ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 102

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

63e jaargang
2 april 2020


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/478 van de Commissie van 1 april 2020 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/479 van de Commissie van 1 april 2020 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1235/2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft ( 1 )

4

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/480 van de Commissie van 1 april 2020 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 inzake de ter ondersteuning van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad opgestelde geharmoniseerde normen voor machines

6

 

 

III   Andere handelingen

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

*

Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA nr. 94/19:COL van 18 december 2019 houdende de honderdenvijfde wijziging van de formele en materiële regels op het gebied van staatssteun door het schrappen van de richtsnoeren voor de conversie tussen nationale valuta’s en EUR [2020/481]

14

 

*

Besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA Nr. 7/20/COL van 11 februari 2020 tot wijziging van het reglement van orde [2020/482]

16

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

2.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/478 VAN DE COMMISSIE

van 1 april 2020

tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende nieuwe voedingsmiddelen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1852/2001 van de Commissie (1), en met name artikel 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2015/2283 moest de Commissie uiterlijk op 1 januari 2018 de Unielijst vaststellen van de krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (2) toegelaten of aangemelde nieuwe voedingsmiddelen.

(2)

De Unielijst van de krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 toegelaten of aangemelde nieuwe voedingsmiddelen is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie (3) vastgesteld.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 is gerectificeerd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1023 van de Commissie (4) en de bijlage erbij is vervangen teneinde er een aantal toegelaten of aangemelde nieuwe voedingsmiddelen in op te nemen die niet op de oorspronkelijke Unielijst waren vermeld.

(4)

Na de bekendmaking van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 en Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1023 hebben exploitanten van levensmiddelenbedrijven een bijkomende fout in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 geconstateerd en de Commissie daarvan in kennis gesteld.

(5)

Een rectificatie is noodzakelijk om exploitanten van levensmiddelenbedrijven en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten duidelijkheid en rechtszekerheid te verschaffen, en zo te zorgen voor een juiste uitvoering en een juist gebruik van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen.

(6)

Olie van Schizochytrium sp. (T18) was toegelaten als nieuw voedingsmiddel volgens de kennisgevingsprocedure van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97. In de specificaties van olie van Schizochytrium sp. (T18) is het zuurgetal vermeld als ≤ 0,5 mg KOH/g, terwijl de juiste waarde ≤ 0,8 mg KOH/g is. In de bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 vastgestelde Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen is dezelfde onjuiste waarde vermeld.

(7)

De specificaties van olie van Schizochytrium sp. (T18) met betrekking tot het zuurgetal in tabel 2 van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gecorrigeerd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt gerectificeerd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 327 van 11.12.2015, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 van de Commissie van 20 december 2017 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen overeenkomstig Verordening (EU) 2015/2283 van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen (PB L 351 van 30.12.2017, blz. 72).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1023 van de Commissie van 23 juli 2018 tot rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 tot vaststelling van de Unielijst van nieuwe voedingsmiddelen (PB L 187 van 24.7.2018, blz. 1).


BIJLAGE

In tabel 2 (Specificaties) van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470 wordt de vermelding voor olie van Schizochytrium sp. (T18) vervangen door:

“Toegelaten nieuw voedingsmiddel

Specificaties

Olie van Schizochytrium sp. (T18)

Zuurgetal: ≤ 0,8 mg KOH/g

Peroxidegetal: ≤ 5,0 meq/kg olie

Vocht en vluchtige bestanddelen: ≤ 0,05 %

Onverzeepbare bestanddelen: ≤ 3,5 %

Transvetzuren: ≤ 2,0 %

Vrije vetzuren: ≤ 0,4 %

DHA-gehalte: ≥ 35 %”


2.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/479 VAN DE COMMISSIE

van 1 april 2020

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1235/2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (1), en met name artikel 38, onder d),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uit een derde land ingevoerde producten mogen in de Unie als biologisch product in de handel worden gebracht als voor deze producten een controlecertificaat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten, de controlerende autoriteiten of de controleorganen van een erkend derde land, of door een erkende controlerende autoriteit of een erkend controleorgaan.

