|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
64e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
10.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286/1 |
VERORDENING (EU) 2021/1317 VAN DE COMMISSIE
van 9 augustus 2021
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1881/2006 wat de maximumgehalten voor lood in bepaalde levensmiddelen betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (1), en met name artikel 2, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie (2) zijn maximumgehalten voor lood (Pb) in bepaalde levensmiddelen vastgesteld. |
|
(2) |
Op 18 maart 2010 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een advies over lood in levensmiddelen uitgebracht (3). De EFSA heeft vastgesteld dat lood ontwikkelingsneurotoxiciteit bij jonge kinderen en cardiovasculaire problemen en nefrotoxiciteit bij volwassenen kan veroorzaken. De risicobeoordeling voor lood was gebaseerd op deze potentieel kritieke schadelijke effecten. De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen bewijs was voor een drempelwaarde voor een aantal kritieke eindpunten, waaronder ontwikkelingsneurotoxiciteit en nefrotoxiciteit voor volwassenen. Daarom was het niet passend om een toelaatbare wekelijkse inname af te leiden. De EFSA heeft haar bezorgdheid geuit over het feit dat de huidige niveaus van blootstelling aan lood via de voeding de neurologische ontwikkeling bij foetussen, zuigelingen en kinderen zouden kunnen beïnvloeden. |
|
(3) |
De conclusies van de EFSA werden bevestigd door de conclusies van het verslag van het Gezamenlijk Comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven en contaminanten van de FAO/WHO in 2010 (4). |
|
(4) |
Rekening houdend met de meest recente gegevens over het vóórkomen heeft de Commissie van de Codex Alimentarius tijdens haar 41e zitting (“CAC41”) het in de Codex vastgestelde maximumgehalte voor lood in zout (met uitzondering van zout uit moerassen) van 2 mg/kg tot 1 mg/kg verlaagd. |
|
(5) |
Rekening houdend met de meest recente gegevens over het vóórkomen heeft de Commissie van de Codex Alimentarius tijdens haar 42e zitting (“CAC42”) de in de Codex vastgestelde maximumgehalten voor eetbare slachtafvallen verlaagd van 0,5 mg/kg tot 0,2 mg/kg voor eetbare slachtafvallen van runderen, tot 0,15 mg/kg voor eetbare slachtafvallen van varkens en tot 0,1 mg/kg voor eetbare slachtafvallen van pluimvee. Ook heeft zij de maximumgehalten voor “wijn van druiven” verlaagd van 0,2 mg/kg tot 0,1 mg/kg en werd een maximumgehalte voor “wijn van druiven” waaraan alcohol is toegevoegd en “likeurwijn van druiven” vastgesteld op 0,15 mg/kg. Beide maximumgehalten zijn van toepassing op wijn die is bereid uit druiven die zijn geoogst na de datum waarop de CAC42 de maximumgehalten heeft vastgesteld. |
|
(6) |
In het licht van deze ontwikkelingen en de meest recente gegevens over het vóórkomen moet de blootstelling via de voeding aan lood in levensmiddelen binnen de Unie worden verminderd door de bestaande maximumgehalten te verlagen of door aanvullende maximumgehalten vast te stellen voor levensmiddelen waarvoor lagere loodgehalten redelijkerwijs haalbaar zijn, namelijk voor slachtafvallen, bepaalde levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, zout en wilde paddenstoelen. Om dezelfde redenen moeten de maximumgehalten voor lood in wijn worden verlaagd en moet een maximumgehalte voor likeurwijn worden vastgesteld voor producten die uit toekomstige oogsten worden geproduceerd. Om dezelfde redenen tenslotte, maar ook om frauduleuze praktijken zoals de toevoeging van loodchromaat aan kurkuma te helpen bestrijden, moeten maximumgehalten voor specerijen worden vastgesteld. |
|
(7) |
Verordening (EG) nr. 1881/2006 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Aangezien lood zwak indirect genotoxisch carcinogeen is en de aanwezigheid ervan bijgevolg een hoger risico voor de volksgezondheid vormt, mogen producten die niet aan de nieuwe maximumgehalten voor lood voldoen en die vóór de inwerkingtreding van deze verordening in de handel zijn gebracht, slechts gedurende korte tijd in de handel blijven. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
In de bijlage opgenomen levensmiddelen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen tot en met 28 februari 2022 in de handel blijven.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 augustus 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 37 van 13.2.1993, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5).
