ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 18

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

60e jaargang
24 januari 2017


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/109 van de Commissie van 23 januari 2017 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

1

 

*

Verordening (EU) 2017/110 van de Commissie van 23 januari 2017 tot wijziging van de bijlagen IV en X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën ( 1 )

42

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2017/111 van de Commissie van 23 januari 2017 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

45

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2017/112 van het Politiek en Veiligheidscomité van 10 januari 2017 houdende benoeming van de EU-missiecommandant voor de militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA) (EUTM RCA/1/2017)

47

 

*

Besluit (GBVB) 2017/113 van het Politiek en Veiligheidscomité van 10 januari 2017 tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) (EUAM UKRAINE/1/2017)

48

 

*

Besluit (GBVB) 2017/114 van het Politiek en Veiligheidscomité van 10 januari 2017 betreffende de verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Somalië (EUCAP Somalia/1/2017)

49

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/115 van de Commissie van 20 januari 2017 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 165)

50

 

*

Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/116 van de Commissie van 20 januari 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 376)  ( 1 )

53

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst.

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/109 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2017

tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”) en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Naar aanleiding van een antidumpingonderzoek („het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC”, „China” of „het betrokken land”).

(2)

De maatregelen bestonden uit een ad-valoremrecht van 22,3 % op de invoer uit de VRC.

2.   Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(3)

Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (3), heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen ten aanzien van de VRC ontvangen, gebaseerd op artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (4).

(4)

Het verzoek is ingediend door de Association of European Wheel Manufacturers (EUWA) („de indiener van het verzoek”) namens producenten die samen goed zijn voor meer dan 25 % van de totale productie in de Unie van bepaalde aluminium wielen.

(5)

De reden voor dit verzoek was dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

3.   Opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(6)

Aangezien de Commissie tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 27 oktober 2015 door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) („bericht van opening”) de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009.

4.   Onderzoek

Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(7)

Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 oktober 2014 tot en met 30 september 2015 („tijdvak van het nieuwe onderzoek” of „TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2012 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek („de beoordelingsperiode”).

Bij het onderzoek betrokken partijen

(8)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek, de overige haar bekende producenten in de Unie, de producenten-exporteurs in de VRC, de haar bekende importeurs, de gebruikers en handelaren waarvan bekend is dat zij betrokken zijn, de bekende organisaties die producenten en gebruikers in de Unie vertegenwoordigen alsmede de vertegenwoordigers van de landen van uitvoer officieel in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen.

(9)

De belanghebbenden, waaronder producenten in Turkije, zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hadden verzocht, werden gehoord.

(10)

De Europese Federatie van Autoproducenten („ACEA”) verzocht ook om een hoorzitting met de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. Deze hoorzitting vond plaats op 5 december 2016.

(11)

De verzoekers en de medewerkende Turkse producenten in het referentieland hebben om geheimhouding van hun namen gevraagd uit vrees voor vergeldingsacties van afnemers of concurrenten. De Commissie oordeelde dat vergeldingsacties inderdaad heel goed mogelijk waren en ging er derhalve mee akkoord de namen van de verzoekers en de medewerkende Turkse producenten geheim te houden. Met het oog op een daadwerkelijke anonimiteit zijn de namen van de andere producenten in de Unie eveneens geheim gehouden, om te voorkomen dat de namen van de indieners van het verzoek door deductie kunnen worden achterhaald.

Steekproeven

(12)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van belanghebbende partijen zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(13)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de Vertegenwoordiging van de VRC bij de EU verzocht mogelijke andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(14)

21 producenten-exporteurs uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van vier groepen producenten-exporteurs samengesteld op basis van het grootste opgegeven productie- en verkoopvolume dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. Op deze basis hebben de vier in de steekproef opgenomen groepen Chinese producenten-exporteurs een jaarproductie van 80 miljoen wielen, die goed is voor ongeveer 70 % van de totale opgegeven productie en verkoop van alle medewerkende ondernemingen/groepen van ondernemingen. De vier in de steekproef opgenomen groepen vertegenwoordigen volgens Eurostat ongeveer 40 % van de totale Chinese uitvoer naar de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(15)

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef. Twee producenten-exporteurs hebben opmerkingen ingediend en verzocht om in de steekproef te worden opgenomen. Zij voerden aan dat de voorgestelde steekproef niet representatief genoeg is omdat zij grotere hoeveelheden naar de Unie uitvoeren dan twee van de in de steekproef opgenomen groepen, en dat bij het samenstellen van de steekproeven geen rekening is gehouden met de verschillen tussen aluminium wielen voor de fabrikanten van originele uitrusting (OEM — Original Equipment Manufacturers) (voornamelijk autofabrikanten) en voor de markt voor vervangende onderdelen (AM — aftermarket) (distributeurs, detailhandelaren, reparatiebedrijven en dergelijke) (zie overweging 28).

(16)

De Commissie was om de in overweging 14 uiteengezette redenen van oordeel dat de geselecteerde steekproef representatief is. Het onderscheid tussen AM en OEM maakte geen deel uit van de selectiecriteria, maar in elk geval verkopen drie van de vier groepen zowel AM- als OEM-wielen naar de Unie. Op grond van het bovenstaande is de voorgestelde steekproef gehandhaafd en zijn de verzoeken van de twee Chinese producenten-exporteurs afgewezen. Er zijn verder geen opmerkingen ontvangen.

Steekproef van producenten in de Unie

(17)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening had de Commissie de steekproef samengesteld op basis van het grootste representatieve productie- en verkoopvolume, waarbij ook rekening werd gehouden met de geografische spreiding. De steekproef bestond uit zeven producenten in de Unie die ook indiener van het verzoek waren. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie waren goed voor meer dan 30 % van de totale productie in de Unie en omvatten zowel producenten in het OEM- als in het AM-segment. De Commissie heeft de belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht. Er zijn binnen de vastgestelde termijn geen opmerkingen ontvangen. Bijgevolg is de voorlopige steekproef bevestigd. De steekproef wordt representatief geacht voor de bedrijfstak van de Unie.

(18)

Eén partij voerde aan dat zij als gevolg van de anonimiteit van de producenten in de Unie verstoken werd van haar procedurele recht om doeltreffend opmerkingen over de voorlopige steekproef te maken. Zoals vermeld in overweging 11, werd het verzoek om anonimiteit van de producenten in de Unie in verband met de kans op vergeldingsacties van afnemers of concurrenten als gerechtvaardigd aangemerkt. Deze partij heeft geen argumenten aangevoerd of informatie naar voren gebracht die de beschikbare informatie zou kunnen weerleggen, en dit argument is dan ook verworpen.

(19)

Op 27 januari 2016 heeft een van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie de Commissie meegedeeld niet meer in staat te zijn de vragenlijst in te vullen. De uiteindelijke steekproef van producenten in de Unie bestond daarom uit zes producenten in de Unie. Zij waren nog altijd goed voor meer dan 30 % van de totale productie in de Unie. De uiteindelijke steekproef werd dan ook als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd.

Steekproef van niet-verbonden importeurs, vragenlijsten en samenwerking

(20)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te kunnen stellen, heeft de Commissie alle niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken.

(21)

Bij de opening van het onderzoek heeft zij contact opgenomen met tachtig haar bekende importeurs/gebruikers. Hun is verzocht hun activiteit toe te lichten en in voorkomend het bij het bericht van opening gevoegde steekproefformulier geval in te vullen.

(22)

Elf ondernemingen hebben het steekproefformulier ingevuld. Zes van hen vermeldden dat zij aluminium wielen uit de VRC invoeren met het oog op wederverkoop in de Unie. Zij werden daarom aanvankelijk beschouwd als onafhankelijke importeurs. Gezien dit beperkte aantal ondernemingen werd een steekproef niet noodzakelijk geacht.

Vragenlijsten en controles ter plaatse

(23)

De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was en om het belang van de Unie te bepalen, ingewonnen en gecontroleerd.

(24)

De Commissie heeft een vragenlijst gestuurd naar de vier in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs/groepen van producenten-exporteurs, de twee producenten in het referentieland, de zeven in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, de zes niet-verbonden importeurs die zich hebben gemeld voor de steekproef, de ongeveer 70 gebruikers in de Unie en de 28 leveranciers van grondstoffen/uitrusting aan de bedrijfstak van de Unie in de Unie.

(25)

Er zijn antwoorden op de vragenlijst ontvangen van de vier in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs/groepen van producenten-exporteurs, twee producenten in het referentieland, zes in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, vier niet-verbonden importeurs, zes gebruikers en twee leveranciers in de Unie.

(26)

De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse verricht:

a)

Producenten in de Unie:

Bij de zes producenten in de Unie die in de steekproef waren opgenomen, is een controle ter plaatse verricht (6).

b)

Importeurs/gebruikers:

Inter Tyre Holland bv, Moerdijk, Nederland

Bayerische Motoren Werke AG, München, Duitsland

FCA ITALY S.p.A., Turijn, Italië

Opel Group GmbH, Rüsselsheim, Duitsland

c)

Producenten-exporteurs in het betrokken land:

Baoding Lizhong („Baoding”)-groep, met inbegrip van:

Baoding Lizhong Wheel Manufacturing Co., Ltd, Baoding, provincie Hebei, VRC

Tianjin Dicastal Wheel Manufacturing Co., Ltd, Tianjin, VRC

Dicastal-groep, met inbegrip van:

CITIC Dicastal Co., Ltd, Qinhuangdao, provincie Hebei, VRC

Dicastal Xinglong Wheel Co., Ltd, Qinhuangdao, provincie Hebei, VRC

Wuxi Dicastal Wheel Manufacturing Co. Ltd, Wuxi, provincie Jiangsu,VRC

Kunshan Lioho Liufeng („Lioho”) -groep, met inbegrip van:

Kunshan Liufeng Machinery Industry Co., Ltd, Kunshan, provincie Jiangsu, VRC

Liufeng Precision Machinery Co., Ltd, Kunshan, provincie Jiangsu, VRC

Zhejiang Wanfeng („Wanfeng”)-groep, met inbegrip van:

Zhejiang Wanfeng Auto Wheel Co. Ltd, Xinchang, provincie Zhejiang, VRC

Ultra Wheel Ningbo Co. Ltd, Ningbo, provincie Zhejiang, VRC

d)

Producenten in het land met een markteconomie:

Bij de twee medewerkende producenten in het referentieland Turkije die in de steekproef waren opgenomen, is een controle ter plaatse verricht.

B.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

1.   Betrokken product

(27)

Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op aluminium wielen voor motorvoertuigen ingedeeld onder de GN-posten 8701 tot en met 8705, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, van oorsprong uit de VRC („het betrokken product” of „aluminium wielen”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 en ex 8708 70 50 (Taric-codes 8708701010 en 8708705010).

(28)

Het betrokken product wordt in de Unie verkocht via twee distributiekanalen: aan het OEM-segment en aan het AM-segment. In het OEM-segment organiseren autofabrikanten aanbestedingsprocedures voor aluminium wielen en zijn zij vaak betrokken bij de ontwikkeling van een nieuw wiel dat met hun merk wordt geassocieerd. De producenten in de Unie en de Chinese exporteurs kunnen inschrijven dezelfde aanbestedingen. In de AM-sector worden de aluminium wielen gewoonlijk ontworpen, ontwikkeld en van een merk voorzien door producenten van aluminium wielen en vervolgens verkocht aan groothandelaars, detailhandelaars, tuningbedrijven, reparatiewerkplaats enz.

(29)

Net als in het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat aluminium wielen in het OEM- en in het AM-segment weliswaar verschillende distributiekanalen hebben, maar dat zij dezelfde fysische en technische kenmerken hebben en onderling uitwisselbaar zijn. Zij worden daarom als een enkel product aangemerkt.

2.   Soortgelijk product

(30)

Vastgesteld is dat het betrokken product en de aluminium wielen die worden geproduceerd en op de binnenlandse markt worden verkocht in de VRC en in Turkije — dat als referentieland werd gebruikt, alsmede de aluminium wielen die door de bedrijfstak van de Unie in de Unie worden geproduceerd en daar ook worden verkocht, dezelfde fysische, chemische en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde doeleinden worden gebruikt.

(31)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat deze producten soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening zijn.

C.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

(32)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie eerst onderzocht of voortzetting of herhaling van dumping bij uitvoer uit de VRC waarschijnlijk is indien de bestaande maatregelen komen te vervallen.

1.   Medewerking vanuit de VRC

(33)

21 ondernemingen/groepen van ondernemingen hebben het steekproefformulier ingevuld teruggestuurd. De door de medewerkende ondernemingen opgegeven uitvoer van aluminium wielen naar de Unie bedroeg in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 1 601 591 eenheden (17 473 ton) (7), hetgeen volgens de Eurostat-gegevens overeenkomt met 72 % van de totale invoer van het betrokken product uit China in die periode. De totale opgegeven productiecapaciteit van de medewerkende ondernemingen/groepen van ondernemingen bedroeg 91,8 miljoen eenheden (1 001 538 ton); dat is ongeveer 43 % van de totale geschatte productiecapaciteit in China (212 miljoen eenheden). Nadere gegevens over de productiecapaciteit in de VRC zijn te vinden in punt 3.1.

2.   Dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek

a)   Referentieland

(34)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening moest de normale waarde worden vastgesteld op basis van de op de binnenlandse markt betaalde of te betalen prijzen of de door berekening vastgestelde waarde in een geschikt derde land met een markteconomie (het „referentieland”).

(35)

In het oorspronkelijke onderzoek is Turkije gekozen als referentieland voor de vaststelling van de normale waarde voor de VRC. In het bericht van opening heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij overwoog Turkije als referentieland te gebruiken en nodigde zij de belanghebbenden uit om opmerkingen te maken. In het bericht van opening werd daaraan toegevoegd dat ook andere landen, met name Thailand en Indonesië, zullen worden onderzocht.

(36)

Eén belanghebbende heeft bedenkingen geuit ten aanzien van Turkije als vergelijkbaar referentieland, op basis van de veronderstelling dat Turkije bilaterale overeenkomsten heeft met bepaalde landen in het Midden-Oosten, waaruit het land rechtenvrij aluminium kan invoeren, terwijl de Europese ondernemingen op de invoer van aluminium een heffing van 7 % moeten betalen.

(37)

De normale waarde die wordt vastgesteld op basis van binnenlandse prijzen en/of kosten van de producenten in het referentieland, moet worden vergeleken met de uitvoerprijzen van de Chinese producenten en niet met de kosten van de bedrijfstak van de Unie. Daarom is het potentiële verschil tussen de invoerrechten op grondstoffen in het referentieland en in de Europese Unie niet relevant. In elk geval was de Commissie van oordeel dat er in termen van invoerrechten op aluminium geen significant verschil is tussen Turkije en de VRC. Dit argument moest daarom worden afgewezen.

(38)

Om alle keuzemogelijkheden voor een geschikt referentieland te onderzoeken, heeft de Commissie de officiële vertegenwoordigingen van Turkije, Thailand, Indonesië, Taiwan, Korea en Maleisië (8) op de hoogte gebracht van de opening van het nieuwe onderzoek en hen verzocht de Commissie de in hun land bekende producenten van aluminium wielen te melden. Alle bekende producenten in deze landen hebben een verzoek om medewerking toegestuurd gekregen. Met uitzondering van twee Turkse producenten-exporteurs was echter geen van hen tot medewerking bereid.

(39)

Volgens de beschikbare informatie heeft Turkije van de potentiële referentielanden het op een na grootste productievolume van aluminium wielen en is de concurrentie op de binnenlandse markt van een bevredigend niveau (9). De twee medewerkende Turkse producenten hadden een soortgelijke productiemethode als de producenten-exporteurs in de VRC. Bovendien was hun productassortiment op de Turkse binnenlandse markt vergelijkbaar met het productassortiment dat door de Chinese producenten-exporteurs aan de Unie werd verkocht.

(40)

Gezien het bovenstaande en omdat andere opmerkingen uitbleven, kwam de Commissie tot de conclusie dat Turkije een geschikt referentieland is in de zin van artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening.

b)   Normale waarde

(41)

De van de twee medewerkende producenten in het referentieland ontvangen gegevens zijn gebruikt als basis voor de vaststelling van de normale waarde.

(42)

Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie eerst onderzocht of het totale volume van de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers door de medewerkende producenten in het referentieland tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek representatief was. Hiertoe is het totale verkoopvolume van de medewerkende ondernemingen vergeleken met het totale volume van het betrokken product dat door elk van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC naar de Unie werd uitgevoerd. Op die basis heeft de Commissie vastgesteld dat het soortgelijke product in representatieve hoeveelheden werd verkocht op de binnenlandse markt van Turkije.

(43)

Daarnaast stelde de Commissie vast welke door de producent in het referentieland op de binnenlandse markt verkochte productsoorten identiek waren aan of vergelijkbaar waren met de door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs in de VRC naar de Unie uitgevoerde productsoorten. De Commissie vergeleek per productsoort het verkoopvolume op de Turkse markt met het volume van de uitvoer naar de Unie van elke in de steekproef opgenomen Chinese producent-exporteur. Uit deze vergelijking bleek dat veruit de meeste productsoorten in representatieve hoeveelheden werden verkocht in Turkije (10).

(44)

De Commissie heeft daarna met betrekking tot de producenten in het referentieland onderzocht of de verkoop op de binnenlandse markt van elke soort van het soortgelijke product kon worden beschouwd als verkoop in het kader van normale handelstransacties overeenkomstig artikel 2, lid 4, van de basisverordening. De normale waarde wordt gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs per productsoort, ongeacht of die verkoop winstgevend is, indien meer dan 80 % van de totale verkoop van die productsoort is verkocht tegen een nettoprijs gelijk aan of hoger dan de berekende productiekosten, en de gewogen gemiddelde verkoopprijs van die productsoort ten minste gelijk is aan de productiekosten per eenheid. Uit de test is gebleken dat nagenoeg alle verkopen winstgevend waren, met uitzondering van zes producttypes die minder dan 0,01 % van het totale Turkse verkoopvolume vertegenwoordigden.

(45)

Uiteindelijk heeft de Commissie de door de VRC naar de Unie uitgevoerde productsoorten die niet op de Turkse binnenlandse markt worden verkocht, geïdentificeerd en de normale waarde vastgesteld overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 6, van de basisverordening. Om de normale waarde van deze soorten te berekenen heeft de Commissie de gemiddelde productiekosten genomen van de meest vergelijkbare productsoorten die door de producent in het referentieland worden geproduceerd, en een redelijk bedrag toegevoegd voor verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (VAA-kosten) en de gewogen gemiddelde winst die door de producent in het referentieland op de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek in het kader van normale handelstransacties werd gemaakt.

c)   Uitvoerprijs

(46)

De uitvoer naar de Unie door de vier in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vond plaats hetzij rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers, hetzij via verbonden ondernemingen die optraden als importeur.

(47)

In de gevallen waarin de producenten-exporteurs (11) het betrokken product rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie hadden uitgevoerd, was de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening de voor het betrokken product met het oog op uitvoer naar de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(48)

Wanneer de producenten-exporteurs het betrokken product via verbonden ondernemingen (12) naar de Unie hadden uitgevoerd, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening berekend op basis van de prijs waartegen de ingevoerde producten voor het eerst aan een onafhankelijke afnemer worden verkocht. Daarom zijn prijscorrecties toegepast door aftrek van de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten van de verbonden handelaar en een redelijke winstmarge.

d)   Vergelijking

(49)

De Commissie heeft de normale waarde en de uitvoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vergeleken in het stadium af fabriek. Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.

(50)

Voor de binnenlandse prijzen van de producenten in het referentieland zijn correcties toegepast voor kosten van binnenlands vervoer, krediet, verlading, verpakking en commissies. Wat de uitvoerprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs betreft, zijn correcties toegepast voor kosten van vervoer, verzekering en verlading, kredietkosten, bankkosten, verpakkingskosten, invoerrechten, douanerechten en commissies.

e)   Dumpingmarge

(51)

De Commissie heeft de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product in het referentieland vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product van elke in de steekproef opgenomen medewerkende groep, overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening.

(52)

Op grond hiervan zijn de gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Onderneming

Dumpingmarge (%)

Baoding-groep

21,1

Dicastal-groep

8,9

Lioho-groep

25,9

Wanfeng-groep

23,2

f)   Conclusie inzake dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek

(53)

De Commissie heeft vastgesteld dat de Chinese producenten-exporteurs tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek aluminium wielen tegen dumpingprijzen bleven uitvoeren naar de Unie (zij het een kleiner volume dan in het oorspronkelijke onderzoek).

3.   Bewijsmateriaal waaruit blijkt dat voortzetting van dumping waarschijnlijk is

(54)

De Commissie heeft onderzocht of het waarschijnlijk is dat de dumping zou worden voortgezet indien de maatregelen komen te vervallen. Daarbij werd gekeken naar de Chinese productiecapaciteit en reservecapaciteit, het gedrag van Chinese exporteurs op andere markten, de situatie op de binnenlandse markt van de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

3.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(55)

In het verslag over de industrie van autowielen wereldwijd en in China („Global and China Automotive Wheel Industry Report”) van 2012/2013 wordt de totale productiecapaciteit van aluminiumwielen in China op 180 miljoen eenheden geschat, met een verkoop van 120 miljoen, wat neerkomt op een reservecapaciteit van 60 miljoen wielen (13) eind 2012.

(56)

De totale opgegeven productiecapaciteit van de 21 medewerkende Chinese producenten-exporteurs bedraagt 91 804 845 eenheden en hun gemiddelde opgegeven bezettingsgraad is 87 %, wat betekent dat de reservecapaciteit ongeveer 12 miljoen eenheden bedraagt.

(57)

Deze cijfers geven echter slechts een deel van de totale productie- en reservecapaciteit van de VRC weer. Naast de 21 medewerkende ondernemingen zijn er volgens het onderzoek in China nog eens minstens 67 (14) — maar volgens sommige bronnen zeer waarschijnlijk enkele honderden (15) — producenten van aluminium wielen actief. Over 28 van deze ondernemingen heeft de Commissie vrij toegankelijke informatie over de productiecapaciteit gevonden (16). Over de resterende 39 ondernemingen is geen vrij toegankelijke informatie beschikbaar, maar de resultaten van het onderzoek wijzen erop dat hun capaciteit varieert van 300 000 tot 6 miljoen eenheden per jaar (17).

(58)

De gemiddelde productiecapaciteit van de 21 medewerkende ondernemingen bedraagt meer dan 4,3 miljoen eenheden per jaar. De gemiddelde productiecapaciteit van de overige 28 ondernemingen met vrij toegankelijke informatie is 1,8 miljoen eenheden per jaar. Op basis van dit gemiddelde van 1,8 miljoen eenheden voor de resterende 39 ondernemingen kwam de Commissie op een extra productiecapaciteit van 121 miljoen eenheden. Aangezien deze ondernemingen niet aan het onderzoek meewerkten, is hun reservecapaciteit niet bekend. Op basis van de beste beschikbare gegevens en de bezettingsgraad van 70 % die wordt vermeld in het Global and China Automotive Wheel Industry Report 2012/2013 (18), kwam de Commissie op een extra reservecapaciteit van 36 miljoen eenheden. Door 12 miljoen en 36 miljoen eenheden bij elkaar op te tellen, is de Commissie tot de bevinding gekomen dat de VRC over een jaarlijkse reserveproductiecapaciteit van ten minste 48 miljoen aluminium wielen beschikt.

(59)

Een belanghebbende betoogde dat de Chinese productiecapaciteit volledig benut wordt. In haar opmerkingen verwees de partij naar de antwoorden op de vragenlijst van drie in de steekproef opgenomen groepen van producenten-exporteurs en op de verklaring van CCCME. Volgens de belanghebbende blijkt hieruit dat er in de VRC geen sprake is van onbenutte capaciteit.

(60)

In antwoord op dit argument moet worden opgemerkt dat de gegevens in de antwoorden op de vragenlijst (zoals gewijzigd na verificatie) naar behoren in aanmerking zijn genomen bij het vaststellen van de beschikbare reservecapaciteit. Zoals reeds vermeld in overweging 57, betreffen de gegevens van de in de steekproef opgenomen groepen slechts een deel van de productiecapaciteit op nationaal niveau. Totale capaciteit en de bezettingsgraad in de hele VRC is daarom vastgesteld op basis van de beschikbare feiten als omschreven in overweging 57. De cijfers uit de verklaring van de CCCME zijn niet onderbouwd, aangezien als bron slechts de „China Association of Automobile Manufacturers” (Chinese vereniging van autofabrikanten) wordt genoemd, zonder specifieke verwijzing naar vrij toegankelijke informatie. Derhalve werd dit argument afgewezen.

(61)

Naar aanleiding van de mededeling van feiten en overwegingen betoogde de belanghebbende dat de Commissie de Chinese productiecapaciteit van aluminium wielen zwaar overschatte en de bezettingsgraad onderschatte. Meer in het bijzonder bracht de belanghebbende naar voren dat de Commissie zich — gezien de hoge mate van medewerking van de Chinese bedrijfstak en de op de medewerkende producenten-exporteurs toegepaste steekproef — bij het vaststellen van het productievolume en de reservecapaciteit in de VRC uitsluitend had moeten baseren op de gegevens die zijn verschaft door de medewerkende producenten-exporteurs en de CCCME. Bovendien had de Commissie naar zijn mening de bevindingen betreffende de in de steekproef opgenomen ondernemingen moeten extrapoleren en aldus een bezettingsgraad van 99 % voor het OEM-segment en 90 % voor de totale Chinese industrie van aluminium wielen moeten gebruiken. Een andere belanghebbende verzocht de Commissie te verduidelijken hoe zij specifiek de reservecapaciteit voor het OEM-segment had vastgesteld.

(62)

Weer een andere belanghebbende betoogde dat de Commissie zich bij het vaststellen van de productie van aluminium wielen in heel China had moeten baseren op de informatie van de CCCME (175 miljoen eenheden), die overeenkomt met de geraamde 180 miljoen eenheden uit het in overweging 55 bedoelde industrieverslag. Voorts bracht deze belanghebbende naar voren dat de Commissie de CCCME nooit had verzocht om nadere opheldering bij de door deze kamer van koophandel verschafte informatie over de productiecapaciteit en de bezettingsgraad.

(63)

Verder betwistte de belanghebbende de betrouwbaarheid van de voor het publiek toegankelijke informatie over de capaciteit van de door de Commissie geïdentificeerde niet-medewerkende ondernemingen. Bovendien zette de belanghebbende vraagtekens bij de juistheid van de veronderstelde capaciteit van 1,8 miljoen eenheden voor de niet-medewerkende ondernemingen waarover geen informatie beschikbaar is. Tot slot achtte de belanghebbende de gehanteerde bezettingsgraad van 70 % om de vrije capaciteit van deze ondernemingen te schatten niet onderbouwd en te ruim is om relevant te zijn voor de markt van de Unie.

(64)

In antwoord op deze argumenten merkte de Commissie op dat zij zich baseerde op de geverifieerde gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en op de gegevens die door de medewerkende ondernemingen zijn opgegeven. Zoals reeds vermeld in overweging 56, heeft de Commissie de reservecapaciteit van de medewerkende ondernemingen berekend op basis van de door hen verschafte gegevens en kwam zij uit op een reservecapaciteit van 12 miljoen eenheden en een bezettingsgraad van 87 % (19). Ook werd het door de medewerkende ondernemingen opgegeven productievolume gebruikt, namelijk 91 804 845 eenheden.

(65)

Daarnaast is in overweging 57 reeds verklaard dat deze cijfers slechts een deel van de totale productie- en reservecapaciteit van de VRC weergeven. Het geaggregeerde productievolume van de vier in de steekproef opgenomen groepen vormt slechts 33 % van het totale geschatte productievolume in de VRC (20). Om deze reden, en om een volledig beeld te hebben, moest de Commissie kijken naar de beschikbare informatie over de hele VRC. In dit verband moet worden opgemerkt dat — in tegenstelling tot wat de belanghebbende beweert — aan de CCCME is meegedeeld dat haar gegevens over de Chinese productiecapaciteit en de bezettingsgraad buiten beschouwing moesten worden gelaten omdat deze gegevens niet met bewijs waren onderbouwd. De CCCME heeft de mogelijkheid gekregen om bewijsmateriaal te leveren, maar heeft hier geen gebruik van gemaakt. Daarom wordt vastgehouden aan de conclusie dat de gegevens van de CCCME over de Chinese productiecapaciteit en bezettingsgraad niet kunnen worden gebruikt.

(66)

Het voorstel om de bezettingsgraad van de vier in de steekproef opgenomen groepen toe te passen op het grote aantal niet-medewerkende ondernemingen kan evenmin worden aanvaard. In de eerste plaats is het redelijk om aan te nemen dat de groepen van de grootste producenten (waaruit de steekproef bestaat) werken met een aanmerkelijk hogere bezettingsgraad dan de kleinere producenten die de meerderheid van de niet-medewerkende ondernemingen uitmaken (21). In de tweede plaats was de berekende bezettingsgraad van de vier in de steekproef opgenomen groepen in 2012 (89 %) aanzienlijk hoger dan de geschatte waarde voor het hele land uit de Global and China Automotive Wheel Industry Report 2012/2013 in dezelfde periode (namelijk 70 %). Uit de discrepantie tussen de twee waarden blijkt dat de gegevens van de vier in de steekproef opgenomen groepen — hoewel zij worden aanvaard en gebruikt voor hun conclusies op ondernemingsniveau — niet representatief kunnen worden geacht voor de rest van de VRC.

(67)

In antwoord op het argument in overweging 61 moet worden opgemerkt dat de productiecapaciteit en de bezettingsgraad niet afzonderlijk voor het OEM- en het AM-segment kunnen worden vastgesteld. OEM- en AM-wielen worden vaak door dezelfde fabrikant geproduceerd, waarbij dezelfde machines kunnen worden gebruikt, waardoor de waarden voor de twee segmenten onmogelijk kunnen worden gescheiden. Dit is ook bevestigd in het oorspronkelijke onderzoek, waar zowel de productiecapaciteit als de bezettingsgraad werd vastgesteld zonder onderscheid tussen de twee segmenten (22).

(68)

De Commissie heeft een zorgvuldige analyse gemaakt van de argumenten en de het bewijsmateriaal met betrekking tot de voor het publiek toegankelijke informatie over de capaciteit van de geïdentificeerde niet-medewerkende ondernemingen. Op basis hiervan werd het argument van de belanghebbende aanvaard voor elf ondernemingen (23). Daarom bedraagt de gemiddelde productiecapaciteit van de thans 31 ondernemingen met openbaar beschikbare informatie 1,67 miljoen eenheden per jaar. Door een extrapolatie van dit gemiddelde naar de resterende 28 ondernemingen kwam de geschatte totale capaciteit van de geïdentificeerde niet-medewerkende ondernemingen op 98,4 miljoen eenheden. Een optelling van deze capaciteit bij de productiecapaciteit van de medewerkende ondernemingen (91,8 miljoen) leidt tot een Chinese jaarproductie van tenminste 190 miljoen eenheden. De resultaten worden samengevat in onderstaande tabel:

Tabel 1

Soort bedrijf

Aantal betrokken ondernemingen

Productiecapaciteit (eenheden)

Reservecapaciteit (eenheden)

Alle medewerkende

21

91 804 845

12 355 052

(Waarvan in een steekproef opgenomen)

4

62 589 289

Geïdentificeerde niet-medewerkende met voor het publiek toegankelijke informatie over capaciteit

31

51 700 000

15 510 000

Geïdentificeerde niet-medewerkende zonder voor het publiek toegankelijke informatie over capaciteit

28

46 696 776

14 009 033

Totaal

 

190 201 621

41 874 085

(69)

Benadrukt moet echter worden dat de lijst van geïdentificeerde niet-medewerkende ondernemingen niet uitputtend is. Zoals vermeld in overweging 57 zijn er volgens openbare bronnen ongeveer 110 kleine en middelgrote producenten van aluminium wielen die op de uitvoer zijn gericht; dit impliceert dat er ook producenten zijn die alleen de binnenlandse markt bedienen. Sommige daarvan zijn kleinschalige producenten die moeilijk te identificeren zijn. Maar zelfs in dat geval is het duidelijk dat de 190,2 miljoen eenheden slechts de laagste schatting is van de jaarlijkse productiecapaciteit die op dit ogenblik in de VRC is te vinden.

(70)

Ten aanzien van het tweede argument in overweging 63 merkt de Commissie op dat zij de gemiddelde productie heeft gewijzigd op basis van de informatie door de belanghebbende, en dat de opmerking over de voorheen door de Commissie gebruikte bron daarom niet meer relevant is. Bovendien moet worden opgemerkt dat de Commissie een constructieve benadering heeft gekozen door de berekende gemiddelde capaciteit van 31 ondernemingen te gebruiken om de waarschijnlijke productiecapaciteit van de ondernemingen zonder voor het publiek toegankelijke informatie te schatten, in plaats van de gemiddelde productiecapaciteit van de 21 medewerkende ondernemingen (4,3 miljoen) of de gemiddelde capaciteit van de vier in de steekproef opgenomen groepen (meer dan 15 miljoen) te extrapoleren.

(71)

Tot slot is in de overwegingen 66 en 67 reeds ingegaan op de opmerking van de belanghebbende over de betrouwbaarheid van de geschatte bezettingsgraad van 70 % voor de niet-medewerkende ondernemingen. Wat betreft het Global and China Automotive Industry Report 2012/2013, de bron van de 70 % bezettingsgraad, moet bovendien worden opgemerkt dat de Commissie weliswaar geen toegang heeft tot het volledige verslag, maar dat de samenvatting met de noodzakelijke informatie voor het publiek toegankelijk is. Het verslag is gepubliceerd door een onderzoeksorganisatie genaamd „Research in China” (24). Het argument van de belanghebbende wordt verworpen.

(72)

Met behulp van de methode van overweging 58 wordt de reservecapaciteit van China dan ook geschat op ongeveer 42 miljoen eenheden per jaar.

(73)

Een andere aanpak zou tot een nog hogere inschatting van de reservecapaciteit leiden. Door het geschatte volume van de binnenlandse verkoop in 2015 (ongeveer 57 miljoen eenheden (25)) en de wereldwijde uitvoer van de VRC (geraamd op 73.5 miljoen eenheden (26)) in het onderzoektijdvak af te trekken van de geraamde totale Chinese productie (190 miljoen (27)) in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, komen we in totaal op ongeveer 60 miljoen eenheden aan reservecapaciteit en voorraden (28).

(74)

Omdat andere opmerkingen uitbleven, is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de VRC over een reservecapaciteit tussen 42 en 60 miljoen eenheden per jaar beschikt. Zelfs de laagste schatting komt overeen met 84 % van de hele productie in de Unie (50,5 miljoen eenheden tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek) en is goed voor 60 % van het totale verbruik van de Unie (70 miljoen in het tijdvak van het nieuwe onderzoek), wat als aanzienlijk wordt beschouwd.

3.2.   Chinese verkoop aan derde landen en aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(75)

De VRC voert aanzienlijke hoeveelheden aluminium wielen uit naar andere derde landen dan de Unie, en met name de VS, Japan, Mexico, Canada en India (29). Dit geldt ook voor de vier medewerkende groepen. Hun uitvoervolume naar deze markten dekt bijna 89 % van hun totale uitvoer naar derde landen tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(76)

De Commissie vergeleek de gemiddelde prijs van de vier medewerkende groepen op de markten van derde landen tijdens het TNO met de uitvoerprijzen in dezelfde periode naar de markt van de Unie per productsoort, met aftrek van de anders wel verschuldigde antidumpingrechten. De vergelijking gaf een gemengd beeld te zien, afhankelijk van de markt in kwestie.

(77)

De situatie op de markt van de Verenigde Staten (goed voor ongeveer 51 % van de totale uitvoer naar derde landen van de vier in de steekproef opgenomen groepen in het tijdvak van het nieuwe onderzoek) laat zien dat ongeveer de helft van productsoorten, die ongeveer 25 % van hun verkopen naar de VS uitmaakten, duurder was op de markt van de VS, en de andere helft op de markt van de Unie (30). Hieruit blijkt dat het waarschijnlijk is dat de uitvoer van bepaalde volumes die momenteel voor de VS zijn bestemd (31) (die waarvan de prijzen lager zijn dan de prijzen op de markt van de Unie) naar de Unie zou worden verschoven als de maatregelen komen te vervallen.

(78)

Wat de prijzen van de uitvoer van de VRC naar Canada, India, Japan en Mexico betreft (samen goed voor ongeveer 40 % van de totale uitvoer van de vier in de steekproef opgenomen Chinese groepen tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek), moet worden opgemerkt dat de gemiddelde verkoopprijzen van ongeveer 22 % van de totale naar die landen uitgevoerde hoeveelheid lager was dan de verkoopprijzen ervan naar de Unie (32). Ook dit wijst er op dat de Chinese uitvoer waarschijnlijk zou worden verschoven naar de Unie indien de maatregelen zouden komen te vervallen. De kans op een verschuiving vanuit India is de bijzonder groot omdat dit land definitieve antidumpingmaatregelen heeft ingesteld in mei 2015; dat is midden in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(79)

Een belanghebbende betoogde dat de aantrekkingskracht van de markt van de Unie beperkt is en dat het daarom niet waarschijnlijk is dat de invoer uit de VRC wordt verlegd indien de maatregelen worden ingetrokken. De belanghebbende gaf een vergelijking tussen de gemiddelde prijzen van de uitvoer naar de Unie en gemiddelde uitvoerprijzen naar de rest van de wereld voor twee van de in de steekproef opgenomen groepen, waaruit blijkt dat de prijzen in de rest van de wereld hoger zijn. Bovendien verschafte de belanghebbende voor een van de in de steekproef opgenomen groepen een prijsvergelijking tussen de uitvoer naar de EU en de uitvoerprijzen naar de rest van de wereld voor 15 productsoorten.

(80)

In antwoord op dit argument moet worden opgemerkt dat bij een vergelijking van gemiddelde prijsniveaus geen rekening wordt gehouden met prijsverschillen tussen de productsoorten. Toegegeven moet worden dat de VRC grotere wielen uitvoert naar zijn grootste uitvoerbestemming: de VS. Bovendien is de samenvoeging van de verkopen naar de rest van de wereld minder waardevol omdat hierbij de resultaten van de verschillende uitvoerbestemmingen gemengd worden. Dit geldt ook voor de vergelijking van specifieke productsoorten die wordt verricht voor een van de in de steekproef opgenomen groepen van producenten-exporteurs.

(81)

Anderzijds is de vergelijking van de Commissie gebaseerd op de gecontroleerde gegevens van alle vier in de steekproef opgenomen groepen van producenten-exporteurs. De vergelijking wordt gemaakt op het niveau van de productsoort en afzonderlijk voor de verschillende marktbestemmingen. Om die redenen is de in de overwegingen 76, 77 en 78 uiteengezette werkwijze van de Commissie als betrouwbaarder en nauwkeuriger aan te merken. Daarom wordt het argument van de belanghebbende verworpen.

(82)

In antwoord op de mededeling van feiten en overwegingen betoogde een belanghebbende dat de Commissie de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie in vergelijking met andere uitvoerbestemmingen onredelijk benadrukte. In het bijzonder bracht de belanghebbende naar voren dat de door de Commissie verrichte vergelijking per soort laat zien dat momenteel slechts ongeveer 25 % van de verkopen van de in de steekproef opgenomen groepen naar de VS gebeurt tegen een lagere prijs dan die van dezelfde productsoorten naar de Unie. Volgens de belanghebbende moet de uitvoer naar de VS (en naar alle andere landen) in zijn geheel worden geanalyseerd, d.w.z. dat alle productsoorten moeten worden gebundeld. Als reden geeft hij aan dat de Chinese producenten veel verschillende soorten aluminium wielen aanbieden om afnemers aan zich te binden. Dit impliceert volgens hem dat het feit dat een bepaald soort aluminium wiel vanuit China naar de VS wordt verkocht voor een lagere prijs dan naar de Unie, niet betekent dat deze uitvoer zou worden verlegd, aangezien de Chinese leveranciers een „volledig productengamma naar al hun uitvoerbestemmingen” moeten leveren, en dat een verlegging ten koste van betrouwbare leveringsketens zou gaan.

(83)

Voorts heeft de belanghebbende prijsvergelijkingen ingediend, waarbij alle verkopen per bestemming waren gebundeld, met als resultaat negatieve bedragen (d.w.z. dat de prijzen op de markten van andere derde landen hoger waren dan die op de markt van de Unie) voor alle markten, met uitzondering van Japan. Tot slot argumenteerde de belanghebbende dat de Commissie voor de analyse van de Canadese, de Indiase, de Japanse en de Mexicaanse markt een andere benadering had gekozen door de verkoopvolumes voor de vier bestemmingen te bundelen zonder nadere uitleg. Concluderend betoogde de belanghebbende dat de mededeling van feiten en overwegingen op basis waarvan de Commissie van plan was de antidumpingmaatregelen in te stellen, de belanghebbende geen duidelijkheid verschafte over de beweegredenen van de Commissie bij de vergelijking tussen de uitvoerprijzen naar de Unie en naar markten van andere derde landen, en aldus een inbreuk vormde op artikel 20 van de basisverordening.

(84)

In antwoord op deze argumenten wijst de Commissie erop dat bij de toegepaste vergelijking per productsoort de volumes van de toegepaste transacties niet werden verhuld. Bovendien is het percentage van de desbetreffende in de VS verkochte volumes bekendgemaakt aan de partijen en is dit percentage gebruikt om vast te stellen welke hoeveelheid van de totale uitvoer van de VRC naar de VS verlegd zou worden. Daarom wordt het argument van de belanghebbende dat bij een vergelijking per productsoort het volume-effect van de verkoop wordt verhuld en/of er geen rekening mee wordt gehouden, verworpen. Het andere argument van de belanghebbende, namelijk dat de totale winst van alle transacties naar een uitvoermarkt doorslaggevend is, en niet de prijsvergelijking per productsoort, is niet met bewijs onderbouwd en wordt ook niet bevestigd door de bevindingen van het onderzoek. Tijdens het onderzoek concludeerde de Commissie zowel voor de Chinese producenten-exporteurs als voor de producenten in de Unie dat in de regel aanbestedingen worden opgesteld en contacten worden gesloten voor een specifieke productsoort, en niet voor een groep producten. Op basis van het bovenstaande blijft de Commissie op het standpunt dat de vergelijking per soort van de prijs van de Chinese verkoop naar derde uitvoermarkten met de Chinese verkoop naar de markt van de Unie een belangrijke indicator van de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie is.

(85)

Anders dan hetgeen de belanghebbende beweert, zijn de analyses van de vier uitvoerbestemmingen, namelijk Canada, India, Japan en Mexico door de Commissie niet samengevoegd. Alle uitvoerbestemmingen zijn afzonderlijk geanalyseerd en alleen de volumes die per land waarschijnlijk beschikbaar waren om te worden verlegd zijn bij elkaar opgeteld (33). Daarom wordt het argument van de belanghebbende verworpen.

(86)

Een belanghebbende betoogde dat OEM-wielen aanzienlijk duurder zijn dan AM-wielen, en dat de Commissie zich ten onrechte baseerde op AM-prijzen om aan te tonen dat Chinese producenten-exporteurs de uitvoer van aluminium wielen naar de markt van de Unie zouden verleggen.

(87)

Verduidelijkt moet worden dat de Commissie zich — in tegenstelling tot hetgeen de belanghebbende beweert — voor de prijsvergelijking niet heeft gebaseerd op AM-verkopen, maar op alle gemelde verkopen, waarvan het AM-segment slechts ongeveer 20 % uitmaakte. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(88)

Aangezien geen verdere opmerkingen zijn ontvangen, worden de conclusies over de analyse van de uitvoer naar derde landen van de vier in de steekproef opgenomen groepen zoals uiteengezet in de overwegingen 75 tot en met 78 gehandhaafd. Daarom wordt de waarschijnlijke verlegging van een deel van de Chinese uitvoer die nu bestemd is voor de VS, Canada, Mexico, Japan en India, naar de markt van de Unie (geschat op 13,7 miljoen eenheden) (34) bevestigd.

3.3.   De verkoop op de binnenlandse markt van de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(89)

Gezien de aanzienlijke binnenlandse verkoop is ook de situatie op de Chinese binnenlandse markt onderzocht. Uit de beschikbare informatie blijkt dat de Chinese automobielmarkt groeit en naar verwachting tot 2020 zal groeien met gemiddeld 8 % per jaar (35). Gezien de nauwe band tussen de automobiel- en de autowielenmarkt kan worden uitgegaan van hetzelfde groeipercentage van de laatstgenoemde markt. Door deze groei stijgt de absorptiecapaciteit van de Chinese binnenlandse markt. Deze toename van de vraag is echter waarschijnlijk niet voldoende om de beschikbare reservecapaciteiten te absorberen. De afgelopen jaren heeft de VRC veel geïnvesteerd in de wielproductie. Alleen al de vier in de steekproef opgenomen groepen hebben in de beoordelingsperiode hun totale capaciteit vergroot met ongeveer 16 miljoen eenheden, hetgeen overeenstemt met de toename van de vraag.

(90)

Het gemiddelde prijsniveau van de vier in de steekproef opgenomen groepen op de Chinese binnenlandse markt (ongeveer 35 EUR) is aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijzen in de Unie (46,2 EUR). Hoewel een deel van het prijsverschil kan worden verklaard door verschillende productsoorten en eisen, impliceert dit grote verschil in prijzen dat de markt van de Unie zelfs nog aantrekkelijker zou worden ten opzichte van de Chinese binnenlandse markt als de maatregelen worden ingetrokken. Ook is belangrijk om op te merken dat de grootste exporteurs reeds gevestigde zakenrelaties in de Unie hebben, zodat de uitgevoerde hoeveelheden snel kunnen worden verhoogd indien de huidige rechten veranderen.

(91)

De conclusie van de analyse van de binnenlandse verkoop en marktvoorwaarden in de VRC is derhalve in de eerste plaats dat de binnenlandse markt de reservecapaciteit niet kan absorberen en in de tweede plaats dat de aanzienlijke prijsverschillen een verlegging van de binnenlandse verkoop naar de Unie waarschijnlijk maken.

(92)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat indien de maatregelen komen te vervallen, de kans op verlegging van aanzienlijke hoeveelheden van de uitvoer en de binnenlandse verkoop naar de Unie tegen dumpingprijzen reëel is.

(93)

In reactie op de mededeling van feiten en overwegingen betoogde één belanghebbende dat aangezien de geschatte productiecapaciteit en bezettingsgraad onjuist zijn, de conclusie dat de geschatte toename van de vraag naar aluminium wielen op de Chinese binnenlandse markt de beschikbare reservecapaciteit waarschijnlijk niet zal absorberen, niet correct is. De belanghebbende betwistte eveneens de betrouwbaarheid van de vergelijking van de gemiddelde prijzen, aangezien de Commissie zelf van oordeel was dat bij een vergelijking van de gemiddelde prijzen geen rekening wordt gehouden met prijsverschillen tussen de productsoorten.

(94)

De opmerkingen over productiecapaciteit en bezettingsgraad zijn aan de orde geweest onder de punten 3.1 en 3.2. De cijfers, zoals bevestigd na de analyse van de opmerkingen, zijn niet zodanig veranderd dat de conclusie in overweging 89 anders wordt.

(95)

Het feit dat de vergelijking van de gemiddelde prijzen minder betrouwbaar is dan de vergelijking op het niveau van de productsoort, doet niets af aan de conclusie dat het verschil tussen de prijsniveaus nog altijd significant is. In combinatie met de aanzienlijke omvang van de binnenlandse markt maakt dit het waarschijnlijk dat bepaalde verkopen naar de markt van de Unie zullen worden verlegd indien de maatregelen komen te vervallen, zelfs indien de hoeveelheid op basis van de beschikbare informatie niet precies kan worden vastgesteld. Daarom zijn de ingediende opmerkingen niet in tegenspraak met de getrokken conclusies, die dan ook worden bevestigd.

4.   Conclusie over dumping en de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping

(96)

Voor alle vier in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs is dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld. Gezien de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie in vergelijking met enkele van de derde markten en de binnenlandse markt is het waarschijnlijk dat de Chinese producenten-exporteurs (opnieuw) zullen toetreden tot de markt van de Unie met aanzienlijke hoeveelheden aluminium wielen tegen dumpingprijzen indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

D.   DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE

(97)

In de bedrijfstak van de Unie hebben sinds het oorspronkelijke onderzoek geen belangrijke structurele veranderingen plaatsgevonden. Het soortgelijke product werd in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vervaardigd door een vijftigtal bekende producenten in de Unie. Zij vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(98)

De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd op 50,5 miljoen eenheden geraamd. De ondernemingen die het verzoek om een nieuw onderzoek ondersteunden, waren goed voor meer dan 85 % van de totale productie in de Unie tijdens het TNO. Zoals aangegeven in overweging 17, vertegenwoordigden de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie meer dan 30 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie.

E.   SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE

1.   Opmerkingen vooraf

(99)

De totale productie in de Unie is vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie, waaronder de informatie uit het verzoek om een nieuw onderzoek, gegevens afkomstig van alle bekende producenten in de Unie vóór en na de opening van het onderzoek en informatie verkregen van de in de steekproef opgenomen producenten. Op grond van die informatie konden ook het bestaan en het productieniveau van de niet aan het onderzoek meewerkende producenten worden bevestigd.

(100)

Net als in het oorspronkelijke onderzoek, en zoals vermeld in overweging 28, werd het product verkocht via twee distributiekanalen, namelijk voor het OEM-segment en voor het AM-segment.

(101)

Enkele belanghebbenden herhaalden de argumenten die in het oorspronkelijke onderzoek waren gebruikt, namelijk dat bij de vaststelling van schade een onderscheid moet worden gemaakt tussen aluminium wielen voor de OEM-markt en aluminium wielen voor de AM-markt. Deze argumenten waren gebaseerd op het feit dat ten tijde van het oorspronkelijke onderzoek de invoer uit de VRC voornamelijk voor het AM-segment was bestemd, terwijl de bedrijfstak van de Unie in het OEM-segment domineerde.

(102)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 113 en 114, is uit het onderzoek gebleken dat de Chinese producenten-exporteurs sinds het oorspronkelijke onderzoek kennelijk zijn overgeschakeld van het AM-segment naar het OEM-segment. Daarom was een afzonderlijke analyse van het effect van de invoer uit de VRC op de situatie van de bedrijfstak van de Unie per segment niet meer nodig.

(103)

Niettemin zijn — in overeenstemming met het oorspronkelijke onderzoek en met het oog op een zo volledig mogelijk beeld van de situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO — sommige schade-indicatoren ook afzonderlijk geanalyseerd op basis van de beschikbare informatie; bij de analyse van de waarschijnlijkheid van herhaling van de schade zijn ook de verschillende segmenten in aanmerking genomen.

(104)

Onder verwijzing naar het argument in overweging 101 betoogde een van de belanghebbenden dat de segmenten moeten worden onderscheiden op basis van het type afnemer, met als argument dat de afnemers in de OEM-markt een ander soort product kopen, namelijk wielen van een automerk, terwijl de afnemers in de AM-markt wielen van een wielmerk kopen. Volgens deze belanghebbende is de vraag of de wielen worden gebruikt voor de assemblage in nieuwe voertuigen (OEM) of dat zij afzonderlijk worden verkocht ter vervanging van de originele wielen (AM) van minder belang.

(105)

Het verzoek van deze belanghebbende was gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat de Commissie wielen van een automerk die worden verkocht via de distributiekanalen van de autofabrikanten of hun erkende dealers als verkopen in het AM-segment zou aanmerken. De Commissie beschouwde echter alle wielen van een automerk, ongeacht of zij zijn gebruikt voor assemblage in nieuwe voertuigen of dat zij afzonderlijk zijn verkocht, als verkopen in het OEM segment, hetgeen overeenstemde met het standpunt van de belanghebbende.

2.   Verbruik in de Unie

(106)

Het verbruik in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie

 

2012

2013

2014

TNO

Totaal verbruik (eenheden × 1 000 )

59 361

60 528

66 457

70 047

Index (2012 = 100)

100

102

112

118

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(107)

Het verbruik in de Unie werd vastgesteld door de invoer uit de VRC en andere derde landen op basis van Eurostat-gegevens op te tellen bij de verkoop door de producenten in de Unie op de markt van de Unie. De gegevens over de verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie zijn verkregen uit het verzoek om een nieuw onderzoek en aangepast op basis van de gegevens in de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het TNO.

(108)

Het verbruik in de Unie nam in de beoordelingsperiode voortdurend toe, in totaal met 18 %, namelijk van 59,3 miljoen eenheden in 2012 tot 70,0 miljoen eenheden in het TNO. Deze toename van het verbruik strookt met de toename van de autoproductie in de Unie en de grotere penetratiegraad van aluminium wielen bij nieuwe auto's. De stijgende tendens in het verbruik vormt een significante verandering ten opzichte van de tendens die bij het oorspronkelijke onderzoek werd geconstateerd, toen het verbruik daalde met 16 % vanaf 2006 en tijdens het onderzoekstijdvak (OT) van het oorspronkelijk onderzoek, namelijk van 58,6 miljoen eenheden naar 49,5 miljoen eenheden.

(109)

Het gebruik in de Unie is ook geanalyseerd met een splitsing tussen het OEM en het AM-segment. De volumes en de marktaandelen zijn geschat op basis van informatie afkomstig van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, de medewerkende producenten in het referentieland, de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en het verzoek. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de evolutie van het verbruik per segment in het TNO in vergelijking met het OT van het oorspronkelijke onderzoek.

Tabel 3

Verbruik in het AM- en het OEM-segment

Eenheden (x 1 000 )

OT oorspronkelijk onderzoek

TNO

Verbruik OEM

34 915

65 168

Index (2012 = 100)

100

188

Aandeel OEM in totaal verbruik (%)

71

93

Verbruik AM

14 592

4 879

Index (IP = 100)

100

33

Aandeel AM in totaal verbruik (%)

29

7

Totaal verbruik

49 508

70 047

Index (IP = 100)

100

141

Bron: Verzoek, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010.

(110)

Sinds het OT van het oorspronkelijke onderzoek is het verbruik in het OEM-segment gestegen met 88 %, dat wil zeggen van ongeveer 35 miljoen eenheden tot ongeveer 65 miljoen eenheden, terwijl het verbruik in het AM-segment daalde met ongeveer 70 %, van ongeveer 15 miljoen eenheden tot ongeveer 5 miljoen eenheden in het TNO. Hieruit blijkt dat de totale stijging van het verbruik sinds het OT van het oorspronkelijke onderzoek geheel is toe te schrijven aan de stijging van het verbruik in het OEM-segment, terwijl het verbruik in het AM-segment aanzienlijk is gedaald sinds het OT van het oorspronkelijke onderzoek. Aldus nam het OEM-segment, dat tijdens het OT van het oorspronkelijke onderzoek al de overhand had, verder in belang toe en maakte 93 % van het totale verbruik tijdens het TNO uit, terwijl het AM-segment goed was voor 7 % van het totale verbruik, tegenover 29 % in het OT van het oorspronkelijke onderzoek.

(111)

Opgemerkt moet worden dat er in het OEM-segment in het algemeen meer mededinging is, aangezien de verkopen plaatsvinden op een grotere markt met meer deelnemers en een hoger aantal leveranciers die met elkaar concurreren. De aanwezigheid in dit segment is ook langduriger. Uit het onderzoek is gebleken dat deelnemers die in staat zijn gebleken om tot het OEM-segment toe te treden doorgaans in dat segment blijven, en niet makkelijk naar het AM-segment overstappen. Dit is het gevolg van de precieze en strikte eisen die de afnemers in het OEM-segment stellen, niet alleen aan de kwaliteit en het ontwerp van de aluminium wielen, maar ook van de kwaliteit van de processen en van de kwalificaties om als betrouwbare leveranciers te werk te gaan. Doorgaans worden de producten pas gekocht na een periode van tests en procescontroles; daarna kan de contractuele verhouding tussen de koper en verkoper jarenlang duren. Tegelijkertijd moet erop worden gewezen dat een OEM-gebruiker doorgaans meerdere door hem goedgekeurde leveranciers heeft en dat hij daarom relatief gemakkelijk van de ene naar de andere kan overstappen indien een van hen voor een lagere prijs kan leveren.

3.   Volume, prijzen en marktaandeel van de invoer uit de VRC

3.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC

Tabel 4

Volume en marktaandeel van de invoer uit de VRC

 

2012

2013

2014

TNO

Ingevoerde hoeveelheid (eenheden × 1 000 )

3 371

2 436

2 439

2 237

Index (2012 = 100)

100

72

72

66

Marktaandeel (%)

5,7

4,1

3,7

3,2

Bron: Eurostat.

(112)

Het volume van de invoer uit de VRC is afgenomen van 3,3 miljoen eenheden in 2012 tot 2,2 miljoen eenheden in het TNO, dat wil zeggen met 34 %, met een bijbehorende afname van het marktaandeel van 5,7 % tot 3,2 %; dit is een daling met 2,5 procentpunten tijdens de beoordelingsperiode. Hoewel de invoervolumes en het marktaandeel vanuit China afnamen, zijn de Chinese producenten-exporteurs er ondanks de geldende maatregelen in geslaagd een niet te verwaarlozen marktaandeel te handhaven. De Commissie merkt op dat een deel van de invoer uit de VRC (variërend tussen 21 % en 28 % in de beoordelingsperiode) gebruik heeft gemaakt van de regeling actieve veredeling en niet onderworpen was aan antidumpingrechten.

(113)

Bovendien werd de evolutie van het invoervolume en het marktaandeel van China geschat met een uitsplitsing van het OEM- en het AM-segment voor het TNO in vergelijking met het OT van het oorspronkelijke onderzoek, zoals blijkt uit onderstaande tabel:

Tabel 5

Invoer vanuit China en marktaandelen in het OEM-segment en in het AM-segment

 

OT oorspronkelijk onderzoek

TNO

OEM-segment

 

 

Totale invoer uit China OEM (eenheden × 1 000 )

1 183

1 606

Index (IP = 100)

100

136

Aandeel in totale invoer (%)

19

72

Marktaandeel in verbruik OEM (%)

3,4

2,5

Marktaandeel in totaal verbruik (%)

2,3

2,3

AM-segment

 

 

Totale invoer uit China AM (eenheden × 1 000 )

4 954

631

Index (IP = 100)

100

13

Aandeel in totale invoer (%)

81

28

Marktaandeel in verbruik AM (%)

33,9

12,9

Marktaandeel in totaal verbruik (%)

10,0

0,9

Bron: Verzoek, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010.

(114)

De ontwikkeling van de invoervolumes vanuit China, uitgesplitst naar segment, volgde de algemene tendens naar een aanzienlijk toegenomen verbruik in het OEM-segment, zoals blijkt uit de overwegingen 109, 110 en 111. Ondanks de algemene daling van de invoer van aluminium wielen vanuit China (zie tabel 3) hebben de Chinese producenten-exporteurs hun invoervolume in het OEM-segment vergroot. Meer bepaald is het invoervolume in het OEM-segment gestegen van 1,183 miljoen eenheden in het OT van het oorspronkelijke onderzoek tot 1,606 miljoen eenheden in het TNO; dat wil zeggen dat de Chinese producenten-exporteurs het volume hebben kunnen vergroten met 0,4 miljoen eenheden, wat neerkomt op een stijging van 63 % in vergelijking met het OT van het oorspronkelijke onderzoek.

(115)

In totaal was de invoer uit de VRC naar het OEM-segment goed voor 72 % van alle invoer tijdens het TNO, terwijl tijdens het OT van het oorspronkelijke onderzoek de situatie omgekeerd was en de uitvoer vanuit China naar het OEM-segment slechts 19 % van de totale invoer in de Unie uitmaakte.

(116)

Ondanks de toename in het verkoopvolume in het OEM-segment is het marktaandeel van dit segment gedaald met 0,9 procentpunt, wat een gevolg is van de hogere toename van het verbruik in dit segment. Het marktaandeel van de invoer uit de VRC in het totale verbruik bleef stabiel, wat eveneens het gevolg is van de hogere toename van het totale verbruik.

(117)

Uit het bovenstaande volgt dat de totale afname van de Chinese invoervolumes uitsluitend is toe te schrijven aan een afname van de invoer naar het AM-segment. In dit segment is de invoer uit de VRC aanzienlijk gedaald, namelijk met bijna 90 %, wat zich vertaalde in een daling van het marktsegment in het AM-verbruik van 34 % tijdens het OT van het oorspronkelijke onderzoek tot 13 % in het TNO van het huidige nieuwe onderzoek. In totaal daalde het aandeel van de invoer naar het AM-segment in het totale verbruik van 10,0 % in het OT van het oorspronkelijke onderzoek tot 0,9 % in het TNO van het huidige nieuwe onderzoek.

(118)

De overstap van de Chinese producenten-exporteurs van het AM- naar het OEM-segment is al in gang gezet in de laatste twee jaren van het oorspronkelijke onderzoek (dus in 2008 en het OT, zie overweging 89 van Uitvoeringverordening (EU) nr. 964/2010). Ondanks de afname van de marktaandelen hebben de Chinese producenten-exporteurs de verkochte hoeveelheden en het klantenbestand in het OEM-segment sinds het oorspronkelijke onderzoek kunnen handhaven.

3.2.   Invoerprijs en prijsonderbieding

Tabel 6

Gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

40,68

36,16

39,74

46,24

Index (2012 = 100)

100

89

98

114

Bron: Eurostat.

(119)

De gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC daalde eerst van 40,68 EUR per eenheid in 2012 tot 36,16 EUR per eenheid in 2013, maar steeg weer naar 39,74 EUR per eenheid in 2014. De prijs steeg verder in het TNO tot een niveau van 46,24 EUR per eenheid. De totale stijging tussen 2012 en het TNO bedroeg 14 %. Deze algemene prijsstijging is in overeenstemming met de wereldwijde prijsontwikkeling en een algemene tendens naar steeds grotere en geavanceerdere wielen.

(120)

De verkoopprijzen op de markt van Unie van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Unie zijn vergeleken met die van de invoer uit het betrokken land door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs. Als verkoopprijzen van de in de steekproef opgenomen bedrijfstak van de Unie werden de verkoopprijzen aan onafhankelijke afnemers gebruikt, in voorkomend geval gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, dit wil zeggen exclusief vervoerskosten in de Unie en na aftrek van rabatten en kortingen.

(121)

Deze prijzen zijn vergeleken met de prijzen die door de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs worden aangerekend, zonder kortingen, en in voorkomend geval gecorrigeerd tot de cif-prijs, grens Unie, met een correctie voor de kosten na invoer.

(122)

Werden de douanerechten en de antidumpingrechten opgeteld bij de cif-prijzen van de invoer, dan vielen de prijzen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs gemiddeld hoger uit dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie. Dat gold ook voor de invoer van de niet in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs.

(123)

Wanneer de invoerprijzen van de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs worden bekeken zonder de antidumpingrechten, onderbieden zij de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie gemiddeld met 8,0 %. Het resultaat is nog meer uitgesproken wanneer het OEM-segment en het AM-segment afzonderlijk worden beschouwd; in dat geval bedragen de prijsonderbiedingsmarges voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs 8,7 % in het OEM-segment en 12,4 % in het AM-segment. Voor de niet in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs zou het resultaat op basis van de Eurostat-gegevens een prijsonderbiedingsmarge van 7,5 % opleveren; deze vergelijking is gebaseerd op de gemiddelde waarden, omdat Eurostat geen onderscheid tussen de productsoorten maakt.

(124)

Tot slot is een prijsvergelijking gemaakt voor de invoer uit de VRC in het kader van de regeling actieve veredeling, die 20,6 % van alle Chinese invoer tijdens het TNO uitmaakte. Deze prijsvergelijking werd gemaakt tussen de gemiddelde Chinese invoerprijzen in het kader van de regeling actieve veredeling (op basis van Eurostat-gegevens aangezien de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs geen verkopen naar de Unie in het kader van die regeling hadden aangemeld) en de gemiddelde verkoopprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het TNO. Het resultaat was een gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van 7,6 %. Deze vergelijking is gebaseerd op de gemiddelde waarden, omdat Eurostat geen onderscheid tussen de productsoorten maakt, zoals reeds opgemerkt in overweging 123. Bovendien was het totale invoervolume in het kader van de regeling actieve veredeling zeer gering, namelijk slechts 0,6 % van het totale verbruik in de Unie tijdens het TNO.

