|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
62e jaargang |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst. |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/247 VAN DE COMMISSIE
van 16 oktober 2018
tot vastlegging van de lijst van indicatoren voor het verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (1), en met name artikel 17, tweede alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In haar eerste verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1082/2006 heeft de Commissie een aantal wijzigingen voorgesteld (2). Bij Verordening (EU) nr. 1302/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn de oprichting en werking van de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking („EGTS”) verbeterd, verduidelijkt en vereenvoudigd. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1082/2006 moet de Commissie het Europees Parlement, de Raad en het Comité van de Regio's een verslag zenden over de toepassing van die verordening, waarin op basis van indicatoren de doelmatigheid, de efficiëntie, de relevantie, de Europese toegevoegde waarde en de mogelijkheden voor vereenvoudiging van die verordening worden geëvalueerd. |
|
(3) |
De indicatoren moeten de Commissie helpen zich een oordeel te vormen over de voortgang die tot dusver is geboekt. Er moet een uiterste datum worden ingevoerd voor het verzamelen van informatie voor het verslag en de voortgang moet worden beoordeeld door de situatie ten tijde van een bepaalde referentie te vergelijken met de situatie op de genoemde uiterste datum. Bij het opstellen van het verslag moeten zowel kwantitatieve als kwalitatieve indicatoren worden gebruikt. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 1302/2013, is deze verordening van toepassing met ingang van 22 juni 2014. Overeenkomstig de overgangsbepalingen van artikel 2 van die verordening is de goedkeuringsprocedure voor EGTS'en in oprichting afhankelijk van de datum van 22 juni 2014. De referentie voor de indicatoren voor het meten van de voortgang moet daarom de situatie op 21 juni 2014 zijn. De uiterste datum voor de ontvangst van gegevens of informatie om gebruik te maken van de indicator kan alleen worden vastgesteld tijdens de voorbereidende werkzaamheden voor het verslag over de toepassing van de verordening en moet in het verslag worden vermeld. |
|
(5) |
De doelmatigheidsindicator moet aantonen hoe succesvol Verordening (EG) nr. 1082/2006 is in het bereiken van haar doelstellingen of het boeken van voortgang bij de verwezenlijking ervan. |
|
(6) |
De efficiëntie-indicator geeft de relatie tussen de gebruikte middelen of inputs en de gegenereerde veranderingen of resultaten weer. Met betrekking tot de goedkeuringsprocedure voor de oprichting van EGTS'en kan informatie over de verschillende kosten voor de oprichting van verschillende rechtsorganen voor samenwerking alleen worden gegenereerd door de nationale autoriteiten die eerder vergelijkbare organen hebben goedgekeurd. Bij de beoordeling van de voortgang van de EGTS'en en indirect de doeltreffendheid van Verordening (EG) nr. 1082/2006 tot op heden moeten de kosten voor de werking van die EGTS'en worden vergeleken met de kosten voor het opzetten van een ander rechtsorgaan voor samenwerking. Een dergelijke vergelijking kan echter alleen worden gemaakt met de EGTS'en die vooraf een ander rechtsorgaan voor samenwerking hadden opgericht. |
|
(7) |
Voor het bepalen van de relevantie-indicator wordt in aanmerking genomen in hoeverre de doelstellingen en bepalingen van Verordening (EG) nr. 1082/2006 aansluiten bij de behoeften van de kandidaat-leden van de EGTS'en. |
|
(8) |
De duurzaamheidsindicator, die gekoppeld is aan de relevantie, geeft het aantal geregistreerde EGTS'en weer die feitelijk geen activiteiten verrichten. |
|
(9) |
De indicator voor de Europese toegevoegde waarde geeft aan of EGTS'en zijn opgericht omdat Verordening (EG) nr. 1082/2006 werd vastgesteld, terwijl de EGTS-leden geen rechtsorganen voor territoriale samenwerking hadden kunnen oprichten krachtens het vigerende internationale of nationale recht. |
|
(10) |
Met betrekking tot de ruimte voor verdere vereenvoudiging van Verordening (EG) nr. 1082/2006 moeten de elementen voor vereenvoudiging, zoals van de procedure voor de oprichting van nieuwe EGTS'en, met inbegrip van stilzwijgende goedkeuring door de nationale goedkeuringsinstanties, zoals ingevoerd bij Verordening (EU) nr. 1302/2013 worden beoordeeld, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De indicatoren die moeten worden gebruikt voor het verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1082/2006, worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 16 oktober 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19.
(2) Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad „De toepassing van Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS)” (COM(2011) 462 definitief van 29.7.2011).
(3) Verordening (EU) nr. 1302/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS), wat de verduidelijking, vereenvoudiging en verbetering van de oprichting en werking van dergelijke groeperingen betreft (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 303).
BIJLAGE
Lijst van indicatoren voor het verslag over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1082/2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS)
|
Beoordelingscriterium |
Naam van de indicator |
Eenheid |
|||||||||||||||
|
Doeltreffendheid |
Conformiteit van de nationale voorschriften van de lidstaten met deze verordening |
Aantal lidstaten dat op de uiterste datum voor het verslag herziene uitvoeringsvoorschriften had vastgesteld |
|||||||||||||||
|
Uitbreiding van het aantal opgerichte EGTS'en (referentie: aantal EGTS'en per 21 juni 2014: X) |
Aantal EGTS'en op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Verhoging van het aantal EGTS-leden in bestaande EGTS'en (referentie: aantal EGTS-leden bij oprichting) |
Aantal EGTS-leden op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Verhoging van het aantal EGTS-leden per categorie (referentie: aantal leden per 21 juni 2014: X) Subindicatoren per categorie:
|
Aantal op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Uitbreiding van de dienstverlening als gevolg van EGTS'en (referentie: aantal verleende diensten per 21 juni 2014: X) Subindicatoren per categorie:
|
Aantal op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Efficiëntie |
Kosten voor het opzetten van een EGTS in vergelijking met de kosten voor het opzetten van vergelijkbare structuren krachtens het internationale of nationale recht (1) |
EUR |
|||||||||||||||
|
Kosten voor het functioneren van een EGTS in vergelijking met de kosten voor het functioneren van vergelijkbare structuren krachtens het internationale of nationale recht |
EUR |
||||||||||||||||
|
Goedkeuringsprocedure voor de oprichting van EGTS'en in vergelijking met de goedkeuringsprocedure voor vergelijkbare organen krachtens het internationale of nationale recht |
Aantal maanden |
||||||||||||||||
|
Relevantie |
Gebruik van de EGTS voor de uitvoering van een samenwerkingsprogramma (beheersautoriteit) (referentie: aantal EGTS'en die optreden als beheersautoriteit per 21 juni 2014: X) |
Aantal als beheersautoriteit van een samenwerkingsprogramma aangewezen EGTS'en op de uiterste datum voor het verslag |
|||||||||||||||
|
Gebruik van EGTS om een deel van een samenwerkingsprogramma uit te voeren (bijvoorbeeld subprogramma's, fondsen voor kleine projecten, people-to-people-projecten, geïntegreerde territoriale investeringen, gemeenschappelijke actieplannen) (referentie: aantal EGTS'en die optreden als beheersautoriteit per 21 juni 2014: X) |
Aantal voor de uitvoering van een deel van een samenwerkingsprogramma aangewezen EGTS'en op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Gebruik van EGTS om een concrete actie uit te voeren (referentie: aantal EGTS'en die optreden als beheersautoriteit per 21 juni 2014: X) Subindicatoren per categorie:
|
Aantal op de uiterste datum voor het verslag |
||||||||||||||||
|
Gebruik van de verschillende opties voor de keuze van het toepasselijke recht:
|
Kwalitatief |
||||||||||||||||
|
Gebruik van eigen personeel als percentage van het totale personeel (2) |
Percentage (3) |
||||||||||||||||
|
Motiverende factoren bij de keuze om een EGTS op te richten voor die instanties die formeel een EGTS-overeenkomst hebben gesloten |
Kwalitatief |
||||||||||||||||
|
Duurzaamheid |
Geregistreerde EGTS'en zonder activiteiten |
Aantal |
|||||||||||||||
|
EU-meerwaarde |
Aantal structuren en netwerken voor territoriale samenwerking die zijn opgericht omdat het EGTS-instrument werd aangeboden in het kader van Verordening (EG) nr. 1082/2006 |
Kwantitatief/kwalitatief |
|||||||||||||||
|
Voordelen van een krachtens het EU-recht opgerichte juridische entiteit ten opzichte van bestaande juridische entiteiten krachtens het internationale of nationale recht |
Kwalitatief |
||||||||||||||||
|
Door het instrument geïntroduceerde vereenvoudiging |
Gemiddelde duur van de oprichting van een EGTS (fase 1: tot aan de indiening van de ontwerpovereenkomst) voor en na de wijziging van deze verordening |
Maanden |
|||||||||||||||
|
Gemiddelde duur van de oprichting van een EGTS (fase 2: indiening van de ontwerpovereenkomst tot uiteindelijke goedkeuring) voor en na de wijziging van deze verordening |
Maanden |
||||||||||||||||
|
Aantal stilzwijgende goedkeuringen door andere nationale autoriteiten dan die in de lidstaat van de statutaire zetel van de EGTS |
Aantal (en kwalitatief) |
(1) Bv. Euroregional Co-operation Grouping (Raad van Europa); Euroregio's, Eurodistricten; Zweckverband (Duits recht), Consorcio (Spaans recht), Groupement local de coopération transfrontalière (Frans recht).
