindgebruiker-strijdkrachten moeten worden ondertekend op het moment van eigendomsoverdracht;

b)

verslaglegging, waarbij de begunstigde jaarlijks verslag uitbrengt over de activiteiten die zijn uitgevoerd met de door de steunmaatregel verstrekte apparatuur en over de inventaris van de aangewezen goederen, waar relevant, totdat dergelijke verslaglegging niet langer noodzakelijk wordt geacht door het Politiek en Veiligheidscomité (PVC);

c)

inspectie ter plaatse, waarbij de begunstigde de hoge vertegenwoordiger op diens verzoek toegang verleent om ter plaatse een controle uit te voeren.

3.   De hoge vertegenwoordiger voert een eindevaluatie uit om te beoordelen of de steunmaatregel heeft bijgedragen aan het halen van de in artikel 1, lid 2, genoemde doelstellingen.

Artikel 6

Verslaglegging

Gedurende de uitvoeringsperiode brengt de hoge vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 63 van Besluit (GBVB) 2021/509 halfjaarlijks verslag uit aan het PVC over de uitvoering van de maatregel. De beheerder voor steunmaatregelen brengt het bij Besluit (GBVB) 2021/509 ingestelde comité van de faciliteit overeenkomstig artikel 38 van dat besluit regelmatig op de hoogte van de uitvoering van de ontvangsten en uitgaven, onder meer door informatie te verstrekken over de betrokken leveranciers en onderaannemers.

Artikel 7

Opschorting en beëindiging

1.   Het PVC kan overeenkomstig artikel 64 van Besluit (GBVB) 2021/509 besluiten de uitvoering van de steunmaatregel geheel of gedeeltelijk op te schorten.

2.   Het PVC kan de Raad ook aanbevelen de steunmaatregel te beëindigen.

Artikel 8

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 10 juli 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

P. NAVARRO RÍOS


(1)  Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528 (PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14).

(2)  Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).