|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
64e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
28.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1223 VAN DE COMMISSIE
van 27 juli 2021
tot vaststelling van de technische aspecten van de gegevensreeks, de technische modellen voor het toezenden van gegevens en de nadere bepaling van de regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen over de organisatie van een steekproefenquête in het domein van het gebruik van informatie- en communicatietechnologie voor het referentiejaar 2022 in overeenstemming met Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/1700 van het Europees Parlement en de Raad van 10 oktober 2019 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken betreffende personen en huishoudens, op basis van gegevens die op individueel niveau worden verzameld door middel van steekproeven, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 808/2004, (EG) nr. 452/2008 en (EG) nr. 1338/2008 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1177/2003 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad (1), en met name artikel 7, lid 1, artikel 8, lid 3, en artikel 13, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Om de toezending van informatie van de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) te vergemakkelijken, moeten voor de toezending van informatie technische modellen voor concepten, processen, met inbegrip van gegevens en metagegevens, worden ingevoerd. |
|
(2) |
Met het oog op de beoordeling van de kwaliteit van de statistieken die moeten worden verzonden voor het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie”, moeten de gedetailleerde regelingen voor de kwaliteitsverslagen worden bepaald. |
|
(3) |
De lidstaten en de instellingen van de Unie moeten, indien nodig, voor de in de bijlage bij deze verordening vermelde categorieën van kenmerken gebruikmaken van de statistische classificaties voor de territoriale eenheden, onderwijs, beroep en economische sector die verenigbaar zijn met de NUTS (2), ISCED (3), ISCO (4) en NACE (5)-classificatie. |
|
(4) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het Europees statistisch systeem, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
Bij deze verordening worden de technische aspecten van de gegevensreeksen en de technische modellen voor het toezenden van gegevens door de lidstaten aan de Commissie (Eurostat) vastgesteld en worden de regelingen voor het toezenden van de kwaliteitsverslagen in het domein “Gebruik van informatie- en communicatietechnologie” en de inhoud daarvan nader bepaald.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“veldwerkperiode”: de periode waarin de gegevens van de respondenten worden verzameld; |
|
2) |
“referentieperiode”: de periode waarop een bepaald gegeven betrekking heeft. |
Artikel 3
Beschrijving van variabelen
De technische kenmerken van de variabelen zijn degene die zijn vastgesteld in de bijlage en hebben betrekking op:
|
a) |
identificatiecode van de variabele; |
|
b) |
naam en beschrijving van de variabele; |
|
c) |
codes en etiketten; |
|
d) |
filter; |
|
e) |
type van de variabele. |
Artikel 4
Kenmerken van de doelgroepen, waarnemingseenheden en regels voor de respondenten
1. De doelpopulaties in het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” zijn particuliere huishoudens op het grondgebied van de lidstaat en personen van wie de gewone verblijfplaats, zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 11, van Verordening (EU) 2019/1700, zich bevindt op het grondgebied van de lidstaat.
2. Voor de variabelen die de in de bijlage vermelde huishoudens betreffen, wordt informatie verzameld voor particuliere huishoudens met ten minste één lid in de leeftijd van 16 tot en met 74 dat op het grondgebied van de lidstaat verblijft.
3. Voor de variabelen die betrekking hebben op de in de bijlage vermelde personen, wordt informatie verzameld over personen van 16 tot en met 74 jaar die op het grondgebied van de lidstaat verblijven.
4. Facultatief kan informatie kan worden verstrekt over personen die jonger dan 16 jaar of ouder dan 74 jaar zijn.
5. De gegevens voor het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” wordt verzameld voor een steekproef van particuliere huishoudens of een steekproef van personen die tot particuliere huishoudens behoren als waarnemingseenheden.
Artikel 5
Referentieperioden en -datum
1. De referentieperiode voor het verzamelen van statistieken over het gedetailleerde onderwerp “interactie met overheidsinstanties” omvat de drie laatste kwartalen van 2021 en het eerste kwartaal van 2022.
2. De referentieperiode voor het verzamelen van statistieken over de gedetailleerde onderwerpen “Overal verbinding met internet” en “Effect van het gebruik” is de laatste keer dat de activiteit door respondent werd verricht.
3. Voor alle andere gedetailleerde onderwerpen, onder het onderwerp “Deelname aan de informatiemaatschappij”, is de referentieperiode het eerste kwartaal van 2022.
4. Onder referentiedatum wordt verstaan het tijdstip van het eerste onderhoud (DD/MM/JJJJ).
Artikel 6
Perioden voor de verzameling van gegevens
Voor de rechtstreeks door de respondenten verstrekte gegevens is de veldwerkperiode het tweede kwartaal van 2022.
Artikel 7
Gemeenschappelijke normen voor gegevensbewerking, imputatie en raming
1. Wanneer informatie over andere variabelen ontbreekt, ongeldig of onsamenhangend is, wordt imputatie, modellering of weging toegepast op de gegevens.
2. De op de gegevens toegepaste procedure moet de variatie in en de correlatie tussen de variabelen onveranderd laten. Methoden die “foutcomponenten” in de geïmputeerde waarden opnemen, zijn te verkiezen boven methoden die louter een voorspelde waarde imputeren.
3. Methoden die rekening houden met de structuur of andere kenmerken van de gemeenschappelijke verdeling van de variabelen zijn te verkiezen boven de marginale of univariate benadering.
Artikel 8
Termijn en normen voor de indiening van gegevens
1. De lidstaten dienen de definitieve gegevens uiterlijk op 5 oktober 2022 in bij de Commissie (Eurostat). De gegevens worden ingediend in de vorm van microbestanden, met inbegrip van passende gewichten. De gegevens moeten volledig zijn gecontroleerd en gevalideerd aan de hand van de norm voor de uitwisseling van statistische gegevens en metagegevens via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen. Die gegevens moeten voldoen aan de validatieregels overeenkomstig de specificatie van variabelen op basis van de codering en filters zoals beschreven in de bijlage.
2. De lidstaten dienen de metagegevens in bij de Commissie (Eurostat) in de door de Commissie (Eurostat) gedefinieerde standaard-metagegevensstructuur, binnen drie maanden na de uiterste datum voor de indiening van de microgegevens. De metagegevens worden ingediend via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen.
Artikel 9
Nader bepaalde regelingen en inhoud van de jaarlijkse kwaliteitsverslagen
1. De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) een jaarlijks kwaliteitsverslag in over het domein “Gebruik van informatie- en communicatietechnologie”.
2. Het jaarlijkse kwaliteitsverslag bevat kwalitatieve gegevens en metagegevens, informatie over de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid van de enquête en beschrijft wijzigingen in de basisbegrippen en -definities die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid in de tijd en tussen landen. Het kwaliteitsverslag bevat ook informatie over de naleving van de modelvragenlijst en over wijzigingen in de vragenlijst die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid in de tijd en tussen landen.
3. Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt binnen drie maanden na de uiterste datum voor de indiening van de microgegevens ingediend bij de Commissie (Eurostat).
4. Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt ingediend overeenkomstig de door de Commissie (Eurostat) vastgestelde technische normen.
5. Het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt ingediend bij Eurostat via het centrale toegangspunt, zodat de Commissie (Eurostat) de gegevens langs elektronische weg kan opvragen.
Artikel 10
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 261 I van 14.10.2019, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).
(3) Internationale standaardclassificatie van het onderwijs 2011 http://uis.unesco.org/sites/default/files/documents/international-standard-classification-of-education-isced-2011-en.pdf (beschikbaar in het Engels en het Frans).
(4) Aanbeveling van de Commissie van 29 oktober 2009 betreffende het gebruik van de International Standard Classification of Occupations (ISCO-08) (PB L 292 van 10.11.2009, blz. 31).
(5) Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1).
BIJLAGE
Beschrijving en technische modellen van variabelen die moeten worden verzameld voor elk onderwerp en gedetailleerd onderwerp van het domein “gebruik van informatie- en communicatietechnologie” en te gebruiken codes
|
Onderwerp |
Gedetailleerd onderwerp |
Identificatiecode variabele |
Naam van de variabele/beschrijving van de variabele |
Code |
Labels/categorieën |
Filter |
Type van de variabele |
|
01.Technische aspecten |
Informatie over gegevensverzameling |
REFYEAR |
Jaar van de enquête |
JJJJ |
Jaar van de enquête (4 cijfers) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Informatie over gegevensverzameling |
INTDATE |
Referentiedatum — datum van eerste interview |
DD/MM/YYYY |
Referentiedatum (10 tekens) |
Alle personen |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Informatie over gegevensverzameling |
STRATUM_ID |
Stratum |
Nnnnnn |
Identificatiecode van het stratum waartoe de persoon of het huishouden behoort, van 1 tot en met N, waarbij N het aantal strata is |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
-1 |
Geen stratificatie |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Informatie over gegevensverzameling |
PSE |
Primaire steekproefeenheid |
Nnnnnn |
Identificatiecode van de primaire steekproefeenheid waartoe de persoon of het huishouden behoort (van 1 tot en met N, waarbij N het aantal PSU’s is) |
Alle huishoudens, wanneer de doelpopulatie is verdeeld in clusters (PSU’s) |
Technisch |
|
-1 |
Niet van toepassing |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Identificatie |
HH_ID |
Identificatiecode van het huishouden |
XXnnnnnn |
Unieke identificatiecode van het huishouden (2 letters voor landcode, en maximaal 22 cijfers) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Identificatie |
IND_ID |
Identificatiecode van de persoon |
XxNnnnnn |
Unieke identificatiecode van de persoon (2 letters voor landcode, en maximaal 22 cijfers) |
Alle personen |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Identificatie |
HH_REF_ID |
Identificatiecode van het huishouden waartoe de persoon behoort |
XxNnnnnn |
Identificatiecode van het huishouden waartoe de persoon behoort (2 letters voor landencodes, en maximaal 22 cijfers) |
Alle personen |
Technisch |
|
Blanco |
Wanneer de persoon 15 jaar of jonger is, of 75 of ouder, en behoort tot een huishouden dat alleen uit personen buiten de leeftijdsgroep van 16-74 jaar bestaat, wordt dit veld leeg gelaten. |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Weging |
HH_WGHT |
Gewicht van het huishouden |
Nnnnn.nnnnnn |
Extrapolatiecoëfficiënt van het huishouden (Zoveel cijfers als nodig. Indien nodig kan de komma worden gebruikt.) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Weging |
IND_WGHT |
Gewicht van de persoon |
Nnnnnn.nnnnn |
Extrapolatiecoëfficiënt van de persoon (Zoveel cijfers als nodig. Indien nodig kan de komma worden gebruikt.) |
Alle personen |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Kenmerken van het interview |
TIME |
Duur van het interview |
Nnn |
Duur van het interview, uitgedrukt in minuten |
Alle personen |
Technisch |
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Kenmerken van het interview |
INT_TYPE |
Soort interview |
1 |
Persoonlijk interview met pen en papier (PAPI) |
Alle personen |
Technisch |
|
2 |
Computerondersteund individueel interview (CAPI) |
||||||
|
3 |
Computerondersteund telefonisch interview (CATI) |
||||||
|
4 |
Computerondersteund webinterview |
||||||
|
5 |
Ander |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
LAND |
Land van verblijf |
Niet blanco |
Land van verblijf (SCL GEO alfa-2-code) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
GEO_NUTS1 |
Regio van verblijf |
Niet blanco |
NUTS 1-regio (3 alfanumerieke tekens) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
GEO_NUTS2 (facultatief) |
Regio van verblijf (facultatief) |
Niet blanco |
NUTS 2-regio (4 alfanumerieke tekens) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
GEO_NUTS3 (facultatief) |
Regio van verblijf (facultatief) |
Niet blanco |
NUTS 3-regio (5 alfanumerieke tekens, NUTS 3-code voor toekomstige plaatsvervangende aggregatie van regio’s, niet voor bekendmaking van uitsplitsingen van NUTS 3) |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
DEG_URBA |
Urbanisatiegraad |
1 |
Steden |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
2 |
Steden en voorsteden |
||||||
|
3 |
Plattelandsgebieden |
||||||
|
01.Technische aspecten |
Lokalisatie |
GEO_DEV |
Geografische locatie |
1 |
Minder ontwikkelde regio |
Alle huishoudens |
Technisch |
|
2 |
Overgangsregio |
||||||
|
3 |
Meer ontwikkelde regio |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld (code voor niet-EU-landen) |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Demografie |
SEX |
Geslacht |
1 |
Mannelijk |
Alle personen |
Verzameld |
|
2 |
Vrouwelijk |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Demografie |
YEARBIR |
Geboortejaar |
JJJJ |
Geboortejaar (4 cijfers) |
Alle personen |
Verzameld |
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Demografie |
PASSBIR |
Voorbijkomen van verjaardag |
1 |
Ja |
Alle personen |
Verzameld |
|
2 |
Nee |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Demografie |
AGE |
Leeftijd, in volle jaren |
nnn |
Leeftijd in voltooide jaren (1, 2 of 3 cijfers) |
Alle personen |
Afgeleid |
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Staatsburgerschap en migratieachtergrond |
CITIZENSHIP |
Land van het belangrijkste staatsburgerschap |
Niet blanco |
Land van het belangrijkste staatsburgerschap (SCL GEO alfa-2-code) |
Alle personen |
Verzameld |
|
STLS |
Staatloos |
||||||
|
FOR |
Buitenlands staatsburger maar land onbekend |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Staatsburgerschap en migratieachtergrond |
CNTRYB |
Geboorteland |
Niet blanco |
Land van geboorte (SCL GEO alfa-2-code) |
Alle personen |
Verzameld |
|
FOR |
Geboren in het buitenland, maar geboorteland onbekend |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_POP |
Grootte van het huishouden (aantal leden van het huishouden) |
Nn |
Aantal personen in het huishouden (inclusief kinderen) |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_POP_16_24 (facultatief) |
Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar (facultatief) |
Nn |
Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_POP_16_24S (facultatief) |
Aantal studenten in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar (facultatief) |
Nn |
Aantal studenten in het huishouden in de leeftijd van 16 tot en met 24 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_POP_25_64 (facultatief) |
Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar (facultatief) |
Nn |
Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 25 tot en met 64 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_POP_65_MAX (facultatief) |
Aantal leden van het huishouden in de leeftijd van 65 jaar of ouder (facultatief) |
Nn |
Aantal personen in het huishouden in de leeftijd van 65 jaar of ouder |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_CHILD |
Aantal kinderen onder 16 jaar |
Nn |
Aantal kinderen onder 16 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_CHILD_14_15 (facultatief) |
Aantal kinderen in de leeftijd van 14 en 15 jaar (facultatief) |
Nn |
Aantal kinderen in de leeftijd van 14 en 15 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_CHILD_5_13 (facultatief) |
Aantal kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 13 jaar (facultatief) |
Nn |
Aantal kinderen in de leeftijd van 5 en 13 jaar |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
02. Kenmerken van de persoon en het huishouden |
Samenstelling van het huishouden |
HH_CHILD_LE_4 (facultatief) |
Aantal kinderen in de leeftijd van 4 jaar of jonger (facultatief) |
Nn |
Aantal kinderen in de leeftijd van 4 jaar of jonger |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Status hoofdactiviteit (eigen verklaring) |
MAINSTAT |
Status hoofdactiviteit (eigen verklaring) |
1 |
Werkend |
Alle personen van 16 jaar en ouder |
Verzameld |
|
2 |
Werkloos |
||||||
|
3 |
Gepensioneerd |
||||||
|
4 |
Arbeidsongeschikt als gevolg van langdurige gezondheidsproblemen |
||||||
|
5 |
Student, leerling |
||||||
|
6 |
Doet het huishouden |
||||||
|
7 |
Militaire of maatschappelijke dienstplicht |
||||||
|
8 |
Ander |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
STAPRO |
Arbeidssituatie in voornaamste baan |
1 |
Zelfstandige met werknemers |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Zelfstandige zonder werknemers |
||||||
|
3 |
Werknemer |
||||||
|
4 |
Meewerkend gezinslid (onbetaald) |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
NACE1D (facultatief) |
Economische activiteit van de lokale eenheid in voornaamste baan (facultatief) |
Niet blanco |
NACE-code op sectieniveau (één teken (van A tot en met S)) |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
ISCO2D |
Beroep in voornaamste baan |
nn |
ISCO-code op 2-cijferniveau |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
-1 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
OCC_ICT |
ICT-professional of niet-ICT-professional |
1 |
ICT-professional |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet-ICT-professional |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
OCC_MAN |
Handarbeider of hoofdarbeider |
1 |
Handarbeider |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Hoofdarbeider |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Elementaire kenmerken van de baan |
EMPST_WKT (facultatief) |
Voornaamste vol- of deeltijdbaan (eigen verklaring) (facultatief) |
1 |
Voltijdwerk |
Personen voor wie MAINSTAT = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Deeltijdwerk |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
03. Arbeidsmarktparticipatie |
Looptijd van het contract |
EMPST_CONTR (facultatief) |
Duur van de voornaamste baan (facultatief) |
1 |
Baan voor onbepaalde tijd |
Personen voor wie STAPRO = 3 |
Verzameld |
|
2 |
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
04. Opleidingsniveau en achtergrond |
Bereikt opleidingsniveau |
ISCEDD |
Bereikt opleidingsniveau (hoogste met succes voltooide onderwijsniveau) |
0 |
Geen formeel onderwijs of lager dan ISCED 1 |
Alle personen van 16 jaar en ouder |
Verzameld |
|
1 |
ISCED 1 Primair onderwijs |
||||||
|
2 |
ISCED 2 Lager secundair onderwijs |
||||||
|
3 |
ISCED 3 Hoger secundair onderwijs |
||||||
|
4 |
ISCED 4 Postsecundair niet-tertiair onderwijs |
||||||
|
5 |
ISCED 5 Tertiair onderwijs korte cyclus |
||||||
|
6 |
ISCED 6 Bachelorniveau of gelijkwaardig |
||||||
|
7 |
ISCED 7 Masterniveau of gelijkwaardig |
||||||
|
8 |
ISCED 8 Doctoraatsniveau of gelijkwaardig |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
04. Opleidingsniveau en achtergrond |
Bereikt opleidingsniveau |
ISCED |
Geaggregeerd bereikt opleidingsniveau |
0 |
Hoogstens lager secundair onderwijs (ISCED-niveau 0, 1 of 2) |
Alle personen van 16 jaar en ouder |
Afgeleid |
|
3 |
Hoger secundair en postsecundair niet-tertiair onderwijs (ISCED-niveau 3 of 4) |
||||||
|
5 |
Tertiair onderwijs (ISCED-niveau 5, 6, 7 of 8) |
|
|
||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
5. Gezondheid: gezondheidstoestand en arbeidsongeschiktheid, toegang tot en beschikbaarheid en gebruik van gezondheidszorg en gezondheidsdeterminanten |
Elementen van de Minimum Europese gezondheidsmodule |
GALI |
Beperking van de activiteiten wegens gezondheidsproblemen |
1 |
Ernstig beperkt |
Alle personen van 16 jaar en ouder |
Verzameld |
|
2 |
Beperkt, maar niet in ernstige mate |
||||||
|
3 |
Helemaal niet beperkt |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
06. Inkomen, consumptie en vermogenscomponenten, met inbegrip van schulden |
Totaal maandelijks inkomen van het huishouden |
HH_IQ5 |
Totaal gemiddeld netto huidig maandinkomen |
1 |
Groep met lager equivalent maandelijks netto-inkomen |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
2 |
Groep met laag tot middelhoog equivalent maandelijks netto-inkomen |
||||||
|
3 |
Groep met middelhoog equivalent maandelijks netto-inkomen |
||||||
|
4 |
Groep met middelhoog tot hoog equivalent maandelijks netto-inkomen |
||||||
|
5 |
Groep met een hoger equivalent maandelijks netto-inkomen |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Toegang tot ICT |
IACC |
Toegang van het huishouden tot internet thuis (met welke apparatuur dan ook) |
1 |
Ja |
Alle huishoudens |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
8 |
Weet niet |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Gebruik en gebruiksfrequentie van ICT |
IU |
Recentste internetgebruik, waar dan ook, met welke apparatuur dan ook |
1 |
In de laatste drie maanden |
Alle personen |
Verzameld |
|
2 |
Drie maanden tot een jaar geleden |
||||||
|
3 |
Meer dan één jaar geleden |
||||||
|
4 |
Nooit gebruikt |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Gebruik en gebruiksfrequentie van ICT |
IFUS |
Gemiddelde frequentie van internetgebruik in de laatste drie maanden |
1 |
Meerdere keren per dag |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Eenmaal per dag of bijna elke dag |