(2) „Eigen personeel” in de zin van personeel dat niet is gedelegeerd door leden van de EGTS.
(3) Percentage gebaseerd op het aantal personeelsleden; er hoeft geen rekening te worden gehouden met voltijdsequivalenten.
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/5 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2019/248 VAN DE COMMISSIE
van 13 november 2018
tot rectificatie van Verordening (EU) nr. 63/2011 tot vaststelling van gedetailleerde bepalingen voor de aanvraag van een afwijking van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen uit hoofde van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van emissienormen voor nieuwe personenauto's, in het kader van de communautaire geïntegreerde benadering om de CO2-emissies van lichte voertuigen te beperken (1), en met name artikel 11, lid 8,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De fabrikant van lichte voertuigen General Motors Holding LLC heeft de Commissie medegedeeld dat de gemiddelde specifieke CO2-emissies in 2007 zoals in bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie (2) voor die fabrikant gespecificeerd, niet juist zijn. |
|
(2) |
De fabrikant heeft gedetailleerd bewijsmateriaal aangevoerd waaruit blijkt dat de gemiddelde specifieke CO2-emissies in 2007 aanzienlijk hoger waren dan de in Verordening (EU) nr. 63/2011 aangegeven waarde. Die waarde was gebaseerd op de specifieke CO2-emissies van voertuigen waartoe ten onrechte ook die van Adam Opel AG, op dat moment met General Motors verbonden, werden gerekend. Die specifieke CO2-emissies van voertuigen van Adam Opel AG droegen bij tot lagere gemiddelde specifieke CO2-emissies van General Motors in 2007. De fout kwam aan het licht na de verandering van de eigendomspositie van General Motors en Adam Opel per 1 augustus 2017. |
|
(3) |
De Commissie is van oordeel dat het door General Motors Holding LLC verstrekte bewijsmateriaal de onjuistheid aantoont van de gemiddelde specifieke CO2-emissies van die fabrikant in 2007 zoals aangegeven in Verordening (EU) nr. 63/2011. |
|
(4) |
Verordening (EU) nr. 63/2011 moet derhalve dienovereenkomstig worden gerectificeerd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In de tabel in bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 63/2011 wordt in de kolom „Gemiddelde emissies (g/km)”, in de rij met betrekking tot „General Motors”, de waarde „159,604” vervangen door „283,689”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 november 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 140 van 5.6.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) nr. 63/2011 van de Commissie van 26 januari 2011 tot vaststelling van gedetailleerde bepalingen voor de aanvraag van een afwijking van de specifieke CO2-emissiedoelstellingen uit hoofde van artikel 11 van Verordening (EG) nr. 443/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 23 van 27.1.2011, blz. 16).
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/6 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/249 VAN DE COMMISSIE
van 12 februari 2019
tot schorsing van de tariefpreferenties voor bepaalde SAP-begunstigde landen ten aanzien van bepaalde SAP-afdelingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode 2020-2022
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 732/2008 van de Raad (1), en met name artikel 8, lid 3,
Na raadpleging van het Comité algemene preferenties in de zin van artikel 39 van Verordening (EU) nr. 978/2012,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Ingevolge artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) nr. 978/2012 worden de tariefpreferenties van de algemene regeling van het stelsel van algemene preferenties (SAP) geschorst voor producten van een SAP-afdeling van oorsprong uit een SAP-begunstigd land, indien de gemiddelde waarde van de invoer naar de Unie van dergelijke producten uit dat SAP-begunstigde land gedurende drie opeenvolgende jaren de in bijlage VI bij die verordening genoemde drempelwaarden overschrijdt. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) nr. 978/2012 en op basis van de handelsstatistieken betreffende de kalenderjaren 2012-2014 is bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/330 van de Commissie (2) de lijst van productafdelingen vastgesteld waarvoor de tariefpreferenties vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 zijn geschorst. |
|
(3) |
Op grond van artikel 8, lid 3, van Verordening (EU) nr. 978/2012 evalueert de Commissie die lijst om de drie jaar en stelt zij een uitvoeringshandeling vast om de tariefpreferenties te schorsen of weer in te voeren. |
|
(4) |
De herziene lijst moet met ingang van 1 januari 2020 gedurende een periode van drie jaar van toepassing zijn. De lijst is gebaseerd op de handelsstatistieken betreffende de kalenderjaren 2015-2017 die op 1 september 2018 beschikbaar waren, en in de lijst wordt rekening gehouden met de invoer uit de SAP-begunstigde landen die zijn opgenomen in de lijst van bijlage II bij Verordening (EU) nr. 978/2012, zoals op die datum van toepassing. Er wordt echter geen rekening gehouden met de waarde van de invoer uit de SAP-begunstigde landen die met ingang van 1 januari 2020 niet langer in aanmerking komen voor de tariefpreferenties in het kader van artikel 4, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 978/2012, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De tariefpreferenties als bedoeld in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 978/2012 worden ten aanzien van de betrokken SAP-begunstigde landen geschorst voor de lijst van producten van de SAP-afdelingen als vermeld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2022.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 februari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 303 van 31.10.2012, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/330 van de Commissie van 8 maart 2016 tot schorsing van de tariefpreferenties voor bepaalde SAP-begunstigde landen ten aanzien van bepaalde SAP-afdelingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 978/2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties voor de periode 2017-2019 (PB L 62 van 9.3.2016, blz. 9).
