ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 77

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

66e jaargang
16 maart 2023


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/582 van de Commissie van 9 maart 2023 tot inschrijving van een naam in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten [Суджук Търновски/Sudzhuk Tarnovski/Търновски Суджук/Tarnovski Sudzhuk (GTS)]

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/583 van de Commissie van 15 maart 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot uit Maleisië verzonden citroenzuur, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

3

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/584 van de Commissie van 15 maart 2023 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 van de Commissie tot verlening van een vergunning voor L-methionine geproduceerd door Corynebacterium glutamicum KCCM 80245 en Escherichia coli KCCM 80246 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten ( 1 )

5

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2023/585 van de Commissie van 15 maart 2023 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 tot verlening van een vergunning voor 3-ethylcyclopentaan-1,2-dion, 4-hydroxy-2,5-dimethylfuran-3(2H)-on, 4,5-dihydro-2-methylfuran-3(2H)-on, eugenol, 1-methoxy-4-prop-1(trans)-enyl)benzeen, α-pentylkaneelaldehyde, α-hexylkaneelaldehyde en 2-acetylpyridine als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor bepaalde diersoorten ( 1 )

7

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2023/586 van de Raad van 13 maart 2023 tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

9

 

 

REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING

 

*

Besluit Nr. 2020/04 van het regionaal stuurcomité van de Vervoersgemeenschap inzake de reisregels voor personeelsleden van de Vervoersgemeenschap [2023/587]

11

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2268 van de Commissie van 6 september 2021 tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen wat betreft de onderliggende methodologie voor en de presentatie van prestatiescenario’s, de presentatie van kosten en de methodologie voor de berekening van samenvattende kostenindicatoren, de presentatie en inhoud van informatie over prestaties in het verleden en de presentatie van kosten door verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) die een scala van beleggingsopties bieden, en de afstemming van de overgangsregeling van artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad voor priip-ontwikkelaars die rechten van deelneming in fondsen als onderliggende beleggingsopties aanbieden, op de in dat artikel vastgestelde verlengde overgangsregeling ( PB L 455 I van 20.12.2021 )

18

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) 2022/2583 van de Raad van 19 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2278 houdende schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde landbouw- en industrieproducten ( PB L 340 van 30.12.2022 )

19

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/582 VAN DE COMMISSIE

van 9 maart 2023

tot inschrijving van een naam in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten [“Суджук Търновски/Sudzhuk Tarnovski/Търновски Суджук/Tarnovski Sudzhuk” (GTS)]

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Bulgarije ingediende aanvraag tot registratie van de naam “Суджук Търновски/Sudzhuk Tarnovski/Търновски Суджук/Tarnovski Sudzhuk” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Aangezien de Commissie geen enkel met redenen omkleed bezwaarschrift overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de naam “Суджук Търновски/Sudzhuk Tarnovski/Търновски Суджук/Tarnovski Sudzhuk” worden ingeschreven in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De naam “Суджук Търновски/Sudzhuk Tarnovski/Търновски Суджук/Tarnovski Sudzhuk” (GTS) wordt ingeschreven in het register van gegarandeerde traditionele specialiteiten.

Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.2 van bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 maart 2023.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Janusz WOJCIECHOWSKI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)   PB C 458 van 1.12.2022, blz. 27.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/583 VAN DE COMMISSIE

van 15 maart 2023

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot uit Maleisië verzonden citroenzuur, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 14, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 van de Commissie (2) zijn definitieve antidumpingrechten ingesteld op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

(2)

Weifang Ensign Industry Co., Ltd, aanvullende Taric (3)-code A882, een onderneming waarop een individueel antidumpingrecht van 33,8 % van toepassing is, heeft de Commissie op 9 juni 2022 meegedeeld dat zij haar naam had gewijzigd in Shandong Ensign Industry Co., Ltd.

(3)

De onderneming heeft de Commissie verzocht te bevestigen dat de naamswijziging niet van invloed is op haar aanspraak op het individuele antidumpingrecht dat onder haar vroegere naam op haar van toepassing was.

(4)

De Commissie heeft de verstrekte informatie onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat de naamswijziging naar behoren bij de bevoegde autoriteiten is geregistreerd en niet heeft geleid tot nieuwe betrekkingen met andere groepen ondernemingen die niet door de Commissie zijn onderzocht.

