ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 152

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
15 juni 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (EU) 2017/1002 van de Commissie van 7 juni 2017 betreffende het voorgestelde burgerinitiatief Stop Extremism (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 4105)

1

 

*

Besluit (EU) 2017/1003 van de Commissie van 13 juni 2017 waarbij vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor goederen die zijn bestemd om gratis te worden verstrekt aan of ter beschikking te worden gesteld van de slachtoffers van de aardbevingen van augustus en oktober 2016 in Italië (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 3865)

3

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

BESLUITEN

15.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/1


BESLUIT (EU) 2017/1002 VAN DE COMMISSIE

van 7 juni 2017

betreffende het voorgestelde burgerinitiatief „Stop Extremism”

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 4105)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 over het burgerinitiatief (1), en met name artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het voorgestelde burgerinitiatief „Stop Extremism” roept de Europese Commissie ertoe op wetgeving voor te stellen waarmee de negatieve effecten van extremisme worden voorkomen, in de eerste plaats ten gunste van de interne markt.

(2)

De doelstellingen van het voorgestelde burgerinitiatief zijn als volgt geformuleerd: Op grond van de voorgestelde bepalingen van het Unierecht moeten de lidstaten een beroep doen op: 1) stimulerende maatregelen, die ervoor zorgen dat extremisme in de interne markt wordt geïdentificeerd en geweerd; 2) transparantie, zodat alle burgers en bedrijven gemakkelijk (financiële) steun voor extremisme kunnen opmerken, en 3) bepalingen op het gebied van arbeidsrecht en compensatie, zodat extremisme doeltreffend kan worden bestreden in de interne markt.

(3)

Ter uitvoering van de Verdragen kunnen rechtshandelingen worden vastgesteld op grond van artikel 114 VWEU voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen.

(4)

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie is het echter alleen mogelijk een beroep te doen op artikel 114 VWEU in geval van verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de fundamentele vrijheden belemmeren en aldus de werking van de interne markt rechtstreeks beïnvloeden, en is de loutere vaststelling van verschillen tussen nationale regelingen niet voldoende. Als een maatregel als doel heeft toekomstige belemmeringen van het handelsverkeer te voorkomen die het gevolg zouden zijn van een heterogene ontwikkeling van de nationale wetgevingen, moet het ontstaan van die belemmeringen waarschijnlijk zijn en moet de betrokken maatregel ertoe strekken die belemmeringen te voorkomen.

(5)

Met betrekking tot maatregelen inzake arbeidsrecht kan artikel 153 VWEU de rechtsgrondslag vormen voor een rechtshandeling van de Unie tot vaststelling van bepalingen inzake de bescherming van werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Evenzo kan artikel 19 VWEU de rechtsgrondslag vormen voor maatregelen die als doel hebben discriminatie tegen te gaan, met name op basis van ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, ook op de werkplek.

(6)

Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) versterkt het burgerschap van de Unie en verbetert de democratische werking van de Unie door onder meer te bepalen dat iedere burger het recht heeft aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen door middel van een Europees burgerinitiatief.

(7)

De procedures en voorwaarden voor het burgerinitiatief moeten duidelijk, eenvoudig, gebruiksvriendelijk en evenredig met de aard van het burgerinitiatief zijn, om de burgerparticipatie aan te moedigen en de Unie toegankelijker te maken.

(8)

Gezien het voorgaande valt het voorgestelde burgerinitiatief niet zichtbaar buiten het kader van de bevoegdheden van de Commissie om een voorstel in te dienen voor een rechtshandeling van de Unie ter uitvoering van de Verdragen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, onder b), van de verordening.

(9)

Het voorgestelde burgerinitiatief „Stop Extremism” moet daarom worden geregistreerd. Steunbetuigingen voor dit voorgestelde burgerinitiatief kunnen echter enkel worden verzameld voor zover het gericht is op voorstellen van de Commissie voor rechtshandelingen van de Unie ter uitvoering van de Verdragen, als bedoeld in de overwegingen 3 en 5,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het voorgestelde burgerinitiatief „Stop Extremism” wordt geregistreerd.

