ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 228

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
2 september 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1519 van de Commissie van 1 september 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 6056)  ( 1 )

1

 

 

AANBEVELINGEN

 

*

Aanbeveling (EU) 2017/1520 van de Commissie van 26 juli 2017 over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van de Aanbevelingen (EU) 2016/1374 en (EU) 2017/146

19

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

BESLUITEN

2.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 228/1


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/1519 VAN DE COMMISSIE

van 1 september 2017

tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 6056)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie (3) is vastgesteld naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 in een aantal lidstaten („de betrokken lidstaten”) en de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG van de Raad (4).

(2)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is bepaald dat de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden ten minste de gebieden moeten omvatten die in de lijst van de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit als beschermings- en toezichtsgebieden zijn opgenomen. In Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is ook vastgelegd dat de maatregelen die overeenkomstig artikel 29, lid 1, en artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG in de beschermings- en toezichtsgebieden moeten worden toegepast, ten minste tot de in de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit voor die gebieden opgegeven data worden gehandhaafd.

(3)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 is daarna gewijzigd bij de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2017/417 (5), (EU) 2017/554 (6), (EU) 2017/696 (7), (EU) 2017/780 (8), (EU) 2017/819 (9), (EU) 2017/977 (10), (EU) 2017/1139 (11), (EU) 2017/1240 (12), (EU) 2017/1397 (13), (EU) 2017/1415 (14) en (EU) 2017/1484 (15) van de Commissie teneinde rekening te houden met wijzigingen in de overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden naar aanleiding van nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5 in de Unie. Daarnaast is Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 gewijzigd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 teneinde regels vast te stellen met betrekking tot de verzending van zendingen eendagskuikens uit de in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 opgenomen gebieden, naar aanleiding van bepaalde verbeteringen van de epidemiologische situatie met betrekking tot dat virus in de Unie.

(4)

De epidemiologische situatie in de Unie is geleidelijk verbeterd. Sinds de datum van de laatste wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1484 heeft Italië echter nieuwe uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in pluimveehouderijen ontdekt en de Commissie hiervan in kennis gesteld, namelijk in de regio's Lombardije en Veneto. Italië heeft de Commissie ook geïnformeerd dat het de krachtens Richtlijn 2005/94/EG vereiste noodzakelijke maatregelen heeft genomen, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rond de betrokken pluimveehouderijen.

(5)

De Commissie heeft de door Italië overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG naar aanleiding van de recente uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in die lidstaat genomen maatregelen bestudeerd en heeft geconstateerd dat de grenzen van de door de bevoegde autoriteiten van Italië ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden op voldoende afstand liggen van de bedrijven waar een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 is bevestigd.

(6)

Om te voorkomen dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en om te vermijden dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moeten de beschermings- en toezichtsgebieden die overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG in Italië zijn ingesteld naar aanleiding van de recente uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in die lidstaat, snel in samenwerking met Italië op het niveau van de Unie worden vastgesteld. Daarom moeten de vermeldingen voor Italië in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 worden bijgewerkt om rekening te houden met de huidige epidemiologische situatie in die lidstaat met betrekking tot die ziekte. Met name moeten er nieuwe vermeldingen voor bepaalde gebieden in de regio's Lombardije en Veneto worden toegevoegd teneinde deze nieuwe situatie aan te pakken.

(7)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 moet derhalve worden gewijzigd om de regionalisering op het niveau van de Unie bij te werken, de door Italië overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden op te nemen en de duur van de daarin geldende beperkingen aan te geven.

(8)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 1 september 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 van de Commissie van 9 februari 2017 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 36 van 11.2.2017, blz. 62).

(4)  Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16).

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/417 van de Commissie van 7 maart 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 63 van 9.3.2017, blz. 177).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/554 van de Commissie van 23 maart 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 79 van 24.3.2017, blz. 15).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/696 van de Commissie van 11 april 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 101 van 13.4.2017, blz. 80).

(8)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/780 van de Commissie van 3 mei 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 116 van 5.5.2017, blz. 30).

(9)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/819 van de Commissie van 12 mei 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 122 van 13.5.2017, blz. 76).

(10)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/977 van de Commissie van 8 juni 2017 tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 146 van 9.6.2017, blz. 155).

(11)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1139 van de Commissie van 23 juni 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 164 van 27.6.2017, blz. 59).

(12)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1240 van de Commissie van 7 juli 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 177 van 8.7.2017, blz. 45).

(13)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1397 van de Commissie van 27 juli 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 197 van 28.7.2017, blz. 13).

(14)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1415 van de Commissie van 3 augustus 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 203 van 4.8.2017, blz. 9).

(15)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1484 van de Commissie van 17 augustus 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza in bepaalde lidstaten (PB L 214 van 18.8.2017, blz. 28).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/247 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In deel A wordt de vermelding voor Italië vervangen door:

„Lidstaat: Italië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of SP10, West and South of via Levadello, East of via Gerra, East of via L.T.Casalini, East of via Napoleone Bonaparte, via Dante Alighieri, South of via Barche di Solferino, via Bertasetti, via Barche; and North of via Levadello

Municipality of SOLFERINO (MN): South of via Barche, West of via G. Garibaldi, via Cavriana, North of SP12

4.9.2017

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of via Castellina, via Pigliaquaglie, via Berettina, South of via Dottorina, via Levadello

Municipality of SOLFERINO (MN): South of SP12

Municipality of CAVRIANA (MN): South West of SP8, via Capre, West of Monte 3 Galline

Municipality of GUIDIZZOLO (MN): West of via S. Cassiano, North East of via Tiziano, North East of SP236,West of country road that connect SP236 to str. S. Martino, South of str. S. Martino, West of country road that connect str. S. Martino to via S. Andrea, North of str. per Medole, West of via Oratorio, South of Canale Virgilio, West of via Lombardia, South West of SP10

Municipality of MEDOLE (MN)

Municipality of CASTEL GOFFREDO (MN): North East of SP6, East and North of Contrada S. Anna, North of str. Baldese, West of country road that intersects SP6 at km 13, North East of SP6, East of via Martiri di Belfiore, of str. Medole, North East of via Malfada, East and North of Contrada Perosso Sopra, East of str. Profondi, via Castellina

10.9.2017

Municipality of SOLFERINO (MN): North of via della Baita, of country road that connect via della Baita to via Ca' Morino, West of via Ca' Morino

Municipality of POZZOLENGO (BS): South West of Loc. Bella Vista, West of country road that connect Località Bella Vista to Località Volpe, West of country road that connect Località Volpe to Località Rondotto, North of Località Rondotto, West of Località Celadina Nuova, via Valletta

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of via Fabio Filzi, North of via Levaldello, East of SP82, via L.T.Casilini, South of via Giuseppe Verdi, East of via dei Morei, South of via Barche di Solferino, North East of via Bertasetti, via Fichetto, East and South of via Astore, East of via del Bertocco, South West of via Albana

Municipality of CAVRIANA (MN): West of SP8, via Georgiche, via Madonna della Porta, via Pozzone, North West of SP15, North East of SP13, East of SP8

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): East of via Vaccarolo, South West of Località Taverna, Località Bella Vista

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): South East of via Mantova, South and West of via Navicella, East of via Montefalcone, South and East of via Fenil Bruciato, East of Pietra Pizzola, South East of via Castel Venzago, via Centenaro

3.9.2017

Municipality of RONCO ALL'ADIGE (VR): West of via Paluvecchio, North and West of via Valle Tomba, North of SP21, West of SP19

Municipality of ZEVIO (VR): East of via S. Spirito, South of via Botteghe, East of via Bertolda

Municipality of PALU' (VR): North East of via Rizza, North East and North of Località Stagnà Nuovo/Vecchio, East of via Piave

Municipality of OPPEANO (VR): East of SP20, North of SP44

13.9.2017

Municipality of ZIMELLA (VR): East of via Fedriga, South of via Fiorette and via Baffa, East and South of via S. Martino; West of SP500, South of via Callesella, West of via Larga

Municipality of VERONELLA (VR): North East of SP7b, South East of via Fiume, South of via Colonnello Rossi, piazza S. Gregorio, East of via Bruso; North of fosso Fossa Bassa

Municipality of ALBAREDO D'ADIGE (VR): North of via Pascoloni, via Carotta, East of via Presina, North East of via Cadelsette, East of SP18

Municipality of COLOGNA VENETA (VR): West and North of via S. Giustina, West of SP7

14.9.2017

Municipality of ANGIARI (VR): South East of SP44c, East of via Lungo Bussè, South and East and North of via Boscarola

Municipality of BONAVIGO (VR): West and South of SP44b

Municipality of LEGNAGO (VR): North West of via Palazzina, SP46c dir, via G.B. Giudici, North of via Corradina, West of via Lungo Bussè, North West of viale Regina Margherita, North of via XXIV Maggio, East of via Passeggio, via Disciplina, North West and West of via degli Alpini, via Padana Inferiore Est, North West of SR10, West of via Custoza, South East of via S. Vito, South of SP44b

Municipality of CEREA (VR): South of SP44c, West of via Palesella, South of via Guanti, East of SP45, South of via Cesare Battisti, East of via Paride da Cerea, East and North of SR10

15.9.2017

Municipality of CERVIGNANO D'ADDA (LO)

Municipality of BOFFALORA D'ADDA (LO): West of SP1, SP25

Municipality of MULAZZANO (LO): North East of SP202, SP158, East of via Quartiano, North East of via Roma, Piazza della Chiesa, East of via Cassino, SP 158

Municipality of ZELO BUON PERSICO (LO): West of SP16, South and East of country road that connect SP16 to SP16d, East of SP16d, South East of Circonvallazione Zelo Buon Persico, North East of via Dante

Municipality of GALGAGNANO (LO)

Municipality of SPINO D'ADDA (CR): South of Canale Vacchelli, West of SP1, viale della Vittoria, South and West of SP1

16.9.2017

Municipality of SAN PIETRO DI MORUBIO (VR): East of via Casari, via Borgo, via Farfusola

Municipality of ROVERCHIARA (VR): South of via Molaro, South West of via Anesi, West of via Borcola, South of via Viola, West of via Bussè, South of SP3, South and West of via Casalino

Municipality of CEREA (VR): North of SP44c, East of via Polesella, North of via Guanti, West of SP45, North of via Cesare Battisti, East of SP2, via Isolella Bassa

Municipality of ANGIARI (VR): North West of SP44c, West of via Lungo Bussè, North and West and South of via Boscarola

20.9.2017

Municipality of CHIGNOLO PO (PV): East of SP193, South of via Don Sbarsi, East of via Mariotto

Municipality of MONTICELLI PAVESE (PV)

Municipality of ROTTOFRENO (PC): North of E70

Municipality of SARMATO (PC): North of E70

Municipality of PIEVE PORTO MORONE (PV): East of SP412, South of SP193

Municipality of BADIA PAVESE (PV): South East of SP193, via Roma

21.9.2017”

2)

In deel B wordt de vermelding voor Italië vervangen door:

„Lidstaat: Italië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): South of via Astore, of via Fichetto, of via Astore, East of SP83, South of via Giuseppe Mazzini, East of via Casino Pernestano, of via Roversino, North of via Dottorina, West of SP10, East and South of via Levadello, West of via Gerra,West of via L.T.Casalini, West of via Napoleone Bonaparte, via Dante Alighieri, North of via Barche di Solferino, via Bertasetti, via Barche

Municipality of SOLFERINO (MN): North of via Barche, West of via San Martino

Van 25.8.2017 tot en met 19.9.2017

Municipality of GUIDIZZOLO (MN): South of str. to Medole, South-West of via Casarole, West of via Marchionale; South of str. per Medole, East of via Oratorio, North of Canale Virgilio, East of via Lombardia, North East of SP10

Municipality of CASTEL GOFFREDO (MN): East of SP8, of viale Prof. B. Umbertini, of via Monteverdi, North of SP6, North-East of via C. Battisti, East of via Ospedale, North-East of str. Zocca; South West of SP6, West and South of Contrada S.Anna, South of str. Baldese, East of country road that intersects SP6 at km 13, South West of SP6, West of via Martiri di Belfiore, of str. Medole, South West of via Malfada

Van 10.8.2017 tot en met 19.9.2017

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): North of Highway A4

Municipality of MONTICHIARI (BS): South of SP668, East of via Sant'Eurosia, of via Boschetti of Sopra, South of via Mantova, East of via Padre Annibale of Francia, of str. Vicinale Scoler, of via Scoler, South of SP236, of SP668, East of SP29, North-East of via Montechiaresa; and West of Chiese river, West of via Mantova

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): South-West of SP11, East of SP25, South-East of SP668; and North of SP668, North-East of via Malocche, West and North via Fossa, North of via Cominello, West of via Monte Mario, North of via S. Tommaso, West and North of via Monte Semo, West of of via Bordena, South-West of via Marziale Cerruti, North of Highway A4

Municipality of MONZAMBANO (MN): West of SP19, South of SP74, West of str. S. Pietro; and East of Localita Caccia, SP18

Municipality of POZZOLENGO (BS): South of E70; and North of Localita Cobue Sotto, East of Localita Cascina Ceresa, North of Localita Giacomo Sotto, East of via Sirmione, North-West of SP106

2.9.2017

Municipality of SORGA' (VR): East of via S. Pietro

Municipality of ISOLA della SCALA (VR): East of via S. Zeno, South of SP20a, East of country road that intersects via S.Gabriele at number n.30, West and South of via S. Gabriele, West and South of via Guasto, East of via Gabbietta, South of via Cognare

Municipality of SALIZZOLE (VR): West of SP48c, South of SP20, West of via G. Rossini, South of via Dante Alighieri, West of via Lavacchio, South of via Franchine

Municipality of NOGARA (VR): North of via Spin, East of via Montalto, of via Olmo, North of SR10, West of SS12, of SP20

Van 22.8.2017 tot en met 2.9.2017

Municipality of CASTELLUCCHIO (MN): East of via Mantellazze, of via Marchiodola,North of SP55, and North-West of via Borsatta, of str. Picco, of str. Fontana

Municipality of RODIGO (MN): South-East of SP1, South-West of SP1

Van 26.8.2017 tot en met 3.9.2017

Municipality of CURTATONE (MN)

Municipality of PIUBEGA (MN): South-East of SP7, South of SP1

Municipality of MARCARIA (MN): South-East of SP10, East of SP57

Municipality of MARMIROLO (MN): West of SP236

Municipality of SAN MARTINO DALL'ARGINE (MN): North of SP58, East of SP78, North-East of left bank of Oglio river

Municipality of GAZZUOLO (MN): East of SP58

Municipality of ACQUANEGRA SUL CHIESE (MN): North-East of SP67, South-East of SP17

Municipality of RODONDESCO (MN)

Municipality of GOITO (MN): East of SP7, South-West of SP16, West and South of SP236

Municipality of MANTOVA (MN): North-West of via Brescia, East of SR62, North-West of SP10, West of viale Pompillio, West of SP29

Municipality of PORTO MANTOVANO (MN): West of SP236, of via Brescia

Municipality of GAZOLDO DEGLI IPPOLITI (MN)

Municipality of CASTELLUCCHIO (MN): West of via Mantellazze, of via Marchiodola, SP55, South-East of via Borsatta, str. Picco, str. Fontana

Municipality of RODIGO (MN): North-West of SP1, North-East of SP1

3.9.2017

Municipality of TREVENZUOLO (VR): North-East of SP50a, East of via N. Sauro, South of via Decima, of str. Marinella, East of Corte Mantellina