(5)

Deze naamswijziging is dus niet van invloed op de bevindingen van de Commissie in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607, en met name niet op het antidumpingrecht dat op de onderneming van toepassing is.

(6)

De naamswijziging moet gelden met ingang van de datum waarop de onderneming haar naam officieel heeft gewijzigd, namelijk 26 mei 2022. De aanvrager heeft de kennisgeving van goedkeuring van de naamswijziging door de plaatselijke autoriteiten verstrekt, waarin deze datum wordt bevestigd.

(7)

Gezien de constateringen in de bovenstaande overwegingen heeft de Commissie het passend geacht Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 te wijzigen om de gewijzigde naam van de onderneming waaraan eerder aanvullende Taric-code A882 was toegewezen, in aanmerking te nemen.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 wordt als volgt gewijzigd:

“Weifang Ensign Industry Co., Ltd.

A882”

wordt vervangen door

“Shandong Ensign Industry Co., Ltd.

A882”

2.   De aanvullende Taric-code A882, die eerder was toegekend aan Weifang Ensign Industry Co., Ltd, is met ingang van 26 mei 2022 van toepassing op Shandong Ensign Industry Co., Ltd Alle definitieve rechten die zijn betaald op de invoer van door Shandong Ensign Industry Co., Ltd vervaardigde producten die het bij artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 ten aanzien van Weifang Ensign Industry Co., Ltd vastgestelde antidumpingrecht overstijgen, worden terugbetaald of kwijtgescholden overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 maart 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 van de Commissie van 14 april 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot uit Maleisië verzonden citroenzuur, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 129 van 15.4.2021, blz. 73).

(3)  Het geïntegreerde tarief van de Europese Unie.


16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/584 VAN DE COMMISSIE

van 15 maart 2023

tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 van de Commissie tot verlening van een vergunning voor L-methionine geproduceerd door Corynebacterium glutamicum KCCM 80245 en Escherichia coli KCCM 80246 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 van de Commissie (2) is voor een periode van tien jaar een vergunning verleend voor het gebruik van L-methionine geproduceerd door Corynebacterium glutamicum KCCM 80245 en Escherichia coli KCCM 80246 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten.

(2)

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 is de vermelding betreffende het maximumvochtgehalte en het percentage andere aminozuren in het als “3c305ii” geïdentificeerde toevoegingsmiddel onjuist.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 moet daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd.

(4)

Om verstoringen van het in de handel brengen van het toevoegingsmiddel voor diervoeding als gevolg van de fout in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 te voorkomen, moet deze verordening met spoed in werking treden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 wordt in de kolom “Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode”, wat betreft de vermelding voor het toevoegingsmiddel L-methionine met “3c305ii”, de formulering:

“Preparaat van L-methionine met een minimumgehalte van 90 % en een maximumvochtgehalte van 0,5 %

andere aminozuren ≤ 0,63 %” vervangen door:

“Preparaat van L-methionine met een minimumgehalte van 90 % en een maximumvochtgehalte van 1,5 %

andere aminozuren ≤ 0,70 %;”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 15 maart 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1493 van de Commissie van 8 september 2022 tot verlening van een vergunning voor L-methionine geproduceerd door Corynebacterium glutamicum KCCM 80245 en Escherichia coli KCCM 80246 als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor alle diersoorten (PB L 234 van 9.9.2022, blz. 18).


16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2023/585 VAN DE COMMISSIE

van 15 maart 2023

tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 tot verlening van een vergunning voor 3-ethylcyclopentaan-1,2-dion, 4-hydroxy-2,5-dimethylfuran-3(2H)-on, 4,5-dihydro-2-methylfuran-3(2H)-on, eugenol, 1-methoxy-4-prop-1(trans)-enyl)benzeen, α-pentylkaneelaldehyde, α-hexylkaneelaldehyde en 2-acetylpyridine als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor bepaalde diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 van de Commissie (2) is voor een periode van tien jaar een vergunning verleend voor het gebruik van eugenol en 1-methoxy-4(prop-1(trans)-enyl)benzeen als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor bepaalde diersoorten.

