|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
62e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
2.4.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/537 VAN DE COMMISSIE
van 28 maart 2019
tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen ("Странджански манов мед" (Strandzhanski manov med)/"Maнов мед от Странджа" (Manov med ot Strandzha) (BOB))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de aanvraag van Bulgarije tot registratie van de naam "Странджански манов мед" (Strandzhanski manov med)/"Maнов мед от Странджа" (Manov med ot Strandzha) bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam "Странджански манов мед" (Strandzhanski manov med)/"Maнов мед от Странджа" (Manov med ot Strandzha) worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam "Странджански манов мед" (Strandzhanski manov med)/"Maнов мед от Странджа" (Manov med ot Strandzha) (BOB) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.4 (Andere producten van dierlijke oorsprong (eieren, honing, diverse zuivelproducten met uitzondering van boter enz.)), als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 28 maart 2019.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 449 van 13.12.2018, blz. 11.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
BESLUITEN
|
2.4.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/3 |
BESLUIT (GBVB) 2019/538 VAN DE RAAD
van 1 april 2019
ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen ("de EU-strategie"), met in hoofdstuk III een lijst van maatregelen ter bestrijding van die verspreiding. |
|
(2) |
In de EU-strategie wordt de cruciale rol benadrukt die het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (het "CWC") en de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons — "de OPCW") vervullen bij het tot stand brengen van een wereld zonder chemische wapens. In het kader van de EU-strategie heeft de Unie toegezegd zich te zullen inspannen voor mondiale toetreding tot de belangrijkste verdragen en overeenkomsten inzake ontwapening en non-proliferatie, waaronder het CWC. De doelstellingen van de EU-strategie zijn complementair aan die van de OPCW, die immers verantwoordelijk is voor de uitvoering van het CWC. |
|
(3) |
Op 22 november 2004 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2004/797/GBVB (1) betreffende de ondersteuning van OPCW-activiteiten vastgesteld. Dat gemeenschappelijk optreden is na het verstrijken ervan opgevolgd door Gemeenschappelijk Optreden 2005/913/GBVB van de Raad (2), dat op zijn beurt is opgevolgd door Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB van de Raad (3). Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB werd opgevolgd door de Besluiten 2009/569/GBVB (4), 2012/166/GBVB (5) en (GBVB) 2015/259 (6). Besluit (GBVB) 2015/259 is op 23 maart 2018 verstreken. |
|
(4) |
Op 26 februari 2018 heeft de Raad Besluit (GBVB) 2018/294 (7) vastgesteld, dat de looptijd van Besluit (GBVB) 2015/259 verlengt, zodat de activiteiten tot en met 23 december 2018 kunnen worden voortgezet. |
|
(5) |
Voor de actieve uitvoering van hoofdstuk III van de EU-strategie is het noodzakelijk dat deze intensieve en gerichte steun van de EU aan de OPCW wordt voortgezet. Meer activiteiten zijn nodig ter vergroting van de capaciteit van de staten die partij zijn bij het CWC (hierna "staten die partij zijn") voor het vervullen van hun verplichtingen krachtens het CWC, de paraatheid van de staten die partij zijn om aanvallen met toxische chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren en de internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten. Ook zijn meer activiteiten nodig die de OPCW beter laten inspelen op wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, en meer capaciteit geven om de dreiging van het gebruik van chemische wapens tegen te gaan. Maatregelen in verband met de universalisering van het CWC dienen te worden voortgezet en te worden aangepast aan en gericht op het feit dat steeds minder staten geen partij zijn bij het CWC. |
|
(6) |
De Raad heeft op 16 april 2018 conclusies vastgesteld met onder meer het standpunt van de Unie met het oog op de vierde buitengewone vergadering van de Conferentie van de staten die partij zijn, ter toetsing van de werking van het Verdrag ("de vierde toetsingsconferentie"), in Den Haag, van 21 tot 30 november 2018. |
|
(7) |
De Unie heeft politieke, financiële en materiële steun verleend aan de OPCW-activiteiten in Syrië die ten doel hadden de Syrische chemische wapens en stoffen volledig te vernietigen. Dienovereenkomstig heeft de Raad op 9 december 2013 Besluit 2013/726/GBVB (8) vastgesteld, ter ondersteuning van activiteiten van de OPCW in het kader van Resolutie 2118 (2013) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties ("UNSCR"), het besluit van de uitvoerende raad van de OPCW van 27 september 2013 over de vernietiging van de Syrische chemische wapens en de latere resoluties en besluiten die daarmee verband houden. Besluit 2013/726/GBVB is opgevolgd door Besluit (GBVB) 2017/2303 van de Raad (9), dat op 12 december 2017 is vastgesteld. Voorts heeft de Raad op 30 november 2015 Besluit (GBVB) 2015/2215 (10) vastgesteld ter ondersteuning van UNSCR 2235 (2015). |
|
(8) |
De vierde buitengewone vergadering van de Conferentie van de staten die partij zijn heeft op 27 juni 2018 Besluit C-SS-4/DEC.3 over het aanpakken van de dreiging die uitgaat van het gebruik van chemische wapens vastgesteld. De Europese Raad heeft in zijn conclusies van 28 juni 2018 toegezegd dat de Unie de resultaten van dat besluit steunt, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Om onverwijld praktische uitvoering te geven aan sommige elementen van de EU-strategie, steunt de Unie activiteiten van de OPCW die erop gericht zijn:
|
— |
de staten die partij zijn beter in staat te stellen hun uit het CWC voortvloeiende verplichtingen na te komen; |
|
— |
de paraatheid van de staten die partij zijn om aanvallen met chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren, te vergroten; |
|
— |
de internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten te verbeteren; |
|
— |
het vermogen van de OPCW om zich aan te passen aan wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen te ondersteunen; |
|
— |
de capaciteit van de OPCW op te voeren om de dreiging van het gebruik van chemische wapens tegen te gaan; |
|
— |
het universele karakter van het CWC te onderstrepen door staten die geen partij zijn aan te sporen tot dat verdrag toe te treden. |
2. In de context van lid 1 ondersteunt de Unie de volgende activiteiten van de OPCW-projecten, die in overeenstemming zijn met de maatregelen van de EU-strategie:
Project I: OPCW-Centrum voor chemie en technologie en uitvoering van Besluit C-SS-4/DEC.3 over het aanpakken van de dreiging die uitgaat van het gebruik van chemische wapens
Activiteiten:
|
— |
project uitbouw laboratorium |
|
— |
uitvoering van Besluit C-SS-4/DEC.3 |
Project II: chemische demilitarisering en non-proliferatie
Activiteiten:
|
— |
bezoeken van vertegenwoordigers van de uitvoerende raad en waarnemers van de staten die partij zijn aan de Volksrepubliek China en de Verenigde Staten van Amerika om een overzicht te krijgen van de vernietigingsprogramma's |
|
— |
uitbreiding en verbetering van het gebruik van het Enterprise Content Management-systeem (ECM-systeem) |
|
— |
ontplooiing van een volledige telecommunicatie-oplossing voor alle betrokken personeelsleden van het technisch secretariaat van de OPCW |
Project III: assistentie en bescherming in Afrikaanse staten die partij zijn
Activiteiten:
|
— |
operationele opleiding voor eerstehulpverleners |
|
— |
opleiding van opleiders in assistentie en bescherming voor de Afrikagroep |
Project IV: internationale samenwerking
Activiteiten:
|
— |
managersopleiding voor senior bedrijfsleiders, beleidsmakers en alumni van het OPCW Associate Programme |
|
— |
project laboratoriumtwinning |
|
— |
forum voor vrouwen over het vreedzame gebruik van chemie en cursus voor de ontwikkeling van elementaire analytische vaardigheden voor vrouwelijke chemici |
|
— |
onderwijs en opleiding voor jongeren inzake het vreedzame gebruik van chemie |
|
— |
cursus analytische ontwikkeling voor chemische analisten in de Afrikaanse staten die partij zijn |
|
— |
cursus management chemische veiligheid en veiligheid voor Afrikaanse staten die partij zijn |
Project V: universaliteit en outreach
Activiteiten:
|
— |
ontwikkelen van modules voor e-leren |
|
— |
vertaling en verspreiding van opleidings- en outreach-instrumenten en materiaal |
|
— |
ondersteuning van de participatie van ngo's aan de activiteiten van de OPCW |
|
— |
nevenevenementen in de marge van de Conferentie van staten die partij zijn |
Project VI: nationale implementatie
Activiteiten:
|
— |
Global stakeholders' forum |
Project VII: wetenschap en technologie
Activiteiten:
|
— |
project plantaardige biomarkers |
|
— |
steun voor de tijdelijke werkgroepen van de wetenschappelijke adviesraad van de OPCW |
De bijlage bevat een gedetailleerde beschrijving van de in dit lid bedoelde door de Unie ondersteunde OPCW-activiteiten.
Artikel 2
1. De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid ("de HV") draagt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit besluit.
