|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
66e jaargang |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
I Wetgevingshandelingen
RICHTLIJNEN
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/1 |
RICHTLIJN (EU) 2023/946 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 10 mei 2023
tot wijziging van Richtlijn 2003/25/EG met betrekking tot de toevoeging van verbeterde stabiliteitsvereisten en de afstemming van die richtlijn op de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde stabiliteitsvereisten
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) is een uniform niveau van specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen vastgesteld om, in samenhang met de eisen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (het “Solas-verdrag”) die van kracht waren op de datum van vaststelling van die richtlijn (“SOLAS 90”), de overlevingskansen van dit type schepen bij aanvaringen te verhogen en een hoog veiligheidsniveau te waarborgen voor de passagiers en de bemanning. |
|
(2) |
Op 15 juni 2017 heeft de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) Resolutie MSC.421(98) vastgesteld, waarbij het Solas-verdrag werd gewijzigd en herziene stabiliteitsvereisten voor passagiersschepen in beschadigde toestand werden vastgesteld. Die vereisten zijn ook van toepassing op ro-ro-passagiersschepen. Er moet rekening worden gehouden met die ontwikkeling op internationaal niveau en de regels en voorschriften van de Unie moeten worden afgestemd op die van het Solas-verdrag voor ro-ro-passagiersschepen die internationale reizen maken. |
|
(3) |
IMO-resolutie 14 van de Solas-conferentie van 1995 staat leden van de IMO toe regionale overeenkomsten aan te gaan, indien zij van oordeel zijn dat de heersende toestand van de zee en andere plaatselijke omstandigheden specifieke stabiliteitsvereisten in een aangewezen gebied noodzakelijk maken. |
|
(4) |
De in bijlage I bij Richtlijn 2003/25/EG opgenomen vereisten inzake lekstabiliteit van ro-ro-passagiersschepen zijn deterministisch van aard. Als zodanig verschillen zij van het in hoofdstuk II-1 van het Solas-verdrag beschreven nieuwe internationale probabilistische stelsel, en met name van nieuwe vereisten waarbij de veiligheid van een ro-ro-passagiersschip wordt bepaald op basis van de overlevingskans na een aanvaring. Om de vereisten van de Unie in overeenstemming te brengen met die nieuwe internationale vereisten, moet Richtlijn 2003/25/EG dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
De vereisten van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) blijven van toepassing op ro-ro-passagiersschepen. De beoordeling, voor verschillende formaten van ro-ro-passagiersschepen, van het veiligheidsniveau dat wordt gewaarborgd door de vereisten van het Solas-verdrag zoals laatst gewijzigd bij Resolutie MSC.421(98) (“SOLAS 2020”), heeft geleid tot de conclusie dat voor ro-ro-passagiersschepen die meer dan 1 350 opvarenden mogen vervoeren, de toepassing van de stabiliteitsvereisten van SOLAS 2020 de risico’s aanzienlijk vermindert ten opzichte van het veiligheidsniveau als gevolg van de toepassing van de vereisten van Richtlijn 2003/25/EG. |
|
(6) |
De in deze richtlijn vastgestelde stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen die maximaal 1 350 opvarenden mogen vervoeren, zijn moeilijk toepasbaar met betrekking tot bepaalde ontwerpen van schepen. Maatschappijen die met dergelijke schepen in de Unie geregelde diensten onderhouden of er eigenaar van zijn, moeten daarom de mogelijkheid hebben om de stabiliteitsvereisten toe te passen die vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn van toepassing waren. Het gebruik van die mogelijkheid moet door de lidstaten aan de Commissie worden gemeld, samen met de gegevens over de betrokken schepen. Tien jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn moet de Commissie het gebruik van die mogelijkheid beoordelen om te besluiten of een nieuwe herziening van deze richtlijn noodzakelijk is. |
|
(7) |
Voor ro-ro-passagiersschepen die maximaal 1 350 opvarenden mogen vervoeren, moet de facultatieve toepassing van de vereisten van SOLAS 2020 afhankelijk worden gesteld van een hogere R-index dan de in SOLAS 2020 vastgestelde index, teneinde het passende veiligheidsniveau te bereiken. |
|
(8) |
Om het noodzakelijke veiligheidsniveau te waarborgen, moeten specifieke vereisten inzake lekstabiliteit ook van toepassing zijn op bestaande ro-ro-passagiersschepen die nooit overeenkomstig Richtlijn 2003/25/EG zijn gecertificeerd en waarmee in de Unie geregelde diensten worden onderhouden. |
|
(9) |
Havenstaten dienen zo eendrachtig mogelijk de in onderhavige richtlijn bedoelde lijst van zeegebieden vast te stellen, met oog voor de soevereiniteit van de staten over de onder hun jurisdictie vallende zeegebieden en voor de algemene beginselen van het zeerecht. |
|
(10) |
Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) zorgt voor bijstand aan de Commissie bij de doeltreffende toepassing van Richtlijn 2003/25/EG en moet ernaar streven deze bijstand voort te zetten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad (5). |
|
(11) |
Om de Commissie in staat te stellen de toepassing van deze richtlijn te evalueren en daarover verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad, moeten de lidstaten gegevens verstrekken over elk nieuw ro-ro-passagiersschip dat gecertificeerd is voor het vervoer van maximaal 1 350 opvarenden voor geregelde diensten overeenkomstig de in deze richtlijn vastgestelde stabiliteitsvereisten. Deze gegevens moeten worden verstrekt overeenkomstig de structuur in bijlage II. Deze gegevens moeten beschikbaar zijn voor alle nieuwe ro-ro-passagiersschepen, aangezien die moeten voldoen aan de probabilistische stabiliteitsvereisten van SOLAS 2020. |
|
(12) |
Aangezien Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) is gewijzigd en Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (7) is ingetrokken bij Richtlijn (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad (8), is het begrip “staat van ontvangst” niet langer relevant en moet het worden vervangen door het begrip “havenstaat”. |
|
(13) |
Om onevenredige administratieve lasten te vermijden voor niet aan zee grenzende lidstaten die geen zeehavens hebben en onder de vlag waarvan geen ro-ro-passagiersschepen varen die onder Richtlijn 2003/25/EG vallen, moeten dergelijke lidstaten van de bepalingen van Richtlijn 2003/25/EG kunnen afwijken. Dit betekent dat zij, zolang aan die voorwaarden is voldaan, niet gehouden zijn die richtlijn om te zetten. |
|
(14) |
Richtlijn 2003/25/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Richtlijn 2003/25/EG
Richtlijn 2003/25/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door: “2. Elke lidstaat ziet er, in zijn hoedanigheid van havenstaat, op toe dat ro-ro-passagiersschepen die de vlag voeren van een staat die geen lidstaat is, volledig aan de voorschriften van deze richtlijn voldoen voordat zij worden ingezet voor reizen op geregelde diensten van en naar havens in die lidstaat overeenkomstig Richtlijn (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad (*). (*) Richtlijn (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PB L 315 van 30.11.2017, blz. 61).”." |
|
3) |
Aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd: “3. Lidstaten die geen zeehavens hebben en onder de vlag waarvan geen ro-ro-passagiersschepen varen die onder deze richtlijn vallen, mogen afwijken van de bepalingen van deze richtlijn, behalve van de verplichting in de tweede alinea. De lidstaten die van een dergelijke afwijking gebruik wensen te maken, delen de Commissie uiterlijk op 5 december 2024 mee of aan de voorwaarden is voldaan en houden de Commissie op de hoogte van elke verdere wijziging. Deze lidstaten mogen onder deze richtlijn vallende ro-ro-passagiersschepen niet toestaan onder hun vlag te varen zolang zij deze richtlijn niet hebben omgezet en uitgevoerd.”. |
|
4) |
Artikel 4 wordt vervangen door: “Artikel 4 Significante golfhoogten De significante golfhoogten (hS) worden gebruikt voor het bepalen van de hoogte van het water op het autodek bij toepassing van de specifieke stabiliteitsvereisten in deel A van bijlage I. De waarden van de significante golfhoogten zijn die met een overschrijdingskans van niet meer dan 10 % op jaarbasis.”. |
|
5) |
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Artikel 6 wordt vervangen door: “Artikel 6 Specifieke stabiliteitsvereisten 1. Onverminderd de toepassing van Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad (*) moeten nieuwe ro-ro-passagiersschepen die gecertificeerd zijn voor het vervoer van meer dan 1 350 opvarenden, voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten van hoofdstuk II-1, deel B, van SOLAS 2020. 2. Naar keuze van de maatschappij voldoen nieuwe ro-ro-passagiersschepen die maximaal 1 350 opvarenden mogen vervoeren, aan:
Voor elk van deze schepen stelt de administratie van de vlaggenstaat de Commissie binnen twee maanden na de datum van afgifte van het in artikel 8 bedoelde certificaat in kennis van de keuze tussen de opties als bedoeld in de eerste alinea en deelt zij daarbij de in bijlage III bedoelde bijzonderheden mee. 3. Bij toepassing van de vereisten in deel A van bijlage I passen de lidstaten de richtsnoeren in bijlage II toe, voor zover dit praktisch uitvoerbaar en verenigbaar is met het ontwerp van het betreffende schip. 4. Naar keuze van de maatschappij voldoen bestaande ro-ro-passagiersschepen die gecertificeerd zijn voor het vervoer van meer dan 1 350 opvarenden, door de maatschappij na 5 december 2024 zijn ingezet om geregelde diensten te onderhouden van of naar een haven van een lidstaat, en nooit gecertificeerd zijn overeenkomstig deze richtlijn, aan:
De stabiliteitsvereisten die worden toegepast, worden vermeld in het krachtens artikel 8 vereiste scheepscertificaat. 5. Naar keuze van de maatschappij voldoen bestaande ro-ro-passagiersschepen die gecertificeerd zijn voor het vervoer van maximaal 1 350 opvarenden, door de maatschappij na 5 december 2024 zijn ingezet om geregelde diensten te onderhouden van of naar een haven van een lidstaat, en nooit gecertificeerd zijn overeenkomstig deze richtlijn, aan:
De stabiliteitsvereisten die worden toegepast, worden vermeld in het scheepscertificaat als bedoeld in artikel 8. 6. Bestaande ro-ro-passagiersschepen die op 5 december 2024 een geregelde dienst onderhielden van of naar een haven in een lidstaat, moeten blijven voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten van bijlage I in de versie die van kracht was vóór de inwerkingtreding van Richtlijn (EU) 2023/946 van het Europees Parlement en de Raad (**). (*) Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1)." (**) Richtlijn (EU) 2023/946 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/25/EG met betrekking tot de toevoeging van verbeterde stabiliteitsvereisten en de afstemming van die richtlijn op de door de Internationale Maritieme Organisatie vastgestelde stabiliteitsvereisten (PB L 128 van 15.5.2023, blz. 1).”." |
|
7) |
Artikel 7 wordt geschrapt. |
|
8) |
Artikel 8 wordt vervangen door: “Artikel 8 Certificaten 1. Alle nieuwe en bestaande ro-ro-passagiersschepen die de vlag van een lidstaat voeren, hebben een certificaat aan boord waaruit blijkt dat zij voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten als bedoeld in artikel 6. De certificaten worden afgegeven door de administratie van de vlaggenstaat en kunnen worden gecombineerd met andere gerelateerde certificaten. Voor ro-ro-passagiersschepen die voldoen aan de specifieke stabiliteitsvereisten van bijlage I, deel A, moet in het certificaat worden vermeld tot welke significante golfhoogte het schip aan de specifieke stabiliteitsvereisten kan voldoen. Het certificaat blijft geldig zolang het ro-ro-passagiersschip wordt gebruikt in een gebied met dezelfde of een lagere waarde van significante golfhoogte. 2. Iedere lidstaat die in zijn hoedanigheid van havenstaat optreedt, erkent certificaten die overeenkomstig deze richtlijn door een andere lidstaat zijn afgegeven. 3. Iedere lidstaat die in zijn hoedanigheid van havenstaat optreedt, aanvaardt door een derde land afgegeven certificaten waaruit blijkt dat een ro-ro-passagiersschip voldoet aan de in deze richtlijn vastgestelde specifieke stabiliteitsvereisten.”. |
|
9) |
Artikel 9 wordt vervangen door: “Artikel 9 Seizoensdiensten en andere korteperiodediensten 1. Indien een maatschappij die het gehele jaar door een geregelde dienst onderhoudt, voor een kortere periode extra ro-ro-passagiersschepen voor die dienst wenst in te zetten, stelt zij ten minste een maand voordat de genoemde schepen voor die dienst worden ingezet, de bevoegde instantie van de havenstaat of -staten hiervan in kennis. 2. Als echter door onvoorziene omstandigheden snel een vervangend ro-ro-passagiersschip moet worden ingezet om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, zijn artikel 4, lid 4, van Richtlijn (EU) 2017/2110 en punt 1.3 van bijlage XVII bij Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad (*) van toepassing in plaats van de kennisgevingsverplichting van lid 1. 3. Indien een maatschappij op seizoensbasis een geregelde dienst wenst te onderhouden voor een kortere periode van maximaal zes maanden per jaar, stelt zij de bevoegde instantie van de havenstaat of -staten daar ten minste drie maanden voor de aanvang van die dienst van in kennis. 4. Voor ro-ro-passagiersschepen die voldoen aan de specifieke vereisten van bijlage I, deel A, mag de bevoegde instantie, als diensten in de zin van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel worden onderhouden onder omstandigheden waarin de waarde van de significante golfhoogte lager is dan die welke voor hetzelfde zeegebied voor het hele jaar is vastgesteld, de voor deze kortere periode geldende waarde van de significante golfhoogte gebruiken voor het bepalen van de hoogte van het water op het dek bij het toepassen van de specifieke stabiliteitsvereisten zoals vastgesteld in bijlage I, deel A. De voor die kortere periode geldende waarde van de significante golfhoogte wordt overeengekomen tussen de lidstaten of, waar toepasselijk en mogelijk, tussen lidstaten en derde landen aan de beide eindpunten van de route. 5. Na goedkeuring door de bevoegde instantie van de havenstaat of -staten voor diensten in de zin van de leden 1, 2 en 3, moet het ro-ro-passagiersschip dat dergelijke diensten onderhoudt, een certificaat van naleving van het bepaalde in deze richtlijn, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, aan boord hebben. (*) Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 57).”." |
|
10) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 13 bis Evaluatie De Commissie evalueert de uitvoering van deze richtlijn en deelt de resultaten van die evaluatie uiterlijk op 5 juni 2033 mee aan het Europees Parlement en de Raad. Informatie op basis van de in artikel 6, lid 2, bedoelde kennisgevingen wordt in geanonimiseerde vorm beschikbaar gesteld.”. |
|
11) |
De bijlagen I en II bij Richtlijn 2003/25/EG worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn. |
|
12) |
De tekst in bijlage II bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage III bij Richtlijn 2003/25/EG. |
Artikel 2
Omzetting
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 5 december 2024 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.
Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Adressaten
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Straatsburg, 10 mei 2023.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
J. ROSWALL
(1) PB C 323 van 26.8.2022, blz. 119.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 14 maart 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 april 2023.
(3) Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PB L 123 van 17.5.2003, blz. 22).
(4) Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).
(6) Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 57).
(7) Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 1).
(8) Richtlijn (EU) 2017/2110 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 betreffende een inspectiesysteem voor de veilige exploitatie van ro-ro-passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen op geregelde diensten en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad (PB L 315 van 30.11.2017, blz. 61).
BIJLAGE I
1.
Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
na de titel wordt het volgende opschrift ingevoegd: “Deel A”; |
|
b) |
na dat nieuwe opschrift wordt de volgende inleidende zin ingevoegd: “Voor de toepassing van deel A gelden verwijzingen naar de voorschriften van het Solas-verdrag als verwijzingen naar die voorschriften zoals die van toepassing waren in het kader van SOLAS 90.”; |
|
c) |
in punt 1 wordt de alinea die voorafgaat aan de punten 1.1 tot en met 1.6 vervangen door:
|
|
d) |
punt 3.1 wordt vervangen door:
|
|
e) |
het volgende deel wordt toegevoegd: “Deel B Er moet worden voldaan aan de vereisten van hoofdstuk II-1, deel B, van SOLAS 2020. In afwijking van voorschrift II-1/B/6.2.3 van SOLAS 2020 wordt de vereiste indelingsindex R echter als volgt bepaald:
waarbij
|
2.
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:De inleidende alinea onder het kopje “Toepassing” wordt vervangen door:
“Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van deze richtlijn gebruiken de nationale administraties van de lidstaten deze richtsnoeren bij de toepassing van de in bijlage I, deel A, vastgestelde specifieke stabiliteitsvereisten, voor zover dat in de praktijk uitvoerbaar is en verenigbaar met het ontwerp van het betreffende schip. De onderstaande nummering verwijst naar de nummering in bijlage I, deel A.”.
BIJLAGE II
“BIJLAGE III
MEE TE DELEN GEGEVENS
Overeenkomstig artikel 6, lid 2, mee te delen gegevens:
|
I. |
Algemene gegevens:
|
|
II. |
Specifieke gegevens — voor ro-ro-passagiersschepen die onderworpen zijn aan de in het Solas-verdrag opgenomen probabilistische vereisten:
|
|
III. |
Specifieke gegevens — voor ro-ro-passagiersschepen die bijlage I, deel A, toepassen:
|
(1) Deze documentatie moet bij de administraties worden ingediend overeenkomstig punt 2.2 van het aanhangsel bij IMO-resolutie MSC.429(98).
(2) Deze documentatie moet bij de administraties worden ingediend overeenkomstig punt 2.3.1 van het aanhangsel bij IMO-resolutie MSC.429(98).
(3) Deze documentatie moet bij de administraties worden ingediend overeenkomstig punt 2.3.1 van het aanhangsel bij IMO-resolutie MSC.429(98).
(4) Deze documentatie moet bij de administraties worden ingediend overeenkomstig punt 2.3.1 van het aanhangsel bij IMO-resolutie MSC.429(98).”
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/11 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/947 VAN DE COMMISSIE
van 11 mei 2023
tot wijziging van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 71, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Afrikaanse varkenspest is een infectieuze virale ziekte bij gehouden en in het wild levende varkens en kan ernstige gevolgen hebben voor de betrokken dierpopulatie en de rentabiliteit van de landbouw, waardoor de verplaatsingen van zendingen van die dieren en producten daarvan binnen de Unie en de uitvoer daarvan naar derde landen worden verstoord. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 van de Commissie (2) zijn bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen in verband met Afrikaanse varkenspest vastgesteld die gedurende een beperkte periode moeten worden toegepast door de lidstaten (3) die in de bijlagen I en II zijn opgenomen of waarvan gebieden in die bijlagen zijn opgenomen. |
|
(3) |
De in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 als beperkingszones I, II en III opgenomen gebieden zijn opgenomen op basis van de epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de Unie. Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 is laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 van de Commissie (4), naar aanleiding van veranderingen in de epidemiologische situatie ten aanzien van die ziekte in Griekenland. De epidemiologische situatie ten aanzien van die ziekte in bepaalde betrokken lidstaten is geëvolueerd. |
|
(4) |
Bij eventuele wijzigingen van de beperkingszones I, II en III in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 moet worden uitgegaan van de epidemiologische situatie met betrekking tot Afrikaanse varkenspest in de gebieden die door die ziekte zijn getroffen en de algemene epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de desbetreffende lidstaat, het risiconiveau ten aanzien van de verdere verspreiding van die ziekte, de wetenschappelijk gefundeerde beginselen en criteria voor de geografische vaststelling van zones ten aanzien van Afrikaanse varkenspest en de met de lidstaten in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders overeengekomen richtsnoeren van de Unie, die openbaar beschikbaar zijn op de website van de Commissie (5). Bij dergelijke wijzigingen moet ook rekening worden gehouden met internationale normen, zoals de Gezondheidscode voor landdieren (6) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (WOAH) en de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten verstrekte motiveringen voor de zonering. |
|
(5) |
Er hebben zich nieuwe uitbraken van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij in het wild levende varkens in Tsjechië en Italië. |
|
(6) |
In mei 2023 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij een in het wild levend varken in de regio Liberec in Tsjechië, in een gebied dat momenteel niet in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 als beperkingszone I is opgenomen. Door deze nieuwe uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij een in het wild levend varken verhoogt het risiconiveau, wat in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moet dit momenteel niet in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 als een beperkingszone I opgenomen gebied van Tsjechië dat door deze recente uitbraak is getroffen, vanwege de onmiddellijke nabijheid van de als beperkingszones I en II opgenomen gebieden en om de territoriale continuïteit te waarborgen, in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 worden opgenomen als een beperkingszone II, en moeten de huidige grenzen van beperkingszone I opnieuw worden bepaald om rekening te houden met deze uitbraak. |
|
(7) |
In mei 2023 zijn verschillende uitbraken van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij in het wild levende varkens in de regio’s Piëmont en Ligurië in Italië, in gebieden die momenteel in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 als beperkingszone II zijn opgenomen, in de onmiddellijke nabijheid van gebieden die momenteel als beperkingszone I zijn opgenomen. Door die nieuwe uitbraken van Afrikaanse varkenspest bij in het wild levende varkens verhoogt het risiconiveau, wat in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moeten die momenteel als beperkingszone I in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 opgenomen gebieden van Italië, die in de onmiddellijke nabijheid van de als beperkingszone II opgenomen gebieden liggen die door die recente uitbraken zijn getroffen, in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 worden opgenomen als beperkingszones II, en moeten de huidige grenzen van de beperkingszones I opnieuw worden bepaald om rekening te houden met die uitbraken. |
|
(8) |
Naar aanleiding van die recente uitbraken van Afrikaanse varkenspest bij in het wild levende varkens in Tsjechië en Italië, en rekening houdend met de huidige epidemiologische situatie in de Unie wat Afrikaanse varkenspest betreft, is de zonering in die lidstaten opnieuw beoordeeld en bijgewerkt overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594. Bovendien zijn de bestaande risicobeheersmaatregelen opnieuw geëvalueerd en geactualiseerd. Deze wijzigingen moeten worden weerspiegeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594. |
|
(9) |
Om rekening te houden met de recente ontwikkelingen in de epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de Unie, en met het oog op de proactieve bestrijding van de met de verspreiding van die ziekte samenhangende risico’s, moeten voor Tsjechië en Italië nieuwe beperkingszones van voldoende omvang worden afgebakend en in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 als beperkingszones I en II worden opgenomen. Aangezien de situatie met betrekking tot Afrikaanse varkenspest in de Unie zeer dynamisch is, is bij de afbakening van die nieuwe beperkingszones rekening gehouden met de epidemiologische situatie in de omliggende gebieden. |
|
(10) |
Gezien de urgentie van de epidemiologische situatie in de Unie wat de verspreiding van Afrikaanse varkenspest betreft, is het belangrijk dat de wijzigingen die door middel van deze uitvoeringsverordening worden aangebracht in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594, zo spoedig mogelijk in werking treden. |
|
(11) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 11 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/594 van de Commissie van 16 maart 2023 tot vaststelling van bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen voor Afrikaanse varkenspest en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 (PB L 79 van 17.3.2023, blz. 65).
(3) Voor de toepassing van deze verordening wordt, overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld.
(4) Kennisgeving geschied onder nummer C(2023) 3174.
(5) Werkdocument SANTE/7112/2015/Rev. 3 “Principles and criteria for geographically defining ASF regionalisation” (Beginselen en criteria voor de geografische vaststelling van een regionalisering ten aanzien van Afrikaanse varkenspest). https://ec.europa.eu/food/animals/animal-diseases/control-measures/asf_en
(6) “Terrestrial Animal Health Code” van de OIE/WOAH, 29e editie, 2021. Delen I en II ISBN 978-92-95115-40-8; https://www.woah.org/en/what-we-do/standards/codes-and-manuals/terrestrial-code-online-access/
BIJLAGE
“BIJLAGE I
BEPERKINGSZONES
DEEL I
1. Duitsland
De volgende beperkingszones I in Duitsland:
|
Bundesland Brandenburg:
|
|
Bundesland Sachsen:
|
|
Bundesland Mecklenburg-Vorpommern:
|
2. Estland
De volgende beperkingszones I in Estland:
|
— |
Hiiu maakond. |
3. Letland
De volgende beperkingszones I in Letland:
|
— |
Dienvidkurzemes novada, Nīcas pagasta daļa uz ziemeļiem no apdzīvotas vietas Bernāti, autoceļa V1232, A11, V1222, Bārtas upes, Otaņķu pagasts, |
|
— |
Ropažu novada Stopiņu pagasta daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes. |
4. Litouwen
De volgende beperkingszones I in Litouwen:
|
— |
Klaipėdos rajono savivaldybė: Agluonėnų, Dovilų, Gargždų, Priekulės, Vėžaičių, Kretingalės ir Dauparų-Kvietinių seniūnijos, |
|
— |
Palangos miesto savivaldybė. |
5. Hongarije
De volgende beperkingszones I in Hongarije:
|
— |
Békés megye 950950, 950960, 950970, 951950, 952050, 952750, 952850, 952950, 953050, 953150, 953650, 953660, 953750, 953850, 953960, 954250, 954260, 954350, 954450, 954550, 954650, 954750, 954850, 954860, 954950, 955050, 955150, 955250, 955260, 955270, 955350, 955450, 955510, 955650, 955750, 955760, 955850, 955950, 956050, 956060, 956150 és 956160 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Bács-Kiskun megye 600150, 600850, 601550, 601650, 601660, 601750, 601850, 601950, 602050, 603250, 603750 és 603850 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Budapest 1 kódszámú, vadgazdálkodási tevékenységre nem alkalmas területe, |
|
— |