(2)

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 wordt in de vermelding met betrekking tot de productiemethode voor de twee bovengenoemde toevoegingsmiddelen ten onrechte alleen naar de productie door chemische synthese verwezen, terwijl in het geval van eugenol ook moet worden verwezen naar de extractie uit kruidnagels of kruidnagelolie en in het geval van 1-methoxy-4-(prop-1(trans)-enyl)benzeen naar de extractie uit pijnolie.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 moet daarom dienovereenkomstig worden gerectificeerd.

(4)

Om verstoringen van het in de handel brengen van de toevoegingsmiddelen voor diervoeding als gevolg van de fouten in Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 te voorkomen, moet deze verordening met spoed in werking treden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 worden, in de vermelding voor het als “2b04003” geïdentificeerde toevoegingsmiddel eugenol, in de kolom “Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode” de woorden “Geproduceerd door chemische synthese” vervangen door: “Geproduceerd door chemische synthese of door extractie uit kruidnagels of kruidnagelolie”.

2.   In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 worden, in de vermelding voor het als “2b04010” geïdentificeerde toevoegingsmiddel 1-methoxy-4-(prop-1(trans)-enyl)benzeen, in de kolom “Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode” de woorden “Geproduceerd door chemische synthese” vervangen door: “Geproduceerd door chemische synthese of door extractie uit pijnolie”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 15 maart 2023.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1452 van de Commissie van 1 september 2022 tot verlening van een vergunning voor 3-ethylcyclopentaan-1,2-dion, 4-hydroxy-2,5-dimethylfuran-3(2H)-on, 4,5-dihydro-2-methylfuran-3(2H)-on, eugenol, 1-methoxy-4-prop-1(trans)-enyl)benzeen, α-pentylkaneelaldehyde, α-hexylkaneelaldehyde en 2-acetylpyridine als toevoegingsmiddelen voor diervoeding voor bepaalde diersoorten (PB L 228 van 2.9.2022, blz. 17).


BESLUITEN

16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/9


BESLUIT (EU) 2023/586 VAN DE RAAD

van 13 maart 2023

tot benoeming van een lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 302,

Gezien Besluit (EU) 2019/853 van de Raad van 21 mei 2019 ter bepaling van de samenstelling van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien de voordracht van de Italiaanse regering,

Na raadpleging van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens artikel 300, lid 2, van het Verdrag bestaat het Europees Economisch en Sociaal Comité uit vertegenwoordigers van de organisaties van werkgevers, werknemers en andere vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, met name sociaal-economische en culturele organisaties en burger- en beroepsorganisaties.

(2)

Op 2 oktober 2020 heeft de Raad Besluit (EU) 2020/1392 (2) tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2020 tot en met 20 september 2025 vastgesteld.

(3)

In het Europees Economisch en Sociaal Comité is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het aftreden van mevrouw Marina Elvira CALDERONE.

(4)

De Italiaanse regering heeft de heer Giovanni MARCANTONIO, Delegato del Comitato Unitario Permanente degli Ordini e Collegi Professionali presso le Istituzioni europee e Consigliere Segretario del Consiglio Nazionale dei Consulenti del Lavoro (afgevaardigde van het permanent unitair comité van beroepsverenigingen en -organisaties bij de EU-instellingen, en secretaris-raadslid van de Nationale Raad van arbeidsconsulenten), voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2025, voorgedragen als lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De heer Giovanni MARCANTONIO, Delegato del Comitato Unitario Permanente degli Ordini e Collegi Professionali presso le Istituzioni europee e Consigliere Segretario del Consiglio Nazionale dei Consulenti del Lavoro (afgevaardigde van het Permanent unitair comité van beroepsverenigingen en -organisaties bij de EU-instellingen, en secretaris-raadslid van de Nationale Raad van arbeidsconsulenten), wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 20 september 2025, benoemd tot lid van het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 13 maart 2023.

Voor de Raad

De voorzitter

J. PEHRSON


(1)   PB L 139 van 27.5.2019, blz. 15.

(2)  Besluit (EU) 2020/1392 van de Raad van 2 oktober 2020 tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2020 tot en met 20 september 2025, en tot intrekking en vervanging van Besluit tot benoeming van de leden van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor de periode van 21 september 2020 tot en met 20 september 2025, vastgesteld op 18 september 2020 (PB L 322 van 5.10.2020, blz. 1).


