|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
62e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/1 |
VERORDENING (EU) 2019/1716 VAN DE RAAD
van 14 oktober 2019
betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,
Gezien Besluit (GBVB) 2019/1720 van de Raad van 14 oktober 2019 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua (1),
Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 14 oktober 2019 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2019/1720 vastgesteld betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua. Dat besluit voorziet onder meer in de bevriezing van tegoeden en economische middelen van bepaalde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten of voor de onderdrukking van het maatschappelijke middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua, die de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua ondermijnen, alsmede van personen die met hen zijn geassocieerd. Deze natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen worden opgesomd in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720. |
|
(2) |
Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in het bijzonder de rechten op een doeltreffende voorziening in rechte, op een eerlijk proces en op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig die rechten. |
|
(3) |
Met het oog op de samenhang met de vaststellings-, wijzigings- en herzieningsprocedure voor de bijlage bij Besluit (GBVB) 2019/1720, dient de bevoegdheid om de lijst in bijlage I bij deze verordening te wijzigen, te worden uitgeoefend door de Raad. |
|
(4) |
Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening en op een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie dienen de namen en andere relevante gegevens van de natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens deze verordening dienen te worden bevroren, openbaar te worden gemaakt. De verwerking van de persoonsgegevens dient te gebeuren overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (2) en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
De lidstaten en de Commissie dienen elkaar in kennis te stellen van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, alsmede van andere relevante informatie waarover zij in verband met deze verordening beschikken. |
|
(6) |
De lidstaten dienen regels vast te stellen voor sancties in geval van overtreding van de bepalingen van deze verordening en zij dienen ervoor te zorgen dat die daadwerkelijk worden toegepast. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
“vordering”: een vóór, op of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende vordering, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en met name:
|
|
b) |
“contract of transactie”: een verrichting, ongeacht haar vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dat verband worden onder “contract” tevens begrepen alle — ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande — met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen; |
|
c) |
“bevoegde autoriteiten”: de op de websites van bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten; |
|
d) |
“economische middelen”: activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen; |
|
e) |
“bevriezing van economische middelen”: voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren; |
|
f) |
“bevriezing van tegoeden”: voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren, gebruiken van, toegang verschaffen tot of omgaan met tegoeden met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken of bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt; |
|
g) |
“tegoeden”: financiële activa en voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
|
|
h) |
“grondgebied van de Unie”: het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim. |
Artikel 2
1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, worden bevroren.
2. Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van in bijlage I vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
3. Bijlage I omvat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvoor de Raad overeenkomstig de artikelen 1, lid 1, en 2, lid 1, van Besluit (GBVB) 2019/1720, van de Raad, heeft vastgesteld dat zij:
|
a) |
verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten of de onderdrukking van het maatschappelijke middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua; |
|
b) |
de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua ondermijnen; |
|
c) |
geassocieerd zijn met de onder a) en b) bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen. |
Artikel 3
1. In afwijking van artikel 2 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, op door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave of beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, nadat zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
|
a) |
noodzakelijk zijn voor de basisbehoeften van de in de bijlage I vermelde natuurlijke personen of rechtspersonen, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen; |
|
b) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria of de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; |
|
c) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; |
|
d) |
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de relevante bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie ten minste twee weken vóór zij de toestemming verleent, in kennis stelt van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming dient te worden verleend, of |
|
e) |
gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming.
Artikel 4
1. In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitragebesluit dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het in artikel 2 bedoelde lichaam werd opgenomen in bijlage I, of van een rechterlijk of administratief besluit dat in de Unie is uitgesproken, of van een rechterlijk besluit dat in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is, en dat van voor of na die datum dateert; |
|
b) |
de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van titularissen van dergelijke vorderingen; |
|
c) |
de beslissing komt niet ten goede aan een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
d) |
de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming.
Artikel 5
1. In afwijking van artikel 2, lid 1, en mits een betaling verschuldigd is door een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of een in bijlage I vermeld lichaam op grond van een contract of overeenkomst dat of die is gesloten of een verplichting die is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of het betrokken lichaam in bijlage I werd opgenomen, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zullen worden gebruikt voor een betaling door een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
b) |
de betaling niet in strijd is met artikel 2, lid 2. |
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming.
Artikel 6
1. In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de op de websites in bijlage II vermelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan in bijlage I vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan in bijlage I vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening van hulp of het vergemakkelijken daarvan, met inbegrip van medische benodigdheden, levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire hulpverleners en daarmee verband houdende hulp, of bijstand voor evacuaties uit Nicaragua.
2. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen twee weken in kennis van elke op grond van lid 1 verleende toestemming.
Artikel 7
1. Artikel 2, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in bijlage I vermelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de relevante bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.
2. Artikel 2, lid 2, is niet van toepassing op het overmaken op bevroren rekeningen van:
|
a) |
rente of andere inkomsten op die rekeningen; |
|
b) |
betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 2 bedoelde natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam is opgenomen in bijlage I, of |
|
c) |
betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van rechterlijke, administratieve of arbitragebesluiten die in een lidstaat zijn uitgesproken of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar zijn; |
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de maatregelen van artikel 2, lid 1.
Artikel 8
1. Onverminderd de geldende voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:
|
a) |
alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie in verband met rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 2 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en deze informatie, direct of via de lidstaat, aan de Commissie te doen toekomen; alsmede |
|
b) |
samen te werken met de bevoegde autoriteit bij de verificatie van deze informatie. |
2. Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.
3. Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.
Artikel 9
Het is verboden om bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die tot doel of gevolg hebben dat de in artikel 2 bedoelde maatregelen worden omzeild.
Artikel 10
1. De bevriezing van tegoeden en economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.
2. Acties van natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen geven geen aanleiding tot aansprakelijkheid van deze natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien zij niet wisten en niet redelijkerwijs konden vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op de maatregelen in deze verordening.
Artikel 11
1. Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:
|
a) |
de in bijlage I vermelde aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen; |
|
b) |
een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen. |
2. In de procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eisende natuurlijke persoon, rechtspersoon, de eisende entiteit of het eisende lichaam geleverd.
3. Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van contractuele verplichtingen in overeenstemming met onderhavige verordening.
Artikel 12
1. De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen, en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie:
|
a) |
met betrekking tot middelen die zijn bevroren krachtens artikel 2 en toestemmingen die zijn verleend krachtens de artikelen 3 tot en met 6; |
|
b) |
met betrekking tot inbreuken, handhavingsproblemen en uitspraken van nationale rechtbanken. |
2. De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken, en die van invloed kan zijn op de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze verordening.
Artikel 13
1. Wanneer de Raad besluit een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam te onderwerpen aan de in artikel 2 bedoelde maatregelen, wijzigt hij bijlage I dienovereenkomstig.
2. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit, met inbegrip van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.
3. Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad het in lid 1 bedoelde besluit en brengt hij de betrokken natuurlijke of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam op de hoogte van het resultaat van de toetsing.
Artikel 14
1. In bijlage I worden de redenen vermeld voor het op de lijst plaatsen van betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
2. Bijlage I bevat de beschikbare informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen en aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten en lichamen kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van inschrijving en/of registratie, het inschrijvings- en/of registratienummer en de plaats van vestiging.
Artikel 15
1. De lidstaten stellen de voorschriften vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij ten uitvoer worden gelegd. De vastgestelde sancties dienen doeltreffend, evenredig en afschrikkend te zijn.
2. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld na de inwerkingtreding van deze verordening in kennis van deze regels, en stellen haar onverwijld in kennis van alle latere wijzigingen.
Artikel 16
1. De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“de hoge vertegenwoordiger”) verwerken persoonsgegevens voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van deze verordening. Deze taken omvatten het volgende:
|
a) |
wat betreft de Raad, het opstellen en wijzigen van bijlage I; |
|
b) |
wat betreft de hoge vertegenwoordiger, het opstellen van wijzigingen van bijlage I; |
|
c) |
wat betreft de Commissie:
|
2. De Raad, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger mogen, in voorkomend geval, relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van bijlage I.
3. Voor de toepassing van deze verordening gelden de Raad, de in bijlage II vermelde dienst van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger als “verantwoordelijke voor de verwerking” in de zin van artikel 3, lid 8, Verordening (EU) 2018/1725, teneinde te verzekeren dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 kunnen uitoefenen.
Artikel 17
1. De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren deze op de in bijlage II vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van het adres van de in bijlage II vermelde websites.
2. De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe contact met hen kan worden opgenomen, en delen haar alle latere wijzigingen mede.
3. Wanneer in deze verordening een meldingsplicht is vastgesteld, of een verplichting om de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruikgemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.
Artikel 18
Deze verordening is van toepassing:
|
a) |
op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim; |
|
b) |
aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen; |
|
c) |
op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn; |
|
d) |
op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie; |
|
e) |
op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties. |
Artikel 19
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Zie bladzijde ... van dit Publicatieblad.
(2) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE I
LIJST VAN DE IN ARTIKEL 2 BEDOELDE NATUURLIJKE PERSONEN, RECHTSPERSONEN, ENTITEITEN EN LICHAMEN
[…]
BIJLAGE II
WEBSITES VOOR INFORMATIE OVER DE BEVOEGDE AUTORITEITEN EN ADRES VOOR KENNISGEVINGEN AAN DE COMMISSIE
BELGIË
https://diplomatie.belgium.be/nl/Beleid/beleidsthemas/vrede_en_veiligheid/sancties
https://diplomatie.belgium.be/fr/politique/themes_politiques/paix_et_securite/sanctions
https://diplomatie.belgium.be/en/policy/policy_areas/peace_and_security/sanctions
BULGARIJE
https://www.mfa.bg/en/101
TSJECHIË
www.financnianalytickyurad.cz/mezinarodni-sankce.html
DENEMARKEN
http://um.dk/da/Udenrigspolitik/folkeretten/sanktioner/
DUITSLAND
http://www.bmwi.de/DE/Themen/Aussenwirtschaft/aussenwirtschaftsrecht,did=404888.html
ESTLAND
http://www.vm.ee/est/kat_622/
IERLAND
http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519
GRIEKENLAND
http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html
SPANJE
http://www.exteriores.gob.es/Portal/en/PoliticaExteriorCooperacion/GlobalizacionOportunidadesRiesgos/Paginas/SancionesInternacionales.aspx
FRANKRIJK
http://www.diplomatie.gouv.fr/fr/autorites-sanctions/
KROATIË
http://www.mvep.hr/sankcije
ITALIË
https://www.esteri.it/mae/it/politica_estera/politica_europea/misure_deroghe
CΥΡRUS
http://www.mfa.gov.cy/mfa/mfa2016.nsf/mfa35_en/mfa35_en?OpenDocument
LETLAND
http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539
LITOUWEN
http://www.urm.lt/sanctions
LUXEMBURG
https://maee.gouvernement.lu/fr/directions-du-ministere/affaires-europeennes/mesures-restrictives.html
HONGARIJE
http://www.kormany.hu/download/9/2a/f0000/EU%20szankci%C3%B3s%20t%C3%A1j%C3%A9koztat%C3%B3_20170214_final.pdf
MALTA
https://foreignaffairs.gov.mt/en/Government/SMB/Pages/Sanctions-Monitoring-Board.aspx
NEDERLAND
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-sancties
OOSTENRIJK
http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=
POLEN
https://www.gov.pl/web/dyplomacja
PORTUGAL
http://www.portugal.gov.pt/pt/ministerios/mne/quero-saber-mais/sobre-o-ministerio/medidas-restritivas/medidas-restritivas.aspx
ROEMENIË
http://www.mae.ro/node/1548
SLOVENIË
https://www.gov.si/teme/omejevalni-ukrepi/
SLOWAKIJE
https://www.mzv.sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu
FINLAND
http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet
SWEDEN
http://www.ud.se/sanktioner
VERENIGD KONINKRIJK
https://www.gov.uk/guidance/uk-sanctions
Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:
|
Europese Commissie |
|
Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (FPI) |
|
EEAS 07/99 |
|
1049 Brussel, België |
|
E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu |
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/11 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1717 VAN DE RAAD
van 14 oktober 2019
tot uitvoering van Verordening (EU) 2016/1686 tot vaststelling van bijkomende beperkende maatregelen tegen ISIS (Da'esh) en Al Qaida en daarmee verbonden natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten of lichamen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1686 van de Raad van 20 september 2016 tot vaststelling van bijkomende beperkende maatregelen tegen ISIS (Da'esh) en Al Qaida en daarmee verbonden natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten of lichamen (1), en met name artikel 4, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 20 september 2016 Verordening (EU) 2016/1686 vastgesteld. |
|
(2) |
Eén persoon moet worden verwijderd van de lijst van natuurlijke en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in bijlage I bij Verordening (EU) 2016/1686. |
|
(3) |
Bijlage I bij Verordening (EU) 2016/1686 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I bij Verordening (EU) 2016/1686 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
BIJLAGE
De volgende persoon en de bijhorende vermelding worden verwijderd van de lijst in bijlage I bij Verordening (EU) 2016/1686:
|
1. |
Fabien CLAIN (ook bekend als Omar). |
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/13 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1718 VAN DE COMMISSIE
van 14 oktober 2019
tot bescherming van de traditionele aanduidingen “Opolo”, “Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP)”, “Kvalitetno biser vino”, “Mlado vino”, “Vrhunsko pjenušavo vino” en “Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)” ter identificatie van in Kroatië geproduceerde wijnen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (1), en met name artikel 115, leden 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie (2) zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten. Verordening (EG) nr. 607/2009 werd op 14 januari 2019 ingetrokken bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie (3). |
|
(2) |
Krachtens artikel 61, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 blijft Verordening (EG) nr. 607/2009 van toepassing op beschermingsaanvragen en bezwaarprocedures met betrekking tot traditionele aanduidingen waarvoor een beschermingsaanvraag in behandeling is op de datum waarop Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 in werking is getreden. |
|
(3) |
Op grond van artikel 30 van Verordening (EG) nr. 607/2009 heeft Kroatië op 17 mei 2013 bij de Commissie een aanvraag ingediend tot bescherming van de namen “Opolo”, “Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP)”, “Kvalitetno biser vino”, “Mlado vino”, “Vrhunsko pjenušavo vino” en “Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)” als traditionele aanduidingen (hierna “de Kroatische traditionele aanduidingen” of “de traditionele aanduidingen waarvoor Kroatië bescherming heeft aangevraagd” genoemd). |
|
(4) |
De aanvraag tot bescherming van de Kroatische traditionele aanduidingen is op 10 februari 2018 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (4) en op 4 april 2018 ontving de Commissie van Bosnië en Herzegovina een bezwaarschrift tegen de aanvraag tot bescherming van de traditionele aanduidingen op grond van artikel 37, lid 1, van Verordening (EG) nr. 607/2009. |
|
(5) |
De Commissie heeft het met redenen omklede bezwaarschrift en de ondersteunende documenten van Bosnië en Herzegovina onderzocht en acht het bezwaar ontvankelijk overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EG) nr. 607/2009. |
|
(6) |
Bosnië en Herzegovina heeft bezwaar aangetekend tegen de beschermingsaanvraag met als argument dat de traditionele aanduidingen waarvoor Kroatië bescherming aanvraagt, in de wetgeving van Bosnië en Herzegovina zijn opgenomen als aanduidingen om bepaalde wijnen te beschrijven op basis van hun kwaliteit, kleur of restsuikergehalte, en dat het traditioneel door de wijnmakers van Bosnië en Herzegovina gebruikte aanduidingen zijn. Bosnië en Herzegovina voerde ook aan dat de traditionele aanduidingen waarvoor Kroatië bescherming heeft aangevraagd, deel uitmaken van het juridisch erfgoed van de voormalige Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (“SFRJ”) en derhalve zijn overgenomen in de wetgeving van de landen die zijn ontstaan na het uiteenvallen van de voormalige SFRJ. Tot slot wees Bosnië en Herzegovina erop dat de Kroatische taal één van de officiële talen van Bosnië en Herzegovina is, hetgeen verklaart dat bepaalde aanduidingen homoniem zijn met in Kroatië gebruikte aanduidingen om wijn te beschrijven. Op basis van die elementen heeft Bosnië en Herzegovina verzocht om de vrijwaring van het recht van zijn producenten om deze aanduidingen te blijven gebruiken na de inwerkingtreding van de rechtshandeling waarin bescherming wordt verleend aan de Kroatische traditionele aanduidingen. |
|
(7) |
Bij brief van 28 augustus 2018 heeft de Commissie de dossiers betreffende het bezwaar naar Kroatië doorgestuurd en Kroatië uitgenodigd om binnen twee maanden na de datum van die kennisgeving van de Commissie opmerkingen te maken op grond van artikel 39, lid 1, van Verordening (EG) nr. 607/2009. |
|
(8) |
Kroatië en Bosnië en Herzegovina hebben de Commissie per e-mail in kennis gesteld van hun voornemen om overleg te voeren teneinde overeenstemming te bereiken. Beide landen hebben de Commissie gevraagd aanwezig te zijn bij het overleg. |
|
(9) |
Op de vergadering van 30 januari 2019 heeft Kroatië erkend dat de betrokken traditionele aanduidingen al decennialang in gebruik zijn in verschillende regio’s van de voormalige SFRJ en heeft het Bosnië en Herzegovina ervan verzekerd dat Kroatië geen aanspraak wil maken op het exclusieve gebruik ervan. Kroatië heeft echter zijn bezorgdheid geuit over het gebruik in Bosnië en Herzegovina van enkele van de traditionele aanduidingen waarvoor Kroatië bescherming heeft aangevraagd ter beschrijving van wijnen zonder beschermde oorsprongsbenaming of beschermde geografische aanduiding. Bosnië en Herzegovina heeft verzekerd dat de op dit moment lopende aanpassing van de wetgeving van Bosnië en Herzegovina aan de Uniewetgeving wat traditionele aanduidingen betreft deze bezorgdheid zou wegnemen. |
|
(10) |
Beide landen erkenden dat zij niet alleen het juridische erfgoed van de voormalige SFRJ met elkaar gemeen hebben, maar ook onvermijdelijk gebruikmaken van dezelfde Slavische basiswoorden als synoniemen voor aanduidingen als “beschermde oorsprongsbenaming”, “kwaliteitswijn” en “jonge wijn”. Beide landen waren het ermee eens dat indien het gebruik van deze aanduidingen alleen in het ene land beschermd zou worden, het andere land de aanduidingen, die al decennialang in gebruik zijn, onmogelijk zou kunnen vervangen door aanduidingen die niet identiek zijn aan de Kroatische traditionele aanduidingen. |
|
(11) |
Derhalve zijn Kroatië en Bosnië en Herzegovina overeengekomen te voorzien in een overgangsperiode waarbinnen het Bosnië en Herzegovina moet worden toegestaan de beschermde traditionele aanduidingen te gebruiken voor wijnbouwproducten die niet aan de in deze verordening vastgestelde definitie en voorwaarden voor het gebruik van die aanduidingen voldoen. Die overgangsperiode moet Bosnië en Herzegovina in staat stellen de geleidelijke aanpassing van zijn wetgeving aan het Unierecht te voltooien, of, bij wijze van alternatief, de etikettering van wijnen met deze Kroatische traditionele aanduidingen aan te passen. |
|
(12) |
De inhoud van de overeenkomst tussen Kroatië en Bosnië en Herzegovina is niet in strijd met het recht van de Unie. |
|
(13) |
Bovendien zou een parallelle aanvraag van Bosnië en Herzegovina voor rechtstreekse bescherming in het kader van Verordening (EG) nr. 607/2009 geen mogelijke oplossing opleveren, aangezien de relevante wetgeving van Bosnië en Herzegovina nog niet volledig is aangepast aan het Unierecht, met inbegrip van artikel 35, lid 1, onder c), ii), van die verordening. |
|
(14) |
Rekening houdend met de belangen van producenten en marktdeelnemers die tot op heden rechtmatig gebruik hebben gemaakt van die aanduidingen, en teneinde de tijdelijke moeilijkheden van Bosnië en Herzegovina te overbruggen, dient daarom een overgangsperiode te worden toegestaan waarbinnen de wetgeving van Bosnië en Herzegovina geleidelijk kan worden geharmoniseerd met de Uniewetgeving. |
|
(15) |
Aangezien deze verordening echter alleen van toepassing is op het grondgebied van de Unie, heeft de overgangsperiode alleen betrekking op uit Bosnië en Herzegovina afkomstige wijnbouwproducten die in de Unie worden ingevoerd en in de handel gebracht met gebruikmaking van de Kroatische beschermde traditionele aanduidingen, hoewel ze niet voldoen aan de definitie en voorwaarden voor het gebruik ervan. |
|
(16) |
In het licht van het bovenstaande, en gezien het feit dat de aanvraag van Kroatië voldoet aan de in artikel 112 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en in artikel 40, lid 1, van Verordening (EG) nr. 607/2009 bedoelde voorwaarden, moeten de Kroatische traditionele aanduidingen ter identificatie van in Kroatië geproduceerde wijnen worden beschermd en geregistreerd in het elektronische register e-Bacchus. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De volgende traditionele aanduidingen ter identificatie van in Kroatië geproduceerde wijnbouwproducten worden beschermd en geregistreerd in het elektronische register e-Bacchus:
|
a) |
traditionele aanduidingen in de zin van artikel 112, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013:
|
|
b) |
traditionele aanduidingen in de zin van artikel 112, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013:
|
De definities en voorwaarden voor het gebruik van de traditionele aanduidingen zijn vastgesteld in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
De op grond van artikel 1 beschermde aanduidingen mogen gedurende een periode van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt ter aanduiding van wijnbouwproducten die niet voldoen aan de in dat artikel bedoelde definitie en voorwaarden voor het gebruik ervan en die vanuit Bosnië en Herzegovina worden ingevoerd in en in de handel gebracht op het grondgebied van de Unie als die aanduidingen traditioneel worden gebruikt op het grondgebied van dat derde land.
