ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 324

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
8 december 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2243 van de Commissie van 30 november 2017 houdende intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2244 van de Commissie van 30 november 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

3

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2245 van de Commissie van 30 november 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

6

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2246 van de Commissie van 30 november 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

8

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2247 van de Commissie van 30 november 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

11

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2248 van de Commissie van 30 november 2017 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

14

 

*

Verordening (EU) 2017/2249 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op zeebrasem in de wateren van de Unie en internationale wateren van IX door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

17

 

*

Verordening (EU) 2017/2250 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op roggen in de wateren van de Unie van VIII en IX door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

19

 

*

Verordening (EU) 2017/2251 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op heek in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

21

 

*

Verordening (EU) 2017/2252 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op roggen in de wateren van de Unie van VIII en IX door vaartuigen die de vlag van België voeren

23

 

*

Verordening (EU) 2017/2253 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op tong in de gebieden VIIIa en VIIIb door vaartuigen die de vlag van België voeren

25

 

*

Verordening (EU) 2017/2254 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op Noord-Atlantische witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

27

 

*

Verordening (EU) 2017/2255 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op schol in de gebieden VIII, IX en X en de Uniewateren van Cecaf 34.1.1 door vaartuigen die de vlag van België voeren

29

 

*

Verordening (EU) 2017/2256 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op kabeljauw in NAFO-gebied 3M door vaartuigen die de vlag van Estland voeren

31

 

*

Verordening (EU) 2017/2257 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op zeeduivel in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

33

 

*

Verordening (EU) 2017/2258 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op scharretongen in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

35

 

*

Verordening (EU) 2017/2259 van de Commissie van 4 december 2017 tot vaststelling van een verbod op de visserij op grenadiervis in de wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren

37

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2260 van de Commissie van 5 december 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/44 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

39

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2017/2261 van de Raad van 30 november 2017 tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de Overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité en het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en de subcomités

41

 

*

Besluit (EU, Euratom) 2017/2262 van de Raad van 4 december 2017 houdende aanwijzing van de leden van het comité bedoeld in artikel 255 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

50

 

*

Besluit (GBVB) 2017/2263 van de Raad van 7 december 2017 tot wijziging van Besluit 2010/452/GBVB inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia

51

 

*

Besluit (GBVB) 2017/2264 van de Raad van 7 december 2017 tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

52

 

*

Uitvoeringsbesluit (GBVB) 2017/2265 van de Raad van 7 december 2017 tot uitvoering van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

53

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2266 van de Commissie van 6 december 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wat betreft bepaalde termijnen voor het gebruik van de UN/Cefact-normen bij de uitwisseling van informatie over visserijen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8089)

55

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2267 van de Commissie van 7 december 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8522)  ( 1 )

57

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Besluit (EU) 2017/971 van de Raad van 8 juni 2017 tot bepaling van de plannings- en uitvoeringsregelingen voor niet-uitvoerende militaire GVDB-missies van de EU en tot wijziging van Besluit 2010/96/GBVB betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden, Besluit 2013/34/GBVB betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) en Besluit (GBVB) 2016/610 betreffende een militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA) ( PB L 146 van 9.6.2017 )

69

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2243 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

houdende intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 (2) heeft de Commissie een massief, cilindervormig en van schroefdraad voorzien product uit een titaniumlegering, dat wordt aangeboden voor gebruik bij traumachirurgie, ingedeeld onder GN-code 8108 90 90.

(2)

In zijn arrest in zaak C-51/16 (3) heeft het Hof van Justitie voor recht verklaard dat post 9021 van de gecombineerde nomenclatuur (GN), opgenomen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 (4) van de Raad, zoals gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 (5) van de Commissie, aldus moet worden uitgelegd dat medische implantaatschroeven als aan de orde in het hoofdgeding onder die post vallen, aangezien deze producten kenmerken hebben waardoor deze zich onderscheiden van gewone producten, in het bijzonder hun zorgvuldige afwerking en uiterste nauwkeurigheid, alsook hun wijze van vervaardiging en hun specifieke functie. Met name het feit dat medische implantaatschroeven als aan de orde in het hoofdgeding enkel in het lichaam kunnen worden ingebracht met behulp van specifieke medische instrumenten, en niet met gewone instrumenten, is een van de kenmerken die in aanmerking moeten worden genomen om deze medische implantaatschroeven te onderscheiden van gewone producten.

(3)

Het onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 vallende product voldoet aan de ISO/TC 150-normen voor implantaatschroeven, wordt aangeboden voor gebruik bij traumachirurgie om breuken te zetten, wordt in een steriele verpakking aangeboden, is genummerd en bijgevolg traceerbaar tijdens het volledige productie- en distributieproces, en moet in het lichaam worden ingebracht met behulp van specifieke instrumenten.

(4)

De indeling van het onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 vallende product onder GN-code 8108 90 90 is derhalve niet in overeenstemming met de bevindingen van het Hof van Justitie in zaak C-51/16.

(5)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 moet daarom worden ingetrokken.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 wordt ingetrokken.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1212/2014 van de Commissie van 11 november 2014 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur (PB L 329 van 14.11.2014, blz. 3).

(3)  Arrest van het Hof van Justitie van 26 april 2017, Stryker EMEA Supply Chain Services, C-51/16, ECLI:EU:C:2017:298.

(4)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 312 van 31.10.2014, blz. 1).


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/3


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2244 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een product bestaande uit twee horizontale rails en twee verticale rails van geëxtrudeerd aluminium, die samen een kader vormen dat is ontworpen om door middel van schroeven aan de wand te worden bevestigd.

Het product is ontworpen om als bevestiging van wandtegelpanelen te dienen.

Het ontwerp van de horizontale rails zorgt ervoor dat de panelen daarin kunnen worden geschoven, wat het verwijderen en vervangen van de panelen vergemakkelijkt, mocht dit nodig zijn.

(Zie afbeelding) (*1)

7616 99 90

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 7616 , 7616 99 en 7616 99 90 .

Indeling onder post 8302 als „garnituren, beslag en dergelijke artikelen, van onedel metaal, voor meubelen, voor deuren, voor trappen, voor vensters, voor blinden, voor koetswerk, voor zadelmakerswerk, voor koffers en valiezen en voor dergelijke werken” is uitgesloten. De rails zijn ontworpen om wandtegels tegen de wand te bevestigen en wandtegels verschillen van aard van de artikelen die door het gebruik van de producten van post 8302 worden bevestigd (zie ook de GS-toelichtingen op post 8302 , tweede alinea, D) en E)).

Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7616 99 90 als „andere werken van aluminium”.

Image 1


(*1)  De afbeelding is louter ter informatie.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2245 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een artikel (een zogenoemde „badplank”) van kunststof met een antislipoppervlak, met afmetingen van ongeveer 35 × 69 cm.

Het artikel heeft afvoergaten, een handvat en een geïntegreerd zeepbakje. Het is aan de onderkant uitgerust met vier verstelbare steunen die al naargelang de breedte van het bad aanpasbaar zijn.

De badplank kan de gebruiker helpen om in en uit het bad te komen, en het artikel kan ook worden gebruikt om op te zitten of als blad voor badproducten.

(zie afbeelding) (*1)

3924 90 00

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 3924 en 3924 90 00 .

Het artikel is geen meubelstuk, omdat het niet is ontworpen om op de grond te worden geplaatst, te worden opgehangen, aan de wand te worden bevestigd of op elkaar te worden gezet. Daarom is overeenkomstig aantekening 2 op hoofdstuk 94 de indeling van het artikel als meubelstuk als bedoeld bij de posten 9401 , 9402 of 9403 uitgesloten.

Het product moet worden ingedeeld onder GN-code 3924 90 00 als andere huishoudelijke artikelen en hygiënische en toiletartikelen, van kunststof.

Image 2


(*1)  De afbeelding is louter ter informatie.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/8


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2246 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Onbelichte aluminium platen (zogenoemde „laserdiodegevoelige positieve thermische platen”), rechthoekig, met één zijde met een lengte van meer dan 255 mm, aan één kant bedekt met een emulsie (voornamelijk bestaande uit in alkali oplosbare hars, één of meer infrarode (ir-) verfstoffen (fotothermische omzetter) en een oplosbaarheidsremmer (kleurstof)) die gevoelig is voor infrarode laserdioden bij een golflengte van 830 nm.

De platen zijn ontworpen voor gebruik met CTP-apparatuur („computer to plate”-technologie) voor middelgrote tot grote oplagen. Om de levensduur van het eindproduct te verlengen, worden de platen onderworpen aan een zogenoemd „bakproces” om het beeld te verharden zodra het is ontwikkeld.

3701 30 00

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 2 op hoofdstuk 37 en de tekst van de GN-codes 3701 en 3701 30 00 .

Het product heeft de objectieve kenmerken van een onbelichte, met lichtgevoelig materiaal bedekte fotografische plaat.

In aantekening 2 op hoofdstuk 37 wordt de term „fotografisch” omschreven als betrekking hebbend op het proces door middel waarvan, al dan niet rechtstreeks, zichtbare beelden worden gevormd door de inwerking van licht of van andere vormen van straling op lichtgevoelige oppervlakken.

De bij hoofdstuk 37 bedoelde fotografische platen hebben een of meer lagen van een emulsie die gevoelig is voor licht of andere vormen van straling met voldoende energie om de nodige reactie te veroorzaken in materialen die gevoelig zijn voor fotonen (of licht), d.w.z. straling met een golflengte van niet meer dan 1 300 nm in het elektromagnetische spectrum (met inbegrip van gammastralen, ultravioletstraling en nabije-infraroodstraling) en corpusculaire (of nucleaire) straling, zowel voor eenkleurige als meerkleurenreproductie (zie ook de GS-toelichtingen op hoofdstuk 37). De golflengte van de stralingsgevoeligheid van de lichtgevoelige laag van deze platen (830 nm) valt binnen het bereik van de bij post 3701  toegestane golflengtes.

Indeling onder GN-code 8442 50 00 als drukplaten is derhalve uitgesloten omdat de lichtgevoelige platen bedoeld bij post 3701 niet onder post 8442 vallen (zie ook de GS-toelichting op post 8442 , letter (B) en GS-indelingsadvies 3701.30/1 van 2015).

