|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
60e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
|
HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN
|
22.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/1 |
BESLUIT (EU) 2017/1363 VAN DE RAAD
van 17 juli 2017
betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijst van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 15 juli 2013 heeft de Raad de Commissie gemachtigd uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) 1994 met bepaalde andere leden van de Wereldhandelsorganisatie onderhandelingen te openen in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie. |
|
(2) |
De Commissie heeft onderhandelingen gevoerd binnen het kader van de door de Raad vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren. |
|
(3) |
Die onderhandelingen zijn afgesloten, en op 18 mei 2017 vond de parafering plaats van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijst van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie. |
|
(4) |
De overeenkomst dient te worden ondertekend, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt machtiging verleend tot de ondertekening van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland uit hoofde van artikel XXIV, lid 6, en artikel XXVIII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT) 1994 betreffende de wijziging van de concessies die vervat zijn in de lijst van verbintenissen van de Republiek Kroatië, in verband met haar toetreding tot de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting van die overeenkomst (1).
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 17 juli 2017.
Voor de Raad
De voorzitter
T. TAMM
(1) De tekst van de overeenkomst wordt samen met het besluit houdende de sluiting ervan bekendgemaakt.
BESLUITEN
|
22.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/3 |
BESLUIT (EU) 2017/1364 VAN DE RAAD
van 17 juli 2017
betreffende het in de Associatieraad EU-Republiek Moldavië namens de Europese Unie in te nemen standpunt wat betreft de wijziging van bijlage XXVI bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (1) (de „overeenkomst”), is op 27 juni 2014 ondertekend. |
|
(2) |
Artikel 201 van de overeenkomst voorziet in de geleidelijke aanpassing aan de douanewetgeving van de Unie en bepaalde internationale regels zoals uiteengezet in bijlage XXVI bij de Overeenkomst. |
|
(3) |
In bijlage XXVI bij de Overeenkomst is bepaald dat de aanpassing aan de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (2) binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst door de Republiek Moldavië dient te worden uitgevoerd. |
|
(4) |
Verordening (EEG) nr. 2913/92 is ingetrokken en sinds 1 mei 2016 zijn de materiële bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) van toepassing in de Unie. |
|
(5) |
Op de bijeenkomst van het Subcomité douane EU-Republiek Moldavië van 6 oktober 2016 is geconcludeerd dat bijlage XXVI bij de Overeenkomst dienovereenkomstig moet worden gewijzigd. |
|
(6) |
Het standpunt van de Unie in de Associatieraad EU-Republiek Moldavië (de „Associatieraad”) moet derhalve worden gebaseerd op het hieraan gehechte ontwerpbesluit, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Het in de Associatieraad namens de Unie in te nemen standpunt wat betreft de wijzigingen van bijlage XXVI bij de overeenkomst wordt gebaseerd op het aan onderhavig besluit gehechte ontwerpbesluit.
2. Kleine technische correcties van het in lid 1 bedoelde ontwerpbesluit kunnen zonder nader besluit van de Raad worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in de Associatieraad.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 17 juli 2017.
Voor de Raad
De voorzitter
T. TAMM
(1) PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.
(2) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
ONTWERP
BESLUIT Nr. …/2017 VAN DE ASSOCIATIERAAD EU — REPUBLIEK MOLDAVIË
van … 2017
betreffende de wijziging van bijlage XXVI bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds
DE ASSOCIATIERAAD EU — REPUBLIEK MOLDAVIË,
Gezien de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, en met name artikel 436, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (1) (de „overeenkomst”) is op 27 juni 2014 ondertekend. |
|
(2) |
Artikel 201 van de overeenkomst voorziet in de geleidelijke aanpassing aan de douanewetgeving van de Unie en bepaalde internationale regels zoals uiteengezet in bijlage XXVI bij de Overeenkomst. |
|
(3) |
In bijlage XXVI bij de Overeenkomst is bepaald dat de aanpassing aan de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (2) binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst door de Republiek Moldavië dient te worden uitgevoerd. |
|
(4) |
Verordening (EEG) nr. 2913/92 is ingetrokken en sinds 1 mei 2016 zijn de materiële bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) van toepassing in de Unie. |
|
(5) |
Op de bijeenkomst van het Subcomité douane EU — Republiek Moldavië van 6 oktober 2016 is geconcludeerd dat bijlage XXVI bij de Overeenkomst dienovereenkomstig moet worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage XXVI bij de overeenkomst wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te …,
Voor de Associatieraad
De voorzitter
(1) PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.