Na het verstrijken van de periode van vijf jaar mogen alleen in de eerste alinea bedoelde wijnbouwproducten die vóór het verstrijken van de periode van vijf jaar vanuit Bosnië en Herzegovina zijn ingevoerd in de Unie, rechtmatig in de handel worden gebracht tot alle bestaande voorraden zijn uitgeput.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 oktober 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Verordening (EG) nr. 607/2009 van de Commissie van 14 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad wat betreft beschermde oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen, traditionele aanduidingen, etikettering en presentatie van bepaalde wijnbouwproducten (PB L 193 van 24.7.2009, blz. 60).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie van 17 oktober 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft aanvragen tot bescherming van oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen in de wijnsector, de bezwaarprocedure, gebruiksbeperkingen, wijzigingen van productdossiers, de annulering van bescherming en de etikettering en presentatie (PB L 9 van 11.1.2019, blz. 2).
BIJLAGE
Definities en voorwaarden voor het gebruik van de in artikel 1 bedoelde traditionele aanduidingen
“Opolo”
Naam: Opolo
Taal: Kroatisch
Definitie: “Opolo” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding mag worden gebruikt voor niet-mousserende roséwijn, waarin smaken van fruit overheersen en die uitsluitend is verkregen uit blauwe druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014). Wijnen die met de traditionele aanduiding “Opolo” worden beschreven, worden verkregen met technologie die wordt gebruikt voor de productie van witte wijnen. Deze wijnen hebben een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 11 % vol en een maximumopbrengst van 12 000 kg/ha. Een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verplicht. De kleur van wijnen met de aanduiding “Opolo” kunnen variëren van lichtroze tot donkerroze.
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Opolo” kan worden gebruikt voor de beschrijving van wijnen met de beschermde oorsprongsbenaming “Primorska Hrvatska”, “Hrvatska Istra”, “Hrvatsko primorje”, “Sjeverna Dalmacija”, “Dalmatinska zagora” en “Srednja i Južna Dalmacija” die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Wijn zoals gedefinieerd in punt 1 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
“Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP)”
Naam: Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP), al dan niet aangevuld met:
|
— |
Arhivsko vino: voor wijn die gedurende ten minste vijf jaar in een kelder is bewaard, waarvan ten minste drie jaar op fles; |
|
— |
Desertno vino: voor wijn die uit de bewerking van overrijpe of gedroogde druiven en zonder toevoeging van stoffen is verkregen en die een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 16 % vol en een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol heeft; |
|
— |
Kasna berba: voor wijn met ten minste 94° Oechsle die uit overrijpe druiven is verkregen; |
|
— |
Izborna berba: voor wijn met ten minste 105° Oechsle die uitsluitend uit speciaal geselecteerde druiven is verkregen; |
|
— |
Izborna berba bobica: voor wijn met ten minste 127° Oechsle die uit geselecteerde, overrijpe en door Botrytis aangetaste druiven is verkregen; |
|
— |
Izborna berba prosušenih bobica: voor wijn met ten minste 154° Oechsle die uit geselecteerde overrijpe druiven is verkregen; |
|
— |
Ledeno vino: voor wijn met ten minste 127° Oechsle die is verkregen uit druiven die bij een temperatuur van –7 °C of kouder zijn geoogst en die bevroren zijn verwerkt. |
Taal: Kroatisch
Definitie: “Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP)” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding is een synoniem van het begrip “beschermde oorsprongsbenaming” en mag worden gebruikt voor de beschrijving van wijnen die zijn verkregen uit druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014). Deze wijnen moeten een natuurlijk alcoholvolumegehalte hebben van ten minste:
|
— |
10 % vol in zone B; |
|
— |
10,5 % vol in zone CI; |
|
— |
11 % vol in zone CII. |
De maximumopbrengst voor de productie van deze wijnen bedraagt:
|
— |
10 000 kg/ha (6 000 l/ha) in zone B; |
|
— |
11 000 kg/ha (6 600 l/ha) in zone CI en zone CII. |
Verrijking, aanzuring, ontzuring en verzoeting zijn niet toegestaan. Een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verplicht. Afhankelijk van de rijpheidsgraad van de druiven en de procedés voor de productie en de rijping van de wijn, kunnen de volgende aanvullende aanduidingen worden gebruikt:
|
— |
Arhivsko vino; |
|
— |
Desertno vino; |
|
— |
Kasna berba; |
|
— |
Izborna berba; |
|
— |
Izborna berba bobica; |
|
— |
Izborna berba prosušenih bobica; |
|
— |
Ledeno vino. |
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Vrhunsko vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Vrhunsko vino KZP)” kan worden gebruikt voor alle Kroatische wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Wijn zoals gedefinieerd in punt 1 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
“Kvalitetno biser vino”
Naam: Kvalitetno biser vino
Taal: Kroatisch
Definitie: “Kvalitetno biser vino” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding is een synoniem van het begrip “beschermde oorsprongsbenaming” en mag worden gebruikt voor de beschrijving van parelwijn die is verkregen uit kwaliteitswijn, uit jonge nog gistende wijn, uit druivenmost of uit gedeeltelijk gegiste druivenmost die is geproduceerd op basis van druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014). Wijnen met de traditionele aanduiding “Kvalitetno biser vino” moeten een totaal alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol en een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 7 % vol hebben. De door endogeen koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk moet ten minste 1 bar en ten hoogste 2,5 bar bedragen bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C.
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Kvalitetno biser vino” kan worden gebruikt voor alle Kroatische parelwijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Parelwijn zoals gedefinieerd in punt 8 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
“Mlado vino”
Naam: Mlado vino
Taal: Kroatisch
Definitie: “Mlado vino” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder b), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding mag worden gebruikt voor wijnen die zijn verkregen uit druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014), en waarvan het gistingsproces voltooid of gedeeltelijk voltooid is. Wijnen met de traditionele aanduiding “Mlado vino” moeten in de handel worden gebracht vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de druiven zijn geoogst.
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Mlado vino” kan worden gebruikt voor alle Kroatische wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Wijn zoals gedefinieerd in punt 1 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
“Vrhunsko pjenušavo vino”
Naam: Vrhunsko pjenušavo vino
Taal: Kroatisch
Definitie: “Vrhunsko pjenušavo vino” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding is een synoniem van het begrip “beschermde oorsprongsbenaming” en wordt gebruikt voor de beschrijving van mousserende wijnen die zijn verkregen door de eerste alcoholische vergisting van verse druiven of most en de tweede alcoholische vergisting van wijn die geschikt is voor de productie van kwaliteits- of superieure wijnen die zijn verkregen uit druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014). Mousserende wijnen met de traditionele aanduiding “Vrhunsko pjenušavo vino” moeten een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 10 % vol hebben en de door endogeen koolzuurgas in oplossing teweeggebrachte overdruk moet ten minste 3 bar bedragen bij bewaring in gesloten recipiënten bij 20 °C.
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Vrhunsko pjenušavo vino” kan worden gebruikt voor alle Kroatische mousserende wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Mousserende wijn zoals gedefinieerd in punt 4 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
“Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)”
Naam: Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP), al dan niet aangevuld met:
|
— |
Mlado vino: indien de wijn is verkregen uit druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014), het gistingsproces ervan is voltooid of gedeeltelijk voltooid en de wijn in de handel is gebracht vóór 31 december van het kalenderjaar waarin de druiven zijn geoogst; |
|
— |
Arhivsko vino: indien de wijn gedurende ten minste vijf jaar in een kelder is bewaard, waarvan ten minste drie jaar op fles. |
|
— |
Desertno vino: indien de wijn uit de bewerking van overrijpe of gedroogde druiven is verkregen en een natuurlijk alcoholvolumegehalte van ten minste 16 % vol en een effectief alcoholvolumegehalte van ten minste 9 % vol heeft. |
Taal: Kroatisch
Definitie: “Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)” is een traditionele aanduiding krachtens artikel 112, onder a), van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Deze traditionele aanduiding is een synoniem van het begrip “beschermde oorsprongsbenaming” en wordt gebruikt voor de beschrijving van wijnen die zijn verkregen uit druiven van aanbevolen rassen van Vitis vinifera, in overeenstemming met het besluit betreffende de nationale lijst van erkende druivenrassen (Kroatisch staatsblad nr. 53/2014). Wijnen met de traditionele aanduiding “Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)” moeten een natuurlijk alcoholvolumegehalte hebben van ten minste:
|
— |
8,5 % vol in zone B; |
|
— |
9,0 % vol in zone CI; |
|
— |
9,5 % vol in zone CII. |
De maximumopbrengst voor deze wijnen bedraagt:
|
— |
11 000 kg/ha (7 700 l/ha) in zone B; |
|
— |
12 000 kg/ha (8 400 l/ha) in zone CI en zone CII. |
Een analytisch en een organoleptisch onderzoek zijn verplicht.
Lijst van de betrokken beschermde oorsprongsbenamingen of geografische aanduidingen: De traditionele aanduiding “Kvalitetno vino s kontroliranim zemljopisnim podrijetlom (Kvalitetno vino KZP)” kan worden gebruikt voor alle Kroatische wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming die voldoen aan de vereisten inzake het gebruik van deze traditionele aanduiding.
Categorieën wijnbouwproducten: Wijn zoals gedefinieerd in punt 1 van bijlage VII, deel II, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013.
BESLUITEN
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/19 |
BESLUIT (EU) 2019/1719 VAN DE RAAD
van 8 juli 2019
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpuntop de 18e vergadering van de Conferentie van de Partijenbij de Overeenkomst inzake de internationale handelin bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites-CoP18)
(Genève, Zwitserland, 17 - 28 augustus 2019)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Unie is tot de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) toegetreden bij Besluit (EU) 2015/451 van de Raad (1). Cites is in de Unie ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad (2). |
|
(2) |
Op grond van artikel XI, lid 3, van Cites kan de Conferentie van de Partijen (CoP) onder meer wijzigingen van de Cites-bijlagen vaststellen. |
|
(3) |
Tijdens haar 18e vergadering van 17 tot en met 28 augustus 2019 in Genève, Zwitserland (Cites-CoP18) moet de CoP besluiten vaststellen over 57 voorstellen tot wijziging van de Cites-bijlagen en over talrijke andere kwesties met betrekking tot de uitvoering en de interpretatie van Cites. |
|
(4) |
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie op Cites-CoP18 moet worden ingenomen, aangezien de wijzigingen van de Cites-bijlagen bindend zullen zijn voor de Unie en haar lidstaten, en verscheidene andere besluiten een beslissende invloed op de inhoud van het Unierecht kunnen hebben, met name op Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie (3) en op Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 van de Commissie (4). |
|
(5) |
Het voorgestelde standpunt dat op Cites-CoP18 ten aanzien van de verschillende voorstellen moet worden ingenomen, is gebaseerd op een analyse van de verdiensten ervan door deskundigen aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke en technische kennis, |
HEEFXT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie op de 18e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites-CoP18) moet worden ingenomen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Unie behoren, is in de bijlagen bij dit besluit opgenomen.
Artikel 2
Indien na de vaststelling van dit besluit of voor of tijdens Cites-CoP18 nieuwe wetenschappelijke of technische informatie wordt bekendgemaakt die naar verwachting van invloed zal zijn op het in artikel 1 bedoelde standpunt, of indien tijdens die vergadering herziene of nieuwe voorstellen worden gedaan waarover nog geen standpunt van de Unie is vastgesteld, wordt het standpunt van de Unie bepaald via coördinatie ter plaatse voordat die voorstellen op de Conferentie van de Partijen (CoP) in stemming worden gebracht. In dergelijke gevallen strookt het standpunt van de Unie met de beginselen in de bijlagen bij dit besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
A.K. PEKONEN
(1) Besluit (EU) 2015/451 van de Raad van 6 maart 2015 betreffende de toetreding van de Europese Unie tot de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) (PB L 75 van 19.3.2015, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB L 166 van 19.6.2006, blz. 1).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 792/2012 van de Commissie van 23 augustus 2012 tot vaststelling van voorschriften voor het ontwerp van de vergunningen, certificaten en andere documenten waarin Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer voorziet, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie (PB L 242 van 7.9.2012, blz. 13).