(125)

Eén belanghebbende betoogde dat de prijzen van aluminium wielen voor het AM-segment in het algemeen aanzienlijk lager waren dan de prijzen van aluminium wielen voor het OEM-segment. Bovendien is volgens deze belanghebbende een prijsvergelijking in het OEM-segment slechts mogelijk op „aanbestedingsniveau”, waar volgens hem in het algemeen geen sprake is van prijsonderbieding, zelfs niet na aftrek van het antidumpingrecht.

(126)

Een selectie van gegevens uit individuele aanbestedingen kan geen vervanging zijn van de door de Commissie verrichte analyse op basis van de volledige gegevens, namelijk transactie-verkooplijsten en prijsvergelijkingen per soort. Een dergelijke vergelijking omvat de grootst mogelijke hoeveelheid gegevens van transacties die werkelijk hebben plaatsgevonden. Zoals uiteengezet in overweging 123, wees de analyse op basis van de volledige gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en de producenten in de Unie op een onderbieding van 8,7 % in het OEM-segment en 12,4 % in het AM-segment; dit bevestigde de onderbieding in beide segmenten op basis van de prijzen zonder antidumpingrechten. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(127)

Na de mededeling verzocht dezelfde belanghebbende de Commissie te verduidelijken zij kan garanderen dat de prijzen van de Chinese binnenlandse verkoop, de uitvoer naar de Unie en de uitvoer naar derde landen vergelijkbaar zijn. Deze werkwijze wordt uiteengezet in de overwegingen 123 en 126.

4.   Invoer uit andere derde landen

Tabel 7

Invoer uit andere derde landen

 

2012

2013

2014

TNO

Turkije

6 189

6 879

8 316

9 218

Index (2012 = 100)

100

111

134

149

Marktaandeel (%)

10,4

11,4

12,5

13,2

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

45,57

45,32

43,89

48,50

Index (2012 = 100)

100

99

96

106

Andere derde landen (m.u.v. Turkije)

7 104

6 778

8 177

8 696

Index (2012 = 100)

100

95

115

122

Marktaandeel (%)

12,0

11,2

12,3

12,4

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

51,27

51,23

52,66

58,88

Index (2012 = 100)

100

100

103

115

Totaal andere derde landen

13 294

13 657

16 493

17 914

Index (2012 = 100)

100

103

124

135

Marktaandeel (%)

22,4

22,6

24,8

25,6

Gemiddelde prijs (EUR/eenheid)

48,62

48,25

48,24

53,54

Index (2012 = 100)

100

99

99

110

Bron: Eurostat.

(128)

In de beoordelingsperiode is de invoer uit andere derde landen naar de Unie voortdurend gestegen van ongeveer 13,2 miljoen eenheden in 2012 tot ongeveer 17,9 miljoen eenheden in het TNO, d.w.z. met 35 %. Aangezien het verbruik in de Unie in die periode slechts met 18 % toenam (zie overweging 107, tabel 1), nam het overeenkomstige marktaandeel van de andere derde landen in mindere mate toe, namelijk van 22,4 % in 2012 tot 25,6 % in het TNO; dit was een stijging met 3,2 procentpunten.

(129)

De gemiddelde prijzen bij invoer uit andere derde landen dan China waren hoger dan de prijzen bij invoer uit de VRC en stegen tijdens de beoordelingsperiode met 10 %.

(130)

Turkije is na de VRC de grootste exporteur naar de Unie. De invoer uit Turkije steeg van ongeveer 6,1 miljoen eenheden in 2012 tot ongeveer 9,2 miljoen eenheden in het TNO, d.w.z. met 49 %. Deze stijging kwam neer op een verhoging van het marktaandeel van 10,4 % in 2012 tot 13,2 % in het TNO; dit was een stijging met 2,8 procentpunten. De gemiddelde prijzen bij invoer uit Turkije lagen gedurende de hele beoordelingsperiode hoger dan de gemiddelde prijzen van de invoer uit China. Zij stegen van 45,57 EUR per eenheid in 2012 tot 48,50 EUR per eenheid in het TNO, wat neerkwam op een stijging met 6 %.

(131)

Het marktaandeel van de invoer uit derde landen met uitzondering van Turkije is maar licht toegenomen, van 12,0 % in 2012 tot 12,4 % in het TNO. De prijzen van de invoer uit andere derde landen waren in de hele beoordelingsperiode hoger dan de prijzen van de invoer uit de VRC.

5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

5.1.   Algemene opmerkingen

(132)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie alle economische factoren en indicatoren onderzocht die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed zijn.

(133)

Zoals vermeld in overweging 17, is voor de vaststelling van mogelijke door de bedrijfstak van de Unie geleden schade gebruikgemaakt van een steekproef.

(134)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren voor de gehele bedrijfstak van de Unie geëvalueerd op basis van de gegevens verstrekt door de indiener van het verzoek om een nieuw onderzoek en de gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, die werden gecorrigeerd op basis van de gegevens uit de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het TNO. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren uitsluitend voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen geëvalueerd, op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide reeksen gegevens bleken representatief voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(135)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit en hoogte van de dumpingmarge.

(136)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

5.2.   Macro-economische indicatoren

5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

Tabel 8

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2012

2013

2014

TNO

Productie (eenheden × 1 000 )

44 124

45 516

49 638

50 571

Index (2012 = 100)

100

103

112

115

Productiecapaciteit (eenheden × 1 000 )

49 808

51 644

53 510

55 178

Index (2012 = 100)

100

104

107

111

Bezettingsgraad (%)

89

88

93

92

Index (2012 = 100)

100

99

105

103

Bron: Verzoek om nieuw onderzoek, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst;

(137)

De totale productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

(138)

De productie steeg tijdens de beoordelingsperiode. De totale productie steeg van 44,1 miljoen eenheden in 2012 tot 50,5 miljoen eenheden in het TNO, dat wil zeggen met 15 % in de beoordelingsperiode. Deze toename hangt samen met de stijging van de productie in de Unie en de toegenomen toepassing van aluminium wielen in nieuwe auto's.

(139)

De productiecapaciteit steeg van ongeveer 49,8 miljoen eenheden in 2012 tot ongeveer 55,1 miljoen eenheden in het TNO, dat wil zeggen met 11 % in de beoordelingsperiode.

(140)

Als gevolg van de iets hogere stijging van het productievolume dan van de productiecapaciteit nam de bezettingsgraad toe van 89 % in 2012 tot 92 % in het TNO, dat wil zeggen met 3 procentpunten in de beoordelingsperiode.

5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(141)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2012

2013

2014

TNO

Verkoopvolume (eenheden × 1 000 )

42 697

44 435

47 525

49 895

Index (2012 = 100)

100

104

111

117

Marktaandeel (%)

71,9

73,4

71,5

71,2

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(142)

Het verkoopvolume is in de beoordelingsperiode toegenomen van 42,6 miljoen eenheden in 2012 tot ongeveer 49,8 miljoen eenheden in het TNO, dat wil zeggen met 17 %, hetgeen iets minder was dan de stijging met 18 % van het verbruik zoals beschreven in overweging 107. De stijging van het verkoopvolume heeft, rekening houdend met de parallelle stijging van de invoer uit derde landen als omschreven in overweging 128, evenwel geleid tot een lichte daling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 71,9 % in 2012 tot 71,2 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, d.w.z. een daling met 0,7 procentpunt in de beoordelingsperiode.

(143)

Bovendien werd de evolutie van het invoervolume en het marktaandeel geschat met een uitsplitsing van het OEM- en het AM-segment tijdens het TNO in vergelijking met het OT van het oorspronkelijke onderzoek, zoals blijkt uit onderstaande tabel:

Tabel 10

Verkoopvolume en marktaandelen in het OEM-segment en in het AM-segment

Eenheden (× 1 000 )

OT oorspronkelijk onderzoek

TNO

OEM-segment

 

 

Verkoopvolume OEM

28 719

46 627

Index

100

162

Marktaandeel OEM (aandeel EU-producenten in totaal OEM-verbruik) (%)

82,3

71,6

Marktaandeel OEM in totaal verbruik (%)

58,0

66,6

AM-segment

 

 

Verkoopvolume AM

7 075

3 268

Index

100

46

Marktaandeel AM (aandeel EU-producenten in totaal AM-verbruik) (%)

48,5

67,0

Marktaandeel AM in totaal verbruik (%)

14,3

4,7

Bron: Verzoek, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst, Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010.

(144)

De verkoopvolumes in het OEM-segment zijn toegenomen met 62 % in het TNO in vergelijking met het OT van het oorspronkelijke onderzoek, terwijl de verkoop in het AM-segment met meer dan de helft verminderde ten opzichte van het OT van het oorspronkelijke onderzoek. Het marktaandeel van de producenten in de Unie in het OEM-segment is met 10,9 procentpunten gedaald van 82,3 % tot 71,6 % als gevolg van de hogere toename van het verbruik in dit segment. In het AM-segment is het marktaandeel toegenomen van 48,5 % tot 67,0 % als gevolg van de krimpende markt in dit segment. Over het geheel genomen is in het AM-segment het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in het totale verbruik gedaald van 14,3 % tijdens het OT van het oorspronkelijke onderzoek tot 4,7 % tijdens het TNO van het huidige nieuwe onderzoek, terwijl in het OEM-segment het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in het totale verbruik in dezelfde periode toenam van 58,0 % tot 66,6 %. De evolutie binnen de twee segmenten stemt overeen met de algemene tendens in de markt van de Unie, die een weerspiegeling vormt van de toename van de autoproductie in de Unie en de grotere penetratiegraad van aluminium wielen bij nieuwe auto's, zoals vermeld in overweging 109.

5.2.3.   Groei

(145)

Terwijl het verbruik in de Unie in de beoordelingsperiode met 18 % is gestegen, steeg het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie iets minder, namelijk met 17 %, wat neerkwam op een licht verlies van marktaandeel met 0,7 procentpunt.

5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(146)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2012

2013

2014

TNO

Aantal werknemers

12 227

12 673

13 689

14 265

Index (2012 = 100)

100

104

112

117

Productiviteit (eenheden × 1000/werknemer)

3 609

3 592

3 626

3 545

Index (2012 = 100)

100

100

100

98

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek.

(147)

De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode in totaal met 17 % toe. Dit komt overeen met de stijging van de productie in de beoordelingsperiode met 15 %.

(148)

Tijdens de beoordelingsperiode is de productiviteit, gemeten aan de hand van het aantal geproduceerde eenheden per werknemer, stabiel gebleven, met een zeer lichte daling met 2 % in het TNO.

5.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(149)

Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek waren de individuele dumpingmarges voor de in de steekproef opgenomen groepen van ondernemingen nog steeds aanzienlijk en varieerden van 8,9 % tot 25,9 % (zie overweging 52). Toch is het volume van de invoer uit China gedaald met 44 %, wat zich ook vertaalde in een daling van het Chinese marktaandeel tot 3,2 % in het TNO. Zoals vermeld in overweging 122 was bij de prijzen van de invoer uit China geen sprake van onderbieding van de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie in het TNO, en de prijsdruk van de invoer uit China was dan ook beperkt. De antidumpingmaatregelen hadden dan ook een positief effect op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

5.3.   Micro-economische indicatoren

5.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(150)

De gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Gemiddelde verkoopprijzen en kosten per eenheid

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie (EUR/eenheid)

46,24

46,40

47,16

51,91

Index (2012 = 100)

100

100

102

112

Productiekosten per eenheid (EUR/eenheid)

43,10

43,13

42,82

46,76

Index (2012 = 100)

100

100

99

109

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(151)

De gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie steeg tijdens de beoordelingsperiode met 12 %. Deze stijging is toe te schrijven aan de tendens naar steeds grotere en geavanceerdere wielen zoals verder toegelicht in overweging 153.

(152)

Tijdens de beoordelingsperiode stegen de productiekosten per eenheid met 9 %.

(153)

Uit het onderzoek is gebleken dat de kostenstijging vooral te wijten was aan de technische ontwikkeling van aluminium wielen met een toenemende tendens om grotere wielen en zogenaamde „bright wheels” te produceren, waarvoor extra productiefasen nodig zijn. Uit het onderzoek is ook gebleken dat, hoewel de prijsschommelingen van de grondstof (aluminium) een effect op de kosten kunnen hebben, het effect ervan op de winstgevendheid beperkt is, aangezien de aluminiumprijzen in de contracten met de afnemers in de OEM-sector over het algemeen geïndexeerd waren.

5.3.2.   Loonkosten

(154)

De gemiddelde loonkosten van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 13

Loonkosten

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

31 285

31 624

31 021

32 096

Index (2012 = 100)

100

101

99

103

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(155)

De gemiddelde arbeidskosten per werknemer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn tussen 2012 en het TNO licht toegenomen met 3 %.

5.3.3.   Voorraden

(156)

De voorraden van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 14

Voorraden

 

2012

2013

2014

TNO

Eindvoorraden (eenheden × 1 000 )

851

842

986

866

Index (2012 = 100)

100

99

116

102

Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie (%)

4,5

4,2

4,6

3,9

Index (2012 = 100)

100

92

101

87

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(157)

Voorraden kunnen niet als een relevante schade-indicator worden beschouwd omdat aluminium wielen veelal op bestelling worden geproduceerd; de voorraad op een bepaald tijdstip bestaat meestal uit goederen die reeds zijn verkocht maar nog niet zijn geleverd. Daarom worden de ontwikkelingen van de voorraden alleen ter informatie gegeven.

(158)

De eindvoorraden zijn in de beoordelingsperiode in totaal met 2 % gestegen. De eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie zijn iets teruggelopen, namelijk van 4,5 % in 2012 tot 3,9 % in het TNO, d.w.z. met 0,6 %.

5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

Tabel 15

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2012

2013

2014

TNO

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

6,8

7,0

9,2

9,9

Index (2012 = 100)

100

103

135

146

Kasstroom (× 1 000  EUR)

102 147

111 918

129 833

155 044

Index (2012 = 100)

100

110

127

152

Investeringen (× 1 000  EUR)

64 110

38 643

65 749

71 338

Index (2012 = 100)

100

60

103

111

Rendement van investeringen (%)

18,6

20,1

27,4

31,6

Index (2012 = 100)

100

108

147

170

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(159)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. Tijdens de beoordelingsperiode is de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie gestaag toegenomen, gezien de prijsstijgingen die sneller gingen dan de stijging van de productiekosten zoals blijkt uit tabel 12, overweging 150. De winstgevendheid nam toe van 6,8 % in 2012 tot 9,9 % in het TNO, d.w.z. met 3,1 procentpunten tijdens de beoordelingsperiode.

(160)

Bovendien is de winstgevendheid ook afzonderlijk geanalyseerd voor het OEM- en het AM-segment. Op deze basis werd de winstgevendheid van de verkopen in het AM-segment geschat op 13,6 % en de winstgevendheid van de verkopen in het OEM-segment op 9,6 %. Opgemerkt moet worden dat het verkoopvolume in het AM-segment zeer gering was in vergelijking met het verkoopvolume in het OEM-segment tijdens het TNO en daarom weinig effect had op de totale winstgevendheid.

(161)

De netto kasstroom is het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. De kasstroom steeg tijdens de gehele beoordelingsperiode. De netto kasstroom is in de beoordelingsperiode in totaal met 52 % gestegen, hetgeen strookt met de toegenomen winsten.

(162)

De investeringen zijn in de beoordelingsperiode toegenomen met 11 %. De totale investeringen zijn gedaald tussen 2012 en 2013, wat het gevolg was van de afronding van bepaalde investeringen in 2012. Vervolgens zijn de totale investeringen gestegen met 43 % tussen 2013 en 2014, en nog eens met 8 % tussen 2014 en het TNO. In sommige gevallen bestonden de investeringen deels uit de vervanging van verouderde machines. Er is echter ook aanzienlijk geïnvesteerd in nieuwe productiecapaciteit in verband met de toename van de vraag en de verwachte toename van de vraag in de komende jaren. Ten slotte zijn er ook investeringen gedaan om te voldoen aan de toenemende vraag naar de technisch meer geavanceerde „bright wheels” waarvoor extra machines en spuitinstallaties nodig zijn.

(163)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Net als bij de andere financiële indicatoren was het rendement van investeringen bij de productie en verkoop van het soortgelijke product vanaf 2011 positief; dit weerspiegelt de ontwikkeling van de winstgevendheid. Over de gehele beoordelingsperiode nam het rendement van investeringen met 13 procentpunten toe.

(164)

Wat het vermogen om kapitaal aan te trekken betreft, heeft het herstel van eerdere dumping gezorgd voor een beter vermogen om kapitaal aan te trekken voor het soortgelijke product van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, en heeft het hun financiële positie versterkt door de intern gegenereerde fondsen te vergroten. In het onderzoek is vastgesteld dat het vermogen om kapitaal aan te trekken in de beoordelingsperiode in totaal is toegenomen. Dit heeft de ondernemingen in staat gesteld om de vervangingsinvesteringen en investeringen in de verhoging van de productiecapaciteit te doen, zoals uiteengezet in overweging 162.

6.   Conclusie inzake schade

(165)

In een context van toenemend verbruik kon de bedrijfstak van de Unie zich dankzij de ingevoerde dumpingmaatregelen herstellen van de dumping in het verleden en was de economische situatie tijdens het TNO gezond. Er zij aan herinnerd dat de bedrijfstak van de Unie tijdens het oorspronkelijke onderzoek aanmerkelijke schade leed in de vorm van een afname van de productie en de verkoopvolumes als gevolg van de prijsdruk door de invoer uit de VRC, die vooral bleek uit een afnemende winstgevendheid.

(166)

In de beoordelingsperiode van het huidige onderzoek lieten vrijwel alle schade-indicatoren een positieve tendens zien. De bedrijfstak van de Unie wist de verkoopvolumes en de productievolumes te verhogen. Ook stegen de verkoopprijzen van de bedrijfstak, geheel in lijn met de algemene prijsstijging op de markt van de Unie, en sterker dan de stijging van de kosten. De positieve ontwikkeling van beide volumes (verkoop en productie) en de prijzen had een gunstig effect op de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie. Daarbij bleven de marktaandelen vrijwel stabiel, aangezien de invoer uit andere derde landen, en voornamelijk Turkije, ook steeg door het toegenomen verbruik, maar tegen hogere prijzen dan de prijzen van de invoer uit de VRC. Bovendien verhoogde de bedrijfstak van de Unie zijn investeringen, onder meer om de capaciteit te verhogen en om te voldoen aan de toenemende vraag naar „bright wheels”.

(167)

Met name is de winstgevendheid in het TNO toegenomen van 6,8 % in 2012 tot 9,9 %. De verkoopprijzen stegen in de beoordelingsperiode met 12 %, terwijl de kosten per eenheid in mindere mate stegen, namelijk met 9 %, en tijdens de gehele beoordelingsperiode lager bleven dan de gemiddelde verkoopprijzen. Het productievolume steeg met 15 %, de productiecapaciteit met 11 % en het verkoopvolume met 17 %. Aangezien de toename van het verbruik hoger was, namelijk 18 % in de beoordelingsperiode, nam het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie echter iets af met 0,7 procentpunt in de beoordelingsperiode. Het marktaandeel daalde van 71,9 % in 2012 tot 71,2 % in het TNO. De investeringen namen tijdens de beoordelingsperiode met 11 % toe en het rendement van investeringen van 18,6 % in 2012 tot 31,6 % in het TNO. Terwijl de productiviteit stabiel bleef, steeg de werkgelegenheid net als het productie- en het verkoopvolume, namelijk met 17 % tijdens de beoordelingsperiode.

(168)

Sommige schade-indicatoren zijn afzonderlijk geanalyseerd voor het OEM- en het AM-segment. Uit het onderzoek bleek dat de bedrijfstak van de Unie, in overeenstemming met de algemene ontwikkeling van de markt van de Unie, de verkopen in het OEM-segment aanzienlijk verhoogde en die in het AM-segment verlaagde. De winstgevendheid werd aangemerkt als positief in het OEM- en het AM-segment, ondanks de afname van het verkoopvolume in het laatstgenoemde segment.

(169)

Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie geen aanmerkelijke schade lijdt in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

F.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING OF VOORTZETTING VAN SCHADE

(170)

Het onderzoek heeft ook aangetoond dat de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tegen dumpingprijzen heeft plaatsgevonden en dat het waarschijnlijk is dat de dumping wordt voortgezet indien de maatregelen komen te vervallen.

(171)

Aangezien de bedrijfstak van de Unie geen aanmerkelijke schade heeft geleden, werd onderzocht of een herhaling van schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen ten aanzien van de VRC komen te vervallen, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening.

(172)

Om de waarschijnlijkheid van herhaling van schade vast te stellen, zijn de volgende elementen geanalyseerd: de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in China, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, het uitvoergedrag van Chinese producenten-exporteurs in andere derde landen, inclusief het bestaan van antidumping- of compenserende maatregelen voor aluminium wielen in andere derde landen, de verkoop op de Chinese binnenlandse markt, de volumes en de prijzen van de invoer uit China op de markt van de Unie, waaronder die in het kader van de regeling actieve veredeling. Bij de analyse werd ook rekening gehouden met de stijging van het verbruik in de Unie en de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode.

Productiecapaciteit en reservecapaciteit in China

(173)

Uit de analyse in de overwegingen 55 tot en met 74 is gebleken dat de reservecapaciteit in China aanzienlijk was. De reservecapaciteit werd geschat op 42 tot 60 miljoen eenheden. De laagste schatting van deze reservecapaciteit staat al gelijk aan meer dan 80 % van de productie in de Unie, die tijdens het TNO 50,5 miljoen eenheden bedroeg. Bovendien is dit ongeveer 60 % van het hele verbruik van de Unie tijdens het TNO, dat 70 miljoen eenheden bedroeg.

Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(174)

Zoals blijkt uit de overwegingen 77 en 78, heeft China ook aanzienlijke hoeveelheden uitgevoerd naar onder andere de VS, Canada, India, Japan en Mexico. De prijzen die de medewerkende producenten-exporteurs op de belangrijkste uitvoermarkten hanteerden, waren deels lager dan de prijzen van dezelfde producenten-exporteurs in de Unie. Daarom is de markt van de Unie relatief aantrekkelijk omdat de Chinese producenten-exporteurs hogere winsten kunnen behalen. Hieruit valt te concluderen dat het zeer aantrekkelijk is om deze uitvoer naar de Unie te verleggen indien de maatregelen worden ingetrokken. Het gaat hier naar schatting om 14 miljoen eenheden tijdens het TNO (36), ofwel 20 % van het verbruik in de Unie en ongeveer 28 % van het productie- en verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie.

(175)

Bovendien wordt nogmaals gewezen op de conclusies in de overwegingen 89 tot en met 92 betreffende de binnenlandse verkoop in de VRC, namelijk dat in de eerste plaats de binnenlandse markt van de VRC de reservecapaciteit niet kan absorberen en dat in de tweede plaats de aanzienlijke prijsverschillen een verlegging van de binnenlandse verkoop naar de Unie waarschijnlijk maken.

(176)

De automobielindustrie van de Unie was reeds afnemer van de Chinese producenten-exporteurs tijdens het TNO en had deze nauwe zakenrelaties bestendigd. Zoals vermeld in overweging 111, moeten de Chinese leveranciers produceren volgens de specifieke technische normen van de afnemers in de Unie. De vier in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs leverden vrijwel uitsluitend aan het OEM-segment en waren in dit segment dus al actief als volledig gecertificeerde leveranciers.

(177)

Zoals blijkt uit overweging 113 bedroeg de totale invoer afkomstig van de Chinese producenten-exporteurs in het OEM-segment ongeveer 1,6 miljoen eenheden tijdens het TNO. Overwegende dat, zoals vermeld in overweging 14, de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs goed waren voor ongeveer 40 % van de totale invoer vanuit China tijdens het TNO (d.w.z. ongeveer 880 000 eenheden) en overwegende dat deze exporteurs een OEM-certificering hadden, kan worden geconcludeerd dat ongeveer de helft van de totale invoer in de OEM-sector afkomstig was van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs, terwijl de andere helft afkomstig was van niet in de steekproef opgenomen of niet-medewerkende producenten-exporteurs. Dit betekent dat een groot deel van de andere Chinese producenten-exporteurs waarover geen informatie beschikbaar was, gecertificeerde producenten zijn die momenteel uitvoeren naar het OEM-segment in de Unie.

(178)

Op deze basis kan redelijkerwijze worden geconcludeerd dat ten minste een deel van de Chinese reservecapaciteit reeds op korte termijn beschikbaar zal zijn voor uitvoer naar de Unie.

Prijsbeleid op de markten van andere derde landen

(179)

Ook het prijsniveau van de Chinese uitvoer op de markten van andere derde landen is geanalyseerd om een indicatie te hebben van het waarschijnlijke prijsniveau op de markt van de Unie indien de maatregelen worden ingetrokken. Het prijsbeleid op de markten van andere derde landen werd beschouwd als een redelijke indicator voor het toekomstige prijsbeleid op de markt van de Unie, gezien de grote en representatieve hoeveelheden die worden uitgevoerd naar deze markten waar de toegang tijdens de beoordelingsperiode van dit nieuwe onderzoek onbeperkt was. Bovendien waren gegevens per productsoort beschikbaar gesteld door de medewerkende producenten-exporteurs. De uitvoerprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs op de markten van andere derde landen werden vergeleken met de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie voor de overeenkomstige productsoorten. Uit deze gedetailleerde prijsvergelijking bleek dat tijdens het TNO de Chinese prijzen op de markten van de andere derde landen van 7,4 miljoen eenheden gemiddeld ongeveer 30 % lager waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie. Dit significante prijsverschil in combinatie met de aanzienlijke beschikbare reservecapaciteit in China vormt een sterke prikkel voor de Chinese producenten-exporteurs om de uitvoer snel naar de markt van de Unie te verleggen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

(180)

Er zijn al handelsbeschermingsmaatregelen tegen de invoer van Chinese aluminium wielen opgelegd op andere belangrijke markten, namelijk in Australië (antidumping- en compenserende maatregelen) en recentelijk ook in India (antidumpingmaatregelen), wat ook betekent dat de toegang tot deze markten voor de Chinese producenten-exporteurs beperkt is. Bovendien is bij het huidige onderzoek vastgesteld dat de dumping tijdens het TNO in aanzienlijke mate werd voortgezet. Gezien het vergelijkbare prijsbeleid op de markten van andere derde landen is er daarom geen reden om aan te nemen dat de Chinese tariefpraktijken zouden veranderen indien de maatregelen van de Unie worden ingetrokken.

(181)

Volgens de informatie uit het verzoek om een nieuw onderzoek kan de waarschijnlijke ontwikkeling van de marktsituatie in de Unie indien de maatregelen worden ingetrokken ook worden aangetoond door de ontwikkeling van de situatie in de VS, waar geen antidumpingmaatregelen van kracht zijn. In de VS hebben de Chinese producenten-exporteurs meer dan 50 % van het marktaandeel veroverd, wat heeft geleid tot de sluiting van meer dan 20 binnenlandse producenten. Opgemerkt moet worden dat de belangrijkste autoproducenten fabrieken en inkooporganisaties in de VS en in de Unie hebben, hetgeen wil zeggen dat dezelfde groepen ondernemingen op beide markten actief zijn en dat het waarschijnlijk is dat zij dezelfde strategieën zullen toepassen wanneer zij worden geconfronteerd met grote hoeveelheden laaggeprijsde invoer vanuit China.

(182)

Eén belanghebbende betoogde dat de beschikbare reservecapaciteit in China alleen aluminium wielen van het AM-segment betreft, en dat er geen reservecapaciteit voor OEM-wielen is omdat de vraag is gestegen. Volgens hem is het aantal Chinese OEM-wielen daarom beperkt en is het niet waarschijnlijk dat er grote volumes kunnen worden verkocht op de markt van de Unie, waar het OEM-segment de overhand heeft. Deze belanghebbende vroeg zich ook af hoe de Chinese reservecapaciteit in het OEM-segment is vastgesteld en welke Chinese producenten als gecertificeerd waren aangemerkt.

(183)

Zoals uiteengezet in overweging 177 is ongeveer 50 % van de Chinese uitvoer naar het OEM-segment in de Unie afkomstig van de niet in de steekproef opgenomen en niet-medewerkende producenten-exporteurs in China. Dit betekent dat een groot deel van de andere Chinese producenten-exporteurs waarover geen informatie beschikbaar was, gecertificeerde producenten zijn die momenteel uitvoeren naar het OEM-segment in de Unie. Op deze basis is geconcludeerd dat ten minste een deel van de Chinese reservecapaciteit reeds op korte termijn beschikbaar zal zijn voor uitvoer naar het OEM-segment in de Unie.

(184)

Verscheidene Chinese producenten-exporteurs brachten naar voren dat het feit dat bepaalde productsoorten lager geprijsd zijn in andere uitvoermarkten, niet kan worden gezien als een prikkel voor de Chinese producenten-exporteurs om deze uitvoer naar de markt van de Unie te verleggen indien de maatregelen worden ingetrokken. Volgens hen heeft de Commissie bij de analyse van het Chinese prijsbeleid ten onrechte geen rekening gehouden met productsoorten waarvan de prijzen van de Chinese exporteurs op de markten van andere derde landen hoger waren dan die van dezelfde soort die door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie werd verkocht, hetgeen resulteerde in een aanzienlijke overschatting van de potentiële prijsonderbieding, die volgens hen in werkelijkheid slechts 0,45 % bedroeg. Voorts betoogden deze belanghebbenden dat de andere uitvoermarkten hogere winsten opleveren dan de uitvoer naar de markt van de Unie, en dat de Chinese exporteurs hun zakenrelaties op de Chinese binnenlandse markt en op de markten van de andere derde landen moeten onderhouden. Ook stellen zij dat de Chinese exporteurs een compleet productengamma aan hun afnemers moeten kunnen leveren op die markten en dat er daarom voor hen geen prikkel is om de uitvoer van bepaalde productsoorten te verleggen naar de Unie met als enige reden dat de prijzen op de markt van de Unie hoger zijn. Daarom was er volgens hen geen risico van een aanzienlijke toename van invoer uit China indien de maatregelen komen te vervallen.

(185)

In de eerste plaats was het doel van de analyse van de Commissie zoals omschreven in overweging 179 om de verschillen vast te stellen tussen de prijzen op de markt van de Unie enerzijds en die op de markten van andere derde landen anderzijds voor soortgelijke productsoorten, om zo een indicatie te hebben van het waarschijnlijke prijsniveau van de invoer vanuit China op de markt van de Unie indien de maatregelen worden ingetrokken, en niet om de prijsonderbiedingsmarges vast te stellen. Uit dit prijsverschil blijkt ook dat de Chinese producenten-exporteurs tot de markt van de Unie kunnen toetreden met aanzienlijk lagere prijzen dan die van de bedrijfstak van de Unie, maar die nog altijd hoger zijn dan de prijzen op de markt van andere derde landen. Dit vormt een sterke prikkel voor de Chinese producenten-exporteurs om naar de markt van de Unie uit te voeren, ook rekening houdend met onder meer de grote reservecapaciteit in China. In de tweede plaats is het argument dat de producenten-exporteurs aan de afnemers in andere markten een volledig productengamma moeten leveren niet onderbouwd. Uit het onderzoek is juist gebleken dat voor elk producttype een afzonderlijke aanbestedingsprocedure wordt gehouden en dat afnemers dezelfde productsoorten van verschillende leveranciers betrekken, wat geen steun geeft aan de bewering dat aan dezelfde afnemer een breed productengamma moet worden aangeboden. Daarom worden deze argumenten afgewezen.

(186)

Dezelfde belanghebbenden beweerden ook dat het bestaan van handelsbeschermingsmaatregelen tegen de invoer van Chinese aluminium autowielen in Australië en India irrelevant is en dat uit het bestaan van handelsbeschermingsmaatregelen in specifieke markten geen conclusies kunnen worden getrokken over het prijsbeleid op andere markten, dat alleen kan worden vastgesteld door middel van onderzoek door de daartoe bevoegde autoriteiten. Voorts brachten deze belanghebbenden naar voren dat handelsbeschermingsmaatregelen worden opgelegd op basis van gegevens over een onderzoekstijdvak in het verleden, terwijl een onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen moet worden gebaseerd op een toekomstgerichte analyse. Tot slot waren volgens deze belanghebbenden India en Australië slechts kleine uitvoermarkten voor de Chinese producenten-exporteurs en was de uitvoer naar deze bestemmingen ondanks de oplegging van maatregelen stabiel gebleven omdat de binnenlandse bedrijfstak van deze landen onvoldoende productiecapaciteit had. Daarom betoogden deze belanghebbenden dat de oplegging van antidumpingmaatregelen in deze landen geen indicatie was voor een mogelijke verlegging van de uitvoer van deze markten naar de Unie.

(187)

In tegenstelling tot hetgeen beweerd wordt, heeft de Commissie de Australische of Indiase onderzoeken niet gebruikt om aan te tonen dat de dumping op de markt van de Unie zal worden voortgezet. Niettemin blijkt uit het bestaan van handelsbeschermingsmaatregelen op deze markten dat de toegang tot deze markten beperkt is. Wat de potentiële verlegging van de uitvoer naar de Unie betreft, is Australië niet meegeteld bij het schatten van de volumes. Wat India betreft, was het nog te vroeg om conclusies te trekken over een precies effect, omdat de antidumpingmaatregelen pas in 2015 zijn opgelegd. Toch is het, zoals reeds werd opgemerkt, waarschijnlijk dat ten minste een deel van deze hoeveelheden naar de markt van de Unie wordt verlegd. Bovendien was India tijdens het TNO een van de grootste uitvoermarkten voor deze Chinese producenten-exporteurs; de uitvoer is van hetzelfde niveau als de totale Chinese uitvoer naar de Unie in dezelfde periode en is daarom niet onbeduidend. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(188)

Dezelfde partijen betoogden bovendien dat het ontbreken van antidumpingmaatregelen in de VS erop wijst dat de Chinese producenten-exporteurs op deze markt geen oneerlijke handelspraktijken toepassen. Voorts merkten zij op dat de toename van de Chinese invoer en van de invoer uit andere derde landen vooral het gevolg was van een tekort aan aanvoer door de binnenlandse bedrijfstak van markt van de VS. Zij beweerden dat het faillissement van een aantal grote producenten in de VS in 2009 het gevolg was van de wereldwijde financiële crisis en niet van de invoer uit China. Tot slot brachten deze partijen naar voren dat hoewel de belangrijkste autoproducenten in de VS fabrieken en inkooporganisaties in de VS en in de Unie hebben, hetgeen wil zeggen dat dezelfde groepen ondernemingen op beiden markten actief zijn, het niet waarschijnlijk was dat zij in beide markten dezelfde strategieën zouden toepassen ten aanzien van de invoer vanuit China.

(189)

In de eerste plaats had de Commissie niet als doel vast te stellen of er in de VS sprake was van oneerlijk geprijsde invoer afkomstig van Chinese producenten-exporteurs. Niettemin blijkt uit de situatie in de VS dat de gebruikers, wanneer zij geconfronteerd werden met de laaggeprijsde invoer vanuit China, van leverancier wisselden en dat de binnenlandse bedrijfstak grotendeels verdween van die markt. Uit het onderzoek bleek dat het verwachte prijsniveau van de Chinese invoer in de Unie — indien de maatregelen komen te vervallen — 8 tot 30 % lager zou zijn dan het huidige prijsniveau van de bedrijfstak van de Unie. Bij de uitvoerprijzen naar de markt van de Unie bleek bovendien sprake te zijn van aanmerkelijke dumping. De bewering dat de sluiting van de binnenlandse producenten in de VS en het verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de VS niet het gevolg was van de opkomst van de Chinese invoer maar van de financiële crisis, is niet onderbouwd en wordt daarom verworpen. Zelfs in een situatie van een economische neergang zijn de Chinese producenten-exporteurs er immers in geslaagd hun marktaandeel in de VS te vergroten. Dus zelfs al kan de financieel-economische crisis gevolgen hebben gehad voor de positie van de binnenlandse producenten in de VS, dan nog heeft de toename van de laaggeprijsde invoer vanuit China deze situatie aanzienlijk verergerd. Ook het argument dat dezelfde autofabrikant verschillende inkoopstrategieën in de Unie dan in de VS zou toepassen, is niet onderbouwd en wordt daarom verworpen. Zoals uiteengezet in overweging 181 zijn de belangrijkste autoproducenten op beide markten actief en kopen zij wielen voor hun fabrieken in de VS en de Unie, en er zijn geen objectieve redenen om aan te nemen dat zij verschillende strategieën ten aanzien van de invoer uit China zouden toepassen indien de heffingen worden ingetrokken en het prijspeil voor de gebruikers op beide markten gelijk is. Daarom wordt vastgehouden aan het standpunt dat de ontwikkeling van de markt van de VS laat zien hoe de marktsituatie in de Unie zich waarschijnlijk zal ontwikkelen indien de maatregelen worden ingetrokken.

Chinese prijzen op de markt van de Unie

(190)

Zoals vermeld in overweging 123 zouden de prijzen van de invoer afkomstig van de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs op de markt van de Unie, na aftrek van de antidumpingrechten, de verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie onderbieden met 8,0 %. Het resultaat is nog pregnanter wanneer het OEM-segment en het AM-segment afzonderlijk worden beschouwd; in dat geval bedragen de onderbiedingsmarges 12,4 % in het AM-segment en 8,7 % in het OEM-segment. Voor de niet in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs zou de prijsonderbiedingsmarge op basis van de Eurostat-gegevens 7,5 % zijn. Wat de invoer in het kader van de regeling actieve veredeling betreft, zoals vermeld in overweging 124, bleek de gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van dezelfde orde van grootte te zijn, namelijk 7,6 %. Er moet echter op worden gewezen dat laatstgenoemde marge — zoals reeds vermeld in overweging 124 — is gebaseerd op gemiddelde prijzen, zonder onderscheid tussen de verschillende productsoorten, en dat het slechts een zeer kleine hoeveelheid betreft, namelijk 0,6 % van het verbruik van de Unie tijdens het TNO. Daarentegen is, zoals opgemerkt in overweging 179, het prijsverschil tussen de Chinese prijzen voor de VS, Japan en India en de prijzen van de bedrijfstak van de Unie gebaseerd op informatie van de medewerkende Chinese producenten-exporteurs en zijn bij de berekeningen de verschillende productsoorten in aanmerking genomen. Daarom waren deze berekeningen nauwkeuriger en waren ze aan te merken als een betere indicatie van mogelijke toekomstige geldende prijsniveaus van de Chinese producenten-exporteurs indien de maatregelen zouden vervallen, dan de berekeningen van de prijzen voor de invoer in het kader van de regeling actieve veredeling, die slechts op gemiddelden waren gebaseerd.

Effect op de situatie van de bedrijfstak van de Unie

(191)

Op basis van bovenstaande feiten kan worden geconcludeerd dat indien de maatregelen worden ingetrokken, het waarschijnlijk is dat de invoer uit China zal worden hervat in aanzienlijke hoeveelheden en tegen dumpingprijzen die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk onderbieden (tussen 8 % en ongeveer 30 %), en aldus de prijzen op de markt zullen drukken. Er moet rekening worden gehouden met een strategie van de Chinese producenten-exporteurs om op de markt van de Unie te verkopen tegen prijzen die 8-30 % lager zijn dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie, omdat zij hierdoor een marktaandeel zouden kunnen verwerven in de Unie, die een aantrekkelijk markt is, en tevens kunnen verkopen tegen prijzen die hoger liggen dan in de VS (en markten van andere derde landen).

(192)

Bijgevolg is het waarschijnlijk dat de bedrijfstak van de Unie productie- en verkoopvolume en marktaandeel op de markt van de Unie verliest. Het is aannemelijk dat deze ontwikkeling schadelijke gevolgen voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie heeft, aangezien in een dergelijke bedrijfstak, met een inelastische kostenstructuur en hoge vaste kosten, een afname van de productie- en verkoopvolumes in combinatie met een verlaging van de verkoopprijzen, de winstgevendheid duidelijk negatief zal beïnvloeden. Dit was het geval tijdens het oorspronkelijke onderzoek, waarin de Chinese prijsniveaus daalden met 8 %, wat leidde tot een verhoging van de volumes van de invoer uit China van 3,7 miljoen naar 6,1 miljoen eenheden (zijnde een vergroting van het marktaandeel van 6,3 % tot 12,4 %), waardoor de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade leed. Toen reageerde de bedrijfstak van de Unie met een daling van de productie (– 24 %), van de verkoop (– 21 %) en van de prijzen (– 6 %), hetgeen leidde tot een daling van de winstgevendheid van 3,2 % tot – 5,4 %. De Chinese prijsdaling tijdens het oorspronkelijke onderzoek stemt overeen met de prijsonderbiedingsmarge tijdens het TNO voor de invoer afkomstig van de medewerkende Chinese producenten-exporteurs na aftrek van de gebleken antidumpingrechten. Gezien de aanzienlijk lagere prijsniveaus op de markt van de VS (en de markten van andere derde landen) is het aannemelijk dat de prijsdaling van de invoer vanuit China, indien de maatregelen worden ingetrokken, van een hoger niveau zal zijn. In het conservatieve scenario waarin de prijzen van de invoer uit China dalen met 15 %, zal het gevolg voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk wezenlijk ernstiger zijn dan hetgeen werd vastgesteld tijdens het oorspronkelijke onderzoek, en waarschijnlijk neerkomen op een daling van ongeveer 16 procentpunten.

(193)

Enkele belanghebbenden brachten naar voren dat de verwijzing naar de situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens het oorspronkelijke onderzoek irrelevant was, omdat de marktomstandigheden sterk veranderd zijn en de invoer nu nodig is om aan de vraag in de Unie te voldoen. Zij betoogden dat de vraag in de Unie zal blijven stijgen en dat deze de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie steeds meer te boven zal gaan. Daarom zouden de mogelijke gevolgen van een toenemende invoer niet meer dezelfde zijn als tijdens de beoordelingsprocedure van het oorspronkelijke onderzoek.

(194)

Uit het onderzoek is inderdaad gebleken dat de situatie van de markt van de Unie is veranderd sinds het oorspronkelijke onderzoek, en dat met name het verbruik een stijgende tendens liet zien tijdens de beoordelingsperiode van het huidige onderzoek, terwijl het verbruik tijdens het oorspronkelijke onderzoek daalde. Anderzijds is uit het onderzoek ook gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zijn productiecapaciteit heeft vergroot en zal blijven vergroten om aan de stijgende tendens in het verbruik te voldoen, en dat het verschil tussen het verbruik van de Unie en de productiecapaciteit daarom niet toeneemt. Bovendien liet het onderzoek zien dat — in weerwil van beweringen van bepaalde belanghebbenden dat de markt van aluminium wielen wordt bepaald door de eisen van de afnemers voor specifieke technische kwalificaties — er ook sprake is van een sterke prijsconcurrentie tussen de leveranciers op de markt. Dit wordt ook bevestigd door het feit dat de bedrijfstak van de Unie de stijging in het verbruik niet volledig kon benutten en slechts in staat was om zijn marktaandeel relatief stabiel te houden met een lichte daling tijdens de beoordelingsperiode. Hieruit blijkt dat het zelfs met een stijgend verbruik onjuist is om aan te nemen dat de bedrijfstak van de Unie hiervan automatisch volledig zou profiteren en in staat zou zijn om met de volledige capaciteit te produceren. Tijdens het oorspronkelijke onderzoek kwam laaggeprijsde invoer met dumping op de markt van de Unie en nam deze marktaandelen van de bedrijfstak van de Unie over. Gezien de waarschijnlijke prijsonderbiedingsmarges (tussen 8 en 30 %) en gezien de grote reservecapaciteit in China, is het zeer waarschijnlijk dat de laaggeprijsde invoer afnemers van de bedrijfstak van de Unie zal aantrekken en dat het marktaandeel ervan zal toenemen, ondanks het gestegen verbruik. Daarom vormt de verwijzing naar het oorspronkelijke onderzoek een bruikbare referentie en worden de argumenten van de belanghebbenden verworpen.

(195)

In het aannemelijke scenario dat veel invoer tegen dumpingprijzen vanuit China op de markt van de Unie zal komen indien de rechten worden ingetrokken, is het dan ook redelijk te verwachten dat het effect op de bedrijfstak van de Unie vergelijkbaar zal zijn met het effect dat werd waargenomen tijdens het oorspronkelijke onderzoek, namelijk gevolgen voor de volumes en de prijzen. Op basis van de feiten van dit onderzoek kan inderdaad worden geconcludeerd dat de waarschijnlijke prijsdaling (tussen 8 en 30 %), de stijging van de productiekosten (door de daling van de productievolumes) en de vermindering van de verkoopvolumes (omdat de Chinese producenten hun marktaandeel weer zullen vergroten) de winstgevendheid naar een neutraal of negatief niveau zal brengen, en in elk geval onder de streefwinst van het oorspronkelijke onderzoek (3,2 %).

(196)

Een bijkomende overweging werd gebaseerd op de berekening van een geen schade veroorzakende prijs van de bedrijfstak van de Unie op basis van zijn gemiddelde productiekosten tijdens het TNO en de bovengenoemde streefwinst van het oorspronkelijke onderzoek, in het conservatieve scenario dat nog steeds een redelijk winstniveau inhoudt. In dit verband betoogde de bedrijfstak van de Unie echter dat een winstniveau van 3,2 % geen garantie voor de overleving van de bedrijfstak op lange termijn vormt, en noemde 10 % een redelijk winstniveau in deze kapitaalintensieve bedrijfstak. Op basis van een streefwinst van 3,2 % bedroeg de berekende geen schade veroorzakende prijs gemiddeld 48,26 EUR per eenheid. Er zij aan herinnerd dat de Chinese producenten-exporteurs, wanneer er geen rechten worden geheven, naar alle waarschijnlijkheid aan de Unie zullen kunnen verkopen voor prijzen die ten minste 8 % lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie liggen, en mogelijkerwijze tot 30 % lager. Zelfs indien de prijzen van de invoer uit China slechts 8 % lager zijn, zal de bedrijfstak van de Unie om de concurrentie aan te gaan zijn verkoopprijzen moeten verlagen tot een lager niveau dan de hierboven vastgestelde geen schade veroorzakende prijs, waardoor het schade veroorzakende niveau van de waarschijnlijke invoerprijzen wordt bevestigd. De situatie zou zelfs nog dramatischer zijn indien de invoerprijzen nog meer zouden dalen, hetgeen — zoals blijkt uit bovenstaande analyse van de Chinese prijzen — waarschijnlijk is.

(197)

Hierdoor zouden de investeringen van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk afnemen, wat niet alleen gevolgen zou hebben voor de productiecapaciteit, maar ook de technologische ontwikkeling van de bedrijfstak van de Unie zou schaden. Dit zou dan ook kunnen leiden tot fabriekssluitingen en banenverlies in de Unie. Deze situatie zou nog worden verergerd door de omstandigheid dat, zoals vermeld in overweging 162, de bedrijfstak van de Unie al in de beoordelingsperiode heeft geïnvesteerd in capaciteitsuitbreiding. Elk verlies van het verkoop- en productievolume door een toename van de geïnstalleerde capaciteit zal de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie nog meer schaden.

(198)

Belanghebbenden beweerden dat aangezien de markt van de Unie niet voldoende aantrekkelijk zou zijn voor de Chinese producenten-exporteurs om hun uitvoer naar andere derde landen te verleggen naar de markt van de Unie indien de maatregelen worden ingetrokken, de bedrijfstak van de Unie zelfs bij het uitblijven van maatregelen zijn verkoopvolume en marktaandeel zou behouden. Daarom betwistten deze partijen de beschreven gevolgen van de toename van de invoer vanuit China op te situatie van de bedrijfstak van de Unie, met name wat de investeringen en het banenverlies betreft. Zij betoogden dat de bedrijfstak van de Unie zijn verkoopvolumes en winstniveau zal behouden gezien de door hem ingeroepen capaciteitsbeperkingen.

(199)

Dit argument was gebaseerd op de bewering dat Chinese producenten-exporteurs hogere winsten zouden behalen op de markten van andere derde landen en er economisch belang bij hadden om hun afnemers in deze markten van derde landen te behouden. Deze beweringen zijn niet onderbouwd met bewijsmateriaal, noch bevestigd door het onderzoek. In tegenstelling tot hetgeen werd beweerd, is uit de bevindingen van het onderzoek duidelijk gebleken dat bij het uitblijven van maatregelen de invoer vanuit China waarschijnlijk weer zal worden hervat, zoals in de overwegingen 75 tot en met 96 gedetailleerder wordt omschreven. Het is waarschijnlijk dat bij deze invoer aanzienlijk lagere prijzen worden gehanteerd dan die van de bedrijfstak van de Unie, en dat deze verkopen te koste gaan van aanzienlijke verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie, zoals nader wordt uitgewerkt in de overwegingen 199 tot en met 242. Op basis van deze feiten worden de argumenten van de belanghebbende in dit kader verworpen.

(200)

Wanneer de waarschijnlijkheid van de herhaling van schade afzonderlijk voor het OEM- en het AM-segment wordt vastgesteld, zou het beeld — aangezien de Chinese producenten-exporteurs steeds meer overstappen naar het OEM-segment — niet significant anders zijn. Het is te verwachten dat de markttendens in de richting van het OEM-segment in de toekomst blijft voortduren. Daarom kan ook worden verwacht dat de tendens van toenemende invoer vanuit China naar het OEM-segment zal voortduren en dat daarom de belangrijkste prijsdruk door de Chinese invoer ook in dit segment merkbaar zal zijn. Dit zal waarschijnlijk een aanmerkelijk effect hebben op de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie en op zijn totale situatie zoals omschreven in de overwegingen 191 tot en met 197.

(201)

Verscheidene belanghebbenden betoogden dat er geen gevaar van verlegging van de Chinese uitvoer van aluminium wielen naar de Unie bestond omdat de vraag naar aluminium wielen, zowel in China als wereldwijd naar verwachting zal toenemen. Deze partijen voerden aan dat de vraag op de Chinese binnenlandse markt tussen 2016 en 2020 zou toenemen met naar schatting 14 miljoen eenheden en de wereldwijde vraag met 23 miljoen eenheden. Op grond hiervan werd aangevoerd dat deze markten de Chinese reservecapaciteit kunnen absorberen.

(202)

Deze argumenten zijn gebaseerd op de veronderstelling dat de mondiale en de Chinese capaciteit constant zouden blijven. Er zijn echter aanwijzingen dat ondernemingen in China en andere derde markten hun productiecapaciteit hebben verhoogd om aan de toenemende vraag te voldoen. Zoals uiteengezet in overweging 89, hebben alleen al de vier in de steekproef opgenomen groepen in de beoordelingsperiode hun totale capaciteit verhoogd met 16 miljoen eenheden. Zoals uiteengezet in de overwegingen 75 tot en met 82, is bovendien uit het onderzoek gebleken dat de markt van de Unie qua prijsniveau voor China een aantrekkelijke uitvoermarkt is in vergelijking met andere uitvoermarkten. Dit geldt ook voor de Chinese binnenlandse markt, waar het gemiddelde prijsniveau aanzienlijk lager is dan in de Unie. Op basis hiervan zullen de Chinese exporteurs een sterke prikkel hebben om hun uitvoer te verleggen naar de Unie in plaats van naar andere uitvoermarkten of hun eigen binnenlandse markt. Bovendien — zoals vermeld in overweging 78 — heeft India, een van de belangrijkste uitvoermarkten van China, in mei 2015 antidumpingrechten ingesteld en is een verlegging van de uitvoer naar de Unie daarom zeer waarschijnlijk indien de maatregelen zouden komen te vervallen. Ook in Australië zijn antidumping- en compenserende rechten tegen China van kracht.

(203)

In elk geval zou de bestaande aanzienlijke reservecapaciteit in China — zoals vastgesteld in overweging 74 — veel groter zijn dan nodig is voor de geschatte stijging van de wereldwijde vraag. Daarom werden deze argumenten afgewezen.

(204)

Dezelfde partijen beweerden ook dat de Chinese invoer de prijzen van de bedrijfstak van de Unie niet onderbood. Verder voerden zij aan dat de Chinese prijzen van aluminium wielen bij de uitvoer naar andere markten hoger waren dan de prijzen bij uitvoer naar de Unie, en dat de markt van de Unie daarom niet aantrekkelijk is voor de Chinese uitvoer.

(205)

In overweging 123 is reeds uiteengezet dat wanneer de invoerprijzen van de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs in aanmerking werden genomen zonder de antidumpingrechten, de prijsonderbiedingsmarges ongeveer 8,0 % bedroegen. De gemiddelde prijsonderbiedingsmarge die op basis van Eurostat was vastgesteld voor de niet in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs, bedroeg 7,5 %. Ook is, zoals uiteengezet in de overwegingen 75 tot en met 92 en 202, in het onderzoek vastgesteld dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor de Chinese uitvoer. Derhalve werd dit argument afgewezen.

(206)

Verscheidene partijen brachten naar voren dat de invoer van het betrokken product vanuit China tijdens het TNO alleen gebeurde in beperkte hoeveelheden, en slechts beperkt aanwezig waren op de markt van de Unie. Op die basis zetten deze partijen vraagtekens bij de conclusie van de Commissie dat de Chinese producenten-exporteurs hun klantenbestand in het OEM-segment sinds het oorspronkelijke onderzoek hadden gehandhaafd. Tot slot benadrukten zij dat de Chinese producenten-exporteurs in het AM-segment en in totaal verkoopvolumes en marktaandeel hadden verloren.

(207)

De bovenstaande argumenten zijn op zichzelf niet in strijd met de bevindingen van de Commissie over de marktvolumes. Opgemerkt moet worden dat deze belanghebbenden, zoals bevestigd door het onderzoek, niet ontkenden dat de verkopen naar het OEM-segment waren toegenomen sinds het OT van het oorspronkelijke onderzoek. Op basis van deze tendens hebben deze belanghebbenden geen redelijke verklaring of bewijs geleverd ter onderbouwing van het argument dat de Chinese producenten-exporteurs hun OEM-klantenbestand hadden verloren sinds het OT van het oorspronkelijke onderzoek. De situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO is omschreven in de overwegingen 132 tot en met 169. Aangezien geconcludeerd is dat de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO geen aanmerkelijke schade had geleden, is het argument dat de Chinese invoer geen druk op de markt van de Unie uitoefende, achterhaald. De waarschijnlijke ontwikkeling die de Chinese invoer naar de Unie zou doormaken indien de maatregelen vervallen, is geanalyseerd in de overwegingen 54 tot en met 96, en de waarschijnlijke effecten van deze invoer in de overwegingen 191 tot en met 200. De betrokken partijen hebben geen nadere precisering gegeven bij hun algemeen argument en in het bijzonder welk deel van de analyse van de Commissie wordt betwist. Daarom worden deze argumenten afgewezen. Tot slot, met betrekking tot het argument dat de verwachte vraag naar aluminium autowielen de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie overschrijdt, wordt opgemerkt dat het doel van de maatregelen niet is om de bedrijfstak van de Unie een marktaandeel van 100 % te garanderen of om op een andere manier invoer te voorkomen. Daarom wordt ook dit argument afgewezen.

(208)

Dezelfde partijen argumenteerden dat als gevolg van het verschil tussen de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie en de vraag op te markt van de Unie, elke toename van invoer vanuit China vooral in concurrentie zal komen met andere bronnen van invoer, en in het bijzonder Turkije, vooral omdat de producenten in de Unie steeds meer overgaan tot technisch geavanceerde producten, die naar verluidt niet worden geproduceerd in China of in de andere derde landen.

(209)

Dit argument was niet onderbouwd. Uit het onderzoek is juist gebleken dat zowel de Chinese producenten als de producenten in de andere derde landen deze technologisch geavanceerde producten ook vervaardigen. Bovendien was de gemiddelde prijs van de invoer vanuit Turkije, zoals bleek uit de overwegingen 130 en 150, lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en hebben de afnemers van de bedrijfstak van de Unie een veel grotere prikkel om over te stappen naar Chinese leveranciers dan de afnemers van de Turkse leveranciers. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(210)

Dezelfde partijen voerden ook aan dat de prijzen van de invoer vanuit China naar Duitsland (volgens hen de grootste markt voor aluminium autowielen in de Unie) hoger waren dan de invoerprijzen vanuit Turkije, en dat de Chinese prijzen volgens Eurostat-gegevens ook hoger waren dan de verkoopprijzen in een aantal lidstaten van de Unie. Er werd prijsinformatie verschaft voor het TNO, voor 2015 en voor het eerste kwartaal van 2016. Op deze basis beweerden de partijen dat de Chinese invoer geen prijsdruk op de bedrijfstak van de Unie uitoefende. Verder betoogden de partijen dat de prijsonderbiedingsmarges van de Chinese invoer een dalende tendens lieten zien en dat op deze basis kan worden geconcludeerd dat er in 2016 geen prijsonderbieding of prijsbederf zou zijn, zelfs als de antidumpingrechten van de verkoopprijzen zouden worden afgetrokken.

(211)

In de eerste plaats wordt overeenkomstig artikel 3 en artikel 4, lid 1, van de basisverordening de analyse van de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie, het schadebeeld en de waarschijnlijkheid van de herhaling van schade gebaseerd op de beoordeling van de markt van de Unie in haar geheel en de bedrijfstak van de Unie in zijn geheel. De verkoopprijzen in bepaalde regio's van de Unie kunnen daarom niet afzonderlijk in aanmerking worden genomen. De betrokken partijen hebben niet beweerd of aangetoond dat aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, onder b), van de basisverordening is voldaan.

(212)

In de tweede plaats was dit argument in elk geval gebaseerd op een vergelijking van gemiddelde prijzen per kilo, zonder de verschillen tussen de producttypes in aanmerking te nemen. Zoals uiteengezet in overweging 123, wees de analyse op basis van de volledige gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en de producenten in de Unie op een prijsonderbiedingsmarge van 8,0 %.

(213)

In de derde plaats was het argument dat de onderbiedings- en prijsbederfmarges negatief zouden worden in 2016, gebaseerd op louter veronderstellingen die niet met bewijsmateriaal werden onderbouwd. Daarom worden deze argumenten afgewezen.

(214)

Dezelfde partijen beweerden ook dat het intrekken van de antidumpingmaatregelen niet zal leiden tot een schadelijke prijsdruk, omdat volgens hen een eventueel gebrek aan winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie werd veroorzaakt door een hoog kostenniveau, dat niet samenhangt met de grondstofkosten. Verder betoogden zij dat de bedrijfstak van de Unie door het rationaliseren van zijn productiekosten in staat zou zijn om een winstmarge boven de streefwinst te handhaven. Deze partijen brachten ook naar voren dat de stijging van de prijzen en de productiekosten niet in verband kan worden gebracht met de technische ontwikkeling van aluminium wielen en in het bijzonder de productie van grotere wielen en zogenaamde „bright wheels”

(215)

In de eerste plaats is, zoals vermeld in de overwegingen 151 en 153, uit het onderzoek gebleken dat de stijging van de verkoopprijs en de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie voornamelijk samenhing met het sterk groeiende aandeel van grotere wielen en de zogenaamde „bright wheels”. Deze conclusie was gebaseerd op de gecontroleerde gegevens van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De partijen in kwestie hebben geen bewijsmateriaal ingediend dat deze geverifieerde cijfers tegensprak of in twijfel kon trekken. Derhalve worden deze argumenten verworpen. In het tweede plaats was het betoog dat de bedrijfstak van de Unie door het rationaliseren van zijn productiekosten in staat zou zijn om een winstmarge boven de streefwinst te handhaven louter een veronderstelling die niet met feiten is onderbouwd. Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie efficiënt was, zoals bleek uit het feit dat de nominale productiviteit van de bedrijfstak van de Unie, ondanks de toegenomen grootte en complexiteit van de aluminium wielen in de beoordelingsperiode stabiel bleef, zoals blijkt uit tabel 10. Daarom worden deze argumenten afgewezen.

(216)

Dezelfde partijen beweerden ook dat de Chinese wielenproducenten op de markt van grotere wielen en „bright wheels” minder concurrerend zijn dan de bedrijfstak van de Unie omdat zij nog moeten investeren in speciale machines en uitrusting om dit soort wielen in grote hoeveelheden te kunnen produceren. Daarom zou volgens deze partijen intrekking van de antidumpingmaatregelen de winstgevendheid van de producenten in de Unie bij deze specifieke, technisch meer geavanceerde producten niet verminderen.

(217)

In de eerste plaats is uit het onderzoek gebleken dat de Chinese producenten-exporteurs de grotere wielen en de zogenaamde „bright wheels” reeds tijdens het TNO produceerden. In de tweede plaats liet het onderzoek zien dat deze wielen, ondanks de toegenomen verkoop ervan, in totaal slechts een minderheid van de productievolumes van de bedrijfstak van de Unie vormen. Tot slot kan het waarschijnlijke effect van de Chinese invoer op de situatie van de bedrijfstak van de Unie niet worden beoordeeld op basis van een productsoort, omdat een dergelijke analyse de situatie van de bedrijfstak van de Unie met betrekking tot het soortgelijke product niet accuraat zou weergeven. De schade hoeft immers niet te worden aangetoond voor elke productsoort. Daarom worden deze argumenten afgewezen.

(218)

Dezelfde partijen betoogden verder dat zelfs bij het uitblijven van antidumpingmaatregelen de Chinese producenten-exporteurs hun uitvoerprijzen zouden vaststellen op basis van de prijzen die door de markt kunnen worden geabsorbeerd. Volgens hen was het daarom waarschijnlijk dat dergelijke prijzen slechts een beperkte, of zelfs geen, effect op de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie zouden hebben.

(219)

Dit argument werd niet gestaafd met enig bewijs en hield geen rekening met de bevindingen van de Commissie over mogelijke prijsontwikkelingen van de Chinese producenten-exporteurs indien de maatregelen zouden komen te vervallen, zoals uiteengezet in de overwegingen 190 en 191. Uit het onderzoek bleek dat de verwachte prijsniveaus bij intrekking van de antidumpingmaatregelen 8 tot 30 % lager zouden zijn dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie. Daarom worden de desbetreffende argumenten afgewezen.

(220)

Dezelfde partijen brachten naar voren dat de antidumpingmaatregelen de bedrijfstak van de Unie een oneerlijk concurrentievoordeel zouden bezorgen, omdat deze de productie in het laagste segment volgens hen aan buitenlandse faciliteiten uitbesteedt, wat niet overeenstemt met de doelstellingen van de antidumpingmaatregelen.

(221)

Zoals uiteengezet in overweging 258 is uit het onderzoek gebleken dat de producenten in de Unie slechts een verwaarloosbaar aantal aluminium wielen hadden ingevoerd en dat niet al deze invoer noodzakelijkerwijze van de gerelateerde faciliteiten afkomstig was. Op deze basis kon niet worden aangetoond dat de bedrijfstak van de Unie een onbillijk concurrentievoordeel had in verband met de buitenlandse faciliteiten, en daarom wordt dit argument verworpen.

(222)

Volgens dezelfde partijen zou het onwaarschijnlijk zijn dat de intrekking van de maatregelen tot een herhaling van de schade zou leiden, aangezien de groei van het marktaandeel en het lagere prijsniveau van de invoer uit Turkije in vergelijking met de verkoopprijzen van de producenten in de Unie ook geen dergelijk effect op de bedrijfstak van de Unie had gehad.

(223)

Opgemerkt moet worden dat de gemiddelde prijs van de invoer uit Turkije, zoals blijkt uit tabel 6, tijdens het TNO 48,50 EUR bedroeg, wat hoger is dan de geen schade veroorzakende prijs van 48,25 EUR die wordt genoemd in overweging 196. Voorts is het, zoals in dezelfde overweging wordt opgemerkt, aannemelijk dat de Chinese producenten-exporteurs, wanneer er geen rechten worden geheven, bij verkoop aan de Unie prijzen kunnen hanteren die minstens 8 % lager zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, en mogelijkerwijze tot 30 % lager. Daarom is een eventueel effect van de invoer uit Turkije op de situatie van de bedrijfstak van de Unie geen bruikbare indicator voor het waarschijnlijke effect van de invoer uit China indien de maatregelen komen te vervallen, en daarom wordt dit argument verworpen.

