|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 285 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
65e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2127 van de Commissie van 4 november 2022 tot verlening van toelating van de Unie voor de biocidefamilie Ecolab UA BPF 1-Propanol overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) |
|
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
7.11.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 285/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/2125 VAN DE COMMISSIE
van 31 oktober 2022
tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Carne Barrosã” (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Portugal tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Carne Barrosã”, die is geregistreerd bij Verordening (EG) nr. 1263/96 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(3) |
Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de naam “Carne Barrosã” (BOB) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 oktober 2022.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1263/96 van de Commissie van 1 juli 1996 tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1107/96 betreffende de registratie van de geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen in het kader van de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 2081/92 (PB L 163 van 2.7.1996, blz. 19).
|
7.11.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 285/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/2126 VAN DE COMMISSIE
van 31 oktober 2022
tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Castagna di Roccamonfina” (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Italië ingediende aanvraag tot registratie van de naam “Castagna di Roccamonfina” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam “Castagna di Roccamonfina” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam “Castagna di Roccamonfina” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.6 (Groenten, fruit en granen, in ongewijzigde staat of verwerkt) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 31 oktober 2022.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 252 van 1.7.2022, blz. 26.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
7.11.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 285/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/2127 VAN DE COMMISSIE
van 4 november 2022
tot verlening van toelating van de Unie voor de biocidefamilie “Ecolab UA BPF 1-Propanol” overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 44, lid 5, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 26 maart 2019 heeft Ecolab Deutschland GmbH overeenkomstig artikel 43, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het agentschap”) een aanvraag ingediend voor een toelating van de Unie voor een biocidefamilie met als naam “Ecolab UA BPF 1-Propanol “, behorende tot productsoort 1 als omschreven in bijlage V bij die verordening, tezamen met de schriftelijke bevestiging dat de bevoegde autoriteit van Zweden ermee heeft ingestemd de aanvraag te beoordelen. De aanvraag is in het biocidenregister geregistreerd onder zaaknummer BC-RS050191-24. |
|
(2) |
“Ecolab UA BPF 1-Propanol” bevat propaan-1-ol als werkzame stof; die stof is opgenomen in de Unielijst van goedgekeurde werkzame stoffen voor productsoort 1, als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Verordening (EU) nr. 528/2012. |
|
(3) |
Op 9 september 2021 heeft de beoordelende bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 een beoordelingsrapport en de conclusies van haar beoordeling bij het agentschap ingediend. |
|
(4) |
Op 24 maart 2022 heeft het agentschap bij de Commissie zijn advies (2) ingediend dat overeenkomstig artikel 44, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken van “Ecolab UA BPF 1-Propanol” en het definitieve beoordelingsrapport betreffende de biocidefamilie bevat. |
|
(5) |
In het advies wordt geconcludeerd dat “Ecolab UA BPF 1-Propanol” een biocidefamilie is als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt s), van Verordening (EU) nr. 528/2012, dat de biocidefamilie in aanmerking komt voor een toelating van de Unie overeenkomstig artikel 42, lid 1, van die verordening en dat de biocidefamilie, onder voorbehoud van overeenstemming met de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken van het biocide, voldoet aan de in artikel 19, leden 1 en 6, van die verordening gestelde voorwaarden. |
|
(6) |
Op 12 april 2022 heeft het agentschap, in overeenstemming met artikel 44, lid 4, van Verordening (EU) nr. 528/2012, de ontwerpsamenvatting van de productkenmerken van het biocide in alle officiële talen van de Unie aan de Commissie doen toekomen. |
|
(7) |
De Commissie sluit zich aan bij het advies van het agentschap en acht het daarom passend om voor “Ecolab UA BPF 1-Propanol” een toelating van de Unie te verlenen. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Aan Ecolab Deutschland GmbH wordt een toelating van de Unie met toelatingsnummer EU-0028430-0000 verleend voor het op de markt aanbieden en het gebruik van de biocidefamilie “Ecolab UA BPF 1-Propanol”, overeenkomstig de in de bijlage vastgestelde samenvatting van de productkenmerken van het biocide.
De toelating van de Unie is geldig van 27 november 2022 tot en met 31 oktober 2032.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 november 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.
