ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 177

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
1 juli 2016


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

 

*

Besluit (EU) 2016/1062 van de Raad van 24 mei 2016 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Liberia en van het Protocol voor de tenuitvoerlegging daarvan

1

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1063 van de Commissie van 30 juni 2016 tot 247e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da'esh) en Al-Qa'ida

4

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1064 van de Commissie van 30 juni 2016 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

7

 

 

RICHTLIJNEN

 

*

Richtlijn (EU) 2016/1065 van de Raad van 27 juni 2016 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de behandeling van vouchers betreft

9

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

INTERNATIONALE OVEREENKOMSTEN

1.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 177/1


BESLUIT (EU) 2016/1062 VAN DE RAAD

van 24 mei 2016

betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Liberia en van het Protocol voor de tenuitvoerlegging daarvan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), en artikel 218, lid 7,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie en de Republiek Liberia hebben onderhandeld over een Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (hierna „de overeenkomst” genoemd) en een Protocol voor de tenuitvoerlegging daarvan (hierna „het protocol” genoemd), waarbij aan Unievaartuigen vangstmogelijkheden worden toegekend in de wateren waarover de Republiek Liberia de soevereiniteit of de jurisdictie voor visserijaangelegenheden heeft.

(2)

De overeenkomst en het protocol zijn overeenkomstig Besluit (EU) 2015/2312 van de Raad (2) ondertekend en worden met ingang van 9 december 2015 voorlopig toegepast.

(3)

Bij de overeenkomst is een gemengde commissie opgericht die is belast met het toezicht op de tenuitvoerlegging, de uitlegging en de toepassing ervan. Voorts kan de gemengde commissie bepaalde wijzigingen van het protocol goedkeuren. Om de goedkeuring van dergelijke wijzigingen te vergemakkelijken dient de Commissie, onder bepaalde voorwaarden, te worden gemachtigd deze wijzigingen goed te keuren volgens een vereenvoudigde procedure.

(4)

De overeenkomst en het protocol moeten worden goedgekeurd.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Liberia en het Protocol voor de tenuitvoerlegging daarvan worden namens de Unie goedgekeurd.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad verricht namens de Unie de in artikel 16 van de overeenkomst en artikel 13 van het protocol bedoelde kennisgevingen (3).

Artikel 3

De Europese Commissie wordt, met inachtneming van de bepalingen en voorwaarden van de bijlage bij dit besluit, gemachtigd om, namens de Unie, haar goedkeuring te hechten aan wijzigingen van het protocol binnen de gemengde commissie.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 24 mei 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

A.G. KOENDERS


(1)  Goedkeuring verleend op 10 mei 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)/

(2)  Besluit (EU) 2015/2312 van de Raad van 30 november 2015 betreffende de ondertekening namens de Europese Unie van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de Republiek Liberia en van het protocol voor de tenuitvoerlegging daarvan (PB L 328 van 12.12.2015, blz. 1).

(3)  De datum van inwerkingtreding van de overeenkomst en van het protocol wordt door het secretariaat-generaal van de Raad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.


BIJLAGE

Reikwijdte van de verleende bevoegdheden en procedure voor de vaststelling van het Uniestandpunt in de gemengde commissie opgericht bij artikel 8 van de overeenkomst

1.

De Commissie is gemachtigd om met de Republiek Liberia te onderhandelen en, waar passend en indien is voldaan aan punt 3 van deze bijlage, overeenstemming te bereiken over wijzigingen van het protocol die betrekking hebben op de volgende aspecten:

a)

herziening van de vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van het protocol;

b)

besluitvorming over de nadere bijzonderheden van de sectorale steun overeenkomstig artikel 4 van het protocol;

c)

besluitvorming over maatregelen voor het verzekeren van een duurzaam beheer van de visbestanden overeenkomstig artikel 5, lid 5, van het protocol;

d)

technische bepalingen van het protocol en de bijlage daarbij die onder de bevoegdheid van de gemengde commissie vallen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van het protocol.

2.

In de gemengde commissie:

a)

handelt de Unie in overeenstemming met de doelstellingen die zij in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid nastreeft;

b)

voegt de Unie zich naar de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid;

c)

ijvert de Unie voor standpunten die in overeenstemming zijn met de desbetreffende voorschriften van de regionale organisaties voor visserijbeheer en die passen in de context van gezamenlijk beheer door de kuststaten.