Csongrád-Csanád megye 800150, 800160, 800250, 802220, 802260, 802310 és 802450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Fejér megye 400150, 400250, 400351, 400352, 400450, 400550, 401150, 401250, 401350, 402050, 402350, 402360, 402850, 402950, 403050, 403450, 403550, 403650, 403750, 403950, 403960, 403970, 404650, 404750, 404850, 404950, 404960, 405050, 405750, 405850, 405950, |
|
— |
406050, 406150, 406550, 406650 és 406750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Győr-Moson-Sopron megye 100550, 100650, 100950, 101050, 101350, 101450, 101550, 101560 és 102150 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Jász-Nagykun-Szolnok megye 750150, 750160, 750260, 750350, 750450, 750460, 754450, 754550, 754560, 754570, 754650, 754750, 754950, 755050, 755150, 755250, 755350 és 755450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Komárom-Esztergom megye 250150, 250250, 250450, 250460, 250550, 250650, 250750, 251050, 251150, 251250, 251350, 251360, 251650, 251750, 251850, 252250, kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Pest megye 571550, 572150, 572250, 572350, 572550, 572650, 572750, 572850, 572950, 573150, 573250, 573260, 573350, 573360, 573450, 573850, 573950, 573960, 574050, 574150, 574350, 574360, 574550, 574650, 574750, 574850, 574860, 574950, 575050, 575150, 575250, 575350, 575550, 575650, 575750, 575850, 575950, 576050, 576150, 576250, 576350, 576450, 576650, 576750, 576850, 576950, 577050, 577150, 577350, 577450, 577650, 577850, 577950, 578050, 578150, 578250, 578350, 578360, 578450, 578550, 578560, 578650, 578850, 578950, 579050, 579150, 579250, 579350, 579450, 579460, 579550, 579650, 579750, 580250 és 580450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe. |
6. Polen
De volgende beperkingszones I in Polen:
|
w województwie kujawsko - pomorskim:
|
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie podlaskim:
|
|
w województwie mazowieckim:
|
|
w województwie podkarpackim:
|
|
w województwie świętokrzyskim:
|
|
w województwie łódzkim:
|
|
w województwie pomorskim:
|
|
w województwie lubuskim:
|
|
w województwie dolnośląskim:
|
|
w województwie wielkopolskim:
|
|
w województwie opolskim:
|
|
w województwie zachodniopomorskim:
|
|
w województwie małopolskim:
|
|
w województwie śląskim:
|
7. Slowakije
De volgende beperkingszones I in Slowakije:
|
— |
in the district of Nové Zámky, Sikenička, Pavlová, Bíňa, Kamenín, Kamenný Most, Malá nad Hronom, Belá, Ľubá, Šarkan, Gbelce, Bruty, Mužla, Obid, Štúrovo, Nána, Kamenica nad Hronom, Chľaba, Leľa, Bajtava, Salka, Malé Kosihy, |
|
— |
in the district of Veľký Krtíš, the municipalities of Ipeľské Predmostie, Veľká nad Ipľom, Hrušov, Kleňany, Sečianky, |
|
— |
in the district of Levice, the municipalities of Keť, Čata, Pohronský Ruskov, Hronovce, Želiezovce, Zalaba, Malé Ludince, Šalov, Sikenica, Pastovce, Bielovce, Ipeľský Sokolec, Lontov, Kubáňovo, Sazdice, Demandice, Dolné Semerovce, Vyškovce nad Ipľom, Preseľany nad Ipľom, Hrkovce, Tupá, Horné Semerovce, Hokovce, Slatina, Horné Turovce, Veľké Turovce, Šahy, Tešmak, Plášťovce, Ipeľské Uľany, Bátovce, Pečenice, Jabloňovce, Bohunice, Pukanec, Uhliská, Kalná nad Hronom, Nový Tekov, Malé Kozmálovce, Veľké Kozmálovce, Tlmače, Rybník, Hronské Kosihy, Čajkov, Nová Dedina, Devičany, |
|
— |
in the district of Krupina, the municipalities of Dudince, Terany, Hontianske Moravce, Sudince, Súdovce, Lišov, |
|
— |
the whole district of Ružomberok, |
|
— |
the whole district of Turčianske Teplice, except municipalities included in zone II, |
|
— |
in the district of Martin, municipalties of Blatnica, Folkušová, Necpaly, Belá-Dulice, Ďanová, Karlová, Laskár, Rakovo, Príbovce, Košťany nad Turcom, Socovce, Turčiansky Ďur, Kláštor pod Znievom, Slovany, Ležiachov, Benice, |
|
— |
in the district of Dolný Kubín, the municipalities of Kraľovany, Žaškov, Jasenová, Vyšný Kubín, Oravská Poruba, Leštiny, Osádka, Malatiná, Chlebnice, Krivá, |
|
— |
in the district of Tvrdošín, the municipalities of Oravský Biely Potok, Habovka, Zuberec, |
|
— |
in the district of Prievidza, the municipalities of Handlová, Cígeľ, Podhradie, Lehota pod Vtáčnikom, Kamenec pod Vtáčnikom, Bystričany, Čereňany, Oslany, Horná Ves, Radobica, Ráztočno, |
|
— |
in the district of Partizánske, the municipalities of Veľké Uherce, Pažiť, Kolačno, Veľký Klíž, Ješkova Ves, Klátová Nová Ves, |
|
— |
in the district of Topoľčany, the municipalities of Krnča, Prázdnovce, Solčany, Nitrianska Streda, Čeľadince, Kovarce, Súlovce, |
|
— |
in the district of Zlaté Moravce, the municipalities of Zlatno, Mankovce, Velčice, Kostoľany pod Tríbečom, Ladice, Sľažany, Neverice, Beladice, Choča, Vieska nad Žitavou, Slepčany, Červený Hrádok, Nevidzany, Malé Vozokany, |
|
— |
the whole district of Žiar nad Hronom, except municipalities included in zone II. |
8. Italië
De volgende beperkingszones I in Italië:
|
Piedmont Region:
|
|
Liguria Region:
|
|
Emilia-Romagna Region:
|
|
Lombardia Region:
|
|
Lazio Region:
north: the municipalities of Riano, Castelnuovo di Porto, Capena, Fiano Romano, Morlupo, Sacrofano, Magliano Romano, Formello, Campagnano di Roma, Anguillara, West: the municipality of Fiumicino, south: the municipality of Rome between the boundaries of the municipality of Fiumicino (West), the limits of Zone 3 (North), the Tiber River up to the intersection with the Grande Raccordo Anulare GRA Highway, the Grande Raccordo Anulare GRA Highway up to the intersection with A24 Highway, A24 Highway up to the intersection with Viale del Tecnopolo, viale del Tecnopolo up to the intersection with the boundaries of the municipality of Guidonia Montecelio, east: the municipalities of Guidonia Montecelio, Montelibretti, Palombara Sabina, Monterotondo, Mentana, Sant’Angelo Romano, Fonte Nuova. |
|
Sardinia Region
|
9. Tsjechië
De volgende beperkingszones I in Tsjechië:
|
Liberecký kraj:
|
|
Středočeský kraj
|
10. Griekenland
De volgende beperkingszones I in Griekenland:
|
— |
in the regional unit of Drama:
|
|
— |
in the regional unit of Xanthi:
|
|
— |
in the regional unit of Rodopi:
|
|
— |
in the regional unit of Evros:
|
|
— |
in the regional unit of Serres:
|
|
— |
in the regional unit of Kilkis:
|
DEEL II
1. Bulgarije
De volgende beperkingszones II in Bulgarije:
|
— |
the whole region of Haskovo, |
|
— |
the whole region of Yambol, |
|
— |
the whole region of Stara Zagora, |
|
— |
the whole region of Pernik, |
|
— |
the whole region of Kyustendil, |
|
— |
the whole region of Plovdiv, |
|
— |
the whole region of Pazardzhik, excluding the areas in Part III, |
|
— |
the whole region of Smolyan, |
|
— |
the whole region of Dobrich, |
|
— |
the whole region of Sofia city, |
|
— |
the whole region of Sofia Province, |
|
— |
the whole region of Blagoevgrad, |
|
— |
the whole region of Razgrad, |
|
— |
the whole region of Kardzhali, |
|
— |
the whole region of Burgas, |
|
— |
the whole region of Varna, |
|
— |
the whole region of Silistra, |
|
— |
the whole region of Ruse, |
|
— |
the whole region of Veliko Tarnovo, |
|
— |
the whole region of Pleven, |
|
— |
the whole region of Targovishte, |
|
— |
the whole region of Shumen, |
|
— |
the whole region of Sliven, |
|
— |
the whole region of Vidin, |
|
— |
the whole region of Gabrovo, |
|
— |
the whole region of Lovech, |
|
— |
the whole region of Montana, |
|
— |
the whole region of Vratza. |
2. Duitsland
De volgende beperkingszones II in Duitsland:
|
Bundesland Brandenburg:
|
|
Bundesland Sachsen:
|
|
Bundesland Mecklenburg-Vorpommern:
|
3. Estland
De volgende beperkingszones II in Estland:
|
— |
Eesti Vabariik (välja arvatud Hiiu maakond). |
4. Letland
De volgende beperkingszones II in Letland:
|
— |
Aizkraukles novads, |
|
— |
Alūksnes novads, |
|
— |
Augšdaugavas novads, |
|
— |
Ādažu novads, |
|
— |
Balvu novads, |
|
— |
Bauskas novads, |
|
— |
Cēsu novads, |
|
— |
Dienvidkurzemes novada Aizputes, Cīravas, Lažas, Durbes, Dunalkas, Tadaiķu, Vecpils, Bārtas, Sakas, Bunkas, Priekules, Gramzdas, Kalētu, Virgas, Dunikas, Vaiņodes, Gaviezes, Grobiņas, Rucavas, Vērgales, Medzes pagasts, Nīcas pagasta daļa uz dienvidiem no apdzīvotas vietas Bernāti, autoceļa V1232, A11, V1222, Bārtas upes, Embūtes pagasta daļa uz dienvidiem no autoceļa P116, P106, autoceļa no apdzīvotas vietas Dinsdurbe, Kalvenes pagasta daļa uz rietumiem no ceļa pie Vārtājas upes līdz autoceļam A9, uz dienvidiem no autoceļa A9, uz rietumiem no autoceļa V1200, Kazdangas pagasta daļa uz rietumiem no ceļa V1200, P115, P117, V1296, Aizputes, Durbes, Pāvilostas, Priekules pilsēta, Grobiņas, |
|
— |
Dobeles novads, |
|
— |
Gulbenes novads, |
|
— |
Jelgavas novads, |
|
— |
Jēkabpils novads, |
|
— |
Krāslavas novads, |
|
— |
Kuldīgas novada Alsungas, Gudenieku, Kurmāles, Rendas, Kabiles, Vārmes, Pelču, Snēpeles, Turlavas, Ēdoles, Īvandes, Rumbas, Padures pagasts, Laidu pagasta daļa uz ziemeļiem no autoceļa V1296, Kuldīgas pilsēta, |
|
— |
Ķekavas novads, |
|
— |
Limbažu novads, |
|
— |
Līvānu novads, |
|
— |
Ludzas novads, |
|
— |
Madonas novads, |
|
— |
Mārupes novads, |
|
— |
Ogres novads, |
|
— |
Olaines novads, |
|
— |
Preiļu novads, |
|
— |
Rēzeknes novads, |
|
— |
Ropažu novada Garkalnes, Ropažu pagasts, Stopiņu pagasta daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes, Vangažu pilsēta, |
|
— |
Salaspils novads, |
|
— |
Saldus novads, |
|
— |
Saulkrastu novads, |
|
— |
Siguldas novads, |
|
— |
Smiltenes novads, |
|
— |
Talsu novads, |
|
— |
Tukuma novads, |
|
— |
Valkas novads, |
|
— |
Valmieras novads, |
|
— |
Varakļānu novads, |
|
— |
Ventspils novads, |
|
— |
Daugavpils valstspilsētas pašvaldība, |
|
— |
Jelgavas valstspilsētas pašvaldība, |
|
— |
Jūrmalas valstspilsētas pašvaldība, |
|
— |
Rēzeknes valstspilsētas pašvaldība. |
5. Litouwen
De volgende beperkingszones II in Litouwen:
|
— |
Alytaus miesto savivaldybė, |
|
— |
Alytaus rajono savivaldybė, |
|
— |
Anykščių rajono savivaldybė, |
|
— |
Akmenės rajono savivaldybė, |
|
— |
Birštono savivaldybė, |
|
— |
Biržų miesto savivaldybė, |
|
— |
Biržų rajono savivaldybė, |
|
— |
Druskininkų savivaldybė, |
|
— |
Elektrėnų savivaldybė, |
|
— |
Ignalinos rajono savivaldybė, |
|
— |
Jonavos rajono savivaldybė, |
|
— |
Joniškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Jurbarko rajono savivaldybė: Eržvilko, Juodaičių, Seredžiaus, Smalininkų ir Viešvilės seniūnijos, |
|
— |
Kaišiadorių rajono savivaldybė, |
|
— |
Kauno miesto savivaldybė, |
|
— |
Kauno rajono savivaldybė, |
|
— |
Kalvarijos savivaldybė, |
|
— |
Kazlų rūdos savivaldybė: Kazlų Rūdos seniūnija, išskyrus vakarinė dalis iki kelio 2602 ir 183, Plutiškių seniūnija, |
|
— |
Kelmės rajono savivaldybė: Kelmės, Kražių, Liolių, Tytuvėnų, Tytuvėnų apylinkių, Pakražančio ir Vaiguvos seniūnijos, |
|
— |
Kėdainių rajono savivaldybė, |
|
— |
Klaipėdos rajono savivaldybė: Judrėnų, Endriejavo ir Veiviržėnų seniūnijos, |
|
— |
Kupiškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Kretingos rajono savivaldybė, |
|
— |
Lazdijų rajono savivaldybė, |
|
— |
Mažeikių rajono savivaldybė, |
|
— |
Marijampolės savivaldybė, išskyrus Šumskų ir Sasnavos seniūnijos, |
|
— |
Molėtų rajono savivaldybė: Alantos, Balninkų, Čiulėnų, Inturkės, Joniškio, Luokesos, Mindūnų, Suginčių ir Videniškių seniūnijos, |
|
— |
Pagėgių savivaldybė, |
|
— |
Pakruojo rajono savivaldybė, |
|
— |
Panevėžio rajono savivaldybė, |
|
— |
Panevėžio miesto savivaldybė, |
|
— |
Pasvalio rajono savivaldybė, |
|
— |
Radviliškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Rietavo savivaldybė, |
|
— |
Prienų rajono savivaldybė, |
|
— |
Plungės rajono savivaldybė, |
|
— |
Raseinių rajono savivaldybė, |
|
— |
Rokiškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Skuodo rajono savivaldybė, |
|
— |
Šakių rajono savivaldybė: Kriūkų, Lekėčių ir Lukšių seniūnijos, |
|
— |
Šalčininkų rajono savivaldybė, |
|
— |
Šiaulių miesto savivaldybė, |
|
— |
Šiaulių rajono savivaldybė: Ginkūnų, Gruzdžių, Kairių, Kužių, Meškuičių, Raudėnų, Šakynos ir Šiaulių kaimiškosios seniūnijos, |
|
— |
Šilutės rajono savivaldybė, |
|
— |
Širvintų rajono savivaldybė: Čiobiškio, Gelvonų, Jauniūnų, Kernavės, Musninkų ir Širvintų seniūnijos, |
|
— |
Šilalės rajono savivaldybė, |
|
— |
Švenčionių rajono savivaldybė, |
|
— |
Tauragės rajono savivaldybė, |