De platen moeten daarom worden ingedeeld onder GN-code 3701 30 00 als andere fotografische platen, waarvan de afmeting van een der zijden meer bedraagt dan 255 mm.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/11


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2247 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een artikel (een zogenoemde „verwarmingsmat”) met afmetingen van ongeveer 190 × 80 × 4 cm en een gewicht van ongeveer 11,5 kg. Het artikel is bekleed en bevat een verwarmingselement (een rooster bedekt met een dunne laag weefsel). Het onderste gedeelte van de mat (onder het verwarmingselement) bestaat uit een laag schuim met een dikte van 1 cm. De bovenste buitenkant van de mat is voorzien van een laag platte en gladde kunststeentjes die toermalijn bevatten. De oppervlakte van het artikel is stijf en hobbelig.

Het artikel is voorzien van een regelaar die met een kabel is verbonden en van een stroomaansluiting. De regelaar heeft een display waarop de ingestelde temperatuur wordt weergegeven, verschillende controlelampjes, een knop voor het instellen van de gewenste temperatuur en een aan-/uitknop.

Het artikel is ontworpen voor de warmtebehandeling van verschillende delen van het menselijk lichaam. Men kan erop liggen of zitten. De temperatuur kan worden gekozen in het bereik 30-70 °C. Als de kunststeentjes worden verwarmd, geven deze verinfraroodstralen af.

Zie afbeeldingen (*1).

8516 79 70

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 8516 , 8516 79 en 8516 79 70 .

Indeling onder post 9019 als toestellen voor massage is uitgesloten, omdat het artikel niet gebruikmaakt van wrijving, trilling of andere mechanische bewegingen; het artikel is niet ontworpen om het lichaam te masseren. De steentjes zijn plat en glad en beschikken over specifieke eigenschappen; zij verzamelen warmte en geven deze af zonder enige vorm van wrijving (zie ook de GS-toelichtingen op post 9019 , (II)).

Indeling onder post 9404 als artikelen voor bedden en dergelijke (matrassen of kussens) is ook uitgesloten, aangezien het artikel niet is bedoeld om op of in bedden te worden geplaatst. Het artikel is stijf en heeft een hobbelige oppervlakte. Aantekening 1, onder a), op hoofdstuk 85 is daarom niet van toepassing.

Het artikel werkt als toestel voor warmtetherapie dat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.

Het wordt daarom ingedeeld onder GN-code 8516 79 70 als andere elektrothermische toestellen.

Image 3


(*1)  De afbeeldingen zijn louter ter informatie.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/14


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2248 VAN DE COMMISSIE

van 30 november 2017

tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 57, lid 4, en artikel 58, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om de uniforme toepassing te waarborgen van de gecombineerde nomenclatuur die als bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2) is gevoegd, dienen bepalingen voor de indeling van de in de bijlage bij onderhavige verordening vermelde goederen te worden vastgesteld.

(2)

Bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 zijn de algemene regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur vastgesteld. Deze regels zijn ook van toepassing op iedere andere nomenclatuur die, geheel of gedeeltelijk of met toevoeging van onderverdelingen, de gecombineerde nomenclatuur overneemt en die bij specifieke EU-wetgeving is vastgesteld met het oog op de toepassing van tarief- of andere maatregelen in het kader van het goederenverkeer.

(3)

Volgens deze algemene regels dienen de in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen te worden ingedeeld onder de in kolom 2 vermelde GN-code om de in kolom 3 genoemde redenen.

(4)

Er dient te worden bepaald dat een bindende tariefinlichting die is afgegeven voor onder deze verordening vallende goederen en die in strijd is met deze verordening, door de houder van die inlichting nog gedurende een bepaalde periode mag worden gebruikt op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013. Die periode moet worden vastgesteld op drie maanden.

(5)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité douanewetboek,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in kolom 1 van de tabel in de bijlage omschreven goederen worden in de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld onder de in kolom 2 van die tabel vermelde GN-code.

Artikel 2

Een bindende tariefinlichting die niet in overeenstemming is met deze verordening, mag op grond van artikel 34, lid 9, van Verordening (EU) nr. 952/2013 nog gedurende een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening worden gebruikt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Stephen QUEST

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie


(1)   PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).


BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

Een artikel (een zogenoemde „guy grip dead end”) bestaande uit zes draden, elk met een dikte van 3,25 mm.

De draden zijn vervaardigd van gegalvaniseerd koudgetrokken koolstofstaal. De draden lopen parallel aan elkaar en zijn bedekt met een zinklaag. Ze zijn over hun gehele lengte licht getordeerd en zijn omgebogen tot een U-vorm.

Na aanbieding wordt het artikel gebruikt als „tui” voor houten telefoonpalen, d.w.z. de draad wordt sterk getordeerd tot strengen.

(Zie afbeeldingen) (*1).

7326 20 00

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de tekst van de GN-codes 7326 en 7326 20 00 .

Indeling onder post 7312 als kabels, strengen, lengen en dergelijke artikelen is uitgesloten omdat het artikel niet sterk getordeerd is (zie ook de GS-toelichtingen op post 7312 , eerste alinea, en de GN-toelichtingen op de onderverdelingen 7312 10 61 tot 7312 10 69 ). Het artikel wordt pas sterk getordeerd bij montage op de telefoonpaal.

Het artikel moet daarom worden ingedeeld onder GN-code 7326 20 00 als andere werken van ijzer- of staaldraad.

Image 4


(*1)  De afbeeldingen zijn louter ter informatie.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/17


VERORDENING (EU) 2017/2249 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op zeebrasem in de wateren van de Unie en internationale wateren van IX door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) moet garanderen, en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 32).


BIJLAGE

Nr.

32/TQ2285

Lidstaat

Portugal

Bestand

SBR/09- (met inbegrip van de bijzondere voorwaarde voor SBR/*678-)

Soort

Zeebrasem (Pagellus bogaraveo)

Gebied

Wateren van de Unie en internationale wateren van IX

Datum van sluiting

23.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/19


VERORDENING (EU) 2017/2250 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op roggen in de wateren van de Unie van VIII en IX door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

44/TQ127

Lidstaat

Portugal

Bestand

SRX/89-C (met inbegrip van de bijzondere voorwaarde voor RJC/89-C., RJH/89-C., RJN/89-C., RJU/8-C. en RJU/9-C.)

Soort

Roggen (Rajiformes)

Gebied

Wateren van de Unie van VIII en IX

Datum van sluiting

20.11.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/21


VERORDENING (EU) 2017/2251 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op heek in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

24/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

HKE/8ABDE. (en bijzondere voorwaarde HKE/*57-14)

Soort

Heek (Merluccius merluccius)

Gebied

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe (en bijzondere voorwaarde in VI en VII; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV)

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/23


VERORDENING (EU) 2017/2252 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op roggen in de wateren van de Unie van VIII en IX door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

25/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

SRX/89-C (met inbegrip van de bijzondere voorwaarde voor RJC/89-C., RJH/89-C., RJN/89-C., RJU/8-C. en RJU/9-C.)

Soort

Roggen (Rajiformes)

Gebied

Wateren van de Unie van VIII en IX

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/25


VERORDENING (EU) 2017/2253 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op tong in de gebieden VIIIa en VIIIb door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

26/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

SOL/8AB.

Soort

Tong (Solea solea)

Gebied

VIIIa en VIIIb

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/27


VERORDENING (EU) 2017/2254 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op Noord-Atlantische witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB door vaartuigen die de vlag van Portugal voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

29/TQ127

Lidstaat

Portugal

Bestand

ALB/AN05N

Soort

Noord-Atlantische witte tonijn (Thunnus alalunga)

Gebied

Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

Datum van sluiting

11.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/29


VERORDENING (EU) 2017/2255 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op schol in de gebieden VIII, IX en X en de Uniewateren van Cecaf 34.1.1 door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

27/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

PLE/8/3411

Soort

Schol (Pleuronectes platessa)

Gebied

VIII, IX en X; Uniewateren van Cecaf 34.1.1

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/31


VERORDENING (EU) 2017/2256 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op kabeljauw in NAFO-gebied 3M door vaartuigen die de vlag van Estland voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

30/TQ127

Lidstaat

Estland

Bestand

COD/N3M.

Soort

Kabeljauw (Gadus morhua)

Gebied

NAFO 3M

Datum van sluiting

7.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/33


VERORDENING (EU) 2017/2257 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op zeeduivel in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

23/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

ANF/*8ABDE (bijzondere voorwaarde voor ANF/07.)

Soort

Zeeduivel (Lophiidae)

Gebied

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/35


VERORDENING (EU) 2017/2258 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op scharretongen in de gebieden VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe door vaartuigen die de vlag van België voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2017/127 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).


BIJLAGE

Nr.

22/TQ127

Lidstaat

België

Bestand

LEZ/*8ABDE. (bijzondere voorwaarde voor LEZ/07.)

Soort

Scharretongen (Lepidorhombus spp.)

Gebied

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Datum van sluiting

10.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/37


VERORDENING (EU) 2017/2259 VAN DE COMMISSIE

van 4 december 2017

tot vaststelling van een verbod op de visserij op grenadiervis in de wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII door vaartuigen die de vlag van Spanje voeren

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (1), en met name artikel 36, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad (2) zijn quota voor 2017 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar zijn geregistreerd, het betrokken, voor 2017 toegewezen quotum is opgebruikt.

(3)

Daarom moet de visserij op dat bestand worden verboden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2017 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbodsbepalingen

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, te verplaatsen, over te laden of aan te landen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

João AGUIAR MACHADO

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)  Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 32).


BIJLAGE

Nr.

19/TQ2285

Lidstaat

Spanje

Bestand

RNG/5B67- met inbegrip van RHG/5B67-, RNG/*8X14- en RHG/*8X14-

Soort

Rondneusgrenadier (Coryphaenoides rupestris)

Gebied

Wateren van de Unie en internationale wateren van Vb, VI en VII

Datum van sluiting

3.10.2017


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/39


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/2260 VAN DE COMMISSIE

van 5 december 2017

tot wijziging van Verordening (EU) 2016/44 van de Raad betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (1),

Gezien Verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 204/2011 (2), en met name artikel 20, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage V bij Verordening (EU) 2016/44 worden de vaartuigen opgesomd die door het Sanctiecomité van de Verenigde Naties zijn aangewezen als bedoeld in punt 11 van Resolutie 2146 (2014) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Op die vaartuigen zijn op grond van die verordening een aantal verbodsbepalingen van toepassing, waaronder een verbod op het laden, vervoeren of lossen van ruwe olie uit Libië en op toegang tot havens op het grondgebied van de Unie.

(2)

Op 27 november 2017 heeft het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bepaald dat de identificatiegegevens van het vaartuig CAPRICORN, dat op de lijst staat van vaartuigen waarop beperkende maatregelen van toepassing zijn, moet worden gewijzigd. Bijlage V bij Verordening (EU) 2016/44 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(3)

Teneinde de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, moet deze verordening onmiddellijk in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage V bij Verordening (EU) 2016/44 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 december 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)   PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34.

