ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 86

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

64e jaargang
12 maart 2021


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2021/429 van het Europees Parlement van 20 januari 2021 tot verlenging van de duur van het mandaat van de enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie

1

 

*

Besluit (EU) 2021/430 van de Raad van 5 maart 2021 betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt over de verklaring van Kyoto inzake het verbeteren van misdaadpreventie, strafrecht en de rechtsstaat: naar het verwezenlijken van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, op het veertiende congres van de Verenigde Naties over misdaadpreventie en strafrecht, dat van 7 tot en met 12 maart 2021 in Kyoto (Japan) zal worden gehouden

2

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/431 van de Commissie van 10 maart 2021 tot verlening van afwijkingen aan bepaalde lidstaten van Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming (Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 1490)

5

 

*

Besluit (EU) 2021/432 van de Europese Centrale Bank van 1 maart 2021 tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1198 betreffende de rapportage van financieringsplannen van kredietinstellingen door nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Centrale Bank (ECB/2021/7)

14

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Besluit nr. 2/EG/2020 van 11 februari 2021 van de Gezamenlijke Commissie die is opgericht bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur [2021/433]

17

 

*

Besluit nr. 3/EG/2020 van 11 februari 2020 van de Gezamenlijke Commissie die is opgericht bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur [2021/434]

19

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

BESLUITEN

12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/1


BESLUIT (EU) 2021/429 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 20 januari 2021

tot verlenging van de duur van het mandaat van de enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,

gezien artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gezien Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement (1),

gezien Besluit (EU) 2020/1089 van 19 juni 2020 over de instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie, en de vaststelling van haar bevoegdheden, het aantal leden en de duur van het mandaat (2),

gezien artikel 208, lid 11, van zijn Reglement,

A.

overwegende dat de enquêtecommissie heeft verzocht de duur van haar mandaat te verlengen om haar in staat te stellen haar mandaat volledig en correct te vervullen;

1.   

Besluit de duur van het mandaat van de enquêtecommissie met drie maanden te verlengen.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

D.M. SASSOLI


(1)   PB L 113 van 19.5.1995, blz. 1.

(2)   PB L 239 I van 24.7.2020, blz. 1.


12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/2


BESLUIT (EU) 2021/430 VAN DE RAAD

van 5 maart 2021

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt over de verklaring van Kyoto inzake het verbeteren van misdaadpreventie, strafrecht en de rechtsstaat: naar het verwezenlijken van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, op het veertiende congres van de Verenigde Naties over misdaadpreventie en strafrecht, dat van 7 tot en met 12 maart 2021 in Kyoto (Japan) zal worden gehouden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, artikel 83, lid 1, en artikel 84, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het veertiende congres van de Verenigde Naties (VN) over misdaadpreventie en strafrecht (het “congres”) zal van 7 tot en met 12 maart 2021 plaatsvinden in Kyoto (Japan). Het belangrijkste resultaat van het congres zal zijn de verklaring van Kyoto inzake het verbeteren van misdaadpreventie, strafrecht en de rechtsstaat: naar het verwezenlijken van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “verklaring van Kyoto”). De verklaring van Kyoto zal tijdens het Congres worden aangenomen.

(2)

In de verklaring van Kyoto wordt het kader geschetst van het VN-beleid inzake misdaadpreventie en strafrecht voor de komende vijf jaar. Er wordt in verwezen naar het verband tussen ontwikkeling enerzijds en de rechtsstaat en de noodzaak van doeltreffende inspanningen ter bestrijding van corruptie anderzijds, naar het belang van het bevorderen van misdaadpreventie, met inbegrip van empirisch onderbouwde misdaadpreventie, naar het verbeteren van strafrechtstelsels, en naar het intensiveren van de internationale samenwerking en technische bijstand om alle vormen van criminaliteit, waaronder terrorisme en opkomende vormen van criminaliteit, zoals die welke gevolgen hebben voor het milieu, te voorkomen en te bestrijden.

(3)

De Europese Unie is een leidende partner van het Bureau van de VN voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) en heeft verschillende initiatieven ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit gefinancierd, zoals de recente lancering van het leerplatform voor terrorismebestrijding in april 2020. Op ruimere schaal werd het operationele partnerschap tussen de Unie en het UNODC in de loop der jaren geconsolideerd dankzij de financiering van diverse projecten.

