|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 334 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
65e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
28.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 334/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/2573 VAN DE COMMISSIE
van 13 december 2022
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 wat betreft de berichten inzake de overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad van 2 mei 2012 betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 2073/2004 (1), en met name artikel 9, lid 2, artikel 15, lid 5, en artikel 16, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2008/118/EG van de Raad (2) is de procedure vastgesteld die moet worden gevolgd voor overbrengingen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in het kader van het bij artikel 1 van Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) ingestelde geautomatiseerde systeem (“het geautomatiseerde systeem”). |
|
(2) |
Richtlijn 2008/118/EG wordt met ingang van 13 februari 2023 ingetrokken en vervangen door Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad (4). Vanaf die datum moeten overbrengingen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling en accijnsgoederen die op het grondgebied van een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en naar het grondgebied van een andere lidstaat worden overgebracht om daar voor commerciële doeleinden te worden geleverd, worden gecontroleerd door het in artikel 1 van Besluit (EU) 2020/263 van het Europees Parlement en de Raad (5) bedoelde geautomatiseerde systeem. |
|
(3) |
Vanaf 13 februari 2023 moeten overbrengingen van accijnsgoederen die op het grondgebied van een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en naar het grondgebied van een andere lidstaat worden overgebracht om daar voor commerciële doeleinden te worden geleverd, plaatsvinden onder dekking van een door de afzender ingediend elektronisch vereenvoudigd administratief document. Tot 13 februari 2023 is Verordening (EEG) nr. 3649/92 van de Commissie (6) van toepassing, op grond waarvan dergelijke overbrengingen plaatsvinden buiten het geautomatiseerde systeem en onder geleide van een papieren document, dat een vereenvoudigd geleidedocument is. |
|
(4) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie (7) bevat bepalingen voor samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten die uitsluitend betrekking hebben op goederen die onder een accijnsschorsingsregeling vallen. Als gevolg van de bij Richtlijn (EU) 2020/262 ingevoerde wijzigingen moet het toepassingsgebied van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 worden gewijzigd om ook overbrengingen van accijnsgoederen te omvatten die op het grondgebied van een lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en naar het grondgebied van een andere lidstaat worden overgebracht om daar voor commerciële doeleinden te worden geleverd. |
|
(5) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Om de toepassingsdatum van deze verordening af te stemmen op de toepassingsdatum van de relevante bepalingen van Richtlijn (EU) 2020/262, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Accijnscomité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De titel wordt vervangen door: “Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie van 24 februari 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten over accijnsgoederen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad”. |
|
2) |
In artikel 1 wordt de aanhef vervangen door: “Met het oog op de samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten op het gebied van de overbrengingen van accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad (*) worden in deze verordening bepalingen vastgesteld inzake: (*) Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).”." |
|
3) |
Artikel 2 wordt vervangen door: “Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “overbrenging”: een overbrenging tussen twee of meer lidstaten van accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262.”. |
|
4) |
In artikel 3 wordt lid 2 vervangen door: “2. Wanneer er codes nodig zijn om bepaalde gegevensvelden in de documenten voor administratieve bijstand in te vullen overeenkomstig bijlage I bij deze verordening, moeten de codes in bijlage II bij deze verordening, bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 612/2013 van de Commissie (*) en bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1636 van de Commissie (**) worden gebruikt zoals vermeld in de tabellen van bijlage I bij deze verordening. (*) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 612/2013 van de Commissie van 25 juni 2013 over het beheer van het register van marktdeelnemers en belastingentrepots, daarmee verband houdende statistieken en rapportage overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (PB L 173 van 26.6.2013, blz. 9)." (**) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1636 van de Commissie van 5 juli 2022 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad door vaststelling van de structuur en de inhoud van de in het kader van de overbrenging van accijnsgoederen uitgewisselde documenten en vaststelling van een drempelwaarde voor verliezen vanwege de aard van de goederen (PB L 247 van 23.9.2022, blz. 2)”." |
|
5) |
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