(2)   PB L 12 van 19.1.2016, blz. 1.


BIJLAGE

Bijlage V bij Verordening (EU) 2016/44 wordt als volgt gewijzigd

De vermelding:

„1.   Naam: CAPRICORN

Op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 10, onder a) en b), van Resolutie 2146 (2014), als uitgebreid en gewijzigd bij punt 2 van Resolutie 2362 (2017) (verboden te laden, te vervoeren of te lossen; verboden havens binnen te komen). Overeenkomstig punt 11 van Resolutie 2146 is deze vermelding op 20 oktober 2017 door het Comité verlengd tot en met 18 januari 2018, tenzij deze eerder wordt beëindigd door het Comité overeenkomstig punt 12 van Resolutie 2146. Vlaggenstaat: Tanzania.

Aanvullende informatie

Op de lijst opgenomen op 21 juli 2017. IMO: 8900878. Vanaf 21 september 2017 bevond het vaartuig zich in internationale wateren ter hoogte van de Verenigde Arabische Emiraten.”

wordt vervangen door:

„1.   Naam: CAPRICORN

Op de lijst geplaatst uit hoofde van punt 10, onder a) en b), van Resolutie 2146 (2014), als verlengd en gewijzigd bij punt 2 van Resolutie 2362 (2017) (verboden te laden, te vervoeren of te lossen; verboden havens binnen te komen). Overeenkomstig punt 11 van Resolutie 2146 is deze vermelding op 20 oktober 2017 door het Comité verlengd tot en met 18 januari 2018, tenzij deze eerder wordt beëindigd door het Comité overeenkomstig punt 12 van Resolutie 2146. Vlaggenstaat: onbekend.

Aanvullende informatie

Op de lijst opgenomen op 21 juli 2017. IMO: 8900878. Vanaf 21 september 2017 bevond het vaartuig zich in internationale wateren ter hoogte van de Verenigde Arabische Emiraten.”.


BESLUITEN

8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/41


BESLUIT (EU) 2017/2261 VAN DE RAAD

van 30 november 2017

tot vaststelling van het standpunt dat de Europese Unie zal innemen in het interministerieel comité en in het gemengd samenwerkingscomité die zijn opgericht bij de Overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds, over de vaststelling van het reglement van orde van het interministerieel comité en het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en de subcomités

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 37,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het gezamenlijke voorstel van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada anderzijds (1) („de overeenkomst”), werd op 30 oktober 2016 in Brussel ondertekend en wordt sinds 1 april 2017 voorlopig toegepast.

(2)

In artikel 27, leden 2 en 3, van de overeenkomst worden een interministerieel comité en een gemengd samenwerkingscomité opgericht om de tenuitvoerlegging van de overeenkomst te vergemakkelijken.

(3)

In artikel 27, lid 2, onder b), iv) van het overeenkomst wordt bepaald dat het interministerieel comité zijn eigen regels en procedures opstelt, en in artikel 27, lid 3, onder c), van de overeenkomst, wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité zijn eigen mandaat vaststelt. In artikel 27, lid 3, onder b), viii) wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité subcomités opricht om het bij de uitvoering van zijn taken bij te staan.

(4)

In artikel 27, lid 2, onder v), ii), van de overeenkomst wordt bepaald dat het interministerieel comité gezamenlijk moet worden voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van Canada en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. In artikel 27, lid 3, onder c), wordt bepaald dat het gemengd samenwerkingscomité gezamenlijk wordt voorgezeten door een hoge ambtenaar van Canada en een hoge ambtenaar van de Unie.

(5)

Om de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst te waarborgen, moeten het reglement van orde van het interministerieel comité en het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en zijn comités worden goedgekeurd.

(6)

Het namens de Unie in het interministerieel comité en het gemengd samenwerkingscomité in te nemen standpunt moet dan ook gebaseerd zijn op de ontwerpteksten van het reglement van orde van het interministerieel comité en van het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en zijn subcomités,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het namens de Unie in het interministerieel comité tussen de EU en Canada in te nemen standpunt wordt gebaseerd op het reglement van orde van het interministerieel comité dat aan dit besluit is gehecht.

2.   Het namens de Unie in het gemengd samenwerkingscomité tussen de EU en Canada in te nemen standpunt wordt gebaseerd op het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en de subcomités die aan dit besluit zijn gehecht.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Commissie en tot de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 30 november 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

K. SIMSON


(1)  Strategische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (PB L 329 van 3.12.2016, blz. 45).


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET INTERMINISTERIEEL COMITÉ EU-CANADA

van …

tot vaststelling van zijn reglement van orde

HET INTERMINISTERIEEL COMITÉ EU-CANADA,

Gezien de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds („de overeenkomst”), en met name artikel 27,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast sinds 1 april 2017.

(2)

Krachtens artikel 27, lid 2, onder b), iv), van de overeenkomst stelt het interministerieel comité zijn reglement van orde vast,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Het reglement van orde van het interministerieel comité, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld.

Ondertekend te …, ….

Voor het interministerieel comité van de EU en Canada

De medevoorzitters


BIJLAGE

Reglement van orde van het interministerieel comité

Taken

Het interministerieel comité

a)

maakt de balans op van de betrekkingen op basis van het jaarverslag van het gemengd samenwerkingscomité;

b)

doet aanbevelingen met betrekking tot het werk van het gemengd samenwerkingscomité, met inbegrip van nieuwe gebieden voor toekomstige samenwerking;

c)

neemt beslissingen met de goedkeuring van beide partijen bij de overeenkomst;

d)

doet aanbevelingen voor de regeling van geschillen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortvloeien, overeenkomstig artikel 28 van de overeenkomst.

Voorzitter, samenstelling en deelnemers

1.

Het interministerieel comité wordt gezamenlijk voorgezeten door de minister van Buitenlandse Zaken van Canada en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

2.

Elke partij bij de overeenkomst deelt voorafgaand aan elke vergadering van het interministerieel comité de samenstelling van haar delegatie mee aan het secretariaat.

3.

De medevoorzitters kunnen deskundigen of vertegenwoordigers van andere organen voor de vergadering uitnodigen als waarnemer of om informatie te verschaffen over een specifiek onderwerp.

Vergaderingen

1.

Het interministerieel comité komt jaarlijks samen, of zoals wederzijds overeengekomen naargelang van de omstandigheden. De vergaderingen van het interministerieel comité vinden afwisselend in de Europese Unie en Canada plaats, of op een andere plaats als de medevoorzitters dat zijn overeengekomen, op een onderling overeengekomen datum.

2.

De vergaderingen van het interministerieel comité vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.

Secretariaat

1.

Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het departement Internationale Aangelegenheden van Canada (Global Affairs Canada) treden gezamenlijk op als secretarissen van het interministerieel comité. Relevante mededelingen van en aan de medevoorzitters worden doorgestuurd naar de secretarissen.

2.

Het secretariaat zorgt voor regelmatige contacten, ook via videoconferenties, voorafgaand aan de vergaderingen van het interministerieel comité om de balans op te maken van de thematische dialogen die voorafgaand aan de vergadering van het interministerieel comité hebben plaatsgevonden. De inhoud van deze contacten wordt verwerkt in de agenda van de volgende vergadering van het interministerieel comité.

Agenda van de vergaderingen

1.

Het secretariaat van de partij bij de overeenkomst die gastheer is van de vergadering, stelt voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Die wordt, samen met de nodige documenten, ten minste 15 werkdagen voor de vergadering aan de partijen bij de overeenkomst gestuurd, tenzij dat door omstandigheden niet mogelijk is.

2.

De agenda wordt door de medevoorzitters goedgekeurd en aan het begin van elke vergadering ook door het interministerieel comité. Indien de medevoorzitters dit beslissen, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, als agendapunt worden opgenomen.

Verklaring van het interministerieel comité

De partijen bij de overeenkomst keuren aan het eind van elke vergadering een verklaring van het interministerieel comité goed. Deze verklaring wordt openbaar gemaakt en kan de aanbevelingen bevatten die de partijen bij de overeenkomst hebben goedgekeurd.

Besluiten en aanbevelingen

1.

Het interministerieel comité kan besluiten nemen of aanbevelingen doen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst.

2.

Besluiten en aanbevelingen van het interministerieel comité worden door de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd en meegedeeld door de EU aan, zoals passend wordt geacht, het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de EU, het secretariaat-generaal van de Raad van de EU en door Canada aan de bevoegde Canadese autoriteiten.

3.

Besluiten worden goedgekeurd nadat de partijen bij de overeenkomst hun eigen interne procedures overeenkomstig hun wet- en regelgeving hebben voltooid.

4.

Besluiten en aanbevelingen van het interministerieel comité worden vastgelegd in twee door de medevoorzitters ondertekende afschriften.

5.

In dringende gevallen kunnen besluiten en aanbevelingen via een schriftelijke procedure worden goedgekeurd zonder dat een formele bijeenkomst van het interministerieel comité plaatsvindt. Dergelijke besluiten en aanbevelingen moeten aan de partijen bij de overeenkomst worden meegedeeld.

Onkosten

1.

Elke partij bij de overeenkomst draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met de deelname aan vergaderingen van het interministerieel comité.

2.

Elke partij bij de overeenkomst draagt haar eigen kosten van vertolking bij vergaderingen en vertaling.

3.

De partij bij de overeenkomst die gastheer is van de vergadering, draagt de kosten in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten.

Vertrouwelijkheid

Wanneer een partij bij de overeenkomst aan het interministerieel comité informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.

Wijziging van het reglement van orde

Dit reglement van orde kan worden gewijzigd overeenkomstig de bepaling inzake besluiten en aanbevelingen.


Mandaat van het gemengd samenwerkingscomité en de subcomités

HET GEMENGD SAMENWERKINGSCOMITÉ VAN DE EU EN CANADA,

Gezien de overeenkomst inzake een strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds („de overeenkomst”), en met name artikel 27,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 30, lid 2, van de overeenkomst wordt de overeenkomst voorlopig toegepast sinds 1 april 2017.

(2)

Overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder c), van de overeenkomst stelt het gemengd samenwerkingscomité zijn eigen mandaat vast.

(3)

Overeenkomstig artikel 27, lid 3, onder b), viii), kan het gemengd samenwerkingscomité subcomités oprichten om op deskundigenniveau te kunnen beraadslagen over de kerngebieden die onder de overeenkomst vallen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Het mandaat van het gemengd samenwerkingscomité, zoals opgenomen in de bijlage, wordt vastgesteld.

