ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 219

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
22 augustus 2019


Inhoud

 

III   Andere handelingen

Bladzijde

 

 

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 193/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2019/1356]

1

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 194/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2019/1357]

3

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 195/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/1358]

5

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 196/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/1359]

7

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 197/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst [2019/1360]

8

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 198/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst [2019/1361]

10

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 199/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1362]

12

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 200/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van Bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1363]

13

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 201/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1364]

14

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 202/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1365]

15

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 203/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1366]

16

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 204/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1367]

17

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 205/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1368]

18

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 206/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1369]

20

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 207/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1370]

21

 

*

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 208/2017 van 27 oktober 2017 tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden [2019/1371]

22

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG ( PB L 127 van 29.4.2014 )

25

 

*

Rectificatie van Richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen en tot intrekking van Richtlijn 2000/30/EG ( PB L 127 van 29.4.2014 )

78

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


III Andere handelingen

EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/1


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 193/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2019/1356]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1178 van de Commissie van 2 juni 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met nodulaire dermatose in sommige lidstaten (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake levende dieren, andere dan vissen en aquacultuurdieren, en dierlijke producten zoals eicellen, embryo's en sperma. Wetgeving over deze aangelegenheden is niet van toepassing op IJsland, zoals vermeld in punt 2 van de inleiding van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op IJsland.

(3)

Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake veterinaire aangelegenheden. Wetgeving inzake veterinaire aangelegenheden is niet van toepassing op Liechtenstein zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de sectorale aanpassingen van bijlage I bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein.

(4)

Bijlage I bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In deel 1.2 van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-overeenkomst wordt in punt 152 (Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2008 van de Commissie) het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 D 1178: Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1178 van de Commissie van 2 juni 2017 (PB L 170 van 1.7.2017, blz. 98).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken tekst in de Noorse taal van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1178 is authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 170 van 1.7.2017, blz. 98.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/3


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 194/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage I (Veterinaire en fytosanitaire aangelegenheden) bij de EER-overeenkomst [2019/1357]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 van de Commissie van 8 juni 2017 betreffende het uit de handel nemen van bepaalde toevoegingsmiddelen voor diervoeding waarvoor overeenkomstig Richtlijnen 70/524/EEG en 82/471/EEG van de Raad een vergunning is verleend en tot intrekking van de verouderde bepalingen waarbij voor die toevoegingsmiddelen een vergunning is verleend (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

De in de EER-overeenkomst opgenomen Verordeningen (EG) nr. 937/2001 (2), (EG) nr. 871/2003 (3), (EG) nr. 277/2004 (4), (EG) nr. 278/2004 (5), (EG) nr. 1332/2004 (6), (EG) nr. 1463/2004 (7), (EG) nr. 1465/2004 (8), (EG) nr. 833/2005 (9), (EG) nr. 492/2006 (10), (EG) nr. 1443/2006 (11), (EG) nr. 1743/2006 (12), (EG) nr. 757/2007 (13) en (EG) nr. 828/2007 (14) van de Commissie worden bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 ingetrokken en moeten derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(3)

Dit besluit heeft betrekking op wetgeving inzake diervoeding. Wetgeving inzake diervoeding is niet van toepassing op Liechtenstein, zolang de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten van toepassing blijft in Liechtenstein, zoals bepaald in de sectorale aanpassingen van bijlage I bij de EER-overeenkomst. Dit besluit is derhalve niet van toepassing op Liechtenstein.

(4)

Bijlage I bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hoofdstuk II van bijlage I bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de punten 1aa (Verordening (EG) nr. 2316/98 van de Commissie), 1p (Verordening (EG) nr. 1353/2000 van de Commissie), 1zzt (Verordening (EG) nr. 252/2006 van de Commissie), 1zzw (Verordening (EG) nr. 773/2006 van de Commissie), 1zzzzzv (Verordening (EU) nr. 1270/2009 van de Commissie), 35 (Verordening (EG) nr. 2188/2002 van de Commissie) en 38 (Verordening (EG) nr. 261/2003 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 R 1145: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 van de Commissie van 8 juni 2017 (PB L 166 van 29.6.2017, blz. 1).”.

2)

In de punten 1zq (Verordening (EG) nr. 1334/2003 van de Commissie), 1zs (Verordening (EG) nr. 1259/2004 van de Commissie), 1zt (Verordening (EG) nr. 1288/2004 van de Commissie), 1zw (Verordening (EG) nr. 1453/2004 van de Commissie), 1zze (Verordening (EG) nr. 2148/2004 van de Commissie), 1zzf (Verordening (EG) nr. 255/2005 van de Commissie), 1zzg (Verordening (EG) nr. 358/2005 van de Commissie), 1zzi (Verordening (EG) nr. 521/2005 van de Commissie), 1zzj (Verordening (EG) nr. 600/2005 van de Commissie), 1zzl (Verordening (EG) nr. 943/2005 van de Commissie), 1zzn (Verordening (EG) nr. 1206/2005 van de Commissie), 1zzo (Verordening (EG) nr. 1458/2005 van de Commissie), 1zzq (Verordening (EG) nr. 1810/2005 van de Commissie), lzzr (Verordening (EG) nr. 1811/2005 van de Commissie), lzzs (Verordening (EG) nr. 2036/2005 van de Commissie) en 1zzx (Verordening (EG) nr. 1284/2006 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 1145: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 van de Commissie van 8 juni 2017 (PB L 166 van 29.6.2017, blz. 1).”.

3)

Na punt 207 (Uitvoeringsverordening (EU) 2017/455 van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:

“208.

32017 R 1145: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 van de Commissie van 8 juni 2017 betreffende het uit de handel nemen van bepaalde toevoegingsmiddelen voor diervoeding waarvoor overeenkomstig Richtlijnen 70/524/EEG en 82/471/EEG van de Raad een vergunning is verleend en tot intrekking van de verouderde bepalingen waarbij voor die toevoegingsmiddelen een vergunning is verleend (PB L 166 van 29.6.2017, blz. 1).”.

4.

De tekst van de punten 1u (Verordening (EG) nr. 937/2001 van de Commissie), 1zf (Verordening (EG) nr. 871/2003 van de Commissie), 1zk (Verordening (EG) nr. 277/2004 van de Commissie), 1zl (Verordening (EG) nr. 278/2004 van de Commissie), 1zu (Verordening (EG) nr. 1332/2004 van de Commissie), 1zx (Verordening (EG) nr. 1465/2004 van de Commissie), 1zzb (Verordening (EG) nr. 1463/2004 van de Commissie), 1zzk (Verordening (EG) nr. 833/2005 van de Commissie), 1zzv (Verordening (EG) nr. 492/2006 van de Commissie), 1zzy (Verordening (EG) nr. 1443/2006 van de Commissie), 1zzzd (Verordening (EG) nr. 1743/2006 van de Commissie), 1zzzu (Verordening (EG) nr. 757/2007 van de Commissie) en lzzzx (Verordening (EG) nr. 828/2007 van de Commissie) wordt geschrapt.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1145 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 166 van 29.6.2017, blz. 1.

(2)   PB L 130 van 12.5.2001, blz. 25.

(3)   PB L 125 van 21.5.2003, blz. 3.

(4)   PB L 47 van 18.2.2004, blz. 20.

(5)   PB L 47 van 18.2.2004, blz. 22.

(6)   PB L 247 van 21.7.2004, blz. 8.

(7)   PB L 270 van 18.8.2004, blz. 5.

(8)   PB L 270 van 18.8.2004, blz. 11.

(9)   PB L 138 van 1.6.2005, blz. 5.

(10)   PB L 89 van 28.3.2006, blz. 6.

(11)   PB L 271 van 30.9.2006, blz. 12.

(12)   PB L 329 van 25.11.2006, blz. 16.

(13)   PB L 172 van 30.6.2007, blz. 43.

(14)   PB L 184 van 14.7.2007, blz. 12.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/5


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 195/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/1358]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/1432 van de Commissie van 7 augustus 2017 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen wat de criteria voor de goedkeuring van werkzame stoffen met een laag risico betreft (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/855 van de Commissie van 18 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof diflubenzuron (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/856 van de Commissie van 18 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de voorwaarden voor de goedkeuring van de werkzame stof fluroxypyr (3) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(4)

Bijlage II bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hoofdstuk XV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 13 (Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 1432: Verordening (EU) 2017/1432 van de Commissie van 7 augustus 2017 (PB L 205 van 8.8.2017, blz. 59).”.

2)

In punt 13a (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie) worden de volgende streepjes toegevoegd:

“—

32017 R 0855: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/855 van de Commissie van 18 mei 2017 (PB L 128 van 19.5.2017, blz. 10),

32017 R 0856: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/856 van de Commissie van 18 mei 2017 (PB L 128 van 19.5.2017, blz. 14).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2017/1432 en Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/855 en (EU) 2017/856 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 205 van 8.8.2017, blz. 59.

(2)   PB L 128 van 19.5.2017, blz. 10.

(3)   PB L 128 van 19.5.2017, blz. 14.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/7


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 196/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) bij de EER-overeenkomst [2019/1359]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/1224 van de Commissie van 6 juli 2017 tot wijziging van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende cosmetische producten (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage II bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In hoofdstuk XVI van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt in punt 1a (Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 1224: Verordening (EU) 2017/1224 van de Commissie van 6 juli 2017 (PB L 174 van 7.7.2017, blz. 16).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2017/1224 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 174 van 7.7.2017, blz. 16.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/8


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 197/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst [2019/1360]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 van de Commissie van 30 november 2016 tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 1059/2010, (EU) nr. 1060/2010, (EU) nr. 1061/2010, (EU) nr. 1062/2010, (EU) nr. 626/2011, (EU) nr. 392/2012, (EU) nr. 874/2012, (EU) nr. 665/2013, (EU) nr. 811/2013, (EU) nr. 812/2013 (EU) nr. 65/2014, (EU) nr. 1254/2014, (EU) 2015/1094, (EU) 2015/1186 en (EU) 2015/1187 van de Commissie wat betreft het gebruik van toleranties in controleprocedures (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlagen II en IV bij de EER-overeenkomst moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hoofdstuk IV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.

In de punten 4c (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 392/2012 van de Commissie), 4e (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 874/2012 van de Commissie), 4i (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1059/2010 van de Commissie), 4j (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie), 4k (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1061/2010 van de Commissie), 4l (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2010 van de Commissie), 4m (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 626/2011 van de Commissie), 4n (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie), 4s (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 811/2013 van de Commissie) en 4t (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0254: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 38 van 15.2.2017, blz. 1).”.

2.

In de punten 4o (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie), 4p (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1186 van de Commissie), 4q (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1187 van de Commissie), 4r (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1094 van de Commissie) en 4u (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 65/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 R 0254: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 38 van 15.2.2017, blz. 1).”.

Artikel 2

Bijlage IV bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.

In de punten 11c (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 392/2012 van de Commissie), 11e (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 874/2012 van de Commissie), 11i (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1059/2010 van de Commissie), 11j (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1060/2010 van de Commissie), 11k (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1061/2010 van de Commissie), 11l (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1062/2010 van de Commissie), 11m (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 626/2011 van de Commissie), 11n (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 665/2013 van de Commissie), 11s (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 811/2013 van de Commissie) en 11t (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 812/2013 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0254: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 38 van 15.2.2017, blz. 1).”.

2.

In de punten 11o (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1254/2014 van de Commissie), 11p (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1186 van de Commissie), 11q (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1187 van de Commissie), 11r (Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/1094 van de Commissie) en 11u (Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 65/2014 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 R 0254: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 38 van 15.2.2017, blz. 1).”.

Artikel 3

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/254 zijn authentiek.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 38 van 15.2.2017, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/10


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 198/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst [2019/1361]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2016/2282 van de Commissie van 30 november 2016 tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1275/2008, (EG) nr. 107/2009, (EG) nr. 278/2009, (EG) nr. 640/2009, (EG) nr. 641/2009, (EG) nr. 642/2009, (EG) nr. 643/2009, (EU) nr. 1015/2010, (EU) nr. 1016/2010, (EU) nr. 327/2011, (EU) nr. 206/2012, (EU) nr. 547/2012, (EU) nr. 932/2012, (EU) nr. 617/2013, (EU) nr. 666/2013, (EU) nr. 813/2013, (EU) nr. 814/2013, (EU) nr. 66/2014, (EU) nr. 548/2014, (EU) nr. 1253/2014, (EU) 2015/1095, (EU) 2015/1185, (EU) 2015/1188, (EU) 2015/1189 en (EU) 2016/2281 wat betreft het gebruik van toleranties in controleprocedures (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlagen II en IV bij de EER-overeenkomst moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hoofdstuk IV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de punten 6d (Verordening (EU) nr. 327/2011 van de Commissie), 8 (Verordening (EU) nr. 1275/2008 van de Commissie), 12 (Verordening (EG) nr. 278/2009 van de Commissie), 13 (Verordening (EG) nr. 640/2009 van de Commissie), 14 (Verordening (EG) nr. 641/2009 van de Commissie) en 15 (Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32016 R 2282: Verordening (EU) 2016/2282 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 346 van 20.12.2016, blz. 51).”.

2)

In de punten 6a (Verordening (EU) nr. 206/2012 van de Commissie), 6b (Verordening (EU) nr. 1015/2010 van de Commissie), 6c (Verordening (EU) nr. 1016/2010 van de Commissie), 6e (Verordening (EU) nr. 932/2012 van de Commissie), 6f (Verordening (EU) nr. 547/2012 van de Commissie), 6h (Verordening (EU) nr. 548/2014 van de Commissie), 6i (Verordening (EU) nr. 617/2013 van de Commissie), 6j (Verordening (EU) nr. 666/2013 van de Commissie), 6k (Verordening (EU) nr. 66/2014 van de Commissie), 6l (Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie), 6 m (Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie), 6n (Verordening (EU) 2015/1189 van de Commissie), 6o (Verordening (EU) 2015/1095 van de Commissie), 6p (Verordening (EU) 2015/1188 van de Commissie), 6q (Verordening (EU) 2016/2281 van de Commissie), 9 (Verordening (EG) nr. 107/2009 van de Commissie) en 16 (Verordening (EG) nr. 643/2009 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32016 R 2282: Verordening (EU) 2016/2282 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 346 van 20.12.2016, blz. 51).”.

