|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 287 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
61e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
15.11.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 287/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1721 VAN DE COMMISSIE
van 12 november 2018
tot goedkeuring van een niet-minimale wijziging van het productdossier van een naam die is opgenomen in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen („Gailtaler Speck” (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt,
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 53, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft de Commissie zich gebogen over de aanvraag van Oostenrijk tot goedkeuring van een wijziging van het productdossier van de beschermde geografische aanduiding „Gailtaler Speck”, die is geregistreerd bij Verordening (EG) nr. 1241/2002 van de Commissie (2). |
|
(2) |
Aangezien de betrokken wijziging niet minimaal is in de zin van artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1151/2012, heeft de Commissie de wijzigingsaanvraag overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van die verordening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (3). |
|
(3) |
Aangezien de Commissie geen enkel bezwaar overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 heeft ontvangen, moet de wijziging van het productdossier worden goedgekeurd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte wijziging van het productdossier met betrekking tot de naam „Gailtaler Speck” (BGA) wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 november 2018.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) Verordening (EG) nr. 1241/2002 van de Commissie van 10 juli 2002 tot aanvulling van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2400/96 betreffende de inschrijving van bepaalde benamingen in het „Register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen” bedoeld in Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen (Gailtaler Speck, Morbier, Queso Palmero of Queso de la Palma, Exeretiko partheno eleolado Thrapsano, Turrón de Agramunt of Torró d'Agramunt) (PB L 181 van 11.7.2002, blz. 4).
|
15.11.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 287/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1722 VAN DE COMMISSIE
van 14 november 2018
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Vorige onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 2022/95 (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op ammoniumnitraat, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90, van oorsprong uit Rusland. Na een nieuw onderzoek, waaruit bleek dat het recht werd geabsorbeerd, zijn de maatregelen bij Verordening (EG) nr. 663/98 van de Raad (3) gewijzigd. Na een eerste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een eerste tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (4) heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 658/2002 (5) een definitief antidumpingrecht van 47,07 EUR per ton ingesteld op ammoniumnitraat, ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90, van oorsprong uit Rusland. Naar dat onderzoek wordt verwezen als het „nieuw onderzoek van 2002”. |
|
(2) |
Vervolgens is op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 een tussentijds nieuw onderzoek naar de productomschrijving uitgevoerd en is bij Verordening (EG) nr. 945/2005 van de Raad (6) een definitief antidumpingrecht van 41,42 tot 47,07 EUR per ton ingesteld op vaste meststoffen met een gehalte aan ammoniumnitraat van meer dan 80 gewichtspercenten, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90, 3102 40 90, ex 3102 29 00, ex 3102 60 00, ex 3102 90 00, ex 3105 10 00, ex 3105 20 10, ex 3105 51 00, ex 3105 59 00 en ex 3105 90 20, van oorsprong uit Rusland. |
|
(3) |
Na een tweede nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en een tweede gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 besloot de Raad bij Verordening (EG) nr. 661/2008 (7) de geldende maatregelen te handhaven. Het recht bleef ongewijzigd, behalve voor de EuroChem-groep, waarvoor het vaste bedrag aan rechten varieerde tussen 28,88 en 32,82 EUR per ton. Naar dat onderzoek wordt verwezen als het „nieuw onderzoek van 2008”. |
|
(4) |
De Europese Commissie („de Commissie”) heeft bij Besluit 2008/577/EG (8) de aangeboden verbintenissen met een maximumhoeveelheid aanvaard van de Russische producenten JSC Acron en JSC Dorogobuzh, leden van de Acron Holding Company, en van de EuroChem-groep. |
|
(5) |
Het Gerecht heeft in zijn arrest van 10 september 2008 (9), uitgelegd in het arrest van 9 juli 2009 (10), Verordening (EG) nr. 945/2005 nietig verklaard voor zover zij betrekking had op JSC Kirovo-Chepetsky Khimichesky Kombinat („Kirovo”), deel van OJSC UCC UralChem („Uralchem”). De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 989/2009 (11) Verordening (EG) nr. 661/2008 dienovereenkomstig gewijzigd. Bijgevolg geldt voor de onderneming Kirovo het antidumpingrecht (47,07 EUR per ton) alleen voor ammoniumnitraat, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90. |
|
(6) |
Bij Besluit 2012/629/EU (12) heeft de Commissie haar aanvaarding van de door de EuroChem-groep aangeboden verbintenis wegens de onuitvoerbaarheid ervan ingetrokken. |
|
(7) |
Na een derde nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (13) besloot de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 (14) de geldende maatregelen te handhaven. Naar dat onderzoek wordt verwezen als het „laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”. |
|
(8) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2016/226 van de Commissie (15) tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 is de herstructurering van Kirovo als een divisie van Uralchem behandeld. |
|
(9) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2016/415 (16) heeft de Commissie de aanvaarding van de verbintenis voor de Acron Holding Company wegens de onuitvoerbaarheid ervan ingetrokken. |
|
(10) |
De geldende maatregelen hebben de vorm van een vast recht per ton en zijn gebaseerd op de schademarge, behalve voor EuroChem. Het niveau voor EuroChem is in het nieuw onderzoek van 2008 vastgesteld op basis van de dumpingmarge. |
1.2. Verzoek om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek
|
(11) |
De Commissie ontving een verzoek om een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek („verzoek om een nieuw onderzoek”) op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening van de volgende acht Europese landbouwersverenigingen (de „indiener van het verzoek”): Association Générale des Producteurs de Blé et autres céréales („AGPB”, Frankrijk), Confederazione Italiana Agricoltori („CIA”, Italië), Confagricoltura (Italië), Coop de France (Frankrijk), Irish Farmers' Association („IFA”, Ierland), Office of Finnish Agriculture („MTK”, Finland), National Farmers' Union („NFU”, Verenigd Koninkrijk) en Unión de Pequeños Agricultores y Ganaderos („UPA”, Spanje). Het verzoek was beperkt tot een onderzoek naar de schade. De indiener van het verzoek voerde aan dat de landbouwers in de Unie, als gebruikers van ammoniumnitraat, te lijden hebben onder de antidumpingmaatregelen die al meer dan twintig jaar gelden en dat de situatie met betrekking tot de schade van de bedrijfstak van de Unie aan een nieuw onderzoek moet worden onderworpen als gevolg van blijvende veranderingen. |
|
(12) |
Daarnaast heeft de indiener van het verzoek de Commissie verzocht de maatregelen onmiddellijk te schorsen op grond van artikel 14, lid 4, van de basisverordening. |
1.3. Opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek
|
(13) |
Daar de Commissie na kennisgeving aan de lidstaten tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een procedure voor een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek in te leiden, kondigde zij op 17 augustus 2017 bij bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (17) („bericht van opening”) aan dat op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek werd geopend dat beperkt was tot een onderzoek naar de schade. |
|
(14) |
Op dezelfde dag heeft de Commissie door middel van een bericht van opening (18) de opening aangekondigd van een ander gedeeltelijk nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland, beperkt tot een onderzoek naar dumping, op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening. |
1.4. Onderzoek
1.4.1. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(15) |
Het tijdvak van het nieuwe onderzoek („TNO”) bestreek de periode van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2017. Het onderzoek naar de voor de beoordeling relevante trends bestreek de periode van 1 januari 2014 tot het eind van het TNO („de beoordelingsperiode”). |
1.4.2. Belanghebbenden
|
(16) |
In het bericht van opening werden de belanghebbenden door de Commissie uitgenodigd om aan het onderzoek deel te nemen. Daarnaast heeft de Commissie in het bijzonder de indiener van het verzoek, de bedrijfstak van de Unie (producenten en hun verenigingen), producenten-exporteurs en hun vereniging, de autoriteiten van het land van uitvoer en bekende mogelijke niet-verbonden importeurs in kennis gesteld van de opening van het gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek en verzocht mee te werken. |
|
(17) |
Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te worden gehoord. |
|
(18) |
Voor de indiener van het verzoek, de vereniging van producenten in de Unie „Fertilizers Europe”, een individuele producent in de Unie en een individuele Russische producent zijn hoorzittingen met de diensten van de Commissie georganiseerd. |
|
(19) |
Daarnaast zijn tijdens het onderzoek schriftelijke opmerkingen ingediend door verschillende belanghebbenden, waaronder de indiener van het verzoek, Fertilizers Europe, de vereniging van landbouwers in de Unie COPA-COGECA (19) en de Russische vereniging van meststofproducenten („RFPA”). |
|
(20) |
De indiener van het verzoek betoogde op 25 april 2018 dat de Commissie bepaalde door Fertilizers Europe verstrekte elementen buiten beschouwing moest laten gezien de timing van de indiening ervan. Aangezien het onderzoek lopende was en de Commissie geen strikte termijn had opgelegd voor de definitieve opmerkingen van alle partijen heeft zij dat argument verworpen. |
1.4.3. Steekproef
|
(21) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening. |
1.4.3.1.
|
(22) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie producenten in de Unie verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Het steekproefformulier is verzonden aan 38 entiteiten, met inbegrip van de elf bekende verenigingen van producenten in de Unie. De Commissie heeft informatie voor de samenstelling van de steekproef ontvangen van 12 ondernemingen of groepen in de Unie. |
|
(23) |
De Commissie heeft een voorlopige steekproef samengesteld op basis van de productie in de Unie en de omvang van de verkoop op de markt van de Unie van het soortgelijke product tijdens het TNO en op basis van de tijdens het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen samengestelde steekproef. De voorlopige steekproef bestond uit vier producenten in de Unie, gevestigd in Frankrijk, Litouwen, Polen en het Verenigd Koninkrijk (20). |
|
(24) |
Na opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie het echter passend de Poolse onderneming te vervangen door een onderneming uit Bulgarije (21) en een onderneming uit Nederland toe te voegen (22). |
|
(25) |
De uiteindelijk gekozen steekproef bestond dus uit vijf ondernemingen uit vijf landen en vertegenwoordigde ongeveer 40 % van de totale productie van de medewerkende ondernemingen. Derhalve is de steekproef representatief voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.4.3.2.
|
(26) |
Hoewel dit gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek geen betrekking heeft op dumpingaspecten achtte de Commissie het passend informatie te verzamelen van Russische producenten-exporteurs, onder meer over hun productie, capaciteit, verkoop aan de Unie en verkoop aan derde landen, om te worden gebruikt bij de schadebeoordeling. |
|
(27) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in Rusland verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft zij de Permanente Vertegenwoordiging van Rusland bij de EU en de Russische vereniging RFPA op de hoogte gebracht. |
|
(28) |
Zes Russische producenten hebben de verzochte informatie verstrekt. Aangezien slechts twee producenten uitvoeren naar de Unie was een steekproef niet noodzakelijk. De twee Russische ondernemingen vertegenwoordigen 38 % van de productie van de medewerkende Russische ondernemingen. |
|
(29) |
De Russische exporteursgroep Acron, die om de opening van een parallel tot dumping beperkt tussentijds nieuw onderzoek (23) verzocht, heeft het steekproefformulier niet ingevuld. De onderneming heeft in de loop van het onderzoek echter wel beperkte informatie verstrekt in de vorm van een gedeeltelijk ingevulde vragenlijst. Een deel van de verstrekte informatie was geen nauwkeurige informatie zoals bijgewerkt na controle tijdens het parallel onderzoek en kon niet worden gebruikt. |
1.4.3.3.