(2) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).
(3) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
BIJLAGE
Het eerste deel van bijlage XXVI bij de overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
De verwijzing „Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek” wordt vervangen door de verwijzing „Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie”.
HANDELINGEN VAN BIJ INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN INGESTELDE ORGANEN
|
22.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/7 |
BESLUIT Nr. 1/2015 VAN HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-GEORGIË
van 18 november 2015
tot vaststelling van zijn reglement van orde [2017/1365]
HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-GEORGIË,
Gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (1) („de overeenkomst”), en met name artikel 240,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 431 van de overeenkomst zijn bepaalde onderdelen van de overeenkomst sinds 1 september 2014 voorlopig toegepast. |
|
(2) |
Op grond van artikel 240 van de overeenkomst dient het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de overeenkomst. |
|
(3) |
Op grond van artikel 240, lid 3, van de overeenkomst dient het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling zijn reglement van orde vast te stellen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het reglement van orde van het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Tbilisi, 18 november 2015.
De voorzitter
Lali GOGOBERIDZE
hoofd van de afdeling Economische Analyse en Economisch Beleid, Ministerie van Economische Zaken en Duurzame Ontwikkeling van Georgië — voorzitter en vertegenwoordiger van Georgië
Secretarissen
Irakli TSIKORIDZE
senior expert van de afdeling Buitenlandse Handel en Internationale Economische Betrekkingen, Ministerie van Economische Zaken en Duurzame Ontwikkeling van Georgië
Daniel KRAMER
beleidsmedewerker in eenheid Dl — Handel en Duurzame Ontwikkeling, stelsel van algemene preferenties, directoraat-generaal Handel, Europese Commissie
BIJLAGE
HET REGLEMENT VAN ORDE VAN HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-GEORGIË
Artikel 1
Algemene bepalingen
1. Het bij artikel 240 van de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds („de overeenkomst”), opgerichte Subcomité handel en duurzame ontwikkeling assisteert het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken, zoals beschreven in artikel 408, lid 4, van de overeenkomst („het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken”), bij de uitvoering van zijn taken.
2. Het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling voert de in hoofdstuk 13 (Handel en duurzame ontwikkeling) van titel IV (Handel en daarmee verband houdende aangelegenheden) van de overeenkomst bedoelde taken uit.
3. Het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling bestaat uit vertegenwoordigers van de Europese Commissie en Georgië die verantwoordelijk zijn voor aangelegenheden betreffende handel en duurzame ontwikkeling.
4. Een vertegenwoordiger van de Europese Commissie of van Georgië die verantwoordelijk is voor aangelegenheden betreffende handel en duurzame ontwikkeling fungeert overeenkomstig artikel 2 als voorzitter van het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling.
5. In dit reglement van orde wordt onder „de partijen” de in artikel 428 van de overeenkomst gedefinieerde partijen verstaan.
Artikel 2
Specifieke bepalingen
1. De artikelen 2 tot en met 14 van het reglement van orde van het Associatiecomité EU-Georgië zijn van toepassing, tenzij anders bepaald in dit reglement van orde.
2. De verwijzingen naar de Associatieraad worden gelezen als verwijzingen naar het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken. De verwijzingen naar het Associatiecomité of het Associatiecomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken worden gelezen als verwijzingen naar het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling.
Artikel 3
Bijeenkomsten
Het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling komt bijeen wanneer dit nodig is. De partijen streven ernaar eenmaal per jaar bijeen te komen.
