|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
62e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1081 VAN DE COMMISSIE
van 8 maart 2019
tot vaststelling van voorschriften inzake specifieke opleidingsvereisten voor personeel voor het verrichten van bepaalde materiële controles aan grenscontroleposten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 49, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2017/625 stelt voorschriften vast voor de uitvoering van officiële controles door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op dieren en goederen die de Unie binnenkomen om na te gaan of de agro-voedselketenwetgeving van de Unie wordt nageleefd. |
|
(2) |
Artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 bepaalt dat alle personeelsleden die officiële controles en andere officiële activiteiten verrichten, voor hun bevoegdheidsterrein een passende opleiding moeten ontvangen. Hoofdstuk I van bijlage II bij Verordening (EU) 2017/625 geeft de onderwerpen aan voor de opleiding van het personeel dat de officiële controles en andere officiële activiteiten uitvoert. |
|
(3) |
Krachtens artikel 21, lid 2, onder c), van Verordening (EU) 2017/625 moeten de bevoegde autoriteiten officiële controles verrichten van dieren die aan grenscontroleposten worden aangeboden om na te gaan of is voldaan aan de vereisten inzake dierenwelzijn en in het bijzonder aan de voorschriften die van toepassing zijn op hun vervoer naar de Unie. Deze officiële controles omvatten ook controles op de vervoersgeschiktheid van de dieren en op de vervoermiddelen. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 moeten de bevoegde autoriteiten tijdens de uitvoering van de officiële controles de nodige maatregelen nemen om vertragingen tussen het laden van de dieren en hun vertrek te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. Indien dieren tijdens het vervoer langer dan twee uur moeten worden vastgehouden, moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat adequate voorzieningen worden getroffen voor hun verzorging en, zo nodig, voor het voederen, drenken, uitladen en onderbrengen van de dieren. Het is daarom passend dat het personeel dat de officiële dierenarts bijstaat bij de uitvoering van materiële controles van dieren aan de grenscontroleposten, daartoe specifiek wordt opgeleid. |
|
(5) |
Op grond van artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 moeten bepaalde categorieën dieren en goederen uit derde landen aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie aan officiële controles worden onderworpen. Overeenkomstig artikel 49, lid 1, van die verordening omvatten die officiële controles documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles. |
|
(6) |
Artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 bepaalt dat de materiële controles worden uitgevoerd door een officiële dierenarts wanneer die controles betrekking hebben op dieren, met uitzondering van waterdieren, vlees en eetbare slachtafvallen. De officiële dierenarts mag worden bijgestaan door personeel dat is opgeleid overeenkomstig de voorschriften van die verordening voor veterinaire aangelegenheden en dat door de bevoegde autoriteiten voor dat doel is aangewezen. Ook wordt bepaald dat de materiële controles moeten worden uitgevoerd door een officiële dierenarts of door personeel dat overeenkomstig de voorschriften van die verordening is opgeleid en dat daarvoor is aangewezen door de bevoegde autoriteiten, wanneer die controles betrekking hebben op waterdieren, andere producten van dierlijke oorsprong dan vlees en eetbare slachtafvallen, levende producten of dierlijke bijproducten. |
|
(7) |
Personeelsleden die materiële controles uitvoeren in het kader van officiële controles van dieren en van bepaalde categorieën goederen aan grenscontroleposten, moeten daartoe dan ook meer specifiek zijn opgeleid. De opleiding moet ervoor zorgen dat deze materiële controles in alle grenscontroleposten met dezelfde mate van vakbekwaamheid worden uitgevoerd. |
|
(8) |
Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) voorziet in een gedetailleerd studieprogramma voor dierenartsen. Dit studieprogramma omvat onder meer anatomie, pathologie, parasitologie, klinische geneeskunde, gezondheidstoezicht, veterinaire wetgeving, dierlijke productie en levensmiddelenhygiëne (inspectie en controle van levensmiddelen van dierlijke oorsprong, levensmiddelenhygiëne en technologie en praktische werkzaamheden, met inbegrip van praktische werkzaamheden op plaatsen waar het slachten van dieren en de verwerking van levensmiddelen plaatsvindt). Voor de uitvoering van de materiële controles van dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten en dierlijke bijproducten is kennis van deze onderwerpen noodzakelijk. Het is daarom passend specifieke opleidingsvereisten vast te stellen voor personeelsleden die geen officieel dierenarts zijn om de vereiste prestatienorm te bereiken. Er is momenteel geen behoefte aan specifieke opleidingsvereisten voor officiële plantgezondheidsfunctionarissen die verder gaan dan de bestaande vereisten. Daarom is het niet nodig dat officiële dierenartsen en officiële plantgezondheidsfunctionarissen onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen. |
|
(9) |
Het moet de lidstaten worden toegestaan personeel aan te wijzen dat weliswaar niet het opleidingsprogramma overeenkomstig deze verordening heeft gevolgd, maar de opleidingsactiviteiten of de uitwisselingsprogramma's voor personeelsleden als bedoeld in artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625 heeft voltooid, mits deze activiteiten of programma's betrekking hebben op dezelfde onderwerpen die op grond van deze verordening zijn vereist. |
|
(10) |
Beschikking 93/352/EEG van de Commissie (3) stelt voorschriften vast voor de aanwijzing van een officieel functionaris die specifiek is opgeleid voor de uitvoering van controles van vis in de inspectieposten aan de grens in havens waar de vis wordt aangevoerd. Aangezien het toepassingsgebied van die beschikking onder Verordening (EU) 2017/625 valt en de opleidingseisen in deze verordening zijn vastgesteld, moet die beschikking worden ingetrokken. |
|
(11) |
Verordening (EU) 2017/625 is van toepassing met ingang van 14 december 2019. Bijgevolg moeten de in deze verordening vastgestelde voorschriften ook vanaf die datum van toepassing zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
1. Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld tot vaststelling van specifieke opleidingsvereisten voor de volgende personeelsleden, als bedoeld in artikel 49, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EU) 2017/625, die materiële controles aan grenscontroleposten verrichten:
|
a) |
personeel dat een officiële dierenarts bijstaat bij het verrichten van materiële controles van dieren, met uitzondering van waterdieren, of van vlees en eetbare slachtafvallen; |
|
b) |
personeel dat materiële controles verricht van waterdieren, van andere producten van dierlijke oorsprong dan bedoeld onder a), van levende producten of van dierlijke bijproducten. |
2. Deze verordening is niet van toepassing op officiële dierenartsen en officiële plantgezondheidsfunctionarissen.
Artikel 2
Algemene verplichtingen voor de bevoegde autoriteiten betreffende opleiding
1. De in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde personeelsleden mogen de officiële dierenarts bij het verrichten van materiële controles slechts bijstaan of materiële controles overeenkomstig artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 slechts verrichten als zij met succes een opleidingsprogramma hebben voltooid dat voldoet aan de eisen van artikel 3 van deze Verordening (het opleidingsprogramma).
2. De bevoegde autoriteiten ontwikkelen en verzorgen het opleidingsprogramma om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde materiële controles worden uitgevoerd met het vereiste niveau van technische vakbekwaamheid en deskundigheid. Het opleidingsprogramma moet zowel theoretisch als praktisch zijn.
3. De bevoegde autoriteiten houden een administratie van het opleidingsprogramma bij op papier of in elektronische vorm voor elke persoon, met inbegrip van de datums, de duur, de beschrijving van het programma en, in voorkomend geval, de certificaten waaruit blijkt dat het opleidingsprogramma met succes door het personeel is voltooid. De bevoegde autoriteiten in een lidstaat zorgen ervoor dat elke grenscontrolepost in die lidstaat toegang heeft tot op papier of in elektronische vorm bijgehouden opleidingsregisters.
Artikel 3
Voorschriften over de onderwerpen van het opleidingsprogramma
1. De inhoud van het opleidingsprogramma wordt vastgesteld op basis van de dieren en de goederen waarvoor de grenscontroleposten zijn aangewezen en de taken en verantwoordelijkheden die aan het personeel zijn toegewezen.
2. Het opleidingsprogramma omvat de volgende onderwerpen:
|
a) |
toepasselijke Uniewetgeving betreffende binnenkomst in de Unie van dieren en goederen, met inbegrip van procedures en activiteiten die tijdens en na de materiële controles moeten worden uitgevoerd; |
|
b) |
algemene beginselen van onderzoek van dieren; |
|
c) |
onderzoek naar de geschiktheid van de dieren om te worden vervoerd; |
|
d) |
praktische aspecten van het omgaan met dieren overeenkomstig de Uniewetgeving, met inbegrip van regelingen om vertragingen bij de grenscontroleposten te voorkomen of te verminderen en, waar nodig, het voederen, drenken, uitladen en onderbrengen van de dieren; |
|
e) |
zintuiglijk onderzoek van goederen; |
|
f) |
onderzoek van de vervoermiddel en de omstandigheden waaronder het vervoer plaatsvindt, met inbegrip van het beheer van temperatuurgevoelige goederen (koudeketen) en het vervoer van dieren; |
|
g) |
de identificatie van diersoorten, met inbegrip van de identificatie van eventuele invasieve uitheemse soorten zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4), binnengebracht via dieren en goederen; |
|
h) |
controleprocedures betreffende:
|
|
i) |
methoden voor de interpretatie van de resultaten van laboratoriumtests en daarmee samenhangende besluiten overeenkomstig de voorschriften van de toepasselijke Uniewetgeving; |
|
j) |
risicobeoordeling, met inbegrip van gegevensverzameling met betrekking tot de gezondheid van mens en dier, teneinde gerichte materiële controles uit te voeren; |
|
k) |
voorkoming van kruisbesmetting en naleving van de toepasselijke normen inzake bioveiligheid; |
|
l) |
etiketteringsvoorschriften voor de in artikel 47, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde goederen; |
|
m) |
onderzoeken en controletechnieken om frauduleuze of bedrieglijke praktijken in de handel op te sporen. |
Artikel 4
Opleidingsactiviteiten en programma's voor de uitwisseling van personeelsleden, georganiseerd overeenkomstig artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625
In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde personeelsleden de officiële dierenarts bij materiële controles bijstaan of materiële controles verrichten overeenkomstig artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 wanneer zij zijn opgeleid in het kader van opleidingsactiviteiten of programma's voor de uitwisseling van personeel, georganiseerd overeenkomstig artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625, mits deze activiteiten of programma's betrekking hebben op de inhoud en de onderwerpen van het in artikel 3, lid 2, van deze verordening bedoelde opleidingsprogramma.
Artikel 5
Intrekking
Beschikking 93/352/EEG wordt ingetrokken.
Artikel 6
Inwerkingtreding en datum van toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 maart 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.
(2) Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22).
(3) Beschikking 93/352/EEG van de Commissie van 1 juni 1993 tot vaststelling van uitzonderingen op de voorwaarden voor de erkenning van inspectieposten aan de grens in havens waar vis uit derde landen wordt aangevoerd (PB L 144 van 16.6.1993, blz. 25).
(4) Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/5 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1082 VAN DE COMMISSIE
van 20 juni 2019
tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld. |
|
(2) |
Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer. |
|
(3) |
Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen. |
|
(4) |
Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden. |
|
(5) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.
Artikel 2
Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 juni 2019.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Stephen QUEST
Directeur-generaal
Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie
(1) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.
(2) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).
BIJLAGE
|
Omschrijving |
Indeling (GN-code) |
Motivering |
|
(1) |
(2) |
(3) |
|
Een inpersbout van staal. De bout heeft een van schroefdraad voorziene schacht en een ronde, platte en gladde kop die aan de onderzijde gekarteld is. De bout kan verschillende afmetingen hebben. Het artikel is ontworpen om door middel van een hydraulische of pneumatische pers te worden gemonteerd in platen van metaal met een geringe dikte. De kop blijft precies op het niveau van de plaat, terwijl het van schroefdraad voorziene gedeelte loodrecht op de plaat staat. Daardoor ontstaat er een mannelijke schroefdraad, waarmee de plaat door middel van een aanvullende moer aan een ander element kan worden bevestigd dat ook weer kan worden losgeschroefd. (*1) Zie afbeelding. |
7318 15 95 |
De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 7318 , 7318 15 en 7318 15 95 . Het artikel is voorzien van schroefdraad en wordt gebruikt om goederen te monteren of te bevestigen zodat deze zonder schade gemakkelijk uit elkaar kunnen worden genomen. Het artikel heeft de objectieve kenmerken van een schroef zoals bedoeld bij post 7318 . Indeling onder GN-code 7318 19 00 als andere artikelen met schroefdraad is derhalve uitgesloten (zie ook de GS-toelichtingen op post 7318 (A)). Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7318 15 95 als andere schroeven van staal. |
(*1) De afbeelding is louter ter informatie.
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/8 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1083 VAN DE COMMISSIE
van 21 juni 2019
tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad van 30 augustus 2017 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (1), en met name artikel 46, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad geeft uitvoering aan de bij Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad vastgestelde maatregelen (2). |
|
(2) |
Op 5 augustus en 11 augustus 2017 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties respectievelijk de Resoluties 2371 (2017) en 2375 (2017) aangenomen, die voorzien in nieuwe maatregelen tegen Noord-Korea. Overeenkomstig de leden 4 en 5 van Resolutie 2371 (2017) en de leden 4 en 5 van Resolutie 2375 (2017), heeft het Sanctiecomité dat is ingesteld op grond van Resolutie 1718 (2006), op 22 augustus, 5 september, 29 september en 2 oktober 2017 vier lijsten gepubliceerd van aanvullende met conventionele wapens en met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie waarvoor een verbod op de levering, aankoop, overdracht, alsmede op technische en financiële bijstand van toepassing zijn. |
|
(3) |
Na de aanneming van Resolutie 2371 (2017) en 2375 (2017) op respectievelijk 14 september en 10 oktober 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/1562 (3) en Besluit (GBVB) 2017/1838 (4) vastgesteld. Verordening (EU) 2017/1509 is dienovereenkomstig gewijzigd door Verordening (EU) 2017/1548 van de Raad (5) en Verordening (EU) 2017/1836 van de Raad (6), door aan bijlage II de delen VI, VII, VIII en IX en een verwijzing naar de desbetreffende VN-lijsten toe te voegen. |
|
(4) |
De goederen en technologie die moeten worden opgenomen in de delen VI, VII, VIII en IX van bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1059 en de daarmee overeenkomende categorieën van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad (7) moeten worden beschreven. De delen I, II, III, IV en V van bijlage II moeten worden gewijzigd zodat zij qua structuur overeenkomen met de delen VI, VII, VIII en IX van bijlage II. |
|
(5) |
Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de vijfde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 juni 2019.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid
(1) PB L 224 van 31.8.2017, blz. 1.
(2) Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad van 27 mei 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Besluit 2013/183/GBVB (PB L 141 van 28.5.2016, blz. 79).
(3) Besluit (GBVB) 2017/1562 van de Raad van 14 september 2017 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 237 van 15.9.2017, blz. 86).
(4) Besluit (GBVB) 2017/1838 van de Raad van 10 oktober 2017 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 261 van 11.10.2017, blz. 17).
(5) Verordening (EU) 2017/1548 van de Raad van 14 september 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 237 van 15.9.2017, blz. 39).
(6) Verordening (EU) 2017/1836 van de Raad van 10 oktober 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 261 van 11.10.2017, blz. 1).
