|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
61e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
20.2.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/252 VAN DE COMMISSIE
van 19 februari 2018
betreffende buitengewone marktondersteuningsmaatregelen voor de sector pluimvee in Frankrijk
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 220, lid 1, onder a),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Tussen 1 december 2016 en 30 juni 2017 heeft Frankrijk tal van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 bevestigd en gemeld. In totaal werden in Frankrijk 486 uitbraken bevestigd. De getroffen soorten zijn eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders, kwartels, en kuikens, kippen, haantjes, kapoenen, poulardes, jonge hennen en leghennen van de soort Gallus domesticus. |
|
(2) |
Frankrijk heeft onmiddellijk en op efficiënte wijze alle noodzakelijke diergezondheids- en veterinaire maatregelen genomen overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG van de Raad (2). |
|
(3) |
Met name heeft Frankrijk bestrijdings-, monitoring- en voorzorgsmaatregelen genomen en beschermings- en toezichtsgebieden (hierna „gereglementeerde gebieden” genoemd) ingesteld op grond van de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2017/247 (3), (EU) 2017/417 (4), (EU) 2017/554 (5), (EU) 2017/696 (6), (EU) 2017/780 (7) en (EU) 2017/1139 (8) van de Commissie. Om de verspreiding van de ziekte te beheersen en te voorkomen, heeft Frankrijk twee reeksen maatregelen opgelegd: de eerste reeks betreft beperkingen ten aanzien van verplaatsingen van vogels, een verbod op de plaatsing van vogels en verlengde stilleggingsperioden in pluimveebedrijven in de gereglementeerde gebieden die zijn ingesteld naar aanleiding van een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5; de tweede reeks maatregelen betreft de toepassing, in de eenden- en ganzenhouderijen die zich bevinden in de gereglementeerde gebieden die op 31 maart 2017 zijn ingesteld, van een verdere verlenging van de stilleggingsperioden en van een verbod op de plaatsing van vogels tot en met 28 mei 2017. |
|
(4) |
Door die maatregelen toe te passen, is Frankrijk erin geslaagd de ziekte in te dammen en uit te roeien. De uniale en nationale diergezondheids- en veterinaire maatregelen werden in alle betrokken bedrijven toegepast tot en met 29 september 2017. |
|
(5) |
Frankrijk heeft de Commissie ervan in kennis gesteld dat de noodzakelijke gezondheids- en veterinaire maatregelen die werden genomen om de ziekte in te dammen en uit te roeien, nadelig waren voor een zeer groot aantal marktdeelnemers en dat die marktdeelnemers inkomstenverliezen hebben geleden die niet in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Unie op grond van Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad (9). |
|
(6) |
Op 12 april, 3 augustus en 13 november 2017 heeft de Commissie van Frankrijk formele verzoeken op grond van artikel 220, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 ontvangen tot cofinanciering van bepaalde uitzonderlijke steunmaatregelen. |
|
(7) |
Als gevolg van de toegepaste diergezondheids- en veterinaire maatregelen werden de stilleggingsperioden verlengd, was de plaatsing van vogels verboden en werden verplaatsingen beperkt op alle soorten pluimveehouderijen in de gereglementeerde gebieden die waren ingesteld naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5. Het ging daarbij om de volgende soorten: eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders, kwartels, en kuikens, kippen, haantjes, kapoenen, poulardes, jonge hennen en leghennen van de soort Gallus domesticus. Dit heeft in deze bedrijven tot verliezen bij de productie van pluimvee geleid. Het is dan ook passend deze verliezen te compenseren. |
|
(8) |