(2) Advies van het agentschap van 1 maart 2021 over de toelating van de Unie voor “Ecolab UA BPF 1-Propanol” (ECHA/BPC/315/2022), https://echa.europa.eu/bpc-opinions-on-union-authorisation
BIJLAGE
Samenvatting van de productkenmerken van een biocidefamilie
Ecolab UA BPF 1-Propanol
Productsoort 1 — Menselijke hygiëne (Desinfecteermiddelen)
Toelatingsnummer: EU-0028430-0000
Toelatingsnummer in R4BP: EU-0028430-0000
DEEL I
EERSTE INFORMATIENIVEAU
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE
1.1. Familienaam
|
Naam |
Ecolab UA BPF 1-Propanol |
1.2. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 01 — Menselijke hygiëne |
1.3. Toelatingshouder
|
Naam en adres van de toelatingshouder |
Naam |
Ecolab Deutschland GmbH |
|
Adres |
Ecolab Allee 1, 40789 Monheim am Rhein Duitsland |
|
|
Toelatingsnummer |
EU-0028430-0000 |
|
|
Toelatingsnummer in R4BP |
EU-0028430-0000 |
|
|
Toelatingsdatum |
27 november 2022 |
|
|
Vervaldatum |
31 oktober 2032 |
|
1.4. Fabrikant(en) van de biociden
|
Naam van de fabrikant |
Ecolab Europe GmbH |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Adres van de fabrikant |
Richtistrasse 7, 8304 Wallisellen Zwitserland |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Productielocatie |
|
1.5. Fabrikant(en) van de werkzame stof(fen)
|
Werkzame stof |
Propaan-1-ol |
|
Naam van de fabrikant |
BASF SE |
|
Adres van de fabrikant |
Carl-Bosch-Str. 38, 67056 Ludwigshafen Duitsland |
|
Productielocatie |
Carl-Bosch-Str. 38, 67056 Ludwigshafen Duitsland |
|
Werkzame stof |
Propaan-1-ol |
|
Naam van de fabrikant |
OQ Corporation |
|
Adres van de fabrikant |
2001 FM 3057, TX 77414 Bay City Verenigde Staten van Amerika |
|
Productielocatie |
2001 FM 3057, TX 77414 Bay City Verenigde Staten van Amerika |
2. SAMENSTELLING EN FORMULERING VAN DE BIOCIDEFAMILIE
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de familie
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Propaan-1-ol |
|
Werkzame stof |
71-23-8 |
200-746-9 |
70,35 |
75,38 |
2.2. Soort(en) formulering
|
Formulering(en) |
AL — Vloeistof voor toepassing zonder verdunning |
DEEL II
TWEEDE INFORMATIENIVEAU — META-SPC(“s)
META-SPC 1
1. ADMINISTRATIEVE INFORMATIE VAN DE META-SPC 1
1.1. Identificatiecode van de meta-SPC 1
|
Identificatiecode |
meta SPC 1 |
1.2. Achtervoegsel van het toelatingsnummer
|
Nummer |
1-1 |
1.3. Productsoort(en)
|
Productsoort(en) |
PT 01 — Menselijke hygiëne |
2. SAMENSTELLING VAN DE META-SPC 1
2.1. Kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de samenstelling van de meta-SPC 1
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
|
Min. |
Max. |
|||||
|
Propaan-1-ol |
|
Werkzame stof |
71-23-8 |
200-746-9 |
70,35 |
75,38 |
2.2. Soort(en) formulering van de meta-SPC 1
|
Formulering(en) |
AL — Vloeistof voor toepassing zonder verdunning |
3. GEVARENAANDUIDINGEN EN VEILIGHEIDSAANBEVELINGEN VAN DE META-SPC 1
|
Gevarencategorie |
Ontvlambare vloeistof en damp. Veroorzaakt ernstig oogletsel. Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken. Herhaalde blootstelling kan een droge of een gebarsten huid veroorzaken. |
|
Veiligheidsaanbevelingen |
Verwijderd houden van warmte, hete oppervlakken, vonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. Niet roken. Gelaatsbescherming dragen. Oogbescherming dragen. BIJ CONTACT MET DE OGEN: voorzichtig afspoelen met water gedurende een aantal minuten. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Blijven spoelen. Onmiddellijk een arts die contact kan opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Centrum NVCI (NL) of Antigifcentrum (BE) raadplegen. Inademing van damp vermijden. Bij onwel voelen een arts die contact kan opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Centrum NVCI (NL) of Antigifcentrum (BE) raadplegen. |
4. TOEGESTANE VORM(EN) VAN GEBRUIK VAN DE META-SPC 1
4.1. Omschrijving van het gebruik
Tabel 1.
