ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 232

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
8 september 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1529 van de Commissie van 7 september 2017 tot goedkeuring van de basisstof natriumchloride overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

1

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1530 van de Commissie van 7 september 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof quizalofop-P-tefuryl ( 1 )

4

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1531 van de Commissie van 7 september 2017 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof imazamox, die in aanmerking komt voor vervanging, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie ( 1 )

6

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1532 van de Commissie van 7 september 2017 tot behandeling van kwesties met betrekking tot de vergelijkende evaluatie van bloedstollingsremmende rodenticiden, overeenkomstig artikel 23, lid 5, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 )

11

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Richtlijn (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad ( PB L 157 van 20.6.2017 )

17

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

8.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 232/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1529 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2017

tot goedkeuring van de basisstof natriumchloride overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 23, lid 5, in samenhang met artikel 13, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 7 juni 2016 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 23, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van de Agriculture and Horticulture Development Board (UK) en het Institut Technique de l'Agriculture Biologique (ITAB) een goedkeuringsaanvraag ontvangen voor zout als basisstof voor gebruik als fungicide voor paddenstoelen. Daarnaast heeft de Commissie op 21 juli 2016 een goedkeuringsaanvraag van ITAB ontvangen voor zeezout als basisstof voor gebruik als fungicide en insecticide voor druiven. Aangezien beide aanvragen betrekking hebben op de stof natriumchloride van levensmiddelenkwaliteit zijn de aanvragen samengevoegd. De aanvragen gingen vergezeld van de in artikel 23, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voorgeschreven informatie.

(2)

De Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gevraagd wetenschappelijke bijstand te verlenen. Op 20 januari 2017 heeft de EFSA een technisch verslag over natriumchloride bij de Commissie ingediend (2). Op 23 maart 2017 heeft de Commissie het evaluatieverslag (3) en het ontwerp van deze verordening aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd en de definitieve versies ervan opgesteld voor de bijeenkomst van dit comité op 20 juli 2017.

(3)

Uit de door de aanvrager verstrekte documentatie blijkt dat de stof natriumchloride voldoet aan de criteria van een voedingsmiddel zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4). Bovendien wordt de stof niet voornamelijk voor gewasbeschermingsdoeleinden gebruikt, maar is zij niettemin nuttig op het gebied van gewasbescherming in een product dat bestaat uit de stof en water. Bijgevolg moet de stof als basisstof worden beschouwd.

(4)

Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat mag worden verwacht dat natriumchloride in het algemeen zal voldoen aan de voorschriften van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, met name voor de toepassingen die zijn onderzocht en in het evaluatieverslag van de Commissie zijn opgenomen. Derhalve moet de stof natriumchloride worden goedgekeurd als basisstof.

(5)

Overeenkomstig artikel 13, lid 2, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, en in het licht van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen.

(6)

Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (5) dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Goedkeuring van een basisstof

De stof natriumchloride wordt goedgekeurd als basisstof overeenkomstig bijlage I.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 2016; Outcome of the consultation with Member States and EFSA on the basic substance application for sodium chloride for use in plant protection as fungicide and bactericide in seed treatment and for disinfecting cutting tools. EFSA supporting publication 2016:EN-1091. 39 blz.

(3)  http://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/public/?event=activesubstance.selection&language=EN

(4)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Specifieke bepalingen

Natriumchloride

CAS-nr.: 7647-14-5

Natriumchloride

970 g/kg

Levensmiddelenkwaliteit

28 september 2017

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als fungicide en insecticide.

Natriumchloride mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over natriumchloride (SANTE/10383/2017), met name de aanhangsels I en II.


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.


BIJLAGE II

Aan deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Specifieke bepalingen

„16

Natriumchloride

CAS-nr.: 7647-14-5

Natriumchloride

970 g/kg

Levensmiddelenkwaliteit

28 september 2017

Goedkeuring geldt alleen voor gebruik van de basisstof als fungicide en insecticide.

Natriumchloride mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over natriumchloride (SANTE/10383/2017), met name de aanhangsels I en II.”


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.


8.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 232/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1530 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2017

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de goedkeuringsperiode van de werkzame stof quizalofop-P-tefuryl

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 17, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (2) zijn de werkzame stoffen opgenomen die geacht worden te zijn goedgekeurd uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1107/2009.