2. De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde projecten is een taak van het technisch secretariaat van de OPCW ("het technisch secretariaat"). Het voert die taak uit onder verantwoordelijkheid en toezicht van de HV. Daartoe treft de HV de nodige regelingen met het technisch secretariaat.
Artikel 3
1. Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 11 601 256 EUR.
2. De financiering van de in lid 1 genoemde uitgaven wordt beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.
3. De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 2 bedoelde uitgaven. Daartoe sluit zij een financieringsovereenkomst met het technisch secretariaat. In die overeenkomst wordt bepaald dat het technisch secretariaat er zorg voor moet dragen dat de bijdrage van de Unie zichtbaar is in een mate die evenredig is aan haar omvang en maatregelen moet vaststellen die het ontwikkelen van synergieën en het voorkómen van overlappingen bevorderen.
4. De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde financieringsovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden en van de datum van sluiting van de financieringsovereenkomst.
Artikel 4
De HV brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van de periodieke verslagen die worden opgesteld door het technisch secretariaat. De verslagen van de HV vormen de basis voor de evaluatie door de Raad. De Commissie verstrekt informatie over de financiële aspecten van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.
Artikel 5
1. Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
2. Dit besluit verstrijkt 36 maanden na de sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde financieringsovereenkomst. Het verstrijkt echter zes maanden nadat het in werking is getreden indien de financieringsovereenkomst op dat moment nog niet is gesloten.
Gedaan te Brussel, 1 april 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
G. CIAMBA
(1) Gemeenschappelijk Optreden 2004/797/GBVB van de Raad van 22 november 2004 betreffende de ondersteuning van OPCW activiteiten in het kader van de uitvoering van maatregelen van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 349 van 25.11.2004, blz. 63).
(2) Gemeenschappelijk Optreden 2005/913/GBVB van de Raad van 12 december 2005 betreffende de ondersteuning van OPCW activiteiten in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 331 van 17.12.2005, blz. 34).
(3) Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB van de Raad van 19 maart 2007 betreffende de ondersteuning van OPCW activiteiten in het kader van de uitvoering van de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 85 van 27.3.2007, blz. 10).
(4) Besluit 2009/569/GBVB van de Raad van 27 juli 2009 betreffende de ondersteuning van OPCW activiteiten in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 197 van 29.7.2009, blz. 96).
(5) Besluit 2012/166/GBVB van de Raad van 23 maart 2012 ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 87 van 24.3.2012, blz. 49).
(6) Besluit (GBVB) 2015/259 van de Raad van 17 februari 2015 ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 43 van 18.2.2015, blz. 14).
(7) Besluit (GBVB) 2018/294 van de Raad van 26 februari 2018 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/259 ter ondersteuning van activiteiten van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) in het kader van de uitvoering van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 55 van 27.2.2018, blz. 58).
(8) Besluit 2013/726/GBVB van de Raad van 9 december 2013 ter ondersteuning van UNSCR 2118 (2013) en van EC M 33/Dec 1 van de uitvoerende raad van de OPCW, in het kader van de tenuitvoerlegging van de EU strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 329 van 10.12.2013, blz. 41).
(9) Besluit (GBVB) 2017/2303 van de Raad van 12 december 2017 ter ondersteuning van de verdere uitvoering van Resolutie 2118 (2013) van de VN Veiligheidsraad en Besluit EC M 33/DEC.1 van de uitvoerende raad van de OPCW inzake de vernietiging van de Syrische chemische wapens, in het kader van de tenuitvoerlegging van de EU strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (PB L 329 van 13.12.2017, blz. 55).
(10) Besluit (GBVB) 2015/2215 van de Raad van 30 november 2015 ter ondersteuning van UNSCR 2235 (2015) tot instelling van een gezamenlijk onderzoeksmechanisme van de Organisatie voor het verbod van chemische wapens en van de VN (OPCW VN) om de daders te identificeren van chemische aanslagen in de Arabische Republiek Syrië (PB L 314 van 1.12.2015, blz. 51).
BIJLAGE
Ondersteuning door de Unie van OPCW-activiteiten in het kader van de uitvoering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens
Project I — OPCW-Centrum voor chemie en technologie en Besluit C-SS-4/DEC.3 over het aanpakken van de dreiging die uitgaat van het gebruik van chemische wapens
Doelen
|
— |
wegwerken van voorraden chemische wapens en inrichtingen voor de productie van chemische wapens die vallen onder de verificatiemaatregelen van het CWC |
|
— |
non-proliferatie van chemische wapens, door het toepassen van de in het CWC neergelegde verificatie- en uitvoeringsmaatregelen, die ook dienen om vertrouwen op te bouwen tussen de staten die partij zijn |
|
— |
assistentie en bescherming tegen chemische wapens, en het gebruik ervan, of de dreiging met het gebruik ervan, overeenkomstig de bepalingen van artikel X van het CWC |
|
— |
economische en technologische ontwikkeling door internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten voor doelen die niet verboden zijn krachtens artikel XI van het CWC |
|
— |
volledige en effectieve uitvoering van de bepalingen van artikel VII van het CWC door de staten die partij zijn |
Oogmerken
|
— |
verificatie voor het duurzaam vertrouwen in de naleving |
|
— |
ontwikkeling van capaciteit om het vijandig gebruik van toxische chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren en om internationale samenwerking te bevorderen |
|
— |
afspraak om elkaars vermogens te gebruiken |
|
— |
een organisatie die geschikt blijft voor het beoogde doel |
|
— |
opsporen van de daders van het gebruik van chemische wapens in de Syrische Arabische Republiek door het in kaart brengen en rapporteren van alle informatie die relevant kan zijn met betrekking tot de herkomst van die chemische wapens in de gevallen waarin de onderzoeksmissie (fact-finding mission - "de FFM") vaststelt of heeft vastgesteld dat er sprake of waarschijnlijk sprake is van gebruik, en de gevallen waarover het gezamenlijk onderzoeksmechanisme van de OPCW en de VN geen verslag heeft uitgebracht. |
Resultaten
|
— |
meer operationele efficiëntie |
|
— |
betere fysieke veiligheid |
|
— |
naleven van de hoogste veiligheidsnormen |
|
— |
goed gepositioneerd om gelijke tred te houden met de huidige dreigingen en met de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, grotere geloofwaardigheid en betere reputatie vanwege de nieuwe faciliteit |
|
— |
onderzoeken uitvoeren op grond van het mandaat in Besluit C-SS-4/DEC.3 |
Activiteiten
I.1 Project uitbouw laboratorium
Het OPCW-laboratorium en de opslagruimte voor materieel spelen een cruciale rol voor het ondersteunen van de uitvoering van het CWC. Sinds het laboratorium en de opslagruimte voor materieel 20 jaar geleden operationeel werden op hun huidige locatie in Rijswijk, een voorstad van Den Haag, wordt steeds meer van deze faciliteiten verlangd. Tijdens de laatste jaren heeft een drastische stijging van niet-routinematige activiteiten de capaciteit van deze faciliteiten verder onder druk gezet, en Besluit C-SS-4/DEC.3 zal wellicht resulteren in nog meer vraag. Bovendien verzoeken de staten die partij zijn steeds meer om opleidingssteun van het laboratorium om hun analytische en technische capaciteiten op chemisch gebied te versterken. Om deze problemen op te vangen, heeft de OPCW besloten een project op te starten om het OPCW-laboratorium en de opslagruimte voor materieel uit te bouwen tot een nieuw Centrum voor chemie en technologie (het ChemTech-centrum).