||||||
|
3 |
Ten minste één keer per week (maar niet elke dag) |
||||||
|
4 |
Minder dan één keer per week |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUEM |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor het versturen en ontvangen van e-mails |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUPH1 |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor oproepen (ook video-oproepen) via internet |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUSNET |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om deel te nemen aan sociale netwerken (gebruikersprofiel aanmaken, berichten of andere bijdragen plaatsen) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUCHAT1 |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor het gebruik van Instant Messaging (berichten uitwisselen) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUIF |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om informatie over goederen of diensten te zoeken |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUNW1 |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om onlinenieuwssites, -kranten of -tijdschriften te lezen |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUPOL2 |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om meningen te uiten over maatschappelijke of politieke vraagstukken op websites of in sociale media |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUVOTE |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om deel te nemen aan onlineraadplegingen of te stemmen over maatschappelijke of politieke vraagstukken (bv. stadsplanning, ondertekening van een petitie) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUMUSS1 |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te luisteren naar muziek (bv. webradio, muziekstreaming) of om muziek te downloaden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUSTV |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar via internet gestreamde televisieprogramma’s (rechtstreeks of herhaling) van televisieomroepen (zoals [nationale voorbeelden]) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUVOD |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar video/tv/film op aanvraag (video on demand — VOD) via commerciële diensten |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUVSS |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te kijken naar videomateriaal via sharingdiensten |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUPDG |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om spellen te spelen of te downloaden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUPCAST (facultatief) |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om te luisteren naar podcasts of om podcasts te downloaden (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IHIF |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om gezondheidsinformatie te zoeken (bv. over letsel, ziekte, voeding, verbetering van de gezondheid) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUMAPP |
Internetgebruik in de laatste drie maanden voor privédoeleinden om via een website of app een medische afspraak te maken (bv. in een ziekenhuis of medisch centrum) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUAPR |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om toegang te krijgen tot persoonlijke medische gegevens op internet |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOHC |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om andere gezondheidsdiensten te gebruiken via een website of app in plaats van naar het ziekenhuis of een dokter te moeten gaan (bijvoorbeeld voor een medisch voorschrift of een consultatie via internet) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUSELL |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden om goederen of diensten te verkopen via een website of app |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUBK |
Internetgebruik voor privédoeleinden in de laatste drie maanden voor internetbankieren (met inbegrip van mobiel bankieren) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOLC |
Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten, door het volgen van een onlinecursus |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOLM |
Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten in de vorm van gebruik van ander online materiaal dan een complete cursus (bv. videogidsen, webinars, elektronische tekstboeken, leerapps of platforms) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOCIS1 |
Internetgebruik voor onderwijs-, werk- of privédoeleinden in de laatste drie maanden ten behoeve van leeractiviteiten, door met lesgevers of lerenden te communiceren met gebruikmaking van onlinetools met audio of video |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOFE |
Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor formeel onderwijs (bv. school of universiteit) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOW |
Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor professionele/werkgerelateerde doeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Internetactiviteiten |
IUOPP |
Leeractiviteiten waaraan respondent in de afgelopen drie maanden heeft deelgenomen voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IUOLC = 1 of IUOLM = 1 of IUOCIS1 = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVIP |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, waarbij respondent toegang heeft tot door overheidsinstanties of overheidsdiensten opgeslagen informatie over zichzelf |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVIDB |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden, waarbij respondent toegang heeft tot informatie uit openbare databanken of registers (zoals informatie over de beschikbaarheid van boeken in openbare bibliotheken, kadastrale registers, ondernemingsregisters) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOV12IF |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het verkrijgen door respondent van informatie (bv. over diensten, uitkeringen, rechten, wetten, openingstijden) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVIX |
Respondent heeft in de afgelopen twaalf maanden geen persoonlijke dossiers of databanken geraadpleegd, noch informatie verkregen via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOV12FM |
Het downloaden/drukken van officiële formulieren door respondent van een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden |
1 |
Ja |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVAPR |
Een afspraak of reservering door respondent via een website of app bij overheidsinstanties of overheidsdiensten (zoals reservering van een boek in een openbare bibliotheek, afspraak met een overheidsfunctionaris of een overheidsdienst voor gezondheidszorg) voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden |
1 |
Ja |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVPOST (facultatief) |
Ontvangst door respondent van officiële mededelingen of documenten die door overheidsinstanties via de rekening van respondent zijn verzonden op een website of een app (naam van de dienst, indien van toepassing in het land) van overheidsinstanties of -diensten (zoals kennisgevingen van boeten of facturen, brieven; betekening of kennisgeving van gerechtelijke dagvaardingen, gerechtelijke stukken, [nationale voorbeelden]) voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden? Het gebruik van op e-mail of sms gebaseerde informatieberichten of kennisgevingen dat een document beschikbaar is, moet worden uitgesloten (facultatief) |
1 |
Ja |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen of Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVTAX1 |
Indiening van de eigen belastingaangifte van respondent via een website of app voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden |
1 |
Ja, respondent heeft dat zelf gedaan |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
2 |
Nee, het gebeurde automatisch (door de belastingdienst, werkgever, andere autoriteit) |
||||||
|
3 |
Nee, respondent heeft het document op papier aan de belastingdienst overhandigd |
||||||
|
4 |
Nee, iemand anders heeft het namens respondent gedaan (bv. familielid, belastingadviseur) |
||||||
|
5 |
Nee, om andere redenen (bv. niet onderworpen aan inkomstenbelasting) |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVODC |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het opvragen door respondent van officiële documenten of getuigschriften (zoals afstuderen, geboorte, huwelijk, echtscheiding, overlijden, verblijfsdocumenten, bewijs van goed gedrag of strafblad, [nationale voorbeelden]) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVBE |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de laatste twaalf maanden, bestaande uit het aanvragen door respondent van uitkeringen of rechten (zoals pensioen, werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, inschrijving op school of universiteit, [nationale voorbeelden]) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVRCC |
Activiteiten via een website of app van overheidsinstanties of openbare diensten voor privédoeleinden in de afgelopen twaalf maanden, bestaande uit het indienen door respondent van andere verzoeken, vorderingen of klachten (zoals het melden van diefstal bij de politie, het indienen van een juridische klacht, het aanvragen van rechtsbijstand, het instellen van een burgerlijke vorderingsprocedure voor een rechtbank, [nationale voorbeelden]) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVNN |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — respondent hoefde geen documenten op te vragen of vorderingen in te dienen |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVLS |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — gebrek aan vaardigheden of kennis (respondent wist bijvoorbeeld niet hoe de website of app moest worden gebruikt of het was te moeilijk te gebruiken) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVSEC |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — bezorgdheid over de beveiliging van persoonsgegevens of onwil om online te betalen (fraude met kredietkaarten) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVEID (facultatief) |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — gebrek aan elektronische handtekening, geactiveerde elektronische identificatie (eID) of enig ander instrument voor het gebruik van de eID (vereist voor het gebruik van de diensten) [nationale voorbeelden] (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVOP |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — een andere persoon heeft dit namens respondent gedaan (bv. consultant, adviseur, familielid) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IRGOVOTH |
Redenen om in de afgelopen twaalf maanden geen officiële documenten op te vragen of geen aanvragen in te dienen via een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten — andere reden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IGOVODC = 0 en IGOVBE = 0 en IGOVRCC = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IGOVANYS |
Respondent heeft contact gehad met overheidsinstanties |
9 |
IF IU<> 1 en IU<> 2 THEN 9 |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Afgeleid |
|
1 |
ELSE IF IGOVIP = 1 of IGOVIDB = 1 of IGOV12IF = 1 of IGOV12FM = 1 of IGOVAPR = 1 of IGOVPOST = 1 of IGOVTAX1 = 1 of IGOVODC = 1 of IGOVBE = 1 of IGOVRCC = 1 THEN 1 |
||||||
|
0 |
ELSE 0 |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVDU |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — de website of app was moeilijk te gebruiken (bv. niet gebruiksvriendelijk, de formulering was niet duidelijk, de procedure werd niet goed uitgelegd) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVTP |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — technische problemen ondervonden bij het gebruik van websites of app (bv. lang laden, website uitgevallen) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVEID (facultatief) |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — problemen met het gebruik van de elektronische handtekening of elektronische identificatie (eID) (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVPAY (facultatief) |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — respondent kon niet betalen via de website of app (bv. wegens gebrek aan toegang tot de vereiste betaalmethoden) (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVMOB |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — respondent kon geen toegang krijgen tot de dienst op smartphone of tablet (bv. niet-compatibele versie van de apparatuur of niet-beschikbare applicaties) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVOTH |
Problemen bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten in de afgelopen twaalf maanden — andere kwestie |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Interactie met overheden |
IIGOVX |
Respondent heeft in de afgelopen twaalf maanden geen problemen ondervonden bij het gebruik van een website of app van overheidsinstanties of overheidsdiensten |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie GOVANYS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
IBUY |
Laatste aankoop of bestelling van goederen of diensten via internet voor privédoeleinden |
1 |
In de laatste drie maanden |
Personen voor wie IU = 1 of IU = 2 |
Verzameld |
|
2 |
Drie maanden tot een jaar geleden |
||||||
|
3 |
Meer dan één jaar geleden |
||||||
|
4 |
Nooit via internet gekocht of besteld |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BCLOT1 |
Internetgebruik voor het kopen van kleding (inclusief sportkleding), schoenen of accessoires (zoals tassen, sieraden) van ondernemingen of particulieren (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BSPG |
Internetgebruik voor het kopen van sportartikelen (uitgezonderd sportkleding), van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BCG |
Internetgebruik voor het kopen van kinderspeelgoed of kinderverzorgingsproducten (zoals luiers, flessen, kinderwagens) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFURN1 |
Internetgebruik voor het kopen van meubelen en woningdecoratie (zoals tapijten, gordijnen) of tuinartikelen (zoals gereedschap, planten) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BMUSG |
Internetgebruik voor het kopen van muziek zoals cd’s, grammofoonplaten enz. van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFLMG |
Internetgebruik voor het kopen van films of series zoals dvd’s, Blu-ray enz. van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BBOOKNLG |
Internetgebruik voor het kopen van gedrukte boeken, tijdschriften of kranten van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BHARD1 |
Internetgebruik voor het kopen van computers, tablets, mobiele telefoons of accessoires van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BEEQU1 |
Internetgebruik voor het kopen van consumentenelektronica (zoals televisies, stereo-installaties, camera’s, sound bars of slimme luidsprekers, virtuele assistenten) of huishoudelijke apparaten (zoals wasmachines) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BMED1 |
Internetgebruik voor het kopen van geneesmiddelen of voedingssupplementen zoals vitaminen (met uitzondering van online vernieuwing van medische voorschriften) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFDR |
Internetgebruik voor het bestellen van leveringen door restaurants, fastfoodketens, cateringdiensten van bedrijven of particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFDS |
Internetgebruik voor het kopen van voedsel of dranken uit winkels of van leveranciers van maaltijdpakketten van bedrijven of particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BCBW |
Internetgebruik voor het kopen van cosmetica, schoonheids- en wellnessproducten van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BCPH |
Internetgebruik voor het kopen van schoonmaakproducten of producten voor persoonlijke hygiëne (zoals tandenborstels, zakdoeken, wasmiddelen, schoonmaakdoekjes) van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BBMC |
Internetgebruik voor het kopen van fietsen, bromfietsen, auto’s of andere voertuigen of reserveonderdelen van bedrijven of particulieren (met inbegrip van gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BOPG |
Internetgebruik voor het kopen van andere fysieke goederen van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_ANY |
Internetgebruik voor het kopen van in de lijst opgenomen fysieke goederen van ondernemingen of privépersonen (inclusief gebruikte goederen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
9 |
IF IBUY = Blank of IBUY<> 1 THEN 9 |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Afgeleid |
|
1 |
ELSE IF BCLOT1 = 1 of BSPG = 1 of BCG = 1 of BFURN1 = 1 of BMUSG = 1 of BFLMG = 1 of BBOOKNLG = 1 of BHARD1 = 1 of BEEQU1 = 1 of BMED1 = 1 of BFDR = 1 of BFDS = 1 of BCBW = 1 of BCPH = 1 of BBMC = 1 of BOPG = 1 THEN 1 |
||||||
|
0 |
ELSE 0 |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_DOM |
Internetgebruik voor het kopen van goederen van nationale verkopers (van bedrijven of particulieren) via een website of app in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie BPG_ANY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_EU |
Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers uit andere EU-landen (van bedrijven of particulieren) via een website of app in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie BPG_ANY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_WRLD |
Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers uit de rest van de wereld (van bedrijven of particulieren) via een website of een app in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie BPG_ANY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_UNK |
Internetgebruik voor het kopen van goederen van verkopers waarvan het land van herkomst onbekend is (van bedrijven of particulieren) via een website of een app in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie BPG_ANY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BPG_PP |
Goederen gekocht van particulieren via een website of app |
1 |
Ja |
Personen voor wie BPG_ANY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BMUSS |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op muziek als streamingdienst of downloads via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFLMS |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op films of series als streamingdienst of downloads via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BBOOKNLS |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op e-boeken, onlinetijdschriften of onlinekranten via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BGAMES |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op onlinespellen, of voor het downloaden naar smartphones, tablets, computers of consoles via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BSOFTS |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op computersoftware of andere software om te downloaden, met inbegrip van upgrades, via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BHLFTS |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op apps in verband met gezondheid of fitness (met uitzondering van gratis apps) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BAPP |
Internetgebruik voor het kopen van of inschrijven op andere apps (zoals het leren van talen, reizen, weer met uitzondering van gratis apps) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BSTICK |
Internetgebruik voor het kopen van toegangsbewijzen voor sportevenementen via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BCTICK |
Internetgebruik voor het kopen van toegangsbewijzen voor culturele of andere evenementen (zoals toegangsbewijzen voor bioscoop, concerten, beurzen) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BSIMC |
Internetgebruik voor het kopen van abonnementen op internet of mobiele telefoonverbindingen via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BSUTIL |
Internetgebruik voor de aankoop van abonnementen op elektriciteit, water of verwarming, afvalverwijdering of soortgelijke diensten via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BHHS |
internetgebruik voor het kopen van huishoudelijke diensten (zoals schoonmaken, babysitting, reparaties, tuinieren; ook indien gekocht van een particulier) via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BHHS_PP |
Internetgebruik voor het kopen van huishoudelijke diensten van particulieren via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Ja |
Personen voor wie BHHS = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BTPS_E |
Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een vervoersonderneming zoals een vervoersbewijs voor een plaatselijke bus, een vliegtuig of een trein of een taxirit via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BTPS_PP |
Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BRA_E |
Internetgebruik voor het huren van accommodatie van bedrijven zoals hotels of reisbureaus via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
06. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BRA_PP |
Internetgebruik voor het huren van accommodatie van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BOTS (facultatief) |
Internetgebruik voor het kopen van vervoersdiensten van een particulier via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden (facultatief) |
1 |
Ja |
Personen voor wie IBUY = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Neen |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen of niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFIN_IN1 |
Internetgebruik voor het afsluiten van verzekeringspolissen, met inbegrip van reisverzekeringen, ook in de vorm van een pakket samen met bijvoorbeeld een vliegticket, via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFIN_CR1 |