(224)

Dezelfde partijen betoogden dat er op basis van de gemiddelde prijzen van de invoer uit China tijdens het TNO (exclusief antidumpingrechten en inclusief kosten na invoer) geen sprake was geweest van prijsbederf door de invoer uit China, waaruit zij concludeerden dat de invoer uit China bij intrekking van de maatregelen niet gepaard zou gaan met schade veroorzakende prijzen.

(225)

Dit argument is gebaseerd op een onjuiste analyse. In de eerste plaats hebben de partijen de hoogte van de in de berekening gebruikte kosten na invoer (5,7 %) niet onderbouwd en hebben zij geen bewijsmateriaal op dit vlak ingediend. In de tweede plaats was het argument gebaseerd op een vergelijking van gemiddelde prijzen waarbij de verschillen tussen de productsoorten buiten beschouwing bleven. Zoals uiteengezet in overweging 123 zouden invoerprijzen vergeleken op productsoortniveau van de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs, beschouwd zonder antidumpingrechten, de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbieden met gemiddeld 8,0 %. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(226)

Een andere belanghebbende bracht naar voren dat de intrekking van het antidumpingrecht waarschijnlijk niet tot een herhaling van de schade zou lijden, en baseerde zich daarbij op de veronderstelling dat de verkopen op de markt van de Unie voornamelijk in het OEM-segment plaatsvinden, waar de vraag meer afhankelijk is van het vermogen van de leverancier om aan de strikte eisen van de autofabrikanten te voldoen dan van de prijs. In dat verband beweerde deze belanghebbende dat de Chinese producenten-exporteurs in dit segment geen overcapaciteit hebben. Hij betoogde dat de autofabrikanten in de EU bij het selecteren van hun leveranciers strikte eisen hebben op het gebied van technische kwalificaties, kwaliteit, consistentie, betrouwbaarheid en nabijheid. De overcapaciteit op de Chinese markt kan volgens hem niet simpelweg tegen lage prijzen in de Unie worden afgezet indien de maatregelen komen te vervallen.

(227)

Andere belanghebbende voerden soortgelijke argumenten aan, met als motivering dat de bedrijfstak van de Unie in staat zou zijn om een wezenlijk deel van de markt vast te houden omdat deze bedrijfstak wordt gezien als een kwalitatief hoogstaande leverancier van technisch geavanceerde producten, zoals „bright wheels”. Volgens hem zou de bedrijfstak van de Unie de voorkeur boven invoer uit derde landen blijven houden, vooral in het hoogwaardige OEM-segment.

(228)

Uit het onderzoek is gebleken dat verscheidene Chinese exporteurs reeds grote wielen en „bright wheels” produceren en dat zij voldoen aan soortgelijke normen als de producenten in de Unie wat betreft kwalificaties, kwaliteit, consistentie en betrouwbaarheid, en zijn gecertificeerd door hun OEM-afnemers in de Unie. De Chinese producenten-exporteurs, met inbegrip van degenen de niet in de steekproef zijn opgenomen of niet meewerken, zijn reeds leveranciers van autofabrikanten, zowel voor hun fabrieken in de Unie als in China. Daarom is de nabijheid geen criterium, ook niet uit oogpunt van certificering of aanbesteding of op technisch gebied. Anderzijds is de kwestie van de geografische ligging, wat levertijden betreft, gemakkelijk op te lossen met logistieke antwoorden zoals voorraadvorming, en daarom is nabijheid geen doorslaggevende factor die kan voorkomen dat de Chinese invoer toeneemt met een herhaling van schade tot gevolg. Dit argument wordt derhalve afgewezen.

(229)

Dezelfde belanghebbende betoogde ook dat er in China geen beschikbare capaciteit in het OEM-segment is, en dat de reservecapaciteit in China alleen aluminium wielen voor het AM-segment betreft. Dit argument was echter niet onderbouwd. Integendeel: uit het onderzoek is gebleken dat producenten van aluminium wielen zowel voor het OEM- als het AM-segment produceren, met gebruikmaking van dezelfde productiefaciliteiten, en dat zij daarom hun vrije capaciteit gelijkwaardig voor beide segmenten kunnen gebruiken. Dit blijkt ook uit het feit dat, zoals uiteengezet in overweging 113, de Chinese producenten-exporteurs tussen het OT van het oorspronkelijke onderzoek en het TNO zijn overgestapt van het AM-segment naar het OEM-segment. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(230)

Eén Chinese producent-exporteur voerde aan dat de technische kenmerken van aluminium wielen die door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd, verschillen van die welke door de Chinese exporteurs worden geproduceerd en verkocht. Hierdoor zou de bedrijfstak van de Unie verzekerd zijn van omvangrijke contracten met afnemers in de Unie, ongeacht of de maatregelen worden ingetrokken of niet. Bovendien voerde deze belanghebbende aan dat het als gevolg van de langetermijncontracten van de producenten in de Unie met de OEM-gebruikers niet waarschijnlijk is dat de bedrijfstak van de Unie in de nabije toekomst verkoopvolume en marktaandeel verliest door de invoer uit China en dat er dus geen sterke stijging van de invoer uit de VRC is te verwachten wanneer de maatregelen komen te vervallen.

(231)

Uit het onderzoek is gebleken dat er geen, of slechts weinig, wezenlijke verschillen tussen aluminium wielen uit diverse bronnen, waaronder China, zijn en dat aluminium wielen van alle bronnen in beginsel onderling inwisselbaar zijn. Het is niet ongebruikelijk dat aluminium wielen worden gekocht van verschillende bronnen en het onderzoek heeft laten zien dat dezelfde afnemers zich zowel door de bedrijfstak van de Unie als door de Chinese producenten-exporteurs laten beleveren.

(232)

Wat het argument betreft dat de langetermijncontracten voor de bedrijfstak van de Unie zouden voorkomen dat de invoer uit China sterk stijgt, is uit het onderzoek gebleken dat de contracten tussen de producenten in de Unie en de desbetreffende gebruikers doorgaans geen bindende toezeggingen over hoeveelheden op de lange termijn bevatten. Daarom zijn de bestaande contacten op zich geen garantie om het verkoopvolume te handhaven, zoals wordt beweerd.

(233)

De argumenten van de belanghebbende op dit punt werden derhalve afgewezen.

(234)

Een andere belanghebbende stelde dat de tendens naar een grotere vraag in het OEM-segment de bedrijfstak van de Unie in een leidende positie heeft gebracht en dat de capaciteitsbeperkingen van de bedrijfstak van de Unie nu zouden leiden tot een aanzienlijk aanvoertekort op de markt van de Unie. Volgens dit argument zal deze situatie tot ver in het volgende decennium voortduren. Verder betoogde deze belanghebbende alsmede andere belanghebbenden dat de bedrijfstak van de Unie zelf had toegegeven dat de orderportefeuilles reeds vol zijn tot 2019-2022 en had verklaard dat de contracten voor de komende vijf jaar reeds zijn afgesloten en dat daarom een volledige benutting van de capaciteit en winstgevende prijzen tot minstens 2022 zijn gegarandeerd. Volgens deze belanghebbenden heeft de bedrijfstak van de Unie dankzij de overstap naar het OEM-segment het verliespercentage van 5 % in 2009 kunnen omzetten in 10 % winst tijdens het TNO. Op deze basis was het volgens deze belanghebbenden niet waarschijnlijk dat de intrekking van het antidumpingrecht tot een herhaling van de schade leidt.

(235)

Bovenstaand argument is gebaseerd op een onjuiste interpretatie van de verklaring van de bedrijfstak van de Unie waarin wordt gesteld dat de orderportefeuille leveringen voor 2019-2022 omvat. Deze verklaring houdt echter niet in dat deze orderportefeuilles vol zijn of dat de contracten voor de komende vijf jaar reeds zijn gesloten, maar alleen dat de orderportefeuille leveringen voor 2019-2022 omvat. Dit betekent dat — zoals verklaard in overweging 232 — de contracten tussen de producenten in de Unie en de desbetreffende afnemers geen bindende toezeggingen over hoeveelheden op lange termijn omvatten. Bovendien worden zelfs in lopende contracten de prijzen regelmatig herzien. Daarom is het argument dat de capaciteiten volledig gebruikt worden en dat winstgevende prijzen ten minste tot 2022 zijn gegarandeerd, ongegrond en wordt dit verworpen. Tot slot is ook het argument dat de stijging van de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie te danken was aan de overstap naar het OEM-segment onjuist. Zoals uiteengezet in overweging 143 was het OEM-segment reeds tijdens het OT van het oorspronkelijke onderzoek het belangrijkste segment van de bedrijfstak van de Unie, in welke periode in de Unie, zoals verklaard in overweging 106 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010, ook in het OEM-segment aanzienlijke verliezen werden geleden. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(236)

Een belanghebbende betoogde ook dat de Chinese producenten-exporteurs die tot het OEM-segment behoren, hun productiecapaciteit bijna volledig hebben benut en dat het dus onwaarschijnlijk is dat zij hun verkopen naar de Unie aanzienlijk verhogen indien de antidumpingmaatregelen zouden komen te vervallen. Deze belanghebbende voerde verder aan dat in het algemeen, door het groeiende verbruik in de Unie, ook een toename van de invoer uit de VRC geen aanmerkelijke schade aan de bedrijfstak van de Unie zal veroorzaken, vooral omdat de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie voldoende zou zijn om aan de vraag in de Unie te voldoen.

(237)

De schattingen van de Chinese capaciteit die deze belanghebbende heeft ingediend om zijn argumenten te onderbouwen, stroken echter niet met de bevindingen van dit onderzoek zoals beschreven in de overwegingen 55 tot en met 74. Daarom worden de argumenten dat er geen aanzienlijke reservecapaciteit was in de VRC en dat de ontwikkeling van het verbruik in de Unie de schade zou beperken als de maatregelen worden ingetrokken, verworpen.

(238)

Dezelfde partij beweerde ook dat de Chinese productie van auto's tussen 2015 en 2020, overeenkomstig het dertiende vijfjarenplan naar verwachting zal stijgen van 24,5 miljoen eenheden tot 30 miljoen eenheden. Deze belanghebbende voerde aan dat de toename van de productie van personenauto's zou leiden tot een gecorreleerde toename van de Chinese vraag naar aluminium wielen, en de Chinese producenten zouden daarom hun binnenlandse verkoop veeleer verhogen dan hun uitvoer naar de Unie te verleggen als de antidumpingmaatregelen zouden komen te vervallen.

(239)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 89, 90 en 91, en hoewel de automobielmarkt en de markt van aluminium wielen inderdaad nauw met elkaar zijn verbonden, is het niet waarschijnlijk dat de stijging van de vraag naar aluminium wielen op de Chinese binnenlandse markt de beschikbare reservecapaciteit in China zal absorberen, ook gezien de aanzienlijke prijsverschillen op de Chinese binnenlandse markt ten opzichte van de markt van de Unie. Dit argument werd derhalve afgewezen.

(240)

Volgens verschillende partijen is het niet waarschijnlijk dat er een herhaling van de schade optreedt, omdat de bedrijfstak van de Unie volgens hen profiteert van de toename van het verbruik van aluminium wielen in de hele wereld en in de Unie, ongeacht een toename van de invoer vanuit China naar de Unie. Bovendien betoogden zij dat de verwachte toename van het gebruik de Chinese producenten-exporteurs in staat zou stellen om hun uitvoer naar de markt van de Unie te vergroten zonder enige prijsdruk uit te oefenen.

(241)

Volgens het onderzoek is het aannemelijk dat aanzienlijke volumes van de Chinese uitvoer naar de Unie worden verlegd, gezien de aantrekkelijkheid van deze markt (overwegingen 75 tot en met 88). Bovendien heeft China een aanzienlijke reservecapaciteit, die ook naar de markt van de Unie kan worden verlegd. Daarom zullen de Chinese producenten-exporteurs in staat zijn om niet alleen het toegenomen verbruik over te nemen, maar ook verkoopvolumes van de producenten in de Unie. Daarom is het zelfs in het scenario van een verhoogd verbruik zeer waarschijnlijk dat de Chinese uitvoer verkoopvolumes en marktaandeel zou overnemen ten koste van de bedrijfstak van de Unie. Bovendien is het waarschijnlijk dat de prijzen tussen 8 en 30 % lager zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, zoals omschreven in overweging 191 en met de effecten zoals beschreven in overweging 192, namelijk een waarschijnlijke herhaling van aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie. Dit argument wordt daarom afgewezen.

(242)

Op grond hiervan concludeert de Commissie derhalve dat intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zal leiden tot herhaling van de schade voor de bedrijfstak van de Unie.

G.   BELANG VAN DE UNIE

1.   Opmerkingen vooraf

(243)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande maatregelen ten aanzien van de VRC in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. De bepaling van het belang van de Unie was gebaseerd op een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, gebruikers en toeleveringsbedrijven van de bedrijfstak van de Unie.

2.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(244)

Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zich tijdens het TNO heeft hersteld van de schade als gevolg van de invoer met dumping uit China. Als de maatregelen ten aanzien van China worden ingetrokken, is het echter waarschijnlijk dat de schade zich herhaalt, omdat de bedrijfstak van de Unie zou worden blootgesteld aan invoer met dumping uit de VRC, die waarschijnlijk omvangrijk zou zijn en een aanzienlijke prijsdruk zou uitoefenen. Daardoor zou de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie om de hierboven uiteengezette redenen waarschijnlijk aanzienlijk verslechteren. Daarentegen zou handhaving van de maatregelen zekerheid in de markt brengen, zodat de bedrijfstak van de Unie zijn economische positie kan handhaven en zijn investeringsplannen voortzetten om de productiecapaciteit te verhogen en zo te voldoen aan de toenemende vraag en aan de veranderende technische vereisten voor aluminium wielen.

(245)

De Commissie is op basis hiervan tot de conclusie gekomen dat voortzetting van de huidige antidumpingmaatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie is.

3.   Belang van importeurs

(246)

In de inleidende fase zijn tachtig bekende importeurs/gebruikers benaderd. Elf ondernemingen hebben het steekproefformulier ingevuld, waarvan er zes aluminium wielen uit China invoerden.

(247)

Uit het onderzoek bleek dat drie van deze zes ondernemingen in feite autofabrikanten waren die aluminium wielen gebruiken bij de vervaardiging van auto's; zij werden daarom beschouwd als gebruikers wier situatie wordt geanalyseerd in de overwegingen 250 tot en met 268. De invoer van de resterende drie niet-verbonden importeurs maakte minder dan 2 % van de totale invoer uit China in het TNO uit.

(248)

Slechts één van de antwoorden op de vragenlijst die werden ontvangen van de drie niet-verbonden importeurs was volledig genoeg om in de analyse te worden gebruikt. Deze importeur betrok ook aluminium wielen van leveranciers uit andere derde landen en het aandeel in de omzet van het betrokken product in de totale activiteit was slechts een deel daarvan. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat de maatregelen geen grote gevolgen hebben voor de totale activiteiten van deze importeur in verband met aluminium wielen. De activiteiten in verband met aluminium wielen waren daadwerkelijk winstgevend.

(249)

Op basis hiervan waren er geen aanwijzingen dat voortzetting van de maatregelen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de importeurs zouden hebben die zwaarder wegen dan de positieve gevolgen van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie.

4.   Belang van de gebruikers

(250)

Er werd een vragenlijst gestuurd naar zeventig bekende gebruikers. Zeven autofabrikanten meldden zich door een vragenlijst te beantwoorden. Een vereniging van gebruikers en importeurs van aluminium wielen voor het OEM-segment werkte eveneens mee. Geen andere gebruikers verleenden hun medewerking aan het onderzoek.

(251)

De invoer van de medewerkende gebruikers was goed voor 50,4 % van de totale invoer uit de VRC in de Unie.

(252)

Uit het onderzoek bleek in het algemeen dat de autofabrikanten slechts in beperkte mate gebruik maakten van Chinese leveranciers, en dat de meeste aluminium wielen werden betrokken bij de bedrijfstak van de Unie. Enkele van de medewerkende gebruikers voerde helemaal niet in uit de VRC, enkele minder dan 5 % van de benodigde hoeveelheid, en weer anderen voerden tot 10 % van de benodigde hoeveelheid uit China in. Uit het onderzoek is ook gebleken dat bepaalde gebruikers profiteerden van de regeling actieve veredeling op invoer uit China, zij het in beperkte mate, aangezien zij het eindproduct op exportmarkten doorverkochten.

(253)

Alle medewerkende gebruikers waren tegen de maatregelen omdat zij belang hebben bij verschillende leveranciers. Deze gebruikers betoogden dat de maatregelen hen afhankelijk zouden maken van een beperkt aantal producenten in de Unie. Uit het onderzoek bleek echter dat er invoer uit andere derde landen was, met name Turkije, die tijdens de beoordelingsperiode toenam. De invoer uit andere derde landen in de Unie is in de beoordelingsperiode met 35 % gestegen, wat meer is dan de stijging van het verbruik in de Unie.

(254)

In het licht van deze bevindingen moet het argument van een gebrek aan diversiteit van het aanbod worden verworpen.

(255)

De Europese autofabrikanten voerden aan dat de verlenging van de maatregelen zou indruisen tegen het belang van de Unie aangezien de antidumpingmaatregelen het concurrentievermogen van de fabrikanten in de Unie aantastten. Zij voerden ook aan dat de bedrijfstak van de Unie niet over voldoende capaciteit beschikte om aan de vraag in de Unie te voldoen.

(256)

Een belanghebbende verklaarde bovendien dat de bedrijfstak van de Unie aluminium wielen uit China en andere derde landen zou invoeren om te voldoen aan de toenemende vraag van hun afnemers waaraan de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie niet kan voldoen.

(257)

Zoals aangetoond in tabel 7 in overweging 137 bedroeg de bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode tussen 88 en 93 %. Uit het onderzoek is ook gebleken dat de bedrijfstak van de Unie heeft geïnvesteerd in een capaciteitsvergroting om te voldoen aan de stijgende vraag in de Unie en dat die investeringen naar verwachting de mogelijke gestelde tekorten zullen verhelpen. Deze investeringen zullen in de toekomst worden voortgezet.

(258)

Wat ten slotte de gestelde invoer van de bedrijfstak van de Unie uit China en andere derde landen betreft, is uit het onderzoek gebleken dat de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie slechts verwaarloosbare hoeveelheden aluminium wielen hadden ingevoerd, en dat die invoer afkomstig was uit Zwitserland en Turkije, maar niet uit China. Dit geldt ook voor de overige producenten in de Unie die volgens de informatie uit het verzoek aluminium wielen in zeer kleine hoeveelheden invoerden, namelijk minder dan 500 000 eenheden, wat minder dan 1 % van de productie in de Unie tijdens het TNO uitmaakt.

(259)

Overigens moet worden opgemerkt dat de invoer uit andere derde landen tijdens de beoordelingsperiode is gestegen en dat daarom de antidumpingmaatregelen de gebruikers van aluminium wielen niet moeten weerhouden van het invoeren van wielen uit de VRC, maar dat zij alleen een einde moeten maken aan de verstoringen en zorgen voor gelijke concurrentievoorwaarden tussen de VRC en de bedrijfstak van de Unie. Derhalve werden de desbetreffende argumenten afgewezen.

(260)

Wat het concurrentievermogen van de auto-industrie betreft, is uit het onderzoek gebleken dat als gevolg van de regeling actieve veredeling de autofabrikanten konden voorkomen dat zij antidumpingrechten moesten betalen voor aluminium wielen die worden gemonteerd op voertuigen die naar uitvoermarkten worden verkocht. Tijdens de beoordelingsperiode varieerde de invoer uit de VRC in het kader van de regeling actieve veredeling van 21 % tot 28 % van de totale invoer uit de VRC.

(261)

Dezelfde partijen betoogden verder dat het cumulatieve effect van verschillende geldende antidumpingrechten op verschillende inputs van de autofabrikanten, zoals bevestigingsmiddelen, roestvrij staal, walsdraad, organisch bekleed staal, garens met een hoge sterktegraad en molybdeendraad, boven op de rechten op aluminium wielen een negatief effect op hun situatie zou hebben.

(262)

Uit het onderzoek is gebleken dat het kosteneffect van de maatregelen voor aluminium wielen beperkt is, met een maximaal kosteneffect van 0,2 %. Deze conclusie vloeit voort uit de bevinding van dit onderzoek dat aluminium wielen slechts ongeveer 1 % van de kosten van een auto uitmaken. Daarom is het argument van een aanzienlijk negatief effect op de kosten niet als wezenlijk te beschouwen en wordt het verworpen.

(263)

Wat het cumulatieve effect van andere geldende antidumpingmaatregelen ten aanzien van verschillende andere inputs betreft, hebben deze partijen in dit verband geen specifieke aanwijzingen verschaft. Bij het onderzoek konden de beweringen dan ook niet worden geverifieerd en moest het argument worden verworpen.

(264)

Na de mededeling van feiten en overwegingen betoogde een belanghebbende dat het gebrek aan beschikbare capaciteit in het OEM-segment van de bedrijfstak van de Unie en de leveranciers van derde landen een significant effect op de autofabrikanten in de Unie had. Zij beweerden geen andere keuze te hebben dan Chinese aluminium wielen in te voeren en dat het huidige antidumpingrecht een rechtstreeks kosteneffect op deze invoer heeft. Bovendien betoogden zij dat het gebrek aan capaciteit van de bedrijfstak van de Unie een negatief effect had op de productiviteit en het concurrentievermogen van de autofabrikanten en dat de Commissie het indirecte kosteneffect van het antidumpingrecht op de situatie van de autofabrikanten niet in aanmerking had genomen.

(265)

Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie heeft geïnvesteerd in een vergroting van de capaciteit om te voldoen aan de stijgende vraag in de Unie en mogelijke tekorten tegen te gaan. Daarom wordt het argument betreffende het gebrek aan capaciteit verworpen. Wat het kosteneffect betreft, had het onderzoek, zoals in overweging 262 wordt uiteengezet, als uitkomst dat de maatregelen ten aanzien van aluminium wielen in slechts een zeer beperkt effect op de totale kosten van de autofabrikanten hadden, en daarom wordt dit argument verworpen. Tot slot is het doel en het effect van de antidumpingmaatregelen niet om te voorkomen dat de gebruikers aluminium wielen uit de VRC invoeren, en de indirecte kosten die door deze partij worden ingeroepen zijn ook niet rechtstreeks verbonden met de rechten. Daarom wordt dit argument afgewezen.

(266)

Dezelfde belanghebbende betoogde ook dat de geplande capaciteitsuitbreiding niet voldoende zal zijn om te voldoen aan de groeiende vraag tot 2020, en stelde ook dat de bedrijfstak van de Unie zijn bewering dat zijn capaciteit wordt uitgebreid niet had onderbouwd. In deze context vroeg deze belanghebbende zich ook af hoe de Commissie heeft geverifieerd dat de bedrijfstak van de Unie in staat zal zijn om aan de vraag in de Unie te voldoen.

(267)

Zoals uiteengezet in overweging 257 is uit het onderzoek gebleken dat de bedrijfstak van de Unie heeft geïnvesteerd in een capaciteitsuitbreiding om te voldoen aan de stijgende vraag in de Unie. Meer in het bijzonder is de door de producenten in de Unie vermelde geplande capaciteitsuitbreiding vergeleken met de verwachtingen van de autoproductie in de Unie. Ook zijn de verwachte en de huidige investeringsplannen onderbouwd door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Uit deze analyse bleek dat de voorziene capaciteitsuitbreidingen groter waren dan de verwachte groei van de vraag in de Unie voor de periode 2015-2018. Om redenen van vertrouwelijkheid en anonimiteit kunnen de individuele investeringsplannen niet worden bekendgemaakt aan de belanghebbenden. Daarom worden de argumenten dat de capaciteitsuitbreiding niet voldoende zal zijn om aan de groeiende vraag te voldoen en dat de bedrijfstak van de Unie zijn verklaring dat zijn capaciteit wordt uitgebreid niet heeft onderbouwd, verworpen.

(268)

Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat de handhaving van de maatregelen geen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de situatie van de gebruikers heeft.

5.   Belang van de toeleveringsbedrijven

(269)

Er zijn vragenlijsten gestuurd naar verenigingen en bekende leveranciers van grondstoffen/uitrusting aan de bedrijfstak van de Unie alsook aan 28 bekende individuele leveranciers in de Unie. Eén vereniging die de Europese aluminiumindustrie vertegenwoordigt, heeft opmerkingen ingediend.

(270)

De vereniging heeft opgemerkt dat er een groot risico bestaat dat de overcapaciteit in China en de terugkerende dumpingpraktijken van de Chinese producenten-exporteurs aanzienlijk negatieve gevolgen zouden hebben voor de bedrijfstak van de Unie als de antidumpingmaatregelen zouden worden ingetrokken. Dit zou dan weer negatieve gevolgen hebben voor de productie en werkgelegenheid in de toeleverende aluminium-waardeketen. Daarom ondersteunde deze vereniging de verlenging van de huidige antidumpingmaatregelen.

(271)

Derhalve wordt geconcludeerd dat de handhaving van de maatregelen in het belang van de toeleveringsbedrijven is.

(272)

Eén belanghebbende betoogde dat de Commissie onderbouwd en materieel bewijs dat door de auto-industrie is ingediend ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten en in plaats daarvan haar conclusies heeft gebaseerd op niet-onderbouwde verklaringen van de bedrijfstak van de Unie. De Commissie heeft tijdens de hoorzitting met de raadadviseur-auditeur genoemd in overweging 10 verklaard dat alle ingediende informatie naar behoren in aanmerking is genomen. De door de bedrijfstak van de Unie verschafte informatie is geverifieerd. Dit argument werd derhalve afgewezen.

6.   Conclusie inzake het belang van de Unie

(273)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen waren om aan te nemen dat handhaving van de maatregelen ten aanzien van de invoer van aluminium wielen van oorsprong uit de VRC niet in het belang van de Unie zou zijn.

H.   CONCLUSIE EN MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN

(274)

Alle partijen zijn in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond de tegen de VRC geldende maatregelen te handhaven. Zij konden hierover ook binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Wanneer deze opmerkingen gegrond waren, werd daarmee naar behoren rekening gehouden.

(275)

Uit het bovenstaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010 werden ingesteld op de invoer van bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de VRC, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd.

(276)

Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Op aluminium wielen voor motorvoertuigen bedoeld bij de GN-posten 8701 tot en met 8705, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 en ex 8708 70 50 (Taric-codes 8708701010 en 8708705010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld.

2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde product bedraagt 22,3 %.

3.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Wanneer een aangifte voor het vrije verkeer wordt aangeboden met betrekking tot de invoer van aluminium wielen voor motorvoertuigen bedoeld bij GN-post 8716, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8716 90 90, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte Taric-code 8716909010 ingevuld.

De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van het aantal eenheden dat onder deze code is ingevoerd en van de oorsprong ervan.

Artikel 3

Wanneer een aangifte voor het in het vrije verkeer brengen wordt aangeboden voor de in de artikelen 1 en 2 vermelde producten, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte het aantal eenheden van de ingevoerde producten vermeld.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 964/2010 van de Raad van 25 oktober 2010 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 282 van 28.10.2010, blz. 1).

(3)  Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 47 van 10.2.2015, blz. 4).

(4)  Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51). Deze verordening is ingetrokken bij de basisverordening.

(5)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde aluminium wielen uit de Volksrepubliek China (PB C 355 van 27.10.2015, blz. 8).

(6)  Zoals uiteengezet in overweging 11, worden de namen van de producenten in de Unie om redenen van vertrouwelijkheid niet bekendgemaakt.

(7)  De productie per onderneming in de Unie en de VRC wordt weergegeven in stuks. De invoerstatistieken zijn echter alleen beschikbaar in kg. Voor de vier gecontroleerde groepen bedroeg het gemiddelde gewicht van een in de EU verkocht wiel 10,91 kg. Deze omrekeningswaarde wordt in de hele verordening gebruikt.

(8)  Deze landen vertegenwoordigden samen met China 97 % van de totale invoer van aluminium wielen tijdens het onderzoektijdvak. Bosnië en Herzegovina maakte (met 3 % van de invoer) deel uit van deze 97 %, maar werd niet als geschikt referentieland aangemerkt omdat het een klein land is met een gering aantal producenten.

(9)  Turkije heeft ten minste acht bekende producenten van aluminium wielen die met elkaar concurreren op de binnenlandse markt. Voorts heeft Turkije een laag (4,5 %) douanerecht op de invoer van aluminium wielen uit derde landen, waardoor de invoer wordt vergemakkelijkt. Tijdens het TNO heeft alleen al de VRC ongeveer 843 926 eenheden naar Turkije uitgevoerd; dit is ongeveer de helft van de Chinese uitvoer naar de Unie in dezelfde periode.

(10)  Van de Baoding-groep bleken alle op de Turkse markt verkochte productsoorten representatief te zijn. Van de drie andere groepen bleken in totaal zes productsoorten, die minder dan 0,12 % van de totale Turkse verkoop uitmaakten, niet representatief te zijn.

(11)  Alle verkopen van de Baoding-groep en de Dicastal-groep en de meeste verkopen van de Wanfeng-groep.

(12)  Verkoop door de Wanfeng- en de Lioho-groep in het VK.

(13)   „ Eind 2012 bedroeg de productiecapaciteit van aluminium wielen in China bijna 180 miljoen eenheden, terwijl het verkoopvolume meer dan 120 miljoen eenheden bedroeg, met een bezettingsgraad van meer dan 70 % ”. Uittreksel uit Global and China Automotive Wheel Industry Report 2012/2013, zie http://www.prnewswire.com/news-releases/global-and-china-automotive-wheel-industry-report-2012-2013-204706201.html

(14)  Lijst van ondernemingen beschikbaar in het niet-vertrouwelijke dossier.

(15)  In het openbaar gemaakte uittreksel uit Global and China Automotive Wheel Industry Report 2013/2014 is sprake van minstens 110 kleine en middelgrote producenten van aluminium wielen die op de uitvoer zijn gericht; dit impliceert dat er ook producenten zijn die alleen de binnenlandse markt bedienen. http://www.reportsnreports.com/reports/287067-global-and-china-automotive-wheel-industry-report-2013-2014.html

(16)  Informatie over productiecapaciteit was beschikbaar op de eigen websites van ondernemingen of op commerciële verkoopsites, zoals http://www.made-in-china.com/ or www.tradeee.com

(17)   300 000 eenheden per jaar is de kleinste opgegeven jaarlijkse capaciteit van de 21 medewerkende producenten. Bovendien moet een producent volgens de bevindingen van het onderzoek een productiecapaciteit van minstens 300 000 eenheden per jaar hebben om economisch levensvatbaar te zijn. 6 miljoen eenheden per jaar is de productiecapaciteit van de grootste productie-installaties uit het onderzoek.

(18)  http://www.prnewswire.com/news-releases/global-and-china-automotive-wheel-industry-report-2012-2013-204706201.html. Dit benuttingspercentage van 70 % is een conservatieve raming. Het is een gemiddelde schatting voor China met inbegrip van de medewerkende ondernemingen waarvan is bevestigd dat ze een hogere bezettingsgraad hebben (87 %), wat erop wijst dat de bezettingsgraad van de niet-meewerkende ondernemingen waarschijnlijk nog lager is.

(19)  De vastgestelde bezettingsgraad van de vier in de steekproef opgenomen ondernemingen was 89 %, en niet 99 % zoals door de belanghebbende wordt beweerd.

(20)  Het percentage betreft de herziene schatting van de productiecapaciteit van de VRC naar aanleiding van de opmerkingen over de publiek toegankelijke informatie van enkele niet-medewerkende ondernemingen, zoals uiteengezet in de overwegingen 68 en 69. Het opgegeven productievolume van de 21 medewerkende ondernemingen is 48 % van de totale geschatte productiecapaciteit van de VRC.

(21)  Het is in China niet ongebruikelijk dat grote gevestigde producenten een deel van de productie uitbesteden aan niet-verbonden leveranciers. Dit stelt hen in staat om zich snel aan te passen aan stijgingen (en dalingen) in de vraag, en hun niet-verbonden leveranciers slechts in te schakelen wanneer hun eigen dochterondernemingen een optimale bezettingsgraad hebben bereikt. Deze praktijk werd aangetroffen bij de grootste van de in de steekproef opgenomen groepen producenten.

(22)  Verordening (EU) nr. 404/2010 van de Commissie van 10 mei 2010 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 117 van 11.5.2010, blz. 64).

(23)  Zie de lijst in het niet-vertrouwelijke dossier voor nadere gegevens over de analyse en de herziene capaciteiten.

(24)  http://www.researchinchina.com/Htmls/AboutUs/Index.html

(25)  Volgens het verslag „Global and China Automotive Wheel Industry Report 2012/2013” was de Chinese binnenlandse markt eind 2012 goed voor 45 miljoen eenheden. Volgens een studie door McKinsey, getiteld Bigger, better, broader: a perspective on China's auto market in 2020 (http://www.mckinseychina.com/bigger-better-broader-a-perspective-on-chinas-auto-market-in-2020/) zal de Chinese automobielindustrie tussen 2011 en 2020 naar verwachting jaarlijks met 8 % groeien. Uitgaande van een vergelijkbaar groeipercentage voor de wielindustrie heeft de binnenlandse markt een omvang van 57 miljoen eenheden per jaar.

(26)  Chinese exportdatabank met een gemiddelde omrekeningsverhouding van 10,91 kg per wiel.

(27)  91,8 miljoen eenheden van de 21 medewerkende ondernemingen en de 98,4 miljoen aan geschatte capaciteit van de 59 niet-meewerkende ondernemingen.

(28)  Het voorraadniveau is moeilijk in te schatten. Bij AM-wielen is een zekere voorraadvorming normaal, terwijl de voorraden OEM-wielen doorgaans te verwaarlozen zijn. In elk geval is er bij de beoordeling van de beschikbare capaciteit voor uitvoer geen wezenlijk verschil tussen voorraden en reservecapaciteit.

(29)  Chinese exportdatabank. Het totale volume van de uitvoer uit de VRC (buiten de Europese Unie) bedroeg in het TNO 772 720 ton (ongeveer 71 miljoen eenheden), waarvan 81 % (629 854 ton, d.w.z. ongeveer 58 miljoen eenheden) was bestemd voor de vijf bovengenoemde belangrijkste bestemmingen.

(30)  Van de 65 identieke productsoorten waren 29 duurder op de markt van de Unie, 32 op de markt van de VS en 4 gelijk in prijs.

(31)  29 van de 65 productsoorten waren duurder op de markt van de Unie dan in de VS. De hoeveelheden die werden verkocht door de vier in de steekproef opgenomen groepen, zijn goed voor 3,1 miljoen eenheden, d.w.z. ongeveer 25 % van hun totale uitvoer naar de VS. Volgens de Chinese exportdatabank heeft de VRC 394 693 ton (meer dan 36 miljoen eenheden) aluminium wielen uitgevoerd naar de VS in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De meer dan 25 % komt overeen met 8,9 miljoen eenheden of 12,7 % van het verbruik in de Unie.

(32)  In vergelijking met Canada was de markt van de Unie duurder voor 7 van de 20 productsoorten, in vergelijking met India voor 7 van de 15 productsoorten, in vergelijking met Japan voor 40 van de 54 productsoorten, en in vergelijking met Mexico voor 6 van de 12 productsoorten. Deze verkopen door de in de steekproef opgenomen Chinese producenten-exporteurs zijn goed voor 2,3 miljoen eenheden, d.w.z. ongeveer 22 % van de totale verkoop ervan naar die landen. Volgens de Chinese exportdatabank heeft China 235 161 ton (meer dan 21,5 miljoen eenheden) aan aluminium wielen uitgevoerd naar die landen tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De bovengenoemde 22,3 % komt overeen met 4,8 miljoen eenheden; dat is 6,8 % van het verbruik in de Unie.

(33)  De afzonderlijke gegevens per land zijn als volgt: In vergelijking met Canada was de markt van de Unie duurder voor 7 van de 20 productsoorten, in vergelijking met India voor 7 van de 15 productsoorten, in vergelijking met Japan voor 40 van de 54 productsoorten, en in vergelijking met Mexico voor 6 van de 12 productsoorten. Het volume van deze productsoorten bedraagt respectievelijk 1 263 052 wielen in Japan, 721 220 in India, 107 740 in Mexico en 224 364 in Canada. Het totaal van deze vier is 2 316 376. De totale verkoop van de vier in de steekproef opgenomen groepen naar deze vier bestemmingen bedraagt 10 384 797 eenheden; de waarschijnlijke verlegging van de uitvoer (2,3 miljoen) is daarvan 22,3 %. Bij het schatten van de waarschijnlijke verlegging vanuit de VRC werd deze 22,3 % toegepast op het totaal van de Chinese uitvoer naar deze vier bestemmingen zoals gerapporteerd in de Chinese uitvoerdatabank, namelijk 2 350 161 ton (ongeveer 21,5 miljoen eenheden), wat leidt tot een waarschijnlijke verlegging van 4,8 miljoen eenheden.

(34)  8,9 miljoen van de VS en 4,8 miljoen van de vier andere bestemmingen.

(35)  McKinsey: Bigger, better, broader: a perspective on China's auto market in 2020 (http://www.mckinseychina.com/bigger-better-broader-a-perspective-on-chinas-auto-market-in-2020/) zal de Chinese automobielindustrie tussen 2011 en 2020 naar verwachting jaarlijks met 8 % groeien.

(36)  Zie de voetnoten 31 tot en met 34 voor de berekening van de hoeveelheden op de belangrijkste uitvoermarkten.


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/42


VERORDENING (EU) 2017/110 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2017

tot wijziging van de bijlagen IV en X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën (1), en met name artikel 23, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat voorschriften inzake de preventie, bestrijding en uitroeiing van overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) bij dieren. Die verordening is van toepassing op de productie en het in de handel brengen van levende dieren en producten van dierlijke oorsprong, en in een aantal specifieke gevallen op de uitvoer daarvan.

(2)

Artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 999/2001 verbiedt het gebruik van van dieren afkomstige eiwitten in de voeding van herkauwers en in bijlage IV, hoofdstuk I, van die verordening wordt dat verbod uitgebreid. Hoofdstuk II van die bijlage bevat een aantal afwijkingen van dat verbod. In bijlage IV, hoofdstuk II, onder b), ii), van Verordening (EG) nr. 999/2001 is bepaald dat het verbod niet van toepassing is op het vervoederen aan niet-herkauwende landbouwhuisdieren van vismeel en vismeel bevattende mengvoeders die worden geproduceerd, in de handel gebracht en gebruikt overeenkomstig bijlage IV, hoofdstuk III, en de specifieke voorwaarden van hoofdstuk IV, deel A, van die bijlage. Bovendien is in bijlage IV, hoofdstuk II, onder d), van Verordening (EG) nr. 999/2001 bepaald dat het verbod niet van toepassing is op het vervoederen aan niet-gespeende herkauwers van melkvervangers die vismeel bevatten en die worden geproduceerd, in de handel gebracht en gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in hoofdstuk IV, deel E, van die bijlage.

(3)

In bijlage IV, hoofdstuk IV, deel A, onder a), van Verordening (EG) nr. 999/2001 wordt vereist dat het vismeel wordt geproduceerd in verwerkingsbedrijven die uitsluitend producten afkomstig van waterdieren, behalve zeezoogdieren, vervaardigen. In deel E, onder a), van dat hoofdstuk wordt vereist dat het in melkvervangers gebruikte vismeel dat voor het voederen van niet-gespeende herkauwende landbouwhuisdieren wordt gebruikt, wordt geproduceerd in verwerkingsbedrijven die uitsluitend producten afkomstig van waterdieren, behalve zeezoogdieren, vervaardigen en moet voldoen aan de in hoofdstuk III neergelegde algemene voorwaarden.

(4)

In bijlage I, punt 1, onder e), ii), van Verordening (EG) nr. 999/2001 worden „waterdieren” gedefinieerd als i) vis die behoort tot de superklasse Agnatha en de klassen Chondrichthyes en Osteichthyes, ii) weekdieren van het fylum Mollusca, en iii) schaaldieren van het subfylum Crustacea, door te verwijzen naar de definitie in artikel 3, lid 1, onder e), van Richtlijn 2006/88/EG van de Raad (2).

(5)

Aangezien de definitie van „waterdieren” in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 999/2001 niet van toepassing is op andere ongewervelde waterdieren dan schaal-, schelp- en weekdieren, staan de voorschriften van bijlage IV, hoofdstuk IV, deel A, onder a), en deel E, onder a), van die verordening derhalve het gebruik van wilde zeesterren en van andere gekweekte ongewervelde waterdieren dan schaal-, schelp- en weekdieren voor de productie van vismeel niet toe. Daar het gebruik van meel van wilde zeesterren en andere gekweekte ongewervelde waterdieren dan schaal-, schelp- en weekdieren, in diervoeders voor niet-herkauwende dieren geen hoger risico op de overdracht van TSE's oplevert dan het gebruik van vismeel in dergelijk voeder, moeten de voorschriften van bijlage IV, hoofdstuk IV, deel A, onder a), en deel E, onder a), van Verordening (EG) nr. 999/2001 worden uitgebreid met de mogelijkheid zeesterren en andere ongewervelde waterdieren dan schaal-, schelp- en weekdieren, voor de productie van vismeel te gebruiken.

(6)

Met het oog op de bescherming van het milieu moet het gebruik van wilde zeesterren voor de productie van vismeel worden beperkt tot gevallen waarin zeesterren zich vermenigvuldigen en een bedreiging vormen voor een aquacultuurproductiegebied. Daarom mogen de voorschriften van bijlage IV, hoofdstuk IV, deel A, onder a), en deel E, onder a), van Verordening (EG) nr. 999/2001 uitsluitend betrekking hebben op zeesterren die in het productiegebied van weekdieren zijn geoogst/worden gevangen.

(7)

Bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 999/2001 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, bij Verordening (EG) nr. 999/2001 bevat de lijsten van snelle tests die voor het toezicht op TSE's bij runderen, schapen en geiten zijn goedgekeurd. Op 8 april 2016 heeft de Prionics group de Commissie meegedeeld dat zij op 15 april 2016 zou stoppen met de productie van de diagnostische kit Prionics Check PrioSTRIP SR. Deze diagnostische kit moet daarom van de lijst van goedgekeurde snelle TSE-tests bij schapen en geiten worden geschrapt. Derhalve moet in bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, tweede alinea, het vierde streepje worden geschrapt.

(9)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen IV en X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 147 van 31.5.2001, blz. 1.

(2)  Richtlijn 2006/88/EG van de Raad van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PB L 328 van 24.11.2006, blz. 14).


BIJLAGE

De bijlagen IV en X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 worden als volgt gewijzigd:

1)

In bijlage IV wordt hoofdstuk IV als volgt gewijzigd:

a)

in deel A wordt punt a) vervangen door:

„a)

het vismeel moet worden geproduceerd in verwerkingsbedrijven die uitsluitend producten vervaardigen die zijn afgeleid van:

i)

waterdieren, behalve zeezoogdieren,

ii)

andere gekweekte ongewervelde waterdieren dan die welke vallen onder de definitie van „waterdieren” als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder e), van Richtlijn 2006/88/EG, of

iii)

zeesterren van de soort Asterias rubens die worden gevangen in een productiegebied als omschreven in bijlage I, punt 2.5, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en dienovereenkomstig zijn ingedeeld;”;

b)

in deel E wordt punt a) vervangen door:

„a)

het in melkvervangers gebruikte vismeel wordt geproduceerd in verwerkingsbedrijven die uitsluitend producten vervaardigen die zijn afgeleid van:

i)

waterdieren, behalve zeezoogdieren,

ii)

andere gekweekte ongewervelde waterdieren dan die welke vallen onder de definitie van „waterdieren” als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder e), van Richtlijn 2006/88/EG, of

iii)

zeesterren van de soort Asterias rubens die worden gevangen in een productiegebied als omschreven in bijlage I, punt 2.5, bij Verordening (EG) nr. 853/2004 en dienovereenkomstig zijn ingedeeld.

Het in melkvervangers gebruikte vismeel moet aan de algemene voorwaarden van hoofdstuk III voldoen.”.

2)

In bijlage X, hoofdstuk C, punt 4, tweede alinea, wordt het vierde streepje geschrapt.


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/45


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/111 VAN DE COMMISSIE

van 23 januari 2017

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2017.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal

Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

141,3

TR

157,8

ZZ

149,6

0707 00 05

EG

250,3

MA

79,2

TR

205,3

ZZ

178,3

0709 91 00

EG

168,8

ZZ

168,8

0709 93 10

MA

317,4

TR

251,1

ZZ

284,3

0805 10 22 , 0805 10 24 , 0805 10 28

EG

66,7

MA

57,1

TN

59,7

TR

78,5

ZZ

65,5

0805 21 10 , 0805 21 90 , 0805 29 00

EG

97,9

IL

155,2

JM

109,6

MA

65,8

TR

78,0

ZZ

101,3

0805 22 00

IL

139,7

MA

76,2

ZZ

108,0

0805 50 10

AR

92,5

EG

93,1

TR

88,1

ZZ

91,2

0808 10 80

US

105,5

ZZ

105,5

0808 30 90

CN

57,6

TR

151,9

ZZ

104,8


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/47


BESLUIT (GBVB) 2017/112 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 10 januari 2017

houdende benoeming van de EU-missiecommandant voor de militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA) (EUTM RCA/1/2017)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38,

Gezien Besluit (GBVB) 2016/610 van de Raad van 19 april 2016 betreffende een militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA) (1), en met name artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Besluit (GBVB) 2016/610 werd brigadegeneraal Eric HAUTECLOQUE-RAYSZ benoemd tot EU-missiecommandant van EUTM RCA.

(2)

Uit hoofde van artikel 5, lid 1, van Besluit (GBVB) 2016/610 heeft de Raad het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag betreffende de Europese Unie gemachtigd de noodzakelijke besluiten te nemen over de benoeming van de volgende EU-missiecommandanten.

(3)

Op 16 november 2016 heeft het Militair Comité van de EU aanbevolen de benoeming goed te keuren van brigadegeneraal Herman RUYS, voorgedragen door het gemeenschappelijk comité van het Eurokorps, tot nieuwe EU-missiecommandant van EUTM RCA als opvolger van brigadegeneraal Eric HAUTECLOQUE-RAYSZ met ingang van16 januari 2017.

(4)

Overeenkomstig artikel 5 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en de uitvoering van besluiten en acties van de Europese Unie die gevolgen hebben op defensiegebied,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Brigadegeneraal Herman RUYS wordt met ingang van 16 januari 2017 benoemd tot EU-missiecommandant voor de militaire GVDB-opleidingsmissie van de Europese Unie in de Centraal-Afrikaanse Republiek (EUTM RCA).

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 10 januari 2017.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

W. STEVENS


(1)   PB L 104 van 20.4.2016, blz. 21.


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/48


BESLUIT (GBVB) 2017/113 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 10 januari 2017

tot verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) (EUAM UKRAINE/1/2017)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,

Gezien Besluit 2014/486/GBVB van de Raad van 22 juli 2014 betreffende de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) (1), en met name artikel 7, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Ingevolge Besluit 2014/486/GBVB is het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) overeenkomstig artikel 38 van het Verdrag gemachtigd om de passende besluiten te nemen met het oog op de uitoefening van de politieke controle op en de strategische leiding van de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine), met inbegrip van het besluit tot het benoemen van een hoofd van de missie.

(2)

Op 7 januari 2016 heeft het PVC Besluit EUAM Ukraine/1/2016 (2) vastgesteld met het oog op de benoeming van de heer Kęstutis LANČINSKAS tot hoofd van de missie EUAM Ukraine voor de periode van 1 februari 2016 tot en met 31 januari 2017.

(3)

De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid heeft voorgesteld het mandaat van de heer Kęstutis LANČINSKAS als hoofd van de missie EUAM Ukraine te verlengen van 1 februari 2017 tot en met 30 november 2017,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het mandaat van Kęstutis LANČINSKAS als hoofd van de missie EUAM Ukraine wordt verlengd tot en met 30 november 2017.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 10 januari 2017.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

W. STEVENS


(1)   PB L 217 van 23.7.2014, blz. 42.

(2)  Besluit van het Politiek en Veiligheidscomité (GBVB) 2016/49 van 7 januari 2016 betreffende de benoeming van het hoofd van de adviesmissie van de Europese Unie voor de hervorming van de civiele veiligheidssector in Oekraïne (EUAM Ukraine) (EUAM Ukraine/1/2016 (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 47).


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/49


BESLUIT (GBVB) 2017/114 VAN HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ

van 10 januari 2017

betreffende de verlenging van het mandaat van het hoofd van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Somalië (EUCAP Somalia/1/2017)

HET POLITIEK EN VEILIGHEIDSCOMITÉ,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 38, derde alinea,

Gezien Besluit 2012/389/GBVB van de Raad van 16 juli 2012 betreffende de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Somalië (EUCAP Somalia) (1), en met name artikel 9, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 9, lid 1, van Besluit 2012/389/GBVB wordt het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) gemachtigd, overeenkomstig artikel 38, derde alinea, van het Verdrag, de nodige besluiten te nemen met het oog op de uitoefening van het politieke toezicht op en de strategische aansturing van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Somalië (EUCAP Somalia), waaronder het besluit een hoofd van de missie te benoemen.

(2)

Het PVC heeft op 26 juli 2016 Besluit EUCAP NESTOR/1/2016 (2) vastgesteld, waarbij mevrouw Maria-Cristina STEPANESCU van 1 september 2016 tot en met 12 december 2016 werd benoemd tot hoofd van EUCAP NESTOR.

(3)

Bij Besluit (GBVB) 2016/2240 van de Raad (3) is het mandaat van de missie EUCAP NESTOR verlengd tot en met 31 december 2018 en is de naam van de missie vervangen door „EUCAP Somalia”.

(4)

Op 9 december 2016 heeft de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid voorgesteld het mandaat van mevrouw Maria-Cristina STEPANESCU als hoofd van de missie EUCAP Somalia te verlengen van 13 december 2016 tot en met 12 december 2017,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het mandaat van mevrouw Maria-Cristina STEPANESCU als hoofd van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Somalië (EUCAP Somalia) wordt verlengd tot en met 12 december 2017.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Het is van toepassing met ingang van 12 december 2016.

Gedaan te Brussel, 10 januari 2017.

Voor het Politiek en Veiligheidscomité

De voorzitter

W. STEVENS


(1)   PB L 187 van 17.7.2012, blz. 40.

(2)  Besluit (GBVB) 2016/1633 van het Politiek en Veiligheidscomité van 26 juli 2016 betreffende de benoeming van het hoofd van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit in de Hoorn van Afrika (EUCAP NESTOR) (EUCAP NESTOR/1/2016) (PB L 243 van 10.9.2016, blz. 8).

(3)  Besluit (GBVB) 2016/2240 van de Raad van 12 december 2016 tot wijziging van Besluit 2012/389/GBVB betreffende de missie van de Europese Unie voor de opbouw van regionale maritieme capaciteit in de Hoorn van Afrika (EUCAP NESTOR) (PB L 337 van 13.12.2016, blz. 18).


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/50


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/115 VAN DE COMMISSIE

van 20 januari 2017

tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt krachtens Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 165)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (1), en met name artikel 7, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 8 mei 2014 heeft de onderneming Japan Bio Science Laboratory bij de bevoegde Belgische instanties een verzoek ingediend om extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt in de zin van artikel 1, lid 2, onder d), van Verordening (EG) nr. 258/97 in de Unie in de handel te brengen. In de aanvraag werden zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, uitgesloten van het gebruik ervan.

(2)

Op 1 december 2014 heeft de bevoegde Belgische instantie voor de beoordeling van voedingsmiddelen haar verslag van de eerste beoordeling uitgebracht. In dat verslag concludeerde zij dat extract van gefermenteerde sojabonen voldoet aan de criteria voor nieuwe voedselingrediënten van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 258/97.

(3)

Op 6 januari 2015 heeft de Commissie het verslag van de eerste beoordeling doorgestuurd naar de overige lidstaten.

(4)

Verschillende lidstaten hebben binnen de in artikel 6, lid 4, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 258/97 vastgestelde termijn van zestig dagen met redenen omklede bezwaren ingediend.

(5)

Op 22 april 2015 heeft de Commissie de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) geraadpleegd en haar verzocht om overeenkomstig Verordening (EG) nr. 258/97 een aanvullende beoordeling voor extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt te verrichten.

(6)

Op 28 juni 2016 heeft de EFSA in haar advies over de veiligheid van extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt (2) geconcludeerd dat in voor volwassenen bedoelde voedingssupplementen gebruikt extract van gefermenteerde sojabonen onder de door de aanvrager voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is, mits het gebruik beperkt is tot een maximale dosis van 100 mg per dag. In het advies worden voldoende redenen gegeven om vast te stellen dat extract van gefermenteerde sojabonen als nieuw voedselingrediënt voldoet aan de criteria van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 258/97.

(7)

De EFSA heeft in haar advies aangegeven dat extract van gefermenteerde sojabonen nattokinase bevat, hetgeen bij dieren in vitro een fibrinolytische werking en in vivo een trombolytische werking vertoont bij parenterale toediening. Bijgevolg moeten consumenten ervan in kennis worden gesteld dat medisch toezicht nodig is bij consumptie van extract van gefermenteerde sojabonen in combinatie met geneesmiddelen.

(8)

De EFSA concludeert in haar advies dat de blootstellingsmarge voldoende is, gezien het door de aanvrager voorgestelde maximale innameniveau voor extract van gefermenteerde sojabonen.

(9)

In haar advies stelt de EFSA dat het risico op allergische reactie op extract van gefermenteerde sojabonen vergelijkbaar is met het risico bij andere sojaderivaten die moeten worden geëtiketteerd overeenkomstig bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad (3). Daarom moet het nieuwe voedselingrediënt worden geëtiketteerd overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 258/97 en Verordening (EU) nr. 1169/2011.

(10)

Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) bevat voorschriften voor voedingssupplementen. Het gebruik van extract van gefermenteerde sojabonen moet worden toegestaan onverminderd de bepalingen van die richtlijn.

(11)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onverminderd Richtlijn 2002/46/EG mag extract van gefermenteerde sojabonen, zoals omschreven in de bijlage bij dit besluit, in de Unie in de handel worden gebracht als nieuw voedselingrediënt voor gebruik in voedingssupplementen in capsule-, tablet- of poedervorm door volwassenen, met uitzondering van zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, met een maximumdosis van 100 mg extract van gefermenteerde sojabonen per dag.

Artikel 2

1.   Op de etikettering van voedingsmiddelen die bij dit besluit toegelaten extract van gefermenteerde sojabonen bevatten, wordt dit ingrediënt aangeduid als „extract van gefermenteerde sojabonen”.

2.   Onverminderd verdere etiketteringsvoorschriften van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 258/97 en Verordening (EU) nr. 1169/2011 wordt op de etikettering van voedingssupplementen die extract van gefermenteerde sojabonen bevatten ook vermeld dat personen die geneesmiddelen nemen het product enkel onder medisch toezicht mogen gebruiken.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot Japan Bio Science Laboratory Osaka Head Office 1-4-40 Fukushima-ku, Osaka-city Osaka 5533-0003 Japan.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1.

(2)  EFSA Journal (2016); 14(7): 4541.

(3)  Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).

(4)  Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen (PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51).


BIJLAGE

SPECIFICATIES VOOR EXTRACT VAN GEFERMENTEERDE SOJABONEN

Beschrijving: Extract van gefermenteerde sojabonen is een geurloos melkwitkleurig poeder. Het bestaat voor 30 % uit extract van gefermenteerde sojabonen in poedervorm en voor 70 % uit resistente dextrine (als draagstof) uit maïszetmeel, dat tijdens de verwerking wordt toegevoegd. Tijdens het productieproces wordt vitamine K2 verwijderd.

Extract van gefermenteerde sojabonen bevat nattokinase, dat wordt geïsoleerd uit natto, een levensmiddel dat wordt geproduceerd door middel van fermentatie van niet-genetisch gemodificeerde sojabonen (Glycine max (L.)) met een geselecteerde stam van Bacillus subtilis var. natto.

Specificaties voor extract van gefermenteerde sojabonen

Kenmerken

Waarde van de specificatie

Werkzaamheid nattokinase

20 000 -28 000 FU (1) /g (2)

Identiteit

Bevestigbaar

Toestand

Geen storende smaak of geur

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 10 %

Vitamine K2

Maximaal 0,1 mg/kg

Zware metalen

Lood

Arseen

Maximaal 20 mg/kg

Maximaal 5 mg/kg

Maximaal 3 mg/kg

Totaal aantal levensvatbare aerobe kiemen

Maximaal 1 000  kve (3) /g

Gisten en schimmels

Maximaal 100 kve/g

Coliformen

Maximaal 30 kve/g

Sporenvormers

Maximaal 10 kve/g

Escherichia coli

Afwezigheid/25 g

Salmonella sp.

Afwezigheid/25 g

Listeria

Afwezigheid/25 g


(1)  

FU: eenheid van fibrineafbraak.

(2)  Beproevingsmethode zoals beschreven door Takaoka et al. (2010).

(3)  

Kve: kolonievormende eenheden.


24.1.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 18/53


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/116 VAN DE COMMISSIE

van 20 januari 2017

tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 376)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), en met name artikel 9, lid 4,

Gezien Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (2), en met name artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 van de Commissie (3) is vastgesteld naar aanleiding van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bedrijven in een aantal lidstaten („de betrokken lidstaten”) en de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG van de Raad (4).

(2)

In Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 is bepaald dat de door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden ten minste de gebieden omvatten die in de lijst van de bijlage bij dat uitvoeringsbesluit als beschermings- en toezichtsgebieden zijn opgenomen. In Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 is ook bepaald dat de maatregelen die moeten worden toegepast in die beschermings- en toezichtsgebieden, ten minste tot de in de bijlage bij dat besluit opgegeven data moeten worden gehandhaafd. Die data houden rekening met de vereiste duur van de maatregelen die overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG moeten worden toegepast in de beschermings- en toezichtsgebieden.

(3)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 is daarna gewijzigd bij de Uitvoeringsbesluiten (EU) 2016/2219 (5), (EU) 2016/2279 (6), (EU) 2016/2367 (7) en (EU) 2017/14 (8) van de Commissie naar aanleiding van nieuwe uitbraken van aviaire influenza van het subtype H5N8 in de Unie in de betrokken lidstaten en uitbraken in lidstaten die niet waren opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 ten tijde van de vaststelling ervan.

(4)

Sinds de datum waarop Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/14 is gewijzigd, hebben Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk de Commissie in kennis gesteld van nieuwe uitbraken van aviaire influenza van het subtype H5N8 in bedrijven waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden buiten de gebieden die op dit ogenblik in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 zijn opgenomen, en hebben zij de overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG vereiste noodzakelijke maatregelen genomen, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rond die uitbraken.

(5)

Daarnaast heeft Kroatië de Commissie in kennis gesteld van wijzigingen van de reeds op zijn grondgebied ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden die overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG zijn gemaakt teneinde rekening te houden met de epidemiologische situatie.

(6)

Daarnaast hebben Tsjechië en Griekenland de Commissie nu in kennis gesteld van uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bedrijven op hun grondgebied waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden, en hebben zij ook de overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG vereiste noodzakelijke maatregelen genomen, waaronder de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden rond deze uitbraken. Deze twee lidstaten zijn momenteel niet opgenomen in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122.

(7)

De Commissie heeft in alle gevallen de door Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG genomen maatregelen bestudeerd en heeft geconstateerd dat de grenzen van de door de bevoegde autoriteiten van die lidstaten ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden op voldoende afstand liggen van de bedrijven waar een uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 is bevestigd.

(8)

Om te voorkomen dat de handel in de Unie onnodig wordt verstoord en om te vermijden dat derde landen ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen opwerpen, moeten de wijzigingen van de in Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden in samenwerking met die lidstaten snel worden vastgesteld op het niveau van de Unie, om rekening te houden met de ontwikkelingen van de epidemiologische situatie. De gebieden die op dit ogenblik voor die lidstaten in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 zijn opgenomen, moeten daarom worden gewijzigd.

(9)

Daarnaast moeten de in Tsjechië en Griekenland overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG ingestelde beschermings- en toezichtsgebieden in samenwerking met die lidstaten snel worden vastgesteld op het niveau van de Unie. De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 moet daarom ook worden gewijzigd om de in Tsjechië en Griekenland overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG als beschermings- en toezichtsgebieden ingestelde gebieden op te nemen.

(10)

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 moet derhalve worden gewijzigd om de regionalisering op het niveau van de Unie bij te werken, de wijzigingen van de beschermings- en toezichtsgebieden op te nemen en de duur van de daarin geldende beperkingen aan te geven.

(11)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(12)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2017.

Voor de Commissie

Vytenis ANDRIUKAITIS

Lid van de Commissie


(1)   PB L 395 van 30.12.1989, blz. 13.

(2)   PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29.

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 van de Commissie van 2 december 2016 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 329 van 3.12.2016, blz. 75).

(4)  Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG (PB L 10 van 14.1.2006, blz. 16).

(5)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2219 van de Commissie van 8 december 2016 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 334 van 9.12.2016, blz. 52).

(6)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2279 van de Commissie van 15 december 2016 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 342 van 16.12.2016, blz. 71).

(7)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2367 van de Commissie van 21 december 2016 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 350 van 22.12.2016, blz. 42).

(8)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/14 van de Commissie van 5 januari 2017 tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 betreffende beschermende maatregelen in verband met uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza van het subtype H5N8 in bepaalde lidstaten (PB L 4 van 7.1.2017, blz. 10).