REGLEMENTEN VAN ORDE EN REGLEMENTEN VOOR DE PROCESVOERING

16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/11


BESLUIT Nr. 2020/04 VAN HET REGIONAAL STUURCOMITÉ VAN DE VERVOERSGEMEENSCHAP

inzake de reisregels voor personeelsleden van de Vervoersgemeenschap [2023/587]

HET REGIONAAL STUURCOMITÉ VAN DE VERVOERSGEMEENSCHAP,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap en met name artikel 24, lid 1, en artikel 30,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De reisregels voor personeelsleden van de Vervoersgemeenschap, uiteengezet in de bijlage, worden hierbij aangenomen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Sarajevo, 29 juli 2020.

Voor het regionaal stuurcomité

De voorzitter


BIJLAGE

REISREGELS VOOR PERSONEELSLEDEN VAN DE VERVOERSGEMEENSCHAP

1.   Toepassingsgebied

1.1.

Deze regels gelden voor alle dienstreizen vanuit de standplaats in het belang van de Vervoersgemeenschap.

1.2.

De regels gelden voor alle personeelsleden van de Vervoersgemeenschap die onder het statuut van de Vervoersgemeenschap vallen.

2.   Reisautorisaties

2.1.

Alvorens een dienstreis aan te vatten, moet de dienstreisaanvraag van het personeelslid worden goedgekeurd. Dienstreisaanvragen worden schriftelijk goedgekeurd door de directeur of een door hem gemachtigd personeelslid. In de reisaanvraag worden alle gegevens opgenomen die de directeur nodig heeft om met kennis van zaken een beslissing te nemen, zoals:

het doel van de dienstreis, de bestemming en de aanvangs- en einduren van de vergadering(en);

de duur van de dienstreis met het gebruikte vervoermiddel en de tijden en het traject van de heen- en terugreis, desgevallend met inbegrip van plaatselijk vervoer;

de accommodatie;

de geraamde kosten op basis van een optimale kostenefficiëntie.

2.2.

Het is de verantwoordelijkheid van het personeelslid om vóór de aanvang van de dienstreis de vereiste toestemming te verkrijgen. De dienstreisaanvraag moet door het personeelslid worden bewaard en na afloop van de dienstreis bij de declaratie van de reiskosten worden gevoegd, samen met een reisverslag.

2.3.

Voor dienstreizen van de directeur wordt vooraf een memorandum opgesteld op basis van het model in het aanhangsel; dit memorandum wordt ondertekend door de directeur. In het memorandum worden de reden van de dienstreis en de geplande duur ervan vermeld. De directeur volgt de in dit reglement beschreven gemeenschappelijke procedures.

3.   Vervoer tussen de standplaats en de bestemming van de dienstreis

3.1.

In het algemeen wordt toestemming gegeven voor de in het licht van het doel en de duur van de reis meest kosteneffectieve vervoerswijze.

3.2.

Vliegreizen verlopen via de meest directe route tegen het goedkoopste beschikbare tarief. Als voor vliegtuig- of treintickets die een bepaalde periode van tevoren worden geboekt een gunstiger tarief beschikbaar is wanneer een weekend in de reisdata wordt opgenomen (APEX-tarief — Advance Purchase Excursion), heeft het personeelslid recht op een aanvullende dagvergoeding als het APEX-tarief het laagste beschikbare luchttarief is en daardoor kan worden bespaard op de totale reiskosten.

3.3.

Tweede klasse is de norm voor reizen per trein.

3.4.

Als er geen lucht- of spoorvervoer beschikbaar is of dat vervoer niet kosteneffectief is, mag met de auto of bus worden gereisd.

3.5.

Als reizen per auto is toegestaan, wordt het personeelslid aangemoedigd gebruik te maken van de door de Vervoersgemeenschap gesloten autoverhuurregelingen. De Vervoersgemeenschap zorgt voor de hoogst mogelijke verzekeringsdekking. Als de verzekering niettemin in een retentie voorziet, dekt de Vervoersgemeenschap dat bedrag. De Vervoersgemeenschap is niet aansprakelijk in gevallen waarin de verzekering de schade, het verlies of de diefstal niet dekt.

3.6.

