ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 132

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
27 april 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/570 van de Commissie van 28 januari 2020 tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) nr. 748/2012 wat betreft de aanpassing van de regels inzake de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken aan Verordening (EU) nr. 1321/2014 ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/571 van de Commissie van 24 april 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op tafel- en keukengerei van keramiek van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, en tot terugbetaling van geïnde rechten

7

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/572 van de Commissie van 24 april 2020 inzake de voor onderzoeksrapporten betreffende spoorwegongevallen en ‐incidenten te volgen rapportagestructuur ( 1 )

10

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/573 van de Commissie van 24 april 2020 tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 27 april 2020

19

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/574 van de Commissie van 24 april 2020 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 betreffende beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 2732)  ( 1 )

23

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/570 VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2020

tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) nr. 748/2012 wat betreft de aanpassing van de regels inzake de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken aan Verordening (EU) nr. 1321/2014

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 (1) van de Raad, met name artikel 19, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) nr. 1321/2014 (2) van de Commissie is gewijzigd (3) om enerzijds de eisen voor het onderhoud van lichte luchtvaartuigen te versoepelen en anderzijds veiligheidsrisicobeheer in te voeren voor organisaties die de permanente luchtwaardigheid beheren van luchtvaartuigen die door houders van een air operator certificate worden geëxploiteerd. Die wijziging had tot gevolg dat de tot dusver in bijlage I (deel-M) opgenomen maatregelen die moeten worden genomen om de permanente luchtwaardigheid van het luchtvaartuig te waarborgen, afhankelijk van het type luchtvaartuig en de vluchtuitvoering, werden verplaatst naar bijlage I (Deel-M), bijlage V ter (Deel-ML), bijlage V quater (Deel-CAMO) en bijlage V quinquies (Deel-CAO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014.

(2)

Aangezien in de bepalingen betreffende bewijzen van luchtwaardigheid, goedkeuringen van reparatieontwerpen en vliegvergunningen in bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 (4) van de Commissie uitsluitend wordt verwezen naar bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, moet bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 worden gewijzigd om de bepalingen daarvan in overeenstemming te brengen met de nieuwe structuur van de bijlagen bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.

(3)

Uit punt 21.A.604, onder b), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012 zou kunnen worden afgeleid dat niet subdeel D van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012 maar subdeel E van die verordening van toepassing is voor de goedkeuring van als geringe wijzigingen beoordeelde ontwerpwijzigingen van een hulpaggregaat van aanvragers die geen ETSO-autorisatie bezitten. Daarom moet Verordening (EU) nr. 748/2012 worden gerectificeerd om te verduidelijken dat in die gevallen subdeel D van bijlage I bij die verordening van toepassing is.

(4)

De eisen met betrekking tot de productiegrenswaarden voor CO2-emissies van vliegtuigen in bijlage I, subdeel G, punt 21.A.165 bij Verordening (EU) nr. 748/2012 zijn niet duidelijk vermeld en niet afgestemd op dezelfde eisen in subdeel F van bijlage I van die verordening. Verordening (EU) nr. 748/2012 moet daarom worden gerectificeerd.

(5)

In bijlage I, punt 21.A.93, onder c), van Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt verwezen naar “typecertificaten of beperkte typecertificaten”, terwijl moet worden verwezen naar “wijzigingen aan typecertificaten of beperkte typecertificaten”. Verordening (EU) nr. 748/2012 moet daarom worden gerectificeerd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met de adviezen 05/2016 (5) en 06/2016 (6) die het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart heeft ingediend overeenkomstig artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd en gerectificeerd:

1)

artikel 1, lid 2, onder d), wordt geschrapt;

2)

bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 24 maart 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1383 van de Commissie van 8 juli 2019 tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) nr. 1321/2014 met betrekking tot managementsystemen in managementorganisaties voor permanente luchtwaardigheid en versoepeling van de regels inzake onderhoud en beheer van de permanente luchtwaardigheid voor luchtvaartuigen in de general aviation (PB L 228 van 4.9.2019, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1).

(5)  Advies 05/2016: Task force for the review of Part-M for General Aviation (PHASE II).

(6)  Advies 06/2016: Embodiment of safety management system (sms) requirements into Commission Regulation (EU) No 1321/2014 — sms in Part-M.


BIJLAGE

Bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in de inhoudsopgave wordt de verwijzing naar aanhangsel II vervangen door:

“Aanhangsel II — EASA-formulier 15a en 15c — Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid”;

2)

in punt 21.A.93 wordt het bepaalde onder c), punt 2), vervangen door:

“2.

een verlenging vragen van de in de eerste zin van punt c) vastgestelde termijn voor de oorspronkelijke aanvraag en een nieuwe datum voor de afgifte van de goedkeuring voorstellen. In dat geval moet de aanvrager voldoen aan de typecertificeringsbasis, de certificeringsbasis voor gegevens betreffende de operationele geschiktheid en de milieueisen, zoals door het Agentschap opgesteld overeenkomstig punt 21.A.101 en meegedeeld overeenkomstig punt 21.B.105, tegen een door de aanvrager te bepalen datum. Die datum mag echter niet meer dan vijf jaar, in het geval van een aanvraag van een wijziging van een typecertificaat of beperkt typecertificaat voor een groot vliegtuig of groot hefschroefvliegtuig, en drie jaar, in het geval van een aanvraag voor een andere wijziging van een typecertificaat of beperkt typecertificaat, voorafgaan aan de door de aanvrager voorgestelde nieuwe datum voor de afgifte van de goedkeuring.”;

3)

in punt 21.A.165 wordt het bepaalde onder c), punt 3), vervangen door:

“3.

en, in het geval van milieueisen, vaststellen dat:

i)

de geproduceerde motor voldoet aan de motoremissievereisten die van toepassing zijn op de datum waarop de motor is gebouwd, en

ii)

het geproduceerde vliegtuig voldoet aan de CO2-emissievereisten die van toepassing zijn op de datum waarop het eerste luchtwaardigheidscertificaat voor het vliegtuig is afgegeven.”;

4)

in punt 21.A.174 wordt het bepaalde onder b), punt 3), vervangen door:

“3.

voor gebruikte luchtvaartuigen afkomstig uit:

i)

een lidstaat, een overeenkomstig bijlage I (deel-M) of bijlage V ter (deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie afgegeven certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid (*1);

ii)

een derde land:

een verklaring door de bevoegde autoriteit van het land waar het luchtvaartuig geregistreerd is, of was, waarin de luchtwaardigheidstoestand van het betreffende luchtvaartuig op het moment van de overdracht wordt beschreven;

een gewichts- en zwaartepuntsrapport met een beladingschema;

het vlieghandboek indien dit wordt vereist in de luchtwaardigheidsvoorschriften voor dat luchtvaartuig;

historische gegevens om de productie-, wijzigings- en onderhoudsstatus van het luchtvaartuig vast te stellen, met inbegrip van alle beperkingen die verbonden zijn aan een beperkt bewijs van luchtwaardigheid dat is afgegeven overeenkomstig punt 21.B.327;

een aanbeveling voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid of een beperkt bewijs van luchtwaardigheid en voor een certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid op grond van een beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (deel-M) of bijlage V ter (Deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.;

(*1)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).”;"

5)

in punt 21.A.179 wordt het bepaalde onder a), punt 2), i), vervangen door:

“i)

na overlegging van het oude bewijs van luchtwaardigheid en van een overeenkomstig bijlage I (deel-M) of bijlage V ter (deel-ML) van Verordening (EU) 1321/2014 afgegeven geldig bewijs van beoordeling van de luchtwaardigheid;”;

6)

In punt 21.A.441 wordt het bepaalde onder a) vervangen door:

“a)

De uitvoering van een reparatie moet gebeuren overeenkomstig bijlage I (deel-M), bijlage II (deel-145), bijlage V ter (deel-ML) of bijlage V quinquies (deel-CAO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014, of door productieorganisatie die is erkend in overeenstemming met subdeel G van deze bijlage, overeenkomstig de in punt 21.A.163, onder d), bedoelde bevoegdheid;”;

7)

in punt 21.A.604 wordt het bepaalde onder b) vervangen door:

“b)

in afwijking van punt 21.A.611 zijn de eisen van subdeel D van toepassing op de goedkeuring van ontwerpwijzigingen door de houder van de ETSO-autorisatie voor hulpaggregaten en als geringe wijziging geclassificeerde ontwerpwijzigingen van andere aanvragers en zijn de eisen van subdeel E van toepassing op de goedkeuring van als geringe wijzigingen geclassificeerde ontwerpwijzigingen van andere aanvragers. Als de eisen van subdeel E van toepassing zijn, wordt een afzonderlijke ETSO-autorisatie afgegeven in plaats van een aanvullend typecertificaat, en”;

8)

in punt 21.A.711 wordt het bepaalde onder d) vervangen door:

“d)