Ondertekend te …, ….

Voor het gemengd samenwerkingscomité van de EU en Canada

De medevoorzitters


BIJLAGE

Mandaat van het gemengd samenwerkingscomité

Taken

Het gemengd samenwerkingscomité

a)

duidt prioriteiten aan met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen bij de overeenkomst;

b)

houdt toezicht op de ontwikkeling van de strategische betrekkingen tussen de partijen bij de overeenkomst;

c)

organiseert een dialoog en doet voorstellen inzake vraagstukken die van wederzijds belang zijn;

d)

doet aanbevelingen voor efficiëntieverbeteringen, grotere effectiviteit en synergieën tussen de partijen bij de overeenkomst;

e)

ziet toe op de goede werking van deze overeenkomst;

f)

doet een jaarverslag aan het interministerieel comité toekomen over de stand van zaken van de betrekkingen, dat door de partijen bij de overeenkomst openbaar wordt gemaakt;

g)

gaat op gepaste wijze om met alle zaken die de partijen bij de overeenkomst het gemengd samenwerkingscomité op grond van deze overeenkomst voorleggen;

h)

richt subcomités op om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan. Deze subcomités mogen echter geen duplicaat zijn van organen die tussen de partijen bij de overeenkomst op grond van andere overeenkomsten zijn opgericht;

i)

beoordeelt situaties waarin een partij bij de overeenkomst van oordeel is dat haar belangen zijn of kunnen worden aangetast door besluitvormingsprocessen op gebieden van samenwerking die niet onder een specifieke overeenkomst vallen.

Samenstelling, voorzitter en deelnemers

1.

Het gemengd samenwerkingscomité bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen bij de overeenkomst.

2.

Het gemengd samenwerkingscomité wordt gezamenlijk voorgezeten door een hoge ambtenaar van de Europese Dienst voor extern optreden en een hoge ambtenaar van het departement Internationale Aangelegenheden van Canada (Global Affairs Canada).

3.

Elke partij bij de overeenkomst deelt voorafgaand aan elke vergadering van het gemengd samenwerkingscomité de samenstelling van haar delegatie mee aan de medevoorzitters.

4.

De medevoorzitters kunnen deskundigen of vertegenwoordigers van andere organen voor de vergadering uitnodigen als waarnemer of om informatie te verschaffen over een specifiek onderwerp.

Vergaderingen

1.

Het gemengd samenwerkingscomité komt jaarlijks samen of zoals wederzijds overeengekomen. De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité worden bijeengeroepen door de medevoorzitters. De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité vinden afwisselend in de Europese Unie en in Canada plaats, op een onderling overeengekomen datum. Op verzoek van een partij bij de overeenkomst kunnen bijzondere vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité worden belegd.

2.

Met goedkeuring van de medevoorzitters kunnen deze bijzondere vergaderingen uitzonderlijk via video- of teleconferentie plaatsvinden.

3.

De vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.

Secretariaat

Een vertegenwoordiger van de Europese Dienst voor extern optreden en een vertegenwoordiger van het departement Internationale Aangelegenheden Canada (Global Affairs Canada) treden gezamenlijk op als secretarissen van het gemengd samenwerkingscomité. Relevante mededelingen van en aan de medevoorzitters worden doorgestuurd naar de secretarissen.

Agenda van de vergaderingen

1.

Het secretariaat van de partij bij de overeenkomst die gastheer is van de vergadering, stelt in overleg met het andere secretariaat voor elke vergadering een voorlopige agenda op. Die wordt, samen met de nodige documenten, ten minste 15 werkdagen voor de vergadering aan de partijen bij de overeenkomst gestuurd. De medevoorzitters kunnen, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst indien nodig, een andere termijn vaststellen voor een bepaalde vergadering.

2.

Elke partij bij de overeenkomst kan het secretariaat verzoeken een onderwerp op de agenda te plaatsen. De voorlopige agenda bevat alle onderwerpen waarvoor het secretariaat ten laatste 21 werkdagen voor de datum van de vergadering een dergelijk verzoek heeft ontvangen.

3.

De agenda wordt door de medevoorzitters goedgekeurd en aan het begin van elke vergadering ook door het gemengd samenwerkingscomité. Indien de medevoorzitters dit goedkeuren, kunnen punten die niet op de voorlopige agenda staan, als agendapunt worden opgenomen.

4.

De partijen bij de overeenkomst zorgen voor regelmatige contacten, ook via videoconferenties, voorafgaand aan de vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité om de balans op te maken van de thematische en geografische dialogen die voorafgaand aan de vergadering van het gemengd samenwerkingscomité hebben plaatsgevonden. De inhoud van deze contacten wordt verwerkt in de agenda van de volgende vergadering van het gemengd samenwerkingscomité.

Notulen

1.

De medevoorzitters geven een opsomming van de door het gemengd samenwerkingscomité bereikte conclusies. Beide secretariaten stellen de ontwerpnotulen op op basis van deze conclusies. Een eerste ontwerp wordt door het secretariaat van de partij bij de overeenkomst die gastheer was, binnen 15 werkdagen na de vergaderdatum voorgelegd.

2.

De ontwerpnotulen worden binnen 30 werkdagen na de vergaderdatum of uiterlijk op een andere door de partijen bij de overeenkomst overeengekomen datum door de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd. Als de partijen bij de overeenkomst de ontwerpnotulen hebben goedgekeurd, worden twee afschriften ervan door de medevoorzitters met de hand of elektronisch ondertekend.

Aanbevelingen

1.

Aanbevelingen van het gemengd samenwerkingscomité worden door de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd en opgenomen in de gezamenlijke notulen. De notulen worden meegedeeld; door de EU aan, zoals passend wordt geacht, het secretariaat-generaal van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de Europese unie, het secretariaat-generaal van de Raad van de EU en door Canada aan de bevoegde Canadese autoriteiten.

2.

Het gemengd samenwerkingscomité doet aanbevelingen inzake geschillen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst voortvloeien. Dergelijke aanbevelingen worden gedaan overeenkomstig artikel 28 van de overeenkomst.

Jaarverslag aan het gemengd samenwerkingscomité

1.

Het secretariaat zorgt dat een jaarverslag over de stand van zaken van de betrekkingen wordt opgesteld en ten minste 15 werkdagen voor de vergadering van het gemengd samenwerkingscomité aan de partijen bij de overeenkomst wordt gezonden.

2.

Het gemengd samenwerkingscomité keurt het aan het interministerieel comité te bezorgen jaarverslag goed. Dat verslag zal vervolgens openbaar worden gemaakt.

Onkosten

1.

Elke partij bij de overeenkomst draagt haar eigen personeels-, reis- en verblijfskosten en haar eigen kosten voor post en telecommunicatie in verband met de deelname aan vergaderingen van het gemengd samenwerkingscomité.

2.

Elke partij bij de overeenkomst draagt haar eigen kosten van vertolking bij vergaderingen en vertaling.

3.

De partij bij de overeenkomst die gastheer is van de vergadering, draagt de kosten in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten.

Oprichting van subcomités

1.

Het gemengd samenwerkingscomité kan subcomités oprichten om het bij de vervulling van zijn taken bij te staan. De subcomités brengen na elke vergadering verslag uit aan het gemengd samenwerkingscomité en mogen geen duplicaat zijn van organen die op grond van andere overeenkomsten tussen de partijen bij de overeenkomst zijn opgericht.

2.

Het gemengd samenwerkingscomité kan besluiten bestaande subcomités op te heffen, hun mandaat vast te stellen of te wijzigen, of bijkomende subcomités op te richten.

Vertrouwelijkheid

Wanneer een partij bij de overeenkomst aan het gemengd samenwerkingscomité informatie overlegt die zij als vertrouwelijk aanduidt, behandelt de andere partij die informatie als zodanig.

Wijziging van het mandaat

Dit mandaat kan worden gewijzigd overeenkomstig artikel 27, lid 3, van de overeenkomst.

Subcomités

1.

De subcomités van het gemengd samenwerkingscomité („de subcomités”) kunnen de tenuitvoerlegging van de overeenkomst op hun werkgebieden bespreken. Zij kunnen ook onderwerpen of specifieke projecten bespreken in verband met het desbetreffende domein van bilaterale samenwerking, met inbegrip van de interpretatie van de overeenkomst.

2.

De subcomités werken onder het gezag van het gemengd samenwerkingscomité. Zij brengen verslag uit en sturen hun notulen en conclusies binnen 20 werkdagen na iedere vergadering aan de medevoorzitters van het gemengd samenwerkingscomité.

3.

De subcomités bestaan uit vertegenwoordigers van beide partijen bij de overeenkomst.

4.

De subcomités kunnen voor hun vergaderingen deskundigen uitnodigen en horen met betrekking tot specifieke punten op de agenda.

5.

De subcomités worden gezamenlijk voorgezeten door de partijen bij de overeenkomst.

6.

Elk subcomité beslist hoe de secretariaatstaken worden toegewezen om ervoor te zorgen dat de verslagen tijdig aan het gemengd samenwerkingscomité worden overgelegd.

7.

De subcomités komen bijeen als de omstandigheden dit vereisen, op schriftelijk verzoek van een van de partijen bij de overeenkomst. Elke vergadering vindt plaats op een door de partijen bij de overeenkomst overeengekomen plaats en datum. Vergaderingen kunnen ook plaatsvinden via videoconferentie.

8.

De vergaderingen van de subcomités vinden achter gesloten deuren plaats, tenzij de medevoorzitters, met goedkeuring van de partijen bij de overeenkomst, besluiten dat de vergadering openbaar is.

9.

De partijen bij de overeenkomst keuren de agenda van de vergaderingen van de subcomités gezamenlijk goed.

10.

De partijen bij de overeenkomst stellen de notulen van elke vergadering van de subcomités gezamenlijk vast.

8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/50


BESLUIT (EU, Euratom) 2017/2262 VAN DE RAAD

van 4 december 2017

houdende aanwijzing van de leden van het comité bedoeld in artikel 255 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 255, tweede alinea,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, lid 1,

Gezien het initiatief van de president van het Hof van Justitie van 10 oktober 2017,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 255, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wordt er een comité opgericht dat de lidstaten van advies dient over de geschiktheid van de kandidaten voor de uitoefening van de ambten van rechter en advocaat-generaal van het Hof van Justitie en van het Gerecht, voordat de regeringen van de lidstaten overgaan tot de benoemingen (hierna „comité” genoemd).

