|
ISSN 1977-0758 |
||
|
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95 |
|
|
||
|
Uitgave in de Nederlandse taal |
Wetgeving |
59e jaargang |
|
|
|
Rectificaties |
|
|
|
* |
||
|
|
* |
|
|
|
|
|
(1) Voor de EER relevante tekst |
|
NL |
Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben. Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten. |
II Niet-wetgevingshandelingen
VERORDENINGEN
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/548 VAN DE COMMISSIE
van 8 april 2016
tot goedkeuring van de basisstof diammoniumfosfaat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 23, lid 5, in samenhang met artikel 13, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 29 september 2014 heeft de Commissie overeenkomstig artikel 23, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Institut Technique de l'Agriculture Biologique (ITAB) een goedkeuringsaanvraag ontvangen voor de stof diammoniumfosfaat als basisstof. De aanvraag ging vergezeld van de in artikel 23, lid 3, tweede alinea, voorgeschreven informatie. |
|
(2) |
De Commissie heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gevraagd wetenschappelijke bijstand te verlenen. Op 6 oktober 2015 heeft de EFSA een technisch verslag over de betrokken stof bij de Commissie ingediend (2). Op 11 december 2015 heeft de Commissie het evaluatieverslag (3) en het ontwerp van deze verordening aan het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders voorgelegd en een definitieve versie hiervan opgesteld voor de bijeenkomst van dit comité op 8 maart 2016. |
|
(3) |
Diammoniumfosfaat is bij Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie (4) toegelaten voor gebruik in de oenologie. |
|
(4) |
Uit de door de aanvrager verstrekte documentatie blijkt dat diammoniumfosfaat niet voornamelijk voor gewasbeschermingsdoeleinden wordt gebruikt, maar niettemin nuttig is op het gebied van gewasbescherming in een product dat bestaat uit de stof en water. |
|
(5) |
Uit de verrichte onderzoeken is gebleken dat mag worden verwacht dat diammoniumfosfaat in het algemeen zal voldoen aan de voorschriften van artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1107/2009, met name voor de toepassingen die zijn onderzocht en in het evaluatieverslag van de Commissie zijn opgenomen. Daarom moet de stof diammoniumfosfaat worden goedgekeurd als basisstof. |
|
(6) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 2, in samenhang met artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en in het licht van de huidige wetenschappelijke en technische kennis moeten aan de goedkeuring echter bepaalde voorwaarden worden verbonden, die zijn opgenomen in bijlage I bij deze verordening. |
|
(7) |
Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 moet de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (5) dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Goedkeuring van een basisstof
De stof diammoniumfosfaat, als gespecificeerd in bijlage I, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden goedgekeurd als basisstof.
Artikel 2
Wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 april 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) EFSA (Europese Autoriteit voor voedselveiligheid), 2015. Technical report on the outcome of the consultation with Member States and EFSA on the basic substance application for diammonium phosphate for use in plant protection as a non-lethal food attractant for fruit flies. EFSA supporting publication 2015:EN-873, 34 blz.
(3) http://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/public/?event=activesubstance.selection&language=NL
(4) Verordening (EG) nr. 606/2009 van de Commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen (PB L 193 van 24.7.2009, blz. 1).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
BIJLAGE I
|
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-naam |
Zuiverheid (1) |
Datum van goedkeuring |
Specifieke bepalingen |
|
Diammoniumfosfaat CAS-nr.: 7783-28-0 |
Diammoniumhydrogeenorthofosfaat |
Oenologische kwaliteit |
29 april 2016 |
Diammoniumfosfaat mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over diammoniumfosfaat (SANTE/12351/2015), met name de aanhangsels I en II. |
(1) Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.
BIJLAGE II
Aan deel C van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
Nummer |
Benaming, identificatienummers |
IUPAC-naam |
Zuiverheid (*1) |
Datum van goedkeuring |
Specifieke bepalingen |
|
„11 |
Diammoniumfosfaat CAS-nr.: 7783-28-0 |
Diammoniumhydrogeenorthofosfaat |
Oenologische kwaliteit |
29 april 2016 |
Diammoniumfosfaat mag worden gebruikt overeenkomstig de specifieke voorwaarden in de conclusies van het evaluatieverslag over diammoniumfosfaat (SANTE/12351/2015), met name de aanhangsels I en II.” |
(*1) Het evaluatieverslag bevat nadere gegevens over de identiteit, de specificatie en de wijze van gebruik van de basisstof.