In artikel 6 wordt lid 1 vervangen door: “1. Verzoeken om niet in het geautomatiseerde systeem vervatte inlichtingen over accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 worden ingediend door een document “Algemeen verzoek tot administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 7 van bijlage I, te sturen. Voor het soort verzoek wordt “Administratieve samenwerking” opgegeven.”. |
|
8) |
Artikel 6 bis wordt vervangen door: “Artikel 6 bis Verzoek om handmatige beëindiging Voor de toepassing van artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) nr. 389/2012 kan de verzoekende autoriteit, wanneer de overbrenging van accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 niet overeenkomstig artikel 24, 25 of 37 van die richtlijn kan worden beëindigd, de bevoegde autoriteit in de lidstaat van verzending verzoeken een overbrenging van accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van die richtlijn handmatig te beëindigen. Een dergelijk verzoek wordt gedaan door het verzenden van een document “Verzoek om handmatige beëindiging” als vastgesteld in tabel 15 van bijlage I.”. |
|
9) |
Artikel 10 wordt vervangen door: “Artikel 10 Verplichte uitwisseling van inlichtingen — resultaten administratieve samenwerking Wanneer een van de in artikel 15, lid 1, punten a) tot en met e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen wordt geconstateerd na een documentaire of fysieke controle van goederen in de bedrijfsruimten van een geregistreerde geadresseerde in de zin van artikel 3, punt 9, van Richtlijn (EU) 2020/262 (hierna “geregistreerde geadresseerde” genoemd), of van een erkend entrepothouder in de zin van artikel 3, punt 1, van die richtlijn (hierna “erkend entrepothouder” genoemd), van een gecertificeerd afzender in de zin van artikel 3, punt 12, van die richtlijn (hierna “gecertificeerd afzender” genoemd), of van een gecertificeerd geadresseerde in de zin van artikel 3, punt 13, van die richtlijn (hierna “gecertificeerd geadresseerde” genoemd), wordt de verplichte verzending van de nodige inlichtingen uitgevoerd door gebruik te maken van een document “Resultaten administratieve samenwerking”, zoals vermeld in tabel 10 van bijlage I bij deze verordening. Het document “Resultaten administratieve samenwerking”, wordt binnen zeven dagen na de controle naar de bevoegde autoriteiten in de betreffende lidstaat gestuurd.”. |
|
10) |
Artikel 13 wordt vervangen door: “Artikel 13 Verplichte uitwisseling van inlichtingen — waarschuwing of afwijzing kennisgeving Wanneer een bevoegde autoriteit er kennis van neemt dat de in de zin van hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 verzonden accijnsgoederen niet zijn opgevraagd, of dat de inhoud van het elektronische administratieve document of het elektronische vereenvoudigde administratieve document onjuist is, en de bevoegde autoriteit vermoedt dat dit het gevolg is van een van de in artikel 15, lid 1, punt a), b), c) of e), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bedoelde gevallen, zendt zij een document “Waarschuwing over of afwijzing van een e-AD/e-VAD”, zoals vermeld in tabel 14 van bijlage I bij deze verordening, naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending. Het document “Waarschuwing over of afwijzing van een e-AD/e-VAD” wordt op het moment dat de bevoegde autoriteit kennis neemt van de in lid 1 bedoelde feiten, binnen één dag naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending verzonden.”. |
|
11) |
In artikel 14 bis wordt de eerste alinea vervangen door: “Voor de toepassing van artikel 15, lid 1, punt c), van Verordening (EU) nr. 389/2012 bepaalt een bevoegde autoriteit van de lidstaat van verzending, wanneer zij bewijs heeft ontvangen dat een overbrenging van accijnsgoederen in de zin van hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 is voltooid en de overbrenging niet overeenkomstig artikel 24, 25 of 37 van die richtlijn kan worden beëindigd, of zij de overbrenging van de accijnsgoederen handmatig beëindigt.”. |
|
12) |
Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening. |
|
13) |
Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 13 februari 2023.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 december 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 121 van 8.5.2012, blz. 1.
(2) Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (PB L 9 van 14.1.2009, blz. 12).
(3) Beschikking nr. 1152/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake het verkeer van en de controle op accijnsgoederen (PB L 162 van 1.7.2003, blz. 5).
(4) Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).
(5) Besluit (EU) 2020/263 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2020 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake de overbrenging van en de controle op accijnsgoederen (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 43).
(6) Verordening (EEG) nr. 3649/92 van de Commissie van 17 december 1992 betreffende een vereenvoudigd geleidedocument voor het intracommunautaire verkeer van accijnsproducten die in de lidstaat van verzending tot verbruik zijn uitgeslagen (PB L 369 van 18.12.1992, blz. 17).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/323 van de Commissie van 24 februari 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake samenwerking en inlichtingenuitwisseling tussen de lidstaten over goederen onder een accijnsschorsingsregeling overeenkomstig Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad (PB L 66 van 11.3.2016, blz. 1).