BIJLAGE
Lijst van de SAP-afdelingen waarvoor de in artikel 7 van Verordening (EU) nr. 978/2012 bedoelde tariefpreferenties ten aanzien van een betrokken SAP-begunstigd land worden geschorst:
|
|
Kolom A: naam van het land |
|
|
Kolom B: SAP-afdeling (artikel 2, onder j), van de SAP-verordening) |
|
|
Kolom C: beschrijving |
|
A |
B |
C |
|
India |
S-6a |
Anorganische en organische chemische producten |
|
S-11a |
Textielstoffen |
|
|
S-14 |
Parels en edele metalen |
|
|
S-15a |
Gietijzer, ijzer en staal alsmede werken van gietijzer, van ijzer en van staal |
|
|
S-15b |
Onedele metalen (met uitzondering van gietijzer, ijzer en staal), werken van onedele metalen (met uitzondering van werken van gietijzer, van ijzer en van staal) |
|
|
S-17 a |
Rollend en ander materieel voor spoor- en tramwegen |
|
|
S-17b |
Motorvoertuigen, rijwielen, luchtvaart en ruimtevaart, scheepvaart |
|
|
Indonesië |
S-1a |
Levende dieren en dierlijke producten, met uitzondering van vis |
|
S-3 |
Dierlijke of plantaardige oliën en vetten alsmede was van dierlijke of van plantaardige oorsprong |
|
|
S-5 |
Minerale producten |
|
|
S-9a |
Hout, houtskool en houtwaren |
|
|
Kenia |
S-2a |
Levende planten en producten van de bloementeelt |
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/9 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/250 VAN DE COMMISSIE
van 12 februari 2019
inzake de modellen voor EG-verklaringen en certificaten voor interoperabiliteitsonderdelen en -subsystemen, het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype en de EG-keuringsprocedures voor subsystemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (1), en met name artikel 9, lid 4, artikel 15, lid 9, en artikel 24, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Fabrikanten of hun gemachtigde vertegenwoordigers, aanvragers, aangemelde instanties en aangewezen instanties moeten geharmoniseerde modellen gebruiken voor documenten bij een vergunning om vaste installaties in dienst te stellen of een vergunning om een voertuig in de handel te brengen, teneinde de beoordeling van die aanvragen door het Spoorwegbureau van de Europese Unie („het Bureau”) of een nationale veiligheidsinstantie te stroomlijnen en het toezicht op het spoornet van de Unie door de nationale veiligheidsinstanties te vergemakkelijken. |
|
(2) |
De opstelling van de bij Richtlijn (EU) 2016/797 voorziene EG-verklaringen moet worden gestroomlijnd, met name voor EG-verklaringen van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen, EG-keuringsverklaringen van subsystemen, tussentijdse keuringsverklaringen van subsystemen en verklaringen van conformiteit van voertuigen met een vergund voertuigtype. |
|
(3) |
Ook de samenstelling van het technisch dossier bij de EG-verklaringen moet worden vergemakkelijkt door modellen op te stellen voor het EG-certificaat van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen, het door een aangemelde instantie afgegeven EG-keuringscertificaat van een subsysteem en het door een aangewezen instantie afgegeven certificaat. |
|
(4) |
De EG-verklaring van conformiteit en de EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik en de bijbehorende documenten moeten aantonen dat de interoperabiliteitsonderdelen zijn onderworpen aan de procedures in de overeenkomstige technische specificaties inzake interoperabiliteit (TSI's) voor het beoordelen van de conformiteit of geschiktheid voor gebruik; in die verklaringen moet worden verwezen naar die TSI's en andere relevante EU-regelgeving. |
|
(5) |
Een EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen die wordt afgegeven op basis van proefondervindelijke keuring moet worden beschouwd als een aanvullende verklaring bij de EG-verklaring van conformiteit van het interoperabiliteitsonderdeel. |
|
(6) |
De aard van de te verstrekken informatie moet het mogelijk maken één model te gebruiken voor zowel de EG-verklaring van conformiteit als de EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik van een interoperabiliteitsonderdeel. |
|
(7) |
De EG-keuringsverklaring van subsystemen en de bijbehorende documenten moeten aantonen dat de relevante keuringsprocedures zijn voltooid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie en de relevante nationale voorschriften; in die verklaring moet worden verwezen naar de richtlijnen, TSI's en andere relevante EU-regelgeving, alsook naar de relevante nationale voorschriften. |
|
(8) |
Teneinde te garanderen dat een subsysteem in de loop van de tijd blijft voldoen aan de essentiële eisen, moet elke wijziging die gevolgen heeft voor de EG-keuringsverklaring daarin worden opgenomen en moet de aanvrager beschikken over procedures om de EG-keuringsverklaring permanent bij te werken. |
|
(9) |
De EG-keuringsprocedure voor een gewijzigd subsysteem moet in overeenstemming zijn met artikel 15 van Richtlijn (EU) 2016/797 en de in TSI's opgenomen bepalingen die van toepassing zijn op bestaande subsystemen en voertuigen. Sommige bestaande subsystemen zijn in gebruik genomen vóór de EG-keuringsprocedure op die systemen van toepassing werd en bijgevolg zonder EG-keuringsverklaring. De EG-keuringsprocedure voor wijzigingen van subsystemen die in dienst zijn genomen zonder EG-keuringsverklaring moet beperkt blijven tot de delen van het subsysteem die zijn gewijzigd en hun interfaces met de ongewijzigde delen van het subsysteem. Voor het gewijzigde subsysteem wordt daarna een EG-keuringsverklaring afgegeven. |
|
(10) |
Er moet één model worden gebruikt voor de EG-keuringsverklaring en potentiële wijzigingen die tijdens de levenscyclus van het subsysteem gevolgen kunnen hebben voor de componenten daarvan. |
|
(11) |
Uit de tussentijdse keuringsverklaring van een subsysteem, de bijlage en de bijbehorende documenten moet blijken dat een fase van de relevante keuringsprocedure van een subsysteem of een deel van een subsysteem is voltooid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie en de relevante nationale voorschriften. In de tussentijdse keuringsverklaring van een subsysteem moet worden verwezen naar de richtlijnen, TSI's en andere relevante EU-regelgeving handelingen van de Unie, alsook naar de relevante nationale voorschriften. |
|
(12) |
De aard van de te verstrekken informatie maakt het mogelijk één model te gebruiken voor het EG-keuringscertificaat dat door een aangemelde instantie wordt afgegeven voor een subsysteem, het EG-certificaat van conformiteit dat door een aangemelde instantie wordt afgegeven voor een interoperabiliteitsonderdeel, het EG-certificaat van geschiktheid voor gebruik dat door een aangemelde instantie wordt afgegeven voor een interoperabiliteitsonderdeel en het certificaat dat door een aangewezen instantie wordt afgegeven voor een subsysteem. |
|
(13) |
De bijlagen bij de verklaring van conformiteit met een voertuigtype waarvoor een vergunning is afgegeven, moeten aantonen dat de relevante keuringsprocedures zijn voltooid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie en de relevante nationale voorschriften; in die bijlagen moet worden verwezen naar de richtlijnen, TSI's en andere relevante EU-regelgeving, alsook naar de relevante nationale voorschriften. |
|
(14) |
Op 19 december 2017 heeft het Bureau een aanbeveling gedaan betreffende de EG-keuringsverklaring van subsystemen en de in artikel 9, lid 4, artikel 15, lid 9, en artikel 24, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde modellen. |
|
(15) |
De bijlagen IV en V bij Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) betreffende de inhoud van de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik en de EG-keuringsverklaring zijn ingetrokken bij Richtlijn (EU) 2016/797; de desbetreffende bepalingen moeten derhalve worden vervangen. |
|
(16) |
Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie (3) moet worden ingetrokken. |
|
(17) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) 2016/797 bedoelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening worden vastgesteld:
|
a) |
het model voor de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van een interoperabiliteitsonderdeel, als bedoeld in artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797; |
|
b) |
de bijzonderheden van de EG-keuringsprocedures voor subsystemen en het model voor de EG-keuringsverklaring, als bedoeld in artikel 15, lid 9, van Richtlijn (EU) 2016/797; |
|
c) |
het model voor de tussentijdse keuringsverklaring van een subsysteem, als bedoeld in artikel 15, lid 9, van Richtlijn (EU) 2016/797; |
|
d) |
het model voor de certificaten van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van een interoperabiliteitsonderdeel, als bedoeld in artikel 9, lid 2, en het model voor het keuringscertificaat van een subsysteem, als bedoeld in artikel 15, lid 9, van Richtlijn (EU) 2016/797; |
|
e) |
het model voor de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype, als bedoeld in artikel 24, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/797. |
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) „EG-verklaring van conformiteit”: de verklaring waarin de fabrikant van een interoperabiliteitsonderdeel of zijn gemachtigde vertegenwoordiger op eigen verantwoordelijkheid verklaart dat het interoperabiliteitsonderdeel, dat aan de relevante keuringsprocedures is onderworpen, voldoet aan de toepasselijke EU-wetgeving;
b) „EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik”: de verklaring, ter aanvulling van de EG-verklaring van conformiteit, waarin de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger op eigen verantwoordelijkheid verklaart dat het interoperabiliteitsonderdeel, dat aan de relevante keuringsprocedures is onderworpen, voldoet aan de eisen inzake geschiktheid voor gebruik die gespecificeerd zijn in de relevante TSI;
c) „EG-keuringsverklaring”: de verklaring voor een subsysteem die is opgesteld door de aanvrager en waarin hij op eigen verantwoordelijkheid verklaart dat het betrokken subsysteem, dat aan de relevante keuringsprocedures is onderworpen, voldoet aan de eisen van de relevante EU-wetgeving en alle relevante nationale voorschriften;
d) „subsysteem dat zonder EG-keuringsverklaring in gebruik is genomen”: een vast of mobiel subsysteem dat in dienst is genomen vóór de EG-keuringsprocedure overeenkomstig Richtlijnen 96/48/EG van de Raad (4), Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) of Richtlijn 2008/57/EG van toepassing was, en dus zonder EG –keuringsverklaring;
e) „tussentijdse keuringsverklaring”: het document dat is opgesteld door de aangemelde instantie die door de aanvrager is geselecteerd, in het geval van TSI-eisen, of door een aangewezen instantie, in het geval van eisen die voortvloeien uit nationale voorschriften, en waarin de resultaten van een fase van de keuringsprocedure zijn geregistreerd;
f) „EG-certificaat van conformiteit”: het door de aangemelde instantie afgegeven certificaat waaruit blijkt dat het interoperabiliteitsonderdeel, afzonderlijk beschouwd, conform is met de bindende technische specificaties van de Unie;
g) „EG-certificaat van geschiktheid voor gebruik”: het door de aangemelde instantie afgegeven certificaat waaruit blijkt dat het interoperabiliteitsonderdeel geschikt is voor gebruik binnen de spoorwegsector;
h) „keuringscertificaat”: het door de aangemelde instantie of de aangewezen instantie afgegeven certificaat waaruit blijkt dat een subsysteem van de ontwerpfase tot de aanvaardingsfase conform is met de relevante TSI's of de relevante nationale regels, alvorens het in de handel wordt gebracht of in dienst wordt genomen, en dat betrekking heeft op de keuring van de interfaces van het betrokken subsysteem met het systeem waarin het wordt geïntegreerd;
i) „EG-keuringscertificaat”: het door de aangemelde instantie afgegeven certificaat waaruit enkel blijkt dat een subsysteem conform is met de relevante TSI's;
j) „verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype”: de door de aanvrager opgestelde verklaring waarin hij op eigen verantwoordelijkheid verklaart dat het voertuig in kwestie, dat aan de relevante keuringsprocedures is onderworpen, conform is met een vergund voertuigtype en voldoet aan de voorschriften van de relevante EU-wetgeving en de relevante nationale voorschriften;
k) „ERADIS ID”: de overeenkomstig bijlage VII samengestelde alfanumerieke code voor de identificatie van een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van een interoperabiliteitsonderdeel of een EG-keuringsverklaring van een subsysteem.