Gebruik # 1 — Desinfectie van de handen
|
Productsoort |
PT 01 — Menselijke hygiëne |
|
Indien van toepassing, een precieze beschrijving van het toegelaten gebruik |
Hygiënisch handdesinfectiemiddel |
|
Doelorganisme(n) (met inbegrip van ontwikkelingsstadium) |
Wetenschappelijke naam: bacteriën Triviale naam: bacteriën Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: tuberculosebacillen Triviale naam: tuberculosebacillen Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: gisten Triviale naam: gisten Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: omkapselde virussen Triviale naam: omkapselde virussen Ontwikkelingsstadia: geen gegevens Wetenschappelijke naam: virussen (beperkte virusclaim) Triviale naam: virussen (beperkte virusclaim) Ontwikkelingsstadia: geen gegevens |
|
Toepassingsgebied |
Binnen Binnen Desinfectie van de handen Ruimten waarin voedsel verwerkt wordt (keukens in industrie, instellingen en ziekenhuizen (waar geen contact met patiënten plaatsvindt)) Hygiënisch handdesinfectiemiddel te gebruiken op zichtbaar schone handen |
|
Toepassingsmethode(n) |
Methode: handmatig of automatisch (pomp) Gedetailleerde beschrijving: handmatig (elleboogschakelaar of contactloos) Automatisch (door pomp) |
|
Dosering(en) en frequentie |
Toe te passen dosis: 3 ml Verdunning (%): Gebruiksklaar Aantal en timing van de toepassing: 10 keer per dag |
|
Categorie/categorieën gebruikers |
Industrieel Professioneel |
|
Verpakkingsgrootte en verpakkingsmateriaal |
HDPE fles, jerrycan van 100-20 000 ml. |
4.1.1. Gebruik-specifieke gebruiksinstructies
Raadpleeg algemene maatregelen (5.1)
4.1.2. Gebruik-specifieke risicobeperkende maatregelen
Raadpleeg algemene maatregelen (5.2)
4.1.3. Waar specifiek voor het gebruik, de bijzonderheden betreffende mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO-instructies en noodmaatregelen om het milieu te beschermen
Raadpleeg algemene maatregelen (5.3)
4.1.4. Waar specifiek voor het gebruik, instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Raadpleeg algemene maatregelen (5.4)
4.1.5. Waar specifiek voor het gebruik, voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Raadpleeg algemene maatregelen (5.5)
5. ALGEMENE GEBRUIKSAANWIJZING (1) VAN DE META-SPC 1
5.1. Gebruiksvoorschrift
Gebruik 1 — Desinfectie van de handen
Desinfectie van de handen in ruimten waar voedsel verwerkt wordt:
Pas 3 ml product toe op schone en droge handen gedurende:
|
— |
30 seconden voor bacteriën/gist/tuberculosebacillen/omkapselde virussen |
|
— |
60 seconden voor virussen (beperkte virusclaim) |
De handen nat houden gedurende gehele contacttijd
5.2. Risicobeperkende maatregelen
Aanraking met de ogen vermijden.
Als er bijgevuld moet worden, moeten handschoenen en oogbescherming worden gebruikt.
Bij droogheid van de huid: passende huidverzorgingscrème gebruiken.
5.3. Bijzonderheden van mogelijke directe of indirecte effecten, EHBO instructies en noodmaatregelen om mens, dier en milieu te beschermen
NA INADEMING: in de frisse lucht brengen en laten rusten in een houding die het ademen vergemakkelijkt. Een arts raadplegen of contact opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Centrum NVCI (NL) of Antigifcentrum (BE).
NA INSLIKKEN: de mond spoelen.
Indien er symptomen zijn: 112/ambulance bellen voor medische hulp.
Indien er geen symptomen zijn: een arts raadplegen of contact opnemen met het Nationaal Vergiftigingen Centrum NVCI (NL) of Antigifcentrum (BE).
Informatie voor zorgmedewerker/arts: start indien nodig levensondersteunende maatregelen en bel daarna het Nationaal Vergiftigingen Centrum NVCI (NL) of Antigifcentrum (BE).
BIJ CONTACT MET DE HUID: bij irritatie: wassen met water en medische hulp inroepen. Bij onbedoelde blootstelling van de huid: wassen met water.
BIJ CONTACT MET DE OGEN: onmiddellijk spoelen met water gedurende enkele minuten. Contactlenzen verwijderen, indien mogelijk. Gedurende minstens 15 minuten blijven spoelen. 112/ambulance bellen voor medische hulp.
Milieuvoorzorgsmaatregelen: niet in contact met bodem, oppervlakte- of grondwater laten komen.
5.4. Instructies voor de veilige verwijdering van het product en zijn verpakking
Voorkom dat het product wordt geloosd op de riolering, oppervlaktewater en bodems. Recycling verdient waar mogelijk de voorkeur boven verwijdering of verbranding. Indien recycling niet haalbaar is, dient het product volgens lokale regelgeving verwijderd te worden. Afval afvoeren naar een erkende afvalverwerker.
Verpakking: lege verpakkingen dienen te worden afgevoerd naar een erkende afvalverwerker voor recycling of verwijdering. Verpakking alleen verwijderen als deze geheel leeg en gesloten is. Lege verpakkingen niet hergebruiken. Verwijderen in overeenstemming met de lokale, nationale en internationale regelgeving.
5.5. Voorwaarden voor opslag en de houdbaarheid van het product onder normale opslagomstandigheden
Uit de buurt van hitte en ontstekingsbronnen houden. In een koele, goed geventileerde ruimte bewaren. Verwijderd houden van oxiderende producten. Buiten het bereik van kinderen houden. In goed gesloten verpakking bewaren. In passend geëtiketteerde verpakking opslaan. Bewaren tussen 0 °C en 25 °C.
Houdbaarheid: 4 jaar
6. OVERIGE INFORMATIE
7. DERDE INFORMATIENIVEAU: INDIVIDUELE BIOCIDEN IN DE META-SPC 1
7.1. Handelsnaam (-namen), toelatingsnummer en specifieke samenstelling van elke individuele biocide
|
Handelsnaam |
Skinman Sensitive |
Marktgebied: EU |
|||
|
|
P3-Manodes LI |
Marktgebied: EU |
|||
|
Epicare DES |
Marktgebied: EU |
||||
|
Manodes LI |
Marktgebied: EU |
||||
|
Toelatingsnummer |
EU-0028430-0001 1-1 |
||||
|
Triviale naam |
IUPAC-naam |
Functie |
CAS-nummer |
EG-nummer |
Gehalte (%) |
|
Propaan-1-ol |
|
Werkzame stof |
71-23-8 |
200-746-9 |
70,35 |
(1) De gebruiksaanwijzing, de risicobeperkende maatregelen en de andere aanwijzingen voor het gebruik in dit deel gelden voor elk toegelaten gebruik in de meta-SPC 1.