(4)

De Unie heeft gebruikgemaakt van haar bevoegdheid op grond van artikel 82, lid 1, en artikel 83, lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) om op de betrokken gebieden wetgeving vast te stellen teneinde de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te bevorderen, namelijk Richtlijnen 2011/36/EU (1), 2011/93/EU (2), 2013/40/EU (3), 2014/42/EU (4), (EU) 2017/541 (5), (EU) 2018/1673 (6) en (EU) 2019/713 (7) van het Europees Parlement en de Raad.

(5)

Artikel 82, lid 1, en artikel 83, 1, VWEU vormen derhalve de rechtsgrondslag voor verdere maatregelen die de Unie en haar lidstaten moeten nemen met het oog op de follow-up van het congres, met inachtneming van de verbintenis die is aangegaan in het kader van de verklaring van Doha en die ook zal worden aangegaan in het kader van de verklaring van Kyoto, overeenkomstig Resolutie 72/192 van de Algemene Vergadering van de VN.

(6)

Artikel 218, lid 9, VWEU is de procedurele rechtsgrondslag voor het besluit van de Raad betreffende het standpunt van de Unie over de verklaring van Kyoto. Artikel 218, lid 9, VWEU bepaalt dat de Raad, op voorstel van de Commissie, een besluit vaststelt tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt.

(7)

De Unie en haar lidstaten streven ernaar een leidende rol te spelen in het kader van de misdaadbestrijding op internationaal niveau. Tijdens de COVID-19-pandemie is duidelijker geworden dat grensoverschrijdende criminaliteit met spoed moet worden aangepakt. De COVID-19-pandemie heeft in de kaart gespeeld van criminelen en georganiseerde criminele groepen overal ter wereld, hetgeen heeft aangetoond dat coördinatie en samenwerking, zowel op het gebied van preventie als op het gebied van justitie, van het grootste belang zijn.

(8)

De huidige uitdagingen op het gebied van misdaadpreventie en strafrecht leiden tot risico’s voor de interne veiligheid van de Unie, maar dat geldt ook voor veel andere gebieden dan de Unie. Het in Kyoto in te nemen standpunt en het resultaat daarvan bieden de Unie en haar lidstaten een unieke gelegenheid om hun beleid te versterken, zodat zij op internationaal niveau beter kunnen samenwerken om de voortgang van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling te bevorderen.

(9)

Het is dienstig het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Commissie Misdaadpreventie en Strafrecht van de VN, de Economische en Sociale Raad van de VN (Ecosoc) en de Algemene Vergadering van de VN met betrekking tot de verklaring van Kyoto, aangezien de verklaring van Kyoto van invloed zal zijn op het nieuwe mondiale programma van het UNODC en een beslissende invloed kan hebben op de inhoud van het recht van de Unie, namelijk de voorgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking.

(10)

De verklaring van Kyoto zal tot versterking van het bestaande internationale rechtskader leiden en de basis vormen voor verdere actie op niveau van de Unie ten aanzien van verschillende vormen van criminaliteit. Het is derhalve dienstig de vaststelling van de verklaring van Kyoto tijdens het congres goed te keuren.

(11)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(12)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan het VEU en het VWEU is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(13)

Het standpunt van de Unie dient tot uitdrukking te worden gebracht door de gezamenlijk optredende lidstaten die aan het congres deelnemen. Overeenkomstig de plicht tot loyale samenwerking dienen de lidstaten van de Unie dat standpunt te verdedigen in de opeenvolgende fasen van de aanneming van de verklaring van Kyoto,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in te nemen standpunt op het veertiende congres van de Verenigde Naties over misdaadpreventie en strafrecht (het “congres”), dat van 7 tot en met 12 maart 2021 in Kyoto, Japan zal worden gehouden, is dat de vaststelling van de verklaring van Kyoto inzake het verbeteren van misdaadpreventie, strafrecht en de rechtsstaat: naar het verwezenlijken van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling (de “verklaring van Kyoto”), wordt goedgekeurd. De ontwerpverklaring van Kyoto is aan dit besluit gehecht.

Artikel 2

Het in artikel 1 genoemde standpunt wordt tot uiting gebracht door de gezamenlijk optredende lidstaten van de Unie die aan het congres deelnemen.

Artikel 3

De vertegenwoordigers van de Unie kunnen zonder verder besluit van de Raad akkoord gaan met geringe wijzigingen van de verklaring van Kyoto.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 5 maart 2021.