(3) Contam-panel van de EFSA (EFSA-panel voor contaminanten in de voedselketen), 2010. Scientific Opinion on lead in food. EFSA Journal 2010;8(4):1570, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2010.1570
(4) Evaluation of Certain Food Additives and Contaminants. Seventy-third report of the joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. WHO Technical Report Series 960.
BIJLAGE
In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 1881/2006, afdeling 3: Metalen, wordt punt 3.1 (Lood) vervangen door:
|
“Levensmiddelen (1) |
Maximumgehalte (mg/kg vers gewicht) |
|
|
3.1 |
Lood |
|
|
3.1.1 |
Rauwe melk (6), warmtebehandelde melk en melk voor producten op basis van melk |
0,020 |
|
3.1.2 |
Volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding en peutervoeding (57) |
|
|
verkocht in poedervorm (3) (29) |
0,020 |
|
|
verkocht in vloeibare vorm (3) (29) |
0,010 |
|
|
3.1.3 |
Bewerkte voedingsmiddelen op basis van granen en babyvoeding voor zuigelingen en peuters (3) (29) andere dan die vermeld in punt 3.1.5 |
0,020 |
|
3.1.4 |
Voeding voor medisch gebruik bestemd voor zuigelingen en peuters |
|
|
verkocht in poedervorm (3) (29) |
0,020 |
|
|
verkocht in vloeibare vorm (3) (29) |
0,010 |
|
|
3.1.5 |
Dranken voor zuigelingen en peuters die als zodanig zijn geëtiketteerd en worden verkocht, andere dan die vermeld in de punten 3.1.2 en 3.1.4 |
|
|
verkocht in vloeibare vorm of volgens de gebruiksaanwijzing van de fabrikant te reconstitueren, met inbegrip van vruchtensappen (4) |
0,020 |
|
|
te bereiden door trekken of afkoken (29) |
0,50 |
|
|
3.1.6 |
Vlees (met uitzondering van slachtafvallen) van runderen, schapen, varkens en pluimvee (6) |
0,10 |
|
3.1.7 |
Slachtafvallen (6) |
|
|
van runderen en schapen |
0,20 |
|
|
van varkens |
0,15 |
|
|
van pluimvee |
0,10 |
|
|
3.1.8 |
Vlees van vis (24) (25) |
0,30 |
|
3.1.9 |
Koppotigen (52) |
0,30 |
|
3.1.10 |
Schaaldieren (26) (44) |
0,50 |
|
3.1.11 |
Tweekleppige weekdieren (26) |
1,50 |
|
3.1.12 |
Granen en peulvruchten |
0,20 |
|
3.1.13 |
Wortel- en knolgewassen (met uitzondering van schorseneren, verse gember en verse kurkuma), bolgewassen, bloemkoolachtigen, sluitkoolachtigen, koolrabi’s, peulgroenten en stengelgroenten ( 27 ) (53) |
0,10 |
|
3.1.14 |
Bladkoolachtigen, schorseneren, de volgende paddenstoelen: Agaricus bisporus (champignon), Pleurotus ostreatus (oesterzwam), Lentinula edodes (shiitake), en bladgroenten (met uitzondering van verse kruiden) (27) |
0,30 |
|
3.1.15 |
Wilde paddenstoelen, verse kurkuma en verse gember |
0,80 |
|
3.1.16 |
Vruchtgroenten |
|
|
suikermaïs (27) |
0,10 |
|
|
andere dan suikermaïs (27) |
0,05 |
|
|
3.1.17 |
Fruit, met uitzondering van veenbessen, aalbessen, vlierbessen en aardbeiboomvruchten (27) |
0,10 |
|
3.1.18 |
Veenbessen, aalbessen, vlierbessen en aardbeiboomvruchten (27) |
0,20 |
|
3.1.19 |
Vetten en oliën, waaronder melkvet |
0,10 |
|
3.1.20 |
Vruchtensappen, geconcentreerde vruchtensappen in gereconstitueerde vorm en vruchtennectars |
|
|
uitsluitend van besvruchten en ander kleinfruit (14) |
0,05 |
|
|
van andere vruchten dan besvruchten en ander kleinfruit (14) |
0,03 |
|
|
3.1.21 |
Wijn (waaronder mousserende wijnen en met uitzondering van likeurwijnen), cider, perenwijn en vruchtenwijnen (11) |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2001 tot de fruitoogst 2015 |
0,20 |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2016 tot de fruitoogst 2021 |
0,15 |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2022 en daarna |
0,10 |
|
|
3.1.22 |
Gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn, gearomatiseerde cocktails van wijnbouwproducten (13) |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2001 tot de fruitoogst 2015 |
0,20 |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2016 tot de fruitoogst 2021 |
0,15 |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2022 en daarna |
0,10 |
|
|
3.1.23 |
Likeurwijn op basis van druiven (*1) |
|
|
voor producten van de fruitoogst 2022 en daarna |
0,15 |
|
|
3.1.24 |
Voedingssupplementen (39) |
3,0 |
|
3.1.25 |
Honing |
0,10 |
|
3.1.26 |
Gedroogde specerijen (29) |
|
|
Als specerij gebruikte vruchten |
0,60 |
|
|
Als specerij gebruikte wortels en wortelstokken |
1,50 |
|
|