Bij wijze van uitzondering kan het gebruik van een privévoertuig worden toegestaan. In dat geval wordt aan het personeelslid een vergoeding betaald die overeenstemt met de prijs van een treinticket in tweede klasse, overeenkomstig punt 3.3. Als meer dan één personeelslid met hetzelfde privévoertuig reist, ontvangt alleen de eigenaar van het voertuig een vergoeding. Als de Vervoersgemeenschap het gebruik van een privévoertuig toestaat, aanvaardt zij geen aansprakelijkheid voor vorderingen van derden, schade aan het voertuig, en verlies of diefstal van in het voertuig achtergelaten persoonlijke goederen.

3.7.

Personeelsleden mogen alleen particuliere bestemmingen opnemen in de route van een dienstreis als de directeur hen daar expliciet toestemming voor heeft verleend. Als de opname van een privébestemming hogere kosten met zich meebrengt, betaalt het personeelslid het prijsverschil tussen het bedrag van de officiële route en de afwijkende route.

4.   Aankoop van tickets

4.1.

Het boeken van reizen wordt gecentraliseerd binnen de afdeling administratie van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap.

4.2.

Personeelsleden worden geacht hun reisbehoeften zo spoedig mogelijk mee te delen, zodat het goedkoopste tarief kan worden verkregen.

4.3.

De afdeling administratie stuurt de goedgekeurde reisaanvraag naar het erkend reisbureau en bezorgt die terug aan de reiziger. Het reisbureau krijgt van de Vervoersgemeenschap de opdracht geen tickets uit te geven of af te leveren voordat het de goedgekeurde reisaanvraag per fax heeft ontvangen. Voor treinkaartjes geldt dezelfde procedure. Als de treinkaartjes niet via het reisbureau kunnen worden besteld, mogen personeelsleden zelf treinkaartjes kopen en worden zij vergoed na de indiening van de declaratie van de reiskosten.

5.   Reiskosten

De reiskosten die door de Vervoersgemeenschap worden betaald of vergoed op basis van bewijsstukken omvatten:

de vervoerskosten, inclusief vervoer van en naar de luchthaven of een andere plaats van aankomst of vertrek (bv. hotel, andere verblijfplaats, vergaderlocatie, zetel van het permanent secretariaat);

dagvergoedingen;

andere kosten die direct verband houden met de dienstreis en waarvoor op basis van de reisaanvraag toestemming is verleend (bv. extra bagage, visumkosten, kosten voor de deelname aan conferenties, seminars).

6.   Vervoer naar en van luchthavens, havens en stations op de standplaats

In het algemeen moet het personeel gebruikmaken van het openbaar vervoer. Het gebruik van een taxi kan door de directeur evenwel worden toegestaan in gerechtvaardigde gevallen, bijvoorbeeld als twee of meer personeelsleden die op dienstreis gaan een taxi delen, als er geen openbaar vervoer beschikbaar is, of voor verplaatsingen vóór 8.00 uur of na 21.00 uur. De desbetreffende kosten worden vergoed na overlegging van de nodige bewijsstukken. In gerechtvaardigde gevallen kan het gebruik van een privévoertuig worden toegestaan. In die gevallen is de vergoeding beperkt tot de parkeergelden (in de luchthaven, het station of de haven), na overlegging van bewijsstukken.

7.   Vervoer op de plaats van bestemming van de dienstreis

In het algemeen moet het personeel gebruikmaken van het openbaar vervoer. Het gebruik van een taxi is echter toegestaan als het openbaar vervoer geen geschikt alternatief is (bijvoorbeeld om veiligheidsredenen). Door de ondertekening van de declaratie van de reiskosten van het betrokken personeelslid erkent de directeur dat feit. De kosten worden vergoed na overlegging van de nodige bewijsstukken.

8.   Annulering en wijziging voor het vertrek

Als de dienstreis wordt geannuleerd of gewijzigd, moet het personeelslid:

dat onverwijld, met opgave van de reden(en) daarvoor, meedelen aan de directeur en de afdeling administratie;

de door het erkende reisbureau afgegeven tickets en boekingen onmiddellijk schriftelijk annuleren of omboeken, zelfs als die niet terugbetaalbaar zijn;

de nodige stappen nemen om tickets die rechtstreeks op een andere manier zijn gekocht, te annuleren of om te boeken;

de hotelreserveringen en boekingen van huurauto's onmiddellijk schriftelijk annuleren of wijzigen;

een overzicht opstellen van de uitgaven die voortvloeien uit de annulering of de wijziging.