Municipality of ISOLA della SCALA (VR): South of SP50b, West of country road that intersects SP50b at 4th km, South of SP50b, South of SP24, East of via Verona, South and East of via Tavole di Casalbergo, West of SS12, South of SP24, West of via Rosario, North of via Selesetto, West of country road that intersects via S.Gabriele at number n.30, West and South of via S. Gabriele, West of country road that intersects via Ave, North of SP20a,West of via S. Zeno

Municipality of ERBE' (VR): South and East of SP50a

Municipality of SORGA' (VR): North of via Albarella, East and West of SP20a, North of SP50, East of via Bosco, East and North of via Gamandone

Van 25.8.2017 tot en met 2.9.2017

Municipality of ERBE' (VR): North and West of SP50a

Municipality of TREVENZUOLO (VR): South-West of SP50a, West of via N. Sauro, North of via Decima, of str. Marinella, West of Corte Mantellina

Municipality of ISOLA della SCALA (VR): North of SP50b, East of country road that intersects SP50b at 4th km, North of SP50b, North of SP24, West of via Verona, North and West of via Tavole di Casalbergo,East of SP12, North of SP24, East of via Rosario, South of via Selesetto, East of country road that intersects via S.Gabriele at number 30, North of via S.Gabriele, via S.Guasto, West of via Gabbietta, North of via Franchine

Municipality of SORGA' (VR): West and South of via Gamandone, West of via Bosco, South of SP50, East and West of SP20a, South of via Albarella, West of via S.Pietro

Municipality of SALIZZOLE (VR): North West of via Pascoletto, South West of via Capitello, North West of SP20East of via G. Rossini, North of via Dante Alighieri, East of via Lavacchio, North of via Franchine

Municipality of NOGARA (VR): South of via Spin, West of via Montalto, of via Olmo, South of SR10, East of SS12, of SP20, West of SP48c, South of SR10

Municipality of VIGASIO (VR)

Municipality of BUTTAPIETRA (VR): South of SP51

Municipality of SAN GIOVANNI LUPATOTO (VR): South of via Acque

Municipality of OPPEANO (VR): West of SP2, South east of via Antonio Salieri, West of SS434, North of via Spinetti, West of via Marco Biagi, North of via Ferruccio Busoni, West of SP2

Municipality of BOVOLONE (VR): West of via Dosso, viale del Silenzio, South West of SP2

Municipality of CASTEL D'ARIO (MN)

Municipality of BIGARELLO (MN)

Municipality of CASTELBELFORTE (MN)

Municipality of ROVERBELLA (MN): East of Autostrada del Brennero (A22)

Municipality of NOGAROLE ROCCA (VR): East of via Colombare, of via Guglielmo Marconi, of via Molinare, of country road that intersects Torre Storta at number n. 22

Municipality of POVEGLIANO VERONESE (VR): East of SP52, South of via dei Ronchi

2.9.2017

Municipality of SORBOLO (PR): South of str. Certosino — Stradone Dell'Aia — via della Mina — str. del Ferrari

Municipality of BRESCELLO (RE): South of str. Vignoli; East of str. Provinciale SP62R and of str. della Cisa

Municipality of MEZZANI (PR): East of str. provinciale 72, South of Po river

Van 1.9.2017 tot en met 9.9.2017

Municipality of PARMA (PR): East of str. provinciale SP9, North of tangenziale di Parma (until exit n. 7), of str. statale SS9

Municipality of GATTATICO (RE)

Municipality of POVIGLIO (RE)

Municipality of BORETTO (RE)

Municipality of TORRILE (PR)

Municipality of COLORNO (PR)

Municipality of CASTELNOVO DI SOTTO (RE): North of via A. Alberici, West of via Villafranca, West of str. Pescatora and of via Tolara

Municipality of CAMPEGINE (RE): North of str. provinciale SP112, West of str. Pescatora

Municipality of VIADANA (MN): South-West of via Ottoponti Bragagnina — via Ottoponti Salina, West of via Ottoponti e dell'abitato di Salina

Municipality of CASALMAGGIORE (CR): South-Est of SP 343 R — Ponte Asolana, South of SP ex SS 420, West of Case San Quirico, South of Case Sparse Quattro Case — via Valle, West of via Manfrassina

9.9.2017

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of SP10, West and South of via Levadello,East of via Gerra,East of via L.T.Casalini,East of via Napoleone Bonaparte, via Dante Alighieri, South of via Barche di Solferino, via Bertasetti, via Barche; and North of via Levadello

Municipality of SOLFERINO (MN): South of via Barche, West of via G. Garibaldi, via Cavriana, North of SP12

Van 5.9.2017 tot en met 19.9.2017

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of via Castellina, via Pigliaquaglie, via Berettina, South of via Dottorina, via Levadello

Municipality of SOLFERINO (MN): South of SP12

Municipality of CAVRIANA (MN): South West of SP8, via Capre,West of Monte 3 Galline

Municipality of GUIDIZZOLO (MN): West of via S.Cassiano, North East of via Tiziano, North East of SP236,West of country road that connect SP236 to str. S. Martino, South of str. S. Martino, West of country road that connect str. S. Martino to via S. Andrea, North of str. per Medole, West of via Oratorio, South of Canale Virgilio, West of via Lombardia, South West of SP10

Municipality of MEDOLE (MN)

Municipality of CASTEL GOFFREDO (MN): North East of SP6, East and North of Contrada S. Anna, North of str. Baldese, West of country road that intersects SP6 at km 13, North East of SP6, East of via Martiri di Belfiore, of str. Medole, North East of via Malfada, East and North of Contrada Perosso Sopra, East of str. Profondi, via Castellina

Van 11.9.2017 tot en met 19.9.2017

Municipality of CERESARA (MN): North-West of SP16, North-East of via Colombare Bocchere and via S. Martino, North of SP16, North-West of SP7, SP15

Municipality of CASALOLDO (MN): East of str. Grassi, North of via Squarzieri

Van 10.8.2017 tot en met 19.9.2017

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): South of Highway A4; and East of via S. Piero, West and North of Localita Taverna, North of Localita Bella vista

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): South of SP668, South-West of via Malocche, East and South via Fossa, South of via Cominello, East of via Monte Mario, South of via S. Tommaso, East and South of via Monte Semo, East of of via Bordena, North-East of via Marziale Cerruti, South of Highway A4; and West of via delle Cocche, Localita Pradei, North of via Malomocco, via S. Marco, via Vallone, West and North of via Brodena, West of SP567

Municipality of POZZOLENGO: South of Localita Cobue Sotto, West of Localita Cascina Ceresa, South of Localita Giacomo Sotto, West of via Sirmione, South-East of SP106; and North of Localita Bella Vista, str. comunale Desenzano-Pozzolengo, East and North of SP13

Municipality of VOLTA MANTOVANA (MN): West of SP19, str. Dei Colli, via S. Martino, via Goito; and North East of str. Bezzetti, South of SP19, East via I Maggio

Municipality of CALCINATO (BS): South of SP668

13.9.2017

Municipality of SOLFERINO (MN): East of via Caviana, of via XX Settembre, of via G. Garibaldi, of via Ossario, of via San Martino

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): North of via Astore, of via Fichetto, West of SP83, North of via Giuseppe Mazzini, West of via Casino Pernestano, of via Roversino, of via Berettina, via Piagliaquaglie, via Castellina

Municipality of CAVRIANA (MN): North East of SP8, via Capre, East of Monte 3 Galline

Municipality of GUIDIZZOLO (MN): East of via S.Cassiano, South West of via Tiziano, South West of SP236,East of country road that connect SP236 to str. S. Martino, North of str. S. Martino, East of country road that connect str. S. Martino to via S. Andrea, South of str. per Medole, North East of via Casarole, East of via Marchionale

Municipality of CERESARA (MN): South East of SP16, South West of via Colombare Bocchere and via S. Martino, South of SP16, South East of SP7, of SP15; North of str. Goite, via Don Ottaviano Daina

Municipality of CASALOLDO (MN): West of str. Grassi, South of via Squarzieri

Municipality of CASTEL GOFFREDO (MN): West of SP8, of viale Prof. B. Umbertini, of via Monteverdi, South of SP6, South West of via C. Battisti, West of via Ospedale, South West of str. Zocca, South West of Contrada Perosso Sopra, West of str. Profondi, of via Castellina

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): West of via S. Piero, East and South of Localita Taverna, South of Localita Bella vista

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): East of via delle Cocche, Localita Pradei, South of via Malomocco, via S. Marco, via Vallone, East and South of via Brodena, East of SP567

Municipality of POZZOLENGO: South of Localita Bella Vista, str. comunale Desenzano-Pozzolengo, West and South of SP13

Municipality of MONZAMBANO (MN): West of Localita Caccia, SP18

Municipality of MONTICHIARI (BS): East of Chiese river, South of SP668, Sp236, East and South of via Mantova, East of via Franche, South of via Morea

Municipality of CARPENEDOLO (BS)

Municipality of CALVISANO(BS): East of via Chiese, of via Tesoli, of via Paolo Brognoli, North of SP69, East of via Montechiaresa

Municipality of ACQUAFREDDA (BS)

Municipality of CASALMORO (MN): North of via solferino, via Piave, West of via Roma, North of via IV Novembre, of SP68

Municipality of ASOLA(MN): North of via Mantova, North-East of SP68, East of SP1

Municipality of GOITO (MN): West of the country road that intersects the SP16, North of SP16, West of str. Cavacchia Cerlongo, Pazza San Pio X, South of SP236

Municipality of VOLTA MANTOVANA (MN): South and West of str. Bezzetti, North of Sp19, West of via I Maggio, via S. Martino, via Goito

Municipality of PIUBEGA (MN): North of SP1

19.9.2017

Municipality of CASTEL SAN GIOVANNI (PC)

Municipality of SOMAGLIA (LO): East of SP223, SP142

Municipality of CASALPUSTERLENGO (LO)

Municipality of MIRADOLO TERME (PV): North of via Privata dei Colli, East of SP189

Municipality of ARENA PO (PV): North of SP200, West of SP199

Municipality of COSTA DE' NOBILI (PV): West of SP31

Municipality of SAN ZENONE AL PO (PV): West and North of SP35

Municipality of INVERNO E MONTELEONE (PV)

Municipality of GRAFFIGNANA (LO): North of SP125, West of SP19, North of via Monteleone

Municipality of BREMBIO (LO): North of SP168, East of SP141

Municipality of BORGHETTO LODIGIANO (LO): East and North of SP125, North of SP23, North of SP125

Municipality of VILLANOVA DEL SILARO (LO)

Municipality of OSSANO LODIGIANO (LO)

Municipality of SANT'ANGELO LODIGIANO (LO)

Municipality of CORTEOLONA E GENZONE (PV)

9.9.2017

Municipality of SOLFERINO (MN): North of via della Baita, of country road that connect via della Baita to via Ca' Morino, West of via Ca' Morino

Municipality of POZZOLENGO (BS): South West of Loc. Bella Vista, West of country road that connect Località Bella Vista to Località Volpe, West of country road that connect Località Volpe to Località Rondotto, North of Località Rondotto, West of Località Celadina Nuova, via Valletta

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): East of via Fabio Filzi, North of via Levaldello, East of SP82, via L.T.Casilini, South of via Giuseppe Verdi, East of via dei Morei, South of via Barche di Solferino, North East of via Bertasetti, via Fichetto, East and South of via Astore, East of via del Bertocco, South West of via Albana

Municipality of CAVRIANA (MN): West of SP8, via Georgiche, via Madonna della Porta, via Pozzone, North West of SP15, North East of SP13, East of SP8

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): East of via Vaccarolo, South West of Località Taverna, Località Bella Vista

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): South East of via Mantova, South and West of via Navicella, East of via Montefalcone, South and East of via Fenil Bruciato, East of Pietra Pizzola, South East of via Castel Venzago, via Centenaro

Van 4.9.2017 tot en met 12.9.2017

Municipality of MONZAMBANO (MN)

Municipality of VOLTA MANTOVANA (MN): West of SP19, str. Volta Monzambano, viale della Libertà, North West of via A. Solferino, via Volta — Acquanegra, East of SP19, West of str.Cantonale, country road that connect str.Cantonale to via Avis, West of SP7, North East of SP236

Municipality of CASTIGLIONE DELLE STIVIERE (MN): West of via Fabio Filzi,South of via Levaldello, West of SP82, via L.T.Casilini, North of via Giuseppe Verdi, West of via dei Morei, North of via Barche di Solferino, South West of via Bertasetti, via Fichetto, West and North of via Astore, West of via del Bertocco, North East of via Albana

Municipality of GUIDIZZOLO (MN): North East of str. Villanova, North West of SP15, North East of via Sajore, West of via S. Giorgio, North West of via Marchionale

Municipality of CASTEL GOFFREDO (MN): North East of SP6, East of Contrada S. Anna, North of str. Baldese, West of country road that connect str. Baldese to SP6 at 13 km, North of SP6, East and North of Contrada Selvole

Municipality of MEDOLE (MN)

Municipality of SIRMIONE (BS)

Municipality of PONTI SUL MINCIO (MN): West of SP19

Municipality of DESENZANO DEL GARDA (BS): West of via Vaccarolo, North East of Località Taverna, Località Bella Vista; South of SP572, via S. Benedetto,South and East of via B. Vinghenzi, West of Lungo Lago Cesare Battisti up to number n.71

Municipality of SOLFERINO (MN): South of via della Baita, of country road that connect via della Baita to via Ca' Morino, East of via Ca' Morino

Municipality of POZZOLENGO (BS): North East of Località Bella Vista, East of country road that connect Località Bella Vista to Località Volpe, East of country road that connect Località Volpe to Località Rondotto, South of Località Rondotto, East of Località Celadina Nuova, via Valletta

Municipality of CARPENEDOLO (BS): East of SP105, North West of SP343, via XX Settembre, Giuseppe Zanardelli, viale Santa Maria

Municipality of MONTICHIARI (BS): East of via S. Giorgio, via Madonnina, SP668

Municipality of CALCINATO (BS): South of SP668

Municipality of LONATO DEL GARDA (BS): South of SP668, South east of Campagna Sotto, Campagna Sopra, West and South East of N. Tirale, South of via Roma, East of via dell'Olmo, South East of via Regia Antica, South of via Fontanone, East of SP78, South and East of via Bariselli, via Valsorda, via Benaco, South of country road that connect via Benaco to via Maguzzano, West of via Maguzzano, Vallio di Sopra

Municipality of CAVRIANA (MN)

Municipality of PESCHIERA DEL GARDA (VR): South of via Miralago, West of via Bell'Italia, West of SR11, SP28

12.9.2017

Municipality of RONCO ALL'ADIGE (VR): West of via Mazza, North and East of via Pezze Albaro, North West of via Lasta, West of via Ponzilovo, West of via Pieve, South of via Cantonà, West of via Ronchi, North of SP19, West of via Fornetto

Municipality of ZEVIO (VR): East of via S. Spirito, South of via Botteghe, East of via Bertolda

Municipality of PALU' (VR): North East of via Rizza, North East and North of Località Stagnà Nuovo/Vecchio, East of via Piave, North West of via Casoti, West of via Ponte Rosso, North West of Località Motte I/II

Van 14.9.2017 tot en met 22.9.2017

Municipality of ZIMELLA (VR): East of via Fedriga, South of via Fiorette and via Baffa, East and South of via S. Martino; West of SP500, South of via Callesella, West of via Larga

