ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 311

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
17 november 2016


Inhoud

 

I   Wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2016/1952 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG  ( 1 )

1

 

*

Verordening (EU) 2016/1953 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994

13

 

*

Verordening (EU) 2016/1954 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1365/2006 betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren wat betreft het verlenen van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor de vaststelling van bepaalde maatregelen

20

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG ( PB L 158 van 27.5.2014 )

25

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

17.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/1


VERORDENING (EU) 2016/1952 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 oktober 2016

betreffende Europese statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2008/92/EG

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Concurrentievermogen, duurzaamheid en energiezekerheid zijn de overkoepelende doelstellingen van een robuuste energie-unie met een toekomstgericht beleid inzake klimaatverandering.

(2)

Hoogwaardige, vergelijkbare, actuele, betrouwbare en geharmoniseerde gegevens over de eindafnemersprijzen voor aardgas en elektriciteit zijn nodig om beleid voor de energie-unie op te stellen en toezicht te houden op de energiemarkten van de lidstaten.

(3)

Deze verordening is bedoeld om te voorzien in een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken ter ondersteuning van het energiebeleid, vooral met het oog op de totstandbrenging van een volledig geïntegreerde interne energiemarkt voor afnemers. Om de marktintegratie te verbeteren, is meer transparantie nodig over de kosten en prijzen van energie en ook over de mate van overheidssteun. Deze verordening impliceert niet dat de structuur van de prijzen of kosten in de lidstaten moet worden geharmoniseerd.

(4)

Tot nu toe verschafte Richtlijn 2008/92/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) een gemeenschappelijk kader voor de productie, indiening en verspreiding van vergelijkbare statistieken over de prijzen van aardgas en elektriciteit voor industriële afnemers in de Unie.

(5)

Het verzamelen van gegevens over de prijzen van aardgas en elektriciteit aan eindafnemers in de huishoudelijke sector werd tot dusver uitgevoerd op basis van vrijwillige overeenkomsten.

(6)

Door de groeiende complexiteit van de energiemarkt wordt het steeds moeilijker betrouwbare en actuele gegevens te verkrijgen over de aardgas- en elektriciteitsprijzen zonder dat er een juridisch bindende verplichting bestaat tot het verstrekken van dergelijke gegevens, vooral voor de huishoudelijke sector.

(7)

Om te garanderen dat zowel voor de huishoudelijke als niet-huishoudelijke sector gegevens van hoge kwaliteit beschikbaar zijn, moet het verzamelen van beide soorten gegevens onderworpen worden aan een wetgevingshandeling.

(8)

De gegevens over transmissiesystemen zijn in de meeste lidstaten beschikbaar bij de regelgevende instanties op het gebied van energie. Bij de distributiekosten is echter een veel groter aantal gegevensverzamelaars betrokken en de rapportering van gegevens wordt in sommige lidstaten als moeilijker beschouwd. Gezien het belang van de distributiekosten en de noodzaak tot transparantie op dit gebied, moet bij het verzamelen van gegevens over aardgas- en electriciteitsprijzen worden vastgehouden aan de gangbare praktijken binnen het Europees statistisch systeem.

(9)

Het systeem van verbruikscategorieën dat door de Commissie (Eurostat) al in haar publicaties over prijzen wordt gebruikt, is geschikt om de transparantie van de markt en de ruime verspreiding van niet-vertrouwelijke prijsinformatie te waarborgen en de berekening van Europese aggregaten mogelijk te maken.

(10)

Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (3) is het referentiekader voor Europese statistieken. Deze verordening bepaalt dat statistische gegevens moeten worden verzameld in overeenstemming met de beginselen van onpartijdigheid, transparantie, betrouwbaarheid, objectiviteit, professionele onafhankelijkheid en kosteneffectiviteit, terwijl tegelijkertijd de statistische geheimhouding wordt gewaarborgd.

(11)

De lidstaten dienen de gegevens over aardgas- en elektriciteitsprijzen te verzamelen door gebruik te maken van de meest geëigende bronnen en methoden voor de verstrekking van de vereiste informatie.

(12)

De gegevens over de prijzen voor eindafnemers van aardgas en elektriciteit moet vergelijkingen met de prijzen van andere energiebronnen mogelijk maken.

(13)

Het verstrekken van informatie over het verzamelen van de gegevens en de kwaliteit ervan moet vallen onder de standaardverslagprocedure.

(14)

Gedetailleerde gegevens over de onderverdeling in verbruikscategorieën en hun respectieve marktaandelen zijn een wezenlijk onderdeel van prijsstatistieken op het gebied van aardgas en elektriciteit.

(15)

Een prijsanalyse kan alleen worden uitgevoerd als de lidstaten officiële statistieken van hoge kwaliteit over de verschillende componenten en deelcomponenten van aardgas- en elektriciteitsprijzen beschikbaar stellen. Dankzij een herziene methodiek om de aardgas- en elektriciteitsprijzen voor eindafnemers op gedetailleerde wijze in de verschillende componenten en deelcomponenten op te splitsen, zullen de gevolgen van verschillende factoren op de uiteindelijke prijzen kunnen worden geanalyseerd.

(16)

De gegevens over de verkoopsprijzen en -voorwaarden voor eindafnemers die aan de Commissie (Eurostat) worden verstrekt en de onderverdeling van eindafnemers in categorieën op basis van verbruik moeten alle informatie omvatten die nodig is om de Commissie in staat te stellen beslissingen te nemen over passende maatregelen of voorstellen met betrekking tot het energiebeleid.

(17)

Een goed begrip van de belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten in elke lidstaat is essentieel om prijstransparantie te kunnen waarborgen. Er wordt erkend dat het belangrijk is de gegevens over netwerkkosten, belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten op te splitsen.

(18)

Lidstaten waar het verbruik van aardgas laag is in verhouding tot het finale energieverbruik van huishoudens, moeten worden vrijgesteld van de verplichting tot het verstrekken van informatie over de aardgasprijzen voor huishoudelijke eindafnemers.

