ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 461

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
27 december 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Mededeling over de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Australië krachtens artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies voor alle in EU-lijst CLXXV opgenomen tariefcontingenten als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie

1

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2304 van de Commissie van 18 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met voorschriften voor de afgifte van voor de uitvoer bedoelde aanvullende certificaten die bevestigen dat geen antibiotica zijn gebruikt bij de biologische productie van dierlijke producten ( 1 )

2

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische producten en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten en inzake de plaats van officiële controles voor dergelijke producten, en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie ( 1 )

5

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat ( 1 )

13

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie ( 1 )

30

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2308 van de Commissie van 22 december 2021 tot wijziging van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest ( 1 )

40

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2021/2309 van de Raad van 22 december 2021 over voorlichtingsactiviteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag

78

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/1


Mededeling over de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Australië krachtens artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies voor alle in EU-lijst CLXXV opgenomen tariefcontingenten als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie

De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Australië krachtens artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies voor alle in EU-lijst CLXXV opgenomen tariefcontingenten als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie (1), die op 4 oktober 2021 in Brussel is ondertekend, is op 2 december 2021 in werking getreden.


(1)   PB L 452 van 16.12.2021, blz. 3.


VERORDENINGEN

27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/2


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2304 VAN DE COMMISSIE

van 18 oktober 2021

tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met voorschriften voor de afgifte van voor de uitvoer bedoelde aanvullende certificaten die bevestigen dat geen antibiotica zijn gebruikt bij de biologische productie van dierlijke producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 44, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bepaalde derde landen eisen dat biologische dierlijke producten zonder gebruik van antibiotica moeten zijn geproduceerd. Om de toegang tot de markten van die landen te vergemakkelijken, moeten exploitanten of groepen exploitanten uit de Unie die dergelijke producten willen uitvoeren, door middel van een officieel document kunnen aantonen dat geen antibiotica zijn gebruikt.

(2)

Op grond van artikel 35 van Verordening (EU) 2018/848 moeten de bevoegde autoriteiten of, in voorkomend geval, de controleautoriteiten of controleorganen een certificaat verstrekken aan exploitanten of groepen exploitanten die hun activiteit hebben gemeld en aan die verordening voldoen. De exploitant of groep exploitanten moet over de mogelijkheid beschikken om die bevoegde autoriteiten of, in voorkomend geval, controleautoriteiten of controleorganen te verzoeken een aanvullend certificaat af te geven dat bevestigt dat de biologische dierlijke producten zonder gebruik van antibiotica zijn geproduceerd. Het model voor dat aanvullende certificaat moet worden opgesteld.

(3)

Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de uitvoer bedoeld aanvullend certificaat dat bevestigt dat geen antibiotica zijn gebruikt bij de biologische productie van dierlijke producten

Op verzoek van een exploitant of groep exploitanten die reeds in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EU) 2018/848, geeft de desbetreffende bevoegde autoriteit of, in voorkomend geval, de desbetreffende controleautoriteit of het desbetreffende controleorgaan een aanvullend certificaat af dat bevestigt dat de exploitant of groep exploitanten bepaalde biologische dierlijke producten zonder gebruik van antibiotica heeft geproduceerd, indien een dergelijk certificaat nodig is voor de uitvoer van die producten uit de Unie. De bijlage bij de onderhavige verordening bevat het model voor dat aanvullende certificaat.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 18 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.


BIJLAGE

AANVULLEND CERTIFICAAT DAT BEVESTIGT DAT GEEN ANTIBIOTICA ZIJN GEBRUIKT BIJ DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE VAN DIERLIJKE PRODUCTEN (BEDOELD VOOR DE UITVOER)

1.

Documentnummer:

2.

(kies wat van toepassing is)

Exploitant

Groep exploitanten

3.

Naam en adres van de exploitant of groep exploitanten:

4.

Naam en adres van de bevoegde autoriteit of, in voorkomend geval, de controleautoriteit of het controleorgaan van de exploitant of groep exploitanten en het codenummer in het geval van een controleautoriteit of controleorgaan:

5.

Documentnummer van het certificaat dat overeenkomstig artikel 35 van Verordening (EU) 2018/848 aan de exploitant of groep exploitanten is verstrekt in een vorm die strookt met bijlage VI bij die verordening:

Met dit certificaat wordt bevestigd dat de exploitant of groep exploitanten (kies wat van toepassing is) de volgende biologische dierlijke producten zonder gebruik van antibiotica heeft geproduceerd:

1.

………………….

2.

………………….

3.

………………….

6.

Datum, plaats:

Naam en handtekening namens de bevoegde autoriteit van afgifte of, in voorkomend geval, de controleautoriteit of het controleorgaan van afgifte:

7.

Aanvullend certificaat geldig van ………. [datum invoegen] tot en met ………. [datum invoegen]


27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/5


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2305 VAN DE COMMISSIE

van 21 oktober 2021

tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische producten en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten en inzake de plaats van officiële controles voor dergelijke producten, en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 48, punt h), artikel 51, lid 1, punt a), artikel 53, lid 1, punten a) en e), en artikel 77, lid 1, punt k),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (2) moeten officiële controles in de lidstaten op de naleving van de voorwaarden en maatregelen betreffende de invoer in de Unie van producten die bestemd zijn om in de Unie als een biologisch product of als een omschakelingsproduct in de handel te worden gebracht, worden uitgevoerd aan grenscontroleposten overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625.

(2)

Artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 specificeert de categorieën dieren en goederen die de Unie binnenkomen uit derde landen waarop de bevoegde autoriteiten officiële controles aan de grenscontroleposten van eerste binnenkomst in de Unie moeten verrichten. Biologische producten en omschakelingsproducten als bedoeld in artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 vallen op grond van die bepaling van Verordening (EU) 2018/848 onder de categorieën dieren en goederen als bedoeld in artikel 47, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2017/625. Bovendien kunnen biologische producten en omschakelingsproducten ook op grond van andere in die bepaling bedoelde handelingen of regels dan artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, vallen onder de in artikel 47, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen. Evenzo kunnen biologische producten en omschakelingsproducten ook onder de in artikel 47, lid 1, punten a) tot en met e), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen vallen, mits zij aan de desbetreffende voorschriften voldoen.

(3)

Overeenkomstig artikel 48, punt h), van Verordening (EU) 2017/625 kunnen dieren en goederen die een laag of geen specifiek risico vormen, worden vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten. Overeenkomstig artikel 3, punt 24, van Verordening (EU) 2017/625 wordt “risico” gedefinieerd met betrekking tot nadelige effecten op de gezondheid van mensen, dieren of planten, het dierenwelzijn of het milieu, maar niet met betrekking tot de kwaliteit van levensmiddelen. Biologische producten en omschakelingsproducten die de Unie binnenkomen, kunnen worden beschouwd als producten die een laag of geen specifiek risico vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of voor het milieu, wanneer zij niet vallen onder de categorieën dieren en goederen die aan officiële controles aan grenscontroleposten zijn onderworpen op grond van artikel 47, lid 1, punten a) tot en met e), van Verordening (EU) 2017/625, of onder de categorieën dieren en goederen als bedoeld in artikel 47, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2017/625, waarvoor voorwaarden of maatregelen voor de binnenkomst ervan in de Unie zijn neergelegd overeenkomstig respectievelijk artikel 126 of artikel 128 van Verordening (EU) 2017/625 of overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, punten a) tot en met h), en j), van die verordening bedoelde regels, waarin is bepaald dat naleving van die voorwaarden of maatregelen bij binnenkomst van de dieren of goederen in de Unie moet worden gecontroleerd. Daarom is het passend dergelijke producten vrij te stellen van officiële controles aan grenscontroleposten.

(4)

Officiële controles van biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht en die overeenkomstig deze verordening zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten, moeten worden uitgevoerd op het punt van vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie. De lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van de punten van vrijgave voor het vrije verkeer waar deze controles worden verricht. De Commissie moet de lijst van punten van vrijgave voor het vrije verkeer bijhouden in het in artikel 133, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde Traces-systeem (Trade Control and Expert System).

(5)

Op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie (3) hebben de bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten de mogelijkheid om op een ander controlepunt dan een grenscontrolepost overeenstemmings- en materiële controles uit te voeren op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 47, lid 1, punten c) en e), van Verordening (EU) 2017/625 en op zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong die vallen onder de maatregelen waarin is voorzien bij de in artikel 47, lid 1, punten d), e) en f), van die verordening bedoelde handelingen. Evenzo hebben de bevoegde autoriteiten op grond van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 de mogelijkheid documentencontroles op afstand van een grenscontrolepost uit te voeren op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 72, lid 1, en artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad (4). Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 is echter niet van toepassing op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 47, lid 1, punten c) en e), van Verordening (EU) 2017/625 indien dat biologische producten of omschakelingsproducten zijn die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.

(6)

Om ervoor te zorgen dat Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van toepassing is op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 47, lid 1, punten c) en e), van Verordening (EU) 2017/625 die biologische producten of omschakelingsproducten zijn die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, moet het toepassingsgebied ervan worden uitgebreid. Daarnaast moeten in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder overeenstemmings- en materiële controles kunnen worden uitgevoerd op een ander controlepunt dan een grenscontrolepost met betrekking tot zendingen van bepaalde producten die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.

(7)

Ter bevordering van een vlotte behandeling van dieren en goederen die de Unie binnenkomen, moeten de bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten toestemming kunnen verlenen voor verder vervoer naar de eindbestemming in afwachting van de resultaten van laboratoriumanalyses en tests van zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 47, lid 1, punten c) en e), van Verordening (EU) 2017/625, overeenkomstig hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2124 van de Commissie (5), ook wanneer het gaat om biologische producten of omschakelingsproducten die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.

(8)

De Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening worden regels vastgesteld betreffende:

a)

de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder bepaalde biologische producten en omschakelingsproducten die de Unie binnenkomen en die een laag of geen specifiek risico vormen voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, voor het dierenwelzijn of voor het milieu, zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten voor de controle op de naleving van de voorschriften inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten;

b)

de plaats waar de officiële controles van de in punt a) bedoelde producten die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht, moeten worden uitgevoerd, en

c)

wijzigingen van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

“biologisch product”: een product in de zin van artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) 2018/848;

2.

“omschakelingsproduct”: een product in de zin van artikel 3, punt 7, van Verordening (EU) 2018/848.

Artikel 3

Biologische producten en omschakelingsproducten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten

De volgende biologische producten en omschakelingsproducten die de Unie binnenkomen, zijn vrijgesteld van officiële controles aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie:

a)

andere biologische producten en omschakelingsproducten dan die welke onder de in artikel 47, lid 1, punten a) tot en met e), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen vallen, en

b)

biologische producten en omschakelingsproducten die behoren tot de categorie dieren en goederen als bedoeld in artikel 47, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2017/625, met uitzondering van die waarvoor voorwaarden of maatregelen voor de binnenkomst ervan in de Unie zijn neergelegd door middel van overeenkomstig artikel 126, respectievelijk artikel 128 van Verordening (EU) 2017/625 vastgestelde handelingen of waarvoor voorwaarden of maatregelen voor de binnenkomst ervan in de Unie zijn vastgesteld overeenkomstig de in artikel 1, lid 2, punten a) tot en met h), en j), van die verordening bedoelde regels.

Artikel 4

Plaats van officiële controles van biologische producten en omschakelingsproducten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten

1.   Voor de in artikel 3 bedoelde biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht, voeren de bevoegde autoriteiten de officiële controles uit op punten van vrijgave voor het vrije verkeer in de lidstaat waar de zending wordt vrijgegeven voor het vrije verkeer in de Unie.

2.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de punten van vrijgave voor het vrije verkeer waar de bevoegde autoriteiten officiële controles overeenkomstig lid 1 uitvoeren, met vermelding van hun naam, adres en contactgegevens.

De Commissie houdt de lijst van die punten van vrijgave voor het vrije verkeer bij in Traces (Trade Control and Expert System).

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten op de in lid 1 bedoelde punten van vrijgave voor het vrije verkeer beschikken over de technologie en apparatuur die nodig zijn voor het efficiënte gebruik van Traces.

Artikel 5

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 1, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt a) wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt i bis) wordt ingevoegd:

“i bis)

op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in punt i) die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (*) aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn;

(*)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).”;"

ii)

punt ii) wordt vervangen door:

“ii)

op zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong die vallen onder de maatregelen waarin is voorzien bij de in artikel 47, lid 1, punten d), e) en f), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde handelingen, met inbegrip van die zendingen die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn;”;

b)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

documentencontroles op afstand van een grenscontrolepost op zendingen:

i)

planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 72, lid 1, en artikel 74, lid 1, van Verordening (EU) 2016/2031;

ii)

planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in punt i) die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.”.

2)

Het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd vóór hoofdstuk I:

“Artikel 1 bis

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

“controles op de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders”: officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, punten a) en c), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels;

2.

“fytosanitaire controles”: officiële controles op de naleving van de in artikel 1, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels;

3.

“biologische controles”: officiële controles als bedoeld in artikel 6, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie (*).

(*)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 13).”."

3)

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

“Overeenstemmings- en materiële controles ter verificatie van de naleving van de regels van de Unie inzake de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en inzake de beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten kunnen worden uitgevoerd op een ander controlepunt dan een grenscontrolepost, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:”;

b)

het volgende lid 4 wordt ingevoegd:

“4.   De bevoegde autoriteiten mogen de volgende officiële controles uitvoeren op een ander in het GGB aangegeven controlepunt dan de grenscontrolepost, tenzij in vak 30 van het in artikel 5 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 bedoelde inspectiecertificaat de optie “De zending kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer” is aangekruist:

a)

fytosanitaire controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles met betrekking tot zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), i bis), van deze verordening;

b)

controles op de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles met betrekking tot zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), ii), van deze verordening die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.”.

4)

Het volgende artikel 2 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 2 bis

Voorwaarden voor de uitvoering van biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles op andere controlepunten dan grenscontroleposten met betrekking tot zendingen van bepaalde producten die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn

1.   De bevoegde autoriteiten kunnen biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles uitvoeren met betrekking tot zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), i bis), en met betrekking tot zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), ii), die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, op een ander op het inspectiecertificaat aangegeven controlepunt dan de grenscontrolepost, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

het controlepunt waar de biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles moeten worden uitgevoerd, is aangegeven op het inspectiecertificaat door de voor de zending verantwoordelijke exploitant bij de voorafgaande kennisgeving overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie (*), of door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost;

b)

het resultaat van de door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost uitgevoerde biologische controles in de vorm van documentencontroles is bevredigend;

c)

de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost hebben hun toestemming om de zending naar het controlepunt over te brengen in vak 26 van het inspectiecertificaat geregistreerd;

d)

de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost hebben in het GGB hun toestemming geregistreerd om de zending over te brengen naar een controlepunt voor controles op de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles of voor fytosanitaire controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles, naargelang het geval;

e)

voordat de zending de grenscontrolepost verlaat, stelt de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost die verantwoordelijk is voor de biologische controles de bevoegde autoriteit op het controlepunt die verantwoordelijk is voor de biologische controles in kennis van de aankomst van de zending door het inspectiecertificaat in Traces (Trade Control and Expert System) in te dienen;

f)

de exploitant heeft de zending onder douanetoezicht van de grenscontrolepost naar het controlepunt vervoerd zonder dat de goederen tijdens het vervoer zijn gelost;

g)

de exploitant heeft ervoor gezorgd dat zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), i bis), en zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), ii), die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, naar het controlepunt worden vergezeld van een gewaarmerkte kopie van het inspectiecertificaat;

h)

de exploitant heeft het referentienummer van het inspectiecertificaat aangegeven op de douaneaangifte die met het oog op de overbrenging van de zending naar het controlepunt bij de douaneautoriteiten is ingediend en houdt een kopie van dat certificaat ter beschikking van de in artikel 163 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde douaneautoriteiten.

2.   De eis dat de zending vergezeld moet gaan van een gewaarmerkte kopie van het in lid 1, punt g), bedoelde inspectiecertificaat geldt niet wanneer dat certificaat in Traces is afgegeven door de controlerende autoriteit of het controleorgaan in het derde land overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 of door de marktdeelnemer in Traces is geüpload en de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost hebben gecontroleerd of het overeenkomt met het oorspronkelijke inspectiecertificaat.

(*)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 30).”."

5)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 1, lid 1, punt a), ii), bedoelde overeenstemmingscontroles en materiële controles op zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong kunnen door de bevoegde autoriteiten op een ander controlepunt dan een grenscontrolepost worden uitgevoerd indien een van de volgende situaties van toepassing is:”;

b)

de volgende leden 3 en 4 worden toegevoegd:

“3.   De bevoegde autoriteiten mogen overeenstemmings- en materiële controles uitvoeren met betrekking tot zendingen levensmiddelen en diervoeders van niet-dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt a), ii), die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, in een ander controlepunt dan een grenscontrolepost, mits, naast een van de voorwaarden van lid 1 van dit artikel:

a)

de voor de zending verantwoordelijke exploitant heeft verzocht om de zending over te brengen naar een controlepunt voor controles op de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles en voor biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles;

b)

de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost een dergelijke overdracht voor controles van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles en voor biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles hebben toegestaan of besloten, naargelang het geval, indien de zending door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost wordt geselecteerd voor al die controles. Die controles worden uitgevoerd op hetzelfde controlepunt, dat moet worden aangewezen voor de categorie goederen in de zending en dat gelegen moet zijn in de lidstaat waar de zending wordt vrijgegeven voor het vrije verkeer.

4.   Wanneer zendingen overeenkomstig lid 3 naar een controlepunt worden overgebracht, registreren de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost die verantwoordelijk zijn voor controles van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders de overdracht in het GGB en registreren de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost die verantwoordelijk zijn voor de biologische controles de overdracht in het inspectiecertificaat.”.

6)

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 1 wordt het volgende punt c) toegevoegd:

“c)

planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in de punten a) en b), die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.”;

b)

de volgende leden 4 en 5 worden toegevoegd:

“4.   Met betrekking tot planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in lid 1, punt c), kunnen de bevoegde autoriteiten overeenstemmings- en materiële controles uitvoeren op een ander controlepunt dan een grenscontrolepost, indien naast een van de voorwaarden van lid 2, het volgende geldt:

a)

de voor de zending verantwoordelijke exploitant heeft verzocht om de zending over te brengen naar een controlepunt voor fytosanitaire controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles en voor biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles;

b)

indien de zending door de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost wordt geselecteerd voor fytosanitaire controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles en voor biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles, hebben de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost een dergelijke overdracht voor al die controles toegestaan of besloten, naargelang het geval. Die controles worden uitgevoerd op hetzelfde controlepunt, dat moet worden aangewezen voor de categorie goederen in de zending en dat gelegen moet zijn in de lidstaat waar de zending wordt vrijgegeven voor het vrije verkeer.

5.   Wanneer zendingen overeenkomstig lid 4 naar een controlepunt worden overgebracht, registreren de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost die verantwoordelijk zijn voor fytosanitaire controles de overdracht in het GGB en registreren de bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost die verantwoordelijk zijn voor de biologische controles de overdracht in het inspectiecertificaat.”.

7)

Aan artikel 6 wordt het volgende lid 6 toegevoegd:

“6.   Met betrekking tot zendingen die naar een controlepunt worden overgebracht voor de uitvoering van biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles, moeten de bevoegde autoriteiten van het controlepunt:

a)

de aankomst van de zending bij de voor de biologische controles verantwoordelijke bevoegde autoriteiten van de grenscontrolepost bevestigen via Traces;

b)

het resultaat van de biologische controles in de vorm van overeenstemmings- en materiële controles en de beslissing over de zending overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 in het inspectiecertificaat opnemen.”.

8)

In artikel 7 wordt de inleidende zin vervangen door:

“Documentencontroles op zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt b), die de Unie binnenkomen, kunnen worden verricht door:”.

9)

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt aan punt a) het volgende punt v) toegevoegd:

“v)

met betrekking tot planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt c), van deze verordening: het inspectiecertificaat als bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Wanneer zendingen planten, plantaardige producten en ander materiaal door de exploitant moeten worden vervoerd naar een controlepunt voor de uitvoering van overeenstemmingscontroles en materiële controles, zijn de artikelen 2, 2 bis, 4 en 5 van toepassing.”

Artikel 6

Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2124

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2124 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1, lid 1, punt a), wordt het volgende punt ingevoegd:

“ii bis)

planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in de punten i) en ii) die overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (*) aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn.

(*)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).”."

2)

In artikel 6, lid 3, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De voor de zending verantwoordelijke exploitant zorgt ervoor dat de verpakking of het vervoermiddel van de zending planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a), i), ii) en ii bis), op zodanige wijze is gesloten of verzegeld dat zij tijdens het vervoer naar en de opslag in de voorziening voor verder vervoer:”.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de regels voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder op controlepunten overeenstemmingscontroles en materiële controles op bepaalde goederen kunnen worden uitgevoerd, en voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder documentencontroles op afstand van de grenscontroleposten kunnen worden uitgevoerd (PB L 321 van 12.12.2019, blz. 64).

(4)  Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2124 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor officiële controles van zendingen van dieren en goederen bij doorvoer, overlading en verder vervoer door de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 798/2008, (EG) nr. 1251/2008, (EG) nr. 119/2009, (EU) nr. 206/2010, (EU) nr. 605/2010, (EU) nr. 142/2011 en (EU) nr. 28/2012 van de Commissie, Uitvoeringsverordening (EU) 2016/759 van de Commissie, en Beschikking 2007/777/EG van de Commissie (PB L 321 van 12.12.2019, blz. 73).


27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/13


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/2306 VAN DE COMMISSIE

van 21 oktober 2021

tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 38, lid 8, punt a), ii), artikel 46, lid 7, punt b), artikel 48, lid 4, en artikel 57, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 mag een product uit een derde land worden ingevoerd met het doel in de Unie als een biologisch product of als een omschakelingsproduct in de handel te worden gebracht, indien dat product voldoet aan de voorschriften van de Unie inzake biologische productie of aan gelijkwaardige productie- en controlevoorschriften van een in artikel 48 van die verordening bedoeld derde land dat krachtens artikel 33, lid 2, van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (2) is erkend, of is onderworpen aan controles door krachtens artikel 33, lid 3, van Verordening (EG) nr. 834/2007 erkende controleautoriteiten of controleorganen als bedoeld in artikel 57 van Verordening (EU) 2018/848.

(2)

Om de bevoegde autoriteiten in de lidstaten in staat te stellen na te gaan of de ingevoerde producten in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2018/848, moet elke zending vergezeld gaan van een inspectiecertificaat dat door de controleautoriteit of het controleorgaan in het derde land is afgegeven nadat de desbetreffende verificaties van de zendingen zijn verricht. Deze verificaties moeten altijd een documentencontrole en, afhankelijk van het risico, een materiële controle van de zending omvatten.

(3)

Er moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de inhoud van het inspectiecertificaat, de wijze waarop het wordt afgegeven en de technische middelen die voor de afgifte ervan worden gebruikt. Deze regels moeten ook betrekking hebben op de verplichtingen van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten met betrekking tot het uittreksel van het inspectiecertificaat.

(4)

De officiële controles die op producten die bestemd zijn om als biologische of omschakelingsproducten in de Unie in de handel te worden gebracht, worden uitgevoerd met het oog op de verificatie van de naleving van Verordening (EU) 2018/848, maken deel uit van de officiële controles die worden verricht overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(5)

Er moeten aanvullende regels worden vastgesteld ter verduidelijking van de criteria en voorwaarden voor de uitvoering van officiële controles vóór de vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie van biologische en omschakelingsproducten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn overeenkomstig artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848. Die regels moeten ook gelden voor producten die krachtens Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie (4) zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten.

(6)

Er moeten bepaalde specifieke regels inzake officiële controles worden vastgesteld met betrekking tot zendingen die onder bijzondere douaneregelingen vallen.

(7)

Daarnaast moeten de verplichtingen worden vastgesteld van de controleautoriteiten en controleorganen die het inspectiecertificaat afgeven in gevallen waarin het in artikel 2, punt 36), van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie (5) bedoelde Traces-systeem (Trade Control and Expert System) niet beschikbaar is.

(8)

Voorts moeten regels worden vastgesteld voor situaties waarin bevoegde autoriteiten, controleautoriteiten of controleorganen in derde landen een onderzoek moeten verrichten na de kennisgeving van gevallen van vermoede of vastgestelde niet-naleving van Verordening (EU) 2018/848 die zijn geconstateerd tijdens de verificatie van de zending door de bevoegde autoriteit van een lidstaat.

(9)

Het gebruik van het gekwalificeerde elektronische zegel in Traces voor de afgifte van het inspectiecertificaat in derde landen en voor de visering van dat certificaat, en van uittreksels daaruit, door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten is wellicht niet haalbaar vóór 1 juli 2022. Daarom moeten overgangsbepalingen voor het gebruik van gehandtekende papieren inspectiecertificaten, en uittreksels daaruit, worden vastgesteld die gelden tot en met 30 juni 2022, als alternatief voor het gebruik van elektronische inspectiecertificaten, en uittreksels daaruit, voorzien van een gekwalificeerd elektronisch zegel.

(10)

Momenteel zijn de regels inzake het inspectiecertificaat en uittreksels uit het inspectiecertificaat voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 834/2007 vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie (6). Aangezien de onderhavige verordening en Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie (7) regels bevatten voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/848, moet Verordening (EG) nr. 1235/2008 worden ingetrokken.

(11)

Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

In deze verordening worden regels vastgesteld betreffende:

(a)

de verificatie in derde landen van zendingen producten die bestemd zijn om in de Unie in de handel te worden gebracht als biologische of omschakelingsproducten, en de afgifte van het inspectiecertificaat;

(b)

officiële controles van producten die uit derde landen de Unie binnenkomen en die bestemd zijn om als biologische of omschakelingsproducten in de Unie in de handel te worden gebracht, en

(c)

maatregelen die in geval van vermoede of vastgestelde niet-naleving van Verordening (EU) 2018/848 moeten worden genomen door bevoegde autoriteiten, controleautoriteiten en controleorganen in derde landen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)

“zending”: een zending, in de zin van artikel 3, punt 37, van Verordening (EU) 2017/625, van producten die bestemd zijn om in de Unie als biologische of omschakelingsproducten in de handel te worden gebracht; in het geval van biologische en omschakelingsproducten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305, wordt onder “zending” echter verstaan een hoeveelheid producten van een of meer codes van de gecombineerde nomenclatuur die onder één enkel inspectiecertificaat valt en met hetzelfde vervoermiddel en uit hetzelfde derde land wordt ingevoerd;

(2)

“grenscontrolepost”: een grenscontrolepost in de zin van artikel 3, punt 38, van Verordening (EU) 2017/625;

(3)

“punt van vrijgave voor het vrije verkeer”: een punt van vrijgave voor het vrije verkeer waar officiële controles op biologische en omschakelingsproducten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten, worden uitgevoerd overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305;

(4)

“controlepunt”: een ander controlepunt dan een grenscontrolepost als bedoeld in artikel 53, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2017/625;

(5)

“documentencontrole”: een documentencontrole in de zin van artikel 3, punt 41, van Verordening (EU) 2017/625;

(6)

“overeenstemmingscontrole”: een overeenstemmingscontrole in de zin van artikel 3, punt 42, van Verordening (EU) 2017/625;

(7)

“materiële controle”: een materiële controle in de zin van artikel 3, punt 43, van Verordening (EU) 2017/625;

(8)

“gekwalificeerd elektronisch zegel”: een gekwalificeerd elektronisch zegel in de zin van artikel 3, punt 27, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (8).

Artikel 3

Verificatie in het derde land

1.   De betrokken, overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2018/848 erkende controleautoriteiten of controleorganen verifiëren de zending overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 van de Commissie (9).

2.   Voor de toepassing van de artikelen 48 en 57 van Verordening (EU) 2018/848 verifieert de betrokken controleautoriteit of het betrokken controleorgaan of de zending voldoet aan de voorschriften van Verordening (EG) nr. 834/2007 en de als gelijkwaardig aanvaarde productienormen en controlemaatregelen. Deze verificatie omvat systematische documentencontroles en in voorkomend geval, op basis van een risicobeoordeling, materiële controles voordat de zending het derde land van uitvoer of van oorsprong verlaat.

3.   Voor de toepassing van de leden 2 tot en met 5 wordt onder de betrokken controleautoriteit of het betrokken controleorgaan verstaan:

(a)

controleautoriteiten of controleorganen als bedoeld in artikel 57 van Verordening (EU) 2018/848 die erkend zijn voor de betrokken producten en voor het derde land waar de producten hun oorsprong hebben of, in voorkomend geval, waar de laatste bewerking met het oog op de bereiding heeft plaatsgevonden, of

(b)

controleautoriteiten of controleorganen die zijn aangewezen door een bevoegde autoriteit van een erkend derde land als bedoeld in artikel 48 van Verordening (EU) 2018/848 waar de producten hun oorsprong hebben, of, in voorkomend geval, waar de laatste bewerking met het oog op de bereiding heeft plaatsgevonden.

4.   De in lid 2 bedoelde verificatie wordt verricht door:

(a)

de controleautoriteit of het controleorgaan van de producent of de verwerker van het betrokken product, of

(b)

wanneer de exploitant of groep exploitanten die de laatste bewerking voor de bereiding in de zin van artikel 3, punt 44, van Verordening (EU) 2018/848 verricht, verschilt van de producent of de verwerker van het product, de controleautoriteit of het controleorgaan van de exploitant of groep exploitanten die de laatste bewerking verricht met het oog op de bereiding.