Artikel 4
Wijziging van het reglement van orde
Dit reglement van orde kan overeenkomstig artikel 240 van de overeenkomst worden gewijzigd bij besluit van het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling.
|
22.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/9 |
BESLUIT Nr. 2/2015 VAN HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU–GEORGIË
van 18 november 2015
tot opstelling van de lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling [2017/1366]
HET SUBCOMITÉ HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING EU-GEORGIË,
Gezien de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (1) („de overeenkomst”), en met name artikel 243,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 431 van de overeenkomst zijn bepaalde onderdelen van de overeenkomst sinds 1 september 2014 voorlopig toegepast. |
|
(2) |
Op grond van artikel 243, lid 3, van de overeenkomst dient het Subcomité handel en duurzame ontwikkeling een lijst op te stellen van ten minste 15 personen die bereid en in staat zijn als deskundigen op te treden in het kader van panelprocedures, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De lijst van deskundigen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling voor de toepassing van artikel 243 van de overeenkomst wordt opgesteld overeenkomstig de bijlage.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Tbilisi, 18 november 2015.
De voorzitster
Lali GOGOBERIDZE
Hoofd van de afdeling Economische Analyse en Economisch Beleid, ministerie van Economische Zaken en Duurzame Ontwikkeling van Georgië — Voorzitster en vertegenwoordigster van Georgië
Secretarissen
Irakli TSIKORIDZE
Senior expert van de afdeling Buitenlandse Handel en Internationale Economische Betrekkingen, ministerie van Economische Zaken en Duurzame Ontwikkeling van Georgië
Daniel KRAMER
Beleidsmedewerker in eenheid Dl — Handel en Duurzame Ontwikkeling, stelsel van algemene preferenties, directoraat-generaal Handel, Europese Commissie
BIJLAGE
LIJST VAN DESKUNDIGEN OP HET GEBIED VAN HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING
I. Door Georgië voorgestelde deskundigen
|
1. |
Nata STURUA |
|
2. |
David KIKODZE |
|
3. |
Marina SHVANGIRADZE |
|
4. |
Ilia OSEPASHVILI |
|
5. |
Roin MIGRIAULI |
II. Door de EU voorgestelde deskundigen
|
1. |
Eddy LAURIJSSEN |
|
2. |
Jorge CARDONA |
|
3. |
Karin LUKAS |
|
4. |
Hélène RUIZ FABRI |
|
5. |
Laurence BOISSON DE CHAZOURNES |
|
6. |
Geert VAN CALSTER |
III. Voorzitters
|
1. |
Jill MURRAY (Australië) |
|
2. |
Janice BELLACE (VS) |
|
3. |
Ross WILSON (Nieuw-Zeeland) |
|
4. |
Arthur APPLETON (VS) |
|
5. |
Nathalie BERNASCONI (Zwitserland) |
|
22.7.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 191/11 |
BESLUIT Nr. 1/2017 VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE REGIONALE CONVENTIE BETREFFENDE DE PAN-EURO-MEDITERRANE PREFERENTIËLE OORSPRONGSREGELS
van 16 mei 2017
inzake het verzoek van Oekraïne om partij te worden bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels [2017/1367]
HET GEMENGD COMITÉ,
Gezien de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 5, lid 1, van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels („de conventie”) is bepaald dat een derde partij partij kan worden bij de conventie, mits het kandidaat-lidstaat of -gebied een vrijhandelsovereenkomst met preferentiële oorsprongsregels heeft met ten minste één partij bij de overeenkomst. |
|
(2) |
Oekraïne heeft op 12 september 2016 schriftelijk een verzoek om toetreding ingediend. |
|
(3) |
Oekraïne heeft een vrijhandelsovereenkomst met verschillende partijen bij de conventie en voldoet daarmee aan de in artikel 5, lid 1, van de conventie vermelde voorwaarde om partij te worden bij de conventie. |
|
(4) |
In artikel 4, lid 3, onder b), van de conventie is bepaald dat het Gemengd Comité bij besluit uitnodigingen aan derden vaststelt om tot de conventie toe te treden, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Oekraïne wordt uitgenodigd om tot de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels toe te treden.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 16 mei 2017.
Voor het Gemengd Comité
De voorzitter
Péter KOVÀCS