ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 171

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

62e jaargang
26 juni 2019


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1081 van de Commissie van 8 maart 2019 tot vaststelling van voorschriften inzake specifieke opleidingsvereisten voor personeel voor het verrichten van bepaalde materiële controles aan grenscontroleposten ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1082 van de Commissie van 20 juni 2019 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

5

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1083 van de Commissie van 21 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea

8

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1084 van de Commissie van 25 juni 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de harmonisatie van de lijst van erkende of geregistreerde inrichtingen, bedrijven en exploitanten en de traceerbaarheid van bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten ( 1 )

100

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1085 van de Commissie van 25 juni 2019 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie ( 1 )

110

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2019/1086 van de Raad van 18 juni 2019 betreffende het namens de Europese Unie op de plenaire vergadering van de Groep van staten tegen corruptie (Greco) of binnen het Comité van ministers van de Raad van Europa in te nemen standpunt over het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco

115

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1087 van de Commissie van 19 juni 2019 betreffende vrijstellingen van het uitgebreide antidumpingrecht op bepaalde delen van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China overeenkomstig Verordening (EG) nr. 88/97 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4455)

117

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/1


GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/1081 VAN DE COMMISSIE

van 8 maart 2019

tot vaststelling van voorschriften inzake specifieke opleidingsvereisten voor personeel voor het verrichten van bepaalde materiële controles aan grenscontroleposten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 49, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/625 stelt voorschriften vast voor de uitvoering van officiële controles door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op dieren en goederen die de Unie binnenkomen om na te gaan of de agro-voedselketenwetgeving van de Unie wordt nageleefd.

(2)

Artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 bepaalt dat alle personeelsleden die officiële controles en andere officiële activiteiten verrichten, voor hun bevoegdheidsterrein een passende opleiding moeten ontvangen. Hoofdstuk I van bijlage II bij Verordening (EU) 2017/625 geeft de onderwerpen aan voor de opleiding van het personeel dat de officiële controles en andere officiële activiteiten uitvoert.

(3)

Krachtens artikel 21, lid 2, onder c), van Verordening (EU) 2017/625 moeten de bevoegde autoriteiten officiële controles verrichten van dieren die aan grenscontroleposten worden aangeboden om na te gaan of is voldaan aan de vereisten inzake dierenwelzijn en in het bijzonder aan de voorschriften die van toepassing zijn op hun vervoer naar de Unie. Deze officiële controles omvatten ook controles op de vervoersgeschiktheid van de dieren en op de vervoermiddelen.

(4)

Overeenkomstig artikel 21, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 moeten de bevoegde autoriteiten tijdens de uitvoering van de officiële controles de nodige maatregelen nemen om vertragingen tussen het laden van de dieren en hun vertrek te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken. Indien dieren tijdens het vervoer langer dan twee uur moeten worden vastgehouden, moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat adequate voorzieningen worden getroffen voor hun verzorging en, zo nodig, voor het voederen, drenken, uitladen en onderbrengen van de dieren. Het is daarom passend dat het personeel dat de officiële dierenarts bijstaat bij de uitvoering van materiële controles van dieren aan de grenscontroleposten, daartoe specifiek wordt opgeleid.

(5)

Op grond van artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 moeten bepaalde categorieën dieren en goederen uit derde landen aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie aan officiële controles worden onderworpen. Overeenkomstig artikel 49, lid 1, van die verordening omvatten die officiële controles documentencontroles, overeenstemmingscontroles en materiële controles.

(6)

Artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 bepaalt dat de materiële controles worden uitgevoerd door een officiële dierenarts wanneer die controles betrekking hebben op dieren, met uitzondering van waterdieren, vlees en eetbare slachtafvallen. De officiële dierenarts mag worden bijgestaan door personeel dat is opgeleid overeenkomstig de voorschriften van die verordening voor veterinaire aangelegenheden en dat door de bevoegde autoriteiten voor dat doel is aangewezen. Ook wordt bepaald dat de materiële controles moeten worden uitgevoerd door een officiële dierenarts of door personeel dat overeenkomstig de voorschriften van die verordening is opgeleid en dat daarvoor is aangewezen door de bevoegde autoriteiten, wanneer die controles betrekking hebben op waterdieren, andere producten van dierlijke oorsprong dan vlees en eetbare slachtafvallen, levende producten of dierlijke bijproducten.

(7)

Personeelsleden die materiële controles uitvoeren in het kader van officiële controles van dieren en van bepaalde categorieën goederen aan grenscontroleposten, moeten daartoe dan ook meer specifiek zijn opgeleid. De opleiding moet ervoor zorgen dat deze materiële controles in alle grenscontroleposten met dezelfde mate van vakbekwaamheid worden uitgevoerd.

(8)

Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) voorziet in een gedetailleerd studieprogramma voor dierenartsen. Dit studieprogramma omvat onder meer anatomie, pathologie, parasitologie, klinische geneeskunde, gezondheidstoezicht, veterinaire wetgeving, dierlijke productie en levensmiddelenhygiëne (inspectie en controle van levensmiddelen van dierlijke oorsprong, levensmiddelenhygiëne en technologie en praktische werkzaamheden, met inbegrip van praktische werkzaamheden op plaatsen waar het slachten van dieren en de verwerking van levensmiddelen plaatsvindt). Voor de uitvoering van de materiële controles van dieren, producten van dierlijke oorsprong, levende producten en dierlijke bijproducten is kennis van deze onderwerpen noodzakelijk. Het is daarom passend specifieke opleidingsvereisten vast te stellen voor personeelsleden die geen officieel dierenarts zijn om de vereiste prestatienorm te bereiken. Er is momenteel geen behoefte aan specifieke opleidingsvereisten voor officiële plantgezondheidsfunctionarissen die verder gaan dan de bestaande vereisten. Daarom is het niet nodig dat officiële dierenartsen en officiële plantgezondheidsfunctionarissen onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

(9)

Het moet de lidstaten worden toegestaan personeel aan te wijzen dat weliswaar niet het opleidingsprogramma overeenkomstig deze verordening heeft gevolgd, maar de opleidingsactiviteiten of de uitwisselingsprogramma's voor personeelsleden als bedoeld in artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625 heeft voltooid, mits deze activiteiten of programma's betrekking hebben op dezelfde onderwerpen die op grond van deze verordening zijn vereist.

(10)

Beschikking 93/352/EEG van de Commissie (3) stelt voorschriften vast voor de aanwijzing van een officieel functionaris die specifiek is opgeleid voor de uitvoering van controles van vis in de inspectieposten aan de grens in havens waar de vis wordt aangevoerd. Aangezien het toepassingsgebied van die beschikking onder Verordening (EU) 2017/625 valt en de opleidingseisen in deze verordening zijn vastgesteld, moet die beschikking worden ingetrokken.

(11)

Verordening (EU) 2017/625 is van toepassing met ingang van 14 december 2019. Bijgevolg moeten de in deze verordening vastgestelde voorschriften ook vanaf die datum van toepassing zijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Bij deze verordening worden voorschriften vastgesteld tot vaststelling van specifieke opleidingsvereisten voor de volgende personeelsleden, als bedoeld in artikel 49, lid 2, onder a) en b), van Verordening (EU) 2017/625, die materiële controles aan grenscontroleposten verrichten:

a)

personeel dat een officiële dierenarts bijstaat bij het verrichten van materiële controles van dieren, met uitzondering van waterdieren, of van vlees en eetbare slachtafvallen;

b)

personeel dat materiële controles verricht van waterdieren, van andere producten van dierlijke oorsprong dan bedoeld onder a), van levende producten of van dierlijke bijproducten.

2.   Deze verordening is niet van toepassing op officiële dierenartsen en officiële plantgezondheidsfunctionarissen.

Artikel 2

Algemene verplichtingen voor de bevoegde autoriteiten betreffende opleiding

1.   De in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde personeelsleden mogen de officiële dierenarts bij het verrichten van materiële controles slechts bijstaan of materiële controles overeenkomstig artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 slechts verrichten als zij met succes een opleidingsprogramma hebben voltooid dat voldoet aan de eisen van artikel 3 van deze Verordening (het opleidingsprogramma).

2.   De bevoegde autoriteiten ontwikkelen en verzorgen het opleidingsprogramma om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 bedoelde materiële controles worden uitgevoerd met het vereiste niveau van technische vakbekwaamheid en deskundigheid. Het opleidingsprogramma moet zowel theoretisch als praktisch zijn.

3.   De bevoegde autoriteiten houden een administratie van het opleidingsprogramma bij op papier of in elektronische vorm voor elke persoon, met inbegrip van de datums, de duur, de beschrijving van het programma en, in voorkomend geval, de certificaten waaruit blijkt dat het opleidingsprogramma met succes door het personeel is voltooid. De bevoegde autoriteiten in een lidstaat zorgen ervoor dat elke grenscontrolepost in die lidstaat toegang heeft tot op papier of in elektronische vorm bijgehouden opleidingsregisters.

Artikel 3

Voorschriften over de onderwerpen van het opleidingsprogramma

1.   De inhoud van het opleidingsprogramma wordt vastgesteld op basis van de dieren en de goederen waarvoor de grenscontroleposten zijn aangewezen en de taken en verantwoordelijkheden die aan het personeel zijn toegewezen.

2.   Het opleidingsprogramma omvat de volgende onderwerpen:

a)

toepasselijke Uniewetgeving betreffende binnenkomst in de Unie van dieren en goederen, met inbegrip van procedures en activiteiten die tijdens en na de materiële controles moeten worden uitgevoerd;

b)

algemene beginselen van onderzoek van dieren;

c)

onderzoek naar de geschiktheid van de dieren om te worden vervoerd;

d)

praktische aspecten van het omgaan met dieren overeenkomstig de Uniewetgeving, met inbegrip van regelingen om vertragingen bij de grenscontroleposten te voorkomen of te verminderen en, waar nodig, het voederen, drenken, uitladen en onderbrengen van de dieren;

e)

zintuiglijk onderzoek van goederen;

f)

onderzoek van de vervoermiddel en de omstandigheden waaronder het vervoer plaatsvindt, met inbegrip van het beheer van temperatuurgevoelige goederen (koudeketen) en het vervoer van dieren;

g)

de identificatie van diersoorten, met inbegrip van de identificatie van eventuele invasieve uitheemse soorten zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4), binnengebracht via dieren en goederen;

h)

controleprocedures betreffende:

i)

het gebruik van apparatuur;

ii)

de toepassing van monitoringplannnen;

iii)

bemonsteringsprocedures en laboratoriumanalyses met betrekking tot dieren en dier- en volksgezondheidsaspecten;

i)

methoden voor de interpretatie van de resultaten van laboratoriumtests en daarmee samenhangende besluiten overeenkomstig de voorschriften van de toepasselijke Uniewetgeving;

j)

risicobeoordeling, met inbegrip van gegevensverzameling met betrekking tot de gezondheid van mens en dier, teneinde gerichte materiële controles uit te voeren;

k)

voorkoming van kruisbesmetting en naleving van de toepasselijke normen inzake bioveiligheid;

l)

etiketteringsvoorschriften voor de in artikel 47, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde goederen;

m)

onderzoeken en controletechnieken om frauduleuze of bedrieglijke praktijken in de handel op te sporen.

Artikel 4

Opleidingsactiviteiten en programma's voor de uitwisseling van personeelsleden, georganiseerd overeenkomstig artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625

In afwijking van artikel 2, lid 1, kunnen de in artikel 1, lid 1, onder a) en b), bedoelde personeelsleden de officiële dierenarts bij materiële controles bijstaan of materiële controles verrichten overeenkomstig artikel 49, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 wanneer zij zijn opgeleid in het kader van opleidingsactiviteiten of programma's voor de uitwisseling van personeel, georganiseerd overeenkomstig artikel 130 van Verordening (EU) 2017/625, mits deze activiteiten of programma's betrekking hebben op de inhoud en de onderwerpen van het in artikel 3, lid 2, van deze verordening bedoelde opleidingsprogramma.

Artikel 5

Intrekking

Beschikking 93/352/EEG wordt ingetrokken.

Artikel 6

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 maart 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22).

(3)  Beschikking 93/352/EEG van de Commissie van 1 juni 1993 tot vaststelling van uitzonderingen op de voorwaarden voor de erkenning van inspectieposten aan de grens in havens waar vis uit derde landen wordt aangevoerd (PB L 144 van 16.6.1993, blz. 25).

(4)  Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten (PB L 317 van 4.11.2014, blz. 35).


26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/5


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1082 VAN DE COMMISSIE

van 20 juni 2019

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité Douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 juni 2019.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling (GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een inpersbout van staal. De bout heeft een van schroefdraad voorziene schacht en een ronde, platte en gladde kop die aan de onderzijde gekarteld is. De bout kan verschillende afmetingen hebben.

Het artikel is ontworpen om door middel van een hydraulische of pneumatische pers te worden gemonteerd in platen van metaal met een geringe dikte. De kop blijft precies op het niveau van de plaat, terwijl het van schroefdraad voorziene gedeelte loodrecht op de plaat staat.

Daardoor ontstaat er een mannelijke schroefdraad, waarmee de plaat door middel van een aanvullende moer aan een ander element kan worden bevestigd dat ook weer kan worden losgeschroefd.

 (*1) Zie afbeelding.

7318 15 95

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 7318 , 7318 15 en 7318 15 95 .

Het artikel is voorzien van schroefdraad en wordt gebruikt om goederen te monteren of te bevestigen zodat deze zonder schade gemakkelijk uit elkaar kunnen worden genomen. Het artikel heeft de objectieve kenmerken van een schroef zoals bedoeld bij post 7318 . Indeling onder GN-code 7318 19 00 als andere artikelen met schroefdraad is derhalve uitgesloten (zie ook de GS-toelichtingen op post 7318 (A)).

Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7318 15 95 als andere schroeven van staal.

Image 1

(*1)  De afbeelding is louter ter informatie.


26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1083 VAN DE COMMISSIE

van 21 juni 2019

tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad van 30 augustus 2017 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (1), en met name artikel 46, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad geeft uitvoering aan de bij Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad vastgestelde maatregelen (2).

(2)

Op 5 augustus en 11 augustus 2017 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties respectievelijk de Resoluties 2371 (2017) en 2375 (2017) aangenomen, die voorzien in nieuwe maatregelen tegen Noord-Korea. Overeenkomstig de leden 4 en 5 van Resolutie 2371 (2017) en de leden 4 en 5 van Resolutie 2375 (2017), heeft het Sanctiecomité dat is ingesteld op grond van Resolutie 1718 (2006), op 22 augustus, 5 september, 29 september en 2 oktober 2017 vier lijsten gepubliceerd van aanvullende met conventionele wapens en met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie waarvoor een verbod op de levering, aankoop, overdracht, alsmede op technische en financiële bijstand van toepassing zijn.

(3)

Na de aanneming van Resolutie 2371 (2017) en 2375 (2017) op respectievelijk 14 september en 10 oktober 2017 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2017/1562 (3) en Besluit (GBVB) 2017/1838 (4) vastgesteld. Verordening (EU) 2017/1509 is dienovereenkomstig gewijzigd door Verordening (EU) 2017/1548 van de Raad (5) en Verordening (EU) 2017/1836 van de Raad (6), door aan bijlage II de delen VI, VII, VIII en IX en een verwijzing naar de desbetreffende VN-lijsten toe te voegen.

(4)

De goederen en technologie die moeten worden opgenomen in de delen VI, VII, VIII en IX van bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1059 en de daarmee overeenkomende categorieën van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad (7) moeten worden beschreven. De delen I, II, III, IV en V van bijlage II moeten worden gewijzigd zodat zij qua structuur overeenkomen met de delen VI, VII, VIII en IX van bijlage II.

(5)

Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de vijfde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 juni 2019.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)   PB L 224 van 31.8.2017, blz. 1.

(2)  Besluit (GBVB) 2016/849 van de Raad van 27 mei 2016 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea en tot intrekking van Besluit 2013/183/GBVB (PB L 141 van 28.5.2016, blz. 79).

(3)  Besluit (GBVB) 2017/1562 van de Raad van 14 september 2017 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 237 van 15.9.2017, blz. 86).

(4)  Besluit (GBVB) 2017/1838 van de Raad van 10 oktober 2017 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2016/849 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 261 van 11.10.2017, blz. 17).

(5)  Verordening (EU) 2017/1548 van de Raad van 14 september 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 237 van 15.9.2017, blz. 39).

(6)  Verordening (EU) 2017/1836 van de Raad van 10 oktober 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1509 van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen de Democratische Volksrepubliek Korea (PB L 261 van 11.10.2017, blz. 1).

(7)  Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1).


BIJLAGE

Bijlage II bij Verordening (EU) 2017/1509 wordt vervangen door:

"BIJLAGE II

Goederen en technologie bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a) en c), en artikel 7

Voor deze bijlage gelden de opmerkingen, acroniemen, afkortingen en definities van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

DEEL I

Alle goederen en technologie die zijn genoemd in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

DEEL II

Andere producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot programma's van Noord-Korea in verband met kernwapens, andere massavernietigingswapens of ballistische raketten.

Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven product buiten de parameters vallen die zijn vastgelegd in de beschrijving van het desbetreffende product voor tweeërlei gebruik.

De definitie van termen tussen enkele aanhalingstekens ('…') wordt gegeven in een technische opmerking bij de betrokken post.

De definitie van termen tussen dubbele aanhalingstekens ('…') staat in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad, met uitzondering van het volgende:

ALGEMENE OPMERKINGEN

De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

Noot: Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, moet worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.

Met "goederen" worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)

(Te lezen als onderdeel van deel C.)

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) hieronder wordt verboden, is verboden overeenkomstig de bepalingen van deel B.

De "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.

Verboden gelden niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van niet onder het verbod vallende goederen.

Het verbod op de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

A.   GOEDEREN

II.A0.   NUCLEAIRE GOEDEREN

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A0.001

Hollekathodelampen, als volgt:

a.

hollekathodelampen met joodkathode en een venster van zuiver silicium of kwarts;

b.

hollekathodelampen met uraankathode.

n.v.t.

II.A0.002

Faraday-isolatoren voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm.

n.v.t.

II.A0.003

Optische tralies voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm.

n.v.t.

II.A0.004

Optische vezels voor de golflengte van 500 nm tot 650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte

van500 nm tot 650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm.

n.v.t.

II.A0.005

Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001, als volgt:

a.

afdichtingen;

b.

interne onderdelen;

c.

afdichtings-, test- en meetapparatuur.

0A001

II.A0.006

Nucleaire detectieapparatuur, anders dan bedoeld in 0A001.j. of 1A004.c., voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

N.B.: Zie voor persoonlijke uitrusting II.A1.004 hieronder.

0A001.j.

1A004.c.

II.A0.007

Balgafsluiters, anders dan bedoeld in 0B001.c.6., 2A226 of 2B350, van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316L.

0B001.c.6.

2A226

2B350

II.A0.008

Laserspiegels, anders dan bedoeld in 6A005.e., bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10– 6K– 1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier).

Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten.

0B001.g.5.

6A005.e.

II.A0.009

Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10– 6 K– 1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide).

0B001.g.

6A005.e.2.

II.A0.010

Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, anders dan bedoeld in 2B350.h.1.

2B350

II.A0.011

Vacuümpompen, anders dan bedoeld in 0B002.f.2. of 2B231, als volgt:

a.

turbomoleculaire pompen met een pompsnelheid van 400 l/s of meer;

b.

voorvacuümpompen van het Rootstype met een afzuigcapaciteit van meer dan 200 m3/h;

c.

droge scrollcompressoren en vacuümpompen met balgafdichting.

0B002.f.2.

2B231

II.A0.012

Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen).

0B006

II.A0.013

'Natuurlijk uraan' of 'verarmd uraan' of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meerdere van de voorgaande stoffen bevat, anders dan bedoeld in 0C001.

0C001

II.A0.014

Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5 kg TNT-equivalent.

n.v.t.

II.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A1.001

Bis(2-ethylhexyl) fosforzuur (HDEHP of D2HPA), Chemical Abstract-nummer (CAS): [CAS 298-07-7] oplosmiddel, in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90 %.

n.v.t.

II.A1.002

Fluorgas, CAS: [7782-41-4], met een zuiverheid van ten minste 95 %.

n.v.t.

II.A1.003

Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, gemaakt van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

copolymeren van vinylideenfluoride met 75 % of meer bèta-kristallijnstructuur zonder strekken;

b.

gefluoreerde polyimiden die 10 gewichtspercenten of meer gebonden fluor bevatten;

c.

gefluoreerde fosfazeenelastomeren die 30 gewichtspercenten of meer gebonden fluor bevatten;

d.

polychloortrifluorethyleen (PCTFE, bijvoorbeeld Kel-F®);

e.

fluorelastomeren (bijvoorbeeld Viton®, Tecnoflon®);

f.

polytetrafluorethyleen (PTFE).

1A001

II.A1.004

Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, anders dan bedoeld in 1A004.c., met inbegrip van persoonlijke dosismeters.

1A004.c.

II.A1.005

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor, anders dan bedoeld in 1B225, met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur.

1B225

II.A1.006

Katalysatoren, anders dan bedoeld in 1A225 of 1B231, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water.

1A225

1B231

II.A1.007

Aluminium en aluminiumlegeringen, anders dan bedoeld in 1C002.b.4. of 1C202.a., in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken:

a.

'geschikt voor' een treksterkte van 460 MPa of meer bij 293 K (20 °C); of

b.

met een treksterkte van 415 MPa of meer bij 298 K (25 °C).

Technische opmerking:

De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C002.b.4.

1C202.a.

II.A1.008

Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, anders dan bedoeld in 1C003.a., met een 'relatieve beginpermeabiliteit' van 120 000 of meer en een dikte van 0,05 tot 0,1 mm.

Technische opmerking:

De 'relatieve beginpermeabiliteit' wordt gemeten aan het gespecificeerde materiaal dat volledig ontlaten is.

1C003.a.

II.A1.009

'Stapel- en continuvezelmateriaal' of prepregs, anders dan bedoeld in 1C010.a., 1C010.b., 1C210.a. of 1C210.b., als volgt:

a.

'stapel- en continuvezelmateriaal' van aramide met een van de volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 10 × 106 m; of

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 17 × 104 m;

b.

'stapel- en continuvezelmateriaal' van glas met een van de volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 3,18 × 106 m; of

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 76,2 × 103 m;

c.

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-'garens', -'rovings', -'linten' of -'banden' met een breedte van 15 mm of minder (prepregs), gemaakt van 'stapel- en continuvezelmateriaal' van glas, anders dan bedoeld in I.A1.010.a. hieronder;

d.

'stapel- of continuvezelmateriaal' van koolstof;

e.

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-'garens', -'rovings', -'linten' of -'banden', gemaakt van 'stapel- en continuvezelmateriaal' van koolstof;

f.

continu-'garens', 'rovings', 'linten' of 'banden' van polyacrylonitryl;

g.

'stapel- of continuvezelmateriaal' van para-aramide (Kevlar® en met Kevlar® vergelijkbare vezels).

1C010.a.

1C010.b.

1C210.a.

1C210.b.

II.A1.010

Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of 'preforms van koolstofvezels', als volgt:

a.

gemaakt van 'stapel- of continuvezelmateriaal' als bedoeld in II.A1.009;

b.

met epoxyhars geïmpregneerd koolstof'stapel- of continuvezelmateriaal' (prepregs), als bedoeld in 1C010.a., 1C010.b. of 1C010.c., voor de reparatie van vliegtuigcasco's of laminaten als de afzonderlijke prepreg-vellen niet groter zijn dan 50 cm × 90 cm;

c.

prepregs als bedoeld in 1C010.a., 1C010.b. of 1C010.c., geïmpregneerd met fenol- of epoxyharsen met een glastemperatuur (Tg) van minder dan 433 K (160 °C) en een hardingstemperatuur die lager ligt dan de glastemperatuur.

1C010

1C210

II.A1.011

Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor 'raketten', anders dan bedoeld in 1C107.

1C107

II.A1.012

Niet gebruikt.

 

II.A1.013

Tantaal, tantaalcarbide, wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen, anders dan bedoeld in 1C226, met beide volgende kenmerken:

a.

in vormen met holle cilindersymmetrie of sferische symmetrie (daaronder mede begrepen cilindersegmenten) met een binnendiameter tussen 50 mm en 300 mm; en

b.

met een massa groter dan 5 kg.

1C226

II.A1.014

'Elementaire poeders' van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm.

Technische opmerking: 'Elementaire poeders' betekent zeer zuivere poeders van één element.

n.v.t.

II.A1.015

Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS nr. 126-73-8] en mengsels bevattende 5 gewichtspercenten of meer TBP.

n.v.t.

II.A1.016

Maragingstaal, anders dan bedoeld in 1C116 of 1C216.

Technische opmerkingen:

1.

De zinsnede maragingstaal 'geschikt voor' omvat maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling.

2.

Maragingstaal is een ijzerlegering die gewoonlijk door een hoog nikkelgehalte, een zeer laag koolstofgehalte en het gebruik van vervangende elementen of precipitaten voor het versterken en tijdharden van de legering wordt gekenmerkt.

1C116

1C216

II.A1.017

Metalen, metaalpoeders en materialen, als volgt:

a.

wolfraam en wolfraamlegeringen, anders dan bedoeld in 1C117, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm (micrometer) of minder, bevattende 97 gewichtspercenten of meer wolfraam;

b.

molybdeen en molybdeenlegeringen, anders dan bedoeld in 1C117, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 gewichtspercenten of meer molybdeen;

c.

wolfraamhoudende materialen in vaste vorm, anders dan bedoeld in 1C226, met de volgende samenstelling:

1.

wolfraam en wolfraamlegeringen bevattende 97 gewichtspercenten of meer wolfraam;

2.

met koper geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 gewichtspercenten of meer wolfraam; of

3.

met zilver geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 gewichtspercenten of meer wolfraam.

1C117

1C226

II.A1.018

Zachte magnetische legeringen, anders dan bedoeld in 1C003, met een chemische samenstelling als volgt:

a.

een ijzergehalte tussen 30 % en 60 %; en

b.

een kobaltgehalte tussen 40 % en 60 %.

1C003

II.A1.019

Niet gebruikt.

 

II.A1.020

Grafiet, anders dan bedoeld in 0C004 of 1C107.a., ontworpen of bedoeld voor gebruik in vonkmachines (EDM).

0C004

1C107.a.

II.A1.021

Staallegeringen in de vorm van platen, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

staallegeringen 'geschikt voor' een treksterkte van 1 200 MPa of meer bij 293 K (20 °C); of

b)

met stikstof gestabiliseerd duplex roestvrij staal.

Opmerking: De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

Technische opmerking: 'Met stikstof gestabiliseerd duplex roestvrij staal' heeft een tweefasenmicrostructuur met korrels ferriet- en austenietstaal waaraan stikstof is toegevoegd om de microstructuur te stabiliseren.

1C116

1C216

II.A1.022

Koolstof-koolstofcomposietmateriaal.

1A002.b.1

II.A1.023

Nikkellegeringen in onbewerkte vorm of als halffabricaat die 60 gewichtspercenten of meer nikkel bevatten.

1C002.c.1.a

II.A1.024

Titaanlegeringen in de vorm van platen, 'geschikt voor' een treksterkte van 900 MPa of meer bij 293 K (20 °C).

Opmerking: De zinsnede legeringen 'geschikt voor' omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C002.b.3

II.A1.025

Tantaallegeringen, anders dan bedoeld in 1C002 en 1C202.

1C002

1C202

II.A1.026

Zirkonium of zirkoniumlegeringen, anders dan bedoeld in 1C011, 1C111 en 1C234.

1C011

1C111

1C234

II.A1.027

Springstoffen, anders dan bedoeld in 1C239, of stoffen of mengsels met een gehalte van meer dan 2 gewichtspercenten aan deze springstoffen, met een kristaldichtheid groter dan 1,5 g/cm3 en een detonatiesnelheid groter dan 5 000 m/s.

1C239

II.A2.   MATERIAALBEWERKING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A2.001

Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan bedoeld in 2B116:

a.

systemen voor het beproeven door middel van trillingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugkoppel- of geslotenkringtechnieken en welke een digitale besturing bevatten, die geschikt zijn om een systeem te laten trillen met een versnelling gelijk aan of groter dan 0,1 g RMS tussen 0,1 Hz en 2 kHz en die krachten gelijk aan of groter dan 50 kN, met 'onbelaste tafel' gemeten, kunnen overbrengen;

b.

digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen 'programmatuur' voor het testen door middel van trillingen, met een 'realtimeregelbandbreedte' van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de onder a) bedoelde systemen;

Technische opmerking: Onder 'realtimeregelbandbreedte' wordt verstaan de maximumsnelheid waarmee een besturingseenheid een volledige cyclus van bemonstering, gegevensverwerking en verzending van controlesignalen kan uitvoeren.

c.

trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met 'onbelaste tafel' gemeten, en geschikt voor de onder a) bedoelde systemen;

d.

beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een geheel trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met 'onbelaste tafel' gemeten, en geschikt voor de onder a) bedoelde systemen.

Technische opmerking: 'Onbelaste tafel' betekent een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken.

2B116

II.A2.002

Werktuigmachines, anders dan bedoeld in 2B001 en 2B201 en combinaties daarvan, voor het verspanen (of snijden) van metalen, keramische materialen of 'composieten', die, volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor 'numerieke besturing', met een instelnauwkeurigheid die gelijk is aan of kleiner (nauwkeuriger) is dan 30 μm overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) of nationale equivalenten langs elke lineaire as.

Technische opmerking: Fabrikanten die instelnauwkeurigheden berekenen overeenkomstig ISO 230/2 (1997) moeten overleg plegen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin zij gevestigd zijn.

2B001

2B201

II.A2.002a

Onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines als bedoeld in 2B001, 2B201 of I.A2.002.

n.v.t.

II.A2.003

Balanceermachines en aanverwante apparatuur, als volgt:

a.

balanceermachines die ontworpen of aangepast zijn voor tandheelkundige of andere medische apparatuur, met alle volgende kenmerken:

1.

niet geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen met een gewicht van meer dan 3 kg;

2.

geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen bij een omwentelingssnelheid hoger dan 12 500 t.p.m.;

3.

geschikt voor het corrigeren van onbalans in twee of meer vlakken; en

4.

geschikt voor het uitbalanceren tot op een resterende specifieke onbalans van 0,2 g × mm per kg rotorgewicht;

b.

'indicatorkoppen' die zijn ontworpen of aangepast voor gebruik met de onder a) bedoelde machines.

Technische opmerking: 'Indicatorkoppen' worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd.

2B119

II.A2.004

Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan bedoeld in 2B225, met een van de volgende kenmerken:

a.

geschikt om te werken bij een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer (opereren door de wand heen); of

b.

geschikt om de afstand over de bovenkant van een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer te overbruggen (opereren over de wand heen).

Technische opmerking: Op afstand bediende manipulatoren zorgen voor het mechanisch overbrengen van handelingen van een bediener naar een bedieningsarm en eindklem. Deze kunnen van het meester/slaaf-type zijn of worden bediend via een joystick of een toetsenbord.

2B225

II.A2.005

Warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer, of oxidatieovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C.

Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek.

2B226

2B227

II.A2.006

Niet gebruikt.

 

II.A2.007

'Drukomzetters', anders dan bedoeld in 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa en met beide volgende kenmerken:

a.

drukopneemelementen vervaardigd van of beschermd door 'materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)'; en

b.

met een van de volgende kenmerken:

1.

een volledig bereik van minder dan 200 kPa en een 'nauwkeurigheid' beter dan ± 1 % van het volledige bereik; of

2.

een volledig bereik van 200 kPa of groter en een 'nauwkeurigheid' beter dan 2 kPa.

Technische opmerking: Voor de toepassing van 2B230 houdt 'nauwkeurigheid' in non-lineariteit, hysteresis en herhaalbaarheid bij omgevingstemperatuur.

2B230

II.A2.008

Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen, plaatkolommen en centrifugale contactors), en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

grafiet of 'koolstofgrafiet';

e.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

f.

tantaal of tantaallegeringen;

g.

titaan of titaanlegeringen;

h.

zirkonium of zirkoniumlegeringen; of

i.

roestvrij staal.

Technische opmerking: 'Koolstofgrafiet' is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 gewichtspercenten of meer grafiet.

2B350.e.

II.A2.009

Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan bedoeld in 2B350.d., als volgt:

Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2, en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de vloeistof(fen) gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

grafiet of 'koolstofgrafiet';

e.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

f.

tantaal of tantaallegeringen;

g.

titaan of titaanlegeringen;

h.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

i.

siliciumcarbide;

j.

titaancarbide; of

k.

roestvrij staal.

Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op voertuigradiatoren.

Technische opmerking: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt.

2B350.d.

II.A2.010

Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, anders dan bedoeld in 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, of vacuümpompen en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

keramische stoffen;

c.

ferrosilicium;

d.

fluorpolymeren;

e.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

f.

grafiet of 'koolstofgrafiet';

g.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

h.

tantaal of tantaallegeringen;

i.

titaan of titaanlegeringen;

j.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

k.

niobium (columbium) of niobiumlegeringen;

l.

roestvrij staal;

m.

aluminiumlegeringen; of

n.

rubber.

Technische opmerkingen: De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt.

De term 'rubber' omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber.

2B350.i.

II.A2.011

'Centrifuges', anders dan bedoeld in 2B352.c., geschikt voor het continu scheiden zonder aerosolvorming, en gemaakt van:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

e.

tantaal of tantaallegeringen;

f.

titaan of titaanlegeringen; of

g.

zirkonium of zirkoniumlegeringen.

Technische opmerking:

Onder 'centrifuges' vallen ook decanteerflessen.

2B352.c.

II.A2.012

Filters van gesinterd metaal, anders dan bedoeld in 2B352.d., gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat.

2B352.d.

II.A2.013

Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, anders dan bedoeld in 2B009, 2B109 of 2B209, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Technische opmerking: Voor de toepassing van dit punt worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken.

2B009

2B109

2B209

II.A2.014

Apparatuur en reagentia, anders dan bedoeld in 2B350 of 2B352, als volgt:

a.

fermentoren, geschikt voor het kweken van pathogene 'micro-organismen' of virussen of de productie van toxinen, zonder aerosolvorming, met een totale capaciteit van 10 liter of meer;

b.

roerwerken voor de in a) hierboven bedoelde fermentoren;

Technische opmerking: Fermentoren omvatten bioreactoren, chemostaten en continustroomsystemen.

c.

laboratoriumapparatuur, als volgt:

1.

apparatuur voor polymerase-kettingreactie (PCR);

2.

apparatuur voor genetische sequencing;

3.

apparatuur voor genetische synthese;

4.

elektroporatieapparatuur;

5.

specifieke reagentia voor de apparatuur in I.A2.014.c.1. tot en met 4. hierboven;

d.

filters, microfilters, nanofilters of ultrafilters, bruikbaar in de industriële of laboratoriumbiologie voor continufiltratie, met uitzondering van filters die speciaal zijn ontworpen of gewijzigd voor medische doeleinden of de productie van schoon water en bestemd zijn om te worden gebruikt in door de EU of de VN officieel gesteunde projecten;

e.

ultracentrifuges en rotors en adapters voor ultracentrifuges;

f.

vriesdroogapparatuur.

2B350

2B352

II.A2.015

Apparatuur, anders dan bedoeld in 2B005, 2B105 of 3B001.d., voor de afzetting van metallieke deklagen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a.

productieapparatuur voor chemische afzetting uit de dampfase (CVD);

b.

productieapparatuur voor fysische afzetting uit de dampfase (PVD);

c.

productieapparatuur voor afzetting door inductie- of weerstandsverhitting.

