ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 269

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
28 juli 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1223 van de Commissie van 27 juli 2021 tot vaststelling van de technische aspecten van de gegevensreeks, de technische modellen voor het toezenden van gegevens en de nadere bepaling van de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen over de organisatie van een steekproefenquête in het domein van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie voor het referentiejaar 2022 in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1224 van de Commissie van 27 juli 2021 betreffende uitvoerige bepalingen over de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de voorschriften voor gegevensbescherming en beveiliging die voor de webdienst gelden, alsook maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van de webdienst zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 van de Commissie

46

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1225 van de Commissie van 27 juli 2021 tot vaststelling van de regelingen voor de uitwisseling van gegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie wat betreft de lidstaat van uitvoer buiten de Unie en de verplichtingen van de rapporterende eenheden ( 1 )

58

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2021/1226 van de Commissie van 21 december 2020 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang ( 1 )

65

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1227 van de Commissie van 27 juli 2021 tot wijziging van de erkenning van DNV GL AS overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad

143

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

28.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 269/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1223 VAN DE COMMISSIE

van 27 juli 2021

tot vaststelling van de technische aspecten van de gegevensreeks, de technische modellen voor het toezenden van gegevens en de nadere bepaling van de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen over de organisatie van een steekproefenquête in het domein van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie voor het referentiejaar 2022 in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2019 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken betreffende personen en huishoudens, op basis van gegevens die op individueel niveau worden verzameld door middel van steekproeven, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 808/2004, (EG) nr. 452/2008 en (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad (1), en met name artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 3, en artikel 13, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de toezending van informatie van de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) te vergemakkelijken, moeten voor de toezending van informatie technische modellen voor concepten, processen, met inbegrip van gegevens en metagegevens, worden ingevoerd.

(2)

Met het oog op de beoordeling van de kwaliteit van de statistieken die moeten worden verzonden voor het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie”, moeten de gedetailleerde regelingen voor de kwaliteitsverslagen worden bepaald.

(3)

De lidstaten en de instellingen van de Unie moeten, indien nodig, voor de in de bijlage bij deze verordening vermelde categorieën van kenmerken gebruikmaken van de statistische classificaties voor de territoriale eenheden, onderwijs, beroep en economische sector die verenigbaar zijn met de NUTS (2), ISCED (3), ISCO (4) en NACE (5)-classificatie.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening worden de technische aspecten van de gegevensreeksen en de technische modellen voor het toezenden van gegevens door de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) vastgesteld en worden de regelingen voor het toezenden van de kwaliteitsverslagen in het domein “Gebruik van informatie- en communicatietechnologie” en de inhoud daarvan nader bepaald.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“veldwerkperiode”: de periode waarin de gegevens van de respondenten worden verzameld;

2)

“referentieperiode”: de periode waarop een bepaald gegeven betrekking heeft.

Artikel 3

Beschrijving van variabelen

De technische kenmerken van de variabelen zijn degene die zijn vastgesteld in de bijlage en hebben betrekking op:

a)

identificatiecode van de variabele;

b)

naam en beschrijving van de variabele;

c)

codes en etiketten;

d)

filter;

e)

type van de variabele.

Artikel 4

Kenmerken van de doelgroepen, waarnemingseenheden en regels voor de respondenten

1.   De doelpopulaties in het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” zijn particuliere huishoudens op het grondgebied van de lidstaat en personen van wie de gewone verblijfplaats, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 11, van Verordening (EU) 2019/1700, zich bevindt op het grondgebied van de lidstaat.

2.   Voor de variabelen die de in de bijlage vermelde huishoudens betreffen, wordt informatie verzameld voor particuliere huishoudens met ten minste één lid in de leeftijd van 16 tot en met 74 dat op het grondgebied van de lidstaat verblijft.

3.   Voor de variabelen die betrekking hebben op de in de bijlage vermelde personen, wordt informatie verzameld over personen van 16 tot en met 74 jaar die op het grondgebied van de lidstaat verblijven.

4.   Facultatief kan informatie kan worden verstrekt over personen die jonger dan 16 jaar of ouder dan 74 jaar zijn.

5.   De gegevens voor het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” wordt verzameld voor een steekproef van particuliere huishoudens of een steekproef van personen die tot particuliere huishoudens behoren als waarnemingseenheden.

Artikel 5

Referentieperioden en -datum

1.   De referentieperiode voor het verzamelen van statistieken over het gedetailleerde onderwerp “interactie met overheidsinstanties” omvat de drie laatste kwartalen van 2021 en het eerste kwartaal van 2022.

2.   De referentieperiode voor het verzamelen van statistieken over de gedetailleerde onderwerpen “Overal verbinding met internet” en “Effect van het gebruik” is de laatste keer dat de activiteit door respondent werd verricht.

3.   Voor alle andere gedetailleerde onderwerpen, onder het onderwerp “Deelname aan de informatiemaatschappij”, is de referentieperiode het eerste kwartaal van 2022.

4.   Onder referentiedatum wordt verstaan het tijdstip van het eerste onderhoud (DD/MM/JJJJ).

Artikel 6

Perioden voor de verzameling van gegevens

Voor de rechtstreeks door de respondenten verstrekte gegevens is de veldwerkperiode het tweede kwartaal van 2022.

Artikel 7

Gemeenschappelijke normen voor gegevensbewerking, imputatie en raming

1.   Wanneer informatie over andere variabelen ontbreekt, ongeldig of onsamenhangend is, wordt imputatie, modellering of weging toegepast op de gegevens.

2.   De op de gegevens toegepaste procedure moet de variatie in en de correlatie tussen de variabelen onveranderd laten. Methoden die “foutcomponenten” in de geïmputeerde waarden opnemen, zijn te verkiezen boven methoden die louter een voorspelde waarde imputeren.

3.   Methoden die rekening houden met de structuur of andere kenmerken van de gemeenschappelijke verdeling van de variabelen zijn te verkiezen boven de marginale of univariate benadering.

Artikel 8

Termijn en normen voor de indiening van gegevens

1.   De lidstaten dienen de definitieve gegevens uiterlijk op 5 oktober 2022 in bij de Commissie (Eurostat). De gegevens worden ingediend in de vorm van microbestanden, met inbegrip van passende gewichten. De gegevens moeten volledig zijn gecontroleerd en gevalideerd aan de hand van de norm voor de uitwisseling van statistische gegevens en metagegevens via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen. Die gegevens moeten voldoen aan de validatieregels overeenkomstig de specificatie van variabelen op basis van de codering en filters zoals beschreven in de bijlage.

2.   De lidstaten dienen de metagegevens in bij de Commissie (Eurostat) in de door de Commissie (Eurostat) gedefinieerde standaard-metagegevensstructuur, binnen drie maanden na de uiterste datum voor de indiening van de microgegevens. De metagegevens worden ingediend via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen.

Artikel 9

Nader bepaalde regelingen en inhoud van de jaarlijkse kwaliteitsverslagen

1.   De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) een jaarlijks kwaliteitsverslag in over het domein “Gebruik van informatie- en communicatietechnologie”.

2.   Het jaarlijkse kwaliteitsverslag bevat kwalitatieve gegevens en metagegevens, informatie over de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de enquête en beschrijft wijzigingen in de basisbegrippen en -definities die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid in de tijd en tussen landen. Het kwaliteitsverslag bevat ook informatie over de naleving van de modelvragenlijst en over wijzigingen in de vragenlijst die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid in de tijd en tussen landen.

3.   Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt binnen drie maanden na de uiterste datum voor de indiening van de microgegevens ingediend bij de Commissie (Eurostat).

4.   Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt ingediend overeenkomstig de door de Commissie (Eurostat) vastgestelde technische normen.

5.   Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt ingediend bij Eurostat via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 261 I van 14.10.2019, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).

(3)  Internationale standaardclassificatie van het onderwijs 2011 http://uis.unesco.org/sites/default/files/documents/international-standard-classification-of-education-isced-2011-en.pdf (beschikbaar in het Engels en het Frans).

(4)  Aanbeveling van de Commissie van 29 oktober 2009 betreffende het gebruik van de International Standard Classification of Occupations (ISCO-08) (PB L 292 van 10.11.2009, blz. 31).

(5)  Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE

Beschrijving en technische modellen van variabelen die moeten worden verzameld voor elk onderwerp en gedetailleerd onderwerp van het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” en te gebruiken codes

Onderwerp

Gedetailleerd onderwerp

Identificatiecode variabele

Naam van de variabele/beschrijving van de variabele

Code

Labels/categorieën

Filter

Type van de variabele

01.Technische aspecten

Informatie over gegevensverzameling

REFYEAR

Jaar van de enquête

JJJJ

Jaar van de enquête (4 cijfers)

Alle huishoudens

Technisch

01.Technische aspecten

Informatie over gegevensverzameling

INTDATE

Referentiedatum — datum van eerste interview

DD/MM/YYYY

Referentiedatum (10 tekens)

Alle personen

Technisch

01.Technische aspecten

Informatie over gegevensverzameling

STRATUM_ID

Stratum

Nnnnnn

Identificatiecode van het stratum waartoe de persoon of het huishouden behoort, van 1 tot en met N, waarbij N het aantal strata is

Alle huishoudens

Technisch

-1

Geen stratificatie

01.Technische aspecten

Informatie over gegevensverzameling

PSE

Primaire steekproefeenheid

Nnnnnn

Identificatiecode van de primaire steekproefeenheid waartoe de persoon of het huishouden behoort (van 1 tot en met N, waarbij N het aantal PSU’s is)

Alle huishoudens, wanneer de doelpopulatie is verdeeld in clusters (PSU’s)

Technisch

-1

Niet van toepassing

01.Technische aspecten

Identificatie

HH_ID

Identificatiecode van het huishouden

XXnnnnnn

Unieke identificatiecode van het huishouden (2 letters voor landcode, en maximaal 22 cijfers)

Alle huishoudens

Technisch

01.Technische aspecten

Identificatie

IND_ID

Identificatiecode van de persoon

XxNnnnnn

Unieke identificatiecode van de persoon (2 letters voor landcode, en maximaal 22 cijfers)

Alle personen

Technisch

01.Technische aspecten

Identificatie

HH_REF_ID

Identificatiecode van het huishouden waartoe de persoon behoort

XxNnnnnn

Identificatiecode van het huishouden waartoe de persoon behoort (2 letters voor landencodes, en maximaal 22 cijfers)

Alle personen

Technisch

Blanco

Wanneer de persoon 15 jaar of jonger is, of 75 of ouder, en behoort tot een huishouden dat alleen uit personen buiten de leeftijdsgroep van 16-74 jaar bestaat, wordt dit veld leeg gelaten.

01.Technische aspecten

Weging

HH_WGHT

Gewicht van het huishouden

Nnnnn.nnnnnn

Extrapolatiecoëfficiënt van het huishouden (Zoveel cijfers als nodig. Indien nodig kan de komma worden gebruikt.)

Alle huishoudens

Technisch

01.Technische aspecten

Weging

IND_WGHT

Gewicht van de persoon

Nnnnnn.nnnnn

Extrapolatiecoëfficiënt van de persoon (Zoveel cijfers als nodig. Indien nodig kan de komma worden gebruikt.)

Alle personen

Technisch

01.Technische aspecten

Kenmerken van het interview

TIME

Duur van het interview

Nnn

Duur van het interview, uitgedrukt in minuten

Alle personen

Technisch

Blanco

Niet vermeld

01.Technische aspecten

Kenmerken van het interview

INT_TYPE

Soort interview

1

Persoonlijk interview met pen en papier (PAPI)

Alle personen

Technisch

2

Computerondersteund individueel interview (CAPI)

3

Computerondersteund telefonisch interview (CATI)

4

Computerondersteund webinterview

5

Ander

01.Technische aspecten

Lokalisatie

LAND

Land van verblijf

Niet blanco

Land van verblijf (SCL GEO alfa-2-code)

Alle huishoudens

Technisch

01.Technische aspecten

Lokalisatie

GEO_NUTS1

Regio van verblijf

Niet blanco

NUTS 1-regio (3 alfanumerieke tekens)

Alle huishoudens

Technisch

01.Technische aspecten

Lokalisatie

GEO_NUTS2

(facultatief)

Regio van verblijf (facultatief)

Niet blanco

NUTS 2-regio (4 alfanumerieke tekens)

Alle huishoudens

Technisch

Blanco

Optie niet opgenomen

01.Technische aspecten

Lokalisatie

GEO_NUTS3

(facultatief)

Regio van verblijf

(facultatief)

Niet blanco

NUTS 3-regio (5 alfanumerieke tekens, NUTS 3-code voor toekomstige plaatsvervangende aggregatie van regio’s, niet voor bekendmaking van uitsplitsingen van NUTS 3)

Alle huishoudens

Technisch

Blanco

Optie niet opgenomen

01.Technische aspecten

Lokalisatie

DEG_URBA

Urbanisatiegraad

1

Steden

Alle huishoudens

Technisch

2

Steden en voorsteden

3

Plattelandsgebieden

01.Technische aspecten

Lokalisatie

GEO_DEV

Geografische locatie

1

Minder ontwikkelde regio

Alle huishoudens

Technisch

2

Overgangsregio

3

Meer ontwikkelde regio

Blanco

Niet vermeld (code voor niet-EU-landen)

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Demografie

SEX

Geslacht

1

Mannelijk

Alle personen

Verzameld

2

Vrouwelijk

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Demografie

YEARBIR

Geboortejaar

JJJJ

Geboortejaar (4 cijfers)

Alle personen

Verzameld

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Demografie

PASSBIR

Voorbijkomen van verjaardag

1

Ja

Alle personen

Verzameld

2

Nee

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Demografie

AGE

Leeftijd, in volle jaren

nnn

Leeftijd in voltooide jaren (1, 2 of 3 cijfers)

Alle personen

Afgeleid

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Staatsburgerschap en migratieachtergrond

CITIZENSHIP

Land van het belangrijkste staatsburgerschap

Niet blanco

Land van het belangrijkste staatsburgerschap (SCL GEO alfa-2-code)

Alle personen

Verzameld

STLS

Staatloos

FOR

Buitenlands staatsburger maar land onbekend

Blanco

Niet vermeld

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Staatsburgerschap en migratieachtergrond

CNTRYB

Geboorteland

Niet blanco

Land van geboorte (SCL GEO alfa-2-code)

Alle personen

Verzameld

FOR

Geboren in het buitenland, maar geboorteland onbekend

Blanco

Niet vermeld

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_POP

Grootte van het huishouden (aantal leden van het huishouden)

Nn

Aantal personen in het huishouden (inclusief kinderen)

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Niet vermeld

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_POP_16_24 (facultatief)

Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar (facultatief)

Nn

Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_POP_16_24S (facultatief)

Aantal studenten in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar

(facultatief)

Nn

Aantal studenten in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_POP_25_64 (facultatief)

Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar (facultatief)

Nn

Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_POP_65_MAX (facultatief)

Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 65 jaar of ouder (facultatief)

Nn

Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 65 jaar of ouder

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_CHILD

Aantal kinderen onder 16 jaar

Nn

Aantal kinderen onder 16 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Niet vermeld

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_CHILD_14_15

(facultatief)

Aantal kinderen in de leeftijd van 14 en 15 jaar

(facultatief)

Nn

Aantal kinderen in de leeftijd van 14 en 15 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_CHILD_5_13

(facultatief)

Aantal kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 13 jaar (facultatief)

Nn

Aantal kinderen in de leeftijd van 5 en 13 jaar

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

02. Kenmerken van de persoon en het huishouden

Samenstelling van het huishouden

HH_CHILD_LE_4

(facultatief)

Aantal kinderen in de leeftijd van 4 jaar of jonger (facultatief)

Nn

Aantal kinderen in de leeftijd van 4 jaar of jonger

Alle huishoudens

Verzameld

Blanco

Optie niet opgenomen

03. Arbeidsmarktparticipatie

Status hoofdactiviteit (eigen verklaring)

MAINSTAT

Status hoofdactiviteit (eigen verklaring)

1

Werkend

Alle personen van 16 jaar en ouder

Verzameld

2

Werkloos

3

Gepensioneerd

4

Arbeidsongeschikt als gevolg van langdurige gezondheidsproblemen

5

Student, leerling

6

Doet het huishouden

7

Militaire of maatschappelijke dienstplicht

8

Ander

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

STAPRO

Arbeidssituatie in voornaamste baan

1

Zelfstandige met werknemers

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

2

Zelfstandige zonder werknemers

3

Werknemer

4

Meewerkend gezinslid (onbetaald)

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

NACE1D

(facultatief)

Economische activiteit van de lokale eenheid in voornaamste baan

(facultatief)

Niet blanco

NACE-code op sectieniveau (één teken (van A tot en met S))

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

ISCO2D

Beroep in voornaamste baan

nn

ISCO-code op 2-cijferniveau

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

Blanco

Niet vermeld

-1

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

OCC_ICT

ICT-professional of niet-ICT-professional

1

ICT-professional

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

0

Niet-ICT-professional

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

OCC_MAN

Handarbeider of hoofdarbeider

1

Handarbeider

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

0

Hoofdarbeider

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Elementaire kenmerken van de baan

EMPST_WKT

(facultatief)

Voornaamste vol- of deeltijdbaan (eigen verklaring)

(facultatief)

1

Voltijdwerk

Personen voor wie MAINSTAT = 1

Verzameld

2

Deeltijdwerk

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

03. Arbeidsmarktparticipatie

Looptijd van het contract

EMPST_CONTR

(facultatief)

Duur van de voornaamste baan

(facultatief)

1

Baan voor onbepaalde tijd

Personen voor wie STAPRO = 3

Verzameld

2

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

04. Opleidingsniveau en achtergrond

Bereikt opleidingsniveau

ISCEDD

Bereikt opleidingsniveau (hoogste met succes voltooide onderwijsniveau)

0

Geen formeel onderwijs of lager dan ISCED 1

Alle personen van 16 jaar en ouder

Verzameld

1

ISCED 1 Primair onderwijs

2

ISCED 2 Lager secundair onderwijs

3

ISCED 3 Hoger secundair onderwijs

4

ISCED 4 Postsecundair niet-tertiair onderwijs

5

ISCED 5 Tertiair onderwijs korte cyclus

6

ISCED 6 Bachelorniveau of gelijkwaardig

7

ISCED 7 Masterniveau of gelijkwaardig

8

ISCED 8 Doctoraatsniveau of gelijkwaardig

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

04. Opleidingsniveau en achtergrond

Bereikt opleidingsniveau

ISCED

Geaggregeerd bereikt opleidingsniveau

0

Hoogstens lager secundair onderwijs (ISCED-niveau 0, 1 of 2)

Alle personen van 16 jaar en ouder

Afgeleid

3

Hoger secundair en postsecundair niet-tertiair onderwijs (ISCED-niveau 3 of 4)

5

Tertiair onderwijs (ISCED-niveau 5, 6, 7 of 8)

 

 

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

5. Gezondheid: gezondheidstoestand en arbeidsongeschiktheid, toegang tot en beschikbaarheid en gebruik van gezondheidszorg en gezondheidsdeterminanten

Elementen van de Minimum Europese gezondheidsmodule

GALI

Beperking van de activiteiten wegens gezondheidsproblemen

1

Ernstig beperkt

Alle personen van 16 jaar en ouder

Verzameld

2

Beperkt, maar niet in ernstige mate

3

Helemaal niet beperkt

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

06. Inkomen, consumptie en vermogenscomponenten, met inbegrip van schulden

Totaal maandelijks inkomen van het huishouden

HH_IQ5

Totaal gemiddeld netto huidig maandinkomen

1

Groep met lager equivalent maandelijks netto-inkomen

Alle huishoudens

Verzameld

2

Groep met laag tot middelhoog equivalent maandelijks netto-inkomen

3

Groep met middelhoog equivalent maandelijks netto-inkomen

4

Groep met middelhoog tot hoog equivalent maandelijks netto-inkomen

5

Groep met een hoger equivalent maandelijks netto-inkomen

Blanco

Niet vermeld

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Toegang tot ICT

IACC

Toegang van het huishouden tot internet thuis (met welke apparatuur dan ook)

1

Ja

Alle huishoudens

Verzameld

0

Neen

8

Weet niet

Blanco

Niet vermeld

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Gebruik en gebruiksfrequentie van ICT

IU

Recentste internetgebruik, waar dan ook, met welke apparatuur dan ook

1

In de laatste drie maanden

Alle personen

Verzameld

2

Drie maanden tot een jaar geleden

3

Meer dan één jaar geleden

4

Nooit gebruikt

Blanco

Niet vermeld

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Gebruik en gebruiksfrequentie van ICT

IFUS

Gemiddelde frequentie van internetgebruik in de laatste drie maanden

1

Meerdere keren per dag

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

2

Eenmaal per dag of bijna elke dag

3

Ten minste één keer per week (maar niet elke dag)

4

Minder dan één keer per week

9

Niet van toepassing

Blanco

Niet vermeld

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUEM

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor het versturen en ontvangen van e-mails

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUPH1

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor oproepen (ook video-oproepen) via internet

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUSNET

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om deel te nemen aan sociale netwerken (gebruikersprofiel aanmaken, berichten of andere bijdragen plaatsen)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUCHAT1

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor het gebruik van Instant Messaging (berichten uitwisselen)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUIF

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om informatie over goederen of diensten te zoeken

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUNW1

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om onlinenieuwssites, -kranten of -tijdschriften te lezen

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUPOL2

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om meningen te uiten over maatschappelijke of politieke vraagstukken op websites of in sociale media

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUVOTE

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om deel te nemen aan onlineraadplegingen of te stemmen over maatschappelijke of politieke vraagstukken (bv. stadsplanning, ondertekening van een petitie)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUMUSS1

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te luisteren naar muziek (bv. webradio, muziekstreaming) of om muziek te downloaden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUSTV

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar via internet gestreamde televisieprogramma’s (rechtstreeks of herhaling) van televisieomroepen (zoals [nationale voorbeelden])

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUVOD

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar video/tv/film op aanvraag (video on demand — VOD) via commerciële diensten

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUVSS

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar videomateriaal via sharingdiensten

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUPDG

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om spellen te spelen of te downloaden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUPCAST

(facultatief)

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te luisteren naar podcasts of om podcasts te downloaden

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IHIF

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om gezondheidsinformatie te zoeken (bv. over letsel, ziekte, voeding, verbetering van de gezondheid)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUMAPP

Internetgebruik in de laatste drie maanden voor privédoeleinden om via een website of app een medische afspraak te maken (bv. in een ziekenhuis of medisch centrum)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUAPR

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om toegang te krijgen tot persoonlijke medische gegevens op internet

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOHC

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om andere gezondheidsdiensten te gebruiken via een website of app in plaats van naar het ziekenhuis of een dokter te moeten gaan (bijvoorbeeld voor een medisch voorschrift of een consultatie via internet)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUSELL

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om goederen of diensten te verkopen via een website of app

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUBK

Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor internetbankieren (met inbegrip van mobiel bankieren)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOLC

Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten, door het volgen van een onlinecursus

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOLM

Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten in de vorm van gebruik van ander online materiaal dan een complete cursus (bv. videogidsen, webinars, elektronische tekstboeken, leerapps of platforms)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOCIS1

Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten, door met lesgevers of lerenden te communiceren met gebruikmaking van onlinetools met audio of video

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOFE

Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor formeel onderwijs (bv. school of universiteit)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOW

Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor professionele/werkgerelateerde doeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Internetactiviteiten

IUOPP

Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVIP

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, waarbij respondent toegang heeft tot door overheidsinstanties of overheidsdiensten opgeslagen informatie over zichzelf

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVIDB

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden, waarbij respondent toegang heeft tot informatie uit openbare databanken of registers (zoals informatie over de beschikbaarheid van boeken in openbare bibliotheken, kadastrale registers, ondernemingsregisters)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOV12IF

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het verkrijgen door respondent van informatie (bv. over diensten, uitkeringen, rechten, wetten, openingstijden)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVIX

Respondent heeft in de afgelopen twaalf maanden geen persoonlijke dossiers of databanken geraadpleegd, noch informatie verkregen via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOV12FM

Het downloaden/drukken van officiële formulieren door respondent van een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden

1

Ja

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Neen

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVAPR

Een afspraak of reservering door respondent via een website of app bij overheidsinstanties of overheidsdiensten (zoals reservering van een boek in een openbare bibliotheek, afspraak met een overheidsfunctionaris of een overheidsdienst voor gezondheidszorg) voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden

1

Ja

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Neen

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVPOST

(facultatief)

Ontvangst door respondent van officiële mededelingen of documenten die door overheidsinstanties via de rekening van respondent zijn verzonden op een website of een app (naam van de dienst, indien van toepassing in het land) van overheidsinstanties of -diensten (zoals kennisgevingen van boeten of facturen, brieven; betekening of kennisgeving van gerechtelijke dagvaardingen, gerechtelijke stukken, [nationale voorbeelden]) voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden? Het gebruik van op e-mail of sms gebaseerde informatieberichten of kennisgevingen dat een document beschikbaar is, moet worden uitgesloten (facultatief)

1

Ja

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Neen

Blanco

Optie niet opgenomen of Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVTAX1

Indiening van de eigen belastingaangifte van respondent via een website of app voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden

1

Ja, respondent heeft dat zelf gedaan

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

2

Nee, het gebeurde automatisch (door de belastingdienst, werkgever, andere autoriteit)

3

Nee, respondent heeft het document op papier aan de belastingdienst overhandigd

4

Nee, iemand anders heeft het namens respondent gedaan (bv. familielid, belastingadviseur)

5

Nee, om andere redenen (bv. niet onderworpen aan inkomstenbelasting)

9

Niet van toepassing

Blanco

Niet vermeld

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVODC

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het opvragen door respondent van officiële documenten of getuigschriften (zoals afstuderen, geboorte, huwelijk, echtscheiding, overlijden, verblijfsdocumenten, bewijs van goed gedrag of strafblad, [nationale voorbeelden])

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVBE

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het aanvragen door respondent van uitkeringen of rechten (zoals pensioen, werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, inschrijving op school of universiteit, [nationale voorbeelden])

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVRCC

Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden, bestaande uit het indienen door respondent van andere verzoeken, vorderingen of klachten (zoals het melden van diefstal bij de politie, het indienen van een juridische klacht, het aanvragen van rechtsbijstand, het instellen van een burgerlijke vorderingsprocedure voor een rechtbank, [nationale voorbeelden])

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVNN

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — respondent hoefde geen documenten op te vragen of vorderingen in te dienen

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVLS

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — gebrek aan vaardigheden of kennis (respondent wist bijvoorbeeld niet hoe de website of app moest worden gebruikt of het was te moeilijk te gebruiken)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVSEC

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — bezorgdheid over de beveiliging van persoonsgegevens of onwil om online te betalen (fraude met kredietkaarten)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVEID

(facultatief)

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — gebrek aan elektronische handtekening, geactiveerde elektronische identificatie (eID) of enig ander instrument voor het gebruik van de eID (vereist voor het gebruik van de diensten) [nationale voorbeelden] (facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVOP

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — een andere persoon heeft dit namens respondent gedaan (bv. consultant, adviseur, familielid)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IRGOVOTH

Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — andere reden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IGOVANYS

Respondent heeft contact gehad met overheidsinstanties

9

IF IU<> 1 en IU<> 2 THEN 9

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Afgeleid

1

ELSE IF IGOVIP = 1 of IGOVIDB = 1 of IGOV12IF = 1 of IGOV12FM = 1 of IGOVAPR = 1 of IGOVPOST = 1 of IGOVTAX1 = 1 of IGOVODC = 1 of IGOVBE = 1 of IGOVRCC = 1 THEN 1

0

ELSE 0

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVDU

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — de website of app was moeilijk te gebruiken (bv. niet gebruiksvriendelijk, de formulering was niet duidelijk, de procedure werd niet goed uitgelegd)

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVTP

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — technische problemen ondervonden bij het gebruik van websites of app (bv. lang laden, website uitgevallen)

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVEID

(facultatief)

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — problemen met het gebruik van de elektronische handtekening of elektronische identificatie (eID) (facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVPAY

(facultatief)

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — respondent kon niet betalen via de website of app (bv. wegens gebrek aan toegang tot de vereiste betaalmethoden) (facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVMOB

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — respondent kon geen toegang krijgen tot de dienst op smartphone of tablet (bv. niet-compatibele versie van de apparatuur of niet-beschikbare applicaties)

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVOTH

Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — andere kwestie

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Interactie met overheden

IIGOVX

Respondent heeft in de afgelopen twaalf maanden geen problemen ondervonden bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten

1

Aangevinkt

Personen voor wie GOVANYS = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

IBUY

Laatste aankoop of bestelling van goederen of diensten via internet voor privédoeleinden

1

In de laatste drie maanden

Personen voor wie IU = 1 of IU = 2

Verzameld

2

Drie maanden tot een jaar geleden

3

Meer dan één jaar geleden

4

Nooit via internet gekocht of besteld

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BCLOT1

Internetgebruik voor het kopen van kleding (inclusief sportkleding), schoenen of accessoires (zoals tassen, sieraden) van ondernemingen of particulieren (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie

IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BSPG

Internetgebruik voor het kopen van sportartikelen (uitgezonderd sportkleding), van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BCG

Internetgebruik voor het kopen van kinderspeelgoed of kinderverzorgingsproducten (zoals luiers, flessen, kinderwagens) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFURN1

Internetgebruik voor het kopen van meubelen en woningdecoratie (zoals tapijten, gordijnen) of tuinartikelen (zoals gereedschap, planten) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BMUSG

Internetgebruik voor het kopen van muziek zoals cd’s, grammofoonplaten enz. van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFLMG

Internetgebruik voor het kopen van films of series zoals dvd’s, Blu-ray enz. van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BBOOKNLG

Internetgebruik voor het kopen van gedrukte boeken, tijdschriften of kranten van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BHARD1

Internetgebruik voor het kopen van computers, tablets, mobiele telefoons of accessoires van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BEEQU1

Internetgebruik voor het kopen van consumentenelektronica (zoals televisies, stereo-installaties, camera’s, sound bars of slimme luidsprekers, virtuele assistenten) of huishoudelijke apparaten (zoals wasmachines) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BMED1

Internetgebruik voor het kopen van geneesmiddelen of voedingssupplementen zoals vitaminen (met uitzondering van online vernieuwing van medische voorschriften) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFDR

Internetgebruik voor het bestellen van leveringen door restaurants, fastfoodketens, cateringdiensten van bedrijven of particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFDS

Internetgebruik voor het kopen van voedsel of dranken uit winkels of van leveranciers van maaltijdpakketten van bedrijven of particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BCBW

Internetgebruik voor het kopen van cosmetica, schoonheids- en wellnessproducten van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BCPH

Internetgebruik voor het kopen van schoonmaakproducten of producten voor persoonlijke hygiëne (zoals tandenborstels, zakdoeken, wasmiddelen, schoonmaakdoekjes) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BBMC