I.2 Uitvoering van Besluit C-SS-4/DEC.3
In operationeel punt 10 van Besluit C-SS-4/DEC.3 heeft de OPCW-Conferentie van de staten die partij zijn besloten dat het secretariaat regelingen moet treffen om de daders van het gebruik van chemische wapens in de Syrische Arabische Republiek op te sporen door het in kaart brengen en rapporteren van alle informatie die relevant kan zijn met betrekking tot de herkomst van die chemische wapens in de gevallen waarin de FFM vaststelt of heeft vastgesteld dat er sprake of waarschijnlijk sprake is van gebruik, en de gevallen waarover het gezamenlijk onderzoeksmechanisme van de OPCW en de VN geen verslag heeft uitgebracht. In aansluiting op dat besluit zal het secretariaat een onderzoeks- en identificatieteam opzetten, dat zijn activiteiten op onpartijdige en objectieve wijze zal uitoefenen. Het onderzoeks- en identificatieteam zal functioneren onder rechtstreeks gezag van de directeur-generaal van de OPCW en zal verslagen uitbrengen aan de uitvoerende raad en aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Project II — Chemische demilitarisering en non-proliferatie
Doelen
|
— |
ondersteunen van de non-proliferatie van chemische wapens, door toepassing van de verificatie- en uitvoeringsmaatregelen van het CWC |
|
— |
sneller wegwerken van voorraden chemische wapens en inrichtingen voor de productie van chemische wapens die vallen onder de verificatiemaatregelen van het CWC |
|
— |
bijdragen tot de volledige, daadwerkelijke en niet-discriminerende uitvoering van alle bepalingen van het CWC |
Oogmerken
|
— |
verificatie voor het duurzaam vertrouwen in de naleving |
|
— |
afspraak om de elkaars vermogens te gebruiken |
|
— |
een organisatie die geschikt blijft voor het beoogde doel |
|
— |
ontwikkeling van capaciteit om het vijandig gebruik van toxische chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren en om internationale samenwerking te bevorderen |
Resultaten
|
— |
uitvoering van de toepasselijke besluiten in verband met het voltooien van de vernietiging van chemische wapens |
|
— |
meer kennisoverdracht van, meer transparantie en meer inzicht dankzij de OPCW-stakeholders |
|
— |
steunverwerving voor het opnieuw in evenwicht brengen van het verificatieregime van het CWC, van ontwapening tot het voorkomen van hernieuwd gebruik van chemische wapens |
|
— |
meer routineverificatie-activiteiten met een systeem voor risicobeheersing |
|
— |
de OPCW is beter in staat om noodoperaties uit te voeren |
|
— |
meer assistentie- en beschermingsvermogen voor de OPCW ter ondersteuning van haar gerichtheid op hernieuwd gebruik van chemische wapens, wat betreft zowel preventie als respons |
|
— |
aangepaste structuren en processen, waar nodig, ter ondersteuning van de soepele overgang van de OPCW |
Activiteiten
II.1 Bezoeken van vertegenwoordigers van de uitvoerende raad en waarnemers van de staten die partij zijn aan de Volksrepubliek China en de Verenigde Staten van Amerika om een overzicht te krijgen van de vernietigingsprogramma's
De Unie heeft geregeld steun verleend aan bezoeken van de uitvoerende raad (in Gemeenschappelijk Optreden 2007/185/GBVB en Besluiten 2009/569/GBVB, 2021/166/GBVB en (GBVB) 2015/259). De tot dusver afgelegde bezoeken zijn een goede manier gebleken om vragen of problemen aan te pakken met betrekking tot het programma waarmee een verdragspartij die over chemische wapens beschikt, zijn verplichtingen naleeft inzake de vernietiging van die wapens. Alle staten die partij zijn zullen baat hebben bij deze bezoeken, die de transparantie zullen bevorderen en vertrouwen zullen scheppen in de vooruitgang bij het volledig vernietigen van de resterende chemische wapens overeenkomstig de bepalingen van het CWC, na verificatie door het technisch secretariaat. Het project zou de ruimere participatie van de staten die partij zijn aan deze bezoeken moeten bevorderen. Daarbij dienen passende financiële criteria in acht te worden genomen en dient ervoor te worden gezorgd dat de deelnemers voldoende rouleren.
II.2 Uitbreiding en verbetering van het gebruik van het Enterprise Content Management-systeem (ECM-systeem)
Het ECM-systeem is hoofdzakelijk beschikbaar voor gebruikers in de verificatie-afdeling die toegang hebben tot het met een air gap afgescheiden netwerk van de OPCW, dat intern bekend staat als het Secure Critical Network (SCN). Dit project zal het ECM-systeem verbeteren door het toegankelijk te maken voor OPCW-inspecteurs en door inefficiënties ten gevolge van de beperkte beveiligings- en IT-netwerkinfrastructuur weg te werken.
II.3 Ontplooiing van een volledige telecommunicatie-oplossing voor alle betrokken personeelsleden van het technisch secretariaat van de OPCW
Dit project zal erin bestaan een geschikte en kosteneffectieve dienstaanbieder te vinden, de gefaseerde overgang van legacy-infrastructuur te plannen, met nieuwe technologieën testen en op veiligheid screenen van procedures tijdens missies, pakketten voor operaties in het veld te ontwikkelen, een volledige telecommunicatie-oplossing te ontplooien voor alle betrokken OPCW-stakeholders en legacy-infrastructuur buiten gebruik te stellen.
Project III — Assistentie en bescherming in Afrikaanse staten die partij zijn
Doelen
|
— |
zorgen voor assistentie en bescherming tegen chemische wapens en het gebruik ervan, of de dreiging met het gebruik ervan, overeenkomstig de bepalingen van artikel X van het CWC |
|
— |
zorgen voor de volledige, daadwerkelijke en niet-discriminerende uitvoering van alle bepalingen van het CWC door de OPCW, met name in Afrikaanse staten die partij zijn |
|
— |
verbeteren van de ontwikkeling van het vermogen voor nationale uitvoering, en internationale samenwerking |
Oogmerken
|
— |
ontwikkeling van capaciteit om het vijandig gebruik van toxische chemische stoffen te voorkomen en erop te reageren en om internationale samenwerking te bevorderen |
|
— |
afspraak om elkaars vermogens te gebruiken |
|
— |
een organisatie die geschikt blijft voor het beoogde doel |
Resultaten
|
— |
meer assistentie- en beschermingsvermogen voor de OPCW ter ondersteuning van haar gerichtheid op hernieuwd gebruik van chemische wapens, wat betreft zowel preventie als respons |
|
— |
verbeterde capaciteitsontwikkeling voor nationale uitvoering, en internationale samenwerking |
|
— |
betere en duurzame samenwerking met andere internationale organisaties |
|
— |
verbeterde afspraken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
meer capaciteit om de samenwerking tussen ad-hocgroepen van staten die partij zijn te faciliteren |
Activiteiten
III.1 Operationele opleiding voor eerstehulpverleners
Deze operationele opleiding wil Afrikaanse staten die partij zijn en hun respectieve regionale economische gemeenschappen (Ecowas, SADC, IGAD) ondersteunen bij het ontwikkelen van capaciteit om bescherming te bieden tegen chemische incidenten met stoffen voor chemische oorlogsvoering of toxische industriële chemische stoffen.
III.2 Opleiding van opleiders in assistentie en bescherming voor de Afrikagroep
Hoofddoel van de cursus is instructeurs van agentschappen die betrokken zijn bij noodrespons basiskennis over chemische stoffen bij te brengen, zodat in Afrikaanse landen een pool van opleiders tot stand komt die kennis kan verspreiden over onderwerpen in verband met de respons op een chemisch incident.
Project IV — Internationale samenwerking
Doelen
|
— |
bevorderen van de economische en technologische ontwikkeling door internationale samenwerking op het gebied van chemische activiteiten waarvan de doelen niet krachtens het CWC verboden zijn |
|
— |
verbeteren van capaciteitsontwikkeling voor nationale uitvoering, en internationale samenwerking |
|
— |
verbeteren en duurzaam ontwikkelen van samenwerking met andere internationale organisaties |
|
— |
intensiever samenwerken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
verbeteren van het vermogen om de samenwerking tussen ad-hocgroepen van staten die partij zijn te faciliteren |
Oogmerken
|
— |
bevorderen van internationale samenwerking tussen staten die partij zijn op het gebied van chemie voor vreedzame doeleinden |
|
— |
verbeteren van de capaciteit van OPCW-lidstaten, met name van bepaalde regio's, zoals Afrika en Grulac, op het gebied van analyse van chemische stoffen onder het CWC-regime |
|
— |
vrouwelijke chemici beter bekend maken met het vreedzame gebruik van chemie en een platform bieden opdat meer vrouwelijke chemici deelnemen aan het door de OPCW aangeboden programma voor capaciteitsopbouw |
|
— |
ontwikkelen van kennis en vereiste vaardigheden van betrokken stakeholders en hen in staat stellen kennis te verwerven op het gebied van de beoordeling van chemische dreigingen en mitigatiemethoden |
Resultaten
|
— |
verbeterde capaciteitsontwikkeling voor nationale uitvoering, en internationale samenwerking |
|
— |
versterkt evaluatievermogen van het secretariaat op het gebied van capaciteitsopbouw |
|
— |
betere en duurzame samenwerking met andere internationale organisaties |
|
— |
verbeterde afspraken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
steunverwerving voor het opnieuw in evenwicht brengen van het verificatieregime van het CWC, van ontwapening tot het voorkomen van hernieuwd gebruik van chemische wapens |
|
— |
de OPCW is beter in staat om wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die van belang zijn voor het CWC te monitoren |
|
— |
meer assistentie- en beschermingsvermogen voor de OPCW ter ondersteuning van haar bijzondere aandacht voor hernieuwd gebruik van chemische wapens, wat betreft zowel preventie als respons |
|
— |
verbeterde afspraken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
meer capaciteit om de samenwerking tussen ad-hocgroepen van staten die partij zijn te faciliteren |
Activiteiten
IV.1 Managementopleiding voor senior bedrijfsleiders, beleidsmakers en alumni van het OPCW Associate Programme
Dit project biedt een managementopleidingsprogramma voor chemici, chemisch ingenieurs, en andere betrokken professionals in leidende functies (en met taken die verband houden met de uitvoering van het CWC) in het bedrijfsleven, bij de overheid en de academische wereld in OPCW-staten die partij zijn met ontwikkelings- en overgangseconomieën, teneinde capaciteit op te bouwen zodat zij diepgaande kennis- en leiderschapsvaardigheden ontwikkelen op het gebied van beheer van geïntegreerde chemische stoffen, onder meer maar niet uitsluitend op het gebied van chemische veiligheid, beveiliging en duurzaamheid.