Municipality of VERONELLA (VR): North East of SP7b, South East of via Fiume, South of via Colonnello Rossi, piazza S. Gregorio, East of via Bruso; North West and North East of via Giavone

Municipality of ALBAREDO D'ADIGE (VR): North East of via Cadelsette, East of SP18

Municipality of COLOGNA VENETA (VR): West and North of via S. Giustina,West of SP7

Van 15.9.2017 tot en met 23.9.2017

Municipality of CERVIGNANO D'ADDA (LO)

Municipality of BOFFALORA D'ADDA (LO): West of SP1, SP25

Municipality of MULAZZANO (LO): North East of SP202, SP158, East of via Quartiano, North East of via Roma, Piazza della Chiesa, East of via Cassino, SP 158

Municipality of ZELO BUON PERSICO (LO): West of SP16, South and East of country road that connect SP16 to SP16d, East of SP16d, South East of Circonvallazione Zelo Buon Persico, North East of via Dante

Municipality of GALGAGNANO (LO)

Municipality of SPINO D'ADDA (CR): South of Canale Vacchelli, West of SP1, viale della Vittoria, South and West of SP1

Van 17.9.2017 tot en met 25.9.2017

Municipality of RONCO ALL'ADIGE (VR): North and East of SP19

Municipality of ZIMELLA (VR): West of via Fedriga, North of via Fiorette, via Baffa, North and West of via S. Martino; East of SP500, North of via Callesella, East of via Larga

Municipality of VERONELLA (VR): West of via Bruso; North of Piazza S.Gregorio, West of via Fiume, West of SP7b, North of country road that connect SP7b to SP18

Municipality of COLOGNA VENETA (VR): East and South of via S. Giustina, East of SP7

Municipality of BELFIORE (VR): East of SP39, North of str. Porcilana, East of SP38b

Municipality of SAN BONIFACIO (VR): South of via Circonvalazione, East of via Masetti, South East of SP38, East of SP7 and Cavalcavia Monteforte, South of SR11

Municipality of ARCOLE (VR)

Municipality of LONIGO (VI): South of via Trassegno, East of via Albaria, South of via Fontane

Municipality of ALONTE (VI)

Municipality of ORGIANO (VI): West of via Borgomale, via Cree Storte, via Ca' Muzzana, via Perara, South West of via S. Feliciano

Municipality of ASIGLIANO VENETO (VI)

Municipality of PRESSANA (VR): North East of SP40b, East of SP500

Municipality of ROVEREDO DI GUA' (VR): South of via Ca' Dolfina, West of Scolo Giacomelli Centrale and Scolo Sperona

Municipality of MONTAGNANA: West of SP90 and North of SR10

23.9.2017

Municipality of LEGNAGO (VR): South West of SP46, South of SP46b, via Valverde, East of via Scolo Pisani, South East of via Villabona, West of SS434

Municipality of CEREA (VR): South West of Località Muri

Municipality of CASALEONE (VR): South and East of via Carpania

Municipality of PRESSANA (VR): South- of SP40b, East of SP500, North of SP40b, via Braggio, West of SP500

Municipality of MINERBE (VR): North East of via Nuvolea, North of SR10, East of via Serraglio, via Amedeo di Savoia, North of SP41, East of via Comuni, SP500

Municipality of BOSCHI SANT'ANNA (VR): South of via Scaranella, East of via Olmo, South of via Faro, East of SP42A

Municipality of BEVILACQUA (VR)

Municipality of TERRAZZO (VR): West of via Brazzetto, North West of SP42, West of SP41

Municipality of VILLA BARTOLOMEA (VR): North-East of SP47, West of via Beccascogliera, East of via Argine della Valle, West of via Zanardi, via Ferranti, North of via Arzaron, via Rodigina, West of via Brazzetto

24.9.2017

Municipality of ZEVIO (VR): West of via S. Spirito, North of via Botteghe, West of via Bertolda East of via Campagnol, via Casa Nuova, via Fienil Molino, South of via Speranza, East of via Monti Lessini, East and North of via Pontoncello

Municipality of PALU' (VR): South West of via Rizza, South West and South of Località Stagnà Nuovo/Vecchio, North East of via Piave, via Belledonne, West and South of SP20

Municipality of OPPEANO (VR): East of SS434, South of via Spinetti, East of via Marco Biagi, South of via Ferruccio Busoni, East of SP2; and North East and North West of SP21, South and West of via degli Oppi, North and West of via Fornello, via Spin, via 44a

Municipality of SAN MARTINO BUON ALBERGO (VR): South of Marco Pantani pedestrian cycle track, via Casotton, South east of via Giarette, East of via Pantina, via Coetta, South West of and South East of via Ferraresa, South of via Mariona, East of SP20

Municipality of LAVAGNO (VR): South of St. Porcilana, East of SP20

Municipality of COLOGNOLA AI COLLI (VR): South and West of SP37, South of via Peschieria, SP37

Municipality of SOAVE (VR): South of Località Val Ponsara, via Mondello, West of via Bassano, South of via Carantiga, West of via Ca' del Bosco, East of SP37a, South of via Ugo Foscolo, via Bissoncello di Sopra, via Ghiaia

Municipality of CALDIERO (VR)

Municipality of BOVOLONE (VR): North and West of via Capitello, North of SP21

Municipality of BELFIORE (VR): West of SP39, South of str. Porcilana, West of SP38b

Municipality of SAN BONIFACIO (VR): North of via Circonvalazione, West of via Masetti, North West of SP38, West of SP7, Cavalcavia Monteforte, North of SR11, West of Francesco Perlini

22.9.2017

Municipality of CASALMAIOCCO (LO)

Municipality of TRIBIANO (MI)

Municipality of VAIANO CREMASCO (CR)

Municipality of SORDIO (LO)

Municipality of LODI (LO)

Municipality of MELEGNANO (MI): North East of SS9, East of via Vittorio Veneto, via Camillo Benso di Cavour, Vicolo Monastero, via Stefano Bersani, South of via Frisi, via Conciliazione, East of viale S. Predabissi, East and South of via Giardino

Municipality of CERRO AL LAMBRO (MI): East of SP17

Municipality of BOFFALORA D'ADDA (LO): East of SP1, SP25

Municipality of CASALETTO LODIGIANO (LO): East of SP17, North of SP115

Municipality of SALERANO SUL LAMBRO (LO): North of SP115, East of SP204, North of SP140

Municipality of LODI VECCHIO (LO)

Municipality of PIEVE FISSIRAGA (LO): North and North West of SP235

Municipality of CORNEGLIANO LAUDENSE (LO): North West of SP235

Municipality of MULAZZANO (LO): South West of SP202, SP158, West of via Quartiano, South West of via Roma, Piazza della Chiesa, West of via Cassino, SP 158

Municipality of ZELO BUON PERSICO (LO): East of SP16, North and West of country road that connect SP16 to SP16d, West of SP16d, North West of Circonvallazione Zelo Buon Persico, South West of via Dante

Municipality of VIZZOLO PREDABISSI (MI)

Municipality of SAN ZENONE AL LAMBRO (MI)

Municipality of TAVAZZANO CON VILLAVESCO (LO)

Municipality of MONTANASO LOMBARDO (LO)

Municipality of SPINO D'ADDA (CR): North of Canale Vacchelli, East of SP1, viale della Vittoria, North and East of SP1

Municipality of MERLINO (LO)

Municipality of COMAZZO (LO)

Municipality of DRESANO (MI)

Municipality of COLTURANO (MI)

Municipality of PAULLO (MI)

Municipality of MONTE CREMASCO (CR)

Municipality of DOVERA (CR)

Municipality of PANDINO (CR)

Municipality of SAN GIULIANO MILANESE (MI): East of SS9, South and East of via L. Tolstoi, East of str. Vicinale Cascinetta, South east of str. Provinciale Mediglia S.Giuliano

Municipality of MEDIGLIA (MI): West of str. Provinciale Bettola Sondrio, South of Cascina Meleganello, East of via Piero Capponi, via della Liberazione

Municipality of PANTIGLIATE (MI)

Municipality of LISCATE (MI): South of SP14

Municipality of TRUCCAZZANO (MI): South of SP14

Municipality of RIVOLTA D'ADDA (CR): South of SP14, SP185

Municipality of CRESPIATICA (LO)

Municipality of CORTE PALASIO (LO)

Municipality of SETTALA (MI)

Municipality of AGNADELLO (CR): West of SP472, SP34, South of SP34

Municipality of PALAZZO PIGNANO (CR)

25.9.2017

Municipality of CHIGNOLO PO (PV): West of SP193, North of via Don Sbarsi, West of via Mariotto

Municipality of BADIA PAVESE (PV): East of via Guglielmo Marconi

Municipality of SAN COLOMBANO AL LAMBRO (MI): South of SP19, viale F. Petrarca, West of SP23, South of S. Giovanni di Dio, West of via Privata Colombana, via del Pilastrello, West of str. comunale per Campagna

Van 1.9.2017 tot en met 30.9.2017

Municipality of RONCO ALL'ADIGE (VR): West of SP19, East of via Quadrelli, South and West of via Valmarana, South of via Casona, South and East of via Ponzilovo, East of via Lasta, West and South of via Pezze Albaro, East of via Mazza

Municipality of PALU' (VR): East of via Piave, South East of via Casoti, East of via Ponte Rosso, South of Località Motte I/II.

Municipality of OPPEANO (VR): East of SP20, North of SP44

Van 14.9.2017 tot en met 29.9.2017

Municipality of ALBAREDO D'ADIGE (VR): South of via Caldasette, East of via Palazzetto, via Presina, North East of via Villaraspa, via Carotta, via Pascoloni

Municipality of VERONELLA(VR): East and North West of via Giavone

Van 15.9.2017 tot en met 29.9.2017

Municipality of CEREA (VR): South of SP44c, West of via Palesella, South of via Guanti, East of SP45, South of via Cesare Battisti, East of via Paride da Cerea, East and North of SR10

Municipality of ANGIARI (VR): South East of SP44c, East of via Lungo Bussè, South and East and North of via Boscarola

Municipality of BONAVIGO (VR): West and South of SP44b

Municipality of LEGNAGO (VR): North West of via Palazzina, SP46c dir, via G.B. Giudici, North of via Corradina, West of via Lungo Bussè, North West of viale Regina Margherita, North of via XXIV Maggio, East of via Passeggio, via Disciplina, North West and West of via degli Alpini, via Padana Inferiore Est, North West of SR10, West of via Custoza, South East of via S. Vito, South of SP44b

Van 16.9.2017 tot en met 29.9.2017

Municipality of CHIGNOLO PO (PV): East of SP193, South of via Don Sbarsi, East of via Mariotto

Municipality of MONTICELLI PAVESE (PV)

Municipality of ROTTOFRENO (PC): North of E70

Municipality of SARMATO (PC): North of E70

Municipality of PIEVE PORTO MORONE (PV): East of SP412, South of SP193

Municipality of BADIA PAVESE (PV): South East of SP193, via Roma

Van 22.9.2017 tot en met 30.9.2017

Municipality of SAN PIETRO DI MORUBIO (VR): East of via Casari, via Borgo, via Farfusola

Municipality of ROVERCHIARA (VR): South of via Molaro, South West of via Anesi, West of via Borcola, South of via Viola, West of via Bussè, South of SP3, South and West of via Casalino

Municipality of CEREA (VR): North of SP44c, East of via Polesella, North of via Guanti, West of SP45, North of via Cesare Battisti, East of SP2, via Isolella Bassa

Municipality of ANGIARI (VR): North West of SP44c, West of via Lungo Bussè, North and West and South of via Boscarola

Van 21.9.2017 tot en met 29.9.2017

Municipality of SAN PIETRO DI MORUBIO (VR): West of via Casari, via Borgo, via Farfusola

Municipality of ROVERCHIARA (VR): North of via Molaro, North East of via Anesi, East of via Borcola, North of via Viola, East of via Bussè, North of SP3, a North East of via Casalino

Municipality of CEREA (VR): South and West of SR10, West of via Paride da Cerea, West of SP2, via Isolella Bassa; and North East of Località Muri

Municipality of BONAVIGO (VR): East and North of SP44b

Municipality of LEGNAGO (VR): South East of via Palazzina, SP46c dir, via G.B. Giudici, South of via Corradina, East of via Lungo Bussè, South East of viale Regina Margherita, South of via XXIV Maggio, West of via Passeggio, via Disciplina, South East and East of via degli Alpini, via Padana Inferiore Est, South East of SR10, East of via Custoza, North West of via S. Vito, North of SP44b; and North East of SP46, North of SP46b, via Valverde, West of via Scolo Pisani, North West of via Villabona, East of SS434

Municipality of ALBAREDO D'ADIGE (VR): West of SP18, South of via Caldasette, West of via Palazzetto, via Presina, South West of via Villaraspa, via Carotta, via Pascoloni

Municipality of RONCO ALL'ADIGE (VR): South of SP19, South East and South West of SP21, East of via Valle Tomba, via Paluvecchio

Municipality of PALU' (VR): South West of via Piave, via Belledonne, East and North of SP20

Municipality of OPPEANO (VR): South West and South East of SP21, North and East of via degli Oppi, South and East of via Fornello, via Spin, via 44a, South West and West of SP20, South West of SP44

Municipality of ISOLA RIZZA (VR)

Municipality of BOVOLONE (VR): East of via Dosso, viale del Silenzio, North East of SP2, South and East of via Capitello, South of SP21

Municipality of SALIZZOLE (VR): East of SP48c, South of SP20, East of via Capitello, South East of via Pascoletto

Municipality of CONCAMARISE (VR)

Municipality of NOGARA (VR): East of SP48c, North of SR10

Municipality of SANGUINETTO (VR)

Municipality of CASALEONE (VR): North and West of via Carpania

Municipality of VERONELLA (VR): South East of via Giavone

Municipality of PRESSANA (VR): West of SP500, South of via Braggio, via SP40b

Municipality of MINERBE (VR): South West of via Nuvolea, South of SR10, West of via Serraglio, via Amedeo di Savoia, South of SP41, West of via Comuni, SP500

Municipality of BOSCHI SANT'ANNA (VR): North of via Scaranella, West of via Olmo, North of via Faro, West of SP42A

29.9.2017

Municipality of ROTTOFRENO (PC): South of E70

Municipality of SARMATO (PC): South of E70

Municipality of PIEVE PORTO MORONE (PV): West of SP412, North of SP193

Municipality of BADIA PAVESE (PV): North West of SP193, via Roma, via Guglielmo Marconi

Municipality of GRAGNANO TREBBIENSE (PC): North of SP7, SP11

Municipality of BORGONOVO VAL TIDONE (PC): North of SP11, East of SP412R, North and East of via Montanata

Municipality of CASTEL SAN GIOVANI (PC)

Municipality of ARENA PO (PV): East of SP199, North of SP75, North East of SP144

Municipality of SAN ZENONE AL PO (PV): East and South of SP35

Municipality of COSTA DE' NOBILI (PV): East of SP31

Municipality of ZERBO (PV)

Municipality of SANTA CRISTINA E BISSONE (PV)

Municipality of MIRADOLO TERME (PV): South of via Privata dei Colli, West of SP189

Municipality of GRAFFIGNANA (LO): South of SP125, East of SP19, South of via Monteleone

Municipality of SAN COLOMBANO AL LAMBRO (MI): North of SP19, viale F. Petrarca, East of SP23, North of via S. Giovanni di Dio, East of via Privata Colombana, via del Pilastrello, East of str. comunale per Campagna

Municipality of BORGHETTO LODIGIANO (LO): West and South of SP125, South of SP23, South of SP125

Municipality of BREMBIO (LO): South of SP168, West of SP141

Municipality of LIVRAGA (LO)

Municipality of ORIO LITTA (LO)

Municipality of OSPEDALETTO LODIGIANO (LO)

Municipality of SENNA LODIGIANA (LO)

Municipality of CALENDASCO (PC)

Municipality of GUARDAMIGLIO (LO): West of Po river

Municipality of SAN ROCCO AL PORTO (LO): West of Po river

Municipality of SOMAGLIA (LO): West of SP223, SP142

30.9.2017”


AANBEVELINGEN

2.9.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 228/19


AANBEVELING (EU) 2017/1520 VAN DE COMMISSIE

van 26 juli 2017

over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van de Aanbevelingen (EU) 2016/1374 en (EU) 2017/146

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 27 juli 2016 heeft de Commissie een aanbeveling over de rechtsstaat in Polen (1) aangenomen, waarin zij haar bezorgdheid uitte over de situatie van het Constitutioneel Hof en waarin zij een manier van aanpak voorstelde. Op 21 december 2016 heeft de Commissie een aanvullende aanbeveling over de rechtsstaat in Polen (2) aangenomen.

