ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 192

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
1 juni 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Verklaring van de Unie over de Chagoseilanden/Brits Indische Oceaanterritorium

1

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/875 van de Commissie van 25 mei 2021 tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Sõir (BGA))

2

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/876 van de Commissie van 31 mei 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1907/2006 wat betreft de autorisatieaanvragen en herbeoordelingsverslagen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen en bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen en complexe producten, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 340/2008 ( 1 )

3

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2021/877 van de Raad van 26 mei 2021 tot benoeming van een lid en een plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

11

 

*

Besluit (EU) 2021/878 van de Raad van 26 mei 2021 tot benoeming van een lid van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Bondsrepubliek Duitsland

13

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/879 van de Raad van 27 mei 2021 betreffende de benoeming van de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

14

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/1


Verklaring van de Unie over de Chagoseilanden/Brits Indische Oceaanterritorium

De Europese Unie verklaart dat de verwijzing naar het Brits Indische Oceaanterritorium in artikel 774, lid 4, van de overeenkomst (1) moet worden uitgelegd en uitgevoerd met volledige inachtneming van het toepasselijke internationale recht.


(1)   PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10.


VERORDENINGEN

1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/2


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/875 VAN DE COMMISSIE

van 25 mei 2021

tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (“Sõir” (BGA))

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Estland tot registratie van de naam “Sõir” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2).

(2)

Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam “Sõir” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De naam “Sõir” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.

Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.4 (andere producten van dierlijke oorsprong) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2021.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Janusz WOJCIECHOWSKI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.

(2)   PB C 46 van 9.2.2021, blz. 10.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).


1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2021/876 VAN DE COMMISSIE

van 31 mei 2021

tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1907/2006 wat betreft de autorisatieaanvragen en herbeoordelingsverslagen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen en bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen en complexe producten, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 340/2008

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (1), en met name artikel 74, lid 1, en artikel 132,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 56, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vereist een autorisatie voor het in de handel brengen en het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen die zijn opgenomen in bijlage XIV bij die verordening. In bepaalde gevallen betekent het voor de ondernemingen een aanzienlijke administratieve last om aan dat vereiste te voldoen. In haar mededeling van 18 juni 2014 met de titel “Programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit): stand van zaken en vooruitzichten” (2) heeft de Commissie aangekondigd te overwegen de autorisatieprocedure in bepaalde specifieke gevallen te vereenvoudigen. In de mededeling van de Commissie van 5 maart 2018 met de titel “Algemeen verslag van de Commissie over de werking van REACH en evaluatie van bepaalde elementen” (3) is als een van de maatregelen het vereenvoudigen van de aanvragen voor blijvend gebruik van zeer zorgwekkende stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen genoemd.

(2)

In de mededeling van de Commissie van 2 december 2015 met de titel “Maak de cirkel rond — Een EU-actieplan voor de circulaire economie” (4) wordt uiteengezet dat de verlenging van de levensduur van producten door middel van reparatie verspilling helpt te voorkomen. In de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over dat actieplan (5) wordt de Commissie verzocht na te gaan welke initiatieven er op het niveau van de Unie kunnen worden genomen om de levensduur van producten te verlengen, in het bijzonder door de beschikbaarheid van vervangingsonderdelen te bevorderen.

(3)

Om te vermijden dat voorwerpen of complexe producten (6) die na de in bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 vermelde verbodsdata niet langer worden geproduceerd, vroegtijdig in onbruik raken, moeten vervangingsonderdelen alsmede stoffen en mengsels die nodig zijn voor de reparatie van dergelijke voorwerpen of complexe producten verder op de markt worden aangeboden en worden gebruikt. Wanneer voor de vervaardiging van dergelijke voorwerpen of complexe producten een in bijlage XIV bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 opgenomen stof is gebruikt en het vervangingsonderdeel na de verbodsdatum niet kan worden geproduceerd of het product na de verbodsdatum niet kan worden gerepareerd zonder die stof te gebruiken, moeten de voorschriften met betrekking tot de inhoud van de autorisatieaanvraag en het herbeoordelingsverslag van een autorisatie voor dergelijk gebruik worden verduidelijkt teneinde die autorisatieaanvragen te vereenvoudigen.