(19)

Om de betrouwbaarheid van de gegevens te verbeteren, moet de Commissie (Eurostat) in samenwerking met de lidstaten de methodiek voor de zorgvuldige verzameling en verwerking van de gegevens, in overeenstemming met de governancestructuur voor de statistiek, beoordelen en zo nodig verbeteren. Daarom moeten regelmatig kwaliteitsverslagen worden opgesteld en beoordelingen van de kwaliteit van de prijsgegevens worden uitgevoerd.

(20)

Na ontvangst van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat moet de Commissie die lidstaat een afwijking kunnen toestaan met betrekking tot specifieke verplichtingen waarbij de toepassing van deze verordening op het nationale statistische systeem van die lidstaat aanzienlijke aanpassingen met zich mee zou brengen of naar verwachting tot een aanzienlijke extra belasting voor de respondenten zou leiden.

(21)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vorm en wijze van indiening van gegevens, technische kwaliteitsborgingseisen betreffende de inhoud van standaardkwaliteitsverslagen, en het toestaan van afwijkingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(22)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van een gemeenschappelijk wettelijk kader voor de systematische productie van Europese statistieken over de prijzen voor aardgas en elektriciteit, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar, vanwege de omvang en gevolgen daarvan, beter door de Europese Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(23)

Richtlijn 2008/92/EG dient derhalve te worden ingetrokken.

(24)

Het Comité voor het Europees statistisch systeem is geraadpleegd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

Deze verordening stelt een gemeenschappelijk kader vast voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van vergelijkbare Europese statistieken over de aardgas- en elektriciteitsprijzen voor huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers in de Unie.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

1)

„zelfopwekkers”, „eindgebruik van energie” en „huishouden” hebben dezelfde betekenis als aan die termen is gegeven in bijlage A bij Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad (5);

2)

„transmissie”, „distributie”, „afnemer”, „eindafnemer”, „huishoudelijke afnemer”, „niet-huishoudelijke afnemer” en „levering” hebben dezelfde betekenis als aan die termen is gegeven in artikel 2 van Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) wanneer zij worden gebruikt met betrekking tot elektriciteit;

3)

„transmissie”, „distributie”, „levering”, „afnemer”, „huishoudelijke afnemer”, „niet-huishoudelijke afnemer” en „eindafnemer” hebben dezelfde betekenis als aan die termen is gegeven in artikel 2 van Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad (7) wanneer zij worden gebruikt met betrekking tot aardgas;

4)

„netwerkcomponent”: de combinatie van de kosten van transmissie- en distributienetwerken als vastgelegd in punt 6 van bijlage I en punt 5 van bijlage II.

Artikel 3

Gegevensbronnen

De lidstaten bundelen gegevens over de prijzen van aardgas en elektriciteit, en hun componenten en deelcomponenten in verband met netwerkkosten, belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten, en over verbruiksvolumes, in overeenstemming met bijlagen I en II. Er wordt gebruikgemaakt van een of meer van de volgende bronnen, na rekening te hebben gehouden met de principes van het beperken van de last voor respondenten en van administratieve vereenvoudiging:

a)

statistische enquêtes;

b)

administratieve bronnen;

c)

andere bronnen die gebruikmaken van statistische schattingsmethoden.

Artikel 4

Dekking

1.   De lidstaten zien erop toe dat de verzameling en bundeling van gegevens overeenkomstig bijlagen I en II alomvattende en vergelijkbare gegevens van hoge kwaliteit opleveren die representatief zijn voor hun respectieve aardgas- en elektriciteitsprijzen en aardgas- en elektriciteitsverbruik.

2.   Lidstaten waarvan het aardgasverbruik door huishoudelijke afnemers minder dan 1,5 % uitmaakt van het eindverbruik van energie in de huishoudelijke sector, zijn niet verplicht informatie over de aardgasprijzen voor huishoudelijke afnemers in te dienen.

3.   Ten minste om de drie jaar beoordeelt de Commissie (Eurostat) welke lidstaten op grond van lid 2 niet verplicht zijn gegevens in te dienen.

Artikel 5

Indiening van gegevens

1.   De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) de gegevens die omschreven worden in bijlage I en II.

2.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die het formaat en de modaliteiten vastleggen voor de indiening van de gegevens die worden beschreven in bijlagen I en II. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.   De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) ten laatste drie maanden na het eind van de relevante referentieperiode statistieken.

Artikel 6

Referentieperiodes en frequentie van gegevensindiening

1.   De referentieperiodes voor de in de bijlagen I en II gespecificeerde gegevens zijn jaarlijks (januari tot en met december) of halfjaarlijks (januari tot en met juni en juni tot en met december). De eerste referentieperiode start in 2017.

2.   De frequentie van gegevensindiening is:

a)

jaarlijks (voor de periode van januari tot en met december) voor de gegevens beschreven in de punten 6 a) en 7 van bijlage I en de punten 5 a) en 6 van bijlage II;

b)

tweemaal per jaar (voor de periodes van januari tot en met juni en van juli tot en met december) voor de gegevens beschreven in punt 6 b) van bijlage I en punt 5 b) van bijlage II.

Artikel 7

Kwaliteitsborging

1.   De lidstaten dragen zorg voor de kwaliteit van de overeenkomstig deze verordening verstrekte gegevens. Daartoe gelden de standaardkwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009.

2.   De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) onverwijld in kennis van elke methodologische of andersoortige verandering die een aanzienlijke weerslag kan hebben op de prijsstatistieken voor aardgas en elektriciteit, en in ieder geval niet later dan één maand nadat die wijziging heeft plaatsgevonden.

3.   De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) om de drie jaar een standaardverslag over de kwaliteit van de gegevens overeenkomstig de kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009. Die verslagen bevatten informatie over de dekking van de gegevens en de wijze waarop ze zijn verzameld, over de gebruikte berekeningscriteria, methoden en gegevensbronnen en over eventuele wijzigingen daarin.

4.   De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de verstrekte gegevens en gebruikt deze beoordeling en een analyse van de in lid 3 bedoelde kwaliteitsverslagen om een verslag over de kwaliteit van de onder deze verordening vallende Europese statistiek op te stellen en bekend te maken.