2B005

2B105

3B001.d

II.A2.016

Open tanks en vaten, met of zonder roerwerk, met een totaal inwendig (geometrisch) volume van meer dan 0,5 m3 (500 liter), waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt of is (zijn) opgeslagen, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

b.

fluorpolymeren;

c.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding (lining);

d.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

e.

tantaal of tantaallegeringen;

f.

titaan of titaanlegeringen;

g.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

h.

niobium (columbium) of niobiumlegeringen;

i.

roestvrij staal;

j.

hout; of

k.

rubber.

Technische opmerking: De term 'rubber' omvat alle soorten natuurlijke en synthetische rubber.

2B350

II.A3.   ELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A3.001

Hoogspanningsgelijkstroombronnen, anders dan bedoeld in 0B001.j.5. of 3A227, met beide volgende kenmerken:

a.

over een periode van acht uur ononderbroken 10 kV of meer kunnen produceren bij een uitgangsvermogen van 5 kW of meer, al dan niet met sweeping; en

b.

met een stroom- of spanningsstabiliteit beter dan 0,1 % over een periode van vier uur.

0B001.j.5

3A227

II.A3.002

Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 0B002.g. of 3A233, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt:

a.

inductief gekoppelde plasmamassaspectrometers (ICP/MS);

b.

massaspectrometers werkend door middel van een gloeiontlading (GDMS);

c.

massaspectrometers werkend door middel van thermische ionisatie (TIMS);

d.

massaspectrometers werkend door middel van elektronenbeschieting, met een bronkamer vervaardigd van of bedekt met 'materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)';

e.

massaspectrometers werkend met een molecuulbundel met een van de volgende kenmerken:

1.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met roestvrij staal of molybdeen en uitgerust met een koelval die tot 193 K (– 80 °C) of lager kan worden afgekoeld; of

2.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met materiaal dat bestand is tegen UF6;

f.

massaspectrometers werkend met een microfluoreer-ionenbron ontworpen voor actiniden of actinidefluoriden.

0B002.g

3A233

II.A3.003

Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, anders dan bedoeld in 0B001.b.13. of 3A225, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en programmatuur:

a.

een meerfasige uitgang geschikt voor het leveren van een vermogen van 40 W of groter;

b.

geschikt om te werken in het frequentiegebied van 600 tot 2 000 Hz; en

c.

frequentieafwijking kleiner dan 0,1 %.

Technische opmerkingen:

1.

Frequentieomzetters zijn ook bekend als converters, inverters, generatoren, elektronische testapparatuur, wisselstroomvoedingen, aandrijfeenheden met variabele snelheid of aandrijfeenheden met variabele frequentie.

2.

Aan de in dit punt genoemde functionaliteit kan worden voldaan door bepaalde apparatuur die op de markt wordt gebracht als: elektronische testapparatuur, wisselstroomvoedingen, aandrijfeenheden met variabele snelheid of aandrijfeenheden met variabele frequentie.

0B001.b.13

3A225

II.A3.004

Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt.

n.v.t.

II.A6.   SENSOREN EN LASERS

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A6.001

Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven.

n.v.t.

II.A6.002

Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A002 of 6A004.b., als volgt:

optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte van 9 μm tot 17 μm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe).

6A002

6A004.b.

II.A6.003

Golffrontcorrectoren, anders dan de spiegels bedoeld in 6A004.a., 6A005.e. of 6A005.f., voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en 'vervormbare spiegels', waaronder bimorfe spiegels.

6A004.a.

6A005.e.

6A005.f.

II.A6.004

Argon-ion-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 6A005.a.6. en/of 6A205.a., met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer.

0B001.g.5

6A005.a.6.

6A205.a

II.A6.005

Halfgeleider-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.b., en onderdelen ervan, als volgt:

a.

afzonderlijke halfgeleider-'lasers' met een uitgangsvermogen van meer dan 200 mW elk, in hoeveelheden groter dan 100;

b.

arrays van halfgeleider-'lasers' met een uitgangsvermogen van meer dan 20 W.

Opmerkingen:

1.

Halfgeleider-'lasers' worden gewoonlijk 'laser'-dioden genoemd.

2.

Dit punt heeft geen betrekking op 'laser'-dioden met een golflengte van 1,2 μm tot 2,0 μm.

0B001.g.5

0B001.h.6

6A005.b.

II.A6.006

Afstembare halfgeleider-'lasers' en afstembare halfgeleider-'lasers' in series (arrays), anders dan bedoeld in 0B001.h.6. of 6A005.b., met een golflengte van 9 μm tot 17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-'lasers' die ten minste één array van afstembare halfgeleider-'lasers' met een dergelijke golflengte bevatten.

Opmerking: Halfgeleider-'lasers' worden gewoonlijk 'laser'-dioden genoemd.

0B001.h.6

6A005.b.

II.A6.007

'Afstembare' vastestof-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 0B001.h.6. of 6A005.c.1., en speciaal ontworpen onderdelen ervan, als volgt:

a.

titaan-saffier-lasers;

b.

alexandriet-lasers.

0B001.g.5

0B001.h.6

6A005.c.1.

II.A6.008

Neodymium-gedoopte (anders dan glas) 'lasers', anders dan bedoeld in 6A005.c.2.b., met een golflengte aan de uitgang langer dan 1,0 μm doch niet langer dan 1,1 μm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls.

6A005.c.2.b.

II.A6.009

Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als volgt:

a.

beeld(framing)-buizen en halfgeleiderelementen voor beeldvorming, met een herhalingsfrequentie van 1 kHz of meer;

b.

materiaal voor deze herhalingsfrequentie;

c.

Pockels-cellen.

6A203.b.4

II.A6.010

Stralingsbestendige camera's of lenzen daarvoor, anders dan bedoeld in 6A203.c., speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 103 Gy (silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking.

Technische opmerking: De term Gy (silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling.

6A203.c

II.A6.011

Afstembare gepulseerde kleurstof-laser-versterkers en oscillatoren, anders dan bedoeld in 0B001.g.5., 6A005 en/of 6A205.c., met alle volgende kenmerken:

a.

een golflengte van 300 nm tot 800 nm;

b.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 10 W, doch niet groter dan 30 W;

c.

een herhalingssnelheid groter dan 1 kHz; en

d.

een pulsduur korter dan 100 ns.

Opmerking: Dit punt heeft geen betrekking op monomodusoscillatoren.

0B001.g.5

6A005

6A205.c

II.A6.012

Gepulseerde koolstofdioxide-'lasers', anders dan bedoeld in 0B001.h.6., 6A005.d. of 6A205.d., met alle volgende kenmerken:

a.

een golflengte van 9 μm tot 11 μm;

b.

een herhalingssnelheid groter dan 250 Hz;

c.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 100 W, doch niet groter dan 500 W; en

d.

een pulsduur korter dan 200 ns.

0B001.h.6

6A005.d.

6A205.d

II.A6.013

Lasers, anders dan bedoeld in 6A005 en 6A205.

6A005

6A205

II.A7.   NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A7.001

Traagheidsnavigatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

a.

traagheidsnavigatiesystemen die gecertificeerd zijn voor gebruik in 'civiele vliegtuigen' door de civiele autoriteiten van een staat die deelneemt aan het Wassenaar Arrangement, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

1.

traagheidsnavigatiesystemen (INS) (zowel met cardanische ophanging als vast) en traagheidsapparatuur ontworpen voor 'vliegtuigen', voor voertuigen voor gebruik aan land, voor vaartuigen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten) of voor 'ruimtevaartuigen', voor standregeling, geleiding of besturing, met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a.

(vrije traagheids)-navigatiefout van 0,8 zeemijl per uur (nm/hr) 'Circular Error Probable' (CEP) of minder (beter) na normale uitrichting; of

b.

gespecificeerd om te werken bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 10 g;

2.

hybride traagheidsnavigatiesystemen met ingebouwd wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) of 'navigatiesysteem met als referentie een gegevensbestand' ('DBRN)' voor standregeling, geleiding of besturing, na normale uitrichting, met na uitval van GNSS of 'DBRN' gedurende een periode tot vier minuten een INS-precisie van minder (beter) dan 10 m 'Circular Error Probable' (CEP) (50 %-trefkanscirkel);

3.

traagheidsapparatuur voor azimutpeilingen, koersbepaling en bepalen van het noorden, met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a.

ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden; of

b.

ontworpen om niet-operationeel bestand te zijn tegen schokken van 900 g of meer met een duur van 1 ms of meer;

b.

met traagheidsnavigatie werkende theodolietsystemen die speciaal ontworpen zijn voor civiele opmetingen en ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

c.

apparatuur voor traagheidsnavigatie of andere apparatuur die gebruik maakt van versnellingsmeters als bedoeld in 7A001 of 7A101, indien die versnellingsmeters speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor gebruik in boorputten als sensoren voor gebruik tijdens het boren (MWD (Measurement While Drilling)-sensoren).

Opmerking: De parameters van a.1. en a.2. zijn van toepassing onder alle volgende omgevingsomstandigheden:

1.

invoer van willekeurige trillingen met een totale magnitude van 7,7 g rms tijdens het eerste halfuur en een totale testduur van anderhalf uur per as voor elk van de drie loodrechte assen, wanneer de willekeurige trillingen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a.

een constante spectrale vermogensdichtheid (PSD) van 0,04 g2/Hz bij een frequentie-interval van 15 tot 1 000 Hz; en

b.

de PSD verkleint naargelang van de frequentie van 0,04 g2/Hz tot 0,01 g2/Hz bij een frequentie-interval van 1 000 tot 2 000 Hz;

2.

een slinger- en giersnelheid van + 2,62 radialen/s (150 graden/s) of meer; of

3.

overeenkomstig nationale normen die gelijkwaardig zijn aan de punten 1 en 2 hierboven.

Technische opmerkingen:

1.

Punt a.2. betreft systemen waarin INS of andere onafhankelijke navigatiehulpmiddelen in een afzonderlijke entiteit zijn ingebouwd met het oog op betere prestaties;

2.

'Circular Error Probable' (CEP): bij normale cirkelvormige spreiding de straal van de cirkel die 50 % bestrijkt van de afzonderlijke metingen die worden verricht, of de straal van de cirkel waarbinnen er 50 % kans is om te worden gelokaliseerd.

7A001

7A003

7A101

7A103

II.A9.   RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A9.001

Explosieve bouten.

n.v.t.

II.A9.002

Verbrandingsmotoren (van het type met axiale of roterende zuigers), ontworpen of aangepast voor de voortstuwing van 'vliegtuigen' of 'lichter dan luchttoestellen', en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

n.v.t.

II.A9.003

Vrachtwagens, anders dan bedoeld in 9A115, met meer dan een aangedreven as en een laadvermogen van meer dan 5 ton.

Opmerking: Dit punt omvat diepladers, opleggers en andere aanhangwagens.

9A115

B.   PROGRAMMATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.B.001

Programmatuur die nodig is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van de producten in deel A. (Goederen).

n.v.t.

C.   TECHNOLOGIE

Nr.

Beschrijving producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.C.001

Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van de producten in deel A. (Goederen).

n.v.t.

DEEL III

Andere producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de sector ballistische raketten van Noord-Korea.

A.   GOEDEREN

III.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A1.001

Ruw aluminium.

1C002

III.A1.002

Resten en afval, van aluminium.

1C002

III.A1.003

Poeders en schilfers, van aluminium.

1C111

III.A1.004

Staven en profielen, van aluminium.

1C002

III.A1.005

Draad van aluminium.

1C002

III.A1.006

Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm.

1C002

III.A1.007

Buizen en pijpen, van aluminium.

1C002

III.A1.008

Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van aluminium.

1C002

III.A1.009

Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit.

1C002

DEEL IV

Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die overeenkomstig punt 25 van Resolutie 2270 (2016) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.

A.   GOEDEREN

IV.A0.   NUCLEAIRE GOEDEREN

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IV.A0.001

Ringmagneten.

Permanente-magneetmaterialen met beide volgende kenmerken:

i.

ringvormige magneet met een verhouding tussen de buitenste en de binnenste diameter kleiner dan of gelijk aan 1.6:1; en

ii.

gemaakt van een of meerdere van de volgende magnetische materialen: aluminium-nikkel-kobalt, ferrieten, samarium-kobalt, of neodymium-ijzer-boor.

3A201.b

IV.A0.002

Frequentieomzetters (ook bekend als converters of inverters).

Frequentieomzetters, anders dan bedoeld in 0B001.b.13. of 3A225 van bijlage 1, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen programmatuur:

i.

meerfasige frequentie-uitgang;

ii.

geschikt voor het leveren van een vermogen van 40 W of groter; en

iii.

geschikt om overal te functioneren (op een of meerdere punten) in het frequentiegebied van 600 tot 2 000 Hz.

Technische opmerkingen:

1.

Frequentieomzetters zijn ook bekend als converters of inverters.

2.

Aan de hierboven gespecificeerde functionaliteit kan worden voldaan door bepaalde apparatuur die op de markt wordt gebracht als elektronische testapparatuur, wisselstroomvoedingen, aandrijfeenheden met variabele snelheid of aandrijfeenheden met variabele frequentie.

0B001.b.13.

3A225

IV.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IV.A1.001

Maragingstaal met beide volgende kenmerken:

i.

"geschikt voor" een treksterkte van 1 500 MPa of meer bij 293 K (20 °C);

ii.

buis- of staafvormig, met een buitenste diameter van 75 mm of meer.

1C216

IV.A1.002

Magnetische-legeringsmaterialen in blad- of stripvorm met beide volgende kenmerken:

a)

dikte van 0,05 mm of minder; of hoogte van 25 mm of minder, en

b)

gemaakt van een of meerdere van de volgende magnetische-legeringsmaterialen: ijzer-chroom-kobalt, ijzer-kobalt-vanadium, ijzer-chroom-kobalt-vanadium of ijzer-chroom.

1C005

IV.A1.003

Zeer sterke aluminiumlegering.

Aluminiumlegeringen met beide volgende kenmerken:

i.

"geschikt voor" een treksterkte van 415 MPa of meer bij 293 K (20 °C), en

ii.

buis- of staafvormig, met een buitenste diameter van 75 mm of meer.

Technische opmerking:

De zinsnede "geschikt voor" omvat aluminiumlegeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C202

IV.A1.004

"Stapel- en continuvezelmateriaal" en prepregs, als volgt:

i.

"stapel- en continuvezelmateriaal" van carbon, aramide of glas, met beide volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 3,18 × 106 m; en

2.

een "specifieke treksterkte" groter dan 76,2 × 103 m;

ii.

prepregs: thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-"garens", -"rovings", -"linten" of -"banden" met een breedte van 30 mm of minder, gemaakt van "stapel- en continuvezelmateriaal" van carbon, aramide of glas, als bedoeld in a) hierboven.

1C210

IV.A1.005

Draadwindmachines en aanverwante apparatuur, als volgt:

i.

draadwindmachines met alle volgende kenmerken:

1.

de bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal zijn in twee of meer richtingen gecoördineerd en geprogrammeerd;

2.

de machines zijn speciaal ontworpen voor de vervaardiging van "composieten" of laminaten uit "stapel- of continuvezelmateriaal"; en

3.

geschikt voor het winden van cilindervormige buizen met een interne diameter van 75 mm of meer;

ii.

besturingseenheden voor het coördineren en programmeren van de onder i) bedoelde draadwindmachines;

iii.

spillen voor de onder i) bedoelde draadwindmachines.

1B201

IV.A1.006

Metaalhydriden zoals zirkoniumhydride.

1B231

IV.A1.007

Natriummetaal (7440-23-5).

1C350

IV.A1.008

Zwaveltrioxide (7446-11-9).

1C350

IV.A1.009

Aluminiumchloride (7446-70-0).

n.v.t.

IV.A1.010

Kaliumbromide (7758-02-3).

1C350

IV.A1.011

Natriumbromide (7647-15-6).

1C350

IV.A1.012

Dichloormethaan (75-09-2).

1C350

IV.A1.013

Isopropylbromide (75-26-3).

1C350

IV.A1.014

Isopropylether (108-20-3).

1C350

IV.A1.015

Monoïsopropylamine (75-31-0).

1C350

IV.A1.016

Trimethylamine (75-50-3).

1C350

IV.A1.017

Tributylamine (102-82-9).

1C350

IV.A1.018

Triëthylamine (121-44-8).

1C350

IV.A1.019

N,N-dymethylaminofosforyldichloride (121-69-7).

1C350

IV.A1.020

Pyridine (110-86-1).

1C350

IV.A2.   MATERIAALBEWERKING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IV.A2.001

Vloeidraaibanken.

Zoals beschreven in INFCIRC/254/Rev.9/Part2 en S/2014/253

2B209

IV.A2.002

Laserlasapparatuur.

n.v.t.

IV.A2.003

CNC-werktuigmachines met 4 of 5 assen.

2B201

IV.A2.004

Plasmasnijapparatuur.

n.v.t.

IV.A2.005

Reactorvaten, reactors, roerwerk, warmtewisselaars, condensors, pompen, kleppen, opslagtanks, vaten, collectors en distillatiekolommen of absorptiekolommen die beantwoorden aan de prestatieparameters die zijn beschreven in S/2006/853 en S/2006/853/corr.1.

Pompen met enkelvoudige afdichting met door maximale pompsnelheid van meer dan 0,6 m3/h, en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemische stof(fen) die wordt (worden) verwerkt, gemaakt zijn van een of meerdere van de volgende materialen:

a)

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

b)

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

c)

fluorpolymeren (polymere of elastomere materialen die meer dan 35 gewichtspercenten fluor bevatten);

d)

glas of glasbekleding (met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen);

e)

grafiet of koolstofgrafiet;

f)

tantaal of tantaallegeringen;

g)

titaan of titaanlegeringen;

h)

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

i)

keramische stoffen;

j)

ferrosilicium (ijzerlegeringen met een hoog siliciumgehalte); of

k)

niobium (columbium) of niobiumlegeringen.

2B350

IV.A2.006

Ruimten onder gecontroleerde atmosfeer, klassiek of met luchtstroom, en onafhankelijke HEPA- of ULPA-filtereenheden die kunnen worden gebruikt voor P3- en P4- (BSL3, BSL4, L3, L4) inperkingsinstallaties.

2B352

DEEL V

Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die overeenkomstig punt 4 van Resolutie 2321 (2016) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.

A.   GOEDEREN

V.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

V.A1.001

Isocyanaten (TDI (tolueendiisocyanaat), MDI (methyleenbis (fenylisocyanaat)), IPDI (isoforondiiscocyanaat), HNMDI of HDI (hexamethyleendiisocyanaat) en DDI (dimeryldiisocyanaat) en productieapparatuur.

n.v.t.

V.A1.002

Ammoniumnitraat, chemisch zuiver of gestabiliseerd in fase (PSAN).

1C111

V.A1.003

Polymeren (hydroxyl eindstandig polyether (HTPE), hydroxyl eindstandig caprolactonether (HTCE), polypropyleenglycol (PPG), polydiethyleenglycoladipaat (PGA) en polyethyleenglycol (PEG)).

1C111

V.A1.004

Lasfolies voor mangaanmetaal.

1C111

V.A2.   MATERIAALBEWERKING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

V.A2.001

Machines voor hydroforming.

2B109

V.A2.002

Ovens voor thermische behandeling - temperatuur van meer dan 850 °C en met een afmeting van meer dan 1 m.

II.A2.005

2B226

2B227

V.A2.003

Vonkmachines (EDM's).

2B001.d

V.A2.004

Machines voor wrijvingsroerlassen.

n.v.t.

V.A2.005

Op de vloer gemonteerde zuurkasten (inloopmodel) met een nominale breedte van ten minste 2,5 m.

2B352

V.A2.006

Niet-continumengers met een rotorvermogen van ten minste 4 l, die kunnen worden gebruikt met biologische materialen.

II.A2.014.e

2B350

2B352

V.A2.007

Fermentoren met een intern volume van 10-20 l (0,01-0,02 m3), die kunnen worden gebruikt met biologische materialen.

2B352

II.A2.014.a

V.A6.   SENSOREN EN LASERS

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

V.A6.001

Hogesnelheidsbeeldcamera's met uitzondering van die welke in systemen voor medische beeldvorming worden gebruikt.

6A003.a.2

V.A9.   RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

V.A9.001

Niet-destructieve testkamers met een kritische interne afmeting van 1 m of meer.

9B106

V.A9.002

Turbopompen voor raketmotoren voor vloeibare stuwstof of hybride raketmotoren.

9A006

V.A9.003

Subsystemen voor tegenmaatregelen en hulpmiddelen voor penetratie (bv. stoorzenders, middelen voor elektromagnetische misleiding, afleidingsdoelen) ontworpen om raketverdediging te satureren, te verwarren of te ontwijken.

n.v.t.

V.A9.004

Vrachtwagenchassis met 6 of meer assen.

9A115

II.A9.003

B.   PROGRAMMATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

V.B.001

Modellerings- en ontwerpprogrammatuur voor de modellering van aerodynamische en thermodynamische analyse van raketsystemen of systemen met onbemande luchtvaartuigen.

n.v.t.

DEEL VI

Met massavernietigingswapens verband houdende producten, materialen, apparatuur, goederen en technologie die uit hoofde van punt 4 van Resolutie 2371 (2017) van de VN-Veiligheidsraad worden geïdentificeerd en aangewezen.

A.   GOEDEREN

VI.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VI.A1.001

Explosieve bouten, moeren en sluitingen, flexibele lineaire gevormde ladingen, ballsluizen, drukveren, circulaire hakwerktuigen.

n.v.t.

VI.A1.002

Klimaatkamers om vliegomstandigheden te simuleren (temperatuur, druk, schokken en trillingen), met uitzondering van klimaatkamers die worden gebruikt voor de veiligheid van de burgerluchtvaart.

9B106

VI.A1.003

Snelle protoypering, inclusief apparatuur voor aanvullende productie.

n.v.t.

VI.A1.004

Polyacrylonitryl (PAN) te gebruiken als voorloper voor de productie van koolstofvezels en hieraan gerelateerde productieapparatuur.

1C010

1C210

9C110

VI.A1.005

Voor punt 12 van de lijst in het verslag van het comité overeenkomstig punt 25 van Resolutie 2270 (2016) (S/2016/308, bijlage) lezen "Metaalhydriden zoals zirkoniumhydride, berylliumhydride, aluminiumhydride, lithiumaluminiumhydride en titaanhydride".

1C111

VI.A1.006

Weekmakers die gebruikt kunnen worden in samengestelde stuwstoffen, zoals

—

dioctyladipaat (DOA) (CAS 123-79-5);

—

dioctylsebacaat (DOS) (CAS 122-62-3);

—

dioctylazelaat (DOZ) (CAS 103-24-2).

1C111

VI.A1.007

Maragingstaal geschikt voor een treksterkte van 1 950 MPa of meer bij 293 K (20 °C), in een van de volgende vormen:

a)

plaat of buis met een wand- of plaatdikte van 5,0 mm of minder;

b)

buisvormige vormen met een wanddikte gelijk aan of minder dan 50 mm en een inwendige diameter gelijk aan of meer dan 270 mm.

1C216

VI.A1.008

Draadwindmachines en bijbehorende apparatuur:

draadwindmachines of vezelpositionerings-/lintlegmachines, waarvan de bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal in drie of meer richtingen kunnen worden gecoördineerd en geprogrammeerd, ontworpen voor de vervaardiging van composieten of laminaten uit stapel of continuvezelmateriaal, alsmede besturingseenheden voor het coördineren en het programmeren daarvan en zeer nauwkeurige spillen voor deze apparatuur.

1B001

1B101

1B201

VI.A1.009

Gelaatsbedekkende ademhalingsmaskers die lucht zuiveren of verse lucht aanvoeren, met uitzondering van maskers die worden gebruikt in apparatuur voor brandweerlieden.

1A004.a.

2B352

VI.A1.010

Nieuwe chemische stoffen die geschikt zijn voor de decontaminatie van stoffen voor chemische oorlogvoering:

diëthyleentriamine (CAS 111-40-0).

n.v.t.

VI.A1.011

Zenuwgas chemoprofylaxe:

—

butyrylcholinesterase (BCHE);

—

pyridostigminebromide (CAS 101-26-8);

—

obidoximchloride (CAS 114-90-9).

n.v.t.

DEEL VII

Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met conventionele wapens en die zijn aangewezen overeenkomstig punt 5 van Resolutie 2371 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.

A.   GOEDEREN

VII.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A1.001

"Composieten" of laminaten bestaande uit een organische "matrix" en materialen, als volgt:

Opmerking:

Niet van toepassing op "composieten" of laminaten gemaakt van met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" voor de reparatie van structuren of laminaten van "civiele vliegtuigen", met alle volgende kenmerken:

—

een maximale oppervlakte van 1 m2;

—

een maximale lengte van 2,5 m;

—

een breedte van meer dan 15 mm.

Niet van toepassing op halffabricaten die speciaal zijn ontworpen voor zuiver civiele toepassingen, als volgt: sportartikelen, automobielbranche, werktuigmachine-industrie, medische toepassingen. Niet van toepassing op eindproducten die speciaal ontworpen zijn voor een specifieke toepassing.

a)

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 2,54 × 106 m en een smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 649 °C in een inerte atmosfeer;

Opmerking: Niet van toepassing op:

—

discontinue, meerfasige, polykristallijne aluminiumoxide-vezels als stapelvezels of als onregelmatig gelaagde matten, welke 3 of meer gewichtspercenten siliciumdioxide bevatten, met een "specifieke modulus" kleiner dan 10 × 106 m;

—

vezels van molybdeen en molybdeenlegeringen

—

boorvezels

—

discontinue keramische vezels met een smelt-, verwekings-, ontledings- of sublimatiepunt lager dan 1 770 °C in een inerte atmosfeer.

b)

"stapel- of continuvezelmateriaal" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

materialen samengesteld uit aromatische polyetherimiden met een glasovergangstemperatuur (Tg) van meer dan 290 °C,

2.

polyaryleenketonen,

3.

polyaryleensulfiden, waarbij de arylgroep bestaat uit bifenyleen, trifenyleen of combinaties daarvan,

4.

polybifenyleenethersulfonen met een Tg van meer dan 290 °C, of

5.

een van de bovenstaande materialen "vermengd" met een van de onderstaande:

a.

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 12,7 × 106 m, en een "specifieke treksterkte" groter dan 23,5 × 104 m;

b.

koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 14,65 × 106 m; en een "specifieke treksterkte" groter dan 26,82 × 104 m;

c.

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 2.54 × 106 m; en een smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 649 °C in een inerte atmosfeer.

Opmerkingen:

1.

Niet van toepassing op polyethyleen.

2.

Niet van toepassing op:

—

"stapel- of continuvezelmateriaal" voor de reparatie van casco's of laminaten van civiele vliegtuigen, met een maximale oppervlakte van 1 m2; een maximale lengte van 2,5 m; en een breedte van meer dan 15 mm;

—

mechanisch verhakseld, vermalen of gesneden "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof met een lengte van 25,0 mm of minder.

3.

Niet van toepassing op discontinue, meerfasige, polykristallijne aluminiumoxide-vezels als stapelvezels of als onregelmatig gelaagde matten, welke 3 gewichtspercenten of meer siliciumdioxide bevatten, met een "specifieke modulus" kleiner dan 10 × 106 m; vezels van molybdeen en molybdeenlegeringen; boorvezels; discontinue keramische vezels met een smelt-, verwekings-, ontledings- of sublimatiepunt lager dan 1 770 °C in een inerte atmosfeer.

c)

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 12,7 × 106 m, en een "specifieke treksterkte" groter dan 23,5 × 104 m;

d)

koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 14,65 × 106 m, en een "specifieke treksterkte" groter dan 26,82 × 104 m;

e)

geheel of gedeeltelijk met hars of asfaltbitumen geïmpregneerd "stapel- of continuvezelmateriaal" (prepregs), met metaal of koolstof bekleed "stapel- of continuvezelmateriaal" (preforms) of preforms van koolstofvezels, met een of meerdere van de volgende "stapel- of continuvezelmaterialen" en harsen:

1.

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 2,54 × 106 m en een smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 649 °C in een inerte atmosfeer, of

2.

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal" of "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof, met alle volgende kenmerken:

a.

"specifieke modulus" groter dan 10,15 × 106 m; en

b.

"specifieke treksterkte" groter dan 17,7 × 104 m; of

3.

hars of asfaltbitumen, van onbewerkte fluorverbindingen, als hieronder:

a.

gefluoreerde polyimiden die 10 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

b.

gefluoreerde fosfazeen elastomeren die 30 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten; of

4.

fenolharsen met dynamisch-mechanische analyse bepaalde glasovergangstemperatuur (DMA Tg) gelijk aan of hoger dan 453 K (180 °C) en met fenolhars; of

5.

andere hars of asfaltbitumen met dynamisch-mechanische analyse bepaalde glasovergangstemperatuur (DMA Tg) gelijk aan of hoger dan 232 °C.

Opmerking:

Niet van toepassing op:

—

met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" (prepregs) voor de reparatie van casco's of laminaten van "civiele vliegtuigen", met alle volgende kenmerken:

—

een maximale oppervlakte van 1 m2;

—

een maximale lengte van 2,5 m; en

—

een breedte van meer dan 15 mm.

1A002

1A202

VII.A1.002

"Stapel- en continuvezelmateriaal" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

materialen samengesteld uit aromatische polyetherimiden met een glasovergangstemperatuur (Tg) van meer dan 290 °C;

b)

polyaryleenketonen;

c)

polyaryleensulfiden, waarbij de arylgroep bestaat uit bifenyleen, trifenyleen of combinaties daarvan;

d)

polybifenyleenethersulfonen met een Tg van meer dan 290 °C, of

e)

een van de bovenstaande materialen "vermengd" met een van de onderstaande:

1.

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 12,7 × 106 m, en een "specifieke treksterkte" groter dan 23,5 × 104 m,

2.

"stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof met een "specifieke modulus" groter dan 14,65 × 106 m, en een "specifieke treksterkte" groter dan 26,82 × 104 m,

3.

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal" met een "specifieke modulus" groter dan 2,54 × 106 m en een smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 649 °C in een inerte atmosfeer.

Opmerkingen:

1.

Niet van toepassing op polyethyleen.

2.

Niet van toepassing op:

—

"stapel- of continuvezelmateriaal" voor de reparatie van casco's of laminaten van civiele vliegtuigen, met een maximale oppervlakte van 1 m2; een maximale lengte van 2,5 m; en een breedte van meer dan 15 mm;

—

mechanisch verhakseld, vermalen of gesneden "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof met een lengte van 25,0 mm of minder.

3.

Niet van toepassing op discontinue, meerfasige, polykristallijne aluminiumoxide-vezels als stapelvezels of als onregelmatig gelaagde matten, welke 3 gewichtspercenten of meer siliciumdioxide bevatten, met een "specifieke modulus" kleiner dan 10 × 106 m; vezels van molybdeen en molybdeenlegeringen; boorvezels; discontinue keramische vezels met een smelt-, verwekings-, ontledings- of sublimatiepunt lager dan 1 770 °C in een inerte atmosfeer.

1C008

1C010

1C210

9C110

VII.A1.003

Apparatuur voor de "productie" of inspectie van "composieten".

Speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, waaronder:

a)

continuvezelwindmachines waarvan de bewegingen voor het gericht opbrengen, wikkelen en winden van vezelmateriaal "in het primaire vlak" in drie of meer "servogestuurde" richtingen zijn gecoördineerd en geprogrammeerd, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van "composieten" of laminaten uit "stapel- of continuvezelmateriaal";

b)

"bandlegmachines" waarvan de bewegingen voor het gericht opbrengen en leggen van banden "in het primaire vlak" in vijf of meer "servogestuurde" richtingen zijn gecoördineerd en geprogrammeerd, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van "composieten" voor vliegtuigen en "raketten";

c)

weef- en vlechtmachines welke in verscheidene richtingen en dimensies kunnen werken met inbegrip van aanpassings- of wijzigingsuitrustingen, speciaal ontworpen of aangepast voor het weven, dooreenvlechten of omvlechten van vezelmateriaal voor "composieten";

d)

apparatuur speciaal ontworpen of aangepast voor de vervaardiging van versterkingsvezels, als volgt:

1.

apparatuur voor het omzetten van polymere vezels (zoals polyacrylonitryl, rayon, asfaltbitumen of polycarbosilaan) in koolstofvezels of vezels bestaande uit siliciumcarbide, met inbegrip van speciale voorzieningen voor het strekken van de vezels tijdens verhitting;

2.

apparatuur voor het neerslaan van elementen of verbindingen uit de dampfase op verwarmde continuvezelsubstraten voor de vervaardiging van vezels bestaande uit siliciumcarbide;

3.

apparatuur voor het natspinnen van vuurbestendige keramische materialen (bv. aluminiumoxide);

4.

apparatuur voor het omzetten van aluminiumbevattende voorlopervezelmaterialen in aluminiumoxidevezels door middel van warmtebehandeling;

5.

apparatuur voor het door middel van de heetsmeltmethode vervaardigen van de prepregs als bedoeld in afdeling 10, punt d, onder "Materialen";

6.

inspectieapparatuur welke gebruik maakt van niet destructieve technieken (NDT), welke speciaal is ontworpen voor "composieten", als volgt:

a.

röntgentomografiesystemen voor het driedimensionaal opsporen van gebreken;

b.

ultrasone inspectieapparatuur met "numerieke besturing", waarvan de bewegingen voor het positioneren van zenders of ontvangers gelijktijdig in vier of meer richtingen zijn gecoördineerd en geprogrammeerd, om de driedimensionale contouren van het te inspecteren onderdeel te volgen.

Opmerkingen:

1.

Voor de toepassing van dit punt hebben 'bandlegmachines' de capaciteit om een of meer 'filamentbanden' met een breedte van ten hoogste 25 mm en ten hoogste 305 mm op te brengen en om afzonderlijke lagen 'filamentbanden' tijdens het opleggen af te snijden of herstarten.

2.

De techniek van het dooreenvlechten omvat tevens breien.

1B001.a.

1B001.b.

1B001.c.

1B001.d.

1B001.e.

1B001

1B101

1B201

VII.A1.004

Metaallegeringen, metaallegeringspoeder of gelegeerde materialen, met inbegrip van:

a)

aluminiden, waaronder:

1.

nikkelaluminiden met minstens 15 gewichtspercenten aluminium, hoogstens 38 gewichtsprocenten aluminium en minstens één extra legeringselement;

2.

titaanaluminiden met 10 of meer gewichtspercenten aluminium en minstens één extra legeringselement;

b)

metaallegeringen gemaakt van poeder of uit deeltjes bestaand materiaal, met inbegrip van:

1.

nikkellegeringen met een "levensduur voordat spanningsbreuk optreedt" van 10 000 uur of meer bij 650 °C en een spanning van 676 MPa of een "levensduur bij laagfrequente vermoeidheidsbelasting" van 10 000 of meer belastingscycli met een maximale spanning van 1 095 MPa bij 550 °C;

2.

niobiumlegeringen met een "levensduur voordat spanningsbreuk optreedt" van 10 000 uur of meer bij 800 °C en een spanning van 400 MPa of een "levensduur bij laagfrequente vermoeidheidsbelasting" van 10 000 of meer belastingscycli met een maximale spanning van 700 MPa bij 700 °C;

3.

titaanlegeringen met een "levensduur voordat spanningsbreuk optreedt" van 10 000 uur of meer bij 450 °C en een spanning van 200 MPa of een "levensduur bij laagfrequente vermoeidheidsbelasting" van 10 000 of meer belastingscycli met een maximale spanning van 400 MPa bij 450 °C;

4.

aluminiumlegeringen met een treksterkte van 240 MPa of meer bij 200 °C of een treksterkte van 415 MPa of meer bij 25 °C;

5.

magnesiumlegeringen met een treksterkte van 345 MPa of meer en een corrosiesnelheid lager dan 1 mm/jaar in een 3 %-natriumchlorideoplossing in water, gemeten volgens ASTM Standard G-31 of gelijkwaardige nationale equivalenten;

6.

metaallegeringspoeder of uit deeltjes bestaand materiaal, met alle volgende kenmerken en gemaakt van een van onderstaande samenstellingssystemen:

a.

nikkellegeringen (Ni-Al-X, Ni-X-Al) gespecificeerd voor onderdelen of elementen voor turbinemotoren, d.w.z. met minder dan drie niet metallieke deeltjes (verontreinigingen van het fabricageproces) groter dan 100 μm op 109 legeringsdeeltjes;

b.

niobiumlegeringen (Nb-Al-X of Nb-X-Al, Nb-Si-X of Nb-X-Si, Nb-Ti-X of Nb-X-Ti);

c.

titaanlegeringen (Ti-Al-X of Ti-X-Al);

d.

aluminiumlegeringen (Al-Mg-X of Al-X-Mg, Al-Zn-X of Al-X-Zn, Al-Fe-X of Al-X-Fe); of

e.

magnesiumlegeringen (Mg-Al-X of Mg-X-Al);

7.

vervaardigd in een beheerst milieu door middel van een van onderstaande procedés:

a.