Internetgebruik voor het kopen van fietsen, bromfietsen, auto’s of andere voertuigen of reserveonderdelen van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BOPG

Internetgebruik voor het kopen van andere fysieke goederen van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_ANY

Internetgebruik voor het kopen van in de lijst opgenomen fysieke goederen van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

9

IF IBUY = Blank of IBUY<> 1 THEN 9

Personen voor wie IBUY = 1

Afgeleid

1

ELSE IF BCLOT1 = 1 of BSPG = 1 of BCG = 1 of BFURN1 = 1 of BMUSG = 1 of BFLMG = 1 of BBOOKNLG = 1 of BHARD1 = 1 of BEEQU1 = 1 of BMED1 = 1 of BFDR = 1 of BFDS = 1 of BCBW = 1 of BCPH = 1 of BBMC = 1 of BOPG = 1 THEN 1

0

ELSE 0

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_DOM

Internetgebruik voor het kopen van goederen van nationale verkopers (van bedrijven of particulieren) via een website of app in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie BPG_ANY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_EU

Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers uit andere EU-landen (van bedrijven of particulieren) via een website of app in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie BPG_ANY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_WRLD

Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers uit de rest van de wereld (van bedrijven of particulieren) via een website of een app in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie BPG_ANY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_UNK

Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers waarvan het land van herkomst onbekend is (van bedrijven of particulieren) via een website of een app in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie BPG_ANY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BPG_PP

Goederen gekocht van particulieren via een website of app

1

Ja

Personen voor wie BPG_ANY = 1

Verzameld

0

Neen

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BMUSS

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op muziek als streamingdienst of downloads via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFLMS

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op films of series als streamingdienst of downloads via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BBOOKNLS

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op e-boeken, onlinetijdschriften of onlinekranten via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BGAMES

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op onlinespellen, of voor het downloaden naar smartphones, tablets, computers of consoles via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BSOFTS

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op computersoftware of andere software om te downloaden, met inbegrip van upgrades, via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BHLFTS

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op apps in verband met gezondheid of fitness (met uitzondering van gratis apps) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BAPP

Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op andere apps (zoals het leren van talen, reizen, weer met uitzondering van gratis apps) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BSTICK

Internetgebruik voor het kopen van toegangsbewijzen voor sportevenementen via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BCTICK

Internetgebruik voor het kopen van toegangsbewijzen voor culturele of andere evenementen (zoals toegangsbewijzen voor bioscoop, concerten, beurzen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BSIMC

Internetgebruik voor het kopen van abonnementen op internet of mobiele telefoonverbindingen via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BSUTIL

Internetgebruik voor de aankoop van abonnementen op elektriciteit, water of verwarming, afvalverwijdering of soortgelijke diensten via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BHHS

internetgebruik voor het kopen van huishoudelijke diensten (zoals schoonmaken, babysitting, reparaties, tuinieren; ook indien gekocht van een particulier) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BHHS_PP

Internetgebruik voor het kopen van huishoudelijke diensten van particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Ja

Personen voor wie BHHS = 1

Verzameld

0

Neen

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BTPS_E

Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een vervoersonderneming zoals een vervoersbewijs voor een plaatselijke bus, een vliegtuig of een trein of een taxirit via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BTPS_PP

Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BRA_E

Internetgebruik voor het huren van accommodatie van bedrijven zoals hotels of reisbureaus via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

06. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BRA_PP

Internetgebruik voor het huren van accommodatie van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BOTS (facultatief)

Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

(facultatief)

1

Ja

Personen voor wie IBUY = 1

Verzameld

0

Neen

Blanco

Optie niet opgenomen of niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFIN_IN1

Internetgebruik voor het afsluiten van verzekeringspolissen, met inbegrip van reisverzekeringen, ook in de vorm van een pakket samen met bijvoorbeeld een vliegticket, via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFIN_CR1

Internetgebruik voor het afsluiten van een lening of hypotheek of het aanvragen van krediet bij banken of andere financiële dienstverleners via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Elektronische handel (e-commerce)

BFIN_SH1

Internetgebruik voor het kopen of verkopen van aandelen, obligaties, deelnemingen in fondsen of andere financiële activa via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DEM

Gebruik van een met het internet verbonden thermostaat, meter van nutsvoorzieningen, lichten, plug ins of andere met internet verbonden oplossingen voor energiebeheer voor de woning van respondent voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DSEC

Gebruik van een met het internet verbonden huisalarmsysteem, rookmelder, veiligheidscamera’s, deursloten of andere met het internet verbonden bewaking-of veiligheidsoplossingen voor energiebeheer voor de woning van respondent voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DHA

Gebruik van met het internet verbonden huishoudelijke apparaten zoals robotstofzuigers, koelkasten, ovens, koffiezetapparaten voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DVA

Gebruik van een virtuele assistent in de vorm van een slimme luidspreker of een app voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DX

Respondent gebruikte geen van de met internet verbonden apparaten voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie (IOT_DEM = Blanco of IOT_DEM = 0) en (IOT_DSEC = Blanco of IOT_DSEC = 0) en (IOT_DHA = Blanco of IOT_DHA = 0) en (IOT_DVA = Blanco of IOT_DVA = 0)

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BDK

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — respondent wist niet dat dergelijke apparaten of systemen bestaan

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_DX = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BNN

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — respondent had geen behoefte om die verbonden apparaten of systemen te gebruiken

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BCST

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — kosten te hoog

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BLC

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — niet compatibel met andere apparaten of systemen

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BLSK

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — geen vaardigheden om deze apparaten of systemen te gebruiken

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BCPP

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over de privacy en de bescherming van gegevens over respondent die door die apparaten of systemen worden gegenereerd

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BCSC

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over beveiliging (bv. dat het apparaat of systeem zal worden gehackt)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BCSH

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over veiligheid of gezondheid (bv. dat het gebruik van het apparaat of systeem kan leiden tot een ongeval, letsel of gezondheidsprobleem)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_BOTH

Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — andere redenen

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_BDK = 0

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_IUTV

Internetgebruik van een met het internet verbonden televisie in de woning van respondent voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_IUGC

Internetgebruik van een met het internet verbonden TV in de woning van respondent voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_IUHA

Internetgebruik van een met het internet verbonden thuisaudiosysteem of slimme luidsprekers in de woning van respondent voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DCS

Gebruik van een met het internet verbonden smartwatch, fitnessband, met het internet verbonden brillen of koptelefoons, veiligheidstrackers, met het internet verbonden toebehoren, met het internet verbonden kleding of schoenen voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DHE

Gebruik van met het internet verbonden apparaten voor de meting van bloeddruk, bloedsuikerspiegel, lichaamsgewicht (zoals slimme weegschalen) of andere met het internet verbonden apparaten voor de gezondheid en medische zorg, voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DTOY

Gebruik van met het internet verbonden speelgoed, zoals speelgoedrobots (ook voor educatieve doeleinden) of poppen voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_DCAR

Gebruik van een auto met ingebouwde draadloze internetverbinding voor privédoeleinden

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_USE

Respondent gebruikte het internet der dingen

9

IF IU = Blanco of IU<> 1 THEN 9

Personen voor wie IU = 1

Afgeleid

1

ELSE IF IOT_DEM = 1 of IOT_DSEC = 1 of IOT_DHA = 1 of IOT_DVA = 1 of IOT_IUTV = 1 of IOT_IUGC = 1 of IOT_IUHA = 1 of IOT_DCS = 1 of IOT_DHE = 1 of IOT_DTOY = 1 of IOT_DCAR = 1 THEN 1

0

ELSE 0

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_PSEC

Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — beveiligings- of privacyproblemen (bv. het apparaat of systeem is gehackt, problemen met de bescherming van informatie over respondent en zijn/haar familie die door die apparaten of systemen is gegenereerd)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_USE = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_PSHE

Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — veiligheids- of gezondheidsproblemen (bv. het gebruik van het apparaat of systeem leidt tot een ongeval, letsel of gezondheidsprobleem)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_USE = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_PDU

Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — moeilijkheden bij het gebruik van het apparaat (bv. opzetten, installeren, verbinden, koppelen van het apparaat)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_USE = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_POTH

Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — andere problemen (zoals verbindingsproblemen, ondersteuningsproblemen)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_USE = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Overal verbinding met internet

IOT_PX

Respondent heeft geen problemen ondervonden met de genoemde met internet verbonden apparaten of systemen

1

Aangevinkt

Personen voor wie IOT_USE = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_DMOB

Omgang van respondent met zijn of haar mobiele telefoon of smartphone die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt

1

Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

2

Werd verkocht of weggegeven

3

Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar)

4

Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling

5

Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt

6

Ander

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_DLT

Omgang van respondent met zijn of haar laptop of tablet die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt

1

Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

2

Werd verkocht of weggegeven

3

Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar)

4

Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling

5

Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt

6

Ander

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_DPC

Omgang van respondent met zijn of haar desktopcomputer die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt

1

Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

2

Werd verkocht of weggegeven

3

Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar)

4

Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling

5

Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt

6

Ander

Blanco

Niet vermeld

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PP

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — prijs

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PHD

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — kenmerken van harde schijf (opslag, snelheid), processorsnelheid

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PECD

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — ecodesign van het apparaat, bv. een ontwerp dat duurzaam is, waarvoor minder materialen nodig zijn en dat het mogelijk maakt het apparaat te opwaarderen en repareren; milieuvriendelijke verpakkingsmaterialen enz.

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PEG

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — mogelijkheid om de levensduur van het apparaat te verlengen door extra garantie te kopen

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PEE

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — energie-efficiëntie van het apparaat

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PTBS

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — door de fabrikant of verkoper aangeboden terugnameregeling (d.w.z. zonder kosten een verouderd apparaat naar de fabrikant/verkoper terugbrengen/terugsturen, of korting krijgen bij de aankoop van een ander apparaat)

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PX

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — respondent heeft geen van de genoemde kenmerken in aanmerking genomen

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing

07. Deelname aan de informatiemaatschappij

Effect van het gebruik

ECO_PBX

(facultatief)

Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — respondent heeft nooit een van deze apparaten gekocht

(facultatief)

1

Aangevinkt

Personen voor wie IU = 1

Verzameld

0

Niet aangevinkt

Blanco

Optie niet opgenomen

9

Niet van toepassing


28.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 269/46


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1224 VAN DE COMMISSIE

van 27 juli 2021

betreffende uitvoerige bepalingen over de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de voorschriften voor gegevensbescherming en beveiliging die voor de webdienst gelden, alsook maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van de webdienst zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 van de Commissie

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (1), en met name artikel 13, lid 7, en artikel 36, eerste alinea, punt h),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/2226 is het inreis-uitreissysteem ingesteld, dat elektronisch de datum, tijd en plaats van inreis en uitreis registreert van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf tot het grondgebied van de lidstaten zijn toegelaten of aan wie de toegang is geweigerd, en dat de duur van het toegestane verblijf berekent.

(2)

Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2) (eu-LISA), is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het operationeel beheer van het inreis-uitreissysteem.

(3)

Bij Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 van de Commissie zijn de specificaties en voorwaarden vastgelegd voor de werking van de webdienst zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226, met inbegrip van specifieke bepalingen voor gegevensbescherming en -beveiliging. Deze specificaties en voorwaarden moeten worden aangepast om rekening te houden met reizigers die zijn vrijgesteld van de verplichting om in het bezit te zijn van een visum in de zin van artikel 45 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(4)

Ingevolge artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 moeten vervoerders gebruikmaken van de webdienst om na te gaan of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor een of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt.

(5)

Om vervoerders in staat te stellen te voldoen aan hun verplichting om het gebruik van visa voor een of twee binnenkomsten na te gaan, moeten zij toegang hebben tot de webdienst. Vervoerders hebben toegang tot de webdienst via een authenticatiesysteem en kunnen berichten verzenden en ontvangen in een door eu-LISA vast te stellen formaat.

(6)

Er moeten technische regels voor het berichtformaat en het authenticatiesysteem worden vastgelegd om vervoerders in staat te stellen verbinding te maken met en gebruik te maken van de webdienst zoals gespecificeerd in de technische richtsnoeren, die deel uitmaken van de technische specificaties zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 die door eu-LISA moeten worden vastgesteld.

(7)

Vervoerders moeten kunnen aangeven dat passagiers niet onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/2226 vallen en in een dergelijk geval moeten vervoerders automatisch het antwoord “Niet van toepassing” ontvangen van de webdienst, zonder de alleen uitleesbare databank te hoeven raadplegen en zonder dat registratie plaatsvindt.

(8)

De Commissie, eu-LISA en de lidstaten moeten trachten alle bekende vervoerders te laten weten hoe en wanneer zij zich kunnen registreren. Na succesvolle voltooiing van de registratieprocedure en, waar van toepassing, succesvolle voltooiing van het testen, moet eu-LISA de vervoerder verbinden met de vervoerdersinterface.

(9)

Geauthenticeerde vervoerders mogen alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang geven tot de webdienst.

(10)

Deze verordening voorziet in de regels inzake gegevensbescherming en -beveiliging die van toepassing zijn op het authenticatiesysteem.

(11)

Om te verzekeren dat de verificatiezoekopdracht gebaseerd is op de meest actuele informatie, mogen zoekopdrachten niet eerder dan 48 uur voor de geplande vertrektijd worden ingediend.

(12)

Deze verordening is van toepassing op luchtvervoerders, zeevervoerders en internationale vervoerders die groepen per bus over land vervoeren, bij binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten. Voorafgaand aan het instappen kunnen grenscontroles voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten worden uitgevoerd. In dergelijke gevallen moeten vervoerders worden vrijgesteld van de verplichting om de reisautorisatiestatus van reizigers te controleren.

(13)

Vervoerders moeten toegang hebben tot een webformulier op een openbare website, waarmee zij om bijstand kunnen verzoeken. Wanneer vervoerders om bijstand verzoeken, moeten zij een ontvangstbevestiging met een ticketnummer ontvangen. Om adequaat te reageren, kan eu-LISA of de centrale Etias-eenheid op alle mogelijke manieren, zoals per telefoon, contact opnemen met de vervoerders die een ticket hebben ontvangen.

(14)

Vanwege de noodzaak om de administratieve last voor passagiers en vervoerders zo veel mogelijk te beperken middels integratie met het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem, en omdat om die reden de voorwaarden voor de werking van de webdienst zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226 moeten worden aangepast aan Verordening (EU) 2018/1240, zijn de bepalingen betreffende bijstand aan vervoerders en de te volgen procedures in geval van technische onuitvoerbaarheid zoals bedoeld in Verordening (EU) 2018/1240 van toepassing.

(15)

Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (4).

(16)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van Verordening (EU) 2017/2226 en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Omdat Verordening (EU) 2017/2226 echter voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 4 van dat protocol op 30 mei 2018 zijn besluit meegedeeld dat het Verordening (EU) 2017/2226 in zijn nationale wetgeving zal omzetten. Denemarken is daarom krachtens internationaal recht verplicht deze verordening uit te voeren.

(17)

Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt (5). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(18)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (6), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (7).

(19)

Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (8), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (9).

(20)

Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (10), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (11).

(21)

Wat Bulgarije en Roemenië betreft, is de verificatie overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures met succes voltooid, zoals bevestigd in de conclusies van de Raad van 9 juni 2011; zijn de bepalingen van het Schengenacquis betreffende het Schengeninformatiesysteem in werking gesteld bij Besluit (EU) 2018/934 van de Raad (12) betreffende de inwerkingstelling van de resterende bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië; en zijn de bepalingen van het Schengenacquis betreffende het Visuminformatiesysteem in werking gesteld bij Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad (13) betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië; derhalve is met betrekking tot deze lidstaten aan alle voorwaarden van artikel 66, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2017/2226 voldaan en moeten die lidstaten het inreis-uitreissysteem vanaf de ingebruikneming ervan toepassen, zoals is besloten overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226.

(22)

Wat Cyprus en Kroatië betreft, is het voor de werking van het inreis-uitreissysteem vereist dat passieve toegang tot het Visuminformatiesysteem wordt verleend en dat alle bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het SIS in werking zijn gesteld overeenkomstig de besluiten van de Raad dienaangaande. Aan deze voorwaarden kan slechts worden voldaan nadat de verificatie volgens de toepasselijke Schengenevaluatieprocedure met succes is voltooid. Daarom mag het inreis-uitreissysteem alleen worden gebruikt door de lidstaten die bij ingebruikneming van het inreis-uitreissysteem aan deze voorwaarden voldoen. Lidstaten die het inreis-uitreissysteem niet vanaf de ingebruikneming toepassen, moeten op het inreis-uitreissysteem worden aangesloten volgens de procedure die is vastgelegd in Verordening (EU) 2017/2226, zodra aan al deze voorwaarden is voldaan.

(23)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (14) en heeft op 29 april 2021 een advies uitgebracht.

(24)

De in deze verordening vervatte maatregelen stemmen overeen met het advies van het Comité slimme grenzen (EES),

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening:

a)

worden de uitvoerige bepalingen vastgesteld over de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de voorschriften voor gegevensbescherming en beveiliging die voor de webdienst gelden, zoals bedoeld in artikel 13, leden 1 en 3, en artikel 36, eerste alinea, punt h), van Verordening (EU) 2017/2226;

b)

wordt een authenticatiesysteem voor vervoerders ingesteld dat hen in staat stelt hun verplichtingen uit hoofde van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 na te komen, en worden uitvoerige bepalingen en voorwaarden vastgesteld voor de inschrijving van vervoerders ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot het authenticatiesysteem;

c)

worden de bijzonderheden vastgesteld van de procedures die moeten worden gevolgd wanneer het voor vervoerders technisch onmogelijk is om toegang tot de webdienst te krijgen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“vervoerdersinterface”: een door eu-LISA overeenkomstig artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 te ontwikkelen webdienst die wordt gebruikt voor de toepassing van artikel 13, lid 3, van die verordening en die bestaat uit een IT-interface die in verbinding staat met een alleen uitleesbare databank;

2)

“technische richtsnoeren”: het deel van de technische specificaties, zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226, dat voor vervoerders relevant is voor de implementatie van het authenticatiesysteem en de ontwikkeling van het berichtformaat van de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a);

3)

“naar behoren gemachtigde personeelsleden”: natuurlijke personen die werknemer zijn van dan wel zich contractueel hebben verbonden aan de vervoerder of andere rechtspersonen of natuurlijke personen die onder leiding of toezicht van die vervoerder staan, die belast zijn met de taak om namens de vervoerder na te gaan of het aantal binnenkomsten waarop een visum recht geeft, reeds is opgebruikt, overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226.

Artikel 3

Verplichtingen van vervoerders

1.   Vervoerders gaan in de vervoerdersinterface via een zoekopdracht na of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor een of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt, zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226 (“verificatiezoekopdracht”).

2.   Verificatiezoekopdrachten worden niet eerder dan 48 uur voor de geplande vertrektijd ingediend.

3.   Vervoerders dragen ervoor zorg dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot de vervoerdersinterface. De vervoerders implementeren ten minste de volgende mechanismen:

a)

fysieke en logische mechanismen voor toegangscontrole ter voorkoming van ongeoorloofde toegang tot de infrastructuur of de systemen die door de vervoerders worden gebruikt;

b)

authenticatie;

c)

registratieprocedures om de traceerbaarheid van de toegang te waarborgen;

d)

regelmatige herbeoordeling van de toegangsrechten.

Artikel 4

Verbinding met en toegang tot de vervoerdersinterface

1.   Vervoerders maken op een van de volgende manieren verbinding met de vervoerdersinterface:

a)

via een speciale netwerkverbinding;

b)

via een internetaansluiting.

2.   Vervoerders krijgen op een van de volgende manieren toegang tot de vervoerdersinterface:

a)

via een systeeminterface (Application Programming Interface);

b)

via een webinterface (browser);

c)

via een applicatie voor mobiele apparaten.

Artikel 5

Zoekopdrachten

1.   Bij het verzenden van een verificatiezoekopdracht verstrekt de vervoerder de volgende reizigersgegevens:

a)

achternaam (familienaam); voornaam of voornamen;

b)

geboortedatum; geslacht; nationaliteit;

c)

het type en het nummer van het reisdocument en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven;

d)

de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument verstrijkt;

e)

de geplande datum van aankomst aan de grens van een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast of een lidstaat die het Schengenacquis niet volledig toepast, maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem;

f)

een van de volgende gegevens:

1)

de geplande lidstaat van binnenkomst die het Schengenacquis volledig toepast;

2)

indien de geplande lidstaat van binnenkomst kan worden geïdentificeerd, een luchthaven in de lidstaat van binnenkomst die het Schengenacquis volledig toepast;

3)

de geplande lidstaat van binnenkomst die het Schengenacquis niet volledig toepast, maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem;

4)

indien de geplande lidstaat van binnenkomst kan worden geïdentificeerd, een luchthaven in de lidstaat van binnenkomst die het Schengenacquis niet volledig toepast maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem;

g)

de bijzonderheden (lokale datum en tijd van het geplande vertrek, identificatienummer wanneer beschikbaar, of andere middelen om het vervoer te identificeren) betreffende de vervoermiddelen waarvan gebruik wordt gemaakt voor de toegang tot het grondgebied van de lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast of de lidstaat die het Schengenacquis niet volledig toepast maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem.

2.   Wanneer voor de reisroute van de reiziger een visum voor twee binnenkomsten nodig is, vermeldt de vervoerder bij het indienen van de verificatiezoekopdracht dat de reisroute twee binnenkomsten in de lidstaten omvat.

3.   Voor het verstrekken van de informatie zoals bedoeld in lid 1, punten a) en d), kunnen vervoerders de machineleesbare zone van het reisdocument scannen.

4.   Wanneer de passagier is vrijgesteld van de toepassing van Verordening (EU) 2017/2226 overeenkomstig artikel 2 van die verordening, of wanneer de passagier in luchthaventransit is, kan de vervoerder dit in de zoekopdracht specificeren.

5.   Vervoerders kunnen een verificatiezoekopdracht voor een of meer passagiers indienen. De vervoerdersinterface toont voor elke passagier die in de zoekopdracht is vermeld een antwoord zoals bedoeld in artikel 6.

Artikel 6

Antwoord

1.   Wanneer de passagier is vrijgesteld van de toepassing van Verordening (EU) 2017/2226 overeenkomstig artikel 2 van die verordening of in luchthaventransit is, dan wel houder is van een nationaal visum voor kort verblijf in de zin van artikel 3, lid 1, punt 10, van die verordening, luidt het antwoord “Niet van toepassing”. In alle andere gevallen luidt het antwoord “OK” of “Niet OK”.

Wanneer een verificatiezoekopdracht wordt beantwoord met “Niet OK”, wordt in de vervoerdersinterface vermeld dat dit antwoord afkomstig is van het inreis-uitreissysteem.

2.   Het antwoord op de verificatiezoekopdracht wordt bepaald overeenkomstig de volgende regels:

a)

wanneer de reiziger houder is van een eenvormig visum voor kort verblijf:

i)

wanneer het aantal binnenkomsten waarop het visum recht geeft (een of twee) nog niet is bereikt: OK;

ii)

wanneer het aantal binnenkomsten waarop het visum recht geeft (een of twee) al is bereikt: Niet OK;

iii)

wanneer de geldigheidsduur van het visum is verstreken, of wanneer het visum is ingetrokken of nietig verklaard: Niet OK;

b)

wanneer een reiziger visumplichtig is en er geen visuminformatie beschikbaar is: Niet OK;

c)

wanneer de vervoerder aangeeft dat er voor de reisroute een visum voor twee binnenkomsten is vereist:

i)

wanneer de reiziger in het bezit is van een visum voor twee binnenkomsten dat geldig is voor de datum van aankomst, en het visum nog voor geen enkele binnenkomst is gebruikt: OK;

ii)

wanneer de reiziger niet in het bezit is van een visum voor twee binnenkomsten: Niet OK;

iii)

wanneer de reiziger in het bezit is van een visum voor twee binnenkomsten, maar het visum al is gebruikt voor ten minste één binnenkomst: Niet OK;

iv)

wanneer de reiziger in het bezit is van een visum voor twee binnenkomsten, maar het visum wat betreft ten minste één binnenkomst niet geldig is voor de datum van aankomst: Niet OK.

3.   Wanneer de reiziger is vrijgesteld van de visumplicht of wanneer de reiziger onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/1240 valt, zijn de bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van de Commissie (15) van toepassing.

Artikel 7

Berichtformaat

eu-LISA specificeert in de technische richtsnoeren de gegevensformaten en structuur van de berichten die worden gebruikt voor het verzenden via de vervoerdersinterface van verificatiezoekopdrachten en antwoorden op deze zoekopdrachten. In ieder geval stelt eu-LISA de volgende gegevensformaten beschikbaar:

a)

UN/EDIFACT,

b)

PAXLST/CUSRES,

c)

XML,

d)

JSON.

Artikel 8

Gegevensextractievereisten voor de vervoerdersinterface en de webdienst voor onderdanen van derde landen, en gegevenskwaliteit

1.   Gegevens inzake afgegeven, nietig verklaarde en ingetrokken visa voor kort verblijf en reisautorisaties worden regelmatig automatisch geëxtraheerd uit het Visuminformatiesysteem, het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem en het inreis-uitreissysteem en verzonden naar de alleen uitleesbare databank.

2.   Elke extractie van gegevens die overeenkomstig lid 1 worden verzonden naar de alleen uitleesbare databank, wordt geregistreerd.

3.   eu-LISA is verantwoordelijk voor de beveiliging van de webdienst en de persoonsgegevens die de webdienst bevat en voor het proces van extractie van de in lid 1 bedoelde gegevens en de verzending ervan naar de alleen uitleesbare databank.

4.   Het mag niet mogelijk zijn gegevens uit de alleen uitleesbare databank te verzenden naar het inreis-uitreissysteem of het Visuminformatiesysteem.

Artikel 9

Authenticatiesysteem

1.   eu-LISA ontwikkelt een authenticatiesysteem, rekening houdend met informatie over het beheer van veiligheidsrisico’s en de beginselen van gegevensbescherming door ontwerp en gegevensbescherming door standaardinstellingen, dat de mogelijkheid biedt de indiener van de verificatiezoekopdracht te traceren.

2.   De bijzonderheden van het authenticatiesysteem worden vastgelegd in de technische richtsnoeren.

3.   Het authenticatiesysteem wordt getest overeenkomstig artikel 12.

4.   Wanneer vervoerders toegang krijgen tot de vervoerdersinterface met behulp van de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a), wordt het authenticatiesysteem geïmplementeerd door middel van wederzijdse authenticatie.

Artikel 10

Inschrijving in het authenticatiesysteem

1.   De in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde vervoerders die passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoeren, moeten zich eerst inschrijven om toegang te krijgen tot het authenticatiesysteem.

2.   eu-LISA stelt op een openbare website een inschrijvingsformulier beschikbaar, dat online moet worden ingevuld. Indiening van het inschrijvingsformulier is alleen mogelijk wanneer alle velden juist zijn ingevuld.

3.   Het inschrijvingsformulier bevat velden waarin vervoerders de volgende informatie moeten invullen:

a)

de officiële naam en de contactgegevens (e-mailadres, telefoonnummer en postadres) van de vervoerder;

b)

de contactgegevens van de wettelijke vertegenwoordiger van de onderneming die de inschrijving aanvraagt en van contactpersonen die als plaatsvervanger fungeren (namen, telefoonnummers, e-mailadressen en postadressen), alsook het functionele e-mailadres en andere communicatiemiddelen waarvan de vervoerder voornemens is gebruik te maken voor de toepassing van de artikelen 13 en 14;

c)

de lidstaat die of het derde land dat het officiële bedrijfsregistratiebewijs zoals bedoeld in lid 6 heeft afgegeven en het registratienummer, indien beschikbaar;

d)

ingeval de vervoerder, overeenkomstig lid 6, een door een derde land afgegeven officiële bedrijfsregistratie heeft bijgevoegd: de lidstaat waarin de vervoerder activiteiten ontplooit of voornemens is het komende jaar activiteiten te ontplooien.

4.   Vervoerders worden in het inschrijvingsformulier geïnformeerd over de minimumveiligheidsvoorschriften, die bedoeld zijn om naleving van de volgende doelstellingen te waarborgen:

a)

opsporing en beheer van beveiligingsrisico’s in verband met de verbinding met de vervoerdersinterface;

b)

bescherming van de omgevingen en apparaten die in verbinding staan met de vervoerdersinterface;

c)

opsporing en analyse van incidenten op het gebied van cyberbeveiliging, alsmede reactie op en herstel van dergelijke incidenten.

5.   Op het inschrijvingsformulier verklaren de vervoerders:

a)

dat zij passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoeren of voornemens zijn dit gedurende de eerstvolgende zes maanden te doen;

b)

dat zij toegang zullen hebben tot de vervoerdersinterface en ervan gebruik zullen maken overeenkomstig de minimumveiligheidsvoorschriften die zijn vermeld op het registratieformulier en in overeenstemming met lid 4;

c)

dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang zullen hebben tot de vervoerdersinterface.

6.   Als bijlage bij het inschrijvingsformulier moeten vervoerders een elektronische kopie van hun oprichtingsakte, inclusief de statuten, meesturen, alsook een elektronische kopie van een uittreksel van hun officiële bedrijfsregistratie uit ten minste één lidstaat, voor zover van toepassing, of uit een derde land, opgesteld of officieel vertaald in een van de officiële talen van de Unie of de met de Schengenruimte geassocieerde landen. In plaats van de officiële bedrijfsregistratie kan een elektronische kopie van een vergunning om activiteiten te ontplooien in een of meer lidstaten, zoals een Air Operator Certificate, als bijlage worden meegestuurd.

7.   Middels het inschrijvingsformulier worden vervoerders ervan in kennis gesteld:

a)

dat zij gehouden zijn eu-LISA, via de voor dit doel opgegeven contactgegevens van eu-LISA, in kennis te stellen van alle wijzigingen van de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde informatie, dan wel van technische wijzigingen die van invloed zijn op hun systeemverbinding met de vervoerdersinterface, die extra tests overeenkomstig artikel 12 noodzakelijk kunnen maken;

b)

dat zij automatisch zullen worden uitgeschreven uit het authenticatiesysteem als uit de logbestanden blijkt dat de vervoerder de vervoerdersinterface een jaar lang niet heeft gebruikt;

c)

dat zij kunnen worden uitgeschreven uit het authenticatiesysteem in geval van een inbreuk op de bepalingen van deze verordening, de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in lid 4 of de technische richtsnoeren, met inbegrip van misbruik van de vervoerdersinterface;

d)

dat zij verplicht zijn eu-LISA in kennis te stellen van iedere inbreuk in verband met persoonsgegevens die zich voordoet en de toegangsrechten van hun naar behoren gemachtigde personeelsleden regelmatig aan een herbeoordeling te onderwerpen.