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarbij de technische kwaliteitsborgingseisen met betrekking tot de inhoud van de in lid 3 van dit artikel bedoelde kwaliteitsverslagen worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 8

Verspreiding

De Commissie (Eurostat) verspreidt de statistieken over de aardgas- en elektriciteitsprijzen uiterlijk vijf maanden na het einde van elke referentieperiode.

Artikel 9

Afwijkingen

1.   De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen afwijkingen toestaan met betrekking tot specifieke verplichtingen waarvoor de toepassing van deze verordening op het nationale statistische systeem van een lidstaat aanzienlijke aanpassingen met zich mee zou brengen of naar verwachting tot een aanzienlijke extra belasting voor respondenten zou leiden. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.   Voor de toepassing van lid 1 dient de betrokken lidstaat uiterlijk op 8 augustus 2017 bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek in.

3.   Op grond van lid 1 toegestane afwijkingen blijven van kracht voor een zo kort mogelijke termijn en in elk geval niet langer dan drie jaar.

4.   Een lidstaat waaraan op grond van lid 1 een afwijking is toegestaan, past gedurende de afwijkingsperiode de relevante bepalingen van Richtlijn 2008/92/EG toe.

Artikel 10

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor het Europees statistisch systeem, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 223/2009. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 11

Intrekking van Richtlijn 2008/92/EG

1.   Richtlijn 2008/92/EG wordt ingetrokken met ingang van 1 maart 2017.

2.   Niettegenstaande lid 1 van dit artikel blijft Richtlijn 2008/92/EG van toepassing onder de in artikel 9 van deze verordening bepaalde voorwaarden.

3.   Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 26 oktober 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. LESAY


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 13 september 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 oktober 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Richtlijn 2008/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende een communautaire procedure inzake de doorzichtigheid van de prijzen van gas en elektriciteit voor industriële eindverbruikers (PB L 298 van 7.11.2008, blz. 9).

(3)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).

(4)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(5)  Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PB L 304 van 14.11.2008, blz. 1).

(6)  Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

(7)  Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94).


BIJLAGE I

PRIJZEN VAN AARDGAS

In deze bijlage worden de methoden beschreven voor de verzameling en bundeling van statistische gegevens over de aardgasprijzen voor huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers.

1.   Prijzen

De prijzen zijn de prijzen voor huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers die voor eigen gebruik aardgas kopen dat via het gasnet wordt gedistribueerd.

2.   Aardgas

Onder aardgas vallen aardgas en andere gasvormige brandstoffen die in het transmissie- en distributienetwerk met aardgas worden gemengd, zoals biogas. Andere gasvormige brandstoffen die via specifieke netwerken worden gedistribueerd zonder met aardgas te worden vermengd (bijvoorbeeld fabrieksgas, cokesovengas, hoogovengas en biogas) worden uitgesloten.

3.   Rapportage-eenheden

In de gegevens zijn alle huishoudelijke en niet-huishoudelijke eindafnemers van aardgas vertegenwoordigd, met uitzondering van de afnemers die aardgas alleen gebruiken:

voor de opwekking van elektriciteit in elektriciteitscentrales of warmtekrachtkoppelingsinstallaties, of

voor niet-energetisch gebruik (bijvoorbeeld voor gebruik in de chemische industrie).

4.   Meeteenheden

De prijzen zijn de nationale gemiddelde prijzen die berekend worden aan huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers.

De prijzen worden uitgedrukt per gigajoule (GJ) in de nationale munteenheid. De eenheid voor verbruikte energie is gebaseerd op de bovenste verbrandingswaarde (GCV, Gross Calorific Value).

De prijzen worden gewogen naar het marktaandeel van de aardgasleveranciers in elke verbruikscategorie. Als geen gewogen gemiddelde prijzen kunnen worden berekend, mogen de rekenkundig gemiddelde prijzen worden verstrekt. In beide gevallen hebben de gegevens betrekking op een representatief deel van de nationale markt.

5.   Verbruikscategorieën

De prijzen zijn gebaseerd op een systeem van gestandaardiseerde jaarlijkse verbruikscategorieën voor aardgas.

a)

Voor huishoudelijke afnemers worden de volgende categorieën toegepast:

Verbruikscategorie

Jaarlijks aardgasverbruik (GJ)

 

Minimum

Maximum

Categorie D1

 

< 20

Categorie D2

≥ 20

< 200

Categorie D3

≥ 200

 

b)

Voor niet-huishoudelijke eindafnemers worden de volgende categorieën toegepast:

Verbruikscategorie

Jaarlijks aardgasverbruik (GJ)

 

Minimum

Maximum

Categorie I1

 

< 1 000

Categorie I2

≥ 1 000

< 10 000

Categorie I3

≥ 10 000

< 100 000

Categorie I4

≥ 100 000

< 1 000 000

Categorie I5

≥ 1 000 000

< 4 000 000

Categorie I6

≥ 4 000 000

 

6.   Detailniveau

In de prijzen zijn alle te betalen kosten verrekend: netwerkkosten plus verbruikte energie, verminderd met eventuele kortingen of premies, plus eventuele andere kosten (bijv. meterhuur, vaste kosten). De kosten van eerste aansluiting worden echter niet meegerekend.

De gedetailleerde gegevens worden ingediend zoals hieronder aangegeven.

a)   Vereist detailniveau voor componenten en deelcomponenten

De prijzen worden in drie hoofdcomponenten en in afzonderlijke deelcomponenten opgesplitst.

De aardgasprijs voor eindafnemers per verbruikscategorie is gelijk aan de som van de drie hoofdcomponenten: de component energie en levering, de netwerkcomponent (transmissie en distributie) en de component bestaande uit belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten.

Component & deelcomponent

Beschrijving

Energie en levering

Deze component omvat de door de leverancier betaalde grondstoffenprijs voor aardgas of de prijs van aardgas op het punt van binnenkomst in het transmissiesysteem, inclusief, voor zover van toepassing, de volgende kosten voor de eindgebruiker: de opslagkosten en de kosten in verband met de verkoop van aardgas aan eindafnemers.

Netwerk

De netwerkprijs omvat de volgende kosten voor de eindgebruiker: transmissie- en distributietarieven, transmissie- en distributieverliezen, netwerkkosten, aftersaleskosten, servicekosten en meterhuur en meetkosten.