(4)

Wat de analyse van alternatieven als bedoeld in artikel 62, lid 4, punt e), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 betreft, moet het voor de conclusie dat geschikte alternatieven ontbreken voldoende worden geacht dat een motivering wordt verstrekt waaruit blijkt dat het voorwerp of het complexe product na de verbodsdatum niet langer wordt geproduceerd, dat het voorwerp of het complexe product zonder het vervangingsonderdeel niet op de juiste manier kan functioneren en een dergelijk vervangingsonderdeel zonder de stof niet kan worden geproduceerd, of dat het voorwerp of het complexe product zonder die stof niet kan worden gerepareerd. Aangezien de stof gaandeweg minder gebruikt zal worden bij de productie van dergelijke vervangingsonderdelen of de reparatie van dergelijke voorwerpen of complexe producten, nu die bedoeld is te worden gebruikt voor een product dat niet langer wordt geproduceerd, terwijl de substitutiekosten voor onderzoek en ontwikkeling, tests, kwalificering en industrialisering van mogelijke alternatieven voor dergelijk gebruik waarschijnlijk hoog zullen zijn gezien de verwachte dalende trend, wordt een dergelijke bepaling gerechtvaardigd geacht.

(5)

Zo moet ook de motivering waaruit blijkt dat het voorwerp of het complexe product na de verbodsdatum niet langer wordt geproduceerd, dat het voorwerp of het complexe product zonder het vervangingsonderdeel niet op de juiste manier kan functioneren en een dergelijk vervangingsonderdeel zonder de stof niet kan worden geproduceerd, of dat het voorwerp of het complexe product zonder die stof niet kan worden gerepareerd, voldoende worden geacht om de sociaaleconomische voordelen van het gebruik van de stof in de in artikel 62, lid 5, punt a), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde sociaaleconomische analyse aan te tonen. Het niet beschikbaar zijn van vervangingsonderdelen of de onmogelijkheid om niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten zonder die stof te repareren, zou ertoe leiden dat die voorwerpen of complexe producten vóór het einde van hun levensduur vroegtijdig in onbruik raken en dus vroegtijdig worden verwijderd, hetgeen hoge kosten voor de bedrijven, de consumenten of de samenleving kan veroorzaken. Bovendien zullen het aantal toepassingen en de hoeveelheden van de stof die voor dergelijke vervangingsonderdelen worden gebruikt naar verwachting afnemen, waardoor de gevolgen van de blootstelling aan of de emissie van de gebruikte stof voor de gezondheid van de mens en het milieu kleiner worden. Het is daarom passend dat de aanvrager de inhoud van de in artikel 62, lid 5, punt a), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde sociaaleconomische analyse in beknopte vorm verstrekt. Hiermee wordt niet vooruitgelopen op het onderzoek van het risico van het gebruik van de stof voor de gezondheid van de mens of het milieu en de noodzaak voor de aanvrager om aan te tonen dat de sociaaleconomische voordelen zwaarder wegen dan dat risico.

(6)

De verduidelijking van de inhoud van autorisatieaanvragen voor het gebruik van een stof bij de productie van vervangingsonderdelen voor reparatie of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen en complexe producten moet leiden tot een vermindering van de werklast voor het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het Agentschap”) bij de beoordeling van autorisatieaanvragen in die specifieke gevallen. De voor dergelijke aanvragen geheven vergoedingen moeten in verhouding staan tot de verwachte werklast van het Agentschap in dergelijke gevallen en moeten derhalve worden verlaagd ten opzichte van de vergoeding die voor aanvragen voor andere vormen van gebruik wordt geheven. Om dezelfde redenen moeten de kosten voor de herbeoordeling van de voor dat gebruik verleende autorisaties met hetzelfde percentage worden verlaagd.