IV.2 Project laboratoriumtwinning
De redenering achter een twinninginitiatief in de OPCW is het ontbreken in verscheidene regio's, zoals Afrika en Grulac, van de laboratoria die gecertificeerd zijn voor het verrichten van analyses van chemische stoffen in het kader van het CWC-regime (door de OPCW aangewezen laboratoria). De regels voor de deelname aan het initiatief, waaronder de doelstellingen en de modus operandi, staan beschreven in nota S/1397/2016 van het technisch secretariaat van 14 juli 2016. Volgens die nota kunnen de projecten een reeks activiteiten omvatten tussen telkens twee (een geassisteerd en een assisterend) laboratoria, zoals onderlinge personeelsbezoeken (opleiding en mentorschap), steun voor de deelname van geassisteerde laboratoria aan OPCW-bekwaamheidstoetsen en steun voor de overdracht van materieel en voor gezamenlijk onderzoek.
IV.3 Forum voor vrouwen over het vreedzame gebruik van chemie en cursus voor de ontwikkeling van elementaire analytische vaardigheden voor vrouwelijke chemici
Het technisch secretariaat van de OPCW zal in het hoofdkantoor van de OPCW een forum voor vrouwen over het vreedzame gebruik van chemie en een cursus ontwikkeling van elementaire analysevaardigheden voor vrouwelijke chemici organiseren. De OPCW-staten die partij zijn zullen de deskundigen voordragen en de selectie van deelnemers zal worden gebaseerd op kwalificatie, geografische verdeling en gender.
IV.4 Onderwijs en opleiding voor jongeren inzake het vreedzame gebruik van chemie
Op basis van de capaciteitsopbouwprogramma's die door het technisch secretariaat van de OPCW zijn georganiseerd, hebben de nationale autoriteiten van de lidstaten verzocht om een programma op maat voor onderwijs en outreach inzake management van chemische veiligheid en beveiliging voor jongeren/studenten in scholen/universiteiten in de context van het vreedzame gebruik van chemie. Dit programma is het eerste initiatief voor jongeren/studenten over het bevorderen van het vreedzame gebruik van chemie, en de opleiding zal de interactie tussen deskundigen en studenten benutten, ook met het oog op het ontwikkelen van video's en brochures die kunnen worden verspreid in academische instituten / scholen in OPCW-staten die partij zijn.
IV.5 Cursus analytische ontwikkeling voor chemische analisten in de Afrikaanse staten die partij zijn
Vanwege de activiteiten van niet-statelijke actoren die thans lopen in de hele Afrikaanse regio, is er in de hele regio dringend behoefte aan meer laboratoriumcapaciteit voor het analyseren van CWC-gerelateerde stoffen. De cursus is gericht op het assisteren van gekwalificeerde chemische analisten bij het verwerven van meer ervaring en praktische vaardigheden op het vlak van de analyse van met het CWC verband houdende chemische stoffen.
IV.6 Cursus management chemische veiligheid en beveiliging voor Afrikaanse staten die partij zijn
Chemische sectoren leveren een steeds belangrijkere bijdrage aan duurzame ontwikkeling in Afrika. Blijkens het Africa Review Report on Chemicals van de Economische Commissie voor Afrika van de Verenigde Naties (VN-ECA) zal de chemische sector in Afrika de komende jaren blijven groeien. Tegelijkertijd zal deze ontwikkeling een aantal problemen meebrengen in verband met chemische veiligheid en beveiliging, en met het vreedzame gebruik van chemie voor sociaal-economische ontwikkeling, die kunnen worden verholpen door een volledige en effectieve uitvoering van het CWC. Het programma zal naar verwachting de kennis en vereiste vaardigheden van de betrokken stakeholders vergroten en hen kennis laten verwerven op het gebied van de beoordeling van chemische dreigingen en mitigatiemethoden.
Project V — Universaliteit en outreach
Doelen
|
— |
versterken van de afspraken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
opvoeren van de inspanningen van de OPCW om universaliteit te bereiken |
|
— |
bijdragen tot de volledige, daadwerkelijke en niet-discriminerende uitvoering van alle bepalingen van het CWC |
Oogmerken
|
— |
de bekendheid met en de kennis over de OPCW en het CWC vergroten onder studenten en docenten en andere groepen, al naargelang |
|
— |
de OPCW zichtbaarder maken en de activiteiten ervan uitleggen aan het grote publiek |
|
— |
verbetering van de middelen om een zo groot mogelijk publiek te bereiken, met name onder mensen zonder technische of specialistische kennis |
|
— |
bekendmaken van een jong publiek in geselecteerde staten of regio's met de OPCW en het CWC |
|
— |
staten die geen partij zijn bij het CWC aanmoedigen om zich meer te betrekken bij OPCW-activiteiten en hen beter doen inzien wat het CWC inhoudt en welke voordelen het heeft |
|
— |
met belanghebbenden een uitgebreidere dialoog aangaan over inhoudelijke zaken waarmee de OPCW in een periode van institutionele overgang te maken heeft |
Resultaten
|
— |
intensievere samenwerking met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
meer inspanningen van de OPCW om universaliteit te bereiken |
Activiteiten
V.1 Ontwikkelen van modules voor e-leren
In het kader van dit project moet een beroep worden gedaan op specialistische deskundigheid op het gebied van e-leren om het technisch secretariaat van de OPCW te assisteren bij het opstellen van een gemeenschappelijke benadering van haar e-lerenaanbod om de nieuwe modules voor e-leren op te stellen en te implementeren. De inhoud van die modules zal worden bepaald op basis van het verslag van de Advisory Board on Education and Outreach (ABEO) aan de directeur-generaal van de OPCW, en de bespreking achteraf over de ABEO-aanbevelingen.
V.2 Vertaling en verspreiding van onderwijs- en outreach-instrumenten en -materiaal
Tijdens de eerste twee jaar van het functioneren ervan heeft de ABEO er herhaaldelijk voor gepleit om meer onderwijs- en outreachmateriaal beschikbaar te stellen in alle zes officiële talen van de OPCW. Naast Engels zijn dit Frans, Spaans, Russisch, Chinees en Arabisch. Doorgaans wordt onderwijs- en outreachmateriaal echter in het Engels gepubliceerd, wat het beoogde gebruik ervan door zo veel mogelijk stakeholders overal ter wereld sterk beperkt. Voor verspreidingsdoeleinden moet onderwijs- en outreachmateriaal worden vertaald, met name het materiaal dat specifiek op bepaalde stakeholdergroepen is gericht.
V.3 Ondersteuning van de participatie van ngo's aan de activiteiten van de OPCW
In het kader van dit project wordt voorgesteld in aanmerking komende vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organisaties (ngo's), waarbij de voorkeur uitgaat naar kandidaten van ontwikkelings- of overgangseconomieën, deel te laten nemen aan de jaarlijkse Conferentie van de staten die partij zijn in 2019 en 2020.
V.4 Nevenevenementen in de marge van de Conferentie van staten die partij zijn
In de loop van het programma zullen drie nevenevenementen plaatsvinden, m.a.w. één voor elke jaarlijkse Conferentie van de staten die partij zijn. Met Uniemiddelen mogen de reiskosten van maximaal drie deskundigen/ambtenaren van begunstigde landen worden vergoed.
Project VI — Nationale uitvoering
Doelen
|
— |
het verbeteren en in stand houden van de capaciteit van staten die partij zijn en hun nationale autoriteiten om alle verplichtingen krachtens het CWC te vervullen |
Oogmerken
|
— |
de belanghebbenden hebben meer inzicht in en zijn meer doordrongen van het belang van het CWC en spelen nu een grotere rol in en zijn meer betrokken bij de nationale inspanningen voor de uitvoering ervan |
|
— |
de douanebeambten in deelnemende staten die partij zijn hebben meer inzicht in en zijn beter in staat tot het vervullen van hun taken in verband met de invoer/uitvoer van in het verdrag opgenomen chemische stoffen en de coördinatie met nationale autoriteiten |
|
— |
de belanghebbenden beschikken nu over correcte en recente informatie voor doeltreffend leren |
|
— |
mogelijke belanghebbende instanties/organen bij het uitvoeren van het CWC hebben voor de korte termijn een agenda samengesteld voor het tot stand brengen van onderlinge synergieën |
Resultaten
|
— |
meer capaciteit voor effectieve nationale uitvoering van de staten die partij zijn |
|
— |
meer staten die partij zijn beschikken over de kwantitatieve en kwalitatieve capaciteit voor effectieve nationale uitvoering |
|
— |
de nationale autoriteiten beschikken over meer kennis van en inzicht in CWC-gerelateerde aangelegenheden met het oog op goede samenwerking en ondersteuning |
|
— |
een groter aantal staten die partij zijn kan conceptwetgeving voorbereiden en opstellen om deze ter goedkeuring voor te leggen |
|
— |
de douaneautoriteiten functioneren effectief bij het toezicht op en het monitoren van de handel in chemische stoffen |
Activiteiten
VI.1 Global stakeholders' forum
Het project beoogt een global stakeholders' forum te organiseren om bij de belangrijkste nationale stakeholders het belang van de uitvoering van het CWC te bevorderen door het vaststellen van nationale uitvoeringswetgeving.