Deelcomponent

De netwerkcomponent wordt als volgt onderverdeeld in kosten van het transmissie- en distributienetwerk voor de eindgebruiker:

1.

Het gemiddelde relatieve aandeel in de transmissiekosten voor huishoudelijke afnemers en het gemiddelde relatieve aandeel in de transmissiekosten voor niet-huishoudelijke eindafnemers, uitgedrukt als percentage van de totale netwerkkosten.

2.

Het gemiddelde relatieve aandeel in de distributiekosten voor huishoudelijke afnemers en het gemiddelde relatieve aandeel in de distributiekosten voor niet-huishoudelijke eindafnemers, uitgedrukt als percentage van de totale netwerkkosten.

Belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten

Deze component is de som van alle hieronder genoemde deelcomponenten (belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten).

Deelcomponent

De volgende deelcomponenten worden voor elke verbruikscategorie omschreven in punt 5, als afzonderlijk item ingediend.

1.

Belasting over de toegevoegde waarde zoals omschreven in Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (1).

2.

Belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten in verband met de bevordering van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en energieopwekking via warmtekrachtkoppeling.

 

3.

Belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten in verband met strategische voorraden, capaciteitsbetalingen en energiezekerheid; belastingen op aardgasdistributie; gestrande kosten en heffingen op de financiering van regelgevende instanties of markt- en systeembeheerders.

4.

Belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten in verband met de luchtkwaliteit en voor andere milieudoeleinden; belastingen op de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.

5.

Alle andere belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten die niet in een van de vier bovenstaande categorieën vallen: steun voor stadsverwarming; lokale of regionale fiscale kosten; eilandcompensatie; concessievergoedingen in verband met licenties en vergoedingen voor het aanleggen van netwerken of andere voorzieningen op gronden of publieke of private eigendommen.

b)   Detailniveau op basis van belastingheffing

De informatie over de prijzen wordt in de volgende drie niveaus opgesplitst:

Niveau

Beschrijving

Prijzen exclusief alle belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten

Dit prijsniveau omvat alleen de component energie en levering en de netwerkcomponent.

Prijzen exclusief btw en andere terugvorderbare belastingen

Dit prijsniveau omvat de component energie en levering, de netwerkcomponent en alle belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten die als niet-terugvorderbaar worden beschouwd voor niet-huishoudelijke eindafnemers. Voor huishoudelijke afnemers omvat dit prijsniveau de energiecomponent, de netwerkcomponent en belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten, maar niet de btw.

Prijzen inclusief alle belastingen

Dit prijsniveau omvat de component energie en levering, de netwerkcomponent en alle terugvorderbare en niet-terugvorderbare belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten, inclusief de btw.

7.   Verbruiksvolume

De lidstaten dienen informatie in over het relatieve aandeel van aardgas in elke verbruikscategorie op basis van het totale volume waarop de prijzen betrekking hebben.

De jaarlijkse volumecijfers per verbruikscategorie worden één keer per jaar ingediend, samen met de prijsgegevens voor het tweede semester.

De gegevens zijn niet ouder dan twee jaar.


(1)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE II

ELEKTRICITEITSPRIJZEN

In deze bijlage worden de methoden beschreven voor de verzameling en bundeling van statistische gegevens over de elektriciteitsprijzen voor huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers.

1.   Prijzen

De prijzen zijn de prijzen voor huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers die elektriciteit kopen voor eigen gebruik.

2.   Rapportage-eenheden

In de gegevens zijn alle huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers van elektriciteit vertegenwoordigd, met uitzondering van de elektriciteit die door zelfopwekkers wordt opgewekt en vervolgens verbruikt.

3.   Meeteenheden

De prijzen zijn de nationale gemiddelde prijzen die berekend worden aan huishoudelijke afnemers en niet-huishoudelijke eindafnemers.

De prijzen worden uitgedrukt per kilowattuur (kWh) in de nationale munteenheid.

De prijzen worden gewogen naar het marktaandeel van de elektriciteitsleveranciers in elke verbruikscategorie. Als geen gewogen gemiddelde prijzen kunnen worden berekend, mogen de rekenkundig gemiddelde prijzen worden verstrekt. In beide gevallen hebben de gegevens betrekking op een representatief deel van de nationale markt.

4.   Verbruikscategorieën

De prijzen zijn gebaseerd op een systeem van gestandaardiseerde jaarlijkse verbruikscategorieën voor elektriciteit.

a)

Voor huishoudelijke afnemers worden de volgende categorieën toegepast:

Verbruikscategorie

Jaarlijks elektriciteitsverbruik (kWh)

Minimum

Maximum

Categorie DA

 

< 1 000

Categorie DB

≥ 1 000

< 2 500

Categorie DC

≥ 2 500

< 5 000

Categorie DD

≥ 5 000

< 15 000

Categorie DE

≥ 15 000

 

b)

Voor niet-huishoudelijke eindafnemers worden de volgende categorieën toegepast:

Verbruikscategorie

Jaarlijks elektriciteitsverbruik (MWh)

Minimum

Maximum

Categorie IA

 

< 20

Categorie IB

≥ 20

< 500

Categorie IC

≥ 500

< 2 000

Categorie ID

≥ 2 000

< 20 000

Categorie IE

≥ 20 000

< 70 000

Categorie IF

≥ 70 000

< 150 000

Categorie IG

≥ 150 000

 

5.   Detailniveau

In de prijzen zijn alle te betalen kosten verrekend: netwerkkosten plus verbruikte energie, verminderd met eventuele kortingen of premies, plus alle andere kosten (bijv. meterhuur, vaste kosten). De kosten van eerste aansluiting worden echter niet meegerekend.

De gedetailleerde gegevens worden ingediend zoals hieronder aangegeven.

a)   Vereist detailniveau voor componenten en deelcomponenten

De prijzen worden in drie hoofdcomponenten en in afzonderlijke deelcomponenten opgesplitst.