(7) Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).
BIJLAGE
Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 wordt vervangen door:
"BIJLAGE II
Goederen en technologie bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a) en c), en artikel 7
Voor deze bijlage gelden de opmerkingen, acroniemen, afkortingen en definities van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.
DEEL I
Alle goederen en technologie die zijn genoemd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.
DEEL II
Andere producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten.
Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.
Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven product buiten de parameters vallen die zijn vastgelegd in de beschrijving van het desbetreffende product voor tweeërlei gebruik.
De definitie van termen tussen enkele aanhalingstekens ('…') wordt gegeven in een technische opmerking bij de betrokken post.
De definitie van termen tussen dubbele aanhalingstekens ('…') staat in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad, met uitzondering van het volgende:
ALGEMENE OPMERKINGEN
De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.
Noot: Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, moet worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.
Met "goederen" worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.
ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)
(Te lezen als onderdeel van deel C.)
De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) hieronder wordt verboden, is verboden overeenkomstig de bepalingen van deel B.
De "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.
Verboden gelden niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van niet onder het verbod vallende goederen.
Het verbod op de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.
A. GOEDEREN
II.A0. NUCLEAIRE GOEDEREN
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||
|
II.A0.001 |
Hollekathodelampen, als volgt:
|
n.v.t. |
||||||
|
II.A0.002 |
Faraday-isolatoren voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm. |
n.v.t. |
||||||
|
II.A0.003 |
Optische tralies voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm. |
n.v.t. |
||||||
|
II.A0.004 |
Optische vezels voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte van500 nm tot 650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm. |
n.v.t. |
||||||
|
II.A0.005 |
Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001, als volgt:
|
0A001 |
||||||
|
II.A0.006 |
Nucleaire detectieapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001.j. of 1A004.c., voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. N.B.: Zie voor persoonlijke uitrusting II.A1.004 hieronder. |
0A001.j. 1A004.c. |
||||||
|
II.A0.007 |
Balgafsluiters, anders dan bedoeld in 0B001.c.6., 2A226 of 2B350, van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316L. |
0B001.c.6. 2A226 2B350 |
||||||
|
II.A0.008 |
Laserspiegels, anders dan bedoeld in 6A005.e., bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10– 6K– 1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier). Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten. |
0B001.g.5. 6A005.e. |
||||||
|
II.A0.009 |
Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10– 6 K– 1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide). |
0B001.g. 6A005.e.2. |
||||||
|
II.A0.010 |
Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, anders dan bedoeld in 2B350.h.1. |
2B350 |
||||||
|
II.A0.011 |
Vacuümpompen, anders dan bedoeld in 0B002.f.2. of 2B231, als volgt:
|
0B002.f.2. 2B231 |
||||||
|
II.A0.012 |
Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen). |
0B006 |
||||||
|
II.A0.013 |
'Natuurlijk uraan' of 'verarmd uraan' of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meerdere van de voorgaande stoffen bevat, anders dan bedoeld in 0C001. |
0C001 |
||||||
|
II.A0.014 |
Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5 kg TNT-equivalent. |
n.v.t. |
II.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.001 |
Bis(2-ethylhexyl) fosforzuur (HDEHP of D2HPA), Chemical Abstract-nummer (CAS): [CAS 298-07-7] oplosmiddel, in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90 %. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.002 |
Fluorgas, CAS: [7782-41-4], met een zuiverheid van ten minste 95 %. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.003 |
Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, gemaakt van een of meerdere van de volgende materialen:
|
1A001 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.004 |
Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, anders dan bedoeld in 1A004.c., met inbegrip van persoonlijke dosismeters. |
1A004.c. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.005 |
Elektrolytische cellen voor de productie van fluor, anders dan bedoeld in 1B225, met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur. |
1B225 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.006 |
Katalysatoren, anders dan bedoeld in 1A225 of 1B231, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water. |
1A225 1B231 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.007 |
Aluminium en aluminiumlegeringen, anders dan bedoeld in 1C002.b.4. of 1C202.a., in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken:
Technische opmerking: De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling. |
1C002.b.4. 1C202.a. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.008 |
Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, anders dan bedoeld in 1C003.a., met een 'relatieve beginpermeabiliteit' van 120 000 of meer en een dikte van 0,05 tot 0,1 mm. Technische opmerking: De 'relatieve beginpermeabiliteit' wordt gemeten aan het gespecificeerde materiaal dat volledig ontlaten is. |
1C003.a. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.009 |
'Stapel- en continuvezelmateriaal' of prepregs, anders dan bedoeld in 1C010.a., 1C010.b., 1C210.a. of 1C210.b., als volgt:
|
1C010.a. 1C010.b. 1C210.a. 1C210.b. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.010 |
Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of 'preforms van koolstofvezels', als volgt:
|
1C010 1C210 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.011 |
Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor 'raketten', anders dan bedoeld in 1C107. |
1C107 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.012 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.013 |
Tantaal, tantaalcarbide, wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen, anders dan bedoeld in 1C226, met beide volgende kenmerken:
|
1C226 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.014 |
'Elementaire poeders' van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm. Technische opmerking: 'Elementaire poeders' betekent zeer zuivere poeders van één element. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.015 |
Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS nr. 126-73-8] en mengsels bevattende 5 gewichtspercenten of meer TBP. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.016 |
Maragingstaal, anders dan bedoeld in 1C116 of 1C216. Technische opmerkingen:
|
1C116 1C216 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.017 |
Metalen, metaalpoeders en materialen, als volgt:
|
1C117 1C226 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.018 |
Zachte magnetische legeringen, anders dan bedoeld in 1C003, met een chemische samenstelling als volgt:
|
1C003 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.019 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.020 |
Grafiet, anders dan bedoeld in 0C004 of 1C107.a., ontworpen of bedoeld voor gebruik in vonkmachines (EDM). |
0C004 1C107.a. |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.021 |
Staallegeringen in de vorm van platen, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerking: De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling. Technische opmerking: 'Met stikstof gestabiliseerd duplex roestvrij staal' heeft een tweefasenmicrostructuur met korrels ferriet- en austenietstaal waaraan stikstof is toegevoegd om de microstructuur te stabiliseren. |
1C116 1C216 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.022 |
Koolstof-koolstofcomposietmateriaal. |
1A002.b.1 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.023 |
Nikkellegeringen in onbewerkte vorm of als halffabricaat die 60 gewichtspercenten of meer nikkel bevatten. |
1C002.c.1.a |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.024 |
Titaanlegeringen in de vorm van platen, 'geschikt voor' een treksterkte van 900 MPa of meer bij 293 K (20 °C). Opmerking: De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling. |
1C002.b.3 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.025 |
Tantaallegeringen, anders dan bedoeld in 1C002 en 1C202. |
1C002 1C202 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.026 |
Zirkonium of zirkoniumlegeringen, anders dan bedoeld in 1C011, 1C111 en 1C234. |
1C011 1C111 1C234 |
||||||||||||||||||||||
|
II.A1.027 |
Springstoffen, anders dan bedoeld in 1C239, of stoffen of mengsels met een gehalte van meer dan 2 gewichtspercenten aan deze springstoffen, met een kristaldichtheid groter dan 1,5 g/cm3 en een detonatiesnelheid groter dan 5 000 m/s. |
1C239 |
II.A2. MATERIAALBEWERKING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.001 |
Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan bedoeld in 2B116:
|
2B116 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.002 |
Werktuigmachines, anders dan bedoeld in 2B001 en 2B201 en combinaties daarvan, voor het verspanen (of snijden) van metalen, keramische materialen of 'composieten', die, volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor 'numerieke besturing', met een instelnauwkeurigheid die gelijk is aan of kleiner (nauwkeuriger) is dan 30 μm overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) of nationale equivalenten langs elke lineaire as. Technische opmerking: Fabrikanten die instelnauwkeurigheden berekenen overeenkomstig ISO 230/2 (1997) moeten overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij gevestigd zijn. |
2B001 2B201 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.002a |
Onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines als bedoeld in 2B001, 2B201 of I.A2.002. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.003 |
Balanceermachines en aanverwante apparatuur, als volgt:
Technische opmerking: 'Indicatorkoppen' worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd. |
2B119 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.004 |
Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan bedoeld in 2B225, met een van de volgende kenmerken:
Technische opmerking: Op afstand bediende manipulatoren zorgen voor het mechanisch overbrengen van handelingen van een bediener naar een bedieningsarm en eindklem. Deze kunnen van het meester/slaaf-type zijn of worden bediend via een joystick of een toetsenbord. |
2B225 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.005 |
Warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer, of oxidatieovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C. Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek. |
2B226 2B227 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.006 |
Niet gebruikt. |
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.007 |
'Drukomzetters', anders dan bedoeld in 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa en met beide volgende kenmerken:
Technische opmerking: Voor de toepassing van 2B230 houdt 'nauwkeurigheid' in non-lineariteit, hysteresis en herhaalbaarheid bij omgevingstemperatuur. |
2B230 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.008 |
Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen, plaatkolommen en centrifugale contactors), en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:
Technische opmerking: 'Koolstofgrafiet' is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 gewichtspercenten of meer grafiet. |
2B350.e. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.009 |
Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan bedoeld in 2B350.d., als volgt: Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2, en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de vloeistof(fen) gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:
Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op voertuigradiatoren. Technische opmerking: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt. |
2B350.d. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.010 |
Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, anders dan bedoeld in 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, of vacuümpompen en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:
Technische opmerkingen: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt. De term 'rubber' omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber. |
2B350.i. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.011 |
'Centrifuges', anders dan bedoeld in 2B352.c., geschikt voor het continu scheiden zonder aerosolvorming, en gemaakt van:
Technische opmerking: Onder 'centrifuges' vallen ook decanteerflessen. |
2B352.c. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.012 |
Filters van gesinterd metaal, anders dan bedoeld in 2B352.d., gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat. |
2B352.d. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.013 |
Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, anders dan bedoeld in 2B009, 2B109 of 2B209, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor. Technische opmerking: Voor de toepassing van dit punt worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken. |
2B009 2B109 2B209 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.014 |
Apparatuur en reagentia, anders dan bedoeld in 2B350 of 2B352, als volgt:
|
2B350 2B352 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.015 |
Apparatuur, anders dan bedoeld in 2B005, 2B105 of 3B001.d., voor de afzetting van metallieke deklagen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
|
2B005 2B105 3B001.d |
||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A2.016 |
Open tanks en vaten, met of zonder roerwerk, met een totaal inwendig (geometrisch) volume van meer dan 0,5 m3 (500 liter), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt of is (zijn) opgeslagen, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:
Technische opmerking: De term 'rubber' omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber. |
2B350 |
II.A3. ELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||
|
II.A3.001 |
Hoogspanningsgelijkstroombronnen, anders dan bedoeld in 0B001.j.5. of 3A227, met beide volgende kenmerken:
|
0B001.j.5 3A227 |
||||||||||||||||
|
II.A3.002 |
Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 0B002.g. of 3A233, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt:
|
0B002.g 3A233 |
||||||||||||||||
|
II.A3.003 |
Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, anders dan bedoeld in 0B001.b.13. of 3A225, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en programmatuur:
Technische opmerkingen:
|
0B001.b.13 3A225 |
||||||||||||||||
|
II.A3.004 |
Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt. |
n.v.t. |
II.A6. SENSOREN EN LASERS
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||
|
II.A6.001 |
Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven. |
n.v.t. |
||||||||
|
II.A6.002 |
Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A002 of 6A004.b., als volgt: optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte van 9 μm tot 17 μm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe). |
6A002 6A004.b. |
||||||||
|
II.A6.003 |
Golffrontcorrectoren, anders dan de spiegels bedoeld in 6A004.a., 6A005.e. of 6A005.f., voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en 'vervormbare spiegels', waaronder bimorfe spiegels. |
6A004.a. 6A005.e. 6A005.f. |
||||||||
|
II.A6.004 |
Argon-ion-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 6A005.a.6. en/of 6A205.a., met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer. |
0B001.g.5 6A005.a.6. 6A205.a |
||||||||
|
II.A6.005 |
Halfgeleider-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.b., en onderdelen ervan, als volgt:
Opmerkingen:
|
0B001.g.5 0B001.h.6 6A005.b. |
||||||||
|
II.A6.006 |
Afstembare halfgeleider-'lasers' en afstembare halfgeleider-'lasers' in series (arrays), anders dan bedoeld in 0B001.h.6. of 6A005.b., met een golflengte van 9 μm tot 17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-'lasers' die ten minste één array van afstembare halfgeleider-'lasers' met een dergelijke golflengte bevatten. Opmerking: Halfgeleider-'lasers' worden gewoonlijk 'laser'-dioden genoemd. |
0B001.h.6 6A005.b. |
||||||||
|
II.A6.007 |
'Afstembare' vastestof-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.c.1., en speciaal ontworpen onderdelen ervan, als volgt:
|
0B001.g.5 0B001.h.6 6A005.c.1. |
||||||||
|
II.A6.008 |
Neodymium-gedoopte (anders dan glas) 'lasers', anders dan bedoeld in 6A005.c.2.b., met een golflengte aan de uitgang langer dan 1,0 μm doch niet langer dan 1,1 μm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls. |
6A005.c.2.b. |
||||||||
|
II.A6.009 |
Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als volgt:
|
6A203.b.4 |
||||||||
|
II.A6.010 |
Stralingsbestendige camera's of lenzen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A203.c., speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 103 Gy (silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking. Technische opmerking: De term Gy (silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling. |
6A203.c |
||||||||
|
II.A6.011 |
Afstembare gepulseerde kleurstof-laser-versterkers en oscillatoren, anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 6A005 en/of 6A205.c., met alle volgende kenmerken:
Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op monomodusoscillatoren. |
0B001.g.5 6A005 6A205.c |
||||||||
|
II.A6.012 |
Gepulseerde koolstofdioxide-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.h.6., 6A005.d. of 6A205.d., met alle volgende kenmerken:
|
0B001.h.6 6A005.d. 6A205.d |
||||||||
|
II.A6.013 |
Lasers, anders dan bedoeld in 6A005 en 6A205. |
6A005 6A205 |
II.A7. NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
II.A7.001 |
Traagheidsnavigatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:
|
7A001 7A003 7A101 7A103 |
II.A9. RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
II.A9.001 |
Explosieve bouten. |
n.v.t. |
|
II.A9.002 |
Verbrandingsmotoren (van het type met axiale of roterende zuigers), ontworpen of aangepast voor de voortstuwing van 'vliegtuigen' of 'lichter dan luchttoestellen', en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. |
n.v.t. |
|
II.A9.003 |
Vrachtwagens, anders dan bedoeld in 9A115, met meer dan een aangedreven as en een laadvermogen van meer dan 5 ton. Opmerking: Dit punt omvat diepladers, opleggers en andere aanhangwagens. |
9A115 |
B. PROGRAMMATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
II.B.001 |
Programmatuur die nodig is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van de producten in deel A. (Goederen). |
n.v.t. |
C. TECHNOLOGIE
|
Nr. |
Beschrijving producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
II.C.001 |
Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van de producten in deel A. (Goederen). |
n.v.t. |
DEEL III
Andere producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de sector ballistische raketten van Noord-Korea.