(2)

Met het oog op de naleving van artikel 33, lid 1, van Verordening (EG) nr. 834/2007 en de traceerbaarheid van de ingevoerde producten tijdens de distributie, met inbegrip van het vervoer uit derde landen, bepaalt Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie (2), zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/25 van de Commissie (3), dat het controlecertificaat door de bevoegde controlerende autoriteit of het bevoegde controleorgaan moet worden afgegeven voordat de zending het derde land van uitvoer of oorsprong verlaat. Die controlerende autoriteit of dat controleorgaan moet de verklaring in vak 18 van het certificaat ondertekenen nadat die autoriteit of dat orgaan een controle aan de hand van stukken heeft verricht op basis van alle relevante controledocumenten, waaronder de vervoersdocumenten.

(3)

Het blijkt dat in sommige gevallen het controleorgaan niet tijdig over volledige vervoersdocumenten beschikt om alle vervoersinformatie in het controlecertificaat te kunnen opnemen voordat de zending het derde land verlaat. Daarom moet worden gespecificeerd dat de betrokken controlerende autoriteit of het betrokken controleorgaan de in de vervoersdocumenten opgenomen informatie moet controleren en in het controlecertificaat moet opnemen binnen ten hoogste tien dagen na de afgifte van het certificaat, en in elk geval voordat de autoriteiten van de lidstaat het certificaat viseren.

(4)

Verordening (EG) nr. 1235/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

Aangezien deze wijzigingen nodig zijn voor de toepassing van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1235/2008, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/25, moet deze verordening met terugwerkende kracht van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/25.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor biologische productie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1235/2008

Artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1235/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

aan lid 2, derde alinea, wordt de volgende zin toegevoegd:

“Indien in de vakken 16 en 17 en de relevante velden van vak 13 van het afgedrukte en manueel ondertekende exemplaar van het controlecertificaat informatie met betrekking tot de vervoersdocumenten ontbreekt of indien die informatie verschilt van de in Traces beschikbare informatie, nemen de bevoegde autoriteiten van de betreffende lidstaat en de eerste geadresseerde voor de verificatie en de visering van het controlecertificaat alleen de in Traces beschikbare informatie in aanmerking.”;

2)

in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De controlerende autoriteit die of het controleorgaan dat het controlecertificaat afgeeft, gaat pas tot afgifte van het controlecertificaat en ondertekening van de verklaring in vak 18 van het certificaat over nadat die autoriteit of dat orgaan een controle aan de hand van stukken heeft verricht op basis van alle relevante controledocumenten, waaronder met name het productieplan voor het betrokken product en de handelsdocumenten, en de zending, afhankelijk van de risicobeoordeling, eventueel fysiek heeft gecontroleerd. De informatie met betrekking tot de vervoersdocumenten in vak 13, met name het aantal verpakkingen en het nettogewicht, en de informatie in de vakken 16 en 17 van het controlecertificaat met betrekking tot de vervoerswijze en de vervoersdocumenten worden in het controlecertificaat opgenomen binnen ten hoogste tien dagen na de afgifte van het certificaat, en in elk geval voordat het door de bevoegde autoriteiten van de betreffende lidstaat wordt geviseerd.”.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 3 februari 2020.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 1 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1.

(2)  Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 25).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/25 van de Commissie van 13 januari 2020 tot wijziging en rectificatie van Verordening (EG) nr. 1235/2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 8 van 14.1.2020, blz. 18).


BESLUITEN

2.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/6


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2020/480 VAN DE COMMISSIE

van 1 april 2020

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 inzake de ter ondersteuning van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad opgestelde geharmoniseerde normen voor machines

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 10, lid 6,

Gezien Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (2), en met name artikel 7, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2006/42/EG worden machines die gebouwd zijn overeenkomstig geharmoniseerde normen waarvan de referentie in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, geacht in overeenstemming te zijn met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen waarop die geharmoniseerde norm betrekking heeft.

(2)

Bij brief van 19 december 2006 heeft de Commissie CEN en Cenelec verzocht (verzoek M/396) om de opstelling, de herziening en de voltooiing van de werkzaamheden met betrekking tot de geharmoniseerde normen ter ondersteuning van Richtlijn 2006/42/EG, om rekening te houden met de bij die richtlijn in vergelijking met Richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) ingevoerde wijzigingen.