De elektriciteitsprijs voor eindafnemers per verbruikscategorie is gelijk aan de som van de drie hoofdcomponenten: de component energie en levering, de netwerkcomponent (transmissie en distributie) en de component bestaande uit belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten.

Component &

deelcomponent

Beschrijving

Energie en levering

Deze component omvat de volgende kosten voor de eindgebruiker: de kosten van opwekking, aggregatie en balancering van energie, de kosten van geleverde energie, klantenservice, aftersales en andere leveringskosten.

Netwerk

De netwerkprijs omvat de volgende kosten voor de eindgebruiker: transmissie- en distributietarieven, transmissie- en distributieverliezen, netwerkkosten, aftersaleskosten, servicekosten en meterhuur en meetkosten.

Deelcomponent

De netwerkcomponent wordt als volgt onderverdeeld in kosten van het transmissie- en distributienetwerk voor de eindgebruiker:

 

1.

Het gemiddelde relatieve aandeel in de transmissiekosten voor huishoudelijke afnemers en het gemiddelde relatieve aandeel in de transmissiekosten voor niet-huishoudelijke eindafnemers, uitgedrukt als percentage van de totale netwerkkosten.

2.

Het gemiddelde relatieve aandeel in de distributiekosten voor huishoudelijke afnemers en het gemiddelde relatieve aandeel in de distributiekosten voor niet-huishoudelijke eindafnemers, uitgedrukt als percentage van de totale netwerkkosten.

Belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten

Deze component is de som van alle hieronder genoemde deelcomponenten (belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten).

Deelcomponent

De volgende deelcomponenten worden voor elke verbruikscategorie omschreven in punt 4, als afzonderlijk item ingediend.

 

1.

Belasting over de toegevoegde waarde zoals omschreven in Richtlijn 2006/112/EG.

2.

Belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten in verband met de bevordering van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en energieopwekking via warmtekrachtkoppeling.

3.

Belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten die verband houden met capaciteitsbetalingen, energiezekerheid en de toereikendheid van de energieopwekking; belastingen op de herstructurering van de kolenindustrie; belastingen op elektriciteitsdistributie. Gestrande kosten en heffingen op de financiering van regelgevende instanties of markt- en systeembeheerders.

4.

Belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten in verband met de luchtkwaliteit en voor andere milieudoeleinden; belastingen op de uitstoot van CO2 of andere broeikasgassen.

5.

Belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten in verband met de nucleaire sector, waaronder de ontmanteling van nucleaire installaties, inspecties van nucleaire installaties en vergoedingen voor nucleaire installaties.

6.

Alle andere belastingen, vergoedingen, heffingen of kosten die niet in een van de vijf bovenstaande categorieën vallen: steun voor stadsverwarming; lokale of regionale fiscale kosten; eilandcompensatie; concessievergoedingen in verband met licenties en vergoedingen voor het aanleggen van netwerken of andere voorzieningen op gronden of publieke of private eigendommen.

b)   Detailniveau op basis van belastingheffing

De informatie over de prijzen wordt in de volgende drie niveaus opgesplitst:

Niveau

Beschrijving

Prijzen exclusief alle belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten

Dit prijsniveau omvat alleen de component energie en levering en de netwerkcomponent.

Prijzen exclusief btw en andere terugvorderbare belastingen

Dit prijsniveau omvat de component energie en levering, de netwerkcomponent en alle belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten die als niet-terugvorderbaar worden beschouwd voor niet-huishoudelijke eindafnemers. Voor huishoudelijke afnemers omvat dit prijsniveau ook de energiecomponent, de netwerkcomponent en de belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten, maar niet de btw.

Prijzen inclusief alle belastingen

Dit prijsniveau omvat de component energie en levering, de netwerkcomponent en alle terugvorderbare en niet-terugvorderbare belastingen, vergoedingen, heffingen en kosten, inclusief de btw.

6.   Verbruiksvolume

De lidstaten dienen informatie in over het relatieve aandeel van elektriciteit in elke verbruikscategorie op basis van het totale volume waarop de prijzen betrekking hebben.

De jaarlijkse verbruikscijfers per verbruikscategorie worden één keer per jaar ingediend, samen met de prijsgegevens voor het tweede semester.

De gegevens zijn niet ouder dan twee jaar.


17.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/13


VERORDENING (EU) 2016/1953 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 oktober 2016

betreffende de vaststelling van een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en tot intrekking van de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 2, onder c),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De terugkeer van onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, verblijf of vestiging in de lidstaten, met volledige inachtneming van hun grondrechten, in het bijzonder het beginsel van non-refoulement, en in overeenstemming met Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), is een essentieel onderdeel van de brede aanpak om de geloofwaardigheid en de goede en doeltreffende werking van het migratiebeleid van de Unie te verzekeren en irreguliere migratie te verminderen en te ontmoedigen.

(2)

De nationale autoriteiten van de lidstaten ondervinden moeilijkheden bij de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen die niet over geldige reisdocumenten beschikken.

(3)

De verbetering van de samenwerking inzake terugkeer en overname met de belangrijkste herkomst- en doorreislanden van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen is essentieel voor de verhoging van de terugkeerpercentages, die onbevredigend zijn. Een verbeterd Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen is daarbij van belang.

(4)

Het huidige standaardreisdocument voor de terugkeer van onderdanen van derde landen, zoals vastgesteld bij de aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 (3), wordt door de autoriteiten van derde landen niet algemeen aanvaard, onder meer wegens de gebrekkige veiligheidsnormen ervan.

(5)

Het is daarom noodzakelijk de aanvaarding door derde landen van een verbeterd en uniform Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen als het referentiedocument voor terugkeer te bevorderen.

(6)

Er moet een veiliger, uniform Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (Europees reisdocument voor terugkeer) worden ingevoerd om de terugkeer en overname van illegaal op het grondgebied van de lidstaten verblijvende onderdanen van derde landen te vergemakkelijken. De aangescherpte veiligheidskenmerken en technische specificaties van het Europees reisdocument voor terugkeer moeten de erkenning ervan door derde landen vergemakkelijken. Dat document moet daarom de uitvoering vergemakkelijken van terugkeer in het kader van overnameovereenkomsten of andere regelingen die door de Unie of door de lidstaten worden gesloten met derde landen, alsook in het kader van de terugkeergerelateerde samenwerking met derde landen die niet door formele overeenkomsten wordt geregeld.