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/4 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/549 VAN DE COMMISSIE
van 8 april 2016
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen bentazon, cyhalofop-butyl, diquat, famoxadone, flumioxazine, DPX KE 459 (flupyrsulfuron methyl), metalaxyl-M, picolinafen, prosulfuron, pymetrozine, thiabendazole en thifensulfuron-methyl
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (1), en met name artikel 17, eerste alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (2) zijn de werkzame stoffen opgenomen die worden geacht krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009 te zijn goedgekeurd. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1885 van de Commissie (3) is de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen bentazon, cyhalofop-butyl, diquat, famoxadone, flumioxazine, DPX KE 459 (flupyrsulfuron methyl), metalaxyl-M, picolinafen, prosulfuron, pymetrozine, thiabendazole en thifensulfuron-methyl verlengd. De goedkeuring van die stoffen vervalt op 30 juni 2016. De aanvragen voor de verlenging van de opneming van die stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad (4) zijn ingediend in overeenstemming met artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1141/2010 van de Commissie (5). |
|
(3) |
Aangezien de beoordeling van de stoffen is uitgesteld om redenen die de aanvragers niet verwijtbaar zijn, zal de goedkeuring van die werkzame stoffen waarschijnlijk vervallen voordat een besluit over de verlenging ervan is genomen. Daarom moet de geldigheidsduur voor die stoffen worden verlengd. |
|
(4) |
Gezien het doel van artikel 17, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 zal de Commissie, in gevallen waarin zij bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van een in de bijlage bij deze verordening genoemde werkzame stof niet wordt verlengd omdat niet aan de criteria voor goedkeuring is voldaan, de vervaldatum vaststellen op dezelfde datum als vóór deze verordening of, indien dat later is, op de datum van inwerkingtreding van de verordening waarbij wordt bepaald dat de goedkeuring van de werkzame stof niet wordt verlengd. In gevallen waarin de Commissie bij verordening bepaalt dat de goedkeuring van een in de bijlage bij deze verordening genoemde werkzame stof wordt verlengd, zal de Commissie, wanneer dit aangewezen is, trachten om de vroegst mogelijke toepassingsdatum vast te stellen. |
|
(5) |
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 april 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie van 25 mei 2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de lijst van goedgekeurde werkzame stoffen betreft (PB L 153 van 11.6.2011, blz. 1).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1885 van de Commissie van 20 oktober 2015 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 2,4-D, acibenzolar-s-methyl, amitrol, bentazon, cyhalofop-butyl, diquat, esfenvaleraat, famoxadone, flumioxazine, DPX KE 459 (flupyrsulfuron methyl), glyfosaat, iprovalicarb, isoproturon, lambda-cyhalothrin, metalaxyl-M, metsulfuronmethyl, picolinafen, prosulfuron, pymetrozine, pyraflufen-ethyl, thiabendazole, thifensulfuron-methyl en triasulfuron (PB L 276 van 21.10.2015, blz. 48).
(4) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).
(5) Verordening (EU) nr. 1141/2010 van de Commissie van 7 december 2010 tot vaststelling van de procedure voor de verlenging van de opneming van een tweede groep werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en tot opstelling van de lijst van die stoffen (PB L 322 van 8.12.2010, blz. 10).