BIJLAGE

De bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/2122 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Deel A wordt als volgt gewijzigd:

a)

de vermelding voor Bulgarije wordt vervangen door:

„Lidstaat: Bulgarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

VIDIN

Municipality of Vidin:

Novoseltzi

Ruptzi

Slana Bara

28.1.2017

PLOVDIV

Municipality of Maritza:

Yasno pole

21.1.2017

Municipality of Maritza:

Kalekovetz

Krislovo

22.1.2017

Municipality of Maritza:

Trilistnik

Rogosh

Chekeritza

3.2.2017

Municipality of Maritza:

Graf Ignatievo

1.2.2017

Municipality of Maritza:

Manole

Manolsko Konare

3.2.2017

Municipality of Rakovski:

Belozem

27.1.2017

Municipality of Rakovski:

Rakovski

6.2.2017

Municipality of Rakovski:

Momino selo

10.2.2017

Municipality of Rakovski:

Chalakovi

Stryama

Rakovski

6.2.2017

Municipality of Brezovo:

Padarsko

27.1.2017

Municipality of Brezovo:

Tyurkmen

27.1.2017

Municipality of Brezovo:

Varben

1.2.2017

Municipality of Brezovo:

Drangovo

Otetz Kirilovo

6.2.2017

Municipality of Brezovo:

Choba

Brezovo

10.2.2017

Municipality of Brezovo:

Zlatosel

5.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Glavatar

10.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Razhevo Konare

3.2.2017

Municipality of Purvomai:

Gradina

Kruchevo

27.1.2017

Municipality of Purvomai:

Vinitsa

21.1.2017

Municipality of Hisarya:

Staro Zhelezare

Novo Zhelezare

Panicheri

6.2.2017

MONTANA

Municipality of Montana:

Montana

Blagovo

18.1.2017

KARDZHALI

Municipality of Kardzhali:

Zornitza

25.1.2017

STARA ZAGORA

Municipality of Bratya Daskalovi:

Mirovo

21.1.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Granit

27.1.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Veren

Malak dol

Markovo

Medovo

3.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Cherna gora

28.1.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Bratya Daskolovi

3.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Saedinenie

3.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Pravoslav

3.2.2017

HASKOVO

Municipality of Haskovo:

Haskovo

Konush

Klokotnitza

27.1.2017

Municipality of Haskovo:

Malevo

6.2.2017

Municipality of Haskovo:

Manastir

Voyvodovo

6.2.2017

Municipality of Haskovo:

Vaglarovo

6.2.2017

Municipality of Dimitrovgrad:

Kasnakovo

Krum

Dobrich

27.1.2017

Municipality of Harmanli:

Dositeevo

6.2.2017

BURGAS

Municipality of Sredetz:

Prohod

Draka

26.1.2017”

b)

de volgende vermelding voor Tsjechië wordt ingevoegd tussen de vermeldingen voor Bulgarije en Denemarken:

„Lidstaat: Tsjechië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Němčice u Ivančic (655813), Alexovice (655821), Budkovice (615595), Ivančice (655724), Kounické Předměstí (655741), Letkovice (655830), Moravský Krumlov (699128), Nová Ves u Oslovan (705659), Rokytná (699225), Oslavany (713180), Řeznovice (745421),

29.1.2017

Brod nad Dyjí (612642), Dolní Dunajovice (628964), Drnholec (632520), části katastrálního území Mušov (700401) a Pasohlávky (718220), přičemž východní hranice území tvoří silnice E461

1.2.2017

Čelákovice (619159), Káraný (708020), Lázně Toušeň (767859), Mstětice (792764), Nový Vestec (708038), Otradovice (748366), Stránka u Brandýsa nad Labem (609269), Záluží u Čelákovic (619230), Zápy (609226)

1.2.2017

Babí u Náchoda (701297), Běloves (701301), Dobrošov (627445), Malá Čermná (648451), Malé Poříčí (701378), Pavlišov (718343), Velké Poříčí (648426), Žďárky (795526)

2.2.2017

Blanička (724718), Dobronice u Chýnova (627399), Dolní Hořice (629103), Domamyšl (630560), Dub u Ratibořských Hor (633259), Hartvíkov (708585), Chotčiny (652814), Chýnov u Tábora (655473), Kladruby (629120), Kloužovice (666572), Mašovice (652822), Pohnánec (724700), Pohnání (724734), Velmovice (666581)

5.2.2017

681946 Černěves u Libějovic, 773603 Hvožďany u Vodňan, 651117 Chelčice, 681954 Libějovice, 681962 Nestanice, 755745 Stožice, 651125 Truskovice, 773611 Újezd u Vodňan, 784281 Vodňany

8.2.2017”

c)

de vermelding voor Duitsland wordt vervangen door:

„Lidstaat: Duitsland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

SACHSEN-ANHALT

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Köthen (Anhalt) der Ortsteil

Köthen

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Osternienburger Land der Ortsteil

Großpaschleben

22.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Staßfurt der Ortsteil

Brumby

20.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Calbe der Ortsteil

Wartenberg

20.2.2017

NIEDERSACHSEN

Landkreis Oldenburg

Ausgangspunkt im Osten ist die Kreisgrenze Oldenburg zur Wesermarsch am Stedinger Kanal und die Gemeindegrenze Hude/Ganderkesee

Gemeindegrenze Hude/Ganderkesee südlich bis zur L 867 folgen

L 867 Richtung Hude bis Kreuzung K 224

der K 224 südlich entlang bis Kreuzung K 226 in Vielstedt

K 226 (Vielstedter Straße) südlich über L 888 durch Steinkimmen zur Gemeindegrenze zu Hatten

Gemeindegrenze Hatten/Ganderkesee südlich folgen bis zur Gemeindegrenze Dötlingen

Gemeindegrenze Dötlingen/Hatten westlich über Gemeindegrenze Großenkneten/Hatten bis zur L 871 folgen

L 871 bis Huntloser Kreisel

ab Huntlosen Kreisel K 337 folgen bis Kreuzung L 870 (Sager Straße) in Hengstlage

L 870 nördlich bis Abbiegung Eichenstraße

Eichenstraße / Friedensweg bis Ende der Straße; ab dort der Korrbäke flussabwärts folgen bis zur L 847

L 847 bis Abzweigung Fladderstraße

Fladderstraße/ Zum Fladder / Am Schlatt / Rheinstraße bis Kreisel in Wardenburg

Ab Kreisel die K 235 (Astruper Straße) bis Autobahn A 29

A 29 nördlich folgen bis Abfahrt Sandkrug

ab dort K 346 bis Bahnhof Sandkrug; ab Bahnhof Sandkrug K 314 Richtung Kirchhatten bis Abzweigung Sandweg

Sandweg folgen bis Dorfstraße in Hatterwüsting

ab Dorfstraße zur Hatter Landstraße (L 872)

L 872 Richtung Stadt Oldenburg bis Wulfsweg folgen

Wulfsweg über Ossendamm zum Hemmelsbäker Kanal

Hemmelsbäker Kanal flussabwärts bis Milchweg

Milchweg über Im Tiefengrund zur Kreuzung L 871 (Dorfstraße)

L 871 durch Altmoorhausen über die L 868 in Linteler Straße

Linteler Straße bis Abzweigung Schnitthilgenloh in Lintel

Schnitthilgenloh über Dammannweg zur Linteler Bäke

von Linteler Bäke zum Geestrandgraben

Geestrandgraben flussabwärts bis zur Kreisgrenze Oldenburg/Wesermarsch

Kreisgrenze Oldenburg/Wesermarsch östlich folgen bis Ausgangspunkt am Stedinger Kanal

24.1.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Kreisgrenze mit dem Landkreis Oldenburg in westlicher Richtung entlang Großenknetener Straße und Beverbrucher Straße bis zur Vehne, entlang dieser in nordwestlicher und nördlicher Richtung bis Peterstraße in Petersdorf, entlang dieser in nördlicher Richtung und entlang Am Streek bis zur Moorstraße, entlang dieser in östlicher Richtung bis zur Vehne, entlang dieser in nördlicher Richtung bis zur Hauptstraße, entlang dieser in nordöstlicher Richtung bis zur Kreisgrenze, dieser in südlicher Richtung folgend bis Ausgangspunkt an der Großenknetener Straße

23.1.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Kreisgrenze an der Lethe entlang Mühlenweg bis zum Beverbrucher Damm, weiter Richtung Süden bis zur Hochspannungsleitung Höhe Beverbrucher Damm 15a, der Hochspannungsleitung nach Westen folgend bis Südstraße, entlang dieser in südlicher Richtung bis Schuldamm, diesem in westlicher Richtung folgend bis Weißdornweg, entlang diesem in nordwestlicher Richtung bis Letherfeldstraße, entlang dieser nach Westen und weiter in nordwestlicher Richtung über Hinterm Forde, Lindenweg, Grüner Weg bis zur Hauptstraße in Petersdorf. Dieser in östlicher Richtung folgend bis zur Baumstraße, dieser nach Norden folgend bis zum Oldenburger Weg. Entlang diesem in östlicher Richtung bis Hülsberger Straße, von dort ca. 230 m nach Norden, dann in nordöstlicher Richtung parallel zur Kartz-von-Kameke-Allee über Kartzfehner Weg bis zum Feldweg, der von der Hauptstraße 75 kommend in nordwestlicher Richtung verläuft. Diesem Weg ca. 430 m weiter nach Nordwesten folgend bis zum Graben/Wasserzug. Diesem in nordöstlicher Richtung folgend bis zum Lutzweg. Diesem in südöstlicher Richtung folgend bis zur Hauptstraße und dieser in nördöstlicher Richtung folgend bis zur Kreisgrenze und entlang dieser nach Süden zum Ausgangspunkt am Mühlenweg

23.1.2017

NORDRHEIN-WESTFALEN

Landkreis Kleve

Im Süden beginnend an Kreisgrenze WES/KLE — Bislicher Ley auf Höhe Krusdickshof dem Gewässer Kirchenvenn am westlichen Ufer nördlich folgen bis Höhe Pastor-Esser-Str. — dieser westlich folgen — Wildeborgsweg queren — Pastor-Esser-Str. weiter westlich folgen bis Geeststr. — dieser südöstlich folgen bis Kreuzung Bislicher Str./Pollweg — Bislicher Str. nördlich folgen bis Auf dem Mosthövel — diesem westlich folgen — im weiteren Verlauf dem Wasserlauf folgen bis Haffen'sches Feld — dort auf den Sommerskathweg abbiegen — diesem nordwestlich folgen bis Bruckdahlweg — diesem nordwestlich folgen bis Läppersweg — diesem nordwestlich folgen bis Lindackersweg — diesem nordöstlich folgen — Deichstr. queren — Lindackersweg weiter nordöstlich folgen — übergehend in Lohstr. — nordwestlich auf Dohlenweg folgen bis Eickelboomstr. — diesem folgen bis Deichstr. = K 7 — dieser nordwestlich folgen bis Bergswick — dem Gewässer Am Schmalen Meer östlich in Richtung Aspelsches Meer folgen — diesem am südlichen Ufer westlich folgen bis Bahnhofstr. — dieser nordöstlich folgen bis Helderner Str. — dieser nordöstlich folgen bis Isselburger Str. — dieser nördlich folgen bis Heidericher Str. — dieser östlich folgen bis Kalfhovenweg — diesem südöstlich folgen bis Lohstr. — dort östlich folgen bis Ecke Groß Hoxhof — dort bis Waldgrenze folgen — dieser nordöstlich folgen bis Enzweg — diesem östlich folgen bis Kreisgrenze — ab dort entlang der Kreisgrenze folgen bis Schlehenweg — diesem südwestlich folgen bis Wittenhorster Weg — diesem östlich folgen bis Kreisgrenze KLE/WES.

1.2.2017

Landkreis Wesel

Wittenhorster Weg südöstlich bis Am Wasserwerk folgen — bis Schledenhorster Str. nordöstlich folgen — bis Gewässer Klefsche Landwehr — diesem südlich folgen — bis Heideweg — diesem südwestlich bis Schledenhorster Str. folgen — Richtung Heckenweg/Merrhooger Str. südöstlich bis Bahnhofstr. Folgen — westlich bis Kreuzung Wittenhorster Weg/Grenzweg folgen — Grenzweg südlich Richtung Bahnlinie folgen — Bahnlinie queren — bis Stallmannsweg folgen — bis Bergerfurther Str. — westlich folgen — übergehend in Bislicher Wald — bis B 8 — B 8 queren — Bergen östlich bis Kreuzung mit Gewässer Bislicher Meer folgen — Bislicher Meer folgen bis Kreisgrenze Wesel/Kleve

1.2.2017

Landkreis Paderborn

 

Im Norden:

Verlauf der Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh ab Haselhorster Straße bis zur Westerloher Straße

 

Im Osten:

Westerloher Straße ab Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh bis Giptenweg, Giptenweg ab Einmündung Westerloher Straße bis Grafhörster Weg, Grafhörster Weg ab Einmündung Giptenweg bis Schöninger Straße, Schöninger Straße ab Einmündung Giptenweg bis Einmündung Am Sporkhof, Am Sporkhof bis Kreuzung mit der Rietberger Straße, Verlängerung der Straße Am Sporkhof ab Kreuzung mit der Rietberger Straße bis Norhagener Straße, Norhagener Straße ab Einmündung der Verlängerung der Straße Am Sporkhof bis Einmündung Brinkweg, Brinkweg ab Einmündung Nordhagener Straße bis Einmündung Schmaler Weg, Schmaler Weg ab bis Obernheideweg, Obernheideweg ab Einmündung Schmaler Weg bis Einmündung Verbindungsweg, Verbindungsweg ab Einmündung Obernheideweg bis Flurweg, Flurweg bis Rieger Straße

 

Im Süden:

Rieger Straße ab Einmündung Flurweg bis Talweg, Talweg ab Einmündung Rieger Straße bis Westenholzer Straße, Westenholzer Straße ab Einmündung Talweg bis Mastholter Straße, Mastholter Straße ab Westenholzer Straße bis Moorlake

 

Im Westen:

Moorlaake ab Einmündung Westenholzer Straße bis Köttmers Kamp, Köttmers Kamp ab Einmündung Moorlake bis Einmündung Verbindungsweg zur Haselhorster Straße, Verbindungsweg zwischen Köttmerskamp und Haselhorster Straße, Haselhorster Straße ab Einmündung Verbindungsweg zur Straße Köttmers Kamp bis Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh

1.2.2017

Landkreis Gütersloh

 

Im Westen:

Ab Kreuzung Kreisgrenze mit Haselhorststraße dieser Straße folgend bis zur Abzweigung Eichenallee, Eichenallee in nordöstlicher Richtung bis zur Kreuzung mit Feldkamp, Feldkamp in nordöstlicher Richtung bis auf Feldkampstraße, Feldkampstraße in nordöstlicher Richtung bis auf Rietberger Straße, Rietberger Straße in nördliche Richtung — wird dann zur Mastholter Straße, Mastholter Straße weiter über B 64 bis Höhe Industriestraße

 

Im Norden und Osten:

Nach Osten Industriestraße, dieser weiter folgend bis auf Delbrücker Straße, Delbrücker Straße in nördlicher Richtung bis zur Abzweigung Torfweg, Torfweg in nordöstlicher Richtung bis zur Abzweigung An den Teichwiesen, An den Teichwiesen in südöstlicher Richtung bis zur Kreuzung mit dem Markgraben, diesem in nordöstlicher Richtung folgen bis auf Markenstraße, Markenstraße in nördliche Richtung bis zur Abzweigung In den Marken, In den Marken in östliche Richtung folgen bis zum die Straße kreuzenden Graben, diesem in östlicher Richtung folgen bis zu Im Plumpe, Im Plumpe weiter in südöstliche Richtung bis zu dem die Straße kreuzenden Graben, diesem folgen in nordöstlicher Richtung bis auf die Straße Im Thüle, Im Thüle weiter in südliche Richtung bis zur Abzweigung Im Wiesengrund, Im Wiesengrund in östliche Richtung bis zur Abzweigung Westerloher Straße, Westerloher Straße in südliche Richtung bis zur Kreisgrenze

 

Im Süden:

Verlauf der Kreisgrenze zwischen Gütersloh und Paderborn

2.2.2017

BRANDENBURG

Landkreis Ostprignitz-Ruppin

Im Osten beginnend in Richtung Süden:

der A 24 ab Abfahrt Herzsprung in Richtung Berlin folgend, südlich der Ortslage Rossow bis in Höhe des Hohlenbergs

südlich des Hohlenbergs nach Westen entlang der Gemeindegrenze Wittstock/Dosse / Amt Temnitz bis zum Abzweig nach Süden entlang der Gemeindegrenze Stadt Kyritz/ Amt Temnitz

der Gemeindegrenze von Kyritz Richtung Südwesten weiter folgend bis zum Burgberg und weiter verlaufend Richtung Nordwesten, dabei ein Stück der Dosse folgend

der Gemeindegrenze bis zum Waldrand folgend, dann nach Westen unterhalb der Gemeindegrenze durch den Wald auf den bis zur südlichen Spitze des Naturschutzgebietes Postluch Ganz

weiter in südwestlicher Richtung bis die Straße aus Richtung Wulkow folgende in Richtung Borker See

Östlich des Borker Sees am Seeufer entlang nach Norden bis zur nördlichen Seespitze

weiter nach Norden durch das Naturschutzgebiet Mühlenteich entlang der Klempnitz bis zur Kattenstiegmühle

von dort nach Nordwesten auf der Straße nach Königsberg bis zur L144

der L144 Richtung Herzsprung folgend bis Herzsprung

weiter durch Herzsprung auf die L18 nach Osten bis zur Abfahrt Herzsprung der A24.

6.2.2017

BAYERN

Landkreis Neustadt a.d.Aisch — Bad Windsheim

die Stadt Burgbernheim mit den Stadtteilen Burgbernheim, Aumühle, Buchheim, Hagenmühle, Hilpertshof, Hochbach

die Gemeinde Gallmersgarten mit dem Gemeindeteil Bergtshofen

31.1.2017”

d)

de volgende vermelding voor Griekenland wordt ingevoegd tussen de vermeldingen voor Duitsland en Frankrijk:

„Lidstaat: Griekenland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Οι περιοχές Φτέρης και Μηλιάς και η Τοπική Κοινότητα Σκοπής του Δήμου Τρίπολης ως εξής:

Βόρεια μέχρι την εκκλησία Αγ. Νικολάου Μηλιάς (37.6062Ν-22.4074Ε)

Νότια μέχρι το 5° χλμ Ε.Ο. Τρίπολης-Πύργου (37.553178Ν — 22.399439Ε)

Ανατολικά μέχρι το 13° χλμ της επαρχιακής οδού Τρίπολης-Λουκά (37.574078Ν — 22.445185Ε)

Δυτικά μέχρι και την περιοχή Φτέρη (37.574078Ν — 22.3796Ε)

8.2.2017”

e)

de vermeldingen voor Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk worden vervangen door:

„Lidstaat: Frankrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Les communes suivantes dans le département des DEUX-SEVRES

AUGE

LA CHAPELLE-BATON

SAINT-CHRISTOPHE-SUR-ROC

4.2.2017

FORS

21.1.2017

Les communes suivantes dans le département du GERS

ARROUEDE

BEZUES-BAJON

CABAS-LOUMASSES

PANASSAC

SAINT-BLANCARD

21.1.2017

ARBLADE-LE-HAUT

AURENSAN

AUX-AUSSAT

AVERON-BERGELLE

BARCELONNE-DU-GERS

BARCUGNAN

BARRAN

BARS

BAZUGUES

BELLOC-SAINT-CLAMENS

BERDOUES

BERNEDE

BOURROUILLAN

LE BROUILH-MONBERT

CAMPAGNE-D'ARMAGNAC

CASTELNAU-D'ANGLES

CASTEX-D'ARMAGNAC

CAUPENNE-D'ARMAGNAC

CLERMONT-POUYGUILLES

CORNEILLAN

CRAVENCERES

CUELAS

DUFFORT

EAUZE

ESPAS

ESTANG

ESTIPOUY

GEE-RIVIERE

LE HOUGA

IDRAC-RESPAILLES

L'ISLE-DE-NOE

LAAS

LAGARDE-HACHAN

LAGUIAN-MAZOUS

LANNEMAIGNAN

LANNE-SOUBIRAN

LANNUX

LAUJUZAN

LOUBEDAT

LOUBERSAN

MAGNAN

MANAS-BASTANOUS

MANCIET

MARSEILLAN

MAULEON-D'ARMAGNAC

MAUPAS

MIELAN

MIRANDE

MIRANNES

MONCASSIN

MONCLAR-SUR-LOSSE

MONGUILHEM

MONLEZUN

MONLEZUN-D'ARMAGNAC

MONPARDIAC

MONTAUT

MONT-DE-MARRAST

MONTESQUIOU

MORMES

NOGARO

PALLANNE

PERCHEDE

PONSAMPERE

PONSAN-SOUBIRAN

POUYLEBON

PROJAN

REANS

RICOURT

RIGUEPEU

SAINT-ARAILLES

SAINTE-AURENCE-CAZAUX

SAINT-CHRISTAUD

SAINTE-CHRISTIE-D'ARMAGNAC

SAINTE-DODE

SAINT-ELIX-THEUX

SAINT-JUSTIN

SAINT-MARTIN

SAINT-MAUR

SAINT-MEDARD

SAINT-MICHEL

SAINT-OST

SALLES-D'ARMAGNAC

SAUVIAC

SEAILLES

SEGOS

SION

TILLAC

TOUJOUSE

URGOSSE

VERLUS

VIELLA

VIOZAN

11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des HAUTES-PYRENEES

IBOS

OROIX

SERON

21.1.2017

GONEZ

GOUDON

MARQUERIE

MOULEDOUS

SADOURNIN

SINZOS

4.2.2017

ANTIN

BOUILH-DEVANT

COUSSAN

FONTRAILLES

GUIZERIX

LARROQUE

LUBRET-SAINT-LUC

MAZEROLLES

PUNTOUS

11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des LANDES

AIRE-SUR-L'ADOUR

ARBOUCAVE

AUBAGNAN

BAHUS-SOUBIRAN

BATS

BOURDALAT

BUANES

CASTELNAU-TURSAN

CAZERES-SUR-L'ADOUR

CLASSUN

CLEDES

COUDURES

DUHORT-BACHEN

EUGENIE-LES-BAINS

EYRES-MONCUBE

FARGUES

GEAUNE

GRENADE-SUR-L'ADOUR

HONTANX

LABASTIDE-D'ARMAGNAC

LACAJUNTE

LARRIVIERE-SAINT-SAVIN

LATRILLE

LAURET

LE FRECHE

LUSSAGNET

MANT

MAURIES

MIRAMONT-SENSACQ

MONGET

MONSEGUR

MONTEGUT

MONTGAILLARD

MONTSOUE

PAYROS-CAZAUTETS

PECORADE

PERQUIE

PIMBO

PUYOL-CAZALET

RENUNG

SAINT-AGNET

SAINT-LOUBOUER

SAINT-MAURICE-SUR-ADOUR

SAMADET

SARRAZIET

SARRON

SERRES-GASTON

SORBETS

URGON

VIELLE-TURSAN

LE VIGNAU

11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des PYRENEES-ATLANTIQUES

AAST

GER

PONSON-DEBAT-POUTS

PONSON-DESSUS

21.1.2017

DIUSSE

GARLIN

PORTET

4.2.2017

GARLIN

4.2.2017

Les communes suivantes dans le département du TARN

ALMAYRAC

BOURNAZEL

CARMAUX

COMBEFA

CORDES-SUR-CIEL

LABASTIDE-GABAUSSE

LACAPELLE-SEGALAR

LAPARROUQUIAL

MONESTIES

MOUZIEYS-PANENS

SAINT-BENOIT-DE-CARMAUX

SAINTE-GEMME

SAINT-MARCEL-CAMPES

SAINT-MARTIN-LAGUEPIE

SALLES

LE SEGUR

TREVIEN

VIRAC

21.1.2017

Les communes suivantes dans le département du TARN-ET-GARONNE

LAGUEPIE

21.1.2017”

„Lidstaat: Kroatië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Dio općine Pitomača, naselja Križnica u Virovitičko— podravskoj županiji koji se nalazi na području u obliku kruga radijusa tri kilometra sa središtem na GPS koordinatama N45,9796; E17,3669

20.1.2017

Područje dijelova općine Velika Gorica, naselja Sop Bukevski i Zablatje Posavsko, općine Rugvica naselja Dragošička, Jalševec Nartski, Struga Nartska, Rugvica, Okunšćak, Nart Savski i Novaki Oborovski, općine Orle naselja Bukevje i Obed u Zagrebačkoj županiji, koji se nalaze na području u obliku kruga radijusa tri kilometra sa središtem na GPS koordinatama N45,74359; E16,209793

6.2.2017”

„Lidstaat: Hongarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Északon a Bugacot Móricgáttal összekötő 54105-ös úton haladva az 54102 és 54105 elágazástól 3km

Délnyugat felé haladva a Tázlárt Kiskunmajsával összekötő 5405-ös út felé, az 5405-ös úton Tázlártól 9 km-re a Kiskörösi/Kiskunmajsai Járások határától 0,8 km

Kelet felé haladva Szank belterület határától 0,5 km

Dél felé haladva a Szankot felől az 5405-ös út felé tartó út és az 5405-ös út elágazási pontja.

Dél felé haladva az 5402-es út felé Kiskunmajsa belterület határától 3,5 km az 5402-es út mentén távolodva Kiskunmajsától.

Délkeleti irányban az 5409-es út Kiskunmajsa belterület határától 5 km

Dél-Délkelet felé haladva az 5405-ös út felé az 5405-ös és az 5442-es út elágazásától nyugat felé 0,5 km

Déli irányba haladva a megyehatárig

A megyehatár mentén haladva délkelet, majd 3 km után észak felé az 54 11-es útig

A megyehatár 5411-es úttól 6 km -re lévő töréspontjától déli irányban 1,5 km

A megyehatár következő töréspontja előtt 0,4 km

A megyehatáron haladva északnyugat felé haladva 4km-t majd északkelet felé haladva az M5 autópályától 3 km

Nyugat felé haladva az 5405-ös úton Jászszentlászló belterület határától 1km

Dél felé haladva 1km, majd északnyugat felé haladva 1 km, majd észak felé haladva az 5405-ös útig

Az 5405-ös úton Móricgát felé haladva a következő töréspontig

Északkelet felé haladva 2 km, majd északnyugat felé haladva a kiindulópontig, továbbá Móricgát-Erdőszéplak, Forráskút, Üllés és Bordány település teljes belterülete, valamint Csongrád és Bács-Kiskun megye az N46,458679 és az E19,873816; és az N46,415988 és az E19,868078; és az N46,4734 és az E20,1634, és az N46,540227, E19,816115 és az

N46,469738 és az E19,8422, és az

N46,474649 és az E19,866126, és az

N46,406722 és az E19,864139, és az

N46,411634 és az E19,883893, és az

N46,630573 és az E19,536706, és az

N46,628228 és az E19,548682, és az

N46,63177 és az E19,603322, és az

N46,626579 és az E19,652752, és az

N46,568135 és az E19,629595, és az

N46,593654 és az E19,64934, és az

N46,567552 és az E19,679839, és az

N46,569787 és az E19,692051, és az

N46,544216 és az E19,717363, és az

N46,516493 és az E19,760571, és az

N46,555731 és az E19,786764, és az

N46,5381 és az E19,8205, és az

N46,5411 és az E19,8313, és az

N 46,584928 és az E19,675551, és az

N46,533851 és az E 19,811515, és az

N46,47774167 és az E19,86573056, és az

N46,484255 és az E19,792816, és az

N46,615774 és az E19,51889, és az

N46,56963889 és az E19,62801111, és az

N46.55130833 és az E19.67718611, és az

N46.580685 és az E19.591378, és az N46.580685 és az E19.591378, és az N46.674795 és az E19.501413, és az N46.672415 és az E19.497671, és az N46.52703 és az E19.75514, és az N46.623383 és az E19.435333, és az N46.55115 és az E19.67295, és az N46.533444 és az E19.868219, és az N46.523853 és az E19.885318, és az N46.535252 és az E19.808912, és az N46.59707 és az E19.45574, és az N46.65772 és az E19.525666, és az N46.593111 és az E19.492923, és az N46.639516 és az E19.542554, és az N46.594811 és az E19.803715, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.57636389 és az E19.58059444 és az N46.676398 és az E19.505054, és az N46.38947 és az E19.858711, és az N46.58072 és az E19.74044, és az N46.6109778 és az E19.88599722, és az N46.674375, és az E19.496807, és ez N46.675336, és az E19.498997 és az N46.665379 és az E19.489808 és az N46.496419 és az E19.911004, és az N46.620021 és az E19.552464, és az N46.3869556, és az E19.77618056, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.551986 és az E19.79999 és az N46.46118056 és az E19.71168333, és az N46.48898611 és az E19.88049444, és az N46.53697222, és az E19.68341111, és az N46.591604, és az E19.49531, és az N46.5171417 és az E19.67016111, és az N46.5158, és az E19.67768889, és az N46.52391944 és az E19.68843889 és az N46.53138889 és az E19.62005556, és az N46.4061972 és az E19.73322778, és az N46.52827778 és az E19.64308333, és az N46.533121 és az E19.518341, és az N46.574084 és az E19.740144, és az N46.553554 és az E19.75765, és az N46.657184 és az E19.531355, és az N46.5618333 és az E19.76470278, és az N46.516606 és az E19.886638, és az N46.551673 és az E19.491094, és az N46.551723 és az N19.779836, és az N46.603375, és az E19.90755278, és az N46.547736, és az E19.535668, és az N46.544789 és az E19.516968, és az N46.550743 és az E19.496889, és az N46.382844 és az E19.86408, és az N46.57903611 és az E19.72372222, és az N46.590227, É19.710753, és az N46.521458 és az E19.642231, és az N46.579435 és E19.464347, és az N46.616864 és az E19.548472, és az N46.50325556 és az E19.64926389, és az N46.518133 és az E19.6784, és az

N46.557763 és az E19.901849 és az N46.484193 és az E19.69385, és az N46.52626111 és az E19.64352778 és az N46.500159 és az E19.655886 és az N46,5957889 és az E 19,87722778 és az

N46.589767 és az E19.753633 és az N46,5886056 és az E19,88189167 és az

N46.558306 és az E19.465675 és az N46.569808 és az E19.437804 és az N46.4271417 és az E19.8205528 és az N46.445379 és az E19.649848 és az N46.5264361 és az E19.63094722 és az N46.5185167 és az E19.664775 és az N46.5247472 és az E19.63145833 és az N46.514667 és az E19.629611 és az N46.65375 és az E19.53113 és az N46.6007389 és az E19.5426556 és az N46.5916083 és az E19.5920389 és az N46.59794444 és az E19.46591667 és az

N46.543419 és az E19.866035 és az N46.6204 és az E19.8007, és az

N46.402 és az E19.73983333, N46.5321778 és az E19.67289444, N46.544109, E19.688508, N46.559392, E19.768362, N46.603106, E19.782067, N46.539064, E19.419259, N46.447194,

E19.65843; N46.682422, E19.638406, az N46.685278, E19.64, N46.689837 és az E19.674396; N46.342763 és az E19.886990, és az N46,3632 és az E19,8754, és az N46.362391 és az E19.889445, N46.342783 és az E19.802446; N46.544052 és az E19.968252, és az N46.485451 és az E20.027345, N46.552536 és az

E19.970554, és az N46.475176 és az E20.000298, és az N46.339714 és az E19.808507, és az N46.304572, E:19,771922 és az N46.558306 és az

E19.465675, és az N46.422366 és az E19.759126, valamint az N46,443688 és az E19,643344

GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei.

27.1.2017.

Bács-Kiskun megye Kiskunhalasi járásának az N46.268418 és az E19.573609, az N46.229847 és az E19.619350, az N46.241335 és az E19.555281, és az N46.244069 és az E19.555064 és az N46.287484, E19.563459, N46.224517 és az E19.412833, és az N46.344569 és az E19.405611, valamint az N46.226815

és az 19.397141 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei, valamint Kelebia-Újfalu település teljes belterülete

27.1.2017

Bács-Kiskun megye Kiskunfélegyházi és Kecskeméti járásának az N46.665317 és az E19.805388, az N46.794889 és az E19.817377, az N46.774805 és az E19.795087, és az N46.762825 és az E19.857375, valamint N46.741042 és az E19.721741 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

27.1.2017

Csongrád megye Szentesi járásának az N46.619294 és az E20.390083; N46.652, E20.2082, valamint az N46.5795, E20.3489 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

20.1.2017

Csongrád megye Szegedi, Hódmezővásárhelyi járásának az N46,385753 és az E20,27167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

5.2.2017

Jász-Nagykun Szolnok megye Kunszentmártoni járásának és Bács-Kiskun megye Tiszakécskei járásának az N46.853433 és az E20.139858; és az N46,82681 és az E20,12392 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

4.2.2017

Bács-Kiskun megye Kecskeméti járásának az N46.931868 és az E19.519266GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

27.1.2017

Somogy megye Barcsi járásának a Horvátország területén található N45.9796167 és az E17.36696167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

19.1.2017

Jász-Nagykun-Szolnok és Pest megye N47.4934 és E19,8685 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

27.1.2017

Főváros és Pest megye N47.44505 és E19.036856 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

26.1.2017

Hajdú-Bihar megye Berettyóújfalúi és Békés megye Szeghalmi járásának az N47,021168 és az E21,283025 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

30.1.2017

Békés megye Szeghalmi és Hajdú-Bihar megye Berettyújfalúi járásának az N46,995519 és az E21,175782 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

3.2.2017

Csongrád megye Szentesi járásának és Békés megye Orosházi és Szarvasi járásának az N46,711812, és az E20,486882 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

8.2.2017”

„Lidstaat: Oostenrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

St. Margarethen im Burgenland

Rust

Oslip

8.2.2017”

„Lidstaat: Polen

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegającą w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Północnej, Skwierzyńskiej i Czereśniowej, w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznański), obszar biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ul. Skwierzyńskiej, a następnie kierunek zmienia się na południowo-wschodnim, i granica biegnie w tym kierunku do skrzyżowania ulic Topolowej i Łubinowej. Następnie, w tym samym kierunku, linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Łubinowej, do ul. Daliowej. Następnie, pod kątem prostym, granica obszaru skręca w kierunku południowo-zachodnim, wzdłuż ul. Daliowej do ul. Krupczyńskiej. Następnie linia granicy idzie wzdłuż ul. Krupczyńskiej i w połowie odcinka, pomiędzy ulicą Konwaliową i Chabrową, idzie w kierunku torów kolejowych i ul. Słonecznikowej. Następnie linia granicy w trym samym kierunku przecina ul. Tulipanową oraz drogę ekspresową S3, idąc skrajem lasu, do ul. Kwiatu paproci. Następnie granica obszaru biegnie wzdłuż ulicy Kwiatu paproci do dojazdu pożarowego nr 23 w kierunku południowym, przecinając dojazd pożarowy nr 11. Następnie, linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, w kierunku jeziora Glinik, do drogi utwardzonej. Następnie, idąc w kierunku południowym wzdłuż ww. drogi, linia granicy biegnie do skrzyżowania z droga idąca w kierunku Orzelca. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim, do granic wschodnich miejscowości Orzelec, przy wschodnich granicach miejscowości Orzelec linia granicy skręca w kierunku południowym w dukt leśny. Duktem leśnym linia granicy idzie w kierunku zachodnim, aż do ul. Księżycowej w miejscowości Dziersławice. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Księżycowej, w kierunku północnym, i pod skosem skręca w kierunku północno-zachodnim do miejscowości Dziersławice, do drogi krajowej nr 22. Następnie, w miejscowości Dziersławice, linia granicy idzie wzdłuż drogi krajowej nr 22 aż do skraju lasu (po lewej stronie drogi jest miejscowość Prądocin). Następnie linia granicy biegnie skrajem lasu aż do miejscowości Łagodzin, wzdłuż ul. Magicznej, dalej: ul. Przyjaznej i do skrzyżowania z ulicami Sulęcińska (miasto Gorzów), Łagodna, Dobra, Bratnia i Przyjazna, tj. dochodzi do granic miejscowości Gorzów i gminy Deszczno, w kierunku północnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż ul. Skromnej, zachowując ten kierunek biegnie dalej i przechodzi w ul. Łagodzińską, w kierunku drogi ekspresowej S 3, przecinając ją, do ul. Poznańskiej w Gorzowie Wielkopolskim. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Poznańskiej do skrzyżowania z ulicą Gruntową. Następnie, wzdłuż ul. Gruntowej linia granicy biegnie do końca istniejącej zabudowy, po czym skręca w kierunku południowo-wschodnim, do granic miasta Gorzowa, gminy Deszczno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż granicy powiatu Gorzowskiego i Miasta Gorzów, i następnie, zmieniając kierunek na południowo-wschodnim, linia granicy biegnie do ul. Skwierzyńskiej w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie).

27.1.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od miejscowości Maszewo, ul. Prosta, linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, wzdłuż ul. Prostej do zbiegu z ul. Kolonijną, będącą przedłużeniem ul. Prostej. U zbiegu tych ulic linia granicy skręca w kierunku południowym przez tereny rolne, do zakrętu drogi gruntowej, będącej przedłużeniem ul. Zacisze w miejscowości Glinik. Następnie linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, do skraju lasu. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż krawędzi lasu, do miejsca, w którym las przedzielony jest droga utwardzoną, i dalej, w kierunku południowo-wschodnim, przebiega do ul. Południowej, w miejscowości Glinik. Następnie linia granicy idzie w kierunku południowo-zachodnim do skrzyżowania drogi gruntowej z duktem leśnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku południowym w las, do drogi utwardzonej, w północnej części miejscowości Orzelec. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż drogi utwardzonej w kierunku północno-wschodnim, do wschodniej strony miejscowości Orzelec, i następnie biegnie lasem, w kierunku południowym, przecinając linię energetyczną. By następnie dalej lasem, skręcić w kierunku południowo-zachodnim, do drogi krajowej nr 22. Następnie linia granicy przecina drogę krajową w kierunku zachodnim, idąc do wschodniej części miejscowości Kiełpin. Następnie linia granicy przebiega w kierunku północnym, przez wschodnią część miejscowości Kiełpin i dalej biegnie, w kierunku północno-zachodnim, do granic powiatów: Gorzowskiego i Sulęcińskiego, do południowo-zachodniej części miejscowości Płonica. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż miejscowości Płonica, drogą, do miejscowości Dzierżów. Następnie, w miejscowości Dzierżów, przy Kościele, skręca w kierunku północno-wschodnim, do ulicy Platynowej, a następnie biegnie wzdłuż drogi, do ulicy Leśnej. Następnie ulica Leśną, linia granicy biegnie w kierunku północnym do skraju lasu, a następnie, w kierunku północno wschodnim, biegnie wzdłuż nieczynnej linii kolejowej do drogi krajowej nr 22. Następnie linia skręca w kierunku południowym, wzdłuż drogi krajowej nr 22, do skrzyżowania z ulicą Bratnią, stanowiącą wjazd do miejscowości Łagodzin. Następnie linia przebiega w kierunku północno-wschodnim, idąc wzdłuż ulicy Bratniej, do skraju lasu, i następnie skręca w kierunku południowo-wschodnim, idąc skrajem lasu, mijając ul. Pomocną, idzie do ul. Przyjaznej w miejscowości Łagodzin. Następnie, w miejscowości Łagodzin, biegnie ul. Przyjazną w kierunku południowym, w kierunku ul. Tajemniczej. Następnie linia granicy skręca w kierunku wschodnim, i biegnie ulicą Tajemniczą do skrzyżowania ulic Tajemnicza, Spokojna i Zagrodowa. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym ulicą Zagrodową (droga utwardzona), i następnie biegnie w kierunku wschodnim, do drogi dojazdowej do posesji Zagrodowa 6. Następnie, od posesji, linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, aż do ulicy Niebieskiej, przecinając ulicę Letnią. Następnie linia granicy w dalszym ciągu biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do ulicy Granitowej, w miejscowości Maszewo, w połowie odcinka pomiędzy ul. Niebieską a Prostą. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, do ul. Prostej, skąd zaczęto opis.

27.1.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Północnej, Skwierzyńskiej i Czereśniowej, w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie), obszar biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ul. Skwierzyńskiej, a następnie kierunek zmienia się na południowo-wschodni i granica biegnie w tym kierunku do skrzyżowania ulic Topolowej i Łubinowej. Następnie, w tym samym kierunku, linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Łubinowej, do ul. Daliowej. Następnie, pod kątem prostym, granica obszaru skręca w kierunku południowo-zachodnim, wzdłuż ul. Daliowej do ul. Krupczyńskiej. Następnie linia granicy idzie wzdłuż ul. Krupczyńskiej i w połowie odcinka, pomiędzy ulic ą Konwaliową i Chabrową, idzie w kierunku torów kolejowych i ul. Słonecznikowej. Następnie linia granicy w trym samym kierunku przecina ul. Tulipanową oraz drogę ekspresową S 3, idąc skrajem lasu, do ul. Kwiatu Paproci. Następnie, granica obszaru biegnie wzdłuż ulicy Kwiatu Paproci do dojazdu pożarowego nr 23 w kierunku południowym, przecinając dojazd pożarowy nr 11. Następnie, linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, w kierunku jeziora Glinik, do drogi utwardzonej. Następnie, idąc w kierunku południowym wzdłuż ww. drogi, linia granicy biegnie do skrzyżowania z linią energetyczną, po czym biegnie w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż południowych granic miejscowości Orzelec. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim do skraju lasu, oddalonego o ok. 250 m od zabudowy mieszkalnej znajdującej się w miejscowości Bolemin. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż skraju lasu, po jego północnej części, do drogi krajowej nr 22, po czym skręca w kierunku północnym i biegnie wzdłuż drogi krajowej nr 22, mijając zachodu miejscowości Dziersławice oraz Międzylesie, do skrzyżowania drogi krajowej nr 22 z drogami na miejscowości: Krasowiec i Białobłocie. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym, aż do skraju lasu, z prawej strony drogi krajowej nr 22, w kierunku Gorzowa Wlkp. (po lewej stronie drogi jest miejscowość Prądocin). Następnie linia granicy biegnie skrajem lasu aż do miejscowości Łagodzin, wzdłuż ul. Magicznej, dalej ul. Przyjaznej i do skrzyżowania z ulicami Sulęcińska (miasto Gorzów Wlkp.), Łagodna, Dobra, Bratnia i Przyjazna, tj. dochodzi do granic miasta Gorzów Wlkp. i gminy Deszczno, w kierunku północnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż ul. Skromnej, zachowując ten kierunek biegnie dalej i przechodzi w ul. Łagodzińską, w kierunku drogi ekspresowej S3, przecinając ją, do ul. Poznańskiej w Gorzowie Wlkp. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Poznańskiej do skrzyżowania z ulicą Gruntową. Następnie, wzdłuż ul. Gruntowej linia granicy biegnie do końca istniejącej zabudowy, po czym skręca w kierunku południowo-wschodnim, do granic miasta Gorzowa Wlkp., gminy Deszczno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż granicy powiatu gorzowskiego i miasta Gorzów Wlkp. i następnie, zmieniając kierunek na południowo-wschodni, linia granicy biegnie do ul. Skwierzyńskiej w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie).

27.1.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulicy Łubinowej z Topolową w miejscowości Deszczno idąc w kierunku północnym około 30 metrów, linia skręca w kierunku wschodnim przy posesji Topolowa 10 potem linia przecina sieć energetyczną i zmierza w kierunku punktu granicznego oddziałów leśnych nr 19 i 20 Nadleśnictwa Skwierzyna, następnie linia przebiega ulicą Borkowską w miejscowości Brzozowiec i dalej ulicą Borkowską do skrzyżowania z ulicą Gorzowską. Następnie w tym samym kierunku (południowym) wchodzi w ulicę Szkolną i dochodzi do skrzyżowania z ulicą Leśną. Dalej linia biegnie wzdłuż ulicy Leśnej przechodząc przez tory PKP relacji Gorzów Wlkp.– Skwierzyna, dochodząc wzdłuż ulicy Przejazdowej do rozwidlenia ulic i dalej zmienia kierunek na południowo-zachodni wchodząc w las do drogi ekspresowej S3, po czym przecina punkt oddziału leśnego nr 89, 90, 110 i 111 oraz 113, 112, 135 i 134, następnie nr 138, 139, 182 i 183 i następnie skręca w kierunku północno-zachodnim do przecięcia punktu oddziału leśnego nr 119,120,142 i 143 i dalej do oddziałów nr 82, 83, 102, 103. Następnie biegnie wzdłuż oddziałów 82 i 83 biegnąc w tym samym kierunku do łuku drogi powiatowej nr 1397F rozdzielającej miejscowości Orzelec i Bolemin. Dalej w kierunku północnym do miejscowości Orzelec przy skrzyżowaniu z drogą osiedlową w Orzelcu a drogą w kierunku miejscowości Dziersławice. Następnie linia przebiega pomiędzy zabudowaniami w miejscowości Dziersławice o numerach 11 i 12 a następnie do skrzyżowania ulic: Dziersławickiej i Kolonijnej. Potem linia graniczna obszaru przebiega wzdłuż Kolonijnej do skrzyżowania z ulicą Kolonijną w Białobłociu (droga powiatowa nr 1395F) między posesjami nr 37 i 10 wzdłuż granicy obrębu Białobłocie i Glinik do ulicy Karnińskiej przy posesji nr 7 w Gliniku. Dalej linia biegnie w kierunku północno-wschodnim do ulicy Niebieskiej 4 w Deszcznie, następnie wzdłuż ulicy Niebieskiej około 150 metrów w kierunku posesji nr 2, a następnie zmienia kierunek przecinając drogę ekspresową S 3 w kierunku skrzyżowania ulic Lubuska i Leśna przy posesji Lubuska 49 w Deszcznie (pod linią graniczną numeracja posesji rośnie) w kierunku na Skwierzynę, a następnie linia przechodząc przez posesję Lubuska 45, linia biegnie do punktu rozpoczęcia opisu.

27.1.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Lubuskiej i Skwierzyńskiej w Deszcznie linia biegnie wzdłuż ulicy Skwierzyńskiej w kierunku północno-wschodnim do ulicy Wietrznej w Osiedlu Poznańskim, następnie ulicą Wietrzną za posesję nr 96 w kierunku ulicy Skwierzyńskiej przy posesjach nr 44 i 45 przecina ulicę Brzozową między posesjami nr 36 i 37, następnie biegnie w kierunku północno-wschodnim w kierunku skrzyżowania ulic Olchowa i Nowa, a następnie zmienia kierunek na wschód i biegnie pomiędzy posesjami nr 71 i 72 w miejscowości Borek do skrzyżowania drogi leśnej ze zjazdem na posesję nr 75 w m. Borek. Następnie linia przebiega w kierunku południowo-wschodnim do punktu granicznego oddziałów leśnych nr 9,10,15 i 16 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia biegnie łukiem w kierunku południowym przez las do punktu między oddziałami nr 21, 22, 27 i 28 oraz dalej do skrzyżowania ulicy: Gajowej z ulicą Nad Wałem oraz drogą powiatową nr 1398F w Brzozowcu. Potem w kierunku południowo-wschodnim do posesji nr 8 pomiędzy ulicami Nad Wałem i Borkowską do załamania linii energetycznej, a następnie przebiega pomiędzy posesjami nr 25b i 26a w Brzozowcu (ulica Polna). Następnie linia idzie w kierunku południowozachodnim przecinając linie kolejową relacji Gorzów Wlkp.–Skwierzyna oraz drogę relacji Gorzów Wlkp.– Skwierzyna (ul. Gorzowska). Następnie linia biegnie dalej w tym samym kierunku do punktu oddziałowego nr 65 i 66 po czym zmienia kierunek do punktu oddziałowego nr 89-90, 110-111 w linii do punktu nr 92,93,113 i 114, następnie do punktu nr 74, 75, 95, 96, by przeciąć w północnej części jezioro Glinik. Dalej linia biegnie do punktu oddziałowego nr 53, 54, 77, 78 oraz do punktu nr 38, 39 przecinając drogę powiatową 1397F. Dalej przebiega wzdłuż granic oddziałów nr 38,39 do skraju lasu. Potem linia wchodzi ze skraju lasu w ulicę Słowiczą i przebieg wzdłuż ulicy Słowiczej w kierunku północno-zachodnim do skrzyżowania z drogą. Następnie biegnie do skrzyżowania z ulicą Sikorkową i do Kukułczej. Potem biegnie w kierunku północnozachodnim w linii prostej do ulicy Niebieskiej w Deszcznie przy posesji nr 5 i dalej w kierunku północnowschodnim wzdłuż posesji ul. Niebieska 5 przecina drogę ekspresowa S 3 oraz linię kolejową relacji Gorzów Wlkp.–Krzyż i dalej w kierunku do punktu początku opisu

27.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulicy Osiedlowej z ulicą Wylotową w miejscowości Ciecierzyce granica obszaru biegnie, w kierunku północno-wschodnim, do skrzyżowania ulicy Siewnej i ulicy Spacerowej w tej miejscowości. Następnie granica w dalszym ciągu biegnie w kierunku północno-wschodnim, przecinając rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi powiatowej 1365F z drogą prowadzącą do posesji nr 128 i 127 w miejscowości Janczewo. Dalej granica odbija i biegnie w kierunku południowo-wschodnim, od zachodu omijając Stare Polichno i dochodzi do drogi powiatowej nr 1351F. Następnie biegnie wzdłuż drogi powiatowej 1351F do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1352F, w miejscowości Gościnowo. Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając rzekę Wartę, do skrzyżowania ulic Borkowska i Gorzowska, w miejscowości Brzozowiec. Dalej granica biegnie w kierunku północno-zachodnim, ulicą Gorzowską, do ulicy Krupczyńskiej w miejscowości Deszczno. Następnie, wzdłuż ulicy Krupczyńskiej granica biegnie do skrzyżowania z ulicą Daliową, po czym zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Brzozowa z ulicą Nową (Osiedle Poznańskie). Potem granica zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie do przecięcia punktu oddziału leśnego nr 5, 4. Następnie biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania ulic Osiedlowa i Wylotowa w miejscowości Ciecierzyce, skąd rozpoczęto opis

27.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulicy Skwierzyńskiej z ulicą Wiśniową (Osiedle Poznańskie) linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, do skrzyżowania ulicy Nowej i ulicy Pogodnej (Osiedle Poznańskie), po czym zmienia kierunek na południowo-wschodni i przecinając bieg linii energetycznej, biegnie do przecięcia oddziału leśnego nr 19, 22 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy kieruje się po łuku, w kierunku południowym, omijając od zachodu miejscowość Brzozowiec, przecina linię kolejową relacji Gorzów Wlkp.–Skwierzyna, i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 31, 32, 44, 45. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowo-zachodni, przecina drogę ekspresową S3 i dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 73, 74, 94, 95, następnie przecina od północy jezioro Glinik i kieruje się do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 77, 78 97, 98 po czym zmienia kierunek na północno-zachodni, dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 41, 42, 57. Następnie linia granicy biegnie wciąż w tym samym kierunku, północnozachodnim, do punktu załamania się linii biegu sieci energetycznej w miejscowości Białobłocie. Następnie biegnie wzdłuż linii energetycznej, w kierunku północnym, do punktu przecięcia tej linii z ulicą Łagodzińską w Gorzowie Wlkp. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na wschodni i biegnie do przecięcia ulic Gruntowej i Poznańskiej w Gorzowie Wlkp., a następnie biegnie w tym samym kierunku do skrzyżowania ulic Skwierzyńskiej i Wiśniowej, skąd rozpoczęto opis.

27.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulic Poznańskiej z Nizinną w mieście Gorzów Wielkopolski granica obszarubiegnie w kierunku wschodnim, do skrzyżowania ulic Dworskiej ze Strażacką. Następnie linia granicy zmienia kierunek na południowo-wschodni i biegnie wzdłuż ulicy Strażackiej w miejscowości Karnin (droga powiatowa 1400F) do skrzyżowania z ulicą Świetlaną w miejscowości Karnin. Dalej granica biegnie w tym samym kierunku w linii prostej do skrzyżowania ulicy Skwierzyńskiej z ulicą Czereśniową w miejscowości Osiedle Poznańskie. Następnie zmienia kierunek na południe i biegnie do skrzyżowania ulic Lubuskiej i Krupczyńskiej w miejscowości Deszczno. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 38, 39 (Nadleśnictwo Skwierzyna) przecinając drogę ekspresową S3. Dalej granica biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania drogi krajowej nr 22 z drogą gminną na wysokości posesji nr 102 w miejscowości Bolemin. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno-zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1396F z ulicą Leśną w miejscowości Prądocin. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania ulic Głównej z ulicą Kobaltową w miejscowości Ulim. Potem zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Podgórnej z ulicą Kukułczą w mieście Gorzów Wielkopolski (Zawarcie). Następnie biegnie w kierunku wschodnim do skrzyżowania ulicy Poznańskiej z ulicą Nizinną w mieście Gorzów Wielkopolski, gdzie kończy się opis.

25.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania drogi powiatowej nr 1414F z drogą polną przy posesji nr 46 w miejscowości Brzeźno granica obszaru biegnie w kierunku północno-wschodnim do skrzyżowania dróg powiatowych nr 1414F i 1419F. Następnie granica dalej biegnie w kierunku północno-wschodnim przez oddziały leśne nr 6, 5, 4 do punktu przecięcia obszaru leśnego nr 3, 4, 14, 15 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-wschodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 37, 38, 87, 88 (Nadleśnictwo Bogdaniec). W tym miejscu granica zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 232, 233, 272, 273 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 388, 389 skraj lasu (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 279,280, 348, 349 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Tutaj granica zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno-zachodnim dopunktu przecięcia oddziału leśnego nr 143, 144, 191, 192 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku północnym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 48, 49 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie biegnie w kierunku północno-wschodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1414F z drogą polną przy posesji nr 46 w miejscowości Brzeźno, gdzie kończy się opis

27.1.2017

W województwie świętokrzyskim: teren miejscowości na obszarze powiatu pińczowskiego: Zagorzyce, Kozubów, Smyków, Zawarża, Byczów, Aleksandrów, Wojsławice, Mozgawa, Młodzawy Małe, Bugaj, Nowa Wieś, Teresów (przysiółek Kozubowa)

19.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynajac od punktu na moście na rzece Noteć w miejscowości Santok linia granicy obszaru biegnie w kireunku południowo-wschodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1401F z drogą prowadzącą do posesji nr 13 w miejscowości Nowe Poichno. W tym miejscu granica zmienia swój kierunek na południowy i biegnie, przecinając drogi wojewódzkie nr 158 i 159, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 80,81,112,113 (nadleśnictwo Karwin). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając drogę wojewódzką nr 159, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1352 f z drogą prowadzacą do posesji nr 27 w miejscowosci Dobrojewo. Dalej linia granicy biegnie w kierunku południowo-zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1351 F z drogą prowadzącą do posesji nr 12 i 13 w miejscowosci Gościnowo.W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku połnocno-zachodnim, przecinając rzekę Wartę, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 8,9,14,15 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym biegnie w kierunku północnym, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1398F z drogą prowadzącą do posesji nr 78 w miejscowości Borek. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północnym, do 66. kilometra na rzece Warta, gdzie zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie wzdłuż rzeki Warty. Nastepnie Linia granicy przebiega wzdłuż dolnego biegu rzeki Noteć do mostu. Skąd rozpoczęto opis.

25.1.2017

W województwie małopolskim: od strony północnej: od granicy województwa małopolskiego wzdłuż północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów (gm. Pałecznica) – do drogi powiatowej nr 1253 K; od strony zachodniej: od północnej granicy miejscowości Bolów drogą powiatową nr 1253K w kierunku południowo-zachodnim i dalej drogą powiatową nr 1254 K – do skrzyżowania z drogą gminną nr 160164 K w miejscowości Sudołek (gm. Pałecznica). Następnie tą drogą do miejscowości Pieczonogi (gm. Pałecznica) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1259 K. Drogą powiatową nr 1259 K w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m, a następnie drogą lokalną w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m i dalej drogą lokalną w kierunku południowym do granicy administracyjnej miejscowości Pieczonogi i Szczytniki-Kolonia (gm. Pałecznica). Wzdłuż tej granicy w kierunku zachodnim przez ok. 900 m do cieku wodnego (rowu melioracyjnego) i dalej wzdłuż tego cieku w kierunku południowym, a następnie południowo-wschodnim w miejscowości Szczytniki-Kolonia i Klimontów (gm. Proszowice) – do drogi wojewódzkiej nr 776; od strony południowej: od cieku wodnego w miejscowości Klimontów (Stara Wieś) wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 776 w kierunku północnym, a następnie wschodnim – do granicy województwa małopolskiego; od strony wschodniej: wzdłuż granicy województwa małopolskiego – od drogi wojewódzkiej nr 776 do północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów.

21.1.2017

W województwie lubuskim: Rozpoczynając od punktu przecięcia działek katastralnych nr 398, 397 w miejscowość Santok z działkami katastralnymi nr 88 i 81 w miejscowości Stare Polichno linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, po łuku, do przecięcia działek katastralnych nr 182, 202, 121/1 w miejscowości Nowe Polichno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z drogą wojewódzką nr 159, po czym lekko się załamuje i biegnie po łuku do punktu na drodze nr 159 na wysokości posesji nr 23 w miejscowości Dobrojewo. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 159, do skrzyżowania tej drogi wojewódzkiej z drogą powiatową nr 1352F, po czym zmienia kierunek na południowo-zachodni, i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1351F z drogą gminną nr 004911F. Następnie linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 22, 23, 28, 29 (Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 8, 9, 14, 15 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym biegnie w tym samym kierunku, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 217/1 w miejscowości Górki z działką katastralną 250/3 w miejscowości Borek i działką katastralną nr 290 w miejscowości Ciecierzyce. Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie, po łuku, do przecięcia działek katastralnych nr 398, 397 w miejscowość Santok z działkami katastralnymi nr 88 i 81 w miejscowości Stare Polichno, skąd rozpoczęto opis.

27.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia drogi powiatowej nr 1282F z drogą prowadzącą do posesji nr 14 w miejscowości Koszęcin linia granicy biegnie w kierunku północnym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 18, 23 (Nadleśnictwo Lubniewice), po czym skręca w kierunku wschodnim i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 17, 22, 23. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowy i biegnie od skrzyżowania ulicy Platynowej z drogą polną, przy posesji 3B w miejscowości Dzierżów. Następnie linia granicy załamuje się i biegnie w kierunku południowo – wschodnim, po łuku, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z drogą prowadzącą między posesjami nr 23 i 25 w miejscowości Krasowiec. Następnie linia granicy dalej biegnie w tym samym kierunku, do drogi gminnej 001321F, przy posesji nr 89 w miejscowości Bolemin, po czym zmienia kierunek na południowy i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1397F, do punktu przesunięcia oddziału leśnego nr 49, 50, 72, 73 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy biegnie w kierunki zachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 54, 55, 78, 79 (Nadleśnictwo Lubniewice), po czym zmienia kierunek na północno-zachodni, omija od północy miejscowość Rudnica, i biegnie do skrzyżowania drogi kolejowej z ulicą Lubuską w miejscowości Rudnica. Następnie linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 32, 33, 39 (Nadleśnictwo Lubniewice). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północny i biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 173, 201, 202, po czym dalej w kierunku północnym, przecinając rzekę Wartę, biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 142/4, 142/5 w miejscowości Chwałowice. Po czym dalej na północ do skrzyżowania dróg gminnych nr 000416F i 000414F, a następnie zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie do punktu początkowego, skąd rozpoczęto opis.

29.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia działki katastralnej nr 410, 405, 404 w miejscowości Santok, linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, przecinając rzekę Noteć, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 9, 11/1, 11/2 w miejscowości Stare Polichno. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowo-wschodni i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1401F z drogą prowadzącą do posesji nr 13 w miejscowości Małe Polichno. Dalej linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, po łuku, przecinając drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia oddziału le- śnego nr 20, 21, 48, 49 (Nadleśnictwo Karwin), po czym załamuje się i biegnie w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 112, 113, 146, 147 (Nadleśnictwo Karwin). Następnie linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 336, 288, 289 w miejscowo- ści Gościnowo, po czym biegnie dalej w tym samym kierunku, po łuku, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 202, 194/6, 195/7 w miejscowości Warcin. Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę do skrzyżowania drogi gminnej nr 001328F z droga prowadzącą do posesji 85, 83a, 83 w miejscowości Borek, po czym zmienia kierunek na północny, i biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 212, 213, 200 w miejscowości Santok, po czym biegnie, przecinając rzekę Wartę i drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 410, 405, 404 w miejscowości Santok, skąd rozpoczęto opis.

26.1.2017

W województwie podkarpackim: Od strony północnej linia obszaru biegnie od miejsca przecięcia ul. Białobrzeskiej z potokiem Marcinek, dalej biegnie wzdłuż południowego brzegu potoku Marcinek do zakola w pobliżu ul. Trębackiej na terenie miejscowości Korczyna, wzdłuż południowego pobocza ul. Trębackiej do skrzyżowania z ul. Krośnieńską. Od strony wschodniej linia obszaru biegnie w kierunku południowym, wzdłuż zachodniego pobocza ul. Krośnieńskiej, a następnie kieruje się na wschód, zgodnie z przebiegiem ul. Granicznej, wzdłuż granicy administracyjnej miasta Krosno do ul. Akacjowej na terenie miejscowości Korczyna. Dalej od wschodu granica obszaru biegnie wzdłuż zachodniego pobocza ul. Akacjowej w kierunku południowym, wzdłuż zachodniego pobocza ul. Marynkowskiej do ul. Kasztanowej, a następnie wzdłuż ul. Kasztanowej do granicy administracyjnej miasta Krosno. Od strony południowej linia obszaru biegnie w kierunku południowo zachodnim w linii prostej przecinając ul. Sikorskiego oraz tory kolejowe do skrzyżowania ul. Bieszczadzkiej i Władysława Reymonta, dalej biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania ul. Bolesława Prusa z ul. Debrza a następnie w linii prostej w kierunku zachodnim przecinając ul. Wiejską, ul. Dębową, ul. Suchodolską do potoku Lubatówka i dalej wzdłuż północnego pobocza ul. Podmiejskiej do skrzyżowania z ul. Długą, a następnie wzdłuż północnego pobocza ul. Lotników aż do skrzyżowania z ul. Zręcińską. Od strony zachodniej linia obszaru biegnie w kierunku północnym wzdłuż wschodniego pobocza ul. Zręcińskiej aż do skrzyżowania z ul. Podkarpacką (drogą krajową nr 28). Dalej granica obszaru biegnie wzdłuż wschodniego pobocza ul. Podkarpackiej aż do skrzyżowania z ul. Krakowską, wzdłuż południowego pobocza ul. Krakowskiej do skrzyżowania z ul. Drzymały, dalej wzdłuż południowego pobocza ul. Drzymały do mostu na rzece Wisłok. Dalej linia obszaru biegnie wzdłuż południowo wschodniego brzegu rzeki Wisłok do zakola w okolicy ul. Wierzbowej i dalej w linii prostej w kierunku północno- wschodnim przecinając ul. Wierzbową, a następnie do przecięcia ul. Białobrzeskiej z potokiem Marcinek, skąd zaczęto opis.

21.1.2017

W województwie świętokrzyskim: od strony wschodniej i południowo-wschodniej: granicą powiatu kazimierskiego, od drogi powiatowej nr 0521T do skrzyżowania drogi powiatowej nr 0552T i drogi lokalnej Cieszkowy-Probołowice, terenem niezabudowanym na wschód od miejscowości Cieszkowy (gm. Czarnocin), przecina drogę wojewódzką nr 770, teren niezabudowany na wschód od miejscowości Swoszowice (gm. Czarnocin), przecina drogę wojewódzką nr 776, obejmuje miejscowość Broniszów (gm. Kazimierza Wielka) od strony południowej: teren niezabudowany równolegle do drogi powiatowej 0529T, obejmuje miejscowość Kamyszów (gm. Kazimierza Wielka), przecina drogę wojewódzką nr 768, obejmuję miejscowość Topola (gm. Skalbmierz) 3) od strony zachodniej: teren niezabudowane na zachód od miejscowości Topola (gm. Skalbmierz), przecina drogę wojewódzką nr 768, wzdłuż rzeki Nidzicy i cieku wodnego, teren niezabudowany na zachód od miejscowości Krępice do skrzyżowania drogi lokalnej z Krępic z drogą nr 770 4) od strony północnej i północno-zachodniej: wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 770, obejmuje miejscowości Ciuślice i Turnawiec (gm. Czarnocin), dalej granicy lasu w Malżycach (gm. Czarnocin) do granicy powiatu kazimierskiego.

21.1.2017

W województwie opolskim: od strony północnej: od skrzyżowania drogi 1403 O relacji Roszowicki Las – Dzielnica z ulicą Głogowiec w miejscowości Roszowicki Las (bez tej miejscowości) i dalej tą ulicą w kierunku wschodnim przecinając granicę gminy Cisek z gminą Bierawa do drogi 425 w miejscowości Dziergowice i dalej aż do linii kolejowej relacji Kędzierzyn-Koźle – Racibórz, następnie wzdłuż tej linii kolejowej, włączając miejscowość Dziergowice (bez miejscowości Solarnia), na południe do granicy powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego z powiatem raciborskim; od strony południowej: od przecięcia rzeki Odra, granicy powiatu raciborskiego i powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego w kierunku zachodnim wzdłuż zachodnich granic miejscowości Podlesie, miejscowości Dzielnica (włączając te miejscowości do obszaru); od strony zachodniej: od miejscowości Dzielnica w kierunku północnym wzdłuż południowych granic miejscowości Roszowice (bez tej miejscowości) do skrzyżowania drogi nr 1403 O z ulicą Głogowiec w miejscowości Roszowicki Las.

25.1.2017

W województwie śląskim: teren ograniczony od strony północnej: wzdłuż granicy powiatów Kędzierzyn-Koźle i Racibórz – od miejscowości Podlesie w kierunku wschodnim do miejscowości Solarnia; od strony wschodniej: od miejscowości Solarnia wzdłuż linii kolejowej relacji Kędzierzyn-Koźle – Racibórz do wysokości północnej granicy administracyjnej miejscowości Kuźnia Raciborska (bez tej miejscowości); od strony południowej: od północnej granicy administracyjnej miejscowości Kuźnia Raciborska, poprzez południowe granice miejscowości Budziska, obejmując tą miejscowość, do północnych granic administracyjnych miejscowości Turze (z pominięciem tej miejscowości); od strony zachodniej: od północnych granic administracyjnych miejscowości Turze, wzdłuż południowej i zachodniej granicy miejscowości Ruda, w linii prostej do granicy powiatu raciborskiego i kędzierzyńsko-kozielskiego na wysokości miejscowości Podlesie.