A. GOEDEREN
III.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
III.A1.001 |
Ruw aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.002 |
Resten en afval, van aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.003 |
Poeders en schilfers, van aluminium. |
1C111 |
|
III.A1.004 |
Staven en profielen, van aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.005 |
Draad van aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.006 |
Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm. |
1C002 |
|
III.A1.007 |
Buizen en pijpen, van aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.008 |
Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van aluminium. |
1C002 |
|
III.A1.009 |
Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit. |
1C002 |
DEEL IV
Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die overeenkomstig punt 25 van Resolutie 2270 (2016) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.
A. GOEDEREN
IV.A0. NUCLEAIRE GOEDEREN
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||
|
IV.A0.001 |
Ringmagneten. Permanente-magneetmaterialen met beide volgende kenmerken:
|
3A201.b |
||||||||||
|
IV.A0.002 |
Frequentieomzetters (ook bekend als converters of inverters). Frequentieomzetters, anders dan bedoeld in 0B001.b.13. of 3A225 van bijlage 1, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen programmatuur:
Technische opmerkingen:
|
0B001.b.13. 3A225 |
IV.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||
|
IV.A1.001 |
Maragingstaal met beide volgende kenmerken:
|
1C216 |
||||||||||||
|
IV.A1.002 |
Magnetische-legeringsmaterialen in blad- of stripvorm met beide volgende kenmerken:
|
1C005 |
||||||||||||
|
IV.A1.003 |
Zeer sterke aluminiumlegering. Aluminiumlegeringen met beide volgende kenmerken:
Technische opmerking: De zinsnede "geschikt voor" omvat aluminiumlegeringen zowel voor als na warmtebehandeling. |
1C202 |
||||||||||||
|
IV.A1.004 |
"Stapel- en continuvezelmateriaal" en prepregs, als volgt:
|
1C210 |
||||||||||||
|
IV.A1.005 |
Draadwindmachines en aanverwante apparatuur, als volgt:
|
1B201 |
||||||||||||
|
IV.A1.006 |
Metaalhydriden zoals zirkoniumhydride. |
1B231 |
||||||||||||
|
IV.A1.007 |
Natriummetaal (7440-23-5). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.008 |
Zwaveltrioxide (7446-11-9). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.009 |
Aluminiumchloride (7446-70-0). |
n.v.t. |
||||||||||||
|
IV.A1.010 |
Kaliumbromide (7758-02-3). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.011 |
Natriumbromide (7647-15-6). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.012 |
Dichloormethaan (75-09-2). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.013 |
Isopropylbromide (75-26-3). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.014 |
Isopropylether (108-20-3). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.015 |
Monoïsopropylamine (75-31-0). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.016 |
Trimethylamine (75-50-3). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.017 |
Tributylamine (102-82-9). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.018 |
Triëthylamine (121-44-8). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.019 |
N,N-dymethylaminofosforyldichloride (121-69-7). |
1C350 |
||||||||||||
|
IV.A1.020 |
Pyridine (110-86-1). |
1C350 |
IV.A2. MATERIAALBEWERKING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.001 |
Vloeidraaibanken. Zoals beschreven in INFCIRC/254/Rev.9/Part2 en S/2014/253 |
2B209 |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.002 |
Laserlasapparatuur. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.003 |
CNC-werktuigmachines met 4 of 5 assen. |
2B201 |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.004 |
Plasmasnijapparatuur. |
n.v.t. |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.005 |
Reactorvaten, reactors, roerwerk, warmtewisselaars, condensors, pompen, kleppen, opslagtanks, vaten, collectors en distillatiekolommen of absorptiekolommen die beantwoorden aan de prestatieparameters die zijn beschreven in S/2006/853 en S/2006/853/corr.1. Pompen met enkelvoudige afdichting met door maximale pompsnelheid van meer dan 0,6 m3/h, en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:
|
2B350 |
||||||||||||||||||||||
|
IV.A2.006 |
Ruimten onder gecontroleerde atmosfeer, klassiek of met luchtstroom, en onafhankelijke HEPA- of ULPA-filtereenheden die kunnen worden gebruikt voor P3- en P4- (BSL3, BSL4, L3, L4) inperkingsinstallaties. |
2B352 |
DEEL V
Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die overeenkomstig punt 4 van Resolutie 2321 (2016) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.
A. GOEDEREN
V.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
V.A1.001 |
Isocyanaten (TDI (tolueendiisocyanaat), MDI (methyleenbis (fenylisocyanaat)), IPDI (isoforondiiscocyanaat), HNMDI of HDI (hexamethyleendiisocyanaat) en DDI (dimeryldiisocyanaat) en productieapparatuur. |
n.v.t. |
|
V.A1.002 |
Ammoniumnitraat, chemisch zuiver of gestabiliseerd in fase (PSAN). |
1C111 |
|
V.A1.003 |
Polymeren (hydroxyl eindstandig polyether (HTPE), hydroxyl eindstandig caprolactonether (HTCE), polypropyleenglycol (PPG), polydiethyleenglycoladipaat (PGA) en polyethyleenglycol (PEG)). |
1C111 |
|
V.A1.004 |
Lasfolies voor mangaanmetaal. |
1C111 |
V.A2. MATERIAALBEWERKING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
V.A2.001 |
Machines voor hydroforming. |
2B109 |
|
V.A2.002 |
Ovens voor thermische behandeling - temperatuur van meer dan 850 °C en met een afmeting van meer dan 1 m. |
II.A2.005 2B226 2B227 |
|
V.A2.003 |
Vonkmachines (EDM's). |
2B001.d |
|
V.A2.004 |
Machines voor wrijvingsroerlassen. |
n.v.t. |
|
V.A2.005 |
Op de vloer gemonteerde zuurkasten (inloopmodel) met een nominale breedte van ten minste 2,5 m. |
2B352 |
|
V.A2.006 |
Niet-continumengers met een rotorvermogen van ten minste 4 l, die kunnen worden gebruikt met biologische materialen. |
II.A2.014.e 2B350 2B352 |
|
V.A2.007 |
Fermentoren met een intern volume van 10-20 l (0,01-0,02 m3), die kunnen worden gebruikt met biologische materialen. |
2B352 II.A2.014.a |
V.A6. SENSOREN EN LASERS
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
V.A6.001 |
Hogesnelheidsbeeldcamera's met uitzondering van die welke in systemen voor medische beeldvorming worden gebruikt. |
6A003.a.2 |
V.A9. RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
V.A9.001 |
Niet-destructieve testkamers met een kritische interne afmeting van 1 m of meer. |
9B106 |
|
V.A9.002 |
Turbopompen voor raketmotoren voor vloeibare stuwstof of hybride raketmotoren. |
9A006 |
|
V.A9.003 |
Subsystemen voor tegenmaatregelen en hulpmiddelen voor penetratie (bv. stoorzenders, middelen voor elektromagnetische misleiding, afleidingsdoelen) ontworpen om raketverdediging te satureren, te verwarren of te ontwijken. |
n.v.t. |
|
V.A9.004 |
Vrachtwagenchassis met 6 of meer assen. |
9A115 II.A9.003 |
B. PROGRAMMATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
V.B.001 |
Modellerings- en ontwerpprogrammatuur voor de modellering van aerodynamische en thermodynamische analyse van raketsystemen of systemen met onbemande luchtvaartuigen. |
n.v.t. |
DEEL VI
Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die uit hoofde van punt 4 van Resolutie 2371 (2017) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.
A. GOEDEREN
VI.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||
|
VI.A1.001 |
Explosieve bouten, moeren en sluitingen, flexibele lineaire gevormde ladingen, ballsluizen, drukveren, circulaire hakwerktuigen. |
n.v.t. |
||||||
|
VI.A1.002 |
Klimaatkamers om vliegomstandigheden te simuleren (temperatuur, druk, schokken en trillingen), met uitzondering van klimaatkamers die worden gebruikt voor de veiligheid van de burgerluchtvaart. |
9B106 |
||||||
|
VI.A1.003 |
Snelle protoypering, inclusief apparatuur voor aanvullende productie. |
n.v.t. |
||||||
|
VI.A1.004 |
Polyacrylonitryl (PAN) te gebruiken als voorloper voor de productie van koolstofvezels en hieraan gerelateerde productieapparatuur. |
1C010 1C210 9C110 |
||||||
|
VI.A1.005 |
Voor punt 12 van de lijst in het verslag van het comité overeenkomstig punt 25 van Resolutie 2270 (2016) (S/2016/308, bijlage) lezen "Metaalhydriden zoals zirkoniumhydride, berylliumhydride, aluminiumhydride, lithiumaluminiumhydride en titaanhydride". |
1C111 |
||||||
|
VI.A1.006 |
Weekmakers die gebruikt kunnen worden in samengestelde stuwstoffen, zoals
|
1C111 |
||||||
|
VI.A1.007 |
Maragingstaal geschikt voor een treksterkte van 1 950 MPa of meer bij 293 K (20 °C), in een van de volgende vormen:
|
1C216 |
||||||
|
VI.A1.008 |
Draadwindmachines en bijbehorende apparatuur: draadwindmachines of vezelpositionerings-/lintlegmachines, waarvan de bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal in drie of meer richtingen kunnen worden gecoördineerd en geprogrammeerd, ontworpen voor de vervaardiging van composieten of laminaten uit stapel of continuvezelmateriaal, alsmede besturingseenheden voor het coördineren en het programmeren daarvan en zeer nauwkeurige spillen voor deze apparatuur. |
1B001 1B101 1B201 |
||||||
|
VI.A1.009 |
Gelaatsbedekkende ademhalingsmaskers die lucht zuiveren of verse lucht aanvoeren, met uitzondering van maskers die worden gebruikt in apparatuur voor brandweerlieden. |
1A004.a. 2B352 |
||||||
|
VI.A1.010 |
Nieuwe chemische stoffen die geschikt zijn voor de decontaminatie van stoffen voor chemische oorlogvoering: diëthyleentriamine (CAS 111-40-0). |
n.v.t. |
||||||
|
VI.A1.011 |
Zenuwgas chemoprofylaxe:
|
n.v.t. |
DEEL VII
Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met conventionele wapens en die zijn aangewezen overeenkomstig punt 5 van Resolutie 2371 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.
A. GOEDEREN
VII.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.001 |
"Composieten" of laminaten bestaande uit een organische "matrix" en materialen, als volgt: Opmerking: Niet van toepassing op "composieten" of laminaten gemaakt van met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" voor de reparatie van structuren of laminaten van "civiele vliegtuigen", met alle volgende kenmerken:
Niet van toepassing op halffabricaten die speciaal zijn ontworpen voor zuiver civiele toepassingen, als volgt: sportartikelen, automobielbranche, werktuigmachine-industrie, medische toepassingen. Niet van toepassing op eindproducten die speciaal ontworpen zijn voor een specifieke toepassing.