Als specerij gebruikte bast |
2,0 |
|
|
Als specerij gebruikte knoppen en als specerij gebruikte stampers |
1,0 |
|
|
Als specerij gebruikte zaden |
0,90 |
|
|
3.1.27 |
Zout, met uitzondering van de volgende niet-geraffineerde zouten: “fleur de sel” en “grijs zout”, die handmatig worden gewonnen uit zoutmoerassen met een kleibodem |
1,0 |
|
De volgende niet-geraffineerde zouten: “fleur de sel” en “grijs zout”, die handmatig worden gewonnen uit zoutmoerassen met een kleibodem |
2,0 |
|
(*1) Zoals gedefinieerd in bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).”.
|
10.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286/5 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1318 VAN DE COMMISSIE
van 9 augustus 2021
tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen, van Beschikking 2008/968/EG tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van arachidonzuurrijke olie van Mortierella alpina als een nieuw voedselingrediënt en van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van lacto-N-tetraose als nieuw voedingsmiddel
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 moest de Commissie uiterlijk op 1 januari 2018 de Unielijst vaststellen van de krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (2) toegelaten of aangemelde nieuwe voedingsmiddelen. |
|
(2) |
De Unielijst van de krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 toegelaten of aangemelde nieuwe voedingsmiddelen is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (3) vastgesteld. |
|
(3) |
De Commissie heeft in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 fouten geconstateerd. Er zijn rectificaties noodzakelijk om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten duidelijkheid en rechtszekerheid te verschaffen, en zo te zorgen voor een juiste uitvoering en een juist gebruik van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen. |
|
(4) |
Het nieuwe voedingsmiddel “arachidonzuurrijke olie van Mortierella alpina” is onder bepaalde gebruiksvoorwaarden toegelaten bij Beschikking 2008/968/EG van de Commissie (4), door de bevoegde Nederlandse autoriteit (5), alsook op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97. De overeenkomstige levensmiddelencategorie “Voeding voor medisch gebruik voor prematuren zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013” vermeldt abusievelijk alleen prematuren, hoewel de toelating in de desbetreffende levensmiddelencategorie betrekking zou moeten hebben op zuigelingen, en niet alleen op prematuren. Artikel 1 van Beschikking 2008/968/EG en de vermelding “Arachidonzuurrijke olie van de schimmel Mortierella alpina” in tabel 1 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moeten dan ook worden gerectificeerd. |
|
(5) |
Het nieuwe voedingsmiddel “calcium-L-methylfolaat” is in januari 2008 door de bevoegde Ierse autoriteit krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 onder bepaalde gebruiksvoorwaarden toegelaten, op basis van een gunstig advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid over de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel (6). Het nieuwe voedingsmiddel was abusievelijk niet opgenomen in de oorspronkelijke Unielijst. Het is derhalve passend “calcium-L-methylfolaat” toe te voegen aan de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen, mede omdat “calcium-L-methylfolaat” bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/571 van de Commissie (7) is toegelaten als bron van folaat in volledige zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, bewerkte levensmiddelen op basis van granen en babyvoeding. |
|
(6) |
Het nieuwe voedingsmiddel “lacto-N-tetraose (“LNT”) (microbiële bron)” is onder bepaalde gebruiksvoorwaarden toegelaten bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 van de Commissie (8). In de specificaties is voor lacto-N-tetraose abusievelijk de chemische formule C26H45O21 vermeld in plaats van de correcte formule C26H45NO21. In de omschrijving van lacto-N-tetraose zijn abusievelijk de woorden “of agglomeraat” weggevallen en wordt het in kleine hoeveelheden aanwezige ingrediënt “lacto-N-triose II” abusievelijk aangeduid als “lacto-N-tetraose II”. Derhalve moeten de specificaties van “lacto-N-tetraose (“LNT”) (microbiële bron)” wat betreft de chemische formule van lacto-N-tetraose en wat betreft lacto-N-tetraose II in tabel 2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 en bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 dienovereenkomstig worden gerectificeerd. |