25.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania dróg gminnych nr 001343F i 001341F w miejscowości Ulim, granica obszaru biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 13, 14, 20, 21 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na południowy i biegnie po łuku, przecinając drogę krajową nr 22 oraz drogę powiatową nr 1395F między posesjami nr 6 i 4 w miejscowości Białobłocie, do skrzyżowania dróg na wysokości posesji nr 44 w miejscowości Białobłocie. Następnie linia granicy załamuje się i dalej biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę krajową nr 22, drogę powiatową nr 1397F, Kanał Kiełpiński, omijając od strony północnej zabudowania miejscowości Kiełpin, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 54, 77, 78 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północnozachodnim do punktu przecięcia działki katastralnej nr 77/1, 88/1, 80 w miejscowości Łąków. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie, przecinając Kanał Bema, rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi gminnej nr 000414F z drogą prowadzącą do posesji nr 80 w miejscowości Chwałowice. Następnie linia granicy biegnie po łuku dalej w kierunku północnym, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1393F z drogą przebiegającą obok posesji nr 75 w miejscowości Chwałowice. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie, przecinając rzekę Wartę, w kierunku północno-wschodnim, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 310, 299, 205 w miejscowości Ulim przy drodze gminnej nr 001349F. Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek na kierunek wschodni i biegnie do skrzyżowania dróg gminnych nr 001343F i 001341F w miejscowości Ulim, skąd rozpoczęto opis.

29.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od 52 kilometra drogi wojewódzkiej nr 22 w miejscowości Krasowiec, linia granicy obszaru biegnie po łuku w kierunku południowo-wschodnim, do skrzyżowania drogi gminnej nr 001320F z drogą prowadzącą do drogi gminnej nr 001318F.

Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowym do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1397F z drogą gminną nr 001318F. Następnie, po łuku, linia granicy biegnie omijając od strony zachodniej większość zabudowań miejscowości Orzelec, do punktu przecięcia nr 101, 102, 123, 124 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy załamuje się i biegnie dalej w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 221, 222, 253, 254 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając drogę krajową nr 22, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 115, 116, 138, 139 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia kierunek na północny i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1282F z drogą prowadzącą do posesji nr 14A w miejscowości Rudnica. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1282F z drogą powiatową nr 1397F w miejscowości Płonica. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północno-wschodni i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z drogą prowadzącą do posesji nr 48 w miejscowości Krasowiec. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie do 52 kilometra drogi wojewódzkiej nr 22 w miejscowości Krasowiec, skąd rozpoczęto opis.

30.1.2017

W województwie małopolskim: teren ograniczony od strony wschodniej: wzdłuż drogi krajowej nr 7 – od węzła drogowego z drogą krajową nr 52 („Głogoczów”) do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1938 K; od strony południowej: od skrzyżowania z drogą krajową nr 7 wzdłuż drogi powiatowej nr 1938 K do mostu na rzece Krzyszkowianka w miejscowości Bęczarka (gm. Myślenice) i wzdłuż tej rzeki w kierunku południowo – zachodnim do południowej granicy administracyjnej tej miejscowości. Wzdłuż tej granicy, następnie południowej i południowo – zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Krzywaczka (gm. Sułkowice) i wzdłuż granicy administracyjnej miejscowości Izdebnik (gm. Lanckorona) w kierunku południowo – wschodnim i dalej wzdłuż drogi krajowej nr 52 do skrzyżowania z droga gminną nr 470141 K w Izdebniku; od strony zachodniej: od skrzyżowania z droga krajową nr 52 w miejscowości Izdebnik w kierunku północnym droga gminną nr 470141 K i dalej w kierunku północno – wschodnim droga gminna nr 470146 K do granicy administracyjnej miejscowości Wola Radziszowska (gm. Skawina). Wzdłuż tej granicy w kierunku północno – zachodnim ok. 130 m i dalej droga lokalną w kierunku północnym przez miejscowość Wola Radziszowska i dalej drogą gminną nr 601166 K do drogi gminnej nr 601190 K – do mostu na rzece Cedron; od strony północnej: od mostu na drodze gminnej nr 601190 K w miejscowości Wola Radziszowska wzdłuż rzeki Cedron do jej ujścia do rzeki Skawinki, a następnie przez tą rzekę i dalej po jej wschodniej stronie w miejscowości Radziszów (gm. Skawina) wzdłuż dróg: gminnej nr 601225 K powiatowej nr 1940 K (ul. Podlesie), gminnej nr 601106 K (ul. Spacerowej) i Białej Drogi do wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości. Następnie wzdłuż tej granicy w kierunku południowym i dalej wzdłuż drogi lokalnej biegnącej przez Głogoczów – Działy do drogi krajowej nr 52 i węzła drogowego z drogą krajową nr 7 („Głogoczów”).

27.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 370, 371, 389, 390 (Nadleśnictwo Międzychód) linia granicy obszaru biegnie w kierunku wschodnim przecinając drogę wojewódzką nr 192, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 386, 407, 408 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę gminną nr 004313F, oddział leśny nr 431 (Nadleśnictwo Międzychód), do skrzyżowania drogi krajowej nr 24 z drogą powiatową nr 1323F. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku południowym, przecinając linię kolejową, oddziały leśne Nadleśnictwa Międzychód, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 519, 520, 528, 529 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1327F z drogą gminną nr 004305F w miejscowości Lubikowo. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie po luku przecinając drogę krajową nr 24 na wysokości wjazdu do miejscowości Przytoczna, obejmując całą miejscowość Przytoczna. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym nad zbiornikiem wodnym „Nadolno”, obejmując cały ten zbiornik. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie po łuku, omijając od strony południowej zabudowania miejscowości Dębówko, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 370, 371, 389, 390 (Nadleśnictwo Międzychód), skąd rozpoczęto opis. Miejscowości znajdujące się w obszarze zapowietrzonym – w gminie Przytoczna: Przytoczna, Goraj, Lubikowo.

3.2.2017

W województwie opolskim: teren ograniczony: od strony południowej: od przecięcia torów kolejowych z ulicą Strzelecką w miejscowości Domaszowice następnie do skrzyżowania z drogą krajową nr 42 stąd ulicą lipową łącząca miejscowość Wielołękę i Międzybrodzie (z wyłączeniem tych miejscowości) do Duczowa Małego, aż do krzyżowania z drogą krajową nr 42; od strony wschodniej: w linii prostej od torów kolejowych w kierunku sołectwa Duczów Mały łącznie z tą miejscowością, a dalej poprzez miejscowość Duczów Wielki (łącznie z nią) do sołectwa Świniary Małe; od strony północnej: od Świniar Małych drogą do miejscowości Polkowskie łącznie z tą miejscowością, a dalej w linii prostej do drogi Strzelce -Woskowice Górne; od strony zachodniej wzdłuż drogi Woskowice Górne-Strzelce do drogi nr 42 i tą drogą do północnych granic administracyjnych Domaszowic do ul. Strzeleckiej.

31.1.2017

W województwie dolnośląskim: teren ograniczony: od strony wschodniej: szczytami Kamień Wielki, Kościelny Las w kierunku ulicy 1 go Maja do skrzyżowania z drogą na ul. Jakubowice, następnie wzdłuż tej drogi do wyciągu narciarskiego, następnie szczyt Świni Grzbiet do granicy państwa w kierunku Wzgórza Bluszczowa; od strony południowej: od granicy Kudowa Słone Nachod, 1,5 km od szczytu Ptasznica w kierunku północnym do skrzyżowania drogi nr 8 z drogą na Dańczów; od strony zachodniej i północnej: od Wzgórza Bluszczowa wzdłuż granicy państwa do przejścia Kudowa Słone Nachod. W obszarze zapowietrzonym znajdują się następujące miejscowości: Kudowa Zdrój (z wyłączeniem ul. Pstrążna, ul. Bukowiny, ul. Jakubowice), część zachodnia Jeleniowa do skrzyżowania z drogą na Dańczów.

1.2.2017

W województwie małopolskim: od strony południowej: z Parku Miejskiego w Skawinie (gm. Skawina) – od Starorzecza Skawinki wzdłuż cieku wodnego biegnącego w kierunku południowym w kierunku ul. Spacerowej i dalej wzdłuż tego cieku w kierunku południowo – wschodnim a następnie wschodnim do wschodniej granicy administracyjnej Skawiny. Wzdłuż tej granicy w kierunku północnym i dalej wzdłuż granicy administracyjnej miejscowości Brzyczyna (gm. Mogilany) w kierunku północno-wschodnim i północnym do potoku Rzepnik. Wzdłuż tego potoku w kierunku północnym przez ok. 600 m i dalej w kierunku wschodnim wzdłuż cieku wodnego przez Brzyczynę do wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości; od strony wschodniej: od cieku wodnego w miejscowości Brzyczyna w kierunku północnym wzdłuż wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości i dalej wzdłuż drogi gminnej nr 600684 K (ul. Słonecznej) w Libertowie (gm. Mogilany) do drogi powiatowej nr 2174 K (ul. Jana Pawła II). Następnie wzdłuż tej drogi w kierunku zachodnim do granicy administracyjnej Krakowa i dalej wzdłuż tej granicy do ul. Libertowskiej w Krakowie. Ul. Libertowską, następnie ul. Leona Petrażyckiego przez ok. 150 m w kierunku wschodnim i dalej w kierunku północnym drogą lokalną do linii kolejowej nr 94 (Kraków Płaszów – Oświęcim). Wzdłuż tej linii kolejowej do ul. Biskupa Albina Małysiaka i dalej tą ulicą w kierunku zachodnim i północnym przez ok. 1400 m, a następnie drogą lokalną (gruntową) w kierunku północno – zachodnim przez ok. 500 m – do ul. Spacerowej. Od strony północnej: ulicami: Spacerową, Doktora Józefa Babińskiego, Skotnicką, Aleksandra Brücknera, Dąbrowa, Obrony Tyńca do zachodniej granicy kompleksu leśnego (w Bielańsko – Tynieckim Parku Krajobrazowym); od strony zachodniej: od ul. Obrońców Tyńca zachodnią granicą kompleksu leśnego do ul. Bogucianka i dalej w kierunku południowo-zachodnim i południowym do północnej granicy administracyjnej Skawiny. Następnie wzdłuż tej granicy do rzeki Skawinki i dalej wzdłuż tej rzeki do Parku Miejskiego w Skawinie – do cieku wodnego biegnącego do Starorzecza Skawinki.

1.2.2017”

„Lidstaat: Roemenië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Localitatea ULMI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea TOMSANI, comuna TOMSANI, județul Prahova.

Localitatea SATUCU, comuna TOMSANI, județul Prahova.

Localitatea LOLOIASCA, comuna TOMSANI, județul Prahova

31.1.2017”

„Lidstaat: Slowakije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

okres Bratislava IV:

celé mestské časti Devín, Dúbravka, Lamač

mestská časť Záhorská Bystrica:

časti Plánky, Krematórium a Urnový Háj

mestská časť Devínska Nová Ves:

časť južne od potoka Mláka

20.1.2017

Okres Košice — okolie:

Obce: Kostoľany nad Hornádom, Sokoľ

Okres Košice — mesto:

Mestská časť: Košice-Kavečany

27.1.2017

Okres Prešov

Obce:

Chmeľov

Chmeľov — časť Podhrabina

Lipníky

Lipníky— časť Taľka

Lipníky— časť Podhrabina

Nemcovce

Nemcovce— časť Zimná studňa

Pušovce

Čelovce

5.2.2017

Okres Trnava

Obce:

Horná Krupá

Naháč

Horné Dubové

6.2.2017”

„Lidstaat: Verenigd Koninkrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Richtlijn 2005/94/EG

Area comprising: Those parts of Carmarthenshire County (ADNS code 00110) contained within a circle of a radius of three kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N51.7781 and W4.2208

24.1.2017

Area comprising: Those parts of North Yorkshire Country (ADNS code 00176) contained within a circle of a radius of three kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N54.0467and W2.1539

27.1.2017”

2)

Deel B wordt als volgt gewijzigd:

a)

de vermelding voor Bulgarije wordt vervangen door:

„Lidstaat: Bulgarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

VIDIN

Municipality of Vidin:

Dunavtzi

Tarnyane

Bukovetz

Bela Rada

Peshakovo

Druzhba

General Marinovo

Gradetz

Akatzievo

Dinkovitza

Inovo

Plakude

Mayor Uzunovo

Kapitanovtzi

Pokrayna

Vidin

6.2.2017

Municipality of Dimovo:

Mali Drenovetz

Izvor

Shipot

Kostichovtzi

Medovnitza

Karbintz

20.1.2017

Municipality of Ruzhintzi:

Ruzhintzi

Drazhintzi

Belo pole

Rogletz

Drenovetz

20.1.2017

Municipality of Dimovo:

Septemvriitzi

Yarlovitza

20.1.2017

Municipality of Vidin:

Novoseltzi

Ruptzi

Slana Bara

29.1.2017 tot en met 6.2.2017

Municipality of Dimovo:

Vodnyantzi

12.1.2017 tot en met 20.1.2017

VRATZA

Municipality of Vratza:

Beli izvor

Nefela

Vlasatitza

Lilyatche

Tchiren

Kostelevo

Veseletz

Zgorigrad

Vratza

18.1.2017

Municipality of Vratza:

Dabnika

10.1.2017 tot en met 18.1.2017

PLOVDIV

Municipality of Maritza:

Yasno pole

22.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Maritza:

Manole

Manolsko Konare

4.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Maritza:

Trilistnik

Rogosh

Chekeritza

4.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Maritza:

Trud

Tzaratzovo

Stroevo

10.2.2017

Municipality of Maritza:

Kalekovetz

Krislovo

23.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Maritza:

Graf Ignatievo

2.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Maritza:

Dink

Zhelyazno

Voyvodinovo

Skutare

19.2.2017

Municipality of Rakovski:

Momino selo

11.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Padarsko

28.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Zlatosel

6.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Tyurkmen

22.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Sarnegor

Rozovetz

Chehlare

14.2.2017

Municipality of Brezovo:

Varben

2.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Babek

Boretz

Zelenikovo

Streltzi

19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Drangovo

Otetz Kirilovo

7.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Brezovo:

Choba

Brezovo

11.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Glavatar

11.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Begovo

Chernozemen

Razhevo

Kaloyanovo

12.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Dalgo pole

19.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Zhitnitsa

Gorna Mahala

Duvanlii

15.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Razhevo Konare

4.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Kaloyanovo:

Otetz Paisievo

19.2.2017

Municipality of Rakovski:

Tatarevo

5.2.2017

Municipality of Rakovski:

Belozem

28.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Rakovski:

Shishmantzi

Bolyarino

19.2.2017

Municipality of Rakovski:

Chalakovi

Stryama

11.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Rakovski:

Rakovski

7.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Sadovo:

Milevo

Popovitsa

Seltsi

Bogdanitza

Ahmatovo

Sadovo

Cheshnegirovo

Kochevo

19.2.2017

Municipality of Purvomai:

Vinitsa

22.1.2017 tot en met 5.2.2017

Municipality of Purvomai:

Purvomai

Dobri dol

Tatarevo

5.2.2017

Municipality of Purvomai:

Gradina

Krushevo

28.1.2017 tot en met 5.2.2017

Municipality of Hisarya:

Starosel

Matenitza

Hisarya

Chernichevo

Belovitza

15.2.2017

Municipality of Hisarya:

Staro Zhelezare

Novo Zhelezare

Panicheri

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Saedinenie:

Lyuben

15.2.2017

Municipality of Saedinenie:

Malak chardak

Golyam chardak

Tzarimir

10.2.2017

Municipality of Karlovo:

Mrachenik

10.2.2017

STARA ZAGORA

Municipality of Bratya Daskalovi:

Gorno BelevoOpulchenets

Orizovo

Plodovitovo

6.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Mirovo

22.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Saedinenie

4.2.2017 tot en met 12.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Pravoslav

4.2.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Granit

28.1.2017 tot en met 19.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Kolio Marinovo

Dolno novo selo

Naidenovo

Golyam dol

Gorno Belevo

Veren

Partizanin

Cherna gora

12.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Veren

Malak dol

Markovo

Medovo

4.2.2017 tot en met 12.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Cherna gora

29.1.2017 tot en met 6.2.2017

Municipality of Bratya Daskalovi:

Bratya Daskolovi

4.2.2017 tot en met 12.2.2017

Municipality of Chirpan:

Sredno gradishte

Izvorovo

Spasovo

12.2.2017

Municipality of Chirpan:

Chirpan

6.2.2017

MONTANA

Municipality of Montana:

Montana

Blagovo

19.1.2017 tot en met 27.1.2017

Municipality of Montana:

Dolno Belotitsi

Nikolovo

Krapchene

Trifonovo

Gorno Cerovene

Dolna Verenitsa

Voinitsi

Studeno buche

27.1.2017

KARDZHALI

Municipality of Kardzhali:

Zornitza

26.1.2017 tot en met 2.2.2017

Municipality of Kardzhali:

Skalishte

Shiroko pole

Zhinzifovo

Panchevo

Byalka

Zvezden

Oresnitza

Murgovo

Madretz

Dobrinovo

Visoka polyana

Perperek

Svatbare

Kokiche

Kaloyantzi

Gnyazdovo

Dolishte

Konevo

Lisitzite

Vishegrad

Ostrovitza

2.2.2017

Municipality of Momchilgrad:

Momina salza

Bivolyane

Gurgulitza

Devintzi

Letovnik

Tatul

Raven

Nanovitza

Postnik

2.2.2017

Municipality of Chernoochene:

Gabrovo

15.2.2017

Municipality of Krumovgrad:

Boynik

Studen kladenetz

2.2.2017

HASKOVO

Municipality of Stambolovo:

Byal kladenetz

2.2.2017

Municipality of Stambolovo:

Zhalt bryag

Kralevo

Gledka

Tzareva polyana

15.2.2017

Municipality of Haskovo:

Kozletz

Teketo

Galabetz

Trakietz

Mandra

Dolno Voyvodino

Gorno Voyvodino

Garvanovo

Shiroka polyana

Koren

Dolno Voyvodino

Gorno Voyvodino

Orlovo

Stamboliiski

Dinevo

15.2.2017

Municipality of Dimitrovgrad:

Dimitrovgrad

Krepost

Yabalkovo

Stalevo

Gorski izvor

Svetlina

6.2.2017

Municipality of Haskovo:

Haskovo

Konush

Klokotnitza

28.1.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Haskovo:

Podkrepa

Momino

Krivo pole

15.2.2017

Municipality of Haskovo:

Malevo

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Haskovo:

Manastir

Voyvodovo

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Haskovo:

Vaglarovo

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Dimitrovgrad:

Kasnakovo

Krum

Dobrich

28.1.2017 tot en met 6.2.2017

Municipality of Harmanli:

Harmanli

Rogozinovo

Bulgarin

Kolarovo

Biser

Nadezhden

Bogomil

15.2.2017

Municipality of Harmanli:

Dositeevo

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Municipality of Lyubimetz:

Lyubimetz

Yerusalimovo

Belitza

15.2.2017

Municipality of Mineralni bani:

Mineralni bani

Tatarevo

Bryastovo

Susam

Sirakovo

Koletz

Spahievo

15.2.2017

BURGAS

Municipality of Sredetz:

Belila

Bistretz

Zagortzi

Zornitza

Kubatin

Malina

Orlintzi

Radoynovo

Svetlina

4.2.2017

Municipality of Sredetz:

Prohod

Draka

27.1.2017 tot en met 4.2.2017”

b)

de volgende vermelding voor Tsjechië wordt ingevoegd tussen de vermeldingen voor Bulgarije en Denemarken:

„Lidstaat: Tsjechië:

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Biskoupky na Moravě (604755), Bohutice (606677), Čučice (624373), Dobelice (626821), Dobřínsko (627917), Dolní Kounice (629286), Hlína u Ivančic (639184), Hrubšice (648639), Jezeřany (659428), Maršovice (659436), Kadov (661961), Kratochvilka (644133), Kubšice (676888), Lesonice u Moravského Krumlova (680249), Moravské Bránice (698890), Miroslavské Knínice (695394), Neslovice (703729), Nové Bránice (706043), Olbramovice u Moravského Krumlova (709930), Padochov (717371), Petrovice u Moravského Krumlova (720178), Polánka u Moravského Krumlova (725064), Silůvky (747815), Trboušany (768057), Zbýšov u Oslavan (792110), Babice u Rosic (600709), Branišovice (609374), Cvrčovice u Pohořelic (618152), Čermákovice (619698), Dolní Dubčany (628956), Džbánice (634310), Horní Dubňany (642843), Míšovice (645699), Jamolice (656674), Ketkovice (664855), Kupařovice (677582), Loděnice u Moravského Krumlova (686344), Lukovany (689041), Malešovice (690872), Mělčany u Ivančic (692786, Miroslav (695378), Našiměřice (701661), Němčičky (703052), Omice (711195), Ořechov (712612), Pravlov (733016), Radostice u Brna (738310), Rosice u Brna (741221), Rybníky na Moravě (744026), Senorady (747530), Skalice u Znojma (747947), Střelice u Brna (757438), Suchohrdly u Miroslavi (759210), Šumice (764248), Tetčice (766861), Tulešice (771449), Vémyslice (779971), Zakřany (790478), Zastávka (791113), Vedrovice (777536), Zábrdovice u Vedrovic (798754)

7.2.2017

Němčice u Ivančic (655813), Alexovice (655821), Budkovice (615595), Ivančice (655724), Kounické Předměstí (655741), Letkovice (655830), Moravský Krumlov (699128), Nová Ves u Oslovan (705659), Rokytná (699225), Oslavany (713180), Řeznovice (745421),

30.1.2017 tot en met 7.2.2017

Bavory (601209), Dobré Pole (627259), Dolní Věstonice (630331), Horní Věstonice (644579), Ivaň (655708), Nová Ves u Pohořelic (705667), Novosedly na Moravě (706973), Perná (719242), Březí u Mikulova (613908), Jevišovka (659363), Klentnice (666149), Litobratřice (685356), Nový Přerov (707864), Pavlov u Dolních Věstonic (718394), Pohořelice nad Jihlavou (724866), Popice (725757), Pouzdřany (726729), Přibice (735311), Strachotín (755893), Troskotovice (768553), Vlasatice (783307) a Vranovice nad Svratkou (785512)

10.2.2017

Brod nad Dyjí (612642), Dolní Dunajovice (628964), Drnholec (632520), části katastrálního území Mušov (700401) a Pasohlávky (718220), přičemž východní hranice území tvoří silnice E461

2.2.2017 tot en met 10.2.2017

Benátecká Vrutice (602060), Borek nad Labem (607517), Brandýs nad Labem (609048), Brázdim (609773), Břežany II (614955), Bříství (615056), Černíky (620220), Dehtáry (658481), Dřevčice u Brandýsa nad Labem (632937), Hlavenec (638960), Horoušany (644803), Jenštejn (658499), Jirny (660922), Kozovazy (788490), Lhota u Dřís (680931), Litol (689556), Lysá nad Labem (689505), Martinov (791008), Mochov (698067), Nehvizdy (702404), Ostrov u Brandýsa nad Labem (609234), Podolanka (724149), Polerady u Prahy (725218), Popovice u Brandýsa nad Labem (609251), Předměřice nad Jizerou (734284), Přerov nad Labem (735035), Radonice u Prahy (738247), Sedlčánky (619213), Skorkov (748382), Sojovice (752169), Stará Boleslav (609170), Stará Lysá (753807), Starý Vestec (755231), Svémyslice (792772), Šestajovice u Prahy (762385), Tlustovousy (771414), Tuklaty (771422), Tuřice (771856), Úvaly u Prahy (775738), Vykáň (787558), Vyšehořovice (788503), Záryby (791016), Zeleneč (792781)

9.2.2017

Čelákovice (619159), Káraný (708020), Lázně Toušeň (767859), Mstětice (792764), Nový Vestec (708038), Otradovice (748366), Stránka u Brandýsa nad Labem (609269), Záluží u Čelákovic (619230), Zápy (609226)

2.2.2017 tot en met 9.2.2017

Bělý (689831), Bezděkov nad Metují (603597),

Blažkov u Slavoňova (750395), Bohdašín nad Olešnicí (621099), Bohdašín v Orlických horách (606197),

Borová (607711), Bražec (701343), Červený Kostelec (621102), Česká Čermná (621269), Dlouhé (707317), Dolní Radechová (630063), Horní Dřevíč (754811), Horní Kostelec (621111), Horní Radechová (643874), Horní Rybníky (789356), Hronov (648370), Jestřebí nad Metují (659088), Jizbice u Náchoda (661449), Kramolna (768910), Lhotky (768928), Libchyně (659096), Lipí u Náchoda (684031), Machov (689840), Machovská Lhota (689858), Městská Kramolna (768936), Mezilesí u Náchoda (693685), Náchod (701262), Nízká Srbská (689866), Nový Hrádek (707341), Olešnice u Červeného Kostelce (710369), Olešnice v Orlických horách (710466), Police nad Metují (725323), Provodov (733881), Přibyslav nad Metují (735710), Radešov nad Metují (725331), Rokytník (648434), Řešetova Lhota (758531), Sendraž (659100), Slavíkov u Náchoda (750182), Slavoňov (750409), Staré Město nad Metují (701335), Starkoč u Vysokova (788384), Studnice u Náchoda (758540),

Šonov u Nového Města nad Metují (762920), Trubějov (768952), Třtice nad Olešnicí (758558), Velká Ledhuje (725340), Velké Petrovice (779261), Velký Dřevíč (648400), Vrchoviny (786527), Všeliby (796581), Vysoká Srbská (788121), Vysokov (788392), Zábrodí (789364), Zbečník (648396), Zlíčko (788147), Žabokrky (648418)

11.2.2017

Babí u Náchoda (701297), Běloves (701301), Dobrošov (627445), Malá Čermná (648451), Malé Poříčí (701378), Pavlišov (718343), Velké Poříčí (648426), Žďárky (795526)

3.2.2017 tot en met 11.2.2017

Babčice (630551), Běleč u Mladé Vožice (601896), Bendovo Záhoří (604976), Beranova Lhota (658049), Bítov u Radenína (737500), Blanice u Mladé Vožice (604984), Bradáčov (608963), Broučkova Lhota (658278), Čekanice u Tábora (619086), Dědice u Nemyšle (703290), Dlouhá Lhota u Tábora ( 626406), Hlasivo (638838), Hlinice (639231), Horní Hrachovice (724696), Horní Světlá u Bradáčova (608971), Hroby (648256), Chotoviny (653411), Chrbonín (654124), Janov u Mladé Vožice (656909), Jedlany (658057), Jeníčkova Lhota (658286), Kozmice u Chýnova (648264), Krchova Lomná (604992), Krtov (675156), Křtěnovice (705918), Lažany u Chýnova (648272), Lejčkov (629138), Malešín u Vodice (784265), Malý Ježov (779610), Měšice u Tábora (693456), Mladá Vožice (696722), Mostek u Ratibořských Hor (724726), Nahořany u Mladé Vožice (740284), Nová Ves u Chýnova (705870), Nové Dvory u Pořína (726079), Oblajovice (708607), Podolí u Ratibořských Hor (724211), Pojbuky (724980), Pořín (726087), Prasetín (732907), Radenín (737518), Radostovice u Smilových Hor (738484), Radvanov u Mladé Vožice (738875), Rašovice u Hlasiva (638854), Ratibořice u Tábora (739863), Ratibořské Hory (739880), Rodná (740292), Řemíčov (745073), Sezimovo Ústí (747688), Smilovy Hory (751065), Stará Vožice (754064), Stoklasná Lhota (619094), Turovec (705888), Vlčeves (783641), Vodice u Tábora (784273),Vrážná (653471), Vřesce (786667), Zadní Lomná (724998), Zadní Střítež (725005), Záhostice (655481), Zárybničná Lhota (790991);

Bedřichov u Zhořce (792934), Bezděčín u Obrataně (708691), Cetoraz (617679), 708704 Hrobská Zahrádka (708704), Křeč (708704), Obrataň (708712),

Sudkův Důl (758787), Těchobuz (765449),

Velká Rovná (792942), Zhoř u Pacova (792951).

14.2.2017

Blanička (724718), Dobronice u Chýnova (627399), Dolní Hořice (629103), Domamyšl (630560), Dub u Ratibořských Hor (633259), Hartvíkov (708585), Chotčiny (652814), Chýnov u Tábora (655473), Kladruby (629120), Kloužovice (666572), Mašovice (652822), Pohnánec (724700), Pohnání (724734), Velmovice (666581);

6.2.2017 tot en met 14.2.2017

601179 Bavorov, 636657 Blanice, 615609 Budyně, 784338 Čavyně, 623482 Číčenice, 623776 Čichtice, 626180 Dívčice, 631710 Hájek u Bavorova, 746681 Hlavatce u Českých Budějovic, 647608 Hracholusky u Prachatic, 654981 Chvalešovice, 655007 Chvaletice u Protivína, 676705 Kloub, 674052 Krašlovice, 674303 Krč u Protivína, 691216 Krtely, 755729 Křepice u Vodňan, 676713 Křtětice, 746690 Lékařova Lhota, 674061 Lidmovice, 655261 Lužice u Netolic, 689769 Mahouš, 691224 Malovice u Netolic, 691232 Malovičky, 733849 Milenovice, 633151 Nákří, 703940 Netolice, 647616 Obora u Hracholusk, 689785 Olšovice, 746711 Plástovice, 691241 Podeřiště, 676721 Pohorovice, 757110 Protivec, 733857 Protivín, 737402 Radčice u Vodňan, 746720 Sedlec u Českých Budějovic, 748315 Skočice, 760862 Svinětice, 757136 Šipoun, 674311 Těšínov u Protivína, 672327 Útěšov, 779512 Velký Bor u Strunkovic, 674079 Vitice u Vodňan, 789089 Záblatí, 674320 Záboří u Protivína, 797260 Žitná u Netolic

17.2.2017

681946 Černěves u Libějovic, 773603 Hvožďany u Vodňan, 651117 Chelčice, 681954 Libějovice, 681962 Nestanice, 755745 Stožice, 651125 Truskovice, 773611 Újezd u Vodňan, 784281 Vodňany

9.2.2017 tot en met 17.2.2017”

c)

de vermelding voor Duitsland wordt vervangen door:

„Lidstaat: Duitsland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

SACHSEN-ANHALT

Landeshauptstadt Magdeburg

In der Gemeinde Magdeburg die Ortsteile

Berliner Chaussee

Puppendorf

Siedlung Wiesengrund

Neugrüneberg

Gartenkolonie Steinwiese

Herrenkrug

Brückfeld

Friedensweiler

22.1.2017

Landeshauptstadt Magdeburg

In der Gemeinde Magdeburg die Ortsteile

Rothensee

Eichenweiler

Neustädter See

Siedlung Schiffshebewerk

Barleber See

Industriehafen

22.1.2017

Landeshauptstadt Magdeburg

In der Gemeinde Magdeburg der Ortsteil

Neue Neustadt

22.1.2017

Landkreis Börde

In der Einheitsgemeinde Barleben der Ortsteil

Barleben

22.1.2017

Landkreis Börde

In der Einheitsgemeinde Wolmirstedt die Ortsteile

Glindenberg

Rothensee Siedlung

22.1.2017

Landkreis Börde

In der Gemeinde Loitsche-Heinrichsberg der Ortsteil

Heinrichsberg

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Burg die Ortsteile

Stadtgebiet Burg

Gütter

Niegripp

Brehm

Detershagen

Reesen

Schartau

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Möckern die Ortsteile

Stadt Möckern (Randzone)

Zeddenick

Stegelitz

Wörmlitz

Ziepel

Büden

Tryppehna

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Gommern die Ortsteile

Nedlitz

Karith

Vehlitz

Pöthen

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Möser der Ortsteil

Hohenwarthe

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Biederitz die Ortsteile

Stadt Biederitz

Woltersdorf

Königsborn

Gerwisch

Gübs

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Gommern die Ortsteile

Wahlitz

Menz

22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Burg der Ortsteil

Detershagen

14.1.2017 tot en met 22.1.2017

Landkreis Jerichower Land

In der Gemeinde Möser die Ortsteile

Möser Stadt

Hohenwarthe

Schermen

Pietzpuhl

Lostau

Körbelitz

14.1.2017 tot en met 22.1.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Köthen (Anhalt) die Ortsteile

Arensdorf

Dohndorf

Elsdorf

Gahrendorf

Hohsdorf

Löbnitz an der Linde

Merzien

Porst

Wülknitz

Zehringen

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Südliches Anhalt die Ortsteile

Breesen

Cosa

Fernsdorf

Görzig

Großbadegast

Libehna

Locherau

Meilendorf

Pfriemsdorf

Prosigk

Reinsdorf

Repau

Reupzig

Ziebigk

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Aken (Elbe) der Ortsteil

Kleinzerbst

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Osternienburger Land die Ortsteile

Drosa

Elsdorf

Elsnigk

Frenz

Kleinpaschleben

Klietzen

Maxdorf

Micheln

Mölz

Osternienburg

Pißdorf

Rosefeld

Sibbesdorf

Thurau

Trebbichau

Trinum

Wulfen

Würflau

Zabitz

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Südliches Anhalt die Ortsteile

Friedrichsdorf

Lausigk

Naundorf

Scheuder

Storkau

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Köthen (Anhalt) der Ortsteil

Baasdorf

22.2.2017

Landkreis Anhalt-Bitterfeld

In der Gemeinde Südliches Anhalt die Ortsteile

Edderitz

Gröbzig

Maasdorf

Piethen

Pilsenhöhe

Wörbzig

22.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Gemeinde Bernburg (Saale) die Ortsteile

Biendorf

Wohlsdorf mit Crüchern

Poley mit Weddegast

22.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Gemeinde Könnern die Ortsteile

Gerlebogk

Cormigk mit Sixdorf

22.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Gemeinde Nienburg (Saale) der Ortsteil

Borgesdorf

22.2.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Barby (Elbe) die Ortsteile

Gnadau mit Döben

Tornitz mit Grube Alfred und Werkleitz

Wespen

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Barby (Elbe) der Ortsteil

Zuchau mit Colno

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Nienburg (Saale) die Stadt

Nienburg

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Nienburg (Saale) die Ortsteile

Altenburg

Gerbitz

Grimschleben

Jesar

Neugattersleben

Wedlitz und Wispitz

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Staßfurt die Ortsteile

Atzendorf

Brumby

Förderstedt

Glöthe

Hohenerxleben

Löbnitz

Üllnitz

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

Einzelne Gebiete in der Einheitsgemeinde Staßfurt:

Die Grenze des Gebietes beginnt im Gewerbegebiet Friedrichshall, weiter bis zum Güterbahnhof, entlang der Gleise (Am Knüppelsberg, Industriestraße, Zollstraße, Förderstedter Straße bis zur Abzweigung) und endet im Gewerbegebiet Atzendorfer Straße

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

Einzelne Gebiete in der Einheitsgemeinde Bernburg (Saale):

Nördlich der B6n — Strenzfeld, Magdeburger Chaussee, Bodestraße und alle Querstraßen zwischen Magdeburger Chaussee und Bodestraße (Zick-Zack-Hausen)

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Bördeland die Ortsteile

Biere

Eggersdorf

Eickendorf

Großmühlingen

Kleinmühlingen

Zens

1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Staßfurt der Ortsteil

Brumby

21.2.2017 tot en met 1.3.2017

Landkreis Salzlandkreis

In der Einheitsgemeinde Calbe der Ortsteil

Wartenberg

21.2.2017 tot en met 1.3.2017

NIEDERSACHSEN

Landkreis Oldenburg

Sämtliche Ortsteile der Gemeinde Dötlingen sowie die Mitgliedsgemeinde Prinzhöfte in der Samtgemeinde Harpstedt und im Westen sämtliche Ortsteile der Gemeinde Großenkneten und der Gemeinde Wardenburg

Nicht betroffen sind die Mitgliedsgemeinden Kirchseelte, Dünsen, Beckeln und Colnrade

Die östliche Grenze beginnt an der Stadtgrenze zu Delmenhorst/Annengraben/Groß Ippener

Groß Ippener Heide bis zur A 1, südlich weiter Rtg. Osnabrück bis zum Ortholzer Weg, weiter bis Kl. Ippener

in südlicher Richtung auf die Harpstedter Str. (L 776) mit Übergang zur Delmenhorster Landstr. bis zur Amtsfreiheit im Flecken Harpstedt

L 338 (Ortsdurchfahrt Harpstedt) Rtg. Wildeshausen bis Abbiegung Wohlde

entlang der Straße Wohlde in südlicher Richtung, Appenriede, bis zur K 5, Harjehausen

der K 5 entlang in Fahrtrichtung Hölingen bis Bühren, K 248

K 248 nördliche Richtung bis K 246

K 246 folgend bis zu den Großen Steinen

Bauerschaft Kleinenkneten über Goldenstedter Str. (L 862), Bauerschaft Düngstrup, weiter bis Bauerschaft Holzhausen, Platz Dorfgemeinschaftshaus

westlich bis zur Kreisgrenze/Aue

entlang der Kreisgrenze, Gemeindegrenze Großenkneten, gesamtes Gemeindegebiet Großenkneten sowie Gemeinde Wardenburg

Anschluss in Wardenburg, Rtg. Hatten, K 235, Astruper Str.

nördlich Bahnhofstr./Hatter Weg, K 314, Rtg. Kirchhatten bis Grüner Weg

Grüner Weg, Imhagenweg, Munderloh, nördlich Munderloher Str., Schoolpatt, Tonweg, Heidhuser Weg, Plietenberger Weg, Zur Spillerei

nördlich entlang Ortstr., Sandersfelder Weg, weiter nördlich Am Postweg

südlich Bremer Weg, Bremer Str. bis zur A 28

A 28 Rtg. Bremen bis zur Kreisgrenze Oldenburg/ Stadtgrenze Delmenhorst

24.1.2017

Landkreis Oldenburg

Ausgangspunkt ist im Ortsteil Rhade die Straße Rhader Sand

nördlich in den Bassumer Weg bis zur Abbiegung Hinterm Feld

der Straße folgend bis zur BEB Betriebsstätte

sofort rechts der Straße folgend bis zur Kreuzung Stedinger Weg

weiter auf dem Stedinger Weg, Rtg. Brettorf bis zur Bareler Str.

auf die Bareler Str. nördlich bis zum Welsburger Holz

südlich weiter auf die Straße Zum Welsburger Holz bis Hasen-Ahlers-Weg

Hasen-Ahlers-Weg entlang nördlich Rtg Immer bis zur Kreuzung K 327

Stüher Str., K327, Rtg Klattenhof bis Am Stühe

Am Stühe weiter südlich folgend bis zur Kreuzung Bassumer Weg

Bassumer Weg östlich Rtg. Hengsterholz bis zur Gemeindegrenze

weiter südlich der Gemeindegrenze Dötlingen folgend bis zur Bundesstraße

B 213 folgend Rtg. Wildeshausen bis zur Einmündung Iserloyer Str., Hockensberg

Iserloyer Str. bis zur Kreuzung Aschenstedt / Wildeshauser Str.

nördliche Richtung bis Klosterkamp/Brettorfer Kirchweg

Brettorfer Kirchweg, Klosterkamp, Am Gehege, Neerstedter Str.

nördlich Neerstedter Str. entlang bis Zum Schwarzen Moor

weiter nördlich Zum Schwarzen Moor mit Übergang Oher Kirchweg

über die Kreuzung weiter nördlich Straße Zur Bäke bis Schinkenweg

östlich Schinkenweg bis zur Kirchhatter Str. / L 872

diese nördlich folgend bis zum Ausgangspunkt Rhader Sand, Rtg. Kirchhatten

16.1.2017 tot en met 24.1.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Lethe entlang der Autobahn A 29 bis zur Autobahnauffahrt Ahlhorn, von dort entlang der B 213 in westlicher Richtung bis zur Kellerhöher Straße, entlang dieser in nördlicher Richtung bis Bether Tannen, dieser folgend in westlicher Richtung bis Kanalweg, von dort in westlicher Richtung über Am Dorfteich bis Heideweg. Diesem in nördlicher Richtung folgend bis Christkind-chenweg, diesem in westlicher Richtung folgend bis zur B 72. Entlang dieser in nördlicher Rich-tung bis zur Gemeindegrenze Stadt Cloppenburg / Gemeinde Garrel. Dieser in westlicher Richtung folgend bis zur Varrelbuscher Straße, weiter nach Westen bis Im Witten, entlang dieser Straße nach Norden bis zum Wald, weiter in westlicher Richtung bis Hüttekamp, dieser folgend bis Petersfelder Weg, entlang diesem zur Straße Neumühlen und über Neumühler Weg, Kleine Tredde, Augustendorfer Weg bis Wöstenweg, diesem folgend in nordöstlicher Richtung bis Langeberg, diesem entlang und weiter in nordwestlicher Richtung über Dorfstraße in Augustendorf bis Zum Herrensand. Entlang dieser Straße nach Westen bis zur Igelriede, dieser in nördlicher Richtung folgend bis zum Markhauser Weg, weiter nach Westen bis Am Waldesrand, dann dieser folgend in nördlicher Richtung bis zur Straße Am Horstberg. Entlang dieser in nordöstlicher Richtung bis zur Thüler Straße. Dieser Straße folgend in nordwestlicher Richtung bis zum Ziegeldamm, dann entlang dieser bis Ziegelmoor, weiter entlang dieser in nordöstlicher Richtung bis zur Friesoyther Straße, weiter nach Nordosten entlang des Böseler Kanals bis zur Lahe und von dort in südöstlicher Richtung bis zur Overlaher Straße. Dieser in nördlicher Richtung folgend bis zur Kreisgrenze, dieser in östlicher und südlicher Richtung folgend bis zum Ausgangspunkt

26.1.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Aufmündung Düffendamm auf die Oldenburger Straße in Nikolausdorf nach Süden, weiter entlang Beverbrucher Damm bis zur Großenknetener Straße, dieser und der Beverbru-cher Straße in westlicher Richtung folgend bis zur Vehne, entlang dieser nach Süden folgend bis zur Tweeler Straße, entlang dieser nach Norden bis zur Tweeler Straße 8, von dort nach Westen entlang Schlichtenmoor, Roslaes Höhe, Allensteiner Straße bis zur Tannenkampstraße, entlang dieser in nördlicher Richtung bis zur Beverbrucher Straße, weiter in westlicher Richtung über Varrelbuscher Straße bis zur Straße Auf'm Halskamp, entlang dieser und Wätkamp bis zur Pe-tersfelder Straße. Dieser nach Westen und Norden folgend bis zur Thüler Straße. Weiter über Sandrocken, Zum Richtemoor und Brockenweg bis zur Großen Aue, dieser in nördlicher Rich-tung folgend bis Höhe Glaßdorfer Graben, von dort nach Osten auf die Garreler Straße, dieser in nördlicher Richtung folgend bis zur Hauptstraße in Aumühlen, dieser in östlicher Richtung folgend und entlang Moorstraße bis zur Vehne, entlang dieser in südlicher Richtung bis zum Was-serzug von Barken-Tange, diesem in östlicher und südlicher Richtung folgend bis zur Straße Barkentange und von dort in östlicher Richtung über Düffendamm zum Ausgangspunkt

18.1.2017 tot en met 26.1.2017

Landkreis Northeim

Die Stadt Einbeck mit den Ortschaften Ahlshausen, Bentierode, Billerbeck, Buensen, Dörrigsen, Edemissen, Garlebsen, Greene, Iber, Immensen, Kreiensen, Negenborn, Odagsen, Olxheim, Opperhausen, Osterbruch, Rittierode, Rimmerode, Rotenkirchen, Salzderhelden, Sievershausen, Strodthagen und Volksen.

Die Gemeinde Kalefeld mit den Ortschaften Dögerode, Eboldshausen, Echte, Kalefeld, Oldershausen, Sebexen und Westerhof.

Die Stadt Moringen mit der Ortschaft Lutterbeck.

Die Stadt Northeim mit den Ortschaften Berwartshausen, Brunstein, Denkershausen, Hammenstedt, Hillerse, Höckelheim, Imbshausen, Lagershausen, Langenholtensen, Schnedinghausen und Wiebrechtshausen

27.1.2017

Landkreis Northeim

Ortschaften Edesheim, Hohnstedt, Hollenstedt und Stöckheim der Stadt Northeim sowie die Ortschaften Vogelbeck, Sülbeck und Drüber der Stadt Einbeck.

B3 / Wirtschaftsweg in Höhe „Rosenplänter“, Richtung Vogelsburg — weiter in Richtung Ahlshausen — entlang der südwestlichen Ortslage von Ahlshausen und südlichen Ortslage von Sievershausen — Waldrand Westerberg bis zum ersten Feldweg in Richtung Eboldshausen — Feldweg bis K618 — südwestlicher Ortsrand von Eboldshausen bis zur K403 — K403 in nordöstliche Richtung bis zur Abzweigung des Feldweges Richtung A7— Feldweg folgend in östliche Richtung bis zur Schnittstelle A7— A7 in südliche Richtung folgend bis zur Schnittstelle mit der L572 — L572 in nordöstliche Richtung folgend bis zur Einmündung des „Weißen Budenweges“ — Verlängerung des „Weißen Budenweges“ in östliche Richtung bis zur Schnittstelle mit dem Fluss Leine — Luftlinie in östliche Richtung bis zum südlichen Ortsrand von Hollenstedt — gedachte Linie in östliche Richtung weiter entlang des südlichen bebauten Ortsrandes von Hollenstedt — weiter in östliche Richtung entlang des Wirtschaftsweges bis zum Teich im Verlauf des Baches „Bölle“— gedachte Linie entlang des östlichen Randes der Domäne Wetze — weiter über den Hundeberg bis zur K506 — am östlichen Ortsrand von Buensen bis zur Einmündung der Straße „Am Plackmorgen“ — der Straße „Am Plackmorgen“ in nördliche Richtung folgend bis zur Einmündung in die K505 — K505 in nordöstliche Richtung bis zum Ortsrand von Sülbeck folgend — westlich des bebauten Gebietes von Sülbeck bis zum Schnittpunkt L572 / „Deichstraße“— gedachte Linie in nordöstliche Richtung durch das Hochwasserrückhaltebecken bis zur B3 / Weg zum „Rosenplänter“ (Ausgangspunkt)

19.1.2017 tot en met 27.1.2017

Landkreis Oldenburg

Großenkneten, Wardenburg, Hatten, Hude (soweit nicht bereits Sperrgebiet), Ganderkesee, Dötlingen (soweit nicht bereits Sperrgebiet) und in der Samtgemeinde Harpstedt die Mitgliedsgemeinde Prinzhöfte.

Im südlichen Teil des Landkreises in der Stadt Wildeshausen und der Samtgemeinde Harpstedt nimmt das Beobachtungsgebiet nachfolgenden Verlauf. Dieser Verlauf bildet die Grenze des Beobachtungsgebietes und teilt somit das Stadt— bzw. Gemeindegebiet. Außerhalb dieses Verlaufes in Wildeshausen und Harpstedt in südlicher Richtung befindet sich derzeit kein Beobachtungsgebiet.

Die östliche Grenze beginnt an der Stadt-/Kreisgrenze zu Delmenhorst in der Mitgliedsgemeinde Groß Ippener

Groß Ippener Heide bis zur A 1, südlich weiter Rtg. Osnabrück bis zum Ortholzer Weg, weiter bis Kl. Ippener

in südlicher Richtung auf die L 776 mit Übergang auf die Delmenhorster Landstr. bis zur Amtsfreiheit im Flecken Harpstedt

L 338 (Ortsdurchfahrt Harpstedt) Rtg. Wildeshausen bis Abbiegung Wohlde

entlang der Straße Wohlde weiter in südlicher Richtung, Appenriede, bis zur K 5, Harjehausen

der K 5 folgend in Fahrtrichtung Hölingen bis Bühren, K 248

K 248 nördlich weiter bis zur K 246

K 246 folgenden bis zu den Großen Steinen

Bauerschaft Kleinenkneten über Goldenstedter Str. (L 882) zur Bauerschaft Düngstrup (Ortsdurchfahrt), weiter bis Bauerschaft Holzhausen, Dorfgemeinschaftsplatz

westlich bis zur Kreisgrenze/Aue

entlang der Kreisgrenze bis hin zur Stadt-/Kreisgrenze zu Delmenhorst in Gr. Ippener

Nicht betroffen vom Beobachtungsgebiet sind in der Samtgemeinde Harpstedt die Mitgliedsgemeinden Kirchseelte, Dünsen, Beckeln und Colnrade

2.2.2017

Landkreis Oldenburg

Ausgangspunkt im Osten ist die Kreisgrenze Oldenburg zur Wesermarsch am Stedinger Kanal und die Gemeindegrenze Hude/Ganderkesee

Gemeindegrenze Hude/Ganderkesee südlich bis zur L 867 folgen

L 867 Richtung Hude bis Kreuzung K 224

der K 224 südlich entlang bis Kreuzung K 226 in Vielstedt

K 226 (Vielstedter Straße) südlich über L 888 durch Steinkimmen zur Gemeindegrenze zu Hatten

Gemeindegrenze Hatten/Ganderkesee südlich folgen bis zur Gemeindegrenze Dötlingen

Gemeindegrenze Dötlingen/Hatten westlich über Gemeindegrenze Großenkneten/Hatten bis zur L 871 folgen

L 871 bis Huntloser Kreisel

ab Huntlosen Kreisel K 337 folgen bis Kreuzung L 870 (Sager Straße) in Hengstlage

L 870 nördlich bis Abbiegung Eichenstraße

Eichenstraße / Friedensweg bis Ende der Straße; ab dort der Korrbäke flussabwärts folgen bis zur L 847

L 847 bis Abzweigung Fladderstraße

Fladderstraße/ Zum Fladder / Am Schlatt / Rheinstraße bis Kreisel in Wardenburg

ab Kreisel die K 235 (Astruper Straße) bis Autobahn A 29

A 29 nördlich folgen bis Abfahrt Sandkrug

ab dort K 346 bis Bahnhof Sandkrug; ab Bahnhof Sandkrug K 314 Richtung Kirchhatten bis Abzweigung Sandweg

Sandweg folgen bis Dorfstraße in Hatterwüsting

ab Dorfstraße zur Hatter Landstraße (L 872)

L 872 Richtung Stadt Oldenburg bis Wulfsweg folgen

Wulfsweg über Ossendamm zum Hemmelsbäker Kanal

Hemmelsbäker Kanal flussabwärts bis Milchweg

Milchweg über Im Tiefengrund zur Kreuzung L 871 (Dorfstraße)

L 871 durch Altmoorhausen über die L 868 in Linteler Straße

Linteler Straße bis Abzweigung Schnitthilgenloh in Lintel

Schnitthilgenloh über Dammannweg zur Linteler Bäke

von Linteler Bäke zum Geestrandgraben

Geestrandgraben flussabwärts bis zur Kreisgrenze Oldenburg/Wesermarsch

Kreisgrenze Oldenburg/Wesermarsch östlich folgen bis Ausgangspunkt am Stedinger Kanal

24.1.2017 tot en met 2.2.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Lethe entlang der Autobahn A 29 bis zur Autobahnauffahrt Ahlhorn, von dort entlang der B 213 in westlicher Richtung bis Mittelweg, entlang diesem in nördlicher Richtung bis Erlenweg in Kellerhöhe, entlang diesem in westlicher Richtung und weiter über Friedhofstraße und Wellensdamm und am nördlichen Waldrand Bether Fuhrenkamp bis zum Garreler Weg in Staatsforsten, entlang diesem und entlang Werner-Baumbach-Straße bis zum Flugplatzweg, entlang diesem in westlicher Richtung bis Wittenhöher Straße, entlang dieser nach Norden bis Straße Anhöhe, dieser und der Efkenhöhe in westlicher Richtung folgend bis Hoher Weg, diesem in nördlicher Richtung folgend bis Lindenallee in Falkenberg, dieser in westlicher und nördlicher Richtung folgend bis Petersfelder Straße, entlang dieser nach Norden bis zum Peterswald, entlang des südlichen Waldrandes des Peterswaldes in westlicher Richtung bis zur Gemeindegrenze, dieser in nordöstlicher und nördlicher Richtung folgend bis Garreler Weg, diesem in westlicher Richtung folgend bis Glaßdorfer Straße, entlang dieser und Thüler Straße weiter nach Norden bis Südkamper Ring in Bösel, diesem in nordwestlicher Richtung folgend bis Flachsweg, dann diesem und Flethstraße in nordöstlicher Richtung folgend bis Flethweg, diesem in südöstlicher Richtung folgend bis Straße Am Pool, dieser in nördlicher Richtung folgend bis Kronsberger Straße, dieser in östlicher Richtung folgend bis Overlaher Straße, weiter in nördlicher Richtung bis Koppelweg, diesem in östlicher Richtung folgend bis zur Straße Im Wiesengrund, dieser in nordöstlicher Richtung folgend bis zur Straße An der Lahe, dieser in nordwestlicher Richtung folgend bis Neuendamm, weiter in nordöstlicher Richtung bis zur Straße Am Vehnemoor, entlang dieser nach Nordosten bis zur Overlaher Straße, dieser in nördlicher Richtung folgend bis zur Kreisgrenze und entlang dieser in östlicher und südlicher Richtung bis zum Ausgangspunkt an der Lethe

1.2.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Kreisgrenze mit dem Landkreis Oldenburg in westlicher Richtung entlang Großenknetener Straße und Beverbrucher Straße bis zur Vehne, entlang dieser in nordwestlicher und nördlicher Richtung bis Peterstraße in Petersdorf, entlang dieser in nördlicher Richtung und entlang Am Streek bis zur Moorstraße, entlang dieser in östlicher Richtung bis zur Vehne, entlang dieser in nördlicher Richtung bis zur Hauptstraße, entlang dieser in nordöstlicher Richtung bis zur Kreisgrenze, dieser in südlicher Richtung folgend bis Ausgangspunkt an der Großenknetener Straße

24.1.2017 tot en met 1.2.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Lethe entlang der Autobahn A 29 bis zur Autobahnauffahrt Ahlhorn, von dort entlang der B 213 in westlicher Richtung bis Höhe Schlackenweg, entlang des westlichen Waldrandes des Baumwegs nach Norden bis Straße Am Schützenplatz, entlang dieser in westlicher Richtung über Erlenweg in Kellerhöhe und weiter über Friedhofstraße und Wellensdamm und am nördlichen Waldrand Bether Fuhrenkamp bis zum Garreler Weg in Staatsforsten, entlang diesem und entlang Werner-Baumbach-Straße bis zum Flugplatzweg, entlang diesem in westlicher Richtung bis Wittenhöher Straße, entlang dieser nach Norden bis Straße Moorriehen, dieser in westlicher Richtung folgend bis Garreler Straße, dieser in nördlicher Richtung folgend bis Efkenhöhe, entlang dieser nach Westen bis Hoher Weg, entlang diesem nach Süden bis Friesoyther Straße. Dieser und der Thüler Straße in nordwestlicher Richtung folgend bis Thülsfelder Straße, von dort bis zur Soeste und dieser nach Norden folgend bis Straße Über dem Worberg. Dieser nach Norden folgend und weiter über Im Paarberger Wald bis zur Thüler Straße. Weiter über Tegeler Tange nach Nordosten bis Querdamm, entlang diesem in nordwestlicher Richtung bis Ziegeldamm, diesem nach Nordosten folgend über Im Meeschenmoor bis Ziegelmoor und weiter nach Norden bis zur Friesoyther Straße in Bösel-Westerloh. Dieser in nordwestlicher Richtung folgend bis zur Gemeindegrenze und dieser in nordöstlicher Richtung folgend bis zur Kanalstraße in Vehnemoor. Weiter entlang der Kreisgrenze nach Osten und Süden bis zum Ausgangspunkt an der Lethe

1.2.2017

Landkreis Cloppenburg

Von der Kreisgrenze an der Lethe entlang Mühlenweg bis zum Beverbrucher Damm, weiter Richtung Süden bis zur Hochspannungsleitung Höhe Beverbrucher Damm 15a, der Hochspannungsleitung nach Westen folgend bis Südstraße, entlang dieser in südlicher Richtung bis Schuldamm, diesem in westlicher Richtung folgend bis Weißdornweg, entlang diesem in nordwestlicher Richtung bis Letherfeldstraße, entlang dieser nach Westen und weiter in nordwestlicher Richtung über Hinterm Forde, Lindenweg, Grüner Weg bis zur Hauptstraße in Petersdorf. Dieser in östlicher Richtung folgend bis zur Baumstraße, dieser nach Norden folgend bis zum Oldenburger Weg. Entlang diesem in östlicher Richtung bis Hülsberger Straße, von dort ca. 230 m nach Norden, dann in nordöstlicher Richtung parallel zur Kartz-von-Kameke-Allee über Kartzfehner Weg bis zum Feldweg, der von der Hauptstraße 75 kommend in nordwestlicher Richtung verläuft. Diesem Weg ca. 430 m weiter nach Nordwesten folgend bis zum Graben/Wasserzug. Diesem in nordöstlicher Richtung folgend bis zum Lutzweg. Diesem in südöstlicher Richtung folgend bis zur Hauptstraße und dieser in nördöstlicher Richtung folgend bis zur Kreisgrenze und entlang dieser nach Süden zum Ausgangspunkt am Mühlenweg

24.1.2017 tot en met 1.2.2017

NORDRHEIN-WESTFALEN

Landkreis Soest

B 55 in Höhe der Glenne (Kreisgrenze) in östlicher Richtung folgend bis Geseker Bach, Geseker Bach in westlicher Richtung bis Störmeder Bach, Störmeder Bach 185 m in südliche Richtung, Störmeder Bach 880 m in westlicher Richtung in Höhe des Feldwegs bis zum Brandenbaumer Weg, Brandenbaumer Weg in südlicher Richtung bis Corveyer Straße, Corveyer Straße bis Mönninghauser Straße, Mönninghauser Straße bis Am Lämmerbach, Am Lämmerbach bis Schambrede, Schambrede in nördlicher Richtung bis zur Lippe, der Lippe in westlicher Richtung folgend bis Brücke über In den Amtswiesen, In den Amtswiesen in nördlicher Richtung bis Lippestraße, Lippestraße in südwestlicher Richtung bis zur B 55, B 55 in nördlicher Richtung bis Kreisgrenze Gütersloh

10.2.2017

Landkreis Gütersloh

 

Im Norden:

Schloß Holte-Stukenbrock: Grenzverlauf zur Stadt Bielefeld Alte Paderborner Landstraße/Ebbinghausweg; östliche Richtung Sender Straße/Landerdamm bis Kreisverkehr; südliche Richtung Dechant-Brill-Straße, östliche Richtung auf Holter Straße, südliche Richtung auf Kaunitzer Straße; süd-/östliche Richtung Alte Poststraße bis Rieger Straße/Kreisgrenze

 

Im Osten:

Kreisgrenze zu Paderborn

 

Im Süden:

Rietberg-Mastholte, Kreisgrenze westliche Richtung Haselhorststraße; nördliche Richtung Rietberger Straße, nord-/westliche Richtung Fährenkamp, westliche Richtung An der Graft; nördliche Richtung Langenberger Straße, nördliche Richtung Graswinkel, nördliche Richtung Bokeler Straße, westliche Richtung Batenhorster Straße bis Bokel-Mastholter Hauptkanal; nördliche Richtung Röckinghausen/Ems bis B 55 Rheda-Wiedenbrück

 

Im Westen:

Rheda-Wiedenbrück östliche Richtung Rietberger Straße/B64; nord-/östliche Richtung Am Postdamm, nördliche Richtung Kapellenstraße, östliche Richtung Varenseller Straße, nord-/östliche Richtung Brockstraße bis Gütersloh nördliche Richtung Brockweg; nord-/östliche Richtung Stadtring Kattenstroth /Stadtring Sundern; über Verler Straße östliche Richtung Sundernstraße; nördliche Richtung Spexarder Straße; nord-/östliche Richtung Avenwedder Straße über Isselhorster Straße; östliche Richtung Luise-Hensel-Straße; nördliche Richtung Paderborner Straße; östliche Richtung Überlandleitung/Im Brock bis Kreisgrenze

20.1.2017

Landkreis Gütersloh

 

Im Norden:

Verl: Kreuzung Schillingweg/Reckerdamm; östliche Richtung Frickenweg bis Österwieher Straße südliche Richtung Bornholter Straße; nord-/östliche Richtung bis Marienstraße

 

Im Osten:

Marienstraße süd-/östliche Richtung bis Verl/Kaunitz Alter Postweg, westliche Richtung auf Fürstenstraße, südliche Richtung auf Delbrücker Straße bis Kreisgrenze und entlang der Kreisgrenze

 

Im Süden:

Rietberg/Westerwiehe: Kreisgrenze Entenweg nord-/östliche Richtung Im Thüle, nördliche Richtung Im Plumpe

 

Im Westen:

Im Plumpe nördliche Richtung Westerwieher Straße, westliche Richtung Zum Sporkfeld, nördliche Richtung Neuenkirchener Straße, nord-/westliche Richtung Lange Straße, nördliche Richtung Langer Schemm bis auf Reckerdamm

11.1.2017 tot en met 20.1.2017

Landkreis Gütersloh

 

Langenberg-Benteler:

B 55 an Kreisgrenze Gütersloh/Soest; B 55 nördlich bis Abzweigung Fichtenweg; Fichtenweg nördlich folgen bis Lüningheide; Lüningheide in nördlicher Richtung bis auf Poststraße; Poststraße in östlicher Richtung bis Kampstraße; Kampstraße in nördlicher Richtung bis auf Liesborner Straße; Liesborner Straße in nordöstlicher Richtung bis Einmündung Kolpingstraße; Kolpingstraße nordwestlich bis Einmündung Gerhard-Hauptmann-Straße; Gerhard-Hauptmann-Straße folgen bis auf Stukendamm; Stukendamm in westlicher Richtung bis auf Schulgraben; Schulgraben in nördlicher Richtung bis auf Landgraben; Landgraben in nordwestlicher Richtung bis Bergstraße; Bergstraße nördlich bis Einmündung Allerbecker Weg; Allerbecker Weg bis Einmündung Klutenbrinkstraße; Klutenbrinkstraße in nördlicher Richtung bis Einmündung Bredenstraße, hier wird Klutenbrinkstraße zur Schulstraße; ab Einmündung in Kirchplatz in nördliche Richtung bis Einmündung Hauptstraße; Hauptstraße in westlicher Richtung bis Einmündung Mühlenstraße; Mühlenstraße nördliche Richtung bis Einmündung Westfeldstraße; von dort in östlicher Richtung bis auf die B 55; B 55 in nördlicher Richtung, wird dann zur B 61.

 

Rheda-Wiedenbrück:

B 61 Abfahrt Wiedenbrück; Rietberger Straße bis Abzweigung Dechant-Hense-Straße; Dechant-Hense-Straße in östlicher Richtung bis auf Patersweg; Patersweg in nördlicher Richtung bis auf Neuenkirchener Straße; Neuenkirchener Straße in östlicher Richtung bis zur Einmündung des Feldweges; diesen in nordöstlicher Richtung bis auf Kapellenstraße; Kappellenstraße in nördlicher Richtung bis zur Einmündung in Varenseller Straße; diese in östlicher Richtung bis Einmündung Plümersweg; Plümersweg in nördlicher Richtung; bei Kreuzung in östlicher Richtung bis auf Neuenkirchener Straße.

 

Verl:

Neuenkirchener Straße südöstlich bis Ölbach; Ölbach in nördlicher Richtung bis zur Kreuzung mit Klosterweg; Klosterweg wird zur Wortstraße; weiter süd-/südöstliche Richtung; hinter Schulte-Lindhorst in Feldweg in östlicher Richtung bis auf Spexardweg; diesen in südöstlicher Richtung bis zur Einmündung in Varenseller Straße; Varenseller Straße nördliche Richtung bis Einmündung Westfalenweg; Westfalenweg in östliche Richtung bis zur Einmündung Chromstraße; Chromstraße in südöstliche Richtung bis Firmengelände Frankenfeld Service; weiter in östliche Richtung bis auf Eiserstraße; auf Eiserstraße südlich bis zur Abzweigung auf ein in östlicher Richtung abgehender Feldweg, dieser endet auf Im Vien; dort weiter südlich bis zur nach Osten abzweigenden Hofzufahrt/Feldweg bis auf Timmerheide; Timmerheide nördlich bis Einmündung Strothweg; Strothweg östlich bis Einmündung Teiwesweg; Teiwesweg südlich bis auf Österwieher Straße; Österwieher Straße südlich bzw. südöstlich bis zur Kreuzung Bastergraben; Bastergraben in östlicher Richtung bis zur Einmündung auf dem Lönsweg; Lönsweg in südlicher Richtung bis zur Einmündung Bornholter Straße; Bornholter Straße in östlicher Richtung zur Lindenstraße; auf Bornholter Straße östliche Richtung bis Abzweigung Nachtigallenweg; von dort den in südöstlicher Richtung verlaufenden Verbindungsweg zur Marienstraße; Marienstraße in südlicher Richtung folgen bis zur Abzweigung Alter Postweg; Alter Postweg südöstlich bis zur Einmündung Fürstenstraße; Fürstenstraße in westlicher Richtung-wird zur Neuenkirchener Straße; Neuenkirchener Straße folgend bis zum südlicher Richtung abgehenden landwirtschaftlichen Verbindungsweg zum Hellweg; Hellweg in östlicher Richtung folgend bis Abzweigung des Landweges; Hellweg in östlicher Richtung befindlichen Baumreihe folgend; am Ende der Baumreihe südlich dem Wirtschaftsweg bis zur Einmündung Delbrücker Straße folgen; Delbrücker Straße südlich bis zur Kreisgrenze.

