|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
65e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/535 VAN DE RAAD
van 4 april 2022
tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011 (1), en met name artikel 32,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 18 januari 2012 Verordening (EU) nr. 36/2012 vastgesteld. |
|
(2) |
Na de desbetreffende omstandigheden te hebben geëvalueerd, moeten twee vermeldingen worden geschrapt van de lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012. |
|
(3) |
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 moet daarom dienovereenkomstig gewijzigd worden, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 4 april 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
R. BACHELOT-NARQUIN
BIJLAGE
De volgende vermeldingen worden geschrapt van de lijst in deel A (Personen) van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 36/2012:
|
270. |
Bashar Mohammad ASSI; |
|
286. |
Khaldoun AL-ZOUBI. |
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/536 VAN DE COMMISSIE
van 29 maart 2022
tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Nocciola Romana” (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Italië tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde oorsprongsbenaming “Nocciola Romana”, die is geregistreerd bij Verordening (EG) nr. 667/2009 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(3) |
Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de naam “Nocciola Romana” (BOB) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 maart 2022.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 667/2009 van de Commissie van 22 juli 2009 houdende inschrijving van een benaming in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Nocciola Romana (BOB)) (PB L 194 van 25.7.2009, blz. 5).
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/537 VAN DE COMMISSIE
van 4 april 2022
tot verlening van een vergunning voor een preparaat van citroenextract als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de gronden en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2). |
|
(2) |
Voor citroenextract is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is dat toevoegingsmiddel overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van een preparaat van citroenextract als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. |
|
(4) |
De aanvrager heeft verzocht om het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd. |
|
(5) |
De aanvrager heeft ook verzocht om een vergunning te verlenen voor het gebruik van het preparaat van citroenextract in drinkwater. Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet echter niet in de verlening van een vergunning voor het gebruik van “aromatische stoffen” in drinkwater. Daarom mag het gebruik van het preparaat van citroenextract in drinkwater niet worden toegestaan. |
|
(6) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 29 september 2021 (3) geconcludeerd dat het preparaat van citroenextract onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen ongunstige effecten voor de diergezondheid, de gezondheid van de consument of het milieu heeft. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat het preparaat van citroenextract moet worden beschouwd als irriterend voor de huid en de ogen en als potentieel corrosief. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. |
|
(7) |
De EFSA heeft geconcludeerd dat de werkzaamheid van het preparaat van citroenextract niet meer hoeft te worden aangetoond aangezien het toevoegingsmiddel is erkend als aromatische stof in levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen. Zij heeft ook het verslag over de analysemethoden voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend. |
|
(8) |
Uit de beoordeling van het preparaat van citroenextract blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan. |
|
(9) |
Om een betere controle mogelijk te maken, moeten bepaalde voorwaarden worden vastgesteld. Het is vooral van belang dat er een aanbevolen gehalte vermeld wordt op het etiket van het toevoegingsmiddel. Indien dat gehalte wordt overschreden, moet bepaalde informatie op het etiket van de voormengsels worden vermeld. |
|
(10) |
Het feit dat het preparaat van citroenextract niet als aromatische stof in drinkwater mag worden gebruikt, sluit het gebruik ervan in mengvoeders die via water worden toegediend niet uit. |
|
(11) |
Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor het betrokken preparaat vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Vergunningverlening
Voor het in de bijlage gespecificeerde preparaat, dat behoort tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.
Artikel 2
Overgangsmaatregelen
1. Het in de bijlage gespecificeerde preparaat, en voormengsels die dit preparaat bevatten, en die vóór 25 oktober 2022 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 april 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
2. De mengvoeders en voedermiddelen die het in de bijlage gespecificeerde preparaat bevatten, en die vóór 25 april 2023 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 april 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.
3. De mengvoeders en voedermiddelen die het in de bijlage gespecificeerde preparaat bevatten, en die vóór 25 april 2024 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 april 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 april 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.
(2) Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding
(PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).
(3) EFSA Journal 2021;19(11):6893.
BIJLAGE
|
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel |
Toevoegingsmiddel |
Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimumgehalte |
Maximumgehalte |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||||
|
mg werkzame stof/kg volledig voeder met een vochtgehalte van 12 % |
||||||||||||||||||||
|
Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen |
||||||||||||||||||||
|
2b139a-ex |
Citroenextract |
Samenstelling van het toevoegingsmiddel Preparaat van citroenextract van de vruchten van Citrus limon (L.) Osbeck (1) met propionzuur ≤ 1 %. Vloeibare vorm |
Alle diersoorten |
|
— |
— |
|
25 april 2032 |
||||||||||||
|
Karakterisering van de werkzame stof Waterig extract van het materiaal dat overblijft na de extractie van sap uit de vruchten van Citrus limon (L.) Osbeck zoals gedefinieerd door de Raad van Europa (2). droge stof: 51-53 % Totaal polyfenolen (uitgedrukt als pyrogallol-equivalenten): > 1 % Eriocitrin: ≥ 4 000 mg/kg Hesperidine: ≥ 2 000 mg/kg Limonin: 36-92 mg/kg Nomilin: 14-113 mg/kg Citroenzuur: 4-7 % Osidic-substanties: ≥ 42 % CAS-nr.: 84929-31-7 Einecs-nummer: 284-515-8 FEMA-nummer: 2623 RvE-nummer: 139a |
||||||||||||||||||||
|
Analysemethode (3) Voor de kwantificering van de fytochemische merker (totaal polyfenolen) in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:
|
||||||||||||||||||||
(1) Synoniem Citrus Limon (L.) Burm. f.