"verstuiving in vacuüm";

b.

"verstuiving in gas";

c.

"roterend verstuiven";

d.

"versplintering door snelle afkoeling";

e.

"spinnen uit de smelt en vergruizing".

Opmerking:

Behoudens andersluidende bepalingen wordt onder "metalen" en "legeringen" verstaan, ruwe of onbewerkte vormen en halffabricaten, als hieronder:

Ruwe of onbewerkte vormen: anoden, kogels, staven (met inbegrip van gekerfde proefstaven en draadmetaal), knuppels, blokken, blooms, briketten, uitgangsblokken, kathoden, kristallen, kubussen, blokjes, korrels, granules, walsblokken, bobbels, pastilles, gietelingen, poeder, rondellen, schroot, plakken, brokken, sponsen, stiften. Halffabricaten: gesmede of bewerkte materialen die zijn vervaardigd door middel van walsen, doortrekken, spuitgieten, smeden, slagextrusie, persen, korrelen, verstuiven en slijpen, namelijk: hoekstaven, gootmetaal, ronde voorprofielen, schijven, stof, vlokken, foelies en bladmetaal, smeedstukken, platen, poeder, geperste stukken allerhande, linten, ringen, staven (met inbegrip van ruwe lasstaven, walsdraad en diverse gewalste draden), profielen, gietvormen, dunne platen, banden en buizen allerhande (met inbegrip van ronde, vierkante en holle pijpen), getrokken of geëxtrudeerde draad. Gegoten metaal vervaardigd door gieten in zand, metaal, gips of andere types gietvormen, met inbegrip van onder hoge druk gegoten producten, gesinterde vormen en door middel van poedermetallurgie vervaardigde producten.

1C002

1C202

VII.A1.005

Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een relatieve beginpermeabiliteit van 120 000 of meer en een dikte van 0,5 mm of minder;

b)

magnetostrictieve legeringen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigingsmagnetostrictie van meer dan 5 × 10– 4; of

2.

een magnetomechanische koppelingsfactor (k) van meer dan 0,8; of

c)

strips van amorfe of "nanokristallijne" legeringen, met alle volgende kenmerken:

1.

een samenstelling met minimaal 75 gewichtspercenten ijzer, kobalt of nikkel;

2.

een magnetische verzadigingsinductie (Bs) van 1,6 T of meer; en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een stripdikte van 0,02 mm of minder; of

b.

een elektrische soortelijke weerstand van 2 × 10– 4 ohm cm of meer.

1C003

VII.A1.006

Uraan-titaanlegeringen of wolfraamlegeringen met een "matrix" op basis van ijzer, nikkel of koper, met alle volgende kenmerken:

a)

een dichtheid groter dan 17,5 g/cm3;

b)

een elastische rekgrens groter dan 880 MPa;

c)

een treksterkte groter dan 1 270 MPa; en

d)

een rek groter dan 8 %.

1C004

VII.A1.007

"Supergeleidende""composiet"-geleiders in lengten groter dan 100 m of met een massa groter dan 100 g, als volgt:

a)

"supergeleidende""composiet"-geleiders welke een of meer niobium-titaan-'filamenten' bevatten, met alle volgende kenmerken:

1.

ingebed in een "matrix" anders dan een koper-"matrix" of in een op koper gebaseerd "matrix"-mengsel; en

2.

met een doorsnedeoppervlak kleiner dan 0 × 10– 4 mm2 (6 μm diameter voor ronde "filamenten");

b)

"supergeleidende""composiet"-geleiders, bestaande uit één of meer "supergeleidende""filamenten", anders dan van niobium-titaan, met alle volgende kenmerken:

1.

een "kritische temperatuur" bij afwezigheid van magnetische inductie hoger dan 9,85 K (– 263,31 °C); en

2.

in een "supergeleidende" toestand blijvend bij een temperatuur van 4,2 K (– 268,96 °C) bij blootstelling aan een magnetisch veld dat loodrecht op de lengteas van de geleider is georiënteerd en overeenstemt met een magnetische inductie van 12 T, met een kritische stroomdichtheid van meer dan 750 A/mm2 over de totale doorsnede van de geleider;

c)

"supergeleidende""composiet"-geleiders, bestaande uit één of meer "supergeleidende" 'filamenten', die "supergeleidend" blijven boven – 158,16 °C.

1C005

VII.A1.008

Vloeistoffen en smeermiddelen, als volgt:

a)

smeermiddelen met als voornaamste bestanddeel een of meerdere van de volgende stoffen:

1.

fenyleen- of alkylfenyleenethers of thio-ethers, of mengsels daarvan, welke meer dan twee ether- of thio-ethergroepen bevatten of combinaties daarvan; of

2.

gefluoreerde siliconevloeistoffen die een kinematische viscositeit hebben van minder dan 5 000 mm2/s (5 000 centistokes) gemeten bij 25 °C;

b)

dempingsvloeistoffen en flotatievloeistoffen met alle volgende kenmerken:

1.

een zuiverheid groter dan 99,8 %;

2.

met minder dan 25 deeltjes van 200 μm of groter per

3.

100 ml; en

4.

gemaakt van ten minste 85 % van een of meerdere van onderstaande stoffen:

a.

dibroomtetrafluorethaan (CAS 25497-30-7, 124-73-2, 27336-23-8);

b.

polychloortrifluoretheen (uitsluitend olie- en wasmodificaties); of

c.

polybroomtrifluoretheen;

c)

fluorkoolstoffen in koelvloeistoffen voor elektronische systemen met alle volgende kenmerken:

1.

minstens 85 gewichtspercenten van de volgende stoffen of mengsels daarvan:

a.

monomeren van perfluorpolyalkylether-triazinen of perfluoralifatische ethers;

b.

perfluoralkylaminen;

c.

perfluorcycloalkanen; of

d.

perfluoralkanen;

e.

een dichtheid van 1,5 g/ml of meer bij 298 K (25 °C);

f.

vloeibaar bij 273 K (0 °C); en

g.

minstens 60 gewichtspercenten fluor.

Opmerking: Niet van toepassing op als medische producten gespecificeerd en verpakte materialen.

1C006

VII.A1.009

Keramische poeders, keramische materialen die geen "composieten" zijn, "composieten" met een keramische "matrix", en voorlopermaterialen, als volgt:

a)

keramische poeders bestaande uit enkelvoudige of meervoudige boriden van titaan met een totale hoeveelheid aan metallische verontreiniging, exclusief opzettelijke toevoegingen, van minder dan 5 000 ppm, met een gemiddelde deeltjesgrootte minder dan of gelijk aan 5 μm, terwijl niet meer dan 10 % van de deeltjes groter is dan 10 μm;

b)

keramische materialen die geen "composieten" zijn in ruwe vorm of als halffabricaat samengesteld uit boriden van titaan met een dichtheid van 98 % van de theoretische dichtheid of hoger;

c)

keramisch-keramische "composieten" met een glas- of oxide-"matrix" en versterkt met vezels met alle volgende kenmerken:

1.

gemaakt van een of meerdere van de volgende materialen:

a.

Si-N;

b.

Si-C;

c.

Si-A1-O-N; of

d.

Si-O-N; en

2.

met een "specifieke treksterkte" groter dan 12,7 × 103 m;

d)

keramisch-keramische "composieten", met of zonder continue metallische fase, die fijn verdeelde deeltjes of fasen bevatten van enig materiaal met vezel- of whiskerstructuur, en waarbij carbiden of nitriden van silicium, zirkoon of boor de "matrix" vormen;

e)

voorlopermaterialen (d.w.z. voor speciale doeleinden bestemde polymere of organometaalverbindingen) voor het vervaardigen van welke fase of fasen dan ook van de bovenvermelde materialen, als volgt:

1.

polydiorganosilanen (voor het vervaardigen van siliciumcarbide);

2.

polysilazanen (voor het vervaardigen van siliciumnitride);

3.

polycarbosilazanen (voor het vervaardigen van keramische materialen met silicium-, koolstof- en stikstofcomponenten);

f)

keramisch-keramische "composieten" met een oxide- of glas-"matrix", versterkt met continuvezels van een van de volgende systemen:

1.

Al2O3 (CAS 1344-28-1); of

2.

Si-C-N.

Opmerkingen:

1.

Niet van toepassing op slijpmiddelen.

2.

Niet van toepassing op "composieten" die vezels bevatten van deze systemen met een vezeltreksterkte van minder dan 700 MPa bij 1 273 K (1 000 °C) of een trek-krimpweerstand van meer dan 1 pct. krimp bij een belasting van 100 MPa bij 1 273 K (1 000 °C) gedurende 100 uren.

1C007

VII.A1.010

Niet-gefluoreerde polymeren, als volgt:

a)

imiden, als volgt:

1.

bismale-imiden;

2.

aromatische polyamide-imiden (PAI) met een 'glasovergangstemperatuur (Tg)' van meer dan 290 °C;

3.

aromatische polyetherimiden met een glasovergangstemperatuur (Tg) van meer dan 232 °C;

4.

aromatische polyetherimiden met een glasovergangstemperatuur (Tg) van meer dan 290 °C;

b)

polyaryleenketonen;

c)

polyaryleensulfiden, waarbij de arylgroep bestaat uit bifenyleen, trifenyleen of combinaties daarvan;

d.

polybifenyleenethersulfonen met een "glasovergangstemperatuur (Tg)" van meer dan 290 °C.

Opmerking: Is van toepassing op de stoffen in vloeibare of vaste "smeltbare" vorm, waaronder hars, poeder, pellets, film, vellen, band of lint.

1C008

VII.A1.011

Onbewerkte fluorverbindingen, als volgt:

a)

gefluoreerde polyimiden die 10 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

b)

gefluoreerde fosfazeen elastomeren die 30 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten.

1C009

VII.A1.012

"Stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt:

a)

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal", met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 12,7 × 106 m; en

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 23,5 × 104 m;

b)

"stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof, met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 14,65 × 106 m; en

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 26,82 × 104 m;

c)

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal", met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 2,54 × 106 m; en

2.

smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 649 °C in een inerte atmosfeer;

d)

"stapel- of continuvezelmateriaal" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

samengesteld uit een of meerdere van de volgende materialen:

a.

polyetherimiden als bedoeld in VII.A1.010.;

b.

andere materialen als bedoeld in VII.A1.010;

2.

samengesteld uit andere materialen als hierboven bedoeld en "vermengd" (commingled) met andere vezels als bedoeld in VII.A1.012.;

e)

geheel of gedeeltelijk met hars of asfaltbitumen geïmpregneerd "stapel- of continuvezelmateriaal" (prepregs), met metaal of koolstof bekleed "stapel- of continuvezelmateriaal" (preforms) of preforms van koolstofvezels, met alle volgende kenmerken:

1.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal" als hierboven bedoeld;

b.

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal" of "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof, met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 10,15 × 106 m; en

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 17,7 × 104 m; en

2.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

hars of asfaltbitumen, als eerder gespecificeerd;

b.

"middels dynamisch-mechanische analyse bepaalde glasovergangstemperatuur (DMA Tg)" gelijk aan of hoger dan 180 °C en met fenolhars; of

c.

"middels dynamisch-mechanische analyse bepaalde glasovergangstemperatuur (DMA Tg)" gelijk aan of hoger dan 232 °C en met hars of asfaltbitumen, niet eerder gespecificeerd en niet zijnde een fenolhars.

Opmerkingen:

1.

Niet van toepassing op polyethyleen.

2.

Niet van toepassing op "stapel- of continuvezelmateriaal" voor de reparatie van casco's of laminaten van "civiele vliegtuigen", met alle volgende kenmerken:

a)

een maximale oppervlakte van 1 m2;

b)

een maximale lengte van 2,5 m; en

c)

een breedte van meer dan 15 mm; of mechanisch verhakseld, vermalen of gesneden "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof met een lengte van 25,0 mm of minder.

3.

Niet van toepassing op:

a)

discontinue, meerfasige, polykristallijne aluminiumoxide-vezels als stapelvezels of als onregelmatig gelaagde matten, welke 3 of meer gewichtspercenten siliciumdioxide bevatten, met een "specifieke modulus" kleiner dan 10 × 106 m;

b)

vezels van molybdeen en molybdeenlegeringen;

c)

boorvezels;

d)

discontinue keramische vezels met een smelt-, verwekings-, ontledings- of sublimatiepunt lager dan 2 043 K (1 770 °C) in een inerte atmosfeer.

4.

Niet van toepassing op:

a)

met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" (prepregs) voor de reparatie van casco's of laminaten van "civiele vliegtuigen", met alle volgende kenmerken:

1.

een maximale oppervlakte van 1 m2;

2.

een maximale lengte van 2,5 m; en

3.

een breedte van meer dan 15 mm;

b)

geheel of gedeeltelijk met hars of asfaltbitumen geïmpregneerd en mechanisch verhakseld, vermalen of gesneden "stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof met een lengte van 25,0 mm of minder wanneer anders dan eerder gespecificeerd hars of asfaltbitumen wordt gebruikt.

1C010.a.

1C010.b.

1C010.c.

VII.A1.013

Metalen en verbindingen, als volgt:

a)

metalen met een deeltjesgrootte van minder dan 60 μm, hetzij bolvormig, verstoven, sferoïdaal, in vlokkenvorm of gemalen, vervaardigd uit materiaal dat voor 99 % of meer bestaat uit zirkonium, magnesium en legeringen daarvan;

b)

boor of boorlegeringen met een deeltjesgrootte van hoogstens 60 μm, als volgt:

1.

boor met een zuiverheid van minstens 85 gewichtspercenten;

2.

boorlegeringen die minstens 85 gewichtspercenten boor bevatten;

c)

guanidinenitraat (CAS 506-93-4);

d.

nitroguanidine (NQ) (CAS RN 556-88-7).

Opmerking: De hier bedoelde omvatten ook metalen of legeringen die zijn ingekapseld in aluminium, magnesium, zirkonium of beryllium.

1C011

VII.A1.014

Kogelvrije kleding en onderdelen daarvoor, als volgt:

a)

zachte kogelvrije kleding die niet is vervaardigd volgens militaire normen of specificaties of gelijkwaardige normen of specificaties, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

b)

harde kogelvrije kleding die ballistische bescherming biedt welke gelijk is aan of minder is dan niveau IIIA (NIJ 0101.06, juli 2008) of nationale equivalenten.

Opmerking: Dit punt is niet van toepassing op kogelvrije kleding die de gebruiker bij zich heeft voor zijn eigen bescherming, kogelvrije kleding die bestemd is om uitsluitend frontale bescherming te bieden tegen door niet-militaire explosieven veroorzaakte luchtverplaatsingen of scherven, lichaamspantsering die is ontworpen om uitsluitend bescherming te bieden tegen messen, priemen, naalden of stompe voorwerpen.

1A005

VII.A4.   COMPUTERS

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A4.001

Elektronische computers en aanverwante systemen, apparatuur en onderdelen of "elektronische samenstellingen" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

speciaal ontworpen met een van beide volgende kenmerken:

1.

de stralingsbestendigheid overschrijdt een of meerdere van de volgende specificaties:

a.

totale dosis 5 × 103 Gy (silicium);

b.

storing bij een dosistempo van 5 × 66 Gy (silicium)/s; of

c.

storing éénmalige gebeurtenis 1 × 10-8 fout/bit/dag.

4A001

VII.A5.   TELECOMMUNICATIE EN "INFORMATIEBEVEILIGING"

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A5.001

Telecommunicatiesystemen en -apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren, met een of meerdere van de volgende kenmerken, functies of eigenschappen:

a)

speciaal ontworpen met een van de volgende kenmerken:

1.

voor de gebruiker programmeerbare spreading-codes; of

2.

een totaal uitgezonden bandbreedte die 100-maal of meer zo groot is als de bandbreedte van enig informatiekanaal en groter dan 50 kHz;

Opmerking: Niet van toepassing op radioapparatuur, speciaal ontworpen voor gebruik met:

a)

civiele cellulaire radiocommunicatiesystemen; of

b)

vaste of mobiele satellietgrondstations voor commerciële, civiele telecommunicatie.

b)

digitaal bestuurde radio-ontvangers met alle volgende kenmerken:

1.

meer dan 1 000 kanalen;

2.

een 'kanaalwisseltijd' van minder dan 1 ms;

3.

die automatisch een deel van het elektromagnetische spectrum afzoeken of aftasten; en

4.

die de ontvangen signaalfrequentie of het zendertype identificeren.

Opmerking: Niet van toepassing op radioapparatuur speciaal ontworpen voor gebruik met civiele cellulaire radiocommunicatiesystemen.

Technische opmerking:

"Kanaalwisseltijd" is de tijd (d.w.z. vertraging) welke benodigd is om van de ene ontvangfrequentie over te schakelen naar een andere, om te arriveren op of binnen ±0,05 % van de uiteindelijke gespecificeerde ontvangfrequentie. Artikelen met een gespecificeerd frequentiebereik van minder dan ± 0,05 % ten opzichte van hun centrumfrequentie worden aangemerkt als artikelen waarmee geen kanaalfrequentiewissel mogelijk is.

5A001.b.

VII.A5.002

Test-, inspectie- en productieapparatuur voor telecommunicatiesystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen of toebehoren, speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" of de "productie" van telecommunicatieapparatuur, -functies of -mogelijkheden.

Opmerking: Niet van toepassing op apparatuur voor het karakteriseren van glasvezels.

5B002

VII.A6.   SENSOREN EN LASERS

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A6.001

Hydrofoons met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

met doorlopende flexibele sensorelementen;

b)

met flexibele samenstellingen van afzonderlijke sensorelementen waarvan ofwel de diameter ofwel de lengte kleiner is dan 20 mm en waarbij de scheiding tussen de elementen kleiner is dan 20 mm;

c)

met een of meerdere van de volgende sensorelementen:

1.

glasvezels;

2.

"piëzo-elektrische polymeerfolies" niet gemaakt van polyvinylideenfluoride (PVDF) en zijn copolymeren P(VDF-TrFE) en P(VDF-TFE);

3.

"flexibele piëzo-elektrische composieten";

4.

loodmagnesiumniobaat/loodtitanaat (dat wil zeggen Pb(Mg1/3Nb2/3)O3-PbTiO3, of PMN-PT) piëzo-elektrische monokristallen uit een vaste oplossing; of

5.

loodindiumniobaat/loodmagnesiumniobaat/loodtitanaat (dat wil zeggen Pb(In1/2Nb1/2)O3–Pb(Mg1/3Nb2/3)O3–PbTiO3, of PIN-PMN-PT) piëzo-elektrische monokristallen uit een vaste oplossing;

d)

ontworpen voor werkdiepten groter dan 35 m met versnellingscompensatie; of

e)

ontworpen om te werken bij een diepte groter dan 1 000 m.

Opmerking: De embargostatus van hydrofoons die speciaal zijn ontworpen voor andere apparatuur, wordt bepaald door de embargostatus van die andere apparatuur.

6A001.a.

VII.A6.002

Gesleepte samenstellen van regelmatig gerangschikte akoestische hydrofoons (towed acoustic hydrophone arrays) met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een onderlinge afstand tussen de hydrofoongroepen van minder dan 12,5 m of "aanpasbaar" zodat de onderlinge afstand tussen de hydrofoongroepen minder dan 12,5 m bedraagt;

b)

ontworpen voor of "aanpasbaar" voor werkdiepten groter dan 35 m;

c)

richtingssensoren als bedoeld in VII.A6.003.;

d)

overlangs versterkte array-omhulsels;

e)

een samengestelde array waarvan de diameter kleiner is dan 40 mm;

f)

met eigenschappen van de hydrofoon als hierboven onder a) omschreven of met een gevoeligheid van de hydrofoon beter dan 180 dB op iedere diepte zonder versnelling; of

g)

op versnellingsmeter gebaseerde hydro-akoestische sensoren met alle volgende kenmerken:

1.

samengesteld uit drie versnellingsmeters gerangschikt langs drie verschillende assen;

2.

met een algemene "versnellingsgevoeligheid" beter dan 48 dB (referentie 1 000 mV rms per 1 g);

3.

ontworpen voor werkdiepten groter dan 35 m; en

4.

werkfrequentie van minder dan 20 kHz.

6A001.a.

VII.A6.003

Richtingssensoren met alle volgende kenmerken:

a)

met een "nauwkeurigheid" beter dan 0,5°; en

b)

ontworpen om te kunnen werken op een diepte van meer dan 35 m of met een verstelbare of afneembare dieptesensor om te kunnen werken op diepten van meer dan 35 m.

6A001.a.

VII.A6.004

Hydrofoon-arrays met bodemkabelsysteem met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

met ingebouwde hydrofoons als onder VII.A6.002 omschreven of met een gevoeligheid van de hydrofoon beter dan 180 dB op iedere diepte zonder versnelling;

b)

met ingebouwde multiplex-verzendingsmodules voor de signalen van de hydrofoongroep met alle volgende kenmerken:

1.

ontworpen om te kunnen werken op een diepte van meer dan 35 m of met een verstelbare of afneembare dieptesensor om te kunnen werken op diepten van meer dan 35 m; en

2.

kunnen operationeel worden uitgewisseld met gesleepte samenstellen van regelmatig gerangschikte akoestische hydrofoons (towed acoustic hydrophone array-modules);

c)

met ingebouwde op een versnellingsmeter gebaseerde hydro-akoestische sensoren.

Technische opmerking:

Op versnellingsmeter gebaseerde hydro-akoestische sensoren met alle volgende kenmerken:

1.

samengesteld uit drie versnellingsmeters gerangschikt langs drie verschillende assen;

2.

met een algemene "versnellingsgevoeligheid" beter dan 48 dB (referentie 1 000 mV rms per 1 g);

3.

ontworpen voor werkdiepten groter dan 35 m; en

4.

werkfrequentie van minder dan 20 kHz.

Opmerkingen:

1.

Niet van toepassing op deeltjessnelheiddetectoren of geofonen.

2.

Ook van toepassing op ontvangstapparatuur, al dan niet gewoonlijk toegepast tezamen met afzonderlijke actieve apparatuur, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

6A001.a.

VII.A6.005

"Monospectrale beeldsensoren" en "multispectrale beeldsensoren", ontworpen voor toepassing bij het aftasten op afstand, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een momenteel gezichtsveld (Instantaneous-Field-of-View, IFOV) kleiner dan 200 μrad (microradiaal); of

b)

gespecificeerd om te werken bij golflengten van meer dan 400 nm doch niet meer dan 30 000 nm, met alle volgende kenmerken:

1.

de uitgevoerde beeldgegevens zijn digitaal opgemaakt; en

2.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

de sensoren zijn "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd"; of

b.

ontworpen voor gebruik in de lucht, gebruikmakend van andere dan siliciumdetectoren, en met een momenteel gezichtsveld (IFOV) van minder dan 2,5 milliradiaal.

Opmerking: Niet van toepassing op "monospectrale beeldsensoren" met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 300 nm, doch niet meer dan 900 nm, waarin slechts een van de volgende niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" detectoren of niet voor "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde""focal plane arrays" zijn verwerkt:

a)

ladinggekoppelde componenten (CCD) die niet ontworpen of aangepast zijn voor "ladingsvermenigvuldiging"; of

b)

componenten met metaaloxide veldeffecttransistoren (CMOS) die niet ontworpen of aangepast zijn voor "ladingsvermenigvuldiging".

6A002

VII.A6.006

"Voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" onderdelen voor optische systemen, als volgt:

a)

componenten, lichtgewicht gemaakt tot minder dan 20 % "equivalente dichtheid" in vergelijking met een massief onafgewerkt model met dezelfde opening en van dezelfde dikte;

b)

ruwe substraten, bewerkte substraten met oppervlaktebekleding (met één of met meerdere lagen, metalliek of diëlektrisch, geleidend, halfgeleidend of isolerend) of met een beschermlaag;

c)

segmenten of samenstellingen van spiegels die zijn ontworpen om in de ruimte te worden samengevoegd tot een optisch systeem met een opvangopening gelijk aan of groter dan één enkel optisch onderdeel met een diameter van 1 m;

d)

componenten vervaardigd van "composiet"-materiaal met een lineaire thermische uitzettingscoëfficiënt gelijk aan of kleiner dan 5 × 10– 6 in elk der coördinaatrichtingen.

6A004.a.

VII.A6.007

Optische regelapparatuur, als volgt:

a)

apparatuur speciaal ontworpen voor handhaving van het oppervlaktepatroon of de richting van de "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" onderdelen als hierboven gespecificeerd;

b)

apparatuur voor sturen, volgen, stabiliseren of resonatorrichten als volgt:

1.

spiegelstellages met bundelsturing, speciaal ontworpen voor spiegels met een diameter of lengte van de hoofdas van meer dan 50 mm en met alle volgende kenmerken, en speciaal ontworpen elektronische controleapparatuur daarvoor:

a.

een maximaal hoekverplaatsing van ± 26 mrad of meer;

b.

een mechanische resonantiefrequentie van 500 Hz of hoger; en

c.

een hoeknauwkeurigheid gelijk aan of minder dan 10 microradiaal (nauwkeuriger);

2.

apparatuur voor resonatorrichten met bandbreedten gelijk aan of groter dan 100 Hz en een "nauwkeurigheid" van 10 microradiaal of minder (nauwkeuriger);

c)

cardanusringen (gimbals) met alle volgende kenmerken:

1.

een maximale zwenking groter dan 5°;

2.

een bandbreedte gelijk aan of groter dan 100 Hz;

3.

een hoekaanwijsfout gelijk aan of minder dan 200 microradiaal; en

4.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

met een diameter of lengte van de hoofdas groter dan 0,15 m doch niet groter dan 1 m en geschikt voor hoekversnellingen groter dan 2 radiaal/s2; of

b.

met een diameter of lengte van de hoofdas groter dan 1 m en geschikt voor hoekversnellingen groter dan 0,5 radiaal/s2;

6A004.d.

VII.A6.008

"Magnetometers" die gebruikmaken van supergeleidende technologie (SQUID), met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

voor stationair bedrijf ontworpen SQUID-systemen zonder speciaal ontworpen subsystemen om ruis bij beweging te beperken en met een "gevoeligheid" gelijk aan of lager (beter) dan 50 fT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz bij een frequentie van 1 Hz; of

b)

SQUID-systemen met een magnetometer-'gevoeligheid' bij beweging lager (beter) dan 2 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz bij een frequentie van 1 Hz en speciaal ontworpen om ruis bij beweging te beperken.

6A006

Met uitzondering van:

—

6A006.a.3 "magnetometers" die gebruikmaken van aardinductie-"technologie"

—

6A006.a.4 inductor-"magnetometers"

—

6A006.b sensoren voor het meten van elektrische velden onder water

VII.A6.009

"Magnetometers" die gebruikmaken van optisch gepompte of kernprecessie (proton/Overhauser) "technologie" met een 'gevoeligheid' lager (beter) dan 2 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel bij een frequentie van 1 Hz.

6A006

VII.A6.010

"Magnetische gradiëntmeters" waarbij gebruik wordt gemaakt van meervoudige "magnetometers" als bedoeld in VII.A6.

6A006

VII.A6.011

"Compensatiesystemen" voor:

a)

"magnetometers" die gebruikmaken van optisch gepompte of kernprecessie (proton/Overhauser) "technologie" met een "gevoeligheid" lager (beter) dan 20 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz bij een frequentie van 1 Hz en die gebruikmaken van optisch gepompte of kernprecessie (proton/Overhauser) "technologie" waardoor deze sensoren een "gevoeligheid" bereiken lager (beter) dan 2 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz;

b)

sensoren voor het meten van elektrische velden onder water met een 'gevoeligheid' van minder (beter) dan 8 nanovolt per vierkantswortel Hz bij meting bij 1 Hz;

c)

"magnetische gradiëntmeters" als bedoeld in VII.A6.010, waardoor deze sensoren een "gevoeligheid" bereiken lager (beter) dan 3 pT effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz.

Opmerking:

"Intrinsieke magnetische gradiëntmeters" van glasvezels met een "gevoeligheid" van de gradiënt van het magnetische veld lager (beter) dan 0,3 nT/m effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz.

"Intrinsieke magnetische gradiëntmeters", waarbij gebruik wordt gemaakt van andere "technologie" dan glasvezel, met een "gevoeligheid" van de gradiënt van het magnetische veld lager (beter) dan 0,015 nT/m effectieve waarde (rms) per vierkantswortel Hz.

6A006

VII.A6.012

Elektromagnetische onderwaterontvangers die in VII.A6.008 of VII.A6.009 vermelde "magnetometers" bevatten.

6A006

VII.A7.   NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A7.001

Versnellingsmeters en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

a)

lineaire versnellingsmeters met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van 15 g of minder, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een "stabiliteit" van de "bias" kleiner (beter) dan 130 micro g ten opzichte van een vaste ijkwaarde over een periode van één jaar; of

b.

een "stabiliteit" van de "schaalfactor" kleiner (beter) dan 130 ppm ten opzichte van een vaste ijkwaarde over een periode van één jaar;

2.

gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 15 g, maar minder dan of gelijk aan 100 g, en met alle volgende kenmerken:

a.

een "bias"-"herhaalbaarheid" van minder (beter) dan 1 250 micro g gemeten over één jaar; en

b.

een "herhaalbaarheid" van de "schaalfactor" van minder (beter) dan 1 250 ppm gemeten over één jaar; of

3.

ontworpen voor gebruik in traagheidsnavigatie- of geleidingssystemen en gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 100 g;

Opmerking: Niet van toepassing op versnellingsmeters die uitsluitend worden gebruikt voor het meten van trillingen of schokken.

b)

hoek- of rotatieversnellingsmeters, gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 100 g.

7A001

VII.A7.002

Gyroscopen of hoekbewegingsensoren, met een of meerdere van de volgende kenmerken en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a)

gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van 100 g of minder, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een bereik van minder dan 500 graden per seconde, en een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een "stabiliteit" van de "bias" van minder (beter) dan 0,5 graad per uur, indien gemeten bij een versnellingsniveau van 1 g over een periode van een maand en ten opzichte van een vaste ijkwaarde; of

b.

een "angle random walk" van minder (beter) dan of gelijk aan 0,0035 graden per vierkantswortel uur; of

Opmerking: Niet van toepassing op "gyroscopen met draaimassa".

2.

een bereik groter dan of gelijk aan 500 graden per seconde en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een "stabiliteit" van de "bias" van minder (beter) dan 4 graden per uur, indien gemeten bij een versnellingsniveau van 1 g over een periode van drie minuten en ten opzichte van een vaste ijkwaarde; of

b.

Een "angle random walk" van minder (beter) dan of gelijk aan 0,1 graden per vierkantswortel uur; of

Opmerking: Niet van toepassing op "gyroscopen met draaimassa".

b)

gespecificeerd voor gebruik bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 100 g.

7A002

VII.A7.003

"Traagheidsmetingsapparatuur of -systemen" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

Opmerkingen:

1.

'Traagheidsmetingsapparatuur of -systemen' omvatten versnellingsmeters of gyroscopen voor het meten van veranderingen in de snelheid en oriëntatie om de koers of positie te bepalen of te behouden zonder dat na uitrichting een externe verwijzing vereist is. 'Traagheidsmetingsapparatuur of -systemen' omvatten:

—

stand- en koersreferentiesystemen (AHRS);

—

gyrokompassen;

—

traagheidsmetingseenheden (IMU);

—

traagheidsnavigatiesystemen (INS);

—

traagheidsreferentiesystemen (IRS);

—

traagheidsreferentie-eenheden (IRU).

2.

Niet van toepassing op "traagheidsmetingsapparatuur of -systemen" die gecertificeerd zijn voor gebruik in "civiele vliegtuigen" door burgerlijke autoriteiten van een of meer lidstaten.

a)

ontworpen voor "vliegtuigen", voertuigen of vaartuigen, die posities verschaffen zonder gebruik te maken van "positiereferenties" en met een van de volgende "nauwkeurigheden" na aanpassing van de normale uitrichting:

1.

0,8 zeemijl per uur (nm/u) "Circular Error Probable" ("CEP") snelheid of minder (beter);

2.

0,5 % van de "CEP" van de afgelegde afstand of minder (beter); of

3.

totaal verloop van één zeemijl "CEP" of minder (beter) in een periode van 24 uur;

b)

ontworpen voor "vliegtuigen", voertuigen of vaartuigen met een ingesloten "positiereferentie" en die posities verschaffen na het verlies van alle "positiereferenties" gedurende een periode van maximaal 4 minuten, met een nauwkeurigheid van minder (beter) dan 10 m van de "CEP";

c)

ontworpen voor "vliegtuigen", voertuigen of vaartuigen die voor koersbepaling en bepaling van het echte noorden verschaffen, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een maximale operationele hoeksnelheid van minder (lager) dan 500 graden/s en een koersbepalings"nauwkeurigheid" zonder het gebruik van "positiereferenties" die gelijk is aan of minder (beter) dan 0,07 graden per sec(Lat) (overeenstemmend met 6 boogminuten rms op een geografische breedte van 45 graden); of

2.

een maximale operationele hoeksnelheid van gelijk aan of groter (hoger) dan 500 graden/s en een koersbepalings"nauwkeurigheid" zonder het gebruik van "positiereferenties" die gelijk is aan of minder (beter) dan 0,2 graden per sec(Lat) (overeenstemmend met 17 boogminuten rms op een geografische breedte van 45 graden);

d)

versnellingsmetingen of metingen van hoeksnelheid, in meer dan één dimensie, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

prestaties zoals hierboven gespecificeerd langs elke as, zonder gebruik van hulpreferenties; of

2.

die "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd" zijn en hoeksnelheidsmetingen verschaffen met een "angle random walk" langs assen die minder (beter) of gelijk zijn aan 0,1 graad per vierkantswortel uur.

7A003

VII.A8.   MARINE

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A8.001

Geen lucht vereisende aandrijfsystemen, speciaal ontworpen voor gebruik onder water, als volgt:

a)

geen lucht vereisende aandrijfsystemen met motoren van het type Brayton of Rankinecyclus, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

chemische reinigings- of absorptiesystemen, speciaal ontworpen voor het verwijderen van kooldioxide, koolmonoxide en deeltjes uit de teruggevoerde uitlaatgassen van de motor;

2.

speciaal ontworpen systemen voor het gebruik van eenatomige gassen;

3.

toestellen of omhullingen, speciaal ontworpen voor geluiddemping onder water voor frequenties lager dan 10 kHz, of speciale schokdempende ophanginrichtingen; of

4.

systemen met alle volgende kenmerken:

a.

speciaal ontworpen voor het onder druk brengen van verbrandingsproducten of voor het opnieuw vormen van brandstof;

b.

speciaal ontworpen voor de opslag van verbrandingsproducten; en

c.

speciaal ontworpen voor de lozing van verbrandingsproducten tegen een druk in van 100 kPa of meer.