Artikel 2

Bijlage IV bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In de punten 26e (Verordening (EU) nr. 327/2011 van de Commissie), 31 (Verordening (EU) nr. 1275/2008 van de Commissie), 35 (Verordening (EG) nr. 278/2009 van de Commissie), 36 (Verordening (EG) nr. 640/2009 van de Commissie), 37 (Verordening (EG) nr. 641/2009 van de Commissie) en 38 (Verordening (EG) nr. 642/2009 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32016 R 2282: Verordening (EU) 2016/2282 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 346 van 20.12.2016, blz. 51).”.

2)

In de punten 26b (Verordening (EU) nr. 206/2012 van de Commissie), 26c (Verordening (EU) nr. 1015/2010 van de Commissie), 26d (Verordening (EU) nr. 1016/2010 van de Commissie), 26f (Verordening (EU) nr. 932/2012 van de Commissie), 26 g (Verordening (EU) nr. 547/2012 van de Commissie), 26i (Verordening (EU) nr. 548/2014 van de Commissie), 26j (Verordening (EU) nr. 617/2013 van de Commissie), 26k (Verordening (EU) nr. 666/2013 van de Commissie), 26l (Verordening (EU) nr. 66/2014 van de Commissie), 26 m (Verordening (EU) nr. 1253/2014 van de Commissie), 26n (Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie), 26o (Verordening (EU) 2015/1189 van de Commissie), 26p (Verordening (EU) 2015/1095 van de Commissie), 26q (Verordening (EU) 2015/1188 van de Commissie), 26r (Verordening (EU) 2016/2281 van de Commissie), 32 (Verordening (EG) nr. 107/2009 van de Commissie) en 39 (Verordening (EG) nr. 643/2009 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32016 R 2282: Verordening (EU) 2016/2282 van de Commissie van 30 november 2016 (PB L 346 van 20.12.2016, blz. 51).”.

Artikel 3

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2016/2282 zijn authentiek.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1), of op de dag van inwerkingtreding van Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 142/2017 van 7 juli 2017 (2), als dat later is.

Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 346 van 20.12.2016, blz. 51.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.

(2)   PB L 128 van 16.5.2019, blz. 41.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/12


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 199/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1362]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1412 van de Commissie van 1 augustus 2017 betreffende de erkenning van Fiji overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Richtlijn 96/98/EG van de Raad (2) is bij Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) ingetrokken; beide richtlijnen zijn in de EER-overeenkomst opgenomen en bijgevolg moet de verwijzing naar Richtlijn 96/98/EG van de Raad uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.

(3)

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

Na punt 56ju (Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/727 van de Commissie) wordt het volgende punt ingevoegd:

“56jv.

32017 D 1412: Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1412 van de Commissie van 1 augustus 2017 betreffende de erkenning van Fiji overeenkomstig Richtlijn 2008/106/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opleiding en diplomering van zeevarenden (PB L 202 van 3.8.2017, blz. 6).”.

2)

De tekst van punt 56d (Richtlijn 96/98/EG van de Raad) wordt geschrapt.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1412 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 202 van 3.8.2017, blz. 6.

(2)   PB L 46 van 17.2.1997, blz. 25.

(3)   PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/13


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 200/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van Bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1363]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/815 van de Commissie van 12 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 voor wat de verduidelijking, harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde specifieke luchtvaartbeveiligingsmaatregelen betreft (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Uitvoeringsbesluit C(2017) 3030 van de Commissie van 15 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit C(2015) 8005 voor wat betreft de verduidelijking, harmonisering en vereenvoudiging van bepaalde specifieke luchtvaartbeveiligingsmaatregelen moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1)

In punt 66he (Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0815: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/815 van de Commissie van 12 mei 2017 (PB L 122 van 13.5.2017, blz. 1).”.

2)

In punt 66hf (Uitvoeringsbesluit C(2015) 8005 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 D 3030: Uitvoeringsbesluit C(2017) 3030 van de Commissie van 15.5.2017.”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/815 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 122 van 13.5.2017, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/14


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 201/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1364]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/363 van de Commissie van 1 maart 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 965/2012 wat betreft de specifieke goedkeuring van vluchtuitvoeringen met vleugelvliegtuigen met één turbinemotor bij nacht of in instrumentweersomstandigheden en de goedkeuringseisen voor de opleiding met betrekking tot gevaarlijke goederen voor commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen, niet-commerciële vluchtuitvoeringen met complexe motoraangedreven luchtvaartuigen en niet-commerciële gespecialiseerde vluchtuitvoeringen met complexe motoraangedreven luchtvaartuigen (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XIII bij de EER-overeenkomst wordt in punt 66nf (Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0363: Verordening (EU) 2017/363 van de Commissie van 1 maart 2017 (PB L 55 van 2.3.2017, blz. 1).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2017/363 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 55 van 2.3.2017, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/15


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 202/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XIII (Vervoer) bij de EER-overeenkomst [2019/1365]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/386 van de Commissie van 6 maart 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1207/2011 tot vaststelling van de eisen voor de prestaties en interoperabiliteit van surveillance voor het gemeenschappelijke Europese luchtruim (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XIII bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XIII bij de EER-overeenkomst wordt in punt 66wl (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1207/2011 van de Commissie) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0386: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/386 van de Commissie van 6 maart 2017 (PB L 59 van 7.3.2017, blz. 34).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/386 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 59 van 7.3.2017, blz. 34.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/16


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 203/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1366]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit (EU) 2017/1392 van de Commissie van 25 juli 2017 tot wijziging van Besluit 2014/350/EU van de Commissie tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de EU-milieukeur aan textielproduct (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt in punt 2zn (Besluit 2014/350/EU van de Commissie) het volgende toegevoegd:

“, gewijzigd bij:

32017 D 1392: Besluit (EU) 2017/1392 van de Commissie van 25 juli 2017 (PB L 195 van 27.7.2017, blz. 36).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Besluit (EU) 2017/1392 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 195 van 27.7.2017, blz. 36.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/17


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 204/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1367]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/748 van de Commissie van 14 december 2016 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van de massa van nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen die in 2013, 2014 en 2015 zijn geregistreerd (1), moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In hoofdstuk III van bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt in punt 21ay (Verordening (EU) nr. 510/2011 van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0748: Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/748 van de Commissie van 14 december 2016 (PB L 113 van 29.4.2017, blz. 9).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/748 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1), of op de dag van inwerkingtreding van Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 111/2017 van 16 juni 2017 (2), als dat later is.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 113 van 29.4.2017, blz. 9.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.

(2)   PB L 142 van 7.6.2018, blz. 45.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/18


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 205/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1368]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-Overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/2072 van de Commissie van 22 september 2016 betreffende de verificatieactiviteiten en accreditatie van verificateurs krachtens Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1927 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende templates voor monitoringplannen, emissieverslagen en conformiteitsdocumenten uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (2) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XX bij de EER-overeenkomst worden na punt 21aw (Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad) de volgende punten ingevoegd:

“21awa.

32016 R 2072: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/2072 van de Commissie van 22 september 2016 betreffende de verificatieactiviteiten en accreditatie van verificateurs krachtens Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (PB L 320 van 26.11.2016, blz. 5).

21awb.

32016 R 1927: Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1927 van de Commissie van 4 november 2016 betreffende templates voor monitoringplannen, emissieverslagen en conformiteitsdocumenten uit hoofde van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer (PB L 299 van 5.11.2016, blz. 1).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/2072 en Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1927 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 320 van 26.11.2016, blz. 5.

(2)   PB L 299 van 5.11.2016, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/20


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 206/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1369]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/997 van de Raad van 8 juni 2017 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de gevaarlijke eigenschap HP 14 “Ecotoxisch” (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt in punt 32ff (Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende streepje toegevoegd:

“—

32017 R 0997: Verordening (EU) 2017/997 van de Commissie van 8 juni 2017 (PB L 150 van 14.6.2017, blz. 1).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) 2017/997 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 150 van 14.6.2017, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/21


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 207/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst [2019/1370]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn (EU) 2015/996 van de Commissie van 19 mei 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (1) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)

Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt na punt 32g (Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende punt ingevoegd:

“32ga.

32015 L 0996: Richtlijn (EU) 2015/996 van de Commissie van 19 mei 2015 tot vaststelling van gemeenschappelijke bepalingsmethoden voor lawaai overeenkomstig Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 168 van 1.7.2015, blz. 1).”.

Artikel 2

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Richtlijn (EU) 2015/996 zijn authentiek.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op 28 oktober 2017, op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden (*1).

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(1)   PB L 168 van 1.7.2015, blz. 1.

(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/22


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 208/2017

van 27 oktober 2017

tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden [2019/1371]

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot de deelname van de EVA-staten aan de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek die wordt gefinancierd met middelen uit de algemene begroting van de Europese Unie.

(2)

Het is passend dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten die betrekking hebben op deze voorbereidende actie en die worden gefinancierd met middelen uit begrotingsonderdeel 02 04 77 03, met ingang van 11 april 2017 wordt aangevat, zelfs als dit besluit wordt goedgekeurd na 10 juli 2017, of als na die datum kennisgeving wordt gedaan dat voldaan is aan de grondwettelijke vereisten, indien van toepassing.

(3)

Instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen van de EVA-staten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor hun deelname aan deze activiteiten, waarvan de uitvoering is gestart na 11 april 2017, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen van de EU-lidstaten, mits dit besluit in werking treedt vóór het einde van de desbetreffende voorbereidende actie.

(4)

Protocol 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 11 april 2017 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt in artikel 1 het volgende lid toegevoegd:

“13.

a)

De EVA-staten nemen met ingang van 11 april 2017 deel aan de activiteiten van de Unie in het kader van het onderstaande begrotingsonderdeel dat in de algemene begroting van de Europese Unie voor het boekjaar 2017 is opgenomen:

Begrotingsonderdeel 02 04 77 03: “Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek”.

b)

Overeenkomstig artikel 82, lid 1, onder a), van de overeenkomst dragen de EVA-staten financieel bij aan de in onder a) bedoelde activiteiten.

c)

De kosten die worden gemaakt door instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen van de EVA-staten voor hun deelname aan de onder a) bedoelde activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 11 april 2017, komen in aanmerking voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen van de EU-lidstaten en overeenkomstig de desbetreffende subsidieovereenkomst of het desbetreffende subsidiebesluit, op voorwaarde dat het Besluit nr. 208/2017 van het Gemengd Comité van de EER van 27 oktober 2017 in werking treedt vóór het einde van de desbetreffende voorbereidende actie.

d)

IJsland en Liechtenstein nemen niet deel aan en leveren geen financiële bijdrage aan de onder a) bedoelde activiteiten.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).

Het is van toepassing met ingang van 11 april 2017.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 oktober 2017.

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

Sabine MONAUNI


(*1)  Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.


Verklaring van de EVA-staten bij Besluit nr. 208/2017 betreffende de wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst tot uitbreiding van de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen tot de deelname van de EVA-staten aan de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek

Bij dit besluit wordt de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen uitgebreid tot de deelname van de EVA-staten aan de voorbereidende actie van de Unie inzake defensieonderzoek. De EVA-staten zijn van oordeel dat defensieaangelegenheden buiten de werkingssfeer van de EER-overeenkomst vallen en dat met de goedkeuring van dit besluit de uitbreiding de werkingssfeer van de EER-overeenkomst tot defensieaangelegenheden niet verder gaat dat de deelname van de EVA-staten aan deze voorbereidende actie. Voorts wordt door de EVA-staten nadrukkelijk erop gewezen dat IJsland en Liechtenstein niet deelnemen aan en geen financiële bijdrage leveren aan deze voorbereidende actie.


Rectificaties

22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/25


Rectificatie van Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG

( Publicatieblad van de Europese Unie L 127 van 29 april 2014 )

1.

Bladzijde 56, artikel 2, lid 1, zevende streepje:

in plaats van:

“—

trekkers op wielen van categorie T5 die vooral op de openbare weg worden gebruikt en die een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van meer dan 40 km/h hebben.”,

lezen:

“—

trekkers op wielen van categorie T5 die voornamelijk op de openbare weg worden gebruikt en die een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van meer dan 40 km/h hebben.”.

2.

Bladzijde 58, artikel 3, punt 9:

in plaats van:

“9.   “technische controle”: een inspectie overeenkomstig bijlage I die is ontworpen om na te gaan of een voertuig veilig kan worden gebruikt op de openbare weg en of het aan de voorgeschreven en verplichte veiligheids- en milieukenmerken voldoet;”,

lezen:

“9.   “technische controle”: een inspectie overeenkomstig bijlage I die is ontworpen om te garanderen dat een voertuig veilig kan worden gebruikt op de openbare weg en of het aan de voorgeschreven en verplichte veiligheids- en milieukenmerken voldoet;”.

3.

Bladzijde 60, artikel 6, lid 2, tweede alinea:

in plaats van:

“De controle wordt uitgevoerd met de beschikbare technieken en uitrusting en zonder gereedschap om voertuigonderdelen te ontmantelen of te verwijderen.”,

lezen:

“De controle wordt uitgevoerd met de huidige beschikbare technieken en apparatuur en zonder gebruik van gereedschap om voertuigonderdelen te ontmantelen of te verwijderen.”.

4.