|
(7) |
Beschikking 2008/968/EG en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/2470 en (EU) 2020/484 moeten dienovereenkomstig worden gerectificeerd. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 1, tweede alinea, van Beschikking 2008/968/EG wordt als volgt gerectificeerd:
“De toevoeging van de olie van de schimmel Mortierella alpina aan volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding wordt beperkt door het gehalte daarvan aan arachidonzuur overeenkomstig de voorschriften van bijlage I, punt 5.7, en bijlage II, punt 4.7, bij Richtlijn 2006/141/EG. Het gebruik daarvan in volledige voeding voor zuigelingen geschiedt overeenkomstig de bepalingen van Richtlijn 89/398/EEG van de Raad (*1) betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen.
Artikel 2
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 wordt gerectificeerd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 3
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gerectificeerd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 augustus 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(4) Beschikking 2008/968/EG van de Commissie van 12 december 2008 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van arachidonzuurrijke olie van Mortierella alpina als een nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 344 van 20.12.2008, blz. 123).
(5) Brief van 19 december 2011 (https://ec.europa.eu/food/system/files/2016-10/novel-food_authorisation_2011_auth-letter_arachidonic_acid_rich_oil_nl.pdf).
(6) https://doi.org/10.2903/j.efsa.2004.135
(7) Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/571 van de Commissie van 20 januari 2021 tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de lijst van stoffen die mogen worden toegevoegd aan volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, babyvoeding en bewerkte levensmiddelen op basis van granen (PB L 120 van 8.4.2021, blz. 1).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 van de Commissie van 2 april 2020 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van lacto-N-tetraose als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 103 van 3.4.2020, blz. 3).
BIJLAGE
|
1) |
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gerectificeerd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
De bijlage, punt 2, bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/484 wordt als volgt gerectificeerd: in tabel 2 (Specificaties) wordt de vermelding voor “Lacto-N-tetraose (LNT) (microbiële bron)” vervangen door:
|
|
10.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286/12 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1319 VAN DE COMMISSIE
van 9 augustus 2021
tot goedkeuring van de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2015/2283 bepaalt dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Krachtens artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsbesluit 2014/155/EU van de Commissie (3) is overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (4) een vergunning verleend voor het in de handel brengen in de Unie van korianderzaadolie van Coriandrum sativum als nieuw voedselingrediënt voor gebruik in voedingssupplementen. |
|
(4) |
In oktober 2017 heeft de onderneming Ovalie Innovation (“de aanvrager”) de Commissie overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97 in kennis gesteld van het voornemen om ruwe korianderzaadolie van Coriandrum sativum als nieuw voedselingrediënt in de handel te brengen. In het kader hiervan heeft de aanvrager overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 258/97 een door de Ierse bevoegde autoriteit afgegeven verslag ingediend waarin op basis van het door de aanvrager ingediende wetenschappelijke bewijs is geconcludeerd dat de korianderzaadolie van Coriandrum sativum wezenlijk gelijkwaardig is aan de korianderzaadolie waarvoor bij Uitvoeringsbesluit 2014/155/EU een vergunning is verleend. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/456 van de Commissie (5) en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2165 van de Commissie (6) zijn wijzigingen goedgekeurd in de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum om de minimumwaarde van het verzepingsgetal van 186 mg KOH/g tot 179 mg KOH/g te verlagen en het minimumgehalte aan oliezuur van 8,0 % tot 7,0 %. |
