ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 194

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
2 juni 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/880 van de Commissie van 5 maart 2021 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de traceerbaarheids-, diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren ( 1 )

1

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/881 van de Commissie van 23 maart 2021 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten ( 1 )

10

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/882 van de Commissie van 1 juni 2021 tot toelating van het in de handel brengen van gedroogde larve van Tenebrio molitor als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie ( 1 )

16

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/883 van de Commissie van 1 juni 2021 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 wat betreft de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie ( 1 )

22

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2021/884 van de Commissie van 8 maart 2021 tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, van bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de geldigheidsperiode van een vrijstelling voor het gebruik van kwik in systemen voor intravasculaire echografie ( 1 )

37

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2021/885 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor bijstand aan Griekenland en Frankrijk in verband met natuurrampen en aan Albanië, België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Montenegro, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Tsjechië naar aanleiding van een volksgezondheidscrisis

40

 

*

Besluit (EU) 2021/886 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Estland — EGF/2020/002 EE/Estonia Tourism

43

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/880 VAN DE COMMISSIE

van 5 maart 2021

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de traceerbaarheids-, diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 122, leden 1 en 2, artikel 160, leden 1 en 2, artikel 162, leden 3 en 4, artikel 163, lid 5, artikel 164, lid 2, artikel 165, lid 3, en artikel 279, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/429 zijn regels vastgesteld met betrekking tot de preventie en verspreiding van dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, waaronder regels voor de registratie en erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen van zendingen levende producten binnen de Unie. Verordening (EU) 2016/429 verleent de Commissie ook de bevoegdheid regels vast te stellen om bepaalde niet-essentiële elementen van die verordening door middel van gedelegeerde handelingen aan te vullen.

(2)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie (2) zijn aanvullende regels vastgesteld wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten, de documentatie en de traceerbaarheid van levende producten, en diergezondheids- en certificeringsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren.

(3)

De bij deze verordening vastgestelde regels moeten die van deel IV, titel I, hoofdstukken 1, 2 en 5, van Verordening (EU) 2016/429 aanvullen wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten, de door de bevoegde autoriteiten te houden registers van inrichtingen voor levende producten, de documentatieverplichtingen van exploitanten, de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften, en de voorschriften inzake certificering en kennisgeving voor verplaatsingen binnen de Unie van zendingen levende producten van bepaalde gehouden landdieren om de verspreiding van overdraagbare dierziekten door die producten binnen de Unie te voorkomen.

(4)

Tussen deze regels bestaat een wezenlijk verband en veel van deze regels moeten samen worden toegepast. Omwille van de eenvoud en de transparantie, om de toepassing van de regels te vergemakkelijken en om een wildgroei aan regels te voorkomen, moeten deze regels in één enkele handeling worden vastgelegd in plaats van in verschillende afzonderlijke handelingen die veel kruisverwijzingen zouden bevatten en een risico op overlapping zouden inhouden.

(5)

Artikel 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bevat de traceerbaarheidsvoorschriften voor levende producten van honden en katten, andere landdieren dan runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen die in geconsigneerde inrichtingen worden gehouden, en dieren van de families Camelidae en Cervidae. Inrichtingen waar levende producten worden gewonnen, geproduceerd, verwerkt of opgeslagen, moeten door de bevoegde autoriteit worden geregistreerd of erkend en aan die inrichting moet een registratie- of erkenningsnummer worden toegekend. Het registratie- of erkenningsnummer maakt deel uit van het merkteken dat op de rietjes of andere verpakkingen waarin levende producten worden geplaatst, wordt aangebracht. Artikel 11, lid 1, onder c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 moet worden gewijzigd om duidelijkheid over dit voorschrift te verschaffen.

(6)

Artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 voorziet in een afwijking voor verplaatsingen naar andere lidstaten van sperma van schapen en geiten vanuit de inrichtingen waar de dieren worden gehouden. Of het sperma nu in een spermawinningscentrum of in een inrichting wordt gewonnen, donordieren mogen gedurende de periode van ten minste dertig dagen vóór de datum van de eerste winning en gedurende de periode waarin het sperma dat bestemd is voor verplaatsing naar een andere lidstaat wordt gewonnen, niet voor natuurlijke dekking worden gebruikt. Een dergelijk voorschrift moet in artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 worden opgenomen.

(7)

Overeenkomstig de artikelen 30 en 39 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 geldt voor een diergezondheidscertificaat dat wordt afgegeven voor een tussen lidstaten te verplaatsen zending levende producten een geldigheidsperiode van tien dagen. Aangezien levende producten geen bederfelijke waar zijn, moet de geldigheidsduur van deze diergezondheidscertificaten niet worden beperkt.

(8)

De artikelen 35, 43 en 48 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bevatten regels voor noodprocedures voor de kennisgeving van verplaatsingen van zendingen levende producten tussen lidstaten in het geval van storingen van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc). De artikelen 99 en 107 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie (3) bevatten voorschriften op datzelfde vlak voor verplaatsingen tussen lidstaten van zendingen van bepaalde landdieren. De desbetreffende bepalingen in de beide gedelegeerde verordeningen zijn echter verschillend verwoord. Omwille van de duidelijkheid en de consistentie van de procedures moeten de artikelen 35, 43 en 48 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 worden gewijzigd door de verwoording ervan op die van de artikelen 99 en 107 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 af te stemmen.

(9)

Deel IV van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bevat bepaalde overgangsmaatregelen met betrekking tot de Richtlijnen 88/407/EEG (4), 89/556/EEG (5), 90/429/EEG (6) en 92/65/EEG (7) van de Raad wat betreft de erkenning van spermawinningscentra, spermaopslagcentra, embryowinningsteams en embryoproductieteams en het merken van rietjes en andere verpakkingen waarin sperma, oöcyten of embryo’s worden geplaatst, opgeslagen en vervoerd. Om de continuïteit van de verplaatsingen tussen lidstaten van levende producten die aan de voorschriften van die richtlijnen voldoen en die vóór 21 april 2021 zijn gewonnen of geproduceerd, verwerkt en opgeslagen, mogelijk te maken, moeten in deze verordening echter bepaalde aanvullende overgangsbepalingen met betrekking tot die verplaatsingen en het gebruik van diergezondheidscertificaten die vóór 21 april 2021 zijn afgegeven, worden vastgesteld.

(10)

Bijlage II, deel 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 bevat aanvullende diergezondheidsvoorschriften voor donorrunderen. Overeenkomstig deel 1, hoofdstuk I, punt 1, onder b), i), en punt 2, onder a), van die bijlage moeten donorrunderen waarvan sperma wordt gewonnen een intradermale tuberculinetest op infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis) ondergaan. In deel 2, punt 2, van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 is echter ook een gamma-interferontest opgenomen als andere diagnostische methode voor infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis). Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 moet daarom worden gewijzigd om te voorzien in de mogelijkheid beide diagnostische methoden te gebruiken.

(11)

In de punten 1 en 2 van bijlage IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 zijn de gegevens vastgesteld die in het diergezondheidscertificaat voor levende producten moeten worden opgenomen. De datum van verzending van de zending is onbedoeld uit die gegevens weggelaten en moet daarom in die bepalingen worden ingevoegd. Daarnaast vereist bijlage IV, punt 1, onder f), i), bij die gedelegeerde verordening dat in het diergezondheidscertificaat voor levende producten van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen het ras van het donordier wordt gespecificeerd. Deze informatie is uit diergezondheidsoogpunt onnodig en moet daarom worden verwijderd uit die in het diergezondheidscertificaat voor levende producten van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen vereiste gegevens.

(12)

Na de bekendmaking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 in het Publicatieblad van de Europese Unie werden enkele schrijffouten en onopzettelijke omissies ontdekt. In het belang van de rechtszekerheid en de duidelijkheid moeten deze fouten en omissies worden gecorrigeerd.

(13)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Aangezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van toepassing is met ingang van 21 april 2021, moet de onderhavige verordening met ingang van dezelfde datum worden toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Lid 9 van artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt b) wordt vervangen door:

“b)

het merken van rietjes en andere verpakkingen waarin sperma, oöcyten of embryo’s worden geplaatst, opgeslagen en vervoerd;”;

b)

de volgende punten c) en d) worden toegevoegd:

“c)

het gebruik van diergezondheidscertificaten die vóór 21 april 2021 zijn afgegeven;

d)

de verplaatsingen tussen lidstaten van sperma, oöcyten en embryo’s die vóór 21 april 2021 zijn gewonnen, geproduceerd, verwerkt en opgeslagen.”.

2)

Punt 28 van artikel 2 wordt vervangen door:

“28)

“Imsoc”: een informatiemanagementsysteem voor officiële controles voor de geïntegreerde werking van de mechanismen en instrumenten voor het beheer, de verwerking en de geautomatiseerde uitwisseling van de gegevens, informatie en documenten betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten, zoals bedoeld in artikel 131 van Verordening (EU) 2017/625;”.

3)

In artikel 11 wordt punt c) van lid 1 vervangen door:

“c)

een van de volgende gegevens:

i)

indien de inrichting waar de levende producten zijn gewonnen of geproduceerd, verwerkt en opgeslagen een uniek registratienummer heeft, dat uniek registratienummer, dat de ISO 3166-1 alpha-2-code omvat van het land waar de inrichting is geregistreerd;

ii)

indien de inrichting waar de levende producten zijn gewonnen of geproduceerd, verwerkt en opgeslagen, een geconsigneerde inrichting is, het unieke erkenningsnummer, dat de ISO 3166-1 alpha-2-code omvat van het land waar de erkenning is verleend;”.

4)

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt h) wordt vervangen door:

“h)

ervoor zorgen dat de zending sperma overeenkomstig de artikelen 28 en 29 wordt vervoerd;”;

b)

het volgende punt i) wordt toegevoegd:

“i)

ervoor zorgen dat donordieren gedurende een periode van ten minste dertig dagen vóór de datum van de eerste winning van sperma dat bestemd is voor verplaatsingen tussen lidstaten, en gedurende de periode van de winning van dat sperma, niet zijn gebruikt voor natuurlijke dekking.”.

5)

In artikel 17 wordt punt b) vervangen door:

“b)

zij worden niet tussen lidstaten verplaatst vóór de verplaatsingsbeperkingen die gelden voor het spermawinningscentrum of de inrichting waar het sperma, de oöcyten of de embryo’s zijn gewonnen, door de bevoegde autoriteiten zijn opgeheven, en”.

6)

In artikel 20 wordt lid 3 vervangen door:

“3.   In afwijking van lid 1, onder a), iii), mag de teamdierenarts een donordier van oöcyten en embryo’s aanvaarden dat afkomstig is van een inrichting die niet vrij van enzoötische boviene leukose was, op voorwaarde dat de voor de inrichting van oorsprong verantwoordelijke officiële dierenarts heeft verklaard dat zich daar ten minste in de drie voorafgaande jaren geen klinisch geval van enzoötische boviene leukose heeft voorgedaan.”.

7)

In artikel 22 wordt punt a) geschrapt.

8)

In artikel 27 wordt punt b) van lid 1 vervangen door:

“b)

het overeenkomstig artikel 10 op de rietjes of andere verpakkingen aangebrachte merkteken en het nummer van het zegel dat is aangebracht op het recipiënt waarin de rietjes of andere verpakkingen worden vervoerd, met het merkteken respectievelijk het nummer in het diergezondheidscertificaat of het document met eigen verklaring overeenstemt.”.

9)

In artikel 30 wordt lid 3 geschrapt.

10)

In artikel 32 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

a)

punt e) wordt vervangen door:

“e)

het merkteken van de levende producten zoals vereist op grond van artikel 10;”;

b)

de volgende punten f), g) en h) worden toegevoegd:

“f)

de soort waartoe de donordieren behoren;

g)

het nummer van het zegel dat op het vervoersrecipiënt is aangebracht;

h)

de verklaring dat de zending aan de diergezondheidsvoorschriften van hoofdstuk 1 voldoet.”.

11)

Artikel 35 wordt vervangen door:

“Artikel 35

Noodprocedures voor de kennisgeving van verplaatsingen van zendingen levende producten van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen tussen lidstaten in het geval van stroomonderbrekingen en andere storingen van Imsoc

In het geval van stroomonderbrekingen en andere storingen van Imsoc neemt de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de tussen lidstaten te verplaatsen zending levende producten van runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen de noodregelingen van artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie (*) in acht.

(*)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (“de Imsoc-verordening”) (PB L 261 van 14.10.2019, blz. 37).”."