(2)

Gezien de tijd en de middelen die nodig zijn om de beoordeling te voltooien van de aanvragen voor de verlenging van de goedkeuring van het grote aantal werkzame stoffen waarvan de goedkeuringen tussen 2019 en 2021 vervallen, is bij Uitvoeringsbesluit C(2016) 6104 van de Commissie (3) een werkprogramma vastgesteld waarin soortgelijke werkzame stoffen zijn gegroepeerd en prioriteiten zijn gesteld op basis van veiligheidsrisico's voor de gezondheid van mens en dier of het milieu, zoals in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald.

(3)

Voor de werkzame stoffen propaquizafop, quizalofop-P-ethyl en quizalofop-P-tefuryl zijn goedkeuringen verleend die oorspronkelijk tussen 2019 en 2021 zouden vervallen. Aangezien die drie stoffen esters van quizalofop zijn, hebben zij vergelijkbare eigenschappen. Rekening houdend met Uitvoeringsbesluit C(2016) 6104, de gevaarlijke eigenschappen van quizalofop-P-tefuryl (4) en het feit dat die drie stoffen grote gelijkenissen hebben, is het passend ze te groeperen om de timing van de beoordeling en het proces van collegiale toetsing door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid onderling af te stemmen. Bijgevolg moeten de dossiers voor de drie stoffen binnen hetzelfde tijdsbestek bij hun respectieve lidstaat-rapporteurs worden ingediend.

(4)

Op 30 november 2021 vervallen de goedkeuringen voor propaquizafop en quizalofop-P-ethyl. Om de timing van de beoordeling van de stof quizalofop-P-tefuryl af te stemmen op de beoordeling van de andere twee stoffen moet de goedkeuringsperiode van de stof quizalofop-P-tefuryl worden verlengd.

(5)

Er is een aanvraag om verlenging van de goedkeuring van quizalofop-P-tefuryl ingediend overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5).

(6)

Gezien het doel van artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zal de Commissie in gevallen waarin geen aanvullend dossier overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 wordt ingediend uiterlijk 30 maanden vóór de vervaldatum, als vastgesteld in artikel 1 van deze verordening, de vervaldatum vaststellen op dezelfde datum als vóór deze verordening of op de vroegste datum daarna.

(7)

Gezien het doel van artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zal de Commissie, in gevallen waarin zij bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van de in deze verordening genoemde werkzame stof niet wordt verlengd omdat niet aan de criteria voor goedkeuring is voldaan, de vervaldatum vaststellen op dezelfde datum als vóór deze verordening of, indien dat later is, op de datum van inwerkingtreding van de verordening waarbij wordt bepaald dat de goedkeuring van de werkzame stof niet wordt verlengd. In gevallen waarin de Commissie bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van de in deze verordening genoemde werkzame stof wordt verlengd, zal de Commissie, wanneer dit aangewezen is, trachten om de vroegst mogelijke toepassingsdatum vast te stellen.

(8)

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de zesde kolom (geldigheidsduur) van vermelding 279 in deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt met betrekking tot quizalofop-P-tefuryl de datum „30 november 2019” vervangen door de datum „30 november 2021”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)   PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1.

(3)  Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 28 september 2016 tot vaststelling van een werkprogramma voor de beoordeling van aanvragen voor de verlenging van goedkeuringen van werkzame stoffen die verstrijken in 2019, 2020 en 2021, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 357 van 29.9.2016, blz. 9).

(4)  Advies van het Comité risicobeoordeling van het Europees Agentschap voor chemische stoffen met voorstel tot geharmoniseerde indeling en etikettering op EU-niveau van quizalofop-P-tefuryl. Goedgekeurd op 3 juni 2016.

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).


8.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 232/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/1531 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2017

tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof imazamox, die in aanmerking komt voor vervanging, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 24, in samenhang met artikel 20, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2003/23/EG van de Commissie (2) is imazamox als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (3).

(2)

De in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen werkzame stoffen worden geacht te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 en zijn opgenomen in de bijlage, deel A, bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (4).

(3)

De goedkeuring van de in de bijlage, deel A, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 vermelde werkzame stof imazamox vervalt op 31 juli 2018.

(4)

Er is een aanvraag tot verlenging van de goedkeuring van imazamox ingediend overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie (5) binnen de in dat artikel vermelde termijn.