(7)

Verordening (EG) nr. 340/2008 van de Commissie (7) moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 133 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De onderhavige verordening strekt tot uitvoering van artikel 61, lid 1, artikel 62, lid 4, punt e), en artikel 62, lid 5, punt a), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 wat betreft de autorisatieaanvragen en herbeoordelingsverslagen voor de volgende vormen van gebruik van een in bijlage XIV bij die verordening opgenomen stof, afzonderlijk of in een mengsel:

a)

de productie van vervangingsonderdelen als voorwerpen of als complexe producten voor de reparatie van voorwerpen of complexe producten waarvan de productie vóór de in bijlage XIV voor die stof vermelde verbodsdatum is stopgezet of zal zijn stopgezet, wanneer die stof werd gebruikt bij de productie van die voorwerpen of complexe producten en deze zonder dat vervangingsonderdeel niet op de juiste manier kunnen functioneren en het vervangingsonderdeel zonder die stof niet kan worden geproduceerd (“productie van originele vervangingsonderdelen”);

b)

de reparatie van voorwerpen of complexe producten waarvan de productie vóór de in bijlage XIV voor die stof vermelde verbodsdatum is stopgezet of zal zijn stopgezet, wanneer die stof werd gebruikt bij de productie van die voorwerpen of complexe producten en deze zonder die stof niet kunnen worden gerepareerd (“reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten”).

Artikel 2

1.   Een autorisatieaanvraag als bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 voor het gebruik van een stof bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten wordt geacht te voldoen aan artikel 62, lid 4, punt e), van die verordening wanneer zij het volgende bevat:

a)

een beschrijving en een analyse van de functie van de stof, en

b)

een motivering waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 1, punt a) of punt b), van de onderhavige verordening, naargelang het geval, is voldaan.

2.   Een autorisatieaanvraag als bedoeld in artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 voor het gebruik van een stof bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten wordt geacht te voldoen aan artikel 62, lid 5, punt a), van die verordening wanneer zij het volgende bevat:

a)

een beknopte beschrijving van de gevolgen voor de gezondheid van de mens of het milieu overeenkomstig de informatie in het chemischeveiligheidsrapport;

b)

een beknopte beschrijving van de sociaaleconomische voordelen van het gebruik waarop de aanvraag betrekking heeft, met inbegrip van een motivering waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van artikel 1, punt a) of punt b), van de onderhavige verordening, naargelang het geval, is voldaan;

c)

een conclusie op basis van een vergelijking van de risico’s en de voordelen van het gebruik van de stof waarop de aanvraag betrekking heeft, zoals beschreven in de punten a) en b) van dit lid.

3.   Wanneer de autorisatieaanvraag wordt ingediend voor het gebruik van een stof bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten, volstaat de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde informatie, samen met eventuele overeenkomstig artikel 64, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingediende bijdragen van derden over mogelijke alternatieven, voor de beoordeling van de sociaaleconomische factoren en de geschiktheid van de alternatieven in verband met het gebruik van de stof.

4.   De leden 1, 2 en 3 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op overeenkomstig artikel 61, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 ingediende herbeoordelingsverslagen betreffende een autorisatie die is verleend voor het gebruik van een stof bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten.

5.   Uiterlijk op 5 juli 2021 publiceert het Europees Agentschap voor chemische stoffen (“het Agentschap”) specifieke formaten voor de analyse van alternatieven en voor de sociaaleconomische analyse die moeten worden gebruikt in autorisatieaanvragen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten, alsook in herbeoordelingsverslagen betreffende een voor dergelijke vormen van gebruik verleende autorisatie, die overeenkomstig de onderhavige verordening worden ingediend en waarin de in de leden 1 en 2 bedoelde elementen zijn opgenomen.