De Vervoersgemeenschap dekt de annulerings- en omboekingskosten, ongeacht de gebruikte wijze van reservering.

9.   Verlenging

Als de in de reisautorisatie vermelde oorspronkelijke duur van de dienstreis wordt verlengd wegens onvoorziene omstandigheden en dat extra kosten met zich meebrengt, moet dat worden vermeld in de declaratie van de reiskosten (zie punt 15).

10.   Onderbreking

Een dienstreis kan worden onderbroken in het belang van de dienst, door overmacht of om ernstige persoonlijke redenen die als dusdanig door de directeur worden erkend. Die onderbreking moet vooraf door de directeur worden toegestaan, behalve in uiterst spoedeisende gevallen of als de directeur niet bereikbaar is. Alle kosten die voortvloeien uit een onderbreking waarvoor de directeur om bovengenoemde redenen toestemming heeft verleend, worden gedragen door de Vervoersgemeenschap en vergoed als onderdeel van de dienstreis.

11.   Wijzigingen om redenen van persoonlijke aard

Personeel dat op dienstreis gaat, kan om persoonlijke redenen toestemming krijgen om het reisschema, de accommodatie of het vervoer aan te passen. In dat geval moet bij de reisaanvraag een vergelijking worden gevoegd tussen de voorgestelde kostprijs en de kostprijs zonder die wijzigingen. Die vergelijking moet worden opgesteld op basis van de op het ogenblik van de reisaanvraag beschikbare informatie, aan de hand van een van de methoden die voor de organisatie van de dienstreis is gekozen en op basis van vergelijkbare omstandigheden. Het personeelslid dat op dienstreis gaat, draagt rechtstreeks en persoonlijk (middels de hem door de afdeling administratie meegedeelde middelen):

alle extra kosten, gemeten in verhouding tot de totale kosten van de dienstreis zonder de dagvergoeding, die voortvloeien uit de wijzigingen om persoonlijke redenen, met inbegrip van de kosten van vertrek uit en/of terugkeer naar een andere locatie, als uit de vergelijking blijkt dat de kosten van de dienstreis daardoor stijgen;

de voor de opstelling van de vergelijking in rekening gebrachte vergoedingen, als die vergelijking door een reisbureau is gemaakt.

12.   Dagvergoeding

12.1.

De dagvergoeding omvat de kosten van betaalde accommodatie en maaltijden, fooien en andere occasionele uitgaven.

12.2.

De dagvergoedingstarieven voor de door de EU gefinancierde contracten voor externe ondersteuning zijn van toepassing, overeenkomstig de meest recente schaal (1).

Het toepasselijke tarief is dat van de plaats waar het personeelslid overnacht. Voor de dag waarop de dienstreis begint, wordt een volledige dagvergoeding betaald. Er wordt geen dagvergoeding betaald voor de dag waarop de dienstreis eindigt, d.w.z. de dagvergoeding wordt betaald op basis van het aantal overnachtingen.

12.3.

In uitzonderlijke en individuele gevallen kan de directeur goedkeuring verlenen voor een hogere vergoeding, als de reiziger geacht wordt in een hotel te verblijven waarvan de kamerprijs minstens 60 % van het dagvergoedingstarief bedraagt. In dergelijke gevallen worden de verblijfskosten vergoed na overlegging van de desbetreffende rekening. De aanvraag van een hogere vergoeding moet in elk geval worden gemotiveerd in de dienstreisaanvraag en vóór het vertrek worden goedgekeurd.

12.4.

Er gelden lagere dagvergoedingstarieven als:

12.4.1.

de dienstreis geen overnachting omvat:

voor een reistijd van acht uur of meer wordt 50 % van de dagvergoeding voor de betrokken bestemming betaald;

voor een reistijd tussen vijf en acht uur wordt 35 % van de dagvergoeding betaald;

voor een reistijd van maximaal vijf uur wordt 20 % van de dagvergoeding betaald;

12.4.2.

de reiziger gratis onderdak wordt geboden:

er wordt 50 % van de dagvergoeding voor de betrokken bestemming betaald;

12.4.3.

de dienstreis een intercontinentale nachtvlucht of een rit met een nachttrein omvat:

er wordt 50 % van de dagvergoeding voor de betrokken bestemming betaald;

12.4.4.

de reiziger gratis maaltijden krijgt aangeboden (ontbijt, lunch of diner):

voor elke gratis maaltijd wordt 10 % van de dagvergoeding afgetrokken;

12.4.5.

de reiziger gratis onderdak en maaltijden krijgt aangeboden:

er wordt 20 % van de vergoeding betaald.