Artikel 3
EG-verklaring van conformiteit of EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik
1. De fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger stelt een EG-verklaring van conformiteit op voor een interoperabiliteitsonderdeel of een EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik van een interoperabiliteitsonderdeel, overeenkomstig het model in bijlage I.
2. Een EG-verklaring van conformiteit of EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik wordt opgesteld in een van de officiële talen van de Unie; de begeleidende documenten worden in dezelfde taal opgesteld.
Artikel 4
Documenten bij de EG-verklaring van conformiteit of EG-verklaring van geschiktheid voor gebruik
Een EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik voor interoperabiliteitsonderdelen gaat vergezeld van de volgende documenten:
|
a) |
het EG-certificaat van conformiteit en, voor zover van toepassing, het EG-certificaat van geschiktheid voor gebruik; |
|
b) |
de technische documenten overeenkomstig Besluit 2010/713/EU van de Commissie (6). |
Artikel 5
EG-keuringsverklaring
1. Een EG-keuringsverklaring is gebaseerd op de informatie die voortvloeit uit de in artikel 15 en bijlage IV van Richtlijn (EU) 2016/797 uiteengezette keuringsprocedures voor subsystemen. Een EG-keuringsverklaring omvat de keuring overeenkomstig de EU-wetgeving en, voor zover van toepassing, de nationale voorschriften.
2. De aanvrager stelt de EG-keuringsverklaring op overeenkomstig het model in bijlage II, en overeenkomstig het model in bijlage III wanneer het gaat om een subsysteem dat oorspronkelijk in dienst is genomen zonder EG-keuringsverklaring.
3. Een EG-keuringsverklaring wordt opgesteld in een van de officiële talen van de Unie; de begeleidende documenten worden in dezelfde taal opgesteld.
Artikel 6
Keuringsprocedure in geval van een wijziging van een subsysteem
1. In geval van een wijziging van een subsysteem analyseert de aanvrager de wijziging en beoordeelt hij het effect ervan op de EG-keuringsverklaring.
2. Als die wijziging een impact heeft op de geldigheid van een element van de relevante EG-keuringsverklaring, werkt de aanvrager de EG-keuringsverklaring bij of stelt hij een nieuwe EG-keuringsverklaring op. Als op grond van de criteria in de artikelen 18, lid 6, en 21, lid 12, van Richtlijn (EU) 2016/797 een nieuwe vergunning vereist is, wordt een nieuwe EG-keuringsverklaring opgesteld.
3. Als een wijziging gevolgen heeft voor een fundamentele parameter, beoordeelt de aanvrager of een EG-keuringsprocedure vereist is en past hij desgevallend voor het gewijzigde subsysteem de procedure van artikel 15 van Richtlijn (EU) 2016/797 en bijlage IV bij die richtlijn toe.
Artikel 7
Keuringsprocedure in geval van een wijziging van een subsysteem dat zonder EG-keuringsverklaring in gebruik is genomen
1. In geval van een wijziging van een subsysteem dat zonder EG-keuringsverklaring in gebruik is genomen, analyseert de aanvrager de wijziging en beoordeelt hij de impact daarvan op het bestaande ontwerp en de onderhoudsdocumentatie.
2. Wanneer een wijziging van een subsysteem gevolgen heeft voor een fundamentele parameter, beoordeelt de aanvrager of een EG-keuringsprocedure vereist is en past hij desgevallend de keuringsprocedure van artikel 15 van Richtlijn (EU) 2016/797 toe.
3. De conformiteitsbeoordelingsinstantie beoordeelt alleen de gewijzigde delen van het subsysteem en de interfaces met de ongewijzigde delen.
4. De aanvrager stelt voor het volledige subsysteem een EG-keuringsverklaring op, door op zijn verantwoordelijkheid te verklaren dat:
|
a) |
het gewijzigde deel en de interfaces met de ongewijzigde delen van het subsysteem onderworpen zijn aan de relevante keuringsprocedures en voldoen aan de relevante wetgeving van de Unie en de relevante nationale voorschriften; |
|
b) |
het ongewijzigde deel binnen het spoorwegsysteem in gebruik is genomen en zijn oorspronkelijke exploitatietoestand heeft behouden vanaf de datum waarop het binnen het spoorwegsysteem in gebruik is genomen tot de datum waarop de EG-keuringverklaring is opgesteld. |
Artikel 8
Tussentijdse keuringsverklaring
1. Een tussentijdse keuringsverklaring wordt gebaseerd op dezelfde relevante modules voor conformiteitsbeoordeling als die welke gebruikt worden voor de afgifte van een keuringscertificaat voor een subsysteem.
2. De aangemelde instantie of de aangewezen instantie stelt de tussentijdse keuringsverklaring op overeenkomstig het model in bijlage IV.
3. De tussentijdse keuringsverklaring wordt opgesteld in een van de officiële talen van de Unie; de begeleidende documenten worden in dezelfde taal opgesteld.
Artikel 9
Certificaten van conformiteit of geschiktheid voor gebruik en keuringscertificaten
Keuringscertificaten van subsystemen, EG-keuringscertificaten en EG-certificaten van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen worden opgesteld overeenkomstig het model in bijlage V.
Artikel 10
Verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype
1. Een aanvrager stelt de verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype op, overeenkomstig het model in bijlage VI.
2. Een verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype wordt opgesteld in een van de officiële talen van de Unie; de begeleidende documenten worden in dezelfde taal opgesteld.
Artikel 11
Intrekking
Verordening (EU) nr. 201/2011 wordt ingetrokken met ingang van 16 juni 2019.
In de lidstaten die het Bureau en de Commissie overeenkomstig artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797 in kennis hebben gesteld, blijft de bijlage bij Verordening (EU) nr. 201/2011 tot 16 juni 2020 van toepassing op de in artikel 26, lid 4, van Richtlijn 2008/57/EG bedoelde verklaring van overeenstemming met het type.
Artikel 12
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 16 juni 2019 voor de lidstaten die het Bureau niet in kennis hebben gesteld overeenkomstig artikel 57, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797.
Artikel 11 is met ingang van 16 juni 2019 van toepassing voor de lidstaten die het Bureau in kennis hebben gesteld van hun voornemen om de periode voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/797 overeenkomstig artikel 57, lid 2, van die richtlijn te verlengen.
Zij is van toepassing in alle lidstaten met ingang van 16 juni 2020.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 februari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44.
(2) Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 201/2011 van de Commissie van 1 maart 2011 betreffende het model voor de verklaring van overeenstemming met een goedgekeurd type spoorvoertuig (PB L 57 van 2.3.2011, blz. 8).
(4) Richtlijn 96/48/EG van de Raad van 23 juli 1996 betreffende de interoperabiliteit van het trans-Europees hogesnelheidsspoorwegsysteem (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 6).
(5) Richtlijn 2001/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem (PB L 110 van 20.4.2001, blz. 1).
