|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
60e jaargang |
|
Inhoud |
|
II Niet-wetgevingshandelingen |
Bladzijde |
|
|
|
VERORDENINGEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
|
||
|
|
|
BESLUITEN |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/921 VAN DE COMMISSIE
van 15 mei 2017
houdende inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Charolais de Bourgogne (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door Frankrijk ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Charolais de Bourgogne” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam „Charolais de Bourgogne” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam „Charolais de Bourgogne” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.1. (Vers vlees (en verse slachtafval)) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 15 mei 2017.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 33 van 2.2.2017, blz. 8.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/3 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/922 VAN DE COMMISSIE
van 17 mei 2017
tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Traditional Welsh Perry (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door het Verenigd Koninkrijk ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Traditional Welsh Perry” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam „Traditional Welsh Perry” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam „Traditional Welsh Perry” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.8. (Andere in bijlage I bij het Verdrag genoemde producten (specerijen enz.)) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 17 mei 2017.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 29 van 28.1.2017, blz. 32.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/923 VAN DE COMMISSIE
van 24 mei 2017
tot inschrijving van een naam in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen (Traditional Welsh Cider (BGA))
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (1), en met name artikel 52, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 50, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 is de door het Verenigd Koninkrijk ingediende aanvraag tot registratie van de naam „Traditional Welsh Cider” bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (2). |
|
(2) |
Aangezien bij de Commissie geen bezwaren zijn ingediend overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, moet de naam „Traditional Welsh Cider” worden ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De naam „Traditional Welsh Cider” (BGA) wordt ingeschreven in het register van beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen.
Met de in de eerste alinea vermelde naam wordt een product aangeduid van categorie 1.8. (Andere in bijlage I bij het Verdrag genoemde producten (specerijen enz.)) als opgenomen in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie (3).
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 mei 2017
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 343 van 14.12.2012, blz. 1.
(2) PB C 29 van 28.1.2017, blz. 27.
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen (PB L 179 van 19.6.2014, blz. 36).
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/5 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/924 VAN DE COMMISSIE
van 30 mei 2017
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 30 mei 2017.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal
Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
MA |
111,3 |
|
ZZ |
111,3 |
|
|
0709 93 10 |
TR |
131,5 |
|
ZZ |
131,5 |
|
|
0805 10 22 , 0805 10 24 , 0805 10 28 |
EG |
57,7 |
|
MA |
55,1 |
|
|
ZA |
97,5 |
|
|
ZZ |
70,1 |
|
|
0805 50 10 |
AR |
94,5 |
|
TR |
74,0 |
|
|
ZA |
120,9 |
|
|
ZZ |
96,5 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
100,9 |
|
BR |
100,0 |
|
|
CL |
124,1 |
|
|
NZ |
147,3 |
|
|
US |
110,3 |
|
|
ZA |
116,9 |
|
|
ZZ |
116,6 |
|
|
0809 29 00 |
TR |
367,5 |
|
ZZ |
367,5 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/7 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/925 VAN DE COMMISSIE
van 29 mei 2017
tot verlening van tijdelijke toestemming aan bepaalde lidstaten voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal van bepaalde soorten fruitgewassen en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 2800)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2008/90/EG van de Raad van 29 september 2008 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (1), en met name artikel 4, artikel 6, lid 4, artikel 9, lid 1, en artikel 13, lid 3,
Gezien Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 tot uitvoering van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad wat betreft specifieke voorschriften voor de in bijlage I bij die richtlijn bedoelde geslachten en soorten van fruitgewassen, specifieke voorschriften waaraan leveranciers moeten voldoen, en nadere voorschriften betreffende officiële inspecties (2), en met name artikel 8, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU zijn voorschriften voor de productie, certificering en het in de handel brengen van prebasismateriaal, basismateriaal, gecertificeerd materiaal en fruitgewassen vastgesteld. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU moeten prebasismoederplanten en prebasismateriaal onder insectenvrije omstandigheden worden geproduceerd. Bij artikel 8, lid 4, van die richtlijn is evenwel vastgesteld dat aan een lidstaat, voor bepaalde geslachten of soorten en onder bepaalde voorwaarden, toestemming kan worden verleend voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal of van uit prebasismoederplanten vermeerderd prebasismateriaal dat in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden is geproduceerd. |
|
(3) |
België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje hebben om tijdelijke toestemming verzocht voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal van bepaalde soorten. |
|
(4) |
De Commissie achtte het passend om leveranciers in deze lidstaten voldoende tijd te gunnen om hun productiesystemen aan te passen terwijl zij hun productie in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden voortzetten, aangezien de bouw van insectenvrije faciliteiten een aanzienlijke investering van menselijke en financiële middelen vergt. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 van de Commissie (3) heeft de Commissie dus de vergunningen voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal voor bepaalde geslachten of soorten aan deze lidstaten verleend. |
|
(6) |
De vergunningen aan België en Frankrijk zijn voor een korte periode van twee jaar verleend aangezien de producenten in België en Frankrijk in een vroeg stadium waren beginnen te investeren in de bouw van insectenvrije faciliteiten. De tijdelijke vergunningen aan Tsjechië en Spanje werden daarentegen voor een periode van vijf jaar verleend aangezien de producenten in deze lidstaten meer tijd nodig hebben om te voldoen aan de vereiste van productie in insectenvrije faciliteiten. |
|
(7) |
Het is passend om de tijdelijke vergunningen die aan België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje zijn verleend, te handhaven aangezien nog steeds aan de voorwaarden voor de verlening ervan is voldaan. |
|
(8) |
Zweden heeft op een later tijdstip dan België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje een verzoek voor een tijdelijke vergunning ingediend uit hoofde van artikel 8, lid 4, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU. |
|
(9) |
Het is passend om leveranciers in Zweden voldoende tijd te gunnen om hun productiesystemen aan te passen terwijl zij hun productie in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden voortzetten, aangezien de bouw van dergelijke insectenvrije faciliteiten een aanzienlijke investering van menselijke en financiële middelen vergt. |
|
(10) |
Aan Zweden moet derhalve ook een tijdelijke vergunning worden verleend voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal voor bepaalde geslachten of soorten. Die vergunning moet voor een periode van vijf jaar geldig zijn aangezien de producenten in Zweden relatief veel tijd nodig hebben om te voldoen aan het vereiste van productie in insectenvrije faciliteiten. |
|
(11) |
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 voorziet in passende maatregelen voor België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje om te waarborgen dat in open veld geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal dezelfde gezondheidsstatus hebben als in insectenvrije faciliteiten geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal. Bij deze maatregelen is rekening gehouden met de noodzaak om het risico op besmetting te beperken, rekening houdend met de klimaatomstandigheden, de teeltomstandigheden van de prebasismoederplanten en het prebasismateriaal in kwestie, en de afstand van de prebasismoederplanten en het prebasismateriaal in kwestie tot alle relevante geteelde en wilde soorten, afgaande op de kennis van deskundigen over de prevalentie en de biologie van relevante plaagorganismen. |
|
(12) |
De maatregelen inzake de gezondheidsstatus van prebasismoederplanten en prebasismateriaal die bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 voor België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje zijn vastgesteld, moeten gehandhaafd worden en gelijkaardige maatregelen moeten worden vastgesteld voor Zweden. |
|
(13) |
Ten behoeve van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 worden ingetrokken en door een nieuw besluit worden vervangen. |
|
(14) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Toestemming
1. België en Frankrijk mogen tot en met 31 december 2018 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal van de in de bijlage genoemde soorten certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
België en Frankrijk mogen tot en met 31 december 2018 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal dat uit prebasismoederplanten van de in de bijlage genoemde soorten is vermeerderd, eveneens certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
2. Tsjechië en Spanje mogen tot en met 31 december 2022 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal van de in de bijlage genoemde soorten certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
Tsjechië en Spanje mogen tot en met 31 december 2022 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal dat uit prebasismoederplanten van de in de bijlage genoemde soorten is vermeerderd, eveneens certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
3. Zweden mag tot en met 31 mei 2023 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal van de in de bijlage genoemde soorten certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
Zweden mag tot en met 31 mei 2023 in open veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerd prebasismateriaal dat uit prebasismoederplanten van de in de bijlage genoemde soorten is vermeerderd, eveneens certificeren, mits aan de voorschriften van de artikelen 2, 3 en 4 is voldaan.