8A002.j.

VII.A8.002

Geen lucht vereisende systemen met een dieselmotor met alle volgende kenmerken:

a)

chemische reinigings- of absorptiesystemen, speciaal ontworpen voor het verwijderen van kooldioxide, koolmonoxide en deeltjes uit de teruggevoerde uitlaatgassen van de motor;

b)

speciaal ontworpen systemen voor het gebruik van eenatomige gassen;

c)

toestellen of omhullingen, speciaal ontworpen voor geluiddemping onder water voor frequenties lager dan 10 kHz, of speciale schokdempende ophanginrichtingen; en

d)

speciaal ontworpen uitlaatsystemen die niet zonder onderbreking verbrandingsproducten uitstoten.

8A002.j.

VII.A8.003

Geen lucht vereisende brandstofcelsystemen met een uitgangsvermogen van meer dan 2 kW, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

toestellen of omhullingen, speciaal ontworpen voor geluiddemping onder water voor frequenties lager dan 10 kHz, of speciale schokdempende ophanginrichtingen; of

b)

systemen met alle volgende kenmerken:

1.

speciaal ontworpen voor het onder druk brengen van verbrandingsproducten of voor het opnieuw vormen van brandstof;

2.

speciaal ontworpen voor de opslag van verbrandingsproducten; en

3.

speciaal ontworpen voor de lozing van verbrandingsproducten tegen een druk in van 100 kPa of meer.

8A002.j.

VII.A8.004

Geen lucht vereisende aandrijfsystemen met motoren van het type Stirling-cyclus met alle volgende kenmerken:

a)

toestellen of omhullingen, speciaal ontworpen voor geluiddemping onder water voor frequenties lager dan 10 kHz, of speciale schokdempende ophanginrichtingen; en

b)

speciaal ontworpen uitlaatsystemen voor de lozing van verbrandingsproducten tegen een druk in van 100 kPa of meer.

8A002.p.

VII.A8.005

Getuide onderwatervoertuigen voor bemand gebruik, ontworpen voor een werkdiepte van meer dan 1 000 m.

8A001.a.

VII.A9.   RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.A9.001

Apparatuur, gereedschappen of klemmen, speciaal ontworpen voor het vervaardigen van gasturbinemotorbladen of -schoepen of "schoepuiteindeversterkingen", als volgt:

a)

apparatuur voor het gieten met gericht stollen of éénkristalgieten;

b)

gereedschap voor gieten, vervaardigd van vuurvaste metalen of keramische materialen, als volgt:

1.

kernen;

2.

mantels (mallen);

3.

gecombineerde eenheden van kernen en mantels (mallen);

c)

apparatuur voor additieve processen met behulp van gerichte stolling of enkelkristallen.

9B001

VII.A9.002

Gasturbinemotoren, met uitzondering van gasturbinemotoren waarvoor alle volgende punten gelden:

a)

gecertificeerd door de civiele luchtvaartautoriteiten van een of meer lidstaten; en

b)

bedoeld voor het aandrijven van niet-militaire bemande vliegtuigen waarvoor door de civiele luchtvaartautoriteiten van een of meer lidstaten een van de volgende documenten voor het vliegtuig met dit specifieke motortype is afgegeven:

1.

een civiel typecertificaat; of

2.

een gelijkwaardig document dat door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) wordt erkend.

9A001

B.   PROGRAMMATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.B.001

"Programmatuur" voor de "ontwikkeling" van het in VII.A.I vermelde materiaal.

1D002

VII.B.002

"Programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling" of de "productie" van de volgende apparatuur:

a)

werktuigmachines voor draaien met twee of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen", met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 0,9 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte minder dan 1,0 m; of

2.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte van 1,0 m of meer;

b)

werktuigmachines voor frezen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

drie lineaire assen plus één roterende as die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen", met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 0,9 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte minder dan 1,0 m; of

b.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte van 1,0 m of meer;

2.

vijf of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen", met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 0,9 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte minder dan 1,0 m;

b.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 1,4 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte gelijk aan of groter dan 1 m en minder dan 4 m;

c.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 6,0 μm langs een of meerdere lineaire as(sen) met een reislengte van 4 m of meer;

3.

"herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") voor pasmal-boormachines gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen);

4.

vonkmachines van het draadloze type met twee of meer roterende assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen";

5.

diepgatboormachines of machines voor draaien die zijn aangepast voor diepgatboren, met een maximum boordiepte van meer dan 5 m, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

6.

"numeriek bestuurde" en handgestuurde werktuigmachines en speciaal ontworpen onderdelen, regelapparatuur en toebehoren daarvoor, speciaal ontworpen voor het snijden, afwerken, slijpen of wetten van geharde (Rc = 40 of meer) rechte, schroef- en dubbelgeschroefde tandwielen met een steekdiameter groter dan 1 250 mm en een kopbreedte gelijk aan of groter dan 15 % van de steekdiameter, afgewerkt tot een kwaliteit gelijk aan of beter dan AGMA 14 (gelijkwaardig aan ISO norm 328, klasse 3).

2D001

2D002

VII.B.003

"Programmatuur" voor mariene systemen, apparatuur, onderdelen, test-, inspectie- en "productie"-apparatuur en andere daaraan gerelateerde technologie.

8D001

8D002

C.   TECHNOLOGIE

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VII.C.001

"Technologie" voor de "ontwikkeling" of de "productie" of het "gebruik" van de bovenvermelde apparatuur of materialen.

1E001

1E002

1E102

1E103

1E104

1E201

VII.C.002

"Technologie" voor de reparatie van "composieten", laminaten of materialen als gespecificeerd voor de onder VII.A1. van dit document vermelde "Systemen, apparatuur en onderdelen".

Opmerking: Niet van toepassing op technologie voor de reparatie van casco's van "civiele vliegtuigen" met koolstof-"stapel- of continuvezelmateriaal" en epoxyharsen, die is vermeld in de handleidingen van de vliegtuigfabrikant.

1E001

1E002

1E201

1E103

VII.C.003

"Technologie" voor mariene systemen, apparatuur, onderdelen, test-, inspectie- en "productie"-apparatuur en andere daaraan gerelateerde technologie.

8E001

8E002

DEEL VIII

Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met massavernietingswapens en die zijn aangewezen op grond van punt 4 van Resolutie 2375 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.

A.   GOEDEREN

VIII.A0.   NUCLEAIRE GOEDEREN

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VIII.A0.001

Ringmagneten.

0B001

VIII.A0.002

Hete cellen.

0B006

VIII.A0.003

Handschoenkasten geschikt voor gebruik met radioactieve materialen.

0B005

VIII.A0.004

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor.

0B001

VIII.A0.005

Deeltjesversnellers.

n.v.t.

VIII.A0.006

Koelsystemen met freon en gekoeld water met een continue koelcapaciteit van 100 000 Btu/hr (29,3 kW) of meer.

0B001

0B002

1B231

VIII.A0.007

Balgafsluiters.

0B001

2A226

VIII.A0.008

Artikelen van monel, met inbegrip van kleppen, tanks en vaten (buizen en kleppen met een diameter groter dan 8 en geschikt voor 500 psi en tanks van meer dan 500 l).

0B001

2A226

2B350

VIII.A0.009

Platen, kleppen, buizen, tanks en vaten van categorie 304, 316 en roestvrij austenietstaal (buizen en kleppen met een diameter groter dan 8 en geschikt voor 500 psi en tanks van meer dan 500 l).

0B001

1C116

1C216

VIII.A0.010

Vacuümkleppen, buizen, flenzen, pakkingen en aanverwante artikelen, speciaal ontworpen voor gebruik in hoogvacuümsystemen (druk 0,1 Pa of lager).

0B001

0B002

2A226

2B350

VIII.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VIII.A1.001

Apparatuur voor detectie, monitoring en meting van straling.

1A004

6A002

6A102

VIII.A1.002

Apparatuur voor radiografische detectie, zoals röntgenconverters en opslag van fosforbeeldplaten (met uitzondering van röntgenapparatuur speciaal ontworpen voor medisch gebruik).

1B001

9B007

VIII.A1.003

Tributylfosfaat (CAS 126-73-8).

n.v.t.

VIII.A1.004

Salpeterzuur in concentraties van 20 gewichtspercenten of meer.

1C111

VIII.A1.005

Fluor (met uitzondering van fluor voor strikt civiele toepassingen zoals koelmiddelen, met inbegrip van freon en fluoride voor tandpasta).

1C350

VIII.A1.006

Alfastraling uitzendende radionucliden.

1C236

VIII.A1.007

Stralingsbestendige televisiecamera's.

6A003

VIII.A2.   MATERIAALBEWERKING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VIII.A2.001

Precisiekogellagers van gehard staal en wolfraamcarbide

(met een diameter van 3 mm of meer).

2A001

2A101

VIII.A2.002

Isostatische persen.

2B004

2B104

2B204

VIII.A2.003

Galvanotechnische apparatuur ontworpen om onderdelen te bekleden met nikkel of aluminium.

2B005

VIII.A2.004

Apparatuur voor het vervaardigen van matrijzen, met inbegrip van apparatuur voor hydraulisch vormen en balgvormingsmatrijzen.

2B009

2B109

2B209

VIII.A2.005

Apparatuur voor metaallassen met inert gas

(meer dan 180 A DC).

n.v.t.

VIII.A2.006

Centrifugale balanceermachines.

2B119

2B219

VIII.A2.007

Seismologische detectieapparatuur of seismologische inbraakdetectiesystemen die de lager van de bron van een gedetecteerd signaal detecteren, indelen en bepalen.

2B116

9B006

VIII.A3.   ELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VIII.A3.001

Frequentieomzetters geschikt om te werken in het frequentiegebied van 300 tot 600 Hz.

3A225

VIII.A3.002

Massaspectrometers.

3A233

VIII.A3.003

Alle flashröntgenmachines en "onderdelen" of "componenten" van op basis daarvan ontworpen gepulseerde voedingssystemen, met inbegrip van Marx-generatoren, pulsvormingsnetwerken met een hoog vermogen, hoogspanningscondensatoren en -triggers.

3A102

VIII.A3.004

Elektronische apparatuur met een frequentiesynthesebereik van 31,8 GHz of meer en een vermogen van 100 MW of meer voor genereren met tijdvertraging of meten met intervallen, als volgt:

a)

digitale generatoren met tijdvertraging met een resolutie van 50 nanoseconden of minder voor een tijdsinterval van 1 microseconde of meer; of

b)

meerkanalige (d.w.z. 3 kanalen of meer) of modulaire intervalmeters en chronometrische apparatuur met een resolutie van 50 nanoseconden of minder voor een tijdsinterval van 1 microseconde of meer.

3B002

VIII.A3.005

Chromatografie en spectrometrie analytische instrumenten.

3A233

B.   PROGRAMMATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

VIII.B.001

Programmatuur voor neutronenberekeningen/-modellen.

0D001

VIII.B.002

Programmatuur voor stralingstransportberekeningen/-modellen.

0D001

VIII.B.003

Programmatuur voor hydrodynamicaberekeningen/-modellen (met uitzondering van berekeningen en modellen voor strikt civiele toepassingen zoals collectieve verwarmingsinstallaties).

0D001

DEEL IX

Producten, materialen, apparatuur, goederen en technologieën die verband houden met conventionele wapens en die zijn aangewezen overeenkomstig punt 5 van Resolutie 2375 (2017) van de VN-Veiligheidsraad.

A.   GOEDEREN

IX.A1.   SPECIALE MATERIALEN EN AANVERWANTE APPARATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A1.001

Afdichtingen, pakkingen, afdichtingsmiddelen of flexibele brandstoftanks (fuel bladders), welke voor meer dan 50 gewichtspercenten bestaan uit gefluoreerde polyimiden of gefluoreerde fosfazeen elastomeren, speciaal ontworpen voor gebruik in de ruimte of in "vliegtuigen".

1A001

IX.A1.002

Producten vervaardigd van on"smeltbare" aromatische polyimiden in de vorm van film, vellen, band of lint:

a)

een dikte groter dan 0,254 mm; of

b)

bekleed of gelamineerd met koolstof, grafiet, metalen of magnetische substanties.

Opmerking: Niet van toepassing op producten bekleed of gelamineerd met koper die zijn ontworpen voor de productie van elektronische gedrukte schakelingen.

1A003

IX.A1.003

Beschermings- en detectieapparatuur en onderdelen daarvan die niet onder de lijst militaire goederen vallen, als volgt:

a)

volgelaatsmaskers, filterbussen, beschermingspakken, -handschoenen en -schoenen, detectiesystemen en decontaminatieapparatuur die zijn ontworpen of aangepast met het oog op bescherming tegen een of meerdere van de onderstaande stoffen:

1.

"biologische stoffen";

2.

"radioactief materiaal"; of

3.

stoffen voor chemische oorlogvoering.

1A004.a.

Met uitzondering van 1A004.a: stoffen voor oproerbeheersing.

IX.A1.004

Apparatuur en toestellen die speciaal zijn ontworpen om explosieve ladingen en middelen die "energetische materialen" bevatten, op elektrische wijze tot ontploffing te brengen, als volgt:

a)

ontstekingsmechanismen met explosieve detonator die zijn ontworpen voor het starten van explosieve detonatoren als bedoeld in punt b);

b)

elektrisch gestarte explosieve detonatoren, als volgt:

1.

exploding bridge (EB);

2.

exploding bridge wire (EBW);

3.

slapper; of

4.

exploding foil-ontstekingen (EFI).

1A007

IX.A1.005

Explosieve ladingen, middelen en componenten, waaronder:

a)

"gevormde ladingen";

1.

netto equivalente hoeveelheid (NEH) van meer dan 90 g; en

2.

buitendiameter van het omhulsel gelijk of groter dan 75 mm;

b)

ladingen voor directionele explosies;

1.

een springlading van meer dan 40 g/m; en

2.

een breedte van 10 mm of meer;

c)

slagsnoer met springstoflading van meer dan 64 g/m; of

d)

cutters en snij-explosieven met een netto equivalente hoeveelheid (NEH) van meer dan 3,5 kg en andere snij-explosieven.

1A008

IX.A1.006

Apparatuur voor de vervaardiging of de inspectie van "composieten" of laminaten of "stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

lintlegmachines waarvan de bewegingen voor het gericht opbrengen en leggen van linten "in het primaire vlak" in twee of meer "servogestuurde" richtingen zijn gecoördineerd en geprogrammeerd, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van "composieten" voor vliegtuigen en "raketten".

1B001.g.

IX.A1.007

Apparatuur voor het vervaardigen van metaallegeringen, metaallegeringspoeder of gelegeerde materialen, speciaal ontworpen om contaminatie te voorkomen en speciaal ontworpen voor gebruik in een van de in volgende procedés:

a)

verstuiving in vacuüm;

b)

verstuiving in gas;

c)

roterend verstuiven;

d)

versplintering door snelle afkoeling;

e)

spinnen uit de smelt en vergruizing;

f)

"smeltextractie" en "vergruizing";

g)

mechanisch legeren; of

h)

verstuiving via plasma atomisatie.

1B002

IX.A1.008

Gereedschap, matrijzen, stempels of klemmen voor het "superplastisch vormen" of "diffusielassen" van titaan of aluminium of legeringen daarvan:

a)

constructies voor lucht- of ruimtevaart;

b)

motoren voor "vliegtuigen" of ruimtevaartuigen; of

c)

speciaal ontworpen onderdelen voor de in punt a) bedoelde constructies of de in punt b) bedoelde motoren.

1B003

IX.A1.009

Materialen, speciaal ontworpen om te worden gebruikt voor het absorberen van elektromagnetische golven, of intrinsiek geleidende polymeren, als volgt:

a)

intrinsiek geleidende polymere materialen met een 'specifieke elektrische volumegeleidbaarheid' groter dan 10 000 S/m (Siemens per meter) of een 'specifieke oppervlakteweerstand' kleiner dan 100 ohm/vierkant, op basis van een of meerdere van de volgende polymeren:

1.

polyaniline;

2.

polypyrrool;

3.

polythiofeen;

4.

polyfenyleen-vinyleen; of

5.

polythienyleen-vinyleen.

Technische opmerking: De "specifieke elektrische volumegeleidbaarheid" en de "specifieke oppervlakteweerstand" dienen te worden bepaald met behulp van ASTM D-257 of nationale gelijkwaardige methoden.

1C001.c.

IX.A1.010

"Supergeleidende""composiet"-geleiders, bestaande uit één of meer "supergeleidende" 'filamenten', die "supergeleidend" blijven boven 115 K (– 158,16 °C).

Technische opmerking: Voor de toepassing van het bovenstaande punt kunnen de "filamenten" de vorm van een draad, cilinder, film, band of lint hebben.

1C005.a.

IX.A1.011

"Stapel- of continuvezelmateriaal", als volgt:

a)

organisch "stapel- of continuvezelmateriaal", met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 12,7 × 106 m; en

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 23,5 × 104 m;

Opmerking: Dit punt is niet van toepassing op polyethyleen.

b)

"stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof, met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 14,65 × 106 m; en

2.

"specifieke treksterkte" groter dan 26,82 × 104 m;

c)

anorganisch "stapel- of continuvezelmateriaal", met alle volgende kenmerken:

1.

"specifieke modulus" groter dan 2,54 × 106 m; en

2.

smelt-, verwekings-, en ontledings- of sublimatiepunt hoger dan 1 922 K (1 649 °C) in een inerte atmosfeer.

1C010.a.

1C010.b.

1C010.c.

IX.A2.   MATERIAALBEWERKING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A2.001

Wrijvingsloze rollagers of rollagersystemen, als volgt, en onderdelen daarvan:

Opmerking: Niet van toepassing op kogels met toleranties volgens opgave van de fabrikant volgens klasse 5 ISO-norm 3290 of slechter.

a)

kogellagers of lagers met rollers uit één stuk, met alle toleranties volgens opgave van de fabrikant volgens ISO-norm 492, tolerantieklasse 4 (of nationale equivalenten), of beter, en met zowel "ringen" als "rolelementen", gemaakt van monel of beryllium;

Technische opmerkingen:

1.

"Ring" - het ringvormige deel van een radiaal wentellager met een of meer loopsporen (ISO 5593:1997).

2.

"Rolelement" - kogel of cilinder die tussen de loopsporen rolt (ISO 5593:1997).

b)

actieve magnetische lagersystemen waarbij gebruik wordt gemaakt van:

1.

materialen met fluxdichtheden van 2,0 T of groter en een vloeigrens van meer dan 414 MPa;

2.

volledig elektromagnetische 3D-homopolaire instelstroom - ontwerpen voor aandrijvers; of

3.

positiesensoren voor gebruik bij hoge temperaturen (450 K (177 °C) en hoger).

2A001.a.

2A001.c

IX.A2.002

Werktuigmachines en combinaties daarvan, voor het verspanen (of snijden) van metalen, keramische materialen of "composieten", die volgens de technische specificaties van de fabrikant kunnen worden uitgerust met elektronische toestellen voor "numerieke besturing":

a)

werktuigmachines voor slijpen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

drie of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen" en een "herhaalbaarheid van de unidirectionele positionering" ("unidirectional positioning repeatability") gelijk aan of kleiner (nauwkeuriger) dan 1,1 μm langs een of meerdere lineaire as(sen); of

2.

vijf of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen";

b)

werktuigmachines voor het verspanen van metalen, keramische materialen of "composieten", met alle volgende kenmerken:

1.

verspanen van materiaal met een of meerdere van de volgende middelen:

a.

waterstraal of andere vloeistofstraal, met inbegrip van die met slijpmiddeltoevoegingen;

b.

een elektronenbundel; of

c.

een "laser"-straal; en

2.

ten minste twee roterende assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen".

2B001.c.

IX.A2.003

Numeriek bestuurde werktuigmachines voor optische afwerking, die zijn uitgerust voor selectieve materiaalverwijdering met het oog op de productie van niet-sferische optische oppervlakken met alle volgende kenmerken:

a)

afwerking van de vorm tot op minder (beter) dan 1,0 μm nauwkeurig;

b)

afwerking tot een ruwheid van minder (beter) dan 100 nm rms;

c)

vier of meer assen die gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen"; en

d)

die een of meerdere van de volgende procedés gebruiken:

1.

"magnetorheologisch afwerkingsprocedé ('MRF')";

2.

"elektrorheologisch afwerkingsprocedé ('ERF')";

3.

"afwerking met behulp van een energetische deeltjesbundel";

4.

"afwerking met behulp van een opblaasbaar membraan"; of

5.

"afwerking met behulp van een vloeistofstraal".

Technische opmerkingen: Voor de toepassing van deze regel geldt bovendien het volgende:

1.

"MRF" is een materiaalverwijderingsprocedé waarbij gebruik wordt gemaakt van een abrasieve magnetische vloeistof waarvan de viscositeit via een magnetisch veld wordt gecontroleerd.

2.

"ERF" is een verwijderingsprocedé waarbij gebruik wordt gemaakt van een abrasieve vloeistof waarvan de viscositeit via een elektrisch veld wordt gecontroleerd.

3.

Bij "afwerking met behulp van een energetische deeltjesbundel" wordt gebruikgemaakt van Reactive Atom Plasma-technologie (RAP)(reactief atomair plasma) of ionenbundels om op selectieve manier materiaal te verwijderen.

4.

"Afwerking met behulp van een opblaasbaar membraan" is een procedé waarbij gebruik wordt gemaakt van een onder druk gezet membraan dat aldus wordt vervormd zodat het in contact komt met een klein oppervlak van het werkstuk.

5.

Bij "afwerking met behulp van een vloeistofstraal" wordt voor de materiaalverwijdering gebruikgemaakt van een vloeistofstroom.

2B002.a.

2B002.b.

2B002.c.

2B002.d.

IX.A2.004

Hete "isostatische persen" met alle volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

met de mogelijkheid de temperatuur in de afgesloten ruimte te beheersen, terwijl de drukkamerholte een binnendiameter heeft van 406 mm of meer; en

b)

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een maximaal mogelijke werkdruk groter dan 207 MPa;

2.

een gecontroleerde thermische omgeving van meer dan 1 773 K (1 500 °C); of

3.

de mogelijkheid van impregnering met koolwaterstoffen en verwijdering van de overblijvende gasvormige afvalproducten.

2B004

2B104

2B204

IX.A2.005

Speciaal ontworpen apparatuur voor de afzetting, verwerking en procesbesturing van anorganische deklagen, bekledingen en oppervlakmodificaties, als volgt:

a)

productieapparatuur voor chemische afzetting uit de dampfase (CVD) met alle onderstaande kenmerken:

1.

een aangepast procedé voor een van onderstaande technieken:

a.

pulserende CVD;

b.

thermische afzetting met beheerste nucleatie (CNTD); of

c.

met plasma versterkte of met plasma ondersteunde CVD; en

2.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

omvat roterende afdichtingen voor hoog-vacuüm (minder dan of gelijk aan 0,01 Pa); of

b.

omvat in-situregulering van de dikte van de bekledingslaag;

b)

productieapparatuur voor ionenimplantatie met een bundelstroomsterkte van 5 mA of hoger;

c)

productieapparatuur voor elektronenstraalverdampen (EB-PVD) die een voedingssysteem gespecificeerd voor meer dan 80 kW omvat, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "laser"-besturingssysteem dat door middel van het vloeistofniveau de toevoersnelheid van de ingot nauwkeurig reguleert; of

2.

een computergestuurde, volgens het principe van de fotoluminescentie van de geïoniseerde atomen in de dampstroom werkende monitor die de mate van afzetting van een uit twee of meer elementen bestaande bekledingslaag reguleert;

d)

productieapparatuur voor plasmaspuiten met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

werkend bij een beheerste verlaagde druk (minder dan of gelijk aan 10 kPa, gemeten binnen een afstand van 300 mm boven de opening van het spuitpistool (sproeikop)) in een vacuümkamer geschikt voor het bereiken van een druk van 0,01 Pa voorafgaande aan het spuitproces; of

2.

omvat in-situregulering van de dikte van de bekledingslaag;

e)

productieapparatuur voor sputteren, geschikt voor een stroomdichtheid van 0,1 mA/mm2 of hoger bij een afzettingssnelheid van 15 μm/h of meer;

f)

productieapparatuur voor boogverdampen welke een net van gekoppelde elektromagneten omvat voor de besturing van de punt van de boogontlading op de kathode; of

g)

productieapparatuur voor ion-plating voor het in situ meten van:

1.

de dikte van de bekledingslaag op het substraat en beheersing van de snelheid van afzetting; of

2.

optische eigenschappen.

2B005

IX.A2.006

Systemen, apparatuur en "samenstellingen" voor dimensionale inspectie en meting, als volgt:

a)

computergestuurde of "numeriek bestuurde" coördinatenmeetmachines (CMM), met een driedimensionale (volumetrische) maximaal toelaatbare lengtemeetfout (E0,MPE) op enig punt in het werkbereik van de machine (d.w.z. binnen de aslengte) gelijk aan of minder (nauwkeuriger) dan (1,7 + L/1 000 ) μm (L is de gemeten lengte in mm), overeenkomstig ISO-norm 10360-2 (2009);

b)

meetinstrumenten voor lineaire en hoekverplaatsingen, als volgt:

1.

meetinstrumenten voor "lineaire verplaatsingen" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

meetsystemen van het contactloze type met een "resolutie" gelijk aan of kleiner (beter) dan 0,2 μm binnen een meetgebied tot en met 0,2 mm;

b.

lineaire variabele verschilomzetters (Linear Variable Differential Transformers of LVDT):

1.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

"lineariteit" gelijk aan of minder (nauwkeuriger) dan 0,1 % gemeten van 0 tot het "volledige werkgebied", voor LVDT's met een "volledig werkgebied" tot en met ± 5 mm; of

b.

"lineariteit" gelijk aan of minder (nauwkeuriger) dan 0,1 % gemeten van 0 tot 5 mm, voor LVDT's met een "volledig werkgebied" groter dan ± 5 mm; en

2.

verloop gelijk aan of minder (nauwkeuriger) dan 0,1 % per dag bij een standaardomgevingstemperatuur in de testruimte ± 1 K;

Technische opmerking:

In het bovenstaande punt b wordt met een "volledig werkgebied" de helft van de totale mogelijke lineaire verplaatsing van de LVDT bedoeld. LVDT's met een "volledig werkgebied" tot en met ± 5 mm kunnen bijvoorbeeld een totale mogelijke lineaire verplaatsing van 10 mm hebben.

c.

meetsystemen met alle volgende kenmerken:

1.

zij bevatten een "laser";

2.

een "resolutie" over hun volledige schaal van 0,200 nm of kleiner (nauwkeuriger); en

3.

het vermogen om een "meetonzekerheid" te bereiken die gelijk is aan of minder bedraagt (nauwkeuriger is) dan (1,6 + L/2 000 ) nm (L is de gemeten lengte in mm) op ieder punt in een meetgebied, gecompenseerd voor de refractieve luchtindex en gemeten gedurende een periode van 30 seconden bij een temperatuur van 20 ± 0,01 °C; of

d.

"elektronische samenstellingen" speciaal ontworpen om in bovenvermelde systemen terugkoppelcapaciteit te leveren;

2.

meetinstrumenten voor hoekverplaatsingen;

Opmerking: De bovenstaande categorie is niet van toepassing op optische instrumenten, zoals autocollimatoren, die gebruikmaken van gecollimeerd licht (bv. laserlicht) voor de bepaling van hoekverplaatsingen van een spiegel.

c)

apparatuur voor het meten van oppervlakteruwheid (met inbegrip van oppervlakteonvolkomenheden) met een gevoeligheid van 0,5 nm of minder (nauwkeuriger) door het meten van optische verstrooiing.

2B006.b.

2B206.b

IX.A2.007

"Robots" met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen besturingsapparatuur en "eindeffectoren" daarvoor:

a)

geschikt voor onvertraagde (in real time), volledig driedimensionale beeldverwerking of volledig driedimensionale "beeldanalyse" voor het maken of wijzigen van "programma's" of voor het maken of wijzigen van numerieke programmagegevens;

Technische opmerking:

Deze beperking van de "beeldanalyse" sluit een bepaling van de derde dimensie door middel van beschouwing vanuit een vaste hoek niet uit, noch een beperkte interpretatie van grijstinten voor de waarneming van diepte of structuur voor de toegestane taken (2 1/2 D).

b)

speciaal ontworpen volgens nationale veiligheidsnormen voor gebruik in ruimten met mogelijk explosieve munitie;

c)

speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een totale stralingsdosis van een stralingsniveau hoger dan 5 × 103 Gy (silicium) zonder verslechtering van de werking; of

d)

speciaal ontworpen voor gebruik op een hoogte van meer dan 30 000 m.

2B007

2B207

IX.A2.008

Samenstellingen of eenheden, speciaal ontworpen voor werktuigmachines, maatinspectie- of meetsystemen of apparatuur, als volgt:

a)

lineaire plaatsbepalers die een totale "nauwkeurigheid" hebben kleiner (nauwkeuriger) dan (800 + (600 × L/1 000 )) nm (waarbij L de effectieve lengte is in mm);

b)

roterende plaatsbepalers die een "nauwkeurigheid" hebben kleiner (nauwkeuriger) dan 0,00025 °; of

c)

"samengestelde draaitafels" of "kantelspillen" die de mogelijkheden van werktuigmachines kunnen vergroten tot aan of boven de in deze categorie bedoelde niveaus.

2B008

IX.A2.009

Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, die, volgens de technische specificatie van fabrikant, kunnen worden uitgerust met "numerieke besturings"-eenheden of computerbesturing, en met alle volgende kenmerken:

a)

drie of meer bestuurde assen waarvan er minstens twee gelijktijdig kunnen samenwerken voor "contourbesturen"; en

b)

een walskracht van meer dan 60 kN.

Technische opmerking: Machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, worden beschouwd als vloeidraaibanken.

2B009

2B109

2B209

IX.A3.   ELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A3.001

Elektronische producten, als volgt:

a)

universele geïntegreerde schakelingen, als volgt:

Opmerkingen:

1.

De vraag of een uitvoervergunning is vereist voor (al dan niet afgewerkte) plakken (wafers) waarin de functie reeds is vastgelegd, dient te worden beoordeeld aan de hand van de parameters in 3A001.a.

2.

Geïntegreerde schakelingen omvatten de volgende typen:

—

"monolithische geïntegreerde schakelingen";

—

"hybride geïntegreerde schakelingen";

—

"multichip geïntegreerde schakelingen";

—

"geïntegreerde schakelingen van het filmtype", met inbegrip van geïntegreerde schakelingen van silicium op saffier;

—

"optische geïntegreerde schakelingen";

—

"driedimensionale geïntegreerde schakelingen";

—

"monolithisch geïntegreerde microgolfschakelingen" ("MMIC's").

3A001.a

IX.A3.002

Geïntegreerde schakelingen, ontworpen of gespecificeerd als bestand tegen een of meerdere van de volgende parameters:

a)

een totale dosis ioniserende straling van 5 × 103 Gy (silicium) of meer;

b)

storing bij een dosistempo van 5 × 106 Gy (silicium)/s of meer; of

c)

een fluentie (geïntegreerde flux) van neutronen (gelijk aan 1 MeV) van 5 × 1 n/cm2 of meer op silicium, of het equivalent daarvan voor andere materialen.

Opmerking: Niet van toepassing op MIS-condensatoren (Metal Insulator Semiconductors).

3A001.a.

IX.A3.003

"Microprocessor-microschakelingen",

"microcomputer-microschakelingen", microbesturing-microschakelingen, geïntegreerde geheugenschakelingen vervaardigd van samengesteld halfgeleidermateriaal, analoog-digitaalomzetters, geïntegreerde schakelingen die analoog-digitaalomzetters bevatten en gedigitaliseerde gegevens opslaan of verwerken, digitaal-analoogomzetters, elektro-optische of "optisch geïntegreerde schakelingen" voor "signaalverwerking", door de gebruiker te programmeren logische elementen, op bestelling geïntegreerde schakelingen waarbij ofwel de functie ofwel de status van de apparatuur waarin de geïntegreerde schakelingen zullen worden toegepast, niet bekend is, of FFT (Fast Fourier Transform)-processoren, elektrisch wisbare PROM's (EEPROM's), flash-geheugens, statische RAM's (SRAM's) of magnetische RAM's (MRAM's), met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

gespecificeerd om te werken bij een omgevingstemperatuur hoger dan 398 K (+ 125 °C);

b)

gespecificeerd om te werken bij een omgevingstemperatuur lager dan 218 K (– 55 °C); of

c)

gespecificeerd om te werken over het gehele omgevingstemperatuurbereik van 218 K (– 55 °C) tot 398 K (+ 125 °C).

Opmerking: Deze categorie is niet van toepassing op geïntegreerde schakelingen voor toepassingen in civiele automobielen of treinen.

3A001.a.2

IX.A3.004

Elektro-optische of "optische geïntegreerde schakelingen" voor "signaalverwerking" met alle volgende kenmerken:

a)

een of meer inwendige "laser"-dioden;

b)

een of meer inwendige lichtdetectie-elementen; en

c)

optische golfgeleiders.

3A001.a.

IX.A3.005

4.

Door de gebruiker te programmeren logische elementen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een maximaal aantal enkelvoudige digitale inputs/outputs van 700 of meer; of

b)

een "totale unilaterale piek seriële transceiver datasnelheid" van 500 Gb/s of meer.

Opmerking: Deze categorie omvat:

—

Simple Programmable Logic Devices - eenvoudige programmeerbare logische elementen (SPLD's);

—

Complex Programmable Logic Devices - complexe programmeerbare logische elementen (CPLD's);

—

Field Programmable Gate Arrays - door de gebruiker te programmeren gate arrays (FPGA's);

—

Field Programmable Logic Arrays - door de gebruiker te programmeren logic arrays (FPLA's);

—

Field Programmable Interconnects - door de gebruiker te programmeren interconnects (FPIC's).

3A001.a.

IX.A3.006

Geïntegreerde schakelingen voor neurale netwerken;

3A001.a.

IX.A3.007

Op bestelling geïntegreerde schakelingen waarbij ofwel de functie ofwel de status van de apparatuur waarin de geïntegreerde schakelingen zullen worden toegepast, niet aan de fabrikant bekend is, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

meer dan 1 500 in-/uitgangspunten;

b)

een typische "voortplantingsvertragingstijd van de basispoort" van minder dan 0,02 ns; of

c)

een werkfrequentie vanaf 3 GHz.

3A001.a.

IX.A3.008

Directe digitale Synthesizer (DDS) geïntegreerde schakelingen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een digitaal/analoog-omzetter(DAC)klokfrequentie van 3,5 GHz of meer en een DAC-resolutie van 10 bit of meer, maar minder dan 12 bit; of

b)

een DAC-klokfrequentie van 1,25 GHz of meer en een DAC-resolutie van 12 bit of meer.

Technische opmerking: De DAC-klokfrequentie kan worden gespecificeerd als de hoofdklokfrequentie of de invoerklokfrequentie.

3A001.a.