BIJLAGE I
Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De ondertitel wordt vervangen door: “ Elektronische berichten die worden gebruikt voor de uitwisseling van inlichtingen over accijnsgoederen als bedoeld in hoofdstuk IV en hoofdstuk V, afdeling 2, van Richtlijn (EU) 2020/262 ”. |
|
2) |
De toelichting wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
De tabellen 1 tot en met 16 worden vervangen door: “Tabel 1 (als bedoeld in artikel 4) Verzoek tot downloaden overbrenging
Tabel 2 (als bedoeld in artikel 4) Antwoord downloaden overbrenging
Tabel 3 (als bedoeld in artikel 4) Geschiedenis van een overbrenging
Tabel 4 (als bedoeld in artikel 5) Algemeen verzoek
Tabel 5 (als bedoeld in artikel 5, lid 2) Lijst e-AD/e-VAD als gevolg van een algemene zoekopdracht
Tabel 6 (als bedoeld in artikel 5) Afwijzing algemeen verzoek
Tabel 7 (als bedoeld in artikel 6, lid 1) Algemeen verzoek tot administratieve samenwerking
Tabel 8 (als bedoeld in artikel 7) Antwoordbericht
Tabel 9 (als bedoeld in artikel 7) Herinneringsbericht voor administratieve samenwerking
Tabel 10 (als bedoeld in artikel 6, lid 3, artikel 9, lid 1, en de artikelen 10 en 16) Resultaten administratieve samenwerking
Tabel 11 (als bedoeld in artikel 9, lid 2, en artikel 11) Controlebericht
Tabel 12 (als bedoeld in artikel 14) Gebeurtenisbericht
Tabel 13 (als bedoeld in artikel 12) Onderbreking van een overbrenging
Tabel 14 (als bedoeld in artikel 13) Waarschuwingen over of afwijzingen van een e-AD/e-VAD
Tabel 15 (als bedoeld in artikel 6 bis) Verzoek om handmatige beëindiging
Tabel 16 (als bedoeld in artikel 14 bis) Reactie handmatige beëindiging
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
BIJLAGE II
In bijlage II worden codelijsten 1, 2, 4, 5, 6, 8, 11, 15 en 16 vervangen door de volgende overeenkomstige codelijsten:
“ Codelijst 1: Follow-upcorrelatiekenmerk
|
Veld |
Inhoud |
Veldtype |
Voorbeelden |
|
1 |
Jaar |
Numeriek 2 |
5 |
|
2 |
Identificerend kenmerk van de nationale overheid waar het bericht oorspronkelijk is ingediend |
Alfabetisch 2 |
ES |
|
3 |
Vrije nationaal toegekende code |
Alfanumeriek 21 |
ARC |
|
4 |
Aanvulling |
Alfanumeriek 3 |
123 |
|
Veld 1 geeft de laatste twee cijfers van het jaar weer. Veld 2 bevat een code uit de landcodelijst (zie codelijst 3 uit bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1636). Veld 3 moet worden ingevuld met een nationaal toegekend identificatienummer. In bepaalde gevallen kan dit voor het follow-up-correlatiekenmerk een ARC zijn. Veld 4 bevat een aanvulling op veld 3 en de velden samen vormen een uniek identificatienummer (bijvoorbeeld in het geval van een follow-up-correlatiekenmerk waarbij verschillende vervolgberichten op dezelfde ARC betrekking hebben). |
|||
Codelijst 2: Nummer voorvalverslag/Referentie controleverslag
|
Veld |
Inhoud |
Veldtype |
Voorbeelden |
|
1 |
Identificerend kenmerk van de nationale overheid waar het bericht wordt gevalideerd |
Alfabetisch 2 |
ES |
|
2 |
Nationaal toegekende unieke code |
Alfanumeriek 13 |
2005YTE17UIC2 |
|
3 |
Controlecijfer |
Numeriek 1 |
9 |
|
Veld 1 bevat een code uit de landcodelijst (zie codelijst 3 uit bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1636) Veld 2 moet worden ingevuld met een unieke code per bericht. De wijze waarop dit veld wordt gebruikt, valt onder de verantwoordelijkheid van de lidstaat, maar elk bericht moet een uniek nummer bevatten. Het is mogelijk, maar niet verplicht dat het het jaar bevat waarop het bericht oorspronkelijk is ingediend (zoals in het voorbeeld). Veld 3 bevat het controlecijfer voor het hele identificerende kenmerk waardoor bij het versleutelen van dit identificerende kenmerk een fout op te sporen is.”. |
|||
“ Codelijst 4: Redenen annulering
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Het verzoek om onderzoek of informatie voor eigen gebruik kon op grond van de wetgeving of administratieve praktijken van de aangezochte lidstaat niet worden ingewilligd (bijvoorbeeld vertrouwelijke informatie) |
|
2 |
(voorbehouden) |
|
3 |
Openbaarmaking in strijd met de openbare orde van de staat — Het verstrekken van informatie zou leiden tot openbaarmaking van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim of van een commercieel proces, of indien openbaarmaking ervan in strijd zou zijn met de openbare orde |
|
4 |
Een rechterlijke autoriteit van de aangezochte nationale overheid heeft geweigerd toestemming te verlenen voor de overdracht van informatie onder haar controle |
|
5 |
Het verzoek heeft betrekking op informatie die niet langer beschikbaar is als gevolg van nationale regels inzake gegevensbewaring (minimaal 5 jaar of meer) |
|
6 |
De verzoekende autoriteit heeft niet alle gebruikelijke bronnen van informatie uitgeput die zij in de gegeven omstandigheden had kunnen gebruiken |
|
7 |