8.   Wanneer het inschrijvingsformulier op juiste wijze is ingediend, schrijft eu-LISA de vervoerder in en stelt het de vervoerder daarvan in kennis. Wanneer het inschrijvingsformulier niet op juiste wijze is ingediend, weigert eu-LISA de inschrijving en stelt het de vervoerder in kennis van de redenen daarvoor.

Artikel 11

Uitschrijving uit het authenticatiesysteem

1.   Wanneer een vervoerder eu-LISA informeert dat hij niet langer passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoert, wordt de vervoerder door eu-LISA uitgeschreven.

2.   Wanneer uit de logbestanden blijkt dat de vervoerder de vervoerdersinterface een jaar lang niet heeft gebruikt, wordt de vervoerder automatisch uitgeschreven.

3.   Wanneer een vervoerder niet langer voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 5, of anderszins inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van deze verordening, de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in artikel 10, lid 4, of de technische richtsnoeren, met inbegrip van misbruik van de vervoerdersinterface, mag eu-LISA de vervoerder uitschrijven.

4.   eu-LISA stelt de vervoerder één maand voor de uitschrijving in kennis van zijn voornemen om de vervoerder uit te schrijven overeenkomstig lid 1, 2 of 3, onder opgave van de redenen voor uitschrijving. Voorafgaand aan de uitschrijving stelt eu-LISA de vervoerder in de gelegenheid schriftelijk te reageren.

5.   In geval van urgente IT-beveiligingskwesties, met inbegrip van gevallen waarin de vervoerder de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in artikel 10, lid 4, of de technische richtsnoeren verzuimt na te leven, mag eu-LISA de verbinding van de vervoerder onmiddellijk deactiveren. eu-LISA stelt de vervoerder in kennis van de deactivering van de verbinding, onder opgave van de redenen voor de deactivering.

6.   Voor zover dat gepast is, verleent eu-LISA vervoerders die een kennisgeving van uitschrijving of deactivering hebben ontvangen, bijstand bij het verhelpen van de tekortkomingen die aanleiding waren voor de kennisgeving en stelt eu-LISA, waar mogelijk, vervoerders waarvan de verbinding is gedeactiveerd in de gelegenheid om gedurende een beperkte periode en onder strikte voorwaarden op een andere manier dan zoals bedoeld in artikel 4 verificatiezoekopdrachten te verzenden.

7.   Vervoerders waarvan de verbinding is gedeactiveerd, kunnen weer met de vervoerdersinterface verbonden worden nadat de veiligheidskwesties die aanleiding waren voor de deactivering zijn opgelost. Uitgeschreven vervoerders kunnen een nieuw inschrijvingsverzoek indienen.

8.   eu-LISA houdt een actueel register van ingeschreven vervoerders bij. Persoonsgegevens die zijn opgeslagen bij de inschrijving van vervoerders, worden uiterlijk één jaar na uitschrijving van de vervoerder verwijderd. eu-LISA kan na de inschrijving van vervoerders, zoals bedoeld in artikel 10, te allen tijde inlichtingen inwinnen bij lidstaten of derde landen, met name wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat een of meer vervoerders misbruik maken van de vervoerdersinterface of niet voldoen aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 4.

9.   Wanneer het in artikel 10, lid 2, bedoelde inschrijvingsformulier langere tijd niet beschikbaar is, zorgt eu-LISA ervoor dat inschrijving overeenkomstig voornoemd artikel via andere weg mogelijk is.

Artikel 12

Ontwikkelen en testen van, en verbinding maken met, de vervoerdersinterface

1.   eu-LISA stelt vervoerders technische richtsnoeren ter hand waarmee zij de vervoerdersinterface kunnen ontwikkelen en testen.

2.   Wanneer vervoerders ervoor kiezen verbinding te maken via de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a), wordt de implementatie van het berichtformaat zoals bedoeld in artikel 7 en van het authenticatiesysteem zoals bedoeld in artikel 9 getest.

3.   Wanneer vervoerders ervoor kiezen verbinding te maken via de webinterface (browser) of een applicatie voor mobiele apparaten, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, respectievelijk punt b) en punt c), stellen zij eu-LISA ervan in kennis dat zij hun verbinding met de vervoerdersinterface met succes hebben getest en dat hun naar behoren gemachtigde personeelsleden met succes zijn opgeleid in het gebruik van de vervoerdersinterface.

4.   Voor de toepassing van lid 2 draagt eu-LISA zorg voor het ontwikkelen en beschikbaar stellen van een testplan, een testomgeving en een simulator waarmee eu-LISA en de vervoerders de verbinding van de vervoerders met de vervoerdersinterface kunnen testen. Voor de toepassing van lid 3 draagt eu-LISA zorg voor het ontwikkelen en beschikbaar stellen van een testomgeving waarmee vervoerders hun personeel kunnen opleiden.

5.   Na succesvolle voltooiing van de inschrijvingsprocedure zoals bedoeld in artikel 10 en de succesvolle voltooiing van de testfase zoals bedoeld in lid 2 of de ontvangst van de kennisgeving zoals bedoeld in lid 3, brengt eu-LISA de verbinding tussen de vervoerder en de vervoerdersinterface tot stand.

Artikel 13

Technische onmogelijkheid om verificatiezoekopdrachten uit te voeren

Wanneer het technisch onmogelijk is om een verificatiezoekopdracht te verzenden vanwege een storing in een onderdeel van het inreis-uitreissysteem, is artikel 13 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van overeenkomstige toepassing ingeval het technisch onmogelijk is om een verificatiezoekopdracht uit te voeren als gevolg van een storing in een onderdeel van het inreis-uitreissysteem.

Artikel 14

Bijstand aan vervoerders

Teneinde vervoerders in staat te stellen om bijstand verzoeken, is artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van overeenkomstige toepassing op verzoeken om bijstand aan vervoerders met betrekking tot het invoer-uitreissysteem.

Artikel 15

Toegang tot de webdienst voor onderdanen uit derde landen

1.   Wanneer onderdanen van derde landen via een beveiligde internetverbinding met de webdienst de resterende dagen van het toegestane verblijf nagaan, vermelden zij de lidstaat van bestemming.

2.   Onderdanen van derde landen voeren in de webdienst de volgende gegevens in:

a)

type en nummer van het reisdocument of de reisdocumenten en de drielettercode van het land van afgifte van het reisdocument of de reisdocumenten;

b)

eventueel de voorgenomen inreis- of uitreisdatum of beide, standaard ingesteld op de Midden-Europese tijd en aan te passen door de gebruiker;

c)

lidstaat van bestemming.

3.   De webdienst geeft een van de volgende antwoorden:

a)

“OK” en de resterende dagen van het toegestane verblijf;

b)

“NIET OK” en 0 resterende dagen van het toegestane verblijf;

c)

“Niet beschikbaar”.

4.   Wanneer de webdienst het aantal resterende dagen van het toegestane verblijf vermeldt, wordt aangegeven dat het aantal dagen is berekend op basis van de voorgenomen inreisdatum die door de onderdaan van het derde land is verstrekt, en dat het feitelijke aantal resterende dagen kan variëren afhankelijk van de feitelijke inreisdatum. Wanneer de onderdaan van het derde land geen voorgenomen inreisdatum heeft verstrekt, wordt de resterende verblijfsduur berekend op basis van de kalenderdatum van de zoekopdracht. In dat geval wordt in de webdienst aangegeven dat het aantal resterende dagen van het toegestane verblijf is berekend op basis van de kalenderdatum van de zoekopdracht.

5.   Tijdens de overgangsperiode zoals bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt, wanneer het inreis-uitreissysteem geen gegevens bevat over de onderdaan van het derde land, het antwoord op de verificatiezoekopdracht bepaald overeenkomstig de volgende regels:

a)

toegestaan verblijf: OK;

b)

resterende dagen: geen informatie beschikbaar, vergezeld van de opmerking dat er geen rekening is gehouden met verblijven die hebben plaatsgevonden voordat het inreis-uitreissysteem in werking trad.

6.   Na de overgangsperiode zoals bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt het antwoord op de verificatiezoekopdracht bepaald overeenkomstig de volgende regels:

a)

wanneer de onderdaan van het derde land over voldoende resterende dagen van het toegestane verblijf beschikt, luidt het antwoord:

i)

toegestaan verblijf: OK;

ii)

resterende dagen: door het inreis-uitreissysteem berekend aantal resterende dagen van het toegestane verblijf;

b)

wanneer de onderdaan van het derde land een deel van het toegestane verblijf heeft opgebruikt en voornemens is langer te blijven dan de toegestane verblijfsduur, luidt het antwoord:

i)

toegestaan verblijf: NIET OK;

ii)

resterende dagen: 0;

c)

wanneer de onderdaan van het derde land alle dagen van het toegestane verblijf heeft opgebruikt, luidt het antwoord:

i)

toegestaan verblijf: NIET OK;

ii)

resterende dagen: 0;

d)

wanneer de onderdaan van het derde land visumplichtig is en niet beschikt over een geldig visum of ingeval de geldigheidsduur van het visum is verstreken of het visum is ingetrokken of nietig verklaard, of ingeval de persoon beschikt over een visum met een territoriaal beperkte geldigheid die niet overeenkomt met de opgegeven lidstaat van bestemming, luidt het antwoord:

i)

toegestaan verblijf: NIET OK;

ii)

resterende dagen: 0;

e)

wanneer de onderdaan van het derde land niet visumplichtig is en niet beschikt over een geldige reisautorisatie of wanneer de persoon beschikt over een reisautorisatie waarvan de geldigheidsduur is verstreken of die is ingetrokken of nietig verklaard, luidt het antwoord:

i)

toegestaan verblijf: NIET OK;

ii)

resterende dagen: 0;

f)

wanneer er in het inreis-uitreissysteem geen gegevens voorhanden zijn voor een onderdaan van een derde land die houder is van een visum voor kort verblijf, wordt het aantal resterende dagen beperkt overeenkomstig de vervaldatum van het visum voor kort verblijf. In het geval van onderdanen van derde landen die zijn vrijgesteld van de visumplicht wordt na de ingebruikneming van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem het aantal resterende dagen beperkt overeenkomstig de vervaldatum van de reisautorisatie, rekening houdend met de overgangsperiode en de respijtperiode zoals bedoeld in artikel 83 van Verordening (EU) 2018/1240.

7.   De webdienst verstrekt de volgende extra informatie aan de onderdaan van het derde land:

a)

op een in het oog springende plaats: de lidstaten waarop de berekening van het verblijf van toepassing is;

b)

dichtbij het veld waarin het nummer van het reisdocument moet worden ingevuld: de vermelding dat het reisdocument dat moet worden gebruikt voor de webdienst een van de reisdocumenten moet zijn die voor eerdere verblijven zijn gebruikt;

c)

de lijst van lidstaten;

d)

alle mogelijke redenen voor ontvangst van het antwoord “Informatie niet beschikbaar”;

e)

een algemene disclaimer waarin duidelijk is vermeld dat het antwoord “OK” of “NIET OK” niet kan worden geïnterpreteerd als een besluit om toegang tot het Schengengebied te verlenen of te weigeren;

f)

de regeling die van toepassing is op onderdanen van een derde land die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die een recht van vrij verkeer geniet dat gelijkwaardig is aan dat van de burgers van de Unie op grond van een overeenkomst tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en een derde land, anderzijds, en die niet in het bezit zijn van een verblijfskaart zoals bedoeld in Richtlijn 2004/38/EG of een verblijfskaart zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1030/2002.

Artikel 16

Intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230

Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 wordt ingetrokken.

Artikel 17

Inwerkingtreding en toepasselijkheid

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20.

(2)  Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).

(4)  Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).

(5)  Deze verordening valt niet onder het toepassingsgebied van de maatregelen waarin is voorzien in Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(6)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(7)  Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).

(8)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(9)  Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).

(10)   PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

(11)  Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).

(12)  Besluit (EU) 2018/934 van de Raad van 25 juni 2018 betreffende de inwerkingstelling van de resterende bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 165 van 2.7.2018, blz. 37).

(13)  Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 269 van 19.10.2017, blz. 39).

(14)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(15)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van de Commissie van 26 juli 2021 tot vaststelling van de regels en voorwaarden inzake verificatiezoekopdrachten van vervoerders, bepalingen inzake gegevensbescherming en -beveiliging voor het authenticatiesysteem voor vervoerders alsook vangnetprocedures in geval van technische onmogelijkheid (PB L 267 van 27.7.2021, blz. 1).


28.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 269/58


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1225 VAN DE COMMISSIE

van 27 juli 2021

tot vaststelling van de regelingen voor de uitwisseling van gegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie wat betreft de lidstaat van uitvoer buiten de Unie en de verplichtingen van de rapporterende eenheden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (1), en met name artikel 5, lid 5, en artikel 7, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is noodzakelijk de regelingen vast te stellen voor de uitwisseling van statistische gegevens over de uitvoer en invoer van goederen die door de douane- en belastingautoriteiten van elke lidstaat aan de bevoegde nationale statistische instanties moeten worden verstrekt.

(2)

Verordening (EU) 2019/2152 voorziet in de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften tussen de nationale statistische instanties van de lidstaten voor statistische doeleinden, teneinde geharmoniseerde statistieken over de internationale handel in goederen op te stellen en de kwaliteit van die statistieken te verbeteren. Het is noodzakelijk de regelingen voor deze uitwisseling van microgegevens tussen de nationale statistische instanties te specificeren, het toepassingsgebied ervan vast te stellen, de uit te wisselen microgegevens in een lijst op te nemen en het formaat, de beveiligingsmaatregelen en de procedure voor de uitwisseling van deze gegevens vast te stellen.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie (2) moet worden gewijzigd wat betreft de eerste referentieperiode voor de toepassing van de definitie van de lidstaat van uitvoer buiten de Unie, waarbij de toepassing ervan met twee jaar wordt uitgesteld. Dit moet ervoor zorgen dat nationale statistische instanties in staat zijn goederen in quasi-uitvoer te identificeren en de lidstaat van werkelijke uitvoer op coherente wijze te bepalen, met behulp van de uit te wisselen microgegevens, en nationale statistische instanties in staat te stellen de kwaliteit van de geproduceerde statistieken te waarborgen.

(4)

Ook moet Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 worden gewijzigd wat betreft de verplichtingen van importeurs en exporteurs om nationale statistische instanties bij te staan bij het ophelderen van kwesties in verband met de gegevenskwaliteit.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (3) ingestelde Europees statistisch systeem,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

In deze verordening worden de regelingen vastgesteld voor de uitwisseling van gegevens tussen douaneautoriteiten en nationale statistische instanties en voor de uitwisseling van gegevens tussen belastingautoriteiten en nationale statistische instanties. Ook worden de regelingen vastgesteld voor de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften met betrekking tot de uitvoer en invoer van goederen tussen de nationale statistische instanties.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

“gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode”: gecentraliseerde vrijmaking in de zin van artikel 179 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), waarbij douaneautoriteiten van meer dan één lidstaat betrokken zijn en waarbij de middelen voor de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten zijn vastgesteld in artikel 18 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie (5);

b)

“verzendende lidstaat”: de lidstaat waar de douaneaangifte wordt ingediend, waar de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode of op goederen in quasi-uitvoer;

c)

“ontvangende lidstaat”: de lidstaat die microgegevens van de verzendende lidstaat verkrijgt.

Artikel 3

Regelingen voor gegevensuitwisseling tussen douaneautoriteiten en nationale statistische instanties

1.   De bestanden van de douaneaangiften als bedoeld in bijlage VI, punt c), van Verordening (EU) 2019/2152 worden door de douaneautoriteiten onverwijld aan hun nationale statistische instanties verstrekt, en wel uiterlijk in de maand volgende op de maand waarin de douaneaangiften zijn aanvaard of daarover door de douane een besluit is genomen.

2.   Wanneer de bestanden van ingediende douaneaangiften worden gewijzigd, verstrekken de douaneautoriteiten hun nationale statistische instanties de herziene informatie.

3.   De douaneautoriteiten verifiëren, op verzoek van hun nationale statistische instanties, de juistheid en volledigheid van de gegevens van de door hen ingediende douaneaangiften.

Artikel 4

Regelingen voor gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten en nationale statistische autoriteiten

1.   De in bijlage V bij Verordening (EU) 2019/2152 bedoelde informatie wordt door de belastingautoriteiten aan hun nationale statistische instanties verstrekt na ontvangst van de inlichtingen, en uiterlijk in de maand volgende op de maand waarin de informatie beschikbaar is geworden.

2.   Wanneer de door de belastingautoriteiten verstrekte informatie wordt gewijzigd, verstrekken de belastingautoriteiten hun nationale statistische instanties de herziene informatie.

3.   De belastingautoriteiten verifiëren op verzoek van hun nationale statistische instanties de juistheid en volledigheid van de door hen verstrekte informatie.

Artikel 5

Regelingen voor de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften tussen de lidstaten voor statistische doeleinden

1.   Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode of op goederen in quasi-uitvoer, verstrekt de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat de door de douaneautoriteit van de verzendende lidstaat verstrekte microgegevens met betrekking tot de in- of uitvoer van goederen.

2.   Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, is de ontvangende lidstaat de lidstaat in het statistische registratiegebied waarvan de goederen zich bevinden op het tijdstip van vrijgave voor de douaneregeling of op het tijdstip van wederuitvoer.

3.   Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op goederen in quasi-uitvoer als bedoeld in afdeling 1, punt l), van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197, is de ontvangende lidstaat de lidstaat van werkelijke uitvoer als bedoeld in afdeling 17, punt 2, van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197.

4.   De in lid 1 bedoelde microgegevens omvatten:

a)

indien de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op invoer in het kader van gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, de microgegevens als vermeld in kolom C1 van de bijlage;

b)

indien de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op uitvoer in het kader van gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, de microgegevens als vermeld in kolom C2 van de bijlage;

c)

wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op goederen in quasi-uitvoer, de microgegevens zoals vermeld in kolom C3 van de bijlage.

5.   De nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat verstrekt de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat de metagegevens die relevant zijn voor het gebruik van bij de opstelling van statistieken uitgewisselde microgegevens.

6.   De leden 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing wanneer de verzendende lidstaat de lidstaat van werkelijke uitvoer is, als bedoeld in als bedoeld in afdeling 17, punt 2, van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197.

Artikel 6

Tijdschema voor de uitwisseling van microgegevens tussen de lidstaten

1.   De nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat verstrekt de in artikel 5 bedoelde microgegevens uiterlijk 30 kalenderdagen na het einde van de referentiemaand aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat.

2.   Wanneer aanvullende of gewijzigde gegevens uit douaneaangiften na de in lid 1 bedoelde termijn ter beschikking worden gesteld van de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat, verstrekt de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat de herziene microgegevens zo spoedig mogelijk, en uiterlijk 30 kalenderdagen na het einde van de maand waarin de aanvullende of gewijzigde bestanden van de douaneaangiften beschikbaar zijn geworden, aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat.

Artikel 7

Beveiligingsmaatregelen

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie (6) moeten de nationale statistische instanties die deze microgegevens en metagegevens in de ontvangende lidstaat ontvangen — om overeenkomstig artikel 5 van deze verordening microgegevens en metagegevens te mogen ontvangen — ervoor zorgen dat hun IT-systemen zijn beschermd op een niveau dat gelijkwaardig is aan het communicatie- en informatiebeveiligingsbeleid van de Commissie, zoals bepaald in Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie (7), de uitvoeringsvoorschriften en de bijbehorende veiligheidsnormen.

Artikel 8

Gegevensbescherming

Wat de verwerking van persoonsgegevens betreft, voeren de nationale statistische instanties hun taken voor de toepassing van deze verordening uit overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (8).

De verwerking van persoonsgegevens door de Commissie (Eurostat) geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (9).

Artikel 9

Formaat van de uitgewisselde microgegevens en metagegevens en procedure voor de uitwisseling

1.   De overeenkomstig artikel 5 uitgewisselde microgegevens en metagegevens worden uitgewisseld in elektronische vorm en worden verzonden of geüpload via het centrale punt voor gegevens van de Commissie (Eurostat) en, in voorkomend geval, voor metagegevens.

2.   De lidstaten moeten de uitwisselingsnormen toepassen overeenkomstig de door de Commissie (Eurostat) verstrekte uitvoeringsrichtsnoeren.

Artikel 10

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 wordt als volgt gewijzigd:

a)

In bijlage V, afdeling 2, komt punt 2, a), als volgt te luiden:

“a)

lidstaat van uitvoer buiten de Unie”: de lidstaat in het statistische registratiegebied waarvan de goederen zich bevinden op het tijdstip van vrijgave voor de douaneregeling of op het tijdstip van wederuitvoer.

Indien echter sprake is van goederen in quasi-uitvoer, en de “lidstaat van werkelijke uitvoer” in de zin van afdeling 17, punt 2, tweede alinea, van deze bijlage kan worden bepaald, is de “lidstaat van uitvoer buiten de Unie” met ingang van referentieperiode januari 2024 de lidstaat van werkelijke uitvoer.”.

b)

In bijlage V, afdeling 8, komt punt 3 als volgt te luiden:

“3.

De importeur in de lidstaat van invoer of de exporteur in de lidstaat van uitvoer is verplicht de nationale statistische instantie in respectievelijk de lidstaat van invoer of de lidstaat van uitvoer bij te staan bij het oplossen van problemen met betrekking tot de gegevenskwaliteit in verband met statistische informatie, uitsluitend met het oog op kwaliteitsborging van de gegevens over de internationale handel in goederen.”.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 327 van 17.12.2019, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie van 30 juli 2020 tot vaststelling van technische specificaties en regelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PB L 271 van 18.8.2020, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).

(4)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1).

(6)  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

(7)  Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie van 10 januari 2017 over de beveiliging van communicatie- en informatiesystemen binnen de Europese Commissie (PB L 6 van 11.1.2017, blz. 40).

(8)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).


BIJLAGE

Uit te wisselen microgegevens

Rubrieken met de vermelding “M” zijn verplicht, rubrieken met de vermelding “C” zijn verplicht als ze in het nationale douanesysteem beschikbaar zijn en rubrieken met de vermelding “O” zijn facultatief. Rubrieken met de vermelding “—” zijn niet van toepassing.

A

B

C1

C2

C3

 

Uit te wisselen microgegevens  (1)

Gecentraliseerde vrijmaking bij de invoer

Gecentraliseerde vrijmaking bij de uitvoer

Goederen in quasi-uitvoer

 

Groep 1 — Algemeen

 

 

 

1.1.

Datum/datum van aanvaarding van de douaneaangifte

C

C

C

1.2.

Referentieperiode

M

M

M

1.3.

Handelsstroom

M

M

M

1.4.

Toegepaste douanegegevens — Bijlage

M

M

M

1.5.

Ontvangende lidstaat

M

M

M

1.6.

Soort aangifte

C

C

C

1.7.

Soort aanvullende aangifte

C

C

C

1.8.

Procedure

C

C

C

1.9.

Aanvullende procedures

C

C

C

1.10.

Vergunningnummer van de vergunninghouder

C

C

 

Groep 2 — Meeteenheden

 

 

 

2.1.

Statistische waarde

C

C

C

2.2.

Nettomassa

C

C

C

2.3.

Lijst van aanvullende eenheden

C

C

C

 

Groep 3 — Uitsplitsingen

 

 

 

3.1.

Goederencode op Taric-niveau (10-cijferige code)

C

3.2.

Goederencode op GN-niveau (8-cijferige code)

C

C

3.3.

Code land van oorsprong

C

3.4.

Code land van preferentiële oorsprong

C

3.5.

Code land van verzending/uitvoer

[Land van verzending]

C

3.6.

Code land van bestemming

[Land van laatst bekende bestemming]

C

C

3.7.

Code land van bestemming

[Lidstaat van veronderstelde bestemming]

C

3.8.

Code land van verzending/uitvoer

[Lidstaat van werkelijke uitvoer]

C

3.9.

Aard van de transactie

C

C

C

3.10.

Preferentie

C

3.11.

Recipiënt

C

C

C

3.12.

Vervoerswijze aan de grens

C

C

C

3.13.

Wijze van vervoer in het binnenland

C

C

C

3.14.

Valuta factuur

C

C

C

 

Groep 4 — Partijen

 

 

 

4.1.

Identificatienummer importeur

C

4.2.

Identificatienummer koper

C

4.3.

Identificatienummer geadresseerde  (2)

C

4.4.

Identificatienummer exporteur

 

C

C

 

Groep 5 — Facultatieve gegevens

 

 

 

5.1.

Totaal gefactureerd bedrag

O

O

O

5.2.

Wisselkoers

O

5.3.

Leveringsvoorwaarden

O

O

O

5.4.

Gefactureerd bedrag artikel

O


(1)  De tekst tussen haakjes geeft het overeenkomstige statistische gegevenselement aan zoals gespecificeerd in bijlage V bij Verordening (EU) 2020/1197.

(2)  Alleen voor de douanegegevensvereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2016/341.


RICHTLIJNEN

28.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 269/65


GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2021/1226 VAN DE COMMISSIE

van 21 december 2020

tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (1), en met name artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG worden voor de lidstaten gemeenschappelijke beoordelingsmethoden vastgesteld voor de informatie over omgevingslawaai en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, met name voor de opstelling van geluidsbelastingkaarten, en voor de vaststelling van actieplannen op basis van de resultaten van het in kaart brengen van de geluidsbelasting. Die bijlage moet worden aangepast aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.

(2)

Van 2016 tot 2020 heeft de Commissie samen met technische en wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten onderzocht welke aanpassingen nodig zijn, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang bij de berekening van het omgevingslawaai. Dit proces is uitgevoerd in nauw overleg met de groep van geluidsdeskundigen, die bestaat uit de lidstaten, het Europees Parlement, belanghebbenden uit het bedrijfsleven, overheidsinstanties van de lidstaten, ngo’s, burgers en de academische wereld.

(3)

De bijlage bij deze gedelegeerde richtlijn bevat de nodige aanpassingen van de gemeenschappelijke bepalingsmethoden, bestaande uit verduidelijking van de formules voor de berekening van de geluidsvoortplanting, aanpassing van de tabellen aan de laatste stand van de kennis en verbeteringen in de beschrijving van de stappen van de berekeningen. Dit heeft gevolgen voor de berekening van het lawaai van wegen, spoorwegen, industrie en vliegtuigen. De lidstaten moeten deze methoden uiterlijk vanaf 31 december 2021 toepassen.

(4)

Bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de op 12 oktober 2020 geraadpleegde groep van geluidsdeskundigen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2021 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 21 december 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 189 van 18.7.2002, blz. 12.


BIJLAGE

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

1)

De tweede paragraaf van punt 2.1.1 wordt vervangen door:

“Berekeningen worden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai in octaafbanden uitgevoerd, met uitzondering van het geluidsvermogen van de bron van spoorweglawaai, dat van tertsbanden gebruikmaakt. Voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai wordt, op basis van de resultaten van deze octaafband, het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau over lange termijn voor de dag, de avond en nachtperiode, als vastgesteld in bijlage I en bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2002/49/EG, berekend door de methode beschreven in de punten 2.1.2, 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5. Voor het weg- en spoorwegverkeer in agglomeraties wordt het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau op lange termijn bepaald op basis van de bijdragen daaraan van de daarin gelegen weg- en spoorwegsegmenten, met inbegrip van de grote wegen en de grote spoorwegen.”.

2)

Punt 2.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de paragraaf onder het kopje “Aantal en plaats van equivalente geluidsbronnen” wordt de eerste alinea vervangen door:

“In dit model wordt elk voertuig (categorieën 1, 2, 3, 4 en 5) weergegeven met één enkele puntbron die gelijkmatig afstraalt. De eerste weerkaatsing op het wegdek wordt impliciet behandeld. Zoals afgebeeld in figuur [2.2.a], wordt deze puntbron 0,05 m boven het wegdek geplaatst.”;

b)

in de paragraaf onder het kopje “Geluidsvermogensemissie” wordt de laatste alinea onder het kopje “Verkeersstroom” vervangen door:

“De snelheid vm is een representatieve snelheid per voertuigcategorie: in de meeste gevallen is dat de wettelijke maximumsnelheid voor het wegvak of, als dit lager is, de wettelijke maximumsnelheid voor de voertuigcategorie.”;

c)

in de paragraaf onder het kopje “Geluidsvermogensemissie” wordt de eerste alinea onder het kopje “Individueel voertuig” vervangen door:

“Aangenomen wordt dat alle voertuigen van categorie m in de verkeersstroom op dezelfde snelheid rijden, d.w.z. vm .”.

3)

Tabel 2.3.b wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de derde rij, vierde kolom (“3” genoemd), wordt de tekst vervangen door:

“Geeft een indicatie van de “dynamische” stijfheid weer”;

b)

in de zesde rij, vierde kolom (“3” genoemd), wordt de tekst vervangen door:

H

Stijf (800-1 000 MN/m)”.

4)

Punt 2.3.2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de paragraaf onder het kopje “Verkeersstroom” wordt het tweede streepje van de vierde alinea onder formule 2.3.2 vervangen door:

“—

v is hun snelheid [km/u] in het j-e baanvak voor voertuigtype t en gemiddelde treinsnelheid s”;

b)

de paragraaf onder het kopje “Booggeluid” wordt vervangen door:

“Booggeluid is een bijzondere bron die alleen relevant is voor bochten en is daarom gelokaliseerd. Booggeluid hangt in het algemeen af van kromming, wrijvingscondities, treinsnelheid, rail-wielgeometrie en -dynamiek. Omdat het aanzienlijk kan zijn, is een passende beschrijving vereist. Op locaties waar booggeluid optreedt, meestal in bochten en spoorwissels, moeten geschikte spectra voor overtollig geluidsvermogen worden toegevoegd aan het bronvermogen. Het overtollige geluid kan specifiek zijn voor elk type rollend materieel, aangezien bepaalde wiel- en draaisteltypen aanzienlijk minder gevoelig zijn voor booggeluid dan andere. Als er metingen van het overtollige geluid beschikbaar zijn die voldoende rekening houden met het stochastische karakter van het booggeluid, kunnen deze worden gebruikt.

Als er geen geschikte metingen beschikbaar zijn, kan een eenvoudige benadering worden gevolgd. Bij deze benadering wordt het booggeluid in aanmerking genomen door de volgende overtollige waarden aan de geluidsvermogensspectra van rolgeluid voor alle frequenties toe te voegen.

Trein

5 dB voor bochten met 300 m < R ≤ 500 m en ltrack ≥ 50 m

8 dB voor bochten met R ≤ 300m en ltrack ≥ 50 m

8 dB voor wissels met R ≤ 300 m

0 dB anders

Tram

5 dB voor bochten en wissels met R ≤ 200 m

0 dB anders

waarbij ltrack de lengte van het spoor langs de bocht is en R de straal van de bocht.