Project VII — Wetenschap en technologie
Doelen
|
— |
de directeur-generaal van de OPCW in staat stellen de Conferentie van de staten die partij zijn en de uitvoerende raad van de OPCW of de staten die partij zijn advies en aanbevelingen te geven over de voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden |
Oogmerken
|
— |
richting geven aan de activiteiten met betrekking tot wetenschap en technologie in de OPCW in de periode tussen de vierde en de vijfde toetsingsconferentie |
|
— |
de directeur-generaal van de OPCW in staat stellen de beleidsvormingsorganen van de OPCW en de staten die partij zijn speciaal advies te geven over de voor het CWC van belang zijnde wetenschappelijke en technologische gebieden |
|
— |
beschikken over een grotere pool van wetenschappelijke experts voor de OPCW en betere mechanismen om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen in technologieën voor chemische monitoring en informatica-instrumenten voor de analyse van complexe datasets met chemische informatie |
|
— |
een netwerk opzetten en in stand houden van niet-technische stakeholders die de wetenschappelijke experts waarover de OPCW beschikt kunnen helpen bij het beoordelen van alle aspecten van nieuwe wetenschap en technologie teneinde de advisering over wetenschap en technologie en de gevolgen ervan te vervolledigen |
Resultaten
|
— |
steunverwerving voor het opnieuw in evenwicht brengen van het verificatieregime van het CWC, van ontwapening om hernieuwd gebruik van chemische wapens te voorkomen |
|
— |
de OPCW is beter in staat om noodoperaties uit te voeren |
|
— |
de OPCW is beter in staat om wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die van belang zijn voor het CWC te monitoren |
|
— |
meer assistentie- en beschermingsvermogen voor de OPCW ter ondersteuning van haar bijzondere aandacht voor hernieuwd gebruik van chemische wapens, wat betreft zowel preventie als respons |
|
— |
verbeterde capaciteitsontwikkeling voor nationale uitvoering, en internationale samenwerking |
|
— |
betere en duurzame samenwerking met andere internationale organisaties |
|
— |
verbeterde afspraken met een bredere groep van betrokken stakeholders |
|
— |
de OPCW blijft de mondiale bron van kennis en deskundigheid op het gebied van chemische wapens |
|
— |
meer capaciteit om de samenwerking tussen ad-hocgroepen van staten die partij zijn te faciliteren |
Activiteiten
VII.1 Project plantaardige biomarkers
In het kader van dit project zal een "crowd challenge" worden ontwikkeld om de banden met vakexperts uit allerlei wetenschappelijke disciplines aan te halen en een referentieverzameling aan te leggen van geografisch representatieve planten die bruikbaar zijn om de blootstelling aan toxische chemische stoffen te detecteren (via chemische analyse en/of waarneembare fenotypische verandering).
VII.2 Steun voor de tijdelijke werkgroepen van de wetenschappelijke adviesraad van de OPCW
Om specifieke wetenschappelijke en technologische vraagstukken inhoudelijk te benaderen kan de wetenschappelijke adviesraad op verzoek van de directeur-generaal van de OPCW tijdelijke werkgroepen opzetten. Dit project zou bijdragen tot de inzet van de tijdelijke werkgroep in onderzoekswetenschap en technologie, alsmede tot de opzet van andere tijdelijke werkgroepen op basis van de tijdens de vierde toetsingsconferentie in 2018 geconstateerde behoeften.
|
2.4.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/15 |
BESLUIT (GBVB) 2019/539 VAN DE RAAD
van 1 april 2019
tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Raad heeft op 31 juli 2015 Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De Raad heeft op 28 september 2018 Besluit (GBVB) 2018/1465 (2) vastgesteld. |
|
(3) |
Gezien de aanhoudende instabiliteit en de ernst van de situatie in Libië heeft de Raad besloten dat de beperkende maatregelen tegen drie personen met nog eens zes maanden moeten worden verlengd. |
|
(4) |
Besluit (GBVB) 2015/1333 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 17 van Besluit (GBVB) 2015/1333 worden de leden 3 en 4 vervangen door:
"3. De maatregelen bedoeld in artikel 8, lid 2, gelden met betrekking tot de vermeldingen 14, 15 en 16 in bijlage II tot en met 2 oktober 2019.
4. De maatregelen bedoeld in artikel 9, lid 2, gelden met betrekking tot de vermeldingen 19, 20 en 21 in bijlage IV tot en met 2 oktober 2019.".
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 1 april 2019.
Voor de Raad
De voorzitter
G. CIAMBA
(1) Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34).
(2) Besluit (GBVB) 2018/1465 van de Raad van 28 september 2018 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië (PB L 245 van 1.10.2018, blz. 16).
|
2.4.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/16 |
BESLUIT (EU) 2019/540 VAN DE COMMISSIE
van 26 maart 2019
inzake het voorgestelde burgerinitiatief "#NewRightsNow — Versterking van de rechten van "geüberiseerde" arbeidskrachten"
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 2312)
(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het onderwerp van het voorgestelde burgerinitiatief "#NewRightsNow — Versterking van de rechten van geüberiseerde arbeidskrachten" is als volgt: "Versterking van de rechten van geüberiseerde arbeidskrachten, met name door digitale platforms ertoe te verplichten een gegarandeerd minimuminkomen te betalen aan "zelfstandigen" die regelmatig voor hen werken." |
|
(2) |
De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief worden als volgt omschreven: "Wij willen voor digitale platforms de verplichting invoeren om "zelfstandigen" die regelmatig voor hen werken een gegarandeerd minimuminkomen te betalen. Deze maatregel op het gebied van sociale rechtvaardigheid zou hun inkomen waarborgen en stabiliseren en met name onzekerheid op het gebied van werk tegengaan. Meer in het algemeen willen wij de sociale rechten van "geüberiseerde" werknemers versterken." |
|
(3) |
Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft meer inhoud aan het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief. |
|
(4) |
De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken. |
|
(5) |
Rechtshandelingen van de Unie ter uitvoering van de Verdragen kunnen worden vastgesteld voor de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan, op basis van artikel 53, lid 1, en artikel 62 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). |
|
(6) |
Om deze redenen valt het voorgestelde burgerinitiatief niet zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van de verordening. |
|
(7) |
Bovendien is een burgercomité gevormd en zijn contactpersonen aangewezen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van de verordening, en levert het voorgestelde burgerinitiatief geen misbruik op, is het niet lichtzinnig of ergerlijk en druist het niet duidelijk in tegen de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden van de Unie. |
|
(8) |
Het voorgestelde burgerinitiatief "#NewRightsNow — Versterking van de rechten van geüberiseerde arbeidskrachten" dient derhalve te worden geregistreerd. |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het voorgestelde burgerinitiatief "#NewRightsNow — Versterking van de rechten van geüberiseerde arbeidskrachten" wordt geregistreerd.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op 1 april 2019.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de organisatoren (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief "#NewRightsNow — Versterking van de rechten van geüberiseerde arbeidskrachten", vertegenwoordigd door de heer Atte Samuli OKSANEN en mevrouw Vasiliki TSIARA, die als contactpersonen optreden.
Gedaan te Straatsburg, 26 maart 2019.