5.   Met de in lid 2 bedoelde documentencontroles wordt het volgende geverifieerd:

(a)

de traceerbaarheid van de producten en de ingrediënten;

(b)

of het volume van de producten in de zending in overeenstemming is met de massabalanscontroles van de respectieve exploitanten volgens de beoordeling door de controleautoriteit of het controleorgaan;

(c)

de relevante vervoersdocumenten en handelsdocumenten (met inbegrip van facturen) van de producten;

(d)

in het geval van verwerkte producten, of alle biologische ingrediënten van dergelijke producten zijn geproduceerd door exploitanten of groepen exploitanten die in een derde land zijn gecertificeerd door een controleautoriteit die of controleorgaan dat overeenkomstig artikel 46 erkend is of wordt bedoeld in artikel 57 van Verordening (EU) 2018/848, dan wel door een overeenkomstig artikel 47 of artikel 48 van Verordening (EU) 2018/848 erkend derde land, of in de Unie zijn geproduceerd en gecertificeerd overeenkomstig die verordening.

Deze documentencontroles worden gebaseerd op alle relevante documenten, met inbegrip van het in artikel 45, lid 1, punt b), i), van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde certificaat van marktdeelnemers, inspectieverslagen, het productieplan voor het betrokken product en de door de exploitanten of groepen exploitanten bijgehouden registers, beschikbare vervoers-, handels- en financiële documenten en alle andere documenten die door de controleautoriteit of het controleorgaan relevant worden geacht.

Artikel 4

Afgifte van het inspectiecertificaat

1.   De controleautoriteit die of het controleorgaan dat de zending overeenkomstig artikel 3 heeft geverifieerd, geeft voor elke zending een inspectiecertificaat overeenkomstig artikel 5 af voordat de zending het derde land van uitvoer of van oorsprong verlaat.

2.   Wanneer controleautoriteiten of controleorganen zijn erkend overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2018/848, geven zij het inspectiecertificaat voor zendingen die producten met een hoog risico bevatten als bedoeld in artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 pas af nadat zij in het bezit zijn van de volledige documentatie over de traceerbaarheid en zij de resultaten van de analysen van de monsters die overeenkomstig artikel 16, lid 6, van die gedelegeerde verordening zijn genomen, hebben ontvangen en beoordeeld.

Artikel 5

Format van het inspectiecertificaat en gebruik van Traces

1.   De controleautoriteit of het controleorgaan geeft in het Traces-systeem (Trade Control and Expert System) het inspectiecertificaat af volgens het model en de richtsnoeren in de bijlage en vult de vakken 1 tot en met 18 van dat certificaat in.

2.   Bij de afgifte van het inspectiecertificaat uploadt het controleorgaan of de controleautoriteit alle bewijsstukken in Traces, met inbegrip van:

(a)

de resultaten van de analysen of tests die op de genomen monsters zijn uitgevoerd, indien van toepassing;

(b)

de handels- en vervoersdocumenten, zoals het cognossement, de facturen en de verpakkingslijst en, indien de controleautoriteit of het controleorgaan is erkend overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2018/848, het overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 opgestelde reisplan.

3.   Het inspectiecertificaat wordt afgegeven in Traces en voorzien van een gekwalificeerd elektronisch zegel.

Indien niet beschikbaar op het moment van afgifte, worden de informatie met betrekking tot het aantal verpakkingen als bedoeld in vak 13 van het inspectiecertificaat en de in de vakken 16 en 17 van dat certificaat bedoelde informatie, alsook de in lid 2 bedoelde documenten, binnen tien dagen na de afgifte ervan en in elk geval vóór de verificatie en visering ervan door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 6, in het inspectiecertificaat opgenomen of bijgewerkt.

4.   Het inspectiecertificaat wordt opgesteld:

(a)

in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat van de grenscontrolepost van binnenkomst in de Unie, in het geval van producten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn;

(b)

in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat waar de zending in het vrije verkeer wordt gebracht, in het geval van producten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305.

5.   In afwijking van lid 4 kan een lidstaat ermee instemmen dat certificaten in een andere officiële taal van de Unie worden opgesteld en zo nodig vergezeld gaan van een gewaarmerkte vertaling.

Artikel 6

Officiële controles van zendingen

1.   De bevoegde autoriteit aan een grenscontrolepost of aan een punt van vrijgave voor het vrije verkeer, al naargelang, verricht officiële controles van zendingen ten behoeve van de verificatie van de naleving van Verordening (EU) 2018/848, en wel als volgt:

(a)

documentencontroles op alle zendingen;

(b)

aselect uitgevoerde overeenstemmingscontroles, en

(c)

materiële controles met een frequentie die afhankelijk is van de waarschijnlijkheid van niet-naleving van Verordening (EU) 2018/848.

Documentencontroles omvatten een onderzoek van het inspectiecertificaat, van alle andere in artikel 5 bedoelde bewijsstukken en, in voorkomend geval, van de resultaten van de analysen of tests die op de genomen monsters zijn verricht.

Indien een inspectiecertificaat louter administratieve of redactionele correcties vereist, kan de bevoegde autoriteit aanvaarden dat de controleautoriteit die of het controleorgaan dat het inspectiecertificaat heeft afgegeven, de informatie in Traces bijwerkt door het document te vervangen overeenkomstig de in Traces beschikbare procedure, zonder dat de informatie in het oorspronkelijke certificaat betreffende de identificatie van de zending, de traceerbaarheid en de garanties wordt gewijzigd.

2.   Voor zendingen van producten met een hoog risico als bedoeld in artikel 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 voert de in lid 1 van dit artikel bedoelde bevoegde autoriteit systematische overeenstemmings- en materiële controles uit, neemt zij ten minste één representatief monster van de zendingen en controleert zij de in artikel 16, lid 6, van die verordening bedoelde documentatie. De bevoegde autoriteit stelt een representatieve bemonsteringsprocedure vast die is afgestemd op de categorie, de hoeveelheid en de verpakking van het product.

3.   Na de in lid 1 en, in voorkomend geval, lid 2 bedoelde verificatie neemt de bevoegde autoriteit een beslissing over elke zending. De beslissing over de zending wordt opgenomen in vak 30 van het inspectiecertificaat overeenkomstig het model en de richtsnoeren in de bijlage en bevat een van de volgende vermeldingen:

(a)

de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer als biologisch;

(b)

de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer als in omschakeling;

(c)

de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer als niet-biologisch;

(d)

de zending kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer;

(e)

een deel van de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer met een uittreksel uit het inspectiecertificaat.

De bevoegde autoriteit viseert het inspectiecertificaat in Traces met een gekwalificeerd elektronisch zegel.

4.   Voor producten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, geldt het volgende:

(a)

lid 3 is van toepassing naast de regels betreffende het gebruik van het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst (GGB) door de bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten overeenkomstig artikel 56, lid 3, punt b), i), van Verordening (EU) 2017/625 en aan controlepunten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie (10) en overeenkomstig de voorschriften inzake beslissingen over zendingen in artikel 55 van Verordening (EU) 2017/625;

(b)

in lid 1, punt a), bedoelde documentencontroles kunnen op afstand van de grenscontroleposten worden uitgevoerd ten aanzien van bepaalde biologische en omschakelingsproducten overeenkomstig de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123;

(c)

in lid 1, punten b) en c), bedoelde overeenstemmings- en materiële controles kunnen worden verricht op afstand van controlepunten ten aanzien van bepaalde biologische en omschakelingsproducten overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123.

5.   In de overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EU) 2017/625 genomen beslissing over zendingen wordt verwezen naar een van de in lid 3, eerste alinea, van dit artikel bedoelde vermeldingen. Wanneer de importeur om plaatsing onder een bijzondere douaneregeling overeenkomstig artikel 7, lid 1, van deze verordening heeft verzocht door vak 23 van het inspectiecertificaat in te vullen, wordt in de beslissing over zendingen overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EU) 2017/625 de toepasselijke douaneregeling vermeld.

De in het inspectiecertificaat opgenomen beslissing die aangeeft dat de zending of een deel daarvan niet in het vrije verkeer kan worden gebracht, wordt onverwijld in Traces meegedeeld aan de betrokken bevoegde autoriteit die officiële controles uitvoert om na te gaan of de in artikel 1, lid 2, punten a) tot en met h), en punt j), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels zijn nageleefd.

Indien de overeenkomstig artikel 55 van Verordening (EU) 2017/625 in het GGB genomen beslissing aangeeft dat de zending niet voldoet aan de in artikel 1, lid 2, van die verordening bedoelde regels, informeert de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost de bevoegde autoriteit die de beslissing overeenkomstig lid 3 van dit artikel heeft genomen, in Traces, ten behoeve van de actualisering van het inspectiecertificaat. Daarnaast verstrekt elke bevoegde autoriteit die officiële controles uitvoert om na te gaan of de in artikel 1, lid 2, punten a) tot en met h) en punt j), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde regels worden nageleefd, de bevoegde autoriteit die de beslissing overeenkomstig lid 3 van dit artikel heeft genomen, in Traces alle relevante informatie, zoals de resultaten van laboratoriumanalysen, ten behoeve van de actualisering, indien van toepassing, van het inspectiecertificaat.

6.   Indien slechts een deel van een zending in het vrije verkeer wordt gebracht, wordt de zending in verschillende partijen gesplitst voordat zij in het vrije verkeer wordt gebracht. Voor elk van de partijen wordt door de importeur een uittreksel uit het inspectiecertificaat ingevuld en in Traces ingediend overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307. De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de partij in het vrije verkeer zal worden gebracht, verricht de verificatie van de partij en viseert het uittreksel uit het inspectiecertificaat in Traces met een gekwalificeerd elektronisch zegel.

7.   Voor in lid 4 bedoelde zendingen die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, staan de douaneautoriteiten het in het vrije verkeer brengen van de zending alleen toe na overlegging van een naar behoren ingevuld GGB overeenkomstig artikel 57, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2017/625 en van een overeenkomstig lid 6 van dit artikel geviseerd inspectiecertificaat waarin wordt aangegeven dat de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer.

Wanneer de zending in verschillende partijen wordt gesplitst, verlangen de douaneautoriteiten de overlegging van een naar behoren ingevuld GGB overeenkomstig artikel 57, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2017/625 en van een uittreksel uit het inspectiecertificaat overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 waarin in vak 12 wordt aangeven dat de partij kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer.

Artikel 7

Bijzondere douaneregelingen

1.   Wanneer een zending onder een regeling douane-entrepot of actieve veredeling als bedoeld in artikel 240, lid 1, en artikel 256, lid 3, punt b), van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (11) wordt geplaatst en een of meer van de in de tweede alinea van dit lid bedoelde bereidingen ondergaat, verifieert de bevoegde autoriteit de zending overeenkomstig artikel 6 van deze verordening voordat de eerste bereiding plaatsvindt. Het referentienummer van de douaneaangifte waarmee de goederen zijn aangegeven voor de regeling douane-entrepot of actieve veredeling, wordt door de importeur vermeld in vak 23 van het inspectiecertificaat.

De in de eerste alinea bedoelde bereidingen zijn beperkt tot de volgende soorten handelingen:

(a)

verpakking of verandering van verpakking, of

(b)

aanbrengen, verwijderen en wijzigen van etiketten betreffende de aanduiding van de biologische productiemethode.

2.   Na de in lid 1 bedoelde bereidingen verifieert de bevoegde autoriteit de zending en viseert zij het inspectiecertificaat overeenkomstig artikel 6 vóór de vrijgave voor het vrije verkeer van de zending.

3.   Vóór de vrijgave voor het vrije verkeer kan een zending in verschillende partijen worden opgesplitst onder douanetoezicht na de verificatie en de visering van het inspectiecertificaat overeenkomstig artikel 6. Voor elke uit de opsplitsing resulterende partij wordt door de importeur een uittreksel uit het inspectiecertificaat ingevuld en in Traces ingediend overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307.

4.   De bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de partij in het vrije verkeer zal worden gebracht, verricht de verificatie van de partij overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 2, en viseert het uittreksel uit het inspectiecertificaat in Traces met een gekwalificeerd elektronisch zegel.

5.   De bereidings- en opsplitsingshandelingen als bedoeld in de leden 1 en 3 worden uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in de hoofdstukken III en IV van Verordening (EU) 2018/848.

Artikel 8

Noodregelingen voor Traces in geval van niet-beschikbaarheid en in geval van overmacht

1.   De controleautoriteiten en controleorganen die het inspectiecertificaat afgeven overeenkomstig artikel 4, houden een invulbaar sjabloon van dat certificaat volgens het model in de bijlage en alle krachtens Verordening (EU) 2018/848 vereiste documenten, beschikbaar, die in Traces kunnen worden geüpload.

2.   Wanneer Traces of een van de functies ervan gedurende meer dan 24 uur continu niet beschikbaar is, kunnen de gebruikers gebruikmaken van een invulbaar afgedrukt of elektronisch sjabloon als bedoeld in lid 1 om informatie te registreren en uit te wisselen.

De controleautoriteit of het controleorgaan als bedoeld in lid 1 kent een referentie toe aan elk afgegeven certificaat en houdt een register in chronologische volgorde bij van de afgegeven certificaten, ter waarborging van de overeenstemming met de door Traces gegeven alfanumerieke referentie zodra deze operationeel wordt.

Indien papieren inspectiecertificaten worden gebruikt, maken niet-gecertificeerde wijzigingen of doorhalingen deze ongeldig.

3.   Zodra Traces of de functies ervan opnieuw beschikbaar komen, gebruiken de gebruikers de overeenkomstig lid 2 geregistreerde informatie om het inspectiecertificaat elektronisch aan te maken en de in lid 1 bedoelde documenten te uploaden.

4.   Overeenkomstig lid 2 aangemaakte certificaten en documenten worden voorzien van de tekst “aangemaakt volgens de noodregeling”.

5.   In geval van overmacht zijn de leden 1 tot en met 4 van toepassing. Daarnaast stellen de bevoegde autoriteiten, controleautoriteiten of controleorganen de Commissie onverwijld in kennis van een dergelijke gebeurtenis en voeren de controleautoriteiten of controleorganen alle nodige gegevens binnen tien kalenderdagen na het einde van deze gebeurtenis in Traces in.

6.   Artikel 5, leden 4 en 5, zijn van overeenkomstige toepassing op overeenkomstig lid 2 van dit artikel aangemaakte certificaten en documenten.

Artikel 9

Gebruik van het inspectiecertificaat en het uittreksel uit het inspectiecertificaat door douaneautoriteiten

Voor producten die onderworpen zijn aan officiële controles aan een punt van vrijgave voor het vrije verkeer overeenkomstig artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305, staan de douaneautoriteiten de vrijgave voor het vrije verkeer van een zending enkel toe na overlegging van een inspectiecertificaat waarin in vak 30 wordt aangegeven dat de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer.

Wanneer de zending in verschillende partijen wordt gesplitst, verlangen de douaneautoriteiten dat een uittreksel van het inspectiecertificaat wordt overgelegd overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 waarin in vak 12 wordt aangeven dat de partij kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer.

Artikel 10

Door een bevoegde autoriteit, controleautoriteit of controleorgaan in een derde land te verstrekken informatie over vermoede of vastgestelde gevallen van niet-naleving bij zendingen

1.   Wanneer bevoegde autoriteiten, controleautoriteiten of controleorganen in een derde land door de Commissie op de hoogte worden gebracht, nadat de Commissie een kennisgeving van een lidstaat heeft ontvangen overeenkomstig artikel 9 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 met betrekking tot een vermoede of vastgestelde niet-naleving die de integriteit van de biologische of omschakelingsproducten in een zending aantast, stellen zij een onderzoek in. De bevoegde autoriteit, de controleautoriteit of het controleorgaan antwoordt de Commissie en de lidstaat die de eerste kennisgeving heeft verzonden (de kennisgevende lidstaat) binnen dertig kalenderdagen na de datum van ontvangst van die kennisgeving en deelt mee welke maatregelen zijn genomen, met inbegrip van de resultaten van het onderzoek, en verstrekt alle andere beschikbare en/of door de kennisgevende lidstaat gevraagde informatie aan de hand van het model in afdeling X van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie (12).

2.   De bevoegde autoriteit, de controleautoriteit of het controleorgaan verstrekt alle door een lidstaat gevraagde extra informatie over aanvullende acties of maatregelen.

De Commissie of een lidstaat kan de bevoegde autoriteit, de bevoegde controleautoriteit of het bevoegde controleorgaan in kwestie verzoeken onverwijld de lijst ter beschikking te stellen van alle exploitanten of alle groepen exploitanten in de biologische productieketen waarvan de zending deel uitmaakt, en van hun controleautoriteiten of controleorganen.

3.   Indien de controleautoriteit of het controleorgaan erkend is overeenkomstig artikel 46 van Verordening (EU) 2018/848, zijn artikel 21, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 van toepassing.

Artikel 11

Overgangsbepalingen voor papieren inspectiecertificaten en uittreksels daaruit

1.   In afwijking van artikel 5, lid 3, eerste alinea, mag het inspectiecertificaat tot en met 30 juni 2022 op papier worden afgegeven nadat het in Traces is ingevuld en is afgedrukt. Dat papieren certificaat voldoet aan de volgende eisen:

(a)

in vak 18 staat de handtekening van de gemachtigde persoon van de controleautoriteit die of het controleorgaan dat het certificaat afgeeft en het officiële stempel;

(b)

het wordt afgegeven voordat de zending waarop het betrekking heeft, het derde land van uitvoer of oorsprong verlaat.

2.   In afwijking van artikel 6, lid 3, is tot en met 30 juni 2022 het volgende van toepassing:

(a)

indien het inspectiecertificaat overeenkomstig lid 1 van dit artikel op papier wordt afgegeven, wordt dat certificaat op papier geviseerd met de handtekening van de gemachtigde persoon van de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost of aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer, in de vakken 23, 25 en 30, al naargelang, nadat het in Traces is ingevuld en is afgedrukt;

(b)

indien het inspectiecertificaat in Traces wordt afgegeven en van een gekwalificeerd elektronisch zegel is voorzien, overeenkomstig artikel 5, lid 3, eerste alinea, kan dat certificaat op papier worden geviseerd met de handtekening van de gemachtigde persoon van de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost of aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer, in de vakken 23, 25 en 30, al naargelang, nadat het in Traces is ingevuld en is afgedrukt.

3.   De controleautoriteiten, controleorganen en bevoegde autoriteiten verifiëren in elke fase van afgifte en visering van het inspectiecertificaat, al naargelang, of de informatie op het papieren inspectiecertificaat overeenstemt met de informatie op het certificaat dat in Traces is ingevuld.

Indien de informatie betreffende het aantal verpakkingen als bedoeld in vak 13 van het inspectiecertificaat of de informatie in de vakken 16 en 17 van dat certificaat niet is ingevuld op het papieren inspectiecertificaat, of indien die informatie afwijkt van de informatie die op het certificaat in Traces is ingevuld, nemen de bevoegde autoriteiten voor de verificatie van de zending en de visering van het certificaat enkel de in Traces ingevulde informatie in aanmerking.

4.   Het in lid 1 bedoelde papieren inspectiecertificaat wordt overgelegd aan de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost van binnenkomst in de Unie waar de zending aan officiële controles wordt onderworpen, of aan de bevoegde autoriteit aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer, al naargelang. Die bevoegde autoriteit bezorgt dat papieren certificaat terug aan de importeur.

5.   In afwijking van artikel 6, lid 6, en artikel 7, lid 4, mag het uittreksel uit het inspectiecertificaat tot en met 30 juni 2022 op papier worden geviseerd nadat het in Traces is ingevuld en is afgedrukt. Dat papieren uittreksel uit het certificaat voldoet aan de volgende eisen:

(a)

in vak 12 wordt het op papier geviseerd met de handtekening van de gemachtigde persoon van de bevoegde autoriteit;

(b)

het is in vak 13 voorzien van de handtekening van de ontvanger van de partij.

De in de eerste alinea, punt a), bedoelde bevoegde autoriteit bezorgt dat papieren uittreksel uit het certificaat terug aan de persoon die het heeft overgelegd.

Artikel 12

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1235/2008 wordt ingetrokken.

Die verordening blijft evenwel van toepassing voor het invullen en viseren van in behandeling zijnde inspectiecertificaten die zijn afgegeven vóór 1 januari 2022 en in behandeling zijnde uittreksels uit inspectiecertificaten die vóór 1 januari 2022 door de importeur zijn ingediend, alsook voor de verklaring van de eerste ontvanger of de ontvanger op het inspectiecertificaat of het uittreksel uit het inspectiecertificaat.

Artikel 13

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten, de plaats van officiële controles voor dergelijke producten en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie (zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (de Imsoc-verordening) (PB L 261 van 14.10.2019, blz. 37).

(6)  Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 25).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie (zie bladzijde 30 van dit Publicatieblad).

(8)  Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).

(9)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 van de Commissie van 13 juli 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met procedurele voorschriften voor de erkenning van controleautoriteiten en controleorganen die bevoegd zijn voor de controle van exploitanten die in derde landen biologisch gecertificeerd zijn en van biologische producten in derde landen, en met voorschriften inzake het toezicht daarop en de door die controleautoriteiten en controleorganen uit te voeren controles en andere activiteiten (PB L 336 van 23.9.2021, blz. 7).

(10)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de regels voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder op controlepunten overeenstemmingscontroles en materiële controles op bepaalde goederen kunnen worden uitgevoerd, en voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder documentencontroles op afstand van de grenscontroleposten kunnen worden uitgevoerd (PB L 321 van 12.12.2019, blz. 64).

(11)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(12)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie van 22 februari 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft controles en andere maatregelen ter waarborging van de traceerbaarheid en naleving in de biologische productie en de etikettering van biologische producten (PB L 62 van 23.2.2021, blz. 6).


BIJLAGE

DEEL I

INSPECTIECERTIFICAAT VOOR DE INVOER VAN BIOLOGISCHE EN OMSCHAKELINGSPRODUCTEN IN DE EUROPESE UNIE

1.

Controleautoriteit of controleorgaan van afgifte

2.

Procedure uit hoofde van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (1):

Naleving (artikel 46)

Gelijkwaardig derde land (artikel 48)

Gelijkwaardige controleautoriteit of gelijkwaardig controleorgaan (artikel 57) of

Gelijkwaardigheid in het kader van een handelsovereenkomst (artikel 47)

3.

Referentienummer van het inspectiecertificaat

4.

Producent of verwerker van het product

5.

Exporteur

6.

Exploitant die het product koopt of verkoopt zonder het op te slaan of fysiek te behandelen

7.

Controleautoriteit of controleorgaan

8.

Land van oorsprong

9.

Land van uitvoer

10.

Grenscontrolepost/punt van vrijgave voor het vrije verkeer

11.

Land van bestemming

12.

Importeur

13.

Beschrijving van de producten

Biologisch of in omschakeling

GN-code

Handelsbenaming

Categorie

Aantal verpakkingen

Perceelnummer

Nettogewicht

14.

Containernummer

15.

Zegelnummer

16.

Totaal brutogewicht

17.

Vervoermiddel

Vervoerswijze

Identificatie

Internationaal vervoersdocument

18.

Verklaring van de/het in vak 1 vermelde controleautoriteit of controleorgaan van afgifte van het certificaat

Hierbij wordt bevestigd dat dit certificaat is afgegeven op basis van de controles die vereist zijn uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 van de Commissie (2) ten behoeve van naleving (artikel 46 van Verordening (EU) 2018/848) of Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1342 van de Commissie (3) ten behoeve van gelijkwaardigheid (de artikelen 47, 48 of 57 van Verordening (EU) 2018/848) en dat de bovenvermelde producten voldoen aan de vereisten van Verordening (EU) 2018/848.

Datum

Naam en handtekening van gemachtigde persoon/gekwalificeerd elektronisch zegel

Stempel van controleautoriteit of controleorgaan van afgifte

19.

Voor de zending verantwoordelijke exploitant

20.

Voorafgaande kennisgeving

Datum

Tijdstip

21.

Voor overbrenging naar:

22.

Gegevens van het controlepunt

23.

Bijzondere douaneregelingen

Douane-entrepot ☐

Actieve veredeling ☐

Naam en adres van de voor de douaneregeling(en) verantwoordelijke exploitant:

Controleautoriteit die of controleorgaan dat de voor de douaneregeling(en) verantwoordelijke exploitant certificeert:

Verificatie van de zending vóór de bijzondere douaneregeling(en)

Aanvullende informatie:

Autoriteit en lidstaat:

Datum:

Naam en handtekening van gemachtigde persoon

Referentienummer van de douaneaangifte voor de douaneregeling(en)

24.

Eerste ontvanger in de Europese Unie

25.

Controle door de relevante bevoegde autoriteit

Documentencontroles

Bevredigend

Niet bevredigend

Geselecteerd voor overeenstemmings- en materiële controles

Ja

Nee

Autoriteit en lidstaat:

Datum:

Naam en handtekening van gemachtigde persoon/gekwalificeerd elektronisch zegel:

26.

Voor overbrenging van de grenscontrolepost naar een controlepunt:

27.

Gegevens van het controlepunt

☐ Ja

☐ Nee

 

28.

Vervoermiddel van de grenscontrolepost naar het controlepunt:

29.

Overeenstemmings- en materiële controles

Overeenstemmingscontroles

Bevredigend

Niet bevredigend

Materiële controles

Bevredigend

Niet bevredigend

 

Laboratoriumtest

☐ Ja

☐ Nee

 

Testresultaat

☐ Bevredigend

☐ Niet bevredigend

 

30.

Beslissing van de relevante bevoegde autoriteit

Vrij te geven als biologisch

Vrij te geven als in omschakeling

Vrij te geven als niet-biologisch

De zending kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer

Een deel van de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer

Aanvullende informatie:

Autoriteit aan grenscontrolepost/controlepunt/punt van vrijgave voor het vrije verkeer en lidstaat:

Datum:

Naam en handtekening van gemachtigde persoon/gekwalificeerd elektronisch zegel:

31.

Verklaring van de eerste ontvanger

Hierbij wordt bevestigd dat de verpakking of container en, indien van toepassing, het inspectiecertificaat bij ontvangst van de producten:

in overeenstemming is met punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848, of

niet in overeenstemming is met punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848.

Naam en handtekening van gemachtigde persoon

Datum:

DEEL II

RICHTSNOEREN VOOR HET INVULLEN VAN HET MODEL VAN HET INSPECTIECERTIFICAAT

De vakken 1 tot en met 18 moeten worden ingevuld door de relevante controleautoriteit of het relevante controleorgaan in het derde land

Vak 1: Naam, adres en code van de controleautoriteit die of het controleorgaan dat erkend is uit hoofde van artikel 46 of is bedoeld in artikel 57 van Verordening (EU) 2018/848 of een controleautoriteit die of controleorgaan dat is aangewezen door een bevoegde autoriteit van een derde land als bedoeld in artikel 47 of artikel 48 van die verordening. Deze controleautoriteit of dit controleorgaan vult ook de vakken 2 tot en met 18 in.

Vak 2: In dit vak worden de bepalingen van Verordening (EU) 2018/848 vermeld die op de afgifte en het gebruik van dit certificaat betrekking hebben; duid de toepasselijke bepaling aan.

Vak 3: Automatisch door het elektronische Traces-systeem (Trade Control and Expert System) toegewezen nummer van het certificaat.

Vak 4: Naam en adres van de exploitant(en) die de producten in het in vak 8 vermelde derde land heeft (hebben) geproduceerd of verwerkt.

Vak 5: Naam en adres van de exploitant die de producten uitvoert uit het in vak 9 vermelde land. De exporteur is de exploitant die de laatste handeling met het oog op de bereiding in de zin van artikel 3, punt 44, van Verordening (EU) 2018/848 verricht op de in vak 13 vermelde producten en die de producten overeenkomstig punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 in geschikte verpakkingen of containers verzegelt.

Vak 6: Vul, indien van toepassing, naam en adres van een of meer exploitanten in die het product kopen of verkopen zonder het op te slaan of fysiek te behandelen.

Vak 7: Naam en adres van de controleautoriteit(en) of het/de controleorga(a)n(en) die/dat nagaat/nagaan of bij de productie of de verwerking van de producten de regels inzake de biologische productie in het in vak 8 vermelde land in acht zijn genomen.

Vak 8: Land van oorsprong is het land/de landen waar het product is geproduceerd/geteeld of verwerkt.

Vak 9: Land van uitvoer is het land waar het product de laatste handeling met het oog op de bereiding in de zin van artikel 3, punt 44, van Verordening (EU) 2018/848 heeft ondergaan en waar het in geschikte verpakkingen of containers is verzegeld.

Vak 10: In geval van zendingen die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848, vermeld de naam en de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie, waar officiële controles worden verricht overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie (4).

In geval van zendingen die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten overeenkomstig artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie (5), vermeld de naam en de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer in de Europese Unie, waar officiële controles worden verricht overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie.

De informatie in dit vak kan worden bijgewerkt door de importeur of zijn vertegenwoordiger vóór de aankomst van de zending aan de grenscontrolepost of aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer, al naargelang van het geval.

Vak 11: Land van bestemming is het land van de eerste ontvanger in de Europese Unie.

Vak 12: Naam, adres en registratie- en identificatienummer van marktdeelnemer (EORI-nummer) in de zin van artikel 1, punt 18, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (6), van de importeur, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie (7), die, zelf of via een vertegenwoordiger, de zending aanbiedt voor vrijgave voor het vrije verkeer.

Vak 13: Beschrijving van de producten, met inbegrip van:

de vermelding of het om biologische of omschakelingsproducten gaat;

de code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (8) voor de betrokken producten (tot op acht cijfers waar mogelijk);

de handelsbenaming;

de categorie van het product overeenkomstig bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1378 van de Commissie (9);

het aantal verpakkingen (aantal dozen, kartons, zakken, emmers enz.);

het perceelnummer, en

het nettogewicht.

Vak 14: Containernummer: facultatief.

Vak 15: Zegelnummer: facultatief.

Vak 16: Totaal brutogewicht in de toepasselijke maateenheid (kg, liter enz.)

Vak 17: Vervoermiddel van het land van oorsprong tot de aankomst van het product aan de grenscontrolepost of het punt van vrijgave voor het vrije verkeer met het oog op de verificatie van de zending en de visering van het inspectiecertificaat.