Voor de Raad

De voorzitter

A.P. ZACARIAS


(1)  Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1).

(2)  Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2013/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 over aanvallen op informatiesystemen en ter vervanging van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad (PB L 218 van 14.8.2013, blz. 8).

(4)  Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de bevriezing en confiscatie van hulpmiddelen en opbrengsten van misdrijven in de Europese Unie (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 39).

(5)  Richtlijn (EU) 2017/541 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 inzake terrorismebestrijding en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad en tot wijziging van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad (PB L 88 van 31.3.2017, blz. 6).

(6)  Richtlijn (EU) 2018/1673 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 inzake de strafrechtelijke bestrijding van het witwassen van geld (PB L 284 van 12.11.2018, blz. 22).

(7)  Richtlijn (EU) 2019/713 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet-contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PB L 123 van 10.5.2019, blz. 18).


12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/5


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/431 VAN DE COMMISSIE

van 10 maart 2021

tot verlening van afwijkingen aan bepaalde lidstaten van Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2021) 1490)

(Slechts de teksten in de Duitse, Franse, Griekse, Italiaanse, Kroatische, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Roemeense, Slowaakse, Spaanse, Tsjechische en Zweedse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad betreffende de opstelling van statistieken over buitenlandse werknemers (1), en met name artikel 11 bis,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 862/2007 bepaalt dat de lidstaten statistieken moeten verstrekken over immigratie naar en emigratie uit hun grondgebied, over het staatsburgerschap en geboorteland van personen die hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van die lidstaten hebben en over de administratieve en gerechtelijke procedures en procedures die daarmee verband houden.

(2)

Overeenkomstig artikel 11 bis, lid 1, van Verordening (EG) nr. 862/2007 kan de Commissie de lidstaten tijdelijke afwijkingen toestaan op basis van verzoeken die worden gerechtvaardigd door de noodzaak om de nationale statistische stelsels ingrijpend te wijzigen teneinde volledig aan die verordening te voldoen.

(3)

België, Tsjechië, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Cyprus, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Zweden hebben verzoeken om tijdelijke afwijkingen ingediend.

(4)

Uit de aan de Commissie met betrekking tot die verzoeken verstrekte informatie blijkt dat zij gerechtvaardigd zijn door de noodzaak om de nationale statistische stelsels ingrijpend te wijzigen om te voldoen aan de nieuwe statistische vereisten van Verordening (EG) nr. 862/2007, die zijn ingevoerd door Verordening (EU) 2020/851 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(5)

Daarom moeten de gevraagde afwijkingen worden toegestaan aan België, Tsjechië, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Cyprus, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Zweden.

(6)

De Commissie zal toezien op de vooruitgang die bij deze ingrijpende aanpassingen in de betrokken lidstaten wordt geboekt.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 7 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Europees statistisch systeem (3),

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de bijlage bij dit besluit vermelde afwijkingen van Verordening (EG) nr. 862/2007 worden toegestaan aan de in die bijlage vermelde lidstaten.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België, de Tsjechische Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Slowaakse Republiek en het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 10 maart 2021.

Voor de Commissie

Paolo GENTILONI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 199 van 31.7.2007, blz. 23.

(2)  Verordening (EU) 2020/851van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 862/2007 betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 1).

(3)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).


BIJLAGE

LIJST VAN AFWIJKINGEN VAN VERORDENING (EG) Nr. 862/2007

1.   Lidstaat: België

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder c)

1 jaar (2021)

Indiening van uitsplitsing naar expliciete en impliciete intrekking.

Artikel 4, lid 1, onder e)

1 jaar (2021)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 3, onder c) en d)

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar intrekking, beëindiging of weigering om de beschermingsstatus te verlengen.

Artikel 4, lid 3, tweede alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 3, vallen.

Artikel 4, lid 4, onder f), g), h) en i)

2 jaar (2021-2022)

Indiening van alle elementen die onder de betrokken bepalingen vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 2

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

2.   Lidstaat: Tsjechië

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 4, onder f), g), h) en i)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen die onder de betrokken bepalingen vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021--2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 1, onder b)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar de ontvangen bijstand.

Artikel 7, lid 2

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

3.   Lidstaat: Duitsland

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

4.   Lidstaat: Spanje

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 1, vallen.

Artikel 4, lid 2, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 2, vallen.