Als gevolg van de toegepaste diergezondheids- en veterinaire maatregelen was het tot en met 28 mei 2017 verboden eenden en ganzen te plaatsen in alle bedrijven die zich in de gereglementeerde gebieden bevonden. Dit heeft geleid tot verliezen bij de productie van pluimveevlees in deze eenden- en ganzenbedrijven. Het is dan ook het passend deze verliezen te compenseren. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 220, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 cofinanciert de Unie 50 % van de uitgaven van Frankrijk voor de uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen. Na doorlichting van het verzoek van Frankrijk moet de Commissie de maximumhoeveelheden vaststellen die per uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregel in aanmerking komen voor financiering. |
|
(10) |
Om overcompensatie te voorkomen, moet het forfaitaire bedrag van de cofinanciering op technische en economische studies of boekhoudkundige documenten worden gebaseerd en worden vastgesteld op een niveau dat voor elk dier en product passend is naargelang van de categorie waartoe de geproduceerde dieren behoren, waarbij een onderscheid wordt gemaakt op basis van de soort, maar ook op basis van de productiemethode (standaardproductie, productie met vrije uitloop, productie die is gecertificeerd krachtens een nationale regeling, productie die is gecertificeerd krachtens de „Label Rouge”-regeling, of productie die onder een beschermde geografische aanduiding (BGA) valt) en tot slot op basis van de lengte van de productieketen, d.w.z. een lange productieketen voor producenten van pluimvee die alleen levende dieren produceren en een korte productieketen voor producenten van pluimvee die levende dieren produceren en op basis daarvan verwerkte producten maken. |
|
(11) |
Om het risico van dubbele financiering uit te sluiten, mogen de geleden verliezen niet zijn gecompenseerd door middel van staatssteun of via een verzekering en moet de cofinanciering van de Unie in het kader van deze verordening beperkt blijven tot subsidiabele dieren en producten waarvoor geen financiële bijdrage van de Unie is ontvangen in het kader van Verordening (EU) nr. 652/2014. |
|
(12) |
De reikwijdte en de duur van de uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen waarin deze verordening voorziet, moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de markt te ondersteunen. Met name mogen de buitengewone marktondersteuningsmaatregelen alleen van toepassing zijn op de productie van pluimvee in de bedrijven in de gereglementeerde gebieden en voor de duur van de diergezondsheids- en veterinaire maatregelen die in de wetgeving van de Unie en van Frankrijk zijn vastgesteld met betrekking tot de 486 uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza die zijn bevestigd tussen 1 december 2016 en 30 juni 2017, en met betrekking tot de gereglementeerde gebieden die op 31 maart 2017 zijn ingesteld. |
|
(13) |
Om voor de nodige flexibiliteit te zorgen in het geval dat de aantallen dieren die niet zijn geproduceerd en voor compensatie in aanmerking komen, verschillen van de in deze verordening vastgestelde maximale aantallen, die zijn gebaseerd op ramingen, kan de compensatie binnen bepaalde grenzen worden aangepast, zolang het maximale bedrag van door de Unie gecofinancierde uitgaven in acht wordt genomen. |
|
(14) |
Met het oog op een goed budgettair beheer van deze uitzonderlijke marktondersteuningsmaatregelen mogen enkel de betalingen die Frankrijk uiterlijk op 30 september 2018 aan de begunstigden heeft verricht, in aanmerking komen voor cofinanciering door de Unie. Artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (10) dient niet van toepassing te zijn. |
|
(15) |
Om de subsidiabiliteit en de juistheid van de betalingen te waarborgen, moet Frankrijk voorafgaande controles verrichten. |
|
(16) |
Frankrijk moet de Commissie van de goedkeuring van betalingen in kennis stellen, zodat de Unie haar financiële controles kan verrichten. |
|
(17) |
Om ervoor te zorgen dat Frankrijk de in deze verordening vastgestelde maatregelen onmiddellijk kan toepassen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(18) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De Unie cofinanciert 50 % van de uitgaven die Frankrijk heeft verricht voor de ondersteuning van de markt van pluimvee die ernstig werd getroffen door de 486 uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 die Frankrijk tussen 1 december 2016 en 30 juni 2017 heeft gedetecteerd en gemeld.