(5)

De aanvrager heeft de overeenkomstig artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 vereiste aanvullende dossiers ingediend. De lidstaat-rapporteur heeft vastgesteld dat de aanvraag volledig was.

(6)

De lidstaat-rapporteur heeft in overleg met de lidstaat-corapporteur een beoordelingsverslag over de verlenging opgesteld en dit verslag op 13 april 2015 bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Commissie ingediend.

(7)

De EFSA heeft dat beoordelingsverslag voor opmerkingen aan de aanvrager en de andere lidstaten toegezonden en de ontvangen opmerkingen naar de Commissie doorgestuurd. De EFSA heeft het aanvullende beknopte dossier tevens toegankelijk gemaakt voor het publiek.

(8)

Op 15 maart 2016 heeft de EFSA de Commissie haar conclusie (6) meegedeeld met betrekking tot de vraag of imazamox naar verwachting zal voldoen aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009. De Commissie heeft het ontwerpverslag over de verlenging voor imazamox op 11 juli 2016 aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd.

(9)

De aanvrager heeft de mogelijkheid gekregen om opmerkingen op het ontwerpverslag over de verlenging in te dienen.

(10)

Met betrekking tot een of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel dat de werkzame stof bevat, is vastgesteld dat aan de goedkeuringscriteria van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is voldaan. Het is derhalve passend om de goedkeuring van imazamox te verlengen.

(11)

De risicobeoordeling voor de verlenging van de goedkeuring van imazamox is gebaseerd op een beperkt aantal representatieve gebruiksdoeleinden, die echter geen beperking inhouden van de gebruiksdoeleinden waarvoor gewasbeschermingsmiddelen die imazamox bevatten, mogen worden toegelaten. Het is derhalve passend om de beperking tot gebruik als herbicide te schrappen.

(12)

De Commissie is echter van mening dat imazamox overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 in aanmerking komt om te worden vervangen. Imazamox is een persistente en toxische stof overeenkomstig bijlage II, punt 3.7.2.1 respectievelijk punt 3.7.2.3, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 aangezien de halfwaardetijd in zoet water en sediment langer is dan 120 dagen en de concentratie zonder waargenomen effecten op de lange termijn voor waterplanten 0,0045 mg/l is. Imazamox voldoet derhalve aan de in bijlage II, punt 4, tweede streepje, bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 vastgestelde voorwaarde.

(13)

Het is derhalve passend om de goedkeuring van de voor vervanging in aanmerking komende werkzame stof imazamox te verlengen.

(14)

Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009, in samenhang met artikel 6 daarvan, en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, is het echter noodzakelijk bepaalde voorwaarden en beperkingen op te nemen.

(15)

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/841 van de Commissie (7) is de geldigheidsduur voor imazamox verlengd tot en met 31 juli 2018 opdat de verlengingsprocedure vóór het verstrijken van de goedkeuring van die stof kan worden voltooid. Aangezien er echter vóór de vervaldatum van de verlengde geldigheidsduur een besluit is genomen over de verlenging, moet deze verordening in werking treden vanaf 1 november 2017.

(17)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof, die in aanmerking komt voor vervanging

De goedkeuring van de voor vervanging in aanmerking komende werkzame stof imazamox wordt overeenkomstig bijlage I verlengd.

Artikel 2

Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 november 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 september 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2003/23/EG van de Commissie van 25 maart 2003 houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde imazamox, oxasulfuron, ethoxysulfuron, foramsulfuron, oxadiargyl en cyazofamide op te nemen als werkzame stof (PB L 81 van 28.3.2003, blz. 39).

(3)  Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

(6)  EFSA Journal 2016;14(4):4432. Online beschikbaar op www.efsa.europa.eu

(7)  Uitvoeringsverordening (EU) 2017/841 van de Commissie van 17 mei 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen alfa-cypermethrin, Ampelomyces quisqualis stam AQ 10, benalaxyl, bentazon, bifenazaat, bromoxynil, carfentrazone-ethyl, chloorprofam, cyazofamide, desmedifam, diquat, DPX KE 459 (flupyrsulfuron-methyl), etoxazool, famoxadone, fenamidone, flumioxazine, foramsulfuron, Gliocladium catenulatum stam J1446, imazamox, imazosulfuron, isoxaflutool, laminarin, metalaxyl-M, methoxyfenozide, milbemectin, oxasulfuron, pendimethalin, fenmedifam, pymetrozine, S-metolachloor en trifloxystrobin (PB L 125 van 18.5.2017, blz. 12).