De toepasbaarheid van deze geluidsvermogensspectra of overtollige waarden wordt normaal gesproken ter plaatse gecontroleerd, met name voor trams en voor locaties waar bochten of wissels worden behandeld met maatregelen tegen booggeluid.”;

c)

aan de paragraaf onder het kopje “Richteffect van de bron”, direct na vergelijking 2.3.15, wordt het volgende toegevoegd:

“Bruggeluid wordt gemodelleerd bij bron A (h = 1), waarbij wordt uitgegaan van omni-directionaliteit.”;

d)

van de paragraaf onder het kopje “Richting van de bron”, wordt de tweede alinea tot en met formule 2.3.16 vervangen door:

Het verticale richteffect ΔLW,dir,ver,i in dB wordt in het verticale vlak gegeven voor bron A (h = 1), als een functie van de middenfrequentie fc,i van elke i-de frequentieband, en:

voor 0 < ψ < π/2 is

Image 1

voor – π/2 < ψ <=0 is

ΔLW,dir,ver,i = 0

(2.3.16)”

5)

In punt 2.3.3 wordt de paragraaf onder het kopje “Correctie voor geluid van kunstwerken (bruggen en viaducten)” vervangen door:

Correctie voor geluid van kunstwerken (bruggen en viaducten)

In het geval dat het baanvak zich op een brug bevindt, is het noodzakelijk om het extra geluid dat wordt geproduceerd door de trilling van de brug als gevolg van de excitatie die door de aanwezigheid van de trein wordt veroorzaakt, in aanmerking te nemen. Het bruggeluid is gemodelleerd als een extra bron waarvan het geluidsvermogen per voertuig wordt verkregen door

LW,0, bridge,i = LR,TOT,i + LH,bridge,i + 10 x 1g(Na) dB

(2.3.18)

waarbij LH, bridge ,i de brugoverdrachtsfunctie is. Het bruggeluid LW,0, bridge ,i vertegenwoordigt alleen het geluid dat door de structuur van de brug wordt uitgestraald. Het rolgeluid van een voertuig op de brug wordt berekend met behulp van de formules 2.3.8 tot en met 2.3.10, door de spooroverdrachtsfunctie te kiezen die overeenkomt met het spoorsysteem dat op de brug aanwezig is. Er wordt over het algemeen geen rekening gehouden met barrières aan de randen van de brug.”.

6)

Punt 2.4.1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de paragraaf onder het kopje “Geluidsvermogensemissie — algemeen”, wordt de tweede alinea, het hele vierde element van de lijst met inbegrip van de formule 2.4.1, vervangen door:

“—

bronlijnen die rijdende voertuigen weergeven, worden berekend volgens formule 2.2.1”;

b)

het nummer van de formule 2.4.2 wordt vervangen door:

“(2.4.1)”.

7)

In punt 2.5.1 wordt de zevende paragraaf vervangen door:

“Objecten die meer dan 15° aflopen in verhouding tot de verticaal worden niet als weerkaatsende objecten beschouwd, maar worden in aanmerking genomen bij alle andere aspecten van de voortplanting, zoals grondeffecten en diffractie.”.

8)

Punt 2.5.5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de paragraaf onder het kopje “Geluidsniveau in gunstige omstandigheden (LF) voor een pad (S,R)” wordt de formule 2.5.6 vervangen door:

AF=Adiv + Aatm + Aboundary,F

(2.5.6)“

b)

in de paragraaf onder het kopje “Langdurig geluidsniveau op punt R in decibels A (dBA)” wordt het einde van de eerste alinea onder de formule 2.5.11 vervangen door:

“waarbij i de index van de frequentieband is. AWC is de A-gewogen correctie als volgt:

Frequentie [Hz]

63

125

250

500

1 000

2 000

4 000

8 000

AWCf,i [dB]

– 26,2

– 16,1

– 8,6

– 3,2

0

1,2

1,0

– 1,1”

9)

Punt 2.5.6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

onmiddellijk onder figuur 2.5.b wordt de volgende zin toegevoegd:

“De afstanden dn worden bepaald door een 2D-projectie op het horizontale vlak.”;

b)

de alinea onder het kopje “Berekening in gunstige omstandigheden” wordt als volgt gewijzigd:

1.

de eerste zin onder a) wordt vervangen door:

“In de vergelijking 2.5.15 (Aground,H ) worden de hoogten zs en zr vervangen door respectievelijk zs + δ zs + δ zT en zr + δ zr + δ zT , waarbij”;

2.

de eerste zin onder b) wordt vervangen door:

“De ondergrens van Aground,F (berekend met ongewijzigde hoogten) is afhankelijk van de geometrie van het pad:”;

c)

in de paragraaf onder het kopje “Diffractie” wordt de tweede alinea vervangen door:

“In de praktijk worden de volgende specificaties in aanmerking genomen in het unieke verticale vlak dat zowel de bron als het waarneempunt bevat (een uitvouwend Chinees kamerscherm in het geval van een traject met weerkaatsingen). De rechtstreekse straal van de bron naar het waarneempunt is een rechte lijn onder homogene voortplantingscondities en een gebogen lijn (boog waarvan de straal afhankelijk is van de lengte van de rechtstreekse straal) onder gunstige voortplantingscondities.

Als de rechtstreekse straal niet is geblokkeerd, wordt de rand D gezocht die het grootste padverschil δ oplevert (de kleinste absolute waarde, omdat deze padverschillen negatief zijn). Diffractie wordt in aanmerking genomen als

dit padverschil groter is dan – λ/20, en

als aan het “criterium van Rayleigh” is voldaan.

Dit is het geval als δ groter is dan λ/4 — δ*, waarbij δ* het padverschil is dat met deze zelfde rand D is berekend, maar gerelateerd is aan de gespiegelde bron S* berekend met het gemiddelde grondvlak aan de bronkant en aan het gespiegelde waarneempunt R* berekend met het gemiddelde grondvlak aan de waarneemkant. Om δ* te berekenen worden alleen de punten S*, D en R* in aanmerking genomen — andere randen die het pad S*->D->R* blokkeren, worden verwaarloosd.

Voor de bovenstaande overwegingen wordt de golflengte λ berekend met behulp van de nominale middenfrequentie en een geluidssnelheid van 340 m/s.

Als aan deze twee voorwaarden is voldaan, wordt de bronkant door rand D van de waarneemkant gescheiden, worden twee afzonderlijke gemiddelde grondvlakken berekend en wordt A dif berekend zoals beschreven in de rest van dit deel. Anders wordt voor dit pad geen demping door diffractie overwogen, wordt een gemeenschappelijk gemiddeld grondvlak voor het pad S → R berekend, en A ground zonder diffractie (A dif = 0 dB) berekend. Deze regel geldt zowel in homogene als in gunstige omstandigheden.”;

d)

in de paragraaf onder het kopje “Zuivere diffractie” wordt de tweede alinea vervangen door:

“Voor meervoudige diffractie, indien e de totale afstand langs het pad is tussen het eerste en het laatste diffractiepunt (gebruik bij gunstige omstandigheden gebogen stralen) en als e hoger is dan 0,3 m (anders geldt C'' = 1), wordt deze coëfficiënt gedefinieerd door:

Image 2

(2.5.23)”

e)

figuur 2.5.d wordt vervangen door:

Image 3

f)

in de paragraaf onder het kopje “Gunstige omstandigheden” wordt de eerste alinea onder figuur 2.5.e vervangen door:

“In gunstige omstandigheden hebben de drie gebogen geluidsstralen rays

Image 4
,
Image 5
, en
Image 6
een identieke kromtestraal Γ, gedefinieerd door:

Γ = max(1 000,8 d)

(2.5.24)

waarbij d wordt gedefinieerd door de 3D-afstand tussen de bron en het waarneempunt van het opengevouwen pad.”;

g)

in de paragraaf onder het kopje “Gunstige omstandigheden” worden de alinea’s tussen de formule 2.5.28 en de formule 2.5.29 (inclusief de twee formules) vervangen door:

Image 7

(2.5.28) ”.

Onder gunstige omstandigheden bestaat het voortplantingspad in het verticale voortplantingsvlak altijd uit segmenten van een cirkel waarvan de straal wordt verkregen door de 3D-afstand tussen de bron en het waarneempunt, d.w.z. alle segmenten van een voortplantingspad hebben dezelfde kromtestraal. Als de directe-boogverbinding tussen de bron en het waarneempunt geblokkeerd is, wordt het voortplantingspad gedefinieerd als de kortste convexe combinatie van bogen die alle obstakels omhult. Convex betekent in dit verband dat op elk diffractiepunt het uitgaande straalsegment naar beneden wordt afgebogen ten opzichte van het inkomende straalsegment.

Image 8
Figuur 2.5.f Voorbeeld van berekening van het padverschil in gunstige omstandigheden, in het geval van meervoudige diffracties

In het scenario dat in figuur 2.5.f wordt afgebeeld, is het padverschil:

Image 9

(2.5.29)”

h)

de respectievelijke paragrafen onder de kopjes “Berekening van de term Δground(S,O)” en “Berekening van de term Δground(O,R)” worden vervangen door:

Berekening van de term Δground(S,O)

Image 10

(2.5.31)

waarbij

Aground(S,O) de demping is door het grondeffect tussen de bron S en het diffractiepunt O. Deze term wordt berekend zoals aangegeven in de vorige subsectie over berekeningen in homogene omstandigheden en in de vorige subsectie over berekening in gunstige omstandigheden, met de volgende hypothesen:

zr=zo,s;

Gpath tussen S en O wordt berekend;

in homogene omstandigheden:

Image 11
in vergelijking 2.5.17,
Image 12
in vergelijking 2.5.18;

in gunstige omstandigheden:

Image 13
in vergelijking 2.5.17,
Image 14
in vergelijking 2.5.20;

Δ dif(S′,R) is de demping door de diffractie tussen de spiegelbron S′ en R, berekend als in de vorige subsectie over zuivere diffractie;

Δ dif(S,R) is de demping door de diffractie tussen S en R, berekend als in de vorige subsectie over zuivere diffractie.

In het bijzondere geval dat de bron onder het gemiddelde grondvlak ligt: Δ dif(S,R)= Δ dif(S',R) en Δground(S,O)= Aground(S,O)

Berekening van de term Δground(O,R)

Image 15

(2.5.32)

waarbij

Aground (O,R) de demping is door het grondeffect tussen het diffractiepunt O en het waarneempunt R. Deze term wordt berekend zoals aangegeven in de vorige subsectie over berekening in homogene omstandigheden en in de vorige subsectie over berekening in gunstige omstandigheden, met de volgende hypothesen:

z s = z o,r;

Gpath wordt berekend tussen O en R.

De correctie G ' path hoeft hier niet in aanmerking te worden genomen omdat de bron in kwestie het diffractiepunt is. Daarom wordt Gpath wel in de berekening van grondeffecten gebruikt, inclusief voor de ondergrensterm van de vergelijking die dan – 3(1-Gpath ) wordt.

In homogene omstandigheden

Image 16
in vergelijking (2.5.17) en
Image 17
in vergelijking (2.5.18).

In homogene omstandigheden

Image 18
in vergelijking (2.5.17) en
Image 19
in vergelijking (2.5.20).

Δ dif(S,R′) is de demping door de diffractie tussen S en de spiegelontvanger R′, berekend als in de vorige sectie over zuivere diffractie.

Δ dif(S,R) is de demping door de diffractie tussen S en R, berekend als in de vorige subsectie over zuivere diffractie.

In het bijzondere geval dat het waarneempunt onder het gemiddelde grondvlak ligt: Δ dif(S,R)= Δ dif(S,R) en Δground(O,R)=Aground(O,R) ”;

i)

in punt 2.5.6 wordt de paragraaf onder het kopje “Scenario’s met verticale rand” vervangen door:

Scenario’s met verticale rand

Vergelijking 2.5.21 kan worden gebruikt voor de berekening van de diffracties op verticale randen (laterale diffracties) in het geval van industrielawaai. In dit geval wordt Adif = Δdif(S,R) weggenomen en blijft de term Aground behouden. Bovendien worden Aatm en Aground berekend op basis van de totale lengte van het voortplantingspad. Adiv wordt nog steeds berekend vanaf de rechtstreekse afstand d. De vergelijkingen 2.5.8 en 2.5.6 worden respectievelijk:

Image 20

(2.5.33)


Image 21

(2.5.34)

Δdif wordt wel in homogene omstandigheden in vergelijking (2.5.34) gebruikt.

Laterale diffractie wordt alleen in aanmerking genomen in gevallen waarin aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

 

De bron is een echte puntbron — niet geproduceerd door segmentatie van een uitgebreide bron zoals een bronlijn of diffuse bron.

 

De bron is geen gespiegelde bron die is geconstrueerd om een weerkaatsing te berekenen.

 

De rechtstreekse straal tussen de bron en het waarneempunt ligt volledig boven het terreinprofiel.

 

In het verticale vlak met S en R is het padverschil δ groter dan 0, d.w.z. de rechtstreekse straal wordt geblokkeerd. Daarom kan in sommige situaties laterale diffractie in aanmerking worden genomen onder homogene voortplantingscondities, maar niet onder gunstige voortplantingscondities.

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, wordt naast het gebogen voortplantingspad in het verticale vlak met de bron en het waarneempunt rekening gehouden met maximaal twee lateraal gebogen voortplantingspaden. Het laterale vlak is gedefinieerd als het vlak dat loodrecht staat op het verticale vlak en ook de bron en het waarneempunt bevat. De snijvlakken met dit laterale vlak zijn opgebouwd uit alle obstakels die door de rechtstreekse straal van de bron naar het waarneempunt worden gepenetreerd. In het laterale vlak bepaalt de kortste convexe verbinding tussen de bron en het waarneempunt, bestaande uit rechtlijnige segmenten en die deze snijvlakken omvat, de verticale randen die in aanmerking worden genomen bij de constructie van het lateraal gebogen voortplantingspad.

Om de demping door het grondeffect voor een lateraal gebogen voortplantingspad te berekenen, wordt het gemiddelde grondvlak tussen de bron en het waarneempunt berekend, rekening houdend met het grondprofiel dat verticaal onder het voortplantingspad ligt. Als in de projectie op een horizontaal vlak een lateraal voortplantingspad de projectie van een gebouw doorsnijdt, wordt dit in aanmerking genomen in de berekening van path (meestal met = 0) en in de berekening van het gemiddelde grondvlak met de verticale hoogte van het gebouw.”;

j)

in de paragraaf onder het kopje “Weerkaatsing op verticale obstakels — Demping door absorptie” worden de tweede en derde alinea’s vervangen door:

“Oppervlakken van objecten worden alleen als weerkaatsend beschouwd als ze minder dan 15° aflopen in verhouding tot de verticaal. Weerkaatsingen worden alleen in aanmerking genomen voor paden in het verticale voortplantingsvlak, dus niet voor lateraal gebogen paden. Voor de incidentele en weerkaatste paden, en in de veronderstelling dat het weerkaatsende oppervlak verticaal is, wordt het punt van weerkaatsing (dat op het weerkaatsende object ligt) geconstrueerd met behulp van rechte lijnen onder homogene, en gebogen lijnen onder gunstige voortplantingscondities. De hoogte van het weerkaatsende object moet, gemeten door het punt van weerkaatsing en gezien vanuit de richting van de invallende straal, ten minste 0,5 m bedragen. Na projectie op een horizontaal vlak moet de breedte van het weerkaatsend object, gemeten door het punt van weerkaatsing en gezien vanuit de richting van de invallende straal, ten minste 0,5 m bedragen.”;

k)

in de paragraaf onder het kopje “Demping door retro-diffractie” wordt aan het einde van de bestaande tekst het volgende toegevoegd:

“Wanneer er een weerkaatsende geluidsbarrière of weerkaatsend obstakel in de buurt van het spoor is, worden de geluidsstralen van de bron achtereenvolgens weerkaatst door dit obstakel en door het zijvlak van het spoorvoertuig. Onder deze omstandigheden gaan de geluidsstralen tussen het obstakel en de carrosserie van het spoorvoertuig door voordat ze van de bovenrand van het obstakel worden afgebogen.

Om rekening te houden met meerdere weerkaatsingen tussen een spoorwegvoertuig en een nabijgelegen obstakel, wordt het geluidsvermogen van een enkele equivalente bron berekend. In deze berekening worden grondeffecten genegeerd.

Voor het afleiden van het geluidsvermogen van de equivalente bron gelden de volgende definities:

de oorsprong van het coördinatensysteem is de linkerrailkop;

een echte bron bevindt zich op S (ds  = 0, hs ), waarbij hs de hoogte van de bron ten opzichte van de railkop is;

het vlak h = 0 definieert de carrosserie van het voertuig;

een verticaal obstakel met de bovenkant bij B (dB , hb );

een waarneempunt dat zich bevindt op een afstand dR  > 0 achter het obstakel waar R de coördinaten (dB  + dR , hR ) heeft.

De binnenzijde van het obstakel heeft absorptiecoëfficiënten α(f) per octaafband. De carrosserie van het spoorvoertuig heeft een equivalente weerkaatsingcoëfficiënt Cref . Normaal gesproken is Cref gelijk aan 1. Alleen in het geval van open, platte goederenwagons kan een waarde van 0 worden gebruikt. Als dB > 5hB of α(f)> 0,8 is, wordt er geen rekening gehouden met de interactie van de trein en de barrière.

In deze configuratie kunnen meerdere weerkaatsingen tussen de carrosserie van het spoorvoertuig en het obstakel worden berekend met behulp van spiegelbronnen die zich op Sn (dn = -2n. dB, hn = hs), n=0,1,2,..N bevinden; zoals weergegeven in figuur 2.5.k.

Image 22
Figuur 2.5.k

Het geluidsvermogen van de equivalente bron wordt uitgedrukt door:

Image 23

(2.5.39)

waar het geluidsvermogen van de gedeeltelijke bronnen wordt verkregen door:

LW,n = LW + ΔLn

ΔLn= ΔLgeo,n + ΔLdif,n + ΔLabs,n + ΔLref,n + ΔLretrodif,n

Met:

LW

het geluidsvermogen van de echte bron

ΔLgeo,n

een correctieterm voor sferische divergentie

ΔLdif,n

een correctieterm voor diffractie door de bovenkant van het obstakel

ΔLabs,n

een correctieterm voor de absorptie aan de binnenzijde van het obstakel

ΔLref,n

een correctieterm voor de weerkaatsing van de carrosserie van het spoorvoertuig

ΔLretrodif,n

een correctieterm voor de eindige hoogte van het obstakel als een weerkaatsend object

De correctie voor sferische divergentie wordt verkregen door

Image 24

(2.5.40)


Image 25

(2.5.41)

De correctie voor diffractie door de bovenkant van het obstakel wordt verkregen door:

(2.5.42)

ΔLdif,n = D0 - Dn

(2.5.42)

waarbij Dn de demping door diffractie is, berekend met formule 2.5.21 waarin C'' = 1 voor het pad dat de bron Sn verbindt met het waarneempunt R, rekening houdend met diffractie aan de bovenkant van het obstakel B:

δ n = ±(|SnB| + |BR| - |SnR|)

(2.5.43)

De correctie voor absorptie aan de binnenzijde van het obstakel wordt verkregen door:

ΔLabs,n = 10•n•lg (1-α)

(2.5.44)

De correctie voor de weerkaatsing van de carrosserie van het spoorvoertuig wordt verkregen door:

ΔLref,n = 10•n•lg (Cref )

(2.5.45)

De correctie voor de eindige hoogte van het weerkaatsende obstakel wordt door middel van retro-diffractie in aanmerking genomen. Het straalpad dat overeenkomt met een afbeelding in de orde van N > 0, wordt n maal weerkaatst door het obstakel. In de dwarsdoorsnede vinden deze weerkaatsingen plaats op de afstanden

di = – (2i-q)db, i = 1,2,..n. Met Pi (d = di, h = hb ), i = 1,2,..n als de bovenkant van deze weerkaatsende oppervlakken. Op elk van deze punten wordt een correctieterm berekend als:

Image 26

(2.5.46)

waarbij Δ retrodif,n,i wordt berekend voor een bron op positie Sn , de bovenkant van een obstakel op Pi en een waarneempunt op positie R'. De positie van het equivalente waarneempunt R' wordt verkregen door R'=R als het waarneempunt zich boven de zichtlijn van Sn naar B bevindt; anders wordt de positie van het equivalente waarneempunt ingenomen op de zichtlijn verticaal boven het echte waarneempunt; dat zijn:

dR' = dR

(2.5.47)


Image 27

(2.5.48)”

10)

Punt 2.7.5 “Vliegtuiglawaai en -prestaties” wordt vervangen door:

“2.7.5.    Vliegtuiglawaai en -prestaties

De ANP-databank in aanhangsel I bevat prestatiecoëfficiënten voor vliegtuigen en motoren, vertrek- en naderingsprofielen en NPD-betrekkingen voor een aanzienlijk deel van de burgerluchtvaartuigen die vanaf luchthavens in de Europese Unie worden geëxploiteerd. De typen of varianten van vliegtuigen waarvoor gegevens nog niet zijn opgenomen, kunnen het beste worden weergegeven door gegevens voor andere, vaak vergelijkbare, vermelde vliegtuigen.

Deze gegevens werden afgeleid om de geluidscontouren te berekenen voor een gemiddelde of representatieve vloot en mix van verkeer op een luchthaven. Het is wellicht niet geschikt om absolute geluidsniveaus van een individueel vliegtuigmodel te voorspellen en is niet geschikt om de geluidsprestaties en -kenmerken van specifieke vliegtuigtypen of -modellen of een specifieke vloot van vliegtuigen te vergelijken. In plaats daarvan wordt gekeken naar de geluidscertificaten om te bepalen welke vliegtuigtypen of -modellen of specifieke vloot van vliegtuigen de meeste lawaaioverlast veroorzaken.

De ANP-databank bevat een of meerdere standaardstart- en landingsprofielen voor elk vermeld vliegtuigtype. De toepasbaarheid van deze profielen op de betrokken luchthaven wordt onderzocht en ofwel de profielen met vaste punten ofwel de procedurele stappen die de vluchtactiviteiten op deze luchthaven het best weergeven, worden vastgesteld.”.

11)

In punt 2.7.11 wordt de titel van de tweede paragraaf onder het kopje “Baandispersie” vervangen door:

Laterale baandispersie ”.

12)

In punt 2.7.12 wordt na de zesde alinea en vóór de zevende en laatste alinea’s de volgende alinea ingevoegd:

“Een vliegtuiggeluidsbron dient te worden ingevoerd op een minimumhoogte van 1,0 m (3,3 voet) boven de luchthaven of boven de terreinhoogte van de rolbaan, al naar gelang het geval.”.

13)

Punt 2.7.13 “Samenstelling van vliegbaansegmenten” wordt vervangen door:

“2.7.13.    Samenstelling van vliegbaansegmenten

Elke vliegbaan moet door een reeks segmentcoördinaten (knooppunten) en vluchtparameters worden gedefinieerd. Het uitgangspunt is de bepaling van de coördinaten van de grondkoerssegmenten. Vervolgens wordt het vluchtprofiel berekend, waarbij niet mag worden vergeten dat voor een bepaalde reeks procedurele stappen het profiel afhankelijk is van de grondkoers; bv. met dezelfde stuwkracht en snelheid is de klimsnelheid van het vliegtuig bijvoorbeeld lager in bochten dan in een rechtlijnige vlucht. Vervolgens wordt een verdeling in subsegmenten toegepast voor het vliegtuig op de rolbaan (startaanloop of landingsuitloop) en voor het vliegtuig in de buurt van de rolbaan (initiële klimfase of eindnadering). De segmenten in de lucht met aanzienlijk verschillende snelheden aan het begin- en eindpunt moeten vervolgens in subsegmenten worden verdeeld. De tweedimensionale coördinaten van de grondkoerssegmenten (*) worden bepaald en samengevoegd met het tweedimensionale vluchtprofiel om de driedimensionale vliegbaansegmenten samen te stellen. Ten slotte worden alle vliegbaanpunten die te dicht bij elkaar liggen, verwijderd.

Vluchtprofiel

De parameters die elk vluchtprofielsegment bij het begin (suffix 1) en het einde (suffix 2) van het segment beschrijven, zijn:

s1, s2

afstand langs de grondkoers;

z1, z2

hoogte van vliegtuig;

V1 , V2

grondsnelheid;

P1 , P2

geluidsgerelateerde vermogensparameter (overeenstemmend met die waarvoor de NPD-curven zijn gedefinieerd), en

ε1, ε 2

hellingshoek.

Om een vluchtprofiel uit een aantal procedurele stappen (vliegbaansynthese) samen te stellen, worden segmenten op volgorde samengesteld om bij de eindpunten de vereiste omstandigheden te bereiken. De eindpuntparameters voor elk segment worden de beginpuntparameters voor het volgende segment. Bij elke segmentberekening zijn de parameters aan het begin bekend; de vereiste voorwaarden aan het einde worden in de procedurele stap beschreven. De stappen zelf worden of door de ANP-standaardinstellingen of door de gebruiker gedefinieerd (bv. aan de hand van vliegtuighandboeken). De eindomstandigheden omvatten meestal hoogte en snelheid; de taak van de profilering bestaat eruit de baanafstand te bepalen die wordt afgelegd om die omstandigheden te bereiken. De niet-gedefinieerde parameters worden bepaald via de berekeningen van vluchtprestaties beschreven in aanhangsel B.

Als de grondkoers rechtlijnig is, kunnen de profielpunten en bijbehorende vluchtparameters onafhankelijk van de grondkoers worden bepaald (de hellingshoek is altijd nul). Grondkoersen zijn echter zelden rechtlijnig; meestal bevatten ze bochten die, om de beste resultaten te behalen, in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van het tweedimensionale vluchtprofiel, waar nodig door de profielsegmenten op grondkoersknooppunten te splitsen om wijzigingen van hellingshoek te introduceren. In het algemeen is de lengte van het volgende segment bij het begin onbekend, en wordt die provisorisch berekend ervan uitgaande dat de hellingshoek niet verandert. Als het provisorische segment vervolgens een of meer grondkoersknooppunten blijkt te omvatten, de eerste op s, d.w.z. s1  < s < s2 , dan wordt het eerste segment afgebroken op s, waarbij de parameters daar door middel van interpolatie worden berekend (zie hieronder). Die worden dan de eindpuntparameters van het huidige segment en de beginpuntparameters van een nieuw segment, dat nog steeds dezelfde doelomstandigheden heeft. Indien er geen tussenliggend grondkoersknooppunt is, wordt het provisorische segment bevestigd.

Als de effecten van bochten op het vluchtprofiel buiten beschouwing worden gelaten, wordt de oplossing van een enkel segment bij rechtlijnige vlucht gebruikt, hoewel de hellingshoekgegevens voor later gebruik worden bewaard.

Ongeacht of de effecten van bochten al dan niet volledig worden gemodelleerd, wordt elke driedimensionale vliegbaan geproduceerd door samenvoeging van zijn tweedimensionale vluchtprofiel en zijn tweedimensionale grondkoers. Het resultaat is een opeenvolging van coördinatenreeksen (x,y,z), die elk of een knooppunt van de gesegmenteerde grondkoers, of een knooppunt van het vluchtprofiel, of beide zijn, waarbij de profielpunten vergezeld gaan van de overeenkomstige waarden van hoogte z, grondsnelheid V, hellingshoek ε en motorvermogen P. Voor een baanpunt (x,y) dat tussen de eindpunten van een vluchtprofielsegment ligt, worden de vluchtparameters als volgt geïnterpoleerd:

z = z1 + f ·(z2 – z1)

(2.7.3)

Image 28

(2.7.4)

ε = ε1 + f ·2 - ε1)

(2.7.5)

Image 29

(2.7.6)

waarbij

f = (s - s1 )/(s2 - s 1)

(2.7.7)

Opgemerkt wordt dat terwijl aangenomen wordt dat z en ε lineair met afstand variëren, aangenomen wordt dat V en P lineair met tijd variëren (namelijk een constante versnelling (**)).

Bij het matchen van vluchtprofielsegmenten met radargegevens (vliegbaananalyse) worden alle eindpuntafstanden, hoogten, snelheden en hellingshoeken direct uit de gegevens bepaald; alleen de vermogensinstellingen moeten met behulp van de prestatievergelijkingen worden berekend. Omdat de grondkoers- en vluchtprofielcoördinaten ook op passende wijze kunnen worden gematcht, is dit meestal vrij eenvoudig.

Startaanloop

Bij de start, wanneer een vliegtuig accelereert tussen het punt waar de rem wordt losgelaten (ook aangeduid als startaanloop of SOR) en het opstijgpunt, verandert de snelheid drastisch over een afstand van 1 500 tot 2 500 m van nul naar tussen ongeveer 80 en 100 m/s.

De startaanloop wordt aldus verdeeld in segmenten met variabele lengte waarover de snelheid van het vliegtuig verandert met een specifieke toename ΔV van niet meer dan 10 m/s (ongeveer 20 kt). Hoewel zij tijdens de startaanloop eigenlijk varieert, kan voor dit doel een constante versnelling worden aangenomen. In dit geval is voor de startfase V1 de initiële snelheid, V2 de startsnelheid, nTO het aantal startsegmenten en sTO de equivalente startafstand. Voor een vergelijkbare startafstand sTO (zie aanhangsel Β), startsnelheid V1 en startsnelheid VTO is het aantal nTO startaanloopsegmenten

nTO = int (1 + (V TO - V1) /10)

(2.7.8)

en dus is de verandering van snelheid langs een segment

ΔV = VTO/nTO

(2.7.9)

en de tijd Δt op elk segment is (constante versnelling aangenomen)

Image 30

(2.7.10)

De lengte sTO,k van segment k (1 ≤ k ≤ nTO) van de startaanloop is dan:

Image 31

(2.7.11)

Voorbeeld: Voor een startafstand sTO  = 1 600 m, V1 = 0 m/s en V2  = 75 m/s levert dit nTO  = 8 segmenten op met een lengte tussen 25 en 375 meter (zie figuur 2.7.g):

Image 32
Figuur 2.7.g Segmentatie van een startaanloop (voorbeeld voor 8 segmenten)

.tifNet als de snelheid verandert de stuwkracht van het vliegtuig over elk segment met een constante toename ΔP, berekend als

ΔP = (PTO - Pinit) / nTO

(2.7.12)

waarbij PTO en P init respectievelijk de stuwkracht van het vliegtuig op het opstijgpunt en de stuwkracht van het vliegtuig bij de startaanloop aanduiden.

Het gebruik van deze constante toename van stuwkracht (in plaats van de kwadratische vergelijking 2.7.6 te gebruiken) streeft naar overeenstemming met de lineaire verhouding tussen stuwvermogen en snelheid in het geval van straalvliegtuigen.

