|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
62e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/1 |
VERORDENING (EU) 2019/1176 VAN DE COMMISSIE
van 10 juli 2019
tot wijziging van de bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de maximumresidugehalten voor 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester, mandipropamid, en profoxydim in of op bepaalde producten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 14, lid 1, onder a), artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 49, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Voor mandipropamid en profoxydim zijn maximumresidugehalten (MRL's) vastgesteld in deel A van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 396/2005. Voor 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester zijn in Verordening (EG) nr. 396/2005 geen MRL's vastgesteld, en aangezien die werkzame stof niet is opgenomen in bijlage IV bij die verordening, is de standaardwaarde van 0,01 mg/kg, als vastgesteld in artikel 18, lid 1, onder b), van die verordening van toepassing. |
|
(2) |
Voor 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (2) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht. De EFSA heeft geconcludeerd dat niet verwacht wordt dat in plant- of dierlijke producten residuen van 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester zullen voorkomen, aangezien het unieke en beperkte gebruik ervan als bestrijdingsmiddel voor wijndruiven na enting naar verwachting niet zal leiden tot significante residuen in wijndruiven. Het is daarom passend de MRL's op de specifieke bepaalbaarheidsgrens vast te stellen. Deze standaardwaarden moeten worden vastgesteld in bijlage V bij Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(3) |
Wat mandipropamid betreft, heeft de EFSA overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (3) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht. De EFSA heeft voorgesteld de residudefinitie te wijzigen tot mandipropamid (alle verhoudingen van samenstellende isomeren). Zij heeft aanbevolen de bestaande MRL's te verhogen of te handhaven. Zij heeft geconcludeerd dat met betrekking tot de MRL's voor aardappelen, uien, bosuien/groene uien en stengeluien, tomaten en courgettes, bepaalde gegevens ontbraken en dat er behoefte was aan verder onderzoek door risicomanagers. Aangezien er geen risico voor consumenten is, moeten de MRL's voor die producten in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden vastgesteld op het bestaande niveau of op het door de EFSA vastgestelde niveau. Die MRL's worden later opnieuw beoordeeld; daarbij zal rekening worden gehouden met de informatie die binnen twee jaar na de bekendmaking van deze verordening beschikbaar komt. |
|
(4) |
Wat profoxydim betreft, heeft de EFSA overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 396/2005 (4) een met redenen omkleed advies over de bestaande MRL's uitgebracht. Zij heeft aanbevolen de bestaande MRL's te handhaven. |
|
(5) |
Met betrekking tot producten waarop het gebruik van de betrokken gewasbeschermingsmiddelen niet is toegelaten en waarvoor geen invoertoleranties of CXL's bestaan, moeten de MRL's worden vastgesteld op de specifieke bepaalbaarheidsgrens of moet het standaard-MRL overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 van toepassing zijn. |
|
(6) |
De Commissie heeft de referentielaboratoria van de Europese Unie voor bestrijdingsmiddelenresiduen geraadpleegd over de noodzaak van aanpassing van bepaalde bepaalbaarheidsgrenzen. Die laboratoria kwamen tot de conclusie dat in verband met de technische ontwikkeling voor bepaalde goederen specifieke bepaalbaarheidsgrenzen voor een aantal stoffen moeten worden vastgesteld. |
|
(7) |
Op grond van de met redenen omklede adviezen van de EFSA en rekening houdend met de ter zake relevante factoren voldoen de wijzigingen van de MRL's aan de vereisten van artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 396/2005. |
|
(8) |
De handelspartners van de Unie zijn via de Wereldhandelsorganisatie over de nieuwe MRL's geraadpleegd en er is rekening gehouden met hun opmerkingen. |
|
(9) |
Verordening (EG) nr. 396/2005 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
Deze verordening moet voorzien in een overgangsregeling voor producten die vóór de wijziging van de MRL's rechtmatig werden vervaardigd en waarvoor uit de informatie is gebleken dat een hoog niveau van consumentenbescherming wordt gehandhaafd, zodat deze op een normale wijze in de handel gebracht, verwerkt en geconsumeerd kunnen worden. |
|
(11) |
Er moet worden voorzien in een redelijke termijn voordat de gewijzigde MRL's van toepassing worden, zodat de lidstaten, derde landen en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven zich kunnen voorbereiden op de nieuwe eisen die uit de wijziging van de MRL's zullen voortvloeien. |
|
(12) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Verordening (EG) nr. 396/2005 blijft in de versie die vóór de wijziging uit hoofde van deze verordening van kracht was, van toepassing op producten die vóór 31 januari 2020 in de Unie zijn geproduceerd of ingevoerd.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 31 januari 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 juli 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.
(2) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; Review of the existing maximum residue levels for 2,5-dichlorobenzoic acid methylester according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2018;16(6):5331.
(3) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; Review of the existing maximum residue levels for mandipropamid according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2018;16(5):5284.
(4) Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; Review of the existing maximum residue levels for profoxydim according to Article 12 of Regulation (EC) No 396/2005. EFSA Journal 2018;16(5):5282.
BIJLAGE
De bijlagen II, III en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 worden als volgt gewijzigd:
|
1. |
Bijlage II wordt als volgt gewijzigd: de volgende kolommen voor mandipropamid en profoxydim worden toegevoegd: “Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2. |
Bijlage III wordt als volgt gewijzigd: in deel A worden de kolommen voor mandipropamid en profoxydim geschrapt; |
|
3. |
In bijlage V wordt de volgende kolom voor 2,5-dichloorbenzoëzuurmethylester toegevoegd: “Bestrijdingsmiddelenresiduen en maximumresidugehalten (mg/kg)
|
(*1) Bepaalbaarheidsgrens
(1) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.
(*2) Bepaalbaarheidsgrens
(2) Voor de volledige lijst van producten van plantaardige en dierlijke oorsprong waarvoor de MRL's gelden, zie bijlage I.”
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/26 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1177 VAN DE COMMISSIE
van 10 juli 2019
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de invoer van gelatine, smaakgevende ingewanden en gesmolten vet
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 29, lid 4, en artikel 41, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) bepaalt voorwaarden met betrekking tot de volksgezondheid en de diergezondheid voor de invoer van gelatine, smaakgevende ingewanden en gesmolten vet. |
|
(2) |
Tabel 1 van hoofdstuk I, afdeling 1, en tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevatten eisen inzake de invoer in de Unie van dierlijke bijproducten. |
|
(3) |
Egypte heeft de Commissie voldoende waarborgen verstrekt voor de controles door de bevoegde instantie inzake de productie van gelatine. Het is derhalve gerechtvaardigd om Egypte toe te voegen aan de lijst van derde landen waaruit gelatine in de Unie mag worden ingevoerd. |
|
(4) |
Smaakgevende ingewanden voor de productie van voeder voor gezelschapsdieren mogen worden verkregen van als landbouwhuisdier gehouden dieren maar ook van wilde dieren die voor menselijke consumptie zijn geslacht of gedood. Het is raadzaam om de lijst van derde landen die voor de invoer van smaakgevende ingewanden in aanmerking komen in overeenstemming te brengen met een verwijzing naar de lijst van derde landen waaruit vlees van vrij wild voor menselijke consumptie mag worden ingevoerd. |
|
(5) |
Verordening (EU) 2017/1261 van de Commissie (3) introduceerde een alternatieve methode op basis van een EFSA-beoordeling (4) voor de productie van hernieuwbare brandstoffen. Het is raadzaam om de invoer van het in de artikelen 8, 9 en 10 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde gesmolten vet voor gebruik in de nieuwe alternatieve methode toe te staan aangezien het gebruik van dezelfde materialen in de Unie is toegestaan. Hoofdstuk II van bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de tekst in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 10 juli 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2017/1261 van de Commissie van 12 juli 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft alternatieve methoden voor de verwerking van bepaalde uitgesmolten vetten (PB L 182 van 13.7.2017, blz. 31).
(4) Scientific Opinion on a continuous multiple-step catalytic hydro-treatment for the processing of rendered animal fat (Category 1) (EFSA Journal 2015;13(11):4307).
BIJLAGE
Bijlage XIV bij Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
a) |
In tabel 1 van hoofdstuk I, afdeling 1, wordt rij 5 vervangen door:
|
|
b) |
In tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, wordt rij 13 vervangen door:
|
|
c) |
In tabel 2 van hoofdstuk II, afdeling 1, wordt rij 17 vervangen door:
|
BESLUITEN
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/30 |
BESLUIT (EU) 2019/1178 VAN DE RAAD
van 8 juli 2019
betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Samenwerkingscomité dat is opgericht bij de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds, wat betreft de toepasselijke bepalingen inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en een regeling voor de invoer van biologische producten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds (1) (“de overeenkomst”), is door de Unie gesloten bij Besluit 2002/245/EG van de Raad (2) en is op 1 april 2002 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens artikel 7, lid 2, van de overeenkomst moet het Samenwerkingscomité de bepalingen betreffende de toepasselijke Uniewetgeving nader bepalen, ten aanzien van landen die geen lid zijn van de Unie, onder andere op het gebied van de Unieregeling op veterinair en fytosanitair gebied en met betrekking tot de kwaliteit, voor zover die nodig is voor de goede werking van de overeenkomst. |
|
(3) |
Het Samenwerkingscomité moet een besluit vaststellen inzake de toepasselijke bepalingen in het kader van de overeenkomst over de biologische productie, de etikettering van biologische producten en de regeling voor de invoer van biologische producten. |
|
(4) |
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie in het Samenwerkingscomité moet worden ingenomen aangezien de nadere vaststelling van de toepasselijke bepalingen van de Uniewetgeving zal leiden tot meer rechtszekerheid tussen de partijen bij de overeenkomst en de goede werking van de douane-unie tussen de Unie en San Marino zal ondersteunen. |
|
(5) |
Bijgevolg is verduidelijking nodig van de toepasselijke Uniewetgeving inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, waaronder Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (3) en de Verordeningen (EG) nr. 889/2008 (4) en (EG) nr. 1235/2008 (5) van de Commissie. Ook moet een regeling worden ingesteld voor de invoer van biologische producten, alsmede een procedure ingesteld voor het geval nieuwe Uniewetgeving inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten wordt goedgekeurd die van invloed is op de verwijzingen naar de toepasselijke bepalingen en overeengekomen regelingen. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in het Samenwerkingscomité moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Samenwerkingscomité dat is opgericht bij artikel 23 van de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Samenwerkingscomité.