BIJLAGE I
Standpunt van de Unie over de voornaamste kwestiesdie zullen worden besproken op de 18e vergadering van de Conferentie van de Partijenbij de Overeenkomst inzake de internationale handelin bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites-CoP18)
(Genève, Zwitserland, 17 - 28 augustus 2019)
A. Algemene overwegingen
|
1. |
De Unie beschouwt de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (Cites) als een essentiële internationale overeenkomst voor de bescherming van dier- en plantensoorten en voor de instandhouding van de biodiversiteit en tegen de illegale handel in wilde dieren en planten. |
|
2. |
De Unie moet voor de 18e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij Cites (Cites-CoP18) een ambitieus standpunt vaststellen dat strookt met de desbetreffende beleidslijnen van de Unie en de internationale toezeggingen op deze gebieden, in het bijzonder de doelstellingen betreffende wilde dieren en planten in het kader van duurzameontwikkelingsdoelstelling 15, het Strategisch plan voor biodiversiteit 2011-2020, en de Aichi-doelstellingen, overeengekomen in het Verdrag inzake biologische diversiteit, de strategische visie voor Cites (1) en Resolutie 71/326 van de Algemene Vergadering van de VN inzake de illegale handel in wilde dieren en planten. Het standpunt van de Unie moet ook bijdragen tot de verwezenlijking van de desbetreffende doelstellingen op Unieniveau die zijn vastgelegd in de conclusies van de Raad van 21 juni 2011 over de EU-strategie voor biodiversiteit tot 2020 en de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten, en in het EU-actieplan voor de instandhouding en het beheer van het haaienbestand. |
|
3. |
De Unie moet op de Cites-CoP18 uitgaan van de volgende prioriteiten:
|
|
4. |
Het standpunt van de Unie over voorstellen tot wijziging van de Cites-bijlagen moet worden gebaseerd op de staat van instandhouding van de betrokken soorten en op de gevolgen die de handel voor de staat van die soorten heeft of zou kunnen hebben. Daartoe moeten bij de beoordeling van de voorstellen voor opname in de bijlagen de meest relevante en robuuste wetenschappelijke adviezen in aanmerking worden genomen, conform het bepaalde in Resolutie Conf. 9.24 inzake de criteria voor wijziging van de Cites-bijlagen I en II. |
|
5. |
Het standpunt van de Unie dient rekening te houden met de bijdrage die het Cites-toezicht kan leveren tot de verbetering van de staat van instandhouding van soorten, en ook met de inspanningen van de landen die doeltreffende instandhoudingsmaatregelen hebben getroffen. De Unie moet erop toezien dat de tijdens de Cites-CoP18 genomen besluiten Cites zo efficiënt mogelijk maken, doordat zij onnodige administratieve lasten tot een minimum beperken en praktische, kosteneffectieve en werkbare oplossingen bereiken voor kwesties op het gebied van uitvoering en toezicht. |
|
6. |
De Conferentie van de Partijen (CoP) is het bestuursorgaan van Cites en een aantal van de op de Cites-CoP18 genomen besluiten zal worden uitgevoerd door het Permanent Comité, het belangrijkste ondersteunende orgaan van de CoP. Het voor de Cites-CoP18 vastgestelde standpunt van de Unie moet daarom ook sturend zijn voor het optreden van de Unie tijdens de 71e en de 72e vergadering van het Permanent Comité, die respectievelijk vlak voor en vlak na de Cites-CoP18 plaatsvinden. |
B. Specifieke kwesties
|
7. |
Er zijn voor de Cites-CoP18 57 voorstellen tot wijziging van de Cites-bijlagen ingediend. Twaalf van deze voorstellen zijn ingediend of mede-ingediend door de Unie en de Unie moet uiteraard ook de goedkeuring ervan steunen. De opvattingen van de landen in het verspreidingsgebied van de soorten waarop de voorstellen betrekking hebben, moeten terdege in aanmerking worden genomen. De Unie is verder van mening dat voorstellen tot wijziging van Cites-bijlagen in de regel moeten worden gesteund als zij het resultaat zijn van de werkzaamheden van de dieren- en plantencomités van Cites en het Permanent Comité. Ook de beoordeling van de voorstellen door het Cites-secretariaat en door IUCN/Traffic (2), en — in het geval van commercieel geëxploiteerde mariene soorten — de beoordeling door het desbetreffende adviesorgaan van deskundigen van de FAO zullen worden herzien. |
|
8. |
Conform haar bekende standpunt herhaalt de Unie dat Cites een geschikt instrument is om de internationale handel in mariene soorten te reguleren wanneer de staat van instandhouding van deze soorten schadelijke gevolgen ondervindt van de handel en deze soorten met uitsterven worden of kunnen worden bedreigd. De Unie pleit in het bijzonder voor opneming van drie soorten zeekomkommers van het geslacht Holothuria (Microthele) in Cites-bijlage II, gezien de overmatige exploitatie van en de omvang van de internationale handel in deze soorten. |
|
9. |
De Unie merkt op dat de afgelopen jaren heel wat werk is verricht om capaciteit op te bouwen voor de uitvoering van Cites, niet in de laatste plaats met betrekking tot mariene soorten en onder meer door de financiële steun van de Unie. De Unie steunt een betere coördinatie tussen Cites, andere organisaties en multilaterale milieuovereenkomsten die in het kader van hun respectieve mandaten handelen, met als doel een beter bestuur en een sterkere complementariteit. Concreet heeft de Unie voorstellen voor de opneming van bepaalde soorten haaien (kortvin- en langvinmakreelhaaien — Isurus oxyrinchus en I. paucus) en roggen (gitaarroggen — Glaucostegus spp. — en kegroggen — Rhinidae spp.) in Cites-bijlage II mede ingediend. |
|
10. |
Op de Cites-CoP17 zijn meer palissandersoorten (Pterocarpus erinaceus, drie soorten Guibourtia en Dalbergia spp.) opgenomen in Cites-bijlage II om de internationale handel in deze tropische houtsoorten beter te kunnen controleren. Het is belangrijk dat de Unie ervoor zorgt dat de huidige annotatie #15 zo wordt gewijzigd dat zij toegespitst wordt op specimens die voor het eerst in de internationale handel worden gebracht en dat onnodige administratieve en handhavingslasten worden voorkomen. De Unie steunt daarom de wijziging van annotatie #15 waartoe tijdens de 70e vergadering van het Permanent Comité bij consensus is besloten, zoals weergegeven in opnemingsvoorstel nr. 52 aan Cites-CoP18. De Unie blijft openstaan voor mogelijke laatste verbeteringen die uit overleg met andere Partijen bij Cites kunnen voortkomen. Aangezien de Unie ernaar streeft de invoer van hout uit Centraal-Afrika beter te controleren, heeft zij mede voorgesteld de reikwijdte voor de kokrodua of afrormosia (Pericopsis elata) zoals opgenomen in Cites-bijlage II uit te breiden. |
|
11. |
De Unie moet ook horizontale inspanningen voor doeltreffender regulering van de internationale handel in bedreigde wilde flora en fauna steunen, onder meer de voorgestelde resolutie betreffende het vaststellen van rechtmatige verwerving, die voortbouwt op de resultaten van een speciale workshop die de Unie in juni 2018 heeft georganiseerd. De goedkeuring tijdens Cites-CoP18 van een nieuwe strategische visie voor Cites voor de jaren 2021 tot en met 2030 maakt het mogelijk de rol van Cites in de bredere context van internationale governance op milieugebied — waaronder ook het biodiversiteitskader voor de periode na 2020 uit hoofde van het Verdrag inzake biologische diversiteit — te consolideren en waar nodig te verduidelijken. |
|
12. |
Het standpunt van de Unie over voorstellen met betrekking tot de illegale handel in wilde dieren en planten moet in overeenstemming zijn met de drie prioriteiten in de conclusies van de Raad van 20 juni 2016 over het EU-actieplan inzake de illegale handel in wilde dieren en planten, namelijk:
Bij het bepalen van dit standpunt moet ook het Voortgangsverslag inzake de tenuitvoerlegging van het actieplan van de EU tegen de illegale handel in wilde dieren en planten van de Commissie in aanmerking worden genomen. In overeenstemming met de eerste prioriteit, steunt de Unie een betere bescherming via Cites van soorten die momenteel in niet-duurzame hoeveelheden of illegaal in de Unie worden ingevoerd (met name voor de handel in exotische huisdieren). Daarom heeft de Unie de voorstellen tot wijziging van de Cites-bijlagen met betrekking tot verschillende reptielen- en amfibieënsoorten, en meerdere gekko- en salamandersoorten in het bijzonder, mede ingediend. |
|
13. |
In overeenstemming met de tweede en de derde prioriteit steunt de Unie krachtige maatregelen die ervoor moeten zorgen dat Cites door de Partijen daarbij wordt uitgevoerd. Zij pleit voor een duidelijke tijdlijn en controlemechanismen (met eventuele handelssancties) jegens Partijen die herhaaldelijk verzuimen hun verplichtingen in het kader van Cites na te komen. Dit is vooral van belang voor de aanpak van stroperij en de illegale handel in olifanten, neushoorns, Aziatische grote katachtigen, palissanderhout en schubdierachtigen. |
|
14. |
Verscheidene aan de Cites-CoP18 voorgelegde voorstellen hebben betrekking op duurzaam gebruik, bestaansmiddelen en plattelandsgemeenschappen. De Unie moet dergelijke voorstellen steunen voor zover zij ertoe bijdragen dat in bestaande processen relevante gegevens kunnen worden verwerkt, in overeenstemming met Cites. Er moet worden voorkomen dat aanvullende processen of structuren worden opgezet die veel kosten en niet per se voordelen opleveren. |
|
15. |
De stroperij van olifanten en de illegale handel in ivoor gaan op een alarmerend hoog niveau verder. Ook de omvang van de stroperij van neushoorns en de handel in neushoornhoorns blijft hoog, waardoor de inspanningen voor instandhouding worden ondermijnd en dit vormt een ernstige bedreiging voor de neushoornpopulaties. Zowel de Unie als haar lidstaten hebben aanzienlijke steun verleend aan Afrikaanse landen om het behoud van wilde dieren en planten te verbeteren en de handel daarin aan te pakken. De Unie is vastbesloten haar Afrikaanse partners te blijven steunen en haar inspanningen in dat verband op te voeren, overeenkomstig de conclusies van de Raad betreffende de mededeling van de Commissie over het actieplan van de EU tegen illegale handel in wilde dieren en planten. De Unie erkent de inspanningen van bepaalde Afrikaanse landen in het verspreidingsgebied, maar het hoge niveau van de stroperij en illegale handel blijft de Unie grote zorgen baren. De prioriteit van de Unie voor alle agendapunten over deze diersoorten op de Cites-CoP18 moet erin bestaan maatregelen te ondersteunen die die problemen rechtstreeks aanpakken. |
|
16. |
De Unie merkt op dat de Partijen in verband met legale handel in olifantenivoor verscheidene, deels tegenstrijdige, voorstellen hebben ingediend. De internationale handel in ivoor is momenteel op grond van het Cites-kader verboden. De Unie is van oordeel dat de voorwaarden voor het opnieuw toelaten van deze handel niet zijn vervuld, en zal zich verzetten tegen iedere wijziging van het huidige Cites-regime die ertoe kan leiden dat het verbod op de internationale handel in olifantenivoor wordt versoepeld of dat de handel in olifantenivoor wordt hervat. Wat de binnenlandse ivoormarkten betreft, moet de Unie binnen de werkingssfeer van Cites steun blijven verlenen aan evenredige, doeltreffende maatregelen op basis van de beste beschikbare gegevens. |
|
17. |
De Unie is van mening dat het reglement van orde van de CoP niet mag afwijken van de tekst van Cites, daaronder begrepen artikel XXI, leden 2 tot en met 6. Elke poging om bepalingen toe te voegen die aan de uitoefening van de rechten van de Unie als Partij andere voorwaarden stellen dan in Cites het geval is, moet dan ook met klem worden verworpen. |
|
18. |
Door de crisissituatie rond de illegale handel in wilde dieren en planten, in combinatie met de uitbreiding van Cites met nieuwe soorten en Partijen, zijn de afgelopen jaren meer activiteiten onder het toepassingsgebied van Cites gaan vallen en is de werklast van het Cites-secretariaat aanzienlijk toegenomen. De Unie moet met deze ontwikkelingen rekening houden wanneer zij beslist over haar prioriteiten voor de Cites-CoP18 en over haar bijdrage aan het Cites-trustfonds. |
(1) Cites-resolutie Conf. 14.2, die op de CoP18 zal worden bijgewerkt (zie punt 5 hieronder).
(2) De Internationale Unie voor natuurbehoud (IUCN, International Union for Conservation of Nature) en Traffic zijn gespecialiseerd in vraagstukken op het gebied van de handel in wilde dieren en planten en stellen voorafgaand aan elke Cites-CoP een grondige beoordeling van de voorstellen tot wijziging van de Cites-bijlagen ter beschikking.
BIJLAGE II
STANDPUNT VAN DE UNIE OVER BEPAALDE VOORSTELLEN DIE ZULLEN WORDEN VOORGELEGD AAN DE 18E VERGADERING VAN DE CONFERENTIE VAN DE PARTIJENBIJ DE OVEREENKOMST INZAKE DE INTERNATIONALE HANDEL IN BEDREIGDE IN HET WILD LEVENDE DIER- EN PLANTENSOORTEN
(CITES-COP18) (GENÈVE, ZWITSERLAND, 17 - 28 AUGUSTUS 2019)
|
“+” staat voor een positief standpunt |
„—” staat voor een afwijzend standpunt |
„0” staat voor een open standpunt |
|
„(+)” staat voor steun die wordt verleend op voorwaarde dat het voorstel wordt gewijzigd |
||
|
„(—)” staat voor verzet dat opnieuw zal worden overwogen indien het voorstel aanzienlijk wordt gewijzigd |
||
Werkdocumenten
|
Nr. |
Agendapunt |
Indiener (1) |
Opmerkingen |
Standpunt |
||||||||
|
Openingsceremonie |
|
Geen document |
|
|||||||||
|
Administratieve en financiële zaken |
||||||||||||
|
1. |
Verkiezing van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de vicevoorzitters van de vergadering en van de voorzitters van de Comités I en II |
|
Geen document |
|
||||||||
|
2. |
Goedkeuring van de agenda |
|
|
|
||||||||
|
3. |
Goedkeuring van het werkprogramma |
|
|
|
||||||||
|
4. |
Reglement van orde |
|
|
|
||||||||
|
|
4.1 |
Reglement van orde voor de 18e vergadering van de Conferentie van de Partijen CoP18 Doc. 4.1 |
Sec. |
Nota nemen van het document met het huidige reglement van orde, dat geldig blijft tenzij en totdat het bij besluit van de CoP wordt gewijzigd (zie regel 32). |
|
|||||||
|
|
4.2 |
Herziening van het reglement van orde CoP18 Doc. 4.2 |
SC |
Het behoud van het reglement van orde op CoP18 steunen; Daarnaast steunen van het nieuwe mandaat voor SC voor het herzien van regel 25 (procedure voor de besluitvorming bij wijziging van de bijlagen) tegen CoP19. |
+ |
|||||||
|
5. |
Comité geloofsbrieven |
|
|
|
||||||||
|
|
5.1 |
Instelling van het Comité geloofsbrieven (geen document) |
|
Geen document |
|
|||||||
|
|
5.2 |
Verslag van het Comité geloofsbrieven (geen document) |
|
Geen document |
|
|||||||
|
6. |
Toelating van waarnemers |
|
|
|
||||||||
|
7. |
Administratie, financiën en begroting van het Secretariaat en van de vergaderingen van de Conferentie van de Partijen |
|
|
|
||||||||
|
|
7.1 |
Administratie van het Secretariaat CoP18 Doc. 7.1 |
|
|
|
|||||||
|
|
7.2 |
Verslag van de uitvoerend directeur van het UNEP over administratieve en andere aangelegenheden |
|
|
|
|||||||
|
|
7.3 |
Financiële verslagen over de periode 2016-2019 CoP18 Doc. 7.3 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 1: Financieel verslag over kostengerelateerd werkprogramma voor 2016 CoP18 Doc. 7.3 A1 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 2: Cites-trustfonds (CTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2016 CoP18 Doc. 7.3. A2 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 3: Cites extern trustfonds (QTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2016 CoP18 Doc. 7.3. A3 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 4: Financieel verslag over kostengerelateerd werkprogramma voor 2017 CoP18 Doc. 7.3 A4 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 5: Cites-trustfonds (CTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2017 CoP18 Doc. 7.3. A5 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 6: Cites extern trustfonds (QTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2017 CoP18 Doc. 7.3. A6 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 7: Financieel verslag over kostengerelateerd werkprogramma voor 2018 CoP18 Doc. 7.3 A7 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 8: Cites-trustfonds (CTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2018 CoP18 Doc. 7.3. A8 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 9: Cites-trustfonds (CTL) — jaarlijkse verdeling van de niet-betaalde bijdragen per 31 december 2018 CoP18 Doc. 7.3 A9 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 10: Cites extern trustfonds (QTL) — stand van de bijdragen per 31 december 2018 CoP18 Doc. 7.3. A10 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 11: Overzicht van de financiële prestaties en de financiële positie voor het jaar eindigend op 31 december 2017 CoP18 Doc. 7.3 A11 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 12: Financieel verslag over kostengerelateerd werkprogramma voor 2019 (tot en met 31 maart 2019) |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 13: Cites-trustfonds (CTL) — stand van de bijdragen per 31 maart 2019 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 14: Cites extern trustfonds (QTL) — stand van de bijdragen per 31 maart 2019 |
|
|
|
|||||||
|
|
7.4 |
Begroting en werkprogramma voor de periode 2020-2022 CoP18 Doc. 7.4 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 1: Ontwerpresolutie over de financiering en het kostengerelateerd werkprogramma van het Secretariaat voor de driejarige periode 2020-2022 CoP18 Doc. 7.4 A1 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 2: Begrotingsscenario — reële nulgroei CoP18 Doc. 7.4 A2 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 3: Begrotingsscenario — nominale nulgroei CoP18 Doc. 7.4 A3 |
|
|
|
|||||||
|
|
|
Bijlage 4: Begrotingsscenario — incrementele nulgroei CoP18 Doc. 7.4 A4 |
|
|
|
|||||||
|
|
7.5 |
Toegang tot financiering, waaronder financiering uit het Wereldmilieufonds CoP18 Doc. 7.5 |
|
|
|
|||||||
|
|
7.6 |
Project „gesponsorde deelnemers” CoP18 Doc. 7.6 |
Sec. |
Het behoud van de huidige selectiecriteria steunen; Secretariaat verkent uitbreiding van het project van CoP-vergaderingen naar comitévergaderingen. |
+ |
|||||||
|
8. |
Ontwerpresolutie over de taalstrategie voor de Overeenkomst CoP18 Doc. 8 |
IQ |
Onduidelijk waarom het Arabisch als officiële Cites-taal moet worden toegevoegd en de andere VN-talen (Chinees, Russisch) niet. Daarnaast zijn de gevolgen voor de begroting en de mogelijke verdere vertraging van de productie van documenten argumenten tegen het voorstel. |
— |
||||||||
|
Strategische aangelegenheden |
||||||||||||
|
9. |
Verslagen en aanbevelingen van comités |
|
|
|
||||||||
|
|
9.1 |
Permanent Comité |
|
|
|
|||||||
|
|
|
9.1.1 |
Verslag van de voorzitter CoP18 Doc. 9.1.1 |
|
|
|
||||||
|
|
|
9.1.2 |