|
(6) |
Op 12 januari 2021 heeft de aanvrager overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 een aanvraag bij de Commissie ingediend voor de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel “korianderzaadolie van Coriandrum sativum”. De aanvrager heeft verzocht de in de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen vermelde maximumwaarde van het zuurgetal in de korianderzaadolie te verhogen van 2,5 mg KOH/g olie tot ≤ 3,5 mg KOH/g en de beschrijving van de kleur te wijzigen van “lichtgele kleur” naar “gele tot bruine kleur”. |
|
(7) |
De aanvrager heeft het verzoek gemotiveerd door aan te geven dat de wijziging noodzakelijk is om rekening te houden met de natuurlijke variatie in de visuele kenmerken van korianderzaadolie en in de door titratie van kaliumhydroxide (KOH) gemeten gehalten aan vrije vetzuren van de uit de plant Coriandrum sativum verkregen zaadolie. |
|
(8) |
De Commissie is van mening dat er geen veiligheidsbeoordeling van de voorgestelde wijziging van de specificaties door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) als bedoeld in artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 nodig is. De verhoging van het zuurgetal van korianderzaadolie van 2,5 mg tot ≤ 3.5 mg KOH/g olie is vergelijkbaar met het zuurgetal van andere courante eetbare oliën met een lange geschiedenis van veilige consumptie, en dit zuurgetal is lager dan de in de Codex Alimentarius van het gezamenlijk voedselnormenprogramma van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie (“de FAO/WHO-Codex Alimentarius”) vastgelegde bovengrens (7). Op basis hiervan en omwille van de consistentie met de FAO/WHO-Codex Alimentarius meent de Commissie dat de maximumwaarde van het zuurgetal van de korianderzaadolie ook op 4,0 mg KOH/g moet worden vastgesteld. De voorgestelde wijzigingen in de specificatieparameters die betrekking hebben op het fysieke voorkomen van de olie zijn eveneens vergelijkbaar met de natuurlijke variaties van vrijwel alle eetbare oliën en hebben geen invloed op de veiligheid of de voedingswaarde ervan. |
|
(9) |
De voorgestelde wijzigingen in de zuurgetallen en het fysieke voorkomen van korianderzaadolie van Coriandrum sativum doen geen afbreuk aan de conclusies van de veiligheidsbeoordeling van de EFSA (8) waarop de oorspronkelijke goedkeuring was gegrond. Het is derhalve passend de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum te wijzigen in de zin van het voorgestelde zuurgetal en wat het fysieke voorkomen van de olie betreft. |
|
(10) |
In de informatie die in de aanvraag is verstrekt, is afdoende onderbouwd dat de voorgestelde wijzigingen van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum in overeenstemming zijn met artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(11) |
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) 2015/2283 en opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470, waarin het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum is vermeld, wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 9 augustus 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Uitvoeringsbesluit 2014/155/EU van de Commissie van 19 maart 2014 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van korianderzaadolie als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 85 van 21.3.2014, blz. 13).
(4) Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/456 van de Commissie van 20 maart 2019 tot goedkeuring van de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 79 van 21.3.2019, blz. 13).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2165 van de Commissie van 17 december 2019 tot goedkeuring van de wijziging van de specificaties van het nieuwe voedingsmiddel korianderzaadolie van Coriandrum sativum krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (PB L 328 van 18.12.2019, blz. 81).
(7) CODEX STAN 19-1981, Rev. 2 — 1999.
(8) EFSA Journal 2013;11(10):3422.