|
(30) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Geen enkele niet-verbonden importeur heeft echter geantwoord. |
1.4.4. Antwoorden op de vragenlijsten
|
(31) |
De Commissie heeft vragenlijsten toegestuurd aan de vijf in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de twee Russische producenten-exporteurs, en zij heeft van elk van hen een antwoord ontvangen. |
|
(32) |
Zij heeft ook informatie verzameld van verenigingen van landbouwers door een vragenlijst toe te sturen aan de indiener van het verzoek in dit onderzoek en aan andere verenigingen van landbouwers die zich als belanghebbende kenbaar hebben gemaakt (24). De Commissie heeft een antwoord ontvangen van de vereniging van Ierse landbouwers en van de vereniging van Britse landbouwers NFU, alsook een geconsolideerd antwoord van de indiener van het verzoek namens verenigingen die actief zijn in 15 lidstaten (25). De vereniging van Litouwse landbouwers heeft later verduidelijkt dat zij geen standpunt heeft ingenomen over het lopende onderzoek. |
1.4.5. Controlebezoeken
|
(33) |
De Commissie heeft alle informatie ingewonnen en gecontroleerd die zij voor het onderzoek nodig achtte. Op grond van artikel 16 van de basisverordening werden controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:
|
1.4.6. Mededeling van feiten en overwegingen
|
(34) |
Op 31 augustus 2018 heeft de Commissie alle belanghebbenden de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was voor te stellen het geldende recht te wijzigen. De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld uiterlijk 12 september 2018 opmerkingen te maken en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
|
(35) |
Negen entiteiten, waaronder Europese landbouwersverenigingen, producenten in de Unie, de vereniging van producenten in de Unie Fertilizers Europe en de Russische vereniging RFPA hebben opmerkingen ingediend inzake de mededeling van feiten en overwegingen. Op verzoek zijn hoorzittingen gehouden met de indiener van het verzoek, Grupa Azoty S.A. en Agropolychim AD, alsook RFPA. |
|
(36) |
Wanneer deze opmerkingen gegrond waren, werd daarmee rekening gehouden. |
2. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Betrokken product
|
(37) |
Bij het betrokken product gaat het om vaste meststoffen met een gehalte aan ammoniumnitraat van meer dan 80 gewichtspercenten, ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90, 3102 40 90, ex 3102 29 00, ex 3102 60 00, ex 3102 90 00, ex 3105 10 00, ex 3105 20 10, ex 3105 51 00, ex 3105 59 00 en ex 3105 90 20, van oorsprong uit Rusland („het betrokken product”). Wat het ammoniumnitraat betreft dat door de Kirovo-divisie van de Uralchem-groep wordt geproduceerd, is enkel ammoniumnitraat dat momenteel is ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90 het betrokken product op grond van Verordening (EG) nr. 989/2009. |
|
(38) |
Oorspronkelijk was het betrokken product gedefinieerd als ammoniumnitraat, maar het is vervolgens geherdefinieerd als vaste meststoffen met een vastgelegd gehalte aan ammoniumnitraat. Dit was het gevolg van de verduidelijking van de productomschrijving in 2005 (26), die tot doel had ook ammoniumnitraat te omvatten waaraan de nutriënten fosfor- en/of kalium waren toegevoegd (zogenoemd „onzuiver” of „gestabiliseerd” ammoniumnitraat, hierna „onzuiver AN” genoemd), aangezien werd vastgesteld dat deze mengsels in wezen dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen en dezelfde agronomische eigenschappen hadden. Het product wordt gewoonlijk aangeduid als ammoniumnitraat („AN”). |
|
(39) |
Zoals uiteengezet in punt 1.1 geldt voor de onderneming Kirovo het antidumpingrecht (47,07 EUR per ton) alleen voor AN, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90. |
|
(40) |
AN is een vaste meststof op basis van stikstof die gewoonlijk in de landbouw wordt gebruikt, maar ook voor industriële doeleinden, zoals de productie van explosieven (bijvoorbeeld voor gebruik in de mijnbouw). Zowel AN dat voor landbouwdoeleinden als AN dat voor explosieven wordt gebruikt, valt onder de geldende antidumpingmaatregelen. Beide soorten AN hebben dezelfde technische en chemische eigenschappen, zijn makkelijk onderling verwisselbaar en worden beschouwd als het betrokken product. |
|
(41) |
In de landbouw wordt AN onder andere gebruikt voor graangewassen zoals tarwe. Het gebruik van AN is in meerdere lidstaten beperkt wegens de explosieve eigenschappen ervan. In Ierland bijvoorbeeld gebruiken landbouwers kalkammonsalpeter („CAN”). |
|
(42) |
De belangrijkste grondstof bij de productie van AN is aardgas, dat een groot deel van de totale productiekosten uitmaakt. |
|
(43) |
Het conventionele douanerecht voor AN is 6,5 % (27). |
2.2. Soortgelijk product
|
(44) |
Net zoals in de in punt 1.1 beschreven vorige onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat de volgende producten dezelfde fysische en technische basiseigenschappen hebben: a) het betrokken product; b) het op de Russische binnenlandse markt en andere exportmarkten vervaardigde en verkochte AN, en c) het in de Unie door de bedrijfstak van de Unie vervaardigde en verkochte AN. |
|
(45) |
Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat die producten voor dit onderzoek soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. BLIJVENDE AARD VAN DE GEWIJZIGDE OMSTANDIGHEDEN
|
(46) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de omstandigheden op basis waarvan de huidige maatregelen waren vastgesteld, veranderd zijn en, zo ja, of die verandering van blijvende aard is. |
3.1. Herstructurering
|
(47) |
De concentratie van de bedrijfstak van de Unie is toegenomen als gevolg van talrijke fusies en overnames. Verschillende producenten in de Unie, zoals Yara International ASA („Yara”) uit Noorwegen en Borealis Agrolinz Melamine GmbH („Borealis”) uit Oostenrijk, zijn mondiale spelers. Zo zijn sinds 2002 de volgende ondernemingen bij fusies en overnames betrokken geweest (28): Anwil SA, Azomures, BASF SE, Borealis, Fertiberia S.A., CF Fertilisers UK Limited, Yara en Grupa Azoty S.A. |
|
(48) |
De indiener van het verzoek voerde aan dat de bedrijfstak van de Unie tegenwoordig in staat is om te concurreren met de invoer uit Rusland dankzij meer efficiëntie als gevolg van investeringen en herstructureringen, dit in tegenstelling tot de situatie bij het nieuw onderzoek van 2002 toen een groot aantal kleine en middelgrote producenten afzonderlijk opereerde. De bedrijfstak van de Unie voerde aan dat de mededinging op de markt van de Unie gezond is aangezien de Unie meer dan tien producenten telt en geen van hen een aandeel van meer dan 20 % bezit (29). |
|
(49) |
Op basis van door medewerkende producenten in de Unie verstrekte gegevens zijn vier grote groepen (Yara, CF, Borealis en EuroChem) goed voor bijna 6 van de 8 miljoen ton ammoniumnitraat die in de Unie worden geproduceerd. Bijgevolg wordt de productie van ammoniumnitraat in de Unie tegenwoordig gedomineerd door enkele grote concerns van aanzienlijke omvang. |
|
(50) |
Om de impact te beoordelen van het consolidatieproces waarbij zoveel ondernemingen betrokken waren gedurende meer dan 15 jaar heeft de Commissie de ontwikkeling van de bedrijfstak van de Gemeenschap als gedefinieerd in het nieuw onderzoek van 2002 geanalyseerd. |
|
(51) |
In het kader van het nieuw onderzoek van 2002 is een bezoek gebracht aan vier ondernemingen: Grande Paroisse (Frankrijk), Kemira Ince (Verenigd Koninkrijk), Terra Nitrogen (Verenigd Koninkrijk) en Hydro Agri France. Aangezien de fabriek voor ammoniumnitraat van Grand Paroisse in Frankrijk in 2001 is geëxplodeerd (waarbij meerdere doden vielen), heeft de Commissie deze onderneming van de analyse uitgesloten. |
|
(52) |
Ten eerste behoren de twee ondernemingen uit het Verenigd Koninkrijk momenteel tot dezelfde onderneming, nl. CF Fertilizers UK Limited, die onderdeel is van de Amerikaanse groep CF Industries („CF”). Sinds 2007 vormen de twee ondernemingen een joint venture. In haar verslag over de overeenkomst (30) merkte de mededingingsautoriteit van het Verenigd Koninkrijk op dat „de partijen aanvoerden dat geen van hen momenteel aanvaardbare niveaus van rendement maakt of verwacht te maken met haar meststofactiviteiten in het Verenigd Koninkrijk. De voorgestelde joint venture heeft daarom tot doel een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producent van stikstofmest op te richten die op lange termijn levensvatbaar is, door een grotere activiteit te creëren met een lagere kostenbasis dan elk van de partijen momenteel afzonderlijk in staat is te bereiken”. In 2010 heeft CF Terra Industries overgenomen met de verwachting dat de transactie zou leiden tot wereldwijde jaarlijkse kostensynergieën tot 135 miljoen USD (31). In zijn jaarverslag 2011 bevestigde CF dat het in staat was „grotere synergieën te benutten dan was verwacht op het moment van de overname” (32). Aangezien de onderneming in het Verenigd Koninkrijk nog steeds een joint venture was, heeft CF later, in 2015, de volledige controle verworven. De „idee van de transactie was de productie met 10 % te verhogen zonder stijgende kapitaaluitgaven” (33). In zijn jaarverslag 2017 (34) vatte CF de resultaten van de transactie als volgt samen: „Na de overname van en de verwerving van de volledige operationele controle over CF Fertilisers UK hebben we de aanwending van middelen met bijna 20 procent verhoogd en tegelijk synergieën van jaarlijks meer dan 35 miljoen USD verwezenlijkt”. CF Fertilizers UK Limited is nu onderdeel van een groep met 3 000 werknemers, een „toonaangevende mondiale speler op het gebied van chemische en meststoffen met een uitstekende operationele capaciteit en een zeer kostenvoordelig platform voor productie en distributie”. |
|
(53) |
Ten tweede was Hydro Agri France onderdeel van Hydro Agri, een dochteronderneming van de Noorse groep Norsk Hydro, die in 2004 is afgesplitst en Yara is geworden. De Yara-groep telt ruim 15 000 werknemers en heeft ongeveer 10 miljard EUR inkomsten (35). Volgens zijn Fertilizer Industry Handbook 2017 (36) was Yara de „belangrijkste stikstofmestonderneming” en „wereldwijd de grootste producent van nitraten en NPK en de tweede producent van ammoniak”, met uitsluiting van de Chinese producenten. Yara verklaarde dat „Yara's positie de onderneming unieke kansen biedt om schaalvoordelen te benutten en in een uitgebreid netwerk van fabrieken beste praktijken te stimuleren. Schaal en mondiale reikwijdte zijn de belangrijkste factoren voor de concurrentiepositie van Yara”. Bovendien „bedraagt het marktaandeel van Yara in de wereldwijde handel in ammoniak ongeveer 20 %. Dankzij deze leidende positie heeft de onderneming een goed overzicht van het wereldwijde evenwicht tussen vraag en aanbod inzake ammoniak en kan zij haar wereldwijde productstromen beter optimaliseren”. |
|
(54) |
Van de vijf andere ondernemingen die niet zijn bezocht in het kader van het nieuw onderzoek van 2002, maar die deel uitmaakten van de bedrijfstak van de Gemeenschap waren twee ook onderdeel van Hydro Agri en één van Kemira (België), dat nu echter onderdeel is van de Yara-groep. |
|
(55) |
Bovendien heeft de Russische groep EuroChem in 2012 de overname afgerond van de meststofactiviteiten van BASF (37). In zijn jaarverslag 2012 merkte EuroChem op dat „de integratie van deze bedrijven [EuroChem Antwerpen en EuroChem Agro in 2012] lopende is, maar dat we vandaag gerust kunnen spreken van een strategisch succes. De operationele synergieën en de culturele afstemming hebben geresulteerd in sterke relaties die een positieve invloed hadden op de groep als geheel” (38). De EuroChem-groep telt ruim 25 000 werknemers, heeft meer dan 4 miljard USD inkomsten wereldwijd en plukt de vruchten van haar verticaal geïntegreerd bedrijfsmodel (39). |
|
(56) |
Tot slot nam de Spaanse Fertiberia-groep Adubos do Portugal over in 2009; de groep heeft ook verschillende andere dochterondernemingen in Frankrijk en Algerije. Volgens Fertiberia „was de consolidatie van de groep als een leidende onderneming voornamelijk gebaseerd op de oprichting en overname van strategisch gelegen dochterondernemingen. Dit commercialiseringsmodel heeft gezorgd voor meer commerciële, productieve en logistieke efficiëntie, welke essentiële elementen zijn in een dergelijke door concurrentie gekenmerkte markt” (40). Wat met name Adubos do Portugal betreft, merkte Fertiberia in zijn jaarverslag 2014 het volgende op: „Ook de consolidatie van de operatieve integratie van ADP Fertilizantes in onze groep is van bijzonder belang, door nieuwe synergieën te creëren dankzij welke deze onderneming de ebitda tot 18 miljoen EUR heeft verhoogd” en „Deze synergieën gaan van grondstoffenbevoorrading en de goede werking van de fabrieken tot het opbouwen van uitvoerige marktkennis zodat de onderneming haar ambitie om producten met hoge toegevoegde waarde te produceren, kan versterken” (41). |
|
(57) |