Artikel 4, lid 3, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 3, vallen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 1, onder b)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar type terugkeer en ontvangen steun en naar land van bestemming.

Artikel 7, lid 2

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

5.   Lidstaat: Frankrijk

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 1, vallen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar geslacht en naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

6.   Lidstaat: Kroatië

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

7.   Lidstaat: Italië

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder c)

1 jaar (2021)

Indiening van uitsplitsing naar expliciete en impliciete intrekking.

Artikel 4, lid 1, onder e)

1 jaar (2021)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

8.   Lidstaat: Cyprus

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van uitsplitsing naar expliciete en impliciete intrekking.

Artikel 4, lid 1, onder e)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 1, onder f)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over herhaalde verzoeken om internationale bescherming.

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 1, vallen.

Artikel 4, lid 2, onder b) en c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar intrekking, beëindiging of weigering om de beschermingsstatus te verlengen.

Artikel 4, lid 2, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 2, vallen.

Artikel 4, lid 3, onder c) en d)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar intrekking, beëindiging of weigering om de beschermingsstatus te verlengen.

Artikel 4, lid 3, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 3, vallen.

Artikel 4, lid 4, onder f), g), h) en i)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen die onder de betrokken bepalingen vallen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 1, onder b)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar type terugkeer en ontvangen steun en naar land van bestemming.

Artikel 7, lid 2

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

9.   Lidstaat: Litouwen

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 1, vallen.

Artikel 4, lid 2, tweede alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 2, vallen.

Artikel 4, lid 3, tweede alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 3, vallen.

Artikel 4, lid 4, onder f), g), h) en i)

1 jaar (2021)

Indiening van alle elementen die onder de betrokken bepalingen vallen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar geslacht en naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 1, onder b)

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsingen naar type terugkeer en ontvangen steun en naar land van bestemming.

Artikel 7, lid 2

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

10.   Lidstaat: Malta

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder e)

2 jaar (2021-2022)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsing naar geslacht voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 6, lid 1, onder a), i), ii) en iii), en onder b) en c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar leeftijd en geslacht.

11.   Lidstaat: Nederland

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 7, lid 1, onder b)

2 jaar (2021-2022)

Indiening van de uitsplitsingen naar land van bestemming.

Artikel 7, lid 2

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

12.   Lidstaat: Polen

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder e)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 1, onder f)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over herhaalde verzoeken om internationale bescherming.

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 1, vallen.

Artikel 4, lid 2, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 2, vallen.

Artikel 4, lid 3, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 3, vallen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor alle statistieken die onder artikel 4, lid 4, vallen.

Artikel 6, lid 1, onder a), ii)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar leeftijd en geslacht.

13.   Lidstaat: Portugal

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 5, lid 1, derde alinea

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 7, lid 2

1 jaar (2021)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

14.   Lidstaat: Roemenië

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van uitsplitsing naar expliciete en impliciete intrekking.

Artikel 4, lid 1, onder e)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 1, onder g)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over personen die in aanmerking komen voor materiële opvangvoorzieningen die verzoekers een toereikende levensstandaard bieden.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding.

Artikel 7, lid 2

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen.

15.   Lidstaat: Slowakije

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 6, lid 1, onder a), i), ii) en iii), en onder b) en c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar leeftijd en geslacht.

16.   Lidstaat: Zweden

Bepaling

Toegestane afwijkingsperiode

Omvang van de afwijking

Artikel 4, lid 1, onder e)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over verzoeken om internationale bescherming die in het kader van de versnelde procedure worden verwerkt.

Artikel 4, lid 1, onder f)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van alle elementen van de gegevensreeks over herhaalde verzoeken om internationale bescherming.

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar niet-begeleide minderjarigen voor statistieken die onder artikel 4, lid 1, onder d), vallen.

Artikel 4, lid 2, onder b) en c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar intrekking, beëindiging of weigering om de beschermingsstatus te verlengen.

Artikel 4, lid 3, onder c) en d)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar intrekking, beëindiging of weigering om de beschermingsstatus te verlengen.

Artikel 4, lid 4, tweede alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar begeleide en niet-begeleide minderjarigen voor statistieken die onder artikel 4, lid 4, onder f), g) en h), vallen.

Artikel 5, lid 1, derde alinea

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar reden van aanhouding en naar plaats van aanhouding.

Artikel 6, lid 1, onder a), i), ii) en iii), en onder b) en c)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsing naar leeftijd en geslacht.