Artikel 2
Instandhouding
1. De in het veld geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal worden in stand gehouden overeenkomstig de voor de betrokken lidstaten en soorten vastgestelde voorschriften in deel A van de bijlage.
2. Het ent- en snoeigereedschap en de machines worden gecontroleerd, gereinigd en ontsmet vóór en na elk gebruik op de betrokken prebasismoederplanten en het betrokken prebasismateriaal.
3. Er wordt voorzien in een passende afstand tussen prebasismoederplanten om wortelcontact tussen deze planten zo veel mogelijk te beperken. Er wordt ook voorzien in een passende afstand tussen prebasisteeltmaterialen om wortelcontact tussen deze teeltmaterialen zo veel mogelijk te beperken.
Artikel 3
Visuele inspectie, bemonstering en toetsing
Naast de in de artikelen 10 en 11 van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU vastgestelde voorschriften inzake visuele inspectie, bemonstering en toetsing, zorgen de betrokken lidstaten ervoor dat aan de in deel B van de bijlage bij dit besluit vastgestelde voorschriften voor de betrokken soorten wordt voldaan.
Artikel 4
Etikettering van prebasismoederplanten en prebasismateriaal
1. Naast de bij artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU van de Commissie (4) vereiste informatie, bevat het etiket van in België en Frankrijk overeenkomstig dit besluit geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal de volgende vermelding: „In het veld geproduceerd overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/925 van de Commissie; certificering toegestaan tot en met 31 december 2018.”.
Naast de bij artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU vereiste informatie, bevat het etiket van in Tsjechië en Spanje in overeenstemming met dit besluit geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal de volgende vermelding: „In het veld geproduceerd overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/925 van de Commissie; certificering toegestaan tot en met 31 december 2022.”.
Naast de bij artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU vereiste informatie, bevat het etiket van in Zweden in overeenstemming met dit besluit geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal de volgende vermelding: „In het veld geproduceerd overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/925 van de Commissie; certificering toegestaan tot en met 31 mei 2023.”.
2. Indien krachtens artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU wordt voorzien in een begeleidend document, mag de informatie op het in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële etiket worden beperkt tot „In het veld geproduceerd”. In dergelijke gevallen bevat het begeleidende document bij de prebasismoederplanten en het prebasismateriaal in kwestie naast de bij artikel 3, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU vereiste informatie de in lid 1 van dit artikel vastgestelde vermelding.
Artikel 5
Etikettering van basismateriaal en gecertificeerd materiaal
1. Naast de bij artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU vereiste informatie, bevat het etiket van uit prebasismateriaal, dat krachtens dit besluit is geproduceerd, vermeerderd basismateriaal en gecertificeerd materiaal de volgende vermelding: „Afgeleid van overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/925 van de Commissie in het veld geproduceerd materiaal.”.
2. Indien krachtens artikel 3, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU wordt voorzien in een begeleidend document, mag de informatie op het in lid 1 van dit artikel bedoelde officiële etiket worden beperkt tot „Afgeleid van in het veld geproduceerd materiaal”. In dergelijke gevallen bevat het begeleidende document naast de bij artikel 3, lid 2, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU vereiste informatie de in lid 1 van dit artikel vastgestelde vermelding.
Artikel 6
Kennisgeving
Elke lidstaat aan welke krachtens artikel 1 toestemming is verleend voor de certificering van prebasismateriaal, stelt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van alle krachtens dat artikel toegekende certificeringen. In die kennisgeving worden de hoeveelheid prebasismoederplanten en prebasismateriaal, evenals de soorten waartoe die prebasismoederplanten behoren en waartoe dat prebasismateriaal behoort, vermeld.
Artikel 7
Intrekking
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 wordt ingetrokken.
Artikel 8
Adressaten
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 29 mei 2017.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 267 van 8.10.2008, blz. 8.
(2) PB L 298 van 16.10.2014, blz. 22.
(3) Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/167 van de Commissie van 30 januari 2017 tot verlening van tijdelijke toestemming aan België, Tsjechië, Frankrijk en Spanje voor de certificering van in het veld onder niet-insectenvrije omstandigheden geproduceerde prebasismoederplanten en prebasismateriaal van de in bijlage I bij Richtlijn 2008/90/EG van de Raad bedoelde specifieke soorten fruitgewassen (PB L 27 van 1.2.2017, blz. 143).
(4) Uitvoeringsrichtlijn 2014/96/EU van de Commissie van 15 oktober 2014 betreffende de voorschriften voor het etiketteren, plomberen en verpakken van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt, die onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/90/EG van de Raad vallen (PB L 298 van 16.10.2014, blz. 12).
BIJLAGE
DEEL A
Lijst van de in artikel 1 bedoelde soorten en de in artikel 2 bedoelde voorschriften betreffende hun instandhouding
1. België
1.1. Lijst van soorten:
Malus domestica Mill., Prunus avium, P. cerasus, P. domestica, P. persica, Pyrus communis L. en entmateriaal van die soorten.
1.2. Voorschriften voor alle hierboven genoemde soorten
1.2.1. Maatregelen
Indien bij visuele inspecties op de aanwezigheid van de vectorinsecten die relevant zijn voor de in deel A van bijlage I en de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen plaagorganismen, wordt vastgesteld dat die vectoren aanwezig zijn, wordt een behandeling met insecticide uitgevoerd.
1.3. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
1.3.1. Prunus avium, P. cerasus, P. domestica en P. persica
1.3.1.1. Teeltomstandigheden
De bloei van prebasismoederplanten en prebasismateriaal wordt voorkomen.
2. Tsjechië
2.1. Lijst van soorten:
Castanea sativa Mill. en Juglans regia L.
2.2. Voorschriften voor beide hierboven genoemde soorten
2.2.1. Maatregelen
Bij twijfel over de aanwezigheid van de in deel A van bijlage I en in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen relevante plaagorganismen op prebasismoederplanten en prebasismateriaal moeten die prebasismoederplanten en dat prebasismateriaal onmiddellijk worden verwijderd.
2.2.2. Teeltomstandigheden
De bloei van prebasismoederplanten wordt voorkomen door middel van jaarlijks snoeien in het begin van elke vegetatieve periode.
2.3. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
2.3.1. Juglans regia L.
2.3.1.1. Teeltomstandigheden
Prebasismoederplanten worden geplant in gebieden waar middels visuele inspecties is bevestigd dat er geen vectoren van het kersenbladrolvirus (cherry leafroll virus — CLRV) aanwezig zijn.
3. Frankrijk
3.1. Lijst van soorten:
Castanea sativa Mill., Corylus avellana L., Cydonia oblonga Mill., Juglans regia L., Malus domestica Mill., Prunus amygdalus, P. armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica, P. persica, P. salicina en Pyrus communis L.
3.2. Voorschriften voor alle hierboven genoemde soorten
3.2.1. Maatregelen
Indien bij visuele inspecties op de aanwezigheid van de vectorinsecten die relevant zijn voor de in deel A van bijlage I en de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen plaagorganismen, wordt vastgesteld dat die vectoren aanwezig zijn, wordt een behandeling met insecticide uitgevoerd.
3.2.2. Teeltomstandigheden
Prebasismoederplanten worden geënt op middels in-vitrocultuur geproduceerd entmateriaal, voor zover beschikbaar.
3.3. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
3.3.1. Prunus amygdalus, P. armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica, P. persica en P. salicina
De bloei van prebasismoederplanten en prebasismateriaal wordt voorkomen.
4. Spanje
4.1. Lijst van soorten:
Olea europaea L., Prunus amygdalus x P. persica, P. armeniaca, P. domestica, P. domestica x P. salicina, P. dulcis, P. persica en Pyrus communis L.
4.2. Voorschriften voor alle hierboven genoemde soorten
4.2.1. Maatregelen
Indien bij visuele inspecties op de aanwezigheid van de vectorinsecten die relevant zijn voor de in deel A van bijlage I en de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen plaagorganismen, wordt vastgesteld dat die vectoren aanwezig zijn, wordt een behandeling met insecticide uitgevoerd.
4.3. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
4.3.1. Olea europaea L.
4.3.1.1. Isolatieafstand
Er wordt een isolatieafstand van ten minste 100 m in acht genomen tot alle geteelde of wilde Olea europaea L. waarvoor geen certificeringsregeling geldt.