BIJLAGE
In tabel 2 (Specificaties) van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt de vermelding “Korianderzaadolie van Coriandrum sativum ” vervangen door:
|
“Toegelaten nieuw voedingsmiddel |
Specificaties |
|
Korianderzaadolie van Coriandrum sativum |
Omschrijving/definitie: Korianderzaadolie is een olie die glyceriden van vetzuren bevat en wordt verkregen uit de zaden van de korianderplant Coriandrum sativum L. Gele tot bruine kleur, neutrale smaak CAS-nr.: 8008-52-4 Vetzuursamenstelling: Palmitinezuur (C16:0): 2-5 % Stearinezuur (C18:0): < 1,5 % Petroselinezuur (cis-C18:1(n-12)): 60-75 % Oliezuur (cis-C18:1(n-9)): 7-15 % Linolzuur (C18:2): 12-19 % Alfa-linoleenzuur (C18:3): < 1,0 % Transvetzuren: ≤ 1,0 % Zuiverheid: Brekingsindex (20 °C): 1,466-1,474 Zuurgetal: ≤ 4 mg KOH/g Peroxidegetal: ≤ 5,0 meq/kg Joodgetal: 88-110 eenheden Verzepingsgetal: 179-200 mg KOH/g Onverzeepbare bestanddelen: ≤ 15 g/kg” |
BESLUITEN
|
10.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286/16 |
BESLUIT (EU) 2021/1320 VAN DE RAAD
van 30 juli 2021
tot benoeming van een plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Helleense Republiek
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien Besluit (EU) 2019/852 van de Raad van 21 mei 2019 ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio’s (1),
Gezien de voordracht van de Griekse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Volgens artikel 300, lid 3, van het Verdrag bestaat het Comité van de Regio’s uit vertegenwoordigers van de regionale en lokale gemeenschappen die in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn of politiek verantwoording verschuldigd zijn aan een gekozen vergadering. |
|
(2) |
Op 20 januari 2020 heeft de Raad Besluit (EU) 2020/102 (2) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld. |
|
(3) |
In het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het aftreden van de heer Konstantinos TZIOUMIS. |
|
(4) |
De Griekse regering heeft de heer Dimitrios KAFANTARIS, vertegenwoordiger van een lokale gemeenschap die in een lokaal lichaam is gekozen, Δημοτικός Σύμβουλος Δήμος Πύλου-Νέστορος [gemeenteraadslid, gemeente Pylos-Nestoras], voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, voorgedragen als plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De heer Dimitrios KAFANTARIS, vertegenwoordiger van een lokale gemeenschap die in een lichaam is gekozen, Δημοτικός Σύμβουλος Δήμος Πύλου-Νέστορος [gemeenteraadslid, gemeente Pylos-Nestoras], wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, tot plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s benoemd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 30 juli 2021.
Voor de Raad
De voorzitter
G. DOVŽAN
(1) PB L 139 van 27.5.2019, blz. 13.
(2) Besluit (EU) 2020/102 van de Raad van 20 januari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 20 van 24.1.2020, blz. 2).
|
10.8.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 286/17 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/1321 VAN DE COMMISSIE
van 6 augustus 2021
tot wijziging van de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG wat de BSE-status van Canada en Ierland betreft
(Kennisgeving geschied onder nummer C (2021) 5789)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name artikel 5, lid 2, derde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 999/2001 is bepaald dat de lidstaten of derde landen of gebieden daarvan (“landen of gebieden”) aan de hand van hun status ten aanzien van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) moeten worden ingedeeld in een van de volgende drie categorieën: verwaarloosbaar BSE-risico, gecontroleerd BSE-risico of onbepaald BSE-risico. |
|
(2) |
In artikel 5, lid 2, derde alinea, van Verordening (EG) nr. 999/2001 is bepaald dat, indien de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) een verzoekend land in een van die drie BSE-categorieën heeft ingedeeld, kan worden beslist de BSE-indeling op Unieniveau opnieuw te bezien. |
|
(3) |
In de delen A, B en C van de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG van de Commissie (2) wordt de BSE-status van landen of gebieden naargelang van hun BSE-risico vermeld. De in deel A van die bijlage opgenomen landen of gebieden worden beschouwd als landen of gebieden met een verwaarloosbaar BSE-risico, de in deel B van die bijlage opgenomen landen of gebieden worden beschouwd als landen of gebieden met een gecontroleerd BSE-risico, terwijl overeenkomstig deel C van die bijlage niet in deel A of deel B opgenomen landen of gebieden worden beschouwd als landen of gebieden met een onbepaald BSE-risico. |
|
(4) |
Canada en Ierland vallen momenteel onder deel B van de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG als landen met een gecontroleerd BSE-risico. |
|
(5) |
Op 27 mei 2021 heeft de World Assembly of Delegates van de OIE resolutie nr. 17, “Recognition of the Bovine Spongiform Encephalopathy Risk Status of Members” (3), aangenomen met het oog op de inwerkingtreding daarvan op 29 mei 2021. In die resolutie wordt erkend dat Canada en Ierland in overeenstemming met de Terrestrial Animal Health Code van de OIE landen met een verwaarloosbaar BSE-risico zijn. Na een nieuwe beoordeling van de situatie op Unieniveau naar aanleiding van resolutie nr. 17 van de OIE is de Commissie van oordeel dat de nieuwe OIE-BSE-status van beide landen moet worden weerspiegeld in de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG. |
|
(6) |
De lijst van landen of gebieden in de bijlage bij Beschikking 2007/453/EG moet derhalve worden gewijzigd zodat Canada en Ierland in deel A van die bijlage worden opgenomen als landen of gebieden met een verwaarloosbaar BSE-risico. |
|
(7) |
De bijlage bij Beschikking 2007/453/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Beschikking 2007/453/EG wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 6 augustus 2021.