Artikel 7, lid 1, onder b)

3 jaar (2021-2023)

Indiening van de uitsplitsingen naar type terugkeer en ontvangen steun en naar land van bestemming.

Artikel 9

3 jaar (2021-2023)

Naleving van de vereisten van artikel 9 met betrekking tot de kwaliteit van de gegevens.


12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/14


BESLUIT (EU) 2021/432 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 1 maart 2021

tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1198 betreffende de rapportage van financieringsplannen van kredietinstellingen door nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Centrale Bank (ECB/2021/7)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 6, lid 2,

Gezien Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17) (2), en met name artikel 21,

Gezien het voorstel van de Raad van toezicht,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit (EU) 2017/1198 van de Europese Centrale Bank (3) vergt dat de nationale bevoegde autoriteiten de financieringsplannen van bepaalde belangrijke en minder belangrijke kredietinstellingen aan de Europese Centrale Bank (ECB) verstrekken en stelt geharmoniseerde procedures vast voor de indiening van die financieringsplannen bij de ECB.

(2)

Teneinde consistente, efficiënte en effectieve toezichtspraktijken te waarborgen en de rapportage van financieringsplannen te vergemakkelijken, schrijft Besluit (EU) 2017/1198 voor dat financieringsplannen moeten worden gerapporteerd overeenkomstig de geharmoniseerde templates en definities waarnaar wordt verwezen in de financieringstemplates gehecht aan de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit (EBA) inzake geharmoniseerde definities en templates voor de financieringsplannen van kredietinstellingen in het kader van aanbeveling A4 van ESCR/2012/2 (4).

(3)

De EBA-richtsnoeren inzake geharmoniseerde definities en templates voor de financieringsplannen van kredietinstellingen in het kader van aanbeveling A4 van ESCR/2012/2 (EBA/GL/2014/04) zijn ingetrokken en met ingang van 31 december 2020 vervangen door de EBA-richtsnoeren betreffende geharmoniseerde definities en templates voor financieringsplannen van kredietinstellingen krachtens de aanbeveling van het Europees Comité voor Systeemrisico’s van 20 december 2012 (ESRB/2012/2) (5) (hierna de “EBA-richtsnoeren 2019” genoemd).

(4)

Met het exclusieve oogmerk om de haar bij artikel 4, leden 1 en 2, en artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 opgedragen taken uit te voeren, wordt de Europese Centrale Bank (ECB), in voorkomend geval, aangemerkt als de bevoegde autoriteit of de aangewezen autoriteit in de deelnemende lidstaten zoals vastgelegd in Uniewetgeving. Daarom behoort de ECB tot de adressaten van de EBA-richtsnoeren 2019.

(5)

Het EBA-besluit betreffende de rapportage door bevoegde autoriteiten aan de EBA (EBA/DC/2020/334) (6) en tot intrekking van het EBA-besluit van 23 september 2015 (EBA/DC/2015/130) schrijft voor dat de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de EBA-richtsnoeren 2019 gegevens over financieringsplannen van alle onder hun toezichtbevoegdheid vallende kredietinstellingen moeten indienen. Daarnaast worden in dat EBA-besluit met het oog op de vaststelling van de termijnen voor indiening van de gevraagde gegevens door de bevoegde autoriteiten bij de EBA alle kredietinstellingen ingedeeld als “grootste instellingen in de lidstaat” of “kleinere instellingen”. Het is aangewezen dat de ECB rekening houdt met deze classificaties.

(6)

Teneinde de rapportage van financieringsplannen van kredietinstellingen aan de ECB door de nationale bevoegde autoriteiten af te stemmen op de meest recente geharmoniseerde definities en templates in de EBA-richtsnoeren 2019 en met het oog op het verzekeren van de naleving van EBA-besluit EBA/DC/2020/334, moet Besluit (EU) 2017/1198 dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Besluit (EU) 2017/1198 (ECB/2017/21)

Besluit (EU) 2017/1198 (ECB/2017/21) wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