12.5.

Voor dienstreizen binnen het gastland (Servië), is de dagvergoeding van het gastland van toepassing. De dagvergoedingen in Servië worden verlaagd op basis van dezelfde bepalingen als voor dienstreizen naar het buitenland.

12.6.

Als alle kosten door de organisator van het evenement worden gedragen, zijn de bovenstaande bepalingen voor de berekening van de dagvergoeding van toepassing.

12.7.

Er wordt geen dagvergoeding betaald voor het deel van de dienstreis dat onderhevig was aan wijzigingen op grond van punt 11.

13.   Reisvoorschotten

13.1.

Op verzoek van de reiziger betaalt de Vervoersgemeenschap een voorschot op de reiskosten tot 80 % van de dagvergoeding voor de dienstreis. Voorschotten moeten uiterlijk vier werkdagen vóór de dag van vertrek worden aangevraagd.

13.2.

Alle betaalde voorschotten worden in mindering gebracht op de betaalde vergoedingen voor de kosten van de dienstreis. Als het betaalde voorschot groter blijkt te zijn dan de werkelijke kosten van de dienstreis, wordt het surplus in één keer in mindering gebracht op de volgende salarisbetaling aan het personeelslid dat de dienstreis maakt. Als aan een personeelslid een voorschot is betaald voor een dienstreis die vervolgens wordt geannuleerd, wordt dat voorschot automatisch in mindering gebracht op een latere salarisbetaling.

14.   Reisverslagen

Personeelsleden die een dienstreis maken, dienen binnen een week na hun terugkeer op kantoor een beknopt reisverslag in. Dat verslag wordt ondertekend door de leidinggevende, bij de onkostendeclaratie gevoegd en verzonden naar de directeur en de andere betrokken personeelsleden, naargelang het geval.

15.   Vergoeding van reiskosten

15.1.

Binnen een week na de terugkeer op kantoor dient het personeelslid een reiskostendeclaratie, vergezeld van het reisverslag, de reisautorisatie en de bewijsstukken, in bij de afdeling administratie en de directeur, ongeacht of er al dan niet een reisvoorschot is betaald. Er hoeven geen rekeningen van hotels, maaltijden of andere uitgaven te worden toegevoegd aangezien de vastgestelde dagvergoeding een forfaitaire vergoeding voor die uitgaven is.

15.2.

Als een personeelslid een voorschot heeft ontvangen uit hoofde van punt 13 en de desbetreffende reiskostendeclaratie niet binnen de vastgestelde termijn indient, wordt het voorschot in mindering gebracht op de volgende salarisbetaling. Het in mindering gebrachte voorschot wordt pas terugbetaald na de indiening van de reiskostendeclaratie.

16.   Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van het personeel

Personeelsleden zijn verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de declaraties en verklaringen die zij hebben ingediend bij de planning en uitvoering van hun reis en verslaglegging daarover. Onverminderd de bepalingen van het statuut van de ambtenaren van de Vervoersgemeenschap, zijn zij aansprakelijk voor ten onrechte ontvangen bedragen of wangedrag.

Personeelsleden moeten tijdens een dienstreis handelen overeenkomstig de algemene prestatie-eisen als vastgelegd in het statuut van de ambtenaren van de Vervoersgemeenschap. De personeelsleden worden geacht te voldoen aan de hoogste normen op het vlak van beroepsethiek en te allen tijde onafhankelijk te blijven.

17.   Controlemaatregelen

De Vervoersgemeenschap bewaart de vastleggingen, documenten en bewijsstukken in verband met de toelating, planning en organisatie van dienstreizen en het verrichten van de betalingen gedurende een periode van vijf jaar.

De financiële regels en auditprocedures van de Vervoersgemeenschap zijn van toepassing.

18.   Toepassing

Deze regels zijn van toepassing vanaf de dag volgend op die van de vaststelling ervan.