Een erkende organisatie kan een vliegvergunning afgeven (EASA-formulier 20b, zie aanhangsel IV) op grond van de bevoegdheid verleend krachtens punt CAMO.A.125 van bijlage V quater (deel-CAMO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014 of punt CAO.A.095 van bijlage V quinquies (deel-CAO) van Verordening (EU) nr. 1321/2014, indien de vluchtvoorwaarden als bedoeld in punt 21.A.708 van deze bijlage zijn goedgekeurd overeenkomstig punt 21.A.710 van deze bijlage;”;

9)

in punt 21.B.325 wordt het bepaalde onder c) vervangen door:

“c)

Voor een nieuw luchtvaartuig of een gebruikt luchtvaartuig afkomstig uit een niet-lidstaat, geeft de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie, naast een bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in punt a) of b), een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid af (EASA-formulier 15a of 15c, zie aanhangsel II).”;

10)

in punt 21.B.326 wordt het bepaalde onder b), punt 1), iii), vervangen door:

“iii)

het luchtvaartuig is geïnspecteerd in overeenstemming met de bepalingen van bijlage I (deel-M) of bijlage V ter (deel-ML) van Verordening (EU) nr. 1321/2014, naargelang het geval, en”;

11)

in 21.B.327 wordt het bepaalde onder a), punt 2), i), C) vervangen door:

“C)

het luchtvaartuig is geïnspecteerd in overeenstemming met de bepalingen van bijlage I (deel-M) of bijlage V ter (deel-ML) van Verordening (EG) nr. 1321/2014, naargelang het geval.”;

12)

in de lijst van aanhangsels “EASA-FORMULIEREN” wordt de verwijzing naar “Aanhangsel II — EASA-formulier 15a Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid” vervangen door:

“Aanhangsel II — EASA-formulieren 15a en 15c — Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid”;

13)

Aanhangsel II wordt vervangen door:

“Aanhangsel II

EASA-formulier 15a — Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid

[LIDSTAAT]

Een lidstaat van de Europese Unie (*)

CERTIFICAAT VAN BEOORDELING VAN DE LUCHTWAARDIGHEID (ARC)

Referentie certificaat: …

Overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad verklaart de [BEVOEGDE AUTORITEIT VAN DE LIDSTAAT] hierbij dat het volgende luchtvaartuig:

Fabrikant luchtvaartuig: …

Fabrikantaanduiding: …

Registratie van het luchtvaartuig: …

Serienummer van het luchtvaartuig: …

luchtwaardig is bevonden ten tijde van de beoordeling.

Datum van afgifte: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op datum van afgifte (**): …

Handtekening: …

Nr. van de vergunning: …

1ste verlenging: Het luchtvaartuig is gedurende het afgelopen jaar in een gecontroleerde omgeving gebleven overeenkomstig punt M.A.901 van bijlage I (deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie. Het luchtvaartuig wordt beschouwd als luchtwaardig op het ogenblik van afgifte van dit certificaat.

Datum van afgifte: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op datum van afgifte (**): …

Handtekening: …

Nr. van de vergunning: …

Naam onderneming: …

Referentienummer erkenning: …

2de verlenging: Het luchtvaartuig is gedurende het afgelopen jaar in een gecontroleerde omgeving gebleven overeenkomstig punt M.A.901 van bijlage I (deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie. Het luchtvaartuig wordt beschouwd als luchtwaardig op het ogenblik van afgifte dit certificaat.

Datum van afgifte: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op datum van afgifte (**): …

Handtekening: …

Nr. van de vergunning: …

Naam onderneming: …

Referentienummer erkenning: …

EASA-formulier 15a — Versie 5

(*)

Schrappen voor niet-EU-lidstaten.

(**)

Behalve voor luchtschepen.

EASA-formulier 15c — Certificaat van herbeoordeling van de luchtwaardigheid

CERTIFICAAT VAN HERBEOORDELING VAN DE LUCHTWAARDIGHEID (voor luchtvaartuigen die voldoen aan deel-ML)

Referentie certificaat: …

Overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad:

[NAAM VAN DE BEVOEGDE AUTORITEIT]

of

[NAAM VAN DE ERKENDE ORGANISATIE, ADRES en REFERENTIE VAN DE ERKENNING]

of

[VOLLEDIGE NAAM VAN HET CERTIFICERINGSPERSONEEL EN DEEL 66-LICENTIENUMMER (OF NATIONAAL EQUIVALENT)]

bevestigt hierbij dat zij overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1321/2014 een beoordeling van de luchtwaardigheid heeft uitgevoerd op het volgende luchtvaartuig:

Fabrikant luchtvaartuig: …

Fabrikantaanduiding: …

Registratie van het luchtvaartuig: …

Serienummer van het luchtvaartuig: …

en dat dit luchtvaartuig luchtwaardig is bevonden ten tijde van de beoordeling.

Datum van afgifte: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op de datum van de beoordeling (*): …

Handtekening: …

Nr. van de vergunning (indien van toepassing): …

1ste verlenging: Het luchtvaartuig voldoet aan de voorwaarden van ML.A.901, onder c), van bijlage V ter (Deel-ML).

Datum van afgifte:: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op de datum van afgifte (*): …

Handtekening:: …

Vergunning nr.: …

Naam onderneming:: …

Referentienummer erkenning: …

2de verlenging: Het luchtvaartuig voldoet aan de voorwaarden van ML.A.901, onder c), van bijlage V ter (Deel-ML).

Datum van afgifte: …

Vervaldatum: …

Vlieguren casco op de datum van afgifte (*): …

Handtekening: …

Vergunning nr.: …

Naam onderneming: …

Referentienummer erkenning: …

(*)

Behalve voor luchtballonnen en luchtschepen

EASA-formulier 15c — Versie 3

.

(*1)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1).”;”


27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/571 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2020

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op tafel- en keukengerei van keramiek van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, en tot terugbetaling van geïnde rechten

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 14, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 412/2013 van de Raad (2) zijn definitieve antidumpingrechten ingesteld op keuken- en tafelgerei van keramiek van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de maatregelen bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 van de Commissie (3) verlengd (“de geldende maatregelen”). Na een antiontwijkingsonderzoek heeft de Commissie vervolgens bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 van de Commissie (4) besloten om verscheidene ondernemingen waarvoor voordien een individueel dumpingrecht van 17,9 % gold, aan het voor “alle andere ondernemingen” geldende recht van 36,1 % te onderwerpen en hun individuele aanvullende Taric-code in te trekken.

(2)

Bij artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 is de aanvullende Taric-code B632, die was toegekend aan de onderneming Liling Jiaxing Ceramic Industrial Co., Ltd (“Jiaxing”) vervangen door de aanvullende Taric-code B999. De Commissie heeft de individuele aanvullende Taric-code ingetrokken op basis van een relatie met een andere onderneming, met aanvullende Taric-code B610, die de maatregelen bleek te ontwijken (5). Als gevolg daarvan werd de invoer van keuken- en tafelgerei van keramiek, geproduceerd door Jiaxing, vanaf de inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 onderworpen aan het recht van 36,1 % dat van toepassing is op “alle andere ondernemingen”. Na de bekendmaking daarvan voerde Jiaxing aan dat zij niet naar behoren was geïnformeerd over het voornemen van de Commissie om haar individuele recht te wijzigen en haar te onderwerpen aan het recht dat van toepassing is op alle andere ondernemingen. Jiaxing voerde aan dat zij het recht van verdediging derhalve niet volledig en effectief had kunnen uitoefenen. Bovendien legde zij bewijsmateriaal voor waaruit bleek dat zij niet meer met de onderneming met de aanvullende Taric-code B610 verbonden was.

(3)

In dit verband erkende de Commissie dat Jiaxing niet in staat was gesteld haar recht van verdediging effectief uit te oefenen en dat er geen sprake was van betrekkingen met andere ondernemingen die de maatregelen bleken te ontwijken. Het resultaat van het onderzoek ten aanzien van Jiaxing zou derhalve anders zijn geweest indien zij in de gelegenheid was gesteld haar recht van verdediging tijdens het antiontwijkingsonderzoek volledig uit te oefenen.

(4)

Het is dan ook passend Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, te wijzigen en de aanvullende Taric-code B632 opnieuw toe te wijzen aan Liling Jiaxing Ceramic Industrial Co., Ltd, waarvan de invoer ongewijzigd had moeten worden onderworpen aan een recht van 17,9 %.

B.   TOEPASSING MET TERUGWERKENDE KRACHT

(5)

Op de invoer van Jiaxing in de Unie is sinds de inwerkingtreding op 13 december 2019 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 een recht van 36,1 % toegepast. Zoals uiteengezet in de overwegingen 3 en 4, zou voor die invoer een recht van 17,9 % hebben gegolden indien Jiaxing in staat was gesteld haar rechten effectief uit te oefenen. Derhalve wordt het passend geacht de aanvullende Taric-code B632, waarvoor een recht van 17,9 % geldt, met terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131 toe te passen op de onderneming Liling Jiaxing Ceramic Industrial Co., Ltd.

