|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
64e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
BESLUITEN
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/1 |
BESLUIT (EU) 2021/1731 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr.1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (2), en met name artikel 58, lid 2, b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (3) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
De deelname van de EER-EVA-staten aan de activiteiten van de Unie met betrekking tot begrotingsonderdeel PA 13 17 01 (Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek), dat in de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 is opgenomen, wordt voortgezet. |
|
(4) |
Protocol 31 moet daarom worden gewijzigd om de voortzetting van deze uitgebreide samenwerking vanaf 1 januari 2021 mogelijk te maken. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.
(3) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(4) Zie document ST 10932/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/3 |
BESLUIT (EU) 2021/1732 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (programma “Europees Solidariteitskorps”)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 165, lid 4, artikel 166, lid 4, en artikel 214, lid 5, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/888 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie binnen het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/888 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma “Europees Solidariteitskorps” en tot intrekking van Verordeningen (EU) 2018/1475 en (EU) nr. 375/2014 (PB L 202 van 8.6.2021, blz. 32).
(4) Zie document ST 11221/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/5 |
BESLUIT (EU) 2021/1733 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 30 betreffende specifieke bepalingen voor de organisatie van samenwerking op het gebied van de statistiek, en van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, die zijn gehecht aan de EER-overeenkomst (programma voor de interne markt)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, artikel 43, lid 2, artikel 168, lid 4, punt b), en de artikelen 173 en 338, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 30 betreffende specifieke bepalingen voor de organisatie van samenwerking op het gebied van de statistiek (“Protocol 30”) en Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), die zijn gehecht aan de EER-overeenkomst te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 30 en Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de voorgestelde wijziging van Protocol 30 betreffende specifieke bepalingen voor de organisatie van samenwerking op het gebied van de statistiek en Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, die zijn gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van een programma voor de interne markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, het gebied van planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, en Europese statistieken (programma voor de interne markt), en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 99/2013, (EU) nr. 1287/2013, (EU) nr. 254/2014 en (EU) nr. 652/2014 (PB L 153 van 3.5.2021, blz. 1).
(4) Zie document ST 11225/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/7 |
BESLUIT (EU) 2021/1734 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (Horizon Europa)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 1, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Verordening (EU) 2021/819 van het Europees Parlement en de Raad (4) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(5) |
Protocol 31 (betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (5).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2021/819 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende het Europees Instituut voor innovatie en technologie (herschikking) (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 61)
(5) Zie document ST 11229/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/9 |
BESLUIT (EU) 2021/1735 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+))
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46, punt d), artikel 149, artikel 153, lid 2, punt a), artikel 164, artikel 175, derde alinea, en artikel 349, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21.
(4) Zie document ST 11233/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/11 |
BESLUIT (EU) 2021/1736 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (Erasmus+)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 165 en 166, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/817 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van “Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1288/2013 (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 1).
(4) Zie document ST 11238/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/13 |
BESLUIT (EU) 2021/1737 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (programma Digitaal Europa)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172 en artikel 173, lid 3, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240 (PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1).
(4) Zie document ST 11242/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/15 |
BESLUIT (EU) 2021/1738 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (Uniemechanisme voor civiele bescherming)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 196 en artikel 322, lid 1, punt a), in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat aan de EER-overeenkomst is gehecht, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/836 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/836 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot wijziging van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 185 van 26.5.2021, blz. 1).
(4) Zie document ST 11255/21 op http://register.consilium.europa.eu.
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/17 |
BESLUIT (EU) 2021/1739 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (programma Creatief Europa)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 167 en 173, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (“Protocol 31”), dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013 (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 34).
(4) Zie document ST 11259/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/19 |
BESLUIT (EU) 2021/1740 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (LIFE-Programma)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1 in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (de “EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan het Gemengd Comité van de EER besluiten onder andere Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst (“Protocol 31”), te wijzigen. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/783 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie binnen het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat is gehecht aan de EER-overeenkomst, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/783 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot vaststelling van een programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1293/2013 (PB L 172 van 17.5.2021, blz. 53).
(4) Zie document ST 11528/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/21 |
BESLUIT (EU) 2021/1741 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat aan de EER-overeenkomst is gehecht (EU4Health-programma)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 168, lid 5, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat aan de EER-overeenkomst is gehecht (“Protocol 31”) bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen. |
|
(4) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie binnen het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot de voorgestelde wijziging van Protocol 31 betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, dat aan de EER-overeenkomst is gehecht, wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (4).