Uit de bovenstaande publieke verklaringen blijkt dat de fusies onder meer hebben geleid tot lagere kosten (Verenigd Koninkrijk), schaalvoordelen (Yara), operationele synergieën (EuroChem) en logistieke efficiëntie (Fertiberia). Bij alle producenten van AN van de toenmalige bedrijfstak van de Gemeenschap is dus efficiëntiewinst vastgesteld. Dit hield onder meer een stijging van de koopkracht in en de mogelijkheid de productie- en verkoopprocessen te optimaliseren. Terzelfder tijd breidde de bedrijfstak van de Unie uit door de toetredingen van 2004, 2007 en 2013, waardoor het onmogelijk is voor elke onderneming een algemene kostenvergelijking te maken. Zoals uiteengezet in overweging 47 namen ook meerdere ondernemingen uit de toetredingslanden deel aan het herstructureringsproces. |
|
(58) |
De Commissie concludeerde dat de bedrijfstak van de Unie geconcentreerder is dan ten tijde van het nieuw onderzoek van 2002, dat deze consolidatie van blijvende aard is en dat dit een gunstige invloed heeft gehad op de algemene kostenstructuur. |
|
(59) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerden twee producenten in de Unie aan dat EuroChem niet mag worden geanalyseerd gezien de banden van de onderneming met een Russische entiteit, en dat het opnemen van de producent uit het Verenigd Koninkrijk betwistbaar is aangezien het Verenigd Koninkrijk de Unie binnenkort zal verlaten. De Commissie heeft die argumenten afgewezen. EuroChem werd geanalyseerd als onderdeel van de toenmalige bedrijfstak van de Gemeenschap en de producent uit het Verenigd Koninkrijk was een werkelijk onderdeel van de bedrijfstak van de Unie aangezien het Verenigd Koninkrijk een lidstaat van de Unie is op het moment van het onderzoek. |
|
(60) |
Daarnaast voerden deze producenten aan dat de Commissie niet had vastgesteld op welke manier de gewijzigde situatie als gevolg van de herstructurering van de bedrijfstak van de Unie de berekening van de schade rechtstreeks had beïnvloed. De Commissie wees erop dat zij eerst het bestaan van blijvende veranderingen met gevolgen voor de bedrijfstak van de Unie heeft vastgesteld sinds het nieuw onderzoek van 2002, waarin het niveau van de maatregelen voor het laatst is vastgesteld. Vervolgens heeft zij de huidige situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld, hetgeen geleid heeft tot nieuwe berekeningen van de schademarge. Deze twee analysen zijn afzonderlijk en onafhankelijk van elkaar uitgevoerd. |
|
(61) |
Bovendien voerde Fertilizers Europe aan dat de veranderingen die verband hielden met de herstructurering van de bedrijfstak van de Unie niet van betekenis waren in vergelijking met het Russische gasvoordeel. De Commissie merkte op dat het bij de vastgestelde blijvende verandering niet gaat om de situatie in verband met gas in Rusland, maar om de consolidatie van de bedrijfstak van de Unie sinds het nieuw onderzoek van 2002. |
3.2. Kosten van gas op de markt van de Unie
|
(62) |
De indiener van het verzoek voerde aan dat de gasprijzen in de Unie sinds 2002 tot en met het tweede kwartaal van 2013 zijn gestegen en vervolgens, vanaf het derde kwartaal van 2013, aanzienlijk zijn gedaald. De indiener van het verzoek is van mening dat de prijzen van aardgas, hoewel zij de komende tien jaar naar verwachting licht zullen stijgen, aanzienlijk onder de ten tijde van het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bereikte niveaus zullen blijven. Ter illustratie bevat tabel 1 de prijsverwachting van de Wereldbank voor aardgas voor de jaren 2018 tot en met 2030 (42): Tabel 1 Prijsverwachting gas
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(63) |
De Russische vereniging RFPA heeft de prijsverwachting van Gazprom tot en met 2021 (43) ingediend ter staving van het argument dat de daling van de gasprijzen van blijvende aard is. |
|
(64) |
Fertilizers Europe voerde aan dat er geen verandering is opgetreden op het vlak van onder meer dumping en de gasprijzen in Rusland (44). Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft Fertilizers Europe zijn verklaringen over de situatie in verband met gas in Rusland herhaald. |
|
(65) |
De Commissie merkte op dat gas, dat meer dan 60 % van de totale productiekosten uitmaakt, inderdaad de belangrijkste grondstof is voor ammoniumnitraat. Zij stelde vast dat de binnenlandse gasprijzen in Rusland door de staat worden geregeld aan de hand van federale wetten en dat zij geen weerspiegeling zijn van de normale marktomstandigheden, waar de prijzen in beginsel worden vastgesteld op basis van de productiekosten en de winstverwachtingen. |
|
(66) |
De situatie van de binnenlandse gasprijzen in Rusland is enkel relevant voor de vaststelling van dumping aangezien zij slechts betrekking heeft op de vaststelling van de normale waarde. De Commissie heeft herhaald dat dit nieuw onderzoek uitsluitend betrekking heeft op de schadesituatie. |
|
(67) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben Fertilizers Europe en één producent in de Unie opgemerkt dat de prijsniveaus van gas reeds sneller waren gestegen dan in de prijsverwachting van de Wereldbank van april 2018 (zie tabel 1 hierboven). De Wereldbank heeft zijn prijsverwachting in de editie van september 2018 ook gewijzigd. |
|
(68) |
De Commissie merkte op dat er heel wat schommelingen zijn geweest sinds het nieuw onderzoek van 2002, waarin het niveau van de maatregelen is vastgesteld. Tussen 2014 en 2016 zijn de prijzen aanzienlijk gedaald, maar sindsdien zijn zij opnieuw gestaag aan het stijgen. Deze verandering was ten dele zichtbaar in de productiekosten van de producenten in de Unie. Sinds 2014 zijn de productiekosten van de in de steekproef opgenomen ondernemingen met ruim 20 % gedaald. De recente ontwikkelingen in 2018 bevestigen de aanzienlijke schommelingen in de prijsniveaus van gas in Europa. |
|
(69) |
In beginsel worden veranderingen in de grondstofprijzen op de binnenlandse markt niet beschouwd als een verandering van blijvende aard aangezien zij normaal gezien het resultaat zijn van volatiele marktkrachten. In de Unie worden de gasprijzen vastgesteld in een open markt. Bovendien is er geen stabiele tendens sinds 2002. Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat de veranderingen van de gasprijzen in de Unie niet kunnen worden beschouwd als zijnde van blijvende aard. |
3.3. Veranderingen op de wereldmarkt
|
(70) |
De Commissie was ook van oordeel dat de sinds 2002 waargenomen veranderingen op de wereldmarkt voor AN een relevant element zijn in het kader van de beoordeling. |
|
(71) |
Ten eerste is het verbruik van AN in Rusland sinds 2002 meer dan verdrievoudigd:
|
|
(72) |
Bovendien voerde de Russische vereniging RFPA ook aan dat, volgens de voorlopige cijfers die door het Russische Ministerie van Landbouw zijn bekendgemaakt, het totale binnenlandse verbruik van stikstofmest in 2017 verder met 8,7 % is gestegen (47). Naar verwachting zal het verbruik in Rusland tot 2030 licht blijven stijgen (48). |
|
(73) |
Ten tweede is ook de vraag op markten van derde landen (voornamelijk Latijns-Amerika en met name Brazilië) toegenomen. Volgens een raming van de Voedsel- en Landbouworganisatie („FAO”) is de vraag in Brazilië gestegen van 0,9 miljoen ton in 2002 naar 1,5 miljoen ton in 2016 (49). Ook de stijgende vraag in Latijns-Amerika naar andere stikstofmest dan AN zal naar verwachting aanhouden (50). |
|
(74) |
Terzelfder tijd is het verbruik van AN voor landbouwdoeleinden in de Unie-28 sinds 2002 licht gedaald (51). Het verbruik in de Unie zal in de toekomst naar verwachting stabiel blijven. |
|
(75) |
In deze context is de markt van de Unie wat omvang betreft minder aantrekkelijk dan in 2002 en in 2014 (51). |
|
(76) |
Daarnaast heeft de situatie in de Verenigde Staten („VS”) zich sinds het nieuw onderzoek van 2002 ontwikkeld. In augustus 2016 heeft de VS zijn antidumpingmaatregelen ten aanzien van AN uit Rusland beëindigd. Dit gebeurde in het kader van de explosieve groei van de productie van schaliegas, die leidde tot lagere gasprijzen voor producenten in de VS. De productie van schaliegas in de VS is sinds 2000 sterk gestegen en zij zal naar verwachting in de toekomst nog verder stijgen. De explosieve groei van de productie van schaliegas heeft geleid en leidt nog steeds tot de ontwikkeling van capaciteit bij de producenten van stikstofmest in de VS. |
|
(77) |
Terzelfder tijd hebben andere landen, zoals Oekraïne, Australië en India (52), antidumpingmaatregelen ingesteld ten aanzien van ammoniumnitraat, met name uit Rusland. |
|
(78) |
Deze veranderingen op de wereldmarkt voor AN zijn van blijvende aard en kunnen gevolgen hebben voor de schadesituatie, waaronder de waarschijnlijkheid van herhaling van schade. |
3.4. Conclusie over veranderingen van blijvende aard
|
(79) |
De Commissie heeft geconcludeerd dat twee omstandigheden, nl. de structuur van de bedrijfstak van de Unie en de wereldmarkt voor AN, zijn veranderd sinds het nieuw onderzoek van 2002 en dat deze veranderingen van blijvende aard zijn. |
4. DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
|
(80) |
De bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening is gedefinieerd als de producenten van AN in de Unie tijdens de beoordelingsperiode. |
|
(81) |
Zoals uiteengezet in punt 1.4 is een steekproef samengesteld die bestond uit vijf ondernemingen en zijn gegevens verzameld uit de steekproef en ter plaatse geverifieerd. Daarnaast zijn door belanghebbenden, met name de indiener van het verzoek, de vereniging van producenten in de Unie Fertilizers Europe en de Russische vereniging RFPA, nadere gegevens ingediend. Waar mogelijk heeft de Commissie ook publiek beschikbare gegevens gebruikt. |
|
(82) |
De steekproef bestaat uit vijf ondernemingen. Cijfers betreffende de bedrijfstak van de Unie zijn daarom hieronder slechts in geïndexeerde vorm opgenomen wanneer zij betrekking hebben op één onderneming. |
5. SITUATIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
5.1. Verbruik in de Unie
|
(83) |
Het verbruik in de Unie, dat 7 à 8 miljoen ton bedraagt, vertoont een stabiele tendens gedurende de beoordelingsperiode, zoals is weergegeven in tabel 2: Tabel 2 Verbruik in de Unie (miljoen ton)
|
||||||||||||||||||||
|
(84) |
Naast deze stabiele tendens tijdens de beoordelingsperiode zal de markt van de Unie voor AN naar verwachting over het algemeen ongewijzigd blijven tot 2030 (53). |
5.2. Omvang, prijzen en marktaandeel van de invoer uit Rusland
|
(85) |
De Commissie heeft de omvang en de prijzen van de invoer uit Rusland vastgesteld aan de hand van gegevens van invoerstatistieken die krachtens artikel 14, lid 6, van de basisverordening („de databank van artikel 14, lid 6”) zijn verzameld. Tabel 3 bevat de ontwikkeling van de omvang, het marktaandeel en de gemiddelde prijzen van de invoer uit Rusland. Tabel 3 Omvang van de gehele invoer en omvang (ton), marktaandeel en prijzen (EUR/ton) van de invoer uit Rusland
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(86) |
In het TNO werd de Russische invoer van AN in de Unie voortgezet; deze was in het TNO goed voor 0,1 miljoen ton (ongeveer 35 % van de gehele invoer, na Georgië). |
|
(87) |
In het TNO was het niveau van de invoer uit Rusland zeer laag en tijdens de beoordelingsperiode is het sterk gedaald. Er zij op gewezen dat de Russische uitvoer naar de Unie in het TNO voor het overgrote deel bestaat uit de verkoop van onzuiver AN door Kirovo, waarvoor geen antidumpingrecht geldt. Bij uitsluiting van de verkoop van onzuiver AN door Kirovo vertegenwoordigde de invoer uit Rusland in het TNO [0 – 50 000] ton, d.w.z. een marktaandeel van minder dan 0,5 % van de markt van de Unie. |
|
(88) |
In het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (54) bedroeg het marktaandeel van de invoer uit Rusland 3,1 % en in het TNO naar schatting minder dan 2 %. In het nieuw onderzoek van 2002 vertegenwoordigde de invoer uit Rusland 5 % van het verbruik in de Unie (vóór de uitbreiding van de Unie) (55). |
|
(89) |
Tijdens de beoordelingsperiode zijn de gemiddelde invoerprijzen van uit Rusland ingevoerd AN gedaald en in dezelfde periode zijn ook de gasprijzen gedaald; gas is de voornaamste kostenpost bij de productie van AN. |
5.3. Prijsonderbieding
5.3.1. Russische uitvoerprijs
|
(90) |
Zoals uiteengezet in punt 1.4.3.2 heeft de Commissie gegevens verzameld van de twee medewerkende Russische producenten-exporteurs. |
|
(91) |
Een producent-exporteur, PJSC KuibyshevAzot, voerde rechtstreeks uit naar de Unie in de vorm van directe verkoop van het betrokken product. Deze verkoop in de Unie was echter niet representatief gezien de hoeveelheid ervan ([minder dan 1 000] ton (56)) en aangezien het ging om een enkele specifieke klant. |
|
(92) |
De andere producent-exporteur, Uralchem, voerde uit via een verbonden verkoopkantoor in Letland. De verkoop door Uralchem van „normaal” AN in het TNO was met [minder dan 1 000] ton (57) eveneens zeer beperkt. |
5.3.2. Bevindingen inzake prijsonderbieding uit Rusland
|
(93) |
Gezien de lage en niet-representatieve hoeveelheden van de medewerkende Russische producenten-exporteurs in het TNO als omschreven in punt 5.3.1 kon de Commissie niet tot een beslissende conclusie inzake prijsonderbieding komen. |