(7)

De overname van eigen onderdanen is een verplichting uit hoofde van het internationaal gewoonterecht die alle landen moeten naleven. In voorkomend geval dient de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en de afgifte van documenten, daaronder begrepen het Europees reisdocument voor terugkeer, samenwerking met de diplomatieke vertegenwoordigingen van derde landen die met de Unie of de lidstaten overnameovereenkomsten sluiten, alsook onderhandelingen met die landen, te omvatten.

(8)

In door de Unie met derde landen gesloten overnameovereenkomsten moet naar de erkenning van het Europees reisdocument voor terugkeer worden gestreefd. De lidstaten moeten in bilaterale overeenkomsten en andere regelingen, alsook in het kader van de terugkeergerelateerde samenwerking met derde landen die niet door formele overeenkomsten wordt geregeld, streven naar de erkenning van het Europees reisdocument voor terugkeer. De lidstaten moeten het nodige doen om ervoor te zorgen dat het Europees reisdocument voor terugkeer effectief wordt gebruikt.

(9)

Het Europees reisdocument voor terugkeer moet bijdragen aan het verminderen van de administratieve en bureaucratische lasten voor de overheidsinstanties van de lidstaten en derde landen, met inbegrip van de consulaire dienstenen het verkorten van de administratieve procedures die nodig zijn voor het verzekeren van de terugkeer en overname van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.

(10)

Deze verordening moet slechts het format, de veiligheidskenmerken en de technische specificaties van het Europees reisdocument voor terugkeer harmoniseren en niet de regels voor de afgifte daarvan.

(11)

De inhoud en de technische specificaties van het Europees reisdocument voor terugkeer moeten worden geharmoniseerd om te zorgen voor strenge technische en veiligheidsnormen, in het bijzonder met betrekking tot de garanties tegen namaak en vervalsing. Op het Europees reisdocument voor terugkeer moeten herkenbare geharmoniseerde veiligheidskenmerken staan. De veiligheidskenmerken en technische specificaties die zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 333/2002 van de Raad (4) moeten dan ook worden toegepast op het Europees reisdocument voor terugkeer.

(12)

Teneinde bepaalde niet-essentiële elementen van het model voor het Europees reisdocument voor terugkeer te kunnen wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden de nodige consultaties houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die consultaties worden gevoerd conform de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (5). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(13)

Met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening voeren de bevoegde autoriteiten hun taken zoals bedoeld in deze verordening uit overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen tot omzetting van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (6).

(14)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Aangezien deze verordening — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad (7) — voortbouwt op het Schengenacquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad over deze verordening heeft beslist, of het dit instrument in zijn interne recht zal omzetten.

(15)

Voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399, vormt de onderhavige verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad (8). Het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van de onderhavige verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat. Bovendien neemt het Verenigd Koninkrijk, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het VEU en aan het VWEU is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(16)

Voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399, vormt de onderhavige verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad (9); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van de onderhavige verordening en deze is niet bindend, noch van toepassing op deze lidstaat. Bovendien neemt Ierland, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.

(17)

Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399 — een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (10), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG van de Raad (11).

(18)

Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399 — een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (12), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (13).

(19)

Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening — voor zover zij betrekking heeft op onderdanen van derde landen die niet (meer) voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst van Verordening (EU) 2016/399 — een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (14), die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1 van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (15).

(20)

Aangezien de doelstellingen van de onderhavige verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(21)

Om uniforme voorwaarden vast te stellen en te zorgen voor duidelijke concepten, is het passend deze handeling in de vorm van een verordening vast te stellen.

(22)

De lidstaten voldoen aan hun respectieve verplichtingen uit hoofde van het internationale en het Unierecht, met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder de bescherming bij verwijdering, uitzetting en uitlevering neergelegd in artikel 19 en de plicht bedoeld in artikel 24, lid 2.

(23)

De aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 moet derhalve worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt een uniform Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (Europees reisdocument voor terugkeer) vast, en met name het format, de veiligheidskenmerken en de technische specificaties daarvan.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   „onderdaan van een derde land”: een onderdaan van een derde land zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/115/EG;

2)   „terugkeer”: terugkeer zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 3, van Richtlijn 2008/115/EG;

3)   „terugkeerbesluit”: een terugkeerbesluit zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 4, van Richtlijn 2008/115/EG.

Artikel 3

Europees reisdocument voor terugkeer

1.   Het format voor het Europees reisdocument voor terugkeer stemt overeen met het in bijlage vastgestelde model. Het Europees reisdocument voor terugkeer bevat de volgende gegevens:

a)

naam, voornaam, geboortedatum, geslacht, nationaliteit, onderscheidende kenmerken en, indien bekend, het adres in het derde land van terugkeer van de onderdaan van een derde land;

b)

een foto van de onderdaan van een derde land;

c)

de instantie van afgifte, datum en plaats van afgifte en geldigheidsduur;

d)

informatie over het vertrek en de aankomst van de onderdaan van een derde land.

2.   Het Europees reisdocument voor terugkeer wordt afgegeven in een of meer officiële talen van de lidstaat die het terugkeerbesluit uitvaardigt en wordt, waar nodig, ook in het Engels en Frans verstrekt.

3.   Het Europees reisdocument voor terugkeer is geldig voor één reis tot het tijdstip van aankomst in het derde land van terugkeer van de onderdaan van een derde land ten aanzien van wie een lidstaat een terugkeerbesluit heeft uitgevaardigd.

4.   Indien van toepassing, kunnen bijkomende documenten die nodig zijn voor de terugkeer van onderdanen van een derde land aan het Europees reisdocument voor terugkeer worden gehecht.

5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 6 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde het format voor het Europees reisdocument voor terugkeer te wijzigen.

Artikel 4

Technische specificaties

1.   De veiligheidskenmerken en technische specificaties voor het Europees reisdocument voor terugkeer zijn die welke zijn vastgesteld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 333/2002.