(6)

Bijgevolg moet het bedrag aan definitieve rechten dat krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, voor de invoer van Jiaxing is betaald en het recht van 17,9 % overschrijdt, worden terugbetaald of kwijtgescholden.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van het bij Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, wordt de volgende onderneming weer opgenomen in de lijst van niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs in de VRC:

Onderneming

Aanvullende

Taric-code

“Liling Jiaxing Ceramic Industrial Co., Ltd.

B632”

Artikel 2

Het bedrag aan definitieve rechten dat krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1198 is betaald en het in artikel 1 vastgestelde definitieve antidumpingrecht overschrijdt, wordt terugbetaald of kwijtgescholden.

De terugbetaling en de kwijtschelding worden overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving binnen de in artikel 121 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (6) gestelde termijn bij de nationale douaneautoriteiten aangevraagd.

Indien een bedrag moet worden terugbetaald, dan geldt als de te betalen rente de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is met terugwerkende kracht van toepassing met ingang van 13 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 131 van 15.5.2013, blz. 1.

(3)   PB L 189 van 15.7.2019, blz. 8.

(4)   PB L 321 van 12.12.2019, blz. 139.

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2131, overwegingen 20 en 21.

(6)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.


27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/572 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2020

inzake de voor onderzoeksrapporten betreffende spoorwegongevallen en ‐incidenten te volgen rapportagestructuur

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (1), en met name artikel 24, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn (EU) 2016/798 voorziet in een kader om ervoor te zorgen dat de resultaten van onderzoeken naar ongevallen en incidenten worden verspreid door de nationale onderzoeksorganen die overeenkomstig artikel 22 van die richtlijn in de Unie verantwoordelijk zijn voor de rapportage over spoorwegongevallen en ‐incidenten.

(2)

De rapporten over onderzoeken en alle bevindingen en daaropvolgende aanbevelingen verschaffen cruciale informatie voor toekomstige verbeteringen van de spoorwegveiligheid in de Europese spoorwegruimte. Overeenkomstig artikel 26 van Richtlijn (EU) 2016/798 moeten partijen tot welke een aanbeveling gericht is, die aanbeveling in aanmerking nemen en het onderzoeksorgaan in kennis stellen van de genomen maatregelen.

(3)

Een gemeenschappelijke structuur voor het onderzoeksrapport moet de uitwisseling van die rapporten vergemakkelijken. Daartoe is overeenkomstig artikel 37, lid 3, onder e), van Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad (2) een openbare databank opgezet die wordt beheerd door het Spoorwegbureau van de Europese Unie en die toegankelijk is via de website van het Spoorwegbureau.

(4)

Om de toegang tot nuttige informatie en het gebruik daarvan door andere Europese belanghebbenden te vergemakkelijken, moeten sommige delen van de rapporten in twee Europese talen worden ingediend.

(5)

De structuur moet de NIB beschermen tegen externe interferenties en waarborgen dat het onderzoek onafhankelijk is uitgevoerd overeenkomstig artikel 21, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/798.

(6)

De rapporten van onderzoeken naar veiligheidsincidenten en ongevallen moeten ervoor zorgen dat lering wordt getrokken uit ongevallen en incidenten in het verleden. Zij moeten het gemakkelijker maken om veiligheidsrisico’s te bepalen en vergelijkbare veiligheidsrisico’s in de toekomst weg te werken, en moeten actoren in de spoorwegsector in staat stellen de analyse van de aan hun activiteiten verbonden risico’s te beoordelen en, indien nodig, hun veiligheidsbeheersystemen bij te werken, desgevallend met inbegrip van corrigerende maatregelen overeenkomstig punt 7.1.3 van bijlage I en punt 7.1.3 van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie (3). Daarom moet de informatie in dergelijke verslagen gestructureerd zijn zodat zij gemakkelijk toegankelijk is.

(7)

Het Bureau, waar de verslagen worden ingediend, moet een adequate IT-tool onderhouden die afgestemd is op de specifieke behoeften van de gebruikers en waarin gemakkelijk opzoekingen kunnen worden gedaan (bijvoorbeeld met behulp van trefwoorden).

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2016/798 bedoelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening wordt een gemeenschappelijke rapportagestructuur vastgesteld voor onderzoeken naar ongevallen en incidenten als bedoeld in artikel 20, leden 1 en 2, van Richtlijn (EU) 2016/798.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

“oorzakelijke factor”: een handeling, verzuim, gebeurtenis of omstandigheid, dan wel een combinatie daarvan waarvan de correctie, eliminatie of preventie het voorval naar alle waarschijnlijkheid zou hebben voorkomen;

2.

“bijdragende factor”: een handeling, verzuim, gebeurtenis of omstandigheid die een impact heeft op een voorval door de waarschijnlijkheid daarvan te vergroten, de impact in de tijd te versnellen of de ernst van de gevolgen ervan te versterken, maar waarvan de eliminatie het voorval niet zou hebben voorkomen;

3.

“systeemfactor”: elke oorzakelijke of versterkende factor van organisatorische, bestuurlijke, maatschappelijke of regelgevende aard die waarschijnlijk een impact zal hebben op soortgelijke en verwante voorvallen in de toekomst, waaronder het regelgevingskader, het ontwerp en de toepassing van het veiligheidsbeheersysteem, de vaardigheden van het personeel, de procedures en het onderhoud.

Artikel 3

Rapportagestructuur

Onverminderd het bepaalde in artikel 20 en artikel 24, leden 1 en 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 wordt het onderzoeksrapport zo veel mogelijk opgesteld volgens de in bijlage I opgenomen structuur.

De punten 1, 5 en 6 van bijlage I worden in een tweede officiële taal van de Unie opgesteld. Deze vertaling moet uiterlijk drie maanden na de indiening van het verslag beschikbaar zijn.

Rapporten worden in een digitaal formaat ter beschikking gesteld aan het Bureau zodat ze digitaal kunnen worden geïndexeerd en geanalyseerd.

Artikel 4

Overgangsbepalingen

Met betrekking tot ongevallen en incidenten waarvoor op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een besluit was genomen om onderzoeken te openen overeenkomstig artikel 22, lid 3, van Richtlijn (EU) 2016/798, mag het onderzoeksorgaan beslissen de in bijlage I beschreven rapportagestructuur of de structuur van bijlage V bij Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) te volgen.

Artikel 5

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102.

(2)  Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1.).

(3)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/762 van de Commissie van 8 maart 2018 tot vaststelling van gemeenschappelijke veiligheidsmethoden inzake de eisen voor veiligheidsbeheersystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 1158/2010 en (EU) nr. 1169/2010 (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 26).

(4)  Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44).


BIJLAGE

Voor de rapportage te volgen structuur

Overeenkomstig artikel 24, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/798 moeten de rapporten over ongevallen en incidenten zo nauw mogelijk aansluiten bij de hierbij vastgestelde structuur, afgestemd op de aard en de ernst van het ongeval of incident. Dat betekent onder meer dat alle titels 1 tot en met 6, met inbegrip van de subtitels in letters, indien van toepassing, moeten worden ingevuld. Voor bepaalde titels of subtitels waarvoor geen relevante informatie beschikbaar is of dergelijke informatie niet vereist is vanwege de omstandigheden van het voorval, wordt de vermelding “niet van toepassing” ingevuld om aan te geven dat deze in het kader van dit onderzoek niet relevant worden geacht. Die vermelding kan aan het begin of eind van een bepaalde titel of subtitel voor een hele rubriek worden aangebracht.

1.   Samenvatting

De samenvatting maakt integrerend deel uit van het rapport en moet voldoende duidelijk zijn zodat ze zonder verdere context kan worden gelezen.

Zij geeft een overzicht van de belangrijkste feiten van het voorval: een korte beschrijving van het ongeval of voorval; waar, wanneer en hoe het is gebeurd, en een conclusie over de oorzaken en gevolgen ervan. In de samenvatting wordt verwezen naar alle factoren (oorzakelijke, bijdragende en/of systeemfactoren) die bij het onderzoek aan het licht zijn gekomen. Desgevallend wordt in de samenvatting een lijst van de veiligheidsaanbevelingen en de adressaten daarvan opgenomen.

2.   Het onderzoek en de context ervan

In dit deel van het verslag worden de doelstellingen en de context van het onderzoek toegelicht. Er wordt melding gemaakt van factoren zoals vertragingen die nadelige gevolgen kunnen hebben of die het onderzoek of de conclusies daarvan kunnen beïnvloeden.

1.

Het besluit om een onderzoek in te stellen:

 

2.

De motivering van het besluit om een onderzoek in te stellen, bijvoorbeeld onder verwijzing naar artikel 20, lid 1 (ernstig ongeval), of artikel 20, lid 2, onder a) tot en met d):

 

3.

De reikwijdte en grenzen van het onderzoek, met inbegrip van een motivering daarvan, alsmede een verklaring voor elke vertraging die een risico of impact heeft op de uitvoering of de conclusies van het onderzoek:

De informatie over de reikwijdte en grenzen kan nader worden beschreven in punt 4.