BIJLAGE
Deel A van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 11, bentazon, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
2) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 15, diquat, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
3) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 17, thiabendazole, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
4) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 19, DPX KE 459 (flupyrsulfuron methyl), wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
5) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 23, pymetrozine, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
6) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 26, thifensulfuron-methyl, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
7) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 31, prosulfuron, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
8) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 34, cyhalofop-butyl, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
9) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 35, famoxadone, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
10) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 37, metalaxyl-M, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
11) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 38, picolinafen, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
12) |
In de zesde kolom, geldigheidsduur, van rij 39, flumioxazine, wordt de datum „30 juni 2016” vervangen door „30 juni 2017”. |
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/7 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/550 VAN DE COMMISSIE
van 8 april 2016
tot vaststelling van de forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1),
Gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (2), en met name artikel 136, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 zijn, op grond van de resultaten van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguayronde, de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de perioden die in bijlage XVI, deel A, bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt. |
|
(2) |
De forfaitaire invoerwaarde wordt elke dag berekend overeenkomstig artikel 136, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, met inachtneming van de variabele gegevens voor die dag. Bijgevolg moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in artikel 136 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld in de bijlage bij de onderhavige verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 8 april 2016.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Jerzy PLEWA
Directeur-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
BIJLAGE
Forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijs van bepaalde groenten en fruit
|
(EUR/100 kg) |
||
|
GN-code |
Code derde landen (1) |
Forfaitaire invoerwaarde |
|
0702 00 00 |
IL |
268,0 |
|
MA |
88,2 |
|
|
SN |
164,2 |
|
|
TR |
103,7 |
|
|
ZZ |
156,0 |
|
|
0707 00 05 |
MA |
79,9 |
|
TR |
125,1 |
|
|
ZZ |
102,5 |
|
|
0709 93 10 |
MA |
90,1 |
|
TR |
143,3 |
|
|
ZZ |
116,7 |
|
|
0805 10 20 |
EG |
49,8 |
|
IL |
69,5 |
|
|
MA |
54,7 |
|
|
TN |
71,4 |
|
|
TR |
44,6 |
|
|
ZA |
51,4 |
|
|
ZZ |
56,9 |
|
|
0805 50 10 |
MA |
91,9 |
|
TR |
65,0 |
|
|
ZZ |
78,5 |
|
|
0808 10 80 |
AR |
86,1 |
|
BR |
110,5 |
|
|
CL |
113,0 |
|
|
US |
162,4 |
|
|
ZA |
85,3 |
|
|
ZZ |
111,5 |
|
|
0808 30 90 |
AR |
105,4 |
|
CL |
135,3 |
|
|
CN |
66,8 |
|
|
ZA |
113,8 |
|
|
ZZ |
105,3 |
|
(1) Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1106/2012 van de Commissie van 27 november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen, wat de bijwerking van de nomenclatuur van landen en gebieden betreft (PB L 328 van 28.11.2012, blz. 7). De code „ZZ” staat voor „overige oorsprong”.
BESLUITEN
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/9 |
BESLUIT (EU) 2016/551 VAN DE RAAD
van 23 maart 2016
tot vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Unie in het Gemengd Comité overname moet worden ingenomen over een besluit van het Gemengd Comité overname inzake uitvoeringsregelingen voor de toepassing vanaf 1 juni 2016 van de artikelen 4 en 6 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 3, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven („de overeenkomst”), werd gesloten bij Besluit 2014/252/EU van de Raad (1) en trad op 1 oktober 2014 in werking. Volgens artikel 24, lid 3, van de overeenkomst dienen de verplichtingen van de artikelen 4 en 6 van de overeenkomst, inzake de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen, vanaf 1 oktober 2017 van toepassing te worden. |
|
(2) |
De Unie en Turkije verklaarden op de topontmoeting van 29 november 2015 het erover eens te zijn dat de overeenkomst vanaf 1 juni 2016 volledig van toepassing dient te zijn. |
|
(3) |
Artikel 19, lid 1, onder b), van de overeenkomst bepaalt dat het Gemengd Comité overname een besluit neemt inzake uitvoeringsregelingen die nodig zijn voor de uniforme toepassing van deze overeenkomst. Het zou dan ook passend zijn om bij een besluit van het Gemengd Comité overname de uitvoeringsregelingen vast te stellen die nodig zijn om de verplichtingen krachtens de artikelen 4 en 6 al vanaf 1 juni 2016 toe te passen. |
|
(4) |
De overeenkomst is bindend voor het Verenigd Koninkrijk en het Verenigd Koninkrijk neemt bijgevolg deel aan de vaststelling van dit besluit. |
|
(5) |
De overeenkomst is bindend voor noch van toepassing op Ierland en Ierland neemt bijgevolg niet deel aan de vaststelling van dit besluit. |
|
(6) |
De overeenkomst is bindend voor noch van toepassing op Denemarken en Denemarken neemt bijgevolg niet deel aan de vaststelling van dit besluit. |
|
(7) |
Het is derhalve nodig om het standpunt vast te stellen dat in het Gemengd Comité overname namens de Unie moet worden ingenomen inzake een besluit van voornoemd comité over uitvoeringsregelingen voor de toepassing van de artikelen 4 en 6 vanaf 1 juni 2016, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het in het Gemengd Comité overname EU-Turkije namens de Unie in te nemen standpunt inzake een besluit van voornoemd comité over uitvoeringsregelingen voor de toepassing van de artikelen 4 en 6 van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven vanaf 1 juni 2016, wordt gebaseerd op het aan het onderhavige besluit gehechte ontwerpbesluit van ditzelfde comité.
Kleinere wijzigingen van dat ontwerpbesluit kunnen zonder verder besluit van de Raad worden aanvaard.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 23 maart 2016.