Vervoerswijze: vliegtuig, vaartuig, spoorrijtuig, wegvoertuig, andere.

Identificatie van het vervoermiddel: voor vliegtuigen het vluchtnummer, voor vaartuigen de naam (namen) van het schip, voor spoorrijtuigen de code van de trein en het wagonnummer, voor wegvoertuigen het kentekennummer en indien van toepassing ook het nummer van de aanhanger.

Vermeld bij een ferry het vaartuig en het wegvoertuig, met identificatie van beide.

Vak 18: Verklaring van de controleautoriteit of het controleorgaan van afgifte van het certificaat. Kies de passende gedelegeerde verordening van de Commissie. De handtekening van de gemachtigde persoon en het stempel zijn alleen vereist in geval van inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn afgegeven op papier overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.

Vak 19: Naam, adres en EORI-nummer, in de zin van artikel 1, punt 18, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446, van de voor de zending verantwoordelijke exploitant, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307. Dit vak moet worden ingevuld door de in vak 12 vermelde importeur, indien de voor de zending verantwoordelijke exploitant verschillend is van die importeur.

Vak 20: In geval van een zending producten die bestemd zijn om als biologische of omschakelingsproducten in de Unie in de handel te worden gebracht en die uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848 onderworpen zijn aan officiële controles aan grenscontroleposten, vermeld de verwachte datum van aankomst en het verwachte tijdstip van aankomst aan de grenscontrolepost.

In geval van een zending producten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie, vermeld de verwachte datum en het verwachte tijdstip van aankomst aan het punt van vrijgave voor het vrije verkeer overeenkomstig die verordening.

Vak 21: In te vullen door de importeur, of in voorkomend geval de voor de zending verantwoordelijke exploitant, om de overbrenging van de producten naar een controlepunt in de Unie voor verdere officiële controles aan te vragen, indien de zending is geselecteerd voor overeenstemmings- en materiële controles door de bevoegde autoriteiten aan de grenscontrolepost. Dit vak is uitsluitend van toepassing op producten die onderworpen zijn aan officiële controles aan grenscontroleposten uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848.

Vak 22: Vermeld de naam van het controlepunt in de lidstaat waarnaar de producten moeten worden overgebracht voor overeenstemmings- en materiële controles indien de zending voor dergelijke controles is geselecteerd door de bevoegde autoriteiten aan de grenscontrolepost. In te vullen door de importeur of, in voorkomend geval, door de voor de zending verantwoordelijke exploitant. Dit vak is uitsluitend van toepassing op producten die onderworpen zijn aan officiële controles aan grenscontroleposten uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848.

Vak 23: Dit vak moet worden ingevuld door de relevante bevoegde autoriteit en de importeur.

Als het gaat om producten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, moet dit vak worden ingevuld door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost.

De handtekening van de gemachtigde persoon is vereist in geval van inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.

Vak 24: Naam en adres van de eerste ontvanger in de Europese Unie. Dit vak moet worden ingevuld door de importeur.

Vak 25: Dit vak moet worden ingevuld door de bevoegde autoriteit na de verrichting van de documentencontroles overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306. In het geval dat de documentencontroles niet bevredigend zijn, moet vak 30 worden ingevuld.

Die autoriteit moet aangeven of de zending is geselecteerd voor overeenstemmings- en materiële controles.

De handtekening van de gemachtigde persoon/het gekwalificeerde elektronische zegel is enkel vereist indien de bevoegde autoriteit verschillend is van de in vak 30 vermelde autoriteit. De handtekening van de gemachtigde persoon is alleen vereist in geval van inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.

Vak 26: In te vullen door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost indien de zending is geselecteerd voor overeenstemmings- en materiële controles en indien de zending is toegelaten voor overbrenging naar het controlepunt voor verdere officiële controles. Dit vak is uitsluitend van toepassing op producten die onderworpen zijn aan officiële controles aan grenscontroleposten uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848.

Vak 27: In geval van overbrenging naar een controlepunt, vermeld de naam van het controlepunt in de lidstaat waarnaar de overbrenging van de goederen voor overeenstemmings- en materiële controles wordt gevraagd, de contactgegevens ervan en de unieke alfanumerieke code die door Traces aan het controlepunt is toegewezen. In te vullen door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost. Dit vak is uitsluitend van toepassing op producten die onderworpen zijn aan officiële controles aan grenscontroleposten uit hoofde van artikel 45, lid 5, van Verordening (EU) 2018/848.

Vak 28: Zie toelichting bij vak 17. Dit vak moet worden ingevuld indien de zending wordt overgebracht naar een controlepunt voor overeenstemmings- en materiële controles.

Vak 29: Dit vak moet worden ingevuld door de bevoegde autoriteit indien de producten worden geselecteerd voor overeenstemmings- en materiële controles.

Vak 30: Dit vak moet worden ingevuld door de bevoegde autoriteit, na de bereidingen als bedoeld in artikel 7, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306, indien van toepassing, en in alle gevallen na de verificatie van de zending overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 2, van die verordening.

De bevoegde autoriteit moet de passende optie selecteren en zo nodig alle aanvullende informatie toevoegen die relevant wordt geacht. Met name indien de optie “De zending kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer” of “Een deel van de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer” is gekozen, moet de relevante informatie onder “aanvullende informatie” worden verstrekt.

Als het gaat om producten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, moet dit vak worden ingevuld door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost. Indien de zending wordt overgebracht naar een controlepunt voor overeenstemmings- en materiële controles als bedoeld in artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306, moet dit vak worden ingevuld door de bevoegde autoriteit aan dat controlepunt.

Vul onder “autoriteit aan grenscontrolepost/controlepunt/punt van vrijgave voor het vrije verkeer” de naam van de betrokken autoriteit in.

De handtekening van de gemachtigde persoon is alleen vereist in geval van inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.

Vak 31: Dit vak moet worden ingevuld door de eerste ontvanger bij ontvangst van de producten na de vrijgave voor het vrije verkeer door één optie te selecteren nadat de in punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 bedoelde controles zijn verricht.

De handtekening van de eerste ontvanger is vereist voor inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.


(1)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1698 van de Commissie van 13 juli 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met procedurele voorschriften voor de erkenning van controleautoriteiten en controleorganen die bevoegd zijn voor de controle van exploitanten die in derde landen biologisch gecertificeerd zijn en van biologische producten in derde landen, en met voorschriften inzake het toezicht daarop en de door die controleautoriteiten en controleorganen uit te voeren controles en andere activiteiten (PB L 336 van 23.9.2021, blz. 7).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1342 van de Commissie van 27 mei 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met voorschriften inzake de informatie die door derde landen en door controleautoriteiten en controleorganen met het oog op het toezicht op hun erkenning uit hoofde van artikel 33, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad voor ingevoerde biologische producten moet worden verzonden en de maatregelen die bij de uitoefening van dat toezicht moeten worden genomen (PB L 292 van 16.8.2021, blz. 20).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 13).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten, de plaats van officiële controles voor dergelijke producten en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 5).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 30).

(8)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1378 van de Commissie tot vaststelling van bepaalde voorschriften betreffende het certificaat dat wordt afgegeven aan exploitanten, groepen exploitanten en exporteurs in derde landen die betrokken zijn bij de invoer van biologische producten en omschakelingsproducten in de Unie en tot vaststelling van de lijst van overeenkomstig Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad erkende controleautoriteiten en controleorganen (PB L 297 van 20.8.2021, blz. 24).


27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/30


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2307 VAN DE COMMISSIE

van 21 oktober 2021

tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (1), en met name artikel 39, lid 2, punten b) en c), en artikel 43, lid 7,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Verordening (EU) 2018/848 mag een product uit een derde land worden ingevoerd met het doel in de Unie als een biologisch product of als een omschakelingsproduct in de handel te worden gebracht. Daarom moeten voor bepaalde exploitanten in de Unie nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot zendingen bij binnenkomst in de Unie en na de vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie van een zending of een deel van een zending. Die exploitanten zijn de importeurs die de zending aanbieden voor vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie, of namens hen optredende exploitanten, en de eerste ontvangers en ontvangers die de zending of een deel van de zending zullen ontvangen.

(2)

Met het oog op het organiseren van een systeem van officiële controles van zendingen dat de traceerbaarheid waarborgt, moet de importeur de aankomst van een zending vooraf melden aan de bevoegde autoriteit en zijn eigen controleautoriteit of controleorgaan door de relevante informatie te verstrekken op het inspectiecertificaat als bedoeld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie (2).

(3)

Voorts moeten nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de inhoud van het uittreksel uit het inspectiecertificaat alsook met betrekking tot de technische middelen waarmee het moet worden afgegeven.

(4)

De importeur, de eerste ontvanger en de ontvanger moeten het inspectiecertificaat of het uittreksel uit het inspectiecertificaat verstrekken op verzoek van de controleautoriteiten of controleorganen. Er moeten aanvullende verplichtingen met betrekking tot de informatie die door respectievelijk de importeur, de eerste ontvanger en de ontvanger moet worden opgenomen in de in artikel 39, lid 1, punt d), i), van Verordening (EU) 2018/848 bedoelde beschrijving van de biologische productie-eenheid of productie-eenheid in omschakeling.

(5)

Om ervoor te zorgen dat een passende follow-up wordt gegeven aan gevallen van niet-naleving moet informatie over elke vermoede of vastgestelde niet-naleving die wordt geconstateerd tijdens de door de bevoegde autoriteit van een lidstaat verrichte verificatie van een zending, tussen de lidstaten en de Commissie worden gedeeld aan de hand van het informatiesysteem voor biologische landbouw.

(6)

Met betrekking tot papieren inspectiecertificaten en papieren uittreksels uit inspectiecertificaten die zijn geviseerd op papier met een handtekening overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306, moeten overgangsvereisten voor het gebruik van een dergelijk certificaat en uittreksels daaruit door de eerste ontvanger en ontvanger worden vastgesteld, alsook het vereiste dat een dergelijk certificaat en uittreksels daaruit de goederen moeten vergezellen tot de bedrijfsterreinen van de eerste ontvanger en de ontvanger.

(7)

Ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van de datum van toepassing van Verordening (EU) 2018/848.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

In deze verordening worden regels vastgesteld betreffende:

(a)

de verklaringen en mededelingen van importeurs, voor de zendingen verantwoordelijke exploitanten, eerste ontvangers en ontvangers ten behoeve van de invoer van producten van derde landen met als doel ze in de Unie in de handel te brengen als biologische of omschakelingsproducten, en

(b)

de kennisgeving door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van vermoede of vastgestelde niet-naleving bij zendingen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)

“importeur”: een in de Unie gevestigde en aan het in Verordening (EU) 2018/848 bedoelde controlesysteem onderworpen natuurlijke of rechtspersoon die, zelf of via een vertegenwoordiger, de zending voor vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie aanbiedt;

(2)

“voor de zending verantwoordelijke exploitant”: voor de doeleinden van artikel 6, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie (3), hetzij de importeur of een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die de zending namens de importeur aanbiedt aan de grenscontrolepost;

(3)

“eerste ontvanger”: een in de Unie gevestigde en aan het in Verordening (EU) 2018/848 bedoelde controlesysteem onderworpen natuurlijke of rechtspersoon aan wie de zending wordt geleverd door de importeur na de vrijgave voor het vrije verkeer en die deze in ontvangst neemt voor verdere bereiding en/of afzet;

(4)

“ontvanger”: een in de Unie gevestigde en aan het in Verordening (EU) 2018/848 bedoelde controlesysteem onderworpen natuurlijke of rechtspersoon aan wie de partij die is verkregen door opsplitsing van een zending wordt geleverd door de importeur na de vrijgave voor het vrije verkeer en die deze in ontvangst neemt voor verdere bereiding en/of afzet;

(5)

“zending”: een zending, in de zin van artikel 3, punt 37, van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (4), van producten die bestemd zijn om in de Unie als biologische of omschakelingsproducten in de handel te worden gebracht; in het geval van biologische en omschakelingsproducten die zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie (5), wordt onder “zending” echter verstaan een hoeveelheid producten van een of meer codes van de gecombineerde nomenclatuur die onder één enkel inspectiecertificaat valt en met hetzelfde vervoermiddel en uit hetzelfde derde land wordt ingevoerd.

Artikel 3

Voorafgaande kennisgeving van aankomst

1.   Met betrekking tot elke zending doet de importeur of, in voorkomend geval, de voor de zending verantwoordelijke exploitant, een voorafgaande kennisgeving van de aankomst van de zending aan de grenscontrolepost of het punt van vrijgave voor het vrije verkeer door in het in artikel 2, punt 36, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie (6) bedoelde Trade Control and Expert System (Traces) het relevante deel van het inspectiecertificaat in te vullen overeenkomstig het model en de richtsnoeren die zijn vastgesteld in de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 en het bij de volgende entiteiten in te dienen:

(a)

de in artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 bedoelde bevoegde autoriteit;

(b)

de controleautoriteit of het controleorgaan van de importeur.

2.   Voor elke zending die officiële controles aan grenscontroleposten moet ondergaan, geldt lid 1 naast de vereisten inzake voorafgaande kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten aan grenscontroleposten van aankomst van zendingen uit hoofde van artikel 56, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2017/625.

3.   Voorafgaande kennisgevingen uit hoofde van lid 1 worden gedaan overeenkomstig de in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013 van de Commissie (7) vastgestelde minimumtermijnen.

Artikel 4

Inspectiecertificaat en uittreksel uit het inspectiecertificaat

1.   De importeur en de eerste ontvanger vullen het inspectiecertificaat in Traces als volgt in:

(a)

in vak 23 betreffende bijzondere douaneregelingen vult de importeur in Traces alle informatie in, behalve de informatie betreffende de door de relevante bevoegde autoriteit verrichte verificatie;

(b)

in vak 24 betreffende de eerste ontvanger vult de importeur in Traces de informatie in indien de informatie niet door de controleautoriteit of het controleorgaan in het derde land is ingevuld vóór de verificatie van de zending en de visering van het inspectiecertificaat door de bevoegde autoriteit, en

(c)

vak 31 betreffende de verklaring van de eerste ontvanger wordt ingevuld in Traces door de eerste ontvanger bij ontvangst van de zending na de vrijgave ervan voor het vrije verkeer.

2.   Indien uit de beslissing over de zending overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 blijkt dat de zending kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer, vermeldt de importeur het nummer van het inspectiecertificaat in de douaneaangifte voor het vrije verkeer als bedoeld in artikel 158, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8).

3.   Indien een zending onder douanetoezicht en vóór de vrijgave voor het vrije verkeer overeenkomstig artikel 6, lid 6, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 in verschillende partijen wordt opgesplitst, wordt door de importeur voor elk van de partijen een uittreksel uit het inspectiecertificaat ingevuld en ingediend overeenkomstig het model en de richtsnoeren die zijn vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.

Hetzelfde geldt indien een zending overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 na de verificatie en de visering van het inspectiecertificaat in verschillende partijen wordt opgesplitst.

Indien uit de beslissing over een partij die overeenkomstig artikel 6, lid 6, en artikel 7, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 in het uittreksel uit het inspectiecertificaat is geregistreerd, blijkt dat de partij kan worden vrijgegeven voor het vrije verkeer, wordt het nummer van het uittreksel uit het inspectiecertificaat vermeld in de douaneaangifte voor het vrije verkeer als bedoeld in artikel 158, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Bij ontvangst van de partij geeft de ontvanger in Traces-vak 13 van het uittreksel uit het inspectiecertificaat aan of de verpakking of container en, indien van toepassing, het inspectiecertificaat, bij ontvangst van de partij in overeenstemming zijn met punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848.

4.   Het uittreksel uit het inspectiecertificaat wordt opgesteld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat waar de partij wordt vrijgegeven voor het vrije verkeer. Een lidstaat kan ermee instemmen dat een uittreksel uit de certificaten in een andere officiële taal van de Unie wordt opgesteld en zo nodig vergezeld gaat van een gewaarmerkte vertaling.

Artikel 5

Voorlegging van documenten

Op verzoek van de relevante bevoegde autoriteit, de relevante controleautoriteit of het relevante controleorgaan verstrekt de importeur, de eerste ontvanger of de ontvanger het inspectiecertificaat of, indien van toepassing, het uittreksel uit het inspectiecertificaat waarin zij worden vermeld.

Artikel 6

Beschrijving van de productie-eenheden en activiteiten

In het geval van een importeur die de zending aangeeft voor het vrije verkeer, omvat de volledige beschrijving van de biologische productie-eenheid of productie-eenheid in omschakeling en de activiteiten als bedoeld in artikel 39, lid 1, punt d), i), van Verordening (EU) 2018/848:

(a)

de bedrijfsruimten;

(b)

de activiteiten, met vermelding van de punten van vrijgave voor het vrije verkeer in de Unie;

(c)

alle andere installaties die de importeur voornemens is te gebruiken voor de opslag van ingevoerde producten in afwachting van de levering ervan aan de eerste ontvanger, en

(d)

een verbintenis om te waarborgen dat alle installaties die zullen worden gebruikt voor de opslag van ingevoerde producten, worden onderworpen aan controles die moeten worden uitgevoerd door hetzij de controleautoriteit of het controleorgaan hetzij, wanneer deze opslaginstallaties zich bevinden in een andere lidstaat of regio, door een controleautoriteit die of controleorgaan dat in die lidstaat of regio voor controles erkend is.

In het geval van de eerste ontvanger en de ontvanger omvat de omschrijving de voor de ontvangst en de opslag van zendingen gebruikte installaties.

Artikel 7

Kennisgeving van vermoede of vastgestelde niet-naleving

Indien tijdens de verificatie van de conformiteit van een zending overeenkomstig artikel 6 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 gevallen van vermoede of vastgestelde niet-naleving worden geconstateerd, stelt de betrokken lidstaat onmiddellijk de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis aan de hand van het informatiesysteem voor biologische landbouw (OFIS) en het sjabloon in afdeling 4 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie (9). De Commissie stelt de bevoegde autoriteit, of indien van toepassing, de controleautoriteit of het controleorgaan van het derde land in kennis.

Artikel 8

Overgangsbepalingen voor papieren inspectiecertificaten en uittreksels daaruit

1.   Het overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 met een handtekening geviseerde papieren inspectiecertificaat en het overeenkomstig artikel 11, lid 5, van die verordening met een handtekening geviseerde papieren uittreksel uit een inspectiecertificaat begeleiden de goederen tot aan de bedrijfsterreinen van de eerste ontvanger of de ontvanger.

2.   Bij ontvangst van het in lid 1 bedoelde papieren inspectiecertificaat verifieert de eerste ontvanger of de informatie op dat certificaat overeenstemt met de informatie die op dat certificaat in Traces is ingevuld.

Indien de informatie betreffende het aantal verpakkingen als bedoeld in vak 13 van het inspectiecertificaat of de informatie in de vakken 16 en 17 van dat certificaat niet is ingevuld op het papieren inspectiecertificaat, of indien die informatie afwijkt van de informatie die op het certificaat in Traces is ingevuld, neemt de eerste ontvanger de informatie die op het certificaat in Traces is ingevuld, in aanmerking.

3.   Na de in lid 2 bedoelde verificatie handtekent de eerste ontvanger het papieren inspectiecertificaat in vak 31 en verzendt hij dat certificaat aan de in vak 12 daarvan vermelde importeur.

4.   De importeur houdt het in lid 3 bedoelde papieren inspectiecertificaat ten minste twee jaar ter beschikking van de controleautoriteit of het controleorgaan.

5.   In het geval van een papieren uittreksel uit het inspectiecertificaat als bedoeld in lid 1 handtekent de ontvanger, bij ontvangst van de partij, dat papieren uittreksel in vak 13.

6.   De ontvanger van een partij houdt het in lid 5 bedoelde papieren uittreksel uit het inspectiecertificaat ten minste twee jaar ter beschikking van de controleautoriteiten en/of controleorganen.

7.   De eerste ontvanger of, indien van toepassing, de importeur kan een kopie van het in lid 3 bedoelde papieren inspectiecertificaat maken om de controleautoriteiten en controleorganen te informeren overeenkomstig artikel 5. Op elke dergelijke kopie moet de vermelding “KOPIE” zijn gedrukt of gestempeld.

8.   De ontvanger of, indien van toepassing, de importeur kan een kopie maken van het in lid 5 bedoelde papieren uittreksel uit het inspectiecertificaat om de controleautoriteiten en controleorganen te informeren overeenkomstig artikel 5. Op elke dergelijke kopie moet de vermelding “KOPIE” zijn gedrukt of gestempeld.

Artikel 9

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 oktober 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (zie bladzijde 13 van dit Publicatieblad).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2123 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de regels voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder op controlepunten overeenstemmingscontroles en materiële controles op bepaalde goederen kunnen worden uitgevoerd, en voor de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder documentencontroles op afstand van de grenscontroleposten kunnen worden uitgevoerd (PB L 321 van 12.12.2019, blz. 64).

(4)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten, de plaats van officiële controles voor dergelijke producten en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie (zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (de Imsoc-verordening) (PB L 261 van 14.10.2019, blz. 37).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013 van de Commissie van 16 april 2019 betreffende de voorafgaande kennisgeving van zendingen van bepaalde categorieën dieren en goederen die de Unie binnenkomen (PB L 165 van 21.6.2019, blz. 8).

(8)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie van 22 februari 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft controles en andere maatregelen ter waarborging van de traceerbaarheid en naleving in de biologische productie en de etikettering van biologische producten (PB L 62 van 23.2.2021, blz. 6).


BIJLAGE

DEEL I

UITTREKSEL Nr. … VAN HET INSPECTIECERTIFICAAT VOOR DE INVOER VAN BIOLOGISCHE EN OMSCHAKELINGSPRODUCTEN IN DE EUROPESE UNIE

1.

Controleautoriteit die of controleorgaan dat het basisinspectiecertificaat heeft afgegeven

2.

Procedures uit hoofde van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (1):

Naleving (artikel 46)

Gelijkwaardig derde land (artikel 48)

Gelijkwaardige controleautoriteit of gelijkwaardig controleorgaan (artikel 57) of

Gelijkwaardigheid in het kader van een handelsovereenkomst (artikel 47)

3.

Referentienummer van het inspectiecertificaat

4.

Controleautoriteit of controleorgaan

5.

Importeur

6.

Land van oorsprong

7.

Land van uitvoer

8.

Grenscontrolepost/controlepunt/punt van vrijgave voor het vrije verkeer

9.

Land van bestemming

10.

Ontvanger van de door opsplitsing verkregen partij

11.

Beschrijving van de producten

Biologisch of in omschakeling GN-codes Categorie Aantal verpakkingen Perceelnummer Nettogewicht van de partij en nettogewicht

van de oorspronkelijke zending

12.

Verklaring van de relevante bevoegde autoriteit die het uittreksel van het certificaat verifieert en viseert.

Dit uittreksel betreft de hierboven beschreven partij die afkomstig is van de opsplitsing van de zending waarvoor het originele inspectiecertificaat met het in vak 3 vermelde nummer geldt.

Vrij te geven als biologisch

Vrij te geven als in omschakeling

Vrij te geven als niet-biologisch

De partij kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer.

Aanvullende informatie:

Autoriteit en lidstaat:

Datum:

Naam en handtekening van gemachtigde persoon/gekwalificeerd elektronisch zegel:

 

13.

Verklaring van de ontvanger van de partij

Hierbij wordt bevestigd dat de verpakking of container en, indien van toepassing, het inspectiecertificaat bij ontvangst van de producten:

in overeenstemming is met punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848, of

niet in overeenstemming is met punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848.

 

Naam en handtekening van gemachtigde persoon:

Datum:

 

DEEL II

RICHTSNOEREN VOOR HET INVULLEN VAN HET MODEL VAN HET UITTREKSEL UIT HET INSPECTIECERTIFICAAT

Uittreksel nr. …:

Het nummer van het uittreksel stemt overeen met het nummer van de door opsplitsing van de oorspronkelijke zending verkregen partij.

Vak 1

:

Naam, adres en code van de controleautoriteit of het controleorgaan in het derde land die/dat het basisinspectiecertificaat heeft afgegeven.

Vak 2

:

In dit vak worden de bepalingen van Verordening (EU) 2018/848 vermeld die op de afgifte en het gebruik van dit uittreksel betrekking hebben; duid de bepaling aan op grond waarvan de oorspronkelijke zending is ingevoerd; zie vak 2 van het basisinspectiecertificaat.

Vak 3

:

Nummer van het inspectiecertificaat dat automatisch door het elektronische Traces-systeem (Trade Control and Expert System) aan het basiscertificaat is toegewezen.

Vak 4

:

Naam, adres en code van de controleautoriteit die of het controleorgaan dat belast is met de controles van de exploitant die de zending heeft opgesplitst.

Vakken 5, 6 en 7

:

Zie de overeenkomstige gegevens over het basisinspectiecertificaat.

Vak 8

:

Dit is de unieke alfanumerieke code die door Traces is toegewezen aan de grenscontrolepost of het andere controlepunt dan een grenscontrolepost als bedoeld in artikel 53, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (2) of het punt van vrijgave voor het vrije verkeer in de Europese Unie, al naargelang, met inbegrip van het land waar officiële controles voor de verificatie van de partij worden verricht overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie (3) en waar de beslissing betreffende de zending wordt geregistreerd in vak 30 van het inspectiecertificaat.

Vak 9

:

Het land van bestemming is het land van de eerste ontvanger in de Europese Unie.

Vak 10

:

Ontvanger van de (door opsplitsing verkregen) partij in de Europese Unie.

Vak 11

:

Beschrijving van de producten, met inbegrip van:

de vermelding of de producten biologische of omschakelingsproducten zijn;

de code van de gecombineerde nomenclatuur (GN) als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (4) voor de betrokken producten (tot op acht cijfers waar mogelijk);

de categorie van het product overeenkomstig bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1378 van de Commissie (5);

het aantal verpakkingen (aantal dozen, kartons, zakken, emmers enz.);

het nettogewicht in passende eenheden (kg nettogewicht, liter enz.) en het nettogewicht dat is vermeld in vak 13 van het basisinspectiecertificaat.

Vak 12

:

Dit vak moet door de bevoegde autoriteit worden ingevuld voor elk van de partijen die resulteren uit de in artikel 6, lid 6, en artikel 7, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 bedoelde opsplitsing.

De bevoegde autoriteit moet de passende optie selecteren en zo nodig alle aanvullende informatie toevoegen die relevant wordt geacht. Met name indien de optie “De partij kan niet worden vrijgegeven voor het vrije verkeer” is geselecteerd, moet de relevante informatie onder “aanvullende informatie” worden verstrekt.

Als het gaat om producten die aan officiële controles aan grenscontroleposten onderworpen zijn, moet dit vak worden ingevuld door de bevoegde autoriteit aan de grenscontrolepost.

De handtekening van de gemachtigde persoon is alleen vereist voor uittreksels uit inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.

Vak 13

:

Dit vak moet door de ontvanger worden ingevuld bij ontvangst van de partij, door één optie te selecteren nadat de in punt 6 van bijlage III bij Verordening (EU) 2018/848 bedoelde controles zijn verricht.

De handtekening van de ontvanger is vereist voor uittreksels uit inspectiecertificaten die tot en met 30 juni 2022 zijn geviseerd op papier overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306.


(1)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).

(2)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (PB L 461 van 27.12.2021, blz. 13).

(4)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1378 van de Commissie van 19 augustus 2021 tot vaststelling van bepaalde voorschriften betreffende het certificaat dat wordt afgegeven aan exploitanten, groepen exploitanten en exporteurs in derde landen die betrokken zijn bij de invoer van biologische producten en omschakelingsproducten in de Unie en tot vaststelling van de lijst van overeenkomstig Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad erkende controleautoriteiten en controleorganen (PB L 297 van 20.8.2021, blz. 24).


27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/40


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/2308 VAN DE COMMISSIE

van 22 december 2021

tot wijziging van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 71, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Afrikaanse varkenspest is een infectieuze virale ziekte bij gehouden en in het wild levende varkens en kan ernstige gevolgen hebben voor de betrokken dierpopulatie en de rentabiliteit van de landbouw, waardoor de verplaatsingen van zendingen van die dieren en producten daarvan binnen de Unie en de uitvoer naar derde landen worden verstoord.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 van de Commissie (2) is vastgesteld in het kader van Verordening (EU) 2016/429 en bevat bijzondere ziektebestrijdingsmaatregelen in verband met Afrikaanse varkenspest die door de in bijlage I bij die verordening vermelde lidstaten (de “betrokken lidstaten”) gedurende een beperkte periode in de in die bijlage vermelde beperkingszones I, II en III moeten worden toegepast.

(3)

De in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 als beperkingszones I, II en III opgenomen gebieden zijn opgenomen op basis van de epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de Unie. Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 is laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2249 van de Commissie (3), naar aanleiding van veranderingen in de epidemiologische situatie ten aanzien van die ziekte in Duitsland en Polen.

(4)

Bij eventuele wijzigingen van de beperkingszones I, II en III in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 moet worden uitgegaan van de epidemiologische situatie met betrekking tot Afrikaanse varkenspest in de gebieden die door die ziekte zijn getroffen en de algemene epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de desbetreffende lidstaat, het risiconiveau ten aanzien van de verdere verspreiding van die ziekte, de wetenschappelijk gefundeerde beginselen en criteria voor de geografische vaststelling van zones ten aanzien van Afrikaanse varkenspest en de met de lidstaten in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders overeengekomen richtsnoeren van de Unie, die openbaar beschikbaar zijn op de website van de Commissie (4). Bij dergelijke wijzigingen moet ook rekening worden gehouden met internationale normen, zoals de Gezondheidscode voor landdieren (5) van de Wereldorganisatie voor diergezondheid en de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten verstrekte motiveringen voor de zonering.

(5)

Sinds de datum waarop Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2249 is vastgesteld, hebben zich nieuwe uitbraken van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij gehouden en in het wild levende varkens in Polen.