|
1A002 1A202 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.002 |
"Stapel- en continuvezelmateriaal" met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
1C008 1C010 1C210 9C110 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.003 |
Apparatuur voor de "productie" of inspectie van "composieten". Speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, waaronder:
Opmerkingen:
|
1B001.a. 1B001.b. 1B001.c. 1B001.d. 1B001.e. 1B001 1B101 1B201 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.004 |
Metaallegeringen, metaallegeringspoeder of gelegeerde materialen, met inbegrip van:
Opmerking: Behoudens andersluidende bepalingen wordt onder "metalen" en "legeringen" verstaan, ruwe of onbewerkte vormen en halffabricaten, als hieronder: Ruwe of onbewerkte vormen: anoden, kogels, staven (met inbegrip van gekerfde proefstaven en draadmetaal), knuppels, blokken, blooms, briketten, uitgangsblokken, kathoden, kristallen, kubussen, blokjes, korrels, granules, walsblokken, bobbels, pastilles, gietelingen, poeder, rondellen, schroot, plakken, brokken, sponsen, stiften. Halffabricaten: gesmede of bewerkte materialen die zijn vervaardigd door middel van walsen, doortrekken, spuitgieten, smeden, slagextrusie, persen, korrelen, verstuiven en slijpen, namelijk: hoekstaven, gootmetaal, ronde voorprofielen, schijven, stof, vlokken, foelies en bladmetaal, smeedstukken, platen, poeder, geperste stukken allerhande, linten, ringen, staven (met inbegrip van ruwe lasstaven, walsdraad en diverse gewalste draden), profielen, gietvormen, dunne platen, banden en buizen allerhande (met inbegrip van ronde, vierkante en holle pijpen), getrokken of geëxtrudeerde draad. Gegoten metaal vervaardigd door gieten in zand, metaal, gips of andere types gietvormen, met inbegrip van onder hoge druk gegoten producten, gesinterde vormen en door middel van poedermetallurgie vervaardigde producten. |
1C002 1C202 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.005 |
Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
1C003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.006 |
Uraan-titaanlegeringen of wolfraamlegeringen met een "matrix" op basis van ijzer, nikkel of koper, met alle volgende kenmerken:
|
1C004 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.007 |
"Supergeleidende""composiet"-geleiders in lengten groter dan 100 m of met een massa groter dan 100 g, als volgt:
|
1C005 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.008 |
Vloeistoffen en smeermiddelen, als volgt:
Opmerking: Niet van toepassing op als medische producten gespecificeerd en verpakte materialen. |
1C006 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.009 |
Keramische poeders, keramische materialen die geen "composieten" zijn, "composieten" met een keramische "matrix", en voorlopermaterialen, als volgt:
Opmerkingen:
|
1C007 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.010 |
Niet-gefluoreerde polymeren, als volgt:
Opmerking: Is van toepassing op de stoffen in vloeibare of vaste "smeltbare" vorm, waaronder hars, poeder, pellets, film, vellen, band of lint. |
1C008 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.011 |
Onbewerkte fluorverbindingen, als volgt:
|
1C009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.012 |
"Stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt:
Opmerkingen:
|
1C010.a. 1C010.b. 1C010.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.013 |
Metalen en verbindingen, als volgt:
Opmerking: De hier bedoelde omvatten ook metalen of legeringen die zijn ingekapseld in aluminium, magnesium, zirkonium of beryllium. |
1C011 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A1.014 |
Kogelvrije kleding en onderdelen daarvoor, als volgt:
Opmerking: Dit punt is niet van toepassing op kogelvrije kleding die de gebruiker bij zich heeft voor zijn eigen bescherming, kogelvrije kleding die bestemd is om uitsluitend frontale bescherming te bieden tegen door niet-militaire explosieven veroorzaakte luchtverplaatsingen of scherven, lichaamspantsering die is ontworpen om uitsluitend bescherming te bieden tegen messen, priemen, naalden of stompe voorwerpen. |
1A005 |
VII.A4. COMPUTERS
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||
|
VII.A4.001 |
Elektronische computers en aanverwante systemen, apparatuur en onderdelen of "elektronische samenstellingen" met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
4A001 |
VII.A5. TELECOMMUNICATIE EN "INFORMATIEBEVEILIGING"
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||
|
VII.A5.001 |
Telecommunicatiesystemen en -apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, met een of meerdere van de volgende kenmerken, functies of eigenschappen:
|
5A001.b. |
||||||||||||||||||||
|
VII.A5.002 |
Test-, inspectie- en productieapparatuur voor telecommunicatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen of toebehoren, speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" of de "productie" van telecommunicatieapparatuur, -functies of -mogelijkheden. Opmerking: Niet van toepassing op apparatuur voor het karakteriseren van glasvezels. |
5B002 |
VII.A6. SENSOREN EN LASERS
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.001 |
Hydrofoons met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerking: De embargostatus van hydrofoons die speciaal zijn ontworpen voor andere apparatuur, wordt bepaald door de embargostatus van die andere apparatuur. |
6A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.002 |
Gesleepte samenstellen van regelmatig gerangschikte akoestische hydrofoons (towed acoustic hydrophone arrays) met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.003 |
Richtingssensoren met alle volgende kenmerken:
|
6A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.004 |
Hydrofoon-arrays met bodemkabelsysteem met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Technische opmerking: Op versnellingsmeter gebaseerde hydro-akoestische sensoren met alle volgende kenmerken:
Opmerkingen:
|
6A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.005 |
"Monospectrale beeldsensoren" en "multispectrale beeldsensoren", ontworpen voor toepassing bij het aftasten op afstand, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerking: Niet van toepassing op "monospectrale beeldsensoren" met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 300 nm, doch niet meer dan 900 nm, waarin slechts een van de volgende niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" detectoren of niet voor "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde""focal plane arrays" zijn verwerkt:
|
6A002 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.006 |
"Voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" onderdelen voor optische systemen, als volgt:
|
6A004.a. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.007 |
Optische regelapparatuur, als volgt:
|
6A004.d. |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.008 |
"Magnetometers" die gebruikmaken van supergeleidende technologie (SQUID), met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A006 Met uitzondering van:
|
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.009 |
"Magnetometers" die gebruikmaken van optisch gepompte of kernprecessie (proton/Overhauser) "technologie" met een 'gevoeligheid' lager (beter) dan 2 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel bij een frequentie van 1 Hz. |
6A006 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.010 |
"Magnetische gradiëntmeters" waarbij gebruik wordt gemaakt van meervoudige "magnetometers" als bedoeld in VII.A6. |
6A006 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.011 |
"Compensatiesystemen" voor:
Opmerking: "Intrinsieke magnetische gradiëntmeters" van glasvezels met een "gevoeligheid" van de gradiënt van het magnetische veld lager (beter) dan 0,3 nT/m effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz. "Intrinsieke magnetische gradiëntmeters", waarbij gebruik wordt gemaakt van andere "technologie" dan glasvezel, met een "gevoeligheid" van de gradiënt van het magnetische veld lager (beter) dan 0,015 nT/m effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz. |
6A006 |
||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A6.012 |
Elektromagnetische onderwaterontvangers die in VII.A6.008 of VII.A6.009 vermelde "magnetometers" bevatten. |
6A006 |
VII.A7. NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A7.001 |
Versnellingsmeters en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:
|
7A001 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A7.002 |
Gyroscopen of hoekbewegingsensoren, met een of meerdere van de volgende kenmerken en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:
|
7A002 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.A7.003 |
"Traagheidsmetingsapparatuur of -systemen" met een of meerdere van de volgende kenmerken: Opmerkingen:
|
7A003 |
VII.A8. MARINE
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||
|
VII.A8.001 |
Geen lucht vereisende aandrijfsystemen, speciaal ontworpen voor gebruik onder water, als volgt:
|
8A002.j. |
||||||||||||||||
|
VII.A8.002 |
Geen lucht vereisende systemen met een dieselmotor met alle volgende kenmerken:
|
8A002.j. |
||||||||||||||||
|
VII.A8.003 |
Geen lucht vereisende brandstofcelsystemen met een uitgangsvermogen van meer dan 2 kW, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
8A002.j. |
||||||||||||||||
|
VII.A8.004 |
Geen lucht vereisende aandrijfsystemen met motoren van het type Stirling-cyclus met alle volgende kenmerken:
|
8A002.p. |
||||||||||||||||
|
VII.A8.005 |
Getuide onderwatervoertuigen voor bemand gebruik, ontworpen voor een werkdiepte van meer dan 1 000 m. |
8A001.a. |
VII.A9. RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||
|
VII.A9.001 |
Apparatuur, gereedschappen of klemmen, speciaal ontworpen voor het vervaardigen van gasturbinemotorbladen of -schoepen of "schoepuiteindeversterkingen", als volgt:
|
9B001 |
||||||||||||
|
VII.A9.002 |
Gasturbinemotoren, met uitzondering van gasturbinemotoren waarvoor alle volgende punten gelden:
|
9A001 |
B. PROGRAMMATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.B.001 |
"Programmatuur" voor de "ontwikkeling" van het in VII.A.I vermelde materiaal. |
1D002 |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.B.002 |
"Programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling" of de "productie" van de volgende apparatuur:
|
2D001 2D002 |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
VII.B.003 |
"Programmatuur" voor mariene systemen, apparatuur, onderdelen, test-, inspectie- en "productie"-apparatuur en andere daaraan gerelateerde technologie. |
8D001 8D002 |
C. TECHNOLOGIE
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
VII.C.001 |
"Technologie" voor de "ontwikkeling" of de "productie" of het "gebruik" van de bovenvermelde apparatuur of materialen. |
1E001 1E002 1E102 1E103 1E104 1E201 |
|
VII.C.002 |
"Technologie" voor de reparatie van "composieten", laminaten of materialen als gespecificeerd voor de onder VII.A1. van dit document vermelde "Systemen, apparatuur en onderdelen". Opmerking: Niet van toepassing op technologie voor de reparatie van casco's van "civiele vliegtuigen" met koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" en epoxyharsen, die is vermeld in de handleidingen van de vliegtuigfabrikant. |
1E001 1E002 1E201 1E103 |
|
VII.C.003 |
"Technologie" voor mariene systemen, apparatuur, onderdelen, test-, inspectie- en "productie"-apparatuur en andere daaraan gerelateerde technologie. |
8E001 8E002 |
DEEL VIII
Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met massavernietingswapens en die zijn aangewezen op grond van punt 4 van Resolutie 2375 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.
A. GOEDEREN
VIII.A0. NUCLEAIRE GOEDEREN
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
VIII.A0.001 |
Ringmagneten. |
0B001 |
|
VIII.A0.002 |
Hete cellen. |
0B006 |
|
VIII.A0.003 |
Handschoenkasten geschikt voor gebruik met radioactieve materialen. |
0B005 |
|
VIII.A0.004 |
Elektrolytische cellen voor de productie van fluor. |
0B001 |
|
VIII.A0.005 |
Deeltjesversnellers. |
n.v.t. |
|
VIII.A0.006 |
Koelsystemen met freon en gekoeld water met een continue koelcapaciteit van 100 000 Btu/hr (29,3 kW) of meer. |
0B001 0B002 1B231 |
|
VIII.A0.007 |
Balgafsluiters. |
0B001 2A226 |
|
VIII.A0.008 |
Artikelen van monel, met inbegrip van kleppen, tanks en vaten (buizen en kleppen met een diameter groter dan 8 en geschikt voor 500 psi en tanks van meer dan 500 l). |
0B001 2A226 2B350 |
|
VIII.A0.009 |
Platen, kleppen, buizen, tanks en vaten van categorie 304, 316 en roestvrij austenietstaal (buizen en kleppen met een diameter groter dan 8 en geschikt voor 500 psi en tanks van meer dan 500 l). |
0B001 1C116 1C216 |
|
VIII.A0.010 |
Vacuümkleppen, buizen, flenzen, pakkingen en aanverwante artikelen, speciaal ontworpen voor gebruik in hoogvacuümsystemen (druk 0,1 Pa of lager). |
0B001 0B002 2A226 2B350 |
VIII.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
VIII.A1.001 |
Apparatuur voor detectie, monitoring en meting van straling. |
1A004 6A002 6A102 |
|
VIII.A1.002 |
Apparatuur voor radiografische detectie, zoals röntgenconverters en opslag van fosforbeeldplaten (met uitzondering van röntgenapparatuur speciaal ontworpen voor medisch gebruik). |
1B001 9B007 |
|
VIII.A1.003 |
Tributylfosfaat (CAS 126-73-8). |
n.v.t. |
|
VIII.A1.004 |
Salpeterzuur in concentraties van 20 gewichtspercenten of meer. |
1C111 |
|
VIII.A1.005 |
Fluor (met uitzondering van fluor voor strikt civiele toepassingen zoals koelmiddelen, met inbegrip van freon en fluoride voor tandpasta). |
1C350 |
|
VIII.A1.006 |
Alfastraling uitzendende radionucliden. |
1C236 |
|
VIII.A1.007 |
Stralingsbestendige televisiecamera's. |
6A003 |
VIII.A2. MATERIAALBEWERKING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
VIII.A2.001 |
Precisiekogellagers van gehard staal en wolfraamcarbide (met een diameter van 3 mm of meer). |
2A001 2A101 |
|
VIII.A2.002 |
Isostatische persen. |
2B004 2B104 2B204 |
|
VIII.A2.003 |
Galvanotechnische apparatuur ontworpen om onderdelen te bekleden met nikkel of aluminium. |
2B005 |
|
VIII.A2.004 |
Apparatuur voor het vervaardigen van matrijzen, met inbegrip van apparatuur voor hydraulisch vormen en balgvormingsmatrijzen. |
2B009 2B109 2B209 |
|
VIII.A2.005 |
Apparatuur voor metaallassen met inert gas (meer dan 180 A DC). |
n.v.t. |
|
VIII.A2.006 |
Centrifugale balanceermachines. |
2B119 2B219 |
|
VIII.A2.007 |
Seismologische detectieapparatuur of seismologische inbraakdetectiesystemen die de lager van de bron van een gedetecteerd signaal detecteren, indelen en bepalen. |
2B116 9B006 |
VIII.A3. ELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||
|
VIII.A3.001 |
Frequentieomzetters geschikt om te werken in het frequentiegebied van 300 tot 600 Hz. |
3A225 |
||||
|
VIII.A3.002 |
Massaspectrometers. |
3A233 |
||||
|
VIII.A3.003 |
Alle flashröntgenmachines en "onderdelen" of "componenten" van op basis daarvan ontworpen gepulseerde voedingssystemen, met inbegrip van Marx-generatoren, pulsvormingsnetwerken met een hoog vermogen, hoogspanningscondensatoren en -triggers. |
3A102 |
||||
|
VIII.A3.004 |
Elektronische apparatuur met een frequentiesynthesebereik van 31,8 GHz of meer en een vermogen van 100 MW of meer voor genereren met tijdvertraging of meten met intervallen, als volgt:
|
3B002 |
||||
|
VIII.A3.005 |
Chromatografie en spectrometrie analytische instrumenten. |
3A233 |
B. PROGRAMMATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
VIII.B.001 |
Programmatuur voor neutronenberekeningen/-modellen. |
0D001 |
|
VIII.B.002 |
Programmatuur voor stralingstransportberekeningen/-modellen. |
0D001 |
|
VIII.B.003 |
Programmatuur voor hydrodynamicaberekeningen/-modellen (met uitzondering van berekeningen en modellen voor strikt civiele toepassingen zoals collectieve verwarmingsinstallaties). |
0D001 |
DEEL IX
Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met conventionele wapens en die zijn aangewezen overeenkomstig punt 5 van Resolutie 2375 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.
A. GOEDEREN
IX.A1. SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.001 |
Afdichtingen, pakkingen, afdichtingsmiddelen of flexibele brandstoftanks (fuel bladders), welke voor meer dan 50 gewichtspercenten bestaan uit gefluoreerde polyimiden of gefluoreerde fosfazeen elastomeren, speciaal ontworpen voor gebruik in de ruimte of in "vliegtuigen". |
1A001 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.002 |
Producten vervaardigd van on"smeltbare" aromatische polyimiden in de vorm van film, vellen, band of lint:
Opmerking: Niet van toepassing op producten bekleed of gelamineerd met koper die zijn ontworpen voor de productie van elektronische gedrukte schakelingen. |
1A003 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.003 |
Beschermings- en detectieapparatuur en onderdelen daarvan die niet onder de lijst militaire goederen vallen, als volgt:
|
1A004.a. Met uitzondering van 1A004.a: stoffen voor oproerbeheersing. |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.004 |
Apparatuur en toestellen die speciaal zijn ontworpen om explosieve ladingen en middelen die "energetische materialen" bevatten, op elektrische wijze tot ontploffing te brengen, als volgt:
|
1A007 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.005 |
Explosieve ladingen, middelen en componenten, waaronder:
|
1A008 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.006 |
Apparatuur voor de vervaardiging of de inspectie van "composieten" of laminaten of "stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
|
1B001.g. |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.007 |
Apparatuur voor het vervaardigen van metaallegeringen, metaallegeringspoeder of gelegeerde materialen, speciaal ontworpen om contaminatie te voorkomen en speciaal ontworpen voor gebruik in een van de in volgende procedés:
|
1B002 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.008 |
Gereedschap, matrijzen, stempels of klemmen voor het "superplastisch vormen" of "diffusielassen" van titaan of aluminium of legeringen daarvan:
|
1B003 |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.009 |
Materialen, speciaal ontworpen om te worden gebruikt voor het absorberen van elektromagnetische golven, of intrinsiek geleidende polymeren, als volgt:
Technische opmerking: De "specifieke elektrische volumegeleidbaarheid" en de "specifieke oppervlakteweerstand" dienen te worden bepaald met behulp van ASTM D-257 of nationale gelijkwaardige methoden. |
1C001.c. |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.010 |
"Supergeleidende""composiet"-geleiders, bestaande uit één of meer "supergeleidende" 'filamenten', die "supergeleidend" blijven boven 115 K (– 158,16 °C). Technische opmerking: Voor de toepassing van het bovenstaande punt kunnen de "filamenten" de vorm van een draad, cilinder, film, band of lint hebben. |
1C005.a. |
||||||||||||||||||
|
IX.A1.011 |
"Stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt:
|
1C010.a. 1C010.b. 1C010.c. |
IX.A2. MATERIAALBEWERKING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.001 |
Wrijvingsloze rollagers of rollagersystemen, als volgt, en onderdelen daarvan: Opmerking: Niet van toepassing op kogels met toleranties volgens opgave van de fabrikant volgens klasse 5 ISO-norm 3290 of slechter.