Voor de Raad
De voorzitter
A.G. KOENDERS
(1) Besluit 2014/252/EU van de Raad van 14 april 2014 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven (PB L 134 van 7.5.2014, blz. 1).
ONTWERP
BESLUIT Nr. 2/2016 VAN HET GEMENGD COMITÉ OVERNAME INGESTELD BIJ DE OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE REPUBLIEK TURKIJE INZAKE DE OVERNAME VAN PERSONEN DIE ZONDER VERGUNNING OP HET GRONDGEBIED VERBLIJVEN
van …
over de uitvoeringsregelingen waardoor de artikelen 4 en 6 van de overeenkomst vanaf 1 juni 2016 van toepassing zijn
HET COMITÉ,
Gelet op de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, en met name artikel 19, lid 1, onder b),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Turkije inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven („de overeenkomst”) trad op 1 oktober 2014 in werking. |
|
(2) |
In artikel 24, lid 3, van de overeenkomst is bepaald dat de verplichtingen inzake de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen als bepaald bij de artikelen 4 en 6 van de overeenkomst pas drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst van toepassing worden. |
|
(3) |
Op de topontmoeting EU-Turkije van 29 november 2015 zijn beide partijen het erover eens geworden dat de overnameovereenkomst vanaf juni 2016 volledig van toepassing moet zijn, |
BESLUIT DE VOLGENDE UITVOERINGSREGELING VAST TE STELLEN:
Artikel 1
De verplichtingen van de artikelen 4 en 6 van de overeenkomst, inzake de overname van onderdanen van derde landen en staatlozen, zijn vanaf 1 juni 2016 van toepassing.
Artikel 2
Dit besluit wordt verbindend na de noodzakelijke interne procedures als vereist door het recht van de partijen.
Gedaan te, …
…
(voor de Europese Unie)
…
(voor de Republiek Turkije)
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/12 |
BESLUIT (EU) 2016/552 VAN DE RAAD
van 5 april 2016
tot benoeming van een lid van het Comité van de Regio's, voorgedragen door het Koninkrijk Denemarken
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien de voordracht van de Deense regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld. |
|
(2) |
In het Comité van de Regio's is een zetel van lid vrijgekomen vanwege het einde van de ambtstermijn van de heer Thomas KASTRUP-LARSEN, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In het Comité van de Regio's wordt voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020, tot lid benoemd:
|
— |
de heer Erik NIELSEN, Mayor of Rødovre Municipality. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 5 april 2016.
Voor de Raad
De voorzitter
A.G. KOENDERS
(1) Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).
(2) Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).
(3) Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/13 |
BESLUIT (EU) 2016/553 VAN DE RAAD
van 5 april 2016
tot benoeming van vijf leden en vier plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's, voorgedragen door de Republiek Frankrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien de voordracht van de Franse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld. |
|
(2) |
In het Comité van de Regio's zijn vijf zetels van lid vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van mevrouw Claudette BRUNET-LECHENAULT, de heer Jean-Louis DESTANS, de heer Pierre HUGON, mevrouw Anne-Marie KEISER en de heer Pierre MAILLE. |
|
(3) |
In het Comité van de Regio's zijn drie zetels van plaatsvervanger vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Pierre BETRAND, mevrouw Mireille LACOMBE en de heer Jean-Louis TOURENNE. |
|
(4) |
Een zetel van plaatsvervanger is vrijgekomen door de benoeming van de heer André VIOLA tot lid van het Comité van de Regio's, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In het Comité van de Regio's worden de volgende personen benoemd voor de verdere duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020:
|
a) |
als lid:
|
|
b) |
als plaatsvervanger:
|
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 5 april 2016.
Voor de Raad
De voorzitter
A.G. KOENDERS
(1) Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).
(2) Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).