BIJLAGE I

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

imazamox

CAS-nr.: 114311-32-9

CIPAC-nr.: 619

2-[(RS)-4-isopropyl-4-methyl-5-oxo-2-imidazoline-2-yl]-5-(methoxymethyl)nicotinezuur

≥ 950 g/kg

De onzuiverheid cyanide-ion (CN) mag in het technische materiaal niet meer dan 5 mg/kg bedragen.

1 november 2017

31 oktober 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor imazamox, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de consument;

de bescherming van waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met imazamox en de metabolieten CL 312622 en CL 354825 in kwetsbare gebieden te controleren.


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.


BIJLAGE II

De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt vermelding 41 over imazamox geschrapt.

2)

In deel E wordt de volgende vermelding toegevoegd:

Nummer

Benaming, identificatienummers

IUPAC-benaming

Zuiverheid (1)

Datum van goedkeuring

Geldigheidsduur

Specifieke bepalingen

„8

imazamox

CAS-nr.: 114311-32-9

CIPAC-nr.: 619

2-[(RS)-4-isopropyl-4-methyl-5-oxo-2-imidazoline-2-yl]-5-(methoxymethyl)nicotinezuur

≥ 950 g/kg

De onzuiverheid cyanide-ion (CN) mag in het technische materiaal niet meer dan 5 mg/kg bedragen.

1 november 2017

31 oktober 2024

Voor de toepassing van de in artikel 29, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uniforme beginselen moet rekening worden gehouden met de conclusies van het verslag over de verlenging voor imazamox, en met name met de aanhangsels I en II daarvan.

Bij deze algemene beoordeling moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan:

de bescherming van de consument;

de bescherming van waterplanten en niet tot de doelsoorten behorende landplanten;

de bescherming van het grondwater, wanneer de stof wordt gebruikt in qua bodemgesteldheid en/of klimatologische omstandigheden kwetsbare gebieden.

De toelatingsvoorwaarden moeten risicobeperkende maatregelen omvatten en er moeten zo nodig monitoringprogramma's worden opgezet om mogelijke grondwaterverontreiniging met imazamox en de metabolieten CL 312622 en CL 354825 in kwetsbare gebieden te controleren.”


(1)  Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit en de specificatie van de werkzame stof.


BESLUITEN

8.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 232/11


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/1532 VAN DE COMMISSIE

van 7 september 2017

tot behandeling van kwesties met betrekking tot de vergelijkende evaluatie van bloedstollingsremmende rodenticiden, overeenkomstig artikel 23, lid 5, van Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 23, lid 5, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 20 en 21 mei 2015 hebben alle lidstaten tijdens de zestigste vergadering van vertegenwoordigers van de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) nr. 528/2012, een aantal kwesties aan de Commissie voorgelegd die op Unieniveau moeten worden behandeld in het kader van de bij de verlenging van de toelating voor bloedstollingsremmende rodenticide biociden („bloedstollingsremmende rodenticiden”) uit te voeren vergelijkende evaluatie.

(2)

De voorgelegde kwesties waren als volgt: a) Is de chemische diversiteit van de werkzame stoffen van de toegestane rodenticiden in de Unie toereikend om het risico dat resistentie bij schadelijke doelorganismen ontstaat, zo klein mogelijk te houden? b) Zijn er voor de verschillende in de verlengingsaanvragen gespecificeerde toepassingen andere toegelaten biociden of niet-chemische bestrijdings- en preventiemethoden beschikbaar? c) Leveren deze alternatieven een significant kleiner algemeen risico op voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu? d) Zijn deze alternatieven voldoende doeltreffend? e) Kleven er aan deze alternatieven geen andere significante economische of praktische nadelen?

(3)

Het antwoord op deze kwesties is voor alle ontvangende bevoegde autoriteiten relevant om te kunnen bepalen of aan de criteria van artikel 23, lid 3, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 528/2012 is voldaan en, bijgevolg, of ze het op de markt aanbieden of het gebruik van bloedstollingsremmende rodenticiden moeten verbieden of beperken.