12)

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1, onder b), wordt punt ii) vervangen door:

“ii)

het overeenkomstig artikel 11 op de rietjes of andere verpakkingen aangebrachte merkteken en het nummer van het zegel dat is aangebracht op het recipiënt waarin de rietjes of andere verpakkingen producten worden vervoerd, met het merkteken respectievelijk het nummer in het diergezondheidscertificaat overeenstemt;”;

b)

in lid 2, onder b), wordt punt ii) wordt vervangen door:

“ii)

het overeenkomstig artikel 11 op de rietjes of andere verpakkingen aangebrachte merkteken en het nummer van het zegel dat is aangebracht op het recipiënt waarin de rietjes of andere verpakkingen producten worden vervoerd, met het merkteken respectievelijk het nummer in het diergezondheidscertificaat overeenstemt;”;

c)

in lid 3, onder b), wordt punt ii) wordt vervangen door:

“ii)

het overeenkomstig artikel 11 op de rietjes of andere verpakkingen aangebrachte merkteken en het nummer van het zegel dat is aangebracht op het recipiënt waarin de rietjes of andere verpakkingen producten worden vervoerd, met het merkteken respectievelijk het nummer in het diergezondheidscertificaat overeenstemt;”;

d)

lid 5 wordt geschrapt.

13)

Artikel 43 wordt vervangen door:

“Artikel 43

Noodprocedures voor de kennisgeving van verplaatsingen van zendingen levende producten van andere gehouden landdieren dan runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen tussen lidstaten in het geval van stroomonderbrekingen en andere storingen van Imsoc

Bij stroomonderbrekingen en andere verstoringen van het Imsoc neemt de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending levende producten van andere gehouden landdieren dan runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen die bestemd is om tussen lidstaten te worden verplaatst, de overeenkomstig artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 vastgestelde noodmaatregelen in acht.”.

14)

Lid 2 van artikel 46 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

de datum van verzending van de zending.”;

b)

punt g) wordt vervangen door:

“g)

beschikbare resultaten van de in artikel 45, lid 2, onder b), bedoelde tests;”;

c)

de volgende punten h) en i) worden toegevoegd:

“h)

het nummer van het zegel dat op het vervoersrecipiënt is aangebracht;

i)

de verklaring dat de zending aan de voorschriften van artikel 44 of 45 voldoet, met inbegrip van de verklaring dat de voorafgaande schriftelijke toestemming is verkregen van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming dat deze de zending levende producten zal aanvaarden.”.

15)

Artikel 48 wordt vervangen door:

“Artikel 48

Noodprocedures voor de kennisgeving van verplaatsingen tussen lidstaten van voor wetenschappelijke doeleinden of voor opslag in een genenbank bestemde levende producten in het geval van stroomonderbrekingen en andere storingen van Imsoc

In het geval van stroomonderbrekingen en andere storingen van Imsoc neemt de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de tussen lidstaten te verplaatsen zending van voor wetenschappelijke doeleinden of voor opslag in een genenbank bestemde levende producten de noodregelingen van artikel 46 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 in acht.”.

16)

Artikel 49 wordt vervangen door:

“Artikel 49

Overgangsmaatregelen

1.   Spermawinningscentra, spermaopslagcentra, embryowinningsteams en embryoproductieteams die overeenkomstig de (in artikel 270, lid 2, eerste alinea, zesde, zevende, achtste en twaalfde streepje, van Verordening (EU) 2016/429 genoemde) Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG vóór 21 april 2021 zijn erkend, worden geacht overeenkomstig artikel 97 van Verordening (EU) 2016/429 en artikel 4 van deze verordening te zijn erkend.

In elk ander opzicht zijn zij onderworpen aan de regels van deze verordening en aan die van Verordening (EU) 2016/429.

2.   Sperma, oöcyten en embryo’s die vóór 21 april 2021 zijn gewonnen, geproduceerd, verwerkt en opgeslagen, mogen tussen lidstaten worden verplaatst, mits zij voldoen aan de voorschriften van de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG wat betreft de winning, productie, verwerking en opslag van levende producten, de diergezondheidsvoorschriften voor donordieren en laboratoriumtests en andere tests op donordieren en levende producten.

3.   Rietjes en andere verpakkingen waarin sperma, oöcyten of embryo’s al dan niet in individuele doses zijn geplaatst en worden opgeslagen en vervoerd, en die vóór 21 april 2021 overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG zijn gemerkt, worden geacht overeenkomstig artikel 121 van Verordening (EU) 2016/429 en artikel 10 van deze verordening te zijn gemerkt.

4.   Diergezondheidscertificaten die vóór 21 april 2021 overeenkomstig de Richtlijnen 88/407/EEG, 89/556/EEG, 90/429/EEG en 92/65/EEG zijn afgegeven, worden geacht overeenkomstig artikel 162 van Verordening (EU) 2016/429 en de artikelen 30 en 31 van deze verordening te zijn afgegeven.”.

17.

De bijlagen I tot en met IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 21 april 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 maart 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de erkenning van inrichtingen voor levende producten en de traceerbaarheids- en diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van levende producten van bepaalde gehouden landdieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 1).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140).

(4)  Richtlijn 88/407/EEG van de Raad van 14 juni 1988 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van runderen en de invoer daarvan (PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10).

(5)  Richtlijn 89/556/EEG van de Raad van 25 september 1989 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in embryo’s van als huisdier gehouden runderen en de invoer daarvan uit derde landen (PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1).

(6)  Richtlijn 90/429/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften van toepassing op het intracommunautaire handelsverkeer in sperma van varkens en de invoer daarvan (PB L 224 van 18.8.1990, blz. 62).

(7)  Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo’s waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54).


BIJLAGE

De bijlagen I, II, III en IV bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/686 worden als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

a)

in deel 1 wordt punt 1, onder a), v), vervangen door:

“v)

elk rietje of elke andere verpakking waarin sperma wordt geplaatst, duidelijk overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 wordt gemerkt;”;

b)

in deel 4 wordt punt 1, onder a), iv), vervangen door:

“iv)

elk rietje of elke andere verpakking waarin sperma, oöcyten of embryo’s worden geplaatst, duidelijk overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 wordt gemerkt;”;

c)

in deel 5 wordt punt 1, onder a), iv), vervangen door:

“iv)

elk rietje of elke andere verpakking waarin sperma, oöcyten of embryo’s worden geplaatst, duidelijk overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 wordt gemerkt;”.

2)

Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a)

in deel 1, hoofdstuk I, wordt punt 1, onder b), i), vervangen door:

“i)

voor infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), een test zoals bedoeld in bijlage I, deel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;”;

b)

in deel 1, hoofdstuk I, wordt punt 1, onder b), iii), vervangen door:

“iii)

voor enzoötische boviene leukose, een serologische test zoals bedoeld in bijlage I, deel 4, onder a), bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688, tenzij de afwijking van artikel 20, lid 2, onder a), van deze verordening van toepassing is;”;

c)

in deel 1, hoofdstuk I, wordt punt 2, onder a), vervangen door:

“a)

voor infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis), een test zoals bedoeld in bijlage I, deel 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;”;

d)

in deel 3, hoofdstuk I, worden in punt 1 de punten b), c) en d) vervangen door:

“b)

in het geval van schapen moeten zij afkomstig zijn van een inrichting waar zij gedurende de periode van zestig dagen vóór hun verblijf in de onder a) bedoelde quarantainevoorzieningen, samen met alle eventueel met hen gehouden mannelijke geiten, zijn onderworpen aan een serologische test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis), met negatief resultaat, of een andere test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) met een gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit;

c)

de dieren zijn onderworpen aan de volgende tests, uitgevoerd op monsters die zijn genomen binnen een periode van dertig dagen vóór het begin van de onder a) bedoelde quarantaineperiode, met negatief resultaat:

i)

voor besmetting met Brucella abortus, Brucella melitensis en Brucella suis, een serologische test zoals bedoeld in bijlage I, deel 1, punt 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

ii)

in het geval van schapen, samen met alle eventueel met hen gehouden mannelijke geiten, een serologische test voor epididymitis bij schapen (Brucella ovis) of een andere test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) met een gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit;

d)

de dieren hebben de volgende tests ondergaan, uitgevoerd op monsters die tijdens de onder a) bedoelde quarantaineperiode zijn genomen, en wel binnen een periode van ten minste 21 dagen na de datum waarop zij in de quarantainevoorzieningen zijn binnengebracht, met negatief resultaat:

i)

voor besmetting met Brucella abortus, Brucella melitensis en Brucella suis, een serologische test zoals bedoeld in bijlage I, deel 1, punt 1, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688;

ii)

in het geval van schapen, samen met alle eventueel met hen gehouden mannelijke geiten, een serologische test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) of een andere test op epididymitis bij schapen (Brucella ovis) met een gelijkwaardige gedocumenteerde gevoeligheid en specificiteit.”;

e)

in deel 3, hoofdstuk I, wordt de inleidende zin van punt 2 vervangen door:

“2.

Alle schapen en geiten die in een spermawinningscentrum verblijven, moeten ten minste eenmaal per jaar de volgende (verplichte routine-)tests met negatief resultaat hebben ondergaan:”;

f)

in deel 5, hoofdstuk II, wordt punt 1, onder a), vervangen door:

“a)

zij zijn gedurende een periode van ten minste zestig dagen vóór de spermawinning en tijdens de spermawinning gehouden in een lidstaat die of een gebied daarvan dat vrij was van besmettingen met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden bij de betrokken dierpopulatie geen geval van besmetting met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd;”;

g)

in deel 5, hoofdstuk II, wordt punt 2, onder a), vervangen door:

“a)

zij zijn gedurende een periode van ten minste zestig dagen vóór de winning van de oöcyten of embryo’s en tijdens de winning van de oöcyten of embryo’s gehouden in een lidstaat die of een gebied daarvan dat vrij was van besmettingen met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) en waar in de laatste 24 maanden bij de betrokken dierpopulatie geen geval van besmetting met het bluetonguevirus (serotypen 1-24) is bevestigd;”.

3)

Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

a)

in deel 1 wordt punt 3 vervangen door:

“3.

Indien nodig mogen antibiotica of antibioticamengsels met een bacteriedodende werking die per ml sperma ten minste equivalent is aan de volgende antibiotica of mengsels daarvan aan het sperma worden toegevoegd of deel uitmaken van het spermaverdunningsmiddel:

a)

een mengsel van lincomycine-spectinomycine (150/300 μg), penicilline (500 IE) en streptomycine (500 μg), of

b)

een mengsel van gentamicine (250 μg), tylosine (50 μg) en lincomycine-spectinomycine (150/300 μg), of

c)

een mengsel van amikacine (75 μg) en divekacine (25 μg), of

d)

in het geval van sperma van schapen en geiten, gentamicine (250 μg) of een mengsel van penicilline (500 IE) en streptomycine (500 μg).”;

b)

in deel 1 wordt punt 4 vervangen door:

“4.

Wat sperma van runderen betreft, moeten de in punt 3, onder a), b) en c), bedoelde antibiotica of mengsels van antibiotica, of antibiotica of mengsels van antibiotica met een bacteriedodende werking die ten minste equivalent is aan de in punt 3, onder a), b), en c), bedoelde antibiotica of mengsels daarvan, of spermaverdunningsmiddelen die dergelijke antibiotica of mengsels van antibiotica bevatten, worden toegevoegd en doeltreffend zijn, met name tegen campylobacters, leptospiren en mycoplasmen.”;

c)

in deel 1 wordt punt 5 vervangen door:

“5.

Wat sperma van varkens betreft, moeten de in punt 3, onder a), b) en c), bedoelde antibiotica of mengsels van antibiotica, of antibiotica of mengsels van antibiotica met een bacteriedodende werking die ten minste equivalent is aan de in punt 3, onder a), b), en c), bedoelde antibiotica of mengsels daarvan, of spermaverdunningsmiddelen die dergelijke antibiotica of mengsels van antibiotica bevatten, worden toegevoegd en doeltreffend zijn, met name tegen leptospiren.”.

4)

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 1, onder f), i), wordt vervangen door:

“i)

de soort en de identificatie van de donordieren, overeenkomstig de voorschriften van deel III, titel I, II, III of IV, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 waarvan levende producten zijn gewonnen;”;

b)

punt 1, onder i), wordt vervangen door:

“i)

de datum en plaats van afgifte van het diergezondheidscertificaat, de naam, hoedanigheid en handtekening van de officiële dierenarts en het stempel van de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending;”;

c)

in punt 1 wordt het volgende punt j) toegevoegd:

“j)

de datum van verzending van de zending.”;

d)

punt 2, onder i), wordt vervangen door:

“i)

de datum en plaats van afgifte van het diergezondheidscertificaat, de naam, hoedanigheid en handtekening van de officiële dierenarts en het stempel van de bevoegde autoriteit van de plaats van oorsprong van de zending;”;

e)

in punt 2 wordt het volgende punt j) toegevoegd:

“j)

de datum van verzending van de zending.”.


2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/10


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2021/881 VAN DE COMMISSIE

van 23 maart 2021

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving” (1)), en met name artikel 29, inleidende zin en punten a) en d), artikel 31, lid 5, inleidende zin en punten a) en b), artikel 32, lid 2, inleidende zin en punt c), artikel 41, lid 3, inleidende zin en punten a) en b), en artikel 42, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/429 bevat regels voor de preventie en bestrijding van dierziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, met inbegrip van regels voor diagnosemethoden, regels voor bewakingsprogramma’s van de Unie en regels voor de goedkeuring van uitroeiingsprogramma’s door de Commissie.