11.2.2017

Landkreis Gütersloh

 

Im Westen:

Ab Kreuzung Kreisgrenze mit Haselhorststraße dieser Straße folgend bis zur Abzweigung Eichenallee, Eichenallee in nordöstlicher Richtung bis zur Kreuzung mit Feldkamp, Feldkamp in nordöstlicher Richtung bis auf Feldkampstraße, Feldkampstraße in nordöstlicher Richtung bis auf Rietberger Straße, Rietberger Straße in nördliche Richtung — wird dann zur Mastholter Straße, Mastholter Straße weiter über B 64 bis Höhe Industriestraße

 

Im Norden und Osten:

Nach Osten Industriestraße, dieser weiter folgend bis auf Delbrücker Straße, Delbrücker Straße in nördlicher Richtung bis zur Abzweigung Torfweg, Torfweg in nordöstlicher Richtung bis zur Abzweigung An den Teichwiesen, An den Teichwiesen in südöstlicher Richtung bis zur Kreuzung mit dem Markgraben, diesem in nordöstlicher Richtung folgen bis auf Markenstraße, Markenstraße in nördliche Richtung bis zur Abzweigung In den Marken, In den Marken in östliche Richtung folgen bis zum die Straße kreuzenden Graben, diesem in östlicher Richtung folgen bis zu Im Plumpe, Im Plumpe weiter in südöstliche Richtung bis zu dem die Straße kreuzenden Graben, diesem folgen in nordöstlicher Richtung bis auf die Straße Im Thüle, Im Thüle weiter in südliche Richtung bis zur Abzweigung Im Wiesengrund, Im Wiesengrund in östliche Richtung bis zur Abzweigung Westerloher Straße, Westerloher Straße in südliche Richtung bis zur Kreisgrenze

 

Im Süden:

Verlauf der Kreisgrenze zwischen Gütersloh und Paderborn

3.2.2017 tot en met 11.2.2017

Landkreis Wesel

 

Im Osten und Süden:

Hamminkeln: „Brunnenfeld“ in Hamminkeln- Lankern ab Kreisgrenze zum Kreis Borken nach Süden bis „Liederner Straße“; „Liederner Straße“ nach Südwesten und Süden bis „Loikumer Straße“; „Loikumer Straße“ nach Westen bis zur Isselbrücke; Verlauf der Issel nach Süden bis zur Isselbrücke an der „Hauptstraße“ in Hamminkeln— Ringenberg; „Hauptstraße“ und im weiteren Verlauf „Weststraße“ bis zur „Mehrhooger Straße“; „Mehrhooger Straße“ nach Osten bis „Roßmühle“; „Roßmühle“ und im weiteren Verlauf „Diersfordter Straße“ nach Süden bis zur L 480; dem Verlauf der L 480 nach Südwesten folgend (in Hamminkeln: „Diersfordter Straße“, in Wesel: „Bislicher Wald“, „Mühlenfeldstraße“, „Dorfstraße“, „Auf der Laak“) bis zum rechtsrheinischen Anleger der Rheinfähre Bislich- Xanten; Xanten: linksrheinischer Anlieger der Rheinfähre Bislich- Xanten; „Gelderner Straße“ bis zur B 57; B 57 nach Nordwesten bis zur Kreuzung mit der „Willicher Straße“; „Willicher Straße“ nach Südwesten bis „Düsterfeld“; „Düsterfeld“ bis „Dongweg“; „Dongweg“ bis zur „Labbecker Straße“; nach Westen entlang der Kreisgrenze an der „Labbecker Straße“ und im weiteren Verlauf dem Staatsforst Xanten bis zum „Korte-Veens-Weg“.

 

Im Westen und Nordwesten:

Das Beobachtungsgebiet des Kreises Wesel grenzt an die entsprechenden Gebiete in den Kreisen Kleve und Borken an

27.1.2017

Landkreis Wesel

Kreisgrenze Borken/Wesel — Beltingshof/Boskamp — südlich bis Finkenberg — dort Finkenberg östlich bis Krechtinger Str. — dieser südwestlich bis Kreu-zung Zum Venn — diesem erst östlich und dann südlich folgen bis Klausen-hofstr. — dieser südlich bis Am Reitplatz folgen — diesen südwestlich bis Bookermannsweg folgen — diesen südwestlich bis Borkener Str. — südlich bis Kreuzung Richtung Wellerberg — Wellerberg westlich bis Van-de-Wall-Str. — dieser südlich folgen — Uhlenberg passieren — weiter Van-de-Wall-Str. südlich folgen bis Telderhuk — diesem südwestlich folgen — Hamminkelner Str. kreuzen — Telderhuk weiter südwestlich folgen — bis Kreuzung Stiftshöfe — Stiftshöfe südlich bis Kreuzung Am Wispelt — Am Wispelt westlich bis Vierwinden — Vierwinden südwestlich folgen bis Eisenbahn — Eisenbahn südlich bis Bahnübergang folgen — hinter dem BÜ nordwestlich auf den Wimmershof — übergehend in Resedastr. — bis Ecke Hamminkelner Landstr. — bis Bocholter Str. = B 473 — südlich bis Reeser Landstr. = B 8 — südlich bis Kreuzung B 58 — B 58 westlich über Rheinbrücke bis Abzweig Xanten — dort westlich abbiegen bis Kreuzung B 57 — nordwestlich auf B 57 = Rheinberger Str. abbiegen — bis Kreuzung Augustinerring — diesem südwestlich bis Trajahnerring — dort nördlich Urselerstr. Folgen bis Abzweig Wittlicher Str. — nördlich bis Kreuzung Willichsche Ley — Willichsche Ley westlich folgen — übergehend in Bollendonkse Ley — bis Labbecker Str. — dieser an Hochwald und Kreisgrenze Wesel/Kleve nordwestlich folgen bis Uedemer Str.

10.2.2017

Landkreis Wesel

Wittenhorster Weg südöstlich bis Am Wasserwerk folgen — bis Schledenhorster Str. nordöstlich folgen — bis Gewässer Klefsche Landwehr — diesem südlich folgen — bis Heideweg — diesem südwestlich bis Schledenhorster Str. folgen — Richtung Heckenweg/Merrhooger Str. südöstlich bis Bahnhofstr. Folgen — westlich bis Kreuzung Wittenhorster Weg/Grenzweg folgen — Grenzweg südlich Richtung Bahnlinie folgen — Bahnlinie queren — bis Stallmannsweg folgen — bis Bergerfurther Str. — westlich folgen — übergehend in Bislicher Wald — bis B 8 — B 8 queren — Bergen östlich bis Kreuzung mit Gewässer Bislicher Meer folgen — Bislicher Meer folgen bis Kreisgrenze Wesel/Kleve

2.2.2017 tot en met 10.2.2017

Landkreis Borken

Kreis- / Landesgrenze Isselburg einschließlich Ortsteil Anholt weiter in östlicher Richtung zum Ortsteil Suderwick bis zur Straße Hahnenpatt, weiter in östlicher Richtung bis zur L 606 (Dinxperloer Straße), weiter in Richtung Spork bis zur Kreuzung L604 (Sporker Ringstr. / Liede-ner Ringstr.), weiter in südlicher Richtung bis zur Kreuzung L 505 (Werther Str.), weiter in östli-cher Richtung (Bocholt) bis zur Kreuzung Pannemannstr. / Thonhausenstr., dort Pannemannstr. in südlicher Richtung bis zum Abzweig Vennweg, weiter Vennweg in östlicher Richtung bis Kreuzung Loikumer Weg, Loikumer Weg weiter in südliche Richtung bis zur Kreisgrenze, Kreis-grenze in südlicher, dann westlicher, dann nördlicher Richtung bis zum Ausgangpunkt Kreis- / Landesgrenze Isselburg

27.1.2017

Landkreis Kleve

 

Süden:

Südwestliche Kreisgrenze WES/KLE Marienbaum/Kalkar Kehrum — Korte-Veen — westlich folgen bis Spierheide — dort westlich folge bis Spierhof — diesen passiere — westlich abbiegen— weiter Spierheide bis Kreuzung St.-Hubertus-Str. — dort nördlich abbiegen auf Bruchweg — L 174 = Uedemer Str. queren — Bruchweg weiter nördlich folgen bis B 67 = Xantener Str. — dieser nordwestlich folgen — bis Kreisverkehr — diesen auf L 41 = Rheinstr. nordöstlich verlassen — bis Kreuzung Honselaerstr./Spickstr.

 

Westen:

Kreuzung Honselaerstr./Spickstr. nordwestlich auf Honselaerer Str. abbiegen — dieser folgen bis Kreisverkehr — diesen nordwestlich an der B 67 = Klever Str. verlassen — B 57 nordwestlich folgen bis Schafweg/Hammelweg — bis Tillerfeld folge — dort westlich abbiegen — Tillerfeld folgen bis Kreisverkehr — diesen an L 18 = Am Bolk nordöstlich verlassen — Am Bolk folgen — Kalkar Wissel — — im weiteren Verlauf L 18 = Dorfstr. folgen bis Prostawardweg — dort nordwestlich abbiegen auf Prostawardweg — diesem nördlich folgen — im weiteren Verlauf Emmericher Str. folgen bis Schleuferskath — dort nordöstlich abbiegen bis Weienweg — diesem östlich folgen — nördlich abbiegen Richtung Bromenhof — Weidenweg folgen — östlich abbiegen Richtung Elendshof — dabei L 8 0 Rheinuferstr. Queren, Banndeich queren — Rhein bis Kilometer 847,5 queren —

 

Norden:

andere Rheinseite Emmerich — Dornicker Str. nordöstlich folgen bis Dreikönigestr. — nördlich auf Hauptstra. — dort östlich Hauptstr. Folgen — nördlich bis Pionierstr. — Pionierstr. Nördlich folgen — B 8 = Reeser Str. queren — Bahnweg queren bis Grüne Str. — nordöstlich folgen bis Fuldaweg — diesem nördlich folgen bis Riethstege — dort östlich Riethstege folgen bis Das Krusensträßchen — dort nördlich folgen — A 3 queren— Naturschutzgebiet queren bis Grenze KLE — NL De Schriek — Schriekseweg

19.1.2017 tot en met 27.1.2017

Landkreis Kleve

Im Süden beginnend an Kreisgrenze WES/KLE Hochwald Uedemer Str. — Kreisgrenze folgen bis B 57 = Xantener Str. — dieser westlich folgen bis Auf dem Mühlenberg — diesem nördlich folgen — bis Übergang Oyweg und Gewässer Boetzelaersche Ley— dieser nördlich folgen — dabei Haus Veen passieren — Boetzelaersche Ley weiter nördlich folgen bis Kreuzung Hochend — Hochend nordöstlich folgen — Rheinstr. Queren — Hochend weiter nordöstlich folgen Richtung Kläranlage — dort dem Deich nordöstlich folgen bis Kernwasserwunderland — dahinter bei Rheinkilometer 843 den Rhein queren — auf der anderen Seite auf der Reeser Ward der K 18 nördlich folgen — dem Südufer des Alten Rheins unter dem Naturschutzzentrum westlich folgen bis Döries-Albrecht-Str. — dort dem Deich nördlich folgen bis Höhe Emmericher Str. — dieser nördlich folgen bis Hueth'sche Str. — dieser östlich folgen bis Alter Deichweg — diesem nördlich folgen — Bahngleise queren — Alter Deichweg weiter nordöstlich folgen — Pahlenhof passieren — Alter Deichweg bis Bruchstr. — dieser nordwestlich Richtung Holländer Deich folgen — ab dort dem Wasserlauf Tote Landwehr entlang der Kreisgrenze nordöstlich folgen — am Lensinghof der Kreisgrenze östlich folgen bis Kreisgrenze KLE-BOR.

10.2.2017

Landkreis Kleve

Im Süden beginnend an Kreisgrenze WES/KLE — Bislicher Ley auf Höhe Krusdickshof dem Gewässer Kirchenvenn am westlichen Ufer nördlich folgen bis Höhe Pastor-Esser-Str. — dieser westlich folgen — Wildeborgsweg queren — Pastor-Esser-Str. weiter westlich folgen bis Geeststr. — dieser südöstlich folgen bis Kreuzung Bislicher Str./Pollweg — Bislicher Str. nördlich folgen bis Auf dem Mosthövel — diesem westlich folgen — im weiteren Verlauf dem Wasserlauf folgen bis Haffen'sches Feld — dort auf den Sommerskathweg abbiegen — diesem nordwestlich folgen bis Bruckdahlweg — diesem nordwestlich folgen bis Läppersweg — diesem nordwestlich folgen bis Lindackersweg — diesem nordöstlich folgen — Deichstr. queren — Lindackersweg weiter nordöstlich folgen — übergehend in Lohstr. — nordwestlich auf Dohlenweg folgen bis Eickelboomstr. — diesem folgen bis Deichstr. = K 7 — dieser nordwestlich folgen bis Bergswick — dem Gewässer Am Schmalen Meer östlich in Richtung Aspelsches Meer folgen — diesem am südlichen Ufer westlich folgen bis Bahnhofstr. — dieser nordöstlich folgen bis Helderner Str. — dieser nordöstlich folgen bis Isselburger Str. — dieser nördlich folgen bis Heidericher Str. — dieser östlich folgen bis Kalfhovenweg — diesem südöstlich folgen bis Lohstr. — dort östlich folgen bis Ecke Groß Hoxhof — dort bis Waldgrenze folgen — dieser nordöstlich folgen bis Enzweg — diesem östlich folgen bis Kreisgrenze — ab dort entlang der Kreisgrenze folgen bis Schlehenweg — diesem südwestlich folgen bis Wittenhorster Weg — diesem östlich folgen bis Kreisgrenze KLE/WES.

2.2.2017 tot en met 10.2.2017

Landkreis Paderborn

 

Im Westen und Norden:

Verlauf der Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh von dem Zusammentreffen mit der Kreisgrenze Soest am Boker Kanal bis zur Kaunitzer Straße in der Gemeinde Hövelhof

 

Im Osten:

Kaunitzer Straße in der Gemeinde Hövelhof ab Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh südlich bis Emsallee, Emsallee bis Detmolder Straße, Detmolder Straße bis Espelner Straße, Espelner Straße bis Hövelhofer Straße, Hövelhofer Straße bis Wittendorfer Straße, Wittendorfer Straße bis Wasserwerkstraße, Wasserwerkstraße bis Verbindungsweg zur Bundesstraße 64 (B64), Verbindungsweg zwischen Wasserwerkstraße und B64, B64 ab Einmündung Verbindungsweg zur Wasserwerkstraße bis Einmündung Kreuzmeer, Kreuzmeer bis Graf-Meerveldt-Straße, Graf Meerveldt-Straße bis Heddinghauser Straße, Heddinghauser Straße bis Scharmeder Straße, Scharmeder Straße bis zur Einmündung der Verlängerung des Bentfelder Weges,

 

Im Süden:

Der Verlängerung des Bentfelder Weges folgend bis zum Bentfelder Weg, Bentfelder Weg bis Glockenpohl, Glockenpohl bis Thüler Straße, Thüler Straße ab Einmündung Glockenpohl bis Einmündung Bleichstraße, Bleichstraße bis Birkenstraße, Birkenstraße bis Liemekestraße, Liemekestraße bis Boker Damm, Boker Damm ab Einmündung Liemekestraße bis Mühlendamm, Mühlendamm bis Haupstraße (Verne), Hauptstraße (Verne) ab Einmündung Mühlendamm bis Enkhausen, Enkhausen bis Verlarer Straße bis Lippstädter Straße, Lippstädter Straße bis Einmündung Am Damm, Am Damm bis Dammstraße, Dammstraße ab Einmündung Am Damm bis Einmündung Verlarer Weg, Verlarer Weg bis Kreigrenze Paderborn-Soest, Verlauf der Kreisgrenze Paderborn-Soest ab Verlarer Weg bis zum Zusammentreffen mit der Kreisgrenze Gütersloh am Boker Kanal

10.2.2017

Landkreis Paderborn

 

Im Norden:

Verlauf der Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh ab Haselhorster Straße bis zur Westerloher Straße

 

Im Osten:

Westerloher Straße ab Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh bis Giptenweg, Giptenweg ab Einmündung Westerloher Straße bis Grafhörster Weg, Grafhörster Weg ab Einmündung Giptenweg bis Schöninger Straße, Schöninger Straße ab Einmündung Giptenweg bis Einmündung Am Sporkhof, Am Sporkhof bis Kreuzung mit der Rietberger Straße, Verlängerung der Straße Am Sporkhof ab Kreuzung mit der Rietberger Straße bis Norhagener Straße, Norhagener Straße ab Einmündung der Verlängerung der Straße Am Sporkhof bis Einmündung Brinkweg, Brinkweg ab Einmündung Nordhagener Straße bis Einmündung Schmaler Weg, Schmaler Weg ab bis Obernheideweg, Obernheideweg ab Einmündung Schmaler Weg bis Einmündung Verbindungsweg, Verbindungsweg ab Einmündung Obernheideweg bis Flurweg, Flurweg bis Rieger Straße

 

Im Süden:

Rieger Straße ab Einmündung Flurweg bis Talweg, Talweg ab Einmündung Rieger Straße bis Westenholzer Straße, Westenholzer Straße ab Einmündung Talweg bis Mastholter Straße, Mastholter Straße ab Westenholzer Straße bis Moorlake

 

Im Westen:

Moorlaake ab Einmündung Westenholzer Straße bis Köttmers Kamp, Köttmers Kamp ab Einmündung Moorlake bis Einmündung Verbindungsweg zur Haselhorster Straße, Verbindungsweg zwischen Köttmerskamp und Haselhorster Straße, Haselhorster Straße ab Einmündung Verbindungsweg zur Straße Köttmers Kamp bis Kreisgrenze Paderborn-Gütersloh

2.2.2017 tot en met 10.2.2017

Landkreis Borken

Kreis— / Landesgrenze Isselburg einschließlich Ortsteil Anholt weiter in östlicher Richtung zum Ortsteil Suderwick bis zur Straße Hahnenpatt, weiter in östlicher Richtung bis zur L 606 (Dinxperloer Straße), weiter in Richtung Spork bis zur Kreuzung L604 (Sporker Ringstr. / Liede-ner Ringstr.), weiter in südlicher Richtung bis zur Kreuzung L 505 (Werther Str.), weiter in östli-cher Richtung (Bocholt) bis zur Kreuzung Pannemannstr. / Thonhausenstr., dort Pannemannstr. in südlicher Richtung bis zum Abzweig Zeisigweg diesen weiter in östlicher Richtung bis Abzweig Stemmers Heide, dieser weiter in südlicher Richtung bis zur Bahntrasse diese folgend in östlicher Richtung bis zur Straße Wachtelschlag. Wach-telschlag weiter in südlicher Richtung bis zur Alfred-Flender-Str. diese weiter in westli-cher Richtung bis zum Bömkesweg, diesen weiter in östlicher Richtung bis zum Kreuz-kamp, diesen weiter in südlicher Richtung bis zum Loikumer Weg, weiter in südlicher Richtung bis zum Grünen Weg. Den Grünen Weg in östlicher Richtung bis zum Abzweig Händelstr, dieser in südlicher Richtung folgend bis zum Vennweg. Den Vennweg weiter in östlicher Richtung bis zur Dingdener Str. Diese in südlicher Richtung bis zum Weseler Landweg, diesen weiter in südlicher Richtung bis zum Beltingshof, diesen in östlicher Richtung folgend bis zur Kreisgrenze. Der Kreisgrenze folgend in westlicher, dann nördlicher Richtung bis zum Ausgangpunkt Kreis— / Landesgrenze Isselburg.

10.2.2017

BRANDENBURG

Landkreis Ostprignitz-Ruppin

Im Osten beginnend auf der Höhe der Ortslage Dünamünde

von dort der Temnitz nach Süden folgend, Rägelin passierend, Netzeband und Katerbow passierend, die A 24 unterquerend, dann weiter nach Süden verlaufend

der Temnitz bis südlich des Seebergs folgend, dann diese verlassend und scharf nach Westen abzweigend direkt bis zum Scheitelpunkt des Kleinen Sees nördlich von Blankenberg

an der Ostseite des Kleine Sees nach Süden dem Weg in Richtung Trieplatz folgend

vor Trieplatz abbiegend in Richtung Bantikow zunächst in direkter Linie bis zur Dosse

nach den Erreichen der Dosse ein Stück der Dosse nach Süden bis Höhe Bantikow folgend

die Dosse verlassend nach Westen nördlich von Bantikow bis zum Seeufer des Untersees

dem Seeufer des Untersees nach Norden folgend bis Höhe Blechern Hahn, den Untersee nach Westen überquerend bis zur L14

der L14 nach Norden folgend bis Höhe Wolfswinkel

nach Westen in Richtung Königsfließ, diesem folgend bis zur B103

der B103 folgend, Rüdow passierend bis zum Schnittpunkt der Bahnstecke aus Richtung Kyritz

der Bahnstrecke nach Norden folgend, Karl-Friedrichshof und Gantikow passierend, Steinberg und Minnashöh passierend, Rosenwinkel passierend bis zur Höhe Horst

dort nach Osten auf der Dorfstraße durch Horst

kurz hinter dem Ortsausgang Horst an der nächsten Kreuzung Richung Blumenthal bis zur L144

von dort dem Grenzgraben Rosenwinkel nach Nordosten folgend, auf den Blumenthaler Hauptgraben abbiegend und weiter in Richtung Nordosten

von dort in direkter Linie Richtung Nordosten bis zum Birkenberg (nördlich von Kuckucksmühle)

dem von Kuckucksmühle kommenden Weg in Richtung Blandikow bis zum Ortseingang Blandikow folgend

am Ortseingang auf die L145 nach Osten abbiegend und dieser folgend

weiter Papenbruch durchquerend bis zur A24

weiter der A24 Richtung Osten folgend, die A19 überquerend

dann in direkter Linie Richtung Osten durch Bauhof bis zur L14

auf der L14 auf der Höhe der Scharfenberger Ziegelei nach Osten auf die K6821 abbiegen

der K6821 folgend bis zum Abzweig Goldbeck, durch Goldbeck der Straße folgend Richtung Brausebachmühle

in Brausebachmühle der Straße nach Südosten folgend, die K6821 erreichend, durch Gadow bis zum Ortsausgang

am Ortsausgang dem Weg nach Südosten in direkter Linie

folgend, den Weheberg passierend bis zur Gemeindegrenze Wittstock/Land / Neuruppin

dieser Gemeindegrenze nach Südwesten in direkter Linie folgend bis Dünamünde

15.2.2017

Landkreis Ostprignitz-Ruppin

Im Osten beginnend in Richtung Süden:

der A 24 ab Abfahrt Herzsprung in Richtung Berlin folgend, südlich der Ortslage Rossow bis in Höhe des Hohlenbergs

südlich des Hohlenbergs nach Westen entlang der Gemeindegrenze Wittstock/Dosse / Amt Temnitz bis zum Abzweig nach Süden entlang der Gemeindegrenze Stadt Kyritz/ Amt Temnitz

der Gemeindegrenze von Kyritz Richtung Südwesten weiter folgend bis zum Burgberg und weiter verlaufend Richtung Nordwesten, dabei ein Stück der Dosse folgend

der Gemeindegrenze bis zum Waldrand folgend, dann nach Westen unterhalb der Gemeindegrenze durch den Wald auf den bis zur südlichen Spitze des Naturschutzgebietes Postluch Ganz

weiter in südwestlicher Richtung bis die Straße aus Richtung Wulkow folgende in Richtung Borker See

Östlich des Borker Sees am Seeufer entlang nach Norden bis zur nördlichen Seespitze

weiter nach Norden durch das Naturschutzgebiet Mühlenteich entlang der Klempnitz bis zur Kattenstiegmühle

von dort nach Nordwesten auf der Straße nach Königsberg bis zur L144

der L144 Richtung Herzsprung folgend bis Herzsprung

weiter durch Herzsprung auf die L18 nach Osten bis zur Abfahrt Herzsprung der A24.

7.2.2017 tot en met 15.2.2017

Landkreis Prignitz

In der Gemeinde Gumtow, östlich der Bahnlinie Kyritz — Pritzwalk, Ortsteil Wutike einschließlich Bahnhof Wutike und Steinberg

15.2.2017

BAYERN

Landkreis Neustadt a.d.Aisch — Bad Windsheim

Stadt Burgbernheim mit den Stadtteilen Pfaffenhofen, Rannachmühle, Schwebheim, Siedlung Erlach Wildbad, Ziegelmühle

Gemeinde Gallmersgarten mit den Gemeindeteilen Gallmersgarten (Ort), Mörlbach, Steinach a.d.Ens, Steinach b. Rothenburg

Stadt Bad Windsheim mit den Stadtteilen Bad Windsheim, Erkenbrechtshofen, Ickelheim, Kleinwindsheimermühle, Külsheim, Linkenmühle, Oberntief, Wiebelsheim

Stadt Uffenheim mit den Stadtteilen Custenlohr, Hinterpfeinach, Rudolzhofen, Uttenhofen, Vorderpfeinach, Welbhausen

Gemeinde Ergersheim mit den Gemeindeteilen Ergersheim (Ort), Ermetzhofen, Kellermühle, Neuherberg, Obermühle, Rummelsmühle, Seenheim

Gemeinde Marktbergel mit den Gemeindeteilen Marktbergel, Ermetzhof, Ottenhofen, Munasiedlung

Gemeinde Illesheim mit den Gemeindeteilen Illesheim, Sontheim, Westheim, Urfersheim

Gemeinde Obernzenn mit dem Gemeindeteil Urphertshofen

Gemeinde Markt Nordheim mit dem Gemeindeteil Ulsenheim (nur Ort südlich der Staatsstraße 2256)

10.2.2017

Landkreis Neustadt a.d.Aisch — Bad Windsheim

die Stadt Burgbernheim mit den Stadtteilen Burgbernheim, Aumühle, Buchheim, Hagenmühle, Hilpertshof, Hochbach

die Gemeinde Gallmersgarten mit dem Gemeindeteil Bergtshofen

1.2.2017 tot en met 10.2.2017

Landkreis Ansbach

Gemeinde Colmberg, die Ortsteile: Binzwangen und Poppenbach,

Gemeinde Neusitz, der Ortsteil: Schweinsdorf

Gemeinde Oberdachstetten, die Ortsteile: Oberdachstetten und Anfelden

Gemeinde Ohrenbach, die Ortsteile: Gailshofen, Gumpelshofen, Habelsee, Oberscheckenbach, Ohrenbach, Reichardsroth

Gemeinde Steinsfeld die Ortsteile: Ellwingshofen, Endsee, Gypshütte, Hartershofen, Reichelshofen, Steinsfeld, Urphershofen,

Gemeinde Windelsbach, die Ortsteile: Birkach, Burghausen, Cadolzhofen, Guggelmühle, Hornau, Linden, Nordenberg, Preuntsfelden und Windelsbach

9.2.2017”

d)

de volgende vermelding voor Griekenland wordt ingevoegd tussen de vermeldingen voor Duitsland en Frankrijk:

„Lidstaat: Griekenland

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

α)

Η Δημοτική Ενότητα του Δήμου Τρίπολης

β)

Οι παρακάτω Τοπικές Κοινότητες του Δήμου Τρίπολης:

Σιμιάδων

Κάψια

Νεστάνης

Λουκά

Ζευγολατιού

Αγίου Κωνσταντίνου

Πελάγους

Μερκοβουνίου

Σκοπής

Τρίπολης

Περθωρίου

17.2.2017

Οι περιοχές Φτέρης και Μηλιάς και η Τοπική Κοινότητα Σκοπής του Δήμου Τρίπολης ως εξής:

Βόρεια μέχρι την εκκλησία Αγ. Νικολάου Μηλιάς (37.6062Ν-22.4074Ε)

Νότια μέχρι το 5° χλμ Ε.Ο. Τρίπολης-Πύργου (37.553178Ν — 22.399439Ε)

Ανατολικά μέχρι το 13° χλμ της επαρχιακής οδού Τρίπολης-Λουκά (37.574078Ν — 22.445185Ε)

Δυτικά μέχρι και την περιοχή Φτέρη (37.574078Ν — 22.3796Ε)

9.2.2017 tot en met 17.2.2017”

e)

de vermeldingen voor Frankrijk, Kroatië, Hongarije, Polen, Roemenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk worden vervangen door:

„Lidstaat: Frankrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Les communes suivantes dans le département de l'AVEYRON

CASTELMARY

LA SALVETAT-PEYRALES

TAYRAC

CABANES

CRESPIN

LESCURE-JAOUL

NAUCELLE

PRADINAS

RIEUPEYROUX

SAUVETERRE-DE-ROUERGUE

TAURIAC-DE-NAUCELLE

21.1.2017

NAJAC

SAINT-ANDRE-DE-NAJAC

28.1.2017

Les communes suivantes dans le département des DEUX-SEVRES

FORS

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

AZAY-LE-BRULE

LA BOISSIERE-EN-GATINE

LA CRECHE

CHAMPDENIERS-SAINT-DENIS

CHAURAY

CHERVEUX

CLAVE

COURS

ECHIRE

EXIREUIL

FRANCOIS

GERMOND-ROUVRE

LES GROSEILLERS

MAZIERES-EN-GATINE

PAMPLIE

SAINT-GELAIS

SAINT-GEORGES-DE-NOISNE

SAINT-LIN

SAINT-MAIXENT-L'ECOLE

SAINT-MARC-LA-LANDE

SAINTE-OUENNE

SAINT-PARDOUX

SAIVRES

SURIN

VERRUYES

11.2.2017

AIFFRES

BEAUVOIR-SUR-NIORT

BESSINES

BRULAIN

LES FOSSES

LA FOYE-MONJAULT

FRONTENAY-ROHAN-ROHAN

GRANZAY-GRIPT

JUSCORPS

MARIGNY

MOUGON

NIORT

PRAHECQ

SAINTE-BLANDINE

SAINT-MARTIN-DE-BERNEGOUE

SAINT-ROMANS-DES-CHAMPS

SAINT-SYMPHORIEN

VOUILLE

28.1.2017

AUGE

LA CHAPELLE-BATON

SAINT-CHRISTOPHE-SUR-ROC

5.2.2017 tot en met 11.2.2017

Les communes suivantes dans le département du GERS

AIGNAN

ARBLADE-LE-BAS

ARMENTIEUX

ARMOUS-ET-CAU

AUCH

AUJAN-MOURNEDE

AYZIEU

BASCOUS

BASSOUES

BAZIAN

BEAUMARCHES

BECCAS

BELLEGARDE

BELMONT

BERAUT

BETCAVE-AGUIN

BETOUS

BETPLAN

BIRAN

BLOUSSON-SERIAN

BOUZON-GELLENAVE

BRETAGNE-D'ARMAGNAC

CAILLAVET

CALLIAN

CANNET

CASSAIGNE

CASTELNAU D'AUZAN LABARRERE

CASTELNAVET

CASTEX

CASTILLON-DEBATS

CAUMONT

CAZAUBON

CAZAUX-D'ANGLES

CAZAUX-VILLECOMTAL

CAZENEUVE

CHELAN

CONDOM

COULOUME-MONDEBAT

COURRENSAN

COURTIES

DEMU

DURBAN

ESCLASSAN-LABASTIDE

ESTAMPES

FOURCES

FUSTEROUAU

GAUJAN

GAZAX-ET-BACCARISSE

GONDRIN

HAGET

IZOTGES

JUILLAC

LABARTHE

LABARTHETE

LABEJAN

LADEVEZE-RIVIERE

LAGARDERE

LAGRAULET-DU-GERS

LAGUIAN-MAZOUS

LALANNE-ARQUE

LAMAZERE

LANNEPAX

LAREE

LARRESSINGLE

LARROQUE-SUR-L'OSSE

LASSERADE

LASSERAN

LAVERAET

LELIN-LAPUJOLLE

LIAS-D'ARMAGNAC

LOURTIES-MONBRUN

LOUSLITGES

LOUSSOUS-DEBAT

LUPIAC

LUPPE-VIOLLES

MAIGNAUT-TAUZIA

MALABAT

MANENT-MONTANE

MANSENCOME

MARCIAC

MARGOUET-MEYMES

MARGUESTAU

MASCARAS

MASSEUBE

MAULICHERES

MAUMUSSON-LAGUIAN

MEILHAN

MIRAMONT-D'ASTARAC

MONBARDON

MONCLAR

MONCORNEIL-GRAZAN

MONLAUR-BERNET

MONT-D'ASTARAC

MONTEGUT-ARROS

MONTIES

MONTREAL

MOUCHES

NOULENS

ORDAN-LARROQUE

ORNEZAN

PANJAS

PEYRUSSE-GRANDE

PEYRUSSE-VIEILLE

POUYDRAGUIN

POUY-LOUBRIN

PRENERON

RAMOUZENS

RISCLE

ROQUEBRUNE

ROQUES

SABAZAN

SADEILLAN

SAINT-ARROMAN

SAINT-GERME

SAINT-GRIEDE

SAINT-JEAN-LE-COMTAL

SAINT-JEAN-POUTGE

SAINT-MARTIN-D'ARMAGNAC

SAINT-MONT

SAINT-PIERRE-D'AUBEZIES

SAMARAN

SARCOS

SARRAGACHIES

SARRAGUZAN

SCIEURAC-ET-FLOURES

SEISSAN

SEMBOUES

SERE

SORBETS

TARSAC

TERMES-D'ARMAGNAC

TOURDUN

TRONCENS

TUDELLE

VALENCE-SUR-BAISE

VERGOIGNAN

VILLECOMTAL-SUR-ARROS

VILLEFRANCHE

AUSSOS

11.2.2017

ARROUEDE

BEAUMONT

BEZUES-BAJON

CABAS-LOUMASSES

LAURAET

MOUCHAN

PANASSAC

SAINT-BLANCARD

11.2.2017

MANSEMPUY

SAINT-ANTONIN

SEREMPUY

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

ANSAN

AUGNAX

BAJONNETTE

BIVES

BLANQUEFORT

CRASTES

ESTRAMIAC

HOMPS

LABRIHE

MANSEMPUY

MARAVAT

MAUVEZIN

MONFORT

PUYCASQUIER

SAINT-ANTONIN

SAINT-BRES

SAINT-GEORGES

SAINTE-GEMME

SAINTE-MARIE

SAINT-ORENS

SAINT-SAUVY

SARRANT

SEREMPUY

SOLOMIAC

TAYBOSC

TOUGET

TOURRENQUETS

21.1.2017

ARBLADE-LE-HAUT

AURENSAN

AUX-AUSSAT

AVERON-BERGELLE

BARCELONNE-DU-GERS

BARCUGNAN

BARRAN

BARS

BAZUGUES

BELLOC-SAINT-CLAMENS

BERDOUES

BERNEDE

BOURROUILLAN

LE BROUILH-MONBERT

CAMPAGNE-D'ARMAGNAC

CASTELNAU-D'ANGLES

CASTEX-D'ARMAGNAC

CAUPENNE-D'ARMAGNAC

CLERMONT-POUYGUILLES

CORNEILLAN

CRAVENCERES

CUELAS

DUFFORT

EAUZE

ESPAS

ESTANG

ESTIPOUY

GEE-RIVIERE

LE HOUGA

IDRAC-RESPAILLES

L'ISLE-DE-NOE

LAAS

LAGARDE-HACHAN

LAGUIAN-MAZOUS

LANNEMAIGNAN

LANNE-SOUBIRAN

LANNUX

LAUJUZAN

LOUBEDAT

LOUBERSAN

MAGNAN

MANAS-BASTANOUS

MANCIET

MARSEILLAN

MAULEON-D'ARMAGNAC

MAUPAS

MIELAN

MIRANDE

MIRANNES

MONCASSIN

MONCLAR-SUR-LOSSE

MONGUILHEM

MONLEZUN

MONLEZUN-D'ARMAGNAC

MONPARDIAC

MONTAUT

MONT-DE-MARRAST

MONTESQUIOU

MORMES

NOGARO

PALLANNE

PERCHEDE

PONSAMPERE

PONSAN-SOUBIRAN

POUYLEBON

PROJAN

REANS

RICOURT

RIGUEPEU

SAINT-ARAILLES

SAINTE-AURENCE-CAZAUX

SAINT-CHRISTAUD

SAINTE-CHRISTIE-D'ARMAGNAC

SAINTE-DODE

SAINT-ELIX-THEUX

SAINT-JUSTIN

SAINT-MARTIN

SAINT-MAUR

SAINT-MEDARD

SAINT-MICHEL

SAINT-OST

SALLES-D'ARMAGNAC

SAUVIAC

SEAILLES

SEGOS

SION

TILLAC

TOUJOUSE

URGOSSE

VERLUS

VIELLA

VIOZAN

5.2.2017 tot en met 11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des HAUTE-GARONNE

BOULOGNE-SUR-GESSE

LUNAX

NENIGAN

PEGUILHAN

11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des HAUTES-PYRENEES

ALLIER

ANGOS

ANSOST

ARIES-ESPENAN

AUBAREDE

AUREILHAN

AURIEBAT

BARBACHEN

BARBAZAN-DEBAT

BARTHE

BERNADETS-DEBAT

BERNADETS-DESSUS

BETBEZE

BETPOUY

BORDES

BOUILH-PEREUILH

BOULIN

BOURS

BUGARD

BUZON

CABANAC

CALAVANTE

CAMPUZAN

CASTELNAU-MAGNOAC

CASTELVIEILH

CASTERA-LOU

CASTERETS

CAUBOUS

CHELLE-DEBAT

CIZOS

CLARAC

COLLONGUES

DEVEZE

DOURS

ESTAMPURES

FRECHEDE

FRECHOU-FRECHET

HACHAN

HOURC

JACQUE

LAFITOLE

LALANNE-TRIE

LAMARQUE-RUSTAING

LAMEAC

LANESPEDE

LANSAC

LAPEYRE

LASLADES

LESPOUEY

LHEZ

LIBAROS

LIZOS

LOUIT

LUBY-BETMONT

LUSTAR

MANSAN

MASCARAS

MINGOT

MONFAUCON

MONTIGNAC

MOUMOULOUS

MUN

OLEAC-DEBAT

OLEAC-DESSUS

ORGAN

ORIEUX

ORLEIX

OSMETS

OUEILLOUX

OZON

PEYRAUBE

PEYRET-SAINT-ANDRE

PEYRIGUERE

PEYRUN

POUMAROUS

POUYASTRUC

PUYDARRIEUX

RABASTENS-DE-BIGORRE

SABALOS

SABARROS

SAINT-LANNE

SAINT-SEVER-DE-RUSTAN

SARIAC-MAGNOAC

SARROUILLES

SAUVETERRE

SEMEAC

SENAC

SENTOUS

SERE-RUSTAING

SOREAC

SOUYEAUX

THERMES-MAGNOAC

THUY

TOURNAY

TOURNOUS-DARRE

TOURNOUS-DEVANT

TRIE-SUR-BAISE

TROULEY-LABARTHE

VIDOU

VIEUZOS

VILLEMBITS

11.2.2017

ANSOST

ARIES-ESPENAN

AURIEBAT

BARBACHEN

BARTHE

BETPOUY

BUZON

CAMPUZAN

CASTELNAU-MAGNOAC

CAUBOUS

CIZOS

DEVEZE

FRECHEDE

HACHAN

LAFITOLE

LALANNE-TRIE

LAPEYRE

LIBAROS

LUSTAR

MANSAN

MARSEILLAN

MINGOT

MOUMOULOUS

MONFAUCON

ORGAN

PEYRET-SAINT-ANDRE

PUYDARRIEUX

RABASTENS-DE-BIGORRE

SABARROS

SAINT-SEVERE-DE-RUSTAN

SARIAC-MAGNOAC

SAUVETERRE

SENAC

SENTOUS

TOURNOUS-DARRE

TOURNOUS-DEVANT

TRIE-SUR-BAISE

VIDOU

VIEUZOS

VILLEMBITS

11.2.2017

IBOS

OROIX

SERON

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

ANDREST

AZEREIX

BORDERES-SUR-L'ECHEZ

ESCAUNETS

GARDERES

GAYAN

JUILLAN

LAGARDE

LAMARQUE-PONTACQ

LANNE

LOUEY

LUQUET

ODOS

OSSUN

OURSBELILLE

PINTAC

SAINT-LEZER

SANOUS

SIARROUY

TALAZAC

TARASTEIX

TARBES

VILLENAVE-PRES-BEARN

28.1.2017

ANTIN

BOUILH-DEVANT

COUSSAN

FONTRAILLES

GONEZ

GOUDON

GUIZERIX

LARROQUE

LUBRET-SAINT-LUC

MARQUERIE

MAZEROLLES

MOULEDOUS

PUNTOUS

SADOURNIN

SINZOS

5.2.2017 tot en met 11.2.2017

Les communes suivantes dans le département des LANDES

ARGELOS

ARTASSENX

ARTHEZ-D'ARMAGNAC

AUDIGNON

AURICE

BANOS

BASCONS

BAS-MAUCO

BASSERCLES

BORDERES-ET-LAMENSANS

BENQUET

BETBEZER-D'ARMAGNAC

BRETAGNE-DE-MARSAN

CASTANDET

CASTELNER

CAUNA

DOAZIT

DUMES

HAGETMAU

HAUT-MAUCO

HORSARRIEU

LABASTIDE-CHALOSSE

LACQUY

LACRABE

LAGLORIEUSE

LAGRANGE

MAURRIN

MAUVEZIN-D'ARMAGNAC

MOMUY

MORGANX

PARLEBOSCQ

PEYRE

PHILONDENX

POUDENX

PUJO-LE-PLAN

SAINTE-COLOMBE

SAINTE-FOY

SAINT-GEIN

SAINT-JULIEN-D'ARMAGNAC

SAINT-JUSTIN

SAINT-PIERRE-DU-MONT

SAINT-SEVER

VILLENEUVE-DE-MARSAN

11.2.2017

AIRE-SUR-L'ADOUR

ARBOUCAVE

AUBAGNAN

BAHUS-SOUBIRAN

BATS

BOURDALAT

BUANES

CASTELNAU-TURSAN

CAZERES-SUR-L'ADOUR

CLASSUN

CLEDES

COUDURES

DUHORT-BACHEN

EUGENIE-LES-BAINS

EYRES-MONCUBE

FARGUES

LE FRECHE

GEAUNE

GRENADE-SUR-L'ADOUR

HONTANX

LABASTIDE-D'ARMAGNAC

LACAJUNTE

LATRILLE

LAURET

LARRIVIERE-SAINT-SAVIN

LUSSAGNET

MANT

MAURIES

MIRAMONT-SENSACQ

MONGET

MONSEGUR

MONTEGUT

MONTGAILLARD

MONTSOUE

PAYROS-CAZAUTETS

PECORADE

PERQUIE

PIMBO

PUYOL-CAZALET

RENUNG

SAINT-AGNET

SAINT-LOUBOUER

SAINT-MAURICE-SUR-ADOUR

SAMADET

SARRAZIET

SARRON

SERRES-GASTON

SORBETS

URGONS

VIELLE-TURSAN

LE VIGNAU

5.2.2017 tot en met 11.2.2017

Les communes suivantes dans le département du LOT-ET-GARONNE

MONBAHUS

MONVIEL

SEGALAS

VILLEBRAMAR

ARMILLAC

BEAUGAS

BOURGOUGNAGUE

BRUGNAC

CANCON

CASSENEUIL

CASTILLONNES

COULX

DOUZAINS

LABRETONIE

LAPERCHE

LAUZUN

LAVERGNE

LOUGRATTE

MONCLAR

MONTASTRUC

MONTAURIOL

MONTIGNAC-DE-LAUZUN

MOULINET

PINEL-HAUTERIVE

SAINT-BARTHELEMY-D'AGENAIS

SAINT-COLOMB-DE-LAUZUN

SAINT-MAURICE-DE-LESTAPEL

SAINT-PASTOUR

SERIGNAC-PEBOUDOU

TOMBEBOEUF

TOURTRES

VERTEUIL-D'AGENAIS

21.1.2017

Les communes suivantes dans le département des PYRENEES-ATLANTIQUES

ARGET

ARROSES

ARZACQ-ARRAZIGUET

AUBOUS

AURIONS-IDERNES

AYDIE

BALIRACQ-MAUMUSSON

BOUEILH-BOUEILHO-LASQUE

BUROSSE-MENDOUSSE

CABIDOS

CADILLON

CASTEIDE-CANDAU

CASTETPUGON

CLARACQ

CONCHEZ-DE-BEARN

COUBLUCQ

GARLEDE-MONDEBAT

GAROS

LALONQUETTE

MALAUSSANNE

MASCARAAS-HARON

MERACQ

MONCLA

MONTAGUT

MONT-DISSE

MORLANNE

PIETS-PLASENCE-MOUSTROU

POULIACQ

POURSIUGUES-BOUCOUE

RIBARROUY

SAINT-JEAN-POUDGE

SAINT-MEDARD

TADOUSSE-USSAU

TARON-SADIRAC-VIELLENAVE

VIALER

VIGNES

11.2.2017

AAST

BARZUN

ESPOEY

GER

GOMER

HOURS

LIVRON

LUCGARIER

PONSON-DEBAT-POUTS

PONSON-DESSUS

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

ANDOINS

ANGAIS

ARRIEN

ARTIGUELOUTAN

BALEIX

BAUDREIX

BEDEILLE

BENEJACQ

BENTAYOU-SEREE

BEUSTE

BOEIL-BEZING

BORDERES

BORDES

CASTEIDE-DOAT

COARRAZE

ESLOURENTIES-DABAN

ESPECHEDE

LABATMALE

LAGOS

LAMAYOU

LESPOURCY

LIMENDOUS

LOMBIA

LOURENTIES

MAURE

MIREPEIX

MOMY

MONTANER

NOUSTY

PONTACQ

PONTIACQ-VIELLEPINTE

SAINT-VINCENT

SAUBOLE

SEDZE-MAUBECQ

SEDZERE

SOUMOULOU

UROST

28.1.2017

DIUSSE

GARLIN

PORTET

5.2.2017 tot en met 11.2.2017

Les communes suivantes dans le département du TARN

ALMAYRAC

BOURNAZEL

CARMAUX

COMBEFA

CORDES-SUR-CIEL

LABASTIDE-GABAUSSE

LACAPELLE-SEGALAR

LAPARROUQUIAL

MONESTIES

MOUZIEYS-PANENS

SAINT-BENOIT-DE-CARMAUX

SAINTE-GEMME

SAINT-MARCEL-CAMPES

SAINT-MARTIN-LAGUEPIE

SALLES

LE SEGUR

TREVIEN

VIRAC

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

AMARENS

BLAYE-LES-MINES

LES CABANNES

CAGNAC-LES-MINES

CASTANET

DONNAZAC

FRAUSSEILLES

LE GARRIC

ITZAC

JOUQUEVIEL

LABARTHE-BLEYS

LIVERS-CAZELLES

LOUBERS

MAILHOC

MARNAVES

MILHARS

MILHAVET

MIRANDOL-BOURGNOUNAC

MONTIRAT

MONTROSIER

MOULARES

NOAILLES

PAMPELONNE

LE RIOLS

ROSIERES

ROUSSAYROLLES

SAINT-CHRISTOPHE

SAINT-JEAN-DE-MARCEL

SOUEL

TAIX

TANUS

TONNAC

VALDERIES

VILLENEUVE-SUR-VERE

VINDRAC-ALAYRAC

SAINTE-CROIX

28.1.2017

Les communes suivantes dans le département du TARN-ET-GARONNE

LAGUEPIE

22.1.2017 tot en met 28.1.2017

MAUBEC

VAREN

VERFEIL

28.1.2017”

„Lidstaat: Kroatië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Područje dijelova općine Ferdinandovac naselje Brodić i općine Podravske Sesvete naselje Podravske Sesvete u Koprivničko— križevačkoj županiji te općine Podravske Sesvete naselje Podravske Sesvete, općine Pitomača naselja Pitomača, Križnica, Starogradački Marof i Stari Gradac, općina Špišić Bukovica naselja Okrugljača, Bušetina i Rogovac, općina Lukač naselja Gornje Bazje, Katinka, Turanovac, Terezino polje i Zrinj Lukački u Virovitičko— podravskoj županiji koji se nalaze izvan područja definiranog kao zaraženo područje te na području u obliku kruga radijusa deset kilometara sa središtem na GPS koordinatama N45,9796; E17,3669

29.1.2017

Dio općine Pitomača, naselja Križnica u Virovitičko— podravskoj županiji koji se nalazi na području u obliku kruga radijusa tri kilometra sa središtem na GPS koordinatama N45,9796; E17,3669

21.1.2017 tot en met 29.1.2017

Područje dijelova općine Dugo Selo naselja: Andrilovec, Kozinščak, Prozorje, Kopčevec, Dugo Selo, Velika Ostrna, Lukarišće, Leprovica, Mala Ostrna i Puhovo; općine Ivanić Grad naselje Trebovec, općine Orle naselja: Čret Posavski, Drnek, Orle, Stružec Posavski i Vrbovo Posavsko; općine Rugvica naselja: Novaki Nartski, Črnec Dugoselski, Črnec Rugvički, Otok Nartski, Otok Svibovski, Ježevo, Čista Mlaka, Hrušćica, Donja Greda, Obedišće Ježevsko, Oborovo, Preseka Oborovska, Prevlaka, Sop, Svibje i Trstenik Nartski; općine Velika Gorica naselja: Bapča, Kobilić, Novaki Šćitarjevski, Kuče, Donje Podotočje, Lekneno, Poljana Čička, Črnkovec, Ščitarjevo, Novo Čiče, Drenje Ščitarjevsko, Lazina Čička, Gornje Podotočje, Jagodno, Ribnica, Strmec Bukevski, Vukovina i Trnje u Zagrebačkoj županiji te područje Grada Zagreba naselja: Dumovec, Cerje, Ivanja Reka i Sesvete koji se nalaze na području u obliku kruga radijusa deset kilometra sa središtem na GPS koordinatama N45,74359; E16,209793

15.2.2017

Dio općine Velika Gorica, naselja Sop Bukevski i Zablatje Posavsko, općine Rugvica naselja Dragošička, Jalševec Nartski, Struga Nartska, Rugvica, Okunšćak, Nart Savski, Novaki Nartski i Novaki Oborovski, općine Orle naselja Bukevje, Čret Posavski i Obed u Zagrebačkoj županiji, koji se nalazi na području u obliku kruga radijusa tri kilometra sa središtem na GPS koordinatama N45,74359; E16,209793

7.2.2017 — 15.2.2017”

„Lidstaat: Hongarije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Az alábbi utak által behatárolt terület: Az 52-es út az M5-52-es kecskeméti csomópontjától nyugat felé az 52-es út az 5301-es becsatlakozásáig. Innen délnyugat felé 5301-es az 5309-es út becsatlakozásáig. Innen dél felé Kiskunhalasig. Kiskunhalastól kelet felé az 5408-as úton Bács-Kiskun és Csongrád megye határáig. Innen a megyehatárt követve északkeletre majd északra a 44-es útig. A 44-es úton nyugatra az 52-M5 csatlakozási kiindulás pontig, valamint Csongrád megye Mórahalom és Kistelek járásainak a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46,458679 és az E19,873816; és az N46,415988 és az E19,868078; és az N46,4734 és az E20,1634, valamint a N46,540227, és az E19,816115, és az valamint az

N46,469738 és az E19,8422, és az

N46,474649 és az E19,866126, és az

N46,406722 és az E19,864139, és az

N46,411634 és az E19,883893, és az

N46,630573 és az E19,536706, és az

N46,628228 és az E19,548682, és az

N46,63177 és az E19,603322, és az

N46,626579 és az E19,652752, és az

N46,568135 és az E19,629595, és az

N46,593654 és az E19,64934, és az

N46,567552 és az E19,679839, és az

N46,569787 és az E19,692051, és az

N46,544216 és az E19,717363, és az

N46,516493 és az E19,760571, és az

N46,555731 és az E19,786764, és az

N46,5381 és az E19,8205, és az

N46,5411 és az E19,8313, és az

N 46,584928 és az E19,675551, és az

N46,533851 és az E 19,811515, és az

N46,47774167 és az E19,86573056, és az

N46,484255 és az E19,792816, és az

N46,615774 és az E19,51889, és az

N46,56963889 és az E19,62801111, és az

N46.55130833 és az E19.67718611, és az

N46.580685 és az E19.591378, és az N46.580685 és az E19.591378, és az N46.674795 és az E19.501413, és az N46.672415 és az E19.497671, és az N46.52703 és az E19.75514, és az N46.623383 és az E19.435333, és az N46.55115 és az E19.67295, és az N46.533444 és az E19.868219, és az N46.523853 és az E19.885318, és az N46.535252 és az E19.808912, és az N46.59707 és az E19.45574, és az N46.65772 és az E19.525666, és az N46.593111 és az E19.492923, és az N46.639516 és az E19.542554, és az N46.594811 és az E19.803715, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.57636389 és az E19.58059444 és az N46.676398 és az E19.505054, és az N46.38947 és az E19.858711, és az N46.58072 és az E19.74044, és az N46.6109778 és az E19.88599722, és az N46.674375, és az E19.496807, és ez N46.675336, és az E19.498997 és az N46.665379 és az E19.489808 és az N46.496419 és az E19.911004, és az N46.620021 és az E19.552464, és az N46.3869556, és az E19.77618056, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.551986 és az E19.79999 és az N46.46118056 és az E19.71168333, és az N46.48898611 és az E19.88049444, és az N46.53697222, és az E19.68341111, és az N46.591604, és az E19.49531, és az N46.5171417 és az E19.67016111, és az N46.5158, és az E19.67768889, és az N46.52391944 és az E19.68843889 és az N46.53138889 és az E19.62005556, és az N46.4061972 és az E19.73322778, és az N46.52827778 és az E19.64308333, és az N46.533121 és az E19.518341, és az N46.574084 és az E19.740144, és az N46.553554 és az E19.75765, és az N46.657184 és az E19.531355, és az N46.5618333 és az E19.76470278, és az N46.516606 és az E19.886638, és az N46.551673 és az E19.491094, és az N46.551723 és az N19.779836, és az N46.603375, és az E19.90755278, és az N46.547736, és az E19.535668, és az N46.544789 és az E19.516968, és az N46.550743 és az E19.496889, és az N46.382844 és az E19.86408, és az N46.57903611 és az E19.72372222, és az N46.590227, É19.710753, és az N46.521458 és az E19.642231, és az N46.579435 és E19.464347, és az N46.616864 és az E19.548472, és az N46.50325556 és az E19.64926389, és az N46.518133 és az E19.6784, és az

N46.557763 és az E19.901849 és az N46.484193 és az E19.69385, és az N46.52626111 és az E19.64352778 és az N46.500159 és az E19.655886 és az N46,5957889 és az E 19,87722778 és az

N46.589767 és az E19.753633 és az N46,5886056 és az E19,88189167 és az

N46.558306 és az E19.465675 és az N46.569808 és az E19.437804 és az

N46.4271417 és az E19.8205528 és az

N46.445379 és az E19.649848 és az N46.5264361 és az E19.63094722 és az

N46.5185167 és az E19.664775 és az

N46.5247472 és az E19.63145833 és az

N46.514667 és az E19.629611 és az

N46.65375 és az E19.53113 és az

N46.6007389 és az E19.5426556 és az

N46.5916083 és az E19.5920389 és az

N46.59794444 és az E19.46591667 és az

N46.543419 és az E19.866035 és az

N46.6204 és az E19.8007, és az

N46.402 és az E19.73983333, N46.5321778 és az E19.67289444, N46.544109, E19.688508, N46.559392, E19.768362, N46.603106, E19.782067, N46.539064, E19.419259; N46.682422 és az E19.638406, az N46.685278 és az E19.64, valamint az N46.689837 és az E19.674396; N46.342763 és az E19.886990, és az N46,3632 és az E19,8754, és az N46.362391 és az E19.889445, valamint az N46.342783 és az E19.802446; N46.544052 és az E19.968252, az N46.485451 és az E20.027345, és az N46.552536 és az E19.970554, és az N46.475176 és az E20.000298, és az N46.339714 és az E19.808507, és az N46.304572, E:19,771922, és az N46.558306 és az E19.465675és az N46.422366 és az E19.759126, valamint az N46,443688 és az E19,643344

GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 10 km sugarú körön belül eső részei., továbbá Móricgát-Erdőszéplak, Forráskút, Üllés és Bordány település teljes belterülete, továbbá Tömörkény és Baks települések teljes közigazgatási területe, valamint Csanytelek település közigazgatási külterületének az Alsó-főcsatorna vonalától délre eső teljes területe

30.1.2017

Északon a Bugacot Móricgáttal összekötő 54105-ös úton haladva az 54102 és 54105 elágazástól 3km

Délnyugat felé haladva a Tázlárt Kiskunmajsával összekötő 5405-ös út felé, az 5405-ös úton Tázlártól 9 km-re a Kiskörösi/Kiskunmajsai Járások határától 0,8 km

Kelet felé haladva Szank belterület határától 0,5 km

Dél felé haladva a Szankot felől az 5405-ös út felé tartó út és az 5405-ös út elágazási pontja.

Dél felé haladva az 5402-es út felé Kiskunmajsa belterület határától 3,5 km az 5402-es út mentén távolodva Kiskunmajsától.

Délkeleti irányban az 5409-es út Kiskunmajsa belterület határától 5 km

Dél-Délkelet felé haladva az 5405-ös út felé az 5405-ös és az 5442-es út elágazásától nyugat felé 0,5 km

Déli irányba haladva a megyehatárig

A megyehatár mentén haladva délkelet, majd 3 km után észak felé az 54 11-es útig

A megyehatár 5411-es úttól 6 km -re lévő töréspontjától déli irányban 1,5 km

A megyehatár következő töréspontja előtt 0,4 km

A megyehatáron haladva északnyugat felé haladva 4km-t majd északkelet felé haladva az M5 autópályától 3 km

Nyugat felé haladva az 5405-ös úton Jászszentlászló belterület határától 1km

Dél felé haladva 1km, majd északnyugat felé haladva 1 km, majd észak felé haladva az 5405-ös útig

Az 5405-ös úton Móricgát felé haladva a következő töréspontig

Északkelet felé haladva 2 km, majd északnyugat felé haladva a kiindulópontig, továbbá Móricgát-Erdőszéplak, Forráskút, Üllés és Bordány település teljes belterülete, továbbá Tömörkény és Baks települések teljes közigazgatási területe, valamint Csanytelek település közigazgatási külterületének az Alsó-főcsatorna vonalától délre eső teljes területe valamint Csongrád és Bács-Kiskun megye az N46,458679 és az E19,873816; és az N46,415988 és az E19,868078; és az N46,4734 és az E20,1634, és az N46,540227, E19,816115 és az

N46,469738 és az E19,8422, és az

N46,474649 és az E19,866126, és az

N46,406722 és az E19,864139, és az

N46,411634 és az E19,883893, és az

N46,630573 és az E19,536706, és az

N46,628228 és az E19,548682, és az

N46,63177 és az E19,603322, és az

N46,626579 és az E19,652752, és az

N46,568135 és az E19,629595, és az

N46,593654 és az E19,64934, és az

N46,567552 és az E19,679839, és az

N46,569787 és az E19,692051, és az

N46,544216 és az E19,717363, és az

N46,516493 és az E19,760571, és az

N46,555731 és az E19,786764, és az

N46,5381 és az E19,8205, és az

N46,5411 és az E19,8313, és az

N 46,584928 és az E19,675551, és az

N46,533851 és az E 19,811515, és az

N46,47774167 és az E19,86573056, és az

N46,484255 és az E19,792816, és az

N46,615774 és az E19,51889, és az

N46,56963889 és az E19,62801111, és az

N46.55130833 és az E19.67718611, és az

N46.580685 és az E19.591378, és az N46.580685 és az E19.591378, és az N46.674795 és az E19.501413, és az N46.672415 és az E19.497671, és az N46.52703 és az E19.75514, és az N46.623383 és az E19.435333, és az N46.55115 és az E19.67295, és az N46.533444 és az E19.868219, és az N46.523853 és az E19.885318, és az N46.535252 és az E19.808912, és az N46.59707 és az E19.45574, és az N46.65772 és az E19.525666, és az N46.593111 és az E19.492923, és az N46.639516 és az E19.542554, és az N46.594811 és az E19.803715, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.57636389 és az E19.58059444 és az N46.676398 és az E19.505054, és az N46.38947 és az E19.858711, és az N46.58072 és az E19.74044, és az N46.6109778 és az E19.88599722, és az N46.674375, és az E19.496807, és ez N46.675336, és az E19.498997 és az N46.665379 és az E19.489808 és az N46.496419 és az E19.911004, és az N46.620021 és az E19.552464, és az N46.3869556, és az E19.77618056, és az N46.5460333 és az E19.77916944, és az N46.551986 és az E19.79999 és az N46.46118056 és az E19.71168333, és az N46.48898611 és az E19.88049444, és az N46.53697222, és az E19.68341111, és az N46.591604, és az E19.49531, és az N46.5171417 és az E19.67016111, és az N46.5158, és az E19.67768889, és az N46.52391944 és az E19.68843889 és az N46.53138889 és az E19.62005556, és az N46.4061972 és az E19.73322778, és az N46.52827778 és az E19.64308333, és az N46.533121 és az E19.518341, és az N46.574084 és az E19.740144, és az N46.553554 és az E19.75765, és az N46.657184 és az E19.531355, és az N46.5618333 és az E19.76470278, és az N46.516606 és az E19.886638, és az N46.551673 és az E19.491094, és az N46.551723 és az N19.779836, és az N46.603375, és az E19.90755278, és az N46.547736, és az E19.535668, és az N46.544789 és az E19.516968, és az N46.550743 és az E19.496889, és az N46.382844 és az E19.86408, és az N46.57903611 és az E19.72372222, és az N46.590227, É19.710753, és az N46.521458 és az E19.642231, és az N46.579435 és E19.464347, és az N46.616864 és az E19.548472, és az N46.50325556 és az E19.64926389, és az N46.518133 és az E19.6784, és az

N46.557763 és az E19.901849 és az N46.484193 és az E19.69385, és az N46.52626111 és az E19.64352778 és az N46.500159 és az E19.655886 és az N46,5957889 és az E 19,87722778 és az

N46.589767 és az E19.753633 és az N46,5886056 és az E19,88189167 és az

N46.558306 és az E19.465675 és az N46.569808 és az E19.437804 és az N46.4271417 és az E19.8205528 és az N46.445379 és az E19.649848 és az N46.5264361 és az E19.63094722 és az N46.5185167 és az E19.664775 és az N46.5247472 és az E19.63145833 és az N46.514667 és az E19.629611 és az N46.65375 és az E19.53113 és az N46.6007389 és az E19.5426556 és az N46.5916083 és az E19.5920389 és az N46.59794444 és az E19.46591667 és az

N46.543419 és az E19.866035 és az N46.6204 és az E19.8007, és az

N46.402 és az E19.73983333, N46.5321778 és az E19.67289444, N46.544109, E19.688508, N46.559392, E19.768362, N46.603106, E19.782067, N46.539064, E19.419259, N46.447194,

E19.65843; N46.682422, E19.638406, az N46.685278, E19.64, N46.689837 és az E19.674396; N46.342763 és az E19.886990, és az N46,3632 és az E19,8754, és az N46.362391 és az E19.889445, N46.342783 és az E19.802446; N46.544052 és az E19.968252, és az N46.485451 és az E20.027345, N46.552536 és az

E19.970554, és az N46.475176 és az E20.000298, és az N46.339714 és az E19.808507, és az N46.304572, E:19,771922 és az N46.558306 és az

E19.465675, és az N46.422366 és az E19.759126, valamint az N46,443688 és az E19,643344

GPS koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei.