Verkiezing van nieuwe regionale leden en hun plaatsvervangers (geen document) |
|
|
|
||||||
|
|
9.2 |
Comité dieren |
|
|
|
|||||||
|
|
|
9.2.1 |
Verslag van de voorzitter |
|
|
|
||||||
|
|
|
9.2.2 |
Verkiezing van nieuwe regionale leden en hun plaatsvervangers (geen document) |
|
|
|
||||||
|
|
9.3 |
Comité planten |
|
|
|
|||||||
|
|
|
9.3.1 |
Verslag van de voorzitter CoP18 Doc. 9.3.1 |
|
|
|
||||||
|
|
|
9.3.2 |
Verkiezing van nieuwe regionale leden en hun plaatsvervangers (geen document) |
|
|
|
||||||
|
10. |
Strategische visie voor Cites na 2020 CoP18 Doc. 10 |
SC |
De goedkeuring steunen van de herziene, door het Secretariaat gewijzigde, strategische visie; Ook gewijzigde ontwerpbesluiten steunen waarbij het Secretariaat wordt opgedragen doelstellingen met bestaande besluiten en resoluties te vergelijken; SC de taak geven te werken aan indicatoren. |
+ |
||||||||
|
11. |
Herziening van de Overeenkomst |
CO, NA, ZW |
Hierin komt een aantal relevante kwesties m.b.t. bestaansmiddelen en de herziening van de bijlagen aan de orde. Het voorstel maakt echter in zijn huidige vorm en reikwijdte een vooringenomen en onvoldoende voorbereide indruk en lijkt te zijn gebaseerd op oude afwegingen, zonder dat grondig wordt nagedacht over de steeds complexere uitdagingen op het gebied van de handel in en de instandhouding van wilde dier- en plantensoorten, en ook gezien de mogelijk verstrekkende gevolgen. De ontwerpbesluiten hebben geen adressaten. |
(—) |
||||||||
|
12. |
Zorgen voor een betere uitvoering met betrekking tot de in de bijlagen opgenomen mariene vissoorten CoP18 Doc. 12 |
AG |
Erkennen dat er nog steeds ondersteuning nodig is voor doeltreffender uitvoering met betrekking tot de in de bijlagen opgenomen mariene soorten. Echter moet bij de beoordeling van eerdere doeltreffendheid van de uitvoering naar specifieke gevallen worden gekeken, met een duidelijke rechtvaardiging per geval, en moet van bestaande mechanismen en aanbevelingen uit eerdere beoordelingen gebruik worden gemaakt in plaats van een nieuwe ad-hocprocedure vast te stellen. Een „embargo” op nieuwe plaatsingen van groepen soorten in de bijlage afwijzen; waar het om gaat is dat wordt voldaan aan de bij de bijlagen behorende criteria. |
— |
||||||||
|
13. |
Herziening van resolutie Conf. 11.1 (herz. CoP17) betreffende de instelling van comités CoP18 Doc. 13 |
SC/Sec. |
De voorgestelde, door het Sec. en de voorzitter van het SC gewijzigde, nieuwe resolutie steunen. |
+ |
||||||||
|
14. |
Mogelijke belangenconflicten in het Comité dieren en het Comité planten CoP18 Doc. 14 |
SC |
Tijdens SC70 is een standaard kennisgevingsformulier voor belangenverklaringen goedgekeurd; De intrekking van de besluiten 16.09 en 16.10 steunen. |
+ |
||||||||
|
15. |
Samenwerking met organisaties en multilaterale milieuverdragen |
|
|
|
||||||||
|
|
15.1 |
Samenwerking met andere overeenkomsten waarbij biodiversiteit een rol spelt CoP18 Doc. 15.1 |
SC |
De verlenging steunen van de door het Sec. gewijzigde besluiten 17.55 en 17.56 en van het voorstel van het Sec. voor het opstellen van een verslag waarin de bestaande praktijken in andere overeenkomsten inzake biodiversiteit worden samengevat. De synergieën tussen de multilaterale milieuovereenkomsten op het gebied van biodiversiteit moeten verder worden versterkt en het is passend dat het SC deze ontwikkelingen volgt. |
+ |
|||||||
|
|
15.2 |
Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR) CoP18 Doc. 15.2 |
Sec. |
De door de secretariaten van Cites en CCAMLR gezamenlijk voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 12.4 steunen. |
+ |
|||||||
|
|
15.3 |
Wereldwijde strategie voor het behoud van planten CoP18 Doc. 15.3 |
SC |
Nieuwe ontwerpbesluiten ter vervanging van de besluiten 17.53 en 17.54 steunen. |
+ |
|||||||
|
|
15.4 |
Intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES) CoP18 Doc. 15.4 |
SC/Sec. |
Steun verlenen aan de ontwerpresolutie over samenwerking met het Intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten. |
+ |
|||||||
|
|
15.5 |
Internationaal consortium ter bestrijding van criminaliteit in verband met wilde dieren en planten (ICCWC) CoP18 Doc. 15.5 |
Sec. |
De oproep aan de Partijen steunen om de activiteiten van het ICCWC te blijven financieren. De ICCWC-partners vragen om te zorgen voor doeltreffende transparantiemechanismen. |
+ |
|||||||
|
|
15.6 |
Samenwerking tussen Cites en de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (WHC) CoP18 Doc. 15.6 |
NO |
Steun verlenen aan de door het Sec. gewijzigde ontwerpresolutie (waarin wordt opgeroepen een memorandum van overeenstemming tussen de WHC en Cites op te stellen). Steun verlenen aan de door Noorwegen voorgestelde ontwerpbesluiten met daarin wijzigingen waaruit voortvloeit dat een voorgesteld gezamenlijk werkprogramma door het SC moet worden goedgekeurd. |
(+) |
|||||||
|
16. |
Cites-programma inzake boomsoorten |
Sec. |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten, met inbegrip van het Besluit waarbij het Sec. wordt verzocht informatie te verzamelen, te rapporteren over de geboekte vooruitgang en de samenwerking met bosgerelateerde organisaties voort te zetten, en meer steun verlenen aan partijen om de Overeenkomst voor in de bijlage opgenomen boomsoorten uit te voeren. Andere Partijen verzoeken om financieel tot het programma bij te dragen. |
+ |
||||||||
|
17. |
Plattelandsgemeenschappen |
|
Voorstellen dat alle documenten onder de punten 17 en 18 als één pakket worden beschouwd in het kader van een intrasessionele werkgroep die zich onder andere over de discussiepunten van de intersessionele werkgroep zal buigen. Samen met aanverwante voorstellen onder punt 18 behandelen. |
|
||||||||
|
|
17.1 |
Verslag van het Permanent Comité CoP18 Doc. 17.1 |
SC/Sec. |
Steun verlenen aan het voorstel van het Sec. tot wijziging van resolutie Conf. 16.6 betreffende bestaansmiddelen. Het voorstel om CoP17-besluiten in te trekken zou voorbarig zijn; het is verantwoord de intersessionele werkzaamheden tussen de vergaderingen voort te zetten (aansluiting werkgroep bestaansmiddelen?). |
(+) |
|||||||
|
|
17.2 |
Voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 4.6 (herz. CoP17) (betreffende de indiening van ontwerpresoluties) en resolutie Conf. 9.24 (herz. CoP17) CoP18 Doc. 17.2 |
NA, ZW |
De voorgestelde wijziging van resolutie 4.6 lijkt hier niet op zijn plaats, omdat de resolutie ook betrekking heeft op formaliteiten en procedures voor het indienen van voorstellen. Voor de voorgestelde wijzigingen in bijlage 6, deel C, van resolutie Conf. 9.24 geldt dat met betrekking tot het overleg met plattelandsgemeenschappen ten minste het geografische toepassingsgebied, d.w.z. voor elke Partij binnen haar eigen grondgebied, moet worden verduidelijkt; wijzigingen mogen niet bindend te zijn. Samen met doc. 18.3 behandelen. |
(—) |
|||||||
|
|
17.3 |
Participatiemechanisme voor plattelandsgemeenschappen |
BW, CO, NA, ZW |
De instelling van een permanent comité plattelandsgemeenschappen afwijzen. Andere manieren overwegen om de stem van plattelandsgemeenschappen te laten doorklinken. |
— |
|||||||
|
18. |
Cites en bestaansmiddelen |
|
Voorstellen dat alle documenten onder de punten 17 en 18 als één pakket worden beschouwd in het kader van een intrasessionele werkgroep die zich onder andere over de discussiepunten van de intersessionele werkgroep zal buigen. Samen met aanverwante voorstellen onder punt 17 behandelen. |
|
||||||||
|
|
18.1 |
Verslag van het Secretariaat CoP18 Doc. 18.1 (Rev. 1) |
Sec. |
Steun verlenen aan de herinstelling van de werkgroep, de ontwikkeling van richtsnoeren met behulp van consultancy; te beoordelen tijdens CoP19. Bijkomende door het Secretariaat voorgestelde ontwerpbesluiten overwegen. |
(+) |
|||||||
|
|
18.2 |
Voorstel van Peru CoP18 Doc. 18.2 |
PE |
Wat betreft ontwerpbesluit 18.AA (a) richtsnoeren verstrekken over hoe de voordelen van de handel in onder Cites vallende soorten kunnen worden gemaximaliseerd, en (b) de geregistreerde handelsmerken voor communautaire producten evalueren: een en ander samen met 18.1 (Rev. 1) behandelen, en een redactiegroep voorstellen om een gemeenschappelijke benadering voor deze twee documenten te vinden, waarbij met de opmerkingen van het Sec. over beide documenten rekening wordt gehouden. In het algemeen openstaan voor het voorstel een „internationale dag voor bestaansmiddelen in plattelandsgemeenschappen” in te voeren, maar daarvoor is misschien geen aparte resolutie nodig; daarbij ook rekening houden met de budgettaire gevolgen. |
(+) |
|||||||
|
|
18.3 |
Voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 9.24 (herz. CoP17) CoP18 Doc. 18.3 |
CN |
Het idee om een soort „bestaansmiddelenanalyses” in de motivering bij voorstellen met betrekking tot de samenstelling van de bijlagen te verwerken (resolutie Conf. 9.24, bijlage 6) is het overwegen waard, maar is waarschijnlijk nog niet dusdanig vergevorderd dat erover tijdens CoP18 kan worden besloten; de voorgestelde formulering is deels onduidelijk. Behandelen met doc. 17.2. |
(—) |
|||||||
|
19. |
Voedselzekerheid en bestaansmiddelen CoP18 Doc. 19 |
SC |
De verlenging van de besluiten afwijzen aangezien de werkgroep geen vorderingen heeft gemaakt en soortgelijke kwesties onder „plattelandsgemeenschappen” en „bestaansmiddelen” aan bod komen; de opmerkingen van het Sec. steunen. |
— |
||||||||
|
20. |
Strategieën om de illegale handel in onder Cites vallende soorten te bestrijden door terugdringing van de vraag CoP18 Doc. 20 |
SC |
Steun verlenen aan de goedkeuring van de door het Sec. gewijzigde ontwerpbesluiten en instemmen met de intrekking van de besluiten 17.44 tot en met 17.48. |
+ |
||||||||
|
21. |
Capaciteitsopbouw en identificatiemateriaal |
|
|
|
||||||||
|
|
21.1 |
Capaciteitsopbouw en identificatiemateriaal CoP18 Doc. 21.1 |
AC/PC |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten voor de instelling van een gezamenlijke AC/PC-werkgroep voor identificatiemateriaal; alsook aan het voorstel van het Sec. tot intrekking van de besluiten die onder 54.1 vallen. |
+ |
|||||||
|
|
21.2 |
In resoluties en besluiten gespecificeerde activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw CoP18 Doc. 21.2 |
SC |
Steun verlenen aan de goedkeuring van de ontwerpbesluiten (herziening, verbetering van de Cites-website, onlinecursussen via het Virtual College) met de door het Sec. voorgestelde wijzigingen. Samen met doc. 21.3 , 28, 29 behandelen. |
+ |
|||||||
|
|
21.3 |
Kader ter bevordering van de coördinatie, transparantie en verantwoording van Cites-inspanningen op het vlak van capaciteitsopbouw CoP18 Doc. 21.3 |
US |
Waardevol initiatief, maar goedkeuring van de ontwerpresolutie en het ontwerpkader tijdens CoP18 lijkt voorbarig. In plaats daarvan steunen verlenen aan het verwerken van relevante elementen in 21.2, zoals het Sec. heeft voorgesteld, te beoordelen door SC en CoP19. Samen met doc. 21.2 , 28 behandelen. |
(+) |
|||||||
|
22. |
Werelddag van wilde dieren en planten van de Verenigde Naties |
|
Steun verlenen aan de ontwerpversie van wijzigingen in resolutie Conf. 17.1 waarin de Partijen en landen die geen Partij zijn wordt verzocht een enkel contactpunt aan te wijzen voor de coördinatie van de viering van de werelddag van wilde dieren en planten in hun land. |
+ |
||||||||
|
23. |
Betrokkenheid van jongeren CoP18 Doc. 23 |
SC |
SC Steun verlenen aan de voorgestelde herzieningen van resolutie Conf. 17.5 betreffende de betrokkenheid van jongeren (bijlage 1) en de besluiten 17.26 en 17.27 intrekken. |
+ |
||||||||
|
Aangelegenheden met betrekking tot interpretatie en uitvoering |
||||||||||||
|
Bestaande resoluties en besluiten |
||||||||||||
|
24. |
Herziening van resoluties CoP18 Doc. 24 |
Sec. |
In het algemeen steun verlenen aan de wijzigingen in resoluties Conf. 4.6 met betrekking tot de indiening van documenten (o.a. inzake de gecentraliseerde besluitvorming voor financiering); de voorgestelde opname van besluit 14.19 bestuderen. Steun verlenen aan de wijzigingen in resolutie 12.8 over toetsing van aanzienlijke handel (overeenkomstig SC70) en 14.3 betreffende nalevingsprocedures (met inbegrip van Resolutie 10.10 en 17.7). |
+ |
||||||||
|
25. |
Herziening van besluiten |
|
Steun verlenen aan de besluiten van het Sec. die in de bijlage bij document 25 in 22 afzonderlijke punten worden gepresenteerd. |
+ |
||||||||
|
Algemene naleving en handhaving |
||||||||||||
|
26. |
Nationale wetgeving ter uitvoering van de Overeenkomst |
Sec. |
De reeks besluiten steunen, maar om meer duidelijkheid verzoeken m.b.t. de termijnen. Ten behoeve van de doeltreffende uitvoering van de Overeenkomst, overwegen aanvullende maatregelen voor te stellen teneinde Partijen met wetgeving in categorie 2 of 3 aan het Sec. nadere bijzonderheden over hun maatregelen te laten verstrekken. |
(+) |
||||||||
|
27. |
Aangelegenheden m.b.t. de naleving van Cites |
Sec. |
De voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 11.3 (herz. CoP17) steunen. In het algemeen de ontwerpbesluiten steunen, maar om meer rechtvaardiging — en mogelijk een meer voorzichtige benadering — vragen, met name wanneer het gaat om de ontwikkeling van een nieuw vergunningenbeleid van Cites en van een „geïntegreerd elektronisch platform voor naleving”. |
(+) |
||||||||
|
28. |
Ondersteuningsprogramma voor naleving |
Sec. |
In het algemeen steun verlenen aan de reeks besluiten die gericht zijn op de vaststelling van een ondersteuningsprogramma voor naleving om zo de Partijen met langdurige moeilijkheden te helpen bij de naleving van de Overeenkomst en van de daarmee samenhangende aanbevelingen van het SC. Niettemin vragen stellen bij de budgettaire gevolgen van het opzetten van zo'n programma. Samen met doc. 21 en de begrotingsdocumenten behandelen. |
(+) |
||||||||
|
29. |
Landelijke evaluatie van de aanzienlijke handel CoP18 Doc. 29 |
AC/PC |
Steun verlenen aan het door het Sec. gewijzigde mandaat voor het Sec. om de opties te analyseren en voor de comités om deze te overwegen en aanbevelingen doen voor CoP19. |
+ |
||||||||
|
30. |
Naleving met betrekking tot Malagassisch ebbenhout (Diospyros spp.) en palissander en rozenhout (Dalbergia spp.) |
|
|
|
||||||||
|
|
30.1 |
Verslag van Madagaskar |
|
Nota nemen van het verslag. Samen met doc. 30.2 behandelen. |
|
|||||||
|
|
30.2 |
Verslag van het Permanent Comité CoP18 Doc. 30.2 |
SC |
Steunen, maar waakzaam blijven zodat niet alle besprekingen door het door Madagaskar voorgestelde gebruiksplan in beslag worden genomen. Benadrukken dat de aandacht moet gaan naar de behoefte aan stevigere handhaving om de illegale houtkap aan te pakken en smokkelnetwerken te ontmantelen. Voorstellen om ontwerpbesluit 18.BB te wijzigen om rekening te houden met de aanbevelingen van het UNODC uit 2017 op dit gebied, en uit voorzorg een vaste formule aan de tekst toevoegen om ervoor te zorgen dat elk toekomstig gebruiksplan voldoende beveiligd is. |
(+) |
|||||||
|
31. |
Binnenlandse markten voor vaak op illegale wijze verhandelde specimens CoP18 Doc. 31 |
SC |
In het algemeen steun verlenen aan de voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 10.10 (herz. CoP17) en de ontwerpversies van herziene besluiten 17.87 en 17.88, onder meer met betrekking tot binnenlandse controles op andere producten op basis van wilde dieren en planten dan het van olifanten afkomstige ivoor. |
(+) |
||||||||
|
32. |
Handhavingskwesties CoP18 Doc. 32 |
Sec. |
De voorgestelde ontwerpbesluiten en de voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 11.3 (herz. CoP17) steunen. Instemmen met de intrekking van de besluiten 17.83 tot en met 17.85. |
+ |
||||||||
|
33. |
Bestrijden van cybercriminaliteit m.b.t. in het wild levende dieren en planten |
|
|
|
||||||||
|
|
33.1 |
Verslag van het Secretariaat CoP18 Doc. 33.1 |
Sec. |
De voorgestelde ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
|||||||
|
|
33.2 |
Verslag van het Permanent Comité CoP18 Doc. 33.2 |
SC |
Steun verlenen aan de voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 11.3 (herz. CoP17) en de goedkeuring van ontwerpbesluiten zoals gewijzigd door het Sec.. Instemmen met de intrekking van de besluiten 17.94 tot en met 17.96. |
+ |
|||||||
|
34. |
Ondersteuning van de misdaadbestrijding met betrekking tot wilde dieren en planten in West- en Midden-Afrika |
Sec. |
Het verslag verwelkomen en het belang van deze kwestie erkennen. Steun verlenen aan de goedkeuring van alle aanbevelingen, met inbegrip van de ontwerpbesluiten in bijlage 1. |
+ |
||||||||
|
35. |
Bestemming van in beslag genomen specimens CoP18 Doc. 35 |
SC |
De intrekking van de besluiten 17.118 en 17.119 en de goedkeuring van de voorgestelde ontwerpbesluiten steunen. Elke toevoeging afwijzen die gevoelige informatie over reddingscentra in gevaar kan brengen of zou leiden tot bijkomende verplichtingen voor de Partijen. Ook een mogelijke hervatting van de SC-werkgroep afwijzen. |
+ |
||||||||
|
36. |
Opslag en beheer van de via de jaarlijks door de Partijen ingediende verslagen inzake illegale handel verzamelde gegevens over illegale handel CoP18 Doc. 36 |
SC |
In het algemeen steun verlenen aan het idee om de gegevens over illegale handel die worden verzameld via de jaarlijkse verslagen inzake illegale handel systematischer op te slaan en te beheren. De bezorgdheid van het Sec. delen wat betreft de beperkte toegevoegde waarde van een dergelijke databank als slechts een beperkt aantal Partijen daadwerkelijk verslag uitbrengt en gegevens verstrekt. Overwegen een formulering voor te stellen om de Partijen aan te moedigen systematischer jaarlijkse verslagen inzake illegale handel in te dienen. Het Sec. en UNODC verzoeken om te overwegen de databank voorlopig te financieren via de externe begroting van de Overeenkomst. Samen met begrotingsdocumenten behandelen. |
(+) |
||||||||
|
37. |
De arbeidsomstandigheden van wildopzichters en de gevolgen daarvan voor de uitvoering van Cites CoP18 Doc. 37 |
NP |
Het verslag verwelkomen en het belang van deze kwestie erkennen. |
|
||||||||
|
Regulering van de handel |
||||||||||||
|
38. |
Het aanwijzen van en de taken van beheerinstanties CoP18 Doc. 38 |
Sec. |
In het algemeen de voorgestelde resolutie onder voorbehoud van wijzigingen steunen. Sommige aspecten van de tekst moeten worden gewijzigd, onder meer om de voorstellen werkbaar te maken in verschillende regelgevingsstelsels (vanuit administratief en wettelijk oogpunt) en om te voorkomen dat er nieuwe wettelijke verplichtingen worden gecreëerd die niet in de Overeenkomst staan, en om te voorzien in de behoefte aan één beheerinstantie per land die verantwoordelijk is voor internationale communicatie. |
(+) |
||||||||
|
39. |