3.

Als er in een vergadering van de gemengde commissie een besluit moet worden genomen over wijzigingen van het protocol als bedoeld in punt 1, wordt het nodige gedaan om ervoor te zorgen dat het namens de Unie in te nemen standpunt rekening houdt met de meest recente statistische, biologische en andere relevante informatie die aan de Commissie is toegezonden.

Daartoe zenden de diensten van de Commissie op basis van die informatie, en lang genoeg vóór de betrokken vergadering van de gemengde commissie, een document met de nadere bijzonderheden van het voorgestelde standpunt van de Unie ter bespreking en goedkeuring toe aan de Raad of zijn voorbereidende instanties.

Met betrekking tot de in punt 1, onder a), bedoelde aspecten is voor de goedkeuring van het beoogde Uniestandpunt door de Raad een gekwalificeerde meerderheid van stemmen vereist. In de andere gevallen wordt het in het voorbereidende document vervatte Uniestandpunt geacht te zijn goedgekeurd, tenzij een aantal lidstaten, die een blokkerende minderheid vormen, daartegen bezwaar maken tijdens een vergadering van de voorbereidende instantie van de Raad of binnen 20 dagen na ontvangst van het voorbereidende document, al naargelang hetgeen zich het eerst voordoet. Indien bezwaren worden gemaakt, wordt de zaak aan de Raad voorgelegd.

Indien tijdens latere vergaderingen, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt over het verwerken van nieuwe elementen in het namens de Unie in te nemen standpunt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of zijn voorbereidende instanties.

4.

De Commissie wordt verzocht te gelegener tijd stappen te ondernemen die noodzakelijk zijn voor de follow-up van het besluit van de gemengde commissie, met inbegrip van, waar passend, de bekendmaking van het betrokken besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie, en de indiening van voorstellen die nodig zijn voor de uitvoering van dat besluit.

VERORDENINGEN

1.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 177/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1063 VAN DE COMMISSIE

van 30 juni 2016

tot 247e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da'esh) en Al-Qa'ida

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met de organisaties ISIS (Da'esh) en Al Qa'ida (1), en met name artikel 7, lid 1, onder a), en artikel 7 bis, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 worden de personen, groepen en entiteiten opgesomd waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren.

(2)

Het Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft op 24 juni 2016 besloten tot wijziging van negen vermeldingen op de lijst van personen, groepen en entiteiten waarvan de tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren. Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 dient daarom dienovereenkomstig te worden bijgewerkt.

(3)

Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 juni 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Hoofd van de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid


(1)   PB L 139 van 29.5.2002, blz. 9.


BIJLAGE

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 881/2002 wordt als volgt gewijzigd:

(1)

De volgende vermeldingen op de lijst „Natuurlijke personen” worden als volgt vervangen:

(a)

„Lionel Dumont (ook bekend als a) Jacques Brougere, b) Abu Hamza, c) Di Karlo Antonio, d) Merlin Oliver Christian Rene, e) Arfauni Imad Ben Yousset Hamza, f) Imam Ben Yussuf Arfaj, g) Abou Hamza, h) Arfauni Imad, i) Bilal, j) Hamza, k) Koumkal, l) Kumkal, m) Merlin, n) Tinet, o) Brugere, p) Dimon). Adres: Frankrijk. Geboortedatum: 21.1.1971. Geboorteplaats: Roubaix, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Overige informatie: sinds mei 2004 in detentie in Frankrijk. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 25.6.2003.” wordt vervangen door:

„Lionel Dumont (ook bekend als a) Jacques Brougere, b) Abu Hamza, c) Di Karlo Antonio, d) Merlin Oliver Christian Rene, e) Arfauni Imad Ben Yousset Hamza, f) Imam Ben Yussuf Arfaj, g) Abou Hamza, h) Arfauni Imad, i) Bilal, j) Hamza, k) Koumkal, l) Kumkal, m) Merlin, n) Tinet, o) Brugere, p) Dimon). Adres: Frankrijk. Geboortedatum: 29.1.1971. Geboorteplaats: Roubaix, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Overige informatie: sinds mei 2004 in detentie in Frankrijk. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 25.6.2003.”