BESLUITEN
|
7.11.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 285/15 |
BESLUIT (EU) 2022/2128 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 27 oktober 2022
tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2019/21) (ECB/2022/37)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2, eerste streepje,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 3.1 eerste streepje, artikel 12.1, artikel 18.1, tweede streepje en artikel 34.1, tweede streepje,
Gezien Richtsnoer (EU) 2015/510 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2014 betreffende de tenuitvoerlegging van het monetairbeleidskader van het Eurosysteem (algemene documentatie richtsnoer) (ECB/2014/60) (1);
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 1, lid 4, van Richtsnoer (EU) 2015/510 (ECB/2014/60) kan de Raad van bestuur te allen tijde besluiten tot aanpassing van hulpmiddelen, instrumenten, vereisten, criteria en procedures voor de implementatie van monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem. |
|
(2) |
Bij het nastreven van de doelstelling inzake het handhaven van prijsstabiliteit door gunstige bancaire leenvoorwaarden te handhaven en aldus de accommoderende monetairbeleidskoers in de lidstaten die de euro als munt hebben te ondersteunen, heeft de Raad van bestuur op 22 juli 2019 Besluit (EU) 2019/1311 van de Europese Centrale Bank (ECB/2019/21) (2) vastgesteld. Dit besluit voorziet in een derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (targeted longer-term refinancing operations — TLTRO’s-III) die in de periode van september 2019 tot en met maart 2021 worden uitgevoerd. |
|
(3) |
Sinds de vaststelling van Besluit (EU) 2019/1311 (ECB/2019/21) zijn de parameters en voorwaarden van de TLTRO’s-III herhaaldelijk geherkalibreerd, hetgeen noodzakelijk en passend werd geacht in het licht van de destijds bestaande risico’s voor de prijsstabiliteit, het transmissiemechanisme van het monetair beleid en de economische vooruitzichten in het eurogebied. Deze aanpassingen vonden plaats in een desinflatoire omgeving, waarin een zeer accommoderende monetairbeleidskoers nodig was om de prijsstabiliteit op de middellange termijn te waarborgen. Met name heeft de Raad van bestuur op 12 september 2019 besloten bepaalde parameters van de TLTRO’s-III te wijzigen, waaronder een verlenging van de looptijd van alle transacties van twee naar drie jaar en een verlaging van de toepasselijke rentetarieven, teneinde gunstige bancaire leenvoorwaarden in stand te houden, de soepele doorwerking van het monetaire beleid in lidstaten die de euro als munt hebben te waarborgen en de accommoderende monetairbeleidskoers verder te ondersteunen. Teneinde de bancaire kredietverlening aan degenen die het zwaarst door de verspreiding van de coronavirusziekte (COVID-19) waren getroffen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, te ondersteunen heeft de Raad van bestuur op 12 maart 2020 besloten bepaalde parameters van de TLTRO’s-III te wijzigen, inclusief het verhogen van het leningvolume. Met het oog op verdere ondersteuning van de kredietverlening aan huishoudens en bedrijven in het licht van de heersende economische verstoringen en toegenomen onzekerheid, besloot de Raad van bestuur op 30 april 2020 bovendien om onder bepaalde voorwaarden te voorzien in een aanvullende tijdelijke verlaging van de voor alle TLTRO’s-III (3) toepasselijke rentetarieven. Op 10 december 2020 heeft de Raad van bestuur besloten de voorwaarden van de TLTRO’s-III verder te herkalibreren om bij te dragen aan het behoud van gunstige financieringsvoorwaarden gedurende de pandemie, waardoor de kredietstroom naar alle sectoren van de economie en de economische bedrijvigheid wordt ondersteund en de prijsstabiliteit op de middellange termijn wordt gewaarborgd. De Raad van bestuur besloot met name om de periode waarin aanzienlijk gunstigere voorwaarden gelden zijn te verlengen tot juni 2022, dat er tussen juni en december 2021 drie aanvullende transacties zullen worden uitgevoerd, en het totaalbedrag dat tegenpartijen via TLTRO-III-transacties mogen lenen te verhogen. De Raad van bestuur gaf toen tevens aan klaar te blijven staan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling en overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie (4). |
|
(4) |
TLTRO’s-III hebben, waar nodig in aangepaste vorm, daardoor een sleutelrol gespeeld bij het handhaven van prijsstabiliteit, met name tijdens de acute fase van de pandemie, door gunstige financieringsvoorwaarden in een desinflatoire omgeving te handhaven en de accommoderende monetairbeleidskoers te ondersteunen die nodig is om ernstige neerwaartse risico’s voor de economie en voor prijsstabiliteit aan te pakken. Gedurende die periode verleende de Europese Centrale Bank (ECB) via TLTRO’s-III uitzonderlijk gunstige financieringsvoorwaarden voor deelnemende kredietinstellingen, teneinde de kredietverlening aan de reële economie in een periode van hevige stress te ondersteunen. |
|
(5) |