Artikel 2
Door Frankrijk gedane uitgaven komen slechts voor cofinanciering door de Unie in aanmerking:
|
a) |
voor de duur van de toepassing van de diergezondheids- en veterinaire maatregelen die zijn vastgesteld in de in de bijlage opgenomen wetgeving van de Unie en van Frankrijk; en |
|
b) |
voor de pluimveebedrijven die zijn onderworpen aan de diergezondheids- en veterinaire maatregelen en zich bevinden in de gebieden als bedoeld in de in de bijlage opgenomen wetgeving van de Unie en van Frankrijk („de gereglementeerde gebieden”); en |
|
c) |
indien zij uiterlijk op 30 september 2018 door Frankrijk aan de begunstigden zijn betaald. Artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 is niet van toepassing, en |
|
d) |
indien voor het dier of product, voor de onder a) bedoelde periode geen compensatie door middel van staatssteun of een verzekering is betaald en geen financiële bijdrage van de Unie in het kader van Verordening (EU) nr. 652/2014 is ontvangen. |
Artikel 3
1. De maximale cofinanciering van de Unie bedraagt 32 500 000 EUR, en wordt als volgt uitgesplitst:
|
a) |
Voor de verliezen bij de productie van ganzen en eenden in de gereglementeerde gebieden gelden de volgende forfaitaire bedragen per dier:
|
|
b) |
Voor de verliezen bij de productie van ander pluimvee dan eenden en ganzen in de gereglementeerde gebieden gelden de volgende forfaitaire bedragen per dier en per dag:
|
2. Wanneer het aantal dieren dat niet is geproduceerd en voor compensatie in aanmerking komt hoger is dan het maximale aantal dieren per post als bedoeld in lid 1, kunnen de voor cofinanciering door de Unie in aanmerking komende uitgaven worden aangepast per post en verder gaan dan de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van de maximale aantallen dieren per post, op voorwaarde dat het totale bedrag aan aanpassingen lager blijft dan 10 % van het in artikel 3, lid 1, bedoelde maximale niveau van de door de Unie gecofinancierde uitgaven.
Artikel 4
Frankrijk verricht de administratieve en fysieke controles overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad (11).
Frankrijk verifieert, met name:
|
a) |
of de indiener van de steunaanvraag in aanmerking komt voor steun; |
|
b) |
voor elke in aanmerking komende aanvrager: de subsidiabiliteit, de hoeveelheid en de waarde van het werkelijke productieverlies; |
|
c) |
of de in aanmerking komende aanvragers geen financiering uit andere bronnen hebben ontvangen om de in artikel 2 bedoelde verliezen te compenseren. |
Voor de in aanmerking komende aanvragers voor wie de administratieve controles zijn afgerond, kan de steun worden betaald zonder te wachten totdat alle controles zijn verricht, met name die welke zullen worden verricht bij aanvragers die voor een controle ter plaatse zijn geselecteerd.
In de gevallen waarin de subsidiabiliteit van een aanvrager niet wordt bevestigd, wordt de steun teruggevorderd en worden sancties toegepast.
Artikel 5
Frankrijk stelt de Commissie in kennis van de goedkeuring van de betalingen.
Artikel 6
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 19 februari 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.
(2) Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16).
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie van 9 februari 2017 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 36 van 11.2.2017, blz. 62).
(4) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/417 van de Commissie van 7 maart 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 63 van 9.3.2017, blz. 177).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/554 van de Commissie van donderdag 23 maart 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 79 van 24.3.2017, blz. 15).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 van de Commissie van dinsdag 11 april 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 101 van 13.4.2017, blz. 80).
(7) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/780 van de Commissie van 3 mei 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 116 van 5.5.2017, blz. 30).
(8) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1139 van de Commissie van 23 juni 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 164 van 27.6.2017, blz. 59).
(9) Verordening (EU) nr. 652/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad (PB L 189 van 27.6.2014, blz. 1).
(10) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18).
(11) Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).