Internetgebruik voor het afsluiten van een lening of hypotheek of het aanvragen van krediet bij banken of andere financiële dienstverleners via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Elektronische handel (e-commerce) |
BFIN_SH1 |
Internetgebruik voor het kopen of verkopen van aandelen, obligaties, deelnemingen in fondsen of andere financiële activa via een website of app voor privédoeleinden in de laatste drie maanden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DEM |
Gebruik van een met het internet verbonden thermostaat, meter van nutsvoorzieningen, lichten, plug ins of andere met internet verbonden oplossingen voor energiebeheer voor de woning van respondent voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DSEC |
Gebruik van een met het internet verbonden huisalarmsysteem, rookmelder, veiligheidscamera’s, deursloten of andere met het internet verbonden bewaking-of veiligheidsoplossingen voor energiebeheer voor de woning van respondent voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DHA |
Gebruik van met het internet verbonden huishoudelijke apparaten zoals robotstofzuigers, koelkasten, ovens, koffiezetapparaten voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DVA |
Gebruik van een virtuele assistent in de vorm van een slimme luidspreker of een app voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DX |
Respondent gebruikte geen van de met internet verbonden apparaten voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie (IOT_DEM = Blanco of IOT_DEM = 0) en (IOT_DSEC = Blanco of IOT_DSEC = 0) en (IOT_DHA = Blanco of IOT_DHA = 0) en (IOT_DVA = Blanco of IOT_DVA = 0) |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BDK |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — respondent wist niet dat dergelijke apparaten of systemen bestaan |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_DX = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BNN |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — respondent had geen behoefte om die verbonden apparaten of systemen te gebruiken |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BCST |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — kosten te hoog |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BLC |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — niet compatibel met andere apparaten of systemen |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BLSK |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — geen vaardigheden om deze apparaten of systemen te gebruiken |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BCPP |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over de privacy en de bescherming van gegevens over respondent die door die apparaten of systemen worden gegenereerd |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BCSC |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over beveiliging (bv. dat het apparaat of systeem zal worden gehackt) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BCSH |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — bezorgdheid over veiligheid of gezondheid (bv. dat het gebruik van het apparaat of systeem kan leiden tot een ongeval, letsel of gezondheidsprobleem) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_BOTH |
Redenen om geen van de met het internet verbonden apparaten te gebruiken voor energiebeheer, beveiligings- of veiligheidsoplossingen, huishoudelijke apparaten of virtuele assistenten voor privédoeleinden — andere redenen |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_BDK = 0 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_IUTV |
Internetgebruik van een met het internet verbonden televisie in de woning van respondent voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_IUGC |
Internetgebruik van een met het internet verbonden TV in de woning van respondent voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_IUHA |
Internetgebruik van een met het internet verbonden thuisaudiosysteem of slimme luidsprekers in de woning van respondent voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DCS |
Gebruik van een met het internet verbonden smartwatch, fitnessband, met het internet verbonden brillen of koptelefoons, veiligheidstrackers, met het internet verbonden toebehoren, met het internet verbonden kleding of schoenen voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DHE |
Gebruik van met het internet verbonden apparaten voor de meting van bloeddruk, bloedsuikerspiegel, lichaamsgewicht (zoals slimme weegschalen) of andere met het internet verbonden apparaten voor de gezondheid en medische zorg, voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DTOY |
Gebruik van met het internet verbonden speelgoed, zoals speelgoedrobots (ook voor educatieve doeleinden) of poppen voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_DCAR |
Gebruik van een auto met ingebouwde draadloze internetverbinding voor privédoeleinden |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_USE |
Respondent gebruikte het internet der dingen |
9 |
IF IU = Blanco of IU<> 1 THEN 9 |
Personen voor wie IU = 1 |
Afgeleid |
|
1 |
ELSE IF IOT_DEM = 1 of IOT_DSEC = 1 of IOT_DHA = 1 of IOT_DVA = 1 of IOT_IUTV = 1 of IOT_IUGC = 1 of IOT_IUHA = 1 of IOT_DCS = 1 of IOT_DHE = 1 of IOT_DTOY = 1 of IOT_DCAR = 1 THEN 1 |
||||||
|
0 |
ELSE 0 |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_PSEC |
Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — beveiligings- of privacyproblemen (bv. het apparaat of systeem is gehackt, problemen met de bescherming van informatie over respondent en zijn/haar familie die door die apparaten of systemen is gegenereerd) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_USE = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_PSHE |
Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — veiligheids- of gezondheidsproblemen (bv. het gebruik van het apparaat of systeem leidt tot een ongeval, letsel of gezondheidsprobleem) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_USE = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_PDU |
Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — moeilijkheden bij het gebruik van het apparaat (bv. opzetten, installeren, verbinden, koppelen van het apparaat) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_USE = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_POTH |
Problemen met de genoemde met het internet verbonden apparaten of systemen — andere problemen (zoals verbindingsproblemen, ondersteuningsproblemen) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_USE = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Overal verbinding met internet |
IOT_PX |
Respondent heeft geen problemen ondervonden met de genoemde met internet verbonden apparaten of systemen |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IOT_USE = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_DMOB |
Omgang van respondent met zijn of haar mobiele telefoon of smartphone die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt |
1 |
Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Werd verkocht of weggegeven |
||||||
|
3 |
Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar) |
||||||
|
4 |
Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling |
||||||
|
5 |
Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt |
||||||
|
6 |
Ander |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_DLT |
Omgang van respondent met zijn of haar laptop of tablet die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt |
1 |
Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Werd verkocht of weggegeven |
||||||
|
3 |
Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar) |
||||||
|
4 |
Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling |
||||||
|
5 |
Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt |
||||||
|
6 |
Ander |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_DPC |
Omgang van respondent met zijn of haar desktopcomputer die hij/zij heeft vervangen of niet meer gebruikt |
1 |
Is nog steeds aanwezig in het huishouden van respondent |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
2 |
Werd verkocht of weggegeven |
||||||
|
3 |
Werd verwijderd in elektronische afvalinzameling/recycling (met inbegrip van laten verwijderen door detailhandelaar) |
||||||
|
4 |
Werd verwijderd, maar niet in elektronische afvalinzameling/recycling |
||||||
|
5 |
Is nooit gekocht of wordt nog steeds gebruikt |
||||||
|
6 |
Ander |
||||||
|
Blanco |
Niet vermeld |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PP (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — prijs (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PHD (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — kenmerken van harde schijf (opslag, snelheid), processorsnelheid (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PECD (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — ecodesign van het apparaat, bv. een ontwerp dat duurzaam is, waarvoor minder materialen nodig zijn en dat het mogelijk maakt het apparaat te opwaarderen en repareren; milieuvriendelijke verpakkingsmaterialen enz. (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PEG (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — mogelijkheid om de levensduur van het apparaat te verlengen door extra garantie te kopen (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PEE (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — energie-efficiëntie van het apparaat (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PTBS (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — door de fabrikant of verkoper aangeboden terugnameregeling (d.w.z. zonder kosten een verouderd apparaat naar de fabrikant/verkoper terugbrengen/terugsturen, of korting krijgen bij de aankoop van een ander apparaat) (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PX (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — respondent heeft geen van de genoemde kenmerken in aanmerking genomen (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
||||||
|
07. Deelname aan de informatiemaatschappij |
Effect van het gebruik |
ECO_PBX (facultatief) |
Kenmerken die respondent belangrijk vond bij de meest recente aankoop van een mobiele of smartphone, tablet, laptop of desktopcomputer — respondent heeft nooit een van deze apparaten gekocht (facultatief) |
1 |
Aangevinkt |
Personen voor wie IU = 1 |
Verzameld |
|
0 |
Niet aangevinkt |
||||||
|
Blanco |
Optie niet opgenomen |
||||||
|
9 |
Niet van toepassing |
|
28.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/46 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1224 VAN DE COMMISSIE
van 27 juli 2021
betreffende uitvoerige bepalingen over de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de voorschriften voor gegevensbescherming en beveiliging die voor de webdienst gelden, alsook maatregelen voor de ontwikkeling en de technische uitvoering van de webdienst zoals bedoeld in Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 van de Commissie
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2017 tot instelling van een inreis-uitreissysteem (EES) voor de registratie van inreis- en uitreisgegevens en van gegevens over weigering van toegang ten aanzien van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden en tot vaststelling van de voorwaarden voor toegang tot het EES voor rechtshandhavingsdoeleinden en tot wijziging van de overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordeningen (EG) nr. 767/2008 en (EU) nr. 1077/2011 (1), en met name artikel 13, lid 7, en artikel 36, eerste alinea, punt h),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2017/2226 is het inreis-uitreissysteem ingesteld, dat elektronisch de datum, tijd en plaats van inreis en uitreis registreert van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf tot het grondgebied van de lidstaten zijn toegelaten of aan wie de toegang is geweigerd, en dat de duur van het toegestane verblijf berekent. |
|
(2) |
Het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2) (eu-LISA), is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het operationeel beheer van het inreis-uitreissysteem. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 van de Commissie zijn de specificaties en voorwaarden vastgelegd voor de werking van de webdienst zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226, met inbegrip van specifieke bepalingen voor gegevensbescherming en -beveiliging. Deze specificaties en voorwaarden moeten worden aangepast om rekening te houden met reizigers die zijn vrijgesteld van de verplichting om in het bezit te zijn van een visum in de zin van artikel 45 van Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(4) |
Ingevolge artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 moeten vervoerders gebruikmaken van de webdienst om na te gaan of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor een of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt. |
|
(5) |
Om vervoerders in staat te stellen te voldoen aan hun verplichting om het gebruik van visa voor een of twee binnenkomsten na te gaan, moeten zij toegang hebben tot de webdienst. Vervoerders hebben toegang tot de webdienst via een authenticatiesysteem en kunnen berichten verzenden en ontvangen in een door eu-LISA vast te stellen formaat. |
|
(6) |
Er moeten technische regels voor het berichtformaat en het authenticatiesysteem worden vastgelegd om vervoerders in staat te stellen verbinding te maken met en gebruik te maken van de webdienst zoals gespecificeerd in de technische richtsnoeren, die deel uitmaken van de technische specificaties zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 die door eu-LISA moeten worden vastgesteld. |
|
(7) |
Vervoerders moeten kunnen aangeven dat passagiers niet onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/2226 vallen en in een dergelijk geval moeten vervoerders automatisch het antwoord “Niet van toepassing” ontvangen van de webdienst, zonder de alleen uitleesbare databank te hoeven raadplegen en zonder dat registratie plaatsvindt. |
|
(8) |
De Commissie, eu-LISA en de lidstaten moeten trachten alle bekende vervoerders te laten weten hoe en wanneer zij zich kunnen registreren. Na succesvolle voltooiing van de registratieprocedure en, waar van toepassing, succesvolle voltooiing van het testen, moet eu-LISA de vervoerder verbinden met de vervoerdersinterface. |
|
(9) |
Geauthenticeerde vervoerders mogen alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang geven tot de webdienst. |
|
(10) |
Deze verordening voorziet in de regels inzake gegevensbescherming en -beveiliging die van toepassing zijn op het authenticatiesysteem. |
|
(11) |
Om te verzekeren dat de verificatiezoekopdracht gebaseerd is op de meest actuele informatie, mogen zoekopdrachten niet eerder dan 48 uur voor de geplande vertrektijd worden ingediend. |
|
(12) |
Deze verordening is van toepassing op luchtvervoerders, zeevervoerders en internationale vervoerders die groepen per bus over land vervoeren, bij binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten. Voorafgaand aan het instappen kunnen grenscontroles voor binnenkomst op het grondgebied van de lidstaten worden uitgevoerd. In dergelijke gevallen moeten vervoerders worden vrijgesteld van de verplichting om de reisautorisatiestatus van reizigers te controleren. |
|
(13) |
Vervoerders moeten toegang hebben tot een webformulier op een openbare website, waarmee zij om bijstand kunnen verzoeken. Wanneer vervoerders om bijstand verzoeken, moeten zij een ontvangstbevestiging met een ticketnummer ontvangen. Om adequaat te reageren, kan eu-LISA of de centrale Etias-eenheid op alle mogelijke manieren, zoals per telefoon, contact opnemen met de vervoerders die een ticket hebben ontvangen. |
|
(14) |
Vanwege de noodzaak om de administratieve last voor passagiers en vervoerders zo veel mogelijk te beperken middels integratie met het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem, en omdat om die reden de voorwaarden voor de werking van de webdienst zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226 moeten worden aangepast aan Verordening (EU) 2018/1240, zijn de bepalingen betreffende bijstand aan vervoerders en de te volgen procedures in geval van technische onuitvoerbaarheid zoals bedoeld in Verordening (EU) 2018/1240 van toepassing. |
|
(15) |
Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (4). |
|
(16) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van Verordening (EU) 2017/2226 en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Omdat Verordening (EU) 2017/2226 echter voortbouwt op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 4 van dat protocol op 30 mei 2018 zijn besluit meegedeeld dat het Verordening (EU) 2017/2226 in zijn nationale wetgeving zal omzetten. Denemarken is daarom krachtens internationaal recht verplicht deze verordening uit te voeren. |
|
(17) |
Deze verordening houdt een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt (5). Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. |
|
(18) |
Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (6), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (7). |
|
(19) |
Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (8), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (9). |
|
(20) |
Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (10), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (11). |
|
(21) |
Wat Bulgarije en Roemenië betreft, is de verificatie overeenkomstig de toepasselijke Schengenevaluatieprocedures met succes voltooid, zoals bevestigd in de conclusies van de Raad van 9 juni 2011; zijn de bepalingen van het Schengenacquis betreffende het Schengeninformatiesysteem in werking gesteld bij Besluit (EU) 2018/934 van de Raad (12) betreffende de inwerkingstelling van de resterende bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië; en zijn de bepalingen van het Schengenacquis betreffende het Visuminformatiesysteem in werking gesteld bij Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad (13) betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië; derhalve is met betrekking tot deze lidstaten aan alle voorwaarden van artikel 66, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2017/2226 voldaan en moeten die lidstaten het inreis-uitreissysteem vanaf de ingebruikneming ervan toepassen, zoals is besloten overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226. |
|
(22) |
Wat Cyprus en Kroatië betreft, is het voor de werking van het inreis-uitreissysteem vereist dat passieve toegang tot het Visuminformatiesysteem wordt verleend en dat alle bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het SIS in werking zijn gesteld overeenkomstig de besluiten van de Raad dienaangaande. Aan deze voorwaarden kan slechts worden voldaan nadat de verificatie volgens de toepasselijke Schengenevaluatieprocedure met succes is voltooid. Daarom mag het inreis-uitreissysteem alleen worden gebruikt door de lidstaten die bij ingebruikneming van het inreis-uitreissysteem aan deze voorwaarden voldoen. Lidstaten die het inreis-uitreissysteem niet vanaf de ingebruikneming toepassen, moeten op het inreis-uitreissysteem worden aangesloten volgens de procedure die is vastgelegd in Verordening (EU) 2017/2226, zodra aan al deze voorwaarden is voldaan. |
|
(23) |
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (14) en heeft op 29 april 2021 een advies uitgebracht. |
|
(24) |
De in deze verordening vervatte maatregelen stemmen overeen met het advies van het Comité slimme grenzen (EES), |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening:
|
a) |
worden de uitvoerige bepalingen vastgesteld over de voorwaarden voor de werking van de webdienst en de voorschriften voor gegevensbescherming en beveiliging die voor de webdienst gelden, zoals bedoeld in artikel 13, leden 1 en 3, en artikel 36, eerste alinea, punt h), van Verordening (EU) 2017/2226; |
|
b) |
wordt een authenticatiesysteem voor vervoerders ingesteld dat hen in staat stelt hun verplichtingen uit hoofde van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 na te komen, en worden uitvoerige bepalingen en voorwaarden vastgesteld voor de inschrijving van vervoerders ten behoeve van het verkrijgen van toegang tot het authenticatiesysteem; |
|
c) |
worden de bijzonderheden vastgesteld van de procedures die moeten worden gevolgd wanneer het voor vervoerders technisch onmogelijk is om toegang tot de webdienst te krijgen. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“vervoerdersinterface”: een door eu-LISA overeenkomstig artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 te ontwikkelen webdienst die wordt gebruikt voor de toepassing van artikel 13, lid 3, van die verordening en die bestaat uit een IT-interface die in verbinding staat met een alleen uitleesbare databank; |
|
2) |
“technische richtsnoeren”: het deel van de technische specificaties, zoals bedoeld in artikel 37, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226, dat voor vervoerders relevant is voor de implementatie van het authenticatiesysteem en de ontwikkeling van het berichtformaat van de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a); |
|
3) |
“naar behoren gemachtigde personeelsleden”: natuurlijke personen die werknemer zijn van dan wel zich contractueel hebben verbonden aan de vervoerder of andere rechtspersonen of natuurlijke personen die onder leiding of toezicht van die vervoerder staan, die belast zijn met de taak om namens de vervoerder na te gaan of het aantal binnenkomsten waarop een visum recht geeft, reeds is opgebruikt, overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226. |
Artikel 3
Verplichtingen van vervoerders
1. Vervoerders gaan in de vervoerdersinterface via een zoekopdracht na of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor een of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt, zoals bedoeld in artikel 13 van Verordening (EU) 2017/2226 (“verificatiezoekopdracht”).