(2)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie (2) vormt een aanvulling op de regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten van landdieren, waterdieren en andere dieren, zoals opgenomen in Verordening (EU) 2016/429.

(3)

Artikel 83 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 voorziet in een afwijking van de voorschriften voor het verkrijgen van goedkeuring van de Commissie voor bepaalde ziektevrije statussen voor ziekten van waterdieren. Om de administratieve lasten te verminderen, moet deze afwijking worden uitgebreid met een soortgelijke bepaling voor de goedkeuring van bepaalde uitroeiingsprogramma’s voor ziekten bij waterdieren.

(4)

Wanneer een lidstaat goedkeuring van een uitroeiingsprogramma voor ziekten van waterdieren wil verkrijgen voor zijn gehele grondgebied of voor een zone of compartiment daarvan die/dat meer dan 75 % van zijn grondgebied uitmaakt, of die/dat wordt gedeeld met een andere lidstaat of een derde land, moet hij een verzoek om goedkeuring indienen bij de Commissie. In alle andere gevallen moet een systeem van eigen verklaringen door de lidstaat worden gevolgd.

(5)

Het systeem van eigen verklaringen inzake een uitroeiingsprogramma voor ziekten bij waterdieren voor andere zones en compartimenten dan die welke door de Commissie zijn goedgekeurd, moet het proces transparanter maken en ervoor zorgen dat de lidstaten gemakkelijker en mogelijkerwijs ook sneller goedkeuring van het uitroeiingsprogramma kunnen verkrijgen. De procedure moet geheel langs elektronische weg worden afgehandeld, tenzij een andere lidstaat of de Commissie bezwaren kenbaar maakt die niet op bevredigende wijze kunnen worden weggenomen. Indien er bezwaren zijn die niet op bevredigende wijze kunnen worden weggenomen, wordt de verklaring voorgelegd aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders.

(6)

In Besluit 2010/367/EU van de Commissie (3) zijn minimale voorschriften vastgesteld voor surveillanceprogramma’s voor aviaire influenza bij pluimvee en bij het wild levende vogels en in de bijlagen bij dat besluit zijn technische richtsnoeren opgenomen. Die voorschriften zijn nu vastgesteld in bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689. Omwille van de duidelijkheid en de transparantie moet Besluit 2010/367/EU worden opgenomen in de lijst van handelingen die worden ingetrokken bij artikel 86 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689.

(7)

Na de bekendmaking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 zijn onjuiste verwijzingen ontdekt in bijlage IV bij die verordening. Deze verwijzingen moeten worden gecorrigeerd.

(8)

Bijlage VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 bevat de specifieke vereisten met betrekking tot ziekten van waterdieren. Zij omvatten de algemene voorschriften voor gezondheidsinspecties en bemonstering voor uitroeiingsprogramma’s. De algemene voorschriften kunnen ook worden gebruikt voor het aantonen en handhaven van de ziektevrije status.

(9)

Bijlage VI, deel II, hoofdstuk 2, afdeling 5, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 stelt de diagnostische en bemonsteringsmethoden vast voor de opsporing van infectie met zalmanemievirus met HPR-deletie. Op grond van de meest recente beschikbare informatie die is vastgesteld in het Manual of Diagnostic Test for Aquatic Animals van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) (4), moeten de diagnostische en bemonsteringsmethoden worden bijgewerkt.

(10)

Na de bekendmaking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn enkele fouten ontdekt in bijlage IV, deel II, en in bijlage VI, deel III, bij die verordening. Die fouten moeten worden gerectificeerd.

(11)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Aangezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van toepassing is met ingang van 21 april 2021, moet de onderhavige verordening met ingang van dezelfde datum worden toegepast,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 wordt als volgt gewijzigd:

1.

Artikel 83 wordt vervangen door:

“Artikel 83

Afwijkingen van de goedkeuring door de Commissie voor bepaalde ziektevrije statussen en bepaalde uitroeiingsprogramma’s voor ziekten van waterdieren

1.   In afwijking van de in artikel 31, lid 1, onder b), en lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 bedoelde verplichting om uitroeiingsprogramma’s ter goedkeuring voor te leggen aan de Commissie of van de in artikel 36, lid 4, en artikel 37, lid 4, van die verordening bedoelde verplichting om goedkeuring van de ziektevrije status te verkrijgen van de Commissie, wordt die goedkeuring, voor ziekten bij waterdieren, voor zones of compartimenten die minder dan 75 % van het grondgebied van een lidstaat bestrijken en indien het stroomgebied waardoor de zone of het compartiment wordt gevoed, niet met een andere lidstaat of derde land wordt gedeeld, overeenkomstig de volgende procedure verkregen:

a)

een lidstaat stelt een voorlopige ziektevrijverklaring of een voorlopige verklaring inzake de instelling van een uitroeiingsprogramma op voor de zone of het compartiment die/dat voldoet aan de in deze verordening vastgestelde voorschriften;

b)

deze voorlopige verklaring wordt elektronisch bekendgemaakt door de lidstaat, en de Commissie en de lidstaten worden op de bekendmaking geattendeerd;

c)

zestig dagen na de bekendmaking wordt de voorlopige verklaring van kracht en verkrijgt de zone of het compartiment zoals bedoeld in dit lid de ziektevrije status of goedkeuring van het uitroeiingsprogramma.

2.   Binnen de in lid 1, onder c), bedoelde termijn van zestig dagen kunnen de Commissie of de lidstaten om verduidelijking of aanvullende informatie vragen ten aanzien van het bewijsmateriaal dat is verstrekt door de lidstaat die de voorlopige verklaring heeft opgesteld.

3.   Indien ten minste één lidstaat of de Commissie schriftelijke opmerkingen heeft gemaakt binnen de in lid 1, onder c), bedoelde termijn, waarin bedenkingen worden geuit ten aanzien van het bewijs dat de verklaring ondersteunt, onderzoeken de Commissie, de lidstaat die de verklaring heeft opgesteld en, in voorkomend geval, de lidstaat die om verduidelijking of aanvullende informatie heeft verzocht, gezamenlijk het ingediende bewijsmateriaal om de bedenkingen weg te nemen.

In dergelijke gevallen wordt de in lid 1, onder c), bedoelde termijn automatisch verlengd tot zestig dagen te rekenen vanaf de datum waarop voor het eerst bedenkingen zijn geuit. Die termijn wordt vervolgens niet verder verlengd.

4.   Indien het in lid 3 bedoelde proces niet slaagt, zijn de bepalingen van artikel 31, lid 3, artikel 36, lid 4, en artikel 37, lid 4, van Verordening (EU) 2016/429 van toepassing.”.

2.

In artikel 86 wordt het volgende streepje na het zesde streepje ingevoegd:

“—

Besluit 2010/367/EU”.

3.

De bijlagen IV en VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 21 april 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor bewaking, uitroeiingsprogramma’s en de ziektevrije status voor bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en nieuwe ziekten (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 211).

(3)  Besluit 2010/367/EU van de Commissie van 25 juni 2010 betreffende de uitvoering door de lidstaten van surveillanceprogramma’s voor aviaire influenza bij pluimvee en in het wild levende vogels (PB L 166 van 1.7.2010, blz. 22).

(4)  https://www.oie.int/standard-setting/aquatic-manual/access-online/


BIJLAGE

De bijlagen IV en VI bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/689 worden als volgt gewijzigd:

1.

Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

a)

deel II, hoofdstuk 1, afdeling 1, wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 1, c), wordt vervangen door:

“c)

sinds het begin van de tests of bemonstering zoals bedoeld in punt b), i), alle in de inrichting binnengebrachte runderen afkomstig zijn uit inrichtingen die vrij zijn van besmetting met MTBC en:

i)

afkomstig zijn van een lidstaat of zone die vrij is van infectie met MTBC, of

ii)

runderen van meer dan zes weken oud zijn en met negatief resultaat zijn onderworpen aan een immunologische test:

 

gedurende de dertig dagen voordat zij in de inrichting zijn binnengebracht, of

 

gedurende de dertig dagen nadat zij zijn binnengebracht, mits zij gedurende deze periode geïsoleerd zijn gehouden; en”;

ii)

punt 2 wordt vervangen door:

“2.

In afwijking van punt 1 kan de status vrij van infectie met MTBC aan een inrichting worden verleend indien alle runderen afkomstig zijn van inrichtingen die vrij zijn van infectie met MTBC en:

a)

afkomstig zijn van een lidstaat of zone die vrij is van infectie met MTBC, of

b)

indien het runderen van meer dan zes weken oud zijn, met negatief resultaat zijn onderworpen aan een immunologische test:

i)

gedurende de dertig dagen voordat zij in de inrichting zijn binnengebracht, of

ii)

gedurende de dertig dagen nadat zij zijn binnengebracht, mits zij gedurende deze periode geïsoleerd zijn gehouden.”;

b)

deel VI, hoofdstuk 1, wordt als volgt gewijzigd:

i)

in afdeling 3 wordt punt 2, a), vervangen door:

“a)

wordt voldaan aan de vereisten van afdeling 1, punt 1, c) en d), en van afdeling 2, punt 1, b), c) en d), en, in voorkomend geval, punt 2.”;

ii)

in afdeling 4 wordt punt 2 vervangen door:

“2.

Indien de status vrij van BVD is ingetrokken overeenkomstig punt 1, a), kan deze alleen opnieuw worden verkregen indien wordt voldaan aan de vereisten van afdeling 1, punt 1, c) en d), en van afdeling 2, punt 1, b), c) en d), en, in voorkomend geval, punt 2.”.

2.

Bijlage VI wordt als volgt gewijzigd:

a)

deel II wordt als volgt gewijzigd:

i)

in hoofdstuk 1, afdeling 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

ii)

hoofdstuk 2 wordt als volgt gewijzigd:

in afdeling 1 wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

afdeling 5 wordt vervangen door:

Afdeling 5

Diagnostische en bemonsteringsmethoden

1.

Bij de bemonstering en het onderzoek van organen of weefselmateriaal moet het gaan om:

a)

Histologie: kopnier, lever, hart, alvleesklier, darm, milt en kieuw;

b)

Immunohistochemie: rompnier en hart, met inbegrip van kleppen en bulbus arteriosus;

c)

Conventionele RT-PCR-analyse en RT-qPCR-analyse: rompnier en hart;

d)

Viruskweek: rompnier, hart en milt;

Stukjes orgaan van maximaal 5 vissen mogen worden samengevoegd.

2.

De diagnostische methode die moet worden gebruikt voor het verlenen of het handhaven van de status vrij van infectie met ISAV met HPR-deletie, overeenkomstig de afdelingen 2, 3 en 4, is de volgende: RT-qPCR, gevolgd door conventionele RT-PCR en het sequencen van het HE-gen van positieve monsters, uit te voeren overeenkomstig de gedetailleerde methoden en procedures zoals het EURL die heeft goedgekeurd voor ziekten van vissen.

In het geval het sequencen een positief resultaat voor ISAV met HPR-deletie oplevert, worden aanvullende monsters getest alvorens de eerste bestrijdingsmaatregelen, zoals bedoeld in de artikelen 55 tot en met 65, worden uitgevoerd.

Die monsters moeten als volgt worden getest overeenkomstig de door het EURL voor ziekten van vissen goedgekeurde gedetailleerde methoden en procedures:

a)

Screenen van de monsters met behulp van RT-qPCR, gevolgd door conventionele RT-PCR en het sequencen van het HE-gen van positieve monsters om HPR-deletie te verifiëren, of

b)

Aantonen van ISAV-antigeen in weefselpreparaten met behulp van specifieke antilichamen tegen ISAV, of

c)

Isolatie in celculturen, gevolgd door identificatie van ISAV met HPR-deletie.

3.

Wanneer overeenkomstig artikel 55 een vermoeden van infectie met ISAV met HPR-deletie moet worden bevestigd dan wel uitgesloten, moet de inspectie-, bemonsterings- en testprocedure voldoen aan de volgende vereisten:

a)

De inrichting waarvan wordt vermoed dat de ziekte er aanwezig is, moet worden onderworpen aan ten minste één gezondheidsinspectie en één bemonstering van 10 stervende vissen indien klinische symptomen of post-mortemlaesies die wijzen op infectie met ISAV met HPR-deletie worden waargenomen, of van ten minste 30 vissen indien geen klinische symptomen of post-mortemlaesies worden waargenomen. De monsters worden getest aan de hand van een of meer van de in punt 2 vermelde diagnostische methoden, overeenkomstig de door het EURL voor ziekten van vissen goedgekeurde gedetailleerde diagnostische methoden en procedures;

b)

In het geval van een positief testresultaat voor infectie met ISAV met HPR-deletie, worden aanvullende monsters getest alvorens de eerste bestrijdingsmaatregelen, zoals bedoeld in artikel 58, worden uitgevoerd. Een vermoedelijk geval van infectie met ISAV met HPR-deletie wordt aan de hand van de volgende criteria bevestigd met behulp van een of meer van de door het EURL voor ziekten van vissen goedgekeurde gedetailleerde diagnosemethoden en procedures:

i)

Screenen van ISAV met behulp van RT-qPCR, gevolgd door conventionele RT-PCR en het sequencen van het HE-gen om HPR-deletie te verifiëren, of

ii)

Aantonen van ISAV in weefselpreparaten met behulp van specifieke antilichamen tegen ISAV, of

iii)

Isoleren en identificeren van ISAV in celcultuur van ten minste één monster van om het even welke vis uit de inrichting;

c)

Indien klinische, macroscopisch waarneembare pathologische of histopathologische bevindingen die op infectie wijzen, worden vastgesteld, moeten deze bevindingen worden bevestigd door middel van virusdetectie met behulp van een of meer van de in punt 3, b), vermelde diagnosemethoden, overeenkomstig de door het EURL voor ziekten van vissen goedgekeurde methoden en procedures.