De snelle en onverwachte stijging van de inflatie tot ongekende niveaus sinds de invoering van de euro, voornamelijk als gevolg van onverwacht hoge energiekosten en tekortkomingen in de levering, en de aanzienlijke opwaartse bijstelling van de vooruitzichten voor de inflatie op middellange termijn sinds eind 2021, vragen om een fundamentele herbeoordeling van de passende monetairbeleidskoers. De energie- en grondstoffenprijzen zijn sterk gestegen na de Russische invasie van Oekraïne en de daaruit voortvloeiende verstoringen van de handel hebben de knelpunten in de levering verergerd, de onzekerheid vergroot en de inflatiedruk in alle sectoren opgevoerd. Deze drastische verandering in de omstandigheden konden niet worden voorzien toen de TLTRO’s-III werden ingevoerd of toen hun voorwaarden werden geherkalibreerd en was in belangrijke mate te wijten aan externe schokken. Deze onverwachte en ongekende verandering in de omstandigheden, die wordt verergerd door de economische fallout van de Russische invasie in Oekraïne, vereist een aanpassing van de monetairbeleidskoers en een herkalibrering van alle moneairbeleidsinstrumenten, met inbegrip van de TLTRO’s-III. Met name is de Raad van bestuur begonnen aan een versnelde en vervroegde normalisering van het monetaire beleid om ervoor te zorgen dat de inflatie zich stabiliseert op de doelstelling van 2 % op middellange termijn in overeenstemming met het mandaat van de ECB inzake prijsstabiliteit. Sinds december 2021 heeft de Raad van bestuur besloten de netto-aankopen van activa in het kader van het programma voor de aankoop van activa en het pandemie-noodaankoopprogramma stop te zetten en vervolgens de belangrijkste beleidsrente van de ECB tot op heden met in totaal 200 basispunten te verhogen. |
|
(6) |
Hoewel de stijging van de belangrijkste beleidsrentetarieven tot dusver soepel is doorgewerkt naar huishoudens en bedrijven in het eurogebied, vereisen de huidige omstandigheden een verdere versnelling van de transmissie van het rentebeleid naar de financieringsvoorwaarden in ruimere zin. De bestaande prijsvoorwaarden van TLTRO’s-III houden in dat de toepasselijke rentevoet voor en na de twee bijzondere renteperioden, die lopen van 24 juni 2020 tot en met 23 juni 2022, gekoppeld is aan de rentevoet voor de depositofaciliteit of de rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties gedurende de gehele looptijd van de desbetreffende transactie. Dit vertraagt de normalisering van de bancaire leenvoorwaarden en belemmert het vermogen van de ECB om haar mandaat inzake prijsstabiliteit te vervullen. Naarmate de beleidstarieven worden verhoogd, wordt het percentage van TLTRO’s-III slechts zeer geleidelijk aangepast. De huidige voorwaarden van TLTRO’s-III bieden de deelnemende kredietinstellingen dan ook zeer weinig prikkels om hun uitstaande TLTRO’s-III-bedragen vroegtijdig terug te betalen. De huidige voorwaarden van TLTRO’s-III dragen ook bij tot het aanhouden van een grotere balans van het Eurosysteem, wat vervolgens indruist tegen de beoogde normalisering van het monetaire beleid. Dit komt doordat de omvang van de balans van een centrale bank een belangrijk signaal is van de mate van accommodatie die het monetair beleid aan de economie biedt en rechtstreeks van invloed is op de kosten van liquiditeit op de markt. Een aanpassing van de voorwaarden van TLTRO’s-III waardoor het ontmoedigende effect op vervroegde aflossing door deelnemers van hun uitstaande TLTRO’s-III-bedragen wordt weggenomen, zou er daarom ook voor pleiten de balans van het Eurosysteem te verlagen en deze beter af te stemmen op de huidige monetairbeleidskoers. Met de aanpassing van de voorwaarden van TLTRO’s-III wordt derhalve de doelstelling inzake het handhaven van prijsstabiliteit nagestreefd door de normalisering van de financieringsvoorwaarden te versnellen en de balans van het Eurosysteem te verkleinen. |
|
(7) |
Op 27 oktober 2022 heeft de Raad van bestuur besloten aanvullende monetaire beleidsmaatregelen vast te stellen en ervoor te zorgen dat de inflatie tijdig terugkeert naar de middellangetermijndoelstelling van de ECB van 2 %. De Raad van bestuur acht het volledige pakket aan maatregelen dat op 27 oktober 2022 is vastgesteld noodzakelijk en evenredig om de passende monetairbeleidskoers voor het herstel van de prijsstabiliteit op de middellange termijn uit te voeren. Als onderdeel van dit pakket besloot de Raad van bestuur dat de op elke uitstaande TLTRO-III toepasselijke rentevoet als volgt moet worden berekend: met ingang van 23 november 2022 en tot en met de vervaldatum of de vervroegde aflossingsdatum van elke respectieve uitstaande TLTRO-III moet de rentevoet worden geïndexeerd tot de gemiddelde toepasselijke basisrentetarieven van de ECB over deze periode, in tegenstelling tot de volledige looptijd van de respectieve TLTRO-III, om bij te dragen tot het algehele normalisatieproces van het monetair beleid. |
|
(8) |