|
2A001.a. 2A001.c |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.002 |
Werktuigmachines en combinaties daarvan, voor het verspanen (of snijden) van metalen, keramische materialen of "composieten", die volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor "numerieke besturing":
|
2B001.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.003 |
Numeriek bestuurde werktuigmachines voor optische afwerking, die zijn uitgerust voor selectieve materiaalverwijdering met het oog op de productie van niet-sferische optische oppervlakken met alle volgende kenmerken:
Technische opmerkingen: Voor de toepassing van deze regel geldt bovendien het volgende:
|
2B002.a. 2B002.b. 2B002.c. 2B002.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.004 |
Hete "isostatische persen" met alle volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
|
2B004 2B104 2B204 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.005 |
Speciaal ontworpen apparatuur voor de afzetting, verwerking en procesbesturing van anorganische deklagen, bekledingen en oppervlakmodificaties, als volgt:
|
2B005 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.006 |
Systemen, apparatuur en "samenstellingen" voor dimensionale inspectie en meting, als volgt:
|
2B006.b. 2B206.b |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.007 |
"Robots" met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen besturingsapparatuur en "eindeffectoren" daarvoor:
|
2B007 2B207 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.008 |
Samenstellingen of eenheden, speciaal ontworpen voor werktuigmachines, maatinspectie- of meetsystemen of apparatuur, als volgt:
|
2B008 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A2.009 |
Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, die, volgens de technische specificatie van fabrikant, kunnen worden uitgerust met "numerieke besturings"-eenheden of computerbesturing, en met alle volgende kenmerken:
Technische opmerking: Machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, worden beschouwd als vloeidraaibanken. |
2B009 2B109 2B209 |
IX.A3. ELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.001 |
Elektronische producten, als volgt:
|
3A001.a |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.002 |
Geïntegreerde schakelingen, ontworpen of gespecificeerd als bestand tegen een of meerdere van de volgende parameters:
Opmerking: Niet van toepassing op MIS-condensatoren (Metal Insulator Semiconductors). |
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.003 |
"Microprocessor-microschakelingen", "microcomputer-microschakelingen", microbesturing-microschakelingen, geïntegreerde geheugenschakelingen vervaardigd van samengesteld halfgeleidermateriaal, analoog-digitaalomzetters, geïntegreerde schakelingen die analoog-digitaalomzetters bevatten en gedigitaliseerde gegevens opslaan of verwerken, digitaal-analoogomzetters, elektro-optische of "optisch geïntegreerde schakelingen" voor "signaalverwerking", door de gebruiker te programmeren logische elementen, op bestelling geïntegreerde schakelingen waarbij ofwel de functie ofwel de status van de apparatuur waarin de geïntegreerde schakelingen zullen worden toegepast, niet bekend is, of FFT (Fast Fourier Transform)-processoren, elektrisch wisbare PROM's (EEPROM's), flash-geheugens, statische RAM's (SRAM's) of magnetische RAM's (MRAM's), met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerking: Deze categorie is niet van toepassing op geïntegreerde schakelingen voor toepassingen in civiele automobielen of treinen. |
3A001.a.2 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.004 |
Elektro-optische of "optische geïntegreerde schakelingen" voor "signaalverwerking" met alle volgende kenmerken:
|
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.005 |
Opmerking: Deze categorie omvat:
|
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.006 |
Geïntegreerde schakelingen voor neurale netwerken; |
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.007 |
Op bestelling geïntegreerde schakelingen waarbij ofwel de functie ofwel de status van de apparatuur waarin de geïntegreerde schakelingen zullen worden toegepast, niet aan de fabrikant bekend is, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.008 |
Directe digitale Synthesizer (DDS) geïntegreerde schakelingen met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Technische opmerking: De DAC-klokfrequentie kan worden gespecificeerd als de hoofdklokfrequentie of de invoerklokfrequentie. |
3A001.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.009 |
Microgolf- of millimetergolfproducten, als volgt:
Technische opmerking: "Dual-mode" houdt in dat de bundelstroom van het "elektronische vacuümelement" opzettelijk kan worden geschakeld tussen werking met ongedempte golven en pulsgolven door middel van een raster en een top-impulsuitgangsvermogen produceert die groter is dan het continugolfuitgangsvermogen. |
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.010 |
"Monolithisch geïntegreerde microgolfschakelingen"- (MMIC-)vermogensversterkers met:
Opmerkingen:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.011 |
Discrete microgolftransistors, met:
Opmerkingen:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.012 |
Microgolf-halfgeleiderversterkers en microgolfassemblages/-modules die microgolf-halfgeleiderversterkers bevatten met:
Opmerking: De status van een object waarvan de nominale werkfrequentie frequenties in meer dan één frequentiegebied omvat, wordt bepaald door het laagste verzadigde piekuitgangsvermogen. |
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.013 |
Elektronisch of magnetisch afstembare banddoorlaat of bandsperfilters met meer dan vijf afstembare resonatoren, geschikt om af te stemmen over een frequentieband van 1,5:1 (fmax/fmin) in minder dan 10 μs bij:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.014 |
Converters en harmonische mixers met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.015 |
Microgolfvermogensversterkers die bovenvermelde "elektronische vacuümelementen" bevatten en met alle volgende kenmerken:
Opmerking: Niet van toepassing op apparatuur die is ontworpen of gespecificeerd voor een frequentieband die "door de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) toegewezen" is voor radiocommunicatiediensten, maar niet voor radiodeterminatie. |
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.016 |
Microgolfvermogensmodules (MPM) bestaande uit ten minste "elektronische vacuümelementen" met een lopende-golf, een "monolithisch geïntegreerde microgolfschakeling" ("MMIC"), een geïntegreerde elektronische vermogensregelaar en met alle volgende kenmerken:
Technische opmerkingen:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.017 |
Oscillatoren of een samenbouw van oscillatoren die zijn ontworpen om te werken met een enkelzijband (SSB) faseruis, in dBc/Hz, minder (beter) dan – (126 + 20log10F - 20log10f) binnen het bereik van 10 Hz ≤ F ≤ 10 kHz. Technische opmerking: In de bovenstaande categorie staat F voor de verschuiving van de werkfrequentie in Hz en f voor de werkfrequentie in MHz. |
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.018 |
"Elektronische samenstellingen" met "frequentiesythese" met een "frequentiewisseltijd", overeenkomstig een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.019 |
"Zend-/ontvangstmodules", "zend-/ontvangst-MMIC's", "zendmodules" en "zend-MMIC's", gespecificeerd voor werkfrequenties vanaf 2,7 GHz en met alle volgende kenmerken:
Technische opmerkingen:
|
3A001.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.020 |
Akoestische oppervlaktegolven en van akoestische golven die langs de oppervlakte scheren, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A001.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.021 |
Elementen waarbij gebruik wordt gemaakt van akoestische golven in de gehele massa van het materiaal en die geschikt zijn voor directe verwerking van signalen met frequenties hoger dan 6 GHz. |
3A001.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.022 |
Akoestisch-optische "signaalverwerkende" elementen die gebruikmaken van een wisselwerking tussen akoestische golven (bulk wave of surface wave) en lichtgolven en die geschikt zijn voor directe verwerking van signalen of beelden, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, spectrale analyse, correlatie of convolutie. |
3A001.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.023 |
Elektronische elementen of schakelingen die onderdelen bevatten vervaardigd van "supergeleidende" materialen die speciaal zijn ontworpen om te werken bij temperaturen beneden de "kritische temperatuur" van ten minste een van de "supergeleidende" bestanddelen en met een of meerdere van de volgende functies:
|
3A001.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.024 |
Hoge-energiecellen, als volgt:
Technische opmerkingen:
Opmerking: Hoge-energiecomponenten hebben geen betrekking op batterijen, met inbegrip van ééncellige batterijen. |
3A001.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.025 |
Condensatoren geschikt voor hoge-energieopslag, als volgt:
|
3A001.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.026 |
"Supergeleidende" elektromagneten en solenoïden die speciaal zijn ontworpen voor volledig opladen of ontladen in minder dan een seconde, met alle volgende kenmerken: Opmerking: Niet van toepassing op "supergeleidende" elektromagneten of solenoïden die speciaal zijn ontworpen voor medische apparatuur voor beeldvorming door middel van magnetische resonantie (Magnetic Resonance Imaging - MRI).
|
3A001.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.027 |
Zonnecellen, CIC-samenstellingen (cell-interconnect-coverglass), zonnepanelen en zonne-arrays die "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd" zijn, met een gemiddeld minimumrendement van meer dan 20 % bij een werktemperatuur van 301 K (28 °C) onder gesimuleerde "AM0"-belichting van 1 367 watt per vierkante meter (W/m2). Technische opmerking: "AM0" (Air Mass Zero) slaat op de spectrale bestralingssterkte van zonlicht in de buitenste atmosfeer van de aarde bij een afstand tussen zon en aarde van één astronomische eenheid (AE). |
3A001.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.028 |
Roterende absolute positiecodeerapparaten met een "nauwkeurigheid" die gelijk is aan of lager is dan 1,0 boogseconde en speciaal daarvoor ontworpen encoderringen, -schijven of -schalen. |
3A001.f. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.029 |
Vastestof-thyristoren en '-thyristormodules' met pulswerking die elektrisch, optisch of door elektronenstraling geschakeld worden, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerkingen:
Technische opmerking: In het kader van het bovenstaande punt g) bevat een "thyristormodule" één of meer thyristoren. |
3A001.g. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.030 |
Vermogenshalfgeleiderschakelaars, vermogendiodes of "modules", met alle volgende kenmerken:
Opmerking: De in het bovenstaande punt bedoelde periodieke piekblokkeerspanning omvat de afvoer-bronspanning, de collector-emittorspanning, de periodieke pieksperspanning en de periodieke piekblokkeerspanning. |
3A001.h. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.031 |
Opnameapparatuur en oscilloscopen, als volgt:
|
3A002.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.032 |
"Signaalanalysatoren", als volgt:
Technische opmerkingen:
Opmerking: Niet van toepassing op "signaalanalysatoren" die uitsluitend gebruikmaken van bandbreedtefilters met constant percentage (ook wel octaaf- of deeloctaaffilters genoemd). |
3A002.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.033 |
Signaalgeneratoren met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A002.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.034 |
Netwerkanalysatoren met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Technische opmerking: "Niet-lineaire vectormeetfunctie" is het vermogen van een instrument om de testresultaten van apparaten in het grootsignaaldomein of niet-lineaire vervormingsbereik te analyseren. |
3A002.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.035 |
Microgolftestontvangers met alle volgende kenmerken:
|
3A002.f. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.036 |
Atomaire frequentiestandaarden met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
3A002.f. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.037 |
Productieapparatuur voor halfgeleiderelementen of materialen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:
|
3B001.b. 3B001.f. 3B001.f. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.038 |
Apparatuur die is ontworpen voor toestelverwerking met gebruikmaking van directe schrijfmethoden; maskers of fijne optische netwerken (reticles) voor geïntegreerde schakelingen. |
3B001.g. |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.038 |
Testapparatuur, speciaal ontworpen voor het testen van afgewerkte of half-afgewerkte halfgeleider- en microgolfelementen, als volgt, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren:
|
3B002 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.039 |
Hetero-epitaxiale materialen bestaande uit een "substraat" met verscheidene gestapelde epitaxiaal gegroeide lagen van:
Opmerking: Niet van toepassing op "substraat" met één of meer P-type epitaxiale lagen GaN, InGaN, AlGaN, InAlN, InAlGaN, GaP, GaAs, AlGaAs, InP, InGaP, AlInP of InGaAlP, onafhankelijk van de volgorde van de elementen, behalve wanneer de P-type epitaxiale laag zich tussen N-type lagen bevindt. |
3C001 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.040 |
Resists (gevoelige lagen), als volgt, en "substraten" bekleed met de volgende resists:
|
3C002 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.041 |
Organisch-anorganische verbindingen:
|
3C003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.042 |
Hydriden van fosfor, arseen of antimoon, met een zuiverheid hoger dan 99,999 %, zelfs bij verdunning in edelgassen of waterstof. Opmerking: Niet van toepassing op hydriden die 20 mol pct. of meer edelgassen of waterstof bevatten. |
3C004 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.043 |
Semigeleidende "substraten" of walsblokken, monokristallen of andere voorvormstukken (preforms) van siliciumcarbide (SiC), galliumnitride (GaN), aluminiumnitride (AlN) of aluminiumgalliumnitride (AlGaN), met een weerstand van meer dan 10 000 ohm-cm bij een temperatuur van 20 °C. |
3C005 |
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A3.044 |
De in punt 5 bedoelde "substraten" met ten minste één epitaxiale laag siliciumcarbide, galliumnitride, aluminiumnitride of aluminiumgalliumnitride. |
3C006 |
IX.A6. SENSOREN EN LASERS
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.001 |
Optische sensoren en apparatuur, en onderdelen daarvoor, als volgt:
|
6A002.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.002 |
Niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" cryogene koelers met een koelbrontemperatuur lager dan 218 K (– 55 °C), als volgt:
|
6A002.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.003 |
Glasvezels voor aftasten die qua samenstelling of structuur speciaal zo zijn geconstrueerd of door bekleding zodanig aangepast dat zij akoestische, thermische, traagheids- of elektromagnetische gevoeligheid bezitten of gevoeligheid voor nucleaire straling. |
6A002.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.004 |
Camerasystemen en -apparatuur, en onderdelen daarvoor, als volgt:
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.005 |
Filmcamera's voor hoge opnamesnelheden waarbij gebruik wordt gemaakt van elk filmformaat van 8 tot en met 16 mm, waarin de film gedurende de registratietijd ononderbroken wordt voortbewogen en geschikt voor opnamesnelheden van meer dan 13 150 beelden per seconde; Opmerking: Niet van toepassing op filmcamera's die voor civiele doeleinden ontworpen zijn.
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.006 |
Beeldcamera's, als volgt: Opmerking: Niet van toepassing op televisie- of videocamera's die speciaal zijn ontworpen voor televisie-uitzendingen.