Voor de Commissie
Frans TIMMERMANS
Eerste vicevoorzitter
|
2.4.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 93/18 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/541 VAN DE COMMISSIE
van 1 april 2019
betreffende de gelijkwaardigheid van het wettelijke en toezichtskader dat in Singapore op goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten van toepassing is in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 2349)
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 28, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 identificeert de handelsplatformen waarop financiële tegenpartijen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 8, van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (2), en niet-financiële tegenpartijen die voldoen aan de in artikel 10, lid 1, onder b), van die verordening bedoelde voorwaarden, transacties mogen verrichten in derivaten die behoren tot een klasse van derivaten waarvoor de handelsverplichting geldt. De handelsplatformen waarop dergelijke transacties mogen worden verricht, zijn beperkt tot gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's), georganiseerde handelsfaciliteiten (OTF's) en handelsplatformen van derde landen die door de Commissie zijn erkend als handelsplatformen die in het betrokken derde land onderworpen zijn aan gelijkwaardige juridische voorschriften en doeltreffend toezicht. Het betrokken derde land moet ook beschikken over een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) vergunning is verleend. |
|
(2) |
Gezien het feit dat de partijen bij de G20-top in Pittsburgh op 25 september 2009 zijn overeengekomen dat de handel in gestandaardiseerde otc-derivatencontracten moet worden verplaatst naar beurzen of elektronische handelsplatformen, is het passend te voorzien in een geschikt gamma in aanmerking komende platformen waarop volgens dat akkoord de handel kan plaatsvinden. In Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt bovendien de noodzaak benadrukt om met betrekking tot bepaalde vereisten één set regels vast te stellen die voor alle instellingen gelden, en om potentiële reguleringsarbitrage te voorkomen. Wanneer de Unie bepaalt op welke gestandaardiseerde otc-derivatencontracten de handelsverplichting van toepassing is, dient zij derhalve de ontwikkeling van voldoende geschikte handelsplatformen te stimuleren zodat aan de handelsverplichting kan worden voldaan, ook in de Unie. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014 kunnen handelsplatformen van derde landen als gelijkwaardig aan in de Unie gevestigde handelsplatformen worden erkend mits zij voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voortkomend uit Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 600/2014 en Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4), en mits die gelijkwaardige vereisten in dat derde land onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving. Dit moet worden gezien in het licht van de doelstellingen van die drie handelingen, met name de bijdrage ervan tot de totstandbrenging en de werking van de interne markt, de marktintegriteit, de beleggersbescherming en tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, de financiële stabiliteit. |
|
(4) |
Gezien de invoering van een nieuwe regeling voor exploitanten van handelsplatformen voor otc-derivaten in Singapore waarbij de meest liquide derivaten worden aangewezen die aan een binnenlands handelsmandaat worden onderworpen, is het noodzakelijk de potentiële risico's van liquiditeitsfragmentatie aan te pakken door ervoor te zorgen dat in Singapore gevestigde handelsplatformen worden erkend als handelsplatformen die in aanmerking komen om te voldoen aan de handelsverplichting van de Unie. Op handelsplatformen die in Singapore actief zijn, worden aanzienlijke volumes derivaten verhandeld, en het is voor een efficiënt risicobeheer van belang dat ondernemingen uit de Unie toegang hebben tot de liquiditeit die afkomstig is van Aziatische tegenhangers in Singapore, vooral buiten de Europese handelstijden. Dit besluit is gebaseerd op een gedetailleerde beoordeling van het wettelijk en toezichtskader voor handelsplatformen krachtens de Securities and Futures Act (SFA) in Singapore en de uitvoeringsvoorschriften daarvan. |
|
(5) |
De gelijkwaardigheidsbeoordeling krachtens artikel 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 moet zekerheid verschaffen dat het wettelijk en toezichtskader van de SFA en de uitvoeringsvoorschriften daarvan waarborgen dat door goedgekeurde beurzen of erkende marktexploitanten geëxploiteerde handelsplatformen die in Singapore gevestigd zijn en een vergunning hebben van de Monetary Authority of Singapore (MAS), voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor handelsplatformen in de Unie voortvloeiend uit Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 596/2014 en Verordening (EU) nr. 600/2014, gebaseerd op de criteria in artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014. Uit deze gelijkwaardigheidsbeoordeling moet ook blijken dat de betrokken goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten in Singapore onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving. |
|
(6) |
De wettelijk bindende vereisten voor goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten zijn vastgelegd in part II van de SFA, dat het mandaat van de MAS ondersteunt om een op beginselen gebaseerde, technologieneutrale regeling vast te stellen die geldt voor alle goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten. De wetten en voorschriften die op basis van die wetgeving worden vastgesteld, zoals de door de MAS vastgestelde Securities and Futures (Organised Markets) Regulations (SFOMR), hebben de kracht van wet en vormen samen het wettelijke kader voor de exploitatie van goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten in Singapore. Krachtens section 45 van de SFA mag de MAS bindende instructies geven aan een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant. Niet-naleving van dergelijke instructies wordt beschouwd als inbreuk op de desbetreffende bepaling van de SFA. Section 321 van de SFA verleent de MAS de bevoegdheid om richtsnoeren te geven ter bevordering van de reguleringsdoelstellingen van de SFA of met betrekking tot de werking van de SFA-bepalingen. In richtsnoeren zijn beginselen of normen voor beste praktijken vastgesteld voor het gedrag van goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten, zoals de richtsnoeren inzake de regulering van georganiseerde markten (Guidelines on the Regulation of Organised Markets (SFA 02-G01)). Een partij kan zich in zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke procedures op de niet-naleving van richtsnoeren beroepen om een aansprakelijkheid te vestigen of teniet te doen (section 321(5) van de SFA). Volgens section 15(1)(e) en section 33(1)(e) van de SFA moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten bedrijfsvoerings- en noteringsregels hebben die op bevredigende wijze zorgen voor een billijke, ordelijke en transparante markt. Zowel de bedrijfsvoerings- en noteringsregels zelf, als alle wijzigingen in deze regels moeten aan de MAS worden voorgelegd voordat ze worden geïmplementeerd. De bedrijfsvoerings- en noteringsregels vormen voor goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten en hun leden een bindende overeenkomst en moeten derhalve in acht worden genomen en voortdurend worden nageleefd. |
|
(7) |
Volgens artikel 28, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 600/2014 moet aan vier voorwaarden worden voldaan om te bepalen dat het wettelijke en toezichtskader van een derde land met betrekking tot de handelsplatformen waaraan in dat land een vergunning is verleend, een gelijkwaardig effect heeft. |
|
(8) |
Volgens de eerste van die voorwaarden moeten handelsplatformen in derde landen onderworpen worden aan een vergunning en aan voortdurend effectief toezicht en effectieve handhaving. |
|
(9) |
Volgens de SFA zijn markten faciliteiten die op multilaterale of veel-op-veel-basis functioneren. Een entiteit die in Singapore een markt exploiteert, moet een goedgekeurde beurs of een erkende marktexploitant zijn. De wettelijke bepalingen met betrekking tot goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten zijn opgenomen in part II van de SFA. Singaporese vennootschappen worden gereguleerd als goedgekeurde beurzen of erkende marktexploitanten, terwijl buitenlandse vennootschappen als erkende marktexploitanten worden gereguleerd. Een aanvrager die een markt in Singapore wil exploiteren, moet krachtens section 8 van de SFA een vergunning van de MAS verkrijgen als goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant. Wanneer de MAS bepaalt of een marktexploitant als goedgekeurde beurs dan wel erkende marktexploitant moet worden gereguleerd, houdt zij rekening met de systeemrelevantie van de georganiseerde markt. Vennootschappen die systeemrelevante georganiseerde markten exploiteren, worden als goedgekeurde beurs gereguleerd. Een aanvrager moet bij aanvang en op doorlopende basis aan de toepasselijke vereisten voldoen, waaronder de vereisten van sections 15 en 33 van de SFA. Krachtens part II, section 9, verleent de MAS een vergunning indien zij concludeert dat aan alle vereisten met betrekking tot de aanvrager is voldaan. De MAS kan weigeren een aanvraag goed te keuren indien niet aan alle vereisten is voldaan. Volgens section 15(1)(a) en section 33(1)(a) van de SFA moet een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant een billijke georganiseerde markt exploiteren die wordt gekenmerkt door niet-discriminerende toegang tot marktfaciliteiten en informatie. Volgens section 15(1)(d) en section 33(1)(d) van de SFA moet een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant ervoor zorgen dat de deelname aan zijn faciliteiten toegankelijk is volgens criteria die billijk en objectief zijn en die bedoeld zijn om de ordelijke werking van de georganiseerde markt te garanderen en de belangen van het beleggerspubliek te beschermen. Volgens de regulations 13 en 25 van de SFOMR moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten op verzoek informatie beschikbaar stellen of op een voor elke belegger of potentiële belegger toegankelijke wijze publiceren, inclusief informatie over hun diensten, producten, vergoedingen en eventuele compensatieregelingen. Goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten zijn onderworpen aan organisatorische voorschriften met betrekking tot corporate governance, beleid inzake belangenconflicten, risicobeheer, billijke en ordelijke handel, clearing- en afwikkelingsregelingen, veerkracht van het handelssysteem en monitoring van de naleving. |