(b)

„Emilie Konig. Geboortedatum: 9.12.1984. Geboorteplaats: Ploemeur, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Overige informatie: verblijft sinds 2013 in Syrië. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 23.9.2014.” wordt vervangen door:

„Emilie Edwige Konig (ook bekend als a) Emilie Samra Konig). Geboortedatum: 9.12.1984. Geboorteplaats: Ploemeur, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Paspoortnummer: a) 05AT521433 (Frans paspoort, afgegeven op 30.11.2005 door de sous-préfecture van de politie van Lorient, Frankrijk), b) 050456101445 (Franse identiteitskaart, afgegeven op 19.5.2005 door de sous-préfecture van de politie van Lorient, Frankrijk), c) 0205561020089 (Franse identiteitskaart, afgegeven op 30.5.2002 op de naam Emilie Edwige Konig). Overige informatie: verblijft sinds 2013 in Syrië. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 23.9.2014.”

(c)

„Kevin Guiavarch. Geboortedatum: 12.3.1993. Geboorteplaats: Parijs, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Overige informatie: verblijft sinds 2012 in Syrië. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 23.9.2014.” wordt vervangen door:

„Kevin Guiavarch. Geboortedatum: 12.3.1993. Geboorteplaats: Parijs, Frankrijk. Nationaliteit: Frans. Overige informatie: verblijft sinds 2012 in Syrië. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 23.9.2014.”

(d)

„Boubaker Ben Habib Ben Al-Hakim (ook bekend als a) Boubakeur el-Hakim, b) Boubaker el Hakim, c) Abou al Moukatel, d) Abou Mouqatel, e) Abu-Muqatil al-Tunisi; Geboortedatum: 1.8.1983. Geboorteplaats: Parijs, Frankrijk; Adres: Syrische Arabische Republiek (situatie september 2015); Nationaliteit: a) Frans b) Tunesisch. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.” wordt vervangen door:

„Boubaker Ben Habib Ben Al-Hakim (ook bekend als a) Boubakeur el-Hakim, b) Boubaker el Hakim, c) Abou al Moukatel, d) Abou Mouqatel, e) Abu-Muqatil al-Tunisi; f) El Hakim Boubakeur). Geboortedatum: 1.8.1983. Geboorteplaats: Parijs, Frankrijk. Adres: Syrische Arabische Republiek (situatie september 2015). Nationaliteit: a) Frans b) Tunesisch. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.”

(e)

„Peter Cherif; Geboortedatum: 26.8.1982; Geboorteplaats: Parijs, Frankrijk; Adres: Al Mukalla, provincie Hadramawt, Yemen; Nationaliteit: Frans. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.” wordt vervangen door:

„Peter Cherif. Geboortedatum: 26.8.1982. Geboorteplaats: Parijs, 20e arrondissement, Frankrijk. Adres: Al Mukalla, provincie Hadramawt, Jemen. Nationaliteit: Frans. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.”

(f)

„Maxime Hauchard (ook bekend als Abou Abdallah al Faransi); Geboortedatum: 13.3.1992; Geboorteplaats: Normandië, Frankrijk; Adres: Syrische Arabische Republiek (situatie september 2015). Nationaliteit: Frans. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.” wordt vervangen door:

„Maxime Hauchard (ook bekend als Abou Abdallah al Faransi); Geboortedatum: 17.3.1992. Geboorteplaats: Saint Aubin les Elbeuf, Normandië, Frankrijk. Adres: Syrische Arabische Republiek (situatie september 2015). Nationaliteit: Frans. Paspoortnummer: a) 101127200129 (Franse identiteitskaart afgegeven door de sous-préfecture van Bernay, Frankrijk; vervalt op 4.11.2020). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 29.9.2015.”

(g)

„Nasir 'Abd-Al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi (ook bekend als a) Nasir al-Wahishi, b) Abu Basir Nasir al-Wahishi, c) Naser 'Abdel Karim al-Wahishi, d) Nasir 'Abd al-Karim al-Wuhayshi, e) Abu Basir Nasir Al-Wuhayshi, f) Nasser 'Abdulkarim 'Abdullah al-Wouhichi, g) Abu Baseer al-Wehaishi, h) Abu Basir Nasser al-Wuhishi, i) 'Abdul Kareem 'Abdullah Al-Woohaishi, j) Nasser 'Abdelkarim Saleh Al Wahichi, k) Abu Basir, l) Abu Bashir). Geboortedatum: a) 1.10.1976, b) 8.10.1396 (Islamitische kalender). Geboorteplaats: Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: 40483 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 5.1.1997). Overige informatie: a) sinds 2007 leider van Al-Qa'ida in Jemen (AQY), b) sinds januari 2009 leider van Al-Qa'ida in het Arabische schiereiland, actief in Jemen en Saudi-Arabië, c) heeft banden met belangrijke leiders van Al-Qa'ida, d) beweert secretaris te zijn geweest van Usama Bin Laden (overleden) vóór 2003, e) gearresteerd in Iran en uitgeleverd aan Jemen in 2003, aldaar uit de gevangenis ontsnapt in 2006 en nog steeds voortvluchtig (stand januari 2010). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.” wordt vervangen door:

„Nasir 'Abd-Al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi (ook bekend als a) Nasir al-Wahishi, b) Abu Basir Nasir al-Wahishi, c) Naser 'Abdel Karim al-Wahishi, d) Nasir 'Abd al-Karim al-Wuhayshi, e) Abu Basir Nasir Al-Wuhayshi, f) Nasser 'Abdulkarim 'Abdullah al-Wouhichi, g) Abu Baseer al-Wehaishi, h) Abu Basir Nasser al-Wuhishi, i) 'Abdul Kareem 'Abdullah Al-Woohaishi, j) Nasser 'Abdelkarim Saleh Al Wahichi, k) Abu Basir, l) Abu Bashir). Geboortedatum: a) 1.10.1976, b) 8.10.1396 (islamitische kalender). Geboorteplaats: Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: 40483 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 5.1.1997). Overige informatie: naar verluidt in juni 2015 overleden in Jemen. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 19.1.2010.”

(h)

„Qasim Yahya Mahdi al-Rimi (ook bekend als a) Qasim Al-Rimi, b) Qasim al-Raymi, c) Qassim al-Raymi, d) Qasim al-Rami, e) Qasim Yahya Mahdi 'Abd al-Rimi, f) Abu Hurayah al-Sana'ai, g) Abu 'Ammar). Adres: Jemen. Geboortedatum: 5.6.1978. Geboorteplaats: Sana'a, Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: 00344994 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 3 juli 1999). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 11.5.2010.” wordt vervangen door:

„Qasim Mohamed Mahdi al-Rimi (ook bekend als a) Qasim Al-Rimi, b) Qasim al-Raymi, c) Qassim al-Raymi, d) Qasim al-Rami, e) Qasim Mohammed Mahdi Al Remi f) Qassim Mohammad Mahdi Al Rimi, g) Qasim Yahya Mahdi 'Abd al-Rimi, h) Abu Hurayrah al-Sana'ai, i) Abu 'Ammar, j) Abu Hurayrah). Adres: Jemen. Geboortedatum: 5.6.1978. Geboorteplaats: dorp Raymah, gouvernement Sana'a, Jemen. Nationaliteit: Jemenitisch. Paspoortnummer: a) 00344994 (Jemenitisch paspoort afgegeven op 3.7.1999 in Sana'a); b) 973406 (Jemenitische identiteitskaart afgegeven op 3.7.1996). Overige informatie: naam moeder: Fatima Muthanna Yahya. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 11.5.2010.”

(2)

De volgende vermelding op de lijst „Rechtspersonen, groepen en entiteiten” wordt als volgt vervangen:

„Al-Qa'ida in the Arabian Peninsula (ook bekend als a) AQAP, b) Al-Qa'ida of Jihad Organization in the Arabian Peninsula, c) Tanzim Qa'idat al-Jihad fi Jazirat al-'Arab, d) Al-Qa'ida Organization in the Arabian Peninsula, e) Al-Qa'ida in the South Arabian Peninsula, f) Ansar al-Shari'a, g) AAS, h) Al-Qa'ida in Yemen, i) AQY). Overige informatie: a) locatie: Jemen of Saudi-Arabië (2004-2006), b) opgericht in januari 2009 toen Al-Qa'ida in Jemen samensmolt met de activisten van Al Qa'ida in Saudi-Arabië, c) de leider van AQAP is Nasir 'abd-al-Karim 'Abdullah Al-Wahishi, d) Ansar al-Shari'a werd begin 2011 door AQAP opgericht en heeft talrijke aanvallen in Jemen opgeëist tegen regerings- en civiele doelen. Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 2 bis, lid 4, onder b): 19.1.2010.” wordt vervangen door:

„Al-Qa'ida in the Arabian Peninsula (ook bekend als a) AQAP, b) Al-Qa'ida of Jihad Organization in the Arabian Peninsula, c) Tanzim Qa'idat al-Jihad fi Jazirat al-'Arab, d) Al-Qa'ida Organization in the Arabian Peninsula, e) Al-Qa'ida in the South Arabian Peninsula, f) Ansar al-Shari'a, g) AAS, h) Al-Qa'ida in Yemen, i) AQY). Overige informatie: Locatie: Jemen of Saudi-Arabië (2004-2006). Datum van aanwijzing bedoeld in artikel 7 quinquies, lid 2, onder i): 19.1.2010.”