2.   De lidstaten zenden de Commissie en de andere lidstaten een specimen toe van het Europees reisdocument voor terugkeer dat overeenkomstig deze verordening is opgesteld.

Artikel 5

Afgiftevergoeding

Het Europees reisdocument voor terugkeer wordt aan de onderdaan van een derde land kosteloos afgegeven.

Artikel 6

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 3, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 7 december 2016.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen, in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 3, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 7

Intrekking

De aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 wordt ingetrokken.

Artikel 8

Evaluatie en verslaglegging

Uiterlijk op 8 december 2018 evalueert de Commissie de effectieve uitvoering van deze verordening en brengt zij daarover verslag uit. Die evaluatie wordt opgenomen in de beoordeling waarin artikel 19 van Richtlijn 2008/115/EG voorziet.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 8 april 2017.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg, 26 oktober 2016.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. LESAY


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 15 september 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 13 oktober 2016.

(2)  Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 98).

(3)  Aanbeveling van de Raad van 30 november 1994 betreffende de aanneming van een standaardreisdocument voor de verwijdering van onderdanen van derde landen (PB C 274 van 19.9.1996, blz. 18).

(4)  Verordening (EG) nr. 333/2002 van de Raad van 18 februari 2002 betreffende de invoering van een uniform model voor een blad waarop een visum kan worden aangebracht dat door lidstaten wordt afgegeven aan houders van een reisdocument dat door de lidstaat die het blad opstelt niet wordt erkend (PB L 53 van 23.2.2002, blz. 4).

(5)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(6)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(7)  Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) (PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1).

(8)  Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis (PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43).

(9)  Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis (PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20).

(10)   PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(11)  Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31).

(12)   PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52.

(13)  Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1).

(14)   PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.

(15)  Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19).


BIJLAGE

Image 1

Tekst van het beeld

17.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/20


VERORDENING (EU) 2016/1954 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 oktober 2016

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1365/2006 betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren wat betreft het verlenen van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor de vaststelling van bepaalde maatregelen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie („het Verdrag”) moeten de aan de Commissie verleende bevoegdheden worden aangepast aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag.

(2)

De Commissie heeft in verband met de vaststelling van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2), door middel van een verklaring (3) toegezegd de wetgevingshandelingen die niet vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon aan de regelgevingsprocedure met toetsing waren aangepast, opnieuw te bezien in het licht van de in het Verdrag vastgelegde criteria.

(3)

Bij Verordening (EG) nr. 1365/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4) zijn aan de Commissie bevoegdheden verleend om sommige bepalingen ervan uit te voeren.

(4)

Om Verordening (EG) nr. 1365/2006 in overeenstemming te brengen met de artikelen 290 en 291 van het Verdrag moeten de door die verordening aan de Commissie toegekende uitvoeringsbevoegdheden worden vervangen door de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen vast te stellen.

(5)

Voor Verordening (EG) nr. 1365/2006 moet, om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen en internationaal overeengekomen wijzigingen in definities, aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag handelingen vast te stellen ten aanzien van het wijzigen van die verordening om de drempel van 1 000 000 ton voor de statistische verwerking van de binnenvaart te verhogen, om de definities bij te stellen of te voorzien in nieuwe definities, alsmede om de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 1365/2006 aan te passen om veranderingen in de codering en classificatie op internationaal niveau of in de toepasselijke wetgevingshandelingen van de Unie op te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (5). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(6)

De Commissie dient erop toe te zien dat die gedelegeerde handelingen niet leiden tot een aanzienlijke lastenverzwaring voor de lidstaten of de respondenten.

(7)

Ter waarborging van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1365/2006 moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend om haar de mogelijkheid te geven regelingen vast te stellen voor de toezending van gegevens, met inbegrip van de gegevensuitwisselingsnormen, voor de verspreiding van de resultaten door de Commissie (Eurostat) en tevens voor het ontwikkelen en publiceren van methodologische voorschriften en criteria die de kwaliteit van de geproduceerde gegevens moeten waarborgen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.

(8)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het, teneinde de fundamentele doelstelling, namelijk de aanpassing van de bevoegdheden van de Commissie aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag, te verwezenlijken, noodzakelijk en passend voorschriften vast te stellen voor een aanpassing in die zin op het gebied van vervoersstatistieken. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet verder dan nodig is om de beoogde doelstelling te verwezenlijken.

(9)

De Commissie dient regelingen te treffen voor het verrichten van verkennende studies over de beschikbaarheid van statistische gegevens inzake het personenvervoer over de binnenwateren, onder meer via grensoverschrijdende vervoersdiensten.

De Unie moet bijdragen aan de kosten voor het uitvoeren van die verkennende studies. Dergelijke bijdragen moeten gebeuren in de vorm van subsidies aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (6) bedoelde nationale instanties voor de statistiek en andere nationale instanties, zulks in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(10)

Ter waarborging van de rechtszekerheid laat deze verordening de procedures voor de vaststelling van maatregelen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening geïnitieerd maar niet afgerond zijn, onverlet.

(11)

Verordening (EG) nr. 1365/2006 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1365/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 2 wordt het volgende lid toegevoegd:

„5.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake het wijzigen van lid 2 van dit artikel ter verhoging van de daarin bedoelde drempel voor de statistische registratie van de binnenvaart om rekening te houden met economische en technische ontwikkelingen. Bij de uitoefening van die bevoegdheid ziet de Commissie erop toe dat de gedelegeerde handelingen niet leiden tot een aanzienlijke lastenverzwaring voor de lidstaten of de respondenten. Voorts verstrekt de Commissie een deugdelijke motivering voor de in deze gedelegeerde handelingen vastgestelde statistische maatregelen, in voorkomend geval op basis van een kostenefficiëntieanalyse met een evaluatie van de druk op de respondenten en de productiekosten overeenkomstig artikel 14, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad (*1).

(*1)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).” "

2)

Aan artikel 3 worden de volgende alinea's toegevoegd:

„De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de wijziging van het onderhavige artikel ter aanpassing van de daarin vervatte definities of om te voorzien in nieuwe definities om rekening te houden met toepasselijke internationaal gewijzigde of overeengekomen definities.