(2)

De Commissie nam die aanbevelingen aan op grond van het kader voor de rechtsstaat (3). Daarin wordt uiteengezet hoe de Commissie zal reageren indien er duidelijke aanwijzingen zijn van een bedreiging voor de rechtsstaat in een lidstaat van de Unie, en worden de met de rechtsstaat samenhangende beginselen verduidelijkt. Het kader voor de rechtsstaat biedt een leidraad voor een dialoog tussen de Commissie en de lidstaat om te voorkomen dat een systemische bedreiging voor de rechtsstaat zich ontwikkelt tot een „duidelijk gevaar voor een ernstige schending” die mogelijkerwijze de toepassing van de „procedure van artikel 7 van het EU-Verdrag” zou vereisen. Wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn van een systemische bedreiging voor de rechtsstaat in een lidstaat, kan de Commissie een dialoog met de betrokken lidstaat aangaan op grond van het kader voor de rechtsstaat.

(3)

De Europese Unie is gegrondvest op een reeks gemeenschappelijke waarden die zijn vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie („VEU”), waaronder de eerbiediging van de rechtsstaat. De Commissie heeft als taak toe te zien op de naleving van het recht van de Unie, en is daarnaast, samen met het Europees Parlement, de lidstaten en de Raad, verantwoordelijk voor de bescherming van de gemeenschappelijke waarden van de Unie.

(4)

De jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van het Europees Hof voor de rechten van de mens, alsmede documenten opgesteld door de Raad van Europa, met name voortbouwend op de deskundigheid van de Europese Commissie voor democratie middels het recht („de Commissie van Venetië”), verschaffen een niet-uitputtende lijst van deze beginselen en definiëren zodoende de fundamentele betekenis van de rechtsstaat als gemeenschappelijke waarde van de Unie in de zin van artikel 2 VEU. Tot die beginselen behoren: het legaliteitsbeginsel, dat een transparant, aansprakelijk, democratisch en pluralistisch proces voor de vaststelling van wetgeving omvat, rechtszekerheid, een verbod van willekeur van de uitvoerende macht, onafhankelijke en onpartijdige rechters, onafhankelijke en doeltreffende rechterlijke toetsing, met inbegrip van de eerbiediging van de grondrechten, en gelijkheid voor de wet (4). De staatsinstellingen zijn verplicht deze beginselen en waarden te eerbiedigen en zijn tevens gehouden tot loyale samenwerking.

(5)

De Commissie zette in haar aanbeveling van 27 juli 2016 de omstandigheden uiteen waaronder zij op 13 januari 2016 had besloten de situatie te onderzoeken op grond van het kader voor de rechtsstaat en waaronder zij op 1 juni 2016 een advies had aangenomen over de rechtsstaat in Polen. Voorts werd in de aanbeveling toegelicht dat de gedachtewisselingen tussen de Commissie en de Poolse regering de punten van zorg van de Commissie niet konden wegnemen.

(6)

De Commissie concludeerde in haar aanbeveling dat er sprake was van een systemische bedreiging voor de rechtsstaat in Polen en beval de Poolse autoriteiten aan passende maatregelen te nemen om die bedreiging met spoed aan te pakken.

(7)

In haar aanbeveling van 21 december 2016 hield de Commissie rekening met de ontwikkelingen die zich in de tussentijd, sinds de aanbeveling van de Commissie van 27 juli 2016, hadden voorgedaan. De Commissie constateerde dat, hoewel sommige in haar vorige aanbeveling besproken kwesties waren aangepakt, er nog belangrijke kwesties onopgelost bleven en er zich intussen nieuwe problemen hadden aangediend. De Commissie stelde tevens vast dat de procedure aan de hand waarvan de nieuwe voorzitter van het Hof was benoemd, aanleiding gaf tot ernstige bezorgdheid over de rechtsstatelijkheid ervan. De Commissie concludeerde daaruit dat er nog steeds sprake was van een systemische bedreiging voor de rechtsstaat in Polen. De Commissie verzocht de Poolse regering de geconstateerde problemen met spoed, binnen twee maanden, te verhelpen en de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die daartoe werden genomen. De Commissie liet weten nog steeds bereid te zijn de constructieve dialoog met de Poolse regering op basis van de aanbeveling voort te zetten.

(8)

Op 20 februari 2017, binnen de in de aanbeveling vastgestelde termijn van twee maanden, heeft de Poolse regering op de aanvullende aanbeveling van de Commissie geantwoord. De Poolse regering is het oneens met alle in de aanbeveling behandelde kwesties en stelt geen enkele nieuwe maatregel in het vooruitzicht om de door de Commissie vastgestelde punten van zorg aan te pakken. In het antwoord wordt beklemtoond dat met de benoeming van de nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof op 21 december 2016, alsook met de inwerkingtreding van de wetten inzake de organisatie en de procedures van het Constitutioneel Hof en inzake de status van de rechters van het Constitutioneel Hof en de twee respectieve uitvoeringswetten de juiste voorwaarden zijn gecreëerd om het Hof in staat te stellen weer te functioneren na de periode van verlamming die was veroorzaakt door het politieke geruzie van politici van de oppositie waarbij ook de voormalige voorzitter van het Hof betrokken was.

(9)

Op 21 december 2016 werd de heer Mariusz Muszyński aangewezen om bij afwezigheid van de nieuwe voorzitter van de Hof de taken van de voorzitter waar te nemen. De heer Muszyński was tijdens de achtste zittingsperiode van de Sejm zonder geldige rechtsgrondslag benoemd en op 20 december 2016 door de toenmalige waarnemende voorzitter van het Hof gemachtigd om zijn rechterlijk ambt op te nemen.

(10)

Op 10 januari 2017 werd de vicevoorzitter van het Constitutioneel Hof door de pas benoemde voorzitter van het Hof verplicht zijn resterende verlof op te nemen. Op 24 maart 2017 werd dat verlof van de vicevoorzitter van het Hof door de voorzitter van het Hof verlengd, in weerwil van het verzoek van de vicevoorzitter om met ingang van 1 april 2017 zijn werkzaamheden als rechter bij het Hof te hervatten.

(11)

Op 12 januari 2017 leidde de minister van Justitie een procedure voor het Constitutioneel Hof in om te toetsen of de verkiezing van drie rechters van het Hof in 2010 grondwettig was verlopen. Na deze procedure hebben de drie rechters in kwestie geen zaken meer toegewezen gekregen.

(12)

Op 16 januari 2017 uitte de voorzitter van de Commissie van Venetië in een verklaring zijn bezorgdheid over de verslechterende situatie bij het Hof.

(13)

Op 20 januari 2017 kondigde de regering een volledige hervorming van de rechterlijke macht aan. De minister van Justitie legde een ontwerpwet inzake de Nationale Raad voor Justitie voor.

(14)

Op 25 januari 2017 kwam de minister van Justitie met een ontwerpwet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie van Polen.

(15)

Op 10 februari 2017 legde het Hof van Beroep in Warschau het Hooggerechtshof een rechtsvraag voor over de beoordeling van de wettigheid van de benoeming van rechter Julia Przyłębska tot voorzitter van het Constitutioneel Hof. De uitspraak van het Hooggerechtshof is nog hangende.

(16)

Op 24 februari 2017 benoemde de Sejm een nieuwe rechter ter vervanging van een rechter die zijn ambt bij het Constitutioneel Hof had neergelegd om als rechter zitting te nemen in het Poolse Hooggerechtshof.

(17)

Op 1 maart 2017 verzocht een groep van 50 Sejm-leden het Constitutioneel Hof de ongrondwettigheid vast te stellen van de wet inzake het Hooggerechtshof op grond waarvan de eerste voorzitter van het Hooggerechtshof was verkozen.

(18)

Op 13 maart 2017 trok de Nationale Raad voor Justitie vier moties in die bij het Constitutioneel Hof waren ingediend vanwege wijzigingen in de samenstelling van de betrokken kamers van rechters naar aanleiding van een besluit van de voorzitter van het Hof.

(19)

Op 12 april 2017 diende een groep van 50 Sejm-leden een ontwerp in tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken.

(20)

Op 11 mei 2017 stelde de Sejm de wet vast tot wijziging van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en sommige andere wetten („wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht”). Deze wet is op 13 juni 2017 bekendgemaakt.

(21)

Op 16 mei 2017 heeft de Commissie de Raad Algemene Zaken geïnformeerd over de situatie van de rechtsstaat in Polen. Rond de tafel bestond er een brede consensus over dat de rechtsstaat een zaak is waar de EU-instellingen en de lidstaten gemeenschappelijk belang bij hebben en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor dragen. Een zeer grote meerderheid van de lidstaten steunde de rol en de inspanningen van de Commissie bij het aanpakken van deze kwestie. De lidstaten riepen de Poolse regering op om weer met de Commissie in dialoog te treden met het oog op een oplossing voor de hangende kwesties, en wilden desgevallend graag op de hoogte worden gehouden in het kader van de Raad Algemene Zaken.

(22)

Op 23 juni 2017 hechtte de Europese Raad zijn algemene goedkeuring aan de landspecifieke aanbevelingen die in het kader van het Europees Semester 2017 aan de lidstaten zijn gericht. In de aanbeveling voor Polen wordt in een overweging de nadruk gelegd op het volgende: „Rechtszekerheid, vertrouwen in de kwaliteit en voorspelbaarheid van regelgeving, fiscaliteit en ander beleid en instellingen zijn belangrijke factoren waardoor het investeringspeil zou kunnen toenemen. In dit verband zijn ook de rechtsstaat en een onafhankelijke rechterlijke macht van wezenlijk belang. De rechtszekerheid kan mede worden verbeterd door werk te maken van ernstige punten van zorg in verband met de rechtsstaat.”. Op 11 juli 2017 zijn de landspecifieke aanbevelingen vastgesteld door de Raad Economische en Financiële Zaken (5).

(23)

Op 5 juli 2017, na het verstrijken van het mandaat van de vorige vicevoorzitter van het Constitutioneel Hof, heeft de president van de Republiek de heer Mariusz Muszyński — een van de drie onrechtmatig benoemde rechters van het Hof — benoemd tot nieuwe vicevoorzitter van het Hof.

(24)

Op 5 juli 2017 vroeg een groep Sejm-leden het Constitutioneel Hof om de ongrondwettigheid vast te stellen van bepalingen op grond waarvan het Hooggerechtshof de geldigheid van de benoeming van de voorzitter van het Hof door de president van de Republiek zou kunnen vaststellen.

(25)

Op 12 juli 2017 diende een groep Sejm-leden een ontwerpwet inzake het Hooggerechtshof in houdende, onder meer, het ontslag en de gedwongen pensionering van alle rechters van het Hooggerechtshof, met uitzondering van degenen die door de minister van Justitie waren aangewezen.

(26)

Op 13 juli 2017 drukte de Commissie in een brief aan de Poolse regering haar bezorgdheid uit over de recente wetgevingsvoorstellen betreffende het gerechtelijke apparaat en het Hooggerechtshof. De Commissie onderstreepte daarin dat men in het belang van een zinvolle dialoog diende af te zien van de vaststelling van deze voorstellen, en nodigde de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Justitie van Polen uit zo spoedig mogelijk bijeen te komen voor een vergadering dienaangaande. Op 14 juli 2017 herhaalde de Poolse regering in een brief aan de Commissie haar eerdere verduidelijkingen over de situatie van het Constitutioneel Hof.

(27)

Op 15 juli 2017 hechtte de senaat zijn goedkeuring aan de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en sommige andere wetten („wet inzake de Nationale Raad voor Justitie”) en aan de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken („wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken”).

(28)

Op 19 juli 2017 antwoordde de Poolse regering op de brief van de Commissie van 13 juli 2017, onder verwijzing naar de lopende hervorming van de wetgeving inzake de rechterlijke macht, en vroeg zij de Commissie om met het oog op verdere besprekingen concrete punten van zorg te presenteren.

(29)

Op 22 juli 2017 stelde de senaat de wet inzake het Hooggerechtshof vast.

(30)

Op 24 juli 2017 legde de president van de Republiek een verklaring af over zijn besluit om de wet inzake het Hooggerechtshof en de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie terug te verwijzen naar de Sejm.

(31)

Op 25 juli 2017 ondertekende de president van de Republiek de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

1.   De Republiek Polen zou naar behoren rekening moeten houden met de hierna toegelichte analyse van de Commissie en zou de in punt 5 van deze aanbeveling vermelde maatregelen moeten nemen om de geconstateerde punten van zorg binnen de gestelde termijn aan te pakken.

1.   REIKWIJDTE VAN DE AANBEVELING

2.   De onderhavige aanbeveling dient ter aanvulling van de aanbevelingen van 27 juli 2016 en 21 december 2016. In de onderhavige aanbeveling wordt nagegaan welke van de in de vorige aanbevelingen geuite punten van zorg zijn aangepakt, worden de resterende punten van zorg vermeld en wordt een aantal nieuwe punten van zorg genoemd die sinds de vorige aanbeveling bij de Commissie zijn ontstaan met betrekking tot de rechtsstaat in Polen. Op basis daarvan worden aan de Poolse autoriteiten aanbevelingen voor mogelijke remedies gedaan. De punten van zorg hebben betrekking op:

1)

het ontbreken van een onafhankelijke en legitieme constitutionele toetsing;

2)

de vaststelling door het Poolse parlement van nieuwe wetgeving inzake de rechterlijke macht in Polen die aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en die de systemische bedreiging voor de rechtsstaat in Polen aanzienlijk vergroot:

a)

de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en sommige andere wetten („wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht”); bekendgemaakt in het Poolse staatsblad op 13 juni 2017 en in werking getreden op 20 juni 2017;

b)

de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en sommige andere wetten („wet inzake de Nationale Raad voor Justitie”); goedgekeurd door de senaat op 15 juli 2017; deze wet is op 24 juli 2017 terugverwezen naar de Sejm;

c)

de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken („wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken”); goedgekeurd door de senaat op 15 juli 2017 en ondertekend door de president op 25 juli 2017;

d)

de wet inzake het Hooggerechtshof; goedgekeurd door de senaat op 22 juli 2017; deze wet is op 24 juli 2017 terugverwezen naar de Sejm.