(2) Natural sources of flavourings — Verslag nr. 2 (2007)
(3) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/9 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2022/538 VAN DE COMMISSIE
van 4 april 2022
tot verlenging van de vergunning voor natriumbenzoaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor gespeende biggen, tot verlening van de nieuwe vergunning voor gespeende biggen van andere Suidae en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 496/2011 (vergunninghouder Taminco Finland Oy)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de gronden en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. |
|
(2) |
Voor het gebruik van natriumbenzoaat is bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 496/2011 van de Commissie (2) een vergunning voor tien jaar verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor gespeende biggen. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003, in samenhang met artikel 7 van die verordening, heeft de vergunninghouder een aanvraag ingediend voor de verlenging van de vergunning voor natriumbenzoaat voor gespeende biggen en voor een nieuwe toepassing voor biggen van andere Suidae, met het verzoek om dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”. De krachtens artikel 7, lid 3, en artikel 14, lid 2, van die verordening vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd. |
|
(4) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 29 september 2021 (3) geconcludeerd dat natriumbenzoaat onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden geen negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van gespeende biggen, de consumentenveiligheid of het milieu. Deze conclusie kan worden uitgebreid tot andere opgroeiende Suidae. De EFSA heeft geconcludeerd dat het toevoegingsmiddel als huidallergeen moet worden beschouwd en dat de poederformulering van het toevoegingsmiddel een risico bij inademing inhoudt. De Commissie is daarom van mening dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid — en met name de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel — te voorkomen. Voorts concludeerde de EFSA op basis van de eerder beoordeelde werkzaamheidsgegevens dat het toevoegingsmiddel werkzaam kan zijn bij gespeende biggen. De conclusies over de werkzaamheid bij gespeende biggen kunnen in het overeenkomstige fysiologische stadium worden uitgebreid tot andere opgroeiende Suidae. Specifieke eisen voor toezicht na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding gecontroleerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend. |
|
(5) |
Uit de beoordeling van natriumbenzoaat blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning is voldaan. Daarom moet de vergunning voor dat toevoegingsmiddel voor gespeende biggen worden verlengd en moet het gebruik ervan voor biggen van andere Suidae in het overeenkomstige fysiologische stadium worden toegestaan, zoals vermeld in de bijlage bij deze verordening. |
|
(6) |
Als gevolg van de verlenging van de vergunning voor natriumbenzoaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening, moet Uitvoeringsverordening (EU) nr. 496/2011 worden ingetrokken. |
|
(7) |
Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stof vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie “zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “andere zoötechnische toevoegingsmiddelen”, wordt onder de in de bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend en verlengd.
Artikel 2
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 496/2011 wordt ingetrokken.
Artikel 3
1. De in artikel 1 bedoelde stof en voormengsels die deze stof bevatten, en die vóór 25 oktober 2022 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 april 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
2. Voedermiddelen en mengvoeders die de in lid 1 bedoelde stof bevatten, en die vóór 25 april 2023 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 25 april 2022 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 april 2022.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 496/2011 van de Commissie van 20 mei 2011 tot verlening van een vergunning voor het gebruik van natriumbenzoaat als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor gespeende biggen (PB L 134 van 21.5.2011, blz. 9).
(3) EFSA Journal 2021;19(11):6899.