(3) Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/15 |
BESLUIT (EU) 2016/554 VAN DE RAAD
van 5 april 2016
tot benoeming van negen leden van het Comité van de Regio's, voorgedragen door de Republiek Frankrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 305,
Gezien de voordracht van de Franse regering,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 26 januari 2015, 5 februari 2015 en 23 juni 2015 heeft de Raad Besluiten (EU) 2015/116 (1), (EU) 2015/190 (2) en (EU) 2015/994 (3) houdende benoeming van de leden en plaatsvervangende leden van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 vastgesteld. |
|
(2) |
In het Comité van de Regio's zijn zes zetels van lid vrijgekomen door het verstrijken van de ambtstermijn van de heer Claude GEWERC, mevrouw Annabelle JAEGER, de heer Charles MARZIANI, de heer Pierrick MASSIOT, de heer René SOUCHON en de heer Bernard SOULAGE. |
|
(3) |
In het Comité van de Regio's zijn drie zetels vrijgekomen naar aanleiding van het verstrijken van het mandaat op basis waarvan de heer François DECOSTER (Conseiller régional du Nord-Pas-de-Calais), de heer Pascal MANGIN (Conseiller régional d'Alsace) en de heer Stéphan ROSSIGNOL (Conseiller régional du Languedoc-Roussillon) waren voorgedragen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In het Comité van de Regio's worden voor de resterende duur van de ambtstermijn, dat wil zeggen tot en met 25 januari 2020, benoemd tot lid:
|
— |
mevrouw Isabelle BOUDINEAU, Vice-présidente du Conseil régional Aquitaine-Poitou-Charente-Limousin, |
|
— |
mevrouw Martine CALDEROLI-LOTZ, Conseillère régionale du Conseil régional Alsace-Champagne-Ardenne-Lorraine, |
|
— |
de heer Christophe CLERGEAU, Conseiller régional du Conseil régional Pays-de-la-Loire, |
|
— |
de heer François DECOSTER, Vice-président du Conseil régional Nord Pas de Calais-Picardie (gewijzigd mandaat), |
|
— |
mevrouw Mélanie FORTIER, Conseillère régionale du Conseil régional Centre-Val-de-Loire, |
|
— |
de heer Pascal MANGIN, Conseiller régional du Conseil régional Alsace-Champagne-Ardenne-Lorraine (gewijzigd mandaat), |
|
— |
mevrouw Marie-Antoinette MAUPERTUIS, Conseillère exécutive de la Collectivité territoriale de Corse, |
|
— |
de heer Stéphan ROSSIGNOL, Conseiller régional du Conseil régional Languedoc-Roussillon-Midi-Pyrénées (gewijzigd mandaat), |
|
— |
de heer Thierry SOLERE, Conseiller régional du Conseil régional Ile-de-France. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 5 april 2016.
Voor de Raad
De voorzitter
A.G. KOENDERS
(1) Besluit (EU) 2015/116 van de Raad van 26 januari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 20 van 27.1.2015, blz. 42).
(2) Besluit (EU) 2015/190 van de Raad van 5 februari 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 31 van 7.2.2015, blz. 25).
(3) Besluit (EU) 2015/994 van de Raad van 23 juni 2015 houdende benoeming van de leden en plaatsvervangers van het Comité van de Regio's voor de periode van 26 januari 2015 tot en met 25 januari 2020 (PB L 159 van 25.6.2015, blz. 70).
Rectificaties
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/17 |
Rectificatie van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/322 van de Commissie van 10 februari 2016 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen wat de rapportage door instellingen aan de toezichthoudende autoriteit over het liquiditeitsdekkingsvereiste betreft
( Publicatieblad van de Europese Unie L 64 van 10 maart 2016 )
|
— |
Bladzijde 2, artikel 1, punten 1 en 2: |
in plaats van:
|
„1) |
Artikel 15 wordt vervangen door: „Artikel 15 Format en frequentie van de rapportage over het liquiditeitsdekkingsvereiste 1. Om op individuele en geconsolideerde basis informatie te rapporteren over het liquiditeitsdekkingsvereiste overeenkomstig artikel 415 van Verordening (EU) nr. 575/2013, passen de instellingen het volgende toe:
2. Bij de in de bijlagen XII en XXII vermelde informatie wordt rekening gehouden met de voor de referentiedatum ingediende informatie en met de informatie over de kasstromen van de instelling gedurende de volgende dertig kalenderdagen.”. |
|
2) |
De bijlagen XXII en XXIII worden toegevoegd overeenkomstig respectievelijk de bijlagen I en II bij deze verordening.”, |
lezen:
|
„1) |
Artikel 15 wordt vervangen door: „Artikel 15 Format en frequentie van de rapportage over het liquiditeitsdekkingsvereiste 1. Om op individuele en geconsolideerde basis informatie te rapporteren over het liquiditeitsdekkingsvereiste overeenkomstig artikel 415 van Verordening (EU) nr. 575/2013, passen de instellingen het volgende toe:
2. Bij de in de bijlagen XII en XXIV vermelde informatie wordt rekening gehouden met de voor de referentiedatum ingediende informatie en met de informatie over de kasstromen van de instelling gedurende de volgende dertig kalenderdagen.”. |
|
2) |
De bijlagen XXIV en XXV worden toegevoegd overeenkomstig respectievelijk de bijlagen I en II bij deze verordening.”. |
|
— |
Bladzijde 4, bijlage I, titel: |
in plaats van:
„BIJLAGE I
„BIJLAGE XXII” ”,
lezen:
„BIJLAGE I
„BIJLAGE XXIV” ”.