Het vermoeden van ISAV met HPR-deletie kan worden uitgesloten indien gedurende twaalf maanden vanaf de datum waarop het vermoeden is gerezen, tests en gezondheidsinspecties geen verdere aanwijzingen voor de aanwezigheid van het virus hebben opgeleverd.”;

iii)

in hoofdstuk 3, afdeling 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

iv)

in hoofdstuk 4, afdeling 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

v)

in hoofdstuk 5, afdeling 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

vi)

in hoofdstuk 6, afdeling 1, wordt de inleidende zin vervangen door:

“De in artikel 3, lid 2, onder b), ii) en iii), bedoelde diergezondheidsinspecties en bemonstering voor de bewaking moeten aan de volgende vereisten voldoen:”;

b)

deel III wordt als volgt gewijzigd:

i)

in hoofdstuk 3, afdeling 3, onder b), wordt de inleidende zin vervangen door:

“b)

de herbevolking geschiedt met weekdieren die afkomstig zijn uit inrichtingen die:”;

ii)

in hoofdstuk 4, afdeling 3, onder b), wordt de inleidende zin vervangen door:

“b)

de herbevolking geschiedt met weekdieren die afkomstig zijn uit inrichtingen die:”;

iii)

in hoofdstuk 5, afdeling 3, onder b), wordt de inleidende zin vervangen door:

“b)

de herbevolking geschiedt met weekdieren die afkomstig zijn uit inrichtingen die:”;

iv)

in hoofdstuk 6, afdeling 3, onder b), wordt de inleidende zin vervangen door:

“b)

de herbevolking geschiedt met schaaldieren die afkomstig zijn uit inrichtingen die:”.


2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/16


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/882 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2021

tot toelating van het in de handel brengen van gedroogde larve van Tenebrio molitor als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht.

(2)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

(3)

Op 13 februari 2018 heeft de onderneming SAS EAP Group (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend om gedroogde larve van Tenebrio molitor (de meeltor) als nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen. De aanvraag betreft het gebruik van gedroogde larve van Tenebrio molitor als geheel, gedroogd insect in de vorm van snacks, en als voedselingrediënt in een aantal levensmiddelen, waarbij de doelgroep bestaat uit de algemene bevolking. De aanvrager heeft de Commissie ook verzocht om bescherming van door eigendomsrechten beschermde gegevens die ter ondersteuning van de aanvraag zijn ingediend.

(4)

Overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) op 3 juli 2018 verzocht een wetenschappelijk advies uit te brengen op basis van de beoordeling van gedroogde larve van Tenebrio molitor als nieuw voedingsmiddel.

(5)

Op 24 november 2020 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies over de veiligheid van larve van Tenebrio molitor als nieuw voedingsmiddel uitgebracht (3) overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EU) 2015/2283.

(6)

In dat advies heeft de EFSA geconcludeerd dat gedroogde larve van Tenebrio molitor bij de voorgestelde toepassingen en gebruiksconcentraties veilig is. Derhalve worden in het advies van de EFSA voldoende redenen gegeven om vast te stellen dat gedroogde larve van Tenebrio molitor onder de beoordeelde gebruiksvoorwaarden voldoet aan artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283.

(7)

In dat advies heeft de EFSA op basis van beperkt gepubliceerd bewijsmateriaal over voedselallergie in verband met insecten, en met name uit twee studies bij mensen waarbij in totaal vier verdachte allergische reacties aan gedroogde larve van Tenebrio molitor werden toegeschreven, en één studie bij dieren, ook geconcludeerd dat de consumptie van dit nieuwe voedingsmiddel sensibilisatie voor de eiwitten van de meeltor en voor tropomyosine uit andere bronnen, zoals schaaldieren en mijten, kan veroorzaken. De EFSA heeft aanbevolen verder onderzoek naar de allergene eigenschappen van gedroogde larve van Tenebrio molitor te verrichten. Om de aanbeveling van de EFSA gevolg te geven, onderzoekt de Commissie momenteel de mogelijkheden om het nodige onderzoek naar de allergene eigenschappen van larven van Tenebrio molitor te verrichten.

(8)

Totdat de door het onderzoek gegenereerde gegevens door de EFSA zijn beoordeeld, en aangezien tot op heden volgens de gegevens in verband met larve van Tenebrio molitor (4) die voor de insectenindustrie beschikbaar zijn, slechts de bovengenoemde gevallen van allergische reacties zijn gemeld, is de Commissie van oordeel dat er geen specifieke etiketteringsvoorschriften met betrekking tot het potentieel van gedroogde larve van Tenebrio molitor om primaire sensibilisatie te veroorzaken, in de EU-lijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen moeten worden opgenomen.

(9)

De EFSA overwoog in haar advies dat de consumptie van gedroogde larve van Tenebrio molitor allergische reacties kan veroorzaken bij mensen die allergisch zijn voor schaaldieren en huismijt. Bovendien heeft de EFSA opgemerkt dat extra allergenen in het nieuwe voedingsmiddel kunnen terechtkomen als die allergenen aanwezig zijn in het substraat dat aan de insecten wordt toegediend. Daarbij kan het ook gaan om allergenen die in de lijst van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5) zijn opgenomen. Het is daarom passend dat gedroogde larve van Tenebrio molitor die als zodanig aan de consument worden aangeboden en levensmiddelen die gedroogde larve van Tenebrio molitor bevatten, naar behoren worden geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften van artikel 9 van Verordening (EU) 2015/2283 en Verordening (EU) nr. 1169/2011.

(10)

De EFSA heeft in haar advies opgemerkt dat haar conclusie over de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel gebaseerd was op de analyses van verontreinigingen in het nieuwe voedingsmiddel (6), de gedetailleerde beschrijving van het droogproces (7), de analytische gegevens over de gehalten aan chitine (8) en de gegevens over de oxidatieve en microbiologische status van het voedingsmiddel tijdens opslag (9). De EFSA heeft ook opgemerkt dat zij zonder de gegevens van de niet-gepubliceerde verslagen van de studies in het dossier van de aanvrager niet tot die conclusie had kunnen komen.

(11)

De Commissie heeft de aanvrager verzocht de rechtvaardiging voor zijn verzoek om gegevensbescherming voor die studies nader toe te lichten en zijn claim op het exclusieve recht om naar die studies te verwijzen, zoals bedoeld in artikel 26, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2015/2283, te verduidelijken.

(12)

De aanvrager heeft aangevoerd dat hij op het moment van de indiening van de aanvraag exclusieve eigendomsrechten bezat om te verwijzen naar de analyses van verontreinigingen in het nieuwe voedingsmiddel, de gedetailleerde beschrijving van het droogproces, de analytische gegevens over de gehalten aan chitine, en de gegevens over de oxidatieve en microbiologische status van het voedingsmiddel tijdens opslag, en dat derden dus geen rechtmatige toegang tot die studies kunnen hebben, er geen rechtmatig gebruik van kunnen maken of rechtmatig naar die studies mogen verwijzen.

(13)

De Commissie heeft alle door de aanvrager ingediende informatie beoordeeld en heeft geoordeeld dat de aanvrager de vervulling van de voorschriften van artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 voldoende heeft onderbouwd. De specifieke studies over de analyses van verontreinigingen in het nieuwe voedingsmiddel, de gedetailleerde beschrijving van het droogproces, de analytische gegevens over de gehalten aan chitine, en de gegevens over de oxidatieve en microbiologische status van het voedingsmiddel tijdens opslag, in het dossier van de aanvrager die voor de EFSA als basis dienden om de veiligheid van het nieuwe voedingsmiddel vast te stellen, en zonder welke het nieuwe voedingsmiddel niet door de EFSA had kunnen worden beoordeeld, mogen derhalve gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerktreding van deze verordening niet ten voordele van een volgende aanvrager worden gebruikt. Derhalve heeft alleen de aanvrager de toelating om gedurende die periode gedroogde larve van Tenebrio molitor in de Unie in de handel te brengen.

(14)

De beperking van de toelating van gedroogde larve van Tenebrio molitor en van het verwijzen naar de studies in het dossier van de aanvrager tot uitsluitend de aanvrager verhindert evenwel niet dat andere aanvragers kunnen vragen om toelating om hetzelfde nieuwe voedingsmiddel in de handel te brengen, op voorwaarde dat hun aanvraag is gebaseerd op rechtmatig verkregen gegevens ter ondersteuning van de toelating.

(15)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Gedroogde larve van Tenebrio molitor, zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, wordt opgenomen in de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 vastgestelde Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.

2.   Gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening heeft alleen de oorspronkelijke aanvrager:

 

De onderneming: SAS EAP Group;

 

Adres: 35 Boulevard du Libre Échange, 31650 Saint-Orens-de-Gameville, Frankrijk,

 

de toelating om het in lid 1 bedoelde nieuwe voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen, tenzij een volgende aanvrager toelating verkrijgt voor het nieuwe voedingsmiddel zonder te verwijzen naar de op grond van artikel 2 van deze verordening beschermde gegevens of met toestemming van SAS EAP Group.

3.   De in lid 1 bedoelde vermelding in de Unielijst omvat de gebruiksvoorwaarden en de etiketteringsvoorschriften zoals vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

De studies in het aanvraagdossier op basis waarvan het in artikel 1 bedoelde nieuwe voedingsmiddel door de EFSA is beoordeeld, die volgens de aanvrager door eigendomsrechten worden beschermd en zonder welke het nieuwe voedingsmiddel niet had kunnen worden toegelaten, worden gedurende een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet zonder toestemming van SAS EAP Group ten voordele van een volgende aanvrager gebruikt.

Artikel 3

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).

(3)  Safety of dried yellow mealworm (Tenebrio molitor larva) as a novel food pursuant to Regulation (EU) 2015/2283; EFSA Journal 2021;19(1):6343.

(4)  Larve van Tenebrio molitor wordt in een aantal lidstaten in de handel gebracht op grond van de in artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2015/2283 vastgestelde overgangsmaatregelen.

(5)  Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).

(6)  SAS EAP Group 2016 (niet gepubliceerd).

(7)  SAS EAP Group 2013 (niet gepubliceerd).

(8)  SAS EAP Group 2018 (niet gepubliceerd).

(9)  SAS EAP Group 2020 (niet gepubliceerd).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:

1)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Voorwaarden waaronder het nieuwe voedingsmiddel mag worden gebruikt

Aanvullende specifieke etiketteringsvoorschriften

Andere voorschriften

Gegevensbescherming

“Gedroogde larve van Tenebrio molitor (de meeltor)

Gespecificeerde levensmiddelencategorie

Maximumgehalten

1.

Het nieuwe voedingsmiddel wordt op de etikettering van het voedingsmiddel dat het bevat, aangeduid met “Gedroogde larve van Tenebrio molitor (de meeltor)”.

2.

Op de etikettering van de levensmiddelen die gedroogde larve van Tenebrio molitor (de meeltor) bevatten, wordt vermeld dat dit ingrediënt mogelijk allergische reacties veroorzaakt bij mensen met een bekende allergie voor schaaldieren en producten daarvan, en huismijten. Deze vermelding moet in de onmiddellijke nabijheid van de ingrediëntenlijst staan.

 

Toelating verleend op 22 juni 2021. Deze opname in de Unielijst is gebaseerd op door eigendomsrechten beschermde wetenschappelijke bewijzen en wetenschappelijke gegevens die overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2015/2283 zijn beschermd.

Aanvrager: SAS EAP Group, 35 Boulevard du Libre Échange, 31650 Saint-Orens-de-Gameville, Frankrijk.

Tijdens de termijn van gegevensbescherming mag het nieuwe voedingsmiddel uitsluitend door SAS EAP Group in de Unie in de handel worden gebracht, tenzij een volgende aanvrager een toelating voor het nieuwe voedingsmiddel verkrijgt zonder naar de overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2015/2283 beschermde wetenschappelijke bewijzen of wetenschappelijke gegevens te verwijzen of met toestemming van SAS EAP Group.

Einddatum van de gegevensbescherming: 22 juni 2026.”