(6)

In december 2021 is ook een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij gehouden varkens in de woiwodschap Święty Krzyż in Polen, in een gebied dat momenteel in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 als beperkingszone I is opgenomen. Door deze nieuwe uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij gehouden varkens verhoogt het risiconiveau, wat in die bijlage moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moet dit momenteel als beperkingszone I in die bijlage opgenomen gebied van Polen dat door deze recente uitbraak van Afrikaanse varkenspest is getroffen, nu in die bijlage worden opgenomen als beperkingszone III in plaats van als beperkingszone I, en moeten de huidige grenzen van beperkingszone I ook opnieuw worden bepaald om rekening te houden met deze recente uitbraak.

(7)

In december 2021 zijn bovendien verscheidene uitbraken van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij in het wild levende varkens in het woiwodschap Neder-Silezië in Polen, in een gebied dat momenteel in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 is opgenomen als beperkingszone II, in de onmiddellijke nabijheid van een gebied dat momenteel als beperkingszone I is opgenomen. Door die nieuwe uitbraken van Afrikaanse varkenspest bij in het wild levende varkens verhoogt het risiconiveau, wat in die bijlage moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moet dit momenteel als beperkingszone I in die bijlage opgenomen gebied van Polen, dat in de onmiddellijke nabijheid van het als beperkingszone II opgenomen gebied ligt dat door deze recente uitbraken van Afrikaanse varkenspest is getroffen, nu in die bijlage worden opgenomen als beperkingszone II in plaats van als beperkingszone I.

(8)

In december 2021 zijn voorts verscheidene uitbraken van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij in het wild levende varkens in de woiwodschap Groot-Polen in Polen, in een gebied dat momenteel in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 is opgenomen als beperkingszone III, in de onmiddellijke nabijheid van een gebied dat momenteel als beperkingszone I is opgenomen. Door die nieuwe uitbraken van Afrikaanse varkenspest bij in het wild levende varkens verhoogt het risiconiveau, wat in die bijlage moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moet dit momenteel als beperkingszone I in die bijlage opgenomen gebied van Polen, dat in de onmiddellijke nabijheid van het als beperkingszone III opgenomen gebied ligt dat door deze recente uitbraken van Afrikaanse varkenspest is getroffen, nu in die bijlage worden opgenomen als beperkingszone II in plaats van als beperkingszone I.

(9)

Tot slot is in december 2021 een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij een in het wild levend varken in de woiwodschap Groot-Polen in Polen, in een gebied dat momenteel in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 als beperkingszone I is opgenomen. Door deze nieuwe uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij een in het wild levend varken verhoogt het risiconiveau, wat in die bijlage moet worden weerspiegeld. Bijgevolg moet dit momenteel als beperkingszone I in die bijlage opgenomen gebied van Polen dat door deze recente uitbraak van Afrikaanse varkenspest is getroffen, nu in die bijlage worden opgenomen als beperkingszone II in plaats van als beperkingszone I, en moeten de huidige grenzen van beperkingszone I ook opnieuw worden bepaald om rekening te houden met deze recente uitbraak.

(10)

Naar aanleiding van deze recente uitbraken van Afrikaanse varkenspest bij gehouden en in het wild levende varkens in Polen, en rekening houdend met de huidige epidemiologische situatie in de Unie wat Afrikaanse varkenspest betreft, is de zonering in die lidstaat opnieuw geëvalueerd en geactualiseerd. Bovendien zijn de bestaande risicobeheersmaatregelen ook opnieuw geëvalueerd en geactualiseerd. Deze wijzigingen moeten worden weerspiegeld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605.

(11)

Om rekening te houden met recente ontwikkelingen in de epidemiologische situatie van Afrikaanse varkenspest in de Unie, en met het oog op de proactieve bestrijding van de met de verspreiding van die ziekte samenhangende risico’s, moeten voor Polen nieuwe beperkingszones van voldoende omvang worden afgebakend en in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 als beperkingszones I, II en III worden opgenomen. Aangezien de situatie met betrekking tot Afrikaanse varkenspest in de Unie zeer dynamisch is, is bij de afbakening van die nieuwe beperkingszones rekening gehouden met de situatie in de omliggende gebieden.

(12)

Gezien de urgentie van de epidemiologische situatie in de Unie wat de verspreiding van Afrikaanse varkenspest betreft, is het belangrijk dat de wijzigingen die door middel van deze uitvoeringsverordening worden aangebracht in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605, zo spoedig mogelijk in werking treden.

(13)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 december 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 van de Commissie van 7 april 2021 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest (PB L 129 van 15.4.2021, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2249 van de Commissie van 16 december 2021 tot wijziging van bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 tot vaststelling van bijzondere maatregelen ter bestrijding van Afrikaanse varkenspest (PB L 453 van 17.12.2021, blz. 48).

(4)  Werkdocument SANTE/7112/2015/Rev. 3 “Principles and criteria for geographically definingASF regionalisation”. https://ec.europa.eu/food/animals/animal-diseases/control-measures/asf_en

(5)  Gezondheidscode voor landdieren van de OIE, 28e editie, 2019. ISBN van volume I: 978-92-95108-85-1; ISBN van volume II: 978-92-95108-86-8. https://www.oie.int/standard-setting/terrestrial-code/access-online/


BIJLAGE

Bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/605 wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

BEPERKINGSZONES

DEEL I

1.   Duitsland

De volgende beperkingszones I in Duitsland:

Bundesland Brandenburg:

Landkreis Dahme-Spreewald:

Gemeinde Alt Zauche-Wußwerk,

Gemeinde Byhleguhre-Byhlen,

Gemeinde Märkische Heide, mit den Gemarkungen Alt Schadow, Neu Schadow, Pretschen, Plattkow, Wittmannsdorf, Schuhlen-Wiese, Bückchen, Kuschkow, Gröditsch, Groß Leuthen, Leibchel, Glietz, Groß Leine, Dollgen, Krugau, Dürrenhofe, Biebersdorf und Klein Leine,

Gemeinde Neu Zauche,

Gemeinde Schwielochsee mit den Gemarkungen Groß Liebitz, Guhlen, Mochow und Siegadel,

Gemeinde Spreewaldheide,

Gemeinde Straupitz,

Landkreis Märkisch-Oderland:

Gemeinde Müncheberg mit den Gemarkungen Müncheberg, Eggersdorf bei Müncheberg und Hoppegarten bei Müncheberg,

Gemeinde Bliesdorf mit den Gemarkungen Kunersdorf - westlich der B167 und Bliesdorf - westlich der B167

Gemeinde Märkische Höhe mit den Gemarkungen Reichenberg und Batzlow,

Gemeinde Wriezen mit den Gemarkungen Haselberg, Frankenfelde, Schulzendorf, Lüdersdorf Biesdorf, Rathsdorf - westlich der B 167 und Wriezen - westlich der B167

Gemeinde Buckow (Märkische Schweiz),

Gemeinde Strausberg mit den Gemarkungen Hohenstein und Ruhlsdorf,

Gemeine Garzau-Garzin,

Gemeinde Waldsieversdorf,

Gemeinde Rehfelde mit der Gemarkung Werder,

Gemeinde Reichenow-Mögelin,

Gemeinde Prötzel mit den Gemarkungen Harnekop, Sternebeck und Prötzel östlich der B 168 und der L35,

Gemeinde Oberbarnim,

Gemeinde Bad Freienwalde mit der Gemarkung Sonnenburg,

Gemeinde Falkenberg mit den Gemarkungen Dannenberg, Falkenberg westlich der L 35, Gersdorf und Kruge,

Gemeinde Höhenland mit den Gemarkungen Steinbeck, Wollenberg und Wölsickendorf,

Landkreis Barnim:

Gemeinde Joachimsthal östlich der L220 (Eberswalder Straße), östlich der L23 (Töpferstraße und Templiner Straße), östlich der L239 (Glambecker Straße) und Schorfheide (JO) östlich der L238,

Gemeinde Friedrichswalde mit der Gemarkung Glambeck östlich der L 239,

Gemeinde Althüttendorf,

Gemeinde Ziethen mit den Gemarkungen Groß Ziethen und Klein Ziethen westlich der B198,

Gemeinde Chorin mit den Gemarkungen Golzow, Senftenhütte, Buchholz, Schorfheide (Ch), Chorin westlich der L200 und Sandkrug nördlich der L200,

Gemeinde Britz,

Gemeinde Schorfheide mit den Gemarkungen Altenhof, Werbellin, Lichterfelde und Finowfurt,

Gemeinde (Stadt) Eberswalde mit der Gemarkungen Finow und Spechthausen und der Gemarkung Eberswalde südlich der B167 und westlich der L200,

Gemeinde Breydin,

Gemeinde Melchow,

Gemeinde Sydower Fließ mit der Gemarkung Grüntal nördlich der K6006 (Landstraße nach Tuchen), östlich der Schönholzer Straße und östlich Am Postweg,

Hohenfinow südlich der B167,

Landkreis Uckermark:

Gemeinde Passow mit den Gemarkungen Briest, Passow und Schönow,

Gemeinde Mark Landin mit den Gemarkungen Landin nördlich der B2, Grünow und Schönermark,

Gemeinde Angermünde mit den Gemarkungen Frauenhagen, Mürow, Angermünde nördlich und nordwestlich der B2, Dobberzin nördlich der B2, Kerkow, Welsow, Bruchhagen, Greiffenberg, Günterberg, Biesenbrow, Görlsdorf, Wolletz und Altkünkendorf,

Gemeinde Zichow,

Gemeinde Casekow mit den Gemarkungen Blumberg, Wartin, Luckow-Petershagen und den Gemarkungen Biesendahlshof und Casekow westlich der L272 und nördlich der L27,

Gemeinde Hohenselchow-Groß Pinnow mit der Gemarkung Hohenselchow nördlich der L27,

Gemeinde Tantow,

Gemeinde Mescherin

Gemeinde Gartz (Oder) mit der Gemarkung Geesow sowie den Gemarkungen Gartz und Hohenreinkendorf nördlich der L27 und B2 bis Gartenstraße,

Gemeinde Pinnow nördlich und westlich der B2,

Landkreis Oder-Spree:

Gemeinde Storkow (Mark),

Gemeinde Spreenhagen mit den Gemarkungen Braunsdorf, Markgrafpieske, Lebbin und Spreenhagen,

Gemeinde Grünheide (Mark) mit den Gemarkungen Kagel, Kienbaum und Hangelsberg,

Gemeinde Fürstenwalde westlich der B 168 und nördlich der L 36,

Gemeinde Rauen,

Gemeinde Wendisch Rietz bis zur östlichen Uferzone des Scharmützelsees und von der südlichen Spitze des Scharmützelsees südlich der B246,

Gemeinde Reichenwalde,

Gemeinde Bad Saarow mit der Gemarkung Petersdorf und der Gemarkung Bad Saarow-Pieskow westlich der östlichen Uferzone des Scharmützelsees und ab nördlicher Spitze westlich der L35,

Gemeinde Tauche mit der Gemarkung Werder,

Gemeinde Steinhöfel mit den Gemarkungen Jänickendorf, Schönfelde, Beerfelde, Gölsdorf, Buchholz, Tempelberg und den Gemarkungen Steinhöfel, Hasenfelde und Heinersdorf westlich der L36 und der Gemarkung Neuendorf im Sande nördlich der L36,

Landkreis Spree-Neiße:

Gemeinde Peitz,

Gemeinde Turnow-Preilack,

Gemeinde Drachhausen,

Gemeinde Schmogrow-Fehrow,

Gemeinde Drehnow,

Gemeinde Teichland mit den Gemarkungen Maust und Neuendorf,

Gemeinde Dissen-Striesow,

Gemeinde Briesen,

Gemeinde Spremberg mit den Gemarkungen, Sellessen, Spremberg, Bühlow, Laubsdorf, Bagenz und den Gemarkungen Groß Buckow, Klein Buckow östlich des Tagebaues Welzow-Süd,

Gemeinde Neuhausen/Spree mit den Gemarkungen Kathlow, Haasow, Roggosen, Koppatz, Neuhausen, Frauendorf, Groß Oßnig, Groß Döbern und Klein Döbern,

Landkreis Oberspreewald-Lausitz:

Gemeinde Grünewald,

Gemeinde Hermsdorf,

Gemeinde Kroppen,

Gemeinde Ortrand,

Gemeinde Großkmehlen,

Gemeinde Lindenau.

Landkreis Elbe-Elster:

Gemeinde Großthiemig,

Landkreis Prignitz:

Gemeinde Groß Pankow mit den Gemarkungen Baek, Tangendorf und Tacken,

Gemeinde Karstadt mit den Gemarkungen Groß Warnow, Klein Warnow, Reckenzin, Streesow, Garlin, Dallmin, Postlin, Kribbe, Neuhof, Strehlen und Blüthen,

Gemeinde Pirow mit der Gemarkung Bresch,

Gemeinde Gülitz-Reetz,

Gemeinde Putlitz mit den Gemarkungen Lockstädt, Mansfeld und Laaske,

Gemeinde Triglitz,

Gemeinde Marienfließ mit der Gemarkung Frehne,

Gemeinde Kümmernitztal mit der Gemarkungen Buckow, Preddöhl und Grabow,

Gemeinde Gerdshagen mit der Gemarkung Gerdshagen,

Gemeinde Meyenburg,

Gemeinde Pritzwalk mit der Gemarkung Steffenshagen,

Bundesland Sachsen:

Landkreis Bautzen

Gemeinde Arnsdorf,

Gemeinde Burkau,

Gemeinde Crostwitz,

Gemeinde Cunewalde,

Gemeinde Demitz-Thumitz,

Gemeinde Doberschau-Gaußig,

Gemeinde Elsterheide,

Gemeinde Frankenthal,

Gemeinde Göda,

Gemeinde Großharthau,

Gemeinde Großnaundorf,

Gemeinde Großpostwitz/O.L.,

Gemeinde Haselbachtal,

Gemeinde Hochkirch, sofern nicht bereits der Sperrzone II,

Gemeinde Königswartha, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Kubschütz, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Lichtenberg,

Gemeinde Lohsa, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Nebelschütz,

Gemeinde Neschwitz, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Neukirch,

Gemeinde Neukirch/Lausitz,

Gemeinde Obergurig,

Gemeinde Ohorn,

Gemeinde Oßling,

Gemeinde Panschwitz-Kuckau,

Gemeinde Puschwitz,

Gemeinde Räckelwitz,

Gemeinde Radibor, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Ralbitz-Rosenthal,

Gemeinde Rammenau,

Gemeinde Schmölln-Putzkau,

Gemeinde Schwepnitz,

Gemeinde Sohland a. d. Spree,

Gemeinde Spreetal, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Bautzen, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Bernsdorf,

Gemeinde Stadt Bischhofswerda,

Gemeinde Stadt Elstra,

Gemeinde Stadt Großröhrsdorf,

Gemeinde Stadt Hoyerswerda, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Kamenz,

Gemeinde Stadt Lauta,

Gemeinde Stadt Pulsnitz,

Gemeinde Stadt Radeberg,

Gemeinde Stadt Schirgiswalde-Kirschau,

Gemeinde Stadt Wilthen,

Gemeinde Stadt Wittichenau, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Steina,

Gemeinde Steinigtwolmsdorf,

Gemeinde Wachau,

Stadt Dresden:

Stadtgebiet, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Landkreis Görlitz:

Gemeinde Beiersdorf,

Gemeinde Bertsdorf-Hörnitz,

Gemeinde Dürrhennersdorf,

Gemeinde Großschönau,

Gemeinde Großschweidnitz,

Gemeinde Hainewalde,

Gemeinde Kurort Jonsdorf,

Gemeinde Kottmar,

Gemeinde Lawalde,

Gemeinde Leutersdorf,

Gemeinde Mittelherwigsdorf,

Gemeinde Oderwitz,

Gemeinde Olbersdorf,

Gemeinde Oppach,

Gemeinde Oybin,

Gemeinde Rosenbach, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Schönau-Berzdorf a. d. Eigen, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Schönbach,

Gemeinde Stadt Bernstadt a. d. Eigen, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Ebersbach-Neugersdorf,

Gemeinde Stadt Herrnhut,

Gemeinde Stadt Löbau, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Neusalza-Spremberg,

Gemeinde Stadt Ostritz, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Seifhennersdorf,

Gemeinde Stadt Zittau,

Landkreis Meißen:

Gemeinde Diera-Zehren östlich der Elbe,

Gemeinde Klipphausen östlich der S 177,

Gemeinde Lampertswalde, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Niederau,

Gemeinde Priestewitz,

Gemeinde Stadt Coswig, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Gemeinde Stadt Großenhain,

Gemeinde Stadt Meißen im Norden östlich der Elbe bis zur Bahnlinie, im Süden östlich der S 177,

Gemeinde Stadt Radebeul,

Gemeinde Weinböhla, sofern nicht bereits Teil der Sperrzone II,

Bundesland Mecklenburg-Vorpommern:

Landkreis Vorpommern Greifswald

Gemeinde Penkun südlich der Autobahn A11,

Gemeinde Nadrense südlich der Autobahn A11,

Landkreis Ludwigslust-Parchim:

Gemeinde Balow mit dem Ortsteil: Balow

Gemeinde Barkhagen mit den Ortsteilen und Ortslagen: Altenlinden, Kolonie Lalchow, Plauerhagen, Zarchlin, Barkow-Ausbau, Barkow

Gemeinde Blievenstorf mit dem Ortsteil: Blievenstorf

Gemeinde Brenz mit den Ortsteilen und Ortslagen: Neu Brenz, Alt Brenz

Gemeinde Domsühl mit den Ortsteilen und Ortslagen: Severin, Bergrade Hof, Bergrade Dorf, Zieslübbe, Alt Dammerow, Schlieven, Domsühl, Domsühl-Ausbau, Neu Schlieven

Gemeinde Gallin-Kuppentin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Kuppentin, Kuppentin-Ausbau, Daschow, Zahren, Gallin, Penzlin

Gemeinde Ganzlin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Dresenow, Dresenower Mühle, Twietfort, Ganzlin, Tönchow, Wendisch Priborn, Liebhof, Gnevsdorf

Gemeinde Granzin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Lindenbeck, Greven, Beckendorf, Bahlenrade, Granzin

Gemeinde Grabow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Böschungsbereich und angrenzende Ackerfläche an der Alten Elde (angrenzend an die Gemeinden Prislich und Zierzow)

Gemeinde Groß Laasch mit den Ortsteilen und Ortslagen: Waldgebiet zwischen der Ortslage Groß Laasch und der Elde

Gemeinde Kremmin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Wiesen- und Ackerflächen zwischen K52, B5 und Bahnlinie Hamburg-Berlin

Gemeinde Kritzow mit den Ortsteilen und Ortslagen:

Schlemmin, Kritzow

Gemeinde Lewitzrand mit dem Ortsteil und Ortslage:

Matzlow-Garwitz (teilweise)

Gemeinde Lübz mit den Ortsteilen und Ortslagen: Broock, Wessentin, Wessentin Ausbau, Bobzin, Lübz, Broock Ausbau, Riederfelde, Ruthen, Lutheran, Gischow, Burow, Hof Gischow, Ausbau Lutheran, Meyerberg

Gemeinde Muchow mit dem Ortsteil und Ortslage: Muchow

Gemeinde Neustadt-Glewe mit den Ortsteilen und Ortslagen: Flugplatz mit angrenzendem Waldgebiet entlang der K38 und B191 bis zur A24, Wabel

Gemeinde Obere Warnow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Grebbin und Wozinkel, Gemarkung Kossebade teilweise, Gemarkung Herzfeld mit dem Waldgebiet Bahlenholz bis an die östliche Gemeindegrenze, Gemarkung Woeten unmittelbar östlich und westlich der L16

Gemeinde Parchim mit den Ortsteilen und Ortslagen: Dargelütz, Neuhof, Kiekindemark, Neu Klockow, Möderitz, Malchow, Damm, Parchim, Voigtsdorf, Neu Matzlow

Gemeinde Passow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Unterbrüz, Brüz, Welzin, Neu Brüz, Weisin, Charlottenhof, Passow

Gemeinde Plau am See mit den Ortsteilen und Ortslagen: Reppentin, Gaarz, Silbermühle, Appelburg, Seelust, Plau-Am See, Plötzenhöhe, Klebe, Lalchow, Quetzin, Heidekrug

Gemeinde Prislich mit den Ortsteilen und Ortslagen: Neese, Werle, Prislich, Marienhof

Gemeinde Rom mit den Ortsteilen und Ortslagen: Lancken, Stralendorf, Rom, Darze, Klein Niendorf, Paarsch

Gemeinde Spornitz mit den Ortsteilen und Ortslagen: Dütschow, Primark, Steinbeck, Spornitz

Gemeinde Stolpe mit den Ortsteilen und Ortslagen: Granzin, Barkow, Stolpe Ausbau, Stolpe

Gemeinde Werder mit den Ortsteilen und Ortslagen: Neu Benthen, Benthen, Tannenhof, Werder

Gemeinde Zierzow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Kolbow, Zierzow.

2.   Estland

De volgende beperkingszones I in Estland:

Hiiu maakond.

3.   Griekenland

De volgende beperkingszones I in Griekenland:

in the regional unit of Drama:

the community departments of Sidironero and Skaloti and the municipal departments of Livadero and Ksiropotamo (in Drama municipality),

the municipal department of Paranesti (in Paranesti municipality),

the municipal departments of Kokkinogeia, Mikropoli, Panorama, Pyrgoi (in Prosotsani municipality),

the municipal departments of Kato Nevrokopi, Chrysokefalo, Achladea, Vathytopos, Volakas, Granitis, Dasotos, Eksohi, Katafyto, Lefkogeia, Mikrokleisoura, Mikromilea, Ochyro, Pagoneri, Perithorio, Kato Vrontou and Potamoi (in Kato Nevrokopi municipality),

in the regional unit of Xanthi:

the municipal departments of Kimmerion, Stavroupoli, Gerakas, Dafnonas, Komnina, Kariofyto and Neochori (in Xanthi municipality),

the community departments of Satres, Thermes, Kotyli, and the municipal departments of Myki, Echinos and Oraio and (in Myki municipality),

the community department of Selero and the municipal department of Sounio (in Avdira municipality),

in the regional unit of Rodopi:

the municipal departments of Komotini, Anthochorio, Gratini, Thrylorio, Kalhas, Karydia, Kikidio, Kosmio, Pandrosos, Aigeiros, Kallisti, Meleti, Neo Sidirochori and Mega Doukato (in Komotini municipality),

the municipal departments of Ipio, Arriana, Darmeni, Archontika, Fillyra, Ano Drosini, Aratos and the Community Departments Kehros and Organi (in Arriana municipality),

the municipal departments of Iasmos, Sostis, Asomatoi, Polyanthos and Amvrosia and the community department of Amaxades (in Iasmos municipality),

the municipal department of Amaranta (in Maroneia Sapon municipality),

in the regional unit of Evros:

the municipal departments of Kyriaki, Mandra, Mavrokklisi, Mikro Dereio, Protokklisi, Roussa, Goniko, Geriko, Sidirochori, Megalo Derio, Sidiro, Giannouli, Agriani and Petrolofos (in Soufli municipality),

the municipal departments of Dikaia, Arzos, Elaia, Therapio, Komara, Marasia, Ormenio, Pentalofos, Petrota, Plati, Ptelea, Kyprinos, Zoni, Fulakio, Spilaio, Nea Vyssa, Kavili, Kastanies, Rizia, Sterna, Ampelakia, Valtos, Megali Doxipara, Neochori and Chandras (in Orestiada municipality),

the municipal departments of Asvestades, Ellinochori, Karoti, Koufovouno, Kiani, Mani, Sitochori, Alepochori, Asproneri, Metaxades, Vrysika, Doksa, Elafoxori, Ladi, Paliouri and Poimeniko (in Didymoteixo municipality),

in the regional unit of Serres:

the municipal departments of Kerkini, Livadia, Makrynitsa, Neochori, Platanakia, Petritsi, Akritochori, Vyroneia, Gonimo, Mandraki, Megalochori, Rodopoli, Ano Poroia, Katw Poroia, Sidirokastro, Vamvakophyto, Promahonas, Kamaroto, Strymonochori, Charopo, Kastanousi and Chortero and the community departments of Achladochori, Agkistro and Kapnophyto (in Sintiki municipality),

the municipal departments of Serres, Elaionas and Oinoussa and the community departments of Orini and Ano Vrontou (in Serres municipality),

the municipal departments of Dasochoriou, Irakleia, Valtero, Karperi, Koimisi, Lithotopos, Limnochori, Podismeno and Chrysochorafa (in Irakleia municipality).

4.   Letland

De volgende beperkingszones I in Letland:

Dienvidkurzemes novada Vērgales, Medzes, Grobiņas, Nīcas pagasta daļa uz ziemeļiem no apdzīvotas vietas Bernāti, autoceļa V1232, A11, V1222, Bārtas upes, Otaņķu pagasts, Grobiņas pilsēta,

Ropažu novada Stopiņu pagasta daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes.

5.   Litouwen

De volgende beperkingszones I in Litouwen:

Skuodo rajono savivaldybė, Agluonėnų, Dovilų, Gargždų, Priekulės, Vėžaičių, Kretingalės ir Dauparų-Kvietinių seniūnijos,

Palangos miesto savivaldybė.

6.   Hongarije

De volgende beperkingszones I in Hongarije:

Békés megye 950950, 950960, 950970, 951950, 952050, 952750, 952850, 952950, 953050, 953150, 953650, 953660, 953750, 953850, 953960, 954250, 954260, 954350, 954450, 954550, 954650, 954750, 954850, 954860, 954950, 955050, 955150, 955250, 955260, 955270, 955350, 955450, 955510, 955650, 955750, 955760, 955850, 955950, 956050, 956060, 956150 és 956160 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Bács-Kiskun megye 600150, 600850, 601550, 601650, 601660, 601750, 601850, 601950, 602050, 603250, 603750 és 603850 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Budapest 1 kódszámú, vadgazdálkodási tevékenységre nem alkalmas területe,

Csongrád-Csanád megye 800150, 800160, 800250, 802220, 802260, 802310 és 802450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Fejér megye 400150, 400250, 400351, 400352, 400450, 400550, 401150, 401250, 401350, 402050, 402350, 402360, 402850, 402950, 403050, 403450, 403550, 403650, 403750, 403950, 403960, 403970, 404650, 404750, 404850, 404950, 404960, 405050, 405750, 405850, 405950,

406050, 406150, 406550, 406650 és 406750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Győr-Moson-Sopron megye 100550, 100650, 100950, 101050, 101350, 101450, 101550, 101560 és 102150 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Jász-Nagykun-Szolnok megye 750150, 750160, 750260, 750350, 750450, 750460, 754450, 754550, 754560, 754570, 754650, 754750, 754950, 755050, 755150, 755250, 755350 és 755450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Komárom-Esztergom megye 250150, 250250, 250450, 250460, 250550, 250650, 250750, 251050, 251150, 251250, 251350, 251360, 251650, 251750, 251850, 252250, kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Pest megye 571550, 572150, 572250, 572350, 572550, 572650, 572750, 572850, 572950, 573150, 573250, 573260, 573350, 573360, 573450, 573850, 573950, 573960, 574050, 574150, 574350, 574360, 574550, 574650, 574750, 574850, 574860, 574950, 575050, 575150, 575250, 575350, 575550, 575650, 575750, 575850, 575950, 576050, 576150, 576250, 576350, 576450, 576650, 576750, 576850, 576950, 577050, 577150, 577350, 577450, 577650, 577850, 577950, 578050, 578150, 578250, 578350, 578360, 578450, 578550, 578560, 578650, 578850, 578950, 579050, 579150, 579250, 579350, 579450, 579460, 579550, 579650, 579750, 580250 és 580450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe.