Belangrijke opmerking: De bovenstaande vergelijkingen en het voorbeeld gaan er impliciet van uit dat de initiële snelheid van het vliegtuig aan het begin van de startfase nul is. Dit komt overeen met de gangbare situatie waarbij het vliegtuig begint te rijden en te accelereren vanaf het punt waar de rem wordt losgelaten. Er zijn echter ook situaties waarin het vliegtuig vanuit de taxisnelheid kan gaan accelereren, zonder te stoppen bij de baandrempel. In zulke gevallen, waarbij de initiële snelheid, Vinit, niet nul is, moeten de volgende “algemene” vergelijkingen worden gebruikt ter vervanging van de vergelijkingen 2.7.8 en 2.7.9. 2.7.10 en 2.7.11.

Image 33

(2.7.13)

In dit geval is voor de startfase V1 de initiële snelheid Vinit , V2 de startsnelheid VTO , n is het aantal startsegmenten nTO , s is de equivalente startafstand sTO en sk is de lengte sTO,k van segment k (1 [Symbool] k [Symbool] n).

De landingsuitloop

Hoewel de landingsuitloop in wezen een omkering van de startaanloop is, moet in het bijzonder rekening worden gehouden met

tegengestelde stuwkracht die soms wordt toegepast om het vliegtuig te vertragen, en met

vliegtuigen die na vertraging de rolbaan verlaten (vliegtuigen die de rolbaan verlaten dragen niet meer bij aan vliegtuiglawaai omdat het lawaai van taxiën buiten beschouwing wordt gelaten).

In tegenstelling tot de afstand van de startaanloop, die van vliegtuigprestatieparameters wordt afgeleid, is de stopafstand sstop (namelijk de afstand van het landingspunt tot het punt waar het vliegtuig de rolbaan verlaat) niet zuiver vliegtuig-specifiek. Hoewel een schatting van de minimale stopafstand op basis van het gewicht en de prestaties van het vliegtuig (en beschikbare tegengestelde stuwkracht) kan worden gemaakt, hangt de werkelijke stopafstand ook af van de locatie van de taxibanen, de verkeerssituatie en de luchthaven-specifieke voorschriften inzake het gebruik van tegengestelde stuwkracht.

Het gebruik van tegengestelde stuwkracht is geen standaardprocedure. Het wordt alleen toegepast indien de benodigde vertraging niet met de wielremmen kan worden bereikt. (Tegengestelde stuwkracht kan uitzonderlijk storend zijn omdat een snelle verandering van motorvermogen van stationair draaien naar stuwkrachtomkering een plotselinge lawaaistoot produceert.)

De meeste rolbanen worden echter voor zowel start als landingen gebruikt zodat de tegengestelde stuwkracht een zeer klein effect op de geluidscontouren heeft, omdat de totale geluidsenergie in de nabijheid van de rolbaan wordt gedomineerd door het lawaai dat door het opstijgen wordt geproduceerd. De bijdragen van tegengestelde stuwkracht aan contouren kunnen alleen significant zijn wanneer het gebruik van de rolbaan tot landingen is beperkt.

Vanuit natuurkundig oogpunt is het lawaai van tegengestelde stuwkracht een zeer ingewikkeld proces, maar het kan door zijn relatief kleine aandeel aan luchtgeluidscontouren eenvoudig worden gemodelleerd, waarbij de snelle veranderingen van motorvermogen door geschikte segmentatie in aanmerking worden genomen.

Het is duidelijk dat het modelleren van de landingsuitloop minder eenvoudig is dan dat van het geluid van de startaanloop. De volgende vereenvoudigde veronderstellingen voor modellering worden voor algemeen gebruik aanbevolen wanneer geen gedetailleerde informatie beschikbaar is (Zie figuur 2.7.h.1).

Image 34
Figuur 2.7.h.1 Modellering van landingsuitloop

Het vliegtuig gaat op een hoogte van 50 voet over de landingsbaandrempel (die de coördinaat s = 0 heeft langs de naderingsgrondkoers) heen en daalt dan verder in het glijpad totdat het op de rolbaan landt. Bij een glijpad van 3° ligt het landingspunt 291 m boven de landingsbaandrempel (zoals geïllustreerd in figuur 2.7.h.1). Het vliegtuig wordt vervolgens over een stopafstand sstop  — waarvan de voor het vliegtuig specifieke waarden in de ANP-databank worden vermeld — vertraagd van eindnaderingssnelheid Vfinal naar 15 m/s. Vanwege de snelle snelheidsveranderingen tijdens dit segment wordt het segment, net als voor de startaanloop (of segmenten in de lucht met snelle snelheidsveranderingen) in subsegmenten verdeeld aan de hand van de algemene vergelijking 2.7.13 (aangezien de snelheid van taxiën niet gelijk is aan nul). Het motorvermogen verandert van eindnaderingsvermogen bij landing naar een tegengestelde stuwkracht-instelling Prev over een afstand van 0,1 sstop , en neemt vervolgens af tot 10 % van het maximale beschikbare vermogen over de resterende 90 % van de stopafstand. Tot het eind van de rolbaan (op s = –s RWY) blijft de vliegtuigsnelheid constant.

NPD-curven voor tegengestelde stuwkracht zijn momenteel niet in de ANP-databank opgenomen, en daarom moeten de conventionele curven worden gebruikt voor het modelleren van dit effect. De tegenovergestelde stuwkracht Prev is doorgaans ongeveer 20 % van de instelling van vol vermogen en dit wordt aanbevolen wanneer geen operationele informatie beschikbaar is. Bij een bepaalde vermogensinstelling heeft tegengestelde stuwkracht echter de neiging om aanzienlijk meer geluid voort te brengen dan voorwaartse kracht en wordt een toename ΔL op het van NPD afgeleide gebeurtenisniveau toegepast, met een toename vanaf nul naar een waarde ΔLrev (5 dB wordt voorlopig aanbevolen (***)) langs 0,1 sstop en vervolgens een lineaire daling naar nul langs de rest van de stopafstand.

Segmentatie van de initiële klim- of eindnaderingssegmenten

Tijdens de initiële klim- en eindnaderingssegmenten in de lucht verandert de segment-naar-waarneempunt-geometrie in snel tempo met name met betrekking tot waarneem-locaties aan de zijkant van de vliegbaan, waar ook de hoogtehoek (bèta-hoek) snel verandert terwijl het vliegtuig door deze initiële klim- of eindnaderingssegmenten klimt of afdaalt. Vergelijkingen met zeer kleine segmentberekeningen laten zien dat het gebruik van één (of een beperkt aantal) klim- of naderingssegment(en) in de lucht onder een bepaalde hoogte (ten opzichte van de rolbaan) resulteert in een slechte benadering van het geluid aan de zijkant van de vliegbaan voor geïntegreerde metriek. Dit is het gevolg van de toepassing van een enkele bijstelling van de laterale demping op elk segment, die overeenkomt met een enkele segmentspecifieke waarde van de hoogtehoek, terwijl de snelle verandering van deze parameter resulteert in aanzienlijke variaties van het laterale dempingseffect langs elk segment. De berekeningsnauwkeurigheid wordt verbeterd door de initiële klim- en eindnaderingssegmenten in de lucht in subsegmenten te verdelen. Het aantal subsegmenten en de lengte van elk van deze subsegmenten bepalen de “granulariteit” van de laterale dempingsverandering die zal worden verantwoord. Rekening houdend met de uitdrukking van totale laterale demping voor vliegtuigen met op de romp gemonteerde motoren kan worden aangetoond dat voor een beperkende verandering in laterale demping van 1,5 dB per subsegment de klim- en naderingssegmenten die zich onder een hoogte van 1 289,6 m (4 231 voet) boven de rolbaan bevinden, in subsegmenten moeten worden verdeeld op basis van de volgende reeks hoogtewaarden:

 

z = {18,9, 41,5, 68,3, 102,1, 147,5, 214,9, 334,9, 609,6, 1 289,6} meter, of

 

z = {62, 136, 224, 335, 484, 705, 1 099, 2 000, 4 231} voet

Voor elk oorspronkelijk segment onder 1 289,6 m (4 231 voet) worden de bovenstaande hoogten geïmplementeerd door aan te geven welke hoogte in de reeks hierboven het dichtst bij de oorspronkelijke hoogte van het eindpunt (voor een klimsegment) of de hoogte van het beginpunt (voor een naderingssegment) ligt. De werkelijke hoogten van subsegmenten, zi, zouden dan worden berekend met:

 

zi = ze [z’i / z’N] (i = k..N)

waarbij:

ze

de eindhoogte is van het oorspronkelijke segment (klimmen) of de hoogte van het beginpunt (naderen);

z’i

het i-e lid is van de hierboven genoemde verzameling hoogtewaarden;

z’N

de dichtstbijzijnde bovengrens is van de hierboven genoemde verzameling hoogtewaarden tot hoogte ze;

k

de index aangeeft van het eerste lid van de reeks hoogtewaarden waarvoor de berekende zk strikt genomen groter is dan de hoogte van het eindpunt van het vorige oorspronkelijke klimsegment of de hoogte van het beginpunt van het volgende oorspronkelijke naderingssegment dat in subsegmenten moet worden verdeeld.

In het specifieke geval van een initieel klimsegment of eindnaderingssegment, k = 1, maar in het meer algemene geval van segmenten in de lucht die niet met de rolbaan verbonden zijn, is k groter dan 1.

Voorbeeld van een initieel klimsegment:

Indien de oorspronkelijke hoogte van het eindpunt van het segment op ze = 304,8 m ligt, dan is volgens de reeks hoogtewaarden, 214,9 m < ze < 334,9 m en is de dichtstbijzijnde hoogte bij ze z’7 = 334,9 m. De hoogten van het eindpunt van het subsegment worden vervolgens berekend door:

 

zi = 304,8 [z’i / 334,9] voor i = 1 tot 7

(waarbij wordt opgemerkt dat in dat geval k = 1, aangezien dit een initieel klimsegment is)

Dus zou z1 17,2 m en zou z2 37,8 m zijn enz.

Segmentatie van segmenten in de lucht

Voor segmenten in de lucht waar een aanzienlijke snelheidsverandering langs een segment plaatsvindt, wordt dit onderverdeeld als voor de startaanloop, namelijk

nseg = int (1 + |V2 - V1|/10)

(2.7.14)

waarbij V1 en V2 respectievelijk de start- en eindsnelheden van het segment zijn. De overeenkomstige subsegmentparameters worden op dezelfde wijze berekend als voor de startaanloop, met vergelijkingen 2.7.9 t.e.m 2.7.11.

Grondkoers

Een grondkoers, hetzij een backbone-baan, hetzij een gedispergeerde subtrack, wordt bepaald door een reeks (x,y)-coördinaten in het grondvlak (bv. van radargegevens) of door een opeenvolging van stuuropdrachten die rechte segmenten en cirkelvormige bogen (bochten van een bepaalde straal r en koerswijziging Δξ) beschrijven.

Voor segmentatiemodellering wordt een boog weergegeven door een reeks rechte segmenten die op subbogen zijn aangebracht. Hoewel zij niet uitdrukkelijk in de grondkoerssegmenten verschijnen, heeft het hellen van het vliegtuig in bochten invloed op hun definitie. In aanhangsel B4 wordt uitgelegd hoe hellingshoeken tijdens een zuivere bocht berekend kunnen worden, maar deze worden uiteraard niet daadwerkelijk onmiddellijk toegepast of verwijderd. Er wordt niet voorgeschreven hoe de overgangen tussen rechte vlucht en draaiende vlucht, of tussen één bocht en een onmiddellijk daaropvolgende bocht moeten worden behandeld. In de regel hebben de details, die aan de gebruiker worden overgelaten (zie punt 2.7.11), waarschijnlijk een te verwaarlozen effect op de uiteindelijke contouren; de belangrijkste voorwaarde is dat scherpe onderbrekingen aan de uiteinden van de bocht moeten worden voorkomen, en dit kan eenvoudig worden bereikt door bijvoorbeeld korte overgangssegmenten in te voegen waarover de hellingshoek lineair met de afstand verandert. Alleen in het bijzondere geval dat een bepaalde bocht waarschijnlijk een overheersende invloed op de eindcontouren zou hebben, is het nodig om een realistischer model van de overgangsdynamiek te maken om de hellingshoek aan bepaalde vliegtuigtypen te relateren en geschikte rolsnelheden toe te passen. Hier volstaat het om te stellen dat de eind-subbogen Δξtrans in elke bocht worden bepaald door de vereisten van de wijziging van de hellingshoek. De rest van de boog met koerswijziging Δξ – 2 Δξtrans graden wordt onderverdeeld in nsub subbogen volgens de vergelijking:

nsub = int (1 + (Δξ – 2•Δξ trans ) / 10

(2.7.15)

waarbij int(x) een functie is die het gehele getal van x oplevert. Vervolgens wordt de koerswijziging Δξ sub van elke subboog berekend als

Δξ = (ξ-2•Δξ trans ) / nsub

(2.7.16)

waarbij nsub groot genoeg moet zijn om te zorgen dat Δξ sub ≤ 10 graden. De segmentatie van een boog (met uitzondering van de afsluitende overgangssubsegmenten) wordt geïllustreerd in figuur 2.7.h.2  (****).

Image 35
Figuur 2.7.h.2 Samenstelling van vliegbaansegmenten die de bocht verdelen in segmenten met een lengte van Δs (bovenaanzicht in horizontaal vlak, onderaanzicht in verticaal vlak) s

Zodra de grondkoerssegmenten in het x-y-vlak zijn vastgesteld, worden de vluchtprofielsegmenten (in het s-z-vlak) over elkaar heen gelegd om de driedimensionale (x-, y- en z-) vliegbaansegmenten samen te stellen.

De grondkoers moet zich vanaf de rolbaan altijd uitstrekken tot buiten het berekeningsraster. Indien nodig kan dit worden bereikt door een rechtlijnig segment van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen.

De totale lengte van het vluchtprofiel, eenmaal samengevoegd met de grondkoers, moet zich ook uitstrekken vanaf de rolbaan tot buiten het berekeningsraster. Indien nodig kan dit worden bereikt door een extra profielpunt toe te voegen:

aan het einde van een vertrekprofiel met waarden voor snelheid en stuwkracht die gelijk zijn aan die van het laatste vertrekprofielpunt, en een hoogte die lineair geëxtrapoleerd is vanaf het laatste en voorlaatste profielpunt, of

aan het begin van een aankomstprofiel met waarden voor snelheid en stuwkracht die gelijk zijn aan die van het laatste aankomstprofielpunt, en een hoogte die lineair is teruggeëxtrapoleerd vanaf het laatste en voorlaatste profielpunt.

Aanpassingen van segmentatie van segmenten in de lucht

Nadat de 3-D-vliegbaansegmenten volgens de in punt 2.7.13 beschreven procedure zijn afgeleid, kunnen verdere aanpassingen van de segmentatie noodzakelijk zijn om te dicht bij elkaar gelegen vliegbaanpunten te verwijderen.

Wanneer aangrenzende punten op minder dan tien meter van elkaar liggen en de bijbehorende snelheden en stuwkrachten gelijk zijn, moet een van de punten worden geëlimineerd.

(*)  Voor dit doeleinde moet de totale lengte van de grondkoers altijd die van het vluchtprofiel overschrijden. Indien nodig kan dit worden bereikt door rechtlijnige segmenten van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen."

(**)  Zelfs als de motorvermogensinstellingen langs een segment constant blijven, kunnen voortstuwende kracht en versnelling veranderen als gevolg van variatie van luchtdichtheid met hoogte. Voor de toepassing van geluidsmodellering zijn deze veranderingen gewoonlijk echter te verwaarlozen."

(***)  Dit werd in de vorige uitgave van ECAC Doc 29 aanbevolen, maar wordt in afwachting van de verkrijging van verdere ondersteunende experimentele gegevens als tijdelijk beschouwd."

(****)  Op deze eenvoudige wijze gedefinieerd, is de totale lengte van het gesegmenteerde pad iets minder dan die van de cirkelvormige baan. De daaruit volgende contourfout is echter te verwaarlozen indien de hoekincrementen minder dan 30° zijn.”."

14)

Punt 2.7.16. “Bepaling van gebeurtenisniveaus uit NPD-gegevens” wordt vervangen door:

“2.7.16    Bepaling van gebeurtenisniveaus uit NPD-gegevens

De voornaamste bron van gegevens over vliegtuiglawaai is de internationale Aircraft Noise and Performance (ANP)-databank. Deze databank tabelleert Lmax en LE als functies van voortplantingsafstand d voor specifieke vliegtuigtypen, varianten, vluchtconfiguraties (nadering, start, klepinstellingen) en vermogensinstellingen P. Zij hebben betrekking op gelijkmatige vluchten op specifieke referentiesnelheden Vref langs hypothetisch oneindige, rechtlijnige vliegbanen (*).

De specificatie van de waarden van de onafhankelijke variabelen P en d wordt later beschreven. In een enkele look-up, met inputwaarden P en d, zijn de vereiste uitvoerwaarden de uitgangsniveaus Lmax(P, d) en/of LE (P,d) (voor een oneindige vliegbaan). Tenzij de waarden voor P en/of d nauwkeurig zijn getabelleerd, is het in het algemeen nodig om het (de) vereiste geluidsgebeurtenisniveau(s) door middel van interpolatie te schatten. Een lineaire interpolatie wordt tussen getabelleerde vermogensinstellingen gebruikt, terwijl een logaritmische interpolatie tussen getabelleerde afstanden wordt gebruikt (zie figuur 2.7.i).

Image 36
Figuur 2.7.i Interpolatie in geluid-vermogen-afstand-curven

Indien Pi en Pi+ 1 motorvermogenswaarden zijn waarvoor gegevens van geluidsniveau tegenover die van afstand worden getabelleerd, wordt het geluidsniveau L(P) op een bepaalde afstand voor het tussenliggende vermogen P, tussen Pi en Pi+ 1, verkregen door:

Image 37

(2.7.19)

Indien, bij elke vermogensinstelling, di en di+ 1 afstanden zijn waarvoor geluidsgegevens worden getabelleerd, wordt het geluidsniveau L(d) voor een tussenafstand d, tussen di en di+ 1, verkregen door

Image 38

(2.7.20)

Met behulp van de vergelijkingen 2.7.19 en 2.7.20 kan een geluidsniveau L(P,d) worden verkregen voor elke vermogensinstelling P en elke afstand d die binnen het kader van de NPD-databank ligt.

Voor afstanden d die buiten het NPD-kader liggen, wordt vergelijking 2.7.20 gebruikt om uit de laatste twee waarden te extrapoleren, namelijk binnenwaarts uit L(d1) en L(d2) of buitenwaarts uit L(dI – 1) en L(dI), waarbij I het totale aantal NPD-punten op de curve is. Derhalve

Binnenwaarts:

Image 39

(2.7.21)

Buitenwaarts:

Image 40

(2.7.22)

Omdat, op korte afstanden d, de geluidsniveaus zeer snel toenemen met een afnemende voortplantingsafstand, wordt aanbevolen een ondergrens van 30 m in te stellen op d, namelijk d = max (d, 30 m).

Aanpassing van impedantie van standaard NPD-gegevens

De NPD-gegevens in de ANP-databank zijn genormaliseerd naar atmosferische referentieomstandigheden (temperatuur van 25 °C en druk van 101,325 kPa). Alvorens de eerder beschreven interpolatie-/extrapolatiemethode toe te passen, wordt een aanpassing van akoestische impedantie op deze standaard NPD-gegevens toegepast.

Akoestische impedantie heeft betrekking op de voortplanting van geluidsgolven in een akoestisch medium en wordt gedefinieerd als het product van de luchtdichtheid en de geluidssnelheid. Voor een bepaalde geluidssterkte (vermogen per eenheid van oppervlakte) die op een specifieke afstand van de bron wordt waargenomen, hangt de bijbehorende geluidsdruk (gebruikt om maten voor SEL en LAmax te definiëren) af van de akoestische impedantie van de lucht op de meetlocatie. Het is een functie van temperatuur en luchtdruk (en, indirect, van hoogte). Daarom moeten de standaard NPD-gegevens van de ANP-databank worden aangepast om de werkelijke temperatuur- en luchtdrukomstandigheden op het waarneempunt, die meestal van de genormaliseerde omstandigheden van de ANP-gegevens verschillen, in aanmerking te nemen.

De aanpassing van impedantie die op de standaard NPD-niveaus moet worden toegepast, wordt als volgt uitgedrukt:

Image 41

(2.7.23)

waarbij:

Δ Impedantie

aanpassing van impedantie voor de werkelijke atmosferische omstandigheden op het waarneempunt (dB);

ρ·c

akoestische impedantie (newton-seconde/m3) van de lucht op de hoogte van de luchthaven (409,81 is de luchtimpedantie bij de atmosferische referentieomstandigheden van de NPD-gegevens in de ANP-databank).

Impedantie ρ·c wordt als volgt berekend:

Image 42

(2.7.24)


δ

p/po, de verhouding van de omgevingsluchtdruk op de waarneemhoogte tot de standaard luchtdruk op gemiddeld zeeniveau: p0 = 101,325 kPa (of 1 013,25  mb);

θ

(T + 273,15)/(T0 + 273,15) de verhouding van de luchttemperatuur op de waarneemhoogte tot de standaard luchttemperatuur op gemiddeld zeeniveau: T0  = 15,0 °C.

De aanpassing van akoestische impedantie is meestal minder dan enkele tienden van één dB. In het bijzonder moet worden opgemerkt dat bij de standaard atmosferische omstandigheden (p0  = 101,325 kPa en T0  = 15,0 °C), de aanpassing van impedantie minder dan 0,1 dB (0,074 dB) is. In het geval van een aanzienlijke variatie in temperatuur en atmosferische druk ten opzichte van de atmosferische referentieomstandigheden van de NPD-gegevens, kan de aanpassing echter substantiëler zijn.

(*)  Hoewel het concept van een oneindig lange vliegbaan belangrijk is voor de definitie van het blootstellingsniveau van een eenmalige geluidsgebeurtenis LE , is het minder relevant in het geval van het maximumniveau van een geluidsgebeurtenis Lmax , dat wordt beheerst door het geluid dat het vliegtuig uitstraalt wanneer het zich in een bepaalde positie op of nabij het dichtstbijzijnde naderingspunt tot het waarneempunt bevindt. Voor modellering wordt de NPD-afstandsparameter beschouwd als de minimale afstand tussen het waarneempunt en het segment.”."

15)

In punt 2.7.18 “Vliegbaansegmentparameters” wordt de paragraaf onder het kopje “Segmentvermogen P” vervangen door:

Segmentvermogen P

De getabelleerde NPD-gegevens beschrijven het geluid van een vliegtuig in een gelijkmatige rechtlijnige vlucht op een oneindige vliegbaan, d.w.z. bij een constant motorvermogen P. De aanbevolen methode verdeelt werkelijke vliegbanen, waarlangs snelheid en richting verschillen, in een aantal eindige segmenten, die vervolgens elk als onderdeel van een uniforme, oneindige vliegbaan worden beschouwd waarvoor de NPD-gegevens gelden. De methodologie voorziet echter in veranderingen van vermogen langs de lengte van een segment; aangenomen wordt dat het kwadratisch verandert met afstand vanaf P1 aan het beginpunt tot P2 aan het eindpunt. Daarom moet een equivalente constante segmentwaarde P worden gedefinieerd. Die waarde wordt beschouwd als de waarde op het punt op het segment dat zich het dichtst bij het waarneempunt bevindt. Indien het waarneempunt zich naast het segment bevindt (zie figuur 2.7.k) wordt de waarde verkregen door middel van interpolatie zoals verkregen door vergelijking 2.7.8 tussen de eindwaarden, namelijk

Image 43

(2.7.31)

Indien het waarneempunt zich achter of vóór het segment bevindt, is dat op het dichtstbijzijnde eindpunt P1 of P2 .”.

16)

Punt 2.7.19 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in de paragraaf onder het kopje “De correctie van de duur” wordt “DV (alleen blootstellingsniveaus LE)” tot en met de formule 2.7.34 vervangen door:

De correctie van de duur ΔV (alleen voor blootstellingsniveaus LE)

Deze correctie (*) verdisconteert een verandering van blootstellingsniveaus indien de werkelijke grondsnelheid van het segment verschilt van de referentiesnelheid van het vliegtuig Vref waarop de NPD-basisgegevens betrekking hebben.

Net als het motorvermogen varieert de snelheid langs het vliegbaansegment (van VT1 tot VT2, wat de snelheden zijn die worden weergegeven in aanhangsel B of in een vooraf berekend vluchtprofiel).

Voor segmenten in de lucht is Vseg de segmentsnelheid op het dichtstbijzijnde naderingspunt, S, geïnterpoleerd tussen de waarden van het eindpunt van het segment in de veronderstelling dat deze kwadratisch varieert met de tijd; namelijk indien het waarneempunt zich naast het segment bevindt:

Image 44

(2.7.32)

(*)  Dit staat bekend als de correctie van de duur omdat het rekening houdt met de gevolgen van vliegtuigsnelheid voor de duur van de geluidsgebeurtenis, waarbij eenvoudigweg wordt aangenomen dat bij voor het overige gelijkblijvende omstandigheden de duur, en dus de waargenomen energie van de geluidsgebeurtenis, omgekeerd evenredig is met de bronsnelheid.”;"

b)

de formulenummers “2.7.35”, “2.7.36” en “2.7.37” worden respectievelijk vervangen door de volgende nummers:

“(2.7.33)”, “(2.7.34)” en “(2.7.35)”;

c)

de volgende eerste twee woorden van de paragraaf onder het kopje “Geometrie van de geluidsvoortplanting” worden vervangen door:

Figuur 2.7.m ”;

d)

de tabel in de tweede alinea wordt vervangen door:

a = 0,00384,

b = 0,0621,

c = 0,8786

voor aan de vleugels gemonteerde motoren, en

(2.7.36)

a = 0,1225,

b = 0,3290,

c = 1

voor op de romp gemonteerde motoren.

(2.7.37)”

e)

de tekst onder figuur 2.7.p wordt vervangen door:

“Voor de berekening van de laterale demping met behulp van vergelijking 2.7.40 (waarbij β in een verticaal vlak wordt gemeten), wordt een verlengde vlakke vliegbaan aanbevolen. Een verlengde vlakke vliegbaan wordt gedefinieerd in het verticale vlak door S1S2 en met dezelfde loodrechte schuine afstand dp van het waarneempunt. Dit wordt weergegeven door de driehoek ORS en zijn bijbehorende vliegbaan langs OR (zie figuur 2.7.p) door hoek γ te draaien om aldus de driehoek ORS′ te vormen. De hoogtehoek van deze equivalente horizontale baan (nu in een verticaal vlak) is β = tan-1(h/ℓ ) ( blijft ongewijzigd). In dit geval zijn voor een waarneempunt ernaast de hoek β en de resulterende laterale demping Λ(β ) hetzelfde voor LE en Lmax .

Figuur 2.7.r illustreert de situatie waarin het waarneempunt O zich achter, niet naast, het eindige segment bevindt. Hier wordt het segment als een verder verwijderd deel van een oneindige baan waargenomen; Een loodlijn kan alleen tot punt Sp op de verlenging ervan worden getekend. De driehoek OS1S2 komt overeen met figuur 2.7.j dat de segmentcorrectie Δ F bepaalt. In dit geval zijn de parameters voor lateraal richteffect en laterale demping echter minder duidelijk.

Image 45
Figuur 2.7.r Waarneempunt achter het segment

Voor maten voor het maximumniveau is de NPD-afstandsparameter de kortste afstand tot het segment, namelijk d = d 1. Voor maten voor het blootstellingsniveau is het de kortste afstand dp van O tot Sp op de verlengde vliegbaan, namelijk het niveau geïnterpoleerd op grond van de NPD-tabel is LE ∞ (P 1dp ).

De geometrische parameters voor laterale demping verschillen ook voor de berekeningen van maximumniveau en blootstellingsniveau. Voor maten voor het maximumniveau wordt de aanpassing Λ(β, ) verkregen door de vergelijking 2.7.40 met β = β1 = sin-1 (z 1 /d 1) en

Image 46
waarbij β1 en d1 worden gedefinieerd door de driehoek OC1S1 in het verticale vlak door O en S1 .

Voor de berekening van de laterale demping voor uitsluitend segmenten in de lucht en maten van het blootstellingsniveau blijft de kortste dwarsverplaatsing vanaf de segmentverlenging (OC). Om een juiste waarde van β te bepalen, moet echter opnieuw een (oneindige) equivalente horizontale vliegbaan worden gevisualiseerd, waarvan het segment kan worden beschouwd deel uit te maken. Deze wordt getrokken door S1', hoogte h boven het oppervlak, waarbij h gelijk is aan de lengte van RS1 , de loodlijn van de grondkoers tot het segment. Dit komt overeen met de werkelijke verlengde vliegbaan door hoek γ rondom punt R (zie figuur 2.7.q) te draaien. Voor zover R zich bevindt op de loodlijn naar S1 , het punt op het segment dat zich het dichtst bij O bevindt, is de samenstelling van de equivalente horizontale baan hetzelfde als wanneer O zich naast het segment bevindt.

Het dichtstbijzijnde naderingspunt van de equivalente horizontale baan tot het waarneempunt O bevindt zich op S′, schuine afstand d, zodat de driehoek OCS′ die aldus in het verticale vlak wordt gevormd dan de hoogtehoek β = cos -1(ℓ/d) bepaalt. Hoewel deze transformatie mogelijk nogal ingewikkeld lijkt, moet worden opgemerkt dat de fundamentele bron-geometrie (gedefinieerd door d1 , d2 en φ) ongewijzigd blijft. Het geluid dat zich van het segment naar het waarneempunt verplaatst, is eenvoudigweg wat het zou zijn indien de gehele vlucht langs het oneindig verlengde hellende segment (waarvan het segment voor modelleringsdoeleinden deel uitmaakt) op constante snelheid V en vermogen P1 zou plaatsvinden. Anderzijds is de laterale demping van geluid van het segment dat door het waarneempunt wordt ontvangen niet gerelateerd aan β p , de hoogtehoek van de verlengde baan, maar aan β, die van de equivalente horizontale baan.

Ermee rekening houdend dat, zoals geformuleerd voor modellering, het effect van de motorinstallatie Δ I tweedimensionaal is, wordt de bepalende depressiehoek φ nog steeds lateraal vanaf het vleugelvlak van het vliegtuig gemeten (het uitgangsniveau van de gebeurtenis is nog steeds het niveau dat wordt voortgebracht door het vliegtuig dat zich in een oneindige vliegbaan voortbeweegt, weergegeven door het verlengde segment). De depressiehoek wordt aldus bepaald op het dichtstbijzijnde naderingspunt, namelijk φ = β p. – ε waarbij β p hoek SpOC is.