Bladzijde 62, artikel 14, lid 2, eerste alinea:

in plaats van:

“2.   Een toezichthoudend orgaan vervult ten minste de taken waarin in bijlage IV, punt 1, wordt voorzien en voldoet aan de in punt 2 en 3 van dezelfde bijlage neergelegde vereisten.”,

lezen:

“2.   Een toezichthoudend orgaan vervult ten minste de taken waarin in bijlage V, punt 1, wordt voorzien en voldoet aan de in punten 2 en 3 van dezelfde bijlage neergelegde vereisten.”.

5.

Bladzijde 62, artikel 14, lid 4:

in plaats van:

“4.   De in de leden 2 en 3 van dit artikel genoemde vereisten worden geacht te zijn vervuld in door lidstaten die vereisen dat controlecentra worden geaccrediteerd op grond van Verordening (EG) nr. 765/2008.”,

lezen:

“4.   De in de leden 2 en 3 van dit artikel genoemde vereisten worden geacht te zijn vervuld door lidstaten die vereisen dat controlecentra worden geaccrediteerd op grond van Verordening (EG) nr. 765/2008.”.

6.

Op bladzijde 67, bijlage I, punt 3, wordt de tabel vervangen door onderstaande tabel:

“Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

0.   IDENTIFICATIE VAN HET VOERTUIG

0.1.

Kentekenplaten, indien dit in de eisen is voorgeschreven1

Visuele controle.

a)

Kentekenplaat (-platen) ontbreekt (ontbreken) of zit(ten) zo los dat de plaat (platen) ervan af zou(den) kunnen vallen.

 

X

 

b)

Opschrift ontbreekt of is onleesbaar.

 

X

 

c)

Is niet in overeenstemming met voertuigdocumenten of geregistreerde gegevens.

 

X

 

0.2.

Voertuigidentificatie-/chassis-/serienummer

Visuele controle.

a)

Ontbreekt of is onvindbaar.

 

X

 

b)

Onvolledig, onleesbaar, duidelijk vervalst, of komt niet overeen met de voertuigdocumenten.

 

X

 

c)

Onleesbare voertuigdocumenten of onnauwkeurige gegevens.

X

 

 

1.   REMUITRUSTING

1.1.   Mechanische toestand en werking

1.1.1.

Draaipunt van de bedrijfsrem/handrem

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend.

Noot: Voor de controle van voertuigen met een bekrachtigde reminstallatie moet de motor worden afgezet.

a)

Draaipunt zit te strak.

 

X

 

b)

Vertoont te veel slijtage/speling.

 

X

 

1.1.2.

Staat en slag van het bedieningspedaal/de handrem

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend.

Noot: Voor de controle van voertuigen met een bekrachtigde reminstallatie moet de motor worden afgezet.

a)

De vrije slag is te groot of te klein.

 

X

 

b)

Het rempedaal of de handrem komt niet goed vrij.

X

 

 

Functioneert niet goed

 

X

 

c)

Het antisliprubber op het rempedaal ontbreekt, zit los of is door slijtage glad geworden.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.1.3.

Vacuümpomp of compressor en reservoirs

Visuele controle van de onderdelen bij normale werkdruk. Controle hoe lang het duurt totdat het vacuüm of de luchtdruk een veilige waarde heeft bereikt; controle van de werking van de signaalinrichting, de veiligheidsklep voor het gescheiden remcircuit en de overdrukklep.

a)

Er is te weinig druk of vacuüm voor het ten minste viermaal bedienen van de rem nadat het waarschuwingssignaal in werking is getreden (of een meetinstrument gevaar signaleert);

 

X

 

ten minste tweemaal bedienen van de rem nadat het waarschuwingssignaal in werking is getreden (of een meetinstrument gevaar signaleert).

 

 

X

b)

Het tot stand komen van de benodigde druk of vacuüm voor het bereiken van veilige waarden duurt te lang volgens de vereisten1.

 

X

 

c)

De veiligheidsklep voor het gescheiden remcircuit of overdrukklep functioneert niet.

 

X

 

d)

Er is duidelijk drukverlies ten gevolge van luchtlekkage of er is waarneembare luchtlekkage.

 

X

 

e)

Er is uitwendige schade die het functioneren van de reminstallatie negatief kan beïnvloeden.

 

X

 

Prestaties van de hulprem onvoldoende.

 

 

X

1.1.4.

Lagedrukverklikker of manometer

Functionele controle.

Verklikker of manometer werkt slecht of is defect.

X

 

 

Lage druk kan niet worden vastgesteld.

 

X

 

1.1.5.

Handbediende remregelklep

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend.

a)

De regelklep vertoont barsten, beschadiging of te grote slijtage.

 

X

 

b)

De bediening is niet goed op de klep bevestigd of de klep zit los.

 

X

 

c)

De koppelingen zitten los of het systeem lekt.

 

X

 

d)

Functioneert niet behoorlijk.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.1.6.

Parkeerremregelaar, bedieningshendel, parkeerremvergrendeling, elektronische parkeerrem

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend.

a)

De vergrendeling blijft niet goed vastzitten.

 

X

 

b)

Slijtage aan de scharnierpin van de hefboom of de vergrendeling vertoont slijtage.

X

 

 

Buitensporige slijtage.

 

X

 

c)

Te grote beweeglijkheid van de hendel wijst op een verkeerde afstelling.

 

X

 

d)

Regelaar ontbreekt, is beschadigd of werkt niet.

 

X

 

e)

Slechte werking, verklikker defect.

 

X

 

1.1.7.

Remkleppen (voetkleppen, ontluchtingsventielen, regelkleppen)

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend.

a)

Klep is beschadigd of er is een te grote luchtlekkage.

 

X

 

Functioneert niet goed.

 

 

X

b)

Het olieverlies uit de compressor is te groot.

X

 

 

c)

Klep zit los of is slecht gemonteerd.

 

X

 

d)

Verlies of lekkage van hydraulische vloeistof.

 

X

 

Functioneert niet goed.

 

 

X

1.1.8.

Koppelingskoppen voor aanhangwagenremsystemen (elektrisch en pneumatisch)

Koppel en ontkoppel de koppelingskoppen van de reminstallatie tussen het trekkende voertuig en de aanhangwagen.

a)

Kraan of zelfsluitende klep defect.

X

 

 

Functioneert niet goed.

 

X

 

b)

Kraan of klep zit los of is slecht gemonteerd.

X

 

 

Functioneert niet goed.

 

X

 

c)

Ernstige lekkage.

 

X

 

Functioneert niet goed.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

d)

Functioneert niet correct.

 

X

 

Werking van de rem aangetast.

 

 

X

1.1.9.

Energie- en drukreservoir

Visuele controle.

a)

Reservoir is licht beschadigd of enigszins verroest.

X

 

 

Reservoir ernstig beschadigd, is verroest of lekt.

 

X

 

b)

Werking ontwateringsventiel is aangetast.

X

 

 

Geen werking ontwateringsventiel.

 

X

 

c)

Reservoir zit los of is slecht gemonteerd.

 

X

 

1.1.10.

Rembekrachtiging, hoofdcilinder (hydraulische systemen)

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

De rembekrachtiging is defect of werkt niet goed.

 

X

 

Inrichting werkt niet.

 

 

X

b)

De hoofdcilinder is defect, maar de rem werkt nog.

 

X

 

De hoofdcilinder is defect of lekt.

 

 

X

c)

De hoofdcilinder zit los, maar de rem werkt nog.

 

X

 

De hoofdcilinder zit los.

 

 

X

d)

Onvoldoende remvloeistof, onder MIN-teken.

X

 

 

Remvloeistof ver onder het MIN-teken.

 

X

 

Geen remvloeistof zichtbaar.

 

 

X

e)

De dop van het reservoir van de hoofdcilinder ontbreekt.

X

 

 

f)

Het controlelampje voor de remvloeistof licht op of is defect.

X

 

 

g)

Het waarschuwingssignaal met betrekking tot het remvloeistofniveau werkt slecht.

X

 

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.1.11.

Niet-flexibele remleidingen

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

Er is dreigend gevaar voor defecten en breuken.

 

 

X

b)

Leidingen of koppelingen lekken (pneumatische remsystemen).

 

X

 

Leidingen of koppeling lekken (hydraulische remsystemen).

 

 

X

c)

Leidingen vertonen beschadiging of te veel corrosie.

 

X

 

Tast de werking van de remmen aan door blokkering of een dreigend risico van lekkage.

 

 

X

d)

Leidingen zijn verkeerd gemonteerd.

X

 

 

Risico van schade.

 

X

 

1.1.12.

Flexibele remleidingen

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

Er is dreigend gevaar voor defecten en breuken.

 

 

X

b)

De slangen zijn beschadigd, gescheurd, gedraaid of te kort.

X

 

 

Slangen zijn beschadigd of gescheurd.

 

X

 

c)

Slangen of koppelingen lekken (pneumatische remsystemen).

 

X

 

Slangen of koppelingen lekken (hydraulische remsystemen).

 

 

X

d)

Slangen vertonen door de druk veroorzaakte verwijdingen.

 

X

 

Koord beschadigd.

 

 

X

e)

Slangen zijn poreus.

 

X

 

1.1.13.

Remvoeringen en blokken

Visuele controle.

a)

Remvoering of -blok vertoont te veel slijtage (minimumteken zichtbaar).

 

X

 

Remvoering of -blok vertoont te veel slijtage (minimumteken niet zichtbaar).

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

b)

Remvoering of -blok is vuil (olie, vet enz.).

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

c)

Remvoering of -blok is niet aanwezig of verkeerd gemonteerd.

 

 

X

1.1.14.

Remtrommels en -schijven

Visuele controle.

a)

Trommel of schijf vertoont slijtage

 

X

 

Trommel of schijf vertoont te veel slijtage, te veel kerven, gescheurd, zit los of is gebroken.

 

 

X

b)

Trommel of schijf is vuil (olie, vet enz.).

 

X

 

Remvermogen aangetast

 

 

X

c)

Trommel of schijf ontbreekt.

 

 

X

d)

Ankerplaat zit los.

 

X

 

1.1.15.

Remkabels, stangen, hefbomen, overbrenging

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

Kabel is beschadigd of geknikt.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

b)

Onderdeel vertoont te veel slijtage of corrosie.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

c)

Kabel, stang of verbinding onveilig

 

X

 

d)

Kabelgeleiding is defect.

 

X

 

e)

Bewegingsvrijheid van de reminstallatie wordt belemmerd.

 

X

 

f)

Abnormale beweeglijkheid van de hendels/overbrenging wijst op slechte afstelling of te veel slijtage.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.1.16.

Remcilinders (veerremcilinders of hydraulische remcilinders inbegrepen)

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

Cilinder gescheurd of beschadigd.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

b)

Cilinder lekt.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

c)

Cilinder zit los of is niet goed gemonteerd.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

d)

Cilinder vertoont te veel corrosie.

 

X

 

Kans op scheuren.

 

 

X

e)

De slag van de zuiger of van het diafragmamechanisme is te klein of te groot.

 

X

 

Remprestaties aangetast (gebrek aan bewegingsruimte).

 

 

X

f)

Stofkap beschadigd.

X

 

 

Stofkap ontbreekt of vertoont te veel beschadiging.

 

X

 

1.1.17.

Automatische lastafhankelijke remkrachtregelaar

Visuele controle van de onderdelen terwijl de reminstallatie wordt bediend, indien mogelijk.

a)

Overbrenging is defect.

 

X

 

b)

Overbrenging is niet juist afgesteld.

 

X

 

c)

Remkrachtregelaar is geblokkeerd of werkt niet (werking van het ABS).

 

X

 

Remkrachtregelaar is geblokkeerd of werkt niet.

 

 

X

d)

Remkrachtregelaar ontbreekt (indien voorgeschreven).

 

 

X

e)

Missing data plate.

X

 

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

f)

Gegevens zijn niet leesbaar of niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

1.1.18.

Remhefbomen en indicatoren

Visuele controle.

a)

Remhefboom is beschadigd, geblokkeerd of vertoont abnormale beweeglijkheid, te veel slijtage of verkeerde afstelling.

 

X

 

b)

Remhefboom is defect.

 

X

 

c)

Niet correct geïnstalleerd of vervangen.

 

X

 

1.1.19.

Continureminstallatie (indien gemonteerd of voorgeschreven)

Visuele controle.

a)

Onveilige koppelingen of bevestigingen.

X

 

 

Functioneert niet goed.

 

X

 

b)

Installatie is duidelijk defect of ontbreekt.

 

X

 

1.1.20.

Automatische bediening van remmen voor aanhangwagen

Verbreek de remkoppeling tussen trekkend voertuig en aanhangwagen

De rem van de aanhangwagen komt niet automatisch in werking wanneer de koppeling losgekoppeld is.

 

 

X

1.1.21.

Volledige reminstallatie

Visuele controle.

a)

Andere apparatuur (bv. antivriespomp, luchtdroger enz.) vertoont uitwendige beschadiging of te veel corrosie waardoor de reminstallatie minder goed werkt.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X

b)

Luchtlekkage of antivrieslekkage.

X

 

 

Systeemfunctionaliteit aangetast.

 

X

 

c)

Onderdelen zitten los of zijn slecht gemonteerd.

 

X

 

d)

Onveilige wijziging van een onderdeel3.

 

X

 

Remvermogen aangetast.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.1.22.

Testkoppelingen (indien gemonteerd of voorgeschreven)

Visuele controle.

a)

Ontbreekt.

 

X

 

b)

Beschadigd.

X

 

 

Onbruikbaar of lekkend.

 

X

 

1.1.23.

Oplooprem

Visuele controle en controle door bediening.

Onvoldoende efficiënt.

 

X

 

1.2.   Remkracht en bedrijfszekerheid van de bedrijfsrem

1.2.1.

Remkracht

Trap de rem geleidelijk in tot de maximale opgevoerde kracht tijdens een test op een remtestmachine, of indien onmogelijk tijdens een test op de weg.

a)

Onvoldoende remkracht op een of meer wielen.

 

X

 

Geen remkracht op een of meer wielen.