(2)

Het comité bestaat uit zeven personen, gekozen uit voormalige leden van het Hof van Justitie en van het Gerecht, personen die de hoogste nationale rechterlijke ambten bekleden en personen die bekend staan als kundige rechtsgeleerden, van wie er één wordt voorgedragen door het Europees Parlement.

(3)

Er moet rekening worden gehouden met een evenwichtige samenstelling van het comité, meer bepaald op basis van een zo breed mogelijke geografische spreiding en met betrekking tot de vertegenwoordigde nationale rechtsstelsels.

(4)

Derhalve moeten de leden alsook de voorzitter van het comité worden aangewezen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor een periode van vier jaar vanaf 1 maart 2018 worden benoemd tot lid van het comité bedoeld in artikel 255 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie:

 

de heer Christiaan TIMMERMANS, voorzitter

 

de heer Simon BUSUTTIL

 

de heer Frank CLARKE

 

de heer Carlos LESMES SERRANO

 

mevrouw Maria Eugénia MARTINS de NAZARÉ RIBEIRO

 

de heer Andreas VOSSKUHLE

 

de heer Mirosław WYRZYKOWSKI

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2018.

Gedaan te Brussel, 4 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

U. PALO


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/51


BESLUIT (GBVB) 2017/2263 VAN DE RAAD

van 7 december 2017

tot wijziging van Besluit 2010/452/GBVB inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 12 augustus 2010 Besluit 2010/452/GBVB (1) houdende verlenging van de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië (EUMM Georgia), vastgesteld. Deze missie werd ingesteld bij Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB (2) van de Raad.

(2)

De Raad heeft op 12 december 2016 Besluit (GBVB) 2016/2238 vastgesteld (3), waarbij de missie tot en met 14 december 2018 wordt verlengd en in een financieel referentiebedrag wordt voorzien tot en met 14 december 2017.

(3)

Besluit 2010/452/GBVB moet worden gewijzigd om te voorzien in een financieel referentiebedrag voor de periode van 15 december 2017 tot en met 14 december 2018.

(4)

EUMM Georgia zal worden uitgevoerd in een mogelijk verslechterende situatie die de verwezenlijking van de in artikel 21 van het Verdrag genoemde doelstellingen van het externe optreden van de Unie kan hinderen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Aan artikel 14, lid 1, van Besluit 2010/452/GBVB wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven voor EUMM Georgia voor de periode van 15 december 2017 tot en met 14 december 2018 bedraagt 19 970 000,00 EUR.”

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 15 december 2017.

Gedaan te Brussel, 7 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

A. ANVELT


(1)  Besluit 2010/452/GBVB van de Raad van 12 augustus 2010 inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (PB L 213 van 13.8.2010, blz. 43).

(2)  Gemeenschappelijk Optreden 2008/736/GBVB van de Raad van 15 september 2008 inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (PB L 248 van 17.9.2008, blz. 26).

(3)  Besluit (GBVB) 2016/2238 van de Raad van 12 december 2016 tot wijziging van Besluit 2010/452/GBVB inzake de waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia (PB L 337 van 13.12.2016, blz. 15).


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/52


BESLUIT (GBVB) 2017/2264 VAN DE RAAD

van 7 december 2017

tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 15 april 2014 Besluit 2014/219/GBVB (1) vastgesteld.

(2)

De Raad heeft op 11 januari 2017 Besluit (GBVB) 2017/50 (2) tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB vastgesteld waarbij het mandaat met een periode van twee jaar, tot en met 14 januari 2019, wordt verlengd en een financieel referentiebedrag voor de periode tot en met 14 januari 2018 wordt bepaald.

(3)

Besluit 2014/219/GBVB dient te worden gewijzigd om te voorzien in een financieel referentiebedrag voor de periode van 15 januari 2018 tot en met 14 januari 2019.

(4)

Besluit 2014/219/GBVB dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 14 van Besluit 2014/219/GBVB wordt lid 1 vervangen door:

„1.   Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 april 2014 tot en met 14 januari 2015 bedraagt 5 500 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2015 tot en met 14 januari 2016 bedraagt 11 400 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 bedraagt 19 775 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2017 tot en met 14 januari 2018 bedraagt 29 800 000 EUR.

Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2018 tot en met 14 januari 2019 bedraagt 28 450 000 EUR.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 7 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

A. ANVELT


(1)  Besluit 2014/219/GBVB van de Raad van 15 april 2014 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 113 van 16.4.2014, blz. 21).

(2)  Besluit (GBVB) 2017/50 van de Raad van 11 januari 2017 houdende wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 7 van 12.1.2017, blz. 18).


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/53


UITVOERINGSBESLUIT (GBVB) 2017/2265 VAN DE RAAD

van 7 december 2017

tot uitvoering van Besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 31, lid 2,

Gezien Besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië en tot intrekking van Besluit 2011/137/GBVB (1), en met name artikel 12, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 31 juli 2015 Besluit (GBVB) 2015/1333 vastgesteld.

(2)

Het Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, ingesteld krachtens Resolutie1970 (2011) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, heeft op 27 november 2017 de vermelding van een vaartuig op de lijst van vaartuigen, die aan beperkende maatregelen onderworpen zijn, gewijzigd.

(3)

Bijlage V bij Besluit (GBVB) 2015/1333 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage V bij Besluit (GBVB) 2015/1333 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 december 2017.

Voor de Raad

De voorzitter

A. ANVELT


(1)   PB L 206 van 1.8.2015, blz. 34.


BIJLAGE

In rubriek B (Entiteiten) van bijlage V bij Besluit (GBVB) 2015/1333 wordt vermelding 1 vervangen door:

„1.   Naam: CAPRICORN

Ook bekend als: n.v.t. Verder nog bekend als: n.v.t. Adres: n.v.t. Op de lijst geplaatst op: 21 juli 2017

Aanvullende informatie

IMO-nummer: 8900878. Op de lijst geplaatst uit hoofde van de punten 10 a) en 10 b) van Resolutie 2146 (2014), zoals verlengd en gewijzigd bij punt 2 van Resolutie 2362 (2017) (verboden te laden, te vervoeren of te lossen; verboden havens binnen te komen). Overeenkomstig punt 11 van Resolutie 2146 is deze vermelding op 20 oktober 2017 door het Comité verlengd; de vermelding is geldig tot en met 18 januari 2018, tenzij ze eerder wordt beëindigd door het Comité overeenkomstig punt 12 van Resolutie 2146. Vlaggenstaat: onbekend. Op 21 september 2017 bevond het vaartuig zich in de internationale wateren voor de kust van de Verenigde Arabische Emiraten.”.


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/55


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/2266 VAN DE COMMISSIE

van 6 december 2017

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wat betreft bepaalde termijnen voor het gebruik van de UN/Cefact-normen bij de uitwisseling van informatie over visserijen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8089)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008, en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name de artikelen 111 en 116,

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (2), en met name artikel 146 undecies,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De systemen van de lidstaten moeten van dien aard zijn dat gegevens over visserijactiviteiten en gegevens in verband met de verkoop kunnen worden uitgewisseld volgens de norm van het „United Nations Centre for Trade Facilitation and Electronic Business” (Centrum van de Verenigde Naties voor de bevordering van handel en elektronisch zakendoen — UN/Cefact) overeenkomstig artikel 146 octies en artikel 146 nonies van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 van de Commissie (3) zijn de termijnen voor het gebruik van de UN/Cefact-normen bij de uitwisseling van visserijgegevens vastgelegd.

(3)

Om de continuïteit van de activiteiten te garanderen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld waarin het vóór 1 november 2017 gangbare formaat en het formaat op basis van de UN/Cefact-norm mogen worden gebruikt voor de uitwisseling van gegevens, zowel binnen de Unie als tussen de lidstaten en derde landen.

(4)

De specificaties voor het beantwoorden van verzoeken om gegevens van verkoopdocumenten en overnamegegevens moeten worden gewijzigd om ze te laten aansluiten bij de specificaties voor andere verzoeken om gegevens.

(5)

Het is daarom passend bepaalde termijnen die bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 zijn vastgesteld voor het gebruik van die UN/Cefact-normen, te wijzigen.

(6)

Tijdens bijeenkomsten van de deskundigengroep voor visserijcontrole — ERS (elektronisch registratie- en meldsysteem) en van de werkgroep voor gegevensbeheer hebben de lidstaten overeenstemming bereikt over de noodzaak om een overgangsperiode vast te stellen, de bovenvermelde specificaties te wijzigen en bepaalde termijnen te wijzigen.

(7)

Aangezien de overgangsperiode al op 1 november 2017 is ingegaan, moet dit besluit met terugwerkende kracht vanaf die datum van toepassing zijn.

(8)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 2 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

„3.   Tijdens een overgangsperiode die uiterlijk op 1 mei 2018 afloopt, wordt voor elke uitwisseling van gegevens over visserijactiviteiten tussen twee lidstaten verder gebruikgemaakt van het vóór 1 november 2017 gangbare formaat, tenzij zowel de versturende als de ontvangende lidstaat gegevens over visserijactiviteiten kunnen uitwisselen in het nieuwe formaat op basis van de UN/Cefact-norm.

4.   Voor de uitwisseling van gegevens over visserijactiviteiten in het kader van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij wordt tot de met het betrokken derde land overeengekomen datum verder gebruikgemaakt van het vóór 1 november 2017 gangbare formaat.”.

2)

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Tijdens een overgangsperiode die uiterlijk op 1 mei 2018 afloopt, wordt voor elke uitwisseling van gegevens van verkoopdocumenten en van overnamegegevens tussen twee lidstaten verder gebruikgemaakt van het vóór 1 november 2017 gangbare formaat, tenzij zowel de versturende als de ontvangende lidstaat gegevens van verkoopdocumenten en overnamegegevens kunnen uitwisselen met gebruikmaking van het nieuwe formaat op basis van de UN/Cefact-norm.”;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

„2.   Vanaf 1 november 2018 zijn de systemen van de lidstaten van dien aard dat in het formaat P1000-5 van UN/Cefact gegevens van verkoopdocumenten en overnamegegevens kunnen worden verstuurd en kan worden geantwoord op verzoeken om dergelijke gegevens, als bedoeld in artikel 146 nonies, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011, met betrekking tot transacties die vanaf die datum plaatsvinden.”.

Artikel 2

Toepassing

Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 november 2017.

Artikel 3

Adressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 6 december 2017.

Voor de Commissie

Karmenu VELLA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.

(2)   PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1138 van de Commissie van 11 juli 2016 tot wijziging van de formaten op basis van de UN/Cefact-norm voor de uitwisseling van informatie over visserijen (PB L 188 van 13.7.2016, blz. 26).