|
(10) |
De MAS beschikt over onderzoeksbevoegdheden op grond van part IX, division 3, van de SFA en krachtens het wetboek van strafvordering (Criminal Procedure Code), waaronder de bevoegdheid de overlegging van bewijsmateriaal af te dwingen, verdachten en getuigen te verhoren en van hen verklaringen af te nemen, verdachten te arresteren en onder bepaalde omstandigheden eigendom in beslag te nemen. De MAS oefent via inspecties ter plaatse en elders toezicht uit op de risicobeheerpraktijken en -controles van goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten Krachtens section 45 van de SFA is de MAS bevoegd goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten instructies met betrekking tot in de SFA gepreciseerde aangelegenheden te geven teneinde de bescherming van de beleggers, de goede werking van billijke, ordelijke en transparante markten, de integriteit en stabiliteit van de kapitaalmarkten en de inachtneming van elke door de MAS opgelegde voorwaarde of beperking te waarborgen. De MAS kan boeten opleggen en berispingen geven voor inbreuken op SFA-bepalingen of op de daarvan afgeleide wetgeving. Ook kan de MAS, in de in section 43(1) van de SFA genoemde situaties, functionarissen ontslaan wanneer zij van mening is dat dit in het belang van het publiek is. De MAS is tevens bevoegd om de vergunning van een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant in te trekken onder de in section 14 van de SFA genoemde voorwaarden. Voorts moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten volgens de sections 15 en 33 van de SFA zorgen voor correcte regulering van en toezicht op hun leden. Daarnaast moeten goedgekeurde beurzen de MAS overeenkomstig section 16(1)(f) in kennis stellen van eventuele tuchtmaatregelen die tegen een lid zijn genomen. De SFA voorziet in sancties indien de bedrijfsvoerings- of noteringsregels niet stroken met de door de MAS vastgestelde voorschriften. Ten slotte beschikt de MAS volgens section 46AA van de SFA over noodbevoegdheden om een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant te gelasten actie te ondernemen om de billijke, ordelijke en transparante werking van de markt te handhaven of te herstellen wanneer dit in het belang van het publiek of noodzakelijk voor de bescherming van beleggers is. |
|
(11) |
De Commissie concludeert derhalve dat door goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten geëxploiteerde markten vergunningsplichtig zijn en doorlopend aan effectief toezicht en effectieve handhaving onderworpen zijn. |
|
(12) |
Volgens de tweede voorwaarde in artikel 28, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 600/2014 moeten handelsplatformen van derde landen beschikken over duidelijke en transparante regels voor de toelating van financiële instrumenten tot de handel om ervoor te zorgen dat dergelijke financiële instrumenten op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn. |
|
(13) |
De voorwaarden voor toelating tot de handel in financiële instrumenten worden door de goedgekeurde beurs vastgesteld in haar noteringsregels, die de productklassen specificeren die op de markt mogen worden verhandeld, de voorwaarden voor notering, alsmede de regels om ervoor te zorgen dat de leden aan hun verplichtingen voldoen. Krachtens de sections 29 en 41 van de SFA moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten de MAS in kennis stellen voordat zij een product lanceren. Daarnaast moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten tegenover de MAS verklaren dat zij passende controles en governanceprocedures hebben vastgesteld om de voornaamste risico's in verband met de producten aan te pakken, namelijk i) het risico dat een plotse verandering van de prijzen wanordelijke handel veroorzaakt; ii) het risico dat personen aanzienlijke hoeveelheden van het product verwerven, waardoor zij gemakkelijker van marktmanipulatie kunnen profiteren; iii) het risico dat dagelijkse afwikkelingsprijzen en definitieve afwikkelingsprijzen worden gemanipuleerd; iv) het risico dat de definitieve afwikkelingsprijs van het product niet naar de onderliggende waarde convergeert; v) het risico dat de onderliggende waarde van fysiek geleverde producten niet op veilige, betrouwbare en tijdige wijze wordt geleverd, en vi) de juridische, operationele en reputatierisico's rondom het product. Krachtens section 45 van de SFA is de MAS bevoegd actie te ondernemen indien goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten niet voorzien in passende controles en governanceprocedures; zo kan zij een hoger toezichtkapitaal opleggen, een onafhankelijke controle van specifieke processen eisen en de notering van nieuwe producten verbieden. Krachtens section 46 van de SFA kan de MAS een goedgekeurde beurs of erkende marktexploitant schriftelijk verbieden in bepaalde producten te handelen indien de MAS het noodzakelijk acht personen die dergelijke financiële instrumenten kopen of verkopen, te beschermen. |
|
(14) |
Krachtens de sections 15 en 33 van de SFA moeten goedgekeurde beurzen respectievelijk erkende marktexploitanten ervoor zorgen dat de door hen geëxploiteerde markt billijk, ordelijk en transparant is, ongeacht het gebruikte uitvoeringsprotocol. Volgens section 15(1)(e) van de SFA moeten de bedrijfsregels van een goedgekeurde beurs op bevredigende wijze zorgen voor een billijke, ordelijke en transparante markt. De richtsnoeren inzake de regulering van georganiseerde markten, samen met de monografie over doelstellingen en beginselen van het toezicht op de financiële sector in Singapore (Monograph on Objectives and Principles of Financial Sector Oversight in Singapore), specificeren voorts een transparante markt als een markt waar pre- en posttrade-informatie over de handel doorlopend en realtime openbaar wordt gemaakt. Voor de handel in derivaten vereist de MAS niet dat de uitvoering plaatsvindt via een specifiek protocol. In de praktijk wordt echter een groot deel van de transacties via het request-for-quoteprotocol uitgevoerd. Handelssystemen met een elektronisch orderboek vereisen de doorlopende publicatie van de beste bied- en laatkoersen, terwijl andere handelssystemen (zoals request-for-quotesystemen of voice-basedsystemen) de bekendmaking van informatie over prijs en volume onder in aanmerking komende marktdeelnemers vereisen voordat zij uitvoerbaar worden. Inter-dealer-voicemakelaars die multilaterale handel faciliteren, zijn onderworpen aan de marktvergunningsregeling van de MAS en moeten zorgen voor pretransactionele transparantie van hun georganiseerde markten. Pretransactionele informatie wordt dus openbaar gemaakt zodat beleggers kunnen weten welke transacties zij kunnen aangaan en tegen welke prijzen. Posttransactionele informatie over productdetails, prijs en volume moet eveneens worden bekendgemaakt. Van goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten wordt verwacht dat zij verstrekte koersen openbaar maken zodra zij uitvoerbaar zijn, en de transactiegegevens moeten zo snel mogelijk openbaar worden gemaakt nadat de koers is uitgevoerd. |
|
(15) |
De Commissie concludeert derhalve dat door goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten geëxploiteerde markten beschikken over duidelijke en transparante regels om financiële instrumenten tot de handel toe te laten, zodat dergelijke financiële instrumenten op billijke, ordelijke en efficiënte wijze kunnen worden verhandeld en vrij verhandelbaar zijn. |
|
(16) |
Volgens de derde voorwaarde in artikel 28, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 600/2014 moeten emittenten van financiële instrumenten onderworpen zijn aan periodieke en doorlopende informatie-eisen die een hoge mate van beleggersbescherming garanderen. |
|
(17) |
Emittenten die notering van effecten of toelating van effecten tot de handel op een markt nastreven, moeten voldoen aan de vereisten van de noteringsregels van de beurs. Volgens regel (rule) 703 van de noteringshandleiding (Listing Manual) moet een emittent alle informatie bekendmaken die nodig is om te voorkomen dat een valse markt in de effecten van de emittent ontstaat of die waarschijnlijk een wezenlijke invloed op de prijs of waarde van zijn effecten zou hebben. Voorts bevatten de regels 707 tot en met 711 van de Singaporese noteringshandleiding de vereisten voor jaarverslagen die door beursgenoteerde emittenten worden opgesteld. Voor emittenten van derivatencontracten waarbij de onderliggende activa effecten zijn, gelden periodieke en doorlopende informatievereisten en openbaarmakingsverplichtingen. Wanneer een dergelijk derivaat toegelaten is tot de handel op een goedgekeurde beurs of bij een erkende marktexploitant, is de emittent ervan onderworpen aan de rapportageverplichtingen die zijn opgenomen in de noteringsregels van de desbetreffende beurs. |
|
(18) |
De Commissie concludeert derhalve dat emittenten van op goedgekeurde beurzen en bij erkende marktexploitanten verhandelde derivatencontracten onderworpen zijn aan periodieke en doorlopende informatievereisten die een hoog niveau van beleggersbescherming waarborgen. |
|
(19) |
Volgens de vierde voorwaarde in artikel 28, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 600/2014 moet het kader van een derde land zorgen voor transparantie en integriteit van de markt door middel van regelgeving ter bestrijding van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie. |
|
(20) |