28.1.2017 tot en met 5.2.2017

Bács-Kiskun megye Kiskunhalasi és Jánoshalmai járásainak, valamint Csongrád megye Mórahalmi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.268418 és az E19.573609, az N46.229847 és az E19.619350, az N46.241335 és az E19.555281, N46.244069 és az E19.555064, és az N46.287484 és az E19.563459; és az N46.224517, E19.412833, és az N46.344569 és az E19.405611, valamint az N46.226815 és az 19.397141 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 10 km sugarú körön belül eső részei, kiegészítve Kiskunhalas közigazgatási területének az 5309-es út és az 53-as út által határolt részével, továbbá Balotaszállás település teljes belterülete, valamint az 53-as, az 5408-as és a Bács-Kiskun-Csongrád megye határa által határolt terület.

5.2.2017

Bács-Kiskun megye Kiskunhalasi járásának az N46.268418 és az E19.573609, az N46.229847 és az E19.619350, az N46.241335 és az E19.555281, és az N46.244069 és az E19.555064 és az N46.287484, E19.563459, és az N46.224517 és az E19.412833, és az N46.344569 és az E19.405611, valamint az N46.226815 és az 19.397141 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei, valamint Kelebia-Újfalu település teljes belterülete

28.1.2017 tot en met 5.2.2017

Bács-Kiskun és Csongrád megye nyugati határától délre az 5-ös út, majd Kistelek és Balástya közigazgatási határa az 5-ös útig, majd délre az 5-ös úton az E68-as útig, majd nyugatra az E68-as az E57-es útig, majd az E75-ös a délre a magyar-szerb határig, majd követve a határt nyugatra, majd a Bács-Kiskun-Csongrád megyehatárt északketre.

23.1.2017

Bács-Kiskun megye Kiskunfélegyházi és Kecskeméti járásának az N46.665317 és az E19.805388, az N46.794889 és az E19.817377, az N46.774805 és az E19.795087, valamint az N46.762825 és az E19.857375, N46,741042, E19,721741 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

27.1.2017

Csongrád megye Szentesi, Csongrádi és Hódmezővásárhelyi járásának, valamint Jász-Nagykun-Szolnok megye Kunszentmártoni járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.682909 és az E20.33426, valamint az N46.619294 és az E20.390083; és az N46.652, és az E20.2082, valamint az N46.5795 és az E20.3489 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 10 km sugarú körön belül eső részei, továbbá Csongrád megye Csongrádi járásának teljes területe, valamint az alábbiak által határolt terület: Csongrád-Jász-Nagykun-Szolnok megyehatár — 45-ös út — Szentesi-Hódmezővásárhelyi járáshatár és Szentes járásának teljes közigazgatási területe.

30.1.2017

Csongrád megye Szentesi járásának az N46.682909 és az E20.33426, és az N46.619294 és az E20.390083; és az N46.652, E20.2082, valamint az N46.5795 és az E20.3489 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

21.1.2017 tot en met 30.1.2017

Békés megye Orosházi, Mezőkovácsházi, Békéscsabai, Békési és Gyulai járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.599129 és az E21.02752, az N46.595641 és az E21.028533, az N46.54682222 és az E20.8927, valamint az N46.5884, E20.9991 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 10 km sugarú körön belül eső részei, valamint az alábbiak által határolt terület: 44-es út— 445-ös út-4432-es út— 4436-os út— 4429-es út — 4434-es út-4428-as út—Munkácsy sor— 4418-as út — Békés-Csongrád megye határa — 4642-es út.

23.1.2017

Békés megye Orosházi, Mezőkovácsházi és Békécsabai járásának az N46.599129 és az E21.02752, az N46.595641 és az E21.028533, az N46.54682222 és az E20.8927, valamint az N46.5884,

E20.9991 GPS-koordináták által meghatározott pontok körüli 3 km sugarú körön belül eső részei, valamint Szabadkígyós és Medgyesbodzás-Gábortelep települések teljes belterülete

15.1.2017 tot en met 23.1.2017

Csongrád megye Szegedi, Hódmezővásárhelyi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46,385753 és az E20,27167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső részei

14.2.2017

Csongrád megye Szegedi, Hódmezővásárhelyi járásának az N46,385753 és az E20,27167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

6.2.2017 tot en met 14.2.2017

Békés megye Orosházi és Békéscsabai járásának, valamint Csongrád megye Szentesi és Hódmezővásárhelyi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.5953 és az E20.62686 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső részei, Nagyszénás település belterülete, valamint az alábbiak által határolt terület: Csongrád-Békés megye határa — 4418-as út — 4419-es út — 47-es út — 4405-ös út — Szentesi-Hódmezővásárhelyi járás határa

23.1.2017

Békés megye Orosházi járásának az N46.5953 és az E20.62686 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei, valamint Orosháza-Szentetornya település belterülete, valamint Orosháza-Rákóczitelep és Orosháza-Gyopárosfürdő települések belterületének a 4406-os és a 47-es utaktól északra és nyugatra eső belterülete

3.1.2017 tot en met 23.1.2017

Jász-Nagykun Szolnok megye Kunszentmártoni járásának, Bács-Kiskun megye Tiszakécskei járásának, valamint Csongrád megye Csongrádi és Szentesi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.853433 és az E20.139858; és az N46,82681 és az E20,12392 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső területei, valamint Tiszasas település teljes közigazgatási területe, valamint a 44-es út, a 4622-es út, a 4623-as út, a 4625-ös út és a Bács-Kiskun-Jász-Nagykun-Szolnok megyehatár által határolt terület.

13.2.2017

Jász-Nagykun Szolnok megye Kunszentmártoni járásának és Bács-Kiskun megye Tiszakécskei járásának az N46.853433 és az E20.139858; és az N46,82681 és az E20,12392 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

4.2.2017 tot en met 13.2.2017

Csongrád megye Szegedi és Makói járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.151747 és az E20.290045 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső részei, Deszk, Ferencszállás, Klárafalva, Újszentiván, Tiszasziget települések teljes közigazgatási területe, Szeged település közigazgatási területének a Tisza folyó — Herke utca — 43-as főút — Újszőreg — Szőreg által határolt része, valamint Kiszombor település belterületének a Rokkant köz — Pollner Kálmán utca — Farkas utca — Kiss Menyhért utca — Dózsa György u. — Délvidéki utca — Kör utca — Óbébai utca északi része — a 884/1 és 05398 hrsz. telkek — 05397 hrsz. út — 05402 hrsz. csatorna északi része által határolt része

23.1.2017

Csongrád megye Szegedi járásának az N46.151747 és az E20.290045 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

6.1.2017 tot en met 23.1.2017

Bács-Kiskun megye Kecskeméti és Kunszentmiklósi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46.931868 és az E19.519266 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső területei, valamint az alábbiak által határolt terület: 5301-es út — 5303-as út — 5305-ös út — Pest-Bács-Kiskun megyehatár-4625-ös út — 4623-as út— 44-es út — 54-es út — E75-ös út — 52-es út

27.1.2017

Bács-Kiskun megye Kecskeméti járásának az N46.931868 és az E19.519266 GPS GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

9.1.2017 tot en met 27.1.2017

Hajdú-Bihar megye Hajdúböszörményi, Balmazújvárosi és Hajdúnánási járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N47.754332 és az E21.338786 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső részei

23.1.2017

Hajdú-Bihar megye Hajdúböszörményi járásának az N47.754332 és az E21.338786 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső részei

14.1.2017 tot en met 23.1.2017

Somogy megye Barcsi és Nagyatádi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, a Horvátország területén található N45.9796167 és az E17.36696167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 10km sugarú körön belül eső területei

28.1.2017

Somogy megye Barcsi járásának a Horvátország területén található N45.9796167 és az E17.36696167 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

20.1.2017 tot en met 28.1.2017

Jász-Nagykun-Szolnok és Pest megye védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N45.9796167 és az E17.36696167 GPS -koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső részei

5.2.2017

Jász-Nagykun-Szolnok és Pest megye N47.4934 és E19,8685 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

28.1.2017 tot en met 5.2.2017

Főváros és Pest megye N47.44505 és E19.036856 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

4.2.2017

Főváros és Pest megye N47.44505 és E19.036856 GPS-koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

27.1.2017 tot en met 4.2.2017

Hajdú-Bihar megye Berettyóújfalúi és Békés megye Szeghalmi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N47,021168 és az E21,283025 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső területei

9.2.2017

Hajdú-Bihar megye Berettyóújfalúi és Békés megye Szeghalmi járásának az N47,021168 és az E21,283025 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

30.1.2017 tot en met 9.2.2017

Békés megye Szeghalmi és Békési és Hajdú-Bihar megye Berettyújfalúi járásának járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46,995519 és az E21,175782 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

12.2.2017

Békés megye Szeghalmi és Hajdú-Bihar megye Berettyújfalúi járásának az N46,995519 és az E21,175782 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

23.2.2017 tot en met 12.2.2017

Csongrád megye Szentesi járásának és Békés megye Orosházi és Szarvasi járásának a védőkörzet vonatkozásában meghatározott részén kívüli, az N46,711812, és az E20,486882 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 10 km sugarú körön belül eső területei

17.2.2017

Csongrád megye Szentesi járásának és Békés megye Orosházi és Szarvasi járásának az N46,711812, és az E20,486882 GPS koordináták által meghatározott pont körüli 3 km sugarú körön belül eső területei

9.2.2017 tot en met 17.2.2017”

„Lidstaat: Oostenrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Schützen am Gebirge

Donnerskirchen

Oggau am Neusiedler See

Mörbisch am See

Siegendorf

Klingenbach

Zagersdorf

Wulkaprodersdorf

Trausdorf an der Wulka

Eisenstadt

17.2.2017

St. Margarethen im Burgenland

Rust

Oslip

9.2.2017 tot en met 17.2.2017”

„Lidstaat: Polen

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Północnej, Skwierzyńskiej i Czereśniowej, w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznański), obszar biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ul. Skwierzyńskiej, a następnie kierunek zmienia się na południowo-wschodnim, i granica biegnie w tym kierunku do skrzyżowania ulic Topolowej i Łubinowej. Następnie, w tym samym kierunku, linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Łubinowej, do ul. Daliowej. Następnie, pod kątem prostym, granica obszaru skręca w kierunku południowo-zachodnim, wzdłuż ul. Daliowej do ul. Krupczyńskiej. Następnie linia granicy idzie wzdłuż ul. Krupczyńskiej i w połowie odcinka, pomiędzy ulicą Konwaliową i Chabrową, idzie w kierunku torów kolejowych i ul. Słonecznikowej. Następnie linia granicy w trym samym kierunku przecina ul. Tulipanową oraz drogę ekspresową S3, idąc skrajem lasu, do ul. Kwiatu paproci. Następnie, granica obszaru biegnie wzdłuż ulicy Kwiatu paproci do dojazdu pożarowego nr 23 w kierunku południowym, przecinając dojazd pożarowy nr 11. Następnie, linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, w kierunku jeziora Glinik, do drogi utwardzonej. Następnie, idąc w kierunku południowym wzdłuż ww. drogi, linia granicy biegnie do skrzyżowania z droga idąca w kierunku Orzelca. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim, do granic wschodnich miejscowości Orzelec, przy wschodnich granicach miejscowości Orzelec linia granicy skręca w kierunku południowym w dukt leśny. Duktem leśnym linia granicy idzie w kierunku zachodnim, aż do ul. Księżycowej w miejscowości Dziersławice. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Księżycowej, w kierunku północnym, i pod skosem skręca w kierunku północno-zachodnim do miejscowości Dziersławice, do drogi krajowej nr 22. Następnie, w miejscowości Dziersławice, linia granicy idzie wzdłuż drogi krajowej nr 22 aż do skraju lasu (po lewej stronie drogi jest miejscowość Prądocin). Następnie linia granicy biegnie skrajem lasu aż do miejscowości Łagodzin, wzdłuż ul. Magicznej, dalej: ul. Przyjaznej i do skrzyżowania z ulicami Sulęcińska (miasto Gorzów), Łagodna, Dobra, Bratnia i Przyjazna, tj. dochodzi do granic miejscowości Gorzów i gminy Deszczno, w kierunku północnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż ul. Skromnej, zachowując ten kierunek biegnie dalej i przechodzi w ul. Łagodzińską, w kierunku drogi ekspresowej S 3, przecinając ją, do ul. Poznańskiej w Gorzowie Wielkopolskim. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Poznańskiej do skrzyżowania z ulicą Gruntową. Następnie, wzdłuż ul. Gruntowej linia granicy biegnie do końca istniejącej zabudowy, po czym skręca w kierunku południowo-wschodnim, do granic miasta Gorzowa, gminy Deszczno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż granicy powiatu Gorzowskiego i Miasta Gorzów, i następnie, zmieniając kierunek na południowo-wschodnim, linia granicy biegnie do ul. Skwierzyńskiej w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie).

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od miejscowości Maszewo, ul. Prosta, linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, wzdłuż ul. Prostej do zbiegu z ul. Kolonijną, będącą przedłużeniem ul. Prostej. U zbiegu tych ulic linia granicy skręca w kierunku południowym przez tereny rolne, do zakrętu drogi gruntowej, będącej przedłużeniem ul. Zacisze w miejscowości Glinik. Następnie linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, do skraju lasu. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż krawędzi lasu, do miejsca, w którym las przedzielony jest droga utwardzoną, i dalej, w kierunku południowo-wschodnim, przebiega do ul. Południowej, w miejscowości Glinik. Następnie linia granicy idzie w kierunku południowo-zachodnim do skrzyżowania drogi gruntowej z duktem leśnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku południowym w las, do drogi utwardzonej, w północnej części miejscowości Orzelec. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż drogi utwardzonej w kierunku północno-wschodnim, do wschodniej strony miejscowości Orzelec, i następnie biegnie lasem, w kierunku południowym, przecinając linię energetyczną. By następnie dalej lasem, skręcić w kierunku południowo-zachodnim, do drogi krajowej nr 22. Następnie linia granicy przecina drogę krajową w kierunku zachodnim, idąc do wschodniej części miejscowości Kiełpin. Następnie linia granicy przebiega w kierunku północnym, przez wschodnią część miejscowości Kiełpin i dalej biegnie, w kierunku północno-zachodnim, do granic powiatów: Gorzowskiego i Sulęcińskiego, do południowo-zachodniej części miejscowości Płonica. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż miejscowości Płonica, drogą, do miejscowości Dzierżów. Następnie, w miejscowości Dzierżów, przy Kościele, skręca w kierunku północno-wschodnim, do ulicy Platynowej, a następnie biegnie wzdłuż drogi, do ulicy Leśnej. Następnie ulica Leśną, linia granicy biegnie w kierunku północnym do skraju lasu, a następnie, w kierunku północno wschodnim, biegnie wzdłuż nieczynnej linii kolejowej do drogi krajowej nr 22. Następnie linia skręca w kierunku południowym, wzdłuż drogi krajowej nr 22, do skrzyżowania z ulicą Bratnią, stanowiącą wjazd do miejscowości Łagodzin. Następnie linia przebiega w kierunku północno-wschodnim, idąc wzdłuż ulicy Bratniej, do skraju lasu, i następnie skręca w kierunku południowo-wschodnim, idąc skrajem lasu, mijając ul. Pomocną, idzie do ul. Przyjaznej w miejscowości Łagodzin. Następnie, w miejscowości Łagodzin, biegnie ul. Przyjazną w kierunku południowym, w kierunku ul. Tajemniczej. Następnie linia granicy skręca w kierunku wschodnim, i biegnie ulicą Tajemniczą do skrzyżowania ulic Tajemnicza, Spokojna i Zagrodowa. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym ulicą Zagrodową (droga utwardzona), i następnie biegnie w kierunku wschodnim, do drogi dojazdowej do posesji Zagrodowa 6. Następnie, od posesji, linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, aż do ulicy Niebieskiej, przecinając ulicę Letnią. Następnie linia granicy w dalszym ciągu biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do ulicy Granitowej, w miejscowości Maszewo, w połowie odcinka pomiędzy ul. Niebieską a Prostą. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, do ul. Prostej, skąd zaczęto opis.

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Północnej, Skwierzyńskiej i Czereśniowej, w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie), obszar biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ul. Skwierzyńskiej, a następnie kierunek zmienia się na południowo – wschodni i granica biegnie w tym kierunku do skrzyżowania ulic Topolowej i Łubinowej. Następnie, w tym samym kierunku, linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Łubinowej, do ul. Daliowej. Następnie, pod kątem prostym, granica obszaru skręca w kierunku południowo-zachodnim, wzdłuż ul. Daliowej do ul. Krupczyńskiej. Następnie linia granicy idzie wzdłuż ul. Krupczyńskiej i w połowie odcinka, pomiędzy ulic ą Konwaliową i Chabrową, idzie w kierunku torów kolejowych i ul. Słonecznikowej. Następnie linia granicy w trym samym kierunku przecina ul. Tulipanową oraz drogę ekspresową S 3, idąc skrajem lasu, do ul. Kwiatu Paproci. Następnie, granica obszaru biegnie wzdłuż ulicy Kwiatu Paproci do dojazdu pożarowego nr 23 w kierunku południowym, przecinając dojazd pożarowy nr 11. Następnie, linia granicy skręca w kierunku południowo-zachodnim, w kierunku jeziora Glinik, do drogi utwardzonej. Następnie, idąc w kierunku południowym wzdłuż ww. drogi, linia granicy biegnie do skrzyżowania z linią energetyczną, po czym biegnie w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż południowych granic miejscowości Orzelec. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim do skraju lasu, oddalonego o ok. 250 m od zabudowy mieszkalnej znajdującej się w miejscowości Bolemin. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż skraju lasu, po jego północnej części, do drogi krajowej nr 22, po czym skręca w kierunku północnym i biegnie wzdłuż drogi krajowej nr 22, mijając zachodu miejscowości Dziersławice oraz Międzylesie, do skrzyżowania drogi krajowej nr 22 z drogami na miejscowości: Krasowiec i Białobłocie. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym, aż do skraju lasu, z prawej strony drogi krajowej nr 22, w kierunku Gorzowa Wlkp. (po lewej stronie drogi jest miejscowość Prądocin). Następnie linia granicy biegnie skrajem lasu aż do miejscowości Łagodzin, wzdłuż ul. Magicznej, dalej ul. Przyjaznej i do skrzyżowania z ulicami Sulęcińska (miasto Gorzów Wlkp.), Łagodna, Dobra, Bratnia i Przyjazna, tj. dochodzi do granic miasta Gorzów Wlkp. i gminy Deszczno, w kierunku północnym. Następnie linia granicy skręca w kierunku północno-zachodnim, wzdłuż ul. Skromnej, zachowując ten kierunek biegnie dalej i przechodzi w ul. Łagodzińską, w kierunku drogi ekspresowej S3, przecinając ją, do ul. Poznańskiej w Gorzowie Wlkp. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż ul. Poznańskiej do skrzyżowania z ulicą Gruntową. Następnie, wzdłuż ul. Gruntowej linia granicy biegnie do końca istniejącej zabudowy, po czym skręca w kierunku południowo-wschodnim, do granic miasta Gorzowa Wlkp., gminy Deszczno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż granicy powiatu gorzowskiego i miasta Gorzów Wlkp. i następnie, zmieniając kierunek na południowo – wschodni, linia granicy biegnie do ul. Skwierzyńskiej w miejscowości Karnin (obręb Osiedle Poznańskie).

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulicy Łubinowej z Topolową w miejscowości Deszczno idąc w kierunku północnym około 30 metrów, linia skręca w kierunku wschodnim przy posesji Topolowa 10 potem linia przecina sieć energetyczną i zmierza w kierunku punktu granicznego oddziałów leśnych nr 19 i 20 Nadleśnictwa Skwierzyna, następnie linia przebiega ulicą Borkowską w miejscowości Brzozowiec i dalej ulicą Borkowską do skrzyżowania z ulicą Gorzowską. Następnie w tym samym kierunku (południowym) wchodzi w ulicę Szkolną i dochodzi do skrzyżowania z ulicą Leśną. Dalej linia biegnie wzdłuż ulicy Leśnej przechodząc przez tory PKP relacji Gorzów Wlkp.- Skwierzyna, dochodząc wzdłuż ulicy Przejazdowej do rozwidlenia ulic i dalej zmienia kierunek na południowo-zachodni wchodząc w las do drogi ekspresowej S3, po czym przecina punkt oddziału leśnego nr 89, 90, 110 i 111 oraz 113, 112, 135 i 134, następnie nr 138, 139, 182 i 183 i następnie skręca w kierunku północno-zachodnim do przecięcia punktu oddziału leśnego nr 119,120,142 i 143 i dalej do oddziałów nr 82, 83, 102, 103. Następnie biegnie wzdłuż oddziałów 82 i 83 biegnąc w tym samym kierunku do łuku drogi powiatowej nr 1397F rozdzielającej miejscowości Orzelec i Bolemin. Dalej w kierunku północnym do miejscowości Orzelec przy skrzyżowaniu z drogą osiedlową w Orzelcu a drogą w kierunku miejscowości Dziersławice. Następnie linia przebiega pomiędzy zabudowaniami w miejscowości Dziersławice o numerach 11 i 12 a następnie do skrzyżowania ulic: Dziersławickiej i Kolonijnej. Potem linia graniczna obszaru przebiega wzdłuż Kolonijnej do skrzyżowania z ulicą Kolonijną w Białobłociu (droga powiatowa nr 1395F) między posesjami nr 37 i 10 wzdłuż granicy obrębu Białobłocie i Glinik do ulicy Karnińskiej przy posesji nr 7 w Gliniku. Dalej linia biegnie w kierunku północno – wschodnim do ulicy Niebieskiej 4 w Deszcznie, następnie wzdłuż ulicy Niebieskiej około 150 metrów w kierunku posesji nr 2, a następnie zmienia kierunek przecinając drogę ekspresową S 3 w kierunku skrzyżowania ulic Lubuska i Leśna przy posesji Lubuska 49 w Deszcznie (pod linią graniczną numeracja posesji rośnie) w kierunku na Skwierzynę, a następnie linia przechodząc przez posesję Lubuska 45, linia biegnie do punktu rozpoczęcia opisu.

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic: Lubuskiej i Skwierzyńskiej w Deszcznie linia biegnie wzdłuż ulicy Skwierzyńskiej w kierunku północno-wschodnim do ulicy Wietrznej w Osiedlu Poznańskim, następnie ulicą Wietrzną za posesję nr 96 w kierunku ulicy Skwierzyńskiej przy posesjach nr 44 i 45 przecina ulicę Brzozową między posesjami nr 36 i 37, następnie biegnie w kierunku północno-wschodnim w kierunku skrzyżowania ulic Olchowa i Nowa, a następnie zmienia kierunek na wschód i biegnie pomiędzy posesjami nr 71 i 72 w miejscowości Borek do skrzyżowania drogi leśnej ze zjazdem na posesję nr 75 w m. Borek. Następnie linia przebiega w kierunku południowo-wschodnim do punktu granicznego oddziałów leśnych nr 9,10,15 i 16 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia biegnie łukiem w kierunku południowym przez las do punktu między oddziałami nr 21, 22, 27 i 28 oraz dalej do skrzyżowania ulicy: Gajowej z ulicą Nad Wałem oraz drogą powiatową nr 1398F w Brzozowcu. Potem w kierunku południowo-wschodnim do posesji nr 8 pomiędzy ulicami Nad Wałem i Borkowską do załamania linii energetycznej, a następnie przebiega pomiędzy posesjami nr 25b i 26a w Brzozowcu (ulica Polna). Następnie linia idzie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając linie kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Skwierzyna oraz drogę relacji Gorzów Wlkp.– Skwierzyna (ul. Gorzowska). Następnie linia biegnie dalej w tym samym kierunku do punktu oddziałowego nr 65 i 66 po czym zmienia kierunek do punktu oddziałowego nr 89-90, 110-111 w linii do punktu nr 92,93,113 i 114, następnie do punktu nr 74, 75, 95, 96, by przeciąć w północnej części jezioro Glinik. Dalej linia biegnie do punktu oddziałowego nr 53, 54, 77, 78 oraz do punktu nr 38, 39 przecinając drogę powiatową 1397F. Dalej przebiega wzdłuż granic oddziałów nr 38,39 do skraju lasu. Potem linia wchodzi ze skraju lasu w ulicę Słowiczą i przebieg wzdłuż ulicy Słowiczej w kierunku północno-zachodnim do skrzyżowania z drogą. Następnie biegnie do skrzyżowania z ulicą Sikorkową i do Kukułczej. Potem biegnie w kierunku północnozachodnim w linii prostej do ulicy Niebieskiej w Deszcznie przy posesji nr 5 i dalej w kierunku północnowschodnim wzdłuż posesji ul. Niebieska 5 przecina drogę ekspresowa S 3 oraz linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Krzyż i dalej w kierunku do punktu początku opisu

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie małopolskim: teren miejscowości: Konaszówka (gm. Książ Wielki), Książ Wielki (gm. Książ Wielki), Wielka Wieś (Książ Wielki), Częstoszowice (gm. Książ Wielki), Małoszów (gm. Książ Wielki), Cisia Wola (gm. Książ Wielki), Mianocice (gm. Książ Wielki)

14.1.2017 — 22.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulicy Osiedlowej z ulicą Wylotową w miejscowości Ciecierzyce granica obszaru biegnie, w kierunku północno-wschodnim, do skrzyżowania ulicy Siewnej i ulicy Spacerowej w tej miejscowości. Następnie granica w dalszym ciągu biegnie w kierunku północno-wschodnim, przecinając rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi powiatowej 1365F z drogą prowadzącą do posesji nr 128 i 127 w miejscowości Janczewo. Dalej granica odbija i biegnie w kierunku południowo-wschodnim, od zachodu omijając Stare Polichno i dochodzi do drogi powiatowej nr 1351F. Następnie biegnie wzdłuż drogi powiatowej 1351F do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1352F, w miejscowości Gościnowo. Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając rzekę Wartę, do skrzyżowania ulic Borkowska i Gorzowska, w miejscowości Brzozowiec. Dalej granica biegnie w kierunku północno-zachodnim, ulicą Gorzowską, do ulicy Krupczyńskiej w miejscowości Deszczno. Następnie, wzdłuż ulicy Krupczyńskiej granica biegnie do skrzyżowania z ulicą Daliową, po czym zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Brzozowa z ulicą Nową (Osiedle Poznańskie). Potem granica zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie do przecięcia punktu oddziału leśnego nr 5, 4. Następnie biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania ulic Osiedlowa i Wylotowa w miejscowości Ciecierzyce, skąd rozpoczęto opis

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulicy Skwierzyńskiej z ulicą Wiśniową (Osiedle Poznańskie) linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, do skrzyżowania ulicy Nowej i ulicy Pogodnej (Osiedle Poznańskie), po czym zmienia kierunek na południowo-wschodni i przecinając bieg linii energetycznej, biegnie do przecięcia oddziału leśnego nr 19, 22 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy kieruje się po łuku, w kierunku południowym, omijając od zachodu miejscowość Brzozowiec, przecina linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Skwierzyna, i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 31, 32, 44, 45. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowo-zachodni, przecina drogę ekspresową S3 i dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 73, 74, 94, 95, następnie przecina od północy jezioro Glinik i kieruje się do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 77, 78 97, 98 po czym zmienia kierunek na północno-zachodni, dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 41, 42, 57. Następnie linia granicy biegnie wciąż w tym samym kierunku, północnozachodnim, do punktu załamania się linii biegu sieci energetycznej w miejscowości Białobłocie. Następnie biegnie wzdłuż linii energetycznej, w kierunku północnym, do punktu przecięcia tej linii z ulicą Łagodzińską w Gorzowie Wlkp. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na wschodni i biegnie do przecięcia ulic Gruntowej i Poznańskiej w Gorzowie Wlkp., a następnie biegnie w tym samym kierunku do skrzyżowania ulic Skwierzyńskiej i Wiśniowej, skąd rozpoczęto opis.

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie małopolskim: od strony północnej: od granicy województwa małopolskiego wzdłuż północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów (gm. Pałecznica) – do drogi powiatowej nr 1253 K;

Od strony zachodniej: od północnej granicy miejscowości Bolów drogą powiatową nr 1253 K w kierunku południowo-zachodnim i dalej drogą powiatową nr 1254 K – do skrzyżowania z drogą gminną nr 160164 K w miejscowości Sudołek (gm. Pałecznica). Następnie tą drogą do miejscowości Pieczonogi (gm. Pałecznica) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1259 K. Drogą powiatową nr 1259 K w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m, a następnie drogą lokalną w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m i dalej drogą lokalną w kierunku południowym do granicy administracyjnej miejscowości Pieczonogi i Szczytniki-Kolonia (gm. Pałecznica). Wzdłuż tej granicy w kierunku zachodnim przez ok. 900 m do cieku wodnego (rowu melioracyjnego) i dalej wzdłuż tego cieku w kierunku południowym, a następnie południowo-wschodnim w miejscowości Szczytniki-Kolonia i Klimontów (gm. Proszowice) – do drogi wojewódzkiej nr 776;

Od strony południowej: od cieku wodnego w miejscowości Klimontów (Stara Wieś) wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 776 w kierunku północnym a następnie wschodnim – do granicy województwa małopolskiego;

Od strony wschodniej: wzdłuż granicy województwa małopolskiego – od drogi wojewódzkiej nr 776 do północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów.

W województwie świętokrzyskiem – teren miejscowości: Bolowiec (gm. Skalbmierz), Gunów-Kolonia (gm. KazimierzaWielka), Gunów-Wilków (gm. Kazimierza Wielka).

14.1.2017 — 22.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulic Poznańskiej z Nizinną w mieście Gorzów Wielkopolski granica obszarubiegnie w kierunku wschodnim, do skrzyżowania ulic Dworskiej ze Strażacką. Następnie linia granicy zmienia kierunek na południowo-wschodni i biegnie wzdłuż ulicy Strażackiej w miejscowości Karnin (droga powiatowa 1400F) do skrzyżowania z ulicą Świetlaną w miejscowości Karnin. Dalej granica biegnie w tym samym kierunku w linii prostej do skrzyżowania ulicy Skwierzyńskiej z ulicą Czereśniową w miejscowości Osiedle Poznańskie. Następnie zmienia kierunek na południe i biegnie do skrzyżowania ulic Lubuskiej i Krupczyńskiej w miejscowości Deszczno. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowo – zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 38, 39 (Nadleśnictwo Skwierzyna) przecinając drogę ekspresową S3. Dalej granica biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania drogi krajowej nr 22 z drogą gminną na wysokości posesji nr 102 w miejscowości Bolemin. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno – zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1396F z ulicą Leśną w miejscowości Prądocin. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania ulic Głównej z ulicą Kobaltową w miejscowości Ulim. Potem zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Podgórnej z ulicą Kukułczą w mieście Gorzów Wielkopolski (Zawarcie). Następnie biegnie w kierunku wschodnim do skrzyżowania ulicy Poznańskiej z ulicą Nizinną w mieście Gorzów Wielkopolski, gdzie kończy się opis.

26.1.2017 — 3.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania drogi powiatowej nr 1414F z drogą polną przy posesji nr 46 w miejscowości Brzeźno granica obszaru biegnie w kierunku północno – wschodnim do skrzyżowania dróg powiatowych nr 1414F i 1419F. Następnie granica dalej biegnie w kierunku północno – wschodnim przez oddziały leśne nr 6, 5, 4 do punktu przecięcia obszaru leśnego nr 3, 4, 14, 15 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-wschodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 37, 38, 87, 88 (Nadleśnictwo Bogdaniec). W tym miejscu granica zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 232, 233, 272, 273 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 388, 389 skraj lasu (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 279,280, 348, 349 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Tutaj granica zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno – zachodnim dopunktu przecięcia oddziału leśnego nr 143, 144, 191, 192 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku północnym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 48, 49 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie biegnie w kierunku północno – wschodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1414F z drogą polną przy posesji nr 46 w miejscowości Brzeźno, gdzie kończy się opis

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie świętokrzyskim: teren miejscowości na obszarze powiatu pińczowskiego: Zagorzyce, Kozubów, Smyków, Zawarża, Byczów, Aleksandrów, Wojsławice, Mozgawa, Młodzawy Małe, Bugaj, Nowa Wieś, Teresów (przysiółek Kozubowa)

20.1.2017 — 28.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu na moście na rzece Noteć w miejscowości Santok linia granicy obszaru biegnie w kierunku południowo-wschodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1401F z drogą prowadzącą do posesji nr 13 w miejscowości Nowe Poichno. W tym miejscu granica zmienia swój kierunek na południowy i biegnie, przecinając drogi wojewódzkie nr 158 i 159, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 80, 81, 112, 113 (nadleśnictwo Karwin). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając drogę wojewódzką nr 159, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1352 f z drogą prowadzacą do posesji nr 27 w miejscowości Dobrojewo. Dalej linia granicy biegnie w kierunku południowo-zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1351 F z drogą prowadzącą do posesji nr 12 i 13 w miejscowosci Gościnowo. W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno-zachodnim, przecinając rzekę Wartę, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 8, 9, 14, 15 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym biegnie w kierunku północnym, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1398F z drogą prowadzącą do posesji nr 78 w miejscowości Borek. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północnym, do 66. kilometra na rzece Warta, gdzie zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie wzdłuż rzeki Warty. Następnie linia granicy przebiega wzdłuż dolnego biegu rzeki Noteć do mostu. Skąd rozpoczęto opis.

26.1.2017 — 3.2.2017

W województwie małopolskim: od strony północnej: od granicy województwa małopolskiego wzdłuż północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów (gm. Pałecznica) – do drogi powiatowej nr 1253 K; od strony zachodniej: od północnej granicy miejscowości Bolów drogą powiatową nr 1253K w kierunku południowo-zachodnim i dalej drogą powiatową nr 1254 K – do skrzyżowania z drogą gminną nr 160164 K w miejscowości Sudołek (gm. Pałecznica). Następnie tą drogą do miejscowości Pieczonogi (gm. Pałecznica) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1259 K. Drogą powiatową nr 1259 K w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m, a następnie drogą lokalną w kierunku południowo-wschodnim przez ok. 250 m i dalej drogą lokalną w kierunku południowym do granicy administracyjnej miejscowości Pieczonogi i Szczytniki-Kolonia (gm. Pałecznica). Wzdłuż tej granicy w kierunku zachodnim przez ok. 900 m do cieku wodnego (rowu melioracyjnego) i dalej wzdłuż tego cieku w kierunku południowym, a następnie południowo-wschodnim w miejscowości Szczytniki-Kolonia i Klimontów (gm. Proszowice) – do drogi wojewódzkiej nr 776; od strony południowej: od cieku wodnego w miejscowości Klimontów (Stara Wieś) wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 776 w kierunku północnym a następnie wschodnim – do granicy województwa małopolskiego; od strony wschodniej: wzdłuż granicy województwa małopolskiego – od drogi wojewódzkiej nr 776 do północnej granicy administracyjnej miejscowości Bolów.

22.1.2017 — 30.1.2017

W województwie lubuskim: Rozpoczynając od punktu przecięcia działek katastralnych nr 398, 397 w miejscowość Santok z działkami katastralnymi nr 88 i 81 w miejscowości Stare Polichno linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, po łuku, do przecięcia działek katastralnych nr 182, 202, 121/1 w miejscowości Nowe Polichno. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z drogą wojewódzką nr 159, po czym lekko się załamuje i biegnie po łuku do punktu na drodze nr 159 na wysokości posesji nr 23 w miejscowości Dobrojewo. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 159, do skrzyżowania tej drogi wojewódzkiej z drogą powiatową nr 1352F, po czym zmienia kierunek na południowo-zachodni, i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1351F z drogą gminną nr 004911F. Następnie linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 22, 23, 28, 29 (Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie do punktu przecię- cia oddziału leśnego nr 8, 9, 14, 15 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym biegnie w tym samym kierunku, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 217/1 w miejscowości Górki z działką katastralną 250/3 w miejscowości Borek i działką katastralną nr 290 w miejscowości Ciecierzyce. Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie, po łuku, do przecięcia działek katastralnych nr 398, 397 w miejscowość Santok z działkami katastralnymi nr 88 i 81 w miejscowości Stare Polichno, skąd rozpoczęto opis.

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia drogi powiatowej nr 1282F z drogą prowadzącą do posesji nr 14 w miejscowości Koszęcin linia granicy biegnie w kierunku północnym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 18, 23 (Nadleśnictwo Lubniewice), po czym skręca w kierunku wschodnim i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 17, 22, 23. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowy i biegnie od skrzyżowania ulicy Platynowej z drogą polną, przy posesji 3B w miejscowości Dzierżów. Następnie linia granicy załamuje się i biegnie w kierunku południowo – wschodnim, po łuku, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z drogą prowadzącą między posesjami nr 23 i 25 w miejscowości Krasowiec. Następnie linia granicy dalej biegnie w tym samym kierunku, do drogi gminnej 001321F, przy posesji nr 89 w miejscowości Bolemin, po czym zmienia kierunek na południowy i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1397F, do punktu przesunięcia oddziału leśnego nr 49, 50, 72, 73 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy biegnie w kierunki zachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 54, 55, 78, 79 (Nadleśnictwo Lubniewice), po czym zmienia kierunek na północno-zachodni, omija od północy miejscowość Rudnica, i biegnie do skrzyżowania drogi kolejowej z ulica Lubuską w miejscowości Rudnica. Następnie linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 32, 33, 39 (Nadleśnictwo Lubniewice). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północny i biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 173, 201, 202, po czym dalej w kierunku północnym, przecinając rzekę Wartę, biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 142/4, 142/5 w miejscowości Chwałowice. Po czym dalej na północ do skrzyżowania dróg gminnych nr 000416F i 000414F, a następnie zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie do punktu początkowego, skąd rozpoczęto opis.

30.1.2017- 7.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia działki katastralnej nr 410, 405, 404 w miejscowości Santok, linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, przecinając rzekę Noteć, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 9, 11/1, 11/2 w miejscowości Stare Polichno. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowo-wschodni i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1401F z drogą prowadzącą do posesji nr 13 w miejscowości Małe Polichno. Dalej linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, po łuku, przecinając drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia oddziału le- śnego nr 20, 21, 48, 49 (Nadleśnictwo Karwin), po czym załamuje się i biegnie w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 112, 113, 146, 147 (Nadleśnictwo Karwin). Następnie linia granicy biegnie w kierunku zachodnim, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 336, 288, 289 w miejscowości Gościnowo, po czym biegnie dalej w tym samym kierunku, po łuku, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 202, 194/6, 195/7 w miejscowości Warcin. Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę do skrzyżowania drogi gminnej nr 001328F z droga prowadzącą do posesji 85, 83a, 83 w miejscowości Borek, po czym zmienia kierunek na północny, i biegnie do punktu przecięcia działki katastralnej nr 212, 213, 200 w miejscowości Santok, po czym biegnie, przecinając rzekę Wartę i drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 410, 405, 404 w miejscowości Santok, skąd rozpoczęto opis.

27.1.2017 — 4.2.2017

W województwie podkarpackim: Od strony północnej linia obszaru biegnie od miejsca przecięcia ul. Białobrzeskiej z potokiem Marcinek, dalej biegnie wzdłuż południowego brzegu potoku Marcinek do zakola w pobliżu ul. Trębackiej na terenie miejscowości Korczyna, wzdłuż południowego pobocza ul. Trębackiej do skrzyżowania z ul. Krośnieńską. Od strony wschodniej linia obszaru biegnie w kierunku południowym, wzdłuż zachodniego pobocza ul. Krośnieńskiej, a następnie kieruje się na wschód, zgodnie z przebiegiem ul. Granicznej, wzdłuż granicy administracyjnej miasta Krosno do ul. Akacjowej na terenie miejscowości Korczyna. Dalej od wschodu granica obszaru biegnie wzdłuż zachodniego pobocza ul. Akacjowej w kierunku południowym, wzdłuż zachodniego pobocza ul. Marynkowskiej do ul. Kasztanowej, a następnie wzdłuż ul. Kasztanowej do granicy administracyjnej miasta Krosno. Od strony południowej linia obszaru biegnie w kierunku południowo zachodnim w linii prostej przecinając ul. Sikorskiego oraz tory kolejowe do skrzyżowania ul. Bieszczadzkiej i Władysława Reymonta, dalej biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania ul. Bolesława Prusa z ul. Debrza a następnie w linii prostej w kierunku zachodnim przecinając ul. Wiejską, ul. Dębową, ul. Suchodolską do potoku Lubatówka i dalej wzdłuż północnego pobocza ul. Podmiejskiej do skrzyżowania z ul. Długą, a następnie wzdłuż północnego pobocza ul. Lotników aż do skrzyżowania z ul. Zręcińską. Od strony zachodniej linia obszaru biegnie w kierunku północnym wzdłuż wschodniego pobocza ul. Zręcińskiej aż do skrzyżowania z ul. Podkarpacką (drogą krajową nr 28). Dalej granica obszaru biegnie wzdłuż wschodniego pobocza ul. Podkarpackiej aż do skrzyżowania z ul. Krakowską, wzdłuż południowego pobocza ul. Krakowskiej do skrzyżowania z ul. Drzymały, dalej wzdłuż południowego pobocza ul. Drzymały do mostu na rzece Wisłok. Dalej linia obszaru biegnie wzdłuż południowo wschodniego brzegu rzeki Wisłok do zakola w okolicy ul. Wierzbowej i dalej w linii prostej w kierunku północno-wschodnim przecinając ul. Wierzbową, a następnie do przecięcia ul. Białobrzeskiej z potokiem Marcinek, skąd zaczęto opis.

22.1.2017 — 30.1.2017

W województwie świętokrzyskim: od strony wschodniej i południowo-wschodniej: granicą powiatu kazimierskiego, od drogi powiatowej nr 0521T do skrzyżowania drogi powiatowej nr 0552T i drogi lokalnej Cieszkowy-Probołowice, terenem niezabudowanym na wschód od miejscowości Cieszkowy (gm. Czarnocin), przecina drogę wojewódzką nr 770, teren niezabudowany na wschód od miejscowości Swoszowice (gm. Czarnocin), przecina drogę wojewódzką nr 776, obejmuje miejscowość Broniszów (gm. Kazimierza Wielka) od strony południowej: teren niezabudowany równolegle do drogi powiatowej 0529T, obejmuje miejscowość Kamyszów (gm. Kazimierza Wielka), przecina drogę wojewódzką nr 768, obejmuję miejscowość Topola (gm. Skalbmierz) 3) od strony zachodniej: teren niezabudowane na zachód od miejscowości Topola (gm. Skalbmierz), przecina drogę wojewódzką nr 768, wzdłuż rzeki Nidzicy i cieku wodnego, teren niezabudowany na zachód od miejscowości Krępice do skrzyżowania drogi lokalnej z Krępic z drogą nr 770 4) od strony północnej i północno-zachodniej: wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 770, obejmuje miejscowości Ciuślice i Turnawiec (gm. Czarnocin), dalej granicy lasu w Malżycach (gm. Czarnocin) do granicy powiatu kazimierskiego.

22.1.2017 — 30.1.2017

W województwie opolskim: od strony północnej: od skrzyżowania drogi 1403 O relacji Roszowicki Las – Dzielnica z ulicą Głogowiec w miejscowości Roszowicki Las (bez tej miejscowości) i dalej tą ulicą w kierunku wschodnim przecinając granicę gminy Cisek z gminą Bierawa do drogi 425 w miejscowości Dziergowice i dalej aż do linii kolejowej relacji Kędzierzyn-Koźle – Racibórz, następnie wzdłuż tej linii kolejowej, włączając miejscowość Dziergowice (bez miejscowości Solarnia), na południe do granicy powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego z powiatem raciborskim; od strony południowej: od przecięcia rzeki Odra, granicy powiatu raciborskiego i powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego w kierunku zachodnim wzdłuż zachodnich granic miejscowości Podlesie, miejscowości Dzielnica (włączając te miejscowości do obszaru); od strony zachodniej: od miejscowości Dzielnica w kierunku północnym wzdłuż południowych granic miejscowości Roszowice (bez tej miejscowości) do skrzyżowania drogi nr 1403 O z ulicą Głogowiec w miejscowości Roszowicki Las.

26.1.2017 — 3.2.2017

W województwie śląskim: teren ograniczony od strony północnej: wzdłuż granicy powiatów Kędzierzyn – Koźle i Racibórz – od miejscowości Podlesie w kierunku wschodnim do miejscowości Solarnia; od strony wschodniej: od miejscowości Solarnia wzdłuż linii kolejowej relacji Kędzierzyn-Koźle –Racibórz do wysokości północnej granicy administracyjnej miejscowości Kuźnia Raciborska (bez tej miejscowości); od strony południowej: od północnej granicy administracyjnej miejscowości Kuźnia Raciborska, poprzez południowe granice miejscowości Budziska, obejmując tą miejscowość, do północnych granic administracyjnych miejscowości Turze (z pominięciem tej miejscowości); od strony zachodniej: od północnych granic administracyjnych miejscowości Turze, wzdłuż południowej i zachodniej granicy miejscowości Ruda, w linii prostej do granicy powiatu raciborskiego i kędzierzyńsko-kozielskiego na wysokości miejscowości Podlesie.

26.1.2017 — 3.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania dróg gminnych nr 001343F i 001341F w miejscowości Ulim, granica obszaru biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 13, 14, 20, 21 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na południowy i biegnie po łuku, przecinając drogę krajową nr 22 oraz drogę powiatową nr 1395F między posesjami nr 6 i 4 w miejscowości Białobłocie, do skrzyżowania dróg na wysokości posesji nr 44 w miejscowości Białobłocie. Następnie linia granicy załamuje się i dalej biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę krajową nr 22, drogę powiatową nr 1397F, Kanał Kiełpiński, omijając od strony północnej zabudowania miejscowości Kiełpin, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 54, 77, 78 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północnozachodnim do punktu przecięcia działki katastralnej nr 77/1, 88/1, 80 w miejscowości Łąków. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie, przecinając Kanał Bema, rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi gminnej nr 000414F z drogą prowadzącą do posesji nr 80 w miejscowości Chwałowice. Następnie linia granicy biegnie po łuku dalej w kierunku północnym, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1393F z drogą przebiegającą obok posesji nr 75 w miejscowości Chwałowice. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie, przecinając rzekę Wartę, w kierunku północno-wschodnim, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 310, 299, 205 w miejscowości Ulim przy drodze gminnej nr 001349F. Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek na kierunek wschodni i biegnie do skrzyżowania dróg gminnych nr 001343F i 001341F w miejscowości Ulim, skąd rozpoczęto opis.

30.1.2017 — 7.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od 52 kilometra drogi wojewódzkiej nr 22 w miejscowości Krasowiec, linia granicy obszaru biegnie po łuku w kierunku południowo-wschodnim, do skrzyżowania drogi gminnej nr 001320F z drogą prowadzącą do drogi gminnej nr 001318F.

Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowym do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1397F z drogą gminną nr 001318F. Następnie, po łuku, linia granicy biegnie omijając od strony zachodniej większość zabudowań miejscowości Orzelec, do punktu przecięcia nr 101, 102, 123, 124 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy załamuje się i biegnie dalej w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 221, 222, 253, 254 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając drogę krajową nr 22, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 115, 116, 138, 139 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia kierunek na północny i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1282F z drogą prowadzącą do posesji nr 14A w miejscowości Rudnica. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1282F z drogą powiatową nr 1397F w miejscowości Płonica. Następnielinia granicy zmienia swój kierunek na północno-wschodni i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z drogą prowadzącą do posesji nr 48 w miejscowości Krasowiec. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie do 52 kilometra drogi wojewódzkiej nr 22 w miejscowości Krasowiec, skąd rozpoczęto opis.

31.1.2017 — 8.2.2017

W województwie małopolskim: teren ograniczony od strony wschodniej wzdłuż drogi krajowej nr 7 – od węzła drogowego z drogą krajową nr 52 („Głogoczów”) do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1938 K; od strony południowej: od skrzyżowania z drogą krajową nr 7 wzdłuż drogi powiatowej nr 1938 K do mostu na rzece Krzyszkowianka w miejscowości Bęczarka (gm. Myślenice) i wzdłuż tej rzeki w kierunku południowo – zachodnim do południowej granicy administracyjnej tej miejscowości. Wzdłuż tej granicy, następnie południowej i południowo – zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Krzywaczka (gm. Sułkowice) i wzdłuż granicy administracyjnej miejscowości Izdebnik (gm. Lanckorona) w kierunku południowo – wschodnim i dalej wzdłuż drogi krajowej nr 52 do skrzyżowania z droga gminną nr 470141 K w Izdebniku; od strony zachodniej: od skrzyżowania z droga krajową nr 52 w miejscowości Izdebnik w kierunku północnym droga gminną nr 470141 K i dalej w kierunku północno – wschodnim droga gminna nr 470146 K do granicy administracyjnej miejscowości Wola Radziszowska (gm. Skawina). Wzdłuż tej granicy w kierunku północno – zachodnim ok. 130 m i dalej droga lokalną w kierunku północnym przez miejscowość Wola Radziszowska i dalej drogą gminną nr 601166 K do drogi gminnej nr 601190 K – do mostu na rzece Cedron; od strony północnej: od mostu na drodze gminnej nr 601190 K w miejscowości Wola Radziszowska wzdłuż rzeki Cedron do jej ujścia do rzeki Skawinki, a następnie przez tą rzekę i dalej po jej wschodniej stronie w miejscowości Radziszów (gm. Skawina) wzdłuż dróg: gminnej nr 601225 K powiatowej nr 1940 K (ul. Podlesie), gminnej nr 601106 K (ul. Spacerowej) i Białej Drogi do wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości. Następnie wzdłuż tej granicy w kierunku południowym i dalej wzdłuż drogi lokalnej biegnącej przez Głogoczów – Działy do drogi krajowej nr 52 i węzła drogowego z drogą krajową nr 7 („Głogoczów”).

28.1.2017 — 6.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 370, 371, 389, 390 (Nadleśnictwo Międzychód) linia granicy obszaru biegnie w kierunku wschodnim przecinając drogę wojewódzką nr 192, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 386, 407, 408 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę gminną nr 004313F, oddział leśny nr 431 (Nadleśnictwo Międzychód), do skrzyżowania drogi krajowej nr 24 z drogą powiatową nr 1323F. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku południowym, przecinając linię kolejową, oddziały leśne Nadleśnictwa Międzychód, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 519, 520, 528, 529 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku zachodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1327F z drogą gminną nr 004305F w miejscowości Lubikowo. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie po luku przecinając drogę krajową nr 24 na wysokości wjazdu do miejscowości Przytoczna, obejmując całą miejscowość Przytoczna. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym nad zbiornikiem wodnym „Nadolno”, obejmując cały ten zbiornik. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie po łuku, omijając od strony południowej zabudowania miejscowości Dębówko, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 370, 371, 389, 390 (Nadleśnictwo Międzychód), skąd rozpoczęto opis. Miejscowości znajdujące się w obszarze zapowietrzonym – w gminie Przytoczna: Przytoczna, Goraj, Lubikowo.

4.2.2017 — 12.2.2017

W województwie opolskim: teren ograniczony: od strony południowej: od przecięcia torów kolejowych z ulicą Strzelecką w miejscowości Domaszowice następnie do skrzyżowania z drogą krajową nr 42 stąd ulicą lipową łącząca miejscowość Wielołękę i Międzybrodzie (z wyłączeniem tych miejscowości) do Duczowa Małego, aż do krzyżowania z drogą krajową nr 42; od strony wschodniej: w linii prostej od torów kolejowych w kierunku sołectwa Duczów Mały łącznie z tą miejscowością, a dalej poprzez miejscowość Duczów Wielki (łącznie z nią) do sołectwa Świniary Małe; od strony północnej: od Świniar Małych drogą do miejscowości Polkowskie łącznie z tą miejscowością, a dalej w linii prostej do drogi Strzelce -Woskowice Górne; od strony zachodniej wzdłuż drogi Woskowice Górne-Strzelce do drogi nr 42 i tą drogą do północnych granic administracyjnych Domaszowic do ul. Strzeleckiej.

1.2.2017 — 9.2.2017

W województwie dolnośląskim: teren ograniczony: od strony wschodniej: szczytami Kamień Wielki, Kościelny Las w kierunku ulicy 1 go Maja do skrzyżowania z drogą na ul. Jakubowice, następnie wzdłuż tej drogi do wyciągu narciarskiego, następnie szczyt Świni Grzbiet do granicy państwa w kierunku Wzgórza Bluszczowa; od strony południowej: od granicy Kudowa Słone Nachod, 1,5 km od szczytu Ptasznica w kierunku północnym do skrzyżowania drogi nr 8 z drogą na Dańczów; od strony zachodniej i północnej: od Wzgórza Bluszczowa wzdłuż granicy państwa do przejścia Kudowa Słone Nachod. W obszarze zapowietrzonym znajdują się następujące miejscowości: Kudowa Zdrój (z wyłączeniem ul. Pstrążna, ul. Bukowiny, ul. Jakubowice), część zachodnia Jeleniowa do skrzyżowania z drogą na Dańczów.

2.2.2017 — 10.2.2017

W województwie małopolskim: od strony południowej: z Parku Miejskiego w Skawinie (gm. Skawina) – od Starorzecza Skawinki wzdłuż cieku wodnego biegnącego w kierunku południowym w kierunku ul. Spacerowej i dalej wzdłuż tego cieku w kierunku południowo-wschodnim a następnie wschodnim do wschodniej granicy administracyjnej Skawiny. Wzdłuż tej granicy w kierunku północnym i dalej wzdłuż granicy administracyjnej miejscowości Brzyczyna (gm. Mogilany) w kierunku północno-wschodnim i północnym do potoku Rzepnik. Wzdłuż tego potoku w kierunku północnym przez ok. 600 m i dalej w kierunku wschodnim wzdłuż cieku wodnego przez Brzyczynę do wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości; od strony wschodniej: od cieku wodnego w miejscowości Brzyczyna w kierunku północnym wzdłuż wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości i dalej wzdłuż drogi gminnej nr 600684 K (ul. Słonecznej) w Libertowie (gm. Mogilany) do drogi powiatowej nr 2174 K (ul. Jana Pawła II). Następnie wzdłuż tej drogi w kierunku zachodnim do granicy administracyjnej Krakowa i dalej wzdłuż tej granicy do ul. Libertowskiej w Krakowie. Ul. Libertowską, następnie ul. Leona Petrażyckiego przez ok. 150 m w kierunku wschodnim i dalej w kierunku północnym drogą lokalną do linii kolejowej nr 94 (Kraków Płaszów – Oświęcim). Wzdłuż tej linii kolejowej do ul. Biskupa Albina Małysiaka i dalej tą ulicą w kierunku zachodnim i północnym przez ok. 1400 m, a następnie drogą lokalną (gruntową) w kierunku północno – zachodnim przez ok. 500 m – do ul. Spacerowej. Od strony północnej: ulicami: Spacerową, Doktora Józefa Babińskiego, Skotnicką, Aleksandra Brücknera, Dąbrowa, Obrony Tyńca do zachodniej granicy kompleksu leśnego (w Bielańsko – Tynieckim Parku Krajobrazowym); od strony zachodniej: od ul. Obrońców Tyńca zachodnią granicą kompleksu leśnego do ul. Bogucianka i dalej w kierunku południowo – zachodnim i południowym do północnej granicy administracyjnej Skawiny. Następnie wzdłuż tej granicy do rzeki Skawinki i dalej wzdłuż tej rzeki do Parku Miejskiego w Skawinie – do cieku wodnego biegnącego do Starorzecza Skawinki.

2.2.2017 — 10.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

W mieście Gorzów Wielkopolski punktem początkowym linii obszaru zagrożonego jest Rondo Marszałka Piłsudskiego, gdzie linia przebiega w kierunku północno-wschodnim, i biegnąc w tym kierunku zostawia z prawej strony cmentarz wojenny, przecina ul. Walczaka i omija elektrociepłownię Gorzów z północy. Następnie, biegnąc w kierunku wschodnim, linia obszaru przechodzi przez drogę krajową nr 22 i od strony północnej mija miejscowość Wawrów, a następnie – idąc tym samym kierunkiem, przecina drogę wojewódzką nr 158, z prawej strony mijając składowisko żużla elektrociepłowni Gorzów. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do torów kolejowych relacji Krzyż – Kostrzyn. Następnie przebiega w kierunku północno-wschodnim, do drogi wojewódzkiej nr 158, pomiędzy rzekami Warta i Noteć, po czym zmienia swój kierunek, idąc w kierunku południowo – wschodnim, wzdłuż drogi nr 158, omijając z lewej strony rezerwat Santockie zakole oraz rzekę Wartę. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowym, po zachodniej stronie mijając Stare Polichno i skręca do skraju lasu, do ul. Szkolnej. Następnie linia obszaru biegnie wzdłuż skraju lasu, i w tym samym kierunku do miejscowości Murzynowo. Następnie, w kierunku południowozachodnim przecina rzekę Wartę, linię kolejową Gorzów – Skwierzyna oraz drogę ekspresową S 3, wchodząc w las. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowo – zachodnim, lasem, przecina drogę krajową nr 24, dalej biegnie łukiem w kierunku zachodnim do jeziora Lubniewka. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północno-zachodnim, przez drogę krajową nr 22 i następnie łukiem, w kierunku północnozachodnim, do miejsca gdzie kończy się las, przy przecięciu rzeki Lubniewka i ul. Sulęcińskiej w miejscowości Kołczyn. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północnym, mijając od strony zachodniej miejscowość Chwałowice, Lubczyno, a następnie po okręgu biegnie w kierunku północno-wschodnim, przecinając drogę ekspresową nr S 3 oraz linię kolejową Krzyż – Kostrzyn by dalej iść w kierunku północno-wschodnim. Następnie linia obszaru biegnie do węzła drogowego S 3 z drogą wojewódzką 132 i biegnie w kierunku północnowschodnim ulicą Kostrzyńską. Następnie, w kierunku północnym, linia obszaru biegnie ulica Dobrą, gdzie na wysokości ulicy Brukselskiej skręca w kierunku wschodnim, z północnej strony mijając rezerwat Gorzowskie murawy. Następnie linia biegnie w tym samym kierunku, do ronda zbiegu ulic Myśliborska, Niemcewicza i Olimpijska, i dalej w tym samym kierunku do ul. Marcinkowskiego. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku wschodnim, przez ul. Dunikowskiego, do ul. Fredry, gdzie zmienia swój kierunek. Następnie linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Fredry, w kierunku wschodnim, do ulicy Słowiańskiej. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ul. Słowiańskiej, Roosevelta, Andrzejewskiego, do ronda Józefa Piłsudskiego, gdzie kończy się opis.

6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Punktem początkowym linii obszaru zagrożonego jest Rondo Sybiraków w Gorzowie Wielkopolskim. Linia biegnie następnie w kierunku południowo-wschodnim w kierunku miejscowości Czechów, wzdłuż linii energetycznej wysokiego napięcia, do zachodnich części miejscowości Czechów. Następnie linia obszaru omija miejscowość Czechów od strony północnej i biegnie w kierunku południowo-wschodnim do miejscowości Borek, przez łąki, pastwiska i nieużytki. Następnie linia biegnie w kierunku południowym, w kierunku Trzebiszewa i przecina linię kolejową Gorzów – Skwierzyna oraz drogę ekspresową S3, wchodząc w las. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowo-zachodnim oraz zachodnim, obok rezerwatu Janie, im. Włodzimierza Korsaka, mijając go z prawej strony. Następnie linia obszaru przecina drogę wojewódzką nr 46, biegnąc w kierunku północno-zachodnim, mijając z prawej strony miejscowości Rogi. Następnie idzie w dalszym ciągu w kierunku północno-zachodnim, przecinając drogę krajową nr 22, a następnie powiatową 1278f. W tym miejscu kończy się las. Następnie, biegnąc w tym samym kierunku północno-zachodnim, linia obszaru mija z prawej strony miejscowość Dębokierz, i dalej biegnąc w tym samym kierunku, przecina rzekę Lubniewkę praz Wartę i dochodzi do miejscowości Krzyszczynka. Następnie linia obszaru przebiega w kierunku północnym, mijając z lewej strony miejscowości: Krzyszczyna, Jeniniec, Kwiatkowice. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północnowschodnim, przez tory kolejowe Krzyż-Kostrzyn oraz droga wojewódzką nr 132, pomiędzy miejscowościami Łupowo i Jenin. Następnie linia obszaru, biegnąc dalej w kierunku północno-wschodnim, po południowej stronie mija miejscowość Łupowo. Biegnąc dalej w tym samym kierunku lasem, mija z lewej strony oczyszczalnię ścieków w obrębie miejscowości Chruścik. Następnie, linia obszaru biegnąc w tym samym kierunku, przecina obwodnicę miasta Gorzowa Wielkopolskiego (S 3), biegnie przez ul. Dobrą, przecina ul. Myśliborską, wchodząc w ul. Kamienną. Następnie linia obszaru, idąc wzdłuż ul. Kamiennej, z prawej strony mija cmentarz komunalny oraz osiedle Piaski, i wchodzi w ulice Górczyńską. Następnie linia obszaru przebiega w kierunku wschodnim, wzdłuż ul. Górczyńskiej, przecina ul. Walczaka, a następnie idzie wzdłuż ulicy Bierzarina, a następnie zmienia kierunek na południowy i biegnie wzdłuż ulicy Łukasińskiego do ronda przy ul. Podmiejskiej – Sybiraków.

6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Punktem początkowym linii obszaru zagrożonego jest Rondo Marszałka Józefa Piłsudskiego, gdzie linia przebiega w kierunku północno-wschodnim, i biegnąc w tym kierunku zostawia z prawej strony cmentarz wojenny, przecina ul. Walczaka i omija Elektrociepłownię Gorzów z północy. Następnie, biegnąc w kierunku wschodnim, linia obszaru przechodzi przez drogę krajową nr 22 i od strony północnej mija miejscowość Wawrów, a następnie – idąc tym samym kierunkiem, przecina drogę wojewódzką nr 158, z prawej strony mijając składowisko żużla Elektrociepłowni Gorzów. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do torów kolejowych relacji Krzyż – Kostrzyn. Następnie przebiega w kierunku północno-wschodnim, do drogi wojewódzkiej nr 158, pomiędzy rzekami Warta i Noteć, po czym zmienia swój kierunek, idąc w kierunku południowo – wschodnim, wzdłuż drogi nr 158, omijając z lewej strony rezerwat przyrody „Santockie Zakole” oraz rzekę Wartę. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowym, po zachodniej stronie mijając Stare Polichno i skręca do skraju lasu, do ul. Szkolnej. Następnie linia obszaru biegnie wzdłuż skraju lasu i w tym samym kierunku do miejscowości Murzynowo. Następnie, w kierunku południowo-zachodnim przecina rzekę Wartę, linię kolejową Gorzów – Skwierzyna oraz drogę ekspresową S 3, wchodząc w las. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku południowo-zachodnim, lasem, przecina drogę krajową nr 24, dalej biegnie łukiem w kierunku zachodnim do jeziora Lubniewka. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północno – zachodnim, przez drogę krajową nr 22 i następnie łukiem, w kierunku północno-zachodnim, do miejsca gdzie kończy się las, przy przecięciu rzeki Lubniewka i ul. Sulęcińskiej w miejscowości Kołczyn. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północnym, mijając od strony zachodniej miejscowość Chwałowice, Lubczyno, a następnie po okręgu biegnie w kierunku północno-wschodnim, przecinając drogę ekspresową nr S3 oraz linię kolejową Krzyż – Kostrzyn by dalej iść w kierunku północno – wschodnim. Następnie linia obszaru biegnie do węzła drogowego S 3 z drogą wojewódzką 132 i biegnie w kierunku północno-wschodnim ulicą Kostrzyńską. Następnie, w kierunku północnym, linia obszaru biegnie ulica Dobrą, gdzie na wysokości ulicy Brukselskiej skręca w kierunku wschodnim, z północnej strony mijając rezerwat przyrody „Gorzowskie Murawy”. Następnie linia biegnie w tym samym kierunku, do ronda zbiegu ulic Myśliborska, Niemcewicza i Olimpijska, i dalej w tym samym kierunku do ul. Marcinkowskiego. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku wschodnim, przez ul. Dunikowskiego, do ul. Fredry, gdzie zmienia swój kierunek. Następnie linia obszaru biegnie wzdłuż ul. Fredry, w kierunku wschodnim, do ulicy Słowiańskiej. Następnie linia obszaru bieg nie w kierunku północno – wschodnim, wzdłuż ul. Słowiańskiej, Roosevelta, Andrzejewskiego, do Ronda Marszałka Józefa Piłsudskiego.