|
(94) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerden de indiener van het verzoek en RFPA aan dat de Commissie de gegevens van tabel 3 moet gebruiken om vast te stellen dat er geen sprake was van prijsonderbieding in het TNO. De Commissie merkte op dat deze gegevens in aanzienlijke mate de verkoop van onzuiver AN omvatten en dus verschillen van de gegevens over de verkoop van AN door producenten in de Unie. Deze gegevens zijn dus niet geschikt geacht voor een adequate en betrouwbare berekening van prijsonderbieding. |
5.3.3. Omvang, prijzen en marktaandeel van de invoer uit andere derde landen
|
(95) |
Tabel 4 bevat de omvang van de invoer uit andere derde landen alsmede het marktaandeel en de prijzen daarvan tijdens de beoordelingsperiode. Tabel 4 Omvang van de invoer (ton), marktaandeel en invoerprijzen (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(96) |
De andere relevante landen van uitvoer naar de Unie waren Georgië, met 0,15 miljoen ton in het TNO (ongeveer 48 % van de gehele invoer), en in mindere mate landen zoals Turkije, Servië, Egypte, Marokko en Noorwegen. Georgië voerde het meest uit naar de Unie in het TNO, gevolgd door Rusland. Het marktaandeel van de andere landen, dat 2,9 % van de markt van de Unie bedroeg in het TNO, bleef grotendeels stabiel tijdens de beoordelingsperiode. In een context van dalende gasprijzen tijdens de beoordelingsperiode daalden de gemiddelde invoerprijzen uit andere landen over het algemeen volgens dezelfde tendens als deze van de Russische prijzen (zie punt 5.2) en de prijzen in de Unie (zie punt 5.4.4). |
5.4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(97) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie alle economische factoren en indicatoren onderzocht die tijdens de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(98) |
Met het oog op de schadeanalyse wordt de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld op basis van macro-economische indicatoren (productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, omvang van de verkoop, marktaandeel, groei, werkgelegenheid en productiviteit) en micro-economische indicatoren (gemiddelde eenheidsprijzen, eenheidskosten, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken). De eerstgenoemde zijn gebaseerd op door belanghebbenden ingediende gegevens en op statistieken; behalve enkele uitzonderingen hebben zij betrekking op alle bekende producenten in de Unie. De laatstgenoemde zijn gebaseerd op de gegevens die in de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijsten werden verstrekt en die tijdens het onderzoek zijn gecontroleerd. |
|
(99) |
In het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, alsook in het nieuw onderzoek van 2008, waren de schade-indicatoren over het algemeen positief en had de bedrijfstak van de Unie geen schade geleden. Aangezien dit onderzoek op een andere steekproef is gebaseerd, kan voor bepaalde elementen niet direct een tendens worden afgeleid uit de vergelijking van de gegevens in dit TNO en deze beoordelingsperiode met het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
5.4.1. Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
(100) |
Het huidige nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bevestigt de bevindingen van de vorige onderzoeken dat het verzamelen van nauwkeurige en betrouwbare gegevens over capaciteit en de productie van het betrokken product een ingewikkelde aangelegenheid is, met name omdat vloeibaar ammoniumnitraat voor de productie van het vaste product kan worden gebruikt, maar ook voor andere downstreamproducten. Statistische vertekeningen kunnen ontstaan als gevolg van het bestaan van multifunctionele installaties die hun productie snel naar of van andere meststoffen kunnen overschakelen. Een lage bezettingsgraad voor het betrokken product is derhalve een minder zinvolle indicator van de algemene economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(101) |
Met deze waarschuwingen in gedachten ontwikkelden de totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad alsook dezelfde indicatoren voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen zich gedurende de beoordelingsperiode zoals aangegeven in tabel 5. Tabel 5 Productie, productiecapaciteit (miljoen ton) en bezettingsgraad
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(102) |
De productie in de Unie bedroeg ruim 7 miljoen ton, tegenover een productie van naar schatting ongeveer 10 miljoen ton in Rusland (58). Het productieniveau van de producenten in de Unie is vergelijkbaar met het productieniveau in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (59). |
|
(103) |
De productiecapaciteit bleef tijdens de beoordelingsperiode stabiel. De productie van de in de steekproef opgenomen ondernemingen nam toe, met een hogere bezettingsgraad tot gevolg. Voor de gehele bedrijfstak van de Unie was de bezettingsgraad tijdens de beoordelingsperiode stabiel. |
5.4.2. Omvang van de verkoop, marktaandeel en groei
|
(104) |
Tabel 6 bevat de ontwikkeling van de omvang van de verkoop op de markt van de Unie aan niet-verbonden afnemers, en het marktaandeel van de gehele bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode. Tabel 6 Omvang van de verkoop (miljoen ton) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(105) |
De omvang van de verkoop aan niet-verbonden afnemers is in de beoordelingsperiode licht gestegen. Voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen alleen zijn de gegevens niet zinvol aangezien er sprake lijkt te zijn van een stijging, die in grote mate het gevolg is van de beëindiging van een joint venture tussen twee in de steekproef opgenomen ondernemingen in de beoordelingsperiode. |
|
(106) |
De gehele bedrijfstak van de Unie had een marktaandeel van meer dan 90 % in de beoordelingsperiode, net zoals tijdens het nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen van 2014 (92 % in het TNO, 93 % in 2010). In dit TNO stijgt het markaandeel van de producenten in de Unie tot 96 %. In het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (1999-2000), voor het nieuw onderzoek van 2002, bedroeg het marktaandeel 68 % (op basis van de Unie vóór de uitbreiding ervan). |
5.4.3. Werkgelegenheid en productiviteit
|
(107) |
Tabel 7 bevat de ontwikkeling van de werkgelegenheid en productiviteit van de vijf in de steekproef opgenomen ondernemingen tijdens de beoordelingsperiode. Tabel 7 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(108) |
De werkgelegenheid bleef tijdens de beoordelingsperiode vrij stabiel, maar vertoonde een dalende tendens. Terzelfder tijd nam de productiviteit per werknemer toe. |
5.4.4. Verkoopprijzen en factoren die van invloed zijn op de binnenlandse prijzen
|
(109) |
Tabel 8 bevat de ontwikkeling van de gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie in de boordelingsperiode. Tabel 8 Verkoopprijzen in de Unie en productiekosten per eenheid (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(110) |
De verkoopprijs per eenheid van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie daalde sterk (met 30 %) tussen 2014 en het TNO. Deze daling van de verkoopprijs is een belangrijke tendens in het betrokken tijdvak, met een daling van 268 EUR per ton in 2014 tot 185 EUR in het TNO. De indiener van het verzoek voerde aan dat de prijs, in overeenstemming met de prijs van gas, dat de voornaamste kostenpost is (60), zelfs nog verder had moeten dalen. |
|
(111) |
De gemiddelde productiekosten per eenheid zijn minder sterk gedaald dan de verkoopprijs: van 229 EUR per ton in 2014 tot 176 EUR in het TNO. |
|
(112) |
Intussen, tijdens de beoordelingsperiode, verdubbelde de omvang van de nettoverkoop buiten de Unie aan niet-verbonden partijen bijna (tot 190 926 ton), waarbij de verkoopprijs per eenheid buiten de Unie dezelfde sterk dalende tendens volgde. |
|
(113) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de indiener van het verzoek aan dat de prijzen van AN in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk na het TNO zijn gestegen, en dat de producenten in de Unie derhalve in een sterke positie verkeerden op basis van de productiekosten in het TNO. De Commissie merkte op dat de productiekosten sterk worden beïnvloed door het niveau van de gasprijs. Het is daarom niet passend een selectie van verkoopprijzen in augustus 2018 te vergelijken met de productiekosten van in de steekproef opgenomen ondernemingen tijdens het TNO. |
|
(114) |
De indiener van het verzoek voerde ook aan dat uit de verkoop buiten de Unie blijkt dat producenten in de Unie met Russische producenten kunnen concurreren. Het onderzoek van de Commissie heeft betrekking op de situatie op de markt van de Unie. Het feit dat Russische producenten-exporteurs en de bedrijfstak van de Unie mogelijk concurreren op andere markten van derde landen waarvan de marktkenmerken verschillen, houdt geen rechtstreeks verband met die analyse. |
5.4.5. Loonkosten
|
(115) |
Tabel 9 bevat de ontwikkeling van de gemiddelde loonkosten voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen tijdens de beoordelingsperiode. Tabel 9 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||
|
(116) |
In de beoordelingsperiode zijn de gemiddelde loonkosten per werknemer gestegen. |
5.4.6. Voorraden
|
(117) |
Tabel 10 bevat de ontwikkeling van de voorraden van de in de steekproef opgenomen ondernemingen tijdens de beoordelingsperiode. Tabel 10 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
(118) |
De eindvoorraden schommelen tijdens de beoordelingsperiode, met een toename tussen 2014 en 2015, gevolgd door een sterke daling. |
5.4.7. Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(119) |
Tabel 11 bevat de ontwikkeling van de winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de in de steekproef opgenomen ondernemingen tijdens de beoordelingsperiode. Naar aanleiding van een opmerking van een belanghebbende na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de Commissie de twee rijen met betrekking tot winstgevendheid geactualiseerd om een technische fout te verwijderen. Tabel 11 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(120) |
Zoals hierboven uiteengezet (punt 5.4.4) is de verkoopprijs in de beoordelingsperiode sterk gedaald, hetgeen met name verband houdt met de lagere gasprijzen, maar zijn de gemiddelde productiekosten per eenheid minder sterk gedaald. |
|
(121) |
Bijgevolg daalde de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie over het algemeen van 12,5 % in 2014 tot 5,1 % tijdens het TNO. Dit is lager dan de streefwinst van 8 %. De winstgevendheid is echter in belangrijke mate beïnvloed door de prestaties van de in de steekproef opgenomen producent uit het VK (61) en een grote toename van de VAA- en algemene kosten voor twee andere in de steekproef opgenomen producenten tijdens de beoordelingsperiode. |
|
(122) |
In het nieuw onderzoek van 2002 daarentegen was de winstgevendheid voor het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000) – 18,0 %. |
|
(123) |
De schommeling van de winstgevendheid in de beoordelingsperiode blijkt geen verband te houden met de Russische uitvoer aangezien deze uitvoer sinds 2014 is afgenomen, maar wel met de algemene conjunctuurcyclus en met bepaalde specifieke elementen voor twee ondernemingen/groepen. |
|
(124) |
Net zoals in de vorige onderzoeken betwistte de bedrijfstak van de Unie de streefwinst van 8 % en voerde hij aan dat deze bedrijfstak behoefte heeft aan aanzienlijke investeringen en een rendement van geïnvesteerd vermogen van ten minste 12 % (62). Fertilizers Europe diende een door de vereniging zelf besteld deskundigenonderzoek in (63) met het argument dat een gemiddelde winst vóór belasting van 94 EUR per ton, het equivalent van een rendementsmarge op verkoop vóór belasting van 36 %, noodzakelijk is om een gemiddeld rendement van geïnvesteerd vermogen van 12 % te behalen (64). |
|
(125) |
De kasstroom en het rendement van investeringen daalden aanzienlijk tussen 2014 en het TNO. De nettokasstroom is het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. De ontwikkeling ervan volgde net zoals de winstgevendheid een negatieve tendens. Het rendement van investeringen is de winst in procenten van de nettoboekwaarde van investeringen. De ontwikkeling ervan weerspiegelde grotendeels de negatieve tendens van de ontwikkeling van de winstgevendheid. Terzelfder tijd schommelden de investeringen tijdens de beoordelingsperiode, met een toename tussen 2014 en 2016, maar een daling in het TNO. |
|
(126) |
Uit het onderzoek is niet gebleken dat de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie moeilijkheden hebben ondervonden om kapitaal aan te trekken. |
5.4.8. Conclusie over de situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(127) |
Zowel in het nieuw onderzoek van 2008 als in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is geconcludeerd dat de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie niet schadeveroorzakend was. |