Artikel 2
Dit besluit wordt van kracht op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van een actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (“EU4Health-programma”) voor de periode 2021-2027, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 282/2014 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 1).
(4) Zie document ST 11535/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/23 |
BESLUIT (EU) 2021/1742 VAN DE RAAD
van 23 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst (derde en vierde spoorwegpakket)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (“de EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer bijlage XIII bij de EER-overeenkomst (Vervoer) bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
De volgende handelingen met betrekking tot het spoorvervoer moeten in de EER-overeenkomst worden opgenomen:
|
|
(4) |
Bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op de ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité van de EER, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER (41).
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(2) PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(3) Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32).
(4) Richtlijn (EU) 2016/2370 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands passagiersvervoer per spoor en het beheer van de spoorweginfrastructuur (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/171 van de Commissie van 4 februari 2015 betreffende bepaalde aspecten van de procedure voor de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen (PB L 29 van 5.2.2015, blz. 3).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/429 van de Commissie van 13 maart 2015 tot vaststelling van de modaliteiten voor het opleggen van heffingen voor de kosten van geluidshinder (PB L 70 van 14.3.2015, blz. 36).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/909 van de Commissie van 12 juni 2015 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien (PB L 148 van 13.6.2015, blz. 17).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545 van de Commissie van 7 april 2016 betreffende procedures en criteria voor kaderovereenkomsten tot toewijzing van spoorinfrastructuurcapaciteit (PB L 94 van 8.4.2016, blz. 1).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten (PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1795 van de Commissie van 20 november 2018 tot vaststelling van de procedure en criteria voor de analyse van de impact op het economisch evenwicht overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 294 van 21.11.2018, blz. 5).
(12) Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/2075 van de Commissie van 4 september 2017 ter vervanging van bijlage VII bij Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 295 van 14.11.2017, blz. 69).
(13) Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1).
(14) Verordening (EU) 2016/2338 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1370/2007, met betrekking tot de openstelling van de markt voor het binnenlands personenvervoer per spoor (PB L 354 van 23.12.2016, blz. 22).
(15) Verordening (EU) 2019/554 van de Commissie van 5 april 2019 tot wijziging van bijlage VI bij Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (PB L 97 van 8.4.2019, blz. 1).
(16) Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie van 11 december 2014 betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem telematicatoepassingen voor goederenvervoer van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 62/2006 (PB L 356 van 12.12.2014, blz. 438).
(17) Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/761 van de Commissie van 16 februari 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor toezicht door nationale veiligheidsinstanties na de afgifte van een uniek veiligheidscertificaat of een veiligheidsvergunning overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2012 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 16).
(18) Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26).
(19) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS (PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6).
(20) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/278 van de Commissie van 23 februari 2018 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 1305/2014 betreffende de berichtenstructuur, het data- en berichtenmodel en de exploitatiedatabank wagons en intermodale eenheden en tot vaststelling van een IT-norm voor de communicatielaag van de gemeenschappelijke interface (PB L 54 van 24.2.2018, blz. 11).
(21) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/545 van de Commissie van 4 april 2018 tot vaststelling van de praktische regelingen voor het proces voor de afgifte van typegoedkeuringen en vergunningen voor spoorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 90 van 6.4.2018, blz. 66).
(22) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49).
(23) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/764 van de Commissie van 2 mei 2018 inzake de aan het Spoorwegbureau van de Europese Unie te betalen vergoedingen en kosten en de betalingsvoorwaarden (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 68).
(24) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/867 van de Commissie van 13 juni 2018 tot vaststelling van het reglement voor de procesvoering van de kamer(s) van beroep van het Spoorwegbureau van de Europese Unie (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 3).
(25) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/868 van de Commissie van 13 juni 2018 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1301/2014 en Verordening (EU) nr. 1302/2014 betreffende bepalingen over het energiemeetsysteem en het systeem voor gegevensverzameling (PB L 149 van 14.6.2018, blz. 16).
(26) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/250 van de Commissie van 12 februari 2019 inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie (PB L 42 van 13.2.2019, blz. 9).
(27) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/772 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1300/2014 met betrekking tot de inventaris van voorzieningen teneinde de toegankelijkheidsbelemmeringen in kaart te brengen, informatie te verstrekken aan gebruikers en de vooruitgang op het gebied van toegankelijkheid te monitoren en te evalueren (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 1).
(28) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 5).
(29) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/774 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1304/2014 in verband met de toepassing van de technische specificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem “rollend materieel — geluidsemissies” op bestaande goederenwagons (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 89).