Richtsnoeren voor het vaststellen van rechtmatige verwerving CoP18 Doc. 39 |
SC |
De ontwerpresolutie steunen. Samen met doc. 40 behandelen. |
+ |
||||||||
|
40. |
Zorgvuldigheidseisen voor de Partijen bij Cites en de verplichtingen van invoerende landen |
US |
De intentie en aanpak over het algemeen steunen. Een paar aspecten van de voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 11.3 moeten nog nader worden onderzocht. |
(+) |
||||||||
|
41. |
Elektronische systemen en informatietechnologie CoP18 Doc. 41 |
SC |
De door het Sec. gewijzigde ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
42. |
Traceerbaarheid CoP18 Doc. 42 |
Sec., voorzitter van SC, MX en CH als voorzitters van de intersessionele werkgroep inzake traceerbaarheid |
Instemmen met de voorlopige definitie van traceerbaarheid in de context van Cites en de goedkeuring steunen van de ontwerpbesluiten in bijlage 1, inclusief de door het Sec. voorgestelde wijzigingen. |
+ |
||||||||
|
43. |
Specimens die uit synthetisch of kunstmatig DNA zijn vervaardigd CoP18 Doc. 43 |
SC |
Steun verlenen aan de door het Sec. gewijzigde ontwerpbesluiten ter vervanging van de besluiten 17.89-17.91 om het onderzoek voort te zetten naar de gevolgen van biotechnologisch vervaardigde specimens die mogelijk gevolgen voor de interpretatie en uitvoering van de Overeenkomst hebben. De wijziging van ontwerpbesluit 18.CC voorstellen. |
(+) |
||||||||
|
44. |
De definitie van het begrip „passende en aanvaardbare bestemmingen” |
|
|
|
||||||||
|
|
44.1 |
Verslag van het Permanent Comité CoP18 Doc. 44.1 |
SC |
Steun verlenen aan de goedkeuring van niet-bindende richtsnoeren om te bepalen of een voorgestelde ontvanger van een levend specimen voldoende is toegerust om onderdak en zorg te bieden, zoals door het Sec. gewijzigd in bijlage 4, alsook aan de ontwerpbesluiten betreffende de definitie van het begrip „passende en aanvaardbare bestemmingen”, zoals gewijzigd bij bijlage 5. |
+ |
|||||||
|
|
44.2 |
Internationale handel in levende Afrikaanse olifanten: Voorgestelde herziening van resolutie Conf. 11.20 (herz. CoP17) betreffende de definitie van het begrip„passende en aanvaardbare bestemmingen” CoP18 Doc. 44.2 |
BF, JO, LB, LR, NE, NG, SD, SY |
Het document bevat voorstellen voor wijzigingen in resolutie Conf. 11.20 die ertoe zouden leiden dat Afrikaanse olifanten alleen mogen worden verplaatst naar in-situ-instandhoudingsprogramma’s binnen hun natuurlijke verspreidingsgebied en dat als gevolg daarvan verhandeling van in het wild gevangen Afrikaanse olifanten en verplaatsing naar andere bestemmingen voor ex situ intern gebruik wordt voorkomen, zelfs als daarmee uit het oogpunt van instandhouding winst te behalen zou zijn. Ook bezien in verband met het huidige regime voor onder bijlage I vallende specimens. De Unie is tegen de aanbevelingen in document 44.2 en moedigt verdere intersessionele werkzaamheden in de aanloop naar CoP19 aan. |
— |
|||||||
|
45. |
Afwezigheid van nadelige effecten („non-detriment findings”) CoP18 Doc. 45 |
AC |
Steun verlenen aan de voorgestelde ontwerpbesluiten waarmee wordt ingezet op het opvullen van lacunes bij het vaststellen van de afwezigheid van nadelige effecten, wordt aangesloten op de behoeften van de Partijen in dit proces en ondersteuning bij de uitvoering van resolutie Conf. 16.7 (herz. CoP17) wordt geboden. Een tweede internationale workshop over de afwezigheid van nadelige effecten steunen. |
+ |
||||||||
|
46. |
Quota voor jachttrofeeën van luipaarden |
|
Steun verlenen aan de door Sec. voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 10.14 (herz. CoP16) (schrapping van Kenia en Malawi uit de tabel in lid 1, onder a) van de resolutie). Steun verlenen aan de verlenging van de ontwerpbesluiten in bijlage 3 voor de Centraal-Afrikaanse Republiek, Botswana en Ethiopië, maar ook aan de opschorting van de quota ervan totdat zij door het Comité dieren en het SC zijn geëvalueerd. Steun verlenen aan de reeks ontwerpbesluiten zoals door het Sec. voorgesteld in bijlage 3. Algemene steun voor de wijzigingen in resolutie Conf. 9.21 (Rev. COP13), zoals voorgesteld door het Sec. in bijlage 2; er moet echter binnen een bepaald tijdsbestek een formeel evaluatieproces worden ingesteld, en dit moet de staten in het verspreidingsgebied of het Comité dieren en het Permanent Comité ertoe aanzetten aan de CoP verslag uit te brengen wanneer er bezorgdheid ontstaat of wanneer wijzigingen in de „goedgekeurde quota” noodzakelijk worden geacht. Verdere discussie nodig over de exportquota die in resolutie 10.14 (herz. CoP16) worden gehandhaafd. |
(+) |
||||||||
|
47. |
Bijstelling van quota voor jachttrofeeën van schroefhoorngeiten CoP18 Doc. 47 |
PK |
Steun verlenen aan de verruiming van het quotum voor jachttrofeeën van schroefhoorngeiten in Pakistan van 12 naar 20 dieren per jaar, mits Pakistan meer informatie verstrekt waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de richtlijnen over jachttrofeeën uit bijlage I in resolutie 17.9, met inbegrip van informatie over:
|
(+) |
||||||||
|
48. |
Jachttrofeeën van zwarte neushoorns: uitvoerquotum voor Zuid-Afrika |
ZA |
De voorgestelde verruiming van het quotum van 5 volwassen mannelijke zwarte neushoorns naar max. 0,5 % van de totale populatie in dat land lijkt redelijk, mits Zuid-Afrika ook jaarlijks een specifiek quotum (het absolute aantal specimens) bekendmaakt. |
(+) |
||||||||
|
49. |
Gevolgen van overheveling van een soort naar bijlage I |
|
|
|
||||||||
|
|
49.1 |
Verslag van het Secretariaat CoP18 Doc. 49.1 |
Sec. |
Steun verlenen aan wijzigingen van resolutie Conf. 12.3, om te verduidelijken dat na overheveling van een soort naar een (andere) bijlage de regels die ten tijde van de verhandeling (en niet de oogst) gelden, van toepassing zijn, en van resolutie Conf. 13.6. Bestuderen van het voorstel om een nieuw lid 11 in resolutie Conf. 12.3 op te nemen en van het ontwerpbesluit om SC de behoefte te laten beoordelen aan richtsnoeren voor overgangsperiodes, onder meer tussen het besluit van opname en de inwerkingtreding, en SC te laten kijken naar bijzondere voorwaarden voor geannoteerde planten- en houtsoorten. |
(+) |
|||||||
|
|
49.2 |
Handel in specimens vóór opname van de betreffende soort in bijlage I CoP18 Doc. 49.2 |
CI, NG, SN |
Steun verlenen aan het voorstel van het Sec. om 49.1 en de daarin vervatte aanbevelingen als ons uitgangspunt te overwegen, in plaats van de aanbeveling in 49.2. Bereid zijn om redactionele elementen in 49.1 op te nemen. |
(—) |
|||||||
|
50. |
Wijzigingen in resolutie Conf. 10.13 (herz. CoP15) betreffende de uitvoering van de overeenkomst met betrekking tot houtsoorten CoP18 Doc. 50 |
SC |
Het voorstel steunen maar voorstellen erin te verwijzen naar de noodzaak om bij het vaststellen van de afwezigheid van nadelige effecten passende omrekeningsfactoren toe te passen, naast andere kleine wijzigingen. |
(+) |
||||||||
|
51. |
Voorraden CoP18 Doc. 51 |
SC |
Steun verlenen aan de voortzetting van de intersessionele werkzaamheden met een duidelijker omschreven mandaat, exclusief het beheer van voorraden. |
+ |
||||||||
|
52. |
Aanvoer vanuit de zee CoP18 Doc. 52 |
SC |
Steun verlenen aan de verlenging van het mandaat van het Sec. om toezicht te houden op de uitvoering van resolutie Conf. 14.6 en verslag te doen over BBNJ-onderhandelingen; SC herziet informatie. |
+ |
||||||||
|
53. |
Doelcodes op Cites-vergunningen en -certificaten CoP18 Doc. 53 |
SC |
De ontwerpwijzigingen in resolutie Conf. 12.3 (herz. CoP17) betreffende vergunningen en certificaten steunen. Steun verlenen aan de nieuwe reeks door het Sec. voorgestelde ontwerpbesluiten in plaats van de ontwerpwijzigingen in besluit 14.54 in bijlage 1 bij het document. |
(+) |
||||||||
|
54. |
Identificatie van specimens in de handel |
|
|
|
||||||||
|
|
54.1 |
Identificatiehandboek CoP18 Doc. 54.1 |
AC, PC, Sec. |
Steunen. Samen met doc. 21.1 behandelen. |
+ |
|||||||
|
|
54.2 |
Identificatie van onder Cites vallende boomsoorten CoP18 Doc. 54.2 |
PC |
De nieuwe reeks besluiten en de intrekking van eerdere besluiten steunen. |
+ |
|||||||
|
|
54.3 |
Identificatie van specimens van soorten steurachtigen in de handel CoP18 Doc. 54.3 |
|
De verlenging van de besluiten steunen. Nagaan of een EU-lidstaat bereid kan worden gevonden de al zo lang noodzakelijke studie te financieren. |
+ |
|||||||
|
55. |
De uitvoering van Cites betreffende de handel in geneeskrachtige plantensoorten |
|
Steun verlenen aan het ontwerpbesluit om contact te leggen met de belangrijkste spelers in de handel in medicinale planten en aan het PC rapporteren als eerste stap om informatie te krijgen over de handel en de omvang ervan. |
+ |
||||||||
|
Vrijstellingen en bijzondere handelsbepalingen |
||||||||||||
|
56. |
Vereenvoudigde procedure voor vergunningen en certificaten CoP18 Doc. 56 |
SC |
In het algemeen steun verlenen aan de voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 11.15 (herz. CoP12), resolutie Conf. 12.3 (herz. CoP17) en de ontwerpbesluiten gericht aan het Sec.; daarbij rekening houden met de opmerkingen van het Sec. en nagaan of verdere wijzigingen nodig zijn. |
(+) |
||||||||
|
57. |
Uitvoering van de Overeenkomst met betrekking tot in gevangenschap gefokte en van ranches afkomstige specimens CoP18 Doc. 57 |
SC |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten zoals voorgesteld door het SC en gewijzigd door het Sec. |
+ |
||||||||
|
58. |
Uitvoering van resolutie Conf. 17.7 betreffende de herbeoordeling van de handel in specimens van dieren waarvan is medegedeeld dat zij in gevangenschap zijn geproduceerd CoP18 Doc. 58 |
SC |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten en de voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 17.7 zoals voorgesteld door het SC en goedgekeurd door het Sec. Samen met begrotingsdocumenten behandelen. |
+ |
||||||||
|
59. |
Definitie van het begrip „kunstmatig gekweekt” |
|
|
|
||||||||
|
|
59.1 |
Richtsnoeren voor de uitlegging van het begrip „kunstmatig gekweekt” CoP18 Doc. 59.1 |
PC |
Het ontwerpbesluit steunen. Openstaan voor de door het Sec. voorgestelde wijzigingen. Voorstellen dat de publicatie van richtsnoeren pas na evaluatie door PC zou mogen plaatsvinden. Benadrukken dat het nodig is de „Guide to the application of Cites source codes” te actualiseren zodat hierin rekening wordt gehouden met de invoering van een nieuwe oorsprongscode voor planten. |
+ |
|||||||
|
|
59.2 |
Oorsprongscodes voor specimens van planten in de handel CoP18 Doc. 59.2 |
SC |
Steun verlenen aan de toevoeging van oorsprongscode Y middels wijzigingen in resolutie Conf. 11.11 (herz. CoP17) en resolutie Conf. 12.3 (herz. CoP17) evenals de ontwerpbesluiten zoals voorgesteld door het SC. Overwegen bezwaar te maken tegen verdere wijzigingen die het Sec. heeft voorgesteld, met name m.b.t. agarhout en de benodigde vaststelling van de afwezigheid van nadelige effecten. |
+ |
|||||||
|
Soortspecifieke aangelegenheden |
||||||||||||
|
60. |
Illegale handel in jachtluipaarden (Acinonyx jubatus) CoP18 Doc. 60 |
Sec. |
Steun verlenen aan het ontwerpbesluit waarbij een beroep op het Sec. wordt gedaan om zodra de middelen voorhanden zijn de definitieve versie van het ondersteuningspakket van Cites inzake de handel in jachtluipaarden beschikbaar te stellen. Instemmen met de intrekking van de besluiten 17.124, 17.126, 17.127, 17.128 en 17.130; de besluiten 17.125 en 17.129 worden verlengd, zoals herzien door het Sec. en bepaald in Doc. 25. |
+ |
||||||||
|
61. |
Steurachtigen (Acipenseriformes spp.) |
Sec. |
Steun verlenen aan de verlenging van het mandaat voor het SC om het etiketteren van kaviaar te onderzoeken. |
+ |
||||||||
|
62. |
Ontwerpbesluiten betreffende de instandhouding van amfibieën (Amphibia) |
CR |
Een waaier aan ontwerpbesluiten gericht tot de Partijen, de comités en het Sec. en voorgesteld zonder ondersteunende verklaring of voorafgaande beoordeling van het AC of het SC. De vereiste informatie betreft niet specifiek amfibieën, maar zou op alle taxa van toepassing zijn. Het voorstel in zijn huidige vorm zal niet worden gesteund, maar een meer gericht voorstel met concrete maatregelen zou positief kunnen worden beoordeeld. |
(—) |
||||||||
|
63. |
Paling of aal (Anguilla spp.) CoP18 Doc. 63 |
AC, SC, Sec. |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten zoals gewijzigd door het Sec. en een kleine redactiegroep voorstellen om deze besluiten te verfijnen. |
+ |
||||||||
|
64. |
Waardevolle koralen (orde Antipatharia/familie Coralliidae) |
SC |
Steun verlenen aan het ontwerpbesluit waarbij AC en SC wordt opgedragen het overzicht van waardevolle koralen en het FAO-onderzoek te analyseren en daaruit conclusies te trekken. |
+ |
||||||||
|
65. |
Uitvoering van resolutie Conf. 16.10 betreffende de uitvoering van de Overeenkomst met betrekking tot agarhout -leverende taxa [Aquilaria spp. en Gyrinops spp.] CoP18 Doc. 65 |
PC |
Steun verlenen aan de goedkeuring van de ontwerpbesluiten betreffende agarhout-leverende taxa en de intrekking van eerdere besluiten. |
+ |
||||||||
|
66. |
Handel in Boswellia spp. (Burseraceae) CoP18 Doc. 66 |
LK, US |
De door het Sec. gewijzigde reeks ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
67. |
Napoleonvis (Cheilinus undulatus) CoP18 Doc. 67 |
SC |
Instemmen met het ontwerpbesluit, dat erop gericht is de belangrijkste uitvoerende en invoerende landen bijstand te verlenen bij het aanpakken van de resterende problemen bij de uitvoering van de Overeenkomst. |
+ |
||||||||
|
68. |
Haaien en roggen (Elasmobranchii spp.) |
|
|
|
||||||||
|
|
68.1 |
Verslag van het Comité dieren |
AC |
Nota nemen van het verslag. |
|
|||||||
|
|
68.2 |
Verslag van het Secretariaat |
|
De reeks ontwerpbesluiten en de ontwerpwijzigingen in resolutie 12.6 (Rev. CoP17) steunen. |
+ |
|||||||
|
69. |
Olifanten (Elephantidae spp.) |
|
|
|
||||||||
|
|
69.1 |
Uitvoering van resolutie Conf. 10.10 (herz. CoP17) betreffende de handel in olifantenspecimens |
Sec./SC |
Voorraden: steun verlenen aan het besluit om SC de door het Sec. opgestelde richtsnoeren te laten herzien. |
+ |
|||||||
|
|
|
|
|
Aziatische olifanten: openstaan voor het steunen van de verlenging van de besluiten, maar het voorstel heeft bredere steun van de landen in het verspreidingsgebied nodig om te kunnen slagen. |
+ |
|||||||
|
|
|
|
|
NIAPs: steun verlenen aan de voorgestelde herziening van lid 26, onder g), van resolutie Conf. 10.10 en van bijlage III (richtsnoeren voor het proces van nationale ivooractieplannen (NIAPs)) evenals van resolutie Conf. 14.3 betreffende naleving (zie doc. 24); het verzoek van het Sec. om een nieuwe functie te creëren en de gevolgen voor de begroting in overweging nemen. |
+ |
|||||||
|
|
|
|
|
Evaluatie ETIS: steun verlenen aan het mandaat zoals dat tijdens de SC70 is overeengekomen. |
+ |
|||||||
|
|
|
|
|
Financiële en operationele duurzaamheid van MIKE, ETIS: steun verlenen aan ontwerpbesluit om het Sec. een voorstel te laten uitwerken (kosten: 30 000 USD), door SC te beoordelen. |
+ |
|||||||
|
|
|
|
|
Binnenlandse markten voor ivoor: de voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 10.10 zoals vervat in doc. 31 steunen. |
+ |
|||||||
|
|
69.2 |
Verslag over de controle op het illegaal doden van olifanten (MIKE) CoP18 Doc. 69.2 |
Sec. |
Nota nemen van het verslag. |
|
|||||||
|
|
69.3 |
Verslag over het informatiesysteem over de handel in olifanten (ETIS) CoP18 Doc. 69.3 (Rev. 1) |
Sec. |
Nota nemen van het verslag; afwegen wat de gevolgen voor het NIAP-proces zijn (specifieke door ETIS geïdentificeerde landen die momenteel niet onder NIAP vallen). |
|
|||||||
|
|
69.4 |
Ivoorvoorraden: voorgestelde herziening van resolutie Conf. 10.10 (herz. CoP17) betreffende de handel in olifantenspecimens CoP18 Doc. 69.4 |
BF, TD, CI, GA, JO, KE, LR, NE, NG, SD, SY |
Het belang erkennen van het afronden van de richtsnoeren, maar vraagtekens plaatsen bij de haalbaarheid en geschiktheid van het instellen van een werkgroep met dat doel tijdens CoP18. De alternatieven die het Sec. heeft voorgesteld in overweging nemen. |
(—) |
|||||||
|
|
69.5 |
Uitvoeringsaspecten van resolutie Conf. 10.10 (herz. CoP17) betreffende de sluiting van de binnenlandse markten voor ivoor |
BF, CI, ET, GA, KE, LR, NE, NG, SY |
Bezwaar maken tegen de conclusies m.b.t. de EU-markt voor ivoor (lid 28); op de voortdurende inspanningen van de EU wijzen. De voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 10.10 en de aanverwante ontwerpbesluiten afwijzen omdat zij als onevenredig en gedeeltelijk onduidelijk moeten worden beschouwd. |
— |
|||||||
|
70. |
Karetschildpad (Eretmochelys imbricata) en andere zeeschildpadden (Cheloniidae en Dermochelyidae) |
Sec. |
Steun verlenen aan de voortzetting van de werkzaamheden via door het Sec. voorgestelde ontwerpbesluiten en de instelling van een intersessionele werkgroep zeeschildpadden. |
+ |
||||||||
|
71. |
Aziatische grote katten (Felidae spp.) |
|
|
|
||||||||
|
|
71.1 |
Verslag van het Secretariaat |
Sec. |
Steun verlenen aan het document met wijzigingen die tot doel hebben de ontwerpbesluiten van het Sec. te versterken. Steun verlenen aan de aanbeveling van het Sec. om besluit 14.69 te handhaven. |
(+) |
|||||||
|
|
71.2 |
Ontwerpbesluiten over Aziatische grote katten CoP18 Doc. 71.2 |
IN |
Inspanningen m.b.t. het toezicht op en beter beheer van de handel in Aziatische grote katten in het algemeen steunen. Voordat de voorgestelde ontwerpbesluiten kunnen worden gesteund, moeten zij grondig worden bestudeerd en gewijzigd, ook om overlapping met document 71.1 te vermijden. Het verband met resolutie Conf. 12.5 (herz. CoP17) moet ook in aanmerking worden genomen. |
0 |
|||||||
|
72. |
Zeepaardjes (Hippocampus spp) in Cites — route naar succes |
MV, MC, LK, US |
Steun verlenen aan de reeks besluiten zoals gewijzigd door het Sec. om in het AC en het SC een discussie over het beheer en het duurzaam gebruik van zeepaardjes op gang te brengen. |
+ |
||||||||
|
73. |
Mensapen (Hominidae spp.) CoP18 Doc. 73 |
SC, Sec. |
Steun verlenen aan de wijzigingen in resolutie Conf. 13.4 (herz. CoP16) betreffende instandhouding van en handel in mensapen, in overeenstemming met het voorstel van het Sec., en de intrekking van de besluiten 17.232 en 17.233. Het voorstel is gebaseerd op het verslag over de staat van instandhouding van mensapen en de mate waarin illegale handel en andere belastende factoren daarop invloed hebben, dat in een samenwerking tussen het Sec., IUCN, GRASP en andere partners is opgesteld en tijdens AC30 en SC70 is behandeld. Eventueel kan een aantal redactionele wijzigingen wenselijk zijn, meer bepaald de vermeldingen van „bushmeat” wijzigen in „wild meat” zodat deze stroken met document 95. |