|
(128) |
In dit onderzoek vertonen veel schade-indicatoren een gemengd beeld en een neerwaartse tendens. De verkoopprijzen hebben een negatieve invloed op de winstgevendheid. Hoewel de ontwikkelingen van de financiële indicatoren zoals de winstgevendheid, de kasstroom en het rendement van investeringen negatief zijn, duiden de absolute niveaus ervan niet op schade. Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode boven 90 % gebleven. |
|
(129) |
Uit de schade-indicatoren blijkt dat de financiële prestaties en de economische situatie van de bedrijfstak zich in negatieve zin ontwikkelen. Dit is echter een veel gezondere situatie dan die in het nieuw onderzoek van 2002, waar de winstgevendheid in het onderzoektijdvak – 18 % bedroeg en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie (vóór de uitbreiding van de Unie) 68 %. |
|
(130) |
Bijgevolg concludeerde de Commissie dat de bedrijfstak van de Unie geen aanmerkelijke schade lijdt in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening, hoewel de situatie ervan minder gezond is dan in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en er een neerwaartse tendens blijkt die met name verband houdt met de prijsdaling. |
6. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
|
(131) |
De Commissie beoordeelde welke situatie zich waarschijnlijk zou voordoen in de bedrijfstak van de Unie als de maatregelen zouden worden beëindigd. |
|
(132) |
Zoals uiteengezet in punt 1.4.3.2 verzamelde de Commissie daartoe gegevens van de medewerkende Russische producenten-exporteurs over onder meer de verkoopprijzen, de productie en de reservecapaciteit. |
6.1. Beschikbare reservecapaciteit in Rusland
|
(133) |
In het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is een reservecapaciteit van ongeveer 1 miljoen ton vastgesteld (voor een totale productiecapaciteit van 9,6 miljoen ton). |
|
(134) |
Op basis van gegevens van Fertecon is de productie van AN in Rusland met 7 % toegenomen sinds 2013 en zal zij verder toenemen tot 2030. Het Russische binnenlandse verbruik is aanzienlijk toegenomen, zoals is uiteengezet in punt 2.4. De bezettingsgraad bedraagt meer dan 95 % en de komende jaren zal dit niveau naar verwachting worden behouden. |
|
(135) |
Fertilizers Europe voerde aan dat de Russische reservecapaciteit 1,3 miljoen ton bedroeg, of 18 % van de markt van de Unie (65). Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de vereniging haar argument herhaald en ook verwezen naar de bevindingen van de Commissie in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
|
(136) |
De Russische vereniging RFPA voerde aan dat de Russische reservecapaciteit opliep tot ongeveer 174 000 ton (raming van Fertecon), wat overeenkomt met circa 2 % van het verbruik in de Unie (66). Zij voerde aan dat de raming van Fertilizers Europe onnauwkeurig was aangezien daarin enkel rekening werd gehouden met vast AN, en dat de gegevens van Fertecon moeten worden gebruikt. |
|
(137) |
Zoals de Commissie in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft vastgesteld, hebben Russische producenten-exporteurs de gewoonte de geïnstalleerde capaciteit te melden op basis van de theoretische nominale capaciteit. Ook in dit onderzoek heeft de Commissie de door de Russische medewerkende ondernemingen gemelde nominale capaciteit buiten beschouwing gelaten aangezien de werkelijke productie van deze ondernemingen hoger is dan hun theoretische capaciteit. De geraamde bezettingsgraad voor de twee medewerkende producenten-exporteurs was hoger dan 94 %. |
|
(138) |
Om de capaciteit en de reservecapaciteit in Rusland vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van gecontroleerde gegevens van de medewerkende ondernemingen en gegevens voor alle andere Russische exporteurs, waar nodig gecorrigeerd (67). Zij stelde vast dat de capaciteit in Rusland ongeveer 11 miljoen ton bedroeg, en de reservecapaciteit 0,6 miljoen ton. Dit cijfer vertegenwoordigt 7,7 % van het verbruik in de Unie, dat ongeveer 7,9 miljoen ton bedraagt. De reservecapaciteit is dus beperkter dan in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Maar indien deze volledig op de markt van de Unie wordt gericht, zouden nog steeds aanzienlijke hoeveelheden kunnen worden uitgevoerd, wat een zeer grote invloed zou hebben op bepaalde aangrenzende gebieden. |
|
(139) |
Fertilizers Europe voerde ook aan dat de Russische capaciteit zal worden uitgebreid in het kader van het recente Russische plan inzake meststoffen van maart 2018 (68). De Russische vereniging RFPA heeft de interpretatie door Fertilizers Europe van het verslag in haar follow-up-indiening betwist (69). Hoewel in het verslag geen directe melding wordt gemaakt van een stijging voor AN, wordt gewezen op het belang van meststoffen voor de Russische economie en de bereidheid van de regering om een hoge capaciteit te waarborgen in het land. |
|
(140) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de Russische vereniging RFPA aan dat deze reservecapaciteit niet op de Unie zou worden gericht gezien de toekomstige ontwikkeling van het Russische binnenlandse verbruik (zie punt 3.3). De Commissie heeft dit argument afgewezen. Hoewel het Russische verbruik naar verwachting licht zal toenemen, kan niet worden geconcludeerd dat de bestaande reservecapaciteit volledig zou worden gebruikt om te voldoen aan de binnenlandse vraag. In elk geval houdt het argument van RFPA geen rekening met eventuele extra Russische capaciteit voor AN in de toekomst. |
|
(141) |
Bovendien voerde de indiener van het verzoek aan dat het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hoger zou blijven dan het geval was in het nieuw onderzoek van 2002, zelfs als de bedrijfstak 7,7 % van de markt zou verliezen. De Commissie merkte op dat bij vergelijking tussen het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in 1999-2000 en 2016-2017 met de bredere context rekening moet worden gehouden. In 2002 bestond de bedrijfstak van de Unie voornamelijk uit West-Europese ondernemingen die te maken hadden met invoer vanuit niet alleen Rusland maar ook Oost-Europese landen die sindsdien lid zijn geworden van de Unie. Bijgevolg heeft de uitbreiding van de Unie het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk verhoogd. De situatie in 2002 is dus niet direct vergelijkbaar met de situatie in dit nieuw onderzoek. |
6.2. Gedrag van de Russische exporteurs op de markten van derde landen
|
(142) |
De Russische binnenlandse markt is de belangrijkste markt voor Russische producenten. Brazilië is voor de medewerkende Russische ondernemingen veruit de grootste exportmarkt. De bedrijfstak van de Unie voerde aan dat Russische exporteurs hoeveelheden zouden verleggen naar de Unie (70). |
|
(143) |
De verkoopprijzen van de medewerkende ondernemingen vertonen een gemengd beeld: in een aantal derde landen zijn de prijzen minder aantrekkelijk dan de Unieprijzen, terwijl het voor een aantal landen precies andersom is. De Commissie concludeerde bijgevolg dat bepaalde Russische hoeveelheden van minder aantrekkelijke derde markten mogelijk worden verlegd naar de markt van de Unie indien de maatregelen komen te vervallen. |
|
(144) |
Het risico op verlegging wordt nog versterkt door de verwachte toekomstige ontwikkeling van capaciteit voor stikstofmest in de VS, zoals uiteengezet in punt 3.3. |
|
(145) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerden de indiener van het verzoek en de Russische vereniging RFPA aan dat verlegging onwaarschijnlijk is aangezien met name één producent in de Unie aanzienlijke hoeveelheden AN uit Rusland heeft aangekocht voor verkoop wereldwijd, en dat het onwaarschijnlijk is dat die de verkoop naar de Unie zou verleggen. De Commissie merkte op dat dit fenomeen slechts op enkele producenten betrekking heeft en dat het gedrag van de Russische producenten-exporteurs die AN verkopen waarschijnlijk zou veranderen indien de maatregelen zouden worden beëindigd. |
|
(146) |
Bovendien voerde de Russische vereniging RFPA aan dat de investeringen in Brazilië door verschillende Russische producenten-exporteurs duiden op de aantrekkelijkheid van Brazilië in tegenstelling tot die van de Unie. De Commissie merkte op dat deze investeringen de bereidheid van Russische producenten aantoont om naar derde landen uit te voeren. Deze investeringen zijn gedaan terwijl in de Unie maatregelen van toepassing waren. Zij geven niet aan of de markt van de Unie al dan niet aantrekkelijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden beëindigd (zie punt 6.4). |
6.3. De vermoedelijke toekomstige ontwikkeling van de Russische uitvoerprijzen
|
(147) |
Zoals uiteengezet in punt 5.3.2 is de Commissie niet tot een beslissende bevinding kunnen komen inzake prijsonderbieding. |
|
(148) |
Zoals uiteengezet in punt 5.3.1 was de verkoop van PJSC KuibyshevAzot niet representatief gezien de omvang en de specifieke klantenrelatie waar het om ging. |
|
(149) |
Voor haar prospectieve analyse van de waarschijnlijkheid van herhaling van schade heeft de Commissie dus rekening gehouden met de gehele verkoop in de Unie van Uralchem, met inbegrip van de verkoop van onzuiver AN door de Kirovo-divisie van Uralchem. Zij herinnerde eraan dat onzuiver AN onderdeel is van het betrokken product in dit onderzoek en dat het het overgrote deel uitmaakt van de uitvoer naar de Unie uit Rusland. |
|
(150) |
Voor de gehele verkoop van AN door Uralchem zijn ten eerste neerwaartse correcties toegepast voor vervoer en lossen (in de orde van grootte van [5 tot 15 EUR per ton]). Ten tweede verkoopt Uralchem via een verbonden handelaar, zoals uiteengezet in punt 5.3.1. De Commissie heeft de uitvoerprijs vastgesteld op basis van artikel 2, lid 9, van de basisverordening. Voor alle tussen invoer en wederverkoop gemaakte kosten, met inbegrip van VAA-kosten (in de orde van grootte van [1 % tot 3 %]), en een redelijke winstmarge zijn neerwaartse correcties toegepast. Gezien het gebrek aan medewerking van niet-verbonden importeurs aan het huidige onderzoek en het ontbreken van gecontroleerde gegevens uit vorige onderzoeken betreffende dezelfde productomschrijving, heeft de Commissie voor de winstmarge gebruikgemaakt van de winstmarge van een niet-verbonden importeur uit een recent onderzoek inzake een andere soortgelijke chemische stof, melamine, in de orde van grootte van [2 % tot 4 %] (71). |
|
(151) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de Russische vereniging RFPA namens Uralchem aan dat de Commissie ten onrechte correcties had aangebracht in verband met de vervoerskosten en de kosten van het lossen. De Commissie vond dit argument gerechtvaardigd ten aanzien van bepaalde ondernemingsspecifieke leveringsvoorwaarden aan enkele lidstaten. |
|
(152) |
Daarnaast voerde RFPA aan dat een correctie overeenkomstig artikel 2, lid 9, niet gerechtvaardigd was aangezien Uralchem Trading SIA in Letland geen AN in de Unie invoerde. De Commissie herinnerde eraan dat deze onderneming verbonden was met een van de producenten-exporteurs. Bijgevolg was zij vrij de uitvoerprijs te berekenen overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening. |
|
(153) |
Voor de verkoop van onzuiver AN door de Kirovo-divisie van Uralchem vergeleek de Commissie de prijs waartegen Uralchem het onzuivere en het gewone AN verkocht op een grote markt van een derde land waar de Commissie heeft vastgesteld dat de verkochte hoeveelheden onzuiver en gewoon AN representatief waren. Daaruit bleek de overtuigende tendens dat Uralchem het onzuivere AN tegen een hogere prijs verkocht dan het gewone AN. Daarom is een neerwaartse correctie toegepast (in de orde van grootte van [8 % tot 10 %]) om een prijs vast te stellen waartegen gewoon AN vermoedelijk op de markt van de Unie zou worden verkocht. |
|
(154) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de Russische vereniging RFPA aan dat de voor de correctie gebruikte gegevens onjuist waren. De Commissie merkte op dat het gebruik van alternatieve gegevens naar aanleiding van het argument van RFPA minder relevant zou zijn gezien de minder grote hoeveelheid die beschikbaar is voor vergelijking; dit zou echter in elk geval in een soortgelijke correctie geresulteerd hebben, met een verschil van minder dan een procentpunt, hetgeen dus de relevantie van de vastgestelde tendens als redelijke basis voor de correctie bevestigt. |
|
(155) |
Bovendien achtte de Commissie het passend rekening te houden met het feit dat een toekomstige uitvoerprijs de gehele potentiële Russische uitvoer naar de Unie moet weerspiegelen, en dus de verscheidenheid van verkoopkanalen en leveringsvoorwaarden moet omvatten die naar verwachting door alle Russische producenten-exporteurs zullen worden gebruikt. De Commissie heeft derhalve met dit element rekening gehouden bij de bepaling van de toekomstige uitvoerprijs. |
|
(156) |