BIJLAGE
Gereglementeerde gebieden en perioden als bedoeld in artikel 2
De delen van Frankrijk en de perioden die zijn vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG en zijn omschreven in:
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie van 9 februari 2017 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 36 van 11.2.2017, blz. 62). |
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/417 van de Commissie van 7 maart 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 63 van 9.3.2017, blz. 177). |
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/554 van de Commissie van 23 maart 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 79 van 24.3.2017, blz. 15). |
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 van de Commissie van 11 april 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 101 van 13.4.2017, blz. 80). |
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/780 van de Commissie van 3 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 116 van 5.5.2017, blz. 30). |
|
— |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1139 van de Commissie van 23 juni 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 164 van 27.6.2017, blz. 59). |
|
— |
Besluit van 31 maart 2017 tot vaststelling van aanvullende bepalingen ter preventie, monitoring en bestrijding van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde delen van het grondgebied (Staatsblad van de Franse Republiek van 2.4.2017, tekst 24 van 71). |
|
— |
Prefecturale besluiten houdende aangifte van besmetting betreffende de haarden van hoogpathogene vogelgriep die tussen 1 december 2016 en 30 juni 2017 zijn bevestigd. |
|
— |
Prefecturale besluiten tot intrekking van de aangifte van besmetting betreffende de haarden van hoogpathogene vogelgriep die tussen 1 december 2016 en 30 juni 2017 zijn bevestigd. |
BESLUITEN
|
20.2.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 46/9 |
BESLUIT (EU) 2018/253 VAN DE RAAD
van 15 februari 2018
tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds, over de vaststelling van besluiten met betrekking tot het reglement van orde van het Gemengd Comité en de vaststelling van de mandaten van de subcomités en werkgroepen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 37,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207 en artikel 212, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het gezamenlijke voorstel van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds (1) (de „overeenkomst”), werd op 5 oktober 2016 in Brussel ondertekend en wordt sinds 12 januari 2017 voorlopig toegepast. |
|
(2) |
Uit hoofde van artikel 53, lid 1, van de overeenkomst wordt een Gemengd Comité opgericht om de tenuitvoerlegging van de overeenkomst te vergemakkelijken (het „Gemengd Comité”). |
|
(3) |
Krachtens artikel 53, lid 4, van de overeenkomst moet het Gemengd Comité zijn eigen reglement van orde vaststellen en kan het subcomités en werkgroepen oprichten om specifieke kwesties te behandelen. |
|
(4) |
In artikel 53, lid 5, van de overeenkomst wordt bepaald dat het Gemengd Comité door de partijen gezamenlijk wordt voorgezeten. |
|
(5) |
Om de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst te waarborgen, moeten het reglement van orde en de mandaten van de subcomités en werkgroepen van het Gemengd Comité zo snel mogelijk worden vastgesteld. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité moet derhalve worden gebaseerd op de aangehechte ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie op de eerste vergadering van het Gemengd Comité in te nemen standpunt is gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerpbesluiten van het Gemengd Comité.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 15 februari 2018.
Voor de Raad
De voorzitter
K. VALCHEV
ONTWERP
BESLUIT Nr. 1/2018 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-NIEUW-ZEELAND
van …
tot vaststelling van zijn reglement van orde
HET GEMENGD COMITÉ,
Gezien de partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds (1) (hierna „de overeenkomst”), en met name artikel 53,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bepaalde onderdelen van de overeenkomst worden sinds 12 januari 2017 voorlopig toegepast. |
|
(2) |
Het Gemengd Comité moet derhalve zijn reglement van orde vaststellen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
|
1. |
Het reglement van orde van het Gemengd Comité, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld. |
|
2. |
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld. |
Gedaan te …,
Voor het Gemengd Comité
De medevoorzitters
BIJLAGE
Partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds
Reglement van orde van het gemengd comité
Taken en samenstelling
|
1. |
Het Gemengd Comité voert de in artikel 53 van de partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds („de overeenkomst”), omschreven taken uit. |
|
2. |
Het Gemengd Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen op het passende niveau. |
Voorzitter
|
3. |
De Gemengde Commissie wordt gezamenlijk voorgezeten door beide partijen. |
Vergaderingen
|
4. |
Het Gemengd Comité vergadert gewoonlijk eenmaal per jaar, tenzij de partijen anders overeenkomen. De vergaderingen van het Gemengd Comité worden bijeengeroepen door de medevoorzitters en vinden afwisselend plaats in Brussel en Wellington, op een datum die in onderling overleg is bepaald. Op verzoek van een van de partijen kunnen in onderling overleg buitengewone vergaderingen van het Gemengd Comité worden belegd. |
|
5. |
Het Gemengd Comité vergadert gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren, tenzij de partijen anders overeenkomen. |
Openbaarheid
|
6. |
Vergaderingen van het Gemengd Comité zijn niet openbaar, tenzij anders wordt besloten. |
Deelnemers
|
7. |
Vóór elke vergadering worden de medevoorzitters via de secretarissen in kennis gesteld van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van beide partijen. |
|
8. |
Indien nodig kunnen deskundigen of vertegenwoordigers van andere organen met toestemming van de partijen voor de vergaderingen van het Gemengd Comité worden uitgenodigd, als waarnemer of om informatie over een specifiek onderwerp te verstrekken. |
Secretarissen
|
9. |
Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse zaken en Handel van Nieuw-Zeeland treden gezamenlijk op als secretarissen van het Gemengd Comité. Alle mededelingen van en aan de medevoorzitters van het Gemengd Comité worden doorgestuurd naar de secretarissen. |
Agenda voor de vergaderingen
|
10. |
De medevoorzitters stellen voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Die wordt, samen met de nodige documenten, ten laatste 15 dagen vóór de start van de vergadering aan de partijen doorgestuurd. |
|
11. |
De voorlopige agenda bevat punten die ten laatste 21 dagen vóór de start van de vergadering aan de medevoorzitters werden voorgelegd. |
|
12. |
De definitieve agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Gemengd Comité goedgekeurd. Indien de partijen zulks overeenkomen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, als agendapunt worden opgenomen. |
|
13. |
Met instemming van de partijen kunnen de medevoorzitters de in de leden 11 en 12 bedoelde termijnen inkorten als dit vereist is. |
Notulen
|
14 |
De secretarissen stellen gezamenlijk van iedere vergadering ontwerpnotulen op, gewoonlijk binnen 30 kalenderdagen na afloop van de vergadering. De ontwerpnotulen zijn gebaseerd op een samenvatting door de medevoorzitters van de conclusies die het Gemengd Comité heeft getrokken. |
|
15. |
De ontwerpnotulen worden binnen 45 kalenderdagen na afloop van de vergadering of op een andere door de partijen overeengekomen datum door beide partijen goedgekeurd. Zodra overeenstemming is bereikt over de notulen, worden twee originelen ondertekend door de medevoorzitters en de secretarissen. Iedere partij krijgt een origineel. |
Besluiten en aanbevelingen
|
16. |
Het Gemengd Comité kan besluiten of aanbevelingen vaststellen. Deze krijgen de benaming „besluit” of „aanbeveling”, gevolgd door een volgnummer, de datum van vaststelling en een vermelding van het onderwerp ervan. In elk besluit wordt de datum van inwerkingtreding vermeld. |
|
17. |
De Gezamenlijke Raad neemt zijn besluiten en neemt zijn aanbevelingen aan in overeenstemming tussen de partijen, na voltooiing van de respectieve interne procedures. |
|
18. |
Het Gemengd Comité kan besluiten tot vaststelling van besluiten of aanbevelingen via een schriftelijke procedure. In deze gevallen bereiken de partijen overeenstemming over een termijn voor de duur van de procedure. Indien bij het verstrijken van deze termijn geen partij bezwaar heeft aangetekend tegen het voorgestelde besluit of de voorgestelde aanbeveling, verklaren de medevoorzitters van het Gemengd Comité dat het besluit of de aanbeveling in onderling overleg is goedgekeurd. |
|
19. |
De door het Gemengd Comité vastgestelde besluiten en aanbevelingen worden gewaarmerkt door twee door de medevoorzitters van het Gemengd Comité ondertekende originelen. |
|
20. |
De partijen kunnen beslissen om de besluiten en aanbevelingen van het Gemengd Comité op te nemen in hun respectieve publicatieblad. |
Correspondentie
|
21. |