6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od Ronda Sybiraków w Gorzowie Wlkp. granica biegnie w kierunku wschodnim omijając od południa miejscowość Wawrów i Janczewo dalej prosto w kierunku wschodnim omija od północy ostatnie zabudowania miejscowości Górki, tu skręca w kierunku miejscowości Santok, do drogi wojewódzkiej 158 z ulicą Gorzowską w Santoku. Dalej drogą wojewódzką 158 do Starego Polichna aż do skrzyżowania z drogą wojewódzką 159. Tu przez oddziały leśne (Nadleśnictwo Karwin) do punktu między oddziałami leśnymi nr 79,80, 111 i 112, tu na południe wzdłuż linii oddziałowych aż do punktu między oddziałami leśnymi nr 314, 315, 325 i 326. Od tego punktu lekko skręcając przecina kolejne oddziały leśne aż do skrzyżowania dróg wojewódzkich nr 159 i 199. Dalej skręca na południowy zachód do obwodnicy zachodniej Skwierzyny, następnie do punktu między oddziałami 381, 382, 420 i 421 (Nadleśnictwo Skwierzyna), lekko załamując się przecina kolejne oddziały leśne do kolejnego załamania w punkcie między oddziałami leśnymi nr 460, 461, 488 i 489. Od tego punktu na zachód oddziały leśne do kolejnego punktu między oddziałami nr 251, 252, 301 i 302 (Nadleśnictwo Lubniewice). Granica skręca na północny-zachód przecinając skrzyżowanie dróg krajowych 24 i 22 (Wałdowice) biegnie oddziałami leśnymi do punktu między oddziałami leśnymi nr 30, 31, 58 i 59. Tu skręca na północ linią oddziałową poprzez Łąków dalej prosto do rzeki Warta na wysokości miejscowości Koszęcin. Dalej wzdłuż rzeki Warta do granicy miasta Gorzów Wlkp. Od granicy miasta Gorzów Wlkp. do skrzyżowania ulicy Kostrzyńskiej i Alei 11 Listopada, dalej tą ulicą i wzdłuż ulicy Władysława Sikorskiego do ulicy Warszawskiej do Ronda Santockiego. Od Ronda Santockiego ulicą Podmiejską aż do Ronda Sybiraków, gdzie kończy się opis.

6.2.2017

W województwie lubuskim:

Obszar ograniczony granicą przebiegająca w następujący sposób:

Poczynając od skrzyżowania ulic Bierzarina i Łukasińskiego w Gorzowie Wlkp. granica biegnie w kierunku wschodnim do załamania linii wysokiego napięcia. Wzdłuż linii wysokiego napięcia omija miejscowość Wawrów od północy do przecięcia się z linia energetyczną biegnącą z północy na południe. Od przecięcia się linii energetycznych, granica biegnie w kierunku wschodnim przecinając miejscowość Janczewo aż do skrzyżowania drogi wojewódzkiej 158 z drogą powiatową 1405F. Dalej drogą wojewódzką 158 do miejscowości Gralewo. Na wysokości posesji nr 1b w Gralewie granica zbacza z drogi wojewódzkiej 138 i biegnie przez posesje 54 i 53 dalej prosto przecinając linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Krzyż i dalej prosto do zachodniej granicy miejscowości Ludzisławice. Od załamania drogi powiatowej 1401F i skrzyżowania z drogą polną granica skręca na południe przecinając drogę wojewódzką 158 do punktu między oddziałami leśnymi nr 20, 21, 48, 49 (Nadleśnictwo Karwin). Dalej na południe wzdłuż linii oddziałowych aż do punktu między oddziałami leśnymi nr 313, 314, 324, 325, od tego punktu granica skręca na południowy zachód przez oddziały leśne do oddziału leśnego nr 425 stycznego z rzeką Wartą. Następnie biegnie w kierunku obwodnicy zachodniej Skwierzyny. Tu skręca do kolejnego załamania miedzy oddziałami leśnymi nr 385, 386, 424, 425 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Od tego punktu biegnie na zachód przecinając oddziały leśne do kolejnego załamania w punkcie między oddziałami leśnymi nr 361, 362, 403, 404, dalej załamuje się przecinając kolejne oddziały leśne do punktu między oddziałami nr 190, 191, 236, 237. Tu skręca na północny zachód do skrzyżowania dróg krajowych nr 22 i 24. Dalej na północ omijając od wschodu miejscowość Rudnica, granica biegnie dalej na północ omijając od zachodu osadę Altona, od zachodu miejscowość Płonica, od zachodu miejscowość Koszęcin aż do rzeki Warta na wysokości miejscowości Ulim, dalej wzdłuż rzeki Warty do granicy miasta Gorzów Wlkp. Od granicy miasta na rzece Warta na północ do skrzyżowania ulic Kostrzyńskiej i Warzywnej. Tu skręca w ulicę Kostrzyńską, dalej Aleją 11 Listopada i ulicą gen. Władysława Sikorskiego, dalej ulicą Estkowskiego do Ronda Kosynierów Gdyńskich, od Ronda dalej ulicą Łokietka do ulicy Jarosława Dąbrowskiego. Następnie ulicą Dąbrowskiego na północ do skrzyżowania z ulicą 30 Stycznia skręca i biegnie ulicą 30 Stycznia do ulicy Drzymały. Następnie przecinając Park Siemiradzkiego do skrzyżowania ulic Piłsudskiego i Widok. Dalej biegnie ulicą Walczaka poprzez Rondo Ofiar Katynia do Ronda Gdańskiego. Tutaj skręca w ulicę Bierzarina i biegnie do skrzyżowania ulic Bierzarina i Łukasińskiego, gdzie kończy się opis

6.2.2017

W województwie małopolskim – teren ograniczony: Od strony północno-wschodniej i północnej: granicą województwa małopolskiego – od drogi powiatowej nr 1222 K do linii kolejowej nr 8 (Warszawa Zachodnia – Kraków Główny);

Od strony zachodniej: od granicy województwa małopolskiego i miejscowości Kozłów (gm. Kozłów) w kierunku południowym wzdłuż linii kolejowej nr 8 do miejscowości Uniejów – Rędziny (gm. Charsznica) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1181 K, następnie wzdłuż tej drogi w kierunku wschodnim do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1182 K i dalej tą drogą w kierunku południowym do miejscowości Siedliska (gm. Miechów) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1189 K. Następnie ta drogą w kierunku wschodnim do miejscowości Strzeżów Drugi (gm. Miechów) – do skrzyżowania z droga krajową nr 7 i wzdłuż tej drogi w kierunku południowym do Miechowa (gm. Miechów) – do skrzyżowania z drogą wojewódzką nr 783;

Od strony południowej i południowo-wschodniej: z Miechowa od skrzyżowania z drogą krajową nr 7 drogą wojewódzką nr 783 w kierunku wschodnim do miejscowości Kalina – Rędziny (gm. Miechów) i dalej wzdłuż drogi powiatowej nr 1225 K do miejscowości Raszówek (gm. Słaboszów), następnie wzdłuż drogi powiatowej nr 1228 K do miejscowości Zagorzany (gm. Słaboszów). Z miejscowości Zagórzany droga powiatową nr 1229 K do Dziaduszyc (gm. Słaboszów) i dalej drogą powiatowa nr 1224 K do miejscowości Słaboszów (gm. Słaboszów). Następnie drogą powiatową nr 1221 K do miejscowości Wymysłów (gm. Słaboszów) i dalej drogą powiatową 1222 K do granicy województwa małopolskiego

22.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od Ronda Gdańskiego w Gorzowie Wlkp., granica biegnie w kierunku północno-wschodnim, wzdłuż ulicy Walczaka (Droga Krajowa nr 22), do skrzyżowania drogi powiatowej 1406F (ul. Parkowa) z Drogą Krajową nr 22, po czym biegnie dalej w kierunku północno-wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 566, 579 (Nadleśnictwo Kłodawa). Następnie granica biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 596, 597, 609, 610, po czym zmienia kierunek na wschodni i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 635, 636, 649, 650. Dalej linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 663, 664, 677 i 678, po czym zmienia kierunek i, przecinając drogę nr 1402F, biegnie łukiem omijając od strony zachodniej miejscowości Brzezinka, Górczyna, Lipki Wielkie, przecinając drogę wojewódzką nr 158 do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 12, 13 (Nadleśnictwo Karwin). Następnie linia biegnie w kierunku południowym, wzdłuż granicy obszarów leśnych do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 102, 103, 135, 136 (Nadleśnictwo Karwin), po czym dalej w kierunku południowym biegnie do punktu przecięcia obszaru leśnego 300, 301, 137, 138. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, po łuku, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 360, 361, 421, 422, po czym biegnie wzdłuż granicy oddziałów leśnych do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 425 i 364. Dalej, przecinając rzekę Wartę, granica biegnie w kierunku południowo-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 192, 223, 222. Następnie linia granicy zmienia kierunek, i biegnie w kierunku zachodnim, przecinając drogę ekspresową S3, wzdłuż granic oddziałów leśnych, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 205, 206, 237, 238. Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek i zaczyna biec w kierunku północnozachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 187, 186. Dalej linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim, po łuku, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 103, 104, 125, 126, po czym dalej w tym samym kierunku biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 60, 61, 85, 86. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim, dalej po łuku, do skrzyżowania ulicy Leśnej z drogą powiatową nr 1396F, w miejscowości Prądocin. W tym miejscu granica zmienia kierunek i biegnie w kierunku północnym, przecinając las, a następnie drogę ekspresową S3 w Gorzowie Wlkp. (Zamoście) do skrzyżowania ulicy Śląskiej z ulica Polną. Następnie linia granicy załamuje się w kierunku północnym i biegnie do skrzyżowania ulicy Jagiełły i ulicy Drzymały, po czym wzdłuż ulicy Drzymały biegnie do skrzyżowania z ulicą 30 stycznia. W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek na północny-wschód, przecina Park Siemiradzkiego i biegnie do skrzyżowania ulicy Walczaka z ulicą Piłsudskiego. Od tego miejsca linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim wzdłuż ul. Walczaka do Ronda Gdańskiego, skąd rozpoczęto opis

6.2.2017

W województwie lubuskim rozpoczynając od skrzyżowania ulic Bierzanina i Łukasińskiego w Gorzowie Wlkp., linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, omijając od północy miejscowość Wawrów, do skrzyżowania ulicy Owocowej z drogą wojewódzkiej nr 158 w miejscowości Janczewo. Następnie, biegnąc po łuku w kierunku południowo-wschodnim, linia granicy omija od zachodu miejscowość Gralewo i biegnie do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z ulicą Gorzowską w miejscowości Santok. Następnie linia granicy biegnie, w kierunku południowo-wschodnim, wzdłuż drogi nr 158, przebiega przez miejscowość Stare Polichno i dalej wzdłuż drogi wojewódzkiej 158 biegnie do skrzyżowania z drogą wojewódzką nr 159. Następnie linia granicy załamuje się i biegnie w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 310, 311, 317, 318, po czym zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając drogę wojewódzką nr 159, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 339 i 341 (Nadleśnictwo Karwin). Następnie linia granicy biegnie w tym samym kierunku, przecinając rzekę Wartę, drogę ekspresową S3, drogę krajową nr 24, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 303, 304, 339, 340 (Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na zachodni, i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 349, 350, 391, 392 (Nadleśnictwa Skwierzyna), po czym dalej w kierunku zachodnim biegnie wzdłuż granic oddziałów leśnych, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 362, 363, 404, 405 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie do skrzyżowania dróg krajowych nr 24, 22, po czym w dalszym ciągu biegnie w kierunku północno-zachodnim, do przecięcia oddziału leśnego nr 31, 32 (skraj lasu). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północny, przecina rzekę Wartę, omija od zachodu miejscowość Jerzyki i biegnie do przecięcia drogi ekspresowej S3 z droga wojewódzką 132 w Gorzowie Wlkp. Następnie linia granicy załamuje się i biegnie w kierunku północno-wschodnim, przecinając Aleję Konstytucji 3 Maja, do skrzyżowania ulicy Wyszyńskiego i Alei Odrodzenia Polski (rondo Stefana Wyszyńskiego). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na wschodni i biegnie, przecinając ulicę Walczaka, do skrzyżowania ulicy Bierzanina i ulicy Łukasińskiego, skąd rozpoczęto opis

6.2.2017

W wojeództwie małopolskim: Od strony północnej: od granicy województwa małopolskiego wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 783 do miejscowości Racławice (gm. Racławice) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1235 K.

Od strony zachodniej: od skrzyżowania z droga wojewódzką nr 783 w miejscowości Racławice wzdłuż drogi powiatowej nr 1235 K w kierunku południowym, a następnie wzdłuż drogi powiatowej nr 1234 K do skrzyżowania z drogą gminna nr 140422 K w miejscowości Dziemięrzyce (gm. Racławice) i dalej wzdłuż tej drogi w kierunku południowym do skrzyżowania z drogą gminną nr 160437 K. Następnie drogami: gminną nr 160437 K, powiatową nr 1261 K, powiatową nr 1262 K – do południowej granicy gminy Radziemice. Wzdłuż granicy gminy do drogi powiatowej nr 1235 K i dalej wzdłuż tej drogi w kierunku południowym do rzeki Szreniawy. Następnie wzdłuż rzeki do zachodniej granicy administracyjnej gminy Proszowice i wzdłuż tej granicy w kierunku południowym do drogi powiatowej nr 1272 K;

Od strony południowej: od zachodniej granicy administracyjnej gminy Proszowice wzdłuż drogi powiatowej nr 1272 K do miejscowości Mniszów (gm. Nowe Brzesko) – do skrzyżowania z drogą gminną nr 160109 K. Następnie tą drogą w kierunku północnym do skrzyżowania z drogą gminną nr 160114 K i dalej wzdłuż tej drogi do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1273 K w miejscowości Pławowice (gm. Nowe Brzesko). Następnie wzdłuż tej drogi do skrzyżowania z drogą gminną nr 160115 K i dalej wzdłuż tej drogi, a w miejscowości Bobin (gm. Proszowice) wzdłuż dróg: gminnej nr 160288 K, powiatowej nr 1281 K, powiatowej nr 1274 K, gminnej 160224 K – do granicy województwa małopolskiego;

Od strony wschodniej: wzdłuż granicy województwa małopolskiego – od drogi gminnej nr 160224 K do drogi wojewódzkiej nr 783.

W województwie świętokrzyskim – od strony północnej i północno-wschodniej: granicą powiatu kazimierskiego, w miejscowości SzarbiaZwierzyniecka (gm.Skalbmierz) – do drogi powiatowej nr 0498T, granice administracyjne miasta Skalbmierz, dalej na północnym-wschodzie rzeka Nidzica do drogi powiatowej nr 0529T.

Od strony wschodniej: wzdłuż drogi powiatowej nr 0518T, miejscowość Donosy (gm. Kazimierza Wielka), Chruszczyny Wielkiej (gm. Kazimierza Wielka), do skrzyżowania dróg powiatowych 0530T i 0534T, dalej droga nr 0534T do miejscowości Wielgus (gm. Kazimierza Wielka) i wzdłuż drogi gminnej Wielgus-Krzyszkowice, miejscowość Krzyszkowice (gm. Kazimierza Wielka), Dalechowice (gm. Kazimierza Wielka) do granicy województwa świętokrzyskiego.

Od strony południowej i zachodniej: od granicy województwa świętokrzyskiego i miejscowości Dalechowice w kierunku zachodnim i północnym, do granicy obszaru zapowietrzonego.

22.1.2017

W wojeówództwie lubuskim: rozpoczynając od skrzyżowania ulicy Ariańskiej z ulicą Owocową w mieście Gorzów Wielkopolski granica obszaru biegnie w kierunku wschodnim do skrzyżowania ulic Szarych Szeregów i Sosnkowskiego w mieście Gorzów Wielkopolski. Dalej linia granicy biegnie w kierunku wschodnim w linii prostej do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1406F z ulicą Osiedle Bermudy w miejscowości Wawrów. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na kierunek południowo – wschodni i biegnie do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z ulicą Orzechową w miejscowości Janczewo. Dalej biegnie w tym samym kierunku (południowo-wschodni) do skrzyżowania ulicy Szkolnej z ulicą Gorzowską (droga powiatowa 1365F) w miejscowości Santok. Następnie zmienia swój kierunek i biegnie przecinając rzekę Wartę w kierunku południowym do skrzyżowania dróg powiatowych nr 1352F i 1351F w miejscowości Gościnowo. Następnie zmienia swój kierunek i biegnie przecinając rzekę Wartę, sieć energetyczną, drogę ekspresową S 3 w kierunku południowo – zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 170, 171, 197, 198 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Potem linia granicy zmienia kierunek na zachodni, przecina drogę krajową nr 24 i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 287, 288, 320, 321 (Nadleśnictwo Skwierzyna), dalej wzdłuż granic oddziałów leśnych do punkt przecięcia oddziału leśnego nr 180, 181, 192, 193 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek, przecina drogi krajowe nr 22 i 24 i biegnie w kierunku północno – zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 36, 37, 4 41 (Nadleśnictwo Lubniewice). Dalej linia granicy zmienia swój kierunek przecinając rzekę Wartę, biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1393F z drogą gminna przy posesji nr 26 w miejscowości Chwałowice. Następnie w tym samym kierunku (północnym) linia granicy biegnie do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 132 z ulicą Nową w miejscowości Jenin. W tym miejscu granica zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku północno – wschodnim do przecięcia się drogi ekspresowej S3 z drogą wojewódzką nr 130 w miejscowości Gorzów Wielkopolski. Od tego miejsca linia granicy biegnie w kierunku północno – wschodnim do skrzyżowania ulicy Ariańskiej z ulicą Owocową w miejscowości Gorzów Wielkopolski, gdzie kończy się opis.

3.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 275, 276 na północy (nadleśnictwo Różańsko) granica obszaru biegnie w kierunku wschodnim do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1420F z drogą gminna między posesjami nr 29 i 95A w miejscowości Staw, następnie w kierunku południowo-wschodnim wzdłuż drogi powiatowej nr 1420F do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1422F. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie wzdłuż drogi powiatowej nr 1422F w kierunku wschodnim do granicy powiatu gorzowskiego (województwo lubuskie) i powiatu myśliborskiego (Województwo zachodniopomorskie). Następnie od północy linia granicy biegnie wzdłuż granicy powiatu gorzowskiego i myśliborskiego do punktu przecięcia na północy oddziału leśnego nr 462, 463 (nadleśnictwo Różańsko). Tutaj granica zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 26, 27, 74, 75 (nadleśnictwo Bogdaniec). Dalej granica biegnie w kierunku południowym wzdłuż granic oddziałów leśnych do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 261, 262, 303, 304 (nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo – zachodnim omijając od strony zachodniej miejscowość Marwice do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 585, 586, 589, 590 (nadleśnictwo Bogdaniec). Dalej w kierunki południowo-zachodnim linia granicy omija od strony zachodniej miejscowość Racław i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 697, 698, 727, 728 (nadleśnictwo Bogdaniec). Następnie granica zmienia kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 736, 737, 764, 765 (nadleśnictwo Bogdaniec). Dalej w kierunku zachodnim granica biegnie omijając od północy miejscowość Białcz do skrzyżowania ulicy Cementowej (droga powiatowa nr 1410F) z ulicą Jagodową w miejscowości Witnica. Następnie linia granicy zmienia kierunek i biegnie w kierunku północno-zachodnim omijając od północy miejscowość Witnica do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 411, 526, 527 (nadleśnictwo Bogdaniec). Dalej w kierunku północno-zachodnim linia granicy biegnie przecinając od południa Jezioro Wielkie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 366, 410 (nadleśnictwo Bogdaniec, granica województwa lubuskiego i zachodniopomorskiego). Od tego punktu granica od zachodu biegnie wzdłuż granicy powiatu gorzowskiego i myśliborskiego do punku przecięcia oddziału leśnego nr 275, 276 na północy (nadleśnictwo Różańsko), skąd rozpoczęto opis.

W województwie zachodniopomorskim: od wschodu granicę obszaru stanowi granica pomiędzy powiatem myśliborskim a powiatem gorzowskim w woj. lubuskim, od południa droga powiatowa nr 130 od granicy z powiatem gorzowskim do drogi gminnej łączącej Dolsk z Baranówkiem, od zachodu drogą łącząca drogę nr 130 z miejscowości Dolsk aż do duktu leśnego, duktem leśnym do rzeki Mysli, Myślą w kierunku północno wschodnim, a następnie skrajem skraju lasu równolegle do drogi krajowej nr 23 aż do skraju lasu na przecięciu z drogą gminną biegnącą do drogi 23 do miejscowości Dolsk, od północy do tego przecięcia linią prostą biegnącą w kierunku zachodnim aż do granicy z powiatem gorzowskim. W obszarze znajdują się następujące miejscowości: Borne Dolska, Skrodno Turze w gminie Dębno.

6.2.2017

W województwie świętokrzyskim

Od strony północnej: droga gminna od m. Jelcza Wielka na zachodzie do drogi wojewódzkiej nr 766, droga wojewódzka nr 766 w kierunku do Pińczowa do linii rzeki Nidy, wzdłuż rzeki Nidy do m. Pasturka, droga wojewódzka nr 767 do skrzyżowania z drogą gminną do m. Marzęcin na wschodzie

Od strony wschodniej: skrzyżowanie drogi wojewódzkiej nr 767 z drogą gminną do m. Marzęcin na północy, droga gminna przez m. Leszcze, Wola Zagojska Górna, Winiary, do m. Stara Zagość, wzdłuż terenów kopalni gipsu do granicy powiatów: pińczowskiego i buskiego, wzdłuż granicy powiatów do drogi gminnej Stawiszyce-Kostrzeszyn na południu

Od strony południowej: droga gminna Stawiszyce-Kostrzeszyn od granicy z powiatem buskim na wschodzie, wzdłuż granicy z powiatem kazimierskim do mc. Kwaszyn, droga gmina Działoszyce-Kozubów do mc. Jakubowice na zachodzie.

Od strony zachodniej: droga gminna Jakubowice-Lipówka od południa, droga wojewódzka 768, droga wojewódzka 766 do skrzyżowania z drogą gminną przez mc. Góry, Zagajów do mc. Jelcza Wielka na północy.

Wykaz miejscowości w obszarze zagrożonym:

Biskupice, Bogucice Drugie, Bogucice Pierwsze, Chroberz, Dębiany, Dzierążnia, Gacki, Gacki Osiedle, Gaik, Góry, Jakubowice, Januszowice, Jelcza Mała, Jelcza Wielka, Kostrzeszyn, Kowala, Krzyżanowice Dolne, Krzyżanowice Średnie, Kwaszyn, Leszcze, Marianów, Marzęcin, Michałów, Niegosławice, Nieprowice, Orkanów, Pasturka, Pełczyska, Podgórze, Polichno, Probołowice, Przecławka, Rudawa, Sadek, Skrzypiów, Stara Zagość, Sudół, Szyszczyce, Tomaszów, Winiary, Wola Chroberska, Wola Zagojska Dolna, Wola Zagojska Górna, Wolica, Wymysłów, Zagaje Dębiańskie, Zagaje Stradowskie, Zagajów, Zagajówek, Zagórze, Zakrzów, Zawarża, Złota, Żurawniki.

28.1.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 592,591,604,605 (nadleśnictwo Kłodawa) linia granicy biegnie w kireunku wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 657, 658, 672 (nadleśnictwo Kłodawa), po czym biegnie w tym samym kireunku do miejsca przecięcia drogi powiatowej nr 1365 F z przejazdem kolejowym linii kolejowej relacji Gorzów Wlkp.- Krzyż. W tym miejscu linia granicy zmienia kireunke na południowo-wschodni i biegnie do 2150go kilometra rzeki Noteć. Nastepnie linia granicy biegnie w kireunku południowym, przecinając drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 1,28,29 (Nadleśnictwo Karwin), po czym załamuje się i biegnie po łuku, w kireunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 258, 259, 291, 292 ( Nadleśnictwo Karwin).nastepnie, w dalszym ciągu w kirunku południowym, linia granicy biegnie po łuku, w kierunku do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 355, 356, 416, 417 (Nadleśnictwo Miedzychód). W tym miejscu linia granicy zmienia kireunke na południow-zachodni i biegnie wzdłuż granicy obszarów leśnych, przecinając droge wojewódzką nr 159, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 363, 364, 424, 425 ( Nadleśnictwo Międzychód). W tym miejscu linia granicy obszaru zminia kireunke nazachodni, przecinajać rzeke Waeta, drogę ekspresową S3 i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 164, 65, 176, 177 ( Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na połnocno-zachodni i omijając jezioro Glinik od strony zachodniej biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1397 F z droga gminną nr 001315F. Nastepnie linia granicy zmienia kierunke na północny i biegnie do skrzyżowania ulicy Łagodzińskiej z Ulicą Wędkarską w miejscowosci Gorzów Wielkopolski. W tym miejscu linia granicy załamuje sie i biegnie w kireunku północnym, przecinając drogę ekspresową S3, ulicę Kobyligórską, rzekę Wartę, linie kolejową relacji Gorzów Wlkp.- Krzyż, do skrzyżowania ulicy Podmiejskiej i ulicy Partyzantów. W tym miejscu linia granicy zmienia kireunke na połnocno wschodni i biegnie, omijając od strony południowej miejscowośc Różanki, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 554,555,565,566 (Nadleśnictwo Kłodawa). Następnie linia granicy biegnie w kireunku wschodnim, przecinajac jezioro Grzybno, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 592,591,604,605 ( Nadleśnictwo Kłodawa), skąd rozpoczeto opis.

3.2.2017

W województwie małopolskim: od strony północnej: od granicy województwa małopolskiego wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 783 do miejscowości Racławice (gm. Racławice) – do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1235 K; od strony zachodniej: od skrzyżowania z drogą wojewódzką nr 783 w miejscowości Racławice wzdłuż drogi powiatowej nr 1235 K w kierunku południowym, a następnie wzdłuż drogi powiatowej nr 1234 K do skrzyżowania z drogą gminną nr 140422 K w miejscowości Dziemięrzyce (gm. Racławice) i dalej wzdłuż tej drogi w kierunku południowym do skrzyżowania z drogą gminną nr 160437 K. Następnie drogami: gminną nr 160437 K, powiatową nr 1261 K, powiatową nr 1262 K – do południowej granicy gminy Radziemice. Wzdłuż granicy gminy do drogi powiatowej nr 1235 K i dalej wzdłuż tej drogi w kierunku południowym do rzeki Szreniawy. Następnie wzdłuż rzeki do zachodniej granicy administracyjnej gminy Proszowice i wzdłuż tej granicy w kierunku południowym do drogi powiatowej nr 1272 K; 3) od strony południowej: od zachodniej granicy administracyjnej gminy Proszowice wzdłuż drogi powiatowej nr 1272 K do miejscowości Mniszów (gm. Nowe Brzesko) – do skrzyżowania z drogą gminną nr 160109 K. Następnie tą drogą w kierunku północnym do skrzyżowania z drogą gminną nr 160114 K i dalej wzdłuż tej drogi do skrzyżowania z drogą powiatową nr 1273K w miejscowości Pławowice (gm. Nowe Brzesko). Następnie wzdłuż tej drogi do skrzyżowania z drogą gminną nr 160115 K i dalej wzdłuż tej drogi, a w miejscowości Bobin (gm. Proszowice) wzdłuż dróg: gminnej nr 160288 K, powiatowej nr 1281 K, powiatowej nr 1274 K, gminnej 160224 K – do granicy województwa małopolskiego; od strony wschodniej: wzdłuż granicy województwa małopolskiego – od drogi gminnej

30.1.2017

W wojewodzie lubuskim rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 554, 564, 565 (Nadleśnictwo Kłodawa) linia granicy biegnie w kierunku wschodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 388, 389, 392 (Nadleśnictwo Strzelce Krajeńskie). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowo-wschodni i biegnie, przecinając linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Krzyż, do punktu przecięcia działki katastralnej nr 106/1, 107/5, 112/2 w miejscowości Lipki Małe. Następnie linia granicy zmienia kierunek na południowy i biegnie po łuku, przecinając drogę powiatową nr 1359F, mijając od strony zachodniej miejscowość Baranowice, przecinając drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 3, 4, 31, 32 (Nadleśnictwo Karwin). W tym miejscu linia granicy dalej biegnie w kierunku południowym, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 257, 258, 290, 291 (Nadleśnictwo Karwin), po czym dalej po łuku, w kierunku południowym, linia granicy biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 353, 354, 414, 415 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, do skrzyżowania drogi wojewódzkiej 159 i drogi wojewódzkiej 159, po czym zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, drogę ekspresową S3, do punktu przecięcia przedziału leśnego nr 141, 142, 185, 186 (Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na pół- nocny, i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z drogą gminną nr 001315F, i biegnie dalej w tym samym kierunku, przecinając drogę ekspresową S3, linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Skwierzyna, do skrzyżowania ulicy Kobylogórskiej z ulica Kujawską w miejscowości Gorzów Wlkp. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie, przecinając kanał Siedlicki, rzekę Wartę, linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Skwierzyna, do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z ulicą Lawendową. Następnie, dalej w kierunku północno-wschodnim, linia granicy biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 554, 564, 565 (Nadleśnictwo Kłodawa), skąd rozpoczęto opis.

6.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od ronda Szczecińskiego w miejscowości Gorzów Wielkopolski, linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, po łuku, wzdłuż ulicy Myśliborskiej, do ronda Myśliborskiego, po czym wzdłuż Alei Konstytucji 3 Maja biegnie do skrzyżowania z ulicą Estkowskiego. Następnie, przecinając rzekę Wartę, biegnie w kierunku ronda Św. Jerzego. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do punktu ulicy Wylotowej przy posesji nr 109 (droga powiatowa nr 1398F). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym i biegnie, po łuku, do skrzyżowania drogi gminnej 001306F (ulica Brzozowa), Osiedle Poznańskie) z drogą nr 001417F prowadzącą do posesji nr 75. Następnie, biegnąc po łuku w kierunku południowym, linia granicy dociera do skrzyżowania ulicy Krupczyńskiej z drogą prowadzącą między posesjami nr 28 i 29 w miejscowości Deszczno. Następnie linia granicy biegnie w tym samym kierunku, przecinając linię kolejową relacji Gorzów-Skwierzyna, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 32, 33, 45, 46 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę ekspresową S3, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 70, 71, 91, 92 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym biegnie w tym samym kierunku, po łuku, do kolejnego punktu przecięcia oddziału leśnego nr 137, 138, 181, 182 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie, biegnąc dalej w tym samym kierunku, linia granicy dociera do kolejnego punktu przecięcia oddziału leśnego nr 285, 286, 318, 319 (Nadleśnictwo Skwierzyna), po czym po łuku linia granicy dociera do kolejnego punktu przecięcia oddziału leśnego (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając drogę wojewódzką 136, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 361, 362, 389, 390 (Nadleśnictwo Lubniewice). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie do kolejnego punktu przecięcia oddziału leśnego, nr 323, 324, 372, 373 (Nadleśnictwo Lubniewice). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północny, i biegnie po łuku, przecinając drogę krajową nr 22, omijając od strony wschodniej miejscowość Krasnołęg, po czym przecina kanał Bema i biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1283F z drogą prowadzącą do posesji nr 22 w miejscowości Czartów. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północnym, po łuku, przecinając rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1391F z drogą prowadzącą do posesji nr 22 w miejscowości Podjenin. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie, po łuku, do skrzyżowania drogi powiatowej nr 132 (ulica Mickiewicza) z ulicą Szkolną w miejscowości Bogdaniec. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-zachodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 721, 722, 749, 750 (Nadleśnictwo Bogdaniec), po czym, dalej biegnąc po łuku w kierunku północno-wschodnim linia dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 659, 660, 676 (Nadleśnictwo Bogdaniec). W tym miejscu linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i przecinając drogę ekspresową S3 biegnie w kierunku wschodnim do ronda Szczecińskiego w miejscowości Gorzów Wlkp., skąd rozpoczęto opis.

7.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 602, 603, 616, 617 (Nadleśnictwo Kłodawa), linia granicy biegnie w kierunku wschodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 393, 392, 389 (Nadleśnictwo Strzelce Krajeńskie), po czym biegnie dalej, przecinając linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Krzyż, do skrzyżowania ulicy Zamkowej z ulicą Kolejową w miejscowości Górki Noteckie. Dalej biegnąc w tym samym kierunku, po łuku, linia granicy przecina drogę powiatową nr 1365F i dociera do mostku na rzece Maślanka, który prowadzi do drogi na posesję nr 8 w miejscowości Górczyna. Następnie linia granicy zmienia kierunek na południowy i biegnie, przecinając rzekę Noteć, kanał Goszczanowski, drogę wojewódzką nr 158, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 27, 28, 57, 58 (Nadleśnictwo Karwin). Następnie, biegnąc dalej po łuku w kierunku południowym, linia granicy dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 217, 218, 281, 282 (Nadleśnictwo Międzychód), po czym zmienia swój kierunek na południowo-zachodni i biegnie, przecinając drogę wojewódzką nr 159, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 363, 364, 424, 425. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na zachodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, drogę ekspresową S3, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 164, 165, 176, 1777 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Tutaj linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Lipowej z ulicą Brzozowiecką w miejscowości Glinik, po czym dalej w tym samym kierunku, po łuku, linia granicy biegnie do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1395F z droga prowadzącą do posesji nr 12, w miejscowości Maszewo. Następnie linia granicy biegnie po łuku w kierunku północnym, przecinając drogę ekspresową S3, do skrzyżowania ulicy Łagodzińskiej z ulicą Karnińską w miejscowości Gorzów Wlkp. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północnym do skrzyżowania ulicy Strażackiej z ulicą Wylotową w miejscowości Gorzów Wlkp., po czym zmienia kierunek na północno-wschodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Krzyż, do skrzyżowania drogi wojewódzkiej nr 158 z drogą powiatową nr 1406F w miejscowości Wawrów. Następnie linia granicy biegnie dalej w tym samym kierunku, po łuku i dociera do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 553, 554, 563, 564 (Nadleśnictwo Kłodawa), po czym zmienia kierunek na wschodni i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1405F do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 602, 603, 616, 617 (Nadleśnictwo Kłodawa), skąd rozpoczęto opis.

4.2.2017

W województwie podkarpackim: miejscowości: Węglówka, Czarnorzeki, Korczyna, Kombornia, Iskrzynia w gminie Korczyna, Krościenko Wyżne w gminie Krościenko Wyżne, Łężany, Targowiska, Widacz, Miejsce Piastowe, Głowienka, Wrocanka, Niżna Łąka w gminie Miejsce Piastowe, Iwonicz w gminie Iwonicz Zdrój, Bóbrka, Machnówka, Chorkówka, Szczepańcowa, Zręcin, Świerzowa Polska, Żeglce w gminie Chorkówka, Długie, Żarnowiec, Dobieszyn, Jedlicze, Potok, Jaszczew w gminie Jedlicze, Ustrobna, Bajdy, Bratkówka, Odrzykoń w gminie Wojaszówka w powiecie krośnieńskim w następujący sposób: Od północy początkiem linii obszaru jest skrzyżowanie dróg nr 1942 R i nr 1943 R w miejscowości Bajdy. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północno-wschodnim po linii prostej przecinając drogę nr 990, rzekę Wisłok, drogę nr 1924 R, dalej biegnie przez las, przecina drogę nr 1940 R, następnie biegnie przez las dochodząc do drogi nr 1927 R na wysokości zabudowań nr 31, 33 A w miejscowości Węglówka. Dalej linia granicy biegnie południową krawędzią drogi nr 1927 R do skrzyżowania z drogą nr 991, a następnie biegnie po linii prostej w kierunku południowowschodnim przez las do skrzyżowania drogi nr 19 z drogą nr 1965 R. Od strony wschodniej linia obszaru biegnie dalej wzdłuż zachodniej krawędzi drogi nr 19 do miejsca skrzyżowania z drogą dojazdową do posesji nr 501, 501A w miejscowości Kombornia. Linia granicy biegnie dalej w linii prostej na zachód do skrzyżowania drogi nr 1969 R z drogą nr 2062 R, biegnąc dalej z tego punktu w kierunku południowym do skrzyżowania drogi nr 19 z drogą nr 1966 R. Dalej linia granicy obszaru biegnie wzdłuż zachodniej krawędzi drogi nr 19 do przejazdu kolejowego w miejscowości Targowiska, kierując się następnie wzdłuż torów kolejowych w kierunku południowo-wschodnim do przejazdu kolejowego w miejscowości Widacz. Od strony południowej linia granicy obszaru biegnie od przejazdu kolejowego w miejscowości Widacz wzdłuż biegnącej od przejazdu drogi do skrzyżowania z drogą nr 1974 R, a następnie biegnie po linii prostej w kierunku południowo-zachodnim do skrzyżowania drogi nr 28 z drogą nr 2002 R. Dalej linia granicy biegnie wzdłuż północnej krawędzi drogi nr 2002 R do skrzyżowania z drogą nr 1976 R. Następnie linia obszaru biegnie wzdłuż północnej krawędzi drogi nr 1976 R biegnącej do miejscowości Rogi do skrzyżowania z drogą krajową nr 19. Dalej wzdłuż odcinka drogi nr 19 do skrzyżowania z drogą nr 2003 R, a następnie wzdłuż drogi nr 2003 R do skrzyżowania z drogą 1956 R, a następnie wzdłuż drogi nr 1954 R przez teren leśny. W miejscu wyjazdu z lasu linia granicy obszaru biegnie wzdłuż krawędzi lasu w kierunku północno-zachodnim przecinając drogi nr 1896 R i nr 1898 R, ponownie biegnie wzdłuż krawędzi lasu w kierunku północnym do drogi nr 1953 R. Następnie linia granicy biegnie wzdłuż drogi nr 1850 R do skrzyżowania z ul. Przylaski w miejscowości Zręcin. Od strony zachodniej linia obszaru biegnie dalej w kierunku północnym do krawędzi lasu, a następnie wzdłuż zachodniej krawędzi lasu. Od północno-zachodniego skaju lasu linia obszaru biegnie w linii prostej do drogi nr 2413 R, a dalej w kierunku północnym wzdłuż przebiegu drogi nr 2413 R do skrzyżowania z drogą nr 1847 R. Dalej linia obszaru biegnie drogą nr 1847 R w kierunku północnym przecinając rzekę Jasiołkę, tory kolejowe dochodząc do skrzyżowania z drogą nr 1945 R. Następnie linia obszaru biegnie w kierunku północnym wzdłuż drogi nr 1945 R do miejscowości Jaszczew, do skrzyżowania z drogą nr 28. Dalej linia obszaru kieruje się w kierunku zachodnim wzdłuż drogi nr 28 do skrzyżowania z drogą nr 1943 R biegnąc wzdłuż tej drogi w kierunku północnym do skrzyżowania z drogą nr 1942 R w miejscowości Bajdy, skąd zaczęto opis.

30.1.2017

W województwie świętokrzyskim: Od strony północnej i północno-wschodniej: na północ od granicy powiatu kazimierskiego obejmuje obszar powiatu pińczowskiego; granica powiatu kazimierskiego – od miejscowości Szarbia Zwierzyniecka (gm. Skalbmierz) do miejscowości Kolosy (gm. Czarnocin) Od strony wschodniej i południowo- wschodniej: teren niezabudowany na wschód od miejscowości Kolosy (gm. Czarnocin), do skrzyżowania dróg powiatowych nr 0523T i 0138T, dalej wzdłuż drogi nr 0138T obejmuje miejscowości Charbinowice (gm. Opatowiec), Grodowice (gm. Bejsce), Zbeltowice (gm. Bejsce), teren niezabudowany, przecina drogę wojewódzką nr 768 na wschód od miejscowości Stradlice (gm. Kazimierza Wielka) Od strony południowej: teren niezabudowany na północ i równolegle do drogi powiatowej nr 0534T, teren niezabudowany do miejscowości Kamieńczyce (gm. Kazimierza Wielka), przecina drogę wojewódzką nr 776, wzdłuż drogi nr 0505T, obejmuje miejscowość Małoszów (gm. Skalbmierz) od strony zachodniej: granica województwa świętokrzyskiego od drogi nr 0502T do drogi powiatowej nr 0497T, teren niezabudowany na zachód od miejscowości Tempoczów – Kolonia (gm. Skalbmierz), przecina drogę wojewódzką nr 783, do granicy powiatu kazimierskiego w Szarbii Zwierzynieckiej( gm. Skalbmierz)

30.1.2017

W województwie opolskim obszar: od strony północnej: od północnych granic administracyjnych miejscowości Stare Koźle (włączając tę miejscowość do obszaru) w kierunku wschodnim przecinając linię kolejową relacji Kędzierzyn-Koźle – Racibórz wzdłuż ulicy Mostowej w miejscowości Kędzierzyn-Koźle droga leśną do zachodnich granic administracyjnych miejscowości Stara Kuźnia (bez tej miejscowości) na południe do miejscowości Kotlarnia (bez tej miejscowości), dalej od południowych granic miejscowości Kotlarnia w kierunku południowym do granicy powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego z powiatem raciborskim;

od strony południowej: od przecięcia drogi nr 45 z granicą powiatu raciborskiego z powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego, następnie wzdłuż granicy powiatów raciborskiego i kędzierzyńsko-kozielskiego do ulicy Raciborskiej w miejscowości Grzędzin, następnie wzdłuż wschodnich granic administracyjnych miejscowości Grzędzin i Dzielawy (bez tych miejscowości), dalej w kierunku północnym wzdłuż towarowej linii kolejowej do miejscowości Polska Cerekiew (włączając tę miejscowość do obszaru); od strony zachodniej: od zachodnich granic miejscowości Polska Cerekiew i następnie wschodnich granic miejscowości Potowa (bez tej miejscowości), następnie w kierunku północnym wzdłuż granicy gminy Polska Cerekiew i Reńska Wieś, następnie wzdłuż wschodnich granic administracyjnych miejscowości Naczysławki (bez tej miejscowością) i dalej drogą Naczysławską w miejscowości Długomiłowice, wzdłuż jej północnych granic (włączając tę miejscowość), a następnie wzdłuż południowych granic administracyjnych miejscowości Dębowa (bez tej miejscowości), dalej wzdłuż północnych granic administracyjnych miejscowości Landzmierz (włączając tę miejscowość do obszaru) do miejscowości Stare Koźle.

3.2.2017

W województwie śląskim teren ograniczony: od strony północnej: od granicy powiatu kędzierzyńsko-kozielskiego z powiatem raciborskim pod miejscowością Kotlarnia poprzez obszary leśne Parku Krajobrazowego Cysterskie Kompozycje Krajobrazowe Rud Wielkich 2) od strony wschodniej: od obszarów leśnych Parku Krajobrazowego Cysterskie Kompozycje Krajobrazowe Rud Wielkich do drogi wojewódzkiej 425 na wysokości lasu o nazwie Stany w kierunku południowym przez tereny leśne przecinając granicę gmin Kuźnia Raciborska i Nędza, następnie przecinając linię kolejową relacji Rybnik – Racibórz i drogę nr 919 na wysokości dworca kolejki wąskotorowej, wzdłuż północnych granic administracyjnych miejscowości Babice (bez tej miejscowości), dalej wzdłuż północnej granicy stawu o nazwie Salem Duży następnie do przecięcia drogi nr 915 pomiędzy granicami miejscowości Łęg i Zawada Książęca, do przecięcia Odry na wysokości miejscowości Ligota Książęca; od strony południowej: od przecięcia Odry na wysokości miejscowości Ligota Książęca, dalej wzdłuż granic miejscowości Ligota Książęca i Brzeźnica (pomijając miejscowość Brzeźnica) poprzez południowe granice miejscowości Czerwięcice do drogi 45; od strony zachodniej: wzdłuż drogi 45 do granicy woj. opolskiego.

3.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od ronda Słowiańskiego w miejscowości Gorzów Wielkopolski, granica obszaru biegnie w kierunku na wschód do skrzyżowania ulicy Borowskiego z ulicą Gen. Jarosława Dąbrowskiego w miejscowości Gorzów Wielkopolski. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku wschodnim, do ronda Santockiego w miejscowości Gorzów Wielkopolski, po czym dalej w tym samym kierunku (wschodnim) linia granicy biegnie do przejazdu kolejowego linii kolejowej relacji Gorzów Wielkopolski – Krzyż, na wysokości posesji przy ulicy Południowej 298 w miejscowości Gorzów Wielkopolski. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na południowy, i przecinając rzekę Wartę, biegnie do skrzyżowania drogi gminnej nr 001438F z ulicą Chabrową w miejscowości Ciecierzyce. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku południowym, do skrzyżowania ulicy Łubinowej z ulicą Makową w miejscowości Deszczno. Następnie granica biegnie po łuku w kierunku południowym,

przecinając drogę ekspresową S3, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 112, 113, 134, 135 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie w kierunku południowo-zachodnim, przecinając drogę krajową nr 24, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 319, 320, 355, 356 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku południowozachodnim,

do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 306, 307, 353, 356 (Nadleśnictwo Lubniewice). Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek na zachodni i biegnie, przecinając drogę wojewódzką nr 136 oraz drogę powiatową nr 1895F, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 318, 319, 366, 337 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północno-zachodni i biegnie do skrzyżowania drogi krajowej nr 22 z drogą, która prowadzi do posesji nr 5 w miejscowości Łukomin. Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północno-zachodnim, do skrzyżowania dróg powiatowych nr 1283F i 1293F. Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek i biegnie po łuku, w kierunku północnym, przecinając rzekę Wartę do skrzyżowania drogi powiatowej nr 1391F z drogą gminną nr 000409F w miejscowości Podjenin. Następnie linia granicy dalej biegnie w kierunku północnym do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 722, 723, 750, 751 (Nadleśnictwo Bogdaniec). Tutaj linia granicy zmienia swój kierunek na północno-wschodni i biegnie do skrzyżowania ulicy Odlewników z ulicą Stalową w miejscowości Gorzów Wielkopolski. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na wschodni i biegnie, przecinając drogę wojewódzką nr 130, do ronda Słowiańskiego w miejscowości Gorzów Wielkopolski, skąd rozpoczęto opis.

7.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od ronda Marcina Kasprzaka w Gorzowie Wlkp., linia granicy biegnie w kierunku południowo-wschodnim, do skrzyżowania ulicy Wylotowej z ulicą Skrajną w miejscowości Gorzów Wlkp. Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowowschodnim, przecinając drogę powiatową nr 13899F, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 12, 19, 20 (Nadleśnictwo Karwin). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na południowy i biegnie po łuku i przecina drogę powiatową nr 1398F, omijaj miejscowość Brzozowiec od strony wschodniej, przecina linię kolejową relacji Gorzów Wlkp. – Skwierzyna, omija od strony zachodniej miejscowość Trzebiszewo, przecina drogę ekspresową S3 i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 172, 173, 199, 200 (Nadleśnictwo Skwierzyna). Następnie linia granicy biegnie w kierunku południowym, przecinając drogę krajową nr 24, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 344, 345, 386, 387 (Nadleśnictwo Skwierzyna). W tym miejscu linia granicy załamuje się i biegnie w kierunku południowo-zachodnim, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 588, 589, 615, 616 (Nadleśnictwo Skwierzyna), omijając od strony północnej miejscowość Osiecko, po czym zmienia kierunek na zachodni, omija od strony zachodniej miejscowość Lubniewice, Trzcińce i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 454, 455, 478, 479 (Nadleśnictwo Lubniewice). Następnie linia granicy zmienia kierunek na północno-zachodni i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1278F, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 273, 275, 321, 322 (Nadleśnictwo Lubniewice). W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na północny i biegnie, przecinając drogę krajową nr 22, rzekę Wartę, do skrzyżowania drogi gminnej nr 000414F z droga gminną nr 000495F. Następnie linia granicy biegnie w kierunku północnym, po łuku, do skrzyżowania drogi gminnej nr 000408F z droga prowadzącą do posesji nr 40 w miejscowości Jeniniec. Dalej, biegnąc po łuku w tym samym kierunku, linia granicy przecina drogę powiatową nr 1394F, po czym lekko zmienia kierunekna północno-wschodni i biegnie po łuku, przecinając drogę ekspresową S3, do skrzyżowania ulicy Dolnej z ulica Wiśniową w miejscowości Gorzów Wlkp. W tym miejscu linia granicy zmienia kierunek na wschodni i biegnie, przecinając rzekę Wartę, kanał Ulgi, do ronda Marcina Kasprzaka, skąd rozpoczęto opis.

8.2.2017

W województwie lubuskim: rozpoczynając od punktu przecięcia oddziału leśnego nr 251, 252, 317, 318 (Nadleśnictwo Międzychód) granica obszaru biegnie w kierunku wschodnim do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 432, 465 (Nadleśnictwo Międzychód) i granicy powiatu międzyrzeckiego (województwa lubuskiego) i powiatu międzychodzkiego (województwa wielkopolskiego). Następnie linia granicy biegnie wzdłuż granicy powiatu międzyrzeckiego i powiatu międzychodzkiego w kierunku południowym do miejscowości Stoki, gmina Pszczew, obejmując całą miejscowość Stoki. Następnie granica zmienia swój kierunek na południowo-zachodni i biegnie w kierunku miejscowości Pszczew, obejmując całą miejscowość Pszczew i jezioro Pszczewskie. Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na zachodni i biegnie, przecinając linię kolejową nr 364 relacji Wierzbno – Rzepin, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 42, 43, 51, 52 (NadleśnictwoTrzciel). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północno-zachodni i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1326F, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 2286A, 301A, 301B (Nadleśnictwo Międzyrzecz). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północny i biegnie, przecinając drogę powiatową nr 1319F, do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 151,152, 174, 175 (Nadleśnictwo Międzyrzecz). Następnie linia granicy biegnie dalej w kierunku północnym, przecina drogę krajową nr 24 oraz drogę powiatową nr 1321F, obejmując całą miejscowość Chełmsko i po łuku biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 59, 60, 71, 72 (Nadleśnictwo Międzyrzecz). Następnie linia granicy, biegnie dalej po łuku, w kierunku północnym, przecina rzekę Wartę, drogę wojewódzką nr 199 i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 266, 267, 332, 333 (Nadleśnictwo Międzychód). Następnie linia granicy zmienia swój kierunek na północno-wschodni i biegnie do punktu przecięcia oddziału leśnego nr 251, 252, 317, 318 (Nadleśnictwo Międzychód), skąd rozpoczęto opis.

12.2.2017

W województwie opolskim: teren ograniczony: od strony południowej: od miejscowości Starościn począwszy od ulicy Dąbrowskiej, ulicą Opolską i dalej drogą gminną aż do miejscowości Wołcz, następnie w linii prostej przez miejscowość Lubnów, przecinając obszar lasu aż do miejscowości Wąsice; dalej przez obszar lasów w linii prostej do wschodniej granicy administracyjnej miejscowości Wołczyn; od strony wschodniej: od wschodniej granicy administracyjnej miejscowości Wołczyn w linii prostej przez miejscowość Teklusia do zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Bruny, następnie przecinając obszar lasu aż do granicy województw opolskie/wielkopolskie na wysokości miejscowości Teklin; od strony północnej: od granicy województwa opolskiego z województwem wielkopolskim na wysokości miejscowości Teklin w kierunku zachodnim do miejscowości Igłowice (włącznie); od strony zachodniej: od miejscowości Igłowice w linii prostej do miejscowości Rychnów włączając miejscowość Bukowa Śląska, kierując się na południe w kierunku miejscowości Starościn, włączając miejscowość Gręboszów i Siemysłów.

9.2.2017

W województwie dolnośląskim: teren ograniczony: na terenie powiatu kłodzkiego: w gminie Lewin Kłodzki cały obszar miejscowości: Jarków, Lewin Kłodzki, Witów, Jerzykowice Małe, Krzyżanów, Taszów, Kocioł, Zimne Wody, Jawornica, Zielone Ludowe, Kulin Kłodzki, Leśna, Dańczów, Gołaczów, Darnków, Jerzykowice Wielkie; w gminie Radków cały obszar miejscowości: Pasterka, Karłów; w gminie Szczytna cały obszar miejscowości: Łężyce; Miasto Kudowa Zdrój z wyłączeniem części należącej do obszaru zapowietrzonego.

10.2.2017

W województwie małopolskim: od strony wschodniej: w Krakowie – Aleją Adama Mickiewicza, Aleją Zygmunta Krasińskiego, ulicami: Marii Konopnickiej, Henryka Kamieńskiego, Wielicką do wschodniej granicy administracyjnej Krakowa. Następnie wschodnią i południową granicą administracyjną Krakowa, północną i wschodnią granicą administracyjną miejscowości Ochojno (gm. Świątniki Górne) –do drogi powiatowej nr 2029 K. Dalej wzdłuż dróg powiatowych: 2029 K, 2167 K, 1992 K, 1943 K, 1947 K, 1948 K, 1945 K do granicy administracyjnej miejscowości Zawada (gm. Myślenice), następnie wzdłuż północnej i wschodniej granicy administracyjnej tej miejscowości, wschodniej granicy administracyjnej miejscowości Polanka (gm. Myślenice), północno – wschodniej granicy administracyjnej miejscowości Myślenice (gm. Myślenice) – do drogi wojewódzkiej nr 967. Wzdłuż drogi wojewódzkiej nr 967 i dalej wzdłuż drogi krajowej nr 7 do południowej granicy administracyjnej miejscowości Myślenice; od strony południowej: od drogi krajowej nr 7 wzdłuż południowej granicy administracyjnej miejscowości Myślenice, następnie wzdłuż południowej granicy administracyjnej miejscowości Bysina (gm. Myślenice), południowej i zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Jasienica (gm. Myślenice), południowej granicy miejscowości Sułkowice (gm. Sułkowice), południowej granicy miejscowości Jastrzębia (gm. Lanckorona), południowo – wschodniej i południowo – zachodniej miejscowości Lanckorona (gm. Lanckorona) do rzeki Cedron; od strony zachodniej: od południowo – zachodniej granicy administracyjnej gminy Lanckorona w kierunku północnym wzdłuż rzeki Cedron do miejscowości Przytkowice (gm. Kalwaria Zebrzydowska) – do drogi lokalnej biegnącej w kierunku północnym w pobliżu Kanału Przytkowickiego I – do skrzyżowania z droga wojewódzką nr 953, a następnie wzdłuż tej drogi do wschodniej granicy administracyjnej gminy Skawina. Wzdłuż tej granicy w kierunku północnym i dalej wzdłuż zachodniej i północnej granicy administracyjnej miejscowości Facimiech (gm. Skawina), zachodniej i północnej granicy administracyjnej miejscowości Wołowice (gm. Czernichów) i zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Dąbrowa Szlachecka (gm. Czernichów). Następnie w kierunku północno – wschodnim drogą powiatową nr 2183 K przez Kaszów (gm. Liszki) i dalej w kierunku północnym drogą gminną nr G000002 do Potoku Kaszowskiego i wzdłuż niego w kierunku północno – wschodnim do zachodniej granicy administracyjnej miejscowości Cholerzyn (gm. Liszki). Wzdłuż tej granicy w kierunku północnym do drogi powiatowej nr 2189 K i dalej tą drogą w kierunku wschodnim, a następnie w kierunku północnym drogą powiatową nr 2192 K do północnej granicy administracyjnej miejscowości Cholerzyn;

od strony północnej: wzdłuż północnej granicy administracyjnej miejscowości Cholerzyn do zachodniej granicy Krakowa i dalej wzdłuż tej granicy w kierunku północno – wschodnim do ulicy Balickiej w Krakowie. Następnie ulicami: Balicką, Podchorążych, Królewską – do Alei Adama Mickiewicza

10.2.2017”

„Lidstaat: Roemenië

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

Localitatea Plauru, comuna Ceatalchioi, județul Tulcea

Localitatea Tatanir, comuna Chilia Veche, județul Tulcea

Localitatile se afla pe brațul Chilia al fluviului Dunărea in partea de S-E a României, la graniță cu Ucraina

28.1.2017

Localitatea Pardina, comuna Pardina, județul Tulcea. Localitatea se afla pe brațul Chilia al fluviului Dunărea in partea de S-E a României, la graniță cu Ucraina

20.1.2017 tot en met 28.1.2017

Localitatea ALBESTI-MURU, comuna ALBESTI-PALEOLOGU, județul Prahova.

Localitatea ALBESTI-PALEOLOGU, comuna ALBESTI-PALEOLOGU, județul Prahova.

Localitatea ARIONESTII NOI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea ARIONESTII VECHI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea ARVA, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea BOZIENI, comuna FANTANELE, județul Prahova.

Localitatea CEPTURA DE JOS, comuna CEPTURA, județul Prahova.

Localitatea CEPTURA DE SUS, comuna CEPTURA, județul Prahova.

Localitatea CHERBA, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea CIOCENI, comuna ALBESTI-PALEOLOGU, județul Prahova.

Localitatea COLCEAG, comuna COLCEAG, județul Prahova.

Localitatea INOTESTI, comuna COLCEAG, județul Prahova.

Localitatea IORDACHEANU, comuna IORDACHEANU, județul Prahova.

Localitatea JERCALAI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea Magula, comuna TOMSANI, județul Prahova.

Localitatea MOCESTI, comuna IORDACHEANU, județul Prahova.

Localitatea ORZOAIA DE JOS, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea ORZOAIA DE SUS, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea PAREPA-RUSANI, comuna COLCEAG, județul Prahova.

Localitatea PLAVIA, comuna IORDACHEANU, județul Prahova.

Localitatea RADILA, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea ROTARI, comuna CEPTURA, județul Prahova.

Localitatea SCHIAU, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea SCHIAU, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea SOIMESTI, comuna CEPTURA, județul Prahova.

Localitatea STRAOSTI, comuna IORDACHEANU, județul Prahova.

Localitatea TRESTIENII DE SUS, comuna DUMBRAVA, județul Prahova.

Localitatea URLATI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VADU PARULUI, comuna ALBESTI-PALEOLOGU, județul Prahova.

Localitatea VALCELELE, comuna COLCEAG, județul Prahova.

Localitatea VALEA BOBULUI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA CALUGAREASCA, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea VALEA CRANGULUI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA LARGA, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea VALEA MANTEI, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea VALEA MIEILOR, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA NICOVANI, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea VALEA NUCETULUI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA PIETREI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA POIENII, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea VALEA SEMAN, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA URLOII, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea VALEA URSOII, comuna VALEA CALUGAREASCA, județul Prahova.

Localitatea MARUNTIS, ORAS URLATI, județul Prahova.

9.2.2017

Localitatea ULMI, ORAS URLATI, județul Prahova.

Localitatea TOMSANI, comuna TOMSANI, județul Prahova.

Localitatea SATUCU, comuna TOMSANI, județul Prahova.

Localitatea LOLOIASCA, comuna TOMSANI, județul Prahova

1.2.2017 tot en met 9.2.2017”

„Lidstaat: Slowakije

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

kres Malacky:

 

Katastrálne územie obcí

Stupava,

Marianka,

Borinka,

 

Hlavné mesto Bratislava (okresy Bratislava I — V):

Bratislava I — celá mestská časť Staré Mesto

Bratislava II — mestská časť Ružinov — časť západne od diaľničného obchvatu (bližšie k centru mesta)

Bratislava III — celé mestské časti Nové Mesto a Rača

Bratislava IV

celá mestská časť Karlova Ves

mestská časť Devínska Nová Ves — časť severne od potoka Mláka

mestská časť Záhorská Bystrica — okrem častí Plánky, Krematórium a Urnový Háj

Bratislava V — celá mestská časť Petržalka

29.1.2017

okres Bratislava IV:

celé mestské časti Devín, Dúbravka, Lamač

mestská časť Záhorská Bystrica:

časti Plánky, Krematórium a Urnový Háj

mestská časť Devínska Nová Ves:

časť južne od potoka Mláka

21.1.2017 tot en met 29.1.2017

okres Prešov:

Obce:

Bretejovce, Seniakovce, Janovík, Lemešany, Lemešany — časť Chabžany

Okres Košice — okolie:

Obce:

Veľká Lodina, Košická Belá, Vyšný Klátov, Hýľov, Nižný Klátov, Bukovec, Baška, Hrašovík, Beniakovce, Vajkovce, Budimír, Kráľovce, Ploské, Nová Polhora, Trebejov, Kysak, Obišovce, Družstevná pri Hornáde

Okres Košice — mesto:

Mestské časti:

Košice-Sever,

Košice-Ťahanovce,

Košice-Ťahanovce sídlisko,

Košice-Košická Nová Ves,

Košice-Džungľa,

Košice-Vyšné Opátske,

Košice-Staré mesto,

Košice-Západ,

Košice-Juh,

Košice-Myslava,

Košice-KVP,

Košice-Dargovských hrdinov,

Košice-Luník,

5.2.2017

Okres Košice — okolie:

Obce: Kostoľany nad Hornádom, Sokoľ

Okres Košice — mesto:

Mestská časť: Košice-Kavečany

28.1.2017 tot en met 5.2.2017

Okres Prešov

Obce:

Demjata

Tulčík

Proč

Šarišská Trstená

Chmeľovec

Podhorany

Fintice

Fulianka

Lada

Kapušany

Trnkov

Okružná

Šarišská Poruba

Vyšná Šebastová

Vyšná Šebastová — časť Severná

Podhradík

Prešov — Letecká základňa Prešov

Okres Vranov nad Topľou

Obce:

Petrovce

Pavlovce

Hanušovce nad Topľou

Medzianky

Remeniny

Prosačov

Ďurďoš

Vlača

Radvanovce

Babie

Okres Svidník

Obce:

Kobylnice

Mičakovce

Železník

Kračúnovce

Lúčka

Giraltovce

Lužany pri Topli

Kalnište

Kuková

Želmanovce

Dukovce

Okres Bardejov

Obce:

Stuľany

Lopuchov

14.2.2017

Okres Prešov

Obce:

Chmeľov

Chmeľov — časť Podhrabina

Lipníky

Lipníky— časť Taľka

Lipníky— časť Podhrabina

Nemcovce

Nemcovce— časť Zimná studňa

Pušovce

Čelovce

5.2.2017 tot en met 14.2.2017

Okres Trnava

Obce:

Jaslovské Bohunice

Dolné Dubové

Radošovce

Kátlovce

Nižná

Dechtice

Chtelnica

Dobrá Voda

Trstín

Smolenice

Horné Orešany

Bíňovce

Boleráz

Šelpice

Bohdanovce

Dolná Krupá

Lošonec

15.2.2017

Okres Trnava

Obce:

Horná Krupá

Naháč

Horné Dubové

7.2.2017 tot en met 15.2.2017”

„Lidstaat: Verenigd Koninkrijk

Gebied omvattende:

Datum einde geldigheid overeenkomstig artikel 31 van Richtlijn 2005/94/EG

The area of the parts of Carmathernshire County (ADNS code 00110) extending beyond the area described in the protection zone and within the circle of a radius of ten kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N51.7781 and W4.2208

2.2.2017

The area of the parts of North Yorkshire County (ADNS code 00153) extending beyond the area described in the protection zone and within the circle of a radius of ten kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N54.0467and W2.1539

5.2.2017

Area comprising: Those parts of Carmarthenshire County (ADNS code 00110) contained within a circle of a radius of three kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N51.7781 and W4.2208

25.1.2017 tot en met 2.2.2017

Area comprising: Those parts of North Yorkshire Country (ADNS code 00176) contained within a circle of a radius of three kilometres, centred on WGS84 dec. coordinates N54.0467and W2.1539

28.1.2017 tot en met 5.2.2017”