(3)

Op basis van verzoek M/396 heeft CEN de volgende nieuwe geharmoniseerde normen opgesteld: EN ISO 18497:2018 betreffende de veiligheid van sterk geautomatiseerde landbouwwerktuigen, EN 14033‐4:2019 betreffende technische eisen voor rijden, verplaatsen en werkinzet in regionaal en stedelijk vervoer, EN 16770:2018 betreffende inpandig geplaatste afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders van houtbewerkingsmachines, EN 16712‐4:2018 betreffende lichtschuimgeneratoren, EN 62841‐4‐2:2019 betreffende bijzondere veiligheidseisen voor heggenscharen, EN 62841‐3‐12:2019 betreffende bijzondere veiligheidseisen voor verplaatsbare draadsnijmachines, EN ISO 20607:2019 betreffende het opstellen van voor de veiligheid relevante onderdelen van het instructiehandboek voor machines, en EN 17067:2018 betreffende veiligheidseisen voor afstandsbedieningssystemen voor bepaalde bosbouwmachines.

(4)

Daarnaast hebben CEN en Cenelec op basis van verzoek M/396 bestaande normen herzien en aan de technologische vooruitgang aangepast, waaronder de normen EN ISO 10517:2019, EN ISO 11148‐13:2018, EN 12012‐1:2018, EN 12733:2018, EN 16985:2018, EN ISO 19296:2018, EN ISO 28927‐4:2010 en EN ISO 28927‐4:2010/A1:2018, EN 60204‐1:2018, EN IEC 60204‐11:2019, EN 707:2019, EN 1459‐2:2015+A1:2018, EN ISO 3691‐5:2015, EN ISO 4254‐9:2018, EN 12312‐8:2018, en EN ISO 19353:2019.

(5)

Samen met CEN en Cenelec is de Commissie nagegaan of de door CEN en Cenelec opgestelde, herziene en gewijzigde normen aan verzoek M/396 voldoen.

(6)

De door CEN en Cenelec op basis van verzoek M/396 opgestelde, herziene en gewijzigde normen voldoen aan de in Richtlijn 2006/42/EG gestelde eisen, die zij beogen te bestrijken. Het is daarom aangewezen de referenties van die normen in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken.

(7)

Als gevolg van de werkzaamheden van CEN en Cenelec op basis van verzoek M/396 zijn verschillende in het Publicatieblad van de Europese Unie (4) bekendgemaakte geharmoniseerde normen vervangen, herzien of gewijzigd. Daarom moeten de referenties van die normen uit het Publicatieblad van de Europese Unie worden geschrapt. Om de fabrikanten voldoende tijd te geven zich op de toepassing van de nieuwe normen, de herziene normen en de gewijzigde normen voor te bereiden, moet de schrapping van de referenties van de geharmoniseerde normen worden uitgesteld.

(8)

De referenties van de geharmoniseerde normen EN ISO 19085‐3:2017 betreffende houtbewerkingsmachines en EN ISO 28927‐2:2009/A1:2017 betreffende draagbare handgereedschappen zijn in de bijlagen I en II bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 van de Commissie (5) opgenomen. Vorige versies van die normen, EN 848‐3:2012 en EN ISO 28927‐2:2009, zijn echter in de C‐reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie (6) bekendgemaakt en zijn niet ingetrokken. Aangezien de normen EN 848‐3:2012 en EN ISO 28927‐2:2009 niet langer de stand van de techniek vertegenwoordigen, moeten de referenties van deze normen uit het Publicatieblad van de Europese Unie worden geschrapt. Om de fabrikanten voldoende tijd te geven zich op de toepassing van de normen EN ISO 19085‐3:2017 en EN ISO 28927‐2:2009/A1:2017 voor te bereiden, moet de intrekking van de normen EN 848‐3:2012 en EN ISO 28927‐2:2009 worden uitgesteld.

(9)

Bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 bevat de referenties van geharmoniseerde normen die een vermoeden van conformiteit met Richtlijn 2006/42/EG vestigen, en bijlage II bij dat uitvoeringsbesluit bevat de referenties van geharmoniseerde normen die een vermoeden van conformiteit met beperkingen verlenen. Aangezien verscheidene referenties van geharmoniseerde normen moeten worden bekendgemaakt en er bij de bekendmaking daarvan geen beperkingen hoeven te worden toegevoegd, moeten de verwijzingen aan bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 worden toegevoegd. In die bijlage moet ook de referentie van de norm EN 62841‐2‐1:2018 worden vervangen zodat de referentie van de meest recente wijziging van die norm is opgenomen.