Het koppelen van de TLTRO’s-III-rentevoet aan de gemiddelde rentevoet voor de depositofaciliteit of de gemiddelde rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties voor de resterende looptijd van de respectieve TLTRO-III wordt geschikt geacht om de normalisering van de financieringsvoorwaarden te versnellen en de balans van het Eurosysteem te verlagen, teneinde de doelstelling inzake het handhaven van prijsstabiliteit te behalen. Deze maatregel zal naar verwachting de financieringskosten van de banken verhogen en aldus bijdragen tot het tijdig herstel van de prijsstabiliteit in de huidige inflatoire omgeving. Bovendien zal de stijging van de financieringskosten voor banken als gevolg van de herkalibrering van de voorwaarden van TLTRO’s-III naar verwachting een niet te verwaarlozen effect hebben op de tarieven voor kredietverlening. De impact van de wijzigingen van de voorwaarden van de TLTRO’s-III op de tarieven voor bancaire kredietverlening zal uiteindelijk naar verwachting een aanzienlijk neerwaarts effect hebben op de inflatie op de middellange termijn. Voorts wordt verwacht dat de wijzigingen in de voorwaarden van de TLTRO’s-III- ook de ontmoedigende factoren voor vervroegde aflossing van uitstaande TLTRO’s-III-leningen door deelnemende kredietverstrekkende instellingen zullen wegnemen, waardoor de balans van het Eurosysteem afneemt en wordt bijgedragen tot de algehele normalisering van het monetair beleid. |
|
(9) |
De koppeling van de rentevoet voor de TLTRO’s-III aan de rentevoet voor de depositofaciliteit of de gemiddelde rente voor de basisherfinancieringstransacties voor de resterende looptijd van de respectieve TLTRO-III-transactie gaat niet verder dan noodzakelijk is. Er zijn geen minder ingrijpende en tegelijkertijd even doeltreffende monetairbeleidsmaatregelen voorhanden om de zowel doelstelling van een normalisering van de financieringsvoorwaarden te verwezenlijken als de balans van het Eurosysteem te verminderen. Voorts kon de gewenste vooruitgang in de richting van aangescherpte monetaire en financieringsvoorwaarden die door een aangepaste prijsstelling van de TLTRO-III worden gefaciliteerd, niet doeltreffender worden bereikt door middel van renteverhogingen. |
|
(10) |
Mogelijke nadelige gevolgen van de voorgestelde wijzigingen voor deelnemende kredietinstellingen worden beperkt door de thans geldende gunstige prijsstelling tot en met 22 november 2022 te handhaven, door aanvullende datums voor vervroegde aflossing in te voeren waarop deze instellingen hun uitstaande TLTRO’s-III-bedragen zouden kunnen terugbetalen, door hen voldoende tijd te geven om hun financieringsmix te heroverwegen voordat de wijzigingen van kracht worden en door een rentevoet voor de TLTRO’s-III te blijven aanbieden die, zelfs na de wijziging, gunstig is ten opzichte van marktgebaseerde financieringsmogelijkheden. De bestaande rentevoetberekening moet daarom worden gehandhaafd voor de periode vanaf de afwikkelingsdatum van elke respectieve TLTRO-III tot en met 22 november 2022. Voorts moeten drie aanvullende datums voor vrijwillige vervroegde aflossing worden ingevoerd om TLTRO-III-deelnemers aanvullende mogelijkheden te bieden een respectieve TLTRO-III vóór de vervaldatum te beëindigen of om het bedrag ervan te verlagen. |
|
(11) |
Gezien het belang van de doelstelling inzake het handhaven van prijsstabiliteit, is het van essentieel belang dat prijsstelling van de TLTRO’s-III zo spoedig mogelijk en zonder overgangsmaatregelen wordt gewijzigd om de beoogde doelstellingen te bereiken, namelijk een versnelde normalisering van de financieringsvoorwaarden en een vermindering van de balans van het Eurosysteem. De vaststelling van overgangsmaatregelen zou de wijzigingen die gericht zijn op het normaliseren van de bancaire leenvoorwaarden minder doeltreffend maken en zou een sterk ontmoedigen effect hebben op vervroegde aflossingen, en daarnaast het beleidssignaal van de maatregel kunnen verzwakken. Dit besluit moet derhalve met spoed in werking treden. |
|
(12) |
Derhalve moet Besluit (EU) 2019/1311 (ECB/2019/21) dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen
Besluit (EU) 2019/1311 (ECB/2019/21) wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 5 wordt vervangen door: “Artikel 5 Rente 1. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de bijzondere referentieperiode gelijk is aan of hoger is dan hun vorderingenoverschotbenchmark en van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de aanvullende bijzondere referentieperiode lager is dan hun vorderingenoverschotbenchmark wordt als volgt berekend, behoudens de in artikel 6, lid 3 bis, gestelde voorwaarden:
2. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de bijzondere referentieperiode en gedurende de aanvullende bijzondere referentieperiode lager is dan hun vorderingenoverschotbenchmark, maar van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de tweede referentieperiode hoger is dan hun vorderingenoverschotbenchmark, wordt als volgt berekend:
3. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de tweede referentieperiode, de bijzondere referentieperiode en de aanvullende bijzondere referentieperiode lager is dan hun vorderingenoverschotbenchmark, wordt als volgt berekend:
3 bis. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO-III geleende bedragen wordt door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de aanvullende bijzondere referentieperiode gelijk is aan of groter is dan hun vorderingenoverschotbenchmark als volgt berekend, behoudens de in artikel 6, lid 3 ter, gestelde voorwaarden:
3 ter. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van de achtste of volgende TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de aanvullende bijzondere referentieperiode gelijk is aan of groter is dan hun vorderingenoverschotbenchmark wordt als volgt berekend, behoudens de in artikel 6, lid 3 ter, gestelde voorwaarden:
3 quater. De toepasselijke rentevoet voor uit hoofde van de achtste of volgende TLTRO’s-III geleende bedragen door deelnemers van wie het in aanmerking komende vorderingenoverschot gedurende de aanvullende bijzondere referentieperiode lager is dan hun vorderingenoverschotbenchmark wordt als volgt berekend:
4. Nadere details over de rentevoetberekening zijn opgenomen in bijlage I. De definitieve rentevoet en relevante gegevens met betrekking tot de berekening ervan worden aan de deelnemers gecommuniceerd overeenkomstig het op de ECB-website bekendgemaakte indicatieve tijdschema voor TLTRO’s-III. 5. Rente wordt achteraf verrekend op de vervaldatum van elke TLTRO-III, dan wel bij de vervroegde aflossing zoals bedoeld in artikel 5 bis, naargelang van het geval. 6. Indien een deelnemer als gevolg van de uitoefening van rechtsmiddelen waarover een NCB overeenkomstig haar contractuele of wettelijke regelingen beschikt, verplicht is de uitstaande bedragen in een van de eerste zeven TLTRO’s-III af te lossen voordat de rentevoetgegevens in verband met de tweede en de bijzondere referentieperiodes aan die deelnemer worden gecommuniceerd, bedraagt de toepasselijke rentevoet voor de door die deelnemer uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen en behoudens verplichte aflossingen: a) voor de bijzondere renteperiode: de gemiddelde rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties over die periode verminderd met 50 basispunten; b) voor de aanvullende bijzondere renteperiode: de gemiddelde rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties over die periode verminderd met 50 basispunten, en c) voor de pre-SIRP-renteperiode de gemiddelde rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties over de looptijd van de respectieve TLTRO-III tot de datum waarop de terugbetaling door de NCB moest worden gedaan. Indien een dergelijke terugbetaling vereist is nadat de rentevoetgegevens in verband met de tweede en derde bijzondere renteperiode aan de deelnemer zijn gecommuniceerd, maar voordat de rentevoetgegevens voor de aanvullende bijzondere referentieperiode aan de deelnemer zijn gecommuniceerd, wordt de toepasselijke rentevoet voor de door die deelnemer uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen en behoudens verplichte aflossing, vastgesteld overeenkomstig de leden 1, 2 en 3. Indien een dergelijke terugbetaling vereist is nadat de rentevoetgegevens van de aanvullende bijzondere referentieperiode aan de deelnemer zijn gecommuniceerd, wordt de toepasselijke rentevoet voor de uit hoofde van elk van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen vastgesteld overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 bis. Indien een deelnemer als gevolg van de toepassing van rechtsmiddelen waarover een NCB beschikt gehouden is om overeenkomstig haar contractuele of wettelijke regelingen de uitstaande TLTRO-III-bedragen in de achtste of daaropvolgende TLTRO’s-III af te lossen voordat de resulterende rentevoet voor de aanvullende bijzondere referentieperiode aan de deelnemer is gecommuniceerd, wordt de toepasselijke rentevoet voor door die deelnemer uit hoofde van de achtste of daaropvolgende TLTRO’s-III geleende bedragen die verplicht moeten worden afgelost, vastgesteld overeenkomstig lid 3 quater. Indien een dergelijke aflossing vereist is nadat de rentevoetgegevens voor de aanvullende bijzondere referentieperiode aan de deelnemer zijn gecommuniceerd, wordt de toepasselijke rentevoet voor de door die deelnemer uit hoofde van de achtste of latere TLTRO’s-III geleende bedragen die verplicht moeten worden afgelost, vastgesteld overeenkomstig de leden 3 ter en 3 quater. 7. Indien wederpartijen uit hoofde van een van de eerste zeven TLTRO’s-III geleende bedragen overeenkomstig artikel 5 bis vrijwillig vervroegd aflossen voordat de rentevoetgegevens voor de aanvullende bijzondere referentieperiode aan hen zijn gecommuniceerd, wordt de rentevoet voor de bijzondere aanvullende renteperiode berekend overeenkomstig lid 1, punt b), lid 2, punt b), en lid 3, punt b).”. |
|
3) |
In artikel 5 bis wordt het volgende lid 5 toegevoegd: “5. Naast de in lid 1 genoemde mogelijkheden voor vervroegde aflossing hebben deelnemers ook de mogelijkheid om het bedrag van de betrokken TLTRO’s-III vóór de vervaldatum te beëindigen of te verlagen op een van de volgende aanvullende vervroegde aflossingsdatums:
Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), en in afwijking van de leden 3 en 4 wat betreft de termijnen voor kennisgeving van een voorgenomen vervroegde aflossing en het bindende effect daarvan, stelt een deelnemer, indien hij het bedrag van de betrokken TLTRO’s-III op 23 november 2022 beëindigt of verlaagt, de betrokken NCB ten minste één week vóór de aanvullende vervroegde aflossingsdatum in kennis van zijn voornemen om op deze aanvullende vervroegde aflossingsdatum terug te betalen in het kader van de vervroegde aflossingsprocedure. De kennisgeving één week vóór deze datum van vervroegde aflossing bindend voor de betrokken deelnemer.”. |
|
4) |
In artikel 7, lid 1, worden de punten f) en g) vervangen door:
|
|
5) |
Bijlage I wordt overeenkomstig de bijlage bij dit besluit gewijzigd. |
Artikel 2
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 8 november 2022.