|
— |
Telšių rajono savivaldybė, |
|
— |
Trakų rajono savivaldybė, |
|
— |
Ukmergės rajono savivaldybė: Deltuvos, Lyduokių, Pabaisko, Pivonijos, Siesikų, Šešuolių, Taujėnų, Ukmergės miesto, Veprių, Vidiškių ir Žemaitkiemo seniūnijos, |
|
— |
Utenos rajono savivaldybė, |
|
— |
Varėnos rajono savivaldybė, |
|
— |
Vilkaviškio rajono savivaldybė: Bartninkų, Gražiškių, Keturvalakių, Pajevonio, Virbalio ir Vištyčio seniūnijos, |
|
— |
Vilniaus miesto savivaldybė, |
|
— |
Vilniaus rajono savivaldybė: Avižienių, Bezdonių, Buivydžių, Dūkštų, Juodšilių, Kalvelių, Lavoriškių, Maišiagalos, Marijampolio, Medininkų, Mickūnų, Nemenčinės, Nemenčinės miesto, Nemėžio, Pagirių, Riešės, Rudaminos, Rukainių, Sudervės, Sužionių, Šatrininkų ir Zujūnų seniūnijos, |
|
— |
Visagino savivaldybė, |
|
— |
Zarasų rajono savivaldybė. |
6. Hongarije
De volgende beperkingszones II in Hongarije:
|
— |
Békés megye 950150, 950250, 950350, 950450, 950550, 950650, 950660, 950750, 950850, 950860, 951050, 951150, 951250, 951260, 951350, 951450, 951460, 951550, 951650, 951750, 952150, 952250, 952350, 952450, 952550, 952650, 953250, 953260, 953270, 953350, 953450, 953550, 953560, 953950, 954050, 954060, 954150, 956250, 956350, 956450, 956550, 956650 és 956750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Borsod-Abaúj-Zemplén megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe, |
|
— |
Fejér megye 403150, 403160, 403250, 403260, 403350, 404250, 404550, 404560, 404570, 405450, 405550, 405650, 406450 és 407050 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Hajdú-Bihar megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe, |
|
— |
Heves megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe, |
|
— |
Jász-Nagykun-Szolnok megye 750250, 750550, 750650, 750750, 750850, 750970, 750980, 751050, 751150, 751160, 751250, 751260, 751350, 751360, 751450, 751460, 751470, 751550, 751650, 751750, 751850, 751950, 752150, 752250, 752350, 752450, 752460, 752550, 752560, 752650, 752750, 752850, 752950, 753060, 753070, 753150, 753250, 753310, 753450, 753550, 753650, 753660, 753750, 753850, 753950, 753960, 754050, 754150, 754250, 754360, 754370, 754850, 755550, 755650 és 755750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Komárom-Esztergom megye: 250350, 250850, 250950, 251450, 251550, 251950, 252050, 252150, 252350, 252450, 252460, 252550, 252650, 252750, 252850, 252860, 252950, 252960, 253050, 253150, 253250, 253350, 253450 és 253550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Nógrád megye valamennyi vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Pest megye 570150, 570250, 570350, 570450, 570550, 570650, 570750, 570850, 570950, 571050, 571150, 571250, 571350, 571650, 571750, 571760, 571850, 571950, 572050, 573550, 573650, 574250, 577250, 580050 és 580150 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Szabolcs-Szatmár-Bereg megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe. |
7. Polen
De volgende beperkingszones II in Polen:
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie podlaskim:
|
|
w województwie mazowieckim:
|
|
w województwie lubelskim:
|
|
w województwie podkarpackim:
|
|
w województwie małopolskim:
|
|
w województwie pomorskim:
|
|
w województwie świętokrzyskim:
|
|
w województwie lubuskim:
|
|
w województwie dolnośląskim:
|
|
w województwie wielkopolskim:
|
|
w województwie łódzkim:
|
|
w województwie zachodniopomorskim:
|
|
w województwie opolskim:
|
|
w województwie śląskim:
|
8. Slowakije
De volgende beperkingszones II in Slowakije:
|
— |
the whole district of Gelnica, |
|
— |
the whole district of Poprad |
|
— |
the whole district of Spišská Nová Ves, |
|
— |
the whole district of Levoča, |
|
— |
the whole district of Kežmarok, |
|
— |
the whole district of Michalovce, except municipalities included in zone III, |
|
— |
the whole district of Medzilaborce |
|
— |
the whole district of Košice-okolie, |
|
— |
the whole district of Rožnava, |
|
— |
the whole city of Košice, |
|
— |
the whole district of Sobrance, except municipalities included in zone III, |
|
— |
the whole district of Vranov nad Topľou, |
|
— |
the whole district of Humenné, |
|
— |
the whole district of Snina, |
|
— |
the whole district of Prešov, |
|
— |
the whole district of Sabinov, |
|
— |
the whole district of Svidník, |
|
— |
the whole district of Stropkov, |
|
— |
the whole district of Bardejov, |
|
— |
the whole district of Stará Ľubovňa, |
|
— |
the whole district of Revúca, |
|
— |
the whole district of Rimavská Sobota, |
|
— |
in the district of Veľký Krtíš, the whole municipalities not included in part I, |
|
— |
the whole district of Lučenec, |
|
— |
the whole district of Poltár, |
|
— |
the whole district of Zvolen, |
|
— |
the whole district of Detva, |
|
— |
the whole district of Krupina, except municipalities included in zone I, |
|
— |
the whole district of Banska Stiavnica, |
|
— |
the whole district of Žarnovica, |
|
— |
in the district of Žiar nad Hronom the municipalities of Hronská Dúbrava, Trnavá Hora, Ihráč, Nevoľné, Kremnica, Kremnické Bane, Krahule, |
|
— |
the whole district of Banska Bystica, |
|
— |
the whole district of Brezno, |
|
— |
the whole district of Liptovsky Mikuláš, |
|
— |
the whole district of Trebišov’, |
|
— |
in the district of Zlaté Moravce, the whole municipalities not included in part I, |
|
— |
in the district of Levice the municipality of Kozárovce, |
|
— |
in the district of Turčianske Teplice, municipalties of Turček, Horná Štubňa, Čremošné, Háj, Rakša, Mošovce. |
9. Italië
De volgende beperkingszones II in Italië:
|
Piedmont Region:
|
|
Liguria Region:
|
|
Emilia-Romagna Region:
|
|
Lazio Region:
|
|
Sardinia Region:
|
10. Tsjechië
De volgende beperkingszones II in Tsjechië:
|
Liberecký kraj:
|
11. Griekenland
De volgende beperkingszones II in Griekenland:
|
— |
in the regional unit of Serres:
|
|
— |
in the regional unit of Kilkis:
|
DEEL III
1. Bulgarije
De volgende beperkingszones III in Bulgarije:
|
the Pazardzhik region:
|
2. Italië
De volgende beperkingszones III in Italië:
|
Sardinia Region:
|
3. Letland
De volgende beperkingszones III in Letland:
|
— |
Dienvidkurzemes novada Embūtes pagasta daļa uz ziemeļiem autoceļa P116, P106, autoceļa no apdzīvotas vietas Dinsdurbe, Kalvenes pagasta daļa uz austrumiem no ceļa pie Vārtājas upes līdz autoceļam A9, uz ziemeļiem no autoceļa A9, uz austrumiem no autoceļa V1200, Kazdangas pagasta daļa uz austrumiem no ceļa V1200, P115, P117, V1296, |
|
— |
Kuldīgas novada Rudbāržu, Nīkrāces, Raņķu, Skrundas pagasts, Laidu pagasta daļa uz dienvidiem no autoceļa V1296, Skrundas pilsēta. |
4. Litouwen
De volgende beperkingszones III in Litouwen:
|
— |
Jurbarko rajono savivaldybė: Jurbarko miesto seniūnija, Girdžių, Jurbarkų Raudonės, Skirsnemunės, Veliuonos ir Šimkaičių seniūnijos, |
|
— |
Molėtų rajono savivaldybė: Dubingių ir Giedraičių seniūnijos, |
|
— |
Marijampolės savivaldybė: Sasnavos ir Šunskų seniūnijos, |
|
— |
Šakių rajono savivaldybė: Barzdų, Gelgaudiškio, Griškabūdžio, Kidulių, Kudirkos Naumiesčio, Sintautų, Slavikų, Sudargo, Šakių, Plokščių ir Žvirgždaičių seniūnijos. |
|
— |
Kazlų rūdos savivaldybė: Antanavos, Jankų ir Kazlų Rūdos seniūnijos: vakarinė dalis iki kelio 2602 ir 183, |
|
— |
Kelmės rajono savivaldybė: Kelmės apylinkių, Kukečių, Šaukėnų ir Užvenčio seniūnijos, |
|
— |
Vilkaviškio rajono savivaldybė: Gižų, Kybartų, Klausučių, Pilviškių, Šeimenos ir Vilkaviškio miesto seniūnijos. |
|
— |
Širvintų rajono savivaldybė: Alionių ir Zibalų seniūnijos, |
|
— |
Šiaulių rajono savivaldybė: Bubių, Kuršėnų kaimiškoji ir Kuršėnų miesto seniūnijos, |
|
— |
Ukmergės rajono savivaldybė: Želvos seniūnija, |
|
— |
Vilniaus rajono savivaldybė: Paberžės seniūnija. |
5. Polen
De volgende beperkingszones III in Polen:
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie wielkopolskim:
|
|
w województwie dolnośląskim:
|
6. Roemenië
De volgende beperkingszones III in Roemenië:
|
— |
Zona orașului București, |
|
— |
Județul Constanța, |
|
— |
Județul Satu Mare, |
|
— |
Județul Tulcea, |
|
— |
Județul Bacău, |
|
— |
Județul Bihor, |
|
— |
Județul Bistrița Năsăud, |
|
— |
Județul Brăila, |
|
— |
Județul Buzău, |
|
— |
Județul Călărași, |
|
— |
Județul Dâmbovița, |
|
— |
Județul Galați, |
|
— |
Județul Giurgiu, |
|
— |
Județul Ialomița, |
|
— |
Județul Ilfov, |
|
— |
Județul Prahova, |
|
— |
Județul Sălaj, |
|
— |
Județul Suceava |
|
— |
Județul Vaslui, |
|
— |
Județul Vrancea, |
|
— |
Județul Teleorman, |
|
— |
Judeţul Mehedinţi, |
|
— |
Județul Gorj, |
|
— |
Județul Argeș, |
|
— |
Judeţul Olt, |
|
— |
Judeţul Dolj, |
|
— |
Județul Arad, |
|
— |
Județul Timiș, |
|
— |
Județul Covasna, |
|
— |
Județul Brașov, |
|
— |
Județul Botoșani, |
|
— |
Județul Vâlcea, |
|
— |
Județul Iași, |
|
— |
Județul Hunedoara, |
|
— |
Județul Alba, |
|
— |
Județul Sibiu, |
|
— |
Județul Caraș-Severin, |
|
— |
Județul Neamț, |
|
— |
Județul Harghita, |
|
— |
Județul Mureș, |
|
— |
Județul Cluj, |
|
— |
Județul Maramureş. |
7. Slowakije
De volgende beperkingszones III in Slowakije:
|
— |
In the district of Michalovce: Iňačovce, Čečehov, Hažín, Hnojné, Lastomír, Lúčky, Michalovce, Palín, Pavlovce nad Uhom, Senné, Sliepkovce, Stretava, Stretavka, Vysoká nad Uhom, Zálužice, Závadka, Zemplínska Široká, Budkovce, Žbince, Jastrabie pri Michalovciach, Hatalov, |
|
— |
In the district of Sobrance: Blatné Remety, Blatné Revištia, Blatná Polianka, Bunkovce, Fekišovce, Ostrov, Porostov, Svätuš, Veľké Revištia, Bežovce, Tašuľa, Kristy, Nižná Rybnica. |
8. Duitsland
De volgende beperkingszones III in Duitsland:
|
Bundesland Brandenburg:
|
9. Griekenland
De volgende beperkingszones III in Griekenland:
|
— |
in the regional unit of Serres:
|
|
— |
in the regional unit of Kilkis:
|
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/52 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/948 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van 6′-sialyllactosenatriumzout geproduceerd door afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) als nieuw voedingsmiddel en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is er bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) een Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vastgesteld. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/82 van de Commissie (3) is een vergunning verleend voor het in de Unie in de handel brengen van 6′-sialyllactosenatriumzout verkregen door microbiële fermentatie met behulp van de genetisch gemodificeerde stam Escherichia coli K12 DH1 als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(4) |
Op 15 mei 2020 heeft de onderneming Chr. Hansen A/S (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend voor een vergunning om 6′-sialyllactosenatriumzout (“6′-SL-natriumzout”), verkregen door microbiële fermentatie met behulp van twee genetisch gemodificeerde stammen (een productiestam en een facultatieve afbraakstam) afkomstig van gastheerstam Escherichia coli BL21(DE3), als nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen. De aanvrager heeft verzocht om aldus geproduceerd 6′-SL-natriumzout te mogen gebruiken in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), bewerkte levensmiddelen op basis van granen zuigelingen en peuters zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, voeding voor zuigelingen en peuters voor medisch gebruik zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, voeding voor medisch gebruik zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, met uitzondering van voeding voor zuigelingen en peuters, in voor peuters bestemde dranken op basis van melk en soortgelijke producten, en in voedingssupplementen zoals omschreven in Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (5), bestemd voor de algemene bevolking. Vervolgens heeft de aanvrager op 9 december 2022 het oorspronkelijke verzoek in de aanvraag betreffende het gebruik van 6′-SL natriumzout dat is geproduceerd met behulp van de afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) in voedingssupplementen gewijzigd om zuigelingen en peuters uit te sluiten. De aanvrager heeft ook voorgesteld dat voedingssupplementen die 6′-SL-natriumzout geproduceerd met de afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) bevatten, niet mogen worden geconsumeerd indien dezelfde dag andere levensmiddelen met toegevoegd 6′-SL-natriumzout worden geconsumeerd. |