(6) Besluit 2010/713/EU van de Commissie van 9 november 2010 inzake de modules voor de procedures voor de beoordeling van de conformiteit, de geschiktheid voor gebruik en de EG-keuring die moeten worden toegepast in het kader van de op grond van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde technische specificaties inzake interoperabiliteit (PB L 319 van 4.12.2010, blz. 1).
BIJLAGE I
MODEL VOOR DE EG-VERKLARING VAN CONFORMITEIT OF GESCHIKTHEID VOOR GEBRUIK VAN INTEROPERABILITEITSONDERDELEN
EG-verklaring van conformiteit en geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen
Identificatienummer van de „EG”-verklaring [ERADIS ID] (1)
Wij, fabrikant of gemachtigde vertegenwoordiger
[Naam van de onderneming]
[Volledig postadres]
verklaren op onze eigen verantwoordelijkheid dat het volgende interoperabiliteitsonderdeel (2):
[Naam/korte beschrijving van het interoperabiliteitsonderdeel, unieke identificatie van het interoperabiliteitsonderdeel]
waarop deze verklaring betrekking heeft, voldoet aan de toepasselijke wetgeving van de Unie:
[Titel(s) van de richtlijn(en); titel(s) van de TSI('s); titel(s) van Europese specificaties]
beoordeeld is door de volgende aangemelde instantie:
[Naam van de onderneming]
[Registratienummer]
[Volledig adres]
Overeenkomstig onderstaande goedkeuringen en/of certificaten:
[goedkeuring(en), datum van afgifte][Nummer(s) certificaat, datum(s) van afgifte]
De volgende gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen zijn van toepassing (3):
[Lijst of verwijzing naar de lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen]
De volgende procedures zijn gevolgd voor de conformiteitsverklaring:
[De door de fabrikant gekozen modules voor de beoordeling van het interoperabiliteitsonderdeel]
Lijst van bijlagen
[Titels van de bijlagen (technische documentatie of technisch dossier bij de „EG”-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik)] (4)
Gedaan op:
[Datum DD/MM/JJJJ]
Handtekening van de fabrikant/gemachtigde vertegenwoordiger
[Voornaam, naam]
(1) De informatie tussen vierkante haken [] wordt verstrekt om de gebruiker te helpen het model correct en volledig in te vullen.
(2) De beschrijving van het interoperabiliteitsonderdeel moet een unieke identificatie en traceerbaarheid mogelijk maken.
(3) Wanneer naar een lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen wordt verwezen, moet de vergunningverlenende instantie toegang hebben tot die lijst.
(4) Technische documentatie overeenkomstig Besluit 2010/713/EU.
BIJLAGE II
MODEL VOOR DE „EG”-KEURINGSVERKLARING VAN EEN SUBSYSTEEM
„EG”-keuringsverklaring van een subsysteem
Identificatienummer van de „EG”-verklaring [ERADIS ID] (1)
Wij, de aanvrager
[Naam van de onderneming]
[Volledig postadres]
verklaren op onze eigen verantwoordelijkheid dat het volgende subsysteem (2):
[Naam/korte beschrijving van het subsysteem, unieke identificatie van het subsysteem]
Waarop deze verklaring betrekking heeft, onderworpen is aan de relevante keuringsprocedures en voldoet aan de relevante EU-wetgeving en de relevante nationale voorschriften;
[Verwijzing naar: de richtlijn(en); TSI('s); relevante nationale voorschriften]
beoordeeld is door de volgende conformiteitsbeoordelingsinstanties:
|
Aangemelde instantie: Naam van de onderneming Registratienummer Volledig adres |
Aangewezen instantie: Naam van de onderneming Identificatienummer Volledig adres |
Beoordelingsinstantie [risicobeoordeling]: Naam van de onderneming Identificatienummer Volledig adres |
Overeenkomstig onderstaande certificaten en/of verslagen:
[Certificaatnummer(s), nummer(s) van verslagen, datum(s) van afgifte]
De volgende gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen zijn van toepassing (3):
[Lijst of verwijzing naar de lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen]
De volgende procedures zijn gevolgd voor de conformiteitsverklaring:
[De door de aanvrager gekozen modules voor de keuring van het subsysteem]
Identificatie van het technisch dossier bij deze verklaring
[Verwijzing naar het technisch dossier bij de „EG”-keuringsverklaring van een subsysteem overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/797]
Verwijzing naar een eerdere „EG”-keuringsverklaring (voor zover van toepassing)
[Ja/Neen]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
Handtekening van de aanvrager
Voornaam, naam
(1) De informatie tussen vierkante haken [] wordt verstrekt om de gebruiker te helpen het model correct en volledig in te vullen.
(2) De beschrijving van het subsysteem moet een unieke identificatie en traceerbaarheid mogelijk maken.
(3) Wanneer naar een lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen wordt verwezen, moet de vergunningverlenende instantie toegang hebben tot die lijst.
BIJLAGE III
MODEL VOOR DE „EG”-KEURINGSVERKLARING VOOR EEN SUBSYSTEEM DAT OORSPRONKELIJK ZONDER „EG”-VERKLARING IN DIENST IS GENOMEN
„EG”-keuringsverklaring van een subsysteem
Identificatienummer van de „EG”-verklaring [ERADIS ID] (1)
Wij, de aanvrager
[Naam van de onderneming]
[Volledig postadres]
Verklaren op onze eigen verantwoordelijkheid dat voor het subsysteem waarop deze verklaring betrekking heeft (2):
[Naam/korte beschrijving van het subsysteem, unieke identificatie van het subsysteem]
Het gewijzigde deel van het subsysteem:
[Naam/korte beschrijving van de delen van het subsysteem]
onderworpen is aan de relevante keuringsprocedures en voldoet aan de relevante EU-wetgeving en de relevante nationale voorschriften;
[Verwijzing naar: de richtlijn(en); TSI('s); relevante nationale voorschriften]
beoordeeld is door de volgende conformiteitsbeoordelingsinstanties:
|
Aangemelde instantie: Naam van de onderneming Registratienummer Volledig adres |
Aangewezen instantie: Naam van de onderneming Identificatienummer Volledig adres |
Beoordelingsinstantie [risicobeoordeling]: Naam van de onderneming Identificatienummer Volledig adres |
Overeenkomstig onderstaande certificaten en/of verslagen:
[Certificaatnummer(s), nummer(s) van verslagen, datum(s) van afgifte]
Het ongewijzigde deel van het subsysteem waarop deze verklaring betrekking heeft, is binnen het spoorwegsysteem in gebruik genomen en in zijn nominale werkingstoestand gehouden vanaf de datum waarop het in gebruik is genomen tot de datum waarop de EG-keuringverklaring is opgesteld.
De volgende gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen zijn van toepassing (3):
[Lijst of verwijzing naar de lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen]
De volgende procedures zijn gevolgd voor de conformiteitsverklaring:
[De door de aanvrager gekozen modules voor de keuring van het subsysteem]
Identificatie van het technisch dossier bij deze verklaring
[Verwijzing naar het technisch dossier bij de „EG”-keuringsverklaring van een subsysteem overeenkomstig artikel 15, lid 4, van Richtlijn (EU) 2016/797]
Verwijzing naar een eerdere „EG”-keuringsverklaring (voor zover van toepassing)
[Ja/Neen]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
Handtekening van de aanvrager
Voornaam, naam
(1) De informatie tussen vierkante haken [] wordt verstrekt om de gebruiker te helpen het model correct en volledig in te vullen.
(2) De beschrijving van het subsysteem moet een unieke identificatie en traceerbaarheid mogelijk maken.
(3) Wanneer naar een lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen wordt verwezen, moet de vergunningverlenende instantie toegang hebben tot die lijst.