Het aantal en de aard van de verzoeken om informatie die de verzoekende autoriteit binnen een bepaalde termijn heeft gedaan, brengt voor deze aangezochte autoriteit een onevenredige administratieve belasting met zich mee |
|
8 |
De verzoekende nationale overheid is om juridische redenen niet in staat dergelijke informatie te verstrekken. |
|
9 |
De afzender heeft niet alle middelen uitgeput waarover hij beschikt om het bewijs te verkrijgen dat de overbrenging van accijnsgoederen tussen lidstaten is beëindigd |
|
10 |
Geen controles verricht |
|
11 |
Buiten het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 389/2012 (bv. Napels II) |
Codelijst 5: Redenen waarschuwing of afwijzing e-AD
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Het ontvangen e-AD/e-VAD heeft geen betrekking op de ontvanger |
|
2 |
Het accijnsgoed komt /de accijnsgoederen komen niet met de bestelling overeen |
|
3 |
De hoeveelheid komt /de hoeveelheden komen niet met de bestelling overeen |
Codelijst 6: Soorten bewijs
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Voorbehouden |
|
2 |
Politierapport |
|
3 |
Ander verslag dan politierapport of douaneverslag |
|
4 |
Douaneverslag” |
“ Codelijst 8: Reden verzoek
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Bericht van ontvangst/uitvoer niet teruggegeven aan afzender |
|
2 |
Meer- of minderbevindingen geconstateerd bij aankomst van goederen |
|
4 |
Indiening van een e-AD/e-VAD werd afgewezen omdat de registratie van de geadresseerde in SEED niet overeenkomt — het verzoek is om meer informatie op te vragen |
|
6 |
Zijn de in het e-AD/e-VAD gespecificeerde goederen/hoeveelheden ingeschreven in de voorraadadministratie van de geadresseerde? |
|
7 |
Controleer of de goederen de EU daadwerkelijk hebben verlaten (datum waarop de uitvoer door de douane is gecertificeerd) |
|
8 |
Plaatsing van goederen onder een douanerechtelijke schorsingsregeling (douane-entrepot, bevoorradingsdepot, passieve veredeling enz.) |
|
9 |
Gevraagde terugbetaling van accijns |
|
10 |
Controles ter plaatse |
|
11 |
Kopie 3 niet teruggegeven aan afzender |
|
12 |
Achterkant van kopie 3 bevestigd om meerbevindingen of verliezen weer te geven |
|
13 |
Certificering van ontvangst onvolledig |
|
14 |
Accijnsnummer van geadresseerde niet in SEED |
|
15 |
Gegeven verwijderd/overschreven zonder officiële bevestiging |
|
16 |
Verzoek om handmatige beëindiging |
|
17 |
Uitvoerstatus onbekend |
|
18 |
Verzoek om onderbreking van een overbrenging |
|
19 |
Ondervragen van een gemachtigd vertegenwoordiger |
|
20 |
Reservedocument |
|
21 |
Er zijn twee e-AD's/e-VAD's aangemaakt voor dezelfde zending |
|
22 |
Verduidelijking met betrekking tot soort of hoeveelheid goederen |
|
23 |
Ontvangst van goederen werd afgewezen/geweigerd |
|
24 |
Lopend accijnsonderzoek |
|
25 |
Vermoedens van onregelmatigheden” |
“ Codelijst 11: Redenen waarom maatregelen op het gebied van administratieve samenwerking niet mogelijk zijn
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Ontbrekende informatie |
|
2 |
Voorbehouden |
|
3 |
Ontbrekende tijd |
|
4 |
Diepgaand onderzoek naar de marktdeelnemer nog aan de gang, antwoord op korte termijn niet mogelijk |
|
5 |
Handelaar kon niet gecontacteerd worden |
|
6 |
Ontbrekende handelaar” |
“ Codelijst 15: Soort document
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
e-AD |
|
2 |
VGD of e-VAD |
|
3 |
Factuur |
|
4 |
Leveringsbon |
|
5 |
CMR |
|
6 |
Cognossement |
|
7 |
Vrachtbrief |
|
8 |
Contract |
|
9 |
Aanvraag van de handelaar |
|
10 |
Officiële registratie |
|
11 |
Verzoek |
|
12 |
Antwoord |
|
13 |
Reservedocumenten, reserveprint |
|
14 |
Foto |
|
15 |
Uitvoerverklaring |
|
16 |
Voorafgaand bericht van uitvoer |
|
17 |
Resultaten bij uitgang |
|
18 |
ED (enig document) |
|
19 |
Certificaat van kleine zelfstandige producent van alcoholhoudende dranken |
|
<TARIC-CODE> |
Taric-code die in “vak 44” van het ED wordt gebruikt |
Codelijst 16: Redenen verzoek om handmatige beëindiging
|
Code |
Omschrijving |
|
0 |
Andere |
|
1 |
Uitvoer beëindigd maar geen IE518 |
|
2 |
Geadresseerde niet meer verbonden met EMCS |
|
3 |
Vrijgestelde geadresseerde |
|
4 |
Uitgang bevestigd maar geen IE829 ingediend (IE818 met foutief volgnummer) |
|
5 |
Geen overbrenging maar annuleren niet meer mogelijk |
|
6 |
Meerdere uitgiften van e-AD’s/e-VAD’s voor een enkele overbrenging |
|
7 |
e-AD/e-VAD dekt daadwerkelijke overbrenging niet |
|
8 |
Onjuist bericht van ontvangst |
|
9 |
Onjuiste afwijzing van een e-AD/e-VAD” |
BESLUITEN
|
28.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 334/96 |
BESLUIT (EU) 2022/2574 VAN DE RAAD
van 19 december 2022