+ |
||||||||
|
74. |
Verschillende soorten palissanderhout [Leguminosae (Fabaceae)] CoP18 Doc. 74 |
PC |
De goedkeuring van ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
75. |
Schubdierachtigen (Manis spp.) CoP18 Doc. 75 |
Sec., dat het SC-voorstel in het zijne verwerkt |
Steun verlenen aan de reeks ontwerpbesluiten zoals aanbevolen door het SC (SC69) met de door het Sec. voorgestelde wijzigingen en aan de intrekking van de besluiten 17.239-17.240. |
+ |
||||||||
|
76. |
Afrikaanse leeuw (Panthera leo) |
|
|
|
||||||||
|
|
76.1 |
Verslag van het Secretariaat |
|
Steunen van de reeks ontwerpbesluiten over Afrikaanse leeuwen (Panthera leo) en grote katten, en van de intrekking van de besluiten 17.241-17.245. |
+ |
|||||||
|
|
76.2 |
Instandhouding van en handel in Afrikaanse leeuwen |
NG, TG |
De onder 76.1 voorgestelde reeks ontwerpbesluiten, waarin rekening wordt gehouden met punten van zorg in dit document en de begeleidende ontwerpresolutie, zullen er waarschijnlijk beter in slagen zinvolle en gerichte actie binnen een bepaald tijdsbestek teweeg te brengen. |
- |
|||||||
|
77. |
Jaguar (Panthera onca) |
|
|
|
||||||||
|
|
77.1 |
Handel in jaguars |
CR, MX |
In het algemeen steun verlenen aan de reeks ontwerpbesluiten waarin wordt gepleit voor onderzoek naar de illegale handel in jaguars; en steun verlenen aan de aanbevelingen en wijzigingen in bijlage I die het Sec. heeft geopperd om het document samen te voegen met document onder 77.2. |
(+) |
|||||||
|
|
77.2 |
Illegale handel in jaguars CoP18 Doc. 77.2 |
PE |
De goedkeuring van een soortspecifieke resolutie afwijzen. Sommige van de genoemde activiteiten zouden echter kunnen worden opgenomen in een reeks besluiten en overwogen in de context van 77.1 (of voorstanders kunnen hun documenten in een enkele reeks besluiten samenvoegen, zoals voorgesteld door het Sec. in document 77.1). |
(—) |
|||||||
|
78. |
Illegale handel in Tibetaanse antilopen (Pantholops hodgsonii) CoP18 Doc. 78 |
SC |
Steun verlenen aan de ontwerpaanbeveling en het voorstel van het Sec. om lid 2, onder b), van resolutie Conf. 11.8 (herz. CoP17) aan te passen. |
+ |
||||||||
|
79. |
Handel in en instandhoudingsbeheer van zangvogels (Passeriformes) |
US, LK |
Het voorstel om AC de gevolgen van de handel in zangvogels voor de instandhouding van de dieren te laten beoordelen in het algemeen steunen, bij voorkeur op basis van een evaluatie in opdracht van het Sec. die extern dient te worden gefinancierd. De ontwerpbesluiten zullen moeten worden gewijzigd om tegemoet te komen aan deze veranderingen en de punten van zorg die het Sec. heeft geuit. |
+ |
||||||||
|
80. |
Afrikaanse kers of rood stinkhout (Prunus africana) CoP18 Doc. 80 |
PC |
De goedkeuring van ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
81. |
Grijze roodstaartpapegaai (Psittacus erithacus) |
ZA |
Open staan voor de verruiming van de termijn voor registraties voor opfokinstellingen. Voorstellen om een nieuw punt f) toe te voegen aan besluit 17.256, waarbij wordt verwezen naar de IUCN-richtsnoeren voor herintroductie en repopulatie. |
+ |
||||||||
|
82. |
Kardinaalbaars (Pterapogon kauderni) |
AC |
De reeks ontwerpbesluiten steunen; de EU is bereid Indonesië te ondersteunen bij de uitvoering van besluit 18.AA. |
+ |
||||||||
|
83. |
Neushoorns (Rhinocerotidae spp.) |
|
|
|
||||||||
|
|
83.1 |
Verslag van het Permanent Comité en het Secretariaat |
|
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten met enkele wijzigingen om tijdskaders voor maatregelen in te voeren. Steun verlenen aan de intrekking van de besluiten 17.135 tot en met 17.144 en de vervanging van de besluiten 17.133 en 17.134 met een nieuw ontwerpbesluit 18.AA. |
+ |
|||||||
|
|
83.2 |
Herzieningen van resolutie Conf. 9.14 (herz. CoP17) betreffende instandhouding van en handel in Afrikaanse en Aziatische neushoorns en aanverwante besluiten |
KE |
Bezwaar maken tegen ontwerpbesluiten en wijzigingen in resolutie Conf. 9.14 in hun huidige vorm, omdat zij het mandaat van de Overeenkomst te buiten gaan en overlappen met bestaande resoluties en besluiten. |
(—) |
|||||||
|
84. |
Gehelmde neushoornvogel (Rhinoplax vigil) CoP18 Doc. 84 |
SC |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten in bijlage 1, met inbegrip van de door het Sec. voorgestelde wijzigingen, en de intrekking van de besluiten 17.264, 17.265 en 17.266. |
+ |
||||||||
|
85. |
Roze vleugelhoorn (Strombus gigas) |
|
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten in bijlage I, die de besluiten 17.285 t.e.m. 17.287 en 17.289 zullen vervangen en waarbij de volledig uitgevoerde besluiten 17.288 en 17.290 worden ingetrokken. |
+ |
||||||||
|
86. |
Saiga-antilope (Saiga spp.) CoP18 Doc. 86 |
SC |
Steun verlenen aan het document, dat het resultaat is van de discussies in het SC en dat gericht is op de landen in het verspreidingsgebied van de saiga-antilope, om het beheer van voorraden van delen en afgeleide producten van de soort te verbeteren, om hun capaciteit om de illegale handel aan te pakken te vergroten en de inspanningen in situ en ex situ voor de instandhouding van de soort op te voeren. Ook steun verlenen aan het voorstel van het Sec. om het AC bij de uitvoering van een van de besluiten te betrekken. Afhankelijk van het resultaat van de voorgestelde wijzigingen omtrent de opname in de bijlagen, zullen de besluiten wellicht nog moeten worden aangepast. |
+ |
||||||||
|
87. |
Instandhouding van de Titicacakikker (Telmatobius culeus) |
PE |
De soort is tijdens CoP17 opgenomen in bijlage I. De gevolgen van de internationale handel op de staat van instandhouding blijft onduidelijk, waarschijnlijk wegens onvoldoende gegevens. De goedkeuring van een specifieke resolutie over de instandhouding van de Titicacakikker lijkt voorbarig. |
(—) |
||||||||
|
88. |
Land- en zoetwaterschildpadden (Testudines spp.) CoP18 Doc. 88 |
SC, Sec. |
Steun verlenen aan het ontwerp voor een herziene versie van resolutie Conf. 11.9 over de instandhouding van en handel in land- en zoetwaterschildpadden en de door het Sec. voorgestelde ontwerpbesluiten in het algemeen; overwegen of het nodig is om de toekomstige werkzaamheden op de praktische behoeften te richten. |
(+) |
||||||||
|
89. |
Macdonalds trommelvis (Totoaba macdonaldi) CoP18 Doc. 89 |
Sec. |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten over het verzamelen van meer informatie bij de Partijen, bewustmakings- en handhavingsmaatregelen; uitvoering van een onderzoek naar Phocoena sinus en Totoaba macdonaldi (volgens het door SC overeengekomen plan) door het Sec. |
+ |
||||||||
|
90. |
Zwarte Zee-tuimelaar (Tursiops truncatus ponticus) CoP18 Doc. 90 |
AC |
Het ontwerpbesluit betreffende samenwerking tussen het Sec. en de Overeenkomst inzake de instandhouding van walvisachtigen in de Zwarte Zee, de Middellandse Zee en de aangrenzende Atlantische Oceaan (ACCOBAMS) steunen. |
+ |
||||||||
|
91. |
De instandhouding van vicuña’s (Vicugna vicugna) en de handel in vezels en producten daarvan |
AR |
Steun verlenen aan de ontwerpresolutie over de instandhouding van vicuña’s en de handel in van deze soort afgeleide vezels en producten, en de aanbevelingen van het Sec.; het document werd opgesteld in het kader van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van vicuña’s. |
+ |
||||||||
|
92. |
In bijlage I opgenomen soorten CoP18 Doc. 92 |
Sec., AC, PC |
Steun verlenen aan de goedkeuring van ontwerpbesluiten en de intrekking van de besluiten 17.22 tot en met 17.25. |
+ |
||||||||
|
93. |
Neotropische boomsoorten CoP18 Doc. 93 |
PC |
De goedkeuring van ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
94. |
Instandhoudingsbeheer van en handel in mariene siervissen CoP18 Doc. 94 |
CH, US, EU |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten (mede voorgesteld door de Unie) zoals gewijzigd door het Sec., in het bijzonder wat betreft het verzoeken van de stakeholders en vertegenwoordigers van de visserijsector om een bijdrage te leveren aan de workshop. |
+ |
||||||||
|
95. |
Richtsnoeren, activiteiten en instrumenten ter vergroting van de capaciteit van de Partijen om de handel in bushmeat te reguleren |
Sec. |
In het algemeen steun verlenen aan het ontwerp voor een herziene versie van resolutie Conf. 13.11 (Rev CoP17) en de intrekking van de door het Sec. voorgestelde besluiten (besluiten 14.73, 14.74, 17.112 en 17.113). Wijzigingen voorstellen waarmee wordt erkend dat de richtsnoeren van het Biodiversiteitsverdrag voor een duurzame sector van wild vlees enkel verwijzen naar de tropen en de subtropen, en dat de huidige definitie van wild vlees (bushmeat) in het Cites-glossarium moet worden gehandhaafd. |
+ |
||||||||
|
96. |
Het African Carnivore Initiative (initiatief inzake Afrikaanse carnivoren) |
|
De ontwerpbesluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
97. |
Handel in en instandhoudingsbeheer van gieren in West-Afrika CoP18 Doc. 97 |
BF, NE, SN |
Steun verlenen aan de reeks besluiten ter bevordering van synergieën met het Verdrag inzake trekkende wilde diersoorten, zoals gewijzigd door het Sec.. Het aanpakken van illegale vergiftiging en verhandeling vanuit een levensovertuiging is van groot belang en er zijn duidelijke verbanden tussen olifanten- en neushoornstroperij en giervergiftigingen. Een van de soorten die in het document worden behandeld, de aasgier, broedt dikwijls in de EU en overwintert in Afrika. |
+ |
||||||||
|
Beheer van de bijlagen |
||||||||||||
|
98. |
Enig voorbehoud met betrekking tot wijzigingen in de bijlagen I en II CoP18 Doc. 98 |
Sec. |
Steun verlenen aan de voorgestelde wijzigingen in resolutie Conf. 4.25 betreffende voorbehoud, ter bevestiging van de termijn van 90 dagen voor voorbehoud met betrekking tot de opname in de bijlagen I en II en ter verduidelijking van de termijn waarop de intrekking van een voorbehoud van kracht wordt. |
+ |
||||||||
|
99. |
Standaardnomenclatuur CoP18 Doc. 99 |
AC, PC, Sec. |
Steun verlenen aan de voorgestelde wijzigingen in de bijlage bij resolutie Conf. 12.11 en de aanverwante ontwerpbesluiten. Steun verlenen aan de verlenging van besluit 17.312 om te eisen dat het AC de evaluatie overweegt en aanbevelingen aan CoP19 doet. |
+ |
||||||||
|
|
Bijlage 5: Voorgestelde nieuwe standaardnomenclatuurwerken van Cites voor vogels (klasse Aves) CoP18 Doc. 99 A5 |
|
Nota nemen van het deskundigenverslag over de standaardnomenclatuurwerken voor vogels. |
|
||||||||
|
|
Bijlage 6: Voorgestelde wijzigingen in de publicaties met betrekking tot de nomenclatuur voor onder Cites vallende diersoorten waarvoor het Comité dieren ten tijde van de indiening van het CoP18-document nog geen aanbeveling had gedaan om het voorstel vanuit Cites-oogpunt goed te keuren dan wel af te wijzen CoP18 Doc. 99 A6 |
|
|
|
||||||||
|
100. |
Opname van soorten in bijlage III |
|
Akkoord gaan met de voorgestelde ontwerpbesluiten en de voorgestelde wijzigingen in Conf. 9.25 (Rev. CoP17). |
+ |
||||||||
|
101. |
Aantekeningen CoP18 Doc. 101 |
SC |
Steun verlenen aan de voorgestelde wijziging van resolutie Conf. 11.21 (herz. CoP17), de herziening van lid 7 van het onderdeel interpretatie van de bijlagen bij Cites en de ontwerpbesluiten in bijlage 4. Steun verlenen aan de voorgestelde wijzigingen in besluit 16.162 (herz. CoP17) maar rekening houden met mogelijke verdere wijzigingen afhankelijk van het oordeel betreffende annotatie #15. |
+ |
||||||||
|
102. |
Annotaties voor de orchideeën in bijlage II CoP18 Doc. 102 |
SC |
De ontwerpdefinitie van het begrip „cosmetica” en de goedkeuring van de voorgestelde besluiten steunen. |
+ |
||||||||
|
103. |
Richtsnoeren voor de publicatie van de bijlagen CoP18 Doc. 103 |
CA |
Steun verlenen aan de ontwerpbesluiten om richtsnoeren uit te werken over het presenteren van annotaties en aan de door het Sec. voorgestelde wijzigingen om te voorkomen dat de werkingssfeer van de richtsnoeren wordt ingeperkt. |
+ |
||||||||
|
104. |
Herziening van resolutie Conf. 10.9 betreffende de behandeling van voorstellen om populaties Afrikaanse olifanten over te hevelen van bijlage I naar bijlage II CoP18 Doc. 104 |
SC |
Steun verlenen aan de voorgestelde intrekking van de resolutie en de intrekking van het bijbehorende besluit. |
+ |
||||||||
|
Voorstellen tot wijziging van de bijlagen |
||||||||||||
|
105. |
Voorstellen tot wijziging van de bijlagen I en II |
|
Voorstellen met betrekking tot de samenstelling van de bijlagen komen verderop, in deel 2 van dit document, aan bod. |
|
||||||||
|
Sluiting van de vergadering |
||||||||||||
|
106. |
Vaststelling van tijdstip en plaats van de volgende reguliere vergadering van de Conferentie van de Partijen (geen document) |
|
Geen document |
|
||||||||
|
107. |
Slotopmerkingen (waarnemers, Partijen, Secretaris-Generaal van Cites, regering van gastland) (geen document) |
|
Geen document |
|
||||||||
1. Voorstellen met betrekking tot de samenstelling van de bijlagen
|
Nr. |
Taxon/behandelde kwestie |
Voorstel |
Indiener |
Opmerkingen |
Standpunt |
||||||||||||||||||
|
1 |
Capra falconeri heptneri (Turkmeense markhoor) (populatie in Tadzjikistan) |
I — II De populatie in Tadzjikistan overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Tadzjikistan |
De populatie lijkt toe te nemen en het jachtbeheer overeenkomstig de Cites-bepalingen voor soorten in bijlage I heeft inkomsten opgeleverd die terugvloeien in de gemeenschappen en het instandhoudingsbeleid. In het voorstel wordt echter niet met overtuigend feitenmateriaal aangetoond dat aan de voorzorgsmaatregelen van bijlage 4 bij resolutie Conf. 9.24 is voldaan. Een verlaging van het beschermingsniveau zou leiden tot een toename van het handelsvolume zonder garanties dat de inkomsten ten bate van het instandhoudingsbeleid worden aangewend. De IUCN heeft voortzetting en versterking van het huidige beheer aanbevolen. |
— |
||||||||||||||||||
|
2 |
Saiga tatarica (saiga-antilope) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Mongolië, Verenigde Staten van Amerika |
In het voorstel worden alle recente saiga-antilopen conform de Rode Lijst van de IUCN als een enkele soort beschouwd. Volgens de geldende taxonomische referentie van Cites zijn de populaties in Mongolië echter gescheiden gedefinieerd als S. borealis. De Unie zal de door de VS voorgestelde interpretatie van het toepassingsgebied van de lijst steunen. Als deze interpretatie wordt aanvaard, zal de CoP overwegen de twee soorten op te nemen: S. borealis en S. tatarica. S. borealis voldoet aan de criteria voor opname in bijlage I en de Unie zal de opname in bijlage I steunen. De Unie zal de opname van S. tatarica in bijlage I steunen op voorwaarde dat alle landen in het verspreidingsgebied met de opname instemmen, en enkel indien ook S. borealis in bijlage I is opgenomen. De Unie zal zich verzetten tegen de opname van S. tatarica in bijlage I als ook S. borealis niet in de lijst wordt opgenomen, om nadelige gevolgen voor de populatie van S. borealis te voorkomen. |
0 |
||||||||||||||||||
|
3 |
Vicugna vicugna (vicuña) (populatie in de provincie Salta) |
I — II De populatie in de provincie Salta (Argentinië) overhevelen van bijlage I naar bijlage II met annotatie 1 |
Argentinië |
Sinds 2006 neemt de populatiegrootte aanzienlijk toe, lijkt de monitoring van populaties goed te verlopen en is 41 % (14 000 km2) van de habitat beschermd. De enige vorm van georganiseerde exploitatie is het scheren van wilde specimens. Behandelen met werkdocument nr. 91. |
+ |
||||||||||||||||||
|
4 |
Vicugna vicugna (Vicuña) (populatie in Chili) |
De naam van de populatie in Chili wijzigen van „populatie in de Primera Región” in „populaties in de regio Tarapacá en de regio Arica en Parinacota” |
Chili |
Steunen — het voorstel leidt niet tot ingrijpende wijzigingen wat betreft de opname in de bijlagen; er wordt alleen een geografische benaming aangepast. |
+ |
||||||||||||||||||
|
5 |
Giraffa Camelopardalis (giraffe) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Kenia, Mali, Niger en Senegal |
Er zijn grote regionale verschillen in de huidige staat van instandhouding van de negen ondersoorten en de aanwezigheid en de ernst van de belangrijkste dreigingen. Rekening houdend met de totale achteruitgang gedurende de laatste drie generaties en de dalende trends in de giraffenpopulatie, kan opname van deze soort in bijlage II een goede zaak zijn om te voorkomen dat ze in de toekomst wordt bedreigd. Handelend vanuit de voorzorgsbenadering en met het oog op het behoud van de soort steunt de Unie de opname in bijlage II. |
+ |
||||||||||||||||||
|
6 |
Aonyx cinereus (kleinklauwotter) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
India, Nepal en de Filipijnen |
Volgens de IUCN speelt de online handel in huisdieren een rol in de actuele toenemende teruggang van deze soort. Er zijn aanwijzingen dat de omvang van deze handel sinds enkele jaren groeit. |
+ |
||||||||||||||||||
|
7 |
Lutrogale perspicillata (slanke otter) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Bangladesh, India en Nepal |
Er vindt in beperkte mate officiële, legale internationale handel plaats maar aangezien de omvang van de illegale handel aanzienlijk is, kan door opneming in de bijlage worden bijgedragen aan de bescherming van de soort. |
+ |
||||||||||||||||||
|
8 |
Ceratotherium simum simum (zuidelijke witte neushoorn) (populatie in Eswatini) |
De bestaande annotatie voor de populatie in Eswatini schrappen |
Eswatini |
Afwijzen. Hoewel de populatie nog steeds voldoet aan de criteria voor opname in bijlage II, zou door de voorgestelde schrapping van de annotatie niet aan de voorzorgsmaatregelen van bijlage 4, A.2, onder a), bij resolutie Conf. 9.24 worden voldaan. Een hervatting van de handel in neushoornhoorn zou op dit moment, gezien de prevalentie van stroperij en illegale handel, een verkeerd signaal geven. Daarnaast zouden de maatregelen van veel Partijen om de vraag met betrekking tot deze soort te verminderen, worden ondermijnd. |
— |
||||||||||||||||||
|
9 |
Ceratotherium simum simum (zuidelijke witte neushoorn) (populatie in Namibië) |
I — II De populatie van Ceratotherium simum simum in Namibië overhevelen van bijlage I naar bijlage II met de volgende annotatie: „Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationaal verkeer van
Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage I beschouwd en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.” |
Namibië |