IX.A3.009

Microgolf- of millimetergolfproducten, als volgt:

a)

"elektronische vacuümelementen" met een lopende-golf, voor puls- of ongedempte golven;

1.

toestellen die werken bij frequenties hoger dan 31,8 GHz;

2.

toestellen met een kathodeverhittingselement dat in minder dan drie seconden het gespecificeerde RF-vermogen bereikt;

3.

gekoppelde trilholtecomponenten of afgeleiden daarvan, met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 7 % of een piekvermogen van meer dan 2,5 kW;

4.

toestellen die zijn gebaseerd op schakelingen met een spiraalvormige golfgeleider, gevouwen golfgeleider of kronkelende golfgeleider of afgeleiden daarvan, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een "momentele bandbreedte" van meer dan één octaaf, en een product van gemiddeld vermogen (in kW) en frequentie (in GHz) van meer dan 0,5;

b.

een "momentele bandbreedte" van een octaaf of minder, en een product van gemiddeld vermogen (in kW) en frequentie (in GHz) van meer dan 1;

c.

"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd"; of

d.

met een gerasterd elektronenkanon;

5.

toestellen met een "fractionele bandbreedte" van 10 % of meer, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een ringvormige elektronenbundel;

b.

een niet-axiaalsymmetrische elektronenbundel; of

c.

meerdere elektronenbundels;

b)

versterkende "elektronische vacuümelementen met een dwarsveld" (crossed field) en meer dan 17 dB versterking;

c)

thermionische kathoden, ontworpen voor "elektronische vacuümelementen" voor het voortbrengen van een continue emissiestroomdichtheid groter dan 5 A/cm2 bij gespecificeerde werkomstandigheden of een gepulseerde (onderbroken) emissiestroomdichtheid groter dan 10 A/cm2 bij gespecificeerde werkomstandigheden;

d)

"elektronische vacuümelementen" met de mogelijkheid om in een "dual-mode" te werken.

Technische opmerking: "Dual-mode" houdt in dat de bundelstroom van het "elektronische vacuümelement" opzettelijk kan worden geschakeld tussen werking met ongedempte golven en pulsgolven door middel van een raster en een top-impulsuitgangsvermogen produceert die groter is dan het continugolfuitgangsvermogen.

3A001.b.

IX.A3.010

"Monolithisch geïntegreerde microgolfschakelingen"- (MMIC-)vermogensversterkers met:

a)

nominale werkfrequenties vanaf 2,7 GHz tot en met 6,8 GHz met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 15 %, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 75 W (48,75 dBm) op elke frequentie vanaf 2,7 GHz tot en met 2,9 GHz;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 55 W (47,4 dBm) op elke frequentie vanaf 2,9 GHz tot en met 3,2 GHz;

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 40 W (46 dBm) op elke frequentie vanaf 3,2 GHz tot en met 3,7 GHz; of

4.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 20 W (43 dBm) op elke frequentie vanaf 3,7 GHz tot en met 6,8 GHz;

b)

nominale werkfrequenties vanaf 6,8 GHz tot en met 16 GHz met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 10 W (40 dBm) op elke frequentie vanaf 6,8 GHz tot en met 8,5 GHz; of

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 5 W (37 dBm) op elke frequentie vanaf 8,5 GHz tot en met 16 GHz;

c)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 3 W (34,77 dBm) op elke frequentie vanaf 16 GHz tot en met 31,8 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %;

d)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,1 nW (– 70 dBm) op elke frequentie vanaf 31,8 GHz tot en met 37 GHz;

e)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 1 W (30 dBm) op elke frequentie vanaf 37 GHz tot en met 43,5 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %;

f)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 31,62 mW (15 dBm) op elke frequentie vanaf 43,5 GHz tot en met 75 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %;

g)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 10 mW (10 dBm) op elke frequentie vanaf 75 GHz tot en met 90 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 5 %; of

h)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,1 nW (– 70 dBm) op elke frequentie vanaf 90 GHz.

Opmerkingen:

1.

De status van de MMIC waarvan de nominale werkfrequentie frequenties in meer dan één frequentiegebied omvat, wordt bepaald door het laagste verzadigde piekuitgangsvermogen waarvoor de controle geldt.

2.

Deze categorie is niet van toepassing op MMIC's die speciaal zijn ontworpen voor andere toepassingen zoals telecommunicatie, radars en motorvoertuigen.

3A001.b.

IX.A3.011

Discrete microgolftransistors, met:

a)

nominale werkfrequenties vanaf 2,7 GHz tot en met 6,8 GHz en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 400 W (56 dBm) op elke frequentie vanaf 2,7 GHz tot en met 2,9 GHz;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 205 W (53,12 dBm) op elke frequentie vanaf 2,9 GHz tot en met 3,2 GHz;

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 115 W (50,61 dBm) op elke frequentie vanaf 3,2 GHz tot en met 3,7 GHz; of

4.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 60 W (47,78 dBm) op elke frequentie vanaf 3,7 GHz tot en met 6,8 GHz;

b)

nominale werkfrequenties vanaf 6,8 GHz tot en met 31,8 GHz en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 50 W (47 dBm) op elke frequentie vanaf 6,8 GHz tot en met 8,5 GHz;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 15 W (41,76 dBm) op elke frequentie vanaf 8,5 GHz tot en met 12 GHz;

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 40 W (46 dBm) op elke frequentie vanaf 12 GHz tot en met 16 GHz; of

4.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 7 W (38,45 dBm) op elke frequentie vanaf 16 GHz tot en met 31,8 GHz;

c)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,5 W (27 dBm) op elke frequentie vanaf 31,8 GHz tot en met 37 GHz;

d)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 1 W (30 dBm) op elke frequentie vanaf 37 GHz tot en met 43,5 GHz; of

e)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,1 nW (-70 dBm) op elke frequentie vanaf 43,5 GHz.

Opmerkingen:

1.

De status van een transistor waarvan de nominale werkfrequentie frequenties in meer dan één frequentiegebied omvat, wordt bepaald door het laagste verzadigde piekuitgangsvermogen.

2.

Deze categorie omvat kale blokjes, blokjes gemonteerd op dragers, of blokjes gemonteerd in pakketten. Naar sommige discrete transistors kan ook verwezen worden als vermogensversterkers.

3A001.b.

IX.A3.012

Microgolf-halfgeleiderversterkers en microgolfassemblages/-modules die microgolf-halfgeleiderversterkers bevatten met:

a)

nominale werkfrequenties vanaf 2,7 GHz tot en met 6,8 GHz met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 15 %, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 500 W (57 dBm) op elke frequentie vanaf 2,7 GHz tot en met 2,9 GHz;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 270 W (54,3 dBm) op elke frequentie vanaf 2,9 GHz tot en met 3,2 GHz;

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 200 W (53 dBm) op elke frequentie vanaf 3,2 GHz tot en met 3,7 GHz; of

4.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 90 W (49,54 dBm) op elke frequentie vanaf 3,7 GHz tot en met 6,8 GHz;

b)

nominale werkfrequenties vanaf 6,8 GHz tot en met 31,8 GHz met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 70 W (48,54 dBm) op elke frequentie vanaf 6,8 GHz tot en met 8,5 GHz;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 50 W (47 dBm) op elke frequentie vanaf 8,5 GHz tot en met 12 GHz;

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 30 W (44,77 dBm) op elke frequentie vanaf 12 GHz tot en met 16 GHz; of

4.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 20 W (43 dBm) op elke frequentie vanaf 16 GHz tot en met 31,8 GHz;

c)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,5 W (27 dBm) op elke frequentie vanaf 31,8 GHz tot en met 37 GHz;

d)

een nominaal werkvermogen met een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 2 W (33 dBm) op elke frequentie vanaf 37 GHz tot en met 43,5 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %;

e)

nominale werkfrequenties vanaf 43,5 GHz en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,2 W (23 dBm) op elke frequentie vanaf 43,5 GHz tot en met 75 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 10 %;

2.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 20 mW (13 dBm) op elke frequentie vanaf 75 GHz tot en met 90 GHz, en met een "fractionele bandbreedte" van meer dan 5 %; of

3.

een verzadigd piekuitgangsvermogen hoger dan 0,1 nW (– 70 dBm) op elke frequentie vanaf 90 GHz.

Opmerking: De status van een object waarvan de nominale werkfrequentie frequenties in meer dan één frequentiegebied omvat, wordt bepaald door het laagste verzadigde piekuitgangsvermogen.

3A001.b.

IX.A3.013

Elektronisch of magnetisch afstembare banddoorlaat of bandsperfilters met meer dan vijf afstembare resonatoren, geschikt om af te stemmen over een frequentieband van 1,5:1 (fmax/fmin) in minder dan 10 μs bij:

a)

een banddoorlaatbandbreedte van meer dan 0,5 % van de centrale frequentie; of

b)

een bandsperbandbreedte van minder dan 0,5 % van de centrale frequentie.

3A001.b.

IX.A3.014

Converters en harmonische mixers met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

ontworpen voor het vergroten van het frequentiebereik van "signaalanalysatoren" tot meer dan 90 GHz;

b)

ontworpen voor het vergroten van het werkgebied van signaalgeneratoren tot:

1.

meer dan 90 GHz;

2.

een uitgangsvermogen van meer dan 100 mW (20 dBm) binnen een frequentiebereik hoger dan 43,5 GHz tot ten hoogste 90 GHz;

c)

ontworpen voor het vergroten van het werkgebied van netwerkanalysatoren tot:

1.

meer dan 110 GHz;

2.

een uitgangsvermogen van meer dan 31,62 mW (15 dBm) binnen een frequentiebereik hoger dan 43,5 GHz tot ten hoogste 90 GHz;

3.

een uitgangsvermogen van meer dan 1 mW (0 dBm) binnen een frequentiebereik hoger dan 90 GHz tot ten hoogste 110 GHz; of

d)

ontworpen voor het vergroten van het frequentiebereik van microgolftestontvangers tot meer dan 110 GHz.

3A001.b.

IX.A3.015

Microgolfvermogensversterkers die bovenvermelde "elektronische vacuümelementen" bevatten en met alle volgende kenmerken:

a)

werkfrequenties hoger dan 3 GHz;

b)

een gemiddeld vermogen per massaeenheid aan de uitgang van meer dan 80 W/kg; en

c)

een volume van minder dan 400 cm3.

Opmerking: Niet van toepassing op apparatuur die is ontworpen of gespecificeerd voor een frequentieband die "door de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) toegewezen" is voor radiocommunicatiediensten, maar niet voor radiodeterminatie.

3A001.b.

IX.A3.016

Microgolfvermogensmodules (MPM) bestaande uit ten minste "elektronische vacuümelementen" met een lopende-golf, een "monolithisch geïntegreerde microgolfschakeling" ("MMIC"), een geïntegreerde elektronische vermogensregelaar en met alle volgende kenmerken:

a)

een 'opstarttijd', van uitgeschakeld naar volledig operationeel, van minder dan 10 seconden;

b)

een volume van minder dan het nominale maximumvermogen in watt, vermenigvuldigd met 10 cm3/W; en

c)

een "momentele brandbreedte" groter dan 1 octaaf (fmax > 2fmin) en een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

voor frequenties gelijk aan of kleiner dan 18 GHz, een RF-uitgangsvermogen van meer dan 100 W; of

2.

een frequentie groter dan 18 GHz.

Technische opmerkingen:

1.

Voorbeeld van de berekening van het volume in het bovenstaande punt b: voor een nominaal maximumvermogen van 20 W bedraagt het volume: 20 W × 10 cm3/W = 200 cm3.

2.

De "opstarttijd" in het bovenstaande punt a. is de tijd die verloopt tussen volledig uitgeschakeld en volledig operationeel; hieronder is dus ook de opwarmtijd van de MPM begrepen.

3A001.b.

IX.A3.017

Oscillatoren of een samenbouw van oscillatoren die zijn ontworpen om te werken met een enkelzijband (SSB) faseruis, in dBc/Hz, minder (beter) dan – (126 + 20log10F - 20log10f) binnen het bereik van 10 Hz ≤ F ≤ 10 kHz.

Technische opmerking:

In de bovenstaande categorie staat F voor de verschuiving van de werkfrequentie in Hz en f voor de werkfrequentie in MHz.

3A001.b.

IX.A3.018

"Elektronische samenstellingen" met "frequentiesythese" met een "frequentiewisseltijd", overeenkomstig een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

minder dan 143 ps;

b)

minder dan 100 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 2,2 GHz binnen het frequentiesynthesebereik van hoger dan 4,8 GHz tot ten hoogste 31,8 GHz;

c)

minder dan 500 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 550 MHz binnen het frequentiesynthesebereik van hoger dan 31,8 GHz tot ten hoogste 37 GHz;

d)

minder dan 100 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 2,2 GHz binnen het frequentiesynthesebereik van hoger dan 37 GHz tot ten hoogste 90 GHz; of

e)

minder dan 1 ms binnen het frequentiesynthesebereik van meer dan 90 GHz.

3A001.b.

IX.A3.019

"Zend-/ontvangstmodules", "zend-/ontvangst-MMIC's", "zendmodules" en "zend-MMIC's", gespecificeerd voor werkfrequenties vanaf 2,7 GHz en met alle volgende kenmerken:

a)

een verzadigd piekuitgangsvermogen (in watt), Psat, groter dan 505,62 gedeeld door de gekwadrateerde maximale werkfrequentie (in GHz) [Psat> 505,62 W*GHz2/fGHz 2] voor elk kanaal;

b)

een "fractionele bandbreedte" van 5 % of meer voor elk kanaal;

c)

een lengte d (in cm) die kleiner is dan of gelijk is aan 15 gedeeld door de laagste werkfrequentie in GHz [d ≤ 15 cm * GHz/fGHz], waarbij N het aantal zendkanalen of zend-/ontvangstkanalen is; en

d)

een elektronisch variabele faseverschuiver per kanaal.

Technische opmerkingen:

1.

Een "zend-/ontvangstmodule": een multifunctionele "samenstelling" die bidirectionele amplitude- en faseregeling levert voor de verzending en ontvangst van signalen.

2.

Een "zendmodule": een "samenstelling" die amplitude- en faseregeling levert voor de verzending van signalen.

3.

Een "zend-/ontvangst-MMIC": een multifunctionele "MMIC" die bidirectionele amplitude- en faseregeling levert voor de verzending en ontvangst van signalen.

4.

Een "zend-MMIC": een "MMIC" die amplitude- en faseregeling levert voor de verzending van signalen.

5.

2,7 GHz moet gebruikt worden als de laagste werkfrequentie (fGHz) in de formule in c. voor zend-/ontvangstmodules of zendmodules die een nominale werkfrequentie hebben van 2,7 GHz en lager [d ≤ 15 cm*GHz*N/2,7 GHz].

6.

PuntIX.A3.019 Punt 11 is van toepassing op "zend-/ontvangstmodules" of "zendmodules" met of zonder koelelement. De waarde van d in punt 11.c. omvat geen delen van de "zend-/ontvangstmodule" of "zendmodule" die als koelelement fungeren.

7.

"Zend-/ontvangstmodules", "zendmodules", "zend-/ontvangst-MMIC's" of "zend-MMIC's" kunnen N geïntegreerde uitstralende antenne-elementen hebben, waarbij N het aantal zendkanalen of zend-/ontvangstkanalen is.

3A001.b.

IX.A3.020

Akoestische oppervlaktegolven en van akoestische golven die langs de oppervlakte scheren, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een draaggolffrequentie groter dan 6 GHz;

b)

een draaggolffrequentie groter dan 1 GHz, doch kleiner dan 6 GHz, en een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "onderdrukking van de zijlobben groter" dan 65 dB;

2.

een product van de maximale vertragingstijd (tijd in μs en bandbreedte in MHz) groter dan 100;

3.

een bandbreedte van meer dan 250 MHz; of

4.

een dispersieve vertraging groter dan 10 μs; of

c)

een draaggolffrequentie van 1 GHz of lager, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een product van de maximale vertragingstijd (tijd in μs en bandbreedte in MHz) groter dan 100;

2.

een dispersieve vertraging groter dan 10 μs; of

3.

een "onderdrukking van de zijlobben" groter dan 65 dB en een bandbreedte van meer dan 100 MHz.

3A001.c.

IX.A3.021

Elementen waarbij gebruik wordt gemaakt van akoestische golven in de gehele massa van het materiaal en die geschikt zijn voor directe verwerking van signalen met frequenties hoger dan 6 GHz.

3A001.c.

IX.A3.022

Akoestisch-optische "signaalverwerkende" elementen die gebruikmaken van een wisselwerking tussen akoestische golven (bulk wave of surface wave) en lichtgolven en die geschikt zijn voor directe verwerking van signalen of beelden, met inbegrip van, doch niet beperkt tot, spectrale analyse, correlatie of convolutie.

3A001.c.

IX.A3.023

Elektronische elementen of schakelingen die onderdelen bevatten vervaardigd van "supergeleidende" materialen die speciaal zijn ontworpen om te werken bij temperaturen beneden de "kritische temperatuur" van ten minste een van de "supergeleidende" bestanddelen en met een of meerdere van de volgende functies:

a)

stroomschakelen voor digitale schakelingen die gebruikmaken van "supergeleidende" poorten waarbij het product van de vertragingstijd per poort (in seconden) en het energieverlies per poort (in watt) kleiner is dan 10– 14 J; of

b)

frequentieselectie bij alle frequenties met toepassing van afstemkringen met een Q-waarde hoger dan 10 000 .

3A001.d.

IX.A3.024

Hoge-energiecellen, als volgt:

a)

"primaire cellen" met een "energiedichtheid" groter dan 550 Wh/kg bij 20 °C;

b)

"secundaire cellen" met een "energiedichtheid" groter dan 350 Wh/kg bij 20 °C.

Technische opmerkingen:

1.

In het kader van hoge-energiecomponenten wordt de "energiedichtheid" (Wh/kg) berekend uit de nominale spanning vermenigvuldigd met de nominale capaciteit in ampère-uur (Ah) gedeeld door de massa (in kg). Indien de nominale capaciteit niet is opgegeven, wordt de energiedichtheid berekend uit de nominale spanning in het kwadraat vermenigvuldigd met de ontladingstijd (in uur), gedeeld door de ontladingsbelasting (in ohm) en de massa (in kg).

2.

In het kader van hoge-energiecomponenten wordt een "cel" gedefinieerd als een elektrochemisch element dat voorzien is van positieve en negatieve elektroden, alsook van elektrolyt, en dat een bron van elektrische energie is. Het is de basisbouwsteen van een batterij.

3.

In het kader van hoge-energiecomponenten is een "primaire cel" een "cel" die niet ontworpen is om door enige andere bron te worden opgeladen.

4.

In het kader van hoge-energiecomponenten is een "secundaire cel" een "cel" die ontworpen is om door een externe elektrische bron te worden opgeladen.

Opmerking: Hoge-energiecomponenten hebben geen betrekking op batterijen, met inbegrip van ééncellige batterijen.

3A001.e.

IX.A3.025

Condensatoren geschikt voor hoge-energieopslag, als volgt:

a)

condensatoren met een herhalingssnelheid van minder dan 10 Hz (single shot-condensatoren) met alle volgende kenmerken:

1.

een toelaatbare spanning gelijk aan of hoger dan 5 kV;

2.

een energiedichtheid gelijk aan of hoger dan 250 J/kg; en

3.

een totale energie gelijk aan of groter dan 25 kJ;

b)

condensatoren met een herhalingssnelheid van 10 Hz of meer (repetition-rated-condensatoren) met alle volgende kenmerken:

1.

een toelaatbare spanning gelijk aan of hoger dan 5 kV;

2.

een energiedichtheid gelijk aan of hoger dan 50 J/kg;

3.

een totale energie gelijk aan of groter dan 100 J; en

4.

een levensduur gelijk aan of langer dan 10 000 cyclussen van laden en ontladen.

3A001.e.

IX.A3.026

"Supergeleidende" elektromagneten en solenoïden die speciaal zijn ontworpen voor volledig opladen of ontladen in minder dan een seconde, met alle volgende kenmerken:

Opmerking: Niet van toepassing op "supergeleidende" elektromagneten of solenoïden die speciaal zijn ontworpen voor medische apparatuur voor beeldvorming door middel van magnetische resonantie (Magnetic Resonance Imaging - MRI).

a)

de in de eerste seconde tijdens de ontlading geleverde energie is meer dan 10 kJ;

b)

de binnendiameter van de stroomvoerende wikkelingen is groter dan 250 mm; en

c)

de apparatuur heeft een nominale magnetische inductie van meer dan 8 T of een nominale "totale stroomdichtheid" in de wikkeling hoger dan 300 A/mm2.

3A001.e.

IX.A3.027

Zonnecellen, CIC-samenstellingen (cell-interconnect-coverglass), zonnepanelen en zonne-arrays die "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd" zijn, met een gemiddeld minimumrendement van meer dan 20 % bij een werktemperatuur van 301 K (28 °C) onder gesimuleerde "AM0"-belichting van 1 367 watt per vierkante meter (W/m2).

Technische opmerking: "AM0" (Air Mass Zero) slaat op de spectrale bestralingssterkte van zonlicht in de buitenste atmosfeer van de aarde bij een afstand tussen zon en aarde van één astronomische eenheid (AE).

3A001.e.

IX.A3.028

Roterende absolute positiecodeerapparaten met een "nauwkeurigheid" die gelijk is aan of lager is dan 1,0 boogseconde en speciaal daarvoor ontworpen encoderringen, -schijven of -schalen.

3A001.f.

IX.A3.029

Vastestof-thyristoren en '-thyristormodules' met pulswerking die elektrisch, optisch of door elektronenstraling geschakeld worden, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

maximale inschakel-stroomsteilheid (di/dt) van meer dan 30 000 A/μs en een sperspanning van meer dan 1 100 V; of

2.

een maximale inschakel-stroomsteilheid (di/dt) van meer dan 2 000 A/μs en met alle volgende kenmerken:

a.

een pieksperspanning gelijk aan of groter dan 3 000 V; en

b.

een piekstroom (stootstroom) gelijk aan of groter dan 3 000 A.

Opmerkingen:

1.

Punt g) omvat:

—

Silicon Controlled Rectifiers (SCRs);

—

Electrical Triggering Thyristors (ETTs);

—

Light Triggering Thyristors (LTTs);

—

Integrated Gate Commutated Thyristors (IGCTs);

—

Gate Turn-off Thyristors (GTOs);

—

MOS Controlled Thyristors (MCTs);

—

Solidtrons.

2.

Punt g) is niet van toepassing op thyristoren en "thyristormodules" die zijn ingebouwd in apparatuur voor toepassingen in civiele treinen of "civiele vliegtuigen".

Technische opmerking: In het kader van het bovenstaande punt g) bevat een "thyristormodule" één of meer thyristoren.

3A001.g.

IX.A3.030

Vermogenshalfgeleiderschakelaars, vermogendiodes of "modules", met alle volgende kenmerken:

1.

geschikt voor een maximale operationele junctietemperatuur van meer dan 488 K (215 °C);

2.

periodieke piekblokkeerspanning van meer dan 300 V; en

3.

continue stroom van meer dan 1 A.

Opmerking: De in het bovenstaande punt bedoelde periodieke piekblokkeerspanning omvat de afvoer-bronspanning, de collector-emittorspanning, de periodieke pieksperspanning en de periodieke piekblokkeerspanning.

3A001.h.

IX.A3.031

Opnameapparatuur en oscilloscopen, als volgt:

1.

digitale datarecorders met alle volgende kenmerken:

a.

een ononderbroken "continue verwerkingscapaciteit" van meer dan 6,4 Gbit/s naar schijf of opslagmedium zonder bewegende delen; en

b.

een processor die radiofrequentiedatasignalen analyseert terwijl deze worden opgenomen;

Technische opmerkingen:

1.

Voor recorders met een parallelle busarchitectuur is de "continue verwerkingscapaciteit" het product van de hoogste word rate maal het aantal bit in een woord.

2.

"Continue verwerkingscapaciteit" betekent de grootste snelheid waarmee het instrument gegevens kan opslaan op een schrijf of opslagmedium zonder bewegende delen zonder verlies van informatie terwijl de snelheid van digitale gegevensinvoer (input digital data rate) of de conversiesnelheid van de digitiser behouden blijft.

2.

real-time oscilloscopen met een verticale kwadratisch gemiddelde (rms) ruisspanning van minder dan 2 % van de totale schaal op de verticale schaalinstelling die voorziet in de laagste ruisspanningswaarde voor een 3 dB-bandbreedte van 60 GHz of meer per kanaal.

3A002.a.

IX.A3.032

"Signaalanalysatoren", als volgt:

1.

"signaalanalysatoren" met een 3 dB resolutiebandbreedte hoger dan 10 MHz binnen een frequentiebereik hoger dan 31,8 GHz, tot ten hoogste 37 GHz;

2.

"signaalanalysatoren" met een Displayed Average Noise Level (DANL - gemiddeld ruisniveau) van minder (beter) dan – 150 dBm/Hz binnen een frequentiebereik hoger dan 43,5 GHz, tot ten hoogste 90 GHz;

3.

"signaalanalysatoren" met een frequentie van meer dan 90 GHz;

4.

"signaalanalysatoren" met alle volgende kenmerken:

a.

een "real-time bandbreedte" van meer dan 170 MHz; en

b.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

100 % ontdekkingskans met een vermindering van minder dan 3 dB vanaf de volledige amplitude als gevolg van hiaten of venstereffecten van signalen met een duur van 15 μs of minder; of

2.

een "frequentiemasker-trigger"-functie met een 100 % kans op trigger (ontvangst) voor signalen met een duur van 15 μs of minder.

Technische opmerkingen:

1.

Naar ontdekkingskans als bedoeld in punt 1 wordt ook wel verwezen als onderscheppingskans of ontvangstkans.

2.

Voor de toepassing van punt 1 is de periode van 100 % ontdekkingskans gelijkwaardig aan de minimale signaalduur die nodig is voor het gespecificeerde niveau van de meetonzekerheid.

Opmerking: Niet van toepassing op "signaalanalysatoren" die uitsluitend gebruikmaken van bandbreedtefilters met constant percentage (ook wel octaaf- of deeloctaaffilters genoemd).

3A002.c.

IX.A3.033

Signaalgeneratoren met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

geschikt voor het genereren van pulsgemoduleerde signalen met alle volgende kenmerken, binnen het frequentiebereik van 31,8 GHz tot ten hoogste 37 GHz;

a.

een '"pulsduur" ' van minder dan 25 ns; en

b.

in-/uitschakeltijd gelijk aan of hoger dan 65 dB;

2.

een uitgangsvermogen van meer dan 100 mW (20 dBm) binnen een frequentiebereik hoger dan 43,5 GHz tot ten hoogste 90 GHz;

3.

een "frequentiewisseltijd" die overeenkomt met:

a.

minder dan 100 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 2,2 GHz binnen het frequentiebereik van hoger dan 4,8 GHz tot ten hoogste 31,8 GHz;

b.

minder dan 500 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 550 MHz binnen het frequentiebereik van hoger dan 31,8 GHz tot ten hoogste 37 GHz; of

c.

minder dan 100 μs voor elke frequentiewisseling van meer dan 2,2 GHz binnen het frequentiebereik van hoger dan 37 GHz tot ten hoogste 90 GHz.

3A002.d.

IX.A3.034

Netwerkanalysatoren met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een uitgangsvermogen van meer dan 31,62 mW (15 dBm) binnen een werkfrequentiebereik hoger dan 43,5 GHz tot ten hoogste 90 GHz;

2.

een uitgangsvermogen van meer dan 1 mW (0 dBm) binnen een werkfrequentiebereik hoger dan 90 GHz tot ten hoogste 110 GHz;

3.

"niet-lineaire vectormeetfunctie" op frequenties hoger dan 50 GHz tot ten hoogste 110 GHz; of

4.

een maximale werkfrequentie vanaf 110 GHz.

Technische opmerking: "Niet-lineaire vectormeetfunctie" is het vermogen van een instrument om de testresultaten van apparaten in het grootsignaaldomein of niet-lineaire vervormingsbereik te analyseren.

3A002.e.

IX.A3.035

Microgolftestontvangers met alle volgende kenmerken:

1.

een maximale werkfrequentie vanaf 110 GHz; en

2.

geschikt voor het gelijktijdig meten van amplitude en fase.

3A002.f.

IX.A3.036

Atomaire frequentiestandaarden met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd";

2.

niet-rubidium en een langetermijnstabiliteit van minder (beter) dan 1 × 10– 11/maand; of

3.

niet-"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd" met alle volgende kenmerken:

a.

rubidiumstandaard;

b.

langetermijnstabiliteit van minder (beter) dan 1 × 10– 11/maand; en

c.

totaal energieverbruik van minder dan 1 W.

3A002.f.

IX.A3.037

Productieapparatuur voor halfgeleiderelementen of materialen, als volgt, en speciaal ontworpen onderdelen en toebehoren daarvoor:

a)

apparatuur ontworpen voor ionenimplantatie, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

ontworpen en geoptimaliseerd voor gebruik bij een stralingsenergie van 20 keV of meer en een bundelstroomsterkte van 10 mA of meer voor het implanteren van waterstof, deuterium of helium;

2.

geschikt voor direct schrijven;

3.

een stralingsenergie van 65 keV of meer en een bundelstroomsterkte van 45 mA of meer om met hoge energie zuurstof te implanteren in een verwarmd "substraat" bestaande uit halfgeleidermateriaal; of

4.

ontworpen en geoptimaliseerd voor gebruik bij een stralingsenergie van 20 keV of meer en een bundelstroomsterkte van 10 mA om silicium te implanteren in een "substraat" bestaande uit halfgeleidermateriaal verwarmd tot 600 °C of meer;

b)

lithografische apparatuur, als volgt, en apparatuur voor imprintlithografie die structuren van 45 nm of minder kan produceren;

1.

repeteerapparatuur (step and repeat (direct step on wafer) apparatuur of step and scan (scanner) apparatuur) voor uitrichten en belichten ten behoeve van het bewerken van wafers, waarbij gebruik wordt gemaakt van foto-optische of röntgenmethoden, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

golflengte van de lichtbron korter dan 193 nm; of

b.

in staat om patronen te produceren met een "minimum resolvable feature size" (MRF) van 45 nm of minder.

Technische opmerking: De "minimum resolvable feature size" (MRF) wordt berekend volgens de volgende formule:

Formula

waarbij de K-factor = 0,35

c)

apparatuur speciaal ontworpen voor masker met behulp van afgebogen en gefocusseerde elektronen-, ionen- of "laser"-bundels.

3B001.b.

3B001.f.

3B001.f.

IX.A3.038

Apparatuur die is ontworpen voor toestelverwerking met gebruikmaking van directe schrijfmethoden;

maskers of fijne optische netwerken (reticles) voor geïntegreerde schakelingen.

3B001.g.

IX.A3.038

Testapparatuur, speciaal ontworpen voor het testen van afgewerkte of half-afgewerkte halfgeleider- en microgolfelementen, als volgt, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en toebehoren:

a)

voor het testen van S-parameters van transistorelementen bij frequenties hoger dan 31,8 GHz;

b)

voor het testen van hierboven vermelde geïntegreerde schakelingen voor microgolven.

3B002

IX.A3.039

Hetero-epitaxiale materialen bestaande uit een "substraat" met verscheidene gestapelde epitaxiaal gegroeide lagen van:

a)

silicium (Si);

b)

germanium (Ge);

c)

siliciumcarbide (SiC); of

d)

"III/V" gallium- of indium-"verbindingen".

Opmerking: Niet van toepassing op "substraat" met één of meer P-type epitaxiale lagen GaN, InGaN, AlGaN, InAlN, InAlGaN, GaP, GaAs, AlGaAs, InP, InGaP, AlInP of InGaAlP, onafhankelijk van de volgorde van de elementen, behalve wanneer de P-type epitaxiale laag zich tussen N-type lagen bevindt.

3C001

IX.A3.040

Resists (gevoelige lagen), als volgt, en "substraten" bekleed met de volgende resists:

a)

resists ontworpen voor halfgeleiderlithografie, als volgt:

1.

positieve resists die optimaal geschikt zijn gemaakt voor gebruik bij golflengten van minder dan 245 nm maar gelijk aan of meer dan 15 nm;

2.

positieve resists die zijn aangepast (geoptimaliseerd) voor het gebruik bij golflengten van minder dan 15 nm maar meer dan 1 nm;

b)

alle resists ontworpen voor gebruik met elektronen- of ionenbundels met een gevoeligheid van 0,01 microcoulomb/mm2 of beter;

c)

alle resists die optimaal geschikt zijn gemaakt voor beeldvorming aan het oppervlak;

d)

alle resists die ontworpen zijn of optimaal geschikt zijn gemaakt voor gebruik met de imprintlithografieapparatuur die structuren van 45 nm of minder kan produceren, waarbij gebruik wordt gemaakt van een uithardingsproces onder invloed van warmte of licht.

3C002

IX.A3.041

Organisch-anorganische verbindingen:

a)

organische metaalverbindingen van aluminium, gallium of indium met een zuiverheidsgraad (op metaalbasis) hoger dan 99,999 %;

b)

organische arseen-, antimoon- en fosforverbindingen met een zuiverheidsgraad (op basis van de anorganische elementen) hoger dan 99,999 %.

3C003

IX.A3.042

Hydriden van fosfor, arseen of antimoon, met een zuiverheid hoger dan 99,999 %, zelfs bij verdunning in edelgassen of waterstof.

Opmerking: Niet van toepassing op hydriden die 20 mol pct. of meer edelgassen of waterstof bevatten.

3C004

IX.A3.043

Semigeleidende "substraten" of walsblokken, monokristallen of andere voorvormstukken (preforms) van siliciumcarbide (SiC), galliumnitride (GaN), aluminiumnitride (AlN) of aluminiumgalliumnitride (AlGaN), met een weerstand van meer dan 10 000 ohm-cm bij een temperatuur van 20 °C.

3C005

IX.A3.044

De in punt 5 bedoelde "substraten" met ten minste één epitaxiale laag siliciumcarbide, galliumnitride, aluminiumnitride of aluminiumgalliumnitride.

3C006

IX.A6.   SENSOREN EN LASERS

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A6.001

Optische sensoren en apparatuur, en onderdelen daarvoor, als volgt:

a)

speciale ondersteunende onderdelen voor optische sensoren, als volgt:

1.

"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" cryogene koelers.

6A002.d.

IX.A6.002

Niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" cryogene koelers met een koelbrontemperatuur lager dan 218 K (– 55 °C), als volgt:

a)

met een gesloten kringloop met een gespecificeerd gemiddeld interval vóór storing (MTTF) of gemiddeld storingsvrij interval (MTBF) groter dan 2 500 uur;

b)

zelfregulerende Joule-Thomson (JT)-minikoelers voor een boorgat met een middellijn kleiner dan 8 mm.

6A002.d.

IX.A6.003

Glasvezels voor aftasten die qua samenstelling of structuur speciaal zo zijn geconstrueerd of door bekleding zodanig aangepast dat zij akoestische, thermische, traagheids- of elektromagnetische gevoeligheid bezitten of gevoeligheid voor nucleaire straling.

6A002.d.

IX.A6.004

Camerasystemen en -apparatuur, en onderdelen daarvoor, als volgt:

a)

instrumentatiecamera's en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

Opmerking: De hierboven bedoelde instrumentatiecamera's met modulaire structuren moeten worden beoordeeld op hun maximumcapaciteit door gebruik te maken van plug-ins die overeenkomstig de specificaties van de fabrikant van de camera beschikbaar zijn.

6A003

IX.A6.005

Filmcamera's voor hoge opnamesnelheden waarbij gebruik wordt gemaakt van elk filmformaat van 8 tot en met 16 mm, waarin de film gedurende de registratietijd ononderbroken wordt voortbewogen en geschikt voor opnamesnelheden van meer dan 13 150 beelden per seconde;

Opmerking: Niet van toepassing op filmcamera's die voor civiele doeleinden ontworpen zijn.