7.   Polen

De volgende beperkingszones I in Polen:

w województwie kujawsko - pomorskim:

powiat rypiński,

powiat brodnicki,

powiat grudziądzki,

powiat miejski Grudziądz,

powiat wąbrzeski,

w województwie warmińsko-mazurskim:

gminy Wielbark i Rozogi w powiecie szczycieńskim,

w województwie podlaskim:

gminy Wysokie Mazowieckie z miastem Wysokie Mazowieckie, Czyżew i część gminy Kulesze Kościelne położona na południe od linii wyznaczonej przez linię koleją w powiecie wysokomazowieckim,

gminy Miastkowo, Nowogród, Śniadowo i Zbójna w powiecie łomżyńskim,

gminy Szumowo, Zambrów z miastem Zambrów i część gminy Kołaki Kościelne położona na południe od linii wyznaczonej przez linię kolejową w powiecie zambrowskim,

gminy Grabowo, Kolno i miasto Kolno, Turośl w powiecie kolneńskim,

w województwie mazowieckim:

powiat ostrołęcki,

powiat miejski Ostrołęka,

gminy Bielsk, Brudzeń Duży, Bulkowo, Drobin, Gąbin, Łąck, Nowy Duninów, Radzanowo, Słupno, Staroźreby i Stara Biała w powiecie płockim,

powiat miejski Płock,

powiat ciechanowski,

gminy Baboszewo, Dzierzążnia, Joniec, Nowe Miasto, Płońsk i miasto Płońsk, Raciąż i miasto Raciąż, Sochocin w powiecie płońskim,

powiat sierpecki,

gmina Siemiątkowo w powiecie żuromińskim,

część powiatu ostrowskiego niewymieniona w części II załącznika I,

gminy Radzanów, Strzegowo, Stupsk w powiecie mławskim,

powiat przasnyski,

powiat makowski,

powiat pułtuski,

część powiatu wyszkowskiego niewymieniona w części II załącznika I,

część powiatu węgrowskiego niewymieniona w części II załącznika I,

część powiatu wołomińskiego niewymieniona w części II załącznika I,

gminy Mokobody i Suchożebry w powiecie siedleckim,

gminy Dobre, Jakubów, Kałuszyn, Stanisławów w powiecie mińskim,

gminy Bielany i gmina wiejska Sokołów Podlaski w powiecie sokołowskim,

gminy Kowala, Wierzbica, część gminy Wolanów położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 12 w powiecie radomskim,

powiat miejski Radom,

gminy Jastrząb, Mirów, Orońsko w powiecie szydłowieckim,

powiat gostyniński,

w województwie podkarpackim:

powiat jasielski,

powiat strzyżowski,

część powiatu ropczycko – sędziszowskiego niewymieniona w części I i II załącznika I,

gminy Pruchnik, Rokietnica, Roźwienica, w powiecie jarosławskim,

gminy Fredropol, Krasiczyn, Krzywcza, Medyka, Orły, Żurawica, Przemyśl w powiecie przemyskim,

powiat miejski Przemyśl,

gminy Gać, Jawornik Polski, Kańczuga, część gminy Zarzecze położona na południe od linii wyznaczonej przez rzekę Mleczka w powiecie przeworskim,

powiat łańcucki,

gminy Trzebownisko, Głogów Małopolski, część gminy Świlcza położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 94 i część gminy Sokołów Małopolski położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 875 w powiecie rzeszowskim,

gmina Raniżów w powiecie kolbuszowskim,

gminy Brzostek, Jodłowa, miasto Dębica, część gminy wiejskiej Dębica położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr A4 w powiecie dębickim,

w województwie świętokrzyskim:

gminy Nowy Korczyn, Solec–Zdrój, Wiślica, część gminy Busko Zdrój położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Siedlawy-Szaniec-Podgaje-Kołaczkowice w powiecie buskim,

powiat kazimierski,

powiat skarżyski,

część powiatu opatowskiego niewymieniona w części II załącznika I,

część powiatu sandomierskiego niewymieniona w części II załącznika I,

gminy Bogoria, Osiek, Staszów i część gminy Rytwiany położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 764, część gminy Szydłów położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 756 w powiecie staszowskim,

gminy Pawłów, Wąchock, część gminy Brody położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 9 oraz na południowy - zachód od linii wyznaczonej przez drogi: nr 0618T biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania w miejscowości Lipie, drogę biegnącą od miejscowości Lipie do wschodniej granicy gminy i część gminy Mirzec położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 744 biegnącą od południowej granicy gminy do miejscowości Tychów Stary a następnie przez drogę nr 0566T biegnącą od miejscowości Tychów Stary w kierunku północno - wschodnim do granicy gminy w powiecie starachowickim,

powiat ostrowiecki,

gminy Fałków, Ruda Maleniecka, Radoszyce, Smyków, część gminy Końskie położona na zachód od linii kolejowej, część gminy Stąporków położona na południe od linii kolejowej w powiecie koneckim,

gminy Bodzentyn, Bieliny, Łagów, Nowa Słupia, część gminy Raków położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogi nr 756 i 764, w powiecie kieleckim,

gminy Działoszyce, Michałów, Pińczów, Złota w powiecie pińczowskim,

gminy Imielno, Jędrzejów, Nagłowice, Sędziszów, Słupia, Wodzisław w powiecie jędrzejowskim,

gminy Moskorzew, Radków, Secemin w powiecie włoszczowskim,

w województwie łódzkim:

gminy Łyszkowice, Kocierzew Południowy, Kiernozia, Chąśno, Nieborów, część gminy wiejskiej Łowicz położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 92 biegnącej od granicy miasta Łowicz do zachodniej granicy gminy oraz część gminy wiejskiej Łowicz położona na wschód od granicy miasta Łowicz i na północ od granicy gminy Nieborów w powiecie łowickim,

gminy Cielądz, Rawa Mazowiecka z miastem Rawa Mazowiecka w powiecie rawskim,

gminy Bolimów, Głuchów, Godzianów, Lipce Reymontowskie, Maków, Nowy Kawęczyn, Skierniewice, Słupia w powiecie skierniewickim,

powiat miejski Skierniewice,

gminy Mniszków, Paradyż, Sławno i Żarnów w powiecie opoczyńskim,

powiat tomaszowski,

powiat brzeziński,

powiat łaski,

powiat miejski Łódź,

powat łódzki wschodni,

powiat pabianicki,

powiat wieruszowski,

gminy Aleksandrów Łódzki, Stryków, miasto Zgierz w powiecie zgierskim,

gminy Bełchatów z miastem Bełchatów, Drużbice, Kluki, Rusiec, Szczerców, Zelów w powiecie bełchatowskim,

powiat wieluński,

powiat sieradzki,

powiat zduńskowolski,

gminy Aleksandrów, Czarnocin, Grabica, Moszczenica, Ręczno, Sulejów, Wola Krzysztoporska, Wolbórz w powiecie piotrkowskim,

powiat miejski Piotrków Trybunalski,

gminy Masłowice, Przedbórz, Wielgomłyny i Żytno w powiecie radomszczańskim,

w województwie śląskim:

gmina Koniecpol w powiecie częstochowskim,

w województwie pomorskim:

gminy Ostaszewo, miasto Krynica Morska oraz część gminy Nowy Dwór Gdański położona na południowy - zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 55 biegnącą od południowej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 7, następnie przez drogę nr 7 i S7 biegnącą do zachodniej granicy gminy w powiecie nowodworskim,

gminy Lichnowy, Miłoradz, Nowy Staw, Malbork z miastem Malbork w powiecie malborskim,

gminy Mikołajki Pomorskie, Stary Targ i Sztum w powiecie sztumskim,

powiat gdański,

Miasto Gdańsk,

powiat tczewski,

powiat kwidzyński,

w województwie lubuskim:

gmina Lubiszyn w powiecie gorzowskim,

gmina Dobiegniew w powiecie strzelecko – drezdeneckim,

w województwie dolnośląskim:

gminy Dobroszyce, Dziadowa Kłoda, Międzybórz, Syców, Twardogóra, część gminy wiejskiej Oleśnica położona na północ od linii wyznaczonej przez droge nr S8 w powiecie oleśnickim,

gminy Jordanów Śląski, Kąty Wrocławskie, Kobierzyce, Mietków, Sobótka, część gminy Długołęka położona na północ od linii wyznaczonej przez droge nr S8, część gminy Żórawina położona na zachód od linii wyznaczonej przez autostradę A4 w powiecie wrocławskim,

część gminy Domaniów położona na południowy zachód od linii wyznaczonej przez autostradę A4 w powiecie oławskim,

część powiatu miejskiego Wrocław położona na północny zachód od linii wyznaczonej przez autostradę nr A8,

gmina Wiązów w powiecie strzelińskim,

powiat średzki,

miasto Świeradów Zdrój w powiecie lubańskim,

część powiatu wołowskiego niewymieniona w części III załącznika I,

powiat miejski Legnica,

gminy Krotoszyce, Kunice, Legnickie Pole, Miłkowice, Prochowice, Ruja w powiecie legnickim,

gminy Pielgrzymka, Świerzawa, Złotoryja z miastem Złotoryja, miasto Wojcieszów w powiecie złotoryjskim,

powiat lwówecki,

gmina Ścinawa w powiecie lubińskim,

część powiatu trzebnickiego niewymieniona w części III załącznika I,

gmina Wądroże Wielkie w powiecie jaworskim,

gmina Krośnice w powiecie milickim,

w województwie wielkopolskim:

gminy Koźmin Wielkopolski, Rozdrażew, miasto Sulmierzyce, część gminy Krotoszyn położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogi: nr 15 biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 36, nr 36 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 15 do skrzyżowana z drogą nr 444, nr 444 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 36 do południowej granicy gminy w powiecie krotoszyńskim,

gminy Borek Wielkopolski, Gostyń, Piaski, Pogorzela, w powiecie gostyńskim,

gminy Granowo, Grodzisk Wielkopolski i część gminy Kamieniec położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 308 w powiecie grodziskim,

gminy Czempiń, Kościan i miasto Kościan, Krzywiń, część gminy Śmigiel położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr S5 w powiecie kościańskim,

powiat miejski Poznań,

gminy Buk, Dopiewo, Komorniki, Tarnowo Podgórne, Stęszew, Swarzędz, Pobiedziska, Czerwonak, Mosina, miasto Luboń, miasto Puszczykowo i część gminy Kórnik położona na zachód od linii wyznaczonych przez drogi: nr S11 biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 434 i drogę nr 434 biegnącą od tego skrzyżowania do południowej granicy gminy, część gminy Rokietnica położona na południowy zachód od linii kolejowej biegnącej od północnej granicy gminy w miejscowości Krzyszkowo do południowej granicy gminy w miejscowości Kiekrz oraz część gminy wiejskiej Murowana Goślina położona na południe od linii kolejowej biegnącej od północnej granicy miasta Murowana Goślina do północno-wschodniej granicy gminy w powiecie poznańskim,

gmina Kiszkowo i część gminy Kłecko położona na zachód od rzeki Mała Wełna w powiecie gnieźnieńskim,

powiat czarnkowsko-trzcianecki,

gmina Kaźmierz, część gminy Duszniki położona na południowy – wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 306 biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Duszniki, a następnie na południe od linii wyznaczonej przez ul. Niewierską oraz drogę biegnącą przez miejscowość Niewierz do zachodniej granicy gminy, część gminy Ostroróg położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 186 i 184 biegnące od granicy gminy do miejscowości Ostroróg, a następnie od miejscowości Ostroróg przez miejscowości Piaskowo – Rudki do południowej granicy gminy, część gminy Wronki położona na północ od linii wyznaczonej przez rzekę Wartę biegnącą od zachodniej granicy gminy do przecięcia z droga nr 182, a następnie na wschód od linii wyznaczonej przez drogi nr 182 oraz 184 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 182 do południowej granicy gminy, miasto Szamotuły i część gminy Szamotuły położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 306 i drogę łączącą miejscowości Lipnica - Ostroróg do linii wyznaczonej przez wschodnią granicę miasta Szamotuły i na południe od linii kolejowej biegnącej od południowej granicy miasta Szamotuły, do południowo-wschodniej granicy gminy oraz część gminy Obrzycko położona na zachód od drogi nr 185 łączącej miejscowości Gaj Mały, Słopanowo i Obrzycko do północnej granicy miasta Obrzycko, a następnie na zachód od drogi przebiegającej przez miejscowość Chraplewo w powiecie szamotulskim,

gmina Budzyń w powiecie chodzieskim,

gminy Mieścisko, Skoki i Wągrowiec z miastem Wągrowiec w powiecie wągrowieckim,

powiat pleszewski,

gmina Zagórów w powiecie słupeckim,

gmina Pyzdry w powiecie wrzesińskim,

gminy Kotlin, Żerków i część gminy Jarocin położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogi nr S11 i 15 w powiecie jarocińskim,

powiat ostrowski,

powiat miejski Kalisz,

gminy Blizanów, Brzeziny, Żelazków, Godziesze Wielkie, Koźminek, Lisków, Opatówek, Szczytniki, część gminy Stawiszyn położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 25 biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Zbiersk, a następnie na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Zbiersk – Łyczyn – Petryki biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 25 do południowej granicy gminy, część gminy Ceków- Kolonia położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Młynisko – Morawin - Janków w powiecie kaliskim,

gminy Brudzew, Dobra, Kawęczyn, Przykona, Władysławów, Turek z miastem Turek część gminy Tuliszków położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 72 biegnącej od wschodniej granicy gminy do miasta Turek a następnie na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 443 biegnącej od skrzyżowania z drogą nr 72 w mieście Turek do zachodniej granicy gminy w powiecie tureckim,

gminy Rzgów, Grodziec, Krzymów, Stare Miasto, część gminy Rychwał położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 25 biegnącą od południowej granicy gminy do miejscowości Rychwał, a następnie na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 443 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 25 w miejscowości Rychwał do wschodniej granicy gminy w powiecie konińskim,

powiat kępiński,

powiat ostrzeszowski,

w województwie opolskim:

gminy Domaszowice, Pokój, część gminy Namysłów położona na północ od linii wyznaczonej przez linię kolejową biegnącą od wschodniej do zachodniej granicy gminy w powiecie namysłowskim,

gminy Wołczyn, Kluczbork, Byczyna w powiecie kluczborskim,

gminy Praszka, Gorzów Śląski w powiecie oleskim,

gminy Grodków, Lewin Brzeski, Olszanka, miasto Brzeg, część gminy Skarbimierz położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 39 w powiecie brzeskim,

gmina Popielów w powiecie opolskim,

w województwie zachodniopomorskim:

gminy Nowogródek Pomorski, Barlinek, Myślibórz, część gminy Dębno położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 126 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 23 w miejscowości Dębno, następnie na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 23 do skrzyżowania z ul. Jana Pawła II w miejscowości Cychry, następnie na północ od ul. Jana Pawła II do skrzyżowania z ul. Ogrodową i dalej na północ od linii wyznaczonej przez ul. Ogrodową, której przedłużenie biegnie do wschodniej granicy gminy w powiecie myśliborskim,

gmina Stare Czarnowo w powiecie gryfińskim,

gmina Bielice, Kozielice, Pyrzyce w powiecie pyrzyckim,

gminy Bierzwnik, Krzęcin, Pełczyce w powiecie choszczeńskim,

część powiatu miejskiego Szczecin położona na zachód od linii wyznaczonej przez rzekę Odra Zachodnia biegnącą od północnej granicy gminy do przecięcia z drogą nr 10, następnie na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 10 biegnącą od przecięcia z linią wyznaczoną przez rzekę Odra Zachodnia do wschodniej granicy gminy,

gminy Dobra (Szczecińska), Kołbaskowo, Police w powiecie polickim,

w województwie małopolskim:

powiat brzeski,

powiat gorlicki,

powiat proszowicki,

powiat nowosądecki,

powiat miejski Nowy Sącz,

część powiatu dąbrowskiego niewymieniona w części III załącznika I,

część powiatu tarnowskiego niewymieniona w części III załącznika I.

8.   Slowakije

De volgende beperkingszones I in Slowakije:

in the district of Nové Zámky: Mužla, Obid, Štúrovo, Nána, Kamenica nad Hronom, Chľaba, Leľa, Bajtava, Salka, Malé Kosihy, Kolta, Jasová, Dubník, Rúbaň, Strekov,

in the district of Komárno: Bátorové Kosihy, Búč, Kravany nad Dunajom,

in the district of Veľký Krtíš, the municipalities of Ipeľské Predmostie, Veľká nad Ipľom, Hrušov, Kleňany, Sečianky,

in the district of Levice, the municipalities of Ipeľské Úľany, Plášťovce, Dolné Túrovce, Stredné Túrovce, Šahy, Tešmak, Pastovce, Zalaba, Malé Ludince, Hronovce, Nýrovce, Želiezovce, Málaš, Čaka,

the whole district of Krupina, except municipalities included in part II,

the whole district of Banska Bystrica, except municipalities included in part II,

in the district of Liptovsky Mikulas – municipalities of Pribylina, Jamník, Svatý Štefan, Konská, Jakubovany, Liptovský Ondrej, Beňadiková, Vavrišovo, Liptovská Kokava, Liptovský Peter, Dovalovo, Hybe, Liptovský Hrádok, Liptovský Ján, Uhorská Ves, Podtureň, Závažná Poruba, Liptovský Mikuláš, Pavčina Lehota, Demänovská Dolina, Gôtovany, Galovany, Svätý Kríž, Lazisko, Dúbrava, Malatíny, Liptovské Vlachy, Liptovské Kľačany, Partizánska Ľupča, Kráľovská Ľubeľa, Zemianska Ľubeľa, Východná – a part of municipality north from the highway D1,

in the district of Ružomberok, the municipalities of Liptovská Lužná, Liptovská Osada, Podsuchá, Ludrová, Štiavnička, Liptovská Štiavnica, Nižný Sliač, Liptovské Sliače,

the whole district of Banska Stiavnica,

the whole district of Žiar nad Hronom.

DEEL II

1.   Bulgarije

De volgende beperkingszones II in Bulgarije:

the whole region of Haskovo,

the whole region of Yambol,

the whole region of Stara Zagora,

the whole region of Pernik,

the whole region of Kyustendil,

the whole region of Plovdiv, excluding the areas in Part III,

the whole region of Pazardzhik, excluding the areas in Part III,

the whole region of Smolyan,

the whole region of Dobrich,

the whole region of Sofia city,

the whole region of Sofia Province,

the whole region of Blagoevgrad,

the whole region of Razgrad,

the whole region of Kardzhali,

the whole region of Burgas excluding the areas in Part III,

the whole region of Varna excluding the areas in Part III,

the whole region of Silistra, excluding the areas in Part III,

the whole region of Ruse, excluding the areas in Part III,

the whole region of Veliko Tarnovo, excluding the areas in Part III,

the whole region of Pleven, excluding the areas in Part III,

the whole region of Targovishte, excluding the areas in Part III,

the whole region of Shumen, excluding the areas in Part III,

the whole region of Sliven, excluding the areas in Part III,

the whole region of Vidin, excluding the areas in Part III.

2.   Duitsland

De volgende beperkingszones II in Duitsland:

Bundesland Brandenburg:

Landkreis Oder-Spree:

Gemeinde Grunow-Dammendorf,

Gemeinde Mixdorf

Gemeinde Schlaubetal,

Gemeinde Neuzelle,

Gemeinde Neißemünde,

Gemeinde Lawitz,

Gemeinde Eisenhüttenstadt,

Gemeinde Vogelsang,

Gemeinde Ziltendorf,

Gemeinde Wiesenau,

Gemeinde Friedland,

Gemeinde Siehdichum,

Gemeinde Müllrose,

Gemeinde Briesen,

Gemeinde Jacobsdorf

Gemeinde Groß Lindow,

Gemeinde Brieskow-Finkenheerd,

Gemeinde Ragow-Merz,

Gemeinde Beeskow,

Gemeinde Rietz-Neuendorf,

Gemeinde Tauche mit den Gemarkungen Stremmen, Ranzig, Trebatsch, Sabrodt, Sawall, Mitweide, Lindenberg, Falkenberg (T), Görsdorf (B), Wulfersdorf, Giesensdorf, Briescht, Kossenblatt und Tauche,

Gemeinde Langewahl,

Gemeinde Berkenbrück,

Gemeinde Steinhöfel mit den Gemarkungen Arensdorf und Demitz und den Gemarkungen Steinhöfel, Hasenfelde und Heinersdorf östlich der L 36 und der Gemarkung Neuendorf im Sande südlich der L36,

Gemeinde Fürstenwalde östlich der B 168 und südlich der L36,

Gemeinde Diensdorf-Radlow,

Gemeinde Wendisch Rietz östlich des Scharmützelsees und nördlich der B 246,

Gemeinde Bad Saarow mit der Gemarkung Neu Golm und der Gemarkung Bad Saarow-Pieskow östlich des Scharmützelsees und ab nördlicher Spitze östlich der L35,

Landkreis Dahme-Spreewald:

Gemeinde Jamlitz,

Gemeinde Lieberose,

Gemeinde Schwielochsee mit den Gemarkungen Goyatz, Jessern, Lamsfeld, Ressen, Speichrow und Zaue,

Landkreis Spree-Neiße:

Gemeinde Schenkendöbern,

Gemeinde Guben,

Gemeinde Jänschwalde,

Gemeinde Tauer,

Gemeinde Teichland mit der Gemarkung Bärenbrück,

Gemeinde Heinersbrück,

Gemeinde Forst,

Gemeinde Groß Schacksdorf-Simmersdorf,

Gemeinde Neiße-Malxetal,

Gemeinde Jämlitz-Klein Düben,

Gemeinde Tschernitz,

Gemeinde Döbern,

Gemeinde Felixsee,

Gemeinde Wiesengrund,

Gemeinde Spremberg mit den Gemarkungen Groß Luja, Türkendorf, Graustein, Waldesdorf, Hornow, Schönheide und Liskau,

Gemeinde Neuhausen/Spree mit den Gemarkungen Kahsel, Drieschnitz, Gablenz, Komptendorf und Sergen,

Landkreis Märkisch-Oderland:

Gemeinde Bleyen-Genschmar,

Gemeinde Neuhardenberg,

Gemeinde Golzow,

Gemeinde Küstriner Vorland,

Gemeinde Alt Tucheband,

Gemeinde Reitwein,

Gemeinde Podelzig,

Gemeinde Gusow-Platkow,

Gemeinde Seelow,

Gemeinde Vierlinden,

Gemeinde Lindendorf,

Gemeinde Fichtenhöhe,

Gemeinde Lietzen,

Gemeinde Falkenhagen (Mark),

Gemeinde Zeschdorf,

Gemeinde Treplin,

Gemeinde Lebus,

Gemeinde Müncheberg mit den Gemarkungen Jahnsfelde, Trebnitz, Obersdorf, Münchehofe und Hermersdorf,

Gemeinde Märkische Höhe mit der Gemarkung Ringenwalde,

Gemeinde Bliesdorf mit der Gemarkung Metzdorf und Gemeinde Bliesdorf – östlich der B167 bis östlicher Teil, begrenzt aus Richtung Gemarkungsgrenze Neutrebbin südlich der Bahnlinie bis Straße „Sophienhof“ dieser westlich folgend bis „Ruesterchegraben“ weiter entlang Feldweg an den Windrädern Richtung „Herrnhof“, weiter entlang „Letschiner Hauptgraben“ nord-östlich bis Gemarkungsgrenze Alttrebbin und Kunersdorf – östlich der B167,

Gemeinde Bad Freienwalde mit den Gemarkungen Altglietzen, Altranft, Bad Freienwalde, Bralitz, Hohenwutzen, Schiffmühle, Hohensaaten und Neuenhagen,

Gemeinde Falkenberg mit der Gemarkung Falkenberg östlich der L35,

Gemeinde Oderaue,

Gemeinde Wriezen mit den Gemarkungen Altwriezen, Jäckelsbruch, Neugaul, Beauregard, Eichwerder, Rathsdorf – östlich der B167 und Wriezen – östlich der B167,

Gemeinde Neulewin,

Gemeinde Neutrebbin,

Gemeinde Letschin,

Gemeinde Zechin,

Landkreis Barnim:

Gemeinde Lunow-Stolzenhagen,

Gemeinde Parsteinsee,

Gemeinde Oderberg,

Gemeinde Liepe,

Gemeinde Hohenfinow (nördlich der B167),

Gemeinde Niederfinow,

Gemeinde (Stadt) Eberswalde mit den Gemarkungen Eberswalde nördlich der B167 und östlich der L200, Sommerfelde und Tornow nördlich der B167,

Gemeinde Chorin mit den Gemarkungen Brodowin, Chorin östlich der L200, Serwest, Neuehütte, Sandkrug östlich der L200,

Gemeinde Ziethen mit der Gemarkung Klein Ziethen östlich der Serwester Dorfstraße und östlich der B198,

Landkreis Uckermark:

Gemeinde Angermünde mit den Gemarkungen Crussow, Stolpe, Gellmersdorf, Neukünkendorf, Bölkendorf, Herzsprung, Schmargendorf und den Gemarkungen Angermünde südlich und südöstlich der B2 und Dobberzin südlich der B2,

Gemeinde Schwedt mit den Gemarkungen Criewen, Zützen, Schwedt, Stendell, Kummerow, Kunow, Vierraden, Blumenhagen, Oderbruchwiesen, Enkelsee, Gatow, Hohenfelde, Schöneberg, Flemsdorf und der Gemarkung Felchow östlich der B2,

Gemeinde Pinnow südlich und östlich der B2,

Gemeinde Berkholz-Meyenburg,

Gemeinde Mark Landin mit der Gemarkung Landin südlich der B2,

Gemeinde Casekow mit der Gemarkung Woltersdorf und den Gemarkungen Biesendahlshof und Casekow östlich der L272 und südlich der L27,

Gemeinde Hohenselchow-Groß Pinnow mit der Gemarkung Groß Pinnow und der Gemarkung Hohenselchow südlich der L27,

Gemeinde Gartz (Oder) mit der Gemarkung Friedrichsthal und den Gemarkungen Gartz und Hohenreinkendorf südlich der L27 und B2 bis Gartenstraße,

Gemeinde Passow mit der Gemarkung Jamikow,

Kreisfreie Stadt Frankfurt (Oder),

Landkreis Prignitz:

Gemeinde Berge,

Gemeinde Pirow mit den Gemarkungen Hülsebeck, Pirow und Burow,

Gemeinde Putlitz mit den Gemarkungen Sagast, Nettelbeck, Porep, Lütkendorf, Putlitz, Weitgendorf und Telschow,

Gemeinde Marienfließ mit den Gemarkungen Jännersdorf, Stepenitz und Krempendorf,

Bundesland Sachsen:

Landkreis Bautzen:

Gemeinde Großdubrau,

Gemeinde Hochkirch nördlich der B6,

Gemeinde Königswartha östlich der B96,

Gemeinde Kubschütz nördlich der B6,

Gemeinde Laußnitz,

Gemeinde Lohsa östlich der B96,

Gemeinde Malschwitz,

Gemeinde Neschwitz östlich der B96,

Gemeinde Ottendorf-Okrilla,

Gemeinde Radibor östlich der B96,

Gemeinde Spreetal östlich der B97,

Gemeinde Stadt Bautzen östlich des Verlaufs der B96 bis Abzweig S 156 und nördlich des Verlaufs S 156 bis Abzweig B6 und nördlich des Verlaufs der B 6 bis zur östlichen Gemeindegrenze,

Gemeinde Stadt Hoyerswerda südlich des Verlaufs der B97 bis Abzweig B96 und östlich des Verlaufs der B96 bis zur südlichen Gemeindegrenze,

Gemeinde Stadt Königsbrück mit dem Ortsteil Röhrsdorf,

Gemeinde Stadt Weißenberg,

Gemeinde Stadt Wittichenau östlich der B96,

Stadt Dresden:

Stadtteile Gomlitz, Lausa/Friedersdorf, Marsdorf, Weixdorf,

Landkreis Görlitz:

Gemeinde Boxberg/O.L.,

Gemeinde Gablenz,

Gemeinde Groß Düben,

Gemeinde Hähnichen,

Gemeinde Hohendubrau,

Gemeinde Horka,

Gemeinde Kodersdorf,

Gemeinde Königshain,

Gemeinde Krauschwitz i.d. O.L.,

Gemeinde Kreba-Neudorf,

Gemeinde Markersdorf,

Gemeinde Mücka,

Gemeinde Neißeaue,

Gemeinde Quitzdorf am See,

Gemeinde Rietschen,

Gemeinde Rosenbach nördlich der S129,

Gemeinde Schleife,

Gemeinde Schönau-Berzdorf a. d. Eigen nördlich der S129,

Gemeinde Schöpstal,

Gemeinde Stadt Bad Muskau,

Gemeinde Stadt Bernstadt a. d. Eigen nördlich der S129,

Gemeinde Stadt Görlitz,

Gemeinde Stadt Löbau nördlich der B 6 von der Kreisgrenze Bautzen bis zum Abzweig der S 129, auf der S129 bis Gemeindegrenze,

Gemeinde Stadt Niesky,

Gemeinde Stadt Ostritz nördlich der S129 und K8616,

Gemeinde Stadt Reichenbach/O.L.,

Gemeinde Stadt Rothenburg/O.L.,

Gemeinde Stadt Weißwasser/O.L.,

Gemeinde Trebendorf,

Gemeinde Vierkirchen,

Gemeinde Waldhufen,

Gemeinde Weißkeißel,

Landkreis Meißen:

Gemeinde Ebersbach,

Gemeinde Lampertswalde mit den Ortsteilen Lampertswalde, Mühlbach, Quersa, Schönborn,

Gemeinde Moritzburg,

Gemeinde Schönfeld,

Gemeinde Stadt Coswig nördlich der S80 und östlich der S81,

Gemeinde Stadt Radeburg,

Gemeinde Thiendorf,

Gemeinde Weinböhla östlich der S81.

Bundesland Mecklenburg-Vorpommern:

Landkreis Ludwigslust-Parchim:

Gemeinde Brunow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Bauerkuhl,

Brunow (bei Ludwigslust), Klüß, Löcknitz (bei Parchim),

Gemeinde Dambeck mit dem Ortsteil und der Ortslage:

Dambeck (bei Ludwigslust),

Gemeinde Ganzlin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Barackendorf, Hof Retzow, Klein Damerow, Retzow, Wangelin,

Gemeinde Gehlsbach mit den Ortsteilen und Ortslagen: Ausbau Darß, Darß, Hof Karbow, Karbow, Karbow-Ausbau, Quaßlin, Quaßlin Hof, Quaßliner Mühle, Vietlübbe, Wahlstorf

Gemeinde Groß Godems mit den Ortsteilen und Ortslagen:

Groß Godems, Klein Godems,

Gemeinde Karrenzin mit den Ortsteilen und Ortslagen: Herzfeld, Karrenzin, Karrenzin-Ausbau, Neu Herzfeld, Repzin, Wulfsahl,

Gemeinde Kreien mit den Ortsteilen und Ortslagen: Ausbau Kreien,

Hof Kreien, Kolonie Kreien, Kreien, Wilsen,

Gemeinde Kritzow mit dem Ortsteil und der Ortslage: Benzin,

Gemeinde Lübz mit den Ortsteilen und Ortslagen: Burow, Gischow, Meyerberg,

Gemeinde Möllenbeck mit den Ortsteilen und Ortslagen: Carlshof, Horst, Menzendorf, Möllenbeck,

Gemeinde Parchim mit dem Ortsteil und Ortslage: Slate,

Gemeinde Rom mit dem Ortsteil und Ortslage: Klein Niendorf,

Gemeinde Ruhner Berge mit den Ortsteilen und Ortslagen: Dorf Poltnitz, Drenkow, Griebow, Jarchow, Leppin, Malow, Malower Mühle, Marnitz, Mentin, Mooster, Poitendorf, Poltnitz, Suckow, Tessenow, Zachow,

Gemeinde Siggelkow mit den Ortsteilen und Ortslagen: Groß Pankow, Klein Pankow, Neuburg, Redlin, Siggelkow,

Gemeinde Ziegendorf mit den Ortsteilen und Ortslagen: Drefahl, Meierstorf, Neu Drefahl, Pampin, Platschow, Stresendorf, Ziegendorf.