Minder belangrijke wijzigingen in het in de eerste alinea bedoelde ontwerpbesluit kunnen door de vertegenwoordigers van de Unie in het Samenwerkingscomité worden goedgekeurd zonder dat daarvoor een nieuw besluit van de Raad vereist is.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
A.-K. PEKONEN
(1) PB L 84 van 28.3.2002, blz. 43.
(2) Besluit 2002/245/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino, alsmede het protocol bij deze overeenkomst inzake de uitbreiding met ingang van 1 januari 1995 (PB L 84 van 28.3.2002, blz. 41).
(3) Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1).
(5) Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 25).
ONTWERP
BESLUIT Nr. …/2019 VAN HET SAMENWERKINGSCOMITÉ EU-SAN MARINO
van …
betreffende de toepasselijke bepalingen inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, en de regeling voor de invoer van biologische producten, goedgekeurd in het kader van de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds
HET SAMENWERKINGSCOMITÉ EU-SAN MARINO,
Gezien de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds (1), en met name artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 3, onder c), en artikel 23, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 6, lid 4, van de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek San Marino, anderzijds (“de overeenkomst”), wordt bepaald dat, ten aanzien van de handel in landbouwproducten tussen de Unie en de Republiek San Marino, de Republiek San Marino zich ertoe verbindt de Uniewetgeving met betrekking tot de kwaliteit over te nemen voor zover die nodig is voor de goede werking van de overeenkomst. |
|
(2) |
Krachtens artikel 7, lid 1, vijfde streepje, van de overeenkomst moet de Republiek San Marino wat betreft de landen die geen lid zijn van de Unie (“derde landen”) de Uniewetgeving met betrekking tot de kwaliteit toepassen voor zover die nodig is voor de goede werking van de overeenkomst. |
|
(3) |
Om belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen te voorkomen en de goede werking van de bij de overeenkomst ingestelde douane-unie te waarborgen, moet nader worden bepaald welke bepalingen van de Uniewetgeving met betrekking tot kwaliteit van toepassing zijn op de biologische productie en de etikettering van biologische producten. |
|
(4) |
Om ervoor te zorgen dat de Uniewetgeving wordt nageleefd met betrekking tot de invoer in de Republiek San Marino van biologische producten uit derde landen, moeten de nodige regelingen worden vastgesteld die door de nationale autoriteiten moeten worden toegepast. |
|
(5) |
Om ervoor te zorgen dat de Uniewetgeving wordt nageleefd met betrekking tot in de Republiek San Marino bereide of geproduceerde biologische producten, moeten eveneens de nodige regelingen worden vastgesteld. |
|
(6) |
Ook moet een procedure worden ingesteld voor het geval nieuwe Uniewetgeving inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten wordt goedgekeurd die van invloed is op de verwijzingen naar de bepalingen en regelingen die in dit besluit zijn vastgesteld, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De toepasselijke bepalingen van de Uniewetgeving inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, worden opgesomd in bijlage A.
Artikel 2
De regelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde Uniewetgeving wordt nageleefd met betrekking tot de invoer van biologische producten uit derde landen in de Republiek San Marino, worden vastgesteld in bijlage B.
Artikel 3
De regelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde Uniewetgeving wordt nageleefd met betrekking tot in de Republiek San Marino bereide of geproduceerde biologische producten, worden vastgesteld in bijlage B.
Artikel 4
Wijzigingen van de bijlagen A, B en C, en andere praktische regelingen die nodig zijn voor de toepassing van de in die bijlagen bedoelde wetgeving, worden vastgesteld in overleg tussen de diensten van de Europese Commissie en de autoriteiten van de Republiek San Marino.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …
Voor het Samenwerkingscomité
De voorzitter
BIJLAGE A
LIJST VAN TOEPASSELIJKE BEPALINGEN INZAKE DE BIOLOGISCHE PRODUCTIE EN DE ETIKETTERING VAN BIOLOGISCHE PRODUCTEN
Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PB L 189 van 20.7.2007, blz. 1), als gewijzigd bij:
|
— |
Verordening (EG) nr. 967/2008 van de Raad van 29 september 2008 (PB L 264 van 3.10.2008, blz. 1), |
|
— |
Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1). |
Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft (PB L 250 van 18.9.2008, blz. 1), als gewijzigd bij:
|
— |
Verordening (EG) nr. 1254/2008 van de Commissie van 15 december 2008 (PB L 337 van 16.12.2008, blz. 80), |
|
— |
Verordening (EG) nr. 710/2009 van de Commissie van 5 augustus 2009 (PB L 204 van 6.8.2009, blz. 15), |
|
— |
Verordening (EU) nr. 271/2010 van de Commissie van 24 maart 2010 (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 19), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 344/2011 van de Commissie van 8 april 2011 (PB L 96 van 9.4.2011, blz. 15), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 426/2011 van de Commissie van 2 mei 2011 (PB L 113 van 3.5.2011, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 126/2012 van de Commissie van 14 februari 2012 (PB L 41 van 15.2.2012, blz. 5), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 203/2012 van de Commissie van 8 maart 2012 (PB L 71 van 9.3.2012, blz. 42), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 505/2012 van de Commissie van 14 juni 2012 (PB L 154 van 15.6.2012, blz. 12), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 392/2013 van de Commissie van 29 april 2013 (PB L 118 van 30.4.2013, blz. 5), |
|
— |
Verordening (EU) nr. 519/2013 van de Commissie van 21 februari 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 74), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1030/2013 van de Commissie van 24 oktober 2013 (PB L 283 van 25.10.2013, blz. 15), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1364/2013 van de Commissie van 17 december 2013 (PB L 343 van 19.12.2013, blz. 29), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 354/2014 van de Commissie van 8 april 2014 (PB L 106 van 9.4.2014, blz. 7), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 836/2014 van de Commissie van 31 juli 2014 (PB L 230 van 1.8.2014, blz. 10), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1358/2014 van de Commissie van 18 december 2014 (PB L 365 van 19.12.2014, blz. 97), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/673 van de Commissie van 29 april 2016 (PB L 116 van 30.4.2016, blz. 8), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1842 van de Commissie van 14 oktober 2016 (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 19), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/838 van de Commissie van 17 mei 2017 (PB L 125 van 18.5.2017, blz. 5), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2273 van de Commissie van 8 december 2017 (PB L 326 van 9.12.2017, blz. 42), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1584 van de Commissie van 22 oktober 2018 (PB L 264 van 23.10.2018, blz. 1). |
Verordening (EG) nr. 1235/2008 van de Commissie van 8 december 2008 houdende bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad wat de regeling voor de invoer van biologische producten uit derde landen betreft (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 25), als gewijzigd bij:
|
— |
Verordening (EG) nr. 537/2009 van de Commissie van 19 juni 2009 (PB L 159 van 20.6.2009, blz. 6), |
|
— |
Verordening (EU) nr. 471/2010 van de Commissie van 31 mei 2010 (PB L 134 van 1.6.2010, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 590/2011 van de Commissie van 20 juni 2011 (PB L 161 van 21.6.2011, blz. 9), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1084/2011 van de Commissie van 27 oktober 2011 (PB L 281 van 28.10.2011, blz. 3), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1267/2011 van de Commissie van 6 december 2011 (PB L 324 van 7.12.2011, blz. 9), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 126/2012 van de Commissie van 14 februari 2012 (PB L 41 van 15.2.2012, blz. 5), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 508/2012 van de Commissie van 20 juni 2012 (PB L 162 van 21.6.2012, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 751/2012 van de Commissie van 16 augustus 2012 (PB L 222 van 18.8.2012, blz. 5), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2013 van de Commissie van 13 februari 2013 (PB L 43 van 14.2.2013, blz. 1), |
|
— |
Verordening (EU) nr. 519/2013 van de Commissie van 21 februari 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 74), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 567/2013 van de Commissie van 18 juni 2013 (PB L 167 van 19.6.2013, blz. 30), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 586/2013 van de Commissie van 20 juni 2013 (PB L 169 van 21.6.2013, blz. 51), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 355/2014 van de Commissie van 8 april 2014 (PB L 106 van 9.4.2014, blz. 15), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 442/2014 van de Commissie van 30 april 2014 (PB L 130 van 1.5.2014, blz. 39), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 644/2014 van de Commissie van 16 juni 2014 (PB L 177 van 17.6.2014, blz. 42), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 829/2014 van de Commissie van 30 juli 2014 (PB L 228 van 31.7.2014, blz. 9), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1287/2014 van de Commissie van 28 november 2014 (PB L 348 van 4.12.2014, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/131 van de Commissie van 26 januari 2015 (PB L 23 van 29.1.2015, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/931 van de Commissie van 17 juni 2015 (PB L 151 van 18.6.2015, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1980 van de Commissie van 4 november 2015 (PB L 289 van 5.11.2015, blz. 6), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2345 van de Commissie van 15 december 2015 (PB L 330 van 16.12.2015, blz. 29), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/459 van de Commissie van 18 maart 2016 (PB L 80 van 31.3.2016, blz. 14), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/910 van de Commissie van 9 juni 2016 (PB L 153 van 10.6.2016, blz. 23), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1330 van de Commissie van 2 augustus 2016 (PB L 210 van 4.8.2016, blz. 43), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1842 van de Commissie van 14 oktober 2016 (PB L 282 van 19.10.2016, blz. 19), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2016/2259 van de Commissie van 15 december 2016 (PB L 342 van 16.12.2016, blz. 4), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/872 van de Commissie van 22 mei 2017 (PB L 134 van 23.5.2017, blz. 6), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1473 van de Commissie van 14 augustus 2017 (PB L 210 van 15.8.2017, blz. 4), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1862 van de Commissie van 16 oktober 2017 (PB L 266 van 17.10.2017, blz. 1), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2329 van de Commissie van 14 december 2017 (PB L 333 van 15.12.2017, blz. 29), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/949 van de Commissie van 3 juli 2018 (PB L 167 van 4.7.2018, blz. 3), |
|
— |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/39 van 10 januari 2019 (PB L 9 van 11.1.2019, blz. 106). |
als gerectificeerd bij:
|
|
PB L 28 van 4.2.2015, blz. 48 (1287/2014), |
|
|
PB L 241 van 17.9.2015, blz. 51 (2015/131). |
BIJLAGE B
IN ARTIKEL 2 BEDOELDE REGELINGEN
|
1. |
Uit derde landen in de Republiek San Marino ingevoerde biologische producten worden vergezeld van een controlecertificaat als bedoeld in artikel 33, lid 1, onder d), eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 834/2007. |