Artikel 3

Verordening (EG) nr. 340/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 8, lid 2, wordt na de vierde alinea de volgende alinea toegevoegd:

“Het Agentschap brengt een lagere vergoeding in rekening, zoals bepaald in bijlage VI, punt 2, bij deze verordening, voor autorisatieaanvragen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen voor de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als omschreven in artikel 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/876 van de Commissie (*1) en bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als omschreven in artikel 1, punt b), van die verordening, die overeenkomstig die uitvoeringsverordening worden ingediend.

(*1)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/876 van de Commissie van 31 mei 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1907/2006 wat betreft de autorisatieaanvragen en herbeoordelingsverslagen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen en bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen en complexe producten, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 340/2008 (PB 192).”."

2)

In artikel 9, lid 2, wordt na de vierde alinea de volgende alinea ingevoegd:

“Het Agentschap brengt een lagere vergoeding in rekening, zoals bepaald in bijlage VII, punt 2, bij deze verordening, voor autorisatieaanvragen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen voor de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als omschreven in artikel 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/876 en bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als omschreven in artikel 1, punt b), van die verordening, die overeenkomstig die uitvoeringsverordening worden ingediend.”.

3)

De bijlagen VI en VII worden vervangen door de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1.

(2)  COM(2014) 368 final.

(3)  COM(2018) 116 final.

(4)  COM(2015) 614 final.

(5)  Maak de cirkel rond — Een EU-actieplan voor de circulaire economie — Conclusies van de Raad van 20 juni 2016, ST 10518 2016 INIT.

(6)   “Complexe producten” zoals beschreven in het arrest van het Hof van Justitie van 10 september 2015, Fédération des entreprises du commerce et de la distribution (FCD) en Fédération des magasins de bricolage et de l’aménagement de la maison (FMB), C-106/14, ECLI:EU:C:2015:576, punten 48-54.

(7)  Verordening (EG) nr. 340/2008 van de Commissie van 16 april 2008 betreffende de aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen te betalen vergoedingen krachtens Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (PB L 107 van 17.4.2008, blz. 6).


BIJLAGE

“BIJLAGE VI

Vergoedingen voor autorisatieaanvragen krachtens artikel 62 van Verordening (EG) nr. 1907/2006

1.   

Vergoedingen voor autorisatieaanvragen

Tabel 1

Standaardvergoedingen

Basisvergoeding

54 100  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

10 820  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

48 690  EUR

Tabel 2

Lagere vergoedingen voor middelgrote ondernemingen

Basisvergoeding

40 575  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

8 115  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

36 518  EUR

Tabel 3

Lagere vergoedingen voor kleine ondernemingen

Basisvergoeding

24 345  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

4 869  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

21 911  EUR

Tabel 4

Lagere vergoedingen voor micro-ondernemingen

Basisvergoeding

5 410  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

1 082  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

4 869  EUR

2.   

Vergoedingen voor autorisatieaanvragen voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als bedoeld in artikel 8, lid 2, vijfde alinea

Tabel 1

Standaardvergoedingen

Basisvergoeding

27 050  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

5 410  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

24 345  EUR

Tabel 2

Lagere vergoedingen voor middelgrote ondernemingen

Basisvergoeding

20 287  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

4 057  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

18 259  EUR

Tabel 3

Lagere vergoedingen voor kleine ondernemingen

Basisvergoeding

12 172  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

2 434  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

10 955  EUR

Tabel 4

Lagere vergoedingen voor micro-ondernemingen

Basisvergoeding

2 705  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

541 EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

2 434  EUR

BIJLAGE VII

Vergoedingen voor de herbeoordeling van een autorisatie krachtens artikel 61 van Verordening (EG) nr. 1907/2006

1.   