Op basis hiervan heeft de Commissie een toekomstige en waarschijnlijke prijs voor AN uit Rusland vastgesteld die aan de eerste onafhankelijke afnemer in de Unie zou worden berekend, op cif-basis (kosten, verzekering en vracht), met de nodige opwaartse correcties voor het conventioneel recht (6,5 %) en invoerkosten (in de orde van grootte van [1 % tot 3 %]). De Commissie heeft vastgesteld dat het betrokken product op de markt van de Unie waarschijnlijk zou worden verkocht tegen een lagere prijs dan de gewogen gemiddelde verkoopprijs die door de producenten van de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie wordt berekend. |
|
(157) |
De bedrijfstak van de Unie voerde aan dat de aan Brazilië berekende Russische prijzen moeten worden gecorrigeerd om de Russische prijzen bij uitvoer naar de Unie te vervangen (72). Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de bedrijfstak van de Unie dit argument herhaald. Gezien de aanzienlijke hoeveelheden Russisch AN van de Russische medewerkende ondernemingen die op de markt van de Unie belanden, en rekening houdend met het onzuivere AN dat door de Kirovo-divisie van Uralchem werd verkocht alsook de relevante correctie, was een dergelijke methode niet geschikt. |
|
(158) |
De indiener van het verzoek en de Russische vereniging RFPA daarentegen voerden aan dat de Commissie voor de vaststelling van de schademarge statistische gegevens moet gebruiken in plaats van de gecontroleerde werkelijke verkoop van Uralchem. RFPA voerde aan dat de Commissie statistische gegevens heeft gebruikt in verschillende onderzoeken inzake AN of andere producten. |
|
(159) |
De Commissie heeft dit argument verworpen aangezien zij van oordeel was dat de gecontroleerde gegevens die zijn gebruikt betrouwbaarder waren dan de niet-gecontroleerde statistische gegevens. In verband hiermee herinnerde de Commissie eraan dat de gecontroleerde gegevens betrekking hebben op aanzienlijke hoeveelheden Russisch AN die op de markt van de Unie belanden, waarbij ook rekening wordt gehouden met het onzuivere AN dat door de Kirovo-divisie van Uralchem werd verkocht. In het nieuw onderzoek van 2002 daarentegen voerde de enige medewerkende producent-exporteur het betrokken product niet uit naar de Gemeenschap. Bovendien waren in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen prijsverbintenissen van toepassing. |
6.4. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(160) |
Wereldwijd is ureum de meest gebruikte meststof met meer dan 50 miljoen ton stikstof, tegenover 10 miljoen ton voor AN (73). In de Unie is AN echter de meest gebruikte meststof. De Unie is de grootste markt voor AN ter wereld, maar wordt tegenwoordig wel op de voet gevolgd door Rusland. Zoals hierboven vermeld is het niveau van de totale invoer in de Unie gedaald, maar hebben sommige landen, zoals de naburige landen Georgië en Turkije, tijdens het betrokken tijdvak meer uitgevoerd. Russische producenten zouden de Unie als een naburige markt kunnen beschouwen en uitvoer naar Europa kunnen verkiezen boven de uitvoer naar Latijns-Amerika. Bovendien blijft de markt van de Unie aantrekkelijk wat de prijzen betreft. |
|
(161) |
Gezien de omvang ervan, de geografische nabijheid en de prijzen, wordt de markt van de Unie bijgevolg als aantrekkelijk beschouwd voor Russische producenten. |
|
(162) |
De Commissie voerde een simulatie uit om te weten te komen wat met de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie zou gebeuren in een scenario waarbij de bedrijfstak van de Unie de in punt 6.3 vastgestelde gemiddelde Russische prijs zou moeten evenaren om zijn hoeveelheden te handhaven. Op basis van deze simulatie zou de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie negatief worden. |
|
(163) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de vereniging van Britse landbouwers aan dat, gezien de sterke economische prestaties van de bedrijfstak van de Unie, de herhaling van schade onwaarschijnlijk is. Gezien met name de resultaten van de simulatie heeft de Commissie dit argument verworpen. |
|
(164) |
Bovendien benadrukte de indiener van het verzoek het argument van de Russische vereniging RFPA dat de Russische hoeveelheden niet op de markt van de Unie zouden belanden, o.a. omdat het de Russische ondernemingen ontbreekt aan infrastructuur in de Unie. In dezelfde opmerking van de indiener van het verzoek werd echter verondersteld dat het beëindigen van de maatregelen Russische ondernemingen zou stimuleren te investeren in faciliteiten. |
|
(165) |
Daarnaast verklaarden de Russische vereniging RFPA en de indiener van het verzoek dat de dalende hoeveelheden onzuiver AN die in het betrokken tijdvak naar de Unie werden uitgevoerd aantonen dat de markt van de Unie weinig aantrekkelijk is. RFPA voerde ook aan dat de invoer van kalkammonsalpeter uit Rusland in de Unie sterk was gedaald. De Commissie herinnerde eraan dat de markt van kalkammonsalpeter geen voorwerp van haar onderzoek uitmaakte. Hoewel recentelijk is vastgesteld dat de hoeveelheden onzuiver AN daalden, was er geen sprake van een langetermijntrend waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de Europese markt niet langer aantrekkelijk is voor Russische producenten van AN als geheel indien de maatregelen zouden worden beëindigd. |
6.5. Conclusie over de waarschijnlijkheid van herhaling van schade
|
(166) |
Het is waarschijnlijk dat Russische producenten hun nog beschikbare zij het beperkte reservecapaciteit zouden kunnen aanspreken voor uitvoer naar de Unie indien de maatregelen zouden worden beëindigd. Het is ook waarschijnlijk dat bepaalde hoeveelheden die momenteel naar derde landen worden uitgevoerd, zouden worden verlegd gezien de relatieve aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de nabijheid van Rusland. Aangezien de bedrijfstak van de Unie zich in een minder gunstige situatie bevindt in vergelijking met het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (punt 5), zouden dergelijke toegenomen hoeveelheden waarschijnlijk opnieuw schade veroorzaken. De vermoedelijke toekomstige ontwikkeling van de Russische uitvoerprijzen is ook een duidelijke aanwijzing dat schade zich snel opnieuw zou kunnen voordoen. |
|
(167) |
Op basis hiervan heeft de Commissie geconcludeerd dat het waarschijnlijk is dat de schade zich zal herhalen als de bestaande maatregelen worden ingetrokken. |
7. NIVEAU VAN DE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
7.1. Vaststelling van de hoogte van het recht
|
(168) |
In overeenstemming met artikel 11, lid 9, van de basisverordening heeft de Commissie in de mate van het mogelijke de methodologie gevolgd die is gebruikt bij het vaststellen van de maatregelen. Zij heeft de hoogte van het recht vastgesteld die nodig is om herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie te vermijden. |
|
(169) |
In het nieuw onderzoek van 2002 werd voor de berekening van de schademarge de geen schade veroorzakende prijs berekend door bij de volledige productiekosten per eenheid een winstmarge op te tellen die redelijkerwijze kon worden bereikt indien er van schadelijke dumping geen sprake was. De in aanmerking genomen winstmarge bedroeg 8 %. De Commissie volgde de in punt 6.3 uiteengezette logica en gebruikte dezelfde winstmarge in overeenstemming met de vorige onderzoeken inzake AN. |
|
(170) |
De bedrijfstak van de Unie heeft een deskundigenstudie besteld en ingediend om te bevestigen waarom, vanuit het standpunt van de bedrijfstak van de Unie, een aanzienlijk hogere streefwinst van 36 % rendement op verkoop (12 % ROCE) gerechtvaardigd was (74). Dit argument was in het vorige onderzoek aangevoerd en door de Commissie verworpen. Het argument kon net zoals in vorige zaken niet worden aanvaard omdat de streefwinst voor de analyse moet worden beperkt tot de winst die de bedrijfstak van de Unie kan verwachten bij normale mededingingsvoorwaarden, in de afwezigheid van invoer met dumping. |
|
(171) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben twee producenten in de Unie hetzelfde argument herhaald, waarbij zij verzochten om een streefwinst van 36 % rendement op verkoop. Subsidiair werd aangevoerd dat de bedrijfstak van de Unie de afgelopen jaren tweecijferige winstgevendheid heeft opgetekend, hetgeen een streefwinst van meer dan 8 % zou rechtvaardigen. De Commissie merkte op dat de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode en in de voorgaande jaren, toen maatregelen van toepassing waren, zowel boven als onder de streefwinst schommelde. De Commissie oordeelde daarom dat de streefwinst van 8 % zonder dumping, zoals bepaald in voorgaande onderzoeken, nog gegrond was. |
|
(172) |
Bovendien voerden twee producenten in de Unie aan dat de productiekosten van de producenten in de Unie moeten worden gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkelingen op het vlak van gasprijzen en CO2-emissies na het TNO. De Commissie heeft dit argument verworpen en herinnerde eraan dat op grond van artikel 6 van de basisverordening informatie die betrekking heeft op een na het onderzoek volgende periode normaal niet in aanmerking wordt genomen. |
|
(173) |
Het vastgestelde niveau is 32,71 EUR voor gewoon AN. Dit ligt onder het niveau van 47,07 EUR dat in het nieuw onderzoek van 2002 was vastgesteld. Vervolgens heeft de Commissie in overeenstemming met de in de vorige onderzoeken gebruikte methodologie het niveau van de maatregelen vastgesteld voor verschillende productsoorten (zie punt 9). |
7.2. Verzoek van gebruikers om beëindiging van de maatregelen
7.2.1. Door gebruikers tijdens het onderzoek aangevoerde argumenten
|
(174) |
Tijdens het onderzoek voerde de indiener van het verzoek aan dat de schadesituatie is gewijzigd als gevolg van veranderingen van blijvende aard hetgeen op zijn beurt het resultaat van de afwegingstoets in het kader van de beoordeling van het belang van de Unie heeft veranderd (75). Daarnaast heeft COPA-COGECA, dat de landbouwers en coöperatieven in de Unie vertegenwoordigt, opmerkingen ingediend en verzocht de antidumpingmaatregelen te beëindigen. COPA-COGECA voerde aan dat de antidumpingmaatregelen het concurrentievermogen van de landbouwuitvoer van de Unie en het gezinsinkomen uit bedrijven schaden. |
|
(175) |
Zoals uiteengezet in punt 1.4.4 heeft de Commissie een vragenlijst toegezonden aan landbouwersverenigingen; bijna alle belanghebbenden (landbouwersverenigingen, de bedrijfstak van de Unie en een Russische vereniging) hebben hun opmerkingen op dit punt ingediend. |
|
(176) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben verschillende Europese landbouwersverenigingen herhaald dat de maatregelen Europese landbouwers treffen en hun wereldwijde concurrentievermogen aantasten. De indiener van het verzoek voerde aan dat de Commissie een ruimere beoordeling van het belang van de Unie had moeten uitvoeren. Er zij aan herinnerd dat in het bericht van opening is bepaald dat „het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek […] beperkt [is] tot een onderzoek naar de schade”. In punt 7.2.2 hieronder behandelde de Commissie niettemin de hoofdzaak van alle tijdens het onderzoek door zowel de indiener van het verzoek als Fertilizers Europe aangevoerde argumenten. De indiener van het verzoek voerde ook aan dat de door Fertilizers Europe ingediende opmerkingen buiten beschouwing moeten worden gelaten gezien de timing van de indiening. Aangezien Fertilizers Europe zijn argumenten tijdig heeft aangevoerd tijdens het onderzoek, is dit argument verworpen. |
7.2.2. Beoordeling
|
(177) |
Ten eerste voerden de landbouwersverenigingen aan dat een essentiële grondstof door de maatregelen jarenlang duurder was. Het gedeelte meststof in de productiekosten van landbouwers kan tot 40 % bedragen. De Commissie erkende dat AN een belangrijke meststof is en een belangrijke grondstof voor verschillende Europese landbouwbedrijven. De hoeveelheid als meststof gebruikt AN hangt af van wat wordt verbouwd: graangewassen (tarwe, gerst, haver, rogge, triticale), koolzaad, aardappelen, suikerbiet of grasland. Ook variëren de kosten van AN voor landbouwers van land tot land. Voor het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld maakte AN 8 % tot 45 % uit van de meststoffen die voor de vermelde gewassen zijn gebruikt. De Commissie heeft bijgevolg geconstateerd dat het gebruik van AN als meststof zeer uiteenlopende situaties bestrijkt en dat de kosten van meststof gemiddeld minder dan 10 % blijken te bedragen. Aangezien de geografische spreiding van de maatregelen niet beperkt is tot gebieden waar de kosten van meststoffen bijzonder hoog zijn, zijn de algehele kosten voor landbouwers in de hele Unie bijgevolg niet disproportioneel hoog. |
|
(178) |
Bovendien voerde de indiener van het verzoek aan dat AN in de Unie niet op een gelijk niveau geprijsd was als ureum en dat dit te wijten was aan de maatregelen. De bedrijfstak van de Unie verwierp het argument dat AN duurder was dan ureum niet, maar voerde aan dat dit te wijten was aan de specifieke kenmerken van het product. De Commissie herinnerde eraan dat het huidige onderzoek uitsluitend betrekking had op de markt voor AN en niet op de markten voor andere meststoffen. |
