ISSN 1977-0758

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 149

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

59e jaargang
7 juni 2016


Inhoud

 

II   Niet-wetgevingshandelingen

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EU) 2016/888 van de Raad van 6 juni 2016 tot wijziging van Verordening (EU) 2015/323 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds wat betreft de betaling van de tranches

1

 

 

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/889 van de Commissie van 6 juni 2016 tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

4

 

 

BESLUITEN

 

*

Besluit (GBVB) 2016/890 van de Raad van 6 juni 2016 tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

6

 

 

Rectificaties

 

*

Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1071/2014 van de Commissie van 10 oktober 2014 inzake uitzonderlijke steunmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië ( PB L 295 van 11.10.2014 )

8

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


II Niet-wetgevingshandelingen

VERORDENINGEN

7.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 149/1


VERORDENING (EU) 2016/888 VAN DE RAAD

van 6 juni 2016

tot wijziging van Verordening (EU) 2015/323 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds wat betreft de betaling van de tranches

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Europese Unie binnen het meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020, overeenkomstig de ACS-EU-partnerschapsovereenkomst, en betreffende de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn (1) (hierna „het Intern Akkoord” genoemd), en met name artikel 10, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van de Europese Rekenkamer (2),

Gezien het advies van de Europese Investeringsbank,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank heeft op 5 juni 2014 een besluit (3) aangenomen, dat voorziet in negatieve rente en een overeenkomstige betalingsverplichting van de deposant aan de betrokken nationale centrale bank (NCB), met inbegrip van het recht van die NCB om de betrokken depositorekening voor dat bedrag te debiteren. Andere NCB's bij welke overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) 2015/323 van de Raad (4) middelen voor het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) moeten worden aangehouden, hebben besluiten van dezelfde strekking aangenomen.

(2)

In artikel 22, lid 3, van Verordening (EU) 2015/323 is bepaald dat de EOF-bijdrage door elke lidstaat wordt gestort op een speciale rekening die onder de benaming „Europese Commissie — Europees Ontwikkelingsfonds” bij de centrale bank van de betrokken lidstaat of bij de door hem aangewezen financiële instelling is geopend.

(3)

Voor deze speciale rekeningen die door de lidstaten op naam van de Commissie zijn geopend om de bijdragen aan het EOF te ontvangen mogen geen kosten en rente in rekening worden gebracht totdat zij worden gebruikt voor betalingen, waarmee wordt voorkomen dat middelen verloren gaan voor het budget van het EOF. Het berekenen van kosten of negatieve rente zou leiden tot minder middelen voor de begroting van het EOF en tot een ongelijke behandeling van de lidstaten. Daarom moeten de lidstaten in geval van negatieve rente op EOF-rekeningen een bedrag crediteren dat gelijk is aan het bedrag van de negatieve rente. Aangezien sommige lidstaten niet over de mogelijkheid beschikken om de financiële gevolgen te vermijden van de verplichting dergelijke bedragen van negatieve rente te crediteren op de EOF-rekeningen, dient de Commissie, wanneer zij in haar betalingsbehoeften voorziet, deze gevolgen te beperken door bij voorrang de op de betrokken rekeningen gecrediteerde sommen te gebruiken.

(4)

Verordening (EU) 2015/323 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 22 van Verordening (EU) 2015/323 wordt vervangen door:

„Artikel 22

Betaling van de tranches

1.   Bij de verzoeken om bijdragen worden eerst in chronologische volgorde de bedragen opgebruikt voor eerdere Europese Ontwikkelingsfondsen.

2.   De bijdragen van de lidstaten luiden in euro en worden betaald in euro.

3.   De in artikel 21, lid 7, onder a), bedoelde bijdrage wordt door elke lidstaat gestort op een speciale rekening die onder de benaming „Europese Commissie — Europees Ontwikkelingsfonds” bij de centrale bank van de betrokken lidstaat of bij de door hem aangewezen financiële instelling is geopend. Deze bijdragen blijven op die speciale rekeningen totdat de betalingen moeten worden uitgevoerd.

4.   De in lid 3 bedoelde rekening wordt gevrijwaard tegen kosten of rente.

5.   In geval van negatieve rente op de in lid 3 bedoelde rekening stort de betrokken lidstaat ten laatste op de datum van betaling van elke tranche als bedoeld in artikel 21 een bedrag dat overeenkomt met het bedrag van die negatieve rente, als berekend tot op de eerste dag van de maand voorafgaand aan de betaling van de tranche.

6.   Onverminderd lid 7 tracht de Commissie de bedragen van de speciale rekeningen zodanig op te nemen dat de verdeling van de tegoeden op deze rekeningen overeenkomstig de verdeelsleutel van artikel 1, lid 2, onder a), van het Intern Akkoord gehandhaafd blijft.

7.   Wanneer zij overeenkomstig lid 3 voorziet in de behoeften aan kasmiddelen voor het EOF, streeft de Commissie ernaar de gevolgen te beperken van de verplichting van de lidstaten om bedragen van negatieve rente te crediteren krachtens lid 5 door bij voorrang de op de betrokken rekeningen gecrediteerde sommen te gebruiken.

8.   De in artikel 21, lid 7, onder b), bedoelde bijdrage wordt door elke lidstaat gestort in overeenstemming met artikel 53, lid 1.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 6 juni 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

H.G.J. KAMP


(1)   PB L 210 van 6.8.2013, blz. 1.