2. Verificatiezoekopdrachten worden niet eerder dan 48 uur voor de geplande vertrektijd ingediend.
3. Vervoerders dragen ervoor zorg dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang hebben tot de vervoerdersinterface. De vervoerders implementeren ten minste de volgende mechanismen:
|
a) |
fysieke en logische mechanismen voor toegangscontrole ter voorkoming van ongeoorloofde toegang tot de infrastructuur of de systemen die door de vervoerders worden gebruikt; |
|
b) |
authenticatie; |
|
c) |
registratieprocedures om de traceerbaarheid van de toegang te waarborgen; |
|
d) |
regelmatige herbeoordeling van de toegangsrechten. |
Artikel 4
Verbinding met en toegang tot de vervoerdersinterface
1. Vervoerders maken op een van de volgende manieren verbinding met de vervoerdersinterface:
|
a) |
via een speciale netwerkverbinding; |
|
b) |
via een internetaansluiting. |
2. Vervoerders krijgen op een van de volgende manieren toegang tot de vervoerdersinterface:
|
a) |
via een systeeminterface (Application Programming Interface); |
|
b) |
via een webinterface (browser); |
|
c) |
via een applicatie voor mobiele apparaten. |
Artikel 5
Zoekopdrachten
1. Bij het verzenden van een verificatiezoekopdracht verstrekt de vervoerder de volgende reizigersgegevens:
|
a) |
achternaam (familienaam); voornaam of voornamen; |
|
b) |
geboortedatum; geslacht; nationaliteit; |
|
c) |
het type en het nummer van het reisdocument en de drielettercode van het land dat het reisdocument heeft afgegeven; |
|
d) |
de datum waarop de geldigheidstermijn van het reisdocument verstrijkt; |
|
e) |
de geplande datum van aankomst aan de grens van een lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast of een lidstaat die het Schengenacquis niet volledig toepast, maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem; |
|
f) |
een van de volgende gegevens:
|
|
g) |
de bijzonderheden (lokale datum en tijd van het geplande vertrek, identificatienummer wanneer beschikbaar, of andere middelen om het vervoer te identificeren) betreffende de vervoermiddelen waarvan gebruik wordt gemaakt voor de toegang tot het grondgebied van de lidstaat die het Schengenacquis volledig toepast of de lidstaat die het Schengenacquis niet volledig toepast maar gebruikmaakt van het inreis-uitreissysteem. |
2. Wanneer voor de reisroute van de reiziger een visum voor twee binnenkomsten nodig is, vermeldt de vervoerder bij het indienen van de verificatiezoekopdracht dat de reisroute twee binnenkomsten in de lidstaten omvat.
3. Voor het verstrekken van de informatie zoals bedoeld in lid 1, punten a) en d), kunnen vervoerders de machineleesbare zone van het reisdocument scannen.
4. Wanneer de passagier is vrijgesteld van de toepassing van Verordening (EU) 2017/2226 overeenkomstig artikel 2 van die verordening, of wanneer de passagier in luchthaventransit is, kan de vervoerder dit in de zoekopdracht specificeren.
5. Vervoerders kunnen een verificatiezoekopdracht voor een of meer passagiers indienen. De vervoerdersinterface toont voor elke passagier die in de zoekopdracht is vermeld een antwoord zoals bedoeld in artikel 6.
Artikel 6
Antwoord
1. Wanneer de passagier is vrijgesteld van de toepassing van Verordening (EU) 2017/2226 overeenkomstig artikel 2 van die verordening of in luchthaventransit is, dan wel houder is van een nationaal visum voor kort verblijf in de zin van artikel 3, lid 1, punt 10, van die verordening, luidt het antwoord “Niet van toepassing”. In alle andere gevallen luidt het antwoord “OK” of “Niet OK”.
Wanneer een verificatiezoekopdracht wordt beantwoord met “Niet OK”, wordt in de vervoerdersinterface vermeld dat dit antwoord afkomstig is van het inreis-uitreissysteem.
2. Het antwoord op de verificatiezoekopdracht wordt bepaald overeenkomstig de volgende regels:
|
a) |
wanneer de reiziger houder is van een eenvormig visum voor kort verblijf:
|
|
b) |
wanneer een reiziger visumplichtig is en er geen visuminformatie beschikbaar is: Niet OK; |
|
c) |
wanneer de vervoerder aangeeft dat er voor de reisroute een visum voor twee binnenkomsten is vereist:
|
3. Wanneer de reiziger is vrijgesteld van de visumplicht of wanneer de reiziger onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/1240 valt, zijn de bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van de Commissie (15) van toepassing.
Artikel 7
Berichtformaat
eu-LISA specificeert in de technische richtsnoeren de gegevensformaten en structuur van de berichten die worden gebruikt voor het verzenden via de vervoerdersinterface van verificatiezoekopdrachten en antwoorden op deze zoekopdrachten. In ieder geval stelt eu-LISA de volgende gegevensformaten beschikbaar:
|
a) |
UN/EDIFACT, |
|
b) |
PAXLST/CUSRES, |
|
c) |
XML, |
|
d) |
JSON. |
Artikel 8
Gegevensextractievereisten voor de vervoerdersinterface en de webdienst voor onderdanen van derde landen, en gegevenskwaliteit
1. Gegevens inzake afgegeven, nietig verklaarde en ingetrokken visa voor kort verblijf en reisautorisaties worden regelmatig automatisch geëxtraheerd uit het Visuminformatiesysteem, het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem en het inreis-uitreissysteem en verzonden naar de alleen uitleesbare databank.
2. Elke extractie van gegevens die overeenkomstig lid 1 worden verzonden naar de alleen uitleesbare databank, wordt geregistreerd.
3. eu-LISA is verantwoordelijk voor de beveiliging van de webdienst en de persoonsgegevens die de webdienst bevat en voor het proces van extractie van de in lid 1 bedoelde gegevens en de verzending ervan naar de alleen uitleesbare databank.
4. Het mag niet mogelijk zijn gegevens uit de alleen uitleesbare databank te verzenden naar het inreis-uitreissysteem of het Visuminformatiesysteem.
Artikel 9
Authenticatiesysteem
1. eu-LISA ontwikkelt een authenticatiesysteem, rekening houdend met informatie over het beheer van veiligheidsrisico’s en de beginselen van gegevensbescherming door ontwerp en gegevensbescherming door standaardinstellingen, dat de mogelijkheid biedt de indiener van de verificatiezoekopdracht te traceren.
2. De bijzonderheden van het authenticatiesysteem worden vastgelegd in de technische richtsnoeren.
3. Het authenticatiesysteem wordt getest overeenkomstig artikel 12.
4. Wanneer vervoerders toegang krijgen tot de vervoerdersinterface met behulp van de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a), wordt het authenticatiesysteem geïmplementeerd door middel van wederzijdse authenticatie.
Artikel 10
Inschrijving in het authenticatiesysteem
1. De in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde vervoerders die passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoeren, moeten zich eerst inschrijven om toegang te krijgen tot het authenticatiesysteem.
2. eu-LISA stelt op een openbare website een inschrijvingsformulier beschikbaar, dat online moet worden ingevuld. Indiening van het inschrijvingsformulier is alleen mogelijk wanneer alle velden juist zijn ingevuld.
3. Het inschrijvingsformulier bevat velden waarin vervoerders de volgende informatie moeten invullen:
|
a) |
de officiële naam en de contactgegevens (e-mailadres, telefoonnummer en postadres) van de vervoerder; |
|
b) |
de contactgegevens van de wettelijke vertegenwoordiger van de onderneming die de inschrijving aanvraagt en van contactpersonen die als plaatsvervanger fungeren (namen, telefoonnummers, e-mailadressen en postadressen), alsook het functionele e-mailadres en andere communicatiemiddelen waarvan de vervoerder voornemens is gebruik te maken voor de toepassing van de artikelen 13 en 14; |
|
c) |
de lidstaat die of het derde land dat het officiële bedrijfsregistratiebewijs zoals bedoeld in lid 6 heeft afgegeven en het registratienummer, indien beschikbaar; |
|
d) |
ingeval de vervoerder, overeenkomstig lid 6, een door een derde land afgegeven officiële bedrijfsregistratie heeft bijgevoegd: de lidstaat waarin de vervoerder activiteiten ontplooit of voornemens is het komende jaar activiteiten te ontplooien. |
4. Vervoerders worden in het inschrijvingsformulier geïnformeerd over de minimumveiligheidsvoorschriften, die bedoeld zijn om naleving van de volgende doelstellingen te waarborgen:
|
a) |
opsporing en beheer van beveiligingsrisico’s in verband met de verbinding met de vervoerdersinterface; |
|
b) |
bescherming van de omgevingen en apparaten die in verbinding staan met de vervoerdersinterface; |
|
c) |
opsporing en analyse van incidenten op het gebied van cyberbeveiliging, alsmede reactie op en herstel van dergelijke incidenten. |
5. Op het inschrijvingsformulier verklaren de vervoerders:
|
a) |
dat zij passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoeren of voornemens zijn dit gedurende de eerstvolgende zes maanden te doen; |
|
b) |
dat zij toegang zullen hebben tot de vervoerdersinterface en ervan gebruik zullen maken overeenkomstig de minimumveiligheidsvoorschriften die zijn vermeld op het registratieformulier en in overeenstemming met lid 4; |
|
c) |
dat alleen naar behoren gemachtigde personeelsleden toegang zullen hebben tot de vervoerdersinterface. |
6. Als bijlage bij het inschrijvingsformulier moeten vervoerders een elektronische kopie van hun oprichtingsakte, inclusief de statuten, meesturen, alsook een elektronische kopie van een uittreksel van hun officiële bedrijfsregistratie uit ten minste één lidstaat, voor zover van toepassing, of uit een derde land, opgesteld of officieel vertaald in een van de officiële talen van de Unie of de met de Schengenruimte geassocieerde landen. In plaats van de officiële bedrijfsregistratie kan een elektronische kopie van een vergunning om activiteiten te ontplooien in een of meer lidstaten, zoals een Air Operator Certificate, als bijlage worden meegestuurd.
7. Middels het inschrijvingsformulier worden vervoerders ervan in kennis gesteld:
|
a) |
dat zij gehouden zijn eu-LISA, via de voor dit doel opgegeven contactgegevens van eu-LISA, in kennis te stellen van alle wijzigingen van de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde informatie, dan wel van technische wijzigingen die van invloed zijn op hun systeemverbinding met de vervoerdersinterface, die extra tests overeenkomstig artikel 12 noodzakelijk kunnen maken; |
|
b) |
dat zij automatisch zullen worden uitgeschreven uit het authenticatiesysteem als uit de logbestanden blijkt dat de vervoerder de vervoerdersinterface een jaar lang niet heeft gebruikt; |
|
c) |
dat zij kunnen worden uitgeschreven uit het authenticatiesysteem in geval van een inbreuk op de bepalingen van deze verordening, de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in lid 4 of de technische richtsnoeren, met inbegrip van misbruik van de vervoerdersinterface; |
|
d) |
dat zij verplicht zijn eu-LISA in kennis te stellen van iedere inbreuk in verband met persoonsgegevens die zich voordoet en de toegangsrechten van hun naar behoren gemachtigde personeelsleden regelmatig aan een herbeoordeling te onderwerpen. |
8. Wanneer het inschrijvingsformulier op juiste wijze is ingediend, schrijft eu-LISA de vervoerder in en stelt het de vervoerder daarvan in kennis. Wanneer het inschrijvingsformulier niet op juiste wijze is ingediend, weigert eu-LISA de inschrijving en stelt het de vervoerder in kennis van de redenen daarvoor.
Artikel 11
Uitschrijving uit het authenticatiesysteem
1. Wanneer een vervoerder eu-LISA informeert dat hij niet langer passagiers naar het grondgebied van de lidstaten vervoert, wordt de vervoerder door eu-LISA uitgeschreven.
2. Wanneer uit de logbestanden blijkt dat de vervoerder de vervoerdersinterface een jaar lang niet heeft gebruikt, wordt de vervoerder automatisch uitgeschreven.
3. Wanneer een vervoerder niet langer voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 5, of anderszins inbreuk heeft gemaakt op de bepalingen van deze verordening, de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in artikel 10, lid 4, of de technische richtsnoeren, met inbegrip van misbruik van de vervoerdersinterface, mag eu-LISA de vervoerder uitschrijven.
4. eu-LISA stelt de vervoerder één maand voor de uitschrijving in kennis van zijn voornemen om de vervoerder uit te schrijven overeenkomstig lid 1, 2 of 3, onder opgave van de redenen voor uitschrijving. Voorafgaand aan de uitschrijving stelt eu-LISA de vervoerder in de gelegenheid schriftelijk te reageren.
5. In geval van urgente IT-beveiligingskwesties, met inbegrip van gevallen waarin de vervoerder de veiligheidsvoorschriften zoals bedoeld in artikel 10, lid 4, of de technische richtsnoeren verzuimt na te leven, mag eu-LISA de verbinding van de vervoerder onmiddellijk deactiveren. eu-LISA stelt de vervoerder in kennis van de deactivering van de verbinding, onder opgave van de redenen voor de deactivering.
6. Voor zover dat gepast is, verleent eu-LISA vervoerders die een kennisgeving van uitschrijving of deactivering hebben ontvangen, bijstand bij het verhelpen van de tekortkomingen die aanleiding waren voor de kennisgeving en stelt eu-LISA, waar mogelijk, vervoerders waarvan de verbinding is gedeactiveerd in de gelegenheid om gedurende een beperkte periode en onder strikte voorwaarden op een andere manier dan zoals bedoeld in artikel 4 verificatiezoekopdrachten te verzenden.
7. Vervoerders waarvan de verbinding is gedeactiveerd, kunnen weer met de vervoerdersinterface verbonden worden nadat de veiligheidskwesties die aanleiding waren voor de deactivering zijn opgelost. Uitgeschreven vervoerders kunnen een nieuw inschrijvingsverzoek indienen.
8. eu-LISA houdt een actueel register van ingeschreven vervoerders bij. Persoonsgegevens die zijn opgeslagen bij de inschrijving van vervoerders, worden uiterlijk één jaar na uitschrijving van de vervoerder verwijderd. eu-LISA kan na de inschrijving van vervoerders, zoals bedoeld in artikel 10, te allen tijde inlichtingen inwinnen bij lidstaten of derde landen, met name wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat een of meer vervoerders misbruik maken van de vervoerdersinterface of niet voldoen aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 10, lid 4.
9. Wanneer het in artikel 10, lid 2, bedoelde inschrijvingsformulier langere tijd niet beschikbaar is, zorgt eu-LISA ervoor dat inschrijving overeenkomstig voornoemd artikel via andere weg mogelijk is.
Artikel 12
Ontwikkelen en testen van, en verbinding maken met, de vervoerdersinterface
1. eu-LISA stelt vervoerders technische richtsnoeren ter hand waarmee zij de vervoerdersinterface kunnen ontwikkelen en testen.
2. Wanneer vervoerders ervoor kiezen verbinding te maken via de Application Programming Interface zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a), wordt de implementatie van het berichtformaat zoals bedoeld in artikel 7 en van het authenticatiesysteem zoals bedoeld in artikel 9 getest.
3. Wanneer vervoerders ervoor kiezen verbinding te maken via de webinterface (browser) of een applicatie voor mobiele apparaten, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2, respectievelijk punt b) en punt c), stellen zij eu-LISA ervan in kennis dat zij hun verbinding met de vervoerdersinterface met succes hebben getest en dat hun naar behoren gemachtigde personeelsleden met succes zijn opgeleid in het gebruik van de vervoerdersinterface.
4. Voor de toepassing van lid 2 draagt eu-LISA zorg voor het ontwikkelen en beschikbaar stellen van een testplan, een testomgeving en een simulator waarmee eu-LISA en de vervoerders de verbinding van de vervoerders met de vervoerdersinterface kunnen testen. Voor de toepassing van lid 3 draagt eu-LISA zorg voor het ontwikkelen en beschikbaar stellen van een testomgeving waarmee vervoerders hun personeel kunnen opleiden.