Het geval van een waarneempunt vóór het segment wordt niet apart beschreven; het is duidelijk dat dit in wezen hetzelfde is als het geval van het waarneempunt dat zich achter het segment bevindt.

Voor maten voor het blootstellingsniveau waar waarneemlocaties zich tijdens de startaanloop achter de grondsegmenten en tijdens de landingsuitloop vóór de grondsegmenten bevinden, wordt de waarde van β echter dezelfde als die voor de maten voor het maximumniveau.

Voor locaties achter de startaanloopsegmenten:

 

β = β 1 = sin-1(z 1/d 1) en

Image 47

Voor locaties vóór de landingsuitloopsegmenten:

 

β = β 2 = sin-1(z 2/d 2) en

Image 48

De gedachte achter het gebruik van deze bepaalde uitdrukkingen heeft te maken met de toepassing van de functie van het startaanlooprichteffect achter de startaanloopsegmenten en de veronderstelling van een halfrond richteffect vóór de landingsuitloopsegmenten.

Correctie van het eindige segment Δ F (alleen blootstellingsniveaus LE)

Het aangepaste uitgangsniveau van geluidsblootstelling heeft betrekking op een vliegtuig in een continue, rechtlijnige, gelijkmatige, horizontale vlucht (zij het met een hellingshoek ε die met rechtlijnige vlucht onverenigbaar is). De toepassing van de (negatieve) eindige segmentcorrectie Δ F  = 10 lg(F), waarbij F de energiefractie is, zorgt voor verdere aanpassing van het niveau aan wat het zou zijn als het vliegtuig alleen het eindige segment zou afleggen (of voor de rest van de oneindige vliegbaan geen enkel geluid zou voortbrengen).

De energiefractieterm verklaart het uitgesproken longitudinale richteffect van vliegtuiglawaai en de hoek ingesloten door het segment op de waarneempositie. Hoewel de processen die het richteffect veroorzaken zeer ingewikkeld zijn, hebben studies aangetoond dat de resulterende contouren vrij ongevoelig zijn voor de precieze veronderstelde richteffecteigenschappen. De uitdrukking voor Δ F hieronder is gebaseerd op een vierdemachts-, 90 graden- dipoolmodel van geluidsafstraling. Aangenomen wordt dat deze niet door lateraal richteffect en demping wordt beïnvloed. Hoe deze correctie wordt verkregen, wordt in aanhangsel E nader beschreven.

De energiefractie F is een functie van de “weergave”-driehoek OS1S2 bepaald in figuren 2.7.j t/m 2.7.l, zodat:

Image 49

(2.7.45)

met

Image 50
;
Image 51
;
Image 52
;
Image 53

waarbij dλ bekend staat als de “geschaalde afstand” (zie aanhangsel E) en Vref = 270,05 ft/s (voor de referentiesnelheid van 160 knopen). Opgemerkt wordt dat, volgens NPD-gegevens, Lmax(P, dp) het maximumniveau voor loodrechte afstand dp is, NIET het segment Lmax . Er wordt geadviseerd om een ondergrens van – 150 dB toe te passen op Δ F .

In het specifieke geval dat waarneemlocaties zich achter elk startaanloopsegment bevinden, wordt een gereduceerde vorm van de in vergelijking 2.7.45 uitgedrukte geluidsfractie gebruikt, wat overeenkomt met het specifieke geval van q = 0.

Dit wordt aangeduid met

Image 54
waarbij “d” het gebruik ervan voor vertrekbewegingen verduidelijkt, en wordt berekend als:

Image 55

(2.7.46.a)

waarbij α2 = λ / dλ

Deze specifieke vorm van geluidsfractie wordt gebruikt in combinatie met de functie van het startaanlooprichteffect, waarvan de toepassingsmethode verder wordt toegelicht in het punt hieronder.

In het specifieke geval dat waarneemlocaties zich vóór elk landingsuitloopsegment bevinden, wordt een gereduceerde vorm van de in vergelijking 2.7.45 uitgedrukte geluidsfractie gebruikt, wat overeenkomt met het specifieke geval van q = λ. Dit wordt aangeduid met Δ'F,a waarbij “a” het gebruik ervan voor aankomstbewegingen verduidelijkt, en wordt berekend als:

Image 56

(2.7.46.b)

waarbij α1 = – λ/dλ

Het gebruik van deze vorm, zonder de toepassing van enige verdere bijstelling van het horizontale richteffect (in tegenstelling tot het geval van locaties achter de startaanloopsegmenten — zie de sectie over de startaanlooprichteffect), gaat impliciet uit van een halfronde horizontale richteffect vóór de landingsuitloopsegmenten.

De startaanlooprichteffectfunctie Δ SOR

Het geluid van vliegtuigen, vooral dat van straalvliegtuigen die met motoren met een lagere omloopverhouding zijn uitgerust, vertoont een lobvormig stralingspatroon in de achterwaartse boog, wat kenmerkend is voor het uitlaatgeluid van een straalmotor. Dit patroon wordt sterker naarmate de snelheid van de straal hoger en de snelheid van het vliegtuig lager wordt. Dit is met name van belang voor de waarneemlocaties achter de startaanloop, waar aan beide voorwaarden wordt voldaan. Met dit effect wordt rekening gehouden door een richteffectfunctie Δ SOR .

De functie Δ SOR is afgeleid uit verschillende geluidmetingscampagnes waarbij microfoons op passende wijze achter en aan de zijkant van de SOR van vertrekkende straalvliegtuigen werden geplaatst.

Figuur 2.7.r geeft de relevante geometrie weer. De azimut Ψ tussen de lengteas van het vliegtuig en de vector naar het waarneempunt wordt gedefinieerd door

Image 57

.

(2.7.47)

De relatieve afstand q is negatief (zie figuur 2.7.j) zodat Ψ varieert van 90° ten opzichte van de voorwaartse koers van het vliegtuig tot 180° in de omgekeerde richting.

Image 58
Figuur 2.7.r Geometrie van vliegtuig-waarneempunt voor een schatting van de richteffectcorrectie

De functie Δ SOR geeft de variatie weer van het totale geluid afkomstig van de startaanloop gemeten achter de startaanloop, vergeleken met het algemene geluidsniveau van de startaanloop gemeten aan de zijkant van de SOR, op dezelfde afstand:

LTGR(dSOR, ψ) = LTGR(dSOR,90°) +ΔSOR(dSOR,ψ) (2.7.48)

waarbij LTGR (dSOR ,90°) het totale geluidsniveau van de startaanloop is op de puntafstand dSOR naar de zijkant van de SOR. ΔSOR wordt geïmplementeerd als een aanpassing van het geluidsniveau van een vliegbaansegment (bv. Lmax,seg of LE,seg), zoals beschreven in vergelijking 2.7.28.

De richteffectfunctie SOR, in decibel, voor turbofan-aangedreven straalvliegtuigen wordt verkregen door de volgende vergelijking:

 

Voor 90° ≤ Ψ < 180°, dan:

Image 59

(2.7.49)

De richteffectfunctie SOR, in decibel, voor turboprop-aangedreven straalvliegtuigen wordt verkregen door de volgende vergelijking:

 

Voor 90° ≤ Ψ < 180°, dan:

Image 60

(2.7.50)

Als de afstand dSOR de genormaliseerde afstand dSOR,0 overschrijdt, wordt de richteffectcorrectie met een correctiefactor vermenigvuldigd om rekening te houden met het feit dat op grotere afstanden van vliegtuig het richteffect minder sterk wordt; namelijk

Image 61

Indien dSOR ≤ dSOR,0

(2.7.51)

Image 62

Indien dSOR > dSOR,0

(2.7.52)

De genormaliseerde afstand dSOR,0 is gelijk aan 762 m (2 500 voet).

De hierboven beschreven functie Δ SOR vangt grotendeels het sterke richteffect op van het eerste deel van de startaanloop op locaties achter de SOR (omdat dit zich het dichtst bij de waarneempunten bevindt, met de grootste verhouding tussen snelheid van de straalmotor en vliegtuigsnelheid). Het gebruik van de aldus vastgestelde Δ SOR wordt “gegeneraliseerd” voor posities achter elk individueel startaanloopsegment, dus niet alleen achter het startaanlooppunt (in het geval van opstijgen). De vastgestelde Δ SOR wordt niet toegepast op posities vóór individuele startaanloopsegmenten, noch op posities achter of vóór individuele landingsuitloopsegmenten.

De parameters dSOR en Ψ worden ten opzichte van het begin van elk afzonderlijk startaanloopsegment berekend. Het gebeurtenisniveau LSEG voor een locatie achter een bepaald startaanloopsegment wordt berekend om te voldoen aan de formalisering van de functie Δ SOR : het wordt in wezen berekend voor het referentiepunt dat zich aan de kant van het beginpunt van het segment bevindt, op dezelfde afstand dSOR als het werkelijke punt, en wordt verder aangepast met Δ SOR om het gebeurtenisniveau op het werkelijke punt te verkrijgen.

Opmerking: De formules 2.7.53, 2.7.54 en 2.7.55 zijn bij de laatste wijziging van deze bijlage verwijderd. ”.

17)

Punt 2.8 wordt vervangen door:

“2.8   Blootstelling aan lawaai

Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied

De beoordeling van het aan lawaai blootgestelde gebied is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in punten 2.5, 2.6 en 2.7 vastgestelde waarneempunten, berekend op een raster voor afzonderlijke bronnen.

Voor de geluidsniveauresultaten van rasterpunten die zich binnen gebouwen bevinden, wordt gebruikgemaakt van die van de stilste nabijgelegen geluidswaarneempunten buiten gebouwen, behalve voor vliegtuiglawaai, waarvoor de berekening wordt uitgevoerd zonder rekening te houden met de aanwezigheid van gebouwen en waarbij het geluidswaarneempunt dat binnen een gebouw valt, rechtstreeks wordt gebruikt.

Afhankelijk van de rasterresolutie wordt aan elk berekeningspunt in het raster het bijbehorende oppervlak toegewezen. Bijvoorbeeld, met een raster van 10 m ×10 m vertegenwoordigt elk beoordelingspunt een oppervlakte van 100 vierkante meter die wordt blootgesteld aan het berekende geluidsniveau.

Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan gebouwen die geen woningen bevatten

De beoordeling van de blootstelling aan lawaai van gebouwen die geen woningen bevatten, zoals scholen en ziekenhuizen, is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in de punten 2.5, 2.6 en 2.7 bepaalde waarneempunten.

Voor de beoordeling van gebouwen die geen woongebouwen zijn en die blootgesteld zijn aan vliegtuiglawaai, wordt elk gebouw in verband gebracht met het luidruchtigste geluidswaarneempunt dat binnen het gebouw zelf valt of, indien niet aanwezig, op het raster dat het gebouw omringt.

Voor de beoordeling van gebouwen die geen woningen bevatten en blootgesteld zijn aan geluidsbronnen op het land, worden de waarneempunten op ongeveer 0,1 m vóór de gevels van de gebouwen geplaatst. Weerkaatsing van de desbetreffende gevel wordt bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Het gebouw wordt vervolgens in verband gebracht met het luidruchtigste waarneempunt op de gevels.

Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld

Voor de beoordeling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners zijn blootgesteld, worden alleen woongebouwen in aanmerking genomen. Er worden geen woningen of personen toegewezen aan andere gebouwen die niet als woning worden gebruikt, zoals gebouwen die uitsluitend als school, ziekenhuis, kantoorgebouw of fabriek worden gebruikt. De toewijzing van de woningen en bewoners aan de woongebouwen berust op de meest recente officiële gegevens (afhankelijk van de desbetreffende regelingen van de lidstaat).

Het aantal woningen en bewoners in woongebouwen zijn belangrijke tussenliggende parameters voor de schatting van de blootstelling aan lawaai. Gegevens over deze parameters zijn echter niet altijd beschikbaar. Hieronder wordt gespecificeerd hoe deze parameters kunnen worden afgeleid uit gegevens die gemakkelijker verkrijgbaar zijn.

De hieronder gebruikte symbolen zijn:

BA = = grondvlak van het gebouw

DFS = = woonoppervlak woning

DUFS = = woonoppervlak wooneenheid

H = = hoogte van het gebouw

FSI = = woonoppervlak per bewoner

Dw = = aantal woningen

Inh = = aantal bewoners

NF = = aantal verdiepingen

V = = volume van woongebouwen

Om het aantal woningen en bewoners te berekenen, wordt of de volgende geval 1-procedure of de geval 2-procedure gebruikt, afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens.

Geval 1: de gegevens over het aantal woningen en bewoners zijn beschikbaar

1A:

Het aantal bewoners is bekend of is geraamd op basis van het aantal wooneenheden. In dit geval is het aantal bewoners in wooneenheden voor een gebouw de som van het aantal bewoners van alle wooneenheden in het gebouw:

Image 63

(2.8.1)

1B:

Het aantal woningen of bewoners is alleen bekend voor eenheden die groter zijn dan een gebouw, bv. teldistricten, huizenblokken, wijken of zelfs een gehele gemeente. In dit geval wordt het aantal woningen en bewoners in een gebouw geschat op basis van het volume van het gebouw:

Image 64

(2.8.2a)


Image 65

(2.8.2b)

De index “totaal” verwijst hier naar de desbetreffende in aanmerking genomen entiteit. Het volume van het gebouw is het product van het grondvlak en de hoogte:

Vbuilding = BAbuilding x Hbuilding

(2.8.3)

Indien de hoogte van het gebouw niet bekend is, wordt deze geschat op basis van het aantal verdiepingen NFbuilding , uitgaande van een gemiddelde hoogte per verdieping van 3 m:

Hbuilding = NFbuilding x 3m

(2.8.4)

Indien ook het aantal verdiepingen niet bekend is, wordt een standaardwaarde voor het aantal verdiepingen gebruikt die representatief is voor de wijk of gemeente. Het totale volume van de woongebouwen in de beschouwde entiteit Vtotal wordt berekend als de som van de volumes van alle woongebouwen in de entiteit:

(2.8.5)

Image 66

(2.8.5)

Geval 2: er zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal bewoners

In dit geval wordt het aantal bewoners geschat op basis van de gemiddelde woonoppervlakte per bewoner (FSI). Indien deze parameter niet bekend is, wordt een standaardwaarde gebruikt.

2A:

Het woonoppervlak is bekend op basis van wooneenheden.

In dit geval wordt het aantal bewoners in elke woningeenheid als volgt geschat:

Image 67

(2.8.6)

Het totale aantal bewoners van het gebouw kan nu worden geschat zoals in geval 1A.

2B:

Het woonoppervlak van het hele gebouw, d.w.z. de som van de woonoppervlakken van alle wooneenheden, is bekend.

In dit geval wordt het aantal bewoners als volgt geschat:

Image 68

(2.8.7)

2C:

Het woonoppervlak is alleen bekend voor entiteiten die groter zijn dan een gebouw, bv. teldistricten, huizenblokken, wijken of zelfs een gehele gemeente.

In dit geval wordt voor een gebouw het aantal bewoners geschat op basis van het volume van het gebouw zoals beschreven in geval 1B, waarbij het totale aantal bewoners als volgt wordt geschat:

Image 69

(2.8.8)

2D:

Het woonoppervlak is niet bekend.

In dit geval wordt voor een gebouw het aantal bewoners geschat zoals in geval 2B is beschreven, waarbij het woonoppervlak als volgt wordt geschat:

(2.8.9)

DFSbuilding = BAbuilding x 0,8 x NFbuilding

(2.8.9)

De factor 0,8, is de omrekeningsfactor bruto vloeroppervlak → woonoppervlak. Indien bekend is dat een andere factor representatief is voor het oppervlak, wordt die in plaats daarvan gebruikt en duidelijk gedocumenteerd. Indien het aantal verdiepingen van het gebouw niet bekend is, moet het worden geschat op basis van de hoogte van het gebouw, Hbuilding , wat doorgaans een niet-geheel aantal verdiepingen oplevert:

Image 70

(2.8.10)

Indien noch de hoogte van het gebouw, noch het aantal verdiepingen bekend is, wordt een standaardwaarde voor het aantal verdiepingen gebruikt die representatief is voor de wijk of gemeente.

Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners

De beoordeling van de blootstelling aan geluidsbelasting van woningen en bewoners is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in de punten 2.5, 2.6 en 2.7 bepaalde waarneempunten.

Om voor vliegtuiglawaai het aantal woningen en bewoners te berekenen, worden alle woningen en bewoners binnen een gebouw in verband gebracht met het luidruchtigste geluidswaarneempunt dat binnen het gebouw zelf valt of, indien niet aanwezig, op het raster dat het gebouw omringt.

Om voor geluidsbronnen op het land het aantal woningen en bewoners te berekenen, worden waarneempunten op ongeveer 0,1 m vóór de gevels van woongebouwen geplaatst. Weerkaatsing van de desbetreffende gevel wordt bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Voor het lokaliseren van de waarneempunten wordt een van de onderstaande twee procedures gebruikt.

Geval 1: gevels die in regelmatige intervallen zijn verdeeld op elke gevel

Image 71
Figuur 2.8.a Voorbeeld van locatie van waarneempunten in de omgeving van een gebouw volgens de geval 1-procedure

a.)

Segmenten van meer dan 5 m lengte worden verdeeld in regelmatige intervallen met de langst mogelijke lengte, maar minder dan of gelijk aan 5 m. Waarneempunten worden in het midden van elk regelmatig interval geplaatst.

b)

Overige segmenten van meer dan 2,5 m lengte worden door één waarneempunt in het midden van elk segment weergegeven.

c)

Overige aangrenzende segmenten met een totale lengte van meer dan 5 m worden als polylijn-objecten behandeld op een wijze die vergelijkbaar is met die welke onder a) en b) wordt beschreven.

Geval 2: gevels op vaste afstand verdeeld van het begin van de veelhoek

Image 72
Figuur 2.8.b Voorbeeld van de locatie van waarneempunten in de omgeving van een gebouw volgens de geval 2-procedure

a.)

Gevels worden afzonderlijk beschouwd of vanaf de startpositie om de 5 m verdeeld, waarbij een waarneempositie halverwege de gevel of het 5m-segment wordt geplaatst.

b)

Het waarneempunt van het resterende deel bevindt zich in het middelpunt daarvan.

Toewijzing van woningen en bewoners aan waarneempunten

Wanneer informatie over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw beschikbaar is, worden die woningen en bewoners toegewezen aan het waarneempunt op de meest blootgestelde gevel van die woning. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap- en terraswoningen, of flatgebouwen, waarbij de interne indeling van het gebouw bekend is, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte die een enkele woning per verdieping aangeeft, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte en -hoogte die een enkele woning per gebouw aangeeft.

Wanneer er geen informatie beschikbaar is over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw, zoals hierboven uitgelegd, wordt een van de twee volgende methoden gebruikt om per gebouw de blootstelling aan lawaai van de woningen en de bewoners in de gebouwen te schatten.

a)

Uit de beschikbare informatie blijkt dat de woningen in een flatgebouw zo zijn ingedeeld dat ze een enkele gevel hebben die aan lawaai wordt blootgesteld.

In dit geval wordt de toewijzing van het aantal woningen en bewoners aan waarneempunten gewogen op basis van de lengte van de vertegenwoordigde gevel volgens de procedure van geval 1 of geval 2, zodat de som van alle waarneempunten het totale aantal woningen en bewoners die aan het gebouw zijn toegewezen, vertegenwoordigt.

b)

Uit de beschikbare informatie blijkt dat woningen in een flatgebouw zo zijn ingedeeld dat er meer dan één enkele gevel aan lawaai wordt blootgesteld, of dat er geen informatie beschikbaar is over het aantal gevels van de woningen dat aan lawaai wordt blootgesteld.

In dit geval wordt voor elk gebouw de reeks van bijbehorende waarneemlocaties verdeeld in een onderste en bovenste helft op basis van de mediaanwaarde (*) van de berekende beoordelingsniveaus voor elk gebouw. In het geval van een oneven aantal waarneempunten wordt de procedure toegepast met uitzondering van de waarneemlocatie met het laagste geluidsniveau.

Voor elk waarneempunt in de bovenste helft van de gegevensreeks wordt het aantal woningen en de bewoners gelijkelijk verdeeld, zodat de som van alle waarneempunten in de bovenste helft van de gegevensreeks het totale aantal woningen en bewoners vertegenwoordigt. Er worden geen woningen of bewoners toegewezen aan de waarneempunten in de onderste helft van de gegevensreeks (**).

(*)  De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50 %) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50 %)."

(**)  De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Indien vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen.”."

18)

Aanhangsel D wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste alinea onder tabel D-1 wordt vervangen door:

“Er kan worden aangenomen dat de dempingscoëfficiënten van tabel D-1 gelden voor een redelijk bereik aan temperatuur- en vochtigheidswaarden. Om na te gaan of aanpassingen nodig zijn, moet echter SAE ARP-5534 worden gebruikt ter berekening van de gemiddelde atmosferische absorptiecoëfficiënten voor de gemiddelde luchthaventemperatuur T en de relatieve vochtigheid RH. Wanneer uit een vergelijking van deze coëfficiënten met die in tabel D-1 blijkt dat een aanpassing nodig is, moet de volgende methode worden gebruikt.”;

b)

in de derde alinea onder tabel D-1 worden de punten 2 en 3 vervangen door:

“2.

Vervolgens wordt het gecorrigeerde spectrum aangepast aan elk van de tien standaard NPD-afstanden di aan de hand van de dempingspercentages voor zowel i) de atmosfeer SAE AIR-1845 als ii) de door de gebruiker ingevoerde atmosfeer (op basis van SAE ARP-5534):

i)

voor de atmosfeer SAE AIR-1845:

Ln,ref (di ) = Ln (dref )-20.lg(di/dref ) - α n,ref · di

(D-2)

ii)

voor de door de gebruiker gespecificeerde atmosfeer:

Ln, 5534 (T,RH,di) = Ln(dref) - 20.lg(di/dref) - α n, 5534 (T,RH) di

(D-3)

waarbij α n,5534 de coëfficiënt van de atmosferische absorptie is van de frequentieband n (uitgedrukt in dB/m), berekend op basis van SAE ARP-5534, met temperatuur T, en relatieve vochtigheid RH.

3.

Op elke NPD-afstand di worden de twee spectra A-gewogen en worden de decibellen opgeteld ter bepaling van de resulterende A-gewogen niveaus LA,5534 en LA,ref , die vervolgens rekenkundig worden afgetrokken:

Image 73

(D-4)”

19)

Aanhangsel F wordt als volgt gewijzigd:

a)

tabel F-1 wordt vervangen door:

“Categorie

Coëfficiënt

63

125

250

500

1 000

2 000

4 000

8 000

1

AR

83,1

89,2

87,7

93,1

100,1

96,7

86,8

76,2

BR

30,0

41,5

38,9

25,7

32,5

37,2

39,0

40,0

AP

97,9

92,5

90,7

87,2

84,7

88,0

84,4

77,1

BP

– 1,3

7,2

7,7

8,0

8,0

8,0

8,0

8,0

2

AR

88,7

93,2

95,7

100,9

101,7

95,1

87,8

83,6

BR

30,0

35,8

32,6

23,8

30,1

36,2

38,3

40,1

AP

105,5

100,2

100,5

98,7

101,0

97,8

91,2

85,0

BP

– 1,9

4,7

6,4

6,5

6,5

6,5

6,5

6,5

3

AR

91,7

96,2

98,2

104,9

105,1

98,5

91,1

85,6

BR

30,0

33,5

31,3

25,4

31,8

37,1

38,6

40,6

AP

108,8

104,2

103,5

102,9

102,6

98,5

93,8

87,5

BP

0,0

3,0

4,6

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

4a

AR

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

BR

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

AP

93,0

93,0

93,5

95,3

97,2

100,4

95,8

90,9

BP

4,2

7,4

9,8

11,6

15,7

18,9

20,3

20,6

4b

AR

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

BR

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

AP

99,9

101,9

96,7

94,4

95,2

94,7

92,1

88,6

BP

3,2

5,9

11,9

11,6

11,5

12,6

11,1

12,0

5

AR

 

 

 

 

 

 

 

 

BR

 

 

 

 

 

 

 

 

AP

 

 

 

 

 

 

 

 

BP

 

 

 

 

 

 

 

 

b)

tabel F-4 wordt vervangen door:

“Beschrijving

Min. snelheid waarbij het geldt [km/u]

Maximale snelheid waarbij het geldt [km/u]

Categorie

αm

(63 Hz)

αm

(125 Hz)

αm

(250 Hz)

αm

(500 Hz)

αm

(1 kHz)

αm

(2 kHz)

αm

(4 kHz)

αm

(8 kHz)

βm

Referentiewegdek

1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1-laags ZOAB

50

130

1

0,0

5,4

4,3

4,2

–1,0

–3,2

–2,6

0,8

–6,5

2

7,9

4,3

5,3

–0,4

–5,2

–4,6

–3,0

–1,4

0,2

3

9,3

5,0

5,5

–0,4

–5,2

–4,6

–3,0

–1,4

0,2

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2-laags ZOAB

50

130

1

1,6

4,0

0,3

–3,0

–4,0

–6,2

–4,8

–2,0

–3,0

2

7,3

2,0

–0,3

–5,2

–6,1

–6,0

–4,4

–3,5

4,7

3

8,3

2,2

–0,4

–5,2

–6,2

–6,1

–4,5

–3,5

4,7

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

2-laags ZOAB (fijn)

80

130

1

–1,0

3,0

–1,5

–5,3

–6,3

–8,5

–5,3

–2,4

–0,1

2

7,9

0,1

–1,9

–5,9

–6,1

–6,8

–4,9

–3,8

–0,8

3

9,4

0,2

–1,9

–5,9

–6,1

–6,7

–4,8

–3,8

–0,9

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

SMA-NL5

40

80

1

10,3

–0,9

0,9

1,8

–1,8

–2,7

–2,0

–1,3

–1,6

2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

SMA-NL8

40

80

1

6,0

0,3

0,3

0,0

–0,6

–1,2

–0,7

–0,7

–1,4

2

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

3

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Uitgeborsteld beton

70

120

1

8,2

–0,4

2,8

2,7

2,5

0,8

–0,3

–0,1

1,4

2

0,3

4,5

2,5

–0,2

–0,1

–0,5

–0,9

–0,8

5,0

3

0,2

5,3

2,5

–0,2

–0,1

–0,6

–1,0

–0,9

5,5

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton

70

80

1

–0,2

–0,7

1,4

1,2

1,1

–1,6

–2,0

–1,8

1,0

2

–0,7

3,0

–2,0

–1,4

–1,8

–2,7

–2,0

–1,9

–6,6

3

–0,5

4,2

–1,9

–1,3

–1,7

–2,5

–1,8

–1,8

–6,6

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Fijngebezemd beton

70

120

1

8,0

–0,7

4,8

2,2

1,2

2,6

1,5

–0,6

7,6

2

0,2

8,6

7,1

3,2

3,6

3,1

0,7

0,1

3,2

3

0,1

9,8

7,4

3,2

3,1

2,4

0,4

0,0

2,0

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Oppervlakbewerking

50

130

1

8,3

2,3

5,1

4,8

4,1

0,1

–1,0

–0,8

–0,3

2

0,1

6,3

5,8

1,8

–0,6

–2,0

–1,8

–1,6

1,7

3

0,0

7,4

6,2

1,8

–0,7

–2,1

–1,9

–1,7

1,4

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Elementenverharding in keperverband

30

60

1

27,0

16,2

14,7

6,1

3,0

–1,0

1,2

4,5

2,5

2

29,5

20,0

17,6

8,0

6,2

–1,0

3,1

5,2

2,5

3

29,4

21,2

18,2

8,4

5,6

–1,0

3,0

5,8

2,5

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Elementenverharding niet in keperverband

30

60

1

31,4

19,7

16,8

8,4

7,2

3,3

7,8

9,1

2,9

2

34,0

23,6

19,8

10,5

11,7

8,2

12,2

10,0

2,9

3

33,8

24,7

20,4

10,9

10,9

6,8

12,0

10,8

2,9

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stille elementenverharding

30

60

1

26,8

13,7

11,9

3,9

–1,8

–5,8

–2,7

0,2

–1,7

2

9,2

5,7

4,8

2,3

4,4

5,1

5,4

0,9

0,0

3

9,1

6,6

5,2

2,6

3,9

3,9

5,2

1,1

0,0

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Dunne deklaag A

40

130

1

10,4

0,7

–0,6

–1,2

–3,0

–4,8

–3,4

–1,4

–2,9

2

13,8

5,4

3,9

–0,4

–1,8

–2,1

–0,7

–0,2

0,5

3

14,1

6,1

4,1

–0,4

–1,8

–2,1

–0,7

–0,2

0,3

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Dunne deklaag B

40

130

1

6,8

–1,2

–1,2

–0,3

–4,9

–7,0

–4,8

–3,2

–1,8

2

13,8

5,4

3,9

–0,4

–1,8

–2,1

–0,7

–0,2

0,5

3

14,1

6,1

4,1

–0,4

–1,8

–2,1

–0,7

–0,2

0,3

4a/4b

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0 “

20)

Aanhangsel G wordt als volgt gewijzigd:

a)

in tabel G-1 wordt de tweede tabel vervangen door:

“Lr,TR,i

Golflengte

Spoorstaafruwheid

E

M

EN ISO 3095:2013 (Goed onderhouden en zeer glad)

Gemiddeld netwerk (Normaal onderhouden en glad)

2 000  mm

17,1

35,0

1 600  mm

17,1

31,0

1 250  mm

17,1

28,0

1 000  mm

17,1

25,0

800  mm

17,1

23,0

630  mm

17,1

20,0

500  mm

17,1

17,0

400  mm

17,1

13,5

315  mm

15,0

10,5

250  mm

13,0

9,0

200  mm

11,0

6,5

160  mm

9,0

5,5

125  mm

7,0

5,0

100  mm

4,9

3,5

80  mm

2,9

2,0

63  mm

0,9

0,1

50  mm

–1,1

–0,2

40  mm

–3,2

–0,3

31,5  mm

–5,0

–0,8

25  mm

–5,6

–3,0

20  mm

–6,2

–5,0

16  mm

–6,8

–7,0

12,5  mm

–7,4

–8,0

10  mm

–8,0

–9,0

8  mm

–8,6

–10,0

6,3  mm

–9,2

–12,0

5  mm

–9,8

–13,0

4  mm

–10,4

–14,0

3,15  mm

–11,0

–15,0

2,5  mm

–11,6

–16,0

2  mm

–12,2

–17,0

1,6  mm

–12,8

–18,0

1,25  mm

–13,4

–19,0

1  mm

–14,0

–19,0

0,8  mm

–14,0

–19,0 ”

b)

Tabel G-2 wordt vervangen door:

“A3,i

1.1.