|
2. |
De Republiek San Marino gebruikt het bij Beschikking 2003/24/EG van de Commissie (1) ingevoerde elektronische Traces-systeem (Trade Control and Expert System) om de elektronische controlecertificaten voor de invoer van biologische producten uit derde landen te verwerken. |
|
3. |
Voor de toepassing van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1235/2008 met betrekking tot de invoer in de Republiek San Marino van biologische producten uit derde landen, wordt de zending geverifieerd en het controlecertificaat geviseerd met Traces door de in bijlage II van het “Omnibus”-besluit nr. 1/2010 (2) vermelde douanekantoren. |
|
4. |
Voor de toepassing van artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1235/2008, kan de Republiek San Marino worden verzocht als mederapporteur op te treden. De Republiek San Marino kan deze taak naar eigen goeddunken aanvaarden. |
(1) Beschikking 2003/24/EG van de Commissie van 30 december 2002 met betrekking tot de invoering van een geïntegreerd veterinair computersysteem (PB L 8 van 14.1.2003, blz. 44).
(2) Besluit nr. 1/2010 “Omnibus” van het Samenwerkingscomité EU-San Marino van 29 maart 2010 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsmaatregelen van de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino (PB L 156 van 23.6.2010, blz. 13).
BIJLAGE C
IN ARTIKEL 3 BEDOELDE REGELINGEN
|
1. |
In de relevante artikelen van de in bijlage A vermelde verordeningen hebben de termen “lidstaat” of “lidstaten” niet alleen de in de verordening bedoelde betekenis, maar wordt hieronder ook de Republiek San Marino verstaan. |
|
2. |
Als in de relevante artikelen van de in bijlage A vermelde verordeningen wordt bepaald dat een lidstaat een besluit moet nemen of een mededeling of kennisgeving moet doen, wordt een dergelijk besluit genomen of een dergelijke mededeling of kennisgeving gedaan door de autoriteiten van de Republiek San Marino. Deze autoriteiten houden rekening met de adviezen van de wetenschappelijke comités van de Unie en gebruiken de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de door de Europese Commissie vastgestelde administratieve gedragsregels als basis voor hun besluiten. |
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/39 |
BESLUIT (EU) 2019/1179 VAN DE RAAD
van 8 juli 2019
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 02 04 77 03 — Voorbereidende actie inzake defensieonderzoek)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (2), en met name artikel 58, lid 2, onder b), artikel 110, lid 1, en artikel 181,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (3) (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten met betrekking tot acties van de Unie die worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Unie, met name wat de voorbereidende actie betreft inzake defensieonderzoek. |
|
(5) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om het mogelijk te maken dat deze uitgebreide samenwerking vanaf 1 januari 2019 plaatsvindt. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER dient derhalve te worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
A.-K. PEKONEN
(1) PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. …/2019
van …
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is passend de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten met betrekking tot acties van de Unie die worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Unie, met name wat de voorbereidende actie betreft inzake defensieonderzoek. |
|
(2) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om het mogelijk te maken dat deze uitgebreide samenwerking vanaf 1 januari 2019 plaatsvindt, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 1, lid 13, onder a), van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst worden de woorden “en 2018” vervangen door de woorden “, 2018 en 2019”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing vanaf 1 januari 2019.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(*1) Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/42 |
BESLUIT (EU) 2019/1180 VAN DE RAAD
van 8 juli 2019
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over een wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (Begrotingsonderdeel 12 02 01 — Tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt voor financiële diensten)
(Voor de EER relevante tekst)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd. |
|
(3) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst bevat bepalingen betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden. |
|
(4) |
Het is wenselijk om de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten in uit de algemene begroting van de Europese Unie gefinancierde EU-acties met betrekking tot de tenuitvoerlegging en ontwikkeling van de interne markt voor financiële diensten. |
|
(5) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking vanaf 1 januari 2019 mogelijk te maken. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
A.-K. PEKONEN
ONTWERP
BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …/2019
van …
tot wijziging van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name de artikelen 86 en 98,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het is wenselijk om de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst voort te zetten bij uit de algemene begroting van de Europese Unie gefinancierde EU-acties met betrekking tot de tenuitvoerlegging en de ontwikkeling van de interne markt voor financiële diensten. |
|
(2) |
Protocol 31 bij de EER-overeenkomst dient derhalve te worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 1 januari 2019 mogelijk te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 7, lid 11, van Protocol 31 bij de EER-overeenkomst wordt “en 2018” vervangen door “, 2018 en 2019”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).
Het is van toepassing vanaf 1 januari 2019.
Artikel 3
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
(*1) [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/44 |
BESLUIT (EU) 2019/1181 VAN DE RAAD
van 8 juli 2019
betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 148, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid (3),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De lidstaten en de Unie moeten bouwen aan een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid, met name ter bevordering van een geschoolde, opgeleide en flexibele beroepsbevolking, alsmede van arbeidsmarkten die snel inspelen op economische veranderingen en teneinde de doelstellingen inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie te bereiken. |
|
(2) |
Overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) heeft de Unie beleidscoördinatie-instrumenten ontwikkeld voor het begrotingsbeleid, het macro-economisch beleid en het structureel beleid, en deze ingevoerd. Als onderdeel van deze instrumenten vormen de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten als vervat in de bijlage bij Besluit (EU) 2018/1215 van de Raad (4) (“werkgelegenheidsrichtsnoeren”) en de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie, als vervat in Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad (5), de geïntegreerde richtsnoeren voor de uitvoering van de Europa 2020-strategie (“de geïntegreerde richtsnoeren”). Zij moeten de beleidsuitvoering in de lidstaten en in de Unie aansturen, en de onderlinge afhankelijkheid tussen de lidstaten tot uiting brengen. De hieruit voortvloeiende reeks uniale en nationale gecoördineerde beleidslijnen en hervormingen moet een geschikte algehele mix van economisch en sociaal beleid vormen die positieve overloopeffecten teweegbrengt. |
|
(3) |
In het Europees Semester worden verschillende instrumenten gecombineerd in een overkoepelend kader voor een geïntegreerd, multilateraal toezicht op het economisch, budgettair, werkgelegenheids- en sociaal beleid en wordt gestreefd naar de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen, onder andere op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en armoedebestrijding, als bepaald in Besluit 2010/707/EU van de Raad (6). Terwijl de beleidsdoelstellingen, te weten het stimuleren van investeringen, het voortzetten van structurele hervormingen en het verzekeren van een verantwoord begrotingsbeleid, werden bevorderd, werd het Europees Semester sinds 2015 voortdurend versterkt en gestroomlijnd. Met name is de focus op werkgelegenheid en sociale aspecten versterkt en de dialoog met de lidstaten, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld verdiept. |
|
(4) |
In november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie een interinstitutionele afkondiging ondertekend van de Europese pijler van sociale rechten, waarin twintig beginselen en rechten zijn vastgelegd om goed werkende en billijke arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels te ondersteunen. De Europese pijler van sociale rechten vormt een referentiekader om de prestaties op het vlak van werkgelegenheid en de sociale prestaties van de lidstaten te monitoren, hervormingen op nationaal niveau te stimuleren en als kompas te dienen voor een hernieuwd proces van convergentie in de Unie. |
|
(5) |
Deze geïntegreerde richtsnoeren moeten de basis vormen voor landspecifieke aanbevelingen die de Raad tot de lidstaten kan richten. Bij de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten de lidstaten ten volle gebruikmaken van het Europees Sociaal Fonds en andere fondsen van de Unie. Hoewel de geïntegreerde richtsnoeren zijn gericht tot de lidstaten en de Unie, moeten de werkgelegenheidsrichtsnoeren worden uitgevoerd in samenwerking met alle nationale, regionale en lokale autoriteiten, en moeten de parlementen, de sociale partners en de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld nauw worden betrokken. |
|
(6) |
Het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming moeten overeenkomstig hun respectieve, op het VWEU gebaseerde mandaten, in het oog houden hoe de desbetreffende beleidsonderdelen worden uitgevoerd in het licht van de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Die comités en andere voorbereidende instanties van de Raad die bij de coördinatie van het economisch en het sociaal beleid zijn betrokken, moeten nauw met elkaar samenwerken. De beleidsdialoog tussen het Europees parlement, de Raad en de Commissie, in het bijzonder met betrekking tot de werkgelegenheidsrichtsnoeren, moet worden gehandhaafd. |
|
(7) |
Het Comité voor sociale bescherming is geraadpleegd. |
|
(8) |
De werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten stabiel blijven, zodat alle aandacht kan uitgaan naar de uitvoering ervan. Na een beoordeling van de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en de sociale situatie sinds de aanneming van de richtsnoeren in 2018, is vastgesteld dat een aanpassing niet nodig is. De redenen voor de goedkeuring van de werkgelegenheidsrichtsnoeren in 2018 blijven geldig; bijgevolg moeten die richtsnoeren worden gehandhaafd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, als vastgesteld in de bijlage bij Besluit (EU) 2018/1215, worden gehandhaafd voor 2019 en de lidstaten houden er rekening mee in hun werkgelegenheidsbeleid en hervormingsprogramma's.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 8 juli 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
A.-K. PEKONEN
(1) Advies van 18 maart 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Advies van 20 juni 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(3) Advies van 29 april 2019 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(4) Besluit (EU) 2018/1215 van de Raad van 16 juli 2018 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 224 van 5.9.2018, blz. 4).