2.   HET ONTBREKEN VAN EEN ONAFHANKELIJKE EN LEGITIEME CONSTITUTIONELE TOETSING

3.   In haar aanbeveling van 21 december 2016 raadt de Commissie de Poolse autoriteiten aan de volgende maatregelen nemen, waarom reeds was verzocht in de aanbeveling van 27 juli 2016:

a)

de uitspraken van het Constitutioneel Hof van 3 en 9 december 2015 volledig ten uitvoer leggen, wat betekent dat de drie in oktober 2015 door de vorige legislatuur rechtsgeldig benoemde rechters hun ambt bij het Constitutioneel Hof kunnen opnemen en dat de drie door de nieuwe legislatuur zonder geldige rechtsgrondslag benoemde rechters dit ambt niet opnemen als zij niet rechtsgeldig verkozen zijn; daartoe wordt de president van de Republiek verzocht dringend de eed af te nemen van de drie door de vorige legislatuur verkozen rechters;

b)

de uitspraken van het Constitutioneel Hof van 9 maart 2016 en de uitspraak van 11 augustus 2016 met betrekking tot de wet van 22 juli 2016 inzake het Constitutioneel Hof, alsmede andere uitspraken die na die datum zijn gedaan, en toekomstige uitspraken publiceren en volledig uitvoeren;

c)

ervoor zorgen dat alle hervormingen van de wet inzake het Constitutioneel Hof in overeenstemming zijn met de uitspraken van het Constitutioneel Hof, volledig rekening houden met de adviezen van de Commissie van Venetië en de effectiviteit van het Constitutioneel Hof als hoeder van de grondwet niet ondermijnen;

d)

zich onthouden van acties en publieke verklaringen die de legitimiteit en effectiviteit van het Constitutioneel Hof kunnen ondermijnen.

4.   In aanvulling op die maatregelen beveelt de Commissie de Poolse autoriteiten aan:

a)

ervoor te zorgen dat het Constitutioneel Hof met spoed een effectieve constitutionele toetsing kan verrichten van de wet inzake de status van rechters, de wet inzake de organisatie en de procedures en de uitvoeringswet, alsmede dat de betrokken uitspraken onverwijld worden gepubliceerd en volledig worden uitgevoerd;

b)

ervoor te zorgen dat geen nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof wordt benoemd zolang de uitspraken van het Constitutioneel Hof over de grondwettigheid van de nieuwe wetten niet zijn gepubliceerd en volledig zijn uitgevoerd, en zolang de drie rechters die in oktober 2015 tijdens de zevende zittingsperiode van de Sejm rechtsgeldig zijn benoemd, hun rechterlijk ambt bij het Hof niet hebben opgenomen;

c)

ervoor te zorgen dat, zolang de nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof niet rechtmatig is benoemd, hij wordt vervangen door de vicevoorzitter van het Hof en niet door een waarnemend voorzitter of door de persoon die op 21 december 2016 tot voorzitter van het Hof is benoemd.

5.   De Commissie merkt op dat geen van de door de Commissie aanbevolen maatregelen is uitgevoerd:

a)

de drie in oktober 2015 door de vorige legislatuur rechtsgeldig benoemde rechters hebben hun ambt als rechter bij het Constitutioneel Hof nog steeds niet kunnen opnemen. Daarentegen zijn de drie tijdens de achtste zittingsperiode van de Sejm zonder geldige rechtsgrondslag benoemde rechters door de waarnemend voorzitter van het Hof gemachtigd om hun ambt op te nemen;

b)

drie belangrijke uitspraken van het Constitutioneel Hof van 9 maart 2016, 11 augustus 2016 en 7 november 2016 zijn nog steeds niet bekendgemaakt en zijn verwijderd uit het register van het Hof dat toegankelijk is via de website van het Hof. Andere uitspraken die nog niet bekendgemaakt waren ten tijde van de vaststelling van de aanbeveling van 21 december 2016, zijn daarentegen wel in het staatsblad gepubliceerd, meer bepaald op 29 december 2016;

c)

de grondwettigheid van de wet inzake de status van rechters, de wet inzake de organisatie en de procedures en de uitvoeringswet is nog niet met spoed effectief getoetst door het Constitutioneel Hof en de benoeming van de nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof heeft haar beslag gekregen voor deze toetsing kan plaatsvinden;

d)

sinds het mandaat van de vorige voorzitter van het Constitutioneel Hof is verstreken, is nog geen nieuwe voorzitter rechtsgeldig benoemd. De vorige voorzitter is niet vervangen door de vicevoorzitter van het Hof, maar door een waarnemend voorzitter en vervolgens door de persoon die op 21 december 2016 tot voorzitter van het Hof is benoemd.

6.   Zoals wordt uitgelegd in de aanbeveling van 21 december 2016  (6), is de Commissie van mening dat de procedure aan de hand waarvan de nieuwe voorzitter van het Hof is benoemd, fundamentele rechtsstatelijke gebreken vertoont. De procedure werd ingeleid door een waarnemend voorzitter van wie de benoeming aanleiding gaf tot ernstige bezorgdheid met betrekking tot de beginselen van de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals gewaarborgd door de Poolse grondwet. Bovendien is de volledige selectieprocedure ongrondwettig doordat de drie rechters die in december onrechtsgeldig zijn benoemd door de nieuwe Sejm-legislatuur, aan de procedure deelnamen. Ook het feit dat de in oktober rechtsgeldig verkozen rechters niet aan de procedure konden deelnemen, is van invloed geweest op het resultaat en maakt de procedure ongeldig. Daarnaast gaven de zeer korte termijn waarbinnen de Algemene Assemblee is bijeengeroepen, en de weigering om de bijeenkomst uit te stellen, aanleiding tot ernstige bezorgdheid. Ten slotte is de verkiezing van kandidaten door slechts zes rechters onverenigbaar met de uitspraak van het Hof van 7 november 2016 volgens welke artikel 194, lid 2, van de grondwet zo moet worden begrepen dat de voorzitter van het Hof door de president van de Republiek moet worden benoemd uit de kandidaten die in de Algemene Assemblee van het Hof een meerderheid van de stemmen hebben behaald.

7.   De Commissie vestigt tevens de aandacht op een aantal ontwikkelingen die sinds de benoeming van de voorzitter van het Constitutioneel Hof de legitimiteit van het Hof verder hebben ondermijnd. Meer bepaald: de vicevoorzitter van het Constitutioneel Hof, van wie de positie in de grondwet wordt erkend, werd door de pas benoemde voorzitter van het Hof verplicht zijn resterende verlof op te nemen; als gevolg van een door de procureur-generaal ingesteld beroep om de geldigheid van de verkiezing van drie rechters van het Constitutioneel Hof in 2010 te betwisten, werden deze rechters uitgesloten van de rechterlijke activiteiten van het Hof; de nieuwe voorzitter van het Hof wijzigde de samenstelling van de kamers van rechters die zaken behandelden en zaken werden toegewezen aan kamers die voor een deel uit onrechtmatig benoemde rechters bestonden; verzoeken, met name van de Europese Ombudsman, om onrechtmatig benoemde behandelende rechters te wraken, werden afgewezen; een groot aantal vonnissen werd gewezen door kamers die voor een deel uit onrechtmatig benoemde rechters bestonden; tot slot werd aan het eind van het mandaat van de vicevoorzitter een onrechtmatig benoemde rechter benoemd tot nieuwe vicevoorzitter van het Hof.

8.   Deze ontwikkelingen hebben er de facto toe geleid dat de samenstelling van het Constitutioneel Hof inmiddels volledig is gewijzigd, zonder dat daarbij het normale constitutionele proces voor de benoeming van rechters is gevolgd.

9.   In hun antwoord van 20 februari 2017 op de aanvullende aanbeveling van de Commissie komen de Poolse autoriteiten niet tegemoet aan de bezorgdheid van de Commissie en stellen zij evenmin concrete maatregelen in het vooruitzicht om de door de Commissie aan de orde gestelde kwesties aan te pakken. In het antwoord wordt aangevoerd dat met de nieuwe wetten inzake het Constitutioneel Hof en de benoeming van de nieuwe voorzitter van het Constitutioneel Hof de juiste voorwaarden zijn gecreëerd om het Hof in staat te stellen weer te functioneren na de periode van verlamming die was veroorzaakt door het politieke geruzie van politici van de oppositie. Wat de samenstelling van het Hof betreft, wordt, net als in het antwoord op de aanbeveling van 27 juli 2016, ontkend dat deze enig gevolg heeft voor de uitspraken van het Constitutioneel Hof van 3 en 9 december 2015. Met betrekking tot de procedure voor de selectie van de voorzitter van het Constitutioneel Hof wordt in het antwoord de uitspraak van 7 november 2016 genegeerd, waarin wordt gesteld dat de voorzitter van het Hof krachtens de grondwet moet worden benoemd uit de kandidaten die in de Algemene Assemblee van het Hof een meerderheid van de stemmen hebben behaald. Wat de rol van de vicevoorzitter van het Hof betreft, wordt in het antwoord voorbijgegaan aan het feit dat de positie van vicevoorzitter uitdrukkelijk in de grondwet wordt erkend en dat in dit verband dezelfde benoemingsprocedure van toepassing is als voor de voorzitter van de Hof. Wat de benoeming van een waarnemend voorzitter van het Constitutioneel Hof betreft, geeft het antwoord geen uitsluitsel over een desbetreffende constitutionele rechtsgrondslag, maar enkel de uitleg dat het een uitzonderlijk, door de buitengewone omstandigheden vereist aanpassingsmechanisme betrof.

10.   De Commissie concludeert dat de onafhankelijkheid en de legitimiteit van het Constitutioneel Hof ernstig ondermijnd zijn en de grondwettigheid van Poolse wetten derhalve niet langer afdoende kan worden gewaarborgd (7). Deze situatie is met name zorgwekkend uit het oogpunt van rechtsstatelijkheid omdat het Poolse parlement, zoals reeds toegelicht in de vorige aanbevelingen, een aantal bijzonder gevoelige nieuwe wetshandelingen heeft aangenomen, zoals een wet inzake de overheidsdiensten (8), een wet tot wijziging van de wet inzake de politiediensten en sommige andere wetten (9), wetten op het Openbaar Ministerie (10), een wet inzake de Europese Ombudsman en tot wijzing van sommige andere wetten (11), een wet inzake de Nationale Mediaraad (12) en een terrorismebestrijdingswet (13).

11.   Het ontbreken van een onafhankelijke en legitieme constitutionele toetsing in Polen had reeds een nadelig effect op de rechtsstaat in het land, maar dit effect is nu nog aanzienlijk verscherpt omdat de grondwettigheid van de nieuwe wetten inzake het Poolse gerechtelijke apparaat — als vermeld in lid 2, punt 2, en geanalyseerd in deel 3 — niet meer door een onafhankelijk constitutioneel hof kan worden geverifieerd en gewaarborgd.

3.   GEVAREN VOOR DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE RECHTERLIJKE MACHT

12.   De wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht, de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en de wet inzake het Hooggerechtshof bevatten een aantal bepalingen die aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid met betrekking tot de beginselen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de scheiding der machten.

13.   De Commissie merkt op dat in een aantal verklaringen en adviezen van onder meer het Hooggerechtshof, de Europese Ombudsman en de Nationale Raad voor Justitie bezorgdheid wordt geuit over de verenigbaarheid van de nieuwe wetten met de grondwet.

3.1.   Assistent-rechters

14.   Krachtens artikel 2, leden 1 en 36, van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en sommige andere wetten, vervullen assistent-rechters gedurende vier jaar de taken van rechters in districtsrechtbanken. Zij mogen in deze rechtbanken als enige rechter optreden.

15.   In het rechtsbestel van Polen heeft een assistent-rechter echter niet dezelfde status als een rechter (14). Assistent-rechters worden voor een beperkte termijn van vier jaar benoemd en kunnen na 36 maanden kandideren om rechter te worden. Vergeleken met rechters gelden voor assistent-rechters niet dezelfde garanties voor het waarborgen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht — bijvoorbeeld op het gebied van de benoeming, die volgens een andere procedure verloopt. De grondwet voorziet niet in de mogelijkheid dat assistent-rechters rechterlijke functies uitvoeren. Dit houdt in dat een wijziging van hun status, en van de garanties voor hun onafhankelijkheid, bij gewone wet kan worden vastgesteld en geen grondwetswijziging vereist (15).

16.   Tijdens het wetgevingsproces betreffende de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht heeft zowel het Hooggerechtshof als de Nationale Raad voor Justitie zijn bezorgdheid geuit over de vraag of de garanties voor de onafhankelijkheid van de assistent-rechters in overeenstemming zijn met de grondwet en met de vereisten voor een eerlijk proces als vastgelegd in artikel 6, lid 1, EVRM (16). Naar het oordeel van het Europees Hof voor de rechten van de mens voldeed de vorige regeling inzake de assistent-rechters in Polen niet aan deze criteria (17).

17.   Vanwege de korte looptijd van hun mandaat maakt de status van de assistent-rechters hen bijzonder kwetsbaar voor beïnvloeding van buitenaf, met name door de minister van Justitie. De minister van Justitie speelt een rol in het selecteren van assistent-rechters met het oog op hun benoeming tot rechter en heeft bijgevolg een grote invloed op het carrièreverloop van een assistent-rechter. Assistent-rechters die rechter willen worden, moeten een volledig nieuwe selectie- en benoemingsprocedure doorlopen. De assistent-rechter moet hiertoe eerst een aanvraag indienen bij de Nationale Raad voor Justitie, die de kandidaat grondig beoordeelt en al dan niet beslist deze bij de president van de Republiek voor te dragen voor een ambt als rechter. De bevoegdheid voor het benoemen van de kandidaat tot rechter berust bij de president van de Republiek. De legitieme ambitie van assistent-rechters om rechter te worden, in samenhang met het ontbreken van toereikende garanties voor de bescherming van hun persoonlijke onafhankelijkheid tijdens deze periode, stelt de assistent-rechters bloot aan druk van de minister van Justitie en kan hun persoonlijke onafhankelijkheid bij het wijzen van vonnissen beïnvloeden.

3.2.   Voorzitters van de rechtbanken

18.   In het Poolse rechtsbestel heeft de voorzitter van een rechtbank een dubbele rol: hij is niet alleen verantwoordelijk voor het beheer van de rechtbank, maar oefent ook rechterlijke functies uit. De nieuwe wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken doet twijfels rijzen over de persoonlijke onafhankelijkheid van de rechtbankvoorzitters bij het uitoefenen van hun rechterlijke functies, maar ook over hun invloed op andere rechters.

19.   In artikel 1, lid 6, artikel 17, lid 1, en artikel 18, lid 1, van de nieuwe wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken zijn voorschriften vastgesteld over het ontslaan en benoemen van rechtbankvoorzitters. De minister van Justitie zou gedurende een periode van zes maanden de bevoegdheid krijgen om rechtbankvoorzitters te benoemen en te ontslaan, zonder zich daarbij te moeten houden aan concrete criteria of zijn beslissingen te moeten motiveren, en zonder dat de rechterlijke macht (noch de Nationale Raad voor Justitie, noch de raad van rechters van een betrokken gerecht) deze beslissingen kan blokkeren. Bovendien kan een ontslagbesluit van de minister van Justitie niet rechterlijk worden getoetst. Na de termijn van zes maanden zou de minister van Justitie naar eigen goeddunken rechtbankvoorzitters kunnen benoemen; alleen bij ontslag van een rechtbankvoorzitter zou de nationale Raad voor Justitie met een gekwalificeerde meerderheid van twee derde van zijn leden het besluit van de minister van Justitie kunnen blokkeren (18).