4.3.2. Prunus amygdalus x P. persica, P. armeniaca, P. domestica, P. domestica x P. salicina, P. dulcis en P. persica
4.3.2.1. Isolatieafstand
Er wordt een isolatieafstand van ten minste 500 m in acht genomen tot alle geteelde of wilde Prunus amygdalus, P. cerasus en P. prunophora waarvoor geen certificeringsregeling geldt.
4.3.2.2. Teeltomstandigheden
De bloei van prebasismoederplanten en prebasismateriaal wordt voorkomen.
4.3.3. Pyrus communis L.
4.3.3.1. Isolatieafstand
Er wordt een isolatieafstand van ten minste 500 m in acht genomen ten aanzien van alle geteelde of wilde P. communis L. waarvoor geen certificeringsregeling geldt.
4.3.3.2. Teeltomstandigheden
De bloei van prebasismoederplanten en prebasismateriaal wordt voorkomen.
5. Zweden
5.1. Lijst van soorten:
Malus domestica Mill. en Pyrus communis L.
5.2. Voorschriften voor alle hierboven genoemde soorten
5.2.1. Maatregelen
Indien de aanwezigheid van de in deel A van bijlage I bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen insecten wordt vastgesteld, wordt een behandeling met insecticide uitgevoerd.
5.2.2. Isolatieafstand
Er wordt een isolatieafstand van ten minste 500 m in acht genomen ten aanzien van alle geteelde of wilde Malus domestica Mill. en Pyrus communis L. waarvoor geen certificeringsregeling geldt.
If afwijking daarvan wordt een isolatieafstand van ten minste 40 m in acht genomen van een genenbank van Malus domestica Mill. planten waarvoor geen certificeringsregeling geldt, indien:
|
a) |
de bemonstering en toetsing van de planten in die genenbank overeenkomstig de voorschriften van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU gebeurt voor de betrokken soorten, en |
|
b) |
ten minste twee keer per groeiseizoen visuele inspecties in die genenbank worden uitgevoerd. |
DEEL B
Voorschriften betreffende visuele inspectie, bemonstering en toetsing zoals bedoeld in artikel 3
1. België
1.1. Voorschriften voor alle in punt 1.1 van deel A opgenomen soorten
1.1.1. Visuele inspectie
Ten minste eenmaal per jaar worden visuele inspecties op de aanwezigheid van de vectorinsecten die relevant zijn voor de in deel A van bijlage I en de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen plaagorganismen, uitgevoerd.
1.2. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
1.2.1. Malus domestica Mill. en Pyrus communis L.
1.2.1.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt elk jaar op de door insecten en via pollen overgedragen virussen die zijn opgenomen in deel A van bijlage I en in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU, bemonsterd en getoetst.
1.2.2. Prunus avium, P. cerasus, P. domestica en P. persica
1.2.2.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt jaarlijks en bij elke vermeerderingscyclus op de door insecten en via pollen overgedragen virussen die zijn opgenomen in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU, bemonsterd en getoetst.
2. Tsjechië
2.1. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
2.1.1. Castanea sativa Mill.
2.1.1.1. Visuele inspectie
De in artikel 10, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU bedoelde visuele inspecties worden van april tot en met mei uitgevoerd.
2.1.2. Juglans regia L.
2.1.2.1. Visuele inspectie
De in artikel 10, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU bedoelde visuele inspecties worden in de late zomer of in de herfst uitgevoerd.
3. Frankrijk
3.1. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
3.1.1. Corylus avellana L.
3.1.1.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt jaarlijks op het appelmozaïekvirus (Apple mosaic virus — ApMV) bemonsterd en getoetst.
3.1.2. Cydonia oblonga Mill., Malus domestica Mill. en Pyrus communis L.
3.1.2.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt jaarlijks bemonsterd en getoetst op het chlorotischebladvlekkenvirus van appel (apple chlorotic leaf spot virus — ACLSV), het appelhoutgroefvirus (apple stem-grooving virus — ASGV), het appelhoutputjesvirus (apple stem-pitting virus — ASPV) en rubberhout.
3.1.3. Prunus amygdalus, P. armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica, P. persica en P. salicina
3.1.3.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt jaarlijks en bij elke vermenigvuldigingscyclus bemonsterd en getoetst op het pruimensmalbladvirus (prune dwarf virus — PDV) en het necrotischekringvlekkenvirus van Prunus (Prunus necrotic ringspot virus — PNRSV). In het geval van P. persica wordt elke prebasismoederplant jaarlijks en bij elke vermenigvuldigingscyclus op de perzikzwakmozaïekviroïde (peach latent mosaic viroid — PLMVd) bemonsterd en getoetst.
4. Spanje
4.1. Specifieke voorschriften voor bepaalde soorten
4.1.1. Olea europaea L. en Pyrus communis L.
4.1.1.1. Bemonstering en toetsing
Elke prebasismoederplant wordt jaarlijks bemonsterd en getoetst op de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen virussen en virusachtige ziekten.
4.1.2. Prunus amygdalus x P. persica, P. armeniaca, P. domestica, P. domestica x P. salicina, P. dulcis en P. persica
4.1.2.1. Bemonstering en toetsing
Bemonstering en toetsing wordt jaarlijks uitgevoerd op de in bijlage II bij Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU opgenomen virussen en virusachtige ziekten.
5. Zweden
5.1. Voorschriften voor alle in punt 5.1 van deel A opgenomen soorten
5.1.1. Visuele inspectie
De in artikel 10, lid 1, van Uitvoeringsrichtlijn 2014/98/EU visuele inspecties worden ten minste twee keer per groeiseizoen uitgevoerd.
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/15 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/926 VAN DE COMMISSIE
van 29 mei 2017
inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2016
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 3583)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 51,
Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie de rekeningen van de in artikel 7 van die verordening bedoelde betaalorganen goedkeuren op basis van de door de lidstaten ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de rapporten die door de certificerende instanties zijn opgesteld. |
|
(2) |
Zoals bepaald in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, begint het landbouwbegrotingsjaar op 16 oktober van jaar N-1 en eindigt het op 15 oktober van jaar N. Om de referentieperiode voor de uitgaven uit hoofde van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) af te stemmen op die voor de uitgaven uit hoofde van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) moeten, in het kader van de goedkeuring van de rekeningen voor begrotingsjaar 2016, de uitgaven in aanmerking worden genomen die de lidstaten hebben gedaan in de periode van 16 oktober 2015 tot en met 15 oktober 2016, zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (2). |
|
(3) |
Krachtens artikel 33, lid 2, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet het bedrag dat als gevolg van het in artikel 33, lid 1, eerste alinea, van die verordening bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, worden vastgesteld door de tussentijdse betalingen die voor het betrokken begrotingsjaar zijn betaald, af te trekken van de overeenkomstig artikel 33, lid 1, voor datzelfde jaar erkende uitgaven. Dit bedrag moet door de Commissie worden afgetrokken van of opgeteld bij de volgende tussentijdse betaling. |
|
(4) |
De Commissie heeft de door de lidstaten verstrekte informatie gecontroleerd en de lidstaten vóór 30 april 2017 in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de aan te brengen wijzigingen. |
|
(5) |
Voor sommige betaalorganen volstaan de jaarrekeningen en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen. |
|
(6) |
De door bepaalde andere betaalorganen verstrekte informatie is echter van dien aard dat nog aanvullend onderzoek nodig is, met als gevolg dat de rekeningen van die betaalorganen niet bij dit besluit kunnen worden goedgekeurd. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 83 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3) kan de betalingstermijn voor tussentijdse betalingen, als vastgesteld in artikel 36, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, maximaal zes maanden worden uitgesteld om aanvullende verificaties te verrichten naar aanleiding van informatie waaruit blijkt dat die betalingen verband houden met een onregelmatigheid met ernstige financiële gevolgen. Bij het vaststellen van het onderhavige besluit moet de Commissie rekening houden met de uitgestelde bedragen om te vermijden dat onterechte of niet-tijdige betalingen worden verricht. |
|
(8) |
Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de lidstaten een gecertificeerde tabel met de bedragen die zij op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moeten dragen, opnemen in de jaarrekeningen die zij op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moeten indienen. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin de lidstaten informatie over de te innen bedragen moeten verstrekken. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kunnen de lidstaten in behoorlijk gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van het verzoek tot terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien een lidstaat besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit worden vermeld in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, in samenhang met artikel 102, lid 1, onder c), iv), van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Deze bedragen mogen niet ten laste van de betrokken lidstaten worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie. |
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 36, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 1306/2013, mogen tussentijdse betalingen worden verricht zolang geen overschrijding plaatsvindt van de totale geprogrammeerde financiële Elfpo-bijdrage. Krachtens artikel 23, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014, moet in het geval dat de gecumuleerde uitgavendeclaraties het voor een plattelandsontwikkelingsprogramma geprogrammeerde totaalbedrag overschrijden, het te betalen bedrag worden begrensd tot het geprogrammeerde bedrag, onverminderd het maximum in artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013. De Commissie zal het begrensde bedrag later vergoeden, na vaststelling van het gewijzigde financiële plan of bij afsluiting van de programmeringsperiode. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 doet dit besluit geen afbreuk aan besluiten die de Commissie later eventueel neemt om uitgaven die niet overeenkomstig de regelgeving van de Unie zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de uitgaven over begrotingsjaar 2016 die door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd en die betrekking hebben op de programmeringsperiode 2014-2020 worden, behalve voor de in artikel 2 bedoelde betaalorganen, goedgekeurd.