(5) Aanbeveling (EU) 2015/1184 van de Raad van 14 juli 2015 betreffende de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie (PB L 192 van 18.7.2015, blz. 27).
(6) Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46).
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/46 |
BESLUIT (EU) 2019/1182 VAN DE COMMISSIE
van 3 juli 2019
over het voorgestelde burgerinitiatief “EU-wetgeving, rechten van minderheden en democratisering van Spaanse instellingen”
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4972)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het voorgestelde burgerinitiatief “EU-wetgeving, rechten van minderheden en democratisering van Spaanse instellingen” heeft betrekking op: “systeemrisico's in Spanje, de behandeling van minderheden en de dringende noodzaak om maatregelen aan te moedigen om het land te helpen democratiseren en in overeenstemming te brengen met de basisbeginselen van het EU-recht”. |
|
(2) |
De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief worden als volgt omschreven: “Ons doel is ervoor te zorgen dat zowel de Commissie als het Parlement zich ten volle bewust zijn van de huidige situatie in Spanje, de systeemrisico's in het land, de niet-naleving van de regels en leidende beginselen van het EU-recht en de noodzaak om mechanismen in gang te zetten om bij te dragen aan de verbetering van de democratische normen in Spanje, zodat de rechten en vrijheden van minderheden en alle Spaanse burgers door middel van EU-wetgeving en -instrumenten worden gewaarborgd.” |
|
(3) |
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief. |
|
(4) |
De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) nr. 211/2011 registreert de Commissie een voorgesteld burgerinitiatief, op voorwaarde dat aan de voorwaarden van artikel 4, lid 2, onder a) tot en met d), is voldaan. |
|
(6) |
Het voorgestelde burgerinitiatief behelst het verzoek aan de Commissie om de situatie in Spanje te onderzoeken met betrekking tot de beweging voor onafhankelijkheid van de Catalaanse regio, in het kader van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad “Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat” (COM(2014) 158) en om, in voorkomend geval, maatregelen te nemen in dat verband. De Commissie wordt in het voorgestelde burgerinitiatief echter niet verzocht een voorstel voor een rechtshandeling van de Unie in te dienen. |
|
(7) |
Derhalve valt het voorgestelde burgerinitiatief zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 211/2011, gelezen in samenhang met artikel 2, punt 1, van die verordening, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De registratie van het voorgestelde burgerinitiatief “EU-wetgeving, rechten van minderheden en democratisering van Spaanse instellingen” wordt hierbij geweigerd.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de organisatoren (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief “EU-wetgeving, rechten van minderheden en democratisering van Spaanse instellingen”, vertegenwoordigd door mevrouw Elisenda PALUZIE en de heer Gérard ONESTA als contactpersonen.
Gedaan te Brussel, 3 juli 2019.
Voor de Commissie
Frans TIMMERMANS
Eerste vicevoorzitter
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/48 |
BESLUIT (EU) 2019/1183 VAN DE COMMISSIE
van 3 juli 2019
over het voorgestelde burgerinitiatief “Koolstof beprijzen om de klimaatverandering te bestrijden”
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4973)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het onderwerp van het voorgestelde burgerinitiatief “Koolstof beprijzen om de klimaatverandering te bestrijden” wordt als volgt omschreven: “Wij verzoeken de Europese Commissie EU-wetgeving voor te stellen om het verbruik van fossiele brandstoffen te ontmoedigen en energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te stimuleren, teneinde de opwarming van de aarde tegen te gaan en de temperatuurstijging te beperken tot 1,5 °C.” |
|
(2) |
De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief worden als volgt omschreven: “Wij stellen voor een minimumprijs voor CO2-uitstoot in te voeren, die oploopt van 50 EUR per ton CO2 in 2020 tot 100 EUR in 2025. Het voorstel houdt ook in dat het bestaande systeem van kosteloze toewijzing van emissierechten aan EU-vervuilers wordt afgeschaft en dat voor invoer van buiten de EU een mechanisme voor aanpassing aan de grens wordt ingesteld, om de lagere prijzen voor CO2-emissies in het uitvoerende land te compenseren. De extra inkomsten uit de koolstofbeprijzing dienen te worden gebruikt voor Europese beleidsmaatregelen ter ondersteuning van energiebesparing en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en voor een verlaging van de belasting op lagere inkomens.” |
|
(3) |
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief. |
|
(4) |
De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken. |
|
(5) |
De Commissie heeft de bevoegdheid om voorstellen voor rechtshandelingen van de Unie ter uitvoering van de Verdragen in te dienen over de volgende aangelegenheden:
|
|
(6) |
Om deze redenen valt het voorgestelde burgerinitiatief niet zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van de verordening. |
|
(7) |
Bovendien is een burgercomité gevormd en zijn contactpersonen aangewezen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de verordening, en levert het voorgestelde burgerinitiatief geen misbruik op, is het niet lichtzinnig of ergerlijk en druist het niet duidelijk in tegen de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden van de Unie. |
|
(8) |
Het voorgestelde burgerinitiatief “Koolstof beprijzen om de klimaatverandering te bestrijden” dient derhalve te worden geregistreerd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het voorgestelde burgerinitiatief “Koolstof beprijzen om de klimaatverandering te bestrijden” wordt hierbij geregistreerd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op 22 juli 2019.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de organisatoren (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief “Koolstof beprijzen om de klimaatverandering te bestrijden”, vertegenwoordigd door de heer Marco CAPPATO en mevrouw Monica FRASSONI, die als contactpersonen optreden.
Gedaan te Brussel, 3 juli 2019.
Voor de Commissie
Frans TIMMERMANS
Eerste vicevoorzitter
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/50 |
BESLUIT (EU) 2019/1184 VAN DE COMMISSIE
van 3 juli 2019
over het voorgestelde burgerinitiatief met als titel “De teelt van wetenschappelijke vooruitgang: gewassen zijn belangrijk!”
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4975)
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het voorgestelde burgerinitiatief “De teelt van wetenschappelijke vooruitgang: gewassen zijn belangrijk!” wordt als volgt omschreven: “Richtlijn 2001/18/EG is achterhaald. Wij, als studenten van de biowetenschappen, vinden het belangrijk dat het huidige, in de richtlijn vastgelegde vrijstellingsmechanisme wordt herzien wat nieuwe gewasveredelingstechnieken betreft.” |
|
(2) |
De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief worden als volgt omschreven: “Meer bepaald willen we meer rechtszekerheid en meer definities, en een soepelere toelatingsprocedure voor producten die met deze nieuwe technieken zijn verkregen en alleen eigenschappen hebben die al in de natuur aanwezig zijn. Het doel is de wetenschappelijke vooruitgang in de Europese Unie vooruit te helpen en tegelijkertijd de gezondheid van mens, dier en milieu te beschermen.” |
|
(3) |
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief. |
|
(4) |
De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken. |
|
(5) |
Op basis van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) kunnen, ter uitvoering van de Verdragen, bij rechtshandelingen van de Unie bepalingen worden vastgelegd inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen. |
|
(6) |
Om deze redenen valt het voorgestelde burgerinitiatief niet zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van de verordening. |
|
(7) |
Bovendien is een burgercomité gevormd en zijn contactpersonen aangewezen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de verordening, en levert het voorgestelde burgerinitiatief geen misbruik op, is het niet lichtzinnig of ergerlijk en druist het niet duidelijk in tegen de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden van de Unie. |
|
(8) |
Het voorgestelde burgerinitiatief met als titel “De teelt van wetenschappelijke vooruitgang: gewassen zijn belangrijk!” moet daarom worden geregistreerd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het voorgestelde burgerinitiatief met als titel “De teelt van wetenschappelijke vooruitgang: gewassen zijn belangrijk!” wordt hierbij geregistreerd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op 25 juli 2019.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de organisatoren (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief “De teelt van wetenschappelijke vooruitgang: gewassen zijn belangrijk!”, vertegenwoordigd door mevrouw Lavinia SCUDIERO en mevrouw Martina HELMLINGER, die als contactpersonen optreden.