Voor de Commissie
Stella KYRIAKIDES
Lid van de Commissie
(1) PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.
(2) Beschikking 2007/453/EG van de Commissie van 29 juni 2007 tot vaststelling van de BSE-status van lidstaten, derde landen of gebieden daarvan naar gelang van hun BSE-risico (PB L 172 van 30.6.2007, blz. 84).
(3) https://www.oie.int/app/uploads/2021/05/a-r17-2021-bse.pdf
BIJLAGE
De bijlage bij Beschikking 2007/453/EG wordt vervangen door:
“BIJLAGE
LIJST VAN LANDEN OF GEBIEDEN
A. Landen of gebieden met een verwaarloosbaar BSE-risico
Lidstaten
|
— |
België |
|
— |
Bulgarije |
|
— |
Tsjechië |
|
— |
Denemarken |
|
— |
Duitsland |
|
— |
Estland |
|
— |
Ierland |
|
— |
Spanje |
|
— |
Kroatië |
|
— |
Italië |
|
— |
Cyprus |
|
— |
Letland |
|
— |
Litouwen |
|
— |
Luxemburg |
|
— |
Hongarije |
|
— |
Malta |
|
— |
Nederland |
|
— |
Oostenrijk |
|
— |
Polen |
|
— |
Portugal |
|
— |
Roemenië |
|
— |
Slovenië |
|
— |
Slowakije |
|
— |
Finland |
|
— |
Zweden |
Gebieden van lidstaten (*1)
|
— |
Noord-Ierland |
Landen van de Europese Vrijhandelsassociatie
|
— |
IJsland |
|
— |
Liechtenstein |
|
— |
Noorwegen |
|
— |
Zwitserland |
Derde landen
|
— |
Argentinië |
|
— |
Australië |
|
— |
Brazilië |
|
— |
Canada |
|
— |
Chili |
|
— |
Colombia |
|
— |
Costa Rica |
|
— |
India |
|
— |
Israël |
|
— |
Japan |
|
— |
Jersey |
|
— |
Namibië |
|
— |
Nieuw-Zeeland |
|
— |
Panama |
|
— |
Paraguay |
|
— |
Peru |
|
— |
Servië (*2) |
|
— |
Singapore |
|
— |
Verenigde Staten |
|
— |
Uruguay |
B. Landen of gebieden met een gecontroleerd BSE-risico
Lidstaten
|
— |
Griekenland |
|
— |
Frankrijk |
Derde landen
|
— |
Mexico |
|
— |
Nicaragua |
|
— |
Zuid-Korea |
|
— |
Taiwan |
|
— |
Verenigd Koninkrijk met uitzondering van Noord-Ierland |
C. Landen of gebieden met een onbepaald BSE-risico
|
— |
Niet onder A of B opgenomen landen of gebieden |
(*1) Voor de toepassing van deze bijlage wordt, overeenkomstig het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 5, lid 4, van het Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland, in samenhang met bijlage 2 bij dat protocol, bij verwijzingen naar de lidstaten ook het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland bedoeld.
(*2) Zoals bedoeld in artikel 135 van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds (PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16).”