De bedragen die op grond van dit besluit in het kader van elk programma voor plattelandsontwikkeling moeten worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, worden vastgesteld in bijlage I.
Artikel 2
Voor begrotingsjaar 2016 worden de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de uitgaven voor in bijlage II bedoelde plattelandsontwikkelingsprogramma's die door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd en die betrekking hebben op de programmeringsperiode 2014-2020, afgesplitst van het onderhavige besluit, en voor die rekeningen wordt later een goedkeuringsbesluit vastgesteld.
Artikel 3
De bedragen die als gevolg van de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 ten laste van de lidstaten moeten worden gebracht, zijn opgenomen in bijlage III bij dit besluit.
Artikel 4
Het onderhavige besluit laat latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 neemt om niet overeenkomstig de Unievoorschriften gedane uitgaven van Uniefinanciering uit te sluiten, onverlet.
Artikel 5
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 29 mei 2017.
Voor de Commissie
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).
(3) Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
BIJLAGE I
GOEDGEKEURDE ELFPO-UITGAVEN OVER BEGROTINGSJAAR 2016 PER PLATTELANDSONTWIKKELINGSPROGRAMMA
Van de lidstaat terug te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag per programma
Goedgekeurde programma's waarvoor Elfpo-uitgaven zijn gedeclareerd voor de periode 2014-2020
|
(in EUR) |
||||||||
|
LS |
CCI |
Uitgaven 2016 |
Correcties |
Totaal |
Niet opnieuw te gebruiken bedragen |
Voor BJ 2016 goedgekeurd bedrag |
Tussentijdse betalingen aan de lidstaat voor het begrotingsjaar |
Van de lidstaat terug te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag |
|
|
|
i |
ii |
iii = i + ii |
iv |
v = iii – iv |
vi |
vii = v – vi |
|
AT |
2014AT06RDNP001 |
394 613 682,01 |
0,00 |
394 613 682,01 |
0,00 |
394 613 682,01 |
394 627 586,29 |
– 13 904,28 |
|
BE |
2014BE06RDRP001 |
11 217 225,24 |
0,00 |
11 217 225,24 |
0,00 |
11 217 225,24 |
11 217 202,47 |
22,77 |
|
BE |
2014BE06RDRP002 |
23 512 531,26 |
0,00 |
23 512 531,26 |
0,00 |
23 512 531,26 |
23 421 235,11 |
91 296,15 |
|
CY |
2014CY06RDNP001 |
7 177 698,67 |
0,00 |
7 177 698,67 |
0,00 |
7 177 698,67 |
7 177 698,67 |
0,00 |
|
CZ |
2014CZ06RDNP001 |
203 695 541,97 |
0,00 |
203 695 541,97 |
0,00 |
203 695 541,97 |
203 749 714,20 |
– 54 172,23 |
|
DE |
2014DE06RDRN001 |
729 267,40 |
0,00 |
729 267,40 |
0,00 |
729 267,40 |
729 267,40 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP003 |
62 322 120,75 |
0,00 |
62 322 120,75 |
0,00 |
62 322 120,75 |
62 322 145,57 |
– 24,82 |
|
DE |
2014DE06RDRP004 |
172 856 431,53 |
0,00 |
172 856 431,53 |
0,00 |
172 856 431,53 |
172 856 431,53 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP007 |
57 190 495,80 |
0,00 |
57 190 495,80 |
0,00 |
57 190 495,80 |
57 190 535,13 |
– 39,33 |
|
DE |
2014DE06RDRP010 |
24 377 087,84 |
0,00 |
24 377 087,84 |
0,00 |
24 377 087,84 |
24 377 092,28 |
– 4,44 |
|
DE |
2014DE06RDRP011 |
32 907 654,46 |
0,00 |
32 907 654,46 |
0,00 |
32 907 654,46 |
32 907 654,46 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP012 |
76 820 996,40 |
0,00 |
76 820 996,40 |
0,00 |
76 820 996,40 |
76 820 996,40 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP015 |
25 364 258,93 |
0,00 |
25 364 258,93 |
0,00 |
25 364 258,93 |
25 364 402,89 |
– 143,96 |
|
DE |
2014DE06RDRP017 |
15 188 966,33 |
0,00 |
15 188 966,33 |
0,00 |
15 188 966,33 |
15 188 966,33 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP018 |
1 122 058,90 |
0,00 |
1 122 058,90 |
0,00 |
1 122 058,90 |
1 122 059,13 |
– 0,23 |
|
DE |
2014DE06RDRP019 |
46 901 778,47 |
0,00 |
46 901 778,47 |
0,00 |
46 901 778,47 |
46 901 778,47 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP020 |
22 191 251,75 |
0,00 |
22 191 251,75 |
0,00 |
22 191 251,75 |
22 191 251,75 |
0,00 |
|
DE |
2014DE06RDRP021 |
33 053 627,56 |
0,00 |
33 053 627,56 |
0,00 |
33 053 627,56 |
33 053 642,15 |
– 14,59 |
|
DE |
2014DE06RDRP023 |
59 151 936,46 |
0,00 |
59 151 936,46 |
0,00 |
59 151 936,46 |
59 152 385,47 |
– 449,01 |
|
EE |
2014EE06RDNP001 |
83 763 325,16 |
0,00 |
83 763 325,16 |
0,00 |
83 763 325,16 |
83 762 942,48 |
382,68 |
|
ES |
2014ES06RDNP001 |
1 679 171,19 |
0,00 |
1 679 171,19 |
0,00 |
1 679 171,19 |
1 679 171,17 |
0,02 |
|
ES |
2014ES06RDRP001 |
5 496 839,18 |
0,00 |
5 496 839,18 |
0,00 |
5 496 839,18 |
5 496 838,24 |
0,94 |
|
ES |
2014ES06RDRP002 |
37 077 404,25 |
0,00 |
37 077 404,25 |
0,00 |
37 077 404,25 |
37 092 637,71 |
– 15 233,46 |
|
ES |
2014ES06RDRP003 |
20 156 350,32 |
0,00 |
20 156 350,32 |
0,00 |
20 156 350,32 |
20 156 569,08 |
– 218,76 |
|
ES |
2014ES06RDRP006 |
11 977 164,85 |
0,00 |
11 977 164,85 |
0,00 |
11 977 164,85 |
11 977 164,67 |
0,18 |
|
ES |
2014ES06RDRP007 |
63 042 503,15 |
0,00 |
63 042 503,15 |
0,00 |
63 042 503,15 |
63 042 487,49 |
15,66 |
|
ES |
2014ES06RDRP008 |
104 694 374,06 |
0,00 |
104 694 374,06 |
0,00 |
104 694 374,06 |
104 694 339,59 |
34,47 |
|
ES |
2014ES06RDRP009 |
18 159 285,51 |
0,00 |
18 159 285,51 |
0,00 |
18 159 285,51 |
18 159 284,73 |
0,78 |
|
ES |
2014ES06RDRP010 |
69 712 131,94 |
0,00 |
69 712 131,94 |
0,00 |
69 712 131,94 |
69 712 103,73 |
28,21 |
|
ES |
2014ES06RDRP011 |
8 968 366,63 |
0,00 |
8 968 366,63 |
0,00 |
8 968 366,63 |
8 968 361,16 |
5,47 |
|
ES |
2014ES06RDRP013 |
600 105,24 |
0,00 |
600 105,24 |
0,00 |
600 105,24 |
600 105,24 |
0,00 |
|
ES |
2014ES06RDRP014 |
10 158 590,26 |
0,00 |
10 158 590,26 |
0,00 |
10 158 590,26 |
10 158 590,34 |
– 0,08 |
|
ES |
2014ES06RDRP015 |
1 396 864,03 |
0,00 |
1 396 864,03 |
0,00 |
1 396 864,03 |
1 396 863,96 |
0,07 |
|
ES |
2014ES06RDRP016 |
10 831 079,13 |
0,00 |
10 831 079,13 |
0,00 |
10 831 079,13 |
10 831 075,79 |
3,34 |
|
ES |
2014ES06RDRP017 |
572 742,76 |
0,00 |
572 742,76 |
0,00 |
572 742,76 |
572 742,78 |
– 0,02 |
|
FI |
2014FI06RDRP001 |
276 722 315,79 |
0,00 |
276 722 315,79 |
0,00 |
276 722 315,79 |
276 723 200,40 |
– 884,61 |
|
FI |
2014FI06RDRP002 |
2 429 758,60 |
0,00 |
2 429 758,60 |
0,00 |
2 429 758,60 |
2 429 700,33 |
58,27 |
|
FR |
2014FR06RDRP001 |
2 988 759,40 |
0,00 |
2 988 759,40 |
0,00 |
2 988 759,40 |
2 957 165,41 |
31 593,99 |
|
FR |
2014FR06RDRP002 |
4 496 477,92 |
0,00 |
4 496 477,92 |
0,00 |
4 496 477,92 |
3 149 987,00 |
1 346 490,92 |
|
FR |
2014FR06RDRP003 |
160 522,50 |
0,00 |
160 522,50 |
0,00 |
160 522,50 |
160 522,50 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP004 |
1 961 758,50 |
0,00 |
1 961 758,50 |
0,00 |