Golflengte

Wiellast 50 kN — wieldiameter 360 mm

Wiellast 50 kN — wieldiameter 680 mm

Wiellast 50 kN — wieldiameter 920 mm

Wiellast 25 kN — wieldiameter 920 mm

Wiellast 100 kN — wieldiameter 920 mm

2 000  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1 600  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1 250  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

1 000  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

800  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

630  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

500  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

400  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

315  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

250  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

200  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

160  mm

0,0

0,0

0,0

0,0

–0,1

125  mm

0,0

0,0

–0,1

0,0

–0,2

100  mm

0,0

–0,1

–0,1

0,0

–0,3

80  mm

–0,1

–0,2

–0,3

–0,1

–0,6

63  mm

–0,2

–0,3

–0,6

–0,3

–1,0

50  mm

–0,3

–0,7

–1,1

–0,5

–1,8

40  mm

–0,6

–1,2

–1,3

–1,1

–3,2

31,5  mm

–1,0

–2,0

–3,5

–1,8

–5,4

25  mm

–1,8

–4,1

–5,3

–3,3

–8,7

20  mm

–3,2

–6,0

–8,0

–5,3

–12,2

16  mm

–5,4

–9,2

–12,0

–7,9

–16,7

12,5  mm

–8,7

–13,8

–16,8

–12,8

–17,7

10  mm

–12,2

–17,2

–17,7

–16,8

–17,8

8  mm

–16,7

–17,7

–18,0

–17,7

–20,7

6,3  mm

–17,7

–18,6

–21,5

–18,2

–22,1

5  mm

–17,8

–21,5

–21,8

–20,5

–22,8

4  mm

–20,7

–22,3

–22,8

–22,0

–24,0

3,15  mm

–22,1

–23,1

–24,0

–22,8

–24,5

2,5  mm

–22,8

–24,4

–24,5

–24,2

–24,7

2  mm

–24,0

–24,5

–25,0

–24,5

–27,0

1,6  mm

–24,5

–25,0

–27,3

–25,0

–27,8

1,25  mm

–24,7

–28,0

–28,1

–27,4

–28,6

1  mm

–27,0

–28,8

–28,9

–28,2

–29,4

0,8  mm

–27,8

–29,6

–29,7

–29,0

–30,2 ”

c)

de eerste tabel van tabel G-3 wordt vervangen door:

LH,TR,i

Frequentie

Type spoorbed/onderlegplaat

M/S

M/M

M/H

B/S

B/M

B/H

W

D

Monoblok-dwarsligger op zachte onderlegplaat

Monoblok-dwarsligger op middelstijve onderlegplaat

Monoblok-dwarsligger op harde onderlegplaat

Bi-blok-dwarsligger op zachte onderlegplaat

Bi-blok-dwarsligger op middelstijve onderlegplaat

Bi-blok-dwarsligger op harde onderlegplaat

Houten dwarsliggers

Directe bevestiging op bruggen

50  Hz

53,3

50,9

50,1

50,9

50,0

49,8

44,0

75,4

63  Hz

59,3

57,8

57,2

56,6

56,1

55,9

51,0

77,4

80  Hz

67,2

66,5

66,3

64,3

64,1

64,0

59,9

81,4

100  Hz

75,9

76,8

77,2

72,3

72,5

72,5

70,8

87,1

125  Hz

79,2

80,9

81,6

75,4

75,8

75,9

75,1

88,0

160  Hz

81,8

83,3

84,0

78,5

79,1

79,4

76,9

89,7

200  Hz

84,2

85,8

86,5

81,8

83,6

84,4

77,2

83,4

250  Hz

88,6

90,0

90,7

86,6

88,7

89,7

80,9

87,7

315  Hz

91,0

91,6

92,1

89,1

89,6

90,2

85,3

89,8

400  Hz

94,5

93,9

94,3

91,9

89,7

90,2

92,5

97,5

500  Hz

97,0

95,6

95,8

94,5

90,6

90,8

97,0

99,0

630  Hz

99,2

97,4

97,0

97,5

93,8

93,1

98,7

100,8

800  Hz

104,0

101,7

100,3

104,0

100,6

97,9

102,8

104,9

1 000  Hz

107,1

104,4

102,5

107,9

104,7

101,1

105,4

111,8

1 250  Hz

108,3

106,0

104,2

108,9

106,3

103,4

106,5

113,9

1 600  Hz

108,5

106,8

105,4

108,8

107,1

105,4

106,4

115,5

2 000  Hz

109,7

108,3

107,1

109,8

108,8

107,7

107,5

114,9

2 500  Hz

110,0

108,9

107,9

110,2

109,3

108,5

108,1

118,2

3 150  Hz

110,0

109,1

108,2

110,1

109,4

108,7

108,4

118,3

4 000  Hz

110,0

109,4

108,7

110,1

109,7

109,1

108,7

118,4

5 000  Hz

110,3

109,9

109,4

110,3

110,0

109,6

109,1

118,9

6 300  Hz

110,0

109,9

109,7

109,9

109,8

109,6

109,1

117,5

8 000  Hz

110,1

110,3

110,4

110,0

110,0

109,9

109,5

117,9

10 000  Hz

110,6

111,0

111,4

110,4

110,5

110,6

110,2

118,6 ”

d)

tabel G-3 wordt als volgt gewijzigd:

in kolom 1 van het onderdeel “LH, VEH, i ”:

de 11e rij wordt vervangen door: “315 Hz”;

de 21e rij wordt vervangen door: “ 3 150 Hz”;

de 24e rij wordt vervangen door: “ 6 300 Hz”;

in kolom 1 van het onderdeel “LH, VEH, SUP, i ”:

de 11e rij wordt vervangen door: “315 Hz”;

de 21e rij wordt vervangen door: “ 3 150 Hz”;

de 24e rij wordt vervangen door: “ 6 300 Hz”;

e)

tabel G-4 wordt vervangen door:

“LR,IMPACT,i

Golflengte

Enkele wissel/voeg/kruising/100 m

2 000  mm

22,0

1 600  mm

22,0

1 250  mm

22,0

1 000  mm

22,0

800  mm

22,0

630  mm

20,0

500  mm

16,0

400  mm

15,0

315  mm

14,0

250  mm

15,0

200  mm

14,0

160  mm

12,0

125  mm

11,0

100  mm

10,0

80  mm

9,0

63  mm

8,0

50  mm

6,0

40  mm

3,0

31,5  mm

2,0

25  mm

–3,0

20  mm

–8,0

16  mm

–13,0

12,5  mm

–17,0

10  mm

–19,0

8  mm

–22,0

6,3  mm

–25,0

5  mm

–26,0

4  mm

–32,0

3,15  mm

–35,0

2,5  mm

–40,0

2  mm

–43,0

1,6  mm

–45,0

1,25  mm

–47,0

1  mm

–49,0

0,8  mm

–50,0 ”

f)

in tabel G-5:

 

de 1e kolom, 12e rij wordt vervangen door: “315 Hz”;

 

de 1e kolom, 22e rij wordt vervangen door: “ 3 150 Hz”;

 

de 1e kolom, 25e rij wordt vervangen door: “ 6 300 Hz”;

 

de 4e kolom, 25e rij wordt vervangen door: “81,4”;

 

de 5e kolom, 25e rij wordt vervangen door: “80,7”;

g)

in tabel G-6, in kolom 1:

 

de 11e rij wordt vervangen door: “315 Hz”;

 

de 21e rij wordt vervangen door: “ 3 150 Hz”;

 

de 24e rij wordt vervangen door: “ 6 300 Hz”;

h)

tabel G-7 wordt vervangen door:

LH, bridge ,i

Frequentie

+10 dB(A)

+15 dB(A)

50  Hz

85,2

90,1

63  Hz

87,1

92,1

80  Hz

91,0

96,0

100  Hz

94,0

99,5

125  Hz

94,4

99,9

160  Hz

96,0

101,5

200  Hz

92,5

99,6

250  Hz

96,7

103,8

315  Hz

97,4

104,5

400  Hz

99,4

106,5

500  Hz

100,7

107,8

630  Hz

102,5

109,6

800  Hz

107,1

116,1

1 000  Hz

109,8

118,8

1 250  Hz

112,0

120,9

1 600  Hz

107,2

109,5

2 000  Hz

106,8

109,1

2 500  Hz

107,3

109,6

3 150  Hz

99,3

102,0

4 000  Hz

91,4

94,1

5 000  Hz

86,9

89,6

6 300  Hz

79,7

83,6

8 000  Hz

75,1

79,0

10 000  Hz

70,8

74,7 ”

21)

Aanhangsel I wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel van het aanhangsel wordt vervangen door:

Aanhangsel I: Gegevensbank voor vliegtuigbronnen — Vliegtuiglawaai- en -prestatiegegevens (Aircraft Noise and Performance (ANP) data) ”;

b)

in tabel I-1, de rijen die starten met de rij

“F10062

A

D-42

0

0

0,4731

0,1565”

tot en met de laatste rij van de tabel worden vervangen door:

“737800

A

A_00

 

 

 

0,0596977

737800

A

A_01

 

 

 

0,066122

737800

A

A_05

 

 

 

0,078996

737800

A

A_15

 

 

 

0,111985

737800

A

A_30

 

 

0,383611

0,117166

7378MAX

A

A_00

0

0

0

0,076682

7378MAX

A

A_00

 

 

 

0,056009

7378MAX

A

A_01

0

0

0

0,091438

7378MAX

A

A_01

 

 

 

0,066859

7378MAX

A

A_05

0

0

0

0,106627

7378MAX

A

A_05

 

 

 

0,077189

7378MAX

A

A_15

0

0

0,395117

0,165812

7378MAX

A

A_15

 

 

 

0,106525

7378MAX

A

A_30

 

 

0,375612

0,116638

7378MAX

A

A_40

0

0

0,375646

0,189672

7378MAX

D

D_00

0

0

0

0,074217

7378MAX

D

D_00

 

 

 

0,05418

7378MAX

D

D_01

0

0

0

0,085464

7378MAX

D

D_01

 

 

 

0,062526

7378MAX

D

D_05

0,00823

0,41332

0

0,101356

7378MAX

D

D_05

0,0079701

0,40898

 

0,074014

A350-941

A

A_1_U

0

0

0

0,05873

A350-941

A

A_1_U

 

 

 

0,056319

A350-941

A

A_2_D

0

0

0

0,083834

A350-941

A

A_2_D

 

 

 

0,081415

A350-941

A

A_2_U

0

0

0

0,06183

A350-941

A

A_2_U

 

 

 

0,059857

A350-941

A

A_3_D

0

0

0,219605

0,092731

A350-941

A

A_3_D

 

 

0,225785

0,092557

A350-941

A

A_FULL_D

0

0

0,214867

0,106381

A350-941

A

A_FULL_D

 

 

0,214862

0,106058

A350-941

A

A_ZERO

0

0

0

0,049173

A350-941

A

A_ZERO

 

 

 

0,048841

A350-941

D

D_1

0

0

0

0,052403

A350-941

D

D_1_U

 

 

 

0,058754

A350-941

D

D_1+F

0,00325

0,234635

0

0,06129

A350-941

D

D_1+F_D

0,002722

0,233179

 

0,098533

A350-941

D

D_1+F_U

 

 

 

0,062824

A350-941

D

D_ZERO

0

0

0

0,048142

A350-941

D

D_ZERO

 

 

 

0,048126

ATR72

A

15-A-G

 

 

 

0,0803

ATR72

A

33-A-G

 

 

0,55608

0,105

ATR72

A

ZERO-A

 

 

 

0,09027

ATR72

D

15

0,013155

0,538

 

0,08142

ATR72

D

INTR

 

 

 

0,07826

ATR72

D

ZERO

 

 

 

0,0708

F10062

A

D-42

0

0

0,4731

0,1565

F10062

A

INT2

 

 

 

0,0904

F10062

A

TO

 

 

 

0,0683

F10062

A

U-INT

 

 

 

0,1124

F10062

D

INT2

 

 

 

0,0904

F10062

D

TO

0,0122

0,5162

 

0,0683

F10062

D

ZERO

 

 

 

0,0683

F10065

A

D-42

 

 

0,4731

0,1565

F10065

A

INT2

 

 

 

0,0911

F10065

A

TO

 

 

 

0,0693

F10065

A

U-INT

 

 

 

0,1129

F10065

D

INT2

 

 

 

0,0911

F10065

D

TO

0,0123

0,521

 

0,0693

F10065

D

ZERO

 

 

 

0,0693

F28MK2

A

D-42

 

 

0,5334

0,1677

F28MK2

A

INT2

 

 

 

0,1033

F28MK2

A

U-INTR

 

 

 

0,1248

F28MK2

A

ZERO

 

 

 

0,0819

F28MK2

D

6

0,0171

0,6027

 

0,0793

F28MK2

D

INT2

 

 

 

0,1033

F28MK2

D

ZERO

 

 

 

0,0819

F28MK4

A

D-42

 

 

0,5149

0,1619

F28MK4

A

INT2

 

 

 

0,0971

F28MK4

A

U-INTR

 

 

 

0,1187

F28MK4

A

ZERO

 

 

 

0,0755

F28MK4

D

6

0,01515

0,5731

 

0,0749

F28MK4

D

INT2

 

 

 

0,0971

F28MK4

D

ZERO

 

 

 

0,0755

FAL20

A

D-25

 

 

0,804634

0,117238

FAL20

A

D-40

 

 

0,792624

0,136348

FAL20

A

INTR

 

 

 

0,084391

FAL20

A

ZERO

 

 

 

0,07

FAL20

D

10

0,035696

0,807797

 

0,098781

FAL20

D

INTR

 

 

 

0,084391

FAL20

D

ZERO

 

 

 

0,07

GII

A

L-0-U

 

 

 

0,0751

GII

A

L-10-U

 

 

 

0,0852

GII

A

L-20-D

 

 

 

0,1138

GII

A

L-39-D

 

 

0,5822

0,1742

GII

D

T-0-U

 

 

 

0,0814

GII

D

T-10-U

 

 

 

0,0884

GII

D

T-20-D

0,02

0,634

 

0,1159

GIIB

A

L-0-U

 

 

 

0,0722

GIIB

A

L-10-U

 

 

 

0,0735

GIIB

A

L-20-D

 

 

 

0,1091

GIIB

A

L-39-D

 

 

0,562984

0,1509

GIIB

D

T-0-U

 

 

 

0,0738

GIIB

D

T-10-U

 

 

 

0,0729

GIIB

D

T-20-D

0,0162

0,583

 

0,1063

GIV

A

L-0-U

 

 

 

0,06

GIV

A

L-20-D

 

 

 

0,1063

GIV

A

L-39-D

 

 

0,5805

0,1403

GIV

D

T-0-U

 

 

 

0,0586

GIV

D

T-10-U

 

 

 

0,0666

GIV

D

T-20-D

0,0146

0,5798

 

0,1035

GIV

D

T-20-U

 

 

 

0,0797

GV

A

L-0-U

 

 

 

0,0617

GV

A

L-20-D

 

 

 

0,0974

GV

A

L-20-U

 

 

 

0,0749

GV

A

L-39-D

 

 

0,4908

0,1328

GV

D

T-0-U

 

 

 

0,058

GV

D

T-10-U

 

 

 

0,0606

GV

D

T-20-D

0,01178

0,516

 

0,0953

GV

D

T-20-U

 

 

 

0,0743

HS748A

A

D-30

 

 

0,45813

0,13849

HS748A

A

D-INTR

 

 

 

0,106745

HS748A

A

INTR

 

 

 

0,088176

HS748A

A

ZERO

 

 

 

0,075

HS748A

D

INTR

 

 

 

0,088176

HS748A

D

TO

0,012271

0,542574

 

0,101351

HS748A

D

ZERO

 

 

 

0,075

IA1125

A

D-40

 

 

0,967478

0,136393

IA1125

A

D-INTR

 

 

 

0,118618

IA1125

A

INTR

 

 

 

0,085422

IA1125

A

ZERO

 

 

 

0,07

IA1125

D

12

0,040745

0,963488

 

0,100843

IA1125

D

INTR

 

 

 

0,085422

IA1125

D

ZERO

 

 

 

0,07

L1011

A

10

 

 

 

0,093396

L1011

A

D-33

 

 

0,286984

0,137671

L1011

A

D-42

 

 

0,256389

0,155717

L1011

A

ZERO

 

 

 

0,06243

L1011

D

10

0,004561

0,265314

 

0,093396

L1011

D

22

0,004759

0,251916

 

0,105083

L1011

D

INTR

 

 

 

0,07959

L1011

D

ZERO

 

 

 

0,06243

L10115

A

10

 

 

 

0,093396

L10115

A

D-33

 

 

0,262728

0,140162

L10115

A

D-42

 

 

0,256123

0,155644

L10115

A

ZERO

 

 

 

0,06243

L10115

D

10

0,004499

0,265314

 

0,093396

L10115

D

22

0,004695

0,251916

 

0,105083

L10115

D

INTR

 

 

 

0,07959

L10115

D

ZERO

 

 

 

0,06243

L188

A

D-100

 

 

0,436792

0,174786

L188

A

D-78-%

 

 

0,456156

0,122326

L188

A

INTR

 

 

 

0,120987

L188

A

ZERO

 

 

 

0,082

L188

D

39-%

0,009995

0,420533

 

0,142992

L188

D

78-%

0,010265

0,404302

 

0,159974

L188

D

INTR

 

 

 

0,120987

L188

D

ZERO

 

 

 

0,082

LEAR25

A

10

 

 

 

0,09667

LEAR25

A

D-40

 

 

1,28239

0,176632

LEAR25

A

D-INTR

 

 

 

0,149986

LEAR25

A

ZERO

 

 

 

0,07

LEAR25

D

10

 

 

 

0,09667

LEAR25

D

20

0,082866

1,27373

 

0,12334

LEAR25

D

ZERO

 

 

 

0,07

LEAR35

A

10

 

 

 

0,089112

LEAR35

A

D-40

 

 

1,08756

0,150688

LEAR35

A

D-INTR

 

 

 

0,129456

LEAR35

A

ZERO

 

 

 

0,07

LEAR35

D

10

 

 

 

0,089112

LEAR35

D

20

0,043803

1,05985

 

0,108224

LEAR35

D

ZERO

 

 

 

0,07

MD11GE

D

10

0,003812

0,2648

 

0,0843

MD11GE

D

15

0,003625

0,2578

 

0,0891

MD11GE

D

20

0,003509

0,2524

 

0,0947

MD11GE

D

25

0,003443

0,2481

 

0,1016

MD11GE

D

0/EXT

 

 

 

0,0692

MD11GE

D

0/RET

 

 

 

0,0551

MD11GE

D

ZERO

 

 

 

0,0551

MD11PW

D

10

0,003829

0,265

 

0,08425

MD11PW

D

15

0,003675

0,2576

 

0,08877

MD11PW

D

20

0,003545

0,2526

 

0,09472

MD11PW

D

25

0,003494

0,2487

 

0,1018

MD11PW

D

0/EXT

 

 

 

0,0691

MD11PW

D

0/RET

 

 

 

0,05512

MD11PW

D

ZERO

 

 

 

0,05512

MD81

D

11

0,009276

0,4247

 

0,07719

MD81

D

INT1

 

 

 

0,07643

MD81

D

INT2

 

 

 

0,06313

MD81

D

INT3

 

 

 

0,06156

MD81

D

INT4

 

 

 

0,06366

MD81

D

T_15

0,009369

0,420798

 

0,0857

MD81

D

T_INT

 

 

 

0,0701

MD81

D

T_ZERO

 

 

 

0,061

MD81

D

ZERO

 

 

 

0,06761

MD82

D

11

0,009248

0,4236

 

0,07969

MD82

D

INT1

 

 

 

0,07625

MD82

D

INT2

 

 

 

0,06337

MD82

D

INT3

 

 

 

0,06196

MD82

D

INT4

 

 

 

0,0634

MD82

D

T_15

0,009267

0,420216

 

0,086

MD82

D

T_INT

 

 

 

0,065

MD82

D

T_ZERO

 

 

 

0,061

MD82

D

ZERO

 

 

 

0,06643

MD83

D

11

0,009301

0,4227

 

0,0798

MD83

D

INT1

 

 

 

0,07666

MD83

D

INT2

 

 

 

0,0664

MD83

D

INT3

 

 

 

0,06247

MD83

D

INT4

 

 

 

0,06236

MD83

D

T_15

0,009384

0,420307

 

0,086

MD83

D

T_INT

 

 

 

0,0664

MD83

D

T_ZERO

 

 

 

0,0611

MD83

D

ZERO

 

 

 

0,06573

MD9025

A

D-28

 

 

0,4118

0,1181

MD9025

A

D-40

 

 

0,4003

0,1412

MD9025

A

U-0

 

 

0,4744

0,0876

MD9025

D

EXT/06

0,010708

0,458611

 

0,070601

MD9025

D

EXT/11

0,009927

0,441118

 

0,073655

MD9025

D

EXT/18

0,009203

0,421346

 

0,083277

MD9025

D

EXT/24

0,008712

0,408301

 

0,090279

MD9025

D

RET/0

 

 

 

0,05186

MD9028

A

D-28

 

 

0,4118

0,1181

MD9028

A

D-40

 

 

0,4003

0,1412

MD9028

A

U-0

 

 

0,4744

0,0876

MD9028

D

EXT/06

0,010993

0,463088

 

0,070248

MD9028

D

EXT/11

0,010269

0,446501

 

0,072708

MD9028

D

EXT/18

0,009514

0,426673

 

0,082666

MD9028

D

EXT/24

0,008991

0,413409

 

0,090018

MD9028

D

RET/0

 

 

 

0,05025

MU3001

A

1

 

 

 

0,08188

MU3001

A

D-30

 

 

1,07308

0,147487

MU3001

A

D-INTR

 

 

 

0,114684

MU3001

A

ZERO

 

 

 

0,07

MU3001

D

1

0,065703

1,1529

 

0,08188

MU3001

D

10

0,055318

1,0729

 

0,09285

MU3001

D

ZERO

 

 

 

0,07

PA30

A

27-A

 

 

1,316667

0,104586

PA30

A

ZERO-A

 

 

 

0,078131

PA30

D

15-D

0,100146

1,166667

 

0,154071

PA30

D

ZERO-D

 

 

 

0,067504

PA42

A

30-DN

 

 

1,09213

0,14679

PA42

A

ZERO-A

 

 

 

0,087856

PA42

D

ZER-DN

0,06796

1,011055

 

0,08088

PA42

D

ZERO

 

 

 

0,087856

PA42

D

ZERO-C

 

 

 

0,139096

PA42

D

ZERO-T

 

 

 

0,07651

SD330

A

D-15

 

 

0,746802

0,109263

SD330

A

D-35

 

 

0,702872

0,143475

SD330

A

INTR

 

 

 

0,106596

SD330

A

ZERO

 

 

 

0,075

SD330

D

10

0,031762

0,727556

 

0,138193

SD330

D

INTR

 

 

 

0,106596

SD330

D

ZERO

 

 

 

0,075

SF340

A

5

 

 

 

0,105831

SF340

A

D-35

 

 

0,75674

0,147912

SF340

A

D-INTR

 

 

 

0,111456

SF340

A

ZERO

 

 

 

0,075

SF340

D

5

 

 

 

0,105831

SF340

D

15

0,026303

0,746174

 

0,136662

SF340

D

ZERO

 

 

 

0,075”

c)

in tabel I-2 worden de rijen die overeenkomen met de AIRCFTID 737700 en 737800 dienovereenkomstig vervangen door:

“737700

Boeing 737-700/CFM56-7B24

Straal

2

Groot

Commercieel

154 500

129 200

4 445

24 000

3

CF567B

CNT (lb)

206

104

Vleugel

737800

Boeing 737-800/CFM56-7B26

Straal

2

Groot

Commercieel

174 200

146 300

5 435

26 300

3

CF567B

CNT (lb)

206

104

Vleugel”

d)

in tabel I-2 worden de volgende rijen toegevoegd:

“7378MAX

Boeing 737 MAX 8/CFM Leap1B-27

Straal

2

Groot

Commercieel

181 200

152 800

4 965

26 400

4

7378MAX

CNT (lb)

216

103

Vleugel

A350-941

Airbus A350-941/RR Trent XWB-84

Straal

2

Zwaar

Commercieel

610 681

456 356

6 558

84 200

4

A350-941

CNT (lb)

239

139

Vleugel

ATR72

Avions de Transport Regional ATR 72-212A/PW127F

Turboprop

2

Groot

Commercieel

50 710

49 270

3 360

7 587

4

ATR72

CNT (lb)

240

140

Prop”

e)

in tabel I-3 worden de volgende rijen toegevoegd:

“737800

DEFAULT

1

Dalen-stationair

A_00

6 000

248,93

3

 

 

 

737800

DEFAULT

2

Op constante hoogte-stationair

A_00

3 000

249,5

 

 

25 437

 

737800

DEFAULT

3

Op constante hoogte-stationair

A_01

3 000

187,18

 

 

3 671

 

737800

DEFAULT

4

Op constante hoogte-stationair

A_05

3 000

174,66

 

 

5 209

 

737800

DEFAULT

5

Dalen-stationair

A_15

3 000

151,41

3

 

 

 

737800

DEFAULT

6

Dalen

A_30

2 817

139,11

3

 

 

 

737800

DEFAULT

7

Landen

A_30

 

 

 

393,8

 

 

737800

DEFAULT

8

Vertragen

A_30

 

139

 

 

3 837,5

40

737800

DEFAULT

9

Vertragen

A_30

 

30

 

 

0

10

737MAX8

DEFAULT

1

Dalen-stationair

A_00

6 000

249,2

3

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

Op constante hoogte-stationair

A_00

3 000

249,7

 

 

24 557

 

737MAX8

DEFAULT

3

Op constante hoogte-stationair

A_01

3 000

188,5

 

 

4 678

 

737MAX8

DEFAULT

4

Op constante hoogte-stationair

A_05

3 000

173,7

 

 

4 907

 

737MAX8

DEFAULT

5

Dalen-stationair

A_15

3 000

152

3

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

Dalen

A_30

2 817

139

3

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

7

Landen

A_30

 

 

 

393,8

 

 

737MAX8

DEFAULT

8

Vertragen

A_30

 

139

 

 

3 837,5

40

737MAX8

DEFAULT

9

Vertragen

A_30

 

30

 

 

0

10

A350-941

DEFAULT1

1

Dalen-stationair

A_ZERO

6 000

250

2,74

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

2

Op constante hoogte-stationair

A_ZERO

3 000

250

 

 

26 122

 

A350-941

DEFAULT1

3

Op constante hoogte-stationair

A_1_U

3 000

188,6

 

 

6 397,6

 

A350-941

DEFAULT1

4

Dalen-stationair

A_1_U

3 000

168,4

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

5

Dalen-stationair

A_2_D

2 709

161,9

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

6

Dalen-stationair

A_3_D

2 494

155,2

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

7

Dalen

A_FULL_D

2 180

137,5

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

8

Dalen

A_FULL_D

50

137,5

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT1

9

Landen

A_FULL_D

 

 

 

556,1

 

 

A350-941

DEFAULT1

10

Vertragen

A_FULL_D

 

137,5

 

 

5 004,9

10

A350-941

DEFAULT1

11

Vertragen

A_FULL_D

 

30

 

 

0

10

A350-941

DEFAULT2

1

Dalen-stationair

A_ZERO

6 000

250

2,74

 

 

 

A350-941

DEFAULT2

2

Op constante hoogte-stationair

A_ZERO

3 000

250

 

 

26 122

 

A350-941

DEFAULT2

3

Op constante hoogte

A_1_U

3 000

188,6

 

 

20 219,8

 

A350-941

DEFAULT2

4

Op constante hoogte-stationair

A_1_U

3 000

188,6

 

 

6 049,9

 

A350-941

DEFAULT2

5

Dalen-stationair

A_1_U

3 000

168,3

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT2

6

Dalen-stationair

A_2_D

2 709

161,8

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT2

7

Dalen

A_FULL_D

2 180

137,5

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT2

8

Dalen

A_FULL_D

50

137,5

3

 

 

 

A350-941

DEFAULT2

9

Landen

A_FULL_D

 

 

 

556,1

 

 

A350-941

DEFAULT2

10

Vertragen

A_FULL_D

 

137,5

 

 

5 004,9

10

A350-941

DEFAULT2

11

Vertragen

A_FULL_D

 

30

 

 

0

10

ATR72

DEFAULT

1

Dalen

ZERO-A

6 000

238

3

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

Op constante hoogte-vertragen

ZERO-A

3 000

238

 

 

17 085

 

ATR72

DEFAULT

3

Op constante hoogte-vertragen

15-A-G

3 000

158,3

 

 

3 236

 

ATR72

DEFAULT

4

Op constante hoogte

15-A-G

3 000

139

 

 

3 521

 

ATR72

DEFAULT

5

Op constante hoogte

33-A-G

3 000

139

 

 

3 522

 

ATR72

DEFAULT

6

Dalen-vertragen

33-A-G

3 000

139

3

 

 

 

ATR72

DEFAULT

7

Dalen

33-A-G

2 802

117,1

3

 

 

 

ATR72

DEFAULT

8

Dalen

33-A-G

50

117,1

3

 

 

 

ATR72

DEFAULT

9

Landen

33-A-G

 

 

 

50

 

 

ATR72

DEFAULT

10

Vertragen

33-A-G

 

114,2

 

 

1 218

75,9

ATR72

DEFAULT

11

Vertragen

33-A-G

 

30

 

 

0

5,7”

f)

in tabel I-4 (deel 1) worden de volgende rijen toegevoegd:

“737MAX8

DEFAULT

1

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

1

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 336

174

 

737MAX8

DEFAULT

1

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 799

205

 

737MAX8

DEFAULT

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 681

250

 

737MAX8

DEFAULT

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

1

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 284

176

 

737MAX8

DEFAULT

2

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 651

208

 

737MAX8

DEFAULT

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 619

250

 

737MAX8

DEFAULT

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

2

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 229

177

 

737MAX8

DEFAULT

3

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 510

210

 

737MAX8

DEFAULT

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 544

250

 

737MAX8

DEFAULT

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

3

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 144

181

 

737MAX8

DEFAULT

4

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 268

213

 

737MAX8

DEFAULT

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 414

250

 

737MAX8

DEFAULT

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

4

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 032

184

 

737MAX8

DEFAULT

5

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 150

217

 

737MAX8

DEFAULT

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 292

250

 

737MAX8

DEFAULT

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

5

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 001

185

 

737MAX8

DEFAULT

6

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 120

219

 

737MAX8

DEFAULT

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 263

250

 

737MAX8

DEFAULT

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

6

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

951

188

 

737MAX8

DEFAULT

M

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 058

221

 

737MAX8

DEFAULT

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 196

250

 

737MAX8

DEFAULT

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

DEFAULT

M

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 300

174

 

737MAX8

ICAO_A

1

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 667

205

 

737MAX8

ICAO_A

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

2 370

250

 