Gedaan te Brussel, 3 juli 2019.
Voor de Commissie
Frans TIMMERMANS
Eerste Vicevoorzitter
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/52 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1185 VAN DE COMMISSIE
van 10 juli 2019
tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 5340)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,
Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire controles in het intra-uniale handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,
Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name artikel 4, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie (4) zijn in bepaalde lidstaten, waar gevallen van Afrikaanse varkenspest in tamme of wilde varkens zijn bevestigd (“de betrokken lidstaten”), maatregelen op het gebied van de diergezondheid vastgesteld in verband met die ziekte. In de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit zijn bepaalde gebieden in de betrokken lidstaten afgebakend, die in de lijsten in de delen I tot en met IV van die bijlage zijn opgenomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende risiconiveaus op basis van de epidemiologische situatie van die ziekte. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU is verscheidene keren gewijzigd om rekening te houden met veranderingen in de epidemiologische situatie ten aanzien van Afrikaanse varkenspest in de Unie die in die bijlage moeten worden weerspiegeld. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU is laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1147 van de Commissie (5), naar aanleiding van gevallen van Afrikaanse varkenspest in Polen en Roemenië. |
|
(2) |
Sinds de datum waarop Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1147 is vastgesteld, hebben zich in Polen, Bulgarije, Letland en Litouwen gevallen van Afrikaanse varkenspest bij tamme en wilde varkens voorgedaan die ook in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moeten worden weerspiegeld. |
|
(3) |
In juli 2019 zijn een aantal gevallen van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij wilde varkens in de districten Lidzbark Warmiński, Niemce, Grabów nad Pilicą en Izbica in de onmiddellijke nabijheid van gebieden die momenteel zijn opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moeten deze door Afrikaanse varkenspest getroffen gebieden in Polen nu in de lijst in deel II in plaats van in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(4) |
In juli 2019 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij tamme varkens in het district Giżycko in Polen, in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij tamme varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Polen nu in de lijst in deel III in plaats van in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(5) |
In juli 2019 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij tamme varkens in de regio Pleven in Bulgarije, in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij tamme varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Bulgarije nu in de lijst in deel III in plaats van in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(6) |
In juli 2019 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij tamme varkens in de regio Pleven in Bulgarije, in een gebied dat niet is opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij tamme varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Bulgarije nu in de lijst in deel III van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(7) |
In juli 2019 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij tamme varkens in de regio Liepāja in Letland, in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij tamme varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Letland nu in de lijst in deel III in plaats van in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(8) |
In juli 2019 is een uitbraak van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij tamme varkens in de regio Kaunas in Litouwen, in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze uitbraak van Afrikaanse varkenspest bij tamme varkens moet in die bijlage met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moet dit door Afrikaanse varkenspest getroffen gebied in Litouwen nu in de lijst in deel III in plaats van in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. |
|
(9) |
Om rekening te houden met recente ontwikkelingen in de epidemiologische evolutie van Afrikaanse varkenspest in de Unie, en met het oog op de proactieve bestrijding van de met de verspreiding van die ziekte samenhangende risico's, moeten voor Polen, Bulgarije, Letland en Litouwen nieuwe gebieden met een hoog risico van voldoende omvang worden afgebakend en in de lijsten in de delen I, II en III van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(10) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 10 juli 2019
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.
(2) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.
(3) PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.
(4) Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie van 9 oktober 2014 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/178/EU (PB L 295 van 11.10.2014, blz. 63).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1147 van de Commissie van 4 juli 2019 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (PB L 181 van 5.7.2019, blz. 91).
BIJLAGE
De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door:
“BIJLAGE
DEEL I
1. België
De volgende gebieden in België:
in de provincie Luxemburg:
|
— |
het gebied dat met de wijzers van de klok mee wordt afgebakend door: |
|
— |
de grens met Frankrijk, |
|
— |
Rue Mersinhat, |
|
— |
de N818 tot de kruising met de N83, |
|
— |
de N83 tot de kruising met de N884, |
|
— |
de N884 tot de kruising met de N824, |
|
— |
de N824 tot de kruising met Le Routeux, |
|
— |
Le Routeux, |
|
— |
Rue d'Orgéo, |
|
— |
Rue de la Lorraine, |
|
— |
Rue du Bout-d'en-Bas, |
|
— |
Rue de l'Eglise, |
|
— |
Rue Notre-Dame, |
|
— |
Rue du Centre, |
|
— |
de N845 tot de kruising met de N85, |
|
— |
de N85 tot de kruising met de N40, |
|
— |
de N40 tot de kruising met de N802, |
|
— |
de N802 tot de kruising met de N825, |
|
— |
de N825 tot de kruising met de E25-E411, |
|
— |
de E25-E411 tot de kruising met de N40, |
|
— |
N40: Burnaimont, Rue de Luxembourg, Rue Ranci, Rue de la Chapelle, |
|
— |
Rue du Tombois, |
|
— |
Rue Du Pierroy, |
|
— |
Rue Saint-Orban, |
|
— |
Rue Saint-Aubain, |
|
— |
Rue des Cottages, |
|
— |
Rue de Relune, |
|
— |
Rue de Rulune, |
|
— |
Route de l'Ermitage, |
|
— |
N87: Route de Habay, |
|
— |
Chemin des Ecoliers, |
|
— |
Le Routy, |
|
— |
Rue Burgknapp, |
|
— |
Rue de la Halte, |
|
— |
Rue du Centre, |
|
— |
Rue de l'Eglise, |
|
— |
Rue du Marquisat, |
|
— |
Rue de la Carrière, |
|
— |
Rue de la Lorraine, |
|
— |
Rue du Beynert, |
|
— |
Millewée, |
|
— |
Rue du Tram, |
|
— |
Millewée, |
|
— |
N4: Route de Bastogne, Avenue de Longwy, Route de Luxembourg, |
|
— |
de grens met het Groothertogdom Luxemburg, |
|
— |
de grens met Frankrijk, |
|
— |
de N87 tot de kruising met de N871 ter hoogte van Rouvroy, |
|
— |
de N871 tot de kruising met de N88, |
|
— |
de N88 tot de kruising met de Rue Baillet Latour, |
|
— |
de Rue Baillet Latour tot de kruising met de N811, |
|
— |
de N811 tot de kruising met de N88, |
|
— |
de N88 tot de kruising met de N883 ter hoogte van Aubange, |
|
— |
de N883 tot de kruising met de N81 ter hoogte van Aubange, |
|
— |
de N81 tot de kruising met de E25-E411, |
|
— |
de E25-E411 tot de kruising met de N40, |
|
— |
de N40 tot de kruising met de Rue du Fet, |
|
— |
Rue du Fet, |
|
— |
de Rue de l'Accord tot de kruising met de Rue de la Gaume, |
|
— |
de Rue de la Gaume tot de kruising met de Rue des Bruyères, |
|
— |
Rue des Bruyères, |
|
— |
Rue de Neufchâteau, |
|
— |
Rue de la Motte, |
|
— |