|
(179) |
Ten tweede voerde de indiener van het verzoek aan dat de landbouwers in de Unie te lijden hadden onder concurrentie aangezien Russische landbouwers, die profiteren van lage kosten voor meststoffen, de markt van de Unie betreden met granen. Graanproducenten in de Unie hebben met name aangegeven dat ze te lijden hebben onder de wereldwijde concurrentie en de beperkte toegang tot scherpgeprijsde inputs, waaronder AN. Hij merkte op dat de landbouwers in de Unie niet alleen te maken hebben met toegenomen concurrentie in de Unie, maar dat zij ook verdrongen zijn van exportmarkten zoals Egypte. Na de mededeling van feiten en overwegingen voerde de indiener van het verzoek aan dat de analyse moet worden gericht op de sectoren die het hardst zijn getroffen, zoals akkerbouwgewassen en zuivel. Hij merkte op dat de Unie in 2015-2016 wereldwijd de tweede grootste exporteur van zaden was, maar dat verwacht wordt dat zij in 2018 slechts de vijfde grootste exporteur zal zijn. De Commissie merkte op dat de maatregelen in 2015-2016 van toepassing waren, een moment dat het concurrentievermogen hoog leek. Fertilizers Europe daarentegen benadrukte dat de uitvoer van EU-landbouwproducten op lange termijn een groot succes is geweest. De Commissie heeft geconstateerd dat de door beide partijen aangevoerde argumenten niet volledig waren aangezien het beeld verschilt per land/gewas, en dat niet duidelijk kon worden geconcludeerd dat de uitvoerprestaties van de landbouwers de afweging van de belangen in het voordeel van de landbouwers zouden moeten doen overslaan. |
|
(180) |
Ten derde heeft de Ierse vereniging ook gewezen op het aanbodtekort, met name in 2017. De Commissie heeft echter geconstateerd dat de capaciteit van de bedrijfstak van de Unie voor het verbruik kan instaan. Daarnaast heeft de Ierse markt specifieke leveringsproblemen in de distributieketen ondervonden die niet veralgemeend kunnen worden. |
|
(181) |
Bovendien is AN in Ierland om beleidsmatige redenen verboden. De Ierse landbouwers erkenden dat zij in plaats daarvan kalkammonsalpeter gebruiken, maar zij voerden aan dat de hoge AN-prijzen ook gevolgen hebben voor de prijzen van kalkammonsalpeter. De geldende maatregelen beletten Russische ondernemingen echter niet kalkammonsalpeter te produceren en uit te voeren. De Russische vereniging gaf aan dat, rekening houdend met het normale recht van 6,5 %, de gemiddelde prijs van kalkammonsalpeter uit Rusland bij uitvoer naar Ierland hoger is dan deze van kalkammonsalpeter van oorsprong uit België of uit de Unie in het algemeen. Bijgevolg merkte de Russische vereniging op dat de Ierse markt voor kalkammonsalpeter, zelfs zonder antidumpingrechten, niet aantrekkelijk is voor Russische producenten. |
|
(182) |
Tot slot merkte de Commissie in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op dat landbouwers mogelijk niet profiteren van een potentiële prijsdaling als gevolg van een potentiële beëindiging van de maatregelen. Landbouwers kopen gewoonlijk bij distributeurs, die de voordelen mogelijk niet doorberekenen. Na de mededeling van feiten en overwegingen merkte de indiener van het verzoek op dat landbouwers zich kunnen groeperen in coöperatieven en baat zouden hebben bij meer concurrentie van Russische producenten-exporteurs op de markt van de Unie aangezien dit de productiekosten voor landbouw zou verlagen. De Commissie erkende dat coöperatieven landbouwers kunnen helpen te profiteren van meer concurrentie op het gebied van de voorziening van AN. |
7.2.3. Conclusie
|
(183) |
Na de beoordeling van de tijdens het onderzoek aangevoerde elementen, is de beëindiging van de maatregelen niet gerechtvaardigd. |
8. DEFINITIEVE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(184) |
In het licht van de bevindingen in dit tot schade beperkt gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek concludeert de Commissie dat het niveau van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van AN van oorsprong uit Rusland, moeten worden gewijzigd. |
|
(185) |
Voor EuroChem werd het niveau in het nieuw onderzoek van 2008 vastgesteld op basis van de dumpingmarge. Aangezien de in dit nieuw onderzoek vastgestelde schademarge lager is dan het recht dat momenteel van toepassing is, moet het nieuwe niveau van de maatregelen ook voor EuroChem gelden. |
|
(186) |
Voor Kirovo mag het in tabel 12 opgenomen nieuwe recht uitsluitend gelden voor de GN-codes 3102 30 90 en 3102 40 90. |
|
(187) |
De antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, moeten dan ook worden vastgesteld zoals blijkt uit tabel 12: Tabel 12 Nieuw niveau van de rechten
|
|
(188) |
Na de mededeling van feiten en overwegingen heeft de indiener van het verzoek verzocht dat een minimuminvoerprijs wordt ingevoerd op basis van een benchmark (de door een adviesbureau gepubliceerde fob-prijs voor de Oostzee voor de maand augustus 2018, gecorrigeerd voor bepaalde vervoerskosten, en ten bedrage van 188 EUR per ton). Aangezien de benchmark door een adviesbureau werd gepubliceerd, voerde de indiener van het verzoek aan dat de minimumprijs op kwartaalbasis kan worden herzien. Een minimuminvoerprijs is echter niet mogelijk om redenen van uitvoerbaarheid en efficiëntie. Ten eerste zou een minimuminvoerprijs niet uitvoerbaar zijn gezien de banden tussen bepaalde Russische producenten-exporteurs en entiteiten in de Unie en gezien de verschillen in productsoorten. Ten tweede is een minimuminvoerprijs mogelijk niet efficiënt om het risico op herhaling van schade weg te nemen gezien de volatiliteit van de gasprijzen. Zelfs met een driemaandelijkse correctie, zoals door de indiener van het verzoek werd voorgesteld, blijft het onzeker of een op een zeker tijdstip vastgestelde minimuminvoerprijs het gewenste effect zou hebben om de bedrijfstak van de Unie voldoende te beschermen gedurende de drie maanden waarin deze prijs van toepassing is. |
|
(189) |
Gezien de in punt 6 vastgestelde waarschijnlijkheid van een herhaling van de schade, het in punt 2 uiteengezette belang van gas voor de productie van AN, en de praktijken van Rusland met betrekking tot de prijsstelling van gas, achtte de Commissie het eveneens noodzakelijk de ontwikkeling van de invoer van AN van oorsprong uit Rusland te monitoren tussen de datum van vaststelling van deze verordening en de vervaldatum van de antidumpingmaatregelen in september 2019. De monitoring zal de Commissie toelaten relevante marktontwikkelingen in de Unie te volgen en het gemakkelijker maken waar nodig gepaste actie te ondernemen. |
|
(190) |
Een onderneming kan om de toepassing van deze individuele antidumpingrechten verzoeken indien zij de naam of het adres van haar entiteit verandert. Het verzoek moet worden gericht aan de Commissie (76). Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waarmee kan worden aangetoond dat de wijziging niet van invloed is op het recht van de onderneming om gebruik te maken van het recht dat op haar van toepassing is. Indien de naams- of adreswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om het recht te genieten dat op haar van toepassing is, zal een bericht over de naams- of adreswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
9. MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN EN CONCLUSIE
|
(191) |
Zoals uiteengezet in punt 1.4.6, heeft de Commissie alle belanghebbenden de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was voor te stellen het geldende recht te wijzigen. Opmerkingen werden onderzocht en wanneer zij gegrond waren, werd daarmee rekening gehouden. |
|
(192) |
Uit het bovenstaande volgt dat de antidumpingmaatregelen moeten worden gewijzigd als aangegeven in punt 8. |
|
(193) |
Het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
De tabellen in de punten a) en c) worden vervangen door:
|
|
2) |
De tabel in punt b) wordt vervangen door:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 november 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.
(2) Verordening (EG) nr. 2022/95 van de Raad van 16 augustus 1995 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 198 van 23.8.1995, blz. 1).
(3) Verordening (EG) nr. 663/98 van de Raad van 23 maart 1998 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2022/95 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 93 van 26.3.1998, blz. 1).
(4) Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2238/2000 (PB L 257 van 11.10.2000, blz. 2).
(5) Verordening (EG) nr. 658/2002 van de Raad van 15 april 2002 tot instelling van het definitief antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 102 van 18.4.2002, blz. 1).
(6) Verordening (EG) nr. 945/2005 van de Raad van 21 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 658/2002 tot instelling van het definitieve antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 132/2001 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op ammoniumnitraat uit onder andere Oekraïne, naar aanleiding van een gedeeltelijk herzieningsonderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 160 van 23.6.2005, blz. 1).
(7) Verordening (EG) nr. 661/2008 van de Raad van 8 juli 2008 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, op grond van artikel 11, lid 2, en een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 185 van 12.7.2008, blz. 1).
(8) Besluit 2008/577/EG van de Commissie van 4 juli 2008 tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland en Oekraïne (PB L 185 van 12.7.2008, blz. 43).
(9) Zaak T-348/05.
(10) Zaak T-348/05 INTP.
(11) Verordening (EG) nr. 989/2009 van de Raad van 19 oktober 2009 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 661/2008 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 278 van 23.10.2009, blz. 1).
(12) Besluit 2012/629/EU van de Commissie van 10 oktober 2012 tot wijziging van Besluit 2008/577/EG tot aanvaarding van de verbintenissen die zijn aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 277 van 11.10.2012, blz. 8).
(13) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).
(14) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie van 23 september 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 280 van 24.9.2014, blz. 19).
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/226 van de Commissie van 17 februari 2016 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 41 van 18.2.2016, blz. 13).
(16) Uitvoeringsverordening (EU) 2016/415 van de Commissie van 21 maart 2016 tot intrekking van de aanvaarding van de verbintenis voor twee producenten-exporteurs en tot intrekking van Besluit 2008/577/EG tot aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antidumpingprocedure betreffende ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 75 van 22.3.2016, blz. 10).
(17) Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB C 271 van 17.8.2017, blz. 15).
(18) Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB C 271 van 17.8.2017, blz. 9).
(19) Comité van professionele landbouworganisaties in de EU (COPA)/Algemeen Comité van landbouwcoöperaties in de EU (COGECA).
(20) AB Achema, Grupa Azoty Zakłady Azotowe, CF Fertilisers UK Limited en Yara France.
(21) Neochim PLC., verbonden aan de Borealis-groep.
(22) Yara Sluiskil B.V. In tegenstelling tot Yara France, produceert Yara Sluiskil B.V. ammoniak in haar vestiging.
(23) Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB C 271 van 17.8.2017, blz. 9).
(24) Meer dan 20 Europese landbouwersverenigingen hebben zich als belanghebbende kenbaar gemaakt.
(25) België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Oostenrijk, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
(26) Verordening (EG) nr. 945/2005 van de Raad van 21 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 658/2002 tot instelling van het definitieve antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 132/2001 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op ammoniumnitraat uit onder andere Oekraïne, naar aanleiding van een gedeeltelijk herzieningsonderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96 (PB L 160 van 23.6.2005, blz. 1).
(27) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 294 van 28.10.2016, blz. 1) en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1925 van de Commissie van 12 oktober 2017 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 282 van 31.10.2017, blz. 1).
(28) Deze omvatten ondernemingen die producenten in de Unie zijn geworden na de toetredingen van 2004, 2007 en 2013.
(29) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 21 november 2017.
(30) Verslag van het Office of Fair Trading (https://assets.publishing.service.gov.uk/media/555de39fe5274a74ca0000af/Kemira.pdf).
(31) https://www.ft.com/content/7683d0ce-2dad-11df-a971-00144feabdc0
(32) http://www.snl.com/Cache/25347763.PDF?O=PDF&T=&Y=&D=&FID=25347763&iid=4533245
(33) CF Industries, presentatie voor investeerders herfst/winter 2016 (https://www.snl.com/Cache/1500093371.PDF?O=PDF&T=&Y=&D=&FID=1500093371&iid=4533245).