Gedroogde larve van Tenebrio molitor, geheel of in poedervorm

 

Eiwithoudende producten

10 g/100 g

Biscuits

10 g/100 g

Gerechten op basis van peulvruchten

10 g/100 g

Producten op basis van pasta

10 g/100 g

2)

De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:

Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificatie

“Gedroogde larve van Tenebrio molitor (de meeltor)

Omschrijving/definitie:

Het nieuwe voedingsmiddel is de gehele, thermisch gedroogde meeltor, hetzij als geheel (geblancheerde, ovengedroogde larve), hetzij in de vorm van poeder (geblancheerde, ovengedroogde, gemalen larve). De term “meeltor” verwijst naar het larvale stadium van Tenebrio molitor, een insectensoort die tot de familie van Tenebrionidae (de zwartlijven) behoort.

De gehele meeltor is bestemd voor menselijke consumptie en er worden geen delen verwijderd.

Vóór de thermische droogfase is een vastperiode van ten minste 24 uur vereist, zodat de larven hun darminhoud kunnen legen.

Kenmerken/samenstelling:

 

As (% m/m): 3,5-4,5

 

Vocht (% m/m): 1-8

 

Ruw eiwit (N × 6,25): (% m/m): 56-61

 

Verteerbare koolhydraten  (*1) (% m/m): 1-6

 

Vet (% m/m): 25-30

 

waarvan verzadigd (% m/m): 4-9

 

Peroxidegetal (Meq O2/kg vet): ≤ 5

 

Voedingsvezel (% m/m): 4-7

 

Chitine (% m/m): 4-7

Zware metalen:

 

Lood: ≤ 0,075 mg/kg

 

Cadmium: ≤ 0,1 mg/kg

Mycotoxinen:

 

Aflatoxinen (som van B1 + B2 + G1 + G2): ≤ 4 μg/kg

 

Aflatoxine B1: ≤ 2 μg/kg

 

Deoxynivalenol: ≤ 200 μg/kg

 

Ochratoxine A: ≤ 1 μg/kg

Microbiologische criteria:

 

Totaal aëroob kiemgetal: ≤ 105 kve  (*2)/g

 

Gisten en schimmels: ≤ 100 kve/g

 

Escherichia coli: ≤ 50 kve/g

 

Salmonella spp.: Niet aangetoond in 25 g

 

Listeria monocytogenes: Niet aangetoond in 25 g

 

Sulfietreducerende anaerobe bacteriën: ≤ 30 kve/g

 

Bacillus cereus (vermoedelijk): ≤ 100 kve/g

 

Enterobacteriaceae (vermoedelijk): < 10 kve/g

 

Coagulase-positieve stafylokokken: ≤ 100 kve/g


(*1)  Verteerbare koolhydraten = 100 — (ruw eiwit + vet + voedingsvezel + as + vocht).

(*2)  Kve: kolonievormende eenheden.”


2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/22


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/883 VAN DE COMMISSIE

van 1 juni 2021

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 wat betreft de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van reizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name artikel 4, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 474/2006 (2) van de Commissie is de lijst vastgesteld van luchtvaartmaatschappijen waaraan in de Unie een exploitatieverbod is opgelegd.

(2)

Sommige lidstaten en het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (“het Agentschap”) hebben de Commissie overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2111/2005 informatie verstrekt die relevant is voor de bijwerking van die lijst. Derde landen en internationale organisaties hebben eveneens relevante informatie meegedeeld. Mede op basis van die verstrekte informatie is beslist dat de lijst moest worden bijgewerkt.

(3)

De Commissie heeft alle betrokken luchtvaartmaatschappijen hetzij rechtstreeks, hetzij via de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de regelgeving door die maatschappijen, in kennis gesteld van de essentiële feiten en overwegingen die aan de basis liggen van haar beslissing om aan die luchtvaartmaatschappijen een exploitatieverbod op te leggen in de Unie of om de voorwaarden te wijzigen van een exploitatieverbod dat is opgelegd aan een luchtvaartmaatschappij die is opgenomen in de lijst in bijlage A of B bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(4)

De Commissie heeft de betrokken luchtvaartmaatschappijen de gelegenheid geboden om alle relevante documenten te raadplegen, om schriftelijke opmerkingen in te dienen en om een mondelinge uiteenzetting te geven aan de Commissie en aan het bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 opgerichte comité (het “EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart”).

(5)

De Commissie heeft het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart in kennis gesteld van het gezamenlijk overleg dat in het kader van Verordening (EG) nr. 2111/2005 en Verordening (EG) nr. 473/2006 (3) van de Commissie heeft plaatsgevonden met de bevoegde autoriteiten en luchtvaartmaatschappijen van Armenië, Indonesië, Kazachstan, Kirgizië, Moldavië, Pakistan en Rusland. De Commissie heeft het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart ook geïnformeerd over de situatie op het gebied van luchtvaartveiligheid in de Dominicaanse Republiek, Equatoriaal-Guinea, Libië, Nepal en Zuid-Soedan.

(6)

Het Agentschap heeft de Commissie en het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart informatie verstrekt over de technische beoordelingen die zijn uitgevoerd in het kader van de initiële beoordeling en van het permanente toezicht op vergunningen voor exploitanten uit derde landen (“TCO-vergunningen”) die zijn afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) nr. 452/2014 (4) van de Commissie.

(7)

Het Agentschap heeft de Commissie en het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart ook op de hoogte gebracht van de resultaten van de analyse van platforminspecties die zijn uitgevoerd in het kader van het SAFA-programma (Safety Assessment of Foreign Aircraft), overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012 (5) van de Commissie.

(8)

Het Agentschap heeft de Commissie en het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart voorts informatie verstrekt over de projecten voor technische bijstand die het heeft uitgevoerd in derde landen waartegen een exploitatieverbod is uitgevaardigd op grond van Verordening (EG) nr. 474/2006. Bovendien heeft het Agentschap informatie verstrekt over de plannen en verzoeken om verdere technische bijstand en samenwerking teneinde de administratieve en technische capaciteiten van burgerluchtvaartautoriteiten in derde landen te verbeteren, zodat hulp kan worden geboden bij het verhelpen van gevallen van niet-naleving van toepasselijke internationale veiligheidsnormen voor de burgerluchtvaart. De lidstaten werd verzocht om dergelijke verzoeken op bilaterale basis te beantwoorden, in overleg met de Commissie en het Agentschap. In dat verband heeft de Commissie herhaald dat het nuttig is aan de internationale luchtvaartgemeenschap informatie te verstrekken, met name via het Aviation Safety Implementation Assistance Partnership van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, over technische bijstand die de Unie en de lidstaten aan derde landen verlenen om de veiligheid van de luchtvaart in de wereld te verbeteren.

(9)

Eurocontrol heeft de Commissie en het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart geactualiseerde informatie verstrekt over de status van de SAFA- en TCO-waarschuwingsfuncties, met inbegrip van statistieken over waarschuwingsberichten voor luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd.

Luchtvaartmaatschappijen uit de Unie

(10)

Verschillende lidstaten hebben de Commissie en het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart in kennis gesteld van de handhavingsmaatregelen die zij hebben genomen naar aanleiding van een door het Agentschap uitgevoerde analyse van de resultaten van platforminspecties van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen uit de Unie, en van door het Agentschap uitgevoerde normalisatie-inspecties, aangevuld met informatie van specifieke inspecties en audits door nationale luchtvaartautoriteiten.

(11)

De lidstaten hebben herhaald dat zij desgevallend bereid zijn maatregelen te treffen als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat de niet-naleving van de relevante veiligheidsnormen door luchtvaartmaatschappijen uit de Unie acute veiligheidsrisico’s zou doen ontstaan.

Luchtvaartmaatschappijen uit Armenië

(12)

Krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2020/736 (6) van de Commissie zijn in juni 2020 luchtvaartmaatschappijen uit Armenië opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(13)

Op 15 april 2021 hebben de Commissie, het Agentschap, lidstaten en vertegenwoordigers van het burgerluchtvaartcomité van Armenië (CAC) een technische vergadering gehouden; tijdens deze vergadering heeft het CAC informatie verstrekt over zijn toezichtactiviteiten en over de voortgang van het in juli 2020 opgestelde actieplan met corrigerende maatregelen. Het CAC heeft ook een overzicht gegeven van de uitdagingen tijdens het voorbije jaar en informatie verstrekt over de algemene situatie van de luchtvaartomgeving in Armenië en over de aandachtspunten die zijn vastgesteld op de verschillende bevoegdheidsgebieden van het CAC.

(14)

Tijdens die vergadering heeft het CAC ook een gedetailleerde presentatie gegeven van de stand van zaken met betrekking tot de toepassing van de corrigerende maatregelen die zijn genomen om tegemoet te komen aan de opmerkingen die zijn gemaakt tijdens het bezoek van de Unie ter plaatse in februari 2020; voorts heeft het CAC ook een overzicht gegeven van zijn risicobeheerproces.

(15)

In deze context heeft het CAC de Commissie ervan op de hoogte gebracht dat de Air Operator Certificates (AOC) van de luchtvaartmaatschappijen Atlantis European Airways en Mars Avia waren ingetrokken en dat de nieuwe luchtvaartmaatschappijen Fly Armenia Airways (AOC nr. 070), Novair (AOC nr. 071) en Shirak Avia (AOC nr. 072) waren gecertificeerd. Aangezien het CAC niet heeft aangetoond over voldoende capaciteit te beschikken om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven, garandeert de afgifte van AOC’s aan die nieuwe luchtvaartmaatschappijen niet dat zij de internationale veiligheidsnormen voldoende naleven.

(16)

De Commissie neemt nota van de vooruitgang die het CAC heeft geboekt bij het aanpakken van de luchtvaartveiligheidsproblemen die in juni 2020 hebben geleid tot de opname van in Armenië gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006. Momenteel is er echter onvoldoende bewijs om de opheffing van de operationele beperkingen voor luchtvaartmaatschappijen uit Armenië te rechtvaardigen. De Commissie zal de verdere ontwikkeling van de situatie blijven monitoren en beoordelen.

(17)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, is de Commissie van oordeel dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd met betrekking tot luchtvaartmaatschappijen uit Armenië, teneinde Fly Armenia Airways, Novair en Shirak Avia op te nemen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006 en Atlantis European Airways en Mars Avia te schrappen uit die bijlage.

(18)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Armenië gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Indonesië

(19)

Krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2018/871 (7) van de Commissie zijn in juni 2018 alle luchtvaartmaatschappijen uit Armenië geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(20)

Op 26 februari 2021 heeft het directoraat-generaal voor de burgerluchtvaart van Indonesië (DGCA Indonesië) informatie en een update verstrekt over de activiteiten op het gebied van veiligheidstoezicht voor de periode van september 2020 tot en met februari 2021. Naast de update over het corrigerende actieplan dat is opgesteld op basis van het beoordelingsbezoek van de Unie van maart 2018, bevatte de door het DGCA Indonesië verstrekte informatie ook een actualisering van de lijst van AOC-houders, geregistreerde luchtvaartuigen, ongevallen, ernstige incidenten en voorvallen in de luchtvaart, en door het DGCA Indonesië genomen handhavingsmaatregelen.

(21)

Na onderzoek van de ontvangen informatie en documentatie is de Commissie van mening dat alle resterende openstaande opmerkingen ten gevolge van het beoordelingsbezoek ter plaatse van maart 2018 met succes zijn aangepakt en kunnen worden afgesloten. Gezien de geboekte vooruitgang acht de Commissie het voldoende dat het DGCA Indonesië eenmaal per jaar een update stuurt in plaats van tweemaal, zoals tot dusver het geval was.

(22)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 oordeelt de Commissie dat er geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit Indonesië op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(23)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Indonesië gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(24)

Als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat de niet-naleving van internationale veiligheidsnormen veiligheidsrisico’s dreigt te veroorzaken, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere maatregelen te nemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Kazachstan

(25)

Krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2214 (8) van de Commissie zijn in december 2016 luchtvaartmaatschappijen uit Kazachstan geschrapt uit bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(26)

In het kader van de voortdurende monitoring van het systeem voor veiligheidstoezicht in Kazachstan is in februari 2020 formeel overleg opgestart met de bevoegde autoriteiten van Kazachstan. In die context heeft het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart tijdens de vergaderingen in mei en november 2020 een overzicht gekregen van de situatie op het gebied van veiligheidstoezicht in Kazachstan.

(27)

Bij wijze van follow-up van het overleg in het kader van het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart van november 2020 hebben de Commissie en het Agentschap voortdurend contact onderhouden met de luchtvaartautoriteit van Kazachstan (Aviation Administration of Kazakhstan Joint Stock Company - AAK). Op 26 maart 2021 vond een videoconferentie plaats tussen de Commissie, het Agentschap, lidstaten en vertegenwoordigers van zowel het burgerluchtvaartcomité van Kazachstan als de AAK. Tijdens die technische vergadering heeft de AAK een uitvoerige presentatie gegeven van de maatregelen die zijn genomen om het veiligheidstoezicht in Kazachstan te verbeteren, met inbegrip van een overzicht van haar surveillanceactiviteiten, haar plannen op het gebied van indienstname en opleiding van technisch personeel en de handhavingsmaatregelen die zijn genomen ten aanzien van een aantal in Kazachstan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen. Voorts benadrukte de AAK dat ze zich ertoe verbindt om te blijven werken aan de permanente verbetering van haar prestaties, waaronder essentiële inspanningen voor de ontwikkeling van veiligheidstoezicht.