(2)   PB C 5 van 8.1.2016, blz. 6.

(3)  Besluit ECB/2014/23 van de Europese Centrale Bank van 5 juni 2014 betreffende de vergoeding van deposito's, tegoeden en bezit van overtollige reserves (PB L 168 van 7.6.2014, blz. 115).

(4)  Verordening (EU) 2015/323 van de Raad van 2 maart 2015 inzake het financieel reglement van toepassing op het 11e Europees Ontwikkelingsfonds (PB L 58 van 3.3.2015, blz. 17).


7.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 149/4


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/889 VAN DE COMMISSIE

van 6 juni 2016

tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),

Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 6 juni 2016.

Voor de Commissie,

namens de voorzitter,

Jerzy PLEWA

Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling


(1)   PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

(2)   PB L 157 van 15.6.2011, blz. 1.


BIJLAGE

Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

IL

259,4

MA

125,8

TR

66,0

ZZ

150,4

0709 93 10

TR

130,1

ZZ

130,1

0805 50 10

AR

186,6

MA

160,2

TR

75,0

ZA

189,0

ZZ

152,7

0808 10 80

AR

121,1

BR

114,8

CL

131,0

CN

102,3

NZ

153,4

PE

111,0

US

168,9

UY

107,2

ZA

125,8

ZZ

126,2

0809 10 00

TR

257,1

ZZ

257,1

0809 29 00

TR

564,8

US

721,3

ZZ

643,1


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.


BESLUITEN

7.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 149/6


BESLUIT (GBVB) 2016/890 VAN DE RAAD

van 6 juni 2016

tot wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 15 april 2014 Besluit 2014/219/GBVB (1) betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) vastgesteld.

(2)

De Raad heeft op 18 januari 2016 Besluit (GBVB) 2016/50 (2) vastgesteld, waarbij EUCAP Sahel Mali een financieel referentiebedrag wordt toegekend voor de periode tot en met 14 januari 2017.

(3)

EUCAP Sahel Mali moet krachtiger veiligheidsmaatregelen nemen en het aantal personeelsleden van de missie moet worden aangepast.

(4)

Besluit 2014/219/GBVB moet worden gewijzigd om het referentiebedrag van EUCAP Sahel Mali aan te passen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In artikel 14 van Besluit 2014/219/GBVB wordt lid 1 vervangen door:

„Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 april 2014 tot en met 14 januari 2015 bedraagt 5 500 000 EUR. Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2015 tot en met 14 januari 2016 bedraagt 11 400 000 EUR. Het financiële referentiebedrag ter dekking van de uitgaven in verband met EUCAP Sahel Mali voor de periode van 15 januari 2016 tot en met 14 januari 2017 bedraagt 19 775 000 EUR. Het financieel referentiebedrag voor de daaropvolgende periode wordt door de Raad vastgesteld.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 6 juni 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

H.G.J. KAMP


(1)  Besluit 2014/219/GBVB van 15 april 2014 betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 113 van 16.4.2014, blz. 21).

(2)  Besluit (GBVB) 2016/50 van 18 januari 2016 houdende wijziging van Besluit 2014/219/GBVB betreffende de GVDB-missie van de Europese Unie in Mali (EUCAP Sahel Mali) (PB L 12 van 19.1.2016, blz. 48).


Rectificaties

7.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 149/8


Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1071/2014 van de Commissie van 10 oktober 2014 inzake uitzonderlijke steunmaatregelen voor de sectoren eieren en pluimveevlees in Italië

( Publicatieblad van de Europese Unie L 295 van 11 oktober 2014 )

Bladzijde 53, artikel 1, derde alinea, onder g), vii) tot en met xi):

in plaats van:

„vii)

0,3041 EUR per m2 per week voor raskippen voor ten hoogste 7 000 m2 en voor ten hoogste 17 031,17 EUR;

viii)

0,04 EUR per kuiken van een scharrelkip per week voor ten hoogste 326 450 kuikens en voor ten hoogste 81 743,18 EUR;

ix)

0,032 EUR per kuiken van een kooikip per week voor ten hoogste 100 000 kuikens en voor ten hoogste 14 176 EUR;

x)

0,092 EUR per kooikip per week voor ten hoogste 649 440 kuikens en voor ten hoogste 2 415 631,05 EUR;

xi)

0,116 EUR per scharrelkip per week voor ten hoogste 1 067 300 stuks en voor ten hoogste 3 219 212,86 EUR;”,

lezen:

„vii)

0,3041 EUR per m2 per week voor rasleghennen voor ten hoogste 7 000 m2 en voor ten hoogste 17 031,17 EUR;

viii)

0,04 EUR per kuiken van een scharrelleghen per week voor ten hoogste 326 450 kuikens en voor ten hoogste 81 743,18 EUR;

ix)

0,032 EUR per kuiken van een kooileghen per week voor ten hoogste 100 000 kuikens en voor ten hoogste 14 176 EUR;

x)

0,092 EUR per kooileghen per week voor ten hoogste 649 440 stuks en voor ten hoogste 2 415 631,05 EUR;

xi)

0,116 EUR per scharrelleghen per week voor ten hoogste 1 067 300 stuks en voor ten hoogste 3 219 212,86 EUR;”.