3.   Estland

De volgende beperkingszones II in Estland:

Eesti Vabariik (välja arvatud Hiiu maakond).

4.   Letland

De volgende beperkingszones II in Letland:

Aizkraukles novads,

Alūksnes novads,

Augšdaugavas novads,

Ādažu novads,

Balvu novads,

Bauskas novads,

Cēsu novads,

Dienvidkurzemes novada Aizputes, Cīravas, Lažas, Kalvenes, Kazdangas, Durbes, Dunalkas, Tadaiķu, Vecpils, Bārtas, Sakas, Bunkas, Priekules, Gramzdas, Kalētu, Virgas, Dunikas, Embūtes, Vaiņodes, Gaviezes, Rucavas pagasts, Nīcas pagasta daļa uz dienvidiem no apdzīvotas vietas Bernāti, autoceļa V1232, A11, V1222, Bārtas upes, Aizputes, Durbes, Pāvilostas, Priekules pilsēta,

Dobeles novads,

Gulbenes novads,

Jelgavas novads,

Jēkabpils novads,

Krāslavas novads,

Kuldīgas novads,

Ķekavas novads,

Limbažu novads,

Līvānu novads,

Ludzas novads,

Madonas novads,

Mārupes novads,

Ogres novads,

Olaines novads,

Preiļu novads,

Rēzeknes novads,

Ropažu novada Garkalnes, Ropažu pagasts, Stopiņu pagasta daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes, Vangažu pilsēta,

Salaspils novads,

Saldus novads,

Saulkrastu novads,

Siguldas novads,

Smiltenes novads,

Talsu novads,

Tukuma novads,

Valkas novads,

Valmieras novads,

Varakļānu novads,

Ventspils novads,

Daugavpils valstspilsētas pašvaldība,

Jelgavas valstspilsētas pašvaldība,

Jūrmalas valstspilsētas pašvaldība,

Rēzeknes valstspilsētas pašvaldība.

5.   Litouwen

De volgende beperkingszones II in Litouwen:

Alytaus miesto savivaldybė,

Alytaus rajono savivaldybė,

Anykščių rajono savivaldybė,

Akmenės rajono savivaldybė,

Birštono savivaldybė,

Biržų miesto savivaldybė,

Biržų rajono savivaldybė,

Druskininkų savivaldybė,

Elektrėnų savivaldybė,

Ignalinos rajono savivaldybė,

Jonavos rajono savivaldybė,

Joniškio rajono savivaldybė,

Jurbarko rajono savivaldybė,

Kaišiadorių rajono savivaldybė,

Kalvarijos savivaldybė,

Kauno miesto savivaldybė,

Kauno rajono savivaldybė,

Kazlų rūdos savivaldybė,

Kelmės rajono savivaldybė,

Kėdainių rajono savivaldybė,

Klaipėdos rajono savivaldybė: Judrėnų, Endriejavo ir Veiviržėnų seniūnijos,

Kupiškio rajono savivaldybė,

Kretingos rajono savivaldybė,

Lazdijų rajono savivaldybė,

Marijampolės savivaldybė,

Mažeikių rajono savivaldybė,

Molėtų rajono savivaldybė,

Pagėgių savivaldybė,

Pakruojo rajono savivaldybė,

Panevėžio rajono savivaldybė,

Panevėžio miesto savivaldybė,

Pasvalio rajono savivaldybė,

Radviliškio rajono savivaldybė,

Rietavo savivaldybė,

Prienų rajono savivaldybė,

Plungės rajono savivaldybė,

Raseinių rajono savivaldybė,

Rokiškio rajono savivaldybė,

Skuodo rajono savivaldybės,

Šakių rajono savivaldybė,

Šalčininkų rajono savivaldybė,

Šiaulių miesto savivaldybė,

Šiaulių rajono savivaldybė,

Šilutės rajono savivaldybė,

Širvintų rajono savivaldybė,

Šilalės rajono savivaldybė,

Švenčionių rajono savivaldybė,

Tauragės rajono savivaldybė,

Telšių rajono savivaldybė,

Trakų rajono savivaldybė,

Ukmergės rajono savivaldybė,

Utenos rajono savivaldybė,

Varėnos rajono savivaldybė,

Vilniaus miesto savivaldybė,

Vilniaus rajono savivaldybė,

Vilkaviškio rajono savivaldybė,

Visagino savivaldybė,

Zarasų rajono savivaldybė.

6.   Hongarije

De volgende beperkingszones II in Hongarije:

Békés megye 950150, 950250, 950350, 950450, 950550, 950650, 950660, 950750, 950850, 950860, 951050, 951150, 951250, 951260, 951350, 951450, 951460, 951550, 951650, 951750, 952150, 952250, 952350, 952450, 952550, 952650, 953250, 953260, 953270, 953350, 953450, 953550, 953560, 953950, 954050, 954060, 954150, 956250, 956350, 956450, 956550, 956650 és 956750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Borsod-Abaúj-Zemplén megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe,

Fejér megye 403150, 403160, 403250, 403260, 403350, 404250, 404550, 404560, 404570, 405450, 405550, 405650, 406450 és 407050 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Hajdú-Bihar megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe,

Heves megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe,

Jász-Nagykun-Szolnok megye 750250, 750550, 750650, 750750, 750850, 750970, 750980, 751050, 751150, 751160, 751250, 751260, 751350, 751360, 751450, 751460, 751470, 751550, 751650, 751750, 751850, 751950, 752150, 752250, 752350, 752450, 752460, 752550, 752560, 752650, 752750, 752850, 752950, 753060, 753070, 753150, 753250, 753310, 753450, 753550, 753650, 753660, 753750, 753850, 753950, 753960, 754050, 754150, 754250, 754360, 754370, 754850, 755550, 755650 és 755750 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Komárom-Esztergom megye: 250350, 250850, 250950, 251450, 251550, 251950, 252050, 252150, 252350, 252450, 252460, 252550, 252650, 252750, 252850, 252860, 252950, 252960, 253050, 253150, 253250, 253350, 253450 és 253550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Nógrád megye valamennyi vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Pest megye 570150, 570250, 570350, 570450, 570550, 570650, 570750, 570850, 570950, 571050, 571150, 571250, 571350, 571650, 571750, 571760, 571850, 571950, 572050, 573550, 573650, 574250, 577250, 580050 és 580150 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe,

Szabolcs-Szatmár-Bereg megye valamennyi vadgazdálkodási egységének teljes területe.

7.   Polen

De volgende beperkingszones II in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

gminy Kalinowo, Stare Juchy, Prostki oraz gmina wiejska Ełk w powiecie ełckim,

powiat elbląski,

powiat miejski Elbląg,

powiat gołdapski,

powiat piski,

powiat bartoszycki,

powiat olecki,

powiat giżycki,

powiat braniewski,

powiat kętrzyński,

powiat lidzbarski,

gminy Jedwabno, Szczytno i miasto Szczytno i Świętajno w powiecie szczycieńskim,

powiat mrągowski,

powiat węgorzewski,

gminy Dobre Miasto, Dywity, Świątki, Jonkowo, Gietrzwałd, Olsztynek, Stawiguda, Jeziorany, Kolno, część gminy Biskupiec położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 57 w powiecie olsztyńskim,

powiat miejski Olsztyn,

powiat nidzicki,

gminy Kisielice, Susz, Zalewo w powiecie iławskim,

część powiatu ostródzkiego niewymieniona w części III załącznika I,

w województwie podlaskim:

powiat bielski,

powiat grajewski,

powiat moniecki,

powiat sejneński,

gminy Łomża, Piątnica, Jedwabne, Przytuły i Wizna w powiecie łomżyńskim,

powiat miejski Łomża,

powiat siemiatycki,

powiat hajnowski,

gminy Ciechanowiec, Klukowo, Szepietowo, Kobylin-Borzymy, Nowe Piekuty, Sokoły i część gminy Kulesze Kościelne położona na północ od linii wyznaczonej przez linię kolejową w powiecie wysokomazowieckim,

gmina Rutki i część gminy Kołaki Kościelne położona na północ od linii wyznaczonej przez linię kolejową w powiecie zambrowskim,

gminy Mały Płock i Stawiski w powiecie kolneńskim,

powiat białostocki,

powiat suwalski,

powiat miejski Suwałki,

powiat augustowski,

powiat sokólski,

powiat miejski Białystok,

w województwie mazowieckim:

gminy Domanice, Korczew, Kotuń, Mordy, Paprotnia, Przesmyki, Siedlce, Skórzec, Wiśniew, Wodynie, Zbuczyn w powiecie siedleckim,

powiat miejski Siedlce,

gminy Ceranów, Jabłonna Lacka, Kosów Lacki, Repki, Sabnie, Sterdyń w powiecie sokołowskim,

powiat łosicki,

powiat sochaczewski,

powiat zwoleński,

powiat kozienicki,

powiat lipski,

gminy Gózd, Iłża, Jastrzębia, Jedlnia Letnisko, Pionki z miastem Pionki, Skaryszew, Jedlińsk, Przytyk, Zakrzew w powiecie radomskim,

gminy Bodzanów, Słubice, Wyszogród i Mała Wieś w powiecie płockim,

powiat nowodworski,

gminy Czerwińsk nad Wisłą, Naruszewo, Załuski w powiecie płońskim,

gminy: miasto Kobyłka, miasto Marki, miasto Ząbki, miasto Zielonka, część gminy Tłuszcz ograniczona liniami kolejowymi: na północ od linii kolejowej biegnącej od wschodniej granicy gminy do miasta Tłuszcz oraz na wschód od linii kolejowej biegnącej od północnej granicy gminy do miasta Tłuszcz, część gminy Jadów położona na północ od linii kolejowej biegnącej od wschodniej do zachodniej granicy gminy w powiecie wołomińskim,

powiat garwoliński,

gminy Boguty – Pianki, Brok, Zaręby Kościelne, Nur, Małkinia Górna, część gminy Wąsewo położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 60, część gminy wiejskiej Ostrów Mazowiecka położona na południe od miasta Ostrów Mazowiecka i na południe od linii wyznaczonej przez drogę 60 biegnącą od zachodniej granicy miasta Ostrów Mazowiecka do zachodniej granicy gminy w powiecie ostrowskim,

część gminy Sadowne położona na północny- zachód od linii wyznaczonej przez linię kolejową, część gminy Łochów położona na północny – zachód od linii wyznaczonej przez linię kolejową w powiecie węgrowskim,

gminy Brańszczyk, Długosiodło, Rząśnik, Wyszków, część gminy Zabrodzie położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr S8 w powiecie wyszkowskim,

gminy Chlewiska i Szydłowiec w powiecie szydłowieckim,

gminy Cegłów, Dębe Wielkie, Halinów, Latowicz, Mińsk Mazowiecki i miasto Mińsk Mazowiecki, Mrozy, Siennica, miasto Sulejówek w powiecie mińskim,

powiat otwocki,

powiat warszawski zachodni,

powiat legionowski,

powiat piaseczyński,

powiat pruszkowski,

powiat grójecki,

powiat grodziski,

powiat żyrardowski,

powiat białobrzeski,

powiat przysuski,

powiat miejski Warszawa,

w województwie lubelskim:

powiat bialski,

powiat miejski Biała Podlaska,

gminy Batorz, Godziszów, Janów Lubelski, Modliborzyce w powiecie janowskim,

powiat puławski,

powiat rycki,

powiat łukowski,

powiat lubelski,

powiat miejski Lublin,

powiat lubartowski,

powiat łęczyński,

powiat świdnicki,

gminy Aleksandrów, Biszcza, Józefów, Księżpol, Łukowa, Obsza, Potok Górny, Tarnogród w powiecie biłgorajskim,

gminy Dołhobyczów, Mircze, Trzeszczany, Uchanie i Werbkowice w powiecie hrubieszowskim,

powiat krasnostawski,

powiat chełmski,

powiat miejski Chełm,

powiat tomaszowski,

część powiatu kraśnickiego niewymieniona w części III załącznika I,

powiat opolski,

powiat parczewski,

powiat włodawski,

powiat radzyński,

powiat miejski Zamość,

gminy Adamów, Grabowiec, Komarów – Osada, Krasnobród, Łabunie, Miączyn, Nielisz, Sitno, Skierbieszów, Stary Zamość, Zamość w powiecie zamojskim,

w województwie podkarpackim:

część powiatu stalowowolskiego niewymieniona w części III załącznika I,

gminy Cieszanów, Horyniec - Zdrój, Narol, Stary Dzików, Oleszyce, Lubaczów z miastem Lubaczów w powiecie lubaczowskim,

gmina Stubno w powiecie przemyskim,

gminy Chłopice, Jarosław z miastem Jarosław, Pawłosiów i Wiązownice w powiecie jarosławskim,

gmina Kamień w powiecie rzeszowskim,

gminy Cmolas, Dzikowiec, Kolbuszowa, Majdan Królewski i Niwiska powiecie kolbuszowskim,

powiat leżajski,

powiat niżański,

powiat tarnobrzeski,

gminy Adamówka, Sieniawa, Tryńcza, Przeworsk z miastem Przeworsk, Zarzecze w powiecie przeworskim,

część gminy Sędziszów Małopolski położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr A4, część gminy Ostrów nie wymieniona w części III załącznika I w powiecie ropczycko – sędziszowskim,

w województwie pomorskim:

gminy Dzierzgoń i Stary Dzierzgoń w powiecie sztumskim,

gmina Stare Pole w powiecie malborskim,

gminy Stegny, Sztutowo i część gminy Nowy Dwór Gdański położona na północny - wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 55 biegnącą od południowej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 7, następnie przez drogę nr 7 i S7 biegnącą do zachodniej granicy gminy w powiecie nowodworskim,

w województwie świętokrzyskim:

gmina Tarłów i część gminy Ożarów położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 74 biegnącą od miejscowości Honorów do zachodniej granicy gminy w powiecie opatowskim,

część gminy Brody położona wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 9 i na północny - wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 0618T biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania w miejscowości Lipie oraz przez drogę biegnącą od miejscowości Lipie do wschodniej granicy gminy i część gminy Mirzec położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 744 biegnącą od południowej granicy gminy do miejscowości Tychów Stary a następnie przez drogę nr 0566T biegnącą od miejscowości Tychów Stary w kierunku północno – wschodnim do granicy gminy w powiecie starachowickim,

gmina Gowarczów, część gminy Końskie położona na wschód od linii kolejowej, część gminy Stąporków położona na północ od linii kolejowej w powiecie koneckim,

gminy Dwikozy i Zawichost w powiecie sandomierskim,

w województwie lubuskim:

gminy Bogdaniec, Deszczno, Kłodawa, Kostrzyn nad Odrą, Santok, Witnica w powiecie gorzowskim,

powiat miejski Gorzów Wielkopolski,

gminy Drezdenko, Strzelce Krajeńskie, Stare Kurowo, Zwierzyn w powiecie strzelecko – drezdeneckim,

powiat żarski,

gmina Cybinka w powiecie słubickim,

gminy Gozdnica i Wymiarki w powiecie żagańskim,

powiat krośnieński,

powiat zielonogórski

powiat miejski Zielona Góra,

część powiatu nowosolskiego niewymieniona w części III załącznika I,

w województwie dolnośląskim:

powiat zgorzelecki,

gminy Grębocice i Polkowice w powiecie polkowickim,

gminy Rudna, Lubin z miastem Lubin w powiecie lubińskim,

gminy Leśna, Lubań i miasto Lubań, Olszyna, Platerówka, Siekierczyn w powiecie lubańskim,

część powiatu miejskiego Wrocław położona na południowy wschód od linii wyznaczonej przez autostradę A8,

gminy Czernica, Siechnice, część gminy Długołęka położona na południe od linii wyznaczonej przez droge nr S8, część gminy Żórawina położona na wschód od linii wyznaczonej przez autostradę A4 w powiecie wrocławskim,

gminy Jelcz - Laskowice, Oława z miastem Oława i część gminy Domaniów położona na północny wschód od linii wyznaczonej przez autostradę A4 w powiecie oławskim,

gmina Bierutów, miasto Oleśnica, część gminy wiejskiej Oleśnica położona na południe od linii wyznaczonej przez droge nr S8 w powiecie oleśnickim,

gmina Cieszków, część gminy Milicz położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 15 biegnącej od północnej granicy gminy do południowej granicy gminy w miejcowości Lasowice w powiecie milickim,

w województwie wielkopolskim:

powiat wolsztyński,

gmina Wielichowo, Rakoniewice część gminy Kamieniec położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 308 w powiecie grodziskim,

gminy Lipno, Osieczna, Święciechowa, Wijewo, Włoszakowice w powiecie leszczyńskim,

powiat miejski Leszno,

część gminy Śmigiel położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr S5 w powiecie kościańskim,

powiat obornicki,

część gminy Połajewo na położona na południe od drogi łączącej miejscowości Chraplewo, Tarnówko-Boruszyn, Krosin, Jakubowo, Połajewo - ul. Ryczywolska do północno-wschodniej granicy gminy w powiecie czarnkowsko-trzcianeckim,

gmina Suchy Las, część gminy wiejskiej Murowana Goślina położona na północ od linii kolejowej biegnącej od północnej granicy miasta Murowana Goślina do północno-wschodniej granicy gminy oraz część gminy Rokietnica położona na północ i na wschód od linii kolejowej biegnącej od północnej granicy gminy w miejscowości Krzyszkowo do południowej granicy gminy w miejscowości Kiekrz w powiecie poznańskim,

część gminy Duszniki położona na północny – zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 306 biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Duszniki, a następnie na północ od linii wyznaczonej przez ul. Niewierską oraz drogę biegnącą przez miejscowość Niewierz do zachodniej granicy gminy, część gminy Szamotuły położona na wschód od wschodniej granicy miasta Szamotuły i na północ od linii kolejowej biegnącej od południowej granicy miasta Szamotuły do południowo-wschodniej granicy gminy oraz część gminy Obrzycko położona na wschód od drogi nr 185 łączącej miejscowości Gaj Mały, Słopanowo i Obrzycko do północnej granicy miasta Obrzycko, a następnie na wschód od drogi przebiegającej przez miejscowość Chraplewo w powiecie szamotulskim,

gmina Malanów, część gminy Tuliszków położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 72 biegnącej od wschodniej granicy gminy do miasta Turek, a następnie na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 443 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 72 w mieście Turek do zachodniej granicy gminy w powiecie tureckim,

część gminy Rychwał położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 25 biegnącą od południowej granicy gminy do miejscowości Rychwał, a następnie na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 443 biegnącą od skrzyżowania z drogę nr 25 w miejscowości Rychwał do wschodniej granicy gminy w powiecie konińskim,

gmina Mycielin, część gminy Stawiszyn położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 25 biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Zbiersk, a następnie na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Zbiersk – Łyczyn – Petryki biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 25 do południowej granicy gminy, część gminy Ceków - Kolonia położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Młynisko – Morawin - Janków w powiecie kaliskim,

gmina Pępowo w powiecie gostyńskim,

gminy Kobylin, Zduny, część gminy Krotoszyn położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogi: nr 15 biegnącą od północnej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 36, nr 36 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 15 do skrzyżowana z drogą nr 444, nr 444 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 36 do południowej granicy gminy w powiecie krotoszyńskim,

w województwie łódzkim:

gminy Białaczów, Drzewica, Opoczno i Poświętne w powiecie opoczyńskim,

gminy Biała Rawska, Regnów i Sadkowice w powiecie rawskim,

gmina Kowiesy w powiecie skierniewickim,

w województwie zachodniopomorskim:

gmina Boleszkowice i część gminy Dębno położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 126 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 23 w miejscowości Dębno, następnie na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 23 do skrzyżowania z ul. Jana Pawła II w miejscowości Cychry, następnie na południe od ul. Jana Pawła II do skrzyżowania z ul. Ogrodową i dalej na południe od linii wyznaczonej przez ul. Ogrodową, której przedłużenie biegnie do wschodniej granicy gminy w powiecie myśliborskim,

gminy Banie, Cedynia, Chojna, Gryfino, Mieszkowice, Moryń, Trzcińsko – Zdrój, Widuchowa w powiecie gryfińskim,

w województwie opolskim:

gmina Lubsza część gminy Skarbimierz położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 39 w powiecie brzeskim,

gminy Świerczów, Wilków, część gminy Namysłów położona na południe od linii wyznaczonej przez linię kolejową biegnącą od wschodniej do zachodniej granicy gminy w powiecie namysłowskim.

8.   Slowakije

De volgende beperkingszones II in Slowakije:

the whole district of Gelnica,

the whole district of Poprad

the whole district of Spišská Nová Ves,

the whole district of Levoča,

the whole district of Kežmarok

in the whole district of Michalovce except municipalities included in zone III,

the whole district of Košice-okolie,

the whole district of Rožnava,

the whole city of Košice,

the whole district of Sobrance,

the whole district of Vranov nad Topľou,

the whole district of Humenné except municipalities included in zone III,

the whole district of Snina,

the whole district of Prešov,

the whole district of Sabinov,

the whole district of Svidník,

the whole district of Medzilaborce,

the whole district of Stropkov

the whole district of Bardejov,

the whole district of Stará Ľubovňa,

the whole district of Revúca,

the whole district of Rimavská Sobota except municipalities included in zone III,

in the district of Veľký Krtíš, the whole municipalities not included in part I,

the whole district of Lučenec,

the whole district of Poltár

the whole district of Zvolen,

the whole district of Detva,

in the district of Krupina the whole municipalities of Senohrad, Horné Mladonice, Dolné Mladonice, Čekovce, Lackov, Zemiansky Vrbovok, Kozí Vrbovok, Čabradský Vrbovok, Cerovo, Trpín, Litava,

In the district of Banska Bystica, the whole municipalites of Kremnička, Malachov, Badín, Vlkanová, Hronsek, Horná Mičiná, Dolná Mičiná, Môlča Oravce, Čačín, Čerín, Bečov, Sebedín, Dúbravica, Hrochoť, Poniky, Strelníky, Povrazník, Ľubietová, Brusno, Banská Bystrica,

the whole district of Brezno,

in the district of Liptovsky Mikuláš, the municipalities of Važec, Malužiná, Kráľova lehota, Liptovská Porúbka, Nižná Boca, Vyšná Boca a Východná – a part of municipality south of the highway D1.

DEEL III

1.   Bulgarije

De volgende beperkingszones III in Bulgarije:

the whole region of Gabrovo,

the whole region of Lovech,

the whole region of Montana,

the Pazardzhik region:

the whole municipality of Pazardzhik,

the whole municipality of Panagyurishte,

the whole municipality of Lesichevo,

the whole municipality of Septemvri,

the whole municipality of Strelcha,

the Pleven region:

the whole municipality of Belene,

the whole municipality of Gulyantzi,

the whole municipality of Dolna Mitropolia,

the whole municipality of Dolni Dabnik,

the whole municipality of Iskar,

the whole municipality of Knezha,

the whole municipality of Nikopol,

the whole municipality of Pordim,

the whole municipality of Cherven bryag,

the Plovdiv region

the whole municipality of Hisar,

the whole municipality of Suedinenie,

the whole municipality of Maritsa

the whole municipality of Rodopi,

the whole municipality of Plovdiv,

the Ruse region:

the whole municipality of Dve mogili,

the Shumen region:

the whole municipality of Veliki Preslav,

the whole municipality of Venetz,

the whole municipality of Varbitza,

the whole municipality of Kaolinovo,

the whole municipality of Novi pazar,

the whole municipality of Smyadovo,

the whole municipality of Hitrino,

the Silistra region:

the whole municipality of Alfatar,

the whole municipality of Glavinitsa,

the whole municipality of Dulovo

the whole municipality of Kaynardzha,

the whole municipality of Tutrakan,

the Sliven region:

the whole municipality of Kotel,

the whole municipality of Nova Zagora,

the whole municipality of Tvarditza,

the Targovishte region:

the whole municipality of Antonovo,

the whole municipality of Omurtag,

the whole municipality of Opaka,

the Vidin region,

the whole municipality of Belogradchik,

the whole municipality of Boynitza,

the whole municipality of Bregovo,

the whole municipality of Gramada,

the whole municipality of Dimovo,

the whole municipality of Kula,

the whole municipality of Makresh,

the whole municipality of Novo selo,

the whole municipality of Ruzhintzi,

the whole municipality of Chuprene,

the Veliko Tarnovo region:

the whole municipality of Veliko Tarnovo,

the whole municipality of Gorna Oryahovitza,

the whole municipality of Elena,

the whole municipality of Zlataritza,

the whole municipality of Lyaskovetz,

the whole municipality of Pavlikeni,

the whole municipality of Polski Trambesh,

the whole municipality of Strazhitza,

the whole municipality of Suhindol,

the whole region of Vratza,

in Varna region:

the whole municipality of Avren,

the whole municipality of Beloslav,

the whole municipality of Byala,

the whole municipality of Dolni Chiflik,

the whole municipality of Devnya,

the whole municipality of Dalgopol,

the whole municipality of Provadia,

the whole municipality of Suvorovo,

the whole municipality of Varna,

the whole municipality of Vetrino,

in Burgas region:

the whole municipality of Burgas,

the whole municipality of Kameno,

the whole municipality of Malko Tarnovo,

the whole municipality of Primorsko,

the whole municipality of Sozopol,

the whole municipality of Sredets,

the whole municipality of Tsarevo,

the whole municipality of Sungurlare,

the whole municipality of Ruen,

the whole municipality of Aytos.

2.   Italië

De volgende beperkingszones III in Italië:

tutto il territorio della Sardegna.

3.   Polen

De volgende beperkingszones III in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

powiat działdowski,

część powiatu iławskiego niewymieniona w części II załącznika I,

powiat nowomiejski,

gminy Dąbrówno, Grunwald i Ostróda z miastem Ostróda w powiecie ostródzkim,

gminy Barczewo, Purda, część gminy Biskupiec położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr w powiecie olsztyńskim,

gminy Dźwierzuty, Pasym w powiecie szczycieńskim,

w województwie mazowieckim:

część powiatu żuromińskiego niewymieniona w części I załącznika I,

część powiatu mławskiego niewymieniona w części I załącznika I,

w województwie lubelskim:

gminy Radecznica, Sułów, Szczebrzeszyn, Zwierzyniec w powiecie zamojskim,

gminy Biłgoraj z miastem Biłgoraj, Goraj, Frampol, Tereszpol i Turobin w powiecie biłgorajskim,

gminy Horodło, Hrubieszów z miastem Hrubieszów w powiecie hrubieszowskim,

gminy Dzwola, Chrzanów i Potok Wielki w powiecie janowskim,

gminy Gościeradów i Trzydnik Duży w powiecie kraśnickim,

w województwie podkarpackim:

powiat mielecki,

gminy Radomyśl nad Sanem i Zaklików w powiecie stalowowolskim,

część gminy Ostrów położona na północ od drogi linii wyznaczonej przez drogę nr A4 biegnącą od zachodniej granicy gminy do skrzyżowania z drogą nr 986, a następnie na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 986 biegnącą od tego skrzyżowania do miejscowości Osieka i dalej na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Osieka_- Blizna w powiecie ropczycko – sędziszowskim,

gminy Czarna, Pilzno, Żyraków i część gminy wiejskiej Dębica położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr A4 w powiecie dębickim,

gmina Wielkie Oczy w powiecie lubaczowskim,

gminy Laszki, Radymno z miastem Radymno, w powiecie jarosławskim,

w województwie lubuskim:

gminy Górzyca, Ośno Lubuskie, Rzepin, Słubice w powiecie słubickim,

gminy Brzeźnica, Iłowa, Małomice, Niegosławice, Szprotawa, Żagań z miastem Żagań w powiecie żagańskim,

powiat sulęciński,

powiat międzyrzecki,

gminy Bytom Odrzański, Nowe Miasteczko, Siedlisko w powiecie nowosolskim,

powiat wschowski,

powiat świebodziński,

w województwie wielkopolskim:

gminy Krzemieniewo, Rydzyna w powiecie leszczyńskim,

gminy Krobia i Poniec w powiecie gostyńskim,

powiat rawicki,

powiat nowotomyski,

powiat międzychodzki,

gmina Pniewy, część gminy Ostroróg położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 186 i 184 biegnące od granicy gminy do miejscowości Ostroróg, a następnie od miejscowości Ostroróg przez miejscowości Piaskowo – Rudki do południowej granicy gminy, część gminy Wronki położona na południe od linii wyznaczonej przez rzekę Wartę biegnącą od zachodniej granicy gminy do przecięcia z droga nr 182, a następnie na zachód od linii wyznaczonej przez drogi nr 182 oraz 184 biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 182 do południowej granicy gminy, część gminy Szamotuły położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 306 i drogę łączącą miejscowości Lipnica - Ostroróg w powiecie szamotulskim,

w województwie dolnośląskim:

powiat górowski,

gminy Prusice i Żmigród w powiecie trzebnickim,

powiat głogowski,

powiat bolesławiecki,

gminy Chocianów, Gaworzyce, Radwanice i Przemków w powiecie polkowickim,

gmina Chojnów i miasto Chojnów w powiecie legnickim,

gmina Zagrodno w powiecie złotoryjskim,

część gminy Wołów położona na północ od linii wyznaczonej prze drogę nr 339 biegnącą od wschodniej granicy gminy do miejscowości Pełczyn, a następnie na północny - wschód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 339 i łączącą miejscowości Pełczyn – Smogorzówek, część gminy Wińsko polożona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 36 biegnącą od północnej granicy gminy do miejscowości Wińsko, a nastęnie na wschód od linii wyznaczonej przez drogę biegnącą od skrzyżowania z drogą nr 36 w miejscowości Wińsko i łączącą miejscowości Wińsko_- Smogorzów Wielki – Smogorzówek w powiecie wołowskim,

część gminy Milicz położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 15 biegnącej od północnej granicy gminy do południowej granicy gminy w miejcowości Lasowice w powiecie milickim,

w województwie świętokrzyskim:

gminy Gnojno, Pacanów, Stopnica, Tuczępy, część gminy Busko Zdrój położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Siedlawy-Szaniec- Podgaje-Kołaczkowice w powiecie buskim,

gminy Łubnice, Oleśnica, Połaniec, część gminy Rytwiany położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 764, część gminy Szydłów położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 756 w powiecie staszowskim,

gminy Chęciny, Chmielnik, Daleszyce, Górno, Masłów, Miedziana Góra, Mniów, Morawica, Łopuszno, Piekoszów, Pierzchnica, Sitkówka-Nowiny, Strawczyn, Zagnańsk, część gminy Raków położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogi nr 756 i 764 w powiecie kieleckim,

powiat miejski Kielce,

gminy Kluczewsko, Krasocin, Włoszczowa w powiecie włoszczowskim,

gmina Kije w powiecie pińczowskim,

gminy Małogoszcz, Oksa, Sobków w powiecie jędrzejowskim,

gmina Słupia Konecka w powiecie koneckim,

w województwie małopolskim:

gminy Dąbrowa Tarnowska, Radgoszcz, Szczucin w powiecie dąbrowskim,

gminy Lisia Góra, Pleśna, Ryglice, Skrzyszów, Tarnów, Tuchów w powiecie tarnowskim,

powiat miejski Tarnów.

