ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 45

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

61e jaargang
17 februari 2018


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/230 van de Commissie van 16 februari 2018 tot verlening van de in artikel 99 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde bescherming aan de naam Monor, Monori (BOB)

1

 

*

Verordening (EU) 2018/231 van de Europese Centrale Bank van 26 januari 2018 voor wat betreft statistische rapportagevereisten voor pensioenfondsen (ECB/2018/2)

3

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/232 van de Commissie van 15 februari 2018 betreffende de verlenging van de maatregel die België heeft getroffen voor het op de markt aanbieden en het gebruik van de biociden VectoMax G en Aqua-K-Othrine overeenkomstig artikel 55, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 759)

31

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/233 van de Commissie van 15 februari 2018 tot wijziging van Besluit 2011/163/EU tot goedkeuring van de door derde landen ingediende plannen overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG van de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 818)  ( 1 )

33

 

 

AANBEVELINGEN

 

*

Aanbeveling (EU) 2018/234 van de Commissie van 14 februari 2018 over het bevorderen van het Europese karakter en het efficiënte verloop van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019

40

 

 

HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

 

*

Besluit nr. 1/2017 van het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling EU-Oekraïne van 30 mei 2017 tot vaststelling van zijn reglement van orde [2018/235]

44

 

 

INTERINSTITUTIONELE AKKOORDEN

 

*

Akkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie tot wijziging van punt 4 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie

46

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/230 VAN DE COMMISSIE

van 16 februari 2018

tot verlening van de in artikel 99 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde bescherming aan de naam „Monor, Monori” (BOB)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1), en met name artikel 99,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 97, leden 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 heeft de Commissie de aanvraag van Hongarije tot registratie van de naam „Monor, Monori” onderzocht en in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt (2).

(2)

Bij de Commissie zijn geen bezwaren ingediend overeenkomstig artikel 98 van Verordening (EU) nr. 1308/2013.

(3)

De naam „Monor, Monori” moet overeenkomstig artikel 99 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 worden beschermd en moet worden ingeschreven in het in artikel 104 van die verordening bedoelde register.

(4)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De naam „Monor, Monori” (BOB) wordt beschermd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 februari 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB C 329 van 30.9.2017, blz. 4.


17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/3


VERORDENING (EU) 2018/231 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 26 januari 2018

voor wat betreft statistische rapportagevereisten voor pensioenfondsen (ECB/2018/2)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 5,

Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (1), en met name artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4,

Gezien het advies van de Europese Commissie (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat ter vervulling van haar rapportagevereisten de Europese Centrale Bank („ECB”), bijgestaan door de nationale centrale banken („NCB's”), bevoegd is tot het verzamelen van statistische gegevens binnen de grenzen van de referentiepopulatie van informatieplichtigen en van hetgeen nodig is om de taken van het Europees Stelsel van centrale banken („ESCB”) uit te voeren. Uit artikel 2, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 2533/98 volgt dat pensioenfondsen („PF's”) deel uitmaken van de referentiepopulatie van informatieplichtigen voor de vervulling van de rapportagevereisten van de ECB inzake onder meer monetaire en financiële statistieken. De ECB is ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2533/98 gehouden om uit de referentiegroep van informatieplichtigen de feitelijke populatie van informatieplichtigen te bepalen, en is gerechtigd om bepaalde categorieën informatieplichtigen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van hun statistische rapportageverplichtingen.

(2)

Het opleggen van statistische rapportageverplichtingen aan PF's beoogt de ECB te voorzien van adequate statistieken betreffende de financiële werkzaamheden van de subsector PF in de als één economisch gebied beschouwde lidstaten die de euro als munt hebben (hierna „de eurogebiedlidstaten” genoemd). Het verzamelen van statistische gegevens betreffende PF's is noodzakelijk om in reguliere en ad hoc analytische behoeftes te voorzien om de ECB te ondersteunen bij de uitvoering van monetaire en financiële analyses, en opdat het ESCB kan bijdragen aan de stabiliteit van het financiële stelsel.

(3)

NCB's moeten bevoegd zijn om bij de feitelijke populatie van informatieplichtigen de vereiste gegevens betreffende PF's te verzamelen en te verifiëren, zulks als deel van een breder kader voor statistische rapportage, mits de naleving van de statistische rapportagevereisten van de ECB niet in gevaar wordt gebracht. In dergelijke gevallen is het aangewezen transparantie te waarborgen door de informatieplichtigen te informeren over de uiteenlopende statistische doeleinden waarvoor de gegevens verzameld worden. Om de rapportagelast voor PF's te beperken, moeten de NCB's bevoegd zijn om hun rapportagevereisten uit hoofde van deze verordening te combineren met hun rapportagevereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1011/2012 van de Europese Centrale Bank (ECB/2012/24) (3).

(4)

Bovendien, om de rapportagelast voor PF's te minimaliseren, moeten NCB's bevoegd zijn de noodzakelijke informatie inzake PF's te verzamelen via de betreffende nationale bevoegde autoriteit (NBA) die reeds gegevens inzake PF's verzamelt, zulks overeenkomstig lokale samenwerkingsregelingen.

(5)

Het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (hierna „het ESR 2010” genoemd), dat werd ingevoerd door Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4), vereist dat de activa en passiva van institutionele eenheden worden gerapporteerd in het land van vestiging.

(6)

De normen voor de bescherming en het gebruik van vertrouwelijke statistische gegevens, zoals vastgelegd in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2533/98, moeten van toepassing zijn op de verzameling van statistische gegevens uit hoofde van deze verordening.

(7)

Toegegeven zij enerzijds dat krachtens artikel 34.1 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna „de ESCB-statuten” genoemd) aangenomen verordeningen geen rechten toekennen noch verplichtingen opleggen aan niet-eurogebiedlidstaten; anderzijds geldt artikel 5 van de ESCB-statuten voor eurogebiedlidstaten en voor niet-eurogebiedlidstaten. Artikel 5 van de ESCB-statuten, samen met artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, houdt de verplichting in om op nationaal niveau alle maatregelen te nemen en uit te voeren die de niet-eurogebiedlidstaten dienstig achten voor de verzameling van de statistische gegevens om te voldoen aan de statistische rapportagevereisten van de ECB, en tijdig op statistisch vlak voorbereidingen te treffen opdat zij eurogebiedlidstaten kunnen worden.

(8)

Hoewel deze verordening zich in de eerste plaats richt tot PF's, zouden volledige gegevens over de activa van PF's niet direct bij PF's beschikbaar kunnen zijn, en de betreffende NCB kan derhalve pensioenbeheerders in de feitelijke populatie van informatieplichtigen opnemen.

(9)

Artikel 7, lid 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98 bepaalt dat de ECB bevoegd is sancties op te leggen aan informatieplichtigen die niet voldoen aan de in ECB-verordeningen of -besluiten vastgelegde statistische rapportagevereisten.

(10)

Uiterlijk in 2022 moet de Raad van bestuur de voordelen en de kosten vaststellen van: a) een inkorting voor de gegevenstransmissie inzake activa door informatieplichtigen tot vijf weken volgende op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben, en b) een uitbreiding van de reikwijdte van statistische rapportagevereisten om leninggewijze rapportage door PF's te bestrijken, er rekening mee houdend dat de economische betekenis van door deze sector verstrekte leningen toeneemt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Definities

In deze verordening wordt bedoeld met:

1.   „pensioenfonds” (subsector S.129 van ESR 2010): een financiële vennootschap of quasivennootschap die zich hoofdzakelijk bezighoudt met financiële intermediatie als gevolg van het poolen van sociale risico's en behoeften van verzekerden (sociale verzekering). Een pensioenfonds als socialeverzekeringsregeling verschaft een inkomen aan gepensioneerden en kan uitkeren bij overlijden en invaliditeit.

De volgende ondernemingen vallen niet onder deze definitie:

a)

beleggingsfondsen (BF's) zoals bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/38) (5);

b)

lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten zoals bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/40) (6);

c)

monetaire financiële instellingen (MFI's) zoals vastgelegd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank (ECB/2013/33) (7);

d)

verzekeringsinstellingen (IC's) zoals bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1374/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/50) (8);

e)

niet-zelfstandige pensioenfondsen die geen institutionele eenheden zijn en onderdeel blijven van de institutionele eenheid die deze pensioenfondsen heeft opgericht;

f)

socialezekerheidsfondsen zoals bedoeld in punt 2.117 van ESR 2010;

2.   „informatieplichtige”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98;

3.   „ingezetene”: heeft dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98. Binnen de context van deze verordening, en bij gebreke van een fysieke dimensie van een juridische entiteit, wordt het ingezetenschap ervan bepaald door het economisch gebied krachtens welk recht de entiteit rechtspersoonlijkheid heeft. Als de entiteit geen rechtspersoonlijkheid heeft, bepaalt de wettelijke woonplaats het ingezetenschap, namelijk het land waarvan het rechtssysteem de oprichting en het verdere bestaan van de entiteit beheerst;

4.   „desbetreffende NCB”: de NCB van een eurogebiedlidstaat waarin de PF en/of de pensioenbeheerder ingezeten is;

5.   „desbetreffende NBA”: de NBA van de eurogebiedlidstaat waarin de PF en/of de pensioenbeheerder ingezeten is;

6.   „pensioenbeheerder”: heeft dezelfde betekenis zoals bedoeld in punt 5.185 van de ESR 2010;

7.   „effectgewijze gegevens”: gegevens uitgesplitst naar afzonderlijke effecten;

8.   „paargewijze gegevens”: gegevens uitgesplitst naar afzonderlijke activa of passiva;

9.   „geaggregeerde gegevens”: gegevens die niet zijn uitgesplitst naar afzonderlijke activa of passiva;

10.   „financiële transactie”: een transactie die voortvloeit uit het creëren, liquideren of wijzigen van eigendom van financiële activa of passiva, zoals nader bepaald in deel 5 van bijlage II;

11.   „herwaarderingsaanpassingen”: wijzigingen van de waardering van activa en passiva die voortvloeien uit wijzigingen in de prijs van activa en passiva en/of het effect van wisselkoersen op de in euro uitgedrukte waarde van activa en passiva die luiden in een vreemde valuta, zoals nader bepaald in deel 5 van bijlage II.

Artikel 2

Feitelijke populatie van informatieplichtigen

1.   De feitelijke populatie van informatieplichtigen bestaat uit de PF's die ingezeten zijn in de eurogebiedlidstaten.

2.   Op de PF's in de feitelijke populatie van informatieplichtigen zijn volledige rapportagevereisten van toepassing, tenzij een op grond van artikel 7 verleende vrijstelling van toepassing is.

3.   Onverminderd paragraaf 1, voor de verzameling van gegevens inzake de activa en passiva van PF's overeenkomstig deel 3 van bijlage I, kan de betreffende NCB besluiten dat de feitelijke populatie van informatieplichtigen in haar lidstaat ingezeten afzonderlijke pensioenbeheerders omvat. In die gevallen kan die NCB een vrijstelling verlenen aan een PF dat gekoppeld is aan een pensioenbeheerder die deel uitmaakt van de feitelijke populatie van informatieplichtigen, mits die overeenkomstig deel 3 van bijlage I vereiste statistische gegevens worden verzameld bij de respectieve pensioenbeheerder of andere beschikbare bronnen. De NCB's controleren op gepaste tijden of aan deze voorwaarde is voldaan om in overeenstemming met de ECB indien nodig een vrijstelling te verlenen of in te trekken, zulks vanaf het begin van het volgende kalenderjaar.

Artikel 3

Lijst van PF's voor statistische doeleinden

1.   De ECB-directie stelt voor statistische doeleinden een lijst van PF's en pensioenbeheerders op en houdt deze bij, die de feitelijke populatie van informatieplichtigen vormen waarop deze verordening van toepassing is. Indien dergelijke lijsten beschikbaar zijn, kan de lijst gebaseerd zijn op lijsten van PF's die nationale autoriteiten thans opstellen, aangevuld met andere PF's en pensioenbeheerders die onder de definitie van PF en pensioenbeheerder van artikel 1 vallen.

2.   De NCB's en de ECB stellen deze lijst en de herzieningen ervan op passende wijze ter beschikking, o.a. elektronisch, via het internet of, op verzoek van de betreffende informatieplichtigen, in gedrukte vorm.

3.   Indien de meest recente elektronische versie van de in lid 2 bedoelde lijst onjuist is, legt de ECB geen sancties op aan een informatieplichtige die niet naar behoren aan zijn rapportageverplichtingen heeft voldaan voor zover de desbetreffende informatieplichtige te goeder trouw afging op de onjuiste lijst.

Artikel 4

Statistische rapportagevereisten

1.   De informatieplichtigen verstrekken de betreffende NCB direct, of indirect via de betreffende NBA, op grond van lokale samenwerkingsregelingen, en overeenkomstig bijlagen I en II:

a)

op kwartaalbasis, kwartaalultimostandengegevens inzake de activa van PF's, en overeenkomstig artikel 5 driemaandelijkse herwaarderingsaanpassingen of financiële transacties aangaande activa, indien van toepassing;

b)

op jaarbasis, minstens jaarultimostandengegevens inzake passiva van PF's, en overeenkomstig artikel 5 jaarlijkse herwaarderingsaanpassingen of financiële transacties aangaande passiva, indien van toepassing;

c)

op jaarbasis, jaarultimogegevens inzake het aantal deelnemers aan pensioenregelingen, uitgesplitst naar bijdragende deelnemers, niet meer bijdragende deelnemers met uitgestelde pensioenrechten en gepensioneerde deelnemers.