1 961 758,50 |
1 961 758,50 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP006 |
742 077,63 |
0,00 |
742 077,63 |
0,00 |
742 077,63 |
742 077,63 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP011 |
748 211,60 |
0,00 |
748 211,60 |
0,00 |
748 211,60 |
748 211,60 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP021 |
3 257 086,65 |
0,00 |
3 257 086,65 |
0,00 |
3 257 086,65 |
3 257 086,64 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP022 |
5 007 595,09 |
0,00 |
5 007 595,09 |
0,00 |
5 007 595,09 |
5 007 595,10 |
– 0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP023 |
2 965 676,21 |
0,00 |
2 965 676,21 |
0,00 |
2 965 676,21 |
2 965 676,21 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP024 |
3 141 568,37 |
0,00 |
3 141 568,37 |
0,00 |
3 141 568,37 |
3 141 568,35 |
0,02 |
|
FR |
2014FR06RDRP025 |
4 704 210,63 |
0,00 |
4 704 210,63 |
0,00 |
4 704 210,63 |
4 704 210,62 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP026 |
6 069 326,25 |
0,00 |
6 069 326,25 |
0,00 |
6 069 326,25 |
6 069 326,24 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP031 |
1 959 740,54 |
0,00 |
1 959 740,54 |
0,00 |
1 959 740,54 |
1 959 740,52 |
0,02 |
|
FR |
2014FR06RDRP041 |
16 176 639,00 |
0,00 |
16 176 639,00 |
0,00 |
16 176 639,00 |
16 176 639,00 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP042 |
1 782 803,98 |
0,00 |
1 782 803,98 |
0,00 |
1 782 803,98 |
1 782 804,00 |
– 0,02 |
|
FR |
2014FR06RDRP043 |
4 152 955,01 |
0,00 |
4 152 955,01 |
0,00 |
4 152 955,01 |
4 152 955,00 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP052 |
10 028 763,06 |
0,00 |
10 028 763,06 |
0,00 |
10 028 763,06 |
10 028 763,06 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP053 |
10 108 941,19 |
0,00 |
10 108 941,19 |
0,00 |
10 108 941,19 |
10 108 941,17 |
0,02 |
|
FR |
2014FR06RDRP054 |
3 949 152,67 |
0,00 |
3 949 152,67 |
0,00 |
3 949 152,67 |
3 949 152,67 |
0,00 |
|
FR |
2014FR06RDRP072 |
16 954 868,48 |
0,00 |
16 954 868,48 |
0,00 |
16 954 868,48 |
16 809 433,20 |
145 435,28 |
|
FR |
2014FR06RDRP073 |
11 637 963,98 |
0,00 |
11 637 963,98 |
0,00 |
11 637 963,98 |
11 637 964,00 |
– 0,02 |
|
FR |
2014FR06RDRP074 |
59 381 844,55 |
0,00 |
59 381 844,55 |
0,00 |
59 381 844,55 |
59 381 844,54 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP082 |
11 369 813,19 |
0,00 |
11 369 813,19 |
0,00 |
11 369 813,19 |
11 515 248,44 |
– 145 435,25 |
|
FR |
2014FR06RDRP083 |
10 010 501,31 |
0,00 |
10 010 501,31 |
0,00 |
10 010 501,31 |
10 010 501,32 |
– 0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP091 |
8 143 765,76 |
0,00 |
8 143 765,76 |
0,00 |
8 143 765,76 |
8 143 765,75 |
0,01 |
|
FR |
2014FR06RDRP093 |
7 126 189,16 |
0,00 |
7 126 189,16 |
0,00 |
7 126 189,16 |
7 126 189,13 |
0,03 |
|
GR |
2014GR06RDNP001 |
230 990 348,26 |
0,00 |
230 990 348,26 |
0,00 |
230 990 348,26 |
227 838 948,92 |
3 151 399,34 |
|
HR |
2014HR06RDNP001 |
130 642 964,35 |
0,00 |
130 642 964,35 |
0,00 |
130 642 964,35 |
130 639 186,68 |
3 777,67 |
|
IE |
2014IE06RDNP001 |
203 978 965,76 |
0,00 |
203 978 965,76 |
0,00 |
203 978 965,76 |
203 874 746,85 |
104 218,91 |
|
IT |
2014IT06RDRP002 |
23 598 305,44 |
0,00 |
23 598 305,44 |
0,00 |
23 598 305,44 |
23 598 305,61 |
– 0,17 |
|
IT |
2014IT06RDRP003 |
18 415 132,14 |
0,00 |
18 415 132,14 |
0,00 |
18 415 132,14 |
18 415 131,30 |
0,84 |
|
IT |
2014IT06RDRP007 |
15 958 139,98 |
0,00 |
15 958 139,98 |
0,00 |
15 958 139,98 |
15 958 139,98 |
0,00 |
|
IT |
2014IT06RDRP009 |
5 113 543,78 |
0,00 |
5 113 543,78 |
0,00 |
5 113 543,78 |
5 113 544,07 |
– 0,29 |
|
IT |
2014IT06RDRP010 |
15 473 747,31 |
0,00 |
15 473 747,31 |
0,00 |
15 473 747,31 |
15 473 744,14 |
3,17 |
|
IT |
2014IT06RDRP011 |
6 334 019,37 |
0,00 |
6 334 019,37 |
0,00 |
6 334 019,37 |
6 334 019,37 |
0,00 |
|
IT |
2014IT06RDRP014 |
44 056 725,37 |
0,00 |
44 056 725,37 |
0,00 |
44 056 725,37 |
44 056 724,92 |
0,45 |
|
LT |
2014LT06RDNP001 |
172 813 966,78 |
0,00 |
172 813 966,78 |
0,00 |
172 813 966,78 |
172 814 543,54 |
– 576,76 |
|
LU |
2014LU06RDNP001 |
6 945 887,80 |
0,00 |
6 945 887,80 |
0,00 |
6 945 887,80 |
6 894 391,90 |
51 495,90 |
|
LV |
2014LV06RDNP001 |
106 305 810,49 |
0,00 |
106 305 810,49 |
0,00 |
106 305 810,49 |
106 305 810,49 |
0,00 |
|
NL |
2014NL06RDNP001 |
33 528 096,93 |
0,00 |
33 528 096,93 |
0,00 |
33 528 096,93 |
33 522 811,53 |
5 285,40 |
|
PL |
2014PL06RDNP001 |
454 725 264,81 |
0,00 |
454 725 264,81 |
0,00 |
454 725 264,81 |
454 725 811,72 |
– 546,91 |
|
PT |
2014PT06RDRP001 |
33 792 756,65 |
0,00 |
33 792 756,65 |
0,00 |
33 792 756,65 |
33 792 752,98 |
3,67 |
|
PT |
2014PT06RDRP002 |
459 290 424,10 |
0,00 |
459 290 424,10 |
0,00 |
459 290 424,10 |
459 412 567,54 |
– 122 143,44 |
|
PT |
2014PT06RDRP003 |
8 011 226,05 |
0,00 |
8 011 226,05 |
0,00 |
8 011 226,05 |
8 035 597,87 |
– 24 371,82 |
|
RO |
2014RO06RDNP001 |
556 145 121,60 |
– 5 775 525,93 |
550 369 595,67 |
0,00 |
550 369 595,67 |
550 349 470,63 |
20 125,04 |
|
SE |
2014SE06RDNP001 |
190 974 384,34 |
0,00 |
190 974 384,34 |
0,00 |
190 974 384,34 |
190 974 572,33 |
– 187,99 |
|
SI |
2014SI06RDNP001 |
76 080 128,11 |
0,00 |
76 080 128,11 |
0,00 |
76 080 128,11 |
76 097 194,09 |
– 17 065,98 |
|
UK |
2014UK06RDRP001 |
513 071 267,07 |
0,00 |
513 071 267,07 |
0,00 |
513 071 267,07 |
517 978 181,25 |
– 4 906 914,18 |
|
UK |
2014UK06RDRP002 |
28 130 955,88 |
0,00 |
28 130 955,88 |
0,00 |
28 130 955,88 |
28 141 699,67 |
– 10 743,79 |
|
UK |
2014UK06RDRP003 |
26 493 385,20 |
– 3 253,21 |
26 490 131,99 |
0,00 |
26 490 131,99 |
26 179 831,75 |
310 300,24 |
|
UK |
2014UK06RDRP004 |
41 128 704,54 |
0,00 |
41 128 704,54 |
0,00 |
41 128 704,54 |
41 128 712,45 |
– 7,91 |
BIJLAGE II
GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN
BEGROTINGSJAAR 2016 — ELFPO
Lijst van de betaalorganen en programma's waarvoor de rekeningen worden afgesplitst en in een later goedkeuringsbesluit zullen worden behandeld
|
Lidstaat |
Betaalorgaan |
Programma |
|
Bulgarije |
Staatslandbouwfonds |
2014BG06RDNP001 |
|
Denemarken |
Danish AgriFish Agency |
2014DK06RDNP001 |
|
Frankrijk |
Office du Développement Agricole et Rural de Corse |
2014FR06RDRP094 |
|
Hongarije |
Agentschap Landbouw en Plattelandsontwikkeling |
2014HU06RDNP001 |
|
Italië |
Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura |
2014IT06RDRP001 2014IT06RDRP004 2014IT06RDRP005 2014IT06RDRP006 2014IT06RDRP008 2014IT06RDRP012 2014IT06RDRP013 2014IT06RDRP015 2014IT06RDRP016 2014IT06RDRP017 2014IT06RDRP019 2014IT06RDRP020 2014IT06RDRP021 2014IT06RDRN001 2014IT06RDNP001 |
|
Agenzia della regione Calabria per le Erogazioni in Agricoltura |