Vereisten voor de rapportage van financieringsplannen

1.   Nationale bevoegde autoriteiten verstrekken de ECB de met de EBA-richtsnoeren betreffende geharmoniseerde definities en templates voor financieringsplannen van kredietinstellingen krachtens de aanbeveling van het Europees Comité voor systeemrisico’s van 20 december 2012 (ESCR/2012/2) (*1) (hierna de “EBA-richtsnoeren 2019” genoemd) stroken de financieringsplannen van de volgende in hun respectieve deelnemende lidstaten gevestigde kredietinstellingen:

a)

belangrijke kredietinstellingen op het hoogste consolidatieniveau in de deelnemende lidstaten op een geconsolideerde basis;

b)

belangrijke kredietinstellingen die geen onderdeel zijn van een onder toezicht staande groep op een individuele basis;

c)

minder belangrijke kredietinstellingen waarvoor de relevante nationale bevoegde autoriteit financieringsplannen verzamelt overeenkomstig de EBA-richtsnoeren 2019.

2.   Nationale bevoegde autoriteiten die financieringsplannen van belangrijke kredietinstellingen verzamelen die niet zijn genoemd in lid 1, onder a) of b), verstrekken deze financieringsplannen aan de ECB indien deze financieringsplannen voldoen aan de EBA-richtsnoeren 2019.

3.   De financieringsplannen worden bij de ECB ingediend overeenkomstig de geharmoniseerde instructies en templates waarnaar in de EBA-richtsnoeren 2019 wordt verwezen. De financieringsplannen hebben als rapportagereferentiedatum 31 december van het voorafgaande jaar.

Indien de nationale wetgeving kredietinstellingen toestaat hun financiële informatie te rapporteren op basis van het einde van het boekjaar, dat afwijkt van het einde van het kalenderjaar, wordt de laatst beschikbare boekhoudkundige jaarultimo als rapportagereferentiedatum beschouwd.

(*1)  EBA/GL/2019/05. Beschikbaar op de EBA-website.”."

2)

Artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

Indieningstermijnen

1.   De financieringsplannen van de volgende kredietinstellingen worden uiterlijk op 12.00 uur CET van de 10e werkdag na 15 maart door de relevante nationale bevoegde autoriteiten aan de ECB verstrekt:

a)

financieringsplannen van kredietinstellingen als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a), en artikel 3, lid 1, onder b);

b)

financieringsplannen van kredietinstellingen als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder c), en artikel 3, lid 2, indien deze zijn opgenomen in de lijst van grootste instellingen in de overeenkomstig artikel 2, lid 6, van het EBA-besluit EBA/DC/2020/334 (*2) door de EBA gepubliceerde lijst.

2.   Financieringsplannen van alle niet in lid 1 genoemde kredietinstellingen worden uiterlijk op 12.00 uur CET van de 25e werkdag na 15 maart door de betrokken nationale bevoegde autoriteiten aan de ECB verstrekt.

(*2)  Beschikbaar op de EBA-website.”."

3)

In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Nationale bevoegde autoriteiten monitoren en beoordelen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de aan de ECB ter beschikking gestelde gegevens. Nationale bevoegde autoriteiten passen de door de EBA ontwikkelde, bijgewerkte en bekendgemaakte valideringsregels toe. Nationale bevoegde autoriteiten voeren tevens aanvullende gegevenskwaliteitscontroles uit die de ECB in samenwerking met de nationale bevoegde autoriteiten heeft uitgewerkt.”.

4)

In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Nationale bevoegde autoriteiten verstrekken de in dit besluit genoemde gegevens middels de eXtensible Business Reporting Language taxonomy met het oog op het verschaffen van een uniform technisch formaat voor de uitwisseling van gegevens met betrekken tot de EBA-richtsnoeren 2019.”.

5)

Het volgende artikel 8 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis

Eerste rapportagereferentiedatum in 2021

De eerste referentiedatum voor de rapportage krachtens artikel 3 in 2021 is 31 december 2020. Artikel 3, lid 3, de tweede alinea, is van toepassing.”.

Artikel 2

Slotbepalingen

Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan aan de geadresseerden.

Artikel 3

Geadresseerden

Dit besluit is gericht tot de nationale bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten.

Gedaan te Frankfurt am Main, 1 maart 2021.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)   PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)   PB L 141 van 14.5.2014, blz. 1.

(3)  Besluit (EU) 2017/1198 van de Europese Centrale Bank van 27 juni 2017 betreffende de rapportage van financieringsplannen van kredietinstellingen door nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Centrale Bank (ECB/2017/21) (PB L 172 van 5.7.2017, blz. 32).

(4)  Beschikbaar op de EBA-website.

(5)  EBA/GL/2019/05.

(6)  Beschikbaar op de EBA-website.


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/17


BESLUIT nr. 2/EG/2020

van 11 februari 2021

van de Gezamenlijke Commissie die is opgericht bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur [2021/433]

DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE,

Gezien de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan, en met name artikel 8, lid 3, onder a), en artikel 9, lid 1, onder b),

Overwegende dat de Gezamenlijke Commissie een besluit moet nemen over de registratie van een of meer overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het kader van een sectorbijlage,

BESLUIT:

1.

De hierna vermelde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie wordt in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur van de overeenkomst geregistreerd voor de hierna vermelde producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures. Deze registratie betreft een uitbreiding van het toepassingsgebied van een aangewezen overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur, teneinde naast de radiowet de bedrijfswet inzake telecommunicatie op te nemen.

Naam, acroniem en contactgegevens van de overeenstemmingsbeoordelingsinstantie:

Naam: CETECOM GmbH

Adres: Im Teelbruch 116, D-45219 Essen, Duitsland

Telefoonnummer: +49 20549519404

Faxnummer: +49 20549519150

E-mailadres: francis.lima@cetecom.com

URL: http://www.cetecom.com

Contactpersoon van de aangewezen overeenstemmingsbeoordelingsinstantie: Francis Lima

Producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures waarvoor de registratie geldt:

Voor de bedrijfswet inzake telecommunicatie:

Eindapparatuur voor gesprekken (alle apparatuur)

Eindapparatuur met uitzondering van het voorgaande punt (alle apparatuur)

Voor de radiowet:

Radioapparatuur als bedoeld in artikel 38-2-2, lid 1, punten i), ii) en iii), van de radiowet

2.

Dit besluit vervangt elke eerdere registratie van die overeenstemmingsbeoordelingsinstantie voor de in lid 1 bedoelde ter zake geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

3.

Dit besluit, opgesteld in tweevoud, wordt door de medevoorzitters ondertekend. Het besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste van deze handtekeningen wordt gezet.

Tokio, 23 december 2020

Namens Japan

Daisuke NIHEI

Brussel, 11 februari 2021

Namens de Europese Unie

Lucian CERNAT


12.3.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 86/19


BESLUIT nr. 3/EG/2020

van 11 februari 2020

van de Gezamenlijke Commissie die is opgericht bij de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan betreffende de registratie van een overeenstemmingsbeoordelingsinstantie in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur [2021/434]

DE GEZAMENLIJKE COMMISSIE,

Gezien de Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Japan, en met name artikel 8, lid 3, onder a), en artikel 9, lid 1, onder b),

Overwegende dat de Gezamenlijke Commissie een besluit moet nemen over de registratie van een of meer overeenstemmingsbeoordelingsinstanties in het kader van een sectorbijlage,

BESLUIT:

1.

De hierna vermelde overeenstemmingsbeoordelingsinstantie wordt in het kader van de sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur van de overeenkomst geregistreerd voor de hierna vermelde producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures.

Naam, acroniem en contactgegevens van de overeenstemmingsbeoordelingsinstantie:

Naam: KL-Certification GmbH

Adres: Kaiserstrasse 170-174, D-66386 St. Ingbert, Duitsland

Telefoonnummer: +49 68943893866

Faxnummer: +49 68943893899

E-mailadres: o.kneip@kl-certification.de

URL: www.kl-certification.de

Contactpersoon van de aangewezen overeenstemmingsbeoordelingsinstantie: Oliver Kneip

Producten en overeenstemmingsbeoordelingsprocedures waarvoor de registratie geldt:

Voor de bedrijfswet inzake telecommunicatie:

Geregistreerde goedkeuringsinstantie

Eindapparatuur voor gesprekken (alle apparatuur)

Eindapparatuur met uitzondering van het voorgaande punt (alle apparatuur)

Voor de radiowet:

Geregistreerde certificeringsinstantie

Radioapparatuur als bedoeld in artikel 38-2-2, lid 1, punten 1), 2) en 3), van de radiowet

2.

Dit besluit, opgesteld in tweevoud, wordt door de medevoorzitters ondertekend. Het besluit treedt in werking op de datum waarop de laatste van deze handtekeningen wordt gezet.

Tokio, 23 december 2020

Namens Japan

Daisuke NIHEI

Brussel, 11 februari 2021

Namens de Europese Unie

Lucian CERNAT