BIJLAGE
|
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel |
Naam van de vergunninghouder |
Toevoegingsmiddel |
Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode |
Diersoort of -categorie |
Maximumleeftijd |
Minimumgehalte |
Maximumgehalte |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||
|
mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % |
|||||||||||||||||||
|
Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: andere zoötechnische toevoegingsmiddelen (verbetering van zoötechnische prestaties). |
|||||||||||||||||||
|
4d5 |
Taminco Finland Oy |
Natriumbenzoaat |
Samenstelling van het toevoegingsmiddel Korrel- of poederformulering met minimaal 99 % natriumbenzoaat |
Gespeende biggen van alle Suidae |
— |
|
4 000 |
|
25 april 2032 |
||||||||||
|
Karakterisering van de werkzame stof Natriumbenzoaat Chemische formule: C7H5O2 Na CAS-nummer: 532-32-1 |
|||||||||||||||||||
|
Analysemethode (1) Voor de bepaling van natriumbenzoaat (als totaal benzoëzuur) in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen:
Voor de bepaling van de totale hoeveelheid natrium in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:
|
|||||||||||||||||||
(1) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op de website van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports
BESLUITEN
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/13 |
UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2022/539 VAN DE RAAD
van 4 april 2022
tot uitvoering van Besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,
Gezien Besluit 2013/255/GBVB van de Raad van 31 mei 2013 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië (1), en met name artikel 30, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 31 mei 2013 Besluit 2013/255/GBVB vastgesteld. |
|
(2) |
Na de desbetreffende omstandigheden te hebben geëvalueerd, moeten twee vermeldingen worden geschrapt van de lijst van natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB. |
|
(3) |
Bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB moet daarom dienovereenkomstig gewijzigd worden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 4 april 2022.
Voor de Raad
De voorzitter
R. BACHELOT-NARQUIN
BIJLAGE
De volgende vermeldingen worden geschrapt van de lijst in deel A (Personen) van bijlage I bij Besluit 2013/255/GBVB:
|
270. |
Bashar Mohammad ASSI; |
|
286. |
Khaldoun AL-ZOUBI. |
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/15 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/540 VAN DE COMMISSIE
van 1 april 2022
tot vaststelling van een lijst van op grond van Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad beschermde geografische aanduidingen waarvoor aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend krachtens artikel 2 van Verordening (EU) 2019/1753 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1753 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de maatregelen van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (1), en met name artikel 2, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (2) (“de Akte van Genève”) is een internationale overeenkomst op grond waarvan de overeenkomstsluitende partijen een systeem van wederzijdse bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen toepassen. |
|
(2) |
Naar aanleiding van Besluit (EU) 2019/1754 van de Raad (3) inzake de toetreding van de Europese Unie tot de Akte van Genève heeft de Unie op 26 november 2019 de akte van toetreding tot de Akte van Genève neergelegd. De toetreding van de Unie tot de Akte van Genève is op 26 februari 2020 van kracht geworden. Aangezien de Unie de vijfde overeenkomstsluitende partij was die tot de Akte van Genève toetrad, is de Akte van Genève overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de Akte van Genève op diezelfde datum in werking getreden. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève kunnen de bevoegde instanties van elke overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève aanvragen tot internationale inschrijving van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding indienen bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom, die deze registreert in het internationaal register. Overeenkomstig artikel 9 van de Akte van Genève kunnen de andere overeenkomstsluitende partijen na afloop van en in het licht van een specifieke screeningprocedure besluiten om die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding op hun grondgebied te beschermen. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1753 heeft de term “geografische aanduidingen” voor de toepassing van die verordening en de op grond daarvan vastgestelde handelingen betrekking op de geografische aanduidingen in de zin van Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad (4). |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1753 is de Commissie, als bevoegde instantie van de Unie, gemachtigd om, na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève en vervolgens op regelmatige basis, aanvragen tot internationale inschrijving van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de Unie in te dienen bij het internationaal bureau. |
|
(6) |
Tussen oktober en november 2021 hebben de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1753 bij de Commissie drie verzoeken ingediend om geografische aanduidingen die uit hun grondgebied afkomstig zijn en die beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) 2019/787, in het internationale register in te schrijven. |
|
(7) |
Voor overeenkomstig Verordening (EU) 2019/787 als geografische aanduiding beschermde namen moeten aanvragen tot inschrijving in het internationaal register worden ingediend als geografische aanduidingen. |
|
(8) |
Daarom moet een lijst van geografische aanduidingen worden vastgesteld op basis van die verzoeken van de lidstaten aan de Commissie om aanvragen tot internationale inschrijving in te dienen van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit hun grondgebied en die in de Unie beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) 2019/787. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor gedistilleerde dranken, |
BESLUIT:
Enig artikel
Een lijst van op grond van Verordening (EU) 2019/787 beschermde geografische aanduidingen waarvoor door de Commissie aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend, is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Gedaan te Brussel, 1 april 2022.
Voor de Commissie
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 271 van 24.10.2019, blz. 1.
(2) PB L 271 van 24.10.2019, blz. 15.
(3) Besluit (EU) 2019/1754 van de Raad van 7 oktober 2019 inzake de toetreding van de Europese Unie tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (PB L 271 van 24.10.2019, blz. 12).
(4) Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de definitie, omschrijving, presentatie en etikettering van gedistilleerde dranken, het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en etikettering van andere levensmiddelen en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, het gebruik van ethylalcohol en distillaten uit landbouwproducten in alcoholhoudende dranken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 110/2008 (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 1).