4.   Roemenië

De volgende beperkingszones III in Roemenië:

Zona orașului București,

Județul Constanța,

Județul Satu Mare,

Județul Tulcea,

Județul Bacău,

Județul Bihor,

Județul Bistrița Năsăud,

Județul Brăila,

Județul Buzău,

Județul Călărași,

Județul Dâmbovița,

Județul Galați,

Județul Giurgiu,

Județul Ialomița,

Județul Ilfov,

Județul Prahova,

Județul Sălaj,

Județul Suceava

Județul Vaslui,

Județul Vrancea,

Județul Teleorman,

Judeţul Mehedinţi,

Județul Gorj,

Județul Argeș,

Judeţul Olt,

Judeţul Dolj,

Județul Arad,

Județul Timiș,

Județul Covasna,

Județul Brașov,

Județul Botoșani,

Județul Vâlcea,

Județul Iași,

Județul Hunedoara,

Județul Alba,

Județul Sibiu,

Județul Caraș-Severin,

Județul Neamț,

Județul Harghita,

Județul Mureș,

Județul Cluj,

Județul Maramureş.

5.   Slowakije

De volgende beperkingszones III in Slowakije:

In the district of Lučenec: Lučenec a jeho časti, Panické Dravce, Mikušovce, Pinciná, Holiša, Vidiná, Boľkovce, Trebeľovce, Halič, Stará Halič, Tomášovce, Trenč, Veľká nad Ipľom, Buzitka (without settlement Dóra), Prša, Nitra nad Ipľom, Mašková, Lehôtka, Kalonda, Jelšovec, Ľuboreč, Fiľakovské Kováče, Lipovany, Mučín, Rapovce, Lupoč, Gregorova Vieska, Praha,

In the district of Poltár: Kalinovo, Veľká Ves,

The whole district of Trebišov’,

The whole district of Vranov and Topľou,

In the district of Humenné: Lieskovec, Myslina, Humenné, Jasenov, Brekov, Závadka, Topoľovka, Hudcovce, Ptičie, Chlmec, Porúbka, Brestov, Gruzovce, Ohradzany, Slovenská Volová, Karná, Lackovce, Kochanovce, Hažín nad Cirochou,

In the district of Michalovce: Strážske, Staré, Oreské, Zbudza, Voľa, Nacina Ves, Pusté Čemerné, Lesné, Rakovec nad Ondavou, Petríkovce, Oborín, Veľké Raškovce, Beša,

In the district of Nové Zámky: Sikenička, Pavlová, Bíňa, Kamenín, Kamenný Most, Malá nad Hronom, Belá, Ľubá, Šarkan, Gbelce, Nová Vieska, Bruty, Svodín,

In the district of Levice: Veľké Ludince, Farná, Kuraľany, Keť, Pohronský Ruskov, Čata,

In the district of Rimavská Sobota: Jesenské, Gortva, Hodejov, Hodejovec, Širkovce, Šimonovce, Drňa, Hostice, Gemerské Dechtáre, Jestice, Dubovec, Rimavské Janovce, Rimavská Sobota, Belín, Pavlovce, Sútor, Bottovo, Dúžava, Mojín, Konrádovce, Čierny Potok, Blhovce, Gemerček, Hajnáčka.

”.

BESLUITEN

27.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 461/78


BESLUIT (GBVB) 2021/2309 VAN DE RAAD

van 22 december 2021

over voorlichtingsactiviteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Wapenhandelsverdrag (WHV) is op 2 april 2013 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) aangenomen en op 24 december 2014 in werking getreden. Alle lidstaten van de Unie zijn partij bij het WHV (de “staten die partij zijn bij het WHV”).

(2)

Met het WHV wordt beoogd de hoogst mogelijke gemeenschappelijke internationale normen vast te stellen om de legale handel in conventionele wapens te reguleren en de illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en het oneigenlijk gebruik van die wapens te voorkomen. De belangrijkste uitdagingen zijn de daadwerkelijke uitvoering door de staten die partij zijn bij het WHV en de universalisering, indachtig dat de regulering van de internationale wapenhandel een mondiale aangelegenheid is. Om die uitdagingen te helpen aanpakken heeft de Raad op 16 december 2013 Besluit 2013/768/GBVB (1) vastgesteld en aldus het werkterrein van de Unie op het gebied van bijstand bij uitvoercontrole uitgebreid met activiteiten die specifiek verband houden met het WHV. Daarna volgde Besluit (GBVB) 2017/915 van de Raad (2) van 29 mei 2017 over activiteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het WHV.

(3)

De activiteiten in het kader van Besluit 2013/768/GBVB en Besluit (GBVB) 2017/915 hebben partnerlanden geholpen bij het regelen van vele zaken die van belang zijn voor het instellen en ontwikkelen van een nationaal systeem voor controle op wapenoverdrachten, zoals vereist door het WHV. Bepaalde partnerlanden zijn als rijp aangemerkt en zullen geleidelijk worden uitgefaseerd of geen deel meer uitmaken van de derde projectfase. De samenwerking met een aantal begunstigde landen die niet eerder bijstand van de Unie op het vlak van uitvoercontrole hadden gekregen, werd verder ontwikkeld, in lijn met het mondiale karakter van het WHV. Het verdient aanbeveling met een aantal van deze begunstigde landen verder te werken zodat nog meer vooruitgang wordt gemaakt, en deze landen aan te sporen zelf aan regionale voorlichting ter doen.

(4)

Naast de voortzetting van de activiteiten met die in de bijlage genoemde partnerlanden is het raadzaam een vraaggestuurde aanpak te volgen waarbij bijstandsactiviteiten kunnen worden verleend op verzoek van landen die hebben vastgesteld dat zij bepaalde behoeften hebben met betrekking tot de uitvoering van het WHV. Zo'n aanpak is succesvol gebleken bij het verlenen van bijstand aan landen die door hun verzoeken om bijstand van de Unie blijk hebben gegeven van toewijding aan en eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het WHV. In dit besluit zijn derhalve een specifiek aantal activiteiten behouden die op verzoek beschikbaar zullen zijn, onder meer voor landen die nog geen partij zijn bij het WHV.

(5)

De bijstand van de Unie uit hoofde van Besluit (GBVB) 2020/1464 van de Raad (3) over de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer is gericht op een aantal landen in het nabije oosten en het zuidelijke nabuurschap van de Unie. De Unie ondersteunt het WHV-secretariaat bij zijn uitvoering van het WHV door middel van Besluit (GBVB) 2021/649 van de Raad (4) . De Unie verstrekt ook al heel lang bijstand bij controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik en ondersteunt zo de ontwikkeling van juridische kaders en institutionele capaciteit voor het vaststellen en handhaven van effectieve uitvoercontroles op goederen voor tweeërlei gebruik.

(6)

De Unie steunt ook de uitvoering van Resolutie 1540 (2004) van de Veiligheidsraad van de VN, die voorziet in effectieve controles op de overdracht van goederen die verband houden met massavernietigingswapens. Controle die wordt ontwikkeld voor de uitvoering van UNSCR 1540 (2004) en in het kader van de EU-programma's voor bijstand bij de controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik, vergroot het algemene vermogen om het WHV daadwerkelijk uit te voeren aangezien de wetten en bestuurlijke procedures en instanties voor de controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik veelal dezelfde zijn als die voor de controle op de uitvoer van conventionele wapens. Derhalve is het van cruciaal belang dat er wordt gezorgd voor nauwe coördinatie tussen activiteiten voor de controle op goederen voor tweeërlei gebruik en activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van het WHV, onder meer ter ondersteuning van het WHV-secretariaat.

(7)

Het grote aantal activiteiten waarin dit besluit voorziet, rechtvaardigt het gebruik van twee uitvoerende entiteiten. Het Duitse Bureau voor economie en uitvoercontrole (Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle — BAFA) is door de Raad en de Commissie belast met de technische uitvoering van eerdere projecten voor exportcontrole. BAFA heeft bijgevolg een schat aan kennis en deskundigheid opgebouwd. Expertise France is belast met de Unie-P2P-projecten in verband met goederen voor tweeërlei gebruik. Mede door de rol van Expertise France in de uitvoering van dit besluit zal er voldoende worden gecoördineerd met projecten in verband met goederen voor tweeërlei gebruik,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering en universalisering van het Wapenhandelsverdrag (WHV) onderneemt de Unie activiteiten met de volgende doelstellingen:

a)

vergroting of ontwikkeling van de capaciteiten en deskundigheid op het gebied van controle op de overdracht van wapens met het oog op de uitvoering van het WHV in nieuwe en bestaande begunstigde landen door middel van instrumenten zoals rechtsbijstand en opleiding van vergunningverlenende en handhavingsambtenaren;

b)

contacten met andere landen, met inbegrip van staten die geen partij zijn bij het WHV, teneinde de universalisering van het WHV op nationaal, regionaal en multilateraal niveau te ondersteunen.

2.   Ter verwezenlijking van de in lid 1 omschreven doelstellingen voert de Unie de volgende projectactiviteiten uit:

a)

samenwerking met de gemeenschap van experts: dergelijke activiteiten zullen gericht zijn op het intensiveren van de samenwerking met en tussen experts uit de bij Besluiten 2013/768/GBVB en (GBVB) 2017/915 opgerichte projectpool van experts, alsook met nieuwe experts, met name die uit begunstigde en voormalige begunstigde landen in het kader van het uitfaseringsproces;

b)

nationale activiteiten: nationale activiteiten zullen aan afzonderlijke begunstigde landen worden aangeboden op basis van een specifiek bijstandsprogramma dat is toegesneden op de specifieke behoeften van het betrokken begunstigde land;

c)

studiebezoeken: bij studiebezoeken kunnen begunstigde landen toegang krijgen tot overheidsinstanties en ambtenaren in andere landen die het WHV toepassen

d)

gerichte bijstand op korte termijn voor specifieke vraagstukken of problemen die door de begunstigde landen aan de orde worden gesteld;

e)

“train-the-trainer”-benadering, bestaande uit workshops en een onlineplatform;

f)

regionale, transregionale en internationale activiteiten naar aanleiding van verzoeken van begunstigde landen die willen leren van de ervaringen van landen in andere delen van de wereld;

g)

nevenevenementen in de marge van de conferenties van staten die partij zijn bij het WHV;

h)

een slotconferentie om de partnerlanden, de betrokken belanghebbenden zoals nationale parlementen, regionale en internationale organisaties en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld bewuster te maken van en meer verantwoordelijkheid te doen nemen voor het WHV.

In de bijlage worden deze projectactiviteiten nader omschreven.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projectactiviteiten is in handen van het Duitse Bureau voor economie en uitvoercontrole (Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle — BAFA) en Expertise France.

3.   BAFA en Expertise France zullen deze taken uitvoeren onder de verantwoordelijkheid van de hoge vertegenwoordiger. Daartoe treft de hoge vertegenwoordiger de nodige regelingen met BAFA en Expertise France.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projectactiviteiten bedraagt 3 499 892,39 EUR. De totale geraamde begroting voor het gehele project bedraagt 3 824 892,39 EUR. Het deel van die geraamde begroting dat niet wordt gedekt door het referentiebedrag, wordt medegefinancierd door de regering van de Bondsrepubliek Duitsland.

2.   Uitgaven die met het in lid 1 genoemde referentiebedrag worden gefinancierd, worden beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Daartoe treft de Commissie de nodige regelingen met BAFA en Expertise France. In de regelingen wordt bepaald dat BAFA en Expertise France ervoor moeten zorgen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in verhouding tot haar omvang.

4.   De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde regelingen zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te treffen. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum waarop die regelingen zijn getroffen.

Artikel 4

1.   De hoge vertegenwoordiger brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de geregelde verslagen die worden opgesteld door de uitvoerende entiteiten. Deze rapporten vormen de grondslag voor de evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie geeft informatie over de financiële aspecten van de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projectactiviteiten.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Het verstrijkt 36 maanden na de datum waarop de in artikel 3, lid 3, bedoelde regelingen zijn getroffen of zes maanden na de vaststelling ervan indien die regelingen niet binnen die periode zijn getroffen.

Gedaan te Brussel, 22 december 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

G. DOVŽAN


(1)  Besluit 2013/768/GBVB van de Raad van 16 december 2013 betreffende EU-activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag, in het kader van de Europese veiligheidsstrategie (PB L 341 van 18.12.2013, blz. 56).

(2)  Besluit (GBVB) 2017/915 van de Raad van 29 mei 2017 over activiteiten van de Unie ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag (PB L 139 van 30.5.2017, blz. 38).

(3)  Besluit (GBVB) 2020/1464 van de Raad van 12 oktober 2020 over de bevordering van doeltreffende controle op de wapenuitvoer (PB L 335 van 13.10.2020, blz. 3).

(4)  Besluit (GBVB) 2021/649 van de Raad van 16 april 2021 betreffende steun van de Unie voor activiteiten van het WHV-secretariaat ter ondersteuning van de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag (PB L 133 van 20.4.2021, blz. 59).


BIJLAGE

PROJECTDOCUMENT

Stimuleringsproject ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag — derde fase

1.   Achtergrond en motivering van de steun van de Unie

Dit besluit bouwt voort op eerdere Raadsbesluiten ter ondersteuning van het VN-proces ter voorbereiding van het Wapenhandelsverdrag (WHV) en ter bevordering van de daadwerkelijke uitvoering en de universalisering ervan. Het WHV is op 2 april 2013 door de Algemene Vergadering van de VN goedgekeurd en op 24 december 2014 in werking getreden.

Het voorwerp van het WHV is, in de woorden van het WHV zelf, “de hoogstmogelijke gemeenschappelijke internationale standaard vast te stellen voor de regulering of verbetering van de regulering van de internationale handel in conventionele wapens, en de illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en de omleiding ervan te voorkomen”. Het doel is, opnieuw in de woorden van het verdrag, “bij te dragen aan de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit; menselijk lijden te verminderen, en samenwerking, transparantie en verantwoord optreden van de staten die partij zijn ten aanzien van de internationale handel in conventionele wapens, te bevorderen, en daardoor bij te dragen aan het vertrouwen tussen de staten die partij zijn”  (1). Het voorwerp en het doel van het WHV stroken met de algehele ambitie van de Unie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, zoals vastgelegd in artikel 21 van het Verdrag betreffende Europese Unie.

Het WHV is in 2013 goedgekeurd. De grootste problemen liggen op dit moment in de daadwerkelijke uitvoering en de universalisering ervan.

Daarom bevat dit besluit een reeks steun- en stimuleringsactiviteiten die kunnen bijdragen tot de daadwerkelijke uitvoering en universalisering van het verdrag. Dit besluit bouwt voort op de resultaten en lessen van de twee eerdere bij Besluit 2013/768/GBVB en Besluit (GBVB) 2017/915 gefinancierde projectfasen en toont dat de Unie en de lidstaten het WHV werkelijk zijn toegedaan en het verdrag blijven steunen.

2.   Algemene doelen

Het hoofddoel van dit besluit is de steun aan een aantal staten voort te zetten opdat deze hun controle op de overdracht van wapens versterken ten gunste van de daadwerkelijke uitvoering van het WHV, en met de bedoeling deze staten op den duur in staat te stellen deze controle geheel zelfstandig uit te voeren. Ook moet dit besluit de universalisering van het verdrag bevorderen. De samenwerking zal worden uitgebreid en aangepast aan de behoeften van en de vorderingen in de landen die steun krijgen van de Unie. Er wordt rekening gehouden met de mate waarin de controle op wapenoverdracht in die landen reeds operationeel is en met de mate waarin deze landen ter zake reeds zelfstandigheid hebben verworven. Andere activiteiten zijn erop gericht niet-staten die partij zijn bij het WHV, te stimuleren het verdrag goed te keuren en het op nationaal niveau uit te voeren.

De Unie zal het volgende doen:

a)

versterken en/of ontwikkelen van de capaciteiten, de middelen en de deskundigheid op het gebied van controle op de overdracht van wapens ten behoeve van de uitvoering van het WHV in nieuwe en bestaande landen die steun krijgen. Dit zal bijvoorbeeld gebeuren door juridische bijstand en opleiding van functionarissen die belast zijn met de afgifte van vergunningen en met handhaving;

b)

contacten leggen met andere landen, met inbegrip van niet-staten die partij zijn bij het WHV, om zo de universalisering van het verdrag op nationaal, regionaal en multilateraal niveau te ondersteunen.

3.   Beschrijving van de projectactiviteiten

3.1.   Steun voor de uitvoering van het WHV

Het doel van de steunprogramma's voor de uitvoering van het WHV is de te steunen landen beter in staat te stellen over de gehele linie en bestendig de WHV-bepalingen na te leven. Tot de landen die steun zullen ontvangen, behoort een aantal landen dat reeds steun ontvangt uit hoofde van de eerdere besluiten van de Raad en die in punt 3.1.2.3 van het onderhavige besluit worden genoemd, alsmede landen die na de vaststelling van dit besluit een verzoek om steun zullen indienen. Bijzondere aandacht zal uitgaan naar samenwerking met en het steunen van partijen bij het verdrag die thans geen staat zijn.

Deze steun zal de Unie in staat stellen flexibel en reactief op te treden en in te spelen op de veranderende individuele behoeften van elk steunland met betrekking tot de uitvoering van het WHV. Voor landen die reeds van eerdere steunprogramma's van de EU hebben geprofiteerd en aanzienlijke vorderingen hebben geboekt met de uitvoering van het WHV, zal de nadruk van de samenwerking verschuiven van intensieve technische ondersteuning naar het bereiken van zelfstandigheid en zelfredzaamheid (uitfasering) (2). Elementen van dit nieuwe proces zullen in de verschillende projectactiviteiten worden opgenomen, voor zover daar reden voor is en dit ook haalbaar is.

De steun zal verstrekt worden aan één bepaald land of een groep van landen met vergelijkbare behoeften. De steunactiviteiten kunnen verschillende vormen aannemen (persoonlijk, online, hybride, e-learning) en de expertise komt van deskundigen die door het Bundesamt für Wirtschaft und Ausfuhrkontrolle (BAFA) en Expertise France uit een pool van deskundigen worden geselecteerd.

3.1.1.   Contacten met de gemeenschap van deskundigen

3.1.1.1.   Doel van de activiteit

De activiteiten zullen gericht zijn op het intensiveren van de samenwerking met en tussen deskundigen die deel uitmaken van de bij Besluiten 2013/768/GBVB en (GBVB) 2017/915 opgerichte projectpool van deskundigen, alsook met nieuwe deskundigen, met name deskundigen uit de huidige en voormalige steunlanden, zulks in verband met de uitfasering. De activiteiten zullen constructieve uitwisselingen over de uitvoering en de resultaten van het project bevorderen, zowel tussen de deskundigen in de pool als tussen deskundigen en steunlanden, waardoor betrokkenheid op lange termijn bij het project wordt gestimuleerd en deskundigheid binnen de grotere WHV-gemeenschap wordt gemobiliseerd. De activiteiten zullen ook bijdragen tot de Zuid-Zuid-samenwerking door, in voorkomend geval, deskundigen uit naaste buurlanden bij de werkzaamheden te betrekken.

Voor de contacten met deskundigen zal een drieledige aanpak worden gevolgd:

vergaderingen met deskundigen uit de pool van deskundigen om gemeenschappelijke doelstellingen te ontwikkelen en benaderingen uit te werken waarmee de steunlanden kunnen worden bereikt;

samenwerkingsbijeenkomsten tussen deskundigen uit de pool van deskundigen en contactpunten uit de steunlanden om zo de betrokkenheid van de steunlanden bij het project te vergroten;

het gebruik van het onlineplatform (oorspronkelijk ontwikkeld in de tweede fase van het project) en de instrumenten van het platform om de communicatie tussen deskundigen te bevorderen en het delen van informatie over het WHV en de uitvoering van het project (activiteiten, deskundigen enz.) te ondersteunen.

3.1.1.2.   Beschrijving van de activiteit

De uitvoerende entiteiten zullen bijeenkomsten van deskundigen beleggen waarvoor voornamelijk, maar niet uitsluitend, deskundigen zullen worden uitgenodigd die betrokken waren bij de eerdere fasen van het project en/of die dikwijls aan projectactiviteiten hebben deelgenomen. De vergaderingen kunnen op afstand, persoonlijk of hybride worden gehouden en hebben tot doel:

het creëren van een gemeenschappelijk inzicht onder deskundigen in de problemen en oplossingen bij het ondersteunen van de uitvoering van het WHV; het harmoniseren en stroomlijnen van de belangrijkste boodschappen die tijdens stimuleringsactiviteiten moeten worden overgebracht;

het verstrekken van actuele informatie aan deskundigen over de vorderingen van de partnerlanden in de uitvoering van het WHV en over de steun die in het kader van het project wordt verleend;

in voorkomend geval het ontwikkelen en/of wijzigen van gemeenschappelijke benaderingen voor de steun die deskundigen zullen bieden, zodat hun advies consistent is en toegesneden op de behoeften van de steunlanden.

De samenstelling van de bestaande pool van deskundigen zal regelmatig worden geëvalueerd en geactualiseerd: Indien nodig zullen nieuwe deskundigen tot de pool toetreden. Er zullen onder meer nieuwe deskundigen uit steunlanden worden aangewezen waar reeds geavanceerde controlesystemen bestaan; in het kader van dit project zal de technische steun aan deze landen geleidelijk worden uitgefaseerd. In het kader van deze uitfasering zullen deze nieuwe deskundigen ook een opleiding krijgen aangeboden in de vorm van de in punt 3.1.5.2 beschreven workshops voor het opleiden van opleiders. De ruimere deelname van deze (voormalige) partnerlanden in de expertiseopbouw zal hun overstap van kennisontvangers naar kennisverspreiders binnen het project en de regio's van het project nog beter ondersteunen.

Behalve vergaderingen van deskundigen zullen er samenwerkingsbijeenkomsten worden georganiseerd waarin deskundigen uit de pool en de functionarissen die de contactpunten van de steunlanden vormen (met name contactpersonen die het potentieel hebben om in de toekomst tot de pool van deskundigen toe te treden), samenkomen om de samenwerking in het kader van het project te bespreken. Deze bijeenkomsten zullen dienen om de communicatiekanalen met de steunlanden te versterken en feedback te verzamelen die kan worden gebruikt om de kwaliteit en effectiviteit van de steunactiviteiten te verbeteren. Ook zullen deze bijeenkomsten dienen als forum om de kernpunten in de nieuwste ontwikkelingen en initiatieven in verband met de uitvoering van het WHV en de controle op de wapenhandel, die onder meer op EU-niveau en in het kader van de toepasselijke regelingen worden besproken, up to date te brengen. Dit zal bijdragen tot de opbouw van expertise onder de toekomstige deskundigen uit de steunlanden, en zal met name relevant zijn voor de landen waarin de steun wordt uitgefaseerd. In deze opzet zullen zij in staat zijn om ook in de toekomst zelfstandig aan de vigerende internationale normen te voldoen.

Het onlineplatform dat voor het eerst in het kader van het vorige besluit is ontwikkeld, zal ook een belangrijke rol spelen bij het versterken van de contacten met deskundigen en het opbouwen van een gemeenschap van deskundigen. Meer in het bijzonder zal het platform deskundigen de mogelijkheid bieden om:

zich te registreren, hun profiel op het platform te plaatsen en hun expertise in detail te omschrijven, met het oog op een gediversifieerde en efficiënte inzet van de deskundigenpool voor de activiteiten van het project;

toegang te hebben tot een bibliotheek van relevante informatie en documenten over het project en de uitvoering van het WHV; hierdoor zullen alle deskundigen toegang krijgen tot een gemeenschappelijk geheel van kennis op het gebied van het WHV;

zichzelf in contact te brengen met een forum waar zij alle problemen, vragen of ervaringen inzake het WHV en de stimuleringsactiviteiten die zij hebben (of hebben gehad) met elkaar kunnen delen en bespreken.

3.1.2.   Nationale activiteiten

3.1.2.1.   Doel van de activiteit

Afzonderlijke steunlanden zullen nationale activiteiten worden aangeboden op basis van een specifiek steunprogramma dat is toegesneden op de behoeften van het steunland. Voordat de steunactiviteiten van start gaan, zal het programma met het steunland worden overeengekomen, zodat de steunlanden van tevoren weten wat er aan steun wordt gepland. Het programma zal ook de verbeteringen van de controlecapaciteit voor wapenoverdracht in kaart brengen die deze landen kunnen verwachten. Steunlanden zijn de landen die reeds in punt 3.1.2.3 van dit besluit zijn genoemd, alsmede landen die na de vaststelling van dit besluit een verzoek om steun zullen indienen.

3.1.2.2.   Beschrijving van de activiteit

Voor elk land dat individuele nationale steun ontvangt, wordt vóór de start van de samenwerking een specifiek steunprogramma vastgesteld, na een eerste beoordeling van de huidige stand van de maatregelen en resultaten van de uitvoering van het WHV in het betrokken land. Het steunprogramma zal door de uitvoerende entiteit worden uitgevoerd, zo nodig met de hulp van deskundigen. In het specifieke steunprogramma worden de belangrijkste thema's genoemd die in het kader van de samenwerking aan de orde moeten komen, alsook de algehele doelstellingen van de samenwerking.

De activiteiten vinden voornamelijk plaats in de vorm van workshops en seminars en zij worden op flexibele en vraaggestuurde wijze georganiseerd op basis van de behoeften, de belangen en absorptiecapaciteit van de steunlanden. Iedere activiteit zal naar verwachting twee tot drie dagen duren.

In voorkomend geval kunnen steunlanden erom verzoeken dat vertegenwoordigers van andere steunlanden of van derde landen worden uitgenodigd voor een nationale activiteit. Uit de feedback die in het kader van eerdere besluiten is verzameld, blijkt dat partnerlanden de mogelijkheid om kennis, ideeën en goede praktijken op bilaterale of subregionale basis te delen, zeer toejuichen en daar ook baat bij hebben. Deze uitwisseling kan ook een nauwere samenwerking tussen buurlanden ten goede komen.

In het kader van Besluit (GBVB) 2017/915 moest een aantal activiteiten in virtuele vorm worden georganiseerd wegens reis- en contactbeperkingen in verband met de uitbraak van de COVID-19-pandemie. Hoewel niet alle activiteiten zich lenen voor een virtueel formaat, blijkt uit het succes van veel onlineactiviteiten in het kader van het vorige besluit dat een combinatie van virtuele, fysieke en hybride formaten (in een hybride formaat is een deel van de deelnemers persoonlijk aanwezig, terwijl de overige deelnemers op afstand een verbinding maken met het evenement) effectief kan worden ingezet bij de activiteiten die in het kader van het huidige besluit zullen worden ontplooid.

Een aantal landen die in dit besluit zijn opgenomen, waren ook steunlanden in het kader van de op de routekaart gebaseerde samenwerking in het kader van Besluit 2013/768/GBVB en Besluit (GBVB) 2017/915 (zie punt 3.1.3 hieronder). In het licht van de steun die deze landen reeds hebben ontvangen, moeten in het specifieke steunprogramma voor deze lange-termijnsteunlanden de vorderingen tot nu toe in aanmerking worden genomen, alsmede het voordeel van de voortzetting van de activiteiten in dezelfde mate als in het kader van de vorige besluiten. In voorkomend geval zal het specifieke steunprogramma worden aangepast met uitfaseringsmaatregelen en een herziening van de rol van het steunland in het project. Dit houdt onder meer in dat kan worden afgestapt van intensieve nationale steun en in plaats daarvan de nadruk van de samenwerking verschuift naar meer geavanceerde aspecten van de controle op wapenhandel, zoals opkomende technologieën en asymmetrische actoren. Ook kan de overgang van het steunland naar een actievere rol wordt ondersteund: zo'n land kan dan eigen ervaringen en deskundigheid delen met andere landen, vooral landen in hun eigen regio.

3.1.2.3.   Partnerlanden

Zie het aanhangsel van dit besluit voor de initiële lijst van partnerlanden die onder dit besluit vallen. Een aantal partnerlanden die steun hebben ontvangen uit hoofde van Besluit 2013/768/GBVB en/of Besluit (GBVB) 2017/915, zullen steun uit hoofde van dit besluit blijven ontvangen op basis van een aanbeveling van de uitvoerende entiteiten. Daarnaast zal, afhankelijk van het aantal beschikbare activiteiten, voor het nieuwe project een vooraf bepaald aantal nieuwe landen worden geselecteerd waarmee samenwerking zal worden aangegaan en die steun zullen krijgen. Bij de selectie zal de nadruk liggen op partijen bij het verdrag die geen staat zijn, alsook op staten die het WHV pas recentelijk hebben geratificeerd.