De voor het Gemengde Comité bestemde correspondentie wordt gericht aan de secretaris van de partij waarvan de auteur van de correspondentie deel uitmaakt, die op zijn beurt de andere secretaris inlicht. |
|
22. |
De secretarissen zien erop toe dat de correspondentie die aan het Gemengd Comité is gericht, aan de medevoorzitters wordt doorgestuurd, en in voorkomend geval ook aan de andere leden, overeenkomstig lid 25. |
|
23. |
De correspondentie van de medevoorzitters wordt door het secretarissen naar de partijen gezonden en, in voorkomend geval, als in lid 25 bedoelde documenten verspreid. |
|
24. |
Correspondentie van en aan de medevoorzitters kan verlopen in welke schriftelijke vorm dan ook, inclusief e-mail. |
Documenten
|
25. |
Wanneer de beraadslagingen van het Gemengd Comité gebaseerd zijn op documenten, worden deze door de secretarissen genummerd en onder de leden verspreid. |
Onkosten
|
26. |
Elke partij draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met de deelname aan vergaderingen van het Gemengd Comité. |
|
27. |
Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de partij die als gastheer voor de vergadering optreedt. |
Subcomités en werkgroepen
|
28. |
Het Gemengd Comité kan besluiten om subcomités en werkgroepen op te richten om het Gemengd Comité te helpen zijn taken uit te voeren. |
|
29. |
Het Gemengd Comité kan besluiten door het Gemengd Comité opgerichte subcomités of werkgroepen op te heffen of het mandaat ervan te bepalen of te wijzigen. |
|
30. |
De subcomités en werkgroepen brengen na iedere vergadering bij het Gemengd Comité verslag uit. |
|
31. |
De werkgroepen hebben geen beslissingsrecht, maar kunnen aanbevelingen doen aan het Gemengd Comité. |
Wijziging van het reglement van orde
|
32. |
De partijen kunnen overeenkomen dit reglement van orde te wijzigen overeenkomstig de leden 16 tot en met 20. |
ONTWERP
BESLUIT Nr. 2/2018 VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-NIEUW-ZEELAND
van …
over de vaststelling van de mandaten van de subcomités en werkgroepen
HET GEMENGD COMITÉ,
Gezien de partnerschapsovereenkomst op het gebied van betrekkingen en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Nieuw-Zeeland, anderzijds (1) (hierna „de overeenkomst”), en met name artikel 53, en de leden 28 tot en met 31 van het reglement van orde van het Gemengd Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
Krachtens de leden 28 en 29 van zijn reglement van orde kan het Gemengd Comité subcomités en werkgroepen oprichten om het Comité te helpen bij het uitvoeren van zijn taken en hun mandaten bepalen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
|
1. |
De mandaten van de subcomités en werkgroepen van het Gemengd Comité zijn vervat in de bijlage. |
|
2. |
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld. |
Gedaan te …,
Voor het Gemengd Comité
De medevoorzitters
BIJLAGE
Mandaten van subcomités en werkgroepen
|
1. |
De subcomités en werkgroepen bespreken de uitvoering van de overeenkomst op hun respectieve werkterreinen, zoals voorgeschreven door het Gemengd Comité. Zij kunnen ook onderwerpen of specifieke projecten bespreken die verband houden met het relevante terrein van de bilaterale samenwerking. |
|
2. |
De subcomités en werkgroepen werken onder het gezag van het Gemengd Comité. Zij sturen hun notulen en aanbevelingen naar het Gemengd Comité binnen de door het Gemengd Comité vastgestelde termijnen. |
|
3. |
De subcomités en werkgroepen bestaan uit vertegenwoordigers van de partijen. |
|
4. |
De subcomités en werkgroepen kunnen deskundigen voor hun vergaderingen uitnodigen en deze raadplegen met betrekking tot specifieke punten op de agenda. |
|
5. |
De subcomités en werkgroepen worden gezamenlijk voorgezeten door beide partijen voorgezeten. |
|
6. |
Elk subcomité en elke werkgroep hebben als secretarissen een vertegenwoordiger van elke partij Deze vertegenwoordigers treden gezamenlijk op. De secretarissen hebben dezelfde functies als de secretarissen van het Gemengd Comité. |
|
7. |
De subcomités en werkgroepen komen ten minste even vaak bijeen als voorgeschreven door het Gemengd Comité. Op verzoek van een van de partijen kunnen in onderling overleg buitengewone vergaderingen worden belegd. De vergaderingen worden gehouden op een door de partijen overeengekomen plaats en datum. |
|
8. |
De subcomités en de werkgroepen handelen in overeenstemming met het reglement van orde van het Gemengd Comité wat betreft agenda's, notulen, aanbevelingen, briefwisseling, documenten en uitgaven, tenzij door het Gemengd Comité anders is bepaald. |
|
9. |
Tenzij de partijen anders besluiten, zijn de vergaderingen niet openbaar. |