 

 

X

b)

De remkracht van een wiel is minder dan 70 % van de maximale geregistreerde remkracht voor het andere wiel op dezelfde as. Of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

 

X

 

De remkracht van een wiel is minder dan 50 % van de maximaal geregistreerde remkracht van het andere wiel op dezelfde as in geval van gestuurde assen.

 

 

X

c)

De remkracht loopt niet geleidelijk op (blokkering).

 

X

 

d)

Abnormaal hoge reactietijd van een wiel.

 

X

 

e)

Remkracht vertoont te grote schommelingen tijdens een volledige wielwenteling.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.2.2.

Efficiëntie

Test met een remtestmachine of, indien door technische redenen een dergelijke machine niet kan worden gebruikt, een test op de weg met een registrerende vertragingsmeter om het rempercentage vast te stellen dat gerelateerd is aan de maximaal toegestane massa of, in het geval van opleggers, aan de som van de toegestane belasting op de assen.

Voertuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton moeten overeenkomstig de ISO 21069-normen of gelijkwaardige methoden worden gecontroleerd.

Testen op de weg moeten worden uitgevoerd onder droge weersomstandigheden op een vlakke, rechte weg.

Levert niet minstens de volgende waarden op (1):

1.

Voertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd na 1.1.2012:

Categorie M1: 58 %

Categorieën M2 en M3: 50 %

Categorie N1: 50 %

Categorieën N2 en N3: 50 %

Categorieën O2, O3 en O4:

voor opleggers: 45 % (2)

voor aanhangwagens met trekstang: 50 %

 

X

 

2.

Voertuigen die voor het eerst zijn geregistreerd voor 1.1.2012:

Categorieën M1, M2 en M3: 50 % (3)

Categorie N1: 45 %

Categorieën N2 en N3: 43 % (4)

Categorieën O2, O3 en O4: 40 % (5)

 

X

 

3.

Andere categorieën:

Categorieën L (beide remmen samen):

Categorie L1e: 42 %

Categorie L2e, L6e: 40 %

Categorie L3e: 50 %

Categorie L4e: 46 %

Categorie L5e, L7e: 44 %

Categorieën L (achterwielrem):

25 % van totale voertuigmassa

 

X

 

Minder dan 50 % van bovenstaande waarden bereikt.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.3.   Remkracht en bedrijfszekerheid van de hulprem (indien afzonderlijk werkend systeem)

1.3.1.

Remkracht

Indien de hulprem afzonderlijk van de bedrijfsreminstallatie werkt, gebruik de methode in punt 1.2.1.

a)

Onvoldoende remkracht op een of meer wielen.

 

X

 

Geen remkracht op een of meer wielen.

 

 

X

b)

De remkracht van een wiel is minder dan 70 % van de maximale geregistreerde remkracht voor een ander wiel op dezelfde as. Of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

 

X

 

De remkracht van een wiel is minder dan 50 % van de maximaal geregistreerde remkracht van het andere wiel op dezelfde as in geval van gestuurde assen.

 

 

X

c)

De remkracht loopt niet geleidelijk op (blokkering).

 

X

 

1.3.2.

Efficiëntie

Indien de hulprem afzonderlijk van de bedrijfsreminstallatie werkt, gebruik de methode in punt 1.2.2.

Remkracht minder dan 50 % (6) van de remkracht gedefinieerd in punt 1.2.2 in vergelijking met toegelaten maximummassa.

 

X

 

Minder dan 50 % van bovenstaande remkrachtwaarden bereikt.

 

 

X

1.4.   Remkracht en bedrijfszekerheid van de parkeerrem

1.4.1.

Remkracht

Trek de rem aan op een remtestmachine.

Rem werkt niet aan één kant of het voertuig wijkt te veel van een rechte lijn af in het geval van een test op de weg.

 

X

 

Minder dan 50 % van de remkrachtwaarden als bedoeld in punt 1.4.2 bereikt in relatie tot de massa van het voertuig tijdens de controle.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.4.2.

Efficiëntie

Test op een remtestmachine. Als dat niet kan, dan met een test op de weg met een vertragingsmeter die slechts aanduidt of ook registreert, of met het voertuig op een helling met een bekende hellingsgraad.

Geeft voor alle categorieën voertuigen niet een rempercentage van minstens 16 % bij de maximaal toegestane massa, of, voor motorvoertuigen, van minstens12 % bij de maximummassa van de voertuigcombinatie, waarbij moet worden uitgegaan van de grootste waarde.

 

X

 

Minder dan 50 % van bovenstaande remkrachtwaarden bereikt.

 

 

X

1.5.

Continureminstallatie

Visuele controle en, indien mogelijk, testen of de installatie werkt.

a)

Niet regelbaar (niet van toepassing op motorremmen).

 

X

 

b)

Installatie werkt niet.

 

X

 

1.6.

Antiblokkeersysteem (ABS)

Visuele controle en controle van het waarschuwingssignaal en/of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Waarschuwingssignaal is defect.

 

X

 

b)

Waarschuwingssignaal vertoont systeemstoringen.

 

X

 

c)

Wielsnelheidssensoren ontbreken of zijn beschadigd.

 

X

 

d)

Bedrading is beschadigd.

 

X

 

e)

Andere onderdelen ontbreken of zijn beschadigd.

 

X

 

f)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

1.7.

Elektronisch remsysteem (EBS)

Visuele controle en controle van het waarschuwingssignaal en/of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Waarschuwingssignaal is defect.

 

X

 

b)

Waarschuwingssignaal vertoont systeemstoringen.

 

X

 

c)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

1.8.

Remvloeistof

Visuele controle.

Remvloeistof vervuild of bezonken.

 

X

 

Dreigend gevaar op falen.

 

 

X

2.   STUURINRICHTING

2.1.   Mechanische toestand

2.1.1.

Toestand van de stuurinrichting

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting en draai met de wielen van de grond of op draaischijven het stuurwiel tot de aanslag aan beide kanten. Visuele controle van werking van de stuurinrichting.

a)

De werking van de stuurinrichting verloopt ruw.

 

X

 

b)

Stuuras gedraaid of spieassen vertonen slijtage.

 

X

 

Aantasting van de functionaliteit.

 

 

X

c)

Stuuras vertoont te veel slijtage.

 

X

 

Aantasting van de functionaliteit.

 

 

X

d)

Stuuras heeft te veel speling.

 

X

 

Aantasting van de functionaliteit.

 

 

X

e)

Lekt.

X

 

 

Vorming van druppels.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

2.1.2.

Bevestiging van stuurhuis

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting met het gewicht van de wielen van het voertuig op de grond en draai aan het stuur met de wijzers van de klok mee en tegen de wijzers van de klok in of gebruik een wiel spelingsdetector. Visuele controle van de bevestiging van het stuurhuis aan het chassis.

a)

Stuurhuis niet correct bevestigd.

 

X

 

Bevestigingen gevaarlijk los of beweging ten opzichte van het chassis/de carrosserie zichtbaar.

 

 

X

b)

Bevestigingsgaten in het chassis uitgeslagen.

 

X

 

Bevestigingen ernstig aangetast.

 

 

X

c)

Bevestigingsbouten ontbreken of zijn gebroken.

 

X

 

Bevestigingen ernstig aangetast.

 

 

X

d)

Stuurhuis is gebroken.

 

X

 

Stabiliteit van bevestiging of behuizing aangetast.

 

 

X

2.1.3.

Toestand stuuroverbrenging

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting en draai met de wielen op de grond het stuurwiel met de wijzers van de klok mee en tegen de wijzers van de klok in of gebruik een wiel spelingsdetector. Visuele controle of de stuuronderdelen geen slijtage, breuken of veiligheidsproblemen vertonen.

a)

Relatieve beweging tussen onderdelen die vast zouden moeten zitten.

 

X

 

Buitensporige beweging of grote kans op losraken.

 

 

X

b)

Verbindingen vertonen te veel slijtage.

 

X

 

Groot gevaar op losraken.

 

 

X

c)

Onderdelen zijn gebroken of vervormd.

 

X

 

Negatieve gevolgen voor de aantasting van de functionaliteit.

 

 

X

d)

Borgmiddelen niet aanwezig.

 

X

 

e)

Foutieve uitlijning van de onderdelen (bv. spoorstang of stuurstang).

 

X

 

f)

Onveilige modificatie3

 

X

 

Negatieve gevolgen voor de aantasting van de functionaliteit.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

g)

Stofkap beschadigd of versleten.

X

 

 

Stofkap ontbreekt of is ernstig versleten.

 

X

 

2.1.4.

Werking stuuroverbrenging

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting met de wielen op de grond en draai het stuurwiel met de wijzers van de klok mee en tegen de wijzers van de klok in of gebruik een wiel spelingsdetector. Visuele controle of de stuuronderdelen geen slijtage, breuken of veiligheidsproblemen vertonen.

a)

De bewegende stuuroverbrenging schuurt tegen een onderdeel dat aan het chassis vastzit.

 

X

 

b)

Stuuraanslag werkt niet of ontbreekt.

 

X

 

2.1.5.

Stuurbekrachtiging

Contoleer de stuurinrichting op lekkage en controleer het peil van de hydraulische vloeistof in het reservoir (indien zichtbaar). Controleer met de wielen op de grond, en draaiende motor of de stuurbekrachtiging werkt.

a)

Vloeistof lekkage of werking aangetast.

 

X

 

b)

Onvoldoende vloeistof, onder MIN-teken.

X

 

 

Ontoereikend reservoir.

 

X

 

c)

Mechanisme werkt niet.

 

X

 

Besturing aangetast.

 

 

X

d)

Mechanisme is gebroken of zit los.

 

X

 

Besturing aangetast

 

 

X

e)

Foutieve uitlijning of schurende onderdelen.

 

X

 

Besturing aangetast.

 

 

X

f)

Onveilige modificatie3.

 

X

 

Besturing aangetast.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

g)

Leidingen/slangen vertonen beschadiging of te veel corrosie.

 

X

 

Besturing aangetast.

 

 

X

2.2.   Stuur, stuurkolom

2.2.1.

Toestand van het stuur

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting met het gewicht van het voertuig op de grond, duw en trek aan het stuur in een rechte lijn ten opzichte van de stuurkolom, duw het stuur in verschillende richtingen met rechte hoeken ten opzichte van de kolom/voorvork. Visuele controle van de speling en de toestand van flexibele koppelingen of kruiskoppelingen.

a)

Relatieve beweging tussen stuur en stuurkolom die wijst op losraken.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losschieten.

 

 

X

b)

Bevestiging op stuurwielnaaf ontbreekt.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losschieten.

 

 

X

c)

Stuurwielnaaf, -rand of -spaken vertonen breuken of zitten los.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losschieten.

 

 

X

2.2.2.

Stuurwiel/kruiskoppelingen en vorken en stuurdempers

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting met het gewicht van het voertuig op de grond, duw en trek aan het stuur in een rechte lijn ten opzichte van de stuurkolom, duw het stuur in verschillende richtingen met rechte hoeken ten opzichte van de kolom/voorvork. Visuele controle van de speling en de toestand van flexibele koppelingen of kruiskoppelingen.

a)

Midden van het stuur beweegt te veel op- of neerwaarts.

 

X

 

b)

Bovendeel van kolom beweegt te veel radiaal van de kolomas.

 

X

 

c)

Flexibele koppeling is stuk.

 

X

 

d)

Bevestiging is defect.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losschieten.

 

 

X

e)

Onveilige modificatie3

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

2.3.

Speling in de stuurinrichting

Plaats het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting met het gewicht van het voertuig op de wielen de motor, indien mogelijk, draaiend bij voertuigen met stuurbekrachtiging en met de wielen in rechte positie. Draai het stuurwiel licht en zo ver mogelijk met de wijzers van de klok mee en tegen de wijzers van de klok in zonder de wielen te bewegen. Visuele controle van de vrije beweging.

Te veel speling bij het sturen, bijv. een bepaald punt op de rand overschrijdt bij beweging een vijfde van de diameter van het stuurwiel of beweegt niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

Besturing aangetast.

 

 

X

2.4.

Wieluitlijning (X)2

Controleer de uitlijning van de bestuurde wielen met de juiste apparatuur.

Uitlijning niet in overeenstemming met de informatie of de vereisten van de fabrikant1

X

 

 

Rechtdoor rijden aangetast; verminderde richtingstabiliteit.

 

X

 

2.5.

Draaikrans van de aanhangwagen

Visuele controle of met gebruik van een wiel spelingsdetector.

a)

Onderdeel enigszins beschadigd.

 

X

 

Onderdeel vertoont zware beschadiging of barsten.

 

 

X

b)

Te veel speling.

 

X

 

Rechtdoor rijden aangetast; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

c)

Bevestiging is defect.

 

X

 

Bevestiging ernstig aangetast.

 

 

X

2.6.

Elektronische stuurbekrachtiging (EPS)

Visuele controle en controle van de consistentie tussen de hoek van het stuurwiel en de hoek van de wielen bij het aan- en uitzetten van de motor en/of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Het waarschuwingslampje van de EPS-stuurbekrachtiging wijst op een defect in de installatie.

 

X

 

b)

Inconsistentie tussen de hoek van het stuurwiel en de hoek van de wielen.

 

X

 

Besturing aangetast

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Bekrachtiging werkt niet.

 

X

 

d)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

3.   ZICHT

3.1.

Gezichtsveld

Visuele controle vanaf de bestuurderszitplaats.

Obstakel in het gezichtsveld van de bestuurder dat het zicht naar voren of opzij aanzienlijk belemmert (buiten schoonmaakgebied van de ruitenwissers).

X

 

 

Binnen schoonmaakgebied van de ruitenwissers verminderd zicht en buitenspiegels niet zichtbaar.

 

X

 

3.2.

Toestand van de ruiten

Visuele controle.

a)

Ruiten of transparante panelen (indien toegestaan) zijn gebarsten of verkleurd (buiten schoonmaakgebied van de ruitenwissers).