|
(5) |
Op 15 mei 2020 heeft de aanvrager de Commissie ook verzocht om bescherming van door eigendomsrechten beschermde wetenschappelijke studies en gegevens, namelijk over de methodevalidatie van de massaspectrometrie (“MS”), kernspinresonantie (“NMR”) en van een hoogwaardige anionenwisselingschromatografie met gepulseerde amperometrische detectie (“HPAEC-PAD”), en de resultaten voor de bepaling van de identiteit van 6′-SL en van de in het nieuwe voedingsmiddel aanwezige bijproducten van koolhydraten (6); een beschrijving (7) en certificaten van depositie (8) van de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; realtime kwantitatief polymerasekettingreactiesysteem (“qPCR”) en verslagen over de methodevalidatie voor de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout (9); een terugmutatietest met bacteriën met 6′-SL-natriumzout (10); een in-vitromicronucleustest met zoogdiercellen met 6′-SL-natriumzout (11); een zeven dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout om het doseringsbereik bij ratten vast te stellen (12), en een 90 dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout (13) bij ratten, die ter ondersteuning van de aanvraag zijn ingediend. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 11 december 2020 verzocht een beoordeling te verrichten van 6′-SL-natriumzout dat is verkregen door microbiële fermentatie met behulp van twee genetisch gemodificeerde stammen (een productiestam en een facultatieve afbraakstam) afkomstig van de gastheerstam Escherichia coli BL21(DE3) als nieuw voedingsmiddel. |
|
(7) |
Op 26 oktober 2022 heeft de EFSA overeenkomstig de voorschriften van artikel 11 van Verordening (EU) 2015/2283 haar wetenschappelijk advies uitgebracht over de veiligheid van 6′-sialyllactosenatriumzout geproduceerd door afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) als nieuw voedingsmiddel uit hoofde van Verordening (EU) 2015/2283 (14). |
|
(8) |
De EFSA concludeerde in haar wetenschappelijk advies dat 6′-SL-natriumzout onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor gebruik en voor de voorgestelde doelpopulaties. Daarom biedt dat wetenschappelijk advies voldoende redenen om vast te stellen dat 6′-SL-natriumzout dat is geproduceerd met behulp van de afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3), bij gebruik in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, bewerkte levensmiddelen op basis van granen voor zuigelingen en peuters en babyvoeding voor zuigelingen en peuters zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, levensmiddelen voor zuigelingen en peuters voor medisch gebruik zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013, voeding voor (EU) nr. 609/2013, met uitzondering van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, in op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten bestemd voor peuters, en in voedingssupplementen zoals omschreven in Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, voldoet aan de voorwaarden voor het in de handel brengen ervan overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(9) |
In haar wetenschappelijk advies merkte de EFSA op dat haar conclusie over de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel was gebaseerd op wetenschappelijke studies en gegevens van de methodevalidatie van de massaspectrometrie (“MS”), nucleaire magnetische resonantie (“NMR”) en van een hoogwaardige anionenwisselingschromatografie met gepulseerde amperometrische detectie (“HPAEC-PAD”) en de resultaten voor de bepaling van de identiteit van 6′-SL en van de in het nieuwe voedingsmiddel aanwezige bijproducten van koolhydraten; de beschrijving en de certificaten van depositie van de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; het realtime kwantitatief polymerasekettingreactiesysteem (“qPCR”) en verslagen over de methodevalidatie voor de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; de terugmutatietest met bacteriën met 6′-SL-natriumzout; de in-vitromicronucleustest met zoogdiercellen met 6′-SL-natriumzout; de zeven dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout om het doseringsbereik bij ratten vast te stellen, en de 90 dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout bij ratten in het dossier van de aanvrager, zonder welke zij het nieuwe voedingsmiddel niet had kunnen beoordelen en tot haar conclusie had kunnen komen. |
|
(10) |
De Commissie heeft de aanvrager verzocht de rechtvaardiging voor zijn verzoek om gegevensbescherming voor die wetenschappelijke studies en gegevens nader toe te lichten en zijn claim op het exclusieve recht om naar die gegevens te verwijzen overeenkomstig artikel 26, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2015/2283, te verduidelijken. |
|
(11) |
De aanvrager heeft verklaard over eigendomsrechten en exclusieve rechten te beschikken om te verwijzen naar de ter ondersteuning van de aanvraag ingediende wetenschappelijke studies en gegevens, namelijk over de methodevalidatie van massaspectrometrie (“MS”), kernmagnetische resonantie (“NMR”) en van een hoogwaardige anionenwisselingschromatografie met gepulseerde amperometrische detectie (HPAEC-PAD), en de resultaten voor de bepaling van de identiteit van 6′-SL en van de in het nieuwe voedingsmiddel aanwezige bijproducten van koolhydraten; de beschrijving en de certificaten van depositie van de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; het realtime kwantitatief polymerasekettingreactiesysteem (“qPCR”) en verslagen over de methodevalidatie voor de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; de terugmutatietest met bacteriën met 6′-SL-natriumzout; de in-vitromicronucleustest met zoogdiercellen met 6′-SL-natriumzout; de zeven dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout om het doseringsbereik bij ratten vast te stellen, en de 90 dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout bij ratten, naar nationaal recht ten tijde van de indiening van de aanvraag, en dat derden geen rechtmatige toegang tot die gegevens en studies kunnen hebben, er geen rechtmatig gebruik van kunnen maken noch er rechtmatig naar mogen verwijzen. |
|
(12) |
De Commissie heeft alle door de aanvrager ingediende informatie beoordeeld en heeft geoordeeld dat de aanvrager de vervulling van de voorschriften van artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 voldoende heeft onderbouwd. De ter ondersteuning van de aanvraag ingediende wetenschappelijke studies en gegevens, namelijk over de methodevalidatie van de massaspectrometrie (“MS”), nucleaire magnetische resonantie (“NMR”) en van een hoogwaardige anionenwisselingschromatografie met gepulseerde amperometrische detectie (“HPAEC-PAD”), en de resultaten voor de bepaling van de identiteit van 6′-SL en van de in het nieuwe voedingsmiddel aanwezige bijproducten van koolhydraten; de beschrijving en de certificaten van depositie van de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; het realtime kwantitatief polymerasekettingreactiesysteem (“qPCR”) en verslagen over de methodevalidatie voor de genetisch gemodificeerde productie- en facultatieve afbraakstammen voor 6′-SL-natriumzout; de terugmutatietest met bacteriën met 6′-SL-natriumzout; de in-vitromicronucleustest met zoogdiercellen met 6′-SL-natriumzout; de zeven dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout om het doseringsbereik bij ratten vast te stellen, en de 90 dagen durende oraletoxiciteitsstudie met 6′-SL-natriumzout bij ratten moeten worden beschermd overeenkomstig artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. Dienovereenkomstig mag alleen de aanvrager toelating krijgen om gedurende een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening 6′-SL-natriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) in de Unie in de handel te brengen. |
|
(13) |
Door de toelating van 6′-SL-natriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) en het verwijzen naar de wetenschappelijke studies en gegevens in het dossier van de aanvrager uitsluitend tot de aanvrager te beperken, wordt evenwel niet verhinderd dat andere aanvragers kunnen vragen om toelating om hetzelfde nieuwe voedingsmiddel in de handel te brengen, op voorwaarde dat hun aanvraag is gebaseerd op rechtmatig verkregen gegevens ter ondersteuning van de toelating. |
|
(14) |
Overeenkomstig de door de aanvrager voorgestelde gebruiksvoorwaarden van voedingssupplementen die 6′-SL-natriumzout geproduceerd met behulp van de afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) bevatten, moeten de consumenten met een passend etiket worden geïnformeerd dat voedingssupplementen die 6′-SL-natriumzout bevatten, niet mogen worden geconsumeerd door zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar en niet mogen worden gebruikt als op dezelfde dag andere levensmiddelen met toegevoegd 6′-SL-natriumzout worden geconsumeerd. |
|
(15) |
Het is passend dat de opname van 6′-SL-natriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) als nieuw voedingsmiddel in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen ook de vereiste gebruiksvoorwaarden, specificaties en andere informatie met betrekking tot de toelating ervan bevat, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(16) |
6′-SL-natriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) moet worden opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470. De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. 6′-Sialyllactosenatriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) mag in de Unie in de handel worden gebracht.
6′-Sialyllactosenatriumzout geproduceerd met behulp van afgeleide stammen van Escherichia coli BL21(DE3) wordt opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470.
2. De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Alleen de onderneming Chr. Hansen A/S (15) mag het in artikel 1 bedoelde nieuwe voedingsmiddel voor een periode van vijf jaar vanaf 4 juni 2023 in de Unie in de handel brengen, tenzij een volgende aanvrager een toelating voor dat nieuwe voedingsmiddel verkrijgt zonder naar de krachtens artikel 3 beschermde wetenschappelijke gegevens te verwijzen, of toestemming krijgt van Chr. Hansen A/S.
Artikel 3
De wetenschappelijke gegevens in het aanvraagdossier die aan de voorwaarden van artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 voldoen, worden gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet zonder toestemming van Chr. Hansen A/S ten voordele van een volgende aanvrager gebruikt.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/82 van de Commissie van 27 januari 2021 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van 6′-sialyllactosenatriumzout als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 29 van 28.1.2021, blz. 16).
(4) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).
(5) Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).
(6) Chr. Hansen 2018 en 2021 (niet gepubliceerd).
(7) Chr. Hansen 2021 (niet gepubliceerd).
(8) Chr. Hansen 2020 en 2021 (niet gepubliceerd).
(9) Chr. Hansen 2014 en 2021 (niet gepubliceerd).
(10) Chr. Hansen 2018 (niet gepubliceerd) en Parschat, K., Oehme, A., Leuschner, J., Jennewein, S. en Parkot, J., 2020, A safety evaluation of mixed human milk oligosaccharides in rats, Food and Chemical Toxicology, 136, 111118.
(11) Chr. Hansen 2018 (niet gepubliceerd) en Parschat K., Oehme A., Leuschner J., Jennewein S. en Parkot J. 2020, A safety evaluation of mixed human milk oligosaccharides in rats, Food and Chemical Toxicology, 136, 111118.
(12) Chr. Hansen 2018 en 2021 (niet gepubliceerd) en Parschat K., Oehme A., Leuschner J., Jennewein S. en Parkot J. 2020, A safety evaluation of mixed human milk oligosaccharides in rats, Food and Chemical Toxicology, 136, 111118.
(13) Chr. Hansen 2019 en 2021 (niet gepubliceerd) en Parschat K., Oehme A., Leuschner J., Jennewein S. en Parkot J. 2020, A safety evaluation of mixed human milk oligosaccharides in rats, Food and Chemical Toxicology, 136, 111118.
(14) EFSA Journal 2022;20(12):7645.
(15) Adres: Boege Allé 10-12, 2970 Hoersholm, Denemarken.