BIJLAGE IV
MODEL VOOR DE TUSSENTIJDSE KEURINGSVERKLARING
Tussentijdse keuringsverklaring
Nummer [uniek identificatienummer van de tussentijdse keuringsverklaring, waardoor het document traceerbaar is] (1)
Voorwerp van de evaluatie (2):
[Unieke identificatie van het subsysteem of van deel van het subsysteem: identificatie van het volledige subsysteem of deel van het subsysteem, en fasen van de keuring overeenkomstig bijlage IV — punt 2.2.3 van Richtlijn (EU) 2016/797]
Aanvrager, in voorkomend geval ook fabrikant en productielocaties:
[Namen, adressen]
Beoordelingseisen:
[Verwijzing naar: de richtlijn (en), de TSI('s), de niet-toepasselijkheid van TSI('s), de relevante nationale voorschriften, Europese specificaties, andere aanvaardbare wijzen van naleving]
Toegepaste module(s):
[de door de aanvrager gekozen modules voor de beoordeling van het subsysteem of deel van het subsysteem, en de fasen van de keuring]
Resultaat van de beoordeling/audit:
[Met inbegrip van een verwijzing naar het beoordelings-/auditverslag]
De volgende voorwaarden en gebruiksbeperkingen zijn van toepassing (3):
[Lijst of verwijzing naar de lijst van voorwaarden en gebruiksbeperkingen]
Bijlage bij de tussentijdse keuringsverklaring (4) (in voorkomend geval)
[Ja/Neen]
Documenten die bij de tussentijdse keuringsvermeldingverklaring worden gevoegd:
[Verwijzing naar begeleidende documenten; lijst of bestand van document die gebruikt zijn voor de evaluatie]
Geldigheid:
[Geldigheidstermijn en -voorwaarden van de tussentijdse keuringsverklaring]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
|
Aangemelde instantie Handtekening Voornaam, naam |
[OF] |
Aangewezen instantie Handtekening Voornaam, naam |
|
Naam van de onderneming |
Naam van de onderneming |
|
|
Registratienummer |
Identificatienummer |
|
|
Volledig postadres |
Volledig postadres |
Blz. 1[/nn]
Bijlage bij de tussentijdse keuringsverklaring [indien van toepassing]
Nummer [uniek identificatienummer van de tussentijdse keuringsvermelding]
Voorwerp van de evaluatie:
[Unieke identificatie van het subsysteem of deel van het subsysteem: identificatie van het volledige subsysteem of deel van het subsysteem, en fasen van de keuring overeenkomstig bijlage IV — punt 2.2.3 van Richtlijn (EU) 2016/797]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
|
Aangemelde instantie Handtekening Voornaam, naam |
[OF] |
Aangewezen instantie Handtekening Voornaam, naam |
|
Naam van de onderneming |
Naam van de onderneming |
|
|
Registratienummer |
Identificatienummer |
|
|
Volledig postadres |
Volledig postadres |
Blz. n/nn
(1) De informatie tussen vierkante haken [] wordt verstrekt om de gebruiker te helpen bij het invullen van het model.
(2) De beschrijving van het subsysteem of deel van het subsysteem moet een unieke identificatie en traceerbaarheid mogelijk maken.
(3) Wanneer naar een lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen wordt verwezen, moet de vergunningverlenende instantie toegang hebben tot die lijst.
(4) Het wordt aanbevolen om de tussentijdse keuringsverklaring af te geven als een document van één bladzijde; als de relevante informatie voor de tussentijdse keuringsverklaring niet op één bladzijde past, biedt de bijlage voldoende ruimte voor alle andere relevante informatie.
BIJLAGE V
MODEL VOOR HET CERTIFICAAT
[EG-] (1) Certificaat van [conformiteit/geschiktheid voor gebruik/keuring]
Nummer [uniek identificatienummer van het certificaat] (2)
Voorwerp van de evaluatie (3):
[Unieke identificatie van het interoperabiliteitsonderdeel of het subsysteem]
Aanvrager, in voorkomend geval ook fabrikant en productielocaties:
[Namen, adressen]
Beoordelingseisen:
[Verwijzing naar: de richtlijn(en), de TSI('s), de relevante nationale voorschriften, Europese specificaties, andere aanvaardbare wijzen van naleving]
Toegepaste module(s):
[De door de aanvrager gekozen modules voor de keuring van het interoperabiliteitsonderdeel of het subsysteem]
Resultaat van de beoordeling/audit:
[Met inbegrip van een verwijzing naar het beoordelings-/auditverslag]
De volgende voorwaarden en gebruiksbeperkingen zijn van toepassing (4):
[Lijst of verwijzing naar de lijst van voorwaarden en gebruiksbeperkingen]
Bijlage (5) (indien van toepassing):
[Ja/Neen]
Documenten bij dit [EG-] (1)certificaat:
[verwijzing naar begeleidende documenten; lijst of bestand van documenten die gebruikt zijn voor de evaluatie]
Geldigheid:
[Geldigheidstermijn en -voorwaarden van het certificaat]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
|
Aangemelde instantie Handtekening Voornaam, naam |
[OF] |
Aangewezen instantie Handtekening Voornaam, naam |
|
Naam van de onderneming |
Naam van de onderneming |
|
|
Registratienummer |
Identificatienummer |
|
|
Volledig postadres |
Volledig postadres |
blz. 1[/nn]
Bijlage bij het [EG-] (1) certificaat [indien van toepassing (6) ]
Nummer [uniek identificatienummer van het certificaat]
Voorwerp van de evaluatie:
[Unieke identificatie van het interoperabiliteitsonderdeel of het subsysteem]
Gedaan op:
[datum DD/MM/JJJJ]
|
Aangemelde instantie Handtekening Voornaam, naam |
[OF] |
Aangewezen instantie Handtekening Voornaam, naam |
|
Naam van de onderneming |
Naam van de onderneming |
|
|
Registratienummer |
Identificatienummer |
|
|
Volledig postadres |
Volledig postadres |
blz. n/nn
(1) „EG” is alleen van toepassing op certificaten van aangemelde instanties, met inbegrip van certificaten die betrekking hebben op zowel taken van aangemelde instanties als van aangewezen instanties, wanneer het om dezelfde entiteit gaat. „EG” moet worden weggelaten op certificaten die zijn afgegeven door een aangewezen instantie.
(2) De informatie tussen vierkante haken [] wordt alleen verstrekt om de gebruiker te helpen het model correct en volledig in te vullen.
(3) De beschrijving van het interoperabiliteitsonderdeel of subsysteem moet een unieke identificatie en traceerbaarheid mogelijk maken.
(4) Wanneer naar een lijst van gebruiksvoorwaarden en andere beperkingen wordt verwezen, moet de vergunningverlenende instantie toegang hebben tot die lijst.
(5) Het wordt aanbevolen om certificaten af te geven als een document van één bladzijde; als de relevante informatie voor het certificaat niet op één bladzijde past, biedt de bijlage voldoende ruimte voor alle andere relevante informatie.
(6) Het wordt aanbevolen om de certificaten af te geven als een document van één bladzijde; als de relevante informatie voor het certificaat niet op één bladzijde past, biedt de bijlage voldoende ruimte voor alle andere relevante informatie.
BIJLAGE VI
MODEL VAN DE VERKLARING VAN CONFORMITEIT MET EEN VERGUND VOERTUIGTYPE
Verklaring van conformiteit met een vergund voertuigtype
Wij,
de aanvrager
[Naam van de onderneming] (1)
[Volledig adres]
Verklaren op onze eigen verantwoordelijkheid dat het voertuig [Europees voertuignummer/gereserveerd voertuignummer/overeengekomen identificatiewijze] (2) waarop deze verklaring betrekking heeft:
|
— |
conform is met een vergund voertuigtype [ERATV-identificatie van het type/de versie/de variant van het voertuig] |
|
— |
voldoet aan de relevante EU-wetgeving van de Unie en de relevante nationale voorschriften, zoals vermeld in de bijlagen bij deze verklaring. |
|
— |
alle voor de opstelling van deze verklaring noodzakelijke keuringsprocedures heeft doorlopen. |
Lijst van bijlagen (3)
[Titels van de bijlagen]
Ondertekend voor en namens [naam van de aanvrager]
Gedaan te [plaats], [datum DD/MM/JJJJ]
[naam, functie] [handtekening]
(1) De informatie tussen vierkante haken [] wordt verstrekt om de gebruiker te helpen het model correct en volledig in te vullen.
(2) Een bestaand voertuig wordt geïdentificeerd aan de hand van het op het moment van de opstelling van deze verklaring bestaand Europees voertuignummer (EVN).
Een nieuw voertuig wordt, indien op het moment waarop deze verklaring wordt opgesteld aan het voertuig nog geen gereserveerd voertuignummer is toegekend overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1614 van de Commissie (PB L 268 van 26.10.2018, blz. 53), geïdentificeerd aan de hand van een ander door de aanvrager en de vergunningverlenende instantie overeen te komen identificatiesysteem.
Overeenkomstig bijlage II, deel 3.2.1, punt 3, bij dat besluit wordt het gereserveerd voertuignummer op het moment van de registratie het EVN.
(3) In de bijlagen worden afschriften van de EG-keuringsverklaringen van subsystemen opgenomen.