Technische opmerkingen:
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.007 |
Aftastcamera's en aftastcamerasystemen met alle volgende kenmerken:
Opmerking: Niet van toepassing op aftastcamera's en aftastcamerasystemen speciaal ontworpen voor een of meerdere van de volgende doelen:
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.008 |
Beeldcamera's met versterkerbuizen met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.009 |
Beeldcamera's met "focal plane arrays" met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerkingen:
|
6A003 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.010 |
Optische spiegels (reflectoren), als volgt:
Opmerking: De punten 2 en 3 zijn niet van toepassing op spiegels die speciaal zijn ontworpen om zonnestraling te richten ten behoeve van heliostaatinstallaties. |
6A004.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.011 |
Spiegels, speciaal ontworpen voor spiegelstellages met bundelsturing met een vlakheid van λ/10 of beter (λ is gelijk aan 633 nm) en met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A004.b. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.012 |
Optische onderdelen vervaardigd van zinkselenide (ZnSe) of zinksulfide (ZnS) met voortplanting in het golflengtegebied van 3 000 nm tot 25 000 nm en met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A004.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.013 |
Niet-"afstembare""lasers" met continugolf (CW) met een of meerdere van de volgende kenmerken:
Opmerkingen:
Technische opmerking: Voor de toepassing van opmerking 2.a. wordt onder "helderheid" verstaan het uitgangsvermogen van de "laser" gedeeld door het kwadraat van de Beam Parameter Product (BPP), dat wil zeggen (uitgangsvermogen)/BPP2. |
6A005.a.1. 6A005.a.2. 6A005.a.3 6A005.a.4. 6A005.a.5. 6A005.a.6. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.014 |
"Afstembare""lasers" met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
6A005.c. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.015 |
Andere halfgeleider-"lasers", als volgt: Opmerkingen:
Technische opmerking: In deze categorie wordt onder "vermogensdensiteit" verstaan, het totale "laser"-uitgangsvermogen, gedeeld door het emittoroppervlak van de "stacked array". |
6A005.d.1 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.016 |
"Chemische lasers", als volgt:
|
6A005.d.5 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.017 |
Onderdelen, als volgt:
|
6A005.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.018 |
Zwaartekrachtmeters (gravimeters) en zwaartekrachtgradiëntmeters, als volgt:
|
6A007 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.019 |
|
6A008 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.020 |
Optische apparatuur, als volgt:
Opmerking: Niet van toepassing op microscopen. |
6B004 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.021 |
Apparatuur voor de productie, het richten en het ijken van op de grond gestationeerde zwaartekrachtmeters met een statische "nauwkeurigheid" beter dan 0,1 mGal. |
6B007 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.022 |
Gepulseerde radarsystemen voor het meten van de dwarsdoorsnede met een zendpuls-duur van 100 ns of minder en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen. |
6B008 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.023 |
Materialen voor optische sensoren, als volgt:
Technische opmerking: Onder "molfractie" wordt verstaan de verhouding tussen het aantal mol van ZnTe en de som van de aantallen mol van CdTe en ZnTe in het kristal. |
6C002 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.024 |
Optische materialen, als volgt:
|
6C004.a. 6C004.b |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.025 |
"Onafgewerkte substraten" bekleed met siliciumcarbide of beryllium beryllium (Be/Be), met een diameter of lengte van de hoofdas groter dan 300 mm. |
6C004.d. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.026 |
Glas, met inbegrip van gesmolten siliciumoxide, fosfaatglas, fluorfosfaatglas, zirkoniumfluoride (ZrF4) (CAS 7783-64-4) en hafniumfluoride (HfF4) (CAS 13709-52-9), met alle volgende kenmerken:
|
6C004.e. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.A6.027 |
"Laser"-materialen, als volgt:
Technische opmerkingen:
|
6C005 |
IX.A7. NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||
|
IX.A7.001 |
"Sterrenvolgers" en onderdelen daarvoor, als volgt:
Technische opmerking: "Sterrenvolgers" worden ook sterrenstandsensors (stellar attitude sensors) of astrogyrokompassen genoemd. |
7A004 |
||||||||||||||
|
IX.A7.002 |
Ontvangstapparatuur voor wereldwijde satellietnavigatiesystemen (GNSS) met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:
Opmerking: Punt b is niet van toepassing op GNSS-ontvangstapparatuur die enkel gebruikmaakt van onderdelen ontworpen voor het filteren, omschakelen of combineren van signalen van meervoudige omnidirectionele antennes waarin geen aanpasbareantennetechnieken worden toegepast. Technische opmerking: Voor de toepassing van punt b) genereren de "aanpasbare antennesystemen" op een dynamische manier één of meer ruimtelijke nullen in een antennematrixpatroon, door signaalverwerking in het tijdstip-domein of in het frequentie-domein. |
7A005 |
||||||||||||||
|
IX.A7.003 |
Hoogtemeters voor gebruik in luchtvaartuigen met werkfrequenties buiten het gebied van 4,2 tot en met 4,4 GHz, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
7A006 |
||||||||||||||
|
IX.A7.004 |
Test-, ijk- of uitrichtapparatuur, speciaal ontworpen voor apparatuur, als hierboven bedoeld. |
7B001 |
||||||||||||||
|
IX.A7.005 |
Apparatuur, speciaal ontworpen voor het bepalen van de karakteristieken van spiegels voor ring-"laser"-gyroscopen, als volgt:
|
7B002 |
||||||||||||||
|
IX.A7.006 |
Apparatuur, speciaal ontworpen voor de "productie" van de in IX.A7 bedoelde apparatuur. Opmerking: Hieronder vallen:
|
7B003 |
IX.A8. ZEEWEZEN EN SCHEPEN
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||
|
IX.A8.001 |
Systemen, apparatuur en onderdelen, speciaal ontworpen of aangepast voor onderwatervoertuigen, ontworpen voor een werkdiepte van meer dan 1 000 m, als volgt:
|
8A002.a. |
||||||||||||
|
IX.A8.002 |
Systemen speciaal ontworpen of aangepast voor het automatisch besturen van de bewegingen van de hierboven vermelde onderwatervoertuigen, waarbij gebruik wordt gemaakt van navigatiegegevens en teruggekoppelde servobesturingen, met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
8A002.b. |
||||||||||||
|
IX.A8.003 |
Glasvezeldoorvoeren voor drukrompen. |
8A002.c. |
||||||||||||
|
IX.A8.004 |
"Robots" speciaal ontworpen voor gebruik onder water, bestuurd door middel van een toepassingsgerichte computer, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:
|
8A002.h. |
||||||||||||
|
IX.A8.005 |
Geen lucht vereisende aandrijfsystemen met motoren van het type Stirling-cyclus, met alle volgende kenmerken:
|
8A002.j. |
||||||||||||
|
IX.A8.006 |
Geluiddempingssystemen voor gebruik in schepen met een waterverplaatsing van 1 000 ton of meer, als volgt:
Technische opmerking: "Actieve geluiddempings- of uitdovingssystemen" bevatten elektronische regelsystemen die geschikt zijn voor actieve demping van de trillingen van de apparatuur door het voortbrengen van geluid of trilling onderdrukkende signalen die direct naar de bron worden teruggekoppeld. |
8A002.j. |
IX.A9. RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.001 |
Gasturbinemotoren:
|
9A001 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.002 |
"Gasturbinemotoren voor schepen" met een volgens ISO-normen continu vermogen van 24 245 kW of meer en een specifiek brandstofverbruik van minder dan 0,219 kg/kWh op elk punt binnen het vermogensbereik van 35 tot 100 %, en speciaal daarvoor ontworpen samenstellingen en onderdelen. Opmerking: De term "gasturbinemotoren voor schepen" omvat tevens industriële of oorspronkelijk voor vliegtuigen bestemde gasturbinemotoren die zijn aangepast voor de voortstuwing van schepen of de opwekking van elektriciteit aan boord van schepen. |
9A002 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.003 |
Speciaal ontworpen samenstellingen of onderdelen, die een of meerdere van de "technologieën" bevatten zoals vermeld in punt 2 van de onderstaande afdeling "Technologie", voor een of meerdere van de volgende gasturbinemotoren:
|
9A003 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.004 |
Ruimtelanceervoertuigen, "ruimtevaartuigen", "platforms van ruimtevaartuigen", "nuttige ladingen van ruimtevaartuigen", boordsystemen of -apparatuur voor "ruimtevaartuigen" en grondapparatuur als volgt:
|
9A004 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.005 |
Raketvoortstuwingssystemen met vloeibare stuwstof. |
9A005 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.006 |
Systemen of onderdelen, speciaal ontworpen voor raketvoortstuwingssystemen met vloeibare stuwstof, als volgt:
|
9A006 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.007 |
Raketvoortstuwingssystemen met vaste brandstof. |
9A007 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.008 |
Onderdelen speciaal ontworpen voor raketvoortstuwingssystemen met vaste stuwstof, als volgt:
|
9A008 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.009 |
Hybride raketvoortstuwingssystemen. |
9A009 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.010 |
Speciaal ontworpen onderdelen, systemen en structuren voor lanceervoertuigen, voortstuwingssystemen voor lanceervoertuigen of "ruimtevaartuigen", als volgt:
|
9A010 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.011 |
"Onbemande luchtvaartuigen" ("UAV's"), onbemande "luchtschepen", verwante systemen, apparatuur en onderdelen, als volgt:
|
9A012 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.012 |
Gekoppelde (onvertraagde (real time)) regelsystemen, instrumentatie (met inbegrip van sensoren) of geautomatiseerde apparatuur voor het verzamelen en verwerken van gegevens die speciaal zijn ontworpen voor de "ontwikkeling" van gasturbinemotoren, samenstellingen of onderdelen, die een of meerdere van de in punt 2, onder b) of c), van de onderstaande afdeling "Technologie" beschreven "technologieën" bevatten. |
9B002 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.013 |
Apparatuur, speciaal ontworpen voor de "productie" of het testen van gasturbineborstelafsluitingen ontworpen om te werken bij een vleugeltipsnelheid groter dan 335 m/s en temperaturen boven 773 K (500 °C), en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen of toebehoren daarvoor. |
9B003 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.014 |
Gereedschappen, stempels of klemmen voor het maken van vaste-fase-verbindingen van bladen waarbij het aerodynamische vlak doorloopt tot aan de schijf voor gasturbines, uit "superlegeringen", titaan of intermetallieke materialen, als omschreven in lid 2 van de onderstaande afdeling "Technologie". |
9B004 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.015 |
Gekoppelde (onvertraagde (real time)) regelsystemen, instrumentatie (met inbegrip van sensoren) en geautomatiseerde apparatuur voor het verzamelen en verwerken van gegevens, speciaal ontworpen voor gebruik in windtunnels ontworpen voor snelheden van Mach 1,2 of meer. |
9B005 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.016 |
Apparatuur voor het testen door middel van akoestische trillingen, geschikt voor het voortbrengen van een geluidsdrukniveau van 160 dB of meer (referentiestandaard: 20 μΡa) met een gespecificeerd uitgangsvermogen van 4 kW of meer bij een temperatuur van de testruimte hoger dan 1 273 K (1 000 °C), en speciaal daarvoor ontworpen kwarts-verwarmingselementen. |
9B006 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.017 |
Apparatuur speciaal ontworpen voor het inspecteren van raketmotoren op de afwezigheid van defecten met gebruikmaking van technieken die het materiaal niet beschadigen (NDT-technieken), anders dan analyse door middel van röntgenstraling in een vlak of elementaire fysische of chemische analyse. |
9B007 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.018 |
Omzetters voor het direct meten van de oppervlaktewrijving, speciaal ontworpen voor gebruik bij een teststroming op een totale temperatuur (stagnatietemperatuur) van meer dan 833 K (560 °C). |
9B008 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.019 |
Gereedschappen, speciaal ontworpen voor de "productie", door middel van poedermetallurgie, van rotoronderdelen voor gasturbinemotoren, met alle volgende kenmerken:
Opmerking: Niet van toepassing op gereedschappen voor het vervaardigen van poeder. |
9B008 |
||||||||||||||||||||||
|
IX.A9.020 |
Apparatuur speciaal ontworpen voor de productie van producten voor "onbemande luchtvaartuigen" ("UAV's"), onbemande "luchtschepen" en onderdelen. |
9B010 |
B. PROGRAMMATUUR
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
|
IX.B.001 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A1 vermelde apparatuur. |
1D001 1D002 1D003 |
|
IX.B.002 |
"Programmatuur" voor de "ontwikkeling" van de in IX.A1 vermelde producten. |
1D001 1D002 1D003 |
|
IX.B.003 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A1 vermelde apparatuur. |
1D001 1D002 1D003 |
|
IX.B.004 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A2 vermelde apparatuur. |
2D001 |
|
IX.B.005 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A2 vermelde apparatuur. |
2D003 2D101 2D202 |
|
IX.B.006 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van in IX.A3 gespecificeerde apparatuur. |
3D001 3D002 3D003 |
|
IX.B.007 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A3 vermelde apparatuur. |
3D001 3D002 3D003 |
|
IX.B.008 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van in IX.A6 gespecificeerde apparatuur. |
6D001 6D003 6D002 6D102 6D203 6D203 |
|
IX.B.009 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A6 vermelde apparatuur. |
6D001 6D003 6D002 6D102 6D203 6D203 |
|
IX.B.010 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A7 vermelde apparatuur. |
7D001 7D002 7D003 7D004 7D005 7D102 7D103 7D104 |
|
IX.B.011 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A7 vermelde apparatuur. |
7D001 7D002 7D003 7D004 7D005 7D102 7D103 7D104 |
|
IX.B.012 |
"Broncode" voor het gebruik of onderhoud van de in IX.A7 vermelde apparatuur. |
7D001 7D002 7D003 7D004 7D005 7D102 7D103 7D104 |
|
IX.B.013 |
"Programmatuur" voor het computerondersteund ontwerpen (CAD), speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" van "actieve vluchtregelsystemen", elektrische of opto-elektronische besturingen (fly-by-wire/fly-by-light) of "luchtstroombeheerste anti-torsie of richtingregelsystemen voor meerassige hefschroefvliegtuigsystemen". |
7D001 7D002 7D003 7D004 7D005 7D102 7D103 7D104 |
|
IX.B.014 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A9 vermelde apparatuur. |
9D001 9D002 9D003 9D004 9D005 9D101 9D103 9D104 9D105 |
|
IX.B.015 |
"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A9 vermelde apparatuur. |
9D001 9D002 9D003 9D004 9D005 9D101 9D103 9D104 9D105 |
C. TECHNOLOGIE
|
Nr. |
Omschrijving |
Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.001 |
"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A1 vermelde apparatuur of "programmatuur". |
2E001 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.002 |
"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A3 vermelde apparatuur of "programmatuur". |
3E001 3E003 3E101 3E102 3E201 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.003 |
"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A7 vermelde apparatuur of "programmatuur". |
7E001 7E002 7E003 7E004 7D005 7E101 7E102 7E104 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.004 |
"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A9 vermelde apparatuur of "programmatuur". |
9E001 9E002 |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.005 |
Andere "technologie" als volgt:
|
9E003.a. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.006 |
"Technologie" voor gasturbinemotoren, "digitale elektronische motorregelsystemen welke volledig zelfstandig in de motorregeling kunnen ingrijpen" ("FADEC-systemen"), als volgt:
Opmerking: Punt b. is niet van toepassing op technische gegevens met betrekking tot de motor in het geheel van het "vliegtuig" zoals voorgeschreven door de civiele luchtvaartautoriteiten van een of meer lidstaten, die voor algemeen gebruik door luchtvaartmaatschappijen moeten worden gepubliceerd (bv. installatiehandleidingen, gebruiksinstructies, instructies voor permanente luchtwaardigheid) of interfacefuncties (bv. input-/output-verwerking, stuwkracht van het casco of vermogen van de drijfas). |
9E003.h. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
IX.C.007 |