5. Na succesvolle voltooiing van de inschrijvingsprocedure zoals bedoeld in artikel 10 en de succesvolle voltooiing van de testfase zoals bedoeld in lid 2 of de ontvangst van de kennisgeving zoals bedoeld in lid 3, brengt eu-LISA de verbinding tussen de vervoerder en de vervoerdersinterface tot stand.
Artikel 13
Technische onmogelijkheid om verificatiezoekopdrachten uit te voeren
Wanneer het technisch onmogelijk is om een verificatiezoekopdracht te verzenden vanwege een storing in een onderdeel van het inreis-uitreissysteem, is artikel 13 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van overeenkomstige toepassing ingeval het technisch onmogelijk is om een verificatiezoekopdracht uit te voeren als gevolg van een storing in een onderdeel van het inreis-uitreissysteem.
Artikel 14
Bijstand aan vervoerders
Teneinde vervoerders in staat te stellen om bijstand verzoeken, is artikel 14 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van overeenkomstige toepassing op verzoeken om bijstand aan vervoerders met betrekking tot het invoer-uitreissysteem.
Artikel 15
Toegang tot de webdienst voor onderdanen uit derde landen
1. Wanneer onderdanen van derde landen via een beveiligde internetverbinding met de webdienst de resterende dagen van het toegestane verblijf nagaan, vermelden zij de lidstaat van bestemming.
2. Onderdanen van derde landen voeren in de webdienst de volgende gegevens in:
|
a) |
type en nummer van het reisdocument of de reisdocumenten en de drielettercode van het land van afgifte van het reisdocument of de reisdocumenten; |
|
b) |
eventueel de voorgenomen inreis- of uitreisdatum of beide, standaard ingesteld op de Midden-Europese tijd en aan te passen door de gebruiker; |
|
c) |
lidstaat van bestemming. |
3. De webdienst geeft een van de volgende antwoorden:
|
a) |
“OK” en de resterende dagen van het toegestane verblijf; |
|
b) |
“NIET OK” en 0 resterende dagen van het toegestane verblijf; |
|
c) |
“Niet beschikbaar”. |
4. Wanneer de webdienst het aantal resterende dagen van het toegestane verblijf vermeldt, wordt aangegeven dat het aantal dagen is berekend op basis van de voorgenomen inreisdatum die door de onderdaan van het derde land is verstrekt, en dat het feitelijke aantal resterende dagen kan variëren afhankelijk van de feitelijke inreisdatum. Wanneer de onderdaan van het derde land geen voorgenomen inreisdatum heeft verstrekt, wordt de resterende verblijfsduur berekend op basis van de kalenderdatum van de zoekopdracht. In dat geval wordt in de webdienst aangegeven dat het aantal resterende dagen van het toegestane verblijf is berekend op basis van de kalenderdatum van de zoekopdracht.
5. Tijdens de overgangsperiode zoals bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt, wanneer het inreis-uitreissysteem geen gegevens bevat over de onderdaan van het derde land, het antwoord op de verificatiezoekopdracht bepaald overeenkomstig de volgende regels:
|
a) |
toegestaan verblijf: OK; |
|
b) |
resterende dagen: geen informatie beschikbaar, vergezeld van de opmerking dat er geen rekening is gehouden met verblijven die hebben plaatsgevonden voordat het inreis-uitreissysteem in werking trad. |
6. Na de overgangsperiode zoals bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt het antwoord op de verificatiezoekopdracht bepaald overeenkomstig de volgende regels:
|
a) |
wanneer de onderdaan van het derde land over voldoende resterende dagen van het toegestane verblijf beschikt, luidt het antwoord:
|
|
b) |
wanneer de onderdaan van het derde land een deel van het toegestane verblijf heeft opgebruikt en voornemens is langer te blijven dan de toegestane verblijfsduur, luidt het antwoord:
|
|
c) |
wanneer de onderdaan van het derde land alle dagen van het toegestane verblijf heeft opgebruikt, luidt het antwoord:
|
|
d) |
wanneer de onderdaan van het derde land visumplichtig is en niet beschikt over een geldig visum of ingeval de geldigheidsduur van het visum is verstreken of het visum is ingetrokken of nietig verklaard, of ingeval de persoon beschikt over een visum met een territoriaal beperkte geldigheid die niet overeenkomt met de opgegeven lidstaat van bestemming, luidt het antwoord:
|
|
e) |
wanneer de onderdaan van het derde land niet visumplichtig is en niet beschikt over een geldige reisautorisatie of wanneer de persoon beschikt over een reisautorisatie waarvan de geldigheidsduur is verstreken of die is ingetrokken of nietig verklaard, luidt het antwoord:
|
|
f) |
wanneer er in het inreis-uitreissysteem geen gegevens voorhanden zijn voor een onderdaan van een derde land die houder is van een visum voor kort verblijf, wordt het aantal resterende dagen beperkt overeenkomstig de vervaldatum van het visum voor kort verblijf. In het geval van onderdanen van derde landen die zijn vrijgesteld van de visumplicht wordt na de ingebruikneming van het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem het aantal resterende dagen beperkt overeenkomstig de vervaldatum van de reisautorisatie, rekening houdend met de overgangsperiode en de respijtperiode zoals bedoeld in artikel 83 van Verordening (EU) 2018/1240. |
7. De webdienst verstrekt de volgende extra informatie aan de onderdaan van het derde land:
|
a) |
op een in het oog springende plaats: de lidstaten waarop de berekening van het verblijf van toepassing is; |
|
b) |
dichtbij het veld waarin het nummer van het reisdocument moet worden ingevuld: de vermelding dat het reisdocument dat moet worden gebruikt voor de webdienst een van de reisdocumenten moet zijn die voor eerdere verblijven zijn gebruikt; |
|
c) |
de lijst van lidstaten; |
|
d) |
alle mogelijke redenen voor ontvangst van het antwoord “Informatie niet beschikbaar”; |
|
e) |
een algemene disclaimer waarin duidelijk is vermeld dat het antwoord “OK” of “NIET OK” niet kan worden geïnterpreteerd als een besluit om toegang tot het Schengengebied te verlenen of te weigeren; |
|
f) |
de regeling die van toepassing is op onderdanen van een derde land die familielid zijn van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38/EG van toepassing is of van een onderdaan van een derde land die een recht van vrij verkeer geniet dat gelijkwaardig is aan dat van de burgers van de Unie op grond van een overeenkomst tussen de Unie en haar lidstaten, enerzijds, en een derde land, anderzijds, en die niet in het bezit zijn van een verblijfskaart zoals bedoeld in Richtlijn 2004/38/EG of een verblijfskaart zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 1030/2002. |
Artikel 16
Intrekking van Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230
Uitvoeringsbesluit C(2019) 1230 wordt ingetrokken.
Artikel 17
Inwerkingtreding en toepasselijkheid
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 9.12.2017, blz. 20.
(2) Verordening (EU) nr. 1077/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 tot oprichting van een Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (PB L 286 van 1.11.2011, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2018/1240 van het Europees Parlement en de Raad van 12 september 2018 tot oprichting van een Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias) (PB L 236 van 19.9.2018, blz. 1).
(4) Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).
(5) Deze verordening valt niet onder het toepassingsgebied van de maatregelen waarin is voorzien in Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).
(6) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.
(7) Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).
(8) PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.
(9) Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).
(10) PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(11) Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).
(12) Besluit (EU) 2018/934 van de Raad van 25 juni 2018 betreffende de inwerkingstelling van de resterende bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 165 van 2.7.2018, blz. 37).
(13) Besluit (EU) 2017/1908 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende de inwerkingstelling van bepaalde bepalingen van het Schengenacquis inzake het Visuminformatiesysteem in de Republiek Bulgarije en in Roemenië (PB L 269 van 19.10.2017, blz. 39).
(14) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1217 van de Commissie van 26 juli 2021 tot vaststelling van de regels en voorwaarden inzake verificatiezoekopdrachten van vervoerders, bepalingen inzake gegevensbescherming en -beveiliging voor het authenticatiesysteem voor vervoerders alsook vangnetprocedures in geval van technische onmogelijkheid (PB L 267 van 27.7.2021, blz. 1).
|
28.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/58 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/1225 VAN DE COMMISSIE
van 27 juli 2021
tot vaststelling van de regelingen voor de uitwisseling van gegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie wat betreft de lidstaat van uitvoer buiten de Unie en de verplichtingen van de rapporterende eenheden
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (1), en met name artikel 5, lid 5, en artikel 7, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is noodzakelijk de regelingen vast te stellen voor de uitwisseling van statistische gegevens over de uitvoer en invoer van goederen die door de douane- en belastingautoriteiten van elke lidstaat aan de bevoegde nationale statistische instanties moeten worden verstrekt. |
|
(2) |
Verordening (EU) 2019/2152 voorziet in de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften tussen de nationale statistische instanties van de lidstaten voor statistische doeleinden, teneinde geharmoniseerde statistieken over de internationale handel in goederen op te stellen en de kwaliteit van die statistieken te verbeteren. Het is noodzakelijk de regelingen voor deze uitwisseling van microgegevens tussen de nationale statistische instanties te specificeren, het toepassingsgebied ervan vast te stellen, de uit te wisselen microgegevens in een lijst op te nemen en het formaat, de beveiligingsmaatregelen en de procedure voor de uitwisseling van deze gegevens vast te stellen. |
|
(3) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie (2) moet worden gewijzigd wat betreft de eerste referentieperiode voor de toepassing van de definitie van de lidstaat van uitvoer buiten de Unie, waarbij de toepassing ervan met twee jaar wordt uitgesteld. Dit moet ervoor zorgen dat nationale statistische instanties in staat zijn goederen in quasi-uitvoer te identificeren en de lidstaat van werkelijke uitvoer op coherente wijze te bepalen, met behulp van de uit te wisselen microgegevens, en nationale statistische instanties in staat te stellen de kwaliteit van de geproduceerde statistieken te waarborgen. |
|
(4) |
Ook moet Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 worden gewijzigd wat betreft de verplichtingen van importeurs en exporteurs om nationale statistische instanties bij te staan bij het ophelderen van kwesties in verband met de gegevenskwaliteit. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (3) ingestelde Europees statistisch systeem, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
In deze verordening worden de regelingen vastgesteld voor de uitwisseling van gegevens tussen douaneautoriteiten en nationale statistische instanties en voor de uitwisseling van gegevens tussen belastingautoriteiten en nationale statistische instanties. Ook worden de regelingen vastgesteld voor de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften met betrekking tot de uitvoer en invoer van goederen tussen de nationale statistische instanties.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
“gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode”: gecentraliseerde vrijmaking in de zin van artikel 179 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), waarbij douaneautoriteiten van meer dan één lidstaat betrokken zijn en waarbij de middelen voor de uitwisseling van informatie tussen de douaneautoriteiten zijn vastgesteld in artikel 18 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie (5); |
|
b) |
“verzendende lidstaat”: de lidstaat waar de douaneaangifte wordt ingediend, waar de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode of op goederen in quasi-uitvoer; |
|
c) |
“ontvangende lidstaat”: de lidstaat die microgegevens van de verzendende lidstaat verkrijgt. |
Artikel 3
Regelingen voor gegevensuitwisseling tussen douaneautoriteiten en nationale statistische instanties
1. De bestanden van de douaneaangiften als bedoeld in bijlage VI, punt c), van Verordening (EU) 2019/2152 worden door de douaneautoriteiten onverwijld aan hun nationale statistische instanties verstrekt, en wel uiterlijk in de maand volgende op de maand waarin de douaneaangiften zijn aanvaard of daarover door de douane een besluit is genomen.
2. Wanneer de bestanden van ingediende douaneaangiften worden gewijzigd, verstrekken de douaneautoriteiten hun nationale statistische instanties de herziene informatie.
3. De douaneautoriteiten verifiëren, op verzoek van hun nationale statistische instanties, de juistheid en volledigheid van de gegevens van de door hen ingediende douaneaangiften.
Artikel 4
Regelingen voor gegevensuitwisseling tussen belastingautoriteiten en nationale statistische autoriteiten
1. De in bijlage V bij Verordening (EU) 2019/2152 bedoelde informatie wordt door de belastingautoriteiten aan hun nationale statistische instanties verstrekt na ontvangst van de inlichtingen, en uiterlijk in de maand volgende op de maand waarin de informatie beschikbaar is geworden.
2. Wanneer de door de belastingautoriteiten verstrekte informatie wordt gewijzigd, verstrekken de belastingautoriteiten hun nationale statistische instanties de herziene informatie.
3. De belastingautoriteiten verifiëren op verzoek van hun nationale statistische instanties de juistheid en volledigheid van de door hen verstrekte informatie.
Artikel 5
Regelingen voor de uitwisseling van microgegevens uit douaneaangiften tussen de lidstaten voor statistische doeleinden
1. Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode of op goederen in quasi-uitvoer, verstrekt de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat de door de douaneautoriteit van de verzendende lidstaat verstrekte microgegevens met betrekking tot de in- of uitvoer van goederen.
2. Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, is de ontvangende lidstaat de lidstaat in het statistische registratiegebied waarvan de goederen zich bevinden op het tijdstip van vrijgave voor de douaneregeling of op het tijdstip van wederuitvoer.
3. Wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op goederen in quasi-uitvoer als bedoeld in afdeling 1, punt l), van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197, is de ontvangende lidstaat de lidstaat van werkelijke uitvoer als bedoeld in afdeling 17, punt 2, van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197.
4. De in lid 1 bedoelde microgegevens omvatten:
|
a) |
indien de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op invoer in het kader van gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, de microgegevens als vermeld in kolom C1 van de bijlage; |
|
b) |
indien de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op uitvoer in het kader van gecentraliseerde vrijmaking in de overgangsperiode, de microgegevens als vermeld in kolom C2 van de bijlage; |
|
c) |
wanneer de bestanden van douaneaangiften betrekking hebben op goederen in quasi-uitvoer, de microgegevens zoals vermeld in kolom C3 van de bijlage. |
5. De nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat verstrekt de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat de metagegevens die relevant zijn voor het gebruik van bij de opstelling van statistieken uitgewisselde microgegevens.
6. De leden 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing wanneer de verzendende lidstaat de lidstaat van werkelijke uitvoer is, als bedoeld in als bedoeld in afdeling 17, punt 2, van bijlage V bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197.
Artikel 6
Tijdschema voor de uitwisseling van microgegevens tussen de lidstaten
1. De nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat verstrekt de in artikel 5 bedoelde microgegevens uiterlijk 30 kalenderdagen na het einde van de referentiemaand aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat.
2. Wanneer aanvullende of gewijzigde gegevens uit douaneaangiften na de in lid 1 bedoelde termijn ter beschikking worden gesteld van de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat, verstrekt de nationale statistische instantie van de verzendende lidstaat de herziene microgegevens zo spoedig mogelijk, en uiterlijk 30 kalenderdagen na het einde van de maand waarin de aanvullende of gewijzigde bestanden van de douaneaangiften beschikbaar zijn geworden, aan de nationale statistische instantie van de ontvangende lidstaat.
Artikel 7
Beveiligingsmaatregelen
Overeenkomstig artikel 10, lid 2, van Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie (6) moeten de nationale statistische instanties die deze microgegevens en metagegevens in de ontvangende lidstaat ontvangen — om overeenkomstig artikel 5 van deze verordening microgegevens en metagegevens te mogen ontvangen — ervoor zorgen dat hun IT-systemen zijn beschermd op een niveau dat gelijkwaardig is aan het communicatie- en informatiebeveiligingsbeleid van de Commissie, zoals bepaald in Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie (7), de uitvoeringsvoorschriften en de bijbehorende veiligheidsnormen.
Artikel 8
Gegevensbescherming
Wat de verwerking van persoonsgegevens betreft, voeren de nationale statistische instanties hun taken voor de toepassing van deze verordening uit overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (8).
De verwerking van persoonsgegevens door de Commissie (Eurostat) geschiedt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (9).
Artikel 9
Formaat van de uitgewisselde microgegevens en metagegevens en procedure voor de uitwisseling
1. De overeenkomstig artikel 5 uitgewisselde microgegevens en metagegevens worden uitgewisseld in elektronische vorm en worden verzonden of geüpload via het centrale punt voor gegevens van de Commissie (Eurostat) en, in voorkomend geval, voor metagegevens.
2. De lidstaten moeten de uitwisselingsnormen toepassen overeenkomstig de door de Commissie (Eurostat) verstrekte uitvoeringsrichtsnoeren.
Artikel 10
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 wordt als volgt gewijzigd:
|
a) |
In bijlage V, afdeling 2, komt punt 2, a), als volgt te luiden:
|
|
b) |
In bijlage V, afdeling 8, komt punt 3 als volgt te luiden:
|
Artikel 11
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 17.12.2019, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1197 van de Commissie van 30 juli 2020 tot vaststelling van technische specificaties en regelingen overeenkomstig Verordening (EU) 2019/2152 van het Europees Parlement en de Raad betreffende Europese bedrijfsstatistieken en tot intrekking van tien rechtshandelingen op het gebied van bedrijfsstatistieken (PB L 271 van 18.8.2020, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).
(4) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PB L 69 van 15.3.2016, blz. 1).
(6) Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).
(7) Besluit (EU, Euratom) 2017/46 van de Commissie van 10 januari 2017 over de beveiliging van communicatie- en informatiesystemen binnen de Europese Commissie (PB L 6 van 11.1.2017, blz. 40).