8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/57


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/2267 VAN DE COMMISSIE

van 7 december 2017

tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8522)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Gezien Richtlijn 2002/99/EG van de Raad van 16 december 2002 houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (3), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie (4) zijn maatregelen op het gebied van de diergezondheid vastgesteld in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten. In de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit zijn bepaalde gebieden in die lidstaten afgebakend, die in lijsten in de delen I tot en met IV van die bijlage zijn opgenomen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende risiconiveaus op basis van de epidemiologische situatie van die ziekte.

(2)

In november 2017 hebben zich een aantal gevallen van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij wilde varkens in de powiecie legionowski, piaseczynski en in het district warszawski – zachodni in Polen. Naar aanleiding van die gevallen zijn Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2176 van de Commissie (5) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2198 van de Commissie (6) vastgesteld, en deze handelingen zijn respectievelijk tot en met 8 december 2017 en tot en met 15 december 2017 van toepassing. Door deze gevallen moet in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Daarom moeten de door deze gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens getroffen gebieden in Polen nu in deel II, en de omliggende gebieden in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU worden opgenomen.

(3)

Er zijn nooit meldingen gemaakt van Afrikaanse varkenspest bij als huisdier gehouden varkens of wilde varkens in Ruciane-Nida, Lelis en Łyse in Polen, die momenteel zijn opgenomen in deel I van die bijlage. In het licht van overweging 9 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1196 van de Commissie (7) en de verstrekte surveillancegegevens moeten deze gebieden uit deel I worden geschrapt.

(4)

In november 2017 hebben zich een aantal gevallen van Afrikaanse varkenspest voorgedaan bij wilde varkens in de powiecie sokólski, augustowski, elcki, parczewski in Polen, in Vilkaviškio, Pakruojo en Radviliškio rajonų savivaldybėse in Litouwen en in Dobeles novads in Letland in gebieden die momenteel zijn opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU. Door deze gevallen moet in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Daarom moeten de door deze gevallen van Afrikaanse varkenspest bij wilde varkens getroffen gebieden in Polen, Litouwen en Letland nu worden opgenomen in de lijst in deel II en niet in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU, en moeten een aantal nieuwe omliggende gebieden in Polen nu worden opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit.

(5)

In november 2017 hebben zich tevens enkele gevallen van Afrikaanse varkenspest voorgedaan in de Russische Federatie (regio Kaliningrad), dicht bij de grens met Polen. Door deze gevallen moet in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU voor bepaalde gebieden in Polen met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. In verband met de epidemiologische situatie van de ziekte in de regio Kaliningrad (Russische Federatie) moeten sommige grensgebieden in Polen nu worden opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU.

(6)

Sinds september 2017 hebben zich een aantal gevallen en een uitbraak van Afrikaanse varkenspest voorgedaan in Saldus novads in Letland, dicht bij de grens met Litouwen. Door deze gevallen en de uitbraak moet in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU voor bepaalde gebieden in Litouwen met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moeten bepaalde grensgebieden in Litouwen nu worden opgenomen in de lijst in deel I van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU.

(7)

In november 2017 is een geval van Afrikaanse varkenspest vastgesteld bij wilde varkens in de powiecie włodawskim in Polen, in een gebied dat momenteel is opgenomen in de lijst in deel II van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU, en dicht bij gebieden die momenteel zijn opgenomen in deel I van die bijlage. Door dit geval moet in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit met een hoger risiconiveau rekening worden gehouden. Bijgevolg moeten de desbetreffende gebieden in Polen nu worden opgenomen in de lijst in deel II en niet in deel I van die bijlage, en moeten een aantal nieuwe omliggende gebieden in Polen worden opgenomen in deel I van die bijlage.

(8)

Bij de beoordeling van de risico's voor de diergezondheid die de nieuwe ziektesituatie in bepaalde landen wat betreft Afrikaanse varkenspest meebrengt, moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van de huidige epidemiologische situatie van die ziekte bij wilde varkens in de Unie. Om de in Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU vastgestelde maatregelen op het gebied van de diergezondheid doelgericht te kunnen nemen en de verdere verspreiding van Afrikaanse varkenspest te voorkomen en daarbij tegelijkertijd te vermijden dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en tevens dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moet de in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit opgenomen EU-lijst van gebieden waarvoor maatregelen op het gebied van de diergezondheid gelden, worden bijgewerkt om rekening te houden met de wijzigingen van de epidemiologische situatie in Polen, Letland en Litouwen wat betreft die ziekte.

(9)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 7 december 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)   PB L 18 van 23.1.2003, blz. 11.

(4)  Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU van de Commissie van 9 oktober 2014 betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit 2014/178/EU (PB L 295 van 11.10.2014, blz. 63).

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2176 van de Commissie van 21 november 2017 tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met Afrikaanse varkenspest in Polen (PB L 306 van 22.11.2017, blz. 82).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2198 van de Commissie van 27 november 2017 tot vaststelling van bepaalde tijdelijke beschermende maatregelen in verband met Afrikaanse varkenspest in Polen (PB L 312 van 28.11.2017, blz. 89).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1196 van de Commissie van 3 juli 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU betreffende maatregelen op het gebied van de diergezondheid in verband met Afrikaanse varkenspest in sommige lidstaten (PB L 172 van 5.7.2017, blz. 16).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit 2014/709/EU wordt vervangen door:

„BIJLAGE

DEEL I

1.   Tsjechië

De volgende gebieden in Tsjechië:

okres Uherské Hradiště,

okres Kroměříž,

okres Vsetín.

2.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Hiiu maakond.

3.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Aizputes novads,

Alsungas novads,

Auces novada Vecauces un Ukru pagasts, Auces pilsēta,

Jelgavas novada Platones, Vircavas, Jaunsvirlaukas, Vilces, Lielplatones, Elejas un Sesavas pagasts,

Kuldīgas novada Ēdoles, Īvandes, Gudenieku, Turlavas, Kurmāles, Snēpeles, Laidu pagasts, Kuldīgas pilsēta,

Pāvilostas novada Sakas pagasts un Pāvilostas pilsēta,

republikas pilsēta Jelgava,

Saldus novada Ezeres, Kursīšu, Novadnieku, Pampāļu, Saldus, Zaņas un Zirņu pagasts, Saldus pilsēta,

Skrundas novads,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Tērvetes novads,

Ventspils novada Jūrkalnes pagasts.

4.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Akmenės rajono savivaldybė: Akmenės, Kruopių, Naujosios Akmenės kaimiškoji, Naujosios Akmenės miesto ir Ventos seniūnijos,

Joniškio rajono savivaldybė,

Jurbarko rajono savivaldybė: Eržvilko, Girdžių, Jurbarko miesto, Jurbarkų ir Viešvilės seniūnijos, Skirsnemunės ir Šimkaičių seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 146,

Kalvarijos savivaldybė,

Kazlų Rūdos savivaldybė,

Kelmės rajono savivaldybė,

Marijampolės savivaldybė,

Mažeikių rajono savivaldybė,

Radviliškio rajono savivaldybė: Aukštelkų, Radviliškio, Radviliškio miesto, Šaukoto, Šaulėnų ir Tyrulių,

Raseinių rajono savivaldybė: Ariogalos seniūnija į šiaurę nuo kelio Nr A1, Ariogalos miesto, Betygalos seniūnijos, Girkalnio ir Kalnūjų seniūnijos į šiaurę nuo kelio Nr A1, Nemakščių, Pagojukų, Paliepių, Raseinių, Raseinių miesto, Šiluvos ir Viduklės seniūnijos,

Šakių rajono savivaldybė,

Šiaulių miesto savivaldybė,

Šiaulių rajono savivaldybė.

5.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

gminy Stare Juchy i gmina wiejska Ełk w powiecie ełckim,

gminy Biała Piska, Orzysz i Pisz w powiecie piskim,

gminy Miłki i Wydminy w powiecie giżyckim,

gminy Olecko, Świętajno i Wieliczki w powiecie oleckim,

gminy Górowo Iławeckie z miastem Górowo Iławeckie i Bartoszyce z miastem Bartoszyce w powiecie bartoszyckim.

w województwie podlaskim:

gmina Brańsk z miastem Brańsk, gminy Boćki, Rudka, Wyszki, część gminy Bielsk Podlaski położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę nr 19 (w kierunku północnym od miasta Bielsk Podlaski) i przedłużonej przez wschodnią granicę miasta Bielsk Podlaski i drogę nr 66 (w kierunku południowym od miasta Bielsk Podlaski), miasto Bielsk Podlaski, część gminy Orla położona na zachód od drogi nr 66 w powiecie bielskim,

gminy Augustów z miastem Augustów i Nowinka w powiecie augustowskim;

gminy Dziadkowice, Grodzisk i Perlejewo w powiecie siemiatyckim,

gminy Kolno z miastem Kolno, Mały Płock i Turośl w powiecie kolneńskim,

gminy Juchnowiec Kościelny, Suraż, Turośń Kościelna, Łapy i Poświętne w powiecie białostockim,

powiat zambrowski,

gminy Bakałarzewo, Raczki, Rutka-Tartak, Suwałki i Szypliszki w powiecie suwalskim,

gminy Sokoły, Kulesze Kościelne, Nowe Piekuty, Szepietowo, Klukowo, Ciechanowiec, Wysokie Mazowieckie z miastem Wysokie Mazowieckie, Czyżew w powiecie wysokomazowieckim,

gminy Łomża, Miastkowo, Nowogród, Piątnica, Śniadowo i Zbójna w powiecie łomżyńskim,

powiat miejski Białystok,

powiat miejski Łomża,

powiat miejski Suwałki.