(4)

Overeenkomstig artikel 75, lid 1, onder g), van Verordening (EU) nr. 528/2012 heeft de Commissie het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) verzocht advies uit te brengen over deze vraagstukken met betrekking tot de verschillende toepassingen van bloedstollingsremmende rodenticiden die toegestaan kunnen worden met inachtneming van de voorwaarden en de risicobeperkende maatregelen zoals bedoeld in de door het Comité voor biociden van het ECHA tijdens zijn 16e vergadering in verband met de verlenging van de goedkeuringen van de werkzame stoffen vastgestelde adviezen (2).

(5)

Op 2 maart 2017 heeft het Comité voor biociden van het ECHA zijn advies vastgesteld (3).

(6)

Volgens dat advies zou het gebruik van rodenticiden met andere werkzame stoffen bij gebreke van bloedstollingsremmende rodenticiden leiden tot een ontoereikende chemische diversiteit om het risico van resistentie bij de schadelijke doelorganismen zo klein mogelijk te houden. Deze producten vertoonden ook enkele belangrijke praktische of economische nadelen voor de betrokken toepassingen.

(7)

In het advies is ook gekeken naar een aantal niet-chemische bestrijdings- of preventiemethoden („niet-chemische alternatieven”) die in bepaalde omstandigheden mogelijk voldoende doeltreffend zijn op zich of bij gebruik van een combinatie daarvan. Er zijn echter onvoldoende wetenschappelijke gegevens om aan te tonen dat de doeltreffendheid van die niet-chemische alternatieven voldoet aan de criteria zoals vastgesteld in de overeengekomen richtsnoeren van de Unie (4) met het oog op het verbieden of beperken van de toegestane toepassingen van bloedstollingsremmende rodenticiden.

(8)

Niettemin neemt de Commissie kennis van de aanbeveling in het advies dat het gebruik van niet-chemische alternatieven een fundamenteel onderdeel is van een duurzaam plaagbeheer ter bestrijding van knaagdieren en voor een juist gebruik van bloedstollingsremmende rodenticiden, overeenkomstig artikel 17, lid 5, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor biociden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 23, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 nemen de ontvangende bevoegde autoriteiten van de lidstaten de in de bijlage opgenomen informatie over de aan de Commissie voorgelegde kwesties met betrekking tot de vergelijkende evaluatie van bloedstollingsremmende rodenticide biociden in overweging.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 7 september 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

(2)  http://echa.europa.eu/regulations/biocidal-products-regulation/approval-of-active-substances/bpc-opinions-on-active-substance-approval

(3)  Advies ECHA/BPC/145/2017, beschikbaar op https://echa.europa.eu/documents/10162/21680461/bpc_opinion_comparative-assessment_ar_en.pdf/bf81f0a5-3e95-6b7d-d601-37db9bb16fa5

(4)  Technische richtsnoeren voor vergelijkende evaluatie van biociden, beschikbaar op https://circabc.europa.eu/w/browse/d309607f-f75b-46e7-acc4-1653cadcaf7e


BIJLAGE

Informatie over de door de lidstaten aan de Commissie voorgelegde kwesties met betrekking tot de vergelijkende evaluatie van bloedstollingsremmende rodenticide biociden.

Met het oog op deze kwesties zijn de gespecificeerde toepassingen zoals bedoeld in artikel 23, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012 opgenomen in tabel 1.

Tabel 1

Gespecificeerde toepassingen voor bloedstollingsremmende rodenticiden

Toepassing nr.

Doelorganisme(n)

Gebruiksomgeving

Categorie(ën) gebruikers

Toepassingsmethode

#1

Mus musculus (huismuis)

(Andere doelorganismen kunnen worden toegevoegd)

In binnenruimten

Algemeen publiek

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#2

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

In binnenruimten

Algemeen publiek

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#3

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

(Andere doelorganismen — met uitzondering van huismuizen — kunnen worden toegevoegd (bv. woelmuizen))

Buiten: rond gebouwen

Algemeen publiek

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#4

Mus musculus (huismuis)

(Andere doelorganismen kunnen worden toegevoegd)

In binnenruimten

Professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#5

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

In binnenruimten

Professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#6

Mus musculus (huismuis)

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

Buiten: rond gebouwen

Professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas voor gebruik in manipulatiebestendige lokaasdozen

#7

Mus musculus (huismuis)

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

In binnenruimten

Opgeleide professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas of gebruiksklare contactformuleringen