2.

mechanische camera's voor hoge opnamesnelheden waarin de film niet wordt voortbewogen, en geschikt voor opnamesnelheden van meer dan 1 000 000 beelden per seconde bij volle beeldhoogte van standaard 35 mm-film of naar verhouding hogere snelheden bij een kleinere beeldhoogte, of lagere snelheden bij een grotere beeldhoogte;

3.

mechanische of elektronische streak-camera's als volgt:

a.

mechanische streak-camera's met opnamesnelheden groter dan 10 mm/μs;

b.

elektronische streak-camera's met een temporele resolutie van meer dan 50 ns;

4.

elektronische beeld-(framing-)camera's met een snelheid groter dan 1 000 000 beelden per seconde;

5.

elektronische camera's met alle volgende kenmerken:

a.

een elektronische sluitertijd (venstervermogen) van minder dan 1 microseconde per volledig beeld; en

b.

een uitleestijd die een opnamesnelheid van meer dan 125 volledige beelden per seconde mogelijk maakt;

6.

plug-ins met alle volgende kenmerken:

a.

speciaal ontworpen voor instrumentatiecamera's met modulaire structuren en als vermeld in dit punt; en

b.

waarmee die camera's beantwoorden aan de bovenvermelde kenmerken, overeenkomstig de specificaties van de fabrikant.

6A003

IX.A6.006

Beeldcamera's, als volgt:

Opmerking: Niet van toepassing op televisie- of videocamera's die speciaal zijn ontworpen voor televisie-uitzendingen.

1.

videocamera's die halfgeleidersensoren bevatten, met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 10 nm, doch niet meer dan 30 000 nm en alle volgende kenmerken:

a.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

meer dan 4 × 106"actieve pixels" per halfgeleider-array voor monochroom- (zwart/wit) camera's;

2.

meer dan 4 × 106"actieve pixels" per halfgeleider-array voor kleurencamera's met drie halfgeleider-arrays; of

3.

meer dan 12 × 106"actieve pixels" voor halfgeleider-array kleurencamera's met één halfgeleider-array; en

b.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

de hieronder vermelde optische spiegels;

2.

de hieronder vermelde optische regelapparatuur; of

3.

de mogelijkheid om intern gegenereerde "cameratrackinggegevens" te annoteren.

Technische opmerkingen:

1.

Voor de toepassing van dit punt moeten digitale videocamera's worden beoordeeld volgens het maximumaantal "actieve pixels" die gebruikt worden om bewegende beelden op te nemen.

2.

Voor de toepassing van dit punt wordt onder "cameratrackinggegevens" verstaan: de nodige informatie om de kijkrichting van de camera ten opzichte van de aarde aan te geven. Dit omvat: a) de horizontale hoek van de kijkrichting van de camera ten opzichte van de richting van het magnetische veld van de aarde; en b) de verticale hoek tussen de kijkrichting van de camera en de horizon van de aarde.

6A003

IX.A6.007

Aftastcamera's en aftastcamerasystemen met alle volgende kenmerken:

a)

een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 10 nm doch niet meer dan 30 000 nm;

b)

lineaire detectie-arrays met meer dan 8 192 elementen per array; en

c)

mechanische aftasting in één richting.

Opmerking: Niet van toepassing op aftastcamera's en aftastcamerasystemen speciaal ontworpen voor een of meerdere van de volgende doelen:

a)

industriële fotokopieerapparaten of fotokopieerapparaten voor privégebruik;

b)

beeldaftasters speciaal ontworpen voor civiele stationaire applicaties voor aftasting op korte afstand (bv. reproductie van afbeeldingen of gedrukte tekst in documenten, kunstwerken of foto's); of

c)

medische apparatuur.

6A003

IX.A6.008

Beeldcamera's met versterkerbuizen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

met alle volgende kenmerken:

1.

een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 400 nm doch niet meer dan 1 050 nm;

2.

elektronische beeldversterking waarbij gebruik wordt gemaakt van:

a.

een microkanaalplaat met een afstand tussen de gaten (hart op hart gemeten) van 12 μm of minder; of

b.

een elektronische sensor met een afstand tussen de niet-gebinde pixels van ten hoogste 500 μm, die speciaal is ontworpen of aangepast om "ladingsvermenigvuldiging" op een andere manier tot stand te brengen dan door een microkanaalplaat; en

3.

een of meerdere van de volgende fotokathoden:

a.

een multi-alkalifotokathode (bv. S-20 en S-25) met een lichtgevoeligheid van meer dan 350 μA/lm;

b.

een GaAs- of GaInAs-fotokathode; of

c.

andere "op III-V-verbindingen gebaseerde" halfgeleiderfotokathoden met een maximale "stralingsgevoeligheid" van meer dan 10 mA/W; of

b.

met alle volgende kenmerken:

1.

een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 1 050 nm doch niet meer dan 1 800 nm;

2.

elektronische beeldversterking waarbij gebruik wordt gemaakt van:

a.

een microkanaalplaat met een afstand tussen de gaten (hart op hart gemeten) van 12 μm of minder; of

b.

een elektronische sensor met een afstand tussen de niet-gebinde pixels van ten hoogste 500 μm, die speciaal is ontworpen of aangepast om "ladingsvermenigvuldiging" op een andere manier tot stand te brengen dan door een microkanaalplaat; en

3.

"op III-V-verbindingen gebaseerde" halfgeleiderfotokathoden (bijv., GaAs of GaInAs) en fotokathoden op basis van elektronenoverdracht, met een maximale "stralingsgevoeligheid" van meer dan 15 mA/W.

6A003

IX.A6.009

Beeldcamera's met "focal plane arrays" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

met "focal plane arrays", niet "gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte", met alle volgende kenmerken:

1.

met alle volgende kenmerken:

a.

afzonderlijke elementen met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 900 nm doch niet meer dan 1 050 nm; en

b.

een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "reactietijdconstante" van minder dan 0,5 ns; of

2.

speciaal ontworpen of aangepast om een "ladingsvermenigvuldiging" tot stand te brengen en met een maximale "stralingsgevoeligheid" van meer dan 10 mA/W;

2.

met alle volgende kenmerken:

a.

afzonderlijke elementen met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 1 050 nm, doch niet meer dan 1 200 nm; en

b.

een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "reactietijdconstante" van 95 ns of minder; of

2.

speciaal ontworpen of aangepast om een "ladingsvermenigvuldiging" tot stand te brengen en met een maximale "stralingsgevoeligheid" van meer dan 10 mA/W; of

3.

"focal plane arrays", niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd", niet-lineair (tweedimensionaal), met afzonderlijke elementen met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 200 nm, doch niet meer dan 30 nm;

4.

"focal plane arrays", niet "gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte", lineair (eendimensionaal), met alle volgende kenmerken:

a.

afzonderlijke elementen met een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 1 200 nm, doch niet meer dan 3 000 nm; en

b.

een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een verhouding van de "scanrichting"-dimensie van het detectorelement tot de "scanbreedterichting"-dimensie van het detectorelement van minder dan 3,8; of

2.

signaalverwerking in de detectorelementen; of

5.

"focal plane arrays", niet "gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte", lineair (eendimensionaal), met afzonderlijke elementen met een grootste gevoeligheid bij een grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 3 000 nm doch niet meer dan 30 000 nm;

b.

infrarode "focal plane arrays", niet "voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd", niet-lineair (tweedimensionaal), gebaseerd op "microbolometer"-materiaal, met afzonderlijke elementen, reactie zonder filter bij een golflengte van 8 000 nm of meer, doch niet meer dan 14 000 nm; of

c.

"focal plane arrays", niet "gekwalificeerd voor gebruik in de ruimte", met alle volgende kenmerken:

1.

afzonderlijke detectorelementen met grootste gevoeligheid bij een golflengte van meer dan 400 nm doch niet meer dan 900 nm;

2.

speciaal ontworpen of aangepast om een "ladingsvermenigvuldiging" tot stand te brengen en met een maximale "stralingsgevoeligheid" van meer dan 10 mA/W bij een golflengte van meer dan 760 nm; en

3.

meer dan 32 elementen.

Opmerkingen:

1.

In punt 4 bedoelde beeldcamera's omvatten onder meer "focal plane arrays" gecombineerd met voldoende elektronica voor "signaalverwerking", naast de geïntegreerde schakeling voor het uitlezen, om ten minste de output van een analoog of digitaal signaal mogelijk te maken zodra er stroom wordt geleverd.

2.

Punt 4.a. is niet van toepassing op beeldcamera's met lineaire "focal plane arrays" met 12 elementen of minder, zonder tijdvertraging en integratie in het element, die zijn ontworpen voor een of meerdere van de volgende doelen:

a)

inbraakalarmsystemen voor industriële of civiele toepassing, of systemen voor het regelen en tellen van bewegingen in het verkeer of de industrie;

b)

industriële apparatuur die wordt gebruikt voor inspectie van of toezicht op hittestromen in gebouwen, apparatuur of industriële processen;

c)

industriële apparatuur die wordt gebruikt voor inspectie, selectie of analyse van de eigenschappen van materialen;

d)

apparatuur die speciaal is ontworpen voor gebruik in het laboratorium; of

e)

medische apparatuur.

3.

Punt 4.b is niet van toepassing op beeldcamera's met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een maximale beeldsnelheid gelijk aan of kleiner dan 9 Hz;

b)

met alle volgende kenmerken:

1.

een minimaal horizontaal of verticaal "momenteel gezichtsveld"(Instantaneous-Field-of-View, IFOV) van ten minste 10 mrad (milliradiaal);

2.

een ingebouwde lens met vaste brandpuntsafstand die niet is ontworpen om te worden verwijderd;

3.

geen ingebouwd beeldscherm voor "directe beeldvorming"; en

Technische opmerking:

Met "directe beeldvorming" wordt bedoeld een beeldcamera werkend in het infrarode spectrum, die de menselijke waarnemer een visueel beeld geeft door gebruik te maken van een near-to-eye-microbeeldscherm met een ingebouwd lichtweringsmechanisme.

4.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

geen mogelijkheid om een bekijkbaar beeld van het gedetecteerde gezichtsveld te verkrijgen; of

b.

de camera is ontworpen voor één toepassing en is zodanig ontworpen dat de gebruiker haar niet kan aanpassen; of

Technische opmerking:

Het "momenteel gezichtsveld" (Instantaneous-Field-of-View, IFOV) als bedoeld in opmerking 3.b, is het kleinste getal van respectievelijk de "horizontale IFOV" of de "verticale IFOV".

"Horizontale IFOV" = horizontaal gezichtsveld (FOV)/aantal horizontale detectorelementen.

"Verticale IFOV" = verticaal gezichtsveld (FOV)/aantal verticale detectorelementen.

c)

de camera is speciaal ontworpen voor installatie in een civiel voertuig voor passagiersvervoer te land en heeft alle volgende kenmerken:

1.

de plaatsing en configuratie van de camera in het voertuig zijn enkel bedoeld om de bestuurder te helpen bij de veilige besturing van het voertuig.

6A003

IX.A6.010

Optische spiegels (reflectoren), als volgt:

1.

"vervormbare spiegels" met een actieve optische apertuur groter dan 10 mm en met een of meerdere van de volgende kenmerken en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a.

met alle volgende kenmerken:

1.

een mechanische resonantiefrequentie van 750 Hz of hoger; en

2.

meer dan 200 aandrijvers; of

b.

een schadegrens veroorzaakt door lasers (Laser Induced Damage Threshold (LIDT)) met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

groter dan 1 kW/cm2 met gebruik van een "CW-laser"; of

2.

groter dan 2 J/cm2 met gebruik van "laser"pulsen van 20 ns bij een herhalingssnelheid van 20 Hz;

2.

lichtgewicht monolithische spiegels met een gemiddelde "equivalente dichtheid" van minder dan 30 kg/m2 en een totale massa van meer dan 10 kg;

3.

lichtgewicht "composiete" of schuimspiegelstructuren met een gemiddelde "equivalente dichtheid" van minder dan 30 kg/m2 en een totale massa van meer dan 2 kg.

Opmerking: De punten 2 en 3 zijn niet van toepassing op spiegels die speciaal zijn ontworpen om zonnestraling te richten ten behoeve van heliostaatinstallaties.

6A004.a.

IX.A6.011

Spiegels, speciaal ontworpen voor spiegelstellages met bundelsturing met een vlakheid van λ/10 of beter (λ is gelijk aan 633 nm) en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

diameter of lengte van de hoofdas groter dan 100 mm; of

b.

met alle volgende kenmerken:

1.

diameter of lengte van de hoofdas groter dan 50 mm, maar kleiner dan 100 mm; en

2.

een schadegrens veroorzaakt door lasers (Laser Induced Damage Threshold (LIDT)) met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

groter dan 10 kW/cm2 met gebruik van een "CW-laser"; of

b.

groter dan 20 J/cm2 met gebruik van "laser"pulsen van 20 ns bij een herhalingssnelheid van 20 Hz.

6A004.b.

IX.A6.012

Optische onderdelen vervaardigd van zinkselenide (ZnSe) of zinksulfide (ZnS) met voortplanting in het golflengtegebied van 3 000 nm tot 25 000 nm en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een volume groter dan 100 cm3; of

2.

een diameter of lengte van de hoofdas groter dan 80 mm en een dikte (diepte) groter dan 20 mm;

c.

"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerde" onderdelen voor optische systemen, als volgt:

1.

componenten, lichtgewicht gemaakt tot minder dan 20 % "equivalente dichtheid" in vergelijking met een massief onafgewerkt model met dezelfde opening en van dezelfde dikte;

2.

ruwe substraten, bewerkte substraten met oppervlaktebekleding (met één of met meerdere lagen, metalliek of diëlektrisch, geleidend, halfgeleidend of isolerend) of met een beschermlaag;

3.

segmenten of samenstellingen van spiegels die zijn ontworpen om in de ruimte te worden samengevoegd tot een optisch systeem met een opvangopening gelijk aan of groter dan één enkel optisch onderdeel met een diameter van 1 m;

4.

componenten vervaardigd van "composiet"-materiaal met een lineaire thermische uitzettingscoëfficiënt gelijk aan of kleiner dan 5 × 10– 6 in elk der coördinaatrichtingen.

6A004.c.

IX.A6.013

Niet-"afstembare""lasers" met continugolf (CW) met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte aan de uitgang van minder dan 150 nm en een uitgangsvermogen van meer dan 1 W;

2.

een golflengte aan de uitgang van 150 nm of langer doch niet langer dan 510 nm, en een uitgangsvermogen van meer dan 30 W;

Opmerking: Punt 2 is niet van toepassing op argon-"lasers" met een uitgangsvermogen van ten hoogste 50 W.

3.

een golflengte aan de uitgang langer dan 510 nm maar niet langer dan 540 nm, en een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitvoer met enkelvoudige transversale modus en een uitgangsvermogen van meer dan 50 W; of

b.

een uitvoer met verschillende transversale modi en een uitgangsvermogen van meer dan 150 W;

4.

een golflengte aan de uitgang van meer dan 540 nm doch niet meer dan 800 nm, en een uitgangsvermogen van meer dan 30 W;

5.

een golflengte aan de uitgang langer dan 800 nm maar niet langer dan 975 nm, en een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitvoer met enkelvoudige transversale modus en een uitgangsvermogen van meer dan 50 W; of

b.

een uitvoer met verschillende transversale modi en een uitgangsvermogen van meer dan 80 W;

6.

een golflengte-output van meer dan 975 nm doch niet meer dan 1 150 nm en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitvoer met enkelvoudige transversale modus en een uitgangsvermogen van meer dan 500 W; of

b.

een uitvoer met verschillende transversale modi, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "wall-plug efficiency" van meer dan 18 % en een uitgangsvermogen van meer dan 500 W; of

2.

een uitgangsvermogen van meer dan 2 kW.

Opmerkingen:

1.

Het bovenstaande punt b is niet van toepassing op industriële "lasers" met verschillende transversale modi met een uitgangsvermogen tussen 2 en 6 kW en een totale massa van meer dan 1 200 kg. In deze opmerking omvat de totale massa alle componenten die nodig zijn om de "laser" te laten werken, bv. "laser"stroombron, warmtewisselaar, maar geen externe optische apparatuur voor conditionering en/of transmissie van de straal.

2.

Het bovenstaande punt b is niet van toepassing op industriële "lasers" met meerdere transversale modi en een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

een uitgangsvermogen van meer dan 500 W doch niet hoger dan 1 kW en met alle volgende kenmerken:

1.

Beam Parameter Product (BPP) van meer dan 0,7 mm · mrad; en

2.

een helderheid van niet meer dan 1 024 W/(mm · mrad)2;

b)

een uitgangsvermogen van meer dan 1 kW doch niet meer dan 1,6 kW en met een BPP van meer dan 1,25 mm · mrad;

c)

een uitgangsvermogen van meer dan 1,6 kW doch niet meer dan 2,5 kW en met een BPP van meer dan 1,7 mm · mrad;

d)

een uitgangsvermogen van meer dan 2,5 kW doch niet hoger dan 3,3 kW en met een BPP van meer dan 2,5 mm · mrad;

e)

een uitgangsvermogen van meer dan 3,3 kW doch niet hoger dan 4 kW en met een BPP van meer dan 3,5 mm · mrad;

f)

een uitgangsvermogen van meer dan 4 doch niet hoger dan 5 kW en met een BPP van meer dan 5 mm · mrad;

g)

een uitgangsvermogen van meer dan 5 kW doch niet meer dan 6 kW en met een BPP van meer dan 7,2 mm · mrad;

h)

een uitgangsvermogen van meer dan 6 kW doch niet meer dan 8 kW en met een BPP van meer dan 12 mm · mrad; of

i)

een uitgangsvermogen van meer dan 8 kW doch niet hoger dan 10 kW en met een BPP van meer dan 24 mm · mrad.

Technische opmerking:

Voor de toepassing van opmerking 2.a. wordt onder "helderheid" verstaan het uitgangsvermogen van de "laser" gedeeld door het kwadraat van de Beam Parameter Product (BPP), dat wil zeggen (uitgangsvermogen)/BPP2.

6A005.a.1.

6A005.a.2.

6A005.a.3

6A005.a.4.

6A005.a.5.

6A005.a.6.

IX.A6.014

"Afstembare""lasers" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte aan de uitgang van minder dan 600 nm, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitgangsenergie van meer dan 50 mJ per puls en een "piekvermogen" groter dan 1 W; of

b.

een gemiddeld of CW-(continugolf-)uitgangsvermogen groter dan 1 W;

Opmerking: Punt 1 is niet van toepassing op kleurstof- en andere typen vloeistoflasers met een multimodale output en een golflengte van 150 nm of meer, maar ten hoogste 600 nm en met alle volgende kenmerken:

1.

uitgangsenergie minder dan 1,5 J per puls of een "piekvermogen" van minder dan 20 W; en

2.

een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen kleiner dan 20 W.

2.

een golflengte aan de uitgang van minstens 600 nm doch niet meer dan 1 400 nm, en met eer of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitgangsenergie van meer dan 1 J per puls en een "piekvermogen" groter dan 20 W; of

b.

een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen groter dan 20 W; of

3.

een golflengte-output van meer dan 1 400 nm, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een uitgangsenergie van meer dan 50 mJ per puls en een "piekvermogen" groter dan 1 W; of

b.

een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen groter dan 1 W.

6A005.c.

IX.A6.015

Andere halfgeleider-"lasers", als volgt:

Opmerkingen:

1.

Omvat ook halfgeleider-"lasers" met optische uitgangsconnectoren (bijvoorbeeld aanstralingsvezel).

2.

De embargostatus van halfgeleider-"lasers" die speciaal zijn ontworpen voor andere apparatuur wordt bepaald door de embargostatus van die andere apparatuur.

a.

afzonderlijke halfgeleider-"lasers" met enkelvoudige transversale modus, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte van 1 510 nm of minder, en een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen meer dan 1,5 W; of

2.

een golflengte van meer dan 1 510 nm, en een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen van meer dan 500 mW.

b.

afzonderlijke halfgeleider-"lasers" met verschillende transversale modi, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte korter dan 1 400 nm en een gemiddeld CW-uitgangsvermogen van meer dan 15 W;

2.

een golflengte van 1 400 nm of langer, maar minder dan 1 900 nm en een gemiddeld CW-uitgangsvermogen van meer dan 2,5 W; of

3.

een golflengte van 1 900 nm of langer en een gemiddeld CW-uitgangsvermogen van meer dan 1 W;

c.

afzonderlijke halfgeleider-"laser"-"staven", met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte korter dan 1 400 nm en een gemiddeld CW-uitgangsvermogen van meer dan 100 W;

2.

een golflengte van 1 400 nm of langer, maar minder dan 1 900 nm en een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen van meer dan 25 W; of

3.

een golflengte van 1 900 nm of langer en een gemiddeld CW-uitgangsvermogen van meer dan 10 W;

d.

halfgeleider-"laser""stacked arrays" (tweedimensionale arrays), met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een golflengte korter dan 1 400 nm en een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van minder dan 3 kW en met een gemiddelde of CW-uitgangs-"vermogensdensiteit" van meer dan 500 W/cm2;

b.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen gelijk aan of groter dan 3 kW, maar minder dan of gelijk aan 5 kW, en met een gemiddelde of CW-uitgangs-"vermogensdensiteit" van meer dan 350 W/cm2;

c.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van meer dan 5 kW;

d.

een piekpuls-"vermogensdensiteit" van meer dan 500 W/cm2; of

Opmerking: Punt d. is niet van toepassing op epitaxiaal vervaardigde monolithische toestellen.

e.

Een in de ruimte coherent gemiddeld of CW totaal uitgangsvermogen van meer dan 150 W;

2.

een golflengte langer dan of gelijk aan 1 400 nm, maar korter dan 1 900 nm, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van minder dan 250 W en met een gemiddelde of CW-uitgangs-"vermogensdensiteit" van meer dan 150 W/cm2;

b.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen gelijk aan of groter dan 250 W, maar minder dan of gelijk aan 500 W, en met een gemiddelde of CW-uitgangs-"vermogensdensiteit" van meer dan 50 W/cm2;

c.

een gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van meer dan 500 W;

d.

een piekpuls-"vermogensdensiteit" van meer dan 500 W/cm2; of

Opmerking: Punt d. is niet van toepassing op epitaxiaal vervaardigde monolithische toestellen.

e.

een in de ruimte coherent gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van meer dan 15 W;

3.

een golflengte langer dan of gelijk aan 1 900 nm en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een gemiddelde of CW-uitgangs-"vermogensdensiteit" van meer dan 50 W/cm2;

b.

een gemiddeld of CW-uitgangsvermogen van meer dan 10 W; of

c.

een in de ruimte coherent gemiddeld of totaal CW-uitgangsvermogen van meer dan 1,5 W; of

4.

ten minste één "laser""staaf" zoals hierboven gespecificeerd.

Technische opmerking:

In deze categorie wordt onder "vermogensdensiteit" verstaan, het totale "laser"-uitgangsvermogen, gedeeld door het emittoroppervlak van de "stacked array".

6A005.d.1

IX.A6.016

"Chemische lasers", als volgt:

a.

waterstoffluoride- (HF-)"lasers";

b.

deuteriumfluoride- (DF-)"lasers";

c.

"transferlasers" als volgt:

1.

zuurstofjood- (O2-I-)"lasers";

2.

deuteriumfluoride-koolstofdioxide- (DF-CO2-)"lasers";

3.

"niet-repetitieve gepulseerde" Nd: glas-"lasers" met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een "pulsduur" van ten hoogste 1 μs en een uitgangsvermogen van meer dan 50 J per puls; of

b.

een "pulsduur" van meer dan 10 μs en een uitgangsvermogen van meer dan 100 J per puls.

6A005.d.5

IX.A6.017

Onderdelen, als volgt:

1.

spiegels met "actieve koeling" of buiskoeling;

Technische opmerking:

"Actieve koeling" is een koeltechniek voor optische onderdelen waarbij gebruik wordt gemaakt van stromende vloeistoffen onder het oppervlak (nominaal minder dan 1 mm onder het optische oppervlak) van het optische onderdeel voor de afvoer van warmte van het optische element.

2.

optische spiegels of doorlatende of deels doorlatende optische of elektro-optische onderdelen, anders dan ineengesmolten kegelvormige vezelcombinators en meerlagige diëlektrische rasters ("Multi-Layer Dielectric gratings") (MLD's), die speciaal zijn ontworpen voor toepassing met gespecificeerde "lasers";

3.

onderdelen van vezel"lasers":

a.

multimodale naar multimodale ineengesmolten kegelvormige vezelcombinators met alle volgende kenmerken:

1.

een opnameverlies ("insertion loss") beter (minder) dan 0,3 dB gehandhaafd op een gespecificeerd totaal gemiddelde of CW-uitgangsvermogen (met uitzondering van het uitgangsvermogen dat wordt verstuurd via de single mode core, indien aanwezig) van meer dan 1 000 W; en

2.

aantal inputvezels gelijk aan of groter dan 3;

b.

monomodale naar multimodale ineengesmolten kegelvormige vezelcombinators met alle volgende kenmerken:

1.

een opnameverlies ("insertion loss") beter (minder) dan 0,5 dB gehandhaafd op een gespecificeerd totaal gemiddelde of CW-uitgangsvermogen van meer dan 4 600 W;

2.

aantal inputvezels gelijk aan of groter dan 3; en

3.

met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

een Beam Parameter Product (BPP), gemeten aan de output, van niet meer dan 1,5 mm mrad voor een aantal inputvezels gelijk aan of minder dan 5; of

b.

een BPP, gemeten aan de output, van niet meer dan 2,5 mm mrad voor een aantal inputvezels groter dan 5;

c.

MLD's met alle volgende kenmerken:

1.

ontworpen voor spectrale of coherente samenvoeging van bundels van vijf of meer vezel-"lasers"; en

2.

schadegrens veroorzaakt door CW-"lasers" (CW Laser Induced Damage Threshold (LIDT)) van 10 kW/cm2 of meer.

6A005.e.

IX.A6.018

Zwaartekrachtmeters (gravimeters) en zwaartekrachtgradiëntmeters, als volgt:

a)

zwaartekrachtmeters ontworpen of aangepast voor gebruik te land met een statische "nauwkeurigheid" kleiner (beter) dan 10μGal;

Opmerking: Punt a) is niet van toepassing op landzwaartekrachtmeters van het type met kwartselement (Worden-type).

b)

zwaartekrachtmeters ontworpen voor mobiele tafels met alle volgende kenmerken:

1.

een statische "nauwkeurigheid" kleiner (nauwkeuriger) dan 0,7 mGal; en

2.

een "nauwkeurigheid" tijdens gebruik (operationele nauwkeurigheid) kleiner (beter) dan 0,7 mGal waarbij het minder dan twee minuten duurt voordat een stationair werkende toestand is bereikt onder willekeurig welke combinatie van bijkomende corrigerende compensaties en bewegingsbeïnvloeding;

Technische opmerking: Voor de toepassing van punt b) wordt met "tijd tot stationair werkende toestand is bereikt" (ook de responstijd van de gravimeter genoemd) bedoeld de tijd waarin de storende effecten van de door het platform veroorzaakte versnellingen (hoogfrequent geluid) worden verminderd.

c)

zwaartekrachtgradiëntmeters.

6A007

IX.A6.019

1.

Radarsystemen, -apparatuur en -samenstellingen met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

Opmerking: Deze afdeling is niet van toepassing op:

—

secundaire loodsradar (secondary surveillance radar - SSR);

—

civiele radar voor motorvoertuigen;

—

beeldschermen of monitors, gebruikt ten behoeve van luchtverkeersleiding (air traffic control - ATC);

—

meteorologische (weer)radar;

—

precisienaderingsradarapparatuur (precision approach radar - PAR) conform de standaarden van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) waarbij gebruik wordt gemaakt van elektronisch bestuurbare lineaire (eendimensionale) arrays of mechanisch gepositioneerde passieve antennes.

a)

werkend in het frequentiegebied van 40 GHz tot 230 GHz en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 100 mW; of

2.

lokaliserings"nauwkeurigheid" van 1 m of minder (beter) in het meetgebied en 0,2 graad of minder (beter) in azimut;

b)

met een afstembare bandbreedte groter dan ± 6,25 % van de "centrale werkfrequentie";

Technische opmerking:

De "centrale werkfrequentie" is gelijk aan de helft van de som van de hoogste en de laagste gespecificeerde werkfrequentie.

c)

geschikt om gelijktijdig te werken op meer dan twee draagfrequenties;

d)

geschikt om te werken in de radarmodus met kunstmatig ingestelde apertuur (synthetic aperture radar (SAR)), met omgekeerde kunstmatig ingestelde apertuur (inverse synthetic aperture (ISAR)) of in vliegtuigen in de zijwaarts stralende (side-looking airborne (SLAR)) radarmodus;

e)

met elektronisch bestuurbare antennesystemen, opgebouwd uit een groot aantal identieke antennes (array antennae);

f)

geschikt voor het peilen van de hoogte van niet meewerkende doelen;

g)

speciaal ontworpen om te werken in de lucht (gemonteerd in een ballon of vliegtuigstructuur) en met doppler-"signaalverwerking" voor het opsporen van bewegende doelen;

h)

met toepassing van radarsignaalverwerking en gebruikmaking van:

1.

"radar spread spectrum"-technieken; of

2.

"radar frequency agility"-technieken;

i)

met bediening vanaf de grond met een maximaal "geïnstrumenteerd bereik" groter dan 185 km;

Opmerking: Punt i) is niet van toepassing op:

a)

loodsradar voor visgronden;

b)

grondradarapparatuur, speciaal ontworpen voor luchtverkeersleiding (ATC), met alle volgende kenmerken:

1.

een maximaal "geïnstrumenteerd bereik" van 500 km of minder;

2.

zodanig geconfigureerd dat de radardoelgegevens uitsluitend in één richting kunnen worden doorgegeven van de radarlocatie naar één of meer civiele ATC-centra;

3.

zonder voorzieningen voor besturing op afstand van de radaraftastsnelheid vanuit het vluchtbegeleidings-ATC-centrum; en

4.

bestemd voor een vaste installatie.

c)

radars voor het volgen van weerballonnen.

j)

"laser"-radar of lichtdetectie- en afstandsbepalings (LIDAR)-apparatuur, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

"voor gebruik in de ruimte gekwalificeerd";

2.

gebruikmakend van coherente heterodyne of homodyne detectietechnieken en met een hoekresolutie kleiner (beter) dan 20 microradiaal; of

3.

ontworpen voor het uitvoeren vanuit de lucht van bathymetrische landmetingen langs de kust conform Order 1a Standard (5e editie februari 2008) van de Internationale Hydrografische Organisatie (IHO) of hoger, waarbij gebruik wordt gemaakt van "lasers" met een golflengte van meer dan 400 nm maar niet meer dan 600 nm;

Opmerkingen:

1.

Speciaal voor landmetingen ontworpen LIDAR-apparatuur is alleen in 3. gespecificeerd.

2.

Niet van toepassing op LIDAR-apparatuur speciaal ontworpen voor meteorologische waarnemingen.

3.

De parameters van de IHO-Order 1a Standard, 5e editie, februari 2008, luiden als volgt:

 

Horizontale nauwkeurigheid (95 % betrouwbaarheidsniveau) = 5 m + 5 % van de diepte.

 

Dieptenauwkeurigheid op geringe diepte (95 % betrouwbaarheidsniveau) = ±√(a2+ (b*d)2), waarbij:

 

a = 0,5 m = dieptefoutconstante, m.a.w. de som van alle dieptefoutconstantes

 

b = 0,013 = factor inzake diepteafhankelijke fout

 

b*d = diepteafhankelijke fout, m.a.w. de som van alle diepteafhankelijke fouten

 

d = diepte

 

Voorwerpdetectie = kubusvormig > 2 m tot diepte van 40 m; 10 % van de diepte indien meer dan 40 m.

k)

met subsystemen voor "signaalverwerking" die gebruikmaken van "impulscompressie", met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een "pulscompressie"-verhouding groter dan 150; of

2.

een gecomprimeerde pulsduur van minder dan 200 ns; of

Opmerking: Punt 2 is niet van toepassing op tweedimensionale "zeeradar" of "scheepverkeersdienst"radar, met alle volgende kenmerken;

a)

een "pulscompressie"-verhouding groter dan 150;

b)

een gecomprimeerde pulsduur van meer dan 30 ns;

c)

een enkele en roterende mechanisch gescande antenne;

d)

een piekuitgangsvermogen van niet meer dan 250 W; en

c)

niet geschikt voor "frequency hopping".

l)

met subsystemen voor gegevensverwerking met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

"automatisch volgen van het doel" waarbij bij iedere omwenteling van de antenne de positie van het doel kan worden voorspeld voor een tijdstip later dan de volgende bestraling met de bundel; of

Opmerking: Niet van toepassing op de mogelijkheid van waarschuwing voor botsingen in ATC-systemen, of "zeeradar".

2.

geconfigureerd voor het bieden van superpositie en correlatie, of samenvoeging, van gegevens binnen zes seconden over een doel van twee of meer "geografisch gespreide" radarsensoren, zodat het geheel betere prestaties oplevert dan één enkele sensor, bedoeld in punten f) of i).

Opmerking: Niet van toepassing op systemen, apparatuur en samenstellingen, gebruikt voor de "scheepsverkeersdienst".

Technische opmerkingen:

1.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt met "zeeradar" een radar bedoeld die wordt gebruikt voor het veilig varen op zee, over binnenwateren of nabij de kust.

2.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt met "scheepsverkeersdienst" bedoeld een scheepsverkeerstoezicht- en controledienst vergelijkbaar met de luchtverkeersleiding voor "vliegtuigen".

6A008

IX.A6.020

Optische apparatuur, als volgt:

a)

optische apparatuur voor het meten van absolute reflectiecoëfficiënten met een "nauwkeurigheid" van 0,1 % van de reflectiecoëfficiëntswaarde of nauwkeuriger;

b)

andere apparatuur dan optische meetapparatuur voor de verstrooiing aan oppervlakken, met een vrije apertuur van meer dan 10 cm, speciaal ontworpen voor contactloze optische meting van een niet vlak zijnd optisch oppervlak (profiel) met een "nauwkeurigheid" van 2 nm of minder (beter) ten opzichte van het gewenste profiel.

Opmerking: Niet van toepassing op microscopen.

6B004

IX.A6.021

Apparatuur voor de productie, het richten en het ijken van op de grond gestationeerde zwaartekrachtmeters met een statische "nauwkeurigheid" beter dan 0,1 mGal.

6B007

IX.A6.022

Gepulseerde radarsystemen voor het meten van de dwarsdoorsnede met een zendpuls-duur van 100 ns of minder en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

6B008

IX.A6.023

Materialen voor optische sensoren, als volgt:

a)

elementair telluur (Te) met een zuiverheidsgraad gelijk aan of hoger dan 99,9995 %;

b)

monokristallen (met inbegrip van epitaxiale wafers daarvan) van een of meerdere van de volgende stoffen:

1.

cadmiumzinktelluride (CdZnTe) met een zinkgehalte van minder dan 6 % per "molfractie";

2.

cadmiumtelluride (CdTe) met iedere zuiverheidsgraad; of

3.

cadmiumkwiktelluride (CdHgTe) met iedere zuiverheidsgraad.

Technische opmerking:

Onder "molfractie" wordt verstaan de verhouding tussen het aantal mol van ZnTe en de som van de aantallen mol van CdTe en ZnTe in het kristal.