2014IT06RDRP018 |
|
|
Malta |
Betaalorgaan Landbouw en Plattelandsontwikkeling |
2014MT06RDNP001 |
|
Slowakije |
Betaalorgaan Landbouw |
2014SK06RDNP001 |
BIJLAGE III
GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN
BEGROTINGSJAAR 2016 — ELFPO
Correcties overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (*1)
|
Lidstaat |
Valuta |
in nationale munt |
in EUR |
|
AT |
EUR |
— |
— |
|
BE |
EUR |
— |
— |
|
BG |
BGN |
— |
— |
|
CY |
EUR |
— |
— |
|
CZ |
CZK |
— |
— |
|
DE |
EUR |
— |
— |
|
DK |
DKK |
— |
— |
|
EE |
EUR |
— |
— |
|
ES |
EUR |
— |
— |
|
FI |
EUR |
— |
— |
|
FR |
EUR |
— |
— |
|
GB |
GBP |
— |
— |
|
GR |
EUR |
— |
— |
|
HR |
HRK |
— |
— |
|
HU |
HUF |
— |
— |
|
IE |
EUR |
— |
— |
|
IT |
EUR |
— |
— |
|
LT |
EUR |
— |
— |
|
LU |
EUR |
— |
— |
|
LV |
EUR |
— |
— |
|
MT |
EUR |
— |
— |
|
NL |
EUR |
— |
— |
|
PL |
PLN |
— |
— |
|
PT |
EUR |
— |
— |
|
RO |
RON |
— |
— |
|
SE |
SEK |
— |
— |
|
SI |
EUR |
— |
— |
|
SK |
EUR |
— |
— |
(*1) Enkel de correcties in verband met de programmeringsperiode 2014-2020 worden in dit besluit meegedeeld.
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/25 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/927 VAN DE COMMISSIE
van 29 mei 2017
inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2016
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 3597)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (1), en met name artikel 51,
Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet de Commissie de rekeningen van de in artikel 7 van die verordening bedoelde betaalorganen goedkeuren op basis van de door de lidstaten ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de voor de goedkeuring van de rekeningen benodigde informatie en een auditoordeel over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen en de rapporten die door de certificerende instanties zijn opgesteld. |
|
(2) |
Zoals bepaald in artikel 39 van Verordening (EU) nr. 1306/2013, begint het landbouwbegrotingsjaar op 16 oktober van jaar N-1 en eindigt het op 15 oktober van jaar N. In het kader van de goedkeuring van de rekeningen voor begrotingsjaar 2016 moeten de uitgaven in aanmerking worden genomen die de lidstaten hebben gedaan in de periode van 16 oktober 2015 tot en met 15 oktober 2016, zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (2). |
|
(3) |
Krachtens artikel 33, lid 2, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet het bedrag dat als gevolg van het in artikel 33, lid 1, van die verordening bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, worden vastgesteld door de maandelijkse betalingen voor het betrokken begrotingsjaar, in dit geval 2016, af te trekken van de overeenkomstig artikel 33, lid 1, voor hetzelfde jaar erkende uitgaven. Dit bedrag moet door de Commissie worden afgetrokken van of opgeteld bij de maandelijkse betaling voor de uitgaven die zijn gedaan in de tweede maand na het besluit tot goedkeuring van de rekeningen. |
|
(4) |
De Commissie heeft de door de lidstaten verstrekte informatie gecontroleerd en de lidstaten vóór 30 april 2017 in kennis gesteld van de resultaten van haar controles en van de aan te brengen wijzigingen. |
|
(5) |
Voor sommige betaalorganen volstaan de jaarrekeningen en de begeleidende stukken om de Commissie in staat te stellen een besluit te nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende jaarrekeningen. |
|
(6) |
De door bepaalde andere betaalorganen verstrekte informatie is echter van dien aard dat nog aanvullend onderzoek nodig is, met als gevolg dat de rekeningen van die betaalorganen niet bij dit besluit kunnen worden goedgekeurd. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (3) moet met eventuele overschrijdingen van betalingstermijnen in de maanden augustus, september en oktober rekening worden gehouden in het besluit tot goedkeuring van de rekeningen. Een deel van de door sommige lidstaten voor die maanden van 2016 gedeclareerde uitgaven is na de uiterste betalingsdatum verricht. Daarom moeten de betrokken verlagingen bij dit besluit worden vastgesteld. |
|
(8) |
De Commissie heeft op grond van artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 reeds een aantal van de maandelijkse betalingen voor begrotingsjaar 2016 verlaagd of geschorst vanwege de niet-inachtneming van maxima of betalingstermijnen of vanwege tekortkomingen in de controlesystemen. Bij het vaststellen van het onderhavige besluit moet de Commissie rekening houden met de verlaagde of geschorste bedragen om te vermijden dat onterechte of niet-tijdige betalingen worden verricht of bedragen worden vergoed die later het voorwerp van een financiële correctie zouden kunnen worden. De bedragen kunnen in voorkomend geval verder worden onderzocht in het kader van de conformiteitsgoedkeuringsprocedure op grond van artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. |
|
(9) |
Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de lidstaten een gecertificeerde tabel met de bedragen die zij op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moeten dragen, bijvoegen bij de jaarrekeningen die zij op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moeten indienen. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin de lidstaten informatie over de te innen bedragen moeten verstrekken. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd. |
|
(10) |
Overeenkomstig artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kunnen de lidstaten in behoorlijk gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de inning onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als dat besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van het eerste administratieve of gerechtelijke proces-verbaal, of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien een lidstaat besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit worden vermeld in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, in samenhang met artikel 102, lid 1, onder c), iv), van Verordening (EU) nr. 1306/2013. Deze bedragen mogen niet ten laste van de betrokken lidstaten worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie. |
|
(11) |
Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 laat het onderhavige besluit de besluiten die de Commissie later eventueel neemt om niet overeenkomstig de Unievoorschriften gedane uitgaven van Uniefinanciering uit te sluiten, onverlet, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over begrotingsjaar 2016, worden, behalve voor de in artikel 2 bedoelde betaalorganen, goedgekeurd.