20.   Als gevolg van zijn bevoegdheid om rechtbankvoorzitters willekeurig te ontslaan, zou de minister van Justitie deze voorzitters kunnen beïnvloeden op een wijze die hun persoonlijke onafhankelijkheid bij het wijzen van een vonnis in het gedrang kan brengen. Zo is het mogelijk dat een rechtbankvoorzitter die uitspraak moet doen in een gevoelige zaak tegen de staat, zich door de minister van Justitie onder druk gezet voelt om het standpunt van de staat te volgen teneinde te voorkomen dat hij als rechtbankvoorzitter wordt ontslagen.

21.   Evenzo is het mogelijk dat rechters die geen rechtbankvoorzitter zijn, maar de ambitie daartoe hebben, geneigd zijn niet tegen een standpunt van de minister van Justitie in te gaan teneinde hun kansen om tot rechtbankvoorzitter te worden benoemd, niet in gevaar te brengen. Ook hun persoonlijke onafhankelijkheid bij het wijzen van een vonnis zou als gevolg hiervan op de helling komen te staan.

22.   Tevens moet worden gewezen op de macht die rechtbankvoorzitters, uit hoofde van hun functie van rechtbankbeheerder, over andere rechters uitoefenen en op de mogelijke impact daarvan op de persoonlijke onafhankelijkheid van deze rechters. Rechtbankvoorzitters beschikken bijvoorbeeld over de bevoegdheid om rechters die aan het hoofd van een rechtbankafdeling of -sectie staan, te vervangen, om deze afdelings- en sectiehoofden ingeval van tekortkomingen een schriftelijke kennisgeving te sturen en een geldboete op te leggen, en om rechters binnen een bepaald rechtsdistrict zonder hun toestemming over te plaatsen.

23.   Tot slot geven deze bepalingen aanleiding tot bezorgdheid uit het oogpunt van hun grondwettigheid, zoals met name wordt opgemerkt in de adviezen van het Hooggerechtshof, de Nationale Raad voor Justitie en de Europese Ombudsman. Met name de mogelijkheid voor de minister van Justitie om rechtbankvoorzitters te ontslaan druist in tegen de beginselen van onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en scheiding der machten.

3.3.   Rechters: benoeming en carrière

24.   Overeenkomstig de Poolse grondwet wordt de rechterlijke onafhankelijkheid gewaarborgd door de Nationale Raad voor Justitie (19). De rol van de Nationale Raad voor Justitie heeft een directe impact op de onafhankelijkheid van de rechters, met name met betrekking tot promotie, overplaatsing, disciplinaire procedures, ontslag en vervroegde pensionering. Ter illustratie: om een rechter te bevorderen (bijv. van een districtsrechtbank naar een regionale rechtbank), moet de president van de Republiek de rechter opnieuw benoemen en moet de beoordelings- en benoemingsprocedure, met inspraak van de Nationale Raad voor Justitie, nogmaals worden doorlopen.

25.   In lidstaten waar een Raad voor Justitie is ingesteld, is de onafhankelijkheid van die raad daarom bijzonder belangrijk om ongepaste invloed van de regering of het parlement op de onafhankelijkheid van rechters te voorkomen. Ter illustratie: het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft in het kader van een disciplinaire procedure die door een bepaalde Raad tegen rechters was ingeleid, twijfels bij de mate van beïnvloeding door de wetgevende of de uitvoerende instanties geuit omdat de meeste leden van de Raad in kwestie rechtstreeks door deze instanties waren benoemd (20). Om dezelfde redenen is in beproefde Europese normen, met name de aanbeveling van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 2010, bepaald dat „niet minder dan de helft van de leden [van de Raden voor Justitie] rechters moeten zijn die door hun confraters uit alle geledingen van de rechterlijke macht zijn gekozen met inachtneming van het pluralisme van de rechterlijke macht (21) ”. Het staat aan de lidstaten hun gerechtelijke systeem te organiseren en in het kader van die organisatie al dan niet een Raad voor Justitie in stellen. Is een dergelijke Raad eenmaal ingesteld, zoals in Polen, dan moet evenwel worden toegezien op de onafhankelijkheid ervan, overeenkomstig Europese normen.

26.   Tot op heden voldeed het Poolse systeem volledig aan deze normen, aangezien de meeste rechters die in de Nationale Raad voor Justitie zitting hadden, door rechters waren gekozen. Dit systeem zou radicaal gewijzigd worden door artikel 1, lid 1, en artikel 7 van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, waarin is bepaald dat de vijftien leden-rechters van de Nationale Raad voor Justitie door de Sejm zullen worden benoemd en kunnen worden herbenoemd (22), en waarin een nieuwe structuur binnen de Raad wordt vastgelegd. De nieuwe voorschriften inzake de benoeming van leden-rechters van de Nationale Raad voor Justitie geven het parlement aanzienlijk meer invloed op de Raad en hebben een nadelig effect op de onafhankelijkheid van de Raad, in tegenspraak met de Europese normen. Het feit dat de Sejm de leden-rechters met een drie vijfde meerderheid moet benoemen, doet niets af aan deze bezorgdheid.

27.   Deze bezorgdheid wordt nog verder versterkt door het feit dat overeenkomstig artikel 5, lid 1, van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie het mandaat van alle rechters die momenteel lid zijn van de Nationale Raad voor Justitie voortijdig zal worden beëindigd, waardoor het parlement onmiddellijk een beslissende invloed krijgt op de samenstelling van de Raad en afbreuk wordt gedaan aan de invloed van de rechters zelf.

28.   Ook de nieuwe interne structuur draagt bij tot de politisering van de Nationale Raad voor Justitie. Overeenkomstig artikel 1, lid 7, van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie zal de Raad uit twee assemblees bestaan: de leden van de eerste zijn in meerderheid parlementsleden en de leden van de tweede zijn rechters die door het parlement zijn benoemd. Formeel zouden de leden de Raad nog steeds in meerderheid rechters zijn, maar in feite zou de nieuwe „politieke” assemblee het besluitvormingsproces in de Nationale Raad voor Justitie kunnen bemoeilijken. Als de twee assemblees een kandidaat verschillend beoordelen, zou de assemblee die een positief oordeel heeft, kunnen verzoeken om een herbeoordeling door de voltallige Raad, waarbij een tweederdemeerderheid van alle leden van de Raad vereist zou zijn. Aan deze minimumeis zou slechts zeer moeilijk kunnen worden voldaan, met name gezien de toegenomen invloed van de wetgevende macht op de samenstelling van de Raad. De nieuwe regeling zou rechtstreeks gevolgen hebben voor de benoeming en de loopbaan van Poolse rechters, aangezien de rechters die leden van de Raad zijn en in de tweede assemblee zitting hebben, in bepaalde omstandigheden niet langer de definitieve zeggenschap zouden kunnen hebben over aangelegenheden die de beoordeling van kandidaten voor het rechtersambt betreffen (23).

29.   Deze situatie geeft aanleiding tot bezorgdheid over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Een rechter bij een districtsrechtbank die in een politiek gevoelige zaak uitspraak moet doen en tegelijkertijd streeft naar een bevordering tot rechter bij een regionale rechtbank, zou geneigd kunnen zijn zijn oordeel te laten beïnvloeden door het standpunt van de politieke meerderheid, teneinde zijn kansen op bevordering niet in gevaar te brengen. Ook als dit risico geen werkelijkheid wordt, voorziet de nieuwe regeling niet in voldoende garanties om de perceptie van onafhankelijkheid te verzekeren, die van wezenlijk belang is voor het vertrouwen dat de rechter in een democratische samenleving bij het publiek moet wekken (24).

30.   De Commissie merkt op dat het Hooggerechtshof en de Nationale Raad voor Justitie in hun adviezen op een aantal punten hun bezorgdheid hebben geuit over de grondwettelijkheid van de nieuwe regeling. Met name is opgemerkt dat de nieuwe regels de Nationale Raad voor Justitie afhankelijk zouden maken van de politieke besluiten van de meerderheid in het parlement. In de adviezen is tevens benadrukt dat de Nationale Raad voor Justitie een ondeelbaar orgaan is en niet mag uiteenvallen in twee organen die niet in de grondwet voorkomen. Het wetsontwerp zou de grondwettelijke orde wijzigen door de Sejm een overheersende positie te geven ten opzichte van de rechterlijke macht. De voortijdige beëindiging van het mandaat van de rechters die lid zijn van de Raad, en van de werking van een grondwettelijk orgaan zou bovendien niet stroken met het beginsel dat de rechtsstaat en het legaliteitsbeginsel in een democratische staat leidend zijn. Zoals eerder gezegd, benadrukt de Commissie dat een effectieve constitutionele toetsing van deze bepalingen thans niet mogelijk is.

3.4.   Pensioenleeftijd en bevoegdheid om het mandaat van een rechter te verlengen

31.   In artikel 1, lid 26, onder b) en c), en artikel 13, lid 1, van de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wordt bepaald dat de pensioenleeftijd van gewone rechters wordt verlaagd van 67 tot 60 jaar voor vrouwelijke rechters en van 67 tot 65 jaar voor mannelijke rechters; de minister van Justitie krijgt de bevoegdheid om het mandaat van een rechter te verlengen (tot de leeftijd van 70 jaar), maar de daarvoor geldende criteria zijn onduidelijk. Hangende het besluit daartoe blijft de betrokken rechter in functie.

32.   De nieuwe pensioneringsregeling heeft een ongunstig effect op de onafhankelijkheid van de rechter (25). De nieuwe regels zijn een nieuw middel waarmee de minister van Justitie invloed kan uitoefenen op individuele rechters. Met name de vage criteria voor de verlenging van het mandaat geven een onterechte beslissingsbevoegdheid, die het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven, ondermijnt (26). De wet verlaagt de pensioenleeftijd van rechters, maar maakt het mogelijk dat de minister van Justitie hun mandaat verlengt met ten hoogste tien jaar voor vrouwelijke rechters en vijf jaar voor mannelijke rechters. Er geldt bovendien geen termijn waarbinnen de minister van Justitie een besluit moet nemen over de verlenging van het mandaat, waardoor de minister gedurende de resterende tijd van hun mandaat invloed kan behouden op de betrokken rechters. Ook voor de pensioenleeftijd is bereikt, zou het vooruitzicht de minister van Justitie om verlenging te moeten vragen, de betrokken rechters al onder druk kunnen zetten.

33.   Door de pensioenleeftijd van rechters te verlagen en de minister van Justitie over de verlenging van het mandaat van rechters te laten beslissen, ondermijnen de nieuwe regels het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven, hetgeen volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een wezenlijk onderdeel is van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Een van de criteria voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is dat rechters persoonlijk en functioneel onafhankelijk moeten zijn in de uitoefening van hun taken en tegen ontslag moeten worden beschermd door doeltreffende waarborgen tegen onterechte bemoeienis of druk vanuit de uitvoerende macht (27). De betrokken bepalingen zijn voorts in strijd met de Europese normen die inhouden dat rechters tot aan de verplichte pensioenleeftijd, indien deze bestaat, een gegarandeerde ambtstermijn moeten hebben.

34.   De Commissie merkt op dat de nieuwe regels ook vragen over de grondwettelijkheid ervan oproepen. Volgens het advies van het Hooggerechtshof (28) is het in strijd met het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven (artikel 180, lid 1, van de grondwet), als de minister van Justitie kan beslissen over de verlenging van het mandaat van rechters en in combinatie daarmee de pensioenleeftijd van rechters wordt verlaagd. Zoals eerder gezegd, benadrukt de Commissie dat een effectieve constitutionele toetsing van deze bepalingen thans niet mogelijk is.

3.5.   Hooggerechtshof

3.5.1.   Ontslag, gedwongen pensionering en herbenoeming van rechters bij het Hooggerechtshof

35.   Overeenkomstig artikel 87 van de nieuwe wet inzake het Hooggerechtshof zullen alle rechters van het Hooggerechtshof op de dag na de inwerkingtreding van de wet worden ontslagen en gepensioneerd (29).

36.   Volgens artikel 88 van de wet inzake het Hooggerechtshof blijven gedurende een overgangsperiode slechts de door de minister van Justitie aangewezen rechters actief, totdat de president van de Republiek een definitieve selectie heeft verricht van de rechters die na een speciale verificatieprocedure mogen aanblijven. Deze procedure houdt in dat de president van de Republiek de rechters die in functie blijven, kiest uit de rechters die door de minister van Justitie zijn voorgedragen en door de Nationale Raad voor Justitie zijn beoordeeld. De wet bevat vage en onduidelijke criteria voor de keuze van de rechters die in functie blijven. Resoluties van de Nationale Raad voor Justitie in dit verband zijn voor de president van de Republiek niet bindend (30). Artikel 91 van de wet inzake het Hooggerechtshof bepaalt dat bij ontslag en pensionering van de rechter die het ambt van eerste voorzitter van het Hooggerechtshof bekleedt, de president van de Republiek een plaatsvervangende eerste voorzitter van het Hooggerechtshof kiest.

37.   Het ontslag en de gedwongen pensionering van alle rechters van het Hooggerechtshof zouden, de regels voor hun mogelijke herbenoeming in aanmerking genomen, een schending van de onafhankelijkheid van de rechters van het Hooggerechtshof inhouden. Rechters dienen tegen ontslag te worden beschermd door middel van doeltreffende waarborgen tegen onterechte bemoeienis of druk van de kant van andere machten in de staat (31). Overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, alsmede de Europese normen, vereist de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht dat er is voorzien in voldoende waarborgen ter bescherming van de persoon van degenen die tot taak hebben recht te spreken (32). Een consequentie van de onafhankelijkheid van de rechter is dat hij tijdens zijn ambtstermijn niet uit zijn functie kan worden ontheven door de uitvoerende macht, wat dan ook een van de garanties is waarin artikel 6, lid 1, van het EVRM voorziet (33). Rechters mogen derhalve alleen individueel worden ontslagen indien dat gerechtvaardigd is gebleken op grond van een tuchtrechtelijke procedure die betrekking heeft op hun individuele activiteiten en voorziet in alle waarborgen voor de verdediging zoals die in een democratische samenleving van kracht zijn. Rechters kunnen niet worden ontslagen op collectieve basis of om algemene redenen die geen verband houden met hun individuele gedrag.

38.   Deze garanties en waarborgen ontbreken in het onderhavige geval en de betrokken bepalingen zijn daarom een flagrante schending van de onafhankelijkheid van de rechters van het Hooggerechtshof en van de scheiding der machten (34), en derhalve van de rechtsstaat.

3.5.2.   Tuchtprocedures

39.   Bij de wet inzake het Hooggerechtshof wordt een nieuwe tuchtkamer ingesteld en worden nieuwe regels voor tuchtprocedures tegen rechters bij het Hooggerechtshof ingevoerd (35).