de N894 tot de kruising met de N85, |
|
— |
de N85 tot de kruising met de grens met Frankrijk. |
2. Bulgarije
De volgende gebieden in Bulgarije:
|
in Varna the whole region excluding the villages covered in Part II; |
|
in Silistra region:
|
|
in Dobrich region:
|
|
in Ruse region:
|
|
the whole region of Veliko Tarnovo, |
|
the whole region of Gabrovo, |
|
the whole region of Lovetch, |
|
in Pleven region: the whole region of Pleven excluding the villages covered in Part III, |
|
in Vratza region:
|
|
in Montana region:
|
|
in Vidin region:
|
3. Estland
De volgende gebieden in Estland:
|
— |
Hiiu maakond. |
4. Hongarije
De volgende gebieden in Hongarije:
|
— |
Borsod-Abaúj-Zemplén megye 651100, 651300, 651400, 651500, 651610, 651700, 651801, 651802, 651803, 651900, 652000, 652200, 652300, 652601, 652602, 652603, 652700, 652900, 653000, 653100, 653200, 653300, 653401, 653403, 653500, 653600, 653700, 653800, 653900, 654000, 654201, 654202, 654301, 654302, 654400, 654501, 654502, 654600, 654700, 654800, 654900, 655000, 655100, 655200, 655300, 655500, 655600, 655700, 655800, 655901, 655902, 656000, 656100, 656200, 656300, 656400, 656600, 657300, 657400, 657500, 657600, 657700, 657800, 657900, 658000, 658201, 658202 és 658403kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Hajdú-Bihar megye900750, 901250, 901260, 901270, 901350, 901551, 901560, 901570, 901580, 901590, 901650, 901660, 901750, 901950, 902050, 902150, 902250, 902350, 902450, 902550, 902650, 902660, 902670, 902750, 903250, 903650, 903750, 903850, 904350, 904750, 904760, 904850, 904860, 905360, 905450 és 905550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Heves megye702550, 703350, 703360, 703450, 703550, 703610, 703750, 703850, 703950, 704050, 704150, 704250, 704350, 704450, 704550, 704650, 704750, 704850, 704950, 705050, és 705350kódszámúvadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Jász-Nagykun-Szolnok megye 750150, 750160, 750250, 750260, 750350, 750450, 750460, 750550, 750650, 750750, 750850, 750950, 751150, 752150 és755550 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Nógrád megye 552010, 552150, 552250, 552350, 552450, 552460, 552520, 552550, 552610, 552620, 552710, 552850, 552860, 552950, 552970, 553050, 553110, 553250, 553260, 553350, 553650, 553750, 553850, 553910és 554050 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Pest megye 571250, 571350, 571550, 571610, 571750, 571760, 572250, 572350, 572550, 572850, 572950, 573360, 573450, 580050 és 580450 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Szabolcs-Szatmár-Bereg megye851950, 852350, 852450, 852550, 852750, 853560, 853650, 853751, 853850, 853950, 853960, 854050, 854150, 854250, 854350, 855350, 855450, 855550, 855650, 855660és 855850kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe. |
5. Letland
De volgende gebieden in Letland:
|
— |
Aizputes novada Cīravas pagasta daļa uz ziemeļiem no autoceļa 1192, Lažas pagasta daļa uz ziemeļrietumiem no autoceļa 1199 un uz ziemeļiem no Padures autoceļa, |
|
— |
Alsungas novads, |
|
— |
Durbes novada Dunalkas pagasta daļa uz rietumiem no autoceļiem P112, 1193 un 1192, un Tadaiķu pagasts, |
|
— |
Kuldīgas novada Gudenieku pagasts, |
|
— |
Pāvilostas novads, |
|
— |
Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes, |
|
— |
Ventspils novada Jūrkalnes pagasts, |
|
— |
Grobiņas novads, |
|
— |
Rucavas novada Dunikas pagasts. |
6. Litouwen
De volgende gebieden in Litouwen:
|
— |
Jurbarko rajono savivaldybė: Smalininkų ir Viešvilės seniūnijos, |
|
— |
Kelmės rajono savivaldybė: Kelmės, Kelmės apylinkių, Kražių, Kukečių seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. 2128 ir į vakarus nuo kelio Nr. 2106, Liolių, Pakražančio seniūnijos, Tytuvėnų seniūnijos dalis į vakarus ir šiaurę nuo kelio Nr. 157 ir į vakarus nuo kelio Nr. 2105 ir Tytuvėnų apylinkių seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 157 ir į vakarus nuo kelio Nr. 2105, ir Vaiguvos seniūnijos, |
|
— |
Pagėgių savivaldybė, |
|
— |
Plungės rajono savivaldybė, |
|
— |
Raseinių rajono savivaldybė: Girkalnio ir Kalnujų seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr A1, Nemakščių, Paliepių, Raseinių, Raseinių miesto ir Viduklės seniūnijos, |
|
— |
Rietavo savivaldybė, |
|
— |
Skuodo rajono savivaldybė, |
|
— |
Šilalės rajono savivaldybė, |
|
— |
Šilutės rajono savivaldybė: Juknaičių, Kintų, Šilutės ir Usėnų seniūnijos, |
|
— |
Tauragės rajono savivaldybė: Lauksargių, Skaudvilės, Tauragės, Mažonų, Tauragės miesto ir Žygaičių seniūnijos. |
7. Polen
De volgende gebieden in Polen:
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie podlaskim:
|
|
w województwie mazowieckim:
|
|
w województwie lubelskim:
|
|
w województwie podkarpackim:
|
|
w województwie świętokrzyskim:
|
8. Roemenië
De volgende gebieden in Roemenië:
|
— |
Județul Alba, |
|
— |
Județul Cluj, |
|
— |
Județul Harghita, |
|
— |
Județul Hunedoara, |
|
— |
Județul Iași cu restul comunelor care nu sunt incluse in partea II, |
|
— |
Județul Neamț, |
|
— |
Restul județului Mehedinți care nu a fost inclus în Partea III cu următoarele comune:
|
|
— |
Județul Gorj, |
|
— |
Județul Suceava, |
|
— |
Județul Mureș, |
|
— |
Județul Sibiu, |
|
— |
Județul Caraș-Severin. |
DEEL II
1. België
De volgende gebieden in België:
in de provincie Luxemburg:
|
— |
het gebied dat met de wijzers van de klok mee wordt afgebakend door: |
|
— |
de grens met Frankrijk ter hoogte van Florenville, |
|
— |
de N85 tot de kruising met de N894 ter hoogte van Florenville, |
|
— |
de N894 tot de kruising met de Rue de la Motte, |
|
— |
de Rue de la Motte tot de kruising met de Rue de Neufchâteau, |
|
— |
Rue de Neufchâteau, |
|
— |
de Rue des Bruyères tot de kruising met Rue de la Gaume, |
|
— |
de Rue de la Gaume tot de kruising met Rue de l'Accord, |
|
— |
Rue de l'Accord, |
|
— |
Rue du Fet, |
|
— |
de N40 tot de kruising met de E25-E411, |
|
— |
de E25-E411 tot de kruising met de N81 ter hoogte van Weyler, |
|
— |
de N81 tot de kruising met de N883 ter hoogte van Aubange, |
|
— |
de N883 tot de kruising met de N88 ter hoogte van Aubange, |
|
— |
de N88 tot de kruising met de N811, |
|
— |
de N811 tot de kruising met de Rue Baillet Latour, |
|
— |
de Rue Baillet Latour tot de kruising met de N88, |
|
— |
de N88 tot de kruising met de N871, |
|
— |
de N871 tot de kruising met de N87 ter hoogte van Rouvroy, |
|
— |
de N87 tot de kruising met de grens met Frankrijk. |
2. Bulgarije
De volgende gebieden in Bulgarije:
|
in Varna region:
|
|
in Silistra region:
|
|
in Dobrich region:
|
3. Estland
De volgende gebieden in Estland:
|
— |
Eesti Vabariik (välja arvatud Hiiu maakond). |
4. Hongarije
De volgende gebieden in Hongarije:
|
— |
Heves megye 700150, 700250, 700260, 700350, 700450, 700460, 700550, 700650, 700750, 700850, 700860, 700950, 701050, 701111, 701150, 701250, 701350, 701550, 701560, 701650, 701750, 701850, 701950, 702050, 702150, 702250, 702260, 702350, 702450, 702750, 702850, 702950, 703050, 703150, 703250, 703370, 705150,705250, 705450,705510 és 705610kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Szabolcs-Szatmár-Bereg megye 850950, 851050, 851150, 851250, 851350, 851450, 851550, 851560, 851650, 851660, 851751, 851752, 852850, 852860, 852950, 852960, 853050, 853150, 853160, 853250, 853260, 853350, 853360, 853450, 853550, 854450, 854550, 854560, 854650, 854660, 854750, 854850, 854860, 854870, 854950, 855050, 855150, 855250, 855460, 855750, 855950, 855960, 856051, 856150, 856250, 856260, 856350, 856360, 856450, 856550, 856650, 856750, 856760, 856850, 856950, 857050, 857150, 857350, 857450, 857650, valamint 850150, 850250, 850260, 850350, 850450, 850550, 852050, 852150, 852250 és 857550, továbbá 850650, 850850, 851851 és 851852 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Nógrád megye 550110, 550120, 550130, 550210, 550310, 550320, 550450, 550460, 550510, 550610, 550710, 550810, 550950, 551010, 551150, 551160, 551250, 551350, 551360, 551450, 551460, 551550, 551650, 551710, 551810, 551821,552360 és 552960 kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Borsod-Abaúj-Zemplén megye 650100, 650200, 650300, 650400, 650500, 650600, 650700, 650800, 650900, 651000, 651200, 652100, 655400, 656701, 656702, 656800, 656900, 657010, 657100, 658100, 658310, 658401, 658402, 658404, 658500, 658600, 658700, 658801, 658802, 658901, 658902, 659000, 659100, 659210, 659220, 659300, 659400, 659500, 659601, 659602, 659701, 659800, 659901, 660000, 660100, 660200, 660400, 660501, 660502, 660600 és 660800, valamint 652400, 652500 és 652800kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe, |