(8) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(9) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
Uit te wisselen microgegevens
Rubrieken met de vermelding “M” zijn verplicht, rubrieken met de vermelding “C” zijn verplicht als ze in het nationale douanesysteem beschikbaar zijn en rubrieken met de vermelding “O” zijn facultatief. Rubrieken met de vermelding “—” zijn niet van toepassing.
|
A |
B |
C1 |
C2 |
C3 |
|
|
Uit te wisselen microgegevens (1) |
Gecentraliseerde vrijmaking bij de invoer |
Gecentraliseerde vrijmaking bij de uitvoer |
Goederen in quasi-uitvoer |
|
|
Groep 1 — Algemeen |
|
|
|
|
1.1. |
Datum/datum van aanvaarding van de douaneaangifte |
C |
C |
C |
|
1.2. |
Referentieperiode |
M |
M |
M |
|
1.3. |
Handelsstroom |
M |
M |
M |
|
1.4. |
Toegepaste douanegegevens — Bijlage |
M |
M |
M |
|
1.5. |
Ontvangende lidstaat |
M |
M |
M |
|
1.6. |
Soort aangifte |
C |
C |
C |
|
1.7. |
Soort aanvullende aangifte |
C |
C |
C |
|
1.8. |
Procedure |
C |
C |
C |
|
1.9. |
Aanvullende procedures |
C |
C |
C |
|
1.10. |
Vergunningnummer van de vergunninghouder |
C |
C |
— |
|
|
Groep 2 — Meeteenheden |
|
|
|
|
2.1. |
Statistische waarde |
C |
C |
C |
|
2.2. |
Nettomassa |
C |
C |
C |
|
2.3. |
Lijst van aanvullende eenheden |
C |
C |
C |
|
|
Groep 3 — Uitsplitsingen |
|
|
|
|
3.1. |
Goederencode op Taric-niveau (10-cijferige code) |
C |
— |
— |
|
3.2. |
Goederencode op GN-niveau (8-cijferige code) |
— |
C |
C |
|
3.3. |
Code land van oorsprong |
C |
— |
— |
|
3.4. |
Code land van preferentiële oorsprong |
C |
— |
— |
|
3.5. |
Code land van verzending/uitvoer [Land van verzending] |
C |
— |
— |
|
3.6. |
Code land van bestemming [Land van laatst bekende bestemming] |
— |
C |
C |
|
3.7. |
Code land van bestemming [Lidstaat van veronderstelde bestemming] |
C |
— |
— |
|
3.8. |
Code land van verzending/uitvoer [Lidstaat van werkelijke uitvoer] |
— |
— |
C |
|
3.9. |
Aard van de transactie |
C |
C |
C |
|
3.10. |
Preferentie |
C |
— |
— |
|
3.11. |
Recipiënt |
C |
C |
C |
|
3.12. |
Vervoerswijze aan de grens |
C |
C |
C |
|
3.13. |
Wijze van vervoer in het binnenland |
C |
C |
C |
|
3.14. |
Valuta factuur |
C |
C |
C |
|
|
Groep 4 — Partijen |
|
|
|
|
4.1. |
Identificatienummer importeur |
C |
— |
— |
|
4.2. |
Identificatienummer koper |
C |
— |
— |
|
4.3. |
Identificatienummer geadresseerde (2) |
C |
— |
— |
|
4.4. |
Identificatienummer exporteur |
|
C |
C |
|
|
Groep 5 — Facultatieve gegevens |
|
|
|
|
5.1. |
Totaal gefactureerd bedrag |
O |
O |
O |
|
5.2. |
Wisselkoers |
O |
— |
— |
|
5.3. |
Leveringsvoorwaarden |
O |
O |
O |
|
5.4. |
Gefactureerd bedrag artikel |
O |
— |
— |
(1) De tekst tussen haakjes geeft het overeenkomstige statistische gegevenselement aan zoals gespecificeerd in bijlage V bij Verordening (EU) 2020/1197.
(2) Alleen voor de douanegegevensvereisten uit hoofde van Verordening (EU) 2016/341.
RICHTLIJNEN
|
28.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/65 |
GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2021/1226 VAN DE COMMISSIE
van 21 december 2020
tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG worden voor de lidstaten gemeenschappelijke beoordelingsmethoden vastgesteld voor de informatie over omgevingslawaai en de gevolgen daarvan voor de gezondheid, met name voor de opstelling van geluidsbelastingkaarten, en voor de vaststelling van actieplannen op basis van de resultaten van het in kaart brengen van de geluidsbelasting. Die bijlage moet worden aangepast aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. |
|
(2) |
Van 2016 tot 2020 heeft de Commissie samen met technische en wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten onderzocht welke aanpassingen nodig zijn, rekening houdend met de technische en wetenschappelijke vooruitgang bij de berekening van het omgevingslawaai. Dit proces is uitgevoerd in nauw overleg met de groep van geluidsdeskundigen, die bestaat uit de lidstaten, het Europees Parlement, belanghebbenden uit het bedrijfsleven, overheidsinstanties van de lidstaten, ngo’s, burgers en de academische wereld. |
|
(3) |
De bijlage bij deze gedelegeerde richtlijn bevat de nodige aanpassingen van de gemeenschappelijke bepalingsmethoden, bestaande uit verduidelijking van de formules voor de berekening van de geluidsvoortplanting, aanpassing van de tabellen aan de laatste stand van de kennis en verbeteringen in de beschrijving van de stappen van de berekeningen. Dit heeft gevolgen voor de berekening van het lawaai van wegen, spoorwegen, industrie en vliegtuigen. De lidstaten moeten deze methoden uiterlijk vanaf 31 december 2021 toepassen. |
|
(4) |
Bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(5) |
De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van de op 12 oktober 2020 geraadpleegde groep van geluidsdeskundigen, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Richtlijn 2002/49/EG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2021 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 21 december 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
BIJLAGE
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De tweede paragraaf van punt 2.1.1 wordt vervangen door: “Berekeningen worden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai in octaafbanden uitgevoerd, met uitzondering van het geluidsvermogen van de bron van spoorweglawaai, dat van tertsbanden gebruikmaakt. Voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai wordt, op basis van de resultaten van deze octaafband, het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau over lange termijn voor de dag, de avond en nachtperiode, als vastgesteld in bijlage I en bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2002/49/EG, berekend door de methode beschreven in de punten 2.1.2, 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5. Voor het weg- en spoorwegverkeer in agglomeraties wordt het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau op lange termijn bepaald op basis van de bijdragen daaraan van de daarin gelegen weg- en spoorwegsegmenten, met inbegrip van de grote wegen en de grote spoorwegen.”. |
|
2) |
Punt 2.2.1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
Tabel 2.3.b wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
Punt 2.3.2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
In punt 2.3.3 wordt de paragraaf onder het kopje “Correctie voor geluid van kunstwerken (bruggen en viaducten)” vervangen door: “ In het geval dat het baanvak zich op een brug bevindt, is het noodzakelijk om het extra geluid dat wordt geproduceerd door de trilling van de brug als gevolg van de excitatie die door de aanwezigheid van de trein wordt veroorzaakt, in aanmerking te nemen. Het bruggeluid is gemodelleerd als een extra bron waarvan het geluidsvermogen per voertuig wordt verkregen door
waarbij LH, bridge ,i de brugoverdrachtsfunctie is. Het bruggeluid LW,0, bridge ,i vertegenwoordigt alleen het geluid dat door de structuur van de brug wordt uitgestraald. Het rolgeluid van een voertuig op de brug wordt berekend met behulp van de formules 2.3.8 tot en met 2.3.10, door de spooroverdrachtsfunctie te kiezen die overeenkomt met het spoorsysteem dat op de brug aanwezig is. Er wordt over het algemeen geen rekening gehouden met barrières aan de randen van de brug.”. |
|
6) |
Punt 2.4.1 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
In punt 2.5.1 wordt de zevende paragraaf vervangen door: “Objecten die meer dan 15° aflopen in verhouding tot de verticaal worden niet als weerkaatsende objecten beschouwd, maar worden in aanmerking genomen bij alle andere aspecten van de voortplanting, zoals grondeffecten en diffractie.”. |
|
8) |
Punt 2.5.5 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
Punt 2.5.6 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Punt 2.7.5 “Vliegtuiglawaai en -prestaties” wordt vervangen door: “2.7.5. Vliegtuiglawaai en -prestaties De ANP-databank in aanhangsel I bevat prestatiecoëfficiënten voor vliegtuigen en motoren, vertrek- en naderingsprofielen en NPD-betrekkingen voor een aanzienlijk deel van de burgerluchtvaartuigen die vanaf luchthavens in de Europese Unie worden geëxploiteerd. De typen of varianten van vliegtuigen waarvoor gegevens nog niet zijn opgenomen, kunnen het beste worden weergegeven door gegevens voor andere, vaak vergelijkbare, vermelde vliegtuigen. Deze gegevens werden afgeleid om de geluidscontouren te berekenen voor een gemiddelde of representatieve vloot en mix van verkeer op een luchthaven. Het is wellicht niet geschikt om absolute geluidsniveaus van een individueel vliegtuigmodel te voorspellen en is niet geschikt om de geluidsprestaties en -kenmerken van specifieke vliegtuigtypen of -modellen of een specifieke vloot van vliegtuigen te vergelijken. In plaats daarvan wordt gekeken naar de geluidscertificaten om te bepalen welke vliegtuigtypen of -modellen of specifieke vloot van vliegtuigen de meeste lawaaioverlast veroorzaken. De ANP-databank bevat een of meerdere standaardstart- en landingsprofielen voor elk vermeld vliegtuigtype. De toepasbaarheid van deze profielen op de betrokken luchthaven wordt onderzocht en ofwel de profielen met vaste punten ofwel de procedurele stappen die de vluchtactiviteiten op deze luchthaven het best weergeven, worden vastgesteld.”. |
|
11) |
In punt 2.7.11 wordt de titel van de tweede paragraaf onder het kopje “Baandispersie” vervangen door: “ Laterale baandispersie ”. |
|
12) |
In punt 2.7.12 wordt na de zesde alinea en vóór de zevende en laatste alinea’s de volgende alinea ingevoegd: “Een vliegtuiggeluidsbron dient te worden ingevoerd op een minimumhoogte van 1,0 m (3,3 voet) boven de luchthaven of boven de terreinhoogte van de rolbaan, al naar gelang het geval.”. |
|
13) |
Punt 2.7.13 “Samenstelling van vliegbaansegmenten” wordt vervangen door: “2.7.13. Samenstelling van vliegbaansegmenten Elke vliegbaan moet door een reeks segmentcoördinaten (knooppunten) en vluchtparameters worden gedefinieerd. Het uitgangspunt is de bepaling van de coördinaten van de grondkoerssegmenten. Vervolgens wordt het vluchtprofiel berekend, waarbij niet mag worden vergeten dat voor een bepaalde reeks procedurele stappen het profiel afhankelijk is van de grondkoers; bv. met dezelfde stuwkracht en snelheid is de klimsnelheid van het vliegtuig bijvoorbeeld lager in bochten dan in een rechtlijnige vlucht. Vervolgens wordt een verdeling in subsegmenten toegepast voor het vliegtuig op de rolbaan (startaanloop of landingsuitloop) en voor het vliegtuig in de buurt van de rolbaan (initiële klimfase of eindnadering). De segmenten in de lucht met aanzienlijk verschillende snelheden aan het begin- en eindpunt moeten vervolgens in subsegmenten worden verdeeld. De tweedimensionale coördinaten van de grondkoerssegmenten (*) worden bepaald en samengevoegd met het tweedimensionale vluchtprofiel om de driedimensionale vliegbaansegmenten samen te stellen. Ten slotte worden alle vliegbaanpunten die te dicht bij elkaar liggen, verwijderd. Vluchtprofiel De parameters die elk vluchtprofielsegment bij het begin (suffix 1) en het einde (suffix 2) van het segment beschrijven, zijn:
Om een vluchtprofiel uit een aantal procedurele stappen (vliegbaansynthese) samen te stellen, worden segmenten op volgorde samengesteld om bij de eindpunten de vereiste omstandigheden te bereiken. De eindpuntparameters voor elk segment worden de beginpuntparameters voor het volgende segment. Bij elke segmentberekening zijn de parameters aan het begin bekend; de vereiste voorwaarden aan het einde worden in de procedurele stap beschreven. De stappen zelf worden of door de ANP-standaardinstellingen of door de gebruiker gedefinieerd (bv. aan de hand van vliegtuighandboeken). De eindomstandigheden omvatten meestal hoogte en snelheid; de taak van de profilering bestaat eruit de baanafstand te bepalen die wordt afgelegd om die omstandigheden te bereiken. De niet-gedefinieerde parameters worden bepaald via de berekeningen van vluchtprestaties beschreven in aanhangsel B. Als de grondkoers rechtlijnig is, kunnen de profielpunten en bijbehorende vluchtparameters onafhankelijk van de grondkoers worden bepaald (de hellingshoek is altijd nul). Grondkoersen zijn echter zelden rechtlijnig; meestal bevatten ze bochten die, om de beste resultaten te behalen, in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van het tweedimensionale vluchtprofiel, waar nodig door de profielsegmenten op grondkoersknooppunten te splitsen om wijzigingen van hellingshoek te introduceren. In het algemeen is de lengte van het volgende segment bij het begin onbekend, en wordt die provisorisch berekend ervan uitgaande dat de hellingshoek niet verandert. Als het provisorische segment vervolgens een of meer grondkoersknooppunten blijkt te omvatten, de eerste op s, d.w.z. s1 < s < s2 , dan wordt het eerste segment afgebroken op s, waarbij de parameters daar door middel van interpolatie worden berekend (zie hieronder). Die worden dan de eindpuntparameters van het huidige segment en de beginpuntparameters van een nieuw segment, dat nog steeds dezelfde doelomstandigheden heeft. Indien er geen tussenliggend grondkoersknooppunt is, wordt het provisorische segment bevestigd. Als de effecten van bochten op het vluchtprofiel buiten beschouwing worden gelaten, wordt de oplossing van een enkel segment bij rechtlijnige vlucht gebruikt, hoewel de hellingshoekgegevens voor later gebruik worden bewaard. Ongeacht of de effecten van bochten al dan niet volledig worden gemodelleerd, wordt elke driedimensionale vliegbaan geproduceerd door samenvoeging van zijn tweedimensionale vluchtprofiel en zijn tweedimensionale grondkoers. Het resultaat is een opeenvolging van coördinatenreeksen (x,y,z), die elk of een knooppunt van de gesegmenteerde grondkoers, of een knooppunt van het vluchtprofiel, of beide zijn, waarbij de profielpunten vergezeld gaan van de overeenkomstige waarden van hoogte z, grondsnelheid V, hellingshoek ε en motorvermogen P. Voor een baanpunt (x,y) dat tussen de eindpunten van een vluchtprofielsegment ligt, worden de vluchtparameters als volgt geïnterpoleerd:
waarbij
Opgemerkt wordt dat terwijl aangenomen wordt dat z en ε lineair met afstand variëren, aangenomen wordt dat V en P lineair met tijd variëren (namelijk een constante versnelling (**)). Bij het matchen van vluchtprofielsegmenten met radargegevens (vliegbaananalyse) worden alle eindpuntafstanden, hoogten, snelheden en hellingshoeken direct uit de gegevens bepaald; alleen de vermogensinstellingen moeten met behulp van de prestatievergelijkingen worden berekend. Omdat de grondkoers- en vluchtprofielcoördinaten ook op passende wijze kunnen worden gematcht, is dit meestal vrij eenvoudig. Startaanloop Bij de start, wanneer een vliegtuig accelereert tussen het punt waar de rem wordt losgelaten (ook aangeduid als startaanloop of SOR) en het opstijgpunt, verandert de snelheid drastisch over een afstand van 1 500 tot 2 500 m van nul naar tussen ongeveer 80 en 100 m/s. De startaanloop wordt aldus verdeeld in segmenten met variabele lengte waarover de snelheid van het vliegtuig verandert met een specifieke toename ΔV van niet meer dan 10 m/s (ongeveer 20 kt). Hoewel zij tijdens de startaanloop eigenlijk varieert, kan voor dit doel een constante versnelling worden aangenomen. In dit geval is voor de startfase V1 de initiële snelheid, V2 de startsnelheid, nTO het aantal startsegmenten en sTO de equivalente startafstand. Voor een vergelijkbare startafstand sTO (zie aanhangsel Β), startsnelheid V1 en startsnelheid VTO is het aantal nTO startaanloopsegmenten
en dus is de verandering van snelheid langs een segment
en de tijd Δt op elk segment is (constante versnelling aangenomen)
De lengte sTO,k van segment k (1 ≤ k ≤ nTO) van de startaanloop is dan:
Voorbeeld: Voor een startafstand sTO = 1 600 m, V1 = 0 m/s en V2 = 75 m/s levert dit nTO = 8 segmenten op met een lengte tussen 25 en 375 meter (zie figuur 2.7.g):
.tifNet als de snelheid verandert de stuwkracht van het vliegtuig over elk segment met een constante toename ΔP, berekend als
waarbij PTO en P init respectievelijk de stuwkracht van het vliegtuig op het opstijgpunt en de stuwkracht van het vliegtuig bij de startaanloop aanduiden. Het gebruik van deze constante toename van stuwkracht (in plaats van de kwadratische vergelijking 2.7.6 te gebruiken) streeft naar overeenstemming met de lineaire verhouding tussen stuwvermogen en snelheid in het geval van straalvliegtuigen. Belangrijke opmerking: De bovenstaande vergelijkingen en het voorbeeld gaan er impliciet van uit dat de initiële snelheid van het vliegtuig aan het begin van de startfase nul is. Dit komt overeen met de gangbare situatie waarbij het vliegtuig begint te rijden en te accelereren vanaf het punt waar de rem wordt losgelaten. Er zijn echter ook situaties waarin het vliegtuig vanuit de taxisnelheid kan gaan accelereren, zonder te stoppen bij de baandrempel. In zulke gevallen, waarbij de initiële snelheid, Vinit, niet nul is, moeten de volgende “algemene” vergelijkingen worden gebruikt ter vervanging van de vergelijkingen 2.7.8 en 2.7.9. 2.7.10 en 2.7.11.