|
— |
Op bladzijde 19, bijlage I, waarin bijlage XXIV wordt ingevoegd, in de tabel, template „C 73.00 — LIQUIDITEITSDEKKING — UITSTROMEN”, worden rijen 1140 tot en met 1280 vervangen door: |
|
|
Bedrag |
Marktwaarde van verstrekte zekerheden |
Waarde overeenkomstig artikel 9 van verstrekte zekerheden |
Standaardrisicogewicht |
Toepasselijk risicogewicht |
Uitstroom |
||
|
Rij |
Identificatiecode |
Post |
010 |
020 |
030 |
040 |
050 |
060 |
|
PRO-MEMORIEPOSTEN |
||||||||
|
„1140 |
2 |
Retailobligaties met een resterende looptijd van minder dan dertig dagen |
|
|
|
|
|
|
|
1150 |
3 |
Van de berekening van uitstromen uitgesloten retaildeposito's |
|
|
|
|
|
|
|
1160 |
4 |
Niet-beoordeelde retaildeposito's |
|
|
|
|
|
|
|
1170 |
5 |
Met afhankelijke instromen te verrekenen liquiditeitsuitstromen |
|
|
|
|
|
|
|
|
6 |
Operationele deposito's aangehouden om aanspraak te kunnen maken op diensten op het gebied van clearing, bewaring, contantenbeheer of andere vergelijkbare diensten in het kader van een vaste operationele relatie |
|
|
|
|
|
|
|
1180 |
6.1 |
Verstrekt door kredietinstellingen |
|
|
|
|
|
|
|
1190 |
6.2 |
Verstrekt door financiële cliënten die geen kredietinstellingen zijn |
|
|
|
|
|
|
|
1200 |
6.3 |
Verstrekt door centrale overheden, centrale banken, multilaterale ontwikkelingsbanken en publiekrechtelijke lichamen |
|
|
|
|
|
|
|
1210 |
6.4 |
Verstrekt door andere cliënten |
|
|
|
|
|
|
|
|
7 |
Niet-operationele deposito's aangehouden door financiële en andere cliënten |
|
|
|
|
|
|
|
1220 |
7.1 |
Verstrekt door kredietinstellingen |
|
|
|
|
|
|
|
1230 |
7.2 |
Verstrekt door financiële cliënten die geen kredietinstellingen zijn |
|
|
|
|
|
|
|
1240 |
7.3 |
Verstrekt door centrale overheden, centrale banken, multilaterale ontwikkelingsbanken en publiekrechtelijke lichamen |
|
|
|
|
|
|
|
1250 |
7.4 |
Verstrekt door andere cliënten |
|
|
|
|
|
|
|
1260 |
8 |
Financieringsverplichtingen ten aanzien van niet-financiële cliënten |
|
|
|
|
|
|
|
1270 |
9 |
Voor derivaten gestorte zekerheden in de vorm van activa van niveau 1 met uitzondering van gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit |
|
|
|
|
|
|
|
1280 |
10 |
Monitoring van effectenfinancieringstransacties |
|
|
|
|
|
|
|
|
11 |
Uitstromen binnen de groep of binnen het institutionele protectiestelsel”. |
|
|
|
|
|
|
|
— |
Bladzijde 56, bijlage II, titel: |
in plaats van:
„BIJLAGE II
„BIJLAGE XXIII” ”,
lezen:
„BIJLAGE II
„BIJLAGE XXV” ”.
|
9.4.2016 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 95/20 |
Rectificatie van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/417 van de Commissie van 17 maart 2016 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo)
( Publicatieblad van de Europese Unie L 75 van 22 maart 2016 )
Bladzijde 24, in de tabel:
in plaats van:
|
|
|
|
|
|
„Totaal FI: |
EUR |
20 520,70 |
0,00 |
20 520,70 ” |
lezen:
|
|
|
|
|
|
„Totaal FI: |
EUR |
– 20 520,70 |
0,00 |
– 20 520,70 ” |