X

 

 

Binnen schoonmaakgebied van de ruitenwissers verminderd zicht en buitenspiegels niet zichtbaar.

 

X

 

b)

Ruiten of transparante panelen (reflecterende of gekleurde folie inbegrepen) zijn niet in overeenstemming met de vereisten1, (buiten schoonmaakgebied van de ruitenwissers).

X

 

 

Binnen schoonmaakgebied van de ruitenwissers verminderd zicht en buitenspiegels niet zichtbaar.

 

X

 

c)

Ruiten of transparante panelen in onaanvaardbare toestand.

 

X

 

Zichtbaarheid binnen schoonmaakgebied van de ruitenwissers ernstig aangetast.

 

 

X

3.3.

Achteruitkijkspiegels of inrichtingen

Visuele controle.

a)

Spiegel of inrichting ontbreekt of is niet bevestigd volgens de vereisten1 (ten minste twee achteruitkijkmogelijkheden beschikbaar).

 

X

 

Minder dan twee achteruitkijkmogelijkheden beschikbaar.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

b)

Spiegel of inrichting licht beschadigd of los.

X

 

 

Spiegel of inrichting werkt niet, is zwaar beschadigd, zit los of onveilig.

 

X

 

c)

Noodzakelijk blikveld is er niet.

 

X

 

3.4.

Ruitenwissers

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Wissers werken niet, ontbreken of zijn niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Wisserblad is defect.

X

 

 

Wisserblad ontbreekt of is duidelijk defect.

 

X

 

3.5.

Ruitensproeiers

Visuele controle en controle door bediening.

Sproeiers werken niet adequaat (gebrek aan vloeistof maar de pomp werkt, of waterstraal verkeerd afgesteld).

X

 

 

Sproeiers werken niet.

 

X

 

3.6.

Ontwasemingssysteem (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

Systeem werkt niet of is duidelijk defect.

X

 

 

4.   LICHTEN, REFLECTERENDE INRICHTINGEN EN ELEKTRISCHE INSTALLATIES

4.1.   Koplampen

4.1.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Het licht/de lichtbron is defect of ontbreekt (meerdere lampen/lichtbronnen); in geval van led werkt minder dan 1/3 niet.

X

 

 

Eén enkel(e) licht/lichtbron; in geval van led ernstig aangetaste zichtbaarheid.

 

X

 

b)

Projectiesysteem (reflector en lens) is licht defect.

X

 

 

Projectiesysteem (reflector en lens) is ernstig defect of ontbreekt.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

 

X

 

4.1.2.

Afstelling

Bepaal het horizontale eindpunt van elke koplamp bij gedimd licht met behulp van een speciaal hiervoor bestemd toestel of een scherm of met gebruik van de elektronische voertuiginterface.

a)

Het eindpunt van de koplamp ligt niet binnen de grenzen die in de vereisten zijn bepaald1.

 

X

 

b)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

4.1.3.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten1 (aantal oplichtende koplampen op hetzelfde moment).

X

 

 

Overschrijding van de maximaal toegestane lichthelderheid aan de voorkant.

 

X

 

b)

Verminderde functie van schakelaar.

 

X

 

c)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

4.1.4.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Producten op lens of lichtbron die de lichthelderheid duidelijk verminderen of de kleur van het licht wijzigen.

 

X

 

c)

Lichtbron en lamp zijn niet compatibel.

 

X

 

4.1.5.

Verstelinrichting (indien verplicht)

Visuele controle en indien mogelijk controle door bediening, of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Inrichting werkt niet.

 

X

 

b)

Manuele inrichting kan niet vanaf de bestuurderszitplaats worden bediend.

 

X

 

c)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

4.1.6.

Koplamp reinigingsinstallatie (indien verplicht)

Visuele controle en indien mogelijk controle door bediening.

Inrichting werkt niet.

X

 

 

In het geval van gasontladingslampen:

 

X

 

4.2.   Voor- en achterlichten, breedtelichten en zijmarkeringslichten en markeringslichten

4.2.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lichtbron licht defect.

 

X

 

b)

Lens is defect.

 

X

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.2.2.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten (1).

 

X

 

Achterlichten en zijmarkeringslichten kunnen worden uitgeschakeld wanneer de koplampen aan staan.

 

X

 

b)

Verminderde functie van schakelaar.

 

X

 

4.2.3.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Rood licht aan de voorzijde en wit licht aan de achterzijde; sterk verminderde lichthelderheid.

 

X

 

b)

Producten op lens of lichtbron die de lichthelderheid verminderen of de kleur van het licht wijzigen.

X

 

 

Rood licht aan de voorzijde en wit licht aan de achterzijde; sterk verminderde lichthelderheid.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

4.3.   Remlichten

4.3.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lichtbron defect (meerdere lichtbronnen; in geval van led werkt minder dan 1/3 niet)

X

 

 

Eén enkele lichtbron; in geval van led werkt minder dan 2/3.

 

X

 

Alle lichtbronnen defect.

 

 

X

b)

Licht defecte lens (geen invloed op uitgestraald licht)

X

 

 

Ernstig defecte lens (invloed op uitgestraald licht).

 

X

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.3.2.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening of met gebruikmaking van elektronische voertuiginterface.

a)

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Vertraagde werking.

 

X

 

Geen enkele werking.

 

 

X

b)

Verminderde functie van schakelaar.

 

X

 

c)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

d)

Het noodremlicht functioneert niet of niet correct.

 

X

 

4.3.3.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten (1).

X

 

 

Wit licht aan de achterzijde; sterk verminderde lichthelderheid.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

4.4.   Richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten

4.4.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lichtbron defect (meerdere lichtbronnen; in geval van led werkt tot 1/3 niet).

X

 

 

Eén enkele lichtbron; in geval van led werkt minder dan 2/3.

 

X

 

b)

Licht defecte lens (geen invloed op uitgestraald licht).

X

 

 

Ernstig defecte lens (invloed op uitgestraald licht).

 

X

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.4.2.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening.

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Geen enkele werking.

 

X

 

4.4.3.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

4.4.4.

Knippersnelheid

Visuele controle en controle door bediening.

Knippersnelheid is niet in overeenstemming met de vereisten1 (frequentie wijkt meer dan 25 % af).

X

 

 

4.5.   Mistlichten voor en achter

4.5.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lichtbron defect (meerdere bronnen; in geval van led werkt minder dan 1/3 niet).

X

 

 

Eén enkele lichtbron; in geval van led werkt minder dan 2/3.

 

X

 

b)

Licht defecte lens (geen invloed op uitgestraald licht).

X

 

 

Ernstig defecte lens (invloed op uitgestraald licht).

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt of tegemoetkomend verkeer verblindt.

 

X

 

4.5.2.

Afstelling (X)2

Door bediening en met het gebruik van een koplamptestapparaat.

Mistlicht vooraan schijnt niet meer horizontaal wanneer het lichtpatroon een scheidingslijn heeft (scheidingslijn te laag).

X

 

 

Scheidingslijn boven die van de koplampen.

 

X

 

4.5.3.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening.

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Werkt niet.

 

X

 

4.5.4.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Inrichting werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

4.6.   Achteruitrijlichten

4.6.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lichtbron defect.

X

 

 

b)

Lens is defect.

X

 

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.6.2.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Licht, kleur van het licht, positie, helderheid of markering niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Inrichting werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

4.6.3.

Schakelaars

Visuele controle en controle door bediening.

Schakelaar werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Achteruitrijlicht kan worden aangezet zonder dat de versnelling in zijn achteruit is gezet.

 

X

 

4.7.   Achterkentekenplaatverlichting

4.7.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Lamp werpt rechtstreeks, of wit licht naar achteren.

X

 

 

b)

Lichtbron defect. Meerdere lichtbronnen.

X

 

 

Lichtbron defect. Eén enkele lichtbron.

 

X

 

c)

Lamp is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.7.2.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

Inrichting werkt niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

4.8.   Retroreflectoren, veiligheidsmarkeringen (retroreflecterend) en markeringsborden

4.8.1.

Toestand

Visuele controle.

a)

Reflecterende inrichting is defect of beschadigd.

X

 

 

Reflecterende werking aangetast.

 

X

 

b)

Reflector is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zou eraf kunnen vallen.

 

X

 

4.8.2.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle.

Toestel, gereflecteerde kleur of positie is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Ontbreekt of reflecterende rode kleur aan de voorzijde of witte kleur aan de achterzijde.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

4.9.   Verklikkersignalen voor lichtinrichting

4.9.1.

Toestand en werking

Visuele controle en controle door bediening.

Werkt niet.

X

 

 

Werkt niet voor niet-gedimd licht of een mistlamp aan de achterzijde.

 

X

 

4.9.2.

Overeenstemming met vereisten1

Visuele controle en controle door bediening.

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

4.10.

Elektrische verbindingen tussen trekkend voertuig en aanhangwagen of oplegger

Visuele controle: onderzoek indien mogelijk de elektrische continuïteit van de verbinding.

a)

Vaste onderdelen zijn niet stevig bevestigd.

X

 

 

Losse contactdoos.

 

X

 

b)

Isolatie is beschadigd of stuk.

X

 

 

Kan kortsluiting veroorzaken.

 

X

 

c)

De elektrische verbindingen van de aanhangwagen of het trekkend voertuig functioneren niet correct.

 

X

 

Remlichten van aanhangwagen werken in het geheel niet.

 

 

X

4.11.

Elektrische bedrading

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting, ook in het motorcompartiment (indien van toepassing).

a)

Bedrading zit los of is niet goed beveiligd.

X

 

 

Bevestigingen los, draden raken scherpe randen, grote kans dat connectoren losraken.

 

X

 

Grote kans dat bedrading hete delen, roterende onderdelen of de grond raakt, connectoren zijn ontkoppeld (relevante onderdelen voor remmen, sturen).

 

 

X

b)

Bedrading is licht versleten.

X

 

 

Bedrading is sterk versleten.

 

X

 

Bedrading is extreem versleten (relevante onderdelen voor remmen, sturen).

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Isolatie is beschadigd of stuk.

X

 

 

Kan kortsluiting veroorzaken.

 

X

 

Hoog brandrisico, ontstaan van vonken.

 

 

X

4.12.

Niet-verplichte lichten en retroreflectoren (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Een licht/retroreflector is niet in overeenstemming met de vereisten bevestigd1.

X

 

 

Uitstralend/reflecterend rood licht aan de voorzijde of wit licht aan de achterzijde.

 

X

 

b)

Bediening van het licht is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Aantal koplampen, dat tegelijk werkt, overschrijdt de toegestane lichthelderheid; uitstralend rood licht aan de voorzijde of wit licht aan de achterzijde.

 

X

 

c)

Licht/retroreflector is niet stevig bevestigd.

X

 

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

X

 

4.13.

Accu('s)

Visuele controle.

a)

Zit los.

X

 

 

Niet correct bevestigd; Kan kortsluiting veroorzaken.

 

X

 

b)

Lekt.

X

 

 

Verlies van gevaarlijke stoffen.

 

X

 

c)

Schakelaar (indien vereist) is defect.

 

X

 

d)

Zekeringen (indien vereist) zijn defect.

 

X

 

e)

Onvoldoende luchtcirculatie (indien vereist).

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

5.   ASSEN, WIELEN, BANDEN EN OPHANGING

5.1.   Assen

5.1.1.

Assen

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton.

a)

As is gebroken of vervormd.

 

 

X

b)

As is niet goed aan het voertuig bevestigd.

 

X

 

Verminderde stabiliteit, functionaliteit aangetast: Te veel beweging ten opzichte van bevestigingspunten.

 

 

X

c)

Onveilige modificatie3.

 

X

 

Verminderde stabiliteit, functionaliteit aangetast, onvoldoende afstand tot andere onderdelen of de grond.

 

 

X

5.1.2.

Asstomp

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton. Oefen verticale of zijdelingse kracht uit op elk wiel en noteer de mate van beweging tussen het aslichaam en de fusee.

a)

Asstomp is gebroken.

 

 

X

b)

Fuseepen en/of bussen vertonen te veel slijtage.

 

X

 

Grote kans op losraken; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

c)

Te veel beweging tussen asstomp en ashuis.

 

X

 

Grote kans op losraken; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

d)

De fusee zit los in as.

 

X

 

Grote kans op losraken; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

5.1.3.

Wiellagers

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton. Schud het wiel of oefen zijdelingse kracht uit op elk wiel en noteer de mate van opwaartse beweging van het wiel ten opzichte van de fusee.

a)

Te veel speling in een wiellager.

 

X

 

Verminderde richtingstabiliteit; gevaar van kapotgaan.

 

 

X

b)

Wiellager zit te strak of is geblokkeerd.

 

X

 

Gevaar van oververhitting; gevaar van kapotgaan.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

5.2.   Wielen en banden

5.2.1.

Wielnaaf

Visuele controle.

a)

Moeren of bouten van het wiel ontbreken of zitten los.

 

X

 

Ontbrekende bevestiging of deze zit zo los dat de verkeersveiligheid ernstig wordt aangetast.

 

 

X

b)

Naaf vertoont slijtage of beschadiging.

 

X

 

Naaf vertoont slijtage of beschadiging op een zodanige wijze dat de veilige bevestiging van wielen wordt aangetast.

 

 

X

5.2.2.

Wielen

Visuele controle van beide zijden van elk wiel met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting.

a)

Breuken of ondeugdelijk laswerk.

 

 

X

b)

Velgringen niet correct bevestigd.

 

X

 

Grote kans op losraken.

 

 

X

c)

Wiel is ernstig vervormd of versleten.

 

X

 

Veilige bevestiging aan de naaf aangetast; veilige bevestiging van band aangetast.

 

 

X

d)

Wielmaat, ontwerp, compatibiliteit of -soort niet in overeenstemming met de vereisten1 en is niet veilig.