w województwie mazowieckim:

gminy Bielany, Ceranów, Jabłonna Lacka, Sabnie, Sterdyń i gmina wiejska Sokołów Podlaski w powiecie sokołowskim,

gminy Domanice, Kotuń, Mokobody, Skórzec, Suchożebry, Mordy, Siedlce, Wiśniew i Zbuczyn w powiecie siedleckim,

powiat miejski Siedlce,

gminy Rzekuń, Troszyn, Czerwin i Goworowo w powiecie ostrołęckim,

gminy Olszanka i Łosice w powiecie łosickim,

powiat ostrowski,

gmina Wyszogród w powiecie płockim,

gminy Czerwińsk nad Wisłą i Załuski w powiecie płońskim,

gminy Pomiechówek, Zakroczym i część miasta Nowy Dwór Mazowiecki położona na północ od rzeki Wisły w powiecie nowodworskim,

gmina Pokrzywnica i Zatory w powiecie pułtuskim,

gmina Serock w powiecie legionowskim,

gmina Somianka w powiecie wyszkowskim,

gminy Dąbrówka, Klembów, Marki, Poświętne, Radzymin, Wołomin, Zielonka i Ząbki w powiecie wołomińskim,

gminy Halinów i Sulejówek w powiecie mińskim,

gmina Józefów, Karczew i Otwock w powiecie otwockim,

gminy Lesznowola, Tarczyn i część gminy Góra Kalwaria położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę nr 79 i północną granicę miasta Góra Kalwaria w powiecie piaseczyńskim,

gminy Chynów i Grójec w powiecie grójeckim,

gminy Brwinów, Michałowice, Nadarzyn, Piastów, Pruszków i Raszyn w powiecie pruszkowskim,

gminy Baranów, Grodzisk Mazowiecki, Milanówek i Podkowa Leśna w powiecie grodziskim,

gminy Iłów, Młodzieszyn, Sochaczew z miastem Sochaczew i Teresin w powiecie sochaczewskim,

część powiatu miejskiego Warszawa, położona na wschód od linii wyznaczonej przez Kanał Żerański i następnie przedłużonej w kierunku południowym przez rzekę Wisłę.

w województwie lubelskim:

gminy Cyców, Ludwin, Puchaczów i Spiczyn w powiecie łęczyńskim,

gminy Borki, Czemierniki, miasto Radzyń Podlaski i Ulan-Majorat w powiecie radzyńskim,

gmina Adamów, Krzywda, Serokomla, Stanin, Trzebieszów, Wojcieszków i gmina wiejska Łuków w powiecie łukowskim,

gminy Dębowa Kłoda, Siemień i Sosnowica w powiecie parczewskim,

gminy Dorohusk, Kamień, Chełm, Ruda – Huta, część gminy Sawin położona na południe od linii wyznaczonej przez drogę łącząca miejscowość Chutcze z miejscowością Sawin, wzdłuż ulic Brzeska, Wygon i Podgrabowa w miejscowości Sawin, a dalej wzdłuż drogi stanowiącej przedłużenie ulicy Podgrabowa w kierunku wschodnim do granicy gminy, Siedliszcze, Rejowiec, Rejowiec Fabryczny z miastem Rejowiec Fabryczny i Wierzbica w powiecie chełmskim,

powiat miejski Chełm,

gminy Firlej, Kock, Lubartów z miastem Lubartów, Serniki, Niedźwiada, Ostrówek, Ostrów Lubelski i Uścimów w powiecie lubartowskim.

DEEL II

1.   Tsjechië

De volgende gebieden in Tsjechië:

okres Zlín.

2.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Haapsalu linn,

Hanila vald,

Harju maakond,

Ida-Viru maakond,

Jõgeva maakond,

Järva maakond,

Kihelkonna vald,

Kullamaa vald,

Kuressaare linn,

Lääne-Viru maakond,

Lääne-Saare vald,

osa Leisi vallast, mis asub lääne pool Kuressaare-Leisi maanteest (maanatee nr 79),

Lihula vald,

Martna vald,

Muhu vald,

Mustjala vald,

Osa Noarootsi vallast, mis asub põhja pool maanteest nr 230,

Nõva vald,

Pihtla vald,

Pärnu maakond (välja arvatud Audru ja Tõstamaa vald),

Põlva maakond,

Rapla maakond,

Osa Ridala vallast, mis asub edela pool maanteest nr 31,

Ruhnu vald,

Salme vald,

Tartu maakond,

Torgu vald,

Valga maakond,

Viljandi maakond,

Vormsi vald,

Võru maakond.

3.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Ādažu novads,

Aglonas novada Kastuļinas, Grāveru un Šķeltovas pagasts,

Aizkraukles novads,

Aknīstes novads,

Alojas novads,

Alūksnes novads,

Amatas novads,

Apes novads,

Auces novada Bēnes, Lielauces un Īles pagasts,

Babītes novads,

Baldones novads,

Baltinavas novads,

Balvu novads,

Bauskas novads,

Beverīnas novads,

Brocēnu novads,

Burtnieku novads,

Carnikavas novads,

Cēsu novads,

Cesvaines novads,

Ciblas novads,

Dagdas novads,

Daugavpils novada Vaboles, Līksnas, Sventes, Medumu, Demenas, Kalkūnes, Laucesas, Tabores, Maļinovas, Ambeļu, Biķernieku, Naujenes, Vecsalienas, Salienas un Skrudalienas pagasts,

Dobeles novads,

Dundagas novads,

Engures novads,

Ērgļu novads,

Garkalnes novada daļa, kas atrodas uz ziemeļrietumiem no autoceļa A2,

Gulbenes novads,

Iecavas novads,

Ikšķiles novada Tīnūžu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidaustrumiem no autoceļa P10, Ikšķiles pilsēta,

Ilūkstes novads,

Jaunjelgavas novads,

Jaunpiebalgas novads,

Jaunpils novads,

Jēkabpils novads,

Jelgavas novada Glūdas, Zaļenieku, Svētes, Kalnciema, Līvbērzes un Valgundes pagasts,

Kandavas novads,

Kārsavas novads,

Ķeguma novads,

Ķekavas novads,

Kocēnu novads,

Kokneses novads,

Krāslavas novads,

Krimuldas novada Krimuldas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa V89 un V81, un Lēdurgas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa V81 un V128,

Krustpils novads,

Kuldīgas novada Padures, Pelču, Rumbas, Rendas, Kalibes un Vārmes pagasti,

Lielvārdes novads,

Līgatnes novads,

Limbažu novada Skultes, Limbažu, Umurgas, Katvaru, Pāles un Viļķenes pagasts, Limbažu pilsēta,

Līvānu novads,

Lubānas novads,

Ludzas novads,

Madonas novads,

Mālpils novads,

Mārupes novads,

Mazsalacas novads,

Mērsraga novads,

Naukšēnu novads,

Neretas novada Mazzalves pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa P73 un uz rietumiem no autoceļa 932,

Ogres novads,

Olaines novads,

Ozolnieku novads,

Pārgaujas novads,

Pļaviņu novads,

Preiļu novada Saunas pagasts,

Priekuļu novada Veselavas pagasts un Priekuļu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidiem no autoceļa P28 un rietumiem no autoceļa P20,

Raunas novada Drustu pagasts un Raunas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidiem no autoceļa A2,

republikas pilsēta Daugavpils,

republikas pilsēta Jēkabpils,

republikas pilsēta Jūrmala,

republikas pilsēta Rēzekne,

republikas pilsēta Valmiera,

Rēzeknes novada Audriņu, Bērzgales, Čornajas, Dricānu, Gaigalavas, Griškānu, Ilzeskalna, Kantinieku, Kaunatas, Lendžu, Lūznavas, Maltas, Mākoņkalna, Nagļu, Ozolaines, Ozolmuižas, Rikavas, Nautrēnu, Sakstagala, Silmalas, Stoļerovas, Stružānu un Vērēmu pagasts un Feimaņu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļiem no autoceļa V577 un Pušas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļaustrumiem no autoceļa V577 un V597,

Riebiņu novada Sīļukalna, Stabulnieku, Galēnu un Silajāņu pagasts,

Rojas novads,

Ropažu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa P10,

Rugāju novads,

Rundāles novads,

Rūjienas novads,

Salacgrīvas novads,

Salas novads,

Saldus novada Jaunlutriņu, Lutriņu un Šķēdes pagasts,

Saulkrastu novads,

Siguldas novada Mores pagasts un Allažu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidiem no autoceļa P3,

Skrīveru novads,

Smiltenes novads,

Strenču novads,

Talsu novads,

Tukuma novads,

Valkas novads,

Varakļānu novads,

Vecpiebalgas novads,

Vecumnieku novads,

Ventspils novada Ances, Tārgales, Popes, Vārves, Užavas, Piltenes, Puzes, Ziru, Ugāles, Usmas un Zlēku pagasts, Piltenes pilsēta,

Viesītes novada Elkšņu un Viesītes pagasts, Viesītes pilsēta,

Viļakas novads,

Viļānu novads,

Zilupes novads.

4.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Alytaus miesto savivaldybė,

Alytaus rajono savivaldybė,

Anykščių rajono savivaldybė: Andrioniškio, Anykščių, Debeikių, Kavarsko seniūnijos dalis į šiaurės rytus nuo kelio Nr. 1205 ir į šiaurę rytus nuo kelio Nr. 1218, Kurklių, Skiemonių, Svėdasų, Troškūnų ir Viešintų seniūnijos,

Birštono savivaldybė,

Biržų miesto savivaldybė,

Biržų rajono savivaldybė: Nemunėlio Radviliškio, Pabiržės, Pačeriaukštės ir Parovėjos seniūnijos,

Elektrėnų savivaldybė,

Ignalinos rajono savivaldybė,

Jonavos rajono savivaldybė,

Jurbarko rajono savivaldybė: Juodaičių, Raudonės, Seredžiaus, Veliuonos seniūnijos ir Skirsnemunės ir Šimkaičių seniūnijos dalis į rytus nuo kelio Nr. 146,

Kaišiadorių miesto savivaldybė,

Kaišiadorių rajono savivaldybė,

Kauno miesto savivaldybė,

Kauno rajono savivaldybės: Akademijos, Alšėnų, Batniavos, Domeikavos, Ežerėlio, Garliavos apylinkių, Garliavos, Karmėlavos, Kačerginės, Kulautuvos, Lapių, Linksmakalnio, Neveronių, Raudondvario, Ringaudų, Rokų, Samylų, Taurakiemio, Užliedžių, Vilkijos apylinkių, Vilkijos, Zapyškio seniūnijos,

Kėdainių rajono savivaldybė savivaldybės: Dotnuvos, Gudžiūnų, Josvainių seniūnijos dalis į šiaurę nuo kelio Nr 3514 ir Nr 229, Krakių, Kėdainių miesto, Surviliškio, Truskavos, Vilainių ir Šėtos seniūnijos,

Kupiškio rajono savivaldybė: Noriūnų, Skapiškio, Subačiaus ir Šimonių seniūnijos,

Molėtų rajono savivaldybė,

Pakruojo rajono savivaldybė: Klovainių, Rozalimo, Lygumų, Pakruojo, Žeimelio, Linkuvos ir Pašvitinio seniūnijos,

Panevėžio rajono savivaldybė: Krekenavos seninūnijos dalis į vakarus nuo Nevėžio upės ir į pietus nuo kelio Nr. 3004,

Pasvalio rajono savivaldybė: Joniškėlio apylinkių, Joniškėlio miesto, Saločių ir Pušaloto seniūnijos,

Radviliškio rajono savivaldybė: Baisogalos, Grinkiškio, Skėmių, Šeduvos miesto, Pakalniškių ir Sidabravo seniūnijos,

Raseinių rajono savivaldybė: Kalnūjų, Girkalnio, Ariogalios seniūnijos į pietus nuo kelio Nr. A1,

Prienų miesto savivaldybė,

Prienų rajono savivaldybė,

Rokiškio rajono savivaldybė,

Širvintų rajono savivaldybė,

Švenčionių rajono savivaldybė,

Trakų rajono savivaldybė,

Utenos rajono savivaldybė,

Vilniaus miesto savivaldybė,

Vilniaus rajono savivaldybė,

Vilkaviškio rajono savivaldybė,

Visagino savivaldybė,

Zarasų rajono savivaldybė.