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:
|
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/60 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/949 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot toelating van het in de handel brengen van ijzer-melkcaseïnaat als nieuw voedingsmiddel en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is er bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) een Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vastgesteld. |
|
(3) |
Op 16 juni 2020 heeft de onderneming Société des Produits Nestlé SA (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend om ijzer-melkproteïnaat, een ijzercaseïne-complex dat is verkregen uit met fosfaat gestabiliseerde rundermelk, als nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen. De aanvrager heeft verzocht ijzer-melkproteïnaat te mogen gebruiken als bron van ijzer in melk- en melkpoederproducten, frisdranken die voor gebruik bij lichamelijke inspanning in de handel worden gebracht, poedercacaobereidingen voor dranken, koffiesurrogaten op basis van mout in poeder- of vloeibare vorm, graanrepen, andere noedels dan glasnoedels, bouillonblokjes of -korrels, een volledige maaltijd vervangende producten voor gewichtsbeheersing, de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3), voeding voor medisch gebruik als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013, met uitzondering van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, en voedingssupplementen als omschreven in artikel 2 van Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), bestemd voor de algemene bevolking, met uitzondering van zuigelingen en jonge kinderen. De in de aanvraag vermelde gebruiksconcentraties in voedingssupplementen bedroegen tot 700 mg/dag, wat overeenkomt met maximaal 14 mg ijzer per dag. De aanvrager heeft ook voorgesteld voedingssupplementen die ijzer-melkproteïnaat bevatten niet te gebruiken als op dezelfde dag andere voedingsmiddelen met toegevoegd ijzer-melkproteïnaat worden geconsumeerd. |
|
(4) |
Op 16 juni 2020 heeft de aanvrager de Commissie ook verzocht om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens voor een in-vitro-onderzoek naar de verteerbaarheid van ijzer-melkproteïnaat in een gesimuleerde maagomgeving (5); de certificaten voor de analyse van de samenstelling van de productiepartijen ijzerproteïnaat (6); een in-vitro-onderzoek naar het effect van ascorbinezuur op de biologische beschikbaarheid van ijzer-melkproteïnaat (7); een gerandomiseerd cross-overonderzoek bij de mens naar de biologische beschikbaarheid van ijzer uit volle melk die ijzer-melkproteïnaat bevat in vergelijking met ijzer(II)sulfaat (8); een onderzoek naar acute orale toxiciteit bij knaagdieren (9); een verslag over de beoordeling van de inname van ijzer-melkproteïnaten als gevolg van het voorgestelde gebruik (10); een strategie voor, en de resultaten van door de aanvrager verricht literatuuronderzoek (11), en een onderzoek naar de biologische toegankelijkheid van ijzer uit met melk geproduceerde ijzercaseïnecomplexen (12), dat ter ondersteuning van de aanvraag is ingediend. |
|
(5) |
Op 9 oktober 2020 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 verzocht een beoordeling van ijzer-melkproteïnaat als nieuw voedingsmiddel en een beoordeling van de biologische beschikbaarheid van ijzer te verrichten in het kader van Richtlijn 2002/46/EG. |
|
(6) |
Op 4 augustus 2022 heeft de EFSA overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2015/2283 haar wetenschappelijk advies uitgebracht over de veiligheid van ijzer-melkproteïnaat als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 en de biologische beschikbaarheid van ijzer van deze bron in de context van Richtlijn 2002/46/EG (13). |
|
(7) |
De Commissie was van mening dat de term “ijzer-melkproteïnaat” die wordt gebruikt om de identiteit van het nieuwe voedingsmiddel te beschrijven, tamelijk ruim is, aangezien het alle soorten rundermelkeiwit omvat die kunnen worden gebruikt, terwijl het nieuwe voedingsmiddel specifiek met caseïne wordt vervaardigd. Bijgevolg zou de term “ijzer-melkcaseïnaat” een nauwkeuriger term zijn om het te beschrijven. Daarom heeft de Commissie de aanvrager verzocht de benaming “ijzer-melkcaseïnaat” voor het nieuwe voedingsmiddel te aanvaarden in plaats van “ijzer-melkproteïnaat”. In antwoord op het verzoek van de Commissie heeft de aanvrager ermee ingestemd dat het nieuwe voedingsmiddel wordt aangeduid als “ijzer-melkcaseïnaat”. |
|
(8) |
In haar wetenschappelijk advies heeft de EFSA geconcludeerd dat ijzer-melkcaseïnaat onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor de voorgestelde doelpopulaties en dat het een bron van biologisch beschikbaar ijzer is. In dat advies heeft de EFSA echter opgemerkt dat, aangezien zij geen toelaatbare bovengrens voor de inname heeft vastgesteld, de inname van ijzer uit sommige levensmiddelen en voedingssupplementen die het nieuwe voedingsmiddel bevatten, de door de lidstaten vastgestelde richtniveaus voor de bevolking zou kunnen overschrijden en dat de gecombineerde inname van ijzer uit levensmiddelen en voedingssupplementen die het nieuwe voedingsmiddel bevatten en uit het achtergronddieet, hoog zou zijn. Gezien de overwegingen van de EFSA en de belangrijke rol van ijzer in de menselijke fysiologie, groei en ontwikkeling, met name in de eerste levensfasen, en de dunne scheidingslijn tussen gunstige en schadelijke gezondheidseffecten van ijzer, afhankelijk van de inname, is de Commissie van mening dat een voorzorgsbenadering nodig is. |
|
(9) |
De Commissie heeft de aanvrager daarom verzocht de in haar aanvraag voorgestelde gehalten aan ijzer-melkcaseïnaat te heroverwegen voor een aantal van de levensmiddelen die het meest aan de dagelijkse inname van ijzer zullen bijdragen, namelijk melk en zuivelproducten (niveaus tot 950 mg/100 g of ml, wat overeenkomt met maximaal 19 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel), cacaobereidingen voor dranken (niveaus tot 800 mg/100 g of ml, wat overeenkomt met maximaal 16 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel), graanrepen (niveaus tot 700 mg/100 g of ml, wat overeenkomt met maximaal 14 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel), en voor voedingssupplementen (niveaus tot 700 mg/dag, wat overeenkomt met maximaal 14 mg ijzer per dag). In antwoord op het verzoek van de Commissie heeft de aanvrager zijn verzoek gewijzigd en voorgesteld ijzer-melkcaseïnaat in melk en zuivelproducten te gebruiken in hoeveelheden van niet meer dan 500 mg/100 g of ml levensmiddel, overeenkomend met maximaal 10 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel, in 400 mg/100 g of ml levensmiddel, overeenkomend met maximaal 8 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel, en in graanrepen tot 350 mg/100 g of ml levensmiddel, overeenkomend met maximaal 7 mg ijzer/100 g of ml levensmiddel. De aanvrager heeft ook zijn verzoek gewijzigd wat betreft het gebruik van ijzer-melkcaseïnaat in voedingssupplementen en heeft voorgesteld het in hoeveelheden van maximaal 700 mg/dag te gebruiken, wat overeenkomt met maximaal 14 mg ijzer/dag, in voedingssupplementen die bestemd zijn voor de volwassen bevolking, en in een concentratie van niet meer dan 350 mg/dag, wat overeenkomt met maximaal 7 mg ijzer/dag, in voedingssupplementen die bestemd zijn voor kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar, met uitzondering van zuigelingen en peuters. Bovendien heeft de aanvrager aangegeven dat hij de gehalten aan ijzer-melkcaseïnaat in levensmiddelen en voedingssupplementen die in een lidstaat in de handel worden gebracht, zal aanpassen om de overeenkomstige maximumgehalten aan ijzer te beperken tot de door die lidstaat voor elke leeftijdsgroep van de bevolking vastgestelde richtwaarden. De Commissie is van oordeel dat het herziene gebruik voldoet aan de voorwaarden voor het in de handel brengen van ijzer-melkcaseïnaat overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(10) |
Daarom bevat dat wetenschappelijk advies voldoende redenen om vast te stellen dat ijzer-melkcaseïnaat, bij gebruik als bron van ijzer in melk- en melkpoederproducten, frisdranken die voor gebruik bij lichamelijke inspanning in de handel worden gebracht, poedercacaobereidingen voor dranken, koffiesurrogaten op basis van mout in poeder- of vloeibare vorm, graanrepen, andere noedels dan glasnoedels, bouillonblokjes of -korrels, een volledige maaltijd vervangende producten voor gewichtsbeheersing, de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013, voeding voor medisch gebruik als omschreven in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013, met uitzondering van levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, en voedingssupplementen als omschreven in artikel 2 van Richtlijn 2002/46/EG, met een gehalte van niet meer dan 700 mg/dag (14 mg ijzer/dag) in voedingssupplementen bestemd voor de volwassen bevolking, en in voedingssupplementen voor kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar, met uitzondering van zuigelingen en peuters, van ten hoogste 350 mg/dag (7 mg ijzer/dag), voldoet aan de voorwaarden voor het in de handel brengen ervan overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(11) |
In haar wetenschappelijk advies merkte de EFSA op dat haar conclusie over de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel was gebaseerd op wetenschappelijke gegevens uit het in-vitro-onderzoek naar de verteerbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat in een gesimuleerde maagomgeving; de certificaten van de analyse van de samenstelling van de productiepartijen ijzer-melkcaseïnaat; het in-vitro-onderzoek naar het effect van ascorbinezuur op de biologische beschikbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat; en het gerandomiseerde cross-overonderzoek bij de mens naar de biologische beschikbaarheid van ijzer uit volle melk dat ijzer-melkproteïnaat bevat, in vergelijking met ijzer(II)sulfaat, dat in het dossier van de aanvrager is opgenomen, zonder welk onderzoek hij het nieuwe voedingsmiddel niet had kunnen beoordelen en tot zijn conclusie had kunnen komen. |
|
(12) |
De Commissie heeft de aanvrager verzocht de rechtvaardiging voor zijn verzoek om gegevensbescherming voor die wetenschappelijke studies en gegevens nader toe te lichten en zijn claim op het exclusieve recht om naar die gegevens te verwijzen overeenkomstig artikel 26, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2015/2283 te verduidelijken. |
|
(13) |
De aanvrager heeft verklaard over eigendomsrechten en exclusieve rechten te beschikken om te verwijzen naar de ter ondersteuning van de aanvraag overgelegde wetenschappelijke studies en gegevens, namelijk het in-vitro-onderzoek naar de verteerbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat in een gesimuleerde maagomgeving; de certificaten van de analyse van de samenstelling van de productiepartijen ijzer-melkcaseïnaat; het in-vitro-onderzoek naar het effect van ascorbinezuur op de biologische beschikbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat; en het gerandomiseerde cross-overonderzoek bij de mens naar de biologische beschikbaarheid van ijzer uit volle melk dat ijzer-melkproteïnaat bevat, in vergelijking met ijzer(II)sulfaat, en dat derden die gegevens niet rechtmatig kunnen raadplegen, gebruiken of ernaar verwijzen. |
|
(14) |
De Commissie heeft alle door de aanvrager ingediende informatie beoordeeld en heeft geoordeeld dat de aanvrager de vervulling van de voorschriften van artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 voldoende heeft onderbouwd. De wetenschappelijke studies en gegevens van het in-vitro-onderzoek naar de verteerbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat in een gesimuleerde maagomgeving; de certificaten van de analyse van de samenstelling van de productiepartijen ijzer-melkcaseïnaat; het in-vitro-onderzoek naar het effect van ascorbinezuur op de biologische beschikbaarheid van ijzer-melkcaseïnaat; en het gerandomiseerde cross-overonderzoek bij de mens naar de biologische beschikbaarheid van ijzer uit volle melk dat ijzer-melkcaseïnaat bevat, in vergelijking met ijzer(II)sulfaat, moeten worden beschermd overeenkomstig artikel 27, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283. Dienovereenkomstig mag alleen de aanvrager toelating krijgen om gedurende een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige verordening ijzer-melkcaseïnaat uit rundermelk in de Unie in de handel te brengen. |
|
(15) |
Door de toelating van ijzer-melkcaseïnaat en het verwijzen naar de wetenschappelijke gegevens in het dossier van de aanvrager uitsluitend tot de aanvrager te beperken, wordt evenwel niet verhinderd dat andere aanvragers kunnen vragen om toelating om hetzelfde nieuwe voedingsmiddel in de handel te brengen, op voorwaarde dat hun aanvraag is gebaseerd op rechtmatig verkregen gegevens ter ondersteuning van de toelating. |
|
(16) |
In overeenstemming met de gebruiksvoorwaarden van voedingssupplementen die ijzer-melkcaseïnaat bevatten, zoals voorgesteld door de aanvrager, en het advies van de EFSA over de relatief hoge inname van ijzer door de gecombineerde inname van ijzer uit levensmiddelen en voedingssupplementen die het nieuwe voedingsmiddel en de achtergrondvoeding bevatten, moet de consument door middel van passende etikettering worden geïnformeerd dat voedingssupplementen die ijzer-melkcaseïnaat bevatten, niet mogen worden geconsumeerd door zuigelingen en kinderen jonger dan drie jaar en niet mogen worden geconsumeerd als op dezelfde dag andere levensmiddelen met toegevoegd ijzer-melkcaseïnaat of andere levensmiddelen met toegevoegde ijzerverbindingen worden geconsumeerd. |
|
(17) |
Aangezien rundermelk de bron van het nieuwe voedingsmiddel is en rundermelk in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad (14) is opgenomen als een van de stoffen of producten die allergieën of intoleranties veroorzaken, moeten voedingsmiddelen die ijzer-melkcaseïnaat bevatten adequaat worden geëtiketteerd overeenkomstig de vereisten van artikel 21 van die verordening. |
|
(18) |
IJzer-melkcaseïnaat moet worden opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470. De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(19) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1) IJzer-melkcaseïnaat mag in de Unie in de handel worden gebracht.
IJzer-melkcaseïnaat wordt opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470.
2) De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Alleen de onderneming “Société des Produits Nestlé SA” (15) mag het in artikel 1 bedoelde nieuwe voedingsmiddel voor een periode van vijf jaar vanaf 4 juni 2023 in de Unie in de handel brengen, tenzij een volgende aanvrager een toelating voor dat nieuwe voedingsmiddel verkrijgt zonder naar de krachtens artikel 3 beschermde wetenschappelijke gegevens te verwijzen of toestemming krijgt van van “Société des Produits Nestlé SA”.
Artikel 3
De wetenschappelijke gegevens in het aanvraagdossier die aan de voorwaarden van artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 voldoen, worden gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet zonder toestemming van “Société des Produits Nestlé SA” ten voordele van een volgende aanvrager gebruikt.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).
(4) Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).
(5) Société des Produits Nestlé SA (2020, niet gepubliceerd).
(6) Société des Produits Nestlé SA (2020, niet gepubliceerd).
(7) Sabatier, M., Rytz, A., Husny, J., Dubascoux, S., Nicolas, M., Dave, A., Singh, H., Bodis, M. en Glahn, R.P., 2020, Impact of ascorbic acid on the in vitro iron bioavailability of a casein-based ironfortificant, Nutrients, 12, 2776, https://doi.org/10.3390/nu12092776
(8) Henare, S.J., Singh, N.N., Ellis, A.M., Moughan, P.J., Thompson, A.K. en Walczyk, T., 2019, Iron bioavailability of a casein-based iron fortificant compared with that of ferrous sulfate in whole milk: a randomized trial with a crossover design in adult women, The American Journal of Clinical Nutrition, 110, 1362-1369.
(9) Société des Produits Nestlé SA (2019, niet gepubliceerd).
(10) Société des Produits Nestlé SA (2020, niet gepubliceerd).
(11) Société des Produits Nestlé SA (2020, niet gepubliceerd).
(12) Société des Produits Nestlé SA (2021, niet gepubliceerd).
(13) EFSA Journal 2022;20(9):7549.
(14) Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).
(15) Adres: Avenue Nestlé 55, 1800 Vevey, Zwitserland.