6C002

IX.A6.024

Optische materialen, als volgt:

a)

"onafgewerkte substraten" van zinkselenide (ZnSe) en zinksulfide (ZnS) vervaardigd door middel van chemische afzetting uit de dampfase met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

een volume van meer dan 100 cm3; of

2.

een diameter groter dan 80 mm en een dikte gelijk aan of groter dan 20 mm;

b)

elektro-optische materialen, en niet-lineaire optische materialen, als volgt:

1.

kaliumtitanylarsenaat (KTA) (CAS 59400-80-5);

2.

zilvergalliumselenide (AgGaSe2, ook bekend als AGSE) (CAS 12002-67-4);

3.

thalliumarsenicumselenide (Tl3AsSe3, ook bekend als TAS) (CAS 16142-89-5);

4.

zink-germaniumfosfide (ZnGeP2, ook bekend als ZGP, zink-germaniumbifosfide of zink-germaniumdifosfide); of

5.

galliumselenide (GaSe) (CAS 12024-11-2).

6C004.a.

6C004.b

IX.A6.025

"Onafgewerkte substraten" bekleed met siliciumcarbide of beryllium beryllium (Be/Be), met een diameter of lengte van de hoofdas groter dan 300 mm.

6C004.d.

IX.A6.026

Glas, met inbegrip van gesmolten siliciumoxide, fosfaatglas, fluorfosfaatglas, zirkoniumfluoride (ZrF4) (CAS 7783-64-4) en hafniumfluoride (HfF4) (CAS 13709-52-9), met alle volgende kenmerken:

1.

een hydroxylion (OH)-concentratie van minder dan 5 ppm;

2.

geïntegreerd metaalzuiverheidsniveau van minder dan 1 ppm; en

3.

sterke homogeniteit (variantie van de brekingsindex) minder dan 5 × 10– 6;

e)

kunstmatig geproduceerd diamantmateriaal met een absorptie van minder dan 10– 5 cm– 1 bij een golflengte groter dan 200 nm doch niet groter dan 14 000 nm.

6C004.e.

IX.A6.027

"Laser"-materialen, als volgt:

a)

synthetisch kristallijn "laser"-materiaal in onafgewerkte vorm, als volgt:

1.

titaan-gedoopt saffier;

b.

in zeldzaam aardmetaal gedoopte double-cladvezels;

1.

nominale "laser"-golflengte van 975 nm tot 1 150 nm en met alle volgende kenmerken:

a.

gemiddelde kerndiameter gelijk of groter dan 25 μm; en en

b.

"numerieke apertuur" ("NA") van de kern is minder dan 0,065; of

Opmerking: Niet van toepassing op double-cladvezels met een inner glass cladding diameter van meer dan 150 μm maar minder dan 300 μm.

2.

nominale "laser"-golflengte groter dan 1 530 nm en met alle volgende kenmerken:

a.

gemiddelde kerndiameter gelijk of groter dan 20 μm; en

b.

"NA" van de kern is minder dan 0,1.

Technische opmerkingen:

1.

Voor de toepassing van het bovenstaande punt wordt de "numerieke apertuur" ("NA") van de kern gemeten op de emissiegolflengte van de vezel.

2.

Punt b) omvat vezels die zijn samengesteld met afsluitkappen.

6C005

IX.A7.   NAVIGATIE EN VLIEGTUIGELEKTRONICA

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A7.001

"Sterrenvolgers" en onderdelen daarvoor, als volgt:

a)

"sterrenvolgers" met een gespecificeerde azimut-"nauwkeurigheid" gelijk aan of minder (beter) dan 20 boogseconden gedurende de opgegeven levensduur van de apparatuur;

b)

onderdelen die speciaal zijn ontworpen voor onder a) bedoelde apparatuur, als volgt:

1.

optische koppen of straalbrekers;

2.

gegevensverwerkingseenheden.

Technische opmerking:

"Sterrenvolgers" worden ook sterrenstandsensors (stellar attitude sensors) of astrogyrokompassen genoemd.

7A004

IX.A7.002

Ontvangstapparatuur voor wereldwijde satellietnavigatiesystemen (GNSS) met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a)

maakt gebruik van een ontcijferingsalgoritme speciaal ontworpen of aangepast voor gebruik door de overheid om toegang te krijgen tot de afstandsbepalingscode voor positie en tijd; of

b)

maakt gebruik van "aanpasbare antennesystemen".

Opmerking: Punt b is niet van toepassing op GNSS-ontvangstapparatuur die enkel gebruikmaakt van onderdelen ontworpen voor het filteren, omschakelen of combineren van signalen van meervoudige omnidirectionele antennes waarin geen aanpasbareantennetechnieken worden toegepast.

Technische opmerking:

Voor de toepassing van punt b) genereren de "aanpasbare antennesystemen" op een dynamische manier één of meer ruimtelijke nullen in een antennematrixpatroon, door signaalverwerking in het tijdstip-domein of in het frequentie-domein.

7A005

IX.A7.003

Hoogtemeters voor gebruik in luchtvaartuigen met werkfrequenties buiten het gebied van 4,2 tot en met 4,4 GHz, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

"vermogensaanpassing"; of

b)

maakt gebruik van fasemodulatie (phase shift key modulation).

7A006

IX.A7.004

Test-, ijk- of uitrichtapparatuur, speciaal ontworpen voor apparatuur, als hierboven bedoeld.

7B001

IX.A7.005

Apparatuur, speciaal ontworpen voor het bepalen van de karakteristieken van spiegels voor ring-"laser"-gyroscopen, als volgt:

a)

verstrooiingsmeters met een meet"nauwkeurigheid" van 10 ppm of minder (beter);

b)

profielmeters met een meet"nauwkeurigheid" van 0,5 nm (5 ångström) of minder (beter).

7B002

IX.A7.006

Apparatuur, speciaal ontworpen voor de "productie" van de in IX.A7 bedoelde apparatuur.

Opmerking: Hieronder vallen:

—

proefbanken voor het afstemmen van gyroscopen;

—

dynamische uitbalanceerbanken voor gyroscopen;

—

proefbanken voor het inlopen/testen van de gyromotor;

—

apparatuur voor het leegmaken en vullen van gyroscopen;

—

centrifugale bevestigingen voor gyroscooplagers;

—

uitlijnbanken voor versnellingsmeters;

—

fyrospoelwikkelmachines voor glasvezel.

7B003

IX.A8.   ZEEWEZEN EN SCHEPEN

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A8.001

Systemen, apparatuur en onderdelen, speciaal ontworpen of aangepast voor onderwatervoertuigen, ontworpen voor een werkdiepte van meer dan 1 000 m, als volgt:

1.

drukvaste omhullingen of rompen met een maximale inwendige diameter groter dan 1,5 m;

2.

gelijkstroom-druk- of -stuwmotoren;

3.

voedingsleidingen en koppelingen daarvoor waarin glasvezels zijn gebruikt en met synthetische versterkingen;

4.

onderdelen vervaardigd van onderstaand materiaal: "syntactisch schuim" voor gebruik onder water, met alle volgende kenmerken:

a.

ontworpen voor toepassing onder water bij een diepte groter dan 1 000 m; en

b.

een dichtheid lager dan 561 kg/m3.

8A002.a.

IX.A8.002

Systemen speciaal ontworpen of aangepast voor het automatisch besturen van de bewegingen van de hierboven vermelde onderwatervoertuigen, waarbij gebruik wordt gemaakt van navigatiegegevens en teruggekoppelde servobesturingen, met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

het voertuig kan binnen 10 m van een van tevoren bepaald punt in de waterkolom gebracht worden;

2.

het voertuig kan binnen 10 m van een van tevoren bepaald punt in de waterkolom gehouden worden; of

3.

het voertuig kan binnen 10 m van een te volgen kabel op of onder de zeebodem gehouden worden.

8A002.b.

IX.A8.003

Glasvezeldoorvoeren voor drukrompen.

8A002.c.

IX.A8.004

"Robots" speciaal ontworpen voor gebruik onder water, bestuurd door middel van een toepassingsgerichte computer, en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a)

systemen die voor de besturing van de "robot" gebruikmaken van gegevens van sensoren die krachten of koppels uitgeoefend op een extern voorwerp, de afstand tot een extern voorwerp of de aanraking tussen de "robot" en een extern voorwerp meten; of

b)

geschikt voor het uitoefenen van een kracht van 250 N of meer of een koppel van 250 Nm of meer en gebruik makend van op titaan gebaseerde legeringen of "composiete""stapel- of continuvezel"-materialen in hun constructie-elementen.

8A002.h.

IX.A8.005

Geen lucht vereisende aandrijfsystemen met motoren van het type Stirling-cyclus, met alle volgende kenmerken:

a)

toestellen of omhullingen, speciaal ontworpen voor geluiddemping onder water voor frequenties lager dan 10 kHz, of speciale schokdempende ophanginrichtingen; en

b)

speciaal ontworpen uitlaatsystemen voor de lozing van verbrandingsproducten tegen een druk in van 100 kPa of meer.

8A002.j.

IX.A8.006

Geluiddempingssystemen voor gebruik in schepen met een waterverplaatsing van 1 000 ton of meer, als volgt:

a)

geluiddempingssystemen die dempen bij frequenties lager dan 500 Hz en bestaan uit samengestelde akoestische ophanginrichtingen voor het akoestisch isoleren van dieselmotoren, dieselaggregaten, gasturbines, gasturbineaggregaten, voortstuwingsmotoren of vertragingsmechanismen, speciaal ontworpen voor geluids- of trillingsisolatie, met een dempende massa van meer dan 30 % van de te monteren apparatuur;

b)

"actieve geluiddempings- of uitdovingssystemen" of magnetische lagers, speciaal ontworpen voor krachtoverbrengingssystemen.

Technische opmerking:

"Actieve geluiddempings- of uitdovingssystemen" bevatten elektronische regelsystemen die geschikt zijn voor actieve demping van de trillingen van de apparatuur door het voortbrengen van geluid of trilling onderdrukkende signalen die direct naar de bron worden teruggekoppeld.

8A002.j.

IX.A9.   RUIMTEVAART EN VOORTSTUWING

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.A9.001

Gasturbinemotoren:

a)

die een van de in lid 2 van onderstaande afdeling "Technologie" bedoelde technologieën bevatten; of

Opmerking 1: Niet van toepassing op gasturbinemotoren voor luchtvaartuigen met alle volgende kenmerken:

a)

gecertificeerd door de civiele luchtvaartautoriteiten; en

b)

bedoeld voor het aandrijven van niet-militaire bemande "vliegtuigen" waarvoor door de civiele luchtvaartautoriteiten een van de volgende documenten voor het "vliegtuig" met dit specifieke motortype is afgegeven:

1.

een civiel typecertificaat; of

2.

een gelijkwaardig document dat door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) wordt erkend.

Opmerking 2: Niet van toepassing op de gasturbinemotoren die zijn ontworpen voor Auxiliary Power Units (APU's) goedgekeurd door de civiele luchtvaartautoriteit van de lidstaat.

b)

die zijn ontworpen om een "vliegtuig" in staat te stellen om zich gedurende meer dan 30 minuten voort te bewegen met een snelheid gelijk aan of groter dan Mach 1.

9A001

IX.A9.002

"Gasturbinemotoren voor schepen" met een volgens ISO-normen continu vermogen van 24 245 kW of meer en een specifiek brandstofverbruik van minder dan 0,219 kg/kWh op elk punt binnen het vermogensbereik van 35 tot 100 %, en speciaal daarvoor ontworpen samenstellingen en onderdelen.

Opmerking: De term "gasturbinemotoren voor schepen" omvat tevens industriële of oorspronkelijk voor vliegtuigen bestemde gasturbinemotoren die zijn aangepast voor de voortstuwing van schepen of de opwekking van elektriciteit aan boord van schepen.

9A002

IX.A9.003

Speciaal ontworpen samenstellingen of onderdelen, die een of meerdere van de "technologieën" bevatten zoals vermeld in punt 2 van de onderstaande afdeling "Technologie", voor een of meerdere van de volgende gasturbinemotoren:

a)

zoals vermeld in het bovenstaande punt 1; of

b)

oorspronkelijk ontworpen of vervaardigd in een aan de fabrikant onbekend land.

9A003

IX.A9.004

Ruimtelanceervoertuigen, "ruimtevaartuigen", "platforms van ruimtevaartuigen", "nuttige ladingen van ruimtevaartuigen", boordsystemen of -apparatuur voor "ruimtevaartuigen" en grondapparatuur als volgt:

a)

ruimtelanceervoertuigen;

b)

"ruimtevaartuigen";

c)

"platforms van ruimtevaartuigen";

d)

"nuttige ladingen van ruimtevaartuigen" die de in deze lijst vermelde producten bevatten;

e)

boordsystemen of -apparatuur, speciaal ontworpen voor "ruimtevaartuigen" en met een of meerdere van de volgende functies:

1.

"hantering van besturings- en telemetriegegevens";

f)

grondapparatuur speciaal ontworpen voor "ruimtevaartuigen", als volgt:

1.

apparatuur voor telemetrie en afstandsbesturing;

2.

simulatoren.

9A004

IX.A9.005

Raketvoortstuwingssystemen met vloeibare stuwstof.

9A005

IX.A9.006

Systemen of onderdelen, speciaal ontworpen voor raketvoortstuwingssystemen met vloeibare stuwstof, als volgt:

a)

cryogene koelinrichtingen, uiterst lichte dewarvaten, cryogene warmtebuizen of cryogene systemen, speciaal ontworpen voor gebruik in ruimtevoertuigen en in staat om het verlies aan cryogene vloeistof te beperken tot minder dan 30 % per jaar;

b)

cryogene vaten of koelsystemen met gesloten kringloop, geschikt voor het bereiken van temperaturen van 100 K (– 73 °C) of lager, voor "vliegtuigen" die ononderbroken kunnen vliegen met een snelheid van meer dan Mach 3, voor lanceervoertuigen of voor "ruimtevaartuigen";

c)

systemen voor opslag of transport van waterstof bij het smeltpunt (slush hydrogen);

d)

hogedrukturbopompen (meer dan 17,5 MPa), pomponderdelen of de aangesloten gasgenerator- of expansiecyclusturbineaandrijfsystemen;

e)

hogedrukverbrandingskamers (meer dan 10,6 MPa) en straalpijpen daarvoor;

f)

stuwstofopslagsystemen waarbij gebruik wordt gemaakt van het principe van capillaire insluiting of positieve uitstoting (d.w.z. met flexibele brandstoftanks);

g)

injectoren voor vloeibare stuwstof, met individuele openingen met een diameter van 0,381 mm of kleiner (een oppervlak van 1,14 × 10– 3 cm2 of kleiner voor niet-cirkelvormige openingen) die speciaal zijn ontworpen voor raketmotoren voor vloeibare stuwstof;

h)

uit één stuk vervaardigde koolstof-koolstof verbrandingskamers of uit één stuk vervaardigde koolstof-koolstof uitlaatkegels met een dichtheid van meer dan 1,4 g/cm3 en een treksterkte van meer dan 48 MPa.

9A006

IX.A9.007

Raketvoortstuwingssystemen met vaste brandstof.

9A007

IX.A9.008

Onderdelen speciaal ontworpen voor raketvoortstuwingssystemen met vaste stuwstof, als volgt:

a)

isolatiesystemen en systemen voor het binden van de stuwstof, die gebruikmaken van een huls (liner), ter verkrijging van een "sterke mechanische verbinding" of een grenslaag die migratie van chemische stoffen tussen de vaste stuwstof en het isolatiemateriaal van de motoromhulling voorkomt;

b)

met vezels omwikkelde "composiete" motoromhullingen met een diameter groter dan 0,61 m of met een "structurele rendementsverhouding (PV/W)" groter dan 25 km;

Technische opmerking:

De "structurele rendementsverhouding (PV/W)" is de explosiedruk (P) maal het vatvolume (V) gedeeld door het totale gewicht van het drukvat (W).

c)

straalpijpen met een stuwdruk groter dan 45 kN of met een erosiesnelheid van de straalpijphals van minder dan 0,075 mm/s;

d)

regelsystemen voor het richten van de stuwkrachtvector van het inspuitstuk of de secundaire vloeistofinjectie, geschikt voor een of meerdere van de volgende functies:

1.

bewegingen langs alle assen over een hoek groter dan ± 5°;

2.

vectorhoekrotaties van 20°/s of meer; of

3.

vectorhoekversnellingen van 40 /s2 of meer.

9A008

IX.A9.009

Hybride raketvoortstuwingssystemen.

9A009

IX.A9.010

Speciaal ontworpen onderdelen, systemen en structuren voor lanceervoertuigen, voortstuwingssystemen voor lanceervoertuigen of "ruimtevaartuigen", als volgt:

a)

Speciaal voor voortstuwingssystemen voor lanceervoertuigen ontworpen onderdelen en structuren vervaardigd met gebruikmaking van:

1.

"stapel- en continuvezelmateriaal";

2.

metalen "matrix" composietmaterialen; of

3.

keramische "matrix" composietmaterialen.

9A010

IX.A9.011

"Onbemande luchtvaartuigen" ("UAV's"), onbemande "luchtschepen", verwante systemen, apparatuur en onderdelen, als volgt:

a)

"UAV's" of "onbemande luchtschepen" die zijn ontworpen om een gecontroleerde vlucht uit te voeren buiten het directe "natuurlijke zicht" van de "operator" en met een of meerdere van de volgende kenmerken:

1.

met alle volgende kenmerken:

a.

een maximale "vliegtijd" van 30 minuten of meer, maar minder dan 1 uur; en

b.

ontworpen om op te stijgen en een stabiele gecontroleerde vlucht te hebben bij windstoten van 46,3 km/u (25 knopen) of meer; of

2.

een maximale "vliegtijd" van één uur of meer;

Technische opmerkingen:

1.

Voor de toepassing van het bovenstaande punt wordt onder een "operator" een persoon verstaan die de vlucht van het "UAV" of het onbemande luchtschip start of het "UAV" of het onbemande luchtschip tijdens de vlucht bestuurt.

2.

Voor de toepassing van het bovenstaande punt wordt de "vliegtijd" berekend voor de internationale standaard-atmosfeer (ISO 2533:1975) op zeeniveau bij windkracht nul.

3.

Voor de toepassing van het bovenstaande punt wordt onder "natuurlijk zicht" menselijk zicht zonder hulpmiddelen verstaan, met of zonder corrigerende lenzen.

b)

verwante apparatuur en onderdelen, als volgt:

1.

apparatuur of onderdelen die speciaal zijn ontworpen om een bemand "vliegtuig" of bemand "luchtschip" te converteren in een "onbemand luchtschip", zoals hierboven in punt a) bedoeld;

2.

atmosferische zuiger- of rotatiemotoren met interne verbranding, speciaal ontworpen of aangepast voor de voortstuwing van "onbemande luchtvaartuigen" of onbemande "luchtschepen" op een hoogte van meer dan 15 240 meter (50 000 voet).

9A012

IX.A9.012

Gekoppelde (onvertraagde (real time)) regelsystemen, instrumentatie (met inbegrip van sensoren) of geautomatiseerde apparatuur voor het verzamelen en verwerken van gegevens die speciaal zijn ontworpen voor de "ontwikkeling" van gasturbinemotoren, samenstellingen of onderdelen, die een of meerdere van de in punt 2, onder b) of c), van de onderstaande afdeling "Technologie" beschreven "technologieën" bevatten.

9B002

IX.A9.013

Apparatuur, speciaal ontworpen voor de "productie" of het testen van gasturbineborstelafsluitingen ontworpen om te werken bij een vleugeltipsnelheid groter dan 335 m/s en temperaturen boven 773 K (500 °C), en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen of toebehoren daarvoor.

9B003

IX.A9.014

Gereedschappen, stempels of klemmen voor het maken van vaste-fase-verbindingen van bladen waarbij het aerodynamische vlak doorloopt tot aan de schijf voor gasturbines, uit "superlegeringen", titaan of intermetallieke materialen, als omschreven in lid 2 van de onderstaande afdeling "Technologie".

9B004

IX.A9.015

Gekoppelde (onvertraagde (real time)) regelsystemen, instrumentatie (met inbegrip van sensoren) en geautomatiseerde apparatuur voor het verzamelen en verwerken van gegevens, speciaal ontworpen voor gebruik in windtunnels ontworpen voor snelheden van Mach 1,2 of meer.

9B005

IX.A9.016

Apparatuur voor het testen door middel van akoestische trillingen, geschikt voor het voortbrengen van een geluidsdrukniveau van 160 dB of meer (referentiestandaard: 20 μΡa) met een gespecificeerd uitgangsvermogen van 4 kW of meer bij een temperatuur van de testruimte hoger dan 1 273 K (1 000 °C), en speciaal daarvoor ontworpen kwarts-verwarmingselementen.

9B006

IX.A9.017

Apparatuur speciaal ontworpen voor het inspecteren van raketmotoren op de afwezigheid van defecten met gebruikmaking van technieken die het materiaal niet beschadigen (NDT-technieken), anders dan analyse door middel van röntgenstraling in een vlak of elementaire fysische of chemische analyse.

9B007

IX.A9.018

Omzetters voor het direct meten van de oppervlaktewrijving, speciaal ontworpen voor gebruik bij een teststroming op een totale temperatuur (stagnatietemperatuur) van meer dan 833 K (560 °C).

9B008

IX.A9.019

Gereedschappen, speciaal ontworpen voor de "productie", door middel van poedermetallurgie, van rotoronderdelen voor gasturbinemotoren, met alle volgende kenmerken:

a)

ontworpen om te werken bij een druk gelijk aan of hoger dan 60 % van de treksterkte, gemeten bij een temperatuur van 873 K (600 °C); en

b)

ontworpen om te werken bij een temperatuur van 873 K (600 °C) of hoger.

Opmerking: Niet van toepassing op gereedschappen voor het vervaardigen van poeder.

9B008

IX.A9.020

Apparatuur speciaal ontworpen voor de productie van producten voor "onbemande luchtvaartuigen" ("UAV's"), onbemande "luchtschepen" en onderdelen.

9B010

B.   PROGRAMMATUUR

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.B.001

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A1 vermelde apparatuur.

1D001

1D002

1D003

IX.B.002

"Programmatuur" voor de "ontwikkeling" van de in IX.A1 vermelde producten.

1D001

1D002

1D003

IX.B.003

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A1 vermelde apparatuur.

1D001

1D002

1D003

IX.B.004

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A2 vermelde apparatuur.

2D001

IX.B.005

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A2 vermelde apparatuur.

2D003

2D101

2D202

IX.B.006

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van in IX.A3 gespecificeerde apparatuur.

3D001

3D002

3D003

IX.B.007

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A3 vermelde apparatuur.

3D001

3D002

3D003

IX.B.008

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van in IX.A6 gespecificeerde apparatuur.

6D001

6D003

6D002

6D102

6D203

6D203

IX.B.009

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A6 vermelde apparatuur.

6D001

6D003

6D002

6D102

6D203

6D203

IX.B.010

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A7 vermelde apparatuur.

7D001

7D002

7D003

7D004

7D005

7D102

7D103

7D104

IX.B.011

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A7 vermelde apparatuur.

7D001

7D002

7D003

7D004

7D005

7D102

7D103

7D104

IX.B.012

"Broncode" voor het gebruik of onderhoud van de in IX.A7 vermelde apparatuur.

7D001

7D002

7D003

7D004

7D005

7D102

7D103

7D104

IX.B.013

"Programmatuur" voor het computerondersteund ontwerpen (CAD), speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" van "actieve vluchtregelsystemen", elektrische of opto-elektronische besturingen (fly-by-wire/fly-by-light) of "luchtstroombeheerste anti-torsie of richtingregelsystemen voor meerassige hefschroefvliegtuigsystemen".

7D001

7D002

7D003

7D004

7D005

7D102

7D103

7D104

IX.B.014

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A9 vermelde apparatuur.

9D001

9D002

9D003

9D004

9D005

9D101

9D103

9D104

9D105

IX.B.015

"Programmatuur" speciaal ontworpen of aangepast om niet in de lijst opgenomen apparatuur de mogelijkheid te bieden de functies uit te oefenen van de in IX.A9 vermelde apparatuur.

9D001

9D002

9D003

9D004

9D005

9D101

9D103

9D104

9D105

C.   TECHNOLOGIE

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

IX.C.001

"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A1 vermelde apparatuur of "programmatuur".

2E001

IX.C.002

"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A3 vermelde apparatuur of "programmatuur".

3E001

3E003

3E101

3E102

3E201

IX.C.003

"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A7 vermelde apparatuur of "programmatuur".

7E001

7E002

7E003

7E004

7D005

7E101

7E102

7E104

IX.C.004

"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van de in IX.A9 vermelde apparatuur of "programmatuur".

9E001

9E002

IX.C.005

Andere "technologie" als volgt:

a)

"technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling" of "productie" van de volgende gasturbinemotoronderdelen of -systemen:

1.

gasturbinebladen of schoepen of "schoepuiteindeversterkingen", gemaakt van door middel van gerichte stolling vervaardigde of monokristallijne legeringen met (in de 001 Miller Index Direction) een levensduur tot spanningsbreuk optreedt van meer dan 400 uur bij 1 273 K (1 000 °C) bij een spanning van 200 MPa, gebaseerd op de gemiddelde waarden van de eigenschap;

2.

branders met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

"thermisch ontkoppelde bekleding" ontworpen om te functioneren bij een "temperatuur bij het verlaten van de brander" van meer dan 1 883 K (1 610 °C);

b.

niet-metalen voeringen;

c.

niet metalen houders; of

d.

voeringen die zijn ontworpen om te functioneren bij een 'temperatuur bij het verlaten van de brander' van meer dan 1 883 K (1 610 °C) en met openingen die voldoen aan de parameters van 9E003.c.;

3.

onderdelen met een of meerdere van de volgende kenmerken:

a.

vervaardigd van organische "composiet"-materialen, ontworpen voor werktemperaturen hoger dan 588 K (315 °C);

b.

vervaardigd van een of meerdere van de volgende materialen:

1.

metalen "matrix" composietmaterialen; of

2.

keramische "matrix" composietmaterialen; of

c.

stators, schoepen, bladen, schoepuiteindeversterkingen, roterende blings, roterende blisks, of "scheidingsbuizen", met alle volgende kenmerken:

1.

hierboven niet vermeld;

2.

ontworpen voor compressoren of of ventilatoren; en

3.

vervaardigd van "stapel- of continuvezelmateriaal" met harsen;

4.

ongekoelde turbinebladen, -schoepen of "schoepuiteindeversterkingen", ontworpen om te werken bij een gastrajecttemperatuur van 1 373 K (1 100 °C) of hoger;

5.

gekoelde turbinebladen, -schoepen of "schoepuiteindeversterkingen", ontworpen om te werken bij een gastrajecttemperatuur van 1 693 K (1 420 °C) of hoger;

6.

bladen waarbij het aerodynamische vlak doorloopt tot aan de schijf, gemaakt door middel van vaste-faseverbinding;

7.

gasturbinemotoronderdelen waarbij gebruik wordt gemaakt van "technologie" voor "diffusielassen";

8.

"schadebestendige" rotoronderdelen van gasturbinemotoren waarbij gebruik wordt gemaakt van poedermetallurgiemetalen;

9.

holle ventilatorbladen.

9E003.a.

IX.C.006

"Technologie" voor gasturbinemotoren, "digitale elektronische motorregelsystemen welke volledig zelfstandig in de motorregeling kunnen ingrijpen" ("FADEC-systemen"), als volgt:

1.

"ontwikkelings"-"technologie" voor het bepalen van de aan de onderdelen gestelde functionele eisen nodig voor het regelen van de motorstuwkracht of de drijfaskracht door het "FADEC-systeem" (bv. constanten en accuratesse in verband met responssensortijd, draaisnelheid van de brandstofklep);

2.

"ontwikkelings"- of "productie"-"technologie" voor controle- en diagnoseonderdelen die uniek zijn voor het "FADEC-systeem" en gebruikt worden om de motorstuwkracht of de drijfaskracht te regelen;

3.

"ontwikkelings"-"technologie" voor besturingswet- (control law) algoritmen, inclusief "broncode", die uniek zijn voor het "FADEC-systeem" en gebruikt worden om de motorstuwkracht of de drijfaskracht te regelen.

Opmerking: Punt b. is niet van toepassing op technische gegevens met betrekking tot de motor in het geheel van het "vliegtuig" zoals voorgeschreven door de civiele luchtvaartautoriteiten van een of meer lidstaten, die voor algemeen gebruik door luchtvaartmaatschappijen moeten worden gepubliceerd (bv. installatiehandleidingen, gebruiksinstructies, instructies voor permanente luchtwaardigheid) of interfacefuncties (bv. input-/output-verwerking, stuwkracht van het casco of vermogen van de drijfas).

9E003.h.

IX.C.007

"Technologie" voor instelbare stromingstrajectsystemen, ontworpen voor het handhaven van de motorstabiliteit voor gasgeneratorturbines, ventilator/vermogensturbines of straalpijpmondstukken, als volgt:

1.

"ontwikkelings"-"technologie" voor het bepalen van de aan de onderdelen gestelde functionele eisen voor het handhaven van de motorstabiliteit;

2.

"ontwikkelings"- of "productie"-"technologie" voor onderdelen die uniek zijn voor het instelbare stromingstrajectsysteem en die de motorstabiliteit handhaven;

3.

"ontwikkelings"-"technologie" voor besturingswet- (control law) algoritmen, inclusief "broncode", die uniek zijn voor het instelbare stromingstrajectsysteem en die de motorstabiliteit handhaven.

9E003.i

"

26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/100


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1084 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2019

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 wat betreft de harmonisatie van de lijst van erkende of geregistreerde inrichtingen, bedrijven en exploitanten en de traceerbaarheid van bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (1), en met name artikel 21, lid 5, onder a), artikel 23, lid 3, artikel 41, lid 4, artikel 47, lid 2, en artikel 48, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (2) zijn uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor Verordening (EG) nr. 1069/2009, waaronder eisen inzake de handelsdocumenten en de traceerbaarheid van dierlijke bijproducten en afgeleide producten.

(2)

Krachtens artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 moet elke zending dierlijke bijproducten en afgeleide producten tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument dat volgens het model in bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 is opgesteld en door de exploitant is ingevuld.

(3)

De bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming in kennis van de verzending van onder artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallende dierlijke bijproducten en afgeleide producten via het bij Beschikking 2004/292/EG van de Commissie (3) ingevoerde geïntegreerde veterinaire computersysteem (Traces).

(4)

Met het oog op doeltreffende officiële controles op de plaats van bestemming zouden exploitanten die betrokken zijn bij een onder artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vallende verzonden zending alleen een plaats van bestemming moeten mogen kiezen uit de lijsten van erkende of geregistreerde inrichtingen en bedrijven die in Traces zijn opgenomen, en niet uit de lijsten van geregistreerde exploitanten die ook in Traces zijn opgenomen.

(5)

Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom worden gewijzigd om er eisen voor de geharmoniseerde lijsten van erkende of geregistreerde inrichtingen en bedrijven in op te nemen en te bepalen dat geharmoniseerde en geactualiseerde lijsten worden ingevoerd in of toegankelijk zijn via Traces. Daarom moet aan hoofdstuk VI van Verordening (EU) nr. 142/2011 een nieuw artikel worden toegevoegd.

(6)

De harmonisatie van lijsten in of de toegankelijkheid ervan via Traces kan een administratieve last vormen voor de bevoegde autoriteiten in de lidstaten. De bevoegde autoriteiten moeten daarom beschikken over een passende overgangsperiode voor de uitvoering van de nieuwe bepalingen.

(7)

Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet niet van toepassing zijn op specifieke verplaatsingen van dierlijke bijproducten en afgeleide producten tussen de verschillende delen van het grondgebied van de Russische Federatie zoals bedoeld in artikel 29 van die verordening en in specifieke gevallen van doorvoer door Kroatië van dierlijke bijproducten en afgeleide producten uit Bosnië en Herzegovina naar derde landen zoals bedoeld in artikel 29 bis van die verordening. De in de bovengenoemde artikelen vastgestelde specifieke eisen voor de verplaatsingen en doorvoer voorzien in een passend niveau van bescherming van de volksgezondheid en de diergezondheid en daarom is een afwijking mogelijk van de opname van inrichtingen en bedrijven van oorsprong in Traces.

(8)

Artikel 30 van Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 moeten exploitanten ervoor zorgen dat dierlijke bijproducten en afgeleide producten tijdens het vervoer vergezeld gaan van een handelsdocument. Om te voorkomen dat bepaalde dierlijke bijproducten en afgeleide producten in de productieketen van voeder voor landbouwhuisdieren worden gebruikt, moeten de activiteiten van de geregistreerde bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het regelen van het vervoer, worden verduidelijkt en transparanter worden gemaakt met het oog op officiële controles. Het model van het handelsdocument waarvan de bovengenoemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten moeten vergezeld gaan, moet worden aangepast om de nodige informatie te bevatten.

(10)

Bepaalde in artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde dierlijke bijproducten en afgeleide producten zijn onderworpen aan kanalisatieprocedures. Exploitanten en bevoegde autoriteiten moeten ervoor zorgen dat wanneer opslag vereist is, dergelijke dierlijke bijproducten of afgeleide producten altijd aankomen in een overeenkomstig artikel 23, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1069/2009 geregistreerd opslagbedrijf, een overeenkomstig artikel 24, lid 1, van die verordening erkende inrichting of erkend bedrijf of aankomen bij de in artikel 24, lid 1, onder j), i) tot en met iv), van die verordening bedoelde bestemming. Het model van het handelsdocument moet derhalve worden aangepast aan de in artikel 48, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 vastgestelde voorschriften.

(11)

De duur van het vervoer tussen de plaats van oorsprong en de plaats van bestemming moet worden beperkt tot 15 werkdagen om de traceerbaarheid van de zendingen te garanderen. Indien een zending binnen deze termijn niet op de plaats van bestemming aankomt, moeten alle betrokken bevoegde autoriteiten de locatie van die zending onmiddellijk identificeren.

(12)

Tussen de lidstaten worden verscheidene nieuwe producten verhandeld. Het handelsdocument moet worden herzien om deze nieuwe producten in de lijst op te nemen.

(13)

Bijlage VIII bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14)

Voor de verzending naar andere lidstaten van de in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde dierlijke bijproducten en afgeleide producten moet vooraf door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming op verzoek van de exploitant toestemming worden verleend. Bijlage XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 bevat een standaardformaat voor de aanvraag om toestemming voor de verzending van dierlijke bijproducten en afgeleide producten naar een andere lidstaat. Dat formaat moet worden gewijzigd om informatie te bevatten over de toegelaten bestemming van afgeleide producten en de geautoriseerde gebruikers van dierlijke bijproducten of afgeleide producten. Een toestemming voor die dierlijke bijproducten en afgeleide producten in één lidstaat sluit niet uit dat de bevoegde autoriteiten in andere lidstaten een dergelijke verzending weigeren. Het standaardformaat voor de toestemming moet in Traces worden ingevoerd en elektronisch worden gekoppeld aan het handelsdocument dat wordt gebruikt voor de toegestane zendingen dierlijke bijproducten of afgeleide producten om te voorkomen dat het handelsdocument wordt gegenereerd zonder dat een ingevuld aanvraagformulier door de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming is goedgekeurd.

(15)

Bijlage XVI bij Verordening (EU) nr. 142/2011 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Het volgende artikel 20 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 20 bis

Lijsten van inrichtingen, bedrijven en exploitanten uit de lidstaten

De bevoegde autoriteit van een lidstaat zorgt ervoor dat geactualiseerde lijsten van inrichtingen, bedrijven en exploitanten zoals bedoeld in artikel 47, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009:

a)

worden opgesteld overeenkomstig de op de website van de Commissie gepubliceerde technische specificaties (*1);

b)

uiterlijk op 31 oktober 2021 in Traces zijn ingevoerd of via Traces beschikbaar zijn.".