In dit geval is voor de startfase V1 de initiële snelheid Vinit , V2 de startsnelheid VTO , n is het aantal startsegmenten nTO , s is de equivalente startafstand sTO en sk is de lengte sTO,k van segment k (1 [Symbool] k [Symbool] n). De landingsuitloop Hoewel de landingsuitloop in wezen een omkering van de startaanloop is, moet in het bijzonder rekening worden gehouden met
In tegenstelling tot de afstand van de startaanloop, die van vliegtuigprestatieparameters wordt afgeleid, is de stopafstand sstop (namelijk de afstand van het landingspunt tot het punt waar het vliegtuig de rolbaan verlaat) niet zuiver vliegtuig-specifiek. Hoewel een schatting van de minimale stopafstand op basis van het gewicht en de prestaties van het vliegtuig (en beschikbare tegengestelde stuwkracht) kan worden gemaakt, hangt de werkelijke stopafstand ook af van de locatie van de taxibanen, de verkeerssituatie en de luchthaven-specifieke voorschriften inzake het gebruik van tegengestelde stuwkracht. Het gebruik van tegengestelde stuwkracht is geen standaardprocedure. Het wordt alleen toegepast indien de benodigde vertraging niet met de wielremmen kan worden bereikt. (Tegengestelde stuwkracht kan uitzonderlijk storend zijn omdat een snelle verandering van motorvermogen van stationair draaien naar stuwkrachtomkering een plotselinge lawaaistoot produceert.) De meeste rolbanen worden echter voor zowel start als landingen gebruikt zodat de tegengestelde stuwkracht een zeer klein effect op de geluidscontouren heeft, omdat de totale geluidsenergie in de nabijheid van de rolbaan wordt gedomineerd door het lawaai dat door het opstijgen wordt geproduceerd. De bijdragen van tegengestelde stuwkracht aan contouren kunnen alleen significant zijn wanneer het gebruik van de rolbaan tot landingen is beperkt. Vanuit natuurkundig oogpunt is het lawaai van tegengestelde stuwkracht een zeer ingewikkeld proces, maar het kan door zijn relatief kleine aandeel aan luchtgeluidscontouren eenvoudig worden gemodelleerd, waarbij de snelle veranderingen van motorvermogen door geschikte segmentatie in aanmerking worden genomen. Het is duidelijk dat het modelleren van de landingsuitloop minder eenvoudig is dan dat van het geluid van de startaanloop. De volgende vereenvoudigde veronderstellingen voor modellering worden voor algemeen gebruik aanbevolen wanneer geen gedetailleerde informatie beschikbaar is (Zie figuur 2.7.h.1).
Het vliegtuig gaat op een hoogte van 50 voet over de landingsbaandrempel (die de coördinaat s = 0 heeft langs de naderingsgrondkoers) heen en daalt dan verder in het glijpad totdat het op de rolbaan landt. Bij een glijpad van 3° ligt het landingspunt 291 m boven de landingsbaandrempel (zoals geïllustreerd in figuur 2.7.h.1). Het vliegtuig wordt vervolgens over een stopafstand sstop — waarvan de voor het vliegtuig specifieke waarden in de ANP-databank worden vermeld — vertraagd van eindnaderingssnelheid Vfinal naar 15 m/s. Vanwege de snelle snelheidsveranderingen tijdens dit segment wordt het segment, net als voor de startaanloop (of segmenten in de lucht met snelle snelheidsveranderingen) in subsegmenten verdeeld aan de hand van de algemene vergelijking 2.7.13 (aangezien de snelheid van taxiën niet gelijk is aan nul). Het motorvermogen verandert van eindnaderingsvermogen bij landing naar een tegengestelde stuwkracht-instelling Prev over een afstand van 0,1 sstop , en neemt vervolgens af tot 10 % van het maximale beschikbare vermogen over de resterende 90 % van de stopafstand. Tot het eind van de rolbaan (op s = –s RWY) blijft de vliegtuigsnelheid constant. NPD-curven voor tegengestelde stuwkracht zijn momenteel niet in de ANP-databank opgenomen, en daarom moeten de conventionele curven worden gebruikt voor het modelleren van dit effect. De tegenovergestelde stuwkracht Prev is doorgaans ongeveer 20 % van de instelling van vol vermogen en dit wordt aanbevolen wanneer geen operationele informatie beschikbaar is. Bij een bepaalde vermogensinstelling heeft tegengestelde stuwkracht echter de neiging om aanzienlijk meer geluid voort te brengen dan voorwaartse kracht en wordt een toename ΔL op het van NPD afgeleide gebeurtenisniveau toegepast, met een toename vanaf nul naar een waarde ΔLrev (5 dB wordt voorlopig aanbevolen (***)) langs 0,1 sstop en vervolgens een lineaire daling naar nul langs de rest van de stopafstand. Segmentatie van de initiële klim- of eindnaderingssegmenten Tijdens de initiële klim- en eindnaderingssegmenten in de lucht verandert de segment-naar-waarneempunt-geometrie in snel tempo met name met betrekking tot waarneem-locaties aan de zijkant van de vliegbaan, waar ook de hoogtehoek (bèta-hoek) snel verandert terwijl het vliegtuig door deze initiële klim- of eindnaderingssegmenten klimt of afdaalt. Vergelijkingen met zeer kleine segmentberekeningen laten zien dat het gebruik van één (of een beperkt aantal) klim- of naderingssegment(en) in de lucht onder een bepaalde hoogte (ten opzichte van de rolbaan) resulteert in een slechte benadering van het geluid aan de zijkant van de vliegbaan voor geïntegreerde metriek. Dit is het gevolg van de toepassing van een enkele bijstelling van de laterale demping op elk segment, die overeenkomt met een enkele segmentspecifieke waarde van de hoogtehoek, terwijl de snelle verandering van deze parameter resulteert in aanzienlijke variaties van het laterale dempingseffect langs elk segment. De berekeningsnauwkeurigheid wordt verbeterd door de initiële klim- en eindnaderingssegmenten in de lucht in subsegmenten te verdelen. Het aantal subsegmenten en de lengte van elk van deze subsegmenten bepalen de “granulariteit” van de laterale dempingsverandering die zal worden verantwoord. Rekening houdend met de uitdrukking van totale laterale demping voor vliegtuigen met op de romp gemonteerde motoren kan worden aangetoond dat voor een beperkende verandering in laterale demping van 1,5 dB per subsegment de klim- en naderingssegmenten die zich onder een hoogte van 1 289,6 m (4 231 voet) boven de rolbaan bevinden, in subsegmenten moeten worden verdeeld op basis van de volgende reeks hoogtewaarden:
Voor elk oorspronkelijk segment onder 1 289,6 m (4 231 voet) worden de bovenstaande hoogten geïmplementeerd door aan te geven welke hoogte in de reeks hierboven het dichtst bij de oorspronkelijke hoogte van het eindpunt (voor een klimsegment) of de hoogte van het beginpunt (voor een naderingssegment) ligt. De werkelijke hoogten van subsegmenten, zi, zouden dan worden berekend met:
waarbij:
Voorbeeld van een initieel klimsegment: Indien de oorspronkelijke hoogte van het eindpunt van het segment op ze = 304,8 m ligt, dan is volgens de reeks hoogtewaarden, 214,9 m < ze < 334,9 m en is de dichtstbijzijnde hoogte bij ze z’7 = 334,9 m. De hoogten van het eindpunt van het subsegment worden vervolgens berekend door:
(waarbij wordt opgemerkt dat in dat geval k = 1, aangezien dit een initieel klimsegment is) Dus zou z1 17,2 m en zou z2 37,8 m zijn enz. Segmentatie van segmenten in de lucht Voor segmenten in de lucht waar een aanzienlijke snelheidsverandering langs een segment plaatsvindt, wordt dit onderverdeeld als voor de startaanloop, namelijk
waarbij V1 en V2 respectievelijk de start- en eindsnelheden van het segment zijn. De overeenkomstige subsegmentparameters worden op dezelfde wijze berekend als voor de startaanloop, met vergelijkingen 2.7.9 t.e.m 2.7.11. Grondkoers Een grondkoers, hetzij een backbone-baan, hetzij een gedispergeerde subtrack, wordt bepaald door een reeks (x,y)-coördinaten in het grondvlak (bv. van radargegevens) of door een opeenvolging van stuuropdrachten die rechte segmenten en cirkelvormige bogen (bochten van een bepaalde straal r en koerswijziging Δξ) beschrijven. Voor segmentatiemodellering wordt een boog weergegeven door een reeks rechte segmenten die op subbogen zijn aangebracht. Hoewel zij niet uitdrukkelijk in de grondkoerssegmenten verschijnen, heeft het hellen van het vliegtuig in bochten invloed op hun definitie. In aanhangsel B4 wordt uitgelegd hoe hellingshoeken tijdens een zuivere bocht berekend kunnen worden, maar deze worden uiteraard niet daadwerkelijk onmiddellijk toegepast of verwijderd. Er wordt niet voorgeschreven hoe de overgangen tussen rechte vlucht en draaiende vlucht, of tussen één bocht en een onmiddellijk daaropvolgende bocht moeten worden behandeld. In de regel hebben de details, die aan de gebruiker worden overgelaten (zie punt 2.7.11), waarschijnlijk een te verwaarlozen effect op de uiteindelijke contouren; de belangrijkste voorwaarde is dat scherpe onderbrekingen aan de uiteinden van de bocht moeten worden voorkomen, en dit kan eenvoudig worden bereikt door bijvoorbeeld korte overgangssegmenten in te voegen waarover de hellingshoek lineair met de afstand verandert. Alleen in het bijzondere geval dat een bepaalde bocht waarschijnlijk een overheersende invloed op de eindcontouren zou hebben, is het nodig om een realistischer model van de overgangsdynamiek te maken om de hellingshoek aan bepaalde vliegtuigtypen te relateren en geschikte rolsnelheden toe te passen. Hier volstaat het om te stellen dat de eind-subbogen Δξtrans in elke bocht worden bepaald door de vereisten van de wijziging van de hellingshoek. De rest van de boog met koerswijziging Δξ – 2 Δξtrans graden wordt onderverdeeld in nsub subbogen volgens de vergelijking:
waarbij int(x) een functie is die het gehele getal van x oplevert. Vervolgens wordt de koerswijziging Δξ sub van elke subboog berekend als
waarbij nsub groot genoeg moet zijn om te zorgen dat Δξ sub ≤ 10 graden. De segmentatie van een boog (met uitzondering van de afsluitende overgangssubsegmenten) wordt geïllustreerd in figuur 2.7.h.2 (****).
Zodra de grondkoerssegmenten in het x-y-vlak zijn vastgesteld, worden de vluchtprofielsegmenten (in het s-z-vlak) over elkaar heen gelegd om de driedimensionale (x-, y- en z-) vliegbaansegmenten samen te stellen. De grondkoers moet zich vanaf de rolbaan altijd uitstrekken tot buiten het berekeningsraster. Indien nodig kan dit worden bereikt door een rechtlijnig segment van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen. De totale lengte van het vluchtprofiel, eenmaal samengevoegd met de grondkoers, moet zich ook uitstrekken vanaf de rolbaan tot buiten het berekeningsraster. Indien nodig kan dit worden bereikt door een extra profielpunt toe te voegen:
Aanpassingen van segmentatie van segmenten in de lucht Nadat de 3-D-vliegbaansegmenten volgens de in punt 2.7.13 beschreven procedure zijn afgeleid, kunnen verdere aanpassingen van de segmentatie noodzakelijk zijn om te dicht bij elkaar gelegen vliegbaanpunten te verwijderen. Wanneer aangrenzende punten op minder dan tien meter van elkaar liggen en de bijbehorende snelheden en stuwkrachten gelijk zijn, moet een van de punten worden geëlimineerd. (*) Voor dit doeleinde moet de totale lengte van de grondkoers altijd die van het vluchtprofiel overschrijden. Indien nodig kan dit worden bereikt door rechtlijnige segmenten van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen." (**) Zelfs als de motorvermogensinstellingen langs een segment constant blijven, kunnen voortstuwende kracht en versnelling veranderen als gevolg van variatie van luchtdichtheid met hoogte. Voor de toepassing van geluidsmodellering zijn deze veranderingen gewoonlijk echter te verwaarlozen." (***) Dit werd in de vorige uitgave van ECAC Doc 29 aanbevolen, maar wordt in afwachting van de verkrijging van verdere ondersteunende experimentele gegevens als tijdelijk beschouwd." (****) Op deze eenvoudige wijze gedefinieerd, is de totale lengte van het gesegmenteerde pad iets minder dan die van de cirkelvormige baan. De daaruit volgende contourfout is echter te verwaarlozen indien de hoekincrementen minder dan 30° zijn.”." |
|
14) |
Punt 2.7.16. “Bepaling van gebeurtenisniveaus uit NPD-gegevens” wordt vervangen door: “2.7.16 Bepaling van gebeurtenisniveaus uit NPD-gegevens De voornaamste bron van gegevens over vliegtuiglawaai is de internationale Aircraft Noise and Performance (ANP)-databank. Deze databank tabelleert Lmax en LE als functies van voortplantingsafstand d voor specifieke vliegtuigtypen, varianten, vluchtconfiguraties (nadering, start, klepinstellingen) en vermogensinstellingen P. Zij hebben betrekking op gelijkmatige vluchten op specifieke referentiesnelheden Vref langs hypothetisch oneindige, rechtlijnige vliegbanen (*). De specificatie van de waarden van de onafhankelijke variabelen P en d wordt later beschreven. In een enkele look-up, met inputwaarden P en d, zijn de vereiste uitvoerwaarden de uitgangsniveaus Lmax(P, d) en/of LE ∞(P,d) (voor een oneindige vliegbaan). Tenzij de waarden voor P en/of d nauwkeurig zijn getabelleerd, is het in het algemeen nodig om het (de) vereiste geluidsgebeurtenisniveau(s) door middel van interpolatie te schatten. Een lineaire interpolatie wordt tussen getabelleerde vermogensinstellingen gebruikt, terwijl een logaritmische interpolatie tussen getabelleerde afstanden wordt gebruikt (zie figuur 2.7.i).