1.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 177/7


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1064 VAN DE COMMISSIE

van 30 juni 2016

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 30 juni 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

128,2

ZZ

128,2

0709 93 10

TR

135,6

ZZ

135,6

0805 50 10

AR

171,1

CL

198,5

MA

174,9

UY

133,2

ZA

173,5

ZZ

170,2

0808 10 80

AR

116,4

BR

101,9

CL

139,1

CN

133,6

NZ

141,3

US

161,9

UY

67,7

ZA

111,2

ZZ

121,6

0809 10 00

TR

225,4

ZZ

225,4

0809 29 00

TR

350,8

ZZ

350,8

0809 30 10 , 0809 30 90

TR

124,7

ZZ

124,7

0809 40 05

TR

148,6

ZZ

148,6


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


RICHTLIJNEN

1.7.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 177/9


RICHTLIJN (EU) 2016/1065 VAN DE RAAD

van 27 juni 2016

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de behandeling van vouchers betreft

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2006/112/EG van de Raad (3) zijn regels vastgesteld met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de levering van goederen en diensten, de maatstaf van heffing, de verschuldigdheid van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) en het recht op aftrek. Deze regels zijn evenwel onvoldoende duidelijk of uitgebreid om een consistente btw-behandeling van handelingen met vouchers te garanderen, hetgeen ongewenste gevolgen heeft voor het goede functioneren van de interne markt.

(2)

Teneinde een duidelijke en uniforme behandeling te garanderen, het beginsel in acht te nemen dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, en om inconsistenties, verstoring van de mededinging, dubbele heffing of niet-heffing te voorkomen en het risico van belastingontwijking te beperken, dienen er specifieke regels te worden vastgesteld voor de btw-behandeling van vouchers.

(3)

Gezien de nieuwe regels aangaande de plaats van levering voor diensten op het gebied van telecommunicatie, radio- en televisieomroepen en elektronisch aangeleverde diensten, die met ingang van 1 januari 2015 van toepassing zijn, moet er een gemeenschappelijke oplossing komen voor vouchers, opdat er geen discrepanties ontstaan inzake vouchers die tussen lidstaten worden geleverd. Te dien einde is het van essentieel belang dat regels worden vastgesteld ter verduidelijking van de btw-behandeling van vouchers.

(4)

Deze regels dienen uitsluitend gericht te zijn op vouchers die voor goederen of diensten kunnen worden ingewisseld. Instrumenten die de houder het recht geven op een korting bij de aankoop van goederen of diensten, maar geen recht op het ontvangen van zulke goederen of diensten, dienen evenwel niet onder deze regels te vallen.

(5)

De bepalingen betreffende vouchers mogen niet leiden tot wijzigingen in de btw-behandeling van vervoerbewijzen, toegangskaartjes voor bioscopen en musea, postzegels en dergelijke.

(6)

Om duidelijk te maken wat voor btw-doeleinden onder een voucher wordt verstaan en wat vouchers van betaalmiddelen onderscheidt, is het nodig om vouchers, die een fysieke of elektronische vorm kunnen aannemen, te definiëren en de inherente kenmerken ervan te onderkennen, en dan vooral de aard van het in een voucher belichaamde recht en de verplichting om de voucher als tegenprestatie voor een goederenlevering of een dienst te aanvaarden.

(7)

De btw-behandeling van handelingen waarbij gebruik wordt gemaakt van vouchers, hangt af van de specifieke kenmerken van de voucher. Daarom moet een onderscheid worden gemaakt tussen de diverse soorten vouchers en moeten de onderscheidende kenmerken worden vastgelegd in Uniewetgeving.