Bij de uitoefening van die bevoegdheid ziet de Commissie erop toe dat de gedelegeerde handelingen niet leiden tot een aanzienlijke lastenverzwaring voor de lidstaten of de respondenten. Voorts verstrekt de Commissie een deugdelijke motivering voor de in deze gedelegeerde handelingen vastgestelde statistische maatregelen, in voorkomend geval op basis van een kostenefficiëntieanalyse met een evaluatie van de druk op de respondenten en de productiekosten overeenkomstig artikel 14, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 223/2009.”

3)

Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:

„4.   De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 9 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de wijziging van de bijlagen om veranderingen in de codering en classificatie op internationaal niveau of in de toepasselijke wetgevingshandelingen van de Unie op te nemen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid ziet de Commissie erop toe dat de gedelegeerde handelingen niet leiden tot een aanzienlijke lastenverzwaring voor de lidstaten of de respondenten. Voorts verstrekt de Commissie een deugdelijke motivering voor de in deze gedelegeerde handelingen vastgestelde statistische maatregelen, in voorkomend geval op basis van een kostenefficiëntieanalyse met een evaluatie van de druk op de respondenten en de productiekosten overeenkomstig artikel 14, lid 3, onder c), van Verordening (EG) nr. 223/2009.”

4)

Het volgende artikel wordt ingevoegd.

„Artikel 4 bis

Verkennende studies

1.   Uiterlijk op 8 december 2018 ontwikkelt de Commissie in samenspraak met de lidstaten de passende methode voor het verzamelen van statistieken over personenvervoer over de binnenwateren, onder meer via grensoverschrijdende vervoersdiensten.

2.   Uiterlijk op 8 december 2019 gaat de Commissie van start met door de lidstaten uit te voeren vrijwillige verkennende studies die gegevens binnen het toepassingsgebied van deze verordening opleveren met betrekking tot de beschikbaarheid van statistische gegevens inzake het personenvervoer over de binnenwateren, onder meer via grensoverschrijdende vervoersdiensten. Het doel van deze verkennende studies is de haalbaarheid van die nieuwe gegevensverzamelingen, de kosten van de betrokken gegevensverzamelingen en de inherente kwaliteit van de statistieken te beoordelen.

3.   Uiterlijk op 8 december 2020 dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de resultaten van dergelijke verkennende studies. Afhankelijk van de resultaten van dat verslag dient de Commissie binnen een redelijke termijn indien nodig een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad om deze verordening aan te passen met betrekking tot de statistieken over personenvervoer over de binnenwateren, onder meer via grensoverschrijdende vervoersdiensten.

4.   Deze verkennende studies zullen, in voorkomend geval en rekening houdend met de meerwaarde voor de Unie, mede uit de algemene begroting van de Unie worden gefinancierd.”

5)

Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met de regels voor toezending van gegevens aan de Commissie (Eurostat), met inbegrip van de gegevensuitwisselingsnormen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 10, lid 2.”

6)

Aan artikel 6 wordt de volgende alinea toegevoegd:

„De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met de regelingen voor de verspreiding van de resultaten. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 10, lid 2.”

7)

Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met de methodologische voorschriften en criteria die de kwaliteit van de geproduceerde gegevens moeten waarborgen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 10, lid 2.”

8)

Aan artikel 7 worden de volgende leden toegevoegd:

„4.   Voor de toepassing van deze verordening moeten op de te verstrekken gegevens de kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 worden toegepast.

5.   De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met de gedetailleerde regelingen, structuur, frequentie en vergelijkbaarheidselementen voor de kwaliteitsverslagen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.”

9)

Artikel 8 wordt vervangen door:

„Artikel 8

Uitvoeringsverslagen

Uiterlijk op 31 december 2020 en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie, na raadpleging van het Comité voor het Europees statistisch systeem, bij het Europees Parlement en bij de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening en over toekomstige ontwikkelingen.

In dat verslag houdt de Commissie rekening met relevante door de lidstaten verstrekte informatie over mogelijke verbeteringen en gebruikersbehoeften. Dit verslag bevat met name:

a)

een afweging van de kosten en baten van de geproduceerde statistieken voor de Unie, de lidstaten, de leveranciers en de gebruikers van de statistische gegevens;

b)

een beoordeling van de kwaliteit van de verstrekte gegevens en van de gehanteerde methoden voor het verzamelen van gegevens.”

10)

Artikel 9 wordt vervangen door:

„Artikel 9

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.   De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.   De in artikel 2, lid 5, artikel 3 en artikel 4, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 7 december 2016. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3.   Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, lid 5, artikel 3 en artikel 4, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.   Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (*2).

5.   Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Een overeenkomstig artikel 2, lid 5, artikel 3 of artikel 4, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden aan de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

(*2)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.” "

11)

Artikel 10 wordt vervangen door:

„Artikel 10

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 223/2009 opgerichte Comité voor het Europees statistisch systeem. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*3).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*3)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).” "

12)

Bijlage G wordt geschrapt.

Artikel 2

Deze verordening laat de procedures voor de vaststelling van de in Verordening (EG) nr. 1365/2006 bedoelde maatregelen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening geïnitieerd maar niet afgerond zijn, onverlet.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 26 oktober 2016 .

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

I. LESAY


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 11 maart 2014 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 18 juli 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 26 oktober 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(3)   PB L 55 van 28.2.2011, blz. 19.

(4)  Verordening (EG) nr. 1365/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de statistiek van het goederenvervoer over de binnenwateren en houdende intrekking van Richtlijn 80/1119/EEG van de Raad (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 1).

(5)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(6)  Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164).

(7)  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).


Rectificaties

17.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 311/25


Rectificatie van Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG

( Publicatieblad van de Europese Unie L 158 van 27 mei 2014 )

Bladzijde 28, artikel 23, lid 5:

in plaats van:

„Als de conclusie …, inhoudt dat de substantiële wijziging niet aanvaardbaar is, wordt die conclusie geacht de conclusie te zijn van de betrokken lidstaat.”,

lezen:

„Als de conclusie …, inhoudt dat de substantiële wijziging niet aanvaardbaar is, wordt die conclusie geacht de conclusie te zijn van alle betrokken lidstaten.”.