De prevalentie van stroperij van en illegale handel in deze soort blijven de Unie grote zorgen baren. De geslaagde instandhouding van de soorten in Namibië moet worden erkend, maar we moeten er ook op wijzen dat meer dan een derde van de gehele Namibische populatie is ingevoerd en dat twee derde in handen is van particuliere eigenaren. Bovendien is de handel in jachttrofeeën en levende dieren voor niet-commerciële doeleinden — voor bestemmingen die zijn toegerust om onderdak en zorg te bieden — reeds mogelijk op grond van bijlage I. Als de CoP het voorstel goedkeurt, zal de Unie verzoeken dat het vergezeld gaat van een reeks besluiten om toezicht te houden op en periodiek verslag uit te brengen over de mogelijke gevolgen van de verlaging van het beschermingsniveau. |
(-) |
||||||||||||||||||
|
10 |
Loxodonta Africana (Afrikaanse olifant) |
I — II De populatie in Zambia overhevelen van bijlage I naar bijlage II, waar het volgende is toegestaan:
|
Zambia |
De door Zambia voorgestelde annotatie zou de internationale handel in ivoor weer opstarten en kan in haar huidige vorm niet worden gesteund. |
— |
||||||||||||||||||
|
11 |
Loxodonta Africana (Afrikaanse olifant) (populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe) Wijziging van annotatie #2 |
Wijziging van annotatie #2: „Uitsluitend met het oog op het toestaan van: […]
[…]” |
Botswana, Namibië en Zimbabwe |
De gevraagde wijziging zou leiden tot openstelling van de internationale handel in ivoor en voldoet daarmee niet aan de voorzorgsmaatregelen van bijlage 4 bij resolutie Conf. 9.24 en is voorbarig. |
— |
||||||||||||||||||
|
12 |
Loxodonta Africana (Afrikaanse olifant) (populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe) |
II — I De populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe overhevelen van bijlage II naar bijlage I. |
Burkina Faso, Ivoorkust, Gabon, Kenia, Liberia, Niger, Nigeria, Sudan, Syrië en Togo |
Deze vier populaties voldoen niet aan de criteria van bijlage I en de landen in het verspreidingsgebied van de soort staan niet achter de overheveling. |
— |
||||||||||||||||||
|
13 |
Mammuthus primigenius (wolharige mammoet) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Israël |
Cites is er om soorten tegen overexploitatie en uitsterven te beschermen. Kwesties omtrent de gelijkenis tussen soorten lijken geen sterk genoeg argument om de mammoet in de bijlage op te nemen. Er is geen bewijs geleverd dat op grote schaal van verkeerde identificatie en het witwassen van ivoor sprake zou zijn, en in de dentine van het ivoor zijn zelfs voor niet-deskundigen de unieke kenmerken van de olifant en mammoet terug te vinden. Opneming in bijlage II zou niet in verhouding staan tot het risico (en kunnen leiden tot grote aantallen vergunningen die de instandhouding niet of slechts beperkt ten goede komen). |
— |
||||||||||||||||||
|
14 |
Leporillus conditor (langoor-haasrat) |
I — II Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Overheveling naar bijlage II wordt aanbevolen door het AC. De soort komt niet voor in de internationale handel. |
+ |
||||||||||||||||||
|
15 |
Pseudomys fieldi praeconis (ruigharige pseudorat) |
I — II Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Het AC beveelt overheveling naar bijlage II en wijziging van de nomenclatuur aan. De soort komt niet voor in de internationale handel. |
+ |
||||||||||||||||||
|
16 |
Xeromys myoides (onechte Australische beverrat) |
I — II Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Overheveling naar bijlage II wordt aanbevolen door het AC. De soort komt niet voor in de internationale handel. |
+ |
||||||||||||||||||
|
17 |
Zyzomys pedunculatus (witstaartrat) |
I — II Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Overheveling naar bijlage II wordt aanbevolen door het AC. De soort komt niet voor in de internationale handel. |
+ |
||||||||||||||||||
|
18 |
Syrmaticus reevesii (koningsfazant) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
CN |
Alleen de populatie in China voldoet aan de criteria voor opname in bijlage II. Bereid om het voorstel tot opname van de soort in bijlage II te steunen, en zal indiener verzoeken het toepassingsgebied van de opname tot de Chinese populatie te beperken. |
(+) |
||||||||||||||||||
|
19 |
Balearica pavonina (zwarte kroonkraanvogel) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Burkina Faso, Ivoorkust en Senegal |
Aangezien de B. Pavonina negatieve gevolgen ondervindt van de internationale handel en de geschatte populatieafname voor de afgelopen 45 jaar mogelijk bijna en zelfs meer dan 50 % bedraagt, erkent IUCN/TRAFFIC dat de soort waarschijnlijk voldoet aan de criteria voor opname in bijlage I en zal de Unie het voorstel steunen. |
+ |
||||||||||||||||||
|
20 |
Dasyornis broadbenti litoralis (Broadbents borstelvogel) |
Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Het voorstel vloeit voort uit Cites' eigen periodieke herziening en betreft een soort waarin niet gehandeld wordt (wordt als uitgestorven beschouwd, in 1906 voor het laatst waargenomen). |
+ |
||||||||||||||||||
|
21 |
Dasyornis longirostris (zwartkapborstelvogel) |
I — II Overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Australië |
Het voorstel vloeit voort uit de periodieke herziening van Cites en betreft een soort waarin niet gehandeld wordt. |
+ |
||||||||||||||||||
|
22 |
Crocodylus acutus (spitssnuitkrokodil) (populatie in Mexico) |
I — II De populatie in Mexico overhevelen van bijlage I naar bijlage II |
Mexico |
Steun verlenen aan de overheveling van bijlage I naar bijlage II als Mexico een nulquotum instelt voor aan de natuur onttrokken specimens (oorsprongscode W). |
(+) |
||||||||||||||||||
|
23 |
Calotes nigrilabris en Calotes pethiyagodai (prachtagamen) |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Sri Lanka |
Aan de biologische criteria voor opname in de Cites-bijlagen lijkt te zijn voldaan, maar er wordt onvoldoende bewezen dat de huidige of verwachte omvang van de handel nadelig is voor het voortbestaan van de soort in het wild. De Unie zal de indiener aanmoedigen om de twee soorten in bijlage III op te nemen, maar zal zich verzetten tegen de opname in bijlage I. De Unie is bereid om nadere informatie over de opname in bijlage II in overweging te nemen indien de indiener deze verstrekt. |
(—) |
||||||||||||||||||
|
24 |
Ceratophora spp. (neushoornagamen) |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Sri Lanka |
De opneming van het geslacht in bijlage I afwijzen, maar instemmen met het opnemen van C. erdeleni, C. karu en C. tennenti in bijlage I en van C. stoddartii en C. aspera in bijlage II. Drie soorten (van de vijf soorten van het geslacht) voldoen aan de biologische criteria voor opname in bijlage I: C. karu, C. erdeleni en C. tennentii. Voor C. aspera & C. stoddartii lijkt bijlage II geschikter. De Unie zal ter plekke nadere informatie over het opnemen in de bijlage in overweging nemen als deze door de indiener wordt verstrekt. |
(+) |
||||||||||||||||||
|
25 |
Cophotis ceylanica en Cophotis dumbara (dove agamen) |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Sri Lanka |
Het voorstel lijkt aan de biologische criteria te voldoen; zelfs beperkte afname in kleine hoeveelheden kan aanzienlijke gevolgen hebben voor de resterende populaties. Dit zijn de enige twee soorten van dit geslacht en ze komen beide van nature voor in Sri Lanka en staan als „ernstig bedreigd” op de nationale Rode Lijst van Sri Lanka (2012). |
+ |
||||||||||||||||||
|
26 |
Lyriocephalus scutatus (lierkopagame) |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Sri Lanka |
Steun verlenen aan het opnemen in bijlage II aangezien niet aan de criteria voor bijlage I maar wel aan die voor bijlage II wordt voldaan. |
(—) |
||||||||||||||||||
|
27 |
Goniurosaurus spp. (populaties in China en Vietnam) |
0 — II De soorten in China en Vietnam opnemen in bijlage II |
China, Europese Unie, Vietnam |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
28 |
Gekko gecko (tokeh) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Europese Unie, India, Filipijnen, Verenigde Staten van Amerika |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
29 |
Gonatodes daudini |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Saint Vincent en de Grenadines |
De soort voldoet aan de biologische criteria voor opname in bijlage I. Al kort na haar ontdekking werd melding gedaan van internationale handel in de soort en hoewel het inzamelen van specimens in hun natuurlijke habitat niet is toegestaan, duurt deze situatie nog altijd voort. |
+ |
||||||||||||||||||
|
30 |
Paroedura androyensis |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Europese Unie, Madagaskar |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
31 |
Ctenosaura spp. (zwarte leguanen) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
El Salvador en Mexico |
Het voorstel voldoet aan de criteria voor opname; als de handel niet wordt gereguleerd, zouden verscheidene soorten van dit geslacht in de toekomst voor opname in bijlage I in aanmerking kunnen komen aangezien de populaties ervan klein zijn, een beperkt verspreidingsgebied hebben of al eerder zijn afgenomen, of wegens een combinatie van deze drie criteria, en de soorten daardoor zeer kwetsbaar zijn voor zowel intrinsieke als extrinsieke factoren. |
+ |
||||||||||||||||||
|
32 |
Pseudocerastes urarachnoides (spinstaartadder) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Iran |
Er is meer informatie nodig om aan te tonen dat aan het handelsgerelateerde criterium is voldaan. In het voorstel is beperkt informatie beschikbaar over de mate waarin inzameling van in het wild levende specimens en internationale handel in de soort voorkomt (er wordt slechts bewijs aangeleverd van een handjevol specimens dat in de handel is aangetroffen buiten het betreffende land in het verspreidingsgebied van de soort) en hoewel de soort als „nationaal bedreigd” wordt aangezien, ontbreken de benodigde gegevens om de populatiegrootte en spreiding aan te kunnen geven en uit te zoeken of de soort achteruitgaat. |
0 |
||||||||||||||||||
|
33 |
Cuora bourreti (Bourrets doosschildpad) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Vietnam |
De overheveling naar bijlage I steunen; een „ernstig bedreigde” soort die ten minste aan criterium C., onder i), van bijlage 1 bij resolutie Conf. 9.24 voldoet en veel verhandeld wordt. |
+ |
||||||||||||||||||
|
34 |
Cuora picturata (Vietnamese doosschildpad) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Vietnam |
Steun verlenen aan de overheveling naar bijlage I; een „ernstig bedreigde” soort die aan alle biologische criteria van resolutie Conf. 9.24 voor opname in bijlage I voldoet en veel verhandeld wordt. Het voorstel komt voort uit een aanbeveling in de periodieke herziening. |
+ |
||||||||||||||||||
|
35 |
Mauremys annamensis (Annam-waterschildpad) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Vietnam |
Steun verlenen aan de overheveling naar bijlage I — een „ernstig bedreigde” soort die ten minste aan criterium C., onder i), van bijlage 1 bij resolutie Conf. 9.24 voldoet en veel verhandeld wordt. Het voorstel komt voort uit een aanbeveling in de periodieke herziening. |
+ |
||||||||||||||||||
|
36 |
Geochelone elegans (sterschildpad) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Bangladesh, India, Senegal en Sri Lanka |
Een gezamenlijk voorstel van de meerderheid van de landen in het verspreidingsgebied van de soort. De illegale handel is zeer zorgwekkend, hoewel het „oogsten” en verhandelen van wilde specimens in de betrokken landen reeds verboden is. De zorgen omtrent verkeerd gebruik van oorsprongscode C en het mogelijke „witwassen” van wilde specimens door te fokken in gevangenschap zijn al door Cites aangekaart in resolutie Conf. 17.7. |
+ |
||||||||||||||||||
|
37 |
Malacochersus tornieri (spleetschildpad) |
II — I Overhevelen van bijlage II naar bijlage I |
Kenia, Verenigde Staten van Amerika |
Het voorstel steunen. Volgens de meest recente Rode Lijst (2018) is de soort ingedeeld als „ernstig bedreigd”. Het voorstel lijkt in verhouding te zijn met de verwachte risico’s voor de soort, waarvoor een aanzienlijke vraag bestaat in de handelssector en die illegaal wordt verhandeld. Op dit moment wordt overexploitatie gezien als een van de belangrijkste factoren met nadelige gevolgen voor populaties van de soort. Deze soort lijkt te voldoen aan de criteria voor opname in bijlage I. |
+ |
||||||||||||||||||
|
38 |
Hyalinobatrachium spp., Centrolene spp., Cochranella spp., en Sachatamia spp. (glaskikkers) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Costa Rica, El Salvador |
De Unie zou een voorstel van een beperktere reikwijdte kunnen steunen, mochten de indieners besluiten hun voorstel te beperken tot de soorten waarvan kan worden aangetoond dat zij aan de criteria voor opname in de bijlage voldoen. Echter lijkt op dit moment, vanwege een gebrek aan gegevens over de populaties en omdat de gemelde handel voornamelijk soorten betreft die als „niet bedreigd” zijn ingedeeld, het voorstel om alle 104 soorten in vier geslachten in bijlage II op te nemen niet proportioneel. Er is meer informatie nodig over de soorten waarin de meeste handel plaatsvindt. |
(—) |
||||||||||||||||||
|
39 |
Echinotriton chinhaiensis en Echinotriton maxiquadratus |
0 — II Opnemen in bijlage II |
China |
De soorten voldoen aan de biologische criteria voor opname in bijlage I. Internationale bescherming zou de instandhouding ten goede komen. Hoewel de internationale handel in deze soorten beperkt lijkt, zou handel van welke omvang dan ook in wilde specimens al nadelig zijn voor het voortbestaan van populaties, aangezien de populaties bijzonder klein zijn en in omvang afnemen. Echinotriton is pas in 1982 als aparte soort ingedeeld, een afsplitsing van Tylototriton (voorstel 41 voor de bijlagen). Vanwege het criterium op grond van gelijkenis is het daarom ook passend beide geslachten in de bijlage op te nemen. |
+ |
||||||||||||||||||
|
40 |
Paramesotriton spp. (wrattensalamanders) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
China, Europese Unie |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
41 |
Tylototriton spp. (krokodilsalamanders) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
China, Europese Unie |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
42 |
Isurus oxyrinchus en Isurus paucus (makreelhaaien) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Bangladesh, Benin, Bhutan, Brazilië, Burkina Faso, Kaapverdië, Tsjaad, Ivoorkust, Dominicaanse Republiek, Egypte, Europese Unie, Gabon, Gambia, Jordanië, Libanon, Liberia, Maldiven, Mali, Mexico, Nepal, Niger, Nigeria, Palau, Samoa, Senegal, Sri Lanka, Sudan, Togo |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
43 |
Glaucostegus spp. (gitaarroggen) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Bangladesh, Benin, Bhutan, Brazilië, Burkina Faso, Kaapverdië, Tsjaad, Ivoorkust, Egypte, Europese Unie, Gabon, Gambia, Maldiven, Mali, Mauritanië, Monaco, Nepal, Niger, Nigeria, Palau, Senegal, Sierra Leone, Sri Lanka, Syrië, Togo, Oekraïne |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
44 |
Rhinidae spp. (kegroggen) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Bangladesh, Benin, Bhutan, Brazilië, Burkina Faso, Kaapverdië, Tsjaad, Ivoorkust, Egypte, Ethiopië, Europese Unie, Fiji, Gabon, Gambia, India, Jordanië, Kenia, Libanon, Maldiven, Mali, Mexico, Monaco, Nepal, Niger, Nigeria, Palau, Filipijnen, Saudi-Arabië, Senegal, Seychellen, Sri Lanka, Sudan, Syrië, Togo en Oekraïne |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
45 |
Holothuria (Microthele) fuscogilva, Holothuria (Microthele) nobilis, Holothuria (Microthele) whitmaei (zeekomkommers) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Europese Unie, Kenia, Senegal, Seychellen, Verenigde Staten van Amerika |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
46 |
Poecilotheria spp. (tijgerspinnen) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Sri Lanka, Verenigde Staten van Amerika |
Aangezien er onvoldoende bewijs is dat de internationale handel aanzienlijk bijdraagt tot de achteruitgang van de soort, zal de Unie de landen in het verspreidingsgebied aanmoedigen om de soort in bijlage III op te nemen, maar zal zij zich niet verzetten tegen de opneming in bijlage II indien de CoP het daar bij consensus mee eens is. Informatie die door de indieners wordt verstrekt, zal de Unie ter plekke in overweging nemen. Er kunnen zich bij de uitvoering problemen voordoen met betrekking tot het identificeren van in gevangenschap gefokte specimens. |
0 |
||||||||||||||||||
|
47 |
Achillides chikae hermeli |
0 — I |
Europese Unie, Filipijnen |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
48 |
Parides burchellanus |
0 — I Opnemen in bijlage I |
Brazilië |
Het voorstel steunen. Deze soort voldoet aan de criteria voor opname in bijlage I. De soort komt in de handelsgegevens voor en door de geringe populatiegrootte kan handel van welke omvang dan ook nadelig zijn. |
+ |
||||||||||||||||||
|
49 |
Handroanthus spp., Tabebuia spp. en Roseodendron spp. (trompetbomen) |
0 — II Opnemen in bijlage II met annotatie #6 |
Brazilië |
Voorstel ingetrokken. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||
|
50 |
Widdringtonia whytei (Mulanje-cipres) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Malawi |
Afwijzen, tenzij Malawi middels bewijsstukken aantoont dat er sprake is van internationale handel die nadelig is voor de instandhouding van de soort. De soort kan in plaats daarvan in aanmerking komen voor opname in bijlage III. De EU zou zich echter niet verzetten tegen opname in bijlage II indien tijdens CoP18 een consensus zou worden bereikt. |
(—) |
||||||||||||||||||
|
51 |
Dalbergia sissoo (sheesham) |
II — 0 Schrappen uit bijlage II |
Bangladesh, Bhutan, India en Nepal |
De soort komt algemeen voor en voldoet niet aan de biologische criteria voor opname in bijlage II, maar voldoet waarschijnlijk nog steeds aan het gelijkeniscriterium van resolutie 9.24 (criterium A van bijlage 2b). Dit voorstel moet daarnaast worden gezien in samenhang met de voorgestelde wijzigingen van annotatie #15. |
— |
||||||||||||||||||
|
52 |
Dalbergia spp., Guibourtia demeusei, Guibourtia pellegriniana, Guibourtia tessmannii (rozenhout, palissander en bubinga) Wijziging van annotatie #15 |
II — II Annotatie #15 als volgt wijzigen: „Alle delen en producten, met uitzondering van:
delen en producten van Dalbergia spp. van oorsprong en uitgevoerd uit Mexico die onder annotatie #6 vallen.” |
Canada, Europese Unie |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
53 |
Pericopsis elata (kokrodua of afrormosia) Wijziging van annotatie #5 |
De reikwijdte van de annotatie voor Pericopsis elata (nu #5) vergroten en als volgt op triplex- en multiplexhout en bewerkt hout van toepassing maken: „Boomstammen, houtblokken, gezaagd hout, fineer, triplex- en multiplexhout en bewerkt hout (2). |
Ivoorkust, Europese Unie |