(30) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/775 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 454/2011 met betrekking tot veranderingsbeheer (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 103).
(31) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/776 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1299/2014, (EU) nr. 1301/2014, (EU) nr. 1302/2014, (EU) nr. 1303/2014 en (EU) 2016/919 van de Commissie en Uitvoeringsbesluit 2011/665/EU van de Commissie teneinde deze af te stemmen op Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en met het oog op de verwezenlijking van specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2017/1474 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 108).
(32) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/777 van de Commissie van 16 mei 2019 inzake de gemeenschappelijke specificaties voor het register van de spoorweginfrastructuur en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/880/EU (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 312).
(33) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/778 van de Commissie van 16 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1305/2014 van de Commissie wat betreft veranderingsbeheer (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 356).
(34) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/779 van de Commissie van 16 mei 2019 tot vaststelling van nadere bepalingen inzake een systeem voor de certificering van met het onderhoud van voertuigen belaste entiteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie (PB L 139 I van 27.5.2019, blz. 360).
(35) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/387 van de Commissie van 9 maart 2020 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 321/2013, (EU) nr. 1302/2014 en (EU) 2016/919 wat betreft de uitbreiding van het gebruiksgebied en de overgangsfasen (PB L 73 van 10.3.2020, blz. 6).
(36) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/424 van de Commissie van 19 maart 2020 inzake de indiening van informatie bij de Commissie betreffende ontheffingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 (PB L 84 van 20.3.2020, blz. 20).
(37) Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (herschikking) (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).
(38) Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102).
(39) Richtlijn 2014/38/EU van de Commissie van 10 maart 2014 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de strijd tegen geluidshinder (PB L 70 van 11.3.2014, blz. 20).
(40) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie van 25 oktober 2018 tot vaststelling van specificaties voor de voertuigregisters die zijn vermeld in artikel 47 van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging en intrekking van Beschikking 2007/756/EG van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53).
(41) Zie documenten ST 11745/21 en ST 11746/21 op http://register.consilium.europa.eu
|
1.10.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 348/27 |
BESLUIT (EU) 2021/1743 VAN DE RAAD
van 28 september 2021
betreffende het namens de Europese Unie in het regionaal stuurcomité van de Vervoersgemeenschap in te nemen standpunt over de oprichting van een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 en artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (Treaty establishing the Transport Community, TCT) is door de Unie bij Besluit (EU) 2019/392 van de Raad (1) gesloten en is op 1 mei 2019 in werking getreden. |
|
(2) |
Het regionaal stuurcomité is bij het TCT opgericht voor het beheer en de goede uitvoering van het TCT. Op grond van artikel 26 van het TCT moet het regionale stuurcomité besluiten vaststellen om technische comités op te richten. |
|
(3) |
Elk technisch comité kan binnen zijn bevoegdheidsdomein voorstellen voor besluiten indienen bij het regionaal stuurcomité. De technische comités bestaan uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen bij het TCT. Alle lidstaten van de Unie kunnen deelnemen als waarnemer. |
|
(4) |
Het regionale stuurcomité zal binnenkort een besluit aannemen tot oprichting van een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit. |
|
(5) |
De oprichting van een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van het TCT, namelijk de oprichting van een vervoersgemeenschap op het gebied van vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren en over zee, alsook de ontwikkeling van een vervoersnetwerk tussen de Unie en de Zuidoost-Europese Partijen. |
|
(6) |
Een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit moet als doel hebben zich te buigen over de kritieke aspecten in verband met het vervoer over water, dat maritieme aangelegenheden, binnenwateren en havens omvat, zich te buigen over de multimodale aspecten en het efficiënt gebruik van dergelijk vervoer te bevorderen. |
|
(7) |
Het is passend het standpunt over de oprichting van een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit vast te stellen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het regionaal stuurcomité, aangezien een dergelijk besluit noodzakelijk is voor de tenuitvoerlegging van het TCT en bindend zal zijn voor de Unie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het bij het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap opgerichte regionaal stuurcomité in te nemen standpunt over de oprichting van een technisch comité voor het vervoer over water en multimodaliteit is gebaseerd op het ontwerpbesluit van het regionaal stuurcomité (2).
Kleine wijzigingen van dat ontwerpbesluit kunnen door de vertegenwoordigers van de Unie in het regionaal stuurcomité zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 28 september 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
S. KUSTEC
(1) Besluit (EU) 2019/392 van de Raad van 4 maart 2019 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (PB L 71 van 13.3.2019, blz. 1).
(2) Zie document ST 11514/21 op http://register.consilium.europa.eu