(28)

Voorts heeft de AAK haar strategie voor 2021-2025 gepresenteerd, die onder meer de vaststelling van de nieuwe luchtvaartwet en de daaruit voortvloeiende wijzigingen van het nationale wetgevingskader van Kazachstan omvat.

(29)

Op basis van de momenteel beschikbare informatie kan worden geconcludeerd dat aanzienlijke inspanningen zijn geleverd en ontwikkelingen hebben plaatsgevonden om de veiligheidssituatie in Kazachstan te verbeteren. De Commissie erkent de tot dusver geboekte vooruitgang, maar zal de verdere ontwikkeling van de situatie blijven monitoren en beoordelen. In dit verband is de Commissie voornemens met de hulp van het Agentschap en de lidstaten een beoordelingsbezoek van de Unie aan Kazachstan uit te voeren.

(30)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 oordeelt de Commissie dat er geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit Kazachstan op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(31)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Kazachstan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(32)

Als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat de niet-naleving van internationale veiligheidsnormen veiligheidsrisico’s dreigt te veroorzaken, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere maatregelen te nemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Kirgizië

(33)

Krachtens Verordening (EG) nr. 1543/2006 (9) van de Commissie zijn in oktober 2006 luchtvaartmaatschappijen uit Kirgizië opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(34)

Op 25 november 2020 heeft, op verzoek van Kirgizië en als onderdeel van de permanente monitoringactiviteiten, een technische vergadering plaatsgevonden tussen de Commissie, het Agentschap en vertegenwoordigers van het burgerluchtvaartagentschap van Kirgizië (CAA KG), tijdens dewelke het CAA KG een uitgebreid overzicht heeft gegeven van zijn organisatie en functies, met inbegrip van de basisbeginselen voor het uitoefenen van veiligheidstoezicht. Voorts heeft het CAA KG ook informatie verstrekt over de uitdagingen met betrekking tot het personeel en een overzicht gegeven van het Kirgizische wetgevingskader en de strategische aanpak van de technische ontwikkeling in het kader van de capaciteitsopbouw op het gebied van veiligheid van de luchtvaart. Het heeft ook een update gegeven van de lijst van AOC-houders en geregistreerde luchtvaartuigen.

(35)

Op 14 december 2020 heeft het CAA KG, bij wijze van follow-up van de technische vergadering van 25 november 2020, de Commissie meegedeeld dat de luchtvaartmaatschappijen Heli Sky (AOC nr. 47), Valor Air (AOC nr. 07), AeroStan (AOC nr. 08), KAP.KG Aircompany (AOC nr. 52) en FlySky Airlines (AOC nr. 53) houder zijn van een actief AOC. Aangezien het CAA KG niet heeft aangetoond over voldoende capaciteit te beschikken om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven, garandeert de afgifte van AOC’s aan die nieuwe luchtvaartmaatschappijen niet dat zij de internationale veiligheidsnormen voldoende naleven.

(36)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, is de Commissie van oordeel dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd teneinde de luchtvaartmaatschappijen AeroStan, FlySky Airlines, Heli Sky, KAP.KG Aircompany en Valor Air op te nemen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(37)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Kirgizië gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

Luchtvaartmaatschappijen uit Moldavië

(38)

Krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2019/618 (10) van de Commissie zijn in april 2019 alle luchtvaartmaatschappijen uit Moldavië opgenomen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006, met uitzondering van Air Moldova, Fly One en Aerotranscargo.

(39)

Bij schrijven van 2 maart 2021 heeft de burgerluchtvaartautoriteit van Moldavië (CAAM) informatie verstrekt en een uitgebreide update gegeven van het corrigerende actieplan om de opmerkingen en aanbevelingen aan te pakken die voortvloeien uit het beoordelingsbezoek dat de Unie in februari 2019 aan Moldavië heeft gebracht.

(40)

Na de ontvangen informatie en documentatie te hebben bestudeerd, is de Commissie van mening dat de toelichting bij het corrigerende actieplan goed gestructureerd en toereikend is.

(41)

Op 25 maart 2021 heeft, op verzoek van Moldavië en als onderdeel van de permanente monitoringactiviteiten, een technische vergadering plaatsgevonden tussen de Commissie, het Agentschap, lidstaten en vertegenwoordigers van de CAAM, tijdens dewelke de CAAM een uitvoerig overzicht heeft gegeven van haar organisatie en functies, met inbegrip van de basisbeginselen voor het uitoefenen van veiligheidstoezicht. Voorts heeft de CAAM een geactualiseerd overzicht gegeven van de ontwikkelingen en de voortgang bij de uitvoering van haar corrigerend actieplan om gevolg te geven aan de opmerkingen en aanbevelingen naar aanleiding van het beoordelingsbezoek van de Unie ter plaatse in februari 2019. De CAAM verklaarde dat de overgrote meerderheid van de opmerkingen in het corrigerend actieplan waren gesloten, en dat er nog slechts vier opmerkingen openstonden.

(42)

Tijdens die vergadering heeft de CAAM de Commissie ervan in kennis gesteld dat alle Moldavische luchtvaartmaatschappijen opnieuw zijn gecertificeerd overeenkomstig de nieuwe operationele regelgeving, waarbij Verordening (EU) nr. 965/2012 (11) is omgezet in Moldavische wetgeving. Op dit ogenblik zijn er 11 AOC-houders in Moldavië. De meerderheid van de acht AOC-houders die niet over een TCO-vergunning beschikken, voeren vluchten uit vanaf bases buiten Moldavië. Volgens de CAAM wordt het toezicht op deze buitenbases uitgevoerd overeenkomstig de internationale veiligheidsnormen.

(43)

De CAAM heeft de Commissie voorts ook meegedeeld dat een nieuwe luchtvaartmaatschappij, HiSky (AOC nr. MD 025), is gecertificeerd. Aangezien de CAAM niet heeft aangetoond over voldoende capaciteit te beschikken om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven, garandeert de afgifte van een AOC aan deze nieuwe luchtvaartmaatschappij niet dat zij de internationale veiligheidsnormen voldoende naleeft.

(44)

Op basis van de informatie die op dit ogenblik beschikbaar is, lijkt de CAAM aanzienlijke inspanningen te hebben geleverd om de internationale veiligheidsnormen toe te passen. Momenteel is er echter onvoldoende bewijs om de opheffing van de operationele beperkingen voor luchtvaartmaatschappijen uit Moldavië te rechtvaardigen De verstrekte informatie over de verbeteringen moet verder worden geverifieerd tijdens een beoordelingsbezoek van de Unie aan Moldavië.

(45)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, is de Commissie van oordeel dat de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie moet worden gewijzigd met betrekking tot luchtvaartmaatschappijen uit Moldavië, teneinde de luchtvaartmaatschappij HiSky op te nemen in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(46)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Moldavië gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(47)

Als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat de niet-naleving van internationale veiligheidsnormen veiligheidsrisico’s dreigt te veroorzaken, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere maatregelen te nemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Pakistan

(48)

Pakistan International Airlines is in maart 2007 opgenomen in bijlage B bij Verordening (EG) nr. 474/2006, bij verordening (EG) nr. 235/2007 (12) van de Commissie, en in november 2007 opnieuw uit die bijlage geschrapt, bij Verordening (EG) nr. 1400/2007 (13) van de Commissie.

(49)

Op 24 juni 2020 bleek uit een verklaring van de Pakistaanse federale minister van Luchtvaart dat een groot aantal van de door de Pakistaanse burgerluchtvaartautoriteit (PCAA) afgegeven vergunningen op frauduleuze wijze werd verkregen.

(50)

Dit feit, en het duidelijke gebrek aan effectief veiligheidstoezicht door de PCAA, hebben het Agentschap doen besluiten de TCO-vergunningen van Pakistan International Airlines en Vision Air met ingang van 1 juli 2020 op te schorten.

(51)

Op 1 juli 2020 heeft de Commissie op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 473/2006 overleg met de PCAA opgestart en de PCAA verzocht informatie te verstrekken over haar antwoord op de verklaring van de federale minister. De Commissie heeft met name om informatie verzocht over het toezicht op door Pakistan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen, met inbegrip van hun veiligheidsbeheersystemen, en gevraagd aan te tonen dat soortgelijke situaties niet eveneens voorkomen in andere sectoren die onder veiligheidstoezicht van de PCAA staan, zoals de certificering van cabinepersoneel, de afgifte van vergunningen aan onderhoudsingenieurs of de certificering van luchtvaartmaatschappijen.

(52)

In 2020 heeft de Commissie twee technische vergaderingen met de PCAA georganiseerd, op 9 juli en 25 september.

(53)

Ter voorbereiding van de vergadering van het EU-comité inzake veiligheid van de luchtvaart in mei 2021 en gezien de procedurele eisen van het Agentschap met betrekking tot de opschorting van de TCO-vergunning van Pakistan International Airlines en Vision Air, heeft de Commissie op 15 en 16 maart 2021 een technische vergadering georganiseerd zodat de Commissie en het Agentschap hun respectieve verplichtingen konden coördineren. Deze vergaderingen werden bijgewoond door vertegenwoordigers van de lidstaten.

(54)

Tijdens die vergaderingen zijn diverse kwesties besproken, met name personeelsvergunningen, vluchtuitvoeringen, luchtwaardigheid, melding van voorvallen, en het antwoord van de PCAA op de veiligheidsaanbevelingen en de follow-up daarvan.

(55)

De PCAA heeft relevante bewijzen en informatie verstrekt die door de Commissie en deskundigen van het Agentschap zijn beoordeeld. Zij concludeerden dat de PCAA over voldoende bekwaam en deskundig personeel beschikt, maar hebben ook enkele organisatorische problemen vastgesteld, zoals tekortkomingen in het kwaliteitsbeheer van de gedocumenteerde procedures, gebrek aan richtsnoeren voor de inspecteurs, een kwalificatieproces voor bewijzen van bevoegdheid als piloot dat niet aan de voorschriften voldoet, weinig of geen tracering van corrigerende maatregelen als gevolg van bevindingen, en een gebrek aan capaciteit voor het analyseren van de onderliggende oorzaken.

(56)

De PCAA kon ook niet aantonen dat Pakistan de ICAO in kennis heeft gesteld van zijn aanzienlijke afwijkingen van de toepasselijke internationale veiligheidsnormen van ICAO-bijlage 1, zoals vermeld in het deel “Personeelsvergunningen”

(57)

Op basis van de beoordeling van de beschikbare bewijzen en informatie erkent de Commissie dat de PCAA inspanningen heeft geleverd om corrigerende maatregelen te nemen om de vastgestelde veiligheidstekortkomingen aan te pakken. De Commissie moet de situatie in Pakistan echter blijven monitoren, onder meer via een beoordelingsbezoek van de Unie aan Pakistan.

(58)

Overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 oordeelt de Commissie dat er geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit Pakistan op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(59)

De lidstaten moeten blijven controleren of de in Pakistan gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen de relevante internationale veiligheidsnormen naleven door bij platforminspecties prioriteit te geven aan al deze luchtvaartmaatschappijen, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(60)

Als uit relevante veiligheidsinformatie blijkt dat de niet-naleving van internationale veiligheidsnormen veiligheidsrisico’s dreigt te veroorzaken, kan de Commissie genoodzaakt zijn verdere maatregelen te nemen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2111/2005.

Luchtvaartmaatschappijen uit Rusland

(61)

De Commissie, het Agentschap en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn nauwlettend blijven toezien op de veiligheidsprestaties van luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn in Rusland en vluchten uitvoeren in de Unie, onder meer door bij het uitvoeren van platforminspecties krachtens Verordening (EU) nr. 965/2012 prioriteit te geven aan bepaalde Russische luchtvaartmaatschappijen.

(62)

Op 14 april 2021 hebben vertegenwoordigers van de Commissie, het Agentschap en de lidstaten een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van het Russische Federale agentschap voor vervoer (FATA) om de veiligheidsprestaties van in Rusland gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen te bespreken op basis van verslagen van platforminspecties die zijn uitgevoerd in de periode van 15 oktober 2020 tot en met 14 april 2021, en om na te gaan in welke gevallen de toezichtsactiviteiten van FATA moeten worden versterkt.

(63)

De evaluatie van de SAFA-platforminspecties van in Rusland gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen heeft geen significante of terugkerende veiligheidstekortkomingen aan het licht gebracht.

(64)

Op basis van de beschikbare informatie, met inbegrip van de informatie die FATA tijdens de vergadering van 14 april 2021 heeft verstrekt, is de Commissie van oordeel dat FATA op dit ogenblik voldoende in staat en bereid is om eventuele veiligheidstekortkomingen aan te pakken wanneer deze worden vastgesteld. Om die redenen werd het niet nodig geacht de Russische luchtvaartautoriteiten of in Rusland gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen voor het comité inzake veiligheid van de luchtvaart te laten verschijnen.