BIJLAGE VII
STRUCTUUR EN INHOUD VAN HET IDENTIFICATIENUMMER VAN DE EG-VERKLARING
Aan elke EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen en elke EG-keuringsverklaring van subsystemen wordt een alfanumerieke code toegekend, bestaande uit 2 letters en 24 cijfers, met de volgende structuur:
|
CC |
RRRRRRRRRRRRRR |
YYYY |
NNNNNN |
|
Landcode (2 letters) |
Nationaal registratienummer van de aanvrager (14 cijfers) |
Jaar (4 cijfers) |
Teller (6 cijfers) |
|
|
|
|
|
|
Veld 1 |
Veld 2 |
Veld 3 |
Veld 4 |
VELD 1 — Landcode (2 letters)
De landcode wordt toegekend op basis van ISO-norm 3166
VELD 2 — Nationaal registratienummer van de aanvrager (14-cijfers)
Het nationaal registratienummer van de aanvrager is het wettelijk inschrijvings-/identificatienummer dat is toegekend door de belastingdienst of het handelsregister of een andere instantie die ondernemingen in de lidstaat registreert.
Indien dat nummer minder dan veertien cijfers telt, blijven de eerste cijfers -00, zoals bij een teller.
VELD 3 — Jaar (4 cijfers)
Dit veld geeft aan in welk jaar het document is afgegeven.
VELD 4 — Teller (6 cijfers)
De teller is een oplopend getal dat bij elke afgifte van een verklaring met één eenheid wordt verhoogd.
Elk jaar start de teller vanaf 0.
De teller is gekoppeld aan de instantie die het document afgeeft.
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/25 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/251 VAN DE COMMISSIE
van 12 februari 2019
betreffende de definitieve antidumpingrechten op producten van Hubei Xinyegang Steel Co., Ltd en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 266,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie („de basisverordening”) (1), en met name en artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
ACHTERGROND EN ARRESTEN VAN HET GERECHT EN HET HOF
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 926/2009 van de Raad (2) is een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China („VRC”). |
|
(2) |
In december 2009 heeft Hubei Xinyegang Steel Co., Ltd („Hubei”), een van de producenten-exporteurs van naadloze buizen en pijpen in de VRC, bij het Gerecht beroep ingesteld tot nietigverklaring van Verordening (EG) nr. 926/2009. Bij arrest van 29 januari 2014 in zaak T-528/09 (3) heeft het Gerecht Verordening (EG) nr. 926/2009 nietig verklaard voor zover daarbij antidumpingrechten worden ingesteld op de uitvoer van de door Hubei vervaardigde naadloze buizen en pijpen en de op deze uitvoer ingestelde voorlopige rechten worden geïnd. |
|
(3) |
In april 2014 heeft een aantal producenten van naadloze buizen en pijpen in de Unie in de zaken C-186/14 P en C-193/14 P bij het Hof van Justitie van de Europese Unie hogere voorziening ingesteld tegen dat arrest (4). |
|
(4) |
Op 7 december 2015 had de Commissie naar aanleiding van een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (5) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 (6) de rechten op de invoer van naadloze buizen en pijpen uit de VRC, waaronder die welke van toepassing waren op door Hubei geproduceerde naadloze buizen en pijpen, verlengd. |
|
(5) |
Op 7 april 2016 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie bij arrest in de gevoegde zaken C-186/14 P en C-193/14 P de hogere voorzieningen tegen het arrest van het Gerecht in zaak T-528/09 afgewezen, zodat de uitspraak van het Gerecht bevestigd werd. |
|
(6) |
Op 3 juni 2016 hebben de diensten van de Commissie Hubei in uitvoering van de bovengenoemde arresten verwijderd uit de groep van ondernemingen die onder de aanvullende Taric-code A 950 vallen en Hubei apart ingedeeld onder aanvullende Taric-code C 129 (het zogenoemde „besluit van de Commissie van 3 juni 2016”). Die wijziging van de Taric-code weerspiegelde de nietigverklaring van de antidumpingrechten op de door Hubei geproduceerde naadloze buizen en pijpen door het Gerecht. |
PROCEDURE BIJ HET GERECHT IN ZAAK T-364/16
|
(7) |
Op 7 juni 2016 heeft een aantal producenten van naadloze buizen en pijpen in de Unie bij het Gerecht beroep ingesteld tot nietigverklaring van de wijzigingen in de Taric-databank. Bij arrest van 18 oktober 2018 in zaak T-364/16 (7) heeft het Gerecht het zogenoemde besluit van de Commissie van 3 juni 2016 waarbij Hubei is verwijderd uit de lijst van ondernemingen die onder de aanvullende Taric-code A 950 vallen en is ingedeeld onder aanvullende Taric-code C 129, nietig verklaard. |
|
(8) |
In het arrest in zaak T-364/16 bevestigde het Gerecht dat de Commissie ervan mocht uitgaan dat de uitvoering van de arresten van 7 april 2016 en 29 januari 2014 op grond van artikel 266 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inhield dat de in Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 voorziene antidumpingrechten op de door Hubei vervaardigde producten niet langer konden worden geïnd (8). |
|
(9) |
Het Gerecht overwoog evenwel dat de nietigverklaring van Verordening (EG) nr. 926/2009, voor zover deze betrekking heeft op Hubei, niet automatisch kan leiden tot het verdwijnen uit de rechtsorde van de Unie van de bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 die door de rechter van de Unie niet nietig zijn verklaard (9). Aangezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 een vermoeden van rechtmatigheid geniet, had de Commissie deze uitvoeringsverordening moeten wijzigen of intrekken bij wege van een verordening (10). |
WIJZIGING VAN DE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(10) |
In het licht van de bevindingen van het Gerecht in zaak T-364/16 en overeenkomstig de regel van parallellisme van vormen moet Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 worden gewijzigd om Hubei met terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van die verordening te verwijderen uit het toepassingsgebied van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn ten aanzien van de invoer van naadloze buizen en pijpen uit de VRC. |
|
(11) |
De terugbetaling of kwijtschelding dient overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten te worden aangevraagd. |
|
(12) |
Gezien de recente rechtspraak van het Hof van Justitie (11) is het passend te voorzien in een percentage voor de in geval van terugbetaling van definitieve rechten te betalen moratoire interest. Dat is een gevolg van het feit dat de relevante geldende bepalingen inzake douanerechten niet voorzien in een dergelijke rentevoet en de toepassing van nationale voorschriften zou leiden tot onnodige verstoringen tussen de marktdeelnemers, afhankelijk van welke lidstaat voor de douaneafhandeling wordt gekozen. |
|
(13) |
Op 13 december 2018 heeft de Commissie aan de belanghebbenden haar voornemen kenbaar gemaakt om Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 te wijzigen en Hubei te verwijderen uit de lijst van de ondernemingen op wier producten antidumpingrechten zijn ingesteld, en heeft zij de motivering van die wijziging meegedeeld. Er zijn geen opmerkingen ontvangen. |
|
(14) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 opgerichte comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De definitieve antidumpingrechten die op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 zijn opgelegd bij de invoer van het betrokken product van Hubei Xinyegang Steel Co., Ltd in de Unie worden terugbetaald of kwijtgescholden. De terugbetaling of kwijtschelding wordt overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten aangevraagd.
2. De moratoire interest die moet worden betaald in geval van terugbetaling waaruit een recht op betaling van moratoire interest voortvloeit, is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met één procentpunt.
Artikel 2
Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1, lid 2, wordt vervangen door: „2. De definitieve antidumpingrechten, die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven producten, vervaardigd door onderstaande ondernemingen, zijn als volgt:
Op de in lid 1 omschreven producten, vervaardigd door Hubei Xinyegang Steel Co., Ltd, is geen antidumpingrecht van toepassing. De aanvullende Taric-code voor Hubei Xinyegang Steel Co., Ltd is C129.”. |
|
2) |
De tabel in de bijlage wordt vervangen door:
|
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 2 is van toepassing vanaf 9 december 2015.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 februari 2019.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Verordening (EG) nr. 926/2009 van de Raad van 24 september 2009 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 262 van 6.10.2009, blz. 19).
(3) Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 29 januari 2014, Hubei Xinyegang Steel Co. Ltd/Raad, T-528/09, ECLI:EU:T:2014:35.
(4) Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 april 2016, ArcelorMittal Tubular Products Ostrava a.s. e.a./Hubei Xinyegang Steel Co. Ltd en Raad/Hubei Xinyegang Steel Co. Ltd, C-186/14 P en C-193/14 P, ECLI:EU:C:2016:209.