betreffende het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad die is ingesteld bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, met betrekking tot de verlenging van de in artikel 552, lid 11, van die overeenkomst bedoelde overgangsperiode waarin het Verenigd Koninkrijk mag afwijken van de verplichting om persoonsgegevens van passagiers na hun vertrek uit het Verenigd Koninkrijk te wissen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, en artikel 87, lid 2, punt a), in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, en van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens (1),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 542 van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) (2), worden in deel drie, titel III (SAMENWERKING INZAKE RECHTSHANDHAVING EN JUSTITIE IN STRAFZAKEN) van de handels- en samenwerkingsovereenkomst regels vastgesteld uit hoofde waarvan persoonsgegevens van passagiers (“PNR-gegevens”) mogen worden doorgegeven aan, verwerkt en gebruikt door de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk voor vluchten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk, en worden tevens specifieke waarborgen in dat verband vastgesteld. |
|
(2) |
Artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bepaalt dat het Verenigd Koninkrijk de PNR-gegevens van passagiers na hun vertrek uit het land moet wissen, tenzij uit een risicobeoordeling blijkt dat het nodig is dergelijke PNR-gegevens te bewaren. |
|
(3) |
Artikel 552, lid 11, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bepaalt dat het Verenigd Koninkrijk tijdelijk gedurende een overgangsperiode van lid 4 van dat artikel kan afwijken, in afwachting van de zo spoedig mogelijke tenuitvoerlegging van technische aanpassingen door het Verenigd Koninkrijk. Tijdens die overgangsperiode moet de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk het gebruik van de PNR-gegevens die overeenkomstig artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst moeten worden gewist, voorkomen door ten aanzien van die PNR-gegevens de aanvullende waarborgen toe te passen die zijn opgenomen in artikel 552, lid 11, punten a) tot en met d), van de handels- en samenwerkingsovereenkomst. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 552, lid 12, punt a), van de handels- en samenwerkingsovereenkomst brengt het in artikel 552, lid 7, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde onafhankelijke bestuursorgaan verslag uit over en brengt de in artikel 525, lid 3, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde toezichthoudende autoriteit van het Verenigd Koninkrijk voor gegevensbescherming een advies uit over de vraag of de aanvullende waarborgen daadwerkelijk zijn toegepast. |
|
(5) |
Artikel 552, lid 10, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bepaalt dat artikel 552, lid 11, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst van toepassing is vanwege de bijzondere omstandigheden die het Verenigd Koninkrijk ervan weerhouden de technische aanpassingen aan te brengen die nodig zijn om de systemen voor de verwerking van PNR-gegevens die het Verenigd Koninkrijk heeft gebruikt terwijl het recht van de Unie op het Verenigd Koninkrijk van toepassing was, om te zetten in systemen waarmee PNR-gegevens overeenkomstig artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst zouden kunnen worden gewist. |
|
(6) |
Artikel 552, lid 13, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bepaalt dat, indien de in artikel 552, lid 10, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde bijzondere omstandigheden aanhouden, de Partnerschapsraad de in artikel 552, lid 11, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde overgangsperiode met één jaar verlengt. Op 21 december 2021 heeft de Partnerschapsraad een daartoe strekkend besluit genomen, waarmee de overgangsperiode werd verlengd tot en met 31 december 2022 (3). |
|
(7) |
Onder dezelfde voorwaarden en indien het Verenigd Koninkrijk bovendien aantoont dat het aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij de omzetting van zijn PNR-verwerkingssystemen in systemen waarmee PNR-gegevens kunnen worden gewist overeenkomstig artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, hoewel het nog niet mogelijk was deze volledig om te zetten, verlengt de Partnerschapsraad de overgangsperiode voor het laatst met nog eens één jaar, dat wil zeggen tot en met 31 december 2023. |
|
(8) |
Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad (4) over het gebruik van PNR-gegevens voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit is binnen de Unie van toepassing overeenkomstig de verdragen. |
|
(9) |
Op 29 september 2022 heeft het Verenigd Koninkrijk aan het bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst opgerichte Gespecialiseerd Comité voor samenwerking inzake rechtshandhaving en justitie (het “Gespecialiseerd Comité”) een beoordeling verstrekt overeenkomstig artikel 552, lid 12, punt b), van de handels- en samenwerkingsovereenkomst. |