Mede voorgesteld door de Unie. |
+ |
||||||||||||||||||
|
54 |
Pterocarpus tinctorius (Afrikaans padoek) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Malawi |
Bij voorkeur steunen met een annotatie (mogelijks de nieuwe annotatie zoals in voorstel 53 wordt voorgesteld voor Pericopsis elata). De soort voldoet aan de biologische criteria voor opname in bijlage II evenals aan het handelscriterium (exploitatie vormt een aanzienlijke bedreiging voor de instandhouding van de soort, waarbij de illegale houtkap de afgelopen jaren is toegenomen om aan de Aziatische vraag te voldoen). Door opname in bijlage II kan druk worden uitgeoefend in de strijd tegen illegale handel. |
(+) |
||||||||||||||||||
|
55 |
Aloe ferox (Kaapse aloë) Wijziging vanannotatie #4 |
II — II „Annotatie #4 voor Aloe ferox als volgt wijzigen: Alle delen en producten, met uitzondering van: […]
|
Zuid-Afrika |
Het voorstel steunen, maar een voorstel doen voor (een) ontwerpbesluit(en) waarin het PC wordt opgedragen toezicht te houden op de gevolgen van de voorgestelde wijziging en de uitvoering van beheermaatregelen. Voldoet aan de criteria van resolutie 11.21. |
+ |
||||||||||||||||||
|
56 |
Adansonia grandidieri (baobab van Grandidier) Wijziging van annotatie #16 |
II — II „Zaden, vruchten, oliën en levende planten” wijzigen in de vermelding van Adansonia grandidieri in bijlage II door de verwijzing naar levende planten te schrappen, zodat de tekst „#16 Zaden, vruchten en oliën” wordt |
Zwitserland |
Steunen. Voldoet aan de criteria van resolutie 11.21. |
+ |
||||||||||||||||||
|
57 |
Cedrela spp. (mahoniefamilie) |
0 — II Opnemen in bijlage II |
Ecuador |
Enkel steunen als in het voorstel een annotatie wordt opgenomen waardoor de Cites-controlemechanismen alleen van toepassing zijn op goederen die door uitvoer uit de landen in het verspreidingsgebied van de soort voor het eerst in de internationale handel worden gebracht (nog beoordelen en bespreken met de indieners of de nieuwe annotatie, zoals voorgesteld voor Pericopsis elata in voorstel 53 geschikt zou zijn). Ecuador verzoeken om het toepassingsgebied van het voorstel tot de neotropische populaties te beperken. De taxon voldoet aan de biologische en de handelscriteria voor opname in bijlage II. De Unie is in de wereldcontext een kleine importeur. |
(+) |
(1) Sec. = Cites-secretariaat, SC = Permanent Comité, AC = Comité dieren, PC = Comité planten. Zie ISO 3166 voor de landcodes.
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/58 |
BESLUIT (GBVB) 2019/1720 VAN DE RAAD
van 14 oktober 2019
betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Nicaragua
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 21 januari 2019 heeft de Raad conclusies aangenomen waarin hij de repressie van de pers en het maatschappelijk middenveld en het gebruik van antiterrorismewetgeving om afwijkende meningen in Nicaragua de kop in te drukken met klem veroordeelde. De Raad benadrukte dat sinds april 2018 betogingen met bruut geweld worden onderdrukt door de ordediensten en regeringsgezinde gewapende groeperingen, hetgeen heeft geleid tot enkele honderden doden en gewonden en de aanhouding van honderden burgers met veel onregelmatigheden en willekeur in detentie- en gerechtelijke procedures. Hij wees erop dat ervoor moet worden gezorgd dat verantwoording wordt afgelegd voor alle misdaden sinds april 2018, ongeacht wie de plegers ervan zijn. Hij drong er derhalve bij de Nicaraguaanse regering op aan het proces van betekenisvolle en resultaatgerichte dialoog te hervatten, ook over het doorvoeren van verkiezingshervormingen. |
|
(2) |
In de Raadsconclusies werd benadrukt dat de Unie bereid is al haar beleidsinstrumenten in te zetten om bij te dragen tot een vreedzame, door onderhandelingen bereikte uitweg uit de crisis en te reageren op een verdere verslechtering van de mensenrechten en de rechtsstaat in Nicaragua. |
|
(3) |
Het blijft de Raad ernstig zorgen baren dat de situatie met betrekking tot de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat er in Nicaragua aanhoudend slechter wordt. |
|
(4) |
In dat verband moeten er gerichte beperkende maatregelen worden opgelegd aan personen en entiteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten of de onderdrukking van het maatschappelijke middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua, alsook aan personen en entiteiten wier acties, beleidsmaatregelen of activiteiten de democratie en de rechtsstaat in Nicaragua anderszins ondermijnen, alsook aan de met hen geassocieerde personen. |
|
(5) |
Voor de tenuitvoerlegging van bepaalde maatregelen is verder optreden van de Unie nodig, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de inreis in of de doorreis door hun grondgebied te voorkomen van natuurlijke personen:
|
a) |
die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten of de onderdrukking van het maatschappelijke middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua; |
|
b) |
wier acties, beleidsmaatregelen of activiteiten de democratie of de rechtsstaat in Nicaragua anderszins ondermijnen; |
|
c) |
die banden hebben met de onder a) en b) bedoelde personen; |
die in de bijlage worden genoemd.
2. Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de inreis in hun grondgebied van hun eigen onderdanen te weigeren.
3. Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:
|
a) |
als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie; |
|
b) |
als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; |
|
c) |
krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent, of |
|
d) |
krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië. |
4. Lid 3 wordt ook geacht van toepassing te zijn op gevallen waarin een lidstaat als gastland van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) optreedt.
5. Een lidstaat dient de Raad terdege te informeren over alle gevallen waarin hij krachtens lid 3 of lid 4, een vrijstelling verleent.
6. De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van dringende humanitaire noden of met het oog op het bijwonen van intergouvernementele vergaderingen, vergaderingen geïnitieerd door de Unie, vergaderingen waarvoor de Unie als gastheer optreedt, of vergaderingen waarvoor een lidstaat als fungerend voorzitter van de OVSE als gastheer optreedt, wanneer daar een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de beleidsdoelen van beperkende maatregelen, zoals bevordering van de mensenrechten en de rechtsstaat in Nicaragua, rechtstreeks worden bevorderd.
7. Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn verleend, tenzij één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling schriftelijk bezwaar maken. In dat geval kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.
8. Wanneer een lidstaat krachtens lid 3, 4, 6 of 7 machtiging verleent tot inreis in of doorreis door zijn grondgebied van de in de bijlage vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor zij is verleend en alleen voor de daarbij betrokken personen.
Artikel 2
1. Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen:
|
a) |
die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen of misbruik van de mensenrechten of de repressie van maatschappelijke organisaties en de democratische oppositie in Nicaragua; |
|
b) |
waarvan de acties, beleidsmaatregelen of activiteiten de democratie of de rechtsstaat in Nicaragua anderszins ondermijnen; |
|
c) |
die geassocieerd zijn met de onder a) en b) bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen; |
die in de bijlage worden genoemd, worden bevroren.
2. Er worden geen tegoeden of economische middelen op directe of indirecte wijze ter beschikking gesteld ten behoeve van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen.
3. De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan, onder zodanige voorwaarden als zij nodig acht, het vrijgeven van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of het ter beschikking stellen van bepaalde tegoeden of economische middelen toestaan, nadat zij heeft vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen:
|
a) |
noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen, en de leden van het gezin van die natuurlijke personen die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen en medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen; |
|
b) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; |
|
c) |
uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor het routinematig houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; |
|
d) |
noodzakelijk zijn voor de betaling van buitengewone lasten, mits de bevoegde autoriteit, ten minste twee weken voor zij de toestemming geeft, de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie in kennis heeft gesteld van de redenen waarom zij meent dat specifieke toestemming moet worden gegeven, of |
|
e) |
gestort worden op of betaald worden van een rekening van een diplomatieke of consulaire missie of een internationale organisatie die bescherming geniet op grond van het internationaal recht, voor zover die betalingen bestemd zijn voor de officiële doelen van de diplomatieke of consulaire missie of de internationale organisatie. |
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
4. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen toestaan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een arbitrale beslissing die is gegeven vóór de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam bedoeld in lid 1 op de lijst in de bijlage is geplaatst, dan wel van een vóór of na die datum in de Unie gegeven rechterlijke of administratieve beslissing of in de betrokken lidstaat uitvoerbare rechterlijke beslissing; |
|
b) |
de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend gebruikt om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijke beslissing zijn gewaarborgd of geldig zijn verklaard, binnen de grenzen gesteld door de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende de rechten van houders van dergelijke vorderingen; |
|
c) |
de beslissing komt niet ten goede aan een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en |
|
d) |
de erkenning van de beslissing is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat. |
De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die overeenkomstig dit lid is verleend.
5. Lid 1 belet niet dat een op de lijst in de bijlage geplaatste natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam betalingen verricht die verschuldigd zijn uit hoofde van een contract dat/overeenkomst die is gesloten vóór, of een verbintenis die is ontstaan vóór, de datum waarop de natuurlijke persoon of rechtspersoon, de entiteit of het lichaam op de lijst werd geplaatst, mits de betrokken lidstaat heeft vastgesteld dat de betalingen niet direct of indirect worden ontvangen door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1.
6. Lid 2 is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:
|
a) |
rente of andere inkomsten op die rekeningen; |
|
b) |
betalingen die verschuldigd zijn overeenkomstig contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of ontstaan vóór de datum waarop de in de leden 1 en 2 vervatte maatregelen op deze rekeningen van toepassing werden, of |
|
c) |
betalingen die verschuldigd zijn uit hoofde van een gerechtelijke, administratieve of arbitrale beslissing die in de Unie is gegeven of in de betrokken lidstaat uitvoerbaar is; |
mits deze rente, andere inkomsten en betalingen onderworpen blijven aan de in lid 1 vervatte maatregelen.
Artikel 3
In afwijking van artikel 2, leden 1 en 2, kunnen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, onder door die autoriteiten passend geachte voorwaarden, toestemming verlenen voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen die toebehoren aan in de bijlage vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan in de bijlage vermelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, nadat zij hebben vastgesteld dat het verstrekken van die tegoeden of economische middelen noodzakelijk is voor humanitaire doeleinden, zoals de verlening van hulp of het vergemakkelijken daarvan, met inbegrip van medische benodigdheden, levensmiddelen, of de overbrenging van humanitaire hulpverleners en daarmee verband houdende hulp, of bijstand voor evacuaties uit Nicaragua.
Artikel 4
1. De Raad stelt met eenparigheid van stemmen op voorstel van een lidstaat of van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) de lijst in de bijlage vast en past deze aan.
2. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam in kennis van het in lid 1 bedoelde besluit, met inbegrip van de redenen voor plaatsing op de lijst, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die persoon of entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kan indienen.
3. Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad het in lid 1 bedoelde besluit en brengt hij de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon, de betrokken entiteit of het betrokken lichaam daarvan op de hoogte.
Artikel 5
1. In de bijlage worden de redenen voor opneming van de in artikel 1, lid 1, en artikel 2, lid 1, bedoelde natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen in de lijst vermeld.
2. De bijlage bevat ook de beschikbare informatie die nodig is voor het identificeren van de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen en aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan dergelijke informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registerinschrijving, registratienummer en plaats van vestiging.
Artikel 6
1. De Raad en de hoge vertegenwoordiger verwerken voor de uitoefening van hun taken uit hoofde van dit besluit persoonsgegevens, met name:
|
a) |
wat betreft de Raad, bij het opstellen en wijzigen van de bijlage; |
|
b) |
wat betreft de hoge vertegenwoordiger, bij het opstellen van de wijzigingen van de bijlage. |
2. De Raad en de hoge vertegenwoordiger mogen in voorkomend geval relevante gegevens verwerken die betrekking hebben op strafbare feiten die zijn gepleegd door natuurlijke personen op de lijst, en op strafrechtelijke veroordelingen of veiligheidsmaatregelen betreffende dergelijke personen, doch uitsluitend voor zover deze verwerking noodzakelijk is voor het opstellen van de bijlage.
3. Voor de toepassing van dit besluit worden de Raad en de hoge vertegenwoordiger aangewezen als “voor de verwerking verantwoordelijke” in de zin van artikel 3, lid 8, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (1) om ervoor te zorgen dat de betrokken natuurlijke personen hun rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2018/1725 kunnen uitoefenen.
Artikel 7
Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van dit besluit zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:
|
a) |
in de bijlage genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen; |
|
b) |
een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen. |
Artikel 8
Teneinde de in dit besluit opgenomen maatregelen zo veel mogelijk effect te doen sorteren, moedigt de Unie derde landen aan beperkende maatregelen in de zin van de in dit besluit genoemde maatregelen te treffen.
Artikel 9
Dit besluit is van toepassing tot en met 15 oktober 2020 en wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd, indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn bereikt.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI
(1) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
BIJLAGE
LIJST VAN NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN, ENTITEITEN EN LICHAMEN ALS BEDOELD IN DE ARTIKELEN 1 EN 2
[…]
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/64 |
BESLUIT (GBVB) 2019/1721 VAN DE RAAD
van 14 oktober 2019
tot wijziging van Besluit (GBVB) 2016/1693 betreffende beperkende maatregelen tegen ISIS (Da'esh) en Al Qaida en daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien Besluit (GBVB) 2016/1693 van de Raad van 20 september 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen ISIS (Da'esh) en Al Qaida en daarmee verbonden personen, groepen, ondernemingen en entiteiten, en tot intrekking van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/402/GBVB (1),
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 20 september 2016 Besluit (GBVB) 2016/1693 vastgesteld. |
|
(2) |
De in artikel 2, lid 2, en artikel 3, leden 3 en 4, van Besluit (GBVB) 2016/1693 vervatte beperkende maatregelen zijn van toepassing tot en met 31 oktober 2019. Op grond van een evaluatie van dat besluit dienen de beperkende maatregelen te worden verlengd tot en met 31 oktober 2020. |
|
(3) |
Eén persoon dient te worden verwijderd van de lijst van personen, groepen, ondernemingen en entiteiten in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2016/1693. |
|
(4) |
Besluit (GBVB) 2016/1693 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 6 van Besluit (GBVB) 2016/1693 wordt lid 5 vervangen door:
|
“5. |
De in artikel 2, lid 2, en artikel 3, leden 3 en 4, bedoelde maatregelen gelden tot en met 31 oktober 2020.”. |
Artikel 2
De bijlage bij Besluit (GBVB) 2016/1693 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij het onderhavige besluit.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxemburg, 14 oktober 2019.
Voor de Raad
De voorzitster
F. MOGHERINI
BIJLAGE
De volgende persoon en de bijhorende vermelding worden verwijderd van de lijst in de bijlage bij Besluit (GBVB) 2016/1693:
|
1. |
Fabien CLAIN (ook bekend als Omar). |
|
15.10.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 262/66 |
BESLUIT (GBVB) 2019/1722 VAN DE RAAD
van 14 oktober 2019
tot wijziging van Besluit (GBVB) 2018/1544 betreffende beperkende maatregelen tegen de proliferatie en het gebruik van chemische wapens
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien Besluit (GBVB) 2018/1544 van de Raad van 15 oktober 2018 betreffende beperkende maatregelen tegen de proliferatie en het gebruik van chemische wapens (1),
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 15 oktober 2018 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2018/1544 vastgesteld. |
|
(2) |
Besluit (GBVB) 2018/1544 is van toepassing tot en met 16 oktober 2019. Op grond van een evaluatie van dat besluit moeten de beperkende maatregelen worden verlengd tot en met 16 oktober 2020. |
|
(3) |
Besluit (GBVB) 2018/1544 dient daarom dienovereenkomstig te worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 8 van Besluit (GBVB) 2018/1544 wordt vervangen door:
“ Artikel 8
Dit besluit is van toepassing tot en met 16 oktober 2020. Dit besluit wordt voortdurend geëvalueerd. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Luxembourg, 14 oktober 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
F. MOGHERINI