Vergoedingen voor de herbeoordeling van een autorisatie

Tabel 1

Standaardvergoedingen

Basisvergoeding

54 100  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

10 820  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

48 690  EUR

Tabel 2

Lagere vergoedingen voor middelgrote ondernemingen

Basisvergoeding

40 575  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

8 115  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

36 518  EUR

Tabel 3

Lagere vergoedingen voor kleine ondernemingen

Basisvergoeding

24 345  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

4 869  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

21 911  EUR

Tabel 4

Lagere vergoedingen voor micro-ondernemingen

Basisvergoeding

5 410  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

1 082  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

4 869  EUR

2.   

Vergoedingen voor de herbeoordeling van een autorisatie die is verleend voor het gebruik van stoffen bij de productie van originele vervangingsonderdelen of bij de reparatie van niet langer geproduceerde voorwerpen of complexe producten als bedoeld in artikel 9, lid 2, vijfde alinea

Tabel 1

Standaardvergoedingen

Basisvergoeding

27 050  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

5 410  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

24 345  EUR

Tabel 2

Lagere vergoedingen voor middelgrote ondernemingen

Basisvergoeding

20 287  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

4 057  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

18 259  EUR

Tabel 3

Lagere vergoedingen voor kleine ondernemingen

Basisvergoeding

12 172  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

2 434  EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

10 955  EUR

Tabel 4

Lagere vergoedingen voor micro-ondernemingen

Basisvergoeding

2 705  EUR

Aanvullende vergoeding per stof

541 EUR

Aanvullende vergoeding per vorm van gebruik

2 434  EUR


BESLUITEN

1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/11


BESLUIT (EU) 2021/877 VAN DE RAAD

van 26 mei 2021

tot benoeming van een lid en een plaatsvervanger van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Italiaanse Republiek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien Besluit (EU) 2019/852 van de Raad van 21 mei 2019 ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio’s (1),

Gezien de voordrachten van de Italiaanse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Comité van de Regio’s bestaat overeenkomstig artikel 300, lid 3, van het Verdrag uit vertegenwoordigers van de regionale en lokale gemeenschappen die in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn of politiek verantwoording verschuldigd zijn aan een gekozen vergadering.

(2)

Op 20 januari 2020 heeft de Raad Besluit (EU) 2020/102 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld (2).

(3)

In het Comité van de Regio’s is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van mevrouw Simonetta SALIERA na afloop van haar ambtstermijn als vertegenwoordiger van een regionaal overheidslichaam.

(4)

De Italiaanse regering heeft mevrouw Loredana CAPONE, vertegenwoordiger van een regionale gemeenschap die in een regionaal lichaam gekozen is (Presidente del Consiglio regionale e Consigliere regionale della Puglia), voorgedragen als lid van het Comité van de Regio’s voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025.

(5)

In het Comité van de Regio’s is een zetel van plaatsvervanger vrijgekomen vanwege het aftreden van de heer Alessandro PIANA.

(6)

De Italiaanse regering heeft de heer Gianmarco MEDUSEI, vertegenwoordiger van een regionale gemeenschap die in een regionaal lichaam gekozen is (Presidente del Consiglio regionale e Consigliere regionale della Liguria), voorgedragen als plaatsvervanger in het Comité van de Regio’s voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In het Comité van de Regio’s worden de volgende vertegenwoordigers van een regionaal lichaam die in een regionaal lichaam gekozen zijn, benoemd voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025:

a)

tot lid:

mevrouw Loredana CAPONE, Presidente del Consiglio regionale e Consigliere regionale della Puglia,

en

b)

tot plaatsvervanger:

de heer Gianmarco MEDUSEI, Presidente del Consiglio regionale e Consigliere regionale della Liguria.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

M. do C. ANTUNES


(1)   PB L 139 van 27.5.2019, blz. 13.

(2)  Besluit (EU) 2020/102 van de Raad van 20 januari 2020 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 20 van 24.1.2020, blz. 2).