(10)

Bijlage III bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 bevat de referenties van geharmoniseerde normen ter ondersteuning van Richtlijn 2006/42/EG die met ingang van de in die bijlage vermelde data uit het Publicatieblad van de Europese Unie worden geschrapt. Aangezien verscheidene referenties van in de C‐reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte geharmoniseerde normen moeten worden ingetrokken, moeten die referenties aan bijlage III bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 worden toegevoegd.

(11)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

Door naleving van een geharmoniseerde norm wordt een vermoeden van conformiteit gevestigd met de overeenkomstige essentiële eisen die in de harmonisatiewetgeving van de Unie zijn opgenomen, met ingang van de datum van bekendmaking van de referentie van deze norm in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dit besluit moet derhalve in werking treden op de datum van de bekendmaking ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2

Bijlage III bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Bijlage I, punt 1, is van toepassing met ingang van 2 oktober 2021.

Gedaan te Brussel, 1 april 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12.

(2)   PB L 157 van 9.6.2006, blz. 24.

(3)  Richtlijn 98/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende machines (PB L 207 van 23.7.1998, blz. 1).

(4)   PB C 92 van 9.3.2018, blz. 1.

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 van de Commissie van 18 maart 2019 inzake de ter ondersteuning van Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad opgestelde geharmoniseerde normen voor machines (PB L 75 van 19.3.2019, blz. 108).

(6)   PB C 92 van 9.3.2018, blz. 1.


BIJLAGE I

Bijlage I bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Rij 35 wordt vervangen door:

“35.

EN 62841-2-1:2018

Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 2‐1: Bijzondere eisen voor handmixers en slagboormachines (IEC 62841-2-1:2017, MOD)

EN 62841-2-1:2018/A11:2019

C”

2)

De volgende rijen worden toegevoegd:

“43.

EN ISO 18497:2018

Landbouwwerktuigen en –tractoren — Veiligheid van sterk geautomatiseerde landbouwwerktuigen — Ontwerpbeginselen (ISO 18497:2018)

B

44.

EN ISO 19353:2019

Machineveiligheid — Brandpreventie en ‐beveiliging (ISO 19353:2019)

B

45.

EN 707:2018

Landbouwmachines — Mengmestverspreiders — Veiligheid

C

46.

EN 1459-2:2015+A1:2018

Terreintransportwerktuigen — Veiligheidsvoorschriften en verificatie — Deel 2: Zwenkende transportwerktuigen met variabele reikwijdte

C

47.

EN ISO 3691-5:2015

Gemotoriseerde transportwerktuigen — Veiligheidseisen en verificatie — Deel 5: Met de hand voortbewogen transportwerktuigen (ISO 3691-5:2014)

C

48.

EN ISO 4254-9:2018

Landbouwmachines — Veiligheid — Deel 9: Zaaimachines (ISO 4254-9:2018)

C

49.

EN ISO 10517:2019

Aangedreven draagbare heggenscharen — Mechanische veiligheid (ISO 10517:2019)

C

50.

EN ISO 11148-13:2018

Handgereedschap met niet-elektrische aandrijving — Veiligheidseisen — Deel 13: Nietmachines (ISO 11148-13:2017)

C

51.

EN 12012-1:2018

Machines voor rubber en kunststoffen — Verkleiningsmachines — Deel 1: Veiligheidseisen voor versnijders en versnipperaars

C

52.

EN 12312-8:2018

Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 8: Onderhoudstrappen en ‐platforms

C

53.

EN 12733:2018

Land- en bosbouwmachines — Motormaaiers met meelopende bestuurder — Veiligheid

C

54.

EN 14033-4:2019

Railtoepassingen — Bovenbouw — Railgebonden constructie- en onderhoudsmachines — Deel 4: Technische eisen voor rijden, verplaatsen en werkinzet in regionaal en stedelijk vervoer

C

55.

EN 16712-4:2018

Draagbare armaturen voor het opbrengen van blusmiddelen geleverd door brandbluspompen — Draagbare schuimarmaturen — Deel 4: Lichtschuimgeneratoren PN 16

C

56.

EN 16770:2018

Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Inpandig geplaatste afzuigsystemen voor zaagsel en spaanders — Veiligheidseisen

C

57.

EN 16985:2018

Spuitcabines voor organische bekledingsmaterialen — Veiligheidseisen

C

58.