BIJLAGE
Lijst van de geografische aanduidingen die in de Unie beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) 2019/787 (geografische aanduidingen) en waarvoor aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend krachtens artikel 2 van Verordening (EU) 2019/1753
Bulgarije
|
— |
Стралджанска Мускатова ракия/Мускатова ракия от Стралджа/Straldjanska Muscatova rakya/Muscatova rakya from Straldja (GA) |
|
— |
Ямболска гроздова ракия/Гроздова ракия от Ямбол/Yambolska grozdova rakya/Grozdova rakya ot Yambol (GA) |
Griekenland
|
— |
Τσίπουρο Τυρνάβου/Tsipouro of Tyrnavos (GA) |
|
5.4.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 106/18 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2022/541 VAN DE COMMISSIE
van 1 april 2022
tot vaststelling van een lijst van op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad beschermde geografische aanduidingen waarvoor aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend krachtens artikel 2 van Verordening (EU) 2019/1753 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1753 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de maatregelen van de Unie ingevolge haar toetreding tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (1), en met name artikel 2, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (2) (“de Akte van Genève”) is een internationale overeenkomst op grond waarvan de overeenkomstsluitende partijen een systeem van wederzijdse bescherming van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen toepassen. |
|
(2) |
Naar aanleiding van Besluit (EU) 2019/1754 van de Raad (3) inzake de toetreding van de Europese Unie tot de Akte van Genève heeft de Unie op 26 november 2019 de akte van toetreding tot de Akte van Genève neergelegd. De toetreding van de Unie tot de Akte van Genève is op 26 februari 2020 van kracht geworden. Aangezien de Unie de vijfde overeenkomstsluitende partij was die tot de Akte van Genève toetrad, is de Akte van Genève overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de Akte van Genève op diezelfde datum in werking getreden. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 5, leden 1 en 2, van de Akte van Genève kunnen de bevoegde instanties van elke overeenkomstsluitende partij bij de Akte van Genève aanvragen tot internationale inschrijving van een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding indienen bij het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom, die deze registreert in het internationaal register. Overeenkomstig artikel 9 van de Akte van Genève kunnen de andere overeenkomstsluitende partijen na afloop van en in het licht van een specifieke screeningprocedure besluiten om die oorsprongsbenaming of geografische aanduiding op hun grondgebied te beschermen. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1753 heeft de term “geografische aanduidingen” voor de toepassing van die verordening en de op grond daarvan vastgestelde handelingen betrekking op de beschermde oorsprongsbenamingen en de beschermde geografische aanduidingen in de zin van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4). |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1753 is de Commissie, als bevoegde instantie van de Unie, gemachtigd om, na de toetreding van de Unie tot de Akte van Genève en vervolgens op regelmatige basis, aanvragen tot internationale inschrijving van oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van de Unie in te dienen bij het internationaal bureau. |
|
(6) |
Tussen november en december 2021 hebben de lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1753 bij de Commissie vier verzoeken ingediend om beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen die uit hun grondgebied afkomstig zijn en die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 beschermd zijn, in het internationale register in te schrijven. |
|
(7) |
Voor overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 als beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of beschermde geografische aanduiding (BGA) beschermde namen moeten aanvragen tot inschrijving in het internationaal register worden ingediend als respectievelijk oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen. |
|
(8) |
Daarom moet een lijst van beschermde oorsprongsbenamingen (BOB’s) en beschermde geografische aanduidingen (BGA’s) worden vastgesteld op basis van die verzoeken van de lidstaten aan de Commissie om aanvragen tot internationale inschrijving in te dienen van geografische aanduidingen die afkomstig zijn uit hun grondgebied en die in de Unie beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten (wijn), |
BESLUIT:
Enig artikel
Een lijst van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen die beschermd zijn op grond van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en waarvoor door de Commissie aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend, is opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
Gedaan te Brussel, 1 april 2022.
Voor de Commissie
Janusz WOJCIECHOWSKI
Lid van de Commissie
(1) PB L 271 van 24.10.2019, blz. 1.
(2) PB L 271 van 24.10.2019, blz. 15.
(3) Besluit (EU) 2019/1754 van de Raad van 7 oktober 2019 inzake de toetreding van de Europese Unie tot de Akte van Genève bij de Overeenkomst van Lissabon betreffende oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen (PB L 271 van 24.10.2019, blz. 12).
(4) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).
BIJLAGE
Lijst van de geografische aanduidingen die in de Unie beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 (beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen) en waarvoor aanvragen tot internationale inschrijving moeten worden ingediend krachtens artikel 2 van Verordening (EU) 2019/1753
Griekenland
|
— |
Σαντορίνη (BOB) |
Frankrijk
|
— |
Val de Loire (BGA) |
|
— |
Pays d’Oc (BGA) |
Italië
|
— |
Bolgheri (BOB) |