1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/13


BESLUIT (EU) 2021/878 VAN DE RAAD

van 26 mei 2021

tot benoeming van een lid van het Comité van de Regio’s, voorgedragen door de Bondsrepubliek Duitsland

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,

Gezien Besluit (EU) 2019/852 van de Raad van 21 mei 2019 ter bepaling van de samenstelling van het Comité van de Regio’s (1),

Gezien de voordracht van de Duitse regering,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het Comité van de Regio’s bestaat overeenkomstig artikel 300, lid 3, van het Verdrag uit vertegenwoordigers van de regionale en lokale gemeenschappen die in een regionaal of lokaal lichaam gekozen zijn of politiek verantwoording verschuldigd zijn aan een gekozen vergadering.

(2)

Op 10 december 2019 heeft de Raad Besluit (EU) 2019/2157 (2) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 vastgesteld.

(3)

Door het aftreden van de heer Florian HERRMANN is in het Comité van de Regio’s een zetel van lid vrijgekomen.

(4)

De Duitse regering heeft mevrouw Melanie HUML, gekozen vertegenwoordiger van een regionaal uitvoerend orgaan (Staatsministerin, Bayerische Staatsregierung), voorgedragen als lid van het Comité van de Regio’s voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mevrouw Melanie HUML, gekozen vertegenwoordiger van een regionaal uitvoerend orgaan (Staatsministerin, Bayerische Staatsregierung) wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2025, benoemd tot lid van het Comité van de Regio’s.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

M. do C. ANTUNES


(1)   PB L 139 van 27.5.2019, blz. 13.

(2)  Besluit (EU) 2019/2157 van de Raad van 10 december 2019 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s voor de periode van 26 januari 2020 tot en met 25 januari 2025 (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 78).


1.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 192/14


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/879 VAN DE RAAD

van 27 mei 2021

betreffende de benoeming van de voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (1), en met name artikel 48, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 25 maart 2021 heeft de Raad de shortlist ontvangen met de drie best gerangschikte kandidaten voor de functie van voorzitter van Eiopa, geselecteerd door de raad van toezicht van Eiopa.

(2)

Op 15 april 2021 heeft het voorzitterschap van de Raad namens de lidstaten een sollicitatiegesprek met de drie kandidaten gevoerd.

(3)

Op 21 april 2021 heeft het voorzitterschap van de Raad een informele en indicatieve raadpleging gehouden over de door de raad van toezichthouders van Eiopa als nummer één geselecteerde kandidaat, mevrouw Petra HIELKEMA.

(4)

Overeenkomstig artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1094/2010, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2019/2175 van het Europees Parlement en de Raad (2), moet de Raad een besluit tot aanstelling van de voorzitter vaststellen, na bevestiging door het Europees Parlement.

(5)

Op 5 mei 2021 heeft de Raad het Europees Parlement een brief gestuurd met de mededeling dat, indien het Europees Parlement bevestigt dat het instemt met de benoeming van mevrouw Petra HIELKEMA tot voorzitter van Eiopa, de Raad een besluit zou vaststellen om haar tot voorzitter van Eiopa te benoemen.

(6)

Op 18 mei 2021 heeft het Europees Parlement bevestigd dat het instemt met de benoeming van mevrouw Petra HIELKEMA tot voorzitter van Eiopa,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mevrouw Petra HIELKEMA wordt voor een periode van vijf jaar met ingang van 1 september 2021 benoemd tot voorzitter van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 mei 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

P. SIZA VIEIRA


(1)   PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48.

(2)  Verordening (EU) 2019/2175 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr.1093/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), Verordening (EU) nr.1094/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), Verordening (EU) nr.1095/2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), Verordening (EU) nr.600/2014 betreffende markten in financiële instrumenten, Verordening (EU) 2016/1011 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten, en Verordening (EU) 2015/847 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie (PB L 334 van 27.12.2019, blz. 1).