EN 17067:2018

Machines voor bosbouw — Veiligheidseisen voor radiografische afstandsbediening

C

59.

EN ISO 19296:2018

Mining — Mobile machines working underground — Machine safety (ISO 19296:2018)

C

60.

EN ISO 28927-4:2010

Draagbare handgereedschappen met motoraandrijving — Beproevingsmethoden voor de evaluatie van de trillingsemissie — Deel 4: Rechte slijpmachines (ISO 28927-4:2010)

EN ISO 28927-4:2010/A1:2018

C

61.

EN 60204-1:2018

Veiligheid van machines — Elektrische uitrusting van machines — Deel 1: Algemene eisen (IEC 60204-1:2016, gewijzigd)

B

62.

EN IEC 60204-11:2019

Veiligheid van machines — Elektrische uitrusting van machines — Deel 11: Eisen voor hoogspanningsapparatuur voor spanningen hoger dan 1 000 V wisselspanning of 1 500 V gelijkspanning maar niet hoger dan 36 kV (IEC 60204-11:2018)

B

63.

EN 62841-4-2:2019

Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 4‐2: Bijzondere eisen voor heggenscharen (IEC 62841-4-2:2017, gewijzigd)

C

64.

EN 62841-3-12:2019

Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 3‐12: Bijzondere eisen voor verplaatsbare draadsnijmachines (IEC 62841-3-12:2017)

C

65.

EN 62841-2-21:2019

Elektrisch aangedreven handgereedschap, verplaatsbaar gereedschap en gras- en tuinmachines — Veiligheid — Deel 2‐21: Bijzondere eisen voor draagbare gootsteenmachines (IEC 62841-2-21:2017 (gewijzigd))

C

66.

EN ISO 20607:2019

Machineveiligheid — Instructiehandboek — Algemene regels voor het opstellen (ISO 20607:2019)

B

67.

EN ISO 19085-7:2019

Houtbewerkingsmachines — Veiligheid — Deel 7: Vlakschaven, dikteschaven, gecombineerd oppervlak-/dikteschaafmachines (ISO 19085-7:2019)

C

68.

EN 1114-3:2019

Machines voor rubber en kunststoffen — Extrusiepersen en extrusie-installaties — Deel 3: Veiligheidseisen voor afvoerinrichtingen

C

69.

EN 1127-1:2019

Plaatsen waar explosiegevaar kan heersen — Explosiepreventie en ‐bescherming — Deel 1: Grondbeginselen en methodologie

B”


BIJLAGE II

In bijlage III bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/436 worden de volgende rijen toegevoegd:

“39.

EN ISO 28927-4:2010

Draagbare handgereedschappen met motoraandrijving — Beproevingsmethoden voor de evaluatie van de trillingsemissie — Deel 4: Rechte slijpmachines (ISO 28927-4:2010)

2 april 2020

C

40.

EN ISO 19353:2016

Machineveiligheid — Brandpreventie en ‐beveiliging (ISO 19353:2015)

2 oktober 2021

B

41.

EN 707:1999+A1:2009

Landbouwmachines — Mengmestverspreiders — Veiligheid

2 oktober 2021

C

42.

EN 792-13:2000+A1:2008

Handgereedschap met niet-elektrische aandrijving — Veiligheidseisen — Deel 13: Nietmachines

2 oktober 2021

C

43.

EN 1889-1:2011

Machines voor ondergrondse mijnbouw — Verrijdbare machines die ondergronds werken — Veiligheid — Deel 1: Voertuigen op rubberbanden

2 oktober 2021

C

44.

EN ISO 3691-5:2014

Gemotoriseerde transportwerktuigen — Veiligheidseisen en verificatie — Deel 5: Met de hand voortbewogen transportwerktuigen (ISO 3691-5:2014)

EN ISO 3691-5:2014/AC:2014

2 oktober 2021

C

45.

EN ISO 10517:2009

Aangedreven draagbare heggenscharen — Veiligheid (ISO 10517:2009)

EN ISO 10517:2009/A1:2013

2 oktober 2021

C

46.

EN 12012-1:2007+A1:2008

Machines voor kunststoffen en rubber — Verkleiningsmachines — Deel 1: Veiligheidseisen voor snijmolens

2 oktober 2021

C

47.

