ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 44

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
22 februari 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/307 van de Commissie van 21 februari 2017 tot verlening van een vergunning voor droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten met uitzondering van honden ( 1 )

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/308 van de Commissie van 21 februari 2017 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

6

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

22.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 44/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/307 VAN DE COMMISSIE

van 21 februari 2017

tot verlening van een vergunning voor droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten met uitzondering van honden

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de vergunningsgronden en -procedures, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10 van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2).

(2)

Voor droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is dat product overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding.

(3)

Overeenkomstig artikel 10, lid 2, juncto artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de herbeoordeling van droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten met uitzondering van honden. De aanvrager heeft gevraagd dit toevoegingsmiddel in de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” in te delen. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 20 april 2016 (3) geconcludeerd dat de betrokken stof onder de voorgestelde voorwaarden voor gebruik in diervoeding geen ongunstige gevolgen voor de diergezondheid, de gezondheid van de mens, of het milieu heeft. De EFSA heeft eveneens geconcludeerd dat de functie van droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera in diervoeding gelijkaardig is aan de functie ervan in levensmiddelen. De EFSA stelde al eerder vast dat droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera voor levensmiddelen werkzaam is doordat het levensmiddelen geuriger of smakelijker maakt. Deze conclusie kan bijgevolg voor diervoeders worden geëxtrapoleerd.

(5)

Om een betere controle mogelijk te maken, moeten beperkingen en voorwaarden worden vastgesteld. Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn om een maximumgehalte vast te stellen, en rekening houdend met de herbeoordeling door de EFSA, moet op het etiket van het toevoegingsmiddel een aanbevolen gehalte worden vermeld. In gevallen waarin dit gehalte wordt overschreden, moeten op het etiket van de voormengsels, mengvoeders en voedermiddelen bepaalde gegevens worden vermeld.

(6)

De EFSA heeft geconcludeerd dat droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera wegens het ontbreken van gegevens over de veiligheid van de gebruiker moet worden beschouwd als potentieel gevaarlijk voor de ademhalingswegen, de huid en de ogen, en als huid- en ademhalingswegallergeen. Derhalve moeten passende beschermende maatregelen worden genomen. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. Zij heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(7)

Uit de beoordeling van de betrokken stof blijkt dat aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voor de verlening van een vergunning wordt voldaan. Het gebruik van die stof zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening moet daarom worden toegestaan.

(8)

Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stof vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Vergunningverlening

Voor de in de bijlage beschreven stof, die behoort tot de categorie „sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Overgangsmaatregelen

1.   De in de bijlage beschreven stof en voormengsels die deze stof bevatten die vóór 14 oktober 2017 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 14 maart 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput.

2.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stof bevatten en die vóór 14 maart 2018 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 14 maart 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor voedselproducerende dieren.

3.   De mengvoeders en voedermiddelen die de in de bijlage beschreven stof bevatten en die vóór 14 maart 2019 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 14 maart 2017 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de bestaande voorraden zijn uitgeput, wanneer zij bestemd zijn voor niet-voedselproducerende dieren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 februari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29.

(2)  Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding (PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1).

(3)  EFSA Journal 2016; 14(6):4476.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen

2b485

Droog extract van druiven

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera

Karakterisering van de werkzame stof

Mengsel van extract van zaden en schil als omschreven door de Raad van Europa (1)

≥ 80 % meerwaardige fenolen, uitgedrukt als catechine-equivalent;

≥ 60 % proanthocyanidines;

≥ 0,75 %: anthocyanen en anthocyanidines;

≤ 10 % watergehalte.

CoE No. 485

CAS-nummer 85594-37-2

FEMA-nr. 4045

Analysemethode  (2)

Voor de bepaling van droog extract van druiven in het toevoegingsmiddel voor diervoeding:

hogedrukvloeistofchromatografie met uv-detectie (HPLC-UV) voor de identificatie van galluszuur als de phytomarker, en

spectrofotometrie bij 280 nm voor de kwantificatie van het totaalgehalte aan meerwaardige fenolen, uitgedrukt als catechine-equivalent.

Alle diersoorten met uitzondering van honden

1.

Droog extract van druiven van de ondersoort Vitis vinifera spp. vinifera mag in de handel worden gebracht en als uit een preparaat bestaand toevoegingsmiddel worden gebruikt.

2.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in diervoeder worden verwerkt.

3.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslag- en stabiliteitsvoorwaarden worden aangegeven.

4.

Het aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof bedraagt 100 mg/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %.

5.

Op het etiket van het toevoegingsmiddel moet het volgende worden vermeld:

„Aanbevolen maximumgehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %: 100 mg/kg.”.

6.

De functionele groep, het identificatienummer, de naam en de toegevoegde hoeveelheid van de werkzame stof moeten worden vermeld op het etiket van de voormengsels, voedermiddelen en mengvoeders indien het volgende gehalte van de werkzame stof in volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % wordt overschreden: 100 mg/kg.

7.

Voor gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels moeten de exploitanten van diervoederbedrijven operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor het omgaan met mogelijke gevaren bij inhalering, contact met de huid of contact met de ogen. Indien de risico's met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden uitgebannen of tot een minimum kunnen worden teruggebracht, worden bij de toepassing van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt, waaronder ademhalingsbescherming, veiligheidsbril en -handschoenen.

14 maart 2027


(1)  Natural sources of flavourings — Verslag nr. 2 (2007)

(2)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn beschikbaar op het volgende adres van het referentielaboratorium: https://ec.europa.eu/jrc/en/eurl/feed-additives/evaluation-reports


22.2.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 44/6


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/308 VAN DE COMMISSIE

van 21 februari 2017

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 21 februari 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

75,4

MA

114,7

TN

194,0

TR

102,8

ZZ

121,7

0707 00 05

MA

79,2

TR

181,8

ZZ

130,5

0709 91 00

EG

113,1

ZZ

113,1

0709 93 10

MA

53,7

TR

176,0

ZZ

114,9

0805 10 22 , 0805 10 24 , 0805 10 28

EG

45,1

IL

75,0

MA

44,6

TN

50,4

TR

68,8

ZA

196,8

ZZ

80,1

0805 21 10 , 0805 21 90 , 0805 29 00

EG

88,5

IL

124,0

JM

101,3

MA

92,8

TR

82,8

ZZ

97,9

0805 22 00

IL

112,1

MA

101,0

ZZ

106,6

0805 50 10

EG

82,4

TR

76,5

ZZ

79,5

0808 10 80

CN

128,2

US

115,7

ZZ

122,0

0808 30 90

CL

156,1

CN

95,4

ZA

126,8

ZZ

126,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.