(65)

Daarom oordeelt de Commissie, overeenkomstig de gemeenschappelijke criteria die zijn vastgesteld in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2111/2005, dat er op dit ogenblik geen redenen zijn om luchtvaartmaatschappijen uit Rusland op te nemen in de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Unie.

(66)

De lidstaten moeten echter blijven nagaan of de luchtvaartmaatschappijen uit Rusland voldoen aan de relevante internationale veiligheidsnormen door platforminspecties uit te voeren overeenkomstig Verordening (EU) nr. 965/2012.

(67)

Als uit deze inspecties blijkt dat de niet-naleving van de internationale veiligheidsnormen veiligheidsrisico’s dreigt te veroorzaken, kan de Commissie een exploitatieverbod opleggen aan de desbetreffende in Rusland gecertificeerde luchtvaartmaatschappijen en deze opnemen in bijlage A of B bij Verordening (EG) nr. 474/2006.

(68)

Verordening (EG) nr. 474/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(69)

In de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 2111/2005 wordt erkend dat besluiten snel en, indien passend, met hoogdringendheid moeten worden genomen, gelet op de gevolgen voor de veiligheid. Om gevoelige informatie en de reizigers te beschermen is het dan ook van essentieel belang dat alle beslissingen in het kader van de actualisering van de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie, worden bekendgemaakt en onmiddellijk na de vaststelling ervan in werking treden.

(70)

De maatregelen waarin deze verordening voorziet, zijn in overeenstemming met het advies van het bij Verordening (EG) nr. 2111/2005 ingestelde comité inzake veiligheid van de luchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 474/2006 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

Bijlage A wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening;

(2)

Bijlage B wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 juni 2021.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Adina VĂLEAN

Lid van de Commissie


(1)   PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15.

(2)  Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14).

(3)  Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 84 van 23.3.2006, blz. 8).

(4)  Verordening (EU) nr. 452/2014 van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering door exploitanten uit derde landen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 12).

(5)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1).

(6)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/736 van de Commissie van 2 juni 2020 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 wat betreft de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie (PB L 172 van 3.6.2020, blz. 7).

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/871 van de Commissie van 14 juni 2018 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 met betrekking tot de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie (PB L 152 van 15.6.2018, blz. 5).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2214 van de Commissie van 8 december 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 met betrekking tot de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie (PB L 334 van 9.12.2016, blz. 6).

(9)  Verordening (EG) nr. 1543/2006 van de Commissie van 12 oktober 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 910/2006 (PB L 283 van 14.10.2006, blz. 27).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/618 van de Commissie van 15 april 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 wat betreft de lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod of exploitatiebeperkingen zijn opgelegd in de Unie (PB L 106 van 17.4.2019, blz. 1).

(11)  Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 296 van 25.10.2012, blz. 1).

(12)  Verordening (EG) nr. 235/2007 van de Commissie van 5 maart 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 66 van 6.3.2007, blz. 3).

(13)  Verordening (EU) nr. 1400/2007 van de Commissie van 28 november 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 311 van 29.11.2007, blz. 12).


BIJLAGE I

“BIJLAGE A

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EEN VERBOD IS OPGELEGD OM VLUCHTEN UIT TE VOEREN IN DE UNIE, MET UITZONDERINGEN  (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaatschappij, zoals vermeld op het AOC (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC) of van de exploitatievergunning

Drieletterige aanduiding van de ICAO

Land van de exploitant

AVIOR AIRLINES

ROI-RNR-011

ROI

Venezuela

BLUE WING AIRLINES

SRBWA-01/2002

BWI

Suriname

IRAN ASEMAN AIRLINES

FS-102

IRC

Iran

IRAQI AIRWAYS

001

IAW

Irak

MED-VIEW AIRLINE

MVA/AOC/10-12/05

MEV

Nigeria

AIR ZIMBABWE (PVT)

177/04

AZW

Zimbabwe

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Afghanistan welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Afghanistan

ARIANA AFGHAN AIRLINES

AOC 009

AFG

Afghanistan

KAM AIR

AOC 001

KMF

Afghanistan

Alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn door de autoriteiten van Angola die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van TAAG Angola Airlines en Heli Malongo, maar inclusief

 

 

Angola

AEROJET

AO-008/11-07/17 TEJ

TEJ

Angola

GUICANGO

AO-009/11-06/17 YYY

Onbekend

Angola

AIR JET

AO-006/11-08/18 MBC

MBC

Angola

BESTFLYA AIRCRAFT MANAGEMENT

AO-015/15-06/17YYY

Onbekend

Angola

HELIANG

AO 007/11-08/18 YYY

Onbekend

Angola

SJL

AO-014/13-08/18YYY

Onbekend

Angola

SONAIR

AO-002/11-08/17 SOR

SOR

Angola

Alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn door de autoriteiten van Armenië die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Armenië

AIRCOMPANY ARMENIA

AM AOC 065

NGT

Armenië

ARMENIA AIRWAYS

AM AOC 063

AMW

Armenië

ARMENIAN HELICOPTERS

AM AOC 067

KAV

Armenië

ATLANTIS ARMENIAN AIRLINES

AM AOC 068

AEU

Armenië

FLY ARMENIA AIRWAYS

AM AOC 070

FBB

Armenië

NOVAIR

AM AOC 071

NAI

Armenië

SHIRAK AVIA

AM AOC 072

SHS

Armenië

SKYBALL

AM AOC 073

Niet van toepassing

Armenië

Alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn door de autoriteiten van Congo (Brazzaville) die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Congo (Brazzaville)

CANADIAN AIRWAYS CONGO

CG-CTA 006

TWC

Congo (Brazzaville)

EQUAFLIGHT SERVICES

CG-CTA 002

EKA

Congo (Brazzaville)

EQUAJET

RAC06-007

EKJ

Congo (Brazzaville)

TRANS AIR CONGO

CG-CTA 001

TSG

Congo (Brazzaville)

SOCIETE NOUVELLE AIR CONGO

CG-CTA 004

Onbekend

Congo (Brazzaville)

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo (DRC) welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Democratische Republiek Congo (DRC)

AIR FAST CONGO

AAC/DG/OPS-09/03

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

AIR KATANGA

AAC/DG/OPS-09/08

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

BUSY BEE CONGO

AAC/DG/OPS-09/04

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

COMPAGNIE AFRICAINE D’AVIATION (CAA)

AAC/DG/OPS-09/02

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

CONGO AIRWAYS

AAC/DG/OPS-09/01

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

KIN AVIA

AAC/DG/OPS-09/10

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

MALU AVIATION

AAC/DG/OPS-09/05

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

SERVE AIR CARGO

AAC/DG/OPS-09/07

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

SWALA AVIATION

AAC/DG/OPS-09/06

Onbekend

Democratische Republiek Congo (DRC)

MWANT JET

AAC/DG/OPS-09/09

Onbekend

Democratische Republiek Congo

(DRC)

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Djibouti welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Djibouti

DAALLO AIRLINES

Onbekend

DAO

Djibouti

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Equatoriaal Guinea welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Equatoriaal-Guinea

CEIBA INTERCONTINENTAL

2011/0001/MTTCT/DGAC/SOPS

CEL

Equatoriaal-Guinea

CRONOS AIRLINES

2011/0004/MTTCT/DGAC/SOPS

Onbekend

Equatoriaal-Guinea

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Eritrea welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Eritrea

ERITREAN AIRLINES

AOC Nr. 004

ERT

Eritrea

NASAIR ERITREA

AOC Nr. 005

NAS

Eritrea

Alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn door de autoriteiten van Kirgizië die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Kirgizië

AEROSTAN

08

BSC

Kirgizië

AIR COMPANY AIR KG

50

Onbekend

Kirgizië

AIR MANAS

17

MBB

Kirgizië

AVIA TRAFFIC COMPANY

23

AVJ

Kirgizië

FLYSKY AIRLINES

53

FSQ

Kirgizië

HELI SKY

47

HAC

Kirgizië

KAP.KG AIRCOMPANY

52

KGS

Kirgizië

SKY KG AIRLINES

41

KGK

Kirgizië

TEZ JET

46

TEZ

Kirgizië

VALOR AIR

07

VAC

Kirgizië

Alle luchtvaartmaatschappijen die zijn gecertificeerd door de autoriteiten van Liberia die verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van de regelgeving

 

 

Liberia

Alle luchtvaartmaatschappijen die zijn gecertificeerd door de autoriteiten van Libië die verantwoordelijk zijn voor de controle op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Libië

AFRIQIYAH AIRWAYS

007/01

AAW

Libië

AIR LIBYA

004/01

TLR

Libië

AL MAHA AVIATION

030/18

Onbekend

Libië

BURAQ AIR

002/01

BRQ

Libië

GLOBAL AVIATION AND SERVICES

008/05

GAK

Libië

LIBYAN AIRLINES

001/01

LAA

Libië

LIBYAN WINGS AIRLINES

029/15

LWA

Libië

PETRO AIR

025/08

PEO

Libië

Alle luchtvaartmaatschappijen die gecertificeerd zijn door de autoriteiten van Moldavië die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, met uitzondering van Air Moldova, Fly One en Aerotranscargo, maar inclusief

 

 

Moldavië

Î.M “VALAN ICC” SRL

MD009

VLN

Moldavië

CA “AIM AIR” SRL

MD015

AAM

Moldavië

CA “AIR STORK” SRL

MD018

MSB

Moldavië

CA“HISKY” SRL

MD025

HYM

Moldavië

Î M “MEGAVIATION” SRL

MD019

ARM

Moldavië

CA “PECOTOX-AIR” SRL

MD020

PXA

Moldavië

CA “TERRA AVIA” SRL

MD022

TVR

Moldavië

CA “FLY PRO” SRL

MD023

PVV

Moldavië

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Nepal welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Nepal

AIR DYNASTY HELI. S.

035/2001

Onbekend

Nepal

ALTITUDE AIR

085/2016

Onbekend

Nepal

BUDDHA AIR

014/1996

BHA

Nepal

FISHTAIL AIR

017/2001

Onbekend

Nepal

SUMMIT AIR

064/2010

Onbekend

Nepal

HELI EVEREST

086/2016

Onbekend

Nepal

HIMALAYA AIRLINES

084/2015

HIM

Nepal

KAILASH HELICOPTER SERVICES

087/2018

Onbekend

Nepal

MAKALU AIR

057A/2009

Onbekend

Nepal

MANANG AIR PVT

082/2014

Onbekend

Nepal

MOUNTAIN HELICOPTERS

055/2009

Onbekend

Nepal

PRABHU HELICOPTERS

081/2013

Onbekend

Nepal

NEPAL AIRLINES CORPORATION

003/2000

RNA

Nepal

SAURYA AIRLINES

083/2014

Onbekend

Nepal

SHREE AIRLINES

030/2002

SHA

Nepal

SIMRIK AIR

034/2000

Onbekend

Nepal

SIMRIK AIRLINES

052/2009

RMK

Nepal

SITA AIR

033/2000

Onbekend

Nepal

TARA AIR

053/2009

Onbekend

Nepal

YETI AIRLINES

037/2004

NYT

Nepal

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sao Tomé en Principe welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Sao Tomé en Principe

AFRICA’S CONNECTION

10/AOC/2008

ACH

Sao Tomé en Principe

STP AIRWAYS

03/AOC/2006

STP

Sao Tomé en Principe

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sierra Leone die verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Sierra Leone

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sudan welke verantwoordelijk zijn voor toezicht op de naleving van de regelgeving, inclusief

 

 

Sudan

ALFA AIRLINES SD

54

AAJ

Sudan

BADR AIRLINES

35

BDR

Sudan

BLUE BIRD AVIATION

11

BLB

Sudan

ELDINDER AVIATION

8

DND

Sudan

GREEN FLAG AVIATION

17

GNF

Sudan

HELEJETIC AIR

57

HJT

Sudan

KATA AIR TRANSPORT

9

KTV

Sudan

KUSH AVIATION CO.

60

KUH

Sudan

NOVA AIRWAYS

46

NOV

Sudan

SUDAN AIRWAYS CO.

1

SUD

Sudan

SUN AIR

51

SNR

Sudan

TARCO AIR

56

TRQ

Sudan


(1)  De in bijlage A vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door luchtvaartuigen met bemanning te huren (“wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, voor zover de geldende veiligheidsvoorschriften worden nageleefd.


BIJLAGE II

“BIJLAGE B

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EXPLOITATIEBEPERKINGEN ZIJN OPGELEGD IN DE UNIE  (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaat-schappij, zoals vermeld op het AOC (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC)

Drieletterige aanduiding van de ICAO

Land van de exploitant

Type lucht-vaartuig waaraan beperkingen worden opgelegd

Registratie-merkteken(s) en, voor zover beschikbaar, constructie-serie-nummer(s) van lucht-vaartuigen waaraan beperkingen zijn opgelegd

Staat van registratie

AIR SERVICE COMORES

06-819/TA-15/DGACM

KMD

Comoren

De volledige vloot, met uitzondering van: LET 410 UVP.