4.

Een beschrijving van de technische capaciteiten en functies in het team van onderzoekers als geheel. Dit geldt ook voor personen die deel uitmaken van andere onderzoeksinstanties of externe partijen, alsmede bewijs van hun onafhankelijkheid van de bij het voorval betrokken partijen:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

5.

Een beschrijving van het proces voor de communicatie met en raadpleging van de bij het voorval betrokken personen of entiteiten tijdens het onderzoek en in verband met de verstrekte informatie:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

6.

Een beschrijving van de mate waarin de betrokken entiteiten hun medewerking hebben verleend:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

7.

Een beschrijving van de onderzoeksmethoden en ‐technieken en de toegepaste analysemethoden voor de vaststelling van de in het verslag genoemde feiten en bevindingen. De feiten omvatten ten minste:

de gebeurtenissen en omstandigheden die tot het voorval hebben geleid;

alle precursoren die tot het bovenstaande hebben geleid;

instructies, verplichte procedures, feedbackmechanismen en/of controlemechanismen die tot het voorval hebben geleid of anderszins een rol hebben gespeeld.

Bv. interviews, toegang tot documentatie en opnames op exploitatiesystemen.

8.

Een beschrijving van de moeilijkheden en specifieke problemen die zich tijdens het onderzoek hebben voorgedaan.

 

9.

Eventuele contacten met de gerechtelijke autoriteiten, indien van toepassing.

 

10.

In voorkomend geval, alle in het kader van het onderzoek relevante informatie.

 

3.   Beschrijving van het voorval

Dit deel van het verslag bevat een gedetailleerde beschrijving van het mechanisme in verband met het voorval, op basis van de tijdens het onderzoek verzamelde informatie.

a)   Het voorval en achtergrondinformatie:

1.

Beschrijving van het type voorval:

 

2.

Datum, exact tijdstip en exacte plaats van het voorval:

 

3.

Beschrijving van de plaats van het voorval, met inbegrip van de weers- en geografische omstandigheden op het moment van het voorval en eventuele werkzaamheden op of in de nabijheid van de locatie:

 

4.

Doden, gewonden en materiële schade:

reizigers, werknemers of contractanten, gebruikers van overwegen, spoorlopers, andere personen op een perron, andere personen op een andere plaats dan een perron;

vracht, bagage en andere eigendommen;

rollend materieel, infrastructuur en het milieu.

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

5.

Beschrijving van andere gevolgen, met inbegrip van de gevolgen van het voorval op de normale activiteiten van de betrokken partijen:

 

6.

Identificatie van de personen, hun functies en de betrokken entiteiten, met inbegrip van mogelijke interfaces met contractanten en/of andere betrokken partijen:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

7.

Beschrijving en identificatiecodes van de trein(en) en hun samenstelling, met inbegrip van het betrokken rollend materieel en hun registratienummers:

 

8.

Beschrijving van de relevante onderdelen van de infrastructuur en het seinsysteem — type spoor, wissel, interlocking, sein, treinbeveiligingssystemen:

 

9.

Indien van toepassing, alle andere informatie die relevant is voor de beschrijving van het voorval en achtergrondinformatie:

 

b)   Feitelijke beschrijving van de gebeurtenissen:

1.

De keten van elkaar opvolgende gebeurtenissen die tot het voorval hebben geleid, waaronder:

acties van betrokken personen;

de werking van rollend materieel en technische installaties;

de werking van het besturingssysteem:

Bv. vertrekpunt van een treinrit, aanvang van de dienst van een betrokken personeelslid.

Bv. maatregelen van verkeersleidings- en seingevingspersoneel, mondelinge communicatie en schriftelijke bevelen in verband met het voorval.

Bv. seingevings- en besturingssysteem, infrastructuur, communicatieapparatuur, rollend materieel, onderhoud enz.

2.

De keten van gebeurtenissen van het voorval tot het einde van de interventie van de reddingsdiensten, met inbegrip van:

maatregelen ter bescherming en beveiliging van de plaats van het voorval;

inspanningen van de reddings- en hulpverleningsdiensten:

Bv. het activeren van het spoorwegnoodplan, de inwerkingstelling van het noodplan van de publieke reddingsdiensten, de politie en de medische diensten en de gebeurtenissen die daarop volgden.

4.   Analyse van het voorval, indien nodig in het licht van de individuele bijdragende factoren

Dit deel van het verslag bevat een analyse van de geconstateerde feiten en bevindingen (d.w.z. prestaties van exploitanten, rollend materieel en/of technische installaties) die het voorval hebben veroorzaakt. De analyse moet leiden tot de identificatie van de veiligheidskritieke factoren die het voorval hebben veroorzaakt of ertoe hebben bijgedragen, met inbegrip van de als precursoren aangemerkte feiten. Een ongeval of incident kan worden veroorzaakt door oorzakelijke, bijdragende of systeemfactoren die van even groot belang zijn en waarmee tijdens het onderzoek rekening moet worden gehouden.

De analyse kan worden uitgebreid tot de omstandigheden, feedbackmechanismen en/of controlemechanismen binnen het volledige spoorwegsysteem die zijn aangewezen als factoren die de ontwikkeling van soortgelijke voorvallen actief beïnvloeden. Daarbij kan onder meer worden ingezoomd op de werking van veiligheidsbeheersystemen van de betrokken partijen en regelgevende activiteiten op het gebied van certificering en toezicht.

Voor alle geïdentificeerde gebeurtenissen of factoren (oorzakelijke of bijdragende factoren) die veiligheidskritiek blijken te zijn, wordt rekening gehouden met de volgende elementen, overeenkomstig de door de structuur geboden flexibiliteit (zie hierboven).

a)   Rollen en taken

Onverminderd artikel 20, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/798 moet dit deel van het rapport leiden tot de identificatie en analyse van de rollen en plichten van individuele personen en entiteiten, indien nodig met inbegrip van het relevant personeel en zijn welomschreven taken en functies, die een veiligheidskritieke rol hebben gespeeld bij het voorval of alle activiteiten die daartoe hebben geleid.

1.

Spoorwegonderneming(en) en/of infrastructuurbeheerder(s):

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

2.

Met het onderhoud belaste entiteit(en), onderhoudswerkplaatsen en/of andere onderhoudsleveranciers:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

3.

Fabrikanten van rollend materieel of andere leveranciers van spoorwegproducten:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

4.

Nationale veiligheidsinstanties en/of het Spoorwegbureau van de Europese Unie:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

5.

Aangemelde instanties, aangewezen instanties en/of instanties voor risicobeoordeling:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

6.

Certificeringsinstanties van de in punt 2 genoemde met onderhoud belaste entiteiten:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

7.

Andere personen of entiteiten die relevant zijn voor het voorval, al dan niet gedocumenteerd in een van de relevante veiligheidsbeheersystemen of als bedoeld in een register of in een relevant rechtskader:

Vermeld of er anonimiteit wordt geboden aan personen of entiteiten.

Bv. houders van voertuigen, terminalexploitanten, laders of vullers.

b)   Rollend materieel en technische installaties

Oorzakelijke factoren van of de gevolgen van een voorval dat is vastgesteld in verband met de staat van het rollend materieel of de technische installaties, met inbegrip van mogelijke bijdragende factoren in verband met activiteiten en beslissingen, zoals:

1.

Het ontwerp van het rollend materieel, de spoorweginfrastructuur of de technische installaties:

 

2.

De installatie en de ingebruikneming van het rollend materieel, de spoorweginfrastructuur of de technische installatie:

 

3.

Fabrikanten van rollend materieel of andere leveranciers van spoorwegproducten:

 

4.

Het onderhoud en/of de wijziging van het rollend materieel of de technische installaties:

 

5.

De met het onderhoud belaste entiteit(en), onderhoudswerkplaatsen en andere onderhoudsleveranciers:

 

6.

En alle andere voor het onderzoek relevante factoren of gevolgen:

 

c)   Menselijke factoren

Wanneer oorzakelijke of bijdragende factoren of de gevolgen van een voorval verband houden met menselijke handelingen, moet aandacht worden besteed aan de bijzondere omstandigheden en de wijze waarop personeel tijdens de normale werkzaamheden routineactiviteiten uitvoert en met de menselijke en organisatorische factoren die acties en/of beslissingen kunnen beïnvloeden, waaronder:

1.

Menselijke en individuele kenmerken:

a)

opleiding en ontwikkeling, met inbegrip van vaardigheden en ervaring;

b)

medische en persoonlijke omstandigheden die van invloed waren op het voorval, m.i.v. fysieke of psychologische stress;

c)

vermoeidheid;

d)

motivatie en attitude.

 

2.