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De volgende vermelding wordt in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
De volgende vermelding wordt in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:
|
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/68 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/950 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wat betreft de gebruiksvoorwaarden voor het nieuwe voedingsmiddel 2’-fucosyllactose
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is er bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) een Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vastgesteld. |
|
(3) |
2′-Fucosyllactose uit synthetische en microbiële bron is als toegelaten nieuw voedingsmiddel opgenomen in de Unielijst in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/376 van de Commissie (3) is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (4) een vergunning verleend voor het in de handel brengen van synthetisch 2′-fucosyllactose als nieuw voedselingrediënt. |
|
(5) |
Op 23 juni 2016 heeft de onderneming Glycom A/S (“de aanvrager”) de Commissie overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97 in kennis gesteld van haar voornemen om 2′-fucosyllactose geproduceerd door bacteriële fermentatie met Escherichia coli stam K-12 in de handel te brengen. 2′-Fucosyllactose van microbiële oorsprong, geproduceerd met behulp van Escherichia coli stam K-12, is op basis van die kennisgeving bij de vaststelling van de Unielijst opgenomen in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen. |
|
(6) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2201 van de Commissie (5) is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 een vergunning verleend voor het in de handel brengen van 2′-fucosyllactose geproduceerd met behulp van Escherichia coli stam BL21 als nieuw voedselingrediënt. |
|
(7) |
Op 13 oktober 2022 heeft de aanvrager overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend voor een wijziging van de gebruiksvoorwaarden van 2′-fucosyllactose. De aanvrager verzocht om schrapping van de verplichte voorwaarde dat, wanneer 2′-fucosyllactose in combinatie met lacto-N-neotetraose wordt gebruikt in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6), en in voor peuters bestemde dranken op basis van melk en soortgelijke producten, in de momenteel toegestane gehalten van maximaal 1,2 g/l, deze slechts in een verhouding van 2:1 mogen worden gebruikt (twee delen 2′-fucosyllactose en één deel lacto-N-neotetraose). |
|
(8) |
In de aanvraag voor de voorgestelde wijziging van de gebruiksvoorwaarden van 2′-fucosyllactose was de aanvrager van mening dat de verplichte verhouding van 2:1 (twee delen 2′-fucosyllactose en één deel lacto-N-neotetraose) wanneer deze samen worden gebruikt in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013, en in voor peuters bestemde dranken op basis van melk en soortgelijke producten, onnodig de mogelijkheden voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven beperkt om deze levensmiddelen met verschillende verhoudingen van die twee oligosachariden in de handel te brengen. |
|
(9) |
De Commissie is van mening dat de gevraagde actualisering van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen waarschijnlijk geen gevolgen zal hebben voor de menselijke gezondheid en dat een veiligheidsbeoordeling door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 niet nodig is. In dit verband heeft de EFSA in het recente advies (7) geconcludeerd dat het gebruik van alleen 2′-fucosyllactose of alleen lacto-N-neotetraose in voedingssupplementen zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) bij de momenteel toegestane maximumhoeveelheden van respectievelijk 1,2 g/dag of maximaal 0,6 mg/dag veilig is en dat de daaruit voortvloeiende inname van elk van deze oligosachariden door deze toepassingen lager zou zijn dan de inname van lacto-N-neotetraose of 2′-fucosyllactose uit menselijke melk die van nature deze stoffen bevat. |
|
(10) |
De in de aanvraag verstrekte informatie en het advies van de EFSA bieden voldoende redenen om vast te stellen dat de wijzigingen in de gebruiksvoorwaarden van het nieuwe voedingsmiddel 2′-fucosyllactose in overeenstemming zijn met de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283 en moeten worden goedgekeurd. |
|
(11) |
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/376 van de Commissie van 11 maart 2016 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van 2′-O-fucosyllactose als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 70 van 16.3.2016, blz. 27).
(4) Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2201 van de Commissie van 27 november 2017 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van 2′-fucosyllactose dat is geproduceerd met behulp van Escherichia coli stam BL21, als nieuw voedselingrediënt op grond van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 313 van 29.11.2017, blz. 5).
(6) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).
(7) EFSA Journal 2022;20(5):7257.
(8) Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).
BIJLAGE
In tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt de vermelding voor 2’-fucosyllactose vervangen door:
|
Toegelaten nieuw voedingsmiddel |
Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt |
Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften |
Andere voorschriften |
|||||||
|
“2’-Fucosyllactose |
Gespecificeerde levensmiddelencategorie |
Maximumgehalten |
|
|
||||||
|
Producten op basis van niet-gearomatiseerde, gepasteuriseerde en gesteriliseerde (met inbegrip van UHT-sterilisatie) melk |
1,2 g/l |
|||||||||
|
Producten op basis van niet-gearomatiseerde en gefermenteerde melk |
1,2 g/l voor dranken |
|||||||||
|
19,2 g/kg voor andere producten dan dranken |
||||||||||
|
Producten op basis van gearomatiseerde en gefermenteerde melk, met inbegrip van producten die een warmtebehandeling hebben ondergaan |
1,2 g/l voor dranken |
|||||||||
|
19,2 g/kg voor andere producten dan dranken |
||||||||||
|
Zuivelanalogen, inclusief koffiewitmakers |
1,2 g/l voor dranken |
|||||||||
|
12 g/kg voor andere producten dan dranken |
||||||||||
|
400 g/kg voor witmakers |
||||||||||
|
Graanrepen |
12 g/kg |
|||||||||
|
Tafelzoetstoffen |
200 g/kg |
|||||||||
|
Volledige zuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 |
1,2 g/l in het gebruiksklare eindproduct, als zodanig verkocht of na oplossen volgens de instructies van de fabrikant |
|||||||||
|
Opvolgzuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 |
1,2 g/l in het gebruiksklare eindproduct, als zodanig verkocht of na oplossen volgens de instructies van de fabrikant |
|||||||||
|
Bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters als gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 |
12 g/kg voor andere producten dan dranken |
|||||||||
|
1,2 g/l voor gebruiksklare vloeibare levensmiddelen, als zodanig verkocht of na oplossen volgens de instructies van de fabrikant |
||||||||||
|
Op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten bestemd voor peuters |
1,2 g/l voor op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten in het gebruiksklare eindproduct, als zodanig verkocht of na oplossen volgens de instructies van de fabrikant |
|||||||||
|
Voeding voor medisch gebruik zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013 |
Overeenkomstig de bijzondere voedingsbehoeften van degenen voor wie de producten bestemd zijn |
|||||||||
|
De dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing als omschreven in Verordening (EU) nr. 609/2013 |
4,8 g/l voor dranken |
|||||||||
|
40 g/kg voor repen |
||||||||||
|
Brood en deegwaren met vermeldingen over de afwezigheid of verminderde aanwezigheid van gluten overeenkomstig de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014 |
60 g/kg |
|||||||||
|
Gearomatiseerde dranken |
1,2 g/l |
|||||||||
|
Koffie, thee (met uitzondering van zwarte thee), vruchten- en kruidenthee, cichorei; extracten van thee, vruchten- en kruidenthee en cichorei; thee-, planten-, vruchten- en graanbereidingen voor infusies, alsmede mengsels en instantmengsels van deze producten |
9,6 g/l — het maximumgehalte geldt voor het gebruiksklare product |
|||||||||
|
Voedingssupplementen zoalsz gedefinieerd in Richtlijn 2002/46/EG voor de algemene bevolking, met uitzondering van zuigelingen |
3,0 g/dag voor de algemene bevolking |
|||||||||
|
1,2 g/dag voor peuters |
||||||||||
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/73 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/951 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wat betreft de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel eiwitextract uit varkensnieren
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) een Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vastgesteld. |
|
(3) |
Eiwitextract uit varkensnieren is in de Unielijst in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 opgenomen als toegelaten nieuw voedingsmiddel. |
|
(4) |
Op 29 februari 2012 heeft de onderneming Sciotec Diagnostic Technologies GmbH overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (3) de Commissie in kennis gesteld van haar voornemen om eiwitextract uit varkensnieren in de handel te brengen als nieuw voedselingrediënt voor gebruik in voeding voor medisch gebruik als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) en in voedingssupplementen als gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (5). Op basis van die kennisgeving is eiwitextract uit varkensnieren in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen opgenomen toen die lijst is opgesteld. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/973 van de Commissie (6) zijn de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel eiwitextract uit varkensnieren gewijzigd om ommantelde tabletten toe te voegen als een toegelaten vorm van eiwitextract uit varkensnieren voor gebruik in voedingssupplementen zoals gedefinieerd in Richtlijn 2002/46/EG, en in voeding voor medisch gebruik zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013, in aanvulling op de toegelaten ommantelde pellets. |
|
(6) |
Op 11 juli 2022 heeft de onderneming Bioiberica S.A.U. (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend voor een wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel eiwitextract uit varkensnieren om een productieproces toe te voegen waarbij de varkensnieren een aantal keren met aceton worden gewassen, gevolgd door droogfasen waarbij een warmtebehandeling wordt toegepast, vermaling en zeven, en waarbij de uiteindelijke vorm van het nieuwe voedingsmiddel een lichtbruin poeder is dat wordt geformuleerd als maagsapresistente capsules of als omhulde maagsapresistente pellets of maagsapresistente tabletten, zodat het de actieve plaatsen van de spijsvertering kan bereiken. De aanvrager heeft ook om toelating verzocht van het gebruik van ultrahogedrukvloeistofchromatografie met fluorescentiedetectie (“UHPLC-FLD”) als aanvulling op de momenteel toegelaten methode voor de bepaling van de enzymactiviteit van diamineoxydase (“DAO”) in uit varkensnieren geëxtraheerde eiwitten. Bij deze methode wordt de activiteit van DAO uitgedrukt in andere meeteenheden (“mU”) dan die welke momenteel zijn toegelaten. De aanvrager heeft zijn verzoek om toevoeging van een nieuw productieproces gemotiveerd met het feit dat zijn productieproces robuust en consistent is bij de productie van het nieuwe voedingsmiddel overeenkomstig de toegelaten specificaties en bovendien niet door octrooien van derden wordt beschermd, aangezien de aanvrager en andere exploitanten van levensmiddelenbedrijven om die reden geen gebruik kunnen maken van het momenteel toegelaten productieproces voor het nieuwe voedingsmiddel. Als motivering van zijn verzoek om toelating van het gebruik van de UHPLC-FLD-methode om de activiteit van DAO te meten, voert de aanvrager aan dat dit een bekende en gemakkelijk te valideren en toe te passen methode is, die even betrouwbaar is als de momenteel toegelaten REA-methode (“Radio Extraction Assay”). |
|
(7) |
De Commissie is van oordeel dat de gevraagde bijwerking van de Unielijst naar verwachting geen gevolgen zal hebben voor de menselijke gezondheid en dat een veiligheidsbeoordeling door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 niet nodig is. Het productieproces waarbij de acetonwassingsmethode wordt toegepast, gevolgd door droogfasen waarbij een warmtebehandeling wordt toegepast, vermaling en zeven, resulteert in de productie van een nieuw voedingsmiddel dat aan alle toegelaten specificaties voldoet en alleen qua vorm (poeder) en kleur (lichtbruin) verschilt. De veranderingen in de fysieke vorm en het uiterlijk van het nieuwe voedingsmiddel dat door middel van de methode met acetonwassing wordt verkregen, hebben naar verwachting geen gevolgen voor de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel, mits aan de toegelaten gebruiksvoorwaarden en specificaties wordt voldaan. Het gebruik van capsules is momenteel toegelaten voor het nieuwe voedingsmiddel in de vorm van maagsapresistente pellets en het gebruik ervan voor de poedervorm van het nieuwe voedingsmiddel heeft naar verwachting evenmin gevolgen voor het veiligheidsprofiel van dit toegelaten nieuwe voedingsmiddel. |
|
(8) |
Het gebruik van aceton als oplosmiddel bij de bereiding van levensmiddelen is toegestaan op grond van Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) en de EFSA heeft acetongehalten tot en met 5 000 mg/kg beoordeeld in het kader van de veiligheidsbeoordeling van de aanvraag tot toelating van nicotinamideribosidechloride als nieuw voedingsmiddel (8) waarvoor het voorgestelde gebruik en de daaruit voortvloeiende verwachte inname identiek zijn aan het gebruik en de inname van eiwitextract uit varkensnieren. De Commissie is echter van mening dat aceton, bij wijze van extra veiligheidsgarantie, als parameter aan de specificaties van eiwitextract uit varkensnieren dat door middel van het productieproces met acetonwassing wordt geproduceerd, moet worden toegevoegd in dezelfde hoeveelheden (≤ 5 000 mg/kg) die door de EFSA zijn beoordeeld en die zijn opgenomen in de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel nicotinamideribosidechloride dat bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/16 van de Commissie (9) is toegelaten. |
|
(9) |
Daarnaast is de Commissie van mening dat de opname in de Unielijst van de UHPLC-FLD-methode voor de bepaling van de enzymactiviteit van DAO en de uitdrukking van de resultaten daarvan in andere meeteenheden, als aanvulling op de momenteel toegelaten methode en meeteenheden, exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de handhavingsinstanties van de lidstaten een andere methode zullen bieden om de prestaties en kwaliteit van het in de handel gebrachte nieuwe voedingsmiddel te verifiëren. |
|
(10) |
De in de aanvraag verstrekte informatie bevat voldoende redenen om vast te stellen dat de voorgestelde wijzigingen van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel eiwitextract uit varkensnieren in overeenstemming zijn met de voorwaarden van artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283 en moeten worden goedgekeurd. |
|
(11) |
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).
(4) Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35).
(5) Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/973 van de Commissie van 6 juli 2020 tot goedkeuring van een wijziging van de gebruiksvoorwaarden voor het nieuwe voedingsmiddel “eiwitextract uit varkensnieren” en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 (PB L 215 van 7.7.2020, blz. 7).
(7) Richtlijn 2009/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gebruik van extractiemiddelen bij de productie van levensmiddelen en bestanddelen daarvan (PB L 141 van 6.6.2009, blz. 3).
(8) EFSA Journal 2019;17(8):5775.
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/16 van de Commissie van 10 januari 2020 tot toelating van het in de handel brengen van nicotinamideribosidechloride als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 7 van 13.1.2020, blz. 6).