Gedaan te Frankfurt am Main, 27 oktober 2022.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) PB L 91 van 2.4.2015, blz. 3.
(2) Besluit (EU) 2019/1311 van de Europese Centrale Bank van 22 juli 2019 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2019/21) (PB L 204 van 2.8.2019, blz. 100).
(3) Deze wijzigingen worden doorgevoerd bij Besluit (EU) 2020/407 van de Europese Centrale Bank van 16 maart 2020 tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2020/13) (PB L 80 van 17.3.2020, blz. 23) en Besluit (EU) 2020/614 van de Europese Centrale Bank van 30 april 2020 tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2020/25) (PB L 141 van 5.5.2020, blz. 28).
(4) Besluit (EU) 2021/124 van de Europese Centrale Bank van 29 januari 2021 tot wijziging van Besluit (EU) 2019/1311 betreffende een derde reeks gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (ECB/2021/3) (PB L 38 van 3.2.2021, blz. 93).
BIJLAGE
Bijlage I bij Besluit (EU) 2019/1311 (ECB/2019/21) wordt als volgt gewijzigd:
Afdeling 3 wordt vervangen door:
“3. Rentevoetberekening
|
A. |
NLSpecial staat voor het bedrag van het in aanmerking komende vorderingenoverschot over de bijzondere referentieperiode van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021.
|
|
B. |
NLADSpecial staat voor het bedrag van het in aanmerking komende vorderingenoverschot over de aanvullende bijzondere referentieperiode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021.
|
|
C. |
NSMar 2021 staat voor het bedrag verkregen door optelling van het in aanmerking komende vorderingenoverschot over de periode vanaf 1 april 2019 tot en met 31 maart 2021 en het op 31 maart 2019 uitstaande bedrag van in aanmerking komende leningen, dat wordt berekend als:
Nu staat EX voor de procentuele afwijking van NSMar 2021 van de uitstaandbedragbenchmark over de periode 1 april 2019 tot en met 31 maart 2021, d.w.z.:
EX wordt afgerond tot op 15 decimalen. Indien OAB gelijk is aan nul, wordt EX geacht gelijk te zijn aan 1,15. |
|
E. |
k pre staat voor de pre-SIRP-renteperiode vanaf de afwikkelingsdatum van de respectieve TLTRO-III tot en met 23 juni 2020, k special staat voor de bijzondere renteperiode vanaf 24 uni 2020 tot en met 23 juni 2021, k adspecial staat voor de aanvullende bijzondere renteperiode vanaf 24 juni 2021 tot en met 23 juni 2022, k post staat voor de post-ASIRP-renteperiode vanaf 24 juni 2022 tot en met 22 november 2022 of de vervroegde aflossingsdatum van de respectieve TLTRO-III, al naargelang welke datum het vroegst is, k main staat voor de basisrenteperiode vanaf de afwikkelingsdatum van de respectieve TLTRO-III tot en met 22 november 2022 of de vervroegde aflossingsdatum van de respectieve TLTRO-III, al naargelang welke datum het vroegst is, en k last staat voor de renteperiode vanaf 23 november 2022 tot en met de vervaldatum of de datum van vervroegde aflossing van de respectieve TLTRO-III, al naargelang welke datum het vroegst is.
In bovenstaande vergelijkingen staat
In de bovenstaande vergelijkingen staat
In bovenstaande vergelijkingen staat
In bovenstaande vergelijkingen staat |
|
F. |
De rentestimulansaanpassing, indien van toepassing, wordt uitgedrukt als iri en gemeten als een fractie van de gemiddelde corridor tussen
|
|
G. |
De op de looptijd van de TLTRO-III k toegepaste rentevoet (finale rentevoet), wordt uitgedrukt als een jaarlijks percentage, en rk
genoemd, De toepasselijke rentevoet voor een periode kj, met j = pre, special, adspecial, post of last, van een TLTRO-III k, uitgedrukt als een jaarlijks percentage, wordt
|
|
H. |
De rentevoet rk wordt gedefinieerd als:
In de bovenstaande vergelijking staat De toepasselijke rentevoet voor elke TLTRO-III k wordt als volgt berekend:
|