5.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie warmińsko-mazurskim:

gmina Kalinowo i Prostki w powiecie ełckim,

w województwie podlaskim:

część gminy Wizna położona na zachód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Jedwabne i Wizna oraz na południe od linii wyznaczoną przez drogę nr 64 (od skrzyżowania w miejscowości Wizna w kierunku wschodnim do granicy gminy) w powiecie łomżyńskim,

gmina Dubicze Cerkiewne, Czyże, Białowieża, Hajnówka z miastem Hajnówka, Narew, Narewka i części gmin Kleszczele i Czeremcha położone na wschód od drogi nr 66 w powiecie hajnowskim,

gmina Kobylin-Borzymy w powiecie wysokomazowieckim,

gminy Grabowo i Stawiski w powiecie kolneńskim,

gminy Czarna Białostocka, Dobrzyniewo Duże, Gródek, Michałowo, Supraśl, Tykocin, Wasilków, Zabłudów, Zawady i Choroszcz w powiecie białostockim,

część gminy Bielsk Podlaski położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę nr 19 (w kierunku północnym od miasta Bielsk Podlaski) i przedłużonej przez wschodnią granicę miasta Bielsk Podlaski i drogę nr 66 (w kierunku południowym od miasta Bielsk Podlaski), część gminy Orla położona na wschód od drogi nr 66 w powiecie bielskim,

powiat sejneński,

gminy Bargłów Kościelny, Płaska i Sztabin w powiecie augustowskim,

powiat sokólski,

w województwie mazowieckim:

gmina Przesmyki w powiecie siedleckim,

gmina Repki w powiecie sokołowskim,

gmina Brochów w powiecie sochaczewskim,

gminy Czosnów, Leoncin i część miasta Nowy Dwór Mazowiecki ograniczona od północy rzeką Narew i od południa rzeką Wisła w powiecie nowodworskim,

powiat warszawski zachodni,

gminy Jabłonna, Nieporęt, Wieliszew i Legionowo w powiecie legionowskim,

gminy Konstancin – Jeziorna, Piaseczno, Prażmów i część gminy Góra Kalwaria, położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę nr 79 i północną granicę miasta Góra Kalwaria w powiecie piaseczyńskim,

część powiatu miejskiego Warszawa, położona na zachód od linii wyznaczonej przez Kanał Żerański i przedłużonej w kierunku południowym przez rzekę Wisłę.

w województwie lubelskim:

gminy Komarówka Podlaska i Wohyń w powiecie radzyńskim,

gminy Stary Brus i Urszulin w powiecie włodawskim,

gminy Rossosz, Wisznice, Sławatycze, Sosnówka, Tuczna i Łomazy w powiecie bialskim,

gminy Jabłoń, Milanów i Parczew w powiecie parczewskim,

część gminy Sawin położona na północ od linii wyznaczonej przez drogę łącząca miejscowość Chutcze z miejscowością Sawin, wzdłuż ulic Brzeska, Wygon i Podgrabowa w miejscowości Sawin, a dalej wzdłuż drogi stanowiącej przedłużenie ulicy Podgrabowa w kierunku wschodnim do granicy gminy w powiecie chełmskim.

DEEL III

1.   Estland

De volgende gebieden in Estland:

Audru vald,

Lääne-Nigula vald,

Laimjala vald,

osa Leisi vallast, mis asub ida pool Kuressaare-Leisi maanteest (maantee nr 79),

Osa Noarootsi vallast, mis asub lõuna pool maanteest nr 230,

Orissaare vald,

Pöide vald,

Osa Ridala vallast, mis asub kirde pool maanteest nr 31,

Tõstamaa vald,

Valjala vald.

2.   Letland

De volgende gebieden in Letland:

Aglonas novada Aglonas pagasts,

Auces novada Vītiņu pagasts,

Daugavpils novada Nīcgales, Kalupes, Dubnas un Višķu pagasts,

Garkalnes novada daļa, kas atrodas uz dienvidaustrumiem no autoceļa A2,

Ikšķiles novada Tīnūžu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļrietumiem no autoceļa P10,

Inčukalna novads,

Krimuldas novada Krimuldas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa V89 un V81, un Lēdurgas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa V81 un V128,

Limbažu novada Vidrižu pagasts,

Neretas novada Neretas, Pilskalnes, Zalves pagasts un Mazzalves pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa P73 un uz austrumiem no autoceļa 932,

Priekuļu novada Liepas un Mārsēnu pagasts un Priekuļu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļiem no autoceļa P28 un austrumiem no autoceļa P20,

Preiļu novada Preiļu, Aizkalnes un Pelēču pagasts un Preiļu pilsēta,

Raunas novada Raunas pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļiem no autoceļa A2,

Rēzeknes novada Feimaņu pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidiem no autoceļa V577 un Pušas pagasta daļa, kas atrodas uz dienvidrietumiem no autoceļa V577 un V597,

Riebiņu novada Riebiņu un Rušonas pagasts,

Ropažu novada daļa, kas atrodas uz rietumiem no autoceļa P10,

Salaspils novads,

Saldus novada Jaunauces, Rubas, Vadakstes un Zvārdes pagasts,

Sējas novads,

Siguldas novada Siguldas pagasts un Allažu pagasta daļa, kas atrodas uz ziemeļiem no autoceļa P3, un Siguldas pilsēta,

Stopiņu novada daļa, kas atrodas uz austrumiem no autoceļa V36, P4 un P5, Acones ielas, Dauguļupes ielas un Dauguļupītes,

Vārkavas novads,

Viesītes novada Rites un Saukas pagasts.

3.   Litouwen

De volgende gebieden in Litouwen:

Anykščių rajono savivaldybė: Kavarsko seniūnijos dalis į vakarus nuo kelio Nr. 1205 ir į pietus nuo kelio Nr. 1218 ir Traupio seniūnija,

Biržų rajono savivaldybė: Vabalninko, Papilio ir Širvenos seniūnijos,

Druskininkų savivaldybė,

Kauno rajono savivaldybė: Babtų, Čekiškės ir Vandžiogalos seniūnijos,

Kėdainių rajono savivaldybė: Pelėdnagių, Pernaravos seniūnijos ir Josvainių seniūnijos dalis į pietus nuo kelio Nr 3514 ir Nr 229,

Kupiškio rajono savivaldybė: Alizavos ir Kupiškio seniūnijos,

Lazdijų rajono savivaldybė,

Pakruojo rajono savivaldybė: Guostagalio seniūnija,

Panevėžio miesto savivaldybė,

Panevėžio rajono savivaldybė: Karsakiškio, Miežiškių, Naujamiesčio, Paįstrio, Raguvos, Ramygalos, Smilgių, Upytės, Vadoklių, Velžio seniūnijos ir Krekenavos seniūnijos dalis į rytus nuo Nevėžio upės ir į šiaurę nuo kelio Nr. 3004,

Pasvalio rajono savivaldybė: Daujėnų, Krinčino, Namišių, Pasvalio apylinkių, Pasvalio miesto, Pumpėnų ir Vaškų seniūnijos,

Šalčininkų rajono savivaldybė,

Ukmergės rajono savivaldybė,

Varėnos rajono savivaldybė.

4.   Polen

De volgende gebieden in Polen:

w województwie podlaskim:

powiat grajewski,

powiat moniecki,

gminy Jedwabne i Przytuły oraz część gminy Wizna, położona na wschód od linii wyznaczonej przez drogę łączącą miejscowości Jedwabne i Wizna oraz na północ od linii wyznaczonej przez drogę 64 (od skrzyżowania w miejscowości Wizna w kierunku wschodnim do granicy gminy) w powiecie łomżyńskim,

gmina Lipsk w powiecie augustowskim,

części gminy Czeremcha i Kleszczele położone na zachód od drogi nr 66 w powiecie hajnowskim,

gminy Drohiczyn, Mielnik, Milejczyce, Nurzec-Stacja, Siemiatycze z miastem Siemiatycze w powiecie siemiatyckim.

w województwie mazowieckim:

gminy Platerów, Sarnaki, Stara Kornica i Huszlew w powiecie łosickim,

gminy Korczew i Paprotnia w powiecie siedleckim.

w województwie lubelskim:

gminy Kodeń, Konstantynów, Janów Podlaski, Leśna Podlaska, Piszczac, Rokitno, Biała Podlaska, Zalesie i Terespol z miastem Terespol, Drelów, Międzyrzec Podlaski z miastem Międzyrzec Podlaski w powiecie bialskim,

powiat miejski Biała Podlaska,

gminy Radzyń Podlaski i Kąkolewnica w powiecie radzyńskim,

gminy Hanna, Hańsk, Wola Uhruska, Wyryki i gmina wiejska Włodawa w powiecie włodawskim,

gmina Podedwórze w powiecie parczewskim.

DEEL IV

Italië

De volgende gebieden in Italië:

tutto il territorio della Sardegna.


Rectificaties

8.12.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 324/69


Rectificatie van Besluit (EU) 2017/971 van de Raad van 8 juni 2017 tot bepaling van de plannings- en uitvoeringsregelingen voor niet-uitvoerende militaire GVDB-missies van de EU en tot wijziging van Besluit 2010/96/GBVB betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Somalische veiligheidstroepen te helpen opleiden, Besluit 2013/34/GBVB betreffende een militaire missie van de Europese Unie om de Malinese strijdkrachten te helpen opleiden (EUTM Mali) en Besluit (GBVB) 2016/610 betreffende een militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA)

( Publicatieblad van de Europese Unie L 146 van 9 juni 2017 )

De titel in de inhoudsopgave en de titel op blz. 133:

in plaats van:

„Besluit (EU) 2017/971 van de Raad van 8 juni 2017 tot bepaling van …”,

lezen:

„Besluit (GBVB) 2017/971 van de Raad van 8 juni 2017 tot bepaling van …”.