EN 12012-3:2001+A1:2008

Machines voor kunststoffen en rubber — Verkleiningsmachines — Deel 3: Veiligheidseisen voor versnipperaars

2 oktober 2021

C

48.

EN 12312-8:2005+A1:2009

Grondafhandelingsapparatuur voor vliegtuigen — Bijzondere eisen — Deel 8: Onderhoudstrappen en ‐platforms

2 oktober 2021

C

49.

EN 12733:2001+A1:2009

Land- en bosbouwmachines — Motormaaiers met meelopende bestuurder — Veiligheid

2 oktober 2021

C

50.

EN 12981:2005+A1:2009

Bekledingsinstallaties — Spuitcabines voor het aanbrengen van organische deklagen — Veiligheidseisen

2 oktober 2021

C

51.

EN 13355:2004+A1:2009

Bekledingsinstallaties — Gecombineerde cabines — Veiligheidsvoorzieningen

2 oktober 2021

C

52.

EN 14018:2005+A1:2009

Landbouw- en bosbouwmachines — Zaaimachines — Veiligheid

2 oktober 2021

C

53.

EN 60204-1:2006

Veiligheid van machines — Elektrische uitrusting van machines — Deel 1: Algemene eisen (IEC 60204-1:2005, gewijzigd)

EN 60204-1:2006/AC:2010

EN 60204-1:2006/A1:2009

2 oktober 2021

B

54.

EN 60204-11:2000

Veiligheid van machines — Elektrische uitrusting van machines — Deel 11: Eisen voor hoogspanningsapparatuur voor spanningen hoger dan 1 000 V wisselspanning of 1 500 V gelijkspanning, maar niet hoger dan 36 kV (IEC 60204-11:2000)

EN 60204-11:2000/AC:2010

2 oktober 2021

B

55.

EN 848-3:2012

Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Freesmachines voor eenzijdige bewerking met draaiend gereedschap — Deel 3: Numeriek bestuurde boor- en freesmachines

2 oktober 2021

C

56.

EN ISO 28927-2:2009

Draagbare handgereedschappen — Beproevingsmethoden voor de evaluatie van de trillingsemissie — Deel 2: Schroefsleutels, moersleutels en schroevendraaiers (ISO 28927-2:2009)

2 oktober 2021

C

57.

EN 60745-2-21:2009

Handgereedschap met elektrische aandrijving — Veiligheid — Deel 2‐21: Speciale eisen voor doorsteekapparaten (IEC 60745-2-21:2002, gewijzigd)

EN 60745-2-21:2009/A1:2010

2 oktober 2021

C

58.

EN 859:2007+A2:2012

Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vlakbanken met handvoeding

2 oktober 2021

C

59.

EN 860:2007+A2:2012

Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Vandiktebanken voor eenzijdige bewerking

2 oktober 2021

C

60.

EN 861:2007+A2:2012

Veiligheid van houtbewerkingsmachines — Gecombineerde vlak- en vandiktebanken

2 oktober 2021

C

61.

EN 1114-3:2001+A1:2008

Machines voor rubber en kunststoffen — Extrusiepersen en extrusie-installaties — Deel 3: Veiligheidseisen voor afvoerinrichtingen

2 oktober 2021

C

62.

EN 1127-1:2011

Plaatsen waar explosiegevaar kan heersen — Explosiepreventie en ‐bescherming — Deel 1: Grondbeginselen en methodologie

2 oktober 2021

B

63.

EN 1459-2:2015

Terreintransportwerktuigen — Veiligheidsvoorschriften en verificatie — Deel 2: Zwenkende transportwerktuigen met variabele reikwijdte

2 oktober 2021

C”


III Andere handelingen

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

2.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/14


BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA

nr. 94/19:COL

van 18 december 2019

houdende de honderdenvijfde wijziging van de formele en materiële regels op het gebied van staatssteun door het schrappen van de richtsnoeren voor de conversie tussen nationale valuta’s en EUR [2020/481]

DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA (hierna “de Autoriteit” genoemd),

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 61, 62 en 63 en Protocol 26,

Gezien de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie (hierna “de Toezichtovereenkomst” genoemd), en met name artikel 24 en artikel 5, lid 2, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 24 van de Toezichtovereenkomst geeft de Autoriteit uitvoering aan de staatssteunbepalingen van de EER-overeenkomst.