737MAX8

ICAO_A

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

1

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 243

174

 

737MAX8

ICAO_A

2

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 524

207

 

737MAX8

ICAO_A

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

2 190

250

 

737MAX8

ICAO_A

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

2

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 190

176

 

737MAX8

ICAO_A

3

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 331

210

 

737MAX8

ICAO_A

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

2 131

250

 

737MAX8

ICAO_A

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

3

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

1 098

180

 

737MAX8

ICAO_A

4

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 221

211

 

737MAX8

ICAO_A

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 883

250

 

737MAX8

ICAO_A

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

4

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

988

183

 

737MAX8

ICAO_A

5

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 101

216

 

737MAX8

ICAO_A

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 730

250

 

737MAX8

ICAO_A

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

5

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

964

185

 

737MAX8

ICAO_A

6

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 073

217

 

737MAX8

ICAO_A

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 588

250

 

737MAX8

ICAO_A

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

6

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_05

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_05

 

911

187

 

737MAX8

ICAO_A

M

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_01

 

1 012

220

 

737MAX8

ICAO_A

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 163

250

 

737MAX8

ICAO_A

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_A

M

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 734

178

 

737MAX8

ICAO_B

1

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

2 595

205

 

737MAX8

ICAO_B

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 671

250

 

737MAX8

ICAO_B

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

1

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 682

179

 

737MAX8

ICAO_B

2

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

2 477

208

 

737MAX8

ICAO_B

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 610

250

 

737MAX8

ICAO_B

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

2

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 616

180

 

737MAX8

ICAO_B

3

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

2 280

210

 

737MAX8

ICAO_B

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 545

250

 

737MAX8

ICAO_B

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

3

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 509

184

 

737MAX8

ICAO_B

4

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

2 103

214

 

737MAX8

ICAO_B

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 589

250

 

737MAX8

ICAO_B

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

4

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 388

188

 

737MAX8

ICAO_B

5

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

1 753

220

 

737MAX8

ICAO_B

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 295

250

 

737MAX8

ICAO_B

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

5

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 345

188

 

737MAX8

ICAO_B

6

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

1 634

220

 

737MAX8

ICAO_B

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 262

250

 

737MAX8

ICAO_B

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

6

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

1

Start

MaxStart

D_05

 

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_05

1 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

3

Versnellen

MaxStart

D_01

 

1 287

191

 

737MAX8

ICAO_B

M

4

Versnellen

MaxStart

D_00

 

1 426

225

 

737MAX8

ICAO_B

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

3 000

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_00

 

1 196

250

 

737MAX8

ICAO_B

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

5 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

7 500

 

 

 

737MAX8

ICAO_B

M

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_00

10 000 ”

 

 

 

g)

in tabel I-4 (deel 2) worden de volgende rijen toegevoegd:

“A350-941

DEFAULT

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 726,5

170,7

60

A350-941

DEFAULT

1

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 862,6

197,2

60

A350-941

DEFAULT

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 658

250

60

A350-941

DEFAULT

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 699,9

173,1

60

A350-941

DEFAULT

2

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 812,6

198,6

60

A350-941

DEFAULT

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 604,5

250

60

A350-941

DEFAULT

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 662,2

175,6

60

A350-941

DEFAULT

3

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 762,3

200,1

60

A350-941

DEFAULT

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 551,6

250

60

A350-941

DEFAULT

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 586,1

179,9

60

A350-941

DEFAULT

4

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 679,8

202,7

60

A350-941

DEFAULT

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 465,3

250

60

A350-941

DEFAULT

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 491,7

185,3

60

A350-941

DEFAULT

5

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 586,9

206,4

60

A350-941

DEFAULT

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 365,5

250

60

A350-941

DEFAULT

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 399,5

191,1

60

A350-941

DEFAULT

6

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 494,1

210,4

60

A350-941

DEFAULT

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 268,2

250

60

A350-941

DEFAULT

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 314

197

60

A350-941

DEFAULT

7

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 407,1

214,7

60

A350-941

DEFAULT

7

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 176,3

250

60

A350-941

DEFAULT

7

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 233,3

203,4

60

A350-941

DEFAULT

8

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 325,3

219,6

60

A350-941

DEFAULT

8

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 089,2

250

60

A350-941

DEFAULT

8

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 185,1

207,6

60

A350-941

DEFAULT

M

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 275,6

222,9

60

A350-941

DEFAULT

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,7

250

60

A350-941

DEFAULT

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 323,2

171

60

A350-941

ICAO_A

1

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 353,1

189,5

60

A350-941

ICAO_A

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 514,1

213,7

60

A350-941

ICAO_A

1

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 673,8

250

60

A350-941

ICAO_A

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 265,7

173,4

60

A350-941

ICAO_A

2

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 315,1

191,2

60

A350-941

ICAO_A

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 466,2

214,5

60

A350-941

ICAO_A

2

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 619,3

250

60

A350-941

ICAO_A

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 214,3

175,9

60

A350-941

ICAO_A

3

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 276,7

193

60

A350-941

ICAO_A

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 418,4

215,4

60

A350-941

ICAO_A

3

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 565

250

60

A350-941

ICAO_A

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 138,4

180,3

60

A350-941

ICAO_A

4

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 212,8

196,1

60

A350-941

ICAO_A

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 340,5

217

60

A350-941

ICAO_A

4

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 476,4

250

60

A350-941

ICAO_A

4

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 066,3

185,8

60

A350-941

ICAO_A

5

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 139,9

200,3

60

A350-941

ICAO_A

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 252,3

219,5

60

A350-941

ICAO_A

5

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 374,5

250

60

A350-941

ICAO_A

5

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

994,4

191,7

60

A350-941

ICAO_A

6

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 064,9

204,8

60

A350-941

ICAO_A

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 165,9

222,3

60

A350-941

ICAO_A

6

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 275,1

250

60

A350-941

ICAO_A

6

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

927

197,8

60

A350-941

ICAO_A

7

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

994,4

209,7

60

A350-941

ICAO_A

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 085,3

225,7

60

A350-941

ICAO_A

7

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 181

250

60

A350-941

ICAO_A

7

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

862,4

204,1

60

A350-941

ICAO_A

8

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

927,4

214,9

60

A350-941

ICAO_A

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 009,2

229,4

60

A350-941

ICAO_A

8

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 091,2

250

60

A350-941

ICAO_A

8

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

823,3

208,3

60

A350-941

ICAO_A

M

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

886,5

218,4

60

A350-941

ICAO_A

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

963,5

232

60

A350-941

ICAO_A

M

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,9

250

60

A350-941

ICAO_A

M

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 726,5

170,7

60

A350-941

ICAO_B

1

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 862,6

197,2

60

A350-941

ICAO_B

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 658

250

60

A350-941

ICAO_B

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 699,9

173,1

60

A350-941

ICAO_B

2

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 812,6

198,6

60

A350-941

ICAO_B

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 604,5

250

60

A350-941

ICAO_B

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 662,2

175,6

60

A350-941

ICAO_B

3

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 762,3

200,1

60

A350-941

ICAO_B

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 551,6

250

60

A350-941

ICAO_B

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 586,1

179,9

60

A350-941

ICAO_B

4

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 679,8

202,7

60

A350-941

ICAO_B

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 465,3

250

60

A350-941

ICAO_B

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 491,7

185,3

60

A350-941

ICAO_B

5

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 586,9

206,4

60

A350-941

ICAO_B

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 365,5

250

60

A350-941

ICAO_B

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 399,5

191,1

60

A350-941

ICAO_B

6

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 494,1

210,4

60

A350-941

ICAO_B

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 268,2

250

60

A350-941

ICAO_B

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 314

197

60

A350-941

ICAO_B

7

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 407,1

214,7

60

A350-941

ICAO_B

7

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 176,3

250

60

A350-941

ICAO_B

7

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 233,3

203,4

60

A350-941

ICAO_B

8

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 325,3

219,6

60

A350-941

ICAO_B

8

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 089,2

250

60

A350-941

ICAO_B

8

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 185,1

207,6

60

A350-941

ICAO_B

M

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 275,6

222,9

60

A350-941

ICAO_B

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,7

250

60

A350-941

ICAO_B

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000 ”

 

 

 

h)

in tabel I-4 (deel 3) worden de volgende rijen toegevoegd:

“A350-941

DEFAULT

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 726,5

170,7

60

A350-941

DEFAULT

1

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 862,6

197,2

60

A350-941

DEFAULT

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 658

250

60

A350-941

DEFAULT

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 699,9

173,1

60

A350-941

DEFAULT

2

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 812,6

198,6

60

A350-941

DEFAULT

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 604,5

250

60

A350-941

DEFAULT

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 662,2

175,6

60

A350-941

DEFAULT

3

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 762,3

200,1

60

A350-941

DEFAULT

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 551,6

250

60

A350-941

DEFAULT

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 586,1

179,9

60

A350-941

DEFAULT

4

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 679,8

202,7

60

A350-941

DEFAULT

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 465,3

250

60

A350-941

DEFAULT

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 491,7

185,3

60

A350-941

DEFAULT

5

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 586,9

206,4

60

A350-941

DEFAULT

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 365,5

250

60

A350-941

DEFAULT

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 399,5

191,1

60

A350-941

DEFAULT

6

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 494,1

210,4

60

A350-941

DEFAULT

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 268,2

250

60

A350-941

DEFAULT

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 314

197

60

A350-941

DEFAULT

7

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 407,1

214,7

60

A350-941

DEFAULT

7

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 176,3

250

60

A350-941

DEFAULT

7

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 233,3

203,4

60

A350-941

DEFAULT

8

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 325,3

219,6

60

A350-941

DEFAULT

8

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 089,2

250

60

A350-941

DEFAULT

8

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 185,1

207,6

60

A350-941

DEFAULT

M

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 275,6

222,9

60

A350-941

DEFAULT

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

DEFAULT

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,7

250

60

A350-941

DEFAULT

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

1

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 323,2

171

60

A350-941

ICAO_A

1

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 353,1

189,5

60

A350-941

ICAO_A

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 514,1

213,7

60

A350-941

ICAO_A

1

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 673,8

250

60

A350-941

ICAO_A

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

2

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 265,7

173,4

60

A350-941

ICAO_A

2

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 315,1

191,2

60

A350-941

ICAO_A

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 466,2

214,5

60

A350-941

ICAO_A

2

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 619,3

250

60

A350-941

ICAO_A

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

3

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 214,3

175,9

60

A350-941

ICAO_A

3

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 276,7

193

60

A350-941

ICAO_A

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 418,4

215,4

60

A350-941

ICAO_A

3

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 565

250

60

A350-941

ICAO_A

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

4

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 138,4

180,3

60

A350-941

ICAO_A

4

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 212,8

196,1

60

A350-941

ICAO_A

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 340,5

217

60

A350-941

ICAO_A

4

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 476,4

250

60

A350-941

ICAO_A

4

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

5

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

1 066,3

185,8

60

A350-941

ICAO_A

5

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 139,9

200,3

60

A350-941

ICAO_A

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 252,3

219,5

60

A350-941

ICAO_A

5

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 374,5

250

60

A350-941

ICAO_A

5

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

6

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

994,4

191,7

60

A350-941

ICAO_A

6

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

1 064,9

204,8

60

A350-941

ICAO_A

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 165,9

222,3

60

A350-941

ICAO_A

6

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 275,1

250

60

A350-941

ICAO_A

6

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

7

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

927

197,8

60

A350-941

ICAO_A

7

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

994,4

209,7

60

A350-941

ICAO_A

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 085,3

225,7

60

A350-941

ICAO_A

7

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 181

250

60

A350-941

ICAO_A

7

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

8

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

862,4

204,1

60

A350-941

ICAO_A

8

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

927,4

214,9

60

A350-941

ICAO_A

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 009,2

229,4

60

A350-941

ICAO_A

8

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 091,2

250

60

A350-941

ICAO_A

8

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 500

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

3

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_A

M

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1+F_U

 

823,3

208,3

60

A350-941

ICAO_A

M

5

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_1_U

 

886,5

218,4

60

A350-941

ICAO_A

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

963,5

232

60

A350-941

ICAO_A

M

7

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,9

250

60

A350-941

ICAO_A

M

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 726,5

170,7

60

A350-941

ICAO_B

1

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 862,6

197,2

60

A350-941

ICAO_B

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 658

250

60

A350-941

ICAO_B

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 699,9

173,1

60

A350-941

ICAO_B

2

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 812,6

198,6

60

A350-941

ICAO_B

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 604,5

250

60

A350-941

ICAO_B

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_D

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 662,2

175,6

60

A350-941

ICAO_B

3

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 762,3

200,1

60

A350-941

ICAO_B

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 551,6

250

60

A350-941

ICAO_B

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 586,1

179,9

60

A350-941

ICAO_B

4

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 679,8

202,7

60

A350-941

ICAO_B

4

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

4

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 465,3

250

60

A350-941

ICAO_B

4

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 491,7

185,3

60

A350-941

ICAO_B

5

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 586,9

206,4

60

A350-941

ICAO_B

5

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

5

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 365,5

250

60

A350-941

ICAO_B

5

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 399,5

191,1

60

A350-941

ICAO_B

6

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 494,1

210,4

60

A350-941

ICAO_B

6

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

6

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 268,2

250

60

A350-941

ICAO_B

6

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 314

197

60

A350-941

ICAO_B

7

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 407,1

214,7

60

A350-941

ICAO_B

7

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

7

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 176,3

250

60

A350-941

ICAO_B

7

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 233,3

203,4

60

A350-941

ICAO_B

8

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 325,3

219,6

60

A350-941

ICAO_B

8

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

8

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 089,2

250

60

A350-941

ICAO_B

8

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

1

Start

MaxStart

D_1+F_D

 

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

2

Stijgvlucht

MaxStart

D_1+F_U

1 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

3

Versnellen

MaxStart

D_1+F_U

 

1 185,1

207,6

60

A350-941

ICAO_B

M

4

Versnellen

MaxStart

D_1_U

 

1 275,6

222,9

60

A350-941

ICAO_B

M

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

3 000

 

 

 

A350-941

ICAO_B

M

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

D_ZERO

 

1 036,7

250

60

A350-941

ICAO_B

M

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

D_ZERO

10 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

1

Start

MaxStart

15

 

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

2

Stijgvlucht

MaxStart

15

1 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

INTR

 

885

133,3

39,1

ATR72

DEFAULT

1

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

1 040

142,4

35,6

ATR72

DEFAULT

1

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

3 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

964

168,3

38,9

ATR72

DEFAULT

1

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

5 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

7 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

1

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

10 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

1

Start

MaxStart

15

 

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

2

Stijgvlucht

MaxStart

15

1 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

INTR

 

900

138

31,7

ATR72

DEFAULT

2

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

995

147,3

32,2

ATR72

DEFAULT

2

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

3 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

962

168,3

32,1

ATR72

DEFAULT

2

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

5 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

7 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

2

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

10 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

1

Start

MaxStart

15

 

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

2

Stijgvlucht

MaxStart

15

1 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

3

Versnellen

MaxStijgvlucht

INTR

 

890

139,8

24,5

ATR72

DEFAULT

3

4

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

942

149,2

27,9

ATR72

DEFAULT

3

5

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

3 000

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

6

Versnellen

MaxStijgvlucht

ZERO

 

907

168,3

27,8

ATR72

DEFAULT

3

7

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

5 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

8

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

7 500

 

 

 

ATR72

DEFAULT

3

9

Stijgvlucht

MaxStijgvlucht

ZERO

10 000 ”

 

 

 

i)

in tabel I-6 worden de volgende rijen toegevoegd:

“7378MAX

1

140 000

7378MAX

2

144 600

7378MAX

3

149 600

7378MAX

4

159 300

7378MAX

5

171 300

7378MAX

6

174 500

7378MAX

M

181 200

A350-941

1

421 680

A350-941

2

433 189

A350-941

3

445 270

A350-941

4

466 326

A350-941

5

493 412

A350-941

6

522 377

A350-941

7

552 871

A350-941

8

585 147

A350-941

M

606 271

ATR72

1

44 750

ATR72

2

47 620

ATR72

3

50 710 ”

j)

in tabel I-7, na de rij

“737800

MaxStartHogeTemp

30 143,2

– 29,773

– 0,029

0

– 145,2”

 

 

 

 

worden de volgende rijen worden toegevoegd:

“737800

StationairNadering

649,0

– 3,3

0,0118

0

0

 

 

 

 

7378MAX

StationairNadering

1 046

– 4,6

0,0147

0

0

 

 

 

 

7378MAX

MaxStijgvlucht

21 736

– 28,6

0,3333

– 3,28E-06

0

 

 

 

 

7378MAX

MaxStijgingHogeTemp

23 323

– 15,1

– 0,09821

6,40E-06

– 142,0575

 

 

 

 

7378MAX

MaxStart

26 375

– 32,3

0,07827

8,81E-07

0

 

 

 

 

7378MAX

MaxStartHogeTemp

30 839

– 27,1

– 0,06346

– 8,23E-06

– 183,1101

 

 

 

 

A350-941

StationairNadering

5 473,2

– 24,305716

0,0631198

– 4,21E-06

0

 

 

 

 

A350-941

StationairNaderingHogeTemp

5 473,2

– 24,305716

0,0631198

– 4,21E-06

0

 

 

 

 

A350-941

MaxStijgvlucht

67 210,9

– 82,703367

1,18939

– 0,000012074

0

 

 

 

 

A350-941

MaxStijgingHogeTemp

76 854,6

– 75,672429

0

0

– 466

 

 

 

 

A350-941

MaxStart

84 912,8

– 101,986997

0,940876

– 8,31E-06

0

 

 

 

 

A350-941

MaxStartHogeTemp

96 170,0

– 101,339623

0

0

– 394

 

 

 

 

ATR72

MaxStijgvlucht

5 635,2

– 9,5

0,01127

0,00000027

0

 

 

 

 

ATR72

MaxStart

7 583,5

– 20,3

0,137399

– 0,00000604”

0”

 

 

 

 

k)

in tabel I-9 worden de volgende rijen toegevoegd:

“7378MAX

LAmax

A

3 000

90,4

83,4

78,7

73,8

65,9

57,1

50,7

43,6

36,5

29,7

7378MAX

LAmax

A

4 000

90,5

83,4

78,8

73,8

65,9

57,1

50,6

43,5

36,4

29,6

7378MAX

LAmax

A

5 000

90,7

83,7

79

74,1

66,1

57,2

50,7

43,6

36,5

29,6

7378MAX

LAmax

A

6 000

91

84

79,4

74,4

66,5

57,6

51

43,9

36,7

29,9

7378MAX

LAmax

A

7 000

91,5

84,4

79,8

74,8

66,9

58

51,5

44,3

37,1

30,2

7378MAX

LAmax

D

10 000

92,4

85,8

81,4

76,6

68,9

60,2

53,9

46,8

39,7

33

7378MAX

LAmax

D

13 000

94,2

87,7

83,2

78,4

70,7

62

55,6

48,5

41,4

34,6

7378MAX

LAmax

D

16 000

96

89,4

84,9

80,1

72,4

63,7

57,3

50,3

43,2

36,5

7378MAX

LAmax

D

19 000

97,6

91

86,5

81,8

74

65,3

59

52,1

45,1

38,4

7378MAX

LAmax

D

22 000

99,2

92,6

88,1

83,4

75,6

67

60,8

54

47,1

40,5

7378MAX

LAmax

D

24 500

100,6

94

89,5

84,8

77

68,5

62,4

55,7

48,9

42,5

7378MAX

SEL

A

3 000

92,6

88,4

85,6

82,4

77,2

70,9

66,1

60,8

55,4

50,2

7378MAX

SEL

A

4 000

92,7

88,6

85,8

82,6

77,3

71

66,2

60,9

55,5

50,4

7378MAX

SEL

A

5 000

93

88,9

86,1

82,9

77,6

71,3

66,5

61,1

55,7

50,6

7378MAX

SEL

A

6 000

93,3

89,3

86,4

83,2

77,9

71,6

66,8

61,4

56

50,8

7378MAX

SEL

A

7 000

93,7

89,6

86,8

83,6

78,3

72

67,1

61,8

56,3

51,1

7378MAX

SEL

D

10 000

94,3

90,4

87,6

84,5

79,1

72,9

68,3

63,2

58

53,1

7378MAX

SEL

D

13 000

96,1

92,2

89,4

86,3

80,8

74,5

69,9

64,8

59,6

54,8

7378MAX

SEL

D

16 000

97,6

93,7

90,9

87,8

82,5

76,3

71,7

66,7

61,6

56,9

7378MAX

SEL

D

19 000

98,8

95

92,3

89,3

84

78

73,6

68,7

63,8

59,1

7378MAX

SEL

D

22 000

100

96,2

93,6

90,6

85,6

79,8

75,5

70,8

66,1

61,7

7378MAX

SEL

D

24 500

100,9

97,2

94,6

91,7

86,9

81,4

77,4

72,8

68,3

64,1

A350-941

LAmax

A

1 000

91,21

84,42

79,83

74,97

67,15

58,68

52,65

46,06

38,92

31,73

A350-941

LAmax

A

10 000

92,16

85,43

80,83

75,99

68,31

59,92

53,97

47,34

40,08

32,68

A350-941

LAmax

A

17 000

94,76

87,92

83,18

78,16

70,23

61,75

55,72

49,06

41,55

33,91

A350-941

LAmax

D

25 000

92,83

85,22

80,6

75,75

68,22

60

54,03

47,27

39,73

31,65

A350-941

LAmax

D

35 000

95,16

88,13

83,33

78,27

70,38

61,9

55,87

49,15

41,66

33,82

A350-941

LAmax

D

50 000

99,67

92,61

87,75

82,5

74,45

66,01

60

53,34

45,7

37,42

A350-941

LAmax

D

70 000

103,74

96,78

91,98

86,87

78,8

70,01

63,7

56,71

48,8

40,63

A350-941

SEL

A

1 000

94,18

89,98

86,96

83,74

78,42

72,25

67,64

62,45

56,7

50,92

A350-941

SEL

A

10 000

95,52

91,32

88,29

85,06

79,78

73,75

69,24

64,17

58,36

52,34

A350-941

SEL

A

17 000

97,74

93,39

90,3

87,01

81,68

75,62

71,18

66,09

60,23

54

A350-941

SEL

D

25 000

95,67

90,95

87,67

84,23

78,73

72,73

68,33

63,24

57,19

50,52

A350-941

SEL

D

35 000

97,28

92,81

89,7

86,39

81,04

75,18

70,92

65,83

59,85

53,36

A350-941

SEL

D

50 000

100,98

96,76

93,79

90,43

85,11

79,2

74,81

69,77

63,84

57,37

A350-941

SEL

D

70 000

104,66

100,74

97,82

94,68

89,49

83,56

79,09

73,94

67,84

61,27

ATR72

LAmax

A

890

86,6

79,4

74,4

69,2

61,1

52,5

46,6

40

32,7

25

ATR72

LAmax

A

900

86,6

79,4

74,4

69,2

61,1

52,5

46,6

40

32,7

25

ATR72

LAmax

A

1 250

86,7

79,5

74,5

69,3

61,2

52,6

46,6

40

32,6

24,8

ATR72

LAmax

A

1 600

87,5

80,2

75,1

69,9

61,9

53,4

47,4

40,8

33,4

25,7

ATR72

LAmax

D

3 000

87,7

81,1

76,7

71,9

64,4

56,7

50,9

44,1

37,2

29,9

ATR72

LAmax

D

3 600

89,4

82,8

78,6

73,9

66,3

58

52,2

45,5

38,8

31,5

ATR72

LAmax

D

4 200

91,1

84,5

80,6

75,9

68,2

59,8

53,9

47,1

40,2

32,9

ATR72

LAmax

D

4 800

92,8

86,3

82,5

77,9

70,1

62,1

56

48,8

41,5

33,8

ATR72

LAmax

D

4 900

94,6

88,2

84

79,7

72,9

65,7

60,8

55,3

50

43,9

ATR72

LAmax

D

5 300

95,7

89,5

85,2

81

74,3

67,3

62,4

57

51,7

45,6

ATR72

LAmax

D

5 310

95,7

89,5

85,2

81

74,3

67,3

62,4

57

51,7

45,6

ATR72

SEL

A

890

89,7

85

81,7

78,2

72,8

66,9

62,6

57,7

52,1

45,9

ATR72

SEL

A

900

89,7

85

81,7

78,2

72,8

66,9

62,6

57,7

52,1

45,9

ATR72

SEL

A

1 250

89,4

84,7

81,5

78,1

72,8

66,8

62,5

57,6

51,8

45,6

ATR72

SEL

A

1 600

89,7

85,1

81,8

78,4

73,1

67,3

63

58,1

52,4

46,2

ATR72

SEL

D

3 000

88,9

84,8

82

79

74,3

68,9

64,9

60

54,6

48,6

ATR72

SEL

D

3 600

90

85,9

83,2

80,3

75,5

70,3

66,4

61,6

56,4

50,5

ATR72

SEL

D

4 200

91,1

87,1

84,4

81,6

77

71,9

67,9

63

57,8

51,9

ATR72

SEL

D

4 800

92,2

88,2

85,6

82,9

78,8

73,8

69,6

64,4

58,8

52,7

ATR72

SEL

D

4 900

92,9

89,4

86,9

84,3

80,3

75,9

72,9

69,3

65,5

61,3

ATR72

SEL

D

5 300

93,7

90,2

87,7

85,2

81,4

77,1

74,1

70,6

66,8

62,6

ATR72

SEL

D

5 310

93,7

90,2

87,7

85,2

81,4

77,1

74,1

70,6

66,8

62,6”

l)

in tabel I-10 worden de volgende rijen ingevoegd na de rij die overeenkomt met “Spectrale klasse-ID” nummer 138:

“139

Vertrek

2-Engine.HighByPass.Tfan

71,4

67,4

59,1

69,3

75,3

76,7

72,6

69,3

76,4

71,2

71,8

140

Vertrek

2-Engine.Tprop

63,5

62,8

71,0

87,4

78,5

76,8

74,6

77,4

79,8

74,3

75,4”

m)

in tabel I-10 worden de volgende rijen toegevoegd:

“239

Nadering

2-Engine.HighByPass.Tfan

71,0

65,0

60,7

70,7

74,8

76,5

73,2

71,8

75,9

73,0

71,1

240

Nadering

2-Engine.Tprop

65,9

68,0

66,9

80,0

77,1

78,5

73,9

75,6

77,7

73,6

73,3”


(*)  Voor dit doeleinde moet de totale lengte van de grondkoers altijd die van het vluchtprofiel overschrijden. Indien nodig kan dit worden bereikt door rechtlijnige segmenten van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen.

(**)  Zelfs als de motorvermogensinstellingen langs een segment constant blijven, kunnen voortstuwende kracht en versnelling veranderen als gevolg van variatie van luchtdichtheid met hoogte. Voor de toepassing van geluidsmodellering zijn deze veranderingen gewoonlijk echter te verwaarlozen.

(***)  Dit werd in de vorige uitgave van ECAC Doc 29 aanbevolen, maar wordt in afwachting van de verkrijging van verdere ondersteunende experimentele gegevens als tijdelijk beschouwd.

(****)  Op deze eenvoudige wijze gedefinieerd, is de totale lengte van het gesegmenteerde pad iets minder dan die van de cirkelvormige baan. De daaruit volgende contourfout is echter te verwaarlozen indien de hoekincrementen minder dan 30° zijn.”.

(*)  Hoewel het concept van een oneindig lange vliegbaan belangrijk is voor de definitie van het blootstellingsniveau van een eenmalige geluidsgebeurtenis LE , is het minder relevant in het geval van het maximumniveau van een geluidsgebeurtenis Lmax , dat wordt beheerst door het geluid dat het vliegtuig uitstraalt wanneer het zich in een bepaalde positie op of nabij het dichtstbijzijnde naderingspunt tot het waarneempunt bevindt. Voor modellering wordt de NPD-afstandsparameter beschouwd als de minimale afstand tussen het waarneempunt en het segment.”.

(*)  Dit staat bekend als de correctie van de duur omdat het rekening houdt met de gevolgen van vliegtuigsnelheid voor de duur van de geluidsgebeurtenis, waarbij eenvoudigweg wordt aangenomen dat bij voor het overige gelijkblijvende omstandigheden de duur, en dus de waargenomen energie van de geluidsgebeurtenis, omgekeerd evenredig is met de bronsnelheid.”;

(*)  De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50 %) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50 %).

(**)  De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Indien vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen.”.”


BESLUITEN

28.7.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 269/143


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/1227 VAN DE COMMISSIE

van 27 juli 2021

tot wijziging van de erkenning van DNV GL AS overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (1), en met name artikel 4, lid 1, en artikel 16,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 391/2009 is de Commissie verantwoordelijk voor de erkenning van met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties die erkend wensen te worden om diensten te leveren namens de lidstaten. Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van die verordening moet de Commissie ook regelmatig erkende organisaties beoordelen om na te gaan of zij aan de vereisten van de verordening blijven voldoen.

(2)

In het kader van die beoordeling controleert de Commissie of de houder van de verleende erkenning de relevante juridische entiteit is binnen de organisatie waarop de bepalingen van Verordening (EG) nr. 391/2009 van toepassing zijn, in de zin van en overeenkomstig artikel 2, punt c), en artikel 4, lid 3, van de verordening. Als dat niet het geval is, neemt de Commissie een besluit tot wijziging van die erkenning. Overeenkomstig artikel 2, punt c), van Verordening (EG) nr. 391/2009 wordt onder “organisatie” verstaan: een juridische entiteit, haar dochterondernemingen en alle andere entiteiten waarover zij zeggenschap heeft, die gezamenlijk of afzonderlijk taken uitvoeren die binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen.

(3)

In Uitvoeringsbesluit C(2013) 8876 van de Commissie is vastgesteld dat de houder van de aan Det Norske Veritas verleende erkenning DNV GL AS was. Volgens dat uitvoeringsbesluit is DNV GL AS de moedermaatschappij van alle juridische entiteiten die de erkende organisatie vormen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 391/2009.

(4)

De Commissie werd ervan in kennis gesteld dat de naam van de juridische moederentiteit van DNV GL AS op 1 maart 2021 is veranderd in DNV AS. Bijgevolg is DNV AS de relevante juridische moederentiteit waaraan erkenning moet worden verleend.

(5)

De identiteitswijziging van de bovengenoemde relevante juridische moederentiteit heeft geen gevolgen voor de bekwaamheid van die organisatie om te voldoen aan de eisen van Verordening (EG) nr. 391/2009.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De erkenning die is toegekend aan DNV GL AS wordt gewijzigd door de naam DNV GL AS te vervangen door DNV AS, die de moederentiteit is van alle juridische entiteiten die de op grond van Verordening (EG) nr. 391/2009 erkende organisatie vormen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 131 van 28.5.2009, blz. 11.

(2)  Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1).