 

X

 

5.2.3.

Banden

Visuele controle van de volledige band door ofwel het wiel te draaien met het voertuig van de grond boven een inspectieput of op een hefinrichting of door het voertuig achteruit en vooruit boven een inspectieput te rijden.

a)

Bandenmaat, laadvermogen, goedkeuringsmerk of snelheidscategorie is niet in overeenstemming met de vereisten1 en tast verkeersveiligheid aan.

 

X

 

Onvoldoende laadvermogen of snelheid voor feitelijk gebruik, band raakt andere vaste onderdelen van het voertuig, waardoor gebruik op de weg minder veilig wordt.

 

 

X

b)

Banden op dezelfde as of dubbel gemonteerde wielen hebben niet dezelfde maat.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Banden op dezelfde as hebben een verschillende structuur (radiaal/diagonaal).

 

X

 

d)

Band vertoont ernstige schade of insnijdingen.

 

X

 

Koord zichtbaar of beschadigd.

 

 

X

e)

Bandenslijtage-indicator wordt zichtbaar.

 

X

 

Diepte van het bandprofiel niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

 

X

f)

Band schuurt tegen andere onderdelen (flexibele opspatafschermingsmiddelen).

X

 

 

Band schuurt tegen andere onderdelen (veilig rijden niet belemmerd).

 

X

 

g)

Geherprofileerde banden die niet aan de voorwaarden voldoen1.

 

X

 

Beschermingslaag koord aangetast.

 

 

X

h)

Controlesysteem voor bandenspanning werkt niet goed of band is duidelijk te zacht.

X

 

 

Werkt duidelijk niet.

 

X

 

5.3.   Ophangingsysteem

5.3.1.

Veren en stabilisator

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton.

a)

Veren zijn niet goed aan het chassis of de as bevestigd.

 

X

 

Relatieve beweging zichtbaar. Bevestigingen veel te los.

 

 

X

b)

Een veeronderdeel is beschadigd of gebroken.

 

X

 

Voornaamste veer (-blad), of overige bladen zeer ernstig aangetast.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

c)

Een veer ontbreekt.

 

X

 

Voornaamste veer (-blad), of overige bladen zeer ernstig aangetast.

 

 

X

d)

Onveilige modificatie3.

 

X

 

Onvoldoende afstand tot andere voertuigonderdelen; veersysteem werkt niet.

 

 

X

5.3.2.

schokdempers

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting of, indien beschikbaar, met het gebruik van speciale apparatuur.

a)

Schokdempers zijn niet goed aan het chassis of de as bevestigd.

X

 

 

Schokdemper los.

 

X

 

b)

Beschadigde schokdemper met sporen van ernstige lekkage of defect.

 

X

 

5.3.2.1.

Controle van de bedrijfszekerheid van demping (X)2

Gebruik speciale apparatuur en vergelijk de verschillen tussen links/rechts.

a)

Er is een aanzienlijk verschil tussen links en rechts.

 

X

 

b)

De gegeven minimumwaarden worden niet bereikt.

 

X

 

5.3.3.

Torsiebuizen, reactiearmen, wieldraagarmen en ophangarmen

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton.

a)

Onderdeel is niet goed aan het chassis of de as bevestigd.

 

X

 

Grote kans op losraken; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

b)

Onderdeel vertoont schade of te veel corrosie.

 

X

 

Stabiliteit van onderdeel verminderd of onderdeel vertoont breuken.

 

 

X

c)

Onveilige modificatie3.

 

X

 

Onvoldoende afstand tot andere voertuigonderdelen; systeem werkt niet.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

5.3.4.

Draaipunten wielophanging

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting. Testbanken voor wielspeling kunnen worden gebruikt en zijn aanbevolen voor voertuigen met een maximummassa van meer dan 3,5 ton.

a)

Fuseepen en/of bussen of draaipunten wielophanging vertonen te veel slijtage.

 

X

 

Grote kans op losraken; verminderde richtingstabiliteit.

 

 

X

b)

De stofkap is ernstig versleten.

X

 

 

De stofkap ontbreekt of vertoont scheuren.

 

X

 

5.3.5.

Luchtvering

Visuele controle.

a)

Systeem werkt niet.

 

 

X

b)

Een onderdeel vertoont beschadiging, is gemodificeerd, of versleten zodat het systeem minder goed werkt.

 

X

 

Werking van het systeem ernstig verminderd.

 

 

X

c)

Het systeem lekt hoorbaar.

 

X

 

6.   CHASSIS EN MET HET CHASSIS VERBONDEN DELEN

6.1.   Chassis of frame en bevestigingen

6.1.1.

Algemene toestand

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting.

a)

Een van de langs- of dwarsliggers vertoont lichte breuken of is licht vervormd.

 

X

 

Een van de langs- of dwarsliggers vertoont ernstige breuken of is sterk vervormd.

 

 

X

b)

Verstevigingsplaten of bevestigingen zitten los.

 

X

 

Meeste bevestigingen los; onvoldoende sterke onderdelen.

 

 

X

c)

Te veel corrosie waardoor het geheel aan stijfheid verliest.

 

X

 

Onvoldoende sterke onderdelen.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.1.2.

Uitlaatpijpen en dempers

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting.

a)

Uitlaatsysteem zit los of lekt.

 

X

 

b)

Emissies komen in de cabine of in het passagiersgedeelte.

 

X

 

Gevaar voor de gezondheid van personen aan boord.

 

 

X

6.1.3.

Brandstoftanks en -leidingen (incl. tanks en brandstofleidingen voor verwarming)

Visuele controle met het voertuig boven een inspectieput of op een hefinrichting, gebruik van apparatuur voor het vaststellen van lekkage in het geval van LPG/CNG/LNG-systemen.

a)

De tank of leidingen zitten los, wat brandgevaar oplevert.

 

 

X

b)

Brandstof lekkage, tankdop ontbreekt of sluit niet goed af.

 

X

 

Brandgevaar; buitensporig verlies van gevaarlijk materiaal.

 

 

X

c)

Gescheurde leidingen.

X

 

 

Beschadigde leidingen.

 

X

 

d)

Brandstofkraan (indien vereist) werkt niet correct.

 

X

 

e)

Brandgevaar door:

lekkende brandstof;

onvoldoende afscherming van brandstoftank of uitlaat;

toestand van het motorcompartiment.

 

 

X

f)

LPG-/CNG/LNG- of waterstofsysteem is niet in overeenstemming met de vereisten, deel van het systeem defect1.

 

 

X

6.1.4.

Bumpers, zijdelingse afscherming en onderrijbeveiliging aan de achterzijde

Visuele controle.

a)

Onderdelen zitten los of zijn beschadigd waardoor zij door (lichte) aanraking kunnen verwonden.

 

X

 

Onderdelen zouden eraf kunnen vallen; functionaliteit ernstig aangetast.

 

 

X

b)

Inrichting is duidelijk niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.1.5.

Bevestiging van het reservewiel (indien aanwezig)

Visuele controle.

a)

Bevestiging is in slechte toestand.

X

 

 

b)

Bevestiging is gebroken of zit los.

 

X

 

c)

Een reservewiel is niet stevig bevestigd.

 

X

 

Zeer groot gevaar dat het eraf valt.

 

 

X

6.1.6.

Mechanische koppeling en trekinrichting

Visuele controle op slijtage en correcte bediening met speciale aandacht voor aanwezige veiligheidsvoorzieningen/of het gebruik van meetapparatuur.

a)

Onderdeel vertoont beschadiging, defecten of gebroken (indien niet in gebruik).

 

X

 

Onderdeel vertoont beschadiging, defecten of gebroken (indien in gebruik).

 

 

X

b)

Onderdeel vertoont te veel slijtage.

 

X

 

Onder de slijtagelimiet.

 

 

X

c)

Bevestiging is defect.

 

X

 

Losse bevestigingen die er gemakkelijk af kunnen vallen.

 

 

X

d)

Veiligheidsvoorziening ontbreekt of werkt niet goed.

 

X

 

e)

Koppelingindicator werkt niet.

 

X

 

f)

Kentekenplaat of licht wordt bedekt (indien niet in gebruik).

X

 

 

Kentekenplaat niet leesbaar (indien niet in gebruik).

 

X

 

g)

Onveilige modificatie3 (secundaire onderdelen).

 

X

 

Onveilige modificatie3 (primaire onderdelen).

 

 

X

h)

Koppeling te zwak.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.1.7.

Overbrenging

Visuele controle.

a)

Borgschroeven zitten los of ontbreken.

 

X

 

Borgschroeven zitten los of ontbreken waardoor de verkeersveiligheid ernstig wordt aangetast.

 

 

X

b)

Aslagering voor overbrenging vertoont te veel slijtage.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losraken of breuken.

 

 

X

c)

Kruiskoppelingen of de overbrengingskettingen of -riemen vertonen te veel slijtage.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losraken of breuken.

 

 

X

d)

Flexibele koppelingskoppen beschadigd.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losraken of breuken.

 

 

X

e)

As is beschadigd of gebogen.

 

X

 

f)

Lagerbehuizing is gebroken of zit los.

 

X

 

Zeer groot gevaar op losraken of breuken.

 

 

X

g)

De stofkap is ernstig versleten.

X

 

 

De stofkap ontbreekt of vertoont scheuren.

 

X

 

h)

Illegale modificatie van de aandrijving.

 

X

 

6.1.8.

Bevestiging van de motor

Visuele controle hoeft niet boven een inspectieput of op een hefinrichting.

Defecte, duidelijk en ernstig beschadigde bevestigingen.

 

X

 

Loszittende of gebroken bevestigingen.

 

 

X

6.1.9

Motorprestaties (X)2

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Regelmodule gewijzigd wat de veiligheid en/of het milieu aantast.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

b)

Motor gewijzigd wat de veiligheid en/of het milieu aantast.

 

 

X

6.2.   Cabine en koetswerk

6.2.1.

Toestand

Visuele controle.

a)

Paneel of onderdeel zit los of is beschadigd en kan verwondingen veroorzaken.

 

X

 

Zou eraf kunnen vallen.

 

 

X

b)

Bovenbouwondersteuning zit los.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X

c)

Uitlaatemissies komen binnen.

 

X

 

Gevaar voor de gezondheid van personen aan boord.

 

 

X

d)

Onveilige modificatie3

 

X

 

Onvoldoende afstand tot roterende of bewegende onderdelen en de weg.

 

 

X

6.2.2.

Bevestiging

Visuele controle boven een inspectieput of op een hefinrichting.

a)

Bovenbouw of cabine zit los.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X

b)

Bovenbouw/cabine zit niet recht op het chassis.

 

X

 

c)

Bevestiging van bovenbouw/cabine op het chassis of de dwarsliggers zit los of ontbreekt en indien symmetrisch.

 

X

 

De bevestiging van het bovenbouw/de cabine op het chassis of de dwarsliggers zit los of ontbreekt wat de veiligheid zeer ernstig aantast.

 

 

X

d)

Bevestigingspunten aan integrale bovenbouwonderdelen vertonen te veel roest.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.2.3.

Portieren en portiervangers

Visuele controle.

a)

Een portier opent en sluit niet correct.

 

X

 

b)

Een portier kan plots opengaan of blijft niet gesloten (schuifdeuren).

 

X

 

Een portier kan plots opengaan of blijft niet gesloten (openslaande deuren).

 

 

X

c)

Portier, scharnieren, portiervangers of stijlen is/zijn stuk.

X

 

 

Portier, scharnieren, portiervangers of stijlen ontbreekt/ontbreken of zit/zitten los.

 

X

 

6.2.4.

Bodem

Visuele controle boven een inspectieput of op een hefinrichting.

Bodem zit los of is stuk.

 

X

 

Onvoldoende stabiliteit.

 

 

X

6.2.5.

Bestuurderszitplaats

Visuele controle.

a)

Zitplaats met defecte structuur.

 

X

 

Losse zitplaats.

 

 

X

b)

Afstelmechanisme functioneert niet correct.

 

X

 

Zitplaats beweegt of rugleuning niet vast te zetten.

 

 

X

6.2.6.

Overige zitplaatsen

Visuele controle.

a)

Zitplaatsen zijn defect of zitten los (secundaire onderdelen).

X

 

 

Zitplaatsen zijn defect of zitten los (hoofdonderdelen).

 

X

 

b)

Zitplaatsen zijn niet bevestigd in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Toegestaan aantal zitplaatsen overschreden; plaatsing niet in overeenstemming met goedkeuring.

 

X

 

6.2.7.

Bedieningsapparatuur voor de bestuurder

Visuele controle en controle door bediening.

Bedieningsapparatuur die nodig is voor de veilige besturing van het voertuig werkt niet correct.

 

X

 

Veilige bediening aangetast.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.2.8.

Cabinetreden

Visuele controle.

a)

Trede of bevestiging zit los.

X

 

 

Onvoldoende stabiliteit.

 

X

 

b)

Toestand van trede of opstapring zou gebruikers kunnen verwonden.

 

X

 

6.2.9.

Andere binnen- en buitenvoorzieningen en uitrusting

Visuele controle.

a)

Bevestiging of andere voorzieningen of inrichtingen zijn defect.

 

X

 

b)

Andere voorzieningen of inrichtingen zijn niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Gemonteerde onderdelen zouden letsel kunnen veroorzaken; veilige werking aangetast.

 

X

 

c)

Hydraulische inrichting lekt.

X

 

 

Buitensporig verlies van gevaarlijk materiaal.

 

X

 

6.2.10.

Spatborden, opspatafschermingsuitrusting

Visuele controle.

a)

Ontbreken, zitten los of zijn ernstig verroest.

X

 

 

Zou letsel kunnen veroorzaken; Zou eraf kunnen vallen.

 

X

 

b)

Onvoldoende afstand tot band/wiel (opspatafscherming).

X

 

 

Onvoldoende afstand tot band/wiel (spatborden).