(*1)  https://ec.europa.eu/food/sites/food/files/safety/docs/fs-animal-products-app-est-technical_spec_04032012_en.pdf" "

2)

Aan artikel 30 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Dit artikel is niet van toepassing op de specifieke verplaatsingen van zendingen dierlijke bijproducten die afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor de Russische Federatie zoals bedoeld in artikel 29 en op de verplaatsingen van zendingen dierlijke bijproducten en afgeleide producten die afkomstig zijn uit Bosnië en Herzegovina en bestemd zijn voor derde landen zoals bedoeld in artikel 29 bis.".

3)

In artikel 32 wordt lid 7 vervangen door:

"7.   Exploitanten dienen via Traces een aanvraag voor de in lid 6 bedoelde toestemming in volgens het standaardformaat in bijlage XVI, hoofdstuk III, afdeling 10.".

4)

De bijlagen VIII en XVI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 300 van 14.11.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie van 25 februari 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot uitvoering van Richtlijn 97/78/EG van de Raad wat betreft bepaalde monsters en producten die vrijgesteld zijn van veterinaire controles aan de grens krachtens die richtlijn (PB L 54 van 26.2.2011, blz. 1).

(3)  Beschikking 2004/292/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de toepassing van het Traces-systeem en tot wijziging van Beschikking 92/486/EEG (PB L 94 van 31.3.2004, blz. 63).


BIJLAGE

Verordening (EU) nr. 142/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage VIII wordt hoofdstuk III, punt 6, als volgt gewijzigd:

a)

onder f) worden de punten iv) tot en met vii) vervangen door:

"iv)

de naam en het adres van de inrichting of het bedrijf van oorsprong van het materiaal en het erkennings- of registratienummer ervan dat is toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1069/2009 dan wel Verordening (EG) nr. 852/2004 (1), (EG) nr. 853/2004 (2) of (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad (3), naargelang het geval, en de aard en de methode van de behandeling;

v)

de naam, het adres en het registratienummer van de vervoerder van het materiaal;

vi)

de naam en het adres van de inrichting of het bedrijf van bestemming en het registratie- of erkenningsnummer ervan dat is toegekend op grond van Verordening (EG) nr. 1069/2009 dan wel Verordening (EG) nr. 852/2004 of (EG) nr. 183/2005, naargelang het geval;

vii)

in het geval van vervoer in containers, het volledige identificatienummer van de container ("BIC-code"), afgegeven overeenkomstig de eisen van het Bureau International des Containers et du Transport Intermodal (internationaal bureau voor containers en intermodaal transport (4);

viii)

in het geval van uitvoer van verwerkte dierlijke eiwitten en producten die verwerkte dierlijke eiwitten bevatten zoals bedoeld in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 999/2001, de lidstaat van vertrek en de in Beschikking 2009/821/EG van de Commissie (5) bedoelde grensinspectiepost van vertrek.";

b)

het volgende punt i) wordt toegevoegd:

"i)

De in artikel 48, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de plaats van bestemming, stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong binnen 15 werkdagen na ontvangst van de in artikel 48, lid 3, eerste alinea, van die verordening bedoelde informatie via Traces in kennis van de aankomst van de zending.";

c)

het model van het handelsdocument wordt vervangen door:

" Handelsdocument

Voor het vervoer van niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten binnen de Europese Unie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1069/2009

Image 2
Tekst van het beeld
Image 3
Tekst van het beeld
Image 4
Tekst van het beeld
Image 5
Tekst van het beeld "

2)

In bijlage XVI, hoofdstuk III, wordt afdeling 10 vervangen door:

" Afdeling 10

Standaardformaat voor bepaalde aanvragen om toestemming voor handelsverkeer binnen de Unie

Exploitanten stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat van oorsprong in kennis van een aanvraag om toestemming voor de verzending van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, als bedoeld in artikel 48, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1069/2009, en van visolie en vismeel van categorie 3-materialen bestemd voor zuivering en dienen deze in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming overeenkomstig het volgende formaat in Traces:

Image 6
Tekst van het beeld
Image 7
Tekst van het beeld "

(1)  Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).

(2)  Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).

(3)  Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1).

(4)  https://www.bic-code.org/identification-number/

(5)  Beschikking 2009/821/EG van de Commissie van 28 september 2009 tot opstelling van een lijst van erkende grensinspectieposten, tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor door veterinaire deskundigen van de Commissie uitgevoerde inspecties en tot vaststelling van de veterinaire eenheden in Traces (PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1).


26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/110


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1085 VAN DE COMMISSIE

van 25 juni 2019

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof 1-methylcyclopropeen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 20, lid 1, in samenhang met artikel 78, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2006/19/EG van de Commissie (2) is 1-methylcyclopropeen als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3).

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 opgenomen werkzame stof 1-methylcyclopropeen vervalt op 31 oktober 2019.

(4)

Er is een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen ingediend overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) binnen de in dat artikel vastgestelde termijn.

(5)

De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een beoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 28 april 2017 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend.

(7)

De EFSA heeft het beoordelingsverslag over de verlenging voor opmerkingen aan de aanvrager en de lidstaten doorgestuurd en de ontvangen opmerkingen aan de Commissie doen toekomen. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier ook toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 28 mei 2018 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of 1-methylcyclopropeen naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft het ontwerpverslag over de verlenging voor 1-methylcyclopropeen op 12 en 13 december 2018 aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd.

(9)

Met betrekking tot de nieuwe criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen — criteria die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (7) — blijkt uit de conclusie van de EFSA dat het erg onwaarschijnlijk is dat 1-methylcyclopropeen een hormoonontregelaar is via de oestrogene, androgene, steroïdogene en schildkliermodaliteiten. Op basis van de beschikbare gegevens en huidige kennis (8) concludeert de EFSA dat het onwaarschijnlijk is dat 1-methylcyclopropeen hormoonontregelende eigenschappen heeft. De Commissie is daarom van oordeel dat aan 1-methylcyclopropeen geen hormoonontregelende eigenschappen mogen worden toegeschreven.

(10)

Met betrekking tot één of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat 1-methylcyclopropeen bevat, is vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan.

(11)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen. Het is met name passend de beperking van het gebruik als plantengroeiregulator voor opslag na de oogst enkel in afgesloten entrepots te handhaven.

(12)

In Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie (9) is 1-methylcyclopropeen opgenomen als stof die in aanmerking komt om te worden vervangen, aangezien de aanvaardbare dagelijkse inname van 1-methylcyclopropeen binnen de respectievelijke groep stoffen of gebruikscategorieën daarvan aanzienlijk lager is dan die van de meerderheid van de goedgekeurde werkzame stoffen.

(13)

Op basis van de nieuwe toxicologische gegevens die in het dossier voor de verlengingsprocedure zijn opgenomen, heeft de EFSA geconcludeerd dat de aanvaardbare dagelijkse inname aanzienlijk is toegenomen. Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat 1-methylcyclopropeen niet voldoet aan de criteria van bijlage II, punt 4, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009, en dat 1-methylcyclopropeen daarom niet langer voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen om te worden vervangen overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. Derhalve moet 1-methylcyclopropeen uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 worden geschrapt.

(14)

Het is daarom passend de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen te verlengen.

(15)

Overeenkomstig artikel 20, lid 3, in samenhang met artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie (10) is de goedkeuringsperiode voor 1-methylcyclopropeen verlengd tot en met 31 oktober 2019, opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de goedkeuring van die stof kan worden voltooid. Aangezien er vóór die verlengde vervaldatum een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening in werking treden met ingang van 1 augustus 2019.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van een werkzame stof

De goedkeuring van de in bijlage I gespecificeerde werkzame stof 1-methylcyclopropeen wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408

1-methylcyclopropeen wordt geschrapt uit de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408.

Artikel 4

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 2019.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2006/19/EG van de Commissie van 14 februari 2006 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde 1-methylcyclopropeen op te nemen als werkzame stof (PB L 44 van 15.2.2006, blz. 15).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)   EFSA Journal (2018);16(7):5308. Online beschikbaar op: www.efsa.europa.eu EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid), 2018. Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance 1-methylcyclopropene.

(7)  Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).

(8)  OECD Conceptual Framework, as analysed in the EFSA Scientific Opinion on the hazard assessment of endocrine disruptors, EFSA Scientific Committee, 2013.

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen (PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie van 20 september 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, diuron, fludioxonil, flufenacet, flurtamone, fosthiazaat, indoxacarb, MCPA, MCPB, prosulfocarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 238 van 21.9.2018, blz. 62).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

1-methylcyclopropeen

CAS-nr. 3100-04-7

CIPAC-nr. 767

1-methylcyclopropeen

≥ 980 g/kg (technisch concentraat)

De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang en mogen in het technische materiaal (technisch concentraat) de volgende niveaus niet overschrijden:

—

1-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg;

—

3-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg.

Voor in situ gegenereerd 1-methylcyclopropeen zijn heptaan en methylcyclohexaan toxicologisch relevante onzuiverheden. Deze onzuiverheden moeten onder 10 % blijven.

1 augustus 2019

31 juli 2034

Alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag.


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 117 over 1-methylcyclopropeen geschrapt.

2)

In deel B wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nr.

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

"136

1-methylcyclopropeen

CAS-nr. 3100-04-7

CIPAC-nr. 767

1-methylcyclopropeen

≥ 980 g/kg (technisch concentraat)

De volgende onzuiverheden zijn in toxicologisch opzicht van belang en mogen in het technische materiaal (technisch concentraat) de volgende niveaus niet overschrijden:

—

1-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg;

—

3-chloor-2-methylpropeen: maximaal 0,2 g/kg.

Voor in situ gegenereerd 1-methylcyclopropeen zijn heptaan en methylcyclohexaan toxicologisch relevante onzuiverheden. Deze onzuiverheden moeten onder 10 % blijven.

1 augustus 2019

31 juli 2034

Alleen het gebruik van de stof als groeiregulator voor opslag na de oogst in een afgesloten entrepot mag worden toegestaan.

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging van de goedkeuring van 1-methylcyclopropeen, en met name met de aanhangsels I en II van dat verslag."


(1)  Het verslag over de verlenging bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.


BESLUITEN

26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/115


BESLUIT (EU) 2019/1086 VAN DE RAAD

van 18 juni 2019

betreffende het namens de Europese Unie op de plenaire vergadering van de Groep van staten tegen corruptie (Greco) of binnen het Comité van ministers van de Raad van Europa in te nemen standpunt over het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 83, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Statutaire resolutie nr. (93) 28 van de Raad van Europa betreffende partiële en uitgebreide overeenkomsten voorziet in de mogelijkheid voor staten die geen lid zijn van de Raad van Europa en voor internationale organisaties om waarnemers te worden bij partiële en uitgebreide overeenkomsten, zoals de overeenkomst tot oprichting van de Groep van staten tegen corruptie (Greco).

(2)

De Raad heeft op 6 juni 2019 zijn steun uitgesproken voor de toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco en de Commissie uitgenodigd een voorstel in te dienen over het in de Raad van Europa namens de Unie in te nemen standpunt.

(3)

De Commissie heeft op 6 juni 2019 bij de secretaris-generaal van de Raad van Europa een verzoek ingediend om de Unie als waarnemer te laten deelnemen aan de Greco.

(4)

Het verkrijgen van de status van waarnemer heeft rechtsgevolgen, die beperkt zijn tot het volgende: waarnemers hebben het recht deel te nemen aan vergaderingen van de Greco en toegang te hebben tot alle besproken documenten; waarnemers hebben geen stemrecht, zijn niet aan evaluatie onderworpen en nemen geen formele standpunten in evaluatieprocessen in, noch nemen ze deel aan evaluatiemissies. Van waarnemers wordt geen financiële bijdrage gevraagd.

(5)

De deelname van de Unie aan de Greco als waarnemer doet geen afbreuk aan haar mogelijke toekomstige deelname aan de Greco als volwaardig lid.

(6)

Alle lidstaten van de Unie zijn lid van de Greco.

(7)

Verwacht wordt dat de Greco op de 83e zitting van haar plenaire vergadering, die zal plaatsvinden in Straatsburg op 17-21 juni 2019, of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, een besluit zal nemen over de waarnemersstatus van de Unie.

(8)

Als dat besluit niet wordt vastgesteld tijdens de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, valt te verwachten dat de kwestie wordt doorverwezen naar het Comité van ministers van de Raad van Europa en dat het Comité van ministers een besluit zal nemen over de toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco.

(9)

Het is passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie op de plenaire vergadering van de Greco of, in voorkomend geval, binnen het Comité van ministers van de Raad van Europa moet worden ingenomen over de vaststelling van het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco.

(10)

Dit besluit is in overeenstemming met het beginsel van loyale samenwerking.

(11)

Dit besluit is in overeenstemming met het beginsel van bevoegdheidstoedeling en doet geen afbreuk aan de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en haar lidstaten.

(12)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling en toepassing van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op die lidstaten.

(13)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op die lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen over het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Groep van staten tegen corruptie (Greco), luidt als volgt:

a)

de lidstaten van de Unie steunen de vaststelling, op de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, van het besluit om aan de Unie de status van waarnemer in de Greco toe te kennen;

b)

als het besluit tot toekenning aan de Unie van de status van waarnemer in de Greco niet wordt vastgesteld op de 83e zitting van de plenaire vergadering van de Greco of op de daaropvolgende zitting van haar plenaire vergadering, steunen de lidstaten van de Unie de doorverwijzing van de kwestie naar het Comité van ministers van de Raad van Europa en steunen zij de vaststelling door het Comité van ministers van het besluit om aan de Unie de status van waarnemer in de Greco toe te kennen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 18 juni 2019.

Voor de Raad

De voorzitter

P. DAEA


26.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 171/117


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/1087 VAN DE COMMISSIE

van 19 juni 2019

betreffende vrijstellingen van het uitgebreide antidumpingrecht op bepaalde delen van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China overeenkomstig Verordening (EG) nr. 88/97

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 4455)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1), en met name artikel 13, lid 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer (2), en met name artikel 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 502/2013 van de Raad van 29 mei 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 990/2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (3),

Gezien Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie van 20 januari 1997 tot goedkeuring van de vrijstelling van de invoer van bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht (4), en met name de artikelen 4 tot en met 7,

Na kennisgeving aan de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Als gevolg van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van het antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC") geldt momenteel een antidumpingrecht op hoofdbestanddelen van rijwielen van oorsprong uit de VRC die in de Unie worden ingevoerd ("het uitgebreide recht").

(2)

Krachtens artikel 3 van Verordening (EG) nr. 71/97 is de Commissie bevoegd de nodige maatregelen vast te stellen om de vrijstelling toe te staan van de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die geen ontwijking van het antidumpingrecht inhoudt.

(3)

Die uitvoeringsmaatregelen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 88/97, waarbij het specifieke stelsel van vrijstelling is ingevoerd.

(4)

Op basis hiervan heeft de Commissie een aantal rijwielassemblagebedrijven van het uitgebreide recht vrijgesteld ("de vrijgestelde partijen").

(5)

Overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 heeft de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie meermaals lijsten van de vrijgestelde partijen bekendgemaakt (5).

(6)

Het meest recente Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/477 van de Commissie (6) betreffende vrijstellingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 88/97, is aangenomen op 15 maart 2018.

(7)

Voor de toepassing van dit besluit zijn de definities van artikel 1 van Verordening (EG) nr. 88/97 van toepassing.

1.   AANVRAGEN OM VRIJSTELLING

(8)

De Commissie heeft tussen 27 april 2015 en 7 januari 2019 van de in de tabellen 1 en 3 vermelde partijen aanvragen om vrijstelling ontvangen met de informatie die nodig is om vast te stellen of deze aanvragen op grond van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 ontvankelijk zijn.

(9)

De partijen die om vrijstelling hebben verzocht, zijn in de gelegenheid gesteld op de gevolgtrekkingen van de Commissie met betrekking tot de ontvankelijkheid van hun aanvragen te reageren.

(10)

Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 is, in afwachting van een beslissing over de gegrondheid van de aanvragen van de partijen die om vrijstelling hebben verzocht, de betaling van het uitgebreide recht met betrekking tot de invoer van hoofdbestanddelen van rijwielen die door deze in de onderstaande tabellen 1 en 3 vermelde partijen voor het vrije verkeer zijn aangegeven, geschorst met ingang van de datum waarop de Commissie hun respectieve aanvragen heeft ontvangen.

2.   TOESTEMMING VOOR VRIJSTELLING

(11)

Het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvragen van de in tabel 1 vermelde partijen is afgesloten.

Tabel 1

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

C049

CycleSport North Ltd

363 Leach Place, Walton Summit Centre,

GB-Preston PR5 8AS, Verenigd Koninkrijk

C209

Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o.

Primorska cesta 6b,

SI-3325 Šoštanj, Slovenië

(12)

De Commissie heeft tijdens haar onderzoek vastgesteld dat de waarde van de delen van oorsprong uit de VRC minder dan 60 % van de totale waarde van de delen van alle door CycleSport North Ltd geassembleerde rijwielen bedroeg en dat de waarde die tijdens de door Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o. uitgevoerde assemblageverrichtingen aan de ingevoerde delen werd toegevoegd, meer dan 25 % van de fabricagekosten bedroeg.

(13)

Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat de door CycleSport North Ltd respectievelijk Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o. uitgevoerde assemblageverrichtingen niet binnen de werkingssfeer van artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 vallen.

(14)

Om die reden en overeenkomstig artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 voldoen de in bovenstaande tabel 1 vermelde partijen aan de voorwaarden voor vrijstelling van het uitgebreide recht.

(15)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 moeten de vrijstellingen van kracht worden met ingang van de datum waarop de aanvragen zijn ontvangen. Derhalve moeten de douaneschulden van de om vrijstelling verzoekende partijen met betrekking tot het uitgebreide recht met ingang van dezelfde datum geacht worden niet te hebben bestaan.

(16)

De partijen zijn in kennis gesteld van de gevolgtrekkingen van de Commissie met betrekking tot de gegrondheid van hun aanvragen en zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

(17)

Aangezien de vrijstellingen uitsluitend gelden ten aanzien van de partijen die specifiek in bovenstaande tabel 1 worden vermeld, moeten de vrijgestelde partijen de Commissie (7) onverwijld van elke wijziging hiervan in kennis stellen (bv. naar aanleiding van een wijziging van de naam, de rechtsvorm of het adres, of naar aanleiding van het opzetten van nieuwe assemblage-eenheden).

(18)

In geval van wijziging van de referentiegegevens moet de partij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van haar met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten. Waar nodig, werkt de Commissie de verwijzingen naar de desbetreffende partij bij.

3.   BIJWERKING VAN VERWIJZINGEN NAAR VRIJGESTELDE PARTIJEN OF PARTIJEN WAARVOOR BETALING VAN RECHT IS GESCHORST

(19)

De in onderstaande tabel 2 vermelde vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, hebben de Commissie tussen 17 mei 2018 en 6 maart 2019 ervan in kennis gesteld dat hun referentiegegevens (naam, rechtsvorm of adres) zijn gewijzigd. De Commissie heeft na onderzoek van de ingediende informatie geconcludeerd dat deze wijzigingen, wat de in Verordening (EG) nr. 88/97 opgenomen voorwaarden voor vrijstelling of schorsing betreft, geen gevolgen voor de assemblageverrichtingen hebben.

(20)

De krachtens artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 88/97 ten aanzien van deze partijen verleende toestemming voor de vrijstelling van het uitgebreide recht of voor de schorsing van de betaling daarvan blijft ongewijzigd, maar de verwijzingen naar deze partijen moeten worden bijgewerkt.

Tabel 2

Aanvullende Taric-code

Oude verwijzing

Wijziging

8605

Cicli Elios di Ragona Roberto & C. S.n.c.

Via G. Ferraris 1050,

45021 Badia Polesine (RO), Italië

De naam, de rechtsvorm en het adres van de onderneming zijn als volgt gewijzigd:

Cicli Elios Srl

Via G. Ferraris 996/1030,

45021 Badia Polesine (RO), Italië

8749

Bikkel Bikes BV

Magnesiumstraat 37,

6031RV Nederweert, Nederland

De naam en het adres van de onderneming zijn als volgt gewijzigd:

Bikkel Bikes Group BV

Magnesiumstraat 45,

6031RV Nederweert, Nederland

A168

CHERRI di Cherri Franco & C. s.a.s,

Via Cagliari 39,

09016 Iglesias (CA), Italië

De naam, de rechtsvorm en het adres van de onderneming zijn als volgt gewijzigd:

EGC srl

Via Fontana 18,

45021 Milaan, Italië

A726

Avantisbike - Fábrico de bicicletas Lda

Zona Industrial de Oiã - Lote C-21,

3770-068 Oiã, Portugal

De naam, de rechtsvorm en het adres van de onderneming zijn als volgt gewijzigd:

Unibike OEM Factory S.A.

Zona Industrial de Oiã — Lote C-21,

3770-059 Oiã, Portugal

A966

Skilledbike Sp. z o.o.

Olszanka 109,

33-386 Podegrodzie, Polen

Het adres van de onderneming is als volgt gewijzigd:

Brzezna 420,

33-386 Podegrodzie, Polen

A984

Blue Factory Team S.L.

Calle Torres y Villaroel 6, Elche Parque Empresial,

03320 Elche, Alicante, Spanje

Het adres van de onderneming is als volgt gewijzigd:

C/Juan de la Cierva 62, Elche Parque Empresarial,

03203 Elche, Alicante, Spanje

C021

Kuisle & Kuisle GmbH

Füssener Strasse 22a,

87675 Stötten, Duitsland

Het adres van de onderneming is als volgt gewijzigd:

Gewerbestrasse 14,

87675 Stötten, Duitsland

C207

Kenstone Metal Company GmbH

Heideland 1-7,

24976 Handewitt-Weding, Duitsland

Het adres van de onderneming is als volgt gewijzigd:

Am Maikamp 8-12,

32107 Bad Salzuflen, Duitsland

C209

Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o.

Partizanska cesta 12,

SI-3320 Velenje, Slovenië

Het adres van de onderneming is als volgt gewijzigd:

Primorska cesta 6b,

SI-3325 Šoštanj, Slovenië

4.   SCHORSING VAN BETALING VAN RECHTEN VOOR ONDERZOCHTE PARTIJEN

(21)

Het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvragen van de in onderstaande tabel 3 vermelde partijen is momenteel nog gaande. In afwachting van een beslissing over de gegrondheid van hun aanvragen is de betaling van het uitgebreide recht door deze partijen geschorst.

(22)

Aangezien de schorsingen uitsluitend gelden ten aanzien van de partijen die specifiek in onderstaande tabel 3 worden vermeld, moeten deze partijen de Commissie (8) onverwijld van elke wijziging hiervan in kennis stellen (bv. naar aanleiding van een wijziging van de naam, de rechtsvorm of het adres, of naar aanleiding van het opzetten van nieuwe assemblage-eenheden).

(23)

In geval van wijziging van de referentiegegevens moet de partij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van haar met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten. Waar nodig, werkt de Commissie de verwijzingen naar de desbetreffende partij bij.

Tabel 3

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

C202

Vanmoof B.V.

Mauritskade 55,

1092 AD Amsterdam, Nederland

C207

Kenstone Metal Company GmbH

Am Maikamp 8-12,

32107 Bad Salzuflen, Duitsland

C307

Merida Polska Sp. Z o.o.

ul. Marii Skłodowskiej-Curie 35,

41-800 Zabrze, Polen

C311

Juan Luna Cabrera

C/Alhama 64,

14900 Lucena (Cordoba), Spanje

C481

FJ Bikes Europe Unipessoal, Lda

Praça do Município 8, Sala 1D,

3750 111 Águeda, Portugal

C489

P.P.H. ARTPOL Artur Kopeć

ul. Aniołowska 14,

42-202 Częstochowa, Polen

C492

MOTOKIT Veiculos e Accesórios S.A.

Rua Padre Vicente Maria da Rocha 448, 1o Esq.,

3840-453 Vagos, Portugal

C499

Frog Bikes Manufacturing Ltd

Unit A, Mamhilad Park Estate,

Pontypool NP4 0HZ, Verenigd Koninkrijk

5.   OPHEFFING VAN SCHORSING VAN BETALING VAN RECHTEN VOOR ONDERZOCHTE PARTIJEN

(24)

De schorsing van betaling van de rechten voor de onderzochte partijen moet ten aanzien van de in onderstaande tabel 4 vermelde partijen worden opgeheven.

Tabel 4

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

C170

Hermann Hartje KG

Deichstrasse 120-122,

27318 Hoya, Duitsland

C220

Matex International Aquitaine

Avenue Gay Lussac 6,

33370 Artigues-près-Bordeaux, Frankrijk

(25)

De Commissie heeft tussen 31 mei 2018 en 18 januari 2019 van beide betrokken partijen een verzoek tot intrekking van de aanvraag om vrijstelling ontvangen terwijl het onderzoek naar de gegrondheid van de aanvraag nog gaande was en de betaling van het uitgebreide recht was geschorst.

(26)

De Commissie heeft de intrekking toegestaan, zodat de schorsing van betaling van het uitgebreide recht moet worden opgeheven. Het uitgebreide recht moet worden geïnd met ingang van de datum waarop de vrijstellingsaanvraag van deze partijen is ontvangen, namelijk de datum waarop de schorsing van kracht is geworden (29 september 2016 voor Hermann Hartje KG, Duitsland, en 9 juni 2017 voor Matex International Aquitaine, Frankrijk).

(27)

De partijen zijn in kennis gesteld van de gevolgtrekkingen van de Commissie en zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Er zijn geen opmerkingen ingediend binnen de daarvoor vastgestelde termijn.

6.   INTREKKING VAN TOESTEMMING VOOR VRIJSTELLING

(28)

De in tabel 5 vermelde vrijgestelde partij heeft de Commissie op 22 februari 2018 ervan in kennis gesteld dat zij haar activiteiten heeft stopgezet nadat zij op 17 oktober 2017 door de bevoegde autoriteit formeel failliet was verklaard.

(29)

Bijgevolg moet, overeenkomstig het beginsel van behoorlijk bestuur, de toestemming voor de vrijstelling van betaling van het uitgebreide recht worden ingetrokken,

Tabel 5

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

A246

COBRAN Srl

Via Della Zingarina 6,

47924 Rimini, Italië

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in de tabel in dit artikel vermelde partijen worden vrijgesteld van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad (9) ingestelde definitieve antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde delen van rijwielen uit de Volksrepubliek China.

Overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 88/97 worden de vrijstellingen van kracht met ingang van de datum waarop de aanvragen van de partijen zijn ontvangen. Deze data worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".

De vrijstellingen gelden uitsluitend ten aanzien van de partijen die specifiek in de tabel in dit artikel worden vermeld.

De vrijgestelde partijen stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging van hun naam en adres, waarbij zij alle relevante informatie verstrekken, met name over alle wijzigingen van hun met assemblageverrichtingen verband houdende activiteiten die de vrijstellingsvoorwaarden betreffen.

Vrijgestelde partijen

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

Geldig vanaf

C049

CycleSport North Ltd

363 Leach Place, Walton Summit Centre,

Preston PR5 8AS, Verenigd Koninkrijk

27.4.2015

C209

Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o.

Primorska cesta 6b,

SI-3325 Šoštanj, Slovenië

26.4.2017

Artikel 2

De bijgewerkte verwijzingen naar de in de tabel in dit artikel vermelde vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, worden vermeld in de kolom "Nieuwe verwijzing". Deze bijwerkingen worden van kracht met ingang van de data die worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".

De bijbehorende aanvullende Taric-codes in de tabelkolom "Aanvullende Taric-code", die voorheen zijn toegekend aan die vrijgestelde partijen of partijen waarvoor de betaling van het recht is geschorst, blijven ongewijzigd.

Vrijgestelde partijen/partijen waarvoor betaling van recht is geschorst, en waarvoor verwijzing wordt bijgewerkt

Aanvullende Taric-code

Oude verwijzing

Nieuwe verwijzing

Geldig vanaf

8605

Cicli Elios di Ragona Roberto & C. S.n.c.

Via G. Ferraris 1050,

45021 Badia Polesine (RO), Italië

Cicli Elios S.r.l.

Via G. Ferraris 996/1030,

45021 Badia Polesine (RO), Italië

19.12.2018

8749

Bikkel Bikes BV

Magnesiumstraat 37,

6031RV Nederweert, Nederland

Bikkel Bikes Group BV

Magnesiumstraat 45,

6031RV Nederweert, Nederland

27.11.2018

A168

CHERRI di Cherri Franco & C. s.a.s,

Via Cagliari 39,

09016 Iglesias (CA), Italië

EGC srl

Via Fontana 18,

45021 Milaan, Italië

30.1.2019

A726

Avantisbike - Fábrico de bicicletas Lda

Zona Industrial de Oiã - Lote C-21,

3770-068 Oiã, Portugal

Unibike OEM Factory S.A.

Zona Industrial de Oiã - Lote C-21,

3770-059 Oiã, Portugal

3.7.2018

A966

Skilledbike Sp. z o.o.

Olszanka 109,

33-386 Podegrodzie, Polen

Skilledbike Sp. z o.o.

Brzezna 420,

33-386 Podegrodzie, Polen

3.1.2019

A984

Blue Factory Team S.L.

Calle Torres y Villaroel 6, Elche Parque Empresial,

03320 Elche, Alicante, Spanje

Blue Factory Team S.L.

C/Juan de la Cierva 62, Elche Parque Empresarial,

03203 Elche, Alicante, Spanje

15.5.2017

C021

Kuisle & Kuisle GmbH

Füssener Strasse 22a,

87675 Stötten, Duitsland

Kuisle & Kuisle GmbH

Gewerbestrasse 14,

87675 Stötten, Duitsland

14.2.2018

C207

Kenstone Metal Company GmbH

Heideland 1-7,

24976 Handewitt-Weding, Duitsland

Kenstone Metal Company GmbH

Am Maikamp 8-12,

32107 Bad Salzuflen, Duitsland

1.3.2018

C209

Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o.

Partizanska cesta 12,

SI-3320 Velenje, Slovenië

Gor Kolesa, proizvodnja koles, d.o.o.

Primorska cesta 6b,

SI-3325 Šoštanj, Slovenië

26.9.2018

Artikel 3

De in de tabel in dit artikel vermelde partijen zijn overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 88/97 in onderzoek.

De schorsingen van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 88/97 gelden met ingang van de datum waarop de respectieve schorsingsaanvragen van de partijen zijn ontvangen. Deze data worden vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".

Deze schorsingen van betaling gelden uitsluitend ten aanzien van de onderzochte partijen die specifiek in de tabel in dit artikel worden vermeld.

De onderzochte partijen stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle met de schorsingsvoorwaarden verband houdende wijzigingen van hun assemblageverrichtingen en verstrekken de Commissie ten bewijze daarvan alle relevante informatie. Deze wijzigingen omvatten alle wijzigingen van de namen, activiteiten, rechtsvormen en adressen van de partijen, maar zijn daartoe niet beperkt.

Onderzochte partijen

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

Geldig vanaf

C202

Vanmoof B.V.

Mauritskade 55,

1092 AD Amsterdam, Nederland

19.12.2016

C207

Kenstone Metal Company GmbH

Am Maikamp 8-12,

32107 Bad Salzuflen, Duitsland

20.3.2017

C307

Merida Polska Sp. Z o.o.

ul. Marii Skłodowskiej-Curie 35,

41-800 Zabrze, Polen

14.6.2017

C311

Juan Luna Cabrera

C/Alhama 64,

14900 Lucena (Cordoba), Spanje

4.10.2017

C481

FJ Bikes Europe Unipessoal, Lda

Praça do Município 8, Sala 1D,

3750 111 Águeda, Portugal

8.5.2018

C489

P.P.H. ARTPOL Artur Kopeć

ul. Aniołowska 14,

42-202 Częstochowa, Polen

25.10.2018

C492

MOTOKIT Veiculos e Accesórios S.A.

Rua Padre Vicente Maria da Rocha 448, 1o Esq.,

3840-453 Vagos, Portugal

29.11.2018

C499

Frog Bikes Manufacturing Ltd

Unit A, Mamhilad Park Estate,

Pontypool NP4 0HZ, Verenigd Koninkrijk

7.1.2019

Artikel 4

De schorsing van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 88/97 wordt opgeheven ten aanzien van de in de tabel in dit artikel vermelde partijen.

Het uitgebreide recht wordt geïnd met ingang van de datum waarop de schorsing van kracht is geworden. Deze datum wordt vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".

Partijen ten aanzien waarvan schorsing wordt opgeheven

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

Geldig vanaf

C170

Hermann Hartje KG

Deichstrasse 120-122,

27318 Hoya, Duitsland

29.9.2016

C220

Matex International Aquitaine

Avenue Gay Lussac 6,

33370 Artigues-près-Bordeaux, Frankrijk

9.6.2017

Artikel 5

De toestemming voor de vrijstelling van betaling van het uitgebreide antidumpingrecht wordt ingetrokken ten aanzien van de in de tabel in dit artikel vermelde partij.

Het uitgebreide recht wordt geïnd met ingang van de datum waarop de intrekking van de toestemming van kracht is geworden. Deze datum wordt vermeld in de tabelkolom "Geldig vanaf".

Partij ten aanzien waarvan vrijstelling wordt ingetrokken

Aanvullende Taric-code

Naam

Adres

Geldig vanaf

A246

COBRAN Srl

Via Della Zingarina 6,

47924 Rimini, Italië

17.10.2017

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot de lidstaten alsmede tot de in de artikelen 1 tot en met 5 vermelde partijen en wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 19 juni 2019.

Voor de Commissie

Cecilia MALMSTRÖM

Lid van de Commissie


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)   PB L 16 van 18.1.1997, blz. 55.

(3)   PB L 153 van 5.6.2013, blz. 17.

(4)   PB L 17 van 21.1.1997, blz. 17.

(5)   PB C 45 van 13.2.1997, blz. 3; PB C 112 van 10.4.1997, blz. 9; PB C 220 van 19.7.1997, blz. 6; PB L 193 van 22.7.1997, blz. 32; PB L 334 van 5.12.1997, blz. 37; PB C 378 van 13.12.1997, blz. 2; PB C 217 van 11.7.1998, blz. 9; PB C 37 van 11.2.1999, blz. 3; PB C 186 van 2.7.1999, blz. 6; PB C 216 van 28.7.2000, blz. 8; PB C 170 van 14.6.2001, blz. 5; PB C 103 van 30.4.2002, blz. 2; PB C 35 van 14.2.2003, blz. 3; PB C 43 van 22.2.2003, blz. 5; PB C 54 van 2.3.2004, blz. 2; PB L 343 van 19.11.2004, blz. 23; PB C 299 van 4.12.2004, blz. 4; PB L 17 van 21.1.2006, blz. 16; PB L 313 van 14.11.2006, blz. 5; PB L 81 van 20.3.2008, blz. 73; PB C 310 van 5.12.2008, blz. 19; PB L 19 van 23.1.2009, blz. 62; PB L 314 van 1.12.2009, blz. 106; PB L 136 van 24.5.2011, blz. 99; PB L 343 van 23.12.2011, blz. 86; PB L 119 van 23.4.2014, blz. 67; PB L 132 van 29.5.2015, blz. 32; PB L 331 van 17.12.2015, blz. 30; PB L 47 van 24.2.2017, blz. 13, en PB L 79 van 22.3.2018, blz. 31.

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/477 van de Commissie van 15 maart 2018 betreffende vrijstellingen van het uitgebreide antidumpingrecht op bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 88/97 (PB L 79 van 22.3.2018, blz. 31).

(7)  De partijen wordt aangeraden het volgende e-mailadres te gebruiken: TRADE-BICYCLE-PARTS@ec.europa.eu

(8)  De partijen wordt aangeraden het volgende e-mailadres te gebruiken: TRADE-BICYCLE-PARTS@ec.europa.eu

(9)  Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad van 8 september 1993 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht (PB L 228 van 9.9.1993, blz. 1).