De volledige vloot, met uitzondering van: D6-CAM (851336).

Comoren

IRAN AIR

FS100

IRA

Iran

Alle luchtvaartuigen van het type Fokker F100 en het type Boeing B747

Luchtvaartuigen van het type Fokker F100, als vermeld op het AOC; luchtvaartuigen van het type Boeing B747, als vermeld op het AOC

Iran

AIR KORYO

GAC-AOC/KOR-01

KOR

Noord-Korea

De volledige vloot, met uitzondering van: 2 luchtvaartuigen van het type TU-204.

De volledige vloot, met uitzondering van: P-632, P-633.

Noord-Korea


(1)  De in bijlage B vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door luchtvaartuigen met bemanning te huren (“wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, voor zover de geldende veiligheidsvoorschriften worden nageleefd.“


RICHTLIJNEN

2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/37


GEDELEGEERDE RICHTLIJN (EU) 2021/884 VAN DE COMMISSIE

van 8 maart 2021

tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, van bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de geldigheidsperiode van een vrijstelling voor het gebruik van kwik in systemen voor intravasculaire echografie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (1), en met name artikel 5, lid 1, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2011/65/EU zijn de lidstaten verplicht ervoor te zorgen dat elektrische en elektronische apparatuur die in de handel wordt gebracht, geen van de in bijlage II bij die richtlijn opgenomen gevaarlijke stoffen bevat. Die beperking geldt niet voor bepaalde vrijgestelde toepassingen die specifiek zijn voor medische hulpmiddelen en meet- en regelapparatuur en die zijn opgenomen in bijlage IV bij die richtlijn.

(2)

De categorieën elektrische en elektronische apparatuur waarop Richtlijn 2011/65/EU van toepassing is, zijn opgenomen in de lijst in bijlage I bij die richtlijn.

(3)

Kwik is opgenomen in de lijst in bijlage II bij Richtlijn 2011/65/EU als stof waarvoor beperkingen gelden.

(4)

Bij Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2015/574 (2) heeft de Commissie een vrijstelling verleend voor het gebruik van kwik in systemen voor intravasculaire echografie (hierna “de vrijstelling” genoemd), door die toepassing op te nemen in bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU. De vrijstelling zou overeenkomstig artikel 5, lid 2, derde alinea, van die richtlijn op 30 juni 2019 vervallen.

(5)

Op 6 oktober 2017 heeft de Commissie een aanvraag om verlenging van de vrijstelling (“het verlengingsverzoek”) ontvangen, dat wil zeggen binnen de in artikel 5, lid 5, van Richtlijn 2011/65/EU vastgestelde termijn. Overeenkomstig die bepaling blijft de vrijstelling geldig tot een besluit over het verlengingsverzoek is vastgesteld.

(6)

Bij de beoordeling van het verlengingsverzoek zijn belanghebbenden geraadpleegd overeenkomstig artikel 5, lid 7, van Richtlijn 2011/65/EU. De tijdens deze raadplegingen ontvangen opmerkingen zijn openbaar gemaakt op een daarvoor opgezette website.

(7)

Kwik wordt gebruikt in roterende elektrische verbindingen van systemen voor intravasculaire echografie die het elektrische geleidingspad vormen tussen de roterende transducent en de niet-bewegende elektronische apparatuur. Het gebruik van kwik maakt onder meer een hogere frequentie mogelijk, waardoor een hogere resolutie kan worden verkregen ten voordele van patiënten.

(8)

Door het gebrek aan vervangende stoffen is het momenteel wetenschappelijk en technisch niet haalbaar om kwik in de desbetreffende toepassingen te vervangen of te verwijderen. De vrijstelling is in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (3) en zwakt de door die verordening geboden milieu- en gezondheidsbescherming derhalve niet af.

(9)

Het is derhalve passend de verlenging van de vrijstelling te verlenen.

(10)

De vrijstelling moet worden verlengd voor de maximale duur van zeven jaar tot en met 30 juni 2026, overeenkomstig artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2011/65/EU. Gezien de resultaten van de lopende inspanningen om een betrouwbare vervangende stof te vinden, is het onwaarschijnlijk dat de duur van de vrijstelling negatieve gevolgen voor de innovatie zal hebben.

(11)

Richtlijn 2011/65/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.

Artikel 2

1.   De lidstaten moeten uiterlijk op 30 juni 2022 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vaststellen en bekendmaken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 1 juli 2022.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 maart 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88.

(2)  Gedelegeerde Richtlijn (EU) 2015/574 van de Commissie van 30 januari 2015 tot wijziging, met het oog op aanpassing aan de technische vooruitgang, van bijlage IV bij Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een vrijstelling voor kwik in systemen voor intravasculaire echografie (PB L 94 van 10.4.2015, blz. 6).

(3)  Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE

In bijlage IV, vermelding 42, bij Richtlijn 2011/65/EU wordt de tweede alinea vervangen door:

“Vervalt op 30 juni 2026.”.


BESLUITEN

2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/40


BESLUIT (EU) 2021/885 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 mei 2021

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor bijstand aan Griekenland en Frankrijk in verband met natuurrampen en aan Albanië, België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Montenegro, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Tsjechië naar aanleiding van een volksgezondheidscrisis

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (1), en met name artikel 4, lid 3,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (2), en met name punt 10,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (hierna “het fonds” genoemd) heeft tot doel de Unie in staat te stellen snel, efficiënt en soepel op noodsituaties te reageren in solidariteit met de bevolking van regio’s die zijn getroffen door grote of regionale natuurrampen of een grote volksgezondheidscrisis.

(2)

Het fonds mag de in artikel 9 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (3) vastgestelde plafonds niet overschrijden. Overeenkomstig artikel 9, leden 2 en 4, van die verordening bedraagt het maximumbedrag dat het fonds uit de toewijzing voor 2021 tot 1 september 2021 beschikbaar kan stellen 477 543 750 EUR. Overeenkomstig artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2012/2002 is het bedrag van 50 000 000 EUR (in vastleggingen en betalingen) voor de betaling van voorschotten, reeds in de algemene begroting voor het begrotingsjaar 2021 opgenomen. Bovendien was een bedrag van 47 981 598 EUR van de toewijzing voor 2020 aan het eind van dat jaar niet gebruikt, welk bedrag is overgedragen naar 2021. Het maximumbedrag uit het SFEU dat op dit moment in 2021 beschikbaar is, is derhalve 525 525 348 EUR, hetgeen voldoende is om de behoeften te dekken conform dit besluit.

(3)

Op 29 oktober 2020 heeft Griekenland een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend naar aanleiding van de overstromingen in Sterea Ellada in augustus 2020.

(4)

Op 9 december 2020 heeft Griekenland een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend naar aanleiding van de schade die in september 2020 is veroorzaakt door de cycloon Ianos, die de regio’s Ionia Nisia, Sterea Ellada, Dytiki Ellada, Thessalië en Peloponnesos heeft getroffen.

(5)

Op 22 januari 2021 heeft Griekenland een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend naar aanleiding van de aardbeving in oktober 2020 die de eilanden Samos, Ikaria en Chios heeft getroffen.

(6)

Op 21 december 2020 heeft Frankrijk een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend naar aanleiding van de door de storm Alex in de regio Provence-Alpes-Côtes d’Azur in oktober 2020 veroorzaakte schade.

(7)

Op 24 juni 2020 hebben Albanië, België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Montenegro, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Tsjechië een aanvraag tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds ingediend in verband met de grote volksgezondheidscrisis als gevolg van de COVID-19-pandemie begin 2020.

(8)

De aanvragen van die staten voldoen aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage uit het fonds, zoals bepaald in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2012/2002.

(9)

Er moeten derhalve middelen uit het fonds beschikbaar worden gesteld voor een financiële bijdrage aan Griekenland en Frankrijk in verband met de natuurrampen, en aan Albanië, België, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Montenegro, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Servië, Spanje en Tsjechië in verband met de grote volksgezondheidscrisis.

(10)

Aangezien in het geval van Kroatië het reeds betaalde voorschot hoger is dan het definitieve steunbedrag hoeft geen extra bedrag beschikbaar te worden gesteld en zal het ten onrechte betaalde voorschot worden teruggevorderd overeenkomstig artikel 4 bis van Verordening (EG) nr. 2012/2002.

(11)

Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het fonds beschikbaar te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Binnen de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 worden uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie de volgende vastleggings- en betalingskredieten in verband met natuurrampen ter beschikking gesteld:

a)

een bedrag van 3 300 100 EUR wordt aan Griekenland verstrekt in verband met de overstromingen in Sterea Ellada, waaronder een bedrag van 330 010 EUR als voorschot;

b)

een bedrag van 21 588 519 EUR wordt aan Griekenland verstrekt in verband met de cycloon Ianos, waaronder een bedrag van 2 158 852 EUR als voorschot;

c)

een bedrag van 2 531 301 EUR wordt aan Griekenland verstrekt in verband met de aardbeving op de eilanden Samos, Chios en Ikaria, waaronder een bedrag van 253 131 EUR als voorschot;

d)

een bedrag van 59 325 000 EUR wordt aan Frankrijk verstrekt in verband met de storm Alex, waaronder een bedrag van 5 932 500 EUR als voorschot.

Artikel 2

In het kader van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 worden uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie de volgende vastleggings- en betalingskredieten in verband met een grote volksgezondheidscrisis beschikbaar gesteld:

a)

een bedrag van 905 271 EUR voor Albanië;

b)

een bedrag van 31 755 580 EUR voor Oostenrijk;

c)

een bedrag van 37 298 777 EUR voor België;

d)

een bedrag van 17 373 205 EUR voor Tsjechië;

e)

een bedrag van 3 588 755 EUR voor Estland;

f)

een bedrag van 91 365 053 EUR voor Frankrijk;

g)

een bedrag van 13 648 386 EUR voor Duitsland;

h)

een bedrag van 3 994 022 EUR voor Griekenland;

i)

een bedrag van 13 136 857 EUR voor Hongarije;

j)

een bedrag van 20 480 330 EUR voor Ierland;

k)

een bedrag van 76 271 930 EUR voor Italië;

l)

een bedrag van 1 177 677 EUR voor Letland;

m)

een bedrag van 2 828 291 EUR voor Litouwen;

n)

een bedrag van 2 857 025 EUR voor Luxemburg;

o)

een bedrag van 199 505 EUR voor Montenegro;

p)

een bedrag van 18 039 670 EUR voor Portugal;

q)

een bedrag van 13 926 870 EUR voor Roemenië;

r)

een bedrag van 11 968 276 EUR voor Servië;

s)

een bedrag van 36 639 441 EUR voor Spanje.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing met ingang van 20 mei 2021.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2021.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)   PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

(2)   PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28.

(3)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).


2.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 194/43


BESLUIT (EU) 2021/886 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 20 mei 2021

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering naar aanleiding van een aanvraag van Estland — EGF/2020/002 EE/Estonia Tourism

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (1), en met name artikel 15, lid 4,

Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (2), en met name punt 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) heeft tot doel steun te verlenen aan werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen op de arbeidsmarkt terug te keren.

(2)

Zoals vastgesteld in artikel 8, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (3) mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 186 miljoen EUR (prijzen van 2018) niet overschrijden.

(3)

Op 12 november 2020 heeft Estland een aanvraag ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van de gedwongen ontslagen en beëindigingen van werkzaamheden (hierna “ontslagen” genoemd) in de toeristische sector in Estland, die de volgende economische sectoren van de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Unie (“NACE”) Rev. 2 omvat: afdeling 45 (Groot- en detailhandel in en reparatie van auto’s en motorfietsen), 49 (Vervoer te land en vervoer via pijpleidingen), 50 (Vervoer over water), 51 (Luchtvaart), 52 (Opslag en vervoerondersteunende activiteiten), 55 (Verschaffen van accommodatie), 56 (Eet- en drinkgelegenheden), 74 (Overige vrije beroepen en overige wetenschappelijke en technische activiteiten), 77 (Verhuur en lease), 79 (Reisbureaus, reisorganisatoren, reserveringsbureaus en aanverwante activiteiten), 90 (Creatieve activiteiten, kunst en amusement), 91 (Bibliotheken, archieven, musea en overige culturele activiteiten), 92 (Loterijen en kansspelen) en 93 (Sport, ontspanning en recreatie). De Republiek Estland is een regio van niveau 2 in de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (4). Overeenkomstig artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 zijn bij de aanvraag aanvullende gegevens verstrekt. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013 voor de bepaling van een financiële bijdrage uit het EFG.

(4)

Aangezien de ontslagen ernstige gevolgen hebben voor de werkgelegenheid en de nationale economie, wordt de aanvraag van Estland overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1309/2013 als ontvankelijk beschouwd.

(5)

Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 4 474 480 EUR te leveren naar aanleiding van de aanvraag van Estland.

(6)

Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2021 wordt een bedrag van 4 474 480 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Het is van toepassing vanaf 20 mei 2021.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2021.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

(2)   PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 29.

(3)  Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11).

(4)  Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34).