#8

Mus musculus (huismuis)

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

Buiten: rond gebouwen

Opgeleide professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas

#9

Rattus norvegicus (bruine rat)

Rattus rattus (zwarte of scheepsrat)

Buiten: open gebieden

Buiten: afvalstortplaatsen

Opgeleide professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas

#10

Rattus norvegicus (bruine rat)

Riolen

Opgeleide professionele gebruikers

Gebruiksklaar lokaas

Kwestie a) Is de chemische diversiteit van de werkzame stoffen van de toegestane rodenticiden in de Unie toereikend om het risico dat resistentie bij schadelijke doelorganismen ontstaat, zo klein mogelijk te houden?

Vijf goedgekeurde werkzame stoffen in biociden van productsoort 14 hebben een werkingsmechanisme dat verschilt van dat van bloedstollingsremmende rodenticiden (alfachloralose, aluminiumfosfide waaruit fosfine vrijkomt, koolstofdioxide, waterstofcyanide en gemalen maisspil).

Volgens het advies wordt voor geen van de gespecificeerde toepassingen in tabel 1 voldaan aan het in de overeengekomen richtsnoeren van de Unie vastgestelde minimumvereiste dat er drie verschillende alternatieven met een verschillend werkingsmechanisme voorhanden moeten zijn. Derhalve kan, bij gebreke van bloedstollingsremmende rodenticiden, niet worden voldaan aan de voorwaarde van artikel 23, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 528/2012 dat de chemische diversiteit van de werkzame stoffen toereikend moet zijn om het risico dat resistentie bij de schadelijke doelorganismen ontstaat, zo klein mogelijk te houden.

Kwestie b) Zijn er voor de verschillende in de verlengingsaanvragen gespecificeerde toepassingen andere toegelaten biociden of niet-chemische bestrijdings- en preventiemethoden beschikbaar?

Met het oog op de behandeling van deze kwestie is in de tabellen 2 en 3 een overzicht opgenomen van de in het advies overwogen alternatieven.

Tabel 2

Overzicht van de alternatieve toegelaten biociden voor de gespecificeerde toepassingen van bloedstollingsremmende rodenticiden

 

Toepassing nr. (zie tabel 1)

Werkzame stof in de alternatieve biociden

Soort toepassing

#1

#2

#3

#4

#5

#6

#7

#8

#9

#10

Alfachloralose

Lokaas

ja

 

 

ja

 

 

Alleen muizen

 

 

 

Aluminiumfosfide waaruit fosfine vrijkomt

Fumigatiemiddel

 

 

 

 

 

 

 

Alleen voor R. norvegicus

Alleen voor R. norvegicus

 

Koolstofdioxide

Gaspatroon voor kooldioxidevallen

 

 

 

 

 

 

Alleen muizen

 

 

 

De alternatieve toegelaten biociden dekken niet alle voor bloedstollingsremmende rodenticiden gespecificeerde toepassingen (zie tabel 2). Voor sommige toepassingen (de toepassingen #2, #3, #5, #6 en #10) zijn geen alternatieve toegelaten biociden beschikbaar. Voor toepassing #7 bestaan er alleen voor muizen alternatieve toegelaten biociden, en voor de toepassingen #8 en # 9 bestaan er alleen voor ratten (R. norvegicus) alternatieve toegelaten biociden.

Tabel 3

Overzicht van de vastgestelde niet-chemische alternatieven voor de gespecificeerde toepassingen van bloedstollingsremmende rodenticiden

Gerapporteerd niet-chemisch alternatief

Werkingsmechanisme

Mogelijk gedekte toepassingen

Curatieve behandelingen

Elektrische knaagdiervallen

Vallen met elektrische stroom waardoor het knaagdier dat in de val belandt, wordt gedood.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10

Lijmplanken

De knaagdieren worden gevangen door middel van lijm, waarna zij nog moeten worden gedood.

1, 4, 6, 7, 8

Mechanische vallen (vallen met veer of vallen die de rug van het knaagdier breken)

Vallen met mechanisch gewicht waardoor het knaagdier dat in de val belandt, wordt gedood.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10

Doodschieten

Doodschieten van de knaagdieren.