"Technologie" voor instelbare stromingstrajectsystemen, ontworpen voor het handhaven van de motorstabiliteit voor gasgeneratorturbines, ventilator/vermogensturbines of straalpijpmondstukken, als volgt:
|
9E003.i |
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/100 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1084 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2019
tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de harmonisatie van de lijst van erkende of geregistreerde inrichtingen, bedrijven en exploitanten en de traceerbaarheid van bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 21, lid 5, onder a), artikel 23, lid 3, artikel 41, lid 4, artikel 47, lid 2, en artikel 48, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor Verordening (EG) nr. 1069/2009, waaronder eisen inzake de handelsdocumenten en de traceerbaarheid van dierlijke bijproducten en afgeleide producten. |
|
(2) |
Krachtens artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 moet elke zending dierlijke bijproducten en afgeleide producten tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument dat volgens het model in bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 is opgesteld en door de exploitant is ingevuld. |
|
(3) |
De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming in kennis van de verzending van onder artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallende dierlijke bijproducten en afgeleide producten via het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie (3) ingevoerde geïntegreerde veterinaire computersysteem (Traces). |
|
(4) |
Met het oog op doeltreffende officiële controles op de plaats van bestemming zouden exploitanten die betrokken zijn bij een onder artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallende verzonden zending alleen een plaats van bestemming moeten mogen kiezen uit de lijsten van erkende of geregistreerde inrichtingen en bedrijven die in Traces zijn opgenomen, en niet uit de lijsten van geregistreerde exploitanten die ook in Traces zijn opgenomen. |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom worden gewijzigd om er eisen voor de geharmoniseerde lijsten van erkende of geregistreerde inrichtingen en bedrijven in op te nemen en te bepalen dat geharmoniseerde en geactualiseerde lijsten worden ingevoerd in of toegankelijk zijn via Traces. Daarom moet aan hoofdstuk VI van Verordening (EU) nr. 142/2011 een nieuw artikel worden toegevoegd. |
|
(6) |
De harmonisatie van lijsten in of de toegankelijkheid ervan via Traces kan een administratieve last vormen voor de bevoegde autoriteiten in de lidstaten. De bevoegde autoriteiten moeten daarom beschikken over een passende overgangsperiode voor de uitvoering van de nieuwe bepalingen. |
|
(7) |
Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet niet van toepassing zijn op specifieke verplaatsingen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten tussen de verschillende delen van het grondgebied van de Russische Federatie zoals bedoeld in artikel 29 van die verordening en in specifieke gevallen van doorvoer door Kroatië van dierlijke bijproducten en afgeleide producten uit Bosnië en Herzegovina naar derde landen zoals bedoeld in artikel 29 bis van die verordening. De in de bovengenoemde artikelen vastgestelde specifieke eisen voor de verplaatsingen en doorvoer voorzien in een passend niveau van bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid en daarom is een afwijking mogelijk van de opname van inrichtingen en bedrijven van oorsprong in Traces. |
|
(8) |
Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 moeten exploitanten ervoor zorgen dat dierlijke bijproducten en afgeleide producten tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument. Om te voorkomen dat bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten in de productieketen van voeder voor landbouwhuisdieren worden gebruikt, moeten de activiteiten van de geregistreerde bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het regelen van het vervoer, worden verduidelijkt en transparanter worden gemaakt met het oog op officiële controles. Het model van het handelsdocument waarvan de bovengenoemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten moeten vergezeld gaan, moet worden aangepast om de nodige informatie te bevatten. |
|
(10) |
Bepaalde in artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde dierlijke bijproducten en afgeleide producten zijn onderworpen aan kanalisatieprocedures. Exploitanten en bevoegde autoriteiten moeten ervoor zorgen dat wanneer opslag vereist is, dergelijke dierlijke bijproducten of afgeleide producten altijd aankomen in een overeenkomstig artikel 23, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 geregistreerd opslagbedrijf, een overeenkomstig artikel 24, lid 1, van die verordening erkende inrichting of erkend bedrijf of aankomen bij de in artikel 24, lid 1, onder j), i) tot en met iv), van die verordening bedoelde bestemming. Het model van het handelsdocument moet derhalve worden aangepast aan de in artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgestelde voorschriften. |
|
(11) |
De duur van het vervoer tussen de plaats van oorsprong en de plaats van bestemming moet worden beperkt tot 15 werkdagen om de traceerbaarheid van de zendingen te garanderen. Indien een zending binnen deze termijn niet op de plaats van bestemming aankomt, moeten alle betrokken bevoegde autoriteiten de locatie van die zending onmiddellijk identificeren. |
|
(12) |
Tussen de lidstaten worden verscheidene nieuwe producten verhandeld. Het handelsdocument moet worden herzien om deze nieuwe producten in de lijst op te nemen. |
|
(13) |
Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(14) |
Voor de verzending naar andere lidstaten van de in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde dierlijke bijproducten en afgeleide producten moet vooraf door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming op verzoek van de exploitant toestemming worden verleend. Bijlage XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat een standaardformaat voor de aanvraag om toestemming voor de verzending van dierlijke bijproducten en afgeleide producten naar een andere lidstaat. Dat formaat moet worden gewijzigd om informatie te bevatten over de toegelaten bestemming van afgeleide producten en de geautoriseerde gebruikers van dierlijke bijproducten of afgeleide producten. Een toestemming voor die dierlijke bijproducten en afgeleide producten in één lidstaat sluit niet uit dat de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten een dergelijke verzending weigeren. Het standaardformaat voor de toestemming moet in Traces worden ingevoerd en elektronisch worden gekoppeld aan het handelsdocument dat wordt gebruikt voor de toegestane zendingen dierlijke bijproducten of afgeleide producten om te voorkomen dat het handelsdocument wordt gegenereerd zonder dat een ingevuld aanvraagformulier door de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming is goedgekeurd. |
|
(15) |
Bijlage XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(16) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd: "Artikel 20 bis Lijsten van inrichtingen, bedrijven en exploitanten uit de lidstaten De bevoegde autoriteit van een lidstaat zorgt ervoor dat geactualiseerde lijsten van inrichtingen, bedrijven en exploitanten zoals bedoeld in artikel 47, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009:
(*1) https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/safety/docs/fs-animal-products-app-est-technical_spec_04032012_en.pdf" " |
|
2) |
Aan artikel 30 wordt de volgende alinea toegevoegd: "Dit artikel is niet van toepassing op de specifieke verplaatsingen van zendingen dierlijke bijproducten die afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor de Russische Federatie zoals bedoeld in artikel 29 en op de verplaatsingen van zendingen dierlijke bijproducten en afgeleide producten die afkomstig zijn uit Bosnië en Herzegovina en bestemd zijn voor derde landen zoals bedoeld in artikel 29 bis.". |
|
3) |
In artikel 32 wordt lid 7 vervangen door: "7. Exploitanten dienen via Traces een aanvraag voor de in lid 6 bedoelde toestemming in volgens het standaardformaat in bijlage XVI, hoofdstuk III, afdeling 10.". |
|
4) |
De bijlagen VIII en XVI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).
(3) Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63).
BIJLAGE
Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In bijlage VIII wordt hoofdstuk III, punt 6, als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
In bijlage XVI, hoofdstuk III, wordt afdeling 10 vervangen door: " Afdeling 10 Standaardformaat voor bepaalde aanvragen om toestemming voor handelsverkeer binnen de Unie Exploitanten stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in kennis van een aanvraag om toestemming voor de verzending van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, als bedoeld in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009, en van visolie en vismeel van categorie 3-materialen bestemd voor zuivering en dienen deze in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming overeenkomstig het volgende formaat in Traces: |
(1) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).
(3) Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1).
(4) https://www.bic-code.org/identification-number/
(5) Beschikking 2009/821/EG van de Commissie van 28 september 2009 tot opstelling van een lijst van erkende grensinspectieposten, tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor door veterinaire deskundigen van de Commissie uitgevoerde inspecties en tot vaststelling van de veterinaire eenheden in Traces (PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1).
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/110 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1085 VAN DE COMMISSIE
van 25 juni 2019
tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1, in samenhang met artikel 78, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Richtlijn 2006/19/EG van de Commissie (2) is 1-methylcyclopropeen als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3). |
|
(2) |
De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4). |
|
(3) |
De goedkeuring van de in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof 1-methylcyclopropeen vervalt op 31 oktober 2019. |
|
(4) |
Er is een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen ingediend overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) binnen de in dat artikel vastgestelde termijn. |
|
(5) |
De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was. |
|
(6) |
De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een beoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 28 april 2017 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend. |
|
(7) |
De EFSA heeft het beoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten doorgestuurd en de ontvangen opmerkingen aan de Commissie doen toekomen. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek. |
|
(8) |
Op 28 mei 2018 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of 1-methylcyclopropeen naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft het ontwerpverslag over de verlenging voor 1-methylcyclopropeen op 12 en 13 december 2018 aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd. |
|
(9) |
Met betrekking tot de nieuwe criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen — criteria die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (7) — blijkt uit de conclusie van de EFSA dat het erg onwaarschijnlijk is dat 1-methylcyclopropeen een hormoonontregelaar is via de oestrogene, androgene, steroïdogene en schildkliermodaliteiten. Op basis van de beschikbare gegevens en huidige kennis (8) concludeert de EFSA dat het onwaarschijnlijk is dat 1-methylcyclopropeen hormoonontregelende eigenschappen heeft. De Commissie is daarom van oordeel dat aan 1-methylcyclopropeen geen hormoonontregelende eigenschappen mogen worden toegeschreven. |
|
(10) |
Met betrekking tot één of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat 1-methylcyclopropeen bevat, is vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen. Het is met name passend de beperking van het gebruik als plantengroeiregulator voor opslag na de oogst enkel in afgesloten entrepots te handhaven. |
|
(12) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie (9) is 1-methylcyclopropeen opgenomen als stof die in aanmerking komt om te worden vervangen, aangezien de aanvaardbare dagelijkse inname van 1-methylcyclopropeen binnen de respectievelijke groep stoffen of gebruikscategorieën daarvan aanzienlijk lager is dan die van de meerderheid van de goedgekeurde werkzame stoffen. |
|
(13) |
Op basis van de nieuwe toxicologische gegevens die in het dossier voor de verlengingsprocedure zijn opgenomen, heeft de EFSA geconcludeerd dat de aanvaardbare dagelijkse inname aanzienlijk is toegenomen. Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat 1-methylcyclopropeen niet voldoet aan de criteria van bijlage II, punt 4, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, en dat 1-methylcyclopropeen daarom niet langer voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen om te worden vervangen overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Derhalve moet 1-methylcyclopropeen uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 worden geschrapt. |
|
(14) |
Het is daarom passend de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen te verlengen. |
|
(15) |
Overeenkomstig artikel 20, lid 3, in samenhang met artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(16) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie (10) is de goedkeuringsperiode voor 1-methylcyclopropeen verlengd tot en met 31 oktober 2019, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de goedkeuring van die stof kan worden voltooid. Aangezien er vóór die verlengde vervaldatum een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening in werking treden met ingang van 1 augustus 2019. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof
De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof 1-methylcyclopropeen wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.
Artikel 2
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408
1-methylcyclopropeen wordt geschrapt uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408.
Artikel 4
Inwerkingtreding en datum van toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2019.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 25 juni 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) Richtlijn 2006/19/EG van de Commissie van 14 februari 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde 1-methylcyclopropeen op te nemen als werkzame stof (PB L 44 van 15.2.2006, blz. 15).
(3) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).
(6) EFSA Journal (2018);16(7):5308. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid), 2018. Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance 1-methylcyclopropene.
(7) Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).
(8) OECD Conceptual Framework, as analysed in the EFSA Scientific Opinion on the hazard assessment of endocrine disruptors, EFSA Scientific Committee, 2013.
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen (PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie van 20 september 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, diuron, fludioxonil, flufenacet, flurtamone, fosthiazaat, indoxacarb, MCPA, MCPB, prosulfocarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 238 van 21.9.2018, blz. 62).
BIJLAGE I
|
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-benaming |
Zuiverheid (1) |
Datum van goedkeuring |
Geldigheidsduur |
Specifieke bepalingen |
||||
|
1-methylcyclopropeen CAS-nr. 3100-04-7 CIPAC-nr. 767 |
1-methylcyclopropeen |
≥ 980 g/kg (technisch concentraat) De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang en mogen in het technische materiaal (technisch concentraat) de volgende niveaus niet overschrijden:
Voor in situ gegenereerd 1-methylcyclopropeen zijn heptaan en methylcyclohexaan toxicologisch relevante onzuiverheden. Deze onzuiverheden moeten onder 10 % blijven. |
1 augustus 2019 |
31 juli 2034 |
Alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan. Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag. |
(1) Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.
BIJLAGE II
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In deel A wordt vermelding 117 over 1-methylcyclopropeen geschrapt. |
|
2) |
In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
(1) Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.