Nieuwe landen die belangstelling tonen om aan het project deel te nemen, zal worden verzocht een verzoek om steun voor de uitvoering van het WHV in te dienen. Deze verzoeken moeten zo goed mogelijk onderbouwd worden en bevatten idealiter reeds alle details over de benodigde steun. Indien van toepassing, moet het verzoekende land ook informatie geven over eerdere of lopende samenwerking met andere steunverleners en over het eigen, nationale beleid ter uitvoering van het WHV.

Op basis van de onderbouwing van het verzoek en van de criteria in punt 4 van dit besluit, besluit de hoge vertegenwoordiger, in overleg met de Raadsgroep export van conventionele wapens (Coarm) en met de uitvoerende entiteit, of het verzoekende land in aanmerking komt voor steun.

Indien het verzoek om steun wordt goedgekeurd, wordt een eerste beoordeling gemaakt van de behoeften en prioriteiten van het verzoekende land, bijvoorbeeld via vragenlijsten en door het verzamelen van reeds bestaande informatie. Op basis van de resultaten van deze beoordeling zullen de uitvoerende entiteit en het steunland gezamenlijk het kader voor een steunprogramma opstellen en daarbij alle WHV-gerelateerde steun in aanmerking nemen die wordt verleend via het vrijwillige trustfonds van het WHV, de VN-trustfaciliteit voor steun aan samenwerking bij regelgeving inzake wapens (Unscar), het WHV-secretariaat of andere organisaties. Indien het land dat om steun verzoekt, reeds een nationale strategie voor de uitvoering van het WHV heeft, zorgt de uitvoerende entiteit ervoor dat het draaiboek voor steun van de Unie overeenkomt met deze strategie.

3.1.3.   Studiebezoeken

3.1.3.1.   Doel van de activiteit

Studiebezoeken geven steunlanden de mogelijkheid in contact te komen met overheidsinstanties en functionarissen in andere landen waar het WHV wordt toegepast. Deze bezoeken vormen een belangrijke aanvulling van de nationale activiteiten in de steunlanden doordat zij deze landen een breder referentiekader bieden voor de praktijkuitvoering van het verdrag. De nauwe interactie tussen vertegenwoordigers van het gastland en bezoekende functionarissen van het steunland bewerkstelligt bovendien dat er een groot opleidingspotentieel ontstaat voor toekomstige deskundigen en opleiders. Overheidsfunctionarissen uit de in punt 3.1.2.3 genoemde steunlanden die belast zijn met WHV-beleid, -vergunningen en -handhaving, zullen dan ook de gelegenheid krijgen studiebezoeken af te leggen.

Behalve studiebezoeken aan de bevoegde instanties van EU-lidstaten kunnen ook studiebezoeken aan derde landen worden georganiseerd om zo de internationale en de Zuid-Zuid-samenwerking te stimuleren. Met name de lange-termijnpartnerlanden (d.w.z. steunlanden uit hoofde van Besluit 2013/768/GBVB en/of Besluit (GBVB) 2017/915) kunnen worden beschouwd als mogelijke gastlanden voor studiebezoeken. Dit zou een ander element van de eerdergenoemde uitfasering kunnen vormen.

3.1.3.2.   Beschrijving van de activiteit

Een studiebezoek duurt maximaal drie dagen en is over het algemeen bestemd voor één steunland. Indien dit passend wordt geacht en/of indien de landen zelf daarom verzoeken, kunnen verscheidene steunlanden worden uitgenodigd om aan het studiebezoek deel te nemen.

Gezien de aard van studiebezoeken, mogen deze alleen worden uitgevoerd als de bezoekende en de bezochte functionarissen fysiek aanwezig zijn. De bezoeken kunnen plaatsvinden in een lidstaat of in een derde land. Derde landen hoeven niet per se steunlanden te zijn in het kader van dit Raadsbesluit. De uitvoerende entiteit die verantwoordelijk voor het partnerland waar het bezoek wordt afgelegd, organiseert het studiebezoek.

3.1.4.   Gerichte steun op korte termijn

3.1.4.1.   Doel van de activiteit

Een deel van de steun waar gewoonlijk om verzocht wordt, betreft korte-termijnsteun voor bepaalde kwesties of problemen die door het steunland worden gesignaleerd. Dit soort praktijkgerichte steun, die op afstand en/of persoonlijk kan worden geboden, kan steunlanden helpen losstaande kwesties aan te pakken buiten workshops en seminars om. Te denken valt aan het toetsen en beoordelen van wetteksten en andere officiële documenten (wetsontwerpen, actualiseringen of wijzigingen van regels enz.), het adviseren over losstaande gevallen, vragen of situaties (bv. de afgifte van een vergunning of de classificatie van bepaalde goederen) ook via directe ondersteuning ter plaatse, en het ontwikkelen van materiaal om de praktijkgerichte uitvoering van het WHV in het steunland te ondersteunen (bv. richtsnoeren, grafieken of compendia met geselecteerde WHV-gerelateerde onderwerpen).

3.1.4.2.   Beschrijving van de activiteit

Gerichte steun op korte termijn kan als volgt verstrekt worden:

a)

op afstand, door deskundigen achter hun bureau, of door gebruik te maken van online-instrumenten en -opties;

b)

ter plaatse, bv. in de vorm van rechtstreekse briefings van persoon tot persoon, of langere opdrachten van één tot twee weken die worden uitgevoerd door (doorgaans) een of twee deskundigen; zij kunnen gedetailleerd praktijkadvies verstrekken aan een bevoegde instantie van het steunland;

c)

een combinatie van beide, dus een gemengde aanpak, waarbij sommige activiteiten (afhankelijk van waar het om gaat), virtueel worden uitgevoerd, terwijl andere door fysieke personen worden verricht.

Deze vorm van steun zal beschikbaar zijn voor alle steunlanden. De begroting voorziet in een maximumaantal deskundigendagen voor deze steunactiviteiten. Een deel van de begroting wordt gebruikt voor technische instrumenten en uitrusting die nodig zijn om deze activiteiten uit te voeren, zoals abonnementsgeld voor onlineplatforms waarop documenten worden gedeeld.

3.1.5.   De opleider opleiden

3.1.5.1.   Doel van de activiteit

Om steunlanden het besef te geven dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het WHV, alsmede om te zorgen voor bestendigheid van de steun van de Unie in het kader van dit besluit en eerdere besluiten, is het belangrijk dat de steunlanden de capaciteit en de instrumenten ontwikkelen om de uitvoering van het WHV op termijn onafhankelijk van externe steun voort te zetten. Hiertoe moeten de steunlanden geholpen worden bij het ontwikkelen van eigen capaciteit voor a) het opleiden van hun eigen personeel en b) het vergaren van informatie over en hulpmiddelen voor de uitvoering van het WHV, zulks ter ontwikkeling van een eigen institutioneel geheugen (3).

Om overlappingen te voorkomen, zullen de uitvoerende entiteiten, waar van toepassing en passend, zorgen voor coördinatie met andere door de EU gefinancierde maatregelen op dit gebied, waaronder die van het WHV-secretariaat.

3.1.5.2.   Beschrijving van de activiteit

De opleider-opleidenaanpak bestaat uit twee complementaire componenten die zullen worden toegesneden op de vorderingen van de steunlanden in hun controle op de wapenhandel.

Een van deze twee componenten is het organiseren van opleidingsworkshops voor deskundigen uit de steunlanden om hen in staat te stellen in een later stadium hun eigen collega's op te leiden, rekening houdend met het expertiseniveau van de eerstgenoemden. Nieuw opgeleide deskundigen zullen WHV-gerelateerde deskundigheid in hun eigen land verspreiden en ertoe bijdragen hun eigen, zelfstandige institutionele capaciteit te versterken.

Het doel van deze activiteit is de toekomstige opleiders de didactische en opleidingsvaardigheden bij te brengen die nodig zijn om personeel in hun eigen land op te leiden, en tevens het aantal personen in de steunlanden die kennis op dit terrein kunnen bewaren en verspreiden en als institutioneel geheugen dienst kunnen doen, te vergroten. In voorkomend geval kunnen partnerlanden worden gestimuleerd hun eigen programma te ontwikkelen voor het opleiden van opleiders, op basis van de aanpak en het materiaal dat in het kader van deze fase en de vorige fasen van het programma is ontwikkeld. Deze activiteiten zijn er met andere woorden op gericht de steunlanden, met name die waar de steun geleidelijk wordt uitgefaseerd, onafhankelijker en zelfstandiger te maken voor het creëren, verspreiden en bewaren van kennis van het WHV binnen de overheidsinstanties die daarmee belast zijn. De praktische aard van deze activiteiten maakt dat een persoonlijk formaat het meest geschikt is. Een gemengde aanpak met zowel persoonlijke als virtuele activiteiten kan echter ook goed werken.

De tweede component is een onlineplatform dat toekomstige opleiders ondersteunt bij het ontwikkelen van hun eigen opleidingsmateriaal door materiaal en documenten bijeen te brengen die betrekking hebben op de uitvoering van het WHV. Dit materiaal kan bijeengebracht worden of, indien nodig, ontwikkeld worden door de uitvoerende entiteiten en ter hand gesteld worden van de steunlanden. Het platform stelt de toekomstige opleiders ook in staat advies in te winnen bij de gemeenschap van deskundigen en moeilijkheden te bespreken waarmee zij in hun opleidingen in eigen land te maken kunnen krijgen. Het platform zal ook worden gebruikt om een vervolg te geven aan activiteiten die in het kader van deze en eerdere besluiten zijn uitgevoerd en de resultaten daarvan te bewaren.

Voortbouwend op het werk dat in het kader van het vorige besluit is verricht, kunnen de uitvoerende entiteiten de ontwikkeling, de productie en de bewaring van dit materiaal delegeren aan externe deskundigen, die in voorkomend geval ook uit de pool van deskundigen worden geselecteerd. Om de institutionele capaciteit van de verantwoordelijke autoriteiten in de steunlanden te versterken, moeten de opleidingsactiviteiten de steunlanden ook stimuleren om hun eigen informatie en documentatie over de uitvoering van het WHV te verzamelen en up to date te houden.

Het projectplatform zal de bekendheid van het programma vergroten, contacten tussen de betrokken partijen vergemakkelijken, de dialoog tussen uitvoerders en partners bevorderen, en de samenwerking voortzetten, met name met landen waar de steun wordt uitgefaseerd. Indien mogelijk zal het in het kader van het project ontwikkelde materiaal toegankelijk worden gemaakt. Het gebruik van sociale-netwerktechnologie zal actieve onlinecommunicatie en het delen van informatie tussen de deelnemers in een vertrouwde omgeving mogelijk maken. De instellingen van de Unie en de lidstaten zullen ook profiteren van dit platform, waar uitvoerende entiteiten informatie over de uitvoering van activiteiten kunnen delen.

Indien mogelijk zullen de uitvoerende entiteiten bij het uitvoeren van activiteiten in steunlanden in het kader van dit besluit ruime bekendheid geven aan de workshops en het materiaal voor de opleiding van opleiders en zullen zij nagaan wie in de steunlanden in de toekomst als opleider kan fungeren (het definitieve besluit over de aanwijzing van toekomstige opleiders blijft echter de verantwoordelijkheid van het steunland). Afhankelijk van hun geschiktheid kunnen deze functionarissen vervolgens worden opgenomen in de pool van deskundigen en worden uitgenodigd om als deskundige te worden ingezet voor andere in dit besluit genoemde activiteiten. Ook dit zou een onderdeel zijn van de uitfasering, gezien de flinke vorderingen in die landen en het feit dat zij in principe in staat zijn hun kennis en ervaringen met andere steunlanden te delen. Tegelijkertijd zal het platform de ruimere betrokkenheid van deze steunlanden bij het project als regionale rolmodellen verder ondersteunen.

3.2.   Het bevorderen van universalisering

Naast technische steun voor de uitvoering van het WHV beoogt dit besluit de universalisering van het verdrag te bevorderen en aldus bij te dragen aan bredere multilaterale inspanningen om omleiding van en de illegale handel in conventionele wapens tegen te gaan en zo de wereld voor iedereen veiliger te maken.

Hiertoe zullen de acties in het kader van dit besluit ook de samenwerking bevorderen met verdragspartijen die geen staten zijn, en hen aansporen toe te treden tot het WHV. De hiermee verband houdende activiteiten zullen de bekendheid van het verdrag vergroten, het publiek bewuster maken van de risico's en dreigingen van de omleiding van en de illegale handel in conventionele wapens, en de dialoog tussen verdragsstaten en verdragspartijen die geen staten zijn, bevorderen om zo vertrouwen en transparantie te helpen opbouwen.

Verdragspartijen die geen staat zijn en in het onderhavige besluit zijn opgenomen, zal daarom in voorkomend geval bijstand worden geboden in de vorm van technische steun zoals als beschreven in punt 3.1, waaronder nationale activiteiten en gerichte steun op korte termijn. Deze activiteiten zullen worden georganiseerd op verzoek van de verdragspartij die geen staat is op basis van de vraag van het verzoekende land waar de verdragspartij die geen staat is, is gevestigd en op basis de beschikbare mogelijkheden voor dergelijke activiteiten in het verzoekende land.

Daarnaast zullen ter verdere universalisering van het verdrag de volgende regionale en internationale activiteiten worden georganiseerd, met de bedoeling:

de risico's en de gevaren van de omleiding van en de illegale handel in conventionele wapens een grotere bekendheid te geven;

een platform te bieden voor deskundigen en functionarissen van de autoriteiten in verschillende landen om van gedachten te wisselen over strategische handelskwesties;

de universaliteit, de volledige uitvoering en versterking van de het WHV te bevorderen.

De activiteiten worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met de autoriteiten van de nationale regeringen en, naargelang het geval, de academische wereld, ngo's en/of regionale organisaties.

3.2.1.   Regionale, regio-overschrijdende en internationale activiteiten

3.2.1.1.   Doel van de activiteit

De regionale activiteiten zullen verschillende landen, hetzij in één regio, hetzij in verschillende regio's (regio-overschrijdende en internationale activiteiten), samenbrengen opdat ervaringen kunnen worden gedeeld en kwesties van gemeenschappelijk belang met betrekking tot de uitvoering van het WHV en de controle op de wapenhandel kunnen worden besproken. Steunlanden die eerder steun hebben ontvangen uit hoofde van Besluit 2013/768/GBVB en/of Besluit (GBVB) 2017/915, en die aanzienlijke vorderingen hebben geboekt en inzet hebben getoond met betrekking tot de uitvoering van het WHV, zullen een bijzonder belangrijke rol spelen in dergelijke activiteiten: zij staan immers model voor hun regio's. Dit zou de eigen verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het WHV op regionaal niveau kunnen bevorderen en de Zuid-Zuid-samenwerking op langere termijn kunnen bevorderen.

In dit besluit zijn regio-overschrijdende en internationale activiteiten opgenomen naar aanleiding van verzoeken van steunlanden die willen leren van de ervaringen van andere landen. Op deze manier kunnen regio-overschrijdende en internationale activiteiten bijdragen tot het delen van WHV-benaderingen en -praktijken op een steeds grotere, wereldwijde schaal.

3.2.1.2.   Beschrijving van de activiteit

Regionale activiteiten worden georganiseerd als evenementen van twee of drie dagen en zij worden per regio toegewezen. De activiteiten moeten ten minste drie landen omvatten. Behalve voor de in punt 3.1.2.3 genoemde steunlanden is het belangrijk deze activiteiten in voorkomend geval open te stellen voor derde landen die niet in dit besluit zijn opgenomen, met name partijen die geen staten zijn. Voorts is het raadzaam om zo mogelijk ten minste een van de meer geavanceerde steunlanden (d.w.z. landen die bijstand hebben ontvangen uit hoofde van Besluit 2013/768/GBVB en/of Besluit (GBVB) 2017/915 (zie punt 3.1.2.3) waar de controle op wapenoverdracht reeds in zekere mate functioneert) te betrekken als verspreider, en/of deskundigen uit deze landen uit te nodigen teneinde de opbouw van regionale deskundigheid en de Zuid-Zuid-samenwerking te stimuleren.

In elke regio zal ten minste één regionale activiteit plaatsvinden. De overige activiteiten zullen worden georganiseerd op basis van de vraag van de gastlanden en de mogelijkheden die daar bestaan om deze activiteiten te organiseren. Voor deze activiteiten gaat de voorkeur uit naar fysieke, persoonlijke deelname, aangezien dit de grootste impact zal hebben. Online- of hybride formaten kunnen echter ook worden gebruikt, afhankelijk van de omstandigheden en voorkeuren van de deelnemers.

In tegenstelling tot Besluit 2013/768/GBVB en Besluit (GBVB) 2017/915 zullen de regionale activiteiten niet beperkt blijven tot afzonderlijke regio's, maar ook steunlanden uit verschillende regio's de mogelijkheid bieden om regio-overschrijdende activiteiten bij te wonen. Tijdens de uitvoering van de vorige fasen van het project is gebleken dat de partnerlanden een grote behoefte hebben om niet alleen te leren van en informatie te delen bínnen regio's waartoe zij behoren, maar ook daarbuiten.

Om een zo breed mogelijk publiek te bereiken en niet alleen de universalisering van het WHV maar ook de inspanningen van de EU om dit doel te bereiken, te bevorderen, zullen het Duitse BAFA en Expertise France internationale conferenties organiseren als multilaterale nevenevenementen op VN-niveau, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse zitting van de Eerste Commissie van de Algemene Vergadering van de VN in New York, of, indien dit niet haalbaar is, op EU-niveau (bij voorkeur in Brussel).

In aanvulling op deze activiteiten zal het project ook alle partnerlanden, betrokkenen bij het WHV en verdragspartijen die geen staten zijn, bij het project betrekken via regelmatige webinars over het WHV. De webinars zullen door de uitvoerders worden gemodereerd en ertoe dienen de pool van deskundigen in te zetten en partnerlanden hun ervaringen te laten delen. In elk webinar zal worden gezorgd voor simultane vertolking, en het webinar zal worden opgenomen en geüpload op het platform zodat het later nog eens kan worden beluisterd.

De locatie en de agenda van de regionale en internationale activiteiten zullen gezamenlijk worden overeengekomen tussen de uitvoerende entiteiten en de gastlanden.

3.2.1.3.   Regio's

Deze activiteiten staan open voor alle regio's, op basis van verzoeken van de steunlanden.

3.2.2.   Nevenevenementen in de marge van de conferenties van staten die partij zijn bij het WHV

3.2.2.1.   Doel van de activiteit

De jaarlijkse conferenties van de staten die partij zijn bij het WHV, bieden een uitstekende mogelijkheid om contacten te leggen met functionarissen en betrokken partijen die zich bezighouden met WHV-aangelegenheden. Dankzij nevenevenementen die door de EU worden gefinancierd, kan bekendheid worden gegeven aan de EU-activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van het WHV, kunnen contacten worden gelegd met landen die in een later stadium mogelijk om steun zullen verzoeken, en kunnen goede praktijken worden gepromoot, met name door steunlanden.

3.2.2.2.   Beschrijving van de activiteit

In de loop van het programma zullen drie nevenevenementen worden georganiseerd, een voor iedere jaarlijkse conferentie van de staten die partij zijn bij het WHV. De organisatie van deze evenementen ligt in handen van de gezamenlijke uitvoerende entiteiten. De Unie zal de reiskosten van een vooraf bepaald aantal deskundigen of functionarissen van steunlanden voor haar rekening nemen.

3.2.3.   Slotconferentie

3.2.3.1.   Doel van de activiteit

De slotconferentie is bedoeld om meer bekendheid te geven aan het WHV en het verantwoordelijkheidsbesef voor de uitvoering van het verdrag te doen toenemen, niet alleen in de partnerlanden, maar ook in bijvoorbeeld nationale parlementen, regionale en internationale organisaties en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld die geïnteresseerd zijn in de bredere impact die het verdrag zou moeten hebben. Door het bijeenroepen van vertegenwoordigers uit vele verschillende delen van de wereld zal de slotconferentie tevens dienen als forum voor de versterking van het internationale netwerk en van de gemeenschap van actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van het verdrag en zich inzetten voor de universalisering ervan.

3.2.3.2.   Beschrijving van de activiteit

Dit project krijgt de vorm van een tweedaagse conferentie die vlak voor de voltooiing van de uitvoering van dit besluit wordt belegd, eventueel in aansluiting op een vergadering van de Groep Coarm. De uitvoerende entiteiten zullen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de conferentie. Deze conferentie zal worden bijgewoond door vertegenwoordigers van de steunlanden als bedoeld in punt 3.1 en anderen die betrokken zijn bij de bevordering van het verdrag en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan.

Tijdens de conferentie kunnen de steunlanden ervaringen delen en kenbaar maken hoe zij over het WHV denken en hoe ver zij zijn met de ratificatie en de uitvoering van het WHV. Ook kan informatie worden gedeeld met vertegenwoordigers van nationale parlementen, regionale organisaties en het maatschappelijk middenveld.

De volgende deelnemers zouden moeten worden uitgenodigd voor deze conferentie:

functionarissen uit de steunlanden, zoals diplomatieke, militaire/defensie-, technische en rechtshandhavingsfunctionarissen, vooral van de instanties die verantwoordelijk zijn voor het nationale WHV-beleid en de nationale uitvoering van het WHV;

vertegenwoordigers van nationale, regionale en internationale organisaties die betrokken zijn bij de steunverlening; vertegenwoordigers van landen die belangstelling hebben voor het geven of ontvangen van strategische steun bij handelscontrole;

vertegenwoordigers van ngo's, denktanks, nationale parlementen en het bedrijfsleven.

De locatie, het formaat (fysieke aanwezigheid, op afstand of hybride), het definitieve aantal deelnemers en de definitieve lijst van uit te nodigen landen en organisaties zullen worden vastgesteld in overleg met de Groep Coarm, op basis van een voorstel van de uitvoerende entiteiten.

4.   Landen die steun ontvangen in de vorm van in punt 3.1.2.3 genoemde projectactiviteiten

Behalve de steunlanden die in het onderhavige besluit worden genoemd, kunnen nog andere landen worden gesteund met de in punt 3 genoemde projectactiviteiten, te weten landen die om steun verzoeken voor de uitvoering van het WHV en die worden geselecteerd aan de hand van onder meer onderstaande criteria:

de mate van politieke en juridische wil om echt werk te maken van de bepalingen van het WHV, alsmede de stand van de uitvoering van de internationale instrumenten inzake controle op de wapenhandel en op de overdracht van wapens, die gelden in het land dat om steun verzoekt;

de slaagkansen van de steunactiviteiten;

de beoordeling van eventueel reeds verstrekte of geplande steun op het gebied van producten voor tweeërlei gebruik en controle op de overdracht van wapens;

de relevantie van het land in de mondiale wapenhandel;

de relevantie van het land voor de veiligheidsbelangen van de Unie;

de vraag of het land in aanmerking komt voor officiële ontwikkelingshulp.

5.   Uitvoerende entiteiten

De hoeveelheid werk die de activiteiten uit hoofde van dit besluit met zich meebrengen, maakt het raadzaam gebruik te maken van twee uitvoerende entiteiten: het BAFA en Expertise France. Zij kunnen een partnerschap aangaan met, of werkzaamheden delegeren aan, de instanties van de lidstaten die belast zijn met uitvoercontrole, regionale en internationale organisaties die zich bezighouden met de controle op wapenhandel, denktanks, onderzoeksinstellingen en ngo's.

Het BAFA en Expertise France waren verantwoordelijk voor de uitvoering van Besluit (GBVB) 2017/915 en andere eerdere en huidige stimuleringsprogramma's van de EU. Gezamenlijk hebben het BAFA en Expertise France de nodige ervaring, kwalificaties en deskundigheid verworven inzake alle Unieactiviteiten in verband met exportcontrole, zowel van goederen voor tweeërlei gebruik als van wapens.

6.   Coördinatie met andere steunactiviteiten op dit terrein

De uitvoerende entiteiten zorgen voor een goede coördinatie tussen de verschillende instrumenten van de Unie, waarbij zo nodig gebruik wordt gemaakt van formele coördinatiemechanismen die reeds in het kader van andere P2P-programma's van de EU in het leven zijn geroepen (zoals het coördinatiemechanisme van de Groep Coarm uit hoofde van Besluit (GBVB) 2020/1464). Deze coördinatie is bedoeld voor:

een coherente aanpak van de stimuleringsactiviteiten van de Unie ten behoeve van derde landen;

het vermijden van overlappingen in timing en inhoud van de activiteiten;

het delen van ervaringen met de uitvoering van projecten en het in beeld krijgen van mogelijke synergieën tussen de verschillende steunprojecten op het gebied van exportcontrole.

De uitvoerende entiteiten moeten uiterst zorgvuldig aandacht besteden aan WHV-activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten en het bijbehorende systeem ter ondersteuning van de uitvoering van het actieprogramma (het Programme of Action Implementation Support System — PoA-ISS), Resolutie 1540 (2004) van de VN-Veiligheidsraad, het vrijwillig trustfonds van het WHV en de Unscar, alsmede bilaterale steunactiviteiten. De uitvoerende entiteiten moeten zo nodig overleggen met andere steunverleners om informatie te delen, dubbel werk te voorkomen, en samenhang en complementariteit van de werkzaamheden te optimaliseren.

Ook moet het project in de steunlanden bekendheid geven aan het feit dat de Unie instrumenten bezit die de Zuid-Zuid-samenwerking bij uitvoercontroles kunnen ondersteunen. In dit verband moet in het kader van de steunactiviteiten informatie worden verstrekt over bestaande instrumenten, zoals het initiatief van de EU betreffende de CBRN-kenniscentra en andere EU-P2P-programma's.

7.   Zichtbaarheid van de Unie en beschikbaarheid van steunmateriaal

Het materiaal en het instrumentarium van het project, waaronder het onlineplatform (punt 3.1.2.2), zullen de Unie ongetwijfeld meer bekendheid geven. Het materiaal en het instrumentarium dragen het logo en de afbeelding van de communicatie- en zichtbaarheidshandleiding betreffende externe maatregelen van de Europese Unie en bevatten het opschrift “EU-P2P-programma voor exportcontrole”. De Uniedelegaties in derde landen moeten betrokken worden bij evenementen aldaar om de politieke follow-up te versterken en meer bekendheid te geven aan de activiteiten.

Ook het EU-P2P-webportaal (https://circabc.europa.eu/ui/welcome) zal worden gepropageerd met het oog op de WHV-steunactiviteiten uit hoofde van dit besluit. De uitvoerende entiteiten moeten derhalve bij de steunactiviteiten melding maken van het webportaal en gebruikers ertoe aanzetten de technische hulpmiddelen van het portaal te raadplegen en te benutten. Bij het promoten van het webportaal moet de entiteit ervoor zorgen dat de rol van de Unie in de schijnwerpers wordt gezet. Voorts moeten de activiteiten onder de aandacht worden gebracht in de EU P2P-nieuwsbrief.

8.   Effectbeoordeling

Na de voltooiing van de activiteiten in het kader van dit besluit moet een technische effectbeoordeling plaatsvinden. Aan de hand van informatie en rapporten van de uitvoerende entiteiten zal de hoge vertegenwoordiger een effectbeoordeling uitvoeren, in samenwerking met de Groep Coarm en, naargelang het geval, met de Uniedelegaties in de steunlanden en andere partijen die bij de activiteiten betrokken waren.

In de effectbeoordeling moet bijzondere aandacht uitgaan naar het aantal steunlanden dat het WHV heeft geratificeerd en naar wat zij in het werk hebben gesteld om de overdracht van wapens beter te kunnen controleren. In deze beoordeling moet worden ingegaan op de opstelling en uitvaardiging van nationale regelgeving, de nakoming van de rapportageverplichtingen uit hoofde van het WHV, en de aanwijzing van een nationaal orgaan voor de controle op de overdracht van wapens.

9.   Rapportage

De uitvoerende entiteiten stellen geregeld rapporten op, ook na de voltooiing van elk van de activiteiten. Deze rapporten moeten uiterlijk zes weken na afloop van de activiteiten aan de hoge vertegenwoordiger worden voorgelegd.

Aanhangsel

De partnerlanden zullen door de uitvoerende entiteiten als volgt worden behandeld:

BAFA-partnerlanden in het stimuleringsproject van de EU ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag, derde fase:

Colombia*

Costa Rica*

Maleisië*

Peru*

Zambia*

Chili

Kazachstan

Thailand

Expertise France-partnerlanden in het stimuleringsproject van de EU ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag, derde fase:

Benin*

Burkina Faso*

Kameroen*

Guyana

Filipijnen*

Ivoorkust*

Senegal*

Togo*.

Partnerlanden van deze lijst die als verder gevorderd moeten worden beschouwd (d.w.z. klaar om te beginnen met de uitfasering)

1.

Burkina Faso

2.

Costa Rica

3.

Maleisië

4.

Filipijnen

5.

Senegal

6.

Zambia

*:

voormalige routekaartlanden in het kader van het stimuleringsproject van de EU ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag, tweede fase

‘:

voormalige ad hoc-landen in het kader van het stimuleringsproject van de EU ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag, tweede fase

vetgedrukt:

nieuwe partnerlanden voor het stimuleringsproject van de EU ter ondersteuning van het Wapenhandelsverdrag, derde fase

(1)  Wapenhandelsverdrag, artikel 1.

(2)  Uitfasering betekent een geleidelijke aanpassing van de betrokkenheid van het land/de landen in de loop van de uitvoering van het project. Uitfasering is erop gericht de afhankelijkheid van de landen van buitenlandse hulp te verminderen door institutionele versterking en de ontwikkeling van eigen menskracht en middelen. In de loop van dit proces zal de samenwerking tussen de EU en de betrokken landen opnieuw worden gedefinieerd. De status van de steunlanden zal veranderen: van ontvangers van technische hulp zullen zij zich ontwikkelen tot verspreiders en verstrekkers van kennis en deskundigheid.

(3)  Een bijkomend voordeel van deze activiteit is de uitbreiding van de pool van deskundigen van het project (zie punt 3.1.1).