|
— |
Hajdú-Bihar megye 900150, 900250, 900350, 900450, 900550, 900650, 900660, 900670, 901850,900850, 900860, 900930, 900950, 901050, 901150, 901450, 902850, 902860, 902950, 902960, 903050, 903150, 903350, 903360, 903370, 903450, 903550, 904450, 904460, 904550, 904650kódszámú vadgazdálkodási egységeinek teljes területe. |
5. Letland
De volgende gebieden in Letland:
|
— |
Ādažu novads, |
|
— |
Aizputes novada Kalvenes pagasts pagasta daļa uz dienvidiem no autoceļa A9, |
|
— |
Aglonas novads, |
|
— |
Aizkraukles novads, |
|
— |
Aknīstes novads, |
|
— |
Alojas novads, |
|
— |
Alūksnes novads, |
|
— |
Amatas novads, |
|
— |
Apes novads, |
|
— |
Auces novads, |
|
— |
Babītes novads, |
|
— |
Baldones novads, |
|
— |
Baltinavas novads, |
|
— |
Balvu novads, |
|
— |
Bauskas novads, |
|
— |
Beverīnas novads, |
|
— |
Brocēnu novada Blīdenes pagasts, Remtes pagasta daļa uz austrumiem no autoceļa 1154 un P109, |
|
— |
Burtnieku novads, |
|
— |
Carnikavas novads, |
|
— |
Cēsu novads, |
|
— |
Cesvaines novads, |
|
— |
Ciblas novads, |
|
— |
Dagdas novads, |
|
— |
Daugavpils novads, |
|
— |
Dobeles novads, |
|
— |
Dundagas novads, |
|
— |
Durbes novada Durbes pagasta daļa uz dienvidiem no dzelzceļa līnijas Jelgava-Liepāja, |
|
— |
Engures novads, |
|
— |
Ērgļu novads, |
|
— |
Garkalnes novads, |
|
— |
Gulbenes novads, |
|
— |
Iecavas novads, |
|
— |
Ikšķiles novads, |
|
— |
Ilūkstes novads, |
|
— |
Inčukalna novads, |
|
— |
Jaunjelgavas novads, |
|
— |
Jaunpiebalgas novads, |
|
— |
Jaunpils novads, |
|
— |
Jēkabpils novads, |
|
— |
Jelgavas novads, |
|
— |
Kandavas novads, |
|
— |
Kārsavas novads, |
|
— |
Ķeguma novads, |
|
— |
Ķekavas novads, |
|
— |
Kocēnu novads, |
|
— |
Kokneses novads, |
|
— |
Krāslavas novads |
|
— |
Krimuldas novads, |
|
— |
Krustpils novads, |
|
— |
Kuldīgas novada Ēdoles, Īvandes, Padures, Rendas, Kabiles, Rumbas, Kurmāles, Pelču, Snēpeles, Turlavas, Laidu un Vārmes pagasts, Kuldīgas pilsēta, |
|
— |
Lielvārdes novads, |
|
— |
Līgatnes novads, |
|
— |
Limbažu novads, |
|
— |
Līvānu novads, |
|
— |
Lubānas novads, |
|
— |
Ludzas novads, |
|
— |
Madonas novads, |
|
— |
Mālpils novads, |
|
— |
Mārupes novads, |
|
— |
Mazsalacas novads, |
|
— |
Mērsraga novads, |
|
— |
Naukšēnu novads, |
|
— |
Neretas novads, |
|
— |
Ogres novads, |
|
— |
Olaines novads, |
|
— |
Ozolnieku novads, |
|
— |
Pārgaujas novads, |
|
— |
Pļaviņu novads, |
|
— |
Preiļu novads, |
|
— |
Priekules novads, |
|
— |
Priekuļu novads, |
|
— |
Raunas novads, |
|
— |
republikas pilsēta Daugavpils, |
|
— |
republikas pilsēta Jelgava, |
|
— |
republikas pilsēta Jēkabpils, |
|
— |
republikas pilsēta Jūrmala, |
|
— |
republikas pilsēta Rēzekne, |
|
— |
republikas pilsēta Valmiera, |
|
— |
Rēzeknes novads, |
|
— |
Riebiņu novads, |
|
— |
Rojas novads, |
|
— |
Ropažu novads, |
|
— |
Rugāju novads, |
|
— |
Rundāles novads, |
|
— |
Rūjienas novads, |
|
— |
Salacgrīvas novads, |
|
— |
Salas novads, |
|
— |
Salaspils novads, |
|
— |
Saldus novada Novadnieku, Kursīšu, Zvārdes, Pampāļu, Šķēdes, Nīgrandes, Zaņas, Ezeres, Rubas, Jaunauces un Vadakstes pagasts, |
|
— |
Saulkrastu novads, |
|
— |
Sējas novads, |
|
— |
Siguldas novads, |
|
— |
Skrīveru novads, |
|
— |
Skrundas novads, |
|
— |
Smiltenes novads, |
|
— |
Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes, |
|
— |
Strenču novads, |
|
— |
Talsu novads, |
|
— |
Tērvetes novads, |
|
— |
Tukuma novads, |
|
— |
Vaiņodes novads, |
|
— |
Valkas novads, |
|
— |
Varakļānu novads, |
|
— |
Vārkavas novads, |
|
— |
Vecpiebalgas novads, |
|
— |
Vecumnieku novads, |
|
— |
Ventspils novada Ances, Tārgales, Popes, Vārves, Užavas, Piltenes, Puzes, Ziru, Ugāles, Usmas un Zlēku pagasts, Piltenes pilsēta, |
|
— |
Viesītes novads, |
|
— |
Viļakas novads, |
|
— |
Viļānu novads, |
|
— |
Zilupes novads. |
6. Litouwen
De volgende gebieden in Litouwen:
|
— |
Alytaus miesto savivaldybė, |
|
— |
Alytaus rajono savivaldybė, |
|
— |
Anykščių rajono savivaldybė, |
|
— |
Akmenės rajono savivaldybė: Ventos ir Papilės seniūnijos, |
|
— |
Biržų miesto savivaldybė, |
|
— |
Biržų rajono savivaldybė, |
|
— |
Druskininkų savivaldybė, |
|
— |
Elektrėnų savivaldybė, |
|
— |
Ignalinos rajono savivaldybė, |
|
— |
Jonavos rajono savivaldybė, |
|
— |
Joniškio rajono savivaldybė: Kepalių, Kriukų, Saugėlaukio ir Satkūnų seniūnijos, |
|
— |
Jurbarko rajono savivaldybė, |
|
— |
Kaišiadorių rajono savivaldybė, |
|
— |
Kalvarijos savivaldybė: Akmenynų, Liubavo, Kalvarijos seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. 131 ir į pietus nuo kelio Nr. 200 ir Sangrūdos seniūnijos, |
|
— |
Kauno miesto savivaldybė, |
|
— |
Kauno rajono savivaldybė: Babtų, Batniavos, Čekiškės, Domeikavos, Garliavos, Garliavos apylinkių, Karmėlavos, Kulautuvos, Lapių, Linksmakalnio, Neveronių, Raudondvario, Rokų, Samylų, Taurakiemio, Užliedžių, Vandžiogalos, Vilkijos ir Vilkijos apylinkių seniūnijos, |
|
— |
Kazlų Rūdos savivaldybė: Jankų ir Plutiškių seniūnijos, |
|
— |
Kelmės rajono savivaldybė: Tytuvėnų seniūnijos dalis į rytus ir pietus nuo kelio Nr. 157 ir į rytus nuo kelio Nr. 2105 ir Tytuvėnų apylinkių seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. 157 ir į rytus nuo kelio Nr. 2105, Užvenčio, Kukečių dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 2128 ir į rytus nuo kelio Nr. 2106, ir Šaukėnų seniūnijos, |
|
— |
Kėdainių rajono savivaldybė, |
|
— |
Kupiškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Lazdijų rajono savivaldybė: Būdviečio, Kapčiamieščio, Krosnos, Kučiūnų ir Noragėlių seniūnijos, |
|
— |
Marijampolės savivaldybė: Degučių,Gudelių, Mokolų ir Narto seniūnijos, |
|
— |
Mažeikių rajono savivaldybė: Šerkšnėnų, Sedos ir Židikų seniūnijos, |
|
— |
Molėtų rajono savivaldybė, |
|
— |
Pakruojo rajono savivaldybė, |
|
— |
Panevėžio rajono savivaldybė, |
|
— |
Panevėžio miesto savivaldybė, |
|
— |
Pasvalio rajono savivaldybė, |
|
— |
Radviliškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Prienų rajono savivaldybė: Stakliškių ir Veiverių seniūnijos |
|
— |
Raseinių rajono savivaldybė: Ariogalos, Betygalos, Pagojukų, Šiluvos,Kalnujų seniūnijos ir Girkalnio seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. A1, |
|
— |
Rokiškio rajono savivaldybė, |
|
— |
Šakių rajono savivaldybė: Barzdų, Griškabūdžio, Kidulių, Kudirkos Naumiesčio, Lekėčių, Sintautų, Slavikų. Sudargo, Žvirgždaičių seniūnijos ir Kriūkų seniūnijos dalis į rytus nuo kelio Nr. 3804, Lukšių seniūnijos dalis į rytus nuo kelio Nr. 3804, Šakių seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr. 140 ir į pietvakarius nuo kelio Nr. 137 |
|
— |
Šalčininkų rajono savivaldybė, |
|
— |
Šiaulių miesto savivaldybė, |
|
— |
Šiaulių rajono savivaldybė: Šiaulių kaimiškoji seniūnija, |
|
— |
Šilutės rajono savivaldybė: Rusnės seniūnija, |
|
— |
Širvintų rajono savivaldybė, |
|
— |
Švenčionių rajono savivaldybė, |
|
— |
Tauragės rajono savivaldybė: Batakių ir Gaurės seniūnijos, |
|
— |
Telšių rajono savivaldybė, |
|
— |
Trakų rajono savivaldybė, |
|
— |
Ukmergės rajono savivaldybė, |
|
— |
Utenos rajono savivaldybė, |
|
— |
Varėnos rajono savivaldybė, |
|
— |
Vilniaus miesto savivaldybė, |
|
— |
Vilniaus rajono savivaldybė, |
|
— |