(8)

Indien de aan de onderliggende goederenlevering of dienstverrichting toe te rekenen btw-behandeling reeds op het tijdstip van uitgifte van een voucher voor enkelvoudig gebruik met zekerheid kan worden bepaald, dient de btw geheven te worden bij iedere overdracht, daaronder begrepen de uitgifte van de voucher voor enkelvoudig gebruik. De feitelijke overhandiging van de goederen of de feitelijke verrichting van de diensten in ruil voor een voucher voor enkelvoudig gebruik mag niet als een zelfstandige handeling worden beschouwd. Voor vouchers voor meervoudig gebruik moet worden verduidelijkt dat de btw verschuldigd wordt op het tijdstip van de goederenlevering of de dienstverrichting waarop de voucher betrekking heeft. Een aan dat tijdstip voorafgaande overdracht van vouchers voor meervoudig gebruik dient derhalve niet aan btw-heffing te worden onderworpen.

(9)

Bij vouchers voor enkelvoudig gebruik die op het tijdstip van overdracht aan belasting kunnen worden onderworpen, ook bij de uitgifte van een voucher voor enkelvoudig gebruik door een belastingplichtige die in eigen naam handelt, wordt elke overdracht, ook die bij uitgifte van de voucher, geacht de verrichting van de goederenlevering of dienst in te houden waarop de voucher voor enkelvoudig gebruik betrekking heeft. Die belastingplichtige is in dergelijke gevallen overeenkomstig artikel 73 van Richtlijn 2006/112/EG btw verschuldigd over de voor de voucher voor enkelvoudig gebruik ontvangen tegenprestatie. Indien de vouchers voor enkelvoudig gebruik daarentegen uitgegeven of verspreid worden door een belastingplichtige die in naam van een andere persoon handelt, wordt die belastingplichtige niet geacht aan de onderliggende goederenlevering of dienstverrichting deel te nemen.

(10)

Alleen de tussenliggende of afzonderlijke dienstverrichtingen, zoals verspreidings- of promotiediensten, worden aan btw onderworpen. Dat betekent dat indien een belastingplichtige die niet in eigen naam handelt bij de overdracht van de voucher een afzonderlijke tegenprestatie ontvangt, die tegenprestatie belastbaar moet zijn volgens de normale btw-regelingen.

(11)

Om er zeker van te zijn dat het te betalen btw-bedrag correct is bepaald met betrekking tot vouchers voor meervoudig gebruik, waarbij de btw over de onderliggende goederen of diensten pas verschuldigd wordt bij de inwisseling van de voucher, dient de verrichter van de goederenlevering of dienst, onverminderd artikel 73 van Richtlijn 2006/112/EG, de btw te voldoen naar rato van de tegenprestatie die voor de voucher voor meervoudig gebruik is betaald. Bij ontstentenis van dergelijke informatie dient de maatstaf van heffing gelijk te zijn aan de monetaire waarde die op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijbehorende documentatie wordt vermeld, verminderd met het bedrag van de btw over de geleverde goederen of de verrichte diensten. Indien een voucher voor meervoudig gebruik gedeeltelijk voor geleverde goederen of verrichte diensten wordt gebruikt, dient de maatstaf van heffing gelijk te zijn aan het overeenkomstig deel van de tegenprestatie of de monetaire waarde, verminderd met het bedrag van de btw over de geleverde goederen of de verrichte diensten.

(12)

De bepalingen van deze richtlijn hebben geen betrekking op situaties waarin een voucher voor meervoudig gebruik niet door de eindverbruiker wordt ingewisseld tijdens de geldigheidsperiode ervan en de voor deze voucher ontvangen tegenprestatie door de verkoper wordt gehouden.

(13)

Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de vereenvoudiging, modernisering en harmonisering van de btw-regels voor vouchers, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter op het niveau van de Unie kunnen worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(14)

Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken van 28 september 2011 hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van een of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(15)

De bepalingen inzake de btw-behandeling van vouchers moeten alleen gelden voor vouchers die na 31 december 2018 zijn uitgegeven en dienen de geldigheid van de eerder door de lidstaten vastgestelde wetgeving en uitlegging onverlet te laten.

(16)

Richtlijn 2006/112/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2006/112/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

In titel IV wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:

„HOOFDSTUK 5

Gemeenschappelijke bepalingen voor de hoofdstukken 1 en 3

Artikel 30 bis

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1)   „voucher”: een instrument ten aanzien waarvan de verplichting bestaat dat instrument als tegenprestatie of gedeeltelijke tegenprestatie voor goederenleveringen of diensten te aanvaarden en waarbij de te verrichten goederenleveringen of diensten, of de identiteit van de potentiële verrichters ervan, vermeld staan op het instrument zelf of in de bijbehorende documentatie, inclusief de voorwaarden voor het gebruik van het instrument.