BESLUITEN
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/115 |
BESLUIT (EU) 2019/1086 VAN DE RAAD
van 18 juni 2019
betreffende het namens de Europese Unie op de plenaire vergadering van de Groep van staten tegen corruptie (Greco) of binnen het Comité van ministers van de Raad van Europa in te nemen standpunt over het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 83, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Statutaire resolutie nr. (93) 28 van de Raad van Europa betreffende partiële en uitgebreide overeenkomsten voorziet in de mogelijkheid voor staten die geen lid zijn van de Raad van Europa en voor internationale organisaties om waarnemers te worden bij partiële en uitgebreide overeenkomsten, zoals de overeenkomst tot oprichting van de Groep van staten tegen corruptie (Greco). |
|
(2) |
De Raad heeft op 6 juni 2019 zijn steun uitgesproken voor de toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco en de Commissie uitgenodigd een voorstel in te dienen over het in de Raad van Europa namens de Unie in te nemen standpunt. |
|
(3) |
De Commissie heeft op 6 juni 2019 bij de secretaris-generaal van de Raad van Europa een verzoek ingediend om de Unie als waarnemer te laten deelnemen aan de Greco. |
|
(4) |
Het verkrijgen van de status van waarnemer heeft rechtsgevolgen, die beperkt zijn tot het volgende: waarnemers hebben het recht deel te nemen aan vergaderingen van de Greco en toegang te hebben tot alle besproken documenten; waarnemers hebben geen stemrecht, zijn niet aan evaluatie onderworpen en nemen geen formele standpunten in evaluatieprocessen in, noch nemen ze deel aan evaluatiemissies. Van waarnemers wordt geen financiële bijdrage gevraagd. |
|
(5) |
De deelname van de Unie aan de Greco als waarnemer doet geen afbreuk aan haar mogelijke toekomstige deelname aan de Greco als volwaardig lid. |
|
(6) |
Alle lidstaten van de Unie zijn lid van de Greco. |
|
(7) |
Verwacht wordt dat de Greco op de 83e zitting van haar plenaire vergadering, die zal plaatsvinden in Straatsburg op 17-21 juni 2019, of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, een besluit zal nemen over de waarnemersstatus van de Unie. |
|
(8) |
Als dat besluit niet wordt vastgesteld tijdens de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, valt te verwachten dat de kwestie wordt doorverwezen naar het Comité van ministers van de Raad van Europa en dat het Comité van ministers een besluit zal nemen over de toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco. |
|
(9) |
Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie op de plenaire vergadering van de Greco of, in voorkomend geval, binnen het Comité van ministers van de Raad van Europa moet worden ingenomen over de vaststelling van het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco. |
|
(10) |
Dit besluit is in overeenstemming met het beginsel van loyale samenwerking. |
|
(11) |
Dit besluit is in overeenstemming met het beginsel van bevoegdheidstoedeling en doet geen afbreuk aan de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en haar lidstaten. |
|
(12) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op die lidstaten. |
|
(13) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op die lidstaat, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen over het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Groep van staten tegen corruptie (Greco), luidt als volgt:
|
a) |
de lidstaten van de Unie steunen de vaststelling, op de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, van het besluit om aan de Unie de status van waarnemer in de Greco toe te kennen; |
|
b) |
als het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco niet wordt vastgesteld op de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, steunen de lidstaten van de Unie de doorverwijzing van de kwestie naar het Comité van ministers van de Raad van Europa en steunen zij de vaststelling door het Comité van ministers van het besluit om aan de Unie de status van waarnemer in de Greco toe te kennen. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Luxemburg, 18 juni 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
P. DAEA
|
26.6.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 171/117 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1087 VAN DE COMMISSIE
van 19 juni 2019
betreffende vrijstellingen van het uitgebreide antidumpingrecht op bepaalde delen van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China overeenkomstig Verordening (EG) nr. 88/97
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4455)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 13, lid 4,
Gezien Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer (2), en met name artikel 3,
Gezien Verordening (EU) nr. 502/2013 van de Raad van 29 mei 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 990/2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (3),
Gezien Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie van 20 januari 1997 tot goedkeuring van de vrijstelling van de invoer van bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht (4), en met name de artikelen 4 tot en met 7,
Na kennisgeving aan de lidstaten,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Als gevolg van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van het antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC") geldt momenteel een antidumpingrecht op hoofdbestanddelen van rijwielen van oorsprong uit de VRC die in de Unie worden ingevoerd ("het uitgebreide recht"). |
|
(2) |
Krachtens artikel 3 van Verordening (EG) nr. 71/97 is de Commissie bevoegd de nodige maatregelen vast te stellen om de vrijstelling toe te staan van de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die geen ontwijking van het antidumpingrecht inhoudt. |
|
(3) |
Die uitvoeringsmaatregelen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 88/97, waarbij het specifieke stelsel van vrijstelling is ingevoerd. |
|
(4) |
Op basis hiervan heeft de Commissie een aantal rijwielassemblagebedrijven van het uitgebreide recht vrijgesteld ("de vrijgestelde partijen"). |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 heeft de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie meermaals lijsten van de vrijgestelde partijen bekendgemaakt (5). |
|
(6) |
Het meest recente Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/477 van de Commissie (6) betreffende vrijstellingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 88/97, is aangenomen op 15 maart 2018. |
|
(7) |
Voor de toepassing van dit besluit zijn de definities van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 88/97 van toepassing. |
1. AANVRAGEN OM VRIJSTELLING
|
(8) |
De Commissie heeft tussen 27 april 2015 en 7 januari 2019 van de in de tabellen 1 en 3 vermelde partijen aanvragen om vrijstelling ontvangen met de informatie die nodig is om vast te stellen of deze aanvragen op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 ontvankelijk zijn. |
|
(9) |
De partijen die om vrijstelling hebben verzocht, zijn in de gelegenheid gesteld op de gevolgtrekkingen van de Commissie met betrekking tot de ontvankelijkheid van hun aanvragen te reageren. |
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 is, in afwachting van een beslissing over de gegrondheid van de aanvragen van de partijen die om vrijstelling hebben verzocht, de betaling van het uitgebreide recht met betrekking tot de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die door deze in de onderstaande tabellen 1 en 3 vermelde partijen voor het vrije verkeer zijn aangegeven, geschorst met ingang van de datum waarop de Commissie hun respectieve aanvragen heeft ontvangen. |
2. TOESTEMMING VOOR VRIJSTELLING
|
(11) |
Het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvragen van de in tabel 1 vermelde partijen is afgesloten. Tabel 1
|
|
(12) |
De Commissie heeft tijdens haar onderzoek vastgesteld dat de waarde van de delen van oorsprong uit de VRC minder dan 60 % van de totale waarde van de delen van alle door CycleSport North Ltd geassembleerde rijwielen bedroeg en dat de waarde die tijdens de door Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o. uitgevoerde assemblageverrichtingen aan de ingevoerde delen werd toegevoegd, meer dan 25 % van de fabricagekosten bedroeg. |
|
(13) |
Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat de door CycleSport North Ltd respectievelijk Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o. uitgevoerde assemblageverrichtingen niet binnen de werkingssfeer van artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 vallen. |
|
(14) |
Om die reden en overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 voldoen de in bovenstaande tabel 1 vermelde partijen aan de voorwaarden voor vrijstelling van het uitgebreide recht. |
|
(15) |
Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 moeten de vrijstellingen van kracht worden met ingang van de datum waarop de aanvragen zijn ontvangen. Derhalve moeten de douaneschulden van de om vrijstelling verzoekende partijen met betrekking tot het uitgebreide recht met ingang van dezelfde datum geacht worden niet te hebben bestaan. |
|
(16) |
De partijen zijn in kennis gesteld van de gevolgtrekkingen van de Commissie met betrekking tot de gegrondheid van hun aanvragen en zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. |
|
(17) |
Aangezien de vrijstellingen uitsluitend gelden ten aanzien van de partijen die specifiek in bovenstaande tabel 1 worden vermeld, moeten de vrijgestelde partijen de Commissie (7) onverwijld van elke wijziging hiervan in kennis stellen (bv. naar aanleiding van een wijziging van de naam, de rechtsvorm of het adres, of naar aanleiding van het opzetten van nieuwe assemblage-eenheden). |
|
(18) |
In geval van wijziging van de referentiegegevens moet de partij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van haar met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten. Waar nodig, werkt de Commissie de verwijzingen naar de desbetreffende partij bij. |
3. BIJWERKING VAN VERWIJZINGEN NAAR VRIJGESTELDE PARTIJEN OF PARTIJEN WAARVOOR BETALING VAN RECHT IS GESCHORST
|
(19) |
De in onderstaande tabel 2 vermelde vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, hebben de Commissie tussen 17 mei 2018 en 6 maart 2019 ervan in kennis gesteld dat hun referentiegegevens (naam, rechtsvorm of adres) zijn gewijzigd. De Commissie heeft na onderzoek van de ingediende informatie geconcludeerd dat deze wijzigingen, wat de in Verordening (EG) nr. 88/97 opgenomen voorwaarden voor vrijstelling of schorsing betreft, geen gevolgen voor de assemblageverrichtingen hebben. |
|
(20) |
De krachtens artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 ten aanzien van deze partijen verleende toestemming voor de vrijstelling van het uitgebreide recht of voor de schorsing van de betaling daarvan blijft ongewijzigd, maar de verwijzingen naar deze partijen moeten worden bijgewerkt. Tabel 2
|
4. SCHORSING VAN BETALING VAN RECHTEN VOOR ONDERZOCHTE PARTIJEN
|
(21) |
Het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvragen van de in onderstaande tabel 3 vermelde partijen is momenteel nog gaande. In afwachting van een beslissing over de gegrondheid van hun aanvragen is de betaling van het uitgebreide recht door deze partijen geschorst. |
|
(22) |
Aangezien de schorsingen uitsluitend gelden ten aanzien van de partijen die specifiek in onderstaande tabel 3 worden vermeld, moeten deze partijen de Commissie (8) onverwijld van elke wijziging hiervan in kennis stellen (bv. naar aanleiding van een wijziging van de naam, de rechtsvorm of het adres, of naar aanleiding van het opzetten van nieuwe assemblage-eenheden). |
|
(23) |
In geval van wijziging van de referentiegegevens moet de partij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van haar met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten. Waar nodig, werkt de Commissie de verwijzingen naar de desbetreffende partij bij. Tabel 3
|
5. OPHEFFING VAN SCHORSING VAN BETALING VAN RECHTEN VOOR ONDERZOCHTE PARTIJEN
|
(24) |
De schorsing van betaling van de rechten voor de onderzochte partijen moet ten aanzien van de in onderstaande tabel 4 vermelde partijen worden opgeheven. Tabel 4
|
|
(25) |
De Commissie heeft tussen 31 mei 2018 en 18 januari 2019 van beide betrokken partijen een verzoek tot intrekking van de aanvraag om vrijstelling ontvangen terwijl het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvraag nog gaande was en de betaling van het uitgebreide recht was geschorst. |
|
(26) |
De Commissie heeft de intrekking toegestaan, zodat de schorsing van betaling van het uitgebreide recht moet worden opgeheven. Het uitgebreide recht moet worden geïnd met ingang van de datum waarop de vrijstellingsaanvraag van deze partijen is ontvangen, namelijk de datum waarop de schorsing van kracht is geworden (29 september 2016 voor Hermann Hartje KG, Duitsland, en 9 juni 2017 voor Matex International Aquitaine, Frankrijk). |
|
(27) |
De partijen zijn in kennis gesteld van de gevolgtrekkingen van de Commissie en zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Er zijn geen opmerkingen ingediend binnen de daarvoor vastgestelde termijn. |
6. INTREKKING VAN TOESTEMMING VOOR VRIJSTELLING
|
(28) |
De in tabel 5 vermelde vrijgestelde partij heeft de Commissie op 22 februari 2018 ervan in kennis gesteld dat zij haar activiteiten heeft stopgezet nadat zij op 17 oktober 2017 door de bevoegde autoriteit formeel failliet was verklaard. |
|
(29) |
Bijgevolg moet, overeenkomstig het beginsel van behoorlijk bestuur, de toestemming voor de vrijstelling van betaling van het uitgebreide recht worden ingetrokken, Tabel 5
|
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de tabel in dit artikel vermelde partijen worden vrijgesteld van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad (9) ingestelde definitieve antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde delen van rijwielen uit de Volksrepubliek China.
Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 worden de vrijstellingen van kracht met ingang van de datum waarop de aanvragen van de partijen zijn ontvangen. Deze data worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".
De vrijstellingen gelden uitsluitend ten aanzien van de partijen die specifiek in de tabel in dit artikel worden vermeld.
De vrijgestelde partijen stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging van hun naam en adres, waarbij zij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van hun met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten die de vrijstellingsvoorwaarden betreffen.
Vrijgestelde partijen
|
Aanvullende Taric-code |
Naam |
Adres |
Geldig vanaf |
||
|
C049 |
CycleSport North Ltd |
|
27.4.2015 |
||
|
C209 |
Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o. |
|
26.4.2017 |
Artikel 2
De bijgewerkte verwijzingen naar de in de tabel in dit artikel vermelde vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, worden vermeld in de kolom "Nieuwe verwijzing". Deze bijwerkingen worden van kracht met ingang van de data die worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".
De bijbehorende aanvullende Taric-codes in de tabelkolom "Aanvullende Taric-code", die voorheen zijn toegekend aan die vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, blijven ongewijzigd.
Vrijgestelde partijen/partijen waarvoor betaling van recht is geschorst, en waarvoor verwijzing wordt bijgewerkt
|
Aanvullende Taric-code |
Oude verwijzing |
Nieuwe verwijzing |
Geldig vanaf |
||||||
|
8605 |
|
|
19.12.2018 |
||||||
|
8749 |
|
|
27.11.2018 |
||||||
|
A168 |
|
|
30.1.2019 |
||||||
|
A726 |
|
|
3.7.2018 |
||||||
|
A966 |
|
|
3.1.2019 |
||||||
|
A984 |
|
|
15.5.2017 |
||||||
|
C021 |
|
|
14.2.2018 |
||||||
|
C207 |
|
|
1.3.2018 |
||||||
|
C209 |
|
|
26.9.2018 |
Artikel 3
De in de tabel in dit artikel vermelde partijen zijn overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 88/97 in onderzoek.
De schorsingen van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 88/97 gelden met ingang van de datum waarop de respectieve schorsingsaanvragen van de partijen zijn ontvangen. Deze data worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".
Deze schorsingen van betaling gelden uitsluitend ten aanzien van de onderzochte partijen die specifiek in de tabel in dit artikel worden vermeld.
De onderzochte partijen stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle met de schorsingsvoorwaarden verband houdende wijzigingen van hun assemblageverrichtingen en verstrekken de Commissie ten bewijze daarvan alle relevante informatie. Deze wijzigingen omvatten alle wijzigingen van de namen, activiteiten, rechtsvormen en adressen van de partijen, maar zijn daartoe niet beperkt.
Onderzochte partijen
|
Aanvullende Taric-code |
Naam |
Adres |
Geldig vanaf |
||
|
C202 |
Vanmoof B.V. |
|
19.12.2016 |
||
|
C207 |
Kenstone Metal Company GmbH |
|
20.3.2017 |
||
|
C307 |
Merida Polska Sp. Z o.o. |
|
14.6.2017 |
||
|
C311 |
Juan Luna Cabrera |
|
4.10.2017 |
||
|
C481 |
FJ Bikes Europe Unipessoal, Lda |
|
8.5.2018 |
||
|
C489 |
P.P.H. ARTPOL Artur Kopeć |
|
25.10.2018 |
||
|
C492 |
MOTOKIT Veiculos e Accesórios S.A. |
|
29.11.2018 |
||
|
C499 |
Frog Bikes Manufacturing Ltd |
|
7.1.2019 |
Artikel 4
De schorsing van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 88/97 wordt opgeheven ten aanzien van de in de tabel in dit artikel vermelde partijen.
Het uitgebreide recht wordt geïnd met ingang van de datum waarop de schorsing van kracht is geworden. Deze datum wordt vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".
Partijen ten aanzien waarvan schorsing wordt opgeheven
|
Aanvullende Taric-code |
Naam |
Adres |
Geldig vanaf |
||
|
C170 |
Hermann Hartje KG |
|
29.9.2016 |
||
|
C220 |
Matex International Aquitaine |
|
9.6.2017 |
Artikel 5
De toestemming voor de vrijstelling van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van de in de tabel in dit artikel vermelde partij.
Het uitgebreide recht wordt geïnd met ingang van de datum waarop de intrekking van de toestemming van kracht is geworden. Deze datum wordt vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".
Partij ten aanzien waarvan vrijstelling wordt ingetrokken
|
Aanvullende Taric-code |
Naam |
Adres |
Geldig vanaf |
||
|
A246 |
COBRAN Srl |
|
17.10.2017 |
Artikel 6
Dit besluit is gericht tot de lidstaten alsmede tot de in de artikelen 1 tot en met 5 vermelde partijen en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 19 juni 2019.
Voor de Commissie
Cecilia MALMSTRÖM
Lid van de Commissie
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) PB L 16 van 18.1.1997, blz. 55.
(3) PB L 153 van 5.6.2013, blz. 17.
(4) PB L 17 van 21.1.1997, blz. 17.
(5) PB C 45 van 13.2.1997, blz. 3; PB C 112 van 10.4.1997, blz. 9; PB C 220 van 19.7.1997, blz. 6; PB L 193 van 22.7.1997, blz. 32; PB L 334 van 5.12.1997, blz. 37; PB C 378 van 13.12.1997, blz. 2; PB C 217 van 11.7.1998, blz. 9; PB C 37 van 11.2.1999, blz. 3; PB C 186 van 2.7.1999, blz. 6; PB C 216 van 28.7.2000, blz. 8; PB C 170 van 14.6.2001, blz. 5; PB C 103 van 30.4.2002, blz. 2; PB C 35 van 14.2.2003, blz. 3; PB C 43 van 22.2.2003, blz. 5; PB C 54 van 2.3.2004, blz. 2; PB L 343 van 19.11.2004, blz. 23; PB C 299 van 4.12.2004, blz. 4; PB L 17 van 21.1.2006, blz. 16; PB L 313 van 14.11.2006, blz. 5; PB L 81 van 20.3.2008, blz. 73; PB C 310 van 5.12.2008, blz. 19; PB L 19 van 23.1.2009, blz. 62; PB L 314 van 1.12.2009, blz. 106; PB L 136 van 24.5.2011, blz. 99; PB L 343 van 23.12.2011, blz. 86; PB L 119 van 23.4.2014, blz. 67; PB L 132 van 29.5.2015, blz. 32; PB L 331 van 17.12.2015, blz. 30; PB L 47 van 24.2.2017, blz. 13, en PB L 79 van 22.3.2018, blz. 31.
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/477 van de Commissie van 15 maart 2018 betreffende vrijstellingen van het uitgebreide antidumpingrecht op bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 88/97 (PB L 79 van 22.3.2018, blz. 31).
(7) De partijen wordt aangeraden het volgende e-mailadres te gebruiken: TRADE-BICYCLE-PARTS@ec.europa.eu
(8) De partijen wordt aangeraden het volgende e-mailadres te gebruiken: TRADE-BICYCLE-PARTS@ec.europa.eu
(9) Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad van 8 september 1993 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht (PB L 228 van 9.9.1993, blz. 1).