40.   Deze nieuwe regels tasten de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan. Met name de betrokkenheid van de minister van Justitie bij tuchtprocedures tegen rechters van het Hooggerechtshof zou een aantasting van hun onafhankelijkheid vormen, want met de bevoegdheid om tuchtprocedures tegen rechters van het Hooggerechtshof in te leiden en de mogelijkheid om ook het verloop van het onderzoek te beïnvloeden, beschikt de minister van Justitie over nog meer middelen om aanzienlijke druk op rechters uit te oefenen.

41.   Met name kan de minister van Justitie overeenkomstig artikel 56, lid 5, van de wet inzake het Hooggerechtshof er bezwaar tegen maken wanneer een met een tuchtprocedure belaste functionaris van het Hooggerechtshof die een onderzoek leidt, beslist het onderzoek te beëindigen wegens ontoereikende motivering; de betrokken functionaris van het Hooggerechtshof zou in dat geval de tuchtprocedure moeten voortzetten en gebonden zijn door de instructies van de minister van Justitie. Bovendien zou de minister van Justitie voor een bepaalde zaak zelf een functionaris voor de tuchtprocedure kunnen benoemen (36). Door de benoeming van een met de tuchtprocedure belaste functionaris door de minister van Justitie zou in de betrokken zaak elke andere met tuchtprocedures belaste functionaris worden uitgesloten. Telkens wanneer de minister van Justitie een met de tuchtprocedure belaste functionaris benoemt, moet een vooronderzoek worden verricht. Overeenkomstig artikel 57, lid 2, zou de door de minister benoemde functionaris in bepaalde gevallen gebonden zijn door de instructies van de minister van Justitie.

42.   Alleen al de dreiging die uitgaat van het inleiden van een tuchtprocedure op instructie van de minister van Justitie zou een rechtstreekse aantasting zijn van de onafhankelijkheid van de rechters van het Hooggerechtshof. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een gerechtelijke instantie slechts onafhankelijk is als zij haar taken volledig autonoom uitoefent, zonder aan wie dan ook ondergeschikt te zijn, zodat zij beschermd is tegen tussenkomsten of druk van buitenaf die de onafhankelijkheid van de oordeelsvorming van haar leden in aan hen voorgelegde geschillen in gevaar zouden kunnen brengen (37). Aan deze voorwaarden wordt in het onderhavige geval niet voldaan. Het is derhalve mogelijk dat de rechters bij het Hooggerechtshof druk ondervinden om bij het vellen van hun oordeel het standpunt van de uitvoerende macht te volgen.

3.5.3.   Wetgevingsproces

43.   De Commissie merkt op dat de wet inzake het Hooggerechtshof, een opzichzelfstaande nieuwe wet die meer dan 110 artikelen omvat en waarbij zes reeds bestaande wetten worden gewijzigd, ernstige consequenties zou hebben voor de onafhankelijkheid van het Hooggerechtshof en meer in het algemeen de scheiding der machten en de rechtsstaat in Polen. De Commissie betreurt het dat de voorbereiding en het overleg die deze belangrijke wet verdient, niet hebben plaatsgevonden. Het wetsontwerp is namelijk op 12 juli 2017 ingediend en al op 22 juli 2017 goedgekeurd. De Commissie is van oordeel dat een wetgevingsproces waarbij een voorstel in zo korte tijd door de twee kamers van het parlement wordt gejaagd, op zich het vertrouwen in de rechterlijke macht in Polen ondermijnt en niet in overeenstemming is met de geest van loyale samenwerking tussen de instellingen van de staat waardoor een democratische rechtsstaat zou moeten worden gekenmerkt.

3.6.   Overige bepalingen

44.   De vier wetten omvatten een aantal andere bepalingen die gevoelig zijn wat de rechtsstaat en de scheiding der machten betreft, met name ten aanzien van de voortijdige beëindiging van het mandaat van de met tuchtprocedures belaste functionarissen van de rechtbanken (38), de bevoegdheden van de minister van Justitie om de prestaties van de rechtbanken te beoordelen (39), de overplaatsing van rechters (40), de structuur van de Nationale School voor de rechterlijke macht (41), de vermogensverklaringen van rechters (42) en het personeel van de Nationale Raad voor Justitie en het Hooggerechtshof (43). Deze bepalingen zijn in een aantal analyses, met name van het Hooggerechtshof en de Nationale Raad voor Justitie, zorgwekkend bevonden, onder meer wat de verenigbaarheid ervan met de grondwet betreft (44). Zoals eerder uiteengezet, is een onafhankelijke en legitieme constitutionele toetsing momenteel echter niet mogelijk.

4.   VASTSTELLING VAN EEN SYSTEMISCHE BEDREIGING VOOR DE RECHTSSTAAT

45.   De Commissie is om de eerder genoemde redenen van mening dat de situatie waarbij er sprake is van een systemische bedreiging voor de rechtsstaat in Polen, zoals uiteengezet in de aanbevelingen van de Commissie van 27 juli 2016 en 21 december 2016, sterk is verslechterd. Meer bepaald geldt dit de volgende punten:

1)

De onwettige benoeming van de voorzitter van het Constitutioneel Hof, de toelating van de drie rechters die tijdens de achtste zittingsperiode van de Sejm zonder geldige rechtsgrondslag zijn benoemd, het feit dat een van deze rechters tot vicevoorzitter van het Constitutioneel Hof is benoemd, het feit dat de drie rechters die in oktober 2015 door de vorige legislatuur rechtsgeldig waren benoemd, hun ambt als rechter bij het Constitutioneel Hof niet hebben kunnen opnemen, alsmede de eerder beschreven vervolgontwikkelingen binnen het Constitutioneel Hof, hebben er de facto toe geleid dat de samenstelling van het Hof volledig is vernieuwd buiten de normale grondwettelijke procedures voor de benoeming van rechters om. De Commissie is daarom van oordeel dat de onafhankelijkheid en de legitimiteit van het Constitutioneel Hof ernstig zijn ondermijnd en dat de grondwettigheid van Poolse wetten daardoor niet langer afdoende kan worden gewaarborgd. De arresten van het Hof kunnen, gezien deze omstandigheden, niet langer worden geacht een effectieve constitutionele toetsing te bieden.

2)

De wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht, die al van kracht is, en de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en de wet inzake het Hooggerechtshof, indien deze van kracht worden, leiden tot een structurele ondermijning van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen en zouden een onmiddellijk en concreet effect hebben op de onafhankelijke werking van de rechterlijke macht in haar geheel. Omdat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat is, versterken deze wetten in aanzienlijke mate de systemische bedreiging voor de rechtsstaat die in de voorgaande aanbevelingen is vastgesteld.

3)

In het bijzonder het ontslag van de rechters bij het Hooggerechtshof, hun mogelijke herbenoeming en andere in de wet inzake het Hooggerechtshof vervatte maatregelen zouden de systemische bedreiging voor de rechtsstaat in zeer ernstige mate verergeren.

4)

De nieuwe wetten leiden tot ernstige bezorgdheid over de verenigbaarheid ervan met de Poolse grondwet, zoals is benadrukt in een aantal verklaringen van onder andere het Hooggerechtshof, de Nationale Raad voor Justitie, de Poolse Ombudsman, de orde van advocaten en beroepsverenigingen van rechters en advocaten, en andere belanghebbenden (45). Zoals eerder gezegd, is een effectieve constitutionele toetsing van deze bepalingen niet meer mogelijk.

5)

Tot slot hebben de tegen Poolse rechters en rechtbanken gerichte maatregelen en uitlatingen van de Poolse regering en van leden van het parlement die tot de regerende meerderheid behoren, het vertrouwen in het rechtsstelsel als zodanig beschadigd. De Commissie herinnert met klem aan het beginsel van loyale samenwerking tussen de staatsorganen, waarvan in de adviezen van de Commissie van Venetië wordt benadrukt dat het een grondwettelijke vereiste betreft in een democratische rechtsstaat.

46.   De Commissie wijst erop dat de effectieve werking van een constitutioneel rechtsstelsel een wezenlijk onderdeel is van de rechtsstaat. De Commissie benadrukt tevens dat welk model voor het rechtsstelsel ook wordt gekozen, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht op grond van het EU-recht gewaarborgd moet blijven. Het staat aan de lidstaten hun rechtsstelsel te organiseren en in het kader daarvan al dan niet een Raad voor Justitie in stellen, die tot taak heeft de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen. Is in een lidstaat echter een dergelijke raad ingesteld, zoals in Polen, waar de Poolse grondwet de Nationale Raad voor Justitie uitdrukkelijk de opdracht heeft gegeven om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te waarborgen, dan moet de onafhankelijkheid van die raad overeenkomstig de Europese normen worden gegarandeerd.

47.   Hoewel er in Europa een verscheidenheid van rechtssystemen bestaat, zijn niettemin gemeenschappelijke Europese normen voor het waarborgen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vastgesteld. De Commissie merkt met grote bezorgdheid op dat het Poolse rechtsstelsel, wanneer de bovengenoemde nieuwe wetten in werking treden, niet langer verenigbaar zal zijn met de Europese normen in kwestie.

48.   De Commissie neemt in dit verband nota van het besluit dat de president van de Republiek op 24 juli 2017 heeft genomen om de wet inzake het Hooggerechtshof en de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie terug te verwijzen naar de Sejm.

49.   Eerbiediging van de rechtsstaat is niet alleen een vereiste voor de bescherming van alle fundamentele waarden die in artikel 2 VEU worden opgesomd. Het is tevens een vereiste voor de handhaving van alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Verdragen en voor het wederzijds vertrouwen van burgers, ondernemingen en nationale autoriteiten in de rechtsstelsels van alle andere lidstaten. Sommige aspecten van de nieuwe wetten geven aanleiding tot bezorgdheid over de verenigbaarheid ervan met het EU-recht; de Commissie heeft daarom beslist om naast deze rechtsstaataanbeveling tevens inbreukprocedures tegen Polen in te leiden wanneer de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wordt bekendgemaakt of indien de wet inzake het Hooggerechtshof wordt ondertekend en bekendgemaakt.

50.   De Commissie benadrukt dat het ook voor een soepele werking van de interne markt essentieel is dat de rechtsstaat goed functioneert, omdat economische subjecten erop moeten kunnen rekenen dat zij voor de wet gelijkelijk worden behandeld. Zonder een onafhankelijk rechtsstelsel in elke lidstaat kan dat niet worden gegarandeerd. In de landspecifieke aanbevelingen aan Polen die de Raad in het kader van het Europees Semester 2017 heeft vastgesteld, heeft hij daarom benadrukt dat het van groot belang is dat de Poolse autoriteiten de ernstige bezorgdheid over de rechtsstaat wegnemen. De landspecifieke aanbevelingen zijn in het algemeen door de Europese Raad op 23 juni 2017 bekrachtigd en door de Raad Economische en Financiële Zaken op 11 juli 2017 vastgesteld (46).

51.   De Commissie merkt op dat veel Europese en internationale actoren hun diepe bezorgdheid hebben geuit over de hervorming van het Poolse rechtsstelsel: vertegenwoordigers van de rechterlijke macht in heel Europa, zoals het netwerk van voorzitters van de Hoge Rechtscolleges van de Europese Unie en het Europees netwerk van raden voor de rechtspraak, de Commissie van Venetië, de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties en talloze maatschappelijke organisaties zoals Amnesty International en het Netwerk mensenrechten en democratie. Het Europees Parlement heeft eveneens zijn bezorgdheid geuit, onder meer in twee resoluties waarin het de opvattingen van de Commissie steunt.

5.   AANBEVOLEN MAATREGELEN

52.   De Commissie beveelt aan dat de Poolse autoriteiten passende maatregelen nemen om deze systemische bedreiging voor de rechtsstaat met spoed aan te pakken.

53.   Met name beveelt de Commissie aan dat de Poolse autoriteiten:

a)

de onafhankelijkheid en de legitimiteit van het Constitutioneel Hof als hoeder van de Poolse grondwet herstellen door erop toe te zien dat de rechters, de voorzitter en de vicevoorzitter ervan rechtsgeldig worden gekozen en benoemd en door de uitspraken van het Constitutioneel Hof van 3 en 9 december 2015 volledig ten uitvoer te leggen, wat betekent dat de drie in oktober 2015 door de vorige legislatuur rechtsgeldig benoemde rechters hun ambt bij het Constitutioneel Hof kunnen opnemen en dat de drie door de nieuwe legislatuur zonder geldige rechtsgrondslag benoemde rechters dit ambt niet opnemen als zij niet rechtsgeldig gekozen zijn (47);

b)

de uitspraken van het Constitutioneel Hof van 9 maart 2016, 11 augustus 2016 en 7 november 2016 bekendmaken en volledig uitvoeren;

c)

ervoor zorgen dat de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en de wet inzake het Hooggerechtshof niet in werking treden en dat de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht wordt ingetrokken of zodanig gewijzigd dat deze in overeenstemming is met de grondwet en met de Europese normen inzake de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;

d)

zich onthouden van elke bemoeienis met de ambtstermijn van de rechters bij het Hooggerechtshof en met hun functioneren;

e)

ervoor zorgen dat elke hervorming van het rechtsstelsel de rechtsstaat eerbiedigt en in overeenstemming is met het EU-recht en de Europese normen inzake de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en wordt voorbereid in nauwe samenwerking met de rechterlijke macht en alle belanghebbende partijen;

f)

zich onthouden van maatregelen en openlijke verklaringen die de legitimiteit van het Constitutioneel Hof, het Hooggerechtshof, de gewone rechtbanken, de rechters individueel of collectief, dan wel het rechtsstelsel in zijn geheel, verder zouden kunnen ondermijnen.

54.   De Commissie beklemtoont dat de loyale samenwerking van de verschillende staatsinstellingen die inzake rechtsstatelijke aangelegenheden vereist is, essentieel is om in de huidige situatie tot een oplossing te komen. De Commissie raadt de Poolse autoriteiten ook aan het standpunt van de Commissie van Venetië in te winnen over de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht, de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie, de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en de wet inzake het Hooggerechtshof, en elk nieuw wetsvoorstel tot hervorming van het rechtsstelsel in Polen.

55.   De Commissie verzoekt de Poolse regering de in deze aanbeveling gesignaleerde problemen te verhelpen binnen één maand na de ontvangst van deze aanbeveling, en de Commissie in kennis te stellen van de maatregelen die daartoe zijn genomen.

56.   De Commissie verzoekt de Poolse autoriteiten gebruik te maken van de omstandigheid dat de president van de Republiek heeft beslist om de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en de wet inzake het Hooggerechtshof terug te verwijzen naar de Sejm, teneinde ervoor te zorgen dat bij elke hervorming van het Poolse rechtsstelsel rekening wordt gehouden met de in deze aanbeveling geuite bezorgdheid.

57.   De Commissie herinnert er tevens aan dat aanbevelingen op grond van het kader voor de rechtsstaat niet verhinderen dat artikel 7 VEU rechtstreeks in werking wordt gesteld ingeval een plotselinge verslechtering in een lidstaat een krachtigere reactie van de EU vereist (48).

58.   De Commissie verzoekt de Poolse autoriteiten in het bijzonder om geen maatregelen te nemen die strekken tot het ontslag of de gedwongen pensionering van rechters bij het Hooggerechtshof, aangezien dergelijke maatregelen de systemische bedreiging voor de rechtsstaat in zeer ernstige mate zullen verergeren. Mochten de Poolse autoriteiten maatregelen van deze aard nemen, dan is de Commissie bereid artikel 7, lid 1, van het VEU onmiddellijk te activeren.