2)   „voucher voor enkelvoudig gebruik”: een voucher waarbij de plaats van de goederenlevering of dienstverrichting waarop de voucher betrekking heeft, alsmede het bedrag van de over die goederen of diensten verschuldigde btw, bekend zijn op het tijdstip van uitgifte van de voucher.

3)   „voucher voor meervoudig gebruik”: alle vouchers, uitgezonderd vouchers voor enkelvoudig gebruik.

Artikel 30 ter

1.   Iedere overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik door een belastingplichtige die in eigen naam handelt, wordt beschouwd als een levering van de goederen respectievelijk de verrichting van de diensten waarop de voucher betrekking heeft. De feitelijke overhandiging van de goederen of de feitelijke dienstverrichting, in ruil voor een door de verrichter van de goederenlevering of dienst als volledige of gedeeltelijke tegenprestatie aanvaarde voucher voor enkelvoudig gebruik, wordt niet als een zelfstandige handeling beschouwd.

Indien de overdracht van een voucher voor enkelvoudig gebruik wordt verricht door een belastingplichtige die in naam van een andere belastingplichtige handelt, wordt die overdracht beschouwd als de levering van de goederen respectievelijk de verrichting van de diensten waarop de voucher betrekking heeft door de andere belastingplichtige in wiens naam de belastingplichtige handelt.

Indien de verrichter van de goederenlevering of dienst niet de belastingplichtige is die, handelend in eigen naam, de voucher voor enkelvoudig gebruik heeft uitgegeven, wordt die verrichter met betrekking tot die voucher evenwel geacht de goederenlevering aan of dienst ten behoeve van die belastingplichtige te hebben verricht.

2.   De feitelijke overhandiging van de goederen of de feitelijke verrichting van de diensten in ruil voor een door de verrichter van de goederenlevering of dienst als volledige of gedeeltelijke tegenprestatie aanvaarde voucher voor meervoudig gebruik, is overeenkomstig artikel 2 aan btw onderworpen, terwijl iedere voorafgaande overdracht van deze voucher voor meervoudig gebruik niet aan btw onderworpen is.

Indien de voucher voor meervoudig gebruik wordt overgedragen door een belastingplichtige die niet de belastingplichtige is die overeenkomstig de eerste alinea de aan btw onderworpen handeling verricht, zijn alle vormen van dienstverrichting, zoals verspreidings- of promotiediensten, onderworpen aan btw.”.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 73 bis

Onverminderd artikel 73 is de maatstaf van heffing voor de met betrekking tot een voucher voor meervoudig gebruik verrichte goederenlevering of dienst gelijk aan de tegenprestatie die betaald is voor de voucher of, bij ontstentenis van informatie over die tegenprestatie, de op de voucher voor meervoudig gebruik zelf of in de bijbehorende documentatie vermelde monetaire waarde, verminderd met het btw-bedrag over de geleverde goederen of de verrichte diensten.”.

3)

In titel XV wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:

„HOOFDSTUK 2 bis

Overgangsmaatregelen voor de toepassing van nieuwe wetgeving

Artikel 410 bis

De artikelen 30 bis, 30 ter en 73 bis zijn enkel van toepassing op vouchers die na 31 december 2018 zijn uitgegeven.

Artikel 410 ter

Uiterlijk op 31 december 2022 legt de Commissie, op basis van door de lidstaten verstrekte gegevens, aan het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag voor over de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn wat betreft de btw-behandeling van vouchers, met bijzondere aandacht voor de definitie van vouchers, de btw-regels met betrekking tot de heffing op vouchers in de distributieketen en niet-ingewisselde vouchers, in voorkomend geval vergezeld van een passend voorstel tot wijziging van de betrokken regels.”.

Artikel 2

1.   De lidstaten stellen uiterlijk op 31 december 2018 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast en maken deze bekend teneinde aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2019.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Luxemburg, 27 juni 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

M.H.P. VAN DAM


(1)   PB C 45 van 5.2.2016, blz. 173.

(2)   PB C 11 van 15.1.2013, blz. 27.

(3)  Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).