Arbeidsfactoren:

a)

het ontwerp van de taken;

b)

het ontwerp van installaties die van invloed zijn op de interface mens-machine;

c)

communicatiemiddelen;

d)

praktijken en processen;

e)

exploitatievoorschriften, lokale instructies, personeelseisen, onderhoudsvoorschriften en toepasselijke normen;

f)

de arbeidstijd van het betrokken personeel;

g)

praktijken voor de behandeling van risico’s;

h)

de context, de machines, de uitrusting en de instructies die bepalend zijn voor de arbeidspraktijken.

 

3.

Organisatorische factoren en middelen:

a)

personeelsplanning en werklast;

b)

communicatie, informatie en teamwerk;

c)

aanwerving en selectie, middelen;

d)

prestatiebeheer en ‐toezicht;

e)

loonbeleid (vergoeding);

f)

leiderschap, vermogenskwesties;

g)

cultuur binnen de organisatie;

h)

juridische kwesties (met inbegrip van relevante wet- en regelgeving van de EU en de lidstaten);

i)

het regelgevingskader en de toepassing van het veiligheidsbeheersysteem.

 

4.

Omgevingsfactoren:

a)

arbeidsomstandigheden (lawaai, verlichting, trillingen, …);

b)

weers- en geografische omstandigheden;

c)

werkzaamheden op of in de omgeving van de plaats van het voorval.

 

5.

En alle andere factoren in de bovenstaande punten 1, 2, 3 en 4 die relevant zijn voor het onderzoek:

 

d)   Feedback- en controlemechanismen, met inbegrip van risico- en veiligheidsbeheer en monitoringprocessen.

1.

De relevante randvoorwaarden:

 

2.

De processen, methoden, inhoud en resultaten van de risicobeoordelings- en monitoringactiviteiten, uitgevoerd door een van de betrokken actoren: spoorwegondernemingen, infrastructuurbeheerders, met onderhoud belaste entiteiten, onderhoudswerkplaatsen, andere onderhoudsleveranciers, fabrikanten en andere actoren, en de in artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 402/2013 van de Commissie (1) bedoelde onafhankelijke beoordelingsverslagen:

 

3.

Het veiligheidsbeheersysteem van de betrokken spoorwegonderneming(en) en infrastructuurbeheerder(s), met inbegrip van de basiselementen van artikel 9, lid 3, van Richtlijn (EU) 2016/798 en eventuele wettelijke uitvoeringshandelingen van de EU:

 

4.

Het beheersysteem van de met het onderhoud belaste entiteit(en) en de onderhoudswerkplaatsen, met inbegrip van de in artikel 14, lid 3, en bijlage III van Richtlijn (EU) 2016/798 en alle latere uitvoeringshandelingen genoemde functies:

 

5.

De resultaten van het door de nationale veiligheidsinstanties overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn (EU) 2016/798 uitgeoefende toezicht:

 

6.

De door het Bureau, de nationale veiligheidsinstanties of andere conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekte vergunningen, certificaten en beoordelingsverslagen:

veiligheidsvergunningen/veiligheidscertificaten van de betrokken infrastructuurbeheerder(s) en spoorwegonderneming(en);

vergunningen voor de indienststelling van vaste installaties en vergunningen voor het in de handel brengen van voertuigen;

met onderhoud belaste entiteit en onderhoudswerkplaatsen (m.i.v. certificering).

 

7.

Andere systemische factoren:

 

e)   Eerdere voorvallen van vergelijkbare aard, indien beschikbaar

5.   Conclusies

De conclusies omvatten:

a)

Een samenvatting van de analyse en de conclusies met betrekking tot de oorzaken van het voorval

In de conclusies wordt een samenvatting gegeven van de oorzakelijke en bijdragende factoren van het voorval, met inbegrip van zowel onmiddellijke als diepere systemische factoren, alsook ontbrekende of ontoereikende veiligheidsmaatregelen waarvoor compenserende maatregelen worden aanbevolen. Bovendien wordt verwezen naar de bekwaamheid van de betrokken organisaties om dit via hun veiligheidsbeheersysteem aan te pakken om toekomstige ongevallen en incidenten te voorkomen.

b)

Maatregelen die sinds het voorval zijn genomen

c)

Aanvullende waarnemingen:

Veiligheidsproblemen die tijdens het onderzoek aan het licht zijn gekomen, maar die niet relevant zijn voor de conclusies over de oorzaken en gevolgen van een voorval.

6.   Veiligheidsaanbevelingen

In voorkomend geval worden in dit deel van het verslag veiligheidsaanbevelingen gedaan met als enige doel soortgelijke voorvallen in de toekomst te voorkomen.

Desgevallend wordt het ontbreken van aanbevelingen gerechtvaardigd.

Veiligheidsaanbevelingen zijn gebaseerd op vastgestelde feiten of sterke aannames, alsmede op de analyse daarvan die ten grondslag ligt aan de conclusies over de veiligheidsrelevante oorzaken en gevolgen van een voorval.

Er kunnen ook veiligheidsaanbevelingen worden gedaan betreffende aanvullende bevindingen die niet aan de basis liggen van het voorval of daar niet toe hebben bijgedragen.


(1)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 402/2013 van de Commissie van 30 april 2013 betreffende de gemeenschappelijke veiligheidsmethode voor risico-evaluatie en ‐beoordeling en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 352/2009 (PB L 121 van 3.5.2013, blz. 8).


27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/19


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/573 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2020

tot vaststelling van de invoerrechten in de sector granen van toepassing vanaf 27 april 2020

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 183,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie (2) is bepaald dat het invoerrecht voor de producten van de GN-codes 1001 11 00, 1001 19 00, ex 1001 91 20 (zachte tarwe, zaaigoed), ex 1001 99 00 (zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed), 1002 10 00, 1002 90 00, 1005 10 90, 1005 90 00, 1007 10 90 en 1007 90 00, gelijk is aan de interventieprijs voor deze producten bij de invoer, verhoogd met 55 % en verminderd met de cif-invoerprijs voor de betrokken zending. Dit invoerrecht mag echter niet hoger zijn dan het recht van het gemeenschappelijk douanetarief.

(2)

In artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 is bepaald dat voor de berekening van het in lid 1 van dat artikel bedoelde invoerrecht regelmatig representatieve cif-invoerprijzen voor de in dat lid bedoelde producten worden vastgesteld.

(3)

Overeenkomstig artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) nr. 642/2010 is de invoerprijs die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het invoerrecht voor de in artikel 1, lid 1, van die verordening bedoelde producten de dagelijkse representatieve cif-invoerprijs die wordt bepaald volgens de methode van artikel 5 van die verordening.

(4)

Met ingang van 21 september 2017 wordt het invoerrecht voor producten van de GN-codes 1001 11 00, 1001 19 00, ex 1001 99 00 (zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed), 1002 10 00 en 1002 90 00, van oorsprong uit Canada, berekend overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) nr. 642/2010.

(5)

Er dienen invoerrechten te worden vastgesteld voor de periode vanaf 27 april 2020, die van toepassing zijn totdat een nieuwe vaststelling in werking treedt.

(6)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 moet de onderhavige verordening op de dag van de bekendmaking ervan in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde invoerrechten in de sector granen die van toepassing zijn vanaf 27 april 2020, worden in bijlage I bij de onderhavige verordening vastgesteld op basis van de in bijlage II bij de onderhavige verordening vermelde elementen.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 april 2020.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Wolfgang BURTSCHER

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)  Verordening (EU) nr. 642/2010 van de Commissie van 20 juli 2010 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad ten aanzien van de invoerrechten in de sector granen (PB L 187 van 21.7.2010, blz. 5).


BIJLAGE I

Vanaf 27 april 2020 geldende invoerrechten voor de in artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde producten

GN-code

Omschrijving

Invoerrecht (1)  (2)

(EUR/ton)

1001 11 00

Harde TARWE, zaaigoed

0,00

1001 19 00

Harde TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

van gemiddelde kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

van lage kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

Ex10019120

Zachte TARWE, zaaigoed

0,00

Ex10019900

Zachte TARWE van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed

0,00

1002 10 00

ROGGE, zaaigoed

5,27

1002 90 00

ROGGE, andere dan zaaigoed

5,27

1005 10 90

MAÏS, zaaigoed, andere dan hybriden

5,27

1005 90 00

MAÏS, andere dan zaaigoed (3)

5,27

1007 10 90

GRAANSORGHO, andere dan hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden

5,27

1007 90 00

GRAANSORGHO, andere dan zaaigoed

5,27


(1)  De importeur komt op grond van artikel 2, lid 4, van Verordening (EU) nr. 642/2010 in aanmerking voor een verlaging van het invoerrecht met:

3 EUR per ton als de loshaven aan de Middellandse Zee (voorbij de Straat van Gibraltar) of de Zwarte Zee ligt en de producten via de Atlantische Oceaan of het Suezkanaal in de Unie worden aangevoerd;

2 EUR per ton als de loshaven in Denemarken, Estland, Ierland, Letland, Litouwen, Polen, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk of aan de Atlantische kust van het Iberisch Schiereiland ligt en de producten via de Atlantische Oceaan in de Unie worden aangevoerd.