2.   Er kunnen steunbetuigingen voor dit voorgestelde burgerinitiatief worden verzameld, met dien verstande dat daarmee voorstellen van de Commissie worden beoogd voor rechtshandelingen van de Unie ter uitvoering van de Verdragen:

voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen;

tot vaststelling van bepalingen inzake de bescherming van werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst;

ter bestrijding van discriminatie.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op 12 juni 2017.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de organisatoren (leden van het burgercomité) van het voorgestelde burgerinitiatief „Stop Extremism”, vertegenwoordigd door mevrouw Seyran ATEȘ en de heer Sebastian REIMER, die als contactpersonen optreden.

Gedaan te Brussel, 7 juni 2017.

Voor de Commissie

Frans TIMMERMANS

Eerste vicevoorzitter


(1)   PB L 65 van 11.3.2011, blz. 1.


15.6.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/3


BESLUIT (EU) 2017/1003 VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2017

waarbij vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor goederen die zijn bestemd om gratis te worden verstrekt aan of ter beschikking te worden gesteld van de slachtoffers van de aardbevingen van augustus en oktober 2016 in Italië

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 3865)

(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (1), en met name artikel 76,

Gezien het verzoek van de Italiaanse Republiek van 14 maart 2017 voor het verlenen van vrijstelling van rechten bij invoer voor goederen die zijn bestemd om gratis ter beschikking te worden gesteld van de slachtoffers van de aardbevingen van augustus en oktober 2016 in Italië,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Aardbevingen zoals die van 24 augustus en 26 en 30 oktober 2016 in Italië zijn aan te merken als een ramp in de zin van hoofdstuk XVII, punt C, van Verordening (EG) nr. 1186/2009; het is daarom gerechtvaardigd om vrijstelling van rechten bij invoer toe te staan voor goederen die aan de voorwaarden van de artikelen 74 tot en met 80 van bovengenoemde verordening voldoen.

(2)

De Italiaanse Republiek dient de Commissie in kennis te stellen van het soort en de hoeveelheid goederen die met vrijstelling van rechten zijn ingevoerd ten behoeve van de slachtoffers van de aardbevingen in Italië in 2016, van de organisaties die zij heeft erkend om die goederen te verstrekken of ter beschikking te stellen, en van de maatregelen die zij heeft genomen om te voorkomen dat die goederen voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor noodhulp aan de slachtoffers.

(3)

Er dient vrijstelling van rechten te worden verleend voor de goederen die zijn ingevoerd vanaf de datum van de eerste aardbeving.

(4)

De overige lidstaten zijn in overeenstemming met artikel 76 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 geraadpleegd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 verleend wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de goederen zijn bestemd om op een van de volgende wijzen te worden gebruikt:

i)

gratis verstrekking van de goederen aan de slachtoffers van de aardbevingen in Italië in 2016 door de onder c) bedoelde instellingen en organisaties;

ii)

gratis terbeschikkingstelling van de goederen aan de slachtoffers waarbij zij eigendom blijven van de organisaties in kwestie;

b)

de goederen voldoen aan de in de artikelen 75, 78 en 79 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 vastgestelde voorwaarden;

c)

de goederen worden ingevoerd voor het vrije verkeer door overheidsorganen of door organisaties die door de bevoegde Italiaanse autoriteiten zijn erkend.

2.   Er wordt ook vrijstelling van rechten bij invoer in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 verleend wanneer de goederen worden ingevoerd voor het vrije verkeer door hulporganisaties om in hun eigen behoeften te voorzien tijdens het verstrekken van noodhulp aan de slachtoffers van de aardbevingen van in Italië in 2016.

Artikel 2

De Italiaanse Republiek geeft de Commissie uiterlijk op 30 september 2017 kennis van:

a)

een lijst van de erkende organisaties als bedoeld in artikel 1, lid 1;

b)

het soort en de hoeveelheid goederen die krachtens artikel 1 met vrijstelling van rechten zijn ingevoerd;

c)

de maatregelen die zijn genomen om de naleving van de artikelen 78, 79 en 80 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 te garanderen met betrekking tot de onder het toepassingsgebied van dit besluit vallende goederen.

Artikel 3

Artikel 1 is van toepassing op goederen die zijn ingevoerd tussen 24 augustus 2016 en 30 juni 2017.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Italiaanse Republiek.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2017.

Voor de Commissie

Pierre MOSCOVICI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23.