|
(10) |
In zijn beoordeling is het Verenigd Koninkrijk tot de conclusie gekomen dat de in artikel 552, lid 10, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde bijzondere omstandigheden aanhouden en dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt om zijn systemen voor de verwerking van PNR-gegevens om te zetten in systemen waarmee PNR-gegevens overeenkomstig artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst kunnen worden gewist, hoewel het nog niet mogelijk was deze volledig om te zetten. Het Verenigd Koninkrijk merkte op dat het in overeenstemming met artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst een systeem heeft ontwikkeld en opgezet om PNR-gegevens te wissen en dat dit systeem zich nu in de betatestfase bevindt. Het Verenigd Koninkrijk heeft ook meegedeeld dat het bezig is met de ontwikkeling van een geautomatiseerd risicobeoordelingsproces op basis van objectieve gegevens om te bepalen welke PNR-gegevens na het vertrek van de passagiers uit het Verenigd Koninkrijk moeten worden bewaard. Overeenkomstig artikel 552, lid 13, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst heeft het Gespecialiseerd Comité voor samenwerking inzake rechtshandhaving en justitie zich op 13 oktober 2022 gebogen over de beoordeling van het Verenigd Koninkrijk. |
|
(11) |
Daarnaast heeft het Verenigd Koninkrijk op 29 september 2022 op grond van artikel 552, lid 12, punt a), van de handels- en samenwerkingsovereenkomst aan het Gespecialiseerd Comité tevens een verslag van het in artikel 552, lid 7, van die overeenkomst bedoelde onafhankelijke bestuursorgaan verstrekt, dat een advies van de in artikel 525, lid 3, van die overeenkomst bedoelde toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming van het Verenigd Koninkrijk bevat, waarin de daadwerkelijke toepassing van de in artikel 552, lid 11, van die overeenkomst bedoelde waarborgen werd beschreven. |
|
(12) |
Overeenkomstig artikel 552, lid 13, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst heeft het Gespecialiseerd Comité zich op 13 oktober 2022 gebogen over het verslag van het Verenigd Koninkrijk. Bij die gelegenheid heeft het Verenigd Koninkrijk een aantal vragen uit de Unie beantwoord en aanvullende informatie verstrekt over de toepassing van de waarborgen inzake gegevensbescherming, en heeft het ermee ingestemd deze informatie vervolgens schriftelijk ter beschikking te stellen. |
|
(13) |
Op 21 november 2022 heeft het Verenigd Koninkrijk die aanvullende informatie schriftelijk ingediend. Derhalve wordt geoordeeld dat de in artikel 552, lid 10, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde bijzondere omstandigheden aanhouden en dat het Verenigd Koninkrijk heeft aangetoond dat het aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt bij de omzetting van zijn PNR-verwerkingssystemen in systemen waarmee PNR-gegevens overeenkomstig artikel 552, lid 4, van die overeenkomst kunnen worden gewist, hoewel het nog niet mogelijk was deze volledig in die zin om te zetten. Daarom moet de Partnerschapsraad, overeenkomstig artikel 552, lid 13, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, de in artikel 552, lid 11, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst bedoelde overgangsperiode voor het laatst met één jaar verlengen, tot en met 31 december 2023. |
|
(14) |
Het Gespecialiseerd Comité is het bevoegde orgaan voor het toezicht op en de evaluatie van de uitvoering van deel drie van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, met inbegrip van de jaarlijkse beoordeling van het onafhankelijke bestuursorgaan van het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig artikel 552, lid 7, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst inzake de benadering van de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot de noodzaak om PNR-gegevens te bewaren overeenkomstig artikel 552, lid 4. Verwacht wordt dat het Verenigd Koninkrijk uiterlijk op 31 december 2023 alle technische aanpassingen zal hebben voltooid die nodig zijn om zijn systemen voor de verwerking van PNR-gegevens in staat te stellen PNR-gegevens te wissen overeenkomstig artikel 552, lid 4, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, en het Gespecialiseerd Comité voor samenwerking inzake rechtshandhaving en justitie daarvan in kennis zal stellen. |
|
(15) |
De handels- en samenwerkingsovereenkomst is verbindend voor alle lidstaten op grond van Besluit (EU) 2021/689, dat artikel 217 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie als materiële rechtsgrondslag heeft. |
|
(16) |