(2)  Voor de producten van de GN-codes 1001 11 00, 1001 19 00, ex 1001 99 00 (zachte tarwe van hoge kwaliteit, andere dan zaaigoed), 1002 10 00 en 1002 90 00 van oorsprong uit Canada wordt het invoerrecht berekend overeenkomstig artikel 2, lid 5, van Verordening (EU) nr. 642/2010.

(3)  De importeur komt in aanmerking voor een forfaitaire verlaging van het invoerrecht met 24 EUR per ton als aan de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 642/2010 vastgestelde voorwaarden is voldaan.


BIJLAGE II

Elementen voor de berekening van de in bijlage I vastgestelde rechten

1.   

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde referentieperiode:

(EUR/ton)

 

Zachte tarwe  (1)

Maïs

Beurs

Minneapolis

Chicago

Notering

187,231

116,272

Golfpremie

23,784

Grote-Merenpremie

40,454

2.   

Gemiddelden over de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 642/2010 bedoelde referentieperiode:

Vrachtkosten: Golf van Mexico–Rotterdam:

11,705

Vrachtkosten: Grote Meren–Rotterdam:

38,841


(1)  Premie van 14 EUR per ton inbegrepen (artikel 5, lid 3, van Verordening (EU) nr. 642/2010).


BESLUITEN

27.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/23


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2020/574 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2020

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 betreffende beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2020) 2732)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire controles in het intra-uniale handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 van de Commissie (3) is vastgesteld naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bedrijven waar pluimvee wordt gehouden in bepaalde lidstaten en de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden door die lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG van de Raad (4).

(2)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 is bepaald dat de beschermings- en toezichtsgebieden die door de in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit opgenomen lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG zijn ingesteld, ten minste de gebieden moeten omvatten die in de lijst van die bijlage zijn opgenomen.

(3)

Naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 bij pluimvee in Hongarije en Polen die in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 moesten worden weerspiegeld, is die bijlage onlangs bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/549 van de Commissie (5) gewijzigd.

(4)

Sinds de datum waarop Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/549 is vastgesteld, heeft Hongarije de Commissie in kennis gesteld van bijkomende uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bedrijven waar pluimvee werd gehouden in de comitaten Bács-Kiskun en Csongrád.

(5)

Een aantal van de nieuwe uitbraken in Hongarije heeft zich voorgedaan buiten de grenzen van de gebieden die momenteel zijn opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47, met als gevolg dat de nieuwe beschermings- en toezichtsgebieden rond deze nieuwe uitbraken, die door de bevoegde autoriteit van Hongarije overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG zijn vastgesteld, verder reiken dan de grenzen van de gebieden die momenteel in die bijlage zijn opgenomen.

(6)

De Commissie heeft de door Hongarije overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG genomen maatregelen bestudeerd en heeft geconstateerd dat de grenzen van de door de bevoegde autoriteit van die lidstaat ingestelde nieuwe beschermings- en toezichtsgebieden op voldoende afstand liggen van de bedrijven waar de recente uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 zijn bevestigd.

(7)

Om te voorkomen dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en om te vermijden dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moeten de door Hongarije ingestelde nieuwe beschermings- en toezichtsgebieden snel in samenwerking met die lidstaat op het niveau van de Unie worden vastgesteld. Daarom moeten nieuwe beschermings- en toezichtsgebieden voor Hongarije in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 worden opgenomen.

(8)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 moet derhalve worden gewijzigd om de regionalisering op het niveau van de Unie bij te werken, de nieuwe overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG door Hongarije ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden op te nemen en de duur van de daarin geldende beperkingen aan te geven. Gezien de urgentie van de epidemiologische situatie in de Unie wat de verspreiding van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 betreft, is het belangrijk dat de wijzigingen die bij dit besluit in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 worden aangebracht, zo spoedig mogelijk in werking treden.

(9)

Bovendien heeft de huidige epidemie van hoogpathogene aviaire influenza zich sinds de datum van vaststelling van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 verder ontwikkeld en heeft het geografische gebied ervan zich uitgebreid, voornamelijk als gevolg van de seizoensgebonden verplaatsingen van wilde trekvogels, en met name van wilde trekkende watervogels waarvan bekend is dat zij de natuurlijke gastheer voor aviaire influenzavirussen zijn. Deze seizoensgebonden verplaatsingen vormen een voortdurend gevaar voor de directe en indirecte insleep van die virussen in bedrijven waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, waarbij het risico bestaat dat het virus zich dan van een besmet bedrijf naar andere bedrijven verspreidt.

(10)

De ontwikkeling van de epidemiologische situatie in de Unie wat hoogpathogene aviaire influenza betreft, heeft ertoe geleid dat de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 vele malen is gewijzigd om rekening te houden met nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Hongarije, Polen, Roemenië en Slowakije.

(11)

Gezien de veranderende epidemiologische situatie in de Unie in verband met hoogpathogene aviaire influenza, en rekening houdend met het seizoensgebonden karakter van de verspreiding van het hoogpathogene aviaire influenzavirus bij wilde vogels, bestaat er de komende maanden in de Unie een zeer groot risico op nieuwe uitbraken van die ziekte, met name tijdens het volgende trekseizoen van wilde vogels. De strikte uitvoering van de toezicht- en controlemaatregelen van de Unie blijft daarom zeer belangrijk.

(12)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 is momenteel van toepassing tot en met 31 mei 2020. Gezien de aanhoudende aanwezigheid van het hoogpathogene aviaire influenzavirus in de Unie, de voortdurend veranderende epidemiologische situatie in de Unie met betrekking tot die ziekte, de daarmee samenhangende risico’s voor de diergezondheid en de inspanningen die nodig zijn om de ziekte te bestrijden, en om tegelijkertijd geen onnodige handelsbeperkingen op te leggen, moet de toepassingsperiode van dat uitvoeringsbesluit echter worden verlengd.

(13)

Bij Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (6) is een nieuw wetgevingskader vastgesteld voor de preventie en bestrijding van een aantal in de lijst opgenomen ziekten in de Unie, waaronder hoogpathogene aviaire influenza, en zij voorziet in vrijwaringsmaatregelen in het geval van dierziekten. Die verordening is van toepassing met ingang van 21 april 2021. In het licht van de huidige epidemie van die ziekte is het van belang dat de maatregelen ter bestrijding van hoogpathogene aviaire influenza op het niveau van de Unie worden voortgezet. Het is derhalve passend de toepassingsperiode van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 te verlengen tot en met 20 april 2021, zodat nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in de Unie daaronder vallen.

(14)

De toepassingsperiode van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(15)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 5 wordt de datum “31 mei 2020” vervangen door “20 april 2021”.

2)

De bijlage wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 24 april 2020.

Voor de Commissie

Stella KYRIAKIDES

Lid van de Commissie


(1)   PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 van de Commissie van 20 januari 2020 betreffende beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 16 van 21.1.2020, blz. 31).

(4)  Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16).

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/549 van de Commissie van 20 april 2020 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 betreffende beschermende maatregelen in verband met hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 123 van 21.4.2020, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/47 wordt vervangen door:

“BIJLAGE

DEEL A

In de artikelen 1 en 2 bedoelde beschermingsgebieden in de betrokken lidstaten:

Lidstaat: Duitsland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

BUNDESLAND SACHSEN-ANHALT, Landkreis Börde

Verbandsgemeinde Flechtingen

Gemeinde: 39345 Bülstringen

Ortsteil: Wieglitz/Ellersell

23.4.2020

Einheitsgemeinde Stadt Haldensleben

Ortsteil: 39345 Uthmöden

23.4.2020

Lidstaat: Hongarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Bács-Kiskun és Csongrád megye:

Ásotthalom, Balástya, Csengele, Csólyospálos, Hajós, Jászszentlászló, Kelebia, Kiskunmajsa, Kistelek, Kömpöc, Öttömös, Pálmonostora, Petőfiszállás, Pusztaszer és Ruzsa települések közigazgatási területeinek a 46.440827 és a 19.846995, a 46.438786 és 19.850685, a 46.440443 és a 19.857895, a 46.423886 és a 19.854827, a 46.44449 és 19.8483, 46.455321 és 19.852898, a 46.45030 és 19.84853, a 46.403611 és 19.834167, a 46.38769 és 19.86654 , a 46.40299 és 19.87998, a 46.41096 és 19.83726, a 46.44957 és 19.87544, a 46.55800 és 19.79035, a 46.38741 és 19.86223, a 46.42564 és 19.86214, a 46.44133 és 19.85725, a 46.40685 és 19.86369, a 46.38730 és 19.85161, a 46.45601 és 19.87579, a 46.45869 és 19.87283, a 46.411942 és 19.852744, a 46.41407 és 19.88379, a 46.45071735 és 19.8386126, a 46.45798081 és 19.86121049, a 46.40755246 és 19.85871844, a 46.6014 és 19.5428, 46.47455783 és 19.86788239, a 46.4776644 és 19.86554941, a 46.41085 és 19.85558, a 46.3896296224 és 19.858905558, a 46.5253 és 19.7569, a 46.48031 és 19.84032, a 46.386442 és 19.775899, a 46.53935 és 19.74915, a 46.434080 és 19.837544, a 46.49795 és 19.77742, a 46.49526 és 19.77629, a 46.518974 és 19.785285, a 46.494599 és 19.784372, a 46.48499 és 19.79693, a 46.34363 és a 19.88657, a 46.38582 és 19.87797, a 46.426789 és 19.4482121, a 46.50638 és 19.78172, a 46.55212 és 19.97079, a 46.50073 és 19.7877, a 46.4993565 és 19.7809441, a 46.54135 és 19.83184, a 46.3996 és 19.87582, a 46.4963 és 19.9106, a 46.2541 és 46.2541, a 46.54013 és a 19.84689, a 46.51653 és 19.88925, a 46.51654 és 19.76043, valamint a 46.5951638 és 19.8779228 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei

18.5.2020

Csongrád megye:

Balástya, Bordány, Kistelek, Ruzsa, Tömörkény és Zsombó települések közigazgatási területeinek a 46.3424 és 19.8024, a 46.30436 és 19.77187, a 46.22671 és 19.58741, a 46.34363 és 19.88657, a 46.3455 és 19.9427, a 46.198931 és 19.5964193, a 46.4386 és 19.9377, valamint a 46.5498 és 20.00926 GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei, valamint Csengele, Forráskút, Öttömös, Pusztaszer és Üllés települések teljes közigazgatási területe.

18.5.2020

Bács-kiskun megye:

Bócsa, Borota, Bugac, Bugacpusztaháza, Cászártöltés, Csávoly, Csólyospálos, Harkakötöny, Jánoshalma, Jászszentlászló, Kaskantyú, Kecskemét, Kelebia, Kiskőrös, Kiskunfélegyháza, Kiskunhalas, Kiskunmajsa, Kisszállás, Kömpöc, Kunfehértó, Kunszállás, Mélykút, Móricgát, Nyárlőrinc, Orgovány, Páhi, Petőfiszállás, Pirtó, Rém, Soltvadkert, Szank, Tázlár, Tompa, Városföld és Zsana települések közigazgatási területeinek a 46.435119 és a 19.836480, a 46.558317 és 19.713448, a 46.694364 és 19.77329, a 46.44159 és 19.84327, a 46.514537 és 19.65459, a 46.465556 és 19.808611, a 46.5448459 és 19.745837, a 46.800833 és 19.857222, a 46.41549 és 19.84498, a 46.5692465 és 19.6932973, a 46.5606135 és 19.7108641, a 46.41504 és 19.83675, a 46.47190 és 19.82798, a 46.860495 és 19.848759, a 46.603350 és 19.478592, a 46.49398 és 19.76918, a 46.423333 és 19.850278, a 46.4528606 és 19.79683053, a 46.65701 és 19.77743, a 46.47019 és 19.83754, a 46.520509 és 19.651656, a 46.581470 és 19.770906, a 46.46758 és 19.85086, a 46.49169 és 19.68988, a 46.51590 és 19.64387, a 46.4608579 és 19.8303092, a 46.22671 és 19.58741, a a 46.50898 és 19.63934, a 46.46467 és 19.76302, a 46.46752 és 19.75170, a 46.46515 és 19.75375, a 46.46900 és 19.76215, a 46.41600 és 19.6807, a 46.40430 és 19.73591, a 46.5158453 és 19.6704565, a 46.606053 és 19.788634, a 46.61600 és 19.66512, a 46.47344 és 19.74689, a 46.60658 és 19.53464, a 46.493294 és 19.689126, a 46.682057 és 19.499820, a 46.536629 és 19.488942, a 46.46817 és 19.81632, a 46.347100 és 19.402476; a 46.588129 és 19.798864, a 46.4982 és 19.6534, a 46.4483399 és 19.7683431, a 46.34587 és 19.40784, a 46.34457 és 19.40556, a 46.5916734 és 19.4953154, a 46.3957493 és 19.6759709, a 46.45024 és 19.70384, a 46.43887 és 19.603, a 46.59776 és 19.80446, a 46.5229 és 19.71635, a 46.40123 és 19.73661, a 46.675319 és 19.503534, a 46.44905 és 19.8054, a 46.54089 és 19.6471, a 46.592784 és 19.491405, a 46.51841 és 19.7112, a 46.45126 és 19.78045, a 46.55832 és 19.46721, a 46.46897 és 19.84236, a 46.598149 és 19.465149, a 46.5878624 és 19.882969, a 46.45851 és 19.68701, a 46.59159 és 19.77504, a 46.6173 és 19.5483, a 46.66314 és 19.49678, a 46.4209 és 19.44301, a 46.44449 és 19.42247, a 46.22658 és 19.39732, a 46.533528 és 19.518495, a 46.22667 és a 19.62321, a 46.620761 és 19.449354, a 46.624254 és 19.407137, a 46.632 és 19.534668, a 46.630572 és 19.534712, a 46.50235 és 19.65373, a 46.525321 és 19.617174, a 46.48606 és 19.67546, a 46.44627 és 19.74492, a 46.46953 és 19.76922, a 46.57385 és 19.74038, a 46.51957 és 19.63121, a 46.17763 és 19.6145, a 46.44502 és 19.63958, a 46.58973 és 19.78638, a 46.49749 és 19.63524, a 46.4134 és 19.45376, a 46.51492 és 19.72355, a 46.34817 és 19.40526, a 46.40771 és 19.1972, a 46.73519 és 19.45826, a 46.544906 és 19.702231, a 46.45126 és 19.78045, a 46.22153 és 19.39457, a 46.67671 és 19.49529, a 46.45707 és 19.62088, a 46.46387 és 19.47777, a 46.275227 és 19.52979, a 46.56694 és 19.62731, a 46.28476 és 19.35571, a 46.634373 és 19.527571, a 46.526255 és 19.6288633, a 46.25856 és 19.12728, a 46.776074 és 19.8004028, a 46.5821446 és 19.4672782, a 46.67858 és 19.66368, a 46.52717 és 19.63718, a 46.51687 és 19.6405, a 46.52605 és 19.62677, a 46.678632 és 19.511939, a 46.618622 és 19.536336, valamint a 46.546655 és 19.669115 GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei.

18.5.2020

Lidstaat: Polen

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

W województwie lubuskim w powiecie sulęcińskim:

w gminie Krzeszyce miejscowość Muszkowo

25.4.2020

DEEL B

In de artikelen 1 en 3 bedoelde toezichtsgebieden in de betrokken lidstaten:

Lidstaat: Duitsland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

BUNDESLAND SACHSEN-ANHALT, Landkreis Börde

Verbandsgemeinde Flechtingen

Gemeinde: 39345 Bülstringen

Ortsteil: Wieglitz/Ellersell

Van 24.4.2020 tot en met 2.5.2020

Einheitsgemeinde Stadt Haldensleben

Ortsteil: 39345 Uthmöden

Van 24.4.2020 tot en met 2.5.2020

Einheitsgemeinde Stadt Haldensleben

Ortsteil: 39343 Bodendorf

Ortsteil: 39345 Gut Detzel

Ortsteil: 39340 Hütten

Ortsteil: 39340 Lübberitz

Ortsteil: 39345 Satuelle

Ortsteil: 39343 Süplingen

39340 Stadt Haldensleben

2.5.2020

Einheitsgemeinde Oebisfelde/Weferlingen

Ortsteil: 39359 Keindorf

2.5.2020

Verbandsgemeinde Elbe-Heide

Gemeinde Westheide

Ortsteil: 39345 Born

2.5.2020

BUNDESLAND SACHSEN-ANHALT, Altmarkkreis Salzwedel

Gemeinde Gardelegen

Ortsteil: 39638 Jeseritz

Ortsteil: 39638 Parleib

Ortsteil: 39638 Potzehne

Ortsteil: 39638 Roxförde

2.5.2020

Lidstaat: Hongarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Bács-Kiskun és Csongrád megye:

Ásotthalom, Balástya, Csengele, Csólyospálos, Hajós, Jászszentlászló, Kelebia, Kiskunmajsa, Kistelek, Kömpöc, Öttömös, Pálmonostora, Petőfiszállás, Pusztaszer és Ruzsa települések közigazgatási területeinek a 46.440827 és a 19.846995, a 46.438786 és a 19.850685, a 46.440443 és a 19.857895, a 46.423886 és a 19.854827, a 46.44449 és 19.8483, 46.455321 és 19.852898, a 46.45030 és 19.84853, a 46.403611 és 19.834167, a 46.38769 és 19.86654 , a 46.40299 és 19.87998, a 46.41096 és 19.83726, a 46.44957 és 19.87544, a 46.55800 és 19.79035, a 46.38741 és 19.86223, a 46.42564 és 19.86214, a 46.44133 és 19.85725, a 46.40685 és 19.86369, a 46.38730 és 19.85161, a 46.45601 és 19.87579, a 46.45869 és 19.87283, a 46.411942 és 19.852744, a 46.41407 és 19.88379, a 46.45071735 és 19.8386126, a 46.45798081 és 19.86121049, a 46.40755246 és 19.85871844, a 46.6014 és 19.5428, 46.47455783 és 19.86788239, a 46.4776644 és 19.86554941, a 46.41085 és 19.85558, a 46.3896296224 és 19.858905558, a 46.5253 és 19.7569, a 46.48031 és 19.84032, a 46.386442 és 19.775899, a 46.53935 és 19.74915, a 46.434080 és 19.837544, a 46.49795 és 19.77742, a 46.49526 és 19.77629, a 46.518974 és 19.785285, a 46.494599 és 19.784372, a 46.48499 és 19.79693, a 46.34363 és a 19.88657, a 46.38582 és 19.87797, a 46.426789 és 19.4482121, a 46.50638 és 19.78172, a 46.55212 és 19.97079, a 46.50073 és 19.7877, a 46.4993565 és 19.7809441, a 46.54135 és 19.83184, a 46.3996 és 19.87582, a 46.4963 és 19.9106, a 46.2541 és 46.2541, a 46.54013 és a 19.84689, a 46.51653 és 19.88925, a 46.51654 és 19.76043, valamint a 46.5951638 és 19.8779228 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei.