De bedragen die op grond van dit besluit moeten worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, worden vastgesteld in bijlage I bij dit besluit.
Artikel 2
Voor begrotingsjaar 2016 worden de rekeningen betreffende de door het ELGF gefinancierde uitgaven die zijn ingediend door de in bijlage II genoemde betaalorganen van lidstaten, afgesplitst van het onderhavige besluit, en voor die rekeningen wordt later een goedkeuringsbesluit vastgesteld.
Artikel 3
Het onderhavige besluit laat latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 eventueel neemt om niet overeenkomstig de Unievoorschriften gedane uitgaven van Uniefinanciering uit te sluiten, onverlet.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 29 mei 2017.
Voor de Commissie
Phil HOGAN
Lid van de Commissie
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18).
BIJLAGE I
GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN
Begrotingsjaar 2016
Van de lidstaat terug te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag
|
NB: |
Nomenclatuur 2017: 05 07 01 06, 6701, 6702 |
|
LS |
|
2016 — Uitgaven/bestemmingsontvangsten van de betaalorganen waarvan de rekeningen zijn |
Totaal a + b |
Verlagingen en schorsingen voor het gehele begrotingsjaar (1) |
Verlagingen overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 |
Totaal na verlagingen en schorsingen |
Betalingen aan de lidstaat voor het begrotingsjaar |
Van de lidstaat terug te vorderen (–) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag (2) |
|
|
goedgekeurd |
afgesplitst |
||||||||
|
= in de jaardeclaratie opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten |
= totaal van de in de maanddeclaraties opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten |
||||||||
|
|
|
a |
b |
c = a + b |
d |
e |
f = c + d + e |
g |
h = f – g |
|
BE |
EUR |
565 800 293,40 |
0,00 |
565 800 293,40 |
– 24 418,01 |
– 241 052,67 |
565 534 822,72 |
565 786 088,68 |
– 251 265,96 |
|
BG |
EUR |
0,00 |
729 203 377,20 |
729 203 377,20 |
0,00 |
0,00 |
729 203 377,20 |
729 203 377,20 |
0,00 |
|
CZ |
EUR |
851 003 406,06 |
0,00 |
851 003 406,06 |
0,00 |
0,00 |
851 003 406,06 |
851 003 406,14 |
– 0,08 |
|
DK |
DKK |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
DK |
EUR |
0,00 |
851 273 384,99 |
851 273 384,99 |
0,00 |
0,00 |
851 273 384,99 |
851 273 384,99 |
0,00 |
|
DE |
EUR |
4 813 842 919,23 |
0,00 |
4 813 842 919,23 |
– 22 007,53 |
– 41 980,97 |
4 813 778 930,73 |
4 813 605 081,67 |
173 849,06 |
|
EE |
EUR |
119 781 045,31 |
0,00 |
119 781 045,31 |
– 3 127,00 |
– 225,29 |
119 777 693,02 |
119 682 495,57 |
95 197,45 |
|
IE |
EUR |
1 100 232 600,17 |
0,00 |
1 100 232 600,17 |
– 233 504,29 |
– 92 736,80 |
1 099 906 359,08 |
1 098 961 539,18 |
944 819,90 |
|
EL |
EUR |
1 931 266 283,90 |
0,00 |
1 931 266 283,90 |
– 80 233,91 |
– 2 219 058,01 |
1 928 966 991,98 |
1 931 251 959,99 |
– 2 284 968,01 |
|
ES |
EUR |
5 498 388 535,84 |
0,00 |
5 498 388 535,84 |
– 6 642 128,99 |
– 953 901,10 |
5 490 792 505,75 |
5 494 559 517,54 |
– 3 767 011,79 |
|
FR |
EUR |
6 638 739 575,44 |
427 190 631,87 |
7 065 930 207,31 |
– 175 963 214,64 |
– 318 659,21 |
6 889 648 333,46 |
6 892 176 940,56 |
– 2 528 607,10 |
|
HR |
EUR |
189 069 655,09 |
0,00 |
189 069 655,09 |
– 112,27 |
0,00 |
189 069 542,82 |
189 070 148,92 |
– 606,10 |
|
IT |
EUR |
2 052 605 403,60 |
2 253 934 649,51 |
4 306 540 053,11 |
– 642 279,82 |
– 520 250,83 |
4 305 377 522,46 |
4 306 115 729,35 |
– 738 206,89 |
|
CY |
EUR |
0,00 |
56 313 396,90 |
56 313 396,90 |
0,00 |
0,00 |
56 313 396,90 |
56 313 396,90 |
0,00 |
|
LV |
EUR |
189 060 513,30 |
0,00 |
189 060 513,30 |
0,00 |
– 540,85 |
189 059 972,45 |
189 060 513,30 |
– 540,85 |
|
LT |
EUR |
438 683 340,62 |
0,00 |
438 683 340,62 |
– 21 771,92 |
– 398,01 |
438 661 170,69 |
433 978 994,41 |
4 682 176,28 |
|
LU |
EUR |
28 963 594,31 |
0,00 |
28 963 594,31 |
0,00 |
0,00 |
28 963 594,31 |
28 924 603,27 |
38 991,04 |
|
HU |
HUF |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
– 70 659 646,00 |
– 70 659 646,00 |
0,00 |
– 70 659 646,00 |
|
HU |
EUR |
1 317 869 300,83 |
0,00 |
1 317 869 300,83 |
– 978 373,92 |
0,00 |
1 316 890 926,91 |
1 317 033 374,15 |
– 142 447,24 |
|
MT |
EUR |
0,00 |
5 317 207,05 |
5 317 207,05 |
0,00 |
0,00 |
5 317 207,05 |
5 317 207,05 |
0,00 |
|
NL |
EUR |
618 414 657,81 |
0,00 |
618 414 657,81 |
– 501 741,06 |
0,00 |
617 912 916,75 |
617 804 156,39 |
108 760,36 |
|
AT |
EUR |
675 728 274,74 |
560 013,80 |
676 288 288,54 |
– 483,40 |
– 2,64 |
676 287 802,50 |
676 287 805,14 |
– 2,64 |
|
PL |
PLN |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
– 463 339,83 |
– 463 339,83 |
0,00 |
– 463 339,83 |
|
PL |
EUR |
3 439 186 934,69 |
0,00 |
3 439 186 934,69 |
– 11 137 793,39 |
0,00 |
3 428 049 141,30 |
3 426 576 470,41 |
1 472 670,89 |
|
PT |
EUR |
668 951 357,46 |
0,00 |
668 951 357,46 |
– 667 959,08 |
– 824 107,43 |
667 459 290,95 |
667 469 761,97 |
– 10 471,02 |
|
RO |
RON |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
– 4 962,73 |
– 4 962,73 |
0,00 |
– 4 962,73 |
|
RO |
EUR |
1 510 255 741,41 |
0,00 |
1 510 255 741,41 |
– 487 680,90 |
0,00 |
1 509 768 060,51 |
1 509 929 433,56 |
– 161 373,05 |
|
SI |
EUR |
140 789 748,39 |
0,00 |
140 789 748,39 |
0,00 |
– 472,11 |
140 789 276,28 |
140 691 157,45 |
98 118,83 |
|
SK |
EUR |
430 776 343,03 |
0,00 |
430 776 343,03 |
– 21 043,51 |
0,00 |
430 755 299,52 |
430 774 523,45 |
– 19 223,93 |
|
FI |
EUR |
537 722 597,80 |
0,00 |
537 722 597,80 |
– 11 610,57 |
– 19 035,45 |
537 691 951,78 |
537 710 991,08 |
– 19 039,30 |
|
SE |
SEK |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
– 985 583,95 |
– 985 583,95 |
0,00 |
– 985 583,95 |
|
SE |
EUR |
677 120 048,81 |
0,00 |
677 120 048,81 |
– 12 921,93 |
0,00 |
677 107 126,88 |