Denemarken en Ierland zijn krachtens Besluit (EU) 2021/689 gebonden door deel drie van de handels- en samenwerkingsovereenkomst en nemen derhalve deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit ter uitvoering van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad die is opgericht bij artikel 7, lid 1, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, houdt in dat wordt ingestemd met een tweede en definitieve verlenging, tot en met 31 december 2023, van de overgangsperiode waarin het Verenigd Koninkrijk mag afwijken van de verplichting om persoonsgegevens van passagiers na hun vertrek uit het Verenigd Koninkrijk te wissen overeenkomstig artikel 552, lid 13, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst.
Artikel 2
Het besluit van de Partnerschapsraad wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 19 december 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) PB L 149 van 30.4.2021, blz. 2.
(2) PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10.
(3) Besluit nr. 2/2021 van de Partnerschapsraad die is opgericht bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, van 21 december 2021 wat betreft de verlenging van de overgangsperiode waarin het Verenigd Koninkrijk mag afwijken van de verplichting om de persoonsgegevens van passagiers na hun vertrek uit het Verenigd Koninkrijk te wissen (PB L 467 van 29.12.2021, blz. 6).
(4) Richtlijn (EU) 2016/681 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 132).
|
28.12.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 334/99 |
BESLUIT (EU) 2022/2575 VAN DE RAAD
van 19 december 2022
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in de Partnerschapsraad die is opgericht bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, over de vaststelling van een besluit tot opstelling van een lijst van personen die bereid en in staat zijn om als lid van een scheidsgerecht in het kader van die overeenkomst op te treden
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 217, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (1) (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”), is gesloten bij Besluit (EU) 2021/689 van de Raad (2) en is op 1 mei 2021 in werking getreden. |
|
(2) |
Op grond van artikel 752, lid 1, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst dient de bij artikel 7, lid 1, van die overeenkomst opgerichte Partnerschapsraad een lijst op te stellen van personen die bereid en in staat zijn om als lid van een scheidsgerecht op te treden. Die lijst dient drie deellijsten te omvatten: een deellijst van personen die op basis van voorstellen van de Unie is opgesteld; een deellijst van personen die op basis van voorstellen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”) is opgesteld, en een deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die als voorzitter van het scheidsgerecht dienen te fungeren. |
|
(3) |
Elke deellijst dient ten minste vijf personen te bevatten. |
|
(4) |
Op grond van artikel 741, lid 2, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst dienen alle leden van een scheidsgerecht personen te zijn wier onafhankelijkheid buiten twijfel staat, die over de vereiste kwalificaties beschikken om in hun land de hoogste rechterlijke ambten te bekleden of die erkende rechtsgeleerden zijn. Zij dienen te beschikken over aantoonbare deskundigheid op het gebied van recht en internationale handel, onder meer met betrekking tot specifieke aangelegenheden die vallen onder deel twee, rubriek een, titels I tot en met VII, titel VIII, hoofdstuk 4, en titels IX tot en met XII, of deel twee, rubriek zes, van de handels en samenwerkingsovereenkomst, of op het gebied van wetgeving en andere aangelegenheden die onder die overeenkomst of onder aanvullende overeenkomsten vallen, en, in het geval van een voorzitter, ook ervaring te hebben met geschillenbeslechtingsprocedures. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 752, lid 3, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst kan de lijst geen leden, ambtenaren of andere personeelsleden omvatten van de instellingen van de Unie, van de overheid van een lidstaat, of van de overheid van het Verenigd Koninkrijk. |
|
(6) |
Op basis van de voorstellen van de Unie en het Verenigd Koninkrijk dient de Partnerschapsraad overeenstemming te bereiken over een deellijst van acht personen voor de functie van voorzitter van het scheidsgerecht, en over twee deellijsten van zes personen voor de functie van lid van het scheidsgerecht. |
|
(7) |
De vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie in de Partnerschapsraad moet worden ingenomen over aangelegenheden die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallen, is onderworpen aan een afzonderlijke procedure. |
|
(8) |
Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in de Partnerschapsraad moet worden ingenomen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad die is opgericht bij artikel 7, lid 1, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, is opgenomen in het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de Partnerschapsraad.