(34) https://www.cfindustries.com/globalassets/cf-industries/media/documents/reports/annual-reports/cf-industries-2017-annual-report.pdf
(35) Yara, jaarverslag 2017 (https://www.yara.com/siteassets/investors/057-reports-and-presentations/annual-reports/2017/yara-annual-report-2017-web.pdf/).
(36) https://www.yara.com/siteassets/investors/057-reports-and-presentations/other/2017/fertilizer_industry_handbook_2017_with_notes.pdf/
(37) http://www.eurochemgroup.com/en/press-releases/eurochem-completes-acquisition-of-basf-fertilizer-assets/
(38) http://www.eurochemgroup.com/wp-content/uploads/2016/02/EuroChem_Annual_Report_2012_eng12.pdf
(39) http://www.eurochemgroup.com/wp-content/uploads/2016/02/2018_02_08-EuroChem-FY2017-IFRS-Conference-Call-1.pdf
(40) http://www.grupofertiberia.com/en/structure/
(41) http://www.fertiberia.com/media/312748/fertiberia-annual-report-2014.pdf
(42) Wereldbank, prijsverwachting grondstoffen, april 2018 (http://pubdocs.worldbank.org/en/458391524495555669/CMO-April-2018-Forecasts.pdf).
(43) Indiening van RFPA van 2 oktober 2017.
(44) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzittingen van 9 november 2017, 22 maart 2018 en 12 april 2018.
(45) Verordening (EG) nr. 658/2002 van de Raad van 15 april 2002 tot instelling van het definitief antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 102 van 18.4.2002, blz. 1), overweging 37.
(46) Gegevens van de International Fertilizer Association die zijn ingediend door een Russische producent-exporteur. Zie indiening van RFPA van 13 maart 2018.
(47) Indiening van RFPA van 13 maart 2018. De eerdere indiening van RFPA van 2 oktober 2017 bevatte lagere ramingen.
(48) Verzoek om een nieuw onderzoek van de indiener van het verzoek.
(49) Website van de FAO, bezocht in juni 2018.
(50) Zie bijvoorbeeld de „Fertilizer Outlook 2017-2021” van de International Fertilizer Association (https://www.fertilizer.org/images/Library_Downloads/2017_IFA_Annual_Conference_Marrakech_PIT_AG_Fertilizer_Outlook.pdf) of het „Yara Fertilizer Industry Handbook January 2017” (https://www.yara.com/siteassets/investors/057-reports-and-presentations/other/2017/fertilizer-industry-handbook_2017_slides_only.pdf/).
(51) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 21 november 2017.
(52) Zie de halfjaarlijkse verslagen 2018 van de landen op de website van de WTO (https://www.wto.org/english/tratop_e/adp_e/adp_e.htm).
(53) Verzoek om een nieuw onderzoek van de indiener van het verzoek. Zie ook de Fertecon Nitrates Outlook, die is geciteerd in de dia's van de hoorzitting van 21 november 2017 van Fertilizers Europe, en de gegevens van Fertecon in de indiening van RFPA van 13 maart 2018.
(54) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie van 23 september 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 280 van 24.9.2014, blz. 19), overweging 111.
(55) Verordening (EG) nr. 658/2002 van de Raad van 15 april 2002 tot instelling van het definitief antidumpingrecht op de invoer van ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland (PB L 102 van 18.4.2002, blz. 1), overweging 48.
(56) Antwoord van PJSC KuibyshevAzot op de vragenlijst.
(57) Antwoord van Azot, divisie van Uralchem JSC, op de vragenlijst.
(58) Op basis van antwoorden op het steekproefformulier. Dit stemt overeen met de in de indiening van RFPA van 13 maart 2018 vermelde gegevens van Fertecon en de raming in het laatste nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie van 23 september 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 280 van 24.9.2014, blz. 19), overweging 72).
(59) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 999/2014 van de Commissie van 23 september 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ammoniumnitraat van oorsprong uit Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 280 van 24.9.2014, blz. 19), overwegingen 120 en 121.
(60) Zie bijvoorbeeld het verzoek om een nieuw onderzoek van de indiener van het verzoek.
(61) Dit was deels te wijten aan een storing op een site in het TNO, tijdens welke de winstgevendheid kelderde in vergelijking met 2015 en 2016.
(62) Het rendement van geïnvesteerd vermogen (ROCE) is een financiële ratio voor het meten van de winstgevendheid van een onderneming en de efficiëntie waarmee het vermogen is geïnvesteerd.
(63) De opmerking van Fertilizers Europe dateert van 8 februari 2018 en is op 5 april 2018 in het kader van dit onderzoek ingediend. De naam van de deskundige is vertrouwelijk om eventuele negatieve gevolgen voor het onderzoek te vermijden.
(64) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 8 februari 2018.
(65) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 22 maart 2018.
(66) Indiening van RFPA van 13 maart 2018.
(67) Op basis van antwoorden op het steekproefformulier en de website van een van de ondernemingen. De correctie is aangebracht om rekening te houden met de kwestie van het gebruik van de nominale capaciteit door Russische ondernemingen.
(68) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 12 april 2018 en bijlage „Roadmap for the development of production of mineral fertilizers for the period until 2025”.
(69) Indiening van RFPA van 24 april 2018.
(70) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 22 maart 2018.
(71) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1171 van de Commissie van 30 juni 2017 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op melamine van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 170 van 1.7.2017, blz. 62), overweging 156. Er zij op gewezen dat zowel melamine, dat wordt verkregen uit ureum, en AN derivaten zijn van aardgas en dat enige overlapping bestaat wat de producerende ondernemingen betreft.
(72) Fertilizers Europe, dia's van de hoorzitting van 22 maart 2018.
(73) Zie Yara Industry Handbook 2017 (https://www.yara.com/siteassets/investors/057-reports-and-presentations/other/2017/fertilizer-industry-handbook_2017_slides_only.pdf/).
(74) De opmerking van Fertilizers Europe dateert van 8 februari 2018 en is op 5 april 2018 in het kader van dit onderzoek ingediend. De naam van de deskundige is vertrouwelijk om eventuele negatieve gevolgen voor het onderzoek te vermijden.
(75) Zie bijvoorbeeld de indiening van de indiener van het verzoek van 9 november 2017 en de dia's van de indiener van het verzoek van de hoorzitting van 3 januari 2018. Zie ook verschillende e-mails in september 2017 van landbouwersverenigingen waarin zij verzoeken om de status van belanghebbende.
(76) Directoraat-generaal Handel, directoraat H, CHAR 04/39, 1049 Brussel, BELGIË.
BESLUITEN
|
15.11.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 287/32 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/1723 VAN DE COMMISSIE
van 26 oktober 2018
over het grensoverschrijdende Rail Baltica-project op de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee
(kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 6969)
(Slechts de teksten in de Estse, Finse, Letse, Litouwse, Poolse en Zweedse taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk en tot intrekking van Besluit nr. 661/2010/EU (1), met name artikel 47, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Zoals wordt erkend in het derde werkplan voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee (2), zal het grensoverschrijdende Rail Baltica-project een cruciale rol spelen in de werking van de corridor dankzij een interoperabele en efficiënte verbinding tussen de Baltische staten, Polen en Finland, met multimodale aansluitingen tussen de zeevaart, het spoor en het wegvervoer. |
|
(2) |
Rail Baltica is een snelle conventionele spoorlijn voor passagiers- en goederenvervoer. Dat vervoer zal na de voltooiing van het project wellicht sterk toenemen. |
|
(3) |
Rail Baltica is een zeer complex, grensoverschrijdend project waarbij vijf lidstaten betrokken zijn; de coördinatie vormt dan ook een aanzienlijke uitdaging. Om het project op gecoördineerde wijze en tijdig te kunnen uitvoeren, moeten bepalingen over de nodige activiteiten en het tijdschema worden aangenomen. Dat zal bijdragen tot de verwezenlijking van de grensoverschrijdende doelstellingen van het werkplan voor de corridor Noordzee-Oostzee. Volgens dat werkplan moet Rail Baltica zo snel mogelijk gebruiksklaar zijn, ten laatste in 2030. |
|
(4) |
Onverminderd artikel 1, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1315/2013 wordt het resterende bedrag dat nodig is om Rail Baltica volledig af te werken, op 5,6 miljard EUR geraamd. De kostprijs van de projecten die tot nu toe uitgevoerd of gepland zijn, bedraagt bijna 1,9 miljard EUR, waarbij de Unie tot 85 % van de in aanmerking komende kosten financiert. Het is belangrijk de nodige activiteiten voor de afwerking van het Rail Baltica-project vast te stellen zodat de bijbehorende Europese, nationale en regionale financiering, alsmede andere relevante soorten steun, kunnen worden gepland en geoptimaliseerd. |
|
(5) |
Voor de grensoverschrijdende dimensie van het project moeten specifieke governancestructuren worden opgezet. De Europese coördinator voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee en een vertegenwoordiger van de Commissie moeten daarbij als waarnemers optreden. |
|
(6) |
Estland, Letland en Litouwen hebben een intergouvernementele overeenkomst ondertekend en geratificeerd waarin zij beloven zich ten volle voor Rail Baltica in te zetten. Voor de afwerking van het project zijn een onderneming, RB Rail AS, en nationale uitvoeringsinstanties opgericht en aangewezen. De Rail Baltica-taskforce stuurt en coördineert de samenwerking tussen de ministeries van Estland, Letland, Litouwen, Polen en Finland. |
|
(7) |
De lidstaten moeten bij de Commissie regelmatig verslag uitbrengen over de voortgang van het project op de trajecten op hun grondgebied en eventuele vertragingen melden. |
|
(8) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn goedgekeurd door Estland, Letland, Litouwen, Polen en Finland. |
|
(9) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1315/2013 bedoelde comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
In dit besluit worden de activiteiten en een tijdschema vastgesteld voor de uitvoering van het grensoverschrijdende Rail Baltica-project (Tallinn-Pärnu-Riga-Panevėžys-Kaunas-Warschau, met een verbinding naar Vilnius), alsmede de bijbehorende governancebepalingen.
Artikel 2
Activiteiten en tijdschema
Estland, Letland, Litouwen en Polen zien toe op de tijdige uitvoering van de volgende activiteiten:
|
(a) |
uiterlijk 31 december 2018:
|
|
(b) |
uiterlijk 30 juni 2019: een besluit tussen Estland, Letland en Litouwen over het beheer van de gebouwde infrastructuur; |
|
(c) |
uiterlijk 31 december 2020:
|
|
(d) |
uiterlijk 31 december 2021:
|
|
(e) |
uiterlijk 31 december 2023:
|
|
(f) |
uiterlijk 31 december 2025:
|
Artikel 3
Governance
1. De voortgang van de in artikel 2 bedoelde activiteiten wordt minstens tweemaal per jaar besproken door de vertegenwoordigers van Estland, Letland, Litouwen, Polen en Finland in de intergouvernementele (ministeriële) Rail Baltica-taskforce, waartoe ook de Europese coördinator voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee en vertegenwoordigers van de Commissie behoren.
2. De Europese coördinator voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee, de vertegenwoordigers van de Commissie en de aangewezen vertegenwoordigers van Polen en Finland worden als waarnemers uitgenodigd op de vergaderingen van de raad van toezicht van RB Rail AS.
Artikel 4
Verslagen
Estland, Letland, Litouwen en Polen rapporteren minstens eenmaal per jaar aan de Commissie en de Europese coördinator voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee over de uitvoering van de in artikel 2 bedoelde activiteiten en melden alle eventuele vertragingen, de oorzaken daarvan en de getroffen corrigerende maatregelen. De lidstaten kunnen daartoe gebruikmaken van de inhoud van de jaarlijkse statusverslagen die moeten worden ingediend in het kader van de subsidieovereenkomsten van de Connecting Europe Facility.
Artikel 5
Evaluatie
De Commissie evalueert uiterlijk 31 december 2023 de activiteiten en het tijdschema als bedoeld in artikel 2, na raadpleging van Estland, Letland, Litouwen, Finland en Polen en met de hulp van de Europese coördinator voor de kernnetwerkcorridor Noordzee-Oostzee.
Artikel 6
Dit besluit is gericht tot de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Polen en de Republiek Finland.
Gedaan te Brussel, 26 oktober 2018.
Voor de Commissie
Violeta BULC
Lid van de Commissie
(1) PB L 348 van 20.12.2013, blz. 1.
(2) https://ec.europa.eu/transport/themes/infrastructure/north-sea-baltic_en
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/6 van de Commissie van 5 januari 2017 betreffende het Europees implementatieplan voor ERTMS (PB L 3 van 6.1.2017, blz. 6).