 

X

 

c)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Onvoldoende afdekking van band.

 

X

 

6.2.11.

Standaard

Visuele controle.

a)

Ontbreekt, zit los of is ernstig verroest.

 

X

 

b)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

c)

Gevaar voor uitklappen als het voertuig in beweging is.

 

 

X


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

6.1.12.

Handgrepen en voetsteunen

Visuele controle.

a)

Ontbreken, zitten los of zijn ernstig verroest.

 

X

 

b)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

7.   DIVERSE UITRUSTINGEN

7.1.   Veiligheidsgordels/sluitingen en gordelspansystemen voor inzittenden

7.1.1.

Veiligheid van de bevestiging van veiligheidsgordels/sluitingen

Visuele controle.

a)

Verankeringspunt is stuk.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X

b)

Verankering zit los.

 

X

 

7.1.2.

Toestand van veiligheidsgordels/sluitingen

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Verplichte veiligheidsgordel ontbreekt of is niet bevestigd.

 

X

 

b)

Veiligheidsgordel is beschadigd.

X

 

 

Scheur of teken van uitrekking.

 

X

 

c)

Veiligheidsgordel is niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

d)

Sluiting van de veiligheidsgordel is beschadigd of werkt niet correct.

 

X

 

e)

Oprolmechanisme van de veiligheidsgordel is beschadigd of werkt niet correct.

 

X

 

7.1.3.

Krachtbegrenzer veiligheidsgordel

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Krachtbegrenzer ontbreekt of is niet aan het voertuig aangepast.

 

X

 

b)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

7.1.4.

Gordelspanners

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Spanner ontbreekt of is niet aan het voertuig aangepast.

 

X

 

b)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

7.1.5.

Airbag

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Airbags zijn duidelijk niet aanwezig of passen niet bij het voertuig.

 

X

 

b)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

c)

Airbag werkt duidelijk niet.

 

X

 

7.1.6.

SRS-systemen (Supplemental Restraint System)

Visuele controle van waarschuwingslampje en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Het waarschuwingslampje van het SRS wijst op een defect in het systeem.

 

X

 

b)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

7.2.

Brandblusser (X)2

Visuele controle.

a)

Ontbreekt.

 

X

 

b)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Indien vereist (bv. taxi's, bussen, touringcars enz.).

 

X

 

7.3.

Sloten en diefstalbeveiliging.

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Apparatuur om te verhinderen dat het voertuig wordt bestuurd, werkt niet.

X

 

 

b)

Defect.

 

X

 

Sluit of blokkeert onaangekondigd.

 

 

X

7.4.

Gevarendriehoek (indien vereist) (X)2

Visuele controle.

a)

Ontbreekt of is onvolledig.

X

 

 

b)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

7.5.

Verbandtrommel (indien vereist) (X)2

Visuele controle.

Ontbreekt, is onvolledig of is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

7.6.

Wielblokken (wiggen) (indien vereist) (X)2

Visuele controle.

Ontbreken of zijn niet in goede toestand, onvoldoende stabiliteit of te klein.

 

X

 

7.7.

Geluidssignaalinrichting

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Werkt niet goed.

X

 

 

Werkt helemaal niet.

 

X

 

b)

Bediening onbetrouwbaar.

X

 

 

c)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Kans dat geluid wordt verward met officiële sirenes.

 

X

 

7.8.

Snelheidsmeter

Visuele controle of door bediening tijdens een test op de weg of door middel van elektronica.

a)

Niet afgesteld in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Ontbreekt, indien vereist.

 

X

 

b)

Verminderde werking.

X

 

 

Werkt helemaal niet.

 

X

 

c)

Kan niet voldoende worden verlicht.

X

 

 

Kan in het geheel niet worden verlicht.

 

X

 

7.9.

Tachograaf (indien aanwezig/vereist)

Visuele controle.

a)

Niet afgesteld in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Werkt niet.

 

X

 

c)

Zegels zijn stuk of ontbreken.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

d)

Installatieplaat ontbreekt, is onleesbaar of verlopen.

 

X

 

e)

Duidelijke vervalsing of manipulatie.

 

X

 

f)

Maat van banden niet compatibel met ijkparameters.

 

X

 

7.10.

Snelheidsbegrenzer (indien aanwezig/vereist)

Visuele controle en, indien uitrusting beschikbaar is, controle door bediening.

a)

Niet afgesteld in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Werkt duidelijk niet.

 

X

 

c)

Snelheid foutief ingesteld (indien gecontroleerd).

 

X

 

d)

Zegels zijn stuk of ontbreken.

 

X

 

e)

Installatieplaatje ontbreekt of is onleesbaar.

 

X

 

f)

Maat van banden niet compatibel met ijkparameters.

 

X

 

7.11.

Kilometerteller indien beschikbaar (X)2

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Duidelijk gemanipuleerd (fraude) om de geregistreerde afgelegde afstand van het voertuig te verminderen of verkeerd weer te geven.

 

X

 

b)

Werkt duidelijk niet.

 

X

 

7.12.

Elektronische stabiliteitscontrole (ESC) indien aanwezig/vereist

Visuele controle en/of met gebruikmaking van elektronische interface.

a)

Wielsnelheidssensoren ontbreken of zijn beschadigd.

 

X

 

b)

Bedrading is beschadigd.

 

X

 

c)

Andere onderdelen ontbreken of zijn beschadigd.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

 

d)

Schakelaar is beschadigd of werkt niet correct.

 

X

 

e)

Het waarschuwingslampje van de elektronische stabiliteitscontrole wijst op een defect in het systeem.

 

X

 

f)

Systeem geeft defect aan via elektronische voertuiginterface.

 

X

 

8.   OVERLASTFACTOREN

8.1.   Geluidshinder

8.1.1.

Geluiddemping

Subjectieve beoordeling, tenzij de controleur van mening is dat het geluidsniveau overschreden wordt. In dat geval mag een staande geluidstest met een geluidsmeter worden uitgevoerd.

a)

Geluidsniveaus overschrijden de niveaus in de vereisten1.

 

X

 

b)

Onderdeel van het geluidsonderdrukkingssysteem zit los, is beschadigd, niet juist aangebracht, afwezig of duidelijk aangepast met een nadelige invloed op de geluidsniveaus.

 

X

 

Zeer groot gevaar dat hij eraf valt.

 

 

X

8.2.   Uitlaatemissies

8.2.1.   Emissies van motoren met elektrische ontsteking

8.2.1.1

Uitlaatemissieregelsysteem

Visuele controle.

a)

Het door de fabrikant gemonteerde uitlaatemissieregelsysteem is afwezig, aangepast of duidelijk defect.

 

X

 

b)

Lekken die emissiemetingen kunnen beïnvloeden.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

8.2.1.2

Gasemissies

voor voertuigen tot emissieklasse Euro 6 en Euro V (7):

Meting met een uitlaatgasanalysator in overeenstemming met de vereisten1 of uitlezing van OBD De uitlaatpijptest is de standaardmethode voor de beoordeling van de uitlaatgassen. Op basis van een gelijkwaardigheidsbeoordeling en rekening houdend met de desbetreffende wetgeving inzake typegoedkeuring kunnen lidstaten het gebruik van OBD toestaan in overeenstemming met de aanbevelingen van de fabrikant en andere vereisten;

voor voertuigen van emissieklasse Euro 6 en Euro VI (8):

Meting met een uitlaatgasanalysator in overeenstemming met de vereisten1 of uitlezing OBD overeenkomstig de aanbevelingen van de fabrikant en andere vereisten1.

Metingen niet toepasbaar voor tweetaktmotoren.

a)

Ofwel overschrijden de gasemissies de door de fabrikant vastgelegde niveaus,

 

X

 

b)

ofwel, indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, overschrijden de CO-emissies,

i)

voor voertuigen zonder geavanceerd uitlaatemissieregelsysteem,

4,5 %, of

3,5 %

afhankelijk van de datum van eerste inschrijving of gebruik zoals in de vereisten wordt bepaald1

ii)

voor voertuigen met een geavanceerd uitlaatemissieregelsysteem,

bij stationaire motor: 0,5 %;

bij verhoogd toerental: 0,3 %, of

bij stationaire motor: 0,3 % (7);

bij verhoogd toerental: 0,2 %

afhankelijk van de datum van eerste inschrijving of gebruik zoals in de vereisten wordt bepaald1.

 

X

 

c)

Lambdacoëfficiënt buiten de waarde 1 ± 0,03 of niet overeenkomstig de specificaties van fabrikant.

 

X

 

d)

Uitgelezen OBD wijst op ernstig defect.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

8.2.2.   Emissies van motoren met compressieontsteking

8.2.2.1.

Uitlaatemissieregelsysteem

Visuele controle.

a)

Een door de fabrikant gemonteerd uitlaatemissieregelsysteem is afwezig of duidelijk defect.

 

X

 

b)

Lekken die emissiemetingen kunnen beïnvloeden.

 

X

 

8.2.2.2.

Opaciteit

Voertuigen die vóór 1 januari 1980 zijn geregistreerd of in gebruik genomen, hoeven niet aan deze vereiste voldoen.

voor voertuigen tot emissieklasse Euro 5 en Euro V (7):

De opaciteit van de uitlaatgassen wordt gemeten tijdens een vrije acceleratie (bij niet-belaste motor wordt het toerental opgevoerd van het stationair toerental tot het toerental waarbij de regelaar van de brandstoftoevoer in werking treedt) met de versnellingspook in de vrije stand en niet-ontkoppelde motor of uitlezing OBD. De uitlaatpijptest is de standaardmethode voor de beoordeling van de uitlaatgassen. Op basis van een gelijkwaardigheidsbeoordeling kunnen lidstaten het gebruik van OBD toestaan in overeenstemming met de aanbevelingen van de fabrikant en andere vereisten.

voor voertuigen van emissieklasse Euro 6 en Euro VI (8):

De opaciteit van de uitlaatgassen wordt gemeten tijdens een vrije acceleratie (bij niet-belaste motor wordt het toerental opgevoerd van het stationair toerental tot het toerental waarbij de regelaar van de brandstoftoevoer in werking treedt) met de versnellingspook in de vrije stand en niet-ontkoppelde motor of uitlezing OBD overeenkomstig de aanbevelingen van de fabrikant en andere vereisten1.

Voorbereiding van het voertuig:

1.

Voertuigen kunnen worden gecontroleerd zonder voorbereiding, maar om veiligheidsredenen moet eerst worden nagegaan of de motor warm is en in een bevredigende mechanische staat verkeert.

a)

Bij voertuigen die voor de eerste keer na de datum in de vereisten1 zijn geregistreerd of in gebruik genomen,

overschrijdt de opaciteit het niveau dat op de plaat van de fabrikant op het voertuig staat genoteerd;

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

2.

Voorbereidingsvoorschriften:

i)

de motor moet op temperatuur zijn, hetgeen bijvoorbeeld kan worden geconstateerd wanneer de temperatuur van de motorolie, gemeten door middel van een in de opening voor de oliepeilstok ingebrachte voeler, ten minste 80 °C bedraagt of de normale bedrijfstemperatuur wanneer deze lager is, dan wel wanneer de temperatuur van het motorblok, bepaald aan de hand van de hoeveelheid infraroodstraling, ten minste een vergelijkbare waarde bedraagt. Indien door de constructie van het voertuig deze meting in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is, kan op een andere wijze worden nagegaan of de motor zijn normale bedrijfstemperatuur heeft bereikt, bijvoorbeeld door te wachten tot de ventilator aanslaat;

ii)

het uitlaatsysteem moet worden doorgeblazen door middel van ten minste drie vrije acceleratiecycli of een daarmee vergelijkbare methode.

 

 

 

 

 

 

b)

Wanneer deze gegevens niet beschikbaar zijn of de vereisten1 het gebruik van referentiewaarden niet toelaten,

voor motoren met natuurlijke aanzuiging: 2,5 m– 1;

voor motoren met drukvulling: 3,0 m– 1;

bij voertuigen die in de vereisten staan1 of voor de eerste keer na de datum in de vereisten zijn ingeschreven of in gebruik zijn genomen1:

1,5 m– 1 (9)

of 0,7 m– 1 (8)

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

Controleprocedure

1.

De motor en de eventueel gemonteerde turbolader moeten stationair draaien voor het begin van elke vrije acceleratiecyclus. Bij zware dieselmotoren moet ten minste tien seconden worden gewacht na het loslaten van het gaspedaal.

2.

Bij de aanvang van elke vrije acceleratiecyclus moet het gaspedaal snel en ononderbroken (d.w.z. in minder dan één seconde) maar wel rustig volledig worden ingedrukt, teneinde een maximum brandstoftoevoer door de injectiepomp te verkrijgen.

3.

Tijdens elke vrije acceleratiecyclus moet de motor het toerental bereiken waarbij de regelaar van de brandstoftoevoer in werking treedt of, voor voertuigen met een automatische transmissie, het door de fabrikant voorgeschreven toerental dan wel, indien dit niet bekend is, een toerental dat twee derde bedraagt van het toerental waarbij de regelaar van de brandstoftoevoer in werking treedt, alvorens het gaspedaal wordt losgelaten. Dit kan worden gecontroleerd door bijvoorbeeld het toerental te meten of door voldoende tijd te laten verlopen tussen het indrukken en het loslaten van het gaspedaal, namelijk, bij voertuigen van de categorieën M2, M3, N2 en N3, ten minste twee seconden.

4.

Voertuigen dienen alleen te worden afgekeurd, indien het rekenkundig gemiddelde van ten minste de laatste drie vrije acceleratiecycli meer bedraagt dan de grenswaarde. Dit kan worden berekend, wanneer sterk van het gemeten gemiddelde afwijkende metingen of het resultaat van een andere statistische berekening die rekening houdt met de verstrooiing van de metingen buiten beschouwing worden gelaten. De lidstaten kunnen het aantal testcycli aan een maximum verbinden.