Artikel 2
Het besluit van de Partnerschapsraad wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 19 december 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
J. SÍKELA
(1) PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10.
(2) Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 betreffende de sluiting, namens de Unie, van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, en van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens (PB L 149 van 30.4.2021, blz. 2).
ONTWERP
BESLUIT NR. … VAN DE PARTNERSCHAPSRAAD DIE IS OPGERICHT BIJ DE HANDELS- EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, ENERZIJDS, EN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË EN NOORD-IERLAND, ANDERZIJDS,
VAN …
TOT OPSTELLING VAN EEN LIJST VAN PERSONEN DIE BEREID EN IN STAAT ZIJN OM ALS LID VAN EEN SCHEIDSGERECHT IN HET KADER VAN DE HANDELS- EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST OP TE TREDEN
DE PARTNERSCHAPSRAAD,
Gezien de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (1) ( “de handels- en samenwerkingsovereenkomst”), en met name artikel 752, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 752, lid 1, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst dient de Partnerschapsraad een lijst op te stellen van personen die bereid en in staat zijn om als lid van een scheidsgerecht op te treden. Die lijst dient uit ten minste 15 personen te bestaan en drie deellijsten te omvatten: a) een deellijst van personen die op basis van voorstellen van de Unie is opgesteld; b) een deellijst van personen die op basis van voorstellen van het Verenigd Koninkrijk is opgesteld; en c) een deellijst van personen die geen onderdaan van een van de Partijen zijn en die als voorzitter van het scheidsgerecht dienen te fungeren. |
|
(2) |
Elke deellijst dient ten minste vijf personen te bevatten. |
|
(3) |
Op grond van artikel 741 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst dienen alle leden van een scheidsgerecht personen te zijn wier onafhankelijkheid buiten twijfel staat, die over de vereiste kwalificaties beschikken om in hun land de hoogste rechterlijke ambten te bekleden of die erkende rechtsgeleerden zijn. Zij dienen te beschikken over aantoonbare deskundigheid op het gebied van recht en internationale handel, onder meer met betrekking tot specifieke aangelegenheden die vallen onder deel twee, rubriek een, titels I tot en met VII, titel VIII, hoofdstuk 4, en titels IX tot en met XII, of deel twee, rubriek zes, of op het gebied van wetgeving en andere aangelegenheden die onder de handels- en samenwerkingsovereenkomst of onder aanvullende overeenkomsten vallen, en, in het geval van een voorzitter, ook ervaring te hebben met geschillenbeslechtingsprocedures. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 752, lid 3, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst kan de lijst geen leden, ambtenaren of andere personeelsleden omvatten van de instellingen van de Unie, van de overheid van een lidstaat, of van de overheid van het Verenigd Koninkrijk. |
|
(5) |
Op basis van de voorstellen van de Unie en het Verenigd Koninkrijk is het passend dat de Partnerschapsraad overeenstemming bereikt over de twee deellijsten van zes personen voor de functie van lid van het scheidsgerecht en over de deellijst van acht personen voor de functie van voorzitter van het scheidsgerecht, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De lijst van personen die bereid en in staat zijn om in het kader van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, als lid van een scheidsgerecht op te treden, is opgenomen in de bijlage.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de vaststelling ervan.
Gedaan te …,
Voor de Partnerschapsraad
De medevoorzitters
BIJLAGE
|
a) |
Deellijst van personen die op basis van voorstellen van de Unie is opgesteld:
|
|
b) |
Deellijst van personen die op basis van voorstellen van het Verenigd Koninkrijk is opgesteld:
|
|
c) |
Deellijst van personen die als voorzitter van het scheidsgerecht moeten fungeren:
|