AANHANGSEL

MEMORANDUM VOOR EEN DIENSTREIS VAN DE DIRECTEUR VAN HET PERMANENT SECRETARIAAT

In te vullen en te ondertekenen vóór vertrek:

DOEL VAN DE DIENSTREIS

 

BESTEMMING

 

DATUM VAN VERTREK

 

DATUM VAN TERUGKEER

 

REISWEG

 

ACCOMMODATIE

 

GECOMBINEERD MET EEN PRIVÉREIS

Neen

Ja:

kosten van de dienstreis in combinatie met een privéreis: ….

kosten van de dienstreis zonder combinatie met een privéreis ….

GERAAMDE KOSTEN

 

OPMERKINGEN

 

Handtekening:

Datum:

In te vullen en te ondertekenen bij terugkeer:

UITEINDELIJKE KOSTEN

Reiskosten:

Dagvergoedingen:

Andere:

TOTALE KOSTPRIJS:

DOEL VAN DE DIENSTREIS

Doel bereikt

Doel niet bereikt

OPMERKINGEN:

Handtekening:

Datum:


(1)  https://ec.europa.eu/international-partnerships/system/files/per-diem-rates-20200201_en.pdf


Rectificaties

16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/18


Rectificatie van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2268 van de Commissie van 6 september 2021 tot wijziging van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/653 van de Commissie vastgestelde technische reguleringsnormen wat betreft de onderliggende methodologie voor en de presentatie van prestatiescenario’s, de presentatie van kosten en de methodologie voor de berekening van samenvattende kostenindicatoren, de presentatie en inhoud van informatie over prestaties in het verleden en de presentatie van kosten door verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) die een scala van beleggingsopties bieden, en de afstemming van de overgangsregeling van artikel 32 van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad voor priip-ontwikkelaars die rechten van deelneming in fondsen als onderliggende beleggingsopties aanbieden, op de in dat artikel vastgestelde verlengde overgangsregeling

( Publicatieblad van de Europese Unie L 455 I van 20 december 2021 )

Op bladzijde 13, in bijlage II, punt 1:

in plaats van:

“b)

punt 13 wordt vervangen door:

“13.

De VEV volgt uit:

Formula

waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren.”;”,

lezen:

“b)

punt 13 wordt vervangen door:

“13.

De VEV volgt uit:

Formula

waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren.”;”;

 

in plaats van:

“c)

punt 17 wordt vervangen door:

“17.

De VEV volgt uit:

Formula

waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren. Alleen in gevallen waarin het product wordt opgevraagd of geannuleerd vóór het eind van de aanbevolen periode van bezit overeenkomstig de simulatie, kan de periode in jaren tot het opvragen of annuleren worden gebruikt in de berekening.”;”,

lezen:

“c)

punt 17 wordt vervangen door:

“17.

De VEV volgt uit:

Formula

waarbij T staat voor de duur van de aanbevolen periode van bezit in jaren. Alleen in gevallen waarin het product wordt opgevraagd of geannuleerd vóór het eind van de aanbevolen periode van bezit overeenkomstig de simulatie, kan de periode in jaren tot het opvragen of annuleren worden gebruikt in de berekening.”;”.


16.3.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 77/19


Rectificatie van Verordening (EU) 2022/2583 van de Raad van 19 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2278 houdende schorsing van de in artikel 56, lid 2, punt c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde landbouw- en industrieproducten

( Publicatieblad van de Europese Unie L 340 van 30 december 2022 )

1.

Bladzijde 15, in de bijlage tot vervanging van de bijlage bij Verordening (EU) 2021/2278, in de tabel, de lijn betreffende serienummer 0.3227, in de kolom “GN-code”:

in plaats van:

“ 2846 90 30

2846 90 40

2846 90 50

2846 90 60

2846 90 90 ”,

lezen:

“ 2846 90 30

2846 90 40

2846 90 50

2846 90 60

2846 90 70

2846 90 90 ”.

2.

Bladzijde 201, in de bijlage tot vervanging van de bijlage bij Verordening (EU) 2021/2278, in de tabel, de lijn betreffende serienummer 0.7029, in de kolom “GN-code”:

in plaats van:

“ ex 8505 11 00 ”,

lezen:

“ ex 8505 11 10 ”.