Krachtens part XII, division 1, van de SFA heeft de MAS een uitgebreid regelgevingskader vastgesteld om de marktintegriteit te waarborgen en handel met voorwetenschap en marktmanipulatie met betrekking tot effecten, bewijzen van deelneming in collectieve beleggingsinstellingen en derivatencontracten te voorkomen. Dit kader verbiedt praktijken die kunnen leiden tot verstoring van de werking van de markten, zoals valse handel en marktmanipulatie (section 197), bucketing (section 201A), prijsmanipulatie (section 201B), gebruik van frauduleuze of bedrieglijke middelen (section 201) en de verspreiding van informatie over illegale transacties (section 202), en machtigt de MAS om handhavingsmaatregelen te treffen tegen dergelijke praktijken. Section 218(2) en section 219(2) van de SFA verbieden ook handel met voorwetenschap en de mededeling van voorwetenschap. Krachtens de sections 15 en 33 van de SFA moeten goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten bedrijfsvoeringsregels hebben en handhaven om te zorgen voor correcte regulering van en toezicht op hun leden. Om ervoor te helpen zorgen dat handelsactiviteiten aan doorlopend en effectief toezicht onderworpen zijn, moeten goedgekeurde beurzen waarborgen dat alle toepasselijke wettelijke voorschriften worden nageleefd. Van hen wordt dan ook verwacht dat zij systemen, processen en controles invoeren om naleving te waarborgen en wangedrag te voorkomen. De MAS voert periodieke inspecties uit van de toezichts- en handhavingsfuncties van goedgekeurde beurzen om de relevantie en doeltreffendheid ervan bij het opsporen van handelsonregelmatigheden te waarborgen. Van erkende marktexploitanten wordt verwacht dat zij processen en controles invoeren om potentiële handel met voorwetenschap en marktmanipulatie op te sporen. |
|
(21) |
De Commissie concludeert derhalve dat het kader dat van toepassing is op door goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten geëxploiteerde markten in Singapore voor transparantie en integriteit van de markt zorgt door middel van regelgeving ter bestrijding van marktmisbruik in de vorm van handel met voorwetenschap en marktmanipulatie. |
|
(22) |
Als gevolg hiervan wordt het wettelijk en toezichtskader van Singapore geacht ervoor te zorgen dat goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor handelsplatformen in de Unie die voortvloeien uit Richtlijn 2014/65/EU, Verordening (EU) nr. 596/2014 en Verordening (EU) nr. 600/2014, en onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving. |
|
(23) |
Overeenkomstig artikel 28, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 600/2014 kunnen de betrokken derivatentransacties worden gesloten op een als gelijkwaardig erkend handelsplatform van een derde land op voorwaarde dat het derde land beschikt over een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend om derivaten waarop een handelsverplichting van toepassing is verklaard, op niet-exclusieve basis in dat derde land toe te laten tot de handel of te verhandelen. |
|
(24) |
Part VIC van de SFA geeft de MAS de bevoegdheid om een handelsverplichting in te voeren door te vereisen dat gespecificeerde derivatencontracten die aan voorgeschreven criteria voldoen, worden verhandeld door een goedgekeurde beurs, erkende marktexploitant of andere door de MAS voorgeschreven faciliteit. Part VIC, section 129J(1) van de SFA, juncto section 129N, geeft de MAS de bevoegdheid om door middel van regelgeving alle handelsplatformen voor te schrijven die in aanmerking komen om te voldoen aan de handelsverplichting en die worden gereguleerd door de nationale bevoegde autoriteiten in de Unie. |
|
(25) |
In een gemeenschappelijke verklaring van de vicevoorzitter van de Europese Commissie voor Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie en de viceminister-president van Singapore en voorzitter van de Monetaire Autoriteit van Singapore wordt de gezamenlijke aanpak uiteengezet. Tegelijkertijd met de beoordeling door de Commissie van het wettelijke en toezichtskader voor goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten met het oog op de vaststelling van dit besluit heeft de MAS geoordeeld dat handelsplatformen in de Unie onderworpen zijn aan regelgevings- en toezichtskaders die vergelijkbaar zijn met het wettelijke en toezichtskader van de SFA dat op handelsplatformen in Singapore van toepassing is. Na die beoordeling stelt de MAS de door de Commissie aangemelde handelsplatformen in de Unie overeenkomstig section 7(6) van de SFA vrij van de verplichting zich te registreren als erkende marktexploitanten. De MAS kan de wettelijke en toezichtsregelingen voor handelsplatformen in de Unie regelmatig opnieuw beoordelen, en zij is voornemens de diensten van de Commissie hiervan ruim van tevoren in kennis te stellen en hun de gelegenheid te geven opmerkingen te maken wanneer de nieuwe beoordeling zou leiden tot wijzigingen in de reikwijdte van de overeenkomstig section 7(6) van de SFA verleende vrijstelling. Dit besluit en de wetgeving en op basis van die wetgeving door de MAS vastgestelde voorschriften zullen worden aangevuld met samenwerkingsregelingen om te zorgen voor een effectieve uitwisseling van gegevens en coördinatie van toezichtsactiviteiten tussen de nationale bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de verlening van vergunningen aan en het toezicht op erkende handelsplatformen in de Unie, en de MAS. |
|
(26) |
De Commissie concludeert derhalve dat het wettelijke en toezichtskader van de Singapore voorziet in een effectief gelijkwaardig systeem voor de erkenning van handelsplatformen waaraan op grond van Richtlijn 2014/65/EU vergunning is verleend om derivaten waarop een handelsmandaat van toepassing is verklaard, op niet-exclusieve basis in Singapore tot de handel toe te laten of te verhandelen. |
|
(27) |
Dit besluit bepaalt of goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten die in Singapore een vergunning hebben, in aanmerking kunnen komen om in de Unie gevestigde financiële en niet-financiële tegenpartijen aan hun handelsverplichting te laten voldoen wanneer zij derivaten verhandelen op een platform van een derde land. Dit besluit doet derhalve geen afbreuk aan de mogelijkheid voor in de Unie gevestigde financiële en niet-financiële tegenpartijen om op een handelsplatform van een derde land derivaten te verhandelen die niet onderworpen zijn aan de handelsverplichting. |
|
(28) |
Dit besluit is gebaseerd op de op het moment van de vaststelling ervan in Singapore geldende juridisch bindende voorschriften voor goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten. De Commissie zal de ontwikkeling van de wettelijke en toezichtsregelingen voor erkende handelsplatformen, de handhaving van dergelijke regelingen door autoriteiten van derde landen, de doeltreffendheid van de samenwerking op toezichtsgebied, de marktontwikkelingen en de naleving van de voorwaarden op grond waarvan dit besluit is vastgesteld, blijven monitoren. |
|
(29) |
De Commissie moet ten minste om de drie jaar een evaluatie uitvoeren van de gronden waarop dit besluit berust, waaronder de wettelijke en toezichtsregelingen die in Singapore van toepassing zijn op markten die worden geëxploiteerd door goedgekeurde beurzen of erkende marktexploitanten die in Singapore een vergunning hebben. Dergelijke regelmatige evaluaties doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Commissie om op een ander tijdstip een specifieke evaluatie uit te voeren indien relevante ontwikkelingen het nodig maken dat de Commissie een nieuwe beoordeling maakt van de bij dit besluit gedane vaststelling. Op basis van de bevindingen die voortvloeien uit een regelmatige of specifieke evaluatie, kan de Commissie te allen tijde besluiten dit besluit te wijzigen of in te trekken, met name wanneer er ontwikkelingen zijn die invloed hebben op de voorwaarden op basis waarvan dit besluit is vastgesteld. |
|
(30) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Europees Comité voor het effectenbedrijf, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor de toepassing van artikel 28, lid 1, onder d), van Verordening (EU) nr. 600/2014 wordt hierbij vastgesteld dat het wettelijke en toezichtskader van Singapore ervoor zorgt dat de in de bijlage bij dit besluit genoemde goedgekeurde beurzen en erkende marktexploitanten voldoen aan wettelijk bindende vereisten die gelijkwaardig zijn aan de vereisten voor de in artikel 28, lid 1, onder a), b) en c), van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde handelsplatformen die voortvloeien uit die verordening, Richtlijn 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014, en in Singapore onderworpen zijn aan effectief toezicht en effectieve handhaving.
Artikel 2
Uiterlijk drie jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en vervolgens uiterlijk drie jaar na elke vorige evaluatie krachtens dit artikel, evalueert de Commissie de gronden waarop de in artikel 1 bedoelde vaststelling berust.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 1 april 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.
(2) Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1).
(3) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349).
(4) Verordening (EU) nr. 596/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende marktmisbruik (verordening marktmisbruik) en houdende intrekking van Richtlijn 2003/6/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijnen 2003/124/EG, 2003/125/EG en 2004/72/EG van de Commissie (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 1).
BIJLAGE
Met handelsplatformen als gedefinieerd in Richtlijn 2014/65/EU gelijkwaardig geachte goedgekeurde beurzen, die een vergunning van de Monetary Authority of Singapore hebben:
|
1) |
Asia Pacific Exchange Pte Ltd |
|
2) |
ICE Futures Singapore Pte Ltd |
|
3) |
Singapore Exchange Derivatives Trading Limited |
Met handelsplatformen als gedefinieerd in Richtlijn 2014/65/EU gelijkwaardig geachte erkende marktexploitanten, die een vergunning van de Monetary Authority of Singapore hebben:
|
1) |
Cleartrade Exchange Pte Ltd |
|
2) |
Tradition Singapore Pte Ltd |