Vilkaviškio rajono savivaldybė:Bartninkų, Gražiškių, Keturvalakių, Kybartų, Klausučių, Pajevonio, Šeimenos, Vilkaviškio miesto, Virbalio, Vištyčio seniūnijos, |
|
— |
Visagino savivaldybė, |
|
— |
Zarasų rajono savivaldybė. |
7. Polen
De volgende gebieden in Polen:
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie podlaskim:
|
|
w województwie mazowieckim:
|
|
w województwie lubelskim:
|
|
w województwie podkarpackim:
|
8. Roemenië
De volgende gebieden in Roemenië:
|
— |
Restul județului Maramureș care nu a fost inclus în Partea III cu următoarele comune:
|
|
— |
Județul Bistrița-Năsăud, |
|
— |
Județul Iași cu următoarele comune:
|
DEEL III
1. Bulgarije
De volgende gebieden in Bulgarije:
in Pleven region:
|
— |
the whole municipality of Belene, |
|
— |
within municipality of Pleven:
|
|
— |
the whole municipality of Nikopol, |
|
— |
the whole municipality of Gulyantsi,
|
2. Letland
De volgende gebieden in Letland:
|
— |
Aizputes novada Aizputes pagasts, Cīravas pagasta daļa uz dienvidiem no autoceļa 1192, Kazdangas pagasts, Kalvenes pagasta daļa uz ziemeļiem no autoceļa A9, Lažas pagasta dienvidaustrumu daļa un pagasta daļa uz dienvidaustrumiem no autoceļa 1199 un uz dienvidiem no Padures autoceļa, Aizputes pilsēta, |
|
— |
Durbes novada Vecpils pagasts, Durbes pagasta daļa uz ziemeļiem no dzelzceļa līnijas Jelgava-Liepāja, Dunalkas pagasta daļa uz austrumiem no autoceļiem P112, 1193 un 1192, Durbes pilsēta, |
|
— |
Brocēnu novada Cieceres un Gaiķu pagasts, Remtes pagasta daļa uz rietumiem no autoceļa 1154 un P109, Brocēnu pilsēta, |
|
— |
Saldus novada Saldus, Zirņu, Lutriņu un Jaunlutriņu pagasts, Saldus pilsēta. |
3. Litouwen
De volgende gebieden in Litouwen:
|
— |
Akmenės rajono savivaldybė: Akmenės, Kruopių, Naujosios Akmenės kaimiškoji ir Naujosios Akmenės miesto seniūnijos, |
|
— |
Birštono savivaldybė, |
|
— |
Joniškio rajono savivaldybė:Gaižaičių, Gataučių, Joniškio, Rudiškių, Skaistgirio, Žagarės seniūnijos, |
|
— |
Kalvarijos savivaldybė: Kalvarijos seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 131 ir į šiaurę nuo kelio Nr. 200, |
|
— |
Kauno rajono savivaldybė: Akademijos, Alšėnų, Ežerėlio, Kačerginės, Ringaudų ir Zapyškio seniūnijos, |
|
— |
Kazlų Rudos savivaldybė: Antanavo ir Kazlų Rudos seniūnijos, |
|
— |
Lazdijų rajono savivaldybė: Lazdijų miesto, Lazdijų, Seirijų, Šeštokų, Šventežerio ir Veisiejų seniūnijos, |
|
— |
Marijampolės savivaldybė: Igliaukos, Liudvinavo, Marijampolės,Sasnavos ir Šunskų seniūnijos, |
|
— |
Mažeikių rajono savivaldybės: Laižuvos, Mažeikių apylinkės, Mažeikių, Reivyčių, Tirkšlių ir Viekšnių seniūnijos, |
|
— |
Prienų rajono savivaldybė: Ašmintos, Balbieriškio, Išlaužo, Jiezno, Naujosios Ūtos, Pakuonio, Prienų ir Šilavotos seniūnijos, |
|
— |
Šakių rajono savivaldybė: Gelgaudiškio ir Plokščių seniūnijos ir Kriūkų seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 3804, Lukšių seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 3804, Šakių seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 140 ir į šiaurės rytus nuo kelio Nr. 137, |
|
— |
Šiaulių rajono savivaldybės: Bubių, Ginkūnų, Gruzdžių, Kairių, Kuršėnų kaimiškoji, Kuršėnų miesto, Kužių, Meškuičių, Raudėnų ir Šakynos seniūnijos, |
|
— |
Šakių rajono savivaldybė: Gelgaudiškio ir Plokščių seniūnijos ir Kriūkų seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 3804, Lukšių seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 3804, Šakių seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr. 140 ir į šiaurės rytus nuo kelio Nr. 137, |
|
— |
Vilkaviškio rajono savivaldybės: Gižų ir Pilviškių seniūnijos. |
4. Polen
De volgende gebieden in Polen:
|
w województwie warmińsko-mazurskim:
|
|
w województwie podlaskim:
|
|
w województwie mazowieckim:
|
|
w województwie lubelskim:
|
5. Roemenië
De volgende gebieden in Roemenië:
|
— |
Zona orașului București, |
|
— |
Județul Constanța, |
|
— |
Județul Satu Mare, |
|
— |
Județul Tulcea, |
|
— |
Județul Bacău, |
|
— |
Județul Bihor, |
|
— |
Județul Brăila, |
|
— |
Județul Buzău, |
|
— |
Județul Călărași, |
|
— |
Județul Dâmbovița, |
|
— |
Județul Galați, |
|
— |
Județul Giurgiu, |
|
— |
Județul Ialomița, |
|
— |
Județul Ilfov, |
|
— |
Județul Prahova, |
|
— |
Județul Sălaj, |
|
— |
Județul Vaslui, |
|
— |
Județul Vrancea, |
|
— |
Județul Teleorman, |
|
— |
Partea din județul Maramureș cu următoarele delimitări:
|
|
— |
Partea din județul Mehedinți cu următoarele comune:
|
|
— |
Județul Argeș, |
|
— |
Județul Olt, |
|
— |
Județul Dolj, |
|
— |
Județul Arad, |
|
— |
Județul Timiș, |
|
— |
Județul Covasna, |
|
— |
Județul Brașov, |
|
— |
Județul Botoșani, |
|
— |
Județul Vâlcea. |
DEEL IV
Italië
De volgende gebieden in Italië:
|
— |
tutto il territorio della Sardegna. |
HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN
|
11.7.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 185/83 |
BESLUIT Nr. 1/2019 VAN HET EPO-COMITÉ DAT IS OPGERICHT BIJ DE TIJDELIJKE ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN IVOORKUST, ENERZIJDS, EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HAAR LIDSTATEN, ANDERZIJDS,
van 11 april 2019
betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie [2019/1186]
HET EPO-COMITÉ,
Gezien de tijdelijke economische partnerschapsovereenkomst tussen Ivoorkust, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (de “overeenkomst”), die op 26 november 2008 te Abidjan is ondertekend en sinds 3 september 2016 voorlopig wordt toegepast, en met name de artikelen 76, 77 en 81,
Gezien het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie (de “Unie”) en de op 8 november 2017 door de Republiek Kroatië neergelegde akte van toetreding tot de overeenkomst,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, onder de in dat verdrag neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van Ivoorkust. |
|
(2) |
Op grond van artikel 77, lid 3, van de overeenkomst kan het EPO-comité wijzigingsmaatregelen vaststellen die eventueel noodzakelijk zijn na de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Unie, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Republiek Kroatië keurt, als partij bij de overeenkomst, op dezelfde wijze als de andere lidstaten van de Unie de teksten van de overeenkomst, alsmede de daaraan gehechte bijlagen, protocollen en verklaringen goed en neemt er nota van.
Artikel 2
Artikel 81 van de overeenkomst wordt vervangen door:
“Artikel 81
Authentieke teksten
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.”.
Artikel 3
De Unie doet de Kroatische taalversie van de overeenkomst aan Ivoorkust toekomen.
Artikel 4
1. De bepalingen van de overeenkomst zijn van toepassing op goederen die uit Ivoorkust naar de Republiek Kroatië of uit de Republiek Kroatië naar Ivoorkust worden uitgevoerd, die voldoen aan de oorsprongsregels die gelden op het grondgebied van de partijen bij de overeenkomst en die op 3 september 2016 in Ivoorkust of in de Republiek Kroatië onderweg waren of zich aldaar in tijdelijke opslag, in een douane-entrepot of in een vrije zone bevonden.
2. In de in de eerste alinea bedoelde gevallen wordt preferentiële behandeling toegekend, op voorwaarde dat binnen vier maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de douaneautoriteiten van het land van invoer een bewijs van oorsprong wordt overgelegd dat retroactief is afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.
Artikel 5
Ivoorkust verbindt zich ertoe in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Unie geen vorderingen, verzoeken of rechtsmiddelen in te stellen, noch enige concessie uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 of artikel XXI van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) te wijzigen of in te trekken.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt ondertekend.
De artikelen 3 en 4 zijn evenwel van toepassing met ingang van 3 september 2016.
Gedaan te Brussel, 11 april 2019.
Voor Ivoorkust
Ally COULIBALY
Voor de Europese Unie
Cecilia MALMSTRÖM