Van 19.5.2020 tot en met 27.5.2020

Az alábbiak által határolt terület védőkörzeten kívüli területei: Kunbaja nyugati közigazgatási határa, majd Bácsalmás, Mátételke, Felsőszentiván, Baja közigazgatási határai, majd Bács-Kiskun és Tolna megye határa, majd Fajsz keleti és Dusnok nyugati közigazgatási határa, majd Miske és Drágszél nyugati közigazgatási határai, majd Homokmégy, Öregcsertő, Kecel, Kiskőrös, Tabdi, Csengőd, Izsák nyugati közigazgatási határai, majd Ágasegyháza, Ballószög, és Kecskemét északi közigazgatási határa, majd a 46.86495 és 19.848759 és a 46.800833 és 19.857222 GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 10 km sugarú körök, majd Kiskunfélegyháza közigazgatási határa, majd Gátér keleti és Felgyő északi és keleti közigazgatási határa, majd a Tisza, Baks és Ópusztaszer déli közigazgatási határa, majd Balástya és Szatymaz keleti közigazgatási határa, majd az 5-ös főút, az 502-es út, az 55 út, majd Domaszék és Röszke keleti közigazgatási határa, majd az országhatár.

27.5.2020

Csongrád megye:

Balástya, Bordány, Kistelek, Ruzsa, Tömörkény és Zsombó települések közigazgatási területeinek a 46.3424 és 19.8024, a 46.30436 és 19.77187, a 46.22671 és 19.58741, a 46.34363 és 19.88657, a 46.3455 és 19.9427, a 46.198931 és 19.5964193, a 46.4386 és 19.9377, valamint a 46.5498 és 20.00926 GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei, valamint Csengele, Forráskút, Öttömös, Pusztaszer és Üllés települések teljes közigazgatási területe.

Van 19.5.2020 tot en met 27.5.2020

Bács-Kiskun megye:

Bócsa, Borota, Bugac, Bugacpusztaháza, Császártöltés, Csávoly, Csólyospálos, Harkakötöny, Jánoshalma, Jászszentlászló, Kaskantyú, Kecskemét, Kelebia, Kiskőrös, Kiskunfélegyháza, Kiskunhalas, Kiskunmajsa, Kisszállás, Kömpöc, Kunfehértó, Kunszállás Mélykút, Móricgát, Nyárlőrinc, Orgovány, Páhi, Petőfiszállás, Pirtó, Rém, Soltvadkert, Szank, Tázlár, Tompa, Városföld és Zsana települések közigazgatási területeinek a 46.435119 és a 19.836480, a 46.558317 és 19.713448, a 46.694364 és 19.77329, a 46.44159 és 19.84327, a 46.514537 és 19.65459, a 46.465556 és 19.808611, a 46.5448459 és 19.745837, a 46.800833 és 19.857222, a 46.41549 és 19.84498, a 46.5692465 és 19.6932973, a 46.5606135 és 19.7108641, a 46.41504 és 19.83675, a 46.47190 és 19.82798, a 46.860495 és 19.848759, a 46.603350 és 19.478592, a 46.49398 és 19.76918, a 46.423333 és 19.850278, a 46.4528606 és 19.79683053, a 46.65701 és 19.77743, a 46.47019 és 19.83754, a 46.520509 és 19.651656, a 46.581470 és 19.770906, a 46.46758 és 19.85086, a 46.49169 és 19.68988, a 46.51590 és 19.64387, a 46.4608579 és 19.8303092, a 46.22671 és 19.58741, a a 46.50898 és 19.63934, a 46.46467 és 19.76302, a 46.46752 és 19.75170, a 46.46515 és 19.75375, a 46.46900 és 19.76215, a 46.41600 és 19.6807, a 46.40430 és 19.73591, a 46.5158453 és 19.6704565, a 46.606053 és 19.788634, a 46.61600 és 19.66512, a 46.47344 és 19.74689, a 46.60658 és 19.53464, a 46.493294 és 19.689126, a 46.682057 és 19.499820, a 46.536629 és 19.488942, a 46.46817 és 19.81632, a 46.347100 és 19.402476; a 46.588129 és 19.798864; a 46.4982 és 19.6534, a 46.4483399 és 19.7683431, a 46.34587 és 19.40784, a 46.34457 és 19.40556, a 46.5916734 és 19.4953154, a 46.3957493 és 19.6759709, a 46.45024 és 19.70384, a 46.43887 és 19.603, a 46.59776 és 19.80446, a 46.5229 és 19.71635, a 46.40123 és 19.73661, a 46.675319 és 19.503534, a 46.44905 és 19.8054, a 46.54089 és 19.6471, a 46.592784 és 19.491405, a 46.51841 és 19.7112, a 46.45126 és 19.78045, a 46.55832 és 19.46721, a 46.46897 és 19.84236, a 46.598149 és 19.465149, a 46.5878624 és 19.882969, a 46.45851 és 19.68701, a 46.59159 és 19.77504, a 46.6173 és 19.5483, a 46.66314 és 19.49678, a 46.4209 és 19.44301, a 46.44449 és 19.42247, a 46.22658 és 19.39732, a 46.533528 és 19.518495, a 46.22667 és a 19.62321, a 46.620761 és 19.449354, a 46.624254 és 19.407137, a 46.632 és 19.534668, a 46.630572 és 19.534712, a 46.50235 és 19.65373, a 46.525321 és 19.617174, a 46.48606 és 19.67546, a 46.44627 és 19.74492, a 46.46953 és 19.76922, a 46.57385 és 19.74038, a 46.51957 és 19.63121, a 46.17763 és 19.6145, a 46.44502 és 19.63958, a 46.58973 és 19.78638, a 46.49749 és 19.63524, a 46.4134 és 19.45376, a 46.51492 és 19.72355, a 46.34817 és 19.40526, a 46.40771 és 19.1972, a 46.73519 és 19.45826, a 46.544906 és 19.702231, a 46.45126 és 19.78045, a 46.22153 és 19.39457, a 46.67671 és 19.49529, a 46.45707 és 19.62088, a 46.46387 és 19.47777, a 46.275227 és 19.52979, a 46.56694 és 19.62731, a 46.28476 és 19.35571, a 46.634373 és 19.527571, a 46.526255 és 19.6288633, a 46.25856 és 19.12728, a 46.776074 és 19.8004028, a 46.5821446 és 19.4672782, a 46.67858 és 19.66368, a 46.52717 és 19.63718, a 46.51687 és 19.6405, a 46.52605 és 19.62677, a 46.678632 és 19.511939, a 46.618622 és 19.536336, valamint a 46.546655 és 19.669115 GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körökön belül eső területei.

Van 19.5.2020 tot en met 27.5.2020

Lidstaat: Polen

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

W województwie lubuskim w powiecie sulęcińskim i słubickim:

w powiecie sulęcińskim:

1.

w gminie Krzeszyce miejscowości: Krępiny, Marianki, Zaszczytowo, Studzionka, Dzierżązna, Malta, Czartów, Krasnołęg, Świętojańsko, Krzeszyce, Karkoszów, Przemysław, Rudna,

2.

w gminie Sulęcin miejscowości: Trzebów, Drogomin,

3.

w gminie Słońsk miejscowości: Ownice, Lemierzyce, Lemierzycko, Grodzisk, Chartów, Jamno, Budzigniew, Polne

w powiecie słubickim:

 

w gminie Ośno Lubuskie miejscowości: Radachów, Trześniów, Kochań.

4.5.2020

W województwie lubuskim w powiecie sulęcińskim:

w gminie Krzeszyce, miejscowość Muszkowo.

Van 26.4.2020 tot en met 4.5.2020