Indien Pi en Pi+ 1 motorvermogenswaarden zijn waarvoor gegevens van geluidsniveau tegenover die van afstand worden getabelleerd, wordt het geluidsniveau L(P) op een bepaalde afstand voor het tussenliggende vermogen P, tussen Pi en Pi+ 1, verkregen door:
Indien, bij elke vermogensinstelling, di en di+ 1 afstanden zijn waarvoor geluidsgegevens worden getabelleerd, wordt het geluidsniveau L(d) voor een tussenafstand d, tussen di en di+ 1, verkregen door
Met behulp van de vergelijkingen 2.7.19 en 2.7.20 kan een geluidsniveau L(P,d) worden verkregen voor elke vermogensinstelling P en elke afstand d die binnen het kader van de NPD-databank ligt. Voor afstanden d die buiten het NPD-kader liggen, wordt vergelijking 2.7.20 gebruikt om uit de laatste twee waarden te extrapoleren, namelijk binnenwaarts uit L(d1) en L(d2) of buitenwaarts uit L(dI – 1) en L(dI), waarbij I het totale aantal NPD-punten op de curve is. Derhalve Binnenwaarts:
Buitenwaarts:
Omdat, op korte afstanden d, de geluidsniveaus zeer snel toenemen met een afnemende voortplantingsafstand, wordt aanbevolen een ondergrens van 30 m in te stellen op d, namelijk d = max (d, 30 m). Aanpassing van impedantie van standaard NPD-gegevens De NPD-gegevens in de ANP-databank zijn genormaliseerd naar atmosferische referentieomstandigheden (temperatuur van 25 °C en druk van 101,325 kPa). Alvorens de eerder beschreven interpolatie-/extrapolatiemethode toe te passen, wordt een aanpassing van akoestische impedantie op deze standaard NPD-gegevens toegepast. Akoestische impedantie heeft betrekking op de voortplanting van geluidsgolven in een akoestisch medium en wordt gedefinieerd als het product van de luchtdichtheid en de geluidssnelheid. Voor een bepaalde geluidssterkte (vermogen per eenheid van oppervlakte) die op een specifieke afstand van de bron wordt waargenomen, hangt de bijbehorende geluidsdruk (gebruikt om maten voor SEL en LAmax te definiëren) af van de akoestische impedantie van de lucht op de meetlocatie. Het is een functie van temperatuur en luchtdruk (en, indirect, van hoogte). Daarom moeten de standaard NPD-gegevens van de ANP-databank worden aangepast om de werkelijke temperatuur- en luchtdrukomstandigheden op het waarneempunt, die meestal van de genormaliseerde omstandigheden van de ANP-gegevens verschillen, in aanmerking te nemen. De aanpassing van impedantie die op de standaard NPD-niveaus moet worden toegepast, wordt als volgt uitgedrukt:
waarbij:
Impedantie ρ·c wordt als volgt berekend:
De aanpassing van akoestische impedantie is meestal minder dan enkele tienden van één dB. In het bijzonder moet worden opgemerkt dat bij de standaard atmosferische omstandigheden (p0 = 101,325 kPa en T0 = 15,0 °C), de aanpassing van impedantie minder dan 0,1 dB (0,074 dB) is. In het geval van een aanzienlijke variatie in temperatuur en atmosferische druk ten opzichte van de atmosferische referentieomstandigheden van de NPD-gegevens, kan de aanpassing echter substantiëler zijn. (*) Hoewel het concept van een oneindig lange vliegbaan belangrijk is voor de definitie van het blootstellingsniveau van een eenmalige geluidsgebeurtenis LE , is het minder relevant in het geval van het maximumniveau van een geluidsgebeurtenis Lmax , dat wordt beheerst door het geluid dat het vliegtuig uitstraalt wanneer het zich in een bepaalde positie op of nabij het dichtstbijzijnde naderingspunt tot het waarneempunt bevindt. Voor modellering wordt de NPD-afstandsparameter beschouwd als de minimale afstand tussen het waarneempunt en het segment.”." |
|
15) |
In punt 2.7.18 “Vliegbaansegmentparameters” wordt de paragraaf onder het kopje “Segmentvermogen P” vervangen door: “ Segmentvermogen P De getabelleerde NPD-gegevens beschrijven het geluid van een vliegtuig in een gelijkmatige rechtlijnige vlucht op een oneindige vliegbaan, d.w.z. bij een constant motorvermogen P. De aanbevolen methode verdeelt werkelijke vliegbanen, waarlangs snelheid en richting verschillen, in een aantal eindige segmenten, die vervolgens elk als onderdeel van een uniforme, oneindige vliegbaan worden beschouwd waarvoor de NPD-gegevens gelden. De methodologie voorziet echter in veranderingen van vermogen langs de lengte van een segment; aangenomen wordt dat het kwadratisch verandert met afstand vanaf P1 aan het beginpunt tot P2 aan het eindpunt. Daarom moet een equivalente constante segmentwaarde P worden gedefinieerd. Die waarde wordt beschouwd als de waarde op het punt op het segment dat zich het dichtst bij het waarneempunt bevindt. Indien het waarneempunt zich naast het segment bevindt (zie figuur 2.7.k) wordt de waarde verkregen door middel van interpolatie zoals verkregen door vergelijking 2.7.8 tussen de eindwaarden, namelijk
Indien het waarneempunt zich achter of vóór het segment bevindt, is dat op het dichtstbijzijnde eindpunt P1 of P2 .”. |
|
16) |
Punt 2.7.19 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
Punt 2.8 wordt vervangen door: “2.8 Blootstelling aan lawaai Bepaling van het aan lawaai blootgestelde gebied De beoordeling van het aan lawaai blootgestelde gebied is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in punten 2.5, 2.6 en 2.7 vastgestelde waarneempunten, berekend op een raster voor afzonderlijke bronnen. Voor de geluidsniveauresultaten van rasterpunten die zich binnen gebouwen bevinden, wordt gebruikgemaakt van die van de stilste nabijgelegen geluidswaarneempunten buiten gebouwen, behalve voor vliegtuiglawaai, waarvoor de berekening wordt uitgevoerd zonder rekening te houden met de aanwezigheid van gebouwen en waarbij het geluidswaarneempunt dat binnen een gebouw valt, rechtstreeks wordt gebruikt. Afhankelijk van de rasterresolutie wordt aan elk berekeningspunt in het raster het bijbehorende oppervlak toegewezen. Bijvoorbeeld, met een raster van 10 m ×10 m vertegenwoordigt elk beoordelingspunt een oppervlakte van 100 vierkante meter die wordt blootgesteld aan het berekende geluidsniveau. Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan gebouwen die geen woningen bevatten De beoordeling van de blootstelling aan lawaai van gebouwen die geen woningen bevatten, zoals scholen en ziekenhuizen, is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in de punten 2.5, 2.6 en 2.7 bepaalde waarneempunten. Voor de beoordeling van gebouwen die geen woongebouwen zijn en die blootgesteld zijn aan vliegtuiglawaai, wordt elk gebouw in verband gebracht met het luidruchtigste geluidswaarneempunt dat binnen het gebouw zelf valt of, indien niet aanwezig, op het raster dat het gebouw omringt. Voor de beoordeling van gebouwen die geen woningen bevatten en blootgesteld zijn aan geluidsbronnen op het land, worden de waarneempunten op ongeveer 0,1 m vóór de gevels van de gebouwen geplaatst. Weerkaatsing van de desbetreffende gevel wordt bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Het gebouw wordt vervolgens in verband gebracht met het luidruchtigste waarneempunt op de gevels. Bepaling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners worden blootgesteld Voor de beoordeling van de geluidsbelasting waaraan woningen en bewoners zijn blootgesteld, worden alleen woongebouwen in aanmerking genomen. Er worden geen woningen of personen toegewezen aan andere gebouwen die niet als woning worden gebruikt, zoals gebouwen die uitsluitend als school, ziekenhuis, kantoorgebouw of fabriek worden gebruikt. De toewijzing van de woningen en bewoners aan de woongebouwen berust op de meest recente officiële gegevens (afhankelijk van de desbetreffende regelingen van de lidstaat). Het aantal woningen en bewoners in woongebouwen zijn belangrijke tussenliggende parameters voor de schatting van de blootstelling aan lawaai. Gegevens over deze parameters zijn echter niet altijd beschikbaar. Hieronder wordt gespecificeerd hoe deze parameters kunnen worden afgeleid uit gegevens die gemakkelijker verkrijgbaar zijn. De hieronder gebruikte symbolen zijn: BA = = grondvlak van het gebouw DFS = = woonoppervlak woning DUFS = = woonoppervlak wooneenheid H = = hoogte van het gebouw FSI = = woonoppervlak per bewoner Dw = = aantal woningen Inh = = aantal bewoners NF = = aantal verdiepingen V = = volume van woongebouwen Om het aantal woningen en bewoners te berekenen, wordt of de volgende geval 1-procedure of de geval 2-procedure gebruikt, afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens. Geval 1: de gegevens over het aantal woningen en bewoners zijn beschikbaar 1A: Het aantal bewoners is bekend of is geraamd op basis van het aantal wooneenheden. In dit geval is het aantal bewoners in wooneenheden voor een gebouw de som van het aantal bewoners van alle wooneenheden in het gebouw:
1B: Het aantal woningen of bewoners is alleen bekend voor eenheden die groter zijn dan een gebouw, bv. teldistricten, huizenblokken, wijken of zelfs een gehele gemeente. In dit geval wordt het aantal woningen en bewoners in een gebouw geschat op basis van het volume van het gebouw:
De index “totaal” verwijst hier naar de desbetreffende in aanmerking genomen entiteit. Het volume van het gebouw is het product van het grondvlak en de hoogte:
Indien de hoogte van het gebouw niet bekend is, wordt deze geschat op basis van het aantal verdiepingen NFbuilding , uitgaande van een gemiddelde hoogte per verdieping van 3 m:
Indien ook het aantal verdiepingen niet bekend is, wordt een standaardwaarde voor het aantal verdiepingen gebruikt die representatief is voor de wijk of gemeente. Het totale volume van de woongebouwen in de beschouwde entiteit Vtotal wordt berekend als de som van de volumes van alle woongebouwen in de entiteit: (2.8.5)
Geval 2: er zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal bewoners In dit geval wordt het aantal bewoners geschat op basis van de gemiddelde woonoppervlakte per bewoner (FSI). Indien deze parameter niet bekend is, wordt een standaardwaarde gebruikt. 2A: Het woonoppervlak is bekend op basis van wooneenheden. In dit geval wordt het aantal bewoners in elke woningeenheid als volgt geschat:
Het totale aantal bewoners van het gebouw kan nu worden geschat zoals in geval 1A. 2B: Het woonoppervlak van het hele gebouw, d.w.z. de som van de woonoppervlakken van alle wooneenheden, is bekend. In dit geval wordt het aantal bewoners als volgt geschat:
2C: Het woonoppervlak is alleen bekend voor entiteiten die groter zijn dan een gebouw, bv. teldistricten, huizenblokken, wijken of zelfs een gehele gemeente. In dit geval wordt voor een gebouw het aantal bewoners geschat op basis van het volume van het gebouw zoals beschreven in geval 1B, waarbij het totale aantal bewoners als volgt wordt geschat:
2D: Het woonoppervlak is niet bekend. In dit geval wordt voor een gebouw het aantal bewoners geschat zoals in geval 2B is beschreven, waarbij het woonoppervlak als volgt wordt geschat: (2.8.9)
De factor 0,8, is de omrekeningsfactor bruto vloeroppervlak → woonoppervlak. Indien bekend is dat een andere factor representatief is voor het oppervlak, wordt die in plaats daarvan gebruikt en duidelijk gedocumenteerd. Indien het aantal verdiepingen van het gebouw niet bekend is, moet het worden geschat op basis van de hoogte van het gebouw, Hbuilding , wat doorgaans een niet-geheel aantal verdiepingen oplevert:
Indien noch de hoogte van het gebouw, noch het aantal verdiepingen bekend is, wordt een standaardwaarde voor het aantal verdiepingen gebruikt die representatief is voor de wijk of gemeente. Toewijzing van geluidsbeoordelingspunten aan woningen en bewoners De beoordeling van de blootstelling aan geluidsbelasting van woningen en bewoners is gebaseerd op geluidsbeoordelingspunten op 4 m ± 0,2 m boven de grond, die overeenkomen met de in de punten 2.5, 2.6 en 2.7 bepaalde waarneempunten. Om voor vliegtuiglawaai het aantal woningen en bewoners te berekenen, worden alle woningen en bewoners binnen een gebouw in verband gebracht met het luidruchtigste geluidswaarneempunt dat binnen het gebouw zelf valt of, indien niet aanwezig, op het raster dat het gebouw omringt. Om voor geluidsbronnen op het land het aantal woningen en bewoners te berekenen, worden waarneempunten op ongeveer 0,1 m vóór de gevels van woongebouwen geplaatst. Weerkaatsing van de desbetreffende gevel wordt bij de berekening buiten beschouwing gelaten. Voor het lokaliseren van de waarneempunten wordt een van de onderstaande twee procedures gebruikt. Geval 1: gevels die in regelmatige intervallen zijn verdeeld op elke gevel
Geval 2: gevels op vaste afstand verdeeld van het begin van de veelhoek
Toewijzing van woningen en bewoners aan waarneempunten Wanneer informatie over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw beschikbaar is, worden die woningen en bewoners toegewezen aan het waarneempunt op de meest blootgestelde gevel van die woning. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om vrijstaande woningen, twee-onder-een-kap- en terraswoningen, of flatgebouwen, waarbij de interne indeling van het gebouw bekend is, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte die een enkele woning per verdieping aangeeft, of voor gebouwen met een vloeroppervlakte en -hoogte die een enkele woning per gebouw aangeeft. Wanneer er geen informatie beschikbaar is over de locatie van woningen binnen de voetafdruk van het gebouw, zoals hierboven uitgelegd, wordt een van de twee volgende methoden gebruikt om per gebouw de blootstelling aan lawaai van de woningen en de bewoners in de gebouwen te schatten.
(*) De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50 %) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50 %)." (**) De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Indien vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen.”." |
|
18) |
Aanhangsel D wordt als volgt gewijzigd:
|
|
19) |
Aanhangsel F wordt als volgt gewijzigd:
|
|
20) |
Aanhangsel G wordt als volgt gewijzigd:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
21) |
Aanhangsel I wordt als volgt gewijzigd:
|
(*) Voor dit doeleinde moet de totale lengte van de grondkoers altijd die van het vluchtprofiel overschrijden. Indien nodig kan dit worden bereikt door rechtlijnige segmenten van een geschikte lengte aan het laatste segment van de grondkoers toe te voegen.
(**) Zelfs als de motorvermogensinstellingen langs een segment constant blijven, kunnen voortstuwende kracht en versnelling veranderen als gevolg van variatie van luchtdichtheid met hoogte. Voor de toepassing van geluidsmodellering zijn deze veranderingen gewoonlijk echter te verwaarlozen.
(***) Dit werd in de vorige uitgave van ECAC Doc 29 aanbevolen, maar wordt in afwachting van de verkrijging van verdere ondersteunende experimentele gegevens als tijdelijk beschouwd.
(****) Op deze eenvoudige wijze gedefinieerd, is de totale lengte van het gesegmenteerde pad iets minder dan die van de cirkelvormige baan. De daaruit volgende contourfout is echter te verwaarlozen indien de hoekincrementen minder dan 30° zijn.”.
(*) Hoewel het concept van een oneindig lange vliegbaan belangrijk is voor de definitie van het blootstellingsniveau van een eenmalige geluidsgebeurtenis LE , is het minder relevant in het geval van het maximumniveau van een geluidsgebeurtenis Lmax , dat wordt beheerst door het geluid dat het vliegtuig uitstraalt wanneer het zich in een bepaalde positie op of nabij het dichtstbijzijnde naderingspunt tot het waarneempunt bevindt. Voor modellering wordt de NPD-afstandsparameter beschouwd als de minimale afstand tussen het waarneempunt en het segment.”.
(*) Dit staat bekend als de correctie van de duur omdat het rekening houdt met de gevolgen van vliegtuigsnelheid voor de duur van de geluidsgebeurtenis, waarbij eenvoudigweg wordt aangenomen dat bij voor het overige gelijkblijvende omstandigheden de duur, en dus de waargenomen energie van de geluidsgebeurtenis, omgekeerd evenredig is met de bronsnelheid.”;
(*) De mediaanwaarde is de waarde die de bovenste helft (50 %) van een gegevensreeks scheidt van de onderste helft (50 %).
(**) De onderste helft van de gegevensreeks kan worden gelijkgesteld met de aanwezigheid van relatief rustige gevels. Indien vooraf bekend is, bijvoorbeeld op basis van de locatie van gebouwen ten opzichte van de dominante geluidsbronnen, welke meetpuntlocaties plaats zullen maken voor de hoogste/laagste geluidsniveaus, is het niet nodig om het geluid voor de onderste helft te berekenen.”.”
BESLUITEN
|
28.7.2021 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 269/143 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/1227 VAN DE COMMISSIE
van 27 juli 2021
tot wijziging van de erkenning van DNV GL AS overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (1), en met name artikel 4, lid 1, en artikel 16,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 391/2009 is de Commissie verantwoordelijk voor de erkenning van met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties die erkend wensen te worden om diensten te leveren namens de lidstaten. Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van die verordening moet de Commissie ook regelmatig erkende organisaties beoordelen om na te gaan of zij aan de vereisten van de verordening blijven voldoen. |
|
(2) |
In het kader van die beoordeling controleert de Commissie of de houder van de verleende erkenning de relevante juridische entiteit is binnen de organisatie waarop de bepalingen van Verordening (EG) nr. 391/2009 van toepassing zijn, in de zin van en overeenkomstig artikel 2, punt c), en artikel 4, lid 3, van de verordening. Als dat niet het geval is, neemt de Commissie een besluit tot wijziging van die erkenning. Overeenkomstig artikel 2, punt c), van Verordening (EG) nr. 391/2009 wordt onder “organisatie” verstaan: een juridische entiteit, haar dochterondernemingen en alle andere entiteiten waarover zij zeggenschap heeft, die gezamenlijk of afzonderlijk taken uitvoeren die binnen het toepassingsgebied van die verordening vallen. |
|
(3) |
In Uitvoeringsbesluit C(2013) 8876 van de Commissie is vastgesteld dat de houder van de aan Det Norske Veritas verleende erkenning DNV GL AS was. Volgens dat uitvoeringsbesluit is DNV GL AS de moedermaatschappij van alle juridische entiteiten die de erkende organisatie vormen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 391/2009. |
|
(4) |
De Commissie werd ervan in kennis gesteld dat de naam van de juridische moederentiteit van DNV GL AS op 1 maart 2021 is veranderd in DNV AS. Bijgevolg is DNV AS de relevante juridische moederentiteit waaraan erkenning moet worden verleend. |
|
(5) |
De identiteitswijziging van de bovengenoemde relevante juridische moederentiteit heeft geen gevolgen voor de bekwaamheid van die organisatie om te voldoen aan de eisen van Verordening (EG) nr. 391/2009. |
|
(6) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen, dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2), |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De erkenning die is toegekend aan DNV GL AS wordt gewijzigd door de naam DNV GL AS te vervangen door DNV AS, die de moederentiteit is van alle juridische entiteiten die de op grond van Verordening (EG) nr. 391/2009 erkende organisatie vormen.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 27 juli 2021.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 131 van 28.5.2009, blz. 11.
(2) Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1).