(5) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2272 van de Commissie van 7 december 2015 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde naadloze buizen en pijpen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 322 van 8.12.2015, blz. 21).
(7) Arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 18 oktober 2018, ArcelorMittal Tubular Products Ostrava a.s. e.a./Commissie, T-364/16, ECLI:EU:T:2018:696.
(8) Zaak T-364/16, punt 67.
(9) Zaak T-364/16, punt 65.
(10) Zaak T-364/16, punt 68.
(11) Arrest van het Hof (Derde kamer) van 18 januari 2017, Wortmann/Hauptzollamt Bielefeld, C-365/15, EU:C:2017:19, punten 35 tot en met 39.
BESLUITEN
|
13.2.2019 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 42/29 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2019/252 VAN DE COMMISSIE
van 11 februari 2019
houdende wijziging van Beschikking 2005/240/EG tot toelating van methoden voor de indeling van geslachte varkens in Polen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2019) 811)
(Slechts de tekst in de Poolse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 20, onder p) en t),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens bijlage IV, punt B.IV.1, bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 moet, met het oog op de indeling van geslachte varkens, het aandeel mager vlees worden geschat volgens door de Commissie toegestane indelingsmethoden en mogen in dit verband uitsluitend statistisch bewezen schattingsmethoden op basis van de fysieke opmeting van een of meer anatomische delen van het geslachte varken worden toegestaan. Indelingsmethoden mogen slechts worden toegestaan als een maximumtolerantie voor de statistische fout bij de schatting in acht wordt genomen. Deze tolerantie is vastgesteld in deel A van bijlage V bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1182 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Bij Beschikking 2005/240/EG van de Commissie (3) is het gebruik van acht methoden voor de indeling van geslachte varkens toegestaan in Polen. Bij die beschikking is Polen ook toestemming verleend voor het aanbieden van geslachte varkens met het niervet, de nieren en/of het middenrif. |
|
(3) |
Polen heeft de Commissie verzocht drie nieuwe methoden voor de indeling van geslachte varkens op zijn grondgebied toe te staan, en heeft in het in artikel 11, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1182 bedoelde protocol een gedetailleerde beschrijving van de versnijdingsproeven gegeven met opgave van de beginselen waarop deze methoden zijn gebaseerd, de resultaten van de versnijdingsproeven en de vergelijkingen die worden toegepast voor de beoordeling van het percentage mager vlees. |
|
(4) |
Uit het onderzoek van dat verzoek is gebleken dat aan de voorwaarden voor het toestaan van de nieuwe indelingsmethoden is voldaan. Deze indelingsmethoden dienen derhalve te worden toegestaan in Polen. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 20, onder t), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 heeft Polen eveneens om toestemming verzocht voor een aanbiedingsvorm van geslachte varkens die afwijkt van de in bijlage IV, punt B.III, bij die verordening omschreven aanbiedingsvorm. Op basis van de huidige gangbare handelspraktijken worden geslachte varkens in Polen aangeboden met het niervet, de nieren en/of het middenrif en zonder de uitwendige gehoorgang. Daardoor wijkt het geconstateerde gewicht van de geslachte varkens af van het gewicht voor de standaardaanbiedingsvorm. |
|
(6) |
Uit het onderzoek van dat verzoek is gebleken dat aan de voorwaarden voor het toestaan van een andere aanbiedingsvorm van geslachte varkens in Polen is voldaan. Polen moet derhalve toestemming worden verleend voor het aanbieden van geslachte varkens met het niervet, de nieren en/of het middenrif en zonder de uitwendige gehoorgang. Het voor de geslachte varkens geconstateerde gewicht moet dienovereenkomstig worden aangepast aan het gewicht voor de standaardaanbiedingsvorm. |
|
(7) |
Beschikking 2005/240/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Wijzigingen van de apparatuur of van de indelingsmethoden moeten verboden zijn, tenzij die expliciet bij een uitvoeringsbesluit van de Commissie worden toegestaan. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Beschikking 2005/240/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 1 wordt vervangen door: „Artikel 1 Voor de indeling van geslachte varkens overeenkomstig punt B.IV.1 van bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (*1) mogen in Polen de volgende methoden worden gebruikt:
Wat het in de eerste alinea, onder b), vermelde apparaat „Ultra FOM 300” betreft, moet na afloop van de meting op het geslachte varken kunnen worden nagegaan of het apparaat de waarden F1 en F2 heeft gemeten op het in deel 2, punt 3, van de bijlage voorgeschreven meetpunt. Dit punt moet tegelijk met de meting van een daarvoor bestemd merkteken worden voorzien. De in de eerste alinea, onder h), vermelde manuele methode ZP is enkel toegestaan voor slachthuizen die een slachtlijn met een verwerkingscapaciteit van ten hoogste 40 varkens per uur hebben. (*1) Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671).”." |
|
2) |
Artikel 2 wordt vervangen door: „Artikel 2 In afwijking van de standaardaanbiedingsvorm zoals bedoeld in punt B.III van bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 hoeven het niervet, de nieren en het middenrif niet te worden verwijderd voordat het geslachte varken wordt gewogen en ingedeeld, en mag de uitwendige gehoorgang worden verwijderd. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de noteringen van geslachte varkens wordt in dit verband het warm geslacht gewicht:
|
|
3) |
De bijlage wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit. |
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Republiek Polen.
Gedaan te Brussel, 11 februari 2019.
Voor de Commissie
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1182 van de Commissie van 20 april 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de schema's van de Unie voor de indeling van runder-, varkens- en schapenkarkassen en wat betreft de mededeling van de marktprijzen voor bepaalde categorieën karkassen en levende dieren (PB L 171 van 4.7.2017, blz. 74).
(3) Beschikking 2005/240/EG van de Commissie van 11 maart 2005 tot toelating van methoden voor de indeling van geslachte varkens in Polen (PB L 74 van 19.3.2005, blz. 62).
BIJLAGE
Aan de bijlage bij Beschikking 2005/240/EG worden de volgende delen 9, 10 en 11 toegevoegd:
„ Deel 9
gmSCAN
|
1. |
De in dit deel vastgestelde voorschriften zijn van toepassing wanneer de geslachte varkens worden ingedeeld met het „gmSCAN” genaamde apparaat. |
|
2. |
De „gmSCAN” maakt gebruik van magnetische inductie om zonder contact de diëlektrische eigenschappen van de geslachte varkens te bepalen. Het meetsysteem bestaat uit een aantal zendspoelen die een variabel magnetisch veld met een lage intensiteit genereren. De ontvangspoelen zetten het signaal van de door het geslachte varken veroorzaakte verstoring van het magnetisch veld om in een complex elektrisch signaal waaruit de diëlektrische eigenschappen van het spier- en vetweefsel van het geslachte varken kunnen worden afgeleid. |
|
3. |
Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
waarbij:
De formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 60 en 120 kg (warm geslacht gewicht). |
Deel 10
ESTIMEAT
|
1. |
De in dit deel vastgestelde voorschriften zijn van toepassing wanneer de geslachte varkens worden ingedeeld met het „ESTIMEAT” genaamde apparaat. |
|
2. |
ESTIMEAT gebruikt een dieptecamera om een driedimensionaal beeld van het geslachte varken te maken en om de vormparameters van het geslachte varken te schatten. Er worden 130 dwarsdoorsneden gemaakt, waarbij voor elke dwarsdoorsnede de volgende parameters worden bepaald om het aandeel mager vlees te berekenen: oppervlakte, omtrek, convexiteit. |
|
3. |
Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
waarbij:
De formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 60 en 120 kg (warm geslacht gewicht). |
Deel 11
MEAT3D
|
1. |
De in dit deel vastgestelde voorschriften zijn van toepassing wanneer de geslachte varkens worden ingedeeld met het „MEAT3D” genaamde apparaat. |
|
2. |
MEAT3D gebruikt een scanner om een driedimensionaal beeld van het geslachte varken te maken en om de parameters van de vorm van het geslachte varken te schatten. Het halve geslachte varken wordt tijdens het scannen op een specifiek frame bevestigd. Er worden 130 dwarsdoorsneden gemaakt, waarbij voor elke dwarsdoorsnede de volgende parameters worden bepaald om het aandeel mager vlees te berekenen: oppervlakte, omtrek, convexiteit. |
|
3. |
Het magervleesaandeel van een geslacht varken wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
waarbij:
De formule is geldig voor geslachte varkens met een gewicht tussen 60 en 120 kg (warm geslacht gewicht).”. |