59.   Op basis van deze aanbeveling is de Commissie nog steeds bereid een constructieve dialoog met de Poolse regering te voeren.

Gedaan te Brussel, 26 juli 2017.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Eerste vicevoorzitter


(1)  Aanbeveling (EU) 2016/1374 van de Commissie van 27 juli 2016 over de rechtsstaat in Polen (PB L 217 van 12.8.2016, blz. 53).

(2)  Aanbeveling (EU) 2017/146 van de Commissie van 21 december 2016 over de rechtsstaat in Polen ter aanvulling van Aanbeveling (EU) 2016/1374 (PB L 22 van 27.1.2017, blz. 65).

(3)  Mededeling „Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat”, COM(2014) 158 final.

(4)  Zie COM(2014) 158 final, deel 2, bijlage I.

(5)  Overweging 14 van de aanbeveling van de Raad van 11 juli 2017 over het nationale hervormingsprogramma 2017 van Polen en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2017 van Polen (PB C 261 van 9.8.2017, blz. 88).

(6)  Zie de punten 5.3 en 5.4 van de aanbeveling.

(7)  Volgens artikel 188 van de grondwet is het Constitutioneel Hof bevoegd om uitspraak te doen over de verenigbaarheid van wetten en internationale verdragen met de grondwet, de verenigbaarheid van wetten met geratificeerde verdragen waarvan de ratificatie vooraf bij wet moet worden goedgekeurd, de verenigbaarheid van door de centrale staatsorganen vastgestelde regelgevingshandelingen met de grondwet, de geratificeerde verdragen en de wetten, de verenigbaarheid van de doelstellingen of de activiteiten van politieke partijen met de grondwet, alsmede over klachten inzake inbreuken op de grondwet. Volgens artikel 189 van de grondwet doet het Constitutioneel Hof eveneens uitspraak over rechtsmachtgeschillen tussen centrale constitutionele organen van de staat.

(8)  Wet van 30 december 2015 tot wijziging van de wet inzake de overheidsdiensten en sommige andere wetten, gepubliceerd in het staatsblad op 8 januari 2016, item 34.

(9)  Wet van 15 januari 2016 tot wijziging van de wet inzake de politiediensten en sommige andere wetten, gepubliceerd in het staatsblad op 4 februari 2016, item 147.

(10)  Wet van 28 januari 2016 inzake het Openbaar Ministerie, gepubliceerd in het staatsblad op 15 februari 2016, item 177; wet van 28 januari 2016 — uitvoeringsbepalingen bij de wet — wet inzake het Openbaar Ministerie, gepubliceerd in het staatsblad op 15 februari 2016, item 178.

(11)  Wet van 18 maart 2016 inzake de Europese Ombudsman en tot wijziging van sommige andere wetten. De wet is ondertekend door de president van de Republiek op 4 mei 2016.

(12)  Wet van 22 juni 2016 inzake de Nationale Mediaraad. De wet is ondertekend door de president van de Republiek op 27 juni 2016.

(13)  Wet van 10 juni 2016 inzake terrorismebestrijding. De wet is ondertekend door de president van de Republiek op 22 juni 2016.

(14)  Aan assistent-rechters worden weliswaar dezelfde taken toevertrouwd als een rechter, maar zij worden rechtstreeks door de minister van Justitie benoemd, met minimale inspraak van de Nationale Raad voor Justitie, die alleen bezwaar kan aantekenen binnen een termijn van 30 dagen.

(15)  De onafhankelijkheid van de rechters zou in de grondwet moeten worden verankerd aan de hand van meer specifieke voorschriften op wetgevingsniveau (Aanbeveling CM/Rec(2010)12 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 17 november 2010 over rechters: onafhankelijkheid, efficiëntie en verantwoordelijkheden (hierna „RvE-aanbeveling” genoemd), punt 7). Tevens zij erop gewezen dat het Hooggerechtshof en de Nationale Raad voor Justitie in hun adviezen de grondwettigheid van deze wet ter discussie stelden.

(16)  Advies van het Hooggerechtshof van 3 februari 2017; advies van de Nationale Raad voor Justitie van 10 februari 2017.

(17)  EHRM, zaak Henryk Urban en Ryszard Urban/Polen, 23614/08, 28 februari 2011; EHRM, zaak Mirosław Garlicki/Polen, 36921/07, 14 september 2011; EHRM, zaak Pohoska/Polen, 33530/06, 10 april 2012.

(18)  Artikel 1, lid 7, van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken.

(19)  Artikel 186, lid 1, van de Poolse grondwet: „De Nationale Raad voor Justitie waarborgt de onafhankelijkheid van de rechtbanken en de rechters.”.

(20)  EHRM, zaak Ramos Nunes de Carvalho E Sá/Portugal, 55391/13, 57728/13 en 74041/13, 21 juni 2016, punt 77.

(21)  Punt 27; zie ook het actieplan van de Raad van Europa inzake de versterking van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en onpartijdigheid van 13 april 2016, (CM(2016)36 final) onder C, ii). Advies nr. 10 van de Adviesraad van de Europese rechters inzake de Raad voor Justitie ten dienste van de samenleving, punt 27; meerdere adviezen van de Commissie van Venetië en normen van het Europees netwerk van de Raden voor de rechtspraak in het verslag inzake Raden voor Justitie, verslag 2010-11, punt 2.3.

(22)  De grondwet bepaalt dat de Nationale Raad voor Justitie moet zijn samengesteld uit ambtshalve benoemde leden (de eerste voorzitter van het Hooggerechtshof, de minister van Justitie, de voorzitter van het Administratief Hooggerechtshof en een door de president benoemd lid) en verkozen leden. De verkozen leden zijn vier „ door de Sejm gekozen ” volksvertegenwoordigers, twee „ door de senaat gekozen ” senatoren en vijftien rechters, „ gekozen uit ” de gewone, administratieve en militaire rechtbanken en het Hooggerechtshof.

(23)  Dit is in strijd met de normen van de Raad van Europa: zie punt 26 van de aanbeveling van de Raad van Europa van 2010 en het actieplan van de Raad van Europa van 13 april 2016 inzake de versterking van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht (CM(2016)36 final), onder C.

(24)  EHRM, zaak 29369/10, Morice/Frankrijk, arrest van 23 april 2015, punt 78, en zaak 25781/94, Cyprus/Turkije, arrest van 10 mei 2001, punt 233.

(25)  Aanbeveling van de Raad van Europa van 2010, punt 49.

(26)  Volgens de wet beslist de minister van Justitie of het mandaat van een rechter al dan niet wordt verlengd, „waarbij hij het rationele gebruik van het personeel van de gewone rechtbanken en de behoeften die uit de werklast van bepaalde rechtbanken voortvloeien, in overweging neemt” (zie artikel 1, lid 26, onder b), van de wet).

(27)  Zaak C-53/03, Syfait e.a., arrest van 31 mei 2005, punt 31, en zaak C-103/97, Köllensperger en Atzwanger, arrest van 4 februari 1999, punt 20.

(28)  Advies van het Hooggerechtshof van 28 april 2017.

(29)  In artikel 89, lid 1, van de wet wordt bepaald dat ontslagen en gepensioneerde rechters aanspraak hebben op een vergoeding die gelijk is aan de bezoldiging die zij ontvingen voor hun meest recente post bij het Hooggerechtshof, totdat zij de leeftijd van 65 jaar bereiken. In artikel 89, lid 2, van de wet wordt bepaald dat rechters die bij het Hooggerechtshof zijn ontslagen, binnen veertien dagen na hun pensionering bij de minister van Justitie kunnen verzoeken om overplaatsing naar een post bij een gewone, militaire of administratieve rechtbank. De minister van Justitie mag dat verzoek weigeren.

(30)  Overeenkomstig artikel 95 van de wet inzake het Hooggerechtshof maakt de minister van Justitie vervolgens vacatures bekend in bepaalde kamers van het Hooggerechtshof, waarna hij voor elk van de bekendgemaakte vacatures een kandidaat van zijn keuze voordraagt aan de Nationale Raad voor Justitie. De Nationale Raad voor Justitie beoordeelt de kandidaten en doet aan de president van de Republiek een voorstel voor de benoeming van een rechter bij het Hooggerechtshof. In bepaalde gevallen kan de Nationale Raad voor Justitie dit voorstel indienen via slechts één van de assemblees, en derhalve de uit rechters bestaande assemblee potentieel buitensluiten. De minister van Justitie kan een aanvullende aankondiging doen omtrent de overige vacatures. De gegadigden kunnen zich dan kandidaat stellen volgens een normale procedure, waarbij de Nationale Raad voor Justitie de kandidatuur beoordeelt en bij de president van de Republiek een verzoek indient voor de benoeming van de kandidaat tot rechter bij het Hooggerechtshof.

(31)  Zaak C-53/03, Syfait e.a., arrest van 31 mei 2005, punt 31, en zaak C-103/97, Köllensperger en Atzwanger, arrest van 4 februari 1999, punt 20.

(32)  zaak C-222/13, TDC, arrest van 9 oktober 2014, punten 29 tot en met 32, zaak C-506/04, Wilson, arrest van 19 september 2006, punt 53, zaak C-103/97, Köllensperger en Atzwanger, arrest van 4 februari 1999, punten 20 tot en met 23, zaak C-54/96, Dorsch Consult, arrest van 12 september 1997, punt 36, zaak C-17/00, De Coster, arrest van 29 november 2001, punten 18 tot en met 21, EHRM, zaak 20261/12, Baka/Hongarije, arrest van 23 juni 2016, punt 121.

(33)  EHRM, zaak A80(1984), Campbell en Fell/Verenigd Koninkrijk, arrest van 28 juni 1984, punt 80.

(34)  De wet beantwoordt niet aan de normen van de Raad van Europa. De nieuwe regels zijn met name in strijd met het beginsel dat rechters niet uit hun functie kunnen worden ontheven, een wezenlijk onderdeel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht dat is vastgelegd in de aanbeveling van de Raad van Europa van 2010. Voor de rechters van het Hooggerechtshof dient derhalve een gegarandeerde ambtstermijn te gelden, en hun mandaat mag niet voortijdig worden ingetrokken. Volgens de aanbeveling van de Raad van Europa van 2010 moeten besluiten over de keuze van rechters en hun loopbaan worden gebaseerd op objectieve criteria die vooraf bij wet of door de bevoegde autoriteiten zijn vastgesteld, en wanneer de regering of het parlement besluiten neemt over de keuze van rechters en hun loopbaan, moet een onafhankelijke bevoegde autoriteit die voor een aanzienlijk deel uit rechters is samengesteld, aanbevelingen kunnen doen of adviezen kunnen uitbrengen die door het tot aanstelling bevoegde gezag in de praktijk worden nagevolgd. Deze normen worden door de wet geschonden.

(35)  De tuchtprocedures tegen rechters bij het Hooggerechtshof hebben betrekking op de aansprakelijkheid voor overtreding van de dienstvoorschriften en aantasting van de waardigheid van het ambt. Overeenkomstig artikel 5 van de wet inzake het Hooggerechtshof behandelt de tuchtkamer ook tuchtprocedures tegen rechters bij het Hooggerechtshof, bepaalde tuchtprocedures tegen leden van juridische beroepsgroepen en beroepen die tegen tuchtrechtelijke besluiten worden ingesteld. De wet voorziet in een nieuwe samenstelling van de tuchtgerechten van het Hooggerechtshof: in beginsel bestaat het tuchtgerecht in eerste aanleg uit één rechter van de tuchtkamer; het tuchtgerecht in tweede aanleg bestaat uit drie rechters. Een tuchtprocedure kan worden ingeleid door een motie van een met de tuchtprocedure belaste functionaris (artikel 56, lid 1: de met de tuchtprocedure belaste functionaris wordt door het Hooggerechtshof benoemd voor een termijn van drie jaar; artikel 54, lid 4: de met de tuchtprocedure belaste functionaris wordt per geval door de minister benoemd).

(36)  Artikel 54, lid 1, van de wet inzake het Hooggerechtshof. De minister van Justitie benoemt een van de door het openbaar ministerie voorgedragen aanklagers tot functionaris voor de tuchtprocedure.

(37)  Zaak C-503/15, Margarit Panicello, arrest van 16 februari 2017, punten 37 en 38, zaak C-203/14, Consorci Sanitari del Maresme, arrest van 6 oktober 2015, punt 19, zaak C-222/13, TDC, arrest van 9 oktober 2014, punt 30, gevoegde zaken C-58/13 en C-59/13, Torresi, arrest van 17 juli 2014, punt 22, zaak C-506/04, Wilson, arrest van 19 september 2006, punt 51.

(38)  Artikel 6 van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en artikel 100, leden 1 en 2, van de wet inzake het Hooggerechtshof.

(39)  Artikel 1, lid 16, van de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken.

(40)  Artikel 1, lid 5, onder b), van de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken.

(41)  Artikel 1 van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht.

(42)  Artikel 1, lid 33, van de wet tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken en artikel 38 van de wet inzake het Hooggerechtshof.

(43)  Artikel 10 van de wet tot wijziging van de wet inzake de Nationale Raad voor Justitie en de artikelen 93 en 99 van de wet van 20 juli inzake het Hooggerechtshof.

(44)  Ook de nieuwe bepalingen inzake de directeuren van de rechtbanken zijn zorgwekkend bevonden (artikel 1 van de wet van 23 maart 2017 tot wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken).

(45)  Onder andere de adviezen van het Hooggerechtshof van 30 januari, 3 februari, 28 april en 18 juli 2017, de adviezen van de Nationale Raad voor Justitie van 30 januari, 10 februari, 7 maart, 12 mei, 26 mei en 18 juli 2017, de adviezen van de Ombudsman van 1 februari, 12 april, 31 mei, 28 juni en 18 juli 2017, het advies van de directeur van de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie van 10 februari 2017, de collectieve adviezen van rechters bij hoven van beroep in het arrondissement Lublin van 6 februari 2017, in de arrondissementen Gdańsk, Kraków, Białystok, Szczecin en Rzeszów van 7 februari 2017 en in de arrondissementen Warschau en Poznań van 8 februari 2017, de resolutie van het presidium van de nationale orde van advocaten van 3 februari 2017, het advies van de vereniging van rechters „Themis” van 29 januari 2017, het advies van de vereniging van rechters „Iustitia” van 8 februari 2017, het advies van de nationale vereniging van gerechtsreferendarissen van 6 februari 2017, het advies van de vereniging van oud-studenten en aspirant-studenten van de Nationale School voor de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie van 7 februari 2017 en het advies van de nationale vereniging van rechters-plaatsvervangers van 8 februari 2017.

(46)  Overweging 14: „Rechtszekerheid, vertrouwen in de kwaliteit en voorspelbaarheid van regelgeving, fiscaliteit en ander beleid en instellingen zijn belangrijke factoren waardoor het investeringspeil zou kunnen toenemen. In dit verband zijn ook de rechtsstaat en een onafhankelijke rechterlijke macht van wezenlijk belang. De rechtszekerheid kan mede worden verbeterd door werk te maken van ernstige punten van zorg in verband met de rechtsstaat.”. Aanbeveling over het nationale hervormingsprogramma 2017 van Polen en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2017 van Polen.

(47)  Zie Aanbeveling (EU) 2017/146 en Aanbeveling (EU) 2016/1374.

(48)  Punt 4.1 van de mededeling „Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat” (COM(2014) 158 final).