6, 8, 9

Preventieve behandelingen

Aanpassing van de habitat

Vestiging van knaagdierpopulaties voorkomen door de beschikbaarheid van voedsel/water/schuilplaatsen te beperken.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9

Knaagdierbestendig maken

Toegangsroutes blokkeren om te voorkomen dat knaagdieren gebouwen kunnen binnenkomen.

1, 2, 4, 5, 7

Ultrasoon geluid

Knaagdieren weren met een ultrasone output bij 70-140 dB.

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9

Kwestie c) Leveren deze alternatieven een significant kleiner algemeen risico op voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu?

Volgens de overeengekomen richtsnoeren van de Unie hoeft deze kwestie alleen te worden behandeld indien de overwogen alternatieven voldoende doeltreffend zijn en er geen ander significante economische of praktische nadelen aan kleven (zie de behandeling van de kwesties d) en e)).

Op basis van de conclusies met betrekking tot de kwesties a), b), d) en e) was het volgens het advies niet nodig om kwestie c) te behandelen.

Kwestie d) Zijn deze alternatieven voldoende doeltreffend?

De bij kwestie b) genoemde toegelaten biociden bevatten werkzame stoffen die zijn goedgekeurd en derhalve als doeltreffend voor de gespecificeerde toepassingen worden beschouwd. Aangezien voldoende werkzaam zijn overeenkomstig artikel 19, lid 1, onder b), i), van Verordening (EU) nr. 528/2012 een criterium vormt voor het verlenen van toelating, worden die producten als voldoende doeltreffend beschouwd.

Wat de bij kwestie b) genoemde niet-chemische alternatieven betreft, kan volgens het advies elk van de alternatieven, op zich of in combinatie met andere alternatieven, onder bepaalde, mogelijk beperkte, omstandigheden voldoende doeltreffend zijn. Er zijn echter onvoldoende wetenschappelijke gegevens om aan te tonen dat de doeltreffendheid van de alternatieven voldoet volgens de overeengekomen richtsnoeren van de Unie (d.w.z. dat ze onder praktijkomstandigheden een vergelijkbaar niveau van bescherming tegen of bestrijding van knaagdierpopulaties bieden), hetgeen de noodzaak van het gebruik van bloedstollingsremmende rodenticiden voor de gespecificeerde toepassingen zou wegnemen. Aangezien niet wordt voldaan aan de voorwaarde van voldoende doeltreffendheid in artikel 23, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012, zijn de vastgestelde niet-chemische alternatieven niet nader onderzocht.

Kwestie e) Kleven er aan deze alternatieven geen andere significante economische of praktische nadelen?

Volgens de overeengekomen richtsnoeren van de Unie moeten de praktische en economische nadelen worden beoordeeld voor alternatieven die voldoen aan de criteria om in aanmerking te worden genomen. Daarom zijn met het oog op deze kwestie alleen de in tabel 2 genoemde toegelaten biociden beoordeeld.

Volgens het advies leidt het gebruik van aluminiumfosfide waaruit fosfine vrijkomt en van koolstofdioxide tot significante praktische of economische nadelen ten opzichte van het gebruik van bloedstollingsremmende rodenticiden, aangezien de bestrijding van de doelorganismen gepaard zou gaan met zeer grote inspanningen en/of onevenredig hoge kosten. Derhalve wordt voor de bovengenoemde toegelaten biociden niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 23, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 528/2012 dat er geen andere significante economische of praktische nadelen aan mogen kleven.

Voor producten op basis van alfachloralose geldt dat hun temperatuurgevoelige werkzaamheid een belemmering zou vormen voor het gebruik van dit alternatief op plaatsen waar de temperatuur niet kan worden gecontroleerd, hetgeen een praktisch nadeel oplevert voor het gebruik ervan in warme omgevingen. Bovendien zou, gezien het gebrek aan chemische diversiteit (zie de behandeling van kwestie a)), de vervanging of beperking van het gebruik van bloedstollingsremmende rodenticiden uitsluitend met behulp van deze stof niet aan te raden zijn om het risico dat resistentie ontstaat, zo klein mogelijk te houden.


Rectificaties

8.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 232/17


Rectificatie van Richtlijn (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad

( Publicatieblad van de Europese Unie L 157 van 20 juni 2017 )

De titel in de inhoudsopgave en de titel op bladzijde 1:

in plaats van:

„Richtlijn (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad”,

lezen:

„Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad”.