BIJLAGE
In tabel 2 (Specificaties) van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt de vermelding voor “eiwitextract uit varkensnieren” vervangen door het volgende:
|
Toegelaten nieuw voedingsmiddel |
Specificaties |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
“Eiwitextract uit varkensnieren |
Omschrijving/definitie: Het eiwitextract wordt verkregen uit gehomogeniseerde varkensnieren door een combinatie van zoutprecipitatie en centrifugatie met hoge snelheid. De verkregen neerslag bevat hoofdzakelijk eiwitten met 7 % van het enzym diamineoxydase (enzymennomenclatuur EC 1.4.3.22) en wordt weer in suspensie gebracht in een fysiologisch buffersysteem. Het verkregen varkensnierextract wordt geformuleerd als omhulde maagsapresistente pellets of maagsapresistente tabletten, zodat het de actieve plaatsen van de spijsvertering kan bereiken. Basisproduct: Specificatie: eiwitextract uit varkensnieren met een natuurlijk gehalte aan diamineoxydase (DAO)
Microbiologische criteria:
Eindproduct: Specificatie eiwitextract uit varkensnieren met een natuurlijk gehalte aan DAO (EC 1.4.3.22) in een ommantelde formulering:
Microbiologische criteria:
|
Omschrijving/definitie: Het eiwitextract wordt verkregen uit gehomogeniseerde varkensnieren door middel van een reeks stappen waarbij de gehomogeniseerde varkensnieren een aantal keren met aceton worden gewassen om ze te ontvetten en te dehydrateren, gevolgd door uitlekken, drogen, vermalen en zeven om een poeder te produceren dat hoofdzakelijk eiwitten met een (gemiddeld) gehalte aan het enzym diamineoxydase (enzymennomenclatuur EC 1.4.3.22) van 7-9 % bevat. Het varkensnierextract in poedervorm wordt geformuleerd als maagsapresistente capsules of als omhulde maagsapresistente pellets of maagsapresistente tabletten, zodat het de actieve plaatsen van de spijsvertering kan bereiken. Basisproduct: Specificatie: eiwitextract uit varkensnieren met een natuurlijk gehalte aan diamineoxydase (DAO)
Oplosmiddelresten:
Microbiologische criteria:
Eindproduct: Specificatie eiwitextract uit varkensnieren met een natuurlijk gehalte aan DAO (EC 1.4.3.22) in een ommantelde formulering:
Microbiologische criteria:
mU: milliUnit (uitgedrukt in mU/mg) meet de hoeveelheid histamine, in nanomol (nmol), die per minuut door DAO wordt afgebroken door middel van ultrahogedrukvloeistofchromatografie met fluorescentiedetectie (UHPLC-FLD) (O. Comas-Basté et al. Analytical and Bioanalytical Chemistry 411, blz. 7595-7602 (2019)). 1 mU komt overeen met 48 000 HDU van de DAO REA-methode (DAO Radio Extraction Assay).” |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/79 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/952 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013 wat betreft de naam van de houder van de vergunning voor het primaire rookaromaproduct “‘TradismokeTM A MAX” (unieke code SF-007)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 2065/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 10 november 2003 inzake in of op levensmiddelen gebruikte of te gebruiken rookaroma’s (1), en met name artikel 11,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 17 maart 2022 werd namens Nactis (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2065/2003 een aanvraag ingediend tot wijziging van de naam van de houder van de vergunning voor het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX”, dat is opgenomen in de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013 van de Commissie (2). |
|
(2) |
In de aanvraag stelde de aanvrager dat de vergunning voor het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX” moest worden overgedragen aan JRS, J. Rettenmaier & Söhne GmbH & Co. KG. Ter ondersteuning van zijn verklaring heeft de aanvrager het bewijs geleverd van de instemming van de partijen met de overdracht van het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX”. |
|
(3) |
De voorgestelde wijziging van de vergunninghouder is louter administratief en vereist geen nieuwe beoordeling van het desbetreffende product. |
|
(4) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Met het oog op een soepele overgang moet worden bepaald dat het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX”, daarvan afgeleide rookaroma’s en levensmiddelen die dat primaire rookaromaproduct of daarvan afgeleide rookaroma’s bevatten, die voldoen aan de voorschriften die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing waren, verder in de handel mogen worden gebracht en mogen worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013
In de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013 wordt de vermelding betreffende het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX” (unieke code SF-007) als volgt gewijzigd:
|
1) |
In de derde rij “Naam van de vergunninghouder” wordt het woord “Nactis” vervangen door de woorden “JRS, J. Rettenmaier & Söhne GmbH & Co. KG”. |
|
2) |
In de vierde rij “Adres van de vergunninghouder” worden de woorden “36, rue Gutenberg — ZI La marinière, 91070 Bondoufle, FRANKRIJK” vervangen door de woorden “Holzmühle 1, 73494 Rosenberg, DUITSLAND”. |
Artikel 2
Overgangsmaatregelen
Het primaire rookaromaproduct “TradismokeTM A MAX” dat is opgenomen in de tabel in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013, daarvan afgeleide rookaroma’s en levensmiddelen die dat primaire rookaromaproduct of daarvan afgeleide rookaroma’s bevatten, en die vóór 4 juni 2023 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de vóór 4 juni 2023 toepasselijke voorschriften, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 309 van 26.11.2003, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1321/2013 van de Commissie van 10 december 2013 tot vaststelling van de EU-lijst van toegelaten primaire rookaromaproducten voor gebruik als zodanig in of op levensmiddelen en/of voor de bereiding van afgeleide rookaroma’s (PB L 333 van 12.12.2013, blz. 54).
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/81 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/953 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 wat betreft de regels voor het tariefcontingent voor de uitvoer van melkpoeder naar de Dominicaanse Republiek
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 187,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie (2) bevat de regels voor het beheer van tariefcontingenten voor de invoer en uitvoer van landbouwproducten die onder een stelsel van invoer- en uitvoercertificaten vallen, en bevat specifieke voorschriften ter zake. |
|
(2) |
Op grond van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten (3) mag de Dominicaanse Republiek met ingang van 1 juli 2023 een onbeperkte hoeveelheid melkpoeder uit de Unie invoeren tegen nultarief. Bijgevolg en duidelijkheidshalve moeten de bepalingen inzake het tariefcontingent voor de uitvoer van melkpoeder uit de Unie naar de Dominicaanse Republiek met ingang van de volgende periode voor de indiening van certificaataanvragen worden geschrapt uit Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761. |
|
(3) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(4) |
De maatregelen van de onderhavige verordening zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De artikelen 55, 56 en 57 worden geschrapt; |
|
2) |
Bijlage I en bijlage XIII, deel B — Sector: melk, worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van de eerste periode voor de indiening van certificaataanvragen voor de tariefcontingentperiode die ingaat op 1 juli 2023.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het systeem voor het beheer van tariefcontingenten met certificaten (PB L 185 van 12.6.2020, blz. 24).
(3) Besluit 2008/805/EG van de Raad van 15 juli 2008 tot ondertekening en voorlopige toepassing van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (PB L 289 van 30.10.2008, blz. 1).
BIJLAGE
Bijlage I en bijlage XIII, deel B — Sector: melk, bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
In bijlage I wordt de volgende rij geschrapt:
|
|
2) |
In bijlage XIII, deel B — Sector: melk, wordt de volgende tabel geschrapt:
|
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/84 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/954 VAN DE COMMISSIE
van 12 mei 2023
tot rectificatie van de bijlagen XIII, XIV en XXII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 wat betreft de lijsten van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen vers vlees van hoefdieren, pluimvee en vederwild, en van bepaalde soorten en categorieën dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong waarvoor de Unie niet de eindbestemming is, is toegestaan
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 230, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2016/429 bevat onder andere de diergezondheidsvoorschriften voor de binnenkomst in de Unie van zendingen van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong, en is sinds 21 april 2021 van toepassing. Een van die diergezondheidsvoorschriften houdt in dat die zendingen afkomstig moeten zijn uit een overeenkomstig artikel 230, lid 1, van die verordening in de lijst opgenomen derde land of gebied of een zone of compartiment daarvan. |
|
(2) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie (2) vormt een aanvulling op Verordening (EU) 2016/429 wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor de binnenkomst in de Unie van zendingen van bepaalde soorten en categorieën dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong uit derde landen of gebieden, of zones of compartimenten daarvan. In Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 is bepaald dat de binnenkomst in de Unie van zendingen dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong die binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen, alleen wordt toegestaan als zij afkomstig zijn uit een derde land of gebied, of een zone of compartiment daarvan, dat/die voor de specifieke soorten en categorieën dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong in de lijst is opgenomen overeenkomstig de in die gedelegeerde verordening vastgestelde diergezondheidsvoorschriften. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 van de Commissie (3) zijn de lijsten van derde landen of gebieden, of zones of compartimenten daarvan vastgesteld waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen van die soorten en categorieën dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong die binnen het toepassingsgebied van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 vallen, is toegestaan. De bijlagen I tot en met XXII bij die gedelegeerde verordening bevatten de lijsten alsook bepaalde algemene regels betreffende de lijsten. Ten tijde van de vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 zijn gelijkaardige lijsten vastgesteld in verscheidene handelingen van de Commissie, waaronder Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie (4) voor zendingen pluimvee en pluimveeproducten, en Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie (5) voor zendingen van bepaalde dieren en vers vlees. De Verordeningen (EG) nr. 798/2008 en (EU) nr. 206/2010 zijn met ingang van 21 april 2021 ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692. |
|
(4) |
De tabel in deel 1 van bijlage XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 bevat de lijst van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen vers vlees van hoefdieren is toegestaan. In de titel van kolom 7 van die tabel moet een voetnoot worden ingevoegd om de voetnoot in de titel van kolom 7 van de tabel in deel 1 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 206/2010 te weerspiegelen, waarin wordt bepaald dat vers vlees van vóór de uiterste datum geslachte en gecertificeerde hoefdieren slechts voor een beperkte periode in de Unie mag worden binnengebracht. |
|
(5) |
Bovendien moet in kolom 5 van de tabel in deel 1 van bijlage XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 in de vermelding voor zone BR-2 in Brazilië de specifieke voorwaarde “Geen vaccinatie” worden ingevoegd om de aanvullende garantie “H” in deel 2 van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 206/2010 te weerspiegelen, aangezien in dat gebied in Brazilië geen vaccinatie tegen mond-en-klauwzeer wordt uitgevoerd en de bevoegde autoriteit van Brazilië daarom een regelmatige serologische surveillance moet uitvoeren om aan te tonen dat het mond-en-klauwzeervirus er niet circuleert. De tabel in deel 1 van bijlage XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 moet daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd. |
|
(6) |
De tabel in deel 1 van bijlage XIV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 bevat de lijst van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen vers vlees van pluimvee en vederwild is toegestaan. In de titel van kolom 6 van die tabel moet een voetnoot worden ingevoegd om de voetnoot in de titel van kolom 6A van de tabel in deel 1 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 798/2008 te weerspiegelen, waarin wordt bepaald dat vers vlees van vóór de uiterste datum geslacht en gecertificeerd pluimvee en vederwild slechts voor een beperkte periode in de Unie mag worden binnengebracht. De tabel in deel 1 van bijlage XIV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 moet daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd. |
|
(7) |
In de tabel in deel 1 van bijlage XXII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 is onder meer een lijst vastgesteld van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van zendingen van bepaalde soorten en categorieën dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong waarvoor de Unie niet de eindbestemming is, is toegestaan. In kolom 5 van die tabel moet in de vermelding voor zone RU-2 in Rusland een schrijffout met betrekking tot de naam van het voor die zone vermelde diergezondheidscertificaat “BOV-X” worden verbeterd in “BOV-X-TRANSIT-RU”, wat overeenkomst met het model van diergezondheidscertificaat voor de binnenkomst in de Unie van runderen die bestemd zijn voor doorvoer vanuit de regio Kaliningrad naar andere regio’s van Rusland via het grondgebied van Litouwen, als vastgesteld in hoofdstuk 3 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 van de Commissie (6). De tabel in deel 1 van bijlage XXII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
De bijlagen XIII, XIV en XXII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 moeten daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd. |
|
(9) |
Aangezien Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 met ingang van 21 april 2021 van toepassing is, moeten de correcties die bij deze verordening in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 worden aangebracht, omwille van de rechtszekerheid en om de handel te vergemakkelijken, met spoed in werking treden. |
|
(10) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen XIII, XIV en XXII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 worden gerectificeerd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 mei 2023.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/692 van de Commissie van 30 januari 2020 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de binnenkomst in de Unie en het na binnenkomst verplaatsen van en werken met zendingen van bepaalde dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 379).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden of zones daarvan waaruit de binnenkomst in de Unie van dieren, levende producten en producten van dierlijke oorsprong is toegestaan overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 114 van 31.3.2021, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 798/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 tot vaststelling van een lijst van derde landen, gebieden, zones of compartimenten waaruit pluimvee en pluimveeproducten mogen worden ingevoerd in en doorgevoerd door de Gemeenschap, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 226 van 23.8.2008, blz. 1).
(5) Verordening (EU) nr. 206/2010 van de Commissie van 12 maart 2010 tot vaststelling van lijsten van derde landen en gebieden, of delen daarvan, waaruit bepaalde dieren en vers vlees in de Europese Unie mogen worden binnengebracht, en van de voorschriften inzake veterinaire certificering (PB L 73 van 20.3.2010, blz. 1).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/403 van de Commissie van 24 maart 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429 en (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft modellen van diergezondheidscertificaten en modellen van diergezondheids-/officiële certificaten voor de binnenkomst in de Unie en verplaatsingen tussen lidstaten van zendingen van bepaalde categorieën landdieren en levende producten daarvan, en officiële certificering van dergelijke certificaten, en tot intrekking van Besluit 2010/470/EU (PB L 113 van 31.3.2021, blz. 1).
BIJLAGE
|
1) |
Bijlage XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/404 wordt als volgt gerectificeerd:
|
|
2) |
In bijlage XIV, deel 1, afdeling B, worden de titels van de tabel vervangen door:
|
|
3) |
In de tabel in deel 1 van bijlage XXII wordt de vermelding voor zone RU-2 in Rusland vervangen door:
|
(1) Zendingen vers vlees van hoefdieren die vóór de in kolom 7 vermelde datum zijn geslacht en gecertificeerd, mogen gedurende de periode van 90 dagen na die datum in de Unie worden binnengebracht.”;
(2) Zendingen vers vlees van pluimvee en vederwild dat vóór de in kolom 6 vermelde datum is geslacht en gecertificeerd, mogen gedurende de periode van 90 dagen na die datum in de Unie worden binnengebracht.”.
Rectificaties
|
15.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 128/89 |
Rectificatie van Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (codificatie)
( Publicatieblad van de Europese Unie L 330 van 23 december 2022 )
Bladzijde 66, bijlage II, punt 6 “EU-model voor de kwalificatiekaart bestuurder”:
in plaats van:
“
lezen:
“