 

 

 

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

 

5.

Om onnodige tests te vermijden, kunnen de lidstaten voertuigen afkeuren waarbij aanzienlijk hogere waarden dan de grenswaarden zijn gemeten na minder dan drie vrije acceleratiecycli of na het doorblazen. Om onnodige controles te vermijden, kunnen de lidstaten ook voertuigen goedkeuren waarbij na minder dan drie vrije acceleratiecycli of na het doorblazen aanzienlijke lagere waarden dan de grenswaarden zijn gemeten.

 

 

 

 

8.3.   Onderdrukking elektromagnetische storingen

Radiostoring (X)2

 

Niet in overeenstemming met alle vereisten1.

X

 

 

8.4.   Andere punten die betrekking hebben op het milieu

8.4.1.

Vloeistoflekken

 

Te veel vloeistoflekken, behalve water, die het milieu zouden kunnen schaden of een gevaar zouden kunnen vormen voor de veiligheid van andere weggebruikers.

 

X

 

Gestage vorming van druppels die een zeer ernstig gevaar oplevert.

 

 

X

9.   AANVULLENDE CONTROLES VOOR PASSAGIERSVOERTUIGEN CAEGORIEËN M2, M3

9.1.   Deuren

9.1.1.

In- en uitgang

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Bediening is defect.

 

X

 

b)

Toestand is slecht.

X

 

 

Zou letsel kunnen veroorzaken.

 

X

 

c)

Noodbediening is defect.

 

X

 

d)

Afstandsbediening van portieren of waarschuwingsinstallaties zijn defect.

 

X

 

e)

Niet in overeenstemming met de vereisten1

X

 

 

Te smalle deur.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

9.1.2.

Nooduitgangen

Visuele controle en controle door bediening (indien van toepassing).

a)

Bediening is defect.

 

X

 

b)

Borden met opschrift “nooduitgang” zijn onleesbaar.

X

 

 

Borden met opschrift “nooduitgang” ontbreken.

 

X

 

c)

Hamer om ruiten in te slaan ontbreekt.

X

 

 

d)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Te smalle of geblokkeerde toegang.

 

X

 

9.2.

Ontwasemings- en ontdooisysteem (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Functioneert niet correct.

X

 

 

Nadelige invloed op het veilige gebruik van het voertuig.

 

X

 

b)

Emissie van giftige gassen of uitlaatgassen in het bestuurders- of passagiersgedeelte.

 

X

 

Gevaar voor de gezondheid van personen aan boord.

 

 

X

c)

Ontdooisysteem (indien verplicht) is defect.

 

X

 

9.3.

Ventilatie- en verwarmingssysteem (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

a)

Bediening is defect.

X

 

 

Risico voor de gezondheid van personen aan boord.

 

X

 

b)

Emissie van giftige gassen of uitlaatgassen in het bestuurders- of passagiersgedeelte.

 

X

 

Gevaar voor de gezondheid van personen aan boord.

 

 

X

9.4.   Zitplaatsen

9.4.1.

Passagierszitplaatsen (zitplaatsen voor begeleidende personen inbegrepen)

Visuele controle.

Klapstoelen (indien toegestaan) werken niet automatisch.

X

 

 

Blokkeren een nooduitgang.

 

X

 

9.4.2.

Bestuurderszitplaats (aanvullende vereisten)

Visuele controle.

a)

Speciale voorzieningen zoals zonneschermen of zonnekleppen zijn defect.

X

 

 

Belemmerd gezichtsveld.

 

X

 

b)

Bescherming voor bestuurder zit los of is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Zou letsel kunnen veroorzaken.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

9.5.

Binnenverlichting en bestemmingsapparatuur (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

Apparatuur is defect of niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Werkt helemaal niet.

 

X

 

9.6.

Gangpaden, staanplaatsen

Visuele controle.

a)

Bodem zit los.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X

b)

Handrails of handvaten zijn defect.

X

 

 

Zitten los of zijn niet bruikbaar.

 

X

 

c)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Te smal of te weinig ruimte.

 

X

 

9.7.

Trappen en treden

Visuele controle en controle door bediening (indien van toepassing).

a)

In slechte toestand.

X

 

 

In beschadigde toestand.

 

X

 

Verminderde stabiliteit.

 

 

X

b)

Inklapbare treden functioneren niet correct.

 

X

 

c)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Te smal of te hoog.

 

X

 

9.8.

Communicatiesysteem met passagiers (X)2

Visuele controle en controle door bediening.

Systeem is defect.

X

 

 

Werkt helemaal niet.

 

X

 

9.9.

Bordjes met tekst (X)2

Visuele controle.

a)

Bordje ontbreekt, is foutief of onleesbaar.

X

 

 

b)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Verkeerde informatie.

 

X

 

9.10.   Vereisten voor het vervoer van kinderen (X)2

9.10.1.

Deuren

Visuele controle.

Bescherming van portieren niet in overeenstemming met de vereisten (1). voor deze vorm van vervoer.

 

X

 

9.10.2.

Signaleerinrichtingen en speciale uitrusting

Visuele controle.

Signaleerinrichtingen en speciale uitrusting is niet aanwezig of is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

9.11.   Vereisten voor het vervoer van personen met verminderde mobiliteit (X)2

9.11.1.

Portieren, laadplatforms en liften

Visuele controle en bediening.

a)

Werkt niet goed.

X

 

 

Werking minder veilig.

 

X

 

b)

Toestand is slecht.

X

 

 

Verminderde stabiliteit; zou letsel kunnen veroorzaken.

 

X

 

c)

Bediening is defect.

X

 

 

Bediening minder veilig.

 

X

 

d)

Waarschuwingstoestel(len) is (zijn) defect.

X

 

 

Werkt/werken helemaal niet.

 

X

 

e)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

9.11.2.

Bevestigingssysteem voor rolstoelen.

Visuele controle en, indien van toepassing, controle door bediening.

a)

Werkt niet goed.

X

 

 

Werking minder veilig.

 

X

 

b)

Toestand is slecht.

X

 

 

Verminderde stabiliteit; zou letsel kunnen veroorzaken.

 

X

 

c)

Bediening is defect.

X

 

 

Bediening minder veilig.

 

X

 

d)

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

9.11.3.

Signaleerinrichtingen en speciale uitrusting

Visuele controle.

Signaleerinrichtingen en speciale uitrusting is niet aanwezig of is niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

9.12.   Andere speciale uitrusting (X)2

9.12.1.

Installaties voor maaltijdbereiding

Visuele controle.

a)

Installatie is niet in overeenstemming met de vereisten1.

 

X

 

b)

Installatie is dermate beschadigd dat het gebruik ervan gevaarlijk is.

 

X

 


Punt

Methode

Redenen voor afkeuring

Beoordeling van gebreken

 

Klein

Groot

Gevaarlijk

9.12.2.

Sanitaire installatie

Visuele controle.

Installatie is niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Zou letsel kunnen veroorzaken.

 

X

 

9.12.3.

Andere toestellen (bv. audiovisuele systemen)

Visuele controle.

Niet in overeenstemming met de vereisten1.

X

 

 

Veilige bediening van het voertuig wordt belemmerd.

 

X

 

(1)

De voertuigcategorieën die buiten de richtlijn vallen worden vermeld als richtsnoer.

(2)

43 % voor opleggers, goedgekeurd vóór 1 januari 2012.

(3)

48 % voor voertuigen die niet zijn uitgerust met ABS of die vóór 1 oktober 1991 zijn goedgekeurd.

(4)

45 % voor voertuigen die zijn geregistreerd na 1988 of vanaf de datum in de vereisten afhankelijk van de vraag welke van deze data het laatste valt.

(5)

43 % voor opleggers en aanhangwagens met trekstang die zijn ingeschreven na 1988 of vanaf de datum bepaald in de vereisten afhankelijk van de vraag welke van deze data het laatste valt.

(6)

Bijv. 2,5 m/s2 voor voertuigen van de categorieën N1, N2 en N3 die voor de eerste keer zijn geregistreerd na 1 januari 2012.

(7)

Type goedgekeurd volgens Richtlijn 70/220/EEG, Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 5 (Euro 5), Richtlijn 88/77/EEG en Richtlijn 2005/55/EG.

(8)

Type goedgekeurd volgens Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 2 (Euro 6) en Verordening (EG) nr. 595/2009 (Euro VI).

(9)

Type goedgekeurd volgens de grenswaarden in rij B van hoofdstuk 5.3.1.4. van bijlage I bij Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/69/EG of later; rij B1, B2 of C van hoofdstuk 6.2.1 van bijlage I bij Richtlijn 88/77/EEG, of voor het eerst ingeschreven of in gebruik genomen na 1 juli 2008.

VOETNOTEN:

1

“Vereisten” zijn bepaald in de typegoedkeuring op de datum van goedkeuring, de eerste inschrijving of de eerste ingebruikneming, alsook in aanpassingsverplichtingen of in nationale wetgevingen in het land van inschrijving. Deze redenen voor afkeuring gelden alleen wanneer is gecontroleerd of de vereisten van toepassing zijn.

2

(X) wijst op punten die betrekking hebben op de toestand van het voertuig en zijn geschiktheid voor gebruik op de weg, maar die niet belangrijk zijn bij een technische controle.

3

Onveilige modificatie is een modificatie die de wegveiligheid van het voertuig vermindert of die een onevenredig nadelige invloed op het milieu heeft.”.


22.8.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 219/78


Rectificatie van Richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen en tot intrekking van Richtlijn 2000/30/EG

( Publicatieblad van de Europese Unie L 127 van 29 april 2014 )

Bladzijde 169, bijlage II, punt 3, tabel:

in plaats van:

“4.1.2.

Richting

Visuele controle en controle door bediening

a)

De koplamp is duidelijk foutief uitgelijnd.

 

X”

 

b)

De lichtbron is niet correct geplaatst.

 

 

 

lezen:

“4.1.2.

Richting

Visuele controle en controle door bediening

a)

De koplamp is duidelijk foutief uitgelijnd.

 

X

 

b)

De lichtbron is niet correct geplaatst.

 

X”

 

Bladzijde 191, bijlage II, afdeling 3 “Inhoud van controles en controlemethoden, beoordeling van gebreken van voertuigen”, tabel, post 8.2.1.2 “Gasemissies”, kolom “Methode”, tweede streepje:

in plaats van:

“—

voor voertuigen van emissieklassen Euro en EURO VI (8):”,

lezen:

“—

voor voertuigen van emissieklassen Euro 6 en EURO VI (8):”.

Bladzijde 191, bijlage II, afdeling 3 “Inhoud van controles en controlemethoden, beoordeling van gebreken van voertuigen”, tabel, post 8.2.1.2 “Gasemissies”, kolom “Redenen voor afkeuring”, punt ii), derde streepje:

in plaats van:

“—

bij stationaire motor: 0,3 % (8)”,

lezen:

“—

bij stationaire motor: 0,3 % (7)”.

Bladzijde 192, bijlage II, afdeling 3 “Inhoud van controles en controlemethoden, beoordeling van gebreken van voertuigen”, tabel, post 8.2.2.2 “Opaciteit”, kolom “Methode”, tweede streepje:

in plaats van:

“—

voor voertuigen van emissieklassen Euro en EURO VI (9):”,

lezen:

“—

voor voertuigen van emissieklassen Euro 6 en EURO VI (8):”.

Bladzijde 193, bijlage II, afdeling 3 “Inhoud van controles en controlemethoden, beoordeling van gebreken van voertuigen”, tabel, post 8.2.2.2 “Opaciteit”, kolom “Redenen voor afkeuring”, onder b):

in plaats van:

“1,5 m–1 (10)

of

0,7 m–1 (11)”,

lezen:

“1,5 m–1 (9)

of

0,7 m–1 (8)”.

Bladzijde 199, bijlage II, afdeling 3 “Inhoud van controles en controlemethoden, beoordeling van gebreken van voertuigen”, tabel, eindnoten:

in plaats van:

“(6)

2,2 m/s2 voor N1, N2 en N3 voertuigen.

(6)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met Richtlijn 70/220/EEG, Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 5 (Euro 5), Richtlijn 88/77/EEG en Richtlijn 2005/55/EG.

(7)

Type-approved in accordance with Regulation (EC) No 715/2007, Annex I, Table 2 (Euro 6) and Regulation (EC) No 595/2009 (Euro VI).

(8)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met Richtlijn 70/220/EEG, Verordening (EG) nr. 715/2007 (Euro 5), Richtlijn 88/77/EEG en Richtlijn 2005/55/EG.

(9)

Typegoedgekeurd volgens Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 2 (Euro 6) en Verordening (EG) nr. 595/2009 (Euro VI).

(10)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met de grenswaarden in rij B van hoofdstuk 5.3.1.4. van bijlage I bij Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/69/EG of later; rij B1, B2 of C van hoofdstuk 6.2.1 van bijlage I bij Richtlijn 88/77/EEG, of voor het eerst ingeschreven of in gebruik genomen na 1 juli 2008.

(11)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met de grenswaarden van Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 2 (Euro 6) en Verordening (EG) nr. 595/2009 (Euro VI).”,

lezen:

“(6)

2,2 m/s2 voor N1, N2 en N3 voertuigen.

(7)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met Richtlijn 70/220/EEG, Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 1 (Euro 5), Richtlijn 88/77/EEG en Richtlijn 2005/55/EG.

(8)

Typegoedgekeurd volgens Verordening (EG) nr. 715/2007, bijlage I, tabel 2 (Euro 6) en Verordening (EG) nr. 595/2009 (Euro VI).

(9)

Typegoedgekeurd in overeenstemming met de grenswaarden in rij B van hoofdstuk 5.3.1.4 van bijlage I bij Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 98/69/EG of later; rij B1, B2 of C van hoofdstuk 6.2.1 van bijlage I bij Richtlijn 88/77/EEG, of voor het eerst ingeschreven of in gebruik genomen na 1 juli 2008.”.