677 107 126,88 |
0,00 |
|
UK |
GBP |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
– 80 816,20 |
– 80 816,20 |
0,00 |
– 80 816,20 |
|
UK |
EUR |
2 949 537 751,98 |
0,00 |
2 949 537 751,98 |
0,00 |
0,00 |
2 949 537 751,98 |
2 951 631 697,28 |
– 2 093 945,30 |
|
LS |
|
Uitgaven (3) |
Bestemmingsontvangsten (3) |
Artikel 54, lid 2 (= e) |
Totaal (= h) |
|
05 07 01 06 |
6701 |
6702 |
|||
|
i |
j |
k |
l = i + j + k |
||
|
BE |
EUR |
0,00 |
– 10 213,29 |
– 241 052,67 |
– 251 265,96 |
|
BG |
EUR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
CZ |
EUR |
0,00 |
– 0,08 |
0,00 |
– 0,08 |
|
DK |
DKK |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
DK |
EUR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
DE |
EUR |
215 830,03 |
0,00 |
– 41 980,97 |
173 849,06 |
|
EE |
EUR |
95 422,74 |
0,00 |
– 225,29 |
95 197,45 |
|
IE |
EUR |
1 037 556,70 |
0,00 |
– 92 736,80 |
944 819,90 |
|
EL |
EUR |
0,00 |
– 65 910,00 |
– 2 219 058,01 |
– 2 284 968,01 |
|
ES |
EUR |
0,00 |
– 2 813 110,69 |
– 953 901,10 |
– 3 767 011,79 |
|
FR |
EUR |
0,00 |
– 2 209 947,89 |
– 318 659,21 |
– 2 528 607,10 |
|
HR |
EUR |
0,00 |
– 606,10 |
0,00 |
– 606,10 |
|
IT |
EUR |
0,00 |
– 217 956,06 |
– 520 250,83 |
– 738 206,89 |
|
CY |
EUR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
LV |
EUR |
0,00 |
0,00 |
– 540,85 |
– 540,85 |
|
LT |
EUR |
4 682 574,29 |
0,00 |
– 398,01 |
4 682 176,28 |
|
LU |
EUR |
38 991,04 |
0,00 |
0,00 |
38 991,04 |
|
HU |
HUF |
0,00 |
0,00 |
– 70 659 646,00 |
– 70 659 646,00 |
|
HU |
EUR |
0,00 |
– 142 447,24 |
0,00 |
– 142 447,24 |
|
MT |
EUR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
NL |
EUR |
108 760,36 |
0,00 |
0,00 |
108 760,36 |
|
AT |
EUR |
0,00 |
0,00 |
– 2,64 |
– 2,64 |
|
PL |
PLN |
0,00 |
0,00 |
– 463 339,83 |
– 463 339,83 |
|
PL |
EUR |
1 472 670,89 |
0,00 |
0,00 |
1 472 670,89 |
|
PT |
EUR |
813 636,41 |
0,00 |
– 824 107,43 |
– 10 471,02 |
|
RO |
RON |
0,00 |
0,00 |
– 4 962,73 |
– 4 962,73 |
|
RO |
EUR |
0,00 |
– 161 373,05 |
0,00 |
– 161 373,05 |
|
SI |
EUR |
98 590,94 |
0,00 |
– 472,11 |
98 118,83 |
|
SK |
EUR |
0,00 |
– 19 223,93 |
0,00 |
– 19 223,93 |
|
FI |
EUR |
0,00 |
– 3,85 |
– 19 035,45 |
– 19 039,30 |
|
SE |
SEK |
0,00 |
0,00 |
– 985 583,95 |
– 985 583,95 |
|
SE |
EUR |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
0,00 |
|
UK |
GBP |
0,00 |
0,00 |
– 80 816,20 |
– 80 816,20 |
|
UK |
EUR |
0,00 |
– 2 093 945,30 |
0,00 |
– 2 093 945,30 |
(1) De verlagingen en schorsingen omvatten die welke in het kader van de regeling voor de betalingen zijn verricht, en voorts met name de correcties wegens de in de maanden augustus, september en oktober 2016 geconstateerde overschrijdingen van de betalingstermijn en andere correcties in het kader van artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.
(2) Het bedrag waarvan is uitgegaan bij de berekening van het bij de lidstaat in te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag, is het totaal van de jaarlijkse declaratie (kolom a), respectievelijk het totaal van de maandelijkse declaraties in het geval van de afgesplitste uitgaven (kolom b). Toe te passen wisselkoers: artikel 11, lid 1, eerste alinea, tweede zin, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014.
(3) Post 05 07 01 06 moet overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden onderverdeeld in negatieve correcties, die bestemmingsontvangsten in hfdst. 67 01 worden, en positieve correcties ten gunste van een LS, die voortaan aan de uitgavenzijde van 05 07 01 06 moeten worden opgenomen.
|
NB: |
Nomenclatuur 2017: 05 07 01 06, 6701, 6702 |
BIJLAGE II
GOEDKEURING VAN DE REKENINGEN VAN DE BETAALORGANEN
BEGROTINGSJAAR 2016 — ELGF
Lijst van de betaalorganen waarvan de rekeningen worden afgesplitst en in een later goedkeuringsbesluit zullen worden behandeld
|
Lidstaat |
Betaalorgaan |
|
Oostenrijk |
Zollamt Salzburg |
|
Bulgarije |
Staatslandbouwfonds |
|
Cyprus |
Cyprus Agricultural Payments Organization |
|
Denemarken |
Danish AgriFish Agency |
|
Frankrijk |
FranceAgriMer |
|
Italië |
Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura |
|
Malta |
Betaalorgaan Landbouw en Plattelandsontwikkeling |
Rectificaties
|
31.5.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 140/33 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1375 van de Commissie van 29 juli 2016 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran
( Publicatieblad van de Europese Unie L 221 van 16 augustus 2016 )
Bladzijde 1, overweging 3:
in plaats van:
|
„(3) |
Bij Verordening (EU) 2015/1861 werden onder meer de bijlage I en III ingevoerd en werd bijlage VIIB gewijzigd. Bijlage I bevat de lijst met items, met inbegrip van goederen, technologie en programmatuur, opgenomen in de lijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden. Bijlage III omvat de lijst met items, met inbegrip van goederen en technologie, opgenomen in de lijst van het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie. Bijlage VII ter omvat de lijst met grafiet en metalen (ruw of halffabricaat).”, |
lezen:
|
„(3) |
Bij Verordening (EU) 2015/1861 werden onder meer de bijlage I en III ingevoerd en werd bijlage VII ter gewijzigd. Bijlage I bevat de lijst met items, met inbegrip van goederen, technologie en programmatuur, opgenomen in de lijst van de Groep van Nucleaire Exportlanden. Bijlage III omvat de lijst met items, met inbegrip van goederen en technologie, opgenomen in de lijst van het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie. Bijlage VII ter omvat de lijst met grafiet en metalen (ruw of halffabricaat).”. |
Bladzijde 200, bijlage III ter vervanging van bijlage VII ter bij Verordening (EU) nr. 267/2012:
in plaats van:
„„BIJLAGE VII B ”,
lezen:
„„BIJLAGE VII TER ”.