(2)

Overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van de Toezichtovereenkomst maakt de Autoriteit mededelingen en richtsnoeren bekend over aangelegenheden waarop de EER-overeenkomst betrekking heeft, indien die overeenkomst of de Toezichtovereenkomst daarin uitdrukkelijk voorziet of indien de Autoriteit zulks nodig acht.

(3)

Op 19 januari 1994 heeft de Autoriteit de formele en materiële regels op het gebied van overheidssteun vastgesteld met daarin een hoofdstuk met richtsnoeren voor de omzetting tussen nationale valuta en ecu (1).

(4)

Na de invoering van de euro zijn deze richtsnoeren op 5 november 2003 gewijzigd (2).

(5)

Uit deze richtsnoeren volgt dat alle in euro uitgedrukte bedragen in elk kalenderjaar zullen worden omgerekend in de valuta’s van de EER-EVA-staten tegen de wisselkoersen die gelden op de eerste dag van het jaar waarop wisselkoersen voor euro in alle valuta’s van de EER beschikbaar zijn.

(6)

Die richtsnoeren komen niet langer overeen met de richtsnoeren en praktijken van de Europese Commissie, die in het algemeen maandelijkse/dagelijkse wisselkoersen toepast.

(7)

De Autoriteit heeft overleg gepleegd met de EER-EVA-landen en de Europese Commissie en zal haar systeem voor valutaomrekening in overeenstemming brengen met dat van de Europese Commissie.

(8)

De Autoriteit heeft derhalve besloten haar richtsnoeren voor de omrekening van nationale valuta’s in euro te schrappen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De formele en materiële regels op het gebied van staatssteun worden gewijzigd door schrapping van hoofdstuk 33 inzake omrekeningen tussen de nationale valuta’s en de euro.

Artikel 2

Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek.

Gedaan te Brussel, 18 december 2019

Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

Bente ANGELL-HANSEN

De voorzitter

Verantwoordelijk lid van het College

Frank J. BÜCHEL

Lid van het College

Högni KRISTJÁNSSON

Lid van het College

Carsten ZATSCHLER

Medeondertekenaar, directeur van de Juridische en Uitvoerende Dienst


(1)  Besluit nr. 4/94/COL (PB L 231 van 3.9.1994, blz. 68).

(2)  Besluit nr. 197/03/COL (PB L 139 van 25.5.2006, blz. 33).


2.4.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 102/16


BESLUIT VAN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA

Nr. 7/20/COL

van 11 februari 2020

tot wijziging van het reglement van orde [2020/482]

DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA,

Gezien de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, en met name artikel 13,

Overwegende dat het wenselijk lijkt bepaalde aspecten van het reglement van orde te verduidelijken om te zorgen voor een duidelijkere afbakening tussen de beraadslagingen van het College, die krachtens artikel 10 ervan vertrouwelijk zijn, en de punten die in de notulen van de vergaderingen van het College zijn opgenomen,

BESLUIT:

1.

Artikel 9 van het reglement van orde wordt gewijzigd door toevoeging van:

a)

de woorden “voor de eerste vergadering van elke maand daarna” aan het einde van de laatste zin van de eerste alinea;

b)

de zin “De ontwerpagenda is en blijft vertrouwelijk.” na de eerste zin van de tweede alinea, en

c)

de woorden “om een punt van de ontwerpagenda te schrappen, of” na de tweede komma in de vierde alinea van dat artikel.

2.

Artikel 11 van het reglement van orde wordt gewijzigd door na de eerste alinea van dat artikel de volgende tekst als nieuwe alinea toe te voegen:

“De notulen worden gebaseerd op de agenda zoals die aan het begin van de vergadering is goedgekeurd, en vermelden de inhoudelijke besluiten met betrekking tot de agendapunten, d.w.z. normaliter of een voorstel is aangenomen, verworpen of uitgesteld, alsmede alle punten waarvan akte is genomen.”.

Dit besluit wordt van kracht zodra het is aangenomen.

Gedaan te Brussel, 11 februari 2020.

Voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA

Bente ANGELL-HANSEN

De voorzitter

Frank J. BÜCHEL

Lid van het College

Högni KRISTJÁNSSON

Lid van het College

Carsten ZATSCHLER

Medeondertekenaar, directeur van de Juridische en Uitvoerende Dienst