2.   NCB's leiden driemaandelijkse ramingen voor passiva van PF's af op basis van gegevens die de informatieplichtigen krachtens artikel 4, lid 1, onder b), jaarlijks verstrekt hebben.

3.   NCB's stellen informatieplichtigen in kennis van de uiteenlopende doeleinden waarvoor hun gegevens worden verzameld.

4.   Om de rapportagelast voor PF's te beperken, moeten de NCB's gemachtigd worden om hun rapportagevereisten uit hoofde van deze verordening te combineren met hun rapportagevereisten uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1011/2012 (ECB/2012/24).

5.   Indien de betreffende NCB niet heeft besloten om een pensioenbeheerder op te nemen in de feitelijke populatie van informatieplichtigen krachtens artikel 2, lid 3, verstrekt de respectieve pensioenbeheerder, die gegevens aanhoudt die uit hoofde van artikel 4, leden 1 en 2, en artikel 5, lid 1, onder a), gerapporteerd moeten worden, die gegevens tijdig aan het PF opdat het PF overeenkomstig artikel 8 kan voldoen aan zijn statistische rapportageverplichtingen. Indien het PF niet aan zijn statistische rapportageverplichtingen voldoet omdat de pensioenbeheerder die gegevens niet aan het PF verstrekt, moet de NCB overeenkomstig artikel 2, lid 3, besluiten de pensioenbeheerder op te nemen in de feitelijke populatie van informatieplichtigen.

Artikel 5

Herwaarderingsaanpassingen en financiële transacties

1.   Gegevens inzake herwaarderingsaanpassingen en financiële transacties worden als volgt verkregen:

a)

overeenkomstig de instructies van de desbetreffende NCB rapporteren de informatieplichtigen herwaarderingsaanpassingen of financiële transacties voor de op een geaggregeerde basis gerapporteerde gegevens;

b)

NCB's leiden ramingen van de waarde van de effectentransacties af uit effectgewijze gegevens of verzamelen die transactiegegevens direct bij informatieplichtigen op effectgewijze basis. NCB's kunnen een gelijkaardige benadering volgen voor andere activa dan effecten wanneer zij paargewijze gegevens verzamelen;

c)

in geval van door PF's uitgegeven pensioenrechten worden ramingen van de waarde van financiële transacties afgeleid door:

i)

informatieplichtigen overeenkomstig de betrokken NCB-richtsnoeren, gebaseerd op gemeenschappelijke beste praktijken die vastgesteld kunnen worden op eurogebiedniveau, of

ii)

door de betreffende NCB, gebaseerd op door PF's verstrekte gegevens.

2.   Nadere richtsnoeren betreffende de samenstelling van herwaarderingsaanpassingen of financiële transacties zijn opgenomen in bijlage II.

Artikel 6

Regels van financiële administratie

1.   Tenzij anders bepaald in deze verordening, zijn de door PF's voor rapportage uit hoofde van deze verordening gevolgde regels van financiële administratie de regels die zijn vastgelegd in de betrokken nationale wetgeving ter implementatie van Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad (9), of in andere nationale of internationale op de PF's van toepassing zijnde normen op basis van door NCB's verstrekte instructies.

2.   Afschrijvingen en afwaarderingen zoals bepaald door de betreffende administratieve verantwoordings- en verslagleggingsmethoden, vallen niet onder de uitstaande hoofdsom van leningen en worden afzonderlijk gerapporteerd.

3.   Onverminderd de actuele administratieve praktijken en salderingsregelingen in de eurogebiedlidstaten worden alle financiële activa en passiva voor statistische doeleinden op een brutobasis gerapporteerd.

Artikel 7

Vrijstellingen

1.   Aan kleine PF's kunnen als volgt vrijstellingen worden verleend:

a)

NCB's kunnen in termen van totale activa de kleinste PF's vrijstellingen verlenen, mits de PF's die bijdragen aan de opstelling van de geaggregeerde kwartaalbalans in de betrokken eurogebiedlidstaat ten minste 85 % uitmaken van de totale activa van in de betrokken eurogebiedlidstaat ingezeten PF's;

b)

behoudens artikel 13 kunnen NCB's aan de kleinste PF's vrijstellingen verlenen indien het geaggregeerde kwartaaltotaal van de activa van de PF minder dan 25 miljoen EUR bedraagt, dan wel het PF minder dan honderd deelnemers heeft, zulks gebaseerd op de laatste indiening van jaargegevens, dan wel, voor de eerste rapportage, op basis van gegevens voor 2018 die bij de betreffende NCB of NBA beschikbaar zijn. De betreffende NCB verzekert dat de PF's die bijdragen aan de geaggregeerde kwartaalbalans in de betrokken eurogebiedlidstaat ten minste 80 % uitmaken van de totale activa van in de betrokken eurogebiedlidstaat ingezeten PF's;

c)

een PF waaraan uit hoofde van het bepaalde onder a) of b) een vrijstelling van de rapportagevereisten van artikel 4 is verleend, voldoet desalniettemin op jaarbasis aan de rapportagevereisten in artikel 4, lid 1, onder a), mits de PF's die bijdragen aan de opstelling van de geaggregeerde jaarbalans, ten minste 95 % uitmaken van de totale activa van in de betrokken eurogebiedlidstaat ingezeten PF's;

d)

een PF waaraan uit hoofde van het bepaalde onder a) of b) een vrijstelling is verleend, rapporteert op jaarbasis minstens totale activa uitgesplitst naar schuldbewijzen, deelnemingen, aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen en overige vorderingen/schulden;

e)

ee NCB's gaan jaarlijks na of tijdig aan de onder a) tot en met c) uiteengezette voorwaarden wordt voldaan om met ingang van het begin van het tweede opeenvolgende kalenderjaar een vrijstelling te verlenen of, indien nodig, in te trekken.

2.   De PF's kunnen afzien van vrijstellingen, maar in plaats daarvan de volledige in artikel 4 bepaalde statistische rapportageverplichtingen nakomen. Indien een PF daarvoor opteert, verkrijgt de PF instemming van de betreffende NCB, vooraleer het PF gebruikmaakt van de vrijstelling.

Artikel 8

Tijdigheid

1.   Informatieplichtigen verzenden aan de betreffende NCB of NBA, dan wel aan beiden, overeenkomstig lokale samenwerkingsregelingen de vereiste kwartaalgegevens, uiterlijk tien weken volgende op het einde van het kwartaal waarop de gegevens betrekking hebben. Deze uiterste termijn wordt daarna per jaar met één week vervroegd en bedraagt voor 2022 zeven weken.

2.   Informatieplichtigen verzenden aan de betreffende NCB of NBA, dan wel aan beiden, overeenkomstig lokale samenwerkingsregelingen de vereiste jaargegevens, uiterlijk twintig weken volgende op het einde van het jaar waarop de gegevens betrekking hebben. Deze uiterste termijn wordt daarna per jaar met twee weken vervroegd en bedraagt voor 2022 14 weken.

Artikel 9

Minimumnormen en nationale rapportageprocedures

1.   Informatieplichtigen voldoen aan de op hen toepasselijke statistische rapportageverplichtingen, in overeenstemming met de minimumnormen voor de transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen, zoals vastgelegd in bijlage III.

2.   De NCB's definiëren de door de feitelijke populatie van informatieplichtigen te volgen rapportageprocedures en passen deze toe. De NCB's verzekeren dat deze rapportageprocedures de vereiste statistische gegevens opleveren en een nauwkeurige controle mogelijk maken van de naleving van de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen, zoals vastgelegd in bijlage III.

Artikel 10

Fusies, splitsingen en reorganisaties

In geval van een fusie, splitsing of reorganisatie die de naleving van statistische verplichtingen kan beïnvloeden, stelt elke betrokken informatieplichtige, zodra het voornemen tot het uitvoeren van een dergelijke transactie openbaar geworden is en tijdig voor de effectuering ervan, de desbetreffende NCB, direct of via de betreffende NBA in overeenstemming met lokale samenwerkingsregelingen, in kennis van de voorgenomen procedures ter nakoming van de in deze verordening neergelegde statistische rapportageverplichtingen.

Artikel 11

Verificatie en gedwongen verzameling

De NCB's oefenen het recht uit tot verificatie of gedwongen verzameling van de gegevens die informatieplichtigen krachtens deze verordening verstrekken, onverminderd het recht van de ECB om deze rechten zelf uit te oefenen. De NCB's oefenen dit recht met name uit wanneer een instelling die onderdeel uitmaakt van de feitelijke populatie van informatieplichtigen, niet voldoet aan de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen, zoals gespecificeerd in bijlage III.

Artikel 12

Eerste rapportage

1.   De eerste rapportage gaat van start met activakwartaalgegevens voor het derde kwartaal van 2019 en passivajaar- en ledengegevens voor 2019. Deze gegevens worden overeenkomstig artikel 8 gerapporteerd.

2.   De in artikel 7, lid 1, onder c) en d), bedoelde PF's rapporteren uiterlijk eind 2019 voor het referentiejaar 2018 overeenkomstig deze bepalingen activajaargegevens overeenkomstig die bepalingen.

3.   Om overeenkomstig artikel 4, lid 2, voor 2019 kwartaalramingen voor passiva van PF's af te leiden, gebruiken NCB's de bij de betrokken NCB of NBA beschikbare passivajaargegevens voor 2018.

Artikel 13

Overgangsbepalingen

Indien een NCB overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), een vrijstelling verleent, verzekert de betrokken NCB dat de PF's die bijdragen aan de driemaandelijkse geaggregeerde balans, voor de eerste rapportage, en uiterlijk op de datum waarop informatieplichtigen krachtens artikel 8 kwartaal- en jaargegevens voor 2022 moeten verzenden, ten minste 75 % uitmaken van de totale activa van PF's die zijn ingezeten in de betrokken eurogebiedlidstaat.

Artikel 14

Slotbepalingen

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Frankfurt am Main, 26 januari 2018.

Namens de Raad van bestuur van de ECB

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)   PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

(2)  Advies van 26 september 2017.

(3)  Verordening (EU) nr. 1011/2012 van de Europese Centrale Bank van 17 oktober 2012 betreffende statistieken inzake aangehouden effecten (ECB/2012/24) (PB L 305 van 1.11.2012, blz. 6).

(4)  Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 1073/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (ECB/2013/38) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 73).

(6)  Verordening (EU) nr. 1075/2013 van de Europese Centrale Bank van 18 oktober 2013 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (ECB/2013/40) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 107).

(7)  Verordening (EU) nr. 1071/2013 van de Europese Centrale Bank van 24 september 2013 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2013/33) (PB L 297 van 7.11.2013, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) nr. 1374/2014 van de Europese Centrale Bank van 28 november 2014 betreffende statistische rapportagevereisten voor verzekeringsinstellingen (ECB/2014/50) (PB L 366 van 20.12.2014, blz. 36).

(9)  Richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (PB L 235 van 23.9.2003, blz. 10).


BIJLAGE I

STATISTISCHE RAPPORTAGEVEREISTEN

DEEL 1

Algemene statistische rapportagevereisten

1.

De feitelijke populatie van informatieplichtigen moet op kwartaalbasis de volgende statistische gegevens verstrekken:

a)

effectgewijze gegevens voor effecten met ISIN-codes;

b)

gegevens inzake effecten zonder ISIN-codes, hetzij effectgewijs, hetzij geaggregeerd, uitgesplitst naar instrument-/looptijdcategorieën en tegenpartijen;

c)

gegevens inzake activa, met uitzondering van effecten, hetzij paargewijs, hetzij geaggregeerd, uitgesplitst naar instrument-/looptijdcategorieën en tegenpartijen.

2.

De geaggregeerde gegevens moeten worden verstrekt in termen van standen, en overeenkomstig de instructies van de betreffende nationale centrale bank (NCB) in termen van: a) herwaarderingen ten gevolge van prijs- en wisselkoerswijzigingen, ofwel b) financiële transacties.

3.

Bovendien moeten in een eurogebiedlidstaat ingezeten pensioenfondsen (PF's) op jaarbasis gegevens inzake passiva verstrekken zoals bepaald in bijlage II.

4.

De effectgewijze aan de betreffende NCB te verstrekken gegevens zijn vastgelegd in tabel 2.1 voor effecten met een ISIN-code en in tabel 2.2 voor effecten zonder een ISIN-code. De geaggregeerde driemaandelijkse statistische rapportagevereisten voor standen en voor herwaarderingen ten gevolge van prijs- en wisselkoerswijzigingen of financiële transacties zijn in tabellen 1a en 1c vastgelegd. De geaggregeerde jaarlijkse statistische rapportagevereisten voor standen en voor herwaarderingen ten gevolge van prijs- en wisselkoerswijzigingen of financiële transacties zijn in tabel 1b vastgelegd. De te verstrekken jaargegevens aangaande het aantal deelnemers aan pensioenregelingen zijn in tabel 3 vastgelegd.

DEEL 2

Pensioenfondsvoorzieningen

1.

Binnen het kader van pensioenfondsvoorzieningen, voor de hierna genoemde jaarlijkse rapportagevereisten, moeten informatieplichtigen ramingen afleiden indien de gegevens niet direct vastgesteld kunnen worden, zulks overeenkomstig het betrokken NCB-richtsnoer, gebaseerd op gemeenschappelijke beste praktijken die vastgesteld kunnen worden op eurogebiedniveau:

pensioenrechten uitgesplitst naar toegezegdepremie- en toegezegde-uitkeringregelingen;

herwaarderingsaanpassingen (waaronder wisselkoersaanpassingen) of financiële transacties voor alle in tabel 1b getoonde vereiste uitsplitsingen.

2.

NCB's leiden kwartaalramingen af gebaseerd op door informatieplichtigen op jaarbasis verstrekte gegevens.

DEEL 3

Rapportagetabellen

Tabel 1a

ACTIVA

Standen en herwaarderingsaanpassingen (waaronder wisselkoers aanpassingen) of financiële transacties

Driemaandelijks te verschaffen gegevens

 

Totaal

Binnenlands/Eurogebiedlidstaten m.u.v. binnenlands (totaal)

Buitenland (totaal)

 

MFI's (S.121 + 122)

Niet-MFI's - totaal

 

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen (S.124)

Overige financiële intermediairs (S.125), financiële hulpbedrijven (S.126), financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (S.11)

Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15)

ACTIVA (totaal)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

Chartaal geld en deposito's (ESR 2010: F.21, F.22 and F.29)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Girale deposito's (ESR 2010: F.22)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2

Schuldbewijzen (ESR 2010: F.3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één en tot en met twee jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan twee jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3

Leningen (ESR 2010: F.4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één en tot en met vijf jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan vijf jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4

Deelnemingen (ESR 2010: F.51)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen (ESR 2010: F.52)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in geldmarktfondsen (ESR 2010: F.521)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen (ESR 2010: F.522

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w obligatiefondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w aandelenfondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w gemengde fondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w onroerendgoedfondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w hedgefondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige fondsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6

Voorzieningen van de pensioenfondsen (ESR 2010: F. 6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders (ESR 2010: F.64)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w herverzekeringsaanspraken (F.61)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

7

Financiële derivaten (ESR 2010: F.7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8

Overige vorderingen/schulden (ESR 2010: F.8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9.

Niet-financiële activa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tabel 1b

PASSIVA

Standen en herwaarderingsaanpassingen (waaronder wisselkoersaanpassingen) of financiële transacties

Op jaarbasis te verschaffen gegevens  (1)

 

Totaal

Binnenlands/Eurogebiedlidstaten m.u.v. binnenlands (totaal)

Buitenland (totaal)

 

MFI's (S.121 + 122)

Niet-MFI's - totaal

 

Overheid (S.13)

Overige ingezetenen

Totaal

Beleggingsfondsen m.u.v. geldmarktfondsen (S.124)

Overige financiële intermediairs (S.125), financiële hulpbedrijven (S.126), financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (S.11)

Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15) (4)

PASSIVA (totaal)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10

Ontvangen leningen (ESR 2010: F.4)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar en tot en met vijf jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan vijf jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11

Uitgegeven schuldbewijzen (ESR 2010) F.3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

12

Deelnemingen (ESR 2010: F.5, F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13

Technische voorzieningen (ESR 2010: F.6)  (2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13.1

Pensioenrechten (ESR 2010: F.63)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w toegezegdepremieregelingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w toegezegde-uitkeringsregelingen (3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13.2

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders (ESR 2010: F.64)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13.3

Rechten op niet-pensioenuitkeringen (ESR 2010: F.65)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14

Financiële derivaten (ESR 2010: F.71)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15

Overige vorderingen/schulden (ESR 2010: F.8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16

Vermogenssaldo (ESR 2010: B.90)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 1c

UITSPLITSING NAAR LAND

Standen en herwaarderingsaanpassingen (waaronder wisselkoersaanpassingen) of financiële transacties

Driemaandelijks te verstrekken activagegevens en op jaarbasis te verstrekken passivagegevens  (5)

 

Overige eurogebiedingezetenen (m.u.v. binnenlands)

 

BE

DE

EE

IE

EL

ES

FR

IT

CY

LV

LT

LU

MT

NL

AT

PT

SI

SK

FI

ACTIVA (totaal)

Chartaal geld en deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schuldbewijzen (ESR 2010: F.3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door niet-MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige ingezetenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deelnemingen (ESR 2010: F.51)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door niet-MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige ingezetenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen (ESR 2010: F.52)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PASSIVA (totaal)

Pensioenrechten (ESR 2010: F. 63)  (6)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Niet-deelnemende lidstaten

 

BG

CZ

DK

HR

HU

PL

RO

SE

UK

ACTIVA (totaal)

Chartaal geld en deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schuldbewijzen (ESR 2010: F.3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door niet-MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige ingezetenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deelnemingen (ESR 2010: F.51)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitgegeven door niet-MFI's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overheid

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige ingezetenen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen (ESR 2010: F.52)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PASSIVA (totaal)

Pensioenrechten (ESR 2010: F.63)  (7)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Belangrijkste tegenpartijen buiten de EU

 

Brazilië

Canada

China

Hongkong

India

Japan

Rusland

Zwitserland

US

EU-instellingen

Overige internationale organisaties

Offshore financiële centra (als een groep)

ACTIVA (totaal)

Chartaal geld en deposito's

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schuldbewijzen (ESR 2010: F.3)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot en met één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

langer dan één jaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deelnemingen (ESR 2010: F.51)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F.511)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (ESR 2010: F. 512)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

o/w overige deelnemingen (ESR 2010: F.519)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen (ESR 2010: F.52)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PASSIVA (totaal)

Pensioenrechten (ESR 2010: F.63)  (8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 2

Vereiste effectgewijze gegevens

Gegevens voor de velden in tabellen 2.1 en 2.2 moeten worden gerapporteerd voor ieder effect dat onder de categorieën „schuldbewijzen”, „deelnemingen” en „aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen” wordt ingedeeld (zoals bepaald in bijlage II, deel 1, tabel A). Enerzijds verwijst tabel 2.1 naar effecten met een ISIN-code, tabel 2.2 verwijst naar effecten zonder een ISIN-code.

Tabel 2.1: Aangehouden effecten met een ISIN-code

Gegevens voor de velden moeten voor elk effect overeenkomstig de volgende regels worden gerapporteerd:

1.

gegevens voor veld 1 moeten worden gerapporteerd;

2.

indien de betreffende NCB effectgewijze gegevens inzake transacties niet direct verzamelt, moeten gegevens voor twee van de drie velden 2, 3 en 4 worden gerapporteerd (d.w.z. velden 2 en 3, velden 2 en 4 of velden 3 en 4). Indien gegevens worden verzameld voor veld 3, moeten tevens gegevens worden verzameld voor veld 3b;

3.

indien de betreffende NCB de effectgewijze gegevens inzake transacties direct verzamelt, moeten tevens gegevens voor de volgende velden worden gerapporteerd:

a)

veld 5, of velden 6 en 7, en

b)

veld 4, of velden 2 en 3;

4.

de betreffende NCB mag van informatieplichtigen ook rapportage van gegevens voor velden 8, 9, 10 en 11 verlangen;

5.

de betreffende NCB zal verzekeren dat de op verstrekte gegevens gebaseerde dekking 95 % van de effecten met ISIN-codes uitmaakt, maar de NCB hoeft de rapportagepopulatie niet te verhogen met totale activa indien vrijstellingen worden verleend krachtens artikel 7.

Veld

Titel

1

ISIN-code

2

Aantal eenheden of geaggregeerd nominaal bedrag

3

Prijs

3b

Noteringsgrondslag

4

Totaalbedrag tegen marktwaarde

5

Financiële transacties

6

Aangekochte effecten (activa) of uitgegeven effecten (passiva)

7

Verkochte effecten (activa) of afgeloste effecten (passiva)

8

Valuta waarin het effect is geregistreerd

9

Overige volumemutaties tegen nominale waarde

10

Overige volumemutaties tegen marktwaarde

11

Portefeuillebelegging of directe investering

Tabel 2.2: Aangehouden effecten zonder een ISIN-code

Gegevens voor de velden moeten worden gerapporteerd, a) voor elk effect, of b) door aggregatie van een bepaald aantal effecten als één post.

Ingeval van a) zijn de volgende regels van toepassing:

1.

gegevens voor velden 1, 12, 13, 14, 15 en 17 moeten worden gerapporteerd;

2.

indien de betreffende NCB effectgewijze gegevens inzake transacties niet direct verzamelt, moeten gegevens voor twee van de drie velden 2, 3 en 4 worden gerapporteerd (d.w.z. velden 2 en 3, velden 2 en 4 of velden 3 en 4);

3.

indien de betreffende NCB de effectgewijze gegevens inzake transacties direct verzamelt, moeten tevens gegevens voor de volgende velden worden gerapporteerd:

a)

veld 5, of velden 6 en 7, en

b)

veld 4, of velden 2 en 3;

4.

indien gegevens worden verzameld voor veld 3 moeten tevens gegevens worden verzameld voor veld 3b;

5.

de betreffende NCB mag van informatieplichtigen ook rapportage van gegevens voor velden 3b, 8, 9, 10 en 11 verlangen.

Ingeval van b) gelden de volgende regels:

1.

gegevens voor velden 4, 12, 13, 14 en 15 moeten worden gerapporteerd;

2.

gegevens voor velden 5 of velden 10 en 16 moeten worden gerapporteerd;

3.

de betreffende NCB mag van informatieplichtigen ook rapportage van gegevens voor velden 8, 9 en 11 verlangen.

Veld

Titel

1

Identificatiecodes van effecten

2

Aantal participaties of geaggregeerde nominale waarde

3

Prijs

3b

Noteringsgrondslag

4

Totaalbedrag tegen marktwaarde

5

Financiële transacties

6

Gekochte effecten (activa) of uitgegeven effecten (passiva)

7

Verkochte effecten (activa) of afgeloste effecten (passiva)

8

Valuta waarin het effect wordt geregistreerd

9

Overige volumemutaties tegen nominale waarde

10

Overige volumemutaties tegen marktwaarde

11

Portefeuillebelegging of directe investering

12

Instrument:

Schuldbewijzen (F.3)

Deelnemingen (F.51)

o/w beursgenoteerde aandelen(F.511);

o/w niet-beursgenoteerde aandelen (F.512);

o/w overige deelnemingen (F.519)

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen (F.52)

o/w aandelen/rechten van deelneming in geldmarktfondsen (F.521)

aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (F.522)

13

Uitgiftedatum en vervaldatum voor schuldbewijzen. Als alternatief, uitsplitsing naar looptijdcategorieën als volgt: oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar, één tot twee jaar, langer dan twee jaar en restlooptijd tot en met één jaar, één tot twee jaar, twee tot vijf jaar, langer dan vijf jaar.

14

Sector of subsector van de emittent:

Centrale bank (S.121)

Deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S1.122)

Geldmarktfondsen (S.123)

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's (S.124)

Overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen; financiële hulpbedrijven; financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.125 + S.126 + S.127)

Verzekeringsinstellingen (S.128)

Pensioenfondsen (S.129)

Niet-financiële vennootschappen (S.11)

Overheid (S.13)

Huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15) (9)

15

Land van emittent

16

Herwaarderingsaanpassingen

17

Splitsingsdatum (10) en splitsingsfactor (11)

Tabel 3

Aantal deelnemers aan pensioenregelingen

Op jaarbasis te verstrekken gegevens — Jaarultimogegevens

 

Totaal

 

o/w: bijdragende deelnemers

o/w: niet meer bijdragende deelnemers met uitgestelde pensioenrechten

o/w: gepensioneerde deelnemers

Aantal leden

 

 

 

 


(1)  Door NCB's te verstrekken kwartaalramingen.

(2)  Totale technische voorzieningen kunnen levensverzekering omvatten.

(3)  Fictieve toegezegdepremieregelingen en hybride regelingen worden gegroepeerd als toegezegde-uitkeringsregelingen.

(4)  Rechten alleen relevant voor huishoudens (S.14).

(5)  Door NCB's te verstrekken kwartaalramingen.

(6)  Door NCB's te verstrekken kwartaalramingen.

(7)  Door NCB's te verstrekken kwartaalramingen.

(8)  Door NCB's te verstrekken kwartaalramingen.

(9)  De betreffende NCB kan van feitelijke informatieplichtigen aparte vermelding vergen van de subsectoren „huishoudens” (S.14) en „instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens” (S.15).

(10)  De splitsingsdatum is de datum waarop de laatste aandelensplitsing of omgekeerde splitsing geschiedde. Aandelensplitsingen zijn handelingen die bestaande aandelen splitsen, aldus de aandelenprijs verlagend en het aantal op de markt beschikbare aandelen evenredig verhogend. Omgekeerde aandelensplitsingen doen de aandelenprijs stijgen en verminderen het aantal op de markt beschikbare aandelen evenredig.

(11)  De splitsingsfactor wordt berekend als het aantal aandelen na de splitsing gedeeld door het aantal aandelen vóór de splitsing.


BIJLAGE II

BESCHRIJVINGEN

DEEL 1

Beschrijvingen van instrumentcategorieën

1.

Tabel A geeft een gedetailleerde standaardbeschrijving van de instrumentcategorieën die nationale centrale banken (NCB's) moeten omzetten in hun nationale categorieën in overeenstemming met deze verordening. Noch de lijst van afzonderlijke financiële instrumenten in de tabel, noch hun overeenkomstige beschrijvingen beogen uitputtend te zijn. De beschrijvingen verwijzen naar het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen dat werd ingevoerd door Verordening (EU) nr. 549/2013 (hierna „het ESR 2010” genoemd).

2.

Voor sommige instrumentcategorieën zijn uitsplitsingen naar looptijd vereist. Deze verwijzen naar de oorspronkelijke looptijd, d.w.z. looptijd bij uitgifte, zijnde de vaste looptijd van een financieel instrument, vóór afloop waarvan het niet kan worden afgelost, bijv. schuldbewijzen, of vóór afloop waarvan het slechts met een soort boete kan worden afgelost, bv. bij sommige soorten deposito's.

3.

Financiële aanspraken kunnen worden onderscheiden naar al dan niet verhandelbaarheid. Een aanspraak is verhandelbaar als de eigendom ervan gemakkelijk kan worden overgedragen van de ene partij naar de andere door levering of endossement, of, in geval van financiële derivaten, kan worden gecompenseerd. Hoewel elk financieel instrument kan worden verhandeld, zijn verhandelbare instrumenten bedoeld om op een georganiseerde beurs of onderhands („over-the-counter”) te worden verhandeld, al is daadwerkelijke handel geen noodzakelijke voorwaarde voor verhandelbaarheid.

Tabel A

Beschrijving van instrumentcategorieën in de activa en passiva van pensioenfondsen

ACTIVA

Instrumentcategorie

Belangrijkste kenmerken

1.

Chartaal geld en deposito's

Aangehouden eurobankbiljetten, bankbiljetten in vreemde valuta en munten in omloop die gewoonlijk worden gebruikt om betalingen te verrichten, alsmede door pensioenfondsen (PF) en bij monetaire financiële instellingen (MFI's) geplaatste deposito's. Deze kunnen tevens inhouden onmiddellijk opvraagbare deposito's, deposito's met een overeengekomen looptijd en deposito's met een opzegtermijn, alsmede vorderingen in het kader van omgekeerde retrocessieovereenkomsten of effectenleningen tegen liquide onderpand (dit geldt slechts indien de tegenpartij een deposito-instelling is (ESR 2010, punt 5.130)).

1.1.

Girale deposito's

Girale deposito's zijn deposito's die op verzoek onmiddellijk overdraagbaar zijn teneinde betalingen te doen aan andere economische agenten middels gebruikelijke betaalmiddelen zoals overmakingen en automatische afschrijvingen, en eventueel ook per kredietkaart of debetkaart, transacties in elektronisch geld, cheques en dergelijke, zonder aanzienlijke vertraging, beperking of boete. Deposito's die alleen gebruikt kunnen worden voor geldopnames en/of deposito's waaraan slechts middelen kunnen worden onttrokken of overgeboekt via een andere rekening van dezelfde eigenaar, worden niet inbegrepen onder girale deposito's.

2.

Schuldbewijzen

Aangehouden schuldbewijzen die verhandelbare financiële instrumenten zijn die als bewijs van schuld dienen en die gewoonlijk verhandelbaar zijn op secundaire markten. Ze kunnen ook op de markt worden gecompenseerd en geven de houder daarvan geen eigendomsrechten ten opzichte van de uitgevende instantie.

Deze categorie omvat:

aangehouden effecten die de houder het onvoorwaardelijke recht geven op een vast of contractueel bepaald inkomen in de vorm van couponbetalingen en/of een vast bedrag op een bepaalde datum (of data), dan wel vanaf een bij de emissie vastgestelde datum;

leningen die verhandelbaar zijn geworden op een georganiseerde markt, d.w.z. verhandelbare leningen, mits er bewijs is van handel op de secundaire markt, inclusief het bestaan van marktmakers en van een regelmatige notering van het financiële actief, zoals aangetoond door spreads tussen bied- en laatkoers. Indien niet wordt voldaan aan deze criteria, dienen de leningen geclassificeerd te worden onder instrument categorie 3 „Leningen” (zie ook „verhandelbare leningen” in dezelfde categorie);

achtergestelde schuld in de vorm van schuldbewijzen (zie ook „achtergestelde schuld in de vorm van leningen” in instrumentcategorie 3 „Leningen”).

Effecten die zijn uitgeleend in het kader van effectenleningstransacties of zijn verkocht in het kader van een retrocessieovereenkomst, blijven op de balans van de oorspronkelijke eigenaar staan (en worden niet opgenomen op de balans van de tijdelijke verwerver), indien er een vaste verplichting is dat de transactie wordt teruggedraaid en niet slechts een optie bestaat om dit te doen. Indien de tijdelijke verwerver de ontvanger effecten verkoopt, dient deze transactie geregistreerd te worden als een rechtstreekse effectentransactie en op de balans van de tijdelijke verwerver opgenomen te worden als een negatieve positie in de effectenportefeuille.

3.

Leningen

Ten behoeve van het rapportageschema bestaat deze categorie uit geldmiddelen die door PF's worden geleend aan geldnemers of leningen die zijn verworven door PF's die ofwel zijn belichaamd in niet-verhandelbare documenten of niet zijn belichaamd in documenten.

Het betreft onder meer de volgende posten:

aangehouden niet-verhandelbare effecten: aangehouden niet-verhandelbare schuldbewijzen die niet op secundaire markten verhandeld mogen worden;

verhandelbare leningen: leningen die de facto verhandelbaar zijn geworden, worden geclassificeerd onder de categorie „leningen”, mits er geen bewijs is van handel op de secundaire markt. In andere gevallen worden ze geclassificeerd als schuldbewijzen (categorie 2);

achtergestelde schuld in de vorm van leningen: achtergestelde schuldbewijzen geven een ondergeschikte vordering op de uitgevende instelling die alleen kan worden uitgeoefend nadat alle vorderingen met een hogere status zijn voldaan, waardoor ze enigszins lijken op deelnemingen. Vanwege statistische redenen wordt achtergestelde schuld ofwel geclassificeerd als „leningen” ofwel als „schuldbewijzen”, afhankelijk van de aard van het instrument. Indien alle door een PF aangehouden vormen van achtergestelde schuld om statistische redenen worden aangeduid als één bedrag, wordt dit geclassificeerd onder de categorie „schuldbewijzen”, vanwege het feit dat achtergestelde schuld voornamelijk is samengesteld uit schuldbewijzen in plaats van uit leningen;

vorderingen in het kader van omgekeerde retrocessieovereenkomsten of effectenleningen tegen liquide onderpand (dit geldt slechts indien de tegenpartij geen deposito-instelling is) (ESR 2010, punt 5.130)): de tegenhanger van contanten die worden uitbetaald in ruil voor door informatieplichtigen gekochte effecten voor een gegeven prijs met een vaste garantie om dezelfde of soortgelijke effecten tegen een vastgestelde prijs te verkopen op een specifieke toekomstige datum, of effectenleningen tegen liquide onderpand.

Deze categorie omvat geen activa in de vorm van door PF's geplaatste deposito's (die worden opgenomen in categorie 1).

4.

Deelnemingen

Financiële activa die eigendomsrechten op vennootschappen of quasivennootschappen vertegenwoordigen. Dergelijke financiële activa geven de houder in de regel recht op een aandeel in de winst van deze vennootschappen of quasivennootschappen, en op een deel van hun nettoactiva in geval van liquidatie.

Deze post omvat beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde aandelen en overige deelnemingen.

Aandelenbewijzen die worden uitgeleend in het kader van effectenleningen of verkocht in het kader van retrocessieovereenkomsten, worden behandeld in overeenstemming met categorie 2 „Schuldbewijzen”.

4.1.

Beursgenoteerde aandelen

Aandelenbewijzen die aan een beurs genoteerd zijn. De beurs kan zowel een erkende aandelenbeurs als enige andere vorm van secundaire markt zijn. Beursgenoteerde aandelen worden ook wel aan de beurs genoteerde aandelen genoemd.

4.2.

Niet-beursgenoteerde aandelen

Niet-beursgenoteerde aandelen zijn aandelenbewijzen die niet aan een beurs genoteerd zijn.

4.3.

Overige deelnemingen

Overige deelnemingen omvatten alle vormen van deelnemingen die geen beursgenoteerde aandelen of niet-beursgenoteerde aandelen zijn.

5.

Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen

Deze categorie omvat aangehouden aandelen of rechten van deelneming die door GMF's zijn uitgegeven alsmede beleggingsfondsen m.u.v. GMF's.

5.1.

Aandelen/participaties in GMF's

Aangehouden aandelen of rechten van deelneming die door GMF's zijn uitgegeven, zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33).

5.2.

Aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen m.u.v. GMF's

Aangehouden aandelen of rechten van deelneming die door PF's met uitzondering van GMF's zijn uitgegeven zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38).

6.

Pensioenfondsvoorzieningen

Deze categorie omvat:

aanspraken van PF's op pensioenbeheerders zoals bedoeld in ESR 2010, punten 5.186 en 17.78;

aan pensioenvoorzieningen gekoppelde financiële aanspraken van PF's op herverzekeringsinstellingen (herverzekeringsaanspraken).

7.

Financiële derivaten

Financiële derivaten zijn financiële instrumenten die aan een specifiek financieel instrument, een specifieke indicator of een specifiek goed zijn gekoppeld en aan de hand waarvan specifieke financiële risico's zelfstandig op financiële markten kunnen worden verhandeld.

Deze categorie omvat:

opties,

warrants,

futures,

termijncontracten,

swaps,

kredietderivaten.

Financiële derivaten moeten op brutobasis tegen de marktwaarde op de balans worden geregistreerd. Individuele derivatencontracten met een positieve marktwaarde worden aan de actiefzijde van de balans opgenomen en contracten met een negatieve marktwaarde aan de passiefzijde van de balans.

Bruto toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit derivatencontracten, mogen niet als balansposten worden opgenomen.

Financiële derivaten kunnen volgens verschillende waarderingsmethoden op een nettobasis worden geregistreerd. In het geval dat alleen nettoposities beschikbaar zijn of posities worden geregistreerd tegen een andere waarde dan de marktwaarde, worden in plaats daarvan deze posities gerapporteerd.

Deze post omvat geen financiële derivaten die niet op de balans worden opgenomen op basis van nationale regelgeving.

8.

Overige vorderingen/schulden

Dit is de restpost aan de actiefzijde van de balans, die gedefinieerd wordt als „niet elders opgenomen activa”. NCB's kunnen om rapportage verzoeken van specifieke subposities uit deze categorie, bv.:

te ontvangen dividenden;

te ontvangen opgebouwde rente op deposito's;

te ontvangen opgebouwde rente op leningen;

te ontvangen opgebouwde rente op schuldbewijzen;

te ontvangen lopende huur;

te ontvangen bedragen die geen betrekking hebben op het hoofdbedrijf van de PF.

9.

Niet-financiële activa

Materiële en immateriële activa, m.u.v. financiële activa.

Deze categorie omvat woningen, overige bouwwerken, machines en apparatuur, kostbaarheden en intellectuele eigendomsproducten, zoals computersoftware en databases.


PASSIVA

Instrumentcategorie

Beschrijving van belangrijkste kenmerken

10.

Ontvangen leningen

Bedragen die door de verzekeringsinstelling verschuldigd zijn aan crediteuren, anders dan die welke voortvloeien uit de uitgifte van verhandelbare effecten. Deze categorie bestaat uit:

leningen: aan de PF's verstrekte leningen die ofwel zijn belichaamd in niet-verhandelbare documenten ofwel niet zijn belichaamd in documenten;

repo's en repotypetransacties tegen liquide onderpand: tegenpost van gelden ontvangen in ruil voor door het BF tegen een bepaalde koers verkochte effecten onder beding van wederinkoop van dezelfde (of soortgelijke) effecten tegen een vaste koers op een afgesproken datum in de toekomst. Door de PF ontvangen bedragen in ruil voor aan derden overgedragen effecten (de „tijdelijke verwerver”) dienen hier te worden geclassificeerd indien er een vaste verplichting is dat de transactie wordt teruggedraaid, en niet slechts een optie om dit te doen. Dit houdt in dat de PF alle risico's en beloningen van de onderliggende effecten behoudt gedurende de transactie;

bedragen die zijn ontvangen in ruil voor tijdelijk aan een derde overgedragen effecten in de vorm van effectenleningstransacties tegen liquide onderpand;

liquide onderpand dat is ontvangen in transacties inzake de tijdelijke overdracht van goud tegen onderpand.

11.

Uitgegeven schuldbewijzen

Door PF uitgegeven effecten, anders dan deelnemingen, die gewoonlijk verhandelbare instrumenten zijn en verhandeld worden op secundaire markten, of op de markt kunnen worden gecompenseerd, en de houder daarvan geen eigendomsrechten geven ten opzichte van de uitgevende instantie.

12.

Deelnemingen

Zie categorie 4.

13.

Technische voorzieningen

Het kapitaalbedrag dat door de PF wordt aangehouden teneinde toekomstige pensioenaanspraken van haar levensverzekeringspolishouders te kunnen voldoen.

13.1.

o/w pensioenrechten

Het kapitaalbedrag dat de PF aanhoudt teneinde toekomstige vorderingen van haar pensioenregelingen te kunnen voldoen.

Pensioenrechten, o/w toegezegdepremieregelingen

Het kapitaalbedrag dat door de PF wordt aangehouden teneinde toekomstige pensioenaanspraken van haar polishouders van haar toegezegdepremieregelingen te kunnen voldoen.

In een toegezegdepremieregeling is de hoogte van de betaalde uitkeringen afhankelijk van de prestaties van de door de pensioenregeling verworven activa. Bij een toegezegdepremieregeling zijn de financiële passiva gelijk aan de contante marktwaarde van de activa van het fonds.

Pensioenrechten, o/w toegezegdepremieregelingen

Het kapitaalbedrag dat de PF aanhoudt teneinde toekomstige pensioenaanspraken van de polishouders van haar toegezegdepremieregelingen te kunnen voldoen.

In een toegezegde-uitkeringsregeling wordt de hoogte van de aan de deelnemende werknemers toegezegde pensioenuitkeringen vastgesteld aan de hand van een vooraf overeengekomen formule. De financiële passiva van een toegezegde-uitkeringsregeling zijn gelijk aan de contante waarde van de toegezegde uitkeringen.

Fictieve toegezegdepremieregelingen en hybride regelingen worden ingedeeld als toegezegde-uitkeringsregelingen (ESR 2010, punt 17.59). Een fictieve toegezegdepremieregeling lijkt op een toegezegdepremieregeling, maar met een gegarandeerd uit te keren minimumbedrag. Hybride regelingen bevatten zowel een element van toegezegde uitkeringen als een element van toegezegde premies. Een regeling kan als hybride worden aangemerkt wanneer zij zowel bepalingen met betrekking tot toegezegde uitkeringen als bepalingen met betrekking tot toegezegde premies bevat, of wanneer het gaat om een fictieve toegezegdepremieregeling die tegelijkertijd een bepaling met betrekking tot toegezegde uitkeringen of toegezegde premies bevat.

13.2.

Aanspraken van pensioenfondsen op pensioenbeheerders

Zie categorie 6.

13.3.

Rechten op niet-pensioenuitkeringen

Het overschot aan nettopremies ten opzichte van uitkeringen vertegenwoordigt een toename van het financieel passief van de verzekeringsregeling jegens de begunstigden (vastgelegd in ESR 2010, punt 5.187).

14.

Financiële derivaten

Zie categorie 7.

15.

Overige vorderingen/schulden

Dit is de restpost aan de passiefzijde van de balans, die gedefinieerd wordt als „niet elders opgenomen passiva”. NCB's kunnen om rapportage verzoeken van specifieke subposities uit deze categorie, bv.:

te betalen bedragen uit anderen hoofde dan het hoofdbedrijf van de PF, d.w.z. bedragen verschuldigd aan leveranciers, belastingen, lonen, sociale premies enz.;

voorzieningen die verplichtingen ten opzichte van derden vertegenwoordigen, d.w.z. pensioenen, dividenden enz.;

nettoposities uit hoofde van effectenuitleen zonder liquide onderpand;

netto te betalen bedragen uit hoofde van toekomstige afwikkelingen van effectentransacties;

te betalen opgebouwde rente op leningen.

16.

Vermogenssaldo

Dit is de sluitpost van een balans (B.90) (ESR 2010, punt 7.02). Alle in de balans opgenomen activa en passiva worden gewaardeerd tegen passende prijzen; gewoonlijk zijn dit de marktprijzen die gelden per balansdatum. In een toegezegde-uitkeringsregeling wordt de hoogte van de aan de deelnemende werknemers toegezegde pensioenuitkeringen evenwel vastgesteld aan de hand van een vooraf overeengekomen formule. De financiële passiva van een toegezegde-uitkeringsregeling zijn gelijk aan de contante waarde van de toegezegde uitkeringen, en derhalve kan in een toegezegde-uitkeringspensioenregeling het vermogenssaldo eventueel niet nul bedragen.

In een toegezegdepremieregeling is de hoogte van de betaalde uitkeringen afhankelijk van de prestaties van de door de pensioenregeling verworven activa. Bij een toegezegdepremieregeling zijn de financiële passiva gelijk aan de contante marktwaarde van de activa van het fonds. Het vermogenssaldo van het fonds is altijd nul.

DEEL 2

Beschrijvingen van kenmerken van afzonderlijke effecten

Tabel B

Beschrijvingen van kenmerken van afzonderlijke effecten

Veld

Beschrijving

Identificatiecodes van effecten

Een unieke identificatiecode van een effect, behoudens de NCB-instructies (bv. NCB-identificatienummer, CUSIP, SEDOL). Deze code moet steeds consistent gehouden worden.

Aantal eenheden of geaggregeerd nominaal bedrag

Aantal eenheden van een effect of het geaggregeerde nominale bedrag indien het effect wordt verhandeld in bedragen in plaats van in eenheden, exclusief opgebouwde rente.

Prijs

Marktprijs per eenheid van een effect of percentage van het geaggregeerde nominale bedrag indien het effect wordt verhandeld in bedragen in plaats van in eenheden. NCB's kunnen verlangen dat opgebouwde rente ook onder deze positie wordt gerapporteerd.

Noteringsgrondslag

Geeft aan of het effect wordt genoteerd als percentage of in eenheden.

Totaalbedrag

Totale marktwaarde van een effect. In geval van effecten die in eenheden worden verhandeld, is dit bedrag gelijk aan het aantal effecten vermenigvuldigd met de prijs per eenheid. Indien effecten worden verhandeld in bedragen in plaats van in eenheden, is dit bedrag gelijk aan het geaggregeerde nominale bedrag vermenigvuldigd met de prijs die is uitgedrukt als percentage van het nominale bedrag.

NCB's vereisen in principe dat opgebouwde rente ofwel onder deze positie wordt gerapporteerd, of afzonderlijk. NCB's kunnen echter naar keuze vragen om gegevens exclusief opgebouwde rente.

Financiële transacties

Het saldo van aankopen minus verkopen (effecten aan de activazijde) of uitgiften minus aflossingen (effecten aan de passivazijde) van een effect dat is geregistreerd tegen transactiewaarde in euro.

Aangekochte effecten (activa) of uitgegeven effecten (passiva)

De som van aankopen (effecten aan de actiefzijde) of uitgifte (effecten aan de passiefzijde) van een tegen transactiewaarde geboekt effect.

Verkochte effecten (activa) of afgeloste effecten (passiva)

De som van verkopen (effecten aan de actiefzijde) of aflossingen (effecten aan de passiefzijde) van een tegen transactiewaarde opgenomen effect.

Valuta van de registratie van het effect

ISO-code of equivalent van de valuta die wordt gehanteerd om de prijs en/of het uitstaande bedrag van het effect uit te drukken.

Overige volumemutaties tegen nominale waarde

Overige volumemutaties van het aangehouden effect, tegen nominale waarde in nominale valuta/eenheid of euro.

Overige volumemutaties tegen marktwaarde

Overige volumemutaties van het aangehouden effect, tegen marktwaarde in euro.

Portefeuillebelegging of directe investering

De functie van de investering volgens de classificatie daarvan in betalingsbalansstatistieken (1).

Land van emittent

De vestigingsplaats van de emittent. In geval van aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen verwijst het land van de emittent naar de plaats waar het beleggingsfonds is ingezeten en niet waar de fondsmanager ingezeten is.

DEEL 3

Beschrijvingen van aantal deelnemers aan pensioenregelingen

Tabel C

Beschrijvingen van aantal deelnemers aan pensioenregelingen

Categorie

Beschrijving

1.

Aantal deelnemers aan pensioenregelingen (totaal)

Totaal aantal deelnemers aan pensioenregelingen. Dit aantal is gelijk aan de som van bijdragende deelnemers, niet meer bijdragende deelnemers met uitgestelde pensioenrechten en gepensioneerde deelnemers.

Zie categorieën 2, 3 en 4.

2.

o/w bijdragende deelnemers

Aantal bijdragende deelnemers aan de pensioenregeling.

Een bijdragende deelnemer is een deelnemer aan een pensioenregeling die bijdragen betaalt (en/of namens wie bijdragen worden betaald) en die vermogen opbouwt of in het verleden vermogen heeft opgebouwd en nog niet is gepensioneerd.

3.

o/w niet meer bijdragende deelnemers met uitgestelde pensioenrechten

Aantal niet meer bijdragende deelnemers aan de pensioenregeling met uitgestelde pensioenrechten.

Een niet meer bijdragende deelnemer met uitgestelde pensioenrechten is een deelnemer aan een pensioenregeling die niet langer bijdraagt aan de regeling, noch rechten opbouwt vanuit de regeling, maar nog geen pensioenuitkering uit die regeling ontvangt.

4.

o/w gepensioneerde deelnemers

Aantal gepensioneerde deelnemers aan de pensioenregeling.

Een gepensioneerde deelnemer is een deelnemer aan een pensioenregeling die niet langer bijdraagt aan de regeling, noch rechten opbouwt vanuit de regeling en thans een pensioenuitkering uit die regeling ontvangt.

DEEL 4

Sectorgewijze beschrijving

Het ESR 2010 stelt de norm voor de sectorindeling. Tabel D geeft een gedetailleerde beschrijving van de sectoren die NCB's moeten omzetten in hun nationale indelingen overeenkomstig deze verordening. In de eurogebiedlidstaten ingezeten tegenpartijen worden geïdentificeerd aan de hand van hun sector conform de door de Europese Centrale Bank (ECB) voor statistische doeleinden bijgehouden lijsten en de leidraad voor de statistische indeling van tegenpartijen zoals vastgelegd in het „Sectorhandboek voor statistieken inzake monetaire financiële instellingen en markten: Leidraad voor de statistische indelingen van klanten”.

Tabel D

Sectorgewijze beschrijving

Sector

Beschrijving

1.

MFI's

MFI's zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1071/2013 (ECB/2013/33). Deze sector bestaat uit NCB's (S.121), kredietinstellingen zoals gedefinieerd in Unierecht, geldmarktfondsen, overige financiële instellingen die er hun bedrijf van maken deposito's en/of daarmee vergelijkbare financiële titels aan te trekken van andere entiteiten dan MFI's en voor eigen rekening, tenminste in economische zin, leningen te verstrekken en/of te beleggen in effecten, en instellingen voor elektronisch geld met als hoofdactiviteit financiële intermediatie in de vorm van het uitgeven van elektronisch geld (S.122).

2.

Overheid

De overheidssector (S.13) bestaat uit institutionele eenheden die niet-marktproducenten zijn waarvan de output voor individueel of collectief verbruik is bestemd, en die worden gefinancierd uit verplichte betalingen door eenheden die tot andere sectoren behoren, en institutionele eenheden die zich in hoofdzaak bezighouden met de herverdeling van het nationale inkomen en vermogen (ESR 2010, punten 2.111 tot en met 2.113).

3.

Overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen + financiële hulpbedrijven + financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband

De subsector overige financiële intermediairs m.u.v. verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125) bestaat uit alle financiële instellingen en quasivennootschappen met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van verplichtingen, andere dan in chartaal geld, deposito's (of daarmee vergelijkbare financiële titels), aandelen/rechten van deelneming in beleggingsfondsen of in verband met verzekerings-, pensioen- en standaardgarantieregelingen, bij institutionele eenheden. Lege financiële instellingen zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 1075/2013 (ECB/2013/40), worden in deze subsector opgenomen (ESR 2010, punten 2.86 tot en met 2.94).

De subsector financiële hulpbedrijven (S.126) bestaat uit alle financiële instellingen en quasivennootschappen met als hoofdfunctie activiteiten die nauw verband houden met financiële intermediatie, maar die zelf geen financiële intermediairs zijn. Deze subsector omvat tevens hoofdkantoren waarvan de dochterondernemingen alle, of grotendeels, financiële vennootschappen zijn (ESR 2010, punten 2.95 tot en met 2.97).

De subsector financiële instellingen en kredietverstrekkers binnen concernverband (S.127) bestaat uit alle financiële instellingen en quasivennootschappen die zich noch met financiële intermediatie, noch met het verlenen van financiële hulpdiensten bezighouden en waarvan het merendeel van hetzij de activa hetzij de passiva niet op open markten wordt verhandeld. Deze subsector omvat tevens holdings die een zeggenschapsbelang bezitten in een groep dochterondernemingen en waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het bezitten van de groep zonder dat andere diensten worden verleend aan de ondernemingen waarin zij dat belang bezitten; m.a.w. zij besturen of beheren geen andere eenheden (ESR 2010, punten 2.98 en 2.99).

4.

Beleggingsfondsen m.u.v. GMF's

Beleggingsfondsen (BF's) zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1073/2013 (ECB/2013/38). Deze subsector bestaat uit alle collectieve beleggingsinstellingen m.u.v. geldmarktfondsen die beleggen in financiële en/of niet-financiële activa, voor zover belegging van bij het publiek aangetrokken kapitaal hun doelstelling is (S.124).

5.

Verzekeringsinstellingen

Verzekeringsinstellingen (VI's, S.128) zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1374/2014 (ECB/2014/50).

6.

Pensioenfondsen

PF's zoals gedefinieerd in artikel 1 van deze Verordening (S.129).

6.1.

Pensioenbeheerders

Pensioenbeheerders zoals gedefinieerd in artikel 1 van deze verordening.

7.

Niet-financiële vennootschappen

De sector niet-financiële vennootschappen (S.11) bestaat uit institutionele eenheden met eigen rechtspersoonlijkheid die marktproducent zijn en waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit de productie van goederen en niet-financiële diensten. Deze sector omvat ook niet-financiële quasivennootschappen (ESR 2010, punten 2.45 tot en met 2.50)

8.

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens

De sector huishoudens (S.14) bestaat uit personen of groepen van personen in hun hoedanigheid van consument, en personen of groepen van personen die als ondernemer goederen en al dan niet financiële diensten voor de markt produceren (marktproducenten), voor zover de goederen en diensten niet worden geproduceerd door afzonderlijke entiteiten die quasivennootschappen zijn. Deze sector omvat ook personen of groepen van personen die uitsluitend voor eigen finaal gebruik goederen en niet-financiële diensten produceren. De sector huishoudens omvat eenmanszaken en personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid, voor zover zij niet als quasivennootschappen worden behandeld, die marktproducent zijn (ESR 2010, punten 2.118 tot en met 2.128).

De sector instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.15) bestaat uit instellingen zonder winstoogmerk met rechtspersoonlijkheid die werken ten behoeve van huishoudens en die particuliere niet-marktproducent zijn. De voornaamste middelen van deze instellingen zijn vrijwillige bijdragen, in geld of in natura, van huishoudens in hun hoedanigheid van consument, betalingen door de overheid en inkomen uit vermogen (ESR 2010, punten 2.129 en 2.130).

DEEL 5

Beschrijvingen van financiële transacties en herwaarderingsaanpassingen

1.

„Financiële transacties” betreft transacties die voortvloeien uit het creëren, liquideren of wijzigen van eigendom van financiële activa of passiva. Deze transacties worden gemeten als het verschil tussen de gerapporteerde standen per periode-ultimo, waarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van veranderingen die resulteren uit de invloed van „herwaarderingsaanpassingen” (als gevolg van prijs- en wisselkoerswijzigingen) en „herclassificaties en overige aanpassingen”. De ECB vereist statistische gegevens voor het samenstellen van gegevens inzake financiële transacties in de vorm van aanpassingen welke die „herindelingen en overige aanpassingen” en „prijs- en wisselkoersherwaarderingen” betreffen.

2.

„Herwaarderingsaanpassingen”: de wijzigingen in de waardering van activa en passiva die voortvloeien uit gewijzigde prijzen van activa en passiva en/of het effect van de wisselkoersen op de waarde in euro van in een vreemde valuta luidende activa en passiva. De aanpassing met betrekking tot de prijsherwaarderingen van activa/passiva heeft betrekking op fluctuaties in de waardering van activa/passiva die het gevolg zijn van een wijziging in de prijs waartegen activa/passiva worden geboekt of verhandeld. De prijsherwaarderingen omvatten in de tijd optredende wijzigingen in de waarde van standen per periode-ultimo, veroorzaakt door een gewijzigde referentiewaarde waartegen activa/passiva worden geboekt, d.w.z. waarderingsverschillen. Tussen opeenvolgende rapportagedata optredende schommelingen in wisselkoersen ten opzichte van de euro leiden, wanneer ze worden uitgedrukt in euro, eveneens tot wijzigingen in de waarde van activa/passiva in buitenlandse valuta's. Aangezien deze veranderingen waarderingsverschillen betreffen en niet het resultaat zijn van financiële transacties, moeten deze effecten uit de transactiegegevens worden verwijderd. In beginsel omvatten herwaarderingsaanpassingen tevens waarderingsmutaties die voortvloeien uit transacties in activa/passiva, bv. gerealiseerde winsten/verliezen; er bestaan in dit opzicht evenwel uiteenlopende nationale praktijken.

3.

„Afschrijvingen/afwaarderingen”: betreft de waardevermindering van een op de balans opgenomen lening ingeval die lening als een activum zonder waarde wordt beschouwd (afschrijving) of indien ervan uitgegaan wordt dat de lening niet volledig zal worden geïnd (afwaardering). Afschrijvingen/afwaarderingen die worden geconstateerd bij verkoop of overdracht van de leningen aan derden, worden ook opgenomen, indien identificeerbaar.

(1)  Richtsnoer ECB/2011/23 van 9 december 2011 betreffende de statistische rapportagevereisten van de Europese Centrale Bank met betrekking tot externe statistieken (PB L 65 van 3.3.2012, blz. 1).


BIJLAGE III

DOOR DE FEITELIJKE POPULATIE VAN INFORMATIEPLICHTIGEN TOE TE PASSEN MINIMUMNORMEN

Informatieplichtigen moeten de volgende minimumnormen naleven om aan de statistische rapportageverplichtingen van de Europese Centrale Bank (ECB) te voldoen.

1.

Minimumnormen voor transmissie:

a)

de rapportage vindt tijdig plaats en binnen de termijn die de desbetreffende nationale centrale bank (NCB) heeft vastgesteld;

b)

vorm en formaat van de statistische rapporten voldoen aan de technische rapportagevereisten die de desbetreffende NCB hiervoor heeft vastgesteld;

c)

de informatieplichtige verschaft gegevens van een of meer contactpersonen aan de betreffende NCB;

d)

de datatransmissie aan de betreffende NCB moet voldoen aan de daarvoor vastgestelde technische specificaties;

e)

in geval van effectgewijze rapportage moeten de informatieplichtigen, indien de desbetreffende NCB zulks verzoekt, aanvullende gegevens verstrekken (bijv. naam van de emittent, emissiedatum) die benodigd zijn om effecten te identificeren waarvan effectenidentificatiecodes hetzij onjuist, hetzij niet publiekelijk beschikbaar zijn.

2.

Minimumnormen voor nauwkeurigheid:

a)

statistische informatie moet juist zijn; aan alle lineaire verbanden wordt voldaan, (bv. subtotalen moeten opgeteld totalen vormen);

b)

informatieplichtigen moeten in staat zijn gegevens te verschaffen met betrekking tot de door de verzonden gegevens geïmpliceerde ontwikkelingen;

c)

de statistische gegevens zijn volledig en bevatten geen continue of structurele leemtes; er dient gewezen te worden op eventuele bestaande leemtes, waarvoor aan de desbetreffende NCB een verklaring dient te worden gegeven, en die, waar van toepassing, zo snel mogelijk dienen verholpen te worden;

d)

de informatieplichtigen houden zich aan de afmetingen, het afrondingsbeleid en decimalen die de NCB's voor de technische transmissie van de gegevens hebben vastgesteld.

3.

Minimumnormen voor conceptuele naleving:

a)

statistische gegevens worden gepresenteerd met inachtneming van de definities en indelingen zoals vervat in deze verordening;

b)

in geval van afwijking van deze definities en indelingen moeten informatieplichtigen op gezette tijden het verschil monitoren en kwantificeren tussen de gebruikte maatstaf en de maatstaf in deze verordening;

c)

informatieplichtigen moeten een eventuele breuk in de verstrekte gegevens ten opzichte van de cijfers van voorgaande perioden kunnen verklaren.

4.

Minimumnormen voor herzieningen:

De informatieplichtigen moeten het herzieningsbeleid en de herzieningsprocedures volgen die door de ECB en de desbetreffende NCB zijn vastgesteld. Herzieningen die afwijken van een regelmatige herziening, gaan vergezeld van een toelichting.


BESLUITEN

17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/31


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/232 VAN DE COMMISSIE

van 15 februari 2018

betreffende de verlenging van de maatregel die België heeft getroffen voor het op de markt aanbieden en het gebruik van de biociden VectoMax G en Aqua-K-Othrine overeenkomstig artikel 55, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 759)

(Slechts de tekst in de Franse en de Nederlandse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 55, lid 1, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 3 mei 2017 heeft België een besluit vastgesteld overeenkomstig artikel 55, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012 houdende toelating tot en met 31 oktober 2017 van het op de markt aanbieden en het gebruik in het Vlaamse Gewest van de biociden VectoMax G en Aqua-K-Othrine voor de bestrijding van larven en adulten van invasieve exotische muggen (genus Aedes) (hierna „muggen” genoemd) en van eventuele nieuwe populaties die in het Vlaamse Gewest in het kader van het project Monitoring Exotische Muggen in België, bekend onder de naam „MEMO” (hierna „de maatregel” genoemd), worden ontdekt. België heeft de Commissie en de andere lidstaten onverwijld ingelicht over de maatregel en de redenen daarvoor, in overeenstemming met artikel 55, lid 1, tweede alinea, van die verordening.

(2)

VectoMax G bevat Bacillus thuringiensis subsp. israelensis, serotype H14, stam AM65-52 en Bacillus sphaericus subsp. 2362, stam ABTS-1743 (hierna respectievelijk „Bacillus thuringiensis israelensis” en „Bacillus sphaericus” genoemd) als werkzame stoffen en Aqua-K-Othrine bevat deltamethrin als werkzame stof; al deze werkzame stoffen zijn bestemd voor gebruik in productsoort 18 zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012. Volgens de door België verstrekte informatie was de maatregel nodig om de volksgezondheid te beschermen, aangezien die muggen, die in België op twee plaatsen in de provincie Oost-Vlaanderen zijn aangetroffen, vector kunnen zijn van ziekten zoals dengue en chikungunya, en eventuele vermenigvuldiging van de muggen zo veel en zo vroeg mogelijk moet worden voorkomen.

(3)

Op 27 september 2017 ontving de Commissie een gemotiveerd verzoek van België om de maatregel te kunnen verlengen overeenkomstig artikel 55, lid 1, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 528/2012. Het gemotiveerde verzoek was gebaseerd op de bezorgdheid over de bedreiging die de muggen vormen voor de volksgezondheid. Aangezien de campagne voor de bestrijding van de vastgestelde muggenpopulaties in België nog niet is afgerond en het monitoringproject MEMO nog steeds lopende is, zouden de bovenvermelde producten nodig zijn voor de bestrijding van de vastgestelde en van alle nieuwe muggenpopulaties die in het Vlaamse Gewest worden aangetroffen, gezien het gebrek aan passende alternatieve producten in België.

(4)

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) erkent dat invasieve muggen, waaronder het genus Aedes, zich op spectaculaire wijze over de hele wereld hebben verspreid, met name als gevolg van menselijke activiteiten, en dat ze een ernstig gevaar voor de gezondheid kunnen gaan vormen.

(5)

Aangezien een gebrek aan doeltreffende bestrijding van de muggen, die met andere middelen niet mogelijk is, tot een gevaar voor de volksgezondheid kan leiden, is het passend België toe te staan om de maatregel met een periode van ten hoogste 550 dagen en onder bepaalde voorwaarden te verlengen.

(6)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

België mag voor een periode van ten hoogste 550 dagen de maatregel verlengen voor het op de markt aanbieden en het gebruik van de biociden VectoMax G en Aqua-K-Othrine als productsoort 18 zoals omschreven in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012 voor de bestrijding van vectormuggen, en moet er daarbij voor zorgen dat die producten enkel door gecertificeerde exploitanten en onder het toezicht van de bevoegde autoriteit worden gebruikt.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk België.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2018.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.


17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/33


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2018/233 VAN DE COMMISSIE

van 15 februari 2018

tot wijziging van Besluit 2011/163/EU tot goedkeuring van de door derde landen ingediende plannen overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG van de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2018) 818)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan en tot intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG en 91/664/EEG (1), en met name artikel 29, lid 1, vierde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 96/23/EG zijn de controlemaatregelen vastgesteld met betrekking tot de in bijlage I bij die richtlijn bedoelde stoffen en groepen residuen. In artikel 29 van die richtlijn wordt vereist dat derde landen waaruit de lidstaten onder die richtlijn vallende dieren en dierlijke producten mogen invoeren, een residubewakingsplan indienen dat de nodige garanties biedt („het plan”). Het plan moet ten minste van toepassing zijn op de groepen residuen en stoffen die in die bijlage I zijn vermeld.

(2)

Bij Besluit 2011/163/EU van de Commissie (2) worden door bepaalde derde landen ingediende plannen betreffende bepaalde in de bijlage bij dat besluit vermelde dieren en dierlijke producten goedgekeurd („de lijst”).

(3)

Hoewel Andorra geen residubewakingsplan voor binnenlands geproduceerde varkens heeft ingediend, heeft Andorra garanties gegeven ten aanzien van grondstoffen van varkens van oorsprong uit lidstaten of uit derde landen die dergelijke grondstoffen naar de Europese Unie mogen uitvoeren. Voor Andorra moet dan ook een vermelding voor varkens met de desbetreffende voetnoot aan de lijst worden toegevoegd.

(4)

Burkina Faso heeft bij de Commissie een plan voor honing ingediend. Dat plan biedt voldoende garanties en moet worden goedgekeurd. Daarom moet voor Burkina Faso voor honing een vermelding in de lijst worden opgenomen.

(5)

Benin heeft bij de Commissie een plan voor honing ingediend. Dat plan biedt voldoende garanties en moet worden goedgekeurd. Daarom moet voor Benin voor honing een vermelding in de lijst worden opgenomen.

(6)

Hoewel Mauritius geen residubewakingsplan voor binnenlands geproduceerde honing heeft ingediend, heeft Mauritius garanties gegeven ten aanzien van grondstoffen van honing van oorsprong uit lidstaten of uit derde landen die dergelijke grondstoffen naar de Europese Unie mogen uitvoeren. Voor Mauritius moet dan ook een vermelding voor honing met de desbetreffende voetnoot aan de lijst worden toegevoegd.

(7)

San Marino heeft bij de Commissie een plan voor melk ingediend. Dat plan biedt voldoende garanties en moet worden goedgekeurd. Daarom moet voor San Marino voor melk een vermelding in de lijst worden opgenomen.

(8)

Zuid-Afrika is momenteel opgenomen in de lijst voor gekweekt wild. De meest recente door de Commissie verrichte controle in Zuid-Afrika heeft echter bevestigd dat het vermogen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten om betrouwbare controles op gekweekt wild uit te voeren tekortschiet. De vermelding voor Zuid-Afrika betreffende gekweekt wild moet daarom uit de lijst worden geschrapt. Zuid-Afrika is daarvan in kennis gesteld.

(9)

Zimbabwe is momenteel opgenomen in de lijst voor aquacultuurproducten en gekweekt wild. Zimbabwe heeft het door artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG vereiste plan echter niet ingediend en heeft verklaard dat momenteel geen controles op residuen worden uitgevoerd, dat niet wordt verwacht dat dergelijke controles zullen worden geïmplementeerd en dat de uitvoer van aquacultuurproducten naar de EU niet meer kon plaatsvinden. De vermeldingen voor Zimbabwe betreffende aquacultuurproducten en gekweekt wild moeten daarom uit de lijst worden geschrapt. Zimbabwe is daarvan in kennis gesteld.

(10)

Om elke verstoring van het handelsverkeer te vermijden, moeten overgangsperiodes worden vastgesteld voor de desbetreffende zendingen uit Zuid-Afrika en Zimbabwe die vóór de datum van toepassing van dit besluit naar de Unie zijn verzonden.

(11)

Besluit 2011/163/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Besluit 2011/163/EU wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Tijdens een overgangsperiode die loopt tot en met 15 april 2018 aanvaarden de lidstaten zendingen gekweekt wild uit Zuid-Afrika en Zimbabwe, op voorwaarde dat de importeur kan aantonen dat die zendingen vóór 1 maart 2018 overeenkomstig Besluit 2011/163/EU zijn gecertificeerd en naar de Unie zijn verzonden.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 15 februari 2018.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10.

(2)  Besluit 2011/163/EU van de Commissie van 16 maart 2011 tot goedkeuring van de door derde landen ingediende plannen overeenkomstig artikel 29 van Richtlijn 96/23/EG van de Raad (PB L 70 van 17.3.2011, blz. 40).


BIJLAGE

„BIJLAGE

ISO 2-code

Land

Runderen

Schapen/geiten

Varkens

Paarden

Pluimvee

Aquacultuurproducten

Melk

Eieren

Konijnen

Vrij wild

Gekweekt wild

Honing

AD

Andorra

X

X

X (3)

X

 

 

 

 

 

 

 

X

AE

Verenigde Arabische Emiraten

 

 

 

 

 

X (3)

X (1)

 

 

 

 

 

AL.

Albanië

 

X

 

 

 

X

 

X

 

 

 

 

AM

Armenië

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

AR

Argentinië

X

X

 

X

X

X

X

X

X

X

X

X

AU

Australië

X

X

 

X

 

X

X

 

 

X

X

X

BA

Bosnië en Herzegovina

 

 

 

 

X

X

X

X

 

 

 

X

BD

Bangladesh

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

BF

Burkina Faso

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

BJ

Benin

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

BN

Brunei

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

BR

Brazilië

X

 

 

X

X

X

 

 

 

 

 

X

BW

Botswana

X

 

 

X

 

 

 

 

 

 

X

 

BY

Belarus

 

 

 

X (2)

 

X

X

X

 

 

 

 

BZ

Belize

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

CA

Canada

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

CH

Zwitserland

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

CL

Chili

X

X

X

 

X

X

X

 

 

X

 

X

CM

Kameroen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

CN

China

 

 

 

 

X

X

 

X

X

 

 

X

CO

Colombia

 

 

 

 

 

X

X

 

 

 

 

 

CR

Costa Rica

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

CU

Cuba

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

DO

Dominicaanse Republiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

EC

Ecuador

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

ET

Ethiopië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

FK

Falklandeilanden

X

X

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

FO

Faeröer

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

GE

Georgië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

GH

Ghana

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

GL

Groenland

 

X

 

 

 

 

 

 

 

X

X

 

GT

Guatemala

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

HN

Honduras

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

ID

Indonesië

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

IL

Israel (7)

 

 

 

 

X

X

X

X

 

 

X

X

IN

India

 

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

IR

Iran

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

JM

Jamaica

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

JP

Japan

X

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

KE

Kenia

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

KG

Kirgizië

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

KR

Zuid-Korea

 

 

 

 

X

X

 

 

 

 

 

 

LK

Sri Lanka

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

MA

Marokko

 

 

 

 

X

X

 

 

 

 

 

 

MD

Moldavië

 

 

 

 

X

X

 

X

 

 

 

X

ME

Montenegro

X

X

X

 

X

X

X

X

 

 

 

X

MG

Madagaskar

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

MK

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (4)

X

X

X

 

X

X

X

X

 

X

 

X

MM

Myanmar/Birma

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

MU

Mauritius

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X (3)

MX

Mexico

 

 

 

 

 

X

 

X

 

 

 

X

MY

Maleisië

 

 

 

 

X (3)

X

 

 

 

 

 

 

MZ

Mozambique

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

NA

Namibië

X

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

NC

Nieuw-Caledonië

X (3)

 

 

 

 

X

 

 

 

X

X

X

NI

Nicaragua

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

NZ

Nieuw-Zeeland

X

X

 

X

 

X

X

 

 

X

X

X

PA

Panama

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

PE

Peru

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

PH

Filipijnen

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

PM

Saint-Pierre en Miquelon

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

PN

Pitcairneilanden

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

PY

Paraguay

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

RS

Servië (5)

X

X

X

X (2)

X

X

X

X

 

X

 

X

RU

Rusland

X

X

X

 

X

 

X

X

 

 

X (6)

X

RW

Rwanda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

SA

Saudi-Arabië

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

SG

Singapore

X (3)

X (3)

X (3)

X (8)

X (3)

X

X (3)

 

 

X (8)

X (8)

 

SM

San Marino

X

 

X (3)

 

 

 

X

 

 

 

 

X

SR

Suriname

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

SV

El Salvador

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

SW

Swaziland

X

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TH

Thailand

 

 

 

 

X

X

 

 

 

 

 

X

TN

Tunesië

 

 

 

 

X

X

 

 

 

X

 

 

TR

Turkije

 

 

 

 

X

X

X

X

 

 

 

X

TW

Taiwan

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

TZ

Tanzania

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

UA

Oekraïne

X

 

X

 

X

X

X

X

X

 

 

X

UG

Uganda

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

US

Verenigde Staten

X

X

X

 

X

X

X

X

X

X

X

X

UY

Uruguay

X

X

 

X

 

X

X

 

 

X

 

X

VE

Venezuela

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

VN

Vietnam

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

X

ZA

Zuid-Afrika

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

ZM

Zambia

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X


(1)  Alleen kamelenmelk.

(2)  Uitvoer naar de Unie van levende paardachtigen voor de slacht (uitsluitend dieren voor de levensmiddelenproductie).

(3)  Derde landen die alleen grondstoffen gebruiken uit lidstaten of uit andere derde landen die zijn goedgekeurd voor de invoer van dergelijke grondstoffen naar de Unie, overeenkomstig artikel 2.

(4)  De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië; de definitieve naam van dit land zal worden vastgelegd in aansluiting op de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties.

(5)  Uitgezonderd Kosovo (deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo).

(6)  Alleen voor rendieren uit de regio's Moermansk en Yamalo-Nenets.

(7)  De staat Israël met uitzondering van de gebieden onder Israëlisch bestuur sinds juni 1967, namelijk de Golanhoogvlakte, de Gazastrook, Oost-Jeruzalem en de rest van de Westelijke Jordaanoever.

(8)  Alleen voor verse vleesproducten van oorsprong uit Nieuw-Zeeland die bestemd zijn voor de Unie en al dan niet met opslag worden ingeladen en overgeladen in en doorgevoerd via Singapore.


AANBEVELINGEN

17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/40


AANBEVELING (EU) 2018/234 VAN DE COMMISSIE

van 14 februari 2018

over het bevorderen van het Europese karakter en het efficiënte verloop van de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 10, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de burgers op het niveau van de Unie rechtstreeks worden vertegenwoordigd in het Europees Parlement.

(2)

Artikel 10, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat iedere burger het recht heeft om aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen, en dat de besluitvorming plaatsvindt op een zo open mogelijke wijze en zo dicht bij de burgers als mogelijk is.

(3)

Artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat de Europese Raad bij het voordragen van een kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Europese Commissie rekening moet houden met de verkiezingen voor het Europees Parlement.

(4)

Om het Europese karakter en het efficiënte verloop van de verkiezingen voor het Europees Parlement verder te bevorderen, moeten een aantal elementen van Aanbeveling 2013/142/EU van de Commissie (1) ruimschoots vóór de verkiezingen van 2019 worden bijgewerkt en aangevuld.

(5)

Het is van essentieel belang de democratische legitimiteit van de EU te versterken en de deelname van burgers aan het politieke leven op Europees niveau te garanderen. Burgers zouden meer bereid zijn om te stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement als zij zich meer bewust zouden zijn van de impact van het EU-beleid op hun dagelijkse leven en als zij er vertrouwen in zouden hebben dat zij hun stem kunnen laten horen over de belangrijkste beslissingen die de Unie neemt, zoals de aanstelling van de leiders van de EU-instellingen en de vaststelling van de prioriteiten voor de toekomst van de Unie.

(6)

De behoefte aan een sterkere verantwoording en meer transparantie heeft ook implicaties voor de Commissie. De Commissie heeft de gedragscode voor de leden van de Commissie herzien (2). Volgens de nieuwe gedragscode kunnen leden van de Commissie zich kandidaat stellen voor de verkiezingen voor het Europees Parlement zonder dat zij daarvoor verlof moeten nemen. De desbetreffende voorschriften van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie zijn aangepast om met deze wijziging rekening te houden (3).

(7)

Het beleid op Europees niveau heeft rechtstreekse gevolgen voor het dagelijkse leven van de burgers en heeft een invloed op lokaal niveau. Burgers moeten weten wat er op Europees niveau aan de orde is om een keuze te kunnen maken bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Burgerbetrokkenheid bij Europese aangelegenheden bevordert de democratische participatie van burgers bij het besluitvormingsproces van de EU. Sinds januari 2015 heeft de huidige Commissie al 478 burgerdialogen georganiseerd, over de hele EU, ook in samenwerking met institutionele partners als het Europees Parlement, de nationale parlementen, het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité. In de periode van februari 2018 tot 9 mei 2019 zal de Commissie nog eens ca. 500 dialogen organiseren of helpen te organiseren, samen met de lidstaten en regionale en lokale autoriteiten, en met het Europees Parlement en andere Europese instellingen.

(8)

Verschillende lidstaten hebben aangekondigd dat zij bereid zijn brede openbare discussies over de toekomst van Europa te houden, en in een aantal lidstaten vinden al dergelijke nationale dialogen plaats. Door de hand uit te steken naar burgers over heel Europa en volgens hun respectievelijke politieke structuren en praktijken bewustmakingsinitiatieven te organiseren, kunnen de lidstaten de burgers beter bewust maken van het belang van hun stem voor het bepalen van de beste visie om het Europese project vooruit te helpen. Dergelijke activiteiten zouden moeten worden georganiseerd in de periode tussen de bijeenkomst van de leiders op 23 februari 2018 en de top in Sibiu op 9 mei 2019. De top vindt net voor de verkiezingen voor het Europees Parlement plaats en naar verwachting zullen de staatshoofden en regeringsleiders op deze top conclusies aannemen over de volgende stappen voor de Unie.

(9)

Europese politieke partijen spelen een belangrijke rol bij de vorming van een Europees politiek bewustzijn, bij het aanmoedigen van de kiezersopkomst en bij de uiting van de wil van de burgers van de Unie. Hun rol kan nog aan belang toenemen als zij de komende maanden contacten leggen met de nationale partijen die aan hun partij zijn gelieerd en met het maatschappelijk middenveld, en als zij zorgen voor een betere voorlichting over de keuzes die kunnen worden gemaakt in verband met de toekomst van Europa en over de belangen van de burgers die zij verdedigen.

(10)

Het systeem van topkandidaten („Spitzenkandidaten”) voor het ambt van voorzitter van de Commissie werd bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2014 voor het eerst toegepast.

(11)

Het nieuwe systeem heeft bijgedragen tot een doeltreffendere Unie en tot de bevordering van de democratische legitimiteit van de Unie, die steunt op de twee pijlers van directe vertegenwoordiging van burgers in het Europees Parlement en indirecte vertegenwoordiging van burgers door de regeringen van de lidstaten in de Europese Raad en de Raad. Het heeft ook de verantwoording door de Commissie verbeterd, overeenkomstig artikel 17, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het systeem zou moeten worden voortgezet en met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 worden verbeterd.

(12)

Europese en nationale partijen zouden ruim voor het begin van de verkiezingscampagne, en idealiter uiterlijk eind 2018, hun kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Commissie moeten bekendmaken, en idealiter uiterlijk begin 2019 ook diens eigen programma. Dit zou ook meer duidelijkheid scheppen over het verband tussen de individuele stem van een burger van de Unie voor een politieke partij bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, de door die partij gesteunde kandidaat voor het voorzitterschap van de Commissie en zijn of haar visie op de toekomst van Europa.

(13)

Door hun topkandidaten op een open, inclusieve en transparante manier te selecteren, bijvoorbeeld via voorverkiezingen, kunnen de Europese politieke partijen en de nationale partijen die bij deze Europese politieke partijen zijn aangesloten, dit proces verder versterken. Dit zou ook bijdragen tot een groter bewustzijn en kiezers aanmoedigen hun stem uit te brengen.

(14)

Artikel 10, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 12, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie kennen de Europese politieke partijen een belangrijke rol toe. Het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen worden op Europees niveau geregeld. Om redenen van transparantie, controle en democratische verantwoording van Europese politieke partijen heeft de Commissie voorgesteld om in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 de desbetreffende regels te wijzigen (4). Het is met name nodig om aan de toegang tot financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie de voorwaarde te verbinden dat de gelieerde partijen het programma en het logo van de betrokken Europese politieke partij publiceren. Burgers moet van tevoren duidelijke en relevante informatie worden geboden, zodat zij weten wat het effect van hun stem is op het niveau van de Europese partijen. Partijevenementen, zoals congressen, en de verkiezingscampagnes van de nationale partijen zijn de meest geschikte en efficiënte middelen om die banden bekend te maken en daaraan een grote zichtbaarheid te verlenen.

(15)

Een veel vroegere start van de campagne voor de verkiezingen voor het Europees Parlement dan in het verleden en de bekendmaking van de banden tussen Europese en nationale partijen vóór het begin van de verkiezingscampagne zouden de Europese dimensie van de verkiezingen moeten bevorderen.

(16)

Met inachtneming van de specifieke kenmerken van het partijpolitieke landschap in de lidstaten worden Europese politieke partijen ertoe aangemoedigd om vóór het begin van de campagne, en bij voorkeur bij de aankondiging van hun kandidaten voor het ambt van voorzitter van de Commissie, te kennen te geven bij welke politieke fractie in het Europees Parlement zij zich willen aansluiten of welke politieke fractie zij willen vormen in de nieuwe legislatuur. Dit zou meer duidelijkheid scheppen over de banden tussen nationale partijen, Europese politieke partijen en politieke fracties in het Europees Parlement.

(17)

Door het stimuleren en faciliteren van de voorlichting van kiezers over de banden tussen nationale partijen en Europese politieke partijen, tijdens de campagnes voor de verkiezingen voor het Europees Parlement en, indien mogelijk, ook op de stembiljetten voor die verkiezingen, zouden de lidstaten de zichtbaarheid van de Europese politieke partijen en de platforms die zij voorstellen tijdens het hele Europese verkiezingsproces, bevorderen.

(18)

Artikel 22, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaalt dat iedere burger van de Unie het actief en passief kiesrecht heeft bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in de lidstaat waar hij verblijft, en bij Richtlijn 93/109/EG van de Raad (5) is de wijze vastgesteld van uitoefening van dat kiesrecht ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn.

(19)

Ter ondersteuning van de participatie van burgers en de Europese dimensie van de verkiezingen voor het Europees Parlement wordt aangemoedigd de vaststelling en verspreiding te bevorderen van beste praktijken en maatregelen die de lidstaten toepassen voor de voorbereiding en uitvoering van de verkiezingen, onder meer met betrekking tot het stemrecht van Europese burgers die in een andere lidstaat verblijven, en het bevorderen van de uitoefening van het stemrecht door ondervertegenwoordigde groepen, zoals personen met een handicap.

(20)

In het licht van de risico's van cyberaanvallen en desinformatie voor het voorkiezingsproces die recentelijk zijn vastgesteld bij verkiezingen en verkiezingscampagnes, moet de uitwisseling van ervaring over daarmee verband houdende kwesties tussen lidstaten worden aangemoedigd.

(21)

De lidstaten, maar ook de Europese en nationale politieke partijen, dragen een bijzondere verantwoordelijkheid bij het bevorderen van het democratische en efficiënte verloop van de verkiezingen voor het Europees Parlement,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

Europese burgers betrekken bij debatten over Europese aangelegenheden in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement

1.

Vanaf de bijeenkomst van de leiders op 23 februari 2018, en rekening houdend met de respectieve nationale politieke structuren en praktijken, dienen te lidstaten bewustmakingsinitiatieven te organiseren om met burgers een openbaar debat te houden over kwesties in verband met de Europese Unie en de toekomst van Europa. Deze bewustmakingsinitiatieven dienen te blijven plaatsvinden tot de bijeenkomst van de leiders van 9 mei 2019 in Sibiu, net voor de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Tegelijkertijd dienen de Europese politieke partijen en nationale partijen initiatieven te nemen om de burgers beter bewust te maken van de kwesties die op Unieniveau aan de orde zijn en van de wijze waarop zij deze kwesties tijdens de volgende legislatuur willen benaderen.

Steun voor een kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Europese Commissie

2.

Ruim vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement, en idealiter uiterlijk eind 2018, dient iedere Europese politieke partij bekend te maken welke kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Europese Commissie zij steunt. Idealiter uiterlijk begin 2019 dienen zij het politieke programma van de kandidaat zelf bekend te maken.

Europese politieke partijen en nationale partijen die bij deze partijen zijn aangesloten, worden aangemoedigd om hun kandidaten op een open, inclusieve en transparante wijze te selecteren.

Nationale politieke partijen dienen ervoor te zorgen dat hun politieke voorlichtingsactiviteiten met betrekking tot de verkiezingen voor het Europees Parlement, waaronder politieke uitzendingen, de burger ook informatie verschaffen over de kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Europese Commissie die zij steunen en over het programma van hun kandidaat.

Voorlichting van kiezers over banden tussen nationale partijen en Europese politieke partijen

3.

Met inachtneming van de specifieke kenmerken van het partijpolitieke landschap in de lidstaten dienen nationale politieke partijen die deelnemen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement, in de aanloop naar de verkiezingen en vóór het begin van de verkiezingscampagne openbaar te maken of zij bij een Europese politieke partij zijn aangesloten, bij welke Europese politieke partij zij zijn aangesloten en welke topkandidaat zij steunen.

Voor zover mogelijk, dienen nationale politieke partijen deze informatie, in voorkomend geval met inbegrip van het logo van de Europese politieke partij, in alle campagnemateriaal, mededelingen en politieke uitzendingen duidelijk aan te geven.

Europese politieke partijen worden aangemoedigd om vóór het begin van de campagne, en bij voorkeur bij de aankondiging van hun kandidaten voor het ambt van voorzitter van de Commissie, te kennen te geven bij welke politieke fractie in het Europees Parlement zij zich willen aansluiten of welke politieke fractie zij willen vormen in de nieuwe legislatuur.

Voorlichting van kiezers over banden tussen nationale partijen en Europese politieke partijen aanmoedigen en faciliteren

4.

De lidstaten dienen de voorlichting van kiezers over de banden tussen nationale partijen en Europese politieke partijen en over hun topkandidaten vóór en tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement aan te moedigen en te faciliteren, bijvoorbeeld door toe te staan en aan te moedigen dat op het campagnemateriaal, op de websites van aangesloten nationale en regionale partijen, en, indien mogelijk, op de stembiljetten voor die verkiezingen deze banden worden aangegeven.

Efficiënt verloop

5.

Om ervoor te zorgen dat Europese burgers die in een andere lidstaat verblijven, hun stemrecht in die lidstaat kunnen uitoefenen, om de uitoefening van het stemrecht door ondervertegenwoordigde groepen, zoals personen met een handicap, te bevorderen, en om in het algemeen het democratisch verloop en de hoge opkomst te ondersteunen, worden de autoriteiten ertoe aangemoedigd om in het voorjaar van 2018 met de steun van de Commissie bijeen te komen met het oog op de uitwisseling van beste praktijken en praktische maatregelen.

De bevoegde nationale autoriteiten worden verder aangemoedigd om op basis van de ervaringen van de lidstaten beste praktijken vast te stellen met betrekking tot het identificeren, beperken en beheren van de risico's die cyberaanvallen en desinformatie vormen voor het verkiezingsproces.

Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten en tot de Europese en nationale politieke partijen.

Gedaan te Brussel, 14 februari 2018.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  Aanbeveling 2013/142/EU van de Commissie van 12 maart 2013 om de verkiezingen voor het Europees Parlement democratischer en efficiënter te laten verlopen (PB L 79 van 21.3.2013, blz. 29).

(2)  Besluit van de Commissie van 31 januari 2018 betreffende een gedragscode voor de leden van de Europese Commissie (C(2018) 700 final).

(3)  Besluit van het Europees Parlement van 7 februari 2018 over de herziening van het kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie (2017/2233(ACI)).

(4)  Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen — COM(2017) 481 van 13 september 2017.

(5)  Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (PB L 329 van 30.12.1993, blz. 34).


HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN

17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/44


BESLUIT Nr. 1/2017 VAN HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-OEKRAÏNE

van 30 mei 2017

tot vaststelling van zijn reglement van orde [2018/235]

HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-OEKRAÏNE,

Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (1), en met name artikel 300,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 486 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (de „overeenkomst”) worden bepaalde onderdelen van de overeenkomst, waaronder hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden), sinds 1 januari 2016 voorlopig toegepast.

(2)

Artikel 300 van de overeenkomst bepaalt dat het subcomité handel en duurzame ontwikkeling op de tenuitvoerlegging van hoofdstuk 13 van titel IV van de overeenkomst moet toezien.

(3)

Artikel 300, lid 1, van de overeenkomst bepaalt dat het subcomité handel en duurzame ontwikkeling zijn reglement van orde moet vaststellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het reglement van orde van het subcomité handel en duurzame ontwikkeling, als vastgesteld in de bijlage van dit besluit, wordt hierbij aangenomen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2017.

Voor het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling EU-Oekraïne

De voorzitter

M. TUININGA

Secretarissen

M. VADIS

D. KRAMER


(1)   PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.


BIJLAGE

Reglement van orde van het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling EU-Oekraïne

Artikel 1

Algemene bepalingen

1.   Het bij artikel 300 van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (1) (de „overeenkomst”) opgerichte subcomité handel en duurzame ontwikkeling assisteert het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals bedoeld in artikel 465, lid 4, van de overeenkomst, bij de uitvoering van zijn taken.

2.   Het subcomité handel en duurzame ontwikkeling voert de in hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de overeenkomst bedoelde taken uit.

3.   Het subcomité handel en duurzame ontwikkeling bestaat uit vertegenwoordigers van de administratie van elke partij die verantwoordelijk zijn voor aangelegenheden betreffende handel en duurzame ontwikkeling.

4.   Een vertegenwoordiger van de Europese Commissie of van Oekraïne met verantwoordelijkheid voor aangelegenheden inzake handel en duurzame ontwikkeling fungeert als voorzitter van het subcomité handel en duurzame ontwikkeling.

5.   Voor de toepassing van dit reglement van orde wordt geldt de definitie van de term de „partijen” in artikel 482 van de overeenkomst.

Artikel 2

Specifieke bepalingen

1.   De artikelen 2 tot en met 14 van het reglement van orde van het Associatiecomité EU-Oekraïne zijn mutatis mutandis van toepassing, tenzij anders bepaald in dit reglement van orde.

2.   De verwijzingen naar de Associatieraad worden gelezen als verwijzingen naar het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. De verwijzingen naar het Associatiecomité of het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken worden gelezen als verwijzingen naar het subcomité handel en duurzame ontwikkeling.

Artikel 3

Vergaderingen

Het subcomité handel en duurzame ontwikkeling komt bijeen wanneer dit nodig is. De partijen streven ernaar eenmaal per jaar bijeen te komen.

Artikel 4

Wijziging

Dit reglement van orde kan overeenkomstig artikel 300, lid 1, van de overeenkomst worden gewijzigd bij besluit van het subcomité handel en duurzame ontwikkeling.


(1)   PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.


INTERINSTITUTIONELE AKKOORDEN

17.2.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 45/46


AKKOORD TUSSEN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE EUROPESE COMMISSIE

tot wijziging van punt 4 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 295, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:

Punt 4 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie (1) wordt vervangen door:

„4.

Onverminderd het beginsel dat de Commissie een college vormt, draagt elk lid van de Commissie de politieke verantwoordelijkheid voor de maatregelen op het gebied waarmee het is belast.

De voorzitter van de Commissie is volledig verantwoordelijk voor het vaststellen van elk belangenconflict op grond waarvan een lid van de Commissie zijn taken niet kan vervullen.

De voorzitter van de Commissie is tevens verantwoordelijk voor alle maatregelen die vervolgens in een dergelijke situatie worden genomen, en stelt de voorzitter van het Parlement hiervan onmiddellijk schriftelijk in kennis.

De deelname van de leden van de Commissie aan verkiezingscampagnes wordt geregeld door de gedragscode voor de leden van de Europese Commissie.

De leden van de Commissie mogen aan verkiezingscampagnes deelnemen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement, ook als kandidaat. Zij mogen tevens door de Europese politieke partijen worden gekozen als lijsttrekker en kandidaat voor de functie van voorzitter van de Commissie („Spitzenkandidat”).

De voorzitter van de Commissie stelt het Parlement tijdig ervan in kennis of een of meer leden van de Commissie zich kandidaat zullen stellen bij verkiezingscampagnes voor de verkiezingen van het Parlement, alsmede van de maatregelen die zijn genomen om de naleving te waarborgen van de beginselen van onafhankelijkheid, eerlijkheid en kiesheid, zoals verankerd in artikel 245 VWEU en in de gedragscode voor de leden van de Europese Commissie.

Elk lid van de Commissie dat zich kandidaat stelt bij of deelneemt aan een verkiezingscampagne voor de verkiezingen van het Parlement, verbindt zich ertoe zich tijdens de campagne te onthouden van het innemen van een standpunt dat niet verenigbaar is met zijn plicht tot vertrouwelijkheid of dat inbreuk maakt op het beginsel van collegialiteit.

Leden van de Commissie die zich kandidaat stellen bij of deelnemen aan verkiezingscampagnes voor de verkiezingen van het Parlement, mogen geen personele of materiële middelen van de Commissie gebruiken voor activiteiten die verband houden met de verkiezingscampagne.”.

Gedaan te Straatsburg, 7 februari 2018.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

A. TAJANI

Voor de Europese Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 304 van 20.11.2010, blz. 47.