|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
63e jaargang |
|
|
|
III Andere handelingen |
|
|
|
|
EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE |
|
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
5.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367/1 |
VERORDENING (EU) 2020/1633 VAN DE COMMISSIE
van 27 oktober 2020
tot wijziging van de bijlagen II, III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumgehalten aan residuen van azinfos-methyl, bentazon, dimethomorf, fludioxonil, flufenoxuron, oxadiazon, fosalone, pyraclostrobin, afweermiddel: tallolie en teflubenzuron in of op bepaalde producten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a), artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 49, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor bentazon, dimethomorf, fludioxonil, pyraclostrobin en teflubenzuron zijn maximumresidugehalten (MRL’s) vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Voor azinfos-methyl zijn MRL’s vastgesteld in bijlage II en bijlage III, deel B, bij die verordening. Voor flufenoxuron, oxadiazon en fosalone zijn MRL’s vastgesteld in bijlage III, deel A, bij die verordening. Afweermiddel: tallolie is opgenomen in bijlage IV bij die verordening. |
|
(2) |
In het kader van een procedure voor de verlening van een vergunning voor het gebruik op aardappelen, preien, kruidenthee van bladeren en kruiden, papaverzaad/maanzaad en sojabonen van een gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof bentazon bevat, is overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 een aanvraag tot wijziging van de bestaande MRL’s ingediend. |
|
(3) |
Wat dimethomorf betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor bramen/braambessen en frambozen. Wat fludioxonil betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor aardbeien, rabarber, lijnzaad, sesamzaad, koolzaad, mosterdzaad, bernagiezaad, huttentutzaad en hennepzaad. Wat pyraclostrobin betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor tafeldruiven, suikermais en koffiebonen. Wat teflubenzuron betreft, is een dergelijke aanvraag ingediend voor appelen, spruitjes en sluitkolen. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 396/2005 zijn de aanvragen door de betrokken lidstaten geëvalueerd en zijn de evaluatieverslagen bij de Commissie ingediend. |
|
(5) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft de aanvragen en de evaluatieverslagen beoordeeld, waarbij zij bijzondere aandacht heeft besteed aan de risico’s voor de consument en, in voorkomend geval, voor dieren en zij heeft met redenen omklede adviezen over de voorgestelde MRL’s uitgebracht (2). Zij heeft die adviezen naar de aanvragers, de Commissie en de lidstaten gezonden en openbaar gemaakt. |
|
(6) |
Wat bentazon betreft, heeft de aanvrager tijdens de overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005 uitgevoerde beoordeling eerder niet beschikbare informatie ingediend. Die informatie betreft de residuproeven, de analysemethoden, de stabiliteit bij opslag en een vervoederingsstudie. Op grond van de nieuwe informatie heeft de EFSA aanbevolen de MRL’s voor aardappelen en producten van dierlijke oorsprong te verlagen en het MRL voor kruidenthee van bladeren en kruiden te verhogen. Voor preien werd de ontbrekende informatie over residuproeven niet ingediend. Daarom moet het in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde MRL voor preien worden geschrapt. |
|
(7) |
Wat dimethomorf betreft, heeft de aanvrager eerder niet beschikbare informatie met betrekking tot residuproeven ingediend. Op grond van de nieuwe informatie heeft de EFSA aanbevolen de MRL’s voor bramen/braambessen en frambozen te verlagen tot de desbetreffende bepaalbaarheidsgrens. |
|
(8) |
Wat fludioxonil betreft, heeft de aanvrager eerder niet beschikbare informatie met betrekking tot residuproeven en een vervoederingsstudie ingediend. Op grond van de nieuwe informatie heeft de EFSA aanbevolen de MRL’s voor bepaalde producten van dierlijke oorsprong te verlagen tot de desbetreffende bepaalbaarheidsgrens. |
|
(9) |
Wat pyraclostrobin betreft, heeft de aanvrager eerder niet beschikbare informatie met betrekking tot residuproeven en analysemethoden ingediend. Op grond van de nieuwe informatie heeft de EFSA gewezen op een probleem in verband met de inname met betrekking tot het huidige gebruik van die werkzame stof op tafeldruiven. De lidstaten werd gevraagd verslag uit te brengen over mogelijke alternatieve goede landbouwpraktijken die niet zouden leiden tot een onaanvaardbaar risico voor de consument. De lidstaten stelden een alternatieve goede landbouwpraktijk vast voor tafeldruiven waarvoor het MRL moet worden vastgesteld op 0,3 mg/kg. |
|
(10) |
Wat teflubenzuron betreft, heeft de aanvrager eerder niet beschikbare informatie met betrekking tot hydrolyse, metabolisme en analysemethoden ingediend. Op grond van de nieuwe informatie heeft de EFSA aanbevolen de MRL’s voor producten van dierlijke oorsprong te verlagen tot de desbetreffende bepaalbaarheidsgrens. |
|
(11) |
Wat alle andere toepassingen betreft, heeft de EFSA geconcludeerd dat aan alle eisen met betrekking tot de gegevens was voldaan en dat de door de aanvragers gevraagde wijzigingen van de MRL’s op grond van een consumentenblootstellingsbeoordeling voor 27 specifieke Europese consumentengroepen uit het oogpunt van de consumentenveiligheid aanvaardbaar waren. Zij heeft rekening gehouden met de meest recente informatie over de toxicologische eigenschappen van de stoffen. Noch uit de gegevens over de levenslange blootstelling aan deze stoffen via de consumptie van alle levensmiddelen die deze stoffen kunnen bevatten, noch uit de gegevens over de blootstelling op korte termijn door hoge consumptie van de desbetreffende producten is gebleken dat er een risico bestaat dat de aanvaardbare dagelijkse inname of de acute referentiedosis wordt overschreden. |
|
(12) |
De goedkeuring van de werkzame stof azinfos-methyl is op 1 januari 2007 verstreken (3). De werkzame stof flufenoxuron is niet goedgekeurd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 942/2011 van de Commissie (4). De goedkeuring van de werkzame stof oxadiazon is op 31 december 2018 verstreken (5). De werkzame stof fosalone is niet goedgekeurd bij Beschikking 2006/1010/EG van de Commissie (6). De goedkeuring van de werkzame stof talloliepek is ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1125 van de Commissie (7). De goedkeuring van de werkzame stof ruwe tallolie is ingetrokken bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1186 van de Commissie (8). |
|
(13) |
Alle bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die die werkzame stoffen bevatten, zijn ingetrokken. Het is derhalve passend de bestaande MRL’s voor die stoffen in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 396/2005 te schrappen overeenkomstig artikel 17 van die verordening, in samenhang met artikel 14, lid 1, onder a), van die verordening, met uitzondering van het MRL voor flufenoxuron in thee, dat veilig is voor de consument (9) en overeenstemt met een aanvraag voor invoertolerantie van Japan, en de MRL’s van azinfos-methyl en fosalone in specerijen, die overeenstemmen met Codex-grenswaarden die zijn vastgesteld op basis van monitoringgegevens en waarvan de blootstelling via de voeding bijzonder laag is (10). Voor afweermiddel: tallolie is het passend de vermelding in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 396/2005 te schrappen en overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van die verordening standaardwaarden te vermelden in de lijst in bijlage V bij die verordening. |
|
(14) |
De Commissie heeft de referentielaboratoria van de Europese Unie geraadpleegd over de noodzaak bepaalde bepaalbaarheidsgrenzen aan te passen. Die laboratoria kwamen tot de conclusie dat in verband met de technische ontwikkeling voor bepaalde producten lagere bepaalbaarheidsgrenzen kunnen worden vastgesteld. Voor de werkzame stoffen waarvoor alle MRL’s tot de desbetreffende bepaalbaarheidsgrens moeten worden verlaagd, moeten overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 in de lijst van bijlage V standaardwaarden worden opgenomen. |
|
(15) |
De handelspartners van de Unie zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de nieuwe MRL’s geraadpleegd en er is rekening gehouden met hun opmerkingen. |
|
(16) |
Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(17) |
Deze verordening moet voorzien in een overgangsregeling voor producten die vóór de wijziging van de MRL’s zijn vervaardigd en waarvoor uit de informatie is gebleken dat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd, zodat deze op een normale wijze in de handel gebracht, verwerkt en geconsumeerd kunnen worden. |
|
(18) |
Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat de gewijzigde MRL’s van toepassing worden, zodat de lidstaten, derde landen en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de wijziging van de MRL’s zullen voortvloeien. |
|
(19) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II, III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Verordening (EG) nr. 396/2005 blijft in de versie die vóór de wijziging uit hoofde van deze verordening van kracht was, van toepassing op producten die vóór 25 mei 2021 in de Unie zijn geproduceerd of ingevoerd, behalve voor pyraclostrobin in taveldruiven en voor afweermiddel: tallolie in alle producten.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 21 mei 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 oktober 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2)Wetenschappelijke verslagen van de EFSA, online beschikbaar op: http://www.efsa.europa.eu:
|
|
Reasoned opinion on the evaluation of confirmatory data following the Article 12 MRL review for bentazone. EFSA Journal 2019;17(5):5704. |
|
|
Reasoned opinion on the modification of the existing maximum residue levels for bentazone in soyabeans and poppy seeds. EFSA Journal 2019;17(7):5798. |
|
|
Reasoned opinion on the evaluation of confirmatory data following the Article 12 MRL review for dimethomorph. EFSA Journal 2018;16(10):5433. |
|
|
Reasoned opinion on the modification of the existing maximum residue levels for fludioxonil in rhubarbs. EFSA Journal 2019;17(9):5815. |
|
|
Reasoned opinion on the evaluation of confirmatory data following the Article 12 MRL review for fludioxonil. EFSA Journal 2019;17(9):5812. |
|
|
Reasoned opinion on the modification of the existing maximum residue levels for fludioxonil in certain oilseeds. EFSA Journal 2020;18(1):5994. |
|
|
Reasoned opinion on the modification of the existing maximum residue level for pyraclostrobin in sweet corn. EFSA Journal 2019;17(10):5841. |
|
|
Reasoned opinion on the evaluation of confirmatory data following the Article 12 MRL review for pyraclostrobin. EFSA Journal 2018;16(11):5472. |
|
|
Reasoned opinion on the evaluation of confirmatory data following the Article 12 MRL review for teflubenzuron. EFSA Journal 2018;16(10):5427. |
(3) Verordening (EG) nr. 1335/2005 van de Commissie van 12 augustus 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2076/2002 en de Beschikkingen 2002/928/EG, 2004/129/EG, 2004/140/EG, 2004/247/EG en 2005/303/EG wat betreft de in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad bedoelde termijn en het voortgezette gebruik van bepaalde stoffen die niet in bijlage I daarbij zijn opgenomen (PB L 211 van 13.8.2005, blz. 6).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 942/2011 van de Commissie van 22 september 2011 tot niet-goedkeuring van de werkzame stof flufenoxuron overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Beschikking 2008/934/EG van de Commissie (PB L 246 van 23.9.2011, blz. 13).
(5) Richtlijn 2008/69/EG van de Commissie van 1 juli 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde clofentezine, dicamba, difenoconazool, diflubenzuron, imazaquin, lenacil, oxadiazon, picloram en pyriproxyfen op te nemen als werkzame stoffen (PB L 172 van 2.7.2008, blz. 9).
(6) Beschikking 2006/1010/EG van de Commissie van 22 december 2006 betreffende de niet-opneming van fosalone in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten (PB L 379 van 28.12.2006, blz. 127).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1125 van de Commissie van 22 juni 2017 tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/talloliepek overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 163 van 24.6.2017, blz. 10).
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1186 van de Commissie van 3 juli 2017 tot intrekking van de goedkeuring van de werkzame stof op geur gebaseerde afweermiddelen van dierlijke of van plantaardige oorsprong/ruwe tallolie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 131).
(9) Reasoned opinion on the modification of the existing MRL for flufenoxuron in tea (dried leaves and stalks, fermented of Camellia sinensis). EFSA Scientific Report (2009); 267.
(10) http://www.fao.org/fao-who-codexalimentarius/sh-proxy/en/?lnk=1&url=https%253A%252F%252Fworkspace.fao.org%252Fsites%252Fcodex%252FMeetings%252FCX-718-51%252FREPORT%252FFinal%252520Report%252FREP19_PRe.pdf.
Verslag van de 51e zitting van het Codex-comité voor bestrijdingsmiddelenresiduen. Aanhangsel III, SAR Macau, Volksrepubliek China, 8-13 april 2019.
BIJLAGE
De bijlagen II, III, IV en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden als volgt gewijzigd:
|
1) |
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2) |
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
In bijlage IV wordt de vermelding voor “afweermiddel: tallolie” geschrapt. |
|
4) |
In bijlage V worden de volgende kolommen voor oxadiazon en afweermiddel: tallolie toegevoegd: „Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)
|
(*1) Bepaalbaarheidsgrens
(1) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*2) Bepaalbaarheidsgrens
(2) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*3) Bepaalbaarheidsgrens
(3) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
|
5.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367/39 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/1634 VAN DE COMMISSIE
van 4 november 2020
tot toelating van het in de handel brengen van suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.) als nieuw voedingsmiddel krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 12,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2015/2283 is vastgesteld dat alleen nieuwe voedingsmiddelen die zijn toegelaten en in de Unielijst zijn opgenomen, in de Unie in de handel mogen worden gebracht. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 is Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (2) vastgesteld met een Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen. |
|
(3) |
Krachtens artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283 moet de Commissie beslissen over de toelating en het in de Unie in de handel brengen van een nieuw voedingsmiddel en over de bijwerking van de Unielijst. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/206 van de Commissie (3) is een vergunning verleend voor het in de handel brengen van vruchtenpulp, pulpsap en geconcentreerd pulpsap van Theobroma cacao L. als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 en is de Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen gewijzigd. |
|
(5) |
Op 22 november 2019 heeft de onderneming Cabosse Naturals NV (“de aanvrager”) overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) 2015/2283 bij de Commissie een aanvraag ingediend om suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.) als nieuw voedingsmiddel in de Unie in de handel te brengen. De aanvrager heeft verzocht om suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.) als ingrediënt voor de algemene bevolking te mogen gebruiken. |
|
(6) |
De suikers worden verkregen door middel van een droogprocedé of een zuiveringsprocedé waarbij het overtollige vocht en de andere bestanddelen uit het geconcentreerde pulpsap van Theobroma cacao L. worden verwijderd. |
|
(7) |
De Commissie is van mening dat een veiligheidsbeoordeling van de huidige aanvraag overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2015/2283 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid niet noodzakelijk is. De suikers die via drogen of zuivering uit het geconcentreerde pulpsap van Theobroma cacao L. worden verkregen, zijn identiek aan de suikers die van nature aanwezig zijn in de cacaopulp (Theobroma cacao L.) en bestaan voornamelijk uit glucose en fructose, die een lange geschiedenis hebben van veilig gebruik als levensmiddel; de toelating ervan zou dus geen afbreuk doen aan de veiligheidsoverwegingen die aan de basis lagen van de toelating van geconcentreerd pulpsap van Theobroma cacao L. als traditioneel levensmiddel. |
|
(8) |
In de informatie die in de aanvraag is verstrekt, is afdoende onderbouwd om vast te stellen dat het voorgestelde gebruik en de voorgestelde gebruiksgehalten van het nieuwe voedingsmiddel suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.) in overeenstemming zijn met artikel 12 van Verordening (EU) 2015/2283. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Suikers verkregen uit cacaopulp (Theobroma cacao L.), zoals gespecificeerd in de bijlage bij deze verordening, wordt opgenomen in de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 vastgestelde Unielijst van toegelaten nieuwe voedingsmiddelen.
2. De in lid 1 bedoelde vermelding in de Unielijst omvat de gebruiksvoorwaarden en de etiketteringsvoorschriften zoals vastgesteld in de bijlage.
Artikel 2
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 4 november 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/206 van de Commissie van 14 februari 2020 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van vruchtenpulp, pulpsap en geconcentreerd pulpsap van Theobroma cacao L. als traditioneel levensmiddel uit een derde land krachtens Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 (PB L 43 van 17.2.2020, blz. 66).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 1 (Toegelaten nieuwe voedingsmiddelen) ingevoegd:
|
|
2) |
De volgende vermelding wordt in alfabetische volgorde in tabel 2 (Specificaties) ingevoegd:
|
III Andere handelingen
EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE
|
5.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367/42 |
BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA
Nr. 102/20/COL
van 31 augustus 2020
waarbij Noorwegen wordt gemachtigd om bepaalde termijnen te verlengen die zijn gespecificeerd in artikel 2 van Verordening (EU) 2020/698 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van specifieke en tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de COVID-19-uitbraak in verband met de vernieuwing of verlenging van bepaalde certificaten, getuigschriften en vergunningen, en het uitstel van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen op bepaalde gebieden van de vervoerswetgeving [2020/1635]
DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA,
Gezien Verordening (EU) 2020/698 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot vaststelling van specifieke en tijdelijke maatregelen naar aanleiding van de COVID-19-uitbraak in verband met de vernieuwing of verlenging van bepaalde certificaten, getuigschriften en vergunningen, en het uitstel van bepaalde periodieke controles en periodieke opleidingen op bepaalde gebieden van de vervoerswetgeving, en met name artikel 2, zoals aangepast aan de EER-Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij,
Overwegende hetgeen volgt:
Volgens Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) moeten bepaalde beroepschauffeurs nascholing volgen, en na die opleiding met succes te hebben voltooid, ontvangen zij een getuigschrift van vakbekwaamheid in de vorm van een kwalificatiekaart bestuurder of aanbrenging van de geharmoniseerde Uniecode “95” op het rijbewijs overeenkomstig artikel 10 van die richtlijn.
Bij artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698 worden de termijnen waarbinnen de houder van een getuigschrift van vakbekwaamheid de nascholing moet voltooien, die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020, met zeven maanden verlengd. Evenzo wordt de geldigheid van de overeenkomstige aanbrenging van geharmoniseerde Uniecode “95” bij artikel 2, lid 2, van die verordening verlengd en worden de overeenkomstige kwalificatiekaarten bestuurder bij artikel 2, lid 3, verlengd.
Een lidstaat die van oordeel is dat het volgen van nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van de kwalificatiekaart bestuurder allicht onmogelijk zal blijven tot na 31 augustus 2020 als gevolg van maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in artikel 2, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EU) 2020/698 vermelde perioden, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020 en/of op de in artikel 2, leden 1, 2 en 3, van die verordening vermelde perioden van zeven maanden, naargelang het geval.
Indien de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op basis van een overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2020/698 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij overeenkomstig artikel 2, lid 6, van die verordening een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de perioden in kwestie te verlengen. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin het voltooien van de betreffende nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van kwalificatiekaarten bestuurder naar verwachting onmogelijk zal blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.
Bij brief van 15 juni 2020 (3) heeft Noorwegen, onder verwijzing naar artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2020/698, overeenkomstig artikel 2, lid 5, een met redenen omkleed verzoek ingediend om te worden gemachtigd de in artikel 2, leden 1 en 2, van die verordening vermelde periode met één maand te verlengen. Noorwegen heeft op 26 augustus 2020 aanvullende informatie verstrekt ter ondersteuning van zijn verzoek (4).
Volgens de door Noorwegen verstrekte informatie zal het volgen van nascholing en de afgifte van een getuigschrift daarvan en het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” in Noorwegen waarschijnlijk tot 30 september 2020 onmogelijk blijven als gevolg van maatregelen die Noorwegen heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken.
Noorwegen heeft met name algemene lockdownmaatregelen opgelegd die de sluiting omvatten van opleidingsfaciliteiten, waaronder die voor de nascholing van bestuurders in de zin van Richtlijn 2003/59/EG, en openbare diensten in verband met de vernieuwing van documenten en getuigschriften.
De nascholingscursussen zijn geleidelijk hervat. De maatregelen om COVID-19 in te perken, leiden echter nog steeds tot beperkingen voor deze faciliteiten. Noorwegen verklaart dat de opleidingsfaciliteiten moeten voldoen aan de toepasselijke nationale regels inzake social distancing. Als gevolg daarvan kan slechts een beperkt aantal kandidaten tegelijkertijd aan de cursussen deelnemen. De door de Noorse autoriteiten opgelegde maatregelen hebben geleid tot een aanzienlijke achterstand van getuigschrifthouders die de vereiste nascholing niet hebben kunnen volgen.
Nadat zij overeenkomstig artikel 2, lid 6, van Verordening (EU) 2020/698 het overeenkomstig artikel 2, lid 5, van die verordening van Noorwegen ontvangen met redenen omklede verzoek en de verstrekte aanvullende informatie heeft beoordeeld, is de Autoriteit van oordeel dat het volgen van nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van de kwalificatiekaart bestuurder waarschijnlijk onmogelijk zal blijven tot na 31 augustus 2020 als gevolg van maatregelen die Noorwegen heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken. Aan de in artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) 2020/698 vastgestelde eisen is dus voldaan.
Noorwegen moet derhalve worden gemachtigd om de respectieve perioden tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020 die zijn vermeld in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2020/698, met een maand te verlengen.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Noorwegen wordt gemachtigd de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2020/698 gespecificeerde termijn van 1 februari 2020 tot en met 31 augustus 2020 met een maand te verlengen met het oog op de toepassing van artikel 2, leden 1 en 2, van die verordening.
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Noorwegen.
Gedaan te Brussel, 31 augustus 2020.
Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA
Bente ANGELL-HANSEN
Voorzitter
Frank J. BÜCHEL
Lid van het College
Högni KRISTJÁNSSON
Verantwoordelijk lid van het College
Carsten ZATSCHLER
Medeondertekenaar, directeur
van de Juridische en Uitvoerende Dienst
(1) PB L 165 van 27.5.2020, blz. 10, bij Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 91/2020 van 18 juni 2020 opgenomen in punt 4b van bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst.
(2) Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PB L 226 van 10.9.2003, blz. 4). Bij Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 64/2006 opgenomen in punt 37 van bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst (PB L 245 van 7.9.2006, blz. 13).
(3) Document nr. 1138286.
(4) Document nr. 1149283.
Rectificaties
|
5.11.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 367/45 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie van 15 maart 2019 tot vaststelling van eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie wat officiële controles betreft
( Publicatieblad van de Europese Unie L 131 van 17 mei 2019 )
Bladzijde 67, artikel 22, lid 1, onder a):
in plaats van:
|
“a) |
een visueel onderzoek van de kop en, na lossnijden van de tong, de keel; de tong wordt zo ver losgesneden dat een nauwkeurig visueel onderzoek van mond- en keelholte mogelijk is, en wordt zelf visueel onderzocht en gepalpeerd;”, |
lezen:
|
“a) |
een visueel onderzoek van de kop en, na lossnijden van de tong, de keel; de tong wordt zo ver losgesneden dat een nauwkeurig visueel onderzoek